Candid. Platform
for growth.

Is tweedehands een goed businessmodel of greenwashing?

ikeaklein
Recommerce is een groeiende trend. Zowel consumenten als fabrikanten zijn s...
Continue reading
  955 Hits
  0 Comments
955 Hits
0 Comments

Snelle, gedwongen online revolutie kans voor merken

foto-blog-carlijn-1- online revolution
Tijdens de Corona-crisis gaan na de innovators en early adopters ook de thu...
Continue reading
  2688 Hits
  0 Comments
2688 Hits
0 Comments

Werkt een platformorganisatie ook in marketing?

platform-marketing
Platformorganisaties als Amazon, Google, Airbnb, Uber en Facebook domineren...
Continue reading
  4658 Hits
  0 Comments
4658 Hits
0 Comments

Waar is de jonge kok uit Purmerend in vuistdik millennialboek van Ikea?

Ikea
Er gaat niets boven een heerlijke wandeling door de Ikea. Helemaal als er e...
Continue reading
  3648 Hits
  0 Comments
3648 Hits
0 Comments

Ster-baas Frank Volmer mikt op klein plusje in 2019: 'Wij worden nu Ikea'

FrankVolmer
Ster-directeur Frank Volmer voerde het afgelopen jaar een nieuwe tariefstru...
Continue reading
  2911 Hits
  0 Comments
2911 Hits
0 Comments

Ikea: winkels in het hart van de stad en meer online

Ikea
Van Manhattan tot Parijs: Ikea gaat winkels openen in de stadscentra. De me...
Continue reading
  3471 Hits
  0 Comments
3471 Hits
0 Comments

Ikea gaat voor diversiteit

Ikea_commercial_diversiteit
Ze zijn er weer hoor, de commercials waarbij sommigen een traantje wegpinke...
Continue reading
  1840 Hits
  0 Comments
1840 Hits
0 Comments

Waarom is er geen Ikea in de Nederlandse binnensteden?

waarom_is_er_geen_ikea
Ikea experimenteert volop met winkelconcepten in grote Europese steden, van...
Continue reading
  3792 Hits
  0 Comments
3792 Hits
0 Comments

Het divagedrag van de verwende klant

Divagedrag-bij-de-klant-_20180713-082756_1
Steeds meer bedrijven begrijpen dat klantvriendelijkheid zowel een mindset ...
Continue reading
  3477 Hits
  0 Comments
3477 Hits
0 Comments

Appril festival: bedrijven hebben geen idee wat een app kost

Appril festival: bedrijven hebben geen idee wat een app kost

Bedrijfsapps hebben de toekomst en steeds meer bedrijven zijn ermee bezig. Maar de directie heeft vaak geen idee wat er nodig is om een goede app te bouwen. Die conclusie komt uit een onderzoek in opdracht van het Appril festival, dat gisteren in Amsterdam van start ging.

 
Tijdens het driedaagse festival komen mobiele app-makers bijeen, er zijn case-studies en presentaties, en er wordt er ook nog gewerkt aan innovatieve apps in een bruisende sfeer. In deze video van Frank.News laten deelnemers aan het Appril festival van zich horen:

https://www.youtube.com/watch?v=FtDnjffWrsw

Van ABN AMRO, Ikea, Tele2 tot het Rijksmuseum: een nieuwe generatie van soms spectaculaire apps komt eraan. De trend is: apps geven meer conversie dan websites en dus wil je als bedrijf bij de kopgroep horen. De andere kant van het verhaal is dat veel apps mislukken en hoe zorg je er dan voor dat je toch bij de succesverhalen hoort? Op het Appril festival komen onderzoeken voorbij die licht werpen op de wereld van de mobiele apps en de marketing daarvan. Onder meer Ruigrok Netpanel en appspecialisten.nl, dat samenwerkt met Tilburg University, presenteerden hun bevindingen.

 
It is getting serieus now!’
Tijdens de zesde editie van het festival wordt de balans opgemaakt van tien jaar apps bouwen in Nederland. „Het is serieus geworden,” zegt mobile consultant Brechtje de Leij. Appril-oprichter Jacqueline de Gruyter heeft het festival zien veranderen. „Aanvankelijk ging het om app-makers, maar inmiddels gaat het om alle facetten van mobile solutions.”

De tijd van experimenteren met apps is voorbij. „Apps vragen een serieuze aanpak,” zegt De Leij. Dat betreft de bouw, het design, de user experience en de marketing van de app. „Mobiel is ons primaire kanaal en 90 procent van onze mobiele tijd zijn we bezig met apps. Een goede app biedt een superieure user experience. En dat betaalt zich uit in waarde naar de merken áchter de app.”

 
Opkomst bedrijfsapps
Een belangrijke trend is de opkomst van bedrijfsapps, die je dus binnen je onderneming gebruikt. Zo’n veertig procent van de ondervraagde werkenden gebruikt apps voor hun werk, blijkt uit het onderzoek van Ruigrok Netpanel. Voorbeelden van zulke apps zijn een agenda of routeplanner, nieuwssites, social media en een bedrijfsapp. 38 procent van de respondenten geeft aan dat hun bedrijf een app heeft ontwikkeld of gaat ontwikkelen speciaal voor op het werk. Bijvoorbeeld om actualiteiten op het werk te kunnen volgen, voor urenregistratie of voor het vinden van een vrije flexwerkplek. Een op de zeven werkenden die nu geen speciale bedrijfsapp hebben, zegt behoefte te hebben aan een app die het werk kan verbeteren. Maar opvallend is dat vooral de bedrijfsleiding geen idee heeft hoeveel een goede app kost. Maar liefst 49 procent zegt geen idee te hebben van de kosten. 29 procent denkt het kostenplaatje te kennen, maar zit er zeker vijfduizend euro naast. App development bureaus als Pinch, Egeniq en Moqod hanteren een startbedrag van rond de 15.000 euro voor een native app, die op de wensen van het bedrijf is afgestemd.

 
Het geheim van een succesvolle app
Veel nieuw ontwikkelde apps gaan overigens nog steeds de mist in, maar wat is geheim van een succesvolle app? David van der Loo van appspecialisten.nl deed er samen met Tilburg University onderzoek naar. Hoe ontdekken gebruikers een app? „Je denkt, het komt misschien door advertenties, via social media of doordat mensen zoeken op Google. Dan heb je het mis,” zegt Van der Loo. „Met stip op één staat dat mensen elkaar over apps vertellen. Mond-tot-mondreclame, dat is waar het om draait.” Dat is wat je bij de marketing van apps voor elkaar moet krijgen, dat mensen elkaar erover vertellen. „Iemand heeft een probleem, vertelt erover op een verjaardag en iemand kent een app die de oplossing biedt. En dat verhaal verspreidt zich als een vuurtje. Dan kan het ineens hard gaan.” Een app van de gemeente Tilburg met een uitgaansagenda gericht op studenten ging de mist in. „De studenten hoorden van anderen over de beste uitgaansplekken. Daar hebben ze geen app voor nodig. Wel voor sommige praktische dingen van de gemeente. Daar kom je achter door met je doelgroep te praten. Dat is een belangrijk advies.”
Early adopters cruciaal
Een cruciale rol spelen de early adapters, degenen die als eersten met een app aan de gang gaan. Een marketeer die een app aan de man wil brengen, moet die groep proberen te bereiken. „Bij wie zijn bepaalde problemen het grootst, welke mensen schreeuwen om een oplossing? Die mensen moet je opzoeken en die ga je helpen om de app te ontdekken.”

Een ander onderzoek met Tilburg University gaat over de vraag hoe je het aantal downloads van apps kan vergroten. Gebruikers blijken zich nauwelijks te laten leiden door bijvoorbeeld reviews. Een app moet nut hebben (inspelen op een behoefte, het moet de gebruiker iets opleveren) en de juiste emotie uitstralen. Een app om te daten mag speels zijn, verleidelijk. Maar een app voor een betalingssysteem kan beter zakelijk zijn in vormgeving en kleuren. Gebruikers kiezen apps waarbij de emotie naar hun gevoel klopt. Uit het onderzoek met Tilburg University blijkt dat de meest mensen met een app aan de gang gaan vanwege de emotie die het oproept (48 procent) en vanwege de value, het nut dat je van een app hebt (38 procent).

 
Apps voor de supermarkt in het buitenland
Een opmerkelijke sessie op het Appril festival ging over het maken van apps die de grenzen over gaan. Want al zijn we wereldwijd allemaal verbonden, toch zijn er grote culturele verschillen die ervoor zorgen dat een app op de ene plek succesvol is, maar elders in de wereld totaal niet werkt. Het Nederlandse bedrijf Icemobile werkte met retailers in Europa, Brazilië en Azië, onder meer met digitale spaaracties. „In Nederland doen klanten dat meest individueel, maar in Azië overleg je met je familie. Je schaft niet zomaar een product aan met wat je gespaard hebt, daar heeft de familie zeggenschap over.” Een opvallend verschil is ook het gebruik van QR-codes. In Nederland is dat nooit groot geworden. In China zie je het overal: op verpakkingen, reclamezuilen, zelfs mensen die met een QR-code op hun kleding in een supermarkt rondlopen. De klanten klikken overal op. „De Chinese tekens zijn vaak te ingewikkeld om een website handig weer te geven. Een getal of QR-code werkt goed en dat heeft een enorme populariteit. Zulke verschillen moet je als appontwikkelaar weten. „Apps zijn ook in dat soort landen succesvol, maar je moet ze op de juiste manier aanpassen aan het type consument.”

  5922 Hits
  0 Comments
5922 Hits
0 Comments

Het marketinggeheim van de gehaktballetjes bij IKEA

Het marketinggeheim van de gehaktballetjes bij IKEA

Met 131.000 medewerkers in 41 landen en een jaaromzet van meer dan 25 miljard euro staat IKEA nog altijd op eenzame hoogte in de meubelbranche. En tot op heden is er in de verste verte geen interieurwinkel die ook maar een beetje bij het Zweedse succes in de buurt komt. Welke ijzersterke marketingformule schuilt daarachter? Even wandelen dus… 

 
Eenvoud. Dat is waar de onlangs overleden IKEA-oprichter Ingvar Kamprad voor stond toen hij in 1943 zijn miljardenonderneming oprichtte. Dat was van toepassing op zijn producten en bedrijfsfilosofie, op hemzelf - met zijn tweedehands kleding en Volvo uit 1993 - én de onopvallende alleman aan wie hij zijn meubels wilde verkopen. Maar waarom weet ik dat eigenlijk? Omdat we hier te maken hebben met een knap staaltje corporate storytelling. Die boodschap van eenvoud wordt succesvol gecommuniceerd in de huisstijl. Nog voordat je de overdekte garage binnenrijdt, staren de simpele, vette letters van het logo je al aan. En ook de rest van IKEA’s look and feel is vrij van opsmuk, waarmee het concern behalve eenvoud ook toegankelijkheid, sympathie en nuchterheid uitstraalt, helemaal conform het bedrijfs-DNA.

