Candid. Platform
for growth.

Carlijn Postma: ‘Waarde van merk zit in publiek’

The influencers contentmarketing deel 3

,,Contentmarketing draait om het regelen van het loyale, betrokken publiek naar jouw platform, waardoor je daarna veel makkelijker wat kunt verkopen. Of dat nu een idee is of een product,” stelt Carlijn Postma. Ze is een van de meest invloedrijke experts ter wereld op het gebied van contentmarketing en behoort tot een klein groepje mensen in Nederland dat weet waar dit vakgebied over gaat.

 
Eigenlijk wilde ze journalist worden, maar ze belandde bij een reclameopleiding. Nu is ze eigenaar van The Post, een bureau gespecialiseerd in contentmarketing. Ze schreef diverse boeken en artikelen en werd geciteerd door internationale deskundigen op dit vlak. Daardoor stond ze in 2014 ineens op plaats 27 in de internationale lijst van 200 meest invloedrijke personen op het gebied van contentmarketing die onderzoeksbureau Onalytica publiceert. Tussen alle grote namen uit het vak. Hoe kom je daar te staan? Postma: ,,Ik denk dat het sowieso te maken heeft met de inhoud van wat ik schrijf. Ik had destijds twee hele praktische verhalen geschreven voor Frankwatching over contentmarketing. Die heb ik vertaald en die zijn gepubliceerd door het Content Marketing Instituut. Dat is heel invloedrijk. Daarna werden de artikelen over de hele wereld gedeeld. Toen ik daarna op plek 27 in die lijst stond, was ik zelf ook verrast, al is het in Nederland nauwelijks opgepikt. Nu contentmarketing in Nederland actueel is komt iedereen er ineens op terug, terwijl het drie jaar geleden was.”

 
Begrijpelijke metafoor
The Post was in 2012 een van de eerste bureaus die zich specialiseerden in contentmarketing. Daarvoor was het een online communicatiebureau. Postma koos voor een praktische methodiek en zocht naar een goede metafoor zodat mensen snappen wat contentmarketing is. ,,De methodiek noemen wij mediadenken. De metafoor die we gebruiken is die van een televisieserie,” legt ze uit. ,,Je moet je corporate verhaallijn vertalen naar de vraag: waar gaat je serie over? Oftewel: waar gaat de content van je merk over? Welke karakters spelen een rol? Zijn onze klanten de hoofdrolspelers? Als thoughtleadership je hoofddoel is, heb je vaak eigen medewerkers of experts die je naar voren haalt. Dat scenario kun je helemaal uitschrijven. Het is een hele fijne metafoor die heel veel houvast geeft.”

 
Niet alles in 1 aflevering
Vervolgens moet je contentmarketing volgens haar vergelijken met de verschillende afleveringen van je tv-serie. Postma: ,,Elke uiting met content is een aflevering van je serie. Je raakt als kijker steeds meer betrokken in het verhaal. Je gaat de karakters snappen. Zo gaat het ook met de intrinsieke waarde van je merk. Je moet het altijd kunnen snappen. Ook al kijk je maar een paar afleveringen en niet eens chronologisch. Er moet een begin en een eind aan zitten en je moet niet alles in één verhaal stoppen. Maar er zijn nog steeds bedrijven die zeggen: we hebben nu betaald voor dit stuk branded content, dus dit moet er allemaal in.”

 
Definitie moeilijk
De vraag wat contentmarketing nou eigenlijk is, is moeilijk te beantwoorden. In zijn whitepaper, doet Ed Peelen, bijzonder hoogleraar Content Marketing aan de Universiteit van Amsterdam, een poging. Het feit dat hij daar vier A4’tjes voor nodig heeft is volgens Postma een indicatie dat we er nog lang niet zijn. ,,We hebben het in een gesprek met Peelen gehad over de vraag hoe volwassen content marketing in Nederland is. Elke keer is de vraag: waar hebben we het over? Valt het onder communicatie? Is het een nieuw vak? Bedrijven vragen zich af: waar moet ik het plaatsen? Daar zijn we nog niet uit en dat is jammer. Ik ben van mening dat contentmarketing een nieuwe combinatie van vakgebieden is en echt een brug slaat tussen alles: marketing, sales, communicatie en branding. En dat al die losse elementen samengevoegd moet worden. Zolang we dat niet met zijn allen ook zo vinden, krijg je niet de juiste business-stromen, bijvoorbeeld vanuit de directie, en kun je niet zoveel. Dan gaan mensen sturen op sales en doen we daarnaast contentmarketing. Maar die twee dingen horen gewoon bij elkaar. Het is een gemiste kans als je ze los van elkaar zet.” Eerder noemde ze een dergelijke benadering een schizofrene strategie.

 
Geld verdienen
Contentmarketing leent zich meestal niet om er direct geld mee te verdienen. Puck Landewé zei in het eerste deel van deze serie al: ,,Juist als je heel bewust op verkoop gaat sturen, haken mensen af.” Daar is Postma het hartgrondig mee eens. Volgens haar moeten bedrijven eerst bepalen wat ‘the job to be done’ is. ,,Wat moeten we realiseren en waarvoor gaan we contentmarketing inzetten? Conversie kan ook zijn dat je een groter marktaandeel krijgt. Dat is de allerhoogste ‘job to be done’. Als je bijvoorbeeld een imagoprobleem hebt moet je eerst dat oplossen. Het is bijna nooit zo dat je direct op sales stuurt. Maar je kunt wel duidelijk sturen op meer warme leads, de koopintentie vergroten, waardoor uiteindelijk die sales omhoog gaan. Het is best eenvoudig de conversie vanuit warme leads te regelen, maar omdat er twee silo’s zijn in organisaties mengen we ze niet,” aldus Postma. Op het ene kanaal relevante content publiceren en dan bij de volgende klik meteen een ordinaire salesbanner of aanbieding tonen werkt volgens haar niet. Postma: ,,Wat sales moet weten is: waar zitten we in de reis van het publiek? Dan kun je een relevante vervolgstap doen. Dat is een kwestie van data verzamelen.”

 
Geen silo’s
Contentmarketing moet volgens Postma geen nieuwe discipline binnen bedrijven worden. Geen nieuwe eilandjes dus, waar mensen niet van elkaar weten waar ze mee bezig zijn. ,,Alle bestaande disciplines moeten samenwerken en dat is juist het mooie: dat kan ook in dit vakgebied. Vanuit de hoofddoelstelling vanuit marketing naar communicatie en concrete salesdoelstellingen; dat kun je allemaal vanuit één contentmarketingstrategie doen.”

 
Eigen uitgever zijn
Professor Peelen ziet contentmarketing als een multimediale vorm van uitgeven: bedrijven kopen geen ruimte meer in bij adverteerders, maar benaderen zelf partijen met eigen content. Ook Postma stelde eerder op frank.news dat merken net als media moeten denken. Ze moeten een eigen mediaplatform hebben om een directe lijn met hun publiek te krijgen. Daarbij is een online kanaal het best meetbare en best stuurbare medium. De beste voorbeelden die ze daarvan kent zijn Albert Heijn met Allerhande en het recente Appie TV, de Jyske bank met zijn eigen nieuwskanaal en Red Bull.

