Candid. Platform
for growth.

Businessmodellen: 'Fake news zal de redder worden van de journalistiek'

NYT1
Wereldwijd helpt Juan Señor van Innovation Media Global Consulting verschil...
Continue reading
  2578 Hits
  0 Comments
2578 Hits
0 Comments

'Journalistiek, maar dan vanuit een merk'

Dorit
Samen met de aardige mensen van Studio Dokter de Graaf hebben we weer een v...
Continue reading
  3646 Hits
  1 Comment
3646 Hits
1 Comment

Waar blijft de nuance als nieuwsmedia merken worden?

nuance_nieuwsmerken
Je leest het steeds vaker: nieuwsmedia moeten merken worden. Maar hoe zit h...
Continue reading
  1814 Hits
  0 Comments
1814 Hits
0 Comments

Wie wil er betalen voor goede content?

appie-to-day-content
De vraag naar content is flink toegenomen de laatste jaren. Bedrijven schri...
Continue reading
  3624 Hits
  0 Comments
3624 Hits
0 Comments

Journalisten en marketeers: ga bij elkaar op de koffie

Journalisten en marketeers: ga bij elkaar op de koffie

De boycot door Waylon van publieksmedia AD en Telegraaf leert maar weer eens dat journalisten en andere beroepsgroepen zo weinig begrip voor elkaar hebben. Jammer want juist de contentmarketingwereld zit te wachten op wat journalistieke principes.

 
Wat snappen wij journalisten en mensen met een ander vak elkaar soms slecht hè?

Echt, ik probeerde te luisteren naar de argumenten van Waylon om De Telegraaf en het AD te boycotten tijdens het Songfestival, maar ik bleef het maar vreemd vinden. Hij en zijn manager hielden vol dat journalisten toch een taak hebben om het een beetje positief te houden allemaal want dan zou Waylon meer kans hebben. En was toch een gezamenlijk belang?

 
Verhalen in elkaar knutselen
Op kleine schaal krijg ik wel eens volledig nieuwe versies terug van verhalen als ik een advertorial maak. Communicatiemanagers van bedrijven knutselen dan zelf iets in elkaar en daar wordt het meestal niet beter op. Laatst begon mijn verhaal opeens met een quote van Winston Churchill (een doodzonde….samen met de passage ‘wat zegt Van Dale daar eigenlijk over?) en daarna volgde bakken vol jargon. Daarover gesproken; alsof de klant tegen de bakker zegt: prima dat krentenbrood van jou, maar ik haal de krenten eruit en voeg wat maanzaad toe. Tegen mijn opdrachtgever zei ik dat ik het allemaal prima vond, maar of hij even mijn naam boven het verhaal wilde weghalen.

 
Altijd maar ruzie maken
Er is nog wel eens onbegrip tussen journalisten en andere beroepsgroepen. Vaak terecht, maar soms zijn we iets te overtuigd van ons gelijk. Topartiesten, communicatiemanagers van vastgoedbedrijven, maar ook marketeers snappen ons slecht. Niet zo handig misschien want tegelijkertijd wordt het wel de hoogste tijd dat de journalistiek en marketeers intensief bij elkaar op de koffie gaan. Niet om elkaar naar de mond te praten, maar om te kijken of we elkaar ergens kunnen ontmoeten. Er lopen immers heel veel goede journalisten rond en bedrijven hebben steeds meer behoefte aan goede content. Het is misschien niet sexy voor veel journalisten, maar we kunnen echt niet allemaal op de redactie van NRC of Volkskrant aan de slag en in het bedrijfsleven en bij vakbladen zijn leuke dingen te doen. Bovendien; vooral freelancers die hechten aan hun vrijheid zullen voor het geld ook wel eens een verhaaltje voor ABN of ING moeten tikken, maar het gaat nog zo vaak mis door onbegrip.

 

De wet van Sheridan

In zijn boek They Ask You Answer van Marcus Sheridan (jullie weten toch? De man die ooit zijn zwembadbouwbedrijf groot maakte met contentmarketing) noemt hij tien kwaliteiten van goede contentmarketingmanagers: Schrijftalent (,,je kan een marketeer niet leren schrijven, maar een schrijver wel iets van marketing bijbrengen.’’), eindredactionele ervaring, verstand van social media, kunnen interviewen, iets weten van video editing, een aardig mens zijn, (want veel contact met anderen), een beetje kunnen organiseren, van cijfers houden en buiten de gebaande paden kunnen denken.

Volgens Sheridan kun je deze kwaliteiten eigenlijk alleen maar vinden in de beroepsgroep ‘journalistiek’. ,,Wijzelf huren vooral recent afgestudeerde journalisten in en brengen hen dan de principes van marketing bij.’’

En daarin schuilt waarschijnlijk toch de holy grail als je een kritische analyse maakt van het incident van Waylon en al die andere voorvallen die daar op lijken. Natuurlijk, zouden de marketingmanager en de artiest iets meer begrip kunnen hebben voor ons journalisten. Ze moeten misschien beseffen dat wij altijd in het belang van het publiek (zouden moeten) denken en niet aan het belang van de geïnterviewde. Maar goed, dat ligt buiten ons beïnvloedingsveld, zouden we zelf ook iets kunnen ondernemen?

 
Iets nederiger opstellen
Want zo briljant zijn we niet altijd hè? Zo volwassen is het toch niet om Waylon opeens de hemel in te prijzen als hij even niet met ons wil praten? Ja, wij moeten soms proberen ons iets nederiger op te stellen, met begrip voor het vak dat de ander uitoefent. Artiesten zijn natuurlijk zeer autonome mensen die juist baat hebben bij het niet-sluiten van een compromis, ze zijn misschien veel solistischer, eigenwijzer dan journalisten. Moeten dat ook zijn. En als de artiest besluit dat hij wat dansers op een podium wil dan moeten journalisten dat misschien ook eens accepteren. Of zoals Songfestival-kenner en journalist Cornald Maas zegt: kritiek mag natuurlijk, maar dat geeft een artiest ook het recht om zijn eigen keuzes te maken in met wie hij van de media praat.

Marketeers zijn misschien van oudsher gewend om te zenden, om te vertellen hoe geweldig een nieuwe dienst of een bepaald product is. Die impuls wordt echter steeds iets minder en zal er de komende jaren helemaal uitgaan want de macht in de mediawereld verschuift steeds meer naar het publiek. Als ‘de doelgroep’ een commercial verschrikkelijk vindt dan gaat die - via Loden Leeuwen en herrie op social media - snel weer van de buis. Marketeers moeten dus steeds meer in het belang van hun achterban gaan denken en wij journalisten kunnen daar een beetje bij helpen. Niet door arrogant te zeggen hoe de wereld in elkaar zit, maar door steeds te blijven uitleggen dat het uiteindelijk maar om één belang gaat: dat van de kijkers, lezers en luisteraars. We zijn een soort vertalers; marketeers vertellen iets over hun dienst of product en wij maken daar een verhaal van dat het brede publiek graag ziet, leest of hoort. Niets meer, niets minder, ieder zijn vak.

 
  2613 Hits
  1 Comment
2613 Hits
1 Comment

De eerste frank.news video: Marketing is totaal iets anders dan journalistiek

De eerste frank.news video: Marketing is totaal iets anders dan journalistiek
Videoserie: Frank Talks deel 1

Hij is er: onze eerste frank.news video. We noemen het Frank Talks en in deze aflevering praten we over contentmarketing. Dat doen we met de journalisten Lianne Kooistra en André Oerlemans.

https://youtu.be/StMO-fn4Dpg

Frank.news journalist Lianne Kooistra vertegenwoordigt in deze video wat meer de bedrijvenkant van de journalistiek. Ze heeft veel commerciële opdrachtgevers, werkt op dit moment bijvoorbeeld voor Albert Heijn. André Oerlemans daarentegen praat wat meer vanuit journalistiek perspectief over contentmarketing, hij schrijft - behalve voor frank - ook voor AD De Dordtenaar en voor ANP. Wij hebben het idee dat de marketing- en de journalistieke wereld nog veel van elkaar kunnen leren en dat verkennen we in dit gesprek. Oerlemans: ,,Contentmarketing is een marketingtool, maar marketeers moeten zich niet met de inhoud bemoeien. Marketing is totaal iets anders dan journalistiek.’’ Lianne is wat minder uitgesproken. ,,Ik zie het wat minder zwart-wit. Ik schrijf gewoon verhaaltjes en die moeten gelezen worden.’’

We verkennen de grenzen tussen journalistiek en marketing en dat komt eigenlijk vooral neer op: laat iedereen gewoon doen waar hij of zij goed in is dan komt het allemaal prima in orde. Natuurlijk komen er ook wat cases of cases in oprichting voorbij. Wij vinden bijvoorbeeld dat Tikkie van ABN Amro jongeren kan helpen om niet teveel geld uit te geven en zien ook wel iets in een intensieve samenwerking tussen muziekwebshop Bax en tijdschrift Oor.

Wat vonden jullie van onze eerste video? Dat kan je hieronder aangeven of mailen kan ook via Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.. Oh ja en dan onze eigen contentmarketing; als jullie onze video’s willen sponsoren? Graag natuurlijk.  
  8209 Hits
  1 Comment
8209 Hits
1 Comment

NU.nl-hoofdredacteur Gert-Jaap in de podcast: Ik had van Nieuwe Revu het nieuwe VICE moeten maken

NU.nl-hoofdredacteur Gert-Jaap in de podcast: Ik had van Nieuwe Revu het nieuwe VICE moeten maken
PODCAST: DE VAKMANSCHAP IS MEESTERSCHAP TAPES DEEL 3

Sinds 2013 is Gert-Jaap Hoekman hoofdredacteur van NU.nl. We spreken hem over de grens tussen commercie en redactie, zijn oude liefde Nieuwe Revu en zijn nieuwe: de podcast. Oh ja..en over ANP natuurlijk.

 
[iframe height="100" width="100%" frameborder="0" scrolling="no" data-link="https://www.podbean.com/media/player/fwqie-8e2860?from=yiiadmin" src="https://www.podbean.com/media/player/fwqie-8e2860?from=yiiadmin"]



Hoekman werd in 2013 hoofdredacteur van NU.nl nadat hij een jaar daarvoor overkwam van Nieuwe Revu dat destijds ook van Sanoma was. ,,Eigenlijk sloeg het nergens op dat ik hier ging werken want ik had niet zoveel met dagelijks nieuws, wel met digitale technologie. Wat ik meenam was dat ik bij Nieuwe Revu leerde om de vertaalslag te maken van iets wat gebeurt naar een verhaal dat langer leuk blijft.’’

 
Over John de Mol die ANP kocht
,,Ik ben wel pragmatisch, maar niet naïef. Wij hebben een contract tot eind volgend jaar en ik ben benieuwd of de koers gaat veranderen. Als hij wil investeren om het ANP beter te maken is dat goed voor de journalistiek. Ik heb hem een keer mogen ontmoeten en toen hadden we het over NU.nl, hij was heel geïnteresseerd in mijn verhaal, ha-ha. Maar hij heeft veel geld en als hij het goed voor heeft met de journalistiek is dat goed nieuws.’’

 
Over dat hij vrij genuanceerd is voor een blad als Nieuwe Revu
,,Ik weet niet of ik een goede hoofdredacteur voor Nieuwe Revu was, ik ben extreem genuanceerd, best wel irritant, ik vind op Twitter ook niet zoveel. Ik ben echt zo’n gast van: aan de andere kant….dat kan je laf noemen, dat is het misschien ook wel, maar ik voel me daar wel prettig bij. Het probleem wat wij met NU.nl oplossen is dat jij niet al het nieuws hoeft te volgen en wij maken er een overzichtelijk, begrijpelijke, versie van. Daar zijn we sterk in.’’

 
Over Nieuwe Revu
,,We hadden eerder dingen kunnen doen, móéten durven. En als ik zeg ‘we’ bedoel ik eigenlijk ‘ik’. De rol die VICE heeft in Nederland had Revu kunnen innemen en ik heb dat niet opgepakt. Ik had destijds moeten kiezen voor entertainment, maar we deden ook nog crime erbij omdat dat goed gelezen werd. Die analyse geeft me de energie om nu door te pakken. We deden al goede dingen, hadden een podcast over muziek, een vlog en hele goede journalisten, maar op een dag kwam er een man - een baasje inderdaad - binnenlopen en die zei: we stoppen ermee, we gaan snedig commentaar leveren op de actualiteit zoals GeenStijl doet. Ik zie hem nog binnenlopen over dat rode tapijt van Sanoma. Ik was destijds geen hoofdredacteur, maar toen had ik de ballen moeten hebben om die - toevallig gekozen goede lijn - door te zetten.’’

 
Over podcast
,,Ik ben ook wel biased want ik vind het zelf heel vet. Nu zie je dat we langzaam geld aan het verdienen zijn. In samenwerking met Dag en Nacht Media komen er postrolls, midrolls en prerolls. Daar kunnen we wel geld aan verdienen en het is strategisch een slimme zet. Onze ochtendpodcast doet 5000 views per dag en we hebben een podcast over Willem Holleeder en die is 50.000 keer beluisterd. Ook hebben we een Formule 1 podcast die 20.000 keer beluisterd is. We hebben nu ongeveer 100.000 luisteraars per week. Qua adverteerders moet je dan denken aan ABN-Amro, Storytel en AH.’’

