Candid. Platform
for growth.

LINDA.meiden-hoofdredacteur Yara Michels: ‘Print is niet dood hoor’

Personal brands, deel 7

Zijn millennialmeisjes nog te porren voor een papieren tijdschrift? Jazeker, zegt de nieuwe hoofdredacteur van LINDA.meiden. En ze weet waar ze het over heeft. Want toen de rest van Nederland nog aan het Hyven was, pionierde Yara Michels als blogger en - een woord dat toen nog niet bestond - influencer.

 
Gevraagd naar haar brand statement blijkt dat ze helemaal geen voorgekookt praatje paraat heeft. Toevallig, want dat is precies wat deze online ondernemer, tv-presentatrice en - sinds eind vorig jaar ook - hoofdredacteur van LINDA.meiden kenmerkt. Yara Michiels (28) - 161.000 volgers op Instagram en meer dan 32.000 YouTube-abonnees - bewijst dat ‘jezelf zijn’ toch het beste recept is voor langdurig succes als persoonlijk merk.

,,Het is iets gevoelsmatigs, waarbij het vooral draait om positiviteit,’’ denkt de Brabantse Amsterdamse hardop. ,,Ik krijg van mensen terug dat ze zich heel welkom voelen op mijn kanalen en dat ze er positieve energie van krijgen. Ik ben geen high fashion-influencer met dure kleren en looks die je toch niet kunt dragen. Ik probeer het toegankelijk te houden, met wat girl power. En ik probeer andere vrouwen een plek en een stem te geven.”

  

Connecten met een oude zus
Waar het merk Yara Michels vooral níét voor staat, is perfectie. ,,Ik moet eerst vijftig foto’s maken voordat ik een goeie selfie heb, hoor! Dat sowieso. Maar ik ga mezelf geen plastische chirurgie geven in Facetune. Lijkt me zo erg, dat je zo iemand bent van wie mensen zeggen: Oeh, die ziet er op Instagram veel beter uit. Ik heb dan liever dat ik meeval in het echt.”
Dat is de boodschap die ze graag overbrengt op haar doelgroep: meiden tussen de 18 en 28. ,,Ik heb pas een video gemaakt over hoe je er in vijf minuten zonder foundation mooi uit kunt zien, ook al heb je huidproblemen. Daarin vertel ik zonder make-up dat ik me soms ook onzeker voel als ik oneffenheden heb. Ik wil graag een beetje bij de werkelijkheid blijven. En ik hoop dat de meiden die mij volgen, het gevoel krijgen dat het écht is, dat ze kunnen connecten met een soort oudere zus of goede vriendin.”

 

Modeblog
Het succesverhaal van Yara Michels begon in 2009, toen ze nog communicatiewetenschap studeerde aan de UvA. Puur vanuit de persoonlijke behoefte aan iets dat er in Nederland nog niet was, startte ze de modeblog This Chick’s Got Style. ,,Je had modebladen, waar je de trends en je inspiratie uit haalde, maar die liepen een paar maanden achter en daar stonden vooral hele dure dingen in, gedragen door hele dunne, lange modellen. Modeblogs maakten mode een beetje van iedereen. En dat voelde zó nieuw en anders, dat ik daar helemaal obsessed mee raakte en dacht: oké, ik moet ook m’n eigen plek beginnen waar ik alles kan verzamelen wat ik tof vind. Eigenlijk als een soort scrapbook voor mezelf.”

  

Ze was een van de eerste
Waarom nu juist háár blog zo succesvol werd, komt volgens Michels vooral doordat ze een van de eersten was. ,,Puur omdat bijna niemand dit nog deed met mode, werd het best wel snel opgepikt. Ik wist niet eens dat er geld mee te verdienen was, dat is nu wel anders. Vroeger wilde je fotomodel worden, nu is een bestaan als influencer het hoogst haalbare. Dat was tien jaar geleden totáál niet aan de orde. Nog steeds vraag ik me regelmatig af hoe dit in godsnaam m’n werk is geworden. Ik weet nog dat ik een businessaanvraag kreeg en googelde: ‘wat krijg je voor een banner?’ Daar was toen natuurlijk niks op te vinden. Terwijl influencermarketing tegenwoordig ongeveer het hotste topic op internet is.”


Jounalistieke skills
Natuurlijk heeft ze wel iets meer goed gedaan dan alleen maar ‘een van de eerste’ zijn. Als modeblogger moet je wel een beetje kunnen schrijven en over minimale journalistieke skills beschikken, beaamt Michels, die drie jaar op de redactie van Elle werkte. En wat haar persoonlijk ver heeft gebracht, is het lef om het roer om te gooien. Vijf jaar geleden besloot ze This Chick’s Got Style om te dopen tot Chapter Friday. Daarmee veranderde de blog waarop ze vooral over haar eigen outfits schreef in een ‘girl power’-platform, nog voordat de ‘girlboss’ een trend werd. Ze plaatst, naast items over stijl, diepte-interviews met ondernemende vrouwen en allerhande carrièretips en adviezen over zelfvertrouwen.

  

dinsdag 17 april 2018 | Written by Grieteke Meerman

‘Luister naar anderen, je eigen verhaal heb je toch al gehoord’

Door Ron Simpson

Wij vinden het leuk om de nieuwe generatie bepalende mensen in de media- en marketingwereld vragen te stellen over hun tactiek. Vandaag doen we dat aan Ron Simpson, eigenaar van The Avocado Show. De vraag? Wie zijn eigenlijk jouw grote voorbeelden?

Ieder mens heeft een voorbeeld nodig. Iemand om naar op te kijken. Iemand die je inspireert. Kun je niemand bedenken? Dan weet je waarschijnlijk niet echt hoe het internet werkt. De kans is klein dat ik al mijn helden ooit in real life zal ontmoeten, maar gelukkig heb ik ze altijd bij me in mijn broekzak. En jij ook.

 
Elon Musk en Shep Gordon
Twee van de meest inspirerende mensen op aarde vind ik Shep Gordon en Elon Musk. De kans is groot dat je de eerste niet kent en dat is helemaal niet erg, want dan heb je een van de mooiste carrières op aarde om nog te mógen ontdekken.

 
Bedenker tv-chef en nog veel meer
Gordon (check de geweldige docu ‘Supermensch: The Legend of Shep Gordon’) liet de hele entertainmentwereld zien dat als je een kans zag voor iets of iemand, je het gewoon kon doen. Was het er niet? Doe het dan zelf. Hij heeft de tv-chef bedacht, hing met de Dalai Lama, ging met Sharon Stone en was de manager van de meest uiteenlopende groep supersterren die je ooit hebt gezien. Allemaal omdat hij deed wat hij zelf voor zich zag, no matter what anderen zeiden. Hij bedacht een women only concert voor Teddy Pendergrass. Hij was de manager van Pink Floyd voor een week. Hij verkocht een LP met damesondergoed erin, zodat jongens het zouden kopen. En nog vééél meer.

 
Vlammenwerpers
Elon is een ander verhaal. Die is namelijk niet weg te denken uit het nieuws van de afgelopen jaren. Tesla, SpaceX, Vlammenwerpers… De homeruns houden niet op, niet vanzelf. Ik had het geluk om de beste man laatst te horen spreken tijdens SXSW. Hét festival voor tech en muziek in een van de raarste steden op aarde: Austin, Texas. Het publiek mocht vragen stellen en besloot hem te vragen naar zijn kijk op Artificial Intelligence, country muziek, welke job title hij op Mars zou willen en hoe de regering er daar uit moest zien bij de eerste Aardse kolonie in de ruimte.

Zijn antwoorden waren sneller dan zijn auto’s en misschien nog wel mooier ook. Het gemak waarmee hij zijn publieke ongemak veranderde in non stop quotables en wijsheden uit de losse pols was serieus indrukwekkend. De vragen waren namelijk waanzinnig origineel en al zijn antwoorden dus spontaan.

Als ondernemer wist hij je te vertellen hoe het hem lukte en vooral bijna niet lukte om een van de meest ambitieuze ideeën (ruimtevaart) op aarde te leiden. Als mens liet hij je inzien hoe gevaarlijk en powerful dat hele artificial intelligence is en hoe onhandig wij er tot nu toe mee omgaan zonder controle, terwijl het dodelijker is dan een atoombom. Als fan laat hij zich graag inspireren door Kanye West en als artiest moet hij vooral NIET door het leven gaan. Zijn country music zangtalenten horen net als zijn raketten, thuis in de geruisloze ruimte.

Maar wat ik zo tof vind is dat hij naast een persoon, inmiddels een concept is geworden. Bij sommige problemen denk je al bijna automatisch aan hem als je een oplossing zoekt. Op Twitter volg ik hem, maar ook zijn parodie account. Terwijl hij Australië overhaalt om de grootste Tesla-accu ter wereld te bouwen, in slechts 140 leestekens, plaatst zijn parodie non stop tweets vol met ideeën die de echte Elon Musk zou verzinnen als hij zich zou vervelen. En ze zijn nog goed ook!

 
Geen grenzen
Mijn punt is, hij kan de manier waarop ik denk veranderen en liet mij zien dat er geen grenzen waren.  Dat zelfs de horizon niet het einde was. Als ondernemer, marketeer en mens juich ik iedereen toe die mij groter kan laten denken. Ik raad het dan ook iedereen aan om zich vaker te laten inspireren en meer te luisteren dan te praten. Je eigen verhaal heb je toch al gehoord.
Ron Simpson is mede-eigenaar van The Avocado Show, een restaurant dat hij over de hele wereld wil uitrollen. Hij zet social media actief in om aan zijn wereldmerk te bouwen.
donderdag 12 april 2018 | Written by Redactie Frank.News

De eerste frank.news video: Marketing is totaal iets anders dan journalistiek

Videoserie: Frank Talks deel 1

Hij is er: onze eerste frank.news video. We noemen het Frank Talks en in deze aflevering praten we over contentmarketing. Dat doen we met de journalisten Lianne Kooistra en André Oerlemans.

https://youtu.be/StMO-fn4Dpg

Frank.news journalist Lianne Kooistra vertegenwoordigt in deze video wat meer de bedrijvenkant van de journalistiek. Ze heeft veel commerciële opdrachtgevers, werkt op dit moment bijvoorbeeld voor Albert Heijn. André Oerlemans daarentegen praat wat meer vanuit journalistiek perspectief over contentmarketing, hij schrijft - behalve voor frank - ook voor AD De Dordtenaar en voor ANP. Wij hebben het idee dat de marketing- en de journalistieke wereld nog veel van elkaar kunnen leren en dat verkennen we in dit gesprek. Oerlemans: ,,Contentmarketing is een marketingtool, maar marketeers moeten zich niet met de inhoud bemoeien. Marketing is totaal iets anders dan journalistiek.’’ Lianne is wat minder uitgesproken. ,,Ik zie het wat minder zwart-wit. Ik schrijf gewoon verhaaltjes en die moeten gelezen worden.’’

We verkennen de grenzen tussen journalistiek en marketing en dat komt eigenlijk vooral neer op: laat iedereen gewoon doen waar hij of zij goed in is dan komt het allemaal prima in orde. Natuurlijk komen er ook wat cases of cases in oprichting voorbij. Wij vinden bijvoorbeeld dat Tikkie van ABN Amro jongeren kan helpen om niet teveel geld uit te geven en zien ook wel iets in een intensieve samenwerking tussen muziekwebshop Bax en tijdschrift Oor.

Wat vonden jullie van onze eerste video? Dat kan je hieronder aangeven of mailen kan ook via Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.. Oh ja en dan onze eigen contentmarketing; als jullie onze video’s willen sponsoren? Graag natuurlijk.  
donderdag 05 april 2018 | Written by Bas Hakker

‘Kinderen weten direct of een YouTube-video gesponsord is’

Wordt er thuis veel naar YouTubers gekeken? Sluit deuren en ramen en houd kinderen binnen, want volgens onderzoek wordt het koopgedrag van de helft van alle kinderen beïnvloed door influencers. Of laat ze rustig verder kijken, want kinderen weten reclame dondersgoed te herkennen.

Kijk één avondje naar populairste YouTubers en je ziet zoveel productplacement dat je je afvraagt waarover ze zouden praten als ze het niet over producten mochten hebben. Mascha Feoktistova van Beautygloss laat in haar shoplog zien wat ze allemaal heeft gekocht bij Primark (badjassen, een vest, notitieboek, een flamingolamp, make-up). Enzo Knol vertelt hoe aardig Porsche Gelderland was om hem een Tesla als leenauto aan te bieden nu zijn eigen Porsche naar de garage moest. De Tesla is vooralsnog goed voor drie video’s en in de link onder de video verwijst hij naar zijn eigen merchandise. En Teske (de Schepper) vertelt over de nieuwe smaken Mister Kitchen’s V Spread ‘voor op je bammetje’. ,,Ik heb deze opgestuurd gekregen, als het smerig was had ik het ook verteld.” Kan wezen, maar ze zijn toch maar mooi even genoemd.

 
Het werkt in ieder geval goed
Dat zulke reclame werkt, weten YouTubers allang, net als de merken die hen maar al te graag sponsoren. Vorig jaar bleek uit onderzoek van het Commissariaat voor de Media al dat in bijna 90 procent van de video’s duidelijk een of meerdere merken te zien zijn, die bijna uitsluitend positieve aandacht krijgen. En dat werkt, blijkt nu uit onderzoek van Kantar Public, het voormalige TNS Nipo: de helft van basisschoolleerlingen in de bovenbouw laat z’n koopgedrag beïnvloeden door onlinevideo’s waarin ze het product hebben gezien. Eén op de zes kinderen zegt zelfs dat dat ‘heel vaak’ voorkomt.

 
Niet naïef
Maar een jonge doelgroep betekent geen naïeve doelgroep. ,,Kinderen hebben meteen door of iets gesponsord is of niet,” zegt Bas van Teylingen (43). Hij is zelf YouTuber, blogger bij ons natuurlijk en oprichter van de Tube School, een school voor jongeren die willen leren hoe YouTube eigenlijk werkt. ,,Ze doorzien reclame veel sneller dan wij vroeger deden. Als kind kocht ik poppetjes van Transformers in de speelgoedwinkel en zag ik later: vet, er is ook een tekenfilm van! Terwijl Hasbro die goedkope tekenfilms natuurlijk gewoon had gemaakt om die poppetjes te verkopen. In zo’n truc trappen kinderen tegenwoordig over het algemeen niet meer. Ze zijn zich ervan bewust dat YouTubers geld verdienen door advertenties en reclames. YouTuber is niet voor niets - na profvoetballer - het meest gewilde beroep onder kinderen. Ze dromen ervan merchandise van hun eigen YouTubekanaal te verkopen: mokken, petjes, shirts, polsbandjes met hun eigen naam erop. Ze snappen hoe die business werkt.”

