Candid. Platform
for growth.

Het marketingverhaal achter de Nationale Week Zonder Vlees

Isabel
Dit jaar is de tweede editie van de 'Nationale Week Zonder Vlees' een feit....

Hoe nano-influencers de mediawereld veranderen

Nano_influencers
Van New York tot Amsterdam: nano-influencers zijn een snel groeiende trend....

De overstap van Facebook naar een ouderwetse verjaardagskalender

kalender_facebook
Op welke social media kanalen moét je aanwezig zijn en waar zit ik zelf nog...

'Veel van mijn fans vergelijken me met Jezus'

American-Meme-netflix-paris-hilton-fat-jewish-2018
Sommige online influencers leven in een grotere dystopie dan de hoofdperson...

E-mailmarketing, werkt dat eigenlijk?

Emailmarketing
De komende tijd gaan we in acht delen iets meer vertellen over e-mailmarket...

Technoholics willen hun data wel delen

technoholics_data
Trollen en datamisbruik maken dat we in Nederland minder vertrouwen hebben ...

Het grote marketingidee áchter ‘Je Gaat’ ontbreekt nog

Het grote marketingidee áchter ‘Je Gaat’ ontbreekt nog
Volgens ons lezersonderzoek willen jullie meer cases en dus krijgen jullie meer cases. In Franks Cases beschrijven wij op onze manier de meest leerzame projecten in de marketingwereld. Criteria? Ze moeten niet al honderd keer besproken zijn, wijzelf of experts moeten er iets van vinden en - dat vooral - jullie moeten er iets van kunnen….(het klinkt misschien ouderwets)…leren.

Neckermann Reizen heeft sinds vorige maand een nieuw online inspiratieplatform met de naam ‘Je Gaat’. Het moet het eigenwijze zusje worden van dit traditionele merk. Frank.news bekeek de site en liet contentmarketingexpert Aart Lensink meekijken. ‘Maak minder content, maar kies één of twee kernformats waarmee je de buitenwereld betreedt’

 
Voor reisinspiratie kun je volop terecht op sociale media. Er is voor ieder wel wat wils en daarmee ook enorm veel aanbod. Als je met een nieuw platform komt, moet je je daarom echt onderscheiden. Neckermann Reizen biedt sinds september inspiratieplatform ‘Je gaat’, in samenwerking met G+J Custom Content. Je Gaat moet praktische tips en tricks, verrassende verhalen en fotoreportages bieden die je meenemen naar de leukste plekken ter wereld. Ze noemen het zelf ‘de authentieke, eigenwijze zus van Neckermann Reizen’, maar is dat ook zo?

Om maar meteen met de titel te beginnen: we kunnen er ook diverse andere associaties mee hebben, bijvoorbeeld met een uitvaartbedrijf. Dat lijkt ons niet de bedoeling. Een blik op de site leert dat ‘Je Gaat’ alleen geschreven content heeft - gemaakt door vijf bloggers, onder wie oud-Playboy hoofdredacteur Jan Heemskerk - maar (nog) geen video. Wel is er mooi beeld. Daarbij moeten we wel vermelden dat ze natuurlijk net begonnen zijn en dat het zich nog verder moet ontwikkelen.
,,Door de bijdehante tone of voice en de soms humoristische artikelen distantiëren we ons van andere inspiratieplatforms.”
De teksten zijn vlot geschreven, er zijn lijstjes en er is een channel dat ‘Da’s geinig’ heet. Dat is bewust gedaan, volgens Fleur Welter, Senior Project Manager bij G+J Custom Content. In het persbericht: ,,Door de bijdehante tone of voice en de soms humoristische artikelen distantiëren we ons van andere inspiratieplatforms.”

 
Traditionele organisatie
Neckermann Reizen bestaat sinds 1970 als aanbieder van reisaccomodaties en associeer je vooral met een wat traditionele, misschien wel wat ouderwetse, organisatie. Daar lijkt het dan verandering in te willen brengen. In het persbericht: ,,Dankzij goede storytelling zal het functioneel gepercipieerde merk Neckermann Reizen nu dus ook emotioneel worden geladen. Neckermann hoopt op deze manier te bouwen aan hun autoriteit op het gebied van reizen en meer te worden dan ‘enkel’ een aanbieder van accommodaties.”

De vraag is of deze site daarvoor voldoende biedt. We lieten daarom contentmarketingexpert Aart Lensink, directeur van LVB, meekijken.

 
Algemene blog
Is het vernieuwend? Lensink: ,,Het is altijd makkelijk, of juist moeilijk, om vanaf de zijlijn iets te vinden van een initiatief, als je niet precies weet wat de doelen zijn. Zoals het er nu naar uit ziet, vind ik het een heel algemeen blog. Wat mij betreft té magazine-achtig. Het hele idee van online magazines zie ik persoonlijk niet echt zitten, tenzij je een heldere niche te pakken hebt.”
,,Maak minder content,’’ is zijn advies, ,,maar kies één of twee kernformats waarmee je de buitenwereld betreedt. Nu is het wat mij betreft nog teveel een van de vele aardige reisblogs.”
Lensink vindt ook dat het reisdomein zó enorm breed en veelomvattend is, dat je daar binnen beter wat scherper kunt kiezen over welke content je wél of juist niet maakt. ,,Maak minder content,’’ is zijn advies, ,,maar kies één of twee kernformats waarmee je de buitenwereld betreedt. Nu is het wat mij betreft nog teveel een van de vele aardige reisblogs.”

 
Is de titel goed?
Over de titel valt hij niet, want dat is in contentmarketing niet zo belangrijk meer als in het verleden in de printmagazine-wereld. ,,Ik Vertrek. Op Pad. Je Gaat. Het kan, maar je weet ook dat het best lang duurt om het te laden. Het gaat er vooral om dat er iets gebeurt op het platform waarmee je je echt onderscheidt.”

 
Wat is het grote marketingidee?
Het grote marketingidee achter ‘Je Gaat’ ziet Lensink nog niet helemaal.  ,,Ik snap dat content een rol speelt in die miljoenen customer journeys waar Neckermann wil instappen. Maar het is me niet echt duidelijk wat het merkhaakje is. In deze vorm had het van ieder groot reismerk kunnen zijn. Het is nu een ‘powered by’-contentsite. Met af en toe een linkje als er duidelijk reisaanbod is. Die zouden er zijn, al kan ik die bij een rondgang over de site niet vinden.” Er mist dus duidelijk nog een conversiemogelijkheid, maar misschien staat die nog in de planning.
,,Het grotere idee is dus dat lezers het merk associëren met het plezier van reizen,’’ concludeert Lensink. Hij noemt dat op zich logisch, maar vindt dat nog steeds heel breed. ,,Ik weet niet wat de plannen zijn qua distributie en wellicht van het opbouwen van loyaliteit door echt een eigen audience te bouwen, misschien met de opbouw van e-mailbestanden. Dat kan er allemaal wel zijn.”

