TODO: /blogs/entry/default.php
TODO: /blogs/entry/default.posts.php

Aanslagen Parijs: Social media weten meer dan journalisten

Aanslagen Parijs: Social media weten meer dan journalisten

Bij de verslaggeving door nieuwsmedia rond de gruwelijke aanslagen in Parijs is één ding weer onomstotelijk duidelijk geworden: op social media als Twitter, Facebook, Instagram en andere apps waar snel foto’s, films en berichten gepost konden worden, was veel eerder duidelijk wat er aan de hand was dan op de traditionele nieuwsmedia als tv-stations, kranten en andere kanalen.

Sterker nog, tijdens en in de eerste uren na de aanslagen waren ook journalisten overgeleverd aan wat er aan berichten via social media binnenkwam. Ook in de dagen erna, toen media de overlevenden en de getuigen aan het woord lieten, scanden ze Twitter, Facebook en andere social media om die mensen op te sporen. En de foto’s van slachtoffers die enkele kranten maandag aan hun lezers toonden kwamen van…? Juist: Facebook en LinkedIn.

Rook
De rol van social media blijkt in de eerste uren na een ramp of aanslag van steeds groter belang. Hoewel de journalistiek enkele jaren terug nog huiverig was om te citeren uit deze oncontroleerbare, subjectieve en moeilijk verifieerbare nieuwskanalen, maakt ze er nu zelf driftig gebruik van.

In de eerste uren na een ramp of aanslag blijken social media een belangrijke bron van informatie, al is het maar onder het motto ‘ waar rook is, is vuur’. Media citeren Tweets en andere berichten en geven daarbij aan dat de berichten nog niet bevestigd zijn. Een standaard opmerking om zich achteraf achter te kunnen verschuilen, mocht er niets van kloppen.

Tijdlijn
Maar vrijdag de 13e bleek opnieuw dat social media bij dit soort gebeurtenissen sneller zijn.

Een reconstructie van de tijdlijn maakt duidelijk hoever de traditionele nieuwsmedia achterlopen bij dit soort gebeurtenissen. Al om 21.25 uur worden 15 mensen op het terras van restaurant Le Petit Cambodge en Café Carrillon doodgeschoten, waarna de terroristen doorrijden en nog drie terrassen onder vuur nemen, waarvan de laatste van Café Voltaire om 21.40 uur. Om 21.45 uur trekken IS-terroristen met hun Kalasjnikovs schietend poppodium Bataclan binnen.

Vuurwerk
Terwijl kijkers van de voetbalinterland Frankrijk – Duitsland al om 21.20 uur de eerste knal horen, denken ze nog niet aan een zelfmoordaanslag. Ook na de tweede en derde ontploffing - zeker vuurwerk? - gaat de wedstrijd gewoon door. Terwijl president Hollande al is geëvacueerd en dus op de hoogte is van wat er gebeurt, weten de media en dus het publiek nog van niets. Dat terwijl op social media al verschillende berichten, films en foto’s de ronde doen.

Pas om 22.16 uur meldt de Franse krant Libération op basis van getuigen dat mannen het vuur hebben geopend op een terras. Pas in de uren daarna worden de media wakker.

CNN, BBC en Sky News zijn buiten Frankrijk de eerste internationale media die het nieuws over de aanslagen naar buiten brengen met live-uitzendingen onder de gebruikelijke kop ‘Breaking news’. Terwijl ze alleen beelden van lege straten tonen, weten volgers van sociale media al dat er aanslagen zijn gepleegd.

18 Doden
In Nederland slaat de NOS pas tegen elven alarm. Net als andere (buitenlandse) media weet het journaal aanvankelijk niet veel en blijft het aantal doden lang op 18 staan. Dat is onder meer de reden dat een krant als het AD – die op vrijdagavond vroeg naar de drukker moet – de volgende dag in het merendeel van zijn edities slechts een kort berichtje kan opnemen over 18 doden bij aanslagen in Parijs. Terwijl dat aantal kort na middernacht al tot 120 stijgt. Een omissie waarvoor de krant maandag zijn excuses aanbiedt.

24 Uur later
Het aantal kijkers van de extra journaaluitzending loopt die vrijdagavond op tot 874.000 (Bron: SKO). Pas de volgende dag kijkt een aantal van 2,5 miljoen mensen naar het Acht Uur-journaal - het hoogste aantal van de hele week - en heeft de journalistiek het hele plaatje van alle gebeurtenissen compleet. Dat is bijna 24 uur later.

Via social media zoeken de nieuwsmedia naar foto’s van slachtoffers, getuigen en overlevenden, foto’s en filmpjes, die ze op hun websites publiceren. Opnieuw dus: journalisten die achter de social media aanlopen.

Nazorg
Terwijl de traditionele media nog uitzoeken wat er aan de hand is, beginnen social media al met de nazorg. Op Twitter kunnen Parijzenaars vlak na de eerste aanslagen via de hashtag #PorteOuverte aangeven dat ze hun huis beschikbaar stellen voor gestrande bezoekers die te bang zijn om op straat te blijven. Daar wordt veel gebruik van gemaakt.

Vermisten
Wie op zoek is naar familie en vrienden kan via de hashtag #recherchesparis foto's van vermisten tweeten. Facebook lanceert voor de vijfde keer zijn ‘Safety Check’. Daarmee kunnen gebruikers die op hun profiel hadden aangegeven dat ze in Parijs zijn hun Facebook-contacten laten weten dat ze in veiligheid zijn.

Deze tool werd voor het eerst ingezet na de aardbeving in Nepal in 2014. Toen lieten 7 miljoen mensen weten dat ze veilig waren, na de aanslagen in Parijs lieten 5,5 miljoen  mensen hun familieleden en vrienden weten dat ze ongedeerd waren. Hun ‘Ik ben in veiligheid’-boodschappen werden vrijdag door 360 miljoen Facebookgebruikers gezien.

Sneller
Zowel tijdens als na de aanslagen lieten social media dus zien hoe belangrijk ze zijn geworden in de moderne nieuwsvoorziening naar het publiek. Zijn journalisten daardoor overbodig? Geenszins. Zij hebben nog steeds de taak al het nieuws te verzamelen, te duiden en overzichtelijk aan het publiek te presenteren. Dat ze daarbij steeds vaker gebruik maken van social media en hun aanvankelijke scepsis overboord gooien is te prijzen. Nu alleen nog wat sneller worden….
Vragen?
Direct onze hulp nodig?
Wij nemen contact met u op.
Invalid Input

Invalid Input

Invalid Input

Invalid Input

Invalid Input

More stories.

By accepting you will be accessing a service provided by a third-party external to https://www.candidplatform.com/