Candid. Platform
for growth.

Hoe Hema een data driven retailer wordt

HEMA
Traditionele retailer Hema heeft tijdig het belang van data en kunstmatige ...
Continue reading
  3267 Hits
  0 Comments
3267 Hits
0 Comments

'Met social commerce zijn we verder dan veel marketeers denken en weten'

social
Sociale media zijn niet alleen een mooie reclamezuil, maar ook een effectie...
Continue reading
  2775 Hits
  0 Comments
2775 Hits
0 Comments

Hoe nieuwe retailers als de Dollar Shave Club de wereld op zijn kop zetten

DollarShaveClub
De afgelopen jaren hebben meerdere bedrijven de bestaande retailorde flink ...
Continue reading
  2599 Hits
  0 Comments
2599 Hits
0 Comments

Wat is het geheim van het succes van de Aziatische winkelketens?

shutterstock_1608472255
Aziatische winkels zoals Uniqlo, Miniso en Muji zijn succesvol in Europa. W...
Continue reading
  5500 Hits
  0 Comments
5500 Hits
0 Comments

Shopify biedt retailers distributie om te concurreren met Amazon

Shopify
We kennen Shopify in Nederland van hun professionele websites voor e-commer...
Continue reading
  2061 Hits
  0 Comments
2061 Hits
0 Comments

Prominent voorbereid op ja-jasticker

folders
De ja-jasticker vormt de grootste bedreiging voor de reclamefolder, dus moe...
Continue reading
  2823 Hits
  0 Comments
2823 Hits
0 Comments

Traditionele tv nog steeds aantrekkelijk voor adverteerders?

Ajax_Champions_League
Apple biedt een nieuwe video on demand dienst, Netflix en Videoland blijven...
Continue reading
  2181 Hits
  0 Comments
2181 Hits
0 Comments

Van online shoppende pubers word je niet rijk

Ali_Express
Wie weet hoe pubers shoppen ziet weinig toekomst voor webwinkels, ook al la...
Continue reading
  4060 Hits
  0 Comments
4060 Hits
0 Comments

'De reclamefolder verdwijnt'

folder_jajasticker
Nu steeds meer gemeenten een ja/ja-sticker invoeren komt het massabereik va...
Continue reading
  7962 Hits
  0 Comments
7962 Hits
0 Comments

Hoe verkopers op Amazon elkaar naar het leven staan

Amazon
Op Amazon vindt een groot deel van de verkoop plaats door derde partijen. M...
Continue reading
  2304 Hits
  0 Comments
2304 Hits
0 Comments

René Repko: Eenmaal voor het schap zeggen consumenten onbewust 'fuck die purpose'

Rene_repko
We gaan de komende tijd wat vaker marketeers interviewen. Niet de personen ...
Continue reading
  4203 Hits
  0 Comments
4203 Hits
0 Comments

Een analyse van de definitieve doorbraak van Black Friday

blackfriday
Betaalvereniging Nederland kwam met cijfers over Black Friday. Maar liefst ...
Continue reading
  2958 Hits
  0 Comments
2958 Hits
0 Comments

Tien jaar Zalando: ‘We geloven dat de markt groot genoeg is voor ons allemaal’

Zalando
Zalando bestaat tien jaar en dat is een mooi moment voor reflectie. Marketi...
Continue reading
  3144 Hits
  0 Comments
3144 Hits
0 Comments

Retail is dood, lang leve retail

Retail is dood, lang leve retail

In het boek The Future of Shopping laten Jorg Snoeck en Pauline Neerman zien hoe razendsnel de retailsector verandert, hoe we in de toekomst zullen winkelen en hoe retailers daar het beste op kunnen inspelen - en wel nu.

 
We schreven er op Frank.news al vaker over: als retailer kun je niet anders dan meegaan met de digitalisering om te voldoen aan de eisen van de moderne consument, die nog makkelijker iets op Instagram koopt of een spotgoedkoop product uit China bestelt dan een fysieke winkel bezoekt. Maar hoe doe je dat? Hoe spreek je een consument aan die allang niet meer te verleiden is met marketingpraatjes, maar zélf wel uitmaakt wat-ie waar en wanneer koopt? En om welke aanpassingen vraagt je verdienmodel dan? Daar weten Jorg Snoeck, oprichter van RetailDetail, en Pauline Neerman, hoofdredacteur bij datzelfde netwerkplatform, wel raad mee. Een paar lessen voor de toekomst uit hun boek The Future of Shopping.


1. Bied gemak, service en ervaring

Meer inspiratie, betere service, meer comfort, een groter en persoonlijker aanbod en gepastere prijzen: dat verwacht de consument allemaal dankzij nieuwe technologische mogelijkheden, aldus de auteurs. En dat gaat straks nog veel verder dan alleen een virtuele winkelomgeving en buy buttons in apps. Zo heeft Albert Heijn Siri al aan de Appie-app toegevoegd en werkt Jumbo aan een systeem om boodschappen te bestellen via een stemopdracht. In de toekomst komen daar naar verwachting nog virtual- en augmented reality-toepassingen bij. En alles-in-één-apps, waar consumenten shoppable video’s kijken, chatten, kopen en verkopen. ,,De shopper wil altijd alles overal kunnen vinden en liefst zo snel en eenvoudig mogelijk,’’ aldus Snoeck en Neerman.



2. Ga voor meerdere kanalen

Omnichannel is het toverwoord als het gaat om het bedienen van de moderne consument: bied een breed aanbod aan producten via verschillende kanalen (webshop, fysieke winkel, shop-in-shop, app) die op elkaar zijn afgestemd, zodat de consument zelf kan kiezen welk kanaal het beste bij hem past. Denk aan ‘Bol.com Plaza’ naast Bol.com en Amazon Services naast Amazon, nevendiensten die verantwoordelijk zijn voor een groot deel van de verkopen van het bedrijf. Deze aanpak betekent ook meer data, zeggen de auteurs: klantenkaarten, wifi en beacons in fysieke winkels en onder andere Google Analytics- en sociale media-data app-klikgedrag betekent een schat aan informatie waarop ingespeeld kan worden om consumenten een persoonlijker aanbod te bieden en meer te verkopen. Er zijn al experimenten met het voorspellen van koopgedrag op basis van zulke data en slimme apparaten dankzij het internet of things, die eigen bestellingen doen (een printer die zelf cartridges bijbestelt, bijvoorbeeld). En: ,,Het verkopen van data is bovendien een verdienmodel op zich,’’ aldus de auteurs.



3. Word een retailer én een merk

Grote, centraal gelegen winkelpanden waar het aanbod wordt uitgestald en voorraden worden opgeslagen, zijn dankzij online verkoop niet meer nodig: de consument kan rechtstreeks van de producent kopen. Dat betekent lagere prijzen voor de consument en minder kosten voor de retailer, die in veel gevallen ook eigen merken aanbieden om volledige controle te hebben over het gehele productie- en distributieproces. Retailers worden dus merken en merken worden retailers, voorspellen de auteurs, die Zalando en Amazon als sprekende voorbeelden van deze ‘verticale ketens’ noemen. Dat betekent ook dat alle producenten je concurrent worden, dus een nuttig advies is: if you can’t beat them, join them. Retailers en merken zullen met elkaar moeten samenwerken om te overleven. En experts van buitenaf inhuren om (technologische) kennis te verwerven die concurrenten al in huis hebben.



