Candid. Platform
for growth.

Werk aan de server

Werk aan de server
De afgelopen dagen hadden we plotseling veel bezoekers op de website. Daardoor waren we in het weekend lastig bereikbaar of duurde het een tijdje voordat een artikel was geladen. Op dit moment werken we op onze technische afdelingen keihard aan een oplossing om die bezoekersaantallen aan te kunnen. We verwachten dan ook dat het vandaag weer stukken beter gaat. Dat moet ook wel want we hebben deze week weer leuke verhalen gepland!

Perez Hilton: van rebel naar ‘rolmodel’?

Perez Hilton: van rebel naar ‘rolmodel’?

Perez Hilton ofwel Mario Armanda Lavandeira is een fenomeen in de VS; via zijn website perezhilton.com bouwde hij vanaf 2004 aan een heus media-imperium. Hoe bouwde de andere Hilton in korte tijd zo’n naam op en wat is zijn plan nu de populariteit van zijn site dalende is?

 
Mario Armanda Lavandeira JR, geboren op 23 maart 1978, begon in september 2004 met zijn entertainmentblog genaamd pagessixsixsix.com. Direct werd hij gedwongen om deze naam te veranderen. The New York Post had immers al een roddelpagina met de naam ‘Page six’. De nieuwe naam werd ‘perezhilton.com’ en deze site had vrij snel al zeer goede bezoekerscijfers. Het hielp dat collega-website ‘The Insider’ hem de geuzentitel ‘Hollywoods most hated website’ gaf en de tweede grote doorbraak was dat ‘Perez’ de eerste foto’s publiceerde van Brad Pitt en Angelina Jolie als een stel.

 
Lavandeira groeide in drie jaar uit tot een fenomeen in de Amerikaanse mediawereld. Zijn persoonlijke aanpak waarbij hij de Amerikaanse sterren online belachelijk maakte door ze bijnamen te geven (Britney Unfitney is nog een lieve variant) en tekeningen van geslachtsdelen en drugs te kladden op hun foto’s werkte als een tierelier. In 2007, drie jaar na de start van de website, waagde New York Times een poging om het fenomeen te duiden. ,,Eerst was het een worstelende acteur met allerlei vage baantjes en nu is het een popcultureel fenomeen met oranje haar die inmiddels zoveel geld verdient met bloggen dat hij zijn eigen show heeft op VH1.’’ Volgens de krant had Hilton destijds 2,6 miljoen unieke bezoekers per maand en moest je 9000 US Dollar neerleggen voor een advertentie die een week meeliep op de site. Hilton begon ooit gewoon vanuit een soort hobby, maar hij was zeer populair bij vrouwelijke middentwintigers die interesse hebben in zaken als mode, een goede doelgroep voor adverteerders. De conclusie van het artikel was dat Hilton precies deed wat de liefhebbers van shownieuws ook doen; ze zeggen eerlijk wat ze van iemand vinden alsof hij of zij een klasgenoot is die er toevallig niet bij is. Terwijl de oude media nog keurig hun nietszeggende stukjes schreven (waar niet doorheen te komen is omdat er zeventien pr-mensen naar gekeken hebben), schreef Hilton waar het op stond.

 
Web celebrity van het jaar
In 2009 riep zakenmagazine en site Forbes hem voor de tweede keer uit tot nummer 1 in de ‘Web Celeb 25’, de roem van het mediafenomeen was toen op een hoogtepunt. Hij draafde van de ene naar de andere talkshow en publiceerde ook een boek: Red Carpet Suicide: A Survival Guide on Keeping Up with the Hiltons. Ook had hij een eigen concertserie met grote Amerikaanse sterren. Perez was uitgegroeid tot een merk, een merk dat hij zelf omschreef als ‘fun, fresh and irreverent’. Oftewel: grappig, fris en oneerbiedig. Hij was hip en rebels, wist alles van de sterren en ging bovendien mee in de trend waarbij de jonge internetgeneratie niet zomaar aanneemt wat de reguliere media beweren (en terecht). Perez is ook altijd zeer productief geweest;in deze periode stond er elke 12,5 minuut een nieuw verhaal op zijn site. Toch heeft hij altijd beweerd dat hij alles alleen schreef, maar aan deze lezing wordt wel getwijfeld. Hij heeft wel bekend dat alleen zijn zusje zou meewerken aan de website. De cijfers waren in die periode trouwens prima; hij zat tegen de 5 miljoen unieke bezoekers per maand. Zijn ster was rijzende en hij wilde alleen maar meer. ‘I want to be the gay Latino Oprah’. Hij begon ook zijn eigen platenlabel.

 
Juiste plek, juiste tijd
Perez had natuurlijk het talent om op de juiste plek op het juiste moment te zijn. De internetgeneratie wilde minder saaie verhalen; stukken met een eigen mening en iets van anarchie erin werkten goed. Met Glamorama lanceerde TMG trouwens in 2012 een Nederlandse variant, maar er werd te weinig geld opgehaald bij adverteerders en dus was het na drie jaar afgelopen. Aan de kwaliteit lag het niet; de site werkte met prima schrijvers, het was allemaal lekker cynisch en niet te serieus. Maar zo’n roddelblog is gewoon lastig in Nederland omdat we de sterrencultuur missen; schrijven over mensen als Gerard Joling en Dries Roelvink is toch iets anders dan over wereldsterren als Katy Perry of Taylor Swift. Dan ben je jong, snel en opstandig en dan schrijf je een verhaal over de nieuwe vriend van…Patricia Paay. Misschien dat er door de opkomst van hiphop (Broederliefde, Lil Kleine) wel mogelijkheden zijn. Binnen die popcultuur zijn de artiesten weer grote helden en bovendien valt er genoeg over te schrijven.

Vergeet ook niet dat Hilton het helemaal zelf deed. Er zat geen grote mediapartij achter zijn site, dat gaf hem ook veel krediet. Het basisprincipe van een merk optuigen om te breken met een brave traditie is een goed businessmodel. Dat heeft Geen Stijl wel bewezen. Overigens heeft Perez Hilton zijn site nooit verkocht. The Guardian meldde in 2010 dat hij een bod van 20 miljoen US Dollar afsloeg. In 2010 schreef Financial Times een aardig, zakelijk verhaal over hem waarin het stelde dat de blog inmiddels 32 miljoen US Dollar waard was. In dat verhaal vertelt Douglas McIntyre, journalist bij 24/7 Wall Street dat er destijds maandelijks zeker 400.000 Dollar binnenkwam bij Perez aan advertenties.

 
Ruziezoekend boefje
Tot 2010 bleef ‘Hilton’ het boefje in de media die met iedere ster zo’n beetje ruzie zocht. Totdat hij in 2010 verscheen in een tv-campagne tegen kinderen die homo’s pesten. Zeer hypocriet in de ogen van velen want de homoseksuele blogger had zelf regelmatig sterren ‘ge-out’. Hij ging naar talkshowhost Ellen DeGeneres en zei sorry voor deze acties. Hij ging bovendien op dieet en stopte met het openbaren van homo’s, zijn site werd ook iets milder van toon. ,,Mensen hoeven niet van me te houden, maar ik wil niet meer ‘toxic to the world’ zijn. In latere interviews gaf hij aan dat de rel rond de antipestcampagne zijn ogen opende. Hij had zich al die jaren verscholen achter het merk Perez Hilton dat bestond uit een dik mannetje met oranje haar, maar hij wilde steeds meer van zijn ware zelf laten zien. Hij begon zich te realiseren dat de sterren die hij belachelijk maakte geen imaginaire figuren waren, maar echte mensen. Althans dat zei hij. In The Guardian in 2014: ,,Ik was er echt niet mee bezig wat mensen van me dachten. Ik dacht: als mensen het niet goed vinden wat ik schrijf dan moeten ze me maar niet lezen.’’

