Candid. Platform
for growth.

Werkt een platformorganisatie ook in marketing?

platform-marketing
Platformorganisaties als Amazon, Google, Airbnb, Uber en Facebook domineren...
Continue reading
  4845 Hits
  0 Comments
4845 Hits
0 Comments

Hoe ING inspeelt op de customer journey van de klant

ING-customer-journey
Soms zijn we zo gewend aan Nederlandse werkwijzen, dat het ons nauwelijks m...
Continue reading
  6185 Hits
  0 Comments
6185 Hits
0 Comments

Heeft contentmarketing een eigen GRP nodig?

Meetbaarheid
Met contentmarketing bouw je een merk. Maar hoe meet je dat? Via een eigen ...
Continue reading
  3203 Hits
  0 Comments
3203 Hits
0 Comments

Wat er mis is met de Grote Marketing Enquête

Rabo_ogen_dicht_1
Hebben marketeers gebrek aan realiteitszin of lijden ze aan zelfoverschatti...
Continue reading
  2766 Hits
  1 Comment
2766 Hits
1 Comment

Hackatrain: nieuwe apps gaan het vervoer drastisch veranderen

Hackatrain-nieuwe-apps-gaan-het-vervoer-drastisch-veranderen
De Netflix voor het vervoer worden ze al genoemd, vanwege de revolutie die ...
Continue reading
  3887 Hits
  0 Comments
3887 Hits
0 Comments

Journalisten en marketeers: ga bij elkaar op de koffie

Journalisten en marketeers: ga bij elkaar op de koffie

De boycot door Waylon van publieksmedia AD en Telegraaf leert maar weer eens dat journalisten en andere beroepsgroepen zo weinig begrip voor elkaar hebben. Jammer want juist de contentmarketingwereld zit te wachten op wat journalistieke principes.

 
Wat snappen wij journalisten en mensen met een ander vak elkaar soms slecht hè?

Echt, ik probeerde te luisteren naar de argumenten van Waylon om De Telegraaf en het AD te boycotten tijdens het Songfestival, maar ik bleef het maar vreemd vinden. Hij en zijn manager hielden vol dat journalisten toch een taak hebben om het een beetje positief te houden allemaal want dan zou Waylon meer kans hebben. En was toch een gezamenlijk belang?

 
Verhalen in elkaar knutselen
Op kleine schaal krijg ik wel eens volledig nieuwe versies terug van verhalen als ik een advertorial maak. Communicatiemanagers van bedrijven knutselen dan zelf iets in elkaar en daar wordt het meestal niet beter op. Laatst begon mijn verhaal opeens met een quote van Winston Churchill (een doodzonde….samen met de passage ‘wat zegt Van Dale daar eigenlijk over?) en daarna volgde bakken vol jargon. Daarover gesproken; alsof de klant tegen de bakker zegt: prima dat krentenbrood van jou, maar ik haal de krenten eruit en voeg wat maanzaad toe. Tegen mijn opdrachtgever zei ik dat ik het allemaal prima vond, maar of hij even mijn naam boven het verhaal wilde weghalen.

 
Altijd maar ruzie maken
Er is nog wel eens onbegrip tussen journalisten en andere beroepsgroepen. Vaak terecht, maar soms zijn we iets te overtuigd van ons gelijk. Topartiesten, communicatiemanagers van vastgoedbedrijven, maar ook marketeers snappen ons slecht. Niet zo handig misschien want tegelijkertijd wordt het wel de hoogste tijd dat de journalistiek en marketeers intensief bij elkaar op de koffie gaan. Niet om elkaar naar de mond te praten, maar om te kijken of we elkaar ergens kunnen ontmoeten. Er lopen immers heel veel goede journalisten rond en bedrijven hebben steeds meer behoefte aan goede content. Het is misschien niet sexy voor veel journalisten, maar we kunnen echt niet allemaal op de redactie van NRC of Volkskrant aan de slag en in het bedrijfsleven en bij vakbladen zijn leuke dingen te doen. Bovendien; vooral freelancers die hechten aan hun vrijheid zullen voor het geld ook wel eens een verhaaltje voor ABN of ING moeten tikken, maar het gaat nog zo vaak mis door onbegrip.

 

De wet van Sheridan

In zijn boek They Ask You Answer van Marcus Sheridan (jullie weten toch? De man die ooit zijn zwembadbouwbedrijf groot maakte met contentmarketing) noemt hij tien kwaliteiten van goede contentmarketingmanagers: Schrijftalent (,,je kan een marketeer niet leren schrijven, maar een schrijver wel iets van marketing bijbrengen.’’), eindredactionele ervaring, verstand van social media, kunnen interviewen, iets weten van video editing, een aardig mens zijn, (want veel contact met anderen), een beetje kunnen organiseren, van cijfers houden en buiten de gebaande paden kunnen denken.

Volgens Sheridan kun je deze kwaliteiten eigenlijk alleen maar vinden in de beroepsgroep ‘journalistiek’. ,,Wijzelf huren vooral recent afgestudeerde journalisten in en brengen hen dan de principes van marketing bij.’’

En daarin schuilt waarschijnlijk toch de holy grail als je een kritische analyse maakt van het incident van Waylon en al die andere voorvallen die daar op lijken. Natuurlijk, zouden de marketingmanager en de artiest iets meer begrip kunnen hebben voor ons journalisten. Ze moeten misschien beseffen dat wij altijd in het belang van het publiek (zouden moeten) denken en niet aan het belang van de geïnterviewde. Maar goed, dat ligt buiten ons beïnvloedingsveld, zouden we zelf ook iets kunnen ondernemen?

 
Iets nederiger opstellen
Want zo briljant zijn we niet altijd hè? Zo volwassen is het toch niet om Waylon opeens de hemel in te prijzen als hij even niet met ons wil praten? Ja, wij moeten soms proberen ons iets nederiger op te stellen, met begrip voor het vak dat de ander uitoefent. Artiesten zijn natuurlijk zeer autonome mensen die juist baat hebben bij het niet-sluiten van een compromis, ze zijn misschien veel solistischer, eigenwijzer dan journalisten. Moeten dat ook zijn. En als de artiest besluit dat hij wat dansers op een podium wil dan moeten journalisten dat misschien ook eens accepteren. Of zoals Songfestival-kenner en journalist Cornald Maas zegt: kritiek mag natuurlijk, maar dat geeft een artiest ook het recht om zijn eigen keuzes te maken in met wie hij van de media praat.

Marketeers zijn misschien van oudsher gewend om te zenden, om te vertellen hoe geweldig een nieuwe dienst of een bepaald product is. Die impuls wordt echter steeds iets minder en zal er de komende jaren helemaal uitgaan want de macht in de mediawereld verschuift steeds meer naar het publiek. Als ‘de doelgroep’ een commercial verschrikkelijk vindt dan gaat die - via Loden Leeuwen en herrie op social media - snel weer van de buis. Marketeers moeten dus steeds meer in het belang van hun achterban gaan denken en wij journalisten kunnen daar een beetje bij helpen. Niet door arrogant te zeggen hoe de wereld in elkaar zit, maar door steeds te blijven uitleggen dat het uiteindelijk maar om één belang gaat: dat van de kijkers, lezers en luisteraars. We zijn een soort vertalers; marketeers vertellen iets over hun dienst of product en wij maken daar een verhaal van dat het brede publiek graag ziet, leest of hoort. Niets meer, niets minder, ieder zijn vak.

 
  2613 Hits
  1 Comment
2613 Hits
1 Comment

‘Doe aan contentmarketing op alle niveaus of doe het niet’

‘Doe aan contentmarketing op alle niveaus of doe het niet’

Deel 3 Videoserie over contentmarketing: Atie de Heer

,,Ik geloof niet dat contentmarketing in zijn eentje iets doet. Je moet naar een totale contentstrategie en dan is dit één van je instrumenten,” zegt directeur Atie de Heer van Data Direction in deel 3 van de videoserie over contentmarketing.

 
https://www.youtube.com/watch?v=3Q8Ai3z_niw&feature=youtu.be

 
In de videoserie van Studio Dokter De Graaf en frank.news laten we deze keer een ervaren autoriteit op het gebied van contentmarketing aan het woord. Atie de Heer startte in 1995 met haar bedrijf Data Direction en legde vanaf het begin de focus op inhoud. Ze bedreef al contentmarketing toen de huidige generatie marketeers bij wijze van spreken nog in de luiers zat. Ze is auteur van het boek ‘Content Organizing in de Praktijk - alles over het strategisch inzetten van content’ en mag bedrijven als Ahold, Schiphol, PostNL, UWV, ING en ANWB tot haar klanten rekenen.

 
Volgens De Heer is de hype van alleen contentmarketing maken voorbij en komt er meer geïntegreerde communicatie voor terug. ,,Als je alleen aan contentmarketing doet word je nooit een sterk merk,” stelt ze. Ook moeten marketeers volgens haar stoppen met het gebruiken van vakjargon en moeten de schotten tussen de verschillende disciplines van merken en bedrijven verdwijnen.

  3157 Hits
  1 Comment
3157 Hits
1 Comment

Odin: je hoeft niet groot te zijn voor purpose marketing

Odin: je hoeft niet groot te zijn voor purpose marketing

Grote merken en bedrijven zijn er jarenlang naar op zoek. Een kleine biologische voedselcoöperatie als Odin heeft het van nature: purpose. Hoe makkelijk kan purpose marketing zijn?

 
Biologisch voedsel en gezond eten zijn in. Wat in de jaren ’80 nog een geitenwollensokken imago had, is tegenwoordig hip en trendy. Daar weten ze bij biologische foodcoop Odin alles van. De voedselcoöperatie groeit en groeit en hoeft daarvoor nauwelijks iets aan marketing te doen. Wat dat betreft is Odin het levende bewijs dat purpose marketing werkt.

 

Positieve impact 

Bij dit krachtige marketinginstrument geldt het principe: Practice what you preach. Bij alles wat je als merk of bedrijf doet, kijk je naar de positieve impact die het heeft op de samenleving. Dat hoeft niet meteen revolutionair te zijn zoals Rabobank, die in zijn mislukte campagne doorschoot met de belofte het wereldvoedselprobleem op te lossen. Dat kan ook een tandje minder. Een verfmerk kan een bijdrage leveren door achterbuurten meer kleur te geven. Een deomerk kan het taboe op onzekerheid bij jongens doorbreken. Alleen een bedrijf als DSM heeft het verbeteren van de wereld in bijna elke vezel van zijn DNA zitten. Zelfs grote bedrijven als Heineken zijn nog op zoek naar de focus voor hun purpose marketing. Een grote bank als ING zegt daar volop mee bezig te zijn. Maar de purpose ‘empowering people to stay a step ahead in life and in business’ is niet echt uniek. Bovendien wordt die boodschap steeds ingehaald door affaires, zoals de fel bekritiseerde salarisverhoging van topman Ralph Hamers, dubbele afschrijvingen en storingen in het betaalverkeer.

 

Ontstaan uit purpose 

Sommige bedrijven zijn ontstaan vanuit een purpose. Bijvoorbeeld Tony’s Chocolonely, dat streeft naar slaafvrije chocolade, of de banken Triodos en ASN, die alleen klimaat- en maatschappelijk verantwoord willen investeren. Ook Odin is daar een voorbeeld van. Oprichter Koos Bakker begon in 1983 met de verkoop van biologische groente- en fruitpakketten van aangesloten boeren, tuinders en andere leveranciers. Eind jaren ’90 kwamen daar de biologische Estafette-winkels bij, inmiddels allemaal omgedoopt tot biologische Odin supermarkten waar van alles te koop is. Ook is de CV omgezet in een  coöperatie. Die telt 20 eigen winkels, 400 medewerkers, een eigen bezorgdienst, imkerij, boerderij met zaadveredeling en een academie. De jaaromzet bedraagt 45 miljoen euro. De fusie met De Nieuwe Band is op een haar na gevild, waardoor er ineens 500 verkooppunten in Nederland en België bijkomen en het assortiment wordt uitgebreid met biologische rijst, pasta en andere droogwaren. De coöperatie is in handen van zo’n 6000 leden. Die brengen jaarlijks ongeveer 1 miljoen euro aan financiering op, waardoor Odin niet naar de bank hoeft.

 

Grondsteenspreuk 

Van begin af aan waren zaken als respect voor mens, dier en natuur, samen werken aan een leefbare aarde, verantwoordelijkheid nemen in de voedselketen en uitgaan van eerlijke prijzen de belangrijkste drijfveren voor de oprichters. Die legden ze in 1983 vast in een zogenoemde ‘grondsteenspreuk’:

 
Mogen wij indachtig blijven:
De oorsprong van ons streven
om helende de aarde te bewerken
Eerbiedigend de wijsheid en harmonie
in Gods schepping
Om rechtvaardig haar vruchten te verdelen
Broederlijkheid betrachtend
daar waar mensen van elkaar afhankelijk zijn
Om uit innerlijke kracht het goede te doen
Richtend onze wil naar Gods woord dat ons voedt in onze spijzen
Opdat werkzaam worde:
In de materie offerend licht
In mensen onderling scheppende liefde
In ieder persoonlijk kracht van de Geest
 
Een tekst die anno nu wat archaïsch aandoet en waar Odin niet mee te koop loopt, maar die wel laat zien waar de coöperatie vandaan komt. ,,Wij hoeven geen purpose te bedenken, want die staat daarin. De zorg voor aarde, voor elkaar, het zorgvuldig omgaan met de voedselketen. Het vindt allemaal zijn oorsprong in die grondsteenspreuk,” vertelde commercieel directeur Merle Koomans van Odin tijdens het Seminar Purpose Marketing van de Adfo Groep in Utrecht.

 

Geen salaris-affaires

Een dergelijke benadering voorkomt ook publieke schandalen rond topsalarissen van bestuurders, zoals ING of laatst ook Unilever overkwam. Daar bleek topman Paul Polman  292 keer meer te verdienen dan de gemiddelde werknemer. ,,Bij ons is de regel dat de meest verdienende maximaal zes keer zoveel mag verdienen als degene die het minst verdient. Zelf zit ik op 4.6,” aldus Koomans.

 

Continue reading
  7489 Hits
  0 Comments
7489 Hits
0 Comments

Zou purpose marketing iets zijn voor de PvdA?

Wie de campagnes van de gemeenteraadsverkiezingen een beetje gevolgd heeft, weet dat politieke partijen op het gebied van marketing en communicatie nog een wereld te winnen hebben. Wat moet een partij als de PvdA, die steeds dieper in het moeras wegzakt, doen? Purpose marketing zou het tij wel eens kunnen keren.

 
De PvdA was bij de afgelopen verkiezingen wederom de grote verliezer. In 2014 leden de sociaaldemocraten al zwaar verlies en zakte het aantal raadszetels in gemeenten naar 9,9 procent. In maart 2018 zakte dit percentage verder naar 7,4 procent.

 

NPO Radio 3FM 

De PvdA heeft eigenlijk hetzelfde probleem als radiozender NPO 3FM. Beide zijn hun publiek kwijt, zoeken vergeefs naar hun identiteit, naar hun reden van bestaan en hebben geen charismatische kopstukken meer die de kar kunnen trekken.

Partijleider Lodewijk Asscher is een aimabele en intelligente man, maar ook een beetje een zachtgekookt ei met een fluisterstem en de uitstraling van een ambtenaar. In een tijd dat vorm belangrijker lijkt dat inhoud, is dat dodelijk voor een partij.

 

Vervreemding van de achterban  

Zelf kom ik uit een sociaal nest, waar Joop den Uyl eind jaren’70 werd gezien als de grote roerganger. Mijn moeder - een vriendin van toenmalig PvdA-kopstuk Hedy d’Ancona - trok me als student journalistiek mee naar allerlei congressen en partijbijenkomsten, waar  activistische PvdA-vrouwen vertelden hoe ze Nederland, Europa en de wereld gingen verbeteren, maar dan in omgekeerde volgorde.