4. Wees transparant

Duurzaamheid, eerlijke producten, eco-friendly producten, biologisch en lokaal: consumenten kijken niet meer alleen naar de prijs en kwaliteit, maar zijn zich meer dan ooit bewust van de impact op het milieu als ze iets kopen. Dat vraagt transparantie van retailers, zeker nu misleidende of verkeerde informatie meteen op straat ligt dankzij social media. Ontwikkel bijvoorbeeld een app waarmee consumenten in één keer kunnen zien hoe, waar en wanneer je producten gemaakt, gedistribueerd en verkocht zijn. Consumenten zijn mondig en goed op de hoogte, waarschuwen de auteurs: ze vergelijken prijzen, googelen bedrijven, zoeken herkomst en productsamenstellingen op en zeggen waar het op staat in reviews. 68 procent zegt recensies van anderen te vertrouwen, staat in The Future of Shopping.

Continue reading
  3998 Hits
  0 Comments
3998 Hits
0 Comments

‘Voor Millennials is YouTube het nieuwe Google’

youtube-millennals

Jongeren bereiken is voor retailers een behoorlijke opgave: naar tv kijken ze allang niet meer, radio is vervangen door Spotify en kranten zijn vooral iets voor in de kattenbak. Oftewel: adverteren is zinloos. Hoe verleid je een jonge doelgroep dan wél bij jou te kopen? Het gaat om beleving en het moet klikken. Voor jongeren is YouTube het nieuwe Google.

 
Ken je die mop van die millennial die de krant zat te lezen? Nee, wij ook niet. Slechts 1 à 2 procent van generatie Y slaat nog weleens een papieren krant open om te weten wat er aan de hand is in de wereld, blijkt uit onderzoek van MediaTest en Wayne Parker Kent. Uit ander onderzoek onder 400 millennials blijkt dat ook radio en tv massaal worden genegeerd door deze doelgroep.

Reclamebudget het riool in
Oud nieuws wellicht, maar voor retailers is het wel slecht nieuws. Want voor bedrijven is deze doelgroep hierdoor ook maar moeilijk te bereiken. ,,Veel retailers proberen aanbiedingen nog altijd op de traditionele manier aan de man te brengen bij generatie Y: via reclame in dagbladen, radio en op tv,” zegt retailexpert en -trendwatcher Fred Rutgers. ,,Je kunt je reclamebudget net zo goed meteen het riool in pompen, want uit veel onderzoeken blijkt dat een boodschap via die kanalen de doelgroep niet bereikt. Toch lijkt niemand in de retail daar stil bij te staan.”

Instant satisfaction
Een voor de hand liggende oplossing zou adverteren op social media zijn: een gouden regel is ten slotte: zijn waar de doelgroep is. Maar dat is niet zo simpel, zegt Rutgers. ,,Adverteren op Facebook heeft weinig zin als je jongeren wilt bereiken, want die keren dat platform al een tijd de rug toe. Ik ben 57 jaar en volgens mijn zoon dus technologisch volledig afgeschreven. Dat ik op Facebook zit, is voor hem reden daar juist niet te willen zijn.” Het onlinebereik van Instagram en Snapchat onder 13- tot 34-jarigen mag dan gestegen zijn en daarmee een betere optie lijken om te adverteren, maar ook dat garandeert geen succes, aldus de expert. ,,Deze generatie is überhaupt niet zo geïnteresseerd in aanbiedingen. Als ze een goede deal zoeken, gaan ze daar zelf wel naar op zoek. Millennials zijn individualisten – generatie Y is eigenlijk generatie I. Ze zitten in hun eigen cocon, zijn op zoek naar instant satisfaction en zijn gewend alles on demand te kunnen kopen: wanneer ze willen, op hun manier en het liefst volgens hun eigen prijs.”

Millennials zijn een populaire doelgroep met veel koopkracht, zegt Rutgers – velen wonen nog thuis, waardoor hun vrij besteedbare inkomen hoog is – maar dus ook een moeilijk te bereiken en tevreden te stellen doelgroep.

Het moet klikken
Maar hoe zorg je ervoor dat je millennials wél aanspreekt? ,,Het gaat deze generatie om beleving,” zegt Rutgers. ,,Ze moeten een winkel leuk vinden, er graag gezien worden en gesignaleerd worden als klant. En ze willen omgeven zijn door soortgelijke types. Het is net als met Facebook: als tante Truus in haar bloemetjesjurk de winkel binnenkomt, willen zij er niet meer dood gevonden worden. Maar vaste kant zijn in een winkel waar mensen werken met wie ze een klik hebben, vinden ze wél cool.”

Dat betekent volgens Rutgers niet ‘jong doen’, maar: je uitspreken en laten zien waar je als retailer voor staat. ,,Een grote groep jongeren wil er leuk uitzien, maar geeft weinig meer om merkkleding. En veel millennials zijn bezig met duurzaamheid; ze kiezen heel bewust voor biologische kleding. Daarnaast willen ze geen verkopers die meteen bovenop ze duiken, maar wel veel hulp als ze daarom vragen. In een winkel – online of fysiek – die die trends begrijpt, voelen zij zich begrepen.”

Uniqlo is er voor jongeren
Daar kan een nieuwe keten als Uniqlo – de Japanse modegigant die dit najaar een eerste vestiging in Nederland opent, op de Amsterdamse Kalverstraat – zijn voordeel mee doen. In België, waar de keten al zit, is te zien hoe de kleding in de markt wordt gezet: op Instagram, Facebook en de Belgische site zijn geen modellen onder de dertig jaar te zien, zien we basic (‘maar niet trendy’, aldus het bedrijf) items, uitsluitend van het eigen merk, en tips hoe je die moet dragen ‘voor wat extra cool’. De beleving staat hoog in het vaandel: elke ochtend zouden winkelmedewerkers interactie met klanten oefenen. Qua duurzaamheid zou er nog wat kunnen gebeuren: nadat Uniqlo negatief in het nieuws kwam bij onze zuiderburen, beloofden ze vorig jaar zich meer in te zetten voor het milieu en mensenrechten. So far, so good.

Kort en krachtig
Maar wat zou zo’n keten nou moeten doen als het om marketing gaat? ,,Je heel goed afvragen of je nog wel marketingbudget in traditionele advertenties moet steken en korte filmpjes over je producten maken en die op YouTube zetten. Voor jongeren is YouTube het nieuwe Google: om te beslissen of ze iets kopen of niet, zoeken ze als eerste een filmpje. Ze willen op een makkelijke manier heel veel, heel kort en heel snel informatie over een product vinden. In hapklare brokken.” HD-kwaliteit, foutloze montage, perfecte belichting en topgeluid hoeven niet, zegt Rutgers, en geavanceerde apparatuur is niet nodig: een iPhone 8 en software à 25 euro zijn voldoende. ,,Een kort en krachtig verhaal, daar gaat het om. Als jij in een paar seconden kunt uitleggen waarom die ene sneaker dé sneaker to have is, kan de doelgroep snel beslissen. Laat ze dus meteen weten: what’s in it for me? Ze vinden die filmpjes omdat ze specifiek op zoek zijn naar dat product, dus geef ze meteen wat ze zoeken.”

Social media-booths
De winkelervaring kan ook nog meer afgestemd worden op social media, zodat klanten reclame voor je maken. In Azië bestaan al social media-booths in kledingwinkels. Daarin kun je een kort filmpje van jezelf in je net aangetrokken broek maken en die via social media naar een vriend versturen of op YouTube zetten met een tekst als: ‘Ik heb dit aangetrokken, vind je ’m leuk of liever in een andere kleur?’ Op de achtergrond is duidelijk te zien in welke winkel je bent. Een marketingmethode waar Uniqlo wereldwijd ook al gebruik van maakte, zoals in Berlijn en San Francisco. Rutgers: ,,Ik ben ervan overtuigd dat die booths ook in Nederland komen, al zal het nog wel even duren. Op Schiphol staan ze ook, na de douane – bedoeld om via social media te laten weten dat je op vakantie gaat.”

