Candid. Platform
for growth.

Nu al legendarisch: ‘Tech Battle’ tussen Facebook en Snapchat

Snapchat, het speelse social netwerk van Evan Spiegel, bereidt zich voor op een beursgang volgend jaar. De app die zo populair is onder jongeren, bezorgt Facebook CEO Mark Zuckerberg hoofdbrekens. Facebook kopieert het ene na het andere element van Snapchat, maar de meeste slaan niet aan. Facebook heeft een achterhaald imago. Snapchat is jong en hip.

 
Met een waarde van zo’n  350 miljard dollar is Facebook nog steeds het grootste social netwerk ooit. Het bedrijf kocht veelbelovende concurrenten als Instagram en Whatsapp op. Weinig bedrijven buiten Google en Apple kunnen zich als directe rivalen beschouwen. Maar met Snapchat kan dat wel eens anders uitpakken. Analisten schatten dat Snap (de nieuwe naam nu het bedrijf naar de beurs gaat) een waarde krijgt tussen de 20 en 25 miljard dollar.

 
Automaat met de videobril Spectacles
Onlangs presenteerde ‘Snap’ slim doordacht de nieuwe zonnebril met camera: Spectacles. Niet tijdens een groots persmoment, niet in de drukke stad, maar in een automaat in een vrolijke straat langs het strand in de buurt van het hoofdkantoor in Venice. Lang rustig bleef het niet, want de rijen dienden zich aan. Facebook heeft de groeistuipen achter de rug. Zuckerberg heeft geleerd hoe hij een groot bedrijf moet leiden en andere kan overnemen. Snapchat is jonger, kent onverwachte wendingen en zit flink in de groei. Spiegel heeft, zo meldt Forbes, al 33 keer een bedrijf opgericht en elke keer ging het mis. Nu weet hij hoe het moet en is hij vastberaden.

 
Drie miljard voor bedrijf met zes werknemers
De rivaliteit tussen Zuckerberg en Spiegel dateert van 2012. Zuckerberg had zijn oog op Snapchat laten vallen en nodigde Spiegel bij hem thuis uit. Hij bood drie miljard dollar voor een bedrijfje dat in die tijd zes werknemers telde. Maar Spiegel maakte zich in één keer legendarisch door het miljardenaanbod af te slaan. Was het hem naar het hoofd gestegen? Of waren er adverteerders die zoveel in Snapchat zagen dat ze hem onder druk hadden gezet? Sindsdien is Snapchat alleen maar verder gegroeid. Facebook heeft tal van elementen van Snapchat gekopieerd, maar meestal zonder groot succes. Nu is het de beurt aan Snapchat om te proberen het financiële succes van Facebook te evenaren.

 
Brand advertising bij Facebook en Snapchat
Facebook domineert samen met Google de digitale advertentiemarkt. Bijna de gehele groei aan digitale advertenties komt voor rekening van de twee giganten, meldt techmagazine Mashable. Facebook scoort vanwege de omslag die het heeft gemaakt naar smartphones en video. Brand advertising die traditioneel naar tv gaat, is steeds meer op Facebook te zien. Snapchat richt zich op precies dezelfde brands, maar op een andere manier. Zo krijgt een aantal premium media brands ruimte op het Discover Platform van Snapchat. Met de nieuwe Spectacles videobril komt het bedrijf met nieuwe mogelijkheden om video’s te delen. Snapchat mikt voor volgend jaar op een miljard dollar aan advertentieinkomsten. Snapchat heeft minder kosten dan de concurrenten, schrijft CNBC. Dat komt doordat Snapchat minder data bewaart en voor opslag gebruik maakt van de Google Cloud.

 
Snapchat is persoonlijker
Jongeren stromen massaal naar Snapchat toe. Het geheim is dat het netwerk niet alles bewaart en dus is het niet erg als je foto of video niet perfect is. Op Facebook kan iedereen meekijken; op Snapchat zijn je posts alleen voor je vrienden. Het maakt Snapchat persoonlijker en in de ogen van veel jongeren leuker.
Facebook mist de sprankelende vernieuwingsdrang van Snapchat. Toch doet ook Zuckerberg van alles om Facebook bij de tijd te houden. Hij zet in op video en vooral live video. Als er concurrenten zijn, koopt Zuckerberg die het liefst op of kopieert hij succesvolle formules.

 
Wat kopieerde Facebook van Snapchat?
Deze elementen heeft Facebook van Snapchat gekopieerd:

1. Het begint in 2012 met Poke, een pure kloon van Snapchat voor het versturen van vluchtige beelden. Die app verdwijnt na korte tijd.
2. In 2014 komt Slingshot, eveneens een kloon van Snapchat, maar met eigen elementen, zoals de mogelijkheid om een antwoord in beeld te vragen voordat iemand het verzonden beeld kan openen. Slingshot stopt na een een jaar.
3. In 2015 komt er een test om vluchtige beelden te versturen via Messenger. Die mogelijkheid komt in 2016 standaard in Messenger.
4. Een maand later komt Facebook met een kopie van Snapchat’s populaire Stories. Leden kunnen met al hun volgers video’s en foto’s delen die 24 uur blijven bestaan. Facebook brengt het onder bij Instagram (waarvan het eigenaar is) in de vorm van Instagram Stories. Dat is een succes.
5. Dan komt Facebook met Lifestage. Deze keer geen rechtstreekse copie, maar een nieuwe app gericht op tieners met precies dezelfde look en feel als Snapchat. Via de app kunnen gebruikers een videoreeks maken die een happy en sad face toont, laat zien hoe ze dansen, wie hun beste vriend is, etc.
6.Stories komt ook in Whatsapp met de naam Status. Facebook (eigenaar van Whatsapp) is begonnen met het testen ervan. Gebruikers kunnen er foto’s mee nemen, stickers en tekeningen overheen plakken en ze delen voor 24 uur, precies zoals dat bij Snapchat gebeurt.
7. Vanaf november 2016 brengt Facebook de nieuwe app Flash voor vluchtige video’s met augmented reality lenses, vergelijkbaar met de maskers van Snapchat. Flash is eerst alleen in Brazilië beschikbaar. (Zie onder meer The Guardian.)

 
Ook app in Azië wijst Zuckerberg af
In Azië probeert Facebook in 2016 een app over te nemen die lijkt op Snapchat: Snow, eigendom van de Koreaanse firma Naver. Maar Zuckerberg krijgt nee te horen. Snow heeft al meer dan 80 miljoen downloads en groeit snel. Ook The New York Times wijst op het succes van Snow. Vroeger konden apps uit de VS bijna vanzelfsprekend groeien in de rest van de wereld, tegenwoordig zijn er steeds vaker lokale varianten.

The Guardian steekt in een commentaar de draak met al het gekopieer door Facebook. „In 2030 zijn er meer Facebook-clones van Snapchat dan atomen in het universum. En waarschijnlijk zal Snapchat dan nog steeds populairder zijn onder tieners.”

Maar Spiegel is er nog niet. Hoe succesvol Snapchat ook is, de app moet bewijzen dat het de verwachtingen van de beurzen straks kan waarmaken. Business Insider vergelijkt de strijd tussen Spiegel en Zuckerberg met die tussen Steve Jobs van Apple en Bill Gates van Microsoft: het wordt legendarisch, een tech battle for ages.

Kan Facebook het vertrouwen terugwinnen?

Wat Mark Zuckerberg maar niet voor elkaar krijgt, lukte tech-studenten in 36 uur: Nepnieuws op Facebook eruit fileren. Facebook kondigt nu zelf maatregelen aan, maar is dat genoeg om het geschonden vertrouwen te herstellen? Nep-berichten worden nu eenmaal het meest gedeeld.

 
Niet alleen politici, ook bedrijven ondervinden last van fake news op Facebook. Bij Pepsi daalden de aandelen door een verzonnen quote. Mark Zuckerberg wil fake nieuws op Facebook uitbannen, maar of dat gaat werken is de vraag. Trump is waarschijnlijk niet dankzij Facebook gekozen, maar in andere landen heeft Facebook verkiezingsuitslagen sterk beïnvloed.

 
Clint Eastwood niet dood 
CEO Mark Zuckerberg postte op vrijdag een bericht op Facebook over fake nieuws en hoe Facebook dat wil aanpakken: „We take misinformation seriously.” Het bericht ernaast toonde een foto van acteur Clint Eastwood met als kop  „Clint Eastwood gone at 84” en met een link naar een ‘news’-site. Dat nieuws bleek fake. Clint Eastwood is helemaal niet overleden.

Iedereen ziet andere berichten op Facebook, maar dit overkwam Geoff Colvin, senior editor bij zakenblad Fortune. Amerikaanse media reageren sceptisch op de mededeling van Zuckerberg. Ja, hij heeft serieuze intenties om fake nieuws aan te pakken, maar laat het eerst maar ‘ns zien.

 
Amerikaanse tech-studenten lukt het wel    
Verrassend genoeg slaagden vier Amerikaanse techstudenten er vorige week binnen 36 uur in een programma te maken dat fake en echt nieuws uit elkaar houdt. De extentie voor Google Chrome analyseert de links die bij een nieuwsartikel staan en checkt of die links het artikel inderdaad ondersteunen en of de bronpagina’s betrouwbaar zijn. De artikelen krijgen een label of ze verified of niet zijn. De extentie, beschreven in The Washington Post, wordt nog verder uitgewerkt. Helemaal waterdicht is het overigens niet.

De onware berichten op Facebook komen volgens The New York Times vooral van scammers, mensen die fake news publiceren met maar één doel: er flink aan te verdienen. Hoe meer clicks je krijgt, hoe meer je verdient aan advertenties. Dat liep vooral rond de verkiezingen uit de hand. Sommigen van de scammers publiceerden zowel fake berichten over Donald Trump als over Hillary Clinton. Maar de berichten over Trump kregen meer clicks, dus staken ze vooral daar energie in. Zo nam het aantal berichten over Trump snel toe.

 
Fake news meer gedeeld dan echt nieuws
Fake nieuws is vaak overdreven, het verrast en wordt daarom snel gedeeld. Onderzoek van Buzzfeed laat zien dat de top 20 fake nieuwsberichten veel meer engagement (shares, likes en comments) oplevert dan de top 20 berichten van professionele nieuwssites waar feiten worden gecheckt.

Tijdens de Amerikaanse verkiezingen gaat het los. Onjuiste nieuwskoppen als  „De Paus steunt Trump” of „Trump loopt voor bij de popular vote” gaan viraal op social media. Niet alleen aanhangers delen zulke berichten, maar soms ook politici die weten dat het om fake berichten gaat. Vele nepberichten bleken afkomstig van een groep hackers uit Macedonië, die er veel geld mee verdiende.

In sommige andere landen heeft Facebook grote invloed bij verkiezingen. Zoals bij de verkiezing van de Filipijnse president Duterte die in het nieuws kwam vanwege het laten doodschieten van drugdealers. Een woordvoerder van Duterte deelde op Facebook een foto van een meisje dat was vermoord door een drugsdealer. Later bleek die foto gemaakt te zijn in Brazilië. Maar de wijdverspreide post had zijn werk al gedaan. Ook in Indonesië heeft Facebook grote invloed op de stembustrijd gehad, meldt The New York Times.
 
Aandelen Pepsi gedaald door fake quote
Naast politici ondervinden ook bedrijven last van Facebook, schrijft Fortune. Neem bijvoorbeeld Pepsi. Een ‘news’-site met de naam TruthFeed citeerde de CEO van Pepsi, die aanhangers van Trump zou hebben opgeroepen „to take their business elsewhere.” Trump-supporters riepen op tot een boycot waardoor de aandelen daalden. Maar de quote bleek verzonnen. De CEO had het nooit gezegd.

De vraag is in hoeverre Facebook hiervoor verantwoordelijk is. Is een telefoonbedrijf verantwoordelijk voor wat mensen zeggen, vraagt Mashable zich af. The New York Times vindt dat Facebook wel degelijk verantwoordelijk is, omdat het de verspreiding van fake berichten faciliteert.

 
Zuckerberg kondigt maatregelen aan
De belangrijkste maatregelen die Zuckerberg wil nemen zijn:
1. Stronger dectection – nieuwe algoritmen die fake stories aanwijzen
2. Easy reporting -  wie een fake story ziet, kan dat laten weten
3. Third Party verification – de inzet van fact checkers van buitenaf
4. Disrupting fake news economics – fake nieuws uitsluiten van advertenties

 
De eerste maatregel is puur techniek. Het lukte Facebook al eerder om zo clickbait (misleidende koppen) grotendeels uit te bannen. Techniek kan bijdragen, maar niet mensen volledig vervangen. Afgaan op meldingen van leden van Facebook lost niet zo veel op, want ook die meldingen moet je checken. Werken met externe fact checkers is een goed idee, alleen je hebt nogal wat fact checkers nodig om heel Facebook langs te gaan. Kortom, goede intenties van Zuckerberg, maar niet de definitieve oplossing.

Een analist van socialmediatoday gaat nog een stap verder. Ook als het probleem van fake news is opgelost, ben je er nog niet. Veel ingrijpender is dat Facebook je alleen berichten laat zien die aansluiten op berichten die je eerder hebt aangeklikt. Heb je ooit gezocht op een politieke partij, dan krijg je vooral posts van hen te zien. Het is die ‘echo chamber’, schrijft socialmediatoday, die mensen eenzijdig informeert. Ze horen maar de helft van het verhaal.

 
Krijgt Facebook terecht de schuld?
Techsite Mashable pleit ervoor dat Facebook harde maatregelen neemt. Sluit iemand die een fake nieuwskop brengt voor een half jaar uit van Facebook. Maar Mashable neemt het ook op voor het sociale netwerk. „We moeten stoppen Facebook de schuld te geven en zelf verantwoordelijkheid nemen voor wat wij delen op social media en hoe wij stemmen. Facebook heeft niet op Trump gestemd. De leden van Facebook hebben dat gedaan.”

Hoe overleeft merk Lego zijn tweede crisis?

Lego gold als voorbeeld van perfecte marketing en branding. Toen het eind jaren ’90  dreigde mis te gaan, vond het bedrijf zichzelf opnieuw uit en kwam met spectaculaire vernieuwingen: van The Lego Factory tot The Lego Movie. Maar nu gaan de verkoopcijfers in vooral de VS naar beneden.

