Candid. Platform
for growth.

Freek van Kraaikamp: 'Ik gun iedereen wel een elitepauperdagje'

ElitePauper
Ondernemer, loopbaancoach, schrijver, journalist. Freek van Kraaikamp is he...

NU.nl-hoofdredacteur Gert-Jaap in de podcast: Ik had van Nieuwe Revu het nieuwe VICE moeten maken

NU.nl-hoofdredacteur Gert-Jaap in de podcast: Ik had van Nieuwe Revu het nieuwe VICE moeten maken
PODCAST: DE VAKMANSCHAP IS MEESTERSCHAP TAPES DEEL 3

Sinds 2013 is Gert-Jaap Hoekman hoofdredacteur van NU.nl. We spreken hem over de grens tussen commercie en redactie, zijn oude liefde Nieuwe Revu en zijn nieuwe: de podcast. Oh ja..en over ANP natuurlijk.

 
[iframe height="100" width="100%" frameborder="0" scrolling="no" data-link="https://www.podbean.com/media/player/fwqie-8e2860?from=yiiadmin" src="https://www.podbean.com/media/player/fwqie-8e2860?from=yiiadmin"]



Hoekman werd in 2013 hoofdredacteur van NU.nl nadat hij een jaar daarvoor overkwam van Nieuwe Revu dat destijds ook van Sanoma was. ,,Eigenlijk sloeg het nergens op dat ik hier ging werken want ik had niet zoveel met dagelijks nieuws, wel met digitale technologie. Wat ik meenam was dat ik bij Nieuwe Revu leerde om de vertaalslag te maken van iets wat gebeurt naar een verhaal dat langer leuk blijft.’’

 
Over John de Mol die ANP kocht
,,Ik ben wel pragmatisch, maar niet naïef. Wij hebben een contract tot eind volgend jaar en ik ben benieuwd of de koers gaat veranderen. Als hij wil investeren om het ANP beter te maken is dat goed voor de journalistiek. Ik heb hem een keer mogen ontmoeten en toen hadden we het over NU.nl, hij was heel geïnteresseerd in mijn verhaal, ha-ha. Maar hij heeft veel geld en als hij het goed voor heeft met de journalistiek is dat goed nieuws.’’

 
Over dat hij vrij genuanceerd is voor een blad als Nieuwe Revu
,,Ik weet niet of ik een goede hoofdredacteur voor Nieuwe Revu was, ik ben extreem genuanceerd, best wel irritant, ik vind op Twitter ook niet zoveel. Ik ben echt zo’n gast van: aan de andere kant….dat kan je laf noemen, dat is het misschien ook wel, maar ik voel me daar wel prettig bij. Het probleem wat wij met NU.nl oplossen is dat jij niet al het nieuws hoeft te volgen en wij maken er een overzichtelijk, begrijpelijke, versie van. Daar zijn we sterk in.’’

 
Over Nieuwe Revu
,,We hadden eerder dingen kunnen doen, móéten durven. En als ik zeg ‘we’ bedoel ik eigenlijk ‘ik’. De rol die VICE heeft in Nederland had Revu kunnen innemen en ik heb dat niet opgepakt. Ik had destijds moeten kiezen voor entertainment, maar we deden ook nog crime erbij omdat dat goed gelezen werd. Die analyse geeft me de energie om nu door te pakken. We deden al goede dingen, hadden een podcast over muziek, een vlog en hele goede journalisten, maar op een dag kwam er een man - een baasje inderdaad - binnenlopen en die zei: we stoppen ermee, we gaan snedig commentaar leveren op de actualiteit zoals GeenStijl doet. Ik zie hem nog binnenlopen over dat rode tapijt van Sanoma. Ik was destijds geen hoofdredacteur, maar toen had ik de ballen moeten hebben om die - toevallig gekozen goede lijn - door te zetten.’’

 
Over podcast
,,Ik ben ook wel biased want ik vind het zelf heel vet. Nu zie je dat we langzaam geld aan het verdienen zijn. In samenwerking met Dag en Nacht Media komen er postrolls, midrolls en prerolls. Daar kunnen we wel geld aan verdienen en het is strategisch een slimme zet. Onze ochtendpodcast doet 5000 views per dag en we hebben een podcast over Willem Holleeder en die is 50.000 keer beluisterd. Ook hebben we een Formule 1 podcast die 20.000 keer beluisterd is. We hebben nu ongeveer 100.000 luisteraars per week. Qua adverteerders moet je dan denken aan ABN-Amro, Storytel en AH.’’

 
Zelf boodschap inspreken door presentator
,,Waar ik moeite mee heb bij podcasts, is dat de presentator zelf een reclameboodschap voorleest. Er loopt hier wel degelijk een muur tussen redactie en commercie. Ik zat te luisteren naar Ezra Klein van Vox die het opeens over matrassen had. Zelfs Ben Thompson doet het, ik voel me wel een beetje in de steek gelaten. Ik vrees dat het deze kant op komt, maar ik bewaak het fort nog wel.’’ (…) Ik ben voor branded content, maar ik vind dat je duidelijk moet maken wat gesponsord is. De rol van grensbewaker is nuttig. Gewoon ‘nee’ zeggen dus. We hebben een redactiestatuut en je moet transparant te zijn.’’

 
Luister hier ook deel 2
https://www.frank.news/2018/02/27/filmmaker-bas-welling-over-de-wetten-van-een-maatschappelijke-commercial/

 
Luister hier ook deel 1
https://www.frank.news/2017/11/10/oude-mensen-zonder-instagramaccount-begrijpen-deze-wereld-niet/

PODCAST: Filmmaker Bas Welling over de wetten van een maatschappelijke commercial

PODCAST: Filmmaker Bas Welling over de wetten van een maatschappelijke commercial
PODCAST: De Vakmanschap is Meesterschap Tapes deel 2

Wij wilden weten hoe je zo’n maatschappelijk verantwoorde tv-commercial maakt. Welke lessen zijn er te trekken uit de ‘debacles’ van Pepsi en Rabobank? We vroegen het Bas Welling van WeFilm die regelmatig soortgelijke films produceert.

 
[iframe height="100" width="100%" frameborder="0" scrolling="no" data-link="https://www.podbean.com/media/player/54wbf-8840ac" src="https://www.podbean.com/media/player/54wbf-8840ac"]

 
Waar we de familie Welling ook alweer van kennen? Bas Welling en zijn broer Roel maakten ooit Max de Hacker, de gast die de snelwegboorden in de war stuurde toen YouTube nog maar net in Nederland was. Die filmpjes werden meer dan 35 miljoen keer bekeken. Bas Welling: ,,Als je iets maakt dat spraakmakend is en relevant voor een opdrachtgever dan werkt het goed.’’

 
‘Maak een leuk bedrijfsfilmpje’
De meeste briefings die binnenkwamen in die beginfase waren maar saai. ,,Of zoals mijn broer zegt: daar ben ik geen regisseur voor geworden.’’ Heb je ze wel eens weggegooid? ,,Zeker en dan vragen we aan de opdrachtgever: vind je het goed als we binnen diezelfde doelstelling iets beter bedenken? Het is nu beter dan in onze beginjaren, maar toen stond er wel eens: maak een leuk bedrijfsfilmpje en dan komt onze CEO iets vertellen(…..) Online video is booming, maar 95 procent heeft maar een paar duizend views dus is een waste of money. Het moet echt het onderwerp van gesprek zijn en als het niet gedeeld wordt, is het niet goed genoeg. ’’

 
Maatschappelijke films
Twee jaar geleden had WeFilm volgens Welling veel van haar doelstellingen bereikt. ,,Toen spraken we over onze volgende stap. Hoe mooi zou het zijn als we door onze films op maatschappelijk gebied iets bij kunnen dragen? Film kan dat effect hebben.’’ Het is logisch om dat voor goede doelen te doen, maar is het geen vak apart om dat voor bedrijven te maken? ,,Ja, je begeeft je op glad ijs in dat geval. Kijk maar eens naar Pepsi dat iets pakte wat leefde in de samenleving om daar het merk achter te plakken.’’ Wat ging daar mis? ,,Kendall Jenner probeerde met het openen van een blikje een politiedemonstratie de goede kant op te sturen. In die periode kwamen etnische groepen tegen de politie in verweer en deze commercial zou dat allemaal wel even oplossen. Hiermee trek je het onderwerp naar het belachelijke; het is gebrek aan verschillende voelsprieten voor het feit dat je die claim niet kunt maken. Het is oogkleppen op en denken dat het allemaal goed komt als je meevaart op zo’n maatschappelijke tendens.’’
 ,,Het is oogkleppen op en denken dat het allemaal goed komt als je meevaart op zo’n maatschappelijke tendens.’’

 
Lekker maatschappelijk bezig
Is het een gevaar om te denken: het is hot om maatschappelijk bezig te zijn en dus doen wij dat ook? ,,Zeker, wij noemen dat wel eens: is het een gimmick of iets dat werkelijk uit het hart van het bedrijf komt? Daar proberen wij in de aanvragen doorheen te prikken, alleen als er serieus werk van wordt gemaakt, heeft het kans van slagen. Dat is een kwestie van veel vragen stellen en van daaruit zoeken naar de creativiteit.’’

 
Interpolis-commercial
WeFilm maakte een commercial voor Interpolis over de gevaren van appen en bellen in de auto. Wist je vooraf of Interpolis ook daadwerkelijk met dat thema bezig was? ,,Er kwam een app die gebruik van de telefoon moet tegengaan en het bedrijf stelde serieus budget ter beschikking om in 2020 een significante vermindering te bewerkstelligen van het aantal verkeersdoden. Alleen als je het zo serieus aanpakt heeft het zin.’’

Bij Rabobank ging het mis met de claim in de tv-commercial. Letten jullie altijd op dat je een claim moet kunnen waarmaken? ,,Je moet altijd kunnen uitleggen dat je een claim kan waarmaken anders zullen mensen het als leeg ervaren. Ik waardeer de Rabobank ambitie om te zeggen: wij willen graag een bijdrage leveren aan het honger de wereld uithelpen. Dat past heel goed bij hen, maar de bewijsvoering om dat voor elkaar te krijgen was te verborgen.’’

 
Boxen
Het gaat bij WeFilm niet alleen om de wereld vooruit helpen trouwens. Er is net een serie gemaakt samen met Vice….en Dumpert over een boksschool genaamd Boxing ‘82. ,,Onze regisseur Jan Boon heeft zich daar helemaal in vastgebeten. Twee van de mannen die daar werken zijn een soort held op Dumpert. Die mannen zijn dus al omarmd en ze verdienen een ode.’’
Luister hier ook deel 3
https://www.frank.news/2018/04/03/nu-nl-hoofdredacteur-gert-jaap-in-de-podcast-ik-had-van-nieuwe-revu-het-nieuwe-vice-moeten-maken/

 
Luister hier ook deel 1
https://www.frank.news/2017/11/10/oude-mensen-zonder-instagramaccount-begrijpen-deze-wereld-niet/

Hoe lang is ‘bereik’ als verdienmodel nog houdbaar voor Telegraaf, AD en NU.nl?

Hoe lang is ‘bereik’ als verdienmodel nog houdbaar voor Telegraaf, AD en NU.nl?

Er is in de Verenigde Staten een ontwikkeling die veel wegheeft van een ‘digital media crash’: de digitale nieuwsmedia zitten er door allerlei factoren die samenkomen in zwaar weer. Dat zou in Nederland ook zomaar kunnen gebeuren. Het online bereikmodel lijkt op zijn einde te lopen. Wat betekent dat voor de nieuwssites AD, Telegraaf en NU.nl, die het juist daar heel erg van moeten hebben? 

Alarmfase 1! Het Amerikaanse digitale nieuwsmediasysteem lijkt te gaan ‘crashen’. Buzzfeed en VICE hebben hun omzetdoelstellingen niet gehaald, Mashable ook niet, die site werd voor een veel lager bedrag verkocht dan gedacht. En de divisie waaronder Yahoo, AOL en Huffington Post vallen, moest meer dan vijfhonderd mensen ontslaan, onder wie veel journalisten.

Teveel online nieuwsmediaDe Amerikaanse uitgever en publicist Josh Marshall legde het probleem onlangs haarfijn uit in een stuk op Talkingpointsmemo Hij noemt drie verschillende factoren, waarvan er twee nu samenkomen. Ten eerste: er zijn enorm veel online nieuwsmedia, maar te veel om ze allemaal te kunnen financieren. Die financiering moet met name uit advertentiegeld komen. Omdat het web oneindig veel meer ruimte biedt aan nieuwe spelers die ook uit de advertentieruif willen eten, is het lastig voor de traditionele krantenuitgevers om een dominante rol te spelen. Zo zijn veel partijen meegegaan in de strijd om de kliks en het bereik. Want de simpele gedachte is: hoe meer bereik, hoe meer advertenties en omzet. Maar veel uitgevers komen erachter dat ze nog nauwelijks verdienen aan het advertentiemodel rond digitaal nieuws.

Opkomst Facebook en GoogleVervolgens - en dat is twee - was er de opkomst van Facebook en Google en in hun kielzog enkele andere grote techbedrijven die mediaplatforms werden. Zij groeiden de afgelopen jaren het hardst in online advertentieomzet en pakken inmiddels misschien wel driekwart van de totale digitale omzet wereldwijd.

Investeerders trekken zich terugAls derde noemt Marshall het feit dat een flink deel van de digitale media in de States het nu moet hebben van venture capital. Maar deze investeerders verdienen hun investering maar met moeite terug en willen zich terugtrekken.

Marshall concludeert dat de drie ontwikkelingen elkaar versterken en gaan zorgen voor die crash.

We moeten eigenlijk nog twee ontwikkelingen toevoegen: de groei van programmatic advertising die de belofte dat je de juiste persoon met de juiste boodschap kunt bereiken nog altijd niet heeft ingelost. Dat is hand en hand gegaan met de opkomst van de adblockers tegen irritante reclames (banners en prerolls) en lange laadtijd van sites.

Het voordeel van videoWat ook niet onvermeld mag blijven. Er was een groep uitgevers, waaronder Fox Sports en nieuwssite Mic, die afgelopen zomer - onder het mom van ‘we moeten ook mee in de videotrend’ - is geswitcht naar een model waarin video centraal staat. Wat ook al het ontslag van veel schrijvende journalisten betekende. Maar in september vorig jaar kwamen er dramatische cijfers naar buiten van onderzoeker comScore: de publishers die switchten naar het ‘videomodel’ zagen het verkeer naar hun site in augustus met 60 procent dalen in vergelijking met dezelfde periode een jaar eerder. De maanden erna waren de cijfers niet veel beter. Een belangrijk punt is dat deze uitgevers al aan het struggelen waren voordat ze overstapten op het videomodel.

Oók goede resultaten met videoEr moet overigens bij gezegd worden dat een aantal uitgevers wel degelijk betere bereikcijfers behaalde met video.

Al die ontwikkelingen overziend, kunnen we stellen dat, de al naar adem happende (traditionele) nieuwsuitgevers, ook in 2018 moeten rekenen op zware benauwdheid. Als we Amerika als trendsetter zien - en dat doen we - dan kunnen we die op handen zijnde ‘crash’ of ‘bubbel’ hier ook verwachten op niet al te lange termijn.

Ook hier veel focus op bereikLaten we het over Nederland hebben. Ook hier is er sprake van veel sites die aan het bereikinfuus hangen, terwijl Facebook en Google er met de buit vandoor gaan. Dat zijn juist ook sites van grotere spelers als TMG, de Persgroep en Sanoma. Hun nieuwssites Telegraaf.nl, AD.nl en NU.nl hebben, als we onderzoeken als NOBO en GfK DAM mogen geloven, een enorm bereik van 5 tot 7 miljoen Nederlanders. En met dat ‘wapen’ gaan ze naar adverteerders en mediabureaus.