 
Gezellig uitje
Eenmaal binnen ís het mogelijk om een shortcut te nemen, maar dan moet je wel heel goed op de bordjes letten. Als dat niet lukt, ben je verloren in het gevreesde IKEA-doolhof dat ik te allen tijde probeert te vermijden. Maar voor veel bezoekers is een middag in de IKEA juist een gezellig uitje. En dat is precies de bedoeling. Als je een willekeurig filiaal binnenkomt, stuit je als eerste op ‘Småland’, of, in de nieuwe Ikea’s, ‘Öland’: de gratis kindercrèche waar je als ouders maar al te graag even de kleintjes ‘parkeert’. Kinderen blij - want: ballenbak - én papa en mama blij - want: rust. En, last but not least, IKEA blij, omdat het schijnt dat consumenten langer doorshoppen en grotere aankopen doen als ze geen jengelende kinderen bij zich hebben.

 
 
Koopmodus
Al dolend door het labyrint loop je op iedere hoek wel tegen zo’n grote bak met goedkope, praktische producten aan. Afwasborstels, pantoffels, waxinelichtjes, kussens, opbergbakken, dat soort dingen. Dit heeft een - onder marketeers bekende - functie waar je als gewone klant niet snel bij stilstaat. Zodra je een zo’n koopje in de shopper gooit, beland je namelijk in de koopmodus. Vanaf dat moment is het niet meer de vraag óf je iets gaat kopen, maar wát.

 
 
Kleine kamertjes
En daar helpt IKEA je graag mee verder, door middel van de bekende kleine kamertjes die al sinds jaar en dag het beeld van de eindeloze showroom bepalen. Dat is behalve een slimme marketingtruc, vooral fijn voor wie geen benul heeft van stijl en interieur. Daarbij gaat IKEA niet uit van enorm grote huizen, maar worden expres creatieve oplossingen voor kleine ruimtes aangeboden. Slim, want de meeste mensen die bij IKEA winkelen, wonen bescheiden.

 
 
Design
,,Design is waardeloos als slechts een beperkt aantal mensen er toegang toe heeft,’’ zo luidt een beroemde uitspraak van Kamprad. Let maar eens op: die showroomkamertjes staan vol met de designproducten. Steeds vaker gaat de woonwarengigant samenwerkingen aan met gerenommeerde ontwerpers, zoals de Britse Ilse Crawford, de Nederlandse Hella Jongerius en - vanaf april - Piet Hein Eek en het Deense stel Mette en Rolf Hay. Laatstgenoemde ontketenden afgelopen najaar een ware hype in de designwereld, met de populaire Ypperlich-collectie. Een win-win voor beide partijen: de topdesigner bereikt een groot publiek en IKEA haalt kwaliteit in huis.

 
 
#ikeahack
Die samenwerkingen leveren natuurlijk media-aandacht op van huis-tuin-en-keuken-interieurliefhebbers, maar ook van influencers met duizenden volgers. Samen vormen ze een schijnbaar zelfgenererende pr-machine op met name Instagram en Pinterest waar IKEA de vruchten van plukt. Zoek maar eens op #ikeahack. Je krijgt meteen inspiratie om een kastje te pimpen met leren greepjes of een likje verf. IKEA doet steeds vaker zelf aan deze trend mee door bestaande producten in de showrooms, op de website en in de catalogus met een leuke twist te presenteren.

 
 
Contentmarketing
Maar helemaal zelfgenererend is die pr-machine natuurlijk niet. IKEA geeft ‘m ieder jaar een flinke impuls door wereldwijd 211 miljoen exemplaren van de catalogus te verspreiden. Daarin draait het allemaal om contentmarketing, oftewel het prikkelen van de doelgroep met ideeën, adviezen en tips voor het ultieme thuisgevoel. Op de website gebeurt hetzelfde. Dit alles onder het motto: ‘Aandacht maakt alles mooier’. Eveneens door contentmarketeers verzonnen is het briljante filmpje dat in 2015 viral ging. Meer dan 18 miljoen mensen zagen op YouTube hoe ene ‘Jörgen Egghammer, Chief Design Güru’ de nieuwe catalogus aanprijst als een parodie op de beroemde presentaties van wijlen Apple-baas Steve Jobs.

 
 
Gehaktballen
Wat we in al dit marketinggeweld vooral niet moeten uitvlakken, is dat waar menigeen zijn bezoekje aan de IKEA mee afsluit: een portie ‘allemansrätten’, ofwel Zweedse gehaktballetjes. Of iets anders uit het restaurant waar je enorme korting krijgt met je ‘IKEA-familie’-klantenpas - alleen even je adresgegevens beschikbaar stellen voor het sturen van een catalogus en aanbiedingen. De lage prijzen trekken massa’s zzp’ers en gepensioneerden die in eerste instantie alleen op het eten afkomen, maar vaak ook even iets kopen. En de klanten die gewoon naar IKEA komen om te shoppen, hoeven de winkel niet uit om ergens anders iets te eten met het risico dat ze bij een concurrent verder winkelen.

 
 
Psychologische truc
Maar het extreem laag geprijsde eten is bovenal een één grote psychologische truc die bijdraagt aan een positieve beeldvorming, onthulde Chris Spear, een voormalig kok van een IKEA-restaurant. ,,Je weet niet wat een bank kost. Je ziet er eentje die je wil kopen voor 599 euro. Is dat voordelig? Je hebt geen idee want je hebt er nog nooit een gekocht. Maar: voor nog geen 5 euro kun je bij IKEA een volledige maaltijd eten. En je weet wél dat dat elders veel meer kost.’’ Kortom: het bedrijf maakt verlies op het goedkope eten, maar krijgt daarvoor terug dat de klant wordt bevestigd in zijn beeld van IKEA als voordelige winkel. En dus sneller overgaat tot aankoop.

 
 
Het IKEA-effect
Kom je eindelijk thuis met je nieuwe Billy, moet je het ding nog helemaal in elkaar zetten. Wonderlijk eigenlijk, dat we die arbeidsuren op de koop toe nemen en ons tegelijkertijd afvragen hoe IKEA z’n prijzen zo laag kan houden. En daar hebben we nóg een neuromarketingtruc te pakken. Het schijnt namelijk dat als je zelf iets bouwt, je geneigd bent er meer waarde aan te hechten dan wanneer je een kant-en-klaar meubelstuk koopt. Daar is zelfs een woord voor: het IKEA-effect.
  5117 Hits
  1 Comment
5117 Hits
1 Comment

Waarom speelgoedzaken in de buitenwijken niet werken

Waarom speelgoedzaken in de buitenwijken niet werken

Zet een Hornbach naast zijn concurrenten op een industriegebied buiten de stad en hij trekt zeker klanten. Maar zet een speelgoedwinkel op eenzelfde locatie en mensen houden het liever bij de kleinere speelgoedwinkel in de stad. Hoe kan dat?

Speelgoedketen Toys XL is niet meer. Nou ja, de winkels zijn er nog wel, maar moederbedrijf Blokker Holding verkocht afgelopen najaar de hele keten, samen met Bart Smit en Intertoys, aan een Londense investeerder. Blokker kampte al langer met financiële problemen en de speelgoedbranche beleefde vorig jaar moeilijke tijden (Mattel rapporteerde teleurstellende cijfers en de winst bij Lego daalde voor het eerst in dertien jaar). Maar de grootschaligheid en locaties van de Toys XL-winkels, door de keten zelf geprezen als Unique Selling Point, waren misschien ook geen gelukkige keuze. Want winkels met een oppervlakte van minstens 2.000 vierkante meter en een assortiment van ruim 12.000 artikelen mogen dan aantrekkelijk klinken; hoe gezellig klinkt speelgoed kopen in de ‘outlet mall & megastores’ van Akersloot Amsterdam, de Arnhemse woonboulevard of Retailpark Roermond?

 
Zelfde concept, ander resultaat
Met zijn grootse opzet maakte Toys XL dezelfde fout als de Amerikaanse speelgoedketen Toys ‘R Us in de jaren negentig: ook die zette enorme speelgoedzaken neer aan de rand van steden. De winkels van 4.000 vierkante meter en 18.000 producten waren vele malen groter dan Bart Smit en Intertoys, maar de prijzen waren niet concurrerend genoeg en Nederlanders bleken niet bereid de auto te pakken voor speelgoed. Ze vonden bovendien die enorme speelgoedpakhuizen maar maar niks. Maar diezelfde opzet - grote winkels in de periferie - lijkt wél te werken voor andere branches: de omzet van IKEA in Nederland steeg vorig jaar met ruim 4 procent, Hornbach krijgt een nieuw filiaal van 15.000 vierkante meter en 120.000 artikelen aan de rand van Zwolle (en was al recordhouder van de grootste bouwmarkt van Nederland met 20.000 vierkante meter in Breda) en op enkele kleine stadswinkels na zitten de meeste doe-het-zelfzaken geclusterd op grote terreinen buiten de binnenstad. Waarom werkt het ene retailconcept wel grootschalig en het andere niet?

 
Latente behoeften
,,Als branchevereniging voor retailers wil ik niemand afvallen, dus ik zeg niet specifiek iets over Toys ‘R Us,” zegt Van der Linden.
,,Het is uiterst belangrijk dat een locatie past bij de behoefte van de doelgroep,” zegt Sietske van der Linden, beleidsadviseur locatiebeleid bij retail-brancheorganisatie InRetail. Hoewel Toys ‘R Us wel voorzag in de behoefte aan een groot aanbod speelgoedartikelen - die er nog altijd is - ging het mis bij de locatie: in Utrecht zat de speelgoedketen bijvoorbeeld helemaal aan het einde van de woonboulevard - geen logische plek, en zeker geen winkel waar je op zit te wachten als je op zoek bent naar gordijnen, bedden en kasten.
,,Als branchevereniging voor retailers wil ik niemand afvallen, dus ik zeg niet specifiek iets over Toys ‘R Us,” zegt Van der Linden. ,,Maar de consument heeft altijd meerdere behoeften tijdens het winkelen - dat kunnen ook latente behoeften zijn - en daar moet je als retailer in voorzien. Als je naar een speelgoedzaak in de binnenstad of een lokaal winkelcentrum gaat, is dat waarschijnlijk geen bezoek dat alleen op speelgoed gericht is. Je moet bijvoorbeeld ook nog even naar de apotheek, een pakketje ophalen of brood halen. Of je wilt nog even funshoppen en gaat op zoek naar een jurk, maar weet dat je ook zonder jurk, maar mét zeepjes kunt thuiskomen. Dat houden consumenten in gedachten als ze eropuit gaan.”

 
Je krijgt wat je verwacht
Maar waarom werkt een cluster aan woonwinkels of aan doe-het-zelfzaken dan wél zo goed? Latente behoeften op andere gebieden dan meubels en klusmaterialen kun je op die industrieterreinen immers niet vervullen. ,,Consumenten gaan nog altijd dolgraag naar een woonboulevard, omdat die winkelgebieden invullen wat mensen verwachten: een breed aanbod aan meubels en accessoires op één plek. Je zoekt eerst online naar het bankje dat je wilt, dan even welke woonwinkels er bij jou in de buurt zitten en pakt de auto naar de winkel om daar het bankje te testen.”