 
Hoeveel legostenen zijn er eigenlijk op de wereld? Op de website van Lego staat een hint: elke inwoner op aarde bezit gemiddeld 86 legostenen. Je kan zelfs een trap naar de maan bouwen: daarvoor heb je 40 miljard stenen nodig, maar dat is nog altijd minder dan de hoeveelheid legostenen die in een jaar wordt geproduceerd.

 
Consistente look and feel 
De sleutel van het succes van Lego is de consistente look and feel van het merk, schrijft Adweek. Koppel dat aan de kleine aanpassingen die Lego heeft doorgevoerd om bij de tijd te blijven en je hebt het marketinggeheim in een notendop.

Het begon als klein timmermansbedrijf in de jaren ‘30 in de Deense plaats Billund. Drijvende kracht was Ole Kirk Kristiansen, tiende zoon van een arme Deense familie. Aanvankelijk maakte het bedrijfje houten speelgoed, waar in een tijd van depressie overigens weinig vraag naar was. Tien jaar later deden de eerste plastic steentjes hun intrede.

Opvolger en zoon Godtfred realiseerde zich in de jaren ‘50 het potentieel van de legostenen als ‘creatief spel’. Kinderen moesten met de stenen kunnen maken waarover ze droomden.  Vanaf dan gaat het hard. In 1980 heeft 70 procent van alle West-Europese gezinnen met kinderen onder de 14 jaar legostenen in huis.

 
Paranoia rond kinderspeelgoed 
Maar rond 1999 komt de terugslag. Het lijkt wel alsof Lego ineens op instorten staat. Analist Lindsay Kolowich noemt als belangrijkste reden de geslotenheid van het bedrijf.  Er lijkt een soort paranoia te ontstaan rond producten voor kinderen. Sommige ouders dreigen Lego voor de rechter te slepen, omdat het bedrijf ideeën van kinderen zou stelen. Lego reageert door productideeën van buitenaf dan maar bij voorbaat te weigeren. Dat pakt desastreus uit, want het bedrijf verliest daardoor steeds meer contact met klanten.

 
Zicht op klanten kwijtgeraakt 
Dat contact tussen bedrijf en klanten staat in die tijd toch al op een laag pitje. Het is schrikken voor Lego als grote winkelketens - waaronder Walmart in de VS - in 1999 laten weten dat ze geen idee hebben wie de klanten van Lego eigenlijk zijn. Het is een wakeup call. „We waren zo afgesloten van de rest van de wereld,” herinnert een Lego-manager zich. „We waren het zicht op onze klanten kwijtgeraakt.”

De wakeup call komt net op tijd. Lego slaagt erin om met nieuw elan een nieuw tijdperk in te gaan. CEO Jorgen Vig Knudstorp besluit in 2004 om themaparken en video games deels af te stoten en te focussen op de kernactiviteit: legostenen. Het bedrijf komt met nieuwe initiatieven als de The Lego Factory en The Lego Movie die aanslaan bij een groot publiek.

 
Onderzoek met small data   
Lego gaat ook onderzoek doen bij klanten thuis (met hun instemming) en maakt daarbij gebruik van small data. Pionier bij Lego is Martin Lindstrom. Door in het dagelijkse leven van kinderen te duiken, lukt het hem inzicht te krijgen in hun verlangens. Lindstrom praat met kinderen en observeert hun gedrag. Zo merkt hij dat de uitdaging voor kinderen niet groot genoeg kan zijn. Lego komt vanaf dan met meer geavanceerde bouwsels die inspelen op die wens van kinderen.

In 2005 komt Lego met The Lego Factory, een site waar mensen hun eigen ontwerpen kunnen maken en vervolgens de bijbehorende stenen aanschaffen. Ze kunnen hun creaties delen in een online gallery, waarmee de site ook een eigen social netwerk van Lego is.

 
The Lego Movie  
Een  groot content marketing succes komt in 2014 met The Lego Movie. De film slaat aan bij kinderen en volwassenen. „Kinderen willen met Lego spelen; ouders zijn geraakt door de universele boodschap van de film, namelijk dat het belangrijk is verbeelding te hebben, op welke leeftijd dan ook,” schrijft The Guardian.

De aandacht voor Lego vliegt omhoog, ook op social media. Tot dan krijgen posts van Lego op bijvoorbeeld Instagram zo’n 10.000 likes; sinds de film is dat meer dan verdubbeld. Als in Amerika de Oscars voor de beste speelfilms worden uitgereikt, noemen tienduizenden mensen The Lego Movie op Twitter.

Lego breidt uit met kantoren in de VS en China. Na het debacle slaagt het bedrijf erin in tien jaar de omzet te verviervoudigen.

 
Groei botst tegen bakstenen muur   
In de loop van 2016 verschijnen andere berichten. Lego’s onstuimige groei botst op een bakstenen muur, kopt de Financial Times. Ook The Wall Street Journal is kritisch. Voor het eerst daalt de winst met enkele procenten. Is het wonder van de speelse marketing dan toch uitgewerkt of is er iets anders aan de hand?

Lego wijt het probleem aan het aannemen van veel nieuw personeel in Azië waar het bedrijf wil groeien. Maar de hoeveelheid nieuwe mensen is volgens de Financial Times disproportioneel. Lego wil ook meer investeren in fabrieken in Hongarije en Mexico waardoor er minder winst overblijft.

Sommigen zeggen dat Lego nu precies dezelfde fouten maakt als vijftien jaar geleden. De videospelletjes van toen hebben daarna minder ruimte gekregen, maar inmiddels zijn er nieuwe Lego-creaties die inspelen op games als Angry Birds. Het is een terugkerend dilemma: in hoeverre moet Lego meegaan met digitale trends?

 
Importtarieven Trump 
In Europa en Azië zit de groei er nog steeds in, maar in Amerika blijft die achter. En sinds de verkiezing van Trump heeft Lego er een nieuw probleem bij. Het bedrijf kan op hoge importtarieven rekenen vanuit Mexico naar de Verenigde Staten. De uitbreiding van de Mexicaanse fabriek is bedoeld om te produceren voor de VS.

In een tweede artikel relativeert de Financial Times overigens de problemen bij Lego. „Op de uitdagingen van Lego kunnen andere speelgoedfabrikanten wel eens jaloers zijn. (...) Maar het Deense bedrijf gaat merken dat blijvend succes bijna net zo moeilijk is als terugkomen uit een diep dal.”

Lego zelf treedt zeker naar buiten. Er staat een groots, nieuw hoofdkantoor op stapel. In het ontwerp komt de speelse stijl van lego terug samen met de ambitie om klanten in de hele wereld te blijven bedienen.

https://www.youtube.com/watch?v=P-e_1bwoG1s

 
 

Duopolie Facebook en Google blijkt nog groter

Het nieuws druppelde hier en daar in de zomer Nederland binnen, maar werd in de media niet groots opgepakt. Google en Facebook halen 85 procent van alle online advertentie-inkomsten binnen (De Volkskrant). De twee bedrijven in Californië vormen een duopolie. Dat is niet mis. Maar is het echt zo gigantisch? En waar komt dat cijfer eigenlijk vandaan?

 
De 85 procent is in Amerikaanse media voor het eerst te lezen in een column in The New York Times. Een auteur laat het getal en passant vallen en noemt een bankier als bron. Het gaat niet over de afgelopen tijd, maar is een voorspelling voor de komende maanden. En wellicht een beetje uit de losse hand.

 
Adweek belt rond
De column leidt tot ophef in Amerikaanse media vanwege die zin met dat getal. Marketingblad Adweek belt met eigen specialisten en komt uit op tien bedrijven die 75%  van de online ad opbrengsten binnenhalen. Dat wil zeggen: zo ligt het ongeveer in Amerika. Voor andere landen zijn geen cijfers voor handen.

In Groot-Brittanie buigt The Guardian zich in een long read over Google en Facebook: How Technology Disrupted the Truth. De krant wijdt in detail uit over hoe Facebook en Google steeds meer macht krijgen over het nieuws, dat veel artikelen fouten bevatten omdat feiten niet worden gecheckt en dat mensen alleen visies krijgen voorgeschoteld waar ze het mee eens zijn. Een goede analyse, zoals The Guardian dat wel vaker doet.

En dan komt ook The Guardian met die 85 procent. Gebracht als feit zonder toelichting. Er staat een link bij, maar daar is het cijfer niet terug te vinden.

 
Financial Times waarschuwt voor duopolie
Dan een stuk in The Financial Times: Advertising: Facebook and Google build a duopoly. Die krant citeert een onderzoek met bron over online ad spending in 2015. Dat jaar gaat 75 procent van alle nieuwe online advertentie-uitgaven naar Google en Facebook. In het eerste kwartaal van 2016, schrijft de krant, ligt dat in de VS op 85 procent, maar daar ontbreekt de bron.

 
Meer dan 85% online ads voor twee giganten
Nog één keer zoeken. Techsite digitalcontentnext biedt enige opheldering. De site maakt een eigen berekening en tabel op grond van de advertentiegroei op Google en Facebook.

Hun conclusie is vergaand: Google en Facebook halen in de VS samen 90 procent binnen van de groei aan online advertentie-inkomsten. Voor alle andere bureaus blijft dus 10 procent over.

Helemaal kom je er niet uit. Iemand in de media lanceert een getal en overal in andere media vind je het terug. Het kan nergens op gebaseerd zijn. Maar een trend tekent zich onmiskenbaar af. De machtsconcentratie van de twee giganten, waar The Financial Times voor waarschuwt, is nu al groter dan we denken.

 

Europese media zoeken online winst in branded content

Steeds meer media in Europa kiezen voor branded content, maar bij Italiaanse media moeten ze er weinig van hebben. Het is een opvallende conclusie in een Europees onderzoek naar verdienmodellen van media uitgevoerd door het Reuters Institute in Londen.

 
Het Reuters Instituut deed onderzoek bij 25 kranten en enkele commerciële tv-zenders in zes Europese landen. Van de Duitse tabloid Bild, de Franse krant Le Monde tot de Daily Telegraph in Groot-Brittannië. Nederlandse media zitten er niet bij, maar veel van de conclusies zullen ook hier gelden.

 
Minder advertentie-inkomsten 
Bijna alle onderzochte media zijn begonnen met digitale varianten en zijn erin geslaagd daarmee een breder publiek te bereiken. Dat levert financieel nog weinig op: ruim 80 procent van de inkomsten komt nog steeds van print-edities. Maar ook daar zijn minder advertentie-inkomsten: in Duitsland was de daling de afgelopen vijf jaar 20 procent, in Frankrijk 26 procent en in Italië zelfs 50 procent.

 
Onstuimige groei adblockers   
De geïnterviewde CEO’s en hoofdredacteuren noemen als redenen de dominantie van Facebook en Google op de advertentiemarkt en daarnaast het toenemend gebruik van Adblockers. In Nederland ligt dat gebruik op 20 procent. In veel Europese landen ligt dat hoger: in Duitsland op 25 procent, in Spanje op 28 procent, in Frankrijk op 30 procent, in Griekenland op 36 procent en in Polen op 38 procent. (Voor een kaart met alle cijfers: ga op deze Reuters-pagina naar charts, kies daar ad-blocking).

 
Native advertising 
De meeste ondervraagden zien branded content of native advertising als de belangrijkste manier om online winst te gaan maken. Het Duitse Bild is daar al ver mee en heeft een eigen BILD Brand Studio die branded video’s maakt voor adverteerders.

 
Groot-Brittannië loopt voorop 
In Groot-Brittannië zijn er meerdere kranten die al goed verdienen aan branded content. Uitgevers hebben daarvoor eigen agencies opgezet. Zo heeft The Daily Telegraph een sectie Spark. Daar werkt een team van ruim vijftig journalisten, sales officials, ontwerpers en developers. Zij schrijven content en maken video’s voor brands. De meeste branded content komt op de website van de Telegraph, maar bedrijven gebruiken het ook elders voor hun eigen campagnes. Volgens Peter Lindsay, director of strategy van The Telegraph, is branded content de manier om tegenwicht te bieden aan de grote techcompanies. „Hiermee kunnen we concurrerend zijn met Facebook en Google, omdat we expertise in huis hebben om branded content te maken. Wij zijn in staat om waarde toe te voegen.”

 
Weerstand in Italië 
De Italiaanse geïnterviewden zeggen dat branded content vooralsnog minder kans heeft, omdat er in de newsrooms verzet is tegen gesponsorde content. „We merken culturele weerstand in de newsrooms. Het onderscheid tussen redactionele en branded content is een gevoelig onderwerp,” zegt een Pier Paolo Cervi van de Gruppo L‘Espresso.

De kwaliteitskrant Il Corriere della Sera heeft goede ervaringen met branded content. De krant richtte in 2015 Numix Studios op, een creatief team dat werkt aan branded content en multimedia storytelling projects. Volgens marketing director Michela Colamussi is de aanvankelijke weerstand overwonnen door een heldere scheiding te maken tussen branded en redactionele content.

 
Nieuwe content voor speciale doelgroepen 
De zoektocht naar inkomstenbronnen heeft veel nieuwe initiatieven opgeleverd: van het organiseren van offline events, business-to-business diensten, tot het opzetten van nieuwe sites voor speciale doelgroepen. Zo heeft de Franse krant Le Monde een speciale sectie Campus, die gericht is op studenten en hun families. Een andere sectie Pixels gaat over nieuwe technologie, digitale cultuur en online gaming. Le Monde slaagt er zo in meer jongeren naar de krant te trekken.

 
De krant levert financiële diensten 
The Daily Telegraph kiest verder voor andere inkomstenbronnen, die los staan van de journalistiek. De krant biedt financiële diensten aan, zoals advies over hypotheken, ziektekosten- en reisverzekeringen en credit cards. De krant benadrukt dat de service los staat van de economische redactie van de Daily Telegraph.

De krant organiseert daarnaast reizen onder begeleiding van correspondenten. Op de reispagina’s staan ook goedkope hoteldeals die je alleen kan boeken via de krant. „Wat we klanten aanbieden is een perspectief op de wereld,” zegt Peter Lindsay van The Telegraph. De inkomsten uit zulke activiteiten zijn inmiddels even hoog als de opbrengsten uit digitale abonnementen.

