Candid. Platform
for growth.

Strijdbaar Huawei: eigen besturingssysteem smartphones, ook voor Android-apps

Huawei
Huawei komt snel met een eigen besturingssysteem om de maatregelen van de V...

Appril festival: zo kan je mobiele advertentiefraude aanpakken

Appril---photo-Ralph-Rozema00310274
Van de marketing van mobiele apps, kunstmatige intelligentie tot de aanpak ...

Hoe Mark Zuckerberg Instagram, WhatsApp en Facebook in elkaar schuift

FB_Instagram_Whatsapp
'Geen verhaal in de techwereld is zo onderschat,' zegt marketinghoogleraar ...

Bytedance: 35-jarige scoort met start-up van 75 miljard dollar

bytedance
Het is de start-up met de meeste waarde op dit moment, maar weinigen kennen...

John Kivit (Shareforce): 'Als je app af is, begint het pas'

app_in_de_hand_klant
De prachtigste apps blijken vaak geen succes. Hoe dat kan? Veel ontwikkelaa...

Hackatrain: nieuwe apps gaan het vervoer drastisch veranderen

Hackatrain-nieuwe-apps-gaan-het-vervoer-drastisch-veranderen
De Netflix voor het vervoer worden ze al genoemd, vanwege de revolutie die ...

Appril festival: bedrijven hebben geen idee wat een app kost

Appril festival: bedrijven hebben geen idee wat een app kost

Bedrijfsapps hebben de toekomst en steeds meer bedrijven zijn ermee bezig. Maar de directie heeft vaak geen idee wat er nodig is om een goede app te bouwen. Die conclusie komt uit een onderzoek in opdracht van het Appril festival, dat gisteren in Amsterdam van start ging.

 
Tijdens het driedaagse festival komen mobiele app-makers bijeen, er zijn case-studies en presentaties, en er wordt er ook nog gewerkt aan innovatieve apps in een bruisende sfeer. In deze video van Frank.News laten deelnemers aan het Appril festival van zich horen:

https://www.youtube.com/watch?v=FtDnjffWrsw

Van ABN AMRO, Ikea, Tele2 tot het Rijksmuseum: een nieuwe generatie van soms spectaculaire apps komt eraan. De trend is: apps geven meer conversie dan websites en dus wil je als bedrijf bij de kopgroep horen. De andere kant van het verhaal is dat veel apps mislukken en hoe zorg je er dan voor dat je toch bij de succesverhalen hoort? Op het Appril festival komen onderzoeken voorbij die licht werpen op de wereld van de mobiele apps en de marketing daarvan. Onder meer Ruigrok Netpanel en appspecialisten.nl, dat samenwerkt met Tilburg University, presenteerden hun bevindingen.

 
It is getting serieus now!’
Tijdens de zesde editie van het festival wordt de balans opgemaakt van tien jaar apps bouwen in Nederland. „Het is serieus geworden,” zegt mobile consultant Brechtje de Leij. Appril-oprichter Jacqueline de Gruyter heeft het festival zien veranderen. „Aanvankelijk ging het om app-makers, maar inmiddels gaat het om alle facetten van mobile solutions.”

De tijd van experimenteren met apps is voorbij. „Apps vragen een serieuze aanpak,” zegt De Leij. Dat betreft de bouw, het design, de user experience en de marketing van de app. „Mobiel is ons primaire kanaal en 90 procent van onze mobiele tijd zijn we bezig met apps. Een goede app biedt een superieure user experience. En dat betaalt zich uit in waarde naar de merken áchter de app.”

 
Opkomst bedrijfsapps
Een belangrijke trend is de opkomst van bedrijfsapps, die je dus binnen je onderneming gebruikt. Zo’n veertig procent van de ondervraagde werkenden gebruikt apps voor hun werk, blijkt uit het onderzoek van Ruigrok Netpanel. Voorbeelden van zulke apps zijn een agenda of routeplanner, nieuwssites, social media en een bedrijfsapp. 38 procent van de respondenten geeft aan dat hun bedrijf een app heeft ontwikkeld of gaat ontwikkelen speciaal voor op het werk. Bijvoorbeeld om actualiteiten op het werk te kunnen volgen, voor urenregistratie of voor het vinden van een vrije flexwerkplek. Een op de zeven werkenden die nu geen speciale bedrijfsapp hebben, zegt behoefte te hebben aan een app die het werk kan verbeteren. Maar opvallend is dat vooral de bedrijfsleiding geen idee heeft hoeveel een goede app kost. Maar liefst 49 procent zegt geen idee te hebben van de kosten. 29 procent denkt het kostenplaatje te kennen, maar zit er zeker vijfduizend euro naast. App development bureaus als Pinch, Egeniq en Moqod hanteren een startbedrag van rond de 15.000 euro voor een native app, die op de wensen van het bedrijf is afgestemd.

 
Het geheim van een succesvolle app
Veel nieuw ontwikkelde apps gaan overigens nog steeds de mist in, maar wat is geheim van een succesvolle app? David van der Loo van appspecialisten.nl deed er samen met Tilburg University onderzoek naar. Hoe ontdekken gebruikers een app? „Je denkt, het komt misschien door advertenties, via social media of doordat mensen zoeken op Google. Dan heb je het mis,” zegt Van der Loo. „Met stip op één staat dat mensen elkaar over apps vertellen. Mond-tot-mondreclame, dat is waar het om draait.” Dat is wat je bij de marketing van apps voor elkaar moet krijgen, dat mensen elkaar erover vertellen. „Iemand heeft een probleem, vertelt erover op een verjaardag en iemand kent een app die de oplossing biedt. En dat verhaal verspreidt zich als een vuurtje. Dan kan het ineens hard gaan.” Een app van de gemeente Tilburg met een uitgaansagenda gericht op studenten ging de mist in. „De studenten hoorden van anderen over de beste uitgaansplekken. Daar hebben ze geen app voor nodig. Wel voor sommige praktische dingen van de gemeente. Daar kom je achter door met je doelgroep te praten. Dat is een belangrijk advies.”
Early adopters cruciaal
Een cruciale rol spelen de early adapters, degenen die als eersten met een app aan de gang gaan. Een marketeer die een app aan de man wil brengen, moet die groep proberen te bereiken. „Bij wie zijn bepaalde problemen het grootst, welke mensen schreeuwen om een oplossing? Die mensen moet je opzoeken en die ga je helpen om de app te ontdekken.”

Een ander onderzoek met Tilburg University gaat over de vraag hoe je het aantal downloads van apps kan vergroten. Gebruikers blijken zich nauwelijks te laten leiden door bijvoorbeeld reviews. Een app moet nut hebben (inspelen op een behoefte, het moet de gebruiker iets opleveren) en de juiste emotie uitstralen. Een app om te daten mag speels zijn, verleidelijk. Maar een app voor een betalingssysteem kan beter zakelijk zijn in vormgeving en kleuren. Gebruikers kiezen apps waarbij de emotie naar hun gevoel klopt. Uit het onderzoek met Tilburg University blijkt dat de meest mensen met een app aan de gang gaan vanwege de emotie die het oproept (48 procent) en vanwege de value, het nut dat je van een app hebt (38 procent).

 
Apps voor de supermarkt in het buitenland
Een opmerkelijke sessie op het Appril festival ging over het maken van apps die de grenzen over gaan. Want al zijn we wereldwijd allemaal verbonden, toch zijn er grote culturele verschillen die ervoor zorgen dat een app op de ene plek succesvol is, maar elders in de wereld totaal niet werkt. Het Nederlandse bedrijf Icemobile werkte met retailers in Europa, Brazilië en Azië, onder meer met digitale spaaracties. „In Nederland doen klanten dat meest individueel, maar in Azië overleg je met je familie. Je schaft niet zomaar een product aan met wat je gespaard hebt, daar heeft de familie zeggenschap over.” Een opvallend verschil is ook het gebruik van QR-codes. In Nederland is dat nooit groot geworden. In China zie je het overal: op verpakkingen, reclamezuilen, zelfs mensen die met een QR-code op hun kleding in een supermarkt rondlopen. De klanten klikken overal op. „De Chinese tekens zijn vaak te ingewikkeld om een website handig weer te geven. Een getal of QR-code werkt goed en dat heeft een enorme populariteit. Zulke verschillen moet je als appontwikkelaar weten. „Apps zijn ook in dat soort landen succesvol, maar je moet ze op de juiste manier aanpassen aan het type consument.”

Apps verkopen de locaties van je smartphone

Apps verkopen de locaties van je smartphone

Nee, je verdient zelf niets als je smartphone je gegevens over je locatie doorgeeft. Maar de bedrijven áchter de apps die je locatie doorverkopen, verdienen er goed aan. Door die verkoop krijg je steeds vaker advertenties te zien van winkels die om de hoek zijn. Inmiddels weten bedrijven wanneer je uit huis gaat, hoe laat je op je werk komt en bij welke horecagelegenheid je ‘s avonds nog een biertje drinkt.

 
Het is een snel groeiende tak binnen de advertentiewereld: location-based advertising (ook location aware of location targeted advertising genoemd). Voor zulke advertenties is het nodig om de locatie van iemand via de smartphone te kunnen volgen. Veel apps vragen toestemming om je locatie te bepalen, zoals sommige apps die het plaatselijke weerbericht doorgeven. Zulke locatiegegevens worden vaak doorverkocht aan andere bedrijven.

 
De trendy bar om de hoek meldt zich op je smartphone
Je krijgt zo advertenties voorgeschoteld die op jouw locatie en zoekgedrag zijn afgestemd. Loop je tegen de avond door een stad waar je normaal niet bent, dan zie je op je smartphone de trendy bars en restaurantjes in die buurt waar je vast wel naar toe wil. Of die leuke winkeltjes met dingetjes waar je al eerder op internet naar hebt gezocht. Sommige consumenten zijn er blij mee, anderen storen zich aan deze snel groeiende trend in de wereld van mobile marketing.

 
Elk jaar besteden bedrijven zo’n 17 procent meer aan advertenties op de smartphone, meldt onderzoeksbureau BIA/Kelsey. In 2016 ging het om 33 miljard dollar voor de VS alleen; in 2021 zal dat op zo’n 72 miljard uitkomen. De snelste groei komt voor rekening van location-based advertising: in 2016 lag dat op 12 miljard dollar, in 2021 komt dat uit op 32 miljard. In Nederland, waar bijna iedereen een smartphone heeft, zal de trend niet anders zijn.