Goed begrepen
Er zijn retailers die die boodschap al goed begrepen hebben, zegt Rutgers: Bever laat winkelmedewerkers op zijn YouTubekanaal in korte filmpjes uitleggen hoe je een broek waxt zodat-ie waterafstotend blijft, hoe je wandelschoenen en een slaapmat kiest en welke onderhoudsmiddelen je het beste kunt gebruiken. Tom Coronel doet het met zijn winkels Barbecueshop.nl en Televisiewinkel.nl ook niet verkeerd: in zelfgemaakte filmpjes prijst hij hierin de ene na de andere barbecue of tv-weekendknaller aan en laat hij zien wat ze kunnen. ,,Hij gaat een middagje voor een camera staan en vertelt achtereenvolgens van allerlei apparaten waarom ze de beste uitvinding sinds het gesneden brood zijn. Zo kun je in recordtempo veel filmpjes maken, die beter werken en goedkoper zijn dan advertenties in traditionele media. Een opgewonden standje laten vertellen waarom iets fantastisch is, enthousiasmeert meer dan een foto.”

Buigen of barsten
Het is buigen of barsten voor (mode)retailers, zegt Rutgers: wie zijn marketing niet afstemt op het onlinegedrag van millennials, raakt achterop. ,,De meeste retailers zijn bang om hun oude aanpak te veranderen, zijn gemakzuchtig of hebben een gebrek aan inventiviteit. Maar dat iets altijd op een bepaalde manier goed ging, betekent niet dat het altijd goed zal gaan. Er bestaat echt zoiets als retail-Darwin.”

  5134 Hits
  2 Comments
5134 Hits
2 Comments

Maakt ‘melkboer’ Picnic de stenen supermarkten van AH en Jumbo overbodig?

Maakt ‘melkboer’ Picnic de stenen supermarkten van AH en Jumbo overbodig?
The battle of the retailers, deel 3
In the battle of the retailers plaatsen we grote retailers tegenover elkaar. In deel 3 de vraag: zijn Nederlandse supermarkten als Albert Heijn en Jumbo bestand tegen de online concurrentie van Picnic?

Over tien jaar worden de meeste boodschappen in Nederland online besteld. Nog een paar jaar verder en er bestaan geen stenen supermarkten zoals die van Albert Heijn of Jumbo  meer. ‘Dit wordt veel groter dan wij allemaal denken’, voorspelt medeoprichter Joris Beckers van online supermarkt Picnic.

 
De man van 100 miljoen wordt Joris Beckers genoemd. Niet omdat Picnic in twee jaar tijd van nul naar 100 miljoen omzet groeide, maar omdat hij vorig jaar 100 miljoen ophaalde bij investeerders om te kunnen uitbreiden. Dat is meer dan Uber en Airbnb in deze fase van hun bestaan ophaalden.

 
Picnic voorpaginanieuws
Sinds de start in 2015 is de online supermarkt trending topic. Toen Picnic in oktober in de stad Amersfoort begon, was het bedrijf voorpaginanieuws en zaten de oprichters in alle talkshows. Heel Nederland downloadde de app, terwijl je die alleen nog in Amersfoort kon gebruiken. Inmiddels zit Picnic in 30 steden, bedient het 90.000 klanten en heeft het bedrijf 5 procent van de online boodschappenmarkt in handen. Volgens Beckers is dat nog niks en zal dat marktaandeel elk jaar verdubbelen, vertelde hij tijdens de Webwinkel Vakdagen in de Utrechtse Jaarbeurs.

 
Melkboer 2.0 
Eigenlijk is Picnic geen online supermarkt. ,,Het is een vermenging van een foodsysteem met technologie,” stelt Beckers. Een melkboer 2.0. De moderne versie van de SRV-man. Ook die bracht alle boodschappen thuis, net zoals de bezorger van Picnic op gezette momenten met zijn elektrische wagentje de straat binnenrijdt. Die sfeer van vroeger draagt het bedrijf ook uit in zijn commercial, waarin in vijf stappen wordt uitgelegd hoe het werkt.

 
https://www.youtube.com/watch?v=urss5lzvZ8I

 
Boodschappen doen op de app
Je doet je boodschappen op de app, via mobiel of tablet. Niet op de computer of laptop. Picnic neemt je bestelling aan, verzamelt alle boodschappen in een groot distributiecentrum, verpakt ze in plastic zakken in kratten en levert ze aan de voordeur af als je thuiskomt van werk of school. Dat is volgens Beckers een radicaal andere manier van boodschappen doen. ,,We doen nog steeds boodschappen zoals we dat vijftig jaar geleden deden,” vertelt hij. ,,We rijden allemaal twee keer per week met de auto naar de supermarkt en besteden daar ongelooflijk veel tijd. Gemiddeld anderhalf tot twee uur in de week. Dat vinden we allemaal normaal. Het is eigenlijk heel knap dat we onszelf hebben opgevoed om ergens naar een magazijn te rijden, zelf een orderpik-rondje te lopen, in de rij te gaan staan, uit te checken en alles mee naar huis te nemen. Misschien kunnen we dat verbeteren. Vanuit die gedachte zijn we aan de slag gaan en hebben we een ander systeem voor de zelfbediening-supermarkt ontworpen.”

 
Niet zo nieuw 
Volgens hem is het is van alle tijden dat mensen graag spullen thuisbezorgd krijgen. Maar goed, dat is niet zo nieuw. Ook via Albert Heijn.nl kunnen mensen online boodschappen bestellen. Die worden zelfs op elk gewenst moment thuisbezorgd, terwijl de bezorger van Picnic één keer per dag op een vaste tijd langs komt. Jumbo biedt nagenoeg dezelfde service en brengt boodschappen zes dagen per week tot in de keuken. Beide supers hebben ook pick-up points waar klanten bestelde boodschappen kunnen ophalen.
"Daardoor is het systeem efficiënter dan supermarkten ooit kunnen zijn. Bovendien is het de bezorger die het verschil maakt."

 
Techniek en menselijke gevoel
Wel nieuw is het distributiemodel van Picnic. Het bedrijf heeft geen winkels, alleen distributiecentra en bezorgers. De lijnen zijn kort. Producten gaan direct van producent naar consument. Daar zitten geen winkels meer tussen. Klanten hoeven niet meer in rijen voor de kassa te staan om te betalen, maar betalen via de app of IDEAL.

Daardoor is het systeem efficiënter dan supermarkten ooit kunnen zijn. Bovendien is het de bezorger die het verschil maakt. Hij vormt de combinatie tussen technologie en het menselijk gevoel en zorgt voor de hoge rapportcijfers van klanten. Die sturen regelmatig selfies met hun Picnic-bezorger. Beckers: ,,Er zit een enorme merkdimensie aan. Het heeft iets losgemaakt bij klanten. Tot nu toe was de bezorgervaring in Nederland mager. Het gaat ook niet om het aantal bezorgmomenten. Albert Heijn heeft wel honderd bezorgmomenten. Wij zes. Het is een heel andere manier van denken. Het gaat om ervaring en kwaliteit van het bezorgmoment. Coolblue doet daar ook geweldige dingen in.”

 
Niet duurzaam 
Het distributiesysteem van Picnic zorgt ook voor minder verspilling. ,,Het huidige systeem is niet duurzaam,” stelt Beckers. ,,We kopen allemaal graag vers brood, maar al het brood dat na sluitingstijd nog in de winkel ligt wordt weggegooid. Dat gebeurt ook bij andere versproducten. Bij Picnic wordt brood pas gebakken als het besteld wordt. Er wordt dus niets weggegooid.”

