Candid. Platform
for growth.

Personal branding in de bladenwereld: 'Laat het frequentiedenken los'

lindamag
Achttien jaar nadat Linda de Mol de bladenwereld bestormde met een eigen ti...
Continue reading
  1138 Hits
  0 Comments
1138 Hits
0 Comments

Op zoek naar de ballen van LINDA (punt).

Linda_NET5_advocaten
Dat was wel interessant, Jildou van der Bijl te gast in een 'Podcast over M...
Continue reading
  3441 Hits
  0 Comments
3441 Hits
0 Comments

Start tv-seizoen: voorlopig is het 1-0 voor John de Mol

sbs6verhuizing
Kunnen we al wat concluderen na één maand nieuw tv-seizoen? Ja, al moeten w...
Continue reading
  2854 Hits
  0 Comments
2854 Hits
0 Comments

Algemeen hoofdredacteur LINDA. Karin Swerink: 'De verhalen raken mensen echt. Dat maakt LINDA. zo bijzonder'

KarinSwerin_20190526-141233_1
Wat doe je als Jildou van der Bijl je vraagt LINDA.'s nieuwe algemeen hoofd...
Continue reading
  2798 Hits
  0 Comments
2798 Hits
0 Comments

LINDA gaat bij Talpa tv-series met Net5 en digitale radio maken

lindatv
Nu LINDA onderdeel is van Talpa ziet het grootste vrouwenmerk van Nederland...
Continue reading
  2349 Hits
  0 Comments
2349 Hits
0 Comments

Hoe LINDA, Talpa en RTL samen content maakten

lindamaggitalp_20190407-214033_1
Om de opdracht voor een campagne van Maggi binnen te halen, sloegen LINDA, ...
Continue reading
  3917 Hits
  0 Comments
3917 Hits
0 Comments

#Media- en marketingmoment 2018: 15 jaar LINDA. en 10 jaar Flow, 'papier is de nieuwe luxe'

flow
In deze tijden van lijstjes kunnen wij niet achterblijven. Frank.news-journ...
Continue reading
  2601 Hits
  0 Comments
2601 Hits
0 Comments

Wat kunnen we leren van 15 jaar LINDA.?

Linda_171_feestcover
Van een vernieuwend magazine is LINDA. uitgegroeid tot een mediamerk. Niet ...
Continue reading
  4275 Hits
  0 Comments
4275 Hits
0 Comments

Succesvolle mediamerken groeien mee met hun doelgroep

Succesvolle-mediamerken-groeien-mee-met-hun-doelgroep
In deze vluchtige tijden lijkt het printmagazine een vertrouwd en betrouwba...
Continue reading
  4567 Hits
  0 Comments
4567 Hits
0 Comments

De geloofwaardigheid van influencers? Een kwestie van regie

De geloofwaardigheid van influencers? Een kwestie van regie

Clichéalarm, maar het klopt wel. Steeds meer merken zetten influencers om jongeren te bereiken. Maar hoe zit het met de geloofwaardigheid? Hoe los je dat op?

 
Het is zo’n onderwerp dat veel lunchtafels in de marketing- en communicatiesector domineert; de geloofwaardigheid van influencers. Op twitter discussieerden contentmarketingexpert Cor Hospes en invloedrijk PR-man Jos Govaart onlangs over dit onderwerp. De mannen kwamen er niet helemaal uit.


Aanleiding voor de discussie was Brits onderzoek waaruit kwam dat 43 procent van de ondervraagden liet weten dat influencers vaak ongeloofwaardig zijn omdat ze werken met merken waarin ze zelf niet geloven. 52 procent van de ondervraagden denkt dat influencers worden betaald als ze over een merk praten en 61 procent van de respondenten liet weten merken te unfollowen die teveel producten ‘endorsen’. Slechts 5 procent van de mensen gaf aan te geloven dat influencers ‘oprecht’ zijn.


Casey Neistat heeft een briljante podcast met zijn vrouw
Toevallig ben ik afgelopen week online in het leven van YouTuber Casey Neistat gedoken. Er moest bij mij thuis een badkamertje schoon en in het podcastlijstje stond de nieuwe podcast van Neistat en zijn vrouw bovenaan. De Enzo Knol van de hele wereld is samen met zijn vrouw de Couples Therapy Podcast begonnen. Hierop praat hij dus in podcastvorm heel openhartig over zijn relatie. Het is geweldig en Jildou van LINDA: gewoon organiseren dit! Dat wordt een tophit natuurlijk; de grootste YouTuber ter wereld die openlijk praat over de ups en downs van zijn relatie. Zien/horen jullie Chantal Janzen al zitten met haar man? (ik wel eigenlijk).


Make it Count
Maar goed, ik wilde dus iets meer weten over die leuke Neistat en daarom luisterde ik zijn podcastinterview met Tim Ferriss. Zij hadden het over de loopbaan van Neistat en toen kwam het verhaal over zijn populairste filmpje ever voorbij. Dat is namelijk Make It Count, een film van 4 minuten die al 27 miljoen keer bekeken is. Niet zozeer het filmpje is opmerkelijk, een reisverslag waarbij Neistat in korte tijd over de hele wereld trekt, maar het verhaal eromheen. We spreken 2012 en de filmmaker begint naam te maken als reclamefilmer, maar hij vindt het een beetje saai worden om steeds te doen wat andere bedenken. Hij wordt voor de derde keer in zijn loopbaan gevraagd om een film te maken voor Nike; bedenk ‘iets’ voor de bestaande Nike-campagne Make It Count. Hij besluit zich echter niet te storten op allerlei strategische sessies en briefings, maar gebruikt het volledige budget om de wereld over te reizen net zo lang totdat het budget op is. Dit allemaal onder het motto ‘Make it Count’.
De film wordt volgens Neistat op de podcast binnen en paar dagen de best bekeken online campagne allertijden voor Nike.


Het gaat vaak mis in de regie

Continue reading
  2247 Hits
  0 Comments
2247 Hits
0 Comments

Heeft BuzzFeed Facebook keihard nodig?

Heeft BuzzFeed Facebook keihard nodig?

Uitgevers in de hele wereld kijken met interesse naar de plannen van het Amerikaanse BuzzFeed. Maar het gaat niet goed bij deze uitgever van gratis nieuws en entertainment; 100 man kwamen op straat te staan omdat de omzet tegenviel in 2017. Voor CEO Jonah Peretti blijft het zoeken naar hét businessmodel voor gratis content.

 
De inkrimping van BuzzFeed heeft natuurlijk te maken met de dominantie van Google en Facebook op de digitale markt die alleen maar groter lijkt te worden de komende jaren. De omzet van BuzzFeed (via advertenties en branded content) kwam volgens LA Times 15 tot 20 procent lager uit dan de ingeschaalde 350 miljoen dollar. Facebook, dat zeer belangrijk is in het distributiemodel van BuzzFeed, kondigde onlangs aan dat het zich gaat focussen op de content van particulieren en niet van grote uitgevers. Het businessmodel van de ‘lijstjeswebsite’ is echter juist gebaseerd op het bereiken van zoveel mogelijk mensen via social media. Mediakenners waarschuwen al jaren voor de kwetsbaarheid van dit model, je probeert immers geld te verdienen op het ‘landje’ van een ander.

 
Content aanbieden waar mensen iets mee dóén
BuzzFeed is in 2006 opgericht door The Huffington Post-bedenker Jonah Peretti en John S Johnson III. De basis van het bedrijf is helder; analyseren waar mensen graag naar kijken en deze content in een prettige vorm aanbieden. De uitgever maakte natuurlijk vooral furore door de quiz- en lijstjesverhalen in de categorie 26 geweldige acteurs en de 26 ‘echte mensen’ die ze speelden.

 
Nieuwstak
We schreven er al eerder over. Vanaf 2011 bezit het bedrijf een serieuze nieuwstak genaamd BuzzFeednews waarmee het onderzoeksjournalistieke verhalen publiceert. In oktober publiceerde BuzzFeednews bijvoorbeeld een interview met acteur Anthony Rapp over de avances die Kevin Spacey maakte toen hij nog maar 14 jaar was (en Spacey 26!). Ook zeer belangrijk is de videotak BuzzFeedVideo waar bijvoorbeeld de webserie BuzzFeed Unsolved wordt gemaakt, inderdaad; in de serie staan onopgeloste zaken centraal. Steeds vaker maakt BuzzFeed online series voor contentpartners waaronder een nieuwsshow voor Twitter (Twitter betaalt hiervoor) genaamd AM to DM en veel kookshows onder de noemer ‘Tasty’.

 
Omzet te laag
Bij BuzzFeed werkten eind vorig jaar 1700 mensen in de hele wereld. De omzet in 2015 was naar verluidt 167 miljoen dollar en in 2017 rond de 280 miljoen, te weinig blijkbaar om al die mensen aan het werk te houden. NBC investeerde de afgelopen jaren voor 400 miljoen dollar in BuzzFeed, samen lanceren ze het Facebook-kanaal ‘Playfull’ voor millennial-ouders. De inkomsten van BuzzFeed worden van oudsher vooral binnengehaald door ‘native advertising’ wat erop neerkomt dat het bedrijf ‘advertenties’ maakt in BuzzFeedstijl. Ook de contentpartners betalen dus voor de webseries. Dat werkt allemaal prima zolang het bereik op niveau is, maar als Zuckerberg dat persoonlijk terugdraait dan lopen je inkomsten terug.

CEO en oprichter Peretti schreef een brief aan alle werknemers om toe te lichten waarom 100 mensen ontslagen gaan worden. Interessant is dat hij veel focus legt op de ontwikkelingen bij Tasty, de noemer dus waaronder de kookvideo’s van BuzzFeed vallen (een ander kanaal is BuzzFeed Nifty, hier kun je alles leren over handige dingen die je zelf kan maken). Onlangs kwam naar buiten dat BuzzFeed een exclusieve deal sloot met Wallmart om keukentools met de merknaam ‘Tasty’ te verkopen. Er is blijkbaar veel geloof in de sterke combinatie tussen retail en content.