 
Location-based advertenties effectiever
Onderzoek van Verve laat zien dat consumenten veel meer reageren op advertenties die inspelen op de locatie dan op algemene mobiele ads. De engagement bij location-based ads ligt ruwweg twee keer zo hoog, schrijft Marketing Tech News.

Bedrijven weten steeds beter waar we ons op welk tijdstip van de dag bevinden. Toch zit de waarde voor bedrijven niet alleen in advertenties van de pizzeria of kledingzaak om de hoek, maar vooral in het totaal aan locatiegegevens dat zo over iemand beschikbaar komt. Adverteerders kunnen daarmee een uiterst precies profiel van iemand opstellen en ook andere advertenties nog meer op de persoon toespitsen. Of zoals zakenkrant The Wall Street Journal het samenvat: bedrijven willen ‘een volledig overzicht van hoe iedereen (…) zijn tijd besteedt met de bedoeling zulke persoonlijke geschiedenissen in te delen in marktsegmenten en dat aan advertentiebureaus te verkopen.’

 
Locaties combineren: dat is pas waardevol
„Locaties vertellen veel over een bestaande of potentiële klant,“ zegt hoofd media futures Dan Calladine van marketingbureau Carat Global in The Drum. „Als je wilt weten wie je waardevolste klanten zijn, dan leer je van hun locatiegeschiedenis en van het soort plaatsen dat ze hebben bezocht. Daar liggen de echte kansen en daar kan je wat mee. Dat is veel waardevoller dan te wachten tot iemand een winkel passeert en die persoon dan een voucher sturen.”

Greg Grimmer van mobile marketingbureau Fetch benadrukt de ongekende mogelijkheden van location-based ads. „Bij elke boodschap is de vraag hoe we die moeten brengen, maar daarin ligt ook de kans. Het gaat erom precies te weten wie iemand is en dan de juiste boodschap te sturen op het juiste moment.”

 
Een steeds grotere rol daarbij is weggelegd voor data brokers of datahandelaren, bedrijven die data verzamelen of opkopen en vervolgens weer verkopen aan bedrijven en andere instellingen. Voorbeelden van data brokers zijn Acxiom, Focum of 4orange. Ze verzamelen een combinatie van data die kunnen variëren van locaties, surfgedrag, interesses tot eerder gedane aankopen. Data brokers zeggen dat ze niet alle persoonlijke informatie op dezelfde plek bewaren, maar hoe ze precies werken, daarover blijven ze vaag.

 
GroundTruth volgt mensen de hele dag
Hoe ver dataverzameling over locaties kan gaan, wordt duidelijk bij het bedrijf GroundTruth, waarover The Wall Street Journal bericht. GroundTruth is een bedrijf voor data-analyse en is eigenaar van onder meer de app WeatherBug met de laatste weervoorspelling. Om die app te laten draaien, moeten gebruikers toegang tot hun locatie geven. Al die data over de locaties van mensen verkoopt GroundTruth door aan wie het maar wil hebben. Het bedrijf doet daar overigens niet geheimzinnig over. GroundTruth heeft toegang tot de locatiedata van ‘meer dan honderdduizend’ andere apps, bevestigt CEO Serge Matta tegen The Wall Street Journal. De makers van zulke apps werken mee omdat zij toegang krijgen tot het mobiele advertentienetwerk van GroundTruth. Elke dag volgt GroundTruth op die manier het leven van zo’n 70 miljoen mensen in de VS. Het bedrijf weet wanneer ze op weg gaan naar hun werk, wanneer ze weer thuiskomen en bij welke gebeurtenissen ze in de loop van de dag aanwezig zijn.

 
Locatiedata worden niet alleen via apps, maar ook op andere manieren verzameld. Dat kan gebeuren als je met je smartphone door een openbaar WiFi-netwerk loopt waarvan er tegenwoordig steeds meer zijn. Het gebeurt ook als je een winkel binnenloopt die een eigen systeem heeft. Zo’n winkel kan je dan, als je eenmaal binnen bent, via je smartphone een aanbieding doen. Als de winkel al veel informatie over je heeft verzameld, speelt zo’n advertentie in op interesses en eerder surfgedrag.

 
Consument moet akkoord zijn
Apps zijn verplicht toestemming te vragen voor het verzamelen van data. Door met de voorwaarden in te stemmen, ga je akkoord. Je kan toegang tot locatiedata weigeren, maar de praktijk is dat veel apps dan niet meer goed werken. In mei gaat de nieuwe privacywetgeving van de GDPR in en worden de regels strenger. Consent wordt het nieuwe sleutelwoord. Apps moeten dan per keer toestemming vragen. Ze moeten toestemming vragen om toegang tot locatiegegevens voor gebruik van de app en nog een keer toestemming vragen om die gegevens voor andere doeleinden te gebruiken. Het is nog de vraag hoe dat in de praktijk gaat uitwerken.

Facebook gaat ondertussen een kleine stad bouwen in Californië

Facebook gaat ondertussen een kleine stad bouwen in Californië

Terwijl de aandelen van het sociale netwerk kelderen en steeds meer adverteerders afhaken, is Facebook ook druk bezig met een ander project: het bouwen van een kleine stad in Californië. Het moet een echte gemeenschap worden waar mensen elkaar op straat tegenkomen. Ondertussen wordt over de dataverzameling door Facebook gaandeweg meer bekend. Gebruikers kunnen stappen zetten om zich daartegen te beschermen.

 
Facebookville of Zucktown, verwijzend naar Facebooks CEO Mark Zuckerberg, noemen critici het stadje dat het sociale netwerk wil gaan bouwen. Het komt in de buurt van het hoofdkwartier van Facebook, maar moet niet alleen een huis bieden voor duizenden werknemers van het bedrijf, maar ook voor mensen met een lager inkomen. Er komt een straat met winkeltjes en een supermarkt. Het stadje krijgt parken, pleinen en fietspaden, die voor iedereen toegankelijk zijn. Een oude spoorlijn langs het gebied bij Menlo Park wordt nieuw leven ingeblazen.

 

Wie wil in een stad van een techbedrijf wonen?

In eerste instantie komen er vijftienhonderd woningen en Facebook heeft toegezegd dat enkele honderden appartementen onder de marktprijs worden verkocht aan mensen die de hoge huizenprijzen niet kunnen betalen.

John Tenanes is vice-president for real estate bij Facebook en hij is trots op het project. Het getuigt van durf, vindt hij. Het geeft maar even aan hoe machtig Facebook als organisatie is en op hoeveel terreinen het actief is. Het is natuurlijk de vraag of de stad een succes zal worden. „Houden mensen zoveel van techbedrijven dat ze er middenin willen gaan wonen?” vraagt The New York Times zich af. Maar sommige omwonenden zijn blij, want Facebook heeft geld en vooral veel macht en dan kan het wat worden, vindt Cecilia Taylor van een plaatselijke belangengroep.

 
Ondertussen zit Facebook in een diepe crisis vanwege het uitlekken van privégegevens van miljoenen gebruikers. Maar ook als tienduizenden mensen hun Facebook-account zouden opzeggen, zal dat het sociale network weinig raken. Facebook heeft ruim 2,1 miljard gebruikers over de hele wereld. De groei zit vooral buiten de VS en Europa. Facebook richt zich steeds meer op landen als India, Brazilië of Mexico. Daar voegt het social network waarde toe, omdat het een van de weinige betrouwbare manieren is om te communiceren en daar zit de groei er flink in. Ook al zou je het willen, voorlopig is de wereld niet van Facebook af.

 

Facebook niet open over methoden

De recente schandalen rond Facebook (fake nieuws, beïnvloeding van verkiezingen en het lekken van gegevens naar het bedrijf Cambridge Analytica) hebben ook geleid tot veel nieuwe ophef over datamining door Facebook. Die plotselinge ophef is niet zo terecht, want Facebook heeft er nooit een geheim van gemaakt dat het gebeurt. Sterker nog, het klopt zichzelf op de borst omdat het advertenties zo goed kan targeten, omdat het zo tot in detail karakteristieken van gebruikers kent. Wie zich daar nu pas over opwindt, heeft jaren liggen slapen. Wat Facebook wel te verwijten valt, is dat de precieze verzameltechnieken in nevelen blijven gehuld. Voor een deel weten we hoe Facebook werkt en er wordt gaandeweg meer bekend, maar we weten lang niet alles.

 

Hoe verzamelt Facebook jouw persoonlijke data?
  • via alles wat je op Facebook post en de sleutelwoorden die daarin voorkomen;
  • via je contacten op Facebook en wat zij voor karakteristieken hebben;
  • via alle posts waarbij je likes of comments plaatst;
  • via apps die je vanuit Facebook gebruikt en die zelf data verzamelen en dat vervolgens aan Facebook doorgeven;
  • via producten die je offline betaalt met bijvoorbeeld een creditcard. Facebook koopt zulke gegevens op bij bedrijven en koppelt ze vervolgens aan betaalkaarten die binnen Facebook bekend zijn;
  • via advertenties waarop je hebt geklikt en waaruit je interesses blijken

 

Facebook-cookies

Dit is geen uitputtende lijst. Soms bezoek je internetpagina’s buiten Facebook waaraan een Facebook-cookie blijkt gekoppeld, ook als je geen Facebook-account hebt. Ook dan kunnen gegevens over websitebezoek worden doorgegeven.

Instagram (waarvan Facebook eigenaar is) regelt dat het toegang heeft tot de microfoon op je iPhone. Kennelijk luistert Instagram mee met wat je afspeelt op de iPhone, maar onduidelijk is wat dan precies wordt doorgegeven. Je kan de toegang tot de microfoon overigens eenvoudig afsluiten.

Met de Google Chrome plugin Disconnect kan je inzicht krijgen in welke tracking cookies in je browser zitten en ze desgewenst deactiveren.

In mei 2018 gaat veel veranderen. Dan gaan de nieuwe privacyregels van de GDPR in. Bedrijven zijn dan verplicht te laten zien welke gegevens ze verzamelen en moeten daarvoor per keer toestemming vragen.

 

Apps luisteren mee op je smartphone

Apps luisteren mee op je smartphone

Er zijn al honderden apps die meeluisteren op je smartphone en dat gaat steeds verder. Voor de goede orde: ze luisteren geen gesprekken af, maar horen wel wat je afspeelt, ze weten naar welke films je gaat en ze weten op welke plek je je bevindt. Zulke gegevens worden doorverkocht aan bedrijven die daardoor gerichter advertenties kunnen plaatsen.

 
Al lange tijd zijn er geruchten dat techbedrijven persoonlijke gesprekken afluisteren, maar dat is nooit bewezen. Maar inmiddels is duidelijk dat veel apps wel degelijk meeluisteren met wat je afspeelt. Door akkoord te gaan met de voorwaarden van de app, stem je er mee in. The New York Times bracht het als eerste naar buiten en er is veel ophef over.

