Candid. Platform
for growth.

Bereik of geen bereik? Wat AD en De Telegraaf de komende jaren moeten doen

Het is al sinds de opkomst van online de ‘one million dollar question’ voor traditionele nieuwsuitgevers: wat is het beste uitgeef-/verdienmodel? De Telegraaf, AD en NU.nl zijn groot in bereik, maar dat lijkt een doodlopende weg. Wat is de weg voor deze ‘bereiktitels’ en hoe kijkt de adverteerder daar tegenaan?

In een vorig artikel hebben we omschreven dat het ‘bereikmodel’ voor nieuwsuitgevers een doodlopende weg is. Veel traditionele partijen moeten mee in de strijd om de kliks en bereik om advertentiegeld binnen te halen. Maar die uitgevers komen er ook achter dat ze nog nauwelijks verdienen aan het advertentiemodel rond digitaal nieuws. De Telegraaf en AD zouden daarom in de nabije toekomst wel eens een probleem kunnen hebben (NU.nl laten we nu even buiten beschouwing).

 
Twee grote Belgische partijen
De Telegraaf en AD zitten beiden in een redelijk steady uitgeefhuis in een bijzonder onrustige markt. In Nederland is er nog slechts een handvol traditionele nieuwspartijen door de grote sanerings- en consolidatierondes van het afgelopen decennium. De branche wordt nu gedomineerd door twee grote Belgische partijen: marktleider de Persgroep (naast AD, Trouw, Volkskrant, Het Parool, regionale en lokale bladen en sites) en Mediahuis (naast TMG/Telegraaf, NRC Media, regionale titels). Daarnaast is er nog FD Mediagroep, het nu nog onafhankelijke NDC Media in het hoge noorden en BDU met lokale nieuwsmerken. Sanoma heeft NU.nl en natuurlijk is er ook nog de NOS. Daarmee hebben we het ongeveer wel gehad.

 
Nieuwsbehoefte blijft groot
Aan het ‘bereikinfuus’ blijven hangen, is geen optie. Daarvoor is de advertentiemarkt te onzeker. Positief is dat de nieuwsbehoefte van de consument zeker niet is afgenomen de laatste tien jaar. De manier waarop de consument nieuws tot zich neemt is sterk veranderd. Wat we verder weten: er is behoefte aan nieuwsduiding en binnen het nieuwsdomein aan unieke content. Daar kunnen De Telegraaf en AD een rol in spelen. Meer dan ze nu doen.

 
1. Ga een echte relatie aan met je abonnee en bouw profielen
Vooropgesteld: het perfecte uitgeefmodel bestaat niet. Het is voor traditionele uitgevers een kwestie van trial and error. De printoplages zijn geslonken en dalen door, al is de echte scherpte er misschien wel af. Maar traditionele nieuwsuitgevers hebben dat papieren product dat door abonnementen nog altijd substantiële omzet oplevert. Daar is het digitale abonnement bijgekomen.

Bij De Persgroep is er de afgelopen jaren bij Trouw, Volkskrant en Parool een focus geweest op het abonnementenmodel. Dat geldt ook voor NRC (Mediahuis). Elke abonnee die er bij komt of erafgaat, zie je als uitgever direct onder de streep als het aankomt op marge en winst. Ze proberen bestaande abonnees vast te houden (het lastigste), nieuwe abonnees binnen te halen en te zorgen voor variatie in abonnementen. Bijvoorbeeld: de lezer die doordeweeks geen tijd heeft het papieren exemplaar te lezen, kan een abonnement met een digitale variant nemen, waarbij wel de dikke papieren zaterdagkrant in de bus valt. Deelabonnementen zijn hot en blijken te werken. Het heeft met name de Volkskrant en NRC de afgelopen jaren geen windeieren gelegd. Hun digitale oplages stijgen het hardst van alle Nederlandse dagbladen, blijkt uit de laatste cijfers van meetinstituut NOM.

 
Investeren in je klantenservice
Om een serieuze relatie met de lezer bouwen die van twee kanten komt, moet je investeren in je klantenservice en je datateam, om profielen van je lezers op te kunnen bouwen. De Telegraaf en AD lijken minder succesvol op dat gebied. Volgens NOM groeit De Telegraaf wel goed in digitale betalende abonnees, maar AD is daar wat minder bedreven in. Ondertussen kampen beide dagbladmerken met een scherpe daling in printabonnees. De Persgroep heeft destijds slim de regionale titels aan AD gekoppeld (tegenwoordig heet dat ADR Media), want zonder die regiomerken was het Rotterdamse AD een klein krantje geweest.

Bij De Telegraaf is het bouwen aan een relatie met de lezer de afgelopen jaren door allerlei omstandigheden (lees: onrust in de tent) blijven liggen. Nu De Telegraaf met NRC binnen één concern valt, zouden ze daar één en ander kunnen afkijken. Eerder werd bekend dat de dataexpert van NRC naar TMG is overgestapt, dus het besef is er. Bij AD zouden ze ondertussen eens te rade kunnen gaan bij de Volkskrant.

 
2. Goede, unieke journalistiek in plaats van clickbaits
Beide kranten zouden zich online minder op clickbaits moeten richten en meer op eigen unieke content, van goede journalisten die een ‘merk’ zijn. Daar was De Telegraaf altijd goed in, maar door eerder genoemde perikelen is dat weggeëbd. Investeren in goede journalistiek lijkt overigens niet echt op de agenda te staan bij beide dagbladen. Bij TMG waren en zijn er reorganisaties en bij de Persgroep werd recent ook gesneden in de redactionele kracht. Toch is dat belangrijk. Ondertussen kunnen ze gaan bouwen aan het abonnee- en datamodel.
3. Samenwerken of opgegeten worden
Een tweede uitgeefmodel is: samenwerken en profiteren van elkaars sterkte. Uitgevers kunnen het in feite niet meer solo, zeker niet in advertising. Inmiddels moeten de lokale uitgevers die vroeger nog hard met elkaar concurreerden noodgedwongen steeds meer samenwerken in de strijd tegen de grote Amerikaanse tech- en mediabedrijven die de markt overspoelen.

In de Nederlandse markt komt nu eindelijk een samenwerking op gang in digitale advertising sales: het gisteren gelanceerde Buy-media.nl. Hard nodig, anders worden de lokale partijen snel opgegeten.

 
4. Buitenlandse cases bieden hoop
Er zijn internationaal wel wat positieve ontwikkelingen rond nieuwsmedia. In de Verenigde Staten - hoe onvergelijkbaar misschien ook - heeft het presidentschap van Donald Trump de journalistiek geholpen: New York Times kon zomaar een paar honderdduizend betalende digitale abonnees bijschrijven.

België, Engeland en Frankrijk onder meer, bestaat er al een samenwerking in digitale sales. Hoopgevend is een case uit Frankrijk: sinds de oprichting van hun gezamenlijke ad-sales alliantie in september vorig jaar, hebben de dagbladen Le Figaro en Le Monde twaalf ad-tech leveranciers de wacht aan gezegd en doen ze het technische gedeelte zelf. Binnen enkele maanden stegen de inkomsten uit videoadvertenties van Le Figaro met 50 procent.

Samenwerken betekent dus ook samen investeren in technologie.

 
5. Wat wil de adverteerder?
Tot slot de advertisingkant. De Telegraaf en AD moeten zich minder blindstaren op advertising uit bereik, want ze vissen te veel in de kleiner wordende vijver. Adverteerders willen een andere relatie met uitgevers.
Unilever zet als ’s lands grootste adverteerder daarmee de toon. Afgelopen week werd bij presentatie van de jaarcijfers (in de UK) van 2017 duidelijk dat Unilever ook de komende jaren investeert in online advertising. De multinational maakt zich sterk voor betrouwbare meetmethoden voor online reclame en klikfraude. Unilever wil ook weten hoe het zit als er wel door een consument wordt geklikt op een banner of een video. Unilever wil graag één standaard om het succes van een campagne te meten en betalen voor wat het krijgt. Maar vooral wil Unilever precies weten wie ze online kunnen bereiken: één-op-één. Dat is allemaal nu nog niet goed geregeld in online advertising. Wel is zeker dat Unilever zijn budget in deze tijd sneller zal neerleggen bij uitgevers die inzicht kunnen geven wie hun bezoekers en abonnees zijn.
Dat is dan ook de richting die De Telegraaf en AD de komende jaren moeten gaan.
vrijdag 09 februari 2018 | Written by Bram van Noord

Het verschil tussen gewone content & content experience in ‘Beeld & Geluid’

IEDEREEN HEEFT RECHT OP GOEDE CONTENT DEEL 2

Jullie willen meer verhalen over contentmarketing? Dan krijgen jullie….Natuurlijk zullen we contentgoeroes blijven spreken en cases behandelen, maar vanaf nu zullen we ook regelmatig iets vertellen over onze visie op content. Met in deel 2: De content experience van het Instituut voor Beeld & Geluid.

 

Als je wilt ontdekken wat het verschil is tussen de oude wereld van advertorials, sponsored magazines en branded content én de nieuwe van ‘content experience’ dan moet je een keertje langs bij Beeld & Geluid in Hilversum met twee jongens van 7 en 10 jaar. Je loopt gewoon achter die gasten aan en checkt wat ze leuk vinden.

 

Omroeppromotie totaal genegeerd
Totaal genegeerd worden een stuk of zes beeldschermen ergens in een hoek op een trap waar de verschillende omroepen iets vertellen over hun eigen historie. Voor dit verhaaltje ben ik daar natuurlijk even gaan kijken en je moet wel een enorme medialiefhebber zijn om die filmpjes helemaal uit te kijken (voor mij geen probleem). De altijd leuke - tikkie opstandige - Jan Slagter vertelt bijvoorbeeld in een soort minidocumentaire over de historie van Omroep Max en datzelfde geldt voor de andere omroepen. Het lijkt op een tegenprestatie. Zo van: natuurlijk betalen we als Max mee aan het museum, maar dan willen we wel ons verhaal ergens kwijt.


Content Experience
Laat daar trouwens geen misverstanden over bestaan. Beeld & Geluid is echt een geweldig museum waar bijna alles klopt, er zijn meerdere dingen te doen die je met gemak een ‘content experience’ mag noemen. Kinderen varen daarbij gelukkig volledig op hun intuïtie dus die detecteren het verschil tussen ‘sponsored dingetjes’ en ‘geweldige belevenissen’ moeiteloos. Mijn kinderen zijn bijvoorbeeld een groot fan van de ‘achtervolgingsauto’. Dat is een auto waar je met twee mensen in gaat zitten en na afloop krijg je per e-mail een filmpje binnen waarbij het lijkt alsof je in een achtervolging van Flikken zit.

 

Showdeuren
Mijn jongste zoon, die een beetje van theater houdt, gaat altijd helemaal los op de showdeuren waar je - denk Ron Brandsteder - achter moet staan. Op een gegeven moment zegt zo’n typische showbizzstem ‘dames en heren, het absolute nieuwe talent van Hilversum’…En daarna gaat de showdeur open en maak je je entree op de studiovloer. Achteraf krijg je daarvan weer een geweldig filmpje binnen. Oh ja, zijn absolute lievelingsitem (hij is een keer of zes geweest inmiddels) is ‘Big Brother’. Hier moet je op een van de vier stoelen plaatsnemen en dan kunnen mensen je wegstemmen als het dansje of het liedje dat je zingt niet helemaal bevalt.

  

donderdag 08 februari 2018 | Written by Bas Hakker

Kaj Gorgels: van online- naar ouderwetse televisieheld

Personal brands, deel 8

In onze serie met inspirerende personal brands deze week online held Kaj Gorgels. Maakt zijn online-status hem ook meteen een personal brand? En hoe past zijn overstap naar lineaire televisie in dit plaatje? Chris Potter van Bureau Beaufort licht het toe.

Gorgels timmert al een behoorlijk tijdje lekker aan de weg. Online staat zijn naam als een huis. Afgelopen najaar deed hij mee aan RTL’s kijkcijferkanon Expeditie Robinson en wist hij het tot de finale te schoppen. Ja inderdaad: op de good old lineaire televisie. De perfecte move om zijn personal brand verder uit te bouwen?

 

Een man met een behoorlijk bereik
Zijn agency omschrijft hem als ‘online personality, presentator en journalist’. Het geeft direct aan hoe veelzijdig Kaj Gorgels is. Hij is nog maar 27 maar zijn CV is al behoorlijk indrukwekkend. Zijn YouTube-kanaal Kaj’s Typetjes noemt hij een uit de hand gelopen hobby. Maar wel eentje met inmiddels ruim 75.000 abonnees. Daarnaast is hij host bij YouTube-kanaal Concentrate, waar hij samen met een aantal andere online persoonlijkheden de bijna 400.000 abonnees wekelijks voorziet van nieuwe content. Ook op andere online kanalen scoort hij goed. Zijn Facebook-pagina is goed voor bijna een kwart miljoen likes en op Instagram is Kaj die kwart miljoen inmiddels al gepasseerd met 270.000 volgers. Kortom: een man met een behoorlijk bereik. Maar ben je daarmee dan ook meteen een personal brand? Chris Potter van Bureau Beaufort: ,,Een personal brand ben je als anderen jou zo zien. Zo kun je binnen een bepaald vakgebied gezien worden als autoriteit. Kaj is in elk geval enorm bekend geworden onder een jonge doelgroep dankzij zijn filmpjes. En als je kijkt naar het aantal volgers, dan is hij voor Nederlandse begrippen erg populair.’’

 

Publiekslieveling
Bovendien heeft hij zijn bereik binnen het domein waar het nog altijd om draait in marketingland: online ‘vang’ je de meeste jongeren. De perfecte plek om jezelf als merk te profileren. Toch maakte Kaj Gorgels in 2017 zijn eerste uitstapjes naar ouderwetse, lineaire televisie. Vanaf september was hij ineens bij meerdere zenders te zien en werd hij vrijwel onmiddellijk een publiekslieveling. Op RTL4 zocht hij samen met John Williams naar pechvogels van wie de vakantie compleet in het water was gevallen in SOS: Mijn Vakantie is een Hel. Maar vooral bij RTL5 breidde Gorgels zijn populariteit flink uit door mee te doen aan Expeditie Robinson, al jaren een kijkcijferkanon voor RTL. Hij wist het tot de finale te schoppen en werd door het publiek, een heel ander publiek dan zijn online volgers, in het hart gesloten.

 

woensdag 07 februari 2018 | Written by Heleen Scheurwater

Vijvenhalve contenttip van de makers van De Luizenmoeder

Iedereen heeft recht op goede content, deel 1

 

Jullie willen meer verhalen over contentmarketing? Dan krijgen jullie….Natuurlijk zullen we contentgoeroes blijven spreken en contentcases behandelen, maar vanaf nu zullen we ook regelmatig iets vertellen over onze visie op content. Niet omdat we zo geweldig zijn, maar omdat we oprecht vinden dat de content die bedrijven en merken maken stukken beter kan. Sterker nog, wij hebben een slogan: iedereen heeft recht op goede content!

 

Niet aan de zijkant van de danszaal
Prima dat je zegt dat het beter kan, hoor ik jullie zeggen. Maar dan moet je dus niet aan de zijkant van de danszaal blijven rondhangen met je grote waffel. Zullen we aftrappen met het beantwoorden van een hele belangrijke vraag? Wat is goede content? Oh sááái, dus jullie komen met een lijstje met de zes punten van goede content? Niet helemaal, we kennen jullie een beetje. We pakken de beste serie van de afgelopen tien jaar, De Luizenmoeder en bespreken aan de hand daarvan wat goede content is.



maandag 05 februari 2018 | Written by Bas Hakker

YouTuber Nienke Plas: ‘Ik vergeet wel eens dat ik een merk ben geworden’

Personal brands deel 6

Als er iemand is die weet wat je met personal branding kunt bereiken, is het YouTuber Nienke Plas. Het online succes van het merk dat ze is geworden, opent nu offline vele deuren.

 
Een avondje alleen thuis met kind terwijl je vriend op een feestje is waar je idool Lady Gaga onverwacht optreedt. Het kán het begin zijn van een carrière als YouTuber, influencer, comedian en presentatrice, weet Nienke Plas. Deze 30-jarige moeder gooide haar ergernis in videovorm op Facebook en oogstte per ongeluk een paar honderd reacties met de strekking: dit moet je vaker doen. Nu, anderhalf jaar later, kunnen we spreken van het ‘merk Nienke Plas’.

 

Het merk Nienke Plas
,,Leuk, maar ook heftig,’’ omschrijft de Purmerendse het succes dat haar is overkomen. ,,Want ik had het niet verwacht. Ik vergeet wel eens dat ik een merk ben geworden. Maar als ik de views van m’n video’s zie, dan realiseer ik me wel hoeveel mensen me nu kennen. Op straat komen ze ook naar me toe. Oh ja, denk ik dan, dát was het, ik deed iets publiekelijks.”