 
Behoefte van de klant
,,Elke locatie vraagt om een specifieke invulling. En de behoefte van de klant moet daarbij altijd vooropstaan.”
Mensen vinden het volgens Van der Linden bovendien niet erg om een stukje te rijden voor meubels: zonder auto krijg je grote spullen ten slotte lastig thuis en doordat je veel meubel-, bedden- en vloerenwinkels op één plek vindt, ben je verzekerd van een breed aanbod in alle segmenten en prijsklassen. Hetzelfde geldt voor doe-het-zelfzaken, zegt de retailexpert: ,,Als je op zaterdag lekker wilt klussen, wil je niet ver hoeven rijden voor dat ene schroefje. Je wilt dus een groot assortiment - en het liefst een cluster van bouwmarkten, zodat je bij de volgende winkel kunt binnenstappen als ze in de eerste winkel dat ene onderdeeltje niet hadden. Elk winkelgebied heeft een specifieke functie. Daar moet je als retailer rekening mee houden als je een locatie kiest: elke locatie vraagt om een specifieke invulling. En de behoefte van de klant moet daarbij altijd vooropstaan.”

 
Locatie, presentatie en belevenis
De tijden waarin retailers een winkelpand huurden voor een vast aantal jaren of er een kochten, is voorbij, zegt Van der Linden. ,,Je moet flexibeler zijn; je bedrijfsconcept moet nu ook de digitale consument in het hart weten te raken. Daardoor wordt locatie nog belangrijker: waar hoort je retailconcept thuis? Hoe en waar wil je je presenteren? Recht tegenover de Tweede Kamer, in hartje Den Haag, zat lang een showroom van een luxe automerk als Porsche of Tesla. Puur om het aanbod te showen natuurlijk; consumenten gaan daar niet even een auto kopen. Maar zo presenteerde het merk zich middenin de stad. Ik verwacht dat winkels - mede door nieuwe digitale mogelijkheden - steeds meer showrooms worden. Zet een tablet neer in de winkel waarop consumenten het aanbod kunnen bekijken en bestellingen kunnen plaatsen en je zit niet meer vast aan locaties buiten het centrum om je in de kijker te spelen. De belevenis wordt belangrijker.”

 
Toplocatie in de stad
In het buitenland gebeurt dit al veelvuldig, zegt Van der Linden: denk aan de M&M’S World in Londen en New York: enorme winkels op centrale locaties waar je M&M’s en merchandise van de bekende snoepjes kunt kopen. ,,De huur kunnen ze vast niet betalen uit die verkoop, maar op zo’n toplocatie ziet de hele wereld je en het is een ervaring om binnen te zijn. Toen ik er was, deed het personeel - schijnbaar - spontaan de moonwalk van Michael Jackson. En in de enorme Toys ‘R Us op Times Square blijf je kijken: je kunt er speelgoed kopen, maar ook zitten gamen. Die winkels zijn één en al beleving. Dat moet je bereiken als je wilt overleven.”

 
Toekomst
,,We blijven spullen willen zien, voelen en aanraken. Maar het ‘geknipt ordenen’ van nu - aparte autoboulevards, woonboulevards, doe-het-zelfclusters en beddenaanbieders - gaat veranderen, voorspel ik.
Herkenbare, goedbezochte grootschalige winkels in perifere gebieden, zoals woonboulevards en doe-het-zelfzaken, zullen volgens Van der Linde altijd blijven bestaan. ,,We blijven spullen willen zien, voelen en aanraken. Maar het ‘geknipt ordenen’ van nu - aparte autoboulevards, woonboulevards, doe-het-zelfclusters en beddenaanbieders - gaat veranderen, voorspel ik. Er komen minder, maar kwalitatief betere winkelgebieden. Dat is alleen maar goed: er zijn veel meer winkels dan we nodig hebben en 45 procent van de vierkante winkelmeters bevindt zich buiten de stad, met leegstand in het centrum tot gevolg. Winkels krijgen ook een herkenbaarder aanbod en we gaan er niet meer alleen naartoe om spullen te kopen, maar ook om ze te bestellen en ze te tryen en buyen. Denk aan de fietsenbranche, waar je - in de binnenstad en daarbuiten - allerlei modellen elektrische fietsen kunt testen. De winkel van de toekomst is servicegericht.”
  4579 Hits
  0 Comments
4579 Hits
0 Comments

Hoe overleven Kruidvat, Dirk en Gamma zonder folders?

Hoe overleven Kruidvat, Dirk en Gamma zonder folders?

Folders zijn een goudmijn voor retailers. Nu Amsterdam per 1 januari een ja-ja-sticker mag invoeren en andere gemeenten dreigen te volgen, is de branche in rep en roer. Bereik en inkomsten van folderreclame zullen drastisch dalen. Net als omzetten van retailers. De vraag is hoe retailers als Kruidvat, Dirk en Gamma overleven zonder folders? Met hybride systemen? Eigen huis-aan-huis-kranten? Digitale folders? Of een eigen ja-sticker?

In Amsterdam moet iedereen die nog folders wil ontvangen een ja-ja-sticker op de brievenbus plakken. Daarmee bespaart de stad naar eigen zeggen 1,8 miljoen kilo papier per jaar. Nadat de rechter de Amsterdammers in november gelijk gaf, breidt het idee zich als een olievlek uit over Nederland. Grote steden als Utrecht, Amersfoort, Arnhem, Nijmegen, Rotterdam en Den Haag denken erover zo’n sticker in te voeren. Ook kleinere gemeenten als Moerdijk, Ede, Molenwaard en Tiengemeten. In de Tweede Kamer komt de Partij voor de Dieren met een motie om het zogeheten opt-in systeem in heel Nederland in te voeren.

 
Ramp voor retailers
Een ramp voor retailers, zeggen deskundigen. ,,Ik verwacht dat de verspreiding van folders door de ja-ja-sticker gehalveerd zal worden. Want lang niet iedereen gaat die ja-ja-sticker op de brievenbus plakken. Retailers zullen dat direct in hun omzet merken,” zegt research director John Faasse van onderzoeksbureau Vostradamus, dat het rendement van folderreclame monitort.

De maatregel raakt vooral supermarkten, drogisterijen en bouwmarkten. Bij deze retailers wordt 29 procent van hun omzet bepaald door folderreclame, benadrukt MKB Nederland. De Raad Nederlandse Detailhandel (RND) waarschuwt dat het nieuwe systeem winkeliers 10 procent omzet gaat kosten en alleen al in Amsterdam 4000 banen op de tocht zet.

 
Groot bereik
Het bereik van folders is nu nog enorm. Uit de laatste NOM Folder Monitor van GFK blijkt dat ruim 8 op de 10 Nederlanders hiermee bereikt wordt, dat 13 miljoen Nederlanders een reclamefolder lezen en dat 84 procent naar aanleiding van een papieren folder in actie komt. Verder blijkt dat 41 procent van de Nederlanders zijn aankoopbeslissingen erop baseert, 43 procent zijn boodschappenlijstjes ermee maakt en 49 procent geregeld een product uit de folder koopt. Overigens kun je hier met name in grote steden vraagtekens bij zetten. ,,In grote steden als Amsterdam, waar het probleem speelt, heeft 45 tot 50 procent van de adressen een nee-nee of een ja-nee sticker. Dus daar haal je dat bereik niet,” stelt Marcel Veenstra, Managing Partner van specialist in brievenbusreclame HPG.

 
Melkkoe
De folder is niet alleen een effectief reclamemiddel. Hij is ook een melkkoe waar retailers veel geld aan verdienen. Bij mediabureaus is bekend dat producenten enorme bedragen betalen om hun producten in een folder te krijgen. Zo rekent Kruidvat al gauw 60.000 euro voor een advertentiepagina in zijn landelijke folder.

Volgens onderzoek van Dr. Ed Peelen uit 2011 - misschien oud maar veelzeggend - geven retailers jaarlijks ongeveer een miljard euro uit aan het ontwerpen, drukken en verspreiden van folders. Die kosten worden voor een groot deel terugverdiend door de advertenties van fabrikanten die met hun producten in die folder willen staan. Uit het onderzoek blijkt dat 63 procent van de retailers de kosten van de folder laat meefinancieren door producenten. Alleen al de supermarkten halen hiermee 550 miljoen euro per jaar op, drogisterijen zo’n 90 miljoen euro. Dat is meer dan ze kwijt zijn aan kosten, oftewel: ze maken winst.

 
Tegenaanval
De vraag is dan ook: hoe moeten retailers overleven als dit alles wegvalt? Minder bereik, betekent minder omzet. Maar ook minder advertentie-inkomsten. Daarom hebben de folderbranche en retailers gezamenlijk de tegenaanval ingezet. Partners MailDB, het KVGO en Spotta gaan in hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank waarin Amsterdam groen licht kreeg. ,,Het belang van de folder is gigantisch,” zegt bestuurder Eelco Lulofs van brancheorganisatie voor verspreiders en bezorgers MailDB. ,,Het zorgt voor heel veel traffic voor winkeliers en biedt nieuwe winkels in Amsterdam de mogelijkheid zich aan te kondigen bij de consument. Folders zijn ook heel belangrijk voor acties en aanbiedingen van retailers.  Daar halen ze veel omzet uit. Nu wordt de brievenbus door Amsterdam op slot gedraaid.”

 
Eigen ja-sticker
Omdat het nog maar de vraag is of ze het hoger beroep wint, promoot de branchevereniging een eigen ja-sticker via de campagne ‘Zet je brievenbuis op groen’. Veel retailketens hebben zich daar al bij aangesloten. Lulofs: ,,Hoe meer retailers ons steunen hoe beter. Omdat Amsterdam hier 1 januari sowieso mee start, zijn we zelf een offensief begonnen om onze eigen groene ja-sticker onder de aandacht van consumenten te brengen. We hebben hiervoor displays op de balie van 300 belangrijke winkels in Amsterdam staan en posters aan de muur hangen. Ook wordt onze ja-sticker huis-aan-huis verspreid en door bezorgers bij hun nieuwjaarswensen uitgereikt.”

 
Eigen huis-aan-huiskrant
Andere retailers zoals Dirk van den Broek denken aan het uitgeven van een eigen huis-aan-huiskrant. Daarmee omzeil je de stickers en kun je een groot deel van je folderreclame in je krant kwijt. Op zich een slimme manier van content marketing. Ook Marcel Veenstra van HPG ziet dat als een alternatief. ,,Veel van onze klanten doen testen om te kijken of ze de traffic en het aantal kassa-aanslagen dat ze nu halen met de folder kunnen verplaatsen naar een weekkrant. Dat in combinatie met andere media. Het idee van Dirk is niet nieuw en wordt in België ook al toegepast, al is het daar vooral om de folderbelasting te ontlopen.”

Ook MailDB ziet dat huis-aan-huiskranten reclamefolders als advertentiekaternen opnemen in hun blad. ,,Die worden daardoor een stuk dikker, dus wordt de stapel oud papier alleen maar groter. Daarmee vervalt ook het argument van papier- en milieubesparing van de gemeente,” stelt Lulofs.

John Faasse denkt dat weekbladen geen volledig alternatief kunnen zijn. ,,Je kunt advertenties over twee pagina’s plaatsen in een krant, maar je kunt er nooit al je aanbiedingen in kwijt zoals in een folder,” zegt hij. Dirk zelf wil hier niet op ingaan.

 
Digitale folder
Kruidvat probeert de focus te verleggen naar online. ,,We gaan onze klanten in Amsterdam  nu actiever via andere – digitale – kanalen informeren. Daarbij kan worden gedacht aan onze online folder, maar ook Facebook en Instagram,” zegt José Mes, Manager PR & interne communicatie van A.S. Watson.

