Candid. Platform
for growth.

‘Podcasts zijn met 8 miljoen luisteraars massamedium’

podcast
Het aantal podcastluisteraars groeit explosief. Ook in Nederland. Maar is h...
Continue reading
  1865 Hits
  0 Comments
1865 Hits
0 Comments

Freek van Kraaikamp: 'Ik gun iedereen wel een elitepauperdagje'

ElitePauper
Ondernemer, loopbaancoach, schrijver, journalist. Freek van Kraaikamp is he...
Continue reading
  4501 Hits
  0 Comments
4501 Hits
0 Comments

‘Je kunt beter stoppen met NPO3’

nakedcowboy Credits AVROTROS
Het was de week van de ophef rond de Nederlandse Publieke Omroep. Nu de roo...
Continue reading
  3557 Hits
  0 Comments
3557 Hits
0 Comments

Journalisten en marketeers: ga bij elkaar op de koffie

Journalisten en marketeers: ga bij elkaar op de koffie

De boycot door Waylon van publieksmedia AD en Telegraaf leert maar weer eens dat journalisten en andere beroepsgroepen zo weinig begrip voor elkaar hebben. Jammer want juist de contentmarketingwereld zit te wachten op wat journalistieke principes.

 
Wat snappen wij journalisten en mensen met een ander vak elkaar soms slecht hè?

Echt, ik probeerde te luisteren naar de argumenten van Waylon om De Telegraaf en het AD te boycotten tijdens het Songfestival, maar ik bleef het maar vreemd vinden. Hij en zijn manager hielden vol dat journalisten toch een taak hebben om het een beetje positief te houden allemaal want dan zou Waylon meer kans hebben. En was toch een gezamenlijk belang?

 
Verhalen in elkaar knutselen
Op kleine schaal krijg ik wel eens volledig nieuwe versies terug van verhalen als ik een advertorial maak. Communicatiemanagers van bedrijven knutselen dan zelf iets in elkaar en daar wordt het meestal niet beter op. Laatst begon mijn verhaal opeens met een quote van Winston Churchill (een doodzonde….samen met de passage ‘wat zegt Van Dale daar eigenlijk over?) en daarna volgde bakken vol jargon. Daarover gesproken; alsof de klant tegen de bakker zegt: prima dat krentenbrood van jou, maar ik haal de krenten eruit en voeg wat maanzaad toe. Tegen mijn opdrachtgever zei ik dat ik het allemaal prima vond, maar of hij even mijn naam boven het verhaal wilde weghalen.

 
Altijd maar ruzie maken
Er is nog wel eens onbegrip tussen journalisten en andere beroepsgroepen. Vaak terecht, maar soms zijn we iets te overtuigd van ons gelijk. Topartiesten, communicatiemanagers van vastgoedbedrijven, maar ook marketeers snappen ons slecht. Niet zo handig misschien want tegelijkertijd wordt het wel de hoogste tijd dat de journalistiek en marketeers intensief bij elkaar op de koffie gaan. Niet om elkaar naar de mond te praten, maar om te kijken of we elkaar ergens kunnen ontmoeten. Er lopen immers heel veel goede journalisten rond en bedrijven hebben steeds meer behoefte aan goede content. Het is misschien niet sexy voor veel journalisten, maar we kunnen echt niet allemaal op de redactie van NRC of Volkskrant aan de slag en in het bedrijfsleven en bij vakbladen zijn leuke dingen te doen. Bovendien; vooral freelancers die hechten aan hun vrijheid zullen voor het geld ook wel eens een verhaaltje voor ABN of ING moeten tikken, maar het gaat nog zo vaak mis door onbegrip.

 

De wet van Sheridan

In zijn boek They Ask You Answer van Marcus Sheridan (jullie weten toch? De man die ooit zijn zwembadbouwbedrijf groot maakte met contentmarketing) noemt hij tien kwaliteiten van goede contentmarketingmanagers: Schrijftalent (,,je kan een marketeer niet leren schrijven, maar een schrijver wel iets van marketing bijbrengen.’’), eindredactionele ervaring, verstand van social media, kunnen interviewen, iets weten van video editing, een aardig mens zijn, (want veel contact met anderen), een beetje kunnen organiseren, van cijfers houden en buiten de gebaande paden kunnen denken.

Volgens Sheridan kun je deze kwaliteiten eigenlijk alleen maar vinden in de beroepsgroep ‘journalistiek’. ,,Wijzelf huren vooral recent afgestudeerde journalisten in en brengen hen dan de principes van marketing bij.’’

En daarin schuilt waarschijnlijk toch de holy grail als je een kritische analyse maakt van het incident van Waylon en al die andere voorvallen die daar op lijken. Natuurlijk, zouden de marketingmanager en de artiest iets meer begrip kunnen hebben voor ons journalisten. Ze moeten misschien beseffen dat wij altijd in het belang van het publiek (zouden moeten) denken en niet aan het belang van de geïnterviewde. Maar goed, dat ligt buiten ons beïnvloedingsveld, zouden we zelf ook iets kunnen ondernemen?

 
Iets nederiger opstellen
Want zo briljant zijn we niet altijd hè? Zo volwassen is het toch niet om Waylon opeens de hemel in te prijzen als hij even niet met ons wil praten? Ja, wij moeten soms proberen ons iets nederiger op te stellen, met begrip voor het vak dat de ander uitoefent. Artiesten zijn natuurlijk zeer autonome mensen die juist baat hebben bij het niet-sluiten van een compromis, ze zijn misschien veel solistischer, eigenwijzer dan journalisten. Moeten dat ook zijn. En als de artiest besluit dat hij wat dansers op een podium wil dan moeten journalisten dat misschien ook eens accepteren. Of zoals Songfestival-kenner en journalist Cornald Maas zegt: kritiek mag natuurlijk, maar dat geeft een artiest ook het recht om zijn eigen keuzes te maken in met wie hij van de media praat.

Marketeers zijn misschien van oudsher gewend om te zenden, om te vertellen hoe geweldig een nieuwe dienst of een bepaald product is. Die impuls wordt echter steeds iets minder en zal er de komende jaren helemaal uitgaan want de macht in de mediawereld verschuift steeds meer naar het publiek. Als ‘de doelgroep’ een commercial verschrikkelijk vindt dan gaat die - via Loden Leeuwen en herrie op social media - snel weer van de buis. Marketeers moeten dus steeds meer in het belang van hun achterban gaan denken en wij journalisten kunnen daar een beetje bij helpen. Niet door arrogant te zeggen hoe de wereld in elkaar zit, maar door steeds te blijven uitleggen dat het uiteindelijk maar om één belang gaat: dat van de kijkers, lezers en luisteraars. We zijn een soort vertalers; marketeers vertellen iets over hun dienst of product en wij maken daar een verhaal van dat het brede publiek graag ziet, leest of hoort. Niets meer, niets minder, ieder zijn vak.

 
  2542 Hits
  1 Comment
2542 Hits
1 Comment

Waarom ‘Het Correspondentmodel’ een gouden toekomst heeft

Waarom ‘Het Correspondentmodel’ een gouden toekomst heeft

Het blijft een boeiende discussie, het zoeken naar het ideale verdienmodel in de journalistiek. Hét perfecte model bestaat waarschijnlijk niet, maar met de gedachte dat consumenten best bereid zijn om te betalen voor goede, onafhankelijke journalistiek zijn platforms met leden (Het Correspondentmodel dus) kansrijk. Het Franse Mediapart kan als inspiratie dienen voor nieuwsmedia.

NRC kwam onlangs met een  interessant interview met Edwy Plenel, hoofdredacteur van de Franse nieuwssite Mediapart. De site weet al zeven jaar winstgevend te zijn, met 150.000 betalende abonnees. Een jaarabonnement kost 110 euro, of je koopt artikelen gewoon los. Zo hebben de Fransen 83 mensen in dienst kunnen nemen, waarvan de grote meerderheid journalist is.

De site ziet er niet spectaculair uit. De homepage lijkt op de voorpagina van een ouderwetse printkrant , maar dat maakt de leden niet uit. Mediapart lijkt volgens Plenel de ingeslapen traditionele Franse pers te hebben wakker geschud met een frisse en onafhankelijke kijk op nieuws. Hij beweert ook dat in Nederland De Correspondent (met 60.000 betalende leden) het model van Mediapart heeft afgekeken. Er is op de site geen reclame te zien. De enige banners die je tegenkomt, zijn er om je erop te wijzen dat je een abonnement kunt nemen, of beter: lid kan worden. ‘Kom bij onze club’.

Waarom is het verhaal van Mediapart inspirerend?

 

1. De site is onafhankelijk en bestaat dankzij de lezers

De traditionele pers is vaak in handen van miljonairs, rijke ondernemers, of er is een aandeelhoudersconstructie. Ergens onderweg moet er dividend worden uitgekeerd. De CEO heeft een dikke auto en een secretaresse, of er zitten allerlei directeurtjes en onderbazen die fors betaald krijgen. Mediapart wordt gerund door journalisten die niets anders willen dan goede journalistiek brengen die de traditionele pers niet brengt.

 

2. De site is niet afhankelijk van kliks of bereik

Al eerder schreven we dat bereik als verdienmodel niet veel langer houdbaar is. Een groot aantal nieuwsmedia is te afhankelijk van advertentiegeld. Je ziet dat de nieuwsmedia met een printverleden allerlei businessmodellen

naast elkaar in stand proberen te houden. Banners, branded content én abonnementen. Deze nieuwsmedia zijn vaak onderdeel van grote uitgeefbedrijven die moeite hebben te breken met businessmodellen van het verleden. Ze zouden moeten investeren in goede journalisten en de organisatie platter kunnen maken.

 

3. Geen print, geen overhead

Print is een vertragende factor in veel facetten. Je moet de krant vullen, die moet naar de drukker en de volgende dag (of diezelfde avond) ligt hij bij de lezer. Maar dan moet de krant eerst bezorgd worden. De consument zoekt zijn nieuws meteen online. Dus je kan met je scoop niet wachten tot de volgende ochtend. Hoewel dit een duidelijk gevalletje ‘No shit, Sherlock’ is, zijn nog veel nieuwsbedrijven zo ingericht. Ook in dit aspect is het moeilijk breken met het verleden. Je kan tegenwerpen dat een krantenabonnement nog altijd substantieel geld oplevert en een dagbladadvertentie ook. Maar denk eens aan alle extra kosten die je hebt: personeel, vormgevers, drukkosten, bezorgkosten. Het is een model dat uiteindelijk uitsterft, omdat de gemiddeld vrij oude lezer uiteindelijk uitsterft. Een traditioneel mediabedrijf dat de tand des tijds heeft doorstaan, moet daar nu op anticiperen. Bij Mediapart hebben ze dat allemaal niet en kunnen ze de hele dag bezig zijn met goede journalistieke verhalen.

 

4. Ruimte geven aan jong talent

Bij de traditionele nieuwsbedrijven zitten vaak veteranen aan de top en veel grijsaards op de redactie. Ze zitten de jonge generatie in de weg. Bij de Franse nieuwssite kunnen youngsters veel makkelijker instromen en aan de hand worden meegenomen.

 

Continue reading
  2759 Hits
  0 Comments
2759 Hits
0 Comments

Nederland wordt wakker: GDPR ineens trending topic

Nederland wordt wakker: GDPR ineens trending topic
Hoe wordt frank.news GDPR-proof? – deel 3

De deadline van de GDPR nadert. Wie na 25 mei niet aan de nieuwe privacyregels voldoet, riskeert forse boetes. In deze serie neemt frank.news zijn lezers mee langs hobbels en valkuilen, zin en onzin en de impact van de GDPR op de marcom branche.

Nu de deadline van de General Data Protection Regulation (GDPR) nadert, worden media en bedrijven wakker. Ineens is de nieuwe privacywet trending topic op Google, in nieuws- en op social media. De nieuwe privacywet-proof website van frank.news is in elk geval voor 25 mei klaar en online.

 
Vorig jaar was het nog betrekkelijk rustig aan het GDRP-front. Zeker in de marcom branche, waar allerlei data- en internetbedrijven hun kop in het zand staken. Dat terwijl hun businessmodel na 25 mei toch echt gaat veranderen. Frank.news schreef diverse verhalen over de impact op marketing en reclame, bijvoorbeeld over het belang van toestemming bij online marketing. Die werden echter nauwelijks gelezen.

 

Volop in nieuws 

Nu de deadline nadert kwam de nieuwe privacywet de afgelopen weken ineens volop in het nieuws. Vooral dankzij de misstappen en de maatregelen van Facebook, dat allerlei gegevens doorverkoopt voor marketingdoeleinden en daar nu toestemming voor gaat vragen.

Maar ook de grote Nederlandse kranten besteedden er volop aandacht aan. NRC schreef een serie verhalen over de nieuwe GDPR en opende op 19 april de krant met het nieuws dat veel bedrijven nog niet klaar zijn voor de nieuwe privacywet. Diezelfde kop prijkte de afgelopen maanden regelmatig boven allerlei andere nieuwsberichten, in de marcom branche vooral na peilingen van de DDMA.

De Volkskrant stelde dat consumenten er weinig van gaan merken en het AD zette in diverse verhalen nog eens alle gevolgen uiteen. De Telegraaf berichtte begin dit jaar al dat de online advertentiemarkt een onzekere tijd tegemoet gaat.

 

Hockeystick 

Onze collega’s van Vostradamus en M2Media peilden voor frank.news de stemming op het internet. Ze keken naar het aantal ingevoerde zoektermen op Google over het onderwerp GDPR. Ook scanden ze met behulp van de softwaretool van Coosto het internet af naar nieuws en andere Nederlandse berichten over de privacywet. Zowel van media als op social media. Dat waren er sinds januari 2016 zo’n 95.000 met een totaal bereik van 190 miljoen views.

