Candid. Platform
for growth.

Een beetje klaar met Facebook

We staan er lang niet altijd bij stil, maar big data beïnvloeden onze levens steeds meer. Dat ene paar schoenen dat je voorgeschoteld krijgt in een advertentie. Dat specifieke trainingsprogramma dat speciaal voor jou is samengesteld. Maar ook het behandelplan dat een arts voor je selecteert. Data zijn overal. Vaak in ons voordeel, maar zoals bij alle nieuwe ontwikkelingen worden de grenzen ook opgezocht. En in dat soort gevallen heb ik soms moeite om angstige toekomstvisioenen te onderdrukken.

 
Social credit system
Zo ook toen ik onlangs las over het Chinese plan voor een zogenaamd ‘social credit system’. Dit initiatief van de Chinese regering moet een soort reputatiesysteem worden waarbij elke burger op basis van door de regering ingewonnen data wordt gewaardeerd op zijn gedrag. Ieder individu krijgt een beoordeling op vier vlakken: administratieve zaken, commerciële activiteiten, sociaal gedrag en juridische zaken. Hoe precies is nog onduidelijk. Wanneer je het social credit system opzoekt op Wikipedia staat daar groot een waarschuwing bij: ‘hoge nieuwswaarde, weinig over bekend, veel speculatie.’

 
1984-achtig
Dat laatste is niet heel verrassend natuurlijk. Je hoeft niet over heel veel fantasie te beschikken om te bedenken tot wat voor absurde situaties een dergelijk systeem kan leiden. Niet te spreken over het enorme misbruik dat op de loer ligt. De Chinese regering beweert enkel goede bedoelingen te hebben met het plan: een eerlijke en oprechte samenleving creëren en corruptie en criminaliteit tegengaan. Maar ja, dat hebben we eerder van ze gehoord. In mijn beleving is deze vorm van totale controle over de bevolking een 1984-achtig scenario dat we te allen tijden moeten voorkomen.

 
Verbale blubber
Maar toch hè… Heel soms… Als ik op social media de zoveelste roeptoeter voorbij zie komen die meent in de anonimiteit van het internet alle mogelijke verbale blubber te mogen uiten tegen wie dan ook. Op zo’n moment denk ik: zou zo’n systeem niet iets zijn voor Mark Zuckerberg? Vorig week nog plaatste RTL Nieuws al dan niet expres een uitdagend bericht op Facebook met de vraag een nieuwe naam te verzinnen voor de politieke partij van Sylvana Simons. En ja hoor, daar gingen we weer. Met z’n allen massaal tekeer gaan tegen Sylvana met teksten waar je als meelezer het plaatsvervangende schaamrood van op je kaken krijgt. Je mag vinden van Sylvana wat je wil. Je mag vinden van wie of wat dan ook ter wereld wat je wil. Gelukkig leven we in een land waar dat kan. Maar heb een beetje respect voor elkaar. Hou het netjes. Zie het internet niet als een vrijplaats voor al je opgekropte frustraties waar je iedereen een mes in zijn rug mag steken.

 
Social media-moe
Ik ben inmiddels behoorlijk social media-moe door dit soort gevallen. Waar je me voorheen met geen tien paarden uit m’n Facebook-app kreeg, moet ik mezelf tegenwoordig bijna dwingen om eens te kijken wat er allemaal speelt op mijn tijdlijn. Ik ben er klaar mee. Al die meningen. Al die zeikerds. Al die mensen die zo ontzettend graag gehoord willen worden. Al die beledigingen en al dat tuig. En ik merk om me heen dat ik niet de enige ben. Aan Zuckerberg de uitdaging om zijn Facebook een beetje aantrekkelijk te houden voordat zijn publiek massaal afhaakt.

 
Reputatiesysteem iets voor Facebook
Op zo’n moment zie ik zo’n reputatiesysteem wel zitten. Hoppekee! Een negatieve beoordeling voor iedereen die racistische opmerkingen plaatst. Die zonder schaamte naaktfoto’s van een ander het internet opslingert. Of die het nodig vindt via sociale media iemand helemaal af te branden. Eens kijken hoe snel je nog een baan of een partner vindt met een openbare reputatie als racist, seksist of onverbeterlijke aso. Hopelijk denk je dan tien keer na voordat je je inferieure teksten online gooit. Maar ja, ik geef het toe, het gaat wel wat ver natuurlijk..

 
donderdag 06 juli 2017 | Written by Heleen Scheurwater

Marketing, mensen en…winkelrobots

Je kunt als marketeer de mooiste en meest onderscheiden campagnes inzetten voor je merk, als personeel in de winkel onkundig en onvriendelijk te werk gaat, is alles voor niets. Kunnen robots hierin verbetering brengen?

 
Het succesvolle Kruidvat wordt de laatste tijd behoorlijk geprezen in marketingland, zeker afgezet tegen het zieltogende Blokker. Schrijvers en lezers van dit soort positieve stukjes moeten echter eens op een willekeurige middag een Kruidvat-winkel binnenlopen. Dan zie je een lange rij wachtenden voor de kassa, een kassière die vergeefs belt om hulp en een stel keuvelende winkelmeisjes achter in het magazijn, die het vertikken om bij te springen. Als ze dan even later toch nukkig de winkel binnenkomen kijken ze me verbaasd aan als ik een vraag stel over deodorant. ,,Eeehhhh, dat hebben we niet,” luidt het antwoord, waarna ik het even later toch zelf vind in een van de schappen. Daar kan geen marketingcampagne meer tegenop.

 
Houten plank 
Hetzelfde vergaat klanten de laatste jaren bij een bouwmarkt. Campagnes als ‘Geen punt’ vertellen het publiek dat die alles hebben, maar stel als klant maar eens een vraag die het verstand van de tiener in pad 23 te boven gaat. Bijvoorbeeld waarom er geen fatsoenlijke houten plank meer te vinden is in een bouwmarkt. Ook die moet het antwoord schuldig blijven.

 
Robot de oplossing?
Eigenlijk kan je dat het winkelpersoneel niet eens iets kwalijk nemen. Omdat assortimenten tegenwoordig steeds groter worden en productinformatie steeds ingewikkelder, is het voor veel winkelmedewerkers haast ondoenlijk om alles te weten.

Verschillende bedrijven zoeken de oplossing voor dit probleem in winkelrobots. Een innovatie die samen met de opkomst van het Internet of Things (IoT), waarbij apparaten via Wifi of Bluetooth met elkaar in verbinding staan, voor betere dienstverlening kan zorgen.

Hampshire Hotel - The Manor in Amsterdam presenteerde vorig jaar zijn eerste robotmedewerker Hugo, die danst, zingt, zes talen spreekt en alle vragen beantwoordt over het hotel en de stad Amsterdam. Maar dan alleen met een monotone robotstem. In de MediaMarkt werkt al robot Trusty, die klanten naar producten van Trust leidt. De blikkerige, emotieloze vrouwenstem zal echter weinig bijdragen aan een warm klantengevoel.

 
Beeldscherm op wieltjes 
En daar gaat het volgens een recent onderzoek van drie Chinese professoren, behandeld in de SWOCC selectie 2, nu juist om. Of het nu om robots of slimme apparaten in winkels gaat; als ze op een warme en vriendelijke manier communiceren met de klant worden merk en winkel het meest positief en deskundig gewaardeerd. Dat kan nog lastig worden met al die monotoon pratende robots.

Of toch niet? Elektronicaketen BCC denkt de oplossing te hebben gevonden met de inzet van salesrobot Peter van MR.BRAND. Geen pratende pop, maar eigenlijk gewoon een beeldscherm op wieltjes, waarmee klanten direct en persoonlijk kunnen praten met een medewerker, vergelijkbaar met Facetime of Skype. Die medewerker heeft via zijn second screen ook meteen alle info voorhanden en kan op alle vragen antwoord geven. Ook op de moeilijke.

Dezelfde robot kan volgens de makers ingezet worden in supermarkten, bouwmarkten, speelgoedwinkels, congressen of de gate van een vliegtuig. Menselijke interactie via een robot; zou dat de oplossing zijn voor nukkige Kruidvat-meisjes en radeloze marketeers?

 
woensdag 05 juli 2017 | Written by André Oerlemans

Wie is jouw content concurrent?

Door Carlijn Postma

Nu ook Nederland massaal aan de contentmarketing gaat, hebben we een nieuw probleem. Iedereen maakt content. En iedereen maakt steeds meer content. Voor elke boodschap die we willen overbrengen, maken we hele campagnes met content. Heel veel content die op elkaar lijkt. Met als gevolg dat voltallige doelgroepen bouncen op verkeerde websites, onbedoeld expert worden op, voor hen, irrelevante onderwerpen en zich per ongeluk abonneren op YouTube-kanalen waar ze toevallig via jouw video op terechtkomen. Hoe dat kan? Doordat merken zich onvoldoende oriënteren op hun ‘content concurrent’.

 
Een nieuw concurrentieveld met andere wetten
We weten heel goed wie onze product concurrenten zijn en hoe zij zich profileren, maar zodra we met contentmarketing starten en ons merk vertalen naar tekst, beeld en geluid vergeten we dat we ons in een nieuw concurrentieveld begeven. Namelijk dat van content. En daar gelden hele andere wetten. Je vecht om de tijd en de aandacht van je publiek. Tijd die het maar één keer heeft en aandacht die alleen behouden blijft als je echt waarde toevoegt in je content.

 
Smijten met recepten
Bij de vertaling naar content kun je ineens in een sterk concurrerend domein terechtkomen. Dat zien we bijvoorbeeld in food. Logisch, want als je, zoals Knorr in het domein food onder de aandacht wilt komen, is het eerste waar je aan denkt recepten. Inspiratie delen en mensen helpen met koken door recepten aan te bieden. Van binnenuit de organisatie een logisch verhaal. Maar beschouw het eens vanuit de content. Dat concurreert met het sterkste contentmerk van Nederland, namelijk Allerhande. Maar ook met andere foodmagazines zoals de Foodies, tientallen kookprogramma’s en ook nog eens zoveel foodbloggers en -vloggers. Kortom: Knorr zal de concurrentiestrijd op content nooit winnen met recepten, al zou het er vijf  jaar al zijn budget voor inzetten.

 
Keuzes maken
Een ‘product concurrent’ van Knorr is natuurlijk Maggi. En hoewel ik dat merk zelf nog niet veel ben tegengekomen in m’n timelines, lijkt het erop dat het in ieder geval een duidelijker keuze heeft gemaakt in content. Maggi biedt praktische ‘helpcontent’ rondom het plannen, koken en eten (met kinderen). Zo vind je er een maaltijdplanner die je samen met je kinderen invult. Compleet met takenlijstje, voorraadoverzicht en een te personaliseren boodschappenbingo die je uitprint voordat je met de kinderen boodschappen gaat doen. Uiteraard heeft Maggi ook gewoon maaltijdinspiratie in de vorm van recepten. De content en de marketing ervan kan wat mij betreft nog veel beter, maar er wordt in ieder geval duidelijker gekozen voor een domein waar nog niet of nauwelijks concurrentie is.

 
Hoe en wanneer vind je je content concurrent?
Maar hoe weet je nu waar nog ruimte is in het speelveld? En hoe kom je erachter waar de behoefte ligt bij jouw publiek*? Daarvoor maken wij gebruik van de audience journey, oftewel de publieksreis. Dat is een tool voor contentmarketing die we bij The Post hebben ontwikkeld om je content aan te laten sluiten op de behoefte van je publiek. Deze journey maakt duidelijk welke content op welk moment relevant is voor jouw publiek. De publieksreis is gebaseerd op de hero’s journey. Een model dat wordt gebruikt in storytelling om het publiek gedurende een hele film geboeid te houden. Het doel van contentmarketing is ook om het publiek vast te houden. En daarom gebruiken we dezelfde 12 stappen in een aangepaste vorm. Hieronder de eerste paar stappen die je inzicht geven in je concurrentieveld van content:

 
'Publiek in plaats van doelgroepBij contentmarketing heb ik het altijd over publiek en niet over doelgroepen. We willen tenslotte met tekst, beeld en geluid onze boodschap overbrengen en dus hebben we lezers, kijkers en luisteraars nodig. Publiek dus. En publiek is zelfsturend. Het bepaalt zelf of het jouw publiek wil zijn. In tegenstelling tot een doelgroep. Kortom: Ik ben waarschijnlijk van heel veel merken doelgroep, maar van slechts enkele ben ik publiek.'
 
Stap 1: De belevingswereld 
Allereerst vertaal je de beschrijving van jouw publiek naar de ‘belevingswereld’ van je publiek. Dat is de mindset van je publiek waarbinnen jij als merk relevant kunt zijn. In het geval van de gemaksproducten van Knorr en Maggi zou de belevingswereld van het publiek kunnen zijn: ,,Ik heb een druk gezinsleven en wil graag makkelijk, snel en lekker kunnen koken.”

 
Stap 2: De trigger 
Deze stap geeft je inzicht in de beweegreden van je publiek om informatie /content te zoeken. Dat zijn de triggers waarop mensen in beweging komen. Een trigger kan een intrinsieke motivatie zijn, zoals ‘Er is training voor of na het eten, dus we moeten snel koken.’ Maar ook een extern gedreven trigger die vaak met reclame of door de media wordt gestimuleerd. Zoals de Lidl in haar campagne deed: ,,Wat eten we vandaag? Stamppot.” Maar ook als er een nieuw onderzoek in het nieuws is dat kinderen te weinig groente eten, dan kan dat aanleiding zijn voor ouders om op zoek te gaan naar informatie hoe ze hun kinderen meer groente kunnen laten eten. Door de triggers in kaart te brengen, bijvoorbeeld door kwalitatief onderzoek, maar ook simpelweg door zoekwoordenonderzoek, kun je al snel een beeld vormen van welke content relevant en kansrijk is. Dit kan overigens een heel uitgebreid overzicht worden, maar bedenk dat je niet voor alle triggers direct content hoeft te maken. Wat je beter kunt doen is een contentformat* bedenken waarbinnen de meest kansrijke en relevante triggers als onderwerp door het jaar heen naar voren kunnen komen.