 
Zelf boodschap inspreken door presentator
,,Waar ik moeite mee heb bij podcasts, is dat de presentator zelf een reclameboodschap voorleest. Er loopt hier wel degelijk een muur tussen redactie en commercie. Ik zat te luisteren naar Ezra Klein van Vox die het opeens over matrassen had. Zelfs Ben Thompson doet het, ik voel me wel een beetje in de steek gelaten. Ik vrees dat het deze kant op komt, maar ik bewaak het fort nog wel.’’ (…) Ik ben voor branded content, maar ik vind dat je duidelijk moet maken wat gesponsord is. De rol van grensbewaker is nuttig. Gewoon ‘nee’ zeggen dus. We hebben een redactiestatuut en je moet transparant te zijn.’’

 
Luister hier ook deel 2
https://www.frank.news/2018/02/27/filmmaker-bas-welling-over-de-wetten-van-een-maatschappelijke-commercial/

 
Luister hier ook deel 1
https://www.frank.news/2017/11/10/oude-mensen-zonder-instagramaccount-begrijpen-deze-wereld-niet/
  12552 Hits
  0 Comments
12552 Hits
0 Comments

Zou purpose marketing iets zijn voor de PvdA?

Wie de campagnes van de gemeenteraadsverkiezingen een beetje gevolgd heeft, weet dat politieke partijen op het gebied van marketing en communicatie nog een wereld te winnen hebben. Wat moet een partij als de PvdA, die steeds dieper in het moeras wegzakt, doen? Purpose marketing zou het tij wel eens kunnen keren.

 
De PvdA was bij de afgelopen verkiezingen wederom de grote verliezer. In 2014 leden de sociaaldemocraten al zwaar verlies en zakte het aantal raadszetels in gemeenten naar 9,9 procent. In maart 2018 zakte dit percentage verder naar 7,4 procent.

 

NPO Radio 3FM 

De PvdA heeft eigenlijk hetzelfde probleem als radiozender NPO 3FM. Beide zijn hun publiek kwijt, zoeken vergeefs naar hun identiteit, naar hun reden van bestaan en hebben geen charismatische kopstukken meer die de kar kunnen trekken.

Partijleider Lodewijk Asscher is een aimabele en intelligente man, maar ook een beetje een zachtgekookt ei met een fluisterstem en de uitstraling van een ambtenaar. In een tijd dat vorm belangrijker lijkt dat inhoud, is dat dodelijk voor een partij.

 

Vervreemding van de achterban  

Zelf kom ik uit een sociaal nest, waar Joop den Uyl eind jaren’70 werd gezien als de grote roerganger. Mijn moeder - een vriendin van toenmalig PvdA-kopstuk Hedy d’Ancona - trok me als student journalistiek mee naar allerlei congressen en partijbijenkomsten, waar  activistische PvdA-vrouwen vertelden hoe ze Nederland, Europa en de wereld gingen verbeteren, maar dan in omgekeerde volgorde.

Toch heb ik in heel mijn leven hooguit twee keer op de PvdA gestemd. Hoe dat komt? Omdat de partij meestal A zegt en B doet. In de jaren ’50, ’60 en ’70 dacht de kiezer nog dat de partij opkwam voor ‘de gewone Nederlander’. Dat beeld kon daarna alleen nog door vakbondsman Wim Kok in leven worden gehouden. Daarna waren het vooral salonsocialisten en bureaucraten die de partij leidden, staatsbedrijven hielpen privatiseren - met alle negatieve gevolgen van dien - en die op een paar uitzonderingen na steevast de verkiezingen verloren. Het is me nog steeds een raadsel hoe een Greenpeace-actievoerder als Diederik Samson bereid was alle PvdA-beginselen te verkwanselen om met de VVD te regeren en zijn partij op die manier in de afgrond te storten. Pure vervreemding van de achterban dus.

 

Zoek een purpose 

Wil de partij ooit weer de weg omhoog vinden, dan moet ze bij het begin beginnen. Dat heeft de PvdA eerder in de geschiedenis geprobeerd, maar dat gebeurde op een politieke manier. Met vergaderingen in zaaltjes. Met boze partijmannetjes die nieuw leiderschap eisten. Daarmee red je het niet. Daarom zou purpose marketing iets voor de partij kunnen zijn. Een revolutie binnen de eigen achterban of binnen het zwaar geslonken ledenaantal heeft weinig zin. Als een volkspartij zou je moeten mikken op het hele volk. De eerste stap hiervoor is het zoeken naar je reden van bestaan, je why. Oftewel in marketingtermen: je purpose.

 

Vertaalslag 

Zo zou de partij het hele rijtje voorwaarden kunnen aflopen dat Robert-Jan d’Hond van WPP-onderzoeksbureau Kantar Consulting oplepelde tijdens het Purpose Marketing seminar van de Adfo Groep in Utrecht. Vraag je bij alles wat je doet af of het de maatschappij of de wereld een stukje beter maakt. Welke positieve impact het heeft op mensen en de wereld waarin ze leven. Welke maatregelen hebben zin? Welke boodschap klinkt oprecht? Wat maakt de partij uniek in het politieke landschap? Is een ingezette weg coherent of slaan we om als we weer willen regeren? Zijn onze verkiezingsbeloftes houdbaar of beloven we slechts luchtkastelen? En krijgt het partijkader het voor elkaar om iedereen in het land mee te laten doen? Dat mag geen marketingtrucje zijn, maar een beweging die tot in elke vezel van elke PvdA-politicus zichtbaar en voelbaar moet zijn. Eigenlijk zou de partij politiek moeten bedrijven zoals DSM zaken doet. En zijn purpose moeten zoeken zoals Heineken dat doet. Maar neem geen voorbeeld aan ING, want het belangrijkste principe bij purpose marketing is dat je A zegt en ook A doet. Dat hadden ze bij de bank nog niet zo goed begrepen.

  10860 Hits
  0 Comments
10860 Hits
0 Comments

Waarom Angela de Jong zoveel impact heeft in de mediawereld

Waarom Angela de Jong zoveel impact heeft in de mediawereld

Analyse (toegegeven, gestolen van iemand): er is nog nooit een columniste geweest met zoveel impact als Angela de Jong van AD. Hoe komt het dat de mediawereld zo bezig is met haar visie op tv?

 
Weten jullie het nog? Naar de eerste aflevering van De Luizenmoeder keken 844.000 mensen. Veel voor een comedy op NPO3, maar ook weer niet revolutionair. De volgende ochtend kwam echter de tv-recensie van Angela de Jong van AD naar buiten, de cast van de serie zat bij DWDD en een paar weken later keken er 3,5 miljoen mensen. Blijkbaar heeft het heel veel impact wat de mediachef van AD zegt:

 
‘Ik heb in tijden niet zó hard gelachen. Zo bevrijdend en tegelijk ongemakkelijk. Want je realiseert je als kijker tussen twee lachbuien door: hierom lachen, dat kan écht niet meer. En dat maakt De Luizenmoeder honderd keer interessanter en effectiever dan al het gedram van de Sylvana’s van deze wereld.’
 
Er is inderdaad nog nooit een recensente geweest met zóveel invloed als De Jong. Natuurlijk lazen media- en marketingmensen wel eens de recensie van Jean Pierre Geelen van De Volkskrant, maar zijn visie bleef altijd een beetje tussen de optrekkende condens van de grachtengordel hangen. Bovendien focuste hij, vanwege de achterban en eigen interesse, altijd wat meer op de highbrow documentaires terwijl mensen in de mediawereld ook alles willen weten over wat er gebeurt bij Talpa, RTL en SBS. Die maken wat minder onderscheid tussen de nieuwste Johnny de Mol en een ingewikkelde docu van Frans Bromet. Je had ook Marcel Peereboom Voller van De Telegraaf, maar die was eigenlijk iets te genuanceerd om echt veel impact te hebben.

 
 
Net een gewone kijker
Wat maakt dat de recensies van De Jong zo enorm veel impact hebben? Dat heeft vooral te maken met dat ze precies opschrijft wat ze denkt en daarmee is ze eigenlijk een gewone kijker (maar wel extra goed geïnformeerd). Ze spaart, net zoals wij allemaal op de bank, niemand en daarmee schat ze de kijker op waarde, op tv-gebied zijn we immers allemaal een beetje kenner en zo’n miljoenenindustrie mag best kritisch beoordeeld worden. Wij kijkers wisten al een jaar lang dat de show van Humberto niet goed genoeg was, dat hij gasten te weinig journalistiek aanpakt en dat er altijd vederlichte RTL-sterren aanschoven. Wij zien dat als kijker en tv-recensenten (een beroepsgroep die bijna volledig was wegbezuinigd, maar mede door De Jong weer aan populariteit wint onder hoofdredacteuren) moeten dat - desnoods - keihard opschrijven.

 
‘Het wordt tijd dat de zender zich een goed werkgever toont en de lijdensweg van Humberto en zijn redactie beëindigt. Natuurlijk is het niet leuk om toe te moeten geven dat het over is, maar je mag uit misplaatste trots en bovenmaatse ego’s je werknemers niet zo laten bungelen. Als je het dan vertikt om écht grote ingrepen te doen in het format - andere onderwerpkeuze, wisselende presentator - dan rest geen andere optie om de stekker eruit te trekken. Dat is slikken voor iedereen, dat snap ik best, maar wel het meest menselijk.’
 
Zij is de recensente van het volk, van ons dus. Genuanceerde tv-bazen kunnen vinden dat de vermeende affaire van Humberto met Dionne Stax geen invloed heeft op de kijkcijfers, maar De Jong weet dat mensen in normale gezinnen tegen elkaar zeggen: ‘als hij daarover liegt, zal hij wel vaker liegen als dat uitkomt’. De Jong benoemt dat, ze schrijft op wat 80 procent van ons vindt, maar dan goed verwoord.

Het prettige aan De Jong is dat ze het anti-grachtengordel gevoel heeft dat iedereen binnen AD zou moeten hebben (en wat columnisten als Paul de Leeuw of Halina Reijn ontberen). De Jong is een beetje provinciaals en daarmee associëren wij - normale mensen die blij zijn met hun boerenlullengezinnen - ons graag. Dat anti-grachtengordelgevoel zou AD veel meer moeten exploiteren.

 
 
Winst De Slimste Mens
Haar impact heeft trouwens nog een andere reden. De Jong heeft, mede door haar winst van De Slimste Mens, een podium gekregen. TV-makers zagen haar, wisten: ‘die heeft een mening en kan die goed verwoorden’ en dan ben je goud volgens Hilversumse begrippen. En nu vertelt ze bij WNL, Jinek en Pauw regelmatig wat ze al heeft opgeschreven in haar column en dat geeft haar een miljoenenpubliek.

Is dit een holadijéverhaal voor De Jong van iemand die een tijdje verhalen voor haar heeft geschreven (haar focus lijkt trouwens op de columns te liggen)? Nee helemaal niet want haar succes heeft ook een andere kant. Ze zit immers nu in de fase dat ze er zelf een beetje in gaat geloven. De remedie daartegen is heel overzichtelijk; niet teveel aanschuiven bij de egostrelende tv-programma’s die je bovendien zelf kritisch moet beoordelen. Dus Pauw/Jinek is prima, maar verder gewoon lekker je mediaclubje bij AD leiden. De Jong moet zichzelf op een zeer strikt mediadieet zetten en weet dat zelf ook prima. En oh ja, je kan echt niet langer alleen focussen op alleen lineaire televisie in je recensies; YouTubers en Netflix horen er echt bij want straks zijn anders al je lezers dood.

 
  23165 Hits
  0 Comments
23165 Hits
0 Comments

Die paar slechte PR-mensen maken een beroepsgroep niet overbodig

Die paar slechte PR-mensen maken een beroepsgroep niet overbodig

Sander Schimmelpenninck, hoofdredacteur van Quote vind ik een leuk ventje. Lekker scherp, niet te politiek-correct en hij komt prima uit zijn woorden. Zijn analyse van het PR-vak is echter wel een beetje kort door de bocht. In de PR-wereld lopen gewoon redelijk wat klunzen rond, net zoals in de journalistiek.

 
Ze zijn wel met veel, de PR-mensjes. In 2010 is uitgezocht dat er 150.000 PR-mensen, managers en voorlichters rondlopen op 15.000 journalisten. In 2014 kwam een Amerikaans onderzoek tot een verhouding van 1 op 4,6 wat iets realistischer lijkt. Maar toch. Ikzelf ben inmiddels een jaartje of achttien journalist, eerst in de sport voor Helden Magazine en nog wat andere bladen en later op het gebied van media voor o.a. Nieuwe Revu, AD en Parool. Ik ben niet van de schandalen zoals bij Quote, maar interviewde aardig wat sporters en tv-mensen en dan kom je altijd veel PR-mensen en managers tegen. Bij de omroepen ‘beschermen’ (veel te grote aantallen) voorlichters tv-mensen en elke voetbalclub heeft ook minimaal een persman of -vrouw die de sporters en trainers onder zijn hoede heeft qua media.