Toch heb ik in heel mijn leven hooguit twee keer op de PvdA gestemd. Hoe dat komt? Omdat de partij meestal A zegt en B doet. In de jaren ’50, ’60 en ’70 dacht de kiezer nog dat de partij opkwam voor ‘de gewone Nederlander’. Dat beeld kon daarna alleen nog door vakbondsman Wim Kok in leven worden gehouden. Daarna waren het vooral salonsocialisten en bureaucraten die de partij leidden, staatsbedrijven hielpen privatiseren - met alle negatieve gevolgen van dien - en die op een paar uitzonderingen na steevast de verkiezingen verloren. Het is me nog steeds een raadsel hoe een Greenpeace-actievoerder als Diederik Samson bereid was alle PvdA-beginselen te verkwanselen om met de VVD te regeren en zijn partij op die manier in de afgrond te storten. Pure vervreemding van de achterban dus.

 

Zoek een purpose 

Wil de partij ooit weer de weg omhoog vinden, dan moet ze bij het begin beginnen. Dat heeft de PvdA eerder in de geschiedenis geprobeerd, maar dat gebeurde op een politieke manier. Met vergaderingen in zaaltjes. Met boze partijmannetjes die nieuw leiderschap eisten. Daarmee red je het niet. Daarom zou purpose marketing iets voor de partij kunnen zijn. Een revolutie binnen de eigen achterban of binnen het zwaar geslonken ledenaantal heeft weinig zin. Als een volkspartij zou je moeten mikken op het hele volk. De eerste stap hiervoor is het zoeken naar je reden van bestaan, je why. Oftewel in marketingtermen: je purpose.

 

Vertaalslag 

Zo zou de partij het hele rijtje voorwaarden kunnen aflopen dat Robert-Jan d’Hond van WPP-onderzoeksbureau Kantar Consulting oplepelde tijdens het Purpose Marketing seminar van de Adfo Groep in Utrecht. Vraag je bij alles wat je doet af of het de maatschappij of de wereld een stukje beter maakt. Welke positieve impact het heeft op mensen en de wereld waarin ze leven. Welke maatregelen hebben zin? Welke boodschap klinkt oprecht? Wat maakt de partij uniek in het politieke landschap? Is een ingezette weg coherent of slaan we om als we weer willen regeren? Zijn onze verkiezingsbeloftes houdbaar of beloven we slechts luchtkastelen? En krijgt het partijkader het voor elkaar om iedereen in het land mee te laten doen? Dat mag geen marketingtrucje zijn, maar een beweging die tot in elke vezel van elke PvdA-politicus zichtbaar en voelbaar moet zijn. Eigenlijk zou de partij politiek moeten bedrijven zoals DSM zaken doet. En zijn purpose moeten zoeken zoals Heineken dat doet. Maar neem geen voorbeeld aan ING, want het belangrijkste principe bij purpose marketing is dat je A zegt en ook A doet. Dat hadden ze bij de bank nog niet zo goed begrepen.

  10860 Hits
  0 Comments
10860 Hits
0 Comments

Purpose marketing: wat DSM heeft, ING mist en Heineken zoekt

Purpose marketing: wat DSM heeft, ING mist en Heineken zoekt

Sommige noemen purpose marketing het krachtigste marketinginstrument van deze tijd. Anderen de zoveelste hype of marketingtruc. Onderzoek toont de noodzaak aan. Daarom zijn grote bedrijven als DSM, ING en Heineken er serieus mee bezig.

 
Zoals zo vaak lopen Amerikaanse bedrijven in purpose marketing voor op Europa. Ze moeten wel, want 80 procent van de Amerikanen verwacht dat bedrijven voor meer staan dan alleen winst maken. De vraag is dan ook niet óf bedrijven hierin stappen, maar wánneer, stelt Robert-Jan d’Hond van WPP-onderzoeksbureau Kantar Consulting. ,,Het succes van grote merken is verankerd in hun purpose. Uit onderzoek blijft dat bedrijven met een hoge purpose  de afgelopen twaalf jaar met 175 procent in merkwaarde zijn gegroeid en bedrijven met een lage purpose slechts 70 procent,” liet hij zien tijdens het Seminar Purpose Marketing van de Adfo Groep in Utrecht.

 

Wat is purpose? 

Maar wat bedoelen we dan met purpose of purpose marketing? Volgens d’Hond draait het om de ‘why’ van je bestaan. De positieve impact op mensen en de wereld waarin ze leven. Dat gaat verder dan maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO) en corporate social responsability (CSR). Het is alles wat je bijdraagt aan een betere wereld. Hij onderscheidt vier niveaus: Op het laagste niveau is purpose marketing niet meer dan een marketingtactiek. Een stapje hoger is het een merkbelofte. Op een hoger niveau wordt het een bedrijfsstrategie en op het allerhoogste niveau is purpose een business gedreven beweging, een movement. Zeggen dat je te klein bent als merk of niet veel sociale betekenis hebt, is geen excuus. Zo lanceerde Tena een campagne met een Ronaldo-achtig model om incontinentie bij mannen uit de taboesfeer te halen.

 

Blauwdruk purpose marketing 

Uit het onderzoek van Kantar kun je een soort blauwdruk voor goede purpose marketing destilleren. Die moet aan vijf voorwaarden voldoen:

 

  1. Het moet zin hebben (meaningful zijn)

Een goed voorbeeld daarvan is de campagne van Flexa om samen met vrijwilligers de favela’s in Rio en andere achterbuurten op de wereld in vrolijke kleuren te verven. Uit onderzoek blijkt namelijk dat dit de misdaadcijfers terugdringt en bewoners meer betrokken maakt bij hun wijk. ,,Een blik verf kan dus een hele positieve invloed hebben,” aldus d’Hond.

 

  1. Het moet echt (true) zijn

Anders is het op de lange termijn niet houdbaar. Axe gebruikte altijd nerds en stuntelige jongens in zijn reclame, dus is het logisch dat ze met de ‘Be Yourself’-campagne inspelen op de onzekerheid bij jongens.

https://www.youtube.com/watch?v=0WySfa7x5q0[/embed]

 

Continue reading
  24436 Hits
  2 Comments
24436 Hits
2 Comments

John de Mol: Apple, Google en Facebook worden deels traditionele tv-zenders

John de Mol: Apple, Google en Facebook worden deels traditionele tv-zenders

Media-ondernemer John de Mol is nog niet klaar met zijn kritiek op het Nederlandse mediabeleid. Vorige week haalde hij al uit naar de politiek die in zijn ogen veel te weinig doet om de Nederlandse mediasector te beschermen. Gisterenavond deed hij dit nog eens dunnetjes over op het podium van ING Business Boost in een bomvol Ahoy.

 
‘Ik verwacht hier helemaal niets van’
Na zijn veelbesproken persconferentie vorige week, waarin De Mol zijn vernieuwde mediabedrijf Talpa Network introduceerde, ontving hij direct een uitnodiging voor een gesprek met mediaminister Arie Slob, hoge ambtenaren en het Commissariaat voor de Media. Maar De Mol maakt zichzelf geen illusies. ,,Het gaat om de uitkomst. En daar verwacht ik helemaal niets van, dan kan het tenminste ook niet tegenvallen,’’ aldus de mediatycoon. Maar tonen deze uitnodigingen niet aan hoe groot de macht van De Mol inmiddels is? Je belegt een persconferentie, klaagt wat over het mediabeleid en binnen een paar dagen wordt je uitgenodigd bij de Minister. ,,Nou nee hoor,’’ werpt De Mol tegen. ,,Het toont aan hoe groot de macht van de media is die er die avond waren. Dat heeft er toe geleid dat er zo veel om te doen was. En het toont aan dat ik gewoon gelijk had. Er ís geen mediabeleid. Een aantal aanwezige journalisten die dat regeerakkoord eens opsloeg moest constateren dat ik gelijk had. Er staat alleen in dat de overheid pleit voor een sterke publieke omroep en daar wordt dan meteen 60 miljoen bezuinigd.’’

 
Old Boys Network
De Mol’s afkeer van de politiek is niet van gisteren. In het verleden liep hij vaker tegen obstakels aan op dit vlak. Zelf noemt hij het voorbeeld van Sport 7 waarin het Old Boys Network zijn plannen om zeep hielp. ,,Ik realiseerde me op een goed moment dat er iets moest gebeuren in de sport,’’ zegt De Mol. ,,En dat dat zou moeten middels een betaalstructuur waarbij de clubs meer geld zouden ontvangen en de kijker via betaaltelevisie meer voetbal kon zien. Ik wist dat dat een gevoelig thema was in Nederland dus ik ben een alliantie aangegaan met de BV Nederland. Ik ging de grote Nederlandse bedrijven meenemen in dat avontuur. KPN, ING, noem maar op. Ik dacht dat dat een solide basis zou zijn, maar het tegendeel bleek waar. Toen wij begonnen met Sport 7 op zaterdag, was er op zondag al een spoedberaad van het toenmalige kabinet Kok vanuit de link die er - overigens nog steeds - ligt tussen de publieke omroep en de politiek. Er ontstond een enorme politieke druk en dan merk je dat de BV Nederland geen voordeel is maar een nadeel want dan kom je in het Old Boys Network terecht en gooien de grote bedrijven meteen de handdoek in de ring.’’

 
Nederland slecht voor mediaondernemer
Wanneer je als mediaondernemer in Nederland geboren bent, ben je zo’n beetje in het slechtste land ter wereld werkzaam, stelt De Mol. Hij noemt Rupert Murdoch als voorbeeld. ,,Toen ik met Sport 7 de voetbalrechten kocht voor zeven jaar, was de wereld te klein. Maar Rupert Murdoch komt binnen, koopt de rechten voor dertien jaar en er is geen politicus, geen journalist die daar iets van vindt. Het lijkt er op dat het mij niet gegund wordt. Een andere verklaring kan ik er ook niet voor vinden.’’

 
Google en Facebook worden traditionele televisie
Ook nu ondervindt De Mol de lasten van de strijd tegen mediagiganten als Rupert Murdoch. Maar tegenwoordig heten deze giganten Facebook, Google en Apple. Een oneerlijke strijd, volgens De Mol, die vindt dat de politiek de Nederlandse mediasector moet beschermen. Het lijkt inmiddels onmogelijk om als Nederlandse mediaondernemer een bedrijf als dat van De Mol op te kunnen bouwen. ,,Dat is maar net wat je bedoelt met mediabedrijf,’’ nuanceert De Mol. ,,Ik ben begonnen als contentmaker. En ik heb me altijd gerealiseerd dat je het verschil kan maken door je eigen ideeën te ontwikkelen. Ik heb nooit andermans ideeën geproduceerd. Het is het allerbelangrijkste dat je zelf je eigen ideeën ontwikkelt waar je zelf de rechten van hebt en zo lang mogelijk houdt. En als je kijkt naar de Googles, Facebooks en Amazons van deze wereld, die worden eigenlijk nu voor een deel ook weer gewoon traditionele televisiezenders. Netflix koopt content in die straks ook weer gewoon achter elkaar te zien is en op bepaalde tijden uitgeleverd wordt. Op YouTube Red komt ook televisiecontent. Dus als je contenmaker bent, is dat geen bedreiging maar juist een kans. Maar in de traditionele wereld van tv- en radiozenders ligt wel degelijk een bedreiging.’’

 
Doorgaan tot de dood
Wat is dan volgens De Mol het geheim om zo ver te kunnen komen? ,,Mijn advies: doe iets wat je leuk vindt. Je hoort nu dat studenten steeds vaker kiezen voor een studie die later geld op zou moeten leveren dan voor iets waar hun hart ligt. Maar doe wat je leuk vindt, dan kost het je veel minder energie. Ik kan me niet voorstellen dat ik ooit een burn out zal krijgen, hoewel ik best lange dagen maak. Maar het is mijn passie dus het gaat me goed af.’’ En dat blijft nog wel even zo, want De Mol heeft geen plannen om te stoppen. ,,Wanneer het genoeg is? Als ik dood ga.’’
  4322 Hits
  3 Comments
4322 Hits
3 Comments

Hoe grote merken falen op YouTube

Hoe grote merken falen op YouTube

Bas van Teylingen werkt al bijna zijn hele leven in de Oudhollandse mediawereld. Pas sinds een paar jaar stort hij zich vol enthousiasme op YouTube, hij heeft zijn eigen YouTube School en kanaal (Jeukvogel). In zijn vijfde blog vertelt hij dat er nog voldoende progressie te boeken is op YouTube voor merken.

Ja, ik hoor je al denken, Bas, ga je nu weer jouw preek houden over YouTube? Hebben we dat niet nu al een paar keer gelezen hier? Wordt het niet een beetje drammerig nu? Mijn antwoord is ja, ja en waarschijnlijk ja. Maar kennelijk heeft nog niet iedereen het gelezen want vrijwel alle grote Nederlandse merken doen het nog steeds goed fout. Het lijkt bijna wel alsof ze YouTube niet serieus nemen, maar als je ziet hoe relevant het medium is kan ik me dat toch niet voorstellen. Ik dreun het lijstje met cijfers weer even op alsof het de Duitse naamvallen zijn:


  1. We uploaden wereldwijd bijna 500 uur video per minuut op YouTube;
    2. Elke dag een miljard uur aan weergaven op YouTube;
  2. YouTube heeft meer dan een miljard gebruikers, dat is bijna een derde van het internet;
  3. Meer dan de helft van alle YouTube-weergaven is afkomstig van mobiele apparaten;
  4. Het aantal kanalen met jaarlijkse inkomsten van zes cijfers op YouTube is in het afgelopen jaar met 50 procent gestegen.
Rondje grote merkenLaten we met bovenstaande feiten in gedachten eens een rondje grote merken op YouTube doen. Te beginnen met Unox, Neerlands trots. 216 abonnees, 52 video’s die uiteenlopen van een nieuwjaarsduik tot een geüploade tv-commercial. Gamma: 1451 abonnees, de gemiddelde video is niet meer dan 63 keer bekeken met één uitschieter van een video van 14 seconden die 254.000 keer bekeken is. Op z’n minst apart te noemen. McDonald’s Nederland doet het qua abonnees iets beter: een kleine zevenduizend mensen is geabonneerd op hun kanaal. Maar dat kanaal is helaas een rommeltje. Het aanbod van soorten video’s is net zo uitgebreid als het menu. Van commercials tot video’s over duurzaamheid en werken bij McDonald’s.

YouTube als oude rommelkast voor je video’sHetzelfde geldt voor de Rabobank. Hoewel sommige video’s behoorlijke views hebben gehaald waarmee het reclamebureau zich waarschijnlijk flink op de borst heeft getrommeld, lijkt er wederom geen enkele strategie achter dit kanaal te zitten. Alsof YouTube een oude rommelkast is waar je al je videobanden en dvd’s in dumpt. Meer dan vijftienhonderd video’s liggen er te verstoffen voor hun iets meer dan vijfduizend abonnees. Weggegooid geld dat beter gebruikt had kunnen worden om de rente op hun spaarrekening nog een tiende procent hoger te houden? En maak dáár dan een video over, wedden dat die scoort?

Etos met 549 abonnneesZo kan ik nog wel even doorgaan; Knorr Nederland, Amstel bier, Etos met 549 abonnees en een video van vijf maanden geleden met de toepasselijke titel: Etos helpt bij pijn, 191 keer bekeken. 191. Je haalt al meer views als makers van de video die trots laten zien op een verjaardag. Moeten we dan concluderen dat zelfs de makers de video niet wilden tonen? Bij die pijn helpt zelfs Etos niet ben ik bang. En over pijn gesproken, het kanaal van PlayStation Benelux. Terwijl wereldwijd en ook in Nederland YouTubers een zeer goede boterham verdienen met gamevideo’s op hun eigen kanaal, heeft het kanaal van PlayStation nog geen vierduizend abonnees. Oh maar dan zullen er vast geen video’s op staan. Eh jawel. Meer dan vijfhonderd. Oftewel een video per vier abonnees.

