Candid. Platform
for growth.

AI heeft creatieve marketeers nodig, weten Facebook, SAP en Bing

Jason-Miller-Microsoft-Bing-2956_20190415-065755_1
Kunstmatige intelligentie (AI) werkt het beste in combinatie met creatie va...
Continue reading
  2961 Hits
  0 Comments
2961 Hits
0 Comments

Waarom Booking.com de grootste kon worden

Bookingcom_CRO
Wat is het geheim achter de groei van Booking.com tot grootste hotelboeking...
Continue reading
  4021 Hits
  0 Comments
4021 Hits
0 Comments

Dit nieuwe Amsterdamse retailbedrijf gaat de strijd aan met plastic soep

Plasticsoup
Amsterdam kan zich opmaken voor een wereldprimeur in sustainability en het ...
Continue reading
  8949 Hits
  0 Comments
8949 Hits
0 Comments

Facebook start exclusieve news shows…en betaalt ervoor

campbell-brown-facebook-

Facebook is bezig met de voorbereiding van exclusieve video news shows, die waarschijnlijk al binnenkort te zien zijn. Daarover zijn gesprekken gaande met CNN, Fox News, BuzzFeed en anderen. De mediaorganisaties gaan het nieuws brengen en…Facebook gaat ervoor betalen.

 
Het geheime wapen van Facebook heet Campbell Brown, voormalig tv-presentator bij grote netwerken als CNN en NBC en sinds 2017 in dienst bij Facebook. Ze opereert daar vooral de schermen. Ze is succesvol en omstreden. Is Campbell Brown een kracht om mee rekening te houden of is ze zelf fake news?, kopte The New York Times onlangs.

 
Niet de minsten 
Deze week laat ze van zich horen op de grote F8 conferentie van Facebook. „Kwaliteitsnieuws kan ons samen brengen,” zegt ze op het podium. Het is terug te zien op de videopagina van Facebook F8 (de presentatie begint op 1.11 min). Meteen na haar komt Alex Hardiman, afkomstig van The New York Times en tegenwoordig ook in dienst van Facebook. Het zijn niet de minsten die van gezaghebbende media naar Facebook overstappen.

 
Networks met exclusieve news shows op Facebook 
Brown wil kwaliteitsnieuws bij Facebook naar voren halen. Ze wil media meer mogelijkheden geven op Facebook nieuws te brengen achter een paywall (de eerste paar artikelen blijven gratis) en ze is er voorstander van dat Facebook de mediaorganisaties die kwaliteitsnieuws brengen daarvoor gaat betalen. Haar grootste project is om binnen de videosectie van Facebook een nieuwsplatform te ontwikkelen. Daarover is Brown in overleg met netwerken als CNN en Fox News. Het moet leiden tot een zestal news shows, die vanaf half mei of juni exclusief op Facebook te zien zullen zijn.

 
Laatste schandaal 
Op een conferentie in New York trad Brown al eerder opvallend naar buiten. Voor een zaal van executives uit de media- en advertentiewereld kreeg ze een vraag over Facebooks laatste schandaal. Facebook had de krant The Guardian gedreigd met een rechtszaak als die een rapport over het datalek naar Cambridge Analytica naar buiten zou brengen. Brown nam opmerkelijk genoeg afstand van haar Facebook-collega’s. „Ik zou waarschijnlijk niet hebben gekozen om met een rechtszaak te dreigen,” verklaart ze bij CNBC. ,,Dat is denk ik niet onze slimste zet geweest.” Pas later schaart ook CEO Mark Zuckerberg zich achter de uitlatingen van Brown.

 
Uitgevers krijgen paywalls op Facebook
Brown wordt in 2017 bij Facebook binnengehaald om de relatie met de media te herstellen. Sommigen zien haar aanstelling als niet meer dan een geste naar de buitenwereld toe. Hoe kan ze invloed hebben bij een bedrijf waar haar baas Zuckerberg het maken en tonen van nieuws vooral als een probleem ziet? Maar ondertussen slaagt ze er in haar visie om van Facebook ook een mediaplatform te maken, steeds meer uit te dragen. Facebook heeft 90 miljoen dollar vrijgemaakt om partners news shows te laten brengen waarvoor Brown de onderhandelingen voert, zoals The New York Times meldt.

Met de paywalls die uitgevers kunnen instellen op Facebook, wil ze hen verder tegemoet komen. „Hiermee veranderen we onze relatie met uitgevers,” verklaart Brown op een tech- en mediaconferentie van Recode eerder dit jaar. Ze benadrukt dat Facebook nieuws van lage kwaliteit minder ruimte gaat geven. Kwaliteit komt bovenaan te staan.

 
Fiasco met trending topics nog niet vergeten 
Het is afwachten hoe dat in de praktijk gaat uitpakken. Facebook stelde eerder redacteuren aan die moesten bepalen welke artikelen in de trending topics moesten komen. Dat complete team werd in 2016 ontslagen, onder meer omdat het conservatieve standpunten uit de trending topics zou weren. Daarvoor in de plaats kwamen de omstreden algoritmen die de volgorde in de news feed bepalen.

Fake news is nog steeds een groot dilemma. Er kan een accreditatiesysteem komen, liet Brown op een conferentie over nieuws zich ontvallen. Maar accreditatie gaat in tegen persvrijheid omdat je anderen uitsluit en een vorm van censuur pleegt. Brown krabbelde snel terug, ze bedoelde dat ze fake news wil aanpakken door met betrouwbare organisaties te werken, zegt ze in Columbia Journalism Review.

 
Murdoch: Facebook moet uitgevers betalen 
Onlangs nog deelde Facebook een harde klap aan uitgevers uit met de mededeling dat het sociale netwerk vrienden centraal ging stellen. Uitgevers zouden hoe dan ook een lagere plek in de news feed krijgen. Sommige mediabedrijven zagen hun bezoekersaantallen kelderen.

Magnaat Rupert Murdoch riep media op hun krachten te bundelen om Facebook te dwingen voor content te betalen. Campbell gaat daarin mee en lijkt dat nu voor elkaar te krijgen. Verder krijgen uitgevers de mogelijkheid om abonnementen aan te bieden via een knop bij hun content op Facebook. Testen hebben laten zien dat meer mensen zich zo abonneren op hun favoriete media. „Campbell leidt een cruciaal deel van onze business,” zegt Dan Rose, Facebooks vicepresident voor partnerships. „Ze is ongelooflijk effectief en ze is nog maar net begonnen.”

 
Campbell Brown bij Bush, Clinton en Gates 
Brown begint haar tv-carrière bij een lokale omroep, maar komt al snel terecht bij de nationale zenders NBC en CNN. Als tv-verslaggever reist ze mee met de presidentscampagne van George W. Bush. Ze trekt op met de machtigen der aarde. Op een foto staat ze samen met Bill Clinton en Bill Gates van Microsoft tijdens een bezoek aan Afrika. Met haar vriendin en collega-verslaggever Anne Kornblut richt ze een groep op van vrouwelijke correspondenten van het Witte Huis. Na haar werk bij televisie ontpopt ze zich enige tijd als conservatieve lobbyist. Haar oud-collega Kornblut, die werkt bij The Washington Post, wordt bij Facebook binnengehaald door topvrouw Sheryl Sandberg. Het is Kornblut die Brown bij Facebook binnenloodst.

