Candid. Platform
for growth.

Onze ambities voor 2017

De periode tussen Kerst en Oud & Nieuw is altijd een mooie periode om even terug en vooral vooruit te kijken. Het is niet zo ingewikkeld; je maakt - al kijkend naar het WK darten - een SWOT-analyse van je werk en bedenkt wat er beter kan. Ik zal jullie niet vermoeien met mijn persoonlijke plannen, maar kan wel iets vertellen over de ambities van frank.news.

 
Deze website is iets langer dan een jaar geleden in het leven geroepen om het marketingvak een beetje op te schudden. Er kwam een redactie van journalisten met veel liefde voor media en marketing. Logisch uitgangspunt is dat wij anders moeten zijn dan andere marketingmedia; iets minder focus op de dagelijkse nieuwtjes dus, maar wat meer aandacht voor verdieping, internationale ontwikkelingen en vergeten marketingterreinen als sportmarketing. Het is verder vrij overzichtelijk; tijdens onze redactievergaderingen bespreken wij onze plannen, maar ook de verhalen die we hebben geschreven: zijn ze goed gelezen en waarom wel/niet? We zijn niet zo van de vage plannetjes in de verre toekomst, maar proberen iets en kijken of het werkt. Dit jaar wilden we 100.000 unieke bezoekers per maand halen en dat haalden we sneller dan we dachten. Er zijn zelfs maanden dat we 170.000 unieke bezoekers aantikken.

Aan de hand van allerlei bezoekcijfers proberen we steeds scherper te krijgen waar wij voor staan. Het lijkt er op dat we niet zo van feelgood zijn; we houden ervan om een beetje te plagen. Wellicht is dat wel extra nodig in jullie vakgebied, waarin misschien wat meer ijdele mensen rondlopen dan elders. Verder zoeken we altijd naar de meerwaarde voor onze lezers, jullie moeten echt iets kunnen met onze verhalen. Wat is er dan inspirerend? In elk geval collega-marketeers bij grote merken en bedrijven die vertellen over hun visie op het vak. Maar misschien ook mensen die niet per se uit het marketingvak komen, maar wel gave marketingacties bedenken. Een bijzondere Facebook-actie, een geslaagd personeelsevent of een goede PR-stunt. Ook denken we dat jullie het veel leuker vinden om over de grote wereldspelers te lezen dan over Bram die aan de slag gaat bij ABC Marketing.

 
Misschien verraden onze Franks Weekly's wel een beetje hoe we zijn; we brengen het nieuws van de week, maar vinden daar ook iets van. Kortom, meerwaarde bieden voor marketeers, onze persoonlijkheden niet verbergen, de slimme onderzoekers, merkdenkers en mediakenners van de Candid Group inzetten. En vooral compleet anders zijn dan de concurrentie. Dat is wat we in 2017 nog meer gaan proberen. We komen met een serie genaamd Franks ‘influencers’ waarin we de ‘grote, inspirerende mensen’ uit de verschillende vakgebieden interviewen. We zullen toonaangevende marketingbloggers vragen voor ons te schrijven en komen met een serie over bijzondere marketingacties die zich buiten het zicht van het marketingvak afspelen. En onze Franky’s kunnen wel eens wat inhoudelijker worden; persoonlijk getint marketingnieuws in de vorm van een blog bijvoorbeeld. Dus wat vinden wij van Facebook Live, de nieuwsbrieven van Blendle of de nieuwste films van Netflix? Oh ja, nog een ideetje (maar over dit plannetje moeten we het nog hebben): we willen een wekelijkse serie optuigen onder de noemer ‘Franks zijlijn’. Daarin bedenken de mensen van Candid die er verstand van hebben (reclamemakers, onderzoekers) een alternatief voor bestaande commercials, inhaakacties of sponsorconcepten. Want jullie weten toch? Je ziet een commercial en vindt het echt de aller-, allerslechtste commercial ever. Verleidelijk om dat puntig kritisch en vol ironie op te schrijven in onze Franks Weekly.  Dat kan natuurlijk, maar als je kritiek hebt, moet je ook met een alternatief komen..
Kortom, we hebben heel veel plannen voor 2017, op naar de 300.000 unieke bezoekers per maand, zeggen we in alle nederigheid. Jullie horen nog van ons!
woensdag 04 januari 2017 | Written by Bas Hakker

Tv-exploitanten voeren prijzen verder op in 2017

Redacteur: Linda Haring

De verwachting was misschien dat de tv-prijzen in 2017 zouden dalen in verband met de dalende kijktijd, maar dat is niet het geval. Volgens Linda Haring van marktonderzoeksbureau Vostradamus voeren de tv-exploitanten voor de zoveelste keer op rij prijsstijgingen door.

 
Argumenten voor deze prijsstijgingen zijn volgens Haring allereerst de hoge kosten van kwalitatief goede content om de kijker te blijven binden aan het medium televisie. ,,Echter, met name de jongere generatie zoekt naar allerlei alternatieven, zoals videocontent via mobiel en tablets. Verder wordt er veel online gekeken via onder meer YouTube en Netflix. Niet alleen daalt de kijktijd onder jongeren, de wat oudere generatie gaat ook minder lineair televisiekijken. Ook deze generatie treft blijkbaar zoveel kwalitatief slechte programmering aan, dat men het medium af en toe ontvlucht en ook zijn heil zoekt bij onder meer Netflix.’’

 
Garantie geven is lastig
De GRP-voorraad staat de laatste jaren wel onder druk, zo legt Haring uit. ,,Maar deze is niet meer zo vaak uitverkocht als in het verleden. Een aantal maanden uitgezonderd, waarbij de vraag groter was dan het aanbod.’’ Overigens is dat in haar ogen geen sterk argument, aangezien het kijkgedrag van televisiekijkend Nederland steeds verder gefragmenteerd raakt door het grote zenderaanbod van de laatste jaren. ,,Voor de contractonderhandelingen voor komend jaar geldt dat de exploitanten het in de regel lastig vinden om een marktaandeelgarantie af te geven. Of men geeft uit strategische overwegingen een veel te behoudend cijfer af.’’

 
Belangrijkste aspecten uit het tv-aanbod
Haring kijkt ook (kritisch) naar de tv-programmering van (het begin van) 2017. ,,Bij NPO keren veel oude, vertrouwde, veelbekeken programma’s terug.” Voorbeelden zijn Boer Zoekt Vrouw, Wie is de Mol, Floortje naar het einde van de Wereld, Droomhuis Gezocht, Pauw, Jinek en Ik Vertrek. De NPO biedt ook veel nieuwe programma’s, een kleine greep uit het aanbod: Planet Earth II, Riphagen, Kiloknallers, KLEM en De Aardappeleters.

RTL borduurt voort op de bestaande programmering. Succesvolle programma’s, zoals Goede Tijden Slechte Tijden, The Voice of Holland, Holland’s Got Talent, RTL Late Night, The Blacklist en Moordvrouw, blijven we zien in 2017. Er is ook ruimte voor nieuwe programmering, zoals de serie Weemoedt, Nieuwe Buren II en Buch Buiten de Bajes.

 
SBS gaat voor oud & nieuw
SBS gaat voor nieuwe programmering, aangevuld met bestaande succesvolle programmering, waarbij ook spin-offs van Sanoma producten richting tv gelanceerd worden. Bekende SBS-gezichten zijn ook komend jaar weer op de zender terug te zien, zoals Alberto Stegeman, Rob Geus en ‘Dokter Tinus’. Nieuwe gezichten op de SBS-zenders zijn Dennis van der Geest, Roy Donders en de Toppers. Een aantal “nieuwe” sterren was al eerder in 2016 binnengehaald door SBS. Dan noemen we Irene Moors, Arie Boomsma, Rik van de Westelaken en Daphne Bunskoek. Bewezen successen keren terug, zoals Dokter Tinus, Celblok H, Meester Frank Visser. Komend jaar is na een lange afwezigheid ook Peking Express weer terug op Net5 en is er een hoofdrol voor Annette Barlo in de nieuwe late night soap “De Spa” op Net5.

 
BrandDeli en Twitter
Het diverse zenderpalet van BrandDeli wordt verder uitgebreid met Viceland. Daarnaast is BrandDeli per 1 januari ook de officiële salespartner voor Twitter Nederland geworden. Veel bekende gezichten en series zijn ook in 2017 weer op de diverse zenders van BrandDeli te zien, zoals Jamie Oliver, Miljuschka Witzenhausen, Line of Duty, Sherlock, Silent Witness, Modern Family, South Park, Gold Rush, Empire, The Walking Dead, Eredivisievoetbal, SpongeBob Squarepants, Say Yes to the Dress en de influencers van The Makers Channel, zoals Rens Kroes, Cinemates en Ponkers.
dinsdag 03 januari 2017 | Written by Redactie Frank.News

Top 25 Magazine covers 2016

Niets leuker dan in een tijdschriftenkiosk staan, Bestseller in de Amsterdamse Kinkerstraat en American Book Center op ‘t Spui zijn mijn favoriet, om alle covers van dat moment te bewonderen.

 
Van foeilelijk tot geweldig goed gelukt. Nu we aan het einde van het jaar komen, vliegen de lijstjes je weer om de oren. En daar hoort natuurlijk ook een ‘Meest opvallende covers uit 2016-wereldwijd’-lijst bij. Dat levert meteen een mooi jaaroverzicht op. Kijk, scroll, swipe en geniet…

vrijdag 30 december 2016 | Written by Kim Buitenhuis

Overstappen via Instagram

Leuk, het is weer tijd om tot diep in de nacht, met aan wanhoop grenzende stress, polissen te vergelijken om een paar tientjes goedkoper uit te zijn.

 
Leuker kunnen ze het ook hier gelukkig maken. Er wil althans nog wel eens een poging worden gedaan. AnderZorg valt op dit jaar.

 
1,2 miljoen mensen wisselden afgelopen jaar van zorgverzekering. Een markt waar je als zorgverzekeraar bij wil zijn. En daarom worden we tegen het einde van het jaar meestal doodgegooid met overstapspotjes. Meestal, want vorig jaar was het beduidend minder met de reclames, simpelweg omdat er te weinig aanpassingen in wetswijzigingen (en dus pakketten) waren geweest. Op zich ook een opvallend gegeven: dat zou namelijk niet hoeven te betekenen dat je automatisch minder investeert in mensen voor je te winnen.

 
Jarenlang zetten zorgverzekeraars voor mijn gevoel in op grote emoties, de klant en zijn of haar keuze centraal stellen: ‘aandacht voor de klant’, ‘Mens wat ben je mooi’. Het begon allemaal met de commercial van Menzis in 2009 met de mooie ‘Somewhere over the Rainbow’-variant van die man met moeilijke naam: Israel Kamakawiwo’ole. Het doet mij persoonlijk goed om te zien dat er weer wat meer variatie lijkt te ontstaan.

 
Overstappen via Instagram
Als de doelgroep die je hoopt te bereiken, bestaat uit jongeren tussen de 18 en 34 (de millennials) is dat zo gek niet bedacht. Wel een brede doelgroep overigens, zeg ik als iemand die nog (nét) mag meedoen in deze categorie. De campagne die Bureau XXS ontwikkelde voor verzekeraar Anderzorg vloeit voort uit de resultaten van hun eigen onderzoek: 86 procent van de jongeren onder de 32 jaar vindt dat overstappen makkelijker moet worden. Een krappe 60 procent vindt het logisch dat verzekeraars hun doelgroep ook op social media van dienst zijn.