 
Startup Alphonso luistert graag met je mee
Het gaat nu nog vooral om game apps in het Engels, waar extra software bij zit die de microfoon van je smartphone afluistert, ook als de game niet wordt gespeeld. Het bedrijf dat de software levert is een startup in Silicon Valley met de naam Alphonso. De software herkent bijvoorbeeld filmfragmenten die mensen afspelen en die iets zeggen over hun interesses en lifestyle. Bedrijven kunnen zo advertenties tonen die daarop zijn afgestemd. Ook luistert het programma naar commercials die gebruikers afspelen. Die informatie kunnen bedrijven gebruiken bij een retargeting campaign waarbij bepaalde advertenties opnieuw worden getoond of juist nog meer toegespitst op de karakteristieken van de gebruiker.

 
Het nieuws is voeding voor allerlei samenzweringstheorieën dat techbedrijven ons massaal afluisteren. Zo zou Facebook persoonlijke gesprekken afluisteren om ads gericht te kunnen plaatsen. Facebook heeft dat altijd ontkend. Vraagtekens zijn er ook bij de slimme assistent van Amazon aan wie je mondeling opdrachten geeft, maar die ook intieme gesprekken in de huiskamer zou kunnen opnemen en doorgeven.

 
Jonge startups die in je huiskamer komen
Alphonso is een stap in die richting, al benadrukt het bedrijf zelf dat dat juist niet het geval is. Het bedrijf past in een trend van jonge startups die met nieuwe technologieën je woonkamer binnenkomen op zoek naar informatie die interessant is voor marketeers. Alphonso, opgericht in 2013, werkte aanvankelijk samen met apps om geld te verdienen met advertenties bij second-screen viewing (naast tv). Kijkers begonnen tijdens een advertentieblok op tv steeds vaker de smartphone aan te zetten en daar speelde het bedrijf op in. Alphonso presenteert zich nu als databedrijf voor tv, maar dan op alle platforms waar tv wordt uitgezonden, dus ook de smartphone. Dat gaat veel verder dan kijkcijfers alleen. De kijkinformatie is verbonden met IP-adressen en die kunnen via andere databedrijven weer worden gekoppeld aan karakteristieken als leeftijd, gender en zelfs inkomen (ze worden niet gekoppeld aan naam of adres). Zulke gegevens zijn een goudmijn voor bedrijven die advertenties bijvoorbeeld op leeftijd willen afstemmen. Dat is in het belang van de consument, vinden adverteerders. Maar veel consumenten vinden zulke dataverzameling een onaanvaardbare aantasting van de privacy, vandaar de ophef. Alphonso heeft tot nu toe veel succes. Veel grote bedrijven gaan met hen in zee, omdat de resultaten van de reclamecampagnes veel beter zijn dan normaal.

 
App stuurt fingerprint naar Alphonso
Opvallend is dat veel apps die kijkgegevens registreren dat voor hun functie helemaal niet nodig hebben. Vaak gaat het om games en in sommige gevallen zijn ze op kinderen gericht. De apps hebben namen als ‘Pool 3D’, ‘Beer Pong: Trickshot’ of ‘Honey Quest’ met animaties van Jumbo, de beer. Maar ondertussen houden zulke apps dus bij wat een gebruiker verder bekijkt, ook als de game niet wordt gespeeld. Daartoe wordt de microfoon van de smartphone afgeluisterd. De apps pikken via de microfoon fragmenten op en die worden vergeleken met fragmenten die Alphonso in huis heeft. Speel je de trailer van een nieuwe speelfilm af, dan ontstaat een match, omdat Alphonso dat fragment ook in zijn databank heeft en het herkent. Het geluidsfragment zelf wordt niet verstuurd, wel een zogenoemde ‘fingerprint’. Zo weet Alphonso dat deze gebruiker interesse heeft in deze film. „Is er geen match, dan wordt het geluidsfragment van de smartphone ook niet bewaard,” zegt CEO Ashish Chordia van Alphonso tegen marketingmagazine Mediapost.

 
Voorwaarden moeilijk te doorgronden
De ophef gaat er vooral over dat de apps niet helder zijn over wat ze verzamelen. De makers weten dat consumenten voorwaarden nauwelijks meer lezen en bijna blindelings akkoord gaan. De voorwaarden zijn vaak ook moeilijk te doorgronden. Lees wat er bij de app ‘Pool 3D’ staat: ‘Audiofragmenten verlaten je apparaat niet, maar worden vertaald in digitale audiohandtekeningen’. Hoe raadselachtig kan je zijn. „Hier staat niet dat de app gebruikers volgt bij alles wat zij bekijken,” zegt Justin Brookman, directeur van een consumentenplatform. CEO Chordia van Alphonso is het daar niet mee eens: „Wij vertellen dat de app de microfoon gebruikt en naar de tv luistert (…) de consument weet precies waar hij aan toe is.”

 
Een eerdere zaak in de VS belandde bij de rechter. Het bedrijf Vizio kwam tot een schikking en betaalde ruim twee miljoen dollar, omdat het op een vergelijkbare manier kijkcijfers verkocht zónder toestemming van gebruikers. Bij Alphonso geven mensen wel toestemming, al hebben de meesten daarvan geen idee. In Nederland verzamelt de Stichting Kijkonderzoek gegevens over kijkcijfers op de smartphone, maar die worden niet gekoppeld aan een gebruiker. Voor zover bekend gebeurt dat in Nederland ook niet door commerciële partijen. De aanpak in Silicon Valley is nog nieuw, maar als het succes groeit, zal het zich verder verspreiden. Steeds meer apps verkopen ook locaties aan adverteerders, meldt The Wall Street Journal. Je krijgt dan advertenties te zien van winkels in de buurt. De gebruiker moet de app wel toegang geven tot de locatie, maar als je dat niet doet, werkt zo’n app meestal niet.

 
Check of een app je microfoon gebruikt
TechCruch vindt dat gebruikers alert moeten zijn bij het installeren van apps. De voorwaarden kunnen zelfs tegen de regels van een bepaald land zijn. Check de permissies die je aan een app moet geven, helemaal als het om toegang gaat tot iets wat de app zelf niet nodig heeft, zoals toegang tot je microfoon bij het spelen van een game.

Je kan eenvoudig checken of een app toegang tot je microfoon heeft. Op een iOS-apparaat: ga naar Instellingen, Privacy, Microfoon. Op een Android-apparaat: ga naar Apps & notifications, App permissions, Microfo  on. Want of je nu wel of geen bezwaar hebt, je kan het maar beter in eigen hand houden.

Facebook verliest jongeren in hoog tempo aan Snapchat

Facebook verliest jongeren in hoog tempo aan Snapchat

Het gaat om miljoenen jongeren die Facebook verlaten of er niet eens aan beginnen. Instagram profiteert daarvan, maar de grote winnaar is Snapchat, zo blijkt uit onderzoek van eMarketer. Ondertussen moet Facebook alle zeilen bijzetten om grote problemen zoals fake news het hoofd te bieden. De meeste adverteerders zien nog genoeg kansen, maar het klinkend optimisme bij het social network lijkt voorbij.

 
CEO Mark Zuckerberg is het afgelopen jaar veranderd, zeggen de mensen om hen heen. Het was een jaar vol aantijgingen over fake news en Russische trollen. Zuckerberg heeft erover nagedacht, hij wil het oplossen, maar is ook bezorgd.
„Dit hele jaar heeft zijn persoonlijke techno-optimisme veranderd,” zegt een hoge functionaris bij Facebook. „Het heeft hem meer paranoïde gemaakt over de manieren waarop mensen dingen kunnen misbruiken die uit zijn handen komen.”
De passage komt uit Wired dat een uitgebreide reconstructie maakte van de afgelopen twee jaar: Inside the two years that shook Facebook - and the world. Met als ondertitel: hoe een verwarde, zich verdedigende social mediagigant zichzelf de afgrond instuurt en hoe Mark Zuckerberg het allemaal probeert te fixen. Het verhaal leest als een thriller en is alleen daarom al een aanrader.

 
Jongeren onder de 25 haken af
Dat de problemen nog niet voorbij zijn, blijkt uit het onderzoek van eMarketer. Facebook zal dit jaar twee miljoen gebruikers onder de 25 in de VS kwijtraken, voorspellen de onderzoekers. En die gaan lang niet allemaal naar Instagram, waarvan Facebook eigenaar is. Instagram krijgt er dit jaar in totaal naar verwachting 1,6 miljoen gebruikers bij. De meeste overstappers gaan naar Snapchat, dat er volgens eMarketer 1,9 miljoen jonge gebruikers bij zal krijgen. The Guardian verwacht dat dit jaar in totaal 3 miljoen jongeren van onder de 25 Facebook zullen verlaten in de VS en Groot-Brittannië samen.

Harde voorspellingen voor Nederland zijn er niet, maar vaak volgen wij de trends in de Verenigde Staten. eMarketer geldt als gezaghebbend, maar moest zijn prognoses over het afgelopen jaar bijstellen. Voor 2017 voorspelde eMarketer dat het aantal 12 tot 17 jarigen bij Facebook in de VS zou afnemen met 3,4 procent. Die afname bleek uiteindelijk drie keer zo groot, namelijk 9,9 procent en dat zijn zo’n 1,4 miljoen gebruikers. Volgens eMarketer heeft Facebook in de leeftijdgroep tot 25 vorig jaar in totaal 2,8 miljoen Amerikaanse gebruikers verloren.

Techmagazine Recode noemt een aantal redenen dat tieners Facebook de rug toe keren. Het sociale netwerk is al een aantal jaren zijn ‘cool’-factor aan het verliezen en jongeren hebben meer opties dan ooit om contact te houden met vrienden en familie. Facebook is bovendien een ‘digital record keeper’, het houdt steevast gegevens van gebruikers bij en niet alle jongeren zitten daar op te wachten. Dat verklaart de groeiende populariteit van Snapchat en Instagram waar je video’s en foto’s kan delen die weer verdwijnen.

 
Snapchat wint
Het lijkt erop dat Snapchat, waar het een tijd lang niet zo goed mee ging, weer helemaal terug is. Dat is ook te zien aan de beurscijfers. De koers van Snap bereikt hoogten die in maanden niet zijn voorgekomen. Voor het eerst sinds juni komt het aandeel uit boven de introductiekoers.