 
Analyse van PR-mensen
Als je dan met die mensen samenwerkt, kun je na vijftien jaar best een analyse maken van hun werk. En wat ik al zei: er zijn hele goede en hele slechte bij. De slechte PR-mensen kenmerken zich door een ongezonde dosis respect voor de sporter of tv-persoon, die beschermen ze met heel hun hart terwijl die mensen daar zelf over het algemeen niet op zitten te wachten. Bij SC Heerenveen zat een tijdje een vrouw die overal ‘nee’ op zei (terwijl het daar echt geen storm loopt qua media-aandacht) en die haar mailtjes altijd eindigde met ‘hopende u voldoende geïnformeerd te hebben’. Dat is misschien leuk bij een bibliotheek, maar dat kan echt niet in de voetbalwereld.
Bij RTL kwam het voor dat ik de aardige Dries Roelvink wilde spreken over de real life show van zijn zoon. Ik had even contact met de voorlichter en daar hoorde ik verder niets van (terwijl ze mijn deadline wist). Op de site van Dries staat echter gewoon zijn nummer dus ik belde hem, tikte het verhaaltje en klaar. Twee dagen na de publicatie kreeg ik een mail van RTL dat mijn aanvraag nog een tijdje kon duren want Dries was druk. Bij ADO Den Haag zat ook een PR-mevrouw met wie ik altijd ruzie had over wat de trainer precies had gezegd (of had willen zeggen).

 
Meerwaarde voor journalisten
Ondanks bovenstaande opsomming is het niet eerlijk om die hele beroepsgroep in een hoek te zetten. Er zijn er genoeg die echt meerwaarde hebben voor de mensen voor wie ze werken en die ook nog eens meedenken met journalisten. Over het algemeen zijn dat trouwens de mensen die iets met de journalistiek hebben, die ons werk een beetje snappen. Ik zal er een paar uitlichten:

Ester Bal bij Vitesse werd altijd geroemd door journalisten. Ik ken haar niet goed hoor, maar zij regelde het altijd perfect en als ze je een beetje vertrouwde, bemoeide ze zich er verder niet mee. Kees Jansma was natuurlijk ook prima bij de KNVB, die regelde het altijd en door zijn charme liet hij dat samenvloeien met de belangen van Oranje. Hij bracht me een keer naar het station na een interview en zei zoiets als: die Joris Mathijsen is een leuke vent, bel hem een keertje. Waarschijnlijk voelde Mathijsen zich een beetje achtergesteld bij de grote mannen.

 
De aardigste van allemaal
Absoluut de beste, aardigste van allemaal is Anja van Ginhoven, tot begin vorig jaar bij NOS actief en tegenwoordig bij Discovery/Eurosport. ,,Ja Bas, Mart zit in de VS, maar als je dit nummer belt dan krijg je zijn vrouw en dan komt Mart ook even aan de lijn.’’ Waarom ze zo goed is? Ze is gewoon heel aardig, regelde het altijd voor je en dacht bovendien mee als er iemand niet kon. ,,Nee, Henry kan niet voor Veronica Magazine, maar bel anders Jeroen Stomphorst, vindt ie leuk.’’ Of: ,,Je moet Jeroen Elshoff hebben, die heeft altijd al in Veronica Magazine willen staan.’’

Het heeft natuurlijk ook met een gezamenlijk belang te maken of ze iets voor je regelen. Ralph van Baasbank is al jaren manager van Sven Kramer en Ranomi Kromiwidjojo en ik kreeg altijd maar weinig gedaan bij hem. Ik had de moed eigenlijk opgegeven totdat hij niet zo lang geleden voor verhalen bij Intermediair en frank.news interviews regelde met zijn sporters. Mijn analyse? Hij had gewoon niks aan mij destijds, de verhalen voor Veronica Magazine waren van die vederlichte entertainmentstukken en meestal een herhaling van zetten. Zijn belang was dat Kramer en Kromo iets inhoudelijks kwijt konden en dat was destijds niet mijn belang.

 
Wat de kenmerken zijn van goede PR-mensen? Tenminste, in de ogen van een journalist.
1. Ze denken altijd mee met de journalist die maar één belang heeft: met een goed verhaal komen dat mensen graag lezen;
2. Ze vragen niet de hele tijd: wat is je deadline? omdat ze dat op de cursus hebben geleerd;
3. Ze regelen het voor je en zeggen het eerlijk als het even niet lukt;
4. Ze zijn niet te lief voor de mensen wiens belang ze dienen, hebben daar een zakelijke relatie mee;
5. Ze zijn gewoon een beetje aardig en gedragen zich niet als de sterren die ze vertegenwoordigen.

 
Iedereen journalist
PR- en communicatiemensen zijn natuurlijk steeds meer journalisten aan het worden. Als je tegenwoordig immers bij een club, omroep of bedrijf werkt ben je minder afhankelijk van journalisten die over je schrijven, je hebt eigen media tot je beschikking. Omdat je dus sowieso als journalist moet denken, zou het relaxed zijn als er in de beroepsgroep veel mensen werken die hun oude vak niet vergeten zijn. Het gaat mis als ze zich opstellen als de gatekeeper, als de gladstrijker van de geheimen. Een overbodige beroepsgroep? Op het Mediapark kan het wel iets minder, maar voor de rest valt het wel mee. En de kwaliteiten? Gewoon net zoals in de journalistiek: een paar hele goede, iets meer zijn er gemiddeld en een paar héle slechte.

 
  4348 Hits
  0 Comments
4348 Hits
0 Comments

Online voetbalkanaal zet ‘contentmarketingmachine’ in gang

Online voetbalkanaal zet ‘contentmarketingmachine’ in gang

Je weet dat je iets goed doet als je de grootste voetbalcommunity online hebt en daarmee Nike strikt voor een grote campagne. Maar wat heeft Nike precies aan dat ‘clubje’ voetballiefhebbers? Danny Cortenraede van Wannahaves, onder andere verantwoordelijk voor de content van 433 en BALR, legt uit hoe goed de wisselwerking tussen ‘community van eigen kanalen’ en ‘content’ functioneert.

 

De jonge Manchester City-speler Leroy Sané rent over het veld. Onder de beats van een techno-dubstepmix wordt zijn eigen spel afgewisseld met razendsnel gemonteerde beelden waarin hij de bal over een atletiekbaan schopt, door de ruimte vliegt en door een tunnel rent. Verder zie je beelden van motorrijders, speedboten en holes-in-one. De halve minuut aan visueel geweld wordt afgesloten met een doelpunt; ‘Amazing!’ roept de commentator.


Verantwoordelijk voor het filmpje, dat voor het eerst te zien was als Instagram Story op voetbalplatform 433, is Wannahaves. Het Amsterdamse bureau maakte in samenwerking met Nike deze ‘edit’ van een bestaande Nike-video die werd gemaakt om de nieuwe Nike Football-tagline ‘Lock In. Let Loose’ (en de gelijknamige schoenen die alle grote Nikespelers dragen) bekendheid te geven. Hoe pakte Wannahaves die klus aan? En waarom klopte Nike juist bij Wannahaves aan?

  

Groot bereik, veel interactie
Wannahaves verzorgt content, influencermarketing en social mediamanagement en -strategieën voor grote merken als Samsung, Sony en Hilton. Het bedrijf heeft één grote voorsprong op veel andere digital media agency’s, zegt directeur Danny Cortenraede: eigen kanalen. ,,Onze core business is contentcreatie, maar onze kracht zit in het feit dat we eigen kanalen hebben in diverse niches, zoals 433 en BALR. Daardoor kunnen we ook de distributie van content verzorgen voor klanten als Nike en Adidas.” Het bereik van de kanalen die hij noemt, liegt er niet om: BALR, het lifestyleplatform rondom het kledingmerk van oud-profvoetballer Demy de Zeeuw, heeft 1,1 miljoen volgers op Instagram. En met 26 miljoen volgers op alle socialmediakanalen samen is 433 een van de grootste online voetbalplatformen.

 


https://instagram.com/p/Bbm-LE3AeBN/

 
  

Continue reading
  3655 Hits
  1 Comment
3655 Hits
1 Comment

Frank.news zoekt redactietalent!

Frank.news zoekt redactietalent!
Met meer dan 200.000 unieke bezoekers per maand behoort frank.news inmiddels tot de grote nieuwssites binnen de branche. Onze lezers zijn professionals in marketing, media en communicatie. Frank.news onderscheidt zich van andere nieuwssites door haar kwalitatieve benadering van het marketingvak met een team van ervaren journalisten.

Voor versterking van ons redactieteam zijn wij op zoek naar een:TALENTVOLLE STUDENT JOURNALISTIEK
Functieomschrijving
Je bent een enthousiaste student met veel affiniteit met de laatste ontwikkelingen op het gebied van media en marketing. Als laatstejaars van je journalistieke opleiding wil je graag werkervaring opdoen bij het snelst groeiende contentplatform over marketing en media. Naast het schrijven van dagelijkse nieuwsartikelen en achtergrondverhalen, ben je medeverantwoordelijk voor het maken van (commerciële) content voor onze adverteerders. Denk hierbij bijvoorbeeld aan het schrijven van whitepapers, e-books en sponsored stories.
Meer weten? Klik hier voor de vacature omschrijving.
  1351 Hits
  0 Comments
1351 Hits
0 Comments

Uitgevers moeten samen optrekken in strijd tegen Google en Facebook

Uitgevers moeten samen optrekken in strijd tegen Google en Facebook
Door Kim van der Meulen

Amerikaanse uitgevers zijn het zat: Google en Facebook gaan ervandoor met een groot deel van hun digitale advertentiegelden. Advertentie-inkomsten die vroeger naar de krant gingen, gaan nu grotendeels naar de twee techreuzen. Hebben Nederlandse krantenuitgevers daar ook last van? En: is daar iets tegen te doen?

 
De macht van Google en Facebook op de advertentiemarkt wordt niet voor niets in veel media omschreven als een waar ‘duopolie’: ze verdienen wereldwijd samen meer aan advertenties dan alle dagbladen, radio- en televisiestations bij elkaar. Met alle gevolgen van dien voor krantenuitgevers: misgelopen advertentie-inkomsten betekent krimpende redacties en minder geld voor gedegen (onderzoeks)journalistiek. Al genereren Facebook en Google tachtig procent van je traffic, zoals in het geval van The Wall Street Journal: als uitgever zie je er niets van terug in harde dollars.

Misgelopen inkomsten
In Nederland is de situatie nauwelijks anders, zegt Jeroen Cnossen, mediaconsultant, partner van communicatiebureau VRHL en voormalig uitgever bij PCM. Hier gaat bijna een miljard euro aan advertentie-inkomsten naar Facebook en Google, zegt hij - een vijfde van het totaal. ,,Tel daarbij op de enorme inkomstendaling van uitgevers van de laatste jaren en je kunt wel stellen dat Nederlandse uitgevers veel last hebben van dat duopolie.”  Traditionele reclamebureaus beginnen alle grote campagnes voor adverteerders tegenwoordig met social media - geld dat tien jaar geleden nog naar uitgevers ging, legt Cnossen uit. ,,Elke bakker om de hoek steekt z’n euro’s tegenwoordig in Facebook en Google. Allemaal inkomsten die kranten mislopen.” De machtige mediagiganten de rug toekeren is niet de oplossing, zegt Cnossen: ,,Zeker de helft van al het verkeer op eigen websites van uitgeverijen is afkomstig van social media, met Facebook voorop. Daar hebben uitgeverijen dan weer gemak van. Het levert alleen zo weinig op.”

Eilandjescultuur
Wat kunnen uitgevers dan doen om het tij te keren? Of is het daarvoor te laat? Volgens social media-expert Corinne Keijzer begint het met een zelfredzame houding en creatieve oplossingen. ,,In plaats van lijdend toezien hoe andere partijen je advertentie-inkomsten opslurpen en je er afhankelijk van opstellen, zouden uitgeverijen beter kunnen nadenken over alternatieve manieren om inkomsten te werven. Net als de muziekindustrie en retail is de uitgeverswereld er een die te veel blijft hangen in oude concepten, in hoe het nou eenmaal altijd ging. Maar als je niet innoveert, ga je de V&D achterna. Ze zouden bijvoorbeeld een fee kunnen koppelen aan artikelen die een bepaald aantal keer gedeeld of geliket worden - als een artikel populair is, betekent het dat het goed is. Daar mogen inkomsten voor auteur en uitgeverij tegenover staan en consumenten zijn best bereid daarvoor te betalen. En: ga samenwerken. Uitgevers zien elkaar te veel als concurrenten en zitten op hun eigen eilandje.”
Eigen netwerk bouwenOok Cnossen ziet een belangrijk deel van de oplossing in samenwerking, op zowel de advertentiemarkt als de lezersmarkt. Opboksen tegen zulke giganten ziet hij als een mission impossible. ,,Toen Google net zijn intrede deed, werkte ik voor PCM,” herinnert Cnossen zich. ,,We probeerden Google destijds nog angstvallig buiten de deur te houden. Een kansloze onderneming, natuurlijk. Er gaat al zo veel geld naar die grote partijen en dat zal alleen maar meer worden; dat is een onomkeerbaar proces. Het enige wat uitgevers kunnen doen is onderling de handen ineenslaan en voor de lokale markt kwalitatief goede alternatieven bieden.”
De Franse kranten Le Monde en Figaro lieten vorige maand al zien hoe dat kan: ze kondigden aan vanaf september een samenwerking te starten voor de verkoop van digitale advertentiecampagnes om tegenwicht te bieden aan Google en Facebook. Bijzonder, want de Franse mededingingsautoriteit verbood dit soort samenwerkingen in het verleden. De reden dat het toch wordt toegestaan: de veranderde markt door de dominantie van deze (en andere) techreuzen. ,,Nederlandse uitgevers zouden ook best naar de overheid kunnen stappen om zo’n samenwerking mogelijk te maken,” zegt Cnossen. ,,Uitgevers kunnen adverteerders dan bijvoorbeeld een eigen netwerk aanbieden met de eigen titels. Ik heb niet de illusie dat je daarmee Facebook of Google buiten de deur houdt, maar je kunt zo wel kwalitatieve artikelen met een hoge attentiewaarde aanbieden aan kwalitatief hoogwaardige adverteerders. En voor lokale media is het een mooie manier om lokale adverteerders te trekken. Bouw dus een platform met kwalitatieve content - daar zijn Facebook en Google minder goed in - en ontwikkel er een goede app voor. Ik verwacht dat mensen dan minder artikelen op Facebook en meer op die app gaan lezen, zodat je voor adverteerders via nieuwe advertentiemodellen ook aantrekkelijk bent.”