De helft is knip- en plakwerkMaar is dat model nog houdbaar? De Telegraaf en AD bieden ook wel premium artikelen - waar je als gebruiker voor betaalt - maar moeten het toch vooral hebben van de snelle kliks. Om zoveel mogelijk ‘oogballen’ te krijgen, komen ze daarom regelmatig met nieuws en artikelen die je elders al leest (zeker meer dan de helft van hun nieuwsaanbod). Neem je bijvoorbeeld een kijk op het entertainmentchannel van beide nieuwsmedia, dan zie je vaak dezelfde nieuwtjes, clickbaits), tweets die tot nieuwsberichten zijn gebombardeerd en ander knip- en plakwerk.

Waarom niet authentiek zijn?Voor NU.nl is het nét even een ander verhaal trouwens. De populairste nationale nieuwssite maakt er geen geheim van dat het alleen nieuws brengt. ‘zodat je je zelf een mening kunt vormen’. Dat is veel meer een USP dan wat Telegraaf.nl en AD.nl doen. Waarom zou je nieuws dat elders al staat ook nog aanbieden? Waarom investeer je niet in goede, unieke journalistieke verhalen en authenticiteit?
Telegraaf en AD hebben de afgelopen tijd kostenreducties doorgevoerd, waarbij ook vaste redactieplaatsen sneuvelden. Verder bieden Telegraaf en AD ook steeds meer video, in de veronderstelling dat bezoekers dat heel graag willen. Maar is dat ook zo? Of zouden ze het doen voor de advertentiemarkt?

Bereik als verdienmodel lijkt niet langer houdbaarBereik is in Nederland nog altijd een populair afrekenmodel, daarom blijven veel partijen zo lang mogelijk hun bereik communiceren  Maar het verdienmodel lijkt niet veel langer houdbaar. Het is een misvatting dat een groot mediabereik ook impact oplevert en je kunt je ook de vraag stellen of een groot mediabereik automatisch een groot reclamebereik betekent.

Er is nog een grote ontwikkeling die geen goed nieuws is voor ‘online bereik’. Marketeers zijn zeker de laatste twee jaar ook echt wakker geschud door de onbetrouwbare meetmethoden voor online reclame en klikfraude. Het heeft een aantal grote adverteerders doen besluiten meer te investeren in andere manieren van adverteren (contentmarketing) of zelfs terug te keren naar - het meer betrouwbaar geachte - televisie. En daarmee komt die crash van digitale nieuwsmedia mogelijk nóg een stapje dichterbij.

Niet blindstaren op advertentiesVoor nieuwsmedia die online strugglen, is het echt niet makkelijk om een goed verdienmodel neer te zetten. Belangrijk is dat ze zich niet blindstaren op advertenties, hun kop boven het maaiveld uitsteken en authenticiteit, focus en een duidelijke doelgroep als uitgangspunt nemen, in plaats van de klikkende massa.

Wat kan echt niet meer in marketing anno 2018?

Wat kan echt niet meer in marketing anno 2018?
Door Nadine Ridder.

Er was veel onenigheid dit jaar, maar dat het een bewogen jaar was, daar zijn de meesten het over eens. 2017 Kenmerkt zich wat mij betreft door de toenemende behoefte aan authenticiteit, oprechtheid en gelijkheid. Meer dan ooit zagen we hoe krachtig een geluid kan zijn als mensen zich verenigen.

 
Dit is de tijd waarin merken verschillende groepen mensen, verbonden door bepaalde waarden en ideeën, kunnen faciliteren in het uitdragen en verder brengen van hun missie. Zo kunnen merken daadwerkelijk waarde toevoegen aan het leven van hun doelgroep. Om deze ontwikkeling een kickstart te geven in 2018, nemen we aan het einde van 2017 afscheid van een aantal zaken die echt niet meer kunnen.

 
1 Culturele toe-eigening door merken
Culturele toe-eigening had wat mij betreft woord van het jaar mogen worden. We spreken hiervan op het moment dat iets pas wordt geaccepteerd op het moment dat het door mensen vanuit een superieure positie is toegeëigend. Denk bijvoorbeeld aan twerken of het dragen van dreadlocks en indianenveren door witte mensen. Veel mensen zijn zich niet bewust van de gevoeligheid van het lenen of overnemen van bepaalde gebruiken vanuit andere culturen, omdat zij zich niet bewust zijn van de ongelijkheid tussen deze groepen.
Een voorbeeld van culturele toe-eigening die dit jaar veel aandacht trok was Pepsi met de Kendall Jenner ad waarin de Black Lives Movement werd ‘geleend’ om cola te verkopen en zonder het thema echt op de agenda te zetten. Er was veel kritiek op de ‘geleende’ cornrows en bantu knots op de catwalk van Chanel, en in eigen land sloeg HEMA de plank mis door roti aan te bieden zonder het pannenkoekje waardoor duidelijk werd dat er geen samenwerking met Nederlanders van Surinaamse afkomst was gezocht.

Als je inspiratie haalt uit andere culturen, zorg dan dat je mensen vanuit die cultuur betrekt en credits geeft aan wie die toebehoren, zodat je duidelijk ‘leent’ en niet overneemt.

 
2 Influencers die zich laten inzetten voor greenwashing
Helaas is het nog niet altijd zo dat het toenemende bewustzijn van de consument zich vertaalt naar gedrag van bedrijven dat hier op aansluit. Het daadwerkelijk maatschappelijk verantwoord ondernemen is een dure en tijdrovende ontwikkeling. Adverteerders zien dan ook een interessante shortcut: greenwashing. Volgens Wikipedia is dat het zich groener of maatschappelijk verantwoorder voordoen dan een bedrijf of organisatie daadwerkelijk is. Men doet alsof men weloverwogen met het milieu en/of andere maatschappelijke thema's omgaat, maar dit blijkt vaak niet meer dan ‘een likje verf’. En dit wordt gedaan middels grote themacampagnes, branded content en met behulp van influencers. Want volgers geloven alles wat hun held zegt. Althans, dat is het idee. Dat influencers zich laten betalen om producten of diensten aan te prijzen die zij heel leuk vinden en soms net iets minder leuk, is logisch. Om content te kunnen maken, moeten zij, net als uitgevers, samenwerken met adverteerders. Maar de integriteit van influencers is heel belangrijk. Ze zijn dan wel merken, maar voor volgers zijn het vrienden. We zagen dit enorm mis gaan toen een aantal influencers het passieproject The Plastic Bank van grootvervuiler Shell supportte. Nog erger werd het toen werd beweerd dat het om onbetaalde content zou gaan. Anna Nooshin kreeg de meeste kritiek (want het meest bekend en als enige in sexy badpak) maar voor alle influencers (en hun PR bureau) is dit een belangrijke les. Het argument ‘iets is beter dan niets’ voldoet niet, tenzij je dit letterlijk benoemt. Je zou ook kunnen zeggen ‘Er zijn veel redenen waarom ik zeer kritisch ben op Shell (o.a. op de hoeveelheid plastic dat het bedrijf produceert), maar dit specifieke project steun ik. Hopelijk komt er een dag dat ik alle projecten van Shell kan supporten’. Waarschijnlijk zou Shell hier niet mee akkoord gaan, maar dat is dan jammer voor ze. Weet wat je aanprijst en zorg dat je het in de juiste context zet. Be a woke influencer.
3. Adverteren op seksistische of racistische titels
Voetbal Inside kreeg al veelvuldig kritiek op de seksistische en homofobe uitspraken in het programma, maar kwam recent echt onder vuur te liggen. Sylvana Simons richtte zich rechtstreeks tot adverteerders Heineken (Amstel Bier), Gilette en Toto (de Nederlandse Loterij) met de vraag ‘Willen jullie homofobie ook mede mogelijk maken?’ De adverteerders distantiëren zich van de uitspraken in het programma en leggen de verantwoordelijkheid gezamenlijk neer bij RTL, die op haar beurt de verantwoordelijkheid weer bij de programmamakers legt. Waarschijnlijk hopen alle betrokkenen dat het overwaait.

Eerder dit jaar riepen 100 mediavrouwen (waaronder Eva Jinek en Georgina Verbaan) in een open brief in de Volkskrant en NRC adverteerders op om ‘kritisch na te denken over de vraag of het advertentiebeleid (van vrouwonvriendelijke sites zoals Geen Stijl en Dumpert) overeenkomt met de waarden van hun onderneming’. Deze oproep was een reactie op het ‘virtueel verkrachten’ van o.a. Loes Reijmer en Rosanne Hertzberger. Sommige adverteerders waren zich niet bewust van hun aanwezigheid op deze websites (want programmetic ingekocht), anderen wisten het wel, maar besloten zich terug te trekken door alle commotie en weer anderen bleven achter hun keuze staan voor ‘quantity over quality’.

Mijn advies is: durf kleur te bekennen. Zeker als je een programma of format sponsort, zouden de waarden van het programma moeten overeenkomen met die van jou. Het hele idee van sponsoring is dat het mediamerk positief afstraalt op dat van jou, zodat jouw merk kan groeien. Als het mediamerk heftige negatieve associaties met zich meedraagt, straalt dit logischerwijs ook op jouw merk af. En misschien is de gemiddelde Voetbal International-kijker nog niet zo woke dat hij of zij hierdoor negatief beïnvloed worden, maar over een tijdje wel. Nu wegwezen dus. Bereik kun je ook ergens halen.
Nadine Ridder (1983) werkt als freelance Creatief Strateeg voor verschillende opdrachtgevers. Ze werkte eerder bij VICE, TELE2 en Universal Media. Nadine zet zich in voor meer diversiteit in media en reclame, o.a. door het publiceren van opiniestukken en columns op Joop, MarketingTribune, Adformatie en Emerce.

Onder leiding van GenZ wordt 2018 het jaar van ‘branded activism’

Onder leiding van GenZ wordt 2018 het jaar van ‘branded activism’
Door Nadine Ridder

Voor iedereen die nog moet wennen aan het tijdperk van millennials, branded content en influencers: wake up! Het is bijna 2018 en there are some new kids in town.

Branded content is ontstaan vanuit de behoefte aan authentieke verhalen in de millennial doelgroep. Omdat merken deze transitie nog steeds lastig vinden, is branded content gedegradeerd tot een commerciële boodschap in een redactioneel sausje. Toen ontstond branded journalism: journalistieke verhalen met het merk als afzender, met als doel een publiek te vinden en te raken.

Nu millennials door GenZ (16–24) van hun invloedrijke troon worden gestoten, is het tijd voor een nieuw hoofdstuk in het contentmarketingboek dat past bij een nieuwe generatie: branded activism. Dit is het beste te omschrijven als onafhankelijke activistische of opiniërende content met het merk als afzender. De term branded activism wordt ook gebruikt wanneer purpose marketing wordt bedoeld. Ik zie dit echter als iets anders: purpose marketing is marketing die voortvloeit vanuit de bekende why van het merk. Sterke purpose marketing zien we bijvoorbeeld bij Tony’s Chocolonely: het is hun missie om álle chocolade 100 procent slaafvrij te maken. De documentaire Tony is een goed voorbeeld van branded journalism, een redactioneel verhaal over dat thema.

Branded activism is het faciliteren van opinie en discussie over verschillende actuele thema’s zoals diversiteit, vluchtelingencrisis, milieuvervuiling en mensenrechten. Dus los van je eigen purpose (die onmisbaar is!) moeten merken steeds beter nadenken over hoe zij over deze topics denken en hoe zij acteren.

Waarom is dit nodig? Purpose marketing is ontstaan, omdat de bewuste millennial diezelfde mentaliteit van merken verwacht. GenZ gaat nog een stapje verder. Deze generatie kenmerkt zich door de woke mentaliteit. Woke? Yes, weer een nieuwe term die je moet kennen! De term woke is inmiddels zo relevant dat het is toegevoegd aan the Oxford English Dictionary (OED) en vertaalt zich als: ‘alert to racial or social discrimination and injustice’. Being woke wordt ook vaak geassocieerd met een activistische houding: met alleen bewustzijn verandert er niets.

Dus zoals millennials purpose van merken eisten, is GenZ op zoek naar bedrijven waar zij haar woke mentaliteit terugvindt. Hoe zien we dit terug? De kritiek op de steun van Uber aan Trump laat zien dat zelfs een disruptief merk genadeloos wordt afgestraft wanneer er politiek impopulaire keuzes worden gemaakt. Een lokaal voorbeeld is de rel rondom Anna Nooshin en Monica Geuze en hun shoot voor Linda. Meiden. Ze reageerden verbaasd op alle commotie, omdat het niet hun intentie was geweest te doen alsof ze lesbisch waren. Met deze reactie waren ze misschien in het millennialtijdperk weggekomen, maar genZ verwacht dat je juist als influencer heel bewust bent van het beeld waar je aan meewerkt. Medewerking staat gelijk aan goedkeuring.

Een tijd waarin merken voorzichtig moeten zijn en fouten zo zijn gemaakt: nietsdoen dan maar? Als je geen onderdeel bent van de oplossing, ben je onderdeel van het probleem, luidt een gezegde. Zo worden mensen en organisaties die zich niet uitspreken tegen seksueel geweld in de #metoo discussie ook ter verantwoording geroepen. Als je als merk niet woke bent, ben je niet meer relevant.

We zien deze ontwikkeling ook in de media: het wantrouwen in traditionele media is enorm. Hoe objectief ben je als nieuwszender als je bepaalde onderwerpen kiest en andere mijdt? Nu we weten dat NOS ons een heel ander wereldbeeld geeft dan bijvoorbeeld nieuwszender Al Jazeera, is deze schijnobjectiviteit niet veel meer waard. Dit blijkt uit het succes van media met een uitgesproken mening zoals Geen Stijl en De Correspondent. Of Zondag Met Lubach: een doorslaand succes omdat er duidelijk een standpunt van het team van Lubach ingenomen wordt en hier niet geheimzinnig over wordt gedaan. Niemand claimt de waarheid te verkondigen, want wie woke is weet dat er niet één waarheid is.

Hoe kun je deze ontwikkeling als mediamerk of consumentenmerk omarmen? Deze quote uit het zeer uitgebreide GenZ onderzoek van Protein slaat de spijker op de kop:
‘They’re demanding that brands create spaces, platforms and mediums that champion the oppressed, not exploit their struggle’.
Ofwel leden van de GenZ-generatie, de meest diverse generatie ooit, wil niet dat er over hen wordt gesproken, ook niet met hen, maar door hen.

Pepsi maakte de fout de Black Lives Matter beweging in te zetten voor een feel good colacampagne. HEMA maakte de fout roti te verkopen wat geen roti was. Allemaal ‘geleende’ thema’s, gemaakt door andere mensen dan voor wie het bedoeld is. Laat dus zien dat je als merk begrijpt dat dialoog over deze onderwerpen belangrijk is door het gesprek te faciliteren. Ook als je onder vuur ligt, verdedig je niet maar creëer ruimte voor opinie en leer hiervan.

En mediamerken? Entertainende mediamerken bleven altijd ver weg van nieuws en opinie, ook omdat adverteerders liever geen kleur bekennen. Maar uitgevers beginnen te begrijpen dat meer inhoud en verdieping past bij deze tijd en ook de eerste merken sluiten zich aan. Zo lanceerde VICE het succesvolle VICE News: nieuws vanuit de belevingswereld van de doelgroep. Teen Vogue (Condé Nast) onderging een ware transitie met een shift in aandacht voor uiterlijk en bekendheden naar politiek, feminisme, identiteit en activisme. Op hun website is nieuws en politiek de eerste contentcategorie, vóór fashion en lifestyle. Binnenkort lanceert deze uitgever THEM, een activistisch platform door de LGBTQ-community, met Burberry als een van de launching partners.

