Candid. Platform
for growth.

Weten nieuwe mediamakers voldoende van verdienmodellen?

dagennacht
De drempels om nieuwe podcasts, videoformats en nieuwsbrieven te lanceren w...
Continue reading
  156 Hits
  0 Comments
156 Hits
0 Comments

Een nieuwe all you can read app, maar er is toch al Blendle?

readly
Readly presenteerde zich donderdag aan Nederland. Bij deze online tijdschri...
Continue reading
  3605 Hits
  0 Comments
3605 Hits
0 Comments

Uitgever De Correspondent: mensen betalen ons niet voor de content

Uitgever De Correspondent: mensen betalen ons niet voor de content

Toen duidelijk werd dat Ernst-Jan Pfauth, uitgever van De Correspondent, met zijn ‘Dankboek’ een rondje publiciteit zou doen, was het een goed moment om aan te sluiten. Natuurlijk willen we best iets weten over zijn ‘gelukkig-maak-verhaal’, maar wij tackelden de man vooral vanwege zijn visie op verdienmodellen in de media. 

Pfauth is namelijk een zeer intensieve mediavolger. Dat blijkt wel uit zijn bijdragen aan de Podcast over media, zijn nieuwsbrieven over media en uit het feit dat hij zijn visie op ‘het nieuwe uitgeven’ ook in de praktijk bracht. Via De Correspondent introduceerde hij immers een compleet nieuw verdienmodel door mensen lid te laten worden en in ruil daarvoor goede verhalen te leveren.



Nieuwe online verdienmodellen in de journalistiek|
Mijn voornaamste vraag aan Pfauth is dan ook: jij onderzoekt al jaren welke journalistieke verdienmodellen werken, maar is er inmiddels al een soort tussenconclusie te trekken? Moeten adverteerders een grote rol spelen in de journalistiek door ‘branded content’, functioneert klassieke online advertising goed of moeten de lezers betalen voor goede content? Zeg het ons! ,,We doen nu een onderzoek samen met de New York University naar membershipmodellen en de slogan voor dat onderzoekstraject is ‘Optimising the news for trust’. Met andere woorden: het vertrouwen tussen degene die het maakt en de consument is essentieel. Die relatie bouw je op door als journalist waarde toe te voegen en integer te zijn. Het Patreon-model werkt alleen omdat de makers het vertrouwen krijgen van hun volgers.’’


Band tussen medium en lezer moet intensief zijn
Volgens Pfauth is het essentieel dat er een hechte band is tussen het medium aan de ene kant en de lezer of kijker aan de andere kant. ,,Daarom is het zo belangrijk dat je duidelijk maakt waarom je doet wat je doet. Dat zie je nu alle kranten in de VS doen. The Washington Post heeft als slogan: ‘democracy dies in darkness’ waarmee het zegt: als jullie ons geld geven kunnen wij beter de democratie bewaken.’’ Pfauth zegt daar wel iets bijzonders over. ,,Ik denk niet dat mensen betalen voor content of toegang tot een bepaalde site. Als je immers een beetje creatief bent op Twitter kun je al onze verhalen lezen. Er is onderzoek gedaan naar 32 van onze leden en geen van hen zei te betalen voor toegang. Ze betalen omdat ze het belangrijk vinden, dat ze in gesprek met ons kunnen én dat we bestaan. Daarom geloof ik niet in energie steken in ingewikkelde paywalls, maar veel meer in het creëren van een community daaromheen.’’ Het is dus een kwestie van smeden aan een club, een publiek opbouwen zou Joe Pulizzi zeggen. ,,En niet om daar geld aan te verdienen, maar om te kijken hoe je samen waarde kan toevoegen om dat clubje een beetje verder te helpen.’’



Platform met 60.000 leden
Een model dat werkt bij De Correspondent, de community bestaat inmiddels uit 60.000 betalende leden en er worden nieuwe inkomstenbronnen aangeboord. Boeken maakten bijvoorbeeld in 2016 14 procent uit de van de omzet terwijl dat percentage vorig jaar op 4 procent lag. Een van die boeken is dus Dankboek. Waar gaat het over? ,,Het is een dagboek voor een tevreden leven. Je kunt een half jaar bijhouden waar je dankbaar voor bent.’’ Aanleiding was dat Pfauth helemaal in de zelfhulpboeken dook omdat hij het veel te druk had. ,,Ik schreef daar ook over bij ons, las alles en ging veel efficiënter werken waardoor ik dus nog meer werk aankon. Dat gebeurde in korte tijd en ik ben niet de enige; een miljoen mensen hebben in Nederland last van burn-out verschijnselen. Daar wilde ik iets aan doen.’’