 
'Een format?
Een contentformat is een vast sjabloon voor je content. Je kunt het vergelijken met een programma voor radio of tv. Maar ook een rubriek binnen zo’n programma of in een krant of tijdschrift kun je zien als een format. De structuur is altijd gelijk, maar de inhoud wijzigt per keer.'
 
Stap 3: Weerstand
Maar wat ook veel inzicht geeft is de weerstand, stap 3 van de publieksreis. Wat houdt mensen tegen? Waardoor gaan ze toch niet verder met het vervullen van de informatiebehoefte. Bijvoorbeeld: ,,Het is toch teveel gedoe om zelf te koken.” Of: ,,Ik probeer maar niets nieuws, want dat lusten mijn kinderen waarschijnlijk toch niet.” Als de weerstanden in kaart zijn gebracht kun je ook hiervoor formats ontwikkelen om de grootste en meest relevante weerstanden weg te nemen. Vaak worden hier formats ingezet met ervaringsdeskundigen of andere influencers.

 
Stap 6: Het publiek test 
En dan volgt een ontzettend belangrijke stap, namelijk de testfase. Het publiek heeft (een deel van) jouw content geconsumeerd en gaat op zoek naar vergelijkingsmateriaal: ,,Wie kan mij hier nog meer iets over vertellen?” En: ,,Klopt het wel wat ze zeggen?” In deze fase zul je dan ook je content concurrent treffen. In het voorbeeld van Knorr zie je dat er legio concurrenten zijn. Waar kan ik nog meer kookinspiratie vinden? Allerhande, foodbloggers en -vloggers, kookprogramma’s, foodmagazines etc. In het voorbeeld van Maggi is dat concurrentieveld wat compacter. Waar kan ik nog meer inspiratie vinden over ‘plannen, koken en eten (met kinderen)’? Naast de ‘helpcontent’ die Maggi zelf al publiceert, kun je bijvoorbeeld informatie zoeken bij het Voedingscentrum of bij ‘Ouders van Nu’. Uiteraard kun je gewoon kijken waar je uitkomt via zoekmachines. Ik kan me voorstellen dat Maggi zou onderzoeken of er ruimte is voor een nieuw domein en daar bijvoorbeeld experts van het Voedingscentrum en misschien andere professionals in hun eigen Maggi-content verwerken. Bijvoorbeeld door expertinterviews te gebruiken. Dat betekent wel dat Maggi zelf moet investeren in het publiek dat het er naar toe wilt trekken. Een alternatieve, of juist aanvullende optie is bijvoorbeeld een branded content samenwerking met Ouders van Nu, dat al een groot publiek heeft. Voor Knorr zal het wat lastiger zijn, omdat er veel meer concurrentie is in kookinspiratie en het veel lastiger is om daar een eigen plek én eigen publiek in te claimen.

12 stappen geven inzicht in contentbehoefteDe publieksreis kent in totaal 12 stappen. Natuurlijk doorloopt je publiek niet chronologisch al die stappen, maar het geeft jou als ‘verteller’ wel het hoognodige inzicht in de contentbehoefte van je publiek. Er wordt namelijk nog veel te veel vanuit de verteller gedacht en veel te weinig vanuit het publiek, met als gevolg een overkill aan meer van dezelfde content. De uitdaging anno 2017 is om onderscheidend te zijn in inhoud, vorm én domein.

 
Carlijn Postma is eigenaar van The Post, een bureau gespecialiseerd in contentmarketing. Ze schreef diverse boeken en stond in 2014 op plaats 27 in de internationale lijst van 200 meest invloedrijke personen op het gebied van contentmarketing die onderzoeksbureau Onalytica publiceert.


 
woensdag 28 juni 2017 | Written by Redactie Frank.News

Waarom ik zo van ‘Interior Junkie’ hou…

Door Kim van der Meulen

Je moet het maar durven: je baan opzeggen om een blog te beginnen, zonder te weten of je er ooit geld mee gaat verdienen. Elisah Jacobs deed het. Ze bouwde haar blog Interior Junkie uit tot een van de populairste woonplatforms van Nederland en kan er sinds een jaar van leven. Hoe flikte ze dat?

I like my money right where I can see it: in my interior. Het is al zo lang ik me kan herinneren de tagline van Interior Junkie. En dat is lang, want zoals veel andere interieurliefhebbers - in elk geval 28,4K op Instagram, bijna 80.000 volgers op Facebook en 12.500 op Pinterest - volg ik de site van Elisah Jacobs al tijden. Wat is de kracht van Interior Junkie?

1. Liefde voor het vak, niet voor het geld
Elisah Jacobs vertelde het in menig interview: ze werkte als freelance journalist voor verschillende bladen toen ze een blog begon om haar liefde voor schrijven, fotograferen en interieur te combineren - niet in de eerste plaats om geld te verdienen, dus. Tot vorige zomer werkte ze ernaast nog als journalist; sinds vorig jaar september kan ze van Interior Junkie leven. Onder meer dankzij advertenties op de site (maandelijks 100.000 unieke bezoekers en 300.000 pageviews) en branded content. Interior Junkie is aangesloten bij media- en contentmarketingbureau Adfactor, waar Jacobs als een van de influencers wordt vermeld.

2. Eigen stempel
Jacobs heeft een tweetal stagiaires en een team van bloggers, maar is eindverantwoordelijk voor zo’n beetje alles: de contentplanning, eindredactie, het beheer van haar YouTube-kanaal, de fotoshoots, video’s en de samenwerking met merken. En dat is te merken. Niet alleen in tone of voice (direct, toegankelijk), fotokwaliteit (licht, groot) en onderwerpkeuzes (véél Scandinavisch, industrieel, design en vintage), maar ook in haar persoonlijke aanpak. Jacobs heeft haar eigen huis tot dankbaar YouTube- en blogonderwerp gebombardeerd. Op haar site staat niet voor niets een kopje ‘Mijn huis’. Persoonlijk en herkenbaar, getuige ook de vele publicaties waarin ze over haar eigen huis vertelde en media die een kijkje in haar huis namen.

3. Expertise
Doordat Jacobs de touwtjes zo in handen heeft, is ze één geworden met haar merk: ze is niet alleen oprichter van de site, maar ook expert op interieurgebied. En dus gaf ze interieuradvies in Koffietijd, RTL Boulevard, een woonspecial van Libelle, Flair en Volkskrant Magazine en had ze een woonrubriek in Cosmopolitan. En geeft ze interieurtips op andere woonblogs, zoals zij ook andere woonbloggers tipt op haar site. Zij meer exposure; wij meer wooninspiratie.

4. Meer dan een blog
Precies twee jaar geleden postte Jacobs haar eerste YouTube-video: een kort filmpje van minuten zonder tekst, waarin ze een vakantieverblijf op Bali showde. Een paar maanden later nam het vloggen al professionelere vormen aan: ze maakte een filmpje over herfsttrends in samenwerking met H&M, die haar hiervoor vroeg een slaapkamer te stylen. Inmiddels is ze 31 vlogs verder, waarin ze onder anderen Marcel Wanders interviewt, de Milan Design Week bezoekt en de ontwikkelingen rond haar verhuizing filmt, en verschijnen van alle ‘binnenkijkers’ op de site bijbehorende video’s op YouTube.

5. Samenwerkingen
Jacobs vertelde in interviews dat ze vóór Interior Junkie een modeblog had, die niet van de grond kwam omdat ze er geen geld mee wist te verdienen. Dat betekende: commerciëler denken en alleen betaalde samenwerkingen doen. Op het YouTube-kanaal vind je dan ook samenwerkingen met onder andere woonsite Westwing, Brabantia, Tesa, Karwei en Rabobank in de vorm van ‘sponsored stories’. Adverteerder blij, Interior Junkie blij, ik blij. Want de Rabobank mag me dan wel willen aansporen een hypotheek bij ze te regelen, ik kijk toch voor die woontips. En vooruit, voor dat kijkje in Jacobs’ nieuwe huis.
dinsdag 27 juni 2017 | Written by Redactie Frank.News

Een date met je developer

Door Christian van der Veen

Opdracht. Je wilt dat gebruikers in je app kunnen inchecken wanneer ze op een door jouw bepaalde locatie zijn. Je gereedschap is HTML en Javascript. Piece of cake? Bravo. Geen flauw idee? Lees even verder.

 
Decoded nodigde me uit voor de training ‘Code_in a Day’ (inderdaad, met underscore). De van oorsprong Britse partij zit tegenwoordig ook in Nederland en organiseert diverse trainingen die je helpen wegwijs te worden in de digitale wereld. Coderen in een dag dus, klinkt ambitieus en dat is het ook. Zeker als je bedenkt dat de meeste deelnemers (marketeers, accountmanagers) het coderen meestal het liefste aan developers overlaten. En dat is dus precies de reden dat ze in deze sessie zitten. Want de meeste marketeers weten dat developers… nou ja, anders werken. Koptelefoon op en de hele dag onverstoorbaar onbegrijpelijke taal op een zwart scherm voorbij laten flitsen. Waar dan op even onbegrijpelijke wijze ineens een werkende en gelikte site uit komt. ‘Nou en, ieder zijn specialisme toch’, denk je misschien. ‘Onze developers weten weer niks over contentmarketing.’ Misschien waar, maar toch is het belangrijker dezelfde (code-)taal te spreken dan je misschien denkt. Dan wordt praten tegen je developer ineens praten mét je developer. Aha!

 
Een voorbeeldje. De trainers van Decoded maken een treffende analogie om het verschil en belang van ‘front end’ (browser) en ‘back end’ (server) uit te leggen. Zie het geheel als een restaurant, zeggen ze. In de eetruimte wordt front end gesproken. Dit is de taal die obers spreken zodat de gasten het begrijpen. Het keukenpersoneel spreekt back end. Als gast in het restaurant merk je er eigenlijk niks van. En dat hoeft ook niet, want je eten smaakt er niet beter of minder van. Laat me even voortborduren op dit voorbeeld.

 
Vraag: als het restaurant uit obers (‘front end developers’) en koks (‘back end developers’) bestaat, wat doet de marketeer dan? In het meest gunstige geval ben je de bedrijfsleider. Je overziet, stuurt bij, delegeert en haalt op. Maar met een beetje pech sta je als afwasser in de spoelkeuken. Je bent nog lerende, hebt eigenlijk nog geen idee en bent volledig afhankelijk van wat de developers je geven. Niet ideaal inderdaad. Daarom, hoe word je bedrijfsleider?

 
Om te beginnen door je - nog beter - te verplaatsen in de developer. Hoe? Door allereerst te snappen hoe coderen werkt. Ik hoor in de praktijk wel eens: ‘Ik mis soms het vermogen van mijn developer om zelf conclusies te trekken. Als ik niet alles panklaar neerleg, krijg ik niet het gewenste resultaat.’ Vaak wordt de developer een zekere stugheid en onbuigzaamheid verweten. Maar dit heeft een reden. Het heeft ieder geval niks te maken met onwil. En al helemaal niet met onkunde. De reden is dat de developer als geen ander weet dat een computer niet denkt in ‘min of meer’, ‘om en nabij’, ‘in de buurt van’. Deze contextfactoren, die wij wel kennen, ontbreken in codetaal. En dus is alles binair. Zwart of wit. Ja of nee. De interpretatie moet je dus zelf doen. Klinkt basaal, maar alleen al met dit inzicht wordt communiceren over coderingen een stuk makkelijker. En ja, zo simpel is het.

 
En de klant of eindgebruiker? Terug naar het voorbeeld van het restaurant om dit te illustreren. Als jij als bedrijfsleider je obers meegeeft dat ze moeten vragen of de biefstuk gesmaakt heeft, weet je of je in de keuken je recept moet aanpassen. Met andere woorden: zorg dat je als marketeer begrijpt waarom de klant of eindgebruiker bepaald gedrag vertoont. En wat je hiermee kunt doen om zijn beleving nog beter te maken. Een marketeer die zich verdiept in codering weet wat de (on)mogelijkheden zijn van wat wij met een mooi woord ‘de klantbeleving’ noemen. Snap je hoe coderen (voor je) werkt, dan snap je ook de dynamiek van digitale correlaties. En vooral, hoe je die kunt beïnvloeden.

 
Dus beste marketeers, leer je menukaart kennen. En vraag je developer eens mee voor een etentje voor twee om de gerechten te proeven. Kan zo nog maar eens een leuke avond worden ook.

 
Christian van der Veen is freelance communicatiestrateeg en tekstschrijver
 
maandag 26 juni 2017 | Written by Redactie Frank.News

De kracht van regionalisering

Door Arnout Verzijl

Twaalf miljoen euro. Dat betaalde McDonalds per jaar om een zogenaamde TOP-sponsor te zijn van het IOC, het Internationaal Olympisch Comité. De overeenkomst kwam afgelopen weekeinde abrupt tot een einde. Naar de reden daarvan is het gissen. Maar kijk eens naar uzelf. Koopt u wel eens een Big Mac of een doosje Nuggets? Vast wel. Maar doet u dit omdat McDonalds sponsor is/was van de Olympische beweging?



Groot groter groots gaat in dit geval niet meer op. En dat is prettig voor iedereen die iets tegen de globalisering van de wereldeconomie heeft. Want nog even en we eten allemaal bij McDonalds, drinken Coca Cola of bier van Anheuser-Busch InBev, verzorgen ons met producten van Procter & Gamble, richten ons huis in met hulp van Ikea, snacken Lays chips en al het andere schaffen we aan via de Kraft Heinz Company.