As je die in een grafiek zet wordt goed zichtbaar hoe de privacywet in de afgelopen maanden trending topic werd. Tot augustus 2017 werd er nauwelijks over bericht of gedeeld. Met het naderen van de deadline loopt het aantal mentions en ingevoerde zoektermen gestaag omhoog, totdat ze in april 2018 door het dak gaan. Zo ontstaat in statistische termen een hockeystick.



De onderstaande ‘word cloud’ geeft aan welke zoektermen het meest werden gebruikt en over welke onderwerpen het meest werd gesproken in de periode januari tot en met 24 april 2018.



 

Oude website frank.news 

Ook frank.news voldoet nog niet aan de eisen van de GDPR. De website is gebouwd op basis van een WordPress template uit 2015 en maakt gebruik van een heleboel gratis plug-ins van externe partijen, vooral buitenlandse internet- en social mediabedrijven. Bijvoorbeeld om het leesgedrag van onze lezers te monitoren, verhalen te analyseren en te delen op andere platforms en social media. Dat is makkelijk, maar tegelijkertijd weten we niet wat die partijen met de gegevens van onze lezers doen. Ook is het moeilijk om met partijen als Facebook, Twitter of LinkedIn goede afspraken over de verwerking van persoonsgegevens te maken. Want wij zijn daarvoor verantwoordelijk en als er iets niet klopt, krijgen wij de Autoriteit Persoonsgegevens op ons dak. Typisch een probleem waar vrijwel alle WordPress websites last van hebben.

 

Continue reading
  6520 Hits
  3 Comments
6520 Hits
3 Comments

Madelon Fortuin (NRC): wij doen aan kwaliteitsjournalistiek en Google en Facebook niet

Madelon Fortuin (NRC): wij doen aan kwaliteitsjournalistiek en Google en Facebook niet
Mediamensen, deel 3

De nieuwsmedia zitten nog steeds middenin de transitie van analoog naar digitaal nieuws. Met commercieel directeur van NRC, Madelon Fortuin, praten we over de businessmodellen die bij deze transitie horen.

 
Het blijven interessante tijden voor de nieuwsmedia die we vroeger de kranten zouden noemen. Oplages van de ouderwetse papieren kranten worden lager, mensen consumeren hun nieuws steeds vaker digitaal en advertentie-inkomsten lopen terug. Uit het gezaghebbende trendrapport van de Rabobank over de uitgeverijsector van vorig jaar: ,,Uitgeverijen hebben te maken met een structurele verandering van de markt. Als gevolg van de digitalisering en internet veranderen de behoeftes van de lezer en adverteerder. Adverteerders verschuiven hun budgetten van print naar online en lezers kunnen op internet bijvoorbeeld veel gratis nieuws en informatie vinden. De advertentie-inkomsten en oplages dalen. Uitgeverijen zullen op zoek moeten naar alternatieve inkomstenbronnen en tegelijkertijd de kosten moeten verlagen. Het sentiment voor uitgevers is negatief.’’ En verder: ,,Ook voor de komende jaren verwacht Rabobank geen groei bij uitgeverijen. Dat komt door de verder dalende oplages en advertentie inkomsten. Daarnaast zorgen digitale abonnementen voor een lagere omzetbijdrage dan printabonnementen. Veel uitgeverijen moeten hun traditionele verdienmodellen en strategie herzien.’’

 

Papier is niet dood
Over dit onderwerp praat ik met Madelon Fortuin, commercieel directeur van NRC. ,,Je hoort overal: papier is dood, maar dat is feitelijk onjuist. Ons bereik is doordeweeks gestegen met 5,1  procent en NRC Weekend met 4,4 procent. Ons totale abonneebestand stijgt, het aantal digitale abonnees neemt immers toe, maar ook het aantal gecombineerde abonnementen.’’ Ze heeft er wel een verklaring voor. ,,In een wereld die steeds complexer wordt, waarin het nieuws steeds gefragmenteerder op ons afkomt en er sprake is van ‘alternative facts’, wordt de behoefte aan duiding steeds groter. Er is één wezenlijk verschil tussen bedrijven als Google en Facebook en het onze: wij doen aan kwaliteitsjournalistiek.’’


 

,,Je hoort overal: papier is dood, maar dat is feitelijk onjuist. Ons bereik is doordeweeks gestegen met 5,1  procent en NRC Weekend met 4,4 procent.’’

 

Continue reading
  16251 Hits
  2 Comments
16251 Hits
2 Comments

Bereik of geen bereik? Wat AD en De Telegraaf de komende jaren moeten doen

Bereik of geen bereik? Wat AD en De Telegraaf de komende jaren moeten doen

Het is al sinds de opkomst van online de ‘one million dollar question’ voor traditionele nieuwsuitgevers: wat is het beste uitgeef-/verdienmodel? De Telegraaf, AD en NU.nl zijn groot in bereik, maar dat lijkt een doodlopende weg. Wat is de weg voor deze ‘bereiktitels’ en hoe kijkt de adverteerder daar tegenaan?

In een vorig artikel hebben we omschreven dat het ‘bereikmodel’ voor nieuwsuitgevers een doodlopende weg is. Veel traditionele partijen moeten mee in de strijd om de kliks en bereik om advertentiegeld binnen te halen. Maar die uitgevers komen er ook achter dat ze nog nauwelijks verdienen aan het advertentiemodel rond digitaal nieuws. De Telegraaf en AD zouden daarom in de nabije toekomst wel eens een probleem kunnen hebben (NU.nl laten we nu even buiten beschouwing).

 
Twee grote Belgische partijen
De Telegraaf en AD zitten beiden in een redelijk steady uitgeefhuis in een bijzonder onrustige markt. In Nederland is er nog slechts een handvol traditionele nieuwspartijen door de grote sanerings- en consolidatierondes van het afgelopen decennium. De branche wordt nu gedomineerd door twee grote Belgische partijen: marktleider de Persgroep (naast AD, Trouw, Volkskrant, Het Parool, regionale en lokale bladen en sites) en Mediahuis (naast TMG/Telegraaf, NRC Media, regionale titels). Daarnaast is er nog FD Mediagroep, het nu nog onafhankelijke NDC Media in het hoge noorden en BDU met lokale nieuwsmerken. Sanoma heeft NU.nl en natuurlijk is er ook nog de NOS. Daarmee hebben we het ongeveer wel gehad.

 
Nieuwsbehoefte blijft groot
Aan het ‘bereikinfuus’ blijven hangen, is geen optie. Daarvoor is de advertentiemarkt te onzeker. Positief is dat de nieuwsbehoefte van de consument zeker niet is afgenomen de laatste tien jaar. De manier waarop de consument nieuws tot zich neemt is sterk veranderd. Wat we verder weten: er is behoefte aan nieuwsduiding en binnen het nieuwsdomein aan unieke content. Daar kunnen De Telegraaf en AD een rol in spelen. Meer dan ze nu doen.

 
1. Ga een echte relatie aan met je abonnee en bouw profielen
Vooropgesteld: het perfecte uitgeefmodel bestaat niet. Het is voor traditionele uitgevers een kwestie van trial and error. De printoplages zijn geslonken en dalen door, al is de echte scherpte er misschien wel af. Maar traditionele nieuwsuitgevers hebben dat papieren product dat door abonnementen nog altijd substantiële omzet oplevert. Daar is het digitale abonnement bijgekomen.

Bij De Persgroep is er de afgelopen jaren bij Trouw, Volkskrant en Parool een focus geweest op het abonnementenmodel. Dat geldt ook voor NRC (Mediahuis). Elke abonnee die er bij komt of erafgaat, zie je als uitgever direct onder de streep als het aankomt op marge en winst. Ze proberen bestaande abonnees vast te houden (het lastigste), nieuwe abonnees binnen te halen en te zorgen voor variatie in abonnementen. Bijvoorbeeld: de lezer die doordeweeks geen tijd heeft het papieren exemplaar te lezen, kan een abonnement met een digitale variant nemen, waarbij wel de dikke papieren zaterdagkrant in de bus valt. Deelabonnementen zijn hot en blijken te werken. Het heeft met name de Volkskrant en NRC de afgelopen jaren geen windeieren gelegd. Hun digitale oplages stijgen het hardst van alle Nederlandse dagbladen, blijkt uit de laatste cijfers van meetinstituut NOM.

 
Investeren in je klantenservice
Om een serieuze relatie met de lezer bouwen die van twee kanten komt, moet je investeren in je klantenservice en je datateam, om profielen van je lezers op te kunnen bouwen. De Telegraaf en AD lijken minder succesvol op dat gebied. Volgens NOM groeit De Telegraaf wel goed in digitale betalende abonnees, maar AD is daar wat minder bedreven in. Ondertussen kampen beide dagbladmerken met een scherpe daling in printabonnees. De Persgroep heeft destijds slim de regionale titels aan AD gekoppeld (tegenwoordig heet dat ADR Media), want zonder die regiomerken was het Rotterdamse AD een klein krantje geweest.

Bij De Telegraaf is het bouwen aan een relatie met de lezer de afgelopen jaren door allerlei omstandigheden (lees: onrust in de tent) blijven liggen. Nu De Telegraaf met NRC binnen één concern valt, zouden ze daar één en ander kunnen afkijken. Eerder werd bekend dat de dataexpert van NRC naar TMG is overgestapt, dus het besef is er. Bij AD zouden ze ondertussen eens te rade kunnen gaan bij de Volkskrant.

 
2. Goede, unieke journalistiek in plaats van clickbaits
Beide kranten zouden zich online minder op clickbaits moeten richten en meer op eigen unieke content, van goede journalisten die een ‘merk’ zijn. Daar was De Telegraaf altijd goed in, maar door eerder genoemde perikelen is dat weggeëbd. Investeren in goede journalistiek lijkt overigens niet echt op de agenda te staan bij beide dagbladen. Bij TMG waren en zijn er reorganisaties en bij de Persgroep werd recent ook gesneden in de redactionele kracht. Toch is dat belangrijk. Ondertussen kunnen ze gaan bouwen aan het abonnee- en datamodel.
3. Samenwerken of opgegeten worden
Een tweede uitgeefmodel is: samenwerken en profiteren van elkaars sterkte. Uitgevers kunnen het in feite niet meer solo, zeker niet in advertising. Inmiddels moeten de lokale uitgevers die vroeger nog hard met elkaar concurreerden noodgedwongen steeds meer samenwerken in de strijd tegen de grote Amerikaanse tech- en mediabedrijven die de markt overspoelen.

In de Nederlandse markt komt nu eindelijk een samenwerking op gang in digitale advertising sales: het gisteren gelanceerde Buy-media.nl. Hard nodig, anders worden de lokale partijen snel opgegeten.

 
4. Buitenlandse cases bieden hoop
Er zijn internationaal wel wat positieve ontwikkelingen rond nieuwsmedia. In de Verenigde Staten - hoe onvergelijkbaar misschien ook - heeft het presidentschap van Donald Trump de journalistiek geholpen: New York Times kon zomaar een paar honderdduizend betalende digitale abonnees bijschrijven.

België, Engeland en Frankrijk onder meer, bestaat er al een samenwerking in digitale sales. Hoopgevend is een case uit Frankrijk: sinds de oprichting van hun gezamenlijke ad-sales alliantie in september vorig jaar, hebben de dagbladen Le Figaro en Le Monde twaalf ad-tech leveranciers de wacht aan gezegd en doen ze het technische gedeelte zelf. Binnen enkele maanden stegen de inkomsten uit videoadvertenties van Le Figaro met 50 procent.

Samenwerken betekent dus ook samen investeren in technologie.

 
5. Wat wil de adverteerder?
Tot slot de advertisingkant. De Telegraaf en AD moeten zich minder blindstaren op advertising uit bereik, want ze vissen te veel in de kleiner wordende vijver. Adverteerders willen een andere relatie met uitgevers.
Unilever zet als ’s lands grootste adverteerder daarmee de toon. Afgelopen week werd bij presentatie van de jaarcijfers (in de UK) van 2017 duidelijk dat Unilever ook de komende jaren investeert in online advertising. De multinational maakt zich sterk voor betrouwbare meetmethoden voor online reclame en klikfraude. Unilever wil ook weten hoe het zit als er wel door een consument wordt geklikt op een banner of een video. Unilever wil graag één standaard om het succes van een campagne te meten en betalen voor wat het krijgt. Maar vooral wil Unilever precies weten wie ze online kunnen bereiken: één-op-één. Dat is allemaal nu nog niet goed geregeld in online advertising. Wel is zeker dat Unilever zijn budget in deze tijd sneller zal neerleggen bij uitgevers die inzicht kunnen geven wie hun bezoekers en abonnees zijn.
Dat is dan ook de richting die De Telegraaf en AD de komende jaren moeten gaan.
  3421 Hits
  1 Comment
3421 Hits
1 Comment

Het Taylor Swift-gevoel van Alexander Klöpping over ‘stoppen’ NRC en Telegraaf

Het Taylor Swift-gevoel van Alexander Klöpping over ‘stoppen’ NRC en Telegraaf

Het was wat onrustig rond Blendle het afgelopen jaar. Uit de jaarrekening over 2016 bleek een verlies van 2,4 miljoen euro en NRC en Telegraaf besloten te stoppen met de start up. Aan de vooravond van een nieuwe innovatie - gesproken journalistieke verhalen genaamd ‘Blendle Audio’ - praat eigenaar Alexander Klöpping ons even bij. 

Het is een mooi nieuwtje natuurlijk. Via Blendle Audio kun je luisteren naar een selectie van journalistieke verhalen. Professionele stemmen lezen artikelen voor uit de kranten en bladen die aangesloten zijn bij Bendle, dus je kan tijdens de afwas of het stofzuigen lekker een Volkskrantje doornemen. Het past helemaal in de ‘podcasttrend’ waarbij we allemaal graag op de fiets of in de auto naar onze informatieve ‘helden’ luisteren.