Gelukkig worden van het moment
Wat is de belangrijkste les in zijn boek? ,,Ik heb gekeken waar we volgens de wetenschap gelukkig van worden. En die bevindingen heb ik samengevat onder de noemer ‘dagelijkse voldoening’ dus dat je niet naar een bepaald punt toewerkt, maar geniet van het moment. Het gevaar van zo’n punt in de verte is namelijk dat je daar altijd mee bezig blijft want je bereikt het nooit. Bovendien wakkert het ontevredenheid aan. Ik ging op zoek naar een manier om flow te bereiken, een mentale staat waarin je helemaal verliest in het moment waar je gelukkig van wordt. In het boek leg ik uit dat je dus niet een succesvolle blogger moet willen worden, maar dat je hele goede blogs moet leren schrijven.’’

Continue reading
  2622 Hits
  0 Comments
2622 Hits
0 Comments

4 Grote bedreigingen voor mediabureaus

4 Grote bedreigingen voor mediabureaus

Adverteerders die zelf hun weg naar de klant zoeken. Exploitanten die de middleman ertussen uit halen. Effectieve mediaplannen die door AI worden gemaakt. Het traditionele verdienmodel van mediabureaus komt steeds meer onder druk te staan. En daarmee hun voortbestaan.

 
Waar het bij veel traditionele mediabureaus nog om de lage marges en prijs gaat en verdienmodellen vaak nog ondoorzichtig zijn, vraagt de markt waarin content, consumentenconversaties en engagement dominant zijn om vernieuwing van het businessmodel.
Digitalisering an sich is niet de grootste bedreiging voor traditionele mediabureaus. Het zijn de ontwikkelingen die ermee gepaard gaan die rammelen aan hun verdienmodel. Het is een no-brainer dat je fors in digitaal moet investeren, wil je in de nabije toekomst meedoen.

 
Dit zijn vier grote bedreigingen voor (traditionele) mediabureaus:

1: Adverteerders en merken gaan het zelf doen
Programmatic buying – het automatisch inkopen van advertenties via softwareplatforms – is niet te stuiten en geldt straks voor alle mediumtypes. Dus ook print, radio en televisie. Vorig jaar namen grote concerns als Unilever en Netflix programmatic teams in huis om meer controle te houden op hun eigen data. Hoewel het voor kleinere adverteerders minder logisch is om programmatic buying zelf te gaan doen - het is arbeidsintensief en vergt een grote investering - is het een teken aan de wand dat bedrijven meer zelf de controle willen houden.
Daarnaast zijn adverteerders steeds meer contentgedreven en richten ze zich minder op massamedia. Daarmee komt het model van mediabureaus in de knel. Het is bijvoorbeeld een logische stap voor merken om eigen social teams in huis te hebben. Adverteerders als Nike en MasterCard realiseren zich dat ze niet echt bureaus nodig hebben om de dagelijkse stroom social posts te reguleren. Bovendien krijgen de merken bij een rechtstreekse benadering ook echt een dialoog met de consument.
Verder ontstaan er steeds meer disruptieve merken die trendsetters zijn en waarvan het traditionele advertentiemodel helemaal geen onderdeel is van hun business.

 
 
2: Exploitanten verenigen zich en gaan het zelf doen
In Nederland is dat nog steeds niet het geval, terwijl Google en Facebook de meeste advertentie-euro’s en dollars oprapen. Juist in een tijd dat ook hier consolidatie in de mediasector niet kan uitblijven, zou een zogenaamd sell-side platform (SSP) uitkomst bieden. Hier werd al eens een pleidooi gehouden voor een dergelijk platform. In Frankrijk bestaat er al wel één: www.laplacemedia.com. Daar doen alle premium publishers uit de wereld van tv, dag- en weekbladen en online mee: van Europe1 tot de publieke France Télevision, van le Figaro tot l’Equipe en van Marie Claire tot Elle. Het zorgt voor een betere en eerlijkere verdeling van de advertentiegelden. Goed nieuws voor mediabureaus is het niet: bij het ontstaan van een dergelijk platform wordt the middleman ertussenuit gehaald.

Ook Sanoma-SBS bewandelt deze weg door met onderzoeksbureau SAMR de BSR Quality Planner te lanceren. Met deze tool kunnen adverteerders en marketeers steeds beter zelf mediaplannen maken om de consument te bereiken.

 
 
3: Er ontstaan nieuwe, moderne, snellere spelers
Het is logisch dat de voortschrijdende technieken ook nieuwe soorten bureaus en bedrijven voortbrengt die sneller bewegen in de mediabranche. Het Deense Blackwood Seven is zo’n bureau. Inmiddels heeft het al de Amerikaanse markt betreden en deed het onder meer acquisities in Duitsland en Barcelona. De oprichters met achtergrond in marketing en IT geloven dat de traditionele mediabureaus hebben gefaald om aan de vraag van adverteerders te doen en willen marketing ‘opnieuw uitvinden’. Men belooft veel betere resultaten tegen lagere prijzen.
Men verbindt media buying software met algoritmes en zelfs artificial intelligence en zo ontstaan de meest effectieve mediaplannen. Men heeft daarvoor een model gebouwd waarin attributie, strategie en mediaboekingen samenkomen in een zelfserviceplatform voor adverteerders. Het klinkt ingewikkeld en dat zal het ook wel zijn, maar dit lijkt gezien de groei wereldwijd een erg interessant mediabureau om te volgen. Dat zullen de grote mediabureaunetwerken ook doen. En vervolgens proberen Blackwood Seven te acquireren.