Globalisering kortom, lijkt op vrijheid maar is in feite een verstikking van de markt. Enkele aanbieders, monopolisering. Dat leidt uiteindelijk tot instabiliteit die zich kan aandienen via sociale ongelijkheid, polarisering, financiële onzekerheid, noem maar op. Daarvan zijn hele samenlevingen de dupe.

In hetzelfde weekeinde waarin de Amerikaanse hamburgerketen stopte met één van haar grootste sponsordeals, ging de Chinees in mijn dorp op de schouders. Hij bracht voor 160 uitgehongerde voetballers verse nasi met Chap Choi en Babi Pangang. Om het lustrumfeest van de voetbalvereniging te vieren speelde er een regionale band. De koeien die op het veld moesten schijten om de nieuwe kleedkamers te betalen, waren van de lokale boer. Oké, dat de tachtig kratten bier van Heineken leeg retour gingen, is toch ook iets van regionale trots. Heineken komt uit Zoeterwoude, wij uit buurgemeente Voorschoten.

Waar het om gaat: In het dorp wordt zaken gedaan met lokale en regionale ondernemers. Dat gaat heel erg goed. Waarom goedkoop van ver halen in plaats van vertrouwd dichtbij? Trek de vergelijking met de media. Mensen zijn het zat, dat massale aanbod van nieuws en informatie. Dus kruipen ze terug in hun eigen, vertrouwde omgeving. Regionale en zelfs lokale nieuwsstromen zijn helemaal in momenteel.

Laten we hopen dat dit met de commercie ook zo gaat. De slager, de bakker, de klusmarkt en de kaasboer aan de Dorpstraat of in het Stadshart. Niet meer alleen die massaproducten. Ze bieden service, knopen een gesprekje aan. Niet goed? Geld terug. Het oude ambacht met vertrouwde omgangsvormen. Daaraan hebben we behoefte.

Ik gun McDonalds en alle andere (aanstaande?) monopolisten hun imperium. Maar ik hoop dat er een trend is ingezet. Niet meer honderd miljoen euro per acht jaar (dat was het originele contract) van de ene gigant naar de andere. Daar heeft niemand iets aan. Massaconsumptie is prima, maar het regionaal verdelen van de opbrengsten is een essentiële voorwaarde voor continuïteit. Zonder lokale economieën kunnen we niet. Dat besef dringt steeds meer door. Bij de mensen zelf. En dat is uiteindelijk de groep die de vraag bepaalt.

Oh ja. Dat sport goed voor je is, geldt zeker voor bestuurders. Want na het afhaken van McDonalds heeft het IOC nog twaalf TOP-sponsors over. Tezamen goed voor 144 miljoen euro per jaar. Dat is nog steeds prettig eten.
donderdag 22 juni 2017 | Written by Redactie Frank.News

Lang leve de online Aldi folder

Wie had gedacht dat discountsupermarkt Aldi binnen het hippe segment zou scoren? De plek waarbij ik vooral dacht aan xl-verpakkingen saucijzen, met even verderop in een volgend schap een complete barbecueset, allen van een onbekend merk, flikt het. Niet één, maar drie keer, en dat binnen 2 maanden.

Voor degene die onder een steen heeft geleefd: het begon allemaal in april met een overgewaaide zoekactie vanuit Groot-Brittannië naar - als je de ene na de andere hippe blog zou moeten geloven - zo ongeveer dé goedkoopste jacuzzi ter wereld. Prijskaartje 379 euro. Merk Intex Spa Bubble Therapy. Ik vermeld het er maar even bij, mocht je willen testen of ie ergens anders misschien tóch goedkoper is.



Vanuit de UK werd de Nederlandse markt bereikt. Één klein detail; de jacuzzi was hier nog niet te vinden. De klantenservice werd zo overspoeld, dat Aldi zelfs een ‘Voorlopig nog niet verkrijgbaar’-persbericht verstuurde en de website Aldi-jacuzzi.nl lanceerde. Uiteindelijk lukte het snel daarna tóch, al bleken 500 exemplaren voor al dat enthousiasme en iedereen die ineens een jacuzzi van 2000 kg op het balkon (ja, dat past blijkbaar), of in de tuin als eerste levensbehoefte zag, iets te weinig van het goede. Dat gaf overigens de beste inhakers in de markt wel meteen hét teken om de beteuterde mensen op te vrolijken, zoals deze van Praxis;





 
 
Maar de internationale inkoop van de Duitse discountketen bleef ‘on a roll’, om even in hipster-termen te blijven. Ze voelden daar de wereldwijde faam goed aan, en hoopten hun nieuwe fans met iets anders hipperigs te verblijden. En zo kwamen ze uit op het gin-tonic ijsje. Want wat heb je aan een jacuzzi zonder het hipste drankje van het moment in ijsjesvorm? Niets. En dat voor een prijs van 2,99 pond. Nog niet in euro’s, want weer alleen eerst verkrijgbaar in Engeland, al snel opgepikt door de blogs in NL, met als resultaat een overbezette klantenservice. Of de Nederlandse inkoopafdeling al bezig is, is nog niet bekend. Maar ze zouden gek zijn als ze dit hete vuurtje laten liggen.

 
 
 
Over hete vuurtjes gesproken; nummer drie van de inmiddels befaamde supermarktketen is de pizzatuinoven voor ‘slechts’ 99 pond. En ja ook die schijnt binnenkort hier verkrijgbaar te zijn. Tot die tijd kun je jezelf verblijden met een betaalbare barbecue en Birkenstocks, schijnen ook weer helemaal #hipandhappening te zijn. Lang leve de online Aldi folder. Één ding is duidelijk de internationale inkoopafdeling heeft op dit moment een neus voor wat trending én betaalbaar is. Nu alleen nog een snellere vertaling naar ons land en een groter inkoopbeleid. Want met 500 doosjes gin & tonic ijsjes komen we de zomer niet door.



 
woensdag 07 juni 2017 | Written by Kim Buitenhuis

‘Wij doen niet aan reclame, je komt toch terug’

Ik ken een werkplek voor zzp’ers in Amsterdam waar ze nagedacht lijken te hebben over wat zzp’ers willen. En waar ze goed snappen hoe je online én offline verbindt. En je betaalt er met je kennis.

 
Als (bij voorkeur niet-thuiswerkende) zzp’er is het vinden van de ultieme werkplek (bij voorkeur gratis of voor weinig én bij voorkeur met goeie wifi en okeëe koffie) een uitdaging. Na een tijdje werken in koffietentjes speelt mijn selectieve, maar steeds groter wordende geluidsintolerantie me parten. Ben er niet trots op. In de bieb kun je niet bellen en zit er altijd een meneer tegenover me die zijn cappuccinoschuim met zorgvuldige traagheid uit zijn glas schraapt. Tot op het laatste belletje. En op veel van die hippe clusterplekken voor zzp-meisjes barst het van de ingelijste unicornquotes en gebruiken ze de betuttelende hashtag ‘bossbabes’ voor elke vrouwelijke freelancer. #Allergischvoor. Jazeker, ik zie in alle bovengenoemde voorbeelden zelf ook mijn patroon trouwens.

 
Betalen met kennis
Waar maken ze mij wel blij? Bij Meet Berlage, de Seats2Meet-locatie in de Beurs van Berlage. Ik zit hier tussen andere zzp’ers te werken en ervaar er vrij weinig van bovengenoemde irritaties. In de twee jaar dat ik hier regelmatig kom, is er in Amsterdam bij mijn weten nog steeds geen concept bijgekomen dat dit overtreft, vandaar dit blogje. Aan reclame en marketing geven ze zelf ook nul euro uit, want mensen die hier eenmaal geweest zijn, komen toch wel terug, is het idee. Meet Berlage heeft 5G wifi, gratis koffie, thee en muntwater, een lunch voor bijna nop en uitzicht op Centraal Station. Je mag er gewoon zitten om te werken, maar kunt er ook ideeën uitwisselen met gelijkgestemden. En dat gebeurt ook daadwerkelijk. De sfeer is er professioneel, gevoelsmatig wordt hier ‘serieus ge-zzp’t’. Dit is een plek met een open ecosysteem, oftewel: iedereen is er welkom. Als je maar openstaat voor ontmoetingen met andere professionals, want betalen doe je hier met je kennis, niet met cash. Verdienmodel? Kudos van de zzp’ers die zorgen voor een kruisbestuiving naar de vergaderruimtes of werkplekken (waar je wel met cash voor betaalt).

 
Artificial intelligence
Wat ik waardeer aan dit concept is de combinatie van een online slim systeem met offline waardes. Via de website van Seats2Meet boek je snel werk-, vergader- en kantoorruimtes. Je geeft aan wat je die dag komt doen en over welke kennis je beschikt. Zo word je online ‘gekoppeld’ aan een persoon die interessant voor jou kan zijn, zonder dat je hier zelf bewust van was. Dat gebeurt laagdrempelig trouwens. Je ziet dit als je inlogt in je mijn-omgeving en op een groot scherm dat op de locatie zelf hangt. Geen vervelende push-meldingen verder. De intelligente software achter dit systeem is zelflerend. De marketingmanager van locatie Meet Berlage heeft me ooit eens verteld dat ze steeds meer naar een systeem gaan dat artificial intelligence gebruikt. Geef je aan dat je bezig bent met een marketingplan word je automatisch gekoppeld aan ‘een’ marketeer. Met die ai-toevoeging kan de verbinding veel specifieker gelegd worden. Tussen marketeer en Adwords-specialist of contentmanager. Door middel van technische scores en ratings kunnen zo de juiste personen aan elkaar worden gekoppeld.

 
Ongeveer één op de zes mensen houdt een betaalde opdracht over door te werken bij Seats2Meet en open te staan voor werk. Dat blijkt uit terugkerende onderzoeken van de Erasmus Universiteit. Kennisdelen wordt ook offline actief gestimuleerd. Op dagen waar helemaal geen sprake is van enige interactie (gebeurt niet vaak weet ik uit ervaring) laten de mensen van Meet Berlage gebruikers samen een opdracht uitvoeren, waardoor je toch met elkaar in contact komt. Nu haak ik zelf af bij oefeningen die beginnen met de woorden ‘stel dat je een boom was….’. Maar wat ze ook doen is vragen aan een willekeurig aantal mensen om op te schrijven wat ze graag nog eens zouden willen doen. Hoeft niet eens werkgerelateerd te zijn. Ook zo worden gebruikers dan weer met elkaar in contact gebracht en dat kan best effectief zijn.

 
Sharing is caring
Tot slot is er de ‘Deelwinkel’. Een aandoenlijk, positief ingestoken initiatief, een promopodium voor alle gebruikers van Meet Berlage. Terwijl we hier allemaal direct met elkaar linken op LinkedIn hangt er dus ook gewoon dit ouderwetse prikbord. Volgeprikt met briefjes, of vouchers eigenlijk. Daarop geven de zzp’ers die hier werken een cadeautje binnen hun expertisegebied aan andere gebruikers: gratis voedingsadvies, een coachingssessie met behulp van VR, een inleidende workshop website bouwen, draaitabellen maken, mindmappen. En een gratis overnachting op een idyllische farm. In Kenia, dat wel.
donderdag 01 juni 2017 | Written by Lianne Kooistra

Adverteren op Pinterest

Door Steven Ripken

Deze zomer wordt het mogelijk om te adverteren op Pinterest. Met 2,4 miljoen gebruikers in Nederland, waarvan 60 procent vrouw, is dit een interessant platform. Zeker als je je doelgroep in de oriëntatiefase wilt bereiken. Steven Ripken, Online Planner bij Stroom, vertelt hoe dat precies werkt.

 
Er wordt veel geschreven over Facebook, Twitter, Instagram en Snapchat. Er zijn echter nog andere social media platformen die interessant kunnen zijn/worden voor adverteerders. Met wereldwijd 150 miljoen gebruikers is Pinterest daar één van. De afgelopen tijd is er flink geëxperimenteerd met het uitrollen van verschillende advertentievormen in o.a. Amerika, Canada en Engeland. In 2017 zal adverteren met Pinterest ook naar Nederland komen.

Wat is Pinterest?
Pinterest is een groot online prikbord, waarop je alles kunt verzamelen wat je leuk, mooi of inspirerend vindt. Dit prikbord kun je indelen in verschillende borden die allemaal zijn voorzien van een thema. Deze borden kun je vervolgens delen met je volgers. Het wordt voornamelijk gebruikt om inspiratie op te doen of om aankopen te plannen. Zo worden er met Pinterest volledige woonkamers ingericht.

Pinterest is erg visueel ingericht en fungeert eigenlijk als zoekmachine voor alles wat de gebruikers leuk vinden. Ongeveer 60 procent van de gebruikers in Nederland is vrouw, waarvan het grootste gedeelte zich in de leeftijdscategorie 20-39 bevindt. Het platform groeit nog elk jaar, met momenteel zo’n 400.000 dagelijkse gebruikers in Nederland.

Wie gebruikt het?
Pinterest heeft zelf onderzoek uitgevoerd naar haar gebruikers. Hieruit bleek dat 93 procent van de actieve ‘Pinners’ het platform heeft gebruikt om aankopen te plannen. 87 procent van de ondervraagden gaf zelfs aan een product gekocht te hebben dat ze via Pinterest hadden gevonden. Dit maakt het erg interessant voor bedrijven om in deze omgeving aanwezig te zijn. Je kunt mensen in een vroeg stadium van het keuzeproces bereiken. Met het maken van zogenaamde ‘rich pins’ kun je naast een afbeelding ook productinformatie, prijzen en locaties plaatsen om de gebruikers meer informatie te geven over jouw product of dienst.