 
Gaat het werken?
,,Tot vijf jaar geleden was het idee van een contentplatform vaak het juiste idee. Nu er veel meer content is, is een brede positionering met een contentplatform de lastigste.”
Neckermann kiest een lange weg. Dat kan de juiste weg zijn, maar je moet heel veel geduld hebben en heel lang doorgaan op deze manier, legt hij uit. ,,Tot vijf jaar geleden was het idee van een contentplatform vaak het juiste idee. Nu er veel meer content is, is een brede positionering met een contentplatform de lastigste.”  Het is moedig van Neckermann, maar Lensink raadt aan vanuit de learnings bij te sturen en zaken te schrappen. ,,Veel van de content die er nu op staat, werkt vooral als lezers het lezen in een mediaomgeving die ze al kennen. Dan zijn de vele luchtige stukken prima, omdat het merk al bekend is. Ben je dat nog niet, zoals Je Gaat, dan moet je dus met méér komen.”

 
Welk reisplatform kan als inspiratie dienen?
Lensink noemt de case van AAA Auto Club.,,Dat is wel een aardige om te bestuderen, omdat daar het vertrekpunt anders is. Eigenlijk een soort ANWB die met travel-content de klanten bindt. Zij kiezen voor veel interactie in de online content. Voor zo’n organisatie is reiscontent een duidelijke manier om je eigen merk te verrijken en te versterken.”

 
Lees hier ook deel 2:
https://www.frank.news/2018/02/13/waarom-bioscoopzalen-propvol-zitten/

Marketingadvies aan Boef: geen woorden, maar daden

Marketingadvies aan Boef: geen woorden, maar daden

Rapper Boef heeft nu al z’n jaar niet helemaal. Na alle commotie om zijn ‘kech’-uitspraak op Snapchat - en zijn excuses, volgens velen te laat en onoprecht - volgde een ware Boef-boycot. Kan hij zijn imago en merk nog redden?

Als het om personal branding gaat, leek Boef de boel prima op orde te hebben: een brutale rapper met een hoog thug life-gehalte, die al meerdere malen in jeugddetentie zat, in de cel nadacht over zijn leven en besloot te gaan rappen. Nog geen jaar later mocht hij zich meten met jongerenidolen Lil’ Kleine en Ronnie Flex, mede dankzij de populariteit van zijn rapvideo’s (‘Slapend rijk’ werd ruim 15 miljoen keer bekeken) en vlogs (ruim 475.000 YouTube-abonnees; 872K volgers op Instagram). De aandacht die hij intussen trok met relletjes, aanhoudingen en ruzies deed zijn toenmalige manager af als ‘handig om aandacht te genereren en geboekt te worden.’ Een strategie die zijn grenzen kent.

 
Zo ging het mis
Resumé: op Snapchat noemde Boef op nieuwjaarsnacht drie vrouwen die hem hielpen met een lekke band ‘kechs’, Marokkaans voor ‘hoeren’. Commotie alom. Hij verdedigde zijn uitspraken een dag later in een nieuw Snapchat-filmpje. Meer commotie: radio-dj’s kondigden aan zijn muziek niet meer te draaien, festivals als Dauwpop en het hiphop minnende Paaspop cancelden hem en zijn samenwerking met GOfun, het jongerenmerk van reisorganisatie Corendon, werd spontaan beëindigd. Tijd voor een excuusfilmpje: ,,Wij rappers gebruiken woorden als ‘bitches’ en ‘kechs’. Dat is niet per se heel beledigend, maar dat wordt wel zo opgevat en dat begrijp ik ook.” Ook in RTL Boulevard trok hij het boetekleed aan. Mede op aandringen van Ali B (bij wiens label SPEC hij sinds een jaar getekend is), vertelde hij erbij. Het kwam over als een moetje. Wat nu?

 
,,Wij rappers gebruiken woorden als ‘bitches’ en ‘kechs’. Dat is niet per se heel beledigend, maar dat wordt wel zo opgevat en dat begrijp ik ook.”
 
Houd je gedeisd
,,Mijn eerste advies aan Boef zou zijn: zoek de publiciteit niet op,” zegt Tom Scholte, specialist op het gebied van personal branding. ,,Ik zie dat hij gewoon filmpjes blijft posten alsof er niets gebeurd is, maar hij kan zich beter gedeisd houden.” Dat juist Boef de controversiële uitspraken deed, noemt Scholte niet schokkend: ,,Als je naar zijn teksten luistert, hoor je wel meer geks. Ik denk dat het zijn fans niet eens is opgevallen, maar dat iemand binnen de traditionele media het heeft gesignaleerd en het daardoor is geëscaleerd. Mede door de #metoo-discussie, waar dit binnen past. Boef is misschien opgegroeid in een omgeving waarin mannen zo over vrouwen denken, maar in een wereld waarin we streven naar gelijkwaardigheid, zijn die uitspraken niet goed te praten.”

 
Laat zien dat je het meent
,,Mijn volgende vraag aan Boef zou dan ook zijn: wat is nu echt je standpunt? Je kunt alleen excuses maken als je het meent en bereid bent verandering te laten zien: personal branding is altijd een kwestie van communicatie en gedrag.” (Zie ook dit geinige filmpje van de Volkskrant over hoe je excuses moet maken.) ,,Hij moet aantonen dat hij serieus nadenkt over waar hij mee bezig was. Door openlijk in gesprek te gaan met groepen vrouwen, bijvoorbeeld. Of mee te doen aan debatten, zoals Noorderslag organiseert.” Dat Groningse festival deed afstand van Boefs uitspraken, maar liet hem wel op de line-up staan en besloot er een debat aan te koppelen over gedragingen in de muzieksector en de impact van sociale media.

 
,,Mijn volgende vraag aan Boef zou dan ook zijn: wat is nu echt je standpunt? Je kunt alleen excuses maken als je het meent en bereid bent verandering te laten zien: personal branding is altijd een kwestie van communicatie en gedrag,” zegt Tom Scholte.
 