 
 
4: Het traditionele beloningsmodel is eindig
Het traditionele beloningsmodel is eindig, maar nog steeds houden de mediabureaus er aan vast. Ze schieten zich daarmee uiteindelijk in eigen voet. Het gaat om de schimmige geldstromen, ondoorzichtige contracten, kortom, het gebrek aan transparantie. De Amerikaanse bureauwereld is vorig jaar wakker geschud met de publicatie van de ANA papers. Inmiddels is gebleken dat (Amerikaanse) adverteerders niet stilzitten en het model proberen te veranderen.
McDonald’s bracht vorig jaar in Amerika de reclamedollars onder bij communicatienetwerk Omnicom en wil samen het bureau van de toekomst bouwen waarin technologie, strategie en creatie samenkomen, aangestuurd door digitaal en data. Daarbij gaat men een ander beloningsmodel hanteren. De vergoeding die Omnicom krijgt wordt gelinkt aan de eigen performance van het merk, gebaseerd op cijfers als restaurantomzet, bezoekersaantallen en de financiële resultaten. Bureaus worden dus beloond op basis van performance en niet op basis van een fee.
Een ander voorbeeld: Procter & Gamble komt met een programma waarin men de mediabureaucontracten grondig gaat herzien, wil zorgen voor een standaard in online mediaonderzoek en het uitbannen van fraude en bots. Houden mediapartijen zich hier niet aan, dan gaat P&G ze niet meer betalen. Het moet van Procter & Gamble transparanter en efficiënter. Gezien het feit dat de grootste adverteerder ter wereld hier spreekt, zullen mediabureaus zich achter de oren moeten krabben.
  6200 Hits
  1 Comment
6200 Hits
1 Comment

De échte toekomstvisie van Voetbal International

De échte toekomstvisie van Voetbal International

In de reeks ‘Toekomst van mannenbladen’ mag één titel natuurlijk niet ontbreken: Voetbal International. De interviewafspraak met hoofd marketing Maarten Roomer staat al gepland voordat het veelbesproken interview over ‘de teloorgang’ van deze titel in het AD wordt gepubliceerd. Frank.news spreekt Roomer een paar dagen later. Wat blijkt: VI wordt voorlopig geen maandblad.

 
Je kon er bijna niet omheen: ‘VI wordt maandblad’ kopt het AD vrijdag 3 februari. Met natuurlijk diezelfde avond nog een reactie van oud-hoofdredacteur Johan Derksen bij Voetbal Inside: ,,Een maandblad is het begin van het einde.” En een dag later een uitgebreid artikel over ‘De teloorgang van VI’, het mediamerk, waar zelfs niet-voetballiefhebbers al meer dan vijftig jaar bekend mee zijn.

 
Vrouwen trouwer dan mannen    


Frank.news had VI al op het lijstje staan om te kijken hoe het tijdschrift en het merk erin slagen om in deze tijden van voornamelijk dalende oplages te overleven. Meteen een mooie gelegenheid voor Hoofd marketing Maarten Roomer om te reageren op de huidige commotie rond zijn titel: ,,De realiteit is dat de oplage onder druk staat, net als bij zoveel andere titels. Er zijn nu eenmaal minder mannen die in de tijdschriftenkiosk komen. Daarom is het aan ons om ze een goede reden te geven om het product alsnog te kopen en ze dusdanig te distribueren dat ze makkelijk te verkrijgen zijn," zegt hij.

Daarbij dalen de oplages van mannenbladen t.o.v. vrouwentitels nu eenmaal iets harder. Want zo zegt Roomer: ,,Vrouwen zijn trouwer aan magazines, ook al is er in hun schap veel aanbod.”

Een andere reden, iets wat hoofdredacteur Christiaan Ruesink ook in het AD-artikel duidelijk probeerde te maken, en wat Roomer nog eens benadrukt: ,,Het is een marktontwikkeling: de verschuiving naar digitaal zet zich versneld door.”

