Candid. Platform
for growth.

Hoe slimme strategen die klassieke '50 procent reclamecode' kunnen kraken

Heineken
Het is misschien verleidelijk om de twee verhalen van De Correspo...

Veel bestedingscijfers: aandeel digitaal blijft toenemen

bestedingen
De nieuwste cijfers over online bestedingen geven een traditioneel beeld: o...

René Repko: Eenmaal voor het schap zeggen consumenten onbewust 'fuck die purpose'

Rene_repko
We gaan de komende tijd wat vaker marketeers interviewen. Niet de personen ...

De plek waar online marketingprofessionals en ambachtelijke tv-makers samenkomen 

De plek waar online marketingprofessionals en ambachtelijke tv-makers samenkomen 

Het interessante aan een interview over de toekomst van advertising met Ruud Wanck is dat hij recht van spreken heeft. Wanck was immers CEO van GroupM Connect, de grootste advertisinggroep van de wereld. Hij verruilde zijn functie in voor een nieuw avontuur; met SNDC8 (spreek uit ‘Syndicate’) wil hij de Europese markt van online advertising opnieuw uitvinden. 

Hoe hij dat wil aanpakken met zijn team? Hij wil de oude wereld van mediamakers, uitgevers en broadcasters koppelen aan de kennis van de individuele consument. Wanck kreeg in zijn tijd bij GroupM veel vragen van broadcasters die graag een verdienmodel willen lanceren voor digitale video. Ze waren het natuurlijk gewend om GRP’s te verkopen rond hun tv-formats, maar doordat jongeren minder tv kijken, is dat model heel rap aan het afbrokkelen. Ondertussen leek het niet logisch dat de Europese zenders voor dat model allemaal hun eigen systemen zouden ontwikkelen want die zouden nooit kunnen concurreren met de schaal waarop bedrijven als Facebook en Google dat aanpakken. ,,Vergeet niet dat de kosten hoog zijn om een boodschap bij de juiste persoon te krijgen en die methodiek is in Frankrijk niet anders dan in Nederland.’’ De Duitse zendergroep ProSiebenSat.1 klopte aan bij Wanck met de mogelijkheid om meerdere digitale specialisten (die al waren gekocht) uit te rollen. Bij bedrijven die videocontent exploiteren als SmartStream en Glomex werken in Duitsland al rond de 200 mensen en deze bedrijven worden via SNDC8 allemaal gelanceerd in landen als Nederland, Frankrijk, Engeland en Oost-Europa.’’

Techniek koppelen aan broadcastersOkay, we maken het even een klein slagje overzichtelijker; in alle landen komt dus een club van slimme mensen met verstand van digitale media die weten hoe ze adverteerders koppelen aan consumenten. ,,Klopt, wij hebben dan ook geen technische mensen meer nodig, maar mensen uit de mediawereld. De techniek is immers al ontwikkeld in Duitsland. We zoeken dus samenwerking met grote broadcasters naast ProSiebenSat.1. ,,Iedereen zal uiteindelijk de stap naar de digitale wereld moeten maken en wij geloven in zo’n coöperatiemodel waarbij mensen met elkaar samenwerken. Het gaat erom dat iedereen daar beter van wordt uiteindelijk.’’

Veel vraag naar online video, maar geen aanbodZijn oude GroupM-collega Geert Hoogeveen, verantwoordelijk voor SNDC8 Benelux, legt uit dat de advertentiegelden echt heel hard naar digitaal gingen de afgelopen jaren. En waar veel contenteigenaren tegenaan lopen is dat er veel vraag is naar online video, maar er is geen aanbod. ,,En daarvoor is glomex bedacht dat professioneel geproduceerde content naar publishers distribueert en eraan verdient via een advertentiemodel.’’ Wanck legt uit dat glomex het kwalitatieve online alternatief moet worden voor tv-advertising. ,In het platform zijn al tientallen miljoenen geïnvesteerd en we willen het dus uitrollen door heel Europa. We doen dat in een volledig participatief model. Een derde van de inkomsten is voor ons, een derde voor de contenteigenaar en een derde voor de broadcaster.’’