Met een online documentaire, twee tv-commercials, radiospots, Spotify-reclame, en een actiepagina roepen ze jongeren op over te stappen via Instagram. Even vroeg ik me af of de populistische communicatie rondom #deleven de doelgroep ook echt aanspreekt. Een van de dingen waarmee je als marketeer goed kan nat gaan, is je jeugdige doelgroep té populair aanspreken. Maar het verhaal klopt. De muziek van Sef, de korte kernachtige boodschappen en de documentaire met Sef, die uitlegt waar de (door taalpuristen gehate) term ‘de leven’ vandaan komt maken het verhaal mooi rond.

 
Even zoeken
Maar dan de uitwerking. Ik heb de commercial voornamelijk op de radio gehoord, een medium dat het lastig maakt om een heel specifieke call-to-action te hanteren. ‘Anderzorg, de leven, Instagram’. Dat waren de steekwoorden die bleven hangen. Het meest logische leek me dan ook om de IG-pagina van de verzekeraar op te zoeken. Met 31 accounts - allemaal met hetzelfde AnderZorg-logo - als resultaat was het wel even zoeken. Gelukkig worden de zoekresultaten naar relevantie weergegeven; de bovenste twee resultaten, Anderzorg (met doorlink) of Stap_over_via_insta (direct), leiden naar de juiste pagina.

Het Bureau van AnderZorg heeft goed gekeken naar de mogelijkheden van Instagram. Het heeft gekozen voor dezelfde magazine-achtige opmaak als het veelbesproken magazine van Ballentines whisky op Instagram. Zes Instagram-foto’s, elk een ander pakket. Verschillende prijzen en daaronder concreet het bijbehorende Eigen Risico-bedrag. De volgende doorlink brengt me bij een nieuwe pagina met pakketkeuzes. Kort, maar voor zover ik het kan inschatten behoorlijk compleet. Het pakket kun je direct afsluiten via de ‘link in bio’. Verfrissend. Ik ben benieuwd of de aanpak - ondanks de lage volgersaantallen - werkt.

Persoonlijk hoop ik wel dat in een volgende Instagram-update die verwarrende losse landingspagina’s niet meer zichtbaar zijn in de zoekresultaten, maar binnen een verborgen menu-structuur. Maar dat kan ook aan mij liggen natuurlijk, als bijna  aan de leeftijdsgrens ontsnappende millennial.
donderdag 22 december 2016 | Written by Lianne Kooistra

Personality magazine killt personality

De Linda., de Wendy, de Youp, de Matthijs, de Marijke, de Wubbo en niet te vergeten de Jezus! Het zijn slechts een paar titels uit de enorme berg personality-magazines die de afgelopen jaren op de markt zijn verschenen.

 
En geloof het of niet, maar die markt lijkt nog steeds niet verzadigd. Begin december kwam naar buiten dat ook Chantal Janzen in 2017 een eigen magazine met bijbehorend platform krijgt. Werktitel: &C.

 
Waarom?! Je zou denken dat het een keer klaar is met die BN’ers die zo nodig een eigen blad willen. De meesten sneuvelen al na een paar edities en er is er eigenlijk maar eentje die het wel goed doet: Linda de Mol. Waarschijnlijk niet zozeer om haar geweldige personality, maar gewoon omdat ze een goed format heeft neergezet. Iets wat er nog niet was en waar een hele grote doelgroep mee bereikt wordt. Heel eerlijk? In mijn ogen is alles wat daarna kwam een slap aftreksel hiervan. Wendy van Dijk doet het aardig met haar, vaak vrij zweverige, ‘zoektocht naar geluk’, maar zitten we er echt op te wachten? Net als op een magazine vol met het gemopper van Van Rossem in Maarten! of de belevingswereld van Catharine Keyl in CatharineNU? Ik niet in ieder geval. En ik vrees met grote vreze voor de inhoud van &C.

 
Niet omdat Chantal Janzen niet leuk is of haar belevingswereld niet interessant. Chantal Janzen is wel degelijk een personality. Eentje met een goede dosis humor, een ongetwijfeld heel enerverend leven en vast ook een interessante kijk op de wereld. Maar het geforceerd promoten van de zoveelste BN’er neigt naar vergezochte topics en het kopiëren van alles wat al gedaan is op dit vlak. Een marketingtool dat er enkel op gericht is zo veel mogelijk advertenties kwijt te kunnen. En dat zou zo zonde zijn van die leuke Chantal. Een killer voor haar personality.

 
Hopelijk zit ik er vreselijk naast en wordt &C wel degelijk leuk en vooral ook vernieuwend. Maar ik zou er ook voor willen pleiten dat personality magazines enkel nog gemaakt worden voor de 65e verjaardag van ooms en tantes. Hartstikke leuk voor familie en vrienden en daarna lekker laten verstoffen op zolder.
donderdag 15 december 2016 | Written by Heleen Scheurwater

Aasgierengedrag

Tarieven van freelance journalisten en fotografen zijn vaak een schijntje. Maar via een advocaat meteen 530 euro vragen voor een nietszeggend plaatje van een paar folders, zoals Fotopersburo Dijkstra deed, is buitensporig. Aasgierengedrag, vinden we bij frank.news.

 
Weet u wat een persfotograaf van het AD - de op één na grootste krant van Nederland - verdient als hij bij nacht en ontij, door weer en wind een foto voor de krant maakt? 46,50 euro als het voor een regio-editie is en 102,50 euro als het voor de landelijke editie is. Bij de kranten van de NDC, het Dagblad van het Noorden, de Leeuwarder Courant en het Friesch Dagblad,  krijgen persfotografen 45 euro en ervaren fotografen een toeslag van 15 euro. Goede fotografen bij NRC of Volkskrant verdienen meer, maar over het algemeen zijn de tarieven geen vetpot.

 
Andere melkkoe 
Sommige fotografen hebben nu een andere melkkoe gevonden: het internet. Daar plaatsen nieuwssites nogal eens foto’s zonder naamsvermelding of zonder toestemming van de fotograaf. In veel gevallen per ongeluk, maar toch; als fotograaf kun je daar behoorlijk aan verdienen, zo laat Fotopersburo Dijkstra zien.

 
Dure vergissing 
Op 25 april plaatste frank.news een verhaal over nieuw onafhankelijk onderzoek naar folderbereik. Een redactiemedewerker zocht een bijpassende foto en vond op internet een foto van een paar folders die uit brievenbussen staken. Geen bijzonder plaatje, maar wel passend bij het verhaal. Hij zag echter de naam van fotograaf Dijkstra over het hoofd en maakte daarmee een dure vergissing, zo bleek een half jaar later.

 
Meteen een advocaat 
Toen ik nog chef bij de krant was, overkwam ons dat wel vaker: een foto plaatsen zonder naamsvermelding. Dan belde de fotograaf in kwestie me op en kwamen we er meestal samen uit. We plaatsten alsnog de foto met zijn naam of betaalden de vergoeding die onze fotografen ook kregen. Dat het ook anders kan, laat Fotopersbureau Dijkstra zien. Geen telefoontje, geen amicaal briefje. Nee, op 7 november komen er meteen een mail en een brief binnen van advocatenkantoor i-ee, gespecialiseerd in portretrecht en auteursrecht.

Volgens juridisch medewerker Linda de Vries heeft haar cliënt schade geleden in de vorm van gederfde licentie-inkomsten en inbreuk op auteursrecht. Bovendien is er tekst over de foto geplaatst - ja, dat gebeurt nu eenmaal op een nieuwssite - en is de foto verminkt omdat hij is bijgesneden – ja, het was nu eenmaal niet zo’n beste foto.

 
Eieren voor je geld 
Frank.news maakte excuses en verwijderde de foto meteen, maar daarmee was de zaak niet afgedaan. Op 9 november kwam de claim: binnen tien dagen 530 euro betalen, anders maken we er een rechtszaak van. Onderbouwd met allerlei jurisprudentie. Na een beetje onderzoek op internet bleek dat i-ee berucht is om dit soort claims en al regelmatig door rechtbanken terecht is gewezen over dit soort absurd hoge bedragen.

Maar de mails bleven komen en mevrouw De Vries haalde de ene na de andere rechtszaak aan om haar claim te onderbouwen. Daar worden directies van uitgeverijen bang van en meestal zwichten ze en betalen. Want je kunt wel naar de rechter stappen, maar als je de zaak verliest moet je ook nog eens de advocaatkosten van de tegenpartij betalen. Die kunnen hoog oplopen, gezien de lange brieven en uiteenzettingen die i-ee stuurt, tegen ongetwijfeld een hoger tarief dan de meeste fotografen betaald krijgen.

 
Nooit meer Dijkstra
Natuurlijk vinden wij bij frank.news dat freelance fotografen eerlijk betaald moeten krijgen en dat je niet zomaar foto’s kunt plaatsen zonder naamsvermelding. Maar vergissen is nu eenmaal menselijk. Even de telefoon pakken en vragen hoe we dit samen kunnen oplossen kost geen enkele moeite. Meteen een advocaat op je dak sturen en absurde bedragen eisen is niet de manier hoe we in medialand met elkaar omgaan. Dat is aasgierengedrag. Dus als een van de media waar ik voor werk ooit nog een fotopersbureau nodig heeft, dan weet ik wel wie ik nooit, maar dan ook nooit meer zal benaderen: Fotopersbureau Dijkstra.

 
donderdag 08 december 2016 | Written by André Oerlemans

Het is de dag van de deals

*Pling* ‘Trakteer uzelf, het is de dag van de deals’. De wekelijkse nieuwsbrief van Booking.com die ik iedere vrijdagochtend om klokslag negen uur in mijn mailbox vind, die ik openklik om van het ‘u heeft nog 1 ongelezen e-mail’-icoontje af te zijn, om ‘m meteen weer te sluiten.

 
Het is niet dat ik een hekel heb aan weekendjes weg of nooit iets via Booking.com boek, maar deze manier van e-mailmarketing werkt niet voor mij. Vooral door dezelfde wekelijkse slogan, ‘Trakteer uzelf, het is de dag van de deals’, die met ‘geheime’ deals en ‘superdeals’ meer op mijn lachspieren dan mijn klik- en aankoopgedrag werkt.

 
Achterhaald 
Wat ook niet meewerkt, is dat Booking.com mij gemiddeld één keer in de twee dagen mailt met traktaties voor last-minute deals. Variërend van: ‘Kim, last-minute deals voor Barcelona. Pak ze voor ze weg zijn’, tot ‘Kim: we hebben last-minute deals voor Londen. Boek nu!’ Hierin vind ik vooral de bestemmingen waar ik laatst nog ben geweest, en dus niet binnen een week, een maand of drie maanden nogmaals naartoe wil. Of waar ik woon: ‘Kim, zoek niet verder, de beste deals staan hier: Amsterdam‘. Uhm…

 
Andere slogan 
Dus mensen van Booking, het wordt in ieder geval tijd voor een andere slogan voor de vrijdagochtendnieuwsbrief vol traktaties. En doe eens iets aan het algoritme, zodat ik ook echt bestemmingen in mijn mailbox vind om bij weg te dromen. En niet omdat ik er vorige week nog ben geweest. Dan blijf ik nog voor even lid van jullie nieuwsbrief om te kijken of er iets verandert. Tip: een geheime superdeal voor New York, daar trakteer ik mezelf graag op.
woensdag 30 november 2016 | Written by Kim Buitenhuis

Het blijft toch mensenwerk

Algoritmes, robots en chatbots dreigen veel werk in marketing, reclame en communicatie over te nemen van de mens. Wanneer gaat het fout?