Ook volgens GFK rukt de digitale folder op. Die wordt al door 4,4 miljoen mensen gelezen. Toch gelooft Faasse daar niet zo in. ,,Met de folder kom je bij grote groepen mensen onder de aandacht. Daar valt nu een belangrijk deel van weg, dus moeten adverteerders naar alternatieven zoeken. De vraag is of dat digitaal moet zijn. Daarmee compenseer je het bereik van de folder niet. Daarom denk ik niet dat de digitale folder het alternatief zal worden. Dan zie ik nog eerder een rol voor het huis-aan-huisblad,” zegt hij.

 
Hybride systeem
Veenstra denkt dat de oplossing ligt in een hybride systeem van ongeadresseerde folders voor mensen met een ja-sticker en geadresseerde folders per post die mensen zelf uitkiezen. Dat kan bijvoorbeeld bij folderkiezer.nl of kiesjefolder.nl, dat al 23.000 deelnemers telt, van wie 12.000 Amsterdammers. ,, In Denemarken is het geadresseerd versturen van folders met ruim 670.000 deelnemers, 1 op de 4 huishoudens, een succes. In Nederland doet Ikea dat ook al op deze wijze. Daarnaast krijgen 400.000 bewoners van de buitengebieden - die geen reguliere folderpakketten ontvangen - hun folders als geadresseerde reclame. Zo ontstaan meer kansen voor 1-op-1 communicatie door folders persoonlijker te maken. Daarom denk ik dat de bezorging van folderreclame in de toekomst een mix zal worden. Aan de ene kant bij mensen met een ja-sticker en aan de andere bij mensen die zelf aangeven welke folder ze willen,” aldus Veenstra.
  10038 Hits
  0 Comments
10038 Hits
0 Comments

Waarom klanten nooit je beste vriend worden

Waarom klanten nooit je beste vriend worden
Door Sjaak Vane

Maak van je merk een mens. Geen onpersoonlijk gedoe, maar mensenwerk. Liefst van hart tot hart. ‘NH-that’s me’, is dan ook de slogan van de NH-hotels campagne. Maar hoe intiem worden we? Cultuurfilosoof Sjaak Vane verkent de grenzen van het klantcontact.

Op zoek naar DaniëlleBestaat ze echt? Of is ze een model, ingehuurd door de artdirector? Daniëlle verbeeldt het ideale kamermeisje. Met een opgewekte glimlach serveert ze het ontbijt. ‘Ik laat mijn gasten genieten van versbereide gerechten, gebracht met een glimlach’,  is dan ook haar quote. Of dit uit haar mond is opgetekend, weten we niet. Maar warempel: ze bestaat en ze heet nog Daniëlle ook. (achternaam bekend bij de redactie). Sterker nog: de studente Future-Planet studies aan de Universiteit van Amsterdam verdient inderdaad bij als Roomservice medewerker. Ze bediende de tafelgasten tijdens de uitzendingen van RTL Late Night vanuit de NH-vestiging Amsterdam Schiller op het Rembrandtplein.

De ontbijtscèneHet kwaliteitsimago van NH hotels is met 83 procent gestegen, juicht De Persgroep op haar website. Met dank aan Daniëlle, kunnen we stellen. Zij figureert in een intiem moment van klantcontact dat in paginagrote advertenties wordt uitgebeeld. Je ziet de ontbijtscène al voor je. Net wakker, in je geruite HEMA-pyjama. Nog even terug in bed na je ochtendplas. Er wordt op de deur geklopt. Je vraagt je af hoe laat het is.  Danielle-met-de-glimlach betreedt als een stralende fee het schemerdonker van jouw slaapkamer. Haar smetteloze uniformjasje brengt de belofte van een rimpelloze dag. Geen wonder dat voortaan 24 procent van De Persgroep-lezers een NH Hotel aanraden. Wie wil er nu niet door deze kamerprinses worden gewekt?

De klant in het hart rakenDe Persgroep weet heel goed dat het niet met cijfers het hart van de klant kan raken. Daarom maken ze Daniëlle het gezicht van deze campagne. Ze is de gedroomde merkambassadeur. NH that’s me. Maar er is meer nodig dan een representatief uiterlijk. De advertentie verwijst naar een moment waarop je je als hotelgast het meest kwetsbaar voelt. Daniëlle ziet jou zonder make-up of stropdas. Klantintimiteit, noemt de Vlaamse businesscoach Steven van Belleghem dit. Volgens hem is dit de enige manier waarop een bedrijf zich in de toekomst nog kan onderscheiden. Alleen op het gebied van de emoties kunnen we nog concurreren met steeds intelligenter wordende apparaten, beweert hij.

De positieve emotionele associaties bij de klant, leiden tot de felbegeerde stijging van het kwaliteitsimago. De momenten waarop we met de klant persoonlijk contact hebben zijn daarvoor van groot belang. De weg naar de portemonnee loopt via het hart. Om die te vinden heb je meer aan een hartendief als Daniëlle dan aan een onpersoonlijke ontbijtrobot.

Persoonlijk wordenLaten we de klant dus in de armen sluiten, hoor je veel bedrijven denken. De klant is niet langer koning, maar je beste vriend. Je bent niet zijn dienaar, maar je neemt hem op in jouw familie. De pogingen daartoe zijn soms al te opzichtig. Ik merk dat ik als consument niet meer gevoelig ben voor de zoveelste klantenpas. Ook de toon waarop je wordt aangesproken gaat schuren. Was het IKEA die het ‘je’ en het ‘jouw’ heeft ingevoerd? Of het ‘we’ waarmee IKEA (samen met jou) beter voor het milieu gaat zorgen?

Het omgekeerde ervan lijkt me zeker de invloed van de Zweedse meubelgigant. Niet alleen de klant spreken we persoonlijk aan, ook de producten hebben een persoonlijk tintje. Billy is niet zomaar een stuk spaanplaat, maar een boekenkast met karakter. Billy is je beste vriend. Samen met al die andere Zweedse persoonsnamen die jouw kamer bevolken. De spulletjes van IKEA hebben een ziel. En ook een schepper: de ontwerper is zichtbaar met naam en foto.

Bij tuinfluisteraar Intratuin gingen ze nog een stapje verder. Daar konden de planten praten. Ze zijn er nu van afgestapt, maar enkele jaren geleden bevatte de Intratuin folder uitspraken in de stijl van Intertoys. ‘Als je mij genoeg water geeft, bloei ik het hele jaar door’ en ‘Ik krijg in het voorjaar paarse bloemetjes’.

Verbroken vriendschapWonderlijk wat bedrijven uit de kast trekken om de klant in het hart te raken. Humor schijnt goed te werken. Daar heb ik inderdaad een zwak voor. Toen ik een nieuwsbrief probeerde op te zeggen van een Amerikaans marketingbedrijf vertoonde de opt-out een video die zo origineel was dat ik toch besloot om te blijven. De oprichter van het bedrijf trok opzichtig het boetekleed aan. Met een gebroken stem vroeg hij zich af wat hij gedaan had waardoor ik nu op het punt stond de vriendschap te verbreken. ‘Where did it go wrong between us?’ Was hij te opdringerig geweest met zijn wekelijkse nieuwsbrief? Had hij niet genoeg naar mij geluisterd? Uiteindelijk vroeg hij mij of ik hem niet nog een kans wilde geven zijn leven te beteren. Hij verzekerde mij dat ik niet gestalkt zou worden. Ik viel voor deze vermakelijke video en zie nog steeds wekelijks zijn naam in mijn mailbox verschijnen. Matt is mijn vriend gebleven. Ondanks zijn gebreken.

Is intieme vriendschap mogelijk?Zolang de vriendschap niet verder gaat dan die van het doorsnee Facebook-contact is het denkbaar tussen een bedrijf en een klant. Je kunt een zekere sympathie krijgen voor een merk. Je kunt je thuis voelen in het multiculturele restaurant van de IKEA family. Maar kan de wederzijdse sympathie nog verder gaan? Kan de klant meer worden dan een trouwe bezoeker? Meer dan een goede kennis? Kan de klant ook een intieme vriend worden? En andersom kan het merk jouw beste vriend(in) worden? Heeft de klantintimiteit waar Van Belleghem op doelt, zijn grenzen? En waar liggen die dan?

Terug naar de ontbijtscène. Stel dat Danielle op een zonnige zondagmorgen (met haar versbereide ontbijt) kamer 41 binnenstapt. De gast zit luid snikkend op de rand van het bed. Wat doet ze? Het dienblad op het nachtkastje zetten alsof er niets aan de hand is? Hoogstwaarschijnlijk heeft NH-Hotels geen procedure voor huilende gasten. Als ze een zakdoek aanbiedt is ze dan nog de roomservice medewerker van het hotel? Waarschijnlijk wel. Droogt ze vervolgens de tranen af, zoals ze de vloer dweilt van de badkamer? Slaat ze een arm om de gast in zijn doorweekte ruitjespyjama? Waarschijnlijk niet.

The Spirit to ServeBovenstaande scène is niet ondenkbaar. Iets vergelijkbaars wordt beschreven in een speech van J.W. Marriott, de CEO van de gelijknamige hotelketen. Een jonge roomservice-medewerker van een Marriott-vestiging brengt een vrouwelijke gast haar diner op de kamer. De vrouw zit op het bed met een telefoon in de hand. Ze is in tranen en vertrouwt de medewerker toe dat ze zojuist te horen  kreeg dat haar zuster plotseling is overleden. De hotelmedewerker zamelt spontaan geld in voor een bos bloemen en koopt een kaart die door het voltallige personeel wordt ondertekend met als opschrift: ‘Je bent niet onder vreemden hier.’ En zoals Amerikanen dat zo mooi kunnen zeggen: ‘We feel what you feel’.

Deze anekdote is onderdeel van de speech ‘Our Competitive Strenght: human capital’ opgenomen in het boek: The Spirit to Serve (1997). Marriott himself analyseert de situatie als volgt: ‘De kamer is dan misschien wel ons product, onze zorg-attitude is onze waarde. Die kunnen we niet vangen in cijfers en we kunnen hem niet produceren. Deze waarde kunnen we enkel voortbrengen als we de beste mensen aantrekken en hen inspireren met, zoals wij dat noemen: The Spirit To Serve’.

Het gezicht van het bedrijfNiks mis mee, zou je denken. Dat bedrijf behandelt zijn klanten alsof het goede vrienden zijn. En daarin gaan ze heel ver. Een kamer bij Marriott mag daarom ook iets kosten. Hoezo?  Is vriendschap te koop dan? Als je er langer bij stilstaat zie je dat het commerciële kader hier absoluut wordt gemaakt. De Marriott-medewerker wordt een motief toegeschreven dat hij waarschijnlijk niet had.

De spontane daad van een beginnend hotelmedewerker gaat verder dan de roomservice die van hem wordt verwacht. Hij had het ook níét kunnen doen. Het personeel geeft hiermee iets van henzelf zonder iets terug te verwachten. Dat maakt de interactie waardevol; juist omdat ze niet kan worden toegevoegd aan de waarde van het merk. Ik als uniek individu reageer op jou als uniek mens. En niet: dit mag u verwachten van het merk Marriott.