 

,,Leuk, maar ook heftig. Want ik had het niet verwacht. Ik vergeet wel eens dat ik een merk ben geworden.’’ omschrijft de Purmerendse het succes dat haar is overkomen.

600 duizend views
Aan wie dit alles voorbij is gegaan: we hebben het hier over een van de grappigste vrouwen van Nederland - en volgens FHM ook nog eens de knapste in deze categorie - met 62 duizend abonnees op YouTube en 145 duizend volgers op Facebook. Ze scoorde een jaar lang elke week zo’n 600 duizend views met haar zogeheten ‘#Hahalogs’, bloedeerlijke, dolkomische sketches, totdat ze het te druk kreeg met andere werkzaamheden. Zoals het gezicht zijn van het Amsterdamse lifestylemerk RUMAG - waar ze wegens een overvolle agenda intussen ook al geen tijd meer voor heeft. Sindsdien vlogt ze.

  

Tegen haar principes
,,Dat was wel echt tégen m’n principes,’’ vertelt ze terugblikkend. ,,Ik heb geen hekel aan vloggers, maar wie boeit het nou dat jij in je huiskamer staat en zegt: ik ben thuis. We kunnen het zien, weet je. Maar ik kon ook niet zomaar zeggen: bedankt voor het boosten van mijn naam, de groeten, later. Bovendien denk ik dat er heel veel meiden en mama’s zijn die het verfrissend vinden, iemand die durft te zeggen wat zij denken. Want het is toch best wel een dingetje dat je als vrouw schunnig uit de hoek komt of een grote bek hebt. Er zijn veel minder vrouwelijke comedians in Nederland dan mannelijke! Dat zegt al genoeg.”

  

donderdag 01 februari 2018 | Written by Grieteke Meerman

Oprichter Chad Hurley: ‘user generated content’ is dé kracht van YouTube

Geef maar toe: stiekem zijn we allemaal gek op succesverhalen. En als er één succesverhaal is om je vingers bij af te likken, dan is het wel dat van YouTube-oprichter Chad Hurley. Prettig dus dat hij bij Business Boost Live was. Zijn videoplatform groeide uit tot het allergrootste ter wereld. Maar hoe doe je dat: een uitgekiende strategie of een flinke dosis mazzel? En hoe vindt hij dat de tegenwoordige eigenaar Google met zijn ‘kindje’ omgaat: ‘Google is een beetje in de war over wat YouTube nu eigenlijk is’.

 
Komst van YouTube is revolutie
YouTube is al jaren een begrip. Het is moeilijk om een tiener te vinden die niet dagelijks op dit videoplatform rondhangt. En ook voor het oudere publiek is de schat aan content een welkome plek. Je zou de komst van YouTube zelfs een revolutie kunnen noemen. Miljoenen mensen die op een andere manier videocontent tot zich gaan nemen. Een ontwikkeling waarin dit platform voorop liep.

 
De ultieme jongensdroom
In 2005 richtte Hurley samen met twee oud-collega’s YouTube op. Anderhalf jaar later verkochten ze het platform voor 1,65 miljard dollar aan Google. De ultieme jongensdroom. ,,Toch hebben we ons nooit gerealiseerd dat we in die positie zaten,’’ vertelt Hurley. ,,We hadden de ontzettende mazzel dat we op het juiste moment op de juiste plek waren. Er waren op dat moment allerlei technische ontwikkelingen gaande. Steeds meer mensen kregen een videocamera, bijvoorbeeld op hun telefoon, en het internet werd steeds sneller. Toch was er nog nergens een plek waar je je videocontent kon uploaden. Wij hebben die gegevens gecombineerd.”

 
,,We hadden de ontzettende mazzel dat we op het juiste moment op de juiste plek waren. Er waren op dat moment allerlei technische ontwikkelingen gaande,” zegt Hurley.

 
En toen ging het los
Volgens Hurley is het met elk initiatief dat je neemt belangrijk dat je het ook voor jezelf doet. ,,We hebben de website in eerste instantie echt voor onszelf gemaakt. Het moet persoonlijk zijn. Je moet er een passie voor hebben en het zelf ook willen gebruiken. We creëerden de website als manier om onze video’s te delen met familie en vrienden. We vroegen onze vrienden vervolgens om ook video’s te uploaden. En toen ging het los.” De wereld veroveren was aanvankelijk niet bepaald het doel. ,,Het was nieuwsgierigheid. Naar hoe je met videocontent om kan gaan en hoe je daar een passende site bij maakt. Het enige vergelijkbare destijds was Flickr en dat draaide enkel om foto’s. Er was niets voor video. Wij wilden een platform creëren dat het mogelijk maakte om je persoonlijke video’s te delen met de wereld.”

 
Niet zo goed in rekenen
De juiste techniek was één van de belangrijkste stappen voor de mannen. Er bestonden op dat moment heel veel verschillende videoformaten en players. Alle geüploade video’s werden omgezet naar een flashformaat. ,,Daar hebben wij een voorsprong genomen op de concurrentie,’’ zegt Hurley. ,,Wij zetten alle video’s om in een formaat dat voor meer dan 90 procent van de gebruikers over de hele wereld af te spelen was.” En die deden dat dan ook massaal. Hurley zei ooit dat hij dacht dat 30 miljoen views per dag het maximaal haalbare zou zijn voor YouTube. Inmiddels loopt dit in de miljarden. ,,Die voorspelling maakten we ooit aan de hand van een rekensommetje. Hoeveel servers en dergelijke heb je nodig om te kunnen groeien? Laten we het er maar op houden dat we niet zo goed zijn in rekenen.”

 
Explosieve groei
Het valt ook niet mee om de juiste rekensommetjes te maken als je bedrijf zich zo snel ontwikkelt als YouTube in de begindagen. Binnen een maand begon het platform explosief te groeien. ,,Het was echt overweldigend voor ons. We moesten ons uiterste best doen om de servers en de website in de lucht te houden. We bleven maar machines toevoegen. Maar wat vooral mooi was voor ons was om te zien hoe YouTube heel snel onderdeel werd van de populaire cultuur. We lazen ineens over YouTube in kranten en het werd genoemd in het nieuws en de politiek. Het werd echt een onderdeel van het leven. Wij waren in staat geweest om een podium te maken voor allerlei creatieve geesten die zo hun talenten met de wereld konden delen. Daar ben ik denk ik nog wel het meest trots op. YouTube heeft zowel entertainment als infotainment gedemocratiseerd.”

 
,,We lazen ineens over YouTube in kranten en het werd genoemd in het nieuws en de politiek. Het werd echt een onderdeel van het leven,” zegt Hurley.

 
Astronomisch bedrag
Uiteindelijk, slechts 18 maanden na de start, was het Google dat YouTube overnam voor het astronomische bedrag van 1,65 miljard dollar. Hurley blijft er nuchter onder. ,,We wisten dat we dit moesten doen om het bedrijf te laten overleven. Google was de juiste partij voor ons. Er was nog een geïnteresseerde partij, maar het is maar goed dat we daar niet mee in zee zijn gegaan want die bestaat inmiddels niet meer. Google heeft ons altijd heel duidelijk gemaakt dat ze wilden focussen op de groei van YouTube. Daarom zijn wij ook nog vier jaar bij het bedrijf gebleven, om hier aan bij te kunnen dragen. Als we het niet verkocht hadden, denk ik niet dat YouTube inmiddels nog had bestaan. Wij hadden zelf de middelen niet om het zo groot te laten groeien.”
Google is in de war
Toch heeft Hurley ook een kritische noot voor Google. ,,Aanvankelijk veranderde er weinig. We gingen gewoon door op de manier die wij al ingezet hadden. Maar op dit moment denk ik dat Google een beetje in de war is over wat YouTube nu eigenlijk is. Tegenwoordig is het eigenlijk alles. Maar wil je een platform zijn voor user generated content? Of juist voor professionele content? Of wil je een televisiedienst zijn? Als je het mij vraagt is juist de user generated content de kracht van YouTube. Zo is het platform ook ooit begonnen. Het moet mensen de juiste tools geven om meer en betere content naar buiten te brengen. Een televisieservice vind ik een minder goed idee.”

 
Beter organiseren
Hoe staat YouTube er over vijf jaar voor? ,,Dan staat er zo veel content online dat we het nooit allemaal kunnen consumeren en worden we allemaal gek,’’ grapt Hurley. ,,Ik denk dat Google moet zoeken naar betere manieren om al die content te organiseren en categoriseren. Er is nu te veel informatie. Hopelijk ontwikkelen ze een tool die dit overzichtelijker maakt.”

 
,,Ik denk dat Google moet zoeken naar betere manieren om al die content te organiseren en categoriseren,” zegt Hurley.
 
Ethische kwesties
Hoe groter YouTube groeit, hoe meer ze te maken krijgen met allerlei ethische kwesties. De kracht van YouTube is juist dat het open en toegankelijk is voor iedereen. Maar wanneer terroristen het platform gaan gebruiken voor propagandadoeleinden, kun je je afvragen of dit zo kan blijven. ,,Ik denk dat dit niet alleen voor YouTube geldt, maar voor heel internet,’’ zegt Hurley. ,,En ik denk dat het goede altijd boven het slechte zal prevaleren. Maar ook hier zullen in de toekomst betere tools voor komen die dit soort content er uit kunnen filteren.’’

 
Hou het kort
Tenslotte nog een waardevolle tip van Mr. YouTube himself op de vraag wat nu écht goede content is voor op het platform: ,,Het moet authentiek en echt zijn in plaats van perfect. Mensen moeten zich in je kunnen herkennen, daar zit ‘m de kracht. En hou het kort!”
donderdag 18 januari 2018 | Written by Heleen Scheurwater

Hoe lang is ‘bereik’ als verdienmodel nog houdbaar voor Telegraaf, AD en NU.nl?

Er is in de Verenigde Staten een ontwikkeling die veel wegheeft van een ‘digital media crash’: de digitale nieuwsmedia zitten er door allerlei factoren die samenkomen in zwaar weer. Dat zou in Nederland ook zomaar kunnen gebeuren. Het online bereikmodel lijkt op zijn einde te lopen. Wat betekent dat voor de nieuwssites AD, Telegraaf en NU.nl, die het juist daar heel erg van moeten hebben? 

Alarmfase 1! Het Amerikaanse digitale nieuwsmediasysteem lijkt te gaan ‘crashen’. Buzzfeed en VICE hebben hun omzetdoelstellingen niet gehaald, Mashable ook niet, die site werd voor een veel lager bedrag verkocht dan gedacht. En de divisie waaronder Yahoo, AOL en Huffington Post vallen, moest meer dan vijfhonderd mensen ontslaan, onder wie veel journalisten.

Teveel online nieuwsmediaDe Amerikaanse uitgever en publicist Josh Marshall legde het probleem onlangs haarfijn uit in een stuk op Talkingpointsmemo Hij noemt drie verschillende factoren, waarvan er twee nu samenkomen. Ten eerste: er zijn enorm veel online nieuwsmedia, maar te veel om ze allemaal te kunnen financieren. Die financiering moet met name uit advertentiegeld komen. Omdat het web oneindig veel meer ruimte biedt aan nieuwe spelers die ook uit de advertentieruif willen eten, is het lastig voor de traditionele krantenuitgevers om een dominante rol te spelen. Zo zijn veel partijen meegegaan in de strijd om de kliks en het bereik. Want de simpele gedachte is: hoe meer bereik, hoe meer advertenties en omzet. Maar veel uitgevers komen erachter dat ze nog nauwelijks verdienen aan het advertentiemodel rond digitaal nieuws.

Opkomst Facebook en GoogleVervolgens - en dat is twee - was er de opkomst van Facebook en Google en in hun kielzog enkele andere grote techbedrijven die mediaplatforms werden. Zij groeiden de afgelopen jaren het hardst in online advertentieomzet en pakken inmiddels misschien wel driekwart van de totale digitale omzet wereldwijd.

Investeerders trekken zich terugAls derde noemt Marshall het feit dat een flink deel van de digitale media in de States het nu moet hebben van venture capital. Maar deze investeerders verdienen hun investering maar met moeite terug en willen zich terugtrekken.

Marshall concludeert dat de drie ontwikkelingen elkaar versterken en gaan zorgen voor die crash.

We moeten eigenlijk nog twee ontwikkelingen toevoegen: de groei van programmatic advertising die de belofte dat je de juiste persoon met de juiste boodschap kunt bereiken nog altijd niet heeft ingelost. Dat is hand en hand gegaan met de opkomst van de adblockers tegen irritante reclames (banners en prerolls) en lange laadtijd van sites.

Het voordeel van videoWat ook niet onvermeld mag blijven. Er was een groep uitgevers, waaronder Fox Sports en nieuwssite Mic, die afgelopen zomer - onder het mom van ‘we moeten ook mee in de videotrend’ - is geswitcht naar een model waarin video centraal staat. Wat ook al het ontslag van veel schrijvende journalisten betekende. Maar in september vorig jaar kwamen er dramatische cijfers naar buiten van onderzoeker comScore: de publishers die switchten naar het ‘videomodel’ zagen het verkeer naar hun site in augustus met 60 procent dalen in vergelijking met dezelfde periode een jaar eerder. De maanden erna waren de cijfers niet veel beter. Een belangrijk punt is dat deze uitgevers al aan het struggelen waren voordat ze overstapten op het videomodel.

Oók goede resultaten met videoEr moet overigens bij gezegd worden dat een aantal uitgevers wel degelijk betere bereikcijfers behaalde met video.

Al die ontwikkelingen overziend, kunnen we stellen dat, de al naar adem happende (traditionele) nieuwsuitgevers, ook in 2018 moeten rekenen op zware benauwdheid. Als we Amerika als trendsetter zien - en dat doen we - dan kunnen we die op handen zijnde ‘crash’ of ‘bubbel’ hier ook verwachten op niet al te lange termijn.

Ook hier veel focus op bereikLaten we het over Nederland hebben. Ook hier is er sprake van veel sites die aan het bereikinfuus hangen, terwijl Facebook en Google er met de buit vandoor gaan. Dat zijn juist ook sites van grotere spelers als TMG, de Persgroep en Sanoma. Hun nieuwssites Telegraaf.nl, AD.nl en NU.nl hebben, als we onderzoeken als NOBO en GfK DAM mogen geloven, een enorm bereik van 5 tot 7 miljoen Nederlanders. En met dat ‘wapen’ gaan ze naar adverteerders en mediabureaus.

De helft is knip- en plakwerkMaar is dat model nog houdbaar? De Telegraaf en AD bieden ook wel premium artikelen - waar je als gebruiker voor betaalt - maar moeten het toch vooral hebben van de snelle kliks. Om zoveel mogelijk ‘oogballen’ te krijgen, komen ze daarom regelmatig met nieuws en artikelen die je elders al leest (zeker meer dan de helft van hun nieuwsaanbod). Neem je bijvoorbeeld een kijk op het entertainmentchannel van beide nieuwsmedia, dan zie je vaak dezelfde nieuwtjes, clickbaits), tweets die tot nieuwsberichten zijn gebombardeerd en ander knip- en plakwerk.

Waarom niet authentiek zijn?Voor NU.nl is het nét even een ander verhaal trouwens. De populairste nationale nieuwssite maakt er geen geheim van dat het alleen nieuws brengt. ‘zodat je je zelf een mening kunt vormen’. Dat is veel meer een USP dan wat Telegraaf.nl en AD.nl doen. Waarom zou je nieuws dat elders al staat ook nog aanbieden? Waarom investeer je niet in goede, unieke journalistieke verhalen en authenticiteit?
Telegraaf en AD hebben de afgelopen tijd kostenreducties doorgevoerd, waarbij ook vaste redactieplaatsen sneuvelden. Verder bieden Telegraaf en AD ook steeds meer video, in de veronderstelling dat bezoekers dat heel graag willen. Maar is dat ook zo? Of zouden ze het doen voor de advertentiemarkt?

Bereik als verdienmodel lijkt niet langer houdbaarBereik is in Nederland nog altijd een populair afrekenmodel, daarom blijven veel partijen zo lang mogelijk hun bereik communiceren  Maar het verdienmodel lijkt niet veel langer houdbaar. Het is een misvatting dat een groot mediabereik ook impact oplevert en je kunt je ook de vraag stellen of een groot mediabereik automatisch een groot reclamebereik betekent.

Er is nog een grote ontwikkeling die geen goed nieuws is voor ‘online bereik’. Marketeers zijn zeker de laatste twee jaar ook echt wakker geschud door de onbetrouwbare meetmethoden voor online reclame en klikfraude. Het heeft een aantal grote adverteerders doen besluiten meer te investeren in andere manieren van adverteren (contentmarketing) of zelfs terug te keren naar - het meer betrouwbaar geachte - televisie. En daarmee komt die crash van digitale nieuwsmedia mogelijk nóg een stapje dichterbij.