 
Einde supermarkt 
Volgens Beckers is dit hét model om in de toekomst boodschappen te doen. ,,Als je ziet hoe groot dit wordt. Ik denk dat binnen tien jaar de meerderheid of minimaal de helft van alle boodschappen via internet wordt thuisbezorgd. Dat klinkt nu heel ongelooflijk, maar dit wordt veel groter dan wij allemaal denken,” stelt hij. Waarom denkt hij de concurrentie aan te kunnen met AH of Jumbo? ,,Albert Heijn is een winkel. Wij zijn een online dienstverlener. Een bezorger. Het is heel erg lastig om twee heren te dienen. De dienst die wij verlenen vereist een heel andere type skills. Daar is een heel ander type aandacht voor nodig.”

Beckers kwam eind jaren ’90 in de internetwereld terecht, toen Amazon en Bol.com nog webwinkels voor boeken waren. Nu verkopen die alles online. ,,Waarom zou het bij boodschappen anders zijn dan bij boeken?,” vraag hij zich af.
"Onze ambitie is: wij willen de beste melkboer ter wereld worden, niet de grootste. Ik zou het geweldig vinden als we over tien jaar een nieuw distributiesysteem hebben gecreëerd."

 
Langzame groei 
Met de 100 miljoen investeringsgeld zou Picnic snel kunnen groeien. De vraag is groot en in de steden waar Picnic zit, bestaan zelfs wachtlijsten. Daar laat Beckers zich niet door opjagen.

,,We groeien zo snel als we kunnen en gaan van stad naar stad. We proberen ieder jaar half zo groot te worden met behoud van kwaliteit. De concurrentie zal de komende jaren groot zijn. Alle grote supermarkten en bedrijven als Amazon zullen zich op dit soort systemen storten.

Onze ambitie is: wij willen de beste melkboer ter wereld worden, niet de grootste. Ik zou het geweldig vinden als we over tien jaar een nieuw distributiesysteem hebben gecreëerd. Als inderdaad op heel veel plekken in de wereld een melkboerachtige functie op een digitale manier opnieuw ontstaat.”

 
Andere bezorgdiensten
Het concept is ook in het buitenland toepasbaar, maar Picnic heeft geen plannen om de grens over te gaan. Wel om ook andere bezorgdiensten te combineren met de boodschappen. Bijvoorbeeld pakjes van Zalando, Wehkamp of welke webwinkel dan ook. Zo brengen en halen bezorgers lokaal al boeken van de bibliotheek. Beckers: ,,Als je een heel prettige bezorgervaring hebt. Als je bijna verliefd wordt op je bezorger, dan wil je het liefst dat die alles voor je doet. Op die manier kijken we ook naar de plannen van gemeentes voor smart city’s om logistieke processen beter te organiseren. E-commerce is geweldig, maar het zorgt ook voor heel veel business in de straat. Daar kunnen onze elektrische auto’s een rol in spelen.”
LEES HIER DEEL 2 VAN THE BATTLE OF THE RETAILERS:
 
https://www.frank.news/2018/01/30/moet-bol-com-bang-alibaba/

 
LEES HIER DEEL 1 VAN THE BATTLE OF THE RETAILERS:
https://www.frank.news/2018/01/26/hoe-wehkamp-denkt-amazon-weerstaan/

 
  3015 Hits
  2 Comments
3015 Hits
2 Comments

Hoe Wehkamp denkt Amazon te weerstaan

Hoe Wehkamp denkt Amazon te weerstaan
The battle of the retailers, deel 1
In the battle of the retailers plaatsen we grote retailers tegenover elkaar. Zijn de Nederlandse spelers zoals Bol.com en Wehkamp bestand tegen de ambities van bedrijven als Amazon en Alibaba die Nederland willen veroveren?

Hoe kan een oer-Hollands bedrijf als Wehkamp de concurrentie met een internationale reus als Amazon overleven? Door te focussen op Nederlandse gezinnen, luidt het antwoord van CEO Piet Coelewij. Maar ondertussen dendert de Amazon-trein door en wil het Amerikaanse e-commercebedrijf alle Nederlandse verkopers naar zijn platform halen.

 
Waar kun je als online warenhuis beter je slimme marketingaanpak toelichten dan op de jaarlijkse Webwinkel Vakdagen in de Jaarbeurs in Utrecht? Dat moet Wehkamp gedacht hebben. Tegelijkertijd koos Amazon de beurs uit om voor het eerst in het openbaar zijn plannen voor de Nederlandse markt kenbaar te maken.

De clash van culturen had niet groter kunnen zijn. Terwijl Wehkamp zijn overlevingsstrategie presenteerde, kwamen de Amerikanen brutaal een markt veroveren. Vicepresident Alex Ootes, verantwoordelijk voor de expansie in Europa, riep Nederlanders retailers op om al hun producten voortaan via Amazon te verkopen.

 
Ze zijn er al
In de media werd de afgelopen jaren veel gespeculeerd over de komst van Amazon naar Nederland. Voor de website Amazon.nl in 2014 hoefde niemand bang te zijn, behalve misschien de boekenbranche. Daarop verkoopt Amazon meer dan 3 miljoen e-books. Maar de echte stap op Nederlandse bodem was eigenlijk de vertaling van de Duitse website Amazon.de in het Nederlands. ,,Daar zijn we heel tevreden over. In feite maakt de URL niet zoveel uit,” vertelt Ootes.

Eind 2017 werd ook de mobiele app in het Nederlands vertaald, werd iDEAL als betaalmogelijkheid toegevoegd en in november werd Amazon Prime in Nederland geïntroduceerd. Met deze abonneedienst voor video, muziek, e-books, gratis verzending en andere voordelen, kregen Nederlandse consumenten ineens toegang tot de twee miljoen artikelen op de webshop van Amazon. Ook daar verwacht de VP veel van.

 
Europees netwerk
Volgens hem hoeft Amazon niet eens in Nederland aanwezig te zijn om de markt hier te veroveren. ,,We zitten nu in de UK, Frankrijk, Duitsland, Italië en Spanje en met deze vijf landen kunnen we heel Europa afdekken,” aldus Ootes. ,,Nederland beleveren we vanuit het Ruhrgebied en Lille.”

Amazon heeft inmiddels 41 zogeheten fullfilment centers, enorme distributiecentra van tien voetbalvelden groot, waar alle artikelen opgeslagen worden. Samen vormen ze een fijnmazig netwerk door heel Europa, waarmee de webgigant alle landen kan bedienen.

 
Alles via Amazon 
Over de strategie die Amazon bij zijn expansiedrift hanteert is het bedrijf duidelijk. Het wil zoveel mogelijk verkopers - sellers - aan zich binden. Het platform werkt wereldwijd met honderdduizenden sellers samen. Die betalen een vaste fee en 6 tot 15 procent commissie per verkocht product. Samen zorgen de sellers voor de helft van alle transacties op Amazon. ,,Wij hopen dat jullie allemaal overwegen om via Amazon te gaan verkopen. Op die manier krijg je toegang tot 300 miljoen klanten en 100 miljoen maandelijkse bezoekers van de website,” luidde Ootes’ openlijk uitnodiging aan een paar honderd retailers in de zaal. En die wilden maar wat graag, of ze nu kaas, sieraden, mokken met foto of e-books verkochten.

Ondernemers die hun producten via het bedrijf van Jef Bezos gaan verkopen kunnen het beste groot beginnen, stelt Ootes. Dus meteen het hele assortiment erop knallen. ,,Uit onderzoek blijkt dat dit niet ten koste van de bestaande omzet gaat. Het meeste is extra omzet. Ik ken sellers die zeggen: laat de eigen website maar zitten. We gaan alles via Amazon verkopen,” stelt hij.
,,Sinds 2016 zijn er 1800 online fashion shops bijgekomen"

 
Markt groot genoeg 
Hoe wapen je jezelf als Nederlandse webshop tegen dit soort geweld? Of is de markt groot genoeg voor meerdere spelers? CEO Piet Coelewij van Wehkamp denkt het laatste. Volgens de laatste cijfers groeide de e-commerce markt in 2017 met 15 procent tot een totale omzet van 23 miljard euro. Sinds 2016 zijn er 1800 online fashion shops bijgekomen. Dat zijn er meer dan er aan stenen winkels uit het straatbeeld verdwenen, rekende hij voor.