 
Publiek bepaalt
Bij een tv-serie zijn kijkers - het publiek - het belangrijkste target. Ook bij contentmarketing gaat het om publiek. Postma: ,,Essentieel is: het publiek moet het willen. Het publiek bepaalt zelf of het publiek wil zijn en of jij relevant bent. Dat is ook wat er in ons vakgebied nog gedaan moet worden. Zolang we allemaal nog in doelgroepen denken, blijf je een heel gedifferentieerde segmentaanpak krijgen. Natuurlijk heb je doelgroepen nodig voor je kanaalkeuze en voor je marketing. Maar bij contentmarketing vertaal je alles wat je doet naar content om je verhaal voor de bühne te krijgen. Dan praat je over tekst, beeld en geluid, dus heb je lezers, kijkers en luisteraars nodig. Dat is je publiek. Als je niet relevant bent, komt de boodschap niet binnen. Daarom vertalen we een doelgroep-beschrijving naar een beschrijving van publiek. Dat is essentieel anders. Wat daar in zit is: waar kunnen we samen over praten? Dat is voor veel bedrijven moeilijk omdat ze het niet in de vingers hebben. Die zijn in de jaren ’80 opgegroeid, maar die tijd is veranderd. Of mensen zien of horen je niet meer of - als je niet relevant - bent, gooien ze je eruit.”

 
Belevingswerelden
De kunst van contentmarketing is aansluiten op de beleving van het publiek op verschillende momenten: tijdens werk, in vrije tijd of sport, ’s avonds thuis. ,,Het publiek maakt een reis vanaf het eerste moment van zijn informatiebehoefte totdat het een loyaal publiek is. De vraag is: wat is de belevingswereld waarin jij als merk relevant kunt zijn en je publiek open staat voor jouw informatie? Dat moet je zoeken”, zegt Postma. Samen met haar klant DELA heeft ze vijf verschillende belevingswerelden onderscheiden, waarin steeds andere content vereist is. Bijvoorbeeld ‘er is in mijn omgeving onlangs iemand overleden’. Daarin past content over begrafenissen. Triggers die binnen die belevingswereld ontstaan en ruimte geven voor content van DELA zijn bijvoorbeeld: Hoe wil ik mijn afscheid eigenlijk? Of: Hoe troost je iemand die net een dierbare heeft verloren? Postma: ,,Als je content maakt, moet je zorgen dat het aankomt in de belevingswereld van mensen. Door die te benoemen weet je wat relevant is.”

 
In de kinderschoenen
Omdat contentmarketing nog betrekkelijk nieuw is, zijn de succesvolle voorbeelden in Nederland beperkt. ,,Contentmarketing in mijn visie is een lange termijnaanpak. Het is geen campagne die je van oktober tot december doet, maar een doorlopende aanpak. Dat vraagt dus ook een lange adem, maar belangrijker nog: commitment vanuit de directie. Als wij aan tafel zitten bij merken of organisaties waar de directie betrokken is bij content marketing, dan kunnen wij echt toegevoegde waarde bieden.”

 
Meetbaar maken
Postma wil ook een methode ontwikkelen om de effecten van contentmarketing meetbaar te maken. ,,Wij meten in termen van publiek, in hoeveel nieuw publiek we vinden. Daarom wil ik het liefst één contentplatform waar alles staat,” legt ze uit. ,,Dan kun je dat makkelijker meten. We starten vanuit de ‘the job to be done’. Als dat is om thought leader te worden kun je wel zeggen: ik wil heel veel bezoekers op mijn platform, maar dat is minder interessant. Een doel kan bijvoorbeeld zijn: ik wil dat 10 procent onze content deelt. Het activeren en binden van je publiek, zorgen voor terugkerend publiek is dan veel interessanter. Dat zit in onze publieksreis. Maar ook: hoeveel pagina’s per bezoek bekijken mensen? Daar moet je continu op monitoren. Daar kun je het effect van je contentmarketing in afmeten. Ook het doorlinken naar een productpagina kun je meten. Dan begint de buyersjourney. Uiteindelijk draait contentmarketing om het regelen van het loyale, betrokken publiek naar jouw platform waardoor je daarna veel makkelijker wat kunt verkopen.”

 
Gemiste kansen
De samenwerking tussen WE Fashion & GTST - waarbij soapkarakter Nina Sanders modeontwerpster voor het kledingmerk wordt - is volgens haar een goed voorbeeld van serie-denken in contentmarketing. Maar dat had volgens haar veel verder doorgetrokken kunnen worden. Postma: ,,Uit cijfers blijkt dat er een hogere verkoop was, maar mijn eerste vraag was: en nu? Het was nu een eenmalige bioscoopfilm, maar geen serie. Wat WE volgens mij nog had kunnen doen, is na afloop van zijn rol in de serie de ontwerpers van WE in real-life naar voren laten treden. Dan trek je die verhaallijn door. Zonde dat je dat niet verder uitbouwt. Want blijkbaar is er publiek voor content over het ontwerpen van een kledinglijn. Desalniettemin was het een goed probeersel.”

 
 
De selectie
In de serie ‘Franks Influencers’ maken we in 2017 een serie grote verhalen met mensen die een visie op het vak hebben, die verder kijken dan de dag van morgen. Per deelgebied hebben we een selectie geformeerd van mensen die we graag willen interviewen. Natuurlijk kunnen we deze selectie gedurende het jaar aanpassen/uitbreiden als zich leuke, bijzondere, interessante nieuwelingen of oudgedienden aandienen op een congres of als iemand een bijzonder boek of inspirerende blog schrijft. Oh ja, we hebben vooralsnog geen verdienmodelletje of fancy feest gekoppeld aan de lijst. Het zijn gewoon mensen die wij bijzonder vinden, die niet meelopen in de horde, die het vakgebied een beetje vooruit helpen (want dat is nodig). 
 
De Contentmarketing-influencers:

  • 1. Puck Landewé (VodafoneZiggo)
  • 2. Cor Hospes (Merkjournalisten)
  • 3. Aart Lensink (LVB)
  • 4. Patrick Petersen (auteur en docent)
  • 5. Ed Peelen (Bijz. hoogleraar Contentmarketing UvA)
  • 6. Carlijn Postma (The Post)
  • 7. Charlotte Nijs (Nu.nl)
  • 8. Ebele Wybenga (Contently)
  • 9. Léon Bouwman (RedactiePartners)
  • 10. Joyce Borghardt (RTL)
  • 11. Gonnie Spijkstra (Story First)
  • 12. Willem-Albert Bol (De Persgroep)
  • 13. Joe Pulizzi (internationaal contentgoeroe)
  • 14. Andi Gall (Red Bull Media House)
  • 15. Carolien Vader (The Big Story)
  • 16. Patricia Borghouts (GRAZImedia.com)
  • 17. Leanne Hermans (LINDA.Het Bureau)

 

woensdag 05 april 2017 | Written by Redactie Frank.News

Gaat product placement reclame vervangen?