 
Advies over Google Adwords 
Opmerkelijk zijn ook de business-to-business diensten die sommige media aanbieden, zoals de Duitse regiokrant Westdeutsche Algemeine Zeitung. De krant heeft een digitaal marketingbureau opgezet voor kleine en middelgrote bedrijven. Het bureau geeft advies over het opzetten van websites, Google Adwords en SEO-strategieën. En dat allemaal om de krant in de lucht te houden.

Zulke initiatieven zijn een antwoord op de lage advertentieopbrengsten en het gebrek aan abonnees op digitaal nieuws. De geïnterviewden zijn er verdeeld over. Sommigen vinden de nevendiensten te vergezocht en zien meer in branded content als oplossing. Anderen vinden nevenactiviteiten geen probleem als het onafhankelijke journalistieke werk maar kan doorgaan.

 

Nieuwssite gaat van clickbait naar virale content

De site haalde meer dan 80 miljoen unieke bezoekers per maand. Upworthy gebruikte daarvoor clickbait, koppen die veel meer beloven dan een artikel biedt. De kritiek bleef niet uit en de site maakte vorig jaar een eind aan het clickbait ‘monster’. Liever minder hits en meer prestige. Nu scoort Upworthy opnieuw, met eigen content die viraal gaat.
 
Upworthy wordt in 2013 genoemd als de snelst groeiende mediasite ooit. Dat komt niet alleen door de feelgood berichten en video’s die de site brengt. Bezoekers worden verleid met headlines die emotie oproepen en vaak ronduit misleidend zijn.
Een half jaar na de oprichting in maart 2012 heeft Upworthy 8,7 miljoen unieke bezoekers per maand. Niet mis voor een site waar nog geen dertig mensen werken. De site maakt weinig eigen content, maar speurt social media af, neemt items over en zet er een klikbare kop boven.

Koppen met drama en emotieEen verwarde tiener loopt weg van school en je raadt nooit wat er daarna gebeurt. Dat soort koppen. Met suggestie, drama en emotie. En hoe meer suggestie, hoe meer mensen klikken. Ook al komen ze daarna wellicht uit op een saai stuk dat de verwachtingen niet waarmaakt.
De editors van Upworthy gebruiken algoritmen om koppen te vinden die veel emotie oproepen. Ze testen er zo’n 25 per item en kiezen wat het meeste aanslaat. „We vinden het niet erg mensen te misleiden om te zorgen dat ze op content klikken waar ze van houden,” zegt CEO Eli Pariser in de begintijd tegen Business Insider.

De eerste keer met miljoen hitsNeem de eerste keer dat Upworthy een milljoen hits scoort. De site neemt een item van de radio over waarin een Ierse politicus kritiek uit op het gezondheidsplan van Obama. Het item is nauwelijks opgemerkt. Maar als Upworthy er een eigen kop boven zet, gaat het in Amerika viraal: „A Tea Partier decided to pick a fight with a foreign president. It didn’t go so well.”
Je voelt het drama en klikt. Maar de kop klopt feitelijk niet (niet aangesloten bij de Tea Party). De tweede zin suggereert een suspense die er niet is. Als je erop klikt, kom je bedrogen uit. Het voorbeeld wordt genoemd in The Atlantic.
De enorme aantallen hits vallen op in de Verenigde Staten. En Upworthy heeft ook sympathie, omdat het vooral positief nieuws brengt. Over een jonge musicus die tegen kanker strijdt. Of over kansarme kinderen die eindelijk onderwijs krijgen.

Bill en Melinda Gates sluiten zich aanUpworthy zet zich ook in voor goede doelen. De site krijgt geld van de Bill and Melinda Gates Foundation - het fonds van Microsoft-oprichter Bill Gates en zijn vrouw Melinda - om content te maken over gezondheidszorg wereldwijd en het tegengaan van armoede. Dezelfde soort koppen zorgen ervoor dat ook die content goed wordt bekeken.
In de wedloop naar zoveel mogelijk hits nemen steeds meer andere sites de werkwijze van Upworthy over. Misleidende koppen, het maakt niet uit, als je maar gezien wordt. Het brengt veel bezoekers naar de sites, maar leidt ook tot een storm van kritiek.

Facebook neemt maatregelenVooral bij social media is de irritatie groot, want de Upworthy-koppen domineren ook daar. Facebook neemt maatregelen en past in 2014 het algoritme aan, zodat misleidende koppen worden weggefilterd. Bij Upworthy komen de vele miljoenen hits in een vrije val. Het toont de macht aan van een netwerk als Facebook. In 2015 is het aantal kliks bij Upworthy ruim gehalveerd.
Maar ernstiger is misschien nog de publieke verontwaardiging die over de werkwijze van Upworthy is ontstaan. Gevestigde media als The New York Times merken op dat hun websites in de schaduw staan, omdat zij wel nette koppen gebruiken en daardoor minder bezoekers trekken.

Excuses voor alle clickbaitBij Upworthy zelf realiseren ze zich dat het zo niet langer kan en in 2015 komt de omslag. Mede-oprichter Peter Koechly biedt op de Changing Media Summit van de Guardian zijn excuses aan voor het clickbait ‘monster’ dat ze hebben losgelaten. ,,We hebben besloten om goodbye te zeggen tegen clickbait,” zegt hij
Dat jaar krijgt Upworthy ook een nieuwe hoofdredacteur. Amy O’Leary komt van de digitale sectie van The New York Times. Ze wil eigen verhalen, vooral video. Ze ontslaat zestien mensen, van de inmiddels bijna honderd, en daar komen videospecialisten voor terug. De video’s gaan soms viraal – zonder misleidende kop – gewoon omdat ze goed en grensverleggend zijn.
De feelgood invalshoek blijft. Zoals bij deze video over vrijwilligers die een jongen een gratis 3D-geprinte handprotese bezorgen.

 
https://www.youtube.com/watch?v=V-BgqfzGoLo

 
In juni 2016 krijgen de video’s van Upworthy 329 miljoen views, vooral op Facebook. Dat is een prestatie, omdat de site nog niet zo lang eigen video’s maakt. Het aantal unieke bezoekers van de site ligt fors lager dan in de clickbait periode. In februari 2016 waren dat er 8,5 miljoen, meldt Niemanlab.org. Liever minder hits, maar wel eerlijke koppen. Het testen van meerdere koppen gebeurt nog steeds.

Branded content werkt niet andersNaast eigen verhalen heeft Upworthy branded content. En daarvoor geldt precies hetzelfde: geen clickbait, maar zo authentiek mogelijk gemaakt. De site heeft partnerships met bedrijven als Unilever. Die samenwerking leidde vorig jaar tot een branded campagne rond bewustmaking over het broeikaseffect.
Het debat over de headlines is nog niet voorbij. „We gaan niet terug naar de krantenkoppen van vroeger, omdat internet nu eenmaal anders werkt,” zegt O‘Leary. Er zijn wel vuistregels: oprechtheid moet voorop staan. Verleiden mag, maar het moet kloppen met wat je uiteindelijk te zien krijgt.

Het geheim van de Spotify playlists 

Muziekdienst Spotify maakt een ongekende groei door, ten koste van radiozenders en platenlabels. Onafhankelijke artiesten vinden via Spotify een miljoenenpubliek. Het succes is vooral te danken aan de razend populaire playlists. De algoritmen daarvoor werken nagenoeg perfect. 

 
Spotify bereikte in september de mijlpaal van 40 miljoen betalende gebruikers. Daarnaast gebruiken miljoenen mensen de gratis versie met advertenties. De cijfers hebben Spotify zelf ook verrast, kopt Adweek. De motor achter de groei is de wekelijkse playlist Discover Weekly.

Matt Ogle is de bescheiden man achter de Spotify playlists. Hij kwam met het idee om gebruikers een lijst met nummers te sturen gebaseerd op hun eigen muziekvoorkeur. En hij ontwikkelde de algoritmen om de persoonlijke afspeellijsten samen te stellen.

 
Algoritmen als succesfactor
Social media als Facebook en Twitter gebruiken algoritmen om de volgorde te bepalen van posts die je ziet. Het gevolg: vaak onbegrijpelijke keuzes en boze gebruikers. Machines moeten zulke keuzes niet maken, dat moeten mensen doen, is de reactie. Bij Spotify gaat dat anders.

„We hebben lange tijd gedacht dat mensen superieur zijn aan algoritmen,” zegt Bob Lefsetz, auteur van de Lefsetz Letter, een nieuwsbrief over de muziekindustrie. „Wat wij hebben vastgesteld is dat de algoritmen van Spotify verbazingwekkend precies zijn.”

 
Poëzie
De 36-jarige Matt Ogle is al zijn hele leven bezig met het online vinden van dingen die emotie oproepen. Hij groeit op in Canada en studeert Engels en Computerwetenschap aan de Universiteit van Alberta. Hij houdt van poëzie en heeft een online nieuwsbrief die dagelijks een gedicht aanbeveelt. „Veel van mijn werk gaat over het oproepen van emoties met eenvoudige dingen die je online vindt,” zegt hij tegen Bloomberg Businessweek.
Na zijn afstuderen in 2004 gaat Ogle in Londen werken voor last.fm, een Britse online radiosite die suggesties geeft voor bands, songs en concerten. Wie naar deze song luisterde, luisterde ook naar die. Dat soort adviezen. Last.fm was er in die tijd een voorloper mee.

 
Drinkify
In 2011 begint hij een kantoor in Londen voor Echo Nest, een Amerikaans online muziekbedrijf, waar hij voor het eerst met algoritmen gaat werken. Drinkify is zijn creatie waarmee hij bands verbindt aan bepaalde cocktails. Je tikt de naam van de band in en de site vertelt je welke drank erbij hoort. In de media wordt het een hit, maar Ogle stopt ermee, omdat hij vreest dat winst maken met alcohol problemen gaat geven.

Zijn volgende project - een social netwerk over muziek - mislukt, omdat hij het ontwerpt voor de PC, net op het moment dat zijn doelgroep massaal overstapt op de smartphone. Het gebeurt vaker in de tech-wereld: een opeenvolging van mislukkingen waarna iemand uitgroeit tot een wereldspeler van formaat.

 
Zieltogende Discoverpagina
In 2014 komt Echo Nest in handen van Spotify. Ogle krijgt de opdracht zich te buigen over de zieltogende Discover-pagina waar je muziek kan kiezen. Een schamele 3 procent van de bezoekers maakt er dan gebruik van.

Ogle zet in op een playlist die gebruikers elke maandag krijgen als cadeautje aan het begin van de week. Het team kiest voor een mix van voor de luisteraar bekende en onbekende tracks.

 
Succes veroorzaakt crash database
De Discover Weekly playlist die in juli 2015 van start gaat, is zo succesvol dat de database in Zweden het nauwelijks aankan. Keer op keer bellen Zweedse collega’s Ogle uit bed, omdat de site op crashen staat. Op een maandag in september 2015 gaat het mis. Het duurt ruim een dag voordat de playlists weer bereikbaar zijn.

In drie maanden spelen Discover-gebruikers meer dan een miljard nummers af. Sindsdien is Spotify uitgebreid met nieuwe playlists. Sinds augustus 2016 brengt Release Radar elke vrijdag nieuwe tracks die passen bij je muziekvoorkeur. Sinds kort is er ook een dagelijkse afspeellijst Daily Mix met veel nummers die je al kent. Daily Mix is meer gericht op comfort en minder op ontdekken.

 
Nieuwe Spotify sterren
Net zoals radioshows nieuwe artiesten lanceren, doen de Spotify Playlists dat ook. Alleen is het niet de persoonlijke voorkeur van de DJ, maar speelt de lijst nadeloos in op de voorkeur van de gebruiker. Onbekende artiesten krijgen ineens een miljoenenpubliek.

Neem Mike Perry die aan de lopende band werkte bij Volvo in Zweden en ervan droomde een beroemde DJ te worden. ’s Nachts trok hij zich terug in een studio en produceerde songs, tot zijn dertigste zonder succes. Toen kwam zijn track ‘The Ocean’. Social media stonden vol met een Spotify-link naar de song. Perry zegde zijn baan op en ging die zomer toeren door Europa. Nu heeft hij ruim vijftien miljoen maandelijkse luisteraars op Spotify. „Het opende zoveel deuren voor mij,” zegt hij terugkijkend in Bloomberg Businessweek.
 
Vergelijking van geluidsgolven
De algoritmen bij Spotify werken in wezen niet anders dan bij social media. De muziekdienst verzamelt statistieken over de luistergewoonten van gebruikers, kijkt welke muziekkeuzes bij elkaar passen en stelt zo een lijst samen, vat mobileworldlive de werkwijze samen.

Voor de Release Radar playlist vergelijken audio-analisten beelden van de geluidsgolven van nieuwe muzieknummers met die van de favoriete tracks van een luisteraar. Het is wis- en natuurkunde, al komt het bij sommige mensen over als pure magie.

Bijzonder is dat die lijsten zo goed werken, dat luisteraars blij verrast zijn door de keuzes en alleen maar nog meer Spotify willen. Niets te klagen dus over algoritmen. Het blijft de natuurlijk vraag of algoritmen ook in andere gevallen, zoals bij het rubriceren van journalistieke teksten, ooit zo doeltreffend kunnen zijn.

Spotify weet mensen aan zich te binden. Veel gebruikers zijn niet alleen fan van Weekly Discover, ze zijn er verslaafd aan. Gewoon omdat het leuk is. Het einde van de groei is nog niet in zicht.

Trump en Clinton voeren verkiezingsstrijd op social media

Van Snapchat, Facebook tot YouTube: social media zijn niet meer weg te denken bij de verkiezingen. Was 2012 het Amerikaanse verkiezingsjaar van Twitter, 2016 kan wel eens het jaar van Snapchat worden.

 
Donald Trump pakt rond het eerste verkiezingsdebat voor het eerst groots uit met Snapchat. En met succes. Miljoenen mensen klikken op het filter van Trump met de tekst DONALD J. TRUMP vs CROOKED HILLARY.

Filters op Snapchat – het zijn in feite augmented reality frames - veranderen de video’s of foto’s die je hebt geupload. Mensen krijgen gekke oren, ze spugen een regenboog uit of er komt tekst over de video heen. Het filter van Trump laat tekst en vuurwerkbeelden zien.