,,Meer winkels betekent dus meer concurrentie,’’ stelt Coelewij. ,,Tegelijkertijd is de markt aan het internationaliseren. Internationale spelers als Amazon en Alibaba hebben een derde van de Nederlandse markt in handen. In 2011 was dat nog maar 5 procent. Wij denken dat de Nederlandse markt groot genoeg is om onze eigen plek te creëren.”
,,De Nederlandse markt heeft zijn eigen specifieke kenmerken. Nederlandse klanten hebben een eigen specifieke mindset."
Focus op gezinnen
De vraag blijft echter hoe Wehkamp, met ‘slechts’ 500.000 bezoekers per dag en een aanbod van ‘slechts’ 400.000 verschillende artikelen, denkt bedrijven als Amazon en andere buitenlandse internetreuzen te kunnen weerstaan? Door te focussen op een specifieke doelgroep: typisch Nederlandse gezinnen, stelt Coelewij. ,,De Nederlandse markt heeft zijn eigen specifieke kenmerken. Nederlandse klanten hebben een eigen specifieke mindset. Nederlandse gezinnen zijn heel anders dan die in de UK, Duitsland of de VS. Wij moeten zorgen dat we precies leveren wat zij willen en met producten komen die bij Nederlanders aanslaan. Internationale spelers kunnen alleen alles voor iedereen leveren. Als ze met ons willen concurreren moeten ze dat loslaten,” legt hij uit.

 
Brand Purpose
Wehkamp focust op gezinnen in elke fase van hun leven. Een belangrijke subdoelgroep zijn mensen die artikelen voor anderen kopen, lees moeders. De CEO’s van gezinnen, zoals Coelewij ze noemt. Om hen te bereiken heeft Wehkamp zijn zogenoemde brand purpose onderzocht, het waarom van zijn bestaan. Bedrijven die dat helder hebben doen het namelijk 80 procent beter dan gemiddeld op de markt. Coelewij: ,,Wij willen de nummer één in gezinnen worden. Dan moet je weten wat er bij hen leeft. Wat voor hen relevant is. Gezinnen zijn misschien niet de meest hippe doelgroep, maar iedereen maakt deel uit van een gezin. Ook moderne mensen. Wij moeten zorgen dat onze communicatie daarbij aansluit.”

 
Meer tijd in drukke bestaan 
Uit het onderzoek bleek dat één ding voor alle groepen hetzelfde was: we hebben het ontzettend druk met zijn allen. Dat bood een opening voor een nieuwe marketingcampagne rond de boodschap dat online winkelen bij Wehkamp het leven makkelijker maakt en meer ruimte laat voor andere leuke en mooie dingen. Daarop inhakend werd tijdens de feestdagen de commercial ‘Meer tijd voor de mooiste tijd van het jaar’ gelanceerd.

https://www.youtube.com/watch?v=DOItK2BWnd4

De commercial werd goed ontvangen. 2,5 miljoen Nederlandse vrouwen zagen hem drie keer, 5 miljoen Nederlandse vrouwen 1 keer.
Concurreren 
Wehkamp kiest dus niet voor schaalgrootte, maar voor specifieke oplossingen voor specifieke klanten. ,,Hoe meer je kunt differentiëren, hoe moeilijker het wordt voor internationale bedrijven om met jou te concurreren. Ze moeten van hun schaalgrootte weg om te doen wat jij doet,” aldus Coelewij.

 
Lees hier ook deel 2 van The battle of the retailers:
 
https://www.frank.news/2018/01/30/moet-bol-com-bang-alibaba/

 
Lees hier ook deel 3 van The battle of the retailers:
 
https://www.frank.news/2018/02/02/maakt-melkboer-picnic-stenen-supermarkten-ah-en-jumbo-overbodig/

 
 
 
  7967 Hits
  1 Comment
7967 Hits
1 Comment

Hoe overleven Kruidvat, Dirk en Gamma zonder folders?

Hoe overleven Kruidvat, Dirk en Gamma zonder folders?

Folders zijn een goudmijn voor retailers. Nu Amsterdam per 1 januari een ja-ja-sticker mag invoeren en andere gemeenten dreigen te volgen, is de branche in rep en roer. Bereik en inkomsten van folderreclame zullen drastisch dalen. Net als omzetten van retailers. De vraag is hoe retailers als Kruidvat, Dirk en Gamma overleven zonder folders? Met hybride systemen? Eigen huis-aan-huis-kranten? Digitale folders? Of een eigen ja-sticker?

In Amsterdam moet iedereen die nog folders wil ontvangen een ja-ja-sticker op de brievenbus plakken. Daarmee bespaart de stad naar eigen zeggen 1,8 miljoen kilo papier per jaar. Nadat de rechter de Amsterdammers in november gelijk gaf, breidt het idee zich als een olievlek uit over Nederland. Grote steden als Utrecht, Amersfoort, Arnhem, Nijmegen, Rotterdam en Den Haag denken erover zo’n sticker in te voeren. Ook kleinere gemeenten als Moerdijk, Ede, Molenwaard en Tiengemeten. In de Tweede Kamer komt de Partij voor de Dieren met een motie om het zogeheten opt-in systeem in heel Nederland in te voeren.

 
Ramp voor retailers
Een ramp voor retailers, zeggen deskundigen. ,,Ik verwacht dat de verspreiding van folders door de ja-ja-sticker gehalveerd zal worden. Want lang niet iedereen gaat die ja-ja-sticker op de brievenbus plakken. Retailers zullen dat direct in hun omzet merken,” zegt research director John Faasse van onderzoeksbureau Vostradamus, dat het rendement van folderreclame monitort.

De maatregel raakt vooral supermarkten, drogisterijen en bouwmarkten. Bij deze retailers wordt 29 procent van hun omzet bepaald door folderreclame, benadrukt MKB Nederland. De Raad Nederlandse Detailhandel (RND) waarschuwt dat het nieuwe systeem winkeliers 10 procent omzet gaat kosten en alleen al in Amsterdam 4000 banen op de tocht zet.

 
Groot bereik
Het bereik van folders is nu nog enorm. Uit de laatste NOM Folder Monitor van GFK blijkt dat ruim 8 op de 10 Nederlanders hiermee bereikt wordt, dat 13 miljoen Nederlanders een reclamefolder lezen en dat 84 procent naar aanleiding van een papieren folder in actie komt. Verder blijkt dat 41 procent van de Nederlanders zijn aankoopbeslissingen erop baseert, 43 procent zijn boodschappenlijstjes ermee maakt en 49 procent geregeld een product uit de folder koopt. Overigens kun je hier met name in grote steden vraagtekens bij zetten. ,,In grote steden als Amsterdam, waar het probleem speelt, heeft 45 tot 50 procent van de adressen een nee-nee of een ja-nee sticker. Dus daar haal je dat bereik niet,” stelt Marcel Veenstra, Managing Partner van specialist in brievenbusreclame HPG.

 
Melkkoe
De folder is niet alleen een effectief reclamemiddel. Hij is ook een melkkoe waar retailers veel geld aan verdienen. Bij mediabureaus is bekend dat producenten enorme bedragen betalen om hun producten in een folder te krijgen. Zo rekent Kruidvat al gauw 60.000 euro voor een advertentiepagina in zijn landelijke folder.