Eng? Doodeng! Maar als je het gesprek zelf niet faciliteert vindt het toch wel elders plaats. Het echte risico loop je als je niets doet, want deze generatie bepaalt zelf waar zij haar informatie en inspiratie vandaan haalt. En is dat er niet, dan maken ze het zelf wel. With or without you.

Nadine Ridder (1983) werkt als freelance Creatief Strateeg voor verschillende opdrachtgevers. Ze werkte eerder bij VICE, TELE2 en Universal Media. Nadine zet zich in voor meer diversiteit in media en reclame, o.a. door het publiceren van opiniestukken en columns op Joop, MarketingTribune, Adformatie en Emerce. 


 

National Geographic: 5 miljoen volgers op Snapchat

National Geographic: 5 miljoen volgers op Snapchat

National Geographic, bekend van expedities en natuurseries, scoort geweldig op Snapchat, het social network waar veel jongeren zitten. Ooit een wat belegen tijdschrift met natuurfoto’s, toen kwam tv en nu een trendy kanaal op Snapchat. Drie maanden geleden gooide NatGeo de aanpak radicaal om met als resultaat: 3 miljoen nieuwe volgers.

National Geographic begon in 2015 op Snapchat’s Discover (naast CNN en Vice). Afgelopen zomer had NatGeo een kleine twee miljoen volgers, meldt Adweek. Dat was al niet verkeerd, maar door een nieuwe strategie met nadruk op beeld en graphics, is het aantal volgers in korte tijd opgelopen tot vijf miljoen.



Het succes van verticale video’s
National Geographic wil jongeren voor zich winnen met spannende flitsen van expedities, wetenschappelijke hoogstandjes en beelden van uitzonderlijke natuur. De headlines schudden je wakker, zoals in een special over het Amazonegebied: ‘De Amazone is de nieuwe frontier voor dodelijk wildlife toerisme’. Je krijgt schokkende beelden te zien van zwemmende toeristen die een rivierdolfijn in de verdrukking duwen. Bij Snapchat draait het om verticale video’s. Aanvankelijk probeerde NatGeo liggende beelden uit op het social network, maar die werden nauwelijks bekeken. Met verticale video’s schoten de bezoekcijfers omhoog.

Fotografen en filmers van National Geographic hebben opdracht gekregen rekening te houden met Snapchat en geschikte video’s daarvoor te leveren (dat kan bijvoorbeeld door zo te filmen dat je een verticaal beeld uit een liggende video kan snijden). Filmers maken inmiddels ook aparte content voor Snapchat, dat uitgegroeid is tot het belangrijkste social network van National Geographic (naast Instagram dat ook goed loopt). Een team van tien mensen is verantwoordelijk voor de visuals en graphics op het social network. De nieuwe strategie is niet alleen goed voor het aantal kijkers, maar levert ook de helft meer inkomsten op, die worden verdeeld tussen Snapchat en NatGeo.

Probeer cover images uit
National Geographic probeert veel uit op Snapchat om te kijken wat het beste werkt en dat vervolgens te kiezen. Zo maakt het team voor elk item vier cover images en headlines die gedurende drie uur online gaan. Het beeld dat de meeste kijkers trekt, blijft uiteindelijk staan. Dat is een groot verschil met de begintijd, toen NatGeo eigenlijk maar wat deed op Snapchat. Het team had toen geen goed idee wat de jongere doelgroep wilde. „We dachten aanvankelijk dat de audience niet zoveel zou geven om high-quality visual storytelling, maar dat bleek juist wel het geval te zijn,” zegt Jonathan Hunt, afkomstig van Fox Media.

Jane Goodall
Opvallend is ook hoe National Geographic zich op zijn website presenteert. Ook daar gaat het niet alleen om natuur, maar ook om spanning en de wereld rechtvaardiger maken. In een video heeft CEO Gary Knell het over ‘de kracht van storytelling, om te inspireren en de wereld te veranderen, om de planeet te beschermen en onrecht te bestrijden.’

Die gedrevenheid voor natuurbescherming spreekt jongeren aan. En het helpt als bekende rolmodellen van zich laten horen. In de video waarin NatGeo zich presenteert, komt Jane Goodall, beroemd door haar onderzoek onder chimpansees, aan het woord: „Kinderen zijn snel van begrip. (…) Ik denk dat het bij jongeren overkomt dat elk individu elke dag opnieuw een verschil kan maken.” En dat tegen een achtergrond van spectaculaire natuur en dansende kinderen. Zo komt je boodschap wel over.

 

Tijd om meten van contentmarketing te standaardiseren

Tijd om meten van contentmarketing te standaardiseren
Door Carlijn Postma

We hebben al meer dan 100.000 views op onze video!’ of ‘De click through rate (CTR) van deze campagne was ruim boven doelstelling’. Wat zegt dat eigenlijk? Wat doet het met ons merk? Leidt het ook tot meer verkoop? Logische vragen, zeker nu bedrijven een steeds groter budget reserveren voor contentmarketing.

 
Dat is dan waarschijnlijk ook de reden dat het hele vakgebied op zoek is naar eenduidige KPI’s. KPI’s die rekening houden met meer aspecten van contentmarketing dan alleen bereik of engagement. Afgelopen week was ik als moderator aanwezig bij de jurering van de Grand Prix voor Contentmarketing van Platform Content. En ook tijdens de jurering bleek dat er steeds meer discussie werd gevoerd over het concreet meetbare effect van contentmarketing. Gelukkig zijn er ook steeds meer cases waarbij het resultaat gemeten wordt door een combinatie te maken van meerdere factoren, zoals het bereik van een (reeks van) uiting(en), aangevuld met engagement of concrete acties zoals downloads of aanmeldingen. Maar toch heb ik de indruk dat dit nog te weinig wordt gedaan vanuit vooraf vastgestelde doelen, afgeleid vanuit de contentmarketingstrategie.

 
Doelstellingen in de drietrap
Daarom pleit ik voor het standaardiseren van contentmarketing doelstellingen. Ik werk bij mijn bureau al een tijd met contentmarketing doelstellingen aan de hand van de drietrap ‘vinden, binden en activeren van het publiek’. Deze zijn tevens gerelateerd aan de overkoepelende doelstelling, wat we ook wel de ‘Job to be done’ noemen. Een voorbeeld: bij de introductie van een nieuw merk of product zul je je wellicht focussen op het ‘vinden van publiek’. Maar als je hoofddoelstelling ‘thought leadership’ is, zul je je pijlen veel meer richten op het ‘binden van je publiek’. Als je publiek slechts één video of tekst van jou consumeert, ben je nog niet direct thought leader in zijn ogen. Als het op zeer regelmatige basis jouw content consumeert, is de kans veel groter dat het jou als thought leader op dat onderwerp zal beschouwen. En misschien zijn mensen er na een aantal uitingen ook wel aan toe om zich aan te melden voor je e-mailnieuwsbrief, zijn ze sneller genegen om naar je event te komen of willen ze een whitepaper downloaden. Allemaal onderdelen in de categorie ‘activeren van het publiek’.

 
Hoe bepaal je die doelstellingen?
Het blijft altijd lastig zonder goede benchmarks om je doelstellingen te bepalen, maar je moet ergens beginnen en dat doen we meestal aan de hand van de activeringsdoelstelling. Die is uiteraard afgeleid van je marketingdoelstelling. Bijvoorbeeld: We willen in 4 maanden tijd 1.000 personen in ons leadnurture programma hebben (activeren). Wat is er voor nodig om mensen over de streep te trekken naar een download in ruil voor hun e-mailadres? Om dat getal te bepalen, kun je kijken naar eerdere data. Een klein beetje extra ambitie kan geen kwaad… we hebben nu tenslotte een contentmarketingstrategie die ons daarbij gaat helpen.

Even verder met het rekenvoorbeeld: Laten we eens stellen dat 8 procent van het aantal mensen dat 2 of meer uitingen van content heeft geconsumeerd, bereid is zijn adres achter te laten voor meer relevante informatie. Dat betekent dat het ‘terugkerend publiek’ op de eigen website 12.500 moet zijn (binden). Laat dat 40 procent van het totale aantal bezoekers op je website zijn, dan praten we over 31.250 unieke bezoekers op je website in 4 maanden (vinden). Je contentmarketingplan zal zich dan richten op:

 
Vinden: 
Het vinden van 31.250 unieke bezoekers.

Binden:
40 procent daarvan is terugkerend publiek.

Activeren:
Waarvan 8 procent zijn e-mailadres achterlaat.

 
Continue monitoring
Als nu blijkt dat slechts 2 procent van het terugkerend publiek bereid is zijn adres achter te laten, dan moet je dus aan een aantal knoppen draaien. Of je moet je content beter afstemmen op je publiek, of je moet een groter publiek zien te bereiken, of je moet je retargeting beter inrichten…etc. Daarom is het continu monitoren van de data en het optimaliseren van je content zo’n belangrijk onderdeel in het contentmarketingproces.

 
What to do bij een extern platform?
Ik heb het nu over bezoekers op het eigen platform. Dat is waar het publiek écht van jou is, evenals de data van dat publiek. En dat kunnen we natuurlijk heel goed meten. Maar nu wordt het interessant. Want hoe zit het met de extern gepubliceerde content? Bijvoorbeeld een video op Linda TV of een artikel op de kanalen van Vice, of een ander platform waar jouw publiek zich bevindt? Je ‘leent’ het publiek van een mediapartner voor jouw content. Zeer effectief als je dat goed doet. Maar dan willen we wel graag meer weten dan alleen het ‘bereik’ ervan.
Ook hier zouden dezelfde contentmarketing doelstellingen gekoppeld moeten worden. Als je job to be done ‘thought leadership’ is, dan kun je ook laten meten én betalen voor bijvoorbeeld het aantal uitingen per bezoeker, of de ‘kijktijd van de bezoeker’. En wanneer het heel concreet wordt ook per download die gedaan wordt. Hier zijn uiteraard al wel voorbeelden van, maar veelal vanuit één enkel platform waarbij (een reeks) contentuitingen een aantal downloads moet opleveren via de betreffende mediapartij. Ik mis de integratie van alle inspanningen en data vanuit één contentmarketingstrategie. Wat we nodig hebben is een cumulatieve telling van alle data en standaardisatie voor een platform overstijgende contentstrategie. Dan kunnen we eindelijk op een realistische manier budgetten reserveren voor contentmarketing. Volgens mij een hele zinvolle missie voor de komende periode.

 
Wat vind jij?
Zullen we starten met het gezamenlijk afstemmen wát we gaan meten, hoe we dat gaan meten en hoe we de data aan elkaar kunnen koppelen, zonder de privacywetgeving te schenden? Dan kunnen we daarna mogelijk ook de tarieven standaardiseren. Ik ben erg benieuwd naar jullie opmerkingen, aanvullingen en meningen. Dus bij deze een oproep aan iedereen die te maken heeft met dit KPI-vraagstuk voor contentmarketing: merken, bureaus, mediabureaus, uitgevers, televisiemakers, etc. Graag jullie reactie, input, evt. benchmarks; kortom info en data om deze discussie eens goed te starten én mogelijk het meten van contentmarketing te standaardiseren. Dat mag hieronder in een reactie, maar ook via Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.
 
Carlijn Postma is eigenaar van The Post, een bureau gespecialiseerd in contentmarketing. Ze schreef diverse boeken en stond in 2014 op plaats 27 in de internationale lijst van 200 meest invloedrijke personen op het gebied van contentmarketing die onderzoeksbureau Onalytica publiceert.

LEES HIER OOK
https://www.frank.news/2017/06/28/wie-is-jouw-content-concurrent/

 
 

De vlijmscherpe bullshitmeter van Generatie Z

De vlijmscherpe bullshitmeter van Generatie Z

Wil je ‘Gen Z’ bereiken, dan zijn er drie zaken waarmee je als adverteerder rekening moet houden: de boodschap, distributie van de content en de plek waar je de content plaatst. We gaan ze hier toelichten, met behulp van brand builder Martine Hammink.

Vaak gaat het in marketing- en medialand over millennials, ook wel bekend als ‘Generation Y’. Ze consumeren andere media en op een andere wijze dan voorgangers van de babyboomers-generatie (Generation X). Waar ligt de scheidslijn tussen de twee jongste doelgroepen van het moment? Voor MobPro was dit vraagstuk reden voor uitvoerig bureauonderzoek dat onlangs werd gedeeld in een blog Generation Z: de ongrijpbare generatie. MobPro is een agency voor advertising via smartphones, die samen met adverteerders voornamelijk kijkt naar mogelijkheden om daar te zijn waar de consument ook is. We spreken Martine Hammink, brand builder bij de agency. Ze is de eerste om te erkennen dat de doelgroepen - voor het gemak af te korten tot Gen Y en Gen Z - nogal wat gelijkenissen tonen.


Het gaat om gedrag
,,En daarom is het op de werkvloer soms ook onduidelijk,’’ zegt Hammink. ,,Wie is nou wat?’’ Het lijkt op elkaar. Over die millennials weten we het nodige. Veel interessanter is het om te zien waar de Gen Z’er afwijkt. Het verschil in doelgroepen gaat niet eens zozeer om leeftijd of demografische kenmerken, al zijn er kaders. Veel meer gaat het marketinghokje waarin iemand valt over gedrag. De stad waarin iemand woont, is ook een vorm van gedrag.”

Us bin zunig
Gen Z schijnt in 2020 gezamenlijk goed te zijn voor 40 procent van de belangrijkste wereldmarkten, blijkt uit het onderzoek van MobPro. Kijken we uitsluitend naar Nederland, dan is het aandeel van Gen Z in onze samenleving wat lager. Waarin zijn Gen Z-jongeren (geboren na 1995) anders? Het zijn ‘digital natives’, opgegroeid met een telefoon, influencers, vlogs en Snapchat. ,,Opvallend is dat ze veel zuiniger zijn dan Gen Y en dus minder snel een aankoop doen. Ze zijn idealistisch en doen meer vrijwilligerswerk.” Daarbij dient wel aangetekend te worden dat de onderzoeksresultaten worden beïnvloed door resultaten uit Amerika, waar het veel meer de norm is dan in Europa om op die manier aan liefdadigheid te doen. 

,,Wat daar tegenover staat, is dat Gen Z het hébben van geld - dat mondjesmaat wordt uitgegeven - wel heel belangrijk vindt. Daar waar Gen Y meer in het nu leeft; het belangrijkste is beleven van bijzondere ‘experiences’. Maar dat kan ook met de leeftijd te maken hebben; de Gen Y’er stond in Amerika altijd bekend als de ‘cheap generation’, maar het overgrote deel heeft nu een baan, vraagt hypotheken aan voor grote huizen en rijdt in SUV’s. Met andere woorden, dat kan dus ook een ontwikkeling zijn die Gen Z nog moet doormaken: dat ze na een spaarfase juist door een uitgeeffase zullen gaan,’’ concludeert Hammink.

Advertentiestrategie
Wat zijn dan de pijlers voor een goede advertisingstrategie voor Gen Z? Wil je deze jonge generatie bereiken, dan zijn er drie dingen waarmee je volgens Hammink goed rekening moet houden. Dat zijn: boodschap, de distributie van de content, en hoe en waar je welke content plaatst. We gaan ze hier toelichten.

VICELAND verleidt doelgroep met drugsadvertentie

VICELAND verleidt doelgroep met drugsadvertentie

Cokedealers die openlijk reclame maken voor hun diensten? En kun je nou gratis een nummer bellen om met hen in verbinding te komen, stond dat er echt? Kennelijk niet, maar ondergetekende was al bijna in het suggestieve opzetje getrapt. Laat dat nou net de bedoeling zijn van jongbakken tv-zender VICELAND, die met een opvallende outdoor-campagne de aandacht van haar doelgroep wist te trekken.