 
Zonder algoritmes is programmatic advertising onmogelijk. Hoe lukt het anders om binnen 0,3 seconden zo’n beetje iedere bezoeker van een website te targetten, zijn profiel aan te bieden op een wereldwijde veiling en te verhandelen, waarna de bezoeker een op maat gesneden advertentie aangeboden krijgt op het moment dat de internetpagina laadt op zijn computer, smartphone of ander device?

Maar hoe geavanceerd het algoritme tegenwoordig ook is; veel mensen krijgen nog steeds ongewenste reclame voorgeschoteld over een reis die ze al gemaakt hebben, een paar laarzen dat ze net gekocht hebben of die verzekering die ze al hebben afgesloten. De menselijke maat ontbreekt. Ergo: steeds meer mensen nemen adblockers.

 
Robotjournalisten
Software robots kunnen zelfs al het werk van journalisten overnemen, claimen sommigen. De Washington Post experimenteerde tijdens de Olympische Spelen met het programma Heliograf, dat via slimme algoritmes korte berichten kon schrijven. Maar dan alleen met uitslagen en medailles. Leuk voor berichten die draaien om data, maar uitgesloten als het gaat om emoties, achtergronden en beschrijving van spannende finales. Want hoe weet de robot dat Dafne Schippers in de 100 meter finale geblesseerd was? En zou hij überhaupt wel aandacht besteden aan een derde plaats van Max Verstappen, na diens wereldberoemde inhaalrace?

 
Schilderij geweigerd 
Waar het echt fout ging in de afgelopen maanden was op Facebook. Toen het social mediaplatform zijn redactie had ontslagen begon het nepberichten te regenen. Algoritmes herkennen die niet. Zelfs de Amerikaanse presidentsverkiezingen werden erdoor beïnvloed. Het toppunt was onlangs de verwijdering van een afbeelding van een schilderij van Pyke Koch door de Facebook bots. Te bloot, luidde het oordeel. Algoritmes zien nu eenmaal het verschil niet tussen kunst en porno. Opvallend omdat Facebook net maatregelen had genomen om dit soort misverstanden te voorkomen, nadat de iconische foto van Nick Ut uit de Vietnamoorlog, waarop Kim Phuc na een napalmaanval met brandwonden, huilend en reddeloos samen met andere kinderen over straat in Trang Bang loopt, om dezelfde reden was verwijderd. Geen mens die deze beslissing genomen zou hebben, maar een robot ziet het verschil niet.

 
Chatbots 
De komende jaren zullen chatbots steeds vaker de rol van servicemedewerkers van helpdesks gaan overnemen. Handig voor simpele antwoorden die mensen met een beetje zoeken op de website hadden kunnen vinden. Maar wat als de vraag persoonlijk wordt en maatwerk vereist is? Geen algoritme zo slim dat het emoties kan herkennen of over zijn hart kan strijken. Mijn voorspelling: dit gaat heel veel klanten kosten.

 
Mensenwerk 
Conclusie: Algoritmes en robots maken ons werk makkelijker, maar zodra ze de menselijke regie gaan overnemen gaat het fout. Maatwerk in reclame, klantenservice, teksten schrijven of beoordelen wat bloot is blijft mensenwerk. Ook in de komende jaren. Dus gebruik data, bots en algoritmes voor marketingcampagnes, gepersonaliseerde advertenties, aanbiedingen, gebruikservaringen en andere transacties en interacties in de online wereld, maar vertrouw er niet blind op. Blijf zelf in control en zorg dat je kan ingrijpen als het fout gaat.
maandag 28 november 2016 | Written by André Oerlemans

John Lewis doet een John Lewis

Als zoveel mensen in heel Europa elk jaar weer reikhalzend uitkijken naar je commercial dan doe je iets goed. Zulke verwachtingen zijn slechts weggelegd voor bepaalde adverteerders. Een goed voorbeeld is de thematische commercial rondom de Amerikaanse Super Bowl. Of…. John Lewis!

 
Emotioneel engagement.
De gemiddelde kijker kan de waterlanders maar nauwelijks bedwingen bij het zien van een John Lewis kerstspotje. Het begon allemaal met de befaamde eerste commercial rond de kerstdagen in 2007: Shadows, waarna elk jaar opnieuw een fantastisch afgestyled hoogstandje volgde, naarmate de jaren vorderden steeds vaker geladen met emotie en fantasieën die tot leven komen. En niet te vergeten: de muziek. Artiesten - soms bekend, soms een stuk minder - coverden al Frankie Goes to Hollywood  met The Power of Love, Real love van The Beatles, Half the world away van Oasis en Sweet child ‘o Mine van Guns N’ Roses voor de soundtrack.

 
Mijn favorieten
Wie herinnert zich niet de gevoelige iconische stop motion animatie met een beer en haas “The Bare & hare” met de muziek van Lily Allen? De making-off vond ik overigens al even imponerend. En dan “Monty the Penguin” uit 2014, waarbij de kijker even op het verkeerde been wordt gezet omdat het ongeduldige jongetje dat niet kan wachten tot het kerst is, niet bleek te kunnen wachten om zijn cadeautje aan zijn ouders te geven. Als er een merk is dat de kracht van de emotie goed weet in te zetten is het de Britse warenhuisketen wel. Allemaal nog eens terugkijken kan hier.

 
Peakweek 
Het online spotten van de commercial houdt veel mensen op social media bezig. Ongeduldig speurde ook ik de hele week al naar hints. Eerder deze week dook er nog een viraal gaande video op, geheel in stijl ván, die voor flink wat verwarring zorgde; mensen zagen het schoolproject van een Britse student aan voor de nieuwste John Lewis commercial. Was helemaal niet de bedoeling van de student, die na het online zetten van zijn kunsten wél is uitgenodigd door de warenhuisketen om eens te komen praten.

 
#bouncebounce
John Lewis is erin geslaagd altijd weer met een verrassing te komen. Ook dit jaar. Gister speurde ik opnieuw naar iets wat op een release leek. Traditiegetrouw maakt John Lewis de spot meestal begin november bekend. Ik vond de eerste uitgelekte beelden op de site van The Telegraph. Op Twitter is door een account, genaamd ‘Bounce’ een filmpje met de #bouncebounce gedeeld waar en hond een springend meisje in haar tuin bekijkt. Zou dit ‘m dan zijn en zou deze boxer met zijn grote ogen daar een rol in spelen?

 
Onverwacht
Vandaag hoorde ik op de radio dat Buster The Boxer inderdaad de hoofdrol in de nieuwe kerstcommercial te pakken heeft. Eenmaal op de plek van bestemming bekeek ik de commercial direct en bleef met gemengde gevoelens zitten. De 10e John Lewis kerstcommercial is geen klassieke tranentrekker. Hoewel in het begin hier alles nog op wijst: de muziek van The Vaults (die Randy Crawford covert), een vrolijk meisje, beelden van een liefdevol gezin, die hond met zijn grote ogen, gevolgd door nog meer dieren in de figurantenrol. En dan de plotwending… Emotie maakt plaats voor een vleugje humor! En hoewel ik even verbouwereerd ben en mijn ongebruikte tissues wegleg, denk ik ook: toch past het bij de retailer die elk jaar weer weet te verrassen. Of het nou door keuzes in muziek, videostijl, hoofdrolspelers of plot is. Dit is een John Lewis-commercial met een dikke knipoog naar een John Lewis-commercial.  Knap gedaan. Toch is daardoor nu al de grote vraag die rijst: maar hoe gaan ze daar volgend jaar dan op voortborduren?

 
 
donderdag 10 november 2016 | Written by Lianne Kooistra

Er wordt minder tv gekeken. Adverteerders, wees blij

Door Patrick Severein

 

Ja, lineair kijken loopt terug. De schaarste in grp’s (volgens tv-exploitanten de enige garantie op ‘massa’) neemt toe. Maar moet je daar op blijven focussen als merk? Of kun je op een andere manier massa bereiken? Ja. Met eigen content. Tegen uiteindelijk veel lagere kosten.

 
Onderzoekers, tv-makers, contentspecialisten en ‘meningmensen’ buitelen regelmatig over elkaar heen. Wéér een onderzoek waarin wordt aangetoond dat er minder (lineair) tv wordt gekeken. En vervolgens ‘welles-nietes’ in de media en fact checking en daar dan weer reacties op. En zo houden we elkaar lekker bezig. Wat geen nieuws is: er wordt echt steeds minder ‘gewoon’ tv gekeken. Dat betekent dus ook dat er veel minder advertenties worden ‘gekeken’. Slecht nieuws voor adverteerders dus? Nee hoor. Kansen mensen, kansen.

 
Corden rules. Tv niet 
Want minder tv, betekent niet minder contentconsumptie. Integendeel, zo blijkt. Al die uren die mensen - vooral jongeren - normaal gesproken voor de tv hingen, besteden ze nu aan het consumeren van andere content. Heel veel springen in dat gat. Vloggers, YouTubers, artiesten als James Corden (die ook nog steeds op tv is, maar veel meer mensen bereikt via YouTube), foodmeisjes op Instagram. Content dus. Waaronder heel veel videocontent.

 
Geld is er genoeg 
Dat gat, daar moeten merken in springen. En rap een beetje. Want daar liggen de kansen (nu nog) voor het oprapen. Al dat weggegooide, met hagel geschoten advertentiebudget, kan veel beter besteed worden aan het maken van eigen (video)content. De behoefte ligt er bij de consument. Het geld ligt er - sorry mediabureaus. Nu nog gewoon doen. Een passend format bedenken of laten bedenken en zelf content gaan maken en uitzenden. Niet per se op tv. Maar online. Op je eigen kanalen. Of via YouTube. Goede content. Waar je doelgroep op zit te wachten. Waar jouw klanten graag naar kijken. En content die iets voor je doet als merk. Waardoor je rechtstreeks in contact komt met je doelgroep, met ze praat, ze bereikt. En.. waardoor je extra sales creëert. Of je loyaliteit vergroot.

 
In één klap massabereik 
Maar waarom zou je als merk je advertentiebudget of een deel daarvan voor tv moeten stoppen in content? Als merk zijnde? Om heel veel redenen. Om rechtstreeks met je klant te converseren dus. Of om zelf te bepalen wat voor content je maakt. En om eigenaar te blijven van alle content die je maakt en die altijd te kunnen gebruiken. Maar vooral: om relevant te blijven. Je doelgroep zit te springen om leuke, goede, fijne content. En die content vinden ze niet meer op tv, waar jouw advertenties dus ook wanhopig proberen om mensen te bereiken. Het enige argument dat over blijft - geleend van mediabureaus en tv-exploitanten - : Ja, maar tv is de enige garantie dat ik ineens, op één avond, de massa bereik. Sorry, maar dat is echt onzin. Je kunt ook met social channels in één klap massa bereiken. Kwestie van slim inkopen of nog beter: aandacht verdienen. Het is wennen, maar het is de nieuwe realiteit.