Gebruik je voorbeeldfunctie
Het kán goed komen: voormalig ‘treitervlogger’ Ismail Ilgun bood ook zijn excuses aan in een vlog, beterde naar eigen zeggen zijn leven en maakte voor het Algemeen Dagblad vervolgens een documentaireserie over probleemwijken. Hij gaf Boef op Twitter een uitbrander en een tip: ‘Doe wat goeds met je bereik’. Dat is precies wat Scholte hem zou adviseren. ,,Met miljoenen streams op YouTube en een paar honderdduizend volgers op Instagram is hij een voorbeeld voor veel jongeren, al dan niet ook van buitenlandse afkomst. Hij kan zijn merk, naam en kracht in zijn voordeel gebruiken. Door ambassadeur te worden van een organisatie die zich inzet voor gelijke rechten, buurtwerk te gaan doen of zich in te zetten voor jongeren met een moeilijke jeugd, bijvoorbeeld.” En over een tijdje pas dus - anders lijkt het een lijmpoging.

Boefs carrière is hoe dan ook niet voorbij, voorspelt Scholte: ,,Zelfs als hij zijn excuses in zou trekken, zal hij gevraagd blijven worden door evenementen en festivals in zijn kringen. Maar dan is hij zijn brede publiek en grote optredens wel kwijt - en met optreden verdient hij toch zijn geld. Ik durf niet te garanderen dat zijn aanvragen voor optredens binnen een halfjaar op het niveau van vóór 1 januari zijn, maar als hij een andere rol aanneemt, is dat een goed begin.”
 
Update: Inmiddels heeft Boef, door middel van een rap tijdens het Noordverslag festival, zijn excuses aangeboden. Bekijk hieronder de video.
https://www.youtube.com/watch?v=IJ10s6eUHX8

Mediamerken & webshops: iedereen wil die nieuwe pyjama van Chantal kopen

Mediamerken & webshops: iedereen wil die nieuwe pyjama van Chantal kopen

Je ziet het steeds meer: mediamerken die hun kanalen uitbreiden met een webshop. Zo heeft &C de succesvolle scan & shop en mediamerk Seriously Good werd deze zomer gelanceerd als online platform met een magazine en shop in één. Is dit het geheim van een goed online verdienmodel? Frank.news in gesprek met Seriously Good en &C…

Volgens Ingrid van der Chijs, oprichter van Seriously Good ligt hier inderdaad de toekomst voor veel mediamerken. ,,Bestaande mediamerken staan al jaren onder druk. Dit zou weleens het antwoord kunnen zijn.” Dit wordt mede mogelijk gemaakt door de gouden combinatie van commerciële en redactionele content. ,,Mensen hebben inspiratie nodig om producten te kopen. Als je ze alleen een platte webshop voorschotelt zonder gevoel, gebeurt er niets.” De content helpt je om de producten uitstraling te geven. ,,Kijk maar in het buitenland naar een site als Net-a-Porter, een mooi voorbeeld van een platform dat zich richt op een niche doelgroep van welvarende mensen met een grote interesse in mode.”

 
Groot bereik
Het begint dus allemaal bij een goede combinatie van commerciële en redactionele content. Al is het alleen al om zo een groot bereik te realiseren via sociale media. ,, Als je alleen commerciële content maakt, ben je kansloos op sociale media. Je hebt redactionele content nodig om te worden opgepakt door het algoritme. Een merk als Allerhande, waar ik eerder voor werkte, snapt dat bijvoorbeeld heel goed.” Voor Van der Chijs één van de redenen om met Seriously Good een combinatie te kiezen van beide.

 


 
Duurzaamheid
De belangrijkste reden voor Van der Chijs om haar platform te starten, is dat ze op deze manier de verhalen van de producten in haar assortiment goed kan vertellen. Deze hebben allemaal één gemene deler: duurzaamheid. Iets waar steeds meer mensen bewust mee bezig zijn. ,,Wat koop je, waarom koop je iets, en hoe is het gemaakt? Veel consumenten weten dit niet, maar willen dat wel weten. Mijn doel is mensen te inspireren en informeren. Als je er meer over weet, ga je er ook meer op letten.”

 
Producten met een goed verhaal
In deze periode van economische groei is het logisch dat onze denkwijze verandert, gaat Van der Chijs verder. ,,We kunnen zoveel kopen. Kleding is heel betaalbaar, lekker eten steeds toegankelijker. Nu gaan we een stap verder: super dat we zoveel kunnen kopen, maar hoe kan het eigenlijk dat alles zo goedkoop is?”

Zonder belerend over te komen, hoopt Van der Chijs mee te kunnen werken aan een duurzame wereld. ,,De producten op mijn site hebben een goed verhaal, zonder veel duurder te zijn.”

 
Luxe artikelen populair
Opvallend is dat juist die duurdere en luxe producten op dit moment het beste worden verkocht. ,,Dit varieert van tassen tot kledingstukken als jurkjes en blouses. Interessant dat de consument ook online bereid is om daar geld aan te besteden. Zolang de kwaliteit en het verhaal maar goed is.” Veel dure producten verkopen, is overigens niet het doel van Van der Chijs: ,,Ik hoop dat mensen mijn platform uiteindelijk voor alles weten te vinden. Van cadeauartikelen tot een paar nieuwe sokken.” Wie is haar doelgroep eigenlijk? ,,Iedereen die bewust bezig is met wat hij koopt. Zowel mannen als vrouwen.”

 
Abonnement
Het verdienmodel van Van der Chijs is simpel: de merken of partners betalen een vast bedrag  om op de site te staan. ,,Je kunt als merk voor een bepaalde periode een abonnement afsluiten. Hiermee koop je een positie in de conceptstore, het magazine en op social media. Daar bovenop krijg ik een vast percentage per verkocht product.”

De reacties van de merken zijn positief. ,,Ten eerste omdat ze nu eindelijk in een omgeving staan tussen merken met een soortgelijke duurzame achtergrond waar ze perfect passen. En echt de ruimte krijgen om hun verhaal te vertellen.”

 
Geen stoffig imago
Ook belangrijk: de toegankelijke uitstraling van het platform. ,,Duurzaamheid is leuk, maar de meeste mensen kiezen daar niet bewust voor. Je moet dus kunnen concurreren met niet-duurzame concept stores en mediamerken.” De looks van het platform zijn daarom extra belangrijk. Vroeger had duurzaam toch een beetje dat stoffige imago, vertelt Van der Chijs. ,,Het ging nou eenmaal om het goede verhaal en dat leek voldoende.” Die tijden zijn veranderd. ,,Je moet er echt supergoed uitzien. En dat dit bij Seriously Good het geval is, daar maak ik de merken én de consumenten blij mee.”