Medianetwerk VICE bracht de 24-uurs tv-zender VICELAND in maart naar Nederland. Na de lancering van VICELAND op Ziggo in Nederland (en Telenet in Vlaanderen) volgde onlangs de lancering bij Caiway in Nederland en Proximus in Wallonië. ‘VICELAND moet het leidende tv-kanaal voor jongeren worden’ en om in deze ambitie te slagen lijkt de tv-zender controverse niet te schuwen. Onderdeel van de promotie voor een onlangs gereleaste serie in Nederland was een bijzondere outdoor-campagne.

 
Triggerende call-to-action
Een onorthodoxe aanpak is haast kenmerkend voor een millennial-zender in deze tijd. ‘Black Market’ is een Amerikaanse serie over illegale handel wereldwijd, uit de koker van VICELAND. Sinds 24 juni is de award winning serie ook te zien in Nederland. Als onderdeel van de campagne, was in Nederland op Mupi’s (digitale panelen), 200 horecagelegenheden en 350 toiletten daarom de in het oog springende boodschap te lezen. “1 gram coke kost in Nederland zo’n 50 euro. ” Gevolgd door een call-to-action naar een 0800-nummer dat je gratis kunt bellen, wat haast insinueert dat je kunt bellen voor drugs. En dat is ook de bedoeling. ,,We doen alles op basis van context. En dit sluit goed aan bij de thematiek en inhoud van de serie”, aldus Stefan Tieleman, general manager bij VICELAND Benelux.

 
Gewaagde keuze. ,,Huiverig voor de reactie van gemeentes, lieten niet alle buitenreclame-exploitanten de creatie toe”, zegt Tieleman. In Amsterdam draaide overigens in dezelfde periode een boodschap van de Gemeente Amsterdam, waarin gewaarschuwd werd voor drugs, vertelde iemand van buitenreclame-exploitant JCDeacaux die de reclame van VICELAND wel toeliet. Toeval of een reactie van de gemeente? Dat de reclame aansloeg, bleek al gauw. “Op de eerste dag werd de voicemail van het 0800-nummer waarnaar de advertentie verwees zo’n 200 keer gebeld.” De voicemail is een vast onderdeel in VICELAND’s aanpak om haar doelgroep te bereiken.

 
Knipoog naar offline
In vrijwel alle campagnes wordt de voicemail ingezet. In de online en offline uitingen wordt een triggerende oproep gedaan om het nummer te bellen. De beller krijgt een ethisch dilemma of een vraag, in lijn met actuele onderwerpen of een specifieke VICELAND serie voorgelegd. VICELAND verzamelt de antwoorden op de voicemail en zet deze vervolgens weer in voor on air en social posts verspreiding. ,,De voicemail is ook een beetje een knipoog naar de traditionele media in een online tijdperk.”

 
,,Sinds onze lancering hebben we gemerkt dat we veel kijkers trekken in de leeftijd 20-49 jaar”, stelt Tieleman. ,,Jonge mensen, waar deze vorm van reclame maken bij aansluit.” Eerder al vertelde Tieleman in de media dat VICE een platform agnostische aanpak heeft. ,,Daarom willen we onze verhalen verspreiden op alle schermen waarover de doelgroep beschikt: mobiel, tablet, laptop, maar ook de traditionele tv.”

 
Inzet van telefooncellen
VICELAND voert doorlopend campagne voor zijn contentkanalen. ,,Daarbij gaan we zo gericht mogelijk targetten op onze doelgroep. Vanaf begin augustus is VICELAND aanwezig met de branding campagne ‘THINGS’, waarbij wederom mensen worden gestimuleerd te bellen naar het voicemailnummer, dit keer reagerend op maatschappelijke issues. Eén van de middelen die ingezet wordt, is een ouderwetse telefooncel die geplaatst wordt op drie plekken in Nederland: Amsterdam, Rotterdam en Utrecht. Wederom kiest VICELAND hier voor een integratie van oude en nieuwe, traditionele en innovatieve, online en offline mediavormen.



 

VICE’s Rens Verweij: eerst het verhaal, dan content

VICE’s Rens Verweij: eerst het verhaal, dan content
The influencers contentmarketing deel 11

In de serie influencers spreken wij mensen die iets verder kijken dan de dagelijkse marketingpraktijk. Marketeers met een visie op het vak, die nadenken over de dag na overmorgen. In deel 11 van onze serie: Rens Verweij, Head of strategy binnen het creatief bureau VIRTUE van VICE Media.

 
Met tien online merken, een eigen lineaire tv-zender en sinds een half jaar ook agency VIRTUE is VICE the place to be voor millennials. En dus ook voor alle merken die deze gewilde groep willen bereiken. ,,VIRTUE is in 2006 opgericht. En sinds een half jaar is besloten om dit ook echt als apart label aan het mediamerk te verbinden.”, aldus Rens Verweij (30) die sinds vier jaar deel uitmaakt van het populaire media-imperium.

 
,,Tien jaar geleden toen CEO Thijs Boon met VICE in Nederland startte, kwamen er al merken naar ons toe die ook meer engagement in de doelgroep millennials wensten”, gaat hij verder. ,,De grote vraag van hen was: hoe realiseren we dat, en kunnen we samenwerken? Daar is VIRTUE uit voortgekomen.” Slim van beiden, want, zo vertelt Verweij ,,We kunnen als uitgever veel putten uit onze kennis en data over de doelgroep. Dit gebruiken we als fundering voor onze concepten en het opzetten van strategieën met commerciële impact.”

 
Mediatalent
Verweij is als Head of strategy verantwoordelijk voor de strategie en concepten die VIRTUE ontwikkelt voor hun klanten. Hij startte zijn carrière bij mediabureau MEC en won in 2013 de AMMA Media Talent of The year 2013. In die tijd leerde hij VICE CEO Thijs Boon kennen. ,,Ik werkte voor één van onze klanten bij MEC al samen met Thijs. Vervolgens zat hij ook nog eens in de jury. In de periode dat ik kans maakte op de award, liet hij me weten dat hij op zoek was naar iemand binnen VICE voor strategie en concepting. Ik had de droom ooit strateeg te worden en dacht dit iets voor latere leeftijd zou zijn. Maar die eerste keer dat ik bij VICE binnenliep, toen ze nog in een oud VOC-opslaghuis zaten, voelde ik meteen een bepaalde vibe. Al die jonge mensen. Hier was iets gaande en daar wilde ik deel van uitmaken.”

 
Van AH tot C&A
Inmiddels zijn we vier jaar verder en bestaat VICE uit 150 medewerkers, waarvan 30 bij VIRTUE. En is dus besloten om met VIRTUE wereldkundig te maken dat VICE niet alleen aan branded content voor eigen platformen maakt, maar ook campagnes ontwikkelt voor merken die graag dezelfde doelgroep bereiken. Verweij: ,,Zo werken we inmiddels met klanten als Albert Heijn, Booking.com, Johnny Walker en C&A. Om tot de perfecte campagnes te komen, stellen we onze kennis en infrastructuur ter beschikking.” Een groot voordeel voor deze merken. Want met een groot internationaal VICE-netwerk met in 35 landen lokale kantoren, diverse deskundige redacteuren en een goudmijn aan data dankzij de 1600 verhalen en posts op de verschillende VICE-platformen per dag, kan je de mooiste verhalen maken.

 
Distributiemechanisme
En de mooiste verhalen maken, dat is precies waar VICE voor staat. Niet alleen redactioneel maar ook als het om branded content en campagnes gaat. Verweij: ,,Bij VICE maken we geen content. Wij maken verhalen. Daarna pas content. Die verhalen zijn ons startpunt. Vervolgens kijken we waar de doelgroep is, en zorgen we dat die verhalen via de verschillende kanalen waar zij zich bevinden bij hen terecht komen.” Dit gebeurt al sinds 1994 toen VICE als printmagazine in Amerika werd uitgegeven. ,,Er werd niet besloten om het via kiosken te distribueren, zoals alle andere magazines deden, maar gratis te verspreiden via de culturele plekken waar onze doelgroep kwam. Van platenzaken tot kledingwinkels.” Dit distributiemechanisme waarbij het allerbelangrijkste is te letten op dé plekken waar de doelgroep zich bevindt, staat al die jaren later nog steeds centraal. “Zo waren we bijvoorbeeld niet voor niets het eerste mediamerk op Snapchat, simpelweg omdat onze doelgroep daar ook zit.”

 
De magie van de funnel
Nog een voordeel voor de merken waarmee VICE in zee gaat: bij de Nederlandse uitgever zit alles onder één dak. Van strategen tot productieteams tot redacteuren. Dat werkt perfect voor hun contentmarketingstrategie vertelt Verweij. ,,Wij geloven heel erg in de nieuwe manier van marketing en advertising waarbij je door data snel, real time kan analyseren en optimaliseren tijdens de campagne. Dit betekent dat je niet alleen de creatie zelf ontwikkelt. We zijn op alle momenten betrokken en begeleiden het hele proces.” Dit doet het team van Verweij niet alleen. ,,We werken veel samen met andere mediabureaus om tot het beste resultaat te komen.”

 
Door al die inhouse kennis kan het team van Verweij de campagnes nog sneller optimaliseren. ,,Laatst zagen we bijvoorbeeld bij een net geposte video dat na 3% de meeste kijkers al afhaakten. Er bleek inderdaad een kleine dip in de video te zitten. We hebben toen direct de video aan laten passen en opnieuw gepost. Met resultaat: de engagement range was veel beter. Dit iteratieve karakter zien wij als de toekomst van contentmarketing.”, aldus Verweij.

 
Koppeling tussen merk en redactie
Ook bij het ontwikkelen van de verhalen voor branded content en campagnes wordt gebruik gemaakt van de kennis in eigen huis. Alle specialisten en echte kenners werken immers op de verschillende redacties, vertelt Verweij. ,,Zo hebben de redacteuren van ons foodplatform MUNCHIES de beste connecties met de tofste restaurants en chefs, en zijn ze op de hoogte van opvallende initiatieven op foodgebied. Hierdoor kunnen wij voor bijpassende merken snel een koppeling maken en zorgen dat zij relevant zijn in de cultuur van onze doelgroep.”

 
Booking.com
Verweij noemt het voorbeeld van Booking.com, een bedrijf waarbij je niet meteen aan eten zou denken, maar wat blijkt: ,Booking.com is de marktleider onder alle online travel agency’s. ,,Hun doel was ook op de lange termijn meer millennials bereiken. Aan ons de taak om hét verhaal te vertellen wat bij deze doelgroep aanslaat.” Uit diverse data en eigen in house kennis kwamen Verweij en zijn team er al snel achter dat voor deze groep de ervaringen die je tijdens de reis opdoet, veel meer aanspreken dan een enkele reisbestemming. ,,De bevestiging hiervoor kwam ook uit hun eigen data. Er werd bijvoorbeeld gezocht naar een bepaalde passie en beleving. Een gemene deler hierbij was ‘food’.”

 
Eten bleek samen met passies in het algemeen een van de belangrijke reisparameters voor millennials, gaat Verweij verder. ,,Vervolgens zijn wij op zoek gegaan naar die diepere laag. Je hebt er namelijk niets aan als je je alleen laat leiden door de data. Laat je informeren, en vindt vervolgens de interessante verhalen die hierachter zitten.” Zo kwamen Verweij en zijn team uit op het format ‘Booking loves’ waarbij ze iemand uit de doelgroep een bijzondere reis-experience laten beleven. In dit geval een foodliefhebber. ,,Door Google data en onze redacteuren van MUNCHIES kwamen we erachter dat ramen de nieuwe hit op eet- en reisgebied is. Eén van de redacteuren tipte eigenaar Tosao van restaurant De Japanner in Amsterdam.” Wat bleek: hij had hét ramenrestaurant met Michelinster in Tokio op zijn bucketlist staan, vertelt Verweij. ,,Voor Booking loves heeft hij die trip gemaakt en is zijn ervaring op video vastgelegd.”

 
https://youtu.be/jYMPcUVcog0

Deze video is uiteindelijk in verschillende versies verschenen, vertelt de Head of strategy. ,,Zo hadden we voor Facebook een speciale edit van max 45 seconden. En er is weer een langere edit op YouTube te zien.” Die verschillende lengtes, maar ook verschillende versies zijn des te belangrijk als je wilt dat jouw doelgroep je op ieder platform blijft volgen, legt Verweij uit. ,,Bedenk dus een aparte versie voor ieder platform. Geef je doelgroep een reden om je én op Instagram, én op Facebook te volgen.”

 
Red Bull
Over het resultaat van Booking Loves vertelt Verweij: ,,Het heeft Booking.com 7% meer boekingen in de looptijd van de campagne opgeleverd dan normaal. Hiermee hebben we precies bereikt wat we willen.” Er is overigens ook een versie met kunst en romantiek gemaakt, waardoor de campagne een langere tijd top of mind bij de doelgroep blijft. Dat is volgens Verweij ook precies het geheim van een goede campagne. ,,Het beste format is een campagne bedenken waarmee je door meerdere verhalen te vertellen echt een plek in de cultuur verwerft. Red Bull blijft hierbij het perfecte voorbeeld. Zij hebben extreme sports geclaimd. En niet voor drie maanden, maar voor drie jaar.”

 
Niet liegen
Nog een andere belangrijke regel binnen VICE: voor de doelgroep moet altijd duidelijk zijn wat sponsored content is, en wat niet. ,,We zullen echt niemand voorliegen. Het werkt namelijk alleen als je daar heel transparant in bent. Iedereen weet dus ook: VICE Money is in samenwerking met ING, Creators met Intel, en Broadly samen met Unilever.” Daarbinnen maakt de redactie duidelijk wat honderd procent branded is en wat niet. ,,De merken hebben geen inmenging op de redactie”, gaat Verweij verder. ,,Samen maken wij sponsored content, maar het is niet zo dat merken invloed hebben. Er is een hele duidelijke grens tussen redactie en commercie.”

 
Voor de toekomst ziet Verweij kansen op het gebied van virtual reality. ,,Een nieuwe kleur op ons schilderpallet. Over het algemeen is onze filosofie altijd nieuwe dingen uitproberen, en innovatief te zijn. Dat kan ook omdat we heel veel data hebben als vangnet.” Want in the end draait het allemaal om het effect wat jij hebt op je beoogde doelgroep. Op welke innovatieve manier dat dan ook is. ,,Wat voor effect hebben jouw verhalen nu daadwerkelijk? Daar kun je weer een goede case van maken, en op verder bouwen.”, aldus Verweij.

 
Tips voor adverteerders
1  ,,Probeer na te denken hoe het product tot leven kan komen bij jouw doelgroep en denk niet alleen vanuit het product. Dit is vaak de basis hoe marketeers denken en dat is ook logisch. Het werkt alleen niet meer. Goede verhalen vertellen is dus key, en loze kreten als ‘koop dit merk’ zullen niet meer werken. Vraag jezelf af: wat voegt het toe aan het leven van de doelgroep? Waar zit die culturele relevantie? In elk merk zit een verhaal, het gaat erom hoe je dat interessant brengt.”

 
2  ,,Relevantie is een keyword binnen marketing, en is nog steeds belangrijk. Zorg dat je met een bureau of specialist werkt, die weet wat relevant is voor jouw doelgroep. Ook als het gaat om het land of de stad waar zij leven. Zo zijn we nu met een campagne voor een luxe warenhuis bezig met een vestiging in Oekraïne. Via ons lokale kantoor kwamen we erachter dat je daar cadeaus alleen met je rechterhand geeft, niet met je linker. Toch handige informatie voordat je een billboard maakt waar dit verkeerd op staat. Dan sla je de plank compleet mis.”