Niet blindstaren op advertentiesVoor nieuwsmedia die online strugglen, is het echt niet makkelijk om een goed verdienmodel neer te zetten. Belangrijk is dat ze zich niet blindstaren op advertenties, hun kop boven het maaiveld uitsteken en authenticiteit, focus en een duidelijke doelgroep als uitgangspunt nemen, in plaats van de klikkende massa.
vrijdag 12 januari 2018 | Written by Bram van Noord

Het Taylor Swift-gevoel van Alexander Klöpping over ‘stoppen’ NRC en Telegraaf

Het was wat onrustig rond Blendle het afgelopen jaar. Uit de jaarrekening over 2016 bleek een verlies van 2,4 miljoen euro en NRC en Telegraaf besloten te stoppen met de start up. Aan de vooravond van een nieuwe innovatie - gesproken journalistieke verhalen genaamd ‘Blendle Audio’ - praat eigenaar Alexander Klöpping ons even bij. 

Het is een mooi nieuwtje natuurlijk. Via Blendle Audio kun je luisteren naar een selectie van journalistieke verhalen. Professionele stemmen lezen artikelen voor uit de kranten en bladen die aangesloten zijn bij Bendle, dus je kan tijdens de afwas of het stofzuigen lekker een Volkskrantje doornemen. Het past helemaal in de ‘podcasttrend’ waarbij we allemaal graag op de fiets of in de auto naar onze informatieve ‘helden’ luisteren.

Verliesgevend jaarPrima natuurlijk. Maar er kwam stevig nieuws naar buiten de afgelopen weken over Blendle. In het boekjaar 2016 leed Blendle een verlies van 2,411.045 miljoen euro. Klöpping: ,,Het was vrij shocking hoe weinig mensen van startups snappen, maar dat leg ik dan met alle plezier even uit.’’ Want dat soort rode cijfers zijn normaal te noemen? ,,Het grote verschil tussen startups en andere bedrijven is dat je meer risico neemt. Je gaat eerder de grens over, investeert meer en dat doen we aan de hand van durfinvesteerders. Als je zo iemand kan vinden die erin gelooft dan neem je samen de gok.’’ En het bedrijf groeit nog steeds, zo legt hij uit. ,,We zijn de grootste bron van pure digitale lezersinkomsten.’’

 
Klöpping: ,,Het was vrij shocking hoe weinig mensen van startups snappen, maar dat leg ik dan met alle plezier even uit.’’
 
Kan hij niks meer over omzetten zeggen? Dat zou het allemaal iets scherper, duidelijker maken. ,,Omzetten hebben niet zoveel zin want soms kies je ervoor om wat meer te investeren om op de lange termijn te oogsten, dus dat geeft alleen maar onrust.’’

Ambitie nog overeindMaar toch even. De ambitie waarmee hij Blendle in 2013 is begonnen, samen met zijn vertrokken partner Marten Blankesteijn, staat nog steeds overeind? ,,Wij hebben een helder doel, namelijk dat jonge mensen gaan betalen voor journalistiek, waardoor makers mooie dingen kunnen blijven doen. Maar we komen met veel bochtjes uit bij dat grote doel en daarom plannen we slechts per kwartaal en luisteren we goed naar onze gebruikers. Als we nu hét verdienmodel paraat hadden, zouden we al over de hele wereld zitten. Maar het is niet voor niks dat partijen als New York Times of Axel Springer in ons investeren.’’

Concreet voordeelKan hij vertellen hoe ver Blendle is in die zoektocht naar een werkend businessmodel? ,,Een van de belangrijkste bevindingen is dat de verhalen waar mensen écht iets aan hebben goed lopen. Bijvoorbeeld: hoe word ik productiever op mijn werk of welke vitaminen werken wel? Of hoe slaap je beter?’’ Daarnaast werkt de combinatie van iemand met autoriteit en een originele opinie goed. ,,Maarten van Rossem bijvoorbeeld, die een alternatieve troonrede schrijft. En wat níét werkt is de overschrijfjournalistiek die je veel op internet ziet.’’

 
,,Een van de belangrijkste bevindingen is dat de verhalen waar mensen écht iets aan hebben goed lopen. Bijvoorbeeld: hoe word ik productiever op mijn werk of welke vitaminen werken wel? Of hoe slaap je beter?’’
 
Niches werken ook primaOok werken niches goed in de online wereld. In zijn ‘Podcast over Media’ (samen met Ernst-Jan Pfauth) was een tijdje terug Derk Sauer te gast. De ex-hoofdredacteur van Nieuwe Revu verwacht dat het alleen nog om niches gaat de komende jaren. Mensen gaan zich steeds meer helemaal onderdompelen in onderwerp X. ,,Ik geloof ook enorm in de niches,’’ zegt Klöpping. ,,Als je helemaal gek bent van voetbal dan moet je niet bij de kranten zijn, maar heb je andere bronnen. Ik kan bijvoorbeeld zelf niet zoveel met de Nederlandse tech-journalistiek, want dat heb ik allemaal al op Amerikaanse sites gelezen. Maar ik lees wel veel over de politiek, want dat is niet mijn niche en je kunt de voorkennis van mensen mooi gebruiken voor je aanbod. Want alleen dan gaan mensen vooruit en dat willen we toch?’’

Afspraken met uitgeversDan komen we op een interessant gebied uit in het businessmodel van Blendle. Het bedrijf maakt immers altijd eerst afspraken met uitgevers, ‘verkoopt’ de verhalen vervolgens per stuk of per premium abonnement aan de lezer en betaalt een gedeelte aan de uitgevers. ,,Met Psychologie Magazine praten we over onderwerpen die het goed gaan doen. Vrij Nederland maakt zelfs stukken die eerst op Blendle verschijnen en later pas in het blad.’’

Verkopen van verhalenWerken ze eigenlijk ook met de grote kranten op die manier samen? Die houden er vast niet van als Blendle hun redactionele agenda gaat bepalen. ,,Bij grote kranten gaat het minder om de onderwerpkeuze, maar over het verkopen van de stukken dus over goede koppen en inleidingen. Wij hebben een systeem dat aangeeft of een kop het in potentie goed gaat doen. Dat je vraagtekens moet toevoegen of bijvoorbeeld dat je het beter in de avond kan plaatsen. Daar hebben uitgevers dan weer wél interesse in.’’

Afhaken NRC en Telegraaf
Daarover gesproken. De hoofdredacteuren van NRC en Telegraaf beëindigden hun relatie met Blendle. Een van de argumenten is dat ze vinden dat Blendle zich te nadrukkelijk met de redactie bemoeit. Snapte Klöpping die analyse? Dagbladen willen gewoon zelf via digitale abonnementen hun geld gaan verdienen en dat niet aan Blendle laten. ,,Ik moet heel erg denken aan Taylor Swift die wegging bij Spotify, maar ze keerde terug omdat haar publiek nu eenmaal op Spotify zit. Wij hebben een enorme groep lezers die wij bedienen en of ze mee willen doen dat is aan de kranten zelf.’’ Hij heeft uitgevers toch wel nodig? ,,Zonder uitgevers hadden we een leeg winkeltje, maar we hebben ook geweldige titels als de New York Times in de kiosk. Het is alsof AH vreest dat het Coca-Cola niet meer in de winkel mag leggen, maar vooralsnog verdient Coca-Cola daar goed geld. We maakten miljoenen over aan de grootste uitgevers en nu gaat dat geld een andere kant op.’’

 
,,Ik moet heel erg denken aan Taylor Swift die wegging bij Spotify, maar ze keerde terug omdat haar publiek nu eenmaal op Spotify zit.

 
Zelf geld verdienenKranten willen natuurlijk zelf geld verdienen met hun merk, geen onlogische gedachte. ,,Ik weet wat ik overmaak aan uitgevers en dat zijn significante bedragen. Taylor Swift kan aan haar eigen Spotify werken, maar er is ook een reden dat Spotify goed werkt. Dat komt niet alleen door de goede artiesten, maar ook door de playlist en de interface. Taylor Swift wil fans bereiken en datzelfde geldt voor een krant. Dat doe je door op zoveel mogelijk plekken aanwezig te zijn. Uitgevers zoeken juist naar heel veel verschillende plekken waar ze hun spullen kwijt kunnen.’’

VS en DuitslandHoe is het eigenlijk met de plannen in Duitsland en de VS? ,,We beginnen, net zoals John de Mol doet, altijd alle projecten in Nederland en gaan dit jaar ook in meer landen uitbreiden dan alleen in de VS en Duitsland. We leren steeds meer iets over de behoeftes van mensen. We zullen dit jaar ook zichtbaarder zijn, bijvoorbeeld op tv. Onze naamsbekendheid kan nog wel iets omhoog en als we mensen eenmaal aan boord hebben dan kunnen we mensen ook het product laten gebruiken.’’

Klöpping gelooft oprecht dat er geen bedrijf ter wereld is dat zoveel lessen leerde over hoe je jongeren kan interesseren voor kwaliteitsjournalistiek. ,,Zonder mezelf op de borst te slaan, begrijp ik wel waarom die investeerders op de eerste rij willen zitten. We doen experimenten met machine learning en met journalistiek gericht op individuen, teveel om op te noemen. Er gebeurt op de achtergrond heel veel waar mensen in die industrie met respect naar kijken.’’

 
,,Zonder mezelf op de borst te slaan, begrijp ik wel waarom die investeerders op de eerste rij willen zitten.

 
Blendle Audio omdat ‘het gesproken woord’ hot isEn één van die innovaties is dus Blendle Audio, voorgelezen verhalen. Uit het persbericht: ,,Het is zo simpel dat we ons afvroegen waarom het nog niet bestond.’’(..) Er is een enorme opmars van podcasts, audioboeken zijn inmiddels een miljardenindustrie en met de komst van Android Auto en Apple CarPlay luisteren steeds meer mensen naar on demand radio in de auto.’’ Oftewel, Gary Vaynerchuk zegt het altijd: Audio is hot. Het concept is op zich vrij overzichtelijk, legt Klöpping uit. ,,We beginnen met een kleine selectie als onderdeel van je Blendle Premium account. We willen die wereld van podcasts koppelen aan de krantenwereld en geloven dus in die combinatie.’’
donderdag 11 januari 2018 | Written by Bas Hakker

Kan verliesgevend Blendle 2018 overleven?

Overleeft Blendle 2018? Dat is de vraag na een inkijkje in het jaarverslag van 2016. De dienst is het waard om overeind te blijven. Met een paar slimme investeringen en meer hulp van onwillige Nederlandse uitgevers.

Het jaarverslag van Blendle over 2016 toont geen rooskleurige cijfers. In dat jaar draaide Blendle nog meer verlies dan in 2015: -2,4 miljoen euro. Ook het eigen vermogen ging in de min, naar 1,4 miljoen. Omdat Blendle verwacht dat de komende jaren het resultaat ook negatief is, wordt het zonder nieuwe investeringen moeilijk om 2019 te halen.

Onbekend aantal abonnees  Dankzij ontvangen investeringen in 2017 van nieuwe geldschieters Nikkei (Japan) en Inkef Capital (Nederland) was de liquiditeit het afgelopen jaar voldoende. Verder is het onbekend hoeveel abonnees de dienst nou eigenlijk heeft en welke omzet daarmee wordt behaald. Die cijfers worden niet gedeeld. In 2016 zouden ze wel door de ‘magische grens’ van 1 miljoen zijn gegaan, maar waren er ‘slechts’ 200.000 personen die daadwerkelijk geld stortten op hun account. Er wordt nogal eens wat cadeau gegeven en als je ontevreden bent met een artikel krijg je je geld terug.

Lastig jaarHet jaar 2017 was ondanks de investeringen van Nikkei (eigenaar van Financial Times) en Inkef (we weten niet hoeveel geld zij samen ‘geschoten’ hebben) ook een lastig jaar voor Blendle. Bijvoorbeeld omdat er negen medewerkers moesten worden ontslagen. De reden was dat Blendle ‘te hard heeft willen groeien’. Maar de overheadkosten zijn domweg te hoog voor wat Blendle aan omzet binnenhaalt en je vraagt je af of je echt 80 mensen in dienst moet hebben. Toch bleef oprichter Alexander Klöpping positief, want de eerste twee kwartalen van 2017 waren volgens hem de twee beste sinds de start.

Blendle in Duitsland en de VS  Hoe gaat het ondertussen met Blendle in Duitsland en Amerika? Axel Springer en New York Times investeerden in 2014 samen 3 miljoen in Blendle. In de VS wordt de dienst ‘de iTunes for news’ genoemd, maar of het goed loopt weten we niet. New York Times scoort in dit Trump-tijdperk ondertussen zelf enorm veel abonnees, dus de vraag is of dit uitgeefbolwerk Blendle wel echt nodig heeft. Al is de keuze aan titels natuurlijk veel breder.
In Duitsland ging het, blijkens dit artikel van februari 2017, nog niet super, met name omdat de inkomsten domweg tegenvallen voor uitgevers. In Nederland was er een cruciale ontwikkeling: eerst stapte NRC helemaal uit Blendle en daarna Telegraaf Media Groep (TMG) en de Persgroep uit de Premium-dienst.

Zelf uitgever geworden  Met Premium lijkt de kiosk zichzelf in de vingers te hebben gesneden. Bij een premium-abonnement selecteert het team voor jou elke ochtend twintig artikelen uit het aanbod kranten en tijdschriften. Daarmee is Blendle zelf uitgever geworden. Dat is lastig te verkopen aan de traditionele uitgeefhuizen die toch al worstelen met hun businessmodellen en het afgelopen decennium adverteerders en abonnees zagen weglopen. Toch is dat jammer. Misschien is Blendle niet de redder van de journalistiek die het genoemd werd, maar zeker een welkome toevoeging aan het aanbod, juist omdat de traditionele uitgevers zijn gaan dwalen.

IngewikkeldEigenlijk hadden de Nederlandse uitgevers Blendle dus al vanaf de start als een gezamenlijk project moeten omarmen. Dat wilden ze niet. In 2014 liet de inmiddels vertrokken Marten Blankesteijn zich naar aanleiding van de investeringen van Springer en The New York Times tegen Adformatie ontvallen dat Nederlandse uitgevers nooit concreet zijn geworden voor een investering. ,,Maar dat was ook moeilijker, omdat Nederlandse uitgevers het ingewikkeld vinden om mee te doen aan een project dat deels eigendom is van een andere Nederlandse uitgever. We hebben het zo’n jaar geleden wel eens gevraagd, maar dan was het antwoord altijd: ‘Als zij investeren, dan doen wij niet mee’.”

Wat wil de consument?
Dat is tekenend voor de Nederlandse uitgeefwereld die ondertussen onder druk van de Amerikaanse techbedrijven moet toegeven dat samenwerken misschien wel de enige oplossing is om zelf te overleven. Maar de belangrijkste vraag is: wat wil de consument? Voor goede inhoud gekoppeld aan goede techniek wil de (jonge) consument best betalen. Dat heeft Blendle in huis. Mocht de dienst in 2018 die extra investeringen binnenhalen dan is het zinvol dit te steken in verdere verfijning van de techniek en het aanbieden van video en grafische mogelijkheden. En daarnaast een grote marketingcampagne voor nieuwe aanwas van betalende abonnees.

 
LEES OOK
https://www.frank.news/2016/01/27/nieuw-verdienmodel-blendle-echt-een-succes/

 
dinsdag 02 januari 2018 | Written by Bram van Noord

Mediajaar 2017: Talpa, Mediahuis en TMG

Het was het jaar van Talpa, Mediahuis en TMG, de verdere consolidatieslag en de gezamenlijke vuist tegen Facebook en Google. We houden bij frank.news ook heus wel van decemberlijstjes, dus blikken we terug op mediajaar 2017 met drie keer top en drie keer flop. Wat was er goed en wat moet er in 2018 veel beter?

