Candid. Platform
for growth.

Facebook start exclusieve news shows…en betaalt ervoor

Facebook is bezig met de voorbereiding van exclusieve video news shows, die waarschijnlijk al binnenkort te zien zijn. Daarover zijn gesprekken gaande met CNN, Fox News, BuzzFeed en anderen. De mediaorganisaties gaan het nieuws brengen en…Facebook gaat ervoor betalen.

 
Het geheime wapen van Facebook heet Campbell Brown, voormalig tv-presentator bij grote netwerken als CNN en NBC en sinds 2017 in dienst bij Facebook. Ze opereert daar vooral de schermen. Ze is succesvol en omstreden. Is Campbell Brown een kracht om mee rekening te houden of is ze zelf fake news?, kopte The New York Times onlangs.

 
Niet de minsten 
Deze week laat ze van zich horen op de grote F8 conferentie van Facebook. „Kwaliteitsnieuws kan ons samen brengen,” zegt ze op het podium. Het is terug te zien op de videopagina van Facebook F8 (de presentatie begint op 1.11 min). Meteen na haar komt Alex Hardiman, afkomstig van The New York Times en tegenwoordig ook in dienst van Facebook. Het zijn niet de minsten die van gezaghebbende media naar Facebook overstappen.

 
Networks met exclusieve news shows op Facebook 
Brown wil kwaliteitsnieuws bij Facebook naar voren halen. Ze wil media meer mogelijkheden geven op Facebook nieuws te brengen achter een paywall (de eerste paar artikelen blijven gratis) en ze is er voorstander van dat Facebook de mediaorganisaties die kwaliteitsnieuws brengen daarvoor gaat betalen. Haar grootste project is om binnen de videosectie van Facebook een nieuwsplatform te ontwikkelen. Daarover is Brown in overleg met netwerken als CNN en Fox News. Het moet leiden tot een zestal news shows, die vanaf half mei of juni exclusief op Facebook te zien zullen zijn.

 
Laatste schandaal 
Op een conferentie in New York trad Brown al eerder opvallend naar buiten. Voor een zaal van executives uit de media- en advertentiewereld kreeg ze een vraag over Facebooks laatste schandaal. Facebook had de krant The Guardian gedreigd met een rechtszaak als die een rapport over het datalek naar Cambridge Analytica naar buiten zou brengen. Brown nam opmerkelijk genoeg afstand van haar Facebook-collega’s. „Ik zou waarschijnlijk niet hebben gekozen om met een rechtszaak te dreigen,” verklaart ze bij CNBC. ,,Dat is denk ik niet onze slimste zet geweest.” Pas later schaart ook CEO Mark Zuckerberg zich achter de uitlatingen van Brown.

 
Uitgevers krijgen paywalls op Facebook
Brown wordt in 2017 bij Facebook binnengehaald om de relatie met de media te herstellen. Sommigen zien haar aanstelling als niet meer dan een geste naar de buitenwereld toe. Hoe kan ze invloed hebben bij een bedrijf waar haar baas Zuckerberg het maken en tonen van nieuws vooral als een probleem ziet? Maar ondertussen slaagt ze er in haar visie om van Facebook ook een mediaplatform te maken, steeds meer uit te dragen. Facebook heeft 90 miljoen dollar vrijgemaakt om partners news shows te laten brengen waarvoor Brown de onderhandelingen voert, zoals The New York Times meldt.

Met de paywalls die uitgevers kunnen instellen op Facebook, wil ze hen verder tegemoet komen. „Hiermee veranderen we onze relatie met uitgevers,” verklaart Brown op een tech- en mediaconferentie van Recode eerder dit jaar. Ze benadrukt dat Facebook nieuws van lage kwaliteit minder ruimte gaat geven. Kwaliteit komt bovenaan te staan.

 
Fiasco met trending topics nog niet vergeten 
Het is afwachten hoe dat in de praktijk gaat uitpakken. Facebook stelde eerder redacteuren aan die moesten bepalen welke artikelen in de trending topics moesten komen. Dat complete team werd in 2016 ontslagen, onder meer omdat het conservatieve standpunten uit de trending topics zou weren. Daarvoor in de plaats kwamen de omstreden algoritmen die de volgorde in de news feed bepalen.

Fake news is nog steeds een groot dilemma. Er kan een accreditatiesysteem komen, liet Brown op een conferentie over nieuws zich ontvallen. Maar accreditatie gaat in tegen persvrijheid omdat je anderen uitsluit en een vorm van censuur pleegt. Brown krabbelde snel terug, ze bedoelde dat ze fake news wil aanpakken door met betrouwbare organisaties te werken, zegt ze in Columbia Journalism Review.

 
Murdoch: Facebook moet uitgevers betalen 
Onlangs nog deelde Facebook een harde klap aan uitgevers uit met de mededeling dat het sociale netwerk vrienden centraal ging stellen. Uitgevers zouden hoe dan ook een lagere plek in de news feed krijgen. Sommige mediabedrijven zagen hun bezoekersaantallen kelderen.

Magnaat Rupert Murdoch riep media op hun krachten te bundelen om Facebook te dwingen voor content te betalen. Campbell gaat daarin mee en lijkt dat nu voor elkaar te krijgen. Verder krijgen uitgevers de mogelijkheid om abonnementen aan te bieden via een knop bij hun content op Facebook. Testen hebben laten zien dat meer mensen zich zo abonneren op hun favoriete media. „Campbell leidt een cruciaal deel van onze business,” zegt Dan Rose, Facebooks vicepresident voor partnerships. „Ze is ongelooflijk effectief en ze is nog maar net begonnen.”

 
Campbell Brown bij Bush, Clinton en Gates 
Brown begint haar tv-carrière bij een lokale omroep, maar komt al snel terecht bij de nationale zenders NBC en CNN. Als tv-verslaggever reist ze mee met de presidentscampagne van George W. Bush. Ze trekt op met de machtigen der aarde. Op een foto staat ze samen met Bill Clinton en Bill Gates van Microsoft tijdens een bezoek aan Afrika. Met haar vriendin en collega-verslaggever Anne Kornblut richt ze een groep op van vrouwelijke correspondenten van het Witte Huis. Na haar werk bij televisie ontpopt ze zich enige tijd als conservatieve lobbyist. Haar oud-collega Kornblut, die werkt bij The Washington Post, wordt bij Facebook binnengehaald door topvrouw Sheryl Sandberg. Het is Kornblut die Brown bij Facebook binnenloodst.

 
Zuckerberg en Sandberg niet op één lijn 
Gaat Facebook nu echt een uitgever worden van journalistieke producties? Daarover bestaat enige verdeeldheid binnen Facebook. Sommige analisten wijzen op de tegenstelling tussen topvrouw Sandberg en CEO Mark Zuckerberg, die Facebook niet als uitgever wil zien, maar als platform dat interacties mogelijk maakt. Door bepaalde media te gaan betalen, wordt Facebook onvermijdelijk een uitgever, precies wat Zuckerberg altijd heeft willen voorkomen.

Binnen Facebook is er een informele groep die bekend staat als de FOSSes, Friends of Sheryl Sandberg, de topvrouw naast Zuckerberg. Ook Campbell Brown wordt tot die groep gerekend. Haar goede relatie met Sandberg kan een steuntje in de rug zijn om haar mediaplannen door te voeren. Brown krijgt ruimte om banden met topmensen uit de mediawereld aan te halen. Onder hen is hoofdredacteur Ben Smith van Buzzfeed, die mogelijk content gaat leveren. Hij twijfelt er niet aan dat Brown in staat is de news shows tot een succes te maken. „Brown is sterker in haar rol bij Facebook dan ik dat ooit bij andere sociale media heb gezien.”

Digitale vaardigheden: de baas weet het minst

Marketeers hebben veel vertrouwen in hun merken, maar niet in hun eigen digitale vaardigheden. En al helemaal niet in die van hun baas. Dat blijkt uit onderzoek van de AMA, de grootste organisatie voor marketing in de VS. De AMA komt met een waarschuwing: het gebrek aan digitale vaardigheden kan de autoriteit van marketeers wel eens gaan ondermijnen.

 
Uit het onderzoek blijkt dat de marketeers meestal vol vertrouwen zijn. Dat geldt voor onderwerpen als consumentenbestedingen, marketingbudgetten en investeringsmogelijkheden. „Er zijn nu meer marketeers die optimistisch naar de toekomst kijken,” zegt onderzoeksleider Joris Zwegers in AMA magazine Marketing News. Maar marketeers zijn zich ook steeds meer bewust van de achterstand die ze hebben als het gaat om digital skills. In een vak waar big data zo belangrijk zijn, moet iedereen een beetje programmeur zijn, anders leg je het straks af tegen je concurrenten.

 
Bazen weten het minst
Leidinggevenden, CMO’s, weten het minst over de digitale wereld, vinden de geïnterviewde marketeers. Hoe meer ervaring, hoe minder ze weten over de laatste ontwikkelingen. Ruim een derde van de marketeers zegt geen vertrouwen te hebben in het organisatiemodel van het bedrijf. Meer dan de helft twijfelt daarover. Digitaal vraagt om een andere manier van werken en een nieuwe teamstructuur, geven de marketeers aan. „Veel marketingteams zijn nog net zo georganiseerd als tien of vijftien jaar geleden,” zegt onderzoeker Zwegers. „In het oude model hadden senior marketeers eerst als junior ervaring opgedaan. Dat is nu niet meer zo. De meeste marketingbazen hebben nog nooit een digitale rol gehad omdat dat in hun begintijd nog niet bestond. De huidige structuur werkt niet meer. Je kan van managers geen antwoorden op het digitale vlak verwachten, omdat ze die ervaring missen.” De conclusie dat marketeers te weinig digitale vaardigheden ontwikkelen, is niet nieuw, zo blijkt uit stukken van Emarketeers en The Telegraph. Kennelijk verandert er in de praktijk maar weinig.

 
Elon Musk: programmeur bij uitstek
Succesvolle bedrijven hebben vaak een marketingafdeling met een programmeur aan het hoofd. Soms is de CEO van een bedrijf programmeur. Het beste voorbeeld is misschien wel Elon Musk, die met zijn kennis van de digitale wereld Tesla naar grote hoogten stuwde. Als tiener leerde hij programmeren. Veel handigheid met digitale marketing deed hij op tijdens de wilde beginjaren van PayPal.

 
Van Silicon Valley naar China
Inmiddels is growth hacking in de marketing een ingeburgerde term, maar al veel eerder was dat in Silicon Valley de norm. Je product was nog maar half af, maar de marketing ging al de hele wereld over. Slimme marketeers wisten grote sites voor zich in te zetten, waardoor de marketing bijna vanzelf leek te gaan. Dat was natuurlijk niet zo, het waren programmeurs die de wereldwijde marketing voor elkaar kregen. Bij startupschool Y Combinator in Silicon Valley werken ze nog steeds zo. Programmeurs zijn nodig om marketing effectief te maken, vinden ze. De marketingtechnieken van Silicon Valley hebben ook hun weg gevonden naar China. Ook daar is het digital first. In de VS en Europa lijken marketeers meer vast te houden aan hoe ze het altijd hebben gedaan. De AMA zelf heeft twee trainingsprogramma’s: voor contentmarketing en digital marketing. Want eigenlijk zou ook digital marketing een hoofdzaak moeten zijn.

 

Hema in China maakt furore met futuristische retail

De opmars van de Chinese supermarkt Hema is niet te stuiten. Nu zijn het nog enkele tientallen winkels, over vijf jaar moeten dat er tweeduizend zijn. In de futuristisch georganiseerde winkels doe je alles met je smartphone. En voor de duidelijkheid: de Chinese Hema heeft niets te maken met de Nederlandse Hema.

 
Middenin de supermarkt in Shanghai is een groep vrienden aangeschoven aan een tafel waar ze een nog dampende krab krijgen geserveerd. Terwijl ze aan de maaltijd zitten zijn medewerkers bezig hun boodschappen te verzamelen en op een lopende band te zetten naar een inpakruimte. Ze worden binnen een half uur afgeleverd op hun huisadres.

Elders in de Hema supermarkt rekent een vrouw op de fruitafdeling een vrucht af met Alipay op haar smartphone. Al wandelend neemt ze een paar happen en omdat de smaak goed is, pakt ze opnieuw haar smartphone. Ze tikt in hoeveel ze wil hebben. Even verderop wordt het bericht ontvangen en gaan de inpakkers aan de gang. Ook zij krijgt haar boodschappen snel thuis afgeleverd.

 
Online en offline bij elkaar gebracht
In de ‘nieuwe retail’ zijn online en offline naadloos geïntegreerd. Natuurlijk, je kan thuis via internet bestellen, maar dat is niet zo fijn als het om verse vis of groente gaat. Daarvoor ga je zelf naar de supermarkt. Maar je wil niet in de rij staan; je wil ook niet met boodschappen slepen, dat neemt het personeel voor zijn rekening. En je wil een fijne ervaring ter plaatse, producten kunnen proeven, of met samen met anderen van een verse maaltijd genieten.

Hema Xiansheng, zoals het merk officieel heet, betekent ruw vertaald Hema Vers. De Hema is onderdeel van Alibaba, het concern dat de retail in China radicaal aan het veranderen is. Een Hema-winkel heeft vier keer zoveel omzet per vierkante meter als een traditionele supermarkt. Dat komt, schrijft zakenblad Forbes, door de rijke, persoonlijke ervaring die klanten krijgen, door de naadloze bezorgmogelijkheid en door de goed doordachte mix van producten gebaseerd op verzamelde data. Kijk hieronder naar een video van Alibaba over de ervaring die de Hema biedt:

https://www.youtube.com/watch?v=XNt18b5hOVE

 
‘Eat as you shop’ is een van de innovaties, bericht The Economist, naast de vergaande integratie van online en offline, O2O retailing genoemd. Daarbij gebruiken klanten digitale kanalen om producten te kopen als ze in de winkel zijn. Er zijn nu 40 Hema’s in tien Chinese steden; binnen drie tot vijf jaar moeten dat er tweeduizend in heel China zijn.

Sinds april kunnen klanten 24 uur hun producten thuis bezorgd krijgen. Ze moeten wel binnen een straal van drie kilometer van de winkel wonen, maar dan heb je het binnen een half uur. De eerste tijd kon dat alleen overdag, maar veel Chinezen willen ook na middernacht nog even iets kunnen bestellen. „We willen dat New Retail niet alleen online en offline samenbrengt, maar ook dat het dag en nacht verbindt,” zegt Hema CEO Hou Yi in Alizila, het magazine van de Alibaba groep. Het concern zegt dat er mensen zijn verhuisd om in de buurt van een Hema te wonen.

 
Hema staat voor vertrouwen
Het succes van de Hema komt ook door de openheid en het vertrouwen dat de winkelketen heeft, schrijft AdAge. Veel Chinezen vertrouwen winkels niet. Dat heeft te maken met voedselschandalen in het verleden. Door verontreinigde melkpoeder kwamen in 2008 zes baby’s om het leven en werden honderden anderen ziek. Hema heeft op elk product een QR-code waarmee klanten de herkomst en samenstelling kunnen checken. Klanten maken daar veel gebruik van. Die openheid geeft de Hema een duw in de rug.

Ook dragen big data bij aan het succes. In China gelden minder strenge privacyregels dan hier en bedrijven verzamelen massaal data. Vergeet het dataschandaal van Facebook en Cambridge Analytica, want dat stelt weinig voor vergeleken met wat er in China gebeurt, schrijft Forbes. In China is er geen strikte scheiding tussen bedrijven en overheid. Daardoor komen data ook bij de overheid terecht, die burgers zo kan volgen. Privacy speelt geen rol. Bedrijven kunnen hun gang gaan en krijgen zoveel inzicht in hun klanten dat ze hun aanbod daar precies op kunnen afstemmen.