 
Een halfjaar geen kaas
Perez Hilton is mild geworden, volwassen zou je kunnen zeggen. Hij heeft tegenwoordig zelfs twee kinderen. Hij doet precies wat een medium als Nieuwe Revu had moeten doen. In plaats van die strandtestenverhalen maken, hadden ze moeten meegroeien met hun publiek dat bestaat uit een tikkie opstandige vaders die heus nog wel eens biertje drinken, maar niet het uitgaansleven onveilig maken. Daar zijn ook andere media voor.  Zo verlies je je geloofwaardigheid. Niets is erger dan een vader die op een geforceerde manier probeert hip te blijven. Op Billboard.com vertelt Hilton dan ook uitgebreid over zijn nieuwste project met CBS dat een antwoord is op de oude rebelse jongen van weleer; een podcast (samen met radiopersoonlijkheid Chris Booker) waarin hij zijn expertise inzet om fenomenen te duiden. Niet langer lijkt het hem te gaan om de keiharde clicks die de combinatie van humor, cynisme en grote namen nu eenmaal oplevert, maar lijkt het hem om de inhoud te gaan. ,,Ik heb het idee dat mensen me op deze manier kunnen leren kennen.’’ Over zijn periode als fenomeen was hij duidelijk. “I realized that was a really crappy thing I was doing, and that I had to be a human and a person who was connected to other people in the universe. Not live in this insular bubble where all I cared about was getting clicks on my website.’’ Niks mis met die podcast trouwens; vijftig minuten waarin de mannen praten over het leven, dat Duran Duran optrad in het hotel van Hilton tijdens een nieuwjaarsfeestje en dat hij ooit een half jaar geen kaas had. Maar ook over het recente mislukte nieuwjaarsoptreden van Mariah Carey en wat iedereen daarvan vindt. De toon is relaxed, rustig en de verwachting leeft bij Hilton dat de podcast wel eens kan uitgroeien tot een tv-show. Het past helemaal bij de trend dat het op internet steeds vaker over de inhoud mag gaan, de tijd van de clickbait is een beetje aan het voorbijgaan en de blogger is zich aan het gereedmaken voor dat tijdperk.

 
Dalende populariteit
Perez Hilton is een hele grote naam in de Amerikaanse showbizz, maar toch lijkt hij zichzelf volledig opnieuw aan het uitvinden. Een schreeuwende, rellende veertiger is niet wat mensen willen zien en dus is hij met een zoektocht naar inhoud begonnen. Het is ook nodig, want de website wordt echt steeds minder populair; met 12,7 miljoen unieke bezoekers per maand is Perez Hilton de nummer 9 als het aankomt op de meest populaire roddelwebsites. Volgens Alexa is de site de afgelopen drie maanden 1688 plekken lager beland op de ranklist van alle websites in de wereld. En volgens Trafficestimate.com is het aantal maandelijkse unieke bezoekers van Perez’ in een jaar tijd zelfs gedaald van 8 miljoen tot 5 miljoen (bijna 40 procent).

 
Merken moeten vernieuwen
Nog even terug naar Nederland. Misschien is de status van Hilton wel een beetje te vergelijken met die van Giel Beelen. Ook zijn oordeel op muzikaal gebied deed en doet er altijd toe. We kennen Giel als een tikkie opstandig en hij liet zich niet alles zomaar vertellen door bazen. Ook hij moet zichzelf op dit moment opnieuw uitvinden; jongeren hebben nieuwe helden in de media, YouTubers vooral. En ook Beelen kwam onder vuur te liggen door wat oprispingen van zijn oude opstandige ‘ik’. Merken moeten vernieuwen; vraag het HEMA, vraag het V&D en dat geldt helemaal voor merken die gebaseerd zijn op personen. Zij moeten meegaan met hun tijd en eerlijk zijn over hun bedoelingen. Anders prikt iedereen er keihard doorheen. Hilton lijkt het te redden met het duidelijk ‘sorry’ zeggen en het lanceren van nieuwe plannen (op zijn podcast vertelde hij binnenkort iets groots bekend te maken) die op het eerste gezicht oprecht bij zijn interesses passen. Misschien moet Giel Beelen dat ook gaan doen; goed nadenken waar zijn hart ligt, alle banden met belangen bij omroepen verbreken en gewoon aan de slag gaan.

 

Nieuwe mijlpaal frank.news: 260.000 bezoekers

Nieuwe mijlpaal frank.news: 260.000 bezoekers

Met 260.000 unieke bezoekers per maand heeft frank.news in december 2016 een nieuwe mijlpaal bereikt. Binnen een jaar zijn we uitgegroeid tot een van de grootste nieuwssites, zo niet de grootste, op het gebied van marketing en reclame.

 
Dat blijkt uit de laatste gegevens van Google Analytics. De 258.241 unieke bezoekers van de afgelopen maand openden samen 793.654 pagina’s - gemiddeld 2,84 per bezoeker - en bleven gemiddeld 2,35 minuten hangen op frank.news. Bijna een op de drie mensen las een verhaal en klikte daarna weer weg, maar tweederde vond ook de overige verhalen interessant genoeg om te bekijken. Daarmee bleef onze bouncereate beperkt tot 33 procent.



 
Mijlpalen 
Nadat we in januari 2016 met een redactie van ervaren journalisten begonnen met de ambitie om het nieuws over marketing en reclame anders, vernieuwend en vooral kritischer en transparanter dan anderen te gaan brengen, bereikte frank.news in april zijn eerste mijlpaal. Toen werd de grens van 100.000 unieke bezoekers per maand overschreden.

De stap daarna was een stuk moeilijker. Met relevante en boeiende verhalen alleen red je het niet. Bovendien is de primaire doelgroep van marketing- en reclameprofessionals in Nederland nou ook weer niet zo groot. Na een piek net voor de zomervakantie, bleven de bezoekersaantallen kwakkelen rond de 150.000 per maand. Bovendien kregen we meer bezoekers die een interessant verhaal vinden via Google, maar verder niet zo veel op hebben met reclame en marketing. Die blijven niet hangen, met een hogere bouncerate als ongewenst resultaat.

 
Bekroning
Sinds oktober stijgt het aantal bezoekers op ons online platform echter weer fors. Dankzij de vernieuwde nieuwsbrief, de invoering van het wekelijkse nieuwsoverzicht Franks Weekly, verhalen met een afwijkende focus op bekende merken, strategieën en nieuwsfeiten en - niet te vergeten -  dankzij de steeds hogere kwaliteit van gastbloggers wist frank.news steeds meer maandelijkse bezoekers te trekken. Met het fenomenale aantal van 260.000 in december als bekroning.

 
Tussenstap
Toch is ook dit aantal slechts een tussenstap. Met roulerende hoofdredacteuren proberen we elke maand de focus op onze doelgroep scherper te krijgen en nog betere onderwerpen en verhalen aan te dragen. Onze Franky-blogs zijn nog meer gericht op de professionals in het vak, van de decisionmakers in de boardroom tot de media-inkoper of copywriter achter de computer. We plannen een nieuwe serie interviews met de grootste influencers en gaan proberen meer bloggers aan te trekken. Want we willen graag allianties smeden met andere kenners en deskundigen. Eerder schreven we al een Franky over de plannen voor 2017. Uiteindelijk willen we op deze manier in 2017 de grens van 300.000 unieke bezoekers per maand overschrijden en definitief de grootste nieuwssite van Nederland op het gebied van marketing en reclame worden. Wie doet er mee?

Slechts helft Nederlanders vertrouwt vergelijkingssite

Slechts helft Nederlanders vertrouwt vergelijkingssite

Het vertrouwen in onafhankelijke vergelijkingssites is relatief klein in Nederland. Hoewel websites tegenwoordig open zijn over hun verdienmodel, blijft de consument argwanend of de sites wel de beste deal aanbieden. Hoe komt dat? Waar worden vergelijkingssites voor gebruikt? En zijn ze nog wel nodig? Frank.news deed onderzoek en vroeg het aan koning der vergelijkingssites Ben Woldring.