 
Toekomstvisie
Van der Chijs heeft sinds de start al een internationaal platform voor ogen. ,,Online doen grenzen er niet toe. Vandaar dat mijn URL en naam internationaal zijn. Als de basis voldoende staat, breiden we verder uit naar het buitenland.” Allemaal volgens de belangrijke e-commerce regel: go niche, go big or go home, vertelt Van der Chijs. ,,Duurzaamheid is nu nog een niche onderwerp, maar mijn bedoeling is om hier wat groots van te maken: niet alleen mezelf, maar ook mijn merken en partners. Hoe kan ik hen helpen, wat is de interessante volgende stap voor het merk? Ik geloof dat je het met elkaar moet doen.”



&C shop
Volgens Van der Chijs is het tot slot belangrijk dat je als mediamerk een online shop er niet zomaar even bij doet. ,,Je moet er wel echt volledig voor gaan. Denk niet dat je er makkelijk een winkel naast kunt runnen. Het vergt allebei enorm veel aandacht en kennis.” Dat is ook de reden dat &C, het platform mede opgericht door Chantal Janzen, een fulltime E-commerce manager in dienst heeft voor hun &C Shop: Iris Hurenkamp. Zij is hoofdverantwoordelijk voor de webshop. ,,Wij zijn de &C shop gestart met als doel content shoppable te maken voor onze lezer en adverteerder. In overleg met onze &C-redactie bepalen we de content in het &C magazine en onze mode shoppings online. Hier lichten we de merken en trends uit die leven onder de doelgroep.”
,,Je moet er wel echt volledig voor gaan. Denk niet dat je er makkelijk een winkel naast kunt runnen. Het vergt allebei enorm veel aandacht en kennis.”
Extra voordeel voor consument
Op die manier wordt een duidelijke link met de content naar de online shop gelegd. ,,Bij het magazine met thema ‘slapen’ bieden we bijvoorbeeld veel nachtmode in onze webshop aan. Op die manier willen we een relatie opbouwen met en inspiratie bieden aan de consument die online al veel shopt, en ze een extra voordeel bieden zodat ze gemakkelijker een aankoop kunnen doen.”

De techniek was al voor handen. ,,Met de scan-functionaliteit kunnen we niet alleen content in het magazine, maar ook zelfs content op tv live shoppable maken.”

 


 
 
Interessant voor adverteerder
Voor de adverteerder biedt dit natuurlijk ook interessante mogelijkheden, vertelt business director Berndt de Wit. ,,Zij krijgen een unieke shoppositie binnen het platform, waardoor via alle kanalen met de consument gecommuniceerd kan worden.” Het mediamerk werkt samen met merken die zich net als &C premium positioneren. ,,Dit gaat altijd in overleg met de redactie, zodat we gezamenlijk een 360 graden concept kunnen bedenken en uitrollen. Zo hebben we onder andere een succesvolle samenwerking met WE Fashion die we zowel op andc.tv, in print, in video, als op social media en in onze shop hebben doorgevoerd.”

 
Het verdienmodel
Op dit moment werkt de &C shop  met het ‘cost per sale en cost-per-click affiliate model’, vertelt De Wit. (Dat wil dus zeggen dat de uitgever een percentage krijgt van de verkoopopbrengsten of betaald worden voor het aantal clicks). ,,Uiteindelijk willen we alleen maar directe ‘cpc deals’ hanteren, zodat de klant hun producten op ons premium platform nog sterker kan neerzetten. Op die manier kan de adverteerder weer meer omzet halen uit zijn collecties.”

 
De cijfers
Qua social is &C de snelst groeiende in de gehele markt. De Wit: ,,Dit werkt door op onze website en shop waardoor ons unieke verkeer maandelijks met grote sprongen toeneemt.  15 procent van het siteverkeer gaat naar onze webshop.” De teller van de app downloads staat nu op 60.000. Het doel van De Wit en het team: ,,Eind 2018 willen we 500.000 unieke bezoekers op andc.tv halen.”

 


 
Ook voor tv
Eén van de gouden regels voor populariteit binnen de shop: als Chantal iets draagt, is er een grote kans op succes, aldus Hurenkamp. ,,Onze doelgroep is echt fan van haar. Via Instagram stromen de reacties binnen zodra ze bijvoorbeeld voor haar programma Chantal blijft slapen weer een nieuwe pyjama draagt. Ik heb dan ook nauw contact met haar stylist om ervoor te zorgen dat deze producten op tijd in de webshop te koop zijn.” Dit alles is ook de reden dat voor het nieuwe tv-programma &Chantal, sinds kort te zien op zaterdagavond bij RTL4, de scanfunctie ook is ingeschakeld. ,,Vooraf werd al volop gevraagd van welk merk het jurkje is dat ze tijdens de aankondiging draagt.”

 
&C collectie
Een ander populair item in de shop is de &C-sweater. ,,Deze werd meteen goed verkocht. Uiteindelijk willen wij ook onze eigen merken gaan laden in de shop.” Dit betekent dus dat &C eigen collecties gaat ontwerpen, produceren en aanbieden. ,,Verder willen wij de adverteerders en influencers meer laten samenwerken, zodat collecties op een eigen en creatieve manier aangeboden kunnen worden,” aldus Hurenkamp.

 

Ebele Wybenga: Een merk hóéft het niet over zichzelf te hebben

Ebele Wybenga: Een merk hóéft het niet over zichzelf te hebben
Influencers contentmarketing deel 15

Contentmarketing hoeft geen reclamepraat te zijn, vindt Ebele Wybenga (30). In 2015 richtte hij Hearhear op, dat gespecialiseerd is in ‘branded publishing’: multimediale longreads voor bedrijven, geschreven door ervaren journalisten. ‘We promoten het verhaal, niet het product.’

Als freelance journalist en strateeg bij een reclamebureau zag Ebele Wybenga een jaar of vijf geleden al dat journalistiek en reclame begonnen te versmelten. Traditionele uitgeverijen hadden te maken met dalende oplagecijfers, terwijl reclamemakers een gebrek hadden aan gedegen, goed gemaakte content. Branded journalism, kwaliteitsmedia gemaakt door merken, leek dus een win-winsituatie. Maar de afzender van de boodschap was vaak onduidelijk, en de content moeilijk te onderscheiden van onafhankelijke artikelen. Het baarde Wybenga zo veel zorgen dat hij er een boek over schreef, The Editorial Age. En zijn conclusie was allesbehalve pessimistisch.