 
Betaling binnen Hema app of met gezichtsherkenning
Bij de Hema is de betaling handig geregeld. Dat gebeurt binnen de Hema app, die daarbij gebruikmaakt van Alipay, het betaalsysteem van Alibaba. Klanten in de supermarkt zijn voortdurend bezig met hun smartphone, ze kunnen zo producten bestellen die ze zien en betalen. Betaling met gezichtsherkenning in de winkel kan ook.

Je kan bij de Hema ook nog met cash terecht, maar niet met het betaalsysteem WeChat Pay, dat eigendom is van concurrent Tencent. Tencent heeft eigen winkelketens en is bezig daar innovaties door te voeren. In het westen van China zit de Amerikaanse keten Walmart waar je ook alleen kan betalen met WeChat Pay. Dat komt omdat Walmart samenwerkt met een bedrijf waarin Tencent een belang heeft.

Wie de ontwikkelingen over retail bij Alibaba wil volgen, kan terecht bij corporate magazine Alizila. Het concern zegt open te willen zijn over welke kant het opgaat. Vooral de video’s spreken tot de verbeelding. Zoals deze video over het concept van de New Retail.

 
https://www.youtube.com/watch?v=H9p5jaiOxD8

 
Virtuele planken
Het is de bedoeling dat de innovaties die we nu zien bij de Hema, later terugkomen in de grote shopping malls. Ook daar ga je op een andere manier winkelen. Je kan rondneuzen, kleding passen, de stof voelen. Maar wat als een kledingstuk niet in jouw maat op voorraad is? Je geeft op je smartphone aan wat je wil hebben en wat je maten zijn. Je betaalt meteen en je keuze wordt netjes thuisbezorgd. In de winkels liggen de andere maten op ‘virtuele planken’, zoals Alizila het noemt. Zo gaat het hier en daar al en als het aan Alibaba ligt gaat dat de standaard worden bij de New Retail.

 
Krijgt de Nederlandse retail er een concurrent bij?
De Nederlandse Hema is niet blij met de naam van de Chinese supermarkt, maar daar trekken ze zich in China weinig van aan. Het Nederlandse bedrijf kan daar weinig aan doen en bovendien heet de winkel strikt genomen Hema Xiansheng.

Voorlopig is Alibaba druk met de Hema in China. Maar als dat allemaal loopt, is de volgende stap internationaal gaan. Gaan de grote supermarkten in Nederland er op termijn een concurrent bij krijgen? Ketens als Albert Heijn of Spar zijn al druk bezig om bijvoorbeeld betaalsystemen met de smartphone in te voeren. Ze zijn nu nog minder ver dan de Chinese Hema, maar dat kan een kwestie van tijd zijn. De ontwikkelingen bij de supermarkten in China gaan zo snel dat je er maar beter bovenop kan zitten.

 

Steven Spielberg laat de virtuele wereld winnen

Wat als virtual reality het overneemt van de echte wereld? En wat als relaties die je in de virtuele wereld hebt een dreigend vervolg krijgen in de echte wereld? In de film ‘Ready Player One’ (3D), die momenteel in de bioscopen draait, neemt Spielberg je mee naar het jaar 2045. De wereld ziet er grauw uit, maar gelukkig is er de virtuele wereld Oasis.

 
Natuurlijk maakt Spielberg er een visueel spektakel van, maar ook het uitgangspunt van science fictionauteur Ernest Cline is al verrassend genoeg. In 2045 is virtual reality overal, heeft iedereen een VR-bril en maken we er met zijn allen massaal gebruik van. Als het leven in een arme stad in een negatieve spiraal komt, is virtual reality de uitweg om aan de realiteit te ontsnappen. Hoe griezelig dat ook mag klinken, het levert mooie en spectaculaire beelden op.
VR-brillen en cirkelende drones
Het openingsshot laat een chaos van op elkaar gebouwde stacaravans zien waar mensen wonen met een VR-bril op en met cirkelende drones om zich heen. Met z’n tientallen staan ze soms met hun bril op straat, driftig te gebaren. Dan draait de camera van de echte naar de virtuele wereld. Kleuren, casinokastelen in magische landschappen, voorbij schietende auto’s, een voorbij rennende dino. Net als de meesten ontsnapt tiener Wade Watts de trieste werkelijkheid door zijn bril op te zetten en zichzelf mee te laten voeren in de virtuele game.

Startpunt voor het verhaal is de dood van de bedenker van de VR game. Door het succes van zijn game heeft hij een enorme macht opgebouwd. Hij laat drie opdrachten na, drie sleutels om te vinden. En wie daarin slaagt, zal zijn positie en macht overnemen. Wade voert de strijd als OASIS-avatar Parzival samen met zijn virtuele vriendinnetje Art3mis. Maar er is ook de topman van een groot bedrijf, die zijn zinnen op het spel heeft gezet. De camera schakelt van de echte wereld, waar iemand in een donkere ruimte beweegt met een VR-bril op naar de virtuele game waar de avatars elkaar tegenkomen. De spanning stijgt als ze elkaar in de echte wereld lijken te traceren.
Horrorhotel
Auteur en screenwriter Cline verbindt de opdrachten met de jaren tachtig. In die tijd was Spielberg al bezig met games, hij heeft er wat mee. Popsongs uit de eighties komen langs, maar ook locaties uit films uit die tijd, zoals het horrorhotel uit The Shining waar de hoofdpersonen binnenlopen. Gaandeweg ontspint zich een liefdesverhaal.

Je gaat de film niet zien voor de diepgang in karakters, want die is er niet. Je belandt in een virtuele achtbaan die voortdendert met hier en daar een moment van rust, maar vooral veel visueel vuurwerk. Echte gameliefhebbers schijnen ‘Ready Player One’ passief te vinden, er is geen interactie, maar wel mooi om in 3D te zien. En de film sluit aan bij een actualiteit: we kennen inmiddels de macht van bedrijven achter sociale netwerken, je weet het nooit of het met bedrijven achter virtuele games dezelfde kant kan opgaan.

 
https://www.youtube.com/watch?v=cSp1dM2Vj48

Appril festival: bedrijven hebben geen idee wat een app kost

Bedrijfsapps hebben de toekomst en steeds meer bedrijven zijn ermee bezig. Maar de directie heeft vaak geen idee wat er nodig is om een goede app te bouwen. Die conclusie komt uit een onderzoek in opdracht van het Appril festival, dat gisteren in Amsterdam van start ging.

 
Tijdens het driedaagse festival komen mobiele app-makers bijeen, er zijn case-studies en presentaties, en er wordt er ook nog gewerkt aan innovatieve apps in een bruisende sfeer. In deze video van Frank.News laten deelnemers aan het Appril festival van zich horen:

https://www.youtube.com/watch?v=FtDnjffWrsw

Van ABN AMRO, Ikea, Tele2 tot het Rijksmuseum: een nieuwe generatie van soms spectaculaire apps komt eraan. De trend is: apps geven meer conversie dan websites en dus wil je als bedrijf bij de kopgroep horen. De andere kant van het verhaal is dat veel apps mislukken en hoe zorg je er dan voor dat je toch bij de succesverhalen hoort? Op het Appril festival komen onderzoeken voorbij die licht werpen op de wereld van de mobiele apps en de marketing daarvan. Onder meer Ruigrok Netpanel en appspecialisten.nl, dat samenwerkt met Tilburg University, presenteerden hun bevindingen.

 
It is getting serieus now!’
Tijdens de zesde editie van het festival wordt de balans opgemaakt van tien jaar apps bouwen in Nederland. „Het is serieus geworden,” zegt mobile consultant Brechtje de Leij. Appril-oprichter Jacqueline de Gruyter heeft het festival zien veranderen. „Aanvankelijk ging het om app-makers, maar inmiddels gaat het om alle facetten van mobile solutions.”

De tijd van experimenteren met apps is voorbij. „Apps vragen een serieuze aanpak,” zegt De Leij. Dat betreft de bouw, het design, de user experience en de marketing van de app. „Mobiel is ons primaire kanaal en 90 procent van onze mobiele tijd zijn we bezig met apps. Een goede app biedt een superieure user experience. En dat betaalt zich uit in waarde naar de merken áchter de app.”

 
Opkomst bedrijfsapps
Een belangrijke trend is de opkomst van bedrijfsapps, die je dus binnen je onderneming gebruikt. Zo’n veertig procent van de ondervraagde werkenden gebruikt apps voor hun werk, blijkt uit het onderzoek van Ruigrok Netpanel. Voorbeelden van zulke apps zijn een agenda of routeplanner, nieuwssites, social media en een bedrijfsapp. 38 procent van de respondenten geeft aan dat hun bedrijf een app heeft ontwikkeld of gaat ontwikkelen speciaal voor op het werk. Bijvoorbeeld om actualiteiten op het werk te kunnen volgen, voor urenregistratie of voor het vinden van een vrije flexwerkplek. Een op de zeven werkenden die nu geen speciale bedrijfsapp hebben, zegt behoefte te hebben aan een app die het werk kan verbeteren. Maar opvallend is dat vooral de bedrijfsleiding geen idee heeft hoeveel een goede app kost. Maar liefst 49 procent zegt geen idee te hebben van de kosten. 29 procent denkt het kostenplaatje te kennen, maar zit er zeker vijfduizend euro naast. App development bureaus als Pinch, Egeniq en Moqod hanteren een startbedrag van rond de 15.000 euro voor een native app, die op de wensen van het bedrijf is afgestemd.

 
Het geheim van een succesvolle app
Veel nieuw ontwikkelde apps gaan overigens nog steeds de mist in, maar wat is geheim van een succesvolle app? David van der Loo van appspecialisten.nl deed er samen met Tilburg University onderzoek naar. Hoe ontdekken gebruikers een app? „Je denkt, het komt misschien door advertenties, via social media of doordat mensen zoeken op Google. Dan heb je het mis,” zegt Van der Loo. „Met stip op één staat dat mensen elkaar over apps vertellen. Mond-tot-mondreclame, dat is waar het om draait.” Dat is wat je bij de marketing van apps voor elkaar moet krijgen, dat mensen elkaar erover vertellen. „Iemand heeft een probleem, vertelt erover op een verjaardag en iemand kent een app die de oplossing biedt. En dat verhaal verspreidt zich als een vuurtje. Dan kan het ineens hard gaan.” Een app van de gemeente Tilburg met een uitgaansagenda gericht op studenten ging de mist in. „De studenten hoorden van anderen over de beste uitgaansplekken. Daar hebben ze geen app voor nodig. Wel voor sommige praktische dingen van de gemeente. Daar kom je achter door met je doelgroep te praten. Dat is een belangrijk advies.”
Early adopters cruciaal
Een cruciale rol spelen de early adapters, degenen die als eersten met een app aan de gang gaan. Een marketeer die een app aan de man wil brengen, moet die groep proberen te bereiken. „Bij wie zijn bepaalde problemen het grootst, welke mensen schreeuwen om een oplossing? Die mensen moet je opzoeken en die ga je helpen om de app te ontdekken.”

Een ander onderzoek met Tilburg University gaat over de vraag hoe je het aantal downloads van apps kan vergroten. Gebruikers blijken zich nauwelijks te laten leiden door bijvoorbeeld reviews. Een app moet nut hebben (inspelen op een behoefte, het moet de gebruiker iets opleveren) en de juiste emotie uitstralen. Een app om te daten mag speels zijn, verleidelijk. Maar een app voor een betalingssysteem kan beter zakelijk zijn in vormgeving en kleuren. Gebruikers kiezen apps waarbij de emotie naar hun gevoel klopt. Uit het onderzoek met Tilburg University blijkt dat de meest mensen met een app aan de gang gaan vanwege de emotie die het oproept (48 procent) en vanwege de value, het nut dat je van een app hebt (38 procent).

 
Apps voor de supermarkt in het buitenland
Een opmerkelijke sessie op het Appril festival ging over het maken van apps die de grenzen over gaan. Want al zijn we wereldwijd allemaal verbonden, toch zijn er grote culturele verschillen die ervoor zorgen dat een app op de ene plek succesvol is, maar elders in de wereld totaal niet werkt. Het Nederlandse bedrijf Icemobile werkte met retailers in Europa, Brazilië en Azië, onder meer met digitale spaaracties. „In Nederland doen klanten dat meest individueel, maar in Azië overleg je met je familie. Je schaft niet zomaar een product aan met wat je gespaard hebt, daar heeft de familie zeggenschap over.” Een opvallend verschil is ook het gebruik van QR-codes. In Nederland is dat nooit groot geworden. In China zie je het overal: op verpakkingen, reclamezuilen, zelfs mensen die met een QR-code op hun kleding in een supermarkt rondlopen. De klanten klikken overal op. „De Chinese tekens zijn vaak te ingewikkeld om een website handig weer te geven. Een getal of QR-code werkt goed en dat heeft een enorme populariteit. Zulke verschillen moet je als appontwikkelaar weten. „Apps zijn ook in dat soort landen succesvol, maar je moet ze op de juiste manier aanpassen aan het type consument.”

Apps verkopen de locaties van je smartphone

Nee, je verdient zelf niets als je smartphone je gegevens over je locatie doorgeeft. Maar de bedrijven áchter de apps die je locatie doorverkopen, verdienen er goed aan. Door die verkoop krijg je steeds vaker advertenties te zien van winkels die om de hoek zijn. Inmiddels weten bedrijven wanneer je uit huis gaat, hoe laat je op je werk komt en bij welke horecagelegenheid je ‘s avonds nog een biertje drinkt.

 
Het is een snel groeiende tak binnen de advertentiewereld: location-based advertising (ook location aware of location targeted advertising genoemd). Voor zulke advertenties is het nodig om de locatie van iemand via de smartphone te kunnen volgen. Veel apps vragen toestemming om je locatie te bepalen, zoals sommige apps die het plaatselijke weerbericht doorgeven. Zulke locatiegegevens worden vaak doorverkocht aan andere bedrijven.

 
De trendy bar om de hoek meldt zich op je smartphone
Je krijgt zo advertenties voorgeschoteld die op jouw locatie en zoekgedrag zijn afgestemd. Loop je tegen de avond door een stad waar je normaal niet bent, dan zie je op je smartphone de trendy bars en restaurantjes in die buurt waar je vast wel naar toe wil. Of die leuke winkeltjes met dingetjes waar je al eerder op internet naar hebt gezocht. Sommige consumenten zijn er blij mee, anderen storen zich aan deze snel groeiende trend in de wereld van mobile marketing.

 
Elk jaar besteden bedrijven zo’n 17 procent meer aan advertenties op de smartphone, meldt onderzoeksbureau BIA/Kelsey. In 2016 ging het om 33 miljard dollar voor de VS alleen; in 2021 zal dat op zo’n 72 miljard uitkomen. De snelste groei komt voor rekening van location-based advertising: in 2016 lag dat op 12 miljard dollar, in 2021 komt dat uit op 32 miljard. In Nederland, waar bijna iedereen een smartphone heeft, zal de trend niet anders zijn.

 
Location-based advertenties effectiever
Onderzoek van Verve laat zien dat consumenten veel meer reageren op advertenties die inspelen op de locatie dan op algemene mobiele ads. De engagement bij location-based ads ligt ruwweg twee keer zo hoog, schrijft Marketing Tech News.