TOP: allianties smeden in Nederland
2017 was in grote lijnen het jaar van de verdere consolidatie in de media. De buit wordt verdeeld door een aantal grote mediapartijen op de Nederlandse markt: De Persgroep, Mediahuis, Talpa Network, RTL en Sanoma. Zij strijden tegen de dit jaar weer groter geworden macht van Facebook en Google. De meest gebezigde quote van 2017 is ongetwijfeld ‘Google en Facebook pakken 80 procent van de digitale reclamemarkt’.
Klopt, en wat doen die ‘Nederlandse’ mediapartijen daar dan aan? Ze consolideren voor grotere slagkracht, zoals Talpa met de acquisitie van SBS en vier radiozenders, Hearst dat G+J Media met al zijn tijdschriftenmerken overneemt en natuurlijk Mediahuis dat de nieuwe mede-eigenaar is van Telegraaf Media Groep.
Maar dat is natuurlijk niet genoeg: het besef is er dan eindelijk dat er ook echt samengewerkt moet worden over alle bedrijven en platforms heen, om een sterke lokale positie te creëren. De Persgroep is bijvoorbeeld gaan samenwerken met BrandDeli, BrandDeli op zijn beurt doet de verkoop van de nieuwe lineaire tv-zender Viceland, RTL helpt TMG met de digitale reclameverkoop en in een groter geheel gaat SNDC8 contentmakers en tv-bedrijven helpen met premium video.

https://www.frank.news/2017/09/13/de-plek-waar-online-marketingprofessionals-en-ambachtelijke-tv-makers-samenkomen/

 
TOP: STER
STER presenteerde in september onder leiding van de nieuwe baas Frank Volmer een nieuwe commerciële koers die erop neerkomt dat de inkoopmogelijkheden vanaf 2018 sterk vereenvoudigd worden. Vaste prijzen voor álle adverteerders, ongeacht hoeveel er wordt ingekocht en ook de bureaukorting van 15 procent is er al in is verwerkt. Verder zijn er minder inkoopdoelgroepen.
Lekker die transparantie: alle geldstromen zitten in één prijs verwerkt. Dat had natuurlijk veel eerder moeten gebeuren. STER probeerde dat al eens in 2012, maar het plan werd al snel afgeschoten. Volmer vindt de tijd nu rijp. Natuurlijk gaan met name de grote mediabureaus steigeren, want die 15 procent bureaukorting blijft een pijnpunt. Het grootste pijnpunt zelfs, ook al beweren de grote mediabureaus dat het ze gaat om het feit dat hun klanten die meer besteden bij STER nu gelijkgeschakeld worden met de kleinere jongens.
Dat argument kan ook van tafel, want het kan juist zorgen voor aanwas van nieuwe adverteerders. Het gaat de adverteerder uiteindelijk toch om doelgroep en een kwalitatieve omgeving. En voor kwaliteit zit je goed bij de NPO en dus STER.

 
https://www.frank.news/2017/08/18/ster-afschaffen-zon-goed-idee/

 
TOP: Amerikaanse tech- en mediabedrijven
Ze liggen constant onder vuur, de Facebooks, Googles, Apples en Amazons. Ook bij adverteerders die terecht een grotere transparantie eisen. Maar diezelfde adverteerders beseffen natuurlijk ook dat ze dankzij die grote Amerikaanse conglomeraten alleen maar meer bereikmogelijkheden hebben. En ze bieden de consument een fantastische gebruikservaring met de enorme keuze aan content en de high-brow techniek. Daar kunnen lokale bedrijven nooit aan tippen.

 
https://www.frank.news/2017/12/05/hoe-kansrijk-is-talpa-strijd-facebook-en-google/

 
 
FLOP: Amerikaanse tech- en mediabedrijven
Maar wacht even: dat transparantie-issue is toch echt een probleem. Zo bleken adverteerders op YouTube ineens naast foute, radicale content te staan.

Daarop trok een aantal grote merken wereldwijd voor de zekerheid de budgetten terug. En dan was er de Russische invloed op de Amerikaanse verkiezingen via Facebook, bleek Amazon een werkgever die zijn medewerkers over de kling joeg en bleek de nieuwe iPhone X wel heel erg duur. De brandjes worden steevast geblust en daarna gaan we weer verder, want de gebruiker kan ook niet zonder. Maar het grote probleem bij de techreuzen is toch vooral hun corporate beleid en daaruit voortvloeiende slechte communicatie. Er is een soort onverschilligheid die veel mensen tegen de borst stuit. Dat mag beter in 2018.

 
https://www.frank.news/2017/10/23/nepnieuws-zomaar-kwaliteitsjournalistiek-redden/

 
FLOP: RTL4
Frank.news constateerde in september het probleem van RTL4: te veel dezelfde gezichten op tv die het vooral heel erg leuk hebben met elkaar. Andere media zoals het AD namen het over en het leek zowaar op een RTL-rel. De kijker vindt RTL4 met name doordeweeks minder interessant en de reclame-inkomsten sijpelen langzaam maar zeker weg. Ondertussen zakt Humberto Tan in de late avond steeds meer door het ijs. RTL4 werd gedwongen tot een reactie die erop neer kwam dat het veel te vroeg is om iets over de kijkcijfers te zeggen.
Maar de tendens was al vanaf het begin van 2017 duidelijk: de sjeu is eraf bij RTL4. De jonge doelgroepen kijken steeds minder, de oudere doelgroepen vinden hun heil op NPO 1 met programma’s over herkenbare mensen in herkenbare situaties.
RTL4 staat model voor een tv-zender met iets te veel zelfvertrouwen, die denkt voort te kunnen borduren op oude successen in een tijd dat de traditionele kijktijd zakt. Er is te weinig vernieuwing en er zijn te veel dezelfde bekende hoofden. Dat moeten ze niet meenemen naar 2018.

 
https://www.frank.news/2017/09/18/het-grote-rtl4-probleem-kijker-helemaal-klaar-met-bnrs/

 
FLOP: NPO3FM
Streaming luisterdiensten zijn up, FM-radio is op zijn retour. Dat laat NPO3FM al sinds 2016 zien, maar dit jaar is er verder de klad in gekomen. Er was een grote zucht naar verjonging, maar die mislukte vorig jaar. In september dit jaar waren er opnieuw grote wijzigingen in de programmering, maar ook dat is tot nu toe geen groot succes. Slechts 4 procent marktaandeel in 10+, terwijl dat in 2014 nog rond de 12 procent lag. Als je het moet doen met minder bekende dj’s dan wordt elk programma inwisselbaar. Dat geldt ook voor het hitformat. En waarom toch altijd die zoektocht naar jongeren? Het is een virus waarmee het hele Nederlandse medialandschap besmet is. Jongeren gebruiken media op digitale platformen, dat is 1, en hebben minder geld te besteden, dat is 2. 3FM bevindt zich op een naar beneden glijdende helling. NPO 3FM heeft net als RTL4 te lang in het pluche gezeten, omdat het toch wel goed ging. En dat was een grote blunder. Stop dus met het hitradioformat, hijg niet zo achter de marktaandelen aan en schenk ons elk uur nieuwe muziek. Dan ben je pas onderscheidend.

 
https://www.frank.news/2017/12/05/liefdesverklaring-aan-3fm/

 
woensdag 20 december 2017 | Written by Bram van Noord

Hoe overleven Kruidvat, Dirk en Gamma zonder folders?

Folders zijn een goudmijn voor retailers. Nu Amsterdam per 1 januari een ja-ja-sticker mag invoeren en andere gemeenten dreigen te volgen, is de branche in rep en roer. Bereik en inkomsten van folderreclame zullen drastisch dalen. Net als omzetten van retailers. De vraag is hoe retailers als Kruidvat, Dirk en Gamma overleven zonder folders? Met hybride systemen? Eigen huis-aan-huis-kranten? Digitale folders? Of een eigen ja-sticker?

In Amsterdam moet iedereen die nog folders wil ontvangen een ja-ja-sticker op de brievenbus plakken. Daarmee bespaart de stad naar eigen zeggen 1,8 miljoen kilo papier per jaar. Nadat de rechter de Amsterdammers in november gelijk gaf, breidt het idee zich als een olievlek uit over Nederland. Grote steden als Utrecht, Amersfoort, Arnhem, Nijmegen, Rotterdam en Den Haag denken erover zo’n sticker in te voeren. Ook kleinere gemeenten als Moerdijk, Ede, Molenwaard en Tiengemeten. In de Tweede Kamer komt de Partij voor de Dieren met een motie om het zogeheten opt-in systeem in heel Nederland in te voeren.

 
Ramp voor retailers
Een ramp voor retailers, zeggen deskundigen. ,,Ik verwacht dat de verspreiding van folders door de ja-ja-sticker gehalveerd zal worden. Want lang niet iedereen gaat die ja-ja-sticker op de brievenbus plakken. Retailers zullen dat direct in hun omzet merken,” zegt research director John Faasse van onderzoeksbureau Vostradamus, dat het rendement van folderreclame monitort.

De maatregel raakt vooral supermarkten, drogisterijen en bouwmarkten. Bij deze retailers wordt 29 procent van hun omzet bepaald door folderreclame, benadrukt MKB Nederland. De Raad Nederlandse Detailhandel (RND) waarschuwt dat het nieuwe systeem winkeliers 10 procent omzet gaat kosten en alleen al in Amsterdam 4000 banen op de tocht zet.

 
Groot bereik
Het bereik van folders is nu nog enorm. Uit de laatste NOM Folder Monitor van GFK blijkt dat ruim 8 op de 10 Nederlanders hiermee bereikt wordt, dat 13 miljoen Nederlanders een reclamefolder lezen en dat 84 procent naar aanleiding van een papieren folder in actie komt. Verder blijkt dat 41 procent van de Nederlanders zijn aankoopbeslissingen erop baseert, 43 procent zijn boodschappenlijstjes ermee maakt en 49 procent geregeld een product uit de folder koopt. Overigens kun je hier met name in grote steden vraagtekens bij zetten. ,,In grote steden als Amsterdam, waar het probleem speelt, heeft 45 tot 50 procent van de adressen een nee-nee of een ja-nee sticker. Dus daar haal je dat bereik niet,” stelt Marcel Veenstra, Managing Partner van specialist in brievenbusreclame HPG.

 
Melkkoe
De folder is niet alleen een effectief reclamemiddel. Hij is ook een melkkoe waar retailers veel geld aan verdienen. Bij mediabureaus is bekend dat producenten enorme bedragen betalen om hun producten in een folder te krijgen. Zo rekent Kruidvat al gauw 60.000 euro voor een advertentiepagina in zijn landelijke folder.

Volgens onderzoek van Dr. Ed Peelen uit 2011 - misschien oud maar veelzeggend - geven retailers jaarlijks ongeveer een miljard euro uit aan het ontwerpen, drukken en verspreiden van folders. Die kosten worden voor een groot deel terugverdiend door de advertenties van fabrikanten die met hun producten in die folder willen staan. Uit het onderzoek blijkt dat 63 procent van de retailers de kosten van de folder laat meefinancieren door producenten. Alleen al de supermarkten halen hiermee 550 miljoen euro per jaar op, drogisterijen zo’n 90 miljoen euro. Dat is meer dan ze kwijt zijn aan kosten, oftewel: ze maken winst.

 
Tegenaanval
De vraag is dan ook: hoe moeten retailers overleven als dit alles wegvalt? Minder bereik, betekent minder omzet. Maar ook minder advertentie-inkomsten. Daarom hebben de folderbranche en retailers gezamenlijk de tegenaanval ingezet. Partners MailDB, het KVGO en Spotta gaan in hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank waarin Amsterdam groen licht kreeg. ,,Het belang van de folder is gigantisch,” zegt bestuurder Eelco Lulofs van brancheorganisatie voor verspreiders en bezorgers MailDB. ,,Het zorgt voor heel veel traffic voor winkeliers en biedt nieuwe winkels in Amsterdam de mogelijkheid zich aan te kondigen bij de consument. Folders zijn ook heel belangrijk voor acties en aanbiedingen van retailers.  Daar halen ze veel omzet uit. Nu wordt de brievenbus door Amsterdam op slot gedraaid.”

 
Eigen ja-sticker
Omdat het nog maar de vraag is of ze het hoger beroep wint, promoot de branchevereniging een eigen ja-sticker via de campagne ‘Zet je brievenbuis op groen’. Veel retailketens hebben zich daar al bij aangesloten. Lulofs: ,,Hoe meer retailers ons steunen hoe beter. Omdat Amsterdam hier 1 januari sowieso mee start, zijn we zelf een offensief begonnen om onze eigen groene ja-sticker onder de aandacht van consumenten te brengen. We hebben hiervoor displays op de balie van 300 belangrijke winkels in Amsterdam staan en posters aan de muur hangen. Ook wordt onze ja-sticker huis-aan-huis verspreid en door bezorgers bij hun nieuwjaarswensen uitgereikt.”

 
Eigen huis-aan-huiskrant
Andere retailers zoals Dirk van den Broek denken aan het uitgeven van een eigen huis-aan-huiskrant. Daarmee omzeil je de stickers en kun je een groot deel van je folderreclame in je krant kwijt. Op zich een slimme manier van content marketing. Ook Marcel Veenstra van HPG ziet dat als een alternatief. ,,Veel van onze klanten doen testen om te kijken of ze de traffic en het aantal kassa-aanslagen dat ze nu halen met de folder kunnen verplaatsen naar een weekkrant. Dat in combinatie met andere media. Het idee van Dirk is niet nieuw en wordt in België ook al toegepast, al is het daar vooral om de folderbelasting te ontlopen.”

Ook MailDB ziet dat huis-aan-huiskranten reclamefolders als advertentiekaternen opnemen in hun blad. ,,Die worden daardoor een stuk dikker, dus wordt de stapel oud papier alleen maar groter. Daarmee vervalt ook het argument van papier- en milieubesparing van de gemeente,” stelt Lulofs.

John Faasse denkt dat weekbladen geen volledig alternatief kunnen zijn. ,,Je kunt advertenties over twee pagina’s plaatsen in een krant, maar je kunt er nooit al je aanbiedingen in kwijt zoals in een folder,” zegt hij. Dirk zelf wil hier niet op ingaan.

 
Digitale folder
Kruidvat probeert de focus te verleggen naar online. ,,We gaan onze klanten in Amsterdam  nu actiever via andere – digitale – kanalen informeren. Daarbij kan worden gedacht aan onze online folder, maar ook Facebook en Instagram,” zegt José Mes, Manager PR & interne communicatie van A.S. Watson.

Ook volgens GFK rukt de digitale folder op. Die wordt al door 4,4 miljoen mensen gelezen. Toch gelooft Faasse daar niet zo in. ,,Met de folder kom je bij grote groepen mensen onder de aandacht. Daar valt nu een belangrijk deel van weg, dus moeten adverteerders naar alternatieven zoeken. De vraag is of dat digitaal moet zijn. Daarmee compenseer je het bereik van de folder niet. Daarom denk ik niet dat de digitale folder het alternatief zal worden. Dan zie ik nog eerder een rol voor het huis-aan-huisblad,” zegt hij.

 
Hybride systeem
Veenstra denkt dat de oplossing ligt in een hybride systeem van ongeadresseerde folders voor mensen met een ja-sticker en geadresseerde folders per post die mensen zelf uitkiezen. Dat kan bijvoorbeeld bij folderkiezer.nl of kiesjefolder.nl, dat al 23.000 deelnemers telt, van wie 12.000 Amsterdammers. ,, In Denemarken is het geadresseerd versturen van folders met ruim 670.000 deelnemers, 1 op de 4 huishoudens, een succes. In Nederland doet Ikea dat ook al op deze wijze. Daarnaast krijgen 400.000 bewoners van de buitengebieden - die geen reguliere folderpakketten ontvangen - hun folders als geadresseerde reclame. Zo ontstaan meer kansen voor 1-op-1 communicatie door folders persoonlijker te maken. Daarom denk ik dat de bezorging van folderreclame in de toekomst een mix zal worden. Aan de ene kant bij mensen met een ja-sticker en aan de andere bij mensen die zelf aangeven welke folder ze willen,” aldus Veenstra.
maandag 18 december 2017 | Written by André Oerlemans

‘Als mensen ‘nee’ zeggen word ik irritant’

De Candid Group (waar frank.news ook bij hoort) heeft M2media overgenomen. Wij vroegen de eigenaren naar de reden van de overname en naar hun plannen voor de toekomst. ‘Voor internationale bureaus is Nederland niet relevant.’

Gérard Ghazarian van de Candid Group en Nico Hilhorst van M2media gingen in juni met elkaar eten in Utrecht. Ghazarian vertelde Hilhorst destijds over zijn plannen om te bouwen aan het grootste onafhankelijke bureau van Nederland, een bureau dat Nederlandse adverteerders beter kan servicen dan de grote internationale netwerken. Ghazarian: ,,Voor internationale bureaus is Nederland niet relevant.’’ Bert van Grieken, partner bij M2media en in het verleden actief voor deze aangehaalde internationale bureaus, is duidelijk over de internationale concurrenten: ,,Niet voor niets eindigen die bureaus altijd laag in het jaarlijkse onderzoek van Adformatie, ze zijn gewoon veel minder ondernemend. Ik belde van de week een collega bij zo’n internationaal mediabureau en toen kreeg ik eerst een deuntje van Beethoven, daarna vroeg iemand wie ik precies zocht en toen weer Beethoven. Kijk, als een klant belt dan zijn er twee opties; óf hij wil geld neerleggen óf hij heeft een probleem. Daarom hebben wij twee telefonistes en vier noodtelefoons voor als onze telefonistes niet opnemen.’’

Gezamenlijke visieDe mannen vonden elkaar blijkbaar in het ondernemerschap en service, maar is er ook een gezamenlijke visie op de manier waarop je adverteerder en doelgroep bij elkaar brengt? De kijkers en luisteraars zijn immers niet meer te vinden op NPO1, maar ze zweven vrolijk ergens online rond. Van Grieken: ,,Eigenlijk is het mediagebruik altijd aan verandering onderhevig; vroeger was er één zender, daarna kwamen de commerciëlen erbij en nu krijgen we nog meer mogelijkheden met online. Voor ons als mediabureaus is dat alleen maar goed want marketeers kunnen dat simpelweg allemaal niet meer overzien.’’