 
Snapchat heeft bewezen dat er een markt is voor een vluchtige foto’s en video’s die kort bestaan. Facebook kopieerde daarom onder meer Snapchat’s Stories (waarmee gebruikers foto’s of video’s kunnen posten die na 24 uur verdwijnen) voor de Facebook en Instagram apps, en introduceerde filters, die lijken op de Snapchat lenzen. Facebook wint daar nieuwe gebruikers mee en probeert zo Snapchat op termijn overbodig te maken. Maar verrassend genoeg lijkt het tegenovergestelde te gebeuren: Snapchat weet ervan te profiteren.

 
Snapchat komt door dat kopieergedrag in de schijnwerpers te staan en krijgt de kans om te groeien, schrijft techjournalist Billy Gallagher in een boek over Snapchat dat net uit is: ‘How to turn down a billion dollars: the Snapchat story’. Het is dankzij Facebook dat Snapchat een betere reputatie krijgt waardoor het kan uitgroeien tot de serieuze bedreiging voor Facebook die het is geworden.

 
Facebook zet Snapchat in de spotlights
Je moet er even voor terug naar 2012. Op Snapchat circuleren miljoenen foto’s, maar de app worstelt met een bedenkelijke reputatie vanwege sexting en erotische foto’s die worden rondgestuurd. Zuckerberg ontmoet CEO Evan Spiegel van Snapchat; de twee praten over een overname, maar Spiegel wijst een bod van 3 miljard dollar af. Zuckerberg besluit om er dan zelf mee aan de gang te gaan en Facebook komt met de eigen app Poke, waarmee je foto’s kan delen die weer verdwijnen. Daarmee krijgt het idee van Snapchat een andere lading. Als Facebook als gerespecteerd netwerk ermee komt, dan moet dat wel ‘the next big thing’ zijn. Ineens is Snapchat geen sexting app meer, maar is het de laatste trend. Snapchat gaat groeien dankzij het kopieergedrag van Facebook, schrijft Gallagher in zijn boek. CEO Spiegel van Snapchat herinnert zich het later zo: „Poke was het grootste kerstgeschenk dat we ooit hebben gekregen.”

 
In 2016 komt Facebook met Instagram Stories, eveneens naar het idee van Snapchat en daarmee deelt Zuckerberg wel een harde tik uit. Instagram Stories krijgt ruim 300 miljoen dagelijkse gebruikers, meer dan twee keer zoveel als Snapchat. De verwachting is dat beide dit jaar verder zullen groeien. Van de tieners die van Facebook afhaken, stapt een deel over naar Instagram. Maar de meesten van hen kiezen voor Snapchat.

 
Jongeren willen ‘cool’ network
Dat Snapchat nog steeds nieuwe jongeren aan zich weet te binden komt ook door een slimme strategie. Bij Facebook valt op hoeveel het netwerk van anderen kopieert; bij Snapchat vallen eigen innovaties op. Het bedrijf introduceerde vorig jaar Snap Maps, Context Cards en een nieuw design dat content van vrienden en van merken duidelijker uit elkaar houdt. Het nieuwe design moet de app ook toegankelijker maken. Er is discussie over, maar de resultaten op de beurs laten zien dat Snapchat op de goede weg zit.

 
Jonge gebruikers willen een ‘cool’ netwerk en niet een netwerk waar je grootouders ook op zitten. Tieners noemen Facebook ‘the old people network’, weet sociaal wetenschapper Julie Smith. Tieners zijn zich ook steeds meer bewust van de risico’s van Facebook. „Een verkeerde post op Facebook kan hun kans op een goede school of baan verkleinen. Ze zijn selectief wat en met wie ze iets willen delen”, zegt ze in USA Today. Snapchat voorziet in die behoefte, je kan delen met veel vrienden, maar als je meer privacy wil kan het ook in kleine kring.

 
Adverteerders zien kansen
De meeste adverteerders zien nog steeds veel kansen op Facebook. Ook een iets oudere leeftijdsgroep is interessant. En Facebook weet als geen ander advertenties te focussen naar interesses en webgedrag. Zuckerberg heeft aangekondigd dat hij bedrijven minder prioriteit gaat geven; familie en vrienden krijgen voorrang. Sommige bedrijven als Unilever houden het voorlopig voor gezien. Ze willen dat Facebook orde op zaken stelt en voorkomt dat advertenties bij fake news terecht komen. Veel andere businesses zien Facebook nog steeds als de manier om hun doelgroep te bereiken.

 
Maar Snapchat staat om de hoek. De verwachting is dat Snapchat’s tienersucces zich gaat uitbreiden naar andere leeftijdsgroepen. „Snapchat kan verder gaan groeien dankzij ouderen,” verwacht analist Debra Williamson van eMarketer. Ze wijst erop dat het nieuwe design van Snapchat eenvoudiger is waardoor de app voor meer mensen aantrekkelijk wordt. Oudere gebruikers, die meer te besteden hebben, kunnen Snap uiteindelijk de middelen geven voor verdere groei en innovatie. Facebook kan er maar beter rekening mee houden.

Google topman: ‘mobiele consumenten’ worden gezien als tweederangs burgers

Google topman: ‘mobiele consumenten’ worden gezien als tweederangs burgers

Over enkele jaren doen bijna alle consumenten online aankopen via hun smartphone. E-commerce wordt mobile commerce. Merken en bedrijven die hun website en mediastrategie daar niet op aanpassen missen de boot, voorspelt Product Director Luke Wroblewski van Google.

Wroblewski is expert op het gebied van mobile design en auteur van diverse populaire webdesign boeken. Bij Google werkt hij aan verbeteringen van Google +, zeg maar de mislukte kloon van Facebook. Dat mag dan een gebed zonder eind lijken, Wroblewski geniet internationaal veel aanzien en meer dan een miljard mensen gebruiken software die hij heeft ontwikkeld. Af en toe reist hij de wereld rond om colleges en presentaties te geven en zo was hij onlangs te gast bij het congres How To Make It Work 2017 in Amsterdam.

 
Roepende in de woestijn
De Google-directeur kan uren vertellen over mobile design en hoe Apple, Samsung en Google jaren bezig zijn met het bedenken, ontwikkelen en testen van navigatie en gebruikersfuncties op hun mobiele devices en apps. Al die inspanningen dienen uiteindelijk maar één doel: meer engagement en conversie. Toch erkennen veel merken nog steeds het belang van mobiel niet. Wroblewski ziet veel slechte mobiele webshops en voelt zich al jaren een roepende in de woestijn. ,,Ik heb geprobeerd mensen te overtuigen dat mobiel belangrijk is, maar al tien jaar geloven ze me niet,” zegt hij. ,,Dan zeggen ze: mensen kopen niet mobiel. Als dat wel gebeurt zeggen ze: ze kopen geen dure artikelen mobiel. Als dat ook gebeurt zeggen ze: ze kopen niet veel dure artikelen mobiel. Er is steeds een soort rationalisering die ik niet begrijp. Mobiele consumenten worden gezien als tweederangs burgers. Ook wij softwareontwikkelaars behandelen mobiel nog steeds als een minderwaardig categorie. Omdat het scherm kleiner is, omdat het langzamer is en minder interfaces heeft. Maar we geven het gewoon te weinig kans.”

 
,,Ik heb geprobeerd mensen te overtuigen dat mobiel belangrijk is, maar al tien jaar geloven ze me niet,” zegt Wroblewski.
 
Harde cijfers
Volgens Wroblewski snappen veel marketeers niet hoe de online economie werkt. Daarom onderbouwt hij zijn pleidooi met harde cijfers. De getallen die het groeiende belang van mobiel het best duidelijk maken zijn de verkoopcijfers van desktop computers versus smartphones. In 2006 werden er wereldwijd 239 miljoen pc’s verkocht en tien jaar later 269 miljoen. ,,Niet zo’n indrukwekkende groeicurve,” aldus Wroblewski. In 2006 werden er 68 miljoen smartphones verkocht. Nu gaan er 1,7 miljard per jaar van over de toonbank. ,,Niet veel? Er zijn maar zeven miljard mensen op aarde en we verkopen bijna 2 miljard van deze devices per jaar.” Volgens hem zal het dan ook niet lang meer duren voordat iedereen zo’n supercomputer in zijn zak heeft, waarmee de hele wereld binnen bereik komt.

 
Meer gebruikers
Deze aantallen creëren volgens hem enorme mogelijkheden omdat het aantal mobiele gebruikers van websites en apps net zo explosief stijgt. Facebook had in 2006 12 miljoen gebruikers op de desktop. Dat waren er vorig jaar 120 miljoen. Het aantal mobiele gebruikers zat toen al op 1,7 miljard. ,,Dat laat zien dat deze devices ook gebruikt worden,” stelt Wroblewski. Maar niet om mee te bellen. ,,Vijf jaar geleden belde 96 procent van de mensen minstens één keer per week met hun mobiel. Nu belt 30 procent niet meer met zijn mobiel, onder wie ikzelf,” vertelt hij.

 
Steeds sneller
Dankzij mobiel bereiken merken sneller een groter publiek. Skype kreeg in 2006 in 630 dagen tijd 40 miljoen gebruikers. Ongekend. De app Super Mario Run lukte dat vorig jaar in vier dagen. Binnen één dag had het spelletje er al 10 miljoen. Pokémon Go deed het in twee dagen en Angry Birds in drie dagen. Zet dat maar eens af tegen giganten als Facebook en Twitter die tien jaar geleden nog meer dan twee jaar nodig hadden om 10 miljoen gebruikers te krijgen.

 
Geld verdienen
Merken hebben dankzij mobiel dus een groter publiek dat ze sneller kunnen bereiken. Maar verdienen ze ook geld? Ja, luidt het antwoord van Wroblewski. Hij toont dat aan met cijfers van online betaaldienst PayPal. In 2006 was het jaarlijkse betaalvolume via mobiel 900.000 dollar.  Logisch, want toen werd er nauwelijks met de smartphone gekocht en betaald. Dat is nu wel anders. Eind vorig jaar was het betaalvolume op mobiel gegroeid naar 102 miljard.

 
Cyber Monday en Singles Day
Ook de mobiele verkoopcijfers stijgen al jaren. Tijdens Cyber Monday, het grootste e-commerce koopjesfestijn in de VS, werd tien jaar geleden voor 610 miljoen dollar verkocht en vorig jaar voor 3,4 miljard. Van die verkopen werd 31 procent via mobiel gekocht. Tijdens  Singles Day in China werd vorig jaar voor 17,8 miljard geshopt, waarvan 84 procent via de smartphone. De VS kan volgens Wroblewski dan ook nog veel leren van China. ,,Zij hebben hun zaakjes op mobiel wel voor elkaar”, stelt hij. ,,Sommige landen zijn blijkbaar in staat bijna 90 procent mobiele sales te halen tijdens het belangrijkste koopfestijn van het jaar.”