De sukkeltjes van de klasJa maar IKEA dan Bas? IKEA doet het toch goed? Beetje makkelijk om de sukkeltjes uit de klas in de schijnwerpers te zetten. Pak dan eens IKEA als je durft? Daar hebben we al heel veel over gelezen. IKEA op YouTube. Oke omdat jullie zo aandringen. Een kleine zevenhonderd video’s voor een kleine achtduizend abonnees. Achtduizend! Dat is echt super veel toch? Eh.. Kleine Yassine heeft er elfduizend. Wie? Precies. Een jongen die helemaal zelf gave video’s maakt zonder het budget dat de meubelgigant in de video’s pompt. En ook bij IKEA is het weer een puinhoop op het kanaal. Ik snap dat het concept van de winkel zwaar leunt op dat het een doolhof is waar je totaal onthutst aan het handje van je vriendin weer uitkomt, maar moet datzelfde wanhopige gevoel weerspiegelt worden in het kanaal? Zoveel afspeellijsten, zoveel concepten. En dat allemaal op één kanaaltje voor die arme achtduizend abonnees. IKEA, ruim die rommel eens op.

Merken en bureaus blijven achterZal ik nog even doorgaan of zal ik tot een conclusie komen? Volgens mij is het al duidelijk.

Merken en hun bureaus blijven achter. Net zoals de platenmaatschappijen ooit achterbleven en net deden alsof Napster en Limewire niet bestonden. Ik heb een blauwe maandag bij Universal gewerkt en op een goeie dag kwam er een zogenaamde ‘snippet CD’ uit Amerika met 40 seconden van de nieuwe single van Janet Jackson. Per beveiligde koerier naar Nederland verzonden voor een hoop geld. Want stel je voor dat deze 40 seconden zouden uitlekken. Als kinderen rond een suikerspinautomaat stonden de medewerkers van Universal rond de stereotoren te luisteren naar het fragment.
Van achter mijn computer vroeg ik toen of er iemand interesse had in de volledige versie van 3 minuut 40. Die kon je namelijk ook ‘gewoon’ van Napster downloaden. Binnen tien minuten zat ik bij de directeur op kantoor. Ik was een gevaarlijke hacker in zijn ogen en ik moest dit illegaal downloaden per direct stoppen. Lachend zei ik dat ik er niks aan kon doen, dit was de nieuwe wereld, de keiharde realiteit. De beste man geloofde mij niet. Ik heb dezelfde dag nog ontslag genomen. En hoe het met de grote platenmaatschappijen is afgelopen hoef ik niet te vertellen toch?

‘YouTube niet relevant voor mijn werk
En zo zijn er nog steeds ‘mensen die werken bij merken’ die zeggen dat YouTube niet relevant is voor hun merk. YouTube, dat is toch iets voor kinderen? Ik moet inderdaad onderkennen dat een groot aantal kanalen in Nederland content maakt voor kinderen en jongeren. Alleen is het wel zo dat het aantal tv kijkende jongeren volgens de SKO elk jaar met 15 procent afneemt. Kinderen die niet meer opgroeien met lineaire televisie, maar vaak hun mobiele telefoon met daarop YouTube video’s als hun belangrijkste bron van content zien. Jongeren die ook ouder worden en dan niet ineens weer terug gaan naar tv.

ING Only Football is primaMaar Bas, zijn er ook merken die het wel begrijpen? Jazeker. Zo heeft ING naast hun eigen ‘corporate’ kanaal, het kanaal ING Only Football, met 93K abonnees en geen onaardige views. Ze snappen wat de jonge doelgroep wil zien en zullen daardoor met het merk ING een positief gevoel oproepen bij jongeren. Of neem Appie Today, met vlogger Sjoerd. Een schot in de roos. Ze zijn er nog niet en Sjoerd mag je natuurlijk geen vlogger noemen want hij is een presentator, maar ze zijn wel bezig, ze onderzoeken de wereld van YouTube en ze willen leren en willen groeien. Ze zien het belang en ze zien de positieve reacties van kijkers.

Dumpplek voor oude commercialsMaar het gros van de Nederlandse merken lijkt hun YouTube kanaal te zien als een soort dumpplek van oude commercials en bijeengeraapte communicatie-ideetjes. Een online archief zodat men elkaar op reclamefeestjes even snel wat werk kan laten zien. Ik ben geen Nostradamus maar ik voorspel wel dat er een aantal merken reeds de afslag naar digitaal heeft gemist of gaat missen. En dat is jammer. Want er liggen zoveel kansen. Ik hoop van harte dat merken en hun bureaus zich gaan interesseren in het - in mijn ogen - op dit moment meest relevante videoplatform ter wereld. Zodat ze straks niet gaan mopperen over ‘gemiste kansen’ en zich afvragen waarom in hemelsnaam niemand iets heeft gezegd binnen het bedrijf. Bedankt voor het lezen, vergeet niet te abonneren, doe even een blauw duimpje omhoog en laat even in de reacties weten wat u ervan vond.

Was getekend, uw digitale vriend en online Jedi, Bas van Teylingen

May the force be with you ;)

Bas van Teylingen is multidisciplinair creatief. Werkt zowel voor- als achter de schermen binnen nieuwe- en oude media. Regisseur van (online) formats en bewezen televisieprogramma’s. YouTuber (42K subs) en oprichter van De Tube School, de eerste school in Nederland waar jonge mensen, bedrijven en merken alle facetten van YouTube leren van de YouTubers zelf. Managing Director van Online Cookie Collective, een creatief media- en kenniscentrum voor de online wereld. Opgericht door YouTubers die de wereld van online advertising beter willen maken.
 
Lees ook:
 
https://www.frank.news/2017/08/30/tip-paul-romerskijk-eens-op-arbeidsmarkt/

 
  4512 Hits
  0 Comments
4512 Hits
0 Comments

Business Insider, het verdienmodel: saaie zakeninfo wordt ‘clickable content’

Business Insider, het verdienmodel: saaie zakeninfo wordt ‘clickable content’
Influencers contentmarketing deel 12

Zelfs in de afgelopen - altijd lastige - augustusmaand bereikte zakensite Business Insider meer dan 1 miljoen unieke bezoekers. Het geheim? De focus op wat online werkt, het internationale netwerk en….contentmarketing.

Arend van den Berg is uitgever bij Z24 Media en daaronder vallen de internationale merken Finanzen.nl (beleggersinformatie, Duits) en BusinessInsider.nl (VS, zakelijk nieuws). Z24 was lange tijd een Nederlandse site voor zakelijk nieuws, maar hij besloot twee merken binnen te halen die het internationaal goed doen. ,,We wisten dat er een markt was voor mobiele beleggersinformatie, maar rond die markt zit een grote gracht omdat je afhankelijk bent van realtime beursinformatie en dat is vrij duur.’’
In Duitsland zocht de innovatieve uitgever Axel Springer internationale partners voor Finanzen. Bovendien exploiteert het Business Insider in Duitsland en zo kwamen ze bij Van den Berg terecht. ,,Het is wel bijzonder dat wij (hij wijst naar een vijftal mensen in het minimaal ingerichte kantoor) met de grootste zakensite in de wereld werken.’’ Business Insider heeft meer dan 100 miljoen uniek per maand. In Nederland haalde de site in augustus meer dan een miljoen unieke bezoekers.

De formule van BI: zakelijk nieuws niet te zwaar brengenWat hielp in die beginfase was dat Business Insider dezelfde filosofie deelde als Z24: zakelijk nieuws, maar niet te zwaar gebracht. De financiële pagina’s van kranten staan vol met zakelijke berichten over aanstaanden fusies, maar bij Business Insider mag het allemaal iets luchtiger. Het verschil in kosten voor outfits tussen twee presidentsvrouwen. Dat werk dus. Verder zijn de mensen bij BI gespecialiseerd in storytelling. ,,Wij schrijven geen verhalen over het jaarverslag van KPN, maar pikken er iets uit wat interessant is.’’

Redactie getraind in New York om verhalen op de knippen
De redactie is getraind in New York in het opknippen van de verhalen. ,,Als we worden uitgenodigd bij het Ikea Design Center maken we vijf verhalen, eentje bijvoorbeeld over het volledig door Ikea ingerichte hotel waar de redacteur sliep.’’ Essentieel zijn de koppen. ,,We hebben hier constant ‘realtime analytics’ aanstaan dus we weten precies welke koppen het goed doen. Stel dat je een verhaal maakt met tips voor je CV. Dan kan je ‘de vijf beste tips voor je CV’ schrijven, maar wij vragen een expert en maken de kop: ‘Een recruiter die 12.000 CV’s analyseerde waarschuwt voor deze CV-fouten’. Door die expert wordt het verhaal geloofwaardiger, legt Van den Berg uit. ,,De doelgroep is ook iets anders dan de gemiddelde FD-lezer. Onze lezers zijn mensen die niet weten wat ze over drie jaar doen, alles staat open. Ze zijn niet gesetteld. Daarom schrijven wij altijd over alles wat beter kan, het glas is halfvol.’’

Verdienmodel van BI: contentmarketingHet verdienmodel van Business Insider is niet gebaseerd op advertising, maar op contentmarketing. Er is ook een, in contentmarketing gespecialiseerde, afdeling genaamd ‘BI Studio’s’ in New York waar ze alles weten van de koppeling tussen lezer en adverteerder door content. Van den Berg runt dus eigenlijk de Amsterdamse dependance van deze contentspecialistenclub. ,,Invalshoek is dat adverteerders op een schat aan kennis zitten en die kennis moeten we openbaren op een manier die past bij ons publiek.’’

Hoe bedrijfscontent publiekscontent wordt
Een goede voorbeeld is Interpolis dat al vijf jaar samenwerkt met Z24 en BI. ,,Zij hebben veel onderzoeksgegevens en daar geven wij vaak een twist aan. Ze verzekeren bijvoorbeeld panden die ondernemers niet nodig hebben en schreven iets als: ‘de tien grootste risico's wanneer je als ondernemer je pand verhuurt’. Wij maakten ervan: Zo voorkom je een wietkwekerij in je verhuurde bedrijfspand…dat was immers het grootste risico.’’ Interessant. De journalist gaat op zo’n moment dus tussen het bedrijf en het publiek instaan, hij maakt een vertaalslag voor lezers. Er zal in dat geval toch altijd iets van druk ontstaan vanuit bedrijven om het op hún manier te doen. Hoe gaat dat in de praktijk? ,,Ik bemoei me niet direct met deze gesprekken omdat ik wil bewaken dat we over ING kunnen schrijven wat we willen.’’

Afspraken over redactionele onafhankelijkheid
Zijn daar goede afspraken gemaakt over wat er wel en niet kan? ,,We hebben duidelijke instructies, maar de klant beslist uiteindelijk als hij in de vorm van sponsored stories betaalt voor de content. Wij kunnen wel beslissen aan de voorkant dat we níét samenwerken met bepaalde klanten zoals partijen die risicovolle producten aanleveren.’’ Maar als het traject eenmaal is ingegaan dan hebben die bedrijven dus een forse stem qua inhoud? ,,Ja, maar wij kunnen wel helpen betere resultaten te krijgen; dat zit niet alleen in de kop trouwens.’’ Moet hij niet wat stringenter gaan over de content op de site? ,,Nee, want de afzender is Merk X en niet de redactie.’’

Lange termijn relatie belangrijk bij maken contentDie samenwerking tussen BI Studio’s projectredacteuren en adverteerders luistert nauw. Het werkt in de ogen van Van den Berg ook beter als er een lange termijn relatie is. ,,Zo’n Interpolis-verhaal maakten we in het derde jaar van de samenwerking. Het is altijd wel een strijd, vaak zijn er heel veel partijen die over de content bij zo’n bedrijf gaan: reclamebureaus, freelancers, marketingbazen en juridische afdelingen. Het is heel belangrijk dat een bedrijfsjournalist een bedrijf heel goed kent. Dat hij weet wat ze doen en hoe de content georganiseerd is. Wij adviseren adverteerders altijd om een klein team te maken en mandaat te geven. We hebben wel eens een vergadering gehad van een energiebedrijf met tien mensen aan tafel, maar dat was kansloos. Ideaal gezien zit er een projectmanager van ons, een journalist en van de klant een accountman en een marketingmeneer of -mevrouw.’’

Contentmarketing: goedkoper en meer mogelijkhedenGelooft Van den Berg in contentmarketing als verdienmodel? ,,Zeker, je kunt het ook vergelijken met advertising. Als je 100.000 views hebt met een clickpercentage van 0,2 procent dan heb je 200 bezoeken gehad. Die zien je banner 30 seconde en daar betaal je 1.000 euro voor. Als je dan ziet dat een gemiddeld Interpolisverhaal 2 minuten gelezen wordt dan krijg je voor je euro veel meer waar voor je geld. Bovendien kun je via contentmarketing een whitepaper publiceren en zo leads verzamelen. Of je kunt je naam vestigen als expert via een gastcolumn. Ik wil maar zeggen: het is goedkoper en je kan echt een verhaal kwijt.’’
Toch zijn er nog wel wat barrières te overwinnen in dit relatief nieuwe vak. ,,Bijvoorbeeld dat online marketing meetbaar is en dat schept een schijnzekerheid. Daardoor hebben mensen de neiging om vier linkjes in een artikel te proppen en die afzonderlijk te meten, maar je moet altijd focussen op de effecten. Als het doel van je verhaal is dat mensen een whitepaper over onderwerp X downloaden dan moet je op dat effect focussen. Wat verder belangrijk is, is dat bij de adverteerder mensen meedenken die rechtstreeks contact hebben met klanten, want zij weten precies waar die klanten behoefte aan hebben. ’’
Effect journalistieke verhalen op business
Van den Berg draagt de Pulizzi-achtige voorbeelden aan waarbij een journalistieke bril effect kan hebben op de business. ,,De expert vertelde aan onze ghostwriter van zijn column, dat er zo weinig onderhoud werd gepleegd aan zonnepanelen terwijl kortsluiting een serieus risico is. Toen zei de redacteur: je pleit dus voor een APK voor zonnepanelen? Dat is een kop…Het werd overgenomen in de hele verzekeringswereld, dat zou niet zijn gebeurd als het een persbericht was geweest.’’
Om meerdere redenen pleit hij dan ook voor publicatie op het platform van BI. ,,De leestijden zijn beter en je voelt je prettiger als lezer. Vroeger was het argument dan dat je op je eigen platform kon checken waar ze in de funnel zaten, maar dat kunnen wij ook.’’
Content uit de hele wereldBehalve marketing is de kracht van Business Insider naar eigen zeggen ook de hoeveelheid content. Elke dag staan er 150 verhalen uit de VS paraat en tien video’s en daaromheen vormen de editors uit alle landen steeds meer een netwerk. ,,Dan krijgen we het best gelezen verhaal uit Sydney door en dat kan je dan doorplaatsen of vertalen. Weet je wat een goed onderwerp is? Verhalen over forenzen. Blijkt in de hele wereld aan te slaan.’’ Hij geeft het voorbeeld van McDonald’s. ,,Dan lezen we in de VS dat McDonald's, ondanks de overvolle foodmarkt, nog steeds uitbreidt. Dan gaan we naar een van de vier Nederlandse locaties waar ze experimenteren met innovaties.’’
Ter plekke gaat het om de details die het verschil maken. ,,Dan zien we bijvoorbeeld dat de kaas al is omgevouwen zodat medewerkers het plakje twee seconden sneller pakken. Of we zien de lijsten met omzetverwachtingen zodat ze precies weten hoe laat het druk wordt. Al die dingen maakt mensen nieuwsgierig.’’