Blendle en Topics
Bestaan zulke platformen voor kwalitatieve content niet al in Nederland, in de vorm van Blendle en Topics? ,,In de basis wel, maar bij Blendle beschik je als uitgever evenmin over klantdata,” zegt Cnossen. “Dat mis je toch als uitgever, hoe mooi het instrument ook is. Bovendien is het bij het grote publiek nog niet bekend. Topics wint wat dat betreft; het gebruik daarvan is groter dan dat van Blendle. Op zich positief, maar Topics is vooralsnog vooral gericht op abonnees van de Persgroepkranten. Maak je een soortgelijk initiatief met content van meerdere uitgevers, dan houd je abonnees binnenboord met een nog mooier aanbod, kun je de eigen media inzetten om het nieuwe platform te promoten én je houdt je eigen klantdata, die je anders kwijt zou zijn aan Facebook.”

Technische kennis binnenhalen
Om zo’n platform te realiseren, is wel technische kennis nodig, zegt Keijzer: ,,Een van de redenen dat adverteren via Facebook goed werkt, is dat het een ongelooflijk slim systeem is. Je kunt nauwgericht je doelgroep bepalen en via retargeting ook mensen bereiken die ooit op je site zijn geweest. Ze hebben enorme databases, waar op allerlei manieren gebruik van wordt gemaakt.” Die algoritmes zijn zo geavanceerd, dat een individuele uitgever ze nooit zelf kan bouwen, onderstreept Cnossen: ,,Je hebt veel klantdata nodig om advertenties op de beste manier te kunnen aanbieden. Ook daarom is het beter om samen te werken: je kunt samen meer data verzamelen en delen, voor zover wettelijk toegestaan uiteraard, dan alleen. Alleen zo kun je invloed uitoefenen op de nationale advertentiemarkt.”

TegemoetkomingDe News Media Alliance, de groep uitgevers (waaronder The Wall Street Journal en The New York Times) die in de VS naar het Congres is gestapt om iets te doen tegen de dominantie van Facebook en Google, kreeg vooralsnog twee toezeggingen vanuit de mediagiganten zelf. Google zou ‘nepnieuws’ via Google News beter filteren en Facebook zou uitgevers via het eigen platform willen helpen abonnementen te verkopen. Ook gaat Facebook content van uitgevers aanbieden via een betaalmuur, waarbij een deel van de inkomsten naar Facebook gaat en een deel naar uitgevers. Een druppel op een gloeiende plaat, denkt Cnossen: ,,Het afstaan van je eigen content aan Facebook zou ik uitgevers willen afraden, want je hebt er dan niks meer over te zeggen. En hoewel Facebook een mooi instrument is om mensen kennis te laten maken met je content, denk ik niet dat dit medium een substantiële bijdrage levert aan abonnementenwerving. Het geld dat uitgevers op deze manier binnenkrijgen, staat niet tegenover het geld dat ze verliezen door Google en Facebook. Dit is een tegemoetkoming, geen ei van Columbus.”

Vind expertsVoor uitgevers die online succesvoller willen opereren en zo een vuist willen maken tegen de duopolie, heeft Cnossen tot slot een waardevol advies: trek mensen aan die social media goed in de vingers hebben. ,,Uitgevers innoveren over het algemeen langzaam. Vaak zie ik, met name bij traditionelere uitgeverijen, dat ze artikelen op Facebook posten en daar blijft het dan bij. Concurreer niet met Google en Facebook, maar maak gebruik van die netwerken. En laat dit dus door een jonge generatie doen die de huidige mediaconsumptie snappen, niet alleen door redacteuren die er al lang zitten. En verlies daarnaast je oudere krantenlezer niet uit het oog, want het grootste deel van de inkomsten is nog altijd van die markt afkomstig. Je moet de traditionele lezer tevreden houden én de markt openbreken door jongere consumenten te bedienen die op een andere manier met informatie omgaan. Als uitgever moet je dus op verschillende borden schaken.”

 
  9166 Hits
  1 Comment
9166 Hits
1 Comment

‘Wij willen de nieuwe regionale omroep worden’

‘Wij willen de nieuwe regionale omroep worden’

Het is een lokale krant, maar ze voelen zich een startup. Ze brengen nieuws en trends zoals je die niet eerder zag in de stad en kiezen voor innovaties en experimenteren. Niet alleen de redactionele formule blijkt te werken, ook het lokale verdienmodel. En ze willen de nieuwe RTV Utrecht worden.

„We hebben de ambitie om een regionale omroep te beginnen. De concessie van RTV Utrecht loopt af in 2018. Laten we ons daarin mengen. Ik ben ervan overtuigd dat we er klaar voor zijn,” zegt hoofdredacteur Michaël Kroonbergs van DUIC, De Utrechtse Internet Courant. Met live video, nieuws en trendverhalen over Utrecht weet DUIC niet alleen lezers te trekken, maar ook bedrijven die de krant draaiende houden.

 
‘Landelijke media coveren lokale nieuws zonder ziel’
Samen met twee marketeers richtte Kroonbergs (ex Veronica en Vara) in 2011 de nieuwe Utrechtse krant op. „In het begin zat ik met één redacteur aan tafel. Maar het groeide snel.” Ook voor marketeer Martijn Rademakers was het een gedurfde overstap. Hij had een goede baan als marketingmanager bij de landelijke krant Trouw. Het was tijd voor wat nieuws, vond hij. Beiden vinden dat de lokale journalistiek tekortschiet. „Landelijke media als het AD en de Telegraaf coveren het plaatselijke nieuws. Maar ze doen het zonder ziel, zonder hart voor de stad. Die leemte, daar zijn wij ingesprongen,” zegt Rademakers. De site heeft 25.000 unieke bezoekers per dag. Via nu.nl, waar de artikelen ook verschijnen, komen daar nog 60.000 bezoekers bij.

 
Bedrijven sponsoren producties
Opvallend is ook dat de lokale krant voldoende inkomsten krijgt om de compacte redactie draaiende te houden. Waar bijna overal de plaatselijke journalistiek financieel harde klappen krijgt, lukt het de nieuwe krant wel overeind te blijven. Bedrijven haken aan bij de kwaliteitsverhalen. Wie door de tweewekelijkse papieren versie bladert, komt bijvoorbeeld een grote special tegen die gesponsord is door de Rabobank. „Dat gaat over een cultuurproject Next Stage waar nieuw talent kansen krijgt. Onze redactie schrijft daar over, maar doet dat onafhankelijk van de sponsor.” Bedrijven weten DUIC steeds meer te vinden nu blijkt dat de krant goed wordt gelezen. „Wij bereiken meer jongeren dan bijvoorbeeld RTV Utrecht. Onze lezers hebben oog voor trends en zijn gemiddeld wat hoger opgeleid.”

Rademakers - met zijn marketingachtergrond - wijst erop dat alles begint met goede content. „Pas als de kwaliteit van de stukken eruit springt, heb je iets waarmee je bedrijven kan aantrekken. Alles begint met een een goede formule en goede verhalen. Als je kwaliteit biedt, kan je financiers en adverteerders voor je winnen.” Kroonbergs herinnert zich hoe in Het NOS Journaal een ondernemer klaagde over het gebrek aan informatie over de Tour de France die eraan kwam. Aan de gemeente had hij niks. Als enige informatiebron waar hij wel wat aan had noemde hij DUIC. Dat bekeek hij elke dag.

 
Denken als een startup
Experimenten droegen bij om een groter publiek te bereiken. In de begintijd scoorde DUIC met de verslaggeving over de festiviteiten over de Vrede van Utrecht. Er kwamen snelle videoverslagen op de site. „Redacteuren zaten in een café op de laptop te monteren. Het was de bedoeling het snel op de site te hebben, laten zien hoe het in Utrecht leefde.” Die verslaggeving viel op. „We zijn een kleine, flexibele club. Soms is er ineens een idee. Daar hoeven we niet lang over te vergaderen, we doen het gewoon. Het is een slagvaardige manier van denken die je ook ziet bij startups. Daar herkennen wij ons in.” Kroonbergs is het daarmee eens. „Als je wilt innoveren, moet je lef tonen.”

De begintijd - zoals bij elke startup - was niet makkelijk. Een belangrijk moment was toen de samenwerking met nu.nl begon. Niet alleen vanwege de bredere bekendheid, maar ook vanwege de samenwerking bij het binnenhalen van advertenties. Het is een winwin-situatie waar beide bedrijven van profiteren.

 
Wet van de remmende voorsprong
Rademakers laat het keer op keer vallen: veel lokale media worstelen met de wet van de remmende voorsprong. Ze hebben jaren ervaring, maar zitten met logge redacties, spelen moeizaam in op nieuwe digitale kansen. Een kleine redactie is niet alleen goedkoper, maar ook flexibeler, meer ingesteld op veranderingen. Maar er is ook kritiek op zulke constructies. Want vaak zijn het onderbetaalde journalisten die de redactie bemannen of zelfs stagiaires die voor een voor habbekrats werk overnemen van ervaren krachten. Kroonbergs is het daar niet mee eens. Ook DUIC werkt met stagiaires omdat die vaak een andere mindset hebben, meer meedenken over nieuwe digitale vormen. Maar voor goede reportages en interviews blijft ervaring nodig. DUIC heeft een klein aantal mensen in vaste dienst. Mede-oprichter en marketeer Rademakers werkt zelf in deeltijd; hij heeft daarnaast een social mediabureau. „Dat soort constructies zie je steeds meer. We kunnen ook voor onze redacteuren bemiddelen om commerciële klussen voor bedrijven erbij te doen die meer opleveren. Sommigen willen dat. Maar het mag nooit belemmeringen opleveren voor ons journalistieke werk.”
Hoofdredacteur Kroonbergs heeft de Utrechtse krant als zijn belangrijkste baan. Hij stuurt het redactieteam aan en schrijft de commentaren. Hij laat zich meeslepen met de trends die in de stad spelen. Van muziekcentrum Tivoli tot Utrechtse watertorens waarvan sommige trendy cafés zijn geworden. Soms krijgt de redactie een hilarisch onderwerp in de schoot geworpen, zoals over de zusters Augustinessen die niet schromen in hun witte habijt op de tribune bij FC Utrecht te gaan zitten. Zelfs The New York Times besteedde er aandacht aan. DUIC maakte een reportage bij de zusters in het onopvallende klooster aan de Oudegracht. Experimenteren doen ze nog steeds. Onlangs nog met 24 uur live internet tv met presentator Tom Staal (ex-PowNed) die zich liet onderdompelen in de stad. Met 24 ontmoetingen gedurende 24 uur tijdens diverse live events. Vluchtig of leuk, je kan ervan vinden wat je wilt, het sluit nauw aan bij de nieuwe generatie van Facebook Live.

Ondernemersplatform over innovatie
Nieuw is ook DUIC in Zaken, een platform voor ondernemers in Utrecht. De site daarvoor is net klaar. Daarop komen artikelen over alles wat innovatief is in de stad. „We vinden ondernemers een interessante doelgroep,” zegt Rademakers. Aandacht voor bedrijven dus in de vorm van een onafhankelijk journalistiek product. „Positief waar het kan, kritisch waar het moet.” Het is de bedoeling in de toekomst ook meetups en events voor ondernemers te organiseren.

Op termijn hoopt Rademakers dat de formule van DUIC zich gaat verspreiden naar andere steden. „Dit model heeft ook voor andere steden veel potentie. Wij gaan het daar niet zelf doen. Dat moeten mensen doen die de stad goed kennen. Wij kunnen een blauwdruk leveren die de basis kan zijn voor een nieuw plaatselijk succes.“



 
  1675 Hits
  0 Comments
1675 Hits
0 Comments

Online krant Eldiario is wat De Correspondent kan zijn

Online krant Eldiario is wat De Correspondent kan zijn

Met succes onafhankelijke journalistiek bedrijven, zonder betaalmuren, zonder grote investeerders of aandeelhouders. Met betalende leden die daar niets voor terug willen hebben. Het kan. De Spaanse online krant Eldiario trekt inmiddels 7,7 miljoen unieke bezoekers per maand en is daarmee een voorbeeld voor Nederlandse initiatieven zoals De Correspondent.