 
Zuckerberg en Sandberg niet op één lijn 
Gaat Facebook nu echt een uitgever worden van journalistieke producties? Daarover bestaat enige verdeeldheid binnen Facebook. Sommige analisten wijzen op de tegenstelling tussen topvrouw Sandberg en CEO Mark Zuckerberg, die Facebook niet als uitgever wil zien, maar als platform dat interacties mogelijk maakt. Door bepaalde media te gaan betalen, wordt Facebook onvermijdelijk een uitgever, precies wat Zuckerberg altijd heeft willen voorkomen.

Binnen Facebook is er een informele groep die bekend staat als de FOSSes, Friends of Sheryl Sandberg, de topvrouw naast Zuckerberg. Ook Campbell Brown wordt tot die groep gerekend. Haar goede relatie met Sandberg kan een steuntje in de rug zijn om haar mediaplannen door te voeren. Brown krijgt ruimte om banden met topmensen uit de mediawereld aan te halen. Onder hen is hoofdredacteur Ben Smith van Buzzfeed, die mogelijk content gaat leveren. Hij twijfelt er niet aan dat Brown in staat is de news shows tot een succes te maken. „Brown is sterker in haar rol bij Facebook dan ik dat ooit bij andere sociale media heb gezien.”

  1408 Hits
  0 Comments
1408 Hits
0 Comments

Gaan we afrekenen op tijd in plaats van impressies?

Gaan we afrekenen op tijd in plaats van impressies?

Adverteerders betalen in de online advertentiewereld publishers al jaren af met CPM als meetinstrument. Maar de serieuze issues rond bijvoorbeeld zichtbaarheid maakt de behoefte aan een ander afrekenmodel groter. In de Verenigde Staten wint het ‘cost per hour model’ terrein, een currency gebaseerd op de tijd die een bezoeker op de site is. In Nederland is uitgever NRC er al mee aan het experimenteren. Gaat cost per hour hier ook winnen als afrekenmodel?

Het CPM-afrekenmodel is al bijna klassiek. Bij het CPM (cost per mille, afrekenen per duizend impressies)-model is het zo dat je een URL intikt en dat de advertenties direct worden geladen. Hoewel de advertenties dan nog niet eens zichtbaar zijn, gaat de kassa wel meteen rinkelen. Een adverteerder betaalt dus direct voor advertenties die niet gezien worden. Dat klinkt onlogisch, maar het gebeurt al jaren.

Opstand tegen beperkte zichtbaarheidNu staat dit model wel behoorlijk onder druk in een tijd dat adverteerders steeds meer in opstand komen tegen lage viewability en advertentiefraude. Procter & Gamble bijvoorbeeld neemt daarom weer meer zijn toevlucht tot televisie. Daarnaast weten we dat adblockers aan populariteit winnen, omdat de online bezoeker zijn neus ophaalt voor irritante banners en pre-rolls voor video. Dat is geen goed nieuws voor adverteerders, maar zeker ook voor uitgevers, die zich in de online wereld toch al moeilijk staande kunnen houden. Misschien is het daarom wel tijd om met zijn allen eens te praten over een nieuw afrekenmodel.

Kosten per huur goed alternatiefDan komen we al snel terecht bij cost per hour. In Amerika introduceerde de Financial Times dit twee jaar geleden in een pilot met een groep adverteerders. Het nieuwsmerk ontwikkelde een model op basis van ‘exposure time’ in plaats van impressies. Hoe werkt het? Met klanten wordt alleen afgerekend voor advertenties die actief worden weergegeven gedurende vijf seconden of langer. De actieve tijd wordt aangegeven aan de hand van het feit of een persoon scrolt of klikt. Uit de pilot kwam naar voren dat deelnemende merken als BP, AIG, Microsoft en IBM beter scoorden op reclameherinnering, herkenbaarheid van het merk, merkvoorkeur en -overweging. Sindsdien hebben ook andere financiële nieuwsmedia in de Verenigde Staten, zoals The Wall Street Journal, Economist en Bloomberg met het model geëxperimenteerd.

NRC introduceert dit afrekenmodel ookIn Nederland introduceert NRC (NRC Handelsblad en nrc.next) het afrekenmodel nu ook, specifiek voor branded content. NRC springt daarmee in op de beweging dat branded content langzaam maar zeker display advertising naar de achtergrond drukt. Het wil adverteerders dus de mogelijkheid bieden hun verhaal te vertellen, dat goed past in de NRC-omgeving. Volgens een artikel op adformatie.nl gaat het hier om de “quality view”, waarvoor geldt dat een adverteerder betaalt voor een lezer die tenminste 15 seconden in een artikel zit. NRC - onderdeel van Mediahuis, waar sinds kort Telegraaf Media Groep ook onder valt - ging al eerder niet mee in de CPM-afrekening en introduceerde een jaar geleden al een aantal modellen die de cost per hour manier mogelijk maken, zoals het on-scroll laden van een advertentie (zodat die uiting daadwerkelijk zichtbaar is) en de viewable cpm (50 procent minimaal 1 seconde in beeld).

Logisch verhaal in concurrentie met GoogleGaan andere Nederlandse nieuwsmedia mee in een dergelijk model? Het cost per hour model geeft de adverteerder vertrouwen, want het is een bewijs dat zijn uiting in ieder is geval gezien. En het is ook een logisch verhaal voor nieuwsmedia die moeten concurreren met Google en Facebook. Je wil de bezoeker zo lang mogelijk op je site houden. Bied ze daarvoor dus sterke, kwalitatieve content. Dat geldt ook voor de content die merken bieden. Dat kan, naast gesponsorde content, dus ook een mooie commercial zijn.

Meer impact, minder views
Met het cost per hour model gaat het dus in feite om de impact van, of aandacht voor je uiting. Veel grote Nederlandse spelers moeten het vooral hebben van bereik en pageviews en minder van impact. Ga maar na: NU.nl is met een bereik van 7 miljoen (in september 2017, volgens het NOBO-onderzoek dat het online bereik van Nederlandse nieuwsmerken meet) het populairste Nederlandse nieuwsmerk. Maar het is vooral vluchtig nieuws en curatie. En nummer 3 AD.nl biedt ook wel premiumstukken, maar moet het vooral hebben van snel nieuws en entertainment. AD heeft daarmee De Telegraaf - toch het grote voorbeeld - inmiddels in bereik ingehaald. Ook Metro staat nog in de top-10. Tussen die nieuwsmerken doet NRC.nl het goed met een vijfde plaats en ook de Volkskrant en Trouw staan nog in de top.

Bereik blijft voor ieder zichzelf respecterend nieuwsmerk uiteraard essentieel, maar de essentie is een combinatie van bereik en impact (of aandacht, alhoewel zelfs onderzoeksspecialist John Faasse nog naar de precieze definitie) zoekt.

Impact met kwalitatieve contentMaar die impact krijg je met kwalitatieve content, hoewel je daar misschien ook wel verschillende definities voor hebt. NRC en Volkskrant, maar bijvoorbeeld ook De Correspondent, hebben al laten zien dat de consument hun inhoud waardevol genoeg vinden om er een abonnement voor af te sluiten.
Bij kwalitatieve content blijft de bezoeker ook langer binnen je omgeving, zal hij ook andere nieuwsitems aanklikken en is de kans groter dat hij een commerciële uiting - in welke vorm dan ook - echt ziet.