Verliesgevend jaarPrima natuurlijk. Maar er kwam stevig nieuws naar buiten de afgelopen weken over Blendle. In het boekjaar 2016 leed Blendle een verlies van 2,411.045 miljoen euro. Klöpping: ,,Het was vrij shocking hoe weinig mensen van startups snappen, maar dat leg ik dan met alle plezier even uit.’’ Want dat soort rode cijfers zijn normaal te noemen? ,,Het grote verschil tussen startups en andere bedrijven is dat je meer risico neemt. Je gaat eerder de grens over, investeert meer en dat doen we aan de hand van durfinvesteerders. Als je zo iemand kan vinden die erin gelooft dan neem je samen de gok.’’ En het bedrijf groeit nog steeds, zo legt hij uit. ,,We zijn de grootste bron van pure digitale lezersinkomsten.’’

 
Klöpping: ,,Het was vrij shocking hoe weinig mensen van startups snappen, maar dat leg ik dan met alle plezier even uit.’’
 
Kan hij niks meer over omzetten zeggen? Dat zou het allemaal iets scherper, duidelijker maken. ,,Omzetten hebben niet zoveel zin want soms kies je ervoor om wat meer te investeren om op de lange termijn te oogsten, dus dat geeft alleen maar onrust.’’

Ambitie nog overeindMaar toch even. De ambitie waarmee hij Blendle in 2013 is begonnen, samen met zijn vertrokken partner Marten Blankesteijn, staat nog steeds overeind? ,,Wij hebben een helder doel, namelijk dat jonge mensen gaan betalen voor journalistiek, waardoor makers mooie dingen kunnen blijven doen. Maar we komen met veel bochtjes uit bij dat grote doel en daarom plannen we slechts per kwartaal en luisteren we goed naar onze gebruikers. Als we nu hét verdienmodel paraat hadden, zouden we al over de hele wereld zitten. Maar het is niet voor niks dat partijen als New York Times of Axel Springer in ons investeren.’’

Concreet voordeelKan hij vertellen hoe ver Blendle is in die zoektocht naar een werkend businessmodel? ,,Een van de belangrijkste bevindingen is dat de verhalen waar mensen écht iets aan hebben goed lopen. Bijvoorbeeld: hoe word ik productiever op mijn werk of welke vitaminen werken wel? Of hoe slaap je beter?’’ Daarnaast werkt de combinatie van iemand met autoriteit en een originele opinie goed. ,,Maarten van Rossem bijvoorbeeld, die een alternatieve troonrede schrijft. En wat níét werkt is de overschrijfjournalistiek die je veel op internet ziet.’’

 
,,Een van de belangrijkste bevindingen is dat de verhalen waar mensen écht iets aan hebben goed lopen. Bijvoorbeeld: hoe word ik productiever op mijn werk of welke vitaminen werken wel? Of hoe slaap je beter?’’
 
Niches werken ook primaOok werken niches goed in de online wereld. In zijn ‘Podcast over Media’ (samen met Ernst-Jan Pfauth) was een tijdje terug Derk Sauer te gast. De ex-hoofdredacteur van Nieuwe Revu verwacht dat het alleen nog om niches gaat de komende jaren. Mensen gaan zich steeds meer helemaal onderdompelen in onderwerp X. ,,Ik geloof ook enorm in de niches,’’ zegt Klöpping. ,,Als je helemaal gek bent van voetbal dan moet je niet bij de kranten zijn, maar heb je andere bronnen. Ik kan bijvoorbeeld zelf niet zoveel met de Nederlandse tech-journalistiek, want dat heb ik allemaal al op Amerikaanse sites gelezen. Maar ik lees wel veel over de politiek, want dat is niet mijn niche en je kunt de voorkennis van mensen mooi gebruiken voor je aanbod. Want alleen dan gaan mensen vooruit en dat willen we toch?’’

Afspraken met uitgeversDan komen we op een interessant gebied uit in het businessmodel van Blendle. Het bedrijf maakt immers altijd eerst afspraken met uitgevers, ‘verkoopt’ de verhalen vervolgens per stuk of per premium abonnement aan de lezer en betaalt een gedeelte aan de uitgevers. ,,Met Psychologie Magazine praten we over onderwerpen die het goed gaan doen. Vrij Nederland maakt zelfs stukken die eerst op Blendle verschijnen en later pas in het blad.’’

Verkopen van verhalenWerken ze eigenlijk ook met de grote kranten op die manier samen? Die houden er vast niet van als Blendle hun redactionele agenda gaat bepalen. ,,Bij grote kranten gaat het minder om de onderwerpkeuze, maar over het verkopen van de stukken dus over goede koppen en inleidingen. Wij hebben een systeem dat aangeeft of een kop het in potentie goed gaat doen. Dat je vraagtekens moet toevoegen of bijvoorbeeld dat je het beter in de avond kan plaatsen. Daar hebben uitgevers dan weer wél interesse in.’’

Afhaken NRC en Telegraaf
Daarover gesproken. De hoofdredacteuren van NRC en Telegraaf beëindigden hun relatie met Blendle. Een van de argumenten is dat ze vinden dat Blendle zich te nadrukkelijk met de redactie bemoeit. Snapte Klöpping die analyse? Dagbladen willen gewoon zelf via digitale abonnementen hun geld gaan verdienen en dat niet aan Blendle laten. ,,Ik moet heel erg denken aan Taylor Swift die wegging bij Spotify, maar ze keerde terug omdat haar publiek nu eenmaal op Spotify zit. Wij hebben een enorme groep lezers die wij bedienen en of ze mee willen doen dat is aan de kranten zelf.’’ Hij heeft uitgevers toch wel nodig? ,,Zonder uitgevers hadden we een leeg winkeltje, maar we hebben ook geweldige titels als de New York Times in de kiosk. Het is alsof AH vreest dat het Coca-Cola niet meer in de winkel mag leggen, maar vooralsnog verdient Coca-Cola daar goed geld. We maakten miljoenen over aan de grootste uitgevers en nu gaat dat geld een andere kant op.’’

 
,,Ik moet heel erg denken aan Taylor Swift die wegging bij Spotify, maar ze keerde terug omdat haar publiek nu eenmaal op Spotify zit.

 
Zelf geld verdienenKranten willen natuurlijk zelf geld verdienen met hun merk, geen onlogische gedachte. ,,Ik weet wat ik overmaak aan uitgevers en dat zijn significante bedragen. Taylor Swift kan aan haar eigen Spotify werken, maar er is ook een reden dat Spotify goed werkt. Dat komt niet alleen door de goede artiesten, maar ook door de playlist en de interface. Taylor Swift wil fans bereiken en datzelfde geldt voor een krant. Dat doe je door op zoveel mogelijk plekken aanwezig te zijn. Uitgevers zoeken juist naar heel veel verschillende plekken waar ze hun spullen kwijt kunnen.’’

VS en DuitslandHoe is het eigenlijk met de plannen in Duitsland en de VS? ,,We beginnen, net zoals John de Mol doet, altijd alle projecten in Nederland en gaan dit jaar ook in meer landen uitbreiden dan alleen in de VS en Duitsland. We leren steeds meer iets over de behoeftes van mensen. We zullen dit jaar ook zichtbaarder zijn, bijvoorbeeld op tv. Onze naamsbekendheid kan nog wel iets omhoog en als we mensen eenmaal aan boord hebben dan kunnen we mensen ook het product laten gebruiken.’’

Klöpping gelooft oprecht dat er geen bedrijf ter wereld is dat zoveel lessen leerde over hoe je jongeren kan interesseren voor kwaliteitsjournalistiek. ,,Zonder mezelf op de borst te slaan, begrijp ik wel waarom die investeerders op de eerste rij willen zitten. We doen experimenten met machine learning en met journalistiek gericht op individuen, teveel om op te noemen. Er gebeurt op de achtergrond heel veel waar mensen in die industrie met respect naar kijken.’’

 
,,Zonder mezelf op de borst te slaan, begrijp ik wel waarom die investeerders op de eerste rij willen zitten.

 
Blendle Audio omdat ‘het gesproken woord’ hot isEn één van die innovaties is dus Blendle Audio, voorgelezen verhalen. Uit het persbericht: ,,Het is zo simpel dat we ons afvroegen waarom het nog niet bestond.’’(..) Er is een enorme opmars van podcasts, audioboeken zijn inmiddels een miljardenindustrie en met de komst van Android Auto en Apple CarPlay luisteren steeds meer mensen naar on demand radio in de auto.’’ Oftewel, Gary Vaynerchuk zegt het altijd: Audio is hot. Het concept is op zich vrij overzichtelijk, legt Klöpping uit. ,,We beginnen met een kleine selectie als onderdeel van je Blendle Premium account. We willen die wereld van podcasts koppelen aan de krantenwereld en geloven dus in die combinatie.’’
  2442 Hits
  0 Comments
2442 Hits
0 Comments

Wat kan echt niet meer in marketing anno 2018?

Wat kan echt niet meer in marketing anno 2018?
Door Nadine Ridder.

Er was veel onenigheid dit jaar, maar dat het een bewogen jaar was, daar zijn de meesten het over eens. 2017 Kenmerkt zich wat mij betreft door de toenemende behoefte aan authenticiteit, oprechtheid en gelijkheid. Meer dan ooit zagen we hoe krachtig een geluid kan zijn als mensen zich verenigen.

 
Dit is de tijd waarin merken verschillende groepen mensen, verbonden door bepaalde waarden en ideeën, kunnen faciliteren in het uitdragen en verder brengen van hun missie. Zo kunnen merken daadwerkelijk waarde toevoegen aan het leven van hun doelgroep. Om deze ontwikkeling een kickstart te geven in 2018, nemen we aan het einde van 2017 afscheid van een aantal zaken die echt niet meer kunnen.

 
1 Culturele toe-eigening door merken
Culturele toe-eigening had wat mij betreft woord van het jaar mogen worden. We spreken hiervan op het moment dat iets pas wordt geaccepteerd op het moment dat het door mensen vanuit een superieure positie is toegeëigend. Denk bijvoorbeeld aan twerken of het dragen van dreadlocks en indianenveren door witte mensen. Veel mensen zijn zich niet bewust van de gevoeligheid van het lenen of overnemen van bepaalde gebruiken vanuit andere culturen, omdat zij zich niet bewust zijn van de ongelijkheid tussen deze groepen.
Een voorbeeld van culturele toe-eigening die dit jaar veel aandacht trok was Pepsi met de Kendall Jenner ad waarin de Black Lives Movement werd ‘geleend’ om cola te verkopen en zonder het thema echt op de agenda te zetten. Er was veel kritiek op de ‘geleende’ cornrows en bantu knots op de catwalk van Chanel, en in eigen land sloeg HEMA de plank mis door roti aan te bieden zonder het pannenkoekje waardoor duidelijk werd dat er geen samenwerking met Nederlanders van Surinaamse afkomst was gezocht.

Als je inspiratie haalt uit andere culturen, zorg dan dat je mensen vanuit die cultuur betrekt en credits geeft aan wie die toebehoren, zodat je duidelijk ‘leent’ en niet overneemt.

 
2 Influencers die zich laten inzetten voor greenwashing
Helaas is het nog niet altijd zo dat het toenemende bewustzijn van de consument zich vertaalt naar gedrag van bedrijven dat hier op aansluit. Het daadwerkelijk maatschappelijk verantwoord ondernemen is een dure en tijdrovende ontwikkeling. Adverteerders zien dan ook een interessante shortcut: greenwashing. Volgens Wikipedia is dat het zich groener of maatschappelijk verantwoorder voordoen dan een bedrijf of organisatie daadwerkelijk is. Men doet alsof men weloverwogen met het milieu en/of andere maatschappelijke thema's omgaat, maar dit blijkt vaak niet meer dan ‘een likje verf’. En dit wordt gedaan middels grote themacampagnes, branded content en met behulp van influencers. Want volgers geloven alles wat hun held zegt. Althans, dat is het idee. Dat influencers zich laten betalen om producten of diensten aan te prijzen die zij heel leuk vinden en soms net iets minder leuk, is logisch. Om content te kunnen maken, moeten zij, net als uitgevers, samenwerken met adverteerders. Maar de integriteit van influencers is heel belangrijk. Ze zijn dan wel merken, maar voor volgers zijn het vrienden. We zagen dit enorm mis gaan toen een aantal influencers het passieproject The Plastic Bank van grootvervuiler Shell supportte. Nog erger werd het toen werd beweerd dat het om onbetaalde content zou gaan. Anna Nooshin kreeg de meeste kritiek (want het meest bekend en als enige in sexy badpak) maar voor alle influencers (en hun PR bureau) is dit een belangrijke les. Het argument ‘iets is beter dan niets’ voldoet niet, tenzij je dit letterlijk benoemt. Je zou ook kunnen zeggen ‘Er zijn veel redenen waarom ik zeer kritisch ben op Shell (o.a. op de hoeveelheid plastic dat het bedrijf produceert), maar dit specifieke project steun ik. Hopelijk komt er een dag dat ik alle projecten van Shell kan supporten’. Waarschijnlijk zou Shell hier niet mee akkoord gaan, maar dat is dan jammer voor ze. Weet wat je aanprijst en zorg dat je het in de juiste context zet. Be a woke influencer.
3. Adverteren op seksistische of racistische titels
Voetbal Inside kreeg al veelvuldig kritiek op de seksistische en homofobe uitspraken in het programma, maar kwam recent echt onder vuur te liggen. Sylvana Simons richtte zich rechtstreeks tot adverteerders Heineken (Amstel Bier), Gilette en Toto (de Nederlandse Loterij) met de vraag ‘Willen jullie homofobie ook mede mogelijk maken?’ De adverteerders distantiëren zich van de uitspraken in het programma en leggen de verantwoordelijkheid gezamenlijk neer bij RTL, die op haar beurt de verantwoordelijkheid weer bij de programmamakers legt. Waarschijnlijk hopen alle betrokkenen dat het overwaait.