In een wereld waarin de consument steeds meer weerstand opbouwt tegen reclame en er meer en meer middelen komen om deze buiten de deur te houden, moeten marketeers op zoek naar nieuwe oplossingen.

 
Nieuwe manieren van advertising die minstens zo interessant zijn voor de adverteerder en stukken minder irritatie opwekken bij de consument. Product placement is zo’n alternatief. In films en theater bijvoorbeeld. Op zich niets nieuws onder de zon, maar in de tijd van adblockers en uitgesteld kijken wel een steeds aantrekkelijker alternatief.

 
Lucratieve vorm van advertising
Product placement is zo oud als de weg naar Rome. De gebroeders Lumière, pioniers op het gebied van speelfilms, pasten deze lucratieve vorm van advertising meer dan 100 jaar geleden al toe. In 1896 verwerkten zij zeep van het merk Lever in één van hun films. In de eeuw die volgde, ontwikkelde product placement zich tot een booming business. Met name in de Verenigde Staten bestaat een complete industrie die zich bezighoudt met het screenen van scripts en het zoeken naar geschikte adverteerders voor films. In Nederland is deze industrie minder ver ontwikkelt, zeker als het gaat om product placement in het theater. Maar steeds meer bedrijven richten hun pijlen op deze tak van sport. Zo nam media salesbedrijf Value Zipper onlangs film en theater op in haar portfolio. Naast print, online en social media wil het bedrijf nu ook via deze media een brug vormen naar de top 500 adverteerders.

 
Match tussen adverteerder en merk
,,Om voor nog meer merken een relevante gesprekspartner te zijn, en om onze bestaande klanten nog beter te kunnen bedienen, zijn we steeds op zoek naar nieuwe verrassende oplossingen,” zegt Mark Haring, accountmanager brand solutions bij Value Zipper. ,,Met de toevoeging van film en theater is er weer een zeer mooie extra mogelijkheid bijgekomen. Hiermee doen we ongeveer hetzelfde als met de andere media die we al hebben. We zoeken een match tussen adverteerder en mediamerk, waarna we afhankelijk van de boodschap en de doelstellingen, samen bekijken hoe we het verhaal van de adverteerder zo passend mogelijk in de titel mee kunnen nemen. Onze business is het helpen van merken met het vertellen van hun verhalen, in of met behulp van de media die we vertegenwoordigen. Films en theater hebben weer andere eigenschappen en voordelen die daarmee ons palet aan mogelijkheden ruimer maken.”

 
Vraag naar branded content groeit
Haring heeft niet de illusie een compleet nieuwe markt aan te boren. ,,Branded content in televisieprogramma’s en in films is in Amerika al jaren erg belangrijk. Steven Spielberg had in 1982 al 29 commerciële deals rondom E.T. en bijna iedereen kent de combinatie Heineken en James Bond.” Maar in Nederland ziet hij nog volop mogelijkheden. ,,De Nederlandse film is pas sinds een aantal jaren echt booming. In de bioscoop draaien steeds meer Nederlandse producties en deze trekken een steeds groter en breder publiek. Je ziet hierdoor bijvoorbeeld ook de bestedingen aan bioscoopreclame toenemen. In vrijwel alle media zie je de vraag naar branded content groeien en wij geloven dat dit ook voor films geldt. Met goed bedachte en uitgevoerde inscript momenten kun je het product of dienst op een natuurlijke manier laten zien. En het bereik van films kan flink oplopen omdat je profiteert van de totale levenscyclus van een film. Deze is ongeveer twee jaar: van bioscoop naar VOD, dvd, pay-tv en free-tv. Recentelijk werd bijvoorbeeld Soof uitgezonden bij RTL en hier keken nog ruim 1.4 miljoen mensen naar.” Een markt vol potentie dus. Hoewel de megadeals uit Hollywood in Nederland niet haalbaar lijken. ,,Helaas niet. De bedragen die gepaard gaan met dit soort sponsorships zijn afhankelijk van het bereik en het potentiele rendement van een film of voorstelling. Wij houden ons bezig met Nederlandstalige producties en daarmee is het bereik en de impact uiteraard vele malen minder dan bij producties die meer internationale exposure hebben.”

 
Kijkervaring niet verstoren
De consument wordt steeds handiger in het ontwijken van reclames. Adblockers zijn mainstream geworden en reclamevrij televisiekijken is voor sommige bedrijven een USP. Is product placement hier het verlossende antwoord op? Eva van Reijmersdal, universitair hoofddocent bij de afdeling Communicatiewetenschap aan de Universiteit van Amsterdam, gelooft daar wel in, mits het goed gebeurt. ,,Mensen bedenken allerlei trucjes om reclame op televisie te omzeilen. Dat begon ooit met de afstandsbediening zodat mensen vanuit hun luie stoel weg konden zappen. Toen kwamen er allerlei slimme decoders waardoor je reclameblokken door kon spoelen. Het wordt steeds makkelijker om reclame te mijden. Ook online zijn daar allerlei trucjes voor. Die trend is al heel lang gaande. Daarom zie je product placement steeds meer toenemen. Kijk maar naar Netflix. Daar gebeurt het ook volop. Het is een meer geaccepteerde vorm van reclame maken. Daar is ook onderzoek naar gedaan. Mensen vinden het onderbreken van een film voor een reclameblok veel vervelender dan wanneer reclame via product placement verwerkt is in de film zelf. Maar dan moet het wel subtiel gebeuren en iets toevoegen aan de verhaallijn. En zeker niet de kijkervaring verstoren.”

Als je het doet, moet je het dus goed doen. Anders breng je jezelf als merk eerder schade toe. ,,Een voorbeeld van hoe het niet moet is bijvoorbeeld een scène uit Goede Tijden, Slechte Tijden,” zegt Van Reijmersdal. ,,Eentje van lang gelden, toen meneer Harmsen nog meedeed. Die was aan het stofzuigen en zocht de stofzuigerzakken. Iemand antwoordde hem vervolgens ‘Maar meneer Harmsen, deze stofzuiger heeft helemaal geen zakken nodig’. Dat was dan zo’n model van Dyson dat toen net nieuw was. Die info was totaal niet relevant voor het verhaal en de nadruk lag veel te veel op het product.” Een misser dus.

 
Hoe het wel moet
Maar hoe moet het dan wel? ,,Een goed voorbeeld, heel prominent maar wel heel goed, is de film Cast Away. Hierin speelt een volleybal van het merk Wilson een hele grote rol. Die bal wordt in het verhaal een vriend van de hoofdrolspeler. Hij praat ook tegen die bal, die hij Mr. Wilson noemt. De bal is heel prominent aanwezig maar wel relevant in het verhaal. Of een goed voorbeeld waar ik zelf ook intrapte: de serie Lost. Daar stort een vliegtuig neer op een onbewoond eiland. Over het hele eiland liggen koffers verspreid en de overlevenden gaan die koffers openmaken om de bruikbare spullen te verzamelen. Er zit een koffer bij die absoluut niet open wil. Een product placement voor een merk dat bekend wil staan om haar extra sterke, veilige koffers. Zelfs ik trapte er in, en dat terwijl ik al jaren onderzoek doe naar product placement. Dat was echt goed gedaan.”