SNDC8 lijkt dus een gedurfd initiatief en dat is ook nodig willen mediapartijen die niet toevallig Facebook en Google heten ook blijven groeien. Van elke euro die door adverteerders online wordt besteed gaat immers 75 eurocent naar Google en Facebook. Er blijft dus alleen wat over voor bedrijven als Sanoma, TMG en De Persgroep als ze ook gaan samenwerken. Mikt SNDC8 op een soort bronzen medaille achter Google en Facebook? ,,Nee,’’ zegt Wanck. ,,We willen iets in de markt zetten wat er niet is. Een digitaal videonetwerk met het kwaliteitsniveau van tv waarmee we nieuwe budgetten binnenhalen en uiteraard willen we ervoor zorgen dat alle broadcaster ook een rol in de digitale wereld gaan spelen in plaats van dat die rol wordt overgenomen.’’ Wat hebben de mensen bij broadcasters nodig om die stap te maken? ,,Er moet deels een mentaliteitsverandering komen in het ondernemerschap van bedrijven waarbij je moet willen delen om vooruit te komen. Iedereen wil alles in eigendom hebben, maar dat wordt heel duur. Waarom zou je het allemaal zelf bedenken? Over dat model gaan nu de gesprekken die we hebben, het gaat echt om delen en daarom is het ook een Syndicaatmodel.’’

Vraag naar hoogwaardige videoEven een slagje concreter toch weer even. Stel de baas van De Persgroep wil audiovisuele content. Hoogeveen: ,,Dan heb je het over AV-nieuwscontent en dat wordt nu alleen gemaakt door NOS en RTL. Wij geloven erin dat zij dat voor iedereen beschikbaar stellen en hebben daarvoor het verdienmodel in huis. Glomex is zo ongericht dat de content helemaal in de look & feel van de uitgever te zien is. Uiteindelijk bepaalt de bezoeker of hij het wel of niet zal zien. Wij gaan niet zelf content maken, wij zijn ‘the enabler’. Maar op dit moment blijft de content van RTL dus alleen bij RTL terwijl wij zeggen: waarom zou je dat niet gebruiken om nog meer mensen te bereiken?’’

Technische datamensen koppelen aan de ambachtelijke makersDat het voor broadcasters interessant is om samen te werken lijkt logisch, maar hoe zit het eigenlijk met adverteerders? Wat is de ervaring van Wanck over hun wensen? Zij bereikten jarenlang hun doelgroepen via tv, maar moeten nu ook online aanwezig zijn. Gaan zij zelf aan de knoppen draaien of besteden ze dat liever uit? ,,Vooral in de VS spelen twee dominante thema’s een rol; als eerste willen adverteerders jongere mensen bereiken die steeds minder tv kijken en ten tweede willen ze dat op een merkveilige manier doen. Het ging heel lang over de boodschap koppelen aan de data en wat daar tussenzat was minder relevant, maar ze willen dat nu in een ‘brandsafe context’ doen.’’
Wanck pleit voor duidelijkheid, voor transparantie ,,Wij willen de wereld van ‘mathmen’ koppelen aan de ‘madmen’ van weleer. Die broadcaster lijken misschien ouderwets qua koppeling van de data aan hun aanbod, maar het zijn wel hele goede makers. Die oude mediamerken zie je, in tijden van fakenews, ook weer een beetje opklimmen, ze staan toch voor een bepaalde kwaliteit waarmee je adverteerders aanspreekt.’’