Bedrijven weten steeds beter waar we ons op welk tijdstip van de dag bevinden. Toch zit de waarde voor bedrijven niet alleen in advertenties van de pizzeria of kledingzaak om de hoek, maar vooral in het totaal aan locatiegegevens dat zo over iemand beschikbaar komt. Adverteerders kunnen daarmee een uiterst precies profiel van iemand opstellen en ook andere advertenties nog meer op de persoon toespitsen. Of zoals zakenkrant The Wall Street Journal het samenvat: bedrijven willen ‘een volledig overzicht van hoe iedereen (…) zijn tijd besteedt met de bedoeling zulke persoonlijke geschiedenissen in te delen in marktsegmenten en dat aan advertentiebureaus te verkopen.’

 
Locaties combineren: dat is pas waardevol
„Locaties vertellen veel over een bestaande of potentiële klant,“ zegt hoofd media futures Dan Calladine van marketingbureau Carat Global in The Drum. „Als je wilt weten wie je waardevolste klanten zijn, dan leer je van hun locatiegeschiedenis en van het soort plaatsen dat ze hebben bezocht. Daar liggen de echte kansen en daar kan je wat mee. Dat is veel waardevoller dan te wachten tot iemand een winkel passeert en die persoon dan een voucher sturen.”

Greg Grimmer van mobile marketingbureau Fetch benadrukt de ongekende mogelijkheden van location-based ads. „Bij elke boodschap is de vraag hoe we die moeten brengen, maar daarin ligt ook de kans. Het gaat erom precies te weten wie iemand is en dan de juiste boodschap te sturen op het juiste moment.”

 
Een steeds grotere rol daarbij is weggelegd voor data brokers of datahandelaren, bedrijven die data verzamelen of opkopen en vervolgens weer verkopen aan bedrijven en andere instellingen. Voorbeelden van data brokers zijn Acxiom, Focum of 4orange. Ze verzamelen een combinatie van data die kunnen variëren van locaties, surfgedrag, interesses tot eerder gedane aankopen. Data brokers zeggen dat ze niet alle persoonlijke informatie op dezelfde plek bewaren, maar hoe ze precies werken, daarover blijven ze vaag.

 
GroundTruth volgt mensen de hele dag
Hoe ver dataverzameling over locaties kan gaan, wordt duidelijk bij het bedrijf GroundTruth, waarover The Wall Street Journal bericht. GroundTruth is een bedrijf voor data-analyse en is eigenaar van onder meer de app WeatherBug met de laatste weervoorspelling. Om die app te laten draaien, moeten gebruikers toegang tot hun locatie geven. Al die data over de locaties van mensen verkoopt GroundTruth door aan wie het maar wil hebben. Het bedrijf doet daar overigens niet geheimzinnig over. GroundTruth heeft toegang tot de locatiedata van ‘meer dan honderdduizend’ andere apps, bevestigt CEO Serge Matta tegen The Wall Street Journal. De makers van zulke apps werken mee omdat zij toegang krijgen tot het mobiele advertentienetwerk van GroundTruth. Elke dag volgt GroundTruth op die manier het leven van zo’n 70 miljoen mensen in de VS. Het bedrijf weet wanneer ze op weg gaan naar hun werk, wanneer ze weer thuiskomen en bij welke gebeurtenissen ze in de loop van de dag aanwezig zijn.

 
Locatiedata worden niet alleen via apps, maar ook op andere manieren verzameld. Dat kan gebeuren als je met je smartphone door een openbaar WiFi-netwerk loopt waarvan er tegenwoordig steeds meer zijn. Het gebeurt ook als je een winkel binnenloopt die een eigen systeem heeft. Zo’n winkel kan je dan, als je eenmaal binnen bent, via je smartphone een aanbieding doen. Als de winkel al veel informatie over je heeft verzameld, speelt zo’n advertentie in op interesses en eerder surfgedrag.

 
Consument moet akkoord zijn
Apps zijn verplicht toestemming te vragen voor het verzamelen van data. Door met de voorwaarden in te stemmen, ga je akkoord. Je kan toegang tot locatiedata weigeren, maar de praktijk is dat veel apps dan niet meer goed werken. In mei gaat de nieuwe privacywetgeving van de GDPR in en worden de regels strenger. Consent wordt het nieuwe sleutelwoord. Apps moeten dan per keer toestemming vragen. Ze moeten toestemming vragen om toegang tot locatiegegevens voor gebruik van de app en nog een keer toestemming vragen om die gegevens voor andere doeleinden te gebruiken. Het is nog de vraag hoe dat in de praktijk gaat uitwerken.

Facebook gaat ondertussen een kleine stad bouwen in Californië

Terwijl de aandelen van het sociale netwerk kelderen en steeds meer adverteerders afhaken, is Facebook ook druk bezig met een ander project: het bouwen van een kleine stad in Californië. Het moet een echte gemeenschap worden waar mensen elkaar op straat tegenkomen. Ondertussen wordt over de dataverzameling door Facebook gaandeweg meer bekend. Gebruikers kunnen stappen zetten om zich daartegen te beschermen.

 
Facebookville of Zucktown, verwijzend naar Facebooks CEO Mark Zuckerberg, noemen critici het stadje dat het sociale netwerk wil gaan bouwen. Het komt in de buurt van het hoofdkwartier van Facebook, maar moet niet alleen een huis bieden voor duizenden werknemers van het bedrijf, maar ook voor mensen met een lager inkomen. Er komt een straat met winkeltjes en een supermarkt. Het stadje krijgt parken, pleinen en fietspaden, die voor iedereen toegankelijk zijn. Een oude spoorlijn langs het gebied bij Menlo Park wordt nieuw leven ingeblazen.

 

Wie wil in een stad van een techbedrijf wonen?

In eerste instantie komen er vijftienhonderd woningen en Facebook heeft toegezegd dat enkele honderden appartementen onder de marktprijs worden verkocht aan mensen die de hoge huizenprijzen niet kunnen betalen.

John Tenanes is vice-president for real estate bij Facebook en hij is trots op het project. Het getuigt van durf, vindt hij. Het geeft maar even aan hoe machtig Facebook als organisatie is en op hoeveel terreinen het actief is. Het is natuurlijk de vraag of de stad een succes zal worden. „Houden mensen zoveel van techbedrijven dat ze er middenin willen gaan wonen?” vraagt The New York Times zich af. Maar sommige omwonenden zijn blij, want Facebook heeft geld en vooral veel macht en dan kan het wat worden, vindt Cecilia Taylor van een plaatselijke belangengroep.

 
Ondertussen zit Facebook in een diepe crisis vanwege het uitlekken van privégegevens van miljoenen gebruikers. Maar ook als tienduizenden mensen hun Facebook-account zouden opzeggen, zal dat het sociale network weinig raken. Facebook heeft ruim 2,1 miljard gebruikers over de hele wereld. De groei zit vooral buiten de VS en Europa. Facebook richt zich steeds meer op landen als India, Brazilië of Mexico. Daar voegt het social network waarde toe, omdat het een van de weinige betrouwbare manieren is om te communiceren en daar zit de groei er flink in. Ook al zou je het willen, voorlopig is de wereld niet van Facebook af.

 

Facebook niet open over methoden

De recente schandalen rond Facebook (fake nieuws, beïnvloeding van verkiezingen en het lekken van gegevens naar het bedrijf Cambridge Analytica) hebben ook geleid tot veel nieuwe ophef over datamining door Facebook. Die plotselinge ophef is niet zo terecht, want Facebook heeft er nooit een geheim van gemaakt dat het gebeurt. Sterker nog, het klopt zichzelf op de borst omdat het advertenties zo goed kan targeten, omdat het zo tot in detail karakteristieken van gebruikers kent. Wie zich daar nu pas over opwindt, heeft jaren liggen slapen. Wat Facebook wel te verwijten valt, is dat de precieze verzameltechnieken in nevelen blijven gehuld. Voor een deel weten we hoe Facebook werkt en er wordt gaandeweg meer bekend, maar we weten lang niet alles.

 

Hoe verzamelt Facebook jouw persoonlijke data?
  • via alles wat je op Facebook post en de sleutelwoorden die daarin voorkomen;
  • via je contacten op Facebook en wat zij voor karakteristieken hebben;
  • via alle posts waarbij je likes of comments plaatst;
  • via apps die je vanuit Facebook gebruikt en die zelf data verzamelen en dat vervolgens aan Facebook doorgeven;
  • via producten die je offline betaalt met bijvoorbeeld een creditcard. Facebook koopt zulke gegevens op bij bedrijven en koppelt ze vervolgens aan betaalkaarten die binnen Facebook bekend zijn;
  • via advertenties waarop je hebt geklikt en waaruit je interesses blijken

 

Facebook-cookies

Dit is geen uitputtende lijst. Soms bezoek je internetpagina’s buiten Facebook waaraan een Facebook-cookie blijkt gekoppeld, ook als je geen Facebook-account hebt. Ook dan kunnen gegevens over websitebezoek worden doorgegeven.

Instagram (waarvan Facebook eigenaar is) regelt dat het toegang heeft tot de microfoon op je iPhone. Kennelijk luistert Instagram mee met wat je afspeelt op de iPhone, maar onduidelijk is wat dan precies wordt doorgegeven. Je kan de toegang tot de microfoon overigens eenvoudig afsluiten.

Met de Google Chrome plugin Disconnect kan je inzicht krijgen in welke tracking cookies in je browser zitten en ze desgewenst deactiveren.

In mei 2018 gaat veel veranderen. Dan gaan de nieuwe privacyregels van de GDPR in. Bedrijven zijn dan verplicht te laten zien welke gegevens ze verzamelen en moeten daarvoor per keer toestemming vragen.

 

Apps luisteren mee op je smartphone

Er zijn al honderden apps die meeluisteren op je smartphone en dat gaat steeds verder. Voor de goede orde: ze luisteren geen gesprekken af, maar horen wel wat je afspeelt, ze weten naar welke films je gaat en ze weten op welke plek je je bevindt. Zulke gegevens worden doorverkocht aan bedrijven die daardoor gerichter advertenties kunnen plaatsen.

 
Al lange tijd zijn er geruchten dat techbedrijven persoonlijke gesprekken afluisteren, maar dat is nooit bewezen. Maar inmiddels is duidelijk dat veel apps wel degelijk meeluisteren met wat je afspeelt. Door akkoord te gaan met de voorwaarden van de app, stem je er mee in. The New York Times bracht het als eerste naar buiten en er is veel ophef over.

 
Startup Alphonso luistert graag met je mee
Het gaat nu nog vooral om game apps in het Engels, waar extra software bij zit die de microfoon van je smartphone afluistert, ook als de game niet wordt gespeeld. Het bedrijf dat de software levert is een startup in Silicon Valley met de naam Alphonso. De software herkent bijvoorbeeld filmfragmenten die mensen afspelen en die iets zeggen over hun interesses en lifestyle. Bedrijven kunnen zo advertenties tonen die daarop zijn afgestemd. Ook luistert het programma naar commercials die gebruikers afspelen. Die informatie kunnen bedrijven gebruiken bij een retargeting campaign waarbij bepaalde advertenties opnieuw worden getoond of juist nog meer toegespitst op de karakteristieken van de gebruiker.

 
Het nieuws is voeding voor allerlei samenzweringstheorieën dat techbedrijven ons massaal afluisteren. Zo zou Facebook persoonlijke gesprekken afluisteren om ads gericht te kunnen plaatsen. Facebook heeft dat altijd ontkend. Vraagtekens zijn er ook bij de slimme assistent van Amazon aan wie je mondeling opdrachten geeft, maar die ook intieme gesprekken in de huiskamer zou kunnen opnemen en doorgeven.

 
Jonge startups die in je huiskamer komen
Alphonso is een stap in die richting, al benadrukt het bedrijf zelf dat dat juist niet het geval is. Het bedrijf past in een trend van jonge startups die met nieuwe technologieën je woonkamer binnenkomen op zoek naar informatie die interessant is voor marketeers. Alphonso, opgericht in 2013, werkte aanvankelijk samen met apps om geld te verdienen met advertenties bij second-screen viewing (naast tv). Kijkers begonnen tijdens een advertentieblok op tv steeds vaker de smartphone aan te zetten en daar speelde het bedrijf op in. Alphonso presenteert zich nu als databedrijf voor tv, maar dan op alle platforms waar tv wordt uitgezonden, dus ook de smartphone. Dat gaat veel verder dan kijkcijfers alleen. De kijkinformatie is verbonden met IP-adressen en die kunnen via andere databedrijven weer worden gekoppeld aan karakteristieken als leeftijd, gender en zelfs inkomen (ze worden niet gekoppeld aan naam of adres). Zulke gegevens zijn een goudmijn voor bedrijven die advertenties bijvoorbeeld op leeftijd willen afstemmen. Dat is in het belang van de consument, vinden adverteerders. Maar veel consumenten vinden zulke dataverzameling een onaanvaardbare aantasting van de privacy, vandaar de ophef. Alphonso heeft tot nu toe veel succes. Veel grote bedrijven gaan met hen in zee, omdat de resultaten van de reclamecampagnes veel beter zijn dan normaal.

 
App stuurt fingerprint naar Alphonso
Opvallend is dat veel apps die kijkgegevens registreren dat voor hun functie helemaal niet nodig hebben. Vaak gaat het om games en in sommige gevallen zijn ze op kinderen gericht. De apps hebben namen als ‘Pool 3D’, ‘Beer Pong: Trickshot’ of ‘Honey Quest’ met animaties van Jumbo, de beer. Maar ondertussen houden zulke apps dus bij wat een gebruiker verder bekijkt, ook als de game niet wordt gespeeld. Daartoe wordt de microfoon van de smartphone afgeluisterd. De apps pikken via de microfoon fragmenten op en die worden vergeleken met fragmenten die Alphonso in huis heeft. Speel je de trailer van een nieuwe speelfilm af, dan ontstaat een match, omdat Alphonso dat fragment ook in zijn databank heeft en het herkent. Het geluidsfragment zelf wordt niet verstuurd, wel een zogenoemde ‘fingerprint’. Zo weet Alphonso dat deze gebruiker interesse heeft in deze film. „Is er geen match, dan wordt het geluidsfragment van de smartphone ook niet bewaard,” zegt CEO Ashish Chordia van Alphonso tegen marketingmagazine Mediapost.

 
Voorwaarden moeilijk te doorgronden
De ophef gaat er vooral over dat de apps niet helder zijn over wat ze verzamelen. De makers weten dat consumenten voorwaarden nauwelijks meer lezen en bijna blindelings akkoord gaan. De voorwaarden zijn vaak ook moeilijk te doorgronden. Lees wat er bij de app ‘Pool 3D’ staat: ‘Audiofragmenten verlaten je apparaat niet, maar worden vertaald in digitale audiohandtekeningen’. Hoe raadselachtig kan je zijn. „Hier staat niet dat de app gebruikers volgt bij alles wat zij bekijken,” zegt Justin Brookman, directeur van een consumentenplatform. CEO Chordia van Alphonso is het daar niet mee eens: „Wij vertellen dat de app de microfoon gebruikt en naar de tv luistert (…) de consument weet precies waar hij aan toe is.”