Ook Mark Haring ziet in dat de uitvoering bij product placement cruciaal is. ,,Afkeer van reclame is al zo oud als reclame zelf. Er is natuurlijk enorm veel advertising, zowel op televisie als online en in andere media. Veel mensen ervaren dit als irritant en proberen het te ontwijken. Adverteerders zoeken dus andere manieren. Goeie product placement en branded content is relevant, sympathiek en biedt de ontvanger waarde. Mits goed uitgevoerd worden deze vormen veel beter geaccepteerd, maar het risico op irritatie is er natuurlijk ook. Een goede match en geloofwaardigheid zijn essentieel.”

 
Concrete samenwerking
Op het gebied van theater zijn er nog geen concrete cases bij Value Zipper, maar het bedrijf is inmiddels een eerste samenwerking op filmgebied aangegaan met Rick Engelkes Producties. Voor het najaar van 2017 staan twee producties op de planning. De romantische comedy Huisvrouwen Bestaan Niet en de familiefilm Kruimeltje 2. Voor Haring een eerste mogelijkheid om aan te tonen dat de aanpak van Value Zipper effectief is. ,,Films spreken tot de verbeelding, mensen kijken met hun volledige aandacht. In de bioscoop zelfs in een afgesloten ruimte, waar ze ook nog eens voor betalen. Adverteerders kunnen nu deel uitmaken van deze ervaring, en zelfs van het gehele traject daaromheen. En natuurlijk het cijfermatige, het bereik dat wordt opgebouwd, de lading van het verhaal en soms zelfs daadwerkelijk conversie.”

 
 
 
 
donderdag 19 januari 2017 | Written by Heleen Scheurwater

Fake Starbucks of Apple Store versterkt de echte

Bekende merken en ketens klagen steen en been over namaakwinkels, zogeheten retail knockoffs. Vooral Chinezen zijn er sterk in. Uit onderzoek blijkt echter dat nepwinkels de echte kunnen versterken en dat authentieke en imitatieketens beter kunnen samenwerken dan elkaar voor de rechter bestrijden.

 
Namaakartikelen en namaakwinkels van dure en exclusieve merken vormen wereldwijd een probleem dat de economie 600 miljard dollar per jaar kost. Namakers stelen als het ware de creativiteit en de kennis van grote bedrijven en merken. Het gaat vooral om merkkleding,

horloges, tassen en andere artikelen van leder, films, muziek en software. Het probleem lijkt onuitroeibaar, want consumenten vinden het spannend om aan deze illegale handel mee te doen. Of ze kunnen zich het dure echte product niet veroorloven en maken daarom goede sier met de namaakvariant.

 
China kopieert het meeste 
In China en andere delen van Zuidoost-Azië zijn ook namaakwinkels van bekende retailketens sterk in opkomst. Ze kopiëren brutaal het logo, de uitstraling, de inrichting, de service, menu en het aanbod van grote bekende ketens als Starbucks, Apple, Nike, KFC, Ikea, McDonalds en 7-Eleven en maken daarmee inbreuk op het intellectueel eigendam, patenten, copyright of trademarks. Bij retail knockoffs gaat het echter niet om exacte kopieën, maar om imitatiewinkels die veel op de authentieke ketens lijken, maar er toch een eigen draai aan geven. Daarmee omzeilen ze de wet en zijn ze strikt genomen niet illegaal.

 
Positief effect 
Zijn deze retail-knockoffs wel zo schadelijk? Of hebben ze ook een positief effect op de authentieke keten? In hun onderzoekRetail Knockoffs: Consumer acceptance and rejection of inauthentic retailers’ concluderen onderzoekers Mark Rosenbaum, Mingming Cheng en Ipkin Anthony Wong het laatste. De nepwinkels blijken namelijk meer brand awareness voor het authentieke merk op te leveren op plekken waar de ketens niet zitten. Ze kunnen daarom beter samenwerken als partners in innovatie en uitbreiding dan elkaar voor de rechter bestrijden, concluderen ze. Het onderzoek wordt belicht in de laatste SWOCC-selectie.
 
Het bijt elkaar niet 
Het drietal vroeg zich in eerste instantie af waarom consumenten voor de namaakvariant kiezen. Dan blijkt dat echte en namaakwinkels elkaar nauwelijks bijten. Mensen bezoeken de namaakketens vooral omdat de authentieke variant niet in de buurt zit. Ze kiezen voor het authentieke merk vanwege de service en kwaliteit, omdat ze de hoge prijzen willen en kunnen betalen, bang zijn dat hun sociale status een deuk oploopt als ze de nepwinkel bezoeken en omdat ze behoefte hebben aan garantie. Consumenten die voor de namaakwinkel kiezen doen dat omdat ze daar een lagere prijs betalen, vergelijkbare service en kwaliteit zoeken als bij het authentieke merk, niet loyaal genoeg zijn aan het echte merk en goede sier willen maken met -weliswaar niet de echte - maar toch dure merkproducten.

 
Onderscheidend
Dit geeft aan dat authentieke merken en ketens vooral gewaardeerd worden vanwege hun hogere kwaliteit. Daarmee onderscheiden ze zich van de imitatiewinkels. Omdat hun klanten hechten aan sociale status kunnen ze hierop inspelen door het effect van hun producten of diensten op die sociale status van hun klanten te benadrukken in hun reclame-uitingen.

 
Bron: Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Commerciële Communicatie (SWOCC).
 
donderdag 12 januari 2017 | Written by André Oerlemans

7 Slimme reclametips voor kortingsdag Black Friday

In Amerika is het al jaren een fenomeen en in Nederland wordt het inmiddels ook steeds vaker opgepakt: de dag na Thanksgiving, oftewel Black Friday. Deze dag zorgt ervoor dat online en offline de winkels in het teken staan van één ding: korting. Op 25 november 2016 is het weer zover. Welke interessante vormen zijn er om deze dag te vieren en hoe kunnen we die zelf slim gebruiken?

 
Of het nu Black Friday is of niet, geef aan de volgende manieren een eigen draai en wie weet heb je een succes te pakken.

 
  1. ‘Schrijf je in/ meld je aan’ en krijg korting
De ‘schrijf je in voor onze nieuwsbrief en krijg XX%korting’-truc is simpel, maar werkt wel. Ook geschikt voor Black Friday. Geen fan van e-mailmarketing? Dit kan natuurlijk ook in de vorm van ‘meld je aan voor onze app/service/site/etc en ontvang een eenmalige korting’.

 

  1. Personaliseer de korting
Als je, mede door punt één, een groot bestand hebt aan nieuwsbriefabonnees, kun je er maar beter meteen goed gebruik van maken. Je kunt kiezen voor de simpele ’Krijg vandaag XX% korting, klik hier’-variant. Of je personaliseert de korting en maakt de nieuwsbrief in de vorm van een gift guide, met een selectie producten speciaal voor hem, haar, voor kids, etc.