 
Voorlopig geen maandblad  
Veel commotie rond het weekblad werd ook veroorzaakt door een misvatting over de verandering van frequentie naar een maandelijkse uitgave. Maar een maandblad gaan ze zo 1, 2, 3 niet worden volgens Roomer: ,,We zijn een grote titel met een grote naam en daardoor voer voor de media. Zo zijn er nu dingen uit z’n verband gerukt en staat er ineens dat we een maandblad worden. Misschien ooit op termijn, maar dat is in onze optiek nog ver weg.” Dat wil niet zeggen dat er nooit over wordt gesproken. Roomer: ,,In deze markt die zo snel beweegt is het juist goed om met elkaar over andere vormen en frequenties na te denken. Maar dat betekent niet dat het ook nú aan de hand is.”

 
Johan Derksen
Dit is natuurlijk niet de eerste keer dat Johan Derksen zich negatief uitlaat over de titel waar hij ooit jaren hoofdredacteur van was. Hoe ziet het huidige team dat bij VI? Roomer: ,,Het gaat soms best ver. Zo ver dat redactieleden met naam en toenaam op tv worden afgemaakt. Zoals ook afgelopen vrijdag. Dan wordt er weer iets geroepen en dat doet nog steeds iets bij sommige mensen.” Daar wil het team zich verder alleen niet te veel mee bezig houden. Het enige wat Roomer er nog over wil zeggen is dit: ,,Johan Derksen heeft voor het merk veel goede dingen gedaan. En dat respecteren we. De laatste jaren bij VI maakte hij zich alleen druk om het tv-programma en ‘t magazine. Niet om het merk en de mensen. En die schade zijn wij de afgelopen anderhalf jaar aan het inhalen. Dat gaat alleen soms niet even vlot en snel als we zouden willen.”

 
Oplage versus omzet 
Terug naar de huidige stand van zaken. Er wordt steeds gesproken over de dalende oplage, maar dat zijn nou juist niet de cijfers waar je je blind op moet staren, zegt Roomer. ,,Als je de HOI-cijfers van de afgelopen tien jaar naast elkaar legt, schrik je je een ongeluk,” geeft hij toe. Had VI in hoogtijdagen een oplage van 200.000, nu staat de teller op 90.000. Geen reden voor heftige alarmbellen. Door nieuwe verdienmodellen haalt het team de druk weg van de dalende losse verkoop en abonnees. ,,Dit doen we bijvoorbeeld door in losse verkoop naast reguliere nummers ook mee te gaan in pakketten, en brand-extensions als kalenders, schoolagenda's, boeken en specials uit te geven. Samen met een goede prijsstrategie, scoor je zo toch nog een redelijke omzet,:  zegt hij.

Roomer benadrukt dat het dus ook om de euro's gaat, en niet alleen om de oplages. ,,We halen ruim 2 miljoen omzet uit de losse verkoopmarkt. Drie jaar geleden was dit 2,3 miljoen. Toch een mooi resultaat voor een markt die heel erg onder druk staat. Al kan je van die 3 ton verschil natuurlijk een mooi huis kopen.”

 
Lezersonderzoek  


Om te onderzoeken wat het perfecte verdienmodel voor VI is, heeft Roomer met het team eerst goed naar de doelgroep gekeken. ,,Wat opvalt is dat de lezer van het magazine steeds ouder wordt, gemiddeld 48 jaar. Dat betekent wel dat we ons daarop moeten aanpassen. Met de marketingaanpak en de content strategie. Deze mannen willen natuurlijk iets anders lezen dan de jongere doelgroep,” legt hij uit.

Wat bij deze groep ook goed aansluit zijn extra specials. ,,Een tijdschrift wordt steeds meer gezien als cadeauartikel dan een gebruiksartikel. Thema's als het EK, WK, Italië en Engeland werken heel goed in combinatie met het juiste moment van uitbrengen. Ook als verrijking van de abonnementen,” aldus Roomer.

Zo staan er dit jaar zes specials op de planning. Niet meer. ,,Er zijn daarvoor te weinig geschikte momenten en dan zit je de markt weer te vol te proppen”,  zegt hij. En voor je het weet maken ze dan alsnog een maandblad. Extra, dat wel.

 
Digitaal  
Door naar de mannen van twintig tot veertig. Die lezen VI voornamelijk digitaal, vertelt Roomer. ,,Dit is onder andere de groep die zijn abonnement op heeft gezegd, omdat ze het blad niet uitlazen en nu digitaal waar en wanneer ze dat willen de informatie tot zich kunnen nemen.” Dat levert VI tot nu toe wel resultaat op. ,,2 Miljoen unieke digitale bezoekers per maand. Maar daar verdienen we niets aan met iets als een bannervertoning van 0,01 cent,” rekent hij voor.

 
VI PRO 


Dat vraagt om een goed online verdienmodel. Met VI PRO hoopt Roomer samen met het team op het verlossende antwoord. ,,De beste verhalen uit het magazine aangevuld met exclusieve verhalen en video’s die we achter een betaalmuur aanbieden. Hopelijk zo exclusief dat mensen er geld voor over hebben,” vertelt hij. Hier is VI per 1 januari dit jaar mee gestart. Roomer: ,,Nog te kort dus om te kunnen stellen dat we hét online verdienmodel hebben gevonden waar iedereen al jaren naar op zoek is.”