In zijn speech maakt de directeur de spontane daad van compassie echter deel van het businessmodel van de organisatie. Het medeleven wordt toegeschreven aan een klant-aanbieder relatie. Het rolrepertoire wordt daarmee absoluut gemaakt: alles wat je in werktijd doet is deel van Marriotts ‘Spirit to Serve’. In dit denkkader is geen ruimte voor een persoonlijke invulling van de beroepsrol. De medewerker wordt tot een uniform gezicht van het bedrijf gereduceerd en verliest daarmee zijn eigen unieke gezicht.

VriendjespolitiekDe klant kan nooit een echte vriend worden. Niet omdat vriendschap een illusie is, maar omdat een vriendschapsrelatie een andere grondslag heeft dan een commerciële relatie. Wie een vriend wint, verliest een klant. En andersom: wie een klant wint, verliest een vriend. Vriendschap is immers gebaseerd op geven zonder iets terug te verwachten. De bos bloemen van het personeel gaat verder dan de merkbelofte. Natuurlijk speelt in een vriendschapsrelatie een zekere wederkerigheid een rol. Je kunt in het krijt staan bij je vrienden. Maar het blijft een relatie tussen twee unieke individuen die uit vrije wil besluiten vrienden te zijn. Het commerciële denkkader is hier niet van toepassing. Vriendschap is niet gebaseerd op de veelgeprezen ‘gunfactor’. Dat is een eufemisme voor een eeuwenoud verdienmodel. Vriendjespolitiek, heette dat vroeger.

De uitgekookte vriendschapstrategie maakt van IKEA geen onaardig bedrijf. En natuurlijk word ik graag met de glimlach van Daniëlle gewekt. Maar IKEA is niet mijn familie. En Billy is niet mijn beste vriend.

Sjaak Vane (1961) is cultuurfilosoof en WorkLife-coach. Hij schrijft over werk en relaties op zijn weblog: De Filosofische Bijsluiter. In 2018 verschijnt van hem Hou je van een mens of een merk?  over intimiteit in de  presentatiemaatschappij. Bezoek zijn lezing Een merk worden en jezelf blijven, december 2017.
  7046 Hits
  0 Comments
7046 Hits
0 Comments

Hoe grote merken falen op YouTube

Hoe grote merken falen op YouTube

Bas van Teylingen werkt al bijna zijn hele leven in de Oudhollandse mediawereld. Pas sinds een paar jaar stort hij zich vol enthousiasme op YouTube, hij heeft zijn eigen YouTube School en kanaal (Jeukvogel). In zijn vijfde blog vertelt hij dat er nog voldoende progressie te boeken is op YouTube voor merken.

Ja, ik hoor je al denken, Bas, ga je nu weer jouw preek houden over YouTube? Hebben we dat niet nu al een paar keer gelezen hier? Wordt het niet een beetje drammerig nu? Mijn antwoord is ja, ja en waarschijnlijk ja. Maar kennelijk heeft nog niet iedereen het gelezen want vrijwel alle grote Nederlandse merken doen het nog steeds goed fout. Het lijkt bijna wel alsof ze YouTube niet serieus nemen, maar als je ziet hoe relevant het medium is kan ik me dat toch niet voorstellen. Ik dreun het lijstje met cijfers weer even op alsof het de Duitse naamvallen zijn:


  1. We uploaden wereldwijd bijna 500 uur video per minuut op YouTube;
    2. Elke dag een miljard uur aan weergaven op YouTube;
  2. YouTube heeft meer dan een miljard gebruikers, dat is bijna een derde van het internet;
  3. Meer dan de helft van alle YouTube-weergaven is afkomstig van mobiele apparaten;
  4. Het aantal kanalen met jaarlijkse inkomsten van zes cijfers op YouTube is in het afgelopen jaar met 50 procent gestegen.
Rondje grote merkenLaten we met bovenstaande feiten in gedachten eens een rondje grote merken op YouTube doen. Te beginnen met Unox, Neerlands trots. 216 abonnees, 52 video’s die uiteenlopen van een nieuwjaarsduik tot een geüploade tv-commercial. Gamma: 1451 abonnees, de gemiddelde video is niet meer dan 63 keer bekeken met één uitschieter van een video van 14 seconden die 254.000 keer bekeken is. Op z’n minst apart te noemen. McDonald’s Nederland doet het qua abonnees iets beter: een kleine zevenduizend mensen is geabonneerd op hun kanaal. Maar dat kanaal is helaas een rommeltje. Het aanbod van soorten video’s is net zo uitgebreid als het menu. Van commercials tot video’s over duurzaamheid en werken bij McDonald’s.

YouTube als oude rommelkast voor je video’sHetzelfde geldt voor de Rabobank. Hoewel sommige video’s behoorlijke views hebben gehaald waarmee het reclamebureau zich waarschijnlijk flink op de borst heeft getrommeld, lijkt er wederom geen enkele strategie achter dit kanaal te zitten. Alsof YouTube een oude rommelkast is waar je al je videobanden en dvd’s in dumpt. Meer dan vijftienhonderd video’s liggen er te verstoffen voor hun iets meer dan vijfduizend abonnees. Weggegooid geld dat beter gebruikt had kunnen worden om de rente op hun spaarrekening nog een tiende procent hoger te houden? En maak dáár dan een video over, wedden dat die scoort?

Etos met 549 abonnneesZo kan ik nog wel even doorgaan; Knorr Nederland, Amstel bier, Etos met 549 abonnees en een video van vijf maanden geleden met de toepasselijke titel: Etos helpt bij pijn, 191 keer bekeken. 191. Je haalt al meer views als makers van de video die trots laten zien op een verjaardag. Moeten we dan concluderen dat zelfs de makers de video niet wilden tonen? Bij die pijn helpt zelfs Etos niet ben ik bang. En over pijn gesproken, het kanaal van PlayStation Benelux. Terwijl wereldwijd en ook in Nederland YouTubers een zeer goede boterham verdienen met gamevideo’s op hun eigen kanaal, heeft het kanaal van PlayStation nog geen vierduizend abonnees. Oh maar dan zullen er vast geen video’s op staan. Eh jawel. Meer dan vijfhonderd. Oftewel een video per vier abonnees.

De sukkeltjes van de klasJa maar IKEA dan Bas? IKEA doet het toch goed? Beetje makkelijk om de sukkeltjes uit de klas in de schijnwerpers te zetten. Pak dan eens IKEA als je durft? Daar hebben we al heel veel over gelezen. IKEA op YouTube. Oke omdat jullie zo aandringen. Een kleine zevenhonderd video’s voor een kleine achtduizend abonnees. Achtduizend! Dat is echt super veel toch? Eh.. Kleine Yassine heeft er elfduizend. Wie? Precies. Een jongen die helemaal zelf gave video’s maakt zonder het budget dat de meubelgigant in de video’s pompt. En ook bij IKEA is het weer een puinhoop op het kanaal. Ik snap dat het concept van de winkel zwaar leunt op dat het een doolhof is waar je totaal onthutst aan het handje van je vriendin weer uitkomt, maar moet datzelfde wanhopige gevoel weerspiegelt worden in het kanaal? Zoveel afspeellijsten, zoveel concepten. En dat allemaal op één kanaaltje voor die arme achtduizend abonnees. IKEA, ruim die rommel eens op.

Merken en bureaus blijven achterZal ik nog even doorgaan of zal ik tot een conclusie komen? Volgens mij is het al duidelijk.

Merken en hun bureaus blijven achter. Net zoals de platenmaatschappijen ooit achterbleven en net deden alsof Napster en Limewire niet bestonden. Ik heb een blauwe maandag bij Universal gewerkt en op een goeie dag kwam er een zogenaamde ‘snippet CD’ uit Amerika met 40 seconden van de nieuwe single van Janet Jackson. Per beveiligde koerier naar Nederland verzonden voor een hoop geld. Want stel je voor dat deze 40 seconden zouden uitlekken. Als kinderen rond een suikerspinautomaat stonden de medewerkers van Universal rond de stereotoren te luisteren naar het fragment.
Van achter mijn computer vroeg ik toen of er iemand interesse had in de volledige versie van 3 minuut 40. Die kon je namelijk ook ‘gewoon’ van Napster downloaden. Binnen tien minuten zat ik bij de directeur op kantoor. Ik was een gevaarlijke hacker in zijn ogen en ik moest dit illegaal downloaden per direct stoppen. Lachend zei ik dat ik er niks aan kon doen, dit was de nieuwe wereld, de keiharde realiteit. De beste man geloofde mij niet. Ik heb dezelfde dag nog ontslag genomen. En hoe het met de grote platenmaatschappijen is afgelopen hoef ik niet te vertellen toch?

‘YouTube niet relevant voor mijn werk
En zo zijn er nog steeds ‘mensen die werken bij merken’ die zeggen dat YouTube niet relevant is voor hun merk. YouTube, dat is toch iets voor kinderen? Ik moet inderdaad onderkennen dat een groot aantal kanalen in Nederland content maakt voor kinderen en jongeren. Alleen is het wel zo dat het aantal tv kijkende jongeren volgens de SKO elk jaar met 15 procent afneemt. Kinderen die niet meer opgroeien met lineaire televisie, maar vaak hun mobiele telefoon met daarop YouTube video’s als hun belangrijkste bron van content zien. Jongeren die ook ouder worden en dan niet ineens weer terug gaan naar tv.

ING Only Football is primaMaar Bas, zijn er ook merken die het wel begrijpen? Jazeker. Zo heeft ING naast hun eigen ‘corporate’ kanaal, het kanaal ING Only Football, met 93K abonnees en geen onaardige views. Ze snappen wat de jonge doelgroep wil zien en zullen daardoor met het merk ING een positief gevoel oproepen bij jongeren. Of neem Appie Today, met vlogger Sjoerd. Een schot in de roos. Ze zijn er nog niet en Sjoerd mag je natuurlijk geen vlogger noemen want hij is een presentator, maar ze zijn wel bezig, ze onderzoeken de wereld van YouTube en ze willen leren en willen groeien. Ze zien het belang en ze zien de positieve reacties van kijkers.

Dumpplek voor oude commercialsMaar het gros van de Nederlandse merken lijkt hun YouTube kanaal te zien als een soort dumpplek van oude commercials en bijeengeraapte communicatie-ideetjes. Een online archief zodat men elkaar op reclamefeestjes even snel wat werk kan laten zien. Ik ben geen Nostradamus maar ik voorspel wel dat er een aantal merken reeds de afslag naar digitaal heeft gemist of gaat missen. En dat is jammer. Want er liggen zoveel kansen. Ik hoop van harte dat merken en hun bureaus zich gaan interesseren in het - in mijn ogen - op dit moment meest relevante videoplatform ter wereld. Zodat ze straks niet gaan mopperen over ‘gemiste kansen’ en zich afvragen waarom in hemelsnaam niemand iets heeft gezegd binnen het bedrijf. Bedankt voor het lezen, vergeet niet te abonneren, doe even een blauw duimpje omhoog en laat even in de reacties weten wat u ervan vond.