 
Het was crisis in Spanje en de krant Publico was net ter ziele gegaan. Bovendien kampte de journalistiek met een groeiend gebrek aan geloofwaardigheid en vertrouwen. Toch geloofde ex-hoofdredacteur Ignacio Escolar van Publico dat er een markt was voor onafhankelijke journalistiek. Hij had echter geen geld, geen investeerders en de bank wilde hem niets lenen. Met spaargeld van vrienden en familie startte hij in 2012 de online krant Eldiario, wat Spaans is voor krant.

 
Op een na grootste online krant 
,,Hij wilde opnieuw contact maken met de maatschappij en vond een community van mensen die dezelfde idealen delen,” vertelde marketing and development director Esther Alonso van Eldiario.es tijdens de Savage Marketing 2017 conferentie in Amsterdam. The rest is history, want de krant bleek een enorm succes. Met dagelijks nieuws, verhalen over mensenrechten, politiek, economie, vertaalde artikelen uit The Guardian en een speciaal redactieteam voor onderzoeksjournalistiek wist de krant de juiste snaar te raken. In 2014 trok Eldiario al 3,4 miljoen unieke lezers per maand, inmiddels is dat aantal gestegen tot 7,7 miljoen. Daarmee is het de zevende krant in Spanje en de op een na grootste online krant. Er werken al honderd mensen, van wie zeventig op het hoofdkantoor in Madrid.

 
Bijzonder verdienmodel 
Het bijzondere aan de krant is zijn verdienmodel. Tweederde van de inkomsten komt uit advertenties, een derde van zogeheten socio’s. ,,Onze partners in crime in onze queeste,” noemt Alonso hen. ,,Zij garanderen onze onafhankelijkheid.” Het zijn geen abonnees, maar ‘members’ die onafhankelijke journalistiek belangrijk vinden en daar 60 euro per jaar voor doneren. Daar heeft de krant er al ruim 20.000 van. Door die werkwijze verdwijnt het nieuws niet achter betaalmuren en zijn alle artikelen voor iedereen te lezen. Daarmee verschilt Eldiario wezenlijk van De Correspondent, het Nederlandse platform voor onafhankelijke achtergrondjournalistiek dat in september 2013 van start ging. Daar kunnen alleen abonnees die jaarlijks 60 euro betalen de verhalen lezen. Ook De Correspondent is met inmiddels 56.000 abonnees op weg een succes te worden, maar kiest dus nadrukkelijk voor een betaalmuur. Dat verkleint het aantal lezers en daarmee het bereik. Bovendien is De Correspondent een advertentievrij medium, wat lezers waarderen, maar de inkomsten beperkt.

 
Innovatieve techniek delen 
Eldiario krijgt ruim 4 miljoen euro per jaar binnen en herinvesteert al dat geld in journalistiek en technische verbetering van de website. Hoewel ze daar niet om vragen, genieten de socio’s diverse voordelen. Ze krijgen elk kwartaal een print magazine, worden uitgenodigd voor evenementen en debatten en krijgen al het nieuws zonder advertenties voorgeschoteld. Dat is mogelijk dankzij de innovatieve techniek achter de website. Met subsidie van het Digital News Initiative (DNI) fonds van Google is Eldiario bezig een speciaal Customer Relationship Management (CRM) systeem op te zetten voor digitale mediabedrijven. Dat wordt in de herfst gepresenteerd, waarna de krant het met iedereen wil delen. Een mailtje naar Alonso volstaat.

 
In Nederland nog niet gelukt 
Krantenuitgevers hebben de heilige graal van online verdienmodellen nog lang niet gevonden.

Steeds worstelen ze met de vraag hoeveel content, waarvoor abonnees dik betalen, ze weg kunnen geven op hun website. Te veel gratis nieuws gaat ten koste van het aantal abonnementen. Te weinig nieuws kost bereik en dus advertentie-inkomsten. Een krant die kan leven van online advertenties bestaat nog niet in Nederland. Eldiario lijkt daar een goede modus in gevonden te hebben en heeft zijn bestaansrecht inmiddels bewezen.

 
Social marketing
Volgens Alonso volgt de krant de strategie van social marketing. ,,De waarden die we delen met onze lezers is de lijn die ons verbindt,” stelt ze. ,,Mensen hebben vertrouwen in het project, zodat wij een nieuwe vorm van eerlijke journalistiek kunnen bouwen. Je hoeft geen community’s te bouwen zoals veel merken proberen. Die bestaan al. Je hoeft ze alleen maar te vinden.”
  3737 Hits
  0 Comments
3737 Hits
0 Comments

Contentmarketing is eigenlijk gewoon een beetje saai

Contentmarketing is eigenlijk gewoon een beetje saai
Door Carlijn Postma

In Adformatie nummer 19 las ik een column van Harry Obdeijn. Hij had zich onlangs verdiept in het parallelle universum van contentmarketing en was tot de conclusie gekomen dat contentmarketing is bedacht door traditionele media in nood. Na een kort onderzoekje stelde hij ‘Zet er dan gewoon advertorial boven’. Hij geeft gelukkig zelf al toe dat hij ‘reclametekstschrijver in ruste is’. Maar op de één of andere manier raakt hij wel het grote probleem van contentmarketing; We weten niet in welke branche het thuishoort…

 
Is het onderdeel van journalistiek? Of valt het onder reclame? Is het gewoonweg marketing? Of is het toch een nieuw vakgebied, zoals bijzonder hoogleraar Ed Peelen van de UvA gaat onderzoeken? Dat zou wel verklaren waarom er zoveel weerstand is tegen contentmarketing. Het hoort nergens thuis en dus snappen we het niet. En als mensen iets niet begrijpen, gaan ze vaak er tegenin, of laten het links liggen. Zoals meneer Obdeijn jarenlang heeft gedaan.

 
Nieuwe generatie nodig 
Als je het mij vraagt is de samensmelting van verschillende dominante vakgebieden de moeilijkheidsfactor. Het vraagt een diepgaande verandering in denkwijze. Zo moet een reclamemaker serial content maken, zoals een televisieserie, in plaats van 30 seconden spots. Een journalist moet nadenken over de marketing van zijn content en een marketeer moet ervoor zorgen dat de verkopen direct stijgen wanneer hij meer budget in content stopt dan in bereik. Ik denk dat slechts een handjevol mensen van voor 1980 daartoe in staat is. De echte verandering moet waarschijnlijk komen van de nieuwe generatie. De generatie die niet meer weet dat het stereotype journalist rondliep in een ribstof colbertje met net wat te lang grijs haar en de creatieve reclamemaker opviel door zijn onuitgeslapen hoofd met wilde haren en een fles rum in de bureaula. Ik weet het, het zijn stereotyperingen, maar ook die hebben een functie: ze zijn wel onderscheidend.

 
Leider in het vak 
Volgens mij is dat wat ontbreekt binnen de groep mensen die zich met contentmarketing bezighoudt: er is geen kenmerk. Deze mensen zijn nog niet te onderscheiden van anderen, behalve dat ze heel vaak praten over contentmarketing. Tot vervelens toe voor hun directe omgeving. Misschien moeten we gewoon op zoek naar een echte leider in dit vak. Iemand die weet waar hij of zij het over heeft én dat op een excentrieke manier weet over te brengen. Misschien is dat wel wat dit vak mist. Een Andy Warhol voor contentmarketing. In Amerika hebben we Joe Pulizzi als grondlegger van het vak, de schrijver van de échte contentbijbel, maar excentrieker dan eens per jaar in een oranje pak een groot congres leiden wordt het niet. Het is geen Cannes Lions, Emmy’s of Grammy’s, SXSW of Boekenbal. Dus ook dat blijft een beetje hangen binnen de incrowd van het vak. En misschien voelen reclamemakers en journalisten zich daarom gewoon niet thuis in contentmarketing.

 
Te gewoontjes 
Ik denk dat we contentmarketing aantrekkelijker moeten maken voor creatieven. Vorige week was ik in Amsterdam bij Content Marketing Fast Forward. Een leuk en inhoudelijk congres. Maar mijn conclusie is dat ook dat nog altijd een beetje bij dezelfde mensen blijft hangen. Er waren geen stereotypen in de zaal. Ik denk zelfs dat ik welgeteld slechts twee excentrieke figuren heb zien rondlopen die ik verdenk van een beetje creativiteit. Verder zag iedereen er heel gewoon uit, niets onderscheidends. Zelfs op het podium stonden de meesten heel gewoontjes in hun shirtje, broekje, schoentjes. Als ze geen microfoon hadden gehad had ik ze waarschijnlijk niet eens opgemerkt. Zo zonde! Want datgene wat ze vertelden was voor alle eerder genoemde vakgebieden interessant. Hoe zorg je ervoor dat je ‘bigger story’ verder gaat dan een enkele video voor tv of YouTube? Welke marketeer durft gewoon cold turkey te stoppen met paid organic search, zonder zijn positie te verliezen? Houdt een journalist met zijn (branded) content al rekening met de groeiende hoeveelheid voice-searches op Google (50% in 2020)? Stuk voor stuk keurige mensen met inhoudelijke verhalen. Nou ja, behalve het laatste optreden, maar dat tel ik voor de goede orde maar niet mee, want de inhoud ontbrak daar volledig. Misschien was dat een reclameman (grapje jongens… grapje!)

 
Te braaf
Het is allemaal nog zo braaf. Misschien is dat het wel gewoon. Dat contentmarketing gaat om de inhoud, de kwaliteit, en het daarom zo saai is. Maar volgens mij kan dat eenvoudig worden opgelost als al die verschillende vakgebieden nu eens écht gaan samenwerken. En dan bedoel ik niet een afdeling met journalisten bij een reclamebureau die aan de slag gaat als er content gemaakt moet worden, of een creatieve afdeling bij een mediapartij die (gratis) concepten ontwikkelt bij de inkoop van bereik. Maar een team met strategen, creatieven en journalisten die altijd samenwerken met online marketeers, data-analisten, televisiemakers en concept- en formatontwikkelaars.

 
Aantoonbare successen 
Om dat voor elkaar te krijgen hebben we volgens mij een paar stereotypes nodig die het vak onderscheiden van de rest. Een soort samensmelting van verschillende disciplines. Bijvoorbeeld een data-analist met onuitgeslapen hoofd en een fles rum in de la. Of een strateeg met te lang grijs haar en een oldtimer die hij niet zelf kan onderhouden. Rabobank deed onlangs in zijn pitch een eerste poging tot kruisbestuiving. Ik hoop dat er meer zullen volgen en dat er vanzelf nieuwe stereotypes ontstaan. Zodat contentmarketing straks ook behoort tot de dominante disciplines en, belangrijker nog…, dat er creativiteit komt in contentmarketing, inhoud in reclame en natuurlijk grote aantoonbare successen in het resultaat.

 
Carlijn Postma is eigenaar van The Post, een bureau gespecialiseerd in contentmarketing. Ze schreef diverse boeken en stond in 2014 op plaats 27 in de internationale lijst van 200 meest invloedrijke personen op het gebied van contentmarketing die onderzoeksbureau Onalytica publiceert.
 
  4140 Hits
  0 Comments
4140 Hits
0 Comments

‘Kijkshop nieuw leven inblazen heeft geen zin’

‘Kijkshop nieuw leven inblazen heeft geen zin’

Er zijn veel retailmerken die voor het gevoel van de normale winkelende consument allang door de houdbaarheidsdatum zijn. Wat is eigenlijk het perfecte moment om afscheid te nemen van (ooit klinkende) retailnamen als ‘C&A’ en ‘Kijkshop’?

 
Kijkshop gaat het helemaal anders doen, 20 van de 87 filialen gaan dicht en de vitrinewinkel wordt een soort Marktplaats meets Coolblue. Volgens de Zweedse eigenaar Björn Serving moet het uitgroeien tot ‘het coolste en beste verkoopplatform voor consumenten’. Klinkt aardig, maar waarom nu pas? Het zou iets kunnen worden, maar bij veel marketingvolgers domineert toch vooral de verbazing bij dit bericht. Gaat dit merk met associaties als ‘ramen’, ‘belegen rood’ en ‘vlekkerig tapijt’, dat in de jaren negentig al niet hip meer was, oprecht nu pás vernieuwen? Iedereen weet dat ‘Kijkshop’ uit elke merkbarometer als ‘suf’ en ‘oubollig’ komt, maar waarom is er dan niet eerder ingegrepen? Dat kun je - zelfs met grof geld - echt geen enkele Merk Top 40 meer induwen toch, marketeers? En als we eerlijk zijn, geldt datzelfde toch voor retailmerken als ‘C&A’, ‘Blokker’ en ‘Peek & Cloppenburg’? Je weet dat het merk eigenlijk niet meer kan (teveel negatieve merkassociaties, zou Giep Franzen zeggen), maar een of andere investeerder uit een ver buitenland heeft het gevoel er nog iets van te kunnen maken. Hoe kan dat toch en - exacter - wanneer is een merk eigenlijk gedateerd?