Met drie redacteuren in vaste dienst groter dan RTLZ
Vindt Van den Berg dat de grote Nederlandse uitgevers iets kunnen leren van de werkwijze van BI? ,,Dat zou aanmatigend zijn, maar het is wel knap wat we doen met maar drie redacteuren in vaste dienst. We zijn groter dan RTLZ en ietsje kleiner dan FD waar 100 mensen werken.’’ Hij gelooft in de macro-analyse dat je als medium ófwel superlokaal of een internationaal merk moet zijn. ,,Wij maken niet alleen gebruik van de verhalen, maar ook van de kennis. Wij deden altijd ons best met Z24 om deelbare verhalen te maken, maar dat sociale verkeer is nu vertienvoudigd doordat je weet wat deelt en wat niet. Het zou toch veel logischer zijn als je een internationale voetbaltitel hier zou hebben?’’
Toch is hij redelijk bescheiden. ,,Er zijn meerder wegen naar Rome hoor. FD is misschien een Michelinrestaurant en wij zijn een brasserie dus het kan naast elkaar bestaan.’’
  1399 Hits
  0 Comments
1399 Hits
0 Comments

Sponsors vrouwenvoetbal krijgen veel voor weinig

Sponsors vrouwenvoetbal krijgen veel voor weinig
Door Linda Haring

We staan aan de vooravond van de halve finale van het EK vrouwenvoetbal. Oranje versierde straten, zoals wanneer de mannen voor zo’n belangrijke wedstrijd staan, blijven uit. Vrouwenvoetbal kan nog niet rekenen op dezelfde aandacht als het mannelijke equivalent. Maar hoe zit het eigenlijk  met de sponsoring van de elftallen, wordt daarin onderscheid gemaakt door merken?

Binnen de voetbalwereld bestaan grote verschillen tussen het mannelijke en het vrouwelijke Nederlands Elftal. Op het gebied van kansen, benadering, belangstellen. Die verschillen zijn over het algemeen nooit in het voordeel van de vrouwen. En dat is helemaal niet logisch als je kijkt naar hoe de vrouwen het er in de praktijk vanaf brengen. Te beginnen bij de kwalificaties en prestaties op het veld.

 
Kwalificeren  kun je leren
We weten allemaal het pijnlijke EK Voetbal 2016 nog. Na een dramatische kwalificatiereeks mochten onze mannen, onze ‘oranje leeuwen’,  niet deelnemen aan het toernooi. Het eerste EK waarop het Nederlands Elftal ontbrak, sinds 1984. Onze gedachten gingen op dat moment terug naar glorieuzere tijden: de finale van het WK 2010 in Zuid-Afrika. En naar 2014, het jaar waarin Louis van Gaal aan het roer stond van een team dat strijdend ten onder ging tegen Argentinië, maar wel de troostfinale van gastland Brazilië won.

De kansen zijn nog niet verkeken, maar we kunnen gerust stellen dat de WK-kwalificatie van de mannen van het Nederlands Elftal moeizaam verloopt. Daarentegen doet het vrouwelijke Nederlands Elftal het momenteel zeer goed. Ze spelen een succesvol EK in eigen land. Na een goede poulefase hebben de Oranje Leeuwinnen de halve finale bereikt. Tevens waren de kaarten voor de poulewedstrijden uitverkocht.

 
Sponsors in overvloedSponsoren staan in de rij om zich te verbinden aan het mannelijk Nederlands Elftal. Het Nederlands Elftal heeft op dit moment zeven sponsors: ING, Staatsloterij, Heineken, Nike, PwC, Adecco en Coca Cola. Naast bordreclame, toegangskaarten en hospitality zijn er tailormade sponsorpakketten per sponsor om zo de zichtbaarheid van de sponsoren te vergroten. En met die ‘zichtbaarheid’ zit het wel goed. Miljoenen Nederlanders zitten aan de buis gekluisterd  (zeker tijdens een EK of WK). De best bekeken wedstrijd van de Oranje Leeuwen is die tegen Argentinië tijdens het WK in 2014. Er keken ruim 9 miljoen kijkers naar de wedstrijd waarbij het Nederlands elftal verloor van Argentinië. De laatste kwalificatiewedstrijd van het Nederlands Elftal tegen Luxemburg trok ruim 2,7 miljoen kijkers.

 
Meer gespeeld dan Wesley
Gelet op de voorsprong die de vrouwen momenteel hebben op het gebied van prestatie leveren, zou je denken dat de sponsoren ook in de rij staan voor het sponsoren van het vrouwelijke Nederlands Elftal. Verrassend genoeg blijkt dat niet het geval. Ze doen niet onder voor hun mannelijke collega’s én ze zorgen voor nette kijkcijfers - gemiddeld keken er naar de vier wedstrijden bijna 2,2 miljoen kijkers per wedstrijd. Icoon van het Nederlands vrouwenvoetbal Daphne Koster (onlangs gestopt met haar voetbalcarrière) speelde zelfs meer interlands dan Wesley Snijder (respectievelijk 139 versus 130). Waar gaat het dan mis?

Hoofd sponsoring van de KNVB Nicole Bekkers denkt dat sponsoren voor het EK Vrouwenvoetbal vooral afhaken vanwege het vermeende beperkte mediabereik. Opmerkelijk als je bedenkt dat de NOS live-verslag doet van alle wedstrijden…. Het zijn de lange termijnsposordeals die niet goed van de grond komen. De KNVB is bewust op zoek gegaan naar lange termijn sponsoren voor het vrouwenvoetbal, Korte termijn sponsoren zijn over het algemeen geen probleem. Zeker als de vrouwen van het Nederlands Elftal het zo goed doen als nu. Aan het dameselftal hebben vier partijen zich verbonden: ING, Adecco, PwC en de Persgroep/AD. Waarbij je vooral ziet, dat ING, PwC en Adecco voetbal in de breedte steunen, aangezien zij ook de Oranje Leeuwen steunen. ING heeft in 2016 zijn hoofdsponsorcontract tot en met 2022 verlengd. ING ondersteunt ook het Nederlandse amateurvoetbal, G-voetbal, meisjesvoetbal en de Oranje Leeuwinnen. Daar moet wel bij aangetekend worden dat ‘plaats’ voor deze merken een cruciale factor was. Had het EK niet in Nederland plaatsgevonden, dan had de sponsoring anders uitgepakt (minder groots). De sponsorinvestering in het EK voor vrouwen was één ton per sponsor.

 
Kansen voor merkenDe voetbalsport is onder meisjes en vrouwen razend populair aan het worden en ook de snelst groeiende sport van Nederland. Hier liggen dus volop mogelijkheden en kansen voor adverteerders. Zeker ook als je kijkt naar de zichtbaarheid van merken binnen sponsoring. Het vrouwenvoetbal  biedt merken nu nog de kans op te vallen tussen de concurrentie. Bij het EK Voetbal voor mannen is een merk één van de velen. En je kunt je geld maar één keer uitgeven. Met een investering van een ton ben je hoofdsponsor van het EK-Voetbal voor dames. En hebben we het over clubsponsoring, dan kun je tegen een tiende van een potentiele investering in Ajax (Ziggo als shirtsponsor, 10 miljoen), de grootste sponsor van het Nederlandse vrouwenvoetbal zijn[1]. Nog meer redenen nodig om in te stappen? Een positieve sfeer, families gaan met kinderen naar het EK Vrouwenvoetbal, er zijn geen supportersrellen en de kwaliteit van het elftal is hoog.

Sponsors moeten vooral hun doel niet uit het oog verliezen. Wil je meer naamsbekendheid? Een imagoverbetering realiseren? Meer omzet genereren? Of wil je meer aan activatie doen?  Het antwoord op die vragen bepaalt wat het beste past bij jouw merk.

 
Vrouwen onderaan
Voetbal is overigens niet de enige sport waar nog grote verschillen in sponsordeals tussen de mannelijke en vrouwelijke sporters zijn. Zeker ook wanneer we kijken naar de Top 10 best betaalde sporters. In deze lijst is geen vrouw terug te vinden. Op nummer 1 prijkt Cristiano Ronaldo. De best betaalde vrouw is Serena Williams (positie 51 - tennis). De sporter die de meeste verdiensten uit marketing- en sponsorcontracten haalt, is Roger Federer ($ 58 miljoen - tennis), gevolgd door LeBron James ($ 55 miljoen – basketbal). Serena Williams is goed voor $ 19 miljoen. Al met al is er dus nog een lange weg te gaan voordat gelijkheid tussen mannen en vrouwen in de (voetbal)sport is gerealiseerd.

[1] Bron: Patrick van de Sande uit Best

 
  9683 Hits
  0 Comments
9683 Hits
0 Comments

VICE’s Rens Verweij: eerst het verhaal, dan content

VICE’s Rens Verweij: eerst het verhaal, dan content
The influencers contentmarketing deel 11

In de serie influencers spreken wij mensen die iets verder kijken dan de dagelijkse marketingpraktijk. Marketeers met een visie op het vak, die nadenken over de dag na overmorgen. In deel 11 van onze serie: Rens Verweij, Head of strategy binnen het creatief bureau VIRTUE van VICE Media.

 
Met tien online merken, een eigen lineaire tv-zender en sinds een half jaar ook agency VIRTUE is VICE the place to be voor millennials. En dus ook voor alle merken die deze gewilde groep willen bereiken. ,,VIRTUE is in 2006 opgericht. En sinds een half jaar is besloten om dit ook echt als apart label aan het mediamerk te verbinden.”, aldus Rens Verweij (30) die sinds vier jaar deel uitmaakt van het populaire media-imperium.

 
,,Tien jaar geleden toen CEO Thijs Boon met VICE in Nederland startte, kwamen er al merken naar ons toe die ook meer engagement in de doelgroep millennials wensten”, gaat hij verder. ,,De grote vraag van hen was: hoe realiseren we dat, en kunnen we samenwerken? Daar is VIRTUE uit voortgekomen.” Slim van beiden, want, zo vertelt Verweij ,,We kunnen als uitgever veel putten uit onze kennis en data over de doelgroep. Dit gebruiken we als fundering voor onze concepten en het opzetten van strategieën met commerciële impact.”

 
Mediatalent
Verweij is als Head of strategy verantwoordelijk voor de strategie en concepten die VIRTUE ontwikkelt voor hun klanten. Hij startte zijn carrière bij mediabureau MEC en won in 2013 de AMMA Media Talent of The year 2013. In die tijd leerde hij VICE CEO Thijs Boon kennen. ,,Ik werkte voor één van onze klanten bij MEC al samen met Thijs. Vervolgens zat hij ook nog eens in de jury. In de periode dat ik kans maakte op de award, liet hij me weten dat hij op zoek was naar iemand binnen VICE voor strategie en concepting. Ik had de droom ooit strateeg te worden en dacht dit iets voor latere leeftijd zou zijn. Maar die eerste keer dat ik bij VICE binnenliep, toen ze nog in een oud VOC-opslaghuis zaten, voelde ik meteen een bepaalde vibe. Al die jonge mensen. Hier was iets gaande en daar wilde ik deel van uitmaken.”

 
Van AH tot C&A
Inmiddels zijn we vier jaar verder en bestaat VICE uit 150 medewerkers, waarvan 30 bij VIRTUE. En is dus besloten om met VIRTUE wereldkundig te maken dat VICE niet alleen aan branded content voor eigen platformen maakt, maar ook campagnes ontwikkelt voor merken die graag dezelfde doelgroep bereiken. Verweij: ,,Zo werken we inmiddels met klanten als Albert Heijn, Booking.com, Johnny Walker en C&A. Om tot de perfecte campagnes te komen, stellen we onze kennis en infrastructuur ter beschikking.” Een groot voordeel voor deze merken. Want met een groot internationaal VICE-netwerk met in 35 landen lokale kantoren, diverse deskundige redacteuren en een goudmijn aan data dankzij de 1600 verhalen en posts op de verschillende VICE-platformen per dag, kan je de mooiste verhalen maken.

 
Distributiemechanisme
En de mooiste verhalen maken, dat is precies waar VICE voor staat. Niet alleen redactioneel maar ook als het om branded content en campagnes gaat. Verweij: ,,Bij VICE maken we geen content. Wij maken verhalen. Daarna pas content. Die verhalen zijn ons startpunt. Vervolgens kijken we waar de doelgroep is, en zorgen we dat die verhalen via de verschillende kanalen waar zij zich bevinden bij hen terecht komen.” Dit gebeurt al sinds 1994 toen VICE als printmagazine in Amerika werd uitgegeven. ,,Er werd niet besloten om het via kiosken te distribueren, zoals alle andere magazines deden, maar gratis te verspreiden via de culturele plekken waar onze doelgroep kwam. Van platenzaken tot kledingwinkels.” Dit distributiemechanisme waarbij het allerbelangrijkste is te letten op dé plekken waar de doelgroep zich bevindt, staat al die jaren later nog steeds centraal. “Zo waren we bijvoorbeeld niet voor niets het eerste mediamerk op Snapchat, simpelweg omdat onze doelgroep daar ook zit.”

 
De magie van de funnel
Nog een voordeel voor de merken waarmee VICE in zee gaat: bij de Nederlandse uitgever zit alles onder één dak. Van strategen tot productieteams tot redacteuren. Dat werkt perfect voor hun contentmarketingstrategie vertelt Verweij. ,,Wij geloven heel erg in de nieuwe manier van marketing en advertising waarbij je door data snel, real time kan analyseren en optimaliseren tijdens de campagne. Dit betekent dat je niet alleen de creatie zelf ontwikkelt. We zijn op alle momenten betrokken en begeleiden het hele proces.” Dit doet het team van Verweij niet alleen. ,,We werken veel samen met andere mediabureaus om tot het beste resultaat te komen.”

 
Door al die inhouse kennis kan het team van Verweij de campagnes nog sneller optimaliseren. ,,Laatst zagen we bijvoorbeeld bij een net geposte video dat na 3% de meeste kijkers al afhaakten. Er bleek inderdaad een kleine dip in de video te zitten. We hebben toen direct de video aan laten passen en opnieuw gepost. Met resultaat: de engagement range was veel beter. Dit iteratieve karakter zien wij als de toekomst van contentmarketing.”, aldus Verweij.

 
Koppeling tussen merk en redactie
Ook bij het ontwikkelen van de verhalen voor branded content en campagnes wordt gebruik gemaakt van de kennis in eigen huis. Alle specialisten en echte kenners werken immers op de verschillende redacties, vertelt Verweij. ,,Zo hebben de redacteuren van ons foodplatform MUNCHIES de beste connecties met de tofste restaurants en chefs, en zijn ze op de hoogte van opvallende initiatieven op foodgebied. Hierdoor kunnen wij voor bijpassende merken snel een koppeling maken en zorgen dat zij relevant zijn in de cultuur van onze doelgroep.”

 
Booking.com
Verweij noemt het voorbeeld van Booking.com, een bedrijf waarbij je niet meteen aan eten zou denken, maar wat blijkt: ,Booking.com is de marktleider onder alle online travel agency’s. ,,Hun doel was ook op de lange termijn meer millennials bereiken. Aan ons de taak om hét verhaal te vertellen wat bij deze doelgroep aanslaat.” Uit diverse data en eigen in house kennis kwamen Verweij en zijn team er al snel achter dat voor deze groep de ervaringen die je tijdens de reis opdoet, veel meer aanspreken dan een enkele reisbestemming. ,,De bevestiging hiervoor kwam ook uit hun eigen data. Er werd bijvoorbeeld gezocht naar een bepaalde passie en beleving. Een gemene deler hierbij was ‘food’.”

 
Eten bleek samen met passies in het algemeen een van de belangrijke reisparameters voor millennials, gaat Verweij verder. ,,Vervolgens zijn wij op zoek gegaan naar die diepere laag. Je hebt er namelijk niets aan als je je alleen laat leiden door de data. Laat je informeren, en vindt vervolgens de interessante verhalen die hierachter zitten.” Zo kwamen Verweij en zijn team uit op het format ‘Booking loves’ waarbij ze iemand uit de doelgroep een bijzondere reis-experience laten beleven. In dit geval een foodliefhebber. ,,Door Google data en onze redacteuren van MUNCHIES kwamen we erachter dat ramen de nieuwe hit op eet- en reisgebied is. Eén van de redacteuren tipte eigenaar Tosao van restaurant De Japanner in Amsterdam.” Wat bleek: hij had hét ramenrestaurant met Michelinster in Tokio op zijn bucketlist staan, vertelt Verweij. ,,Voor Booking loves heeft hij die trip gemaakt en is zijn ervaring op video vastgelegd.”

 
https://youtu.be/jYMPcUVcog0

Deze video is uiteindelijk in verschillende versies verschenen, vertelt de Head of strategy. ,,Zo hadden we voor Facebook een speciale edit van max 45 seconden. En er is weer een langere edit op YouTube te zien.” Die verschillende lengtes, maar ook verschillende versies zijn des te belangrijk als je wilt dat jouw doelgroep je op ieder platform blijft volgen, legt Verweij uit. ,,Bedenk dus een aparte versie voor ieder platform. Geef je doelgroep een reden om je én op Instagram, én op Facebook te volgen.”