Duidelijke afzender
,,Ik ontdekte dat je branded journalism op een integere manier kunt maken, zolang je maar open bent over wie erachter zit. Lang werd het merk weggemoffeld uit angst dat lezers geen commercieel artikel zouden willen lezen. Dan stond er alleen ergens ‘sponsored by’, of vermeldde een commerciële bijlage van een krant alleen in het colofon een merk als afzender. Verwarrend en onduidelijk. Je moet ervoor zorgen dat zo’n boodschap er aansprekend uitziet en interessant is én dat een merk er stevig aan verbonden wordt, anders blijft de associatie daarmee ook niet hangen. Een andere belangrijke regel in dit veld: als je als uitgever branded content toelaat, moet je dat nooit laten maken door je onafhankelijke nieuwsredactie. Bij Condé Nast, de Amerikaanse uitgever van Vogue, maar ook bij Nederlandse bladen van Hearst, lopen journalistiek en branded content door elkaar. Dat is ontzettend ongemakkelijk en het schaadt uiteindelijk je reputatie als mediamerk. De oplossing van The Guardian: een afdeling met redacteuren die alleen branded content schrijven.”

Geloofwaardig
Een andere optie: besteed de klus uit aan Hearhear, het bureau waarmee Wybenga inspeelt op de toenemende vraag naar kwalitatieve branded content van merken. Een contentmarketingbureau noemt Wybenga het niet - daar is het te specialistisch voor, zegt hij. ,,We richten ons op branded publishing: langere en verdiepende verhalen. We maken momenteel vooral coverstory’s: multimediale longreads met tekst, audio en video. Denk aan een groot achtergrondartikel, korte interviews en video’s, die we op verschillende kanalen uitzetten en die samen één verhaal vertellen. We promoten dus het verhaal, niet het product.”
Niet elke commerciële opdrachtgever hoeft hier aan te kloppen - Wybenga geeft toe dat hij het lastig zou vinden voor fast-moving consumer goods een dieper verhaal te bedenken. ,,Merken die goed bij ons passen zijn dienstverleners zijn met een wat ingewikkelder verhaal, zoals banken, verzekeraars, fintech-bedrijven, modebedrijven die verduurzamen en automerken die experimenteren met elektrisch rijden. Industrieën die in beweging zijn en hun publiek en partners willen uitleggen wat ze doen en wat hun visie is. Een partij als Unilever heeft bijvoorbeeld enorm ambitieuze doelstellingen op gebied van duurzaamheid. Dat onderwerp kun je als merk claimen, maar je wordt pas geloofwaardig als je laat zien hoe het in de praktijk uitpakt. Zulke verhalen kunnen wij vertellen.”

Longreads en korte interviews
Hearhear is nog niet zo groot, maar de opdrachtgevers zijn dat wel. Zo maakte het bedrijf een coverstory voor het Erasmus MC, het academische ziekenhuis van Rotterdam, dat een breder publiek wil laten zien waar ze in uitblinken op het gebied van zorg en wetenschappelijk onderzoek. ,,Gezondheid is een onderwerp dat de hele samenleving aangaat. De medische wereld leent zich er dus voor om de diepte in te gaan, op een toegankelijke manier. We spraken zeven mensen die betrokken waren bij één behandeling, een dotterbehandeling. Daar maakten we een artikel van 3.000 woorden van, met fotografie, video en audio per personage. Je kunt er dus helemaal in duiken of in één minuut alleen de visie van de cardioloog horen.”
"Bij ons gaat het niet om het bedrijf, maar om de mensen daarachter.”
Ook voor Benthem Crouwel Architecten maakten ervaren freelancers - Wybenga is bureaudirecteur en schrijft zelf dus niet - verschillende verhalen rondom een thema, ‘architecture for society’. ,,We hebben een site gemaakt waarop partners van het architectenbureau een tour geven langs hun gebouw en vertellen wat erachter zit: welk probleem moest dit gebouw oplossen, waar zocht opdrachtgever naar, wat heeft de samenleving aan deze architectuur? De meeste portfoliosites van architectenbureaus laten zien: dit is het gebouw, zo is het ontworpen en dit was de opdrachtgever. Bij ons gaat het niet om het bedrijf, maar om de mensen daarachter.”

Verhalen verspreiden
Hearhear werkt samen met reclamebureau Dawn, maar is zelfstandig en maakt dus zelf afspraken over honorering met opdrachtgevers. ,,De budgetten zijn niet zo groot als bijvoorbeeld die van merkcampagnes, maar ze zijn wel groter dan de typische advertorial die je bij één titel bestelt. We pakken productioneel aardig uit.” Maar werkt het ook? ,,Het gaat ons niet zozeer om hoeveel likes of comments een verhaal oplevert, maar we meten hoeveel mensen doorklikken als ze onze verhalen zien en hoeveel tijd ze vervolgens op die site besteden. Er is er natuurlijk een bounce rate, maar de mensen die doorklikken, blijven minutenlang hangen. Dat komt door de mate waarin een verhaal relevant wordt gevonden en hoe effectief we een verhaal hebben verspreid. Facebook is altijd een effectieve manier om dat te doen. Het leuke aan social is dat je heel specifiek kunt targeten, maar je hebt als commerciële afzender dan wel budget nodig. Bovendien willen we niet afhankelijk zijn van sociale media.”

Verhalen ergens tegenkomenAdverteren op de eigen kanalen van een merk dan maar? ,,Dat kan, maar daar gaan consumenten niet voor de lol naartoe - je komt niet zomaar op het idee: ik ga eens naar de site van Boston Consulting Group om te zien wat voor leuke verhalen ze hebben. We moeten dus zorgen dat je de verhalen die we maken ergens tegenkomt. Door samen te werken met uitgevers bijvoorbeeld. Media-inkoop doen, zodat bezoekers van AD.nl of de Volkskrant ook iets tegenkomen wat wij hebben gemaakt. Voor een opdracht voor Eneco hebben we al samengewerkt met De Persgroep. De volgende stap is checken hoe dat door lezers wordt opgepikt, zodat we merken het hele traject van creatie van verhalen tot publicatie in meerdere titels kunnen aanbieden. Onze verhalen gaan we overigens niet per doelgroep aanpassen. Men is niet meer lezer van één titel; je kunt een abonnement hebben op het Het Financieele Dagblad én Vice.nl bezoeken. Wij richten ons altijd op een kritisch en intelligent publiek, punt.”