Pinterest zal niet voor elk bedrijf even geschikt zijn. Het werkt het beste als je een product of dienst hebt waarmee je visueel het verhaal kunt vertellen. Woonideeën, vakantiebestemmingen en fashion zijn voorbeelden van onderwerpen waar Pinterest erg goed voor gebruikt kan worden. Steeds vaker zien we dat bedrijven met visuele content (moeten) adverteren om de doelgroep nog op een prettige manier te bereiken. Bedrijven blijven manieren vinden om hun producten op een visuele interessante manier over te brengen, bijvoorbeeld op Instagram en nu dus wellicht op Pinterest.

Hoe kun je adverteren op Pinterest?
In het buitenland zijn momenteel meerdere advertentiemogelijkheden uitgerold. Dit zijn de verschillende varianten:

 
Promoted Pin
Dit is de meest bekende variant. De zelf geplaatste pins op je eigen bedrijfsbord kan je pushen om een groter bereik te genereren (vergelijkbaar met het pushen van een page post op Facebook). Deze variant is vooral geschikt voor zichtbaarheid en betrokkenheid met je post.

Targeting kan op basis van:
  • Locatie
  • Demografische factoren (leeftijd, geslacht, taal, etc.)
  • Plaatsing (app, mobile web, web, android, iOS, etc.)
  • Interesses
  • Keywords


 
Buyable Pins
Met buyable pins kun je producten promoten die direct gekocht kunnen worden zonder Pinterest te verlaten. Zo wordt Pinterest naast een social media platform ook een e-commerce platform.

 
De One-Tap

Via ‘One-tap’ promoted pins kunnen pinners met één klik op de knop naar de bron van de pin worden gebracht. Dit kan bijvoorbeeld de homepage van de adverteerder zijn, maar ook een productpagina waar je gelijk kan overgaan tot de aankoop van het product.

 
Video Promoted Pins
Je kan ook video pins promoten. De video zal direct worden afgespeeld binnen Pinterest als hij in beeld komt.

 
App Promoted Pins
Tot slot kunnen pinners via de advertentie direct naar bijvoorbeeld de appstore worden gebracht, de weg naar conversie wordt daarbij dus zo kort mogelijk gemaakt.

Goed om te weten
Er is geen minimum bedrag nodig om te starten met adverteren. Zo kan je met een klein bedrag experimenteren om te kijken of Pinterest voor jouw bedrijf geschikt is. Nu is het alleen nog wachten totdat adverteren met Pinterest in Nederland beschikbaar wordt.

 
donderdag 01 juni 2017 | Written by Redactie Frank.News

Hoe social influencers hun eigen glazen ingooien

Vloggers en social influencers. Noem me een oud wijf, maar ik kan het niet helpen: ik blijf er sceptisch over. Menig merk lijkt in deze mensen de holy grail voor advertising te hebben gevonden. En menig millennial denkt met deze kekke filmpjes een toekomstige goudmijn aan te boren. Maar ik vraag me af: hoe lang is adverteren via deze influencers houdbaar?

 
Succesverhalen
Natuurlijk zijn er succesverhalen. Modemeisjes met een heel scala aan trouwe, goedgeklede fans. Ondeugende jongens met duizenden minstens zo ondeugende volgers. En make-up meisjes die dagelijks honderdduizenden abonnees uitleggen hoe je de perfecte eyeliner aanbrengt. Bedrijven staan in de rij om de crème de la crème onder deze online-helden te voorzien van poedertjes, crèmepjes, kleding en al wat maar tactisch (of minder tactisch) in beeld gebracht kan worden. Het is inmiddels zo common geworden dat zelfs de Reclame Code Commissie zich er mee is gaan bemoeien.

 
Irritatie en negatieve associatie
En dat laatste is ook meteen waar mijn twijfel begint. Ik geloof direct dat een tas, jas of horloge aantrekkelijker wordt wanneer het aangeprezen wordt door een Kylie Jenner. Maar zodra de influencer van dienst verplicht wordt om heel sterk te benadrukken dat die mooie tas is aangeboden door dat ene hele exclusieve merk en we hier te maken hebben met een ouderwets stukje marketing, denk ik dat veel jongeren toch echt afhaken. Kylie vindt die tas misschien wel helemaal niet zo mooi, maar ze verdient een leuk salaris door enkel te zeggen van wel. Het heeft hetzelfde resultaat als slecht doorgevoerde product placement in films en series. Ik vind Designated Survivor een geweldige serie, maar zodra FBI-agent Wells haar Ford secondenlang opzichtig aanzwengelt via een app, ben ik zo afgeleid door deze slechte onderbreking van de verhaallijn dat ik die Ford écht uit mijn beeldscherm wil hebben. Kortom, te veel nadruk op de gesponsorde items heeft uiteindelijk een tegenovergesteld effect: irritatie en een negatieve associatie met het product. En dat lijkt me dan weer juist niét de bedoeling.

 
Imagokwestie
Ik vraag me ook af hoe lang adverteren op deze manier nog interessant blijft voor de social influencers zelf, nu ze heel nadrukkelijk moeten melden dat heel veel van wat zij laten zien pure reclame is. Veel van hen zal het een zorg zijn, zolang ze nog flink kunnen cashen met het maken van vlogs. Maar uiteindelijk is hun online-populariteit een imagokwestie. Wanneer hun volgers doorkrijgen dat ze bedolven worden onder reclame en de hippe trendspotter die ze al tijden volgen steeds meer verandert in een commerciële geldwolf, zal een deel afhaken en gooit de influencer uiteindelijk zijn eigen glazen in. Want onderschat een millennial niet: die weet commercie feilloos te onderscheiden van de echte wereld. Neem dat maar van deze oude vrouw aan.

 
vrijdag 26 mei 2017 | Written by Heleen Scheurwater

Contentmarketing is eigenlijk gewoon een beetje saai

Door Carlijn Postma

In Adformatie nummer 19 las ik een column van Harry Obdeijn. Hij had zich onlangs verdiept in het parallelle universum van contentmarketing en was tot de conclusie gekomen dat contentmarketing is bedacht door traditionele media in nood. Na een kort onderzoekje stelde hij ‘Zet er dan gewoon advertorial boven’. Hij geeft gelukkig zelf al toe dat hij ‘reclametekstschrijver in ruste is’. Maar op de één of andere manier raakt hij wel het grote probleem van contentmarketing; We weten niet in welke branche het thuishoort…

 
Is het onderdeel van journalistiek? Of valt het onder reclame? Is het gewoonweg marketing? Of is het toch een nieuw vakgebied, zoals bijzonder hoogleraar Ed Peelen van de UvA gaat onderzoeken? Dat zou wel verklaren waarom er zoveel weerstand is tegen contentmarketing. Het hoort nergens thuis en dus snappen we het niet. En als mensen iets niet begrijpen, gaan ze vaak er tegenin, of laten het links liggen. Zoals meneer Obdeijn jarenlang heeft gedaan.

 
Nieuwe generatie nodig 
Als je het mij vraagt is de samensmelting van verschillende dominante vakgebieden de moeilijkheidsfactor. Het vraagt een diepgaande verandering in denkwijze. Zo moet een reclamemaker serial content maken, zoals een televisieserie, in plaats van 30 seconden spots. Een journalist moet nadenken over de marketing van zijn content en een marketeer moet ervoor zorgen dat de verkopen direct stijgen wanneer hij meer budget in content stopt dan in bereik. Ik denk dat slechts een handjevol mensen van voor 1980 daartoe in staat is. De echte verandering moet waarschijnlijk komen van de nieuwe generatie. De generatie die niet meer weet dat het stereotype journalist rondliep in een ribstof colbertje met net wat te lang grijs haar en de creatieve reclamemaker opviel door zijn onuitgeslapen hoofd met wilde haren en een fles rum in de bureaula. Ik weet het, het zijn stereotyperingen, maar ook die hebben een functie: ze zijn wel onderscheidend.

 
Leider in het vak 
Volgens mij is dat wat ontbreekt binnen de groep mensen die zich met contentmarketing bezighoudt: er is geen kenmerk. Deze mensen zijn nog niet te onderscheiden van anderen, behalve dat ze heel vaak praten over contentmarketing. Tot vervelens toe voor hun directe omgeving. Misschien moeten we gewoon op zoek naar een echte leider in dit vak. Iemand die weet waar hij of zij het over heeft én dat op een excentrieke manier weet over te brengen. Misschien is dat wel wat dit vak mist. Een Andy Warhol voor contentmarketing. In Amerika hebben we Joe Pulizzi als grondlegger van het vak, de schrijver van de échte contentbijbel, maar excentrieker dan eens per jaar in een oranje pak een groot congres leiden wordt het niet. Het is geen Cannes Lions, Emmy’s of Grammy’s, SXSW of Boekenbal. Dus ook dat blijft een beetje hangen binnen de incrowd van het vak. En misschien voelen reclamemakers en journalisten zich daarom gewoon niet thuis in contentmarketing.

 
Te gewoontjes 
Ik denk dat we contentmarketing aantrekkelijker moeten maken voor creatieven. Vorige week was ik in Amsterdam bij Content Marketing Fast Forward. Een leuk en inhoudelijk congres. Maar mijn conclusie is dat ook dat nog altijd een beetje bij dezelfde mensen blijft hangen. Er waren geen stereotypen in de zaal. Ik denk zelfs dat ik welgeteld slechts twee excentrieke figuren heb zien rondlopen die ik verdenk van een beetje creativiteit. Verder zag iedereen er heel gewoon uit, niets onderscheidends. Zelfs op het podium stonden de meesten heel gewoontjes in hun shirtje, broekje, schoentjes. Als ze geen microfoon hadden gehad had ik ze waarschijnlijk niet eens opgemerkt. Zo zonde! Want datgene wat ze vertelden was voor alle eerder genoemde vakgebieden interessant. Hoe zorg je ervoor dat je ‘bigger story’ verder gaat dan een enkele video voor tv of YouTube? Welke marketeer durft gewoon cold turkey te stoppen met paid organic search, zonder zijn positie te verliezen? Houdt een journalist met zijn (branded) content al rekening met de groeiende hoeveelheid voice-searches op Google (50% in 2020)? Stuk voor stuk keurige mensen met inhoudelijke verhalen. Nou ja, behalve het laatste optreden, maar dat tel ik voor de goede orde maar niet mee, want de inhoud ontbrak daar volledig. Misschien was dat een reclameman (grapje jongens… grapje!)

 
Te braaf
Het is allemaal nog zo braaf. Misschien is dat het wel gewoon. Dat contentmarketing gaat om de inhoud, de kwaliteit, en het daarom zo saai is. Maar volgens mij kan dat eenvoudig worden opgelost als al die verschillende vakgebieden nu eens écht gaan samenwerken. En dan bedoel ik niet een afdeling met journalisten bij een reclamebureau die aan de slag gaat als er content gemaakt moet worden, of een creatieve afdeling bij een mediapartij die (gratis) concepten ontwikkelt bij de inkoop van bereik. Maar een team met strategen, creatieven en journalisten die altijd samenwerken met online marketeers, data-analisten, televisiemakers en concept- en formatontwikkelaars.

 
Aantoonbare successen 
Om dat voor elkaar te krijgen hebben we volgens mij een paar stereotypes nodig die het vak onderscheiden van de rest. Een soort samensmelting van verschillende disciplines. Bijvoorbeeld een data-analist met onuitgeslapen hoofd en een fles rum in de la. Of een strateeg met te lang grijs haar en een oldtimer die hij niet zelf kan onderhouden. Rabobank deed onlangs in zijn pitch een eerste poging tot kruisbestuiving. Ik hoop dat er meer zullen volgen en dat er vanzelf nieuwe stereotypes ontstaan. Zodat contentmarketing straks ook behoort tot de dominante disciplines en, belangrijker nog…, dat er creativiteit komt in contentmarketing, inhoud in reclame en natuurlijk grote aantoonbare successen in het resultaat.

 
Carlijn Postma is eigenaar van The Post, een bureau gespecialiseerd in contentmarketing. Ze schreef diverse boeken en stond in 2014 op plaats 27 in de internationale lijst van 200 meest invloedrijke personen op het gebied van contentmarketing die onderzoeksbureau Onalytica publiceert.
 
woensdag 24 mei 2017 | Written by Redactie Frank.News

Het gelijk van het buikgevoel

Soms is media en marketing gewoon een kwestie van buikgevoel. Logisch nadenken en je boerenverstand gebruiken dus. In een tijdperk van een immense hoeveelheid beschikbare onderzoeksdata en mediatools kun je nog steeds zaken op je klompen aanvoelen. Fijn dat onderzoeken dat zo nu en dan aantonen.

 
Media- en marketingprofessionals zijn net mensen. Ze ervaren en denken soms hetzelfde als de consumenten die ze moeten verleiden. Gebruik dat uitgangspunt dan ook, zou ik zeggen. Wat voor jezelf werkt, werkt meestal ook voor anderen.

 
Geluksgevoel
Twee onderzoeken uit de eerste SWOCC-selectie van 2017 tonen aan dat je eerste ingeving, je eigen ervaring en je eigen gevoel wel eens het beste zou kunnen zijn. Het eerste onderzoek gaat over effecten van ervaringen op het geluksgevoel van consumenten. Niet onbelangrijk, want hun zoektocht naar geluk bepaalt de keuzes in hun aankoopgedrag. Sterker nog, eerdere onderzoeken toonden al aan dat een ervaring iemand gelukkiger maakt dan een materiële aankoop. Wat blijkt: een tastbaar aandenken aan een reis, concertbezoek of ander event zorgt er voor dat consumenten zich ook op de langere termijn gelukkig voelen. Dus kom maar op met die souvenirs, T-shirts, gratis cadeautjes en merchandise.