 

  1. Zet social media slim in
Maak een speciale Black Friday-kortingscode aan voor één dag en post deze op sociale media als Instagram, Snapchat, Pinterest en Facebook. Deze actie kun je meteen gebruiken om meer volgers/likes te creëren op de sociale media waar jij je met je bedrijf/merk op richt. Start bijvoorbeeld een week vooraf met promotionele posts met een boodschap als: ‘Volg ons op Instagram en je krijgt vrijdag een speciale kortingscode cadeau!’

 

  1. Geef ieder uur korting op een ander product
Bedenk welk product je het liefst wilt boosten en creëer extra kortingsgekte + online verkeer als je een webshop hebt, door ieder uur korting op een ander product te geven. Dit kun je extra aanjagen door eventueel een extra opt-in nieuwsbrief te maken waar klanten die hier interesse in hebben zich voor op kunnen geven, of door social media posts van iedere kortingsactie te plaatsen.

 

  1. Geef speciale korting aan loyale klanten
Selecteer de klanten die voor een langere periode loyaal zijn aan jouw merk/bedrijf en bedank ze met een speciale kortingscode die alleen voor hen geschikt is. Op bijvoorbeeld een bepaald product/dienst of zelfs een product/dienst naar keuze. Voor 1 jaar klant: 10%, 2 jaar 20%, 3 jaar 30%, met een max van bijvoorbeeld 50%. Door deze kortingsactie jaarlijks terug te laten komen, creëer je extra klantenbinding. Mits je product/dienst goed is en blijft natuurlijk…

 

  1. Promoot een goed doel
Zet een samenwerking op met een aantal goede doelen, en laat de klant zelf uit één van deze goede doelen kiezen waar ze 10% van de prijs van het gekochte product aan kunnen doneren.

 

  1. Zet de kortingsactie in op een goed moment
Reden om niet aan Black Friday mee te doen, is voor sommige bedrijven simpelweg dat er toch wel gekocht wordt in de periode rondom de feestdagen. Bekijk je eigen verkoopcijfers en bepaal een geschikt moment waarop de verkoop van je dienst of product vaker tegenvalt en wel een boost kan gebruiken. Gebruik bovenstaande punten en bedenk een eigen kortingsactie die je ieder jaar in dezelfde periode terug kunt laten komen.
donderdag 17 november 2016 | Written by Kim Buitenhuis

Fout, fouter, foutst

Een tuincentrum dat voor Reader’s Digest speelt en een blogger die denkt dat ze Jomanda is en kanker kan genezen. Er is nog veel misleidende en soms zelfs strafbare reclame, zo blijkt uit uitspraken van de Reclame Code Commissie (RCC).

 
De commissie kreeg het afgelopen jaar 3399 klachten binnen, een groei van 15 procent, waarvan er 535 werden toegewezen. Tegenover die stijging meldt de commissie ook een positieve tendens: in 96 procent van de gevallen gaf de adverteerder gehoor aan de uitspraak van de RCC en paste de reclame aan of trok hem in.

 
Misleidend 
Toch blijven uitspraken van de commissie elk jaar weer verrassen. Het is alsof sommige adverteerders en reclamemakers nooit leren van het verleden. Bijvoorbeeld van de klachtenregen die elke keer losbarst als Reader’s Digest zijn Prijzenfestijn lanceert. Met brieven die suggereren dat mensen enorme geldprijzen hebben gewonnen…mits ze een proefabonnement nemen. Pure gebakken lucht. Onder meer in 1996 tikte de RCC de uitgever vanwege deze misleidende reclame op de vingers.

 
Dringende oproep 
Tuincentrum en plantenpostorderbedrijf Bakker uit Hillegom dacht dit ‘succesvolle format’ te kunnen kopiëren. Net zoals bij de Reader’s Digest kregen mensen een geadresseerde envelop met teksten als ‘dringende oproep’ en ‘belangrijke mededeling’. Wie de brief openmaakt leest dat hij winnaar is van een cheque van 10.000 euro en dat de snelste inzender ook nog een LED tv krijgt. De koerier staat al klaar. En net zoals bij Reader’s Digest schreeuwt de inhoud om actie met koppen als ‘Uw GRATIS MEGAPAKKET en uw BANKCHEQUE zijn ingepakt en staan verzendklaar’ (compleet met afgebeelde inpakorder). Dat spannende megapakket van 10.000 cm2 blijkt in de praktijk een pakket met vlinderbloemenzaadjes, bij inzaaien goed voor één vierkante meter tuin. Van alle geadresseerden wint slechts één deelnemer het geld en de tv gaat niet maar de snelste inzender.

Pure misleiding dus, oordeelt de Reclame Code Commissie. Bakker Hillegom geeft volgens de RCC in de reclame onjuiste en onduidelijke informatie over de werkelijke inhoud van de actie. Maar wat erger is: het bedrijf is hierover herhaaldelijk op de vingers getikt naar aanleiding van klachten, maar gaat stug door.

 
Slechte voorbeeld 
Wat het extra wrang maakt is dat CEO Paul Geraeds van Bakker Hillegom ook voorzitter is van de SAN, de Stichting Adverteerdersjury Nederland, die de kennis en ervaring van adverteerders inzet voor een structurele bijdrage aan het marcom vak. In die hoedanigheid moet hij de campagnes van adverteerders en bureaus beoordelen. Niet echt een kwestie van het goede voorbeeld geven dus. Volgens de RCC heeft Bakker Hillegom overigens wel gevolg gegeven aan de uitspraak.

 
Fout, fouter, foutst 
Prijzen beloven die er niet zijn is fout, dergelijke bekritiseerde campagnes kopiëren is fouter, maar reclame maken die mensenlevens kan kosten is toch wel het foutst. Gouden Era Praktijk voor Geneeskunde van Sophia Dijkhuis Vassiliou maakt in ‘Sophy’s blog’ en op haar website reclame voor een olie, een tinctuur en healings die samen ‘de échte oplossing voor kanker’ bieden en ‘tumoren kunnen verwijderen’. De olie en de tinctuur worden zelfs aangeprezen als een geneesmiddel tegen kanker, iets wat wettelijk verboden is. Zelf ziet ze er echter geen kwaad in, meldde ze telefonisch aan de RCC.

Die stelt dat de reclame misleidend is, omdat nergens uit blijkt dat de middelen of de healings ook werken. Dat is des te erger omdat de uitingen zijn gericht op een kwetsbare groep mensen  - kankerpatiënten - en de indruk wordt gewekt dat de aanbevolen producten voor ongeneeslijk zieke mensen dé oplossing zijn, aldus de RCC in haar uitspraak.
 