 
Kinderen zijn niet te foppen
Nog een reden dat kinderen niet makkelijk te foppen zijn, zegt Van Teylingen: ze communiceren veel met elkaar over de video’s die ze zien. ,,Er zijn altijd wel een paar slimmerds bij die zeggen: hij krijgt er gewoon voor betaald, want zulke kleding zou hij nooit dragen. Het ecosysteem van kinderen en jongeren is heel zelfregulerend. Als een YouTuber bijvoorbeeld oproept een betaald bericht te sturen naar sms-dienst Bongo, vertellen kinderen snel aan elkaar door dat die desbetreffende oplichter daar reclame voor maakt. Ze zijn echt niet naïef. Ik maak me dan ook niet zo veel zorgen om hun beïnvloedbaarheid.”

 
Wat is reclame?
Kunnen YouTubers dan gewoon vrolijk verdergaan met het aanprijzen van al die gesponsorde items? Nou, er zijn een paar regels, te vergelijken met de regels voor televisiereclame voor kinderen. Zo mag reclame kinderen er niet toe aanzetten hun ouders of anderen over te halen het product te kopen, mogen commercials geen gebruik maken van ‘hun onervarenheid of hun goedgelovigheid’ en moet het duidelijk herkenbaar zijn als reclame. Die regels gelden ook voor social media. Een kind oproepen je Facebookpagina te liken in ruil voor korting op je producten, mag bijvoorbeeld niet. Volgens het Commissariaat voor de Media is reclame grof gezegd ‘op het moment dat duidelijk is dat er betaald is om een product aan te prijzen.’ “Als een YouTuber het zelf koopt, omdat hij of zij het wil behandelen in een video, spreken we van redactionele onafhankelijkheid. Dat mag gewoon,” liet een woordvoerder vorig jaar aan de NOS weten, toen bekend werd dat er wetgeving rondom het onderwerp zou komen. De belangrijkste regels: reclame voor kinderen onder de 12 jaar wordt verboden en vloggers moeten duidelijk aangeven wanneer ze betaald worden om reclame te maken.

 
 
Haken en ogen
Mooi initiatief, maar er zitten nog wat haken en ogen aan, zegt Van Teylingen. ,,Het gaat nog wel een jaar of drie duren voordat er vanuit Europa een besluit wordt genomen over wie verantwoordelijk is voor reclame-uitingen in video’s. Is dat degene bij wie de server staat, de YouTuber zelf, iemand die de internetverbinding verzorgt, de gebruiker? En is dan de minderjarige gebruiker verantwoordelijk of de ouder? En moet het product waarvoor reclame wordt gemaakt ook in overweging worden genomen? Men is vooral bezorgd over het aanprijzen van snoep, maar reclame voor radijsjes is toch ook reclame? En wat als iemand ethische grenzen overschrijdt? Het is een complex vraagstuk.”

 
Social Code
Van Teylingen ontwikkelde vanuit zijn Tube School samen met onder andere de Stichting Reclame Code en het Commissariaat voor de Media en een groep YouTubers in elk geval alvast enkele richtlijnen voor reclame in onlinevideo: ‘Social Code: YouTube’. Het doel: duidelijkheid voor YouTubers, kijkers, ouders van minderjarige kijkers, bedrijven die YouTube vertegenwoordigen en adverteerders te creëren. Er staan copy-paste-bare teksten in om kijkers te wijzen op productplacement, sponsored content en het promoten van producten en diensten die cadeau gekregen zijn. Grote namen als Mascha Feoktistova, Vera Lucker, Dylan Haegens en Teske de Schepper sloten zich bij het initiatief aan. En inderdaad, onder de Primark-shopvideo van Mascha staat: ‘Deze video bevat gekregen producten en geen betaalde samenwerkingen.’ En Teske laat onder haar bammetjes-vlog weten: ‘Deze video bevat gekregen producten (de spreads van Mister Kitchen)’, onder een opsomming van producten die verder genoemd worden in de video (acht stuks, telt u even mee?). Toch is deze oplossing nog niet ideaal, zegt Van Teylingen: ,,Het idee is dat iedereen zich hieraan houdt, maar dat gebeurt nog niet. Bovendien leest echt niemand de beschrijving van een video. Die zijn er alleen voor de algoritmes.’’

 
Meekijken
Vanaf een jaar of zes worden kinderen al wijzer en vanaf tienjarige leeftijd zijn kinderen zich erg bewust van reclame in YouTube-video’s, blijkt uit onderzoek. Maar hoe zit het dan met de allerjongsten? Moeten die niet in bescherming genomen worden? ,,Daar ligt een grote rol voor ouders,” zegt Van Teylingen. ,,Die moeten meekijken met hun kinderen en niet alleen vanwege reclame-uitingen. Hypothetisch kunnen mensen een video van My Little Pony illegaal downloaden, er keiharde porno tussen monteren en ’m weer uploaden. Daar laat jij dan je kind naar kijken terwijl je de aardappels staat te schillen.” Als er een vinkje achter de naam van een kanaal staat, zoals dat van Nijntje, weet je dat het kanaal verified is door YouTube en de content dus in principe te vertrouwen is. YouTube heeft geen Nicam of Kijkwijzer, dus zo’n keurmerk is nodig, zegt Van Teylingen. ,,Maar bovenal is het de verantwoordelijkheid van ouders en opvoeders. Jij bepaalt waar je kind naar kijkt tot hij oud en wijs genoeg is om zelf in te schatten wat wel en niet klopt.” Nog een voordeel van meekijken naar die YouTube-video’s: dan weet je als ouder tenminste ook waarom je kind je ineens smeekt om twee roze badjassen van Primark ‘omdat Mascha die ook heeft’. En kun jij uitleggen dat het oké is dat jij géén nieuwe Tesla hebt.

 

Feiten & cijfers

  • Dat kinderen gevoelig zijn voor reclame, maar nog niet genoeg kennis en vaardigheden hebben om commerciële boodschappen goed in te kunnen schatten, werd in 2005 al duidelijk tijdens grootschalig onderzoek onder kinderen tot 12 jaar.

  • Volgens onderzoek van Deloitte (2017) weten 9 op de 10 kinderen dat vloggers geld krijgen om spullen te promoten.

  • Iets kopen omdat vriendjes en vriendinnetjes het ook hebben wordt in meerdere onderzoeken genoemd als grotere motivatie dan vloggers en reclame.

  • Tijdens het meest recente onderzoek zeiden de meeste kinderen dat ze liever 3 goede vrienden zouden hebben dan 1000 euro. En ze hebben over het algemeen liever een volle spaarpot dan spullen.

woensdag 04 april 2018 | Written by Kim van der Meulen

John de Mol start binnenkort met Talpa Nieuws

John de Mol pakte afgelopen week weer uit met een aantal slimme investeringen, waaronder Voetbal Inside en persbureau ANP. Daarmee wil hij tv definitief naar zich toetrekken, maar ook krijgt hij het grote ontbrekende deel: (online) nieuws.

De Mol sloeg de afgelopen week zijn slag met het inlijven van Voetbal Inside, een programmabaas van RTL en het ANP, het bekende Nederlandse algemene persbureau. De strategie rond tv is duidelijk: RTL verder verzwakken nu het toch al als een geslagen hond in de hoek zit (zie ook ons artikel).

Binnenkort komen er nog meer sterren naar zijn lineaire tv-zenders en dat is goed voor de reclame-inkomsten. De vraag is wel of De Mol zich het ruim tien jaar geleden mislukte Talpa Tien tv-avontuur nog herinnert. ‘Tv-sterren’ worden immers minder belangrijk, want het tv-kijkende publiek wil echtheid, authenticiteit en ‘gewone’ mensen.

 
Online nog een wereld te winnen
Laat John maar schuiven met tv, dat wel. Online heeft hij nog een wereld te winnen. Zeker als hij naar eigen zeggen. wil gaan concurreren met Facebook en Google. In november vorig jaar lanceerde hij daarom Talpa TV, met als onderdeel ‘Meer…’, waarmee de gebruiker met één keer inloggen digitaal toegang heeft tot alle labels van Talpa Network. De consument kan programma’s terug- of vooruitkijken, shoppen en meedoen aan winacties. Misschien gaat Talpa op Meer… ook wel exclusief drama brengen, om te concurreren met Netflix en vooral Videoland.

 
Op social media is de tendens negatief
Dan de aankoop van ANP. Gaat dat samen? Op sociale media was de tendens negatief. Daar gaat de onafhankelijkheid van de journalistiek, was het idee. Dat sentiment is wel begrijpelijk, want we weten dat John de Mol zich nog altijd met elke komma en seconde bemoeit van de media die hij heeft. De vrees was er ook dat als De Mol De Telegraaf in handen zou krijgen, hij vlak voor het ‘zakken’ van de krant toch nog even een andere opening zou eisen.
Maar zover kwam het überhaupt niet en dat gaat ook niet gebeuren met ANP. Dat blijft onafhankelijk, stond woensdag uitgebreid in het persbericht (en er is ook gewoon een redactiestatuut). Dan is dat alvast ondervangen, mochten er toch kritische vragen over komen.

 
Wat wil De Mol echt?
Boeiender is wat De Mol er écht mee wil. Hij bouwt aan een groot Nederlands mediabedrijf (Talpa Network dus) waaraan hij verschillende facetten wil toevoegen. Op het grote bord van De Mol staan tv, radio, print, online en e-commerce. Online nieuws ontbreekt nog. Daarnaast is ook een feit: linksom of rechtsom, vroeg of laat krijgt De Mol wat hij wil:
Tv: Hij maakte lang geleden al een slimme deal met Sanoma om samen in SBS te gaan. Daar betaalde Sanoma veel te veel voor, schreef daar enorm op af en gaf het daarna voor een prikkie in handen van Sanoma;

Radio: Ondertussen was de Talpa-baas al bezig de grootste radiostations van Nederland over te nemen. Vorig jaar lijfde hij Sky Radio en Radio Veronica in en voegde die samen met de stations die hij al in handen had, Radio 538 en Radio 10.
De Mol gelooft in de kracht van lineaire tv in de avond, radio in de ochtend en einde middag en de verbinding is (online) nieuws;

Nieuws: Telegraaf Media Groep mislukte, dat was misschien even pijnlijk, maar inmiddels keek De Mol al verder. NU.nl was een mooie asset als grootste online nieuwsmedium in bereik. Maar dat kostte meer dan 100 miljoen euro en Sanoma zou naar verluidt deze belangrijke tak niet los willen verkopen.

 
Goedkoper dan NU.nl
Het is ANP geworden. Het algemene persbureau dat het al jaren financieel moeilijk heeft en onder eigenaren heen en weer is geslingerd. Onder de vlag van de laatste eigenaar - Vereniging Veronica - is het er niet bepaald op vooruit gegaan. Die eigenaar is de laatste tijd ook bij verschillende mediaeigenaren gaan leuren met het ANP, waarbij Talpa Networks uiteindelijk aan het langste eind trok. Waarschijnlijk ook weer voor een prikkie. In ieder geval veel goedkoper dan NU.nl. De Mol heeft met zijn diepe zakken wel de mogelijkheden om er meer van te maken. Drie dingen om precies te zijn:
  • Hij kan ten eerste de contracten met de nieuwsmedia die nog steeds van ANP gebruikmaken (en dat zijn er veel) eens tegen het licht houden. NU.nl bijvoorbeeld, maar ook de Persgroep. Zo zijn er meer partijen die nog altijd graag een ‘ANP’tje’ één op één doorplaatsen. ANP kan nu de tarieven omhoog gooien voor de diensten. Het verzwakt mogelijk de positie van NU.nl en De Mol wil die partij ongetwijfeld een slag toebrengen.
  • De Mol krijgt de commerciële ANP-tak van Cision Benelux/PR Newswire in handen: ‘s werelds grootste en meest invloedrijke pr-netwerk voor journalistieke content en wereldwijd marktleider op het gebied van commerciële nieuwsdistributie. Hiermee kunnen klanten zelf via database Cision-systeem hun persberichten, video’s en andere communicatie wereldwijd naar 1,6 miljoen persbureaus, media, journalisten en influencers sturen. Ook kunnen ze de effecten van PR-campagnes monitoren en zelfs de resultaten op hun omzet meten. Het is de cash cow van ANP.
  • Maar het meest urgent is online nieuws. Met ANP kan De Mol een eigen online nieuwszender beginnen en die koppelen aan de andere takken (Hart van Nederland, Shownieuws, et cetera). Andersom maken de journalisten van ANP veel video en die kan hij ook op de tv-zenders en online doorplaatsen. De Mol krijgt de beschikking over een forse groep serieuze journalisten van een nog steeds betrouwbaar nieuwsmerk.
John de Mol start dus over niet al te lange tijd Talpa Nieuws. Of misschien wordt het een andere naam, maar dit is de weg. Daarmee is de machtigste mediaman van Nederland vast nog niet klaar. Want net als het weer even rustig is, slaat hij toe.
dinsdag 03 april 2018 | Written by Bram van Noord

NU.nl-hoofdredacteur Gert-Jaap in de podcast: Ik had van Nieuwe Revu het nieuwe VICE moeten maken

PODCAST: DE VAKMANSCHAP IS MEESTERSCHAP TAPES DEEL 3

Sinds 2013 is Gert-Jaap Hoekman hoofdredacteur van NU.nl. We spreken hem over de grens tussen commercie en redactie, zijn oude liefde Nieuwe Revu en zijn nieuwe: de podcast. Oh ja..en over ANP natuurlijk.

 
[iframe height="100" width="100%" frameborder="0" scrolling="no" data-link="https://www.podbean.com/media/player/fwqie-8e2860?from=yiiadmin" src="https://www.podbean.com/media/player/fwqie-8e2860?from=yiiadmin"]



Hoekman werd in 2013 hoofdredacteur van NU.nl nadat hij een jaar daarvoor overkwam van Nieuwe Revu dat destijds ook van Sanoma was. ,,Eigenlijk sloeg het nergens op dat ik hier ging werken want ik had niet zoveel met dagelijks nieuws, wel met digitale technologie. Wat ik meenam was dat ik bij Nieuwe Revu leerde om de vertaalslag te maken van iets wat gebeurt naar een verhaal dat langer leuk blijft.’’

 
Over John de Mol die ANP kocht
,,Ik ben wel pragmatisch, maar niet naïef. Wij hebben een contract tot eind volgend jaar en ik ben benieuwd of de koers gaat veranderen. Als hij wil investeren om het ANP beter te maken is dat goed voor de journalistiek. Ik heb hem een keer mogen ontmoeten en toen hadden we het over NU.nl, hij was heel geïnteresseerd in mijn verhaal, ha-ha. Maar hij heeft veel geld en als hij het goed voor heeft met de journalistiek is dat goed nieuws.’’

 
Over dat hij vrij genuanceerd is voor een blad als Nieuwe Revu
,,Ik weet niet of ik een goede hoofdredacteur voor Nieuwe Revu was, ik ben extreem genuanceerd, best wel irritant, ik vind op Twitter ook niet zoveel. Ik ben echt zo’n gast van: aan de andere kant….dat kan je laf noemen, dat is het misschien ook wel, maar ik voel me daar wel prettig bij. Het probleem wat wij met NU.nl oplossen is dat jij niet al het nieuws hoeft te volgen en wij maken er een overzichtelijk, begrijpelijke, versie van. Daar zijn we sterk in.’’