Doel voor nu is dan ook eerst zoveel mogelijk gebruikers te krijgen. Dit doen ze door een periode gratis toegang te geven. Zo kunnen de gebruikers ervaren wat het precies is. Inmiddels maken zo’n 10.000 mensen gebruik van de dienst. Voor Roomer en zijn team de perfecte manier om data te verzamelen en te zien hoe mensen omgaan met het product. ,,Zo kunnen we bijvoorbeeld zien wie jouw favoriete club en speler is en suggesties doen voor andere artikelen die je mogelijk ook interessant vindt,” oppert hij.

Het doel is uiteindelijk te zorgen dat deze groep in het tweede kwartaal betalend lid wordt. ,,In april wordt de nieuwe site gelanceerd. Voor ons ook een mooi moment om te proberen de gebruikers tot die tijd hooked te krijgen, zodat ze vanaf dat moment, met het nieuwe design, het geen probleem vinden om 5 euro te betalen voor een maand VI PRO,” aldus Roomer.

 
VI Kids   

Door naar de jongere doelgroep. Jongeren van twaalf tot achttien zijn volgens Roomer lastig te pakken te krijgen. ,,Hier kun je moeilijk aan verdienen. Zij hebben over het algemeen niet veel te besteden en komen vooral op de site, op Facebook en Instagram,” zegt hij.

De groep van 8 tot 12 jaar is een ander verhaal. ,,Zij zijn minder digitaal en zitten niet non-stop op een scherm. De invloed van de ouders is hier nog zichtbaar. Magazines en boeken slaan bij deze groep dus wel aan.”

Zo is VI Kids geboren. Roomer: ,,We brengen de magazines in vakanties en rond feestdagen uit. Geschikte momenten om je zoon of dochter iets te geven. We kunnen het met redelijk lage kosten maken en verkopen boven begroting. Met bijvoorbeeld in de zomervakantie 20.000 VI kids magazines.”

 
Partnerships 
De salesafdeling is natuurlijk ook onmisbaar voor de omzet. En dan vooral door samenwerkingen met grote partijen op de lange termijn. Roomer: ,,We geloven niet meer in een enkele pagina verkopen. Al zijn die natuurlijk ook nog steeds hartstikke welkom.” Bij VI wordt er gewerkt met partnerships. ,,Zo werken we onder meer  samen met ING, Vriendenloterij en Jupiler. Allemaal partijen waar we op voetbalseizoenbasis langlopende afspraken mee maken,” stelt hij.

 
TV 
Met het tv-programma Voetbal Inside heeft VI al een tijd niets meer te maken. Al denken veel mensen dat nog, de titel staat er inmiddels echt los van. Roomer: ,,Als er bijvoorbeeld een nieuw boek wordt uitgegeven, is de hoeveelheid pr via dit kanaal wel een gemis.” Gelukkig zijn er verschillende programma's waar VI-verslaggevers aanschuiven om hun kennis te delen. ,,Zo zijn we partner van Fox Sports Eredivisie. En de regionale kanalen waar veel van onze redacteuren te gast zijn niet te vergeten. Het zou fijn zijn als we vaker bij een programma als RTL Late Night of DWDD kunnen aanschuiven,” vindt hij.

 
KPN 
Er zijn geen plannen om zelf iets nieuws voor tv op te zetten. Roomer: ,,Daar zijn de kosten te hoog voor. Daarvoor moet je een grote sponsor hebben, en die vind je niet zomaar.”

De vraag is natuurlijk ook of je in dit digitale tijdperk überhaupt nog in tv moet investeren. Voor nu heeft VI daar een mooie tussenoplossing voor gevonden, vertelt Roomer. ,,Online video kan niet ontbreken in je content strategie. Sinds we hier een jaar geleden mee zijn gestart, werd het meteen een succes.”

Het ging zelfs zo snel dat ze niet lang daarna met KPN om tafel zaten. Wat resulteerde in ‘KPN Presenteert: Voetbal International’. Met programma's van VI-gezichten als Nico Dijkshoorn en Diana Kuip. De content is nu alleen nog voor KPN-klanten beschikbaar maar VI is met KPN in overleg hoe het de content over het platform in VI kan distribueren.

 
VI Travel 
Dan is er tot slot nog een manier waar VI ook geld en naamsbekendheid mee realiseert: VI Travel. Roomer: ,,Met travel partij EMboost hebben we de afspraak dat zij ons merk mogen gebruiken voor het aanbieden van voetbalreizen. Deze trips worden via alle communicatiekanalen van VI aangeboden.”