 
Kruidvat en content 
Laten we als voorbeeld eens een groot-adverteerder nemen. Kruidvat. Deze retailer besteedt nu jaarlijks ruim 75 miljoen euro aan advertentiebudgetten (bruto cijfers 2015). Stel, Kruidvat gaat van dat enorme bedrag voortaan 5 miljoen euro reserveren voor content. Dat is iets meer dan 6,5 %. Dat is niet veel voor eigen content. Kruidvat-content. Content waarmee Kruidvat rechtstreeks communiceert met de doelgroep. En niet, zoals bij adverteren, maar hopen dat de consument je advertentie ziet en dan actie gaat ondernemen. Ooit. Op een dag. En het is slechts 6,5 %. Dus waar hebben we het over?

 
Meerdere online video-series 
En stel, van die 5 miljoen pakken we 3 miljoen voor het maken van content. Natuurlijk beginnen we eerst met een uitgebreide strategie, contentdomein bepalen, etc, etc. Dat is evident. Maar daar stappen we voor nu even over heen. Voor 3 miljoen euro maken we meerdere online video-series, een eigen tv-programma, bouwen we een eigen kanaal en verzinnen we een shitload aan Facebook- en Instagram-content. Om te beginnen.

 
Twee miljoen euro voor distributie 
Restbedrag: 2 miljoen euro. Voor… distributie natuurlijk. Weet je hoeveel mensen je met 2 miljoen euro kan bereiken? Via Facebook. Via YouTube. Via Linkedin. Via Google. Via alles. Nou? Zullen we eens een conservatieve inschatting maken? Zes miljoen mensen. Die bereik je zonder probleem met 2 miljoen euro. Met goede content. Om ze daarna te volgen, te retargetten, naar ze te luisteren, met ze te praten. Ze fan te maken van je merk. Zes miljoen mensen. Rechtstreeks contact. Meerdere keren per week. No problem. En met hoeveel consumenten kom je rechtstreeks in contact door 2 miljoen euro in te kopen rond Heel Holland Bakt? Nou. Precies. Keuze snel gemaakt, toch?

Minder tv-kijkers een ramp voor adverteerders? Nee dus. Misschien is dat nou net de stap voor grote adverteerders om hun budgetten van paid naar owned en earned om te buigen.

 
Patrick Severein is manager videomarketing en contentmarketeer bij LVB Networks
dinsdag 08 november 2016 | Written by Redactie Frank.News

Hoe lang kan wildgroei in OTT nog doorgaan?

Dat lineaire televisie de toekomst niet heeft, is inmiddels wel duidelijk. In de zoektocht naar nieuwe verdienmodellen stort de ene na de andere partij zich op Over The Top content (OTT). Content aanbieden via internet, zonder tussenkomst van televisie-aanbieders. Het gevolg: een ware wildgroei aan VOD waarbij de consument door de bomen het bos niet meer ziet. Hoe lang gaat dit nog goed?

 
Video On Demand lijkt de nieuwe heilige graal in medialand. Of het nu gaat om SVOD of TVOD, iedereen hoopt hier het grote geld te verdienen. De initiatieven schieten als paddenstoelen uit de grond en de markt raakt steeds meer versnipperd. De grote internationale spelers als Netflix en HBO weet de kijker inmiddels wel te vinden. En waar het moeilijk lijkt om met dergelijke partijen de concurrentie aan te gaan, zijn er toch genoeg die dat in Nederland aandurven: Videoland Unlimited, Pathé thuis, NLziet, MyPrime, Film1. En vergeet de nieuwste initiatieven niet. Amazon Prime Video lijkt bijvoorbeeld niet lang meer op zich te laten wachten.

 
Wirwar van aanbieders
Hoe maakt de consument in deze wirwar van aanbieders de juiste keuzes? Welk platform kiezen ze? Waar vinden ze de titels die hun het meest aanspreken? En wat als juist die éne titel die ze graag willen zien, bij een andere aanbieder in het pakket zit? Want hoewel steeds meer consumenten bereid zijn om een maandelijks bedrag te betalen voor een VOD-aanbieder, toch lijken nog niet veel mensen gewillig om er meerdere abonnementen naast elkaar op na te houden.

 
Orde aanbrengen
Kortom: de consument kan wel wat hulp gebruiken. Iemand moet weer orde aan gaan brengen in de chaos van OTT. Is er een partij in staat tot het maken van die ene super handige toepassing die je inzicht geeft in het wie, wat en waar van OTT? Zijn er aanbieders die ook de content van de concurrent aan durven bieden om zo een totaaloverzicht te kunnen geven? Worden er partnerships gesloten die het overzicht terug doen keren? Wie het weet mag het zeggen. Maar dat het anders moet, lijkt een gegeven. Het zal niet de eerste keer zijn dat een overkill leidt tot een black out.
dinsdag 01 november 2016 | Written by Heleen Scheurwater

Nederlandse overheid als pionier in contentmarketing

Door Simon de Wilde
Na de Tweede Wereldoorlog gaf de directie van De Staatsmijnen, het huidige chemieconcern DSM, opdracht tot het uitgeven van een heus bedrijfsblad: Steenkool. Het bedrijf had goed bestudeerd hoe ze dit in de VS aanpakten. Als eindresultaat lag er een uniek product, voorloper van de glossy, waarin de mijnwerker in de spotlight werd gezet. Contentmarketing avant la lettre.
Koninklijke DSM NV is een ware overlevingskunstenaar. In 1902 werd het bedrijf door de Nederlandse staat opgericht om de aanwezige steenkool in Zuid-Limburg te delven. De Staatsmijnen behaalde in 1960 een recordproductie van 23 miljoen ton. Helaas lag de kostprijs van een ton steenkool boven die van een ton geïmporteerde steenkool. Intussen was het bedrijf begonnen met de productie van ammoniak en kunstmest, een bijproduct van het vergassen van steenkool. Het besluit van de toenmalige directie daartoe getuigt van een vooruitziende blik.

TragedieToen in 1973 de laatste mijnwerkers naar boven kwamen en de poorten van de mijnen definitief achter zich dicht trokken, veranderde De Staatsmijnen van naam en werd het kortweg DSM. Met de opgedane kennis van de productie van kunstmest en ammoniak begaf DSM zich op de markt van de bulkchemie en later die van de fijnchemie. Anno 2016 is DSM een succesvol beursgenoteerd bedrijf waarin de Nederlandse staat geen aandelen meer heeft.
Achter dit verhaal van het succesvolle bedrijf dat zich telkens aan de veranderende omstandigheden wist aan te passen, schuilt ook een tragedie. Met het sluiten van De Staatsmijnen werden vele tienduizenden ‘koempels’, zoals de mijnwerkers ook wel werden genoemd in de zuidelijke mijnstreek, werkloos. Een klap die Zuid-Limburg eigenlijk nooit te boven is gekomen. Journalist en schrijfster Marcia Luyten beschrijft dit verhaal op prachtige wijze in haar boek Het geluk van Limburg, waarbij ze het grote verhaal verweeft met de persoonlijke geschiedenis van de mijnwerkersfamilie van de Limburgse zanger Jack Vinders.

ContentmarketingDe mijnen waren vele decennia de economische kurk waar Zuid-Limburg op dreef. Het werk van de mijnwerkers was gevaarlijk en vies. Daarom deed de Nederlandse staat haar uiterste best om genoeg geschikte arbeidskrachten te winnen. Kolen waren tot de ontdekking van de gasbel in Slochteren de belangrijkste brandstof voor de Nederlanders. Je zou kunnen stellen dat dit van vitaal belang was voor de Nederlandse infrastructuur. Om de productie van het zwarte goud op peil te houden, zette de Nederlandse staat contentmarketing in.

Eerste bedrijfstijdschriftKort na de oorlog startte de overheid een campagne om mijnwerkers te lokken. Luyten schrijft in haar boek dat:
“Brochures, krantenartikelen en advertenties werden ingezet, voorlichters kwamen op school en gingen de huizen langs om moeders te winnen voor de steenkool. Mijnwerkers werden gekoesterd, ze kregen voorrang bij de aanschaf van beddengoed, keukenspullen, kleren en schoenen. In 1946 brachten de Staatsmijnen een mooi tijdschrift uit, Steenkool, Nederlands eerste moderne bedrijfstijdsblad en voorloper van de glossy. Het werd gemaakt naar de voorbeelden uit de Amerikaanse Human Relations School: de werknemer, de mijnwerker, stond centraal. De houwer die elke dag diep onder de grond ploeterde, moest voelen dat zijn bijdrage ertoe deed, dat hij werd gewaardeerd.”

Internet als goudmijnVan de mijnen in Zuid-Limburg is vrij weinig overgebleven omdat vrijwel alle infrastructuur direct na het sluiten van de laatste mijn is ontmanteld. Wie over de A2 richting Maastricht rijdt, ziet de futuristisch ogende fabrieken van DSM met alle lichtjes en pijpleidingen. Maar een koeltoren of mijnlift is nergens meer te bekennen. Op internet is de integrale geschiedenis van het eerste moderne bedrijfsblad van Nederland nog wel terug te vinden. Alle jaargangen van het tijdschrift Steenkool (1956-1955) zijn er in te zien. Evenals de jaargangen van het blad Stukkool (1929-1942) en de opvolger van Steenkool, het blad Nieuws van de Staatsmijnen (1952-1985).

ContentmarketingstrategieHet tijdschrift is belangrijk maar de contentmarketingstrategie avant la lettre van de Nederlandse staat omvatte meer. Zo beschrijft Luyten in haar boek dat de Rijkspostspaarbank in 1952 een kinderboek uitgaf: Hans en Nellie ontdekken Kolenland. Elke maand was er een nieuw hoofdstuk voor iedere spaarder die geld inlegde. Uiteraard kregen de lezers, kinderen, een goed, bijna heroïsch beeld van het noeste werk van de mijnwerkers. Verderop in haar boek gaat het over de arbeidsmarktcampagne om arbeidskrachten te werven die tot ver over de landsgrenzen reikte. Er werd zelfs reclame gemaakt voor de Nederlandse mijnen in het zeer katholieke Italië.

TroefEchter, de belangrijkste troef in de contentmarketing van de Staatsmijnen was volgens Luyten de Ondergrondse Vakschool (OVS). In 1945 startte dit instituut voor jongens vanaf 14 jaar. Dit gaf het vak van mijnwerker het nodige aanzien. In Zuid-Limburg heerste dan wel een gevoel van trots op de verdiensten voor Nederland, daarbuiten werd op het beroep neergekeken. En in 1952, met het vijftigjarig bestaan van de Staatsmijnen, werd het boek De boom en zijn vruchten. Vijftig jaar Staatsmijnen in Limburg gepubliceerd. De lezer kon de geschiedenis van de steenkoolindustrie in alle facetten tot zich nemen.

Blik op de VSDe Nederlandse overheid liep vijftig jaar geleden voorop als het ging om contentmarketing. Enkele jaren later volgde het bedrijfsleven, dat altijd al internationaal georiënteerd was, maar na de Tweede Wereldoorlog haar blik op de Verenigde Staten richtte, waar marketing als discipline al ver was ontwikkeld. Zowel de staat als het bedrijfsleven keken goed hoe het er in de Verenigde Staten aan toe ging. En dat gebeurt vandaag de dag nog steeds: kijk maar naar de huidige trend in contentmarketing.