 
Oproep aan Facebook; betaal voor goede content
Tegelijk is zo’n samenwerking niet voldoende om de omzet op niveau te brengen/houden, zo legt CEO Peretti uit tijdens een sterk interview op Recode met de prettig kritische interviewer Peter Kafka. Inzet van het interview: de memo van Peretti waarin hij Facebook oproept om goede content te belonen. In het interview: ,,We verdienen geld door samenwerking met Amazon, YouTube en Facebook Instant Articles en dat neemt toe. Maar het probleem is dat Facebook geen inkomsten deelt uit de newsfeed. Ze moeten via de newsfeed uitgevers niet alleen belonen met traffic, maar ook met inkomsten.’’

 
Samen nieuwe contentmodellen bedenken
Maar wat wil je precies van Facebook?, vraagt de interviewer terecht. ,,Veel uitgevers willen gewoon een rekening naar Facebook sturen voor hetzelfde wat ze al doen, maar ik samen zou aan nieuwe contentmodellen willen werken die echt ‘social’ zijn. Dat past bij ons, wij hebben altijd content gemaakt waar mensen iets mee dóén; delen met vrienden lachen, een maaltijd koken via Tasty. Datzelfde willen we ook nog meer voor Facebook gaan doen.’’ De interviewer vraagt door: waarom heb je dit model, dat YouTube allang heeft, niet besproken met de mensen bij Facebook? ,,Het ligt eraan wie je spreekt, maar er zijn verschillende meningen en ik heb er wel vertrouwen in dat ze met een werkbaar model komen. Sommige mensen zullen vinden dat die verdienmodellen bij ‘Facebook Watch’ en ‘Facebook Instant Articles’ thuishoren, maar er zijn er ook die denken dat zo’n betaalmodel een goede manier is om controle te houden op de newsfeed.’’
Kafka gaat nog even door op het onderwerp. Maar je hebt toch voor Tasty ook een deal gemaakt met Facebook zodat je er geld aan verdient? Jij hebt toch een goede relatie met ze, waarom moest je dan zo’n memo schrijven? ,,Ze kunnen het bij Facebook goed oplossen, maar ze zien niet altijd het perspectief van de mediamakers. Er is nog wel eens wat miscommunicatie tussen techcompanies en een mediabedrijf.’’

 
Andere distributiestrategie
Diezelfde interviewer sprak de CEO drie jaar daarvoor op een podcast en destijds had hij een duidelijke visie op het kapitaliseren van de content via Twitter, Google en Facebook, met andere woorden: het maakt niet uit waar mensen BuzzFeed verhalen lezen. In welk opzicht zat hij verkeerd met die distributiestrategie? ,,We geloofden in de manier van distribueren, maar beseften niet hoe de inkomstenstromen voor dat model zouden zijn. Je kan geld vragen aan de platforms, je kan branded content maken, je kan geld verdienen door producten te verkopen in de supermarkt. Maar wat we niet helemaal beseften is dat we moesten groeien naar een combinatie van deze inkomstenstromen.’’ De interviewer vraagt ook naar een lidmaatschapmodel, maar de CEO vindt dat dit model vooral werkt voor kwaliteitsmedia en niet voor een mediabedrijf dat focust op populaire cultuur.

 
Heel veel inkomstenstromen managen
Interessant inderdaad, met dank weer aan de prima mannen van de Medianieuwsbrief.nl, is het verhaal van Max Willens op Digiday. Hij onderstreept immers wat de BuzzfFeed-eigenaar zegt waarbij uitgevers vooral veel verschillende businessmodellen moeten beheersen om te overleven. Hij refereert aan een interview van Jim Norton, de voormalig chief businss officer van uitgever Condé Nast. ,,Je kunt allerlei nieuwe inkomstenstromen bedenken, maar daarmee maak je het verlies aan inkomsten aan advertenties nooit goed.’’ Volgens Willens heeft de gemiddelde uitgever zes verschillende inkomstenstromen waaronder branded content, deel-lidmaatschappen (bijvoorbeeld New York Times Cooking voor 1,25 dollar per week) en evenementen. Het blijkt niet altijd makkelijk voor uitgevers om die switch naar ‘alleskunner’ te maken, maar dat is wel nodig. Hearst Magazines Digital Media President Troy Young: ,,Ik wil dat branded content, licensing en retail tweederde van mijn inkomstenstromen is, maar het is niet makkelijk dat elke advertentie die je verkoopt ook in dienst moet staan van een van deze drie.’’
,,Je kunt allerlei nieuwe inkomstenstromen bedenken, maar daarmee maak je het verlies aan inkomsten aan advertenties nooit goed.’’
 
Ballen in de lucht houden
Je moet dus als uitgever allerlei ballen in de lucht kunnen houden; lidmaatschap (als geheel of via deeldiensten), branded content, licensing én retail. Er is nog geen model voorhanden waarmee je het definitief gaat maken. Dat zie je bijvoorbeeld aan hét Nederlandse uitgeefvoorbeeld LINDA dat veel experimenteert met de verschillende businessmodellen; even was het de bedoeling om LINDA TV betaald te maken, maar uit onderzoek bleek dat dit niet zou werken. Centraal in zo’n ideale ‘dans’ van businessmodellen is natuurlijk altijd je publiek dat prima kan bepalen waarvoor het wél en waarvoor het niet wil betalen. Ook lijkt het goed om een duidelijk vertrekpunt te hebben in alles wat je maakt, zoals BuzzFeed content maakt waarmee je daadwerkelijk iets doet.

 
Geen holy grail
Terug naar BuzzFeed, een bedrijf waar veel uitgevers ongetwijfeld met veel jaloezie naar kijken, vooral omdat het millennials weet te bereiken. Ook Peretti heeft blijkbaar niet de holy grail in handen: hij gaat in gesprek met Facebook, wil de overige inkomstenstromen perfectioneren, maar toch moet hij 100 mensen ontslaan. Of had hij in de overige 20 minuten van het interview nog iets waar de Sanoma’s van deze wereld iets aan hebben?
Aan het eind stelt iemand uit het publiek de vraag of Peretti nog tips heeft voor wat meer traditionele uitgevers die zoeken naar succesvolle businessmodellen in de digitale wereld. Zijn antwoord komt ongeveer hierop neer: ,,Je ziet nu dat traditionele uitgevers zich terugtrekken uit digitale experimenten en focussen op business waar ze van oudsher goed in waren. Ik zou zeggen: trek je digitale inspanningen los van je traditionele business en koester elke vorm van progressie die je daar maakt.’’

Peretti, die in 2011 315 miljoen dollar cashte door zijn aandelen in de Huffington Post te verkopen, wil maar zeggen: geld verdienen met digitale nieuwsvoorziening is een kwestie van experimenteren, je moet verschillende businessmodellen beheersen en die flexibiliteit is essentieel. Wat er uiteindelijk werkt blijft vooralsnog een kwestie van proberen. En ja, totdat die heilige graal ontdekt is, heeft BuzzfFeed Facebook eigenlijk keihard nodig.
  1965 Hits
  1 Comment
1965 Hits
1 Comment

Onder leiding van GenZ wordt 2018 het jaar van ‘branded activism’

Onder leiding van GenZ wordt 2018 het jaar van ‘branded activism’
Door Nadine Ridder

Voor iedereen die nog moet wennen aan het tijdperk van millennials, branded content en influencers: wake up! Het is bijna 2018 en there are some new kids in town.

Branded content is ontstaan vanuit de behoefte aan authentieke verhalen in de millennial doelgroep. Omdat merken deze transitie nog steeds lastig vinden, is branded content gedegradeerd tot een commerciële boodschap in een redactioneel sausje. Toen ontstond branded journalism: journalistieke verhalen met het merk als afzender, met als doel een publiek te vinden en te raken.

Nu millennials door GenZ (16–24) van hun invloedrijke troon worden gestoten, is het tijd voor een nieuw hoofdstuk in het contentmarketingboek dat past bij een nieuwe generatie: branded activism. Dit is het beste te omschrijven als onafhankelijke activistische of opiniërende content met het merk als afzender. De term branded activism wordt ook gebruikt wanneer purpose marketing wordt bedoeld. Ik zie dit echter als iets anders: purpose marketing is marketing die voortvloeit vanuit de bekende why van het merk. Sterke purpose marketing zien we bijvoorbeeld bij Tony’s Chocolonely: het is hun missie om álle chocolade 100 procent slaafvrij te maken. De documentaire Tony is een goed voorbeeld van branded journalism, een redactioneel verhaal over dat thema.

Branded activism is het faciliteren van opinie en discussie over verschillende actuele thema’s zoals diversiteit, vluchtelingencrisis, milieuvervuiling en mensenrechten. Dus los van je eigen purpose (die onmisbaar is!) moeten merken steeds beter nadenken over hoe zij over deze topics denken en hoe zij acteren.

Waarom is dit nodig? Purpose marketing is ontstaan, omdat de bewuste millennial diezelfde mentaliteit van merken verwacht. GenZ gaat nog een stapje verder. Deze generatie kenmerkt zich door de woke mentaliteit. Woke? Yes, weer een nieuwe term die je moet kennen! De term woke is inmiddels zo relevant dat het is toegevoegd aan the Oxford English Dictionary (OED) en vertaalt zich als: ‘alert to racial or social discrimination and injustice’. Being woke wordt ook vaak geassocieerd met een activistische houding: met alleen bewustzijn verandert er niets.

Dus zoals millennials purpose van merken eisten, is GenZ op zoek naar bedrijven waar zij haar woke mentaliteit terugvindt. Hoe zien we dit terug? De kritiek op de steun van Uber aan Trump laat zien dat zelfs een disruptief merk genadeloos wordt afgestraft wanneer er politiek impopulaire keuzes worden gemaakt. Een lokaal voorbeeld is de rel rondom Anna Nooshin en Monica Geuze en hun shoot voor Linda. Meiden. Ze reageerden verbaasd op alle commotie, omdat het niet hun intentie was geweest te doen alsof ze lesbisch waren. Met deze reactie waren ze misschien in het millennialtijdperk weggekomen, maar genZ verwacht dat je juist als influencer heel bewust bent van het beeld waar je aan meewerkt. Medewerking staat gelijk aan goedkeuring.