Hier krijgt VI vervolgens weer een bepaald bedrag voor. Een paar keer per jaar organiseert het blad een exclusieve reis voor abonnees. Zo ging Roomer vlak na het AD- debacle met veertig VI-abonnees naar Barcelona. Over perfecte timing gesproken. ,,Drie dagen lang op pad met een groep mensen die groot fan van je merk zijn. Best fijn na al die negatieve berichten,” zegt hij.

 
Bij het oude houden 
Wat lezen ze, waar kijken ze naar; allemaal vragen die tijdens zo’n voetbalreis beantwoord worden. Eigenlijk gelijk een soort kwalitatief lezersonderzoek. Roomer: ,,Zo worstelen we al een tijdje met de vraag of we wel op de woensdag uit moeten blijven komen. Die dag ligt al vijftig jaar vast, maar iets dichter op het weekend zou ook een mooie optie zijn. Dan kan je nog beter de wedstrijden voorbeschouwen.”

Na rondvraag bleek al snel dat de lezers toch liever vasthouden aan de huidige situatie. ,,Die woensdag blijkt echt heilig te zijn. Reden is vooral gewenning bij de lezer. Goed om te weten. Mochten we het toch ooit veranderen, dan weten we dat de communicatie en uitleg heel zorgvuldig moet,” aldus Roomer.
  6062 Hits
  0 Comments
6062 Hits
0 Comments

Europese media zoeken online winst in branded content

Europese media zoeken online winst in branded content

Steeds meer media in Europa kiezen voor branded content, maar bij Italiaanse media moeten ze er weinig van hebben. Het is een opvallende conclusie in een Europees onderzoek naar verdienmodellen van media uitgevoerd door het Reuters Institute in Londen.

 
Het Reuters Instituut deed onderzoek bij 25 kranten en enkele commerciële tv-zenders in zes Europese landen. Van de Duitse tabloid Bild, de Franse krant Le Monde tot de Daily Telegraph in Groot-Brittannië. Nederlandse media zitten er niet bij, maar veel van de conclusies zullen ook hier gelden.

 
Minder advertentie-inkomsten 
Bijna alle onderzochte media zijn begonnen met digitale varianten en zijn erin geslaagd daarmee een breder publiek te bereiken. Dat levert financieel nog weinig op: ruim 80 procent van de inkomsten komt nog steeds van print-edities. Maar ook daar zijn minder advertentie-inkomsten: in Duitsland was de daling de afgelopen vijf jaar 20 procent, in Frankrijk 26 procent en in Italië zelfs 50 procent.

 
Onstuimige groei adblockers   
De geïnterviewde CEO’s en hoofdredacteuren noemen als redenen de dominantie van Facebook en Google op de advertentiemarkt en daarnaast het toenemend gebruik van Adblockers. In Nederland ligt dat gebruik op 20 procent. In veel Europese landen ligt dat hoger: in Duitsland op 25 procent, in Spanje op 28 procent, in Frankrijk op 30 procent, in Griekenland op 36 procent en in Polen op 38 procent. (Voor een kaart met alle cijfers: ga op deze Reuters-pagina naar charts, kies daar ad-blocking).

 
Native advertising 
De meeste ondervraagden zien branded content of native advertising als de belangrijkste manier om online winst te gaan maken. Het Duitse Bild is daar al ver mee en heeft een eigen BILD Brand Studio die branded video’s maakt voor adverteerders.

 
Groot-Brittannië loopt voorop 
In Groot-Brittannië zijn er meerdere kranten die al goed verdienen aan branded content. Uitgevers hebben daarvoor eigen agencies opgezet. Zo heeft The Daily Telegraph een sectie Spark. Daar werkt een team van ruim vijftig journalisten, sales officials, ontwerpers en developers. Zij schrijven content en maken video’s voor brands. De meeste branded content komt op de website van de Telegraph, maar bedrijven gebruiken het ook elders voor hun eigen campagnes. Volgens Peter Lindsay, director of strategy van The Telegraph, is branded content de manier om tegenwicht te bieden aan de grote techcompanies. „Hiermee kunnen we concurrerend zijn met Facebook en Google, omdat we expertise in huis hebben om branded content te maken. Wij zijn in staat om waarde toe te voegen.”

 
Weerstand in Italië 
De Italiaanse geïnterviewden zeggen dat branded content vooralsnog minder kans heeft, omdat er in de newsrooms verzet is tegen gesponsorde content. „We merken culturele weerstand in de newsrooms. Het onderscheid tussen redactionele en branded content is een gevoelig onderwerp,” zegt een Pier Paolo Cervi van de Gruppo L‘Espresso.

De kwaliteitskrant Il Corriere della Sera heeft goede ervaringen met branded content. De krant richtte in 2015 Numix Studios op, een creatief team dat werkt aan branded content en multimedia storytelling projects. Volgens marketing director Michela Colamussi is de aanvankelijke weerstand overwonnen door een heldere scheiding te maken tussen branded en redactionele content.