Ook sommige bedrijven snappen dat. Retailer Walmart focust wel op mobiel en haalde dit jaar 60 procent van zijn bestellingen op Black Friday via de smartphone binnen. Dat is twee keer zoveel als de gemiddelde Amerikaanse retailer. Bij mode-gigant ASOS uit de UK worden zelfs 70 procent van alle aankopen via de mobiel gedaan.

 
Betere mobiele website nodig
Meer omzet uit mobiel halen begint bij een goed mobile design. Wroblewski: ,,Wat ik steeds hoor is: mobiel converteert slechter dan desktop. Dat is waar als je je desktop website kopieert naar je mobiele site. Maar als je het prioriteit nummer één maakt om zaken geweldig te maken op mobiel behaal je andere resultaten. Merken en bedrijven met die houding halen 80 procent van hun traffic en 70 procent van hun verkopen via mobiel binnen. Het komt er op neer dat je mobiel de prioriteit geeft die het verdient.”

 
,,We hebben nog zoveel te verbeteren op het internet. Op mobiel zijn de dingen nog erger. We kijken zover vooruit naar de toekomst dat we vergeten de dingen vandaag te verbeteren,” zegt Wroblewski.
 
Beter mobile design nodig
Volgens Wroblewski gaan er de komende jaren veel zaken veranderen. Nieuwe technologieën als AI, machine learning, VR: ze gaan allemaal een rol spelen op het internet. Maar merken en softwareontwikkelaars kunnen beter eerst hun huidige websites op orde brengen. Wroblewski: ,,We hebben nog zoveel te verbeteren op het internet. Op mobiel zijn de dingen nog erger. We kijken zover vooruit naar de toekomst dat we vergeten de dingen vandaag te verbeteren.”

 
College
Voor een beter mobile design geeft hij een aantal basisregels. Het moet logisch zijn, je moet veel testen en herhalen en je kunt niet iedereen tevreden houden. Het hele bijna drie uur durende college van Wroblewski hierover is te zien op YouTube.

 
https://www.youtube.com/watch?v=xiyOTcVHqHw

 

Booking.com: precies weten wat bezoekers online doen

Booking.com: precies weten wat bezoekers online doen

Booking.com domineert de hotelwereld op het web. Na de desktops zijn nu de smartphones aan de beurt. Het marketinggeheim van Booking.com? De eindeloze A/B tests, waarbij je een app steeds nét iets anders presenteert om te kijken wat het beste werkt. Het bedrijf weet zo ook millennials aan zich te binden. 

Het begon ooit op een kamertje in Amersfoort, maar inmiddels behoort Booking.com tot de grote e-commerce sites in de wereld. Het bedrijf telt nu meer dan 15.000 medewerkers in 204 kantoren in 70 landen verspreid over de wereld. De apps zijn beschikbaar in 40 talen. Dagelijks maken reizigers reserveringen voor zo’n anderhalf miljoen kamernachten. „De reiswereld verandert snel,” zegt CEO Gillian Tans tijdens een presentatie op de Web Summit eind vorig jaar. „Drijvende kracht is de smartphone die steeds meer mensen voor hotelboekingen gebruiken.”

Booking.com doet A/B testing op grote schaal
Booking.com staat natuurlijk bekend als hotelorganisatie, maar is evengoed een techbedrijf in de beste traditie van Silicon Valley. Het bedrijf onderscheidt zich door onderzoek, big data en A/B testing op grote schaal. Het idee van een A/B test is simpel. Een voorbeeld: een knop op een website kan verschillende kleuren hebben, maar op welke kleur klikken klanten het vaakst? Dat is eenvoudig te meten. Welke foto werkt beter of welke kop? De meeste bedrijven doen zulke A/B tests, maar waar Booking.com zich mee onderscheidt is de enorme schaal. Twee klanten die tegelijkertijd kijken, krijgen net iets andere sites te zien. Met een groot team van web developers voert Booking.com dagelijks duizenden A/B tests uit, zoals bijvoorbeeld econsultancy.com schrijft. Het onderscheid tussen de gepresenteerde sites hoeft niet groot te zijn, maar kan net het verschil maken of iemand wel of niet boekt.

Booking checkt voortdurend wat klanten op sites doen
Big data is een andere sleutelterm. Booking.com checkt voortdurend wat klanten op de site willen en hoe ze zich online gedragen. Dat kan meteen tot acties leiden. Een voorbeeld is als veel mensen zoeken in een bepaalde plaats naar een hotel, maar daar weinig boeken. Dat kan zijn omdat er te weinig hotels beschikbaar zijn. Reden voor booking.com om juist daar nieuwe hotels te benaderen om op de site te komen. Die hebben dan bijna de garantie dat gasten zullen komen.

De technische innovaties waar CEO Gillian Tans op doelt, zijn vooral gericht op millennials die hun smartphone gebruiken. De jongere doelgroep heeft andere wensen dan hotelgasten die hun reis vooraf op hun desktop boeken. Een beetje avontuur en flexibiliteit graag, is het credo van veel millennials. Niet alles vastleggen, maar onderweg kunnen beslissen. Van het boeken, het bekijken van de route tot het regelen van services. Daar moet de technologie van de smartphone voor zorgen. Hoe vaak ze contact willen, kan je online meten. Klanten ervaren pushberichten soms als nuttig, maar soms als irritant. Je kan onderzoeken waar die grens ligt. Hoe de app er precies uit moet zien om ook millennials te winnen, daarbij helpt A/B testing. De programmeurs voeren in de apps voortdurend kleine veranderingen door en meten hoe de gebruikers reageren.

Nederlands bedrijf komt in Amerikaanse handen
Oprichter Geert-Jan Bruinsma begint zijn bedrijf in 1996. Hij sleutelt lange tijd aan de site, eerst op een kamertje in Amersfoort, daarna in Amsterdam. Begin 1997 komt de eerste hotelboeking. „De opwinding daarvan zal ik nooit vergeten. Dat je systeem na maanden sleutelen werkt en dat er belangstelling voor is,” zegt Bruinsma tegen magazine Netkwesties.

Opvallend in de eerste jaren is het compleet ontbreken van marketing in het begin. Het internet staat dan nog in zijn kinderschoenen. De verwachting is dat bezoekers vanzelf wel komen door zich aan te melden op de homepage. Later ontdekt hij dat de meesten via een zoekdienst (toen nog AltaVista) naar de site komen en legt hij trefwoorden vast in de code van de website om beter vindbaar te zijn. Bruinsma werkt als een van de eersten met landing pages waar mensen direct op uitkomen zonder tussenkomst van de homepage.

Al snel neemt het bedrijf mensen in dienst. Vanaf 2002 groeit Booking snel mede dankzij AdWords, schrijft travelnext.nl. Maar de grote advertentieuitgaven brengen het bedrijf financieel in de problemen, omdat de inkomsten pas na een hotelovernachting binnenkomen. In 2005 neemt het Amerikaanse Priceline het Nederlandse bedrijf over. Priceline zorgt er niet alleen voor dat de rekening bij Google wordt betaald, het investeert in Booking, waardoor de wereldwijde groei een enorme vlucht neemt. Bruinsma trekt zich in 2003 terug uit het bedrijf. In 2011 komt hij terug als Business Developer. Inmiddels is hij aan de gang met een nieuw bedrijf Staying.

Booking.com heeft een goed doordachte customer journey
Marketingfacts maakte in 2014 een analyse van de verleidingstechnieken van Booking.com. De klant wordt gevangen in een goed doordachte customer journey met geruststellingen, beloftes en bevestigingen. Die werkwijze heeft Booking nog steeds. Klanten zien meteen slogans op de site als: ‘Elke dag nieuwe deals, voor ieder budget’, ‘Wijzig uw boeking wanneer u maar wilt’ of ‘128.370.000 beoordelingen waarop U kunt vertrouwen. Echte gasten. Echte verblijven’. Dat spreekt klanten aan: zoveel deals dat het zeker gaat lukken, mocht je je bedenken dan kan je veranderen, maar dankzij de beoordelingen van ‘echte gasten’ weet je eigenlijk al dat het goed zit. Zo wekt de site vertrouwen op.

Gevoel van urgentie in koopfase
Dan is het tijd voor de koopfase waarin Booking de klant een gevoel van urgentie geeft. Click op een hotel en je leest: ‘De afgelopen 24 uur 12 keer geboekt’ en ‘Laatste kans, erg gewild, slechts 1 kamer over op deze site’. Het is duidelijk: snel boeken, anders kan je naar je hotelkamer fluiten. Na de koop krijgt de klant een bevestiging. Hij heeft een goede keuze gemaakt en ‘geen risico, u kunt later annuleren’.

Urgentie kan ook misleidend zijn
De vraag is of Booking daarmee een juiste balans vindt. Vooral bij het oproepen van een urgentiegevoel zit Booking tegen het irritante aan en dat werkt eerder averechts. Misleidend is dat Booking op de hotelpagina alleen het positieve deel van een review laat zien. Pas als je verder doorklikt, lees je ook de negatieve kritiek van zo’n reviewer. Klanten storen zich snel aan zulke methoden en kunnen zich van het bedrijf afkeren. Dan de volgende keer liever een andere hotelsite als Expedia. Bij Booking.com wordt de klant wel erg agressief benaderd.

Het doet niets af aan de plek die Booking nu op de wereldmarkt heeft. CEO Gillian Tans heeft vertrouwen in de toekomst en zit vol nieuwe plannen. Ze ziet een grote rol voor chatbots op de site, virtuele assistenten bij het boeken, om de reis van klanten (online en in het echt) nog plezieriger te maken.

Sanoma verkoopt SBS aan Talpa

Sanoma verkoopt SBS aan Talpa

Hoofddorp, 10 april 2017 - Sanoma is voornemens haar 67% aandeel in SBS Broadcasting (SBS) te verkopen aan medeaandeelhouder Talpa Holding (Talpa). Sanoma ontvangt een netto bedrag van EUR 237 miljoen en verkrijgt 100% van de aandelen van Veronica Uitgeverij als onderdeel van de transactie. Talpa wordt als gevolg van deze transactie 100% eigenaar van SBS (SBS6, Veronica, Net5, SBS9). De voorgenomen verkoop en acquisitie zijn onder voorbehoud van gebruikelijke condities inclusief de goedkeuring van toezichthouders. De transacties zijn naar verwachting in Q3-2017 afgerond. 