Was getekend, uw digitale vriend en online Jedi, Bas van Teylingen

May the force be with you ;)

Bas van Teylingen is multidisciplinair creatief. Werkt zowel voor- als achter de schermen binnen nieuwe- en oude media. Regisseur van (online) formats en bewezen televisieprogramma’s. YouTuber (42K subs) en oprichter van De Tube School, de eerste school in Nederland waar jonge mensen, bedrijven en merken alle facetten van YouTube leren van de YouTubers zelf. Managing Director van Online Cookie Collective, een creatief media- en kenniscentrum voor de online wereld. Opgericht door YouTubers die de wereld van online advertising beter willen maken.
 
Lees ook:
 
https://www.frank.news/2017/08/30/tip-paul-romerskijk-eens-op-arbeidsmarkt/

 
  4400 Hits
  0 Comments
4400 Hits
0 Comments

Het merk Action doet alle concurrenten pijn

Het merk Action doet alle concurrenten pijn

Terwijl concurrenten als HEMA en Blokker het lastig hebben, gaat het al jaren geweldig met Action. Propvolle zaken en de omzet blijft maar stijgen. Aan retailexpert Paul Moers de vraag: welke impact heeft Action eigenlijk op de andere retailmerken?

Door Paul Moers
Action blijft maar doorgroeien. Over 2016 werd een omzet van maar liefst 2,7 miljard euro behaald en dat terwijl het bedrijfsresultaat steeg met ruim 37 procent. Er zijn niet veel retailers die dit na kunnen zeggen. Het bedrijf heeft daarom impact op wat er gebeurt in de winkelstraten.

Internationale spelerDe keten heeft nu ruim 850 filialen in zes verschillende landen en daarmee is Action een Nederlandse retailer die kans heeft gezien een serieuze internationale speler te worden. De kracht van het bedrijf zit in een combinatie van zeer goedkope spullen en een ruim aanbod (6.000+). Het is een winkel waar je eindeloos kunt ronddwalen en snuffelen en dat levert een grote hoeveelheid impulsaankopen op. Consumenten hebben de keten dan ook in grote getale ontdekt. Het middensegment in Nederland is aan het krimpen, dat betekent dat ketens opnieuw hun positie moeten bepalen. Je ziet veel consumenten die in de crisis de discountwinkels hebben ontdekt en na de crisis gewoon zijn gebleven. De onderkant van de markt groeit daarom hard. Door de lage prijzen neem je bij Action makkelijk wat mee en vaak ook datgene wat je eigenlijk helemaal niet nodig hebt.

Kanttekeningen bij ActionHet bedrijf is een grote publiekstrekker en kan het zich permitteren om op locaties te zitten die niet direct aantrekkelijk zijn. Voor Action lopen mensen blijkbaar zonder probleem even om. Toch zijn er wel een paar kanttekeningen bij het bedrijf te maken:
  • Het duurzaamheidsbeleid blijft volstrekt onduidelijk. In de duurzaamheidsanalyse van Rank a Brand scoorde Action het laagste aantal punten vooral omdat de directie niet concreet aangeeft wat ze doen op gebied van klimaat, milieu en arbeidsomstandigheden. Als er een actiegroep opstaat in ‘non food’ (zoals Wakker Dier bij food), dan kan het bedrijf zeer negatief in het nieuws komen.
  • De kwaliteit van de producten is regelmatig meer dan slecht te noemen. Duurzaam gebruik zit er meestal niet in. Je betaalt weliswaar weinig, maar je hebt er vaak ook niet lang plezier van.
  • Het bedrijf kent opvallend veel terugroepacties. Zo werden bijvoorbeeld lipsticks teruggeroepen vanwege gezondheidsrisico’s en moesten pluchen beren terug vanwege verstikkingsgevaar. Er moet dus beter gelet worden op veiligheid en kwaliteit bij de inkoop van producten.
Nog geen einde aan groeiambitiesOndanks deze kanttekeningen blijft de groei van Action onverminderd doorgaan. Voorlopig zie ik nog geen einde komen aan de groeiambities. De formule Action is een regelrechte hit gebleken. De economische crisis heeft weliswaar groei van het bedrijf enorm laten accelereren, maar deze groei zet ook na de crisis door. Dat heeft natuurlijk ook consequenties voor de andere winkels en ketens in de winkelstraten. Ondanks het feit dat Action een eigen plek in de markt heeft, haalt het toch omzet weg bij andere winkels. Dat zie je eigenlijk het beste bij ketens als HEMA, Blokker en Xenos. Zo groeide de omzet van HEMA de eerste drie maanden van 2017 autonoom met slechts 2,7 procent. Dat is eigenlijk beneden de marktgroei. Het antwoord van HEMA is een formulevernieuwing die ze nota bene uit Spanje moeten halen. Nogal wonderlijk voor een van oorsprong Nederlands bedrijf. Ze krijgen de echte omzetgroei maar niet te pakken.

Alternatieven genoeg
Voor HEMA zijn er naast Action bovendien inmiddels steeds meer alternatieven zoals Primark, Flying Tiger, Ikea en Big Bazar.  Ook Blokker heeft last van de Action. Niet dat daarmee direct wordt geconcurreerd, maar Blokkerklanten lopen vaak toch ook even een Actionwinkel binnen. Blokker wist de omzet van nieuwe filialen echter met 6  procent te laten groeien en maakt de tweede helft van 2017 zelfs een sprong richting de 10 procent. Dat komt omdat hun aanbod kwalitatief veel beter is en je daar ook echte merken kunt kopen. Bovendien heeft Blokker een helder en vast assortiment.
Toch zou het herstel van de groei van Blokker veel sneller verlopen als Action er niet zou zijn geweest. Action doet dus ook de Blokker pijn. Ook Xenos moet opboksen tegen Action. In het assortiment zit een gedeeltelijke overlap. Bovendien biedt Action ook allerlei spullen aan uit exotische landen. Xenos zal dus veel last hebben van Action vooral omdat de uniciteit weg is. De dynamiek van een snel veranderende markt met veel nieuwe formules maakt dat het retailspel zeer complex wordt. Trouwe klanten verdwijnen zomaar richting nieuwe spelers. Dat vraagt om snel schakelen.

Vergelijkbare formules groeien razendsnelAction zelf is echter niet meer alleen. Formules zoals Big Bazar en Op=Op groeien ook razendsnel. Big Bazar heeft al ruim 130 winkels en in 2017 komen er nog eens 30 bij. Big Bazar heeft ook de winkelinrichting beter op orde. Verder zijn de producten er veel makkelijker te vinden. Ook Op=OP heeft 130 winkels in Nederland en blijft groeien. Action heeft dus niet langer de exclusiviteit, maar krijgt fors concurrentie van nieuwe discount formules. Ondanks dat, zal Action voorlopig marktleider blijven. Action heeft de discountcategorie van huishoudelijke spullen geclaimd en een hoge merkbekendheid. Als Action de zwakke plekken weet op te lossen kan het bedrijf rustig blijven doorgroeien.

Paul Moers is eigenaar van consultancy bureau PM.SMS en schrijver van een groot aantal managementboeken. Zijn laatste boek is de Wet van de Paracetamol over innovatie van formules en producten.  www.paulmoers.nl
 
  7444 Hits
  0 Comments
7444 Hits
0 Comments

Business Insider, het verdienmodel: saaie zakeninfo wordt ‘clickable content’

Business Insider, het verdienmodel: saaie zakeninfo wordt ‘clickable content’
Influencers contentmarketing deel 12

Zelfs in de afgelopen - altijd lastige - augustusmaand bereikte zakensite Business Insider meer dan 1 miljoen unieke bezoekers. Het geheim? De focus op wat online werkt, het internationale netwerk en….contentmarketing.

Arend van den Berg is uitgever bij Z24 Media en daaronder vallen de internationale merken Finanzen.nl (beleggersinformatie, Duits) en BusinessInsider.nl (VS, zakelijk nieuws). Z24 was lange tijd een Nederlandse site voor zakelijk nieuws, maar hij besloot twee merken binnen te halen die het internationaal goed doen. ,,We wisten dat er een markt was voor mobiele beleggersinformatie, maar rond die markt zit een grote gracht omdat je afhankelijk bent van realtime beursinformatie en dat is vrij duur.’’
In Duitsland zocht de innovatieve uitgever Axel Springer internationale partners voor Finanzen. Bovendien exploiteert het Business Insider in Duitsland en zo kwamen ze bij Van den Berg terecht. ,,Het is wel bijzonder dat wij (hij wijst naar een vijftal mensen in het minimaal ingerichte kantoor) met de grootste zakensite in de wereld werken.’’ Business Insider heeft meer dan 100 miljoen uniek per maand. In Nederland haalde de site in augustus meer dan een miljoen unieke bezoekers.

De formule van BI: zakelijk nieuws niet te zwaar brengenWat hielp in die beginfase was dat Business Insider dezelfde filosofie deelde als Z24: zakelijk nieuws, maar niet te zwaar gebracht. De financiële pagina’s van kranten staan vol met zakelijke berichten over aanstaanden fusies, maar bij Business Insider mag het allemaal iets luchtiger. Het verschil in kosten voor outfits tussen twee presidentsvrouwen. Dat werk dus. Verder zijn de mensen bij BI gespecialiseerd in storytelling. ,,Wij schrijven geen verhalen over het jaarverslag van KPN, maar pikken er iets uit wat interessant is.’’

Redactie getraind in New York om verhalen op de knippen
De redactie is getraind in New York in het opknippen van de verhalen. ,,Als we worden uitgenodigd bij het Ikea Design Center maken we vijf verhalen, eentje bijvoorbeeld over het volledig door Ikea ingerichte hotel waar de redacteur sliep.’’ Essentieel zijn de koppen. ,,We hebben hier constant ‘realtime analytics’ aanstaan dus we weten precies welke koppen het goed doen. Stel dat je een verhaal maakt met tips voor je CV. Dan kan je ‘de vijf beste tips voor je CV’ schrijven, maar wij vragen een expert en maken de kop: ‘Een recruiter die 12.000 CV’s analyseerde waarschuwt voor deze CV-fouten’. Door die expert wordt het verhaal geloofwaardiger, legt Van den Berg uit. ,,De doelgroep is ook iets anders dan de gemiddelde FD-lezer. Onze lezers zijn mensen die niet weten wat ze over drie jaar doen, alles staat open. Ze zijn niet gesetteld. Daarom schrijven wij altijd over alles wat beter kan, het glas is halfvol.’’

Verdienmodel van BI: contentmarketingHet verdienmodel van Business Insider is niet gebaseerd op advertising, maar op contentmarketing. Er is ook een, in contentmarketing gespecialiseerde, afdeling genaamd ‘BI Studio’s’ in New York waar ze alles weten van de koppeling tussen lezer en adverteerder door content. Van den Berg runt dus eigenlijk de Amsterdamse dependance van deze contentspecialistenclub. ,,Invalshoek is dat adverteerders op een schat aan kennis zitten en die kennis moeten we openbaren op een manier die past bij ons publiek.’’