Context is voor adverteerders ook belangrijkWanck denkt echt dat er een soort paradigmaverandering aan het ontstaan is. ,,Eerst ging het om de creativiteit van de Madmen, daarna alleen nog maar om data, maar ik denk dat mensen nu inzien dat het om allebei gaat. Je wilt als adverteerder echt in een omgeving komen waarmee je gezien kan worden. Daarmee praat ik wel een beetje voor eigen parochie, maar ik geloof dat die oude makers daar echt iets kunnen gaan doen.’’ Hoogeveen vindt ook dat programmatic advertising te vaak gezien wordt als het doel in plaats van een middel. ,,Maar het gaat erom welke mensen je bereikt in een bepaalde doelgroep en daarvoor is programmatic handig.’’ Maar gaan zij niet meer aan programmatic doen? Wanck: ,,Wij geloven natuurlijk heilig in programmatic, maar uiteindelijk gaat het erom dat je een goed verhaal bij je doelgroep krijgt. Wij willen goed managen in welke omgeving je een boodschap krijgt van een adverteerder. In glomex zit een playlist waar je als adverteerder je voorkeuren in kunt aangeven qua content en omgeving.’’

De van origine Duitse bedrijven worden op dit moment met een paar landen tegelijk uitgerold over Europa. De komende twee, drie jaar wordt duidelijk of dit echt een oplossing is voor de traditionele broadcasters en of het uitgevers toegang biedt tot video en adverteerders. Want de verandering gaat hard in de mediaconsumptie en iedereen moet mee. Wanck: ,,Daar moeten we ook niet te negatief over doen. Een waarheid vind ik altijd: er is nog nooit een medium verdwenen. Dus er kan wel negatief gedaan worden over tv en print, maar er komt een nieuwe balans.’’

‘Jongere developers Facebook en Google denken dat het leven ophoudt na 65’

‘Jongere developers Facebook en Google denken dat het leven ophoudt na 65’

Facebook is samen met Google de dominante speler op het gebied van online advertising. Een gebied dat onder vuur ligt, met name nadat Procter & Gamble eerder deze maand aangaf 100 miljoen dollar minder te hebben geïnvesteerd in online ads met weinig invloed op het bedrijfsresultaat. Wordt de achterban van Facebook misschien te oud om aantrekkelijk te zijn voor adverteerders?

 
Stoppen met hypertargeting
Een jaar geleden zat Procter & Gamble Facebook ook al dwars. Toen gaf de grootste adverteerder ter wereld aan te stoppen met hypertargeting via het sociale medium omdat het bereik te smal zou zijn om de juiste doelgroep te bereiken. Maar juist dit gerichte targeten is toch wat Facebook aantrekkelijk moet maken voor adverteerders.

Naast deze ontwikkelingen is er ook een trend gaande waarbij steeds meer jongeren Facebook de rug toekeren. Zij zoeken hun heil bij andere soial media. Waarom? Voornamelijk omdat ze steeds meer vervreemden van het Facebook-publiek. Het aantal oudere gebruikers neemt in rap tempo toe en jongeren zitten niet te wachten op hun vader, moeder, opa, oma, oom of tante die eens lekker via je profiel meekijkt wat je allemaal uitspookt. De klassieke beweging van jongeren die zich afzetten tegen oudere generaties. Een dalend aantal jongere gebruikers, de favoriete doelgroep van adverteerders. Dat klinkt niet hoopgevend voor Facebook.

 
Data-opbouw en groei van het netwerk
,,Facebook hoeft zich geen zorgen te maken hoor,” zegt William Burghout, eigenaar van online marketing bureau Diversions en generatiemarketeer. ,,Ja het klopt dat jongeren Facebook minder gebruiken, maar ze kiezen wel massaal voor Facebook-diensten als WhatsApp en Instagram. Ook het basisplatform groeit nog steeds. Er komen nog steeds profielen bij.’’ Dat zijn inderdaad inderdaad vaak wat oudere bezoekers. ,,Maar de stelling dat steeds meer ouderen op Facebook het medium voor adverteerders minder interessant maken, is een beetje oud gedacht. Vroeger was het zo dat je een titel had, die trok een bepaald publiek aan en adverteerders wilden dan met je in zee om dat publiek te bereiken. Maar Google en Facebook hebben dit traditionele model helemaal op de schop gegooid. Het gaat bij hen niet langer om een eenduidige formule, maar om het bouwen van profielen van je gebruikers. Ze weten wie je bent, waar je bent, welke websites je bezoekt, wat je op andere social media die je bezoekt allemaal doet. De oude koppeling formule/publiek is door Google en Facebook volledig doorbroken. Bij Facebook draait alles om data-opbouw en groei van het netwerk.”