 
Millennials kunnen de doorslag geven
Hillary Clinton was al eerder actief op Snapchat. Zij kwam tijdens de Democratische Conventie met een filter dat alleen in de omgeving van de bijeenkomst te gebruiken was. Trump is de eerste politicus met een filter dat nationaal te zien is. Het heeft hem waarschijnlijk enkele honderdduizenden dollars gekost, meldt magazine Politico. Maar Trump kiest niet voor niets voor het medium waar vooral millennials op zitten. Het is een moeilijk bereikbare groep die bij de verkiezingen de doorslag kan geven.

Jongeren op Snapchat reageren massaal op de politieke strijd en dat doen ze vooral met bestaande filters. Je ziet Clinton en Trump afgebeeld als hertjes, met rare oren en andere vervormingen. Politiek blijft het aan de oppervlakte.

De verkiezingsstrijd op Snapchat komt nu goed op gang. Op andere social media zijn de kandidaten al langer actief. Trump heeft de meeste volgers op Facebook en Twitter. Clinton loopt voor op Youtube. Hieronder een overzicht per social medium.

 
Trump wint op Twitter
Trump (@realdonaldtrump) begon de campagne met vier miljoen volgers en heeft er inmiddels ruim 12 miljoen. Clinton (@hillaryclinton) begon met rond één miljoen en heeft er nu ruim 9 miljoen. Trump verstuurde ruim 33.000 tweets; Clinton zo’n 9.000.

Terwijl Trump veel harde meningen geeft, komt Clinton vaker met argumenten. Trump maakt Clinton voortdurend belachelijk, ook met humor. Clinton is Crooked Clinton, CNN staat voor Clinton News Network en zo gaat het door. Clinton pakt Trump aan omdat hij jarenlang geen belasting zou hebben betaald.

Aanvankelijk is Trump de enige met krachtige oneliners. Maar Clinton volgt snel. Als Trump kritiek uit op Obama, slaat zij hard terug:  Delete your account.  Die zin wordt 482.000 keer geretweet. Het is de meest gedeelde tweet in de campagne, concludeert The Wall Street Journal.

Trump is het grootst op Twitter en slaagt er goed in zo mensen naar zijn optredens te trekken. „Niemand komt zelfs maar in de buurt van Trump als het gaat om Twitter,” zegt onderzoeker Michael Cornfield van de George Washington University in USA Today.
 
Micro-targeting op Facebook
Trump heeft op Facebook 11 miljoen likes tegen 6,7 miljoen voor Clinton. Door de algoritmen krijgt niet iedereen op Facebook de posts te zien. Je moet daarvoor ook iemand volgen of vrienden zijn.

De grote trend op Facebook is micro-targeting. Net zoals bij gewone advertenties worden politieke ads steeds meer op de gebruiker afgestemd. Trump gaat daar het verst in. Zijn team verspreidde in augustus advertenties op Facebook die gebruikers leidden naar 100.000 verschillende webpagina’s, elk afgestemd op een ander kiezerssegment. Dat zegt Brad Parscale, digital director bij Trump, tegen The Wall Street Journal.

Facebook staat adverteerders toe om data in te pluggen van andere partijen, bijvoorbeeld over aankopen die gebruikers hebben gedaan. Op die manier kunnen ook politieke ads specieker op gebruikers worden gericht. Het gebeurt, maar roept veel vragen op over privacybescherming; het is onduidelijk hoe dat is geregeld.

Ook Clinton gebruikt micro-targeting op Facebook. Maar een campagnemedewerker relativeert het belang ervan. „De kandidaat moet allereerst een goede message hebben. En targeting kan nooit zo krachtig zijn als een gesprek met vrienden of buren.”

 
Clinton vooraan op Youtube
Clinton heeft op YouTube bijna 79.000 volgers en 25 miljoen views. Bij Trump zijn dat 62.000 volgers en 15 miljoen views. Trump presenteert zijn YouTube kanaal met een vette headline: ‘Trump won the Debate’. Clinton opent met een bekend campagnefilmpje: kinderen die kijken naar Trump die zegt dat hij op Fifth Avenue iemand kan doodschieten zonder een stem te verliezen.

 
Kiezersregistratie via social media apps
Social media zijn steeds meer hét platform voor de kandidaten. Televisie heeft steeds meer het nakijken. De social media bieden ook de mogelijkheid om je te registreren als kiezer. Bij Facebook en Twitter kan dat en sinds kort ook bij Snapchat, meldt magazine Mashable. Handig voor jongeren die Election Day anders zouden vergeten.

De deelname aan de verkiezingen van de leeftijdsgroep tussen 18 en 34 jaar is in de VS traditioneel laag. In 2012 bracht 46 procent van de millennials die mochten stemmen hun stem uit, blijkt uit onderzoek van Pew Research Center.
Snapchat wil het jonge mensen gemakkelijker maken om te stemmen. Gebruikers krijgen video ads te zien op het Discover-kanaal van Snapchat die verwijzen naar een mobiele pagina voor kiezersregistratie.

 
De macht van social media
De oproepen om te gaan stemmen zijn neutraal, maar beïnvloeden de uiteindelijke verkiezingsuitslag. The Washington Post deed onderzoek naar de invloed van Facebook. „Facebook drijft grote aantallen mensen naar de stemlokalen. De meesten van hen stemmen waarschijnlijk Democratisch,” stelt de krant vast.

Sommigen relativeren de macht van social media, zoals politicoloog Larry Sabato van de University of Virginia in USA Today. Want hoeveel volgers de kandidaten ook hebben, alleen al tijdens de primaries gingen meer mensen naar het stemlokaal: in totaal 28 miljoen (13 miljoen voor Trump; 15 mijoen voor Clinton). In november doen naar schatting 135 miljoen kiezers mee.

What makes you click

In de rubriek Franky beschrijven redacteuren van Frank.news hun eigen, persoonlijke media-ervaring. Vandaag Ralph Rozema over de onthullende documentaire What makes you click. 

 
What makes you click gaat over de vraag waarom mensen wel of niet klikken op een site en hoe bedrijven dat met behulp van onderzoek kunnen beïnvloeden. De makers van de docu spreken van het grootste psychologische experiment ooit.

Elke dag worden zo’n miljard mensen op internet getest. De meesten van ons zijn zich er nauwelijks van bewust, maar als je op internet zit, maak je deel uit van een gemeenschap van proefpersonen en worden je gedragingen onderzocht met als doel: je nog vaker te laten klikken en je op een site vast te houden.

 
A/B testen
Dat gebeurt via A/B testen en een analyse van de data die bezoekers achterlaten. Bedrijven bieden daarvoor verschillende versies van hun site aan en kijken hoe mensen reageren. Vaak gaat het om kleine verschillen: denk aan een andere koptekst of kleur. Zo weten we dat mensen minder snel op rode letters klikken dan op groene. En dat kan flink uitmaken in aantal views en conversies.

 
Booking.com
Neem booking.com, een van oorsprong Nederlands bedrijf. Op het kantoor in Amsterdam zijn honderden mensen bezig met het online testen van hun klanten. CMO Pepijn Rijvers vertelt in de docu hoe groot het A/B testen is geworden. ,,Wie een kwartier op onze website rond browst, is misschien wel onderdeel geweest van veertig experimenten.”

Het gaat om subtiele verschillen, die kunnen bepalen of een klant wel of niet een kamer gaat boeken. ,,Denk aan de boekingsknop. Werkt die nu beter als er wel of geen wit randje om staat?,” aldus Rijvers.

 
Persuasion
Persuasion is het sleutelwoord. Steeds meer bedrijven hebben persuasion officers in dienst. Het bedrijfsleven lijkt bij het onderzoek mijlenver voor te lopen op overheid en wetenschap. Onthullend en verbazingwekkend hoe ver het allemaal is. Ook met een stevige kritische noot, want willen we dit allemaal wel? De documentaire (45 minuten) is terug te zien bij op de site van Tegenlicht van de VPRO.

 

Prijswinnende Guardian buigt hoofd voor Facebook

Het geldt als een succesverhaal: een Britse krant die uitgroeide tot digitaal medium in de wereldtop. The Guardian kwam in de spotlights door de Snowden-onthullingen. Joris Luyendijk schreef er zijn blog over bankiers. Nu vallen er ontslagen. „We verliezen de strijd met Facebook,” zegt CEO David Pemsel.

 
De kroon op het wereldwijde succes van The Guardian is de Amerikaanse tak, schrijft CNN Money. De krant bestaat in Engeland 195 jaar, maar de Amerikaanse tak begint pas in 2011. Vanuit het niets komt The Guardian in de top vijf van digitale krantenplatforms in de Verenigde Staten. Het nieuws en de onderzoeksjournalistiek slaan aan. In oktober 2014 krijgt The Guardian zelfs meer unieke bezoekers dan The New York Times.

 
Facebook en Google
Maar de advertentieopbrengsten lopen terug. Begin 2016 kondigt het bedrijf bezuinigingen aan: in drie jaar tijd moeten de kosten met 20 procent omlaag. In Engeland zijn inmiddels 270 werknemers vertrokken; nu is de VS aan de beurt. De news rooms in New York, Washington en San Francisco zullen blijven bestaan, maar moeten met honderd man (dat is 30 procent) inkrimpen.

De top van de Guardian Media Group wijst naar de dominantie van de techgiganten. Facebook en Google slurpen steeds meer advertenties op. „Wij zijn een sterk merk, maar de verschuivingen op de digitale advertentiemarkt raken onze inkomsten hard,” schrijft CEO Pemsel in een memo aan het personeel dat is gepubliceerd in The Huffington Post.
 
Vooraan bij de innovatie
In het boek Innovators in Digital News’ (2015) noemt mediaonderzoeker Lucy Küng The Guardian als voorbeeld van succes: hoe een nationale krant kan innoveren en in korte tijd in de wereldtop kan komen. Global, open, digital, is het devies.

De krant kondigt in 2011 een ‘digital-first strategy’ aan. De redactie stelt vanaf dan niet meer print, maar digitaal centraal. De digitale platforms moeten de reader engagement vergroten en ruimte geven voor commerciële partijen. Er komen investeringen voor brand marketing.

 
Van print naar digital first
Een digitale krant maken is één ding, een bestaande redactie van een papieren krant omvormen is een stuk ingewikkelder. „Er moet een nieuw team komen dat visueel is ingesteld, met technici die de codes voor de website schrijven,” zegt een medewerker.

Uiteindelijk ontstaat een nieuwe organisatie. Redactie en technische staf zitten bij elkaar. Door de korte lijnen kunnen redacteuren en technici snel overleggen over digitale tools en hoe ze de user experience kunnen verbeteren.

In 2013 is theguardian.co.uk de op één na grootste nationale news website. Maar belangrijker: wereldwijd staat The Guardian op de derde plaats na de Daily Mail en The New York Times. De buitenlandse bezoekers vormen nu tweederde van het totaal. Het is ook voor adverteerders een aantrekkelijk publiek: jong, Engelstalig, liberaal en digital connected.

 
Prestigieuze prijzen
De Guardian krijgt niet alleen veel lezers, maar wint ook grote prijzen. De krant krijgt een Pulitzer Prize (de belangrijkste Amerikaanse journalistieke prijs) voor de onthullingen over de inlichtingendienst NSA op basis van documenten van Edward Snowden. De NSA-onthullingen stuwen de lezersaantallen omhoog. Op één dag in 2013 bezoeken zeven miljoen mensen de site.

Vorig jaar won de krant meerdere awards voor de verslaggeving over fatale schietpartijen in de VS waarbij de politie was betrokken. De berichtgeving over politiemisbruik in Chicago viel op in de Amerikaanse editie.

Een bekende Nederlander die voor The Guardian schrijft is Joris Luyendijk. Hij schreef er zijn blog over de bankiers in de Londense City. En schrijft nog steeds artikelen, zoals onlangs over de Brexit.

 
Wereldwijde strategie
Het doel van The Guardian is om uit te groeien tot een ‘leading global news and media brand’ met kantoren verspreid over de wereld. Naast de Amerikaanse tak volgt in 2013 een digitale editie voor Australië. The digitale krant profiteert van de enorme Engelstalige markt: ook in Canada en India wordt de site gelezen.

Maar op de lange termijnstrategie komt ook kritiek, omdat de online content gratis is. Het idee is dat met zoveel lezers en prestigieuze verhalen de adverteerders wel zullen aansluiten. Dat blijkt maar ten dele het geval.

Die digitale content moet haast wel gratis zijn, omdat The Guardian concurreert met de BBC, die de grootste gratis news site ter wereld heeft.

 
Branded content
Native advertising moet bijdragen aan de oplossing. In 2013 wordt een branded agency opgericht, de Guardian Labs. In 2014 komt het tot een grote deal met Unilever van ruim een miljoen euro voor het maken van een interactieve en cross-media content en het organiseren van live events.

De krant houdt vast aan de lange termijnstrategie: met kwaliteitsjournalistiek een enorm publiek bereiken. „Wij gelden als het sterkste news brand in ons land,” zegt managing director Anna Watkins van Guardian Labs in 2015 tegen Digiday. „Dat willen we niet ondermijnen. Streven naar winst op de korte termijn, is niet goed voor ons.”

 
Sterk merk alleen is niet voldoende
Maar de strategie levert te weinig inkomsten op. De bedoeling was om in 2018 kostendekkend te zijn. Het is de vraag of dat met het afhaken van adverteerders haalbaar is.

In het memo dat in de Huffington Post staat, schrijft CEO Pemsel: „Bedrijven als Facebook en Google groeien in dominantie. Volgens sommige schattingen gaat 85 procent van de digitale advertentieopbrengsten rechtstreeks naar hen. Het is onvermijdelijk dat zulke aardverschuivingen in het businessmodel onze inkomsten negatief beïnvloeden ondanks het sterke merk The Guardian.”

Die 85 procent lijkt aan de hoge kant. Uit onderzoek uit 2015 van eMarketer blijkt dat 44 procent van alle digitale advertentieopbrengsten naar Facebook en Google gaan, meldt Forbes. Maar het doet niets af aan de trend.

Medewerkers van The Guardian voelen zich overvallen door de inkrimping. Het doek valt niet, maar op de redactie komt het hard aan, vertelt één van hen. Het blijkt onvermijdelijk: de digitale krant maakt een knieval voor de techbedrijven.