Een tijd waarin merken voorzichtig moeten zijn en fouten zo zijn gemaakt: nietsdoen dan maar? Als je geen onderdeel bent van de oplossing, ben je onderdeel van het probleem, luidt een gezegde. Zo worden mensen en organisaties die zich niet uitspreken tegen seksueel geweld in de #metoo discussie ook ter verantwoording geroepen. Als je als merk niet woke bent, ben je niet meer relevant.

We zien deze ontwikkeling ook in de media: het wantrouwen in traditionele media is enorm. Hoe objectief ben je als nieuwszender als je bepaalde onderwerpen kiest en andere mijdt? Nu we weten dat NOS ons een heel ander wereldbeeld geeft dan bijvoorbeeld nieuwszender Al Jazeera, is deze schijnobjectiviteit niet veel meer waard. Dit blijkt uit het succes van media met een uitgesproken mening zoals Geen Stijl en De Correspondent. Of Zondag Met Lubach: een doorslaand succes omdat er duidelijk een standpunt van het team van Lubach ingenomen wordt en hier niet geheimzinnig over wordt gedaan. Niemand claimt de waarheid te verkondigen, want wie woke is weet dat er niet één waarheid is.

Hoe kun je deze ontwikkeling als mediamerk of consumentenmerk omarmen? Deze quote uit het zeer uitgebreide GenZ onderzoek van Protein slaat de spijker op de kop:
‘They’re demanding that brands create spaces, platforms and mediums that champion the oppressed, not exploit their struggle’.
Ofwel leden van de GenZ-generatie, de meest diverse generatie ooit, wil niet dat er over hen wordt gesproken, ook niet met hen, maar door hen.

Pepsi maakte de fout de Black Lives Matter beweging in te zetten voor een feel good colacampagne. HEMA maakte de fout roti te verkopen wat geen roti was. Allemaal ‘geleende’ thema’s, gemaakt door andere mensen dan voor wie het bedoeld is. Laat dus zien dat je als merk begrijpt dat dialoog over deze onderwerpen belangrijk is door het gesprek te faciliteren. Ook als je onder vuur ligt, verdedig je niet maar creëer ruimte voor opinie en leer hiervan.

En mediamerken? Entertainende mediamerken bleven altijd ver weg van nieuws en opinie, ook omdat adverteerders liever geen kleur bekennen. Maar uitgevers beginnen te begrijpen dat meer inhoud en verdieping past bij deze tijd en ook de eerste merken sluiten zich aan. Zo lanceerde VICE het succesvolle VICE News: nieuws vanuit de belevingswereld van de doelgroep. Teen Vogue (Condé Nast) onderging een ware transitie met een shift in aandacht voor uiterlijk en bekendheden naar politiek, feminisme, identiteit en activisme. Op hun website is nieuws en politiek de eerste contentcategorie, vóór fashion en lifestyle. Binnenkort lanceert deze uitgever THEM, een activistisch platform door de LGBTQ-community, met Burberry als een van de launching partners.

Eng? Doodeng! Maar als je het gesprek zelf niet faciliteert vindt het toch wel elders plaats. Het echte risico loop je als je niets doet, want deze generatie bepaalt zelf waar zij haar informatie en inspiratie vandaan haalt. En is dat er niet, dan maken ze het zelf wel. With or without you.

Nadine Ridder (1983) werkt als freelance Creatief Strateeg voor verschillende opdrachtgevers. Ze werkte eerder bij VICE, TELE2 en Universal Media. Nadine zet zich in voor meer diversiteit in media en reclame, o.a. door het publiceren van opiniestukken en columns op Joop, MarketingTribune, Adformatie en Emerce. 


 
  2135 Hits
  0 Comments
2135 Hits
0 Comments

Meeste magazines halen de LINDA.-norm niet

Meeste magazines halen de LINDA.-norm niet

Een succesvol magazine is zoals LINDA. een echt merk. Met een focus op digitaal, een duidelijke doelgroep, slimme deals met adverteerders, een mooie social strategie, data en events. Helaas halen veel magazines de LINDA.-norm niet.

Zoals al eerder geschreven is de tijdschriftenbranche de lastigste tak binnen de media-industrie. Het is een krimpmarkt in zowel omzet als abonnementen.
Deze sector heeft pas laat ingezien dat het digitaal een grote slag moest maken. In 2015 maakte de digitale omzet nog geen vier procent van de totale omzet van magazines uit. Een schrijnend cijfer. Bij de Mercurs, de grote tijdschriftenprijzen die in december altijd worden uitgereikt, is ook pas sinds enkele jaren plaats voor ‘online only’ spelers. Maar juist die titels overvleugelen nu vaak de printtijdschriften. Neem NSMBL en de andere titels van online uitgever Wayne Parker Kent, Me-to-we en Saar (Snippet Media) en Franska.nl (van Franska Stuy, die jarenlang als hoofdredacteur het gezicht was van Libelle).

De LINDA.-normMaar er zijn nog best wat bladen die het goed doen. Laten we daarvoor de LINDA.-norm instellen. Al jarenlang het voorbeeld van hoe je een tijdschrift uitbouwt tot een echt merk. LINDA. kwam met de website Lindanieuws, ging evenementen organiseren voor de doelgroep, kwam met line-extensions Meiden en L’Homo en stapte ook in online video met LINDA.TV. Daarnaast begon LINDA. een eigen reclamebureau voor samenwerking op het gebied van contentmarketing met adverteerders.

Abonnementenmodel videosite geen succesNu lukt ook niet alles bij LINDA., want het abonnementenmodel van de videosite was geen succes. Dus is deze nu weer gratis toegankelijk en krijg je advertenties voor je kiezen. Verder helpt natuurlijk mee dat Linda de Mol tv-ster is en dat RTL Boulevard maandelijks gratis reclame maakt voor het nieuwe nummer (want Linda staat daar onder contract). Maar er is in de loop der jaren consistent aan het merk gewerkt. Het is trial and error: ze durven nieuwe dingen te proberen. Mislukt het, dan stoten ze het weer af, maar er is constant buzz.

Tuur je verder het tijdschriftenlandschap af, dan kom je al rap tot de conclusie dat er niet zo veel magazines de LINDA.-norm halen: een focus op digitaal, een duidelijke doelgroep, deals met adverteerders die verder gaan dan een 1/1 pagina, samenwerking met influencers, een mooie social strategie, het verzamelen van data over je doelgroep, events om die doelgroep te ontmoeten én een boegbeeld als hoofdredacteur. Dat zijn de ingrediënten.

Boegbeeld als hoofdredacteurOm met dat laatste te beginnen: een zichtbare hoofdredacteur helpt.
Een paar voorbeelden:
- Barbara Barend, hoofdredacteur van Helden, Thomas Hendriks van Quest (nu weg, maar Sanne Groot Koerkamp kan het ook), Hilmar Mulder van Libelle, Karin Swerink van Vogue en Cécile Narinx van Harper’s Bazaar. We vergeten er vast nog wel een aantal, maar deze mensen hebben gemeen dat ze zichtbaar zijn in de media, staan voor hun titel en precies weten hoe ze die verder moeten ontwikkelen. We moeten ook Marc van der Linden van Weekend en Royalty noemen, maar die twee titels ontwikkelen zich minder goed tot grotere merken. Weekend heeft last van de zwaar teruglopende gossipbladenmarkt en te grote concurrentie van de showrubrieken op tv en Royalty biedt wel een webshop online, maar daar is nauwelijks iets te koop. Toch is Van der Linden een zeer deskundige koningshuisexpert, misschien wel de nummer 1 op dat vlak.

Voor de andere voorbeelden van hierboven geldt dat het échte merken zijn geworden. Helden, Quest, Libelle, Vogue en Harper’s Bazaar.

Helden is veel meer dan een magazineZo is Helden inmiddels een platform over sporthelden, waar het magazine slechts een schakeltje in is, terwijl het ooit met het magazine begon. Het is storytelling (in goed Nederlands ook wel: verhalen vertellen), video’s en veel werk in opdracht van merken. Quest heeft verschillende spin-offs, er is online platform Quest Test Nederland, boeken en opvallende marketingacties.
Vogue heeft naast een stevig print- en online stempel ook zo’n vijftien events per jaar waarbij het merk in contact is met de doelgroep. Ook Harper’s Bazaar heeft een sterke print-, online- en eventmix. Libelle weet steeds mee te groeien met de oudere doelgroep en begon succesvol Libelle.tv. Daarmee maakte het vloggen voor senioren fähig.

Ook zonder boegbeeld kan hetMaar er zijn ook magazinemerken die zich zonder sterk boegbeeld uitstekend hebben ontwikkeld de afgelopen jaren, hetzij door goede koppeling van mediaplatformen en ecommerce (Vtwonen), of door dataverzameling en online video (Ouders van Nu dat met de Zwangersschaps- en Babybox successen boekt en een eigen online videoplatform heeft). En wat te denken van Cosmopolitan, dat de printoplage ziet afkalven, maar op tijd de online slag heeft kunnen maken met de nadruk op content die ‘extreem shareable’ is met daarbij een sterke focus op de mobiele gebruiker. Het leverde Cosmopolitan inmiddels meer dan een miljoen unieke bezoekers op.
En er is een titel als Runners World dat de groep ‘hardlopers’ uitstekend bedient en een echte (online) community voor die liefhebbers is geworden.

Conclusie: het gaat allemaal om liefdeMaar de belangrijkste ingrediënten voor een succesvolle titel die de LINDA.–norm ruimschoots haalt - en daar willen we mee eindigen - zijn misschien wel: liefde en creativiteit. Als je op die manier je magazine uitbouwt, kan het slagen. Het is wat dat betreft jammer dat de uitgeefwereld de afgelopen jaren enorm is uitgehold door reorganisaties en budgetsnijders die bepaalde bladen tegenwoordig laten maken door drie man, een paardenkop en vijf onbetaalde stagiaires. Het heeft de magazinewereld een beetje lamgeslagen. Zonde.
  6737 Hits
  0 Comments
6737 Hits
0 Comments

Welke uitgever wil nog tijdschriften kopen?

Welke uitgever wil nog tijdschriften kopen?