 
Raadsel waarom Google Snapchat niet koopt
Bij Facebook moet je dus onderscheid maken tussen het Facebook platform, dus de app en de site, en de Facebook diensten waar ook WhatsApp en Instagram onder vallen, vindt Burghout. ,,Het zal op den duur waarschijnlijk zo zijn dat het platform gaat krimpen. Je ziet nu inderdaad die beweging onder jongeren die Facebook achter zich laten en vertrekken naar bijvoorbeeld Instagram en Snapchat. Maar dat maakt voor Facebook niet veel uit, want via Instagram bereiken ze die groep dan weer wel. Facebook kan nog steeds zien wat je doet. Het is voor mij echt een raadsel waarom Google Snapchat niet koopt.”

 
Facebook is ouderwetser
Ook social media expert Corinne Keijzer maakt zich - ondanks het afhaken van de grootste adverteerder ter wereld en het stijgende aantal ouderen op Facebook - geen zorgen over de toekomst van het platform. ,,Facebook is met 2 miljard accounts nog altijd het aller-, allergrootste social media platform. Het klopt wel dat er relatief minder jongeren op Facebook zitten, maar dat is ergens natuurlijk ook logisch. Er is zo veel aanbod qua digitale communicatiemiddelen en jongeren weten daarin veel beter hun weg. Bovendien is het van oudsher natuurlijk altijd zo geweest dat je als jongere juist niet daar wil zijn waar je ouders zitten. Dat deed ik zelf vroeger ook niet. Jongeren zijn dan veel sneller in het vinden van alternatieve digitale communicatiemiddelen waar ze elkaar ontmoeten. Ze vinden Facebook wat ouderwetser. Maar je merkt wel dat ze vervolgens zo rond hun dertigste vaak weer terugkeren en ook blijven.”

 
Facebook moet strategie aanpassen
Geen reden tot zorgen dus voor Facebook. Maar nu het landschap verandert, moeten ze daar wel rekening mee houden in hun strategie. ,,Voor adverteerders biedt Facebook veel voordelen. Maar het blijft voor mij bizar dat je zelfs bij Facebook niet kan segmenteren boven de 65. Beneden die leeftijd kun je heel specifiek inkopen op bijvoorbeeld dames van 33 die in een bepaalde stad wonen, bepaalde interesses hebben, etcetera. Maar boven de 65 kan dit allemaal niet. Echt bizar, het is ongelooflijk dat ze dat nog niet doen. Dat is iets wat echt anders moet bij Facebook. De reden is waarschijnlijk dat de markt er niet is onder adverteerders. Die zijn nog steeds niet echt geïnteresseerd in die doelgroep. En daarnaast denk ik dat al die jonge developers bij Google en Facebook écht denken dat het leven ophoudt na 65.”

 
Helft van budget in de prullenbak
Ondanks de kritische houding van Procter & Gamble gelooft Corinne Keijzer nog steeds heel erg in de kracht van targeten via Facebook. ,,Je kan hier heel goed targeten. Je kan er zelfs je eigen databases op los laten, waardoor bijvoorbeeld iedereen die op jouw website is geweest ook jouw Facebook-posts op zijn tijdlijn krijgt. Het kan heel erg gericht. Veel meer dan bij bijvoorbeeld televisie. Daar schiet je met hagel. Je hebt geen idee wie precies je boodschap te zien krijgt. Dat Facebook dat anders doet, blijft natuurlijk een heel groot voordeel. Dat gerichte targeten gaat alleen maar belangrijker worden in de toekomst. En dat de doelgroep ouder wordt, lijkt me absoluut geen probleem. Het biedt ze juist nieuwe kansen. Want laten we wel wezen: dát is toch echt de doelgroep waar het geld zit.”