Bronnen:Marcia Luyten, Het geluk van Limburg. (Amsterdam, 2016).
Keetie E. Sluyterman, Kerende kansen. Het Nederlandse bedrijfskleven in de twintigste eeuw. (Amersfoort, 2003).
www.dsm.com


 
Simon de Wilde is Freelance (Bedrijfs)journalist, blogger en verhalenverteller met als specialismen: webredactie, deskresearch en contentmarketing. Zijn blogs op frank.news zijn ook terug te vinden op zijn eigen blog.
 
woensdag 26 oktober 2016 | Written by Redactie Frank.News

Een LINDA in HEMA-saus

Bij een feestje hoort taart. Bij een geweldig branded content-concept hoort een positieve Franky. Hierbij dus.

 
In ons artikel over LINDA.tv kon je al lezen dat de makers van LINDA druk bezig zijn met verschillende uitingen in hun samenwerking met HEMA. Alleen al door de typografie een perfecte match. En zie hier TAART, het magazine waarmee de keten zijn negentigjarig bestaan viert. Oprecht een feestje om doorheen te bladeren. Met of zonder de Redvelvet cake die je door de coverpas  - ook een topconcept in bladenland, mits de korting voor het juiste merk, aansluitend op de doelgroep, bedoeld is - met korting kunt kopen.

 
Kneuterig Hollands 
Het voelt alsof je door de LINDA. bladert, die geheel gedoopt is in HEMA-saus. Je weet wel, die van hun worstenbroodjes. Het kneuterige, Hollandse druipt er vanaf. En dat is genieten. Zonder truttigheid en met een scherpe tone of voice. Wist je bijvoorbeeld dat bekende gezichten als Hadassah de Boer en Manuel Broekman weleens iets gepikt hebben bij de jarige warenhuisketen?

 
Juicy anekdotes
Laatstgenoemde liet de potten haargel zo via z'n gulp zijn broek inglijden. Verder staat het magazine, dat je gratis bij een HEMA-taart en bij LINDA krijgt, vol juicy anekdotes: van uit taart springende strippers tot gezellige kletspraatjes met frivole negentigjarige dames; Écht Hema en branded content in optima forma.
donderdag 20 oktober 2016 | Written by Kim Buitenhuis

IKEA vindt mensen belangrijker dan meubels

IKEA probeert in Amerika een lans voor homohuwelijk en –gelijkheid te breken. Vorige week berichtte AdWeek over IKEA’s opmerkelijke nieuwe campagne. In een van de advertenties zien we twee mannen - duidelijk ook van verschillende afkomst, dat probleem pakken zo ook direct mee - die gezellig tv-kijkend chillen en thee drinken op een Klippan. Of andere IKEA-bank, dat durf ik niet met zekerheid te zeggen, maar dat is ook het punt: die bank, die doet er totaal niet toe!

 
Het is niet de eerste keer dat Ikea een homostel inzet, maar wat dus opmerkelijk is, is dat het onderdeel is gemaakt van een bredere campagne, waarin meer gefocust wordt op mensen in plaats van producten. O, en voor wie ondanks de ‘subtiele’ hint miste dat homo-emancipatie daar onderdeel van is, staat er een vlag pontificaal in de IKEA-woonkamer van de heren. Daarop lezen we: ‘All homes are created equal’.

 
De Amerikaanse droom
Het gay-stel in de IKEA-advertentie is onderdeel van de campagne ‘Where did the American Dream go?’, waarop het antwoord ‘Make the dream yours’ is. Je hoort het goed, de Amerikaanse droom wordt er maar weer eens bijgehaald. ,,Today, it’s not about having more, but being more. Four ourselves. For our loved ones. For the world.” En: ,,We believe all homes are created equal. We believe in upward mobility for all. We beleive sustainibility should be everywhere, not just in Oregon.” IKEA heeft zijn beste Marthin Luther King op de copy gezet. Het is een knipoog, natuurlijk. Maar het voelt als een knipoog die te groot is en op een verkeerd moment.

 
Slim scoren tijdens de verkiezingen
Om met de woorden van de redacteur van AdWeek te spreken: In andere woorden: de Scandinavische megaretailer die groot is geworden door de verkoop van zelfbouwmeubels en woonartikelen aan miljoenen mensen, geeft nu aan dat mensen belangrijker zijn dan dingen. Isn’t it ironic? En dat is precies wat er mis is met deze campagne: het voelt als goedkoop scoren. IKEA heeft onderzoek laten doen naar die befaamde Amerikaanse droom en de beleving bij mensen met verschillende demografische en culturele achtergronden. Slim, in een periode waarin die Amerikaanse droom verder weg dan ooit lijkt te zijn voor velen. Trump heeft ‘m eerder dit jaar dood verklaard, maar vergeet niet te zeggen dat hij de droom wel weer terugbrengt... Hilary riep daarentegen dat de Amerikaanse droom groot genoeg is voor iedereen. Sluit mooi aan bij IKEA’s ideeën daarover dus. Overigens blijkt uit IKEA’s eigen onderzoek naar de beleving van de Amerikaanse droom onder subgroepen dat tweederde van de ‘LHBT’s’ (lesbiennes, homo’s, biseksuelen en transgenders) het idee heeft dat ‘de vrijheid om te leven op de eigen wenselijke manier wel voor hen is weggelegd’. Het spreekt voor zich dat dit 100% zou moeten zijn, maar het is misschien ook een positiever geluid dan zo’n dramatische advertentie doet vermoeden.

 
Nederland kan er ook wat van
Wat is dat toch met bedrijven die homo-emancipatie gebruiken, zonder dat het voelt of er echt een maatschappelijke betrokkenheid uit spreekt? Dit jaar bleek dat maar weer eens tijdens de jaarlijkse GayPride. De inhakers waren niet aan te slepen. Leuk gevonden, de verliefde tompoezen en rookworsten van de HEMA. Maar als vervolgens een conventionele journalist van het Reformatorisch Dagblad de HEMA-woordvoerder in een interview toebijt ,,Kunt u zich voorstellen dat mensen dit ranzig vinden?”, geeft de HEMA-woordvoerder niet thuis. Het toonbeeld van Hollands Glorie ‘afficheert zich niet met de deelnemers van de grachtenparade, die volgens de journalist van de krant vaak "half bloot, in korte, strakke latexpakjes" optreden. Dus, zegt HEMA eigenlijk: wij willen wel een graantje meepikken op zo’n dag voor LHBT’ers, maar het mag ons geen klanten kosten. HEMA was niet de enige. Glorix had afgelopen Gay Pride ook een briljante inhaker. Met hun Pleepride riep Glorix mensen op van hun wc een Airbnb te maken. De fabrikant stimuleerde mensen een vergoeding te vragen en deze te doneren aan het doel dat zij zelf steunen: CATS-project van Unicef, oftewel: betere sanitaire voorzieningen in derdewereldlanden. Waarom juist op deze dag geen goed doel dat opkomt voor de belangen van de LHBT’ers?

 
Nare bijsmaak
Zoals voor alle vormen van marketing en reclame geldt waar een goed doel aan is gekoppeld: het moet echt zijn. Er moet een noodzaak zijn. De campagne van IKEA in Amerika geeft een nare bijsmaak. In Italië was eerder dit jaar ook al een IKEA-campagne met een knipoog naar homogelijkheid. Twee mannen hand in hand winkelend, voorzien van de uitspraak ‘Siamo aperti a tutte le famiglie’ (‘we zijn open voor alle families’. Stukje subtieler, met noodzaak en leidend tot een echt hoognodig debat. Want waar in Amerika homostellen gelukkig eindelijk in elke staat mogen trouwen en kinderen mogen adopteren, is Italië het enige land in West-Europa waar geregistreerd partnerschap voor homo’s niet eens bestaat.

donderdag 13 oktober 2016 | Written by Lianne Kooistra

Hoe Al Gore de ondernemer inspireert

Tijdens het speakersevent Inspiration360 vorige week in de Ziggo Dome was Al Gore één van de grote sprekers. Naast namen als Richard Branson en Bear Grylls moest Gore zorgen dat de goed gevulde zaal vol ondernemers en professionals geïnspireerd weer naar buiten zou stappen. Dat lijkt mij een lastige taak voor iemand waarbij het verhaal vooral draait om een negatieve boodschap: de aarde gaat naar de klote en dat is onze eigen schuld.

 
Gore heeft zich na zijn verkiesbaarstelling voor het Amerikaanse presidentschap in 2000 volledig gericht op het milieu. In een paar jaar tijd werd hij ‘Mr. Climate Change’ en wist hij de Nobelprijs binnen te slepen voor zijn inzet om de kennis over klimaatverandering te vergoten en te verspreiden. Zoals verwacht ging Gore in de Ziggo Dome los over dit onderwerp. De ene na de andere visual over hoe erg de wereld er op dit moment aan toe is. Overstromingen, bosbranden, extreme hitte en droogte, rainbombs. We hebben het allemaal aan onszelf te danken.

 
Marketingtechnieken
Het wordt me al snel duidelijk dat Gore niet enkel een activist is. Hij - en uiteraard het enorme team dat met hem werkt - beschikt over de juiste marketing- en communicatietechnieken om zijn boodschap over te brengen en mensen te bewegen in actie te komen. Hij stelt de zaal drie vragen:

1: Do we need to change?

2: Can we change?

3: Will we change?

Zijn boodschap eindigt gelukkig positief, want de laatste twee vragen beantwoordt Gore met een volmondig ‘Ja’.

Ja, we kunnen veranderen. Er zijn tal van alternatieven voor het verbranden van fossiele brandstoffen, de voornaamste veroorzaker van alle problemen. Voor ondernemers wordt het steeds interessanter om te investeren in bijvoorbeeld windenergie en zonne-energie. De initiatieven op dit vlak schieten als paddenstoelen uit de grond.

 
Morele keus adverteerder
En ja, we willen ook veranderen. Er staat een nieuwe generatie op die zich steeds bewuster is van de gevolgen van klimaatverandering. Zij wíllen veranderen en voeren de druk op voor oudere generaties om hier in mee te gaan. Wil je als adverteerder een jong publiek bereiken en behouden, dan zal je bewust om moeten gaan met de grote vraagstukken rondom het klimaat. Als er één les is die de zaal vol ondernemers van Gore mee naar huis krijgt, dan is het dat duurzaam ondernemen absoluut de toekomst heeft. Wie niet mee gaat in een morele keuze voor de toekomst, zal uiteindelijk buitenspel worden gezet en het verliezen van diegenen die wél dat ene doel hebben: een goede toekomst in een mooie, nieuwe wereld. Ik heb weer hoop…
woensdag 12 oktober 2016 | Written by Heleen Scheurwater

Vier B2B lessen van een T-shirtgigant

Door Steven den Boer

Bij Threadless verkopen ze T-shirts met een opdruk. Niks bijzonders en toch zijn ze mateloos populair. Waarom? Hun online community is leidend in hun communicatie. Daar kunnen B2B marketing- en communicatiespecialisten nog veel van leren.

 
Toen Wired-journalist Jeff Howe de term crowdsourcing bedacht, noemde hij T-shirtbedrijf Threadless als voorbeeld. Dat komt door de strategie die Threadless gebruikt voor zijn product: iedereen mag ontwerpen inzenden en zowel het publiek als een jury stemt hierop. Wekelijks komen er 1.000 ontwerpen binnen en de tien met de meeste stemmen worden op T-shirts afgedrukt. De ontwerper krijgt een gedeelte van de opbrengst. Resultaat: het publiek krijgt wat het wil, de ontwerper voelt zich erkend en Threadless verkoopt T-shirts. De community zorgt er niet alleen dat diens product tot stand komt, maar zorgt voor traffic, zichtbaarheid en conversatie over het merk.