 
Niet praten over het merkkrachtmodel
,,Jouw vraag is precies waar ik mijn geld mee verdien,’’ zegt retailmerkdeskundige Paul Moers. ,,Daarvoor heb ik het merkkrachtmodel ontwikkeld, maar dat ga ik niet uitgebreid met je bespreken. Ik kan wel zeggen dat een merk ‘relevantie’ moet hebben en ‘opmerkelijk’ moet zijn. Als het dat niet meer is dan kun je beter afscheid nemen van je merk; dat was natuurlijk bij V&D het geval. Bij Blokker, waar ik zelf heb geadviseerd trouwens, zie ik de potentie nog wel. De familie investeert 100 miljoen euro om er iets van te maken. Dat is een mega-operatie en dat moet je drie jaar de tijd geven.’’ Echt? Als je Blokker door zijn merkkrachtmodel haalt dan kom het er nog goed uit? ,,Zeker, ze zijn nog relevant door de categorie ‘thuis’ te claimen, maar bij de opmerkelijkheid zit het probleem en dat zijn ze in die nieuwe winkels aan het verbeteren. En op internetvlak gaat het heel goed met de Blokker Holding, dat Nextail loopt hartstikke goed.’’ Maar toch even hoor…Blokker is toch nog lang niet terug op merkgebied? ,,Eens, zij zullen meer aandacht aan hun merk moeten geven. Ik heb daar over twee weken weer een gesprek over.’’

 
Tjolk was niet te zuipen
Even los van Blokker dan maar (retailspecialisten zijn altijd lekker uitgesproken en dat is prima voor een journalistiek verhaal, maar er spelen ook wel eens belangen een rol). Hoe komt het dat de eigenaars altijd veel later zien dat een merk opper dan op is terwijl consumenten dat allang weten? ,,Kijkshop revitaliseren heeft geen zin. Daarom moet je ook geen doorstart doen met het V&D-merk, het is over en uit. Laatst probeerde iemand iets met Tjolk, maar het was al niet te zuipen en dan gaan amateurs het opnieuw proberen. Kansloos.’’ Hoe zit het dan bij C&A, is dat ook op of kan dat nog wel? ,,Dat is inderdaad een twijfelgeval, ze sluiten niet voor niets vier filialen. Ze hebben daar gewoon liggen slapen en snappen niet wat Primark en H&M wél begrijpen, namelijk dat je ook design tegen een lage prijs kan leveren. Ze kunnen wel eens te laat zijn met een nieuwe richting. HEMA vind ik ook kwetsbaar. En dan zegt CEO Tjeerd Jegen met een grote bek dat het goed gaat, maar dat komt door de economie en de afwezigheid van V&D. Maar als straks Hudson’s Bay erbij komt, wens ik ze veel succes. Niks doen is gewoon dodelijk. Je moet als merk constant actief blijven want anders is het einde verhaal. Als je niets te melden hebt zijn we zo weer vertrokken, zeker de jeugd.’’
Maar toch even. Een retailmerk nieuw leven inblazen als het eenmaal spartelt is lastig. Veel geslaagde voorbeelden zijn daar niet van, Wehkamp is het wel redelijk gelukt om te transformeren van cataloguskoning tot internetgigant. ,,Die hadden de ballen om iets te ondernemen.’’ Maar hoe kan het dat merken als V&D en Kijkshop nog jaren doorgaan terwijl iedereen weet dat het niks meer is? ,,Dat komt doordat eigenaren vaak een eendimensionale blik hebben. Kijk maar naar Free Record Shop, terwijl iedereen allang aan het downloaden was, lagen daar nog allemaal cd’tjes in de zaak. Maar ja, dan heeft een eigenaar geld zitten in de winkels en dan kan je dat niet meer omdraaien. Je ziet vaak bij jonge ondernemers dat ze nog volop goede ideeën hebben, maar als ze ouder worden verdwijnt dat. Zo gaat dat toch ook met songwriters? En dus moet je als retailer rond je vijftigste jonge honden binnenhalen of iemand die flink de waarheid vertelt, zoals ik. De ING-werkgroep en ik zeiden: stop toch met die kantoren en bouw servicefilialen en voor die kritiek stond het management open.’

 
Merkinvesteerders hopen dat het beter gaat
Okay, helder. Volgens Moers is het zaak om kennis van buiten te halen en zo nodig op tijd in te grijpen om het merk weer een beetje op te poetsen. Interessant kan ook de visie zijn van Richard Otto, die gespecialiseerd is in ‘verdwenen merken’, daar zelfs een boek over schreef en een site bijhoudt met topcases. Wat is in zijn ogen het moment dat je moet ingrijpen? ,,Kijk, iemand moet een beslissing nemen om met zo’n merk te stoppen, maar veel mensen hopen dat zij die stekker er niet uit hoeven trekken. Sommige moeilijke beslissingen stellen ze liever uit, net zoals in de politiek. Eruit stappen is natuurlijk heel duur en zo’n ingreep heb je liever niet op je naam staan.’’

 
De nuance: duur personeel en dure panden
Otto schetst terecht de nuance die altijd een rol speelt bij dit soort beslissingen. Het is te simpel om te zeggen: een merk is gedateerd dus we kappen ermee. Zo ging dat ook bij V&D waar Otto een vuistdik boek over schreef. Maar geef toe, het merk V&D was toch kansloos, ten dode opgeschreven en dat al heel lang geleden? ,,Dat zeg jij. Maar er kwamen nog voldoende mensen over de vloer. Het probleem was personeel op leeftijd met veel te hoge lonen en de panden waren ook te duur. Bedrijven kunnen  door wetgeving en hoge ontslagvergoedingen niet gemakkelijk het personeelsbestand verversen voor jong, fris en vooral goedkoop personeel. Kijkshop zit waarschijnlijk ook aan meerjarige huurcontracten vast én dure medewerkers. Vastgoedpartijen kunnen door de beleggingswaarde moeilijk de huren van hun winkelpanden verlagen. Tegelijk kan je ‘de Kijkshop’ wel een andere naam geven, maar een nieuw merk opbouwen kost ook een heleboel geld. Kijkshop.nl is trouwens nog wel een interessante merknaam.’’

 
Investeren in Blokker geste van familie?
Ook Otto heeft het nog even over Blokker waar hij kritischer op is dan Moers. ,,Dat is een goed voorbeeld, daar investeert de familie flink, maar dat lijkt bijna een soort geste om te laten zien dat familieleden het wél proberen. Ik vind het ook een slechte transformatie. ,,Het Blokker-concern heeft veel geld verdiend in het verleden, maar nu kiezen ze vooral voor A-labels en dan kun je je afvragen hoe relevant je nog bent in vergelijking met een zaak als Action. Beide partijen halen hun producten vaak bij dezelfde leveranciers, dus Blokker moet met zijn inkoopkracht dezelfde verkoopprijs kunnen hanteren. Blokker had ook voor een mix van A-merken en dat lage segment kunnen kiezen. Hun huidige strategie heeft in ieder geval nog niet veel resultaat opgeleverd.’’ Denkt hij dat ze een plekje in zijn boek op de site krijgen over een jaar of twee? ,,In de huidige vorm zou dat kunnen. De familie zal niet het hele kapitaal er doorheen willen jagen. Een investering van 100 miljoen euro lijkt veel, maar smelt snel weg bij een verliesgevende winkelketen met meer dan 800 winkels, 7000 man personeel en een zwalkende strategie. De familie kan beter kapitaal steken in investeringen die wél een goed rendement opleveren.’’

 
Conclusie: kritisch blijven, verjongen en actie ondernemen
De metafoor met songwriters is misschien wel een aardige concluderende tip voor eigenaren van retailmerken. In het begin van je loopbaan schrijf je de ene na de andere hit, maar die jongehondementaliteit raak je na een tijdje gewoon kwijt. Dan wordt het tijd om een soort schrijverscollectief te beginnen om nog prachtige dingen te maken, misschien iets voor een wat oudere doelgroep. In alle gevallen geldt echter: niets doen is nooit een optie. Het is immers niet zo dat alle oude retailmerken niet meer te revitaliseren zijn, maar er is een moment dat je moet verjongen, mensen naar binnen moet halen die de tijdgeest goed begrijpen en moet vernieuwen. AH, LEGO, HEMA, Coca-Cola, Disney zijn toch ook legendarische merken die al jaren meegaan?

 
  2004 Hits
  0 Comments
2004 Hits
0 Comments

‘Appie Today had net zo goed JUMBO TV kunnen heten’

‘Appie Today had net zo goed JUMBO TV kunnen heten’
De Content Radio Show deel 1

Het was een goed idee van contentmarketingexpert Cor Hospes. Hij wilde wel een podcast beginnen. Nou ja, dan doen we dat. De ‘Content Radio Show’ gaat het heten. We zouden bij elkaar komen, de stand van het vak bespreken, wat cases kritisch doornemen. Goed plan toch?

 
Prima idee, niets mis mee dus we maakten een afspraak bij Head to Head en ik regelde een technicus die er iets moois van zou maken. We spraken een klein uurtje over TMG, Sanoma, het online kanaal van AH en de vrolijke jongens en meiden van de EO die mooie content maken. Natuurlijk moesten we even aan elkaar wennen - de voorzetman en de afmaker - maar het leverde goede verhalen op. De technicus maakte een mooi intro, regelde een muziekje en dan moesten we alleen nog even de shownotes bij elkaar harken. Helaas liep het allemaal iets anders en doopten we onze pilot van De Content Radio Show om tot ‘Henk ten Cate’, de beste podcast die er nooit kwam. Wat het probleem is? Ach, we zijn prima te verstaan, maar er zit teveel echo op de opnames. De kekke industriële ruimte waar we de ‘Content Radio Show’ opnamen was simpelweg te hol en gordijnen en kleden waren even niet voor handen. Gaat de podcast echt door het leven als de beste podcast die er nooit kwam? Neuh, want we hebben er gewoon een verhaal van gemaakt, zoals alles in het leven een verhaal is. En die show? Liefhebbers en vrienden kunnen altijd vragen of ze even mogen luisteren….En  oh ja, we gaan gewoon verder hoor. Volgende keer gaat de technicus mee met al zijn topapparatuur en dan wordt deel 2 weer geweldig. Zeker weten? Zeker weten.

 
Kletsen over onze achtergrond…In het begin van de podcast praten we wat over onze achtergrond. Allebei hebben we een journalistieke basis, zie voor de mijne deze site. Cor maakte al een magazine toen hij elf was en ging later vooral schrijven over lifestyle, reclame en management. Op een dag werd hij gevraagd een boekje te schrijven over Guerilla Marketing en zo rolde hij de marketingwereld in. ,,Ik wilde nog wel in de journalistiek werken, maar de journalistiek niet met mij. Hoofdredacteuren vonden internet een minderwaardig medium en ik wilde verder. Met veel tijdschriften waarvoor ik schreef, is het niet vrolijk afgelopen.’’ Hij liet de journalistiek achter zich. ,,Dat is zo,’’ zegt Hospes, ,, maar in mijn hart blijf ik altijd journalist. Ik stel nog steeds dezelfde vragen, maar nu maak ik van de antwoorden een strategisch advies. Het draait voor mij in contentmarketing om dezelfde W’s; wie, wat, waar en waarom. Het gaat om verhalen vertellen, het is allemaal niet zo moeilijk.’’

 
Denken als een uitgever…Allemaal aardig, maar bedrijven willen toch vooral hun producten verkopen? Ze moeten wel denken en doen als een uitgever, maar zijn het niet. Hospes knikt. ,,Natuurlijk wil een merk uiteindelijk verkopen. Met je verhalen wil je als merk bouwen aan een loyale audience,’’ zegt hij. ,,En die drukt heus wel af en toe op een salesknop. Maar dat vergt geduld. Contentmarketing is als een verkiezingsprogramma. Je moet zorgen dat je audience je gaat vertrouwen, waarna ze op je gaan stemmen.” Vertrouwen kweek je niet als je je verhalen lardeert met salespraatjes. Daarom ook moet marketing met zijn handen van content afblijven, zegt hij, want dan gaat het te vaak fout. ,,Marketeers zijn gewend om te zenden, terwijl het bij contentmarketing draait om audience first, audience first, audience first.’’ Toch is de marketingafdeling meestal in de lead bij contentmarketing projecten? ,,Dat is misschien de reden waarom die vaak uitglijden in campagnepraatjes. Marketeers zijn gewend te werken met reclamebureaus. Die maken copy, bedenken filmpjes en grappige inhakers, allemaal leuk en waardevol, en ze denken in campagnes, en het liefst moeten die prijzen winnen ook. Ze kunnen niet denken in journalistieke verhalen, niet gek, dat zit ook niet in hun bloed.’’

 
De basis voor goede content is altijd het merk
Ik duik even in de rol van vragensteller, die rollen wisselen trouwens in zo’n podcastsetting wat rigoureuzer dan in een interview. Even wennen. Ik vraag hoe aan de ene kant de journalist, de contentmaker die denkt aan zijn publiek en aan de andere kant de marketeer, de zender, het dan eens worden. Want dat is toch echt nodig voor een goed contentconcept. Lastig, zegt Hospes. ,,Dat campagnedenken is hardnekkig, merk ik. Prima als dat een vertaling is van het merk-DNA, maar daar gaat het dikwijls mis. Waarom hoort dit bij het merk? Waarom kan dat merk alleen maar de afzender van dít verhaal zijn? Wanneer je als merk je DNA al niet helder hebt, ja, hoe wil je dan communiceren. Dan doe je morgen X en overmorgen Y. Je moet niet beginnen met ‘we willen nu een inhaker’, maar bij het merk. Je ziet te vaak het tegenovergestelde. En daarbij offeren ze hun ziel op. Daar heeft Maarten Bakker van BVH recent nog een leuk boek over geschreven. Zeer lezenswaardig.”