Minder, maar beter
Wybenga is kritisch over de kanalen die hij wil inzetten om de verhalen van Hearhear te verspreiden: waar reclamecampagnes een hoge impact moeten hebben en een groot publiek aanspreken, is het complementaire branded journalism per definitie bedoeld voor een kleiner, kritisch en geïnteresseerd publiek. ,,Veel merken hebben hun eigen contentproductie opgestart, met een overvloed aan ‘dingetjes’ tot gevolg: het idee dat elk kanaal gevuld moet worden. ‘Filling the pipes’, noem ik dat. Het betekent dat er vooral heel veel wordt gemaakt, niet per se heel goede content. Al die miniproducties zorgen voor enorme ruis, onrust, versnipperde aandacht en een boodschap die niet aankomt. Dit probleem wordt mede veroorzaakt doordat mediabureaus al maanden vooruit content inkopen bij uitgevers, zonder over de inhoud na te denken.
"Doe minder, maar beter. Richt je op één kanaal
en zorg dat je één mediaformat beheerst.”
Als jouw merk voortdurend op social media aanwezig wil zijn en drie keer per week een ‘entertaining dingetje’ wil plaatsen, zijn er genoeg partijen op de markt die je daarbij kunnen helpen. Maar ik denk niet dat het werkt. Doe in godsnaam minder en streef de kwaliteit na van een goed tv-programma of een mooi tijdschrift waar je normaal gesproken voor betaalt, want dáár ga je de concurrentie mee aan. Haal de mensen in huis die ook bij die kwaliteitsmedia betrokken zijn. Doe minder, maar beter. Richt je op één kanaal en zorg dat je één mediaformat beheerst.”

Breder dan het merk
Waar het ook nog weleens misgaat op het gebied van contentmarketing: het is vaak saai. Volgens Wybenga is het leeuwendeel gemaakt voor de zender, niet voor de ontvanger. Kortom: een pr-praatje. ,,Wij hebben natuurlijk ook te maken met de prioriteiten van een opdrachtgever enerzijds en met het publiek, dat daar alleen een boodschap aan heeft als het relevant voor ze is, anderzijds. Dat is altijd zoeken. Maar voor een geloofwaardig verhaal is het wel belangrijk daarin een balans te vinden - en je te realiseren dat branded journalism geen reclame is. Niet alles ligt vooraf vast, er worden interviews gehouden en geen acteurs gecast, dus je moet de controle uit handen geven.”
Het lukt marketeers bovendien vaak niet om een verhaal door de ogen van een consument te bekijken, zegt Wybenga. ,,Op marketingafdelingen wil men ook de directeur of Raad van Bestuur tevreden stellen. Daardoor worden soms boodschappen de wereld in geslingerd waar je niets van begrijpt. Dan wordt er gedacht: in dit branded artikel kunnen we mooi onze 34 pijlers kwijt, haha.”
Hoe je een interview met de directeur van merk X in een magazine van merk X toch relevant voor lezers maakt? De oplossing schuilt vaak in een thema dat breder is dan het merk. Zo interviewde Hearhear voor Eneco Groep ‘karaktervolle Nederlanders’ (van burgemeesters en CEO’s tot activisten en start-upfounders) - niet over Eneco, maar over wat zij bijdragen aan de duurzame beweging in Nederland. Wybenga: ,,De missie van Eneco is: Welkom in de nieuwe wereld. Daarin zit een belofte: hoe ziet die nieuwe wereld eruit? Wie zijn daar de gezichten van? Wat doet de wetenschap eraan? Een merk hoeft het niet over zichzelf te hebben. Als je anderen laat vertellen hoe zij bijdragen aan het doel waar dat merk maatschappelijk naartoe wil, is dat veel sterker.”

‘Nepnieuws’ kan zomaar de kwaliteitsjournalistiek redden

‘Nepnieuws’ kan zomaar de kwaliteitsjournalistiek redden

We hebben de definitieve doorbraak van fake news beleefd, maar er is een tegenbeweging op gang gekomen: traditionele media - zeker in de Verenigde Staten - zien hun businessmodellen ineens weer bloeien met kwaliteitsjournalistiek. Is het een trend of ebt het straks gewoon weer weg? En hoe zit het in Nederland?

De emmer fake news die dagelijks over ons wordt uitgestort, zit al jaren vrij vol. Al lang vóór het tijdperk Trump werd er al nepnieuws verspreid. Maar de president van de Verenigde Staten maakte het een modewoord én een issue. Het is overigens niet Trump die fake news echt groot heeft gemaakt, het zijn de digitale ontwikkelingen van de afgelopen tien jaar, de opkomst van social media en de mogelijkheden die de burger heeft gekregen zelf online te publiceren.

Maar pas sinds kort lijkt het nepnieuws echt een hot topic geworden, nadat bleek dat de Russen via bijvoorbeeld Facebook de Amerikaanse verkiezingen wisten te beïnvloeden. Dat heeft dit jaar toch voor een kentering gezorgd die de traditionele en ‘serieuze’ nieuwsmedia, zoals grote dagbladen en nieuwssites, optimistischer moet stemmen.

Zelfs nepnieuws verspreidenTrump wakkerde dit jaar het fake news fenomeen regelmatig verder aan door ook daadwerkelijk zelf nepnieuws te verspreiden en toonaangevende media als The New York Times en CNN te betichten van het brengen van fake news. En ineens gebeurde er iets. Na jarenlange oplagedalingen en falende businessmodellen, zagen uitgevers - met name Amerikaanse - hun media weer opbloeien.
Zo kreeg, het door de president bekritiseerde, New York Times er sinds de Amerikaanse presidentsverkiezingen van vorig jaar november tot en met mei bijna 310.000 betalende digitale abonnees bij. In haar kielzog nam de krant in de VS The Washington Post en The Wall Street Journal mee. Ook zij noteerden een forse groei van digitale abonnees. Verder profiteerden betaalde onderzoeksjournalistieksites als Mother Jones en ProPublica mee.

Record aantal pageviewsIn mei brak New York Times zelfs een record met het aantal pageviews op een artikel over een memo van voormalig directeur van de FBI, James Comey. Er waren in 24 uur meer dan 4,5 miljoen pageviews en nog eens 1,6 miljoen extra buiten het eigen platform. Maar ook de Amerikaanse ‘cable news’ bedrijven als MSNBC, CNN en Fox blijken een enorme boost te hebben gekregen, met ‘double-digit’ groei in de kijkcijfers in het tweede kwartaal.

Kwaliteitsjournalistiek als tegenhanger nepnieuwsAmerikaanse kranten- en nieuwsmediabedrijven ‘verkopen’ sindsdien de term ‘kwaliteitsjournalistiek’ als tegenhanger van fake news en het blijkt nog te werken ook. Ze zien dat ze lezers aan zich kunnen binden die behoefte hebben aan goede duiding en op zoek zijn naar de houvast van een vertrouwd nieuwsmerk. Dat is een goede ontwikkelingen in tijden van teruglopende advertentie-inkomsten.
Maar ook daarin lijkt een kentering te zijn gekomen. Eerder dit jaar ontstond er ook een beweging onder adverteerders die hun budgetten voor de zekerheid bij YouTube wegtrokken, nadat was gebleken dat ze met hun uiting bij radicale content of fake news stonden. Dat gaat dan vooral over het automatiseren van de media-inzet en de roep om een onafhankelijke partij die registreert waar de advertenties terechtkomen. Bijna ondoenlijk, omdat de reuzen Facebook en Google hun eigen koers varen.