 
De beste tv kopen via Kieskeurig.nl, het voordeligste telefoonabonnement uitzoeken via Bellen.com, de goedkoopste vliegreis boeken via Cheaptickets.nl, van verzekeraar veranderen via Independer.nl of van energieleverancier via Easyswitch.nl: ruim zes op de tien Nederlanders maken gebruik van vergelijkingssites. Toch denkt slechts de helft, en soms nog minder, dat dit soort sites onafhankelijk zijn of consumenten aan de beste deal helpen.

Dat blijkt uit onderzoek van marktonderzoeksbureau Vostradamus in opdracht van de redactie van frank.news onder ruim 1000 respondenten. Het onderzoek richtte zich op het complete scala aan vergelijkingssites in Nederland.

 
Elektronica bovenaan 
Dat gaat tegenwoordig verder dan alleen financiële producten zoals verzekeringen. Sterker nog: vergelijkingssites worden tegenwoordig het meest gebruikt om elektronica en andere huishoudelijke producten te vergelijken (76 procent). Op de tweede plaats komt het vergelijken van telecomaanbieders (68 procent). Het vergelijken van verzekeringen (64,4 procent) staat op een derde plaats, gevolgd door het vergelijken van reizen en vliegtickets (64,1 procent) en energieleveranciers (55 procent). Uit het onderzoek blijkt verder dat 70 tot 80 procent van de consumenten dit soort sites gebruikt voor advies en oriëntatie en slechts 20 tot 30 procent voor het daadwerkelijk afsluiten of aankopen.

 
Kieskeurig.nl bekendste 
De bekendste vergelijkingssite is Kieskeurig.nl. 84 Procent van de Nederlanders kent de site,  waar bezoekers producten, prijzen en winkels vergelijken en hun ervaringen delen. De consumentensite van Sanoma startte in 1999, trekt inmiddels 170.000 unieke bezoekers per dag, toont meer dan 12 miljoen producten, ruim 1 miljoen reviews en genereert 2,2 miljoen lead per maand.

De tweede plaats wordt gedeeld door Independer.nl (78 procent), dat vooral verzekeringen vergelijkt en sinds de start in 1999 al een miljoen klanten heeft getrokken, en Beslist.nl (78 procent), een site die de consument de goedkoopste prijs wil bieden, dagelijks 500.000 bezoekers trekt en inmiddels 25 miljoen producten van ruim 10.000 webshops aanbiedt. Onderstaande illustratie geeft aan wat de bekendste vergelijkingssites in Nederland zijn. Opvallend is dat sommige grote vergelijkingssites minder bekend zijn bij het publiek. Bijvoorbeeld HoyHoy (verzekeringen en energie: bij 28 procent bekend), Easyswitch en Overstappen.nl  (energie en verzekeringen, sinds 2012 samen: bij 8 procent bekend) en Bellen.com (telecomabonnementen: bij 16 procent bekend).



Niet altijd onafhankelijk 
Het succes van een vergelijkingssite valt of staat met zijn imago van onafhankelijkheid en betrouwbaarheid. Dat vertrouwen blijkt in Nederland relatief klein. Van een site als Kieskeurig.nl denkt 59 procent van de Nederlanders dat die onafhankelijk is en 9 procent van niet. Die scoort daarmee het hoogst van allemaal. Van HoyHoy denkt slechts 30 procent dat de site onafhankelijk is. Twee op de vijf Nederlanders (18 procent) denken van niet.

De stelling in het onderzoek luidde: deze website is onafhankelijk. De aanbieder heeft geen invloed op wie er bij de vergelijking bovenaan komt te staan? Dat leidde tot onderstaande top 10:



 
Niet altijd beste deal 
Daarna stelden we consumenten de vraag of ze denken dat de website zorgt dat ze altijd de beste deal krijgen. Het antwoord leidde tot onderstaande top 10:



 
Niet altijd beste keuze 
Een belangrijke rol die vergelijkingssites vervullen is mensen helpen de beste keuze te maken. Zoals eerder genoemd is voor hen oriëntatie en advies belangrijker dan aankoop of overstappen en afsluiten. De stelling was: deze website helpt mij echt om de beste keuze te maken. Het antwoord leidde tot onderstaande top 10.



 
Beter voorlichten 
Waarom slechts de helft van de Nederlanders denkt dat vergelijkingssites onafhankelijk zijn of de beste deals aanbieden is niet duidelijk. Ook de Consumentenbond weet dat niet. ,,Daar hebben we geen onderzoek naar gedaan. Wel bijvoorbeeld naar wie het meest complete aanbod heeft. Als zoveel mensen dit denken, moeten vergelijkingssites misschien beter duidelijk maken waarom ze wel onafhankelijk zijn,” zegt woordvoerster Sandra de Jong.

 
Achmea slechte voorbeeld 
Volgens de bekendste ondernemer van Nederland op het gebied van vergelijkingssites, Ben Woldring, moeten sites open zijn over hun verdienmodel, duidelijk maken waarom ze onafhankelijk zijn en zeker niet de schijn van belangenverstrengeling wekken. ,,Het is aan ons als vergelijkingssites om te laten zien dat we te vertrouwen zijn. Wat dat betreft is de overname van Independer.nl door verzekeraar Achmea funest voor het imago en het vertrouwen van die site. Het is voor ons ondenkbaar dat een verzekeraar eigenaar is van een vergelijkingssite voor verzekeringen. Dat is in feite toch de slager die zijn eigen vlees keurt,” zegt hij.

 
Meer dan ooit nodig   
Woldring begon eind jaren ’90 als dertienjarige voor een schoolproject zijn eerste vergelijkingssite voor telefoontarieven en heeft er met zijn bedrijf Bencom inmiddels tien gebouwd. Daarvan zijn er momenteel acht actief. De sites vergelijken het aanbod op het gebied van bellen, verzekeringen, internetabonnementen, digitale tv, energie en hotelboekingen. Volgens Woldring zijn vergelijkingssites in deze tijd meer dan ooit nodig. ,,We zien dat aan de bezoekersaantallen, maar ook aan het besparingspotentieel. Door over te stappen op een goedkoper tv- of internabonnement, andere energieleverancier of verzekeraar kan iemand 1000 euro per jaar besparen. Maar je moet tegenwoordig bijna een expert zijn om alles te kunnen doorgronden en alle addertjes onder het gras te zien. Vergelijkingssites kunnen consumenten helpen alle producten onder een vergrootglas te leggen en inzichtelijk te maken,” aldus Woldring.

 
AFM onderzoek 
Dat vergelijkingssites niet altijd betrouwbaar zijn constateerde minister Schippers van Volksgezondheid al in 2013, toen op verschillende sites verschillende zorgverzekeraars als beste uit de vergelijking kwamen. In 2014 liet ze de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) en Autoriteit Financiële Markten (AFM) onderzoek doen naar vergelijkingssites voor zorgverzekeraars. Daaruit bleek onder meer dat er veel wantrouwen was onder consumenten.

 
Gedragscode 
Om het vertrouwen te vergroten kwamen de grootste sites in 2015 met een gedragscode.
Uit aanvullend onderzoek van GfK - ook in 2014 - bleek dat 64 procent van de ondervraagden voor financiële producten gebruikmaken van vergelijkingssites. Wat frappanter was: 59 procent verwachtte niet dat die sites alle aanbieders meenamen. Bij afsluiters van een autoverzekering, zorgverzekering of een spaarproduct was dat respectievelijk 71, 70 en 74 procent. Ook verbaasde het zeven op de tien ondervraagden niet dat verschillende vergelijkingssites bij het invoeren van dezelfde variabelen verschillende uitkomsten toonden. Drie op de tien waren daar overigens wel verbaasd over.