Volgens onderzoek van Dr. Ed Peelen uit 2011 - misschien oud maar veelzeggend - geven retailers jaarlijks ongeveer een miljard euro uit aan het ontwerpen, drukken en verspreiden van folders. Die kosten worden voor een groot deel terugverdiend door de advertenties van fabrikanten die met hun producten in die folder willen staan. Uit het onderzoek blijkt dat 63 procent van de retailers de kosten van de folder laat meefinancieren door producenten. Alleen al de supermarkten halen hiermee 550 miljoen euro per jaar op, drogisterijen zo’n 90 miljoen euro. Dat is meer dan ze kwijt zijn aan kosten, oftewel: ze maken winst.

 
Tegenaanval
De vraag is dan ook: hoe moeten retailers overleven als dit alles wegvalt? Minder bereik, betekent minder omzet. Maar ook minder advertentie-inkomsten. Daarom hebben de folderbranche en retailers gezamenlijk de tegenaanval ingezet. Partners MailDB, het KVGO en Spotta gaan in hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank waarin Amsterdam groen licht kreeg. ,,Het belang van de folder is gigantisch,” zegt bestuurder Eelco Lulofs van brancheorganisatie voor verspreiders en bezorgers MailDB. ,,Het zorgt voor heel veel traffic voor winkeliers en biedt nieuwe winkels in Amsterdam de mogelijkheid zich aan te kondigen bij de consument. Folders zijn ook heel belangrijk voor acties en aanbiedingen van retailers.  Daar halen ze veel omzet uit. Nu wordt de brievenbus door Amsterdam op slot gedraaid.”

 
Eigen ja-sticker
Omdat het nog maar de vraag is of ze het hoger beroep wint, promoot de branchevereniging een eigen ja-sticker via de campagne ‘Zet je brievenbuis op groen’. Veel retailketens hebben zich daar al bij aangesloten. Lulofs: ,,Hoe meer retailers ons steunen hoe beter. Omdat Amsterdam hier 1 januari sowieso mee start, zijn we zelf een offensief begonnen om onze eigen groene ja-sticker onder de aandacht van consumenten te brengen. We hebben hiervoor displays op de balie van 300 belangrijke winkels in Amsterdam staan en posters aan de muur hangen. Ook wordt onze ja-sticker huis-aan-huis verspreid en door bezorgers bij hun nieuwjaarswensen uitgereikt.”

 
Eigen huis-aan-huiskrant
Andere retailers zoals Dirk van den Broek denken aan het uitgeven van een eigen huis-aan-huiskrant. Daarmee omzeil je de stickers en kun je een groot deel van je folderreclame in je krant kwijt. Op zich een slimme manier van content marketing. Ook Marcel Veenstra van HPG ziet dat als een alternatief. ,,Veel van onze klanten doen testen om te kijken of ze de traffic en het aantal kassa-aanslagen dat ze nu halen met de folder kunnen verplaatsen naar een weekkrant. Dat in combinatie met andere media. Het idee van Dirk is niet nieuw en wordt in België ook al toegepast, al is het daar vooral om de folderbelasting te ontlopen.”

Ook MailDB ziet dat huis-aan-huiskranten reclamefolders als advertentiekaternen opnemen in hun blad. ,,Die worden daardoor een stuk dikker, dus wordt de stapel oud papier alleen maar groter. Daarmee vervalt ook het argument van papier- en milieubesparing van de gemeente,” stelt Lulofs.

John Faasse denkt dat weekbladen geen volledig alternatief kunnen zijn. ,,Je kunt advertenties over twee pagina’s plaatsen in een krant, maar je kunt er nooit al je aanbiedingen in kwijt zoals in een folder,” zegt hij. Dirk zelf wil hier niet op ingaan.

 
Digitale folder
Kruidvat probeert de focus te verleggen naar online. ,,We gaan onze klanten in Amsterdam  nu actiever via andere – digitale – kanalen informeren. Daarbij kan worden gedacht aan onze online folder, maar ook Facebook en Instagram,” zegt José Mes, Manager PR & interne communicatie van A.S. Watson.

Ook volgens GFK rukt de digitale folder op. Die wordt al door 4,4 miljoen mensen gelezen. Toch gelooft Faasse daar niet zo in. ,,Met de folder kom je bij grote groepen mensen onder de aandacht. Daar valt nu een belangrijk deel van weg, dus moeten adverteerders naar alternatieven zoeken. De vraag is of dat digitaal moet zijn. Daarmee compenseer je het bereik van de folder niet. Daarom denk ik niet dat de digitale folder het alternatief zal worden. Dan zie ik nog eerder een rol voor het huis-aan-huisblad,” zegt hij.

 
Hybride systeem
Veenstra denkt dat de oplossing ligt in een hybride systeem van ongeadresseerde folders voor mensen met een ja-sticker en geadresseerde folders per post die mensen zelf uitkiezen. Dat kan bijvoorbeeld bij folderkiezer.nl of kiesjefolder.nl, dat al 23.000 deelnemers telt, van wie 12.000 Amsterdammers. ,, In Denemarken is het geadresseerd versturen van folders met ruim 670.000 deelnemers, 1 op de 4 huishoudens, een succes. In Nederland doet Ikea dat ook al op deze wijze. Daarnaast krijgen 400.000 bewoners van de buitengebieden - die geen reguliere folderpakketten ontvangen - hun folders als geadresseerde reclame. Zo ontstaan meer kansen voor 1-op-1 communicatie door folders persoonlijker te maken. Daarom denk ik dat de bezorging van folderreclame in de toekomst een mix zal worden. Aan de ene kant bij mensen met een ja-sticker en aan de andere bij mensen die zelf aangeven welke folder ze willen,” aldus Veenstra.
  10284 Hits
  0 Comments
10284 Hits
0 Comments

Zo laat je de mkb-webshop meetellen

Zo laat je de mkb-webshop meetellen
Door Robin van den Bosch.

Robin van den Bosch wil graag dat bedrijven hun webshops zo inrichten dat de eindgebuiker een ultieme shopper experience heeft. En daarom geeft hij tips. Vandaag de centrale vraag: hoe kan de mkb-webshop mee komen met de groteren?

 
Retailers, zorg dat je je winkel op orde hebt. En dan bedoel ik niet zozeer die fysieke winkel, maar natuurlijk ook je webshop. Mijn bedrijf werkt voornamelijk voor grotere retailers. Toch zien we juist ook relatief eenvoudige oplossingen, waarmee ook de kleinere retailer een goede e-commercestrategie kan realiseren en zijn klanten beter en effectiever kan bereiken. Snelheid en prijs, daar draait het om. Met al enkele automatiseringsmogelijkheden kun je het verschil maken. Ook als ‘jij’ een kleinere speler bent in de e-commercewereld.

 
We zien dat er steeds meer online wordt geshopt. In 2016 kocht 82 procent van de Nederlandse consumenten online producten, in totaal voor € 20,16 miljard euro. De online bestedingen stijgen hiermee met 23% ten opzichte van 2015, een jaar waarin ook al veel groei was te zien (bron: GfK). Online verkopen stijgen naar verwachting ook in 2017 weer door. Dat is niets nieuws, maar ik zie dat de webshops, vooral de kleinere, er vaak nog niet goed op ingericht zijn.

 
1. Automatiseer zoveel mogelijk
Veel kleinere partijen denken dat automatiseren duur is of dat dit niet nodig is, zolang ze nog klein zijn. Zonde, want op het moment dat het dan wél echt nodig is, loop je al snel achter de feiten aan. Mijn tip: automatiseer snel zoveel mogelijk. Zeker de processen met een frequent terugkerend karakter.

Op dit moment kan zo ongeveer alles waar logica en regels achter zitten geautomatiseerd worden. Wanneer de logica en regels vager worden, kunnen nog altijd de deelprocessen geautomatiseerd worden. Door koppeling van alle op de markt zijnde webwinkelsoftware van specialisten krijgen webshops meer mogelijkheden bij verkoopplatformen. Kosten kun je besparen door het automatiseren van order picking, en snelheid behaal je door non-stop dag en nacht op hetzelfde tempo order picking te laten plaatsvinden.