 
Een eerdere zaak in de VS belandde bij de rechter. Het bedrijf Vizio kwam tot een schikking en betaalde ruim twee miljoen dollar, omdat het op een vergelijkbare manier kijkcijfers verkocht zónder toestemming van gebruikers. Bij Alphonso geven mensen wel toestemming, al hebben de meesten daarvan geen idee. In Nederland verzamelt de Stichting Kijkonderzoek gegevens over kijkcijfers op de smartphone, maar die worden niet gekoppeld aan een gebruiker. Voor zover bekend gebeurt dat in Nederland ook niet door commerciële partijen. De aanpak in Silicon Valley is nog nieuw, maar als het succes groeit, zal het zich verder verspreiden. Steeds meer apps verkopen ook locaties aan adverteerders, meldt The Wall Street Journal. Je krijgt dan advertenties te zien van winkels in de buurt. De gebruiker moet de app wel toegang geven tot de locatie, maar als je dat niet doet, werkt zo’n app meestal niet.

 
Check of een app je microfoon gebruikt
TechCruch vindt dat gebruikers alert moeten zijn bij het installeren van apps. De voorwaarden kunnen zelfs tegen de regels van een bepaald land zijn. Check de permissies die je aan een app moet geven, helemaal als het om toegang gaat tot iets wat de app zelf niet nodig heeft, zoals toegang tot je microfoon bij het spelen van een game.

Je kan eenvoudig checken of een app toegang tot je microfoon heeft. Op een iOS-apparaat: ga naar Instellingen, Privacy, Microfoon. Op een Android-apparaat: ga naar Apps & notifications, App permissions, Microfo  on. Want of je nu wel of geen bezwaar hebt, je kan het maar beter in eigen hand houden.

Social content: we delen de helft minder dan in 2015

We delen content steeds minder op social media. En dat gaat hard, al zijn er uitzonderingen op de trend. Uitgevers die content van hoge kwaliteit brengen, doen het goed, zo blijkt uit onderzoek van Buzzsumo. Op Facebook wordt steeds minder gedeeld door veranderingen in het algoritme, terwijl sharing op LinkedIn in de lift zit.

 
De afgelopen drie jaar zijn we op social media de helft minder gaan delen, zo blijkt uit het onderzoek van Buzzsumo. De conclusie is niet fijn voor contentmarketeers: je kan de prachtigste content maken, maar als mensen het niet meer met elkaar delen, heb je weinig impact. Contentmarketeers waarschuwen dat social sharing omlaagschiet, schrijft Forbes. Ook sites als MarketingProfs en Indivigital pakken er flink mee uit.

 
Competitie bij content neemt toe
In 2015 was het nog acht keer, nu wordt een artikel op social media gemiddeld vier keer gedeeld. De onderzoekers noemen daarvoor een aantal oorzaken:
  • de wereld is nog meer verzadigd geraakt met content. Er is meer competitie tussen uitgevers, artikelen worden door minder mensen gezien en dus minder gedeeld;
  • we delen op andere manieren, vooral meer via e-mail en dat gaat ten koste van het delen via social media;
  • en tenslotte heeft Facebook zijn algoritmen aangepast waardoor content veel minder snel viraal gaat en dus minder wordt gedeeld.
 
The winner takes it all
Er zijn ook winnaars. De onderzoekers zien dat sites die autoriteit hebben en kwalitatief goede content leveren erop vooruitgaan. The winner takes it all, schrijft Buzzsumo. Winnaars zijn bladen als The Economist en The New York Times.

Sites die misleidende clickbait-koppen gebruiken en content van slechte kwaliteit leveren, hebben het flink te verduren. Zo krijgt BuzzFeed harde klappen. Het loont dus te investeren in kwaliteitscontent waarmee uitgevers en merken zich kunnen onderscheiden.

 
238 artikelen per uur over de bitcoin
De toenemende contentberg of contentshock maakt ook dat er minder wordt gedeeld. Content shock - het begrip is bedacht door marketingstrateeg Mark Schaefer - wil kortweg zeggen dat er meer content is dan we met z’n allen kunnen consumeren. Vooral als een onderwerp populair is, verschijnt soms een tsunami aan artikelen. Neem de bitcoin. Eind 2017 verschenen over de bitcoin 40.000 artikelen per week in de Engelstalige wereld; dat zijn 238 artikelen per uur. Ook veel mediabureaus doen mee zodra een onderwerp in de mode is. Maar dat heeft dus niet zoveel zin. Het is dan praktisch onmogelijk om op te vallen en dat zie je in de cijfers terug.

 
Minder traffic via links op social media
Een opvallende trend is dat steeds minder gebruikers via social media op websites van uitgevers terechtkomen. Dat zogeheten referral social traffic neemt snel af, zo blijkt uit onderzoeken van Parse.ly en Shareaholic. Van 2014 tot 2017 was er een toename in traffic afkomstig van social media. Marketeers legden daarom steeds meer focus op social, vooral Facebook, soms ten koste van SEO. Het was een sleutelmoment dat social media belangrijker werden dan Google bij het sturen van gebruikers naar websites. Die trend is in 2017 gekeerd. Google stuurt nu twee keer zoveel traffic naar websites van uitgevers dan social media. De gegevens van Parse.ly zijn gebaseerd op onderzoek onder 2500 uitgevers; Shareaholic bevestigt de trend. De achteruitgang bij social wordt grotendeels toegeschreven aan de daling bij Facebook.

 
Eigen websites scoren goed
De manieren waarop we content vinden, zijn ook veranderd, zo blijkt uit een ander onderzoek van Hubspot. Naast zoekmachines en Facebook komen mensen steeds vaker op andere manieren op een site. Opvallend: steeds meer gebruikers gaan rechtstreeks naar websites van uitgevers (41 procent van de ondervraagden noemt dat). Het gebeurt ook via berichten op de smartphone (29 procent) en email nieuwsbrieven (27 procent). Het goede nieuws voor marketeers is dat zowel de eigen website als nieuwsbrieven hoog scoren. Het heeft dus zin content in nieuwsbrieven en op de site te brengen, waarbij goede SEO het succes verder kan verhogen.

 
Nieuwe algoritmen van Facebook hakken erin
De afname is het sterkst merkbaar op Facebook. In de zomer van 2017 introduceerde Facebook nieuwe algoritmen om clickbait-koppen aan te pakken, die massaal werden gedeeld. Zulke koppen houden informatie achter of zijn overdreven verleidend (‘Hoe een kind zijn school verliet en je raadt nooit wat er toen gebeurde…’). Dat soort koppen haalden in het verleden miljoenen hits op Facebook, maar zijn nu nauwelijks meer te zien. Hetzelfde geldt voor de zogenoemde listicles die veel werden gedeeld (‘De 25 schattigste katten in de wereld’). Zulke lijstjes doen het niet meer goed op Facebook. Daarnaast geeft Facebook sinds kort minder ruimte aan magazines en merken. Content van merken en uitgevers verschijnt minder prominent in de timeline en wordt daardoor minder gedeeld.

 
Groei van sharing op LinkedIn
LinkedIn is een positieve uitzondering. De netwerksite liet eerder al aan Digiday weten dat de likes en shares elk jaar tot 60 procent toenemen. Uit onderzoek van Buzzsumo blijkt dat content van uitgevers en B2B-bedrijven op LinkedIn steeds meer wordt gedeeld. Zo krijgt zakenblad Forbes minder aandacht op Twitter, terwijl de shares op LinkedIn flink in de lift zitten.

 
Evergreen content meest gedeeld
Je zou misschien denken dat gebruikers nieuws meteen delen, maar de trend is juist dat dat gebeurt met tijdloze verhalen of evergreen content. Die krijgen ook de meeste links. Schrijf je verhalen dus los van de actualiteit is het devies, zodat ze waardevol blijven. Goed scorende verhalen gaan bijvoorbeeld over onderzoek, geven een overzicht (‘dit kunnen de gevolgen van de Brexit zijn’) of zijn long reads (kwaliteitsverhalen die langer blijven hangen). Zijn er toch ontwikkelingen, dan is het goed zulke verhalen te updaten, waarna gebruikers ze opnieuw kunnen delen. Zulke content is voor anderen interessant om naar te linken, waardoor je een hogere ranking krijgt binnen zoekmachines.

 
Lessen voor marketeers
Buzzsumo komt met een aantal aanbevelingen voor marketeers, waarvan dit de opvallendste zijn:
  • Ga geen shares najagen met spectaculaire koppen. Wees oprecht in wat je brengt, dat levert je uiteindelijk meer op;
  • Focus op specifieke sub-topics waarin je uniek bent. Het goede nieuws is: nieuwe onderwerpen en sub-topics werpen zich altijd op. Het gaat erom ze snel te herkennnen en daarin autoriteit op te bouwen;
  • Onderscheid je met content van hoge kwaliteit (en investeer daar ook in). Mensen willen alleen de beste content delen.

Google en Facebook experimenteren met ‘vliegticketmodel’ voor verkoop van nieuws

Het is een grote ommezwaai die Google en Facebook maken. Uitgevers krijgen mogelijkheden om bij hen abonnees te werven of artikelen te verkopen, bijvoorbeeld als die in een zoekmachine verschijnen. Hoever zal het gaan? Gaan uitgevers straks nieuws verkopen met variabele prijzen zoals dat ook bij vliegtickets gebeurt?

 
Bij vliegtickets zijn we eraan gewend. Op internet kan je eindeloos zoeken naar de goedkoopste tickets en uiteindelijk heeft bijna iedereen in het vliegtuig een ander bedrag betaald. De prijs is afhankelijk van de website, of je al eerder hebt geboekt, waar je bent en hoelang van te voren je het doet. Je kan zeggen: er is een wildgroei aan ticketprijzen ontstaan, maar het is ook een systeem waar consumenten hun weg in weten te vinden.

 
Variabel prijssysteem voor content
Dynamic pricing is de sleutelterm. Het is nog ongehoord in de uitgeverswereld waar een tijdschrift een vaste prijs heeft. Maar bij een net uitgekomen artikel hoort een andere prijs dan bij een stuk van drie dagen geleden. Toen uitgevers content online begonnen te publiceren, pakten ze dynamic pricing niet op. Ze lieten dat over aan de techsector, die zich wierp op advertenties.

 
Als het werkt, waarom voeren we zo’n variabel prijssysteem ook niet in voor content van digitale kranten en magazines, vraagt techmagazine Monday Note zich af. Het nummer verscheen enige tijd geleden, maar heeft aan actualiteit niets ingeboet. Stel dat je op Google Search een artikel vindt dat je binnen Google meteen zou willen kopen. Zulke constructies zijn binnenkort mogelijk, nu Google heeft aangegeven daaraan te willen meewerken. Je kan een aanbod krijgen om een artikel voor een bepaalde prijs te kopen. Je kan je wellicht abonneren op bepaalde thema’s uit een krant waarbij de prijs varieert.

 
 
Niet verkochte stoelen
Vergelijk het met de luchtvaartsector met zijn niet verkochte stoelen. Het vliegtuig vliegt toch al, daarom zijn de laatste stoelen extra goedkoop. Maar bij uitgevers zijn de artikelen al geschreven en komen er geen kosten meer bij. Ook daar kan je artikelen dan goedkoop aanbieden. Niet als ze net uit zijn, maar wel een tijdje later. Zo’n model biedt nieuwe kansen voor uitgevers om meer inkomsten te krijgen. Maar er zijn ook risico’s: uitgevers worden opnieuw afhankelijk van Google, dat de spelregels het liefst zelf bepaalt.

 
 
Google en Facebook komen kranten tegemoet
Google maakte tijdens de Digital News Initiative top in februari in Amsterdam bekend dat het bezig is het idee voor een paywall verder uit te werken. De techgigant wil gebruikers identificeren die vermoedelijk geïnteresseerd zijn in een abonnement op een bepaalde krant of tijdschrift. Ze kunnen het abonnement dan binnen Google afsluiten, en als ze opnieuw zoeken, zullen artikelen van die publicatie prominent in de zoekresultaten opduiken. „De nadruk op abonnementen tijdens de top in Amsterdam is een grote verandering,” zegt onderzoeker Nic Newman van het Reuters Institute.

 
Zowel Google als Facebook voerden al experimenten uit met paywalls om kranten tegemoet te komen. Bij Google bleken de kranten daardoor meer abonnees te krijgen. Facebook wilde er aanvankelijk niet aan, maar is nu ook om. Het experimenteerde met paywalls op Android smartphones en gaat dat ook met iPhones doen. Apple gaf daar onlangs toestemming voor, meldt TechCrunch. De paywalls kunnen uitgevers van kranten en magazines helpen die het financieel moeilijk hebben.

 
De initiatieven van Google en Facebook zijn vergelijkbaar, maar Google loopt voorop. „Beide zijn er open over,” vertelt hoogleraar journalistiek Jeff Jarvis uit New York, die de top in Amsterdam bezocht. „Beide proberen hun roadmaps te delen, Google meer dan Facebook. Ze weten dat ze alleen met uitgevers kunnen samenwerken als ze iets van hun roadmaps delen,” zegt hij in Digiday.

 
„Beide proberen hun roadmaps te delen, Google meer dan Facebook. Ze weten dat ze alleen met uitgevers kunnen samenwerken als ze iets van hun roadmaps delen,” zegt Jeff Jarvis in Digiday.
 
Google-test levert kranten extra abonnees
De techgiganten zijn zich ervan bewust dat ze iets moeten doen voor de uitgevers bij wie ze zoveel adverteerders hebben weggekaapt. De beste oplossing: zorg dat uitgevers meer inkomsten krijgen.

Google kon al rekenen op meer goodwill van de uitgevers toen het vorig jaar besloot om te stoppen met first-click-free, waarbij lezers een eerste artikel van een krant altijd gratis kregen. Daardoor liepen uitgevers inkomsten mis. Nu kan er meteen bij het eerste artikel een paywall zijn.

Google testte het nieuwe systeem bij The New York Times en Financial Times en dat leverde die kranten flink wat extra abonnees op. De Financial Times probeert momenteel verschillende varianten uit waarbij mensen sommige artikelen gratis krijgen. Het gaat om het vinden van een evenwicht: genoeg nieuwe abonnees, maar ook genoeg gratis artikelen bij de zoekresultaten.

 
 
Google: altijd iets gratis aanbieden op internet
Google is bereid om data voor uitgevers beschikbaar te stellen. „Data die Google over gebruikers heeft, geven inzicht of iemand geïnteresseerd is in een abonnement - uitgevers hebben daar lang om gevraagd,” zegt Newman van het Reuters Institute. „Dat zou een groot verschil maken.”

Google blijft bij zijn standpunt dat uitgevers altijd iets gratis moeten aanbieden om succesvol op internet te kunnen zijn. Als dat te weinig is, zullen te weinig lezers de content delen en verliezen publicaties hun bekendheid.

Ook Facebook wil uitgevers tegemoet komen, maar daar zijn ze minder ver. Het sociale netwerk heeft testen uitgevoerd met The Economist en The Washington Post, maar dat heeft nog geen harde conclusies opgeleverd. Uitgevers zijn minder tevreden over Facebook. „Het kostte ons twee jaar discussie met Facebook om hen de toekomst van de journalistiek te laten begrijpen en wat daarvoor nodig is,” zegt Stefan Betzold, managing director bij het Duitse Bild. „Het moet meer commitment laten zien en meer met ons samenwerken.”

 
 
Europese kranten nemen afstand van techbedrijven
Uitgever Axel Springer in Duitsland hield onlangs een conferentie, waar hard werd uitgehaald naar de duopolie van Google en Facebook. Voorafgaand aan de International Paid Content Summit verscheen een rapport waarin grote Europese kranten als The Guardian, Le Figaro en Bild zeggen dat ze minder afhankelijk willen zijn van de techbedrijven. Uitgevers in Frankrijk, Spanje en Duitsland, van onder meer Der Spiegel en Bild, hebben onlangs nieuwe paid content modellen gelanceerd. „De digitale abonnementen voorzien in steeds meer inkomsten waardoor we minder afhankelijk worden van de techplatforms,” zegt Betzold van Bild tegen Digiday.