 
Red Bull
Over het resultaat van Booking Loves vertelt Verweij: ,,Het heeft Booking.com 7% meer boekingen in de looptijd van de campagne opgeleverd dan normaal. Hiermee hebben we precies bereikt wat we willen.” Er is overigens ook een versie met kunst en romantiek gemaakt, waardoor de campagne een langere tijd top of mind bij de doelgroep blijft. Dat is volgens Verweij ook precies het geheim van een goede campagne. ,,Het beste format is een campagne bedenken waarmee je door meerdere verhalen te vertellen echt een plek in de cultuur verwerft. Red Bull blijft hierbij het perfecte voorbeeld. Zij hebben extreme sports geclaimd. En niet voor drie maanden, maar voor drie jaar.”

 
Niet liegen
Nog een andere belangrijke regel binnen VICE: voor de doelgroep moet altijd duidelijk zijn wat sponsored content is, en wat niet. ,,We zullen echt niemand voorliegen. Het werkt namelijk alleen als je daar heel transparant in bent. Iedereen weet dus ook: VICE Money is in samenwerking met ING, Creators met Intel, en Broadly samen met Unilever.” Daarbinnen maakt de redactie duidelijk wat honderd procent branded is en wat niet. ,,De merken hebben geen inmenging op de redactie”, gaat Verweij verder. ,,Samen maken wij sponsored content, maar het is niet zo dat merken invloed hebben. Er is een hele duidelijke grens tussen redactie en commercie.”

 
Voor de toekomst ziet Verweij kansen op het gebied van virtual reality. ,,Een nieuwe kleur op ons schilderpallet. Over het algemeen is onze filosofie altijd nieuwe dingen uitproberen, en innovatief te zijn. Dat kan ook omdat we heel veel data hebben als vangnet.” Want in the end draait het allemaal om het effect wat jij hebt op je beoogde doelgroep. Op welke innovatieve manier dat dan ook is. ,,Wat voor effect hebben jouw verhalen nu daadwerkelijk? Daar kun je weer een goede case van maken, en op verder bouwen.”, aldus Verweij.

 
Tips voor adverteerders
1  ,,Probeer na te denken hoe het product tot leven kan komen bij jouw doelgroep en denk niet alleen vanuit het product. Dit is vaak de basis hoe marketeers denken en dat is ook logisch. Het werkt alleen niet meer. Goede verhalen vertellen is dus key, en loze kreten als ‘koop dit merk’ zullen niet meer werken. Vraag jezelf af: wat voegt het toe aan het leven van de doelgroep? Waar zit die culturele relevantie? In elk merk zit een verhaal, het gaat erom hoe je dat interessant brengt.”

 
2  ,,Relevantie is een keyword binnen marketing, en is nog steeds belangrijk. Zorg dat je met een bureau of specialist werkt, die weet wat relevant is voor jouw doelgroep. Ook als het gaat om het land of de stad waar zij leven. Zo zijn we nu met een campagne voor een luxe warenhuis bezig met een vestiging in Oekraïne. Via ons lokale kantoor kwamen we erachter dat je daar cadeaus alleen met je rechterhand geeft, niet met je linker. Toch handige informatie voordat je een billboard maakt waar dit verkeerd op staat. Dan sla je de plank compleet mis.”

 
3 ,,Start bij het verhaal, niet bij de content. Als je dat laatste doet, zet je jezelf heel erg vast. Denk dus niet in: we willen een video maken, maar weten niet waarover. Wel: wat is het verhaal dat je wilt vertellen? Vervolgens kijk je op welke manier en in welke vorm je dit het beste tot uiting komt.”

 
  1609 Hits
  0 Comments
1609 Hits
0 Comments

Greenwashing: wanneer wordt een groene claim gebakken lucht?

Greenwashing: wanneer wordt een groene claim gebakken lucht?

Een groen en duurzaam imago is tegenwoordig goud waard voor merken en bedrijven. Geen wonder dus dat marketeers groene claims flink oprekken. Van Spa tot Nuon, van Unilever tot ABN AMRO, van Coca Cola tot VW. Welke claims zijn terecht en wanneer is er sprake van greenwashing of gebakken lucht? We vroegen het aan The Karma Brothers, ASN Bank, WISE en Bureau WElle.

Op de vraag hoever je een groene claim kunt oprekken voor marketingdoeleinden, antwoordt communicatiemanager Monique Messelink van ASN Bank resoluut: ,,Niet. Als je je werk integer doet, wil je dat ook niet. We leven in een informatiewereld, dus mensen gaan tegenwoordig zelf op zoek naar informatie en prikken, vaak geholpen door journalisten, steeds makkelijker door greenwashing heen. Als je zegt dat iets duurzaam is moet het kloppen, anders wordt het afgestraft. Ik zie dagelijks voorbeelden van greenwashing die door media of consumenten worden afgestraft. Ook omdat er nu, naast Radar, ook programma’s zijn als Keuringsdienst van Waarde die op zoek gaan naar het verhaal áchter een product. Dat blijkt soms helemaal niet te kloppen.”

 
Goede voorbeelden 
Haar eigen bank investeert het geld van zijn klanten niet in olie en kolen, kinderarbeid, de wapenindustrie, kernenergie en landen en bedrijven die mensenrechten schenden. ASN Bank wordt daarmee gezien als een voorbeeld in de financiële wereld. Messelink kent veel goede en slechte voorbeelden van groene claims. Een goede vindt ze Yoni, duurzaam maandverband en tampons van biologisch katoen, dat tegenwoordig zelfs bij de Albert Heijn te koop is. Een merk dat zich afzet tegen het gebruik van chemicaliën en bleekmiddel in maandverband onder het motto ‘Chemicals are not for pussies’. ,,Een mooie case van hoe je met weinig middelen een grote achterban kunt vinden,” zegt Messelink.

Een telefoon als Fairphone gebruikt geen grondstoffen uit conflictgebieden, heeft een duurzaam ontwerp en is makkelijk recyclebaar. ,,Een telefoon met een verhaal. Een merk dat de telecomwereld laat zien dat het ook anders kan,” aldus Messelink.

Naast eerlijke chocolade zijn er nu ook eerlijke wasmiddelen en allesreinigers van Seepje, gemaakt van vruchtenschillen uit Nepal. Inmiddels zijn er negen verschillende Seepjes, verkrijgbaar bij zo’n 1100 winkels in Nederland en België. Messelink: ,,Ook hier is het product en het verhaal één en laat het merk zien dat het anders kan.”

 
Slechte voorbeelden 
Tegenover deze goede voorbeelden kent ze talloze slechte. Met name in de energiesector, waar energiebedrijven groene certificaten kopen, maar eigenlijk grijze stroom leveren (daarover meer verderop in dit artikel). ,,Wat ik bijvoorbeeld kwalijk vind is als bedrijven een heel klein percentage van de prijs van een product of de winst aan een goed doel geven. Zo van: ik ben niet duurzaam, maar zo lijk ik het wel. Of wat te denken van sommige autofabrikanten als VW die het hadden over ‘clean dieselauto’s’. Zelfs zeggen dat auto’s minder uitstoten bleek uiteindelijk een valse claim. Daarmee ondergraaf je niet alleen je eigen merk, maar de hele industrie,” aldus Messelink.

 
Bijdrage aan de planeet 
Bureau The Karma Brothers bedenkt strategieën, innovaties en campagnes voor merken, bedrijven en organisaties die op sociaal-, milieu- of cultureel gebied wezenlijk iets bijdragen aan onze planeet. ,,Daar selecteren we onze klanten heel hardcore op. We zeggen: practice what you preach,” stellen ‘creative brothers’ Scato van Opstall en Raoul Kuiper. In de praktijk zien ze dat vooral bedrijven zonder beursnotering groene missies beter in hun beleid kunnen verankeren. Soms is groen en sociaal te combineren, zoals Tony’s Chocolonely doet met zijn slaafvrije chocolade. ,,Je hebt bedrijven die overstag gaan vanuit maatschappelijke druk of door de overtuiging van hun werknemers. Maar je hebt ook opportunistische bedrijven die snel willen scoren,” aldus het tweetal. Ook groene keurmerken zijn niet altijd zaligmakend. ,,In principe kun je met alles sjoemelen, al zijn de meeste eco- of biolabels fatsoenlijke keurmerken,” stelt Kuiper.

 
Spa sponsort plastic soep 
Een schrijnend voorbeeld van greenwashing vinden zij bronwaterproducent Spa, dat voor 80.000 euro Natuurmonumenten sponsort en in de reclames veel associatie met de natuur zoekt. ,,Natuurlijk is water beter dan cola, maar je kunt ook gewoon voor een prikkie water uit de kraan drinken. Dan hoeft het niet opgepompt, in plastic flessen verpakt en overal heen vervoerd te worden,” zegt Kuiper. Van Opstall: ,,Bovendien is Spa een van de grootste tegenstanders van statiegeld op kleine petflesjes, zodat ze in feite de grootste sponsor zijn van de plastic soep. Het merk trekt een groene jas aan, terwijl het radicaal tegenstrijdige doelen heeft. Dan is zo’n sponsoractie van Natuurmonumenten echt greenwashing. Laat ze eerst maar eens lobbyen voor statiegeld of hoogwaardige recycling van plastic flesjes regelen. Jammer dat ze dat laten liggen.”

 
Roofridders 
Ze kennen ze nog meer voorbeelden. ,,Achmea publiceert online stukjes over klimaaturgentie, maar doet in zijn beleggingen het tegenovergestelde,” aldus het tweetal.  ,,Unilever is met zijn Sustainable Living Plan goed bezig, maar zit nog steeds in een wereld van roofridders, bijvoorbeeld op de palmolieplantages. De shampoo in eenpersoons-wegwerpsachets van niet recyclebaar plastic die ze in India verkopen aan de arme bevolking, zorgt daar voor enorme milieuvervuiling. Bij Unilever zorgden duurzame producten vorig jaar voor 60 procent omzetgroei en in hun branche zijn ze relatief duurzaam bezig, maar je kunt je ook afvragen of we sommige producten wel nodig hebben. Net zoals we plat water uit een flesje van Spa niet nodig hebben. Echte greenwashing is ook Coca Cola in een groen flesje, terwijl Coke al decennia tegen statiegeld op PET lobby voert. Een duurzame auto is in feite ook een contradictie in terminis. Reizen met treinen die op elektrische energie, opgewekt door wind,  rijden, zoals de NS doet; dat is duurzaam.”

 
Gebakken lucht doorgeprikt 
Volgens hen geldt ook in de marketing en reclame de belangrijke wet dat het wel waar moet zijn. ,,Ons advies luidt: wees eerlijk in je communicatie. Zeker met al die social media wordt gebakken lucht snel geroken,” zegt Van Opstall. ,,Katja claimde in 2006 drop met 0 procent vet, maar er zit helemaal geen vet in drop. Tegenwoordig zijn ze beter bezig. Ze maken drop wat duurzamer, namelijk zonder varkensgelatine. Als je je op het groene pad waagt is het afbreukrisico groot.” Kuiper: ,,Als je een groen en gaaf product hebt moet je niet snel willen scoren, maar de mensen daar zelf achter laten komen. Uit recent onderzoek blijkt dat 20 procent van de consumenten duurzaamheid of maatschappelijk verantwoord ondernemen meeneemt als overweging bij een aankoop, maar er is een groot verschil tussen een burger en een consument: de consument denkt ook met zijn portemonnee.”

 
Naming and shaming 
‘Naming en shaming’, zoals Wakker Dier en Foodwatch doen doet helpt in hun ogen ook om valse groen claims te ontmaskeren. ,,Zeker in de foodbranche zijn veel claims niet duurzaam en onwaar. Goed dat dit soort partijen die luchtbel doorprikken,” vindt Van Opstall. Hij noemt ING en ABN AMRO als voorbeelden van greenwashing in de financiële marketing. ,,ABN AMRO introduceert de zoekmachine The Good Search en doet alsof ze groen is, maar financiert ondertussen de Dakota Pipeline door indianengebied. Hoe hypocriet kun je zijn? ING zet duurzame jonge ondernemers in het zonnetje, maar is tegelijkertijd internationaal bezig met fossiele beleggingen. Je staat versteld dat ze daar nog zo vaak mee weg komen.”

 
Groene sjoemelstroom
Een branche waar in de marketing veel greenwashing voorkomt is de energiesector. WISE Nederland houdt dat nauwgezet in de gaten. Volgens campagneleider groene stroom Markus Schmid kopen energiebedrijven groene certificaten, bijvoorbeeld van waterkrachtcentrales in Scandinavië, en leveren ze vervolgens grijze stroom uit kolencentrales aan de consument. ,,Daarvoor hebben wij de term sjoemelstroom bedacht,” vertelt hij. ,,Wij kijken vooral naar de productie en zien dan dat grote leveranciers als Nuon, Engie en E.ON nog voor het merendeel in fossiele stroom uit kolen en gas zitten. Maar als je als nietsvermoedende bezoeker op hun website komt zie je vooral windmolens en zonnepanelen en informatie over energie besparen en kom je het woord kolen niet tegen.”

In het onderzoek naar de duurzaamheid van Nederlandse stroomleveranciers dat WISE elk jaar samen met de Consumentenbond, Greenpeace en Natuur & Milieu opstelt, staan grote traditionele leveranciers als Essent (3), Nuon (4,2) en Oxxio (4,3) stijf onderaan de ranglijst, terwijl kleine duurzame leveranciers als Vandebron (9,6) of Qurrent (10) bovenaan staan.

,,Essent is de grootste leverancier van Nederland met 2,5 miljoen klanten en wil groen en duurzaam overkomen. Zeker sinds de afsplitsing van moederconcern RWE, de grootste CO2-uitstoter van heel Europa. Essent hoort nu bij de duurzame divisie, maar een groot deel van de stroom die ze aan klanten levert komt nog steeds uit de kolencentrales van RWE. Een vervelende erfenis. Om dat weg te poetsen kopen ze sinds kort massaal groene stroom certificaten van buitenlandse waterkrachtcentrales, sjoemelstroom dus,” zegt Schmid.
Low profile duurzaam zijn kan ook  
Het omgekeerde is ook mogelijk. Bedrijven die iets duurzaams of iets goeds voor de maatschappij doen en daar juist niet zo hard over roepen. Dat zijn de klanten van Bureau WElle. Onder het motto ‘small actions = big change’ organiseert het evenementenbureau duurzame en verantwoorde events en uitjes voor bedrijven, waarbij een combinatie met goede doelen wordt gemaakt. Bijvoorbeeld het personeel van een grote oliemaatschappij dat gehandicapten meeneemt op een uitje of gaat klussen of koken voor arme mensen. Met mensen van een zuivelgigant groenten kweken en oogsten voor de voedselbank. Of een dagje plastic afval vissen uit de Amsterdamse grachten. Maar ook vier dagen lang op een zeilboot bij Terschelling met jonge professionals praten over de energietransitie.

,,Ook bedrijven die minder groen, duurzaam of MVO bezig zijn stel ik in staat om iets goeds te doen voor de maatschappij of het milieu,” zegt Lisette Wegman van Bureau WElle. ,,Dat doen ze als compensatiemiddel, voor hun imago, maar de meeste bedrijven streven interne doelen na, zoals teambuilding. Waarom zou je dan niet én iets leuks doen én iets goeds doen? Dit soort verantwoorde uitjes zijn een trend. Bedrijven zeggen: ons product is er nu eenmaal, maar we willen wel ons steentje bijdragen. Daarmee kloppen zichzelf niet op de borst en zetten zichzelf niet meteen in de schijnwerpers.”