 
3 ,,Start bij het verhaal, niet bij de content. Als je dat laatste doet, zet je jezelf heel erg vast. Denk dus niet in: we willen een video maken, maar weten niet waarover. Wel: wat is het verhaal dat je wilt vertellen? Vervolgens kijk je op welke manier en in welke vorm je dit het beste tot uiting komt.”

 

De ‘riding the hashtag methode’ van online marketinggoeroe Gary Vaynerchuk

De ‘riding the hashtag methode’ van online marketinggoeroe Gary Vaynerchuk

Van de wijnwinkel van zijn vader maakte hij een e-commerce miljoenenbedrijf. Met zijn andere onderneming VaynerMedia zet hij social media in voor branding van grote bedrijven. Zijn boeken halen keer op keer de bestsellerslijsten van Amazon en The New York Times. Gary Vaynerchuk heeft digitale marketing naar grote hoogte gebracht. Hij wordt erom bewonderd, maar ook verguisd.



Gary Vaynerchuk kwam deze maand in het nieuws vanwege zijn rol in Planet of the Apps, de online videoserie van Apple. De serie doet nog het meest denken aan The Voice. Maar in dit geval zijn het geen zangers die zich moeten bewijzen, maar jonge ondernemers die een pitch voor een app aan een jury presenteren. Naast rapper Will.i.am en actrices Jessica Alba en Gwyneth Paltrow steelt ondernemer Vaynerchuk de show. Hij is de enige in de jury die wel een klein beetje verstand van apps heeft.

Hij is grotendeels onbekend bij het televisiepubliek, maar een beroemdheid op internet. Zijn bedrijven en zijn boeken zijn een succes. Wie hem een avondje voor een lezing wil boeken, moet rekenen op een bedrag dat bestaat uit zes cijfers.

Als social media goeroe en branding expert oogst hij bewondering, maar hij roept ook irritatie op omdat hij voortdurend zichzelf promoot. Volgens zakenkrant The Wall Street Journal is hij ‘overexposed’. ‘Een onvermoeibare promotor van zichzelf’, noemde The New York Times hem.

Experimenteren met wijn
Op zijn veertiende begint hij mee te werken in de wijnwinkel van zijn vader. Het is een winkel zoals er zoveel zijn, maar die het toneel gaat vormen voor een experiment waarin de jonge Vaynerchuk zijn talent kan ontwikkelen: een merk bouwen op internet. „Ik herinner me dat ik het web ontdekte,” vertelt hij aan Fortune. Het is 1994, de begintijd van het web. „Ik bedacht: we hebben geen achtduizend winkels nodig. Ik kan dat zelf in één keer bouwen.” Drie jaar later lanceert Vaynerchuk WineLibrary.com, een van de eerste wijn e-commerce businesses. Hij gebruikt nieuwe tools als Google Adwords naast traditionele tv- en radio ads. De jaarlijkse opbrensten van de winkel schieten omhoog: van een aanvankelijke 3 miljoen dollar tot 45 miljoen in 2003. Hij begint een video-kanaal op internet - Wine Library TV - met amateuristisch aandoende beelden. Maar zijn show gaat viraal voordat die term zelfs maar is uitgevonden. In 2011 vindt hij het mooi geweest en gaat hij zich breder richten op social media. Op zijn YouTube kanaal The #AskGaryVee Show praat hij met gasten en beantwoordt vragen van kijkers.

Jab, jab, hook
Wie als ondernemer wat wil bereiken, moet eerst géven, is zijn devies. Op een avond geeft hij een lezing voor business studenten. Achteraf rijdt hij samen met een journalist terug. Hij kijkt op zijn smartphone, ziet reacties van aanwezigen. ‘Great talk’, schrijft een student in een tweet. Terwijl de taxi de stad inrijdt, tweet Vaynerchuk terug: ‘That means a lot to me man’. Zijn antwoord is pure strategie. Eerst geven, dan iemand aan de haak slaan. Jab, jab, hook is zijn slogan. „Ik gaf die student informatie en vervolgens antwoordt hij mij. Ik waardeer het dat hij iets aardigs over mij zegt. Ik zal hem later vragen of hij mijn boek heeft besteld. En ik weet nu al wat hij zal zeggen: „Nee nog niet, maar dat ga ik nu meteen doen.” Het werkt, maar levert hem ook de kritiek op dat hij menselijk contact reduceert tot transacties.

In 2009 richt Gary Vaynerchuk samen met zijn broer VaynerMedia op, een digital agency dat zich op social media richt. Veel adviesbureau’s doen social media er een beetje bij, Vayner focust erop en overtuigt klanten er meer geld aan te besteden. Vayner krijgt grote klanten als General Electric, Pepsi en Unilever. Inmiddels werken er zo’n zeshonderd mensen. Het bedrijf werkt samen met videosite Vimeo om merken en filmmakers aan elkaar te koppelen. Vaynerchuk verklaart in Fortune het succes op zijn eigen manier: „Ik ben enthousiast want dit bedrijf heeft de markt volledig in verwarring gebracht. (...) En we hebben niet alleen strijd gevoerd, we zullen als nieuwe standaard worden gezien.”

 
Rijden op de hashtag
Waar VaynerMedia zich vanaf het begin mee onderscheidt, is de nadruk op snelheid. Bedrijven die iets op social media willen doen, moeten supersnel reageren. Nagaan wat trendy is en daar naadloos op aansluiten. „De mensen die ik aantrek zijn vaak journalisten en acteurs die kunnen improviseren,” zegt Vaynerchuk. „Creativiteit gaat over inspelen op het nieuws. Het moet slim, grappig en snel. Stel, er is nieuws over sinaasappelboomgaarden in Florida, kunnen we daar iets mee voor onze klant Tropicana die vruchtensappen produceert?” Het sleutelwoord is play. Je kan met een nieuwsitem spelen, er een eigen draai aangeven via een post op Facebook of Twitter. Overleg bij Vayner gaat bijvoorbeeld over hoe een brand kan inspelen op trending topics op Twitter. Het team heeft er een term voor bedacht, ‘riding the hashtag’, zoals The New York Times schrijft. Tegenwoordig gebruiken veel meer social mediabureaus die strategie. Hijacking the news is een andere term die je wel hoort, het kapen van het nieuws. VaynerMedia is een van de eerste die dat groots aanpakt. Vaynerchuck gaat onder meer in op zijn social media visie in zijn boek #AskGaryVee: One Entrepreneur’s Take on Leadership, Social Media, and Self-Awareness (2016).

Marketeers ruïneren alles
Soms komt Vaynerchuk met fijne zelfspot voor zijn beroepsgroep. Een  favoriete uitspraak van hem is: ‘marketeers ruïneren alles’. Hij wijst naar marketeers die geweldige methoden ontwikkelen die werken, maar die vervolgens zo vaak toepassen dat het de zaak doodslaat en uiteindelijk averechts werkt. Elk bedrijf zal het herkennen: je kan emails naar klanten versturen, maar als je het teveel doet, zegt iedereen het op. Dat geldt ook voor ads op social media. Hoe meer je er plaatst, hoe vaker mensen het zullen blokkeren. Vaynerchuk is er niet bezorgd om. Hij is ervan overtuigd dat hij altijd nieuwe strategieën zal vinden om verder te gaan.

Zijn nieuwste project is The Gallery. Het is een nieuw bedrijf, bericht The Wall Street Journal, waarin onder meer uitgever PureWow is ondergebracht die door Vayner is overgenomen. PureWow is uitgever van digitale magazines gericht op vrouwen, vooral millennials. Volgens Vaynerchuk een logische stap om uitgevers erbij te hebben. ,,Je ziet dat uitgevers als Buzzfeed of Vice uit zijn op het verwerven van creative agencies.” Hier gebeurt het omgekeerde. Een uitgever komt in handen van een groot social media bureau. Waar Vaynerchuk precies op uit is, hangt nog in de lucht. Het is de bedoeling dat de uitgever kan profiteren van de videomogelijheden die Vayner in huis heeft.



 

Uitgevers: hoe nu verder?

Uitgevers: hoe nu verder?

Dat de uitgeefwereld sinds meer dan een decennium te maken heeft met allerlei ‘uitdagingen’, is geen nieuws. Teruglopende printoplages, dalende advertentie-inkomsten, grotere concurrentie van digitale spelers en dalende tv-kijktijden. Veel publishers maakten grote slagen om mee te kunnen in het nieuwe tijdperk, maar er zijn nog veel uitgevers die het simpelweg niet weten. Dit zijn de twee grootste uitdagingen.

 
1. Je publiek nog steeds niet kennen
Hoe gek het ook klinkt, er zijn nog steeds veel uitgevers die in de achteruitkijkspiegel kijken om te proberen vooruit te komen. Ze zien nieuwe spelers  - online publishers als VICE, of innovatieve partijen als Blendle - eerder als gevaar voor hun eigen business dan als inspirerend voorbeeld. ,,We moeten iets met internet of nieuwe media.” Leuke zin die je misschien in 1995 nog hardop kon zeggen, toch zul je hem nog steeds wel eens ergens horen. En het frappante is: deze mensen zijn zelf ook mediagebruikers.
In Nederland is bijvoorbeeld de tijdschriftenbranche pas laat gaan inzien dat er digitaal en met events een enorme slag kon worden geslagen. Maar ondertussen hielden veel bladenmakers vast aan een - dunner wordend - blad en een site met daarop het nummer van de klantenservice en een PDF van het printnummer. Ook werd er hard gesaneerd op redactioneel vlak en daarom wordt menig tijdschrift tegenwoordig gemaakt met tweeëneenhalve stagiaire.
In Nederland zette het blad Linda - gelukkig - de toon van hoe je een tijdschriftmerk op verschillende manieren kunt exploiteren. Het team daar weet namelijk precies wie het publiek is, wat deze groep wil en ook wat men niet wil. Door online aan een platform te bouwen, met ook een videokanaal, door events te organiseren en door spin-offs te maken (L’Homo, Linda Meiden). Linda noemen als lichtend voorbeeld voor de tijdschriftenbranche een cliché? Misschien, maar er is nog niemand die het merk hier geëvenaard heeft.

In de traditionele tv-wereld zijn er spelers die nu pas een beetje wakker worden en beseffen dat nog maar een deel van de kijkers de beeldbuis om zeven uur aanzet en uitschakelt als men gaat slapen. Ze houden nog steeds vast aan de kijkcijfers van SKO en baseren daarop of ze wel of niet succesvol zijn met programmacontent. Maar ze kennen hun kijker eigenlijk helemaal niet zo goed. Want wie vertelt hen wie er daadwerkelijk naar het betreffende programma heeft gekeken en hoe intensief? Ziggo en KPN, maar ook Videoland en op grotere schaal Netflix kennen hun kijker wél precies en zullen daar ook op inspelen. Op sociale media als Twitter en Facebook laat het kijkpubliek zelf weten wat het van bepaalde programmacontent vindt. Ook die ‘kijkgegevens’ zouden eens meegenomen moeten worden.
Daarnaast wordt sommige programmacontent online beter bekeken dan lineair, omdat het daar misschien beter past, of omdat daar juist dat jongere publiek zit dat niet graag meer lineair kijkt. Ook daar wordt nog te weinig mee gedaan.

In de radiowereld bouwt het nieuw gevormde Talpa Radio niet voor niets aan een strategie waarbij het profielen gaat verzamelen. Velen luisteren nog naar FM-radio, maar zijn ondertussen ook interactief: geeft een like op de Facebookpagina of doe mee aan een prijsvraag. Zo leren ze de luisteraar echt kennen. Want een radio-onderzoek op basis van dagboekjes zegt vrij weinig. Elk zichzelf respecterende - Nederlandse - uitgever zorgt er anno nu dus voor dat hij weet wie zijn lezer, kijker, luisteraar, consument is. En zorgt er ook voor dat die bediend wordt met content waar deze om vraagt. Niet zelden is dat content met een lokale component.

 
 
2. Te grote focus op advertenties
Ook de advertentiemarkt is de afgelopen vijftien jaar sterk veranderd. Veel adverteerders vertrokken naar digitaal en daar leveren advertenties veel minder op dan de good old printadvertentie of de tv-GRP. De traditionele publishers en mediabedrijven hebben de afgelopen jaren online reclame massaal omarmd. Programmatic advertising brak door en was een extra handige manier om reclame uit te serveren. Maar ja, de automatisch startende banners of reclamevideo’s doen pijn aan je ogen. Het probleem met ‘programmatic’ is dat er vooral op prijs wordt gehandeld en nauwelijks op omgeving, of het door uitgevers nog veel gebezigde woord Umfeld.

Adverteerders zijn wakker geschud - daar heeft de adblocker discussie zeer aan bijgedragen - en keren zich af van programmatic als ze niet weten waar hun advertentie wordt uitgeserveerd (en dus niet de doelgroep bereiken). Daarom kiezen steeds meer merken voor contentmarketing, ook al moeten we nou niet meteen denken dat het dé gouden greep van nu is en het traditionele advertising gaat vervangen, zoals De Persgroeps Willem-Albert Bol in dit artikel al terecht adresseerde. Het voordeel van deze ontwikkeling is dat er een kwaliteitsdiscussie op gang is gekomen: betere advertenties leveren uiteindelijk meer op.

De tv-reclame is eveneens aan erosie onderhevig. Het op de massa schieten is voor steeds meer adverteerders passé (neem Adidas) en veel tv-reclames zijn vaak net zo stomvervelend als online banners. Gelukkig zijn er nog steeds adverteerders die prima merken kunnen bouwen met tv-reclame - neem supermarktketen Jumbo - maar dat zijn er niet veel meer. Cijfers van het afgelopen jaar wijzen uit dat de daling van de kijktijd én de daling van tv-bestedingen hand in hand gaan.
Het aloude “model” gebaseerd op SKO-cijfers vertoont steeds grotere scheuren, maar voor de traditionele tv-partijen werkt het nog steeds: ze halen nog altijd bakken met geld binnen dankzij de tv-GRP. Daarom hebben de grote tv-partijen nog altijd drie (NPO) of zelfs vijf (RTL en SBS) lineaire tv-zenders.
Maar ze vergeten, zoals Head to Heads Henk Burgerhout terecht zegt in dit artikel, dat het om de impact gaat en minder om het (massa)bereik.

 
Wat hebben uitgevers nodig?
Dit is een gegeven:
- De consument (de lezer, de kijker, de mediagebruiker) bepaalt.
- De consument wil kwaliteit van content, mediaomgeving en techniek (snelheid/gebruiksgemak).
- De consument zal dat laatste de komende jaren in nog grotere en snellere mate willen.
- De omzetten uit oude advertentiemodellen komen écht niet meer terug, de nieuwe advertentiemodellen leveren echter nog altijd minder op dan de oude.

 
Dit is ook een gegeven- Alles is tegenwoordig te meten. Elke klik en elke view.
- Er is een enorme bak met data die een enorme bak aan inzichten geeft.
- Publishers hebben veel meer kanalen tot hun beschikking dan vroeger en kunnen de mensen die ze willen bereiken ook daadwerkelijk bereiken. Eén op één indien gewenst (en dat geldt ook voor merken).

 
Wat is er nodig?- Het besef als uitgever dat je met kwalitatief sterke merken een vast en trouw publiek  (én nieuwe aanwas) trekt. Investeer dus in je merken en zorg dat je precies weet wat je publiek wil. Zorg dus voor een aantal goede data crunchers in je organisatie, maar ook voor een sterke redactie en productie.
- Samenwerking met andere publishers of partijen in de branche om je businessmodel(len) te versterken. Als je als publisher ergens minder goed in bent, kijk dan naar welke partij je daarin kan versterken.
- Zorg voor vernieuwing in marktcijfers: een nieuwe gezamenlijk bereikonderzoek van de lokale (media)partijen met de wérkelijke cijfers, aangevuld met (panel)onderzoeken naar impact
- En ook: één nationale currency, bijvoorbeeld afrekenen op cost per view.
- Tot slot: schiet daar wel een beetje mee op, het is inmiddels 2017.