 
„De digitale abonnementen voorzien in steeds meer inkomsten waardoor we minder afhankelijk worden van de techplatforms,” zegt Betzold van Bild tegen Digiday.
 
De uitgevers kiezen voor een tweesporenbeleid. Aan de ene kant proberen ze meer abonnementen te regelen en een directe relatie met lezers op te bouwen. Het beste voorbeeld daarvan is The New York Times met vorig jaar maar liefst 46 procent meer abonnementen online.

Daarnaast gaan de uitgevers verder met de techbedrijven om tot een goed model voor abonnementen te komen die je direct op Google en Facebook kunt afsluiten. Het biedt nieuwe kansen voor uitgevers, maar ook het risico nog meer afhankelijk te worden van de techgiganten. Hoe het zal uitwerken is nog de vraag. Bij de vliegtickets zijn de ontwikkelingen snel gegaan. Het is nog even afwachten of we straks ook bij content zoveel tarieven zullen zien.

Waarom koopt Amazon een deurbelfabrikant?

Een flitsende start up voor videodeurbellen is in handen gekomen van Amazon. Voor ruim een miljard dollar naar verluidt. De deurbellen markeren een volgende stap van Amazon om verder ín je huis te komen. Het is de bedoeling dat er een hechte connectie komt tussen de deurbel en Amazons slimme assistant Alexa.

 
Stel je tienerzoon heeft een feestje en komt diep in de nacht thuis. Pa is al eerder gaan slapen, maar wordt in de nacht een keer wakker. Hij heeft zijn zoon niet horen thuiskomen. Gelukkig staat de Echo met de slimme assistant Alexa naast zijn bed. „Alexa, is Robert al thuis?” vraagt hij. Daar weet Alexa wel raad mee, want kort geleden kwam er een berichtje van de deurbel. „Ja, Robert is thuis,” luidt het opgewekte antwoord. Pa draait zich gerustgesteld weer om.

 
Deurbel en smartphone maken contact
Zo zou de videodeurbel in de toekomst met Alexa kunnen communiceren. De bel is sowieso handig, omdat die ook kan communiceren met je smartphone. Misschien wordt er aan je deur gebeld als je niet thuis bent. Is het een bekende, dan doet gezichtsherkenning het werk. Ook als je smartphone even niet binnen handbereik is, kom je later te weten wie ervoor de deur stond. Je kan natuurlijk ook live meekijken op je smartphone en een gesprekje aangaan. „Oh, goed dat u er bent, geeft u het pakketje even bij de buren af?”

 
Ring heet de deurbel startup die nu in handen is van Amazon. De overnameprijs is niet officieel bekendgemaakt, maar volgens Reuters ging het om een bedrag van ruim een miljard dollar. Is dat niet een beetje veel voor een paar deurbellen? Ring, gevestigd in Santa Monica in Californië, populariseerde het idee van de videodeurbel. Mensen kunnen niet alleen binnenshuis zien wie er aan de deur staat, maar ook op de smartphone waar ook ter wereld. De deurbellen van Ring zijn ook in Nederland verkrijgbaar. De bel detecteert bewegingen en weet dus wanneer er iemand voor de deur staat. De bel maakt gebruik van het Wi-Fi-netwerk en stuurt videobeelden met geluid naar de smartphone app die de huiseigenaar op zijn smartphone heeft geïnstalleerd. Het bedrijf prijst de app aan voor de veiligheid, want dieven worden afgeschrikt.

 
Richard Branson en Goldman Sachs
Jamie Siminoff heet de man achter Ring. Hij begon in zijn garage wat te prutsen en huurde in 2011 een klein plekje op de grote elektronicabeurs CES. „Dat was de beste zakenbeslissing in mijn leven,” vertelt hij tegen USA Today. Luchtvaartmagnaat Richard Branson en zakenbank Goldman Sachs kwamen met geld over de brug. Hij heeft al geleverd aan 90.000 winkels. En nu is zijn start up voor de hoofdprijs verkocht.

 
Met de overname deelt Amazon een tik uit aan Google, dat ook bezig is met een video-deurbel. Met Nest van Google kan je al thermostaten aansturen en het techbedrijf is bezig met uitbreiding met een videodeurbel.

 
De verwachting is dat Amazon de apparaten van Ring op termijn gaat gebruiken bij de bezorging. De bel weet dan wanneer de bezorger ongeveer komt, ziet hem vervolgens aanlopen en ontgrendelt de deur even. Als je thuiskomt zie je je bestelling in de gang staan. Het moment van bezorging krijg je natuurlijk in een video op je smartphone te zien. Het klinkt te mooi om waar te zijn.

Er is ook een keerzijde: Amazon komt zo wel erg centraal in je huis te staan.

Dat is ook precies de bedoeling van de techgigant.

Is ‘viral-sensatie’ Vero hét alternatief voor Facebook en Instagram?

De app Vero bestaat al een tijdje, maar is deze week viraal gegaan. Het social network wil een alternatief bieden voor Facebook en Instagram. Vero wil het anders gaan doen: geen verzameling meer van persoonsgegevens en geen advertenties. Gebruikers moeten op termijn iets gaan betalen. De app was deze week vaak onbereikbaar vanwege de grote toestroom.

 
Vero is in de eerste plaats een app om foto’s te delen, maar dan zonder dat je last hebt van de algoritmes die bij Instagram of Facebook zoveel irritatie oproepen. De app presenteert zich als een ad-free social network waarin je jezelf kan blijven. Vero lijkt op Instagram, maar je kan naast foto’s ook teksten en links delen of aanbevelingen voor muziek, boeken of films.

 
Social network zonder data mining
Bedenker van de app is miljardair en zakenman Ayman Hariri. Hij begon de app omdat hij zich ergerde aan het privacybeleid van sociale netwerken die inkomsten uit advertenties halen. Ayman Hariri is de zoon van, de bij een bomaanslag omgekomen, Libanese oud-premier Rafik Hariri. Hij heeft een geschat vermogen van 1,3 miljard dollar.

Vero onderscheidt zich vooral door zijn privacy policy. Het bedrijf zegt zo min mogelijk persoonsgegevens te verzamelen, naam, e-mail en telefoonnummer moeten voldoende zijn. Het bedrijf belooft ook geen gegevens aan derden te verstrekken. Eigenlijk alles wat bij Facebook en Instagram omstreden is, ontbreekt bij Vero. Dat alleen al levert Vero veel goodwill op.

 
Instagrammers stappen massaal over
Het viraal gaan van Vero heeft vooral te maken met onvrede op Instagram. Gebruikers op Instagram promoten daar massaal hun Vero-pagina’s. Al meer dan 500.000 gebruikers op Instagram hebben hun posts getagged met #Vero en roepen op om de overstap naar Vero te maken. De onvrede op Instagram komt voort uit het algoritme dat vorig jaar is ingevoerd, waardoor je elke keer maar moet afwachten wat je nu weer te zien krijgt.

 


 
Vero werd in 2015 in de App Store gelanceerd. De app stond even op plaats 45 bij de social networks, meldt Mashable, maar viel daarna helemaal weg uit de lijst van 1500 apps. Afgelopen week schoot de app ineens omhoog, kwam terecht op plaats 99 om vervolgens door te schieten naar de eerste plek. Zakenblad Forbes ontdekte de app in 2016 en kwam met een waarschuwing aan het adres van Facebook: ‘Look out, Facebook: the social netwerk that doesn’t want your big data’.

 
Wie Vero wil gebruiken, zal daarvoor een paar euro per jaar moeten betalen. De eerste miljoen gebruikers krijgen hun leven lang gratis toegang. Ondanks dat er geen advertenties komen, kunnen ook bedrijven een profiel aanmaken. Influencers mogen brands op hun eigen manier promoten en bedrijven mogen ook producten verkopen, zoals CNBC meldt. Daarin zit een deel van het verdienmodel van de app, want Vero zal bij verkopen een klein percentage inhouden. De app werkte al samen met modemerk Temperley London, waarbij gebruikers kleding konden kopen die op de catwalk werd getoond tijdens de London Fashion Week.

 
Mediasterren en songwriters
Opvallend is dat influencers het goed doen bij Vero. Omdat het netwerk advertenties weert, zitten de influencers in een omgeving die minder commercieel is en dat is precies wat werkt. Veel jongeren vertrouwen de meningen van influencers met wie ze zich identificeren. De trend is dat steeds meer influencers migreren naar platforms zonder advertenties, schrijft de Huffington Post. Vero heeft al social mediasterren naar zich toegetrokken, onder wie gitarist en songwriter Christian Collin. Hij heeft zo’n dertig miljoen volgers op social media en gebruikt Vero om zijn community van fans verder uit te breiden. Met Vero werkt hij samen voor de promotie van zijn Limitless Movement voor jongeren. „Ik koos Vero omdat het bedrijf geeft om zijn gebruikers en creators,” zegt hij. „Het is een plek waar je geen zorgen hebt over algoritmes en waar je vrij bent te zeggen wat je wil.”

 
„Ik koos Vero omdat het bedrijf geeft om zijn gebruikers en creators. Het is een plek waar je geen zorgen hebt over algoritmes en waar je vrij bent te zeggen wat je wil,” aldus Christian Collin.
 
Alternatief voor Facebook?
Het is niet voor het eerst dat een app het alternatief wil zijn voor Facebook. En de eerlijkheid gebiedt te zeggen, de vorige keren kwam van die ambitie niet veel terecht. Sommige namen ken je wellicht niet eens, zoals Ello, Peach, Diaspora of app.net. Viraal gaan is leuk, maar blijft het ook zo? Gaat Vero het redden? De app kampt nu al met bereikbaarheidsproblemen. Dat kan puur komen door de grote hoeveelheid belangstellenden, maar ook doordat de site niet goed genoeg ontworpen is. Of een combinatie van beide. Vero laat weten dat er hard aan gewerkt wordt en het probleem binnenkort is opgelost.

 
Beloftes onder vuur in de media
Het altijd kritische magazine Slate veegt de vloer aan met de beloften die Vero doet. Een netwerk zonder advertenties klinkt nieuw. Maar denk even na: ook Instagram, Twitter, Snapchat en zelfs Facebook hadden geen advertenties toen ze begonnen.

De eerste miljoen gebruikers mogen gratis op Vero, maar hoe ga je de rest werven? Een miljoen gebruikers klinkt veel, maar is nog steeds weinig ten opzichte van Instagram (800 miljoen gebruikers) of Facebook (2,2 miljard). Als Vero serieus wil meetellen, schrijft Slate, kan het beter de eerste honderd miljoen gebruikers een gratis account geven.

Vero belooft chronologische feeds zonder dat algoritmen daar invloed op hebben. Gebruikers houden niet van algoritmen, ze willen zelf controle. Maar de realiteit is dat - als je zonder algoritmen werkt - je feed wordt gedomineerd door de degenen die het meest posten. Een systeem zonder algoritmen stimuleert dat mensen extra veel posten om goed zichtbaar te zijn en het is de vraag of je daar blij mee bent. Het ideale systeem ligt waarschijnlijk ergens in het midden.

 
Verfrissende nieuwkomer
Wie in de website van Vero duikt, komt een artikel van oprichter Hariri tegen waarin hij ingaat op zijn idealistische drijfveren. Hij komt oprecht over. Hariri zegt dat hij op veel plaatsen het nut van advertenties ziet. Maar hij is er tegen dat social media eindeloos persoonsgegevens verzamelen. Stel je voor dat bij een familiebezoek nog een derde persoon is die alles noteert wat er gezegd wordt en wat iedereen doet. Offline zouden we dat niet accepteren, waarom zou je dat online wel doen?

Hariri en zijn medeoprichters zijn beslist in hun keuze om niet mee te gaan met data mining: „We willen dat onze gebruikers onze cliënten zijn en niet ons product.” Het platform wil de beste sociale ervaring bieden, een plaats waar mensen social kunnen zijn op een manier die bij hen past.

Vero is nog jong en het kan nog veel kanten op. Het is in elk geval een verfrissende nieuwkomer naast de grote social networks die nu eenzijdig zoveel van ons online leven bepalen.

Facebook verliest jongeren in hoog tempo aan Snapchat

Het gaat om miljoenen jongeren die Facebook verlaten of er niet eens aan beginnen. Instagram profiteert daarvan, maar de grote winnaar is Snapchat, zo blijkt uit onderzoek van eMarketer. Ondertussen moet Facebook alle zeilen bijzetten om grote problemen zoals fake news het hoofd te bieden. De meeste adverteerders zien nog genoeg kansen, maar het klinkend optimisme bij het social network lijkt voorbij.

 
CEO Mark Zuckerberg is het afgelopen jaar veranderd, zeggen de mensen om hen heen. Het was een jaar vol aantijgingen over fake news en Russische trollen. Zuckerberg heeft erover nagedacht, hij wil het oplossen, maar is ook bezorgd.
„Dit hele jaar heeft zijn persoonlijke techno-optimisme veranderd,” zegt een hoge functionaris bij Facebook. „Het heeft hem meer paranoïde gemaakt over de manieren waarop mensen dingen kunnen misbruiken die uit zijn handen komen.”
De passage komt uit Wired dat een uitgebreide reconstructie maakte van de afgelopen twee jaar: Inside the two years that shook Facebook - and the world. Met als ondertitel: hoe een verwarde, zich verdedigende social mediagigant zichzelf de afgrond instuurt en hoe Mark Zuckerberg het allemaal probeert te fixen. Het verhaal leest als een thriller en is alleen daarom al een aanrader.

 
Jongeren onder de 25 haken af
Dat de problemen nog niet voorbij zijn, blijkt uit het onderzoek van eMarketer. Facebook zal dit jaar twee miljoen gebruikers onder de 25 in de VS kwijtraken, voorspellen de onderzoekers. En die gaan lang niet allemaal naar Instagram, waarvan Facebook eigenaar is. Instagram krijgt er dit jaar in totaal naar verwachting 1,6 miljoen gebruikers bij. De meeste overstappers gaan naar Snapchat, dat er volgens eMarketer 1,9 miljoen jonge gebruikers bij zal krijgen. The Guardian verwacht dat dit jaar in totaal 3 miljoen jongeren van onder de 25 Facebook zullen verlaten in de VS en Groot-Brittannië samen.

Harde voorspellingen voor Nederland zijn er niet, maar vaak volgen wij de trends in de Verenigde Staten. eMarketer geldt als gezaghebbend, maar moest zijn prognoses over het afgelopen jaar bijstellen. Voor 2017 voorspelde eMarketer dat het aantal 12 tot 17 jarigen bij Facebook in de VS zou afnemen met 3,4 procent. Die afname bleek uiteindelijk drie keer zo groot, namelijk 9,9 procent en dat zijn zo’n 1,4 miljoen gebruikers. Volgens eMarketer heeft Facebook in de leeftijdgroep tot 25 vorig jaar in totaal 2,8 miljoen Amerikaanse gebruikers verloren.

Techmagazine Recode noemt een aantal redenen dat tieners Facebook de rug toe keren. Het sociale netwerk is al een aantal jaren zijn ‘cool’-factor aan het verliezen en jongeren hebben meer opties dan ooit om contact te houden met vrienden en familie. Facebook is bovendien een ‘digital record keeper’, het houdt steevast gegevens van gebruikers bij en niet alle jongeren zitten daar op te wachten. Dat verklaart de groeiende populariteit van Snapchat en Instagram waar je video’s en foto’s kan delen die weer verdwijnen.