Klagen over Google en FacebookEr wordt nu steen en been geklaagd dat grote concurrenten als Facebook en Google bijna driekwart van de online advertentiegelden krijgen. Juist daarom is het zaak voor nieuwsmerken om impact te creëren met hun content. De recente discussie over nepnieuws heeft wel bewezen dat ze er hun voordeel uit kunnen halen. Dat is ook goed nieuws voor de adverteerder, die naar een ‘brand safe’ omgeving zoekt, zoals Procter & Gamble. Daar past het afrekenmodel cost per hour prima bij. Sterker nog: het trekt het niveau van de digitale mediabranche omhoog.
  5717 Hits
  0 Comments
5717 Hits
0 Comments

De toekomst van LinkedIn: het allerbeste netwerkmedium ter wereld

De toekomst van LinkedIn: het allerbeste netwerkmedium ter wereld

LinkedIn is een vreemde eend tussen de andere social media-merken. Het is moeilijk om - door alle nieuwe toepassingen heen - een strategie te ontdekken. Bovendien is het medium de laatste tijd onderwerp van discussie nu steeds meer mensen hun account opengooien om zo veel mogelijk connecties te verzamelen. Hoe ziet de toekomst van LinkedIn er uit?

Waar ligt de focus?
Anno 2017 telt LinkedIn circa 7,2 miljoen Nederlandse gebruikers. En het medium groeit nog steeds hard. Iedere seconde komen er wereldwijd twee gebruikers bij. Nadat Microsoft het bedrijf in juni 2016 overnam, timmert LinkedIn flink aan de weg met meer accounts en nieuwe toepassingen die ook steeds vaker gericht zijn op verkopers en marketeers. In het tweede kwartaal van 2017 profiteerde Microsoft flink van deze overname. LinkedIn droeg 1,1 miljard dollar bij aan de winst, een significant onderdeel van de totale winst dat kwartaal. Maar waar ligt de focus? Het blijft gissen, omdat het bedrijf hier zelf niet heel uitgesproken over is. LinkedIn-expert Corinne Keijzer heeft een vermoeden. ,,Ze zullen daar niet snel praten over cijfers of data. Maar ik denk wel dat de focus nog altijd ligt op hun drie belangrijkste pijlers: sales, marketing en talent solutions, oftewel recruitment. LinkedIn beschikt natuurlijk over een gouden berg met data en ik vermoed dat ze die vooral inzetten om deze drie pijlers in de toekomst verder uit te bouwen.’’

LinkedIn als kennisplatform
Toch lijkt het er de laatste tijd op dat LinkedIn zichzelf ook probeert weg te zetten als kennisplatform. CEO Jeff Weiner gaf een paar jaar geleden al aan dat LinkedIn de mogelijkheden voor contentmarketing verder wilde uitbreiden door middel van het aanbieden van vakinhoudelijke artikelen. Content komt tegenwoordig nadrukkelijker naar voren in het nieuwsoverzicht en interactie wordt gestimuleerd. En LinkedIn biedt zelf ook kwalitatieve content door invloedrijke personen zoals Richard Branson aan zich te binden die op regelmatige basis artikelen plaatsen. ,,Het niveau van de content wordt steeds hoger,’’ zegt Keijzer. ,,Daar zit LinkedIn echt bovenop. Spam wordt er uitgefilterd. En als je goede content levert, wordt je zichtbaarheid groter gemaakt. Ik denk dat ze wel ambiëren om een groter kennisplatform te worden. En ook een leerplatform. Zie de overname van Lynda.com in 2015. Lynda.com richt zich volledig op online leren.’’



Connecties verzamelen als nieuwe trend
Veel kansrijke initiatieven dus, maar er is ook kritiek op LinkedIn. De laatste tijd is een opvallende trend gaande binnen het medium. Steeds meer mensen gooien hun profiel open met als doel zo veel mogelijk connecties te verzamelen. Je hoeft zelf geen enorm netwerk te hebben, om in je tijdlijn regelmatig oproepjes als ‘Wie helpt mij aan 10.000 connecties?’ of ‘Let’s connect!’ voorbij te zien komen. Een verschijnsel dat bij veel LinkedIn-gebruikers irritatie oproept en waarvan je je af kan vragen of het het medium schaadt. ,,Mensen zien het ineens als een doel op zich om zo veel mogelijk connecties te verzamelen,’’ zegt Corinne Keijzer. Maar het gaat niet om de aantallen, het gaat om de band die je hebt met je volgers. De waarde gaat verloren als steeds meer mensen op deze manier een netwerk onderhouden.’’

Verheffen tot influencer via LinkedIn
Maar misschien hopen deze mensen zich met dusdanig veel connecties tot influencer op LinkedIn te verheffen en zo een aardig centje bij te verdienen? ,,Dat werkt niet op die manier bij dit medium. Er bestaan al influencers op LinkedIn. Dat zijn mensen als Richard Branson die belangrijke posities in het bedrijfsleven bekleden. Die influencers worden door LinkedIn benoemd en daar kom je echt niet zomaar tussen. Wanneer je die status nog niet hebt, kun je jezelf onderscheiden door goede content te plaatsen. Door te laten zien dat je een uitblinker bent in je vakgebied. Maar dat zal in mijn ogen nooit op dezelfde manier gaan zoals influencers op Facebook en Instagram dat doen.’’
,,LinkedIn is zakelijk en Facebook heel persoonlijk. Bij LinkedIn is het juist de bedoeling dat de informatie die je deelt openbaar is, want je wil daar juist netwerken.’’
Goudmijn aan data
In de discussie over data en privacy lijkt LinkedIn vaak de dans te ontspringen. Natuurlijk waren er kritische geluiden toen gigant Microsoft het bedrijf overnam. Een enkeling besloot ook zijn account te sluiten. Maar massale ophef zoals bijvoorbeeld Facebook en Google regelmatig ten deel valt, is er niet vaak geweest. Raar, want met de aanwezigheid van miljoenen CV’s op LinkedIn beschikt het bedrijf over een goudmijn aan data. ,,Ik denk dat het de dans vaak ontspringt in de discussie over data omdat het echt anders van insteek is dan bijvoorbeeld Facebook en Google,’’ zegt Keijzer. ,,LinkedIn is zakelijk en Facebook heel persoonlijk. Bij LinkedIn is het juist de bedoeling dat de informatie die je deelt openbaar is, want je wil daar juist netwerken.’’

Stabiel verdienmodel
Ook qua verdienmodel is LinkedIn significant anders dan veel andere sociale media. Waar Twitter en Facebook leven van advertentieopbrengsten, vormen deze bij LinkedIn maar een klein onderdeel. Onverstandig en verouderd, klinkt het vaak. Maar is dat zo? Het verdienmodel van LinkedIn is opgebouwd uit een aantal pijlers. De voornaamste inkomstenbron bestaat uit de zogenaamde talent solutions, toepassingen die bedrijven en recruiters helpen bij het vinden van geschikte kandidaten. Daarnaast verdient LinkedIn aan de premiumleden. Mensen die betalen voor hun lidmaatschap in ruil voor extra functies. En ook marketing solutions zijn onderdeel van het verdienmodel: betaalde toepassingen waarmee adverteerders het bereik van content bij de gewenste doelgroep kunnen vergroten.

