Candid. Platform
for growth.

Privacy op Facebook. Serieus?

Door Heleen Scheurwater

 

In de rubriek Franky beschrijven redacteuren van frank.news hun eigen, persoonlijke media-ervaring of -ergernis. Vandaag Heleen Scheurwater over de paradox om je privacy te willen beschermen op Facebook.

 
Om de zoveel tijd komen ze weer voorbij op mijn Facebook-tijdlijn: de ellenlange posts met ‘juridische’ teksten die Mark Zuckerberg en consorten moeten verbieden om je privacy te schenden op het sociale medium. In welk opzicht dan ook. Want stel je voor…

 
,,Alles wat je hebt gepost wordt publiek vanaf morgen. Zelfs de berichten die zijn verwijderd of ongeautoriseerde foto's,” luidt de eerste, onheilspellende regel van de variant die ik vorige week voorbij zag komen. Om vervolgens aan het formele gedeelte te beginnen: ,,Ik geef aan Facebook of een andere entiteit geen toestemming mijn Facebook beelden, informatie en publicaties, berichten, zowel in het verleden als in de toekomst te gebruiken. Met deze verklaring breng ik Facebook op de hoogte dat het verboden is om eender wat van mij te openbaren, kopiëren, verspreiden, of enige andere actie tegen mij op basis van dit profiel en/of de inhoud ervan te ondernemen. De inhoud van dit profiel is privé en bevat vertrouwelijke informatie. Schending van de privacy is strafbaar (UCC 1-308-1 1 308-103 en het Statuut van Rome).” En niet geheel onbelangrijk: het bericht enkel delen volstaat niet! Je moet het kopiëren en op je eigen wall plakken.

 
Stijgende verbazing
Yeah right! Met stijgende verbazing zie ik de een na de ander dit soort berichten telkens maar weer delen. Temeer omdat vlak daarna standaard op iedere wall het bericht verschijnt dat het een hoax betreft. Goh, zou het?

Maar hoe obvious deze nep-berichten ook zijn, wat me misschien nog wel het meest verbaasd is het feit dat de delers van dergelijke berichten blijkbaar echt menen hun privacy te moeten beschermen op Facebook. Op FACEBOOK! Het medium waar het overgrote deel van de gebruikers zijn ziel en zaligheid uitstort, meestal zonder enige vorm van afscherming van hun profiel. Alles komt voorbij: verbroken relaties, ernstige ziektes, foto’s van de kinderen, sekslevens, ingegroeide teennagels en ander lichamelijk ongemak, gênante ruzies, nog gênantere dronken taferelen en ga zo maar door. En ik geef het ruiterlijk toe: ik doe daar net zo hard aan mee. Aan de foto’s van de kinderen en de foto’s in de kroeg dan… Lichamelijk ongemak, ruzies en mijn seksleven hou ik liever voor mezelf.

 
Geen illusies
Maar hé: ik heb niet de geringste illusie dat dat wat ik op Facebook plaats ‘privé’ is. Facebook is the place to be als je wil weten wie het met wie doet, wie waar uithangt, wie wat waarvan vindt en waarom. Iedereen gluurt bij iedereen. Dat is het bestaansrecht van Facebook! Als je zo op je privacy bent, verwijder dan je profiel. Of denk net even iets beter na over wie je als ‘vriend’ accepteert en wat je wel of niet online gooit. En wees een beetje reëel, want wat denk je? Dat Zuckerberg precies jouw profielfoto uitkiest als nieuw campagnebeeld voor Facebook? Geef maar toe, dat zou best vet zijn. Maar ik vrees dat hij niet geïnteresseerd is.

 
 
donderdag 15 september 2016 | Written by Heleen Scheurwater

Vol verwachting klopte het hart

In de rubriek Franky beschrijven redacteuren van frank.news hun eigen, persoonlijke media-ervaring of -ergernis. Vandaag Lianne Kooistra over het jaarlijkse Sinterklaasgevoel als de presentatie van de nieuwe iPhone nadert.

 
Als je twee turven hoog bent, is de spannendste gebeurtenis in je leventje met afstand de intocht van de Man met de Mijter. Al maanden van tevoren weet je dat hij eraan komt. Een bezoek van de Sint himself, de belofte van cadeautjes… Het zou allemaal wel eens erg mooi voor je kunnen uitpakken, maar helemaal zeker van je zaak ben je nog niet. Een zelfde spanning voel je tijdens je basisschooltijd, voorafgaand aan elke verjaardag. Wie heeft er nooit met buikpijn wakker gelegen? Je weet inmiddels wat er gaat gebeuren, de geschiedenis herhaalt zich elk jaar. De cadeautjes veranderen, de activiteit op je kinderfeestje ook. Misschien vindt er nog wat wisseling onder de trouwe feestgangers plaats. Maar het principe is hetzelfde: je kijkt uit naar iets, waarvan de inhoud al grotendeels bekend is, maar het verrassingseffect is er niet minder om.

 
Oortjes
Precies datzelfde maakt ook de gemiddelde 40-jarige ‘techie’ elk najaar weer door als het jaarlijkse najaarsevent van ’s werelds toonaangevende elektronicafabrikant in zicht komt. Zijn hart klopt sneller van een Apple dan van suikergoed. Tweakers.net is zijn Sinterklaasjournaal en zijn cadeautjes komen niet via de schoorsteen van een bebaarde man met een paard, maar worden bezorgd door een (al dan niet bebaarde) man (of vrouw) met een bestelbus. Houdt de vraag of Pieten dit jaar nog oorringen mogen dragen de gemoederen onder de Sinterklaasvierders elk jaar flink bezig; onder de Apple freaks gonst het al weken zo niet maanden of Apple echt de ‘oortjes’ van de iPhone gaat weglaten dit jaar.

 
Revolutionair
De ene wijlen goed heiligman was een wijlen revolutionair met zijn blik op de toekomst. Steve Jobs schijnt zo’n 30 jaar terug al geweten te hebben dat hij ooit een product als een iPad zou ontwikkelen. Nog voor de geboorte van de mobiele telefoon. De andere goed heiligman is een onwaarschijnlijk sprookjesfiguur, wiens bestaan tot op de dag van vandaag in twijfel wordt getrokken. Al eeuwen lang is zijn verhaal hetzelfde, nooit vond er een update plaats naar een 2, 3, 4s of 6Plus. Maar op 7 september jl was het even 5 december voor de Apple-freak.

 
Waterdicht
Met ingehouden adem hoort (of leest) hij dát waar zijn hart al weken sneller van klopt. Er komt een nieuwe telefoon. En die is waterdicht. En die heeft geen bedrade koptelefoon meer, maar 2 losse oortjes die nog het meest weghebben van het opzetstuk van een tandenborstel (lees hier de inhakers, de leukste (Engelse) varianten). Er zijn wat nieuwe ‘tinten zwart’ verkrijgbaar en geheel op z’n Apple’s geldt er een exclusiviteitsprincipe voor deze tinten. Alleen beschikbaar voor de gebruiker die een telefoon met veel geheugen koopt. En de camera zou net als voorgaande jaren weer een stuk beter zijn. Ik zie voor me hoe er een zucht van verlichting door de zaal heen gaat. Iedereen weet weer een jaar waar hij aan toe is en kan al bijna die nieuwe revolutionaire telefoon bestellen.

 
5 December
Ik word niet warm van de nieuwe iPhone 7 omdat ik er nu kennelijk mee kan zwemmen, weer net iets betere foto’s kan maken en geen antennestrepen (?) meer hoef te zien. Ik ben vooral blij dat er een nieuwe iPhone is, omdat de mijne(n) nooit het einde van een contract halen en ik altijd de afweging maak: laat ik het scherm maar weer eens vervangen of zou het me dit keer lukken op met die nieuwe écht heel zuinig te zijn. En dus weet ik al wat ik mezelf op of rond 5 december geef. Dan zit mijn contractperiode er nét weer op.
vrijdag 09 september 2016 | Written by Lianne Kooistra

Gewoon doen

In de rubriek Franky beschrijven redacteuren van frank.news hun eigen, persoonlijke media-ervaring of -ergernis. Vandaag Bas Hakker over de gemiste marketingkansen van de concurrenten van Basic-Fit.

 
Vóór de komst van Basic-Fit een jaar of vier geleden was het fitnessleven in het dorp vrij overzichtelijk. Je had een stuk of vier fitnesscentra die eigenlijk te duur waren, waardoor alleen vermogende mensen of echte sportfanaten zes tientjes in de maand neerlegden. De anderen gingen gewoon een potje tennissen, voetballen of ze liepen een rondje door het park.

 
Totdat Basic-Fit naar het dorp kwam en je voor 17,95 euro terecht kon. Okay, er is weinig luxe in die behoorlijk lompe fabriekshal, maar de toestellen zijn prima, er zijn kluisjes en je kan na afloop gewoon douchen. Door de komst van de oranje ‘loopbandfabriek’ ontstond er een compleet nieuwe groep fitnessers; scholieren zagen wel iets in een sixpack voor de meisjes en ook ouderen blijven graag een beetje fit. Fitness was misschien ooit voor hippe Amsterdammers met een staartje en een baard, maar door Basic-Fit groeide het uit tot het voetbal van de 21-ste eeuw; jong en oud, rijk en arm; het liep allemaal door elkaar. Ikzelf loop een klein beetje hard en tennis op niveau niks, maar die bijna twee tientjes heb ik er wel voor over om ook in de wintermaanden niet teveel richting de 90 kilogram te gaan.

 
Wat deden de anderen?De vraag is wat die andere fitnesscentra deden toen er opeens een concurrent bijkwam die drie keer zo goedkoop was. Jarenlang ging het goed, verdienden ze allemaal een centje door (te) veel geld te vragen, maar nu hadden ze een probleem. Gingen ze nadenken over hun prijzen, werden er nieuwe concepten bedacht met ultrageduldige lesinstructeurs, kwam er gratis opvang voor kinderen? Ontketenden ze een publiciteitshausse door op Facebook grote verhalen te publiceren hoe geweldig het was? Vroegen ze een BN’er om reclame te maken voor hun vestiging zodat die in elk interview met de VIVA vertelde dat je eigenlijk maar op één plek ter wereld fatsoenlijk kan sporten? Organiseerden ze een recordpoging van de meeste kilometers op een loopband? Werd er een dag georganiseerd waarbij je in bad met Yolanthe een gouden badparel moest zoeken? Okay, ik sla door.