 
Snapchat wint
Het lijkt erop dat Snapchat, waar het een tijd lang niet zo goed mee ging, weer helemaal terug is. Dat is ook te zien aan de beurscijfers. De koers van Snap bereikt hoogten die in maanden niet zijn voorgekomen. Voor het eerst sinds juni komt het aandeel uit boven de introductiekoers.

 
Snapchat heeft bewezen dat er een markt is voor een vluchtige foto’s en video’s die kort bestaan. Facebook kopieerde daarom onder meer Snapchat’s Stories (waarmee gebruikers foto’s of video’s kunnen posten die na 24 uur verdwijnen) voor de Facebook en Instagram apps, en introduceerde filters, die lijken op de Snapchat lenzen. Facebook wint daar nieuwe gebruikers mee en probeert zo Snapchat op termijn overbodig te maken. Maar verrassend genoeg lijkt het tegenovergestelde te gebeuren: Snapchat weet ervan te profiteren.

 
Snapchat komt door dat kopieergedrag in de schijnwerpers te staan en krijgt de kans om te groeien, schrijft techjournalist Billy Gallagher in een boek over Snapchat dat net uit is: ‘How to turn down a billion dollars: the Snapchat story’. Het is dankzij Facebook dat Snapchat een betere reputatie krijgt waardoor het kan uitgroeien tot de serieuze bedreiging voor Facebook die het is geworden.

 
Facebook zet Snapchat in de spotlights
Je moet er even voor terug naar 2012. Op Snapchat circuleren miljoenen foto’s, maar de app worstelt met een bedenkelijke reputatie vanwege sexting en erotische foto’s die worden rondgestuurd. Zuckerberg ontmoet CEO Evan Spiegel van Snapchat; de twee praten over een overname, maar Spiegel wijst een bod van 3 miljard dollar af. Zuckerberg besluit om er dan zelf mee aan de gang te gaan en Facebook komt met de eigen app Poke, waarmee je foto’s kan delen die weer verdwijnen. Daarmee krijgt het idee van Snapchat een andere lading. Als Facebook als gerespecteerd netwerk ermee komt, dan moet dat wel ‘the next big thing’ zijn. Ineens is Snapchat geen sexting app meer, maar is het de laatste trend. Snapchat gaat groeien dankzij het kopieergedrag van Facebook, schrijft Gallagher in zijn boek. CEO Spiegel van Snapchat herinnert zich het later zo: „Poke was het grootste kerstgeschenk dat we ooit hebben gekregen.”

 
In 2016 komt Facebook met Instagram Stories, eveneens naar het idee van Snapchat en daarmee deelt Zuckerberg wel een harde tik uit. Instagram Stories krijgt ruim 300 miljoen dagelijkse gebruikers, meer dan twee keer zoveel als Snapchat. De verwachting is dat beide dit jaar verder zullen groeien. Van de tieners die van Facebook afhaken, stapt een deel over naar Instagram. Maar de meesten van hen kiezen voor Snapchat.

 
Jongeren willen ‘cool’ network
Dat Snapchat nog steeds nieuwe jongeren aan zich weet te binden komt ook door een slimme strategie. Bij Facebook valt op hoeveel het netwerk van anderen kopieert; bij Snapchat vallen eigen innovaties op. Het bedrijf introduceerde vorig jaar Snap Maps, Context Cards en een nieuw design dat content van vrienden en van merken duidelijker uit elkaar houdt. Het nieuwe design moet de app ook toegankelijker maken. Er is discussie over, maar de resultaten op de beurs laten zien dat Snapchat op de goede weg zit.

 
Jonge gebruikers willen een ‘cool’ netwerk en niet een netwerk waar je grootouders ook op zitten. Tieners noemen Facebook ‘the old people network’, weet sociaal wetenschapper Julie Smith. Tieners zijn zich ook steeds meer bewust van de risico’s van Facebook. „Een verkeerde post op Facebook kan hun kans op een goede school of baan verkleinen. Ze zijn selectief wat en met wie ze iets willen delen”, zegt ze in USA Today. Snapchat voorziet in die behoefte, je kan delen met veel vrienden, maar als je meer privacy wil kan het ook in kleine kring.

 
Adverteerders zien kansen
De meeste adverteerders zien nog steeds veel kansen op Facebook. Ook een iets oudere leeftijdsgroep is interessant. En Facebook weet als geen ander advertenties te focussen naar interesses en webgedrag. Zuckerberg heeft aangekondigd dat hij bedrijven minder prioriteit gaat geven; familie en vrienden krijgen voorrang. Sommige bedrijven als Unilever houden het voorlopig voor gezien. Ze willen dat Facebook orde op zaken stelt en voorkomt dat advertenties bij fake news terecht komen. Veel andere businesses zien Facebook nog steeds als de manier om hun doelgroep te bereiken.

 
Maar Snapchat staat om de hoek. De verwachting is dat Snapchat’s tienersucces zich gaat uitbreiden naar andere leeftijdsgroepen. „Snapchat kan verder gaan groeien dankzij ouderen,” verwacht analist Debra Williamson van eMarketer. Ze wijst erop dat het nieuwe design van Snapchat eenvoudiger is waardoor de app voor meer mensen aantrekkelijk wordt. Oudere gebruikers, die meer te besteden hebben, kunnen Snap uiteindelijk de middelen geven voor verdere groei en innovatie. Facebook kan er maar beter rekening mee houden.

National Geographic ‘kaapt’ het nieuws van Tesla’s ruimte-avontuur

Stunten met marsmannetjes. Het was een variant op een aloude marketingtechniek die bekend staat als ‘hijacking the news’, op het grote nieuwsmoment van je laten horen. Bij National Geographic hebben ze dat goed begrepen.

 
Terwijl in de hele wereld kijkers zich vergapen aan de Tesla van Elon Musk die door de ruimte reist, stuurt de redactie van National Geographic op dat moment een onweerstaanbare nieuwsbrief met een video. Natuurlijk zitten veel mensen met hun smartphone in de hand naar de beelden van de Tesla in de ruimte te kijken. Het is spectaculair, maar je bent ook snel afgeleid want zoveel is er niet te zien en de beelden lijken wel foto’s, zo weinig dynamiek zit erin. Maar je wil er wel meer over weten. Op dat moment komt National Geographic met zijn nieuwsbrief en indringende video over aanstaande marsreizigers.

 
Enkele reis Mars: belangstelling genoeg
Wie wil er nu een enkele reis naar Mars? Dat is precies wat dan door je hoofd speelt. In de korte docu ‘Mars one way’ van NatGeo komen aspiranten aan het woord, ze vertellen waarom een reis naar Mars een droom is die kan uitkomen, waarom ze bereid zijn hun geliefde voor altijd vaarwel te zeggen, hun familie de rug toe te keren en hun kinderen aan hun partner over te laten. Sommigen lijken wat zonderling, anderen staan midden in het leven en mochten ze de kans krijgen, kiezen ze voor een enkele reis Mars. Aan serieuze kandidaten geen gebrek.

 
‘Mijn vriend is er niet blij mee’
Neem de mooie jonge haarstyliste Kitty. Ze wil meedingen om als astronaut naar Mars te gaan. „Mijn vriend is minder enthousiast over dit idee,” zegt ze. „Hij probeert me wel te steunen, hij weet dat het mijn droom is.” Ze realiseert zich dat ze hem er pijn mee kan doen. Haar vriend weet dat het plan serieus is. „Als ze wordt geselecteerd, gaat ze het doen, ze gelooft erin.”

Dan volgen beelden van een vader die met zijn kind in de sneeuw speelt. ,,Mijn plan brengt spanning in mijn relatie,” zegt hij. Een keer kwam zijn zoontje op hem af met de woorden ‘ga niet’. Het raakt hem. Hij kan zich voorstellen dat hij nog van gedachten verandert. „Maar aan de andere kant, dit is zo’n unieke kans die ik niet graag wil laten lopen.”

 
Eerlijk gezegd volg ik de Mars-serie op NatGeo niet, maar ze als me op het juiste moment weten te vinden, hap ik toe. De korte docu blijkt enige tijd geleden te zijn gemaakt, maar dat maakt niet uit, het verhaal is er niet minder indrukwekkend door.

 
Hijacking the news, op het juiste moment van je laten horen. Of je nu een verhaal publiceert of een product aan de man brengt, er is altijd maar één beste moment. Dat is het moment dat je content of product ineens ‘viraal’ kan gaan. De verspreiding gebeurt ineens supersnel, simpelweg omdat niet alleen jij, maar ook zoveel anderen er op dat moment volledig voor open staan.

 
Hijacking the news
Het mooiste voorbeeld van hijacking the news dateert van een tijd terug. Misschien herinner je je de groep Chileense mijnwerken die wekenlang onder de grond gevangen zat. Het was de vraag of ze het zouden redden en in de hele wereld werd met ze meegeleefd. Uiteindelijk kwam het grote moment. Maar de aandacht ging niet alleen uit naar de mijnwerkers, maar ook naar het slimme bedrijf dat het moment had weten te kapen. Uitgedost met donkere en trendy zonnebrillen, de mijnwerkers leken uit een andere wereld te komen. Hoe kwamen die mijnwerkers ineens aan die zonnebrillen die hen beschermden tegen het daglicht dat ze al weken niet meer gewend waren? Het bedrijf achter de marketingstunt maakte zichzelf maar al te graag bekend en niet zonder succes, want wie wilde nou niet ook zo’n zonnebril waarmee je kennelijk een leven kon redden?

Influencers kopen op grote schaal volgers

Het is een miljoenenbusiness: het verkopen van fake volgers aan gebruikers van social media. Ook influencers die met bedrijven samenwerken blijken volgers te kopen. Ze zijn overigens niet de enige: ook celebrities, sporters, mensen uit de mediawereld en marketeers doen eraan mee. Justitie in de VS is een onderzoek begonnen.

 
The Followers Factory - de volgersfabriek - zo noemt The New York Times de bedrijven waar je als gebruiker van social media volgers kan kopen. De krant deed er uitgebreid onderzoek naar. Daaruit blijkt hoe zulke bedrijven via fake accounts miljoenen volgers leveren aan klanten. Op Facebook staan naar schatting 60 miljoen fake accounts; Twitter heeft er mogelijk 48 miljoen.

Brands werken graag samen met influencers vanwege de vele volgers die ze hebben. Maar die volgers blijken niet altijd echt te zijn, al zijn de profielen op fake accounts nauwelijks van echt te onderscheiden. Foto’s worden gekopieerd van bestaande profielen. Een 17-jarige Amerikaanse bleek een fake account met haar eigen naam en foto te hebben waarin ze reageert op berichten in het Arabisch, een taal die ze helemaal niet beheerst. En ze is bepaald niet de enige met zo’n account.

 
Een kwart miljoen volgers erbij? Wij regelen dat!
Devumi is een van de bedrijven waar je volgers of views kan kopen. Het bedrijf bood tot voor kort klanten de mogelijkheid tot 250.000 volgers op Twitter te kopen voor een prijs die begon bij 12 dollar. Sinds de onthullingen is dat niet meer mogelijk. Devumi heeft meer dan 200.000 klanten, waaronder bedrijven, celebrities en YouTubers die een grotere impact willen hebben op hun audience. Uit onderzoek van The New York Times blijkt dat Devumi beschikt over 3,5 miljoen geautomatiseerde accounts voor social media. Zo’n 55.000 fake Twitter-accounts gebruiken de namen, profielfoto’s en woonplaatsen van bestaande Twitter-gebruikers. Ook van minderjarigen zijn namen en foto’s overgenomen van bestaande accounts. Justitie in New York is nu een onderzoek begonnen naar Devumi. Maar vermoedelijk zijn er nog tientallen andere bedrijven die er vergelijkbare praktijken op nahouden.

 
Zeker honderd influencers met fake volgers
Opvallend is dat ook influencers volgers blijken te kopen. Bedrijven willen graag met hen samenwerken om producten onder de aandacht te laten brengen. De influencers, bijvoorbeeld YouTubers, krijgen daarvoor betaald en hoe meer volgers ze hebben, hoe meer ze verdienen.

In het onderzoek zijn honderd influencers geïdentificeerd die fake volgers hebben gekocht. Onder hen zijn grote namen, zoals Kathy Ireland, door Forbes in 2015 uitgeroepen tot een van de 50 rijkste self-made zakenvrouwen. Het voormalige topmodel richtte een design- en marketingfirma op en geldt als succesvol ‘brand ambassador’. Ze heeft meer dan miljoen volgers op Twitter. In januari vorig jaar had ze er nog 160.000. Maar de maand daarop kocht een medewerker er 300.000 volgers bij voor een bedrag van tweeduizend dollar, zo ontdekten de onderzoeksjournalisten. Daarop volgden nog meerdere aankopen van volgers. Het grootste deel van haar volgers blijkt fake zijn.

 
Nog meer onthullingen
Andere voorbeelden van influencers die volgers op grote schaal kochten zijn Nicole Lapin (tv-host, auteur en ondernemer), Sam Hurley (die zich personal branding guru noemt) en Arabella Daho (als teen influencer bekend onder de naam Amazing Arabella). De 14-jarige Arabella en haar broer Jaadin verdienen als influencers samen zo’n honderdduizend dollar per jaar. Ze werken met merken als Amazon, Louis Vuitton en Nintendo.

Ook marketingconsultants blijken soms veel volgers te kopen. Jeetendr Sehdev noemt zichzelf ‘the world’s leading celebrity branding authority’. In 2015 begon hij met het kopen van honderdduizenden fake volgers bij Devumi. Dat hielp bij de verkoop van zijn boek ‘The Kim Kardashian Principle: Why Shameless Sells’. Sehdev verklaarde zijn populariteit vanwege de ‘authentieke’ manier waarop hij schrijft. Inmiddels is duidelijk dat het om fake volgers gaat.

 
Fake accounts lastig te onderscheiden
Om te weten te komen hoe de verkoop van fake volgers in zijn werk gaat, meldden de onderzoeksjournalisten zich als klant aan bij Devumi. Ze zetten een test-account op Twitter op en betaalden Devumi 225 dollar voor 25.000 volgers. De eerste tienduizend volgers leken echte mensen. Er stonden profielfoto’s bij de accounts, namen en woonplaatsen. Het bleken gekopieerde accounts van echte gebruikers, maar met kleine verschillen. Zo was de resolutie van de foto veranderd en waren kleuren iets aangepast, waardoor de foto lastiger is te traceren. Namen werden net iets anders gespeld. De volgende 15.000 accounts bleken minder professioneel, omdat een profielfoto ontbrak. Maar de fake accounts deden het goed: ze zorgden voor veel retweets en konden met meerdere talen overweg.

 
Iedereen doet dit
De krant zocht ook klanten van Devumi op. Niet iedereen wilde toegeven dat ze fake volgers hadden gekocht, maar sommigen waren verrassend open. „Iedereen doet dit,” zegt een actrice. Anderen erkenden dat ze het hadden gedaan, maar zeiden spijt te hebben. „Het is fraude,” erkent James Cracknell, een Britse roeier die Olympisch goud behaalde. Hij kocht 50.000 volgers bij Devumi, maar is er nu helemaal klaar mee. „Het is niet gezond dat mensen je beoordelen op hoeveel likes of hoeveel volgers je hebt.”

 
Influencer marketingbureaus: goed dat dit is onderzocht
Bij bureaus die adviseren over influencers krijgt het onderzoek van The New York Times veel aandacht. „Het is het gesprek van de dag,” zegt Alexa Tonner van influencer marketing agency Collectively in magazine Digiday. Ze wijst erop dat het probleem bekend was, maar de omvang niet. Het is goed dat ook in de hoogste gelederen doordringt dat er iets moet gebeuren.