 
Tour de France
Een open deur? Nee, gewoon iets wat elke marketeer vanuit zijn buikgevoel al wist. Ga maar na: nog jaren na het concert van je favoriete band krijgt je een warm gevoel als je het daarna gekochte T-shirt in de kast ziet hangen. En waarom herinner ik me als de dag van gisteren de tijdrit van de Tour de France in Perigueux als een ware belevenis? Omdat die uitgedeelde gele bidon en petje nog altijd meegaan op de fiets of naar het sporten. Wat kunnen we hiervan leren op marketinggebied? Merchandise en andere prullaria zijn zeker geen weggegooid geld.

 
A-merken overleven
Ook de resultaten van een tweede onderzoek had je met je klompen kunnen aanvoelen. Daarbij vroegen onderzoekers zich af: waarom hebben topmerken geen last gehad van de crisis? Of in elk geval minder. Wat blijkt: mensen proberen eerder op een andere of goedkopere manier aan een A-merk te komen dan dat ze overstappen op een B-merk. Juist in crisistijd willen mensen zich af en toe verwennen en genieten ze extra van die uitspatting. De les: blijf de kwaliteit van je topmerk benadrukken en ga niet mee in de budgetoorlog van tweederangs concurrenten. Maar dat wisten we eigenlijk al natuurlijk.

 
Beste reclameplek
Ik moest meteen denken aan de stelling van een ervaren rot van een bekend mediabureau. Volgens hem trekt een tv-commercial aan het einde van een reclameblok veel meer kijkers dan die aan het begin, terwijl juist alle adverteerders die dure eerste plek willen hebben. Als het reclameblok begint gaan mensen namelijk naar het toilet, koffiezetten of zappen. Net voor de film, serie, tv-programma of voetbalwedstrijd begint, zitten ze alweer te kijken, want ze willen niks missen. Klinkt heel logisch.

Toch hebben onderzoeken het nog niet bewezen. Wel blijkt uit onderzoek van de STER en Neurensics dat de eerste en de laatste posities in een reclameblok de meeste kijkers trekken en het meest effectief zijn.

Maar ik durf te wedden dat dit effect wel degelijk zichtbaar wordt als het ouderwetse kijkcijferonderzoek dat in Nederland nog wordt gehanteerd overboord gaat. Wanneer gaan we nu eens echt meten wie, wat, wanneer kijkt? Met de data uit de kastjes van Ziggo, KPN, Tele2 en andere digitale tv-aanbieders kan dat al lang. Ik vermoed dat er daarna meer heilige huisjes gesloopt worden. Maar dat is maar een buikgevoel.

 
maandag 22 mei 2017 | Written by André Oerlemans

‘Noem YouTubers geen influencers, maar geef ze een zak geld’

Door Bas van Teylingen

Bas van Teylingen werkt al bijna zijn hele leven in de Oudhollandse mediawereld. Pas sinds een paar jaar stort hij zich vol enthousiasme op YouTube, hij heeft zijn eigen YouTube School en kanaal (Jeukvogel). Voor zijn tweede blog vroegen we hem: wordt het nog wat tussen YouTubers en merken?

 
In een kleine vijf jaar zijn er in ons land honderden nieuwe reclamebureaus bijgekomen. Allemaal eenpitters die scriptschrijver, acteur, regisseur, cameraman en editor zijn en stuk voor stuk de gerenommeerde reclamebureaus naar de kroon steken als het gaat om het bereiken van de jeugd. Ze noemen zichzelf alleen geen reclamebureau. Ze noemen zichzelf Youtubers. Maar door de marketingwereld worden ze ‘influencers’ genoemd. Alsof ze alleen maar goed zijn in het uitoefenen van invloed. Ja klopt, hun video’s kunnen er simpel uitzien, geschoten met een goedkope camera en duidelijk zonder regisseur. Laat daar nu net de kracht liggen. Dat is wat ze geloofwaardig maakt. Er zit geen heel team achter. De kijker ziet hun idool, in alles. Hebben de YouTubers daar over nagedacht? Nee. De meeste totaal niet. Natuurlijk willen ze succesvol zijn, maar ze willen vooral iets maken. En dat stukje invloed krijgen ze er gratis bij. Maar door hen ‘influencer’ te noemen doe je ze te kort. Ik snap het wel. De gevestigde orde wil er graag een etiket opplakken zodat ze het mee kunnen nemen in het gesprek met hun klanten. ,,Speciaal voor jullie campagne gaan we influencers inzetten!’’ En klanten vinden dat gaaf want die vinden alles gaaf waar ze weinig verstand van hebben maar wat wel goed scoort. Maar in feite zegt het reclamebureau hier niets anders mee dan: ,,we hebben zelf geen idee hoe we jullie doelgroep moeten bereiken en kopen dat gewoon in bij mensen die dat wel weten.’’

 
Dylan Haegens weet exact wie zijn kijkers zijn
Alleen zijn die YouTubers niet gek. Ze zullen zichzelf nooit influencer noemen. En sommige YouTubers weten al heel goed dat het reclamebureau of zelfs het mediabureau er helemaal tussenuit kan. Zonde van het geld van de klant en zonde van al het gedoe. Neem Dylan Haegens, 1,1 miljoen abonnees en meer dan 18 miljoen weergaven per maand. Hij weet exact wie zijn kijkers zijn, hoe lang ze zijn video’s kijken, waar ze vandaan komen, op welk apparaat ze zijn video’s kijken en ga zo maar door. Analytics waar de ‘oude media’ alleen maar van kunnen dromen. YouTubers zoals hij weten hoe ze hun achterban van trouwe fans moeten bereiken, inspireren en motiveren.

Waarom moet daar een reclamebureau tussen zitten? Bel Dylan gewoon zelf, net zo makkelijk. Ja dat is spannend. Maar je hoeft er maar twee dingen voor te kunnen: loslaten en eerlijk betalen voor de views die je krijgt. Geweldig toch, het merk hoeft niet meer na te denken over scripts, over strategieën en al die andere dingen waar reclamebureaus ze mee lastig vallen en die eigenlijk niets meer doen dan het bestaansrecht van datzelfde bureau goedpraten. Ze hoeven alleen nog maar Dylan of een andere grote YouTuber te bellen en te zeggen: hier heb je geld, maak iets. En oh ja, noem wel even ons merk.

Er gaat een verhaal over Woody Allen die werd gevraagd om een film te maken. Zijn manager belde de studio en zei dat ze een zak geld konden afgeven en dat er na een jaar een film zou zijn. Een nogal onorthodoxe manier van werken, maar de studio ging overstag. Geen idee of de film ook goed is geworden, het zal wel over een neurotische man in New York zijn gegaan, maar het verhaal spreekt me aan. Het is precies hoe ik zelf wil werken. Geef me geld en creatieve vrijheid en ik ben je man. Dan krijg je een eerlijk product dat de doelgroep omarmt en is iedereen blij.

 
Droom maar verder
Dream on Bas! Dankjewel, dat ga ik zeker doen. We zijn er ook nog niet. Je kunt niet zomaar een willekeurige YouTuber geld geven en er op vertrouwen dat het goed komt. Niet iedereen is als Dylan, die, naast zijn komische talent, ook het vermogen heeft om zich simpelweg aan de afspraken te houden. Er zijn genoeg YouTubers die het niet lukt om een agenda bij te houden, die op het allerlaatste moment of later afbellen met een smoesje omdat ze even geen zin hebben of omdat ze net een filmpje hebben gemaakt waarbij ze honderd Hema worsten binnen een uur op proberen te eten. Lachen natuurlijk. Maar niet als je verwacht dat het filmpje over jouw merk al online staat. Tenzij je van de HEMA bent, dan wel natuurlijk.

 
Jongeren uit bed bellen
Toen ik leiding gaf aan de YouTube zender FIRST! heb ik heel wat jongens uit hun bed moeten bellen omdat we binnen een uur live zouden gaan. Ja, uit hun bed. En we gingen om 16.00 uur live. Vervelend? Ja. Maar ook leerzaam. Ik heb thuis een lijstje met daarop precies welke YouTuber zelfstandig ingezet kan worden en wie er een beetje ‘hulp’ nodig heeft als er iets voor een merk moet worden gemaakt. Want laten we wel wezen, sommige zijn nog gewoon kinderen. Die zijn echt niet de hele dag bezig met hun werk. Die moet je achter de broek zitten zoals een ouder of een leraar dat doet. Ook dat leer ik de leerlingen van De Tube School. Verantwoordelijkheid nemen. En die professionalisering gaat razend snel. Zo snel dat de ‘middle-man’ van het reclamebureau er binnenkort echt tussenuit kan. Maar noem ze geen influencer. Noem ze geen vlogger. Noem ze gewoon bij de naam. En geef ze een zak geld. En als je helemaal zeker wilt weten dat het goedkomt, bel mij dan even voor mijn lijstje.;-)

 
Sinds 1989 is Bas van Teylingen werkzaam als voice over en stemacteur voor radio- en televisiecommercials en televisieprogramma’s. Bas doet al meer dan vijftien  jaar regie voor televisieprogramma’s, documentaires, theatershows en concerten. Hij regisseerde tv-programma’s en documentaires met Erik van Muiswinkel, Ruby Wax en Marco Borsato. Eind 2013 besloot Bas een jarenlang verborgen verlangen uit te spreken; zelf op het podium gaan staan als comedian. Inmiddels is hij actief op YouTube en oprichter van De Tube School, de eerste school in Nederland waar jonge mensen alle facetten van YouTube leren.
 
Lees hier ook deel 1: Youtube als verjongingskuur

https://www.frank.news/2017/04/26/youtube-als-verjongingskuur/

 
 
maandag 22 mei 2017 | Written by Redactie Frank.News

Groene branding: maak consument onderdeel van je verhaal

Door Monique Messelink

Groene branding is misschien wel een van de moeilijkste takken van sport in marketing en communicatie. Want hoe krijg je consumenten zover om te kiezen voor zonnepanelen, een duurzame bank of een elektrische auto? Manager communicatie Monique Messelink van ASN Bank schreef in het kader van de NRC Live avonden over de energietransitie een blog over groene gedragsverandering.

 
Om klimaatverandering en energietransitie concreet te maken en dichtbij te brengen moet je consumenten onderdeel maken van het verhaal. Hun keuze voor groene stroom of een duurzame bank moet net zo makkelijk gemaakt worden als de keuze voor eerlijke chocola of kleding.

Mensen - zeker mensen die geïnteresseerd zijn in duurzaamheid - vormen niet één uniforme doelgroep. In onze eerste jaren hadden we als bank vooral te maken met de voorlopers. Mensen die zelf al bezig zijn met milieu, klimaatverandering en schone energie. Die heb je  snel voor je gewonnen. Nu is het momentum daar om een bredere doelgroep te bereiken. Maar dat zijn mensen voor wie klimaat en duurzaamheid niet de hoogste prioriteit heeft. Ze vinden het wel belangrijk, maar ze zijn er niet dagelijks mee bezig. Het is slechts een van de tientallen keuzes die ze in hun huishouden, werk of vrije tijd moeten maken.

Daarom zul je andere manieren moeten vinden om deze doelgroep aan te spreken. In feite moeten wij het hen makkelijk maken om die keuze te maken. Dat geldt voor groene stroom, maar ook voor een groene bank. Daar moet je extra hard voor werken.

 
Weerbarstig 
Verandering van gedrag blijft een weerbarstige zaak. Mensen voelen wel impulsen en willen in principe iets goeds doen, maar verandering van gedrag vinden ze lastig. Ze vragen zich af hoe zij het verschil kunnen maken. Ze zijn namelijk onderdeel van een groter geheel. Eén huishouden is onderdeel van alle huishoudens die energie afnemen. Jouw spaargeld op de bank is onderdeel van de vele miljarden die bij banken zijn gestald. Hoe zorg je dat elke stap telt en dat vele kleine acties één grote actie maken? Daar moeten we mensen bij helpen. Stel de vraag: wat kan ik doen? Hoe kunnen wij als wijk, stad of land het verschil maken? Dat is wat communicatie kan doen. Laten zien dat jouw actie wel verschil maakt. Wat de impact is. Daar zijn heel veel bedrijven actief mee bezig, ook al staat dit nog in de kinderschoenen.

 
Onderdeel verandering 
Om te snappen hoe je er iets aan kunt doen, moeten mensen wel snappen hoe het zit. Wij hebben bijvoorbeeld over onze drie belangrijke pijlers – klimaat, biodiversiteit en mensenrechten – een kort filmpje gemaakt om te laten zien waar het om gaat. Wat is een klimaatneutrale bank? Hoe kom je daar? Je vertelt dat in kleine stapjes en gebruikt veel voorbeelden. Zo ontstaat een compleet beeld van hoe verandering in elkaar zit en verleid je mensen om onderdeel te worden van die verandering. Mensen willen onderdeel uitmaken van iets positiefs en aan de kant van de winnaars zitten. Klimaatverandering is lang het domein van een kleine groep doemdenkers geweest, maar is verschoven naar grote groepen mensen die alternatieven willen. Toch moet je jezelf niet rijk rekenen door te denken dat mensen daar heel veel tijd in willen investeren. Sommige bedrijven overschatten dat. Je kunt van mensen niet verwachten dat ze zich in jou verdiepen. Bedrijven moeten hun communicatie in dienst stellen van mensen die kiezen en die keuze makkelijk en leuk maken. Een voorbeeld: bij veel energiebedrijven kunnen mensen lekker op de bank op hun tablet kijken hoeveel energie ze bespaard hebben.