 
 
  9546 Hits
  1 Comment
9546 Hits
1 Comment

‘Contentmarketing heeft iconische cases nodig’

‘Contentmarketing heeft iconische cases nodig’
The influencers contentmarketing deel 8

Jasper van Zandbeek heeft zijn eigen contentbureau genaamd ‘Zandbeek’ en hij is voorzitter van het Platform Content, een kennisplatform voor contentmarketing. Over een geweldig vak dat nog wel wat impulsen kan gebruiken. 

 
Van Zandbeek denkt dat de moderne ‘contentmarketing’, zoals die een jaar of tien geleden ontstond, nog in de kinderschoenen staat. ,,De kennis van het effect van contentmarketing is nog zeer beperkt, we weten nog heel weinig. Ook op de Universiteiten is er nog weinig onderzoek naar gedaan. Daarom zijn we met het Platform Content ook begonnen met het ‘Eerste Grote Contentmarketingonderzoek’ samen met de Leerstoel Contentmarketing en de Hogeschool van Rotterdam. We willen een heel breed beeld neerzetten van de ontwikkeling van het vakgebied in Nederland.’’
Hij vertelt dat het deelgebied van marketing ooit is begonnen vanuit het digitaliseren van customer media, maar dat het vak nu veel breder is. ,,Een tijdje terug heeft Philips bijvoorbeeld een hele mooie long read over geluid gemaakt in samenwerking met instrumentenbouwer Gibson, ‘the thrill of sound’. Het was een verhaal van achttien minuten en het werd gepubliceerd op een hele specialistische site voor techliefhebbers.’’ Een andere goede case vindt hij BASE, het Belgische telecommerk dat een PR-probleem had. ,,Het merk had altijd goed bereik, maar de perceptie was juist dat het heel slecht was. Dan kun je aan traditionele PR doen, maar ze hebben een videoserie gemaakt genaamd ‘back to BASE’ waarbij ze een twintiger een week in de Ardennen dropten met alleen een mobieltje om te kunnen overleven.. Dat zijn interessante ontwikkelingen.’’

 
Concurrentie-analyse heel belangrijk bij contentmarketing
Even een klein stapje terug. Het is dus belangrijk om een duidelijke analyse te maken van alle content in het vakgebied waarin een bedrijf opereert. Die concurrentie-analyse, het merk zelf en het publiek moeten dus ergens bij elkaar komen. Het lijken allemaal vrij logische elementen dus waarom doen zo weinig marketeers dat? ,,Je moet ook verder kijken dan alleen naar de directe concurrentie, een vakblad wordt nooit als concurrent gezien terwijl je daar wel deels hetzelfde publiek krijgt natuurlijk. Als je immers precies dezelfde content maakt als het vakblad in de retailsector dan ben je nóg niet onderscheidend.’’ Van Zandbeek vertelt dat het domein ‘wonen’ bijvoorbeeld heel veel bedrijven interesseert. ,,De een verkoopt een hypotheek, de ander meubels of bouwt huizen. Dat is een heel groot gebied waar je met contentmarketing leuke dingen kan doen, maar je moet wel altijd de creatieve vraag stellen: hoe ben ik anders dan anderen? Dat zie je nog te weinig gebeuren.’’ Er zijn natuurlijk ook partijen die het wél goed doen in zijn ogen. Bol.com heeft bijvoorbeeld veel contentkennis en die inzichten deelt het met de andere leden van het platform, zo legt de bureau-eigenaar uit. ,,Bol heeft werkelijk de stap weten te maken naar brand publishing. Via nichecontent en op basis van big data schotelen ze het publiek precies datgene voor dat past bij hun interesse.’’

 
Er gaat veel mis in de uitvoering
Behalve tijdens de aangehaalde concurrentie-analyse gaat er natuurlijk ook veel mis in de uitvoering. Vooral iets kleinere uitgevers hebben wel eens last van het ‘Te Land, Ter Zee en in de lucht gevoel’, ze fietsen dolgraag wat betalende adverteerders in hun redactionele bijdragen. ‘Bas, kan je die nog even bellen want zij hebben betaald’. Dat getuigt niet van veel volwassenheid. ,,Daarom is dat Platform er ook, we willen het vakgebied naar een hoger niveau tillen, daar helpen onze kennissessies ook bij waarin leden bij elkaar komen.’’
Van Zandbeek volgde zelf een online cursus bij het Content Marketing Institute, maar hij is ook kritisch op de godfather van dat instituut met wereldfaam. ,,Ik vind bijvoorbeeld dat Joe Pulizzi wel een beetje rigide naar het vakgebied kijkt. Alsof je alles in een strategisch model kan gieten en je vervolgens alleen moet focussen op een  redactionele aanpak en storytelling zaligmakend is.  Hij en Robert Rose kijken op een vrij enge manier naar contentmarketing, heel erg gericht op ROI, maar ik begin ervan overtuigd te raken dat die correlatie tussen ‘prikkel’ en ‘koop’ lastig te bepalen blijft; als je een kutproduct hebt dan helpt zo’n programma ook niet natuurlijk.’’ Hij geloof veel meer in hybride, geïntegreerde vormen van contentmarketing. ,,Duidelijk is dat contentmarketingtactieken steeds dominanter worden in de mix. En dat arsenaal aan tactieken hoeft niet beperkt te blijven tot een blogserie, white papers en contentplatform. Integendeel.’’

 
Op naar de iconische cases
Van Zandbeek vindt het nodig dat er in Nederland meer iconische cases komen dan alleen Allerhande. ,,Dan komt dat vak in een nog grotere stroomversnelling. Er is gewoon meer experiment vereist en daarvoor is lef nodig. Hij denkt ook dat gebrek aan durf iets met het verschil tussen zender- en ontvangerdenken te maken heeft. Ergens komen vakgebieden als marketing en journalistiek bij elkaar en de leden van die groepen zijn nog niet de grootste vrienden.  ,,Je ziet dat er op een moment altijd een reflex komt bij de marketeer van: we wilden toch ons product verkopen en nu gaan we op een kritische manier een bepaald thema beschouwen. En dan kom je in een boeiende discussie terecht, maar als daar een compromis uitrolt dan krijg je vaak een slecht eindproduct. Het probleem is dat er veel te zendergericht wordt gedacht en daarom moet je denken: wat vindt mijn publiek interessant? Daarom willen we ook een uitwisselingsprogramma realiseren tussen bureaus, publishers en merken.’’
Het werkt natuurlijk beide kanten op: marketeers kunnen van journalisten en bureaus leren om wat meer aan je publiek te denken, maar aan de andere kant is het met de marketingkennis bij journalisten ook niet slecht gesteld. ,,Bij een bedrijf als VICE zal die discussie niet zo spelen; daar gaan journalistiek en contentmarketing veel meer in elkaar over. Wat is er erg aan als een merk meebetaalt aan een mooi journalistiek product? Wij zouden die discussies tussen marketeers en journalistiek veel meer moeten voeren.’’ We bedenken alvast samen het concept ‘Franks Marketingclashes’ waarbij marketeers, journalisten en reclamemakers elke maand in discussie gaan over contentmarketing op de redactie. ,,Je ziet dat er bij jonge generaties overlap ontstaat; bureaus zoeken kennis over formats uit de mediawereld, journalisten gaan zich bezighouden met contentmarketing en marketeers gaan media bij bedrijven managen. Zo komt die kennis steeds meer in het vak terecht, maar het levert nog geen nieuwe, iconische showcases op.’’

 
Tijd voor cases met lef
Die nieuwe Allerhande-case moet er dus snel komen. Wat is daarvoor nodig? Meer kennis, betere opleidingen, meer overleg tussen de verschillende partijen, maar vooral… veel durf. ,,Daarom vinden wij de Grand Prix Contentmarketing ook belangrijk, daar krijgen de grote cases een podium. ,,Ik gaf je net het voorbeeld van het podcastplatform van GE, maar in Nederland gebeurt er nog weinig op dat vlak, alleen ING is ermee begonnen. Bedrijven zijn daar terughoudend terwijl het medium ‘podcast’ heel boeiend kan zijn.’’ Het begint allemaal met de strategie. ,,In België hoorde ik over een bureau dat werkte voor het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle. Het bureau bedacht een mooie strategie waarbij het National Geographic overtuigde om een documentaire te maken over anders kijken naar nucleaire energie. Ik vind die serie van DAS over het recht in AD ook een goed voorbeeld. Zij maken aantoonbaar effectieve, relevante content en weten een volkomen natuurlijk link met het merk te leggen. Een van de dingen die ik geleerd heb van de online trainingen bij het Content Marketing Institute van Joe Pulizzi is; begin maar eens klein. Waarom zou je contentformats niet op kleine schaal kunnen uittesten in Nederland, maar die vervolgens over de hele wereld uitrollen?’’

 
Marketeers willen ROI-cijfers
Is het wel eens lastig om draagvlak te krijgen voor al die spannende contentcases? Of heeft hij een goede methodiek ontwikkeld om al die creatieve plannen door de directievergaderingen te duwen? ,,Ha ha, er is niet één manier, als dat er was zou het leven een stuk gemakkelijker zijn. Marketeers willen vel veel ROI-cijfers en dat is niet zo slecht. Het daagt je uit om vooraf na te denken over wat je concreet wil bereiken. Maar daar heb je wel tijd voor nodig.’’ Hij vindt trouwens dat het lijkt alsof contentmarketing vooral werkt voor de grote bedrijven en consumentenmerken, maar juist in het MKB en in de zakelijke markt kan het een heel effectief instrument zijn. ,,Het mooie is dat ondernemers vaak een snelle leercurve hebben dus je kan snel schakelen. Bovendien kan je op die schaal wel degelijk snel markten veroveren omdat de rest het vaak nog niet goed doet. Weet je wat misschien een aardige conclusie is? Dit is een geweldig vak waarin van alles gebeurt, daarom schrijf jij er ook over waarschijnlijk, maar er kan nog een heleboel veel beter en daarin hopen we met het platform een bijdrage te leveren.’’
  1551 Hits
  0 Comments
1551 Hits
0 Comments

Barbara Barend: in het vrouwenvoetbal gaat het om storytelling

Barbara Barend: in het vrouwenvoetbal gaat het om storytelling
Door Arnout Verzijl

Het grootste sportevenement in ons land deze zomer is het EK Vrouwenvoetbal. Al jaren wordt gezegd dat deze tak van sport dé toekomst is. Maar hoe zorg je voor volle stadions en haal je voldoende sponsors binnen?

 
Mijn vrouw kreeg van mij voor haar 44-ste verjaardag een paar voetbalschoenen. De 35+ competitie van de KNVB is namelijk ook bedoeld voor vrouwen en hier, in de Leidse regio, is dat met zes teams in het eerste seizoen meteen al een succes. Een ‘sterrenteam’ groepsapp, elke vrijdag trainen (incl. bier en wijn), gezamenlijke uitjes en een design-trainingstenue. Aangeschaft via internet, zelf ontworpen met de teamnaam erop: De Tena Ladies. Die gratis reclame heeft de inlegkruisjesgigant vast binnen.

Wat ik er maar mee wil zeggen: de populariteit van vrouwenvoetbal ontstijgt inmiddels de doelgroep van  jonge, ambitieuze meiden. De olievlek breidt zich uit en de KNVB heeft dat door. De bond slaagde er niet alleen in om het Europees Kampioenschap binnen te halen. Middels een progressieve marketingtechniek poogt de KNVB actief het verbindende effect van vrouwenvoetbal te koppelen aan een toenemende marktwaarde. Populariteit, sportiviteit, gezelligheid en enthousiasme zijn daarbij de kernbegrippen.

 
Persoonlijke verhalen
De kracht van het vrouwenvoetbal zit ‘m ook in het collectief en in de herkenbaarheid. Het van ‘met elkaar’. Voorbeelden te over. Want ook onze internationals zijn ‘normale’ vrouwen die een lang pad bewandeld hebben om de top te halen. En juist die kracht moet je benutten, zegt Barbara Barend. ,,Vrouwenvoetbal levert mooie, authentieke verhalen op. Daarmee kun je de doelgroep pakken. Storytelling doet t ‘m. Zodat mensen zich kunnen vereenzelvigen met de sporters. We praten hier niet over Ronaldo en Messi. Maar over meiden die er keihard voor hebben moeten werken om er te komen. En dat nog steeds moeten doen.”

Barend kan het weten. Nog voor de emancipatiegolf van het vrouwenvoetbal beoefende ze het op hoog niveau. En met haar commerciële inslag weet ze van het platform Helden Online een groot succes te maken. Storytelling en vrouwenvoetbal maken onderdeel uit van haar strategie. ,,Vader en dochter. Moeder en dochter. Vertel die verhalen. Het is commercieel interessant om zoveel mogelijk kanten te laten zien van de vrouwen. Daarmee creëer je een groot bereik.”

 
Football Friday
Voordat we ons verder verdiepen in de marketing en commerciële activiteiten van het organisatiecomité en voetbalbond KNVB, even een stukje achtergrond. Onmisbaar om de doelgroep te bepalen. Uiteraard is het Nederlands elftal, beter bekend als Oranje Leeuwinnen, één van de zestien deelnemers op het EK dat duurt van 16 juli tot en met 6 augustus. Femke van der Meij, marketing- en communicatiemanager van WEURO 2017: ,,Het vrouwenvoetbal is bij uitstek een sport waar topsport hand in hand gaat met enthousiasme en sportiviteit. Bovendien is dit het grootste EK vrouwen ooit, en daarmee een prachtig podium voor jeugdige voetbalfans om kennis te maken met het vrouwenvoetbal.”

Er wordt gespeeld in zeven steden: Breda, Tilburg, Rotterdam, Utrecht, Doetinchem, Deventer en Enschede. Vanaf vrijdag 7 april, 100 dagen voor het EK, zijn er iedere week activiteiten waarmee de zeven speelsteden opwarmen richting het EK. Iedere vrijdag staat in het teken van Football Friday. Iedereen kan op de foto met de officiële beker tijdens de Trophy Tour. Oud-international Pierre van Hooijdonk is één van de ambassadeurs van het EK. Ook kent iedere speelstad een eigen ambassadeur die het EK in zijn of haar stad én regio extra promoot.

 
KNVB kocht sponsorpakketten
,,De KNVB heeft besloten om zelf ondernemend het toernooi op commercieel vlak uit te nutten,’’ zegt Dimphy Rutten. Ze is categorie manager fans bij de KNVB. ,,Dat wil zeggen dat het de nationale sponsorpakketten van de UEFA heeft gekocht. Normaliter verkoopt de UEFA de nationale sponsorpakketten in het land waar het toernooi wordt gespeeld. Echter leert de ervaring dat de UEFA weinig commerciële aandacht voor een EK vrouwenvoetbal heeft. De KNVB heeft wel die aandacht voor het EK, kent de Nederlandse sponsormarkt en heeft er belang bij dat commerciële partners zich binden aan het toernooi.’’

Klinkt plausibel. Maar werkt het ook? Daar ziet het wel naar uit. Hoofdsponsor ING verbond zich als eerste Nationale Partner aan WEURO 2017. Twee van de andere vier Nationale Partnerpakketten zijn zo goed als verkocht, laat Rutten weten.

 
Meer kunnen vragen van vrouwen op marketinggebied
Als we kijken naar de diverse marketingstrategieën ligt er nog wel het een en ander open, behalve scholen (speciale lespakketten) en voetbalclubs. Hoe zou Barbara Barend het aanpakken? ,,Het is goed je te realiseren dat je meer van de vrouwen kunt vragen op marketinggebied. Zij werken makkelijker mee dan de meeste mannen. Je kunt dus meer. Ik zou eerst de grote thema’s aanpakken en die middels persoonlijke verhalen vertellen. De herkenbaarheid van de sport en van het evenement neemt daardoor toe. Dat maakt het direct commercieel interessant.”