Jomanda en Millecamp 
De blog roept herinneringen op aan de dood van comédienne Sylvia Millecam en de rol van Jomanda, die ook beweerde dat ze kanker kon genezen. Millecamp overleed in augustus 2001 op 45-jarige leeftijd aan de gevolgen van borstkanker. Hoewel haar artsen chemotherapie hadden aanbevolen, zei genezend medium Jomanda dat ze geen kanker had, maar een bacteriële infectie. Daarop zag Millecam af van reguliere behandelingen, bleef de healings van Jomanda bezoeken en stierf. Justitie spande een rechtszaak aan tegen Jomanda, eiste een jaar celstraf, maar in maart 2013 werd het medium definitief vrijgesproken. Jomanda dook dit jaar weer op in een reclame, maar nu brengt ze enkel lampjes aan de deur.

 
maandag 14 november 2016 | Written by André Oerlemans

Juiste muziek in winkel beïnvloedt koopgedrag

De old school truc met de geur van gebakken appeltaart blijkt niet de enige remedie om klanten naar je winkel te trekken. In Londen deed kledingmerk Harvey Nichols een onderzoek en ontdekte dat klanten langer in de winkel blijven hangen en meer kopen als de juiste muziek gedraaid wordt.

 
We zijn het tijdperk allang voorbij waarin je muziek van de populairste radiozenders bij grote winkelketens uit de boxen hoort knallen. Met muziekstreamingdiensten hebben de meesten inmiddels een playlist waardoor je als klant tijdens het shoppen niet wordt lastig gevallen door het gezwets van een radio dj. Maar het kan nog een stapje verder: er zijn inmiddels verschillende muziek consultancy bedrijven die je als merk kunt inhuren om de perfecte shopping playlist samen te stellen.

 
Consument wil experience
Zo is Britse retailer Harvey Nichols de afgelopen anderhalf jaar een samenwerking aangegaan met muziek consultancy bedrijf Music Concierge om speciale op maat gemaakte playlists samen te stellen. De marketing en creative director Shadi Halliwell legt uit aan de BBC: ,,We realiseerden ons dat het bezoek van de consument steeds meer afhangt van de ervaring in de winkel. Als je die experience in de winkel niet wil, shop je wel online.”

Maar dan moet je nog wel weten hoe je die geweldige winkelervaring realiseert. Zo kwam het bedrijf bij Music Concierge uit. Halliwell: ,,Uit onze research bleek dat de juiste visuele sfeer en de perfecte muziek samen ervoor zorgen dat de klanten langer in de winkel blijven. En des te langer ze in de winkel blijven, des te groter de kans dat ze ook tot koop van een product overgaan.”

 
Passend bij profiel
Harvey Nichols is niet de enige die met een bedrijf als Music Concierge in zee gaat. Ook spa’s, hotels en restaurants zijn op zoek naar die ultieme playlist. Eén van de belangrijkste startpunten hierbij is het doorspreken van het profiel van je eigen merk of bedrijf. Wat wil je uitstralen? Zo heeft Halliwell het ook aangepakt. ,,We zijn een Brits merk en we staan bekend om onze samenwerking en support voor opkomend talent in mode en beauty industrie. Met dat in ons achterhoofd wilden we een lijst vol soundtracks van opkomend en nieuw talent creëren om zo bij de klant het ontdekkingsgevoel te realiseren.”

 
Aansluiten bij doelgroep
De link van emoties en muziek is natuurlijk al veel langer bekend, legt Rob Wood, dj en oprichter van Music Concierge uit. ,,Maar als je het op een doordachte manier samenstelt, net als je styling en licht in de winkel, kan het een geweldige tool zijn voor je merk.”

Zo zijn er restaurants die hun tafels meerdere keren op een avond willen verkopen. Uptempo muziek is dan een goede keuze. Daarbij geldt natuurlijk: smaken verschillen. De artiestkeuze voor de één, is niet zo geweldig voor de ander. Daarom valt en staat alles met een goede profielschets van je doelgroep, en niet alleen van je eigen wensen en merk.

 
Van wie is dat coole nummer?
Music consultancy Record-Play wordt al jaren ingezet voor merken als Sony, Reebok en Adidas. Voor het laatste merk, kreeg oprichter Daniël Cross de taak om de Adidas Original stores te voorzien van dé perfecte muziek. De doelgroep: millennials. Cross: ,,Bij het merk en de doelgroep passen geen klassiekers als Mariah Carrey of metal als Antrax. Voor iedere winkel zijn we op zoek gegaan naar dé nieuwste producers, artiesten en underground dj’s die bij de doelgroep nog onbekend waren.”

De Original stores zijn wereldwijd verspreid. In iedere stad werd gekeken naar de nieuwste en nog onbekende artiesten en daarmee konden afgemeten playlists per store worden samengesteld. Cross: ,,Het effect: klanten die speciaal de winkel in kwamen lopen, omdat ze benieuwd waren van wie dat coole nummer was.”

En dan maar hopen dat ze niet met lege handen naar buiten lopen.

Bron: BBC.com
maandag 25 juli 2016 | Written by Kim Buitenhuis

Oosterse wijsheid: met gehate pop-ups toch meer conversie

Met gehate pop-up advertenties toch 10 tot zelfs 20 procent conversie behalen op je website? Het kan, als je maar de juiste boodschap op het juiste moment naar de juiste persoon stuurt. Oftewel: personaliseren en nog eens personaliseren. In dit geval komen de wijzen uit het oosten.

 
Websites en webshops hebben een gemiddeld conversiepercentage van tussen de 0,5 en 2 procent. Amerikaanse en Engelse sites scoren hoger - sommige zelfs boven de 4 procent - , Nederlandse sites zitten gemiddeld rond de 1,6 procent. Dat cijfer opkrikken geldt als een van de heilige gralen in marketingland.

Het Hongaarse Optimonk en van oorsprong Roemeense Marketizator hebben bewezen dat te kunnen en mochten zich in Nederland presenteren tijdens de Savage Marketing conferentie. Met nieuwe technologieën en slimme tactieken weten de internationaal opererende bedrijven de conversie van websites te verhogen naar meer dan 10 of 20 procent.

 
25 procent conversie
Cruciaal in hun aanpak is de informatie over de bezoekers van websites. ,,We hebben daarvoor twee databronnen. Waar ze vandaan komen en waarin ze geïnteresseerd zijn,”

zegt CEO Csaba Zajdo van Optimonk, specialist in e-commerce conversie. Het bedrijf is wereldwijd betrokken bij 4000 websites en 3000 e-commerce sites. Het maakt gebruik van on-site retargeting, waarbij bezoekers een pop-up te zien krijgen als ze de website willen verlaten. Gemiddeld reageert 25 procent op die boodschap en wordt klant of schrijft zich in.

 
Pop-ups reden voor adblockers
Hij vist in troebel water, zouden marketingdeskundigen zeggen. Pop-ups zoals banners, advertenties, video’s en andere reclame die ongevraagd op je scherm verschijnen, worden door de meeste consumenten als zeer irritant ervaren. Ze vormen een belangrijke reden om adblockers te installeren, de grootste bedreiging voor adverteerders en uitgevers.

Wereldwijd gebruiken al 419 miljoen van de 1,9 miljard smartphone bezitters - 22 procent - een adblocker. Dat aantal is sinds 2015 met 90 procent toegenomen. Vergeleken met de percentages in Azië (37 procent) en Amerika (27 procent), valt het in Europa (9 procent) nog mee. Volgens brancheorganisatie IAB Nederland is het gebruik in Nederland dit jaar zelfs met 7 procent afgenomen. Uit eerder onderzoek van IAB bleek al dat mensen vooral adblockers installeren vanwege irritante reclames zoals pop-ups.