 
Gedragseconomie 
Bij gedragseconomie draait het om psychologische invloeden die leiden tot andere keuzes van mensen. Een van de inzichten uit die wetenschap is dat mensen hun gedrag sneller aanpassen en veranderen door beloning en positieve sociale druk dan door dwang. Oftewel: nudging werkt beter dan pushing of punishing. Als consumenten te weerbarstig zijn om te veranderen hebben overheid en bedrijfsleven een belangrijke voorwaardescheppende rol. Je kunt niet van consumenten verwachten dat ze de economie veranderen. Die verandering komt ook niet alleen van multinationals of startups. Het speelveld is complexer. Startups zijn de uitdagers van de economie. Door hen worden grote spelers als Unilever en Eneco uitgedaagd en dat heeft een impact op de gehele markt. Die startups hebben een verhaal, zoals Vandebron, dat een koppeling maakt tussen de consument en de boer die met zijn windmolen jouw energie opwekt. Mensen zijn op zoek naar dat soort verhalen, maar het moet wel kloppen. Tony’s Chocolonely heeft niet alleen een goed verhaal over 100 procent slaafvrije chocolade, het product klopt ook.

 
Social media 
In de communicatie spelen social media inmiddels een sleutelrol. Ze zijn snel toegankelijk, informeler en lenen zich prima voor duurzame onderwerpen. Bijvoorbeeld omdat verhalen snel gedeeld kunnen worden. Als we iets posten roept dat vaak direct discussie op en discussies in traditionele media zoals televisietalkshows gaan daarna verder op social media. Via social media kun je mensen echt opzoeken in hun leefwereld en dat is wat we willen.

 
Geloof in storytelling 
Nou is chocolade een ander product dan duurzame energie. Ook heeft niet iedereen de mogelijkheid om zonnepanelen op zijn dak te leggen of een wko-installatie in zijn woning te bouwen. Daarom is er ook geen one-size-fits all verhaal voor consumenten en moeten we heel hard werken en heel veel verschillende manieren vinden om hen te blijven boeien en trekken. We zijn een land van ondernemers en bedenkers, dus moet je op zoek naar hun verhalen. Dat is de les die wij geleerd hebben. Wij geloven in storytelling. Dus geen grote lappen tekst, maar goede verhalen. Mensen willen onderdeel uitmaken van een goed verhaal. De optelsom van al die kleine verhalen vormt één groot verhaal over verandering. Daarmee kun je het verschil maken.

 
Monique Messelink is manager communicatie bij ASN Bank.


 
dinsdag 16 mei 2017 | Written by Redactie Frank.News

Wordt er wel genoeg verdiend in de radiomarkt?

Door Jan-Willem Brüggenwirth
De radiovraag, deel 2 

Een zender als 3FM is diep weggezakt en Spotify zet het lineaire radiomodel onder stevige druk. Daarom stellen we marketing- en mediaman Jan-Willem Brüggenwirth maandelijks een vraag over radio. Vandaag: wordt er nog wat verdiend in de radiowereld?

 
Historisch is het radiovak een vak van nerds, gepassioneerde muziekliefhebbers, techneuten en andere mensen met passie voor radio. Lekker pielen op een zolderkamer en later op een schip met als hoogste doel; programma’s maken waar veel mensen naar luisteren. Dat lukt de radio aardig hoor; in een maand worden meer dan 13 miljoen mensen bereikt. En die mensen luisteren bijna 3 uur per dag.

 
Veiling FM-frequenties
Die potentie zag Den Haag ook in het begin van de eeuw en er moest en zou een veiling van FM-frequenties komen in 2003. Niemand wilde die boot missen. Iedereen heeft elkaar toen gek gemaakt en er volgde een prijsopdrijving die niet gezond was voor de branche. Hele optimistische businesscases zijn er gemaakt met mooie - hockeystickvormige -  omzetmodellen. Nadat de veiling een feit was en de kavels verdeeld waren, trok de rook op. Iedereen kom zien dat er bijvoorbeeld één kavel was voor Radio Noordzee waar per jaar een slordige 8 miljoen voor moest worden betaald. En dan hebben we het niet over de exploitatie, maar alleen over de frequentiekosten.

 
Topochtendshow
Als we dan nog gaan kijken naar wat er aan techniek en mensen/dj’s en marketing nodig is kom je al snel tot de conclusie dat er erg veel terugverdiend moet worden. En om veel te verdienen moet je als basis een topochtendshow hebben want daar profiteer je de hele dag nog van als zender. En voor die ochtendshow heb je altijd een topper nodig en daar zijn er niet zoveel van…dus wordt het bieden. En is het dan veel om 600K te betalen aan Mattie? Dat hangt er maar net vanaf hoeveel publiek hij weet aan te trekken. Dat sommetje is te maken.

 
Collectief Talpa Radio enige manier om NPO te bestrijden
Maar dat is nog niet alles. Want in de tussentijd heeft er ook een enorme concentratie van stations plaatsgevonden. De Talpa Radio groep (Radio538, Radio10, Sky en Veronica) is nu een serieuze speler om het geweld en het ongelijke playingfield van de NPO aan te pakken. Dat was in de tijd van ‘ieder voor zich’ bijna onmogelijk. Iedereen heeft ingezien dat je alles zelf kunt doen, maar gezamenlijk de aanval openen op de publieke omroep levert meer op. Door de samenvoeging zijn er veel meer gezonde stations gekomen omdat ze veel met elkaar kunnen delen en ook de wedstrijd aankunnen met de publieke omroep. Het medium ‘radio’ is het theater van de gedachte. Dus iedereen kan eerlijk zijn of haar eigen verhaal erbij bedenken. Ik zou zelfs de uitdaging aandurven dat radio beter kan overbrengen dat een wasmiddel witter wast dan welk ander wasmiddel dan ook in vergelijk met tv. En wat een marketeer moet aanspreken;  de productie is veel goedkoper dan tv-productie.

 
WIFI als dekkend netwerk
Die radiomarkt wordt nog gezonder op het moment WIFI haar intrede doet als een echt landelijk dekkend netwerk. Dan kunnen de dure FM-frequenties uit wat een forse kosten- en energiebesparing zal opleveren. Want zo’n FM-zender laat de meter op elektriciteitsgebied heel snel draaien. In de USA dan zien we dat daar ook de twee grote commerciële stations Sirius en XM ook zijn samengegaan. En ook dat was niet uit luxe. Daar zit trouwens ook een top DJ in de ochtend, Howard Stern. Maar om zo groot te worden moet Mattie nog wel even door.

 
Jan-Willem Brüggenwirth was van 2004 tot 2013 directeur van de 538Groep.  Daarna was hij Director ILP World Wide bij Brand Loyalty. Inmiddels is hij werkzaam bij direct-marketingbureau ‘de creatieve directie’. Oorspronkelijk komt Brüggenwirth trouwens uit de reclamewereld dus we zullen hem vooral marketingvragen stellen.
 
woensdag 10 mei 2017 | Written by Redactie Frank.News

YouTube als verjongingskuur

Door Bas van Teylingen

Bas van Teylingen werkt al bijna zijn hele leven in de Oudhollandse mediawereld. Pas sinds een paar jaar stort hij zich vol enthousiasme op YouTube, hij heeft zijn eigen YouTube School en kanaal (Jeukvogel). Logisch dus dat we hem vroegen een blog te schrijven met het antwoord op de vraag: wordt het nog iets met YouTubers voor de oudjes (lees non-tieners)?

 
De generatiekloof wordt ieder jaar groter. Ik heb het over Eerste Paasdag. We vieren dat nog altijd met familie. En de vrouw van mijn broer maakt zich zorgen over YouTube. En als ik zeg generatiekloof bedoel ik vooral de mentale kloof, want zij is vijf jaar jonger dan ik. En ze maakt zich zorgen over YouTube.

Ah! Denk je nu misschien. Is zij netcoördinator van de NPO? Nee. De zus van mijn broer is niet Suzanne Kunzeler. Dat mocht hij willen. Of zij. Dat hou ik graag even in het midden. Maar waar zij zich zorgen over maakt is dat haar dochter van tien een YouTube-kanaal wil beginnen.

,,Leuk!,” zei ik direct. Nee, het was niet ‘leuk’. Het was eng, onduidelijk, gevaarlijk en: ‘hoezo moeten vieze mannen van zestig kunnen kijken naar hoe mijn dochter in haar slaapkamer een dansje doet?’ Ah ok. Nee, dan is het direct niet meer leuk. Ik heb mijn schoonzus vertelt dat je YouTube niet kan tegenhouden. Dat YouTube voor de nieuwe generatie grotendeels de plek inneemt van het ouderwetse tv-kijken. ,,Ja maar, het is toch niet vergelijkbaar met tv? Er zit geen redactie op YouTube. Ik heb geen idee wat mijn dochter allemaal bekijkt!”

 
Paradijs aan content 
Dat klopt. Als je als ouder wilt weten wat je kind op YouTube ziet moet je gewoon meekijken. En dat is helemaal niet zo erg als sommige ouders denken. Het zijn niet alleen maar Enzo Knollen die de hele dag ‘fucking gave dingen’ meemaken zoals het kopen van een pak melk. Als je de weg op YouTube een beetje weet te vinden is er een paradijs aan content te vinden. Iedere minuut wordt er 400 uur video geüpload op het videoplatform. Daar zitten echt wel een paar minuten bij die interessant zijn voor iemand van dertig plus.

Dat hoef ik hier natuurlijk niet te vertellen. Iedereen die een beetje wakker is gebleven de laatste jaren heeft kunnen zien hoe hard het gaat. Adidas dat zich volledig richt op online en geen tv-reclame meer inkoopt. Kijkcijferkastjes die door niemand meer - behalve Paul de Leeuw en Linda de Mol misschien - serieus genomen worden. Je bent pas een succes als je het goed doet op internet; als ‘Zondag met Lubach’ goed scoort op internet komt het in de krant. En zo hoort het ook. Want daar bepaalt de community wat de moeite waard is. Eerlijker dan dat wordt het niet.

 
Kijker bepaalt
Er is geen redactie die haar eigen agenda en smaak door de ogen van de kijkers drukt. Er zijn hier geen tienjarige contracten met een Wendy van Dijk. Als je op YouTube jouw kijkers niet serieus neemt, haken ze af. Het is zo simpel als dat. Als je op tv jouw kijkers niet meer serieus neemt, krijg je gewoon een nieuw programma bij VARA/BNN. Dit hoef ik hier allemaal niet te vertellen. Maar als ik met Pasen even uit mijn persoonlijke bubble stap en de tijdmachine instap die familie heet, kan ik vol aan de bak.
Het is geen generatiekloof. Toen ik vorige week les gaf op De Tube School, stond ik voor een klas met twintigers. Ik was gemiddeld twee keer zo oud. Maar zij waren degene die zich bejaard voelden, niet ik. Omdat ze in hun jeugd nét de grote opmars van YouTube en social hebben gemist. Ze zijn er niet mee opgegroeid en snappen het niet meer. Maar voor hen, mijn schoonzus en iedereen die zich hier misschien nu toch een beetje in herkent is er goed nieuws: je kan gewoon nog meedoen! Leeftijd maakt niet uit, het is voor iedereen.

 
Verjongingskuur 
In Nederland zijn het nog voornamelijk jongeren die scoren en is het vooral het Jeugdjournaal dat serieuze items maakt over YouTube. Maar in Amerika zie je dat de grootste YouTubers dertig plus zijn. Bij De Tube School kunnen jongeren, ouderen, schoonzussen en bedrijven terecht voor een korte opleiding. Maar je kan natuurlijk ook gewoon zelf op ontdekkingstocht. Ik ben twee jaar geleden ingestapt. Heb de tv-wereld vaarwel gezegd en ben in één keer in het diepe gesprongen. Natuurlijk vond ik het eng. Maar wat bleek? Als veertiger vond de community mij helemaal niet raar, ik werd met open armen ontvangen. Echt, het voelde als een verjongingskuur.

 
Sinds 1989 is Bas van Teylingen werkzaam als voice over en stemacteur voor radio- en televisiecommercials en televisieprogramma’s. Bas doet al meer dan vijftien  jaar regie voor televisieprogramma’s, documentaires, theatershows en concerten. Hij regisseerde tv-programma’s en documentaires met Erik van Muiswinkel, Ruby Wax en Marco Borsato. Eind 2013 besloot Bas een jarenlang verborgen verlangen uit te spreken; zelf op het podium gaan staan als comedian. Inmiddels is hij actief op YouTube en oprichter van De Tube School, de eerste school in Nederland waar jonge mensen alle facetten van YouTube leren.
woensdag 26 april 2017 | Written by Redactie Frank.News

Stop met de 50-plusser te onderschatten

Door Matthijs Kloezeman

De groep 50-plussers groeit de komende jaren explosief. In 2020 zijn er ruim 7 miljoen Nederlanders 50 jaar of ouder. Voor marketeers en adverteerders wordt het tijd om deze doelgroep serieus te nemen. Tegenwoordig hebben ouderen de toekomst.

 
Nederland verandert. Na de babyboom van 1945 tot 1964 is de groei van de bevolking geremd. De komende jaren is er alléén een verandering in samenstelling van bevolking en huishoudens. Met als gevolg dat huishoudens kleiner worden, Nederlanders ouder en daarmee een enorme stijging van het aantal ouderen plaatsvindt. Waar er in 2000 nog 2,2 miljoen 65-plussers waren, zal dat in 2030 bijna verdubbeld zijn naar 4,3 miljoen.