Justin Moore is CEO van influencer marketingbureau Trending Family en hij denkt dat het onderzoek van The New York Times een keerpunt markeert. Moore verwacht dat steeds meer merken zich zullen afkeren van cijfers zoals aantallen volgers en in plaats daarvan engagement centraal gaan stellen.

 
Het gaat om de engagement
Dat vindt ook Danica Kombol, CEO van Everywhere Agency, een influencer marketingbureau dat werkt met Fortune 500 bedrijven. In magazine PRNews zegt hij dat de waarde van influencers niet ligt in de aantallen volgers, maar juist in engagement en interactie. Hij merkt dat het lastig is te bewijzen of een influencer fake followers heeft. „Maar als je iemand ziet met duizenden volgers op Instagram en geen reacties bij de posts, dan is er iets aan de hand. Wij gaan met dat soort influencers niet in zee.”

 
Brands: liever engagement dan veel volgers
 
„Ik raakte in een weekend 500 volgers kwijt,” laat comedian Dan LaMorte weten. Hij kan er grappen over maken. Actrice Adina Porter gaat erin mee. „Ik verloor vijf- tot zesduizend volgers in een dag.”
 
De onderzoeksbevindingen hebben de social media aangezet hun gebruikers nog eens goed te bekijken. Met Twitter voorop. „Ik raakte in een weekend 500 volgers kwijt,” laat comedian Dan LaMorte weten. Hij kan er grappen over maken. Actrice Adina Porter gaat erin mee. „Ik verloor vijf- tot zesduizend volgers in een dag.” Uiteindelijk is het ook voor influencers beter om van fake volgers af te komen, schrijft Mashable. Een verlies aan volgers komt misschien hard aan, maar je kan maar beter transparant en authentiek zijn zonder misleidende cijfers. „Brands willen investeren in social media zonder dat ze schade oplopen,” zegt Bijoy Patel van CompuBrain, een bureau dat invloed op Facebook en Twitter analyseert. Hij merkt dat voor veel bedrijven het aantal volgers niet het belangrijkste is, al doet dat niks af aan het schandaal van de fake accounts. „Merken willen vooral weten of er echt engagement is.”

 

Facebook-test: nieuwe aanpak leidt tot meer fake news

De nieuwe werkwijze van Facebook - meer interactie tussen vrienden en minder ruimte voor mediabedrijven - pakt niet alleen desastreus uit voor uitgevers, maar leidt ook tot meer fake news. Dat blijkt uit een test van Facebook zelf in zes landen, waarover The New York Times bericht.

 
De testen zijn gedaan in landen met een jonge bevolking die goed thuis is op internet, zoals bijvoorbeeld Servië, Sri Lanka of Bolivia. Facebook wil minder aandacht voor bedrijven en meer interactie tussen vrienden. Die aankondiging kreeg ook in Nederland veel aandacht. Maar nauwelijks bekend is dat Facebook de nieuwe aanpak al heeft getest met twee opvallende gevolgen: uitgevers en merken die hun audience zien inkrimpen en een toename van fake news.

 
Het bleken geen hackers, maar Facebook zelf
In Bolivia hadden ze de test van Facebook aanvankelijk niet in de gaten. De grote krant Pagina Siete zag ineens het aantal lezers op Facebook kelderen. De krant was eerder het slachtoffer van aanvallen door hackers en vermoedde dat er weer zoiets aan de hand was. Maar het waren geen hackers, het was Facebook zelf. Het bedrijf was een nieuwe versie aan het testen van de news feed, waarbij posts van media laag in de feed werden geplaatst. Lezers kregen content van de krant minder vaak te zien en in plaats daarvan deelden ze berichten die ze via vrienden kregen. Daaronder bleken opvallend veel sensationele en verzonnen berichten te zijn, veel fake news dus.

 
Facebook gaat de veranderingen nu wereldwijd doorvoeren. Het bedrijf benadrukt dat de wijzigingen niet precies hetzelfde zijn als in de test, maar het uitgangspunt is onveranderd. Het bedrijf wil meer interacties, meer content van familie en vrienden en minder content van uitgevers en merken.

 
Bericht van politie in feed onzichtbaar
Ook in Slowakije werden gebruikers verrast door de test van Facebook. Volgens uitgevers gingen de veranderingen samen met de promotie van fake news. Media zijn minder zichtbaar en het is aan individuele gebruikers om informatie te delen. „Mensen delen geen saai en feitelijk nieuws,” zegt een social media editor van een grote news site. „We zien een toename van verkeer bij sites die fake of sensationeel nieuws publiceren.” Een voorbeeld is een verhaal over een moslim die had gewaarschuwd voor een aanslag op een kerstmarkt. Het bericht over de aanslag kreeg zo’n grote verspreiding dat de politie een waarschuwing op Facebook plaatste dat het bericht onwaar was. Alleen was die mededeling voor bijna niemand te zien, want ook een instelling als de politie heeft geen prioriteit meer. Op dat moment benadrukt Facebook nog dat het een test is en dat nog onduidelijk is welke kant het precies op zal gaan. Inmiddels weten we dat Facebook vasthoudt aan de hoofdlijnen.

 
„Mensen delen geen saai en feitelijk nieuws,” zegt een social media editor van een grote news site. „We zien een toename van verkeer bij sites die fake of sensationeel nieuws publiceren.”
 
Facebook ‘atoombom’ voor adverteerders
De gevolgen van de nieuwe lijn zijn vooral groot voor uitgevers en adverteerders. Adweek heeft het over een ‘atoombom’ die Facebook laat ontploffen. De gevolgen zijn immens voor merken en uitgevers die wellicht te veel op het sociale netwerk hebben ingezet, schrijft het magazine. ,,Lange tijd was het geen slechte strategie omdat je op Facebook veel traffic krijgt, maar de aankondiging van Zuckerberg brengt daar verandering in. Ook merken hebben het nakijken, want ze raken hun audience kwijt waarvoor ze hard gewerkt en vaak veel betaald hebben.’’

 
Uitgevers van kranten en tijdschriften lijden twee keer schade. Doordat ze onderaan in de timeline komen te staan, verliezen ze veel organische traffic. Maar uitgevers gebruiken Facebook ook voor branded content, waarvoor merken en bedrijven betalen. Die inkomsten voor uitgevers dreigen weg te vallen, want welk bedrijf gaat nu betalen voor branded content die nauwelijks meer te zien zal zijn? Facebook kiest voor krimp, schrijft techmagazine The Verge. Minder video’s en minder advertenties. Een paar jaar geleden zou het ondenkbaar zijn dat Facebook die richting in zou slaan, maar vanaf nu is krimp de ambitie van het bedrijf, aldus The Verge.

 
Zuckerbergs dochters
Facebook gaat zelf ook minder verdienen, maar na jaren van groei is dat niet zo’n probleem. CEO Mark Zuckerberg lijkt er bewust voor te kiezen: less is more. Facebook moet vrienden en families weer centraal stellen. Zuckerbergs dochters moeten later trots zijn op wat Facebook heeft bijgedragen aan een betere wereld. Het is een keuze voor een ander soort Facebook, een beetje terug naar de basis.

 
Zuckerberg wil waardevolle interacties zien op het platform. Analisten van Facebook hebben vastgesteld dat als mensen actief commentaar leveren op posts ze een beter gevoel krijgen over social media en ook een beter gevoel hebben over zichzelf. Dat idee klinkt op het eerste gezicht sympathiek, maar gaat voorbij aan de Facebook-gebruikers die geen personen zijn: uitgevers, kleine bedrijfjes, grote merken en anderen die Facebook als essentieel zien om lezers en klanten te bereiken. Zuckerberg heeft gezegd dat de pagina’s van zulke bedrijven in 2018 veel minder mensen gaan bereiken. „Je zal minder public content zien van businesses, brands en media. Voor alle content geldt dezelfde standaard: het moet waardevolle interacties tussen mensen stimuleren.”

 
„Je zal minder public content zien van businesses, brands en media. Voor alle content geldt dezelfde standaard: het moet waardevolle interacties tussen mensen stimuleren.”
 
Gebruikers beslissen over fake news
Ook bij het tegengaan van fake news krijgt de individuele gebruiker de hoofdrol. Of dat gaat werken valt nog te bezien. Gebruikers moeten gaan beslissen of iets fake news is of niet. In een post op Facebook schrijft Zuckerberg: „Wij kunnen die beslissing nemen, we hebben externe experts overwogen, of we kunnen het jullie vragen - de community - en op basis van jullie feedback een ranking maken. Wij vinden dat de community moet besluiten welke bronnen vertrouwd zijn en het meest objectief zijn.”

 
Wie beoordeelt de objectiviteit?
Gebruikers van Facebook gaan aangeven of ze bekend zijn met een nieuwsbron en of ze die vertrouwen. Je ziet het probleem al aankomen: bij onwelgevallige berichten zullen veel gebruikers de nieuwsbron afkeuren. Wie gaat trouwens beoordelen of de beoordelingen van gebruikers objectief zijn?

Facebook wil externe experts op afstand houden. Concurrent Google werkt al wel samen met nieuwsorganisaties. Twitter huurt externe experts in. Experts maken soms fouten, maar hun criteria zijn controleerbaar. Daarmee voorkom je willekeur bij besluiten door gebruikers met persoonlijke belangen.

Gebruikers die het nieuws gaan beoordelen, het lijkt misschien een slimme zet: Facebook schuift de verantwoordelijkheid af en voorkomt bemoeienis door externe experts. Maar als fake news blijft rondzingen, keert het zich uiteindelijk tegen Facebook. Net zoals uitgevers en merken zich tegen het social network zullen keren als ze merken dat ze hun publiek verliezen.

 

Dé marketinghype na Pokémon? Cryptokatten

CryptoKitties is een immens populaire online game die herinneringen oproept aan de gekte rond Pokémon Go. Je kan virtuele katten fokken, ze opvoeden en aan andere deelnemers verkopen. De bedragen per kat lopen op tot boven een ton. CryptoKitties heeft ook een serieuze kant, want voor het eerst vindt de blockchaintechniek zijn weg naar een groot publiek.

Het meest in het oog springend zijn de gigantische bedragen die voor de virtuele katten worden betaald. Dat hadden de bedenkers van het spel ook niet voorzien. De virtuele katten - in feite niets anders dan een tekening die door een algoritme is gemaakt - veranderen voor veel geld van eigenaar. De betaling gebeurt met de digitale munt ‘ether’. Veel virtuele katten hebben bedragen opgebracht van duizenden euro’s, maar ook meer dan een ton is al meerdere keren voorgekomen.


Kitties met groene of blauwe ogen
Cryptokitties worden geboren uit een algoritme. Vervolgens kan je ze fokken met behulp van smart contracts, die de twee katten die je hebt uitgekozen bij elkaar brengen en nakomelingen geven. Als de ouders groene ogen hebben is de kans groot dat de kleine katjes dat ook hebben, maar zeker is dat niet. Sommigen eigenschappen zijn populair en vergroten de waarde van de virtuele katten. Deelnemers gaan vervolgens in de katten handelen. Het spel draait op de blockchain van Ethereum en dat netwerk liep de afgelopen weken steeds meer vast door de ongekende populariteit van de cryptokatten.

De game is ontworpen door de startup Axiom Zen in Vancouver in Canada. Het bedrijf verdient aan transacties (3,75 procent) en aan de verkoop van nieuw gegenereerde katten. De bedoeling is dat tot november dit jaar elk kwartier een nieuwe kat ontstaat die op een soort veiling wordt verkocht. Die nieuwe katten komen dus naast de nakomelingen die via smart contracts het licht zien.
„Ons doel met CryptoKitties is om kennis en bewustzijn over de blockchain te verspreiden, het is een technologie die de wereld gaat veranderen.
CryptoKitties bedoeld als educatie
Magazine Motherboard sprak met een van de ontwikkelaars bij Axiom Zen, Arthur Camara, over het succes van CryptoKitties. „We waren compleet verrast door de bedragen die er in omgaan. We hadden een prijs van een dollar in gedachten. We hadden helemaal niet verwacht dat mensen hun kitties voor duizenden dollars zouden verkopen.” Het team van Axiom Zen had in de eerste plaats een educatief doel voor ogen. „Ons doel met CryptoKitties is om kennis en bewustzijn over de blockchain te verspreiden, het is een technologie die de wereld gaat veranderen. Via het spel komen veel nieuwe mensen daarmee in aanraking.”
„We hadden helemaal niet verwacht dat mensen hun kitties voor duizenden dollars zouden verkopen.”
Hoe raak je je duurste katten weer kwijt?
The Verge liet al zien hoe cryptokitties je leven kunnen veranderen. Todd, een 30-jarige programmeur uit Texas, is eigenaar van enkele tientallen cryptokitties. Zijn doorbraak kwam toen hij een fraai uitziende virtuele kat kocht voor 12 ether (4800 dollar op dat moment) en later de waarde van zijn kat zag verdubbelen. Inmiddels heeft hij ruim 40.000 dollar verdiend in cryptokatten. Hij probeert nu zijn katten te verkopen. Het grote risico is dat het systeem gaat instorten en hij alles weer kwijt is. In die zin zijn de virtuele katten vergelijkbaar met digitale munten met als verschil dat het systeem bij de katten nog instabieler is. „Een kitty is een soort digitale munt. Ik wil niet zoveel geld in de vorm van cryptokitties hebben.”

Lightning Network moet bitcoin redden

Transacties met de bitcoin gaan zo traag dat het hele systeem dreigt vast te lopen. Daarom wordt er hard gewerkt aan een oplossing: het Lightning Network, dat bovenop de blockchain komt en de bitcoin moet redden. Een nieuw technisch hoogstandje, maar wat is het en gaat het ook werken?

 
Bij de belangrijkste marketingtrends voor 2018 wordt blockchain keer op keer genoemd. Als marketeer kan je de techniek maar beter in huis hebben. Maar het systeem kraakt. Het probleem is dat blockchains de vele transacties maar nauwelijks aankunnen. In de techwereld wordt daarom hard gewerkt aan het Lightning Network dat snel is en bovenop de blockchain moet komen.

 
Wat gaat er mis?
Laten we bij het begin beginnen. Wat er misgaat, is vooral te merken bij de bitcoin. De digitale munt draait op een blockchain, waarbij alle betalingen in blokken worden vastgelegd om zo fraude uit te sluiten (zie dit artikel in frank.news). Wil je bitcoins naar iemand overmaken, dan moet de betaling worden bevestigd en in een blok worden opgeslagen. Maar het aanbod van transacties is zo groot, dat een wachtlijst is ontstaan. Wie het eerst komt, dat bepalen de miners, die de transacties in blokken opslaan. En wie laten de miners voorgaan? Juist, degene die daarvoor het hoogste bedrag biedt. Het is niet verplicht om miners te betalen, maar dat is wel de praktijk van de dag, meldt Business Insider. Het trage systeem gaat dus samen met hoge transactiekosten. Soms een paar dollar, maar tientallen dollars per transactie is geen uitzondering. Door de grote koerswisselingen maakt het nogal uit of een betaling binnen een minuut of een dag gebeurt. Speculanten zijn bereid hoge bedragen te betalen als de transactie maar snel wordt uitgevoerd.

 
Kopje koffie in bitcoins
Bij kleine bedragen is de verhouding helemaal zoek. Wie een kopje koffie ter waarde van 2 euro wil kopen, is waarschijnlijk meer dan 2 euro aan transactiekosten kwijt. Het gaat ook even duren voordat je je koffie hebt, want de transactie moet op de blockchain gepubliceerd zijn en dat neemt zo tien minuten in beslag.