Hoe CNN miljoenen millennials aan zich bindt

De wereldwijde nieuwszender CNN gaat steeds meer digitaal. En met succes, want het internetkanaal Great Big Story weet miljoenen jongeren aan zich te binden. Hoe kan dat? CNN, daar kijken toch alleen maar vijftigplussers naar?

 
„We horen veel over BuzzFeed, Vice en Vox. Zij zijn allemaal goed,” reageert CNN Worldwide President Jeff Zucker tegen TVNewser. „Maar wie bereikt de millennials? Dat is CNN.”

Het mediabedrijf lanceerde oktober vorig jaar internetplatform Great Big Story. Een verhaal verteld in een video van enkele minuten, aangrijpende onderwerpen, professioneel gefilmd. Als je het voor het eerst aanklikt, weet je soms niet wat je ziet.

 
Gemiddelde leeftijd: 27 jaar
De cijfers zijn indrukwekkend. Het eerste half jaar krijgt Great Big Story veertig miljoen views per maand, melden Adweek en CNBC. De gemiddelde leeftijd van de 6,2 miljoen fans is 27 jaar, een doelgroep die lastig te bereiken is. Per video zijn er gemiddeld 730.000 views en 22.000 shares. Zo’n 80 procent van de views is op de smartphone.

Het contrast met het televisiekanaal van CNN kan nauwelijks groter zijn. Daar is de gemiddelde leeftijd van de kijkers 61 jaar. Het tv-station werd ooit groot door de live verslagen. Miljoenen kijkers volgden zo de oorlogen in Irak. Verslaggevers van CNN stonden er bovenop.

Maar het tv-kanaal trekt geen jongeren meer aan. Er is ook kritiek op de vele herhalingen. CNN TV mist de sprankelendheid van het begin in de jaren ‘80.

 
Korte documentaires
Great Big Story, een onafhankelijke tak binnen CNN, moest de millennials weer terug brengen. Maar dat het zo’n vaart zou lopen, hadden ze bij CNN zelf ook niet gedacht.

De video’s hebben de stijl van tijdloze documentaires en staan daarmee los van het harde nieuws, waarmee CNN groot is geworden. „De nieuwe aanpak trekt wereldwijd kijkers aan en vormt een perfecte aanvulling op ons andere werk,” zegt Zucker.

De stories gaan over mensen of plekken. Een kijkje in een verlaten Russisch mijndorp. Over het immense natuurmuseum van het Smithsonian Institute. Of over een koorddanser die in de Alpen tussen bergtoppen in de lucht balanceert.

https://www.youtube.com/watch?v=TSfGS7rv3co

 
Concurrentie met Vice
Great Big Story concurreert met Vice, dat andere videoplatform voor jongeren. Maar er zijn grote verschillen. Vice is meer gericht op nieuws en komt met spraakmakende documentaires over IS of dwangarbeiders in Polen. De filmstijl bij Vice is beweeglijk, de beeldmontage is ruw.

De items van Great Big Story zijn meer gepolijst, in de korte documentaire stijl van tv, met beelden die emotie oproepen, met muziek die de kijker de story intrekt. Great Big Story lijkt te kiezen voor meer mainstream dan Vice. Beide benaderingen doen het goed bij millennials.

Naast CNN en Vice is ook BuzzFeed in video gestapt. Gericht op een vergelijkbare jonge doelgroep. Bij Great Big Story zien ze dat niet als een probleem. „Wij denken dat er naast hun audiences veel meer kijkers te bereiken zijn,” zegt medeoprichter Chris Berend in Digiday UK.
 
Branded content als verdienmodel
Great Big Story draait financieel op branded content. Geen advertenties rond een videoclip, want dat leidt tot irritatie. Wel branded video’s die iets toevoegen voor de doelgroep.

In het eerste half jaar kwam de branded content van twee bedrijven: General Electric en HP (Hewlett Packard Company). HP sponsorde een achtdelige videoserie ‘The Dreamers’ over mensen die bepaalde technologie gebruiken. Het merk HP is nauwelijks aanwezig. In één van de branded video’s wordt HP alleen als bron voor de data genoemd.

 
Hewlett Packard Enterprise
In een video over het regenwoud is de sponsortekst (‘A Great Big Story by Hewlett Packard Enterprise’) even in beeld. Je ziet dieren sluipen door de jungle. Een natuurbeschermer vertelt over verborgen camera’s en hoe je de big data daarvan goed kunt verwerken. In twee minuten video noemt ze twee keer de naam van het bedrijf. Voor de rest zijn het gewoon mooie en informatieve beelden. Branding moet subtiel, is de gedachte, anders is de jonge audience verdwenen.

Branded content is overigens niet nieuw voor CNN. Het bedrijf heeft sinds ruim een jaar een in-house branded content studio. Sinds augustus 2016 is CNN International daarvoor een samenwerking aangegaan met Sharethrough. Digital advertising levert nu 28 procent van CNN’s advertentie-inkomsten. Dat zal de komende vijf jaar naar verwachting doorgroeien tot 50 procent.

 
Snapchat Discover
Los van Great Big Story bereikt CNN veel millennials via Snapchat Discover. Op het Discover-kanaal van Snapchat zijn video’s te zien van ruim twintig geselecteerde partners, waaronder CNN, BuzzFeed en Vice.

Via Snapchat Discover brengt CNN breaking news, politieke en entertainment stories. Er is een speciaal Snapchat-team voor opgericht. „We zijn blij met het design van Discover,” zegt Samantha Barry, hoofd social media bij CNN Worldwide. ,,Er ligt nadruk op content en headlines. Dat werkt prima voor ons.”

Uit een studie in opdracht van Variety blijkt dat 47 procent van de Snapchatters in de VS dagelijks Discover bezoekt. 30 procent zegt de app zelfs te gebruiken voor nieuws over de presidentsverkiezingen. BuzzFeed wordt het meest bekeken (54% van de ondervraagden). CNN scoort 24%, Cosmopolitan 24%, National Geographic 20% en Vice 11%.

 
Take me There
CNN heeft grote ambities voor de toekomst. Naast meer video’s voor internet en social media komt Great Big Story met Virtual Reality. De VR-serie ‘Take me there’ moet kijkers gaan onderdompelen in uitzonderlijke milieus, van Hawaii tot de onderwaterpyramides bij de kust van Japan.

Veel Nederlanders zijn CNN uit het oog verloren. Maar het mediabedrijf lijkt terug van weggeweest.

 

Nieuwe politieke media zetten Facebook naar hun hand

Een nieuwe groep politieke media maakt in de VS furore op internet. Ze zijn speciaal ontworpen voor Facebook en halen daar miljoenen hits, meer dan gevestigde media als CNN. De oprichters verdienen er flink aan.

 
De 35-jarige Adam Nicoloff heeft een drukbezochte Facebook-pagina Make American Great Today waarmee hij steun geeft aan Donald Trump. De pagina staat los van de officiële campagne. Sterker nog: Nicoloff is weliswaar Republikein, maar had liever een andere kandidaat dan Trump gezien. Maar met die pagina verdient hij duizenden dollars.

Nicoloff begon ‘Make American Great Today’ in augustus vorig jaar vanuit zijn huis in Saint Louis. Tot dan gaf hij marketingadviezen aan lokale bedrijven. Met zijn Facebook-pagina zette hij zijn eerste stappen in de wereld van nieuwe politieke media, vertelt hij in The New York Times Magazine.

 
Verdienmodel
Zijn verdienmodel is eenvoudig, maar het werkt. Zorg dat je veel volgers krijgt, publiceer posts met links naar een externe website met veel advertenties en hoop op veel traffic. Zo’n model werkt lang niet altijd, want goede content maken is duur en advertenties kunnen sitebezoekers evengoed wegjagen.

Maar ‘Make American Great Today’ heeft daar geen last van. De content is goedkoop (eenvoudige bewerkingen van stukken van elders), de populistische retoriek slaat aan en de grote interesse in Trump maken dat de advertenties veel opleveren. Maandelijks verdient Nicoloff zo’n 20.000 dollar. Zijn belangrijkste uitgaven zijn de hosting van de website en advertenties die hij zelf op Facebook plaatst.

 
Hausse aan politieke media
‘Make American Great Today’ maakt deel uit van een hausse aan nieuwe politieke media in de VS die zich vooral op Facebook manifesteren. Onbekende namen zijn het, maar inmiddels met grote invloed: The Angry Patriot, US Uncut, US Chronicle, Fed-Up Americans of American News. Er zijn er inmiddels tientallen. Hun opkomst valt samen met de aanloop naar de presidentsverkiezingen, maar zij staan los van de politieke partijen.

 
Nieuwe media nemen news feeds over
Onderzoeksjournalist John Herrman dook in de wereld van deze nieuwe politieke media. „Een nieuwe klasse media is opgekomen en dreigt onze news feeds over te nemen ,” schrijft hij in The New York Times Magazine.

Veel van de nieuwe media steunen Trump. Dat wil niet zeggen dat alle eigenaren fan van hem zijn; soms willen ze gewoon geld verdienen. Daarnaast zijn er nieuwe media die eerst democraat Bernie Sanders steunden en zich nu tegen Trump opstellen. Hillary Clinton is bij die nieuwe media minder aanwezig.

 
Deel dit verhaal: de enige vraag aan lezers
Natuurlijk, ook traditionele kranten en omroepen zijn aanwezig op Facebook. Maar de meeste missen het succes en de groei van de politieke nieuwkomers. Hun strategie is anders. Herrman: „De nieuwe media combineren activisme met journalistiek. Opvallend is wat ze wel en niet van hun lezers vragen. Ze vragen niet om meer verhalen aan te klikken. Ze streven niet naar engagement met het merk. Het enige wat ze lezers vragen is om het verhaal dat nu voor hen staat met anderen te delen. De rest is secundair.”

 
Het succes herhaald
Heb je één succesvolle pagina op Facebook, dan vraagt dat om meer. Online marketeer Terry Littlepage heeft inmniddels vijftig pagina’s op Facebook met titels als The American Patriot en My Favorite Gun, met in totaal zo’n tien miljoen volgers. Hij steekt maandelijks duizend dollar in advertenties op Facebook; de opbrengsten liggen in een goede maand rond de zestigduizend dollar.

Littlepage heeft gemengde gevoelens omdat hij geen fervent aanhanger is van Trump en hem nu wel aan het promoten is. Zijn favoriete kandidaat was Ted Cruz, die het niet heeft gered. Littlepage is een opportunist: hij heeft ook politiek linkse pagina’s op Facebook gehad, maar hij vond dat hij daarmee te weinig verdiende.

Naast de pagina’s die Trump steunen, heeft politiek links ook succesvolle nieuwe media op Facebook gelanceerd. Een voorbeeld is US Uncut met zo’n anderhalf miljoen volgers.

 
Politieke oorlog met memes
De politieke pagina’s gebruiken veel memes, beelden met een tekst eroverheen. Dat kan heel onschuldig: een foto van Sanders met een quote waarin hij pleit voor gratis onderwijs. Maar memes krijgen de meeste aandacht als je een tegenstander in een kwaad daglicht stelt.

Begin dit jaar loopt de strijd met memes tussen Sanders en Clinton hoog op. Zo verschijnt een portret van Clinton met een suggestieve tekst over steekpenningen die ze zou hebben aangenomen. Zulke memes worden tienduizenden keren gedeeld.

 
Zuckerberg weet van niets
De nieuwe politieke media zetten Facebook naar hun hand. CEO Mark Zuckerberg staat op het standpunt dat Facebook gebruikers faciliteert, maar dat het geen redactionele keuzes maakt over wat wel of niet op het netwerk mag. Politieke media in de vorm van een Facebook-pagina kunnen dus hun gang gaan. Facebook checkt ook niet of beschuldigingen kloppen; je kan over presidentskandidaten schrijven wat je wil.

Maar dat blijkt niet helemaal waar te zijn. Bij sommige politieke media grijpt Facebook hard in. Zo verwijderde Facebook de pagina ‘Occupy Democrats Logic’, omdat die te ver zou gaan. Die pagina ging tekeer tegen de politiek linkse pagina ‘Occupy Democrats’, omdat die onwaarheden zou verspreiden. Facebook verwijdert ook memes die in strijd zouden zijn met de regels.

En daarmee zitten we weer middenin het debat over censuur, of Facebook nu wel of niet een mediaorganisatie is, en of het netwerk door zulke keuzes een politiek gekleurde organisatie is.

 
Denk als een startup
Gevestigde media hebben het steeds moeilijker door de concurrentie van nieuwelingen. Ze zullen niet in alles meegaan – denk aan de populistische toon – maar kunnen wel wat leren. De nieuwe media hebben een voorsprong, omdat ze denken vanuit Facebook. „Deze uitgevers zijn ooit begonnen met een eigen Facebook-pagina. Ze denken vanuit het sociale netwerk, hoe ze daar succesvol kunnen zijn. Ze passen hun content daarop aan,” zegt onderzoeker Herrman.

Bij een analyse van de eigen krant kwam de online sectie van The New York Times tot een vergelijkbare conclusie: ,,We moeten leren denken als een tech startup.

 
Nieuw medialandschap
Onderzoeker Herrman verwacht dat de politieke media op Facebook ook na de verkiezingen zullen blijven bestaan. Tenminste in de VS. Daar leeft politiek meer dan in Nederland. Het is nu nog het wilde westen waar nieuwe pagina’s opkomen en andere verdwijnen. Uiteindelijk ontstaat een nieuw medialandschap dat zich vooral op Facebook manifesteert. Met een steeds grotere rol bij de presidentsverkiezingen.

Interactieve video: laat kijker kiezen wat belangrijk is

Door een video interactief te maken speel je beter in op de wensen van consumenten en vergroot je het engagement. Laat kijkers kiezen wat ze precies willen zien. En help ze met handige knoppen binnen de video voor extra informatie of om direct een product te bestellen.

 
„Op de smartphone kan je niet zonder interactieve video’s. Een video beslaat het hele scherm, dus als je gebruikers keuzes wilt geven, dan moet je dat binnen de video doen,” zegt commercieel directeur Tom Ruijgrok van Blue Billywig. „We merken dat consumenten er blij mee zijn, ze kunnen zelf precies bepalen wat ze zien. Bedrijven krijgen meer inzicht in wat gebruikers willen en kunnen beter op de klantbehoefte inspelen.”