 
Hoe geld verdienen
Een meerderheid van 72 procent snapte ook wel dat vergelijkingssites geld moeten verdienen, al bleek uit hun antwoorden dat ze geen flauw idee hadden waarmee. Daar zijn de sites tegenwoordig heel open over en lichten dat toe op hun website. In de meeste gevallen krijgen ze een vergoeding van de aanbieder naar wie de consument overstapt, gemiddeld 2 procent van de contractwaarde. Bij Kieskeurig.nl betalen aangesloten webshops 350 euro aansluitkosten en een bedrag per doorgestuurde lead van tussen de 23 en 69 cent cost per click (CPC). Beslist.nl werkt met cost per sale (CPS), al staat nergens op de website aangegeven welk tarief een webshop daarvoor moet betalen, en advertenties op basis van cost per duizend impressies (CPM) per.

De vergelijkingssites van Woldring krijgen een eenmalige vergoeding van de aanbieder naar wie de consument doorklikt of overstapt. Voor de volledigheid van de vergelijkingen laten ze ook alle aanbieders zien waar geen vergoedingsafspraken mee zijn. Hij vindt doorlopende vergoedingen niet zuiver, al is het alleen al omdat dit mensen kan beletten opnieuw over te stappen. ,,Voor niets gaat de zon op en ook wij moeten geld verdienen, maar waarom zouden we na drie jaar nog steeds geld aan een klant moeten verdienen?,” aldus Woldring.

Onze ambities voor 2017

Onze ambities voor 2017

De periode tussen Kerst en Oud & Nieuw is altijd een mooie periode om even terug en vooral vooruit te kijken. Het is niet zo ingewikkeld; je maakt - al kijkend naar het WK darten - een SWOT-analyse van je werk en bedenkt wat er beter kan. Ik zal jullie niet vermoeien met mijn persoonlijke plannen, maar kan wel iets vertellen over de ambities van frank.news.

 
Deze website is iets langer dan een jaar geleden in het leven geroepen om het marketingvak een beetje op te schudden. Er kwam een redactie van journalisten met veel liefde voor media en marketing. Logisch uitgangspunt is dat wij anders moeten zijn dan andere marketingmedia; iets minder focus op de dagelijkse nieuwtjes dus, maar wat meer aandacht voor verdieping, internationale ontwikkelingen en vergeten marketingterreinen als sportmarketing. Het is verder vrij overzichtelijk; tijdens onze redactievergaderingen bespreken wij onze plannen, maar ook de verhalen die we hebben geschreven: zijn ze goed gelezen en waarom wel/niet? We zijn niet zo van de vage plannetjes in de verre toekomst, maar proberen iets en kijken of het werkt. Dit jaar wilden we 100.000 unieke bezoekers per maand halen en dat haalden we sneller dan we dachten. Er zijn zelfs maanden dat we 170.000 unieke bezoekers aantikken.

Aan de hand van allerlei bezoekcijfers proberen we steeds scherper te krijgen waar wij voor staan. Het lijkt er op dat we niet zo van feelgood zijn; we houden ervan om een beetje te plagen. Wellicht is dat wel extra nodig in jullie vakgebied, waarin misschien wat meer ijdele mensen rondlopen dan elders. Verder zoeken we altijd naar de meerwaarde voor onze lezers, jullie moeten echt iets kunnen met onze verhalen. Wat is er dan inspirerend? In elk geval collega-marketeers bij grote merken en bedrijven die vertellen over hun visie op het vak. Maar misschien ook mensen die niet per se uit het marketingvak komen, maar wel gave marketingacties bedenken. Een bijzondere Facebook-actie, een geslaagd personeelsevent of een goede PR-stunt. Ook denken we dat jullie het veel leuker vinden om over de grote wereldspelers te lezen dan over Bram die aan de slag gaat bij ABC Marketing.

 
Misschien verraden onze Franks Weekly's wel een beetje hoe we zijn; we brengen het nieuws van de week, maar vinden daar ook iets van. Kortom, meerwaarde bieden voor marketeers, onze persoonlijkheden niet verbergen, de slimme onderzoekers, merkdenkers en mediakenners van de Candid Group inzetten. En vooral compleet anders zijn dan de concurrentie. Dat is wat we in 2017 nog meer gaan proberen. We komen met een serie genaamd Franks ‘influencers’ waarin we de ‘grote, inspirerende mensen’ uit de verschillende vakgebieden interviewen. We zullen toonaangevende marketingbloggers vragen voor ons te schrijven en komen met een serie over bijzondere marketingacties die zich buiten het zicht van het marketingvak afspelen. En onze Franky’s kunnen wel eens wat inhoudelijker worden; persoonlijk getint marketingnieuws in de vorm van een blog bijvoorbeeld. Dus wat vinden wij van Facebook Live, de nieuwsbrieven van Blendle of de nieuwste films van Netflix? Oh ja, nog een ideetje (maar over dit plannetje moeten we het nog hebben): we willen een wekelijkse serie optuigen onder de noemer ‘Franks zijlijn’. Daarin bedenken de mensen van Candid die er verstand van hebben (reclamemakers, onderzoekers) een alternatief voor bestaande commercials, inhaakacties of sponsorconcepten. Want jullie weten toch? Je ziet een commercial en vindt het echt de aller-, allerslechtste commercial ever. Verleidelijk om dat puntig kritisch en vol ironie op te schrijven in onze Franks Weekly.  Dat kan natuurlijk, maar als je kritiek hebt, moet je ook met een alternatief komen..
Kortom, we hebben heel veel plannen voor 2017, op naar de 300.000 unieke bezoekers per maand, zeggen we in alle nederigheid. Jullie horen nog van ons!

Het blijft toch mensenwerk

Het blijft toch mensenwerk

Algoritmes, robots en chatbots dreigen veel werk in marketing, reclame en communicatie over te nemen van de mens. Wanneer gaat het fout?

 
Zonder algoritmes is programmatic advertising onmogelijk. Hoe lukt het anders om binnen 0,3 seconden zo’n beetje iedere bezoeker van een website te targetten, zijn profiel aan te bieden op een wereldwijde veiling en te verhandelen, waarna de bezoeker een op maat gesneden advertentie aangeboden krijgt op het moment dat de internetpagina laadt op zijn computer, smartphone of ander device?

Maar hoe geavanceerd het algoritme tegenwoordig ook is; veel mensen krijgen nog steeds ongewenste reclame voorgeschoteld over een reis die ze al gemaakt hebben, een paar laarzen dat ze net gekocht hebben of die verzekering die ze al hebben afgesloten. De menselijke maat ontbreekt. Ergo: steeds meer mensen nemen adblockers.

 
Robotjournalisten
Software robots kunnen zelfs al het werk van journalisten overnemen, claimen sommigen. De Washington Post experimenteerde tijdens de Olympische Spelen met het programma Heliograf, dat via slimme algoritmes korte berichten kon schrijven. Maar dan alleen met uitslagen en medailles. Leuk voor berichten die draaien om data, maar uitgesloten als het gaat om emoties, achtergronden en beschrijving van spannende finales. Want hoe weet de robot dat Dafne Schippers in de 100 meter finale geblesseerd was? En zou hij überhaupt wel aandacht besteden aan een derde plaats van Max Verstappen, na diens wereldberoemde inhaalrace?