Hoe bedrijfscontent publiekscontent wordt
Een goede voorbeeld is Interpolis dat al vijf jaar samenwerkt met Z24 en BI. ,,Zij hebben veel onderzoeksgegevens en daar geven wij vaak een twist aan. Ze verzekeren bijvoorbeeld panden die ondernemers niet nodig hebben en schreven iets als: ‘de tien grootste risico's wanneer je als ondernemer je pand verhuurt’. Wij maakten ervan: Zo voorkom je een wietkwekerij in je verhuurde bedrijfspand…dat was immers het grootste risico.’’ Interessant. De journalist gaat op zo’n moment dus tussen het bedrijf en het publiek instaan, hij maakt een vertaalslag voor lezers. Er zal in dat geval toch altijd iets van druk ontstaan vanuit bedrijven om het op hún manier te doen. Hoe gaat dat in de praktijk? ,,Ik bemoei me niet direct met deze gesprekken omdat ik wil bewaken dat we over ING kunnen schrijven wat we willen.’’

Afspraken over redactionele onafhankelijkheid
Zijn daar goede afspraken gemaakt over wat er wel en niet kan? ,,We hebben duidelijke instructies, maar de klant beslist uiteindelijk als hij in de vorm van sponsored stories betaalt voor de content. Wij kunnen wel beslissen aan de voorkant dat we níét samenwerken met bepaalde klanten zoals partijen die risicovolle producten aanleveren.’’ Maar als het traject eenmaal is ingegaan dan hebben die bedrijven dus een forse stem qua inhoud? ,,Ja, maar wij kunnen wel helpen betere resultaten te krijgen; dat zit niet alleen in de kop trouwens.’’ Moet hij niet wat stringenter gaan over de content op de site? ,,Nee, want de afzender is Merk X en niet de redactie.’’

Lange termijn relatie belangrijk bij maken contentDie samenwerking tussen BI Studio’s projectredacteuren en adverteerders luistert nauw. Het werkt in de ogen van Van den Berg ook beter als er een lange termijn relatie is. ,,Zo’n Interpolis-verhaal maakten we in het derde jaar van de samenwerking. Het is altijd wel een strijd, vaak zijn er heel veel partijen die over de content bij zo’n bedrijf gaan: reclamebureaus, freelancers, marketingbazen en juridische afdelingen. Het is heel belangrijk dat een bedrijfsjournalist een bedrijf heel goed kent. Dat hij weet wat ze doen en hoe de content georganiseerd is. Wij adviseren adverteerders altijd om een klein team te maken en mandaat te geven. We hebben wel eens een vergadering gehad van een energiebedrijf met tien mensen aan tafel, maar dat was kansloos. Ideaal gezien zit er een projectmanager van ons, een journalist en van de klant een accountman en een marketingmeneer of -mevrouw.’’

Contentmarketing: goedkoper en meer mogelijkhedenGelooft Van den Berg in contentmarketing als verdienmodel? ,,Zeker, je kunt het ook vergelijken met advertising. Als je 100.000 views hebt met een clickpercentage van 0,2 procent dan heb je 200 bezoeken gehad. Die zien je banner 30 seconde en daar betaal je 1.000 euro voor. Als je dan ziet dat een gemiddeld Interpolisverhaal 2 minuten gelezen wordt dan krijg je voor je euro veel meer waar voor je geld. Bovendien kun je via contentmarketing een whitepaper publiceren en zo leads verzamelen. Of je kunt je naam vestigen als expert via een gastcolumn. Ik wil maar zeggen: het is goedkoper en je kan echt een verhaal kwijt.’’
Toch zijn er nog wel wat barrières te overwinnen in dit relatief nieuwe vak. ,,Bijvoorbeeld dat online marketing meetbaar is en dat schept een schijnzekerheid. Daardoor hebben mensen de neiging om vier linkjes in een artikel te proppen en die afzonderlijk te meten, maar je moet altijd focussen op de effecten. Als het doel van je verhaal is dat mensen een whitepaper over onderwerp X downloaden dan moet je op dat effect focussen. Wat verder belangrijk is, is dat bij de adverteerder mensen meedenken die rechtstreeks contact hebben met klanten, want zij weten precies waar die klanten behoefte aan hebben. ’’
Effect journalistieke verhalen op business
Van den Berg draagt de Pulizzi-achtige voorbeelden aan waarbij een journalistieke bril effect kan hebben op de business. ,,De expert vertelde aan onze ghostwriter van zijn column, dat er zo weinig onderhoud werd gepleegd aan zonnepanelen terwijl kortsluiting een serieus risico is. Toen zei de redacteur: je pleit dus voor een APK voor zonnepanelen? Dat is een kop…Het werd overgenomen in de hele verzekeringswereld, dat zou niet zijn gebeurd als het een persbericht was geweest.’’
Om meerdere redenen pleit hij dan ook voor publicatie op het platform van BI. ,,De leestijden zijn beter en je voelt je prettiger als lezer. Vroeger was het argument dan dat je op je eigen platform kon checken waar ze in de funnel zaten, maar dat kunnen wij ook.’’
Content uit de hele wereldBehalve marketing is de kracht van Business Insider naar eigen zeggen ook de hoeveelheid content. Elke dag staan er 150 verhalen uit de VS paraat en tien video’s en daaromheen vormen de editors uit alle landen steeds meer een netwerk. ,,Dan krijgen we het best gelezen verhaal uit Sydney door en dat kan je dan doorplaatsen of vertalen. Weet je wat een goed onderwerp is? Verhalen over forenzen. Blijkt in de hele wereld aan te slaan.’’ Hij geeft het voorbeeld van McDonald’s. ,,Dan lezen we in de VS dat McDonald's, ondanks de overvolle foodmarkt, nog steeds uitbreidt. Dan gaan we naar een van de vier Nederlandse locaties waar ze experimenteren met innovaties.’’
Ter plekke gaat het om de details die het verschil maken. ,,Dan zien we bijvoorbeeld dat de kaas al is omgevouwen zodat medewerkers het plakje twee seconden sneller pakken. Of we zien de lijsten met omzetverwachtingen zodat ze precies weten hoe laat het druk wordt. Al die dingen maakt mensen nieuwsgierig.’’

Met drie redacteuren in vaste dienst groter dan RTLZ
Vindt Van den Berg dat de grote Nederlandse uitgevers iets kunnen leren van de werkwijze van BI? ,,Dat zou aanmatigend zijn, maar het is wel knap wat we doen met maar drie redacteuren in vaste dienst. We zijn groter dan RTLZ en ietsje kleiner dan FD waar 100 mensen werken.’’ Hij gelooft in de macro-analyse dat je als medium ófwel superlokaal of een internationaal merk moet zijn. ,,Wij maken niet alleen gebruik van de verhalen, maar ook van de kennis. Wij deden altijd ons best met Z24 om deelbare verhalen te maken, maar dat sociale verkeer is nu vertienvoudigd doordat je weet wat deelt en wat niet. Het zou toch veel logischer zijn als je een internationale voetbaltitel hier zou hebben?’’
Toch is hij redelijk bescheiden. ,,Er zijn meerder wegen naar Rome hoor. FD is misschien een Michelinrestaurant en wij zijn een brasserie dus het kan naast elkaar bestaan.’’
  1260 Hits
  0 Comments
1260 Hits
0 Comments

De Tour win je in bed

De Tour win je in bed
Op de een of andere manier kwam ik precies tien dagen geleden terecht op de podcast (De Digitale Wasmachine) van de ervaren online marketeers Bas Brand en Stef Heutink die het hadden over contentmarketing. Specifieker ging het over het boek ‘Contenmarketing’ van Suzanne de Bakker die dit boek heeft geschreven voor Hogescholen. De toon waarop ze dit onderwerp bespraken kun je het beste kenschetsen als ‘neerbuigend’ (en ‘onwetend’). Het was dan wel een aardig boek dat Suzanne Bakker had geschreven, maar zo’n heel boek over zo’n klein onderwerp was eigenlijk teveel eer voor iets dat er maar zo’n beetje bijgesleept is en dat toch niet meer is dan een middel in de categorie ‘telemarketing’. Ik moest even twee keer luisteren wat de mannen precies bedoelden en daarom heb ik een gedeelte van hun conversatie uitgeschreven.

 
Mislukte journalisten
Stef:
,,Het is een goed boek, alles staat erin, nu weet je alles van contenmarketing, maar dit had niet geschreven mogen worden. Ik vind namelijk dat het een heel klein onderwerp is..’’

Bas: ,,Dat ben ik niet met je eens, ik vind het een veel te groot onderwerp. Het zijn twee losse begrippen die een werkveld beschrijven dat enorm is. Bovendien is er onduidelijkheid over wat het precies inhoudt, gelukkig zijn die discussies wel een beetje achter de rug.’’

Stef: ,,Dan zijn we het wel eens want het is een onderwerp dat heel erg groot is gemaakt omdat mensen hier graag wat geld mee verdienen.’’

Bas: ,,Daar hebben we het vaak over gehad, de mensen die iets met contentmarketing doen zijn vaak de mislukte journalisten die geld willen verdienen(…) Maar ik vind het vaag wat er wel onder valt en wat niet. Als ik een stukje content via YouTube deel en het is in dienst van mijn product dan is het wel contentmarketing en als ik een handleiding voor de Ikea schrijf, is het geen contentmarketing, toch?’’

Stef: ,,Dat staat er ook in, het boek begint met een definitie en is van een instituut dat ik helemaal niet kende; het Content Marketing Institute.’’

Bas: ,,Dat ken ik dus wel.’’

Stef: ,,En dan komt er een definitie. CM is het bedrijfsproces van het creëren van content om een goed afgebakende doelgroep te werven en binden aan het bedrijf met als een doel een winstgevende actie uit te lokken. Ik lees dit en denk: reclame, promotie?’’

Bas: ,,Het gaat dus om promotionele content en daarmee is de Ikea-handleiding uit beeld en er kleeft een bepaalde vorm en tone of voice aan toch?’’

Stef: ,,In het begin van internet zei iedereen ook: content is king, maar dat kwam ook omdat je niet zo goed wist wat je ermee aanmoest. Kijk, als je website maakt voor een groot bedrijf kom je dus met het begrip content in aanraking en zei het dan liever contentstrategie willen noemen.’’

Bas: ,,Dat is wel een beetje zielige ouwelullenretoriek want wij zitten 20,25 jaar in het vak waarin content een belangrijk ontwikkelproces is geworden. Maar de generatie Y/Z is een grote contentmachine geworden en contentmarketing is daarvan een heel klein gebiedje.’’

Stef: ,,Neem nu het voorbeeld dat iedereen wel kent, Allerhande. AH heeft ooit bedacht: wij hebben recepten en ingrediënten en daar maken we een CD-rom van. Dat is goed verkocht en daar hoef je dan toch geen nieuwe term voor te bedenken, het is gewoon een goed idee.’’
(…)

Stef: ,,Maar alles staat er wel zo’n beetje in, maar dan kom je bij de kern van mijn betoog. Dit had niet geschreven mogen worden omdat wat mij betreft dit boek een hoofdstuk had moeten zijn in een dikker boek over content in het algemeen.’’

Bas: ,,Ik denk dat als je probeert te bouwen aan een bedrijf dat je het niet alleen over content kan hebben, net zo min als je het alleen over marketing kan hebben.’’

Stef: ,,Wat je suggereert met dit boek is dat er binnen elk bedrijf een afdeling is die zich alleen met contentmarketing bezighoudt, maar dat is niet zo.’’

Bas: ,,Ik denk wel dat het steeds vaker zo is.’’

Stef: ,,Ik hoop het van niet.’’