 
Het voornemen om de aandelen van SBS te verkopen is het resultaat van een strategische analyse van het totale portfolio van Sanoma Group in het najaar van 2016. Sanoma heeft besloten om te focussen op haar zogenaamde ‘strongholds’, die bedrijfsonderdelen die een leidende positie in de markt hebben of kunnen krijgen. Uitkomst van voornoemde analyse is dat Sanoma niet de investeringen kan doen in SBS die nodig zijn om het verder te laten groeien. De verkoop aan medeaandeelhouder Talpa Holding geeft SBS uitstekende mogelijkheden haar positie op de Nederlandse markt verder uit te breiden.

 
Sanoma behoudt in Nederland een sterk portfolio van media merken

In Nederland en België heeft Sanoma met haar digitale en magazine merken een sterke positie. Onderzoek van NOBO toont aan dat Sanoma van de lokale spelers het grootste online bereik heeft in Nederland. De strategie blijft zich richten op het cross-mediaal ontwikkelen van sterke merken zoals vtwonen, Ouders van Nu, LINDA., Libelle, Donald Duck en NU.nl. Sanoma heeft met deze merken reeds een leidende positie op diverse platformen, zoals online video en magazines, en wil deze verder uitbouwen met behulp van marketing en data. Veronica Uitgeverij – bestaande uit Veronica Magazine, Totaal TV en Superguide – wordt nu toegevoegd aan het portfolio en dit biedt uitstekende mogelijkheden voor synergie met de andere merken.

 
Peter de Mönnink, CEO Sanoma Nederland en SBS: “Met de verkoop van onze aandelen verandert voor onze adverteerders op korte termijn niets. Voor de toekomst blijft Sanoma haar sterke merken verder cross-mediaal ontwikkelen via haar magazines, evenementen, online video kanalen, sites en apps, met een nadrukkelijke focus op data en video.”

 
Sanoma en Talpa onderkennen de voordelen van cross-medialiteit en de samenwerking daarin, in het bijzonder op de advertentiemarkt. Op basis van de positieve ervaringen van de afgelopen jaren hebben beide partijen afgesproken om te onderzoeken hoe deze samenwerking ook in de toekomst voortgezet kan worden. Daarbij staat het belang van de markt en de klanten altijd voorop. Alle lopende contracten zullen zoals afgesproken worden uitgevoerd.

 
John de Mol: ‘We begrijpen de strategische keuze van Sanoma, onze medeaandeelhouder waar we zeker de afgelopen jaren goed mee hebben kunnen samenwerken. Tegelijkertijd biedt dit ons een unieke mogelijkheid om 100% eigenaar te worden van SBS. Ik geloof sterk in een onafhankelijk Nederlands multimediabedrijf dat flexibel is om in te kunnen spelen op het veranderende medialandschap. De onderneming die ik wil bouwen kan 24/7 content via verschillende platformen aanbieden. Dit betekent dat SBS onderdeel gaat worden van een geheel dat veel breder is dan alleen televisie.’

 

Cartoon Network lanceert tv-programma en game voortaan tegelijk

Cartoon Network lanceert tv-programma en game voortaan tegelijk
Door Mathilde Min

Volgens Cartoon Network is simpelweg een nieuw televisieprogramma lanceren niet meer voldoende om de voornaamste doelgroep – kinderen - te bereiken. De zender start daarom alle nieuwe formats voortaan direct ‘multiplatform’. Tv-programma’s worden vanaf nu altijd gelanceerd in combinatie met videospellen voor mobiel of game console.

 
Dit jaar start de tekenfilmzender met zes nieuwe programma’s en brengt het zeven eerder uitgezonden series opnieuw op televisie. De programma’s worden gecombineerd met in totaal twintig nieuwe spellen. ,,We zullen overal aanwezig zijn waar kinderen zijn en onze content beschikbaar maken op alle plekken waar zij het willen consumeren,” aldus Cartoon Network-directeur Christina Miller op Adweek.

 
Cartoon Network beschikt al over 44 digitale en mobiele apps, met in totaal 150 miljoen downloads. Op de verschillende VOD-platformen is de zender het best bekeken kanaal, met in totaal 143 miljoen ‘orders’. Veel van de te lanceren spellen zijn spin-offs van de nieuwe series en herhalingen.

 
 

Het grote frank.news app-gebruik onderzoek

Het grote frank.news app-gebruik onderzoek

Bijna allemaal hebben we apps op onze smartphone en/of tablet. WhatsApp mag dan al in 2009 zijn geïntroduceerd, het is nog altijd de meest gedownloade app (95 procent). Willen weten wat het weer wordt, is iets van elke leeftijd. Net als de irritatie die een vastlopende app veroorzaakt. Dat en meer bleek uit het grote hoe-gebruiken-we-apps-onderzoek van Vostradamus in opdracht van frank.news.

 
Het is nog niet eens tien jaar geleden dat Apple in 2008 de App Store voor iPhone opende. De komst van de app opende nieuwe deuren voor de mobiele sector. Tegenwoordig is er geen enkel zichzelf respecterend bedrijf of merk zonder eigen app. Alleen al bij Apple waren in juni 2016 zo’n 2 miljoen verschillende apps beschikbaar in de App Store en waren tot die tijd 130 miljard apps gedownload vanuit deze store. Maar hoe gaat de consument eigenlijk met al deze apps om? Welke zijn populair? Wat is de grootste app-irritatie? Onderzoeksbureau Vostradamus deed hier exclusief voor frank.news onderzoek naar.

 
Liever op smartphone
Wie een app gebruikt, doet dat doorgaans op een smartphone of tablet. En die zijn goed vertegenwoordigd onder de Nederlandse bevolking. Slechts 8,5 procent van de ruim 1.000 respondenten geeft aan geen smartphone én geen tablet te hebben. Waarschijnlijk geen grote verrassing dat dit vooral 50-plussers zijn. De smartphone wordt meer gebruikt dan de tablet: 35 procent van de Nederlanders heeft er een in bezit. 49 procent Geeft aan zowel een smartphone als een tablet te bezitten. En slechts 7 procent heeft enkel een tablet.

 
Minder apps voor 50-plussers
Wie een smartphone of tablet bezit, hoeft daar niet per definitie ook apps op te installeren of te gebruiken. De meerderheid van de Nederlanders doet dit - je zou bijna zeggen natuurlijk - wel degelijk. Van de respondenten installeert of gebruikt 89 procent wel eens een app. De resterende 11 procent vindt z’n smartphone of tablet al interessant genoeg zonder extra poespas. Ook hier zal het niet als grote verrassing komen dat dit vooral de 50-plussers zijn. Jongeren hebben wel degelijk behoefte aan het pimpen van hun smartphone of tablet met een paar leuke apps. 93 Procent van de Nederlanders onder de 50 jaar geeft aan wel eens apps te installeren en/of gebruiken.

 
De populairste apps (bezitters in procenten)
  1. WhatsApp (95 procent)
  2. Google Maps (87 procent)
  3. YouTube (86 procent)
  4. Facebook (81 procent)
  5. Messenger van Facebook (75 procent)
 
‘Iedereen’ heeft WhatsApp
De absolute ‘koning onder de apps’ is nog altijd WhatsApp. Als ‘whatsappen’ zelfs een werkwoord is geworden, dan weet je dat je als app een leidende positie inneemt. Slechts 5 procent van de Nederlanders gebruikt  geen WhatsApp. Dus 95 procent van de bevolking appt er vrolijk op los. Man, vrouw, jong, oud, hoog- of laagopgeleid. Hoewel er natuurlijk wel gradaties zijn aan te brengen in de frequentie van het gebruik. Vrouwen zijn het meest fanatiek. 43 Procent van de vrouwen geeft aan ieder uur WhatsApp te checken. 36 Procent checkt 1 tot 2 keer per dag. Er zijn maar weinig vrouwen die minder dan dagelijks hun WhatsApp-berichten bekijken. Mannen blijven niet heel ver achter: 39 procent checkt elk uur, 35 procent 1 tot 2 keer per dag. Tussen jong en oud zijn de verschillen aanzienlijk groter: onder de 50 jaar geeft 52 procent aan iedere uur WhatsApp te checken. Boven de 50 is dit ‘slechts’ 23. De meeste 50-plussers bekijken hun berichten 1 tot 2 keer per dag (41), wat nog steeds een behoorlijk hoge frequentie is.

 
Weer-apps vallen altijd in de smaak
Het is niet altijd makkelijk kiezen uit het enorme aanbod apps. Voor je het weet heb je het geheugen van je tablet of smartphone bomvol staan en kan er geen fotootje van de hond, kat of baby meer bij. Het is dus zaak om selectief te zijn in te downloaden apps. In hetzelfde onderzoek van Vostradamus wordt ook duidelijk welke soort apps populair zijn onder mannen en vrouwen en onder jong en oud. Weer- en nieuws-apps en apps voor financiën/bankieren doen het goed bij iedereen. Deze staan in alle categorieën in de top 3 van meest gebruikte apps. Ook games, social-apps en navigatie-apps zijn populair.

 
Man versus vrouw
Waar in de ‘echte wereld’ gamen toch vooral wordt gezien als een bezigheid voor jonge mannen, is het opvallend dat meer vrouwen dan mannen aangeven gebruik te maken van game-apps (39 procent tegenover 44). Blijkbaar lopen de heren minder warm voor app-versies als Candy Crush Saga en FarmVille, die wel veel vrouwelijke gebruikers hebben. Sport is daarentegen meer een mannending: 34 procent van de mannen geeft aan een sport-app te hebben en/of te gebruiken tegenover slechts 14 procent van de vrouwen. Wat niet wil zeggen dat vrouwen minder sportief zijn. Want gezondheid- en fitness-apps doen het juist weer veel beter onder de vrouwen: 22 procent heeft een dergelijke app tegenover 16 procent van de mannen.

 
Jong versus ouder
50-Plussers hebben een duidelijke voorkeur voor weer- en nieuws-apps. 72 Procent van hen heeft een weer-app geïnstalleerd en 61 procent heeft een nieuws-app. De ouderen zijn minder geïnteresseerd in muziek en audio, video-apps, games, entertainment en winkel-apps. Deze zijn veel populairder onder de jongeren.