 
Schilderij geweigerd 
Waar het echt fout ging in de afgelopen maanden was op Facebook. Toen het social mediaplatform zijn redactie had ontslagen begon het nepberichten te regenen. Algoritmes herkennen die niet. Zelfs de Amerikaanse presidentsverkiezingen werden erdoor beïnvloed. Het toppunt was onlangs de verwijdering van een afbeelding van een schilderij van Pyke Koch door de Facebook bots. Te bloot, luidde het oordeel. Algoritmes zien nu eenmaal het verschil niet tussen kunst en porno. Opvallend omdat Facebook net maatregelen had genomen om dit soort misverstanden te voorkomen, nadat de iconische foto van Nick Ut uit de Vietnamoorlog, waarop Kim Phuc na een napalmaanval met brandwonden, huilend en reddeloos samen met andere kinderen over straat in Trang Bang loopt, om dezelfde reden was verwijderd. Geen mens die deze beslissing genomen zou hebben, maar een robot ziet het verschil niet.

 
Chatbots 
De komende jaren zullen chatbots steeds vaker de rol van servicemedewerkers van helpdesks gaan overnemen. Handig voor simpele antwoorden die mensen met een beetje zoeken op de website hadden kunnen vinden. Maar wat als de vraag persoonlijk wordt en maatwerk vereist is? Geen algoritme zo slim dat het emoties kan herkennen of over zijn hart kan strijken. Mijn voorspelling: dit gaat heel veel klanten kosten.

 
Mensenwerk 
Conclusie: Algoritmes en robots maken ons werk makkelijker, maar zodra ze de menselijke regie gaan overnemen gaat het fout. Maatwerk in reclame, klantenservice, teksten schrijven of beoordelen wat bloot is blijft mensenwerk. Ook in de komende jaren. Dus gebruik data, bots en algoritmes voor marketingcampagnes, gepersonaliseerde advertenties, aanbiedingen, gebruikservaringen en andere transacties en interacties in de online wereld, maar vertrouw er niet blind op. Blijf zelf in control en zorg dat je kan ingrijpen als het fout gaat.

Prijswinnende Guardian buigt hoofd voor Facebook

Prijswinnende Guardian buigt hoofd voor Facebook

Het geldt als een succesverhaal: een Britse krant die uitgroeide tot digitaal medium in de wereldtop. The Guardian kwam in de spotlights door de Snowden-onthullingen. Joris Luyendijk schreef er zijn blog over bankiers. Nu vallen er ontslagen. „We verliezen de strijd met Facebook,” zegt CEO David Pemsel.

 
De kroon op het wereldwijde succes van The Guardian is de Amerikaanse tak, schrijft CNN Money. De krant bestaat in Engeland 195 jaar, maar de Amerikaanse tak begint pas in 2011. Vanuit het niets komt The Guardian in de top vijf van digitale krantenplatforms in de Verenigde Staten. Het nieuws en de onderzoeksjournalistiek slaan aan. In oktober 2014 krijgt The Guardian zelfs meer unieke bezoekers dan The New York Times.

 
Facebook en Google
Maar de advertentieopbrengsten lopen terug. Begin 2016 kondigt het bedrijf bezuinigingen aan: in drie jaar tijd moeten de kosten met 20 procent omlaag. In Engeland zijn inmiddels 270 werknemers vertrokken; nu is de VS aan de beurt. De news rooms in New York, Washington en San Francisco zullen blijven bestaan, maar moeten met honderd man (dat is 30 procent) inkrimpen.

De top van de Guardian Media Group wijst naar de dominantie van de techgiganten. Facebook en Google slurpen steeds meer advertenties op. „Wij zijn een sterk merk, maar de verschuivingen op de digitale advertentiemarkt raken onze inkomsten hard,” schrijft CEO Pemsel in een memo aan het personeel dat is gepubliceerd in The Huffington Post.
 
Vooraan bij de innovatie
In het boek Innovators in Digital News’ (2015) noemt mediaonderzoeker Lucy Küng The Guardian als voorbeeld van succes: hoe een nationale krant kan innoveren en in korte tijd in de wereldtop kan komen. Global, open, digital, is het devies.

De krant kondigt in 2011 een ‘digital-first strategy’ aan. De redactie stelt vanaf dan niet meer print, maar digitaal centraal. De digitale platforms moeten de reader engagement vergroten en ruimte geven voor commerciële partijen. Er komen investeringen voor brand marketing.

 
Van print naar digital first
Een digitale krant maken is één ding, een bestaande redactie van een papieren krant omvormen is een stuk ingewikkelder. „Er moet een nieuw team komen dat visueel is ingesteld, met technici die de codes voor de website schrijven,” zegt een medewerker.

Uiteindelijk ontstaat een nieuwe organisatie. Redactie en technische staf zitten bij elkaar. Door de korte lijnen kunnen redacteuren en technici snel overleggen over digitale tools en hoe ze de user experience kunnen verbeteren.

In 2013 is theguardian.co.uk de op één na grootste nationale news website. Maar belangrijker: wereldwijd staat The Guardian op de derde plaats na de Daily Mail en The New York Times. De buitenlandse bezoekers vormen nu tweederde van het totaal. Het is ook voor adverteerders een aantrekkelijk publiek: jong, Engelstalig, liberaal en digital connected.

 
Prestigieuze prijzen
De Guardian krijgt niet alleen veel lezers, maar wint ook grote prijzen. De krant krijgt een Pulitzer Prize (de belangrijkste Amerikaanse journalistieke prijs) voor de onthullingen over de inlichtingendienst NSA op basis van documenten van Edward Snowden. De NSA-onthullingen stuwen de lezersaantallen omhoog. Op één dag in 2013 bezoeken zeven miljoen mensen de site.

Vorig jaar won de krant meerdere awards voor de verslaggeving over fatale schietpartijen in de VS waarbij de politie was betrokken. De berichtgeving over politiemisbruik in Chicago viel op in de Amerikaanse editie.

Een bekende Nederlander die voor The Guardian schrijft is Joris Luyendijk. Hij schreef er zijn blog over de bankiers in de Londense City. En schrijft nog steeds artikelen, zoals onlangs over de Brexit.

 
Wereldwijde strategie
Het doel van The Guardian is om uit te groeien tot een ‘leading global news and media brand’ met kantoren verspreid over de wereld. Naast de Amerikaanse tak volgt in 2013 een digitale editie voor Australië. The digitale krant profiteert van de enorme Engelstalige markt: ook in Canada en India wordt de site gelezen.

Maar op de lange termijnstrategie komt ook kritiek, omdat de online content gratis is. Het idee is dat met zoveel lezers en prestigieuze verhalen de adverteerders wel zullen aansluiten. Dat blijkt maar ten dele het geval.

Die digitale content moet haast wel gratis zijn, omdat The Guardian concurreert met de BBC, die de grootste gratis news site ter wereld heeft.

 
Branded content
Native advertising moet bijdragen aan de oplossing. In 2013 wordt een branded agency opgericht, de Guardian Labs. In 2014 komt het tot een grote deal met Unilever van ruim een miljoen euro voor het maken van een interactieve en cross-media content en het organiseren van live events.

De krant houdt vast aan de lange termijnstrategie: met kwaliteitsjournalistiek een enorm publiek bereiken. „Wij gelden als het sterkste news brand in ons land,” zegt managing director Anna Watkins van Guardian Labs in 2015 tegen Digiday. „Dat willen we niet ondermijnen. Streven naar winst op de korte termijn, is niet goed voor ons.”

 
Sterk merk alleen is niet voldoende
Maar de strategie levert te weinig inkomsten op. De bedoeling was om in 2018 kostendekkend te zijn. Het is de vraag of dat met het afhaken van adverteerders haalbaar is.

In het memo dat in de Huffington Post staat, schrijft CEO Pemsel: „Bedrijven als Facebook en Google groeien in dominantie. Volgens sommige schattingen gaat 85 procent van de digitale advertentieopbrengsten rechtstreeks naar hen. Het is onvermijdelijk dat zulke aardverschuivingen in het businessmodel onze inkomsten negatief beïnvloeden ondanks het sterke merk The Guardian.”

Die 85 procent lijkt aan de hoge kant. Uit onderzoek uit 2015 van eMarketer blijkt dat 44 procent van alle digitale advertentieopbrengsten naar Facebook en Google gaan, meldt Forbes. Maar het doet niets af aan de trend.