Geen reguliere advertenties
Reguliere advertenties zie je bij LinkedIn trouwens veel minder vaak dan bij Facebook en Twitter. Een gemiste kans? ,,Ik denk het niet,’’ zegt Keijzer. ,,LinkedIn heeft er juist voordeel bij dat het niet zo gebonden is aan adverteerders. Je ziet dat Facebook en Google onder druk staan op dit vlak. LinkedIn niet. Hun verdienmodel is veel stabieler. Er wordt ook wel gezegd dat adverteren op LinkedIn heel duur is, maar het hangt er maar net vanaf wat je doel is. Het hanteert een veilingsysteem, net als Facebook en Google Adwords, en de prijs is dus flexibel. Voor kleinere ondernemers kan dit best pittig zijn, denk aan rond de 2 á 3 euro per klik of rond de 10 á 12 Euro voor 1.000 views. Maar op Facebook zijn de prijzen ondertussen ook bijna zo hoog. Het verschil is dat je op LinkedIn doelgroepen kunt selecteren die effectiever kunnen zijn dan op Facebook, bijvoorbeeld op functie en bedrijfsnaam. Dus afhankelijk van je doel kan het duur zijn maar soms juist helemaal niet als het je voldoende oplevert.’’
,,Maar uiteindelijk denk ik dat LinkedIn in de toekomst juist één van de kanalen is die gaat overleven,’’ zegt Corinne Keijzer.
Rooskleurige toekomst
Tsja, de toekomst van LinkedIn. Die lijkt er toch rooskleurig uit te zien. Het bedrijf doet veel, wil veel en pakt het op veel vlakken anders aan dan haar concurrenten. LinkedIn heeft nagenoeg een monopolie op zakelijk gebied. Je kan eindeloos discussiëren over de vraag of dit goed of slecht is, of LinkedIn de privacy van haar gebruikers schendt, of gebruikers die hun profiel opengooien voor zo veel mogelijk volgers het medium schade berokkenen en ga zo maar door. ,,Maar uiteindelijk denk ik dat LinkedIn in de toekomst juist één van de kanalen is die gaat overleven,’’ zegt Corinne Keijzer. ,,Ze zijn zo goed aan het doorontwikkelen. En ze groeien nog steeds flink. Met Microsoft achter zich hebben ze veel kennis en potentie in huis. Het is een prachtig zakelijk kanaal waar je goed kan netwerken en kennis kan delen. Het is allang niet meer alleen de digitale CV-databank van vroeger. Maar de kern van LinkedIn zal toch altijd blijven: het koppelen van kandidaten en functies en het genereren van klanten.’’
  5154 Hits
  0 Comments
5154 Hits
0 Comments

Help, mijn juf is een influencer

Help, mijn juf is een influencer

Een klaslokaal inrichten zoals een Starbucks. Of afspraken met bedrijven maken om producten een bepaalde tijd in de klas te laten zien. Op scholen in de VS doen leraren dat. Maar er is discussie over, zoals blijkt uit een longread van The New York Times.

Teacher influencers worden ze genoemd. Ze zijn als leraar begaan met hun leerlingen, maar hebben ook banden met bedrijven. Vooral techbedrijven hebben er een handje van leraren te benaderen om producten bij leerlingen te promoten. Want wat je als kind leert, blijft je altijd bij.

Klaslokaal als plaatselijke Starbucks
Kayla Delzer geeft les aan een basisschool in Fargo in de staat North Dakota. Haar leerlingen zijn dol op haar. Ze leert de kinderen te posten op fotosite Instagram. Ze heeft haar klaslokaal omgetoverd in een zitruimte geïnspireerd op de lokale Starbucks. Ze gebruikt de app Seesaw waar ouders en leraren kunnen reageren. Soms krijgt ze trainingen bij Seesaw en komt ze in de klas terug met T-shirts en andere cadeautjes. Ze gaat ook met andere techbedrijven in zee, ze gebruikt hun producten in de klas en geeft het bedrijf feedback. Ze beveelt de producten aan op social media, waar ze enkele duizenden volgers heeft.

Delzer maakt deel uit van een steeds grotere groep ‘teacher influencers’ die producten van vooral techbedrijven in hun klas promoten. Ze vallen op door hun blogs, op social media en door presentaties op conferenties. Niet alleen kleine bedrijven, juist ook giganten als Amazon, Apple, Google en Microsoft willen invloed hebben op de tools waarmee kinderen op school leren.

Extraatje voor leraar basisschool
De teacher influencers worden niet betaald, maar krijgen extraatjes in de vorm van producten, trainingen en reisjes. De regels daarvoor verschillen per plaats. Los daarvan is de vraag of het ethisch door de beugel kan. Onderwijsspecialisten waarschuwen dat scholen te makkelijk kiezen voor digitale techniek van bedrijven, mogelijk ten koste van andere waardevolle leermiddelen als boeken. Voor lerares Delzer is dat niet aan de orde: „Ik doe dit voor de kinderen.”

De voordelen voor de bedrijven zijn groot. Sommige hebben lijsten waarin leraren worden aangeduid als ‘product testers’ of vertegenwoordigers. Apple, Google en Microsoft hebben speciale programma’s waarin ze met leraren werken. Leraren kunnen conferenties bijwonen, ze worden ingezet om tools van het bedrijf te helpen ontwikkelen.

Kayla Delzer is inmiddels bijna een bekendheid in de VS. Haar ‘Starbucks for kids’-klaslokaal heeft de weg naar de media gevonden. Tienduizenden mensen hebben haar presentatie op TEDx gezien. Ze sprak daar over technologie en andere manieren om leerlingen meer autonomie te geven. Leraren komen van ver naar het afgelegen North Dakota om haar te ontmoeten en het klaslokaal te bekijken. „We beperken het tot vier per dag,” zegt ze in The New York Times.

Bedrijven stellen eisen aan de school
Werken met bedrijven kan voor spanning zorgen, omdat het belang van een bedrijf niet perse ook dat van de leerlingen is. De bedrijven stellen voorwaarden. Zo zegt Seesaw van ambassadeurs te verwachten dat ze het programma regelmatig in de klas gebruiken. Lerares Delzer is ambassadeur voor Seasaw. Het is onbetaald, maar het bedrijf spint er garen bij. ‘Seesaw, mijn lerarenhart loves you,’ schrijft ze op Instagram waar ze een video post van haar leerlingen die met Seesaw in de weer zijn. De leerlingen zitten ongevraagd in een reclame die door duizenden wordt gezien.

Het zit allemaal in een grijs gebied van wat wel of niet mag. Hoogleraar rechten Joel Reidenberg aan de Fordham University zet grote vraagtekens: „Bedrijven die technologie aan scholen geven op voorwaarde dat leraren het promoten onder studenten en collega’s is uiterst twijfelachtig.” Het schoolhoofd van de lagere school vindt dat het kan. „Wij kunnen naar conferenties, we raken op de hoogte van de laatste ontwikkelingen die we op school kunnen delen. Het heeft voordelen voor het bedrijf en voor onze school.”

Boutique sponsort kleding van de schooljuf
Ook in Nederland maken scholen gebruik van programma’s en apparatuur die techbedrijven leveren. Maar de vervlechting tussen school en bedrijf gaat hier minder ver dan in de VS. Lerares Delzer heeft inmiddels een nieuwe stap gezet. Voor haar optredens op conferenties is ze een samenwerking aangegaan met boutique Kittsona in Fargo. De boutique biedt Delzer gratis kleding aan en in ruil daarvoor promoot zij het bedrijf op social media. Delzer ziet er tegenwoordig chique uit. Op Instagram biedt de lerares haar volgers een korting aan voor de kledingwinkel, die daarvan flink profiteert. Het werkt, ja, maar hoever mag sponsoring op school eigenlijk gaan? Welke grenzen stel je? Wat als je eigen kinderen op zo’n school zitten? Het laatste woord daarover is, ook in Amerika, nog niet gezegd.
  1761 Hits
  0 Comments
1761 Hits
0 Comments

‘Amazon roept oorlog uit tegen merken’

‘Amazon roept oorlog uit tegen merken’

Amazon is druk bezig het bestaan van merken te ondermijnen met behulp van spraakassistent Alexa. De internetgigant werkt er volgens marketingprofessor Scott Galloway hard aan om brands overbodig te maken.