 

4 Grote gevaren voor reclamebureaus

4 Grote gevaren voor reclamebureaus

Adverteerders en merken willen alles steeds sneller en goedkoper, of gaan het creatieve proces gewoon zelf uitvoeren. Daarnaast zijn er nog allerlei andere ‘spelers’ die gaan concurreren. Dit zijn de 4 grote gevaren voor reclamebureaus.

 
Eigenlijk wordt er al meer dan een decennium gepraat over onder druk staande reclamebureaus. In Nederland houdt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) de omzetcijfers van de bureaus zo goed en zo kwaad als het kan bij - ‘reclamebureaus en advertentiehandelaren’ – en pas in 2015 zag men voor het eerst na jaren van neergang weer eens omzetgroei. Maar in de razendsnel en continue veranderende markt blijven er veel gevaren voor reclamebureaus.

 
Dit zijn vier grote bedreigingen: 1: Het moet sneller   
‘Vroeger’ was het overzichtelijker: je had een paar massamedia, kreeg de opdracht van een klant om breed te schieten en een creatief team mocht zich een maand of langer opsluiten in een kamer. Daar rolde dan een creatieve campagne uit. ‘Vroeger’ was het ook heel normaal om voor die televisiecommercial naar een tropisch eiland te vliegen en daar een week lang met een flinke crew te vertoeven.
Nu heb je veel meer kanalen en daalt het bereik van massamedia. Zie de teloorgang van print en nu die van traditionele tv en de opkomst van sociale media en online videokanalen. Dat is een continue ontwikkeling. In Nederland kunnen merken vanaf nu gaan adverteren op Snapchat en wie weet welk kanaal over een half jaar hot is. Merken zijn ongeduldig en onrustig en eisen van bureaus dat ze al die platformen in het vizier hebben en daar een creatief plan voor hebben. En dat men direct op allerlei nieuws en actualiteiten in kan spelen. Want merken willen overal (live) aanwezig zijn.
Waar het de afgelopen jaren, zeker in de periode 2000-2010, de trend was dat het grote full-service bureau werd ontmanteld, wordt het nu weer opgetuigd. Want als je als reclamebureau wilt meetellen, dan moet je alle specialisten in huis hebben. Van datacrunchers, tot online videospecialisten, tot creatieven die nog een mooie printuiting kunnen bedenken.

 
2: Het moet goedkoper 
Het oude businessmodel van het reclamebureau gebaseerd op vele uren en lange contracten lijkt te verdwijnen. Verder moet je dus alle specialismen in huis hebben tegenwoordig, maar tegelijkertijd komen steeds meer nieuwe spelers in de branche die klein, snel en vaardig zijn. Zij hebben geen grote kantoren, werken vaak als zzp’er of huren mensen in.
De crisis heeft daarnaast de reclamewereld aardig in een wurggreep gehouden. Want klanten vroegen hun bureaus om meer te doen voor minder geld. Op deze manier kunnen bureaus niet investeren in innovatie en nieuw talent.

 
3: Adverteerders gaan het zelf doen 
Een trend die al een tijdje gaande is: merken halen creatie in huis. Steeds meer bedrijven hebben een eigen creatieve tak of design unit. Soms omdat ze werken met bureaus te duur vinden, vaak ook omdat ondernemingen zelf creativiteit centraal stellen in hun bedrijfsvoering. In Nederland zijn spijkerbroekenmerk G-Star en bierbrouwer Heineken daar een goed voorbeeld van. Merken willen – zoals eerder aangegeven – steeds sneller kunnen schakelen en inspringen op de actualiteit. Teams in huis kunnen dan meteen aan de slag.
Tekenend is dat het Brits-Nederlandse Unilever sinds vorig jaar zijn eigen creatieve cel heeft opgetuigd: U-Studio. Het gaat voor een groot deel om contentmakers die snel kunnen inspelen op de vraag van consumenten naar entertainment en praktische informatie.
Ook startups en opkomende bedrijven zijn op een heel andere manier georganiseerd en kiezen vaak niet eens voor traditionele reclamebureaus, of hebben zelfs niet eens een apart marketingbudget.

 
4: Mediabureaus en exploitanten gaan concurreren
In de huidige reclamelandschap zijn alle panelen verschoven. Omdat traditionele reclame meer naar de achtergrond verdwijnt, content-creatie steeds dominanter wordt en data en programmatic de boventoon lijken te gaan voeren, moeten bedrijven zichzelf opnieuw uitvinden of misschien zelfs wel herdefiniëren. Steeds meer mediabureaus zien dat ze ook creatieve- en reclameoplossingen kunnen bieden naast de advies- en inkoopfunctie die ze hebben. Het hele pakket bieden, heet dat. Er zijn al mediabureaus die meepitchen op creatieve projecten en die pitches ook echt winnen. Media-exploitanten zetten ondertussen eigen in-huis reclamebureaus op voor contentmarketing. Denk aan VICE, maar ook de Persgroep heeft een dergelijke tak.

 
De kracht van reclamebureaus 
De kracht van reclamebureaus ligt minder in. Die zouden niet kosten gedreven moeten zijn, maar cultuur, merken bouwen - dat kunnen reclamebureaus als geen ander -, ondernemerschap, lef en vooral creativiteit voorop moeten stellen in hun basisbeginselen.

 

Méér mediaconcentratie in 2017

Méér mediaconcentratie in 2017

In de Nederlandse mediabranche is er maar één weg: samensmelting en samenwerken om het hoofd te bieden aan de grote Amerikaanse techbedrijven die een groot deel van de reclamemarkt in handen hebben. In de dagbladen- en radiosector zien we de bewegingen al, de tv-branche is straks ook aan de beurt.

 
ABN Amro kwam vorige week met een rapport waarin het heftige cijfers presenteerde: In de Verenigde Staten ging begin dit jaar van elke ‘nieuwe’ dollar die werd besteed aan online advertenties, 85 procent naar Google en/of Facebook. Zij hebben een voorsprong op het gebied van data-analyse, het gericht inzetten van advertenties en de meetbaarheid van advertenties. Ook de naamsbekendheid en het enorme bereik van deze platforms zijn in hun voordeel.

Eigenlijk zijn de cijfers ook weer niet zo verrassend. Publishers merken het namelijk dagelijks. Ook hier pakken - met name - Google en Facebook een groot deel van de advertentiemarkt online. En aangezien er in 2018 volgens ABN Amro 2 miljard van de totale advertentiemarkt van 3,5 miljard euro in Nederland naar ‘digitaal’ gaat, moeten uitgevers hard nadenken over hoe ze de strijd aan moeten gaan met de twee techreuzen. Ja, ze werken ook wel samen met deze partijen, maar het is toch vooral een gevecht. Zolang ‘Brussel’ de macht van Google en Facebook nog niet aan banden heeft gelegd, blijft het advertentiegeld daar met grote bakken binnenstromen.

 
Combinatiepakketten aanbieden is een oplossing
Wat kunnen de Nederlandse spelers doen om te concurreren? ABN Amro meldt in het rapport dat de traditionele spelers moeten inzetten op klantloyaliteit, verticale markten, mobiel en integrale dienstverlening. Zet in op meerdere kanalen en biedt adverteerders combinatiepakketten, is één van de adviezen. En richt je op verticale markten, is een andere tip. Dan maak je een verdiepingsslag die Google en Facebook niet maken. Neem vergelijkingssites met zoekfuncties op specifieke sectoren. Zo kun je online advertenties aantrekken.

Het andere antwoord is concentratie en samenwerking. Ook al vinden de grote Nederlandse mediapartijen dat vaak lastig - één gezamenlijk groot bereiksonderzoek kwam het afgelopen decennium ook maar moeizaam van de grond - het is wel de enige weg.

 
Mediaconcentratie zet door
Dit jaar konden we al een aantal bewegingen zien. Zo werd in januari al aangekondigd dat de radiozenders van 538Groep (Talpa) en Sky Radio Group (van het Telegraaf-concern) in 2017 één worden, waarbij het ook één groot salesapparaat krijgt dat de spotmarkt moet bedienen. Het is de allereerste grote fusie in het radiolandschap en het zou niet vreemd zijn als er meer zouden volgen. Want ook de nog steeds groeiende zender Qmusic (onderdeel van het Persgroep-concern) kan wel een partner gebruiken op de reclamemarkt. Wellicht dat zelfs Ster (publieke omroep) kan aanhaken.

Een ander voorbeeld van mediaconcentratie dat we dit jaar hebben gezien, is nog vers: vorige week kondigde het Vlaamse Mediahuis aan Telegraaf Media Groep (TMG) te willen overnemen. Als alles doorgaat, ontstaan er dan twee grote partijen op de dagbladenmarkt, de Persgroep en Mediahuis, die samen 90 procent in handen hebben. De twee grote partijen kunnen samen zorgen voor enorme slagkracht rond de drukkerijen, maar ook in sales. Daardoor kunnen ze zich concentreren op investeringen in goede producten.

 
Concentraties in de tv-markt
De televisiemarkt moet in 2017 ook die kant op. De dalende kijktijden en druk op de reclamesales hielden de tv-industrie dit jaar in een wurggreep. Het moet de bestaande partijen (RTL, SBS) in die branche aan het denken hebben gezet. Zij moeten het nu nog heel erg hebben van de GRP’s, maar zien ook dat het publiek steeds meer voor on demand en online kiest. Niet alleen is dus een goede online videostrategie nodig, maar ook moet men sterk gaan kijken naar samenwerking. Bovenin de markt gebeurt dat al, want volgend jaar vloeien Ziggo en Vodafone in Nederland samen. In Amerika zien we die beweging op nog grotere schaal, want AT&T wil daar Time Warner overnemen.

Ziggo en Vodafone hebben samen een groot digitaal bereik en vele abonnees. Hoewel Ziggo zelf content produceert, zouden ze nog een grote contentpartner kunnen gebruiken die aanhaakt. Dan komt al snel RTL in beeld, dat al de sales doet voor het succesvolle Ziggo Sport. Het is zomaar even een gedachte die niet onrealistisch is.

Een in Nederland succesvol mediabedrijf zal op meer paarden moeten wedden. Zo zullen de in Nederland grote mediaconglomeraten als Sanoma/SBS, Telegraaf Media Groep, de Persgroep en RTL over de eigen schutting heen kijken. Een mooi voorbeeld op de reclamemarkt is het nog jonge BrandDeli, dat niet alleen de tv-zenders van Discovery, VIMN (MTV, Comedy Central) en FOX (zoals FOX Sports Eredivisie) samen heeft gebracht in één saleshuis, maar ook de sales gaat doen voor VICELAND (de tv-zender van VICE), digitaal met influencersplatform Makers Channel en - zoals deze week bekend werd - ook Twitter in Nederland aan zich heeft gebonden. Een typisch staaltje concentratie én samenwerking.

Op die manier moeten mediawaakhonden ook naar de bewegingen kijken. Het gaat er niet om of twee grote (Belgische) partijen straks te veel macht zouden hebben op de dagbladenmarkt. Laat ze eerst eens kijken of ze Google en Facebook wat minder ruimte kunnen geven. Het belangrijkste is nu dat Nederlandse media levensvatbaar moeten zijn.

Franks Friday Weekly Nieuwsbulletin

Franks Friday Weekly Nieuwsbulletin

In Franks Weekly bespreken we de afgelopen marketing- en mediaweek in zeven features. Waar gaan maandag de gesprekken over bij de koffieautomaat, welke quotes inspireren en waarom maakte een tv-commercial indruk?

 
1: Het nieuws: VICE begint een lineaire tv-zender 
VICE kondigde donderdag het 24 uur tv-kanaal VICELAND aan. In het eerste kwartaal van 2017 is de zender te ontvangen. Eerst op Ziggo, later ook via andere aanbieders.
VICELAND bestaat al in de Verenigde Staten, Canada en de UK. Een aantal andere landen gaat de zender straks ook zien, waaronder dus Nederland. De zender spreekt de taal van de millennials. De Amerikaanse regisseur en Oscarwinnaar Spike Jonze is als co-president van de zender verantwoordelijk voor de ontwikkeling van creatie, productie en merkidentiteit van het kanaal. Maar er komen op het Nederlandse VICELAND ook veel producties van vaderlandse bodem. Allemaal programma’s in de lijn van de storytelling waaraan VICE doet.

Het is verrassend dat een mediabedrijf dat zich op millennials richt in lineaire tv stapt. Uit de cijfers wereldwijd blijkt immers dat deze jonge groep nauwelijks nog lineair kijkt. Toch gelooft Thijs Boon, CEO VICE Benelux, erin. : ,,De komst van Viceland zorgt ervoor dat we met onze content op alle schermen, digitaal, mobiel en lineair, aanwezig zullen zijn en is daarmee voor ons een logische stap in onze evolutie.” Volgens hem is de millennial heus nog wel geïnteresseerd in lineaire tv, als het aanbod maar goed is.
In de States blijkt VICELAND volgens de kijkcijferonderzoekers daar overigens niet een heel groot succes.


2: Het filmpje: NLE reanimeert klassieke Apple-reclame
Het ‘beter goed gejat’ principe werkt nog altijd in de reclame. NLEnergie kwam deze week met een nieuwe campagne om aan te kondigen dat het met Ziggo en KPN wil gaan concurreren. Het bedrijf biedt vanaf nu een alles-in-1-pakket aan met internet, televisie en bellen voor dertig euro en wil daarmee deze markt openbreken. Daar hoort een commercial bij op tv, want je moet breed schieten om een groot publiek te bereiken.
We zagen deze dus langskomen:

 
 
https://www.youtube.com/watch?v=c4Qf5JqfFms



Maar die commercial lijkt wel erg veel op de Super Bowl-commercial voor de Apple Macintosh in 1984, meldt Marketingfacts. Kijk en vergelijk.

https://www.youtube.com/watch?v=2zfqw8nhUwA

 
Mag dat eigenlijk wel, zo’n kopie maken?  Blijkbaar wel, als het maar geen rechtstreekse kopie is. Zo blijken er meerdere varianten op de iconische commercial, ontdekte Adformatie.3: De persoon: Martin Garrix
Hij is een merk dat nog elk jaar een grotere schare fans krijgt: Martin Garrix. De pas 20-jarige dj uit Amstelveen die de naam Martijn Garritsen in zijn paspoort heeft staan, werd afgelopen week dan ook terecht gekozen als de populairste dj ter wereld. DJ Mag kiest elk jaar rond de start van het Amsterdam Dance Event (ADE) de grootste dj ter wereld en vaak is dat een Nederlander. Martin Garrix is dat voor het eerst en waarschijnlijk niet voor het laatst. Op de derde plaats staat een andere Nederlander: Hardwell.


4: De quote: Trump belooft helemaal niets
We snakken allemaal naar november, als de Amerikaanse presidentsverkiezingen zijn geweest. Want we worden dagelijks doodgegooid met controverses, schandalen en ander ‘nieuws’ rond de twee kandidaten Hillary Clinton en Donald Trump. Het lijkt op de meest vuile politieke campagne ooit. Maar toegegeven: Trump is gewoon een nieuwsmaker en met zijn uitspraken kun je hele nieuwssites vullen. De quote van deze week is dan ook van hem. Toen debatleider Wallace hem bij het laatste verkiezingsdebat vroeg: ,,Bent u niet bereid nu te zeggen dat u de uitslag zal accepteren?”, antwoordde hij: ,,Ik houd jullie in spanning.”
Amerikaanse nieuwsmedia vielen over elkaar heen: een ongekende uitspraak in de geschiedenis van de Amerikaanse verkiezingen.