Eerder dit jaar riepen 100 mediavrouwen (waaronder Eva Jinek en Georgina Verbaan) in een open brief in de Volkskrant en NRC adverteerders op om ‘kritisch na te denken over de vraag of het advertentiebeleid (van vrouwonvriendelijke sites zoals Geen Stijl en Dumpert) overeenkomt met de waarden van hun onderneming’. Deze oproep was een reactie op het ‘virtueel verkrachten’ van o.a. Loes Reijmer en Rosanne Hertzberger. Sommige adverteerders waren zich niet bewust van hun aanwezigheid op deze websites (want programmetic ingekocht), anderen wisten het wel, maar besloten zich terug te trekken door alle commotie en weer anderen bleven achter hun keuze staan voor ‘quantity over quality’.

Mijn advies is: durf kleur te bekennen. Zeker als je een programma of format sponsort, zouden de waarden van het programma moeten overeenkomen met die van jou. Het hele idee van sponsoring is dat het mediamerk positief afstraalt op dat van jou, zodat jouw merk kan groeien. Als het mediamerk heftige negatieve associaties met zich meedraagt, straalt dit logischerwijs ook op jouw merk af. En misschien is de gemiddelde Voetbal International-kijker nog niet zo woke dat hij of zij hierdoor negatief beïnvloed worden, maar over een tijdje wel. Nu wegwezen dus. Bereik kun je ook ergens halen.
Nadine Ridder (1983) werkt als freelance Creatief Strateeg voor verschillende opdrachtgevers. Ze werkte eerder bij VICE, TELE2 en Universal Media. Nadine zet zich in voor meer diversiteit in media en reclame, o.a. door het publiceren van opiniestukken en columns op Joop, MarketingTribune, Adformatie en Emerce.
  9545 Hits
  1 Comment
9545 Hits
1 Comment

Kan verliesgevend Blendle 2018 overleven?

Kan verliesgevend Blendle 2018 overleven?

Overleeft Blendle 2018? Dat is de vraag na een inkijkje in het jaarverslag van 2016. De dienst is het waard om overeind te blijven. Met een paar slimme investeringen en meer hulp van onwillige Nederlandse uitgevers.

Het jaarverslag van Blendle over 2016 toont geen rooskleurige cijfers. In dat jaar draaide Blendle nog meer verlies dan in 2015: -2,4 miljoen euro. Ook het eigen vermogen ging in de min, naar 1,4 miljoen. Omdat Blendle verwacht dat de komende jaren het resultaat ook negatief is, wordt het zonder nieuwe investeringen moeilijk om 2019 te halen.

Onbekend aantal abonnees  Dankzij ontvangen investeringen in 2017 van nieuwe geldschieters Nikkei (Japan) en Inkef Capital (Nederland) was de liquiditeit het afgelopen jaar voldoende. Verder is het onbekend hoeveel abonnees de dienst nou eigenlijk heeft en welke omzet daarmee wordt behaald. Die cijfers worden niet gedeeld. In 2016 zouden ze wel door de ‘magische grens’ van 1 miljoen zijn gegaan, maar waren er ‘slechts’ 200.000 personen die daadwerkelijk geld stortten op hun account. Er wordt nogal eens wat cadeau gegeven en als je ontevreden bent met een artikel krijg je je geld terug.

Lastig jaarHet jaar 2017 was ondanks de investeringen van Nikkei (eigenaar van Financial Times) en Inkef (we weten niet hoeveel geld zij samen ‘geschoten’ hebben) ook een lastig jaar voor Blendle. Bijvoorbeeld omdat er negen medewerkers moesten worden ontslagen. De reden was dat Blendle ‘te hard heeft willen groeien’. Maar de overheadkosten zijn domweg te hoog voor wat Blendle aan omzet binnenhaalt en je vraagt je af of je echt 80 mensen in dienst moet hebben. Toch bleef oprichter Alexander Klöpping positief, want de eerste twee kwartalen van 2017 waren volgens hem de twee beste sinds de start.

Blendle in Duitsland en de VS  Hoe gaat het ondertussen met Blendle in Duitsland en Amerika? Axel Springer en New York Times investeerden in 2014 samen 3 miljoen in Blendle. In de VS wordt de dienst ‘de iTunes for news’ genoemd, maar of het goed loopt weten we niet. New York Times scoort in dit Trump-tijdperk ondertussen zelf enorm veel abonnees, dus de vraag is of dit uitgeefbolwerk Blendle wel echt nodig heeft. Al is de keuze aan titels natuurlijk veel breder.
In Duitsland ging het, blijkens dit artikel van februari 2017, nog niet super, met name omdat de inkomsten domweg tegenvallen voor uitgevers. In Nederland was er een cruciale ontwikkeling: eerst stapte NRC helemaal uit Blendle en daarna Telegraaf Media Groep (TMG) en de Persgroep uit de Premium-dienst.

Zelf uitgever geworden  Met Premium lijkt de kiosk zichzelf in de vingers te hebben gesneden. Bij een premium-abonnement selecteert het team voor jou elke ochtend twintig artikelen uit het aanbod kranten en tijdschriften. Daarmee is Blendle zelf uitgever geworden. Dat is lastig te verkopen aan de traditionele uitgeefhuizen die toch al worstelen met hun businessmodellen en het afgelopen decennium adverteerders en abonnees zagen weglopen. Toch is dat jammer. Misschien is Blendle niet de redder van de journalistiek die het genoemd werd, maar zeker een welkome toevoeging aan het aanbod, juist omdat de traditionele uitgevers zijn gaan dwalen.

IngewikkeldEigenlijk hadden de Nederlandse uitgevers Blendle dus al vanaf de start als een gezamenlijk project moeten omarmen. Dat wilden ze niet. In 2014 liet de inmiddels vertrokken Marten Blankesteijn zich naar aanleiding van de investeringen van Springer en The New York Times tegen Adformatie ontvallen dat Nederlandse uitgevers nooit concreet zijn geworden voor een investering. ,,Maar dat was ook moeilijker, omdat Nederlandse uitgevers het ingewikkeld vinden om mee te doen aan een project dat deels eigendom is van een andere Nederlandse uitgever. We hebben het zo’n jaar geleden wel eens gevraagd, maar dan was het antwoord altijd: ‘Als zij investeren, dan doen wij niet mee’.”

Wat wil de consument?
Dat is tekenend voor de Nederlandse uitgeefwereld die ondertussen onder druk van de Amerikaanse techbedrijven moet toegeven dat samenwerken misschien wel de enige oplossing is om zelf te overleven. Maar de belangrijkste vraag is: wat wil de consument? Voor goede inhoud gekoppeld aan goede techniek wil de (jonge) consument best betalen. Dat heeft Blendle in huis. Mocht de dienst in 2018 die extra investeringen binnenhalen dan is het zinvol dit te steken in verdere verfijning van de techniek en het aanbieden van video en grafische mogelijkheden. En daarnaast een grote marketingcampagne voor nieuwe aanwas van betalende abonnees.

 
LEES OOK
https://www.frank.news/2016/01/27/nieuw-verdienmodel-blendle-echt-een-succes/

 
  5371 Hits
  2 Comments
5371 Hits
2 Comments

Het Asterixgevoel van schoenenketen Van Haren

Het Asterixgevoel van schoenenketen Van Haren
Kim van der Meulen

Fysieke schoenenwinkels verkeren al jaren in zwaar weer, maar al die jaren doet Van Haren het al opmerkelijk goed. Nieuwe winkels, investeringen in bestaande winkels, een samenwerking met Wehkamp: het kan niet op. Wat is het geheim van de keten?

Alleen vorig jaar sloten al 193 winkels de deuren, consumenten geven al vijf jaar op rij minder uit en de schoenenbranche profiteert nauwelijks van de groeiende economie, aldus gegevens van ABN Amro. Online stijgt de verkoop dan weer wel, maar daar profiteren fysieke winkels lang niet altijd van - twee jaar geleden schreef het NRC al hoe Zalando de hele schoenenbranche ‘op zijn kop gezet’ had. En daar waren onder andere Schoenenreus, Van Dalen en Dr. Adams niet tegen bestand. Schoenwinkelketen Van Haren is een beetje als het dorp van Asterix en Obelix: een familiebedrijf dat dapper weerstand bood. Of liever: met de veranderingen meeging. Eind vorig jaar telde de teken 142 winkels en er zijn plannen voor tientallen nieuwe vestigingen, ook in België. Hoe doet het bedrijf dat?

Fysiek en online versterken elkaar,,We gaan niet tegen de stroom in, maar gaan er juist in mee,” vertelde Krein Bons, een van de drie directeuren en al twintig jaar in dienst bij Van Haren, op BNR Nieuwsradio over de strategie van de keten. Zo noemde hij Zalando geen bedreiging, maar benadrukt hij de pluspunten van de eigen keten ten opzichte van pure players, bedrijven met alleen een webwinkel. ,,Wij hebben het grote voordeel dat de fysieke winkels aan onze webwinkel vastzitten. Mensen kunnen dus online schoenen vergelijken en ze in de winkel kopen, of andersom. En doordat de maatvoering heel consistent is, hebben we weinig last van retouren doordat schoenen niet passen.” De kosten die een fysieke winkel met zich meebrengt en die webshops niet hebben, wuift hij weg: de kostenstructuur is anders opgebouwd. En kosten voor verzending, het verwerken van retournemingen en opslag hebben beide soorten winkels.

Van Haren was er vroeg bij
Dat Van Haren nog overeind staat, heeft ook met timing te maken: toen de crisis uitbrak, waren de lage prijzen van de schoenen extra aantrekkelijk. En toen webshops net opkwamen, onderzocht de keten al de mogelijkheden voor online verkoop. ,,Het is de enige keten die goed op Zalando heeft gereageerd,” zegt Cor Molenaar, econoom en bijzonder hoogleraar eMarketing en Distance Selling aan de Erasmus Universiteit. ,,Het heeft meteen ingespeeld op het nieuwe koopgedrag binnen hun doelgroep en op een webshop. Topshoe, een keten met zelfstandige winkeliers, deed het ook al snel en met succes, maar die kreeg te maken met een vertraging tussen bestelling en verzending. Van Haren had dat niet; die levert vooral schoenen van het eigen merk en die konden zó vanuit het hoofdkantoor in Duitsland (het moederbedrijf Deichmann) naar de klant verzonden worden. Dat is toch de kracht van een grote winkelketen die internet ondersteunend aanbiedt.”

Goedkoop en veel keus
Zo’n 60 procent van de mensen koopt bij pure players, zegt Molenaar, en 30 procent koopt bij webshops van ketens, zoals die van de Bijenkorf. Van Haren bedient beide én richt zich op de onderkant van de markt: goedkoper dan het aanbod van Zalando en Wehkamp én meer keus dan bij veel fysieke winkels. Dat alle schoenen op maat gesorteerd zijn - een soort mini-magazijn in de winkel - maakt het aanbod bovendien overzichtelijk en je bent niet afhankelijk van een medewerker voor het vinden van de juiste maat. ,,De winkels zijn de laatste jaren opgeknapt, zijn mooi ingericht en zitten op toplocaties,” voegt Molenaar toe.

Risico van online samenwerking
Opmerkelijk genoeg werkt Van Haren ook samen met Wehkamp: op die site is het volledige aanbod van de schoenenwinkel te koop. Volgens Bons zijn de eigen schoenen altijd ‘voordeliger geprijsd’ en wil Wehkamp desondanks samenwerken omdat het aanbod van de schoenenwinkel - schoenen van het eigen merk, maar ook goedkope Nikes - het daar goed doet. Maar toch: dat heeft zo’n schoenenwinkel toch niet nodig? ,,Ik denk dat die samenwerking ermee te maken heeft dat Wehkamp.nl veel meer bezoekers trekt dan de site van VanHaren,” zegt Molenaar. ,,Wehkamp wordt steeds meer een onafhankelijk platform, waarbij ook producten van andere leveranciers worden aangeboden. Dat maakt Wehkamp aantrekkelijker voor meer bezoekers. En door ook voor die bezoekers relevant te zijn, versterkt Van Haren zijn marktpositie vervolgens.” Win-winsituatie, dus.
Toch vraagt Molenaar zich af of het een slimme zet is: ,,Sinds C&A samenwerkt met Wehkamp is de ontwikkeling van e-commerce bij C&A vertraagd. Als de verkoop via Wehkamp eenmaal goed loopt, ga je je toch afvragen: wat moet ik nou met mijn eigen website? Die vraag gaan ze zich bij Van Haren ook stellen. Als het mislukt, heeft het ze alleen geld gekost, maar als het wel lukt, is er een risico dat ze onderdoor gaan aan hun eigen propositie.”

Uitbreiden en investeren
Als het aan Van Haren ligt, gaat de keten de komende jaren hoe dan ook nog meer samenwerkingen aan op het gebied van verkoop, bijvoorbeeld met Bol.com, om uiteindelijk zelfs te kunnen concurreren met grote partijen als Amazon. Ook denkt Bons aan samenwerking op het gebied van betaalmogelijkheden en logistiek - ‘zodat er niet vier leverbusjes in de straat staan.’ En dan zijn er nog plannen voor verdere uitbreiding: aan het einde van dit jaar zullen er vijf nieuwe vestigingen geopend zijn in Nederland, en tussen volgend jaar en de acht tot tien jaar daarna moeten er 50 tot 70 nieuwe winkels per jaar bij komen, onder meer in België. Investeren in fysieke winkels heeft Van Haren altijd gedaan, ook tijdens de recessie - onder het motto ‘het dak repareren als de zon schijnt’, zoals Bons op de radio zei. Voormalig concurrent Macintosh (eigenaar van onder andere Dolcis, Invito en Manfield) hield juist de hand op de knip en ging begin vorig jaar failliet.