 
Het is niet de minste die waarschuwt voor de werkwijze van het steeds machtiger Amazon om merken buiten spel te zetten. Scott Galloway, hoogleraar aan de Stern School of Business van New York Universty, denkt dat de werkwijze van Amazon het einde kan inluiden voor veel brands.

Volgens Galloway veranderen spraakassistenten de manier waarop we producten bestellen. Consumenten zoeken steeds minder vaak naar een merk, maar bestellen levensmiddelen of andere producten via assistent Alexa zonder zelfs maar aan een merknaam te denken. „Consumenten zeggen tegen Alexa welke producten ze willen hebben. Amazon regelt het en de leverancier wordt niet meer genoemd,” licht Galloway toe aan Business Insider.

 
Spraakassistenten veranderen het winkelen    
Galloway ziet ‘voice’ of ‘spraak’ als de belangrijkste technologische ontwikkeling in 2017. De spraakassistenten veranderen hoe we winkelen. Als je naar een winkel gaat, zie je de verpakkingen. Je ziet hoe prijzen omhoog of omlaag gaan. Je ziet hoe het eruit ziet, al die dingen waar grote merken als Unilever of Procter & Gamble miljarden aan hebben besteed, waar ze generaties lang aan hebben gewerkt.

Maar als mensen via assistent Alexa mondeling producten bestellen, vragen ze niet meer om een merk. Je ziet, constateert Galloway, dat consumenten alleen het type product noemen dat ze willen bestellen en ze zien dan wel wat er komt.

 
Amazon bepaalt welk merk 
De gevolgen zijn volgens Galloway enorm. „Amazon heeft feitelijk de oorlog uitgeroepen  – met steun van een half miljard consumenten en met goedkoop kapitaal  – tegen brands.  Het algoritme dat Amazon heeft ontwikkeld zorgt ervoor dat consumenten het juiste product krijgen voor een lage prijs,” zegt hij. Maar Amazon heeft er ook zelf belang bij waar dat algoritme uitkomt. „Amazon zal in een nanoseconde de beste deal voor je vinden. Waarschijnlijk is dat het product dat voor Amazon de meeste winst oplevert. En zo kom je uiteindelijk uit bij de tandpasta van Amazon zelf,” aldus Galloway.

 
Ook bij Google vallen merken weg 
Assistent Alexa van Amazon heeft een snelle opmars gemaakt, vooral in de VS. Van koelkasten tot kinderspeelgoed, je kan het allemaal via Alexa bestellen. Ook Google en Microsoft hebben spraakassistenten, maar Alexa heeft een flinke voorsprong. Galloway merkt op dat consumenten ook bij het zoeken op Google steeds minder merknamen gebruiken. Je zoekt op een product en van wie dat afkomstig is maakt steeds minder uit. Brands komen zo steeds meer aan de zijlijn te staan.

 
  1072 Hits
  0 Comments
1072 Hits
0 Comments

Herman Vissia: Google weet wat Unilever doet

Herman Vissia: Google weet wat Unilever doet

Hoe ontsnap je aan de filter bubble van Google? Wetenschapper en zoekmachinebouwer Herman Vissia bindt de strijd aan met gemanipuleerde zoekresultaten, stiekeme datavergaring en monitoring van zoekgedrag.

 
Zie je als automerk even een dip in je orders? Dan kun je natuurlijk inzetten op meer sales en acquisitie. Maar je kunt ook even kijken of de DMU (decision making unit) van Microsoft, Unilever of een andere ‘vette vis’ de afgelopen tijd nog heeft gegoogled of gebinged op ‘nieuwe autoleasecontracten’ of een andere term waaruit blijkt dat er nieuwe auto’s voor een groot aantal medewerkers moeten komen. Kan dat gewoon? Jazeker. Herman Vissia werkt aan een alternatief.

 
Google’s wegen blijven voor de leek voor een groot deel ondoorgrondelijk. Dat Google je beloont met een hogere ranking als je je zakelijke website zo gebruikersvriendelijk mogelijk inricht, wisten we wel. Dat Google veel gegevens over ons opslaat, weten we ook. Maar wat niet iedereen weet is dat Google op basis daarvan ook bepaalt welke zoekresultaten jij te zien krijgt en dat deze dus niet voor iedereen hetzelfde zijn. Volgens Herman Vissia, van oorsprong wetenschapper en daarnaast oprichter van nieuwe zoekmachine in ontwikkeling BuzzCovery, een kwalijke zaak.

 
Onzichtbare profielen 
Google slaat veel informatie op om uitgebreide ‘onzichtbare’ profielen van haar gebruikers op te kunnen bouwen. De advertenties die iemand te zien krijgt bij de zoekopdrachten, de pre-rolls voor een YouTube-filmpje, maar net zo goed advertenties op sites van derden: ze sluiten aan op dat profiel. Tot zover niet veel nieuws. En is deze ontwikkeling zo slecht? Liever advertenties voor producten waar je als consument mogelijk zelfs wat aan hebt dan dat je als man een advertentie voor maandverband voorgeschoteld krijgt, toch? ,,Natuurlijk, als je kijkt naar privé dan klopt dat zeker. Maar deze zelfde werkwijze hanteert Google ook als je een zakelijke opdracht invoert en dan is het allesbehalve handig dat je zoekopdrachten worden gemanipuleerd,” aldus Vissia.

 
Filter bubble 
Met name organisaties die internationaal opereren zouden volgens Vissia last hebben van de zogenoemde filter bubble, omdat veelgebruikte zoekmachines zoals Google en Bing geografische grenzen hanteren bij het weergegeven aanbod. ,,Commercieel gedreven zoekresultaten van gratis zoekmachines, zoals Google, belemmeren organisaties in het uitvoeren van objectief onderzoek. Een voorbeeld. Je werkt voor een grote fabrikant die op zoek is naar melkpoeder voor baby’s. Of dat uit Nederland of Frankrijk komt is niet van belang. Toch zijn alle eerste resultaten die je ziet Nederlands. Internationaal monitoren is zelfs onmogelijk via Google. De niet-representatieve zoekresultaten geven een vertekend beeld van de realiteit en dat is schadelijk voor het bedrijfsleven. Maar ook voor de media is dit een probleem. Alle data die je krijgt is gekleurd. Je kunt wel research doen, maar krijgt niet de relevante informatie.”

 
Onbewuste ‘klokkenluiders’ 
Voor een ander probleem met commerciële zoekmachines à la Google moeten we even terug naar het voorbeeld uit de inleiding. Google weet wie er bij elk IP-adres hoort. Vissia: ,,Ook van alle grote bedrijven heeft de zoekmachine het IP-adres opgeslagen en worden alle zoekresultaten verzameld. Zoekt de beslisser naar nieuwe leasecontracten? Dan weet Google – en daarmee talloze publishers – het ook.” Deze ‘intent data’ is gewoon op te vragen via bepaalde sites, zoals Bombora. ,,Marketingtechnisch is dit natuurlijk fantastisch,” vervolgt Vissia, ,,maar het houdt ook in dat iedereen die in je bedrijf op internet surft, vertelt wat er in jouw bedrijf gebeurt. Dat werkt account based targeting in de hand, maar ook bedrijfsspionage.”