Barend vindt niet dat alles er uitgehaald wordt. ,,Het gaat beter dan het ooit is geweest. Het is duidelijk dat het vrouwenvoetbal zich ontwikkelt en de commerciële insteek gaat daarin mee. Maar er zit nog veel meer in. Het is goed dat de meiden zelf actief meewerken en via de media campagne voeren. Dat helpt. Er zijn al diverse grote partijen die zich op deze manier ontfermen over de sporters en hun sport in het algemeen. De ING, maar ook ABN AMRO als Partner van de Toekomst. Univé is ook zo’n sponsor, onder meer bij de vrouwen van SC Heerenveen. Hieruit blijkt de kracht van het vrouwenvoetbal. Deze partijen zien het nut van het brede. Vrouwenvoetbal, met als speerpunt het EK, moet je zien in een breder perspectief. Het is van ons allemaal. Dus is het interessant voor meer merken om in te stappen.”

 
Groei
Het toernooi heeft de KNVB in staat gesteld om met vele bedrijven, potentiële sponsors van het vrouwenvoetbal, in gesprek te gaan. Er wordt dus gezaaid voor een florerende toekomst. De cijfers in onderstaande tabel laten zien wat de potentie van het vrouwenvoetbal is.
JaartalSeniorenJeugd (junioren en pupillen)
20023409333213
20033508235637
20043712438900
20053765943216
20063797849984
20073965157246
20084285764342
20094515067531
20104759472656
20114944774604
20125055076938
20135189180057
20145335884167
201554.56891522
201656.50896493
 
Van het gezelligheidscollectief de Tena Ladies tot de bloedfanatieke pupillen met paardenstaart. De groei van vrouwenvoetbal is evident en de potentie blijkt enorm. Het Mulier Instituut bracht de kwantitatieve ontwikkeling van het vrouwenvoetbal in Nederland in kaart. Het concludeerde dat de KNVB de grootste vrouwelijke aanwas van alle sportbonden heeft. Nog niet zo groot als hockey en minder vaak beoefend dan hardlopen, fitness en yoga, maar toch. Grappig detail: de categorie 18+ kende een grotere groei dan hockey. De opkomst van de Tena Ladies staat dus niet op zichzelf.  Het EK in Nederland biedt een enorme kans voor de verdere ontwikkeling van het vrouwenvoetbal. Maar dan moet dit EK wel goed worden weggezet in de marketing- en toekomstplannen. Het EK kan ervoor zorgen dat meer mensen de sport gaan volgen en dat de sport blijft groeien. ,,Als de KNVB komend jaar een groei van 1 procent doormaakt in het aantal spelende vrouwelijke leden, dan heeft het toernooi al een mooi effect gehad,’’ zegt Dimphy Rutten.

 
Hype van het vrouwenvoetbal?
Om het toernooi straks succesvol te kunnen noemen, zijn twee factoren bepalend. Ten eerste natuurlijk het succes van de Oranje Leeuwinnen. Bij gebrek aan een ander groot sportevenement deze zomer én vanwege de teloorgang van het Nederlands mannenvoetbal, zou er zomaar een hype kunnen ontstaan. Wij hebben met z’n allen in dit landje nou eenmaal de niet te onderdrukken behoefte om oranje getinte successen massaal te vieren, vooral in de zomer als de zon schijnt. Barbara Barend: ,, Succes van Oranje is belangrijk voor het totale Nederlandse voetbal. Je boort een nieuwe markt aan. Heel veel vrouwen gaan voetballen. Het wordt steeds belangrijker.”

De andere graadmeter om van een geslaagd EK te spreken, is volle stadions. Sfeerbeelden van blije mensen in een oranje-zee van lawaai en vrolijkheid doen het goed. Voor de openingswedstrijd op 16 juli zijn, twee maanden voor de aftrap, al meer dan zestig procent van de kaarten verkocht. Het organisatiecomité verwacht binnenkort de 100.000ste kaart weg te zetten. Ook hiervoor geldt dat de KNVB een progressief marketingbeleid voert. Via de website lespakketkicken.nl enthousiasmeert de bond niet alleen de doelgroep, het draagt tevens bij aan de ticketverkoop. En ook hiervoor geldt: het toernooi komt vanzelf bij de doelgroep aan. Dat maakt van dit EK een zichtbaar communicatieplatform voor commerciële partners. Desondanks constateert de KNVB dat het voor het bedrijfsleven nog spannend is om toe te treden. Toch helpt het dat de voetbalbond zelf de sponsorpakketten verkoopt. Voor het nu en voor de toekomst. Het recente toetreden van Intersport, als lange termijnsponsor van het vrouwenvoetbal in het algemeen, is een stap in de goede richting. Een logische stap ook, want daar kunnen alle ruim 150.000 beoefenaars terecht voor hun essentials. Van jong tot oud.

Maar dan moet deze sportwinkelketen wel zijn verkopers iets beter instrueren. Want toen ik de voetbalschoenen voor mijn vrouw ging kopen, sprak zijn blik boekdelen toen ik zei dat de schoenen niet voor mij bestemd waren. Ook al zat ze op haar sokken enthousiast naast me, klaar om te passen.

 
 
  3921 Hits
  0 Comments
3921 Hits
0 Comments

‘Kijkshop nieuw leven inblazen heeft geen zin’

‘Kijkshop nieuw leven inblazen heeft geen zin’

Er zijn veel retailmerken die voor het gevoel van de normale winkelende consument allang door de houdbaarheidsdatum zijn. Wat is eigenlijk het perfecte moment om afscheid te nemen van (ooit klinkende) retailnamen als ‘C&A’ en ‘Kijkshop’?

 
Kijkshop gaat het helemaal anders doen, 20 van de 87 filialen gaan dicht en de vitrinewinkel wordt een soort Marktplaats meets Coolblue. Volgens de Zweedse eigenaar Björn Serving moet het uitgroeien tot ‘het coolste en beste verkoopplatform voor consumenten’. Klinkt aardig, maar waarom nu pas? Het zou iets kunnen worden, maar bij veel marketingvolgers domineert toch vooral de verbazing bij dit bericht. Gaat dit merk met associaties als ‘ramen’, ‘belegen rood’ en ‘vlekkerig tapijt’, dat in de jaren negentig al niet hip meer was, oprecht nu pás vernieuwen? Iedereen weet dat ‘Kijkshop’ uit elke merkbarometer als ‘suf’ en ‘oubollig’ komt, maar waarom is er dan niet eerder ingegrepen? Dat kun je - zelfs met grof geld - echt geen enkele Merk Top 40 meer induwen toch, marketeers? En als we eerlijk zijn, geldt datzelfde toch voor retailmerken als ‘C&A’, ‘Blokker’ en ‘Peek & Cloppenburg’? Je weet dat het merk eigenlijk niet meer kan (teveel negatieve merkassociaties, zou Giep Franzen zeggen), maar een of andere investeerder uit een ver buitenland heeft het gevoel er nog iets van te kunnen maken. Hoe kan dat toch en - exacter - wanneer is een merk eigenlijk gedateerd?

 
Niet praten over het merkkrachtmodel
,,Jouw vraag is precies waar ik mijn geld mee verdien,’’ zegt retailmerkdeskundige Paul Moers. ,,Daarvoor heb ik het merkkrachtmodel ontwikkeld, maar dat ga ik niet uitgebreid met je bespreken. Ik kan wel zeggen dat een merk ‘relevantie’ moet hebben en ‘opmerkelijk’ moet zijn. Als het dat niet meer is dan kun je beter afscheid nemen van je merk; dat was natuurlijk bij V&D het geval. Bij Blokker, waar ik zelf heb geadviseerd trouwens, zie ik de potentie nog wel. De familie investeert 100 miljoen euro om er iets van te maken. Dat is een mega-operatie en dat moet je drie jaar de tijd geven.’’ Echt? Als je Blokker door zijn merkkrachtmodel haalt dan kom het er nog goed uit? ,,Zeker, ze zijn nog relevant door de categorie ‘thuis’ te claimen, maar bij de opmerkelijkheid zit het probleem en dat zijn ze in die nieuwe winkels aan het verbeteren. En op internetvlak gaat het heel goed met de Blokker Holding, dat Nextail loopt hartstikke goed.’’ Maar toch even hoor…Blokker is toch nog lang niet terug op merkgebied? ,,Eens, zij zullen meer aandacht aan hun merk moeten geven. Ik heb daar over twee weken weer een gesprek over.’’

 
Tjolk was niet te zuipen
Even los van Blokker dan maar (retailspecialisten zijn altijd lekker uitgesproken en dat is prima voor een journalistiek verhaal, maar er spelen ook wel eens belangen een rol). Hoe komt het dat de eigenaars altijd veel later zien dat een merk opper dan op is terwijl consumenten dat allang weten? ,,Kijkshop revitaliseren heeft geen zin. Daarom moet je ook geen doorstart doen met het V&D-merk, het is over en uit. Laatst probeerde iemand iets met Tjolk, maar het was al niet te zuipen en dan gaan amateurs het opnieuw proberen. Kansloos.’’ Hoe zit het dan bij C&A, is dat ook op of kan dat nog wel? ,,Dat is inderdaad een twijfelgeval, ze sluiten niet voor niets vier filialen. Ze hebben daar gewoon liggen slapen en snappen niet wat Primark en H&M wél begrijpen, namelijk dat je ook design tegen een lage prijs kan leveren. Ze kunnen wel eens te laat zijn met een nieuwe richting. HEMA vind ik ook kwetsbaar. En dan zegt CEO Tjeerd Jegen met een grote bek dat het goed gaat, maar dat komt door de economie en de afwezigheid van V&D. Maar als straks Hudson’s Bay erbij komt, wens ik ze veel succes. Niks doen is gewoon dodelijk. Je moet als merk constant actief blijven want anders is het einde verhaal. Als je niets te melden hebt zijn we zo weer vertrokken, zeker de jeugd.’’
Maar toch even. Een retailmerk nieuw leven inblazen als het eenmaal spartelt is lastig. Veel geslaagde voorbeelden zijn daar niet van, Wehkamp is het wel redelijk gelukt om te transformeren van cataloguskoning tot internetgigant. ,,Die hadden de ballen om iets te ondernemen.’’ Maar hoe kan het dat merken als V&D en Kijkshop nog jaren doorgaan terwijl iedereen weet dat het niks meer is? ,,Dat komt doordat eigenaren vaak een eendimensionale blik hebben. Kijk maar naar Free Record Shop, terwijl iedereen allang aan het downloaden was, lagen daar nog allemaal cd’tjes in de zaak. Maar ja, dan heeft een eigenaar geld zitten in de winkels en dan kan je dat niet meer omdraaien. Je ziet vaak bij jonge ondernemers dat ze nog volop goede ideeën hebben, maar als ze ouder worden verdwijnt dat. Zo gaat dat toch ook met songwriters? En dus moet je als retailer rond je vijftigste jonge honden binnenhalen of iemand die flink de waarheid vertelt, zoals ik. De ING-werkgroep en ik zeiden: stop toch met die kantoren en bouw servicefilialen en voor die kritiek stond het management open.’

 
Merkinvesteerders hopen dat het beter gaat
Okay, helder. Volgens Moers is het zaak om kennis van buiten te halen en zo nodig op tijd in te grijpen om het merk weer een beetje op te poetsen. Interessant kan ook de visie zijn van Richard Otto, die gespecialiseerd is in ‘verdwenen merken’, daar zelfs een boek over schreef en een site bijhoudt met topcases. Wat is in zijn ogen het moment dat je moet ingrijpen? ,,Kijk, iemand moet een beslissing nemen om met zo’n merk te stoppen, maar veel mensen hopen dat zij die stekker er niet uit hoeven trekken. Sommige moeilijke beslissingen stellen ze liever uit, net zoals in de politiek. Eruit stappen is natuurlijk heel duur en zo’n ingreep heb je liever niet op je naam staan.’’

 
De nuance: duur personeel en dure panden
Otto schetst terecht de nuance die altijd een rol speelt bij dit soort beslissingen. Het is te simpel om te zeggen: een merk is gedateerd dus we kappen ermee. Zo ging dat ook bij V&D waar Otto een vuistdik boek over schreef. Maar geef toe, het merk V&D was toch kansloos, ten dode opgeschreven en dat al heel lang geleden? ,,Dat zeg jij. Maar er kwamen nog voldoende mensen over de vloer. Het probleem was personeel op leeftijd met veel te hoge lonen en de panden waren ook te duur. Bedrijven kunnen  door wetgeving en hoge ontslagvergoedingen niet gemakkelijk het personeelsbestand verversen voor jong, fris en vooral goedkoop personeel. Kijkshop zit waarschijnlijk ook aan meerjarige huurcontracten vast én dure medewerkers. Vastgoedpartijen kunnen door de beleggingswaarde moeilijk de huren van hun winkelpanden verlagen. Tegelijk kan je ‘de Kijkshop’ wel een andere naam geven, maar een nieuw merk opbouwen kost ook een heleboel geld. Kijkshop.nl is trouwens nog wel een interessante merknaam.’’

 
Investeren in Blokker geste van familie?
Ook Otto heeft het nog even over Blokker waar hij kritischer op is dan Moers. ,,Dat is een goed voorbeeld, daar investeert de familie flink, maar dat lijkt bijna een soort geste om te laten zien dat familieleden het wél proberen. Ik vind het ook een slechte transformatie. ,,Het Blokker-concern heeft veel geld verdiend in het verleden, maar nu kiezen ze vooral voor A-labels en dan kun je je afvragen hoe relevant je nog bent in vergelijking met een zaak als Action. Beide partijen halen hun producten vaak bij dezelfde leveranciers, dus Blokker moet met zijn inkoopkracht dezelfde verkoopprijs kunnen hanteren. Blokker had ook voor een mix van A-merken en dat lage segment kunnen kiezen. Hun huidige strategie heeft in ieder geval nog niet veel resultaat opgeleverd.’’ Denkt hij dat ze een plekje in zijn boek op de site krijgen over een jaar of twee? ,,In de huidige vorm zou dat kunnen. De familie zal niet het hele kapitaal er doorheen willen jagen. Een investering van 100 miljoen euro lijkt veel, maar smelt snel weg bij een verliesgevende winkelketen met meer dan 800 winkels, 7000 man personeel en een zwalkende strategie. De familie kan beter kapitaal steken in investeringen die wél een goed rendement opleveren.’’

 
Conclusie: kritisch blijven, verjongen en actie ondernemen
De metafoor met songwriters is misschien wel een aardige concluderende tip voor eigenaren van retailmerken. In het begin van je loopbaan schrijf je de ene na de andere hit, maar die jongehondementaliteit raak je na een tijdje gewoon kwijt. Dan wordt het tijd om een soort schrijverscollectief te beginnen om nog prachtige dingen te maken, misschien iets voor een wat oudere doelgroep. In alle gevallen geldt echter: niets doen is nooit een optie. Het is immers niet zo dat alle oude retailmerken niet meer te revitaliseren zijn, maar er is een moment dat je moet verjongen, mensen naar binnen moet halen die de tijdgeest goed begrijpen en moet vernieuwen. AH, LEGO, HEMA, Coca-Cola, Disney zijn toch ook legendarische merken die al jaren meegaan?

 
  2004 Hits
  0 Comments
2004 Hits
0 Comments

Willem-Albert Bol: Native? I hate it

Willem-Albert Bol: Native? I hate it
The influencers contentmarketing deel 4
 

Willem-Albert Bol van De Persgroep vindt contentmarketing een geweldig vak, maar het zal advertising nooit helemaal wegduwen. ,,Laten we dingen niet onnodig complex maken.”

 
De meeste mensen uit de contentmarketingwereld kennen Willem-Albert Bol, creative director bij De Persgroep, wel. Niet alleen omdat hij regelmatig op congressen staat met een microfoon en een camera, maar gewoon omdat hij zich alweer een jaar of achttien bezighoudt met dit relatief nieuwe vakgebied. ,,Ik blijf het leuk vinden om kritisch te discussiëren over contentmarketing. En door mijn achtergrond aan de media-, adverteerders- en bureaukant zie ik dat alle mensen die iets roepen zo hun eigen belangen hebben”, zegt hij.