Klaar voor de toekomstRechtstreeks bij de fabrikant bestellen via een online platform is de toekomst van de retail, voorspelt Molenaar. ,,Daardoor worden alle andere schakels overbodig.” Dat is goed nieuws voor consumenten, die de prijzen de komende jaren zien dalen, maar winkels krijgen volgens de hoogleraar steeds meer concurrentie van fabrikanten die schoenen tegen lage prijzen aanbieden. Of Van Haren erin zal blijven slagen met de stroom mee te gaan? De hoogleraar heeft er vertrouwen in. ,,Het bedrijf is zowel fabrikant als retailer, dus de lijntjes zijn kort. Bovendien kunnen ze het koopgedrag zo perfect monitoren. Een retailer ziet alleen wat er in zijn winkel verkocht is, maar Van Haren kan elke dag precies zien wat de vraag in de winkels én online is geweest. Dat kunnen ze zo efficiënt, dat ze elke paar weken een nieuwe collectie kunnen uitbrengen die is toegespitst op de vraag. Klanten weten dat ook, dus die kunnen altijd even binnenlopen om te zien of er wat nieuws te koop is. Een succesvolle formule.”
  4226 Hits
  0 Comments
4226 Hits
0 Comments

Stel je eens voor dat Rabobank geen bedrijven failliet laat gaan

Stel je eens voor dat Rabobank geen bedrijven failliet laat gaan

De nieuwe, veelbesproken commercial van Rabobank laat weer eens zien dat sommige bureaus en marketeers in hun eigen wereldje leven. Maanden werk aan een feelgood reclamespot worden teniet gedaan door krantenkoppen waarin de bank wordt weggezet als kille saneerder en financier van fraude.

 
Natuurlijk zag hij er gelikt uit, de nieuwe Rabo-commercial waar zo lang naar uit werd uitgekeken en die op 17 oktober werd gelanceerd. Er hadden ook niet de minste bureaus aan meegewerkt. Elf partijen vormden samen de Rabo Envision Tribe, waaronder bekende namen als Havaz Lemz, Ogilvy & Mather en Blazhoffski. Met veel creatieve jongens en meisjes die het merk Rabobank wereldwijd opnieuw op de kaart gaan zetten. Met een geweldige boodschap: ‘Stel je eens voor dat er genoeg en gezond voedsel is voor iedereen’. Of: ‘Stel je eens voor dat niemand meer hoeft te vluchten voor honger’. Vervolgens belooft de bank het wereldvoedselprobleem op te lossen door slimme innovaties te kickstarten.

 
Luchtbel
Qua vorm, beelden en tekst een fraai staaltje werk. Maar de commercial laat vooral zien dat sommige marcom professionals het contact met de werkelijkheid verloren hebben en in hun eigen luchtbel wonen. Want hoe zit het met een kleine, maar niet onbelangrijke paragraaf die onderdeel behoort te zijn van elke mediastrategie? De T in SWOT-analyse, het afbreukrisico, imagoschade, crisismanagement of hoe het tegenwoordig ook mag heten als een mooie reclamecampagne wordt gevolgd door een golf van negatieve nieuwsberichten?

 
OAD en mestfraude
Dat de bank tijdens de crisis diverse bedrijven onnodig failliet liet gaan, was al bekend. Daar kunnen vele failliete binnenvaartschippers over meepraten. Of een winstgevend bedrijf als mobiele toilettenverhuurder Port-o-let, dat van de ene op de andere dag de nek om werd gedraaid doordat het krediet werd opgezegd. Dat zijn kleine onbekende bedrijven. Maar een bedrijf als OAD, een nationaal icoon binnen de reiswereld, laat het publiek niet onberoerd. Dus was de imagoschade groot toen landelijke media als AD begin november bekendmaakten dat de curatoren Rabobank de schuld geven van het faillissement van het familiebedrijf, waarbij 1550 mensen op straat kwamen te staan. Tot overmaat van ramp meldde NRC twee dagen later dat Rabobank moedwillig mestfraudeurs in Brabant bleef financieren. Weg goede indruk. Want de mensen die de mooie reclame van Rabobank op tv zien zijn ook de lezers van die kranten.

 
Product wel klaar
Na de presentatie van de commercial buitelden experts in de marketingmedia over elkaar heen om kritiek te leveren. Opschepperij, vond de een. Kan de bank deze beloftes wel waarmaken?, vroeg een ander zich af. Een legitieme vraag. De Reclame Code Commissie vond zelfs dat de bank te ver ging met de zin: ‘Stel je eens voor dat we samen het wereldvoedselprobleem oplossen, en dat je ons aan deze belofte mag houden’. Dat kan de bank niet waarmaken, aldus de RCC. Rabobank beloofde daarop de zin na ‘oplossen’ eruit te halen. Gehannes in de marge.

 
Echte vraag
De echte vraag zou namelijk moeten zijn: Heeft het zin om jezelf als bank zo positief af te schilderen als je aan de andere kant nog steeds zo negatief in het nieuws komt? Bij een goed bureau wordt altijd eerst de vraag gesteld: is je product wel klaar om de markt mee op te gaan? In het geval van de Rabobank: zijn er nog lijken in de kast of andere rampzalige beerputten die ons nieuwe imago weer tot de grond toe kunnen afbranden? Het antwoord op die vraag was ja en het antwoord op die eerdere vraag had dus moeten zijn: laten we nog even wachten. Laten we eerst onze zaken op orde hebben.

 
Kloppend verhaal
Contentmarketing is niet zomaar een mooi verhaal vertellen. Een verhaal moet kloppen. Een bank die de wereld wil redden kan niet tegelijkertijd 1550 mensen van hun baan beroven. Of het milieu in Brabant verzieken. Wat dat betreft had de eerste regel van de commercial beter kunnen luiden: stel je eens voor dat we niemand meer failliet zouden laten gaan. Gevolgd door: stel je eens voor dat de Rabobank geen mestfraudeurs meer financiert, de Libor rente niet meer manipuleert. Allemaal zaken die binnen de Rabo Envision Tribe vast niet ter sprake zijn gekomen.
  8907 Hits
  1 Comment
8907 Hits
1 Comment

Gaan we afrekenen op tijd in plaats van impressies?

Gaan we afrekenen op tijd in plaats van impressies?

Adverteerders betalen in de online advertentiewereld publishers al jaren af met CPM als meetinstrument. Maar de serieuze issues rond bijvoorbeeld zichtbaarheid maakt de behoefte aan een ander afrekenmodel groter. In de Verenigde Staten wint het ‘cost per hour model’ terrein, een currency gebaseerd op de tijd die een bezoeker op de site is. In Nederland is uitgever NRC er al mee aan het experimenteren. Gaat cost per hour hier ook winnen als afrekenmodel?

Het CPM-afrekenmodel is al bijna klassiek. Bij het CPM (cost per mille, afrekenen per duizend impressies)-model is het zo dat je een URL intikt en dat de advertenties direct worden geladen. Hoewel de advertenties dan nog niet eens zichtbaar zijn, gaat de kassa wel meteen rinkelen. Een adverteerder betaalt dus direct voor advertenties die niet gezien worden. Dat klinkt onlogisch, maar het gebeurt al jaren.

Opstand tegen beperkte zichtbaarheidNu staat dit model wel behoorlijk onder druk in een tijd dat adverteerders steeds meer in opstand komen tegen lage viewability en advertentiefraude. Procter & Gamble bijvoorbeeld neemt daarom weer meer zijn toevlucht tot televisie. Daarnaast weten we dat adblockers aan populariteit winnen, omdat de online bezoeker zijn neus ophaalt voor irritante banners en pre-rolls voor video. Dat is geen goed nieuws voor adverteerders, maar zeker ook voor uitgevers, die zich in de online wereld toch al moeilijk staande kunnen houden. Misschien is het daarom wel tijd om met zijn allen eens te praten over een nieuw afrekenmodel.

Kosten per huur goed alternatiefDan komen we al snel terecht bij cost per hour. In Amerika introduceerde de Financial Times dit twee jaar geleden in een pilot met een groep adverteerders. Het nieuwsmerk ontwikkelde een model op basis van ‘exposure time’ in plaats van impressies. Hoe werkt het? Met klanten wordt alleen afgerekend voor advertenties die actief worden weergegeven gedurende vijf seconden of langer. De actieve tijd wordt aangegeven aan de hand van het feit of een persoon scrolt of klikt. Uit de pilot kwam naar voren dat deelnemende merken als BP, AIG, Microsoft en IBM beter scoorden op reclameherinnering, herkenbaarheid van het merk, merkvoorkeur en -overweging. Sindsdien hebben ook andere financiële nieuwsmedia in de Verenigde Staten, zoals The Wall Street Journal, Economist en Bloomberg met het model geëxperimenteerd.

NRC introduceert dit afrekenmodel ookIn Nederland introduceert NRC (NRC Handelsblad en nrc.next) het afrekenmodel nu ook, specifiek voor branded content. NRC springt daarmee in op de beweging dat branded content langzaam maar zeker display advertising naar de achtergrond drukt. Het wil adverteerders dus de mogelijkheid bieden hun verhaal te vertellen, dat goed past in de NRC-omgeving. Volgens een artikel op adformatie.nl gaat het hier om de “quality view”, waarvoor geldt dat een adverteerder betaalt voor een lezer die tenminste 15 seconden in een artikel zit. NRC - onderdeel van Mediahuis, waar sinds kort Telegraaf Media Groep ook onder valt - ging al eerder niet mee in de CPM-afrekening en introduceerde een jaar geleden al een aantal modellen die de cost per hour manier mogelijk maken, zoals het on-scroll laden van een advertentie (zodat die uiting daadwerkelijk zichtbaar is) en de viewable cpm (50 procent minimaal 1 seconde in beeld).

Logisch verhaal in concurrentie met GoogleGaan andere Nederlandse nieuwsmedia mee in een dergelijk model? Het cost per hour model geeft de adverteerder vertrouwen, want het is een bewijs dat zijn uiting in ieder is geval gezien. En het is ook een logisch verhaal voor nieuwsmedia die moeten concurreren met Google en Facebook. Je wil de bezoeker zo lang mogelijk op je site houden. Bied ze daarvoor dus sterke, kwalitatieve content. Dat geldt ook voor de content die merken bieden. Dat kan, naast gesponsorde content, dus ook een mooie commercial zijn.

Meer impact, minder views
Met het cost per hour model gaat het dus in feite om de impact van, of aandacht voor je uiting. Veel grote Nederlandse spelers moeten het vooral hebben van bereik en pageviews en minder van impact. Ga maar na: NU.nl is met een bereik van 7 miljoen (in september 2017, volgens het NOBO-onderzoek dat het online bereik van Nederlandse nieuwsmerken meet) het populairste Nederlandse nieuwsmerk. Maar het is vooral vluchtig nieuws en curatie. En nummer 3 AD.nl biedt ook wel premiumstukken, maar moet het vooral hebben van snel nieuws en entertainment. AD heeft daarmee De Telegraaf - toch het grote voorbeeld - inmiddels in bereik ingehaald. Ook Metro staat nog in de top-10. Tussen die nieuwsmerken doet NRC.nl het goed met een vijfde plaats en ook de Volkskrant en Trouw staan nog in de top.

Bereik blijft voor ieder zichzelf respecterend nieuwsmerk uiteraard essentieel, maar de essentie is een combinatie van bereik en impact (of aandacht, alhoewel zelfs onderzoeksspecialist John Faasse nog naar de precieze definitie) zoekt.

Impact met kwalitatieve contentMaar die impact krijg je met kwalitatieve content, hoewel je daar misschien ook wel verschillende definities voor hebt. NRC en Volkskrant, maar bijvoorbeeld ook De Correspondent, hebben al laten zien dat de consument hun inhoud waardevol genoeg vinden om er een abonnement voor af te sluiten.
Bij kwalitatieve content blijft de bezoeker ook langer binnen je omgeving, zal hij ook andere nieuwsitems aanklikken en is de kans groter dat hij een commerciële uiting - in welke vorm dan ook - echt ziet.

Klagen over Google en FacebookEr wordt nu steen en been geklaagd dat grote concurrenten als Facebook en Google bijna driekwart van de online advertentiegelden krijgen. Juist daarom is het zaak voor nieuwsmerken om impact te creëren met hun content. De recente discussie over nepnieuws heeft wel bewezen dat ze er hun voordeel uit kunnen halen. Dat is ook goed nieuws voor de adverteerder, die naar een ‘brand safe’ omgeving zoekt, zoals Procter & Gamble. Daar past het afrekenmodel cost per hour prima bij. Sterker nog: het trekt het niveau van de digitale mediabranche omhoog.
  5709 Hits
  0 Comments
5709 Hits
0 Comments

Hoe Tony’s Chocolonely zijn eigen ramen ingooide

Hoe Tony’s Chocolonely zijn eigen ramen ingooide

Een pr-stunt kan een merk wereldberoemd maken. Maar ook de nek omdraaien. Tony’s Chocolonely dacht de pr-stunt van het jaar uit te halen, maar verloor daarmee alle goodwill bij serieuze journalisten.