 
Waarom Microsoft LinkedIn kocht 
,,Hoe een bedrijf als Bombara aan die data komt? Dan moet je kijken naar de uitgeverskant. Forbes werkt bijvoorbeeld samen met Bombora. Forbes krijgt een deel van de intent data in handen via een partij als Microsoft. Zodra de gebruikers een zoekopdracht intikken bij de zoekmachine BING ontvangt Forbes de zogeheten back links. Dit zijn de zoekwoorden waarmee de gebruiker op een artikel van Forbes is gekomen. Samen met de inhoud van het artikel en het IP nummer verrijkt Forbes de data en levert deze terug aan Bombora. Zo heeft Bombora contracten met 2000 nieuwsvoorzieningensites die op dezelfde manier te werk gaan. Bombora levert de data weer aan bijvoorbeeld IBM of Cisco.”

,,Waarom denk je dat Microsoft LinkedIn heeft gekocht? Microsoft heeft gezegd de kostbare data van alle LinkedIn-gebruikers niet te verkopen. Maar als ze het alleen al zelf gebruiken, hebben ze een concurrentievoordeel van jewelste, zij weten dan precies wie, vanuit welk bedrijf, met welke functie, aan het zoeken is naar bepaalde diensten of producten die Microsoft kan leveren.”

Wil je niet dat bepaalde informatie buiten de muren van je bedrijf en in handen van je concurrent komt? Dan zal je als bedrijf dus moeten vragen aan je medewerkers of zij even niet te verdacht willen Googlen of Bingen.

 
Onafhankelijke zoekmachine 
Vissia is zelf al een tijd bezig met het ontwikkelen van een betaalde zoekmachine die anders werkt: BuzzCovery. Waarom zou een bedrijf meer hebben aan een zoekmachine die betaald is? ,,Het gaat niet om betaald of onbetaald. Ik ben met een team linguïsten al 7 jaar bezig – het labelen van de tags en mining proces is monnikenwerk! - met het bouwen van een semantische zoekmachine, waarbij we tags aan bepaalde zoekwoorden hangen en proberen de computer als het ware te leren lezen. Wij trekken de data uit elkaar, zetten ze in allerlei mapjes, zonder te kijken naar persoonlijke voorkeur. We beantwoorden bij elke website die we inkloppen de vragen ‘wie, wat, waar en waarom’ om zo relevante resultaten te leveren. De volgorde in zoekresultaten die wij bij BuzzCovery hanteren is: datum of attentiewaarde, ook wel impact value genoemd. En dat betekent dat iedereen bij dezelfde zoekopdracht ook dezelfde resultaten krijgt.  Net als andere betaalde zoekmachines hebben wij geen incentive om backlinks weg te geven en kun je dus ‘veilig surfen’.”

 
Internationale media-analyses 
Een klant die BuzzCovery al een tijd aan het testen is, is WarChild. Maar de zoekmachine wordt ook door bijvoorbeeld ABM Amro of Omroep MAX gebruikt om snelle internationale media-analyses uit te voeren. ,,Bij ABN willen ze bijvoorbeeld weten of de ideeën van hun economen worden overgenomen in de pers,” zegt Vissia. ,,Wij ontsluiten ook alles wat in print is verschenen en hebben daardoor een 360 gradenbeeld op de geschreven pers. Anders gezegd: wat iemand op social media roept is minder interessant dan wat een journalist zegt.”

Natuurlijk heeft BuzzCovery een commerciële drijfveer. Maar vragen we naar Vissia’s persoonlijke drijfveer dan zegt hij: ,,Ik hoop dat mensen die gebruikmaken van BuzzCovery zo wat meer zicht krijgen op wat er in de héle wereld gebeurt en niet alleen afgaan op hun tijdlijn op Facebook of Twitter.”
  1641 Hits
  0 Comments
1641 Hits
0 Comments

Nu al legendarisch: ‘Tech Battle’ tussen Facebook en Snapchat

Nu al legendarisch: ‘Tech Battle’ tussen Facebook en Snapchat

Snapchat, het speelse social netwerk van Evan Spiegel, bereidt zich voor op een beursgang volgend jaar. De app die zo populair is onder jongeren, bezorgt Facebook CEO Mark Zuckerberg hoofdbrekens. Facebook kopieert het ene na het andere element van Snapchat, maar de meeste slaan niet aan. Facebook heeft een achterhaald imago. Snapchat is jong en hip.

 
Met een waarde van zo’n  350 miljard dollar is Facebook nog steeds het grootste social netwerk ooit. Het bedrijf kocht veelbelovende concurrenten als Instagram en Whatsapp op. Weinig bedrijven buiten Google en Apple kunnen zich als directe rivalen beschouwen. Maar met Snapchat kan dat wel eens anders uitpakken. Analisten schatten dat Snap (de nieuwe naam nu het bedrijf naar de beurs gaat) een waarde krijgt tussen de 20 en 25 miljard dollar.

 
Automaat met de videobril Spectacles
Onlangs presenteerde ‘Snap’ slim doordacht de nieuwe zonnebril met camera: Spectacles. Niet tijdens een groots persmoment, niet in de drukke stad, maar in een automaat in een vrolijke straat langs het strand in de buurt van het hoofdkantoor in Venice. Lang rustig bleef het niet, want de rijen dienden zich aan. Facebook heeft de groeistuipen achter de rug. Zuckerberg heeft geleerd hoe hij een groot bedrijf moet leiden en andere kan overnemen. Snapchat is jonger, kent onverwachte wendingen en zit flink in de groei. Spiegel heeft, zo meldt Forbes, al 33 keer een bedrijf opgericht en elke keer ging het mis. Nu weet hij hoe het moet en is hij vastberaden.

 
Drie miljard voor bedrijf met zes werknemers
De rivaliteit tussen Zuckerberg en Spiegel dateert van 2012. Zuckerberg had zijn oog op Snapchat laten vallen en nodigde Spiegel bij hem thuis uit. Hij bood drie miljard dollar voor een bedrijfje dat in die tijd zes werknemers telde. Maar Spiegel maakte zich in één keer legendarisch door het miljardenaanbod af te slaan. Was het hem naar het hoofd gestegen? Of waren er adverteerders die zoveel in Snapchat zagen dat ze hem onder druk hadden gezet? Sindsdien is Snapchat alleen maar verder gegroeid. Facebook heeft tal van elementen van Snapchat gekopieerd, maar meestal zonder groot succes. Nu is het de beurt aan Snapchat om te proberen het financiële succes van Facebook te evenaren.

 
Brand advertising bij Facebook en Snapchat
Facebook domineert samen met Google de digitale advertentiemarkt. Bijna de gehele groei aan digitale advertenties komt voor rekening van de twee giganten, meldt techmagazine Mashable. Facebook scoort vanwege de omslag die het heeft gemaakt naar smartphones en video. Brand advertising die traditioneel naar tv gaat, is steeds meer op Facebook te zien. Snapchat richt zich op precies dezelfde brands, maar op een andere manier. Zo krijgt een aantal premium media brands ruimte op het Discover Platform van Snapchat. Met de nieuwe Spectacles videobril komt het bedrijf met nieuwe mogelijkheden om video’s te delen. Snapchat mikt voor volgend jaar op een miljard dollar aan advertentieinkomsten. Snapchat heeft minder kosten dan de concurrenten, schrijft CNBC. Dat komt doordat Snapchat minder data bewaart en voor opslag gebruik maakt van de Google Cloud.