 
Nieuwe content voor speciale doelgroepen 
De zoektocht naar inkomstenbronnen heeft veel nieuwe initiatieven opgeleverd: van het organiseren van offline events, business-to-business diensten, tot het opzetten van nieuwe sites voor speciale doelgroepen. Zo heeft de Franse krant Le Monde een speciale sectie Campus, die gericht is op studenten en hun families. Een andere sectie Pixels gaat over nieuwe technologie, digitale cultuur en online gaming. Le Monde slaagt er zo in meer jongeren naar de krant te trekken.

 
De krant levert financiële diensten 
The Daily Telegraph kiest verder voor andere inkomstenbronnen, die los staan van de journalistiek. De krant biedt financiële diensten aan, zoals advies over hypotheken, ziektekosten- en reisverzekeringen en credit cards. De krant benadrukt dat de service los staat van de economische redactie van de Daily Telegraph.

De krant organiseert daarnaast reizen onder begeleiding van correspondenten. Op de reispagina’s staan ook goedkope hoteldeals die je alleen kan boeken via de krant. „Wat we klanten aanbieden is een perspectief op de wereld,” zegt Peter Lindsay van The Telegraph. De inkomsten uit zulke activiteiten zijn inmiddels even hoog als de opbrengsten uit digitale abonnementen.

 
Advies over Google Adwords 
Opmerkelijk zijn ook de business-to-business diensten die sommige media aanbieden, zoals de Duitse regiokrant Westdeutsche Algemeine Zeitung. De krant heeft een digitaal marketingbureau opgezet voor kleine en middelgrote bedrijven. Het bureau geeft advies over het opzetten van websites, Google Adwords en SEO-strategieën. En dat allemaal om de krant in de lucht te houden.

Zulke initiatieven zijn een antwoord op de lage advertentieopbrengsten en het gebrek aan abonnees op digitaal nieuws. De geïnterviewden zijn er verdeeld over. Sommigen vinden de nevendiensten te vergezocht en zien meer in branded content als oplossing. Anderen vinden nevenactiviteiten geen probleem als het onafhankelijke journalistieke werk maar kan doorgaan.

 
  4145 Hits
  0 Comments
4145 Hits
0 Comments

Magazine kan niet zonder video (1): VIVA

Magazine kan niet zonder video (1): VIVA

Er is tegenwoordig bijna geen mediamerk meer zonder videokanaal. Ook voor printmerken wordt het steeds belangrijker. Zo is Linda.tv inmiddels een veel geziene bekende, Libelle.tv de nieuwkomer en VIVA een van de eersten die ooit is gestart met het produceren van eigen videocontent. Alle drie de titels worden door Frank.news in de spotlights gezet, met als aftrap VIVA. 


Als pionier is VIVA een van de eerste mediamerken met eigen geproduceerde videocontent. Van rode loperverslagen tot vlogs met vaste gezichten; het is al sinds 2014 op de online kanalen van het merk te vinden. En er zit nog veel meer aan te komen. Brand manager Kirsten Steenvoort: ,,Onze online videostrategie is op dit moment volop in ontwikkeling. Bij VIVA maakten wij als een van de eersten al eigen video’s. In de tussentijd is de videoconsumptie enorm toegenomen. Hoewel we al lange tijd met video werken, zien we ook dat we qua mediaconsumptie moeten inspringen op de behoefte van onze doelgroep. En dat betekent dus nóg meer en andersoortige, videocontent.”

https://www.youtube.com/watch?v=bdEY665-ieA


Vlog en documentaires
VIVA is druk bezig met het ontwikkelen van een nieuwe koers en hier hoort dus ook een nog sterkere online videostrategie bij. Steenvoort: ,,We gaan echt op zoek naar meer eigen format video’s, zowel in vlog- als in documentaire stijl. Daarbij komen ook de kortere hapsnap filmpjes die we willen integreren. Dat is dus enorm breed en eigenlijk te vergelijken met print: een mix van kleine artikelen met tips en tricks en longreads in de vorm van achtergrondverhalen.”

Bij het maken van deze videocontent worden de pijlers die ook in print terugkomen in het achterhoofd gehouden. ,,Denk aan onze pijlers als Werk & Leven en Seks & Liefde waar we gerichte videocontent bij gaan maken. Dit is goed voor de herkenbaarheid. Net als het werken met vaste VIVA gezichten die voor ons vloggen en bepaalde video’s die op vaste momenten in de week en gedurende de dag worden geplaatst,” aldus Steenvoort.