Het chocolademerk kondigde dinsdag 26 september middels een persbericht aan plannen te hebben om naar de Amsterdamse beurs te gaan. Groot nieuws waar alle serieuze media meteen op doken. Het nieuws ging zowat viral. Het officiële Nederlandse persbureau ANP nam het bericht over en De Volkskrant en de NOS lieten zelfs beursanalisten aan het woord. FD, De Financiële Telegraaf, NRC en RTL Z reageerden terughoudend en voelden al aan dat er iets niet klopte. Dat bleek ook zo te zijn. Hoewel topman Henk Jan Beltman het ’s ochtends nog ontkende, bleek het ’s middags toch een hoax. Tony’s Chocolonely opent gewoon een winkel in de Beurs van Berlage in Amsterdam. Media reageerden boos en voelden zich op het verkeerde been gezet. De Telegraaf sprak zelfs van een pr-flater.

Ludieke stunts
Pr-stunts zijn er in alle soorten en maten. Wie herinnert zich niet de legendarische pr-stunt van Zeeman, dat onder de schuilnaam FRANK meedeed aan de Amsterdam Fashion Week. Of de Grote Donorshow van BNN, waarin een donor haar nier zou weggeven, maar die uiteindelijk een slimme promotieactie voor nierdonatie bleek te zijn. Ook toen voelden media uit binnen- en buitenland zich bij de neus genomen, maar vanwege de geslaagde grap of het goede doel vonden ze dat niet zo erg. Zeeman en BNN kregen zelfs complimenten voor de briljante hoax. Internationaal gezien weten Bavaria en Red Bull regelmatig het nieuws te halen. Met ludieke stunts, zoals de mini-jurkjes van de Bavaria Babes op de tribunes van het WK voetbal in Zuid-Afrika in 2010. Of de Red Bull Stratos Jump van Felix Baumgartner, waarmee het wereldrecord vrije val werd gebroken. In Nederland staat vooral Raúl & Rigel, voorheen Jack Liberties, bekend om zijn pr-stunts of guerrilla marketing.

Free publicity
Wat deze pr-stunts gemeen hebben is dat ze positieve media-aandacht genereren. Het is free publicity die omgerekend tonnen aan advertentiebudget waard is. Wat ze niet doen is media en journalisten tegen zich in het harnas jagen. Bedotten. Voor de gek houden. Daar houden journalisten niet van. Goed, sommige media houden soms hun eigen lezers, volgers, luisteraars of kijkers voor de gek met een 1 aprilgrap, maar dat is in september not done.

Nepnieuws
Sterker nog, in een tijd waarin volop wordt geageerd tegen nep-nieuws en alternatieve feiten kun je als merk geen grotere fout begaan dan zelf nepnieuws naar buiten brengen. Of wilde het chocolademerk een eerbetoon brengen aan de 18 september overleden beruchte nepnieuwsschrijver Paul Horner? Let op mijn woorden: de komende tijd zullen media persberichten van Tony’s Chocolonely kritischer dan ooit bekijken en waarschijnlijk negeren. Of verticaal archiveren en opbergen in het ronde archief. Met beide termen wordt op redacties de prullenbak bedoeld. Ook zal het merk meer moeite dan ooit hebben om nog free publicity te krijgen. Die goodwill is door deze pr-stunt zo goed als verdampt. Het sympathieke merk heeft onder journalisten een negatieve stempel gekregen.

Succesvol merk
Het naar slaafvrije chocolade strevende Tony’s Chocolonely is een van de succesvolste Nederlandse merken van de afgelopen jaren. Chief Chocolat Officer Henk Jan Beltman grossiert dan ook in prijzen. In 2015 werd hij uitverkozen tot EY Emerging Entrepreneur of the Year en in 2016 won hij de Dutch Marketing Award voor beste marketeer van Nederland. En dat zijn er slechts twee. Zoals Gary Lineker voetbal ooit omschreef als ‘een eenvoudig spelletje van 11 tegen 11 waarbij op het eind Duitsland wint’ kun je marketing awards bijna omschrijven als ‘prijzen die door een deskundige vakjury worden toegekend en waarbij uiteindelijk Tony’s Chocolonely wint’. Maar dit jaar zal de prijs van beste pr-stunt zeker niet naar het chocolademerk gaan. Wel die voor grootste pr-misser. Het zal veel gratis repen kosten om de schade te repareren.
  2573 Hits
  1 Comment
2573 Hits
1 Comment

Wat als bereik YouTube en Facebook nep is

Wat als bereik YouTube en Facebook nep is

Bereik op social media is te koop. Tenminste, dat denken sommige influencers en merken. Loont het om volgers, likes of views te kopen? Of gooien ze daarmee hun eigen glazen in? En hoe herken je gebakken lucht? Daarvoor is er binnenkort een app.

We weten natuurlijk allemaal dat het gebeurt, maar toch keken we bij Frank.news een beetje vreemd op toen we een mail kregen van het inmiddels opgeheven Digit8seo.com. Of we geïnteresseerd waren in het kopen van extra bereik op social media. Compleet met prijslijst: 8 Euro voor 1000 likes op Facebook, 8 euro voor 1000 volgers op Instagram of 2,40 euro voor 1000 views op YouTube. Met vriendelijke groet, Hans. We besloten er meteen een verhaal over te schrijven en Hans te vragen hoe dat werkt, maar zoals verwacht reageerde Hans nooit meer op onze mails.

Voor de gek houden
Sinds Influencer marketing een hype is en vloggers en andere YouTubers ingezet worden om merken, producten en campagnes te promoten, is het kopen van extra bereik op social media een groeiende trend. ,,Ik denk dat het heel veel gebeurt, maar wij blijven ver weg van mensen die dit doen,” stelt Omar Kbiri van managementbureau MAAK, dat influencers, comedians en dj’s verbindt met bekende merken als Vodafone, Ben & Jerry’s of ABN AMRO. ,,Als je dit doet, bouw je geen geloofwaardig fundament onder je merk.”

Ook andere experts keuren dit soort praktijken af. ,,Dit is jezelf voor de gek houden,” zegt media- en YouTube expert Bas van Teylingen, oprichter van zijn eigen YouTube-school en managing director van OCC, een creatief bureau van online experts. ,,Bovendien: als je views koopt breng je je baan als YouTuber in gevaar.”

Wie verkoopt het?
Toch wordt op internet volop bereik op social media verkocht. Een internationaal bedrijf als Deranova, in Nederland officieel gevestigd in een appartementje aan de Nieuwendijk in Amsterdam, belooft klanten een flinke boost op social media en stelt al miljoenen Facebook likes, Instagram volgers, YouTube views, Twitter volgers en Soundcloud plays te hebben verkocht aan beginnende bedrijven, artiesten, journalisten, bloggers, fotografen, politici en publieke figuren. Die komen van echte mensen, beweert Deranova, maar het bedrijf kan geen interactie garanderen. Ook geeft het desgevraagd toe dat een lokale bakker weinig voordeel heeft van hun internationale volgers.

Ook een website als likeskopen.net, gevestigd op Curaçao, biedt likes, views en volgers aan voor een paar euro. Ook van echte mensen. ,,Wij houden ervan om u juist die diensten te bieden waarvan marketingexperts zeggen dat het niet mag, niet kan, verboden of taboe is. Onzin, zeggen wij. Met één van onze diensten maakt u ofwel een goede start ofwel u heeft er per direct potentiële klanten bij,” valt er te lezen op de website. Nadere vragen stellen aan het bedrijf blijkt helaas onmogelijk. Wie verder zoekt op internet vindt nog vele andere aanbieders.

Hoe fake is Instagram?
NRC spreekt in een serie van twee verhalen over schimmige handel en een devaluatie van de marktwaarde van YouTubers. Mashup, het YouTubekanaal van NOS op 3, bracht in september een miniserie van drie video’s over de fakewereld van Instagram, waar influencers volop volgers en likes kopen op internet. ,,Ik vind het extreem lui. Je misleidt mensen tot de max,” zegt influencer Nochtli Peralta Alvarez daarin.

 
https://www.youtube.com/watch?v=TJzOS5rXGFA

 
Wie koopt het en waarom?
In de NRC-verhalen en de Mashup-video’s vertelt Thomas Kolenbrander van Followerskopen.net hoe het kopen van bereik werkt. Hij lijkt de enige verkoper die hierover een boekje open durft te doen. ,,Sommige accounts zijn helemaal niet echt en worden automatisch aangemaakt”, legt hij uit. Hij verkoopt alleen volgers op Instagram en Twitter en verdient daar als student een goede boterham mee. ,,Ik heb ook even views op YouTube verkocht, maar YouTube is vrij streng. Als ze daar doorhebben dat je nepviews koopt halen ze in het ergste geval je video weg.”

Wat is het doel van zijn klanten? ,,Mensen willen populairder lijken. Dan zijn mensen eerder geneigd je te gaan volgen en krijg je meer volgers. In theorie kunnen influencers er ook meer geld mee verdienen doordat je jezelf voor meer geld kunt verkopen. Voor merken heeft het niet zoveel waarde. Dit zijn geen echte mensen en ze gaan ook niet op je advertenties klikken,” aldus Kolenbrander.

Fuck it
Bas van Teylingen kent mediabureaus die hun beloofde KPI’s niet dreigen te halen en dan hun toevlucht tot dit soort praktijken nemen. ,,Als ze hun targets niet halen zeggen ze: fuck it. We steken ons laatste budget in het kopen van views. Je krijgt dan bijvoorbeeld meer views op YouTube, maar die stellen niet zoveel voor. Daarmee bereiken ze hun doelgroep niet.”

Makkelijk te herkennen
Volgens hem zijn nepvolgers en dito views makkelijk te herkennen. ,,Wat je moet doen is kijken naar de verhouding tussen views, likes en comments. Als een video bijvoorbeeld 100.000 views heeft, maar slechts 15 duimpjes en 3 reacties, dan kun je ervan uitgaan dat iemand views heeft gekocht,” legt hij uit. ,,Er zijn wel uitzonderingen, bijvoorbeeld als een video alleen embedded bekeken wordt.”

Ook Thomas Kolenbrander stelt dat merken zelf onderzoek kunnen doen naar de verhouding tussen bereik en interactie of engagement. ,,Soms valt het wel heel erg op”, zegt hij. ,,Als iemand 5000 mensen volgt en zelf maar door 5 mensen wordt gevolgd, is het account waarschijnlijk nep.”

Op gezette tijden houden social media ook schoonmaakacties waarbij nepaccounts en -volgers worden verwijderd. Zo raakte Justin Bieber in 2014 bij een opschoonactie van Instagram 3,5 miljoen volgers kwijt. Kim Kardashian verloor 1,3 miljoen volgers, Beyoncé 0,8 miljoen en Miley Cyrus 0,7 miljoen. ,,Dan val je als influencer door de mand en ben je voortaan minder geloofwaardig,” stelt Omar Kbiri. ,,Op korte termijn kan het kopen van bereik lonend zijn en in absolute getallen kan het impact hebben, maar het is not done in onze business. Jongeren worden ook steeds slimmer en gaan zelf kijken of het wel klopt.”

App prikt nep-bereik door
Van Teylingen is bezig een app te ontwikkelen waarmee merken en mediabureaus kunnen bepalen hoe gezond het account van een social influencer is. Die kijkt onder meer naar de mate van groei en engagement. ,,Zo kun je zien of het echte influencers zijn, echte volgers en of er echt doorgeklikt wordt tijdens campagnes,” legt hij uit. ,,Soms gaan merken de fout in omdat ze zich niet verdiepen in de influencers met wie ze samenwerken. Toch is dat belangrijk. Ik begin binnenkort met een opleiding ‘influencer marketing’ Emerce en daarin komt dit ook aan bod. Er is zo weinig kennis bij marketeers en marcom bedrijven. Iedereen kijkt elkaar aan, maar verdiept zich er niet in. Als je doel is om meer views te krijgen om beter gevonden te worden, dan moet je dit lekker doen. Maar als je conversie of call to action wilt, dan ben je aan het jokken.”
  5537 Hits
  1 Comment
5537 Hits
1 Comment

De spionnen van LVB Networks

De spionnen van LVB Networks

Hoe ver kun je gaan in contentmarketing? Die vraag kun je stellen nadat specialist LVB Networks is ontmaskerd voor het opzetten van een nep-website om een luis in de pels van zijn klant Bureau Krediet Registratie (BKR) dwars te zitten. Een verhaal dat leest als een spionagethriller.

Mag je voor je klant een duistere website opzetten met als doel om zijn concurrent te pesten? Wettelijk gezien wel, moreel gezien misschien niet. Nu steeds meer merken kiezen voor contentmarketing en voor eigen uitgever gaan spelen is de vraag hoe ver dat creëren van eigen content kan gaan. Reclame maken voor jezelf mag dan het uitgangspunt zijn, anderen de grond in boren of tegenwerken kan een lucratief vervolg zijn.

Nep-website
In dat kader is de stap van LVB Networks een mooie case. ‘De meeste prijzen bij de Grand Prix Content Marketing Awards’ roept het bureau vol trots op zijn website. Dat het bedreven is in contentmarketing is alom bekend, maar hoever het daarin gaat bleek pas toen NRC handelsblad onthulde hoe LVB een nep-website opzette om een onwelgevallige luis in de pels van het BKR het leven zuur te maken.

Strijd BKR en Dynamiet
Even de achtergrond. In Zoetermeer zit al enkele jaren juridisch adviesbureau Dynamiet Nederland dat mensen helpt om van hun negatieve BKR-registratie af te komen. Vanwege een lullige betalingsachterstand van enkele tientjes of een paar honderd euro bij een postorderbedrijf of telecomaanbieder van jaren geleden, kunnen ze namelijk geen hypotheek voor hun huis afsluiten of een nieuwe lening aangaan, zoals NRC onlangs beschreef. Dynamiet maakt gebruik van een arrest van de Hoge Raad uit 2011 dat stelt dat elke kredietverstrekker een afweging moet maken of de onbetaalde schuld opweegt tegen de gevolgen van een negatieve registratie. Dat is het zogeheten proportionaliteitsbeginsel.