 
2. Synchroniseer je voorraad
Stel je biedt je producten niet alleen aan in je eigen webshop, maar ook via Amazon, Ebay of Bol.com. Dan heb je opeens te maken met meerdere kanalen die aanspraak maken op één en dezelfde voorraad. Als kleinere partij kan dit op je overkomen als ‘extra gedoe’. Want hoe voorkom je dan misgrijpen in een van de kanalen? Dat is gemakkelijk te voorkomen met automatische voorraadsynchronisatie. Wordt er een order geplaatst – via welk kanaal dan ook – dan wordt deze in het e-commerceplatform geregistreerd daar waar de voorraadmutaties worden bijgehouden. De pakbonnen worden geprint en tegelijkertijd wordt de logistieke dienst ingelicht. En is er sprake van een retour – in vaktermen ook wel ‘Retourneren Met Authorisatie’ (RMA) genoemd – in een van de verkoopkanalen, dan wordt de voorraad automatisch weer bijgeboekt bij ontvangst. En er wordt een creditnota gemaakt, zodat je systeem helemaal klopt.

 
3. Verzendkosten op basis van afmeting
Gaan we nog een stapje verder, dan komen we bij een nieuwe ontwikkeling, een vorm van ‘dynamic pricing’ voor het verzenden van een order. Iets wat je klanten nog tegen kan houden het product daadwerkelijk online te bestellen: de verzendkosten. Door een scherpere prijs aan te bieden op basis van afmeting en gewicht van de bestelde producten kun je je klanten over de streep trekken.

 
4. Optimaliseer je orderpickingsysteem
Bij een bestelling, wordt de logistieke dienst direct op de hoogte gebracht van het af te handelen pakket. De bestelling wordt direct ingeschoten met de juiste ‘parameters’. Daarmee bedoelen we in dit geval ordernummer en afleveradres, maar ook de artikelnummers, verwachtte hoogte, lengte, breedte en gewicht van het pakket, zodat de orderpickers een optimale vrachtindeling kunnen maken. De logistieke dienst meldt een of meerdere track & trace-codes terug, die automatisch weer naar de consument worden verzonden. Al deze software-gedreven oplossingen maken het mogelijk sneller en minder foutgevoelig order picking te laten plaatsvinden. En daar hoef je als online retailer echt helemaal niets voor te doen als je systeem er eenmaal op ingericht is. Dit is waar je kosten bespaart.

 
5. Lever op dezelfde dag
Grote spelers zoals Bol.com zie je het natuurlijk al langer doen: same day delivery, oftewel: producten op de dag van bestelling leveren. Door automatisering op alle fronten binnen het bestel-, verzend- en afleverproces is het mogelijk de consument binnen 24 uur te bedienen. In de praktijk gebeurt dit vaak in de vorm “voor 23.59 besteld, morgen in huis”, wat dus binnen 24 uur is. Voor kleinere webwinkels was deze service lange tijd niet mogelijk, vanwege gebrek aan schaalgrote en door de te hoge kosten. Tegenwoordig is dat niet meer het geval. Ook de MKB-er zonder grote volumes kan zich aansluiten bij een middelgrote of grotere vervoerder en same day delivery garanderen. De kosten voor Same Day Delivery zijn dalende, daardoor kun je ook als kleinere retailer profiteren van goedkope tarieven, vaak ook op zaterdag.

 
6.Wees voorbereid op nieuwe technologieën
Technisch gezien staan we nog maar aan het begin van alles wat al mogelijk is met de nieuwste technieken. Artificial Intelligence (AI) en Augmented Reality (AR) zijn nu al gangbare technologieën binnen de e-commerce. Ik verwacht dat we deze bij Jaagers binnen een jaar optimaal kunnen inzetten. Hoe staat die nieuwe bank in de woonkamer? Past die sneaker of pump bij de outfit die iemand erbij wil dragen? AR maakt dit straks allemaal mogelijk. Hierdoor hoeft er geen fysieke setup gecreëerd te worden. Bovendien is de drempel een stuk lager en kan de fantasie onderbouwd worden met deze visuele tool. Daarnaast gaat nanotechnologie een grotere rol spelen. Denk aan betalen met je iris of doormiddel van een chip, al zal het nog wel een tijd duren voor dit ethisch gezien geaccepteerd is. Internet maakt meer en meer plaats voor smart devices die de consument ontzorgen. Denk aan Amazon Echo dot, een apparaat om te communiceren met ‘Alexa’, de digitale assistent van de webwinkel. Oftewel: de Siri van Amazon. Via voice control kunnen gebruikers muziek en apparaten in huis bedienen, zoekopdrachten op internet geven en natuurlijk producten bestellen op Amazon. Zelf

 
7. Blijf wel persoonlijk
First things first, wie bovengenoemde automatiseringsoplossingen op het gebied van het bestelproces, voorradensynchronisatie, orderpicking en logistiek toepast, is al een heel eind. En laten we niet uit het oog verliezen dat op het gebied van support en ondersteuning altijd een persoonlijke touch nodig zal blijven. Net als geldt voor het ontwikkelen, vormgeven en vermarkten van producten. Deze gevoelskwesties laten zich niet zo makkelijk automatiseren. Al is de configurator – waar we bij Jaagers veel mee doen – tot slot dan wel weer een mooi voorbeeld van waar automatisering en ‘op maat’ samenkomen. Het online kunnen samenstellen van gepersonaliseerde product vormt vaak een belangrijk onderdeel in het keuzeproces van de eindgebruiker.

 
Robin van den Bosch is een e-commerce specialist met een technische inslag, die zich hard maakt voor de ‘uitmuntende klantreis’. Hij is mede-oprichting en directeur van e-commerce-bedrijf Jaagers, het bedrijf dat samen met Tribal en The Webcare Company behoort tot de TWC Holding.
 
  3176 Hits
  0 Comments
3176 Hits
0 Comments

Welke marketingwetten verklaren succes outletcentra?

Welke marketingwetten verklaren succes outletcentra?

Outletcentra lopen als een trein, maar wat zijn de marketingwetten van merkparadijzen als Batavia Stad en Rosada Fashion Outlet? De (gedwongen) eensgezindheid van de retailers en zeer doelgerichte databasemarketing op basis van voorkeuren van klanten spelen een grote rol.

 
Natuurlijk is er veel kritiek op outletcentra. De ‘merkjongens’ zouden de boterhammen van de winkeliers uit de binnensteden opeten, maar het blijven bijzondere cijfers. In 2016 steeg de omzet van Rosada met 40 procent terwijl dat percentage in 2015 op 27 procent kwam. De omzet per vierkante meter steeg het afgelopen jaar naar eigen zeggen met 78 procent en er kwamen 57 procent meer bezoekers naar Roosendaal. Ook in Batavia Stad, gelegen aan de rand van Lelystad, nam de omzet toe met dertien procent en dit jaar nog gaat ‘Batavia’ flink uitbreiden tot 150 merkenwinkels.

 
Miljoenen mensen 
Inmiddels komen er jaarlijks meer dan 2 miljoen mensen naar deze plek. In het Roermondse Designers Outlet zijn de merkentassen van Prada en Puma al helemaal niet aan te slepen. Daar lopen - afhankelijk van de geraadpleegde bron - jaarlijks tussen de 5,5 en 7,5 miljoen mensen rond, meer mensen dan in De Efteling. In 2017 staat ook in het Limburgse een uitbreiding gepland; tot 200 winkels. Met 45.000 vierkante meter is het ‘RDO’ dan het grootste winkelcentrum van Europa. Volgens marketingprofessor Kitty Koelemijer bij RTL komt het succes vooral door een grote groep mensen die wél merken willen, maar daar normaal gesproken geen budget voor hebben. Bovendien nemen de outletcentra de drempel weg om zo’n strakke designwinkel binnen te lopen.