 
Marketingcase
Maar toch, er gebeurde niet zoveel op het eerste gezicht en ondertussen werd het in Basic-Fit zó druk dat het bedrijf zomaar een tweede en derde vestiging in ons kleine dorpje kan openen. Natuurlijk is het gemakkelijk oordelen vanaf de zijkant, maar het is een overzichtelijke marketingcase. Nu moet ik toegeven dat de duurste van de vier het aardig begrijpt; het profileert zich als de luxe variant; heeft naar het schijnt goede cappuccino, een sauna, kinderopvang, maar het probleem blijft toch de prijs en de duidelijkheid. Het abonnement is in sommige varianten drie keer zo duur als Basic-Fit en de groep die dat verschil wil betalen lijkt een beetje aan de kleine kant. Die andere twee lijken al helemaal kansloos: onduidelijke prijzen die nergens op de website te vinden zijn (rond de vier, vijf tientjes) en weinig extra luxe. Okay, er is er eentje de hele nacht open, maar hebben jullie wel eens om 3 uur door een klein dorp gelopen? Waarom zou je eigenlijk naar een winkel gaan waar het enige verschil met de concurrentie is dat je twee- tot driemaal zoveel betaalt?

 
Klassieke caseEen klassieke case (zoals wij vroeger altijd weer de Quooker-marketingcase kregen). Je pakt de vertrouwde P’s erbij en concludeert dat je het op Prijs niet zal winnen. Bovendien constateer je dat in een dorp met 50.000 inwoners vier fitnesscentra geen bestaansrecht hebben dus je gaat samenwerken met de drie uitdagers, pakt de grootste plek en sluit twee vestigingen. Dan hou je die luxe versie als basis (want dat is een goed alternatief) en moet je constateren dat drie tientjes zo’n beetje het maximum is wat je kan vragen. Voor die dertien euro verschil ga je alles bieden wat je bij Basic-Fit niet krijgt. Je zorgt voor een (nog) betere barruimte waar je iets oudere, doelgroep met elkaar kan blijven ouwehoeren. Verder regel je een goede begeleider (niet zo eentje die alleen vraagt hoe het gaat, maar eentje die ook kan praten) en zorgt voor gratis kinderopvang. Je laat mensen zich weer ouderwets klant voelen, bevordert de sociale interactie (want Basic-Fit is toch een beetje een zwijgfabriek) en één keer in de zoveel dagen organiseer je een leuk event met een bekende sporter.

 
Kappersgevoel
Je zorgt voor duidelijkheid op de site want daar houden mensen van, geen vage constructies met extra betalen voor drankjes of sportlessen. Je hebt een duidelijk verhaal; bij ons betaal je drie tientjes voor alles, maar dan krijg je wel het kappersgevoel er gratis bij. Je wordt even een uurtje of twee in de watten gelegd en voelt je op je gemak. Bij ons sta je niet tussen de zestienjarige, schreeuwende middelbare scholier met zijn oordoppen op. Nogmaals (zou een voetbaltrainer zeggen), dat ene bedrijf is al een eindje onderweg, nu alleen de prijzen, de duidelijkheid en de communicatie nog (qua profiel pas ik beter bij zo’n tent, maar ik heb ze nog niet gehoord). Die basis ga je vervolgens uitdragen op Facebook en in de lokale media met allerlei interviews en verhalen. Fitness is weer en beetje luxe, maar dan zonder de prijzen van weleer en zo kan je nog wel een tijdje mee als ondernemer.

Totdat een dependance van Basic-Fit zich op het luxe segment gaat richten natuurlijk, maar dat zie je dan wel weer.
woensdag 07 september 2016 | Written by Bas Hakker

Vive mobiel light

In de rubriek Franky beschrijven redacteuren van frank.news hun eigen, persoonlijke media-ervaring of -ergernis. Vandaag André Oerlemans over het belang van lichte websites met lichte advertenties in het smartphonetijdperk.

 
Op vakantie op een berg in Frankrijk, zonder 3G of 4G en met een wifi die óf uitvalt óf gebrekkig werkt, waan je jezelf even terug in de jaren ’80 of ’90. Door de millennials onder ons ook wel aangeduid als het stenen tijdperk. Een tijd zonder internet of smartphones, waarvan zij zich afvragen: ,,Is dat echt waar, pap? Hoe konden jullie dan overleven? En met elkaar communiceren?”

 
Geen bereik
Zonder dieper op die vraag in te gaan (,,Weten jullie wat praten is?”) maakt een dergelijke situatie op vakantie op schrijnende wijze duidelijk dat we weer vervallen tot Neanderthalers als we geen bereik hebben.

Want in de Randstad mogen we dan de snelste mobiele netwerken hebben en worden in allerijl kleine zendmasten bijgeplaatst zodat providers aan onze datahonger kunnen voldoen, op het Groningense of Drentse platteland is het bereik soms al een stuk minder. Om nog maar te zwijgen van een berg in Frankrijk, desolate streken in Spanje of Griekenland of pakweg India of China, waar de smartphone tegelijkertijd voor PC, tv, radio en bank moet spelen.

 
Te zwaar
Daar gaat het mis. Nieuwssites willen niet laden vanwege zware foto’s en filmpjes, maar vooral door lijvige advertenties en pop-ups. Ook webshops zijn te zwaar, net als veel apps die dankzij advertenties niet te laden zijn. Goddank bestaat er nog zoiets als de NOS-app, die geen advertenties stuurt en zelfs bij 1 procent wifi vertelt dat Dafne die nacht geen goud heeft gepakt.

 
Geen geduld
De smartphone is nu al het belangrijkste communicatiemiddel voor mensen en merken en dat belang en het gebruik zullen in de toekomst alleen maar verder toenemen. Bijna de helft van de millennials doet al zijn aankopen online via zijn mobieltje. Jongeren – inclusief oudere jongeren – gaan echt niet wachten tot een website na twee minuten eindelijk is geladen op hun telefoon.

Willen webshops iets online verkopen, willen websites en apps bezoekers trekken en willen adverteerders hun klanten mobiel bereiken, dan zullen mobiele websites en reclames een stuk lichter uitgevoerd moeten worden. Wie buiten de Randstad nog steeds zijn doelgroep wil bereiken zal online flink moeten afslanken en moeten kiezen voor mobiel light.
donderdag 01 september 2016 | Written by André Oerlemans

Wat marketeers kunnen leren van artikelen die beginnen met ‘Wat marketeers kunnen leren van’

In de rubriek Franky beschrijven redacteuren van frank.news hun eigen, persoonlijke media-ervaring of -ergernis. Vandaag Bram van Noord die een oproep plaatst…

 
Zogenaamde inspiratie is epidemie op het webGoogle maar eens naar ‘Wat marketeers kunnen leren van’ en je bent zo een paar uur bezig. Talloze artikelen met deze kop en vervolgens allerlei wijsheden. Maar of marketeers er écht iets van leren? Nee natuurlijk niet. ‘Wat kunnen merken en marketeers leren van’. Dergelijke stukjes met zogenaamde aanbevelingen en inspiratie zijn een ware epidemie op het web.  Waar het ooit begonnen is, weet ik niet. Maar marketeers kunnen schijnbaar van alles leren van de dit jaar overleden David Bowie of Prince. Of van de nog levende Ed Sheeran (waarvan we in ieder geval wéten dat hij doodsaaie muziek maakt).

Maar ook van striptekenaars, autodealers en boeren. Of de programma’s Zomergasten en Wie is de mol?. Zo leerde ik onlangs persoonlijk veel van de blog ‘Wat marketeers kunnen leren van de atleten bij de Olympische Spelen’. Les 1: Hou je doelen voor ogen. Les 2: Heb een lange adem en Les 3: Zie de puntjes op de ‘i’ niet over het hoofd. En dat reutelt nog wel even verder tot aan punt acht. Terwijl je als marketeer volgens mij het meeste kan leren van het feit dat het met Dafne Schippers op de Olympische Spelen ook best eens zou kunnen tegenvallen. En hoe communiceer je dat dan als merk? Maar dat terzijde.

De ‘Wat kunnen merken leren’-diarree is vooral denigrerend voor de marketeer, lijkt me. Ze zetten de vrouw of man in dit vak weg als een kleuter. Ik wil de schrijvers dan ook oproepen er onmiddellijk mee te stoppen. Want de gemiddelde marketeer zit er totaal niet op zit te wachten. Wat marketeers kunnen leren van artikelen die beginnen met ‘Wat marketeers kunnen leren van’? Vooral tijd te besparen door ze niet aan te klikken.
donderdag 25 augustus 2016 | Written by Bram van Noord

#Medailletaxi

In de rubriek Franky beschrijven redacteuren van frank.news hun eigen, persoonlijke media-ervaring of -ergernis. Vandaag Kim Buitenhuis over de medailletaxi van Rio.
 
Nu ik bezig ben met een reeks artikelen over de videotrend in printmedia (deel 1 en 2), zie ik het ene interessante na het andere videoconcept langs komen. Het idee van de rode auto; je hebt er een en ziet ‘m opeens overal. In het geval van Samsung is dat een oranje Volkswagen busje dat door Rio crost. Met achterin Peter Heerschop en Viggo Waas die dé Nederlandse medaillewinnaars, voor hun huldiging, naar het Holland Heineken House brengen. Dit alles onder de noemer #MedailleTaxi. Zo zie je gouden windsurfer Dorian van Rijsselberghe die in een kleine vijf minuten uitlegt hoe hij aan die gouden plak komt (‘Proces is belangrijker dan het eindresultaat’), meteen laat blijken dat hij als nuchtere Texelaar wars is van enige vorm van sterallures (‘Wie zit er nou met een koptelefoon op? Gewoon lekker ouwehoeren met iedereen’) en er ook nog even een Cruijffiaanse wijsheid tegenaan gooit (‘We doen het met de dingen die we hebben en niet met de dingen die we niet hebben’). Een goed concept van Samsung en Radio 538, want in tijden van een werelds sporttoernooi als deze, verslinden we alles wat met onze Oranje medaillewinnaars te maken heeft. En je mag nog zelf je brandende vraag insturen ook. In het kader van goede Olympische inhakers én branded video zeker eentje om te onthouden.

 
https://youtu.be/SHSVminaSCE
woensdag 17 augustus 2016 | Written by Kim Buitenhuis

Leuren aan de deuren

Redacteur: Heleen Scheurwater

 

In de rubriek Franky beschrijven redacteuren van frank.news hun eigen, persoonlijke media-ervaring of -ergernis. Vandaag Heleen Scheurwater over verkopers aan de deur.