De bladen van G+J Media (Glamour, Quest, Vogue) staan in de etalage. En met de recente verkoop van SBS door Sanoma komen ongetwijfeld meer titels vrij in deze dalende markt. Maar hoe lucratief is het eigenlijk nog voor uitgevers om printtijdschriften in je portfolio te hebben?

 
Dat de Nederlandse mediabranche steeds meer gaat consolideren, weten we inmiddels. Dat er straks maar een klein aantal grote mediapartijen overblijft ook. Je kunt in deze markt maar het beste of heel groot (schaalgrootte) of vrij klein (en dus wendbaar) zijn. Middelgrote mediaondernemingen hebben het moeilijk.

Neem G+J Media, onderdeel van het Duitse Gruner und Jahr, dat weer onderdeel is van het miljardenconcern Bertelsmann. In Nederland geeft deze uitgever Glamour, JAN, National Geographic en een aantal spin-offs, Quest (en dochterbladen) en Vogue uit en men doet ook aan custom content.

De printbladen van G+J doen het best redelijk tot goed, zo bleek ook weer uit de laatste oplagecijfers door meetinstituut NOM. JAN en Vogue wisten zelfs de oplage te vergroten en dat is knap in een markt die al jaren fors daalt.

Maar daar ligt meteen het probleem voor een uitgever als G+J. De club is vooral succesvol met print en op den duur win je daar de oorlog niet mee. Dat is ook de reden dat Gruner und Jahr al eerder de Oostenrijkse en Spaanse bladen afstootte en sinds vorige maand ook de Nederlandse tak te koop heeft gezet.

 
Losse verkoop daaltPrintuitgaven kunnen niet zonder digitale strategie. Abonnementen leveren nog veel omzet op, maar het totaal aantal abonnementen in de gehele branche neemt niet toe. De losse verkoop staat al wat jaren onder druk en met name uitgever New Skool Media had daar afgelopen jaar veel last van. Voor New Skool Media – dat in feite nog in de start-upfase zit – een vervelend verhaal, want deze uitgeverij is ook voor een groot deel afhankelijk van de printomzet. Door de dalende losse verkoop stond plotseling de winstgevendheid onder druk, na de eerste succesvolle jaren. Deze uitgever heeft een goede stap gezet door het zeer winstgevende Elsevier en alle sub-merken te kopen. Volgens de uitgever draagt deze tak zelfs voor de helft bij aan de totale omzet van New Skool Media, zo zegt hij in een interview met Adformatie. Anders zouden zaken er veel minder rooskleurig uitzien voor New Skool Media, dat net tussen groot en klein invalt. Evenals G+J Media.

Een derde negatieve factor is de advertentiemarkt, die bij printtijdschriften de laatste tien jaar het hardst is gekrompen. Slechts 4 procent van de netto reclame-uitgaven gaat naar print, dat is het laagste van alle mediumtypen. Best schokkend om te zien is dat, volgens recente cijfers van de Magazine Media Associatie, in 2015 de digitale omzet nog geen vier procent van de totale omzet van magazines uitmaakte.

 
Te laat digitaalDaar ligt het grote probleem voor de tijdschriftenbranche: men is veel te laat begonnen om van tijdschrifttitels echte merken te maken, met ook een digitale vertaling. Er waren tot voor kort zelfs magazines – waaronder ook een aantal gerenommeerde bladen – die online slechts een homepage hadden met een link naar de digitale bladerversie, plus het mailadres en telefoonnummer van de advertentieafdeling. De laatste jaren is wel een inhaalslagje gemaakt, maar dus rijkelijk laat.

Ondertussen hebben de tijdschriftenuitgevers ook nog eens steeds meer concurrentie gekregen van uitgevers van digitale magazines, die sneller kunnen schakelen (zonder printproduct), jongere teams hebben en de digitale wereld beter begrijpen.

 
Zo kan het ookHet beste voorbeeld van hoe je een tijdschriftmerk uitbouwt is sinds jaar en dag natuurlijk LINDA., maar er zijn meer titels die het begrepen hebben, zoals bij Sanoma (Libelle, vtwonen), waar data, crossmedialiteit en digitaal denken inmiddels onderdeel zijn van de strategie. En ook bij Hearst Magazines (Harper’s Bazaar, Elle, Quote), waar een titel als Cosmopolitan bijvoorbeeld de afgelopen jaren explosief online wist te groeien.

Hearst zal straks ongetwijfeld interesse hebben in een aantal succesvolle G+J-bladen, maar niet het hele bedrijf. Naar verluidt zou Gruner und Jahr de tent in zijn geheel willen verkopen, maar dat zal niet zo makkelijk zijn, want gegadigden moeten dan álle titels, maar ook maar liefst 130 man personeel overnemen. Aan zo’n gigantische overhead begint geen enkel mediabedrijf meer in de huidige markt.

 
Onderling verdelenHet zal de komende tijd dus gewoon cherry picking worden. John de Mol wil zijn Talpa-imperium uitbreiden en vindt het misschien leuk één of twee tijdschriften toe te voegen, maar dat moeten dan wel de echt grote titels zijn (LINDA.?) die ook een mooie crossmediale strategie hebben die werkt (en dan hebben we het niet alleen over een webshop). En Hearst zal best interesse tonen in bijvoorbeeld Vogue. Wat Sanoma gaat doen nu SBS is verkocht, is nog onduidelijk.

Wel zeker is dat de markt voor printtijdschriften verder zal krimpen de komende tijd en dat de middelgrote uitgevers het solo steeds moeilijker zullen krijgen. In deze tijd van consolidatie gaan de grote spelers de buit onderling verdelen.

 
  12111 Hits
  0 Comments
12111 Hits
0 Comments

De Mol heeft nu SBS, maar wil meer

De Mol heeft nu SBS, maar wil meer

Talpa Holding van John de Mol is vanaf nu volledig eigenaar van SBS. Hij heeft de derde tv-groep van Nederland, is radiomarktleider, maar de ambities blijven. Want dat De Mol TMG niet kon inlijven, zit hem niet lekker.

John de Mol bouwt verder aan zijn Nederlandse media-imperium. Sinds 19 juli is Talpa Holding definitief 100 procent eigenaar van SBS, met de zenders SBS6, SBS9, Net5 en Veronica en het online video on demand-platform KIJK en videoplatform Social1nfluencers. De mededingingswaakhond ACM had vorige week de overname goedgekeurd. Sanoma krijgt 237 miljoen euro van Talpa. Daarmee is het tv-avontuur voor de Finnen voorbij. Een avontuur dat niet succesvol was.

Talpa en Sanoma kochten SBS samen in 2011 voor ruim 1 miljard euro. Talpa verwierf toen een minderheidsbelang van 33 procent, Sanoma kreeg 67 procent. SBS is nog maar 237 miljoen euro waard. Je hoeft geen rekenwonder te zijn om te weten dat Sanoma enorm heeft moeten afschrijven op de tv-zendergroep.

 
Sales uitbreiden naar tvMaar De Mol ziet er nog brood in. SBS moet samen met Talpa Radio een belangrijke basis vormen van deze onderneming. Eerder dit jaar begon Talpa Radio officieel, een bedrijf met de zenders Radio 538, Radio 10, Sky Radio en Radio Veronica. Het zou niet onlogisch zijn als De Mol de tv- en radiozenders meer aan elkaar gaat verbinden.

Allereerst via de sales. Talpa Radio domineert al de reclamemarkt met OMS (One Media Sales). De spotjesverkopers van de radio zouden dat ook voor televisie kunnen gaan doen. Daar zijn genoeg voordelen te halen. Ook op het gebied van data wil Talpa Holding een paar stappen zetten. Met Talpa Radio is men al begonnen om de paar miljoen FM-luisteraars beter te leren kennen en profielen aan te maken. Dat zou ook met het tv-publiek moeten gebeuren.

 
Plannen met printIn het persbericht dat Talpa donderdag 19 juli 2017 stuurde staat ook dat men zich verder wil richten op de uitbreiding van de activiteiten in OTT (lees: online video), print, online, data en concepten. Print staat daar ook tussen. Daarbij denk je meteen aan De Telegraaf. Maar de strijd om TMG heeft De Mol verloren van het Belgische Mediahuis.

Daar zal hij zich niet bij neerleggen, want De Mol houdt niet van verliezen. Als aandeelhouder (30 procent) in TMG heeft hij in ieder geval grip op wat er binnen het mediaconcern aan de Basisweg gebeurt. Nu hij niet de eigenaar is geworden van TMG, zal hij allianties moeten proberen te smeden. Maar De Mol zal nog wel met een verrassende move komen. En de samenwerking met Sanoma is er voorlopig ook nog.

 
Linda naar SBS?De Nederlandse mediabranche zal consolideren en partijen en mediamerken kruipen naar elkaar toe. Daarom is de verwachting dat Talpa nog wel wat gaat overnemen de komende tijd. Misschien haalt hij wel een aantal grote sterren naar SBS6 (zijn zus?). De eerste nieuwe formats op SBS6, geven voorlopig weinig vertrouwen in iets spectaculairs, zoals we eerder schreven.

https://www.frank.news/2017/07/17/halen-de-traditionele-tv-zenders-2020/
  4151 Hits
  0 Comments
4151 Hits
0 Comments

De contentgeheimen van LINDA.

De contentgeheimen van LINDA.
The influencers contentmarketing, deel 9
Door Kim van der Meulen

LINDA. is een van de meest succesvolle crossmediabedrijven van dit moment. Belangrijk onderdeel van het succes is de innovatieve, tikkie eigenwijze samenwerking met bedrijven. De geheimen van contentmarketing volgens Leanne Hermans, manager LINDA. digitaal en LINDA. het Bureau. 

Constant aan de knoppen draaien, geen compromissen sluiten, geen onzin verkopen en een boodschap brengen waarvan je blij wordt, mét een knipoog: volgens Leanne Hermans valt of staat een advertentiecampagne erbij. LINDA. het Bureau, dat sinds 2014 bestaat, ontwikkelt creatieve campagnes voor adverteerders. ,,Advertenties waren voorheen vooral gericht op print, maar toen de digitale platformen van LINDA. groeiden, merkten we dat de vraag van adverteerders veranderde. Ze wilden samenwerkingen interessanter en interactiever maken en vroegen of we wilden meedenken over concept en strategie. Wij merkten tegelijkertijd dat consumenten kritischer werden en dat we volop creatieve ideeën hadden voor merken die bij ons aankloppen en dezelfde doelgroep willen bereiken als wij. Dat hebben we geprofessionaliseerd tot LINDA. het Bureau, het reclamebureau van de makers van LINDA.”