 
Over Nieuwe Revu
,,We hadden eerder dingen kunnen doen, móéten durven. En als ik zeg ‘we’ bedoel ik eigenlijk ‘ik’. De rol die VICE heeft in Nederland had Revu kunnen innemen en ik heb dat niet opgepakt. Ik had destijds moeten kiezen voor entertainment, maar we deden ook nog crime erbij omdat dat goed gelezen werd. Die analyse geeft me de energie om nu door te pakken. We deden al goede dingen, hadden een podcast over muziek, een vlog en hele goede journalisten, maar op een dag kwam er een man - een baasje inderdaad - binnenlopen en die zei: we stoppen ermee, we gaan snedig commentaar leveren op de actualiteit zoals GeenStijl doet. Ik zie hem nog binnenlopen over dat rode tapijt van Sanoma. Ik was destijds geen hoofdredacteur, maar toen had ik de ballen moeten hebben om die - toevallig gekozen goede lijn - door te zetten.’’

 
Over podcast
,,Ik ben ook wel biased want ik vind het zelf heel vet. Nu zie je dat we langzaam geld aan het verdienen zijn. In samenwerking met Dag en Nacht Media komen er postrolls, midrolls en prerolls. Daar kunnen we wel geld aan verdienen en het is strategisch een slimme zet. Onze ochtendpodcast doet 5000 views per dag en we hebben een podcast over Willem Holleeder en die is 50.000 keer beluisterd. Ook hebben we een Formule 1 podcast die 20.000 keer beluisterd is. We hebben nu ongeveer 100.000 luisteraars per week. Qua adverteerders moet je dan denken aan ABN-Amro, Storytel en AH.’’

 
Zelf boodschap inspreken door presentator
,,Waar ik moeite mee heb bij podcasts, is dat de presentator zelf een reclameboodschap voorleest. Er loopt hier wel degelijk een muur tussen redactie en commercie. Ik zat te luisteren naar Ezra Klein van Vox die het opeens over matrassen had. Zelfs Ben Thompson doet het, ik voel me wel een beetje in de steek gelaten. Ik vrees dat het deze kant op komt, maar ik bewaak het fort nog wel.’’ (…) Ik ben voor branded content, maar ik vind dat je duidelijk moet maken wat gesponsord is. De rol van grensbewaker is nuttig. Gewoon ‘nee’ zeggen dus. We hebben een redactiestatuut en je moet transparant te zijn.’’

 
Luister hier ook deel 2
https://www.frank.news/2018/02/27/filmmaker-bas-welling-over-de-wetten-van-een-maatschappelijke-commercial/

 
Luister hier ook deel 1
https://www.frank.news/2017/11/10/oude-mensen-zonder-instagramaccount-begrijpen-deze-wereld-niet/
dinsdag 03 april 2018 | Written by Bas Hakker

Wat Giel Beelen en Mark Zuckerberg van elkaar kunnen leren

Met een onsympathieke ‘grap’ en een enorm datalek hadden Giel Beelen en Mark Zuckerberg de afgelopen week alle reden om door het stof te gaan. Zuckerberg deed dat groots en meeslepend; Beelen helemaal niet. Wat is de beste pr-strategie?

 
,,Ik ben blij dat ik het gedaan heb,’’ zei Giel Beelen donderdagavond achter de desk van RTL Boulevard. Spijt van zijn beslissing om een stripper het liveoptreden van Tim Knol te laten verstoren, die ochtend in zijn radioprogramma op Veronica, had hij duidelijk niet. Dat hij Knol, die boos de studio had verlaten, achterna was gerend om hem de les te lezen, speet hem evenmin. En dat 95 procent van Twitteraars volgens polls ‘team Tim’ was (5 procent had geen mening), deerde Beelen ook niets: ,,Ik moet er wel om lachen.” Later die avond zei hij hetzelfde in RTL Late Night.

 
Sensatie en conflict
Als media-aandacht Beelens doel was, lijkt de missie geslaagd. Maar heiligt het doel de middelen of had Beelen toch beter zijn excuses kunnen maken? ,,Dat je bij al die talkshows zit, betekent niet per se succesvolle pr,” zegt Leo de Later, die ruim 20 jaar mediatraining geeft vanuit zijn eigen bedrijf en onder andere RTL Nieuws en SBS Nieuws presenteerde. ,,Mensen hebben hun mening namelijk toch al gevormd. En omdat het bij pr gaat om het kweken van wederzijds begrip, was het vanuit pr-oogpunt verstandiger geweest als Beelen in die programma’s had gezegd: ik ben iets te ver gegaan. Dan hadden we sympathie voor hem gekregen; nu blijft het beeld overeind dat hij een lul is. Hij heeft de reuring, sensatie en conflict - en dus publiciteit - gekregen die hij wilde en misschien staat zijn radioprogramma weer even op de kaart, maar hij komt er niet goed vanaf. Oftewel: aanpak geslaagd, maar imago beschadigd.”

 
Grote pr-fout
En dat imago was al niet smetteloos - zo lag Beelen alleen de afgelopen twee jaar al onder vuur vanwege het beledigen van Sylvana Simons (waarvoor hij wél sorry zei), het kwetsen van dikke vrouwen en rijden onder invloed. ,,Hij is niet zo geïnteresseerd in een positief imago,” zegt De Later. ,,Dat hij geen excuses maakt, past bij het imago van de shock jock: hij wil het enfant terrible van de radio zijn. Wat dat betreft past zo’n actie bij de manier waarop hij zich profileert. Hij is een voorbeeld van iemand die zich niet laat adviseren, net als Louis van Gaal, die journalisten beledigde als hij vond dat ze een domme vraag stelde. Die maakte zich ook niet druk over zijn onsympathieke imago.
Toch zou ik Beelen willen adviseren: wees een vent en bied je excuses aan. Wij zien namelijk geen enfant terrible, maar een dj op z’n retour die dit vastgrijpt om weer trending te zijn. Edwin Evers heeft zulke acties niet nodig: hij is kritisch, maar laat zijn gasten altijd in hun waarde en neemt ze serieus. Dat doet Beelen niet. Dat hij Knol achterna rende en de aanval koos - de meest verkeerde manier om te reageren - laat zien dat hij zichzelf boven zijn gasten plaatst. De grootste pr-fout die je kunt maken. En het is respectloos, want Beelens effectbejag gaat hier ten koste van een ander: Tim Knol wordt gebruikt om publiciteit te genereren. Ik zou eerder hebben gekozen voor een positieve actie, iets waar we allemaal om kunnen lachen.”
,,Hij is een voorbeeld van iemand die zich niet laat adviseren, net als Louis van Gaal, die journalisten beledigde als hij vond dat ze een domme vraag stelde. Die maakte zich ook niet druk over zijn onsympathieke imago,” zegt De Later.

Beterschap beloven
Het zou Beelen sieren om alsnog sorry te zeggen, al is het nu misschien een tikkie te laat. Want wie gelooft nog een excuus van iemand die vooralsnog geen berouw toonde? Hetzelfde kun je je afvragen over de paginagrote excuses die Facebook-CEO Mark Zuckerberg afgelopen zondag plaatste in grote Britse en Amerikaanse kranten. Aanleiding: de gegevens van 50 miljoen gebruikers kwamen in handen kwamen van een bedrijf dat die data inzette om het stemgedrag van gebruikers te beïnvloeden. ,,We hebben de verantwoordelijkheid om jouw data te beschermen. Als we dat niet kunnen, verdienen we die niet, zo luidde de enorme kop. Zuckerberg verwees in de advertentie naar een eerder grootschalig datalek in 2014, bood zijn excuses aan voor het feit dat er destijds niet meer voorzorgsmaatregelen getroffen werden om herhaling te voorkomen en noemde enkele stappen op die zijn bedrijf nu onderneemt. Tot slot beloofde hij verbetering. ,,Ik vraag me af waarom Zuckerberg koos voor plaatsing in Britse en Amerikaanse kranten en niet wereldwijd, in álle landen waar Facebookgebruikers wonen,” zegt De Later. ,,En als Facebook al in 2014 te maken had met gelekte data, komt deze advertentie nu erg laat.” Boze gebruikers, weglopende gebruikers (waaronder Tesla) en de hashtag #DeleteFacebook hebben de timing ongetwijfeld een handje geholpen.
,,Maar wat Zuckerberg goed doet, is dat hij beterschap belooft, zelf inziet dat hij te vertrouwen moet zijn én met concrete maatregelen komt, zoals apps beter controleren en apps die veel informatie van je vergaren afstoten. Als hij er meteen bij had gezegd: ‘We snappen dat u misschien genoeg van ons heeft, op deze manier kunt u zich afmelden,’ was de boodschap nog sterker geweest. Daarmee stel je je kwetsbaar op.”

 
Oprechte excuses
Als het om excuses na een mediablunder door eigen schuld gaat, gelden volgens De Later dan ook drie belangrijke adviezen: wees spoedig, eerlijk en spreek in termen van maatregelen. Zuckerberg voldeed in elk geval aan die laatste; Giel vooralsnog alleen aan die tweede: hij is eerlijk - want als je geen oprechte excuses kunt maken, kun je het beter niet doen. ,,Als Giel Beelen nu sorry zou zeggen, zou hij het niet uit eigen beweging doen, maar omdat het moet van zijn baas of omdat de hele wereld over hem is gevallen. Zulke excuses zijn per definitie ongeloofwaardig.” Sorry zeggen is dus niet altijd de beste strategie.
woensdag 28 maart 2018 | Written by Kim van der Meulen

NPO Radio 2 ook zonder Top 2000 koploper

Door Linda Haring

Moet Radio 538 gaan vrezen voor zijn koppositie op de Nederlandse radio? Waar NPO Radio 2 in voorgaande jaren het stokje weer overdroeg na een succesvolle decembermaand, blijft de zender dit jaar de ranglijst aanvoeren.

 
Dat blijkt uit de luistercijfers van het Nationaal Luister Onderzoek (NLO) over de periode januari-februari 2018.

Radio 2 leverde zoals verwacht flink in ten opzichte van december, met de Top 2000, en daalde van 17,1 naar 13 procent marktaandeel. Dat is echter beduidend meer dan in dezelfde periode vorig jaar (10,5 procent). Radio 538 groeide ook ten opzichte van vorig jaar, van 11,5 naar 12,6 procent, maar dat was niet genoeg om de traditionele koppositie weer over te nemen. Sky Radio maakt de top 3 compleet met een aandeel van 9,4 procent.

 

Winterspelen 

NPO Radio 1 zag het aandeel tijdens deze meting ook fors groeien. Met dank aan de uitzendingen van de Olympische Winterspelen op NPO Radio 1. Het Olympisch succes van de Nederlandse Sporters heeft ook een positief effect op het marktaandeel van NPO Radio 1 gehad. Het aandeel steeg van 6,8 naar 8,5 procent. Dat marktaandeel is ook een procent hoger dan vorig jaar.

De commerciële (E Power Radio) en de publieke regionale radiozenders (ORN) zien beiden hun aandeel groeien ten opzichte van de laatste meting. Beide partijen zien echter het aandeel ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar dalen. De nichezenders in de onderste regionen van het overzicht zien nagenoeg allen hun zenderaandeel toenemen. Daarbij is Sublime FM de grootste stijger: het zenderaandeel groeit met 50 procent.

 

Bron: NLO/GfK, doelgroep 10+, ma-zo 6:00 - 24:00 uur

De volgende luistercijfers over de periode februari-maart zullen op 24 april gepubliceerd worden.

 

Tijdvak analyse 

Aanvullend op bovenstaande luistercijfers is er voor de zenders een tijdvak-analyse gemaakt om te zien in welk tijdvak ze groei hebben weten te realiseren ten opzichte van het voorgaande jaar. Er is gekozen voor de spitstijdvakken en het overdagtijdvak: 06:00 - 10:00 uur, 10:00 - 16:00 uur en 16:00 - 19:00 uur.

Qua meetperiode is er gekozen om de perioden december-januari 2016  en november-december 2016 te vergelijken met dezelfde periode in 2017. Hieronder een overzicht van de procentuele groei of daling per tijdvak waarbij de zenders in alfabetische volgorde aangegeven zijn.


 
Het is hierbij goed te zien, dat de groei van bijvoorbeeld NPO Radio 2 over alle tijdvakken terug te zien is. Ditzelfde geldt voor Radio 538 en Sky Radio. Qmusic heeft aandeel over de hele linie verloren, maar het meeste in het ochtendtijdvak. Waarbij te zien is, dat Radio 10 overall groeit, maar de meeste groei in de ochtend te zien is. De hardste daling is te zien bij NPO 3FM en dan met name in het tijdvak overdag. Het aandeel van BNR is het meeste gegroeid in de periode overdag.

dinsdag 20 maart 2018 | Written by Redactie Frank.News

Ton Rozestraten van RTL: Natuurlijk is tv over tien jaar niet dood

Mediamensen, deel 4

Minder mensen kijken lineaire televisie en dus lopen de advertentie-inkomsten terug. Wat is het aanvalsplan van de tv-wereld om die teruggang te stoppen? Is RTL klaar voor de overgang van ‘lineair’ naar ‘digitaal’?

 
Over die transformatie van het oude naar het nieuwe denken spreken we Screenforce-directeur Michel van der Voort en de voorzitter van diezelfde club - Ton Rozestraten, in het dagelijks leven commercieel directeur van RTL Nederland. Screenforce is een soort ‘belangenclub’ van de tv-wereld, alle grote tv-exploitanten zijn er aangesloten.


Daling in de advertentie-omzet
Basis van het gesprek is dat de hele tv-sector in 2017, inclusief RTL, te maken kreeg met een daling in de advertentie-omzet én de kijktijd, twee cijfers die onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. De totale tv-reclamemarkt kwam in 2017 5,2 procent lager uit dan een jaar eerder en de kijktijd daalde met 3 procent. Bij RTL Nederland zie je diezelfde ontwikkeling; de omzet liep terug met 4 en de brutowinst met 10 procent. De tv-wereld heeft kortom een probleem; er kijken minder mensen en online wordt de markt gedomineerd door Google en Facebook.

 

Niet ontkennen dat er iets aan de hand is
Rozestraten: ,,We moeten niet de fout maken van andere industrieën door te ontkennen dat er iets aan de hand is. Het is zoals het is en daar moeten we naar handelen; wij hebben een videostrategie en maken dus content voor onze lineaire zenders, maar ook voor Videoland en YouTube.’’ Rozestraten vindt de Scandinavische landen interessant omdat Netflix daar eerder begon en de zenders dus al vroeg experimenteerden met nieuwe ‘routes’ naar de kijker. ,,Daar zie je dat het Zweedse TV4, dat vergelijkbaar is met RTL 4, ook via de online betaaldiensten te bekijken is. Wij doen dat hier ook met Videoland; de online videobestedingen zijn iets gestegen, maar nog niet genoeg om de verliezen op te vangen.’’


maandag 19 maart 2018 | Written by Bas Hakker

Het reclamebureau van de toekomst? Teams met de allerbeste mensen

Het traditionele reclamemodel is over the hill. Merken vragen snelheid en efficiency en werken meer projectmatig. De grote communicatienetwerken bibberen, want Procter & Gamble en Unilever zagen aan hun poten. Daarmee ontstaat het reclamebureau van de toekomst. Sterker nog: het ís er al, en het groeit snel.