 
Outlet in Zoetermeer gaat door
Outletcentra zijn dus een succes in Nederland, niet voor niets lijkt de kans op een variant in Zoetermeer van 18.000 vierkante meter groot na goedkeuring door de Gemeenteraad. Volgens onderzoek door de Gemeente zelf  - die wel een ‘belangetje’ heeft natuurlijk - ziet 80 procent van de inwoners zo’n outlet wel zitten. Ook in Zevenaar en Halfweg worden de komende jaren merkenparadijzen uit de grond gestampt. Over de effecten op de winkeliers in de binnensteden is van alles te vertellen, maar wij zijn nu eenmaal frank.news en dus zijn we vooral benieuwd naar de marketingwetten van deze designcentra. Is het alleen de prijs of zit er meer denkkracht achter? Hoe ga je er op dat moment voor zorgen dat er voldoende mensen komen die met een paar gevulde tassen de stadspoorten uitwandelen?

 
De kenner: de marketingwetten van een outlet  
Gerben Boomsma is managing director van STABLE, dat het centrale management doet van grote winkelconcentraties. Zo was dit bedrijf nauw betrokken bij de eerste twaalf jaar van Batavia Stad en ‘beheert’ het Rosada Fashion Outlet in Roosendaal. ,,Weet je wat het succes bepaalt van outletcentra? De samenwerking tussen retailers en de beheerder/eigenaar van de outlet. In traditionele winkelcentra gaat er slechts een klein beetje geld naar de winkeliersvereniging en die huurt dan een bevriende websitemaker in. Bij ons betalen retailers een huurbedrag op basis van de omzetten én een fee voor service & promotie. Een substantieel gedeelte wordt besteed aan professionele marketinginstrumenten,” zegt hij.

 
Gratis PR 
In de beginfase van de eerste Nederlandse outlet - Batavia Stad opende in 2001 - was het trouwens wel even zoeken naar de juiste marketingingimpulsen. De gratis PR in het NOS Journaal en de landelijke tv-campagne met Ushi leverden veel bezoekers op, maar weinig kopers. In die periode was Boomsma werkzaam bij huurder Puma. ,,We moesten echt nog zoeken naar het juiste profiel van de klant. Iedereen die normaal gesproken winkelt bij een winkel als Bristol vindt de producten in een outlet nog steeds duur. Je moet dus consumenten vinden die wél merken willen, maar niet per se de allerlaatste mode dragen. Het vergde wat tijd om die doelgroepen te vinden,” vertelt hij.

Boomsma legt uit dat de basis van het centrale marketingplan altijd het merkwinkelaanbod is en daar ga je vervolgens publiek bij zoeken. Tenminste, zo gaat dat bij Rosada. ,,Alle huurders rapporteren op dagniveau de behaalde omzetten en bezoekersaantallen omdat ze de huur op die basis betalen. Je kunt op die basis dus bijsturen om de marketingbudgetten van huurders zo slim mogelijk uit te geven. Als je dat slim en effectief doet, komen er meer bezoekers. Deze geven meer geld uit, waardoor omzetten in winkels hoger worden. Hierdoor betalen de huurders meer huur en daarmee wordt de waarde van het vastgoed hoger gewaardeerd.”

 
Veel onbenut potentieel  
Okay, er is dus volgens Boomsma een stevige koppeling te maken tussen investeren in marketing en omzet genereren, maar dat betekent dus dat er veel onbenut potentieel is qua doelgroep. Ergens moeten er nog voldoende merkenliefhebbers rondlopen die nog te weinig naar Roosendaal gaan voor een leuk merkshirtje? ,,Klopt,” zegt hij. ,,Dat potentieel is er. Stel dat een centrum 2 miljoen bezoekers heeft en mensen komen gemiddeld 4 keer per jaar dan heb je het over 500.000 unieke bezoekers. Dat wil zeggen 200.000 families van gemiddeld 2,5 personen die het centrum bezoeken. Dat betekent dus een enorm potentieel. Ga maar na: bij de gemiddelde Albert Heijn om de hoek komen 2 miljoen bezoekers per jaar en die zijn er 2 à 3 keer per week.”

 
Database 
Waarin zou dan de winst kunnen zitten? ,,Wij hebben in Roosendaal inderdaad een database met 200.000 verrijkte klantprofielen. Daarin staat dat hij Piet Jansen heet, waar hij woont, wat zijn merkvoorkeuren zijn en op welke dagen hij graag winkelt. Wij willen een mail op maat kunnen sturen naar Piet omdat zo de kans veel groter is dat hij onze kant op rijdt,” aldus Boomsma. Dus als meneer Jansen een hardloper is die altijd op Nikeschoenen zijn trainingsrondjes loopt en hij altijd op zaterdag winkelt dan krijgt hij op vrijdag een mail met wat leuke kortingen? ,,Klopt. Wij geloven ook in Facebookmarketing, maar onze meerwaarde is die database waarin we de echte voorkeuren van mensen hebben zitten. Wij hebben daarop ingezet omdat we op die manier een eigen mediakanaal kunnen bouwen waarvoor we geen externe media hoeven in te kopen. Als je weet wie jouw bezoekers zijn kan je die relatief gemakkelijk van vier naar vijf bezoeken per jaar krijgen.”

 
Nieuwe klanten 
Meer halen uit de bestaande klanten is één ding, maar je kan natuurlijk ook het klantenbestand vergroten. Hoe pak je dat aan? Boomsma: ,,Dit gaat nog steeds door breed in de markt te vertellen dat mensen je moeten bezoeken. We hebben sinds 2016 een volledige online marketingstrategie en dat doen we op allerlei platforms via bannering, prerolling en andere initiatieven.”

Is er een groep mensen die Rosada nog niet goed kan bereiken? ,,We hebben het aantal Belgische bezoekers van 12 naar 35 procent gebracht en zij besteden meer dan Nederlanders, dus dat is een belangrijke groep. Wij kunnen nog veel winnen bij de mensen die ongeveer een uur naar ons moeten rijden, vooral in grote steden als Antwerpen en Rotterdam bijvoorbeeld. Daar gaan nog veel toeristen heen die we ook graag naar ons toetrekken. Denk aan busreizen organiseren vanuit de steden en hotels. Het is belangrijk om ervoor te zorgen dat mensen al vóórdat ze op reis gaan van ons afweten. Dat ze in China weten dat ze ook bij ons terecht kunnen,” aldus Boomsma.

 
Conclusie  
De grote massa op de been brengen door gerichte online campagnes  - vooral onder toeristen die wat te besteden hebben - en meer uit je bestaande klanten halen door je database strategisch te gebruiken. Dat is zo’n beetje de marketingstrategie die veel outletcentra hanteren. Niet zo revolutionair op het eerste gezicht, maar in de retailwereld bijzonder omdat het in de klassieke binnensteden aan zo’n eensgezinde aanpak wel eens ontbreekt. Het zijn de Amerikaanse merkenwetten van ‘malls’ die als geheel een groot publiek willen trekken. In dat uitbouwen van het vermarkten van outletcentra zou er trouwens een grotere rol kunnen komen van contentmarketing, omdat dit instrument uitermate geschikt is om te segmenteren op interesse. Modetijdschriften zijn er genoeg, maar waar blijft het tijdschrift voor de veertiger die houdt van recreatief hardlopen, een beetje tennissen voor de gezelligheid en de broeken van Pall Mall?

 
 
  1480 Hits
  0 Comments
1480 Hits
0 Comments

Be Candid,
it’s contagious.

Candidness is the quality of speaking with
honesty and authenticity. Our Candid editorial
team shares stories that matter on media, data,
marketing, creativeness and technology.

Our Candid editorial team
creates stories that matter.