Zo zijn al verschillende mensen van hun registratie afgekomen en dat is het BKR al jaren een doorn in het oog. Na een campagne tegen Dynamiet via Radar begin dit jaar, veranderde BKR de richtlijnen en sindsdien kunnen kredietverstrekkers niet zelf meer registraties verwijderen.  Dat is in strijd met het arrest van de Hoge Raad, meldde NRC en ook de Tweede Kamer stelde hier vragen over. Mensen moeten voortaan naar de rechter, die het BKR in veel gevallen terecht wijst.

Bizar verhaal
Tot zover de strijd tussen BKR en Dynamiet. Wat de NRC-journalist tijdens zijn werk op het spoor kwam, was nog veel bizarder. Dat verhaal lijkt wel een spionagethriller. Naast de website van Dynamiet Nederland was sinds april dit jaar namelijk de website Dynamiet.nl in de lucht. Potentiële klanten van het juridisch adviesbureau kwamen daar terecht en werden gewaarschuwd voor dure bemiddelaars als Dynamiet. Dat zorgde voor een daling in clicks en klanten bij Dynamiet en een advertentie-oorlog op Google voor de hoogste notering. Dynamiet bracht de zaak voor het arbitrageorgaan WIPO en won, want bedrijven hebben nu eenmaal recht om hun eigen naam als domeinnaam te gebruiken. Ook oordeelde het WIPO dat de domeinnaam ‘te kwader trouw is geregistreerd en/of te kwader trouw wordt gebruikt’. Sinds kort is de website weer uit de lucht.

Het verhaal werd pas bizar toen NRC uitzocht wie er achter de website Dynamiet.nl zat. Dat bleken de Verontruste Particulieren uit het dorpje America te zijn. Gevestigd op Dorpslaan 1 - een niet bestaand adres – met telefoonnummer 06-12345678 – een…u begrijpt het al. Na de WIPO-uitspraak kreeg Dynamiet een dagvaarding waarin Dynamiet.nl in beroep ging van Boeijend bv, de bv van financieel-directeur Mark Boeijen van LVB Networks. Als woordvoerder wierp zich ineens directeur Richard van Berkel van LVB Networks op. Wat bleek: LVB Networks is het pr-bureau van het BKR.

Ongeloofwaardig
In het NRC en in het bevriende Adformatie zegt Van Berkel dat de website niets met het BKR te maken heeft en een persoonlijke actie betreft om kwetsbare mensen in de schuldhulpverlening te beschermen tegen aasgieren als Dynamiet. Maar dat gelooft natuurlijk niemand. Klanten van Dynamiet zitten helemaal niet in de schuldhulpverlening, hun bewindvoerder zou dit niet eens toestaan. Het gaat vooral om mensen met een kleine betalingsachterstand met grote gevolgen. Daarom klinken zijn argumenten ongeloofwaardig en is het interview in Adformatie niet meer dan een poging van iemand die betrapt is om zijn straatje schoon te vegen.

Slimme strategie
Want slim is het natuurlijk zeker, om op die manier een anti-campagne te voeren zonder dat je klant hierdoor in de schijnwerpers komt te staan of verder in diskrediet wordt gebracht. Je zou het zelfs de ultieme contentmarketing-campagne kunnen noemen. Terwijl het BKR steeds door de rechter wordt teruggefloten, kun je toch zorgen dat het doel van je klant - mensen weghouden bij Dynamiet - bereikt wordt. Maar kom er dan wel eerlijk voor uit en ga niet in Adformatie zo’n larieverhaal ophangen.
  4116 Hits
  1 Comment
4116 Hits
1 Comment

Zijn Alexander Klöpping en Blendle hetzelfde merk?

Zijn Alexander Klöpping en Blendle hetzelfde merk?


Personal Branding deel 2

Of Blendle de beloofde redding van de journalistiek is of niet: er gebeurt nogal wat rondom de digitale kiosk. Na het vertrek van oprichter Marten Blankesteijn staat Alexander Klöpping er als eigenaar alleen voor. Is Blendle daarmee het merk Klöpping?

 
Medeoprichter Marten Blankesteijn, door Klöpping ‘het brein achter Blendle’ genoemd, stapte onlangs uit de start-up om meer privétijd te hebben. Voor buitenstaanders leek Klöpping vaak al het gezicht van Blendle: in de vele media-aandacht die de start-up sinds zijn ontstaan kreeg, werd vooral hij geïnterviewd. ,,Alexander is vaker te zien in de media en geeft presentaties. Ik heb daar gewoon niet zoveel mee, ben meer iemand van de cijfers,” zei Blankesteijn daar eerder over in Metro. Is Blendle daarmee een personality brand?

 
Visitekaartje en mede-eigenaar
,,Het was slim van Blendle om Klöpping naar voren te schuiven als gezicht van het merk,” vindt Tom Scholte, specialist op het gebied van personal branding en auteur van het boek Personal branding voor ZZP’ers: hoe je hoger gewaardeerd en daardoor vaker gevraagd wordt. ,,Hij was al bekend van De Wereld Draait Door, waarin hij als snelle techjongen razend enthousiast over gadgets en tech-snufjes praatte. Eerder had hij mooi vormgegeven site waarop hij nieuws over gadgets deelde. En hij had een eigen bedrijf, The Gadget Company. Hij was dus enigszins bekend. Al had hij zijn sporen ook nog niet in zo’n mate verdiend dat hij aan Blendle werd verbonden zoals George Clooney aan Nespresso. Vaak zie je dat merken een persoonlijkheid zoeken die bij ze past, ter versterking van hun merk, maar ik denk niet dat Klöpping vooral die rol is toebedeeld. Op de website van Blendle wordt hij gewoon genoemd tussen de andere medewerkers. Als het om de naam ging, hadden ze hem ook alleen kunnen inhuren om over Blendle te bloggen of er reclamespotjes voor te maken. Dat hebben ze niet gedaan. Opmerkelijk trouwens, want zijn expertise lag toch op het gebied van tech en innovatie, niet op het gebied van uitgeven en een bedrijf leiden.”

 
Je functie ontstijgen via personal branding
Daarin zit ’m ook het knelpunt als het gaat om Klöpping zien als zijn eigen merk, geeft Scholte aan. ,,Het lastige van personal branding is dat je een merk moet zijn omdat je een bepaalde functie hebt, die je via je merk kunt ontstijgen. Ronaldo is een merk voetballer. Ali B is begonnen als een merk rapper. Linda de Mol is begonnen als een merk presentator. En vervolgens zijn ze die functies ontstegen. Is Klöpping een merk journalist, spreker, ondernemer? Je kunt het allemaal zijn, maar dat maakt het wel lastiger er een persoonlijk groot merk op te bouwen. Dat kost tijd.”
Goed, geen klassiek geval van personal branding dus, maar past zijn imago wel een beetje bij wat Blendle wil uitstralen? In de basis wel, vindt Scholte: ,,Hij kan heel verwonderd, enthousiast en geloofwaardig vertellen over innovatie. Hij wil vernieuwen in de onlinewereld, waarin bedrijven snel komen en gaan. Dat past bij het karakter van start-ups: LinkedIn, Google en Facebook zijn groot geworden door enthousiast iets uit te proberen en de stekker eruit te trekken als het niet beviel.”

 
Hoort Blendle in de categorie Facebook?
Maar of Blendle ook in die categorie ondernemingen valt, durft Scholte te betwijfelen. ,,Zo vernieuwend vind ik het bedrijf eerlijk gezegd niet: na dat eerste innovatieve idee is er volgens mij alleen een premiummodel gelanceerd. Zo lang zonder aanpassingen bezig zijn is aan de lange kant voor een start-up. Je kunt je afvragen of dat wel bij Klöppings karakter past.”

 
Merkwaarde voor Blendle
Hoe zit het dan met Klöppings merkwaarde voor Blendle? Heeft zijn gezicht als visitekaartje iets toegevoegd aan het merk? ,,Je zou kunnen zeggen dat het weinig heeft toegevoegd,” antwoordt Scholte. ,,Het is in elk geval financieel nog geen doorslaand succes geworden. (zie kader, red.) En het hoeft niet erg te zijn dat er nog geen geld mee verdiend wordt, als ze maar een goed product neerzetten. Tesla leidt ook nog steeds verlies, maar zet wel de wereld op z’n kop.”

Alles begint bij een kwalitatief goed product, benadrukt Scholte: dat is de bestaansreden van een merk. Voordat je een personal brand kunt uitbouwen, moet de basis van je dienst, je vak, in orde zijn. ,,En dat moet je ook kunnen uitdragen. Veel techbedrijven richten zich echter te lang en te veel op kwaliteit en te weinig op communicatie. Daar stond Philips jarenlang om bekend; hun slogan was zelfs ‘Let’s make things better’. Met de slogan ‘Sense and simplicity’ kwam er meer emotie in. Als een andere partij beter is in het verkopen van jouw boodschap, red je het niet. Hoe disruptive Blendle is, durf ik niet te zeggen. Het feit dat andere uitgevers ook digitale kiosken beginnen en losse artikelen gaan verkopen, laat wel zien dat ze zijn wakker geschud.” En wie de bestaande markt omver wil werpen, moet innoveren. ,,Blendle zou bijvoorbeeld eigen content kunnen publiceren, zoals Facebook nu ook eigen Netflix-achtige series ontwikkelt om mensen langer te boeien. En afhankelijk van welke afspraken er zijn gemaakt over de branding van Blendle kan Klöpping zich op de site misschien toch wat meer profileren als gezicht van het merk. Een kort filmpje waarin hij uitlegt waar ze mee bezig zijn zou een goed begin zijn.”


 
Turbulente tijden
In de drie jaar dat Blendle bestaat, maakte de digitale krantenkiosk een opmerkelijke ontwikkeling door. Waar concurrerende diensten als Paper en Myjour het eerder tegen Blendle aflegden en buitenlandse investeerders waaronder The New York Times drie miljoen euro in de start-up staken, vlakt de groei van de - nog altijd niet winstgevende - dienst nu af, aldus NRC. Blendle heeft twee nieuwe investeerders aangetrokken, volgens Klöpping staan ze in de rij, maar intussen scoort De Persgroep met de vergelijkbare dienst Topics. Persgroep-baas Christian van Thillo besloot onlangs geen hele kranten meer op Blendle te laten plaatsen, maar slechts losse artikelen.
 

  21288 Hits
  0 Comments
21288 Hits
0 Comments

De toekomst is aan special interest

De toekomst is aan special interest

Mediakenner Derk Sauer gelooft in een mediatoekomst met kleinschalige bedrijven die zich helemaal storten op bepaalde niches. Hoe waarschijnlijk is zo’n scenario écht en welke rol spelen grote mediabedrijven als TMG, Sanoma en De Persgroep dan nog binnen dat medialandschap?

 
General interest gaat verdwijnen
Heel interessant was het verhaal van mediatycoon Derk Sauer die een tijdje terug op bezoek was bij de altijd boeiende mediapodcast van Alexander Klöpping en Ernst-Jan Pfauth. Sauer schetste het toekomstbeeld van de media en dat deed hij in zeer heldere bewoordingen. De man die met Independant Media een fors mediabedrijf opbouwde in Rusland en zich later intensief bemoeide met NRC verwacht dat de komende jaren ‘general interest’ volledig zal verdwijnen en dat daar allerlei ‘special interest initiatieven’ voor terugkomen. Media gaan zich vormen naar de interesses van mensen; als je van yoga houdt dan wil je alles lezen over yoga, zien over yoga en koop je ook allerlei spulletjes op het gebied van yoga.

Sauer lijkt niet te geloven in de toekomst van kranten omdat de informatie die daarin staat per definitie te oppervlakkig is. Zelf is hij bijvoorbeeld een groot liefhebber van de Franse Revolutie en daarvoor gaat hij naar musea, leest verhalen erover en luistert naar podcasts over deze periode. De voormalig hoofdredacteur van Nieuwe Revu denkt dat er uiteindelijk een heleboel nichepartijen overblijven die soortgelijke specialistische content maken en daarnaast een paar wereldspelers die het distribueren. Sauer vertelt dat hij veel mensen spreekt bij de grote uitgevers in Nederland. Even parafraserend: Ze praten altijd over het verlies aan lezers beperken en nooit over innovatie. Daarom denk ik ook dat die vernieuwing bij de kleine bedrijfjes vandaan moet komen.

Als ik Sauer goed begrijp dan denkt hij dat er uiteindelijk een paar hele grote partijen als Facebook, Google, New York Times en Amazon overblijven in de wereld, dan komt er lange tijd niets en daarna volgen de uitgevers van Yoga-informatie, voetbal, fietsen en dansen. Pfauth, Sauer en Klöpping komen trouwens wel met een goed model om die interesses online een beetje te ordenen. Een soort ‘mega Startpagina’ per onderwerp; podcasts, online magazine, webshops. Over wie dat nieuwe ordeningsysteem kan maken zijn de mannen het ook eens trouwens: Amazon natuurlijk.

 
Goede gedachte
De gedachte van Sauer is een interessante en waarschijnlijk ook een goede. Mijn interesses komen neer op media (meta-alarm), marketing, sport en een klein beetje lichtvoetige literatuur. Ik merk steeds vaker dat een talkshow als Jinek! of DWDD eigenlijk te oppervlakkig is om iets toe te voegen. Ik wil niet kijken naar acht minuten Tom Egbers over de aanstelling van Peter Bosz en de eerste persconferentie van Dick Advocaat die alles zegt wat ik ook kan zien, maar anderhalf uur lang een vrolijke, diepgravende analyse (met minimaal een man met een snor daarbij). Als TMG en John de Mol ruzie maken met elkaar dan wil ik de analyses van Marianne Zwagerman, Maarten Hafkamp én Mark Koster lezen. Allemaal.