 
Dé ‘50 plusser’ bestaat niet meer 
Al jaren en in veel gevallen nog steeds, telt deze doelgroep niet mee in de marketingplannen. Want je merk afstemmen op 50-plussers was iets voor trapliftspecialisten of verkopers van hoortoestellen. A-merken richtten zich liever op de doelgroep 20-49 jaar. Maar dat zal gaan veranderen. Niet alleen is dit de snelst groeiende doelgroep tot 2020, maar ouderen zijn ook actiever en maatschappelijk bewuster dan eerst. Daarnaast hebben ze meer geld, tijd en aandacht te besteden.

 
Veranderend mediagebruik 
Naast de veranderingen in levensstijl- en standaard, zijn 50-plussers ook steeds beter online en mobiel te bereiken. Het Nationaal Social Media onderzoek 2017, wijst uit dat ouderen de grootst groeiende groep op Facebook zijn. Daarnaast zijn ze ook steeds actiever op Whatsapp en YouTube. Er is zelfs een eerste YouTube-kanaal: Oudjes, met ruim 2100 abonnees.

 
https://www.youtube.com/watch?v=WpSlYe0387o

 
Stop met de 50 plusser te onderschatten 
Het doelgroep-potentieel 50-plus groeit dus enorm de komende jaren. In 2050 bestaat bijna 40 procent van de Nederlandse bevolking uit mensen van 50 jaar of ouder. Je kunt dan ook spreken van een ‘dubbele vergrijzing’: ouderen worden ouder, daarnaast komen er meer ouderen bij. Dé 50- plusser zoals we hem kennen van ‘vroeger’ bestaat niet meer. Het wordt een belangrijke groep voor marketeers. Niet meer alleen voor specifieke producten, maar ook breed. We hoeven ze niet meer alleen via traditionele media te bereiken, want ze groeien ook op online gebied. Het wordt tijd dat marketeers en adverteerders deze groep serieus gaan nemen.

 
Matthijs Kloezeman is media adviseur bij Stroom.
 
 
dinsdag 25 april 2017 | Written by Redactie Frank.News

Imago-onderzoek: je wilt geen United worden

Door Linda Haring

De gedeukte reputatie van luchtvaartmaatschappij United Airlines lijkt de noodzaak van goed imago-onderzoek nog eens te onderstrepen. De opeenstapeling van incidenten rond United laat zien dat het beeld van hoe publiek en stakeholders naar een bedrijf kijken in een split second kan veranderen.

 
Het opbouwen van een (bedrijfs)imago kost een hoop tijd, geld en marketingcommunicatie-inspanningen. Behalve het hebben klaarliggen van een draaiboek voor crisiscommunicatie is het is van groot belang voor een bedrijf om te weten hoe verschillende doelgroepen naar het bedrijf kijken: klanten, prospects, leveranciers, medewerkers, aandeelhouders, pers, enzovoort.

 
Opbouwen bedrijfsimago 
Inzicht in het beeld dat de verschillende stakeholders van een bedrijf hebben en aan welke zaken ze waarde hechten, maakt het mogelijk om met een concreet plan direct actie te ondernemen. Het is verstandig om geregeld onderzoek te doen naar het beeld van een bedrijf onder diverse stakeholders. De teloorgang van het imago van United in de afgelopen week heeft dat weer eens pijnlijk duidelijk gemaakt.

 
Internationaal schandaal 
United Airlines (afgekort tot United) is één van de grootste vliegtuigmaatschappijen van de Verenigde Staten. Jaarlijks vervoert United 143 miljoen passagiers naar 339 bestemmingen in 54 landen. Het bedrijf hanteert als één van de bedrijfswaarden: “We Fly Friendly”. Warm and welcoming is who we are! Dat zag er op 10 april helemaal niet zo uit.

 
https://youtu.be/VrDWY6C1178%20%20%20%20%20

 
United probeerde hardhandig een Amerikaans Chinese passagier, Dr. Dao  - arts van beroep -  te verwijderen, die weigerde het vliegtuig te verlaten in verband met overboeking. De man moest zijn plek - met nog 3 anderen die vrijwillig tegen een vergoeding van enkele honderden dollars hun plek afstonden - afstaan, zodat vier bemanningsleden van United mee konden vliegen.

Het incident werd wereldnieuws doordat passagiers de worsteling gefilmd hadden en het filmpje vervolgens ‘viral’ ging. Het leidde tot massale verontwaardiging, niet alleen onder medepassagiers. Zelfs het Witte Huis sprak zijn verontwaardiging uit. Ook in China is de ophef groot en is het filmpje massaal gedeeld.

 
Geen leggings 
Het was de tweede keer in korte tijd dat United negatief in het nieuws kwam. Een maand geleden weigerde de luchtvaartmaatschappij twee meisjes met leggings. Deze leggings waren in strijd met de kledingvoorschriften, luidde de verklaring. Welke passagier is op de hoogte van kledingvoorschriften waaraan je kleding moet voldoen als je een vlucht boekt?

In de berichtgeving over beide incidenten wordt inmiddels ook geregeld teruggegrepen op het ‘United breaks guitars’ incident uit 2008. Een muzikant moest toezien hoe het bagagepersoneel zijn custom made gitaar uit het bagageruim gooide. United weigerde de schade te betalen. De muzikant, Dave Carroll maakte er een liedje over dat inmiddels meer dan 17 miljoen keer is bekeken. Dat zal nu wel weer meer worden.

 
https://youtu.be/5YGc4zOqozo%20%20%20%20%20%20%20%20

 
Beurswaarde onderuit 
Deze incidenten zijn niet alleen schadelijk voor het bedrijfsimago van United, maar ook voor de beurswaarde. Topman Oscar Munoz zag de waarde van het bedrijf dinsdag 11 april met bijna 900 miljoen euro slinken.

Om het bedrijfsimago te beschermen of negatieve pers zo beperkt mogelijk te houden is tijdige actie wenselijk. Maar CEO Munoz wachtte te lang met een reactie op het incident, waardoor wereldwijd allerlei acties en negatieve pers ontstonden, zoals #BoycottUnitedAirlines. South West Airlines haakte er op in met de slogan ‘We beat the competition, not you’. Jimmy Kimmel brandde United af in het ABC programma Monday, waarbij hij als parodie een nieuwe commercial voor United maakte. Het filmpje op YouTube is al 4,3 miljoen keer bekeken.

Daarnaast hielp de interne mail van de CEO ook niet mee waarin hij vond dat het personeel goed gehandeld had. Hoewel hij hier later zijn excuses voor maakte. Het maakte dat Munoz diep door het stof moest om de publicitaire schade te beperken, voor zo ver nog mogelijk was.

Het leed was echter al geschied!

 
Waarden bepalen 
Het voorbeeld van United maakt weer eens duidelijk hoe belangrijk imago-onderzoek is.

Onderzoek naar het imago wordt enerzijds gemeten door de bekendheid van het merk versus concurrentie. Daarnaast wordt er onderzoek gedaan naar de reputatie van een merk of bedrijf op basis van algemene, rationele en emotionele waarden. Wanneer deze waarden niet bekend zijn binnen een organisatie, kunnen ze via een brainstormsessie opgesteld worden. Tot slot wordt er gekeken naar de aankoopbeslissing op basis van de belangrijkste individuele waarden. De doorlooptijd van een imago-onderzoek is circa 4 tot 6 weken.

Inzicht in het imago heeft een voorspellende waarde voor toekomstig succes van een organisatie. Een goed imago-onderzoek biedt daarbij handvatten voor een draaiboek voor crisiscommunicatie, zodat directies geen tijd verliezen om aan de stakeholders uit te leggen wat er is gebeurd en hoe ze er voor gaan zorgen dat het goed komt. Je wilt tenslotte niet in eenzelfde situatie belanden als United Airlines.

 
Linda Haring is marketing research consultant bij Vostradamus.
dinsdag 18 april 2017 | Written by Redactie Frank.News

De panda als marketingmachine

Er zijn maar een paar dingen die écht grote mensenmassa’s in oprechte vervoering kunnen brengen. Sport is daar de meest tot de verbeelding sprekende van. De aankomst van een nieuw Chinees pandastelletje lijkt dezelfde collectieve euforie teweeg te kunnen brengen. Maar kan Ouwehands Dierenpark de beestjes een beetje vermarkten, is de vraag.

 
Op 12 april werden de langverwachte Chinese reuzenpanda's Wu Wen en Xing Ya onthaald op Schiphol, voordat ze naar hun nieuwe verblijf Ouwehands Dierenpark in Rhenen vertrokken. Met de sfeer van een ware inhuldiging: een spreker, groot publiek en meer dan 100 journalisten om de aankomst van de panda’s vast te leggen. Net als een grote hoeveelheid mensen. Met gepaste eerbied voor de 2 ‘wereldreizigers’ bleef iedereen stilletjes staan kijken hoe de dieren uit een KLM Cargo-vliegtuig werden geladen. En zo gek is dat niet als je bedenkt dat er nog maar 1850 reuzenpanda’s in het wild leven en de kans om zo’n imposant dier in het echt te bewonderen is, daarmee dus bijzonder klein is.

 
Pandakoorts   
De laatste 48 uur was #panda in Nederland het meest trending op Twitter, boven #Sylvana en #pauw en net onder #pandakoorts. En ook de media berichten volop over de schattige beertjes. Mooie staaltje earned media voor Ouwehand. Maar gaat het ook voor meer bezoekers zorgen?

Er is ongeveer 7 miljoen geïnvesteerd in het verblijf van de panda’s. Daarnaast betaalt Ouwehand het land van herkomst van de dieren elk jaar 1 miljoen euro ‘huur’ die China gebruikt om de dieren in stand te houden. O ja, en dan hebben we natuurlijk de gewone onderhoudskosten ook nog. De ticketprijzen gaan vermoedelijk omhoog om daar wat van terug te verdienen. Momenteel kost een kaartje voor volwassenen €22,-. Door online te bestellen bespaar je een euro. De zogenoemde ‘pandabelasting’ lijkt vooralsnog nog niet van kracht.

 
Pandabelasting rekenen 
Ouwehands Dierenpark trekt, afgaande op gepubliceerde cijfers, elk jaar een kleine miljoen bezoekers. Voor een euro of 2 bovenop de ticketprijs heeft Ouwehand die vergoeding aan China mooi doorberekend, zijn de kosten voor het bamboe afgedekt en wordt er elk jaar nog een stukje afbetaald aan het verblijf. Gelet op de concurrentie (zónder zeldzame en beschermde reuzepanda’s) is er wel wat speelruimte voor een verhoging van de entreeprijs. Bij Artis betaal je €21,-, bij dierenpark Amersfoort € 21, bij Diergaarde Blijdorp €23,-, bij Burgers Zoo € 22, adventure Zoo Emmen €30,-. Veel dierenperken hebben overigens een lagere prijs als je de tickets online bestelt.

 
Niet meer naamsbekendheid
Je zou denken dat Ouwehand lekker achterover kan leunen en dat de bezoekers de komende tijd en masse op ze af komen om de knuffelbare beestjes te bekijken. De Belgische dierentuin  Paira Daiza - de enige zoo die in België sinds 2013 twee reuzenpanda’s heeft én inmiddels een babypanda - waarschuwt Ouwehands alvast. Panda’s zorgen niet voor extra inkomsten. Tegen de NOS zegt de woordvoerder van de Belgische dierentuin ,,dat het de naamsbekendheid van hun dierentuin niet heeft vergroot.” En dat ,,men het vooral heeft over de dierentuin met de panda’s, maar niet iedereen hun park kent.” Misschien is hand in eigen boezem hier ook wel op z’n plaats; ik weet niet hoe het met de Belgen zit, maar ‘Paira Daiza’ is voor mij niet bepaald een woord dat lekker in het geheugen blijft hangen.

 
Wél meer inkomsten 
Overigens spreken veel andere berichten de berichtgeving van Paira Daiza zelf ‘dat het grote schip met geld niet binnengevaren is’ tegen en heeft de komst van de panda’s het Belgische park wel degelijk voor flink meer inkomsten gezorgd. Het dierenpark zou in (2014) 63 miljoen op de beurs waard zijn, een verdubbeling. De ticketprijs zou met €3,50 à €4,- gestegen zijn. De omzetstijging van 22% in het eerste halfjaar na de komst van de panda’s halen ze misschien niet meer elk jaar, maar in totaal is de winst van Paira Daiza bijna verzesvoudigd tot 3,9 miljoen euro. Het is afwachten wat Ouwehands Dierenpark gaat doen met haar prijzen, maar duidelijk is wel dat deze dure dieren die hun soort zo moeizaam in leven kunnen houden, het park geen windeieren al opleveren.

 
vrijdag 14 april 2017 | Written by Lianne Kooistra

Geld aan de lezer vragen betekent bereik kwijtraken

Redacteur Kim was laatst bij een nieuwe editie van Magazine Media Café in de Balie. Niet bekend mee? Zeker een bezoekje waard. Er zijn vaak interessante thema’s en dito gastsprekers. Zo ook deze keer: thema ‘Kansen zien… en grijpen’. Kan natuurlijk zo op een tegeltje, maar al klinkt het cliché het is daarom nog niet minder waar. Dus.

 
Mercurs Lancering van het jaar 
Twee van de sprekers: Barbara van Erp en Femke Sterken. Zij richtten een jaar geleden Snippet Media op. De online uitgeverij van onder meer Saarmagazine.nl, voor vrouwen van vijftigplus. Het online platform ging september vorig jaar live en kreeg twee maanden later al de Mercurs Lancering van het Jaar. Bijzonder knap. Het online magazine bereikt inmiddels 140.000 unieke bezoekers.

 
Me-to-We 
Dit is niet het eerste succes. Drie jaar voordat de twee hun uitgeverij startten brengen ze Me-to-We op de online markt. Een online magazine voor jonge ouders. Met binnen een half jaar al 300.000 unieke bezoekers op de teller. Er is geen tijd om vanuit ‘het zolderkamertje’ te oefenen, dit is het echte werk.