Advertentieknoppen van Google en Facebook
Okay, dat is waar natuurlijk, maar tegelijkertijd krijgen adverteerders steeds vaker zelf de advertentieknoppen van Google en Facebook in handen dus wordt de functie van mediabureaus niet veel minder relevant de komende jaren? ,,Nee want die specialistische kennis om alle mogelijkheden te overzien is er simpelweg niet bij merken,’’ zegt Ghazarian. ,,Maar los daarvan geloven wij in een groot bureau omdat wij het ondernemerschap willen aanbieden om de nummer twee in een bepaald segment naar de nummer één positie te helpen. Daar zijn wij straks volledig op ingericht.’’
,,Adverteerders willen niet met teveel bureaus aan tafel, maar met mensen die hun sector goed begrijpen en vooruithelpen.’’
Niet alleen media-adviesVolgens de heren zal er een bureau ontstaan dat zich niet alleen beperkt tot media-advies en -inkoop. Hilhorst: ,,Adverteerders willen niet met teveel bureaus aan tafel, maar met mensen die hun sector goed begrijpen en vooruithelpen.’’ Waarom zouden merken dan voor dat nieuwe bureau kiezen, er zijn toch voldoende goede bureaus in Nederland? De kneep zit hem volgens de heren in het brede netwerk van de Candid Group zodat merken veel diensten tegelijk kunnen inkopen..heel belangrijk hierin is het gedeelte van de data. ,,Wij hebben hard gewerkt om toegang tot hele goede data te bieden. In veel gevallen bevindt die data zich versnipperd over verschillende partijen, maar wij kunnen echt met een zeer uitgebreid pakket komen.’’

Waarom verkopen als het goed gaat?Met M2Media lijkt het op het eerste gezicht vrij goed te gaan. Nummer 1 op het gebied van media en marketing in de MT 100 en recent met Schiphol een hele forse klant binnengehaald. Waarom dan toch verkopen? ,,Ik geloof heel erg in het netwerk,’’ zegt Hilhorst. ,,Want we werken nu voor een grote partij als Schiphol, maar blijkbaar durven andere bedrijven van die grootte nog niet in te stappen.’’

Om grote partijen aan zich te binden heeft een bureau schaalgrootte nodig. Niet alleen om vertrouwen te wekken bij deze bedrijven, maar soms ook vanwege de regelgeving, zo legt Van Grieken uit. ,,De overheid mocht bijvoorbeeld niet met een onafhankelijk Nederlands mediabureau werken vanwege een tekort aan omzet en daardoor verdween er een groot gedeelte van ons belastinggeld naar het buitenland. Nu kunnen ze dat gewoon aan een Nederlandse partij besteden.’’
,,Wij zijn de afgelopen jaren door elk internationaal netwerk benaderd, maar we waren helemaal niet verkoopklaar".
Door elk netwerk benaderdMaar toch, je verkoopt je bedrijf toch niet zomaar? Van Grieken: ,,Wij zijn de afgelopen jaren door elk internationaal netwerk benaderd, maar we waren helemaal niet verkoopklaar". Het voelt ook niet als verkoop, maar als samen verder gaan.’’ Ghazarian gelooft vooral in het ondernemerschap. ,,Het belangrijkste is dat wij het meest ondernemende netwerk van  Nederland zijn. Er is geen netwerk waarin zoveel verstand zit van merken bouwen.’’

Van Grieken houdt wel van die mentaliteit en heeft daar ook voorbeelden bij. ,,Ik las op een dag in Adformatie over een mediabureauselectie door Monuta, maar we zaten blijkbaar niet bij de twaalf bureaus die mochten meedoen. Ik wist wel waarom want we hadden een slechte relatie met het bureau dat de selectie deed. Dus ik stuur die man een mail en bel er direct achteraan waarna we alsnog mochten meedoen. We hadden nog 24 uur en dus zei hij: ga je in één dag iets goed opleveren? Dat was geen enkel probleem en uiteindelijk wonnen we het. Als mensen ‘nee’ zeggen word ik irritant.’’

Hobbels op de wegGrote plannen, ondernemerschap, schaalgrootte. We snappen het enthousiasme en zijn echt niet vies van een positief verhaal op ons eigen medium. Maar ja, het leven is natuurlijk geen rolschaatsbaan. Van Grieken vertelde tussen de regels door ook over de hobbels die ze namen met M2Media en daar wil ik wel iets meer van weten. ,,Ondernemerschap is niet altijd mooi,’’ zegt hij dan ook zelf. ,,Je moet het ook niet idealiseren. Als een klant niet betaalt en ondertussen gaan je mensen op wintersport dan heb je een probleem. Hij vertelt over een collega die een geweldige sportauto had gekocht met een contract voor vier jaar en een half jaar later was zijn vrouw zwanger. ,,Daar kan geen kinderwagen in, zei hij toen opeens. Dat was een belangrijk persoon en dan voel je je toch even gepiepeld. Uiteindelijk hebben we toch maar wat geregeld.’’

Hele nare beslissingenNog even door maar over die mindere tijden, hoe ging het in de crisisperiode bijvoorbeeld? Van Grieken: ,,We gingen al in het begin van de crisis met 40 procent omlaag in omzet en toen moesten we dus afscheid nemen van mensen. Dat zijn hele nare beslissingen en gesprekken want we hebben een hechte groep. Het gaat er gewoon om dat je eerlijk bent.’’ Hilhorst: ,,Ik heb toen echt wel eens een traantje weggepinkt.’’ Okay, tot slot: stel dat we over een jaartje weer bij elkaar zijn, wat moet er dan voor bedrijf staan? Ghazarian: ,,Dan gaat het in deze wereld nog meer om data en dus moeten we daar nog meer mensen voor hebben. Je moet die mensen niet puur technisch, maar vooral strategisch laten denken. Dat optimaliseren kan een machine veel beter dus laten we juist mensen toevoegen op de plekken waar ze meerwaarde hebben; strategie, creatie, klantrelatie.’’

 
 
dinsdag 12 december 2017 | Written by Bas Hakker

ROTA heft zichzelf op

De Stichting ROTA (Raad van Orde en Toezicht op het Advertentiewezen) zal vanaf 1 januari worden ontbonden. Dat heeft directeur Ron Rijntjes laten weten in een mededeling aan zijn leden. De ROTA is een club die een keurmerk verstrekt aan (media-)bureaus waardoor zij de zekerheid krijgen dat zij aan hun financiële verplichtingen kunnen voldoen. Bovendien hield de stichting toezicht op de (print-)advertentiemarkt.

Vroeger betekende zo’n erkenning ook dat je als bureau ook vanzelf de 15 procent bureaucommissie kreeg, maar deze regel is alweer een tijdje komen te vervallen. Vandaag de dag hebben de meeste media-exploitanten precies deze regeling echter opgenomen in hun leveringsvoorwaarden om het gemis van de commissie te compenseren die dus jarenlang de norm was. De STER kondigde onlangs aan te stoppen met deze korting van 15 procent, Google en Facebook kennen deze regeling niet. In de praktijk geven de meeste mediabureaus deze korting trouwens terug aan hun klanten waarmee het dus een administratieve regeling is.

Exploitanten gaan zoeken naar andere financiële zekerheden
Voor de media-exploitanten bood het ROTA-keurmerk de zekerheid dat bureaus aan hun verplichtingen konden voldoen, belangrijk omdat ze vaak grote bedragen voorfinancieren. Zullen adverteerders en exploitanten nu met partijen zakendoen bij de grotere bureaus die niet langer afhankelijk zijn van de ROTA om solvabel te zijn?

Gérard Ghazarian, CEO van de Candid Group, is erg benieuwd naar hoe de media-exploitanten voortaan zullen omgaan met bureaus nu de zekerheid die de ROTA-regeling bood komt te vervallen. ,,In de praktijk zal dit gaan betekenen dat media exploitanten in hun leveringsvoorwaarden niet meer automatisch 15% zullen gaan verstrekken aan ROTA erkende bureaus. Daarnaast zullen de media, naar onze inschatting, meer aanvullende eisen aan bureaus gaan stellen opdat zij hun betalingsverplichtingen kunnen nakomen in de vorm van vooruitbetalingen, bankgaranties en kredietverzekeringen. Dit is voor de exploitant een enorme administratieve belasting. Betekent dit dan vervolgens dat de media uitsluitend zaken zullen gaan doen met die mediabureaus die voldoende solvabel zijn en niet voor hun honorering afhankelijk zijn van de 15% bureaucommissie? Dit zal ertoe leiden dat de kleine bureaus zich zullen moeten verenigen om de media inkoop van hun klanten te kunnen blijven waarborgen”.
,,In de praktijk zal dit gaan betekenen dat media-exploitanten in hun leveringsvoorwaarden niet meer automatisch 15% zullen gaan verstrekken aan ROTA erkende bureaus”, aldus Ghazarian.
De vraag naar controle blijft
Willem-Albert Bol, creative director bij De Persgroep vindt het ‘stoer’ dat de ROTA zichzelf opheft. ,,Zij hadden een prima functie, controleerden dat het er in onze wereld allemaal eerlijk aan toeging, maar er is nooit aansluiting gekomen met de digitale wereld. Juist omdat ze daar die functie niet hebben, is de stichting overbodig geworden.’’ Volgens Bol is het overigens wel jammer dat er geen instantie is die deze controlerende rol overneemt in het nieuwe (digitale) tijdperk. ,,Juist nu er zoveel vraag is naar transparantie is zo’n club heel hard nodig. Het kan toch niet zo zijn dat van elke advertentie-euro nu slechts 20 eurocent gaat naar de kunstenaar, de zanger of in ons geval ons mediamerk? Die 80 procent is allemaal ruis en er is helemaal niemand die daar iets aan verandert, iedereen beschouwt het als een gegeven. We zouden met adverteerders, exploitanten en bureaus toch tot afspraken moeten komen om weer de zekerheid te bieden die de ROTA in het verleden bood?’’

Volgens Bol heeft het verdwijnen van de stichting niet zo veel gevolgen voor het dagelijks zakendoen tussen De Persgroep en adverteerders (via bureaus). ,,Wij deden niet alleen zaken met partijen die een ROTA-keurmerk hadden hoor, het was niet echt meer een thema.’’ Ook is het niet noodzakelijk om nieuwe afspraken te maken omdat de 15 procent regeling nog steeds een rol speelt. ,,Nee want in de praktijk stortte elk mediabureau dat percentage alweer terug op de rekening van adverteerders en maakte vervolgens nieuwe afspraken. Je ziet dat de STER dit percentage nu verdisconteert in de prijzen.’’
,,Wij deden niet alleen zaken met partijen die een ROTA-keurmerk hadden hoor, het was niet echt meer een thema’’, aldus Bol.
Bureaus zullen schrikken van opheffen ROTA
In de praktijk zullen iets kleinere bureaus met veel printklanten nog wel gebruikmaken van de ROTA-regeling die de 15 procent regeling tot gevolg had. Stefan van Hulten van Scheepens uit Tilburg denkt echter dat de gevolgen voor zijn bureau meevallen. ,,Het feit dat ik van jou hoor dat de ROTA verdwijnt wil wel iets zeggen over de relevantie. Maar toch hadden wij ook nog een aantal printklanten waarbij we de kortingregeling wel degelijk als een basis voor de afspraken hadden. We maakten dan wel afspraken over wat we exact deden als dienstverlening, maar de korting speelde wel mee in een aantal gevallen, was een soort fundament. Ik denk wel dat er ook bureaus zijn die hiervan meer schrikken dan wij. Pittig dat zij dan opeens in drie weken tijd andere afspraken moeten maken met hun klanten.’’ Ook Van Hulten vindt het wel degelijk jammer dat er geen nieuwe ROTA opstaat die zo’n functie in het huidige medialandschap kan overnemen. ,,Dat is echt nodig, maar het zal in de praktijk niet meevallen. Dan zouden Facebook en Google aan tafel moeten komen met de Nederlandse partijen.’’
vrijdag 08 december 2017 | Written by Bas Hakker

BrandDeli wil samenwerken met Facebook, Google, Talpa, NPO én RTL

Mediamensen deel 2

Allard Ruyl van BrandDeli gelooft niet zo in een strijd om het advertentiegeld met partijen als Facebook en Google. Sterker nog, hij is voorstander van samenwerking tussen de grote mediapartijen om de beste deal voor adverteerders te realiseren.

 
Het idee áchter BrandDeli is vrij overzichtelijk. Je bundelt verschillende zenders zoals Eurosport en TLC met een relatief beperkt bereik om opgeteld met een goed aanbod voor grote adverteerders te komen. Het bedrijf is opgezet vanuit drie grote exploitanten: Viacom International Media Networks, Discovery Networks Benelux en Fox Networks Group. Allard Ruyl was vier jaar geleden één van de grondleggers van het netwerk en staat aan het roer als CEO.

 
Ruimte voor een vierde grote speler
Ruyl zag destijds aardig dat er, naast NPO, Talpa en RTL, ruimte was voor een vierde grote speler waarmee adverteerders zaken konden doen. Een prima gedachte want met 11,2 procent marktaandeel in november (20-49 jaar) is BrandDeli een vrij grote meneer aan het worden. De reden van het succes volgens Ruyl?  ,,Wij kunnen natuurlijk een selectieve doelgroep aanbieden, de tijd van de focus op alleen mannen tussen 20 en 34 jaar als doelgroep ligt echt achter ons. Adverteerders willen meer keuzes, ook qua omgeving waarin ze adverteren. Voor ons is die brand safety discussie ook heel goed want een groot mediamerk is per definitie een veilige omgeving voor adverteerders. Bij Eurosport weet je wat je krijgt als adverteerder terwijl dat op YouTube minder duidelijk is.’’

 

,,Adverteerders willen meer keuzes, ook qua omgeving waarin ze adverteren.’’

 

Millennials aan het werk
Vóór het interview geeft de echte mediaman een enthousiaste rondleiding langs de verschillende ‘clubjes’ jonge mensen in het mooie pand in Amsterdam Noord. Zo’n negentig frisse types werken in deze trendy industriële omgeving hard om de doelen van adverteerders te realiseren. De avond ervoor is het trouwens laat geworden want tijdens het grote ‘strategendiner’ stond hij zelf achter het fornuis. Op zijn opgeruimde bureau ontbreekt het handboek ‘omgaan met millennials’ vooralsnog, maar termen als ‘quinoa’ en ‘bootcamp’ zitten stevig in Ruyls vocabulaire. De jongste ‘verovering’ is natuurlijk Twitter waarvoor ‘hij’ de commerciële exploitatie doet, het social media platform past perfect bij de verschillende tv-zenders want we doen niets liever dan twitteren als Sven straks tijdens De Spelen naar een toptijd knalt.

Ruyl relativeert het succes: ,,We hebben ook een beetje geluk gehad, de kijktijd naar onze zenders is toegenomen. Eurosport heeft bijvoorbeeld de rechten van de Olympische Spelen voor de komende jaren, ze zijn daar heel ambitieus. Het helpt ook dat wij met veel merken samenwerken die een internationale basis hebben waardoor ze lokaal heel gezond te exploiteren zijn.’’

 
 
Niches in de media
Zouden die gestegen marktaandelen ook iets te maken kunnen hebben met de opkomst van niches in de media? Met zenders als 24 Kitchen bij ‘de club’ kan het bedrijf aantrekkelijk zijn voor clubjes kookliefhebbers en datzelfde geldt voor de echte sportfans die naar Fox Sports kijken. ,,Natuurlijk zie je die ontwikkeling doorzetten de komende tijd, maar de massa is daarmee niet verdwenen. Rond grote sportwedstrijden of via The Voice kun je nog steeds hele grote groepen mensen tegelijk bereiken. Het blijft toch ongekend rond de miljoen mensen naar een programma als Bed & Breakfast kijken en er ook nog eens volop over twitteren?’’

Toch denkt hij niet dat het medialandschap volledig gemodelleerd zal worden rond een community van mensen met bepaalde interesses zoals bijvoorbeeld sportvissen of koken. ,,Direct targeten in je doelgroep is prima, maar je hebt ook nog steeds de massa nodig om echt te groeien als merk. Loop door de supermarkt, kijk naar de merken en je kan niet precies achterhalen waarvan je die merken allemaal kent. Daarom zal er altijd niche en massa naast elkaar blijven bestaan. Wij noemen dat gericht massabereik.’’

 

,,Het blijft toch ongekend rond de miljoen mensen naar een programma als Bed & Breakfast kijken en er ook nog eens volop over twitteren?’’

 

donderdag 07 december 2017 | Written by Bas Hakker

Google X topman: maak geluk een prioriteit

Mo Gawdat, Chief Business Officer bij Google X, heeft een missie: 1 miljard mensen gelukkig maken. Dat klinkt als een onhaalbare utopie. Maar hé, Google X is de droomfabriek van Google, dus als er iemand is die dromen waar kan maken, is het Mo Gawdat wel.