Medewerkers van The Guardian voelen zich overvallen door de inkrimping. Het doek valt niet, maar op de redactie komt het hard aan, vertelt één van hen. Het blijkt onvermijdelijk: de digitale krant maakt een knieval voor de techbedrijven.

Blokker is nog lang geen Bijenkorf

Blokker is nog lang geen Bijenkorf

Natuurlijk liep het niet storm op de openingsdag van Blokkers ‘Dolle Dagen’. En waren er geen mensen die elkaar nog voor binnenkomst vertrapten en wild om zich heen graaiden. Was er ook maar iemand die dacht dat het zo zou gaan? Blokker zelf? Na alle gevallen klappen in retailland, gun je het een keten van formaat dat zoiets lukt. Niets mis met de intentie, maar in de uitvoering doet de Dolle Dagen vooral denken aan een kat in het nauw…

 
Denk ik aan Blokker, dan denk ik aan pannenlappen. Aan snel nog even een setje goedkope wijnglazen halen voor dat casual etentje voor 6. Aan prima serviesgoed voor een bescheiden prijs. En aan een ruime keuze in schoonmaak ‘hardware’, batterijen en gloeilampen. Ik zou er mijn snijplanken kopen. Omdat ik ervan uitga dat ik er zo’n gekleurde driedelige set vind, voor een bedrag onder de € 15,-. Wil ik er meer aan uitgeven – laten we zeggen € 50,- - dan ging ik wel naar een kookwinkel of naar de Bijenkorf. Die koop ik niet bij de Blokker. Ook niet omdat de set toevallig eerst € 86,90 was. Want over planken gesproken: met afgeprijsd assortiment dat duurder is dan je reguliere assortiment sla je ‘m volgens mij een beetje mis. Blokkers Dolle Dagen-assortiment doet je afvragen waar de afdeling inkoop met haar gedachten zat.



Na-apen
De suggestieve naam, die bedoeld duidelijk verwijst naar de voormalige uitverkoopdagen van De Bijenkorf, past bij Blokkers ambitie ‘in het gat te stappen dat V&D’s Prijzencircus of De Bijenkorfs Drie Dwaze Dagen hebben achtergelaten’. Ook het idee van de A3-formaatboekjes met het assortiment per dag is een mooi voorbeeld van beter goed gejat dan slecht bedacht. In dat licht is ‘Aap Dollie’ die symbool moet staan voor Blokkers Dolle Dagen niet gek gekozen. Bij de Blokker in Nijmegen is de Dollie-knuffel te koop voor een tientje, ernaast prijkt een grote Nijntjes-knuffel. Ook te koop voor een tientje... Welke keuze zou mama maken? En zo voelt eigenlijk alles aan de Dolle Dagen: als een ondoordacht concept, dat in allerijl bedacht is en is geschreven met een gehaaste pen. Tijdens mijn vroegere bijbaantje bij La Place heb ik meerdere Prijzencircussen meegemaakt. De spanning, gretigheid, mensen die daadwerkelijk naar binnenstormde, de aanbiedingen: ik zie of voel niets van dit alles terug in de Blokker-winkels.

 
Alleen vandaag!
Wie op zaterdag (de vierde actiedag) om 9.00 in de winkel verschijnt, krijgt een ‘wervelend aandenken. Een superleuke windmolen voor op de fiets’. (Een plastic molentje op een stokje). De dolle aanbiedingen in het boekje staan kriskras door elkaar; er is weinig lijn in te ontdekken. In de actiecommunicatie barst het van de superlatieven die me zowel de eerste beste gloeilamp als koffiezetapparaat moeten overtuigen dat dit het beste ooit is. Maar om met zulke over the top communicatie weg te komen ontbreekt er een dikke spreekwoordelijke knipoog. Al is de ‘alléén vandaag-aanbieding voor de Tomorrow’s kitchen vacuüm container set’ een leuke poging, zij het hoogstwaarschijnlijk onbedoeld.



 Streeft z’n doel voorbij
De ene winkel is de andere niet en dat blijkt wel als ik de Blokker uit de Broerstraat in Nijmegen-centrum vergelijk met het ‘voorbeeldfiliaal’ in de Bilderdijkstraat, Amsterdam, waar april dit jaar de uitrol van het nieuwe concept plaatsvond. In Nijmegen is het flink zoeken naar het Dolle Dagen-assortiment; deze héle winkel is een doldwaze schreeuw om aandacht. Vrijwel elk gangpad heeft een kopstelling vol actie-assortiment. En dan zijn er nog de losse actiebakken en -blokken. ,,Nee, dat staat los van de Dolle Dagen. Die zijn normaal gevuld met ‘gewoon actieassortiment’”, beantwoordt de verkoopster mijn oprechte verwarring. Esthetiek is ook ver te bekennen. Elke product lijkt te schreeuwen: kies mij, kies mij! “Nu of nooit!” roept een bak met kussenvullingen à € 1,13. ‘Actie! Actie!’ prijkt er bij de trekbandzakken van € 1,99. Random actiecommunicatie, bij random gekozen producten. Zo lijkt het. Bij deze communicatie had een nieuwe stijl in de kleuren geel/blauw beter gepast. Maar in deze specifieke winkel gaat wel meer mis, constateer ik als ik voor een rek met Pritt-stiften, markeerstiften en vilten stoelpootbeschermers sta, aangeduid met ‘Gadgets’.





 6 bezoekers
De verkoopster in Nijmegen zegt na een lichte aarzeling dat het wel wat drukker was die ochtend en dat er extra personeel is ingezet. ,,Nee, zeker geen rijen, dat ook weer niet.” Op dat moment slenteren er 6 vrouwen in de winkel van gemiddelde omvang. Als deze vrouwen met een gerichte koopintentie de winkel instapten vanwege alle dolle aanbiedingen weten ze ‘m goed te verbergen. De winkel in de Amsterdamse Bilderdijkstraat staat er wat beter bij, maar dat mag je ook wel verwachten van ‘de uitblinker van de klas’; hier vond een paar maanden terug nog de uitrol ‘Blokker nieuwe stijl’ plaats. Minder chaos, een meneer die buiten koffie uitdeelt vanuit een opvallend oranje ‘koffiemolenautootje’, een oranje loper en een uitnodigende pui. Maar ook in deze drukke straat tel ik – rond 16.00 – hooguit 12 bezoekers, mijzelf incluis. Het winkelpersoneel vertelt me dat er al het een en ander uitverkocht is (ik zie nergens opvallend lege vakken) en dat er die ochtend een bescheiden groepje mensen voor de deur stond te wachten.



Vreemde acties
In het actieassortiment zijn opmerkelijke keuzes gemaakt. Die eerder genoemde snijplankenset à € 50,- is nog niet eens het gekste. Ik zie vooral veel price-offs op elektronica in het boekje, waarbij ik bij het zien van de originele adviesprijs telkens denk: ,,goh, was dat product oorspronkelijk echt zo duur dan?” Terwijl Blokker zich sinds de uitrol van haar nieuwe stijl positioneert als het warenhuis met alles op gebied van koken en wonen, valt er deze bijzondere actieweek ook te halen: een seniorentelefoon met vooroorlogse allure (senioren gebruiken ook smartphones!), een rollator voor € 100,- in plaats van €179,- en kunstkerstbomen (beter te vroeg dan te laat). Maar ook een Salora (wie?) tv voor € 249,-, een afgeprijsde elektrische tandenborstel en keukenweegschaal voor nog altijd € 144,- en € 159,-. Een espressoapparaat voor de ‘te dolle prijs’ van € 299,-. En een tientje korting op online poetsdienst Helpling (lekker anticyclisch: een online-dienst via print verkopen). Kun je trouwens beter even Googlen volgens mij, want ik heb wel eens betere acties voorbij zien komen. Oh, en je kunt een auto kopen. Of winnen. Althans een jaar lang in die auto gratis rijden. Althans als je daarbij dan ook een private leasecontract afsluit voor 3 jaar à € 199,- per maand. Althans als je niet meer dan 10.000 kilometer rijdt, anders vast duurder. En mooi oranje is niet lelijk: je rijdt dan wel met een bestickerde bak rond. Begrijpt de gemiddelde Blokker-klant überhaupt hoe dit zit? Ik niet.