 
Snapchat is persoonlijker
Jongeren stromen massaal naar Snapchat toe. Het geheim is dat het netwerk niet alles bewaart en dus is het niet erg als je foto of video niet perfect is. Op Facebook kan iedereen meekijken; op Snapchat zijn je posts alleen voor je vrienden. Het maakt Snapchat persoonlijker en in de ogen van veel jongeren leuker.
Facebook mist de sprankelende vernieuwingsdrang van Snapchat. Toch doet ook Zuckerberg van alles om Facebook bij de tijd te houden. Hij zet in op video en vooral live video. Als er concurrenten zijn, koopt Zuckerberg die het liefst op of kopieert hij succesvolle formules.

 
Wat kopieerde Facebook van Snapchat?
Deze elementen heeft Facebook van Snapchat gekopieerd:

1. Het begint in 2012 met Poke, een pure kloon van Snapchat voor het versturen van vluchtige beelden. Die app verdwijnt na korte tijd.
2. In 2014 komt Slingshot, eveneens een kloon van Snapchat, maar met eigen elementen, zoals de mogelijkheid om een antwoord in beeld te vragen voordat iemand het verzonden beeld kan openen. Slingshot stopt na een een jaar.
3. In 2015 komt er een test om vluchtige beelden te versturen via Messenger. Die mogelijkheid komt in 2016 standaard in Messenger.
4. Een maand later komt Facebook met een kopie van Snapchat’s populaire Stories. Leden kunnen met al hun volgers video’s en foto’s delen die 24 uur blijven bestaan. Facebook brengt het onder bij Instagram (waarvan het eigenaar is) in de vorm van Instagram Stories. Dat is een succes.
5. Dan komt Facebook met Lifestage. Deze keer geen rechtstreekse copie, maar een nieuwe app gericht op tieners met precies dezelfde look en feel als Snapchat. Via de app kunnen gebruikers een videoreeks maken die een happy en sad face toont, laat zien hoe ze dansen, wie hun beste vriend is, etc.
6.Stories komt ook in Whatsapp met de naam Status. Facebook (eigenaar van Whatsapp) is begonnen met het testen ervan. Gebruikers kunnen er foto’s mee nemen, stickers en tekeningen overheen plakken en ze delen voor 24 uur, precies zoals dat bij Snapchat gebeurt.
7. Vanaf november 2016 brengt Facebook de nieuwe app Flash voor vluchtige video’s met augmented reality lenses, vergelijkbaar met de maskers van Snapchat. Flash is eerst alleen in Brazilië beschikbaar. (Zie onder meer The Guardian.)

 
Ook app in Azië wijst Zuckerberg af
In Azië probeert Facebook in 2016 een app over te nemen die lijkt op Snapchat: Snow, eigendom van de Koreaanse firma Naver. Maar Zuckerberg krijgt nee te horen. Snow heeft al meer dan 80 miljoen downloads en groeit snel. Ook The New York Times wijst op het succes van Snow. Vroeger konden apps uit de VS bijna vanzelfsprekend groeien in de rest van de wereld, tegenwoordig zijn er steeds vaker lokale varianten.

The Guardian steekt in een commentaar de draak met al het gekopieer door Facebook. „In 2030 zijn er meer Facebook-clones van Snapchat dan atomen in het universum. En waarschijnlijk zal Snapchat dan nog steeds populairder zijn onder tieners.”

Maar Spiegel is er nog niet. Hoe succesvol Snapchat ook is, de app moet bewijzen dat het de verwachtingen van de beurzen straks kan waarmaken. Business Insider vergelijkt de strijd tussen Spiegel en Zuckerberg met die tussen Steve Jobs van Apple en Bill Gates van Microsoft: het wordt legendarisch, een tech battle for ages.
  1406 Hits
  0 Comments
1406 Hits
0 Comments

Creative Control: als een avatar je leven overneemt

Creative Control: als een avatar je leven overneemt

In de rubriek Franky beschrijven redacteuren van Frank.news hun eigen, persoonlijke media-ervaring. Vandaag Ralph Rozema over de film Creative Control, een relativerende parodie over augmented en virtual reality.

 
Na alle flitsende presentaties bij Microsoft, Samsung en andere techbedrijven is er nu Creative Control. Sinds een week draait de film in de Nederlandse bioscopen. Regisseur Benjamin Dickinson, afkomstig uit de reclamewereld, speelt zelf de hoofdrol als creative director bij een reclamebureau in New York.

Zijn nieuwste project: Augmenta. Het lijkt ogenschijnlijk een gewone bril, maar je kan er beelden en scenes mee vastleggen om die later terug te roepen. Bij Augmenta sluit de virtuele wereld naadloos aan op de werkelijkheid en verdwijnt het onderscheid.

 
Doorzichtige computerschermen
 
Creative Control speelt in de nabije toekomst. Het reclamebureau oogt flitsend met grote witte vlakken en enorme ramen met uitzicht op de straten van Brooklyn. Opvallend zijn de doorzichtige computerschermen en smartphones waardoor het lijkt alsof medewerkers in het luchtledige tikken.

Beelden en berichten bekijk je niet meer op het kleine scherm van je smartphone, maar zie je zwevend voor je in de lucht, alleen voor jou zichtbaar. Als David – gespeeld door Dickinson – achter zijn bureau zit, houdt hij een live videogesprek met het beeld voor hem in de lucht. Daar verschijnt ook de laatste versie van een commercial die hij moet beoordelen, terwijl net daarnaast zijn emailverkeer vrolijk doorgaat.

 
Virtuele verleiding
 
Augmenta wordt al gauw een stoorzender. Als David iets krijgt met de geliefde van zijn beste vriend, weet hij haar later op te roepen met zijn bril en ontstaat iets moois in de virtuele wereld. De verleidende Sophie is virtueel, maar nauwelijks van echt te onderscheiden. Vanaf dan lopen de dingen uit de hand.

De meeste beelden zijn sober en in zwart/wit. Creative Control is niet de grote publieksfilm die een veelbelovende toekomst neerzet, maar de spanning is er niet minder om.

Als David in zijn virtuele wereld het gevoel krijgt alle controle te verliezen, wil hij weg. Waarom niet naar een boerderij op het platteland, afgesloten van die moderne online wereld, schiet het door zijn hoofd.

 
Verfrissende kijk op hypes
 
Meerdere verhaallijnen komen uiteindelijk bij elkaar. Zoals over David’s vriendin Juliette, een part-time yogalerares. Kan bij yoga de geest uit het lichaam treden en hoe zit dat dan bij virtual reality?

Het is heerlijk je fantasie mee te laten gaan met wat virtual reality straks allemaal kan. Maar de film geeft ook een verfrissende blik op de hypes die de techbedrijven ons voorschotelen, want je kunt er ook voor kiezen om er niet in mee te gaan.
  1149 Hits
  0 Comments
1149 Hits
0 Comments

Nieuwe Rembrandt uit 3D-printer

Nieuwe Rembrandt uit 3D-printer

Kan een computer net zo mooi schilderen als wereldberoemde meesters? Het project The Next Rembrandt toont aan dat moderne technieken een heel eind in de buurt komen.

 
In een Amsterdamse galerie werd het resultaat onthuld waar een team wetenschappers, conservatoren en datatechneuten achttien maanden mee bezig zijn geweest: een nieuw schilderij van Rembrandt, bestaande uit 148 miljoen pixels, gemaakt door een 3D-printer.

Om dit voor elkaar te krijgen analyseerde het team 346 schilderijen van de meester en creëerde het een zelflerend algoritme dat van 168.263 schilderijfragmenten de kenmerken, details, hoogteverschillen en andere typische Rembrandt-foefjes vastlegde in een databank.