 
Moonshots
Gawdat kwam in 2007 bij Google in dienst. In 2013 maakte hij de overstap naar Google X, sinds vorig jaar kortweg X, de innovatieve tak van Google waar gewerkt wordt aan zogenaamde ‘moonshots’: ambitieuze, verkennende en baanbrekende projecten binnen de techwereld. Denk aan een zelfrijdende auto en een project waarbij de mogelijkheden van internet voor iedereen middels vliegende WiFi-ballonen in de stratosfeer worden onderzocht. ,,X is de dream factory van Google,’’ zegt Gawdat. ,,Met onze moonshots proberen wij oplossingen te vinden voor de grote problemen in de wereld. Wanneer wij in staat zijn één van die problemen op te lossen, maak je daar heel veel mensen blij mee. Dan kan er business in zitten, maar belangrijker nog: je maakt de mensheid er gelukkiger mee”.

 
Ongelukkig
En precies dat laatste leidde tot zijn eigen, persoonlijke moonshot. Gawdat verbaasde zich over het feit dat zo veel mensen eenzaam en depressief zijn, terwijl de wereld er voor velen juist nooit beter heeft uitgezien. ,,Waarom is iedereen zo ongelukkig?,’’ vroeg hij zich af. En vooral ook: ,,Waarom ben ik zelf zo ongelukkig?”, want het leven van Gawdat mag dan klinken als een sprookje, ook hij voelde zich ondanks zijn fijne familie en minstens zo fijne kapitaal niet gelukkig. ,,Ik zat in een dead end,’’ zegt Gawdat. ,,Ik had alles bereikt wat ik volgens de heersende opvattingen moest nastreven om gelukkig te worden. En toch was ik het niet.’’

 
Geluk is een algoritme
De vraag bleef Gawdat intrigeren en hij ging op zoek naar antwoorden. Die vond hij niet in literatuur en meditatie. Daarom besloot hij het concept ‘geluk’ te benaderen als een ingenieur. En daar vond hij de oplossing: geluk is een algoritme. Hoe minder hooggespannen je verwachtingen van het leven zijn, des te gelukkiger je bent. Zelfs het overlijden van zijn zoon in 2014 door een medische fout, bracht Gawdat niet van zijn stuk. Sterker nog, zijn drive om een miljard mensen gelukkig te maken en geluk een fundamenteel onderdeel van ons leven te maken, werd alleen maar groter. Zijn motto: ‘Maak geluk een prioriteit’.

 
Grote techbedrijven hebben niet te veel macht
Wie Gawdat kort geleden hoorde spreken tijdens het ING Business Boost Live event in Ahoy, zag een bevlogen man met een goed verhaal en positiviteit die op zijn minst benijdenswaardig genoemd kan worden. Toch schoot er hier en daar een wenkbrauw in een frons wanneer de Google topman benadrukte dat de wereld te vol zit met individualisme en hebzucht. Want is het niet juist ‘zijn’ Google dat deze wereld vol individualisme en hebzucht heeft gevormd? ,,Technologie is een tool,’’ zegt Gawdat. ,,Die zijn vaak heel goed voor de ontwikkeling van de wereld, maar er kan ook misbruik van gemaakt worden. Zoals bijvoorbeeld met social media. Maar ik garandeer je: Google brengt veel meerwaarde aan het leven. Wij gebruiken ons kapitaal om te investeren in nieuwe ontwikkelingen die de wereld beter kunnen maken. Neem nu zelfrijdende auto’s. Die zouden het aantal verkeersslachtoffers drastisch naar beneden kunnen brengen. De grote techbedrijven hebben volgens Gawdat niet te veel macht. ,,De macht ligt juist bij het volk. Dat zie je de laatste tijd maar weer met bijvoorbeeld de Brexit en de hele #MeToo ontwikkeling. Wij hebben nu de macht en dat is door technologie gerealiseerd. Maakt dat Gawdat een dromer of een visionair? Waarschijnlijk allebei en daarin zit ’m nu juist zijn kracht.

woensdag 06 december 2017 | Written by Heleen Scheurwater

Hoe kansrijk is Talpa in de strijd tegen Facebook en Google?

John de Mol hekelde bij de presentatie van zijn Talpa Network de overheid die niets doet aan de macht van Facebook en Google. Daarom wil hij met zijn mediabedrijf zélf de strijd aangaan met de twee grootmachten. Realistisch of niet? Drie redenen waarom Talpa kan concurreren met Facebook en Google en twee redenen waarom dat onmogelijk is.

Er is de afgelopen twee weken al veel gezegd en geschreven over het ‘nieuwe’ bedrijf van John de Mol, Talpa Network. Daarin bundelt de mediamagnaat tv, radio, digitaal, creatie en e-commerce. En dat is niet alleen een bundeling, het moet echt een samensmelting worden van alle merken die elkaar versterken.

Bouwen aan een ‘media-imperium’Dit jaar deed De Mol al verschillende zetten. Zo wilde hij Telegraaf Media Groep helemaal naar zich toetrekken, maar zoals bekend mislukte dat. Vervolgens trok hij wel SBS Broadcasting naar zich toe, met de televisiezenders SBS6, NET5, Veronica en SBS9, plus on demandplatform KIJK. In januari begon ook Talpa Radio, een gezamenlijk radiobedrijf met Radio 538, Radio 10 en de ‘Telegraaf’-zenders Sky Radio en Radio Veronica.
TMG overnemen mislukte dus en het laatste hoofdstuk in die episode werd afgelopen vrijdag geschreven. De Mol had fanatiek bijna 30 procent in handen gekregen van het zieltogende uitgeefconcern. Zijn Talpa had ‘slechts’ ruim driekwart van de aandelen in Talpa Radio. Dus wat was er logischer dan dat hij de 30 procent in TMG alsnog aan Mediahuis zou geven om in ruil daarvoor de radiozenders volledig in handen te krijgen?

Aan elkaar vlechten content en dataDat is nu gebeurd: De Mol is geheel eigenaar van de SBS-zenders en de radiostations. Nu kan hij naar de volgende fase: de executiefase. Het draait vanaf nu allemaal om het aan elkaar vlechten van content en data. Een gegeven is dat televisieomzet uit reclame aan het dalen is en dat ook de radioreclamemarkt niet meer groeit. Ook weten we dat de grote buitenlandse partijen Google en Facebook, maar ook Netflix, Apple en Amazon driekwart of meer van het online advertentiebudget opstrijken. Toch durft John het aan: met zijn Talpa Network wil hij Google en Facebook beconcurreren.
Is dat realistisch?
Eerst maar even de argumenten dat hem dat gaat lukken:
1. Talpa heeft een groot bereikDe vier commerciële tv-zenders hebben een gezamenlijk bereik van ruim 90 procent van alle Nederlanders (13 jaar en ouder). Ze hebben digitale extensies en de content is dus ook online te zien. De radiozenders bereiken samen off- en online ongeveer 7 miljoen Nederlanders. Daarnaast is er voor de jongere consument het multichannelnetwork Social1nfluencers, met dagelijks (volgens Talpa) miljoenen volgers.
Daar komt ook e-commerce bij, met de aankoop van Emesa, een e-tailer die bijvoorbeeld de website Vakantieveilingen in handen heeft. Het bedrijf heeft gegevens van vijf miljoen abonnees en die kun je gaan targeten: een gerichte aanbieding doen.

De adverteerder is dol op bereik en Talpa heeft veel smaken in huis als het gaat om verschillende doelgroepen.

2. Talpa speelt handig in op het veranderende mediagebruikDe gebruiker bepaalt wat hij/zij ziet, luistert, consumeert, wanneer, hoe lang en van welk apparaat. Er komt de mogelijkheid tot een single sign on, ofwel: je komt bij de Talpa-club, logt één keer in en je kunt van alles gebruikmaken wat Talpa biedt, maar ook winkelen. Ideaal is het als je dat allemaal vanaf één device kan doen, de smartphone of je connected tv bijvoorbeeld. Uit die data ontstaan voor marketeers waardevolle profielen, die Talpa kan vermarkten. Daarmee sorteert hij ook vast voor op het feit dat Talpa als paraplumerk straks belangrijker is dan een submerk als SBS6.
Ook een belangrijk punt is dat Talpa ook de GDPR-wetgeving goed heeft bestudeerd en daar op kan schakelen.

3. Talpa heeft een grote bak unieke content en middelen om te investerenDe nadruk ligt daarbij op lokale content, bijvoorbeeld van de radio-dj’s, dance events, het Nederlands drama en de populaire nieuwsrubriek Hart van Nederland. De Mol houdt van Holland, zoals we weten en wil daar op inspelen. Hij nodigt verder contentmakers uit om te pitchen en wil allianties smeden, mogelijk zelfs nog wat acquisities plegen.
Toch gelooft Talpa ook nog in lineaire tv (dat krijg je nu eenmaal niet uit De Mols hoofd en in feite zorgen de GRP’s nog altijd voor een grote omzet) en zal dus mogelijk ook gaan investeren in bekende gezichten. SBS6 kan momenteel nauwelijks concurreren - zeker in het weekend - met RTL4 en NPO1. Daar kunnen alleen grote namen of grote formats iets aan veranderen. De adverteerder weet dat het publiek unieke content wil en zal daar met zijn commerciële uitingen (uiteraard ook branded content) bij willen aanhaken.

Er zijn ook wel wat argumenten te bedenken dat het hem niet gaat lukken, dat Facebook en Google té machtig zijn.

1. Digitaal heeft Talpa een mijlenverre achterstandFacebook en Google hebben de digitale kennis, de data, de supersonische techniek én nog veel meer financiële middelen dan De Mol. Bedenken ze het niet zelf daar, dan kunnen ze real time op veranderingen aanhaken. Hebben we nog geen eigen tv-platform? Dan beginnen we Facebook TV. Hebben we nog geen eigen Snapchat? Dan breiden we de mogelijkheden van Instagram uit. Is er kritiek op de brand safety van YouTube? Dan investeren we in een veiligere omgeving voor adverteerders.
Alles is digitaal bij de grote Amerikaanse spelers, terwijl Talpa Network nog een groot aantal traditionele, offline media heeft. En zoals De Mol zelf al zei worden Apple, Google en Facebook straks deels zelf traditionele tv-zenders (maar dan zonder gedoe met kabelaars en dergelijke).

2. Wie is die massa die Talpa bedient?John de Mol houdt van traditionele radio en tv. In digitaal en in data is hij minder onderlegd. Daar heeft hij uiteraard de goede mensen voor om zich heen verzameld. Maar het blijft een probleem: leuk die massa, maar wie zijn dat eigenlijk? Wie luisteren er daadwerkelijk naar Radio 538 en kijken er naar SBS6 en Veronica? We weten niet wie de offline kijker en luisteraar zijn en dat halen we ook niet uit de traditionele kijk- en luisteronderzoeken. Met de strategie die Talpa heeft uitgestippeld is kennis van die consument essentieel. Die data moet Talpa als een razende verder gaan verzamelen.

Conclusie
Er zijn lokaal best kansen voor Talpa Network. Er is schaal, er is content, er is ruimte om te investeren en er is een mooie propositie voor de adverteerder. Maar Facebook, Google en de andere grote (Amerikaanse) techjongens hebben zo’n grote datakennis en zijn zó vanzelfsprekend in het mediagebruik, die ga je niet bijbenen. Talpa zal het daarom van allianties met alle andere Nederlandse mediapartijen moeten hebben om een derde, lokaal blok te vormen naast Facebook en Google.
dinsdag 05 december 2017 | Written by Bram van Noord

Coolblue-eindbaas Pieter Zwart: E-commerce is domste businessmodel ter wereld

Het gaat goed met Coolblue. Heel goed zelfs. De online retailer verwacht dit jaar een omzet van 1,2 miljard euro te halen en opende onlangs de eerste Coolblue-XXL store in Amsterdam. Dus je verwacht het niet van Coolblue-eindbaas en medeoprichter Pieter Zwart, maar hij zei het toch echt tijdens de ING Business Boost in Rotterdam: ‘E-commerce is het domste businessmodel ter wereld!’.

 
Slecht nieuws voor die dikke en die rooie
,,We groeien heel hard,’’ zegt Zwart. ,,Dat betekent dat we binnenkort waarschijnlijk de grootste online retailer zijn van Nederland en België. Én de grootste elektronica retailer van Nederland en België. En dat is dus slecht nieuws voor die dikke en die rooie.’’ (resp. Bol.com en Mediamarkt,  ;-)).

 Geld verdienen met webwinkels is onmogelijk
Maar hoe dan? Niet door het businessmodel achter e-commerce. ,,Iedere webwinkel ziet er precies hetzelfde uit,’’ legt Zwart uit. ,,Het is altijd iets met een plaatje, iets met een prijsje en iets met een knopje. En daar zit precies het probleem. Dat plaatje is iets wat je zelf niet bedacht hebt. Dat knopje moet het gewoon doen. Dus uiteindelijk blijft er maar één ding over waarmee je je kan onderscheiden en dat is het prijsje. Aangezien ik alleen al in Nederland 60.000 concurrenten heb, snap je dat dit gewoon een race to the bottom is. Oftewel: geld verdienen met webwinkels maken, is bijna onmogelijk”.

Ultieme wasmachine bezorgservice
En toch lukt het Pieter Zwart met Coolblue meer dan goed. Wat is het geheim? ,,Wasmachines verkopen gaat helemaal niet over plaatje, prijsje, knopje. Het gaat om de gehele klantreis. En wat is dat dan? Dan gaat het bijvoorbeeld om bezorging. Toen we dat 24 maanden geleden doorhadden, hebben we de ultieme wasmachine bezorgservice gemaakt. Dan komen er vriendelijke jongens bij jou thuis, op een tijdstip dat je zelf hebt uitgekozen. Die bezorgen desnoods ook vier hoog. Ze laten zien hoe de machine werkt. Ze nemen je oude machine voor je mee. Ze doen het met een glimlach en ook nog eens gratis. Sinds we dit zo aanpakken is het keihard gegaan en verkopen wij 1 op de 3 wasmachines in de Benelux. Het punt dat ik probeer te maken is dat het dus niet alleen gaat om het product dat je aanbiedt, maar om de volledige behoefte die je daarmee probeert te bevredigen. Ik probeer niet te zeggen dat bezorging de holy grail is binnen e-commerce. Maar het gaat er om dat de retail-ervaring er eentje is van het begin tot het einde. Het gaat over de hele klantreis.’

Heel, heel, heel veel data
Perfecte service is een belangrijk onderdeel van die klantreis, maar weten wat een klant wil is minstens zo belangrijk. En dat weet Coolblue. Door alles te meten en heel, heel, heel veel data te verzamelen. ,,Neem bijvoorbeeld het kopen van een laptop,’’ zegt Zwart. ,,Dat is een heleboel werk. Ze gooien je helemaal dood met specificaties en gigabytes en inches. Het is bijna niet te doen voor een consument. Wij zijn onszelf toen de vraag gaan stellen: waar zijn mensen eigenlijk naar op zoek in een laptop? Een laptop om te gamen, voor video editing of een budget-laptop. En vervolgens zijn we gaan kijken welke specificaties daarbij horen. Welke laptops werden veel verkocht? En welke niet? Al die gegevens hebben we in een datamodel gestopt en uiteindelijk kom je er dan achter dat je uit al die laptops achttien ideale prijs-specificatie punten kunt filteren. We zijn gaan bellen met alle grote laptop producenten en hebben hen gevraagd om die specifieke modellen exclusief voor ons te maken. En dat werkt! Door heel goed in kaart te brengen wat de echte behoefte is van de klant, kun je gaan ondernemen en creatief zijn. En kun je structureel competitief voordeel bouwen.’’ Zelfs Apple ging voor de bijl en produceerde een MacBook naar de specificaties van Coolblue. ,,We zaten te kijken naar ons model en we zagen dat er een MacBook gemaakt moest worden die er niet was. Dus we hebben Apple toen gevraagd om een hele rare MacBook. 15 Inch met hele absurde specificaties. Dat ding moest 3300 euro kosten. Ze verklaarden ons voor gek, maar we kochten er heel veel in één keer en het werd een smash hit. Echt fantastisch. En ze snappen nog steeds niet hoe wij dat wisten”.

 Geen online retailer maar klantreisbureau
De klantreis staat hoog in het vaandel in de strategie van Coolblue. ,,We zijn geen online retailer,’’ aldus Zwart. ,,We zijn een klantreisbureau. En dat is extreem data-gedreven. We meten bij Coolblue werkelijk alles. En het allerbelangrijkste wat we meten, is de vraag: zijn klanten nog een beetje blij met ons? We willen een voorbeeld zijn in klantgericht ondernemen. Aan de ene kant proberen we geld te verdienen, aan de andere kant proberen we klanten blij te maken. Deze doelstellingen zijn even belangrijk en worden tot op aandeelhoudersniveau doorgevoerd. Maar dat gaat natuurlijk wringen. Want klanten blij maken kost bakken met geld. Dus hoe organiseer je dat dan? Dan moet je jezelf afvragen wat de waarde is van een tevreden klant. Als je dat weet, dan kun je verzinnen wat je moet doen om die investering terug te verdienen. Tevreden klanten hebben twee belangrijke waardes: ze keren terug en ze zorgen voor goede mond-tot-mondreclame. Wij vragen klanten die bij ons iets gekocht hebben of ze ons zouden aanbevelen. Wanneer wij met een 6 of lager worden beoordeeld, hebben we eigenlijk geld weggegooid. Bij een 7 of 8 speel je quitte. Pas bij een beoordeling met een 9 of 10 gaat het goed. Je moet altijd zorgen dat je beter beoordeeld wordt dan je concurrent.’’