 
 
Oude wijn in nieuwe zakken 
 
Het opportunisme stoort hem wel eens. ,,Bijvoorbeeld in het omarmen van ‘native advertising’, wat ik een verschrikkelijke term vind omdat het niets anders is dan een poging een advertentie op een redactieplek te duwen.” Volgens Bol niets minder dan een advertorial in zijn ogen, dus oude wijn in nieuwe zakken. ,,Een advertorial is geen ‘interactieve storytelling campagne’, maar een merk dat iets over zichzelf vertelt. Het gaat om twee zaken in advertising: ‘hoi, ik ben Willem-Albert en wil je met me praten’ of ‘hoi, ik ben Willem-Albert en ik wil je regelen’.”

In de fase tussen kennismaken en verleiden is het in zijn ogen wel handig om iets over jezelf te vertellen en toevallig is contentmarketing daar zeer geschikt voor. Een verhaal vertellen met een commerciële intentie, dat is het dus. ,,Er duiken veel mensen op het vak. Dat is prima, maar ik heb niet zo veel met de figuren die praten over storytelling alsof we teruggaan naar de tijd van de indianen toen er verhalen verteld werden bij het haardvuur. Het is allemaal niet idyllisch, gewoon een vak waarin je moet proberen, doen en ondertussen wat zult leren. Het is hard werken.”

 
 
Klassieke discussie over geloofwaardigheid 
 
De afgelopen tijd was De Persgroep een paar keer in het (marketing-)nieuws met de klassieke discussie over de vraag waar reclame ophoudt en redactie begint. Zo schreef onderzoekwebsite Follow the Money een kritisch verhaal waarin het AD aanpakte vanwege de contentmarketingcase van Senseo. Er werd een speciale koffietest bedacht voor het koffiemerk en toen de uitslag positief was, verscheen er op de redactiepagina iets als ‘Senseo als beste uit de test’. Glad ijs natuurlijk, want hiermee leek het erop dat het koffiemerk als beste uit de grote en beroemde AD-koffietest kwam. Ook de ING-case kreeg veel kritiek. Er was aandacht voor de documentaire die ING maakte over Ruud van Nistelrooy. In het interview met Ruud van Nistelrooy in AD Sportwereld leek het alsof er een dealtje was gesloten. Bol: ,,Wij zijn keihard op de feiten gedrukt en hebben onze regels na die cases verder aangescherpt. Er zijn lifestylebladen die deze regels niet hebben omdat het de lezer niet boeit of de beautypagina’s zwaar gesponsord zijn, maar bij nieuwsmerken zijn die regels hard nodig want de lezer verwacht kritisch vermogen en zuiverheid. Daar mag je niet mee spelen.”

 
 
Lezer bepaalt
 
Dat klinkt goed, maar het AD ging toch nat  in het geval van Senseo? ,,Nee, had iemand van Follow the Money me maar gebeld,” zegt Bol. ,,Het verhaal is dat Senseo wilde meedoen met onze koffietest, maar die is natuurlijk voor de koffiehoreca bedoeld. We konden wel onafhankelijk onderzoek doen naar de beste koffie in de supermarkten en dat durfden ze daar wel aan. Vervolgens zeiden de mensen van Senseo na de goede uitslag: kunnen we daar iets mee? We hebben dat onderzoek niet verkocht.”

Maar het is toch een glijdende schaal als de redactie naar aanleiding van dat onderzoek zegt: ‘Senseo als beste getest’? Jullie kunnen zelf wel integer wíllen zijn, maar de lezer bepaalt dat uiteindelijk toch? Bol: ,,Het gaat erom of je in de spiegel kan kijken en of het niet voor verschillende uitleggen vatbaar is en daarom zijn de regels aangepast.”

En hoe zat het bij ING? ,,De redactie kreeg de kans op een interview met Van Nistelrooy en vervolgens maakt een journalist - goed bedoeld - een kadertje waarin staat dat hij hem heeft gesproken vanwege de samenwerking met ING. Daar vroeg ING niet om en er is ook niets voor betaald.”

 
 
Vier regels
 
Naar aanleiding van deze discussies zijn er vier regels opgesteld: de hoofdredacteur bepaalt of een contentmarketingverhaal kan, De Persgroep maakt de verhalen nooit met journalisten in vaste dienst, de lezer moet direct doorhebben dat het ‘branded content’ is én een redactie schrijft nooit als onderdeel van een commerciële deal. Dat laatste levert nog wel eens discussies op natuurlijk. ,,Hebben we dat wel eens geprobeerd vanuit commercie? Ja. Kan de redactie het geheel links laten liggen? Ja, zeker. Je kunt bij ons niet betalen voor redactie,” stelt Bol.

Helder verhaal, maar snapt de adverteerder dat ook? ,,Nee, want er zijn exploitanten die er anders mee omgaan. Dat werd een glijdende schaal toen de advertentie-inkomsten overal terugliepen. Maar wij hebben het meest winstgevende jaar in tijden achter de rug en advertenties bepalen dertig procent van de omzet, dus daarvoor zouden we nooit die andere 70 procent onder druk zetten.”

 
 
Branded content bij Metro 
Welke andere nieuwsmerken doen dat wel eigenlijk? Bol: ,,Metro maakt geen winst en moet alleen leven van de advertentiemarkt. Ik heb respect voor TMG, maar ik ben kritisch over branded content bij Metro. Ik zie daar verhalen zonder advertorial erboven die toch écht verkocht zijn. De vraag is wel wat je als lezer mag verwachten van een gratis medium.”

Over Nu.nl is hij wel lovend. ,,Ik vind dat de mensen daar heel zuiver zijn terwijl ze ook maar één geldstroom hebben,” zegt hij. ,,Wij hebben wat dat betreft ook wel iets makkelijker praten hoor. Weet je wat het is? Je moet eerlijk zijn over de afzender en je intentie. Anders haal je het vak onderuit en dat is de domste strategie die je kan bedenken. Ik kan sommige mediamerken niet meer serieus nemen. Ze doen teveel redactioneel met commercieel insteek. Dat is het begin van het einde. Wees gewoon duidelijk. Je kan toch zeggen: hier is voor betaald en het is een goed verhaal. Trucjes? Native? I hate it.”

 
 
De kwaliteit
 
Tot zover de objectiviteit, maar hoe zit het met de kwaliteit? Er wordt nog wel eens beweerd dat contentmarketingverhalen niet gemaakt worden door de meest getalenteerde schrijvers. Die toppers werken immers op de redacties en hebben geen zin in een merkverhaal. Bol: ,,Dat klopt niet. We werken graag met specialisten op een bepaald onderwerp. Een financieel-economisch verhaal is iets anders dan een foodverhaal. Natuurlijk zijn die mensen er. We hebben zelf 1400 fulltimers in dienst en de NVJ zegt dat er zo’n 10.000 journalisten zijn, dus er zijn genoeg capabele mensen over.”

Soms is het wel lastig om iemand te vinden die begrijpt dat juist een gesponsord verhaal journalistiek geschreven is. ,,Je wilt gesponsorde verhalen lezen die een beetje schuren, die kritisch zijn met aandacht voor de afzender. Zo’n combinatie is lastig te maken. Wij hielden recent de aandacht van de lezer vast met een branded content verhaal over Nespresso waarin we onderzochten hoe duurzaam hun koffie eigenlijk is,” aldus Bol.

 
 
Onhandige advertorial 
 
Toch nog even om te testen in hoeverre de theorie de praktijk overleeft. De interviewer heeft een AD-advertorial bij zich over een pil die gewrichtspijnen bestrijdt. Het is niet het beste verhaal allertijden. Een oma kan alles weer met haar kleinkind dankzij die briljante pillen. Geen tweede merk, geen kritische vragen, niks. Bol: ,,Ik zeg dan tegen het merk: je had er nog meer uitgehaald als je het wat breder had getrokken.” We pakken het stuk er even bij. ,,Maar dit is een aangeleverde advertentie. Wij zullen dit zelf nooit zo maken,” zegt hij.

Maar het staat toch bij hem in de krant? Bol: ,,Ik vind dit gewoon onhandig. Als je eerlijk en transparant bent dan maak je veel meer kans dat je verhaal overkomt.”

 
 
Verhogen impact 
 
Het is volgens hem een kwestie van de balans zoeken tussen impact en de regie over je verhaal. ,,Contentmarketing opereert in het gebied ertussen. We hebben een keer een advertorial gemaakt voor een verzekeraar die zes keer terug moest en dan zeg ik: willen jullie niet liever een advertentie? Als je het een klein beetje laat vieren dan gaat de impact omhoog,” stelt hij.

Bol denkt dat de effectiviteit van contentmarketingcampagnes nog verder omhoog kan door een campagne langer vol te houden. ,,Adverteerders zeggen soms: het werkt niet, terwijl er geen budget is om een verhaal aan te jagen met wat extra media. Het is vaak nog iets wat er ‘even’ wordt bijgedaan terwijl het een serieus vak is. Voor een reclamecampagne zijn er wel gangbare structuren, maar in contentmarketing is ‘t nog even zoeken.”

Een goed verhaal maken lukt ons allemaal, zo legt hij uit. Maar het gaat om de lange termijn. ,,Onze klant DAS maakt al twee jaar verhalen over taaie onderwerpen in de rechtsbijstand. Die verhalen gaan over complexe onderwerpen, maar we worden er steeds beter in die goed te maken zodat de doelgroep het boeiend vindt. Succes zit dus ook in lengte van contentmarketing.”

 
 
Omzet MediaLab 10 miljoen
 
MediaLab, de club van ongeveer vijftien mensen waar de contentmarketing wordt bedacht en gemaakt binnen De Persgroep, draait nu ongeveer 10 miljoen euro omzet per jaar. Die omzet groeit de laatste drie jaar met tenminste 25 tot 30 procent per jaar. Maar om deze cijfers in perspectief te plaatsen: de totale advertentieomzet is bijna 200 miljoen, dus dat is eigenlijk nog maar een bescheiden deel. Bol: ,,Het is een leuk groeigebied en daarom pakken we het op, maar het is niet dé oplossing voor de advertentiemarkt. Het zal maximaal een derde van de budgetten worden.”

Hij hamert er bovendien op dat branded content geen direct effect op verkoop heeft. ,,Je verandert de associatie in de ‘consumentenfunnel’, maar het stimuleert de verkoop niet direct. Wij maken ook geen afspraak voor KPI’s op sales, maar wel op associatieverandering.”

 
 
Concept aandacht 
 
Iemand als Aart Lensink is daar wat stelliger in. Die zegt: content duwt mensen júíst de funnel in. ,,Sommige diensten of producten laten zich wat beter lenen om die verkoop wel direct aan te jagen via content, maar dat is eigenlijk toeval,” vindt Bol. ,,Als we op woensdag een verhaal hebben over uitjes in Leiden dan zullen mensen op vrijdag sneller naar een museum gaan, maar bij telefoonmerken duurt dat overtuigen echt veel langer. Wij doen veel onderzoek naar het concept ‘aandacht’ en een supermarktmerk heeft eerder de aandacht dan een energiemerk. Aandacht is oneerlijk verdeeld. Een merk als DAS weet dus dat het de tijd moet nemen om aandacht te krijgen.”

 
 
Betalen voor bereik 
 
Over Lensink van LVB gesproken. Die vertelde in het tweede influencers-interview dat De Persgroep te duur is en veel in eigen hand wil houden. ,,Die uitspraken ergerde me en ik heb hem ook direct gebeld toen ik het las,” vertelt Bol. ,,Wij zijn namelijk niet duur qua productie, maar je betaalt voor het bereik dat we nu eenmaal hebben met onze merken. Je betaalt een bedrag per duizend mensen die je bereikt.”

Moet het vak volwassen worden? ,,Ik vind alle meningen in de marketingwereld een beetje hyperig, bijvoorbeeld dat mensen zeggen dat advertising dood is. Weet je dat een goede contentcampagne ook veel advertisingelementen in zich heeft? Een goed verhaal vertelt zichzelf zeggen ze dan, maar dat is gezwets voor 80 procent van de gevallen. Ik geloof in de formule ‘A x B x C x D = E’. Voor het effect (E) van contentmarketing heb je vier knoppen waar je aan kan draaien: aandacht (a), bereik/ eyeballs (b), creatie (c) en de doelgroep (d),”aldus Bol. Daarom werkt hij ook samen met reclamebureaus die in zijn ogen meester zijn in het genereren van aandacht door de juiste vorm. ,,Wel kijken reclamebureaus nog een beetje neer op contentmarketing. Ze vinden het een lastige mug die even in de weg vliegt,” zegt hij.

 
 
Blendle prima experiment 
 
Onlangs stapte NRC uit Blendle omdat de hoofdredactie vindt dat het de eigen mogelijkheden in de weg zit. Is dat voor De Persgroep aanleiding om ook zo’n stap te overwegen? Bol: ,,Wij steunen Blendle. Van Thillo formuleert het vrij duidelijk: niemand in de markt heeft de digitale sleutel gekraakt om geld te verdienen. Waar we met print euro’s verdienden, verdienen we met digitaal centjes. Ook bij ons betalen de krantenlezers de 1400 mensen die aan het werk zijn. Uiteindelijk wordt digitaal de hoofdmoot, maar nu zitten we in een zoekproces en Blendle is een van de opties in dat zoekproces.”

 
 
Vier pijlers voor video 
 
Ook nog interessant is de rol die video gaat spelen de komende jaren bij De Persgroep. Het mediabedrijf heeft vier videopijlers; de makers van Makers Channel die met allerlei vlogs komen, originele content dus eigen series, samenwerking met videokanalen zoals met 24Kitchen en de vierde is het maken van content voor merken. Over het laatste zegt Bol: ,,Elke adverteerder wil online video dus binnen contentmarketing willen ze allemaal iets met ‘influencers’ en ‘online video’s’. We maken Bakkie Today voor Albert Heijn, stellingen van de dag aan de koffietafel. Het mooie aan AH is dat ze het loslaten. De stellingen bij Appie Today bepaalt de AD-redactie. Als zij elke keer ervoor gaan liggen wordt het niets.”

 
 
De selectie  
 
In de serie ‘Franks Influencers’ maken we in 2017 een serie grote verhalen met mensen die een visie op het vak hebben, die verder kijken dan de dag van morgen. Per deelgebied hebben we een selectie geformeerd van mensen die we graag willen interviewen. Natuurlijk kunnen we deze selectie gedurende het jaar aanpassen/uitbreiden als zich leuke, bijzondere, interessante nieuwelingen of oudgedienden aandienen op een congres of als iemand een bijzonder boek of inspirerende blog schrijft. Oh ja, we hebben vooralsnog geen verdienmodelletje of fancy feest gekoppeld aan de lijst. Het zijn gewoon mensen die wij bijzonder vinden, die niet meelopen in de horde, die het vakgebied een beetje vooruit helpen (want dat is nodig).

 
De Contentmarketing-influencers: 
  1. Puck Landewé (VodafoneZiggo)
  2. Cor Hospes (Merkjournalisten)
  3. Aart Lensink (LVB)
  4. Jurian van der Meer (Endemol Shine)
  5. Ed Peelen (Bijz. hoogleraar Contentmarketing UvA)
  6. Carlijn Postma (The Post)
  7. Charlotte Nijs (Nu.nl)
  8. Ebele Wybenga (Contently)
  9. Léon Bouwman (RedactiePartners)
  10. Joyce Borghardt (RTL)
  11. Gonnie Spijkstra (Story First)
  12. Willem-Albert Bol (De Persgroep)
  13. Joe Pulizzi (internationaal contentgoeroe)
  14. Andi Gall (Red Bull Media House)
  15. Carolien Vader (The Big Story)
  16. Patricia Borghouts (GRAZImedia.com)
  17. Leanne Hermans (LINDA.Het Bureau)
  18. Jasper van Zandbeek (Platform Content/Content Marketing Institute)
  6175 Hits
  0 Comments
6175 Hits
0 Comments

Be Candid,
it’s contagious.

Candidness is the quality of speaking with
honesty and authenticity. Our Candid editorial
team shares stories that matter on media, data,
marketing, creativeness and technology.

Our Candid editorial team
creates stories that matter.