 
Niet op de hoogte
In beide winkels kan het personeel me niet uitleggen wat de actie nou behelst. In Amsterdam lijken ze zelfs niet eens echt op de hoogte van de actie. ,,Dat is volgens mij iets anders. Dat is van Blokker.nl. Moet je maar even online kijken, we hebben hier gratis WiFi,” zegt een niet onwelwillende jongen die ik zowel een flyer als boekje uit de winkel laat zien. Als ik later tuis de website bezoek, is de enige mogelijkheid om meer info te krijgen: meedoen met een memoryspel, waar we Dollie in dolkomische posities te zien krijgen. Na het uitspelen kan ik meer informatie krijgen als ik mijn mailadres opgeef. Dat is het moment dat ik bij dubieuze acties altijd afhaak. Nu dus ook.



Online en offline
Onderdeel van Blokkers nieuwe concept is ook de sterkere focus op e-commerce. Met een webshop met 35.000 artikelen moet de Blokker-klant hier ook na sluitingstijd al zijn spullen kunnen vinden, zo is het idee. Niet al het dolle dagen-assortiment is dan ook in de winkel te vinden. En dat is onhandig als je met een boekje, waarin de twee categorieën volledig door elkaar staan, in de fysieke winkel verschijnt.



Wel kopen
Is alles mis aan deze actie? Nee. Er zit zeker een aantal goede actieproducten tussen, maar dat zijn voornamelijk de producten die je ook verwacht te vinden bij de Blokker en die je nu voor een lagere prijs koopt. De 4-delige pannenset voor € 149,- (ruim 50% korting), een sterk afgeprijsd stoomstrijkijzer, 25% korting op alles van een huishoudmerk, vaatwastabletten voor weinig, kaarsen, korting op die wijnglazen en dat serviesgoed en wat trendgevoelige interieurproducten, zoals een leuk geprijsde light box (goede vondst!). Kortom: producten die je er verwacht te vinden en producten die je sneller meeneemt omdat je er toch bent. De standaard weekaanbiedingen die in een standaard huis-aan-huisfolder thuis horen. Maar het heeft te weinig om het lijf om van de daken te schreeuwen dat je met ‘de grootste actie ooit komt’. Wie hard schreeuwt, wordt niet altijd het beste gehoord.

BuzzFeed en het geheim van virale content

BuzzFeed en het geheim van virale content

The Web’s king of viral content. Steeds opnieuw slaagt BuzzFeed erin om content viraal te laten gaan. De site werd ooit bekend vanwege lijstjes met grappige katten. Maar naast entertainment biedt de site ook serieus nieuws. En met succes. In Nederland weten millennials BuzzFeed goed te vinden.

 
BuzzFeed begon in 2006 als een lab om virale content te testen. Wanneer kan een verhaal of beeld rekenen op extreem veel hits?

Populair zijn nog steeds de afbeeldingen van katten. Meer dan twintigduizend items met of over katten hebben inmiddels op de site gestaan. Het trekt gebruikers naar de site toe, die ook verder op BuzzFeed rondkijken.

Populair zijn ook de listicles: lijstjes zoals ‘30 tekenen dat je bijna 30 bent’ of ‘de 10 mooiste exotische vruchten in de wereld’ scoren hoog onder millennials.

 
Medialab
Oprichter Jonah Peretti geldt als een ‘nerd genius’. Hij analyseert grote aantallen data om te bepalen wanneer content viraal gaat. Peretti volgde zijn opleiding aan het Medialab van het MIT, de prestigieuze technische universiteit in Massachusetts. Hij was medeoprichter van de Huffington Post en stapte in 2011 volledig over naar BuzzFeed.

We hebben bij BuzzFeed veel geluk gehad, vindt Peretti. „Vaardigheid is 67 procent geluk. We waren geobsedeerd door social content en ads voordat anderen ermee begonnen. De wereld ging mee met wat wij al aan het doen waren.”

 
Virale content gedecodeerd
Hij maakte gebruik van wat hij leerde op MIT. „Je krijgt veel data over wat consumenten lezen en delen. Delen is het belangrijkst, dat iemand het waard vindt om je content naar een vriend te sturen. Data daarover kun je meteen gebruiken voor nieuwe content op je media.”

BuzzFeeds doel is om te voorspellen wanneer content viraal gaat. Maximaliseer de karakteristieken die daarbij horen. Dat zal de verspreiding versnellen. Onderzoeker Lucy Küng van de University of Oxford zegt in haar boek Innovators in digital news’ dat BuzzFeed er deels in geslaagd is om virale content te decoderen. Alleen al op Facebook heeft BuzzFeed daardoor maandelijks tientallen miljoenen interacties (likes, comments en shares).

 
Interview met Obama
Sinds 2012 brengt BuzzFeed ook nieuws. Van korte nieuwsartikelen tot onderzoeksjournalistiek. Een logische stap naast entertainment, vindt Peretti. In 2014 had de site ruim zevenduizend nieuwsverhalen uit 20 verschillende landen. Een groter contrast met de lichte listicles en quizzen is nauwelijks denkbaar: de nieuwspagina oogt als een professionele newssite.

Begin 2015 onderstreepte Peretti nog eens het belang van nieuws. „Nieuws vormt het hart en de ziel van een mediabedrijf. Het is de beste manier om impact op de wereld te hebben.”

Voor de site werden bekende journalisten aangetrokken, onder wie Lisa Tozzi van The New York Times en de huidige hoofdredacteur Ben Smith, afkomstig van Politico. Smith had in 2015 voor BuzzFeed een interview met Obama.

De site heeft speciale aandacht voor onderwerpen die leven onder millennials. Thema’s variëren van de Amerikaanse presidentsverkiezingen, terrorisme, technologie tot homorechten.

Hoofdredacteur Smith vindt dat de kattenvideo’s en nieuws prima samengaan. „We gaan door met prachtige cat-led-entertainment, maar we hebben ook fors geïnvesteerd in journalistiek. Dat is niet strijdig met elkaar: mensen houden van dieren en ze willen weten wat er in de wereld gebeurt.”

 
BuzzFeed video
De nieuwste en snelst groeiende tak van BuzzFeed is video. Het is een trend die overal op het internet zichtbaar is. Video spreekt millennials aan en adverteerders willen het graag. Televisiestation NBC investeerde afgelopen jaar 200 miljoen dollar in BuzzFeed. Deze zomer gaat BuzzFeed speciale video’s maken over de Olympische Spelen voor verschillende platforms.

Bij video ligt de nadruk op entertainment. Dat kan op termijn ten koste gaan van de nieuwsrubriek. Analisten bij CNN verwachten dat BuzzFeed uiteindelijk het nieuws zal aanpakken om ruimte te maken voor meer winstgevende activiteiten als video.

 
Verdienmodel
BuzzFeed werd winstgevend in 2013. Een jaar later bedroegen de advertentieopbrengsten al meer dan honderd miljoen dollar. De site heeft alleen native ads in dezelfde vormgeving als de overige content. Peretti: „Ik wilde één platform voor nieuws, entertainment en branded content. Dat waren gescheiden teams, die allemaal gebruik maakten van de data en de innovaties die we op het platform doorvoerden.”