Facebook en Google onaantastbaarDaarmee lijken Facebook en Google onaantastbaar. Ze zijn super-innovatief en met hun platforms en tools een uitkomst voor velen. Anderzijds roven ze wereldwijd misschien wel 80 procent van de online reclame-inkomsten weg. De traditionele uitgevers leden en lijden veel pijn, want ze hebben niet de slagkracht, slimheid en middelen om de twee bij te benen.
Toch is het juist die foute content die kleine barstjes brengt in het bastion van Google en Facebook. Die is er in Europa al jaren, maar ook in de VS sijpelt er langzaam maar zeker kritiek door op de macht van de techreuzen (ook Apple en Amazon), zo staat er bijvoorbeeld in een artikel in de Belgische krant De Standaard.
De Russische invloed op de Amerikaanse verkiezingen via Facebook en de radicale content op YouTube: het zijn feiten. De onwil om daar verantwoordelijkheid voor te nemen stuit ook Amerikanen nu tegen de borst.

Traditionele nieuwsmedia zijn terug
Daarmee hebben de traditionele nieuwsmedia in feite nu het momentum: zij kunnen met kwaliteitsjournalistiek proberen weer wat terrein terug winnen dat ze sinds de millenniumwissel langzaam maar zeker hebben verloren. En natuurlijk: zoals vroeger wordt het nooit meer, maar de situatie in Amerika heeft aangetoond dat de consument wel degelijk wil betalen voor goede journalistiek en een medium dat hij vertrouwt. Het is dan ook niet vreemd dat in de States fors wordt geïnvesteerd in journalisten.

Opkomst kwaliteitsjournalistiek ook in Nederland
En hoe zit het hier? De situatie in Nederland kunnen we natuurlijk nooit vergelijken met die in Amerika. Er is hier geen grote beweging in het afsluiten van (digitale) abonnementen. Nieuwsmedia - de landelijke dagbladen om precies te zijn - zien wel hun digitale abonnees toenemen, maar dat is meer een logisch gevolg van het feit dat mensen steeds vaker liever online lezen dan in print. Wel is het zo dat de krantenbedrijven hun (digitale of hybride) abonnee steeds beter kunnen vasthouden. Door zich via data beter te verdiepen in wat de lezer wil én ook door regelmatig het kwaliteitsjournalistiek-stempel mee te geven aan hun producten.

Zorgen over vertrouwen in sociale mediaFake news leeft hier ook, zo blijkt uit een onderzoek over het vertrouwen in media van IPG Mediabrands, uitgever Sanoma en Brand Asset Valuator (BAV). De onderzoekers ondervroegen daarvoor onlangs duizend Nederlanders. De uitkomsten zijn best hoopgevend voor de gevestigde nieuwsmedia. Het onderzoek geeft namelijk aan dat veel van de respondenten zich zorgen maken over de opkomst van nepnieuws op sociale media. Sociale media - en vooral Twitter - blijken over het algemeen het laagst te scoren in vertrouwen. Gemiddeld gaat slechts 11 procent van de ondervraagden ervan uit dat berichten op Twitter te vertrouwen zijn.

De zorgen over nepnieuws zijn er vooral bij de overgrote meerderheid van de ouderen (50-65 jaar). Dat percentage ligt boven de 70 procent. Maar eigenlijk blijkt er in alle leeftijdsgroepen ongerustheid te zijn over fake news, ook in de groepen 15-24 jaar. Waarbij steeds opvalt dat vrouwen zich iets meer zorgen maken dan mannen.

Kwaliteitsjournalistiek: trend of patroon?
In de VS is er angst bij kenners van de nieuwsmediamarkt dat, zodra het dagelijkse Trump-nieuws wat meer naar de achtergrond verdwijnt - dat lijkt overigens onwaarschijnlijk - de interesse in kwaliteitsjournalistiek ook weer wegebt. Is het dan meer een trend gebleken, of is er toch sprake van een keerpunt?
Feit is dat vooral ouderen betaalde abonnementen nemen, maar dat is altijd zo geweest. Wel is er een jonge generatie die enorm kritisch is en meer dan gewone interesse heeft in goede journalistieke en ‘echte’ verhalen. Daarom is Vice bijvoorbeeld een groot succes. Vice moet het niet hebben van betaalde abonnementen, maar het is met een sterk sponsored content- en distributiemodel wel een miljardenbedrijf dat de nieuwe generatie bedient. Het jongerenplatform neemt geen standpunten in over bijvoorbeeld politiek of religie en laat gewoon zien wat er gebeurt. Daar kan geen fake news tegenop.

Uitgevers: hoe nu verder?

Uitgevers: hoe nu verder?

Dat de uitgeefwereld sinds meer dan een decennium te maken heeft met allerlei ‘uitdagingen’, is geen nieuws. Teruglopende printoplages, dalende advertentie-inkomsten, grotere concurrentie van digitale spelers en dalende tv-kijktijden. Veel publishers maakten grote slagen om mee te kunnen in het nieuwe tijdperk, maar er zijn nog veel uitgevers die het simpelweg niet weten. Dit zijn de twee grootste uitdagingen.

 
1. Je publiek nog steeds niet kennen
Hoe gek het ook klinkt, er zijn nog steeds veel uitgevers die in de achteruitkijkspiegel kijken om te proberen vooruit te komen. Ze zien nieuwe spelers  - online publishers als VICE, of innovatieve partijen als Blendle - eerder als gevaar voor hun eigen business dan als inspirerend voorbeeld. ,,We moeten iets met internet of nieuwe media.” Leuke zin die je misschien in 1995 nog hardop kon zeggen, toch zul je hem nog steeds wel eens ergens horen. En het frappante is: deze mensen zijn zelf ook mediagebruikers.
In Nederland is bijvoorbeeld de tijdschriftenbranche pas laat gaan inzien dat er digitaal en met events een enorme slag kon worden geslagen. Maar ondertussen hielden veel bladenmakers vast aan een - dunner wordend - blad en een site met daarop het nummer van de klantenservice en een PDF van het printnummer. Ook werd er hard gesaneerd op redactioneel vlak en daarom wordt menig tijdschrift tegenwoordig gemaakt met tweeëneenhalve stagiaire.
In Nederland zette het blad Linda - gelukkig - de toon van hoe je een tijdschriftmerk op verschillende manieren kunt exploiteren. Het team daar weet namelijk precies wie het publiek is, wat deze groep wil en ook wat men niet wil. Door online aan een platform te bouwen, met ook een videokanaal, door events te organiseren en door spin-offs te maken (L’Homo, Linda Meiden). Linda noemen als lichtend voorbeeld voor de tijdschriftenbranche een cliché? Misschien, maar er is nog niemand die het merk hier geëvenaard heeft.