 
Samenspel van alle afdelingen
Hermans, die eerder strategie- en conceptmanager was bij Sanoma, vertelt dat bij het creatieve proces veel afdelingen betrokken zijn. ,,We hebben conceptmanagers die briefings van adverteerders uitwerken tot een sterk concept, een projectorganisatie die de realisatie doen en een sterk salesteam dat continu contact heeft met onze klanten en natuurlijk ook de briefings ophaalt. Ook het technische team is er steeds meer bij betrokken, want we zijn voortdurend bezig met de vraag hoe we slimmer kunnen omgaan met data. Het is echt een samenspel van marketing, technologie, sales - en de redactie, natuurlijk. Samen bedenken we campagnes die effectief zijn en op alle kanalen uitgezet kunnen worden.”

 
PrimaDonna
Als voorbeeld noemt Hermans een recente samenwerking met lingeriemerk PrimaDonna, dat via de kanalen van LINDA. graag ‘prima donna’s’ wilde bereiken: ‘vrouwen die hun passie volgen en zelfverzekerd in het leven staan’. PrimaDonna kreeg een positie op LINDAnieuws en in het LINDA. ochtendnieuws. ,,Los daarvan volgden we in het LINDA.tv format ‘Ook goedemorgen’ het ochtendritueel van sterke vrouwen als Roos Schlikker en Vreneli Stadelmaier. Zij spraken ook tien minuten op LINDA. het festival, tijdens zogeheten LINDA.talks, over hun passies, tegenslagen, ontwikkelingen en emoties – en in hoeverre die hun leven hebben veranderd. Allemaal met als afzender PrimaDonna & LINDA., want je moet altijd vertellen dat het een samenwerking is. Ook ‘commerciële’ content moet zo goed zijn dat jij en ik het leuk vinden om te zien, lezen of erbij te zijn.” Dat vergt creativiteit, zeker omdat veel merken zich op hetzelfde richten, zegt Hermans. “Veel adverteerders willen dat ‘momentje voor jezelf’ claimen bij vrouwen. Maar ja, vrouwen gaan zo’n momentje voor zichzelf niet met adverteerders delen, dus hoe kunnen wij er dan voor zorgen dat je thuis op de bank toch aan adverteerder X gaat denken? Dat is de uitdaging: iets bedenken wat je zou gebruiken, waaraan je zou willen meedoen. Als je reclame maakt, kun je maar beter zorgen dat je iets heel goed maakt. Het fijne is dat wij, ‘de makers van LINDA.’, zelf ook vaak de doelgroep van merk X zijn. Dus als wij het niet goed genoeg vinden, is het voor onze doelgroep ook niet goed genoeg.”

 
Het bureau is altijd eerlijk
Elk merk kan bij LINDA. het Bureau aankloppen, zegt Hermans. ,,Maar ze moeten er wel tegen kunnen dat we heel eerlijk zijn. Tijdens brainstorms delen we alles; discussies moeten scherp zijn. Een adverteerder moet er vertrouwen in hebben dat we het kunnen, en durven loslaten. We maken een merk nooit belachelijk en houden doelstellingen altijd in de gaten. HEMA gaf ons zelfs carte blanche toen we afgelopen najaar een campagne maakten ter ere van hun negentigjarig bestaan - een campagne waarvoor we een Cross Media Award en DIA Award wonnen en die met goede cijfers werd gewaardeerd. Als je allerlei concessies moet doen en compromissen moeten sluiten, wordt het nooit beter.’’ Haken daardoor weleens adverteerders af? ,,Natuurlijk is het soms spannend en gaan niet alle voorstellen door. Maar gelukkig kloppen veel merken juist bij ons aan vanwege onze eerlijke aanpak. In reclames draait het altijd om perfecte leventjes, maar dat is niet de realiteit. Bij ons mag het eerlijk zijn, raken, schuren, verrassen en humor hebben. Die merkwaarden moeten in alles zitten wat we doen, maar je moet ze ook voelen. Daar hopen we het onderscheid mee te kunnen maken.”

 
Lessen uit de praktijk
Maar zelfs LINDA. heeft de waarheid niet in pacht: het is ook voor dit mediamerk een kwestie van veel uitproberen, bijsturen en aan de knoppen draaien. ,,Op het gebied van contentmarketing hebben we geleerd dat het inzetten van een (branded) videoformat altijd ondersteund moet worden met een bredere campagne voor optimaal resultaat,” zegt Hermans. ,,Zo zagen we direct een match tussen de mini-crimi ‘De Vlucht’ op LINDA.tv en onze klant Seat. De hoofdpersoon van die serie rijdt in een Seat Ateca en Seat is als partner zichtbaar op alle kanalen. We organiseerden een escaperoom in een Seat Ateca en bezoekers van LINDA.nieuws konden via een game het mysterie van ‘De Vlucht’ helpen oplossen. Ook hier geldt: Seat & LINDA. zijn samen de afzender. Deze  content is net zo goed als onze redactionele content. Dat werkt het allerbeste.” Ook op organisatorisch niveau ontwikkelt het mediamerk zich verder. Zo heeft LINDA. nu een ‘plateaujaar’: ,,Een jaar waar we investeren in onze bestaande producten, zoals LINDA. magazine, en in onze collega’s. We zijn uitgegroeid van een start-up naar een groter bedrijf en dat brengt verandering en vragen met zich mee. Hoe is de organisatie ingericht en hoe kunnen wij als managementteam beter worden? We zijn goede mediamakers, maar nog geen uitstekende coaches. Als je keihard werkt en dat ook van anderen verwacht zonder te signaleren dat het niet goed gaat, kan het mis gaan. We hebben hulp gekregen van Coach020 en iedereen heeft een van de trainingen gevolgd met titels die typisch LINDA. waren: ‘Het kutgesprek’, ‘NUevenniet’ en ‘Hallo hoort u mij’. Volgens mij heeft het iedereen veel inzichten geven.”

 
Data verzamelen
Veel merken worstelen met hun digitale transitie, zegt Hermans: ,,Ze laten marktonderzoek uitvoeren en gaan op basis daarvan iets maken. Terwijl je ook moet kijken naar wat er om je heen gebeurt en aanvoelen wat er speelt.” Dat aanvoelen doen ze bij LINDA. ook: ,,We bedenken best veel op ons onderbuikgevoel. Al hebben we ook een enorme bak met data, waar we nog meer mee willen doen. Onze databronnen zijn nu nog vrij versnipperd: zo verzamelen we gegevens op LINDAnieuws en LINDA.tv. Die moet je op een veilige en juiste manier aan elkaar knopen om crossmediaal goed in beeld te krijgen wie op welk moment wat met je merk doet. Zijn het dezelfde gebruikers, is er overlap, hoelang kijken ze ergens naar? Is het inhoudelijk goed, werkt het technisch? Het marketingteam moet hier inzicht in krijgen, maar ook het redactieteam, zodat dat artikelen kan analyseren. De volgende stap is alles op elkaar aansluiten, zodat je kunt bedenken waar je de activatie op het juiste moment voor kunt inzetten. Hoe kun je consumenten laten kennis maken met andere producten van LINDA. en hoe geef je ze wat ze willen? Belangrijker nog: hoe kun je een langetermijnrelatie opbouwen met ze? Een grote uitdaging, waar veel bedrijven mee worstelen. We zijn er volop mee bezig. Als we data mixen met onze creatie, worden we nog relevanter voor de consument en adverteerder.” Ook in het plateaujaar is er dus meer dan genoeg te doen om LINDA. het Bureau verder te ontwikkelen. En op de lange termijn? Vooral veel succesvolle campagnes blijven maken die impact hebben en creatie en technologie combineren.”

 
Tips voor adverteerders
1: Betrek LINDA. het Bureau in een vroeg stadium. Vaak hebben adverteerders al heel concreet in gedachten wat ze willen en vragen ze ons om een sausje. Maar de beste samenwerkingen ontstaan als we from scratch kunnen meedenken.”

2: Speel meer met humor. Humor is een lastig begrip, maar er mag meer relativering in campagnes. Het draait vaak om shiny happy people, maar de realiteit is vaak anders. Het moet echter, schurender, grappiger. De HEMA-campagne met de worst- en tompouce-shirts tijdens de Gay Pride vorig jaar had de knipoog die ik vaker zou willen zien.”

3: ,,Ga er als marketeer van een merk vaker op uit, maak kennis met interessante start-ups en ontmoet creatieve geesten. Ik probeer hier eens in de twee weken zeker een ochtend voor te blokken. Het geeft me veel inspiratie en energie.’’

 
LINDA. in cijfers
-Gemiddelde verkochte oplage LINDA.magazine: 233.000 exemplaren

-Bezoekers LINDAnieuws.nl: 3.500.000 (mei)

-Facebook likes LINDAnieuws.nl: 542.090 (mei)

-Gebruikers LINDA.tv-app: 313.692 (mei)



Foto Leanne Hermans, Jesje Veling Photography
 
 
 
  7161 Hits
  2 Comments
7161 Hits
2 Comments

‘Appie Today had net zo goed JUMBO TV kunnen heten’

‘Appie Today had net zo goed JUMBO TV kunnen heten’
De Content Radio Show deel 1

Het was een goed idee van contentmarketingexpert Cor Hospes. Hij wilde wel een podcast beginnen. Nou ja, dan doen we dat. De ‘Content Radio Show’ gaat het heten. We zouden bij elkaar komen, de stand van het vak bespreken, wat cases kritisch doornemen. Goed plan toch?