 
Populair en gehaat
,,Pop-ups zijn weer populair bij marketeers, maar bij bezoekers nog net zo gehaat als vroeger. Waarom ze dan toch gebruikt worden? Omdat ze werken,” stelt Zajdo. ,,Ze zorgen voor een conversiepercentage van 1 tot 5 procent, dus geven tien keer zoveel rendement.”

De vraag is dan ook hoe je met pop-ups nog meer leads of verkopen kunt behalen? Optimonk gebruikt daarvoor segmentatie en personalisatie om de boodschap relevanter te maken. ,,Doel is de juiste boodschap op het juiste moment bij de juiste persoon te krijgen,” stelt Zajdo.

 
Monitoring bezoekers
Als mensen een website bezoeken is te monitoren waar ze vandaan komen. Bijvoorbeeld van welke website ze komen, van welke social media zoals Facebook of welke zoekterm ze hebben ingetikt op Google. Optimonk onderscheidt daarbij hete en koude bronnen. Bij hete bronnen komen bezoekers van pagina’s en webshops die iets verkopen. Dat zijn kopende bezoekers. Bij koude bronnen komen ze van nieuws- of informatiesites en zijn ze meer oriënterend en zoekend. ,,Daarom moeten websites niet één algemene, maar verschillende landingspagina’s creëren om bezoekers op te vangen,” aldus Zajdo.

De tweede belangrijke informatiebron is de interesse van bezoekers. Als ze van een website over pindakaas komen zijn ze waarschijnlijk op zoek naar pindakaas. Zoeken ze een televisie of nieuwe schoenen, dan zijn waarschijnlijk daar in geïnteresseerd. Tijdens hun bezoek worden al die data verzameld.

 
Niet laten vertrekken
Of ze iets kopen of niet, uiteindelijk zullen alle bezoekers de website weer verlaten. Vlak daarvoor begint de on-site retargeting. Via zogeheten exit-intent technologie kan Optimonk het gedrag van bezoekers per milliseconde volgen. Dus ook als die met hun muis of vinger schuin naar de rechter bovenhoek gaan om weg te klikken. Of als ze naar beneden scrollen, juist blijven hangen of terugkomen op de site. Zajdo: ,,Als je alle informatie hebt vergaard is dat het juiste moment voor de juiste boodschap. Als je dan een gepersonaliseerde pop-up stuurt, schieten de conversiepercentages als een raket omhoog.”

 
Iedereen eigen pop-up
‘Gepersonaliseerd’ is hierbij het trefwoord. Iedere persoon of doelgroep zou een andere pop-up met een gericht aanbod moeten krijgen, bijvoorbeeld met behulp van dynamische tekstvervanging. Ook per device is een andere boodschap nodig. Zajdo geef het voorbeeld van een webshop voor schoonheidsproducten voor vrouwen van boven de veertig. Als iemand de productpagina’s leest en weg wil klikken, verschijnt een pop-up met een aanbod van 10 procent korting. Als iemand geen interesse lijkt te hebben om te kopen, verschijnt een pop-up met tien schoonheidstips voor vrouwen boven de veertig. ,,Dit soort kleine veranderingen zorgden voor conversiepercentages van 4 tot 11,2 procent,” aldus Zajdo. Optimonk heeft met deze aanpak al ruim 600 miljoen vertrekkende bezoekers van een website teruggehaald.

 
Zelfde aanpak
De aanpak van Optimonk komt in veel opzichten overeen met die van Marketizator. Ook het Roemeense bedrijf, met vestigingen in onder meer Polen en Nederland, boekt resultaat met het monitoren van bezoekers, voor, tijdens en na hun bezoek, en het sturen van gepersonaliseerde reclame. Het bedrijf is wereldwijd betrokken bij 9000 websites zoals T-Mobile en Samsung.

Net als zijn college verbaast CEO Valentin Radu zich erover dat webshops slechts één homepage hebben. ,,Wereldwijd wordt 62 miljard dollar besteed op emerce websites met slechts één landingspagina,” zegt Radu. Dat is volgens hem een van de redenen voor de lage conversiepercentages.

 
Dokter volgt stappenplan
De eerste stap van Marketizator bij zijn aanpak om de conversie van websites te verhogen is onderzoek. ,,Net als een dokter röntgen nodig heeft om een gebroken been te onderzoeken, moeten we eerst kijken waarom een website nauwelijks conversie heeft,” vertelt Radu. Marketizator gebruikt daarvoor onder meer panelonderzoek en A/B testen, maar ook data over herkomst en online gedrag. Dat moet antwoord geven op de vraag of bezoekers vinden wat ze zoeken en wat hen ertoe drijft iets te kopen.

 
Case studie Avon
Radu gebruikt de case studie van het gerenommeerde Amerikaanse merk Avon voor make-up en schoonheidsproducten als voorbeeld. ,,Hun webshop is een van de grootste ter wereld met een omzet van 10 miljard dollar per jaar, maar toen we hun website via Google Analytics analyseerden bleek er een probleem met het gebruik van filters voor make-up voor ogen. Bezoekers twijfelden of de make-up wel bij hun ogen paste,” vertelt hij.

Daarom werd bezoekers eerst gevraagd welke kleur ogen ze hebben. Als ze de webshop dreigden te verlaten verscheen een pop-up die hulp bood bij het bepalen van de oogkleur. Of ze kregen het aanbod gebruik te maken van make-up advies van een expert. Dat leverde inschrijvingen en veel gepersonaliseerde data op.

Na het bepalen van de oogkleur kregen bezoekers persoonlijke boodschappen over de goede eigenschappen van hun oogkleur. Vervolgens kregen bezoekers aanbiedingen van andere producten die bij deze oogkleur passen.

De resultaten waren verbluffend: 111 procent meer pagina views van mensen met groene ogen en 292 procent meer van mensen met bruine ogen. Het conversiepercentage steeg met 98,2 procent en het pure verkooppercentage met 43,60 procent.
vrijdag 22 juli 2016 | Written by André Oerlemans

Hoe kijken toch kopen wordt

Door Theo Nieveen

Onderzoek wijst uit dat de kijkrichting van een model - of het nu een mooie vrouw of een baby is – bepaalt hoeveel aandacht een logo, een tekst, een product, of een call to action button op een website krijgt. Veel kansen voor creatieven dus.

 
Ergens in de evolutie van de mensheid, in tijden ver voor mobiele telefoons en gepreegd toiletpapier, is er een aantal dingen in ons collectieve brein geplant. En na alle fysieke ontwikkelingen die wij als mens in de loop der tijden hebben ondergaan, beschikken we daar nog steeds over. Oerinstincten die lichamelijke reacties oproepen en die we als mens allemaal delen. Bij angst maakt je lichaam automatisch adrenaline aan, gaan je pupillen open, staan je zintuigen in opperste concentratie en ben je ultra alert. Daar doe je helemaal niets aan, gebeurt gewoon. Overgebleven uit een tijd dat leven vooral overleven was in een wereld vol loerend gevaar. In een wereld waar overleven wordt bepaald door het op tijd bestellen van een Fresh Box om de week door te komen met voldoende en gevarieerd eten, is dit volkomen overbodig. Maar toch, je lichaam reageert nog steeds op die instinctieve manier als we schrikken of bang zijn.