 
Top 5 populaire categorie apps vrouwen:
  1. Weer (60 procent)
  2. Nieuws (54 procent)
  3. Financiën/bankieren (47 procent)
  4. Games (44 procent)
  5. Social networking (43 procent)
 
Top 5 populaire categorie apps mannen:
  1. Weer (60 procent)
  2. Nieuws (58 procent)
  3. Financiën/bankieren (52 procent)
  4. Navigatie (46 procent)
  5. Games (39 procent)
 
Top 5 populaire categorie apps onder  50 jaar:
  1. Nieuws (53 procent)
  2. Financiën/bankieren (52 procent)
  3. Weer (52 procent)
  4. Games (49 procent)
  5. Social networking (47 procent)
 
Top 5 populaire categorie apps boven  50 jaar:
  1. Weer (72 procent)
  2. Nieuws (61 procent)
  3. Navigatie (48 procent)
  4. Financiën/bankieren (45 procent)
  5. Social networking (31 procent)
 
Grootste app-irritaties
Wat zijn ze handig en leuk al die apps. Maar het kan altijd beter natuurlijk. Onze grootste app-irritaties:

 
  1. Het vastlopen van een app.
  2. Advertenties die getoond worden tijdens het gebruik van de app.
  3. Apps die je verplichten in te loggen via social media.
  4. Apps die zonder noodzaak toegang vragen tot bijvoorbeeld je camera of contacten.
  5. Te lange laadtijd.
 
Jongeren ergeren zich daarnaast vaker aan een slecht ontworpen of slecht werkende interface van een app, het slecht functioneren van een app na een update en te veel pushberichten. Waar ouderen vooral ook moeite hebben met ingewikkelde registratieprocedures.

 
Iets te winnen
Hoewel het er op lijkt dat de markt voor apps de afgelopen jaren flink verzadigd is geraakt, valt er toch nog wel iets te winnen op dit vlak. Zolang een app maar handig of leuk is, iets toevoegt of  de nodige ontspanning biedt. Als dat je lukt als app-bouwer, dan kun je jong én oud voor je winnen.

 
 
 

Facebook gaat apps en App Store overbodig maken

Facebook gaat apps en App Store overbodig maken

Dankzij chatbots en kunstmatige intelligentie gaan bedrijven via Facebook Messenger diensten en producten rechtstreeks aan klanten verkopen. Een aparte app gebruiken is dan niet meer nodig. CEO Mark Zuckerberg van Facebook ontvouwde deze week zijn plannen voor de komende tien jaar. Apple en Google zijn gewaarschuwd.

 
De koppen in Engelstalige media liegen er niet om. ‘Facebook’s new masterplan: kill other apps.’ (het publieke radiostation NPR) en ‘Facebook is playing a dangerous game with Apple’ (Business Insider UK).

Mark Zuckerberg houdt een indrukwekkende speech op het jaarlijkse ontwikkelaarscongres F8 in San Francisco. Deze keer is anders dan anders, want de Facebook CEO ontvouwt zijn plannen voor de komende tien jaar

 
Productcommunicatie
De CEO spreekt over nieuwe vormen van productcommunicatie, over connectivity, de opmars van artificial intelligence, en over virtual en augmented reality.

„Jullie hebben waarschijnlijk dagelijks interactie met bedrijven. En dat kan van grote betekenis zijn,” houdt Zuckerberg zijn gehoor voor. „Maar ik heb nog nooit iemand gehoord die graag een bedrijf belt. En niemand wil een aparte app installeren voor elke service of bedrijf waarmee je interactie hebt.”

 
Verkopen via het Messenger Platform
Zuckerberg ziet een andere manier van communiceren voor zich. „Wij vinden dat je een message naar een bedrijf moeten kunnen sturen net zoals je dat naar je vrienden doet. Je moet snel een antwoord krijgen. En het moet niet nodig zijn daar elke keer een nieuwe app voor te installeren.”

Hij gaat in op het nieuwe Messenger Platform. „Jullie (ontwikkelaars) kunnen chatbots bouwen voor de Messenger. Het is een eenvoudig platform en je kan gebruik maken van onze kunstmatige intelligentie. Daarmee kan je services bouwen waarmee bedrijven rechtstreeks gaan communiceren met consumenten.”

 
Artificial Intelligence
Chatbots - denk aan digitale assistenten, maar je kunt ze zo geavanceerd maken als je wilt  - zijn programma’s die op kunstmatige intelligentie draaien. De mogelijke antwoorden zijn voorgeprogrammeerd en dat gebeurt steeds beter. Het voordeel van bots is dat ze draaien op elk systeem – of het nu een iPhone of Android phone is.

Facebook heeft veel geïnvesteerd in Artificial Intelligence, waardoor chatbots steeds natuurlijker reageren. En als je er toch niet uitkomt, kun je chatten met een echte persoon bij een bedrijf.

 
Van bloemenzaak tot KLM
Zuckerberg gaat enkele voorbeelden langs. Zoals een bloemenzaak die je normaal moet bellen voor een boeket. Zo’n bestelling moet in de toekomst dus via de messenger gaan.

Een ander voorbeeld is nieuwszender CNN die al een menu in de messenger heeft ingebouwd. Als je als gebruiker een item over een bepaald onderwerp wilt zien, stuur je CNN een bericht. Het bedrijf stuurt dan informatie terug over het gewenste product dat je dan kunt bekijken.

Op het scherm achter Zuckerberg zijn enkele tientallen bedrijven te zien die al meedoen. Daarbij valt KLM op. Bij de luchtvaartmaatschappij kan je inchecken via de messenger.

 
Marketing met inzet van bots
De marketing van bedrijven gaat daarmee veranderen. Want bedrijven kunnen via de messenger goed persoonlijk contact met klanten onderhouden. Met de inzet van bots bij marketing is in het westen nog weinig ervaring opgedaan. Het meest genoemde voorbeeld komt uit Azië. WeChat begon als een gewone app, maar is uitgegroeid tot een platform waar miljoenen gebruikers producten bestellen en rekeningen betalen.

Marketing zal in de visie van Zuckerberg overigens steeds vaker gaan in de vorm van live video. De CEO wijst erop dat live video langer wordt bekeken dan een vooraf opgenomen clip en dat er gemiddeld tien keer zoveel reacties op komen.

 
Het einde van veel apps
Als de nieuwe aanpak van Facebook een succes wordt, kan dat desastreus uitpakken voor allerlei diensten, zoals news apps, online shopping sites of muziek streaming services, die overbodig worden als steeds meer interactie via de messenger gaat. Zelfs de Google zoekpagina zal bezoekers kwijtraken.

 
Spanning tussen Facebook en Apple
Het nieuwe Messenger Platform zorgt voor grote spanning met bedrijven als Apple. Het vervangen van apps is het laatste wat Apple wil. Dat zou betekenen dat de App Store aan de zijlijn komt te staan.

Maar Facebook is ook afhankelijk van Apple, omdat Facebook op iPhones draait. Zuckerberg zegt in zijn speech dat een deel van de apps gewoon blijft bestaan. Denk alleen al aan WhatsApp of Instagram, waar Facebook overigens zelf eigenaar van is. Als Zuckerberg met zijn Messenger te hard van stapel loopt ten koste van de App Store, kan Apple wel eens hard terugslaan.

De verwachting is dat chatbots op korte termijn apps niet volledig zullen vervangen, maar dat de twee naast elkaar zullen bestaan. Facebook trekt vijf jaar uit om het Messenger Platform tot een succes te laten uitgroeien.

 
De eerste satelliet gaat de ruimte in
 Zuckerberg kondigt verder aan dat binnen enkele maanden de eerste satelliet van Facebook de ruimte in zal gaan. Want meer mensen moeten connected zijn met internet. De satelliet gaat mensen in het Afrika ten zuiden van de Sahara toegang tot internet geven. En Facebook heeft meer plannen voor ontwikkelingslanden. Het open platform Free Basics moet mensen in ontwikkelingslanden via internet toegang geven tot basisvoorzieningen als educatie en gezondheidszorg. Het open source programma werkt inmiddels in 37 landen, zoals Indonesië en Colombia.

 
Meest politieke speech ooit
De speech van Zuckerberg wordt gezien als de meest politieke die hij ooit heeft gehouden. Hij wil mensen verbinden en iedereen hoort daarbij. „We zijn één wereldwijde gemeenschap.” Hij onderstreept dat vluchtelingen welkom zijn. Hij ziet dat landen zich naar binnen keren. „Ik hoor angstige stemmen die muren willen bouwen. (...) Ik hoor stemmen die de vrijheid van mening willen aanpakken, die migratie willen tegengaan, handel reduceren en zelfs toegang tot internet willen belemmeren.”

 
Virtual reality maakt het leuk
De wereld moet ook leuk blijven. Bijvoorbeeld met virtual en augmented reality dat een flinke sprong gaat maken. Niet alleen kun je overal ter wereld met live video bijvoorbeeld een bruiloft volgen, je kunt het in je eigen kamer laten gebeuren, waardoor je het gevoel krijgt er echt bij te zijn.

Zuckerberg zet de zaal met 2.600 toehoorders op z’n kop als hij aankondigt dat iedereen met een virtual reality-headset naar huis zal gaan en een Samsung smartphone om die aan te sturen. Het is een les in verkopen. Want de beste marketing is nog altijd een gift.

 
Speech
De speech van Mark Zuckerberg is verdeeld over twee YouTube video’s terug te zien. Deel I gaat over de Messenger en hoe interactie met bedrijven gaat veranderen. Deel II gaat over connectivity en virtual reality.

 
Deel I

https://www.youtube.com/watch?v=STm_Lu1X3HY&annotation_id=annotation_54512661&feature=iv&src_vid=U8SXVlfh5k0

 
Deel II

https://www.youtube.com/watch?v=U8SXVlfh5k0&src_vid=STm_Lu1X3HY&annotation_id=annotation_953639967&feature=iv

 
 

Het geheim van de ultieme spaaractie ontrafeld

Het geheim van de ultieme spaaractie ontrafeld
Pap, heb je moestuintjes?

 

Je kunt het zo gek niet bedenken of supermarkten doen er spaaracties mee: messensets, voetbalplaatjes, korting op pretparken en natuurlijk de moestuintjes (net voorbij). Supermarkten zetten dit soort acties vooral in om de omzet te verhogen, maar werkt het eigenlijk? En zo ja, wat bepaalt dat zo’n spaaractie een succes wordt? Is daar een modus voor te verzinnen?

 
Opeens stond-ie er (weer): een grote bak met plaats voor twintig Moestuintjes die bij de AH gespaard moesten worden. In de periode van een week of vijf leverde elke 15 euro bij de supermarkt zo’n Moestuintje op en dan moest je geluk hebben dat je geen dubbele te pakken had (zouden ‘ze’ er bewust een paar minder leveren aan bepaalde supermarkten?). Maar ach, er kan altijd geruild worden met klasgenoten, oma deed ook mee en toen de spaaractie opeens weer voorbij was, had de hele klas een complete bak met hier en daar wat van die groene sprieten te pakken (die natuurlijk nooit een meloen kunnen worden, dat weet iedereen).