5: De Commercial: kinderen schrijven commercial Haribo 
Het gebeurt eigenlijk nooit dat reclamebureaus de regie uit handen geven als het gaat om de copy, de tekst van een reclamecampagne. Bureau Superrebel deed dat wel. Voor de commercial van snoepfabrikant Haribo schakelde het veertig kinderen in. Zij mochten vertellen waar de snoepjes hen aan doen denken en wat ze er leuk of lekker aan vinden. De filmmakers namen de gesprekken op en gebruikten de teksten daadwerkelijk in de commercial: we horen dus de kinderstemmen.

https://www.youtube.com/watch?v=V8Hjxu1JR3k

 
Dennis Teeken, CEO van Haribo: ,,Je hoort het direct als een kindertekst door volwassenen is schreven. Het voelt net niet lekker aan. Daarom hebben we het dit keer anders aangepakt.”
Op zijn minst een opvallende commercial. Origineel is het ook weer niet helemaal, want het is gewoon een adaptatie van een Britse Haribo-reclame.

 
https://www.youtube.com/watch?v=wqk73RAMZwc

6: Inspirerend: reclame meets technologie
The Next Rembrandt werd dit voorjaar onthuld in Amsterdam: een 3D-geprint schilderij gemaakt op basis van data van Rembrandts complete oeuvre. Daarbij gebruikten de makers zogenaamde deep learning-algoritmes en gezichtsherkenningstechnieken. Zie: www.nextrembrandt.com. Het schilderij bestaat uit 148 miljoen pixels, gebaseerd op 168.263 schilderijonderdelen van Rembrandts hand.
Het was een gezamenlijk project van ING, reclamebureau J. Walter Thompson Amsterdam, supporting partner Microsoft en adviseurs van de Technische Universiteit Delft, Het Mauritshuis en Museum Het Rembrandthuis. J. Walter Thompson Amsterdam won er in juni 17 ‘Lions’ mee op het grootste reclamefestival ter wereld in Cannes.
Het is in een tijd dat reclamebureaus worstelen met de voortschrijdende ontwikkeling van de technologie een mooi voorbeeld van hoe advertising en digital bij elkaar kunnen komen.
The Next Rembrandt maakt momenteel een tournee door de wereld:
deze maand is het schilderij te zien op de Frankfurter Buchmesse, volgende maand tijdens een Wall Street Journal event in Los Angeles. In januari krijgt het schilderij een plek in het Parijse Musée Jacquemart-André en zal het naast een echte Rembrandt hangen. En last but not least maakt Netflix een aflevering over Artificial Intelligence waarin The Next Rembrandt centraal zal staan.

7: Het cijfer: 6,3
Je vraagt je af wanneer de vrije val van NPO 3FM stopt. De cijfers van augustus-september die afgelopen dinsdag bekend werden gemaakt, toonden aan dat de zender de bodem nog niet heeft bereikt. Inmiddels staat het marktaandeel in 10+ (dus alle doelgroepen gemiddeld) op 6,3 en dat is 21 procent minder dan precies een jaar geleden. Inmiddels zijn er veel wisselingen bij de zender. Giel Beelen kondigde een maand geleden zijn vertrek in de ochtend aan en niet lang daarna liet ook Timur Perlin weten iets anders te willen gaan doen.
De veranderingen van een jaar geleden met het vertrek van Coen & Sander naar marktleider Radio 538 en Gerard Ekdom naar NPO Radio 2 hebben de zender geen goed gedaan. 3FM zit in een identiteitscrisis, zeggen de kenners. Over de toekomstplannen horen we vooralsnog weinig.

Brandende content

Brandende content

In de rubriek Franky beschrijven redacteuren van frank.news hun eigen, persoonlijke media-ervaring of -ergernis. Vandaag Bas Hakker over het verschil tussen contentmarketing en journalistiek en de vraag wat journalisten aan het eerste kunnen bijdragen.

 
Terwijl ik het prachtige gebouw in Amsterdam Zuid met de nog veel mooiere naam binnen wandel voor het ‘Content & Storytelling Event’ denk ik: wat is eigenlijk mijn wereld? Ga ik de komende jaren mooie verhalen maken voor merken en bedrijven of blijf ik een echte journalist?

 
Beetje meer inhoud

In de koffiepauze raak ik aan de praat met een collega-journalist die tegenwoordig veel voor bedrijven en overheidsorganisaties werkt. Het mooie aan zo’n koffiegesprekje tijdens een ‘congres’ is dat je het even lekker over de sprekers kunt hebben. Interessante cases genoeg, maar we missen een beetje de diepgang. Het zou veel toevoegen als die contentsprekers drie kwartier werden aangepakt door een goede journalist van het stevig, lekker doorvragerige soort. Of dat er een rondetafeldiscussie is over een goed thema, de scheiding tussen journalistiek en marketing bijvoorbeeld. De verhalen met daarin veel eigen parochie zijn eigenlijk afgelopen op het moment dat het interessant gaat worden, als de inhoud het overneemt van de borstklopperij.

 
Geen journalisten in de newsroom

We praten over de Interpolis-case waarin twee sprekers  - Marion Blankers en Annemieke Friesen - bevlogen vertelden over wat er misging op het gebied van content. Het bedrijf uit Tilburg had de ambitie om een echte ‘newsroom’ te beginnen, zo’n plek waar medewerkers prachtige verhalen maken over de gevolgen van stormschade in de landbouwsector, instructiefilmpjes vormgeven over de beveiliging van je huis en een social media campagne starten over wat je wél of juist niet moet verzekeren. Tenminste, zo zouden die collega en ik het aanpakken. De newsroom haalde het niet; in het begin kwamen er nog wel mensen binnenwandelen, vertellen de sprekers, maar na een tijdje was iedereen te druk met andere dingen. Volgens de makers mislukte de newsroom door gebrek aan focus, maar misschien had Interpolis daar een goede journalist moeten neerzetten met hoofdredactionele en financieel-economische ervaring. Hij of zij zou beginnen met een contentplan, daar interne afspraken over maken en daarna een mix samenstellen van journalisten en communicatiemensen. Jyske Bank ging ook niet voor niks in de journalistiek shoppen toen Jyske Bank TV in 2006 werd opgezet.

 
Twee werelden moeten samenwerken

We hebben het over marketeers en journalisten, twee type mensen die elkaar decennia uit de weg gingen. Bij krantenredacties stonden en staan huizenhoge schotten tussen de redactie en marketingafdeling, maar nu moeten ‘de trainingsjasjes’ vriendjes worden met ‘de strak gesneden PC Hooftpakken’. Ik vertel over een van mijn opdrachtgevers waarvoor ik alweer een tijdje journalistieke verhalen schrijf. Op een dag vroeg diezelfde opdrachtgever mij een advertorial te schrijven voor een groot corporate bedrijf. Dat lijkt me prima, gewoon een goed verhaal maken en ik pak het op dezelfde manier aan als mijn journalistieke verhalen. Dus ik bel niet vooraf met het bedrijf dat geld betaalt voor het verhaal, maar kies een inhoudelijke insteek en wandel het grote bedrijf binnen waar ze trouwens hele goede koffie hadden. Dom natuurlijk. Nadat de aardige PR-mevrouw mij een hand geeft, vraagt ze: wij willen meer jongeren bewegen om hier te werken met jouw verhaal, maar hoe zou jij dat aanpakken?

 
Iets murmelen over bereik van doelgroepen

Shit. In de journalistiek maak je gewoon het beste verhaal dat er te maken is, maar deze aardige communicatiemevrouw vroeg gewoon keihard marketingcommunicatie-advies. En terecht. Het is een klassiek verschil tussen contentmarketing en journalistiek. Het belang ligt in het eerste geval bij het bedrijf of merk en in het tweede geval bij de lezer. Daar zit wel overlap tussen, maar het is niet hetzelfde. Ik murmelde wat over het bereik van doelgroepen, maar daar kwam ik natuurlijk niet mee weg. Het zou een typische reactie zijn van een journalist om te zeggen dat ze er helemaal niets van snapt. PR-mensen zijn nu eenmaal allemaal gek, maar in dit geval was het volledig mijn eigen domme fout. Tegen die opdrachtgever had ik moeten zeggen: ik wil een commercieel uurtarief in plaats van mijn gewone woordprijs en dan pak ik het ook professioneel aan. Ik had een voorbezoek moeten inplannen plannen bij de aardige PR-adviseur om de doelstelling en de doelgroep vast te stellen. Daar had ik over moeten nadenken en per mail met een mini-strategie moeten komen. Weet ik veel; er moest een goede documentaire komen over een jonge werknemer die in een jaar tijd was opgeklommen van de jongste bediende tot iemand met veel verantwoordelijkheden. We zouden terugkijken op een bijzonder groot interview dat op te knippen was in verschillende delen, want handig voor social media. Ik had de fotograaf uitgebreid moeten briefen en datzelfde geldt voor de cameraman. Kortom; het gave verhaal over een ambitieus meisje was de basis geweest en dat zouden we op verschillende manieren distribueren; intern en extern.

 
Advies van Cor: lees eens een goed boek

We concluderen dat er nog veel bruggen te slaan zijn tussen marketingmensen en journalisten. Wat weet de gemiddelde journalist van een communicatiestrategie en wat weet een beetje marketeer van eerlijke, oprechte verhalen waarin het commerciële aspect een tikkie naar de achtergrond schuift? Dagvoorzitter Cor Hospes zei het treffend: ,,Ik wil graag goede verhalen maken voor bedrijven en merken, maar ik kan geen mensen vinden die het kunnen schrijven.” Dus terwijl redacties inkrimpen en grote titels verdwijnen, kan de leuke dagvoorzitter Hospes niemand vinden die een fatsoenlijk verhaal schrijft? Hij heeft dan ook een goed advies voor mensen met de ambitie om als contentmaker aan de slag te gaan in het bedrijfsleven; lees eens een goed boek.

 
Bureau voor content marketing
Een jaar geleden wist ik het zeker; met mijn marketingcommunicatie-studie en ervaring in het schrijven over media en marketing is de stap naar contentmarketing een meer dan logisch. Ik schreef wat advertorials, schaduwblogs en interviewde mensen óver branded content. Terwijl ik me vol op contentmarketing stortte (life is what happens to you…), kwamen er wat nieuwe klanten bij in de journalistiek. Zou ik dan toch meer journalist zijn dan ik wilde toegeven? Terwijl ik naar de goede case van Vice luister  - ‘ik ben 30 en weet niets van snapchat’ -, weet ik dat die gedachte onzin is, misplaatste ijdeltuiterij. Natuurlijk vind ik de (freelance) journalistiek geweldig, maar dat bureau voor contentmarketing moet er gewoon komen, liever vandaag dan morgen. Zo’n bureau dat goede verhalen bedenkt en uitvoert samen met een netwerk van filmmakers, social media experts en journalisten. Ach, zo revolutionair is het ook weer niet allemaal: LVNetworks doet het al jaren zo, maar ze kunnen daar in Amersfoort nog wel wat concurrentie gebruiken.

Hoe CNN miljoenen millennials aan zich bindt

Hoe CNN miljoenen millennials aan zich bindt

De wereldwijde nieuwszender CNN gaat steeds meer digitaal. En met succes, want het internetkanaal Great Big Story weet miljoenen jongeren aan zich te binden. Hoe kan dat? CNN, daar kijken toch alleen maar vijftigplussers naar?

 
„We horen veel over BuzzFeed, Vice en Vox. Zij zijn allemaal goed,” reageert CNN Worldwide President Jeff Zucker tegen TVNewser. „Maar wie bereikt de millennials? Dat is CNN.”

Het mediabedrijf lanceerde oktober vorig jaar internetplatform Great Big Story. Een verhaal verteld in een video van enkele minuten, aangrijpende onderwerpen, professioneel gefilmd. Als je het voor het eerst aanklikt, weet je soms niet wat je ziet.

 
Gemiddelde leeftijd: 27 jaar
De cijfers zijn indrukwekkend. Het eerste half jaar krijgt Great Big Story veertig miljoen views per maand, melden Adweek en CNBC. De gemiddelde leeftijd van de 6,2 miljoen fans is 27 jaar, een doelgroep die lastig te bereiken is. Per video zijn er gemiddeld 730.000 views en 22.000 shares. Zo’n 80 procent van de views is op de smartphone.

Het contrast met het televisiekanaal van CNN kan nauwelijks groter zijn. Daar is de gemiddelde leeftijd van de kijkers 61 jaar. Het tv-station werd ooit groot door de live verslagen. Miljoenen kijkers volgden zo de oorlogen in Irak. Verslaggevers van CNN stonden er bovenop.

Maar het tv-kanaal trekt geen jongeren meer aan. Er is ook kritiek op de vele herhalingen. CNN TV mist de sprankelendheid van het begin in de jaren ‘80.

 
Korte documentaires
Great Big Story, een onafhankelijke tak binnen CNN, moest de millennials weer terug brengen. Maar dat het zo’n vaart zou lopen, hadden ze bij CNN zelf ook niet gedacht.

De video’s hebben de stijl van tijdloze documentaires en staan daarmee los van het harde nieuws, waarmee CNN groot is geworden. „De nieuwe aanpak trekt wereldwijd kijkers aan en vormt een perfecte aanvulling op ons andere werk,” zegt Zucker.

De stories gaan over mensen of plekken. Een kijkje in een verlaten Russisch mijndorp. Over het immense natuurmuseum van het Smithsonian Institute. Of over een koorddanser die in de Alpen tussen bergtoppen in de lucht balanceert.

https://www.youtube.com/watch?v=TSfGS7rv3co

 
Concurrentie met Vice
Great Big Story concurreert met Vice, dat andere videoplatform voor jongeren. Maar er zijn grote verschillen. Vice is meer gericht op nieuws en komt met spraakmakende documentaires over IS of dwangarbeiders in Polen. De filmstijl bij Vice is beweeglijk, de beeldmontage is ruw.

De items van Great Big Story zijn meer gepolijst, in de korte documentaire stijl van tv, met beelden die emotie oproepen, met muziek die de kijker de story intrekt. Great Big Story lijkt te kiezen voor meer mainstream dan Vice. Beide benaderingen doen het goed bij millennials.

Naast CNN en Vice is ook BuzzFeed in video gestapt. Gericht op een vergelijkbare jonge doelgroep. Bij Great Big Story zien ze dat niet als een probleem. „Wij denken dat er naast hun audiences veel meer kijkers te bereiken zijn,” zegt medeoprichter Chris Berend in Digiday UK.
 
Branded content als verdienmodel
Great Big Story draait financieel op branded content. Geen advertenties rond een videoclip, want dat leidt tot irritatie. Wel branded video’s die iets toevoegen voor de doelgroep.

In het eerste half jaar kwam de branded content van twee bedrijven: General Electric en HP (Hewlett Packard Company). HP sponsorde een achtdelige videoserie ‘The Dreamers’ over mensen die bepaalde technologie gebruiken. Het merk HP is nauwelijks aanwezig. In één van de branded video’s wordt HP alleen als bron voor de data genoemd.

 
Hewlett Packard Enterprise
In een video over het regenwoud is de sponsortekst (‘A Great Big Story by Hewlett Packard Enterprise’) even in beeld. Je ziet dieren sluipen door de jungle. Een natuurbeschermer vertelt over verborgen camera’s en hoe je de big data daarvan goed kunt verwerken. In twee minuten video noemt ze twee keer de naam van het bedrijf. Voor de rest zijn het gewoon mooie en informatieve beelden. Branding moet subtiel, is de gedachte, anders is de jonge audience verdwenen.

Branded content is overigens niet nieuw voor CNN. Het bedrijf heeft sinds ruim een jaar een in-house branded content studio. Sinds augustus 2016 is CNN International daarvoor een samenwerking aangegaan met Sharethrough. Digital advertising levert nu 28 procent van CNN’s advertentie-inkomsten. Dat zal de komende vijf jaar naar verwachting doorgroeien tot 50 procent.