 

‘Ik ben hier om te vertellen dat Facebook liegt’

‘Ik ben hier om te vertellen dat Facebook liegt’

Facebook zou in Australië afgelopen maand adverteerders hebben geholpen met het targeten van kwetsbare tieners die op het sociale netwerk actief waren. Daarmee laaide de discussie rond ethiek en privacy weer op. Maar er komen nieuwe Europese wetten aan die goed nieuws zijn voor consumenten.

Sinds vorige week draait de film The Circle in de Nederlandse bios, naar de roman van Dave Eggers. Hoofdpersonage Mae Holland (Emma Watson) krijgt een baan bij The Circle, een soort Google en Facebook in één. Onder het motto ‘totale transparantie maakt de mens eerlijker en verantwoordelijker’ schendt het bedrijf op grote schaal de (digitale) privacy van mensen. De film is een vermakelijk niemendalletje, maar snijdt een onderwerp aan waar we allemaal steeds meer mee te maken hebben.

 
Privacy issue
In de film neemt het privacy issue groteske vormen aan, maar men zit niet eens zover af van de realiteit. Dat bewijst een Australisch rapport waaruit vorige maand bleek dat Facebook bedrijven daar hielp met het adverteren bij kwetsbare tieners die zich op het sociale netwerk bevonden. Een Australische krant pikte het op. Volgens het dagblad lokte Facebook adverteerders door kwetsbare tieners vanaf veertien jaar in kaart te brengen. Ze keken volgens het uitgelekte rapport naar berichten van die tieners die woorden als ‘onzeker’ ‘gestrest’ en ‘nutteloos’ gebruikten.

 
‘Bericht was misleidend’
Een woordvoerder van Facebook haastte zich te zeggen dat het bericht misleidend was. Want volgens hem kan het grootste sociale netwerk ter wereld dergelijke dingen technisch helemaal niet doen. ,,Wij hebben de tools niet om mensen te targeten op basis van hun emoties.’’ Maar in een stuk in de Britse krant The Guardian gaf Antonio Garcia-Martinez weerwoord. Hij was productmanager bij Facebook en had in de twee jaar dat hij er werkte de taak om data in geld om te zetten. Hij zorgde ervoor dat mensen advertenties te zien krijgen die gerelateerd waren aan de producten die ze net online besteld hadden. Verder schreef hij het boek Chaos Monkeys: Obscene Fortune and Random Failure in Silicon Valley.

 
‘Facebook liegt’
,,Ik ben hier om te vertellen dat Facebook liegt,’’ zo schrijft Garcia-Martinez. Hij legt uit dat het inderdaad best lastig is om data in een verdienmodel om te zetten, maar het kán wel. ,,Als je heel slim gebruikmaakt van machines en systemen, kan je met de juiste mix van leeftijd, geografie, tijdstip en muziek- en filmkeuzes veel bereiken.” Garcia-Martinez heeft het rapport niet ingezien en weet dat er bij Facebook niet letterlijk op emoties getarged wordt. Maar men biedt wel ‘psychometrische’ targeting aan, waarbij het doel is om een subgroep van het publiek te definiëren waarvan de adverteerder denkt dat deze vatbaar is voor zijn boodschap.

Volgens de ex-Facebook medewerker gaat het niet zozeer om de vraag of Facebook dergelijke dingen kan, maar gaat het om de ethiek. Moet Facebook er niet een soort moreel filter op zetten?, vraagt hij zich af. Hij denkt dat het niet zoveel uitmaakt wat Facebook allemaal met data doet, tenzij het publiek zich echt begint te roeren.
Zoals bijvoorbeeld bij discussie rond de uitslag van de presidentsverkiezingen van 8 november en de rol van Facebook en Google daarin bij het verspreiden van nepnieuws. Het ging toen vooral om berichten die de aanhang van Donald Trump aanspreken. Zelfs de zo onaantastbare topman Mark Zuckerberg ging vervolgens om en zei dat zijn sociale site voortaan mogelijk zou gaan waarschuwen voor fake news. Maar Garcia-Martinez denkt dat dit soort dingen ook snel weer overwaait en bij advertenties heeft Facebook bewijs dat het werkt, gezien de clickthrough rates.