 
Threadless richt zich dan wel op consumenten; in zijn strategie zitten zeer bruikbare handvatten die voor B2B toepasbaar zijn:

 
1: Consumenten zijn producenten (en andersom)
Net zoals Threadless de consument als partner beschouwt voor zijn product, zo moet je als bedrijf je leveranciers als gebruikers beschouwen. Bedenk hoe zij graag het product zouden willen zien en vraag eerlijk aan ze: zou jij het kopen? Je kan hiermee meningen verzamelen en gesprekken krijgen op meta-niveau, die je niet hebt wanneer je alleen over details praat.

 
2: Laat zien wat je in huis hebt
Threadless heeft een grote schare volgers: 2,1 miljoen op Twitter, 900.000 op Facebook en 200.000 op Instagram. En toch zijn ze ooit met 1 T-shirt begonnen. Ze schenken iedere dag aandacht aan hun community. Ze plaatsen foto’s van fans met hun T-shirts, laten video’s via Snapchat en Instagram zien over wat er op de werkvloer gebeurt, organiseren evenementen en zijn online continu in gesprek met de fans. Dit heeft niks te maken met een campagne of reclame maken: het is een onderdeel van de langetermijnstrategie om mensen aan je merk te binden. Nu hoeft echt niet elk B2B-bedrijf dit exact te kopiëren, maar lering kan hier wel uit getrokken worden. Laat zien wat je als bedrijf doet, deel dit online of via evenementen en geef je bedrijf een menselijk gezicht.

 
3: Laat zien met wie je samenwerkt
Wanneer een ontwerp bij Threadless wordt gekozen, krijgt de ontwerper ook de aandacht. Niet alleen naamsvermelding, maar een omschrijving en zelfs een uitleg hoe de ontwerper tot zijn ontwerp is gekomen. Voor een B2B-bedrijf kan zo’n zelfde aanpak heel goed werken. Denk aan het restaurant dat vermeldt bij welke lokale boeren het zijn ingrediënten koopt. Op eenzelfde manier kunnen toeleveranciers met trots vermeld worden, omdat zij bijdragen aan de kwaliteit van het product. Hopelijk wordt hetzelfde voor jouw bedrijf gedaan en versterk je elkaars positie.

 
4: Profileer jezelf online
Dit lijkt een no-brainer, maar het gaat dan ook niet om slechts een website hebben of een Twitter-account aanmaken. De webcare van Threadless is zo toegespitst op de ideologie van het bedrijf, dat het merk door fans als zeer benaderbaar wordt ervaren en daardoor zeer geliefd is. Er is een persoonlijke en speelse tone of voice, snelle reageertijd en ook bij klachten reageren ze adequaat. B2B-bedrijven moeten zich realiseren dat medewerkers van andere bedrijven ook online actief – en te beïnvloeden - zijn en dat ze daar best mee mogen communiceren. Persoonlijk, al dan niet openbaar, maar vooral in de stijl die bij het bedrijf past.

 
Steven den Boer is PR & social media adviseur bij LVB Networks
dinsdag 11 oktober 2016 | Written by Redactie Frank.News

Brandende content

In de rubriek Franky beschrijven redacteuren van frank.news hun eigen, persoonlijke media-ervaring of -ergernis. Vandaag Bas Hakker over het verschil tussen contentmarketing en journalistiek en de vraag wat journalisten aan het eerste kunnen bijdragen.

 
Terwijl ik het prachtige gebouw in Amsterdam Zuid met de nog veel mooiere naam binnen wandel voor het ‘Content & Storytelling Event’ denk ik: wat is eigenlijk mijn wereld? Ga ik de komende jaren mooie verhalen maken voor merken en bedrijven of blijf ik een echte journalist?

 
Beetje meer inhoud

In de koffiepauze raak ik aan de praat met een collega-journalist die tegenwoordig veel voor bedrijven en overheidsorganisaties werkt. Het mooie aan zo’n koffiegesprekje tijdens een ‘congres’ is dat je het even lekker over de sprekers kunt hebben. Interessante cases genoeg, maar we missen een beetje de diepgang. Het zou veel toevoegen als die contentsprekers drie kwartier werden aangepakt door een goede journalist van het stevig, lekker doorvragerige soort. Of dat er een rondetafeldiscussie is over een goed thema, de scheiding tussen journalistiek en marketing bijvoorbeeld. De verhalen met daarin veel eigen parochie zijn eigenlijk afgelopen op het moment dat het interessant gaat worden, als de inhoud het overneemt van de borstklopperij.

 
Geen journalisten in de newsroom

We praten over de Interpolis-case waarin twee sprekers  - Marion Blankers en Annemieke Friesen - bevlogen vertelden over wat er misging op het gebied van content. Het bedrijf uit Tilburg had de ambitie om een echte ‘newsroom’ te beginnen, zo’n plek waar medewerkers prachtige verhalen maken over de gevolgen van stormschade in de landbouwsector, instructiefilmpjes vormgeven over de beveiliging van je huis en een social media campagne starten over wat je wél of juist niet moet verzekeren. Tenminste, zo zouden die collega en ik het aanpakken. De newsroom haalde het niet; in het begin kwamen er nog wel mensen binnenwandelen, vertellen de sprekers, maar na een tijdje was iedereen te druk met andere dingen. Volgens de makers mislukte de newsroom door gebrek aan focus, maar misschien had Interpolis daar een goede journalist moeten neerzetten met hoofdredactionele en financieel-economische ervaring. Hij of zij zou beginnen met een contentplan, daar interne afspraken over maken en daarna een mix samenstellen van journalisten en communicatiemensen. Jyske Bank ging ook niet voor niks in de journalistiek shoppen toen Jyske Bank TV in 2006 werd opgezet.

 
Twee werelden moeten samenwerken

We hebben het over marketeers en journalisten, twee type mensen die elkaar decennia uit de weg gingen. Bij krantenredacties stonden en staan huizenhoge schotten tussen de redactie en marketingafdeling, maar nu moeten ‘de trainingsjasjes’ vriendjes worden met ‘de strak gesneden PC Hooftpakken’. Ik vertel over een van mijn opdrachtgevers waarvoor ik alweer een tijdje journalistieke verhalen schrijf. Op een dag vroeg diezelfde opdrachtgever mij een advertorial te schrijven voor een groot corporate bedrijf. Dat lijkt me prima, gewoon een goed verhaal maken en ik pak het op dezelfde manier aan als mijn journalistieke verhalen. Dus ik bel niet vooraf met het bedrijf dat geld betaalt voor het verhaal, maar kies een inhoudelijke insteek en wandel het grote bedrijf binnen waar ze trouwens hele goede koffie hadden. Dom natuurlijk. Nadat de aardige PR-mevrouw mij een hand geeft, vraagt ze: wij willen meer jongeren bewegen om hier te werken met jouw verhaal, maar hoe zou jij dat aanpakken?

 
Iets murmelen over bereik van doelgroepen

Shit. In de journalistiek maak je gewoon het beste verhaal dat er te maken is, maar deze aardige communicatiemevrouw vroeg gewoon keihard marketingcommunicatie-advies. En terecht. Het is een klassiek verschil tussen contentmarketing en journalistiek. Het belang ligt in het eerste geval bij het bedrijf of merk en in het tweede geval bij de lezer. Daar zit wel overlap tussen, maar het is niet hetzelfde. Ik murmelde wat over het bereik van doelgroepen, maar daar kwam ik natuurlijk niet mee weg. Het zou een typische reactie zijn van een journalist om te zeggen dat ze er helemaal niets van snapt. PR-mensen zijn nu eenmaal allemaal gek, maar in dit geval was het volledig mijn eigen domme fout. Tegen die opdrachtgever had ik moeten zeggen: ik wil een commercieel uurtarief in plaats van mijn gewone woordprijs en dan pak ik het ook professioneel aan. Ik had een voorbezoek moeten inplannen plannen bij de aardige PR-adviseur om de doelstelling en de doelgroep vast te stellen. Daar had ik over moeten nadenken en per mail met een mini-strategie moeten komen. Weet ik veel; er moest een goede documentaire komen over een jonge werknemer die in een jaar tijd was opgeklommen van de jongste bediende tot iemand met veel verantwoordelijkheden. We zouden terugkijken op een bijzonder groot interview dat op te knippen was in verschillende delen, want handig voor social media. Ik had de fotograaf uitgebreid moeten briefen en datzelfde geldt voor de cameraman. Kortom; het gave verhaal over een ambitieus meisje was de basis geweest en dat zouden we op verschillende manieren distribueren; intern en extern.

 
Advies van Cor: lees eens een goed boek

We concluderen dat er nog veel bruggen te slaan zijn tussen marketingmensen en journalisten. Wat weet de gemiddelde journalist van een communicatiestrategie en wat weet een beetje marketeer van eerlijke, oprechte verhalen waarin het commerciële aspect een tikkie naar de achtergrond schuift? Dagvoorzitter Cor Hospes zei het treffend: ,,Ik wil graag goede verhalen maken voor bedrijven en merken, maar ik kan geen mensen vinden die het kunnen schrijven.” Dus terwijl redacties inkrimpen en grote titels verdwijnen, kan de leuke dagvoorzitter Hospes niemand vinden die een fatsoenlijk verhaal schrijft? Hij heeft dan ook een goed advies voor mensen met de ambitie om als contentmaker aan de slag te gaan in het bedrijfsleven; lees eens een goed boek.

 
Bureau voor content marketing
Een jaar geleden wist ik het zeker; met mijn marketingcommunicatie-studie en ervaring in het schrijven over media en marketing is de stap naar contentmarketing een meer dan logisch. Ik schreef wat advertorials, schaduwblogs en interviewde mensen óver branded content. Terwijl ik me vol op contentmarketing stortte (life is what happens to you…), kwamen er wat nieuwe klanten bij in de journalistiek. Zou ik dan toch meer journalist zijn dan ik wilde toegeven? Terwijl ik naar de goede case van Vice luister  - ‘ik ben 30 en weet niets van snapchat’ -, weet ik dat die gedachte onzin is, misplaatste ijdeltuiterij. Natuurlijk vind ik de (freelance) journalistiek geweldig, maar dat bureau voor contentmarketing moet er gewoon komen, liever vandaag dan morgen. Zo’n bureau dat goede verhalen bedenkt en uitvoert samen met een netwerk van filmmakers, social media experts en journalisten. Ach, zo revolutionair is het ook weer niet allemaal: LVNetworks doet het al jaren zo, maar ze kunnen daar in Amersfoort nog wel wat concurrentie gebruiken.
dinsdag 11 oktober 2016 | Written by Bas Hakker

Blokker is nog lang geen Bijenkorf

Natuurlijk liep het niet storm op de openingsdag van Blokkers ‘Dolle Dagen’. En waren er geen mensen die elkaar nog voor binnenkomst vertrapten en wild om zich heen graaiden. Was er ook maar iemand die dacht dat het zo zou gaan? Blokker zelf? Na alle gevallen klappen in retailland, gun je het een keten van formaat dat zoiets lukt. Niets mis met de intentie, maar in de uitvoering doet de Dolle Dagen vooral denken aan een kat in het nauw…

 
Denk ik aan Blokker, dan denk ik aan pannenlappen. Aan snel nog even een setje goedkope wijnglazen halen voor dat casual etentje voor 6. Aan prima serviesgoed voor een bescheiden prijs. En aan een ruime keuze in schoonmaak ‘hardware’, batterijen en gloeilampen. Ik zou er mijn snijplanken kopen. Omdat ik ervan uitga dat ik er zo’n gekleurde driedelige set vind, voor een bedrag onder de € 15,-. Wil ik er meer aan uitgeven – laten we zeggen € 50,- - dan ging ik wel naar een kookwinkel of naar de Bijenkorf. Die koop ik niet bij de Blokker. Ook niet omdat de set toevallig eerst € 86,90 was. Want over planken gesproken: met afgeprijsd assortiment dat duurder is dan je reguliere assortiment sla je ‘m volgens mij een beetje mis. Blokkers Dolle Dagen-assortiment doet je afvragen waar de afdeling inkoop met haar gedachten zat.