 
Prima idee, niets mis mee dus we maakten een afspraak bij Head to Head en ik regelde een technicus die er iets moois van zou maken. We spraken een klein uurtje over TMG, Sanoma, het online kanaal van AH en de vrolijke jongens en meiden van de EO die mooie content maken. Natuurlijk moesten we even aan elkaar wennen - de voorzetman en de afmaker - maar het leverde goede verhalen op. De technicus maakte een mooi intro, regelde een muziekje en dan moesten we alleen nog even de shownotes bij elkaar harken. Helaas liep het allemaal iets anders en doopten we onze pilot van De Content Radio Show om tot ‘Henk ten Cate’, de beste podcast die er nooit kwam. Wat het probleem is? Ach, we zijn prima te verstaan, maar er zit teveel echo op de opnames. De kekke industriële ruimte waar we de ‘Content Radio Show’ opnamen was simpelweg te hol en gordijnen en kleden waren even niet voor handen. Gaat de podcast echt door het leven als de beste podcast die er nooit kwam? Neuh, want we hebben er gewoon een verhaal van gemaakt, zoals alles in het leven een verhaal is. En die show? Liefhebbers en vrienden kunnen altijd vragen of ze even mogen luisteren….En  oh ja, we gaan gewoon verder hoor. Volgende keer gaat de technicus mee met al zijn topapparatuur en dan wordt deel 2 weer geweldig. Zeker weten? Zeker weten.

 
Kletsen over onze achtergrond…In het begin van de podcast praten we wat over onze achtergrond. Allebei hebben we een journalistieke basis, zie voor de mijne deze site. Cor maakte al een magazine toen hij elf was en ging later vooral schrijven over lifestyle, reclame en management. Op een dag werd hij gevraagd een boekje te schrijven over Guerilla Marketing en zo rolde hij de marketingwereld in. ,,Ik wilde nog wel in de journalistiek werken, maar de journalistiek niet met mij. Hoofdredacteuren vonden internet een minderwaardig medium en ik wilde verder. Met veel tijdschriften waarvoor ik schreef, is het niet vrolijk afgelopen.’’ Hij liet de journalistiek achter zich. ,,Dat is zo,’’ zegt Hospes, ,, maar in mijn hart blijf ik altijd journalist. Ik stel nog steeds dezelfde vragen, maar nu maak ik van de antwoorden een strategisch advies. Het draait voor mij in contentmarketing om dezelfde W’s; wie, wat, waar en waarom. Het gaat om verhalen vertellen, het is allemaal niet zo moeilijk.’’

 
Denken als een uitgever…Allemaal aardig, maar bedrijven willen toch vooral hun producten verkopen? Ze moeten wel denken en doen als een uitgever, maar zijn het niet. Hospes knikt. ,,Natuurlijk wil een merk uiteindelijk verkopen. Met je verhalen wil je als merk bouwen aan een loyale audience,’’ zegt hij. ,,En die drukt heus wel af en toe op een salesknop. Maar dat vergt geduld. Contentmarketing is als een verkiezingsprogramma. Je moet zorgen dat je audience je gaat vertrouwen, waarna ze op je gaan stemmen.” Vertrouwen kweek je niet als je je verhalen lardeert met salespraatjes. Daarom ook moet marketing met zijn handen van content afblijven, zegt hij, want dan gaat het te vaak fout. ,,Marketeers zijn gewend om te zenden, terwijl het bij contentmarketing draait om audience first, audience first, audience first.’’ Toch is de marketingafdeling meestal in de lead bij contentmarketing projecten? ,,Dat is misschien de reden waarom die vaak uitglijden in campagnepraatjes. Marketeers zijn gewend te werken met reclamebureaus. Die maken copy, bedenken filmpjes en grappige inhakers, allemaal leuk en waardevol, en ze denken in campagnes, en het liefst moeten die prijzen winnen ook. Ze kunnen niet denken in journalistieke verhalen, niet gek, dat zit ook niet in hun bloed.’’

 
De basis voor goede content is altijd het merk
Ik duik even in de rol van vragensteller, die rollen wisselen trouwens in zo’n podcastsetting wat rigoureuzer dan in een interview. Even wennen. Ik vraag hoe aan de ene kant de journalist, de contentmaker die denkt aan zijn publiek en aan de andere kant de marketeer, de zender, het dan eens worden. Want dat is toch echt nodig voor een goed contentconcept. Lastig, zegt Hospes. ,,Dat campagnedenken is hardnekkig, merk ik. Prima als dat een vertaling is van het merk-DNA, maar daar gaat het dikwijls mis. Waarom hoort dit bij het merk? Waarom kan dat merk alleen maar de afzender van dít verhaal zijn? Wanneer je als merk je DNA al niet helder hebt, ja, hoe wil je dan communiceren. Dan doe je morgen X en overmorgen Y. Je moet niet beginnen met ‘we willen nu een inhaker’, maar bij het merk. Je ziet te vaak het tegenovergestelde. En daarbij offeren ze hun ziel op. Daar heeft Maarten Bakker van BVH recent nog een leuk boek over geschreven. Zeer lezenswaardig.”

 
De oplossing: een redactiestructuur…We bedenken samen - niet revolutionair want vaker gezegd - dat een redactiestructuur goed zou werken voor een sterk contentconcept. Een vrolijke club mensen bestaande uit een schrijver, een filmer, een marketeer en nog een paar makers met aan het hoofd een goede hoofdredacteur die het proces van merk tot publiek bewaakt. Iemand die de basis, de contentstrategie altijd voor zijn neus heeft en die creatieve mensen aan het werk zet, ze een deadline geeft want daar houden ze van. ,,In het buitenland werkt dat al op grote schaal zo; Jyskebank en Marriott doen het zo, in Nederland nog te weinig.’’ We komen op ‘Interpolis’ waarvan een vertegenwoordiging tijdens het Contentmarketing & Storytellig Event vorig jaar vertelde over de mislukte newsroom. Er was in Tilburg een ruimte ingericht waar mensen aan allerlei content over Interpolis konden werken. Hoewel de twee vrouwen destijds op het podium nog een beetje zochten naar een verklaring voor het falen, was het redelijk duidelijk; geen hoofdredacteur die de rode draad en de deadlines in de gaten hield en geen strategisch plan. ,,Je hebt gelijk, maar ik hoop dat ze het in Tilburg wel gaan oppakken want als er één merk een duidelijk profiel heeft dan is het wel Interpolis.’’

 
Iets met luiers volschijten…Waarom lukt het in de VS wel met goede contentmarketing cases? ,,Daar is het natuurlijk allemaal bedacht, in Nederland zitten we nog naar elkaar te kijken. Langzaam gaat het iets beter, we lopen nog in onze luiers en we schijten die luiers vol met ‘me too-shit’. Ik ben nu een aantal jaar hoofd jury van de Spin Awards en…ja…..dit jaar was het aanbod heel slecht. Vorig jaar was er onder meer nog een fraaie longread van de NOS en LINDA.tv.” We hebben het over kranten waar de vernieuwing zo langzaam lijkt te gaan. Waarom maken kranten nog niet op grote schaal tv, radio en podcasts? Waarom maken ze geen documentaires over stevige onderwerpen en waar blijven de RADAR-achtige miniredacties met de beste filmers, fotografen en nieuwsjagers van rond de 30 die het verschil maken, die weten wat jongeren willen? Waarom heeft een rebellenclub als Follow The Money de ene na de andere scoop terwijl er daar nauwelijks budget is? Cor denkt dat gebrek aan samenwerking een voorname oorzaak is. ,,Ik snap niet waarom media niet veel meer samenwerken: Parool en AT5 zijn toch voor elkaar gemaakt? Dan wordt het toch ook veel interessanter voor adverteerders? Zou het Nederlands zijn? We zijn gewend om over de hele wereld connecties te maken, maar in Nederland denken we dan weer heel klein.’’

 
De mislukte multimediastrategie van Sanoma…Via het gebrek aan samenwerking belanden we bij Sanoma dat SBS verkocht is aan John de Mol. Het bedrijf geloofde ooit in de integratie van tv met de magazinetitels, maar dat werkte voor geen meter. Ik vertel over de columns van Marianne Zwagerman en een sterk NRC-stuk van Reinier Kist waarin wordt gesteld dat multimedia samenwerking een leuke theorie is, maar lastig in de praktijk. In NRC stond het voorbeeld van het SBS-programma Shownieuws dat al jarenlang samenwerkte met Privé-baas Evert Santegoeds die natuurlijk bij concurrent TMG werkt. Volgens de schrijver van dat verhaal zou Santegoeds vervangen moeten worden voor de Storybaas (wel Sanoma), maar dat weigerde de redactie. Zie daar het verschil tussen de theorie en de praktijk..Cor vraagt waarom die multimediale inzet bij het merk ‘Linda’ wél werkt. Ik denk dat het komt doordat de redactie van Linda redeneert vanuit één merkgedachte. De samenwerking tussen Nu.nl en Veronica rond de Champions League is prima, maar het zou nog beter functioneren als dat vanuit een voetbalmerk zou zijn; NuSport TV. Cor: ,,Dus de learning is: begin als één merk en ga van daaruit de verschillende kanalen vullen met altijd één centrale gedachte.’’

 
Nog maar eens redeneren vanuit het merk
Van de beste contentmarketingconcepten is volkomen duidelijk waarom het gemaakt is. Het lijkt zo gemakkelijk; Red Bull (maar verder gaan we het niet hebben over deze tikkie belegen case) geeft vleugels en focust op sport en muziek. Maar het gaat nog vaak mis en - noem me naïef - ik kan zo moeilijk geloven dat het onwil of onkunde is. Cor: ,,Prachtig wat KPN doet met KPN Presenteert - muziek, sport, tv-series - maar er zit geen enkele merkgedachte bij.’’ Ik geloof het gewoon niet, als zo’n merk iets op marketinggebied doet dan schuiven daar toch allerlei slimme, grootstedelijke jongens en meiden aan van vierletterige bureaus? Die zijn toch op aarde om het merk te bewaken? ,,Nee,’’ zegt Cor. ,,Bedrijven durven geen keuzes te  maken. Richten zich het liefst op iedereen. AH zegt Everybody Appie, maar je kunt er simpelweg niet zijn voor iedereen. De massa is bedacht door de massamedia en je weet hoe het daarmee gaat aflopen.’’