Blue Billywig, gevestigd in een bosrijk stukje Hilversum, is een online videoplatform. Bedrijven kunnen er terecht voor ontwerp, beheer en analyse van videocontent. Een productiebedrijf maakt de deelvideo’s. Blue Billywig, dat 35 werknemers telt, plaatst het bij elkaar en voegt interactieve elementen toe.

 
Succes bij KPN
KPN had de primeur. Het bedrijf maakte voor KPN in 2009 voor het eerst een interactieve video. „Geen video van acht minuten, maar korte clips van 25 seconden. Dat bleek te werken. Die video’s namen het call center veel werk uit handen.” Door in de video enkele vragen te beantwoorden komt de klant bij het antwoord op zijn specifieke vraag. Het begon met zevenduizend views per maand; inmiddels zijn dat er 250.000.

Sindsdien is het snel gegaan: van reisorganisaties tot woningcorporaties. Bedrijven en instellingen zijn volop met interactieve video aan de gang.

Zo geeft Allerhande interactief kookles. Tijdens het afspelen van de video kan je kiezen welke variant je wil zien – Hollandse of Italiaanse gehaktballetjes – , je kan het recept te voorschijn toveren en als een stap je te snel is gegaan, kan je die even terugkijken. De interacties maken de video gebruiksvriendelijk.

Bekijk hier de interactieve kookvideo van de Allerhande
 
 
Creatief of zakelijk
Een video van Blue Billywig zelf gaat nog verder. Je kan kiezen tussen een zakelijk of creatief pad, waarbij je door je keuzes andere fragmenten te zien krijgt en zo je eigen video samenstelt. Met flitsende muziek op de keuzemomenten. ,,We willen dat mensen niet alleen kijken, maar een ervaring krijgen die ze bijblijft,” zegt Ruijgrok.

„Je kan kijkers hun eigen soundtrack laten samenstellen,” zegt product owner Linda van der Veldt als ze de video toont. „Klik op de gitaar, de drums of de zanger, wat je maar wilt horen. Creatieve video’s lenen zich prima voor dat soort interactieve elementen.”

Op de site van Blue Billywig kan je je eigen video regisseren. Kies je soundtrack, acteur en camera. Klik op de homepage op de tv om het uit te proberen.

 
Videostrategie
De trend van video op de smartphone is al een tijd aan de gang. Uit onderzoek van Ooyala blijkt dat videogebruik op smartphone en tablet vorig jaar met 35 procent is gegroeid. Sinds 2013 is dat met 170 procent toegenomen. Het onderzoek richt zich op de VS, maar in Nederland is de trend niet anders. Het bereik van video wordt steeds groter, helemaal onder millennials.

Maar veel bedrijven hebben nog nauwelijks een videostrategie. „We zijn daar wel eens verbaasd over,” zegt Esther van Dorst, marketeer bij Blue Billywig. „Dan heeft een bedrijf een uitstekende marketingafdeling, maar blijkt video het ondergeschoven kindje te zijn.”

 
Conversie of engagement
De eerste stap die Blue Billiwig zet met bedrijven is het ontwerpen van een videostrategie. Wat is je doelstelling? Conversie, engagement, customer care of E-learning zijn heel geschikt om interactieve video toe te passen.

Maar interactieve video is geen doel op zich. „Het moet je doelstelling ondersteunen. Anders krijg je een prachtig opgetuigde kerstboom, maar als niet helder is wat je wilt bereiken, heb je er weinig aan. Alles begint bij het vaststellen van je doelen.”

 
Branching en overlays
Interactieve video maakt gebruik van twee uitbreidingen op je videocontent. Branching is dat je vertakkingen in een video maakt, dat elke kijker een eigen weg gaat en eigen video samenstelt. Ontwerpers maken een flow chart met mogelijke combinaties van videofragmenten. Vergelijk het met een customer journey, maar dan binnen een video.

Naast branching zijn er overlays, knoppen bovenop het beeld. Door te klikken kan je een actie uitvoeren, bijvoorbeeld iets downloaden, een formulier invullen of een specifieke video in de video bekijken. Of kies voor bepaalde toepassingen van een product: je kan de kijker zelf laten bepalen wat hij of zij wil zien.

 
Gepersonaliseerd en interactief
Mooi is ook de combinatie van een interactieve en gepersonaliseerde video. Als bepaalde gegevens van je bekend zijn, dan wordt de inhoud van de video daarop afgestemd. Pensioenfonds APG doet er al zijn voordeel mee. Bijvoorbeeld je leeftijd of de gezinssamenstelling is bekend en dus krijg je alleen die video’s te zien die op jou van toepassing zijn. „Bij complexe onderwerpen als pensioenen biedt interactieve video een uitkomst,” zegt Van Dorst. APG won er een communicatieprijs mee.

 
Consumentenonderzoek
Uit onderzoek van Trendbox in opdracht van Blue Billywig blijkt dat consumenten interactieve video waarderen. Proefpersonen kregen een lineaire of interactieve video te beoordelen, waarna ze de andere variant te zien kregen. Interactief springt eruit. Mensen waarderen het om zelf door de video heen te kunnen navigeren, ze onthouden de informatie beter en voelen zich meer betrokken. Bij de leeftijdsgroep tot 35 jaar scoort interactieve video het hoogst.

 
Goudmijn voor analisten
Bedrijven zien als grote winstpunt dat ze meer kunnen analyseren. Bij lineaire video is na te gaan hoe lang iemand kijkt. Interactieve video vertelt ook welke knoppen een gebruiker aanklikt. „Bedrijven kunnen zo speciek op wensen van klanten inspelen,” zegt Ruijgrok. „De bedrijfsleiding spreekt KPI’s af om het succes te meten. Met het platform kan je zien in hoeverre de doelstellingen zijn behaald.”

 
360-graden video
De nieuwste trend is 360-graden video. Ook dat kan interactief. Ruijgrok ziet er veel in. „Je loopt door een gebouw en kan alle kanten opkijken. En op elke plek die ertoe doet kunnen we een overlay leggen waar de consument meer informatie krijgt, een product goed kan bekijken of kiezen om een bepaalde richting in te slaan.”

Ruijgrok verwacht dat over vijf jaar interactieve video gemeengoed is, in elk geval voor de smartphone. Veel bedrijven hebben nu nog een slag te maken. „Het gaat integraal deel uitmaken van de marketing.”

En vanwaar Blue Billywig? De kenners weten het al lang. Blue Billywig komt uit Harry Potter. Het beestje, dat zo klein is dat je het niet ziet, kan een zweverig gevoel veroorzaken waardoor ineens alles kan. Zo vanzelfsprekend kan interactieve video gaan worden.

Is Musical.ly de nieuwe Snapchat?

In de rubriek Franky beschrijven redacteuren van Frank.news hun eigen, persoonlijke media-ervaring. Vandaag Ralph Rozema over de app Musical.ly die in rap tempo de wereld verovert.De mooiste media-ervaring is natuurlijk live. In de trein van Amsterdam naar Maastricht gaf een tienertweeling van een jaar of twaalf een inkijkje in hun wereld. Lekker swingen tegen de bank aan, charmante bewegingen met hun handen en een verleidelijke blik. Met de smartphone in de hand.
Even later vertelden ze hun medereizigers waar het om draait: de app Musical.ly. Samen playbacken, het is fun en als je geluk hebt word je als tiener een wereldster.

Playback appMusical.ly heeft inmiddels zo’n 100 miljoen gebruikers wereldwijd. Vooral jonge tieners blijken dol op de playback app te zijn, waarmee je je eigen muziekvideo kan opnemen en delen.

Vergeet SnapchatMisschien had je nog niet de moeite genomen je erin te verdiepen, maar Musical.ly wordt nu al genoemd als de nieuwe Snapchat. De groei van de app gaat even snel als bij Snapchat in de begintijd. Vooral in de Verenigde Staten gaat het hard.
Sommige tieners zijn dankzij Musical.ly uitgegroeid tot wereldster. Op internet kan je ze vinden, zoals de vijftienjarige Ariel Martin (Baby Ariel) met elf miljoen fans. Of de veertienjarige tweeling Lisa en Lena uit Duitsland met zeven miljoen volgers.

Ophef in AustraliëSnapchat lag in het begin onder vuur vanwege de seksueel getinte foto’s die jonge gebruikers elkaar stuurden. Met de playback app Musical.ly kunnen tieners hun creativiteit uiten. Onschuldig zou je denken, maar een school in Australië heeft de app verboden, schrijft techmagazine Mashable. De app zou aanzetten tot seksueel getinte dansbewegingen bij kinderen.

Live zingenVolgens Mashable valt dat overigens wel mee. Het is niet anders dan op Instagram, waar tieners zich met selfies op een aantrekkelijke manier aan de wereld presenteren.
Het bedrijf heeft inmiddels een app uitgebracht die nog een stukje verder gaat. Want met Live.ly kan je live playbacken en dat is nog leuker dan opnemen.

Facebook de mist in met vervangen mensen door machines

Facebook heeft de voltallige redactie van de trending sectie ontslagen, omdat algoritmen dat werk beter zouden kunnen doen. Maar twee dagen na het ontslag verschijnt in de trending sectie een compleet verzonnen nieuwsverhaal, dat in de VS voor veel ophef zorgt.

 
Het was even schrikken voor de 26 medewerkers  - curators en copywriters - die afgelopen vrijdag naar huis werden gestuurd. Ze kregen een uur om hun computer en smartphone in te leveren en het kantoor in New York te verlaten. De details komen uit internetmagazine Quartz en ook andere media als The Washington Post melden het ontslag.

Facebook vindt dat mensen bij de nieuwsselectie geen objectieve beslissingen nemen. Daarom kunnen machines en algoritmes dat werk beter doen.

 
Fake artikel over debatleider Megyn Kelly
Maar twee dagen later blijkt dat de algoritmen wel hele eigenzinnige besluiten nemen. Op zondag verschijnt een fake nieuwsartikel over presentator Megyn Kelly van televisiezender Fox, dat terecht komt in de trending sectie op Facebook. Kelly is bekend van het televiedebat met Donald Trump en de ruzie daarna volgde.

Het nieuwsverhaal vertelt dat Kelly bij Fox is ontslagen, omdat ze steun zou hebben gegeven aan Hillary Clinton. Maar van dat ontslag blijkt niets waar te zijn. Het verhaal heeft intussen 200.000 likes. Facebook verwijdert het fake verhaal pas na een dag uit de trending sectie.

 
Facebook belangrijke nieuwsbron
De ophef is groot omdat Facebook zich steeds meer ontwikkelt tot belangrijke nieuwsbron in de Verenigde Staten. Zo’n 44 procent van de volwassen Amerikanen gebruikt Facebook voor de nieuwvoorziening, constateert het Pew Research Center. Maar nieuws moet je checken om er zeker van te zijn dat het klopt. Dat is het minste wat je als lezer mag verwachten.

CEO Mark Zuckerberg zegt dat Facebook geen mediabedrijf is, maar een tech-organisatie. Het geeft informatie door en hoeft dus niks te checken. Ook de criteria voor de selectie van nieuws – wat komt wel en niet in de trending sectie – blijven in nevelen gehuld.

 
Conservatieve standpunten niet welkom
Facebook gebruikte tot nu toe een algoritme om verhalen van lezers te verzamelen en liet redacteuren een samenvatting schrijven die in de trending sectie kon komen. Dat team kwam in opspraak, omdat het conservatieve standpunten uit de trending sectie zou weren.

Nu de redacteuren weg zijn, is er alleen het algoritme nog. De enige mensen die nog aan ‘Trending’ werken, liet Facebook weten, zijn technici die het algoritme verfijnen. Maar die checken dus niet of een nieuwsverhaal klopt.

 
Fake en echt door elkaar
Sinds het verwijderen van het Kelly-verhaal uit de trending sectie, zijn daar weer ‘echte’ news stories te zien. Vooral licht nieuws – een bekende acteur die naar een party gaat, een curiositeit over de kipsandwiches van McDonald’s.

Het probleem is dat nieuws dat gecheckt is en fake verhalen op Facebook dwars door elkaar zitten. Je zou zeggen: je hebt een redactie nodig om dat uit elkaar te houden.

 
Fortune haalt uit
Die visie is steeds vaker te horen. Neem zakenblad Fortune. „Sorry, Mark Zuckerberg”, kopt het blad, „maar Facebook is zonder enige twijfel een mediabedrijf. En moet dus ook de verantwoordelijkheden op zich nemen die daarbij horen.”

Naast het indelen van posts van gebruikers, benadert Facebook media voor het leveren van content. Dit jaar krijgen uitgevers en celebrities zo’n vijftig miljoen dollar betaald om content te leveren. „Het maakt niet uit of Zuckerberg zegt dat het geen mediabedrijf is. Het heeft de functies van mediabedrijven overgenomen,” schrijft Fortune.

 
Ook technici niet neutraal
Facebook heeft ook een punt: objectieve criteria voor wat nieuws is, bestaan niet. De oplossing die steeds meer nieuwsorganisaties kiezen is transparant te zijn over de criteria om iets wel of niet in de nieuwssectie te plaatsen.

Dat is wat anders dan zulke keuzes aan machines overlaten, zoals Zuckerberg wil. Het is een onmogelijk streven, want ook technici die computers aansturen hebben opvattingen. Zij bepalen via de techniek welk nieuws je wel of niet te zien krijgt. Zonder transparantie daarover. En zonder kennis over het nieuws. Het zal op die manier niet lang duren voor het volgende fake bericht in de Facebook trending sectie verschijnt.

 

DJ Khaled, de koning van Snapchat

Met zo’n zes miljoen volgers is de 40-jarige DJ Khaled de ster van millennials op Snapchat. Zijn nieuwe album ‘Major Key’ geeft sleutels voor zijn succes op het sociale medium. „DJ Khaled is de king van Snapchat,” zegt senior vice-president Emmanuel Seuge van Coca-Cola.