Jarenlang werd de reclame- en marketingcommunicatiewereld gedomineerd door steeds groter groeiende netwerken. WPP (Brits), Omnicom (Amerikaans) en Publicis (Frans) zijn de drie grootste jongens in dat landschap. Ze zijn beursgenoteerd en dus gaat het vaak om waarde creëren voor de aandeelhouder. Ze hebben in de afgelopen decennia allerlei disciplines bij elkaar geveegd om internationaal grote klanten te kunnen bedienen. Denk aan reclamebureaus, PR-bureaus, mediabureaus en marktonderzoekers. Binnenin zo’n netwerk zijn het eigenlijk weer onafhankelijk opererende entiteiten die met elkaar concurreren. En dat zijn er vaak tientallen.

 
Klanten worden veeleisender
Dat model lijkt steeds meer aan erosie onderhevig door verschillende oorzaken: technologische ontwikkelingen, veranderend consumptiegedrag en kostendruk. Want klanten worden steeds veeleisender, juist omdat de consument steeds veeleisender wordt. Vorig jaar schetsten we in dit artikel al wat de gevaren zijn voor de grote communicatienetwerken in het algemeen en reclamebureaus in het bijzonder: het moet sneller, goedkoper en klanten nemen zaken in eigen huis (van data tot creativiteit en content).

 
Grote netwerken kregen het zwaar in 2017
2017 was dan ook het jaar waarin er scheuren kwamen in het bastion van de grote netwerken. Het Britse WPP met de flamboyante topman (Sir) Martin Sorrell draaide een beroerd jaar zonder groei. Hij zag niet alleen de beurswaarde van zijn bedrijf dalen, ook zijn privévermogen leed eronder. Hij besloot maatregelen te treffen: de structuur van WPP moet anders.

Die structuur is in jaren niet gewijzigd, alleen maar uitgedijd. WPP en de andere netwerken namen steeds meer bureaus over met nieuwe disciplines, onder druk van de grote veranderingen in de reclamewereld. Er ontstonden veel bureaus met een digitale inslag. Het betekende dat die grote netwerken daar ook fors in gingen investeren. Daarnaast gingen de bestaande bureaus die ze hadden ook meer digitaal doen. Dat gold ook voor de mediabureaus in het netwerk, die naast inkoop en media-advies ook dataservice en zelfs creatie in huis namen.

 
Teveel overlap
Daar gaat het nu mis voor multinationals als WPP: er is te veel overlap ontstaan. Het zijn full-service bureaus geworden. Adverteerders hadden een samenwerking met verschillende bureaus, die vaak hetzelfde aanboden. Terug naar Sorrell. Hij wil WPP nu herstructureren, bureaus gaan samenvoegen die nu in feite hetzelfde doen en het moet vooral allemaal ‘sneller en effectiever’. Die herstructurering is al bezig. In het afgelopen jaar waren er al fusies tussen mediabureaus van WPP, maar onlangs ook bij een paar bekende PR-bedrijven.

De vraag is: gaat dat snel genoeg? Die grote netwerken zijn olietankers geworden en maak daar maar eens een speedboot van. Daarnaast is er nog de komst van de grote consultancybedrijven die steeds meer marketingdisciplines in huis gaan halen. Maar ook voeren de grootste internationale adverteerders Procter & Gamble en Unilever de druk nog eens op. Beide conglomeraten schrapten al meer dan een kwart van de bureaus waarmee ze samenwerkten en Procter & Gamble roept dat het veel meer naar een open source samenwerking wil.

 
Meer in eigen huis doen
Verder doen Procter & Gamble en Unilever al veel meer in eigen huis. Dus: zelf content maken, zelf data-analyse doen en zelf ook kijken of het media-inkoopmodel transparanter kan dan nu het geval is. Ongetwijfeld zetten ze daarmee een trend die op grote schaal navolging zal krijgen

 
Open source model
Wat is dan de ideale manier voor marketeers om samen te werken met bureaus in het huidige landschap? Procter & Gamble vindt de (netwerk)bureaus over het algemeen te duur. Ze hebben te grote overhead, zijn te traag en de financiële factor is belangrijker dan de creatieve.  Het open source model dat Procter & Gamble graag wil, lijkt het daarom te gaan winnen. Naast de dingen die ze daar in huis kunnen doen, gaan ze op zoek naar topteams die snel kunnen samenwerken op een project. Geen generalistisch bureau met alle disciplines onder één dak, maar bijvoorbeeld bureau X voor creatie van de campagne, bureau Y voor de PR en social en bureau Z voor data-analyse. Specialisten dus in plaats van generalisten, van bureaus tot zzp’ers.

 
Wisselende teams met goede mensen
Voor het volgende project kan Procter & Gamble dan weer een ander ter team samenstellen, al naar gelang de discipline die nodig is. Daarmee zijn de traditionele reclamebureaus zeker niet kansloos, want sterk in creatieve campagnes, alleen zullen ze meer moeten gaan samenwerken. Klein en snel lijkt dus de nieuwe holy grail in een tijd dat marketeers snelheid, efficiency en effectiviteit willen en veel meer projectmatig werken dan met grote accounts. Misschien dat het langdurige en dure pitchmodel er ook mee op de helling gaat.

Je hebt geen schaal nodig om grotere projecten aan te kunnen nemen. Word of mouth tussen marketeers kan daarbij een groot effect hebben. Als je naam als kleinere speler gevestigd is, kloppen er meer merken bij je aan met hun vraagstuk. Het lijkt er sterk op dat ‘partneren’ met zeer gespecialiseerde experts hét bureau van de toekomst is.
donderdag 15 maart 2018 | Written by Bram van Noord

Het gelijk van Vis TV: bye bye massa, hallo niche!

Er is onnoemelijk veel veranderd in de media in de afgelopen periode. Eén van de trends, met mogelijk enorme gevolgen, is de sterke opkomst van niche-media. Neem bijvoorbeeld het succesverhaal van Vis TV waar Ed Stoop hét boegbeeld van de Nederlandse hengelsport werd. Of Autocar4Work, het nieuwe niche-platform voor bedrijfswagens dat binnenkort groots uitpakt. Moeten massamedia zich zorgen maken over de opkomst van de niche?

 
Middensegment verdwijnt
Vorig jaar spraken Alexander Klöpping (Blendle) en Ernst-Jan Pfauth (De Correspondent) in hun podcast Een Podcast over Media met mediamagnaat Derk Sauer. In deze (overigens zeer aan te raden!) podcast, doet Sauer zijn visie op niche-media uit de doeken. Sauer is overtuigd van de toekomst van niche: ,,Alles wat generiek is verdwijnt, denk ik. En alles wat specifiek is blijft, en dan zeker lifestyle of hoe je het ook wil noemen. Iets wat jouw dagelijks leven betreft.’’ In de nabije toekomst is er geen ruimte meer voor het middensegment, voorspelt hij. ,,Er is een aantal global brands dat zal overleven. Denk Amazon, Apple, Facebook. Daarnaast krijg je heel veel kleine dingen. En daar tussenin zit steeds minder. Dat hele middenstuk wordt dan gewoon weggeslagen. Dan ben je óf in een niche bezig óf je bent onderdeel van een miljardenconcern.’’

 
Vis TV
De populariteit van een niche-medium als Vis TV doet vermoeden dat Sauer wel eens gelijk kan hebben. In 1996 was Vis TV voor het eerst op televisie te zien, toen al met Ed Stoop als boegbeeld. In ruim twintig jaar tijd groeide het programma uit tot een vis-platform dat écht niet alleen pensionado’s trekt. Op RTL7 kijken op de vroege zondagmorgen wekelijks gemiddeld 70.000 kijkers naar Vis TV. Het gelijknamige YouTube-kanaal heeft ruim 16.500 abonnees. En alle social kanalen en nieuwsbriefbestanden van Vis TV zijn bij elkaar ook nog eens goed voor een bereik van zo’n 52.000 volgers.

 
 
‘Doelgroepmakers’
,,We hebben nooit programma’s gemaakt voor het grote publiek. Altijd voor beperkte doelgroepen. Dat was in die tijd al onze visie.‘’
Voor de makers van Vis TV, productiebureau Tangram Media, is niche geen hype van de laatste jaren. Producent Jan Smulders geloofde jaren geleden al in de kracht van het kiezen voor een specifieke doelgroep. ,,Het was zo’n beetje in 1990 dat wij ons op onze eerste niche-markt stortten,’’ vertelt hij. ,,Dat was de markt van de duivenmelkers. Een kleine groep waar wij videobanden en later ook magazines op video voor zijn gaan maken. Dat sloeg heel erg aan.’’ Voor Smulders reden om meer doelgroepen te gaan bedienen. ,,Wij noemen onszelf altijd ‘de doelgroepmakers’,’’ zegt hij. ,,We hebben nooit programma’s gemaakt voor het grote publiek. Altijd voor beperkte doelgroepen. Dat was in die tijd al onze visie.‘’

 
 
Onbediende doelgroepen
Na de duivenmelkers volgden de sportvissers. ,,We zijn gaan kijken of er soortgelijke doelgroepen te vinden waren die nog niet op televisie bediend werden,’’ legt Smulders uit. ,,Zo kwamen we bij de sportvissers. ,,Die vonden maar mondjesmaat informatie over hun hobby. En dus zijn we ook weer op eigen initiatief begonnen met het maken van videobanden op abonnementsbasis voor de hengelsport. En ook dit bleek weer een schot in de roos. Uiteindelijk werden we benaderd door RTL voor een programmaformat; ,,The rest is history’’.

 
 
Tips en trucs
Smulders heeft een advies voor iedereen die een nichemarkt wil veroveren: ,,Leer je doelgroep goed kennen en weet waar ze behoefte aan hebben. Dat is de kern van de zaak. Natuurlijk moet je content ook amusementswaarde hebben, maar je moet je volgers vooral van tips en trucs voorzien. Want mensen moeten je opzoeken omdat ze het leuk vinden én omdat ze er ook iets van opsteken. Wanneer je je doelgroep op de één of andere manier weet te bevredigen en ze hebben er ook nog iets aan, dan komt de rest bij wijze van spreken vanzelf. Dan gaan je volgers je ook opzoeken via allerlei andere kanalen.’’

 
 
Verklein je doelgroep, vergroot je achterban
Ook Robert van den Ham, managing director bij Currus Media House, gelooft heilig in de niche. In zijn geval die van de bedrijfswagens. Binnenkort lanceert hij in samenwerking met TranswebGroup het mediamerk Autocar4Work in print (specials), online (website/video/social media) en met test-events. ,,Door niches op te zoeken verklein je als het ware een doelgroep, maar vergroot je daarbinnen het aantal lezers, bezoekers en volgers,’’ legt Van den Ham uit. ,,Er is vaak minder concurrentie, de consument is makkelijker te vinden en met de juiste expertise goed te binden en vast te houden. Zo kan je loyaliteit opbouwen. Bij niches horen experts en bij Autocar4Work zijn dat niet alleen ervaren testredacteuren maar ook de automobilisten zelf. Zij zijn immers de ervaringsdeskundigen.’’

 
 
Het gaat om informeren
Binnen niches draait het in zijn ogen vooral heel concreet om informeren. ,,Om meningsvorming. Om telkens goede, complete, betrouwbare informatie geven waar iemand zijn of haar voordeel mee kan doen. Dat is wat de consument verwacht. Er hoeft minder ‘slagroom op de taart’ dan bij massamedia. Wie het goed aanpakt binnen niches, breed inzet met mediatypes en zo een community weet te creëren, pakt een voorname plek binnen een segment die je niet snel meer hoeft af te geven.’’

 
 
Doordacht plan
Aan de totstandkoming van Autocar4Work ging een doordacht plan vooraf dat ook op andere niches toepasbaar is. ,,Het is een open deur, maar toch: ga eerst in gesprek met mensen tot de niche behoren. Doe marktonderzoek en start dan met het in het kaart brengen van de werkelijke behoefte,’’ legt Van den Ham uit. ,,Is er nog ruimte? Is er concurrentie en hoe pakken zij het aan? En niet te vergeten: wat moet het eindresultaat van een eigen mediamerk binnen de niche zijn? Deze vragen hebben wij onszelf eerst gesteld, met vervolgens: moeten we en kunnen we onderscheidend zijn? Dat was tweemaal een ‘ja’ trouwens. Kijk, dat er concurrentie is binnen een niche is prima, anders kun je je ook afvragen waaróm er geen concurrentie is. Maar dan moet je het wel net anders willen doen. Na veel gesprekken met onze mogelijke doelgroep zijn we vervolgens langs een aantal auto-importeurs geweest om de stemming te peilen, en toen we ook daar de handen op elkaar kregen voor onze keuzes en aanpak, hebben we besloten in de niche ‘bedrijfswagens’ te stappen.’’

 
 
Van platform naar community
Van den Ham ziet daarnaast een andere interessante ontwikkeling binnen niches. ,,Er komen steeds meer internationale online OTT (Over the Top)-platforms die zich richten op een specifiek onderwerp. Met alles binnen een online kanaal op het gebied van een niche. Films, documentaires en series, maar ook boeken, tijdschriften, foto’s, enzovoorts. Werkelijk alle content over een onderwerp is dan verzameld en te vinden op een platform, dat zomaar kan uitgroeien tot een community. Wij onderzoeken momenteel de kansen voor zo’n automotive platform, met daarbinnen dan allerlei niches, ook bedrijfswagens. Pak de onderzoeken er maar bij, de opkomst van OTT-platforms de komende jaren gaat ons online gedrag en de hang naar niches zeker weten veranderen.’’

 
 
Hoe kleiner, hoe beter
Of niches de toekomst hebben is voor Smulders geen vraag maar een voldongen feit. ,,Het maakt niet uit wát je doelgroep is,’’ zegt Smulders. ,,Als de kern maar is dat je één doelgroep bedient en niet probeert om een hele grote groep te bereiken. Omschrijf je doelgroep goed en breng deze in kaart. Alleen dan kun je goede content produceren. Daar geloof ik heilig in. Hoe kleiner je doelgroep, hoe beter het is. Dan bereik je precies de mensen die je wíl bereiken en geen gezeur er omheen.’’ Ook Van den Ham heeft vertrouwen in zijn niche. ,,Dit is het moment om een plek in het nichelandschap te claimen en naar de nummer 1-rol toe te groeien. Op die plek moet je het binnen een niche altijd kunnen redden.’’
maandag 12 maart 2018 | Written by Heleen Scheurwater

Madelon Fortuin (NRC): wij doen aan kwaliteitsjournalistiek en Google en Facebook niet

Mediamensen, deel 3

De nieuwsmedia zitten nog steeds middenin de transitie van analoog naar digitaal nieuws. Met commercieel directeur van NRC, Madelon Fortuin, praten we over de businessmodellen die bij deze transitie horen.