 
De oplossing: een redactiestructuur…We bedenken samen - niet revolutionair want vaker gezegd - dat een redactiestructuur goed zou werken voor een sterk contentconcept. Een vrolijke club mensen bestaande uit een schrijver, een filmer, een marketeer en nog een paar makers met aan het hoofd een goede hoofdredacteur die het proces van merk tot publiek bewaakt. Iemand die de basis, de contentstrategie altijd voor zijn neus heeft en die creatieve mensen aan het werk zet, ze een deadline geeft want daar houden ze van. ,,In het buitenland werkt dat al op grote schaal zo; Jyskebank en Marriott doen het zo, in Nederland nog te weinig.’’ We komen op ‘Interpolis’ waarvan een vertegenwoordiging tijdens het Contentmarketing & Storytellig Event vorig jaar vertelde over de mislukte newsroom. Er was in Tilburg een ruimte ingericht waar mensen aan allerlei content over Interpolis konden werken. Hoewel de twee vrouwen destijds op het podium nog een beetje zochten naar een verklaring voor het falen, was het redelijk duidelijk; geen hoofdredacteur die de rode draad en de deadlines in de gaten hield en geen strategisch plan. ,,Je hebt gelijk, maar ik hoop dat ze het in Tilburg wel gaan oppakken want als er één merk een duidelijk profiel heeft dan is het wel Interpolis.’’

 
Iets met luiers volschijten…Waarom lukt het in de VS wel met goede contentmarketing cases? ,,Daar is het natuurlijk allemaal bedacht, in Nederland zitten we nog naar elkaar te kijken. Langzaam gaat het iets beter, we lopen nog in onze luiers en we schijten die luiers vol met ‘me too-shit’. Ik ben nu een aantal jaar hoofd jury van de Spin Awards en…ja…..dit jaar was het aanbod heel slecht. Vorig jaar was er onder meer nog een fraaie longread van de NOS en LINDA.tv.” We hebben het over kranten waar de vernieuwing zo langzaam lijkt te gaan. Waarom maken kranten nog niet op grote schaal tv, radio en podcasts? Waarom maken ze geen documentaires over stevige onderwerpen en waar blijven de RADAR-achtige miniredacties met de beste filmers, fotografen en nieuwsjagers van rond de 30 die het verschil maken, die weten wat jongeren willen? Waarom heeft een rebellenclub als Follow The Money de ene na de andere scoop terwijl er daar nauwelijks budget is? Cor denkt dat gebrek aan samenwerking een voorname oorzaak is. ,,Ik snap niet waarom media niet veel meer samenwerken: Parool en AT5 zijn toch voor elkaar gemaakt? Dan wordt het toch ook veel interessanter voor adverteerders? Zou het Nederlands zijn? We zijn gewend om over de hele wereld connecties te maken, maar in Nederland denken we dan weer heel klein.’’

 
De mislukte multimediastrategie van Sanoma…Via het gebrek aan samenwerking belanden we bij Sanoma dat SBS verkocht is aan John de Mol. Het bedrijf geloofde ooit in de integratie van tv met de magazinetitels, maar dat werkte voor geen meter. Ik vertel over de columns van Marianne Zwagerman en een sterk NRC-stuk van Reinier Kist waarin wordt gesteld dat multimedia samenwerking een leuke theorie is, maar lastig in de praktijk. In NRC stond het voorbeeld van het SBS-programma Shownieuws dat al jarenlang samenwerkte met Privé-baas Evert Santegoeds die natuurlijk bij concurrent TMG werkt. Volgens de schrijver van dat verhaal zou Santegoeds vervangen moeten worden voor de Storybaas (wel Sanoma), maar dat weigerde de redactie. Zie daar het verschil tussen de theorie en de praktijk..Cor vraagt waarom die multimediale inzet bij het merk ‘Linda’ wél werkt. Ik denk dat het komt doordat de redactie van Linda redeneert vanuit één merkgedachte. De samenwerking tussen Nu.nl en Veronica rond de Champions League is prima, maar het zou nog beter functioneren als dat vanuit een voetbalmerk zou zijn; NuSport TV. Cor: ,,Dus de learning is: begin als één merk en ga van daaruit de verschillende kanalen vullen met altijd één centrale gedachte.’’

 
Nog maar eens redeneren vanuit het merk
Van de beste contentmarketingconcepten is volkomen duidelijk waarom het gemaakt is. Het lijkt zo gemakkelijk; Red Bull (maar verder gaan we het niet hebben over deze tikkie belegen case) geeft vleugels en focust op sport en muziek. Maar het gaat nog vaak mis en - noem me naïef - ik kan zo moeilijk geloven dat het onwil of onkunde is. Cor: ,,Prachtig wat KPN doet met KPN Presenteert - muziek, sport, tv-series - maar er zit geen enkele merkgedachte bij.’’ Ik geloof het gewoon niet, als zo’n merk iets op marketinggebied doet dan schuiven daar toch allerlei slimme, grootstedelijke jongens en meiden aan van vierletterige bureaus? Die zijn toch op aarde om het merk te bewaken? ,,Nee,’’ zegt Cor. ,,Bedrijven durven geen keuzes te  maken. Richten zich het liefst op iedereen. AH zegt Everybody Appie, maar je kunt er simpelweg niet zijn voor iedereen. De massa is bedacht door de massamedia en je weet hoe het daarmee gaat aflopen.’’

 
Appie Today…bemoedigend conceptAha (flauw). Vindt hij Appie Today, het online tv-kanaal van AH geen goed concept? ,,Ik vind het heel bemoedigend dat AH een online kanaal is begonnen. En veel collega-marketeers houden dit kanaal in de gaten. Probeer maar, durf te experimenteren, prima. Maar dan vertelt zo’n CEO dat ze het vooral voor jongeren maken, maar ik zie helemaal geen jongeren voorbijkomen of iets wat hen interesseert. Ik zie alleen maar logo’s en bussen vol ouderen. En kijk ook naar de tone of voice, pff. Albert Heijn, kijk naar #BOOS van Tim Hofman of BEAM van de EO. Dat wordt op een jonge manier online TV gemaakt. En vind je het ook niet irritant dat alles maar in die winkel plaatsvindt? Dit gaan jongeren echt niet delen. We gaan even naar de stelling van de dag kijken, kom op zeg! Het heeft geen centrale gedachte, als je zegt dat het JUMBO TV is dan zou het ook kunnen. Wat maakt het des Albert Heijns? Dat komt doordat het niet gemaakt wordt door een onafhankelijke journalistieke redactie.’’ Cor kijkt op internet wie de hoofdredacteur is. ,,Monique Bergers, nee, haar LinkedIn-profiel vermeldt geen redactionele achtergrond, en zij is heel jong en onervaren. Je moet echt een zwaargewicht op zo’n positie zijn, vooral binnen Albert Heijn. Ik heb jarenlang geschreven voor Allerhande. Daar willen marketeers en productmanagers echt over elk woord een plasje doen. Als je het zo groots aanpakt als AH, en zoals ze ook Allerhande aanpakken, dan moet je toch ook je online tv-kanaal professioneel aanpakken? Ik bedoel, Allerhande, daar zit ook een ervaren redactie op, met een duidelijk redactioneel format, een eenduidige redactionele missie enzovoorts. Het is nu net alsof ze het er een beetje bij doen, want ja, het is toch online, en we vinden Allerhande belangrijker.”

 
Openingszinnen over vissen en lopen over waterNu het online programma toch is gevallen, BEAM TV van de EO. ,,Iedereen heeft vooroordelen over de EO, maar het is echt heel leuk. Ze hebben christelijke openingszinnen op basis van de bijbel, piemelpraat, prachtige titel voor een rubriek, en prikkelvragen zoals: ‘Woont God in een camper’ of: ‘Heeft God een huisdier?’ Want ja, ik noem maar even een filosofisch vraagstuk, en ook hun animaties zijn tof. Er zijn veel formats, je ziet aan alles dat ze weten wie er kijken. Dus ik zou zeggen: AH kijk goed naar BEAM! En weet je wat ook werkt online? Ze hebben zelfspot en dat is ver weg in die AH-films. Het voordeel is misschien dat de EO precies weet waar het voor staat als merk, en dat ze weten voor wie ze het maken.’’ Toch nog even iets wat ik me niet kan voorstellen, Unilever en Heineken hebben toch allang een redactie van twintig mensen met een ervaren hoofdredacteur die precies weet hoe je jongeren bereikt? Die zeggen toch echt niet meer tegen de grote influencerbaasmeneren: hebben jullie nog iemand in de aanbieding? Hospes: “Veel merken zijn jarenlang voor de gek gehouden door hippe social media bureaus met grappige inhakers, want, wat moesten ze anders op sociale media, echt, de meeste merken hadden geen flauw idee. Ongoing content, video series nog nooit van gehoord. Dus probeerden ze het met vloggers die van maandag tot en met donderdag juichen voor merk A, en een week later juichen voor het concurrerende merk B. Wat ik eerder zei, het gaat bij contentmarketing om het opbouwen van vertrouwen en dat bouw je niet op met vloggers en zelfbenoemde influencers, want echt, lieve mensen, dat kun je ook worden binnen enkele weken, die zich gedragen als spammende reclamezuilen. Maar ja, merken willen blijkbaar gewoon bedrogen worden omdat ze het ook niet weten.’’

Nou ja, genoeg te bespreken dus in de Dick Advocaatversie van deze podcast. Tot volgende keer…ergens in mei nog.          
  1827 Hits
  1 Comment
1827 Hits
1 Comment

Het verdienmodel van het huis-aan-huismerk: lokaal, lokaal, lokaal

Het verdienmodel van het huis-aan-huismerk: lokaal, lokaal, lokaal

Het lijkt zo logisch. Aan de ene kant heb je de slagers, bakkers, gemeente en fietshandelaren en aan de andere kant de inwoners van een middelgroot dorp. Die slager wil toch betalen om contact te hebben met die inwoners? Hoe ingewikkeld kan zo’n verdienmodel voor lokaal nieuws dan zijn?

 
Okay, het bestaande verdienmodel van de lokale journalistiek in krantenvorm lijkt redelijk kapot, maar daar zou toch een nieuwe variant voor in de plaats moeten komen? Jarenlang werd er wel degelijk geld verdiend met het exploiteren van lokale kranten, maar de laatste jaren werden de budgetten voor het maken van lokaal nieuws alleen maar teruggeschroefd. Vandaag de dag sluit de ene na de andere lokale redactie de deuren. Onlangs nog werd bekend dat Almere Vandaag ermee stopt. De Persgroep heeft tweederde van de redactiebanen bij lokale kranten geschrapt en TMG verkocht alle vijftig titels.

 
Lokaal verdienmodel   
Gelukkig is er een (economische) wet die zegt: als er iets verdwijnt, komt er altijd iets voor terug. De weetjes over een nieuwe schooldirecteur, het eerste lammetje en dat raadsbesluit over die nieuwe stoplichten zijn in het leven geroepen voor internet. Ook onze vaders en moeders vermaken zich al jaren prima op Facebook en de pagina’s met de lokale nieuwtjes zijn daar vrij populair. Helemaal omdat je zelf een bijdrage kan leveren aan het nieuws met een aardige foto of een weetje dat jij toevallig uit betrouwbare bron hebt vernomen. Op metajournalistieke sites gaat het vaak over het belang van de lokale journalistiek voor de democratie, dat het belangrijk is om de lokale wethouder te controleren en dat is natuurlijk zo, maar wij focussen even op het verdienmodel. De pagina’s en lokale sites zijn vaak in elkaar gezet door vrijwilligers die plezier halen uit het exploiteren ervan, maar zijn al die sites ook een beetje lucratief voor adverteerders? Voor de lokale bakker, slager en frietboer is het toch interessant om direct contact te hebben met de mensen die elke dag in je zaak rondwandelen? Maar toch zijn er weinig voorbeelden van succesvolle lokale ‘hyperlocals’, zo blijkt ook uit een NRC-verhaal. Hoe komt dat eigenlijk?

 
Adverteren via Facebook is vluchtig online contact
Dat het ondanks die potentie niet goed gaat met de lokale journalistiek, heeft allerlei oorzaken, zo legt Piet Bakker uit. De professionele krantenkenner, werkzaam als lector massamedia en kwaliteitsjournalistiek bij de School voor Journalistiek deed onderzoek naar verschillende lokale nieuwsinitiatieven in heel Europa. Bovendien zette hij zelf zo’n site op over Zaandam om te weten hoe het werkt. ,,Ik ben het met je eens dat de potentie er is, maar de praktijk is vaak anders dan de theorie. Zo zijn de tarieven die deze sites rekenen voor advertenties via Google Adwords of ‘programmatic advertising’ extreem laag. Dat levert pas wat op bij tienduizenden views,” zegt hij.

Bakker denkt dat zo’n lokale site baat zou hebben bij een ervaren advertentieverkoper die met zijn schoenen stevig in de lokale samenleving staat. ,,Hij of zij kan langdurige contracten afsluiten waarbij de tegenprestatie groter is dan wat vluchtig online contact. Denk bijvoorbeeld aan contactavonden, maar ook aan branded contentverhalen die wat verder gaan dan de wekelijkse aanbieding. Doordat hij zoveel contact heeft met adverteerders weet hij precies waar behoefte aan is.”