 
Niet meer veilig
Colportage. Een chique woord voor een irritant verschijnsel. Alsof het niet erg genoeg is dat ik in de binnenstad tegenwoordig regelmatig een flink blokje om ga om het zoveelste verzoek om een goed doel te steunen of dringende advies om een krantenabonnement aan te schaffen te ontwijken. Tegenwoordig lijk ik ook thuis, op mijn eigen bank, niet meer veilig voor opdringerige verkopers.

 
Leuren aan de deuren
Colportage betekent zo veel als het van deur tot deur gaan om artikelen en/of diensten aan de bewoners te verkopen. In België bestaat er een beter woord voor: leuren. Met je kistje vol met spullen van deur tot deur en hopen dat iemand iets van je wil kopen. Vroeger had het nog iets romantisch. Vrijheidszoekers en andere artistieke geesten die hun vaak zelfgemaakte spullen aan de man brachten. Tot de grote industrie zich er mee ging bemoeien. En hoewel het tegenwoordig gelukkig niet meer gebruikelijk is om bijvoorbeeld het nieuwste model stofzuiger via colportage aan de man te brengen, zijn er nog altijd bepaalde bedrijven die zweren bij deze manier van verkoop.

 
Tegenovergestelde effect
Energiemaatschappijen, kabelaars, goede doelen. Het lijkt wel of ze de verkoop via colportage steeds inniger omarmen. Op sommige dagen staat er wel drie keer een verkoper aan de deur die iets aan me wil slijten. En ik begrijp het niet. Want bij mij wekt colportage enkel irritatie op. Een extra reden om het aangeprezen product vooral NIET te willen aanschaffen. En ik durf te beweren dat wanneer ik dat heb, er ongetwijfeld meer mensen zijn bij wie colportage het absolute tegenovergestelde effect heeft.

 
Schaamteloos
Maar blijkbaar is het toch effectief genoeg om vaak ingezet te worden.  Er zijn zonder twijfel altijd wel een paar oudjes die zwichten onder de druk van een verkoper en tekenen voor een nieuw ‘absoluut goedkoper’ energiecontract waar ze de eerste paar jaar niet meer onderuit kunnen. Want daar komt een deel van de irritatie vandaan: het doordrammen van de verkopers. Een resoluut ‘nee’ niet accepteren , maar blijven benadrukken dat het écht heel belangrijk is dat ik ‘een paar minuutjes van mijn tijd’ opoffer om naar hun fantastische voorstel te luisteren. Ongetwijfeld onder zware druk van de opdrachtgever. En als je dan zegt dat je al doneert aan het goede doel of al klant bent bij de betreffende energiemaatschappij, dan weten ze altijd schaamteloos iets nieuws uit hun hoge hoed te toveren: wilt u niet nog meer doneren dan? Of wilt u een nóg voordeliger abonnement waar u dan wel weer minimaal een jaar aan vast zit?

 
Bel-niet-bij-me-aan-register
Natuurlijk wil ik doneren aan een goed doel. En natuurlijk wil het meest voordelige contract bij mijn kabelaar. Maar niet op deze manier. Als ik zo ver ben, dan zoek ik jullie zelf wel op. Wat mij betreft is het de hoogste tijd voor een bel-niet-bij-me-aan-register. Tot die tijd gluur ik eerst van achter het gordijn wie er op de stoep staat. Aan deze deur wordt niet gekocht!

 
 
woensdag 10 augustus 2016 | Written by Heleen Scheurwater

Instagram, blijf bij je leest!

In de rubriek Franky beschrijven redacteuren van frank.news hun eigen, persoonlijke media-ervaring of -ergernis. Vandaag Lianne Kooistra over het vervagen van grenzen tussen de sociale media.

 
Er was een tijd dat het allemaal heel duidelijk was. Op Hyves strooide je met krabbels, gelardeerd met ,,dansende bananen’’, ,,knipoogkusjes’’ en ,,kinwrijvers’’. Nog voor de volgende generatie dit platform overnam en claimde als domein van de ,,glitterplaatjes’’, stapten ik en de mijnen over op Facebook, waar ik tot dan toe slechts een niet actief, maar wel ooit aangemaakt profiel had.

 
Jurk van Trijntje
Facebook was er om in contact te blijven met vrienden, familie en wat willekeurige contacten, ontmoet tijdens een vakantie of stapavond. Serieus netwerken deed je op LinkedIn, commentaar geven op de wereldpolitiek, de klachtenafhandeling van je provider of de jurk van Trijntje op Twitter.

Op Google+ vroeg ik me vooral af wat Google+ was. Instagram was er voor het checken van foto’s van gekke fitte mensen, een vos en hond die dik bevriend zijn, en interieurs die me in vervoering brengen. Af en toe klik ik door op de bijbehorende blogs. O, en dan was er Snapchat nog. Maar was dat niet die vreemde app die niemand boven de 25 begreep, bedoeld voor jonge mensen die pikante foto’s deelden?

 
Gekke raadsels
De scheidslijnen begonnen te vervagen toen er steeds vaker gekke raadsels op de LinkedIn-tijdlijn verschenen. Hoorden die niet op Facebook? Net als de verjaardagfelicitaties die ik dit jaar tot mijn verbazing opeens ook via LinkedIn ontving. Twitter kwam met omslagfoto’s. En net als Facebook bepaalde ook Twitter via een update opeens welke propaganda… uh, content, er ,,belangrijk’’ was voor jouw tijdlijn. En toen ik – ondanks dat ik zelf alleen glitterkots- en bloemenkransfoto’s maak zonder deze te delen – net ontdekte dat Snapchat de plek was voor live verslagen met beperkte houdbaarheid, bleek Instagram – waar ik zo’n bloemenkransfoto dan op zijn tijd wel weer post – ook met zo’n live verslagfunctie voor 24 uur te komen.

 
Mayakalender
Al jaren wordt er gesproken over een op handen zijnde social media-moeheid. Een moment dat ik graag voor me zie als een soort Mayakalender-moment: de dag dat alle social media-apps als een wolkje uit elkaar ploffen als je er op klikt en zwarte kraters slaan in je app-overzicht. Dat digitale communicatie zich weer even beperkt tot de good old e-mail.

 
Podiummoeheid
Niets wat daar echter nog op wijst. Social mediagebruik stijgt nog jaarlijks. De taart wordt alleen elk jaar anders verdeeld. En nu de senioren het verlies van Hyves te boven zijn en azen op Facebook rennen alle jongeren gillend naar Instagram. En naar Snapchat, dat als ‘Benjamin’ inmiddels al meer gebruikers dan Twitter kent.

Geen wonder is het ook dat Facebook/Instagram en Snapchat vechten om de aandacht van de jongste social media generatie. Ik begrijp het best. Maar toch blijf ik uitkijken naar een mogelijk moment dat de ‘podiummoeheid’ massaal optreedt onder de digitaal (over)actievelingen. En hoe we daarvan dan op de hoogte zouden worden gesteld en op welke plek er dan gal en lof gespuwd zou worden.
vrijdag 05 augustus 2016 | Written by Lianne Kooistra

Parool overleeft digitale tijdperk

In de rubriek Franky beschrijven redacteuren van frank.news hun eigen, persoonlijke media-ervaring of -ergernis. Vandaag Kim Buitenhuis over Het Parool, die haar als digitale lezer naar een abonnement lokte.

 
Wat de oplagecijfers van Het Parool op dit moment zijn, weet ik niet, maar mij hebben ze in ieder geval om. Deze Amsterdamse krant is al lange tijd mijn favoriet, alleen een abonnement ‘kwam er maar niet van’.

Meer dan zo nu en dan een verdwaalde losse zaterdageditie was er tot heden niet van gekomen. Tot de nieuwe site. (En mijn verjaardag).

 
Goede mix
Via m'n Facebook-nieuwsfeed betrapte ik mezelf er dagelijks op dat ik meerdere keren op de site van het Parool uitkwam. En dat is bij lange na niet de enige krant die ik online 'volg'. Door een goede mix aan informatieve korte items, blogs en goede achtergrondartikelen (Parool Plus, dat ik de afgelopen 2 maanden gratis heb geprobeerd), hoorde ik mezelf steeds vaker zeggen: ‘Snel een zaterdagabonnement aanschaffen’. Want de PS-bijlage, dat is pas echt een feest. En als print- en bladenliefhebster vind ik het zonde om die artikelen online te bekijken. Zo geschiedde. Als extra cadeautje voor m'n verjaardag werd ik vorige week onder meer verrast met een zaterdagabonnement. De eerste krant lag al meteen datzelfde weekend in de bus. Dubbel feest! Deze alleen zonder kater.

 
Verslaafd
En nu die 2 maanden gratis online Parool Plus- artikelen bekijken op z'n einde loopt, ben ik er inmiddels zo aan verslaafd dat ik niet anders kan dan daar ook een digitaal abonnement nemen. Dus lang leve Het Parool, een krant die in mijn ogen het digitale tijdperk overleeft.
vrijdag 22 juli 2016 | Written by Kim Buitenhuis

Waar blijft de komkommertijd?

In de rubriek Franky beschrijven redacteuren van frank.news hun eigen, persoonlijke media-ervaring of -ergernis. Vandaag André Oerlemans over het verre verleden, toen er in medialand nog zoiets bestond als komkommertijd.
 
De kranten hebben hun zomerrubrieken uit de kast gehaald, DWDD, Pauw en andere nieuwsduiders zijn met vakantie en bij de commerciëlen worden films van Goldie Hawn uit de jaren ’80 herhaald. Kortom: het is vakantietijd in medialand.

Maar is dat wel zo? Vroeger haalde ludiek of grappig nieuws nog wel eens de media, omdat er verder niets te melden was. Komkommertijd noemden we dat. Ook merken en adverteerders probeerden te profiteren van de verlaagde nieuwsdrempel.

 
Schokkend nieuws
Die tijd is echter voorbij. De laatste jaren werd de wereld ook in juli en augustus opgeschrikt door rampen, aanslagen en ander schokkend nieuws. Dat begon al in 2012 met de oorlog in Syrië en de schietpartij in een Amerikaanse bioscoop. In 2013 waren er de dood van Prins Friso, de onthullingen van klokkenluider Edward Snowden, het spoorongeluk in Spanje en de noodtoestand in Egypte.