 
Omzetstijging
Het was alweer de tweede keer dat de AH met Moestuintjes kwam dus het zal wel effectief zijn. Officiële cijfers zijn er niet, maar AH-topman Dick Boer zei over de reden van de omzetstijging over 2015: ,,De omzetstijging is mede het gevolg was spaaracties zoals de moestuintjes.” En inderdaad, veel degelijk cijfermateriaal is er niet te vinden over het succes van de moestuintjes, maar natuurlijk werkt het (stelt de journalist op wetenschappelijke wijze vast). Wij thuis gaan immers het hele jaar naar Hoogvliet óf naar de AH, maar de afgelopen weken moest ik het niet wagen om een voet in de Hoogvliet te zetten; Pap, heb je moestuintjes? Mam, ga je naar de Albert Heijn?

Natuurlijk werken spaaracties
Maar ja, je bent journalist of je bent het niet. Dus toch maar even checken bij de wetenschap of die N=1 onderbouwing en de quote van Boer wel kloppen. Tammo Bijmolt, marketingprofessor aan de Rijks Universiteit Groningen, deed samen met bureau GfK onderzoek naar de effecten van prijsacties op de supermarktomzet. Hij deed dat onderzoek samen met Alec Minnema en Mariëlle Non. Hij onderzocht een aantal spaaracties tijdens het WK van 2010 bij de supermarkten van AH, Deka, Dirk en PLUS en constateerde een omzetstijging van 25 procent. ,,Dat komt door extra bezoeken aan de betreffende supermarkt en de gestegen aankopen in de categorie door huishoudens die deelnemen aan de spaaractie,” legt hij uit.

 
Meer dan helft doet mee
De koppeling van de actieproducten (‘Beesies’) aan de Bonuskaart had helemaal een extra effect, zo legt Minnema uit. 25 Procent korting in de Bonus verhoogt de omzet voor een product met ongeveer vijf maal, terwijl het effect van een Bonus met een premium de omzet zeven maal verhoogt. Spaaracties werken dus - mits goed gedaan - en mensen doen bovendien vaak met alle plezier mee aan soortgelijke acties, zo blijkt. GfK deed immers in 2015 onderzoek onder 25.000 mensen en daaruit bleek dat in een jaar tijd 52 procent van alle Nederlanders had meegedaan aan een spaaractie. Het populairst was de spaaracties van de AH om kristalglazen te sparen, daar deden vier keer zoveel mensen aan mee dan aan de handdoekactie bij de Etos.

 
Hoe werkt het precies?
Spaaracties werken dus als een tierelier. Mensen houden ervan om leuke dingen te sparen en ongetwijfeld verschuiven de marktaandelen van de verschillende supermarkten in de weken dat de AH Moestuintjes heeft enorm (AH zegt daar zelf dus niks over). Dát het werkt, is dus bij deze vastgesteld, maar de vraag hoe het precies werkt is natuurlijk veel interessanter voor een marketeer met liefde voor zijn vak. Op welke manier geef je vorm aan een spaaractie zodat het effect op de omzet voor supermarkten optimaal is? (ja, veel spaaracties hebben ook andere doelstellingen zoals een nieuwe klantengroep aanboren, maar meestal gaat het om de omzet).

 
Voorwaarden geslaagde actie
Om meer te weten over de voorwaarden voor een goede spaaractie moet je bij BrandLoyalty zijn, dat vanuit het mooie kantoor in Den Bosch loyaltyprogramma’s voor de hele wereld bedenkt en uitvoert. Spaaracties met messen in de VS, pluchen beesten in Japan of glazenacties in Nederland; zij bedenken het allemaal. Hoofd marketing Marco van Bilsen vertelt tussen de pluchen smurfen in over de kennis die het bedrijf opbouwde door alle spaaracties. Het aardige is namelijk dat de wetmatigheden van zo’n geslaagde spaaractie wereldwijd toe te passen zijn. Praten over individuele cases doet hij niet, maar hij beantwoordt wel de simpele vraag: wat zijn de voorwaarden voor een geslaagde spaaractie?

 
Timing
Een belangrijke factor die moet kloppen bij een spaaractie is de timing. Bijvoorbeeld wanneer de actie precies start. ,,Wanneer hebben mensen bijvoorbeeld behoefte aan servies?,” zegt Van Bilsen. ,,Met de feestdagen natuurlijk en dus moet je een maand of twee voor de Kerst beginnen met zo’n actie, zodat ze nog voldoende kunnen verzamelen voordat de planning van het kerstdiner rond is.” Ook belangrijk is de duur van een spaaractie. ,,Daar hebben we onderzoek naar laten doen en het blijkt dat er ergens een punt is waar mensen meer gaan besteden als het einde van de actie in zicht komt. Je moet dus een balans zoeken tussen een duidelijk einde en het moment dat je moet doorpakken om de actie te completeren. In de retailsector is de ideale looptijd veertien tot zestien weken, maar dat hangt natuurlijk ook van factoren af zoals het soort product waarvoor je spaart,” aldus Van Bilsen.

 
Bedrag per zegel
Ook belangrijk voor het slagen van een actie is de hoeveelheid zegels/bonnen die je krijgt bij besteed bedrag X. Van Bilsen: ,,Je moet duidelijk zicht houden op een concreet einddoel, maar ook stimuleren dat consumenten denken: dat haal ik gemakkelijk. Die spanning kan een omzettoename betekenen en wij hebben veel gegevens om dat per actie te bepalen.”

Er was natuurlijk kritiek op de messenactie bij AH waarbij mensen iets van 11.000 euro moesten besteden voordat ze al het bestek binnen hadden. Was dat ongelukkige timing? ,,Nee, want de inzet van de actie was niet om een complete set bij elkaar te sparen, maar steeds een paar goede messen. Maar het is wel zo dat klanten zicht moeten houden op het einddoel en dat einddoel moet je goed communiceren. Daarom is het ook zo belangrijk dat medewerkers niet gaan schipperen door meer zegels weg te geven. Daar moeten ze goed in getraind worden,” stelt hij.

 
Product/merk
Je zou denken dat er bij een bedrijf als BrandLoyalty allerlei ‘zwartomrande brillen’ met de voetjes op tafel lekker gekke acties bedenken, maar de praktijk is iets weerbarstiger. In de retailsector gaat het immers vooral om de omzetten en dus speelt voor marketeers effectiviteit een voorname rol. ,,Die handdoeken-, pannen- en glazenacties krijgen wel eens kritiek van creatieve marketeers, maar je moet niet vergeten dat het vooral móét werken.” De wet, volgens Van Bilsen. ,,Het merk spaarproduct moet een bepaalde exclusiviteit bezitten waardoor consumenten willen sparen, maar tegelijkertijd moet er een drempel zijn om het echte bedrag voor dat merk neer te tellen. Je moet sparen voor iets dat je graag wilt hebben, maar dat je niet zo snel zou kopen.”

 
Andere voorwaarden kinderacties
Voor de kinderacties zoals dierenplaatjes en Moestuintjes zijn die voorwaarden trouwens wat anders, daar moeten de spaaracties vooral passen bij de belevingswereld van het kind. Ook hier geldt de voorwaarde van spaarbereidheid, maar wát kinderen precies willen sparen, lijkt iets ongrijpbaarder. Van Bilsen: ,,We hebben hier wekelijks kinderpanels over de vloer die allerlei leuke mogelijke acties testen. We praten met de kinderen en hun ouders om te kijken of het werkt en dat testen we ook kwantitatief.”
Kinderspaaracties hebben dus altijd een soort X-factor in zich waar lastig de vinger op te leggen is. Het moet passen bij een trend, maar soms ligt die trend een beetje verborgen onder de oppervlakte. ,,In Zuid-Afrika hebben we een actie gedaan met ‘Stikeez’, kleine gekleurde poppetjes die je overal op kunt plakken,” vertelt Van Bilsen. ,,Deze figuurtjes zijn niet gebaseerd op een of andere tv-serie, dus niemand kende het nog voordat de actieperiode van zeven weken begon bij een grote supermarkt. Het werd uiteindelijk een groot succes. We hadden een uitgebreid social mediaplan en de reguliere media pakten het groot op. Er werden grote groepen gevormd die achter de poppetjes aangingen. Als je zo’n case analyseert blijft er ergens iets ongrijpbaars hangen. Het werd een hype, maar je weet niet altijd waarom.”

 
Activering
Een belangrijke factor voor het slagen van een spaaractie is de activering; Van Bilsen plakt allemaal plakkertjes in het aantekenboekje van de interviewer die tezamen ‘the big five’ van de activering vormen: ‘point of sale materialen’, ‘herrie via de social media en apps’, ‘focus op de individuele consument in plaats van op de groep’ en ‘de samenwerking met de supermarkt’ natuurlijk. Het gaat iets te ver om al die elementen te bespreken - jullie kunnen er als ervaren marketeers iets bij voorstellen - maar de factor ‘personeel’ wil Van Bilsen er wel even uitlichten. ,,Het is echt heel belangrijk dat supermarktmedewerkers precies snappen hoe een actie in elkaar zit, want zij zijn ‘de promotors’ van de spaaractie. Als medewerkers al mopperen hoe een actie precies werkt dan verliezen die klanten echt hun interesse. Ik praat dus niet over klanten, maar ik kan wel vertellen dat ze dit bij AH altijd perfect hebben geregeld; daar merk je aan alles dat die spaaracties een zeer belangrijk instrument zijn.”

Apps converteren 120% beter dan mobiele sites

Apps converteren 120% beter dan mobiele sites

De mobiele verkoop is de afgelopen periode enorm gestegen. Retailers die dit links laten liggen vallen al snel buiten de boot. Dit blijkt onder meer uit cijfers van Criteo’s Q4 2015 State of Mobiel Commerce Report, gebaseerd op een wereldwijde analyse van 1.4 biljoen transacties.

In het rapport staat dat 40% van de e-commerce transacties worden gemaakt met verschillende apparaten, waaronder mobiele telefoons. Opvallend is dat Japan het land is met de meeste mobiele verkopen. Maar ook dat retailers met succesvolle apps veel meer verkoop genereren dan via een mobiele site of via de pc.

Meer info: criteo.com

Be Candid,
it’s contagious.

Candidness is the quality of speaking with
honesty and authenticity. Our Candid editorial
team shares stories that matter on media, data,
marketing, creativeness and technology.

Our Candid editorial team
creates stories that matter.