 
Het blijven interessante tijden voor de nieuwsmedia die we vroeger de kranten zouden noemen. Oplages van de ouderwetse papieren kranten worden lager, mensen consumeren hun nieuws steeds vaker digitaal en advertentie-inkomsten lopen terug. Uit het gezaghebbende trendrapport van de Rabobank over de uitgeverijsector van vorig jaar: ,,Uitgeverijen hebben te maken met een structurele verandering van de markt. Als gevolg van de digitalisering en internet veranderen de behoeftes van de lezer en adverteerder. Adverteerders verschuiven hun budgetten van print naar online en lezers kunnen op internet bijvoorbeeld veel gratis nieuws en informatie vinden. De advertentie-inkomsten en oplages dalen. Uitgeverijen zullen op zoek moeten naar alternatieve inkomstenbronnen en tegelijkertijd de kosten moeten verlagen. Het sentiment voor uitgevers is negatief.’’ En verder: ,,Ook voor de komende jaren verwacht Rabobank geen groei bij uitgeverijen. Dat komt door de verder dalende oplages en advertentie inkomsten. Daarnaast zorgen digitale abonnementen voor een lagere omzetbijdrage dan printabonnementen. Veel uitgeverijen moeten hun traditionele verdienmodellen en strategie herzien.’’

 

Papier is niet dood
Over dit onderwerp praat ik met Madelon Fortuin, commercieel directeur van NRC. ,,Je hoort overal: papier is dood, maar dat is feitelijk onjuist. Ons bereik is doordeweeks gestegen met 5,1  procent en NRC Weekend met 4,4 procent. Ons totale abonneebestand stijgt, het aantal digitale abonnees neemt immers toe, maar ook het aantal gecombineerde abonnementen.’’ Ze heeft er wel een verklaring voor. ,,In een wereld die steeds complexer wordt, waarin het nieuws steeds gefragmenteerder op ons afkomt en er sprake is van ‘alternative facts’, wordt de behoefte aan duiding steeds groter. Er is één wezenlijk verschil tussen bedrijven als Google en Facebook en het onze: wij doen aan kwaliteitsjournalistiek.’’


 

,,Je hoort overal: papier is dood, maar dat is feitelijk onjuist. Ons bereik is doordeweeks gestegen met 5,1  procent en NRC Weekend met 4,4 procent.’’

 

vrijdag 09 maart 2018 | Written by Bas Hakker

De tone of voice van Mediacourant

IEDEREEN HEEFT RECHT OP GOEDE CONTENT, DEEL 5

Jullie willen meer verhalen over contentmarketing? Dan krijgen jullie….Deze keer hebben het over de tone of voice, heel belangrijk bij contentmarketing. Een goed voorbeeld van een tone of voice die klopt, is de schrijfstijl van Mediacourant.nl.

 
De tone of voice is een beetje de Jantje Wouters onder de succesfactoren van contentmarketing. Je merkt het niet als hij erbij is, maar gaat het voelen als hij ontbreekt. Dat kun je goed zien bij de interviews in de weekendbijlage van Het Parool, daarin spreekt de journalist de geïnterviewde aan met ‘u’. Misschien is het logisch als je een vooraanstaand iemand als Jan Terlouw of een Minister spreekt, maar bij iedereen onder de 45 jaar begint zo’n interview te irriteren, je voelt immers een enorme afstand, voelt je onbegrepen als lezer. Het is duidelijk een ‘beleidsdingetje’ trouwens want ik deed daar nog wel eens interviews en de eindredacteur veranderde standaard de vragen in ‘u’, ook bij die leuke frisse ondernemer van in de dertig.

 

Juiste tone of voice is vorm van identificatie

Tegelijk kan de goede ‘tone of voice’ ook een vorm van identificatie zijn, het zegt iets over de mensen die de blog maken, maar ook over jouw publiek. Een goed voorbeeld van een geslaagde ‘tone of voice’ is Mediacourant.nl, de site van Bob Willer die jarenlang medianieuwtjes verzamelt (en de site die alle BN’rs dagelijks checken). Qua vormgeving ziet het er allemaal niet flitsend uit, maar met de manier waarop hij schrijft, vertelt hij een verhaal over zichzelf en over de lezer. In principe schrijft de verder nooit zichtbare Willer gewoon op wat er is gebeurd in de mediawereld, maar zijn tussenzinnen laten doorschemeren dat hij een beetje aan de politiek iets minder correcte kant van het spectrum zit. Hij lijkt van de Johan Derksen-school en samen met ‘de snor’ vindt hij de mediawereld maar een ijdel wereldje met heel veel lange tenen.

‘Defano Holwijn, de nieuwe reporter van RTL Late Night is een grappige jongen. Dat zegt hij zelf in….’

‘Het was heerlijk om weer eens onbedaarlijk te schateren om grappen over huidskleur en spleetogen, schreef Angela de Jong tot grote schrik van de Volkskrant.

‘Het is verbijsterend dat Dolf Jansen steeds maar weer zendtijd krijgt’

De subtiele tussenzinnetjes zeggen niet alleen iets over de schrijver, maar ook over het publiek dat hij bedient. Mensen bezoeken de site om zich, in lichte of zware mate, te ergeren aan het mediawereldje en dan helpt het als je die afstand een beetje benadrukt in je taal.

 

Schrijfstijl expliciet maken

Toen wij een paar maanden bezig waren met frank.news besteedden we een deel van onze vrijdagvergadering aan onze tone of voice. Die manier van schrijven was er al ongemerkt een beetje ingeslopen, maar het helpt om dat expliciet te maken. Waar wij op uitkwamen:

  1. Afstand tot de marketingwereld. Sommige vakbladen hebben de neiging om zich iets teveel te vereenzelvigen met het vak. Ze zijn zo verweven met hun doelgroep dat ze regelmatig over ‘wij’ of ‘vakgenoten’ praten. Wij ergeren ons aan dat amicale toontje en hanteren daarom het principe: wij zijn journalisten en geen marketeers dus we gaan niet amicaal doen met het vak dat we kritisch volgen.
  2. Tegelijk cijferen we ons niet helemaal weg, we zijn wel aanwezig in de verhalen, maar dan meer als ervaringdeskundigen met het marketingvak. We hebben wel wat discussie gehad over de vraag of wij een mening hebben, maar daar zijn we wel uitgekomen. Wij vinden regelmatig iets en laten dat ook gewoon blijken, maar we gaan niet teveel de wijsneus uithangen. En als we kritisch zijn op anderen dan zijn we dat ook op onszelf.
  3. Belangrijk is dat we de marketingwereld met liefde voor het vakgebied volgen en vanuit die betrokkenheid zijn we ook wel eens kritisch. Dus we gaan niet de hele tijd lopen mopperen, maar zeggen het wel als ons iets stoort. Het heeft tot gevolg dat we nog wel eens een tussenzinnetje erdoorheen gooien die vol ironie zit. We houden ervan een beetje te plagen.
  4. We zijn misschien iets meer Voetbal Inside dan DWDD, iets meer provincie dan grachtengordel. Robert Rose en Joe Pulizzi hanteerden trouwens het beginsel: we don’t do politics op hun podcast en dat is een goed idee.

Dat is hoe wij het zelf hebben aangepakt qua tone of voice, de praktijk dus. Als je als startend contentmarketeer iets wilt weten over tone of voice moet je vooral eerst een uurtje GeenStijl lezen en daarna Joop, dan krijg je dat vanzelf in de vingers. Je tone of voice vertelt iets over jezelf. De praktijk is natuurlijk prima, maar gelukkig zijn er ook vooraanstaande contentmarketininfluencers die hier verstandige dingen over zeggen. Wat was onze visie ook alweer? Yes, leren van de beste in de wereld.

 

Leren van Ann Handley

De allerbest op dit gebied is Ann Handley, zij spreekt overal over blogs en tone of voice is daarin heel belangrijk. Zij stelde (speciaal voor ons, nee hoor) een Top 4 samen van de manier waarop je zo’n volledig eigen tone of voice ontwikkelt:

donderdag 08 maart 2018 | Written by Bas Hakker

Heeft BuzzFeed Facebook keihard nodig?

Uitgevers in de hele wereld kijken met interesse naar de plannen van het Amerikaanse BuzzFeed. Maar het gaat niet goed bij deze uitgever van gratis nieuws en entertainment; 100 man kwamen op straat te staan omdat de omzet tegenviel in 2017. Voor CEO Jonah Peretti blijft het zoeken naar hét businessmodel voor gratis content.

 
De inkrimping van BuzzFeed heeft natuurlijk te maken met de dominantie van Google en Facebook op de digitale markt die alleen maar groter lijkt te worden de komende jaren. De omzet van BuzzFeed (via advertenties en branded content) kwam volgens LA Times 15 tot 20 procent lager uit dan de ingeschaalde 350 miljoen dollar. Facebook, dat zeer belangrijk is in het distributiemodel van BuzzFeed, kondigde onlangs aan dat het zich gaat focussen op de content van particulieren en niet van grote uitgevers. Het businessmodel van de ‘lijstjeswebsite’ is echter juist gebaseerd op het bereiken van zoveel mogelijk mensen via social media. Mediakenners waarschuwen al jaren voor de kwetsbaarheid van dit model, je probeert immers geld te verdienen op het ‘landje’ van een ander.

 
Content aanbieden waar mensen iets mee dóén
BuzzFeed is in 2006 opgericht door The Huffington Post-bedenker Jonah Peretti en John S Johnson III. De basis van het bedrijf is helder; analyseren waar mensen graag naar kijken en deze content in een prettige vorm aanbieden. De uitgever maakte natuurlijk vooral furore door de quiz- en lijstjesverhalen in de categorie 26 geweldige acteurs en de 26 ‘echte mensen’ die ze speelden.

 
Nieuwstak
We schreven er al eerder over. Vanaf 2011 bezit het bedrijf een serieuze nieuwstak genaamd BuzzFeednews waarmee het onderzoeksjournalistieke verhalen publiceert. In oktober publiceerde BuzzFeednews bijvoorbeeld een interview met acteur Anthony Rapp over de avances die Kevin Spacey maakte toen hij nog maar 14 jaar was (en Spacey 26!). Ook zeer belangrijk is de videotak BuzzFeedVideo waar bijvoorbeeld de webserie BuzzFeed Unsolved wordt gemaakt, inderdaad; in de serie staan onopgeloste zaken centraal. Steeds vaker maakt BuzzFeed online series voor contentpartners waaronder een nieuwsshow voor Twitter (Twitter betaalt hiervoor) genaamd AM to DM en veel kookshows onder de noemer ‘Tasty’.

 
Omzet te laag
Bij BuzzFeed werkten eind vorig jaar 1700 mensen in de hele wereld. De omzet in 2015 was naar verluidt 167 miljoen dollar en in 2017 rond de 280 miljoen, te weinig blijkbaar om al die mensen aan het werk te houden. NBC investeerde de afgelopen jaren voor 400 miljoen dollar in BuzzFeed, samen lanceren ze het Facebook-kanaal ‘Playfull’ voor millennial-ouders. De inkomsten van BuzzFeed worden van oudsher vooral binnengehaald door ‘native advertising’ wat erop neerkomt dat het bedrijf ‘advertenties’ maakt in BuzzFeedstijl. Ook de contentpartners betalen dus voor de webseries. Dat werkt allemaal prima zolang het bereik op niveau is, maar als Zuckerberg dat persoonlijk terugdraait dan lopen je inkomsten terug.

CEO en oprichter Peretti schreef een brief aan alle werknemers om toe te lichten waarom 100 mensen ontslagen gaan worden. Interessant is dat hij veel focus legt op de ontwikkelingen bij Tasty, de noemer dus waaronder de kookvideo’s van BuzzFeed vallen (een ander kanaal is BuzzFeed Nifty, hier kun je alles leren over handige dingen die je zelf kan maken). Onlangs kwam naar buiten dat BuzzFeed een exclusieve deal sloot met Wallmart om keukentools met de merknaam ‘Tasty’ te verkopen. Er is blijkbaar veel geloof in de sterke combinatie tussen retail en content.

 
Oproep aan Facebook; betaal voor goede content
Tegelijk is zo’n samenwerking niet voldoende om de omzet op niveau te brengen/houden, zo legt CEO Peretti uit tijdens een sterk interview op Recode met de prettig kritische interviewer Peter Kafka. Inzet van het interview: de memo van Peretti waarin hij Facebook oproept om goede content te belonen. In het interview: ,,We verdienen geld door samenwerking met Amazon, YouTube en Facebook Instant Articles en dat neemt toe. Maar het probleem is dat Facebook geen inkomsten deelt uit de newsfeed. Ze moeten via de newsfeed uitgevers niet alleen belonen met traffic, maar ook met inkomsten.’’

 
Samen nieuwe contentmodellen bedenken
Maar wat wil je precies van Facebook?, vraagt de interviewer terecht. ,,Veel uitgevers willen gewoon een rekening naar Facebook sturen voor hetzelfde wat ze al doen, maar ik samen zou aan nieuwe contentmodellen willen werken die echt ‘social’ zijn. Dat past bij ons, wij hebben altijd content gemaakt waar mensen iets mee dóén; delen met vrienden lachen, een maaltijd koken via Tasty. Datzelfde willen we ook nog meer voor Facebook gaan doen.’’ De interviewer vraagt door: waarom heb je dit model, dat YouTube allang heeft, niet besproken met de mensen bij Facebook? ,,Het ligt eraan wie je spreekt, maar er zijn verschillende meningen en ik heb er wel vertrouwen in dat ze met een werkbaar model komen. Sommige mensen zullen vinden dat die verdienmodellen bij ‘Facebook Watch’ en ‘Facebook Instant Articles’ thuishoren, maar er zijn er ook die denken dat zo’n betaalmodel een goede manier is om controle te houden op de newsfeed.’’
Kafka gaat nog even door op het onderwerp. Maar je hebt toch voor Tasty ook een deal gemaakt met Facebook zodat je er geld aan verdient? Jij hebt toch een goede relatie met ze, waarom moest je dan zo’n memo schrijven? ,,Ze kunnen het bij Facebook goed oplossen, maar ze zien niet altijd het perspectief van de mediamakers. Er is nog wel eens wat miscommunicatie tussen techcompanies en een mediabedrijf.’’

 
Andere distributiestrategie
Diezelfde interviewer sprak de CEO drie jaar daarvoor op een podcast en destijds had hij een duidelijke visie op het kapitaliseren van de content via Twitter, Google en Facebook, met andere woorden: het maakt niet uit waar mensen BuzzFeed verhalen lezen. In welk opzicht zat hij verkeerd met die distributiestrategie? ,,We geloofden in de manier van distribueren, maar beseften niet hoe de inkomstenstromen voor dat model zouden zijn. Je kan geld vragen aan de platforms, je kan branded content maken, je kan geld verdienen door producten te verkopen in de supermarkt. Maar wat we niet helemaal beseften is dat we moesten groeien naar een combinatie van deze inkomstenstromen.’’ De interviewer vraagt ook naar een lidmaatschapmodel, maar de CEO vindt dat dit model vooral werkt voor kwaliteitsmedia en niet voor een mediabedrijf dat focust op populaire cultuur.