Alles voor een glimlach
Bij Coolblue ligt de klanttevredenheid inmiddels op 96 procent. Behoorlijk hoog dus. En hoe komt die zo hoog? ,,Heel simpel,’’ zegt Zwart. ,,Zorgen dat niemand je beoordeelt met een 6 of lager door je klanten een fantastische klantreis te bieden.’’  En hoe maak je van een 7 of 8 een 9 of 10? ,,Door ‘gewoon te verwonderen’. Net iets meer doen dan de klant van je verwacht. Bijvoorbeeld door allerlei kleine grapjes in de doos te doen waarin je bestelling bezorgd wordt. Door altijd gratis te bezorgen, bijvoorbeeld ook op zondag. Dat verwachten klanten helemaal niet. Weet je hoe vaak het zondag is? 14,3 procent van je leven is het zondag en wij zijn open en de concurrentie is dicht. Door algemene voorwaarden te maken die duidelijk, maar ook ronduit grappig zijn. En door klanten een persoonlijke boodschap mee te sturen. Alles voor een glimlach!.’’

 

maandag 04 december 2017 | Written by Heleen Scheurwater

Vijf manieren om met frank.news samen te werken in 2018

Sponsored content

Als marketeer ben je dagelijks bezig om nieuwe klanten aan te trekken. Maar hoe vind je jouw doelgroep en overtuig je hen op een geloofwaardige manier?

Richt jouw bedrijf zich op die kritische marketing communicatie professional? Dan is het zeker de moeite waard om frank.news mee te nemen in jouw plannen voor 2018. Want met een bereik van meer dan 200.000 unieke bezoekers per maand is frank.news het snelst groeiende marketing- & communicatieplatform van Nederland.

Frank.news biedt bedrijven de mogelijkheid om op of buiten ons platform hun doelgroep te bereiken en te activeren met passende journalistieke content oplossingen via web, social en events.

 
1. SPONSORED CONTENT
Een journalistiek verhaal over jouw bedrijf of propositie gemaakt door onze redactie. Aangejaagd via onze homepage, nieuwsbrief en sociale media. En uiteraard eveneens te gebruiken op jouw eigen kanalen.

2. SPONSORED SERIES
Wil je jouw merk positioneren op bepaalde thema’s in je vakgebied en meer content op dat gebied aanbieden? Met een sponsored serie verbind je een merk aan een reeks artikelen rondom relevante marketingthema’s. Op onze site maar ook bijvoorbeeld gebundeld in een mooi interactief e-book of serie interviews op video.

3. KENNISBANK
Wil je meer kennis delen en leads verzamelen? Op onze kennisbank kun je jouw kennis en kunde delen met de markt. Onder auspiciën van de frank news redactie zorgen wij er bovendien voor dat jouw whitepaper, case of e-book het lezen waard is.

4. CONTENT OP MAAT
Buiten onze standaard proposities bieden we ook producties op maat aan.  Of het nu gaat om een content marketing training, een podcast serie of een videoreportage. Er is veel mogelijk.

5. FRANK.NEWS CAFÉ
In 2018 starten we met ons eigen nieuwscafé. In een ongedwongen sfeer praten we samen met onze gasten over de meest opmerkelijke ontwikkelingen in ons vak. Interviews, columns en presentaties, onder het genot van een glas bier en een bitterbal. Door jouw bedrijf aan deze thematische bijeenkomsten te verbinden realiseer je meer betrokkenheid vanuit de doelgroep en kun je tevens relaties en sprekers uitnodigen.

 
Afrekenen op basis van resultaat
Bij frank.news staat resultaat voorop. Onze site en mailsysteem draait dan ook op mapp, een data management platform. Hierdoor kunnen we onze partners en redactie voorzien van unieke insights in welke content door welke lezers goed gelezen wordt. Bovendien kunnen we door koppeling met het ad-netwerk van appnexus de doelgroep ook op andere nieuws sites met jouw boodschap bereiken. Waarbij we uiteindelijk afrekenen op basis van het aantal gerealiseerde views, leads en shares.
Wil je meer weten over wat wij voor jouw bedrijf kunnen betekenen? Mail ons dan op Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.. Wij kijken ernaar uit om met jouw briefing aan de slag te gaan!
maandag 04 december 2017 | Written by Redactie Frank.News

John de Mol: Apple, Google en Facebook worden deels traditionele tv-zenders

Media-ondernemer John de Mol is nog niet klaar met zijn kritiek op het Nederlandse mediabeleid. Vorige week haalde hij al uit naar de politiek die in zijn ogen veel te weinig doet om de Nederlandse mediasector te beschermen. Gisterenavond deed hij dit nog eens dunnetjes over op het podium van ING Business Boost in een bomvol Ahoy.

 
‘Ik verwacht hier helemaal niets van’
Na zijn veelbesproken persconferentie vorige week, waarin De Mol zijn vernieuwde mediabedrijf Talpa Network introduceerde, ontving hij direct een uitnodiging voor een gesprek met mediaminister Arie Slob, hoge ambtenaren en het Commissariaat voor de Media. Maar De Mol maakt zichzelf geen illusies. ,,Het gaat om de uitkomst. En daar verwacht ik helemaal niets van, dan kan het tenminste ook niet tegenvallen,’’ aldus de mediatycoon. Maar tonen deze uitnodigingen niet aan hoe groot de macht van De Mol inmiddels is? Je belegt een persconferentie, klaagt wat over het mediabeleid en binnen een paar dagen wordt je uitgenodigd bij de Minister. ,,Nou nee hoor,’’ werpt De Mol tegen. ,,Het toont aan hoe groot de macht van de media is die er die avond waren. Dat heeft er toe geleid dat er zo veel om te doen was. En het toont aan dat ik gewoon gelijk had. Er ís geen mediabeleid. Een aantal aanwezige journalisten die dat regeerakkoord eens opsloeg moest constateren dat ik gelijk had. Er staat alleen in dat de overheid pleit voor een sterke publieke omroep en daar wordt dan meteen 60 miljoen bezuinigd.’’

 
Old Boys Network
De Mol’s afkeer van de politiek is niet van gisteren. In het verleden liep hij vaker tegen obstakels aan op dit vlak. Zelf noemt hij het voorbeeld van Sport 7 waarin het Old Boys Network zijn plannen om zeep hielp. ,,Ik realiseerde me op een goed moment dat er iets moest gebeuren in de sport,’’ zegt De Mol. ,,En dat dat zou moeten middels een betaalstructuur waarbij de clubs meer geld zouden ontvangen en de kijker via betaaltelevisie meer voetbal kon zien. Ik wist dat dat een gevoelig thema was in Nederland dus ik ben een alliantie aangegaan met de BV Nederland. Ik ging de grote Nederlandse bedrijven meenemen in dat avontuur. KPN, ING, noem maar op. Ik dacht dat dat een solide basis zou zijn, maar het tegendeel bleek waar. Toen wij begonnen met Sport 7 op zaterdag, was er op zondag al een spoedberaad van het toenmalige kabinet Kok vanuit de link die er - overigens nog steeds - ligt tussen de publieke omroep en de politiek. Er ontstond een enorme politieke druk en dan merk je dat de BV Nederland geen voordeel is maar een nadeel want dan kom je in het Old Boys Network terecht en gooien de grote bedrijven meteen de handdoek in de ring.’’

 
Nederland slecht voor mediaondernemer
Wanneer je als mediaondernemer in Nederland geboren bent, ben je zo’n beetje in het slechtste land ter wereld werkzaam, stelt De Mol. Hij noemt Rupert Murdoch als voorbeeld. ,,Toen ik met Sport 7 de voetbalrechten kocht voor zeven jaar, was de wereld te klein. Maar Rupert Murdoch komt binnen, koopt de rechten voor dertien jaar en er is geen politicus, geen journalist die daar iets van vindt. Het lijkt er op dat het mij niet gegund wordt. Een andere verklaring kan ik er ook niet voor vinden.’’

 
Google en Facebook worden traditionele televisie
Ook nu ondervindt De Mol de lasten van de strijd tegen mediagiganten als Rupert Murdoch. Maar tegenwoordig heten deze giganten Facebook, Google en Apple. Een oneerlijke strijd, volgens De Mol, die vindt dat de politiek de Nederlandse mediasector moet beschermen. Het lijkt inmiddels onmogelijk om als Nederlandse mediaondernemer een bedrijf als dat van De Mol op te kunnen bouwen. ,,Dat is maar net wat je bedoelt met mediabedrijf,’’ nuanceert De Mol. ,,Ik ben begonnen als contentmaker. En ik heb me altijd gerealiseerd dat je het verschil kan maken door je eigen ideeën te ontwikkelen. Ik heb nooit andermans ideeën geproduceerd. Het is het allerbelangrijkste dat je zelf je eigen ideeën ontwikkelt waar je zelf de rechten van hebt en zo lang mogelijk houdt. En als je kijkt naar de Googles, Facebooks en Amazons van deze wereld, die worden eigenlijk nu voor een deel ook weer gewoon traditionele televisiezenders. Netflix koopt content in die straks ook weer gewoon achter elkaar te zien is en op bepaalde tijden uitgeleverd wordt. Op YouTube Red komt ook televisiecontent. Dus als je contenmaker bent, is dat geen bedreiging maar juist een kans. Maar in de traditionele wereld van tv- en radiozenders ligt wel degelijk een bedreiging.’’

 
Doorgaan tot de dood
Wat is dan volgens De Mol het geheim om zo ver te kunnen komen? ,,Mijn advies: doe iets wat je leuk vindt. Je hoort nu dat studenten steeds vaker kiezen voor een studie die later geld op zou moeten leveren dan voor iets waar hun hart ligt. Maar doe wat je leuk vindt, dan kost het je veel minder energie. Ik kan me niet voorstellen dat ik ooit een burn out zal krijgen, hoewel ik best lange dagen maak. Maar het is mijn passie dus het gaat me goed af.’’ En dat blijft nog wel even zo, want De Mol heeft geen plannen om te stoppen. ,,Wanneer het genoeg is? Als ik dood ga.’’
vrijdag 01 december 2017 | Written by Heleen Scheurwater

Baas van IDTV: ‘Wij zijn toevallig goed in storytelling’

Mediamensen deel 1 

 

In de serie ‘mediamensen’ spreken we prominente mannen en vrouwen uit de mediawereld. We praten met ze over de toekomst van het mediavak en - vooral - over hun tactieken om in te spelen op die veranderingen. In deel 1 Taco Rijssemus van IDTV.

 
Tv-producenten hebben te maken met een ‘probleem’ dat lijkt op die van ons nationale postbedrijf in het begin van de eeuw. Jarenlang was er een verdienmodel waarmee goed geld verdiend werd - mensen stuurden elkaar massaal kaartjes - maar door de komst van internet werd die markt in korte tijd veel kleiner. Tegelijk ging iedereen steeds meer online shoppen dus er moesten busjes gekocht worden, postbodes omgeschoold en vooral veel service geleverd worden en het probleem was opgelost. Dat ging niet helemaal goed want het oude staatsbedrijf zag niet in dat het eigenlijk heel simpel was: van postbode naar pakketbezorgers in twee jaar. En weer door..

 
 
Het PTT-probleem van de mediawereld
Zo’n zelfde ontwikkeling is er in de wereld van tv-producenten aan de gang; er gaat iets weg - namelijk de grote budgetten bij omroepen - maar er komt ook iets voor terug; mensen blijven naar content kijken, maar dan toevallig online waar andere wetten gelden.  Of preciezer: mensen kijken steeds minder naar lineaire televisie dus omroepen hebben minder geld van adverteerders en de overheid te besteden voor aankopen. Maar hé, de behoefte aan content is niet vervangen voor het lezen van boeken en het bezoeken van musea; er wordt gewoon verder online gekeken waar we op televisie gebleven waren. Het is interessant om te bekijken in hoeverre grote tv-producenten die switch kunnen maken.

 
 
Verhalen maken voor bedrijven
Mooi dus dat Taco Rijssemus, ex mediadirecteur bij KRO-NCRV en ex-SBS, inmiddels acht maanden de baas is bij IDTV. En dat hij deze periode - ‘Guddelike’ - gebruikte om een strategie te bepalen voor de toekomst. In zijn analyse en strategie komt hij uit bij het maken van content voor de zakelijke markt, de producent wil meer verhalen maken voor bedrijven. ,,Vergeet niet dat wij veel ervaring hebben met branded content, bijvoorbeeld door het maken van VT Wonen,’’ zegt Rijssemus. ,,IDTV is eigenlijk een combinatie van drie bedrijven; events, online en een klassieke tv-producent. Ik denk dat die combinatie een hele sterke is waarbij je twee markten kan bedienen: de broadcastmarkt natuurlijk, maar we hebben ook veel ervaring op de zakelijke markt met het organiseren van events voor bedrijven als Heineken en KPMG waarbij we ook nog eens veel video maken.’’

,,Vergeet niet dat wij veel ervaring hebben met branded content, bijvoorbeeld door het maken van VT Wonen,’’ zegt Rijssemus.

 

Hoe bereik je de consument?
Okay, de interne analyse van de voormalig omroepman komt dus neer op de combinatie video, events en online. Ook interessant is dan zijn visie op de advertentiemarkt. ,,Je ziet dat adverteerders zoekende zijn om het oude tv-bereik te halen, vooral onder de doelgroep 20-49 is dat lastig, ga maar eens bij SBS of RTL langs en je krijgt er alles over te horen. Die doelgroep verplaatst zich naar andere kanalen, maar het geld om ze te bereiken is er nog steeds. Tv-zenders ontwikkelen branded content concepten voor bedrijven, maar die bedrijven hebben meer kanalen nodig dan waarop de zenders nu zicht hebben. Het gaat om het vertellen van verhalen en daar hebben wij toevallig veel ervaring mee..’’

 
 
Niet in het vaarwater van de bureaus
Okay dus IDTV gaat direct zakendoen met het bedrijfsleven op het gebied van content, maar hoe pakken ze dat in Amsterdam precies aan? Is daar een plan voor? ,,We hebben wat uitgangspunten geformuleerd en één daarvan is dat we niet in het vaarwater van bureaus gaan zitten; we gaan geen merkstrategie ontwikkelen.’’
Dat betekent dus automatisch dat ze wél zaken gaan doen met deze bureaus. ,,We gaan met wat preferred suppliers in de bureauwereld samenwerken waarbij we in een vroegtijdig stadium in beeld komen. Er komt immers een moment dat je uitkomt bij het vertellen van verhalen en dat kunnen wij goed. Het leuke is dat we dit dus al doen en we dus de organisatie hebben om dat zo aan te pakken.’’

 
 
Storytelling onontgonnen terrein
Klinkt logisch als strategie, maar de praktijk zit altijd iets anders in elkaar. Waar is er nog iets te winnen? ,,Ik denk dat als je ‘Wie is de Mol?’ of (twittertopper) ‘Bed & Breakfast’ maakt je verstand hebt van storytelling, maar we worden nog teveel gezien als alleen een tv-producent. Dus opdrachtgevers vergeten dat we ook voor de zakelijke markt werken. Bureaus zijn heel goed in het bereiken van mensen en wij zijn goed in verhalen vertellen over meerdere platforms. Er zijn maar weinig partijen die dat goed kunnen.’’ Okay prima, maar er zijn wel veel partijen die zéggen dat ze dit prima kunnen. ,,Dat is een probleem; storytelling is het onontgonnen terrein in de communicatiewereld en wij zijn daar al ver in.’’

 
 
Geen YouTube kanalen ontwikkelen
Het online gedeelte is dus essentieel want dáár is de doelgroep van 20 tot 34 jaar te vinden. Is het geen vreemde keuze om de YouTubers helemaal aan andere partijen over te laten? IDTV is toch goed in video en daar kijken jongeren toch (bijna uitsluitend) naar? ,,We laten YouTube zeker niet helemaal aan andere partijen over. Ik vind alleen dat wij niet zelf YouTube-kanalen moeten ontwikkelen om in de pure distributie te stappen. Al denken we bij onlinevideo en online concepten natuurlijk ook over de distributiekant na.’’

Nog even toch…YouTube is voor veel jongeren toch de enige plek waar ze nog te bereiken zijn? IDTV werkt dus wel voor LINDA.TV, maar niet voor YouTubers? Is dat niet…raaaaaaar? ,,Bij alles wat online gebeurt, moet je beslissen wat je niet doet en we gaan dus niet zelf YouTube-kanalen ontwikkelen en proberen adverteerders te zoeken. Natuurlijk kan je een bedrijf ontwikkelen met de intentie om allerlei YouTube kanalen te lanceren, maar daar zijn wij niet op ingericht.’’ IDT gaat ook geen ‘how to filmpjes’ maken. ,,We gaan dus ook niets voor de onderkant van de markt maken. We krijgen wel eens deze verzoeken, maar wij zijn daar te duur voor.’’