Na-apen
De suggestieve naam, die bedoeld duidelijk verwijst naar de voormalige uitverkoopdagen van De Bijenkorf, past bij Blokkers ambitie ‘in het gat te stappen dat V&D’s Prijzencircus of De Bijenkorfs Drie Dwaze Dagen hebben achtergelaten’. Ook het idee van de A3-formaatboekjes met het assortiment per dag is een mooi voorbeeld van beter goed gejat dan slecht bedacht. In dat licht is ‘Aap Dollie’ die symbool moet staan voor Blokkers Dolle Dagen niet gek gekozen. Bij de Blokker in Nijmegen is de Dollie-knuffel te koop voor een tientje, ernaast prijkt een grote Nijntjes-knuffel. Ook te koop voor een tientje... Welke keuze zou mama maken? En zo voelt eigenlijk alles aan de Dolle Dagen: als een ondoordacht concept, dat in allerijl bedacht is en is geschreven met een gehaaste pen. Tijdens mijn vroegere bijbaantje bij La Place heb ik meerdere Prijzencircussen meegemaakt. De spanning, gretigheid, mensen die daadwerkelijk naar binnenstormde, de aanbiedingen: ik zie of voel niets van dit alles terug in de Blokker-winkels.

 
Alleen vandaag!
Wie op zaterdag (de vierde actiedag) om 9.00 in de winkel verschijnt, krijgt een ‘wervelend aandenken. Een superleuke windmolen voor op de fiets’. (Een plastic molentje op een stokje). De dolle aanbiedingen in het boekje staan kriskras door elkaar; er is weinig lijn in te ontdekken. In de actiecommunicatie barst het van de superlatieven die me zowel de eerste beste gloeilamp als koffiezetapparaat moeten overtuigen dat dit het beste ooit is. Maar om met zulke over the top communicatie weg te komen ontbreekt er een dikke spreekwoordelijke knipoog. Al is de ‘alléén vandaag-aanbieding voor de Tomorrow’s kitchen vacuüm container set’ een leuke poging, zij het hoogstwaarschijnlijk onbedoeld.



 Streeft z’n doel voorbij
De ene winkel is de andere niet en dat blijkt wel als ik de Blokker uit de Broerstraat in Nijmegen-centrum vergelijk met het ‘voorbeeldfiliaal’ in de Bilderdijkstraat, Amsterdam, waar april dit jaar de uitrol van het nieuwe concept plaatsvond. In Nijmegen is het flink zoeken naar het Dolle Dagen-assortiment; deze héle winkel is een doldwaze schreeuw om aandacht. Vrijwel elk gangpad heeft een kopstelling vol actie-assortiment. En dan zijn er nog de losse actiebakken en -blokken. ,,Nee, dat staat los van de Dolle Dagen. Die zijn normaal gevuld met ‘gewoon actieassortiment’”, beantwoordt de verkoopster mijn oprechte verwarring. Esthetiek is ook ver te bekennen. Elke product lijkt te schreeuwen: kies mij, kies mij! “Nu of nooit!” roept een bak met kussenvullingen à € 1,13. ‘Actie! Actie!’ prijkt er bij de trekbandzakken van € 1,99. Random actiecommunicatie, bij random gekozen producten. Zo lijkt het. Bij deze communicatie had een nieuwe stijl in de kleuren geel/blauw beter gepast. Maar in deze specifieke winkel gaat wel meer mis, constateer ik als ik voor een rek met Pritt-stiften, markeerstiften en vilten stoelpootbeschermers sta, aangeduid met ‘Gadgets’.





 6 bezoekers
De verkoopster in Nijmegen zegt na een lichte aarzeling dat het wel wat drukker was die ochtend en dat er extra personeel is ingezet. ,,Nee, zeker geen rijen, dat ook weer niet.” Op dat moment slenteren er 6 vrouwen in de winkel van gemiddelde omvang. Als deze vrouwen met een gerichte koopintentie de winkel instapten vanwege alle dolle aanbiedingen weten ze ‘m goed te verbergen. De winkel in de Amsterdamse Bilderdijkstraat staat er wat beter bij, maar dat mag je ook wel verwachten van ‘de uitblinker van de klas’; hier vond een paar maanden terug nog de uitrol ‘Blokker nieuwe stijl’ plaats. Minder chaos, een meneer die buiten koffie uitdeelt vanuit een opvallend oranje ‘koffiemolenautootje’, een oranje loper en een uitnodigende pui. Maar ook in deze drukke straat tel ik – rond 16.00 – hooguit 12 bezoekers, mijzelf incluis. Het winkelpersoneel vertelt me dat er al het een en ander uitverkocht is (ik zie nergens opvallend lege vakken) en dat er die ochtend een bescheiden groepje mensen voor de deur stond te wachten.



Vreemde acties
In het actieassortiment zijn opmerkelijke keuzes gemaakt. Die eerder genoemde snijplankenset à € 50,- is nog niet eens het gekste. Ik zie vooral veel price-offs op elektronica in het boekje, waarbij ik bij het zien van de originele adviesprijs telkens denk: ,,goh, was dat product oorspronkelijk echt zo duur dan?” Terwijl Blokker zich sinds de uitrol van haar nieuwe stijl positioneert als het warenhuis met alles op gebied van koken en wonen, valt er deze bijzondere actieweek ook te halen: een seniorentelefoon met vooroorlogse allure (senioren gebruiken ook smartphones!), een rollator voor € 100,- in plaats van €179,- en kunstkerstbomen (beter te vroeg dan te laat). Maar ook een Salora (wie?) tv voor € 249,-, een afgeprijsde elektrische tandenborstel en keukenweegschaal voor nog altijd € 144,- en € 159,-. Een espressoapparaat voor de ‘te dolle prijs’ van € 299,-. En een tientje korting op online poetsdienst Helpling (lekker anticyclisch: een online-dienst via print verkopen). Kun je trouwens beter even Googlen volgens mij, want ik heb wel eens betere acties voorbij zien komen. Oh, en je kunt een auto kopen. Of winnen. Althans een jaar lang in die auto gratis rijden. Althans als je daarbij dan ook een private leasecontract afsluit voor 3 jaar à € 199,- per maand. Althans als je niet meer dan 10.000 kilometer rijdt, anders vast duurder. En mooi oranje is niet lelijk: je rijdt dan wel met een bestickerde bak rond. Begrijpt de gemiddelde Blokker-klant überhaupt hoe dit zit? Ik niet.

 
Niet op de hoogte
In beide winkels kan het personeel me niet uitleggen wat de actie nou behelst. In Amsterdam lijken ze zelfs niet eens echt op de hoogte van de actie. ,,Dat is volgens mij iets anders. Dat is van Blokker.nl. Moet je maar even online kijken, we hebben hier gratis WiFi,” zegt een niet onwelwillende jongen die ik zowel een flyer als boekje uit de winkel laat zien. Als ik later tuis de website bezoek, is de enige mogelijkheid om meer info te krijgen: meedoen met een memoryspel, waar we Dollie in dolkomische posities te zien krijgen. Na het uitspelen kan ik meer informatie krijgen als ik mijn mailadres opgeef. Dat is het moment dat ik bij dubieuze acties altijd afhaak. Nu dus ook.



Online en offline
Onderdeel van Blokkers nieuwe concept is ook de sterkere focus op e-commerce. Met een webshop met 35.000 artikelen moet de Blokker-klant hier ook na sluitingstijd al zijn spullen kunnen vinden, zo is het idee. Niet al het dolle dagen-assortiment is dan ook in de winkel te vinden. En dat is onhandig als je met een boekje, waarin de twee categorieën volledig door elkaar staan, in de fysieke winkel verschijnt.



Wel kopen
Is alles mis aan deze actie? Nee. Er zit zeker een aantal goede actieproducten tussen, maar dat zijn voornamelijk de producten die je ook verwacht te vinden bij de Blokker en die je nu voor een lagere prijs koopt. De 4-delige pannenset voor € 149,- (ruim 50% korting), een sterk afgeprijsd stoomstrijkijzer, 25% korting op alles van een huishoudmerk, vaatwastabletten voor weinig, kaarsen, korting op die wijnglazen en dat serviesgoed en wat trendgevoelige interieurproducten, zoals een leuk geprijsde light box (goede vondst!). Kortom: producten die je er verwacht te vinden en producten die je sneller meeneemt omdat je er toch bent. De standaard weekaanbiedingen die in een standaard huis-aan-huisfolder thuis horen. Maar het heeft te weinig om het lijf om van de daken te schreeuwen dat je met ‘de grootste actie ooit komt’. Wie hard schreeuwt, wordt niet altijd het beste gehoord.
vrijdag 30 september 2016 | Written by Lianne Kooistra

Tijd voor activerende content

Door Koop Brandsma

 

Voor de meeste contentstrategieën wordt tegenwoordig dezelfde strategische formule gehanteerd: 50% contentcreatie, 25% content distributie, 25% paid promotion. Maar haal je daarmee je echte doelstellingen? Tijd om deze oude mindset overboord te gooien. Tijd om aan deze mix activerende content toe te voegen, om zo het succes (KPI) van een campagne of platform te vergroten.

 
Wie heeft het niet eens geadviseerd of verteld? 50% contentcreatie, 25% content distributie/management en 25% paid promotie is de sleutel voor ieder succesvol platform of campagne. De praktijk is echter dat je op die manier veel content zonder doel maakt. Dit zagen wij ook: een gemiddelde klikfrequentie (CTR) op social media en eenmaal op het platform geen beweging richting je doelstellingen. Logisch ook: door via de oude formule te werken maak je veel ‘me too-content’ – waarbij iedereen eigenlijk hetzelfde schrijft - zonder doel.

 
Activerende content
Tijd om activerende content aan de mix toe te voegen. Content die maar één doel heeft: werken aan de doelstellingen die je in de strategische fase met elkaar hebt afgesproken. Content die binnen een funnel naar een duidelijk doel toewerkt. Het doel van de klant of het bedrijf. Content die ervoor zorgt dat mensen zich aanmelden voor een nieuwsbrief, een event, een like, iemand een lead kunnen noemen, net wat je doel is.