 
Onbewust kijkgedrag
Iets anders waar we niet onderuit komen zijn reflexen. Doe dit testje maar eens. Ga voor een gebouw staan en kijk omhoog, de kans dat mensen om je heen hetzelfde gedrag gaan vertonen is bijna 100 procent. Er moet immers een reden zijn om naar boven te kijken. Ogen en kijken zijn dus blijkbaar onbewust bepalend voor collectief kijkgedrag.

Van deze kijkreflex wordt dankbaar gebruikt gemaakt door tijdschriftenmakers. Let maar op. Modellen op de tijdschriftencovers kijken de potentiële koper vrijwel altijd recht aan. Er is oogcontact: koop mij!

 
Kijkrichting bepaalt aandacht
Eye tracking onderzoek levert het bewijs dat we in communicatie gebruik kunnen maken van een kijkrichting door dit te combineren met iets waar we de aandacht op willen vestigen: een logo, een tekst, een product, of een call to action button op een website. In onderstaande voorbeelden zien we wat er gebeurt als het model van kijkrichting veranderd. De baby kijkt naar voren en de tekst wordt nauwelijks gezien. De baby kijkt richting tekst en de tekst krijgt veel meer aandacht.

 

Hetzelfde geldt voor de shampooverpakking in het tweede voorbeeld. De hotspots laten de hoogste kijkscores zien als het model naar de shampoo kijkt.

Het is duidelijk dat de beeldelementen binnen de kijkrichting de meeste aandacht krijgen. Een ideaal uitgangspunt voor websites die conversie willen genereren, of voor het gebruik van modellen op bijvoorbeeld billboards. De bezoeker van de website kan onbewust direct naar een actiebutton worden getrokken. Het oog van de passerende weggebruiker wordt sneller naar de boodschap op een billboard geleid. Hetzelfde geldt overigens voor gebruik van geschreven tekst in tv commercials. Als je wilt dat je tekst gelezen wordt, zet deze dan dáár in beeld waar de actie is. Het levert misschien niet altijd een esthetisch verantwoorde keuze op, maar hé, je wilt iets communiceren en daar moet je soms offers voor brengen.

 
 
 
woensdag 29 juni 2016 | Written by Redactie Frank.News

Het geheim van Influencer marketing

Uit recent onderzoek blijkt dat je als merk meer succes kunt hebben door influencers in te schakelen. Je verdient elf keer zoveel terug van je investering als bij gewone betaalde digitale media. Wat zit er achter dit succes? En wat moet je als merk vooral wel en niet doen om dit ook te realiseren?

 
258 Top Fitness en Food Influencers kregen de opdracht om eigen content te maken die in het teken staat van Meatless Mondays. Hierin moest gebruik gemaakt worden van een bepaald merk amandelmelk. Er werd een groep blootgesteld aan online advertenties en een even grote groep die de content van de influencers langs zag komen. En wat bleek: er werd 285 dollar per 1000 views omgezet met influencer marketing tegen van 16 dollar per 1000 impressies van gewone online advertenties, wat uiteindelijk resulteerde in 11 keer meer Return on Investment (ROI). Het onderzoek werd uitgevoerd door onderzoeksbureau Nielsen Catalina Solutions uit opdracht van Influencer bureau TapInfluence.

 
Mond-tot-mond reclame
TapInfluence heeft natuurlijk baat bij deze uitkomst, en het rapport gebruikt het ook duidelijk als reclamepraatje voor zijn ‘geweldige’ systeem, waarmee je verzekerd bent van een boost van je ROI. Tijd voor een objectievere blik. Anneke Schogt is managing director van IMA: Influencer Marketing Agency, en wijst ons onder meer op een recentelijk onderzoek van Harvard over hoe social media de wereld heeft veranderd: ,,Mensen volgen geen merken, mensen volgen mensen,” zegt ze.

En over een interessant McKinsey-onderzoek uit 2015 zegt Schogt: ,,Hierin wordt nog eens extra benadrukt hoe belangrijk mond-tot-mond reclame is. Consumenten nemen veel sneller iets aan van andere consumenten dan wanneer het hen wordt opgelegd door een merk. Het zorgt voor twee keer zoveel verkoop dan iedere andere vorm van paid advertising. Eigenlijk kun je influencer marketing zien als een afgeleide vorm van mond-tot-mond reclame. Je moet alleen als merk wel de juiste influencer aan je verbinden.”

 
Influencer Marketing Agency
Schogt werkt sinds januari bij IMA dat in 2010 ooit begon als fashion platform Fashiolista, in 2013 veranderde in Influencer Marketing Agency en inmiddels bestaat uit een internationaal team van zo’n veertig mensen, een netwerk van 4000 influencers van over de hele wereld en meerdere grote merken als Tommy Hilfiger, Albert Heijn, TUI en KLM.

Schogt legt uit: ,,We hebben geen enkele influencer onder contract staan. Onze werkwijze is dat wij voor ieder brand op zoek gaan naar de best passende influencer. We kiezen dus nooit uit een vaste stal, maar breiden zo steeds verder uit, en gaan echt op zoek naar het beste voor je merk. En dat blijkt een groot succes te zijn, want we blijven groeien.”

 
Mensen koppelen
Duidelijk verhaal, maar wat kan die ene influencer wat een marketing of salesteam alleen niet voor elkaar krijgt? Schogt: ,,De kracht van influencer marketing ligt aan het feit dat we geen merken aan mensen koppelen, maar mensen aan mensen. De impact is daardoor veel groter. Helemaal als de match klopt. Een merk is niet langer wat wij de consumenten vertellen dat het is, maar wat consumenten elkaar vertellen dat het is.”

Mooi staaltje marketingwijsheid. En daarbij komt nog een bijkomend voordeel: ,,Bij influencer marketing heb je geen last van adblockers.”

 
Perfect match
Het draait er dus allemaal om die juiste influencer match vinden. Hoe doe je dat? Ook zonder een influencer marketingbureau in te schakelen. Schogt: ,,Het begint allemaal met weten wie je bent: waar sta je voor als merk? Vervolgens kijk je of je al fans hebt. Schakel deze in en betrek ze bij jouw merk. Ga een co-creatie aan. De statische houding van merk naar consument is allang verleden tijd, en dit is voor millennials ook verre van geloofwaardig.”

Bij IMA wordt gekeken wat de meest authentieke match is. ,,De influencer moet al van het merk houden, voordat hij het aanbeveelt. Op die manier komt het niet alleen geloofwaardig over op zijn followers, maar gaat ‘ie automatisch ook al meer doen  dan de afspraak is,” legt Schogt uit. ,,Om dat gevoel nog eens te versterken