 
 
CokeTV niet bedenken?
Maar even duidelijk om het scherp te hebben; zoiets als CokeTV, een YouTube kanaal van Coca-Cola zullen ze dus niet bedenken bij IDTV? ,,Juist wel. We kunnen het concept zeker ontwikkelen in opdracht van een klant, maar dat is iets heel anders dan zelf een kanaal ontwikkelen. We kunnen wel een contenstrategie neerleggen en adviseren over de manier waarop je het bij de doelgroep krijgt, maar dat wordt niet onze core business. Wij focussen op de storytelling.’’

 
 
Zaken met grote adverteerders
IDTV doet dus zaken met grote bedrijven uit de Top 100 van adverteerders; weten de mensen waarmee Rijssemus aan tafel zit eigenlijk al hoe ze doelgroepen kunnen bereiken in tijden dat de klassieke tv-commercial minder bereik oplevert? Zijn ze al bereid om op een nieuwe manier te denken? ,,Ik zie de transitie in de mediawereld als een domino-effect. De eerste groep die te maken heeft met het feit dat het bereik onder de doelgroep via tv afneemt is de adverteerder. Daarna volgen de mediabureaus en de broadcasters en als laatste de producent. De klassieke tv-producent wordt ofwel heel klein en niche of heel groot en internationaal zoals Talpa. Of hij maakt een slag naar de zakelijke markt zoals wij.’’

 

,,Ik zie de transitie in de mediawereld als een domino-effect.’’

Die fase waarin de mediawereld aan het veranderen is, hoe ver is het daar eigenlijk mee? ,,Het gaat nu heel hard. Onder de broadcasters die ik spreek, zijn hele grote zorgen omdat ze mensen tussen 20 en 34 jaar nauwelijks nog kunnen bereiken. Het gaat echt veel sneller dan we dachten vijf jaar geleden. De zekerheid van bepaalde inkomsten verdwijnt echt.’’ Heeft hij zelf een idee welke kant het op beweegt? ,,Dat is moeilijk te zeggen behalve dat de behoefte aan content altijd zal blijven bestaan. De vraag is echter of je daar een positie in zal verwerven.’’

donderdag 30 november 2017 | Written by Bas Hakker

Mediamerken & webshops: iedereen wil die nieuwe pyjama van Chantal kopen

Je ziet het steeds meer: mediamerken die hun kanalen uitbreiden met een webshop. Zo heeft &C de succesvolle scan & shop en mediamerk Seriously Good werd deze zomer gelanceerd als online platform met een magazine en shop in één. Is dit het geheim van een goed online verdienmodel? Frank.news in gesprek met Seriously Good en &C…

Volgens Ingrid van der Chijs, oprichter van Seriously Good ligt hier inderdaad de toekomst voor veel mediamerken. ,,Bestaande mediamerken staan al jaren onder druk. Dit zou weleens het antwoord kunnen zijn.” Dit wordt mede mogelijk gemaakt door de gouden combinatie van commerciële en redactionele content. ,,Mensen hebben inspiratie nodig om producten te kopen. Als je ze alleen een platte webshop voorschotelt zonder gevoel, gebeurt er niets.” De content helpt je om de producten uitstraling te geven. ,,Kijk maar in het buitenland naar een site als Net-a-Porter, een mooi voorbeeld van een platform dat zich richt op een niche doelgroep van welvarende mensen met een grote interesse in mode.”

 
Groot bereik
Het begint dus allemaal bij een goede combinatie van commerciële en redactionele content. Al is het alleen al om zo een groot bereik te realiseren via sociale media. ,, Als je alleen commerciële content maakt, ben je kansloos op sociale media. Je hebt redactionele content nodig om te worden opgepakt door het algoritme. Een merk als Allerhande, waar ik eerder voor werkte, snapt dat bijvoorbeeld heel goed.” Voor Van der Chijs één van de redenen om met Seriously Good een combinatie te kiezen van beide.

 


 
Duurzaamheid
De belangrijkste reden voor Van der Chijs om haar platform te starten, is dat ze op deze manier de verhalen van de producten in haar assortiment goed kan vertellen. Deze hebben allemaal één gemene deler: duurzaamheid. Iets waar steeds meer mensen bewust mee bezig zijn. ,,Wat koop je, waarom koop je iets, en hoe is het gemaakt? Veel consumenten weten dit niet, maar willen dat wel weten. Mijn doel is mensen te inspireren en informeren. Als je er meer over weet, ga je er ook meer op letten.”

 
Producten met een goed verhaal
In deze periode van economische groei is het logisch dat onze denkwijze verandert, gaat Van der Chijs verder. ,,We kunnen zoveel kopen. Kleding is heel betaalbaar, lekker eten steeds toegankelijker. Nu gaan we een stap verder: super dat we zoveel kunnen kopen, maar hoe kan het eigenlijk dat alles zo goedkoop is?”

Zonder belerend over te komen, hoopt Van der Chijs mee te kunnen werken aan een duurzame wereld. ,,De producten op mijn site hebben een goed verhaal, zonder veel duurder te zijn.”

 
Luxe artikelen populair
Opvallend is dat juist die duurdere en luxe producten op dit moment het beste worden verkocht. ,,Dit varieert van tassen tot kledingstukken als jurkjes en blouses. Interessant dat de consument ook online bereid is om daar geld aan te besteden. Zolang de kwaliteit en het verhaal maar goed is.” Veel dure producten verkopen, is overigens niet het doel van Van der Chijs: ,,Ik hoop dat mensen mijn platform uiteindelijk voor alles weten te vinden. Van cadeauartikelen tot een paar nieuwe sokken.” Wie is haar doelgroep eigenlijk? ,,Iedereen die bewust bezig is met wat hij koopt. Zowel mannen als vrouwen.”

 
Abonnement
Het verdienmodel van Van der Chijs is simpel: de merken of partners betalen een vast bedrag  om op de site te staan. ,,Je kunt als merk voor een bepaalde periode een abonnement afsluiten. Hiermee koop je een positie in de conceptstore, het magazine en op social media. Daar bovenop krijg ik een vast percentage per verkocht product.”

De reacties van de merken zijn positief. ,,Ten eerste omdat ze nu eindelijk in een omgeving staan tussen merken met een soortgelijke duurzame achtergrond waar ze perfect passen. En echt de ruimte krijgen om hun verhaal te vertellen.”

 
Geen stoffig imago
Ook belangrijk: de toegankelijke uitstraling van het platform. ,,Duurzaamheid is leuk, maar de meeste mensen kiezen daar niet bewust voor. Je moet dus kunnen concurreren met niet-duurzame concept stores en mediamerken.” De looks van het platform zijn daarom extra belangrijk. Vroeger had duurzaam toch een beetje dat stoffige imago, vertelt Van der Chijs. ,,Het ging nou eenmaal om het goede verhaal en dat leek voldoende.” Die tijden zijn veranderd. ,,Je moet er echt supergoed uitzien. En dat dit bij Seriously Good het geval is, daar maak ik de merken én de consumenten blij mee.”

 
Toekomstvisie
Van der Chijs heeft sinds de start al een internationaal platform voor ogen. ,,Online doen grenzen er niet toe. Vandaar dat mijn URL en naam internationaal zijn. Als de basis voldoende staat, breiden we verder uit naar het buitenland.” Allemaal volgens de belangrijke e-commerce regel: go niche, go big or go home, vertelt Van der Chijs. ,,Duurzaamheid is nu nog een niche onderwerp, maar mijn bedoeling is om hier wat groots van te maken: niet alleen mezelf, maar ook mijn merken en partners. Hoe kan ik hen helpen, wat is de interessante volgende stap voor het merk? Ik geloof dat je het met elkaar moet doen.”



&C shop
Volgens Van der Chijs is het tot slot belangrijk dat je als mediamerk een online shop er niet zomaar even bij doet. ,,Je moet er wel echt volledig voor gaan. Denk niet dat je er makkelijk een winkel naast kunt runnen. Het vergt allebei enorm veel aandacht en kennis.” Dat is ook de reden dat &C, het platform mede opgericht door Chantal Janzen, een fulltime E-commerce manager in dienst heeft voor hun &C Shop: Iris Hurenkamp. Zij is hoofdverantwoordelijk voor de webshop. ,,Wij zijn de &C shop gestart met als doel content shoppable te maken voor onze lezer en adverteerder. In overleg met onze &C-redactie bepalen we de content in het &C magazine en onze mode shoppings online. Hier lichten we de merken en trends uit die leven onder de doelgroep.”
,,Je moet er wel echt volledig voor gaan. Denk niet dat je er makkelijk een winkel naast kunt runnen. Het vergt allebei enorm veel aandacht en kennis.”
Extra voordeel voor consument
Op die manier wordt een duidelijke link met de content naar de online shop gelegd. ,,Bij het magazine met thema ‘slapen’ bieden we bijvoorbeeld veel nachtmode in onze webshop aan. Op die manier willen we een relatie opbouwen met en inspiratie bieden aan de consument die online al veel shopt, en ze een extra voordeel bieden zodat ze gemakkelijker een aankoop kunnen doen.”

De techniek was al voor handen. ,,Met de scan-functionaliteit kunnen we niet alleen content in het magazine, maar ook zelfs content op tv live shoppable maken.”

 


 
 
Interessant voor adverteerder
Voor de adverteerder biedt dit natuurlijk ook interessante mogelijkheden, vertelt business director Berndt de Wit. ,,Zij krijgen een unieke shoppositie binnen het platform, waardoor via alle kanalen met de consument gecommuniceerd kan worden.” Het mediamerk werkt samen met merken die zich net als &C premium positioneren. ,,Dit gaat altijd in overleg met de redactie, zodat we gezamenlijk een 360 graden concept kunnen bedenken en uitrollen. Zo hebben we onder andere een succesvolle samenwerking met WE Fashion die we zowel op andc.tv, in print, in video, als op social media en in onze shop hebben doorgevoerd.”

 
Het verdienmodel
Op dit moment werkt de &C shop  met het ‘cost per sale en cost-per-click affiliate model’, vertelt De Wit. (Dat wil dus zeggen dat de uitgever een percentage krijgt van de verkoopopbrengsten of betaald worden voor het aantal clicks). ,,Uiteindelijk willen we alleen maar directe ‘cpc deals’ hanteren, zodat de klant hun producten op ons premium platform nog sterker kan neerzetten. Op die manier kan de adverteerder weer meer omzet halen uit zijn collecties.”

 
De cijfers
Qua social is &C de snelst groeiende in de gehele markt. De Wit: ,,Dit werkt door op onze website en shop waardoor ons unieke verkeer maandelijks met grote sprongen toeneemt.  15 procent van het siteverkeer gaat naar onze webshop.” De teller van de app downloads staat nu op 60.000. Het doel van De Wit en het team: ,,Eind 2018 willen we 500.000 unieke bezoekers op andc.tv halen.”

 


 
Ook voor tv
Eén van de gouden regels voor populariteit binnen de shop: als Chantal iets draagt, is er een grote kans op succes, aldus Hurenkamp. ,,Onze doelgroep is echt fan van haar. Via Instagram stromen de reacties binnen zodra ze bijvoorbeeld voor haar programma Chantal blijft slapen weer een nieuwe pyjama draagt. Ik heb dan ook nauw contact met haar stylist om ervoor te zorgen dat deze producten op tijd in de webshop te koop zijn.” Dit alles is ook de reden dat voor het nieuwe tv-programma &Chantal, sinds kort te zien op zaterdagavond bij RTL4, de scanfunctie ook is ingeschakeld. ,,Vooraf werd al volop gevraagd van welk merk het jurkje is dat ze tijdens de aankondiging draagt.”

 
&C collectie
Een ander populair item in de shop is de &C-sweater. ,,Deze werd meteen goed verkocht. Uiteindelijk willen wij ook onze eigen merken gaan laden in de shop.” Dit betekent dus dat &C eigen collecties gaat ontwerpen, produceren en aanbieden. ,,Verder willen wij de adverteerders en influencers meer laten samenwerken, zodat collecties op een eigen en creatieve manier aangeboden kunnen worden,” aldus Hurenkamp.

 
woensdag 15 november 2017 | Written by Kim Buitenhuis

‘Oude mensen zonder Instagramaccount begrijpen deze wereld niet’

Podcast ‘De Vakmanschap is Meesterschap Tapes’, aflevering 1:

Op onze podcast genaamd ‘De Vakmanschap is Meesterschap Tapes’ interviewen we de komende tijd steengoede marketingexperts. Zij geven hun visie op het marketingvak en komen met gave cases. Onze ambitie met de podcast? Kleine en grote marketeers inspireren.

In deel 1 van deze serie spreken we Jonatan de Boer, baas van OnLane dat merken koppelt aan influencers en splinternieuwe YouTube formats lanceert zoals Coke TV. De Boer vertelt over:

[iframe height="100" width="100%" frameborder="0" scrolling="no" data-link="https://www.podbean.com/media/player/u788j-79b691?from=yiiadmin" src="https://www.podbean.com/media/player/u788j-79b691?from=yiiadmin"]

1. Zijn ervaring met het opzetten van YouTubekanaal Ponkers….,,Ik heb in het begin wel eens geroepen; meer middelvingers, meer schelden want dat wil de puberjeugd graag. Het mocht wat rauwer, maar we zijn daar soms in doorgeslagen. Er staat zelfs een video online waarbij een van die gast teveel hamburgers eet, dat uitkotst en vervolgens een schilderij maakt van zijn kots. Dan krijg je wel te horen in de comments dat je te ver gaat.’’

2.De rol van YouTube in het censureren van content…
,,De laatste tijd zijn adverteerders heel voorzichtig geworden. Merken hebben gezegd: ik wil niet dat mijn Happy Meal reclame wordt uitgezonden rond een IS-video. Dus YouTube is enorm streng geworden met als doel om de adverteerders tevreden te houden.’’ (…) ,,Maar dat algoritme had het niet altijd bij het rechte eind. Als je bijvoorbeeld een geweldige video had over het gevaar van de wapenindustrie dan leest het algoritme ‘schietpartijen’ terwijl het een goede video kan zijn van een docent geschiedenis. Als je daarmee een paar duizend euro per maand mee verdient en opeens nog maar een kwart dan voelt het alsof je werkgever opeens minder overmaakt zonder verdere onderbouwing.’’

3.De geloofwaardigheid van YouTubers….
,,Ik ben wel van mening dat als je een goede lange termijnsamenwerking hebt tussen merk en YouTuber je een soort ambassadeurschap krijgt. Maar soms gaan YouTubers daar slordig mee om en vaak hebben merk ook de schuld omdat ze niet de juiste budgetten neerleggen om die toewijding te verwachten.’’

4.De mening van mensen uit de marketingwereld die zeggen dat influencermarketing geen toekomst heeft…
,,Vooral oudere mensen kijken nooit iets, hebben geen Instagramaccount en dus begrijpen ze die wereld niet. Dan is het makkelijk om te zeggen: YouTubers verdienen heel veel geld en dus vind ik daar iets van. Als influencermarketing geen toekomst zou hebben, was ons bedrijf allang weg.’’

5.Het geheim van een goede match tussen influencer en merk
,,Het is een beetje preken voor eigen parochie, maar ik zou een goede bemiddelende partij erbij zoeken. Vaak is het lastig als adverteerder om direct met zo’n jonge YouTuber te praten, je begrijpt elkaar niet zo goed en dat gaat vaak mis.’’

6. De rol van ‘oude’ media…
,,Ik loop al vier jaar rond op het Mediapark, ook wel voor de grap Jurassic Park genoemd. Ik probeer al zo lang omroepen te informeren hoe wij publiek opbouwen en vier jaar lang was er geen plek om samen te werken. En nu doen we met een grote speler onderzoek naar de media-strategieën voor de toekomst. Niemand weet hoe dat straks eruit zal zijn, maar ik kan je vertellen dat als je nu niet aan het experimenteren je over vijf jaar klaar bent(….) Dus hou niet vast hoe je het altijd deed en leer produceren met kleine budgetten. Ik verbaas me er over hoe het eraan toegaat tijdens traditionele producties hoe het gaat met catering. Of de publieke omroep die taxi’s laat rijden door heel Nederland voor een gast in je talkshow. Straks kan je echt niet meer zomaar een miljoen mensen bereiken.’’

vrijdag 10 november 2017 | Written by Bas Hakker

By accepting you will be accessing a service provided by a third-party external to https://www.candidplatform.com/

Be Candid,
it’s contagious.

Candidness is the quality of speaking with
honesty and authenticity. Our Candid editorial
team shares stories that matter on media, data,
marketing, creativeness and technology.

Our Candid editorial team
creates stories that matter.