De vraag is toch of Facebook nog lang door kan gaan op deze voet, althans in Europa. Google lag al eerder onder een vergrootglas - overigens nog zonder grote gevolgen - en nu lijkt ook Facebook aan de beurt. Dinsdag nog werd Facebook hier op de vingers getikt, omdat het volgens de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) handelt in strijd met de Nederlandse privacywetgeving. Het Amerikaanse concern zou zijn gebruikers onvoldoende informeren over wat het doet met persoonsgegevens, waarom het de gegevens verzamelt en met welk doel. Interessant in het kader van het voorgaande is dat ‘voor het verzamelen van bepaalde gevoelige gegevens’ (bijvoorbeeld gezondheid) geen toestemming is gevraagd.

 
Verzameling gegevens seksuele geaardheid mannen
De AP wijst ook nadrukkelijk naar de verzameling van gegevens over de seksuele geaardheid van mannen en naar speciaal op deze doelgroep gerichte advertenties. Dat is verboden. De AP denkt aan een boete als Facebook de Nederlandse wet blijft overtreden.
En er komt nog iets aan: over precies een jaar gaan er twee wetten in die van grote invloed kunnen worden op online advertising. De consument krijgt daarbij het recht op toegang. Dat betekent dat partijen die hun data voor commerciële doeleinden gebruiken, eerst toestemming moeten vragen aan ‘ons’. De consument krijgt ook het recht om vergeten te worden en kan makkelijker persoonlijke data laten verwijderen, maar ook aangeven dat het niet voor advertising mag worden gebruikt. Er komt dan ook een einde aan lange teksten met voorwaarden waar de consument toestemming moet geven.
Voor bedrijven wordt het datagebruik aan banden gelegd. Ze mogen alleen data hebben die nodig zijn om taken te kunnen uitvoeren. Dat klinkt nog een beetje vaag, maar kan grote consequenties hebben. Ze moeten ook een zogenaamde Data Protection Officer (DPO) gaan aanstellen als ze persoonlijke gegevens van 5000 personen of meer in het bezit hebben en gebruiken. Hier staat er meer over.

De nieuwe regels zijn niet alleen positief voor consumenten. Ook de uitgever van een site krijgt meer rechten. Een adverteerder moet aan zowel de consument als uitgever toestemming vragen om iets met data te mogen doen. Het wordt interessant om te zien hoe Facebook hier vanaf 2018 op in gaat spelen.

 

Online advertentiemarkt in 2016 opnieuw explosief gegroeid

Online advertentiemarkt in 2016 opnieuw explosief gegroeid

Amsterdam, 6 april 2017 De online advertentiemarkt is in 2016 met 11,3% explosief gegroeid naar een omzet van 1,6 miljard euro. Digital advertising liet hiermee traditionele mediatypen als tv, radio en print ver achter zich.

 
De toename in digitale advertentie-uitgaven vindt plaats over de hele breedte van de markt. Zowel display- als search advertising groeiden met dubbele cijfers in 2016. Opvallende nieuwkomer is native advertising, dat van 39 miljoen euro naar 51 miljoen euro is gestegen. Een groei van maar liefst 31%. Dit en meer blijkt uit de Online Ad Spend Study die Deloitte uitvoerde in opdracht van IAB Nederland, de brancheorganisatie voor marketinginnovatie en digitaal adverteren.

 
Alle resultaten en conclusies over de digitale advertentiemarkt in 2016 zijn gebundeld in de Online Ad Spend Study, die vanaf vandaag te downloaden is op www.iab.nl.
 