 
Heel veel inkomstenstromen managen
Interessant inderdaad, met dank weer aan de prima mannen van de Medianieuwsbrief.nl, is het verhaal van Max Willens op Digiday. Hij onderstreept immers wat de BuzzfFeed-eigenaar zegt waarbij uitgevers vooral veel verschillende businessmodellen moeten beheersen om te overleven. Hij refereert aan een interview van Jim Norton, de voormalig chief businss officer van uitgever Condé Nast. ,,Je kunt allerlei nieuwe inkomstenstromen bedenken, maar daarmee maak je het verlies aan inkomsten aan advertenties nooit goed.’’ Volgens Willens heeft de gemiddelde uitgever zes verschillende inkomstenstromen waaronder branded content, deel-lidmaatschappen (bijvoorbeeld New York Times Cooking voor 1,25 dollar per week) en evenementen. Het blijkt niet altijd makkelijk voor uitgevers om die switch naar ‘alleskunner’ te maken, maar dat is wel nodig. Hearst Magazines Digital Media President Troy Young: ,,Ik wil dat branded content, licensing en retail tweederde van mijn inkomstenstromen is, maar het is niet makkelijk dat elke advertentie die je verkoopt ook in dienst moet staan van een van deze drie.’’
,,Je kunt allerlei nieuwe inkomstenstromen bedenken, maar daarmee maak je het verlies aan inkomsten aan advertenties nooit goed.’’
 
Ballen in de lucht houden
Je moet dus als uitgever allerlei ballen in de lucht kunnen houden; lidmaatschap (als geheel of via deeldiensten), branded content, licensing én retail. Er is nog geen model voorhanden waarmee je het definitief gaat maken. Dat zie je bijvoorbeeld aan hét Nederlandse uitgeefvoorbeeld LINDA dat veel experimenteert met de verschillende businessmodellen; even was het de bedoeling om LINDA TV betaald te maken, maar uit onderzoek bleek dat dit niet zou werken. Centraal in zo’n ideale ‘dans’ van businessmodellen is natuurlijk altijd je publiek dat prima kan bepalen waarvoor het wél en waarvoor het niet wil betalen. Ook lijkt het goed om een duidelijk vertrekpunt te hebben in alles wat je maakt, zoals BuzzFeed content maakt waarmee je daadwerkelijk iets doet.

 
Geen holy grail
Terug naar BuzzFeed, een bedrijf waar veel uitgevers ongetwijfeld met veel jaloezie naar kijken, vooral omdat het millennials weet te bereiken. Ook Peretti heeft blijkbaar niet de holy grail in handen: hij gaat in gesprek met Facebook, wil de overige inkomstenstromen perfectioneren, maar toch moet hij 100 mensen ontslaan. Of had hij in de overige 20 minuten van het interview nog iets waar de Sanoma’s van deze wereld iets aan hebben?
Aan het eind stelt iemand uit het publiek de vraag of Peretti nog tips heeft voor wat meer traditionele uitgevers die zoeken naar succesvolle businessmodellen in de digitale wereld. Zijn antwoord komt ongeveer hierop neer: ,,Je ziet nu dat traditionele uitgevers zich terugtrekken uit digitale experimenten en focussen op business waar ze van oudsher goed in waren. Ik zou zeggen: trek je digitale inspanningen los van je traditionele business en koester elke vorm van progressie die je daar maakt.’’

Peretti, die in 2011 315 miljoen dollar cashte door zijn aandelen in de Huffington Post te verkopen, wil maar zeggen: geld verdienen met digitale nieuwsvoorziening is een kwestie van experimenteren, je moet verschillende businessmodellen beheersen en die flexibiliteit is essentieel. Wat er uiteindelijk werkt blijft vooralsnog een kwestie van proberen. En ja, totdat die heilige graal ontdekt is, heeft BuzzfFeed Facebook eigenlijk keihard nodig.
maandag 05 maart 2018 | Written by Bas Hakker

NPO profiteert flink van Olympische Spelen, maar Eurosport minder

Door Linda Haring

Dit jaar was het eerste jaar, dat de NOS niet de eerste uitzendrechten van de Olympische Winterspelen, maar een sublicentie had. Had dat gevolgen voor de kijkcijfers?  

 
We schreven het al eerder; de eerste uitzendrechten werden door Discovery Networks (waar Eurosport onder valt) voor twee Zomer- en twee Winterspelen bemachtigd. Er schijnt circa 1,3 miljard mee gemoeid te zijn. Gevolg is, dat de publieke omroep minder tv-kijkers getrokken heeft, maar meer online bezoekers aan zich heeft weten te binden. De Nederlandse kijker stemde toch oud en vertrouwd op de publieke omroep af om naar de Olympische uitzendingen te kijken in plaats van naar Eurosport. Qua kijkcijfers heeft NPO fors geprofiteerd van de vele kijkers die op de Spelen afstemden, de NPO zag het marktaandeel van NPO 1 in de periode van de Spelen groeien naar 32,3 procent, doelgroep 6+, tijdvak 2-26 uur, waar het aandeel in januari 2018 op 21,9 procent lag. Eurosport daarentegen heeft minder van de eerste uitzendrechten geprofiteerd en zag geen groei in overall aandeel ten opzichte van januari, deze cijfers zijn respectievelijk 0,9 procent, doelgroep 6+, tijdvak 2-26 uur, periode Olympische Winterspelen versus januari 2018 1,0 procent, doelgroep 6+, tijdvak 2-26 uur.

 
Minder kijkers in VS
De daling in kijkers is niet alleen in Nederland waargenomen, maar ook in Amerika. NBC zag hetzelfde gebeuren. De interesse voor traditionele televisie is dalende en het kijken van videocontent via websites en apps neemt toe. Opgemerkt dient wel te worden, dat veel van de, met name goed bekeken, schaatsuitzendingen midden op de dag uitgezonden werden en veel mensen ook op werk waren en niet in staat om televisie te kijken en dan genoodzaakt zijn om online of via een app te kijken.

Ander fenomeen is ook, dat er meer keus is voor de kijker om te bepalen hoe de kijker zijn kijktijd verdeeld. Sportliefhebbers zullen afstemmen op de Spelen en dan met name op populaire sporten, waar sportief succes geboekt kan worden door landgenoten, maar een wedstrijd curling zal minder kijkers weten te trekken. Alhoewel het toch ook bijzonder blijft, dat juist bij deze sport de Russische curler Alexander Kroesjelnitski op doping betrapt is. Ga je dan harder vegen met je borstel of glij je beter over het ijs?

Daarnaast is er ook grote concurrentie van onder andere Netflix en andere on-demand diensten. De niet-sportliefhebber stemt liever af of de traditionele televisie of zoekt zijn of haar favoriete serie op Netflix, Videoland of Amazon Prime op.

Niet getreurd voor de NPO, want er heeft nog steeds een miljoenenpubliek op afgestemd, naar de Spelen in zijn totaliteit hebben 12,6 miljoen kijkers gekeken van 6 jaar en ouder en voor een periode van minimaal 5 minuten of langer (daling van 10 procent t.o.v. 2014). De Winterspelen in Sotsji hadden in 2014 meer kijkers, namelijk 14 miljoen. Het aantal unieke bezoekers van de Olympische site en de app groeide van 6,1 miljoen in Sotsji tot 9,5 miljoen in Pyeongchang (groei 156 procent). Op donderdag 15 februari (10 km schaatsen heren), bezochten 1,5 miljoen Nederlanders de Olympische subsite van de NOS). Online waren er ook meer unieke bezoekers, namelijk 1,5 miljoen versus 0,23 in Sotsji!

 
Verdiensten: donkere wolken
Ondanks het grote schaatssucces op de Spelen blijkt het moeilijk om sponsors aan de schaatssport te koppelen en hangen er donkere wolken boven de Nederlandse schaatssport. Voordat de Spelen begonnen werd al bekend, dat Jorien ter Mors (1.000 meter goud en relay shorttrack brons) en Anice Das na de Olympische Winterspelen in Pyeongchang op zoek naar een nieuwe sponsor moeten. Hun sponsor AfterPay (achteraf betalen bij webwinkels), stopt na vijf jaar met het sponsoren van de schaatsploeg.

 
Sponsors vinden voor de lange termijn
Ook deze Spelen heeft de Nederlandse schaatsploeg weer laten zien hoe succesvol en dominant ze op de ijzers zijn, maar ook Sven Kramer verbaast zich over de financiële malaise bij een deel van de teams door het wegvallen van geldschieters. De Lotto-Jumbo-ploeg waar Sven Kramer onderdeel vanuit maakt is een positieve uitzondering. Om de sport op niveau te houden is het van belang, dat de teams sponsors vinden die zich voor langere tijd aan zich weten te binden voor stabiliteit en mogelijkheden, zeker aangezien de concurrentie in het schaatsen steeds verder toeneemt.

 
Lees hier ook:
https://www.frank.news/2018/02/27/nos-nog-jaren-vooruit-uitzenden-olympische-spelen/

 
vrijdag 02 maart 2018 | Written by Redactie Frank.News

Het beste contentmarketingplan dat er nooit is gekomen

IEDEREEN HEEFT RECHT OP GOEDE CONTENT DEEL 4

We zouden toch altijd eerlijk zijn op frank.news? Dit is het verhaal van mijn mislukte debuutroman, ofwel: het beste contentmarketingplan dat er nooit is gekomen. Deel 4 van onze serie ‘Iedereen heeft recht op goede content’.

 
Het was een mooie dag. Op 14 juni 2014 werd mijn feelgoodroman De Tranen van 88 feestelijk gepresenteerd in een klein, sfeervol tentje op het Scheveningse strand. Het was een hele eer voor een VI-fan dat Wilfred Genee het eerste exemplaar uitreikte. Mijn broer speelde met zijn beste vriend wat nummers uit het boek, er waren vrienden, oud-collega’s, familieleden. Het was een bijzondere dag die ik nooit meer zal vergeten, maar daarna sloeg de realiteit hard toe.

 

Kleine uitgever

Mijn boek verscheen bij een relatief kleine uitgever, FC Klap, maar ook weer niet zó klein dat ze helemaal niks aan marketing of PR konden doen. Er werkte zelfs een heuse persmevrouw dus ik had er alle vertrouwen in dat het helemaal goed zou komen. Tijdens het WK was er toch wel een radiostation, magazine of krant te vinden waar ik kon vertellen over vervlogen voetbalromantiek in de categorie All Stars?

Er gebeurde helemaal niks en wat er wel gebeurde, regelde ik zelf.

 

Hippe mediamensen

Het ging natuurlijk al mis bij de uitnodiging. Er stonden blijkbaar van die hippe mediamensen op de lijst in de hoop op een item bij RTL Boulevard, maar waarom zouden die langsgaan bij een beginnend schrijver die verder niemand kent? Ik interviewde wel eens iemand van tv, maar dat zijn verder niet mijn vrienden en het is zeker niet mijn wereldje. Zelf regelde ik een interviewtje met de aardige mensen van RTV Utrecht en RTV West, wat lokale kranten en verder kwam er niets qua PR. Alleen in Veronica Magazine stond een heel klein stukje op de gadgetpagina, dat was aardig van die hoofdredacteur. Oh ja, de aardige redacteur had een recensie in de Telegraaf geregeld, drie sterren van de vijf.
Mijn broer, werkzaam bij een kleine keten van inmiddels negen boekhandels, fluisterde in mijn oor tijdens de presentatie: begin maar alvast met je volgende boek want dit wordt helemaal niets. Zijn voorgevoel, puur op basis van de desinteresse van de uitgever, klopte. De 121 boeken die hij bij de uitgever bestelde (hij zette ze heel lief in de etalage met iets als ‘de Leidse sensatie’ erbij, het is een aardige broer), belandden bij een boekhandel in Nijmegen omdat de telefoniste ‘Dekker van de Vegt’ noteerde in plaats van ‘De Kler’.

Natuurlijk heb ik lang gemopperd op die uitgever en ‘niks doen’ is wel heel weinig, maar ik had natuurlijk zelf de marketingregie moeten voeren. Ik heb die studie toch niet voor niets gedaan? Eigen dikke vette schuld. Pas in de afgelopen drie jaar ging ik me verdiepen in contentmarketing, die kennis had me destijds enorm veel verder geholpen. Hoe dat plan eruit had moeten zien? Nou ja, zoiets.

 

Publiek opbouwen

Al in 2010 was ik begonnen met schrijven en dat was natuurlijk een mooi moment geweest om te starten met het opbouwen van een publiek, contentmarketing kost immers tijd. Toen in juni 2014 T88 uitkwam, was er - behalve wat vrienden en familie - helemaal niemand die van mijn bestaan afwist en dat haal je nooit meer in. Als het nu 2010 was, zou ik mijn doelstelling heel concreet maken; zóveel boeken verkopen dat het meer opdrachten zou opleveren op het gebied van contentmarketing, een verfilming van het verhaal én de lancering van een bestaan als schrijver. Hoe je dat nog concreter kan maken? Laten we zeggen: 5000 boeken verkopen.

 

Niet aan tafel bij DWDD

Je moet in ieder geval de klassieke ambitie om bij DWDD aan tafel te komen loslaten. Ook dat is het oude denken. Je gaat je marketingstrategie toch niet vormgeven op basis van factoren die je verder niet in de hand hebt? Het lukte dan wel bij de aardige Eus, maar dat zijn uitzonderingen. Om mijn doel te bereiken moest ik een publiek opbouwen dat een beetje fan van mij zou worden, ik moest op het gebied van content iets doen dat nog niemand deed en wat heel dichtbij mijn persoonlijkheid ligt. Ik moest een inkijkje geven in mijn manier van denken om uit te groeien tot een echte schrijver, een ambitie die een miljoen andere mensen ook hebben. Daarmee heb je ook direct de doelgroep te pakken.

 

woensdag 28 februari 2018 | Written by Bas Hakker

PODCAST: Filmmaker Bas Welling over de wetten van een maatschappelijke commercial

PODCAST: De Vakmanschap is Meesterschap Tapes deel 2

Wij wilden weten hoe je zo’n maatschappelijk verantwoorde tv-commercial maakt. Welke lessen zijn er te trekken uit de ‘debacles’ van Pepsi en Rabobank? We vroegen het Bas Welling van WeFilm die regelmatig soortgelijke films produceert.

 
[iframe height="100" width="100%" frameborder="0" scrolling="no" data-link="https://www.podbean.com/media/player/54wbf-8840ac" src="https://www.podbean.com/media/player/54wbf-8840ac"]

 
Waar we de familie Welling ook alweer van kennen? Bas Welling en zijn broer Roel maakten ooit Max de Hacker, de gast die de snelwegboorden in de war stuurde toen YouTube nog maar net in Nederland was. Die filmpjes werden meer dan 35 miljoen keer bekeken. Bas Welling: ,,Als je iets maakt dat spraakmakend is en relevant voor een opdrachtgever dan werkt het goed.’’