 
Snapchat Discover
Los van Great Big Story bereikt CNN veel millennials via Snapchat Discover. Op het Discover-kanaal van Snapchat zijn video’s te zien van ruim twintig geselecteerde partners, waaronder CNN, BuzzFeed en Vice.

Via Snapchat Discover brengt CNN breaking news, politieke en entertainment stories. Er is een speciaal Snapchat-team voor opgericht. „We zijn blij met het design van Discover,” zegt Samantha Barry, hoofd social media bij CNN Worldwide. ,,Er ligt nadruk op content en headlines. Dat werkt prima voor ons.”

Uit een studie in opdracht van Variety blijkt dat 47 procent van de Snapchatters in de VS dagelijks Discover bezoekt. 30 procent zegt de app zelfs te gebruiken voor nieuws over de presidentsverkiezingen. BuzzFeed wordt het meest bekeken (54% van de ondervraagden). CNN scoort 24%, Cosmopolitan 24%, National Geographic 20% en Vice 11%.

 
Take me There
CNN heeft grote ambities voor de toekomst. Naast meer video’s voor internet en social media komt Great Big Story met Virtual Reality. De VR-serie ‘Take me there’ moet kijkers gaan onderdompelen in uitzonderlijke milieus, van Hawaii tot de onderwaterpyramides bij de kust van Japan.

Veel Nederlanders zijn CNN uit het oog verloren. Maar het mediabedrijf lijkt terug van weggeweest.

 

Magazine kan niet zonder video (1): VIVA

Magazine kan niet zonder video (1): VIVA

Er is tegenwoordig bijna geen mediamerk meer zonder videokanaal. Ook voor printmerken wordt het steeds belangrijker. Zo is Linda.tv inmiddels een veel geziene bekende, Libelle.tv de nieuwkomer en VIVA een van de eersten die ooit is gestart met het produceren van eigen videocontent. Alle drie de titels worden door Frank.news in de spotlights gezet, met als aftrap VIVA. 


Als pionier is VIVA een van de eerste mediamerken met eigen geproduceerde videocontent. Van rode loperverslagen tot vlogs met vaste gezichten; het is al sinds 2014 op de online kanalen van het merk te vinden. En er zit nog veel meer aan te komen. Brand manager Kirsten Steenvoort: ,,Onze online videostrategie is op dit moment volop in ontwikkeling. Bij VIVA maakten wij als een van de eersten al eigen video’s. In de tussentijd is de videoconsumptie enorm toegenomen. Hoewel we al lange tijd met video werken, zien we ook dat we qua mediaconsumptie moeten inspringen op de behoefte van onze doelgroep. En dat betekent dus nóg meer en andersoortige, videocontent.”

https://www.youtube.com/watch?v=bdEY665-ieA


Vlog en documentaires
VIVA is druk bezig met het ontwikkelen van een nieuwe koers en hier hoort dus ook een nog sterkere online videostrategie bij. Steenvoort: ,,We gaan echt op zoek naar meer eigen format video’s, zowel in vlog- als in documentaire stijl. Daarbij komen ook de kortere hapsnap filmpjes die we willen integreren. Dat is dus enorm breed en eigenlijk te vergelijken met print: een mix van kleine artikelen met tips en tricks en longreads in de vorm van achtergrondverhalen.”

Bij het maken van deze videocontent worden de pijlers die ook in print terugkomen in het achterhoofd gehouden. ,,Denk aan onze pijlers als Werk & Leven en Seks & Liefde waar we gerichte videocontent bij gaan maken. Dit is goed voor de herkenbaarheid. Net als het werken met vaste VIVA gezichten die voor ons vloggen en bepaalde video’s die op vaste momenten in de week en gedurende de dag worden geplaatst,” aldus Steenvoort.

 
Geen sensatie
Bij het ontwikkelen van de online videostrategie is het belangrijk om goed naar je eigen merkidentiteit te kijken, benadrukt Steenvoort. ,,Wat past goed bij jouw merk? En wat is de toegevoegde waarde voor jouw doelgroep? Ik heb weleens een tijdlijn vol staan met dezelfde kattenfilmpjes, waarvan een aantal zelfs gedeeld worden door kranten. Terwijl een kenmerk van een krant is dat je je op de actualiteit richt. Of bewust heel sensatiezoekende posts. Specifiek voor VIVA is dit allebei een don’t. Het past niet bij ons. Onze merkwaarde is ‘Niets te verbergen‘ waarbij alles kan en alles mag. Maar echt roddel of sensatie, past dan niet.”

https://www.youtube.com/watch?v=ngU6V_Tcpd0

 
 
Gebruiksmoment
Er zijn zo veel mogelijkheden, hoe houd je het overzichtelijk voor je doelgroep en zorg je als merk dat het aanslaat? Steenvoort: ,,Het is verstandig om met je videokanaal meer in te spelen op de dagelijkse gebruiksmomenten van de consument. Er zijn bepaalde momenten dat er meer behoefte is aan video. Bijvoorbeeld aan het einde van de dag in de trein naar huis.”

Steenvoort let hierbij ook op haar eigen mediaconsumptie. ,,Bij VIVA ben ik zelf ook doelgroep en het werkt heel goed om dat voor ogen te houden,” zegt ze. ,,Waar heb ik op bepaalde momenten behoefte aan? Zaterdagochtend wil ik lekker lezen, op een doordeweekse avond heb ik meer behoefte aan video.”

 
Inkomsten
Een van de belangrijkste zaken waar veel mediamerken mee worstelen als het om video gaat, zijn de inkomsten. Steenvoort legt uit: ,,De consumer inkomsten die je door print realiseert, heb je nog steeds niet online. Een zoektocht die de hele markt erkent.”

De adverteerders lijken video wel gevonden te hebben. ,,Er is wel een heel grote vraag vanuit adverteerders die natuurlijk zien dat de doelgroep en de consument zich steeds meer online beweegt en veel video kijkt,” legt ze uit.

Op dit moment worden die adverteerders vooral nog aangetrokken door vloggers en bloggers met een groot bereik. Maar hier ziet Steenvoort op den duur verandering in komen. ,,Het is nu een trend voor de adverteerder om daarin mee te gaan. Wat je alleen ziet is dat de geloofwaardigheid van zo’n blogger of vlogger, die zichzelf ook als merk profileert, wat gaat afnemen.”

Dit wordt weer veroorzaakt door een overload aan advertising per social influencer. ,,Ook al is het bereik van bepaalde influencers nu nog steeds enorm en zijn de reacties vanuit volgers op dit moment nog overwegend positief, toch zal de aantrekkelijkheid voor adverteerders hoogstwaarschijnlijk in de loop der tijd ook weer afnemen. Zo gaat het overigens continu met b2b-verdienmodellen. Adverteerders kijken logischerwijs ook verder,” aldus Steenvoort.

 
ViceWat is dan de beste manier om de adverteerder op jouw videokanaal te krijgen? Steenvoort legt uit: ,,Ik geloof nog steeds heel erg in de kracht van samen met de adverteerder een verhaal vertellen. Dat kan ook heel goed in video. Zo lang je maar voor ogen houdt voor wie je het maakt,en relevante content maakt, dan ziet de doelgroep deze reclame als niet-storend.”

Vice is hierin voor Steenvoort een perfect voorbeeld. ,,Als je op een creatieve manier branded content maakt, passend bij de merkwaarde en denkend aan de groep voor wie je video maakt, heb je een optimale combinatie voor zowel de adverteerder als je kijker.”

https://www.youtube.com/watch?v=H66ZlqIL_zA

 
 
Toekomst in VR
Voor VIVA ziet Steenvoort ook een toekomst in virtual reality als het om video gaat. ,,Je hebt natuurlijk de virtual reality-brillen al bij Albert Heijn liggen. Je stopt je mobiel erin en bent voor even in een andere wereld. Ik denk dat wij met VIVA ook heel goed gebruik van deze trend kunnen maken. Hoe spannend is het als je een kijkje achter de schermen krijgt op plekken waar je normaal nooit komt?”

Helemaal als je een merkwaarde hebt als ‘Niets te verbergen’ leent virtual reality zich daar natuurlijk supergoed voor Steenvoort: ,,Denk aan formats als achter de schermen bij een filmset en backstage bij een modeshow. Door virtual reality heb je het gevoel alsof VIVA je echt meeneemt.”

Zo zijn er nog meer (video)trends die Steenvoort voor VIVA goed in de gaten houdt, maar zoals ze zelf ook zegt: ,,Je kunt wel met alle trends ‘iets’ willen doen, het moet wel kunnen en bij je merk passen. Relevantie blijft het toverwoord.”

https://www.youtube.com/watch?v=GVrkxNEvhnY

 
 
 

Vice spreekt taal van millennials

Vice spreekt taal van millennials

Medianetwerk Vice, bekend van online videokanalen voor millennials, gaat reorganiseren. Vice geldt als voorbeeld van hoe je met videoreportages geld kunt verdienen. Maar de online kanalen alleen leveren te weinig op en daarom komen er wereldwijd twintig televisiekanalen bij. Vice gaat meer investeren in nieuws, want dat is wat jongeren willen. Adverteerders staan klaar.

 
Ooit begonnen als alternatieve online krant in Canada, is Vice uitgegroeid tot een global empire dat nieuws brengt waar je niet om heen kunt. Kort geleden kreeg premier Rutte de vraag wat hij als EU-voorzitter gaat doen aan de Noord-Koreaanse dwangarbeiders die in Polen werken. Diverse media brachten dat nieuws, maar de bron was de reportage ‘Cash for Kim’ die Vice maakte in Polen.

Brutaal en volhardend drong een team van Vice door tot scheepswerven waar de Noord-Koreanen te werk waren gesteld. Verslaggevers stelden lastige vragen bij koppelbureaus en volgden de Noord-Koreanen naar hun overnachtingsplek die ze behalve voor werk niet mochten verlaten. De opnamen zijn rauw en soms snel gemonteerd, het zijn indringende beelden.

 
Eagles of Death Metal
Vice viel ook op na de aanslagen in Parijs. Het was CEO Shane Smith die als eerste een interview had met de band Eagles of Death Metal na de aanslag tijdens hun optreden in theater Bataclan. Indruk maakte Vice ook met z’n reportage over IS, waarvoor een verslaggever embedded was gegaan bij de terroristische organisatie.

Het mediabedrijf begon in 1994 in Montreal, in de woorden van de The New Yorker, als een gratis magazine met een reputatie voor provocatie. De oprichters schreven over wat hen toen interesseerde: drugs, rapmuziek en Montreal’s punk rock scene.

 
Van Canada naar New York
De verhuizing naar New York in 1999 ontstond uit een grap. Mede-oprichter Shane Smith had een Canadese krant verteld dat Vice was opgekocht door een plaatselijke miljonair Richard Szalwinksy. Dat was niet waar, maar de miljonair besloot uiteindelijk wel in Vice te investeren, waardoor het een kantoor in Manhattan kon openen.

Het huidige hoofdkantoor zit in Brooklyn, New York. CEO Smith ontvangt er zijn gasten in de Bear Room met een opgezette grizzlybeer. Die beer bedreigde ooit een cameraploeg van Vice in Alaska en moest worden doodgeschoten.

Smith gaat nog steeds zelf graag op reportage en presenteert het Vice News op het HBO-kanaal. Zijn wilde haren heeft hij deels achter zich gelaten. Hij is nu meer executive dan de punkrocker van weleer, maar met een voorkeur voor spektakel, op zoek naar evenwicht tussen entertainment en journalistiek.

 
Eerlijk en ontwapenend
De troef van Vice zijn de jongeren die het bedrijf aan zich weet te binden. Het is de tone of voice, de manier van filmen die millennials aanspreekt. Ruw, ongepolijst, maar ook eerlijk en ontwapenend. Soms hoor je ze praten over volgende shots die ze willen maken. Je ziet niet alleen wat op straat gebeurt, maar ook hoe hun journalistieke product tot stand komt, schrijft vakblad CJR.

Vice maakt momenteel een reorganisatie door. Er komt meer nadruk op nieuws. „Op YouTube merken we dat onze volgers meer nieuws willen,” zegt Smith. Nieuws in de vorm van korte en lange video’s over thema’s als milieu, economie en conflict. De nieuwsuitzendingen op betaalkanaal HBO worden uitgebreid en zullen uiteindelijk dagelijks worden.

 
Jongeren van internet naar tv
Verder komen er wereldwijd zo’n twintig tv-kanalen bij in onder meer Canada, Groot-Brittannië en Frankrijk. Die moeten inkomsten binnenbrengen met advertenties gericht op een breed jong publiek. Naast de ruim dertig bestaande buitenlandse kantoren komen er nieuwe vestigingen in onder meer Hongkong. In Amsterdam is al een kantoor dat de Nederlandstalige website onderhoudt.

Vice’s eerste tv-kanaal, Viceland, ging enkele maanden geleden in de VS van start. De eerste berichten zijn positief: Vice lijkt erin te slagen jongeren vanaf de internetkanalen mee te nemen naar tv. Bedrijven als Unilever, Samsung en T-Mobile adverteren op het kanaal. Vice onderzoekt de mogelijkheden voor een lineaire tv-zender in Nederland. De groei zit er wereldwijd in en sommige analisten vergelijken het Vice van nu met CNN in de begintijd.

 
Journalistiek en entertainment
Vice lijkt in de programma’s een middenweg te zoeken tussen journalistiek en entertainment. Daar is veel discussie over. De reportages – zoals deze maand meelopend met het Iraakse leger tegen IS – zijn indrukwekkend, maar ook een beetje sensatiegericht. ,,Alles draait om de manier van video editen en bij Vice is de edit gericht op entertainment,” zegt een criticus in CJR.

Een vrouwelijk redacteur kreeg ooit de opdracht een video te maken over sekswerkers in een stripclub in een ontwikkelingsland. Vice vroeg haar undercover te gaan als prostituée, wat ze weigerde. „Ze wilden het sensationeel maken en de sekswerkers gebruiken op een manier waar ik me niet in kon vinden,” zegt de redacteur die inmiddels Vice heeft verlaten.

 
Content trekt millennials
Het succesvolle verdienmodel van Vice heeft alles te maken met de jonge doelgroep. De content trekt millennials aan, waardoor adverteerders Vice weten te vinden. Naast korte ads voor de video’s worden sponsoren vermeld als co-creator. Zo sponsorde buitensportbedrijf The North Face een serie over ‘the most remote places on earth’. Garnier en Toshiba namen delen van de website voor hun rekening.

Maar Vice krijgt – los van de nieuwsreportages die zoveel lof oogsten – ook kritiek omdat bij sommige producties journalistiek en advertenties dwars door elkaar zouden lopen. Bij zulke branded content is niet te zien dat een bedrijf invloed heeft op de inhoud van een stuk. En dat tast de geloofwaardigheid van Vice aan.

 
Zonder geld geen media
CEO Smith zegt in The New Yorker dat inkomsten uit branded content nodig zijn om reportages te financieren. „Het kost geld om de daklozen in Bogota’s rioleringssysteem journalistiek te onderzoeken of de oorlog in Syrië te verslaan. Iedereen in de media die zegt geen geld te willen verdienen, zegt in wezen: ik wil niet werken. Zonder geld geen media.”

Al met al slaagt Vice erin traditionele vormen als nieuwsreportages te combineren met een innovatieve ‘millennial style’ die bij jongeren aanslaat. „We weten wat we willen,” zegt Smith. „Ruwweg is dat uitgroeien tot het grootste mediabedrijf voor jongeren in de wereld.”

 

Be Candid,
it’s contagious.

Candidness is the quality of speaking with
honesty and authenticity. Our Candid editorial
team shares stories that matter on media, data,
marketing, creativeness and technology.

Our Candid editorial team
creates stories that matter.