 
Gebrek aan lokale betrokkenheid
De tweede belemmering die Bakker ziet is dat grote mediabedrijven als TMG en De Persgroep deze lokale betrokkenheid simpelweg niet in huis hebben. TMG probeerde met Dichtbij.nl de lokale journalistiek op te pakken in de grote steden, maar stopte daarmee. Op dit moment is De Persgroep bezig met een soortgelijk experiment in Delft, Dordrecht en Utrecht. ,,Zij proberen een lokale nieuwssite of krant te plaatsen in de bestaande structuur van een grote uitgever, maar die synergievoordelen zijn lastig te realiseren omdat een lokale krant juist baat heeft bij een lokale structuur qua nieuws en adverteerders. Je kan best een dienst uitbesteden, maar een hyperlocal moet gerund worden door lokale mensen die precies weten wat er speelt. Je kunt niet vanuit Rotterdam een krant over Enschede maken, dat model werkt gewoon niet,” zegt hij.

 
Gebrek aan samenwerking
Tot slot is het grote probleem de samenwerking tussen verschillende initiatieven of beter: het gebrek eraan. In een gemeente als Houten heb je - ondanks de kleine markt van ongeveer 50.000 mensen - twee lokale kranten, een regionale krant, een lokale en een regionale radio-omroep, een gesponsord magazine en vele initiatieven online. Stel dat je één multimediale lokale uitgever bent met een lokale krant, een radiostation en een lokale site vanuit één merk? Dan kun je de kosten laag houden en de adverteerder hoeft zijn geld maar één keer uit te geven. Bij het merk werken een hoofdredacteur én een goede advertentieverkoper samen om het publiek en adverteerders bij elkaar te brengen. Op die manier heb je toch een model dat kan werken? Bakker: ,,Klopt helemaal, maar je vergeet weer het verschil tussen de theorie en de praktijk. Het is bijvoorbeeld heel moeilijk om krantenmensen met tv-mensen te laten samenwerken, dat zijn compleet verschillende vakken. Datzelfde geldt voor iemand die online advertenties verkoopt en iemand die dat voor een lokale krant doet. Of je moet allemaal hetzelfde startpunt hebben en direct multimediaal starten.”

 
Leven van lokaal nieuws
Bakker adviseert eens te bellen met Martin Reijmerink van www.pen.nl, de lokale nieuwssite van Nieuwegein, puur om te kijken of daar iets te leren valt. Hij runt al 21 jaar deze lokale nieuwssite en zegt ervan te kunnen leven. Wat is zijn geheim? Hij begon in 1996 naast zijn baan als internetstrateeg bij World Access, later Planet Internet, waar hij een van de pioniers was. ,,Het geheim is dat ik echt heel veel mensen ken in Nieuwegein,” zegt Reijmerink. ,,Daardoor weet ik waar het nieuws te halen is én waar adverteerders behoefte aan hebben. Die band met adverteerders is heel belangrijk. Ik ga bijvoorbeeld een dag per jaar gratis bij een adverteerder werken. Tijdens zo’n dag in een slagerij of bakker leer je elkaar goed kennen en weet je waar behoefte aan is. Bovendien hoor je nog eens wat.” Omdat Reijmerink hoofd advertentie én hoofdredacteur tegelijk is, heeft hij geen lastige discussies over journalistieke onafhankelijkheid; als een adverteerder het leuk vindt om redactionele aandacht te krijgen dan regel ik dat gewoon.”

 
Poule van meer dan dertig adverteerders
Mede daardoor heeft hij een poule van meer dan dertig adverteerders die maandelijks gemiddeld 200 euro betalen. Per maand vinden er 1,2 miljoen ‘paginaraadplegingen’ plaats en dat levert gemiddeld 27.000 unieke ‘internetadressen’ op van mensen die de site bezoeken. 78 procent daarvan is regiogebonden. Die ongeveer 6000 euro komt dus elke maand binnen en bovendien heeft hij weinig kosten omdat hij alleen met vrijwilligers werkt. Zelf is hij de enige die op de loonlijst staat. ,,Ik vraag betrokken Nieuwegeiners altijd wat ze graag willen doen voor de lokale samenleving. Dus daarom hebben we een column van een stadsbioloog die een verhaal maakt over de plantjes in Nieuwegein en een oud-sportjournalist die verhalen schrijft over de lokale voetbalclub. Ik geloof ook dat het leuke nieuws voor 90 procent je verhalen moet bepalen, niet teveel nare berichten van de politie,” stelt Reijmerink. Redactie en advertentie op dezelfde plek, veel contacten in de lokale gemeenschap en de kosten laag houden. Met dat model kun je dus blijkbaar een eind komen. Is het niets voor TMG en De Persgroep om even langs te komen? ,,Dat kan natuurlijk, maar Piet Bakker zegt daar inderdaad verstandige dingen over. Je moet iemand hebben die de gemeenschap in een dorp goed kent; niet meer en niets minder. Ik ben benaderd om dit model ook in IJsselstein en Woerden te gaan uitrollen. Dat zal binnenkort gebeuren.”

 
Eén lokaal nieuwsmerk per gemeente
Conclusie: het kan toch niet anders of er is voor een multimediaal lokaal nieuwsmerk een heel aardig ideaal verdienmodel te bedenken. De adverteerders willen graag, de bewoners hebben interesse dus wat is eigenlijk het probleem? Maar ja, dan praat je wel over één model per dorp met als basis een hele goede lokale hoofdredacteur en een al even goed geïnformeerde advertentieverkoper die hun professionele ervaring koppelen aan gevoel met de lokale gemeenschap. Zij formeren - met het ijzersterke redactieformat in hun hand - een trouwe groep adverteerders die graag betalen om op allerlei creatieve manieren contact te hebben met hun vaste en potentiële bezoekers (betrokkenheid bij ‘local town meetings’, stevige contentverhalen in de wekelijkse krant, meelopen met de nieuwsbrief etc.). Eigenlijk heel logisch.

 
 
  4655 Hits
  0 Comments
4655 Hits
0 Comments

BuzzFeed en het geheim van virale content

BuzzFeed en het geheim van virale content

The Web’s king of viral content. Steeds opnieuw slaagt BuzzFeed erin om content viraal te laten gaan. De site werd ooit bekend vanwege lijstjes met grappige katten. Maar naast entertainment biedt de site ook serieus nieuws. En met succes. In Nederland weten millennials BuzzFeed goed te vinden.

 
BuzzFeed begon in 2006 als een lab om virale content te testen. Wanneer kan een verhaal of beeld rekenen op extreem veel hits?

Populair zijn nog steeds de afbeeldingen van katten. Meer dan twintigduizend items met of over katten hebben inmiddels op de site gestaan. Het trekt gebruikers naar de site toe, die ook verder op BuzzFeed rondkijken.

Populair zijn ook de listicles: lijstjes zoals ‘30 tekenen dat je bijna 30 bent’ of ‘de 10 mooiste exotische vruchten in de wereld’ scoren hoog onder millennials.

 
Medialab
Oprichter Jonah Peretti geldt als een ‘nerd genius’. Hij analyseert grote aantallen data om te bepalen wanneer content viraal gaat. Peretti volgde zijn opleiding aan het Medialab van het MIT, de prestigieuze technische universiteit in Massachusetts. Hij was medeoprichter van de Huffington Post en stapte in 2011 volledig over naar BuzzFeed.

We hebben bij BuzzFeed veel geluk gehad, vindt Peretti. „Vaardigheid is 67 procent geluk. We waren geobsedeerd door social content en ads voordat anderen ermee begonnen. De wereld ging mee met wat wij al aan het doen waren.”

 
Virale content gedecodeerd
Hij maakte gebruik van wat hij leerde op MIT. „Je krijgt veel data over wat consumenten lezen en delen. Delen is het belangrijkst, dat iemand het waard vindt om je content naar een vriend te sturen. Data daarover kun je meteen gebruiken voor nieuwe content op je media.”

BuzzFeeds doel is om te voorspellen wanneer content viraal gaat. Maximaliseer de karakteristieken die daarbij horen. Dat zal de verspreiding versnellen. Onderzoeker Lucy Küng van de University of Oxford zegt in haar boek Innovators in digital news’ dat BuzzFeed er deels in geslaagd is om virale content te decoderen. Alleen al op Facebook heeft BuzzFeed daardoor maandelijks tientallen miljoenen interacties (likes, comments en shares).

 
Interview met Obama
Sinds 2012 brengt BuzzFeed ook nieuws. Van korte nieuwsartikelen tot onderzoeksjournalistiek. Een logische stap naast entertainment, vindt Peretti. In 2014 had de site ruim zevenduizend nieuwsverhalen uit 20 verschillende landen. Een groter contrast met de lichte listicles en quizzen is nauwelijks denkbaar: de nieuwspagina oogt als een professionele newssite.

Begin 2015 onderstreepte Peretti nog eens het belang van nieuws. „Nieuws vormt het hart en de ziel van een mediabedrijf. Het is de beste manier om impact op de wereld te hebben.”

Voor de site werden bekende journalisten aangetrokken, onder wie Lisa Tozzi van The New York Times en de huidige hoofdredacteur Ben Smith, afkomstig van Politico. Smith had in 2015 voor BuzzFeed een interview met Obama.

De site heeft speciale aandacht voor onderwerpen die leven onder millennials. Thema’s variëren van de Amerikaanse presidentsverkiezingen, terrorisme, technologie tot homorechten.

Hoofdredacteur Smith vindt dat de kattenvideo’s en nieuws prima samengaan. „We gaan door met prachtige cat-led-entertainment, maar we hebben ook fors geïnvesteerd in journalistiek. Dat is niet strijdig met elkaar: mensen houden van dieren en ze willen weten wat er in de wereld gebeurt.”

 
BuzzFeed video
De nieuwste en snelst groeiende tak van BuzzFeed is video. Het is een trend die overal op het internet zichtbaar is. Video spreekt millennials aan en adverteerders willen het graag. Televisiestation NBC investeerde afgelopen jaar 200 miljoen dollar in BuzzFeed. Deze zomer gaat BuzzFeed speciale video’s maken over de Olympische Spelen voor verschillende platforms.

Bij video ligt de nadruk op entertainment. Dat kan op termijn ten koste gaan van de nieuwsrubriek. Analisten bij CNN verwachten dat BuzzFeed uiteindelijk het nieuws zal aanpakken om ruimte te maken voor meer winstgevende activiteiten als video.

 
Verdienmodel
BuzzFeed werd winstgevend in 2013. Een jaar later bedroegen de advertentieopbrengsten al meer dan honderd miljoen dollar. De site heeft alleen native ads in dezelfde vormgeving als de overige content. Peretti: „Ik wilde één platform voor nieuws, entertainment en branded content. Dat waren gescheiden teams, die allemaal gebruik maakten van de data en de innovaties die we op het platform doorvoerden.”

Zo’n driekwart van de bezoekers van BuzzFeed komt binnen via social media. De helft zit in de leeftijdsgroep van 18 tot 34 jaar. En ruwweg de helft bezoekt de site op de smartphone. Dat is een aantrekkelijke groep voor adverteerders. „We hebben nooit die doelgroep opgezocht,” zegt Peretti in het boek van Küng. „Zij vinden onze site. De meesten zijn hoog opgeleid. Ze wonen in grote steden en zijn breed geïnteresseerd in cultuur.”

De native content wordt gemaakt in een aparte divisie, die vergelijkbaar is met een reclamebureau. Ze werken er direct samen met de brands en maken content in de stijl van BuzzFeed. De advertentietarieven liggen hoger dan elders, maar de merken profiteren van BuzzFeeds expertise om de content viraal te maken.

Uitgangspunt is mobile first. „Onze ads doen het beter op de smartphone. Dat is de belangrijkste reden dat BuzzFeed winst maakt. Als consumenten steeds meer kiezen voor social en mobiel, komt dat onze onderneming ten goede.”

 
Klonen van Buzzfeed  
Het succesvolle businessmodel van BuzzFeed heeft wereldwijd geleid tot sites die dezelfde formule uitproberen, maar zonder vergelijkbaar succes. In Nederland hanteert upcoming.nl  een vergelijkbare formule: ga na wat trending topics zijn en stem je items daarop af. De site bevat listicles, quizzen en een nieuwspagina, waar serieus nieuws overigens ontbreekt.

Voor Nederlandse millennials is de Engelstalige site van BuzzFeed geen enkel probleem, gewend als Nederlanders zijn aan Amerikaanse series of stand-up comedians. Uit onderzoek blijkt dat BuzzFeed vooral bij vrouwelijke millennials goed scoort. Misschien voegt de Amerikaanse invalshoek juist wel wat toe.

 
Mix van tech en journalistiek
De kracht van BuzzFeed is hoe het tech en journalistiek weet te combineren. De analyse van data staat garant voor hoge bezoekersaantallen; de site biedt entertainment en nieuws, gemaakt door professionele journalisten.

De vraag is of met de aandacht voor video de nieuwssectie behouden blijft. Of dat BuzzFeed gaat terugvallen naar louter entertainment. Aan de newssite te zien lijkt dat voorlopig nog niet het geval.
  1983 Hits
  1 Comment
1983 Hits
1 Comment

Be Candid,
it’s contagious.

Candidness is the quality of speaking with
honesty and authenticity. Our Candid editorial
team shares stories that matter on media, data,
marketing, creativeness and technology.

Our Candid editorial team
creates stories that matter.