Search heeft nog steeds het grootste aandeel  
Met de huidige groeicijfers (11,3% ten opzichte van 8% in 2015) zal online advertising naar verwachting in 2017 goed zijn voor een marktaandeel dat groter is dan alle andere mediakanalen tezamen. Van alle online advertentiemogelijkheden groeide search verder door met 12% en krijgt daarmee een marktaandeel van 45% (€ 755 miljoen). Search blijft hierdoor de grootste categorie in online advertising. Search wordt echter op de voet gevolgd door display advertising met een marktaandeel van 41% (€ 683 miljoen). De overige 14% is voor classifieds (vergelijkingssites en rubrieksadvertenties) met een omzet van € 245 miljoen.

 
 


Native advertising opvallende nieuwkomer 
Dit jaar heeft de Online Ad Spend Study native advertising, ofwel contentmarketing, voor de eerste keer als aparte categorie binnen display in het onderzoek opgenomen. Met een groei van 31% ten opzichte van 2015 is native advertising goed voor € 31 miljoen omzet.

 
Online video en social media verdubbelen in cijfers   
De social media-uitgaven zijn in de afgelopen twee jaar meer dan verdubbeld van € 95 miljoen in 2014 naar € 203 miljoen in 2016. Ook online video heeft zijn indrukwekkende groei behouden. Zo steeg de markt voor online video advertising in 2016 met 25% naar maar liefst € 120 miljoen. Een verdubbeling van cijfers in drie jaar, aangezien online video in 2013 nog goed was voor € 57 miljoen omzet.

 
Nederlandse advertentiemarkt stijgt. Vooral kleinere bedrijven profiteren
De opwaartse economische trend in Nederland heeft zich in 2016 voortgezet met een groei van 2,1%. Deze positieve groei is vooral in de reclamemarkt zichtbaar, advertising overtreft de Nederlandse BBP-ontwikkeling met een groei van 4%. Vooral de kleinere, meer gespecialiseerde spelers en globale partijen hebben, in tegenstelling tot de grotere en lokale spelers, van deze groei geprofiteerd.

 
Nathalie La Verge, digital mediaexpert van Deloitte: ,,De Online Ad Spend Study toont aan dat vooral gespecialiseerde spelers van deze groei hebben geprofiteerd. We zien met name dat de spelers die vol inzetten op de verschuiving van non-digital media naar digital sterk groeien. De verschuiving van tv-budgetten naar online video was al eerder ingezet; in 2016 zien we ook dat radio en out of home meer mogelijkheden voor adverteerders bieden, met hoge verwachtingen voor 2017.”

 
Digital advertising in 2017 groter dan alle andere mediatypen samen
Nathalie Peters, voorzitter IAB Nederland: ,,Terwijl in sommige landen de tv-bestedingen nog hoger zijn dan die van digital, is in Nederland digital advertising hard op weg om groter te worden dan alle offline media samen. Met spanning kijk ik uit naar 2017. Een jaar waarin dit omslagpunt ongetwijfeld gaat plaatsvinden en daar zal IAB Nederland een belangrijke rol in spelen. Samen met de sector blijven we ons inzetten voor de verdere ontwikkeling van het digital-marketinglandschap om dit keerpunt te bereiken. De Nederlandse markt zal een inspiratie zijn voor de rest van Europa.”

 
Over de Online Ad Spend Study
De Online Ad Spend Study is een onafhankelijk onderzoek dat Deloitte in opdracht van IAB Nederland heeft uitgevoerd. Voor de Online Ad Spend Study heeft Deloitte 35 Nederlandse spelers op de internetmarkt ondervraagd. De Online Ad Spend Study 2016 is vanaf vandaag te downloaden op www.iab.nl.

Be Candid,
it’s contagious.

Candidness is the quality of speaking with
honesty and authenticity. Our Candid editorial
team shares stories that matter on media, data,
marketing, creativeness and technology.

Our Candid editorial team
creates stories that matter.