Toch kleven er nogal wat vragen aan dit scenario van de mediatoekomst en daarom pleit ik ook voor een officieel Sauercongres waarbij dit scenario van voor naar achter besproken wordt door kenners. Ik heb even vier van die ‘vragen’ verzameld.

 
Agendasetting
De eerste vraag is: op welke manier komen en gaan interesses in een mensenleven? Sauer sprak over zijn liefde voor de Franse Revolutie en Yoga en er is een bepaald moment geweest dat deze passie voor een bepaald onderwerp werd aangewakkerd. Zou general interest daarin een rol kunnen vervullen de komende jaren? Je scrollt een beetje door je timeline of bladert door een krant en langzamerhand begin je een bepaalde interesse voor een onderwerp te ontwikkelen. Natuurlijk doordat iemand er enthousiast over is, maar dat kan ook een journalist zijn. Je wordt toch vaak nieuwsgierig door een ‘agenda setting functie’ in combinatie met de rol van je netwerk. Ik polste even een vriend die lang voor general interest bladen werkte en hij gelooft ook dat veel magazines verdwijnen, maar ook dat er ook ruimte zal zijn voor een paar van deze doorbladermedia. ,,Linda Magazine bewijst natuurlijk dat er wel degelijk plek is voor allerlei onderwerpen in een blad,’’ vindt hij. ,,Ik blijf het toch heel boeiend vinden om langs de kanalen te zappen waarna je opeens gepakt wordt door een geweldige documentaire over bruggen.’’

 
Intellectuele benadering
De opvatting dat mensen een paar thema’s in hun leven hebben waarin ze oprechte interesse hebben, is wel een intellectuele voorstelling van de werkelijkheid. We worden allemaal nieuwsgieriger en slimmer, maar er zijn ook nog voldoende mensen die zich niet compleet storten op een paar thema’s. Ze gaan naar de tennis- of voetbalclub, proberen hun kinderen een beetje aardig op te voeden en kijken graag naar een aantal programma’s op tv. Twintigers met baarden en sneakers in de grote steden zullen ongetwijfeld hun tv-draden hebben doorgeknipt en zich volledig focussen op yoga, health food en de laatste gadgets, maar het merendeel van de mensheid is wat minder specifiek bezig. Hun interesse voor voetbal gaat niet verder dan het kijken naar de wedstrijden en voor de rest zijn ze gewoon druk om alles een beetje aardig te regelen thuis. Natuurlijk zal, naarmate de welvaart toeneemt, de hardwerkende arbeider met de voetjes op de tafel verdwijnen, maar het is ook wel een beetje een luxe dingetje om je lekker de hele dag in één onderwerp onder te dompelen. Zou het een optie zijn dat general interest helemaal niet dood is, maar dat simpelweg de goede formule nog niet is gevonden (voor mannen dan)?

 
Nieuwsjagers
Sauer is vooral kritisch op krantenuitgevers die geen online verdienmodel konden bedenken waardoor ze zijn ingehaald door de special interest makers. Er zit wel iets in natuurlijk, de avontuurlijke wereldreiziger kon zich vroeger prima vermaken met de reisbijlage, maar daarvoor in de plaats heeft hij nu honderden sites tot zijn beschikking met veel betere informatie van zijn mede wereldreizigers. Het is echter de vraag of er niet een groep bestaat van mensen die heel veel interesse heeft in het nieuws op zich. Een club voor wie ‘het nieuws volgen’ een soort special interest is. Je ziet het een beetje aan de kijkcijfers van Het Journaal en RTL Nieuws die nog redelijk stabiel blijven vergeleken met andere programma’s. Natuurlijk zijn er gewoontekijkers, maar er zijn ook heel veel mensen die het nieuws altijd en overal volgen.

 
Wie maken het?
In de ogen van Sauer zal het medialandschap bestaan uit een paar hele grote mediaclubs in de wereld die de distributie verzorgen en een ontelbare hoeveelheid specialistische makers. Dus er komen yogabedrijven, fietsbedrijven en treinenspotfirma’s. Het gespecialiseerde yogabedrijf kent de achterban precies en koppelt daar producten aan voor de doelgroep. Er is een wekelijks yogamagazine, er zijn yogabijeenkomsten, er is een jaarlijkse yogaconferentie, een podcast over yoga en mensen zijn bereid daarvoor te betalen. Als ik Sauer een beetje goed begrijp dan moet zo’n bedrijf volledig zelfstandig functioneren. Dus er zal weinig ruimte zijn voor een moederbedrijf als Sanoma dat al die clubjes aanstuurt en daar is wel iets voor te zeggen. Want stel dat je een clubje van vijf visliefhebbers hebt gevonden met een magazine, een eigen merk hengels, een WK vissen en een congres over de beste visplekken dan is zo’n YouTube kanaal met een vispraatshow zo geregeld. Je zet een clubje bij elkaar, zoekt een studioruimte en draaien maar. Maar als je dat bij een groot mediabedrijf moet fixen dan levert dat veel ruis op: vergadermomentjes, verantwoording aan de aandeelhouders, gezamenlijke inkoopformulieren. Gedoe. Tenzij zo’n groot mediabedrijf een modus kan ontwikkelen waarin die kleine clubjes yogakenners, fietsfans en treinenspotters hun eigen vrijheid houden om nieuwe dingen te bedenken die geld opleveren.

 
Conclusie
Interessant om te volgen of general interest de komende jaren inderdaad zal verdwijnen als verdienmodel en, zo ja, wat er dan allemaal voor terugkomt. Zouden bedrijven als Sanoma, De Persgroep en TMG op de een of andere manier een toekomst voor zichzelf kunnen creëren door special interest clusters te bouwen? En op welke manier zouden deze clusters dan georganiseerd worden? Mijn verwachting is dat die ontwikkeling naar nichemarkten zich inderdaad zal doorzetten, maar dat ‘nieuws’ als een soort special interest cluster ook zal overleven. De vraag is echter of je daar honderden mensen op een goed verwarmde redactie voor moet hebben of dat je gewoon de tien beste journalisten per deelonderwerp (criminaliteit, sport, media, kunst en buitenland) bij elkaar zet en hen mooie dingen laat maken.

 
  2949 Hits
  1 Comment
2949 Hits
1 Comment

‘We kiezen met Telegraaf VNDG bewust voor short format’

‘We kiezen met Telegraaf VNDG bewust voor short format’

In tijden waarin zo’n beetje iedereen in medialand op zoek is naar hét ultieme videoplatform met goed verdienmodel, lanceert TMG ‘Telegraaf VNDG’. Mandy van der Wal ontwikkelde de online strategie. Ze vertelt ons over deze beginperiode en reageert op de eerste kritieken.

 
Telegraaf VNDG is net live dus over resultaten valt nog niet veel te vertellen. Director TMG Mandy van der Wal is dan ook nog bezig met de eerste analyse, maar geeft ons wel alvast een tipje van de sluier wat betreft de eerste interessante data: ,,Op dit moment zien we dat de bezoekers zo’n vijf tot zes minuten op het platform blijven. Dat vind ik al best lang.” Verder blijkt dat het eerste nieuwsbulletin om 6 uur ’s ochtends een succes is. ,,Wij zijn de eerste die nieuws in beeld uitzenden. Dat werkt blijkbaar.”

 
Doelgroep
Over het aantal bezoekers kan Van der Wal helaas nog niets zeggen. Wel blijkt dat de gemiddelde bezoeker op dit moment nog iets jonger is dan de printdoelgroep. Verder is 55 procent van de bezoeker man, en 45 procent vrouw. ,,Maar dit kan nog alle kanten op gaan,’’ vertelt Van der Wal. De beoogde doelgroep van het videoplatform bestaat uit de Telegraaf liefhebber: 18 -55 jaar, 50 procent man en 50 procent vrouw en gemiddeld bovenmodaal verdienend. De director richt zich met het platform specifiek op de hardwerkende Nederlander. ,,Dat laatste kan je niet meten, maar dat zeggen we graag. Het past bij de Telegraaf.”

 
Kritiek
Zoals altijd als je iets nieuws start, kun je kritiek verwachten. Reinier Kist van NRC schrijft dat hij het videoplatform niet als vernieuwend  ziet en dat de lat niet hoog genoeg ligt gezien de korte filmpjes van maximaal 10 minuten. Van der Wal: ,,Alles is short format: video’s met een max van 6 minuten. Hier hebben we juist bewust voor gekozen. Dat dit werkt bij de doelgroep, komt namelijk uit al onze onderzoeken.” Naast nieuwe onderzoeken die speciaal zijn gehouden voor het ontwikkelen van deze nieuwe online videostrategie, kan Van der Wal en haar team ook putten uit de data van de gehele Telegraaf online omgeving en de eerdere video’s van Telegraaf TV. ,,Met 210 miljoen views per maand hebben we een sterke positie. We weten wat mensen eten.”

 
Estavana Polman
Niet alleen de duur van de video’s, maar ook de serie Estavana in het Echt met profhandbalster Estavana Polman in de hoofdrol, wordt zowel door NRC als de Volkskrant flink bekritiseerd, en gezien als ‘niet erg spannend’. Van der Wal: ,,Dit is één van de best bekeken series op dit moment. Juist omdat we zo dicht op de huid zitten, en iedere aflevering vlak voor uitzending wordt opgenomen.”

Er zijn gelukkig ook lovende woorden. Namelijk voor Weggegooid Geld en De Hotelpolitie. Volgens Van der Wal ook twee veelbekeken series.  ,,Weggegooid Geld speelt in op rare kwesties met overheidsgeld. Zoals een kunstwerk zo dicht voor een gebouw plaatsen dat er geen raam meer open kan.” Er wordt hierbij niet alleen in videoformats gedacht. Deze series leveren namelijk ook meteen interessante verhalen op die Telegraaf weer in de krant kan gebruiken, vertelt Van der Wal. ,,We denken bij alles in 360 graden. Zie het als een soort estafette: eerst was er de krant, toen kwam digitaal, en nu heb je ook video. En op den duur loopt misschien niet de krant, maar video voorop.” Maar wie ook het hardst gaat, één ding is zeker: “Je hebt elkaar nodig.”

 
Veel onderzoek naar strategie videoplatform
Om zo goed mogelijk te weten waar het nieuwe videoplatform aan moet voldoen, zijn er veel extra onderzoeken gedaan, licht Van der Wal toe. ,,Vanaf oktober 2015, toen TMG haar ‘van woord naar beeld-strategie’ introduceerde, tot midden 2016 hebben we volop onderzocht waar de doelgroep precies behoefte aan heeft.” Van kwalitatief tot kwantitatief onderzoek, alles om te weten te komen waar die ruimte zit in het overvolle medialandschap. ,,Uit die onderzoeken bleek onder meer dat we ons moesten richten op de ontwikkeling van een apart platform met nieuws, sport en entertainment in één dienst. En aangezien de doelgroep weinig tijd heeft, moet het dus short format zijn.”

 
Geschikt verdienmodel
Ook naar een geschikt verdienmodel is goed onderzoek gedaan. Telegraaf werkt natuurlijk al met premiumcontent voor abonnees. Dit blijkt succesvol en wordt ook voor Telegraaf VNDG doorgevoerd. Van der Wal: ,,Zo kan de abonnee de content vaak eerder, en ook zonder reclame kijken. Het is op die manier makkelijker om te bingewatchen.”

Verder vindt de director het belangrijk om duidelijk te maken dat het advertentiemodel uit meer bestaat dan alleen pre-rolls en mid-rolls. ,,We zien verschillende mogelijkheden om adverteerders te integreren. Zo zijn we ook bezig met interessante branded content cases.” Van der Wall kijkt hierbij vooral naar de verhalen van adverteerders die passen bij wat zij met Telegraaf VNDG wil vertellen. ,,Zo kunnen we vervolgens samen met de adverteerder een aansprekende video maken die bij ons allebei past.”

 
Wacht niet te lang met lanceren
Over de toekomst is Van der Wal duidelijk: ,,We zitten nog middenin de ontwikkelingsfase. Dat wisten we op het moment dat we met het platform live gingen. Het kan namelijk nooit meteen perfect zijn.” Dat is ook iets wat de director kan meegeven als het gaat om hét beste moment uitkiezen om met een nieuwe dienst te starten. ,,Wacht niet te lang met lanceren. Zodra je live gaat, kun je meteen alles goed testen.” En niet onbelangrijk: ,,Vervolgens moet je snel kunnen schakelen om het nodige aan te passen.” Onmisbaar in deze lanceringstijd is dan ook een goed team dat daar flexibel op in kan spelen. En het hebben van een dikke huid. “Natuurlijk krijg je kritieken. Maar dat kunnen we allemaal hebben. Die kritiek is namelijk ook nooit persoonlijk.”

 
Niet altijd de millennials
Verder hamert Van der Wal nogmaals op het belang van gedegen onderzoek mocht je als bedrijf of merk van plan zijn een online platform te starten. ,,Het is al zó druk in het medialandschap. De een na de ander stampt makkelijk een platform uit de grond, maar wat past nou perfect bij jouw bedrijf en strategie? Investeer dus veel tijd in onderzoek, dit is uiteindelijk je grootste leerschool.” Belangrijk hierbij is natuurlijk om je eigen doelgroep niet uit het oog te verliezen. En je daarbij niet blind te staren op de populairste doelgroep van het moment: de millennials. Van der Wal: ,,We willen allemaal die millennials wel bereiken. Beter is om eerst bij je eigen kracht te blijven, en daarna die markt proberen te vergroten. Focus dus eerst op jezelf.”

 
  1343 Hits
  0 Comments
1343 Hits
0 Comments