 
Formats
Ja, formats dus; we zijn er een groot fan van bij LVB Networks. Met een reden natuurlijk. Het is de manier om voor langere tijd top-content te maken. Niet alleen om te maken is het super leuk, maar ook kan je van een format een ‘rond verhaal’ maken. Een rond verhaal is volgens ons dat je vanuit een format iemand activeert om ‘iets’ op de website te gaan doen. Wat wij vaker doen is een formatelement pakken en dat speelbaar (bruikbaar) maken voor de doelgroep. Het is een voorbeeld en werkt echt. Wat je ook kunt doen is je content heel sectorgericht maken, als je een product hebt dat voor meerdere doelgroepen interessant is. Wat wel blijft is dat activerende content bijna altijd top-funnel content is.

 
En de niet-activerende content
Je blijft natuurlijk content maken om je website ‘in leven’ te houden. Content waarvoor mensen op je website komen (SEO-content) of content die je als mid-funnel content kan gebruiken. Om lezers of kijkers van de activerende content verder de funnel in te trekken. Het vormt de onderlaag voor je activerende content omdat je er wel vanuit gaat dat de doelgroep ook op deze content wacht.

 
Tijd om marketing in contentmarketing te stoppen
Waarde creëren voor de klant of voor je bedrijf met contentmarketing. We zijn er allemaal naar op zoek. Daarin moeten we onszelf dwingen om keuzes te maken. We moeten onszelf dwingen om strategisch na te denken over doelstellingen en ze er niet later bij te verzinnen. Activerende content strategisch meenemen in de ontwikkeling van een platform of campagne zorgt voor deze commitment. Het maken van een duidelijke funnel is het doel. En het dwingt je om creatief te zijn. Saaie funnels werken namelijk niet. Geen me-too content dus meer. Je moet activeren!

 
Koop Brandsma werkt als funnel architect/videomarketingspecialist bij LVB Networks.
 
woensdag 28 september 2016 | Written by Redactie Frank.News

Schaamteloze deal

Door Bruno Braakhuis

 

De deal die de Europese Unie heeft met Turkije beheerst al maanden lang de media en de politiek. Eigenlijk is de deal ronduit beschamend en in mijn ogen onethisch. Om in elk geval twee redenen en beide hebben te maken met het onvermogen van de Unie om tot coherent en centraal beleid te komen.

 
Laat ik toelichten waarom ik dit vind. De eerste reden ligt eigenlijk nogal voor de hand. Het Europese vluchtelingenbeleid is failliet. Door enerzijds een gebrek aan in Brussel gecentraliseerde slagkracht, tegengehouden door nationale belangen onder de vlag van nationale soevereiniteit, is het schier onmogelijk om als EU coherent en slagvaardig op te treden. Onze buitengrenzen zijn een vergiet. Door protectionisme zijn we niet in staat vooruit te denken en reageren we alleen maar defensief op externe problemen. Ook is er geen Europees defensie- en buitenlands beleid. Ieder voor zich en God voor ons allen. Tot zover de bestuurlijke realiteit van de Unie. Het enige wat we dan blijkbaar kunnen verzinnen, is een ander met ons probleem opzadelen en door het stof gaan met een wanhopige hulpvraag. Wat een armoede. Turkije blij met de centjes en de politieke macht die haar in de schoot geworpen wordt.

 
Voor elkaar opkomen
 De tweede reden vind ik minstens zo bezwaarlijk, maar is iets complexer en van ethische aard. Hier maak ik even de vergelijking tussen de NAVO en de EU. De NAVO is een militaire organisatie, waarin landen zich verenigd hebben omwille van gezamenlijk defensiebeleid. Dit beleid is van defensieve aard en kenmerkt zich door afspraken over voor elkaar opkomen en gezamenlijke investeringen op militair gebied. De NAVO is daarmee niet waardengedreven, anders dan het delen van militaire en defensieve belangen. Om die reden heeft de NAVO in alle rust in het verleden afspraken kunnen maken met dictaturen. Ook met Europese dictaturen, zoals voorheen Spanje, Portugal en Griekenland. En dat begrijp ik. Hou er niet van, maar a la.

 
Waardengedreven
 In tegenstelling tot de NAVO, is de EU wél een waardengedreven organisatie. Niet alleen is de EU ontstaan door ons economisch te verbinden, om langs die ontstane wederzijdse belangen vrede in Europa te waarborgen, maar ook stellen we allerlei eisen aan potentiële lidstaten om mee te mogen doen. En die eisen zijn zeker niet alleen economisch. We stellen eisen op, die ook gericht zijn op het delen van waarden, zoals we die binnen de Unie belangrijk vinden. Bijvoorbeeld op het gebied van burgerlijke gelijkwaardigheid, mensenrechten, persvrijheid e.d. Zaken die we bijvoorbeeld in onze grondwet verankerd hebben.

 
Onethisch
In dat licht is de deal met Turkije ronduit beschamend en in mijn ogen onethisch. Sinds het aantreden van Erdogan heeft het land zich in rap tempo ontwikkeld tot een dictatuur, waar de persvrijheid beknot is, waar mensenrechten worden geschonden en waar vakbonden worden ontbonden. Nederlanders van ooit Turkse oorsprong worden aangezet tot Turks nationalisme, waarmee onze soevereiniteit van binnenuit wordt aangetast. Met dat land, dat alle rechten om toe te treden tot de Unie verspeeld heeft, maakt de Unie vervolgens een deal vanuit de eigen onmacht om het vluchtelingenbeleid zelf op een adequate en humane manier op te lossen. Liever laten we dat over aan een dictatuur die het niet zo nauw neemt met de belangen van deze vluchtelingen, vaak getraumatiseerd door de oorlog in hun thuisland waar wij geen bemoeienis mee wensen te hebben.

 
Failliet
De deal met Turkije is daarmee eigenlijk een failliet van de waarden die onder de Unie liggen. Want als het ons uitkomt zetten we die waarden rustig opzij, om ons weer rustig te kunnen wentelen in onze nationale soevereiniteit, ons vellig te voelen achter de dijken, zonder last te hebben van mensen die eigenlijk onze hulp nodig hebben, hier en in hun thuisland, maar waar we liever de ogen voor sluiten. En Erdogan lacht schaamteloos in zijn vuistje. Om onze schaamteloosheid.

 
Bruno Braakhuis is samen met Maarten Lemmers bedenker, oprichter en eigenaar van Abaelard
maandag 26 september 2016 | Written by Redactie Frank.News

Magazine plus

In de rubriek Franky beschrijven redacteuren van frank.news hun eigen, persoonlijke media-ervaring of -ergernis. Vandaag Kim Buitenhuis over de vele cadeaus die buitenlandse uitgeverijen bij hun magazines stoppen.

 
Als tijdschriftenjunkie neem ik niet alleen kilo's magazines mee naar mijn vakantieadres, ik scoor het liefst ook nog stapels op de plaats van bestemming. Niets leuker dan een kijkje in de keuken van bladen over de grens.

 
Slippers
 Zo ook tijdens mijn laatste vakantie; het eerste wat mij opvalt in de Spaanse kiosk zijn de gigantische tijdschriftenpakketten. Niet van meerdere bladen samen, nee, van enkele magazines met product plus. Je kunt het zo gek niet bedenken of de Spaanse uitgeverijen stoppen het bij hun vrouwenglossy. Zo had ik mijn strandslippers, handdoek, strandtas, koptelefoon en mascara net zo goed thuis kunnen laten. Als je het mij vraagt een perfecte manier om (nieuwe) lezers te trekken.

 
Handig en eenvoudig
 In Nederland gebeurt dat vooral bij kinderbladen. Ook leuk, maar niet mijn doelgroep. En maar heel sporadisch bij andere magazines. Zo kreeg ik een paar maanden geleden een notitieboekje bij de Marie Claire. Eenvoudig, maar wel heel handig. Ik neem het overal mee naartoe en heb al een aantal keer de vraag gekregen waar ik dat leuke boekje heb gekocht. Feit blijft natuurlijk dat het magazine zelf van goede kwaliteit moet zijn om de lezer voor lange termijn aan zich te binden. Om mijn 'vakantieglossy's' daar echt op te beoordelen, moet ik toch eerst maar eens op Spaanse les.
woensdag 21 september 2016 | Written by Kim Buitenhuis

Laatste seizoen DWDD

In de rubriek Franky beschrijven redacteuren van frank.news hun eigen, persoonlijke media-ervaring of -ergernis. Vandaag Bram van Noord over het naderende einde van De Wereld Draait Door.

 
Het schip DWDD lijkt zinkende. Allereerst moet ik bekennen dat ik dit een paar seizoenen geleden al dacht. Maar nu kan het bijna niet anders. Een aantal recente gebeurtenissen wijst daar op. Zo is er het vertrek van hoofdredacteur Dieuwke (spreek uit Djoeke) Wynia, de vrouw die de afgelopen jaren een twee-eenheid was met presentator Matthijs van Nieuwkerk.
Zij kondigde haar vertrek aan op een beetje vreemd moment. Namelijk een week nadat het nieuwe seizoen DWDD is begonnen. Waarom niet aan het einde van het vorige seizoen? Deze vreemde timing doet vermoeden dat er meer aan de hand is.

 
 
Sektarische trekjes
En Dieuwke ís en ademt net als Matthijs DWDD. Er zijn al heel wat stukken geschreven over de toch wat sektarische trekjes van het team dat het programma maakt onder haar leiding, zoals het artikel in de Volkskrant De harde wereld achter De Wereld Draait Door van ruim een jaar geleden. Dieuwke verdedigt de DWDD-kerk met hand en tand en kritiek wordt niet geduld, zo ondervond Arnon Grunberg al eens.

 
Lagere kijkcijfers
Tegelijk met het vertrek van Dieuwke valt nog iets op: DWDD is nu bijna drie weken bezig en het programma scoort veel minder dan vorig seizoen, toen het programma op NPO 1 steevast 1,2 à 1,3 miljoen kijkers behaalde. Nu haalt het de top-10 wel, maar verder dan 800.000 kijkers komt het vaak niet. En het warme weer mogen we daarvan toch niet de schuld geven, want het NOS Journaal dat daarna komt, presteert stabiel.
Men moet toch een beetje in paniek zijn. Hoewel het knap is hoeveel energie Matthijs van Nieuwkerk elke dag weer in het programma steekt, zal hij zich nu toch ook wel even achter de oren krabben.

 
 
RTL4
Gaat hij nu nog meer op de automatische piloot? Laat hij al zijn vrienden die de afgelopen jaren hun boekje, film, toneelstuk, privéleven (Halina!) of andere hobby’s mochten promoten nog eens achter elkaar opdraven? Nodigt hij een week lang singer-songwriters uit die een popklassieker verkrachten? Of houdt hij het binnenkort ook gewoon voor gezien en haalt RTL4 hem binnen? Over dat laatste wordt al druk gespeculeerd.
Het merk DWDD is weggezakt, de formule is sleets en het kan niet anders dat er in de loop van of na dit seizoen iets gaat gebeuren. Dit zou wel eens het laatste seizoen van DWDD kunnen zijn.
vrijdag 16 september 2016 | Written by Bram van Noord

By accepting you will be accessing a service provided by a third-party external to https://www.candidplatform.com/

Be Candid,
it’s contagious.

Candidness is the quality of speaking with
honesty and authenticity. Our Candid editorial
team shares stories that matter on media, data,
marketing, creativeness and technology.

Our Candid editorial team
creates stories that matter.