 
Geen sensatie
Bij het ontwikkelen van de online videostrategie is het belangrijk om goed naar je eigen merkidentiteit te kijken, benadrukt Steenvoort. ,,Wat past goed bij jouw merk? En wat is de toegevoegde waarde voor jouw doelgroep? Ik heb weleens een tijdlijn vol staan met dezelfde kattenfilmpjes, waarvan een aantal zelfs gedeeld worden door kranten. Terwijl een kenmerk van een krant is dat je je op de actualiteit richt. Of bewust heel sensatiezoekende posts. Specifiek voor VIVA is dit allebei een don’t. Het past niet bij ons. Onze merkwaarde is ‘Niets te verbergen‘ waarbij alles kan en alles mag. Maar echt roddel of sensatie, past dan niet.”

https://www.youtube.com/watch?v=ngU6V_Tcpd0

 
 
Gebruiksmoment
Er zijn zo veel mogelijkheden, hoe houd je het overzichtelijk voor je doelgroep en zorg je als merk dat het aanslaat? Steenvoort: ,,Het is verstandig om met je videokanaal meer in te spelen op de dagelijkse gebruiksmomenten van de consument. Er zijn bepaalde momenten dat er meer behoefte is aan video. Bijvoorbeeld aan het einde van de dag in de trein naar huis.”

Steenvoort let hierbij ook op haar eigen mediaconsumptie. ,,Bij VIVA ben ik zelf ook doelgroep en het werkt heel goed om dat voor ogen te houden,” zegt ze. ,,Waar heb ik op bepaalde momenten behoefte aan? Zaterdagochtend wil ik lekker lezen, op een doordeweekse avond heb ik meer behoefte aan video.”

 
Inkomsten
Een van de belangrijkste zaken waar veel mediamerken mee worstelen als het om video gaat, zijn de inkomsten. Steenvoort legt uit: ,,De consumer inkomsten die je door print realiseert, heb je nog steeds niet online. Een zoektocht die de hele markt erkent.”

De adverteerders lijken video wel gevonden te hebben. ,,Er is wel een heel grote vraag vanuit adverteerders die natuurlijk zien dat de doelgroep en de consument zich steeds meer online beweegt en veel video kijkt,” legt ze uit.

Op dit moment worden die adverteerders vooral nog aangetrokken door vloggers en bloggers met een groot bereik. Maar hier ziet Steenvoort op den duur verandering in komen. ,,Het is nu een trend voor de adverteerder om daarin mee te gaan. Wat je alleen ziet is dat de geloofwaardigheid van zo’n blogger of vlogger, die zichzelf ook als merk profileert, wat gaat afnemen.”

Dit wordt weer veroorzaakt door een overload aan advertising per social influencer. ,,Ook al is het bereik van bepaalde influencers nu nog steeds enorm en zijn de reacties vanuit volgers op dit moment nog overwegend positief, toch zal de aantrekkelijkheid voor adverteerders hoogstwaarschijnlijk in de loop der tijd ook weer afnemen. Zo gaat het overigens continu met b2b-verdienmodellen. Adverteerders kijken logischerwijs ook verder,” aldus Steenvoort.

 
ViceWat is dan de beste manier om de adverteerder op jouw videokanaal te krijgen? Steenvoort legt uit: ,,Ik geloof nog steeds heel erg in de kracht van samen met de adverteerder een verhaal vertellen. Dat kan ook heel goed in video. Zo lang je maar voor ogen houdt voor wie je het maakt,en relevante content maakt, dan ziet de doelgroep deze reclame als niet-storend.”

Vice is hierin voor Steenvoort een perfect voorbeeld. ,,Als je op een creatieve manier branded content maakt, passend bij de merkwaarde en denkend aan de groep voor wie je video maakt, heb je een optimale combinatie voor zowel de adverteerder als je kijker.”

https://www.youtube.com/watch?v=H66ZlqIL_zA

 
 
Toekomst in VR
Voor VIVA ziet Steenvoort ook een toekomst in virtual reality als het om video gaat. ,,Je hebt natuurlijk de virtual reality-brillen al bij Albert Heijn liggen. Je stopt je mobiel erin en bent voor even in een andere wereld. Ik denk dat wij met VIVA ook heel goed gebruik van deze trend kunnen maken. Hoe spannend is het als je een kijkje achter de schermen krijgt op plekken waar je normaal nooit komt?”

Helemaal als je een merkwaarde hebt als ‘Niets te verbergen’ leent virtual reality zich daar natuurlijk supergoed voor Steenvoort: ,,Denk aan formats als achter de schermen bij een filmset en backstage bij een modeshow. Door virtual reality heb je het gevoel alsof VIVA je echt meeneemt.”

Zo zijn er nog meer (video)trends die Steenvoort voor VIVA goed in de gaten houdt, maar zoals ze zelf ook zegt: ,,Je kunt wel met alle trends ‘iets’ willen doen, het moet wel kunnen en bij je merk passen. Relevantie blijft het toverwoord.”

https://www.youtube.com/watch?v=GVrkxNEvhnY

 
 
 
  1402 Hits
  0 Comments
1402 Hits
0 Comments