Het moet allemaal sneller en goedkoper. Technici en programmeurs buigen zich erover hoe dat zou kunnen. De meningen zijn soms zo verdeeld dat het al tot afsplitsingen binnen de oorspronkelijke bitcoingemeenschap heeft geleid. In het vakjargon gaat het over ‘channel factories’, ‘layered solutions’, ‘segregated witness’ en wat de ultieme oplossing zou moeten zijn: het Lightning Network.

De meest voor de hand liggende oplossing is om de blokken groter te maken. Dan kunnen er meer transacties in een blok en hoef je niet te wachten tot een volgend blok wordt gemaakt. Het grote nadeel van grote blokken is dat nog zwaardere computers nodig zijn om de blokken samen te stellen, wat nog meer energie kost dan nu al het geval is. Dat is niet echt een optie.

 
Lightning Network als alternatief
Het Lightning Network is een alternatief dat in ontwikkeling is en in de loop van 2018 operationeel kan worden. Het netwerk bestaat uit twee nieuwe lagen bovenop de blockchain waarmee gebruikers onderling kanalen kunnen openen voor directe betalingen. Dat kan dan snel en zonder verdere kosten. Het gebeurt met behulp van de technologie van ‘smart contracts’. Daarbij vliegen de vaktermen je al snel om de oren. Twee belangrijke principes waar je niet omheen kan zijn ‘multisig addresses’ (adressen waar meerdere gebruikers moeten tekenen om overdracht van bitcoins mogelijk te maken) en ‘hashed timelock contracts’ (versleutelde contracten waarmee je digitaal geld voor een bepaalde periode afsluit om fraude te voorkomen). Op de blockchain komt een tweede laag met daarin de ‘channel factory’ met de onderlinge kanalen. Een derde laag bevat de ‘micropayment channels’ waar kleine betalingen snel kunnen plaatsvinden. Het netwerk kan bestaande kanalen aan elkaar koppelen en zo betalingen ook snel en veilig via een derde laten lopen. Het Lightning Network lijkt goed doordacht en kan een oplossing zijn om verder vastlopen van het systeem te voorkomen, terwijl de veiligheidsstandaarden blijven gewaarborgd.
„Een jaar geleden liepen weinigen warm voor Ethereum. Nu zien we dat veel mensen overstappen. Alles draait om innovatie. Uiteindelijk gaan de munten met de laagste kosten en hoogste snelheid winnen,” zegt Charles Hayter van vergelijkingssite CryptoCompare.
De kracht van nieuwe cryptomunten
Maar wordt de bitcoin inmiddels niet ingehaald door andere digitale munten? Er zijn er inmiddels honderden en die lopen niet vast. Ook bij die munten wordt vaak gewerkt met smart contracts, waarbij de transacties snel gaan. De baas van blockchainbedrijf Ripple (met eigen crytomunt XRP die het goed doet op de markt) vindt de bitcoin achterhaald. „Bij ons verlopen betalingen in seconden en zijn er nauwelijks kosten voor gebruikers,” vertelt CEO Brad Garlinghouse tegen CNBC.

Door de problemen met de bitcoins stappen steeds meer mensen over naar andere cryptomunten. Onbekende namen krijgen steeds meer erkenning. „Een jaar geleden liepen weinigen warm voor Ethereum. Nu zien we dat veel mensen overstappen. Alles draait om innovatie. Uiteindelijk gaan de munten met de laagste kosten en hoogste snelheid winnen,” zegt Charles Hayter van vergelijkingssite CryptoCompare.

Binnen de marketing kennen we AdChain, de marketingsite die draait op een blockchain en een eigen digitale munt adToken heeft. De blockchain moet fraude bij digital advertising voorkomen. Het is nog nieuw, maar men is ervan overtuigd dat blockchain de toekomst is voor marketeers.

 
Amazon grootste bedreiging voor bitcoin
De grootste bedreiging voor de bitcoin, zo wordt in techkringen gefluisterd, kan wel eens Amazon zijn. Amazon, de grootste retailer ter wereld, heeft tot nu toe betaling met digitale munten afgehouden. Voor de vele transacties is een snel systeem nodig. Is Ethereum een optie? Amazon heeft voor de zekerheid alvast de domeinnaam amazonethereum.com geclaimd. Meer voor de hand ligt wellicht een eigen digitale munt, die binnen het systeem van Amazon moet gaan draaien. Daarmee raakt Amazon intermediairs als banken kwijt die het bedrijf geld kosten. Een eigen munt van Amazon kan op een grote belangstelling rekenen en daarmee de bitcoin in de schaduw zetten. Het lijkt erop dat de gigant nog even afwacht totdat de cryptomunten in rustiger vaarwater zijn gekomen en de systemen niet meer voor problemen zorgen.

 
Stroomversnelling
Het Lightning Network kan de bitcoin opnieuw in een stroomversnelling brengen. Maar bedrijven met andere digitale munten zullen alles doen om een voorsprong te houden. Dan is nog maar de vraag of de bitcoin de belangrijkste digitale munt blijft. Wat blijft is de onderliggende techniek, die ook op terreinen buiten de cryptomunten, van marketing tot beurshandel, veel verandering zal brengen.

Met Lens Studio maak je zelf lenzen voor Snapchat

Snapchat viel al langer op door de augmented reality lenzen die je over een beeld kunt plaatsen. Nu is er een app waarmee je zelf zulke lenzen kunt maken. Gebruikers, ontwikkelaars en adverteerders kunnen ermee aan de slag. Hoe creatief je met augmented reality bezig kunt gaan, was al te zien in een project van Snapchat met kunstenaar Jeff Koons. 

Lens Studio is een desktop-app voor Mac en Windows die lijkt op de eigen tools van Snap om augmented reality lenzen voor Snapchat te maken. De app moet leiden tot een nieuwe stroom aan AR-lenzen, waar de zeventig miljoen dagelijkse gebruikers van Snapchat mee aan de gang kunnen. „Het is een eenvoudige tool voor creators om op Snapchat aanwezig te zijn,” zegt Eitan Pilipski van Snap in magazine The Verge. Lens Studio biedt templates en richtlijnen om een AR-lens te maken, zowel voor twee- als driedimensionale ontwerpen.

 
Dancing hot dog
Snapchat is een voorloper met AR-lenzen, zoals de vrolijke regenboogtong, die bij een jonge doelgroep aanslaat. Er zijn inmiddels zo’n drieduizend verschillende lenzen. Snapchat wil dé plek zijn waar je terecht kan voor virale AR-ervaringen. De concurrentie ligt wel op de loer. Ook Facebook, Google en Apple hebben al AR-platforms opgetuigd.

Met de nieuwe app kunnen gebruikers zelf ‘world lenses’ maken, waarmee je bewegende objecten in de wereld kan plaatsen. Hoe dat eruit ziet? Kijk bijvoorbeeld naar deze YouTube-compilatie van Snapchat’s dancing hot dog.

Snapchat werkt verder samen met zeven advertentiebureaus die ‘face filters’ (gezichtsfilters) maken en waarvan adverteerders tegen betaling gebruik kunnen maken. In Nederland werkt Snapchat samen met MediaMonks.

 
Virtueel vandalisme
Het verst gaan locatie afhankelijke lenzen die alleen werken op een bepaalde plek. Zo kan je kunstwerken van artiest Jeff Koons te voorschijn laten komen op beroemde plekken bij de Eiffeltoren in Parijs of in New York’s Central Park. Soms staan er tientallen mensen met hun smartphone te zoeken en ineens komt het kunstwerk te voorschijn met keurig de Eiffeltoren op de achtergrond. De lens van Jeff Koons werd zo populair dat er klonen verschenen. Ineens dook niet alleen het kunstwerk op, maar bleek dat onder de graffiti te zitten. Virtueel vandalisme, kopte The New York Times met ironie.

Graffiti artiest Sebastian Errazuriz plaatste zijn versie van het beeld van Koons op dezelfde plek in Central Park als waar de Snapchat-versie te vinden is. Om de graffiti-versie te bekijken is een app nodig die door Errazuriz is ontwikkeld. De actie heeft een serieuze ondertoon, want Errazuriz vindt dat techbedrijven zich niet moeten bemoeien met kunst in de openbare ruimte. Daarmee heeft hij een punt, maar wat vooral bijblijft is de humor in zijn actie. Vooralsnog blijft augmented reality vooral om mee te spelen. Dat is precies waar ze bij Snapchat goed in zijn.
Jeff Koons over zijn project met Snapchat:
https://www.youtube.com/watch?v=d5z9-JLIuis

Facebook en Amazon azen op live sportrechten

Live op Facebook of Amazon Prime je favoriete voetbalmatch bekijken? Het komt eraan. Facebook stelt een speciale functionaris aan die een miljardenbudget krijgt om de uitzendrechten van grote sportevenementen binnen te halen. Ook videodienst Amazon Prime gaat er flink mee uitpakken. De techbedrijven azen onder meer op de Britse Premier League.

Het belooft een van de belangrijkste trends van 2018 te worden, melden diverse onderzoeksbureaus. Juniper Research noemt het zelfs de nummer één techtrend voor volgend jaar. De strijd om de live sportrechten is niet meer iets voor nationale tv-zenders alleen, het zijn de grote techgiganten die er steeds vaker mee weglopen. Facebook en Amazon voeren het komende jaar de strijd op.

 
Mark Zuckerberg: meer inzetten op sport
Amazon betaalde in de VS 50 miljoen dollar om wedstrijden van de National Football League te streamen. Facebook bood ruim 600 miljoen dollar om beelden te tonen van cricketwedstrijden uit de Indiase Premier League, maar greep toen nog mis. Het was de eerste grote poging om een markt te ontwrichten waar tot dusver tv-zenders het voor het zeggen hebben. De techbedrijven hebben inmiddels veel uitgeprobeerd en nu is het tijd voor het echte werk. Facebook gaat een top-level executive aanstellen om te onderhandelen over sportrechten, meldt Sports Business Journal. Die persoon zou een budget krijgen van ‘enkele miljarden dollars’. Facebook CEO Mark Zuckerberg wil meer gaan inzetten op sport zodat mensen het sociale netwerk gaan zien als plek waar je naar toegaat voor premium video.

Facebook en Amazon voeren zo de strijd op met tv-netwerken die traditioneel over de sportrechten beschikken. Dat zal op termijn ook in Nederland merkbaar worden. Live sportprogramma’s gaan niet meteen van tv verdwijnen, maar kunnen veel kijkers verliezen aan Facebook of Amazon, waarvan de content op de smartphone of tablet te zien is.

OTT is de sleutelterm, het staat voor ‘over-the-top’: videocontent die je bekijkt via het open internet buiten de gesloten kanalen van een kabelaar of telecomaanbieder om.

 
Amazon wint van Facebook
De verwachting is dat Amazon uiteindelijk als grote winnaar te voorschijn komt, schrijft Juniper Research in het rapport Digital Content Business Models: OTT & Operator Strategies 2017 -2022. Amazon Prime koppelt het streamen van live sport events aan winkelen op de site van Amazon. Om live sportwedstrijden te zien, moet je lid worden van Amazon Prime. Daar kan je films en series bekijken en krijg je voordeeltjes bij aankopen die je bij Amazon doet. Live sport events op Amazon Prime leveren zo klanten op voor het hele bedrijf. Amazon verdient dubbel, constateert ook magazine GeekWire: aan de nieuwe gebruikers die afkomen op de live sport streams en aan de verkoop van spullen aan diezelfde klanten.

Facebook zond vorig jaar enkele duizenden sportevents live uit. Dat kwam deels voort uit een samenwerking met Fox Sports, maar het sociale netwerk verkreeg bijvoorbeeld ook live rechten van de Mexicaanse voetbalcompetitie, die in de VS veel wordt bekeken. Naast live verslagen biedt Facebook series en entertainment. Een grote hit is de Facebook-serie Hala Madrid, opgenomen met een GoPro camera, waarin fans van Real Madrid een 360 graden view van de organisatie krijgen met niet eerder getoonde beelden van spelers.

 
Premier League is de hoofdprijs
De strijd tussen Amazon en Facebook draait in Europa om uitzendrechten voor voetbal. Niet kinderachtig doen, gewoon de populairste sport binnenhalen, is de gedachte. En daarbinnen dan graag de rijkste competitie, de Britse Premier League, die in 2015 de rechten voor drie seizoenen voor een recordbedrag van 7 miljard euro verkocht aan Sky Sports en BT Sport van telecombedrijf BT.

De Britse krant The Independent noemt het een kwestie van tijd dat Facebook de strijd aangaat met Sky en BT Sport. Dan Reed, hoofd sport partnerships bij Facebook, noemt de Premier League een belangrijke partner en zegt een toekomstig bod niet uit te sluiten. Als Facebook een deal sluit, kan het inkomsten krijgen uit abonnementsgelden en advertenties.
„Mensen houden van sport - het is groot en engaging, het motiveert mensen, dus ik denk dat het een geweldige kans is”.
Ook Amazon heeft zijn oog op de Premier League laten vallen. De techgigant kan in Groot-Brittannië nog flink groeien en live sport helpt daarbij. „Mensen houden van sport - het is groot en engaging, het motiveert mensen, dus ik denk dat het een geweldige kans is,” zegt een woordvoerder van Amazon tegen The Guardian. Amazon heeft een gunstiger verdienmodel dan Facebook, omdat kijkers makkelijk een uitstapje maken naar de verkooppagina’s. De verwachting is dat Amazon met retail sales veel extra inkomsten krijgt. De geldende contracten met Sky en BT Sport lopen in 2019 af. Het bieden voor de komende seizoenen van de Premier League gebeurt naar verwachting begin 2018. Het zou voor het eerst zijn dat de techbedrijven bij de rechten van een grote Europese competitie domineren.

 
Amazon bij de Bundesliga; Facebook doet Champions League
Amazon werkt ook samen met de Duitse Bundesliga. In 2016 kwam het tot een eerste contract. Dat ging toen nog om radiorechten voor online en mobiel, uitbreiding naar video kan een volgende stap zijn. De live wedstrijdverslagen zijn te horen via Amazon Prime Music. De totale uitzendrechten voor de Duitse Bundesliga voor vier jaar kwamen in 2016 uit op 4,6 miljard euro, verdeeld over Sky, Eurosport en ZDF. Die afspraken lopen tot 2020 en het is nog even afwachten hoe het dan verder gaat. De Nederlandse voetbalcompetitie lijkt voorlopig te klein om serieuze belangstelling te krijgen van de techgiganten, die eerst grote slagen willen slaan.

De Champions League is een uitdaging waar de techbedrijven veel in zien. In de Verenigde Staten konden liefhebbers de Champions League al live op Facebook volgen, zoals Bloomberg meldt. Het sociale netwerk had daarover afspraken gemaakt met Fox Sports. Sommige wedstrijden waren exclusief op Facebook te zien.

De trends laten opnieuw zien hoe groot de macht van bedrijven als Amazon en Facebook is. Daar is veel kritiek op. Maar het antwoord van de techgiganten is keer op keer dat de expansie doorgaat. Deze keer is de sportwereld aan de beurt. Voor de onderzoekers van Juniper bestaat er geen twijfel: tv-netwerken gaan sportrechten verliezen aan Amazon en Facebook.

Be Candid,
it’s contagious.

Candidness is the quality of speaking with
honesty and authenticity. Our Candid editorial
team shares stories that matter on media, data,
marketing, creativeness and technology.

Our Candid editorial team
creates stories that matter.