 
Appie Today…bemoedigend conceptAha (flauw). Vindt hij Appie Today, het online tv-kanaal van AH geen goed concept? ,,Ik vind het heel bemoedigend dat AH een online kanaal is begonnen. En veel collega-marketeers houden dit kanaal in de gaten. Probeer maar, durf te experimenteren, prima. Maar dan vertelt zo’n CEO dat ze het vooral voor jongeren maken, maar ik zie helemaal geen jongeren voorbijkomen of iets wat hen interesseert. Ik zie alleen maar logo’s en bussen vol ouderen. En kijk ook naar de tone of voice, pff. Albert Heijn, kijk naar #BOOS van Tim Hofman of BEAM van de EO. Dat wordt op een jonge manier online TV gemaakt. En vind je het ook niet irritant dat alles maar in die winkel plaatsvindt? Dit gaan jongeren echt niet delen. We gaan even naar de stelling van de dag kijken, kom op zeg! Het heeft geen centrale gedachte, als je zegt dat het JUMBO TV is dan zou het ook kunnen. Wat maakt het des Albert Heijns? Dat komt doordat het niet gemaakt wordt door een onafhankelijke journalistieke redactie.’’ Cor kijkt op internet wie de hoofdredacteur is. ,,Monique Bergers, nee, haar LinkedIn-profiel vermeldt geen redactionele achtergrond, en zij is heel jong en onervaren. Je moet echt een zwaargewicht op zo’n positie zijn, vooral binnen Albert Heijn. Ik heb jarenlang geschreven voor Allerhande. Daar willen marketeers en productmanagers echt over elk woord een plasje doen. Als je het zo groots aanpakt als AH, en zoals ze ook Allerhande aanpakken, dan moet je toch ook je online tv-kanaal professioneel aanpakken? Ik bedoel, Allerhande, daar zit ook een ervaren redactie op, met een duidelijk redactioneel format, een eenduidige redactionele missie enzovoorts. Het is nu net alsof ze het er een beetje bij doen, want ja, het is toch online, en we vinden Allerhande belangrijker.”

 
Openingszinnen over vissen en lopen over waterNu het online programma toch is gevallen, BEAM TV van de EO. ,,Iedereen heeft vooroordelen over de EO, maar het is echt heel leuk. Ze hebben christelijke openingszinnen op basis van de bijbel, piemelpraat, prachtige titel voor een rubriek, en prikkelvragen zoals: ‘Woont God in een camper’ of: ‘Heeft God een huisdier?’ Want ja, ik noem maar even een filosofisch vraagstuk, en ook hun animaties zijn tof. Er zijn veel formats, je ziet aan alles dat ze weten wie er kijken. Dus ik zou zeggen: AH kijk goed naar BEAM! En weet je wat ook werkt online? Ze hebben zelfspot en dat is ver weg in die AH-films. Het voordeel is misschien dat de EO precies weet waar het voor staat als merk, en dat ze weten voor wie ze het maken.’’ Toch nog even iets wat ik me niet kan voorstellen, Unilever en Heineken hebben toch allang een redactie van twintig mensen met een ervaren hoofdredacteur die precies weet hoe je jongeren bereikt? Die zeggen toch echt niet meer tegen de grote influencerbaasmeneren: hebben jullie nog iemand in de aanbieding? Hospes: “Veel merken zijn jarenlang voor de gek gehouden door hippe social media bureaus met grappige inhakers, want, wat moesten ze anders op sociale media, echt, de meeste merken hadden geen flauw idee. Ongoing content, video series nog nooit van gehoord. Dus probeerden ze het met vloggers die van maandag tot en met donderdag juichen voor merk A, en een week later juichen voor het concurrerende merk B. Wat ik eerder zei, het gaat bij contentmarketing om het opbouwen van vertrouwen en dat bouw je niet op met vloggers en zelfbenoemde influencers, want echt, lieve mensen, dat kun je ook worden binnen enkele weken, die zich gedragen als spammende reclamezuilen. Maar ja, merken willen blijkbaar gewoon bedrogen worden omdat ze het ook niet weten.’’

Nou ja, genoeg te bespreken dus in de Dick Advocaatversie van deze podcast. Tot volgende keer…ergens in mei nog.          
  1747 Hits
  1 Comment
1747 Hits
1 Comment

Uitgevers: hoe nu verder?

Uitgevers: hoe nu verder?

Dat de uitgeefwereld sinds meer dan een decennium te maken heeft met allerlei ‘uitdagingen’, is geen nieuws. Teruglopende printoplages, dalende advertentie-inkomsten, grotere concurrentie van digitale spelers en dalende tv-kijktijden. Veel publishers maakten grote slagen om mee te kunnen in het nieuwe tijdperk, maar er zijn nog veel uitgevers die het simpelweg niet weten. Dit zijn de twee grootste uitdagingen.

 
1. Je publiek nog steeds niet kennen
Hoe gek het ook klinkt, er zijn nog steeds veel uitgevers die in de achteruitkijkspiegel kijken om te proberen vooruit te komen. Ze zien nieuwe spelers  - online publishers als VICE, of innovatieve partijen als Blendle - eerder als gevaar voor hun eigen business dan als inspirerend voorbeeld. ,,We moeten iets met internet of nieuwe media.” Leuke zin die je misschien in 1995 nog hardop kon zeggen, toch zul je hem nog steeds wel eens ergens horen. En het frappante is: deze mensen zijn zelf ook mediagebruikers.
In Nederland is bijvoorbeeld de tijdschriftenbranche pas laat gaan inzien dat er digitaal en met events een enorme slag kon worden geslagen. Maar ondertussen hielden veel bladenmakers vast aan een - dunner wordend - blad en een site met daarop het nummer van de klantenservice en een PDF van het printnummer. Ook werd er hard gesaneerd op redactioneel vlak en daarom wordt menig tijdschrift tegenwoordig gemaakt met tweeëneenhalve stagiaire.
In Nederland zette het blad Linda - gelukkig - de toon van hoe je een tijdschriftmerk op verschillende manieren kunt exploiteren. Het team daar weet namelijk precies wie het publiek is, wat deze groep wil en ook wat men niet wil. Door online aan een platform te bouwen, met ook een videokanaal, door events te organiseren en door spin-offs te maken (L’Homo, Linda Meiden). Linda noemen als lichtend voorbeeld voor de tijdschriftenbranche een cliché? Misschien, maar er is nog niemand die het merk hier geëvenaard heeft.

In de traditionele tv-wereld zijn er spelers die nu pas een beetje wakker worden en beseffen dat nog maar een deel van de kijkers de beeldbuis om zeven uur aanzet en uitschakelt als men gaat slapen. Ze houden nog steeds vast aan de kijkcijfers van SKO en baseren daarop of ze wel of niet succesvol zijn met programmacontent. Maar ze kennen hun kijker eigenlijk helemaal niet zo goed. Want wie vertelt hen wie er daadwerkelijk naar het betreffende programma heeft gekeken en hoe intensief? Ziggo en KPN, maar ook Videoland en op grotere schaal Netflix kennen hun kijker wél precies en zullen daar ook op inspelen. Op sociale media als Twitter en Facebook laat het kijkpubliek zelf weten wat het van bepaalde programmacontent vindt. Ook die ‘kijkgegevens’ zouden eens meegenomen moeten worden.
Daarnaast wordt sommige programmacontent online beter bekeken dan lineair, omdat het daar misschien beter past, of omdat daar juist dat jongere publiek zit dat niet graag meer lineair kijkt. Ook daar wordt nog te weinig mee gedaan.

In de radiowereld bouwt het nieuw gevormde Talpa Radio niet voor niets aan een strategie waarbij het profielen gaat verzamelen. Velen luisteren nog naar FM-radio, maar zijn ondertussen ook interactief: geeft een like op de Facebookpagina of doe mee aan een prijsvraag. Zo leren ze de luisteraar echt kennen. Want een radio-onderzoek op basis van dagboekjes zegt vrij weinig. Elk zichzelf respecterende - Nederlandse - uitgever zorgt er anno nu dus voor dat hij weet wie zijn lezer, kijker, luisteraar, consument is. En zorgt er ook voor dat die bediend wordt met content waar deze om vraagt. Niet zelden is dat content met een lokale component.

 
 
2. Te grote focus op advertenties
Ook de advertentiemarkt is de afgelopen vijftien jaar sterk veranderd. Veel adverteerders vertrokken naar digitaal en daar leveren advertenties veel minder op dan de good old printadvertentie of de tv-GRP. De traditionele publishers en mediabedrijven hebben de afgelopen jaren online reclame massaal omarmd. Programmatic advertising brak door en was een extra handige manier om reclame uit te serveren. Maar ja, de automatisch startende banners of reclamevideo’s doen pijn aan je ogen. Het probleem met ‘programmatic’ is dat er vooral op prijs wordt gehandeld en nauwelijks op omgeving, of het door uitgevers nog veel gebezigde woord Umfeld.

Adverteerders zijn wakker geschud - daar heeft de adblocker discussie zeer aan bijgedragen - en keren zich af van programmatic als ze niet weten waar hun advertentie wordt uitgeserveerd (en dus niet de doelgroep bereiken). Daarom kiezen steeds meer merken voor contentmarketing, ook al moeten we nou niet meteen denken dat het dé gouden greep van nu is en het traditionele advertising gaat vervangen, zoals De Persgroeps Willem-Albert Bol in dit artikel al terecht adresseerde. Het voordeel van deze ontwikkeling is dat er een kwaliteitsdiscussie op gang is gekomen: betere advertenties leveren uiteindelijk meer op.

De tv-reclame is eveneens aan erosie onderhevig. Het op de massa schieten is voor steeds meer adverteerders passé (neem Adidas) en veel tv-reclames zijn vaak net zo stomvervelend als online banners. Gelukkig zijn er nog steeds adverteerders die prima merken kunnen bouwen met tv-reclame - neem supermarktketen Jumbo - maar dat zijn er niet veel meer. Cijfers van het afgelopen jaar wijzen uit dat de daling van de kijktijd én de daling van tv-bestedingen hand in hand gaan.
Het aloude “model” gebaseerd op SKO-cijfers vertoont steeds grotere scheuren, maar voor de traditionele tv-partijen werkt het nog steeds: ze halen nog altijd bakken met geld binnen dankzij de tv-GRP. Daarom hebben de grote tv-partijen nog altijd drie (NPO) of zelfs vijf (RTL en SBS) lineaire tv-zenders.
Maar ze vergeten, zoals Head to Heads Henk Burgerhout terecht zegt in dit artikel, dat het om de impact gaat en minder om het (massa)bereik.