 
DJ Khaled als gidsAls je Snapchat wilt begrijpen, neem dan DJ Khaled als je gids, schrijft zakensite Bloomberg. Apple Music en Ciroc Vodka hebben inmiddels contracten met hem gesloten. Want de DJ, producer en rapper is met zijn video’s en tips voor succes niet weg te slaan op het sociale netwerk. „Reis samen met mij op weg naar meer succes,” roept hij op de achterbank van zijn auto, terwijl zijn chauffeur gas geeft.

 
Sociaal netwerk van millennials
Snapchat geldt als het sociale netwerk van millennials. De verticale video’s die je via het platform verstuurt, blijven in de regel niet langer dan 24 uur bestaan (al is het mogelijk om video’s te bewaren).  DJ Khaled filmt alles, van zijn ontbijt tot ontmoetingen met bevriende rappers. We zien hem planten water geven terwijl hij roept tegen een beeld van een leeuw dat in zijn tuin staat. Vorig jaar wees een vriend hem op Snapchat. Hij probeert het. „Ik wist er niks van. Ik praatte maar wat in mezelf.”

 
Jetski
Zijn doorbraak komt als hij filmt terwijl hij in het donker aan het jetskiën is. Maar het gaat mis, hij ligt urenlang stil op het water. Zijn volgers op Snapchat zien de video’s, die meteen een hit zijn. Khaled geeft er een andere draai aan. „The key,” zegt hij, „is om niet in het donker te gaan jetskiën.”

 
Gouden sleutel als logo
The Key – de gouden sleutel – wordt zijn handelsmerk en logo. Het komt terug, hij gebruikt het in zijn video’s met tips. Er zitten even onzinnige als waardevolle tips bij, maar bij zijn volgers slaat het aan. The key om goed te slapen is voldoende kussens te hebben. The key voor succes op Snapchat is niet bang te zijn om jezelf te blijven. Sinds de jetski-nacht is Khaled haast synoniem met Snapchat. Hij schijnt het sociale netwerk te begrijpen waar iedereen op wil scoren, maar waar niemand greep op krijgt. Hij raakt bevriend met CEO Evan Spiegel, maakt Snapchat-video’s voor Ciroc Vodka en gaat een deal aan met Apple Music. Zijn uitspraken halen ook traditionele media als Time en Bloomberg Businessweek. „Hij heeft het netwerk opengebroken,” zegt Emmanuel Seuge van Coca Cola tegen Bloomberg.

 
Snapchat Stories en Discover
Bij nieuwe Snapchat-gebruikers slaat de verwarring toe zodra ze de app openen. Want het scherm ziet er compleet anders uit dan je gewend bent. Open de app en het lijkt alsof je de camera van je smartphone hebt geopend met een paar vage iconen in de hoeken. Door te swipen kom je in de berichtenbox: daar vind je de selfies van je vrienden met emojis of een trendy filter erover heen. Swipe de andere kant op en je komt bij de Stories, videoclips van vrienden en mensen die je kan volgen, zoals DJ Khaled. De bovenste helft van het scherm toont Snapchat’s Live Stories en Snapchat Discover. De Discover-kanalen worden gemaakt door media als CNN, The Wall Street Journal, Vice en Buzzfeed, elk met zo’n tien video’s per dag.

 
Neem horizontaal op; snij verticaal uit
Bedrijven die op Snapchat willen adverteren, komen in een nieuwe wereld. Want een ad is een verticale video die millennials in tien seconden moet overtuigen. De video ads worden vertoond binnen Snapchat Live en Discover. Daarnaast zijn er andere advertentiemogelijkheden, zoals gesponsorde lenzen (die een virtuele laag over een gezicht leggen) en gesponsorde geofilters. Je kunt in een studio de opname van een horizontale en verticale video handig combineren, schrijft consultant Brian Honigman. Neem horizontaal op, zorg dat de story zich in het midden afspeelt en maak daar een verticale uitsnede.
Maar DJ Khaled werkt anders. Zijn snapchatvideo’s tarten alle regels van het vak. Hij loopt rond met z’n smartphone, praat in zichzelf, tegen zijn leeuw en met iedereen die hij tegenkomt. In de video’s zitten lege passages die je eruit zou willen knippen. Slechte kleuren, overbelicht. Maar bij millennials slaan ze aan.

 
The key to success
Hij maakt gebruik van opzwepende slogans als ‘Bless up’ of ‘The key to success’ die door bedrijven als Mastercard en Burger King al zijn overgenomen. Met zijn gouden sleutel heeft hij een logo dat tot de verbeelding spreekt. Maar bovenal zijn de video’s rauw, oprecht, onopgesmukt, zoals je bij een branded video zelden zal zien. Dat blijkt op Snapchat te werken. „Blijf jezelf,” is het belangrijkste advies van Khaled. Die succesvolle rauwe presentatie moet ook bedrijven aan het denken zetten.

 
Bedrijven in Nederland op Snapchat
In Nederland zitten bedrijven en instellingen nog maar kort op Snapchat. Vodafone heeft vloggers die met een ‘Fantastic Friday Deal’ komen. De NOS laat jonge redacteuren het laatste nieuws brengen, compleet met emojis. De Hogeschool van Amsterdam werft studenten op Snapchat. Marketingfacts liet onderzoek doen naar ervaringen van bedrijven. Van de 83 ondervraagde merken,  bleken er 19 actief op Snapchat, waarvan 90 procent korter dan een jaar. Engagement en verhogen van awareness zijn de belangrijkste redenen om op het netwerk actief te zijn.

Snapchat stelt andere eisen, merken de bedrijven. Content moet snel en ‘fun’ zijn en niet zo commercieel zoals op andere platformen. Ga niet puur je merk promoten, de content moet meer ‘in the moment’ zijn. Volgersaantallen zijn nog laag, constateert Marketingfacts. Een kwart van de merken heeft minder dan 50 volgers, ruim de helft zit onder de 500 en 16 procent heeft er meer dan 2.000. Er valt nog wat te verbeteren.

 
Apple Music
Larry Jackson van Apple Music noemt DJ Khaled in Adweek als voorbeeld. „Hij is gepassioneerd, ambitieus en het belangrijkste: hij is echt. Het is de oprechtheid waarmee hij zijn audience bereikt en waarom zijn volgers van hem houden.”

DJ Khaled’s onlangs uitgekomen album ‘Major Key’ met artiesten als Jay Z en Meghan Trainor geeft subtiele hints om succesvol te zijn op Snapchat. In een interview met de Daily Mail zet Khaled zijn tips op een rijtje (sommige liggen zo voor de hand dat je vergeet eraan te denken): blijf jezelf, breng positieve boodschappen die motiveren, laat mensen zien wat je doet in je dagelijkse leven en gebruik gewone taal: praat zoals je altijd praat.

Snapchat is een vluchtig netwerk. De magie van DJ Khaled kan ineens voorbij zijn. Hij is zich ervan bewust, laat hij Bloomberg weten, en dus bewaart hij zijn posts. „Niet allemaal, maar wel mijn beste.”

Hoe John Hanke Pokémon op de kaart zette

Van Google Earth tot Pokémon Go. Dat is ruwweg de weg die John Hanke afgelegde, de CEO van Niantic, het bedrijf achter Pokémon Go. De app heeft sinds de lancering in juli al 250 miljoen dollar opgebracht. Hanke wil mensen achter de computer weghalen en buiten bij elkaar brengen. 

Pokémon Go snelst groeiende game ooit
Met alleen al in de eerste week tien miljoen downloads is Pokémon Go de snelst groeiende mobiele game ooit. Inmiddels zijn er wereldwijd meer dan 30 miljoen gebruikers. Het bedrijf ligt volgens de Financial Times op koers om een miljard binnen te halen.

 
Eerste wereldwijde toepassing augmented reality
Het kan je bijna niet ontgaan zijn: groepjes mensen die overal ter wereld met hun smartphone op zoek zijn naar de ‘pocket monsters’ van Pokémon Go. Het spel is daarmee de eerste wereldwijde toepassing van augmented reality. De app maakt gebruik van GPS en de camera van de smartphone, en voegt beelden op het scherm toe om je te leiden naar plaatsen waar de kleine monstertjes zich schuilhouden. De jacht op de Pokémons kan je vergemakkelijken door digitale hulpmiddelen te kopen. Pokéballen om de monstertjes te vangen of wierrook om ze te lokken. Met de verkoop van die digitale goederen verdient het bedrijf geld.

 
Risk en Stratego
Een journalist van The Telegraph herinnert zich de kamer van John Hanke toen die bij Google werkte. Hij zag er computer games, maar ook spellen als Risk en Stratego die maar één doel hebben: de wereld overnemen. Met Pokémon Gó domineert Hanke nu zelf de wereld. Na zijn MBA-studie aan de Universiteit van Californië in Berkeley is Hanke mede-oprichter van Keyhole. De startup komt voort uit een spelbedrijf, maar legt zich toe op digitale cartografie en satellietbeelden. In 2004 wordt Keyhole voor 35 miljoen dollar overgenomen door Google.

 
Keyhole wordt Google Earth
Het belangrijkste product Keyhole wordt omgedoopt tot Google Earth. Hanke wordt bij Google vice-president van de ‘Geo’-divisie, die naast Google Earth ook Google Maps en StreetView omvat.  „Google Earth was één van de grootste lanceringen op internet ooit. Met Pokémon Go maken we nu iets vergelijkbaars mee,” zegt Brian McClendon, destijds bestuurder bij Keyhole en nu bij Uber. „Hij heeft met Google Earth de aarde in je broekzak gebracht en nu brengt hij pocket monsters op de aarde,” vat het internetmagazine van zijn opleiding in Berkeley zijn carrière samen.

 
Startup binnen Google
Het bedrijf Niantic begint in 2010 als interne startup binnen Google, maar wordt in 2015 onafhankelijk na de herstructurering van Google binnen moederbedrijf Alphabet.  De eerste apps die Niantic ontwikkelt, kan je zien als voorlopers van Pokémon Go. De eerste is Field Trip, een app die een schat aan informatie toevoegt over de locatie waar je je bevindt.

 
Ingress
Daarna volgt Ingress, de eerste augmented reality game app. Ook Ingress maakt gebruik van de camera en GPS op de smartphone. Twee rivale groepen vechten om controle te krijgen over duizenden ‘portals’ verspreid over de wereld. Spelers moeten historische plekken bezoeken om ‘portals’ te openen en territorium te winnen. De echte magie - en Hankes motivatie om zulke games te ontwikkelen - is offline. „Het geeft mij zoveel voldoening te zien dat mensen buiten samen komen en hun vreugde te zien. Het plezier dat mensen krijgen als ze hun stad verder ontdekken  en nieuwe vrienden ontmoeten,” zegt Hanke.

 
Pokémon Go begint als 1-aprilgrap
Pokémon Go begint verrassend genoeg als 1 aprilgrap. Google en de Pokémon Company verstoppen op 1 april 2014 Pokémon in Google Maps. Mensen worden uitgedaagd om het monstertje te vinden via de Google Maps mobiele app. Het spel bestaat korte tijd, maar gaat extreem viraal. ,,Google Maps plus Pokémon is als chocolade en pindakaas,” zegt Hanke in Business Insider UK. Het idee is geboren.Niantic weet spelgigant Nintendo en de Pokémon Company te interesseren voor een spel dat uiteindelijk Pokémon Go zal worden. CEO Tsunekazu Ishihara van de Pokémon Company, zelf een fanatiek Ingress-speler, reageert enthousiast. Ook Nintendo, dat met de smartphones wel wat in te halen heeft, stapt in het project. Niantic is inmiddels los van Google een zelfstandig bedrijf.

 
Verdienmodel van de app
Pokémon Go is een zogeheten freemium game. Downloaden is gratis, zodat iedereen het spel kan spelen. De gamer wordt vervolgens verleid met extra opties die de kans op succes verhogen, maar waarvoor je wel moet betalen.  Eén op de vijf spelers van Pokémon Go geeft geld uit voor de smartphone app. Alleen al in de VS en Groot-Brittannië zijn er volgens onderzoeksbureau YouGov elf miljoen betalende gebruikers. De bestedingen variëren nogal. Volgens YouGov zit ruim de helft van de miljoen betalende Britse spelers tussen een bedrag van 0,93 en 17,40 euro. Ruim zevenduizend mensen hebben meer dan 87 euro aan het spel besteed.

 
Kansen voor brands
YouGov wijst op de kansen die dit biedt voor merken, zowel bij deze app als breder bij augmented reality games. Sommige bedrijven liften al mee op het succes van Pokémon Go. McDonalds in Japan maakt veel extra winst sinds vestigingen zijn veranderd in PokéGyms en PokéStops waar spelers naar toe worden gelokt. Niantic komt met meer gesponserde locaties voor Pokémon Go. „Het is de tweede component in ons business model,” verklaarde Hanke onlangs. „Bedrijven betalen ons om een lokatie te zijn binnen het virtuele spel. De verwachting is dat dat klanten zal aantrekken.” Het is overigens een misvatting te denken dat Pokémon Go alleen voor jongeren is. Tweederde van de spelers zit volgens YouGov in de leeftijdsgroep van 18 tot 34 jaar; een derde is boven de 34.

 
Overlast van spelers
Spelers zorgen soms voor overlast. In Nederland klaagde de NS dat mensen naar een Pokémon zochten op gevaarlijke plekken langs het spoor. Ook het AMC in Amsterdam mopperde over mensen die met hun smartphone verboden ruimtes ingingen. Zulke locaties zijn inmiddels uit het spel verwijderd. Het spel heeft ook last heeft van bedriegers. Sommige mensen gebruiken andere software om het spel binnen te komen of manipuleren hun locatie, meldt techmagazine Mashable. Spelers in Australië bleken Pokémons te vangen in compleet andere delen van de wereld. Niantic gaat valsspelers uit het spel zetten.

 
Oculus Rift
CEO John Hanke ziet een grote toekomst voor augmented reality. Maar hij ziet niets in de brillen waar veel techbedrijven mee komen, zoals de Oculus Rift van Facebook. „Ik denk niet dat we gemaakt zijn om in een donkere kamer te zitten met een stuk elektronica om ons hoofd. Ik ben er meer gecharmeerd van om naar buiten te trekken en sociale relaties aan te gaan.”

 

Branded content helpt uitgevers barre winter door

Er komt een barre winter aan voor uitgevers. Branded content kan een oplossing bieden, mits goed onderscheidbaar van de rest. Het is niet de minste die dat zegt: CEO Mark Thompson van The New York Times, door velen nog steeds gezien als de beste krant ter wereld.