Zo’n driekwart van de bezoekers van BuzzFeed komt binnen via social media. De helft zit in de leeftijdsgroep van 18 tot 34 jaar. En ruwweg de helft bezoekt de site op de smartphone. Dat is een aantrekkelijke groep voor adverteerders. „We hebben nooit die doelgroep opgezocht,” zegt Peretti in het boek van Küng. „Zij vinden onze site. De meesten zijn hoog opgeleid. Ze wonen in grote steden en zijn breed geïnteresseerd in cultuur.”

De native content wordt gemaakt in een aparte divisie, die vergelijkbaar is met een reclamebureau. Ze werken er direct samen met de brands en maken content in de stijl van BuzzFeed. De advertentietarieven liggen hoger dan elders, maar de merken profiteren van BuzzFeeds expertise om de content viraal te maken.

Uitgangspunt is mobile first. „Onze ads doen het beter op de smartphone. Dat is de belangrijkste reden dat BuzzFeed winst maakt. Als consumenten steeds meer kiezen voor social en mobiel, komt dat onze onderneming ten goede.”

 
Klonen van Buzzfeed  
Het succesvolle businessmodel van BuzzFeed heeft wereldwijd geleid tot sites die dezelfde formule uitproberen, maar zonder vergelijkbaar succes. In Nederland hanteert upcoming.nl  een vergelijkbare formule: ga na wat trending topics zijn en stem je items daarop af. De site bevat listicles, quizzen en een nieuwspagina, waar serieus nieuws overigens ontbreekt.

Voor Nederlandse millennials is de Engelstalige site van BuzzFeed geen enkel probleem, gewend als Nederlanders zijn aan Amerikaanse series of stand-up comedians. Uit onderzoek blijkt dat BuzzFeed vooral bij vrouwelijke millennials goed scoort. Misschien voegt de Amerikaanse invalshoek juist wel wat toe.

 
Mix van tech en journalistiek
De kracht van BuzzFeed is hoe het tech en journalistiek weet te combineren. De analyse van data staat garant voor hoge bezoekersaantallen; de site biedt entertainment en nieuws, gemaakt door professionele journalisten.

De vraag is of met de aandacht voor video de nieuwssectie behouden blijft. Of dat BuzzFeed gaat terugvallen naar louter entertainment. Aan de newssite te zien lijkt dat voorlopig nog niet het geval.

Online video advertising als katalysator voor TV-campagne

Online video advertising als katalysator voor TV-campagne
Door Lies Jansen

 

Wat als YouTube het nieuwe TV-kijken is? Hoe kunnen we daar onze mediaplannen op aanpassen? Hoe kunnen we online video optimaal inzetten?

 
Forrester voorspelt dat in 2025, over minder dan 10 jaar, de helft van de kijkers onder de 32 jaar in de Verenigde Staten niet langer een betaald abonnement heeft bij een TV-provider. Adverteerders worden geconfronteerd met een nieuwe manier van leven. De doelgroep kijkt tegenwoordig net zoveel content online als via televisie. Doordat lineair TV kijken het afgelopen jaar wederom is gedaald, is 44% van de 18 tot 49 jarigen verschoven naar YouTube, voornamelijk veroorzaakt door de opkomst van mobiel (Nielsen, 2015).

 
Combinatie TV en online video vergroot effectiviteit
Er is een makkelijke manier om het krimpende TV-publiek terug te winnen zonder meer uit te geven aan media. Vervang een deel van je TV-reclame door online video advertenties. Onderzoek toont aan dat, zonder een extra Euro uit te geven, 46% van de campagnes geprofiteerd heeft van de combinatie van TV en YouTube. Daarbij zagen adverteerders een gemiddelde toename in bereik van 42%. (research.google.com)

Het boosten van een bestaande TV-commercial  door middel van YouTube zorgt daarnaast voor een toename in brand metrics. Advertentie herkenning, brand awareness en overweging van het merk zagen significante stijgingen tussen de 13% en 23% onder het YouTube publiek.

Daarom zeg ik: combineer TV met online video om het bereik en de effectiviteit van je campagne te optimaliseren. Test de combinatie van TV en online video en kijk of het werkt voor jouw merk. Mocht de combinatie van TV en online de beste zijn voor jouw merk, wat let je dan om mediatoewijzingen voor 2016 te herzien?

 
Betrokkenheid groeit met video
Haal jij het meeste uit betrokken personen door ze iets te geven waarmee ze interactie kunnen hebben? Bekijk je YouTube kanaal en stel de vraag of je blij bent met wat je je doelgroep biedt.

YouTube TrueViews geeft mensen de kans advertenties weg te klikken. Personen die een advertentie afkijken, hebben 23 keer meer kans op verdere interactie met het betreffende merk. Zelfs mensen die maar een deel van de video bekeken, hadden 10 keer meer kans op een van deze acties (Bron: Google).

We weten allemaal dat een goede video je achterlaat met het gevoel meer te willen zien. Online is dit perfect te verwezenlijken. Gebruikers klikken door naar andere video’s en het YouTube kanaal. Houd er rekening mee dat bezoekers op je kanaal vanuit verschillende fases uit de customer journey afkomstig zijn. Probeer je kanaalpagina bij al deze fases te laten aansluiten, of de bezoeker het kanaal nu bezoekt om iets te leren, iets te doen of te kopen.

 
Boost je oude commercials
De meeste video gaat op in rook. Online of op TV, de advertentie speelt voor 15 of 30 seconden en dan is de kijker weg. YouTube is anders. Vier van de video’s uit de top 10 trending video’s van 2014 waren ingezet als advertenties. Advertenties op YouTube hebben een lange levensloop. Ze krijgen maanden en zelfs soms jaren lang views. Daarom is YouTube niet alleen geschikt om huidige campagnes te promoten, maar ook om oudere video’s onder de aandacht te brengen en daarmee de interactie met het gehele merk te vergroten.

 
Onderzoek van Visible Measures laat zien dat iedere nieuwe YouTube advertentie ook interesse wekt voor content uit het verleden en hiermee de ROI verhoogt van eerdere investeringen in de video. Wanneer merken gebruik maakten van een nieuwe advertentie binnen YouTube zagen zij een interactietoename van 500% op eerder gepubliceerde content. Naast dit rimpeleffect worden kijkers van een YouTube video ook opgevangen in retargeting doelgroepen, die op een later tijdstip nogmaals benaderd kunnen worden met een eventuele vervolgvideo.

Als je van plan bent meerdere video’s voor een campagne te (laten) maken, is het belangrijk een duidelijke strategie uit te werken. Dit zorgt ervoor dat je doelgroep steeds terugkomt bij al de video’s waar je hard aan hebt gewerkt. Een strategie die goed kan werken voor de inzet van online video is bijvoorbeeld See, Think, Do, waarbij verschillende video’s in verschillende fases van de customer journey worden getoond aan de doelgroep.

 
Waarom iedereen online video moet inzetten
Als marketeers is het onze taak om bereik en betrokkenheid te genereren bij ons merk door de video’s de we creëren. Drie key take-aways die ik in dit blog heb besproken zijn ingegaan op het optimaliseren van de media en content strategie en de terugkeer op beide te maximaliseren. Om dit samen te vatten:

 
  • Combineer TV met online video om bereik te vergroten en het krimpende TV publiek op te vangen
  • Vergoot je contentbibliotheek om een publiek op te vangen dat meer interactie wil en meer wil bekijken
  • Blaas oudere content nieuw leven in door het promoten van nieuwe content
 
Door maximaal gebruik te maken van online video advertising, krijg je niet alleen waar voor je geld, maar ben je ook klaar voor de toekomst, voor de volgende generatie video gebruikers.

 
Lies Jansen is Head of Branding van PauwR Online Marketing

Be Candid,
it’s contagious.

Candidness is the quality of speaking with
honesty and authenticity. Our Candid editorial
team shares stories that matter on media, data,
marketing, creativeness and technology.

Our Candid editorial team
creates stories that matter.