Uiteindelijk werd via een 3D-printer een nieuw schilderij geprint van een blanke man met hoed. Een typisch Rembrandt-portret. Zo lijkt het alsof zijn talent, 347 jaar na zijn dood, weer tot leven is gewekt.

Het project is een initiatief van ING en reclamebureau J. Walter Thompson en werd ondersteund door Microsoft, de TU Delft, het Mauritshuis en Museum Het Rembrandthuis. ,,We hebben data nog niet gebruikt om de menselijke ziel te raken. Je kunt zeggen dat we technologie en data gebruiken zoals Rembrandt zijn verf en kwasten gebruikte om iets nieuws te creëren,” stelt Ron Augustus, directeur SMB Markets van Microsoft.

https://www.youtube.com/watch?v=IuygOYZ1Ngo
  5083 Hits
  0 Comments
5083 Hits
0 Comments

Amazing Augmented Reality: hype of trend?

Amazing Augmented Reality: hype of trend?
Door Ralph Rozema

George Cloony die koffie inschenkt bij je thuis op de bank. Hij is in 3D zo echt dat je alle twijfel aan de kant zet. Hij is het gewoon. De techniek is inmiddels zover dat dit kan. De reclamewereld is er verdeeld over. Gaat het gemeengoed worden of is het een hype die overwaait?

 
Op Youtube staan fantastische video’s over augmented reality en dat is nog niets vergeleken bij als je het driedimensionaal in het echt ziet. In New York liet Walt Disney op Times Square levensechte stripfiguren dansen. In sommige bushokjes hebben we door het glas levensechte tijgers en prehistorische monsters kunnen zien. Pepsi bezorgde forenzen in Londen zo een onvergetelijk moment.

https://www.youtube.com/watch?v=Go9rf9GmYpM

 
Veel bedrijven experimenteren
Het kan ook op intiemere schaal. Interieurmerk Rivièra Maison laat je niet alleen een trendy stoel op internet uitkiezen, maar gaat die via een app ook in je eigen woonkamer tonen, zodat je kan zien hoe goed het in je interieur past. Veel bedrijven experimenteren met zulke apps in the store of the future, zoals bijvoorbeeld te zien is in het Haagse winkelcentrum New Babylon.

https://www.youtube.com/watch?v=iu7i2vGP7Vw

 
Met augmented reality plak je een laag over de werkelijkheid heen. Je voegt levensechte figuren, voorwerpen en bewegingen aan de werkelijkheid toe. Dat gebeurt vaak met behulp van hologrammen, waarbij lichtstralen een driedimensionaal beeld weergeven. Soms heb je een aparte bril nodig om dat te zien, maar er zijn ook technieken waarbij zelfs dat niet nodig is. Microsoft introduceerde de hololens, waarmee je een complete nieuwe wereld in 3D voor je kunt zien. Volvo Cars experimenteert er al mee.

 
https://www.youtube.com/watch?v=DilzwF90vec

 
Augmented Reality wordt genoemd als dé trend voor 2016. Maar, laten we eerlijk zijn, dat gebeurde ook al in 2015 en zelfs in de jaren daarvoor. Van die voorspellingen is weinig uitgekomen. De hololens van Microsoft is spectaculair, maar is voorlopig nog niet op de markt.

 
Veelbelovend in buitenreclame
In de reclamewereld geldt augmented reality als veelbelovend, maar niet altijd als effectief. „Bij buitenreclame werkt augmented reality alleen als het zoveel aandacht trekt dat mensen het via social media gaan verspreiden. Moet je kijken wat hier te zien is. Als mensen dat gevoel krijgen, dan werkt het,” zegt Bas van den Hoogen, country manager van Posterscope Nederland, dat zich richt op out of home reclame. „Augmented reality op zich is niet voldoende. Het wordt pas interessant als mensen het met hun smartphone massaal delen, het moet ze echt pakken.”

 
Acteurs bij bushokjes
Die verspreiding op sociale media kun je wel beïnvloeden. Bedrijven hebben acteurs bij bushokjes ingezet die reclame met augmented reality opvallend gingen filmen. Dat werkte aanstekelijk bij omstanders die het toen ook met hun smartphone onder vrienden gingen verspreiden.

Adverteerders moeten bij augmented reality ook rekening houden met nieuwe hindernissen. „Je komt snel 50.000 euro duurder uit, dan moet je zeker weten dat je campagne dat ook terug gaat geven. En de voorbereiding kost al gauw een paar weken extra,” zegt Van den Hoogen. Hij heeft het bedrijven al af moeten raden. „Simpelweg omdat ze de kosten er waarschijnlijk niet uit zouden halen. Dan is traditionele out of home reclame gewoon effectiever.”

 
Niet VS maar UK
Engeland is het grote voorbeeld als het gaat om augmented reality en opvallend genoeg dus niet de Verenigde Staten. Dat is wel logisch, vindt Van den Hoogen. „Voor augmented reality heb je plekken nodig waar mensen even stil staan. Op een station of bij een bushokje doen ze dat. Maar in de VS reist iedereen per auto. Billboards met wegreclame bereiken veel mensen, maar ze vliegen er voorbij waardoor augmented reality daar geen optie is. Londen heeft het voortouw. Van daaruit is het overgeslagen naar Nederland.”

 
Pionier Posterscope
Het begon klein met interactieve objecten. Posterscope had in 2012 op meer dan tweehonderd Nederlandse stations panels voor een boekencampagne van Bruna. De panels bevatten ‘Layar’-software, die je door de poster te scannen op je smartphone of tablet kon zetten. Gebruikers konden kiezen uit drie opties: het eerste hoofdstuk van het boek lezen, het boek bestellen bij bol.com of het boek via iBooks downloaden. „Die trend zal doorgaan. Voorbijgangers zullen vaker informatie kunnen scannen. Borden of andere objecten kunnen ook zelf contact zoeken met de smartphones van mensen die voorbij lopen. Vooral jongeren blijken ervoor open te staan,” zegt Van den Hoogen.

 
Te veel voor doen
Tegelijkertijd relativeren betrokkenen het belang van deze vorm van augmented reality. „Mensen moeten er dingen voor doen, je moet zelf scannen, je moet dingen downloaden. Dat is een keer leuk, maar daarna laten veel mensen het voorbij gaan,” zegt Danny van Beek van MMD Media, dat zich richt op out of home reclame, zonder augmented reality te gebruiken.

 
Meer hype dan trend
Video’s van augmented reality geven soms een overtrokken indruk van wat bedrijven er in de praktijk mee kunnen doen. „In die zin is augmented reality meer hype dan trend,” vindt Van den Hoogen van Posterscope. Ook Danny van Beek van MMD Media denkt dat de praktijktoepassingen van augmented reality in de reclamewereld beperkt zullen blijven. „Grote bedrijven zullen zo nu en dan met specials komen waarin ze met augmented reality kunnen scoren.”

Hoe groot de impact kan zijn, is te zien bij de Japanse popster Hatsune Miku. Ze bestaat niet eens echt, want ze is een hologram, opgebouwd uit lichtstralen. Op haar concerten komen tienduizenden fans af, de wereld ligt aan haar voeten, en die fans zijn wel degelijk echt. Toyota zag er brood in en gebruikte het popfenomeen al in succesvolle commercials.

 
https://www.youtube.com/watch?v=E15PE7iGT0U

 
 
  1481 Hits
  0 Comments
1481 Hits
0 Comments