 
Ook goede kranten en hun internetsites hebben het moeilijk en The New York Times is geen uitzondering. De NYT experimenteerde met nieuwe vormen – van pakkende video’s tot onderscheidende longreads – om lezers te blijven trekken. Maar abonnees en adverteerders lieten de krant en site aanvankelijk in de steek. Nu trekt het aantal digitale abonnees aan.

Voor het Reuters Instituut van Oxford University schreef Thompson zijn visie op in het artikel ‘The Challenging New Economics of Journalism’.

 
Winter is coming
‘Winter is coming’. De terugkerende waarschuwing in de hitserie Game of Thrones mag dan fantasie zijn; Thompson voorspelt dat er voor uitgevers echt een barre winter aankomt die een aantal van hen de kop gaat kosten. En voor sommige is het helaas al te laat.

Hij ziet dat veel uitgevers ervoor kiezen om content van anderen dan maar goedkoop te recyclen en die aan te vullen met digitale advertenties. Dat werkt dus niet.

Hij ziet consumptie van nieuws snel switchen van de sites van uitgevers naar social media als Facebook en Snapchat. In de VS is dat al 46 procent van het nieuws; in Groot-Brittannië 35 procent. Veel uitgevers geven nu ruimte op hun site aan content discovery platforms (zoals Taboola), die die ruimte verkopen ‘aan God mag het weten.’

 
Branded content als alternatief
Er is een alternatief, houdt Thompson zijn lezers voor. ,,Wij zien bij de The New York Times dat er ruimte is voor digitale advertenties die gebruikers nuttig en prettig vinden.” Sinds ruim twee jaar heeft de NYT een eigen studio voor branded content: T Brand Studio, met als slogan ‘Stories that Influence the Influential’. Bij T Brand werken 70 journalisten, videographers, ontwerpers en technici.

Die branded content gaat de NYT dit jaar naar verwachting zo’n 50 miljoen dollar opleveren. Bij de smartphones is de groei het grootst.

Aparte advertenties gaan er uiteindelijk uit, want die worden nauwelijks bekeken. De groei zit in verhalen van adverteerders - in de vorm van tekst, slide shows, video of virtual reality - die naast de journalistieke content wordt geplaatst. Gebruikers moeten branded content wel kunnen onderscheiden van de gezaghebbende journalistieke producties die de journalisten van de NYT maken.

 
Engagement van lezers
Bij branded content, betoogt Thomson, staat engagement van lezers voorop. Vroeger liet een lezer zijn ogen even over een advertentie gaan. Branded content moet zo goed zijn dat lezers er tijd voor vrij maken. Het moet zich onderscheiden door kwaliteit en relevantie voor de gebruikers.

De CEO waarschuwt voor simpele oplossingen, zoals clickbait (koppen die meer beloven dan een artikel biedt en uiteindelijk lezers wegjagen) of de obsessie met het aantal unieke maandelijkse views (die blijken dan vaak van buiten de doelgroep te komen).

 
Investeer in kwaliteit
Naast branded content gaat de The New York Times door met digitale abonnementen. Tot verbazing van veel andere uitgevers zit daar bij de NYT een steeds verder stijgende lijn in. Thompson is daarover minder verbaasd. Het sleutelwoord is kwaliteit. ,,Terwijl anderen redacties uitkleden, investeren wij in kwaliteitsjournalistiek.” Dat trekt betalende lezers aan. Volgens de CEO gaat het ook om de mindset binnen het bedrijf. ,,Wij zijn ervan overtuigd dat alle verhalen die we maken het waard zijn om voor te betalen,” zegt hij.

Branded content, digitale abonnementen, e-commerce en events dragen bij aan het verdienmodel. Het is allemaal belangrijk, vindt Thompson, maar het is niet de kern waar het om gaat. ,,Alle uitgevers moeten zich afvragen of hun journalistieke producten het waard zijn om voor te betalen. Als dat niet zo is, wacht hen hetzelfde lot als de bakker wiens brood niet goed is.”

 
Strategische partners
Ook de organisatie moet volgens Thompson veranderen. Journalistieke redacties en commerciële afdelingen zijn traditioneel strikt gescheiden. In de huidige digitale wereld werkt dat niet meer. Redacties en commercial departements moeten strategische partners worden. Ze moeten samenwerken als het gaat om redactionele doelstellingen, user experience, innovatie in dataverwerking, technologie, creatief ontwerp en nieuwe benaderingen bij het business model.

De storm komt eraan, aldus Thompson. ,,Newsrooms en commerciële afdelingen die de nieuwe werkelijkheid ontkennen, zullen het niet redden. Degenen die kwaliteit en hun audience voorop stellen (...) zullen de juiste plek vinden, niet alleen om te overleven, maar ook om te groeien.”

Taboola ’s werelds grootste alternatief voor Facebook

Met een miljard unieke bezoekers per maand is Taboola wereldwijd het tweede grootste internetplatform na Facebook. Het noemt zichzelf ’s werelds grootste ‘content discovery platform’ en plaatst advertenties en artikelen op sites die je bezoekt. Tot ongenoegen van veel lezers. Maar gezaghebbende media gaan met ze in zee. „Wij bieden de journalistiek een uitweg,” zegt Taboola-CEO Adam Singolda.

 
Wie ‘Taboola’ bij Google intikt, krijgt tientallen adviezen om adware te verwijderen. Want Taboola is behalve groot ook omstreden. De ads die het plaatst, roepen irritatie op. Denk aan frivole advertenties die opduiken op serieuze nieuwssites. CEO Singolda erkent dat zulke fouten in het verleden veel zijn gemaakt. „Het lukt nu steeds beter om content met een toegevoegde waarde te plaatsen,” zegt hij

Taboola plaatst widgets en native ads op sites die mensen bezoeken. In Nederland is Taboola nog relatief klein, maar op Engelstalige sites kom je het overal tegen: aangeraden artikelen, slideshows en video’s en links naar websites.

 
Groeien als onkruid
Elke maand klikken meer dan een miljard mensen op content van Taboola. Op desktops zijn dat er 800 miljoen; op smartphones nog eens 200 miljoen. Taboola groeit als onkruid, kopte de International Business Times onlangs. Een jaar geleden bedroeg het aantal klikken nog niet de helft. De groei komt vooral vanwege de agressieve internationale expansie in onder meer Rusland, Brazilië en China.

In de VS is Taboola het grootst. Het bedrijf claimt 93 procent van alle Amerikaanse internetgebruikers van boven de vijftien jaar te bereiken. Je herkent de Taboola items aan kopjes als ‘We recommend’ of ‘Around the Web’.

„Alle merken, uitgevers en marketeers hebben verhalen die ontdekt en herontdekt moeten worden,” zegt Singolda. „Ik ben enthousiast over de schaal waarop we dat nu aan topmerken kunnen aanbieden.”

 
Eenvoudig verdienmodel
Het verdienmodel van Taboola is eenvoudig. Het platform krijgt inkomsten van adverteerders die via Taboola content of links op andere sites kunnen plaatsen. Dat kunnen ook uitgevers van informatieve sites zijn die artikelen willen promoten.

De websites die content of links via Taboola plaatsen, krijgen daarvoor betaald. Dat kunnen bijvoorbeeld journalistieke nieuwssites zijn.

 
Israëlische inlichtingendienst
Taboola, in 2007 opgericht in Israël, is nu gevestigd in New York. CEO Adam Singolda is afkomstig uit de Israëlische militaire inlichtingendienst. Hij leerde daar werken met grote hoeveelheden data.

Als 20-jarige stuurt hij een team militairen aan die encryptiewerk verzorgen voor de beveiliging van mobiele communicatie. ,,Die ervaring is onbetaalbaar,” zegt hij terugkijkend.

Na zijn diensttijd gaat hij met internet aan de gang. „Internet heeft een discovery problem. Er is zoveel content, niemand weet zijn weg erin te vinden. Ik wil mensen dingen laten ontdekken waarvan ze geen idee hebben dat het er is.”

 
Van BBC tot Huffington Post
In de loop der jaren zijn steeds meer gevestigde media met Taboola in zee gegaan. Onder hen zijn de BBC, Bloomberg, USA Today, Time en The Huffington Post. In mei 2016 ging Taboola een overeenkomst aan met het Amerikaanse mediabedrijf NBC om al haar websites van extra content te voorzien.

In 2015 breidde Taboola fors uit in Europa en wist bekende namen aan zich te binden, zoals de Daily Mail, L’Express en Euronews.

 
Strijd tegen Facebook
Taboola werpt zich op als alternatief voor Facebook en zelfs als redder van de journalistiek. Want nieuwsmedia verspreiden steeds meer content via Facebook, maar raken zo hun controle kwijt. „Ze verliezen de controle over de relaties met hun lezers en maken zich afhankelijk,” zegt Singolda tegen internetmagazine Mashable.

Uitgevers die artikelen plaatsen op Facebook krijgen extra hits, maar lijken blind te zijn voor de keerzijde. „Je krijgt traffic en dat is goed. Maar heb je op Facebook een eigen identiteit? Ken je je lezers op Facebook?”

Daar ligt de uitdaging, vindt Singolda. „Hoe krijgen topuitgevers aandacht van mensen? Hoe kunnen ze hen terugwinnen? Hoe kunnen ze voorkomen dat hun artikelen alleen in een social media feed worden gezien en verder niet? Ik ben bang voor een toekomst waar Facebook 80 procent van je business in handen heeft.”

Mediabedrijven moeten uit de greep van Facebook komen. Daar kan een bedrijf als Taboola, in de visie van de CEO, een alternatief voor zijn.

 
Scherpe kritiek
Taboola als alternatief voor social media dus. Maar de kritiek op Taboola zelf is niet mals. De toegevoegde content past lang niet altijd bij de news sites waar die wordt geplaatst. Een paar voorbeelden van headlines waarmee Taboola de plank flink missloeg: ‘Zeven oorzaken voor een laag testosterongehalte’, ‘Negen mensen waarvan je niet gelooft dat ze bestaan’, ‘Gevaarlijk. Bekijk dit niet samen met je vrouw’. Zulke toegevoegde koppen op news sites wekken irritatie op. Het is spam, click-bait, degrading, zeggen critici.

De bekende investeerder Marc Andreessen veegde twee jaar geleden in Fortune de vloer aan met Taboola. Serieuze uitgevers ‘should be shot’ als ze zulke content-links gebruiken. Het maakt deel uit van de race naar het laagste waarmee het internet wordt doordrongen, vindt Andreessen.

 
Taboola’s technologie
Taboola werkt er hard aan de technologie te verbeteren, waardoor de content beter aansluit bij de websites en de wensen van de gebruikers. Het platform gebruikt ‘predictive technology’, die steeds beter voorspellingen kan doen over interesses van mensen. „Ons doel is om zoekresultaten te laten zien, voordat je de zoekterm hebt ingetikt,” zegt Singolda. Daartoe analyseert het bedrijf honderden real-time factoren, variërend van je locatie tot je gebruik van social media. Hoe het zit met privacybescherming blijft onduidelijk.

 
De concurrentie zit niet stil
Op termijn is de positie van Taboola allerminst zeker, want de concurrentie groeit. Google, Yahoo, AOL en anderen zijn bezig met vergelijkbare producten. Een belangrijke concurrent van Taboola in dezelfde niche is Outbrain, een ander voormalig Israëlisch bedrijf dat vanuit New York opereert.

 

Hoe Joe Pulizzi zijn website groot maakte

In de rubriek Franky beschrijven redacteuren van Frank.news hun eigen, persoonlijke media-ervaring.  Ralph Rozema bladerde op z’n iPad door het boek Epic Content Marketing van Joe Pulizzi en stuitte op een paar hele praktische tips.

 
Iedereen kent het probleem: je bent net een website begonnen of net actief op een social medium en je wilt niet alleen volgers, je wilt ook dat die volgers uit je doelgroep komen. En eigenlijk wil je nog veel meer: namelijk dat die volgers influencers of opinion leaders zijn.

Toen Joe Pulizzi zijn website contentmarketinginstitute.com begon, was dat precies wat hij regelde. Het ligt zo voor de hand dat je geneigd bent om eraan voorbij te gaan. Of te denken dat het te simpel is om effect te kunnen hebben.

Blog commenting strategy, noemt Pulizzi zijn aanpak. Hij was zelf ook een beetje verbaasd over het effect toen hij de eerste stap zette naar relaties met content marketeers over de hele wereld.

 
Commentaar schrijven
Wat de deur opende naar key industry influencers, schrijft Pulizzi, was simpelweg commentaar schrijven onder blogs van sleutelpersonen. Natuurlijk, inhoudelijk commentaar, laten zien dat je in het vak zit, dat je constructieve ideeën kan toevoegen. Zorg dat je met je reacties bij hen opvalt.

Op een conferentie vroeg Pulizzi zijn gehoor wie van hen een corporate blog bijhield. Dat was zo’n 50 procent. Vervolgens vroeg hij wie commentaar gaf op blogs van anderen. Dat bleek niet meer dan 10 procent. ,,What a shame,” reageerde Pulizzi.

Je kunt de beste content creator op aarde zijn, maar als je niet de juiste kanalen actief benadert, blijf je geïsoleerd. Zet het bovenaan je lijst van technieken om je content te verpreiden: geef commentaar op blogs van anderen in je sector.

 
Lijstje maken
Pulizzi maakt het concreet: maak een lijst met tien tot vijftien belangrijke blogs, waarmee je je wilt verbinden. En schrijf tenminste één keer per week een informatieve reactie onder elk van die blogs.

Het kan je een paar uur per week kosten, maar het resultaat zal er zijn. De influencers die je kiest, zullen je kennen. Na een tijdje zullen ze jouw content gaan delen en erop reageren. Het zal je eigen blog positief beïnvloeden.

Pulizzi was verrast toen hij na enige tijd grote influencers waar hij aanvankelijk tegen opkeek tot zijn vriendenkring kon rekenen.

 

Be Candid,
it’s contagious.

Candidness is the quality of speaking with
honesty and authenticity. Our Candid editorial
team shares stories that matter on media, data,
marketing, creativeness and technology.

Our Candid editorial team
creates stories that matter.