 
Wat hebben uitgevers nodig?
Dit is een gegeven:
- De consument (de lezer, de kijker, de mediagebruiker) bepaalt.
- De consument wil kwaliteit van content, mediaomgeving en techniek (snelheid/gebruiksgemak).
- De consument zal dat laatste de komende jaren in nog grotere en snellere mate willen.
- De omzetten uit oude advertentiemodellen komen écht niet meer terug, de nieuwe advertentiemodellen leveren echter nog altijd minder op dan de oude.

 
Dit is ook een gegeven- Alles is tegenwoordig te meten. Elke klik en elke view.
- Er is een enorme bak met data die een enorme bak aan inzichten geeft.
- Publishers hebben veel meer kanalen tot hun beschikking dan vroeger en kunnen de mensen die ze willen bereiken ook daadwerkelijk bereiken. Eén op één indien gewenst (en dat geldt ook voor merken).

 
Wat is er nodig?- Het besef als uitgever dat je met kwalitatief sterke merken een vast en trouw publiek  (én nieuwe aanwas) trekt. Investeer dus in je merken en zorg dat je precies weet wat je publiek wil. Zorg dus voor een aantal goede data crunchers in je organisatie, maar ook voor een sterke redactie en productie.
- Samenwerking met andere publishers of partijen in de branche om je businessmodel(len) te versterken. Als je als publisher ergens minder goed in bent, kijk dan naar welke partij je daarin kan versterken.
- Zorg voor vernieuwing in marktcijfers: een nieuwe gezamenlijk bereikonderzoek van de lokale (media)partijen met de wérkelijke cijfers, aangevuld met (panel)onderzoeken naar impact
- En ook: één nationale currency, bijvoorbeeld afrekenen op cost per view.
- Tot slot: schiet daar wel een beetje mee op, het is inmiddels 2017.

 
  1791 Hits
  1 Comment
1791 Hits
1 Comment

Sanoma verkoopt SBS aan Talpa

Sanoma verkoopt SBS aan Talpa

Hoofddorp, 10 april 2017 - Sanoma is voornemens haar 67% aandeel in SBS Broadcasting (SBS) te verkopen aan medeaandeelhouder Talpa Holding (Talpa). Sanoma ontvangt een netto bedrag van EUR 237 miljoen en verkrijgt 100% van de aandelen van Veronica Uitgeverij als onderdeel van de transactie. Talpa wordt als gevolg van deze transactie 100% eigenaar van SBS (SBS6, Veronica, Net5, SBS9). De voorgenomen verkoop en acquisitie zijn onder voorbehoud van gebruikelijke condities inclusief de goedkeuring van toezichthouders. De transacties zijn naar verwachting in Q3-2017 afgerond. 

 
Het voornemen om de aandelen van SBS te verkopen is het resultaat van een strategische analyse van het totale portfolio van Sanoma Group in het najaar van 2016. Sanoma heeft besloten om te focussen op haar zogenaamde ‘strongholds’, die bedrijfsonderdelen die een leidende positie in de markt hebben of kunnen krijgen. Uitkomst van voornoemde analyse is dat Sanoma niet de investeringen kan doen in SBS die nodig zijn om het verder te laten groeien. De verkoop aan medeaandeelhouder Talpa Holding geeft SBS uitstekende mogelijkheden haar positie op de Nederlandse markt verder uit te breiden.

 
Sanoma behoudt in Nederland een sterk portfolio van media merken

In Nederland en België heeft Sanoma met haar digitale en magazine merken een sterke positie. Onderzoek van NOBO toont aan dat Sanoma van de lokale spelers het grootste online bereik heeft in Nederland. De strategie blijft zich richten op het cross-mediaal ontwikkelen van sterke merken zoals vtwonen, Ouders van Nu, LINDA., Libelle, Donald Duck en NU.nl. Sanoma heeft met deze merken reeds een leidende positie op diverse platformen, zoals online video en magazines, en wil deze verder uitbouwen met behulp van marketing en data. Veronica Uitgeverij – bestaande uit Veronica Magazine, Totaal TV en Superguide – wordt nu toegevoegd aan het portfolio en dit biedt uitstekende mogelijkheden voor synergie met de andere merken.

 
Peter de Mönnink, CEO Sanoma Nederland en SBS: “Met de verkoop van onze aandelen verandert voor onze adverteerders op korte termijn niets. Voor de toekomst blijft Sanoma haar sterke merken verder cross-mediaal ontwikkelen via haar magazines, evenementen, online video kanalen, sites en apps, met een nadrukkelijke focus op data en video.”

 
Sanoma en Talpa onderkennen de voordelen van cross-medialiteit en de samenwerking daarin, in het bijzonder op de advertentiemarkt. Op basis van de positieve ervaringen van de afgelopen jaren hebben beide partijen afgesproken om te onderzoeken hoe deze samenwerking ook in de toekomst voortgezet kan worden. Daarbij staat het belang van de markt en de klanten altijd voorop. Alle lopende contracten zullen zoals afgesproken worden uitgevoerd.

 
John de Mol: ‘We begrijpen de strategische keuze van Sanoma, onze medeaandeelhouder waar we zeker de afgelopen jaren goed mee hebben kunnen samenwerken. Tegelijkertijd biedt dit ons een unieke mogelijkheid om 100% eigenaar te worden van SBS. Ik geloof sterk in een onafhankelijk Nederlands multimediabedrijf dat flexibel is om in te kunnen spelen op het veranderende medialandschap. De onderneming die ik wil bouwen kan 24/7 content via verschillende platformen aanbieden. Dit betekent dat SBS onderdeel gaat worden van een geheel dat veel breder is dan alleen televisie.’

 
  6243 Hits
  0 Comments
6243 Hits
0 Comments

Sanoma | SBS en SAMR lanceren BSR Quality Planner

Sanoma | SBS en SAMR lanceren BSR Quality Planner

Het crossmediale mediabedrijf Sanoma | SBS en marktonderzoeksbureau SAMR (SmartAgent MarketResponse) lanceren gezamenlijk de BSR Quality Planner. Dit is een nieuwe kwalitatieve tool die aan mediaplanning een extra dimensie toevoegt; naast de gebruikelijke socio-demografische gegevens beschikken we nu ook over psychografische gegevens.

 
De BSR Quality Planner geeft inzicht in de uitstraling en betekenis van merken, zowel productmerken als mediamerken. Paulien Schieven, Marketing Directeur bij SAMR: “De BSR Quality Planner is een kwalitatieve tool op het gebied van mediaplanning. Met behulp hiervan kunnen we betere en slimmere matches maken tussen product- en mediamerken, op basis van hun positie in het BSR-model of de campagnedoelstelling”.

Daarnaast biedt de BSR Quality Planner ook inspiratie voor creatie. De toegekende merkwaarden en eigenschappen geven richting bij het ontwikkelen van concepten en branded content. Paulien Schieven: “Schieten met hagel is niet meer van deze tijd. De BSR Quality Planner geeft antwoord op de vraag wat je moet doen om de gewenste doelstellingen te behalen, en waarom.”

Dennis Hoogervorst, Senior Consultant B2B Strategy & Insights bij Sanoma | SBS: “Met de BSR Quality Planner krijgt het alom geprezen 'quality planning-systeem' , dat zo’n 20 jaar geleden werd geïntroduceerd door Sanoma-voorloper VNU een grondige update en nieuwe kwaliteitsimpuls. Juist in het snel veranderende medialandschap van vandaag de dag is inzicht in passende merk-mediacombinaties van groot belang. In een nieuwe tool maken we dat praktisch toepasbaar.”

 
Grootschalig onderzoek
Voor de totstandkoming van de BSR Quality Planner is grootschalig onderzoek verricht: ruim 150 merken, zowel productmerken als mediamerken, werden beoordeeld door in totaal meer dan 7.000 consumenten. Zij hebben dat gedaan aan de hand van een vragenlijst die gestoeld is op het Brand Strategy Research (BSR)-model. Voor elk merk is binnen de eigen productcategorie gemeten welke positie het heeft in het BSR-model en hoe het associatienetwerk van eigenschappen/waarden er voor dat merk uitziet.

Dennis Hoogervorst: “Met haar crossmediale portfolio is Sanoma | SBS in staat bijna elke consument in Nederland te bereiken. De BSR Quality Planner helpt om perfect passende combinaties en creatieve oplossingen aan zakelijke partners aan te bieden. We zullen de bevindingen dan ook actief met de markt gaan delen.”

 
Over Sanoma | SBS
Sanoma | SBS is het meest veelzijdige mediabedrijf van Nederland en weet met ruim 50 crossmediale wekelijks 13,1 miljoen Nederlandse consumenten te bereiken via tijdschriften, tv, evenementen, content marketing, e-commerce, websites en apps. Door de koppeling van content en het toepasbaar maken van de beschikbare data ontwikkelt Sanoma | SBS succesvolle datagedreven marketing oplossingen voor haar klanten. Sanoma | SBS kent een breed portfolio aan A-merken, waaronder AutoWeek, Donald Duck, Flow, Kieskeurig.nl, Libelle, LINDA., Margriet, Net5, NU.nl, SBS6, Scoupy, Share a Perfect Day, VIVA, vtwonen en Veronica. In 2016 won het mediabedrijf een Crossmedia Award voor de beste exploitant voor geïntegreerde, multimedia communicatiemogelijkheden.

 
Over SAMR
SAMR, het marktvindersbureau van Nederland, is een samenvoeging van onderzoekbureaus SmartAgent en MarketResponse. SAMR combineert data creativiteit, kennis van klantgedrag en design thinking. Met hun strategisch 360SAMR™ model geven zij organisaties richting. Factbased onderbouwd. Dat doet SAMR voor vooraanstaande Nederlandse en internationale (non-)profit opdrachtgevers in diverse branches. Gevestigd in Leusden, telt SAMR ruim 50 professionals die zich inzetten om kansen in de markt voor hun opdrachtgevers te vinden.
  2652 Hits
  0 Comments
2652 Hits
0 Comments