 
‘Maak een leuk bedrijfsfilmpje’
De meeste briefings die binnenkwamen in die beginfase waren maar saai. ,,Of zoals mijn broer zegt: daar ben ik geen regisseur voor geworden.’’ Heb je ze wel eens weggegooid? ,,Zeker en dan vragen we aan de opdrachtgever: vind je het goed als we binnen diezelfde doelstelling iets beter bedenken? Het is nu beter dan in onze beginjaren, maar toen stond er wel eens: maak een leuk bedrijfsfilmpje en dan komt onze CEO iets vertellen(…..) Online video is booming, maar 95 procent heeft maar een paar duizend views dus is een waste of money. Het moet echt het onderwerp van gesprek zijn en als het niet gedeeld wordt, is het niet goed genoeg. ’’

 
Maatschappelijke films
Twee jaar geleden had WeFilm volgens Welling veel van haar doelstellingen bereikt. ,,Toen spraken we over onze volgende stap. Hoe mooi zou het zijn als we door onze films op maatschappelijk gebied iets bij kunnen dragen? Film kan dat effect hebben.’’ Het is logisch om dat voor goede doelen te doen, maar is het geen vak apart om dat voor bedrijven te maken? ,,Ja, je begeeft je op glad ijs in dat geval. Kijk maar eens naar Pepsi dat iets pakte wat leefde in de samenleving om daar het merk achter te plakken.’’ Wat ging daar mis? ,,Kendall Jenner probeerde met het openen van een blikje een politiedemonstratie de goede kant op te sturen. In die periode kwamen etnische groepen tegen de politie in verweer en deze commercial zou dat allemaal wel even oplossen. Hiermee trek je het onderwerp naar het belachelijke; het is gebrek aan verschillende voelsprieten voor het feit dat je die claim niet kunt maken. Het is oogkleppen op en denken dat het allemaal goed komt als je meevaart op zo’n maatschappelijke tendens.’’
 ,,Het is oogkleppen op en denken dat het allemaal goed komt als je meevaart op zo’n maatschappelijke tendens.’’

 
Lekker maatschappelijk bezig
Is het een gevaar om te denken: het is hot om maatschappelijk bezig te zijn en dus doen wij dat ook? ,,Zeker, wij noemen dat wel eens: is het een gimmick of iets dat werkelijk uit het hart van het bedrijf komt? Daar proberen wij in de aanvragen doorheen te prikken, alleen als er serieus werk van wordt gemaakt, heeft het kans van slagen. Dat is een kwestie van veel vragen stellen en van daaruit zoeken naar de creativiteit.’’

 
Interpolis-commercial
WeFilm maakte een commercial voor Interpolis over de gevaren van appen en bellen in de auto. Wist je vooraf of Interpolis ook daadwerkelijk met dat thema bezig was? ,,Er kwam een app die gebruik van de telefoon moet tegengaan en het bedrijf stelde serieus budget ter beschikking om in 2020 een significante vermindering te bewerkstelligen van het aantal verkeersdoden. Alleen als je het zo serieus aanpakt heeft het zin.’’

Bij Rabobank ging het mis met de claim in de tv-commercial. Letten jullie altijd op dat je een claim moet kunnen waarmaken? ,,Je moet altijd kunnen uitleggen dat je een claim kan waarmaken anders zullen mensen het als leeg ervaren. Ik waardeer de Rabobank ambitie om te zeggen: wij willen graag een bijdrage leveren aan het honger de wereld uithelpen. Dat past heel goed bij hen, maar de bewijsvoering om dat voor elkaar te krijgen was te verborgen.’’

 
Boxen
Het gaat bij WeFilm niet alleen om de wereld vooruit helpen trouwens. Er is net een serie gemaakt samen met Vice….en Dumpert over een boksschool genaamd Boxing ‘82. ,,Onze regisseur Jan Boon heeft zich daar helemaal in vastgebeten. Twee van de mannen die daar werken zijn een soort held op Dumpert. Die mannen zijn dus al omarmd en ze verdienen een ode.’’
Luister hier ook deel 3
https://www.frank.news/2018/04/03/nu-nl-hoofdredacteur-gert-jaap-in-de-podcast-ik-had-van-nieuwe-revu-het-nieuwe-vice-moeten-maken/

 
Luister hier ook deel 1
https://www.frank.news/2017/11/10/oude-mensen-zonder-instagramaccount-begrijpen-deze-wereld-niet/
dinsdag 27 februari 2018 | Written by Bas Hakker

Wat wij als redactie leerden over contentmarketing

IEDEREEN HEEFT RECHT OP GOEDE CONTENT DEEL 3

Wat wij als redactie leerden over contentmarketing. Jullie willen meer verhalen over contentmarketing? Dan krijgen jullie…. Met in deel 3: onze eigen visie op contentmarketing op basis van iets meer dan twee jaar frank.news.

 

Goede verhalen

Wij geloven oprecht dat zowel ondernemers als consumenten recht hebben op goede verhalen. Waarom zouden we mensen nodeloos vermoeien met minutenlange filmpjes waarin bedrijf X uitlegt hoe geweldig ze zijn in dienst Y of Product Z? Niemand wil het weten en dus gaat niemand het bekijken. Maar hoe maak je content die mensen wél graag lezen of bekijken? Denk als een filmmaker, schrijver of liever nog - en dat is een beetje onze expertise - als een journalist. Want hoe denken wij makers eigenlijk? Wij denken in ieder geval nooit: ik wil heel veel spulletjes verkopen, maar redeneren andersom: we bedenken iets gaafs en daar zoeken we een publiek bij.

Zo hebben we het ook met frank.news aangepakt de afgelopen twee jaar. Natuurlijk bestudeerden we de contentheorie waarbij we focusten op de allerbeste contentmarketeers in de wereld die we zeer intensief volgden (met als motto: je kunt beter van Johan Cruijff leren voetballen dan van André Hoekstra): Joe Pulizzi, Jay Baer, Pfauth en Klöpping, Marcus Sheridan, Joe Lazauskas van Contently, Andrew David, Brian Clark van Copyblogger, Gary Vaynerchuk, Jay Acunzo, Robert Rose en nog wat andere mensen…onze contenthelden. Die kennis van de grote mannen gebruikten we voor het ‘groter maken’ van frank.news. We begonnen met een ambitie en zochten daar het publiek bij dat wij graag wilden door heel erg onszelf te blijven.

 

De theorie

Eigenlijk komt contentmarketing altijd neer op twee basisprincipes:

1.De Marcus Sheridan-methode.

Deze mede-eigenaar van een zwembadbouwbedrijf had het middenin de crisis helemaal gehad met zijn radiocommercials. Zijn omzetten liepen terug en hij ging wat nieuws proberen; content. Hij maakte blogs over alles waar mensen behoefte aan hadden, bijvoorbeeld ‘prijzen’ en ‘onderhoud’, en mensen begonnen het als een gek te lezen. Die ‘veellezers’ werden vervolgens zijn klanten.

 

2.Joe Pulizzi

Pulizzi is - net als Sheridan trouwens - aanhanger van een journalistiek model. Uitgangspunt is je passie, de reden dat je content wil gaan maken die heel dicht bij jezelf moet liggen (en dat geldt ook voor bedrijven). Inez van Oord las al heel veel over manieren waarop je beter in het leven staat voordat ze het magazine Happinez begon. Vervolgens zoek je vanuit die passie naar een groep mensen die in potentie interesse kan hebben in jouw verhalen. Waar bevinden deze mensen zich? De derde stap is dat je een format bedenkt waarin jouw passie en die van je publiek samenkomen (of ze leren je waarderen) en dan begint het werk eigenlijk pas. Want uiteindelijk kun je alleen spulletjes verkopen als je een publiek hebt opgebouwd.

 

woensdag 21 februari 2018 | Written by Bas Hakker

‘Alexa, wat was dat ook alweer, marketing?’

Door de snelle opkomst van voice search via smart speakers als Alexa van Amazon en Google Home verliezen marketeers de controle. Reclame maken via schermen kan niet meer. Niet consumenten, maar software bepaalt grotendeels welke merken gekocht worden. Merken die niet in de top 3 staan leggen het loodje.

 
Als bij Danny Devriendt het waspoeder op is, roept hij: ‘Alexa, koop waspoeder!’ Hij roept niet Omo, Dreft of Witte Reus. Het merk maakt hem namelijk niet uit. Daardoor kiest Alexa zelf welk merk waspoeder op zijn boodschappenlijstje bij Amazon komt te staan. Hetzelfde kan gelden voor tandpasta, deo, levensmiddelen, frisdrank, bier of wat hij ook maar wil bestellen. Hij kijkt niet op zijn computer of smartphone, ziet geen reclame en laat de keuze over aan de software van Amazon. Die kiest, bestelt en zorgt dat het wordt bezorgd.

 
Internet zonder schermen 
,,In 2020 zullen 25 miljard apparaten via het Internet of Things met elkaar verbonden zijn.” verteld Danny Devriendt.
Devriendt is managing director van strategisch communicatiebureau IPG/Dynamic in Brussel, dat bedrijven het digitale tijdperk in helpt. Hij voorspelt een revolutionaire verandering in het gedrag van consumenten door de technologie van voice search en mobiele personal assistants. ,,In 2020 zullen 25 miljard apparaten via het Internet of Things met elkaar verbonden zijn. Daardoor gaan we naar een internet zonder schermen. Het is ook veel logischer om tegen dingen te praten en ze met je stem te controleren. Kopen wordt een dialoog met een device. Zonder scherm,” vertelde hij tijdens het jaarlijkse MWG Mediacongres in Amsterdam.

 
Snelle groei 
Voice search maakt de laatste jaren een snelle groei door, mede door het toenemend aantal diensten en apparaten. Amazon heeft zijn smart speaker Echo en zijn voice service Alexa. Google Home heeft de Mini en de Max. En dan zijn er nog de mobiele voice search diensten: Siri van Apple, Google Assistant van Android en de spraakdiensten van zoekmachines en softwarebedrijven.

Siri handelde in juni 2015 al 1 miljard verzoeken per week via spraak af. Bij zoekmachine Bing werden in mei 2016 al 25 procent van alle zoekopdrachten gedaan via de spraakdienst van Windows 10. Diezelfde maand was in de VS 1 op de 5 mobiele zoekopdrachten een voice search. Maar voor de echte groei zorgen de pods en smart speakers van Amazon en Google. Vooral in Amerika. In het vierde kwartaal van 2017 groeide het aantal devices in de VS met 18 miljoen tot een totaal van 45 miljoen. Van die markt heeft Amazon 69 procent in handen (31 miljoen speakers) en Google 31 procent (14 miljoen speakers). En dan komen Microsofts Cortana speakers and Apple’s HomePod er nog aan.

 
Binnen drie jaar overal in Nederland 
,,Voice is de volgende grote revolutie in e-commerce. Over drie jaar hebben we allemaal een smart home device in onze huiskamer staan,” zegt hij. ,,Waarom? Het is makkelijk, het is fijn en het werkt.”
In Nederland heb je nog weinig aan de Echo omdat je er nauwelijks iets mee kunt bestellen via Amazon. Toch voorspelt e-commerce expert Wijnand Jongen, CEO van Thuiswinkel.org, ook hier een enorme groei. ,,Voice is de volgende grote revolutie in e-commerce. Over drie jaar hebben we allemaal een smart home device in onze huiskamer staan,” zegt hij. ,,Waarom? Het is makkelijk, het is fijn en het werkt.”

 
Groot in Amerika 
Hoe groot Alexa in Amerika is laat de recente commercial bij de superbowl zien, als ze zogenaamd haar stem verliest en wereldnieuws wordt. Beroemdheden nemen het over en dat leidt tot hilarische situaties. De video is alleen al op YouTube 41 miljoen keer bekeken.

 
https://www.youtube.com/watch?v=J6-8DQALGt4

 
 
Een automerk als Ford laat zien hoe je samen kunt werken met Alexa en hoe handig dat is.

https://www.youtube.com/watch?v=cHWvpa8Ge58

 
 
Je kunt haar alvast je auto laten starten, de lichten thuis aandoen, vragen wie er gewonnen heeft gisteravond, maar ook de route naar het dichtstbijzijnde restaurant. En Alexa maakt de keuzes, net zoals navigatieapparaten in de auto of op je smartphone nu al de McDonald’s of andere restaurants laten zien omdat die daarvoor betalen.

 
Marketing op zijn kop
Volgens Devriendt zal in 2020 - over twee jaar dus - 50 procent van alle search via spraak gaan. Dat zal de wereld van marketing op zijn kop zetten. ,,Daarom moeten we als marketeers gaan nadenken over wat we gaan doen. Dit vraagt om een nieuwe marketing response,” stelt hij. De veranderingen gelden niet alleen voor search, maar voor alle gebieden van marketing en digitale reclame. Banners, pop-ups, storytelling voor brand awareness, die briljante video op YouTube; de consument ziet ze niet meer, want hij kijkt niet meer op een scherm, maar praat tegen een apparaat.

 
Snel aan tafel 
Merken en marketeers zullen dus op een andere manier de aandacht van de consument moeten gaan opeisen. Adverteren via voice ads op Alexa zit er voorlopig niet in. Amazon weet nog niet hoe het dat vorm moet geven. Net als Amerikaanse specialisten denkt Devriendt dat Amazon uiteindelijk zal kiezen voor een paid search systeem, net als bij Google. Wie het meeste betaalt, komt hoog op de lijst van voorgestelde aankopen door Alexa. ,,Daarom zijn marketeers nu al bezig om bij Amazon en Google aan tafel te komen om te zorgen dat hun merk bij de top 3 gaat horen,” zegt hij.

 
Meeste marge 
Overigens is het via Alexa nog steeds mogelijk om je favoriete merk te bestellen. Dat kun je aangeven in je persoonlijke voorkeuren. Zo hebben in de VS al mensen aangeven dat ze niet met Uber, maar met Lyft vervoerd willen worden. In dat geval belt Alexa geen Uber als er om een taxi wordt gevraagd. Devriendt onderscheidt twee type gebruikers van voice search. De merkbewuste en de generieke. De ene wil Coca Cola, de ander gewoon cola. ,,Keuzes worden gemaakt op basis van prijs en status. Als geld geen rol speelt kies je wat bij jou past. Maar als je geen voorkeur hebt, kiest Alexa het artikel of merk waar Amazon het meeste marge aan verdient of een product van zijn preferred partners. Voor nieuwe merken wordt het ook steeds moeilijker om te concurreren met bestaande bekende merken.”

 
Devriendt: ,,Als ik tegen de smart speaker zeg dat ik tomatensap heb gemorst en later vraag om wasmiddel te kopen, dan zoekt hij wat het beste werkt tegen tomatenvlekken.”
 