 
Google Analytics 
Inmiddels bestaat de uitgever uit drie titels. Een jaar geleden werd psychologie platform Mynd gelanceerd met inmiddels 150.000 unieke bezoekers en zijn de twee een hoop lessen rijker. Zo is Google Analytics onmisbaar: blijf alles monitoren, kijk wat werkt en vooral ook wat niet werkt. En wees niet bang om hetgeen wat niet aanslaat direct te stoppen.

 
Betaalmuur 
Een andere les: geld aan de lezer vragen betekent bereik kwijtraken. Oftewel: als je gaat werken met een betaalmuur, daalt je bereik. En dat laatste is nu juist net waar je potentiële adverteerders mee kunt trekken. Want branded content; dát werkt wel. En dat is nu ook precies waar grotendeels de inkomsten van de uitgeverij vandaan komen.

 
Transparantie 
De ervaring van Van Erp en Sterken leert dat adverteerders vanaf een bereik van 100.000 geïnteresseerd raken. De sales werd eerst extern gedaan, maar ervaring leert dat je dat het beste in huis kunt houden. Je kent namelijk zelf je doelgroep als allerbeste en weet precies welke branded content-concepten wel en ook vooral niet werken. De vuistregel: altijd transparant zijn en duidelijk maken dat het om een advertorial gaat.

 
Killing 
En over die kansen zien, en grijpen, zegt het duo: ,,Een idee is iets, maar het doen is alles en dan vooral doorgaan. Of… doe het niet, want het is killing.”

 
donderdag 13 april 2017 | Written by Kim Buitenhuis

Een ode aan ‘This Old Marketing’

Als je bedrijven en merken wat vaker advies wilt geven op het gebied van contentmarketing - in plaats van alleen verhalen te schrijven - dan moet je veel weten. Mijn favoriete leermeesters zijn de Amerikaanse contenthelden Joe Pulizzi en Robert Rose. 

 
De afgelopen maand heb ik ongeveer dertig aflevering van ‘This Old Marketing’ (TOM) geluisterd. TOM is de wekelijkse podcast van Joe Pulizzi en Robert Rose, twee zeer ervaren contentmarketeers die allebei verbonden zijn aan het ‘Content Marketing Institute’ dat inmiddels tien jaar bestaat. Qua werkzaamheden gaat het voor mij steeds meer de kant van contentmarketing op en dat zal de komende jaren alleen maar toenemen. Je kan dan natuurlijk zomaar wat gaan roepen  - een marketingstudie en wat ervaring als mediajournalist helpen vast iets -, maar ik wil me echt verdiepen in de wereld van Cor Hospes, Aart Lensink en de rest.

 
177 afleveringen 
Normaal gesproken lees je dan alle interviews en boeken die er te vinden zijn, maar deze keer pak ik dat iets anders aan. Bij elk uurtje in de trein, ritje op de fiets of tijdens het (hard-)lopen luister ik naar een van de 177 afleveringen van ‘This Old Marketing’. Die mannen dompelen zich al tien jaar helemaal onder in dat vak, lezen alles en spreken veel mensen. Door goed te luisteren krijg je iets van die kennis - en het plezier - mee.

Ze weten echt heel veel en hun vrolijkheid is aanstekelijk, maar uiteindelijk gaat ‘t om het toepassen in de praktijk. Daarom heb ik mezelf voor deze Franky de opdracht gegeven  - sorry dat ik jullie daarmee lastig val - om eens op te schrijven welke lessen van Pulizzi en Rose mij zijn bijgebleven na al die uren naar de podcast luisteren. Let wel, het gaat me dus niet om allerlei letterlijke quotes van aflevering 123, maar om een globale indruk; wat is de visie van die mannen?

 
Strategie 
Zeer belangrijk in hun ogen is de contentmarketingstrategie. Veel bedrijven en merken willen niets liever dan hun Facebookpagina volknallen met content. Op hun site verschijnt de ene blog over niks na de andere, maar de mannen pleiten altijd voor tijd, voor rust, voor nadenken. Vragen stellen is daarbij belangrijk in de beginfase. Waar staat het merk voor? Wie werken er eigenlijk en welke doelstellingen wil het invullen met de content? Ben jij het tikkie vrijgevochten, rebelse Red Bull? Dan kun je prima een magazine maken over extreme sports. Maar wil je een specifieke groep mensen informeren over de laatste mogelijkheden van zwembaden in de achtertuin, dan moet je aan iets heel anders denken.

 
Originaliteit   
Als contentmarketeer moet je goed in de gaten hebben wat de concurrentie en de andere media in jouw sector doen. Jeroen van Merwijk zong al ooit:  ‘Er kan nog wel een kutblad bij’. En zo is het natuurlijk. Als je als meubeldetaillist precies dezelfde verhaaltjes gaat opschrijven als de woonvakbladen dan zullen mensen je niet in het hart sluiten. Waarschijnlijk pakken die vakbladen het immers veel beter aan omdat ze dat al jaren doen. Of je moet zo’n blad kopen natuurlijk en inpassen in de marketingmix, ook niks mis mee trouwens.

 
Eerlijkheid 
De mannen pleiten altijd voor transparantie want door onduidelijkheid te laten bestaan over de afzender verlies je geloofwaardigheid. Een hele goede tip voor de mediasector want, sorry dat ik het moet zeggen, wat wordt daar toch gerommeld met contentmarketing of hoe je het ook moet noemen. Laatst moest ik een verhaal maken voor blad X en in de briefing stonden wat namen van mogelijke bronnen. Niks mis mee verder. Maar ergens onderaan de briefing stond: deze mensen alleen bellen als ze betalen voor de aandacht én het platform. Bij dat gerenommeerde magazine ‘rommelen’ ze dus blijkbaar vaker wat sponsors erin om de gaten in de begroting te dichten. Niet doen, zouden Pulizzi en co zeggen. Ik ken trouwens ook voorbeelden van hele magazines die hun pagina’s allemaal verkopen zonder dat er ook maar ergens het woord ‘advertorial’ op de pagina’s staat. Doe het gewoon niet jongens, het is een doodlopende straat.

 
Doelgroep kennen 
Nou ja, ik kan nog wel duizend lessen geven van mijn nieuwe helden,  maar ik hou het bij nog eentje; de doelgroep heel goed kennen. Contentmarketing valt of staat bij het aanbieden van iets waarin de doelgroep meerwaarde ziet, waar het iets aan heeft. Ik hou bijvoorbeeld van het tv-programma Voetbal Inside én ik moet me om de dag scheren dus ik ben een hele goede target voor VI-sponsor Gillette. Moeiteloos zou ik een maandabonnement nemen op een mooi doosje mesjes als ik daar een gratis magazine van Voetbal Inside en toegang tot exclusieve Voetbal Inside content voor zou krijgen (en het jaarlijkse VI-fanevent in de ArenA). Je.moet.weten.wie.de.doelgroep.is.

 
Take it away boys 
Nou ja, voor zover de tussenstand. Take it away boys. Ik heb er inderdaad een stuk of dertig geluisterd, maar dat wil niet zeggen dat ik alles weet. Ik moet ook nog alles lezen van het geweldige Contently (ook een goed voorbeeld van de opzet voor een contentmarketingbedrijf trouwens, maar daarover later meer), binnenkort verschijnt er een nieuw boek van de twee mannen, ik ga veel mensen interviewen en waarschijnlijk nog wat congressen bezoeken. Geef me nog een half jaartje en ik zal tegen die bloemenveiling zeggen die wat budget had voor een boek vanwege het zoveel-jarig bestaan; doe eens geen interviews met medewerkers, maar verzin iets origineels. Maak een stripboek over het gehele veilingproces van A tot Z, huur een talentvolle regisseur in voor een goede documentaire of vraag de beste reportagemaker van Nederland, Marcel van Roosmalen, of hij de hele aardige vrouw wil portretteren die er al vijftig jaar werkt. Toen deejay Afrojack net begon met draaien, had hij een ambitie; ik ga dit vak helemaal stukmaken. En dat was positief bedoeld.
dinsdag 11 april 2017 | Written by Bas Hakker

Is TV dood of nog springlevend?

Door Linda Haring

Je hoort en leest het steeds vaker in de nationale en internationale pers: TV is dood. Ook tijdens de Screenforce Day 2017 kwam dit thema aan de orde. Maar de praktijk bewijst: niets is minder waar. TV is niet dood.

 
Een programma, zoals ‘Boer Zoekt Vrouw’ weet op een doodnormale zondagavond bijna 4 miljoen kijkers naar de buis te trekken. ‘Wie is de Mol’ wist ook dit jaar wekelijks weer enorme massa’s kijkers te boeien, afgerond met een finale die bijna 3 miljoen kijkers trok. Hieruit blijkt, dat het medium nog steeds impactvol is, een groot communicatievermogen -  beeld en geluid - heeft en daarnaast ook voor een groot bereik – massa - kan zorgen.

 
TV & social media 
TV is een prima aanjager voor social media (second screen). Kijkers delen en masse hun mening met elkaar over de boeren en hun vrouwen, spelen mee met een app (Weet ik Veel), of via de livestream van een programma, bijvoorbeeld bij The Voice of Holland of zelfs binnen reclameblokken. Televisie raakt en wordt vergroot via social media. De documentaire van Jessica Villerius ‘Emma Wil Leven’, over een jong meisje met anorexia, blijkt naast goed bekeken op televisie (22 november 2016), ook het meest bekeken online programma van 2016 te zijn met 289.000 kijkers. Onlangs won de documentaire de NVvP-Media Prijs.
Nieuwe media zorgen voor een kentering in het kijkgedrag. Lineair televisie kijken wordt nog steeds gedaan, maar minder passief. Met je mobiel op de bank of je tablet op je schoot, wordt interactie toegevoegd. Om de interactie nog verder te vergroten zijn er steeds meer programma’s met app’s waarbij je mee kan spelen of informatieve app’s. Voorbeelden van app’s zijn onder meer: Wie is de Mol, De Slimste Mens, Een tegen 100, The Voice, Boer Zoekt Vrouw en Radar.

 
Ontwikkeling kijktijd 
Jongeren van nu kijken nog wel naar de televisie, maar groeien op met andere schermen om zich heen, waarbij het belangrijkste scherm voor de kleintjes tegenwoordig de tablet/mobiel van de ouders lijkt te zijn. Naarmate ze wat ouder worden krijgen ze al snel een eigen mobiel en/of tablet. Op deze devices wordt gekeken naar YouTube, Facebookcontent, Netflix of allerhande vloggers, zoals bijvoorbeeld Kwebbelkop Enzo Knol met circa 1,5 miljoen abonnees op YouTube en PewDiePie, die wereldwijd ruim 54 miljoen abonnees op YouTube heeft. De ontwikkeling van de kijktijd zal menigeen bezighouden, omdat de cijfers vooral de afgelopen 2 jaar hard aan het dalen zijn. Het hardst op de jongeren-doelgroepen, maar eigenlijk voor alle onderstaande doelgroepen. Wanneer we kijken naar de doelgroep 13-19 jaar, dan is de kijktijd van deze doelgroep ten opzichte van 2013 met een derde gedaald.

 
Bron: SKO

 
 
Toekomst TV 
Vanuit verschillende hoeken - tv-zenders, tv-exploitanten, kabelmaatschappijen, adverteerders, reclamebureaus en marktonderzoekbureaus - zal er gekeken moeten worden naar een duurzame oplossing waarbij het medium televisie zijn functie blijft behouden, naast andere video-content-mogelijkheden. De opkomst van TV-toestellen met toegang tot het internet (+17%) en Mediacentermogelijkheden (+10%) neemt de afgelopen jaren in een hoog tempo toe. Het kijken van online video-content via het reguliere tv-toestel wordt hierdoor een stuk makkelijker. Je kunt zo via je Chromecast of Apple TV, bijvoorbeeld YouTube afstruinen naar videocontent.

 
Wat wil kijker live zien? 
Het is van belang dat er gekeken wordt naar wat de kijker op ‘live’ televisie wil zien. Wat maakt dat iemand voor de televisie kruipt op een avond en kijkt naar een programma dat door iemand anders is bepaald en geprogrammeerd? Eigenlijk een raar fenomeen als je er over nadenkt. Uit de huidige cijfers van het SKO over programmagenres, blijkt men met name voor non-fictie, fictie en sport voor de buis te kruipen. Hierop aansluitend zal er verder verdiepend onderzoek moeten worden gedaan naar wensen en behoeften. Vervolgens moet worden gewerkt aan aanpassingen en vernieuwing in aansprekende programmagenres - non-fictie en fictie - en het verder ontwikkelen van een goed verdienmodel voor de exploitanten, zodat ze ook de opbrengsten uit reclame weer kunnen bijdragen aan kwalitatief goede content die kijkers trekt.

 
Evolutie 
Op korte termijn zal de televisie niet uit de huiskamer verdwijnen. Er zal wel een evolutie gaan plaatsvinden, waarbij nog niemand precies weet hoe de toekomst van televisie eruit zal gaan zien. De komende jaren zal het kijkgedrag uit een combinatie van lineaire televisie in combinatie met online kijken bestaan zoals video on demand, Netflix en on demand Over The Top TV.  Dat online video in de toekomst een nog groter deel van de kijktijd zal gaan uitmaken is een feit, maar de vraag is hoe snel dit zal zijn.

 
maandag 10 april 2017 | Written by Redactie Frank.News

By accepting you will be accessing a service provided by a third-party external to https://www.candidplatform.com/

Be Candid,
it’s contagious.

Candidness is the quality of speaking with
honesty and authenticity. Our Candid editorial
team shares stories that matter on media, data,
marketing, creativeness and technology.

Our Candid editorial team
creates stories that matter.