Bas: ,,Ik hoop ook van niet. Ik hoop wel dat je door dit boek beter weet wat content voor je marketing kan doen. Maar niet dat ze ergens in een hokje samplemarketing zit te doen, ergens telemarketing en weer ergens anders contentmarketing. Hoe gaat het boek daarmee om? Hoe verhoudt content zich tot andere disciplines?’’

Stef: ,,Dat haal je er niet zo goed uit.’’

Bas: ,,Het is ook geen discipline, maar een middel.’’

Stef: ,,Zoals er zoveel middelen zijn. Ik zou het niet zo verheffen en niet zo groot maken.’’

Bas: ,,Laten we dus hopen dat er op de hogeschool ook voldoende boeken zijn over andere marketingactiviteiten.’’

Stef: ,,En dat het altijd een multidisciplinair verhaal is.’’

Bas: ,,Maar probeer die enorme mistwolk rond contentmarketing op te lossen. Ik heb nog geen goed boek over dit onderwerp gelezen hoor, het is tot nu toe allemaal bagger wat ik er over gelezen heb.’’

Okay voor zover de podcast die verder heel interessant is trouwens, maar daar gaat het even niet om. Onthouden dus: geen nieuw vakgebied, een middel, nog nooit iets goed over gelezen. Hou dat even vast.

 
Woonboulevard UtrechtOp zondag liep ik, samen met mijn vriendin en kinderen, rond op de Woonboulevard in Utrecht. We kregen allebei wat last van ons rug in die studentenbeddenvariant van Beter Bed (vonden jullie die clown ook zo eng?). We spreken een budget af en lopen rond in een viertal beddenzaken op de winderige woonboulevard Utrecht. In een van de zaken zie ik opeens wat matrassen van Mline liggen en er schieten direct allemaal beelden van sporters door mijn hoofd. Ze vertellen in authentiek ogende filmpjes over hun matrassen die ze overal naartoe meenemen; wielrenners, zwemmers en vooral de Bladebabe die ik wel eens geïnterviewd heb en heel hoog heb zitten (door haar aantrekkelijke combinatie van zelfreflectie en zelfvertrouwen).

 
Content van MLineEr vormt zich langzaam een verhaal in mijn hoofd, ook omdat ik die Olympische sporters altijd met interesse heb gevolgd (en soms wel eens heb gesproken). En dus zeg ik tegen mijn vriendin: ,,Dat Mline, is dat niets? Schijnt enorm goed voor je rug te zijn, die sporters zijn er altijd enthousiast over (ik weet ook wel dat het reclame is, maar die verhalen hadden wel iets authentieks).’’
Joop Zoetemelk verschijnt in mijn hoofd, die zei ooit: de Tour win je in bed. Bij de volgende winkel komen we een heel goede aanbieding van Mline tegen en opeens is het budget dat we hadden wat groter geworden, verdubbeld eerlijk gezegd. De aardige verkoper (‘eens moet je een goed bed kopen in je leven’) doet de finishing touch en tevreden rijden we weer naar huis. Als ik terugdenk aan het moment dat al die losse verhalen van sporters één geheel werden, weet ik dat dit komt door content. Ik heb het even opgezocht en inderdaad heeft sponsorbureau Triple Double geregeld dat alle sporters zo’n matras kregen in ruil voor het delen van hun ervaringen op video. Bovendien weet ik (maar vertel dat niet door) dat sporters nog wel eens de naam van een merkje laten vallen in een interview in ruil voor een leuk zakcentje. Via content werd dus de associatie sporters, rugpijn en het merk gecreëerd.

 
LEGO en Red Bull?Terwijl ik dit verhaaltje tik, kijk ik even op de vacaturesite van Villamedia, een oude impuls van toen ik nog op allerlei krantenredacties zat te rommelen voor een grijpstuiver. De ene na de andere contentmarketeer wordt gevraagd bij grote bedrijven en redactionele/journalistieke ervaring helpt daarbij. Contentmarketing bedacht voor journalisten zonder werk? Slechts een middel? Zouden ze dat weten bij Red Bull dat een miljoenenbedrijf werd op basis van content (want het drankje zelf is niet te zuipen)? Slechts een middel? Zouden ze dat weten bij LEGO dat niet langer kon teren op blokjes en daarom filmconcepten zoals NINJAGO bedacht (en daar weer LEGO-dozen van verkocht en nieuwe concepten voor het tikkie verouderde Legoland neerzette)?

 
Content Inc.Nog nooit een goed boek gelezen over contentmarketing? Ik kijk naar de hoek van mijn bureau waar Content Inc. van Joe Pulizzi staat, het revolutionaire verhaal over kleine bedrijven die eerst een publiek opbouwden en daarna een product verkochten aan ‘de fans’. Ik denk aan het Content Marketing Institute van diezelfde Pulizzi dat in 2015 9 miljoen dollar omzet draaide en in 2016 verkocht werd aan UBM voor 17,6 miljard dollar.
En waarom hebben Stef en Bas eigenlijk een podcast waar ze zo graag kritisch en onafhankelijk willen zijn? Misschien omdat wij hen gaan zien als dé specialisten op het gebied van online marketing? Dus dat ze eerst een publiek met fans opbouwen en onder dat publiek hun klanten gaan werven voor diensten? Hoe dat heet? Precies…

 
Journalisten zonder inkomsten
En heel misschien is er wel een reden dat bedrijven graag met journalisten gaan werken én met marketeers. Zouden de échte verhalen aan terrein winnen? Ach, deze mislukte journalist gaat zich in ieder geval nog iets intensiever met contentmarketing bezighouden. Het is een interessant, inhoudelijk vakgebied met een echte hoogleraar en er is nog een heleboel werk te doen. En dat sommige marketeers daar een beetje zenuwachtig van worden? Tja, daar ga ik echt niet onrustig van slapen….

 
  2634 Hits
  0 Comments
2634 Hits
0 Comments

De kracht van regionalisering

De kracht van regionalisering
Door Arnout Verzijl

Twaalf miljoen euro. Dat betaalde McDonalds per jaar om een zogenaamde TOP-sponsor te zijn van het IOC, het Internationaal Olympisch Comité. De overeenkomst kwam afgelopen weekeinde abrupt tot een einde. Naar de reden daarvan is het gissen. Maar kijk eens naar uzelf. Koopt u wel eens een Big Mac of een doosje Nuggets? Vast wel. Maar doet u dit omdat McDonalds sponsor is/was van de Olympische beweging?



Groot groter groots gaat in dit geval niet meer op. En dat is prettig voor iedereen die iets tegen de globalisering van de wereldeconomie heeft. Want nog even en we eten allemaal bij McDonalds, drinken Coca Cola of bier van Anheuser-Busch InBev, verzorgen ons met producten van Procter & Gamble, richten ons huis in met hulp van Ikea, snacken Lays chips en al het andere schaffen we aan via de Kraft Heinz Company.

Globalisering kortom, lijkt op vrijheid maar is in feite een verstikking van de markt. Enkele aanbieders, monopolisering. Dat leidt uiteindelijk tot instabiliteit die zich kan aandienen via sociale ongelijkheid, polarisering, financiële onzekerheid, noem maar op. Daarvan zijn hele samenlevingen de dupe.

In hetzelfde weekeinde waarin de Amerikaanse hamburgerketen stopte met één van haar grootste sponsordeals, ging de Chinees in mijn dorp op de schouders. Hij bracht voor 160 uitgehongerde voetballers verse nasi met Chap Choi en Babi Pangang. Om het lustrumfeest van de voetbalvereniging te vieren speelde er een regionale band. De koeien die op het veld moesten schijten om de nieuwe kleedkamers te betalen, waren van de lokale boer. Oké, dat de tachtig kratten bier van Heineken leeg retour gingen, is toch ook iets van regionale trots. Heineken komt uit Zoeterwoude, wij uit buurgemeente Voorschoten.

Waar het om gaat: In het dorp wordt zaken gedaan met lokale en regionale ondernemers. Dat gaat heel erg goed. Waarom goedkoop van ver halen in plaats van vertrouwd dichtbij? Trek de vergelijking met de media. Mensen zijn het zat, dat massale aanbod van nieuws en informatie. Dus kruipen ze terug in hun eigen, vertrouwde omgeving. Regionale en zelfs lokale nieuwsstromen zijn helemaal in momenteel.

Laten we hopen dat dit met de commercie ook zo gaat. De slager, de bakker, de klusmarkt en de kaasboer aan de Dorpstraat of in het Stadshart. Niet meer alleen die massaproducten. Ze bieden service, knopen een gesprekje aan. Niet goed? Geld terug. Het oude ambacht met vertrouwde omgangsvormen. Daaraan hebben we behoefte.

Ik gun McDonalds en alle andere (aanstaande?) monopolisten hun imperium. Maar ik hoop dat er een trend is ingezet. Niet meer honderd miljoen euro per acht jaar (dat was het originele contract) van de ene gigant naar de andere. Daar heeft niemand iets aan. Massaconsumptie is prima, maar het regionaal verdelen van de opbrengsten is een essentiële voorwaarde voor continuïteit. Zonder lokale economieën kunnen we niet. Dat besef dringt steeds meer door. Bij de mensen zelf. En dat is uiteindelijk de groep die de vraag bepaalt.

Oh ja. Dat sport goed voor je is, geldt zeker voor bestuurders. Want na het afhaken van McDonalds heeft het IOC nog twaalf TOP-sponsors over. Tezamen goed voor 144 miljoen euro per jaar. Dat is nog steeds prettig eten.
  2259 Hits
  0 Comments
2259 Hits
0 Comments

Ikea start mogelijk restaurantketen

Ikea start mogelijk restaurantketen
Door Mathilde Min

Naar Ikea gaan we niet alleen voor een Billy, Klippan of Malm. De koffie, ontbijtjes, gehaktballetjes en hot dogs vinden ook gretig aftrek. Eten bij Ikea is zo populair dat de Zweedse meubelgigant overweegt een eigen restaurantketen te starten, zo meldt Forbes.

 
In een interview van Ikea met Fast Company komt ter sprake dat het bedrijf op zoek is naar nieuwe manieren om winst te maken. Het uitbreiden van de Ikea-restaurants buiten de Ikea-winkels zelf is een van de mogelijkheden die onderzocht wordt.

 
Ikea heeft al sinds 1958, een jaar na de opening van de eerste Ikea-winkel, eigen cafés. Winkelend publiek hoefde de winkel niet uit om iets te eten of te drinken, maar kon in het warenhuis zelf terecht. ,,We noemen de Zweedse gehaktballetjes altijd ‘de beste verkopers’,” aldus Gerd Diewald, hoofd van de Amerikaanse tak van Ikea food. ,,Als je ze te eten geeft, blijven ze langer en kunnen ze hun (potentiële) aankopen bespreken en een beslissing nemen zonder de winkel te verlaten. Dat was vanaf het begin het idee erachter.”

 
Dertig procent van de klanten komt alleen naar Ikea om te eten en de restaurants trekken een gevarieerd publiek. De jaaromzet van de Ikea restaurants was in 2016 1,6 miljard dollar. In totaal zette het bedrijf vorig jaar 36,5 miljard dollar om.

 
  1079 Hits
  0 Comments
1079 Hits
0 Comments