In 2014 hield de ramp met vlucht MH17 vakantiegangers in de ban en vorig jaar de aanslagen op toeristen in het Tunesische Sousse of de omgevallen bouwkranen in Alphen aan de Rijn. Dit jaar is de vakantie net begonnen en domineren de aanslag in Nice, de staatsgreep in Turkije en Amerikaanse killercops en copkillers de media. En dat zijn alleen nog maar de headlines.

 
Meer kanalen
Is er tegenwoordig meer nieuws dan vroeger tijdens de doorgaans stille zomermaanden? Ja, onmiskenbaar. Maar wat er vooral anders is zijn de kanalen waardoor het tot ons komt en waardoor we het consumeren. Iedereen heeft tegenwoordig een nieuws-app op zijn smartphone of tablet en online newsfeeds op zijn computer, waarmee continu het laatste nieuws binnen komt. Social media als Facebook en Twitter weten vaak meer dan journalisten en zorgen voor een sneeuwbaleffect. Daarna komen tv-uitzendingen en krantenspecials met duiding en achtergronden. Kortom: nieuws reist sneller, wordt groter opgeblazen en langer gerekt, waardoor het langer na-ijlt. Dus voelt het of er veel meer aan de hand is dan vroeger.

 
Opladen
Jezelf tijdens een welverdiende vakantie afsluiten van de buitenwereld is er niet meer bij. Want overal is wifi. En hoor je het nieuws niet van je partner, kinderen of reisgenoten, dan gebeurt dat wel via andere Nederlanders die je overal ter wereld op de gekste plaatsen tegenkomt. Toch is die periode van rust tijdens de vakantiemaanden een belangrijk deel van de jaarcyclus. Nodig om weer energie op te laden. Om daarna weer vol mee te draaien in onze 24-uursmaatschappij. Of er ooit nog een zomer komt zonder rampen, aanslagen en oorlogen? Ik hoop het. Want stiekem verlang ik elk jaar weer naar een ouderwetse, saaie, stille komkommertijd.
woensdag 20 juli 2016 | Written by André Oerlemans

SBS 6 is drama

In de rubriek Franky beschrijven redacteuren van Frank.news hun eigen, persoonlijke media-ervaring of -ergernis. Vandaag Bram van Noord over de risicovolle stap van SBS6 om meer drama in plaats van voetbal te programmeren.

 
Het kwam toch een beetje als een verrassing dat SBS in juni aankondigde de Champions League van SBS6 te verschuiven naar het kleine broertje Veronica. Daar past het beter, vindt men, want het is een zender met een jongere en iets mannelijkere uitstraling.
Peter de Mönnink, CEO van Sanoma/SBS gaf de volgende verklaring: ,,We staan nog steeds achter de beslissing om de UEFA Champions League tot nu toe bij SBS6 uit te zenden, maar voor het aankomend seizoen ligt de situatie anders. We zijn in de positie om bij SBS6 nog meer nieuwe Nederlandse reeksen te gaan uitzenden en dat is niet te combineren met de vaststaande voetbalavonden.”
‘Nederlandse reeksen’, wat bedoelt De Mönnink daar mee? Het lijkt erop dat SBS6 meer drama gaat krijgen. Nederlands drama dus. Dat is niet zo’n slechte keuze, want als we de SKO-kijkcijfers moeten geloven dan scoort SBS6 op de maandagavond met goede series van Nederlandse bodem.

 
 
Bagger van De Mol
Daarnaast heeft John de Mol – die een minderheidsbelang heeft in SBS Broadcasting – erg veel invloed op de zender door een groot deel van zijn Talpa-formats te pushen. En SBS6 programmeert het gewoon, ook al is het soms bagger. Neem de satirisch bedoelde poppenshow ‘Wat een poppenkast’. Het programma flopte dit voorjaar genadeloos. Achteraf zegt De Mol in NRC Handelsblad dat hij zich had laten meesleuren door het enthousiasme van de bedenkers. ,,Maar ik zag het eigenlijk al niet zitten.” Dat is makkelijk praten achteraf.


Geen blunders meer
SBS6 kan zich dit soort blunders niet meer veroorloven. De zender heeft het heel moeilijk op de vrijdag- en zaterdagavond, omdat het amusement dat ze er programmeren niet kan tippen aan RTL4 en NPO1. In augustus komt De Mol met de talentenjacht The Next Boy/Girl Band. Dat moet voor zowel De Mol als SBS6 het nieuwe grote succes worden. De gierend dure show – die naar verluidt meer dan 4 ton per aflevering kost – móet slagen.
En dat kan, want de kijker gaat alleen nog voor de lineaire buis zitten voor live entertainment (dus voetbal en The Voice) of kwalitatief hoogstaand drama. Maar drama is ook duur.


Risicovol
SBS gaat dus serieus investeren in kwaliteit en dat is te prijzen. Maar het blijft ook best risicovol. Als straks de kijkcijfers tegenvallen, moet het roer misschien voor de zoveelste keer om, terwijl de kijktijd daalt en ook de reclamebestedingen op tv omlaag gaan. Het is voor tv-zenderbazen dus geen gemakkelijke tijd.
vrijdag 15 juli 2016 | Written by Bram van Noord

Kunnen we binnenkort adverteren op Pokémon Go?

Door Dennis van de Ven

 

Kaartverkoop van een festival ‘boosten’ door een zeldzame Pokémon op jouw locatie te plaatsen? Pokémon kopen om de opening van je winkel te promoten? Of het aantal jongeren tussen de 16 en 21 meten die langs jouw abri zijn gelopen? Dit is een fluitje van een cent met de data van Pokémon Go, de app die in de Verenigde Staten inmiddels meer actieve gebruikers heeft dan Twitter en vaker gedownload is dan Tinder.

 
Het straatbeeld zoals wij dat kennen is sinds een paar dagen veranderd. Van de ene op de andere dag lopen mensen met hun smartphone in hun hand te zoeken naar Pokémon. Dit alles vanwege de lancering van Pokémon Go. Officieel nog niet in Nederland, maar zowel voor Android als voor iOS zijn er alternatieve manieren om de game te installeren. Groepen jongeren, kinderen, millennials en ouderen lopen met hun smartphone door de straten, op jacht naar Pokémon. Zo is Central Park (New York) bijvoorbeeld overspoeld door Pokémon Go spelers:

https://twitter.com/IGIhosT/status/752357024156028928?ref_src=twsrc%5Etfw

 
Adverteren met Pokémon Go
De gebruikers van Pokémon Go zijn continu op zoek naar nieuwe en vooral zeldzame Pokémon. Op diverse websites en fora wisselen spelers informatie uit over de locatie van Pokémon. Locaties met deze zeldzame Pokémon, zoals Central Park, kunnen rekenen op veel bezoek. Dit biedt kansen voor bedrijven. Denk maar eens na over een winkelopening,  gepromoot met een zeldzame Pokémon. Deze locatie zal de gehele dag tientallen of misschien wel honderden Pokémon Go spelers aantrekken. Hetzelfde geldt voor evenementen, waar de organisator vooraf kan aankondigen dat er zeldzame Pokémon - voor de kenners: een Snorlax of een Jynx bijvoorbeeld - te vangen zijn. Of wat te denken van een extra trigger om jongeren juist naar jouw stand te leiden op de Studiekeuzebeurs in Utrecht? Of een zeldzame Mewtwo bij de Burger King?



Niet alleen op basis van locatie wordt er geregistreerd wat de gebruikers doen, ook de camera wordt geregeld ingeschakeld. Zodra een Pokémon Go-speler een Pokémon wil vangen, ziet hij of zij deze Pokémon ‘in het echt’ op basis van Augmented Reality. Zo werd ik thuis opgeschrikt door een Ratata op mijn bank. Nu nog zonder advertentie, maar wie weet wordt hier later wel een Product Ad aan toegevoegd.



 
Pokémon Go verzamelt data
Als je de game downloadt ga je met bijna alle voorwaarden akkoord die een app mag vragen. Je geeft onder andere toestemming dat de data gedeeld wordt met ‘thirth parties’. De ontwikkelaar van Pokémon Go, Niantic, is ontstaan als interne start-up binnen Google. Samen brachten zij twee jaar geleden Ingress uit, wat qua idee hetzelfde is als Pokémon Go maar qua succes niet in de buurt komt. Alhoewel Niantic na de herstructurering bij Google verder is gegaan als onafhankelijk partij, blijft Google de belangrijkste investeerder in Niantic. Kans dat de data uiteindelijk bij Google belandt is dus zeer groot. Bij het opstarten van Pokémon Go hebben spelers de mogelijkheid om in te loggen met hun Google-account. Naast de exacte locatie weet de app dus ook wie er speelt.

Dit zorgt ervoor dat Pokémon Go een gigantische hoeveel data registreert, wat bedrijven in de toekomst kunnen gebruiken om exact te bepalen waar mensen zich heel de dag door bevinden. Als ze dit koppelen aan online gedrag, kan bepaald worden wat het effect van online inspanningen op offline bewegingen is. Gaan de mensen die het filmpje over een festival hebben gezien daadwerkelijk naar het festival? Of heeft het Facebook-bericht geleid tot meer bezoek aan de winkel?

 
Wat wordt verdienmodel
Het is de vraag wat het belangrijkste verdienmodel van Pokémon Go wordt. De focus ligt in de beginfase op het genereren van veel actieve spelers, wat prima gaat gezien het feit dat record na record verbroken wordt. Vervolgens zullen de makers analyseren of de in-app aankopen voldoende omzet genereren of dat adverteerders toegang kunnen krijgen tot Pokémon Go. Daarnaast is er natuurlijk nog de schat aan data, waar Google ongetwijfeld iets mee gaat doen.

 
Dennis van de Ven is Head of Performance bij PauwR Digital Marketing
donderdag 14 juli 2016 | Written by Redactie Frank.News

Guerrillamarketing: dat zouden meer merken moeten doen

Door Simon de Wilde

 

Free publicity generen met je marketing. Dat is de droom van veel ondernemers. Maar dan moet je marketingidee wel bijzonder origineel, uitmuntend of ludiek zijn. Dat het wél kan, ook zonder een groot budget, bewijst guerrillamarketing. Het begint met een goed idee. Hoe werkt het precies?