In de traditionele tv-wereld zijn er spelers die nu pas een beetje wakker worden en beseffen dat nog maar een deel van de kijkers de beeldbuis om zeven uur aanzet en uitschakelt als men gaat slapen. Ze houden nog steeds vast aan de kijkcijfers van SKO en baseren daarop of ze wel of niet succesvol zijn met programmacontent. Maar ze kennen hun kijker eigenlijk helemaal niet zo goed. Want wie vertelt hen wie er daadwerkelijk naar het betreffende programma heeft gekeken en hoe intensief? Ziggo en KPN, maar ook Videoland en op grotere schaal Netflix kennen hun kijker wél precies en zullen daar ook op inspelen. Op sociale media als Twitter en Facebook laat het kijkpubliek zelf weten wat het van bepaalde programmacontent vindt. Ook die ‘kijkgegevens’ zouden eens meegenomen moeten worden.
Daarnaast wordt sommige programmacontent online beter bekeken dan lineair, omdat het daar misschien beter past, of omdat daar juist dat jongere publiek zit dat niet graag meer lineair kijkt. Ook daar wordt nog te weinig mee gedaan.

In de radiowereld bouwt het nieuw gevormde Talpa Radio niet voor niets aan een strategie waarbij het profielen gaat verzamelen. Velen luisteren nog naar FM-radio, maar zijn ondertussen ook interactief: geeft een like op de Facebookpagina of doe mee aan een prijsvraag. Zo leren ze de luisteraar echt kennen. Want een radio-onderzoek op basis van dagboekjes zegt vrij weinig. Elk zichzelf respecterende - Nederlandse - uitgever zorgt er anno nu dus voor dat hij weet wie zijn lezer, kijker, luisteraar, consument is. En zorgt er ook voor dat die bediend wordt met content waar deze om vraagt. Niet zelden is dat content met een lokale component.

 
 
2. Te grote focus op advertenties
Ook de advertentiemarkt is de afgelopen vijftien jaar sterk veranderd. Veel adverteerders vertrokken naar digitaal en daar leveren advertenties veel minder op dan de good old printadvertentie of de tv-GRP. De traditionele publishers en mediabedrijven hebben de afgelopen jaren online reclame massaal omarmd. Programmatic advertising brak door en was een extra handige manier om reclame uit te serveren. Maar ja, de automatisch startende banners of reclamevideo’s doen pijn aan je ogen. Het probleem met ‘programmatic’ is dat er vooral op prijs wordt gehandeld en nauwelijks op omgeving, of het door uitgevers nog veel gebezigde woord Umfeld.

Adverteerders zijn wakker geschud - daar heeft de adblocker discussie zeer aan bijgedragen - en keren zich af van programmatic als ze niet weten waar hun advertentie wordt uitgeserveerd (en dus niet de doelgroep bereiken). Daarom kiezen steeds meer merken voor contentmarketing, ook al moeten we nou niet meteen denken dat het dé gouden greep van nu is en het traditionele advertising gaat vervangen, zoals De Persgroeps Willem-Albert Bol in dit artikel al terecht adresseerde. Het voordeel van deze ontwikkeling is dat er een kwaliteitsdiscussie op gang is gekomen: betere advertenties leveren uiteindelijk meer op.

De tv-reclame is eveneens aan erosie onderhevig. Het op de massa schieten is voor steeds meer adverteerders passé (neem Adidas) en veel tv-reclames zijn vaak net zo stomvervelend als online banners. Gelukkig zijn er nog steeds adverteerders die prima merken kunnen bouwen met tv-reclame - neem supermarktketen Jumbo - maar dat zijn er niet veel meer. Cijfers van het afgelopen jaar wijzen uit dat de daling van de kijktijd én de daling van tv-bestedingen hand in hand gaan.
Het aloude “model” gebaseerd op SKO-cijfers vertoont steeds grotere scheuren, maar voor de traditionele tv-partijen werkt het nog steeds: ze halen nog altijd bakken met geld binnen dankzij de tv-GRP. Daarom hebben de grote tv-partijen nog altijd drie (NPO) of zelfs vijf (RTL en SBS) lineaire tv-zenders.
Maar ze vergeten, zoals Head to Heads Henk Burgerhout terecht zegt in dit artikel, dat het om de impact gaat en minder om het (massa)bereik.

 
Wat hebben uitgevers nodig?
Dit is een gegeven:
- De consument (de lezer, de kijker, de mediagebruiker) bepaalt.
- De consument wil kwaliteit van content, mediaomgeving en techniek (snelheid/gebruiksgemak).
- De consument zal dat laatste de komende jaren in nog grotere en snellere mate willen.
- De omzetten uit oude advertentiemodellen komen écht niet meer terug, de nieuwe advertentiemodellen leveren echter nog altijd minder op dan de oude.

 
Dit is ook een gegeven- Alles is tegenwoordig te meten. Elke klik en elke view.
- Er is een enorme bak met data die een enorme bak aan inzichten geeft.
- Publishers hebben veel meer kanalen tot hun beschikking dan vroeger en kunnen de mensen die ze willen bereiken ook daadwerkelijk bereiken. Eén op één indien gewenst (en dat geldt ook voor merken).

 
Wat is er nodig?- Het besef als uitgever dat je met kwalitatief sterke merken een vast en trouw publiek  (én nieuwe aanwas) trekt. Investeer dus in je merken en zorg dat je precies weet wat je publiek wil. Zorg dus voor een aantal goede data crunchers in je organisatie, maar ook voor een sterke redactie en productie.
- Samenwerking met andere publishers of partijen in de branche om je businessmodel(len) te versterken. Als je als publisher ergens minder goed in bent, kijk dan naar welke partij je daarin kan versterken.
- Zorg voor vernieuwing in marktcijfers: een nieuwe gezamenlijk bereikonderzoek van de lokale (media)partijen met de wérkelijke cijfers, aangevuld met (panel)onderzoeken naar impact
- En ook: één nationale currency, bijvoorbeeld afrekenen op cost per view.
- Tot slot: schiet daar wel een beetje mee op, het is inmiddels 2017.

 

Be Candid,
it’s contagious.

Candidness is the quality of speaking with
honesty and authenticity. Our Candid editorial
team shares stories that matter on media, data,
marketing, creativeness and technology.

Our Candid editorial team
creates stories that matter.