Relevantie telt 
Toch zal relevantie altijd een rol blijven spelen, denkt hij. Marketing en marge mogen nooit ten koste gaan van service en gemak. Alexa of Google Home moeten de consument vooral helpen en maken gebruik van AI en machine learning. Devriendt: ,,Als ik tegen de smart speaker zeg dat ik tomatensap heb gemorst en later vraag om wasmiddel te kopen, dan zoekt hij wat het beste werkt tegen tomatenvlekken.”
maandag 12 februari 2018 | Written by André Oerlemans

Bereik of geen bereik? Wat AD en De Telegraaf de komende jaren moeten doen

Het is al sinds de opkomst van online de ‘one million dollar question’ voor traditionele nieuwsuitgevers: wat is het beste uitgeef-/verdienmodel? De Telegraaf, AD en NU.nl zijn groot in bereik, maar dat lijkt een doodlopende weg. Wat is de weg voor deze ‘bereiktitels’ en hoe kijkt de adverteerder daar tegenaan?

In een vorig artikel hebben we omschreven dat het ‘bereikmodel’ voor nieuwsuitgevers een doodlopende weg is. Veel traditionele partijen moeten mee in de strijd om de kliks en bereik om advertentiegeld binnen te halen. Maar die uitgevers komen er ook achter dat ze nog nauwelijks verdienen aan het advertentiemodel rond digitaal nieuws. De Telegraaf en AD zouden daarom in de nabije toekomst wel eens een probleem kunnen hebben (NU.nl laten we nu even buiten beschouwing).

 
Twee grote Belgische partijen
De Telegraaf en AD zitten beiden in een redelijk steady uitgeefhuis in een bijzonder onrustige markt. In Nederland is er nog slechts een handvol traditionele nieuwspartijen door de grote sanerings- en consolidatierondes van het afgelopen decennium. De branche wordt nu gedomineerd door twee grote Belgische partijen: marktleider de Persgroep (naast AD, Trouw, Volkskrant, Het Parool, regionale en lokale bladen en sites) en Mediahuis (naast TMG/Telegraaf, NRC Media, regionale titels). Daarnaast is er nog FD Mediagroep, het nu nog onafhankelijke NDC Media in het hoge noorden en BDU met lokale nieuwsmerken. Sanoma heeft NU.nl en natuurlijk is er ook nog de NOS. Daarmee hebben we het ongeveer wel gehad.

 
Nieuwsbehoefte blijft groot
Aan het ‘bereikinfuus’ blijven hangen, is geen optie. Daarvoor is de advertentiemarkt te onzeker. Positief is dat de nieuwsbehoefte van de consument zeker niet is afgenomen de laatste tien jaar. De manier waarop de consument nieuws tot zich neemt is sterk veranderd. Wat we verder weten: er is behoefte aan nieuwsduiding en binnen het nieuwsdomein aan unieke content. Daar kunnen De Telegraaf en AD een rol in spelen. Meer dan ze nu doen.

 
1. Ga een echte relatie aan met je abonnee en bouw profielen
Vooropgesteld: het perfecte uitgeefmodel bestaat niet. Het is voor traditionele uitgevers een kwestie van trial and error. De printoplages zijn geslonken en dalen door, al is de echte scherpte er misschien wel af. Maar traditionele nieuwsuitgevers hebben dat papieren product dat door abonnementen nog altijd substantiële omzet oplevert. Daar is het digitale abonnement bijgekomen.

Bij De Persgroep is er de afgelopen jaren bij Trouw, Volkskrant en Parool een focus geweest op het abonnementenmodel. Dat geldt ook voor NRC (Mediahuis). Elke abonnee die er bij komt of erafgaat, zie je als uitgever direct onder de streep als het aankomt op marge en winst. Ze proberen bestaande abonnees vast te houden (het lastigste), nieuwe abonnees binnen te halen en te zorgen voor variatie in abonnementen. Bijvoorbeeld: de lezer die doordeweeks geen tijd heeft het papieren exemplaar te lezen, kan een abonnement met een digitale variant nemen, waarbij wel de dikke papieren zaterdagkrant in de bus valt. Deelabonnementen zijn hot en blijken te werken. Het heeft met name de Volkskrant en NRC de afgelopen jaren geen windeieren gelegd. Hun digitale oplages stijgen het hardst van alle Nederlandse dagbladen, blijkt uit de laatste cijfers van meetinstituut NOM.

 
Investeren in je klantenservice
Om een serieuze relatie met de lezer bouwen die van twee kanten komt, moet je investeren in je klantenservice en je datateam, om profielen van je lezers op te kunnen bouwen. De Telegraaf en AD lijken minder succesvol op dat gebied. Volgens NOM groeit De Telegraaf wel goed in digitale betalende abonnees, maar AD is daar wat minder bedreven in. Ondertussen kampen beide dagbladmerken met een scherpe daling in printabonnees. De Persgroep heeft destijds slim de regionale titels aan AD gekoppeld (tegenwoordig heet dat ADR Media), want zonder die regiomerken was het Rotterdamse AD een klein krantje geweest.

Bij De Telegraaf is het bouwen aan een relatie met de lezer de afgelopen jaren door allerlei omstandigheden (lees: onrust in de tent) blijven liggen. Nu De Telegraaf met NRC binnen één concern valt, zouden ze daar één en ander kunnen afkijken. Eerder werd bekend dat de dataexpert van NRC naar TMG is overgestapt, dus het besef is er. Bij AD zouden ze ondertussen eens te rade kunnen gaan bij de Volkskrant.

 
2. Goede, unieke journalistiek in plaats van clickbaits
Beide kranten zouden zich online minder op clickbaits moeten richten en meer op eigen unieke content, van goede journalisten die een ‘merk’ zijn. Daar was De Telegraaf altijd goed in, maar door eerder genoemde perikelen is dat weggeëbd. Investeren in goede journalistiek lijkt overigens niet echt op de agenda te staan bij beide dagbladen. Bij TMG waren en zijn er reorganisaties en bij de Persgroep werd recent ook gesneden in de redactionele kracht. Toch is dat belangrijk. Ondertussen kunnen ze gaan bouwen aan het abonnee- en datamodel.
3. Samenwerken of opgegeten worden
Een tweede uitgeefmodel is: samenwerken en profiteren van elkaars sterkte. Uitgevers kunnen het in feite niet meer solo, zeker niet in advertising. Inmiddels moeten de lokale uitgevers die vroeger nog hard met elkaar concurreerden noodgedwongen steeds meer samenwerken in de strijd tegen de grote Amerikaanse tech- en mediabedrijven die de markt overspoelen.

In de Nederlandse markt komt nu eindelijk een samenwerking op gang in digitale advertising sales: het gisteren gelanceerde Buy-media.nl. Hard nodig, anders worden de lokale partijen snel opgegeten.

 
4. Buitenlandse cases bieden hoop
Er zijn internationaal wel wat positieve ontwikkelingen rond nieuwsmedia. In de Verenigde Staten - hoe onvergelijkbaar misschien ook - heeft het presidentschap van Donald Trump de journalistiek geholpen: New York Times kon zomaar een paar honderdduizend betalende digitale abonnees bijschrijven.

België, Engeland en Frankrijk onder meer, bestaat er al een samenwerking in digitale sales. Hoopgevend is een case uit Frankrijk: sinds de oprichting van hun gezamenlijke ad-sales alliantie in september vorig jaar, hebben de dagbladen Le Figaro en Le Monde twaalf ad-tech leveranciers de wacht aan gezegd en doen ze het technische gedeelte zelf. Binnen enkele maanden stegen de inkomsten uit videoadvertenties van Le Figaro met 50 procent.

Samenwerken betekent dus ook samen investeren in technologie.

 
5. Wat wil de adverteerder?
Tot slot de advertisingkant. De Telegraaf en AD moeten zich minder blindstaren op advertising uit bereik, want ze vissen te veel in de kleiner wordende vijver. Adverteerders willen een andere relatie met uitgevers.
Unilever zet als ’s lands grootste adverteerder daarmee de toon. Afgelopen week werd bij presentatie van de jaarcijfers (in de UK) van 2017 duidelijk dat Unilever ook de komende jaren investeert in online advertising. De multinational maakt zich sterk voor betrouwbare meetmethoden voor online reclame en klikfraude. Unilever wil ook weten hoe het zit als er wel door een consument wordt geklikt op een banner of een video. Unilever wil graag één standaard om het succes van een campagne te meten en betalen voor wat het krijgt. Maar vooral wil Unilever precies weten wie ze online kunnen bereiken: één-op-één. Dat is allemaal nu nog niet goed geregeld in online advertising. Wel is zeker dat Unilever zijn budget in deze tijd sneller zal neerleggen bij uitgevers die inzicht kunnen geven wie hun bezoekers en abonnees zijn.
Dat is dan ook de richting die De Telegraaf en AD de komende jaren moeten gaan.
vrijdag 09 februari 2018 | Written by Bram van Noord

Het verschil tussen gewone content & content experience in ‘Beeld & Geluid’

IEDEREEN HEEFT RECHT OP GOEDE CONTENT DEEL 2

Jullie willen meer verhalen over contentmarketing? Dan krijgen jullie….Natuurlijk zullen we contentgoeroes blijven spreken en cases behandelen, maar vanaf nu zullen we ook regelmatig iets vertellen over onze visie op content. Met in deel 2: De content experience van het Instituut voor Beeld & Geluid.

 

Als je wilt ontdekken wat het verschil is tussen de oude wereld van advertorials, sponsored magazines en branded content én de nieuwe van ‘content experience’ dan moet je een keertje langs bij Beeld & Geluid in Hilversum met twee jongens van 7 en 10 jaar. Je loopt gewoon achter die gasten aan en checkt wat ze leuk vinden.

 

Omroeppromotie totaal genegeerd
Totaal genegeerd worden een stuk of zes beeldschermen ergens in een hoek op een trap waar de verschillende omroepen iets vertellen over hun eigen historie. Voor dit verhaaltje ben ik daar natuurlijk even gaan kijken en je moet wel een enorme medialiefhebber zijn om die filmpjes helemaal uit te kijken (voor mij geen probleem). De altijd leuke - tikkie opstandige - Jan Slagter vertelt bijvoorbeeld in een soort minidocumentaire over de historie van Omroep Max en datzelfde geldt voor de andere omroepen. Het lijkt op een tegenprestatie. Zo van: natuurlijk betalen we als Max mee aan het museum, maar dan willen we wel ons verhaal ergens kwijt.


Content Experience
Laat daar trouwens geen misverstanden over bestaan. Beeld & Geluid is echt een geweldig museum waar bijna alles klopt, er zijn meerdere dingen te doen die je met gemak een ‘content experience’ mag noemen. Kinderen varen daarbij gelukkig volledig op hun intuïtie dus die detecteren het verschil tussen ‘sponsored dingetjes’ en ‘geweldige belevenissen’ moeiteloos. Mijn kinderen zijn bijvoorbeeld een groot fan van de ‘achtervolgingsauto’. Dat is een auto waar je met twee mensen in gaat zitten en na afloop krijg je per e-mail een filmpje binnen waarbij het lijkt alsof je in een achtervolging van Flikken zit.

 

Showdeuren
Mijn jongste zoon, die een beetje van theater houdt, gaat altijd helemaal los op de showdeuren waar je - denk Ron Brandsteder - achter moet staan. Op een gegeven moment zegt zo’n typische showbizzstem ‘dames en heren, het absolute nieuwe talent van Hilversum’…En daarna gaat de showdeur open en maak je je entree op de studiovloer. Achteraf krijg je daarvan weer een geweldig filmpje binnen. Oh ja, zijn absolute lievelingsitem (hij is een keer of zes geweest inmiddels) is ‘Big Brother’. Hier moet je op een van de vier stoelen plaatsnemen en dan kunnen mensen je wegstemmen als het dansje of het liedje dat je zingt niet helemaal bevalt.

  

donderdag 08 februari 2018 | Written by Bas Hakker

Kaj Gorgels: van online- naar ouderwetse televisieheld

Personal brands, deel 8

In onze serie met inspirerende personal brands deze week online held Kaj Gorgels. Maakt zijn online-status hem ook meteen een personal brand? En hoe past zijn overstap naar lineaire televisie in dit plaatje? Chris Potter van Bureau Beaufort licht het toe.

Gorgels timmert al een behoorlijk tijdje lekker aan de weg. Online staat zijn naam als een huis. Afgelopen najaar deed hij mee aan RTL’s kijkcijferkanon Expeditie Robinson en wist hij het tot de finale te schoppen. Ja inderdaad: op de good old lineaire televisie. De perfecte move om zijn personal brand verder uit te bouwen?

 

Een man met een behoorlijk bereik
Zijn agency omschrijft hem als ‘online personality, presentator en journalist’. Het geeft direct aan hoe veelzijdig Kaj Gorgels is. Hij is nog maar 27 maar zijn CV is al behoorlijk indrukwekkend. Zijn YouTube-kanaal Kaj’s Typetjes noemt hij een uit de hand gelopen hobby. Maar wel eentje met inmiddels ruim 75.000 abonnees. Daarnaast is hij host bij YouTube-kanaal Concentrate, waar hij samen met een aantal andere online persoonlijkheden de bijna 400.000 abonnees wekelijks voorziet van nieuwe content. Ook op andere online kanalen scoort hij goed. Zijn Facebook-pagina is goed voor bijna een kwart miljoen likes en op Instagram is Kaj die kwart miljoen inmiddels al gepasseerd met 270.000 volgers. Kortom: een man met een behoorlijk bereik. Maar ben je daarmee dan ook meteen een personal brand? Chris Potter van Bureau Beaufort: ,,Een personal brand ben je als anderen jou zo zien. Zo kun je binnen een bepaald vakgebied gezien worden als autoriteit. Kaj is in elk geval enorm bekend geworden onder een jonge doelgroep dankzij zijn filmpjes. En als je kijkt naar het aantal volgers, dan is hij voor Nederlandse begrippen erg populair.’’

 

Publiekslieveling
Bovendien heeft hij zijn bereik binnen het domein waar het nog altijd om draait in marketingland: online ‘vang’ je de meeste jongeren. De perfecte plek om jezelf als merk te profileren. Toch maakte Kaj Gorgels in 2017 zijn eerste uitstapjes naar ouderwetse, lineaire televisie. Vanaf september was hij ineens bij meerdere zenders te zien en werd hij vrijwel onmiddellijk een publiekslieveling. Op RTL4 zocht hij samen met John Williams naar pechvogels van wie de vakantie compleet in het water was gevallen in SOS: Mijn Vakantie is een Hel. Maar vooral bij RTL5 breidde Gorgels zijn populariteit flink uit door mee te doen aan Expeditie Robinson, al jaren een kijkcijferkanon voor RTL. Hij wist het tot de finale te schoppen en werd door het publiek, een heel ander publiek dan zijn online volgers, in het hart gesloten.

 

woensdag 07 februari 2018 | Written by Heleen Scheurwater

By accepting you will be accessing a service provided by a third-party external to https://www.candidplatform.com/

Be Candid,
it’s contagious.

Candidness is the quality of speaking with
honesty and authenticity. Our Candid editorial
team shares stories that matter on media, data,
marketing, creativeness and technology.

Our Candid editorial team
creates stories that matter.