 
Je rekent de boodschappen af bij Albert Heijn en ontvangt voetbalplaatjes. Onderweg naar de uitgang van de supermarkt staan kinderen te schreeuwen achter dranghekken. Ze willen je felbegeerde plaatjes. Thuisgekomen geef je de pakjes met stickers van voetballers uit de eredivisie aan je buurjongetje. Even later komt hij terug en vraagt: wie is Pieter van der Krol? En is Erik Wiegers van Go Ahead Eagles een bonusplaatje? Een fout van AH? Nee, een prachtig voorbeeld van guerrillamarketing.

 
Voetbalplaatjeshype
Erik Wiegers is grafisch ontwerper en verbaasde zich over de hype rondom de voetbalplaatjes van Albert Heijn, zeven jaar geleden. Daarop besloot hij met zijn vriend en marketeer Pieter van der Krol zelf plaatjes te maken. De heren staan in het tenue van hun favoriete club op de plaatjes. Met naam, gewicht, lengte, leeftijd en de positie op het veld. In het geval van Erik helemaal grappig omdat Go Ahead Eagles destijds in de Eerstedivisie speelde en de plaatjes in de zakjes van clubs uit de Eredivisie waren.

Het ontwerpen en drukken van de nieuwe voetbalstickers was vrij eenvoudig. Ze vervolgens in de zakjes krijgen en distribueren vereiste de nodige inspanning. Met behulp van familie en vrienden verzamelde het tweetal 1.250 zakjes. Deze werden voorzichtig geopend en twee stickers werden vervangen door de twee zelfgemaakte plaatjes. Lijm ertussen en het zakje kon weer terug naar Albert Heijn. Argeloze klanten van Groningen tot Nijmegen tot Zutphen verbaasden zich over deze ‘nieuwe’ voetbaltalenten.

 
Ludieke marketingactie
Ik moest aan het voorbeeld denken omdat er weer voetbal op televisie is. Hoewel Nederland niet meespeelt, kijk ik wel geïnteresseerd welke acties bedrijven bedenken om met hun marketingacties aan te haken bij deze actualiteit. Maar zo’n ludieke actie als hierboven beschreven ben ik nog niet tegengekomen. En dat is jammer, want guerrillamarketing is een mooie manier om als (klein) bedrijf of ondernemer in het spotlicht te staan en van je ‘fifteen minutes of fame’ te genieten.

 
Free publicity
Wat levert de brainwave van Erik en Pieter nu op? Albert Heijn was ‘not amused’ maar ondernam uiteindelijk geen juridische stappen tegen het duo. De pers smulde ervan en Erik en Pieter mochten hun verhaal doen voor de televisie, op de radio, in kranten en magazines. Het item dat de Graafschap televisie, ja echt deze voetbalclub maakt ook tv, haalde zelfs DWDD. Kortom een hoop ‘free publicity’ met beperkte middelen.

De kosten van een guerrillamarketing-actie bedragen slechts een fractie van een mediacampagne en toch bereik je een groot publiek. Het gaat immers om een ludieke actie en media besteden daar nu eenmaal graag aandacht aan. En de mogelijkheden voor zulke acties zijn eindeloos. Het enige wat je moet hebben is een creatief, (beetje) uniek en ludiek idee. En natuurlijk de wil om het uit te voeren. Toch kom je ze niet vaak tegen: geslaagde guerrillamarketing-acties.

 
Beren en stieren
Met name aan creativiteit ontbreekt het nogal eens bij ondernemers merkte ik toen ik een workshop over guerrillamarketing volgde bij een netwerkevent. Wat mij daar opviel was dat er twee groepen waren onder het publiek: de ‘beren’ en de ‘stieren’. De stieren, een klein gedeelte van de ondernemers en zzp’ers, begonnen na de presentatie ideeën voor acties te spuien. De beren vormden echter de meerderheid en zij stelden vragen als: moet je daar geen vergunning voor hebben? Mag dat wel? Kan dat zomaar? Beren op de weg zien voor een project dat nog niet eens is bedacht: dat is de grootste valkuil voor een geslaagde guerrillamarketing-actie.

 
Onder de douche
Mijn ervaring met goede en creatieve ideeën is dat ze altijd komen op een moment dat je het niet verwacht: onder de douche of tijdens een wandeling. Nooit achter de computer en al helemaal niet tijdens een ingeschoten brainstorm. Probeer het maar eens en je zult zien hoe veel lol je er aan kunt beleven.

Wat vind jij een tof voorbeeld van guerrillamarketing?

 
Simon de Wilde is Freelance (Bedrijfs)journalist, blogger en verhalenverteller met als specialismen: webredactie, deskresearch en contentmarketing. Deze blog is ook te lezen via zijn eigen blog.
dinsdag 05 juli 2016 | Written by Redactie Frank.News

Zakelijk netwerk is een illusie

In de rubriek Franky beschrijven redacteuren van Frank.news hun eigen, persoonlijke media-ervaring of -ergernis. Vandaag Lianne Kooistra over het gebruik van LinkedIn als verkoopmedium, in dit geval door Hans Kazàn.

 
Nadat twee willekeurige vriendinnen redelijk random een connectie-verzoek van hem ontvingen, stuurde ik ook een LinkedIn-uitnodiging naar Hans Kazàn. Die kennen mensen van mijn generatie nog van de televisie. Ik durf niet te zeggen hoe oud ik was, maar zeker nog onder de 10. Dat zei ik ook toen ik reageerde op zijn LinkedIn-bericht dat ik enige tijd later ontving. De goochelende presentator Hans Kazàn - accent grave op de 'A', bedoeld om zijn achternaam niet te verwarren met een hondennaam, las ik op Wikipedia althans - die mensen liet bieden op spullen en dan aangaf of ze te hoog of te laag zaten.

 
Netwerken
Tijden veranderen, dat is duidelijk. Nu ben ik het niet die voor de kijkbuis zit te kijken naar hoe die meneer zomaar een goochelstok laat verdwijnen, maar spreekt diezelfde meneer mij aan via een digitaal medium. Een medium om te netwerken. Blij verrast opende ik de mail. Wilde Hans Kazàn met mij netwerken? Had hij wellicht wat stevige short copy nodig voor aanplakbiljetten voor zijn nieuwste show? Wilde hij me vragen hoe hij SEO het beste kon toepassen in zijn webteksten? Want hij mag dan alles van verdwijnen weten, ik weet hoe zoeken 'werkt'.

 
Verkooppraatje
Een lichte teleurstelling toen ik het verkooppraatje in mijn inbox vond. Of ik naar het theater wil komen voor zijn nieuwste show, met de mogelijkheid hem achteraf in de foyer te ontmoeten. Vrienden en familie waren ook meer dan welkom. Ondanks de persoonlijke aanhef, bleek deze mail net zo persoonlijk als de mails die Anne van Zalando, Mia van Drogisterijnet, Isabelle van Helpling en Anki van Ikea versturen.

 
Regels op LinkedIn
Het is niet mijn bedoeling om Hans Kazan te ‘bashen’, laat dat duidelijk zijn. Maar het was wel dit moment dat ik besefte dat een (zakelijk) platform wel de regels op kan stellen, maar dat de gebruikers op grote schaal zelf wel bepalen of ze die in acht nemen. Er gelden bepaalde ongeschreven wetten op LinkedIn. Eén daarvan is bijvoorbeeld dat je geen raadseltjes deelt die op het oog heel makkelijk zijn (3+6+....=18), maar die allerlei zogenaamde 'niveau Einstein'-addertjes hebben, waardoor 3+6+217 opeens ook tot 18 blijkt te leiden. Helaas houden weinig mensen zich aan die regel. Een andere regel is dat we elkaar geen inboxspam versturen. Is Hans Kazàn de enige die zich daar schuldig aan maakt? Zeer zeker niet! Maar iemand die een BN’er-status heeft, ligt wel iets meer onder een vergrootglas. Noch het medium noch de boodschap verleidt bovendien de doelgroep van Hans Kazàn, lijkt mij. Laat je standbeeld – als dat het geval was – verdwijnen bij Madame Tussaud en genereer daarmee free publicity. Dát levert je ongetwijfeld meer op. Het maakt ook dat ik me afvraag: wie doet toch de marketing binnen jouw bedrijf? ,,Laat je me dat nog even weten? Dan beloof ik dat ik op z'n minst je website even zal bezoeken. En kijken of je een beetje vindbaar bent.” Dat mailde ik terug. Helaas was het verwachte persoonlijke antwoord een illusie.
vrijdag 01 juli 2016 | Written by Lianne Kooistra

Met de billen bloot

In de rubriek Franky beschrijven redacteuren van Frank.news hun eigen, persoonlijke media-ervaring of -ergernis. Vandaag Kim Buitenhuis over de slimme zet van LINDA. dat van een fout op de cover van L’HOMO een social mediahype wist te maken.

 
Hoe je van een Photoshop-fail alsnog een succesnummertje maakt? Het is de makers van LINDA. gelukt. De lancering van de nieuwe L'HOMO, een van LINDA.'s specials, kreeg niet alleen volop aandacht door de naakte lijven van BNN-presentatoren Jan Versteegh en Tim Hofman die de cover sieren. Als je goed naar het opvallende plaatje kijkt, valt je al snel meer op dan de bilpartij van de twee heren. De hand van Jan verschijnt namelijk uit het niets in de nek van Tim. Zijn arm ontbreekt.



 
 
Dat viel ook half Twitterend Nederland op. Daar sprongen de makers via LINDA.nieuws (toch handig zo'n nieuwssite als onderdeel van je merk) weer perfect op in. En wel door de ‘Doe de pose'-challenge. ,,Wij vinden het een kunst en doen op de redactie verwoede pogingen om de pose na te doen. Ons lukt ’t niet. Jou wel? Doe de pose na (met bijvoorbeeld je partner, vriend of vriendin), maak er een foto van en plaats ‘m op social media met #LHOMO #blijfkussen. Maak ons gek,” luidde de oproep.

 
Weer een slimme zet van het merk, dat zo aan zijn eigen fout een positieve insteek weet te geven. En hiermee laat het deze nieuwe editie, de boodschap van dit nummer en bijbehorende hashtag juist nog meer in de spotlights staan, dan alleen al was gebeurd door een paar naakte billen en bijna zoenende mannen.



En Jan geeft natuurlijk zelf ook nog even uitleg via de site;

,,Geloof me: ik heb extreem lange armen. Ik ben 1.83 meter, maar heb een spanwijdte van 1.89 meter. Niet normaal, zegt de dokter. Maar ach: je weet wat ze zeggen over mannen met lange armen…”

 
woensdag 29 juni 2016 | Written by Kim Buitenhuis

De denkfouten van cross selling

In de rubriek Franky beschrijven redacteuren van Frank.news hun eigen, persoonlijke media-ervaring of -ergernis. Vandaag: Bas Hakker over cross selling, een irritante verkoopmethode gebaseerd op een denkfout.

 
Het moet zo’n jaar of acht geleden zijn dat zé ermee begonnen, een van de donkere dagen in de marketingwereld. Opeens was het er. Het begon nog allemaal vrij onschuldig bij het tankstation, maar al snel was het overal. En hadden jullie er om gevraagd? Nee toch? Wilt u nog iets gebruiken van de aanbieding?

Eerst dacht ik nog hoopvol dat het een incident was. Dat er iemand bij het tankstation was aangenomen die het vak nog een beetje moest leren. Iemand die - puur om indruk te maken op zijn baas - op een sombere maandag tijdens de ochtendvergadering met de jongens van de wasstraat zei: ,,Is dat misschien wat? Laten we wat snoep op een raar stapeltje gooien in de buurt van de kassa. Misschien trappen er een paar klanten in want er lopen hier in de buurt nogal wat gekken rond.”

 
Dat pikt niemand
De manager keek eerst even bedenkelijk naar de nieuwe jongen, een beetje een onhandig neefje, maar hij wilde de familiebanden niet op het spel zetten en knikte dus vriendelijk. ,,Tuurlijk joh, laten we het proberen,” zei hij dan maar, terwijl hij dacht: dat pikt helemaal niemand. Die Marsen belanden overdwars tussen de nepglimlach van de kassamedewerkers. Gelukkig is over drie weken alles weer normaal.

 
De eerste keer

Hoe denken jullie terug aan de eerste keer? Geef maar eerlijk toe, jullie dachten ook: dit is net als bij die flippo’s even doorbijten en daarna is het weer normaal. Want niemand neemt dat toch verder serieus? Het kan onmogelijk marketingbeleid zijn dat je als volwassen man of vrouw na het tanken voor bijna 100 euro op de valreep nog even moet nadenken over een handjevol Rolo’s. Dat heeft toch iemand gewoon verkeerd begrepen of opgepikt tijdens een snoepreisje naar een marketingcongres in Bakoe? Maar nee hoor, het ging niet meer weg. Het begon onschuldig, maar voor je het weet deden alle grote winkels het. De methodiek was altijd gelijk; snoep op de toonbank en twee rollen voor 1,50 euro. Altijd ondersteund met diezelfde vraag en een stewardessachtige gebaartje in de richting van het mandje. Wilt u misschien…? Het was geen stunt, bedacht door het neefje dat altijd iets te lang tegen de vissen kletste. Sterker nog, er was een term voor: cross selling. Oftewel: als je ergens iets koopt dan ben je altijd bereid om nóg meer te kopen.

 
Et tu HEMA
Laatst dacht ik even dat het voorbij was. Eindelijk wijsheid. Maar nee hoor. Bij de HEMA vroeg de, verder heel aardige, mevrouw of ik misschien zin had in een doosje met chocolaatjes voor weinig. Terwijl ik daar net wat van die grote zakken snoep had ingeslagen voor de avondvierdaagse. Heb je voor 20 euro salmiakknotsen en 18 euro spekjes gekocht, moet je nog meer zoete meuk kopen. Het was zó kansloos dat ik er - speciaal voor jullie - een beetje ben ingedoken.

 
Gebaseerd op denkfout
Via een kennis hoorde ik dat het fenomeen cross selling om een hele logische reden nog bestaat: het werkt namelijk. De oude Marsen en Rolo’s leveren minimaal een procent per dag extra omzet op. En daar zit natuurlijk de denkfout. Want wat denken normale mensen als een verkoper vraagt of we nog iets willen gebruiken van de aanbieding terwijl we naar onze pinpas zoeken? Dan denken wij eerst: dat is behoorlijk slecht Nederlands. Daarna volgt al snel de gedachte: waarom zou ik nog langer iets kopen bij een winkelketen die denkt dat ik volkomen gestoord ben? Ik neem immers helemaal de moeite om naar die zaak te fietsen, stop allerlei spulletjes in mijn mandje en wat levert het mij allemaal op? De vraag of ik nog meer wil besteden…Wat een inhaligheid. En omdat een merk nu eenmaal een netwerk van associaties is, denk ik voortaan bij de HEMA niet alleen aan lekkere saucijzenbroodjes in Leidschenhage, maar ook: wat een inhaligheid.

 
Liever grabbelen
De kans is klein dat ze mij aannemen bij de HEMA (en dat is maar beter ook), maar ikzelf zou het compleet anders doen als ik daar manager was. Alle klanten die meer dan 30 euro besteden zou ik niet vragen om nóg meer te besteden, maar ik zou ze allemaal een cadeautje geven. Je ziet het veel op vrijmarkten de laatste jaren; je hebt net zo’n verroeste Hotwheels uit 2009 gekocht en als beloning mag je nog even lekker grabbelen in zo’n bak met van die krantenknipsels. Vind ik mooi…. Of dat je aan zo’n, net niet Leontienachtig, rad mag draaien en dat je nog een pak vla kan winnen. Niks mis mee toch? Want wat gebeurt er dan op de lange termijn? De rest van je leven zal je het volgende denken als je langs de HEMA fietst: dat zijn die mensen van dat grabbelen, leuk…daar wandel ik binnenkort even naar binnen. Maar ja ik zal er wel weer geen verstand van hebben...
vrijdag 24 juni 2016 | Written by Bas Hakker

TTIP: laat God snel een patent op de schepping nemen

Door Bruno Braakhuis

 

Vinden we het acceptabel dat het grootste gentechbedrijf ter wereld patenten mag hebben op alle landbouwgewassen en zo de wereld mag uitknijpen en vervuilen? Want om die ethische vraag draait het bij het veelbesproken handelsverdrag TTIP.

 
Eerst een bekentenis: ik ben lid van GroenLinks. Nou niet afhaken. Gewoon doorlezen. Want de titel in combinatie met mijn politieke kleur – groen – kan de suggestie wekken dat ik natuurlijk tegen TTIP ben. Vanwege de dreiging van verwaterende milieunormen, planeetbedreigende genetisch gemanipuleerde en gemodificeerde gewassen en andere onheilspellende zaken die de menselijke biotoop naar een dramatisch einde zullen leiden.

 
Geen valse concurrentie
Maar nee. Ik ben wél tegen TTIP, maar niet om die redenen. Sterker nog, diezelfde redenen zijn voor mij eerder reden om vóór TTIP te zijn. Zonder TTIP weten we namelijk één ding zeker: Europa redt de wereld en de VS blijven het tegendeel doen. Dan schakel ik naar voor links onverwachts pragmatisme: if you can’t beat them, join them. Beter dat we nu tot elkaar komen en tijdelijk wat normen verlagen, dan dat we de VS op het heilloze pad door laten gaan. De nieuwe normen bieden om te beginnen een level playing field, zodat er niet meer geklaagd hoeft te worden over valse concurrentieposities. Vanuit een gelijk speelveld is het vervolgens gemakkelijker om met de VS door te onderhandelen over aanscherping van de op dat moment gedeelde normen. Zo kunnen in de loop van de komende jaren ’s werelds grootste economieën samen de toon zetten, door steeds duurzamere gedeelde normen en eisen.

 
‘Monsatan’ bedreigt landbouw
Maar waarom ben ik dan (vooralsnog) toch tegen? Dat heeft eigenlijk maar met één ding te maken: het bedrijf Monsanto – door mij en velen met mij liever ‘Monsatan’ genoemd – het meest onethische bedrijf ter wereld. En Amerikaans. De ontwerper en distributeur van Agent Orange en Roundup (glyfosaat). Het eerste als mensenverdelger, het tweede als oorspronkelijk onkruidverdelger dat zich ontpopte als insectenverdelger (met name bijen) en daarmee uiteindelijk toch ook een mensenverdelger. Dat vind ik bepaald niet leuk van ze, maar dat is nog niet eens mijn belangrijkste weerzin tegen het bedrijf. Het volgende citaat op de website van biologisch dynamisch zaadteeltbedrijf Buitenbant geeft mijn walging goed weer:

‘Monsanto probeert controle over de zaden te krijgen - en daarmee over de landbouw en de wereldvoedselproductie. Het bedrijf gebruikt hiervoor drie methoden: opkopen van zaadbedrijven, patenten aanvragen en gentechnologie. Door juridische miskleunen is het in de VS sinds 1980 mogelijk om patenten op levende organismen te verkrijgen. Met internationale handelsregels van WTO wordt deze verplichting ook aan andere landen opgelegd. Monsanto claimt rechten op gewassen waarin door haar gepatenteerde genen zitten. Maar gewassen zijn levende wezens: ze verspreiden zich en planten zich voort, zodat de omgeving en gentechvrije velden onvermijdelijk worden besmet met deze genen. Monsanto claimt daar doodleuk haar eigendomsrecht op, zodat de betreffende boeren hun eigen zaden niet meer mogen bewaren en vermeerderen. Hiermee wordt de basis onder de landbouw en voedselvoorziening uitgeschopt: het recht op vrije voortplanting en reproductie.’
 
Wereldwijde monopolist
Lees: we maken boeren afhankelijk van Roundup, creëren vervolgens gewassen die bestand zijn tegen Roundup en patenteren alle zaden daarvan. De boeren zijn vervolgens volledig afhankelijk geworden van Monsanto en kunnen worden uitgeknepen. Als ze toch zaden vermeerderen, worden ze voor de rechter gesleept en veroordeeld tot meer Monsanto. Nog korter samengevat: door het gekonkel tussen Monsanto en een falende Amerikaanse overheid dreigt Monsanto een wereldwijde monopolist te worden op het gebied van voedsel. En passant wordt het milieu ook nog even de nek omgedraaid. Waar we in Nederland middels het kwekersrecht geborgd hebben dat op basis van geoctrooieerde gewassen wél doorveredeld mag worden door derden en er spelregels zijn voor vermeerdering, zou TTIP ertoe kunnen leiden dat dit op de helling komt te staan en Monsanto ook in Europa vrij spel zou krijgen. Dan gaat het mij niet meer om het milieu alleen, maar ook over de ethische vraag of we het acceptabel vinden dat een bedrijf patenten mag hebben op het leven en met dat patent in de hand de wereld mag uitknijpen en vervuilen. Ik heb er een mening over, die ik verwoordde in een tweet: “Als ik God was nam ik snel een patent op de schepping, voordat Monsanto dat doet.” En, wat vindt u?

 
Bruno Braakhuis is samen met Maarten Lemmers bedenker, oprichter en eigenaar van Abaelard
 
maandag 20 juni 2016 | Written by Redactie Frank.News

Vergeet doelgroepen, adverteer op gedrag

Door Jesper van Hest

 

Sinds jaar en dag maken marketeers gebruik van doelgroepomschrijvingen om te bepalen wie hun potentiële klanten zijn. Vaak zijn deze omschrijvingen vereenvoudigde weergaven van de werkelijkheid, gebaseerd op aannames. De marketeer die volledig leunt op een doelgroepomschrijving dreigt een groot deel van zijn doelgroep te missen.

 
Slechts 31% van de mensen die zoekt op computerspellen zijn mannen tussen de 18 en 34 jaar. Een verkoper van videogames die aanneemt dat enkel jongeren zijn spellen kopen, vergeet dus 69% van zijn doelgroep. Vaak worden op een doelgroepomschrijving onterecht stereotyperingen toegepast. Zo is 45% van de mensen die online zoekt op doe-het-zelf onderwerpen, vrouw. Waarom zou je als verkoper van voetbalshirts aannemen dat alleen mannen interesse hebben in je product? Zou je een moeder die een shirt zoekt voor haar zoontje, niet als klant willen?

 
Gedrag versus identiteit
Waar de doelgroepomschrijving stopt, biedt online de mogelijkheid te adverteren op gedrag in plaats van identiteit. Het belangrijkste middel naar adverteren op gedrag zit in je zak of handtas; de smartphone.

87% van de smartphonegebruikers heeft het apparaat dag en nacht bij zich. Wanneer een directe behoefte ontstaat pakken we onze smartphone op zoek naar bruikbare informatie. Ga maar na; ‘Waar zit hier een pizzeria in de buurt?’, ‘Bij welke winkels verkopen ze die schoenen?’, ‘Tot hoe laat zou de bouwmarkt open zijn?’

https://www.youtube.com/watch?v=kuIRs3JcpNs

 
Kansen van micro-moments
Behoeftes ontstaan op de meest uiteenlopende momenten. Drie redenen waarom deze 'micro-moments' voor jouw merk een uitgelezen kans zijn om nieuwe klanten te winnen:

 
1: Gebruikers staan open in merkkeuze

90% Van de smartphonegebruikers die online zoekt naar een dienst of product heeft nog geen merkkeuze gemaakt.

2: Bereik klanten van concurrenten.

1 Op de 3 smartphonegebruikers kiest uiteindelijk voor een ander merk dan zij in eerste instantie voor ogen had.

3: Kom in beeld bij een nieuw publiek

51% Van de smartphonegebruikers ontdekte een nieuw product of nieuwe dienst na een online zoekopdracht. Alleen al door zichtbaarheid in mobiele zoekresultaten leren gebruikers je merknaam kennen en word je dus meegenomen in het beslissingsproces.

 
Strategische sleutelmomenten
Overtuigd dat jouw merk aanwezig moet zijn tijdens micro-moments? Dan is het zaak je online strategie hierop aan te passen. Ga dus na of jouw merk zichtbaar is voor smartphonegebruikers op deze sleutelmomenten:

1: I-want-to-know moments

Gebruikers die online zoeken naar bruikbare informatie en inspiratie maar nog geen aankoop overwegen. 66% Van de smartphonegebruikers zoekt naar producten na het zien van een TV reclame.

2: I-want-to-go moments

Gebruikers die online zoeken naar informatie over een lokale vestigingen. Denk hierbij aan openingstijden of adresgegevens. 82% Van de smartphone gebruikers zoekt op deze informatie.

3: I-want-to-buy moments

Gebruikers die klaar zijn om een aankoop te doen en op zoek zijn naar concrete informatie rondom aankoop. Denk hierbij aan specifieke product- en prijsinformatie, levertijden of kortingsacties.

4: I-want-to-do moments

Gebruikers op zoek naar 'how to' informatie wanneer zij iets willen leren. Denk hierbij aan het vervangen van een fietsband of het bakken van een taart.

 
Jesper van Hest is Digital Marketeer bij PauwR Digital Marketing
 
vrijdag 17 juni 2016 | Written by Redactie Frank.News

Goede sponsor wordt investeerder van club

In de rubriek Frank slingeren bekende mensen uit de mediawereld hun ongezouten mening de ether in. Elke maand geven we de spreekwoordelijke knuppel door aan een ander. Deze keer:
Ruud van der Knaap, Senior Sportmarketeer en Manager Voetbal van Triple Double Sportmarketing.
 
Een paar weken geleden speelde het Spaanse Sevilla zijn derde Europese finale op rij. In een shirt zonder sponsor… Een gemiste kans voor heel wat mooie merken zou je zeggen. Sevilla staat hierin niet alleen. Ook in Italië spelen grote clubs als AS Roma en Napoli zonder shirtsponsor. Laatst werd ik gebeld door een journalist die zich afvroeg waarom die clubs zonder shirtreclame spelen. Dat zag er toch een beetje vreemd uit, amateuristisch of armoedig zelfs. Een grappige vraag vond ik. Daarmee werd namelijk gesuggereerd dat professionele en goede clubs (natuurlijk) een mooi merk op hun borst hebben staan. En zo is het eigenlijk ook.

 
Bedrijfstak van 2,2 miljard euro
Knappe koppen hebben berekend dat de economische waarde van het betaald voetbal in Nederland 2,2 miljard euro is. Niet slecht voor 36 clubs die elke week tegen elkaar voetballen. In dat betaalde voetbal zijn clubs telkens op zoek naar nieuwe manieren om hun begroting omhoog te krijgen. Want met een hogere begroting trek je betere spelers aan en daarmee maak je meer kans om wedstrijden te winnen. Dus bouwen clubs nieuwe stadions. En weten zij continu nieuwe sponsors aan zich te binden.

Goede sponsors voor onze vaderlandse clubs zijn daarom essentieel. Sponsors die een club echt vooruit helpen. Sponsors die de emotie van het voetbal snappen. Sponsors die de impact van voetbal voor hun eigen merk willen laten werken. En ook kansen zien om hun financiële middelen, hun kennis en hun eigen kwaliteiten te laten werken voor clubs en hun supporters. Maar niet zonder daar zelf ook iets van te merken.

 
Goede voorbeelden
Een mooi voorbeeld is softwarebedrijf AFAS, dat deze week zijn hoofdsponsorschap met AZ voor maar liefst 6 jaar verlengde. Zij stapten heel gedurfd en anticyclisch in op het moment dat AZ net een faillissement had overleefd. AFAS heeft de club geholpen in haar gezondmaking, onder andere met hun daarvoor bestemde software. Andersom heeft AZ zijn hoofdsponsor geholpen om zakelijke barrières te doorbreken. Het hoofdsponsorschap van de Alkmaarse club heeft aanzien en vertrouwen gebracht voor AFAS, waardoor zij met een nieuwe categorie mogelijke klanten om tafel kon. Het AZ-effect waar AFAS inmiddels 6 jaar van profiteert, is nog lang niet uitgewerkt liet CEO Bas van der Veldt weten. AFAS inspireert AZ om de komende jaren nog beter te ondernemen.

Weliswaar siert zijn naam volgend seizoen niet meer het shirt van PSV, toch is Philips een ander goed voorbeeld. En misschien is dat ook wel logisch omdat Philips Healthtech een compleet ander bedrijf is geworden dan pakweg 10 jaar geleden. In zakelijk opzicht kun je stellen dat Philips is weg gegroeid van PSV. Desalniettemin wordt de sponsorrelatie met de door haar zelf opgerichte club wel voortgezet voor de komende 10 jaar. Het bedrijf gaat haar innovatiedrang en technologische voorsprong ook ten dienste stellen van PSV als bewijslast voor haar propositie ‘Innovation and you’. En op die manier een bijdrage leveren aan de sportieve doelstellingen van de club.

 
Sponsors als investeerders
In sponsoropzicht is het Duitse voetbal nog een stap verder. De grootste voetbalsponsors onder onze Oosterburen kiezen ervoor om ook aandeelhouder te worden van de clubs die zij sponsoren. De beste voorbeelden vind je hiervoor in München en Dortmund. Audi, Allianz en Adidas hebben naast een miljoenencontract als sponsor elk een belang van bijna 10 procent in Bayern München. Hoofdsponsor Evonik van BVB Dortmund heeft ook een aandeel van 9 procent in de club. Hiermee houden de sponsors enigszins grip op de bewindvoering van de club die zij sponsoren en kunnen zij hun miljoenencontracten enigszins in de gaten houden. Een veel duurzamer model dan de steenrijke individuele eigenaren die het Engelse voetbal over hebben genomen. PSV is bijzonder gecharmeerd van dit Duitse model en onderzoekt de mogelijkheden hiertoe met haar grootste sponsors.

 
Durf
Bovengenoemde voorbeelden van AFAS en Philips staan niet op zichzelf. Er zijn meer merken die omwille van zakelijke kansen en ondernemerschap in het voetbal stappen. Die kun je in mijn ogen beter investeerders noemen dan sponsors. Zij kiezen er namelijk bewust voor om bedrag x te steken in een club (lees: onderneming) met als doel hier rendement y uit te halen dat een hogere waarde heeft dan de investering zelf. Dat levert automatisch een samenwerking tussen twee partijen op die gericht is op resultaat. Met een continue dialoog, doelstellingen, bijsturing en uiteindelijk succes.

In de jaren ’80 waren het vooral bedrijven die via shirtsponsoring hun merknaam wilden verstevigen, zoals AKAI, TDK, Gouden Gids en Pioneer. Zij werden opgevolgd in de jaren ’90 door de grote financiële instellingen, banken en verzekeraars als ABN AMRO, AMEV, Stad Rotterdam en Univé. Anno 2016 zijn het steeds vaker ‘digitale’ merken en dot.com bedrijven die een investering in voetbal als springplank zien naar een succesvolle toekomst. Welke investeerders durven AFAS, Ziggo en Energiedirect.nl te volgen?

 
Ruud van der Knaap

www.tripledouble.nl
 
maandag 13 juni 2016 | Written by Redactie Frank.News

Hou vloggers als Enzo Knol online

In de rubriek Franky beschrijven redacteuren van Frank.news hun eigen, persoonlijke media-ervaring of -ergernis. Vandaag: Bram van Noord over vloggers op tv-zenders.

,,Vloggers daar moeten we iets mee.” Deze zin is de afgelopen pakweg anderhalf jaar regelmatig te horen in de boardroom van televisiebedrijven. Sinds de Multi Channel Networks op YouTube en andere online videoproviders definitief zijn doorgebroken, zijn de Nederlandse tv-bazen wakker geworden. Het lineaire televisiemodel lijkt eindig nu de kijktijd zwaar terugloopt. Dat zal op niet al te lange termijn gevolgen hebben voor de reclame-inkomsten.

 
RTL contracteert vloggers
Online video is het grote nieuwe spel en het is een terechte gedachte van tv-bedrijven dat ze daar in mee moeten. Dus halen ze vloggers in huis, want die zijn de toekomst. Enzo Knol, Kwebbelkop, Beautygloss, ZU5E, Mertabi, StukTV, noem ze maar op. Ze hebben vele honderdduizenden en soms wel een miljoen volgers. Wat ze maken is inhoudelijk gezien vaak dun tot flinterdun, maar aan de populariteit mag je niet voorbijgaan. RTL Nederland begon rond 2014 daarom een strategie naast de traditionele tv-tak om MCN’s en vloggers te contracteren. Men stelde ook een manager RTL MCN aan. Het is een totaal ander businessmodel dan tv en zeker ook een totaal andere wereld dan de lineaire televisie-industrie, dus de twee kunnen best van elkaar leren. De vloggers bijvoorbeeld over videotechnieken en scripting, de tv-industrie van de snelheid en wat jongeren beweegt.

 
Zoeken naar formats
Maar hou die vloggers dan alsjeblieft ook gewoon online. Enzo Knol werd al eens een realityserie op tv aangeboden. Hij sloeg dat af omdat hij ,,niets met tv heeft en er niet naar kijkt.” RTL denkt daar anders over. Het contracteerde niet lang geleden StukTV. Dat zou trouwens een goede naam zijn voor de gemiddelde lineaire tv-zender, maar dat terzijde. Samen gaan ze op zoek naar formats die zowel online als op televisie werken. Volgens de gedachten van RTL zien we straks bij wijze van spreken Enzo Knol als panellid in Ik Hou Van Holland, speelt Mert een gastrolletje in GTST en krijgen de jongens van StukTV een eigen stuntprogramma op prime-time.

Gaat dat werken? Nee. Elke dag een vlogje van Carlo Boszhard met zijn moeder of Albert Verlinde over zijn musicalbelevenissen werkt immers ook niet.
vrijdag 10 juni 2016 | Written by Bram van Noord

Is retargeting Booking.com zo dom of juist niet?

In de rubriek Franky beschrijven redacteuren van Frank.news hun eigen, persoonlijke media-ervaring of -ergernis. Vandaag hekelt André Oerlemans de domheid van algoritmes die mensen blijven retargetten met aanbiedingen voor al gedane aankopen. Met Booking.com als bekendste voorbeeld.

 
Waar ik ook heen reis, welke stad ik ook bezoek; in de maanden daarna word ik achtervolgd door aanbiedingen van Booking.com voor dezelfde bestemming. Een weekendje Parijs of Leiden? Ik ben nog niet terug of ik word bestookt met advertenties en pop-ups voor hotels in dezelfde steden. Net geboekt voor Amsterdam of Luxemburg? Idem dito.

Wat is dat toch met Booking.com? Snappen ze daar niet dat ik als fervent stedentripper steeds iets nieuws zoek? Dat ik niet meteen terug wil naar de stad waar ik net vandaan kom?

 
Gebruik mijn profiel
Ik begrijp heus wel dat ik via programmatic trading geretarget wordt. Oftewel dat een computer algoritme, op basis van mijn profiel, mij een advertentie stuurt omdat het denkt dat die mij interesseert. Tegenwoordig is alles van een internetgebruiker bekend. Je geslacht, leeftijd, de WOZ-waarde van je huis, je voorkeuren en alle bezochte websites en online aankopen die je ooit deed. Doe daar dan iets mee, zou je zeggen.

Programmatic trading is de afgelopen jaren fors gegroeid, al lijkt de grootste hausse alweer voorbij. Inmiddels wordt meer dan een derde van alle display advertenties geautomatiseerd verhandeld. Tegelijkertijd neemt de irritatie over dit soort advertenties toe, zo bleek uit onderzoek van IAB. Daarom installeren mensen adblockers en dat zorgt voor een grappige paradox. Hoe meer deze snelle jongens advertenties op deze manier willen verkopen, hoe minder reclame er bij de internetbezoekers terecht komt.

 
Domme algoritmes
Het probleem zit dus in domme algoritmes, zou je zeggen. Waarom snappen zij niet dat ik na een weekendje Brugge niet opnieuw naar Brugge wil. Op zoek naar het antwoord ging ik te rade bij de experts in programmatic advertising bij de grote bureaus. ,,Wordt Booking.com in het verhaal genoemd? Dan kunnen wij niets zeggen,” luidde de reactie. ,,We willen geen potentiële klanten in diskrediet brengen.”

 
Wat zegt Booking.com?
Dus legde ik het voor aan Booking.com zelf. Een wereldmarktleider, actief in 224 landen, met 925.000 bestemmingen en elke dag meer dan een miljoen reserveringen. Die kan dit toch wel slimmer aanpakken? Het antwoord kwam in een officiële reactie van CMO Pepijn Rijvers van Booking.com:

,,Bij Booking.com plaatsen we de klant in het centrum van alles en werken we nauw samen met onze advertentiepartners om consumenten te bereiken met de juiste boodschap, die op dat moment relevant voor hen is. We zijn constant aan het innoveren en nieuwe ideeën aan het testen om de manier te verbeteren waarop we programmatic advertising zo slim mogelijk in ons voordeel kunnen gebruiken. Uit onze metingen blijkt dat klanten juist goed reageren op content die een prettige herinnering aan een recente vakantie oproept. Maar toch, er zijn nog veel zaken die een impact hebben op de effectiviteit van de laatste advertentietechnologieën. Daaronder vallen inherente onvolkomenheden in de software die bestaan tussen het device van de klanten, hun netwerkaansluiting, verschillende websites en diverse services. Maar de industrie innoveert continu en wij geloven dat dit mettertijd alleen maar zal verbeteren.”

 
Wat zeggen Engelse marketeers?
Dus sommige klanten vinden dit wel prettig en zo niet, dan ligt het aan softwarestoringen, aldus Booking.com. Niet echt een bevredigend antwoord. Dus leg ik de vraag op het Savage Marketing congres in Amsterdam voor aan een stel Engelse marketeers. Wat blijkt? Mensen in Engeland, en volgens hen ook in Duitsland en Frankrijk, vinden dit soort advertenties helemaal niet storend. Zij willen wel graag terug naar een stad of bestemming waar ze een leuke tijd hebben gehad.

Conclusie: het ligt aan mezelf. Oftewel: het algoritme van Booking.com is best slim, maar snapt de reislust van de Nederlander niet.

Maar ja, als ik dan weer voor de twintigste keer een aanbieding krijg voor de stad waar ik net ben geweest neig ik toch weer naar mijn eerste vraag: waarom is het algoritme van Booking.com zo dom?
dinsdag 07 juni 2016 | Written by André Oerlemans

Picture (not) perfect

In de rubriek Franky beschrijven redacteuren van Frank.news hun eigen, persoonlijke media-ervaring of -ergernis. Vandaag Kim Buitenhuis over Facebook, dat per ongeluk een advertentie van een dikke vrouw weigerde en daarmee de klok voor de perceptie van het vrouwelijk lichaam jaren terugzette.

 
‘Facebook weigert advertentie met plus-size model in bikini’, kopt Nu.nl deze week. Driftig klik ik het artikel open. Gelukkig, het blijkt een foutje te zijn. De advertentie is alsnog goedgekeurd. Uitleg: Facebook let goed op dat advertenties er niet voor zorgen dat mensen op een slechte manier over zichzelf gaan denken. De advertenties die dit volgens het sociale medium wel veroorzaken, worden geblokt. Oké...

 
Perfecte plaatje is uit
 
Wat attent van Facebook dat ze mij daarvoor willen behoeden. Grappig genoeg zijn er alleen de afgelopen jaren verschillende onderzoeken gedaan waaruit juíst blijkt dat (vooral) vrouwen onzeker worden door al die perfecte plaatjes die op Facebook en andere sociale media worden gepost. Zo blijkt uit een onderzoek uit 2014 van de universiteiten van Strathclyde, Ohio en Iowa dat hoe meer tijd vrouwen doorbrengen op Facebook, hoe groter de kans is dat ze negatief zijn over hun lichaam (bron; gezondheidsnet).

En om het verhaal nog leuker te maken; het gaat in het geval van deze bijna-geboycotte-advertentie met een foto van model Tess Holliday om een evenement dat ‘body positivity’ promoot.



 
Gelukkig is ‘body positivity’ en ‘imperfectie’ onder de nieuwe generatie social influencers ook steeds meer een trend. Zo posten de fit girls naast hun perfect belichte sixpacks, steeds vaker een vet- of eerder huidrolletje hier en daar. Daardoor neem ik, en vast veel meer van hun volgers, ze een stuk serieuzer. Wat weer in het voordeel werkt van alle merken die ze promoten. Begrijp me niet verkeerd; hartstikke knap hoor zo'n sixpack, maar dat je laat zien dat je niet 24/7 op je tenen met aangespannen spieren voor de spiegel staat, maakt je toch een stukje menselijker.



Het is ook niet voor niets dat in de advertentiemarkt al langer succes wordt geboekt door ‘echte mensen’ in te zetten. Denk aan de succesvolle Dove-reclame. Daar kan Facebook nog wat van leren.
donderdag 26 mei 2016 | Written by Kim Buitenhuis

By accepting you will be accessing a service provided by a third-party external to https://www.candidplatform.com/

Be Candid,
it’s contagious.

Candidness is the quality of speaking with
honesty and authenticity. Our Candid editorial
team shares stories that matter on media, data,
marketing, creativeness and technology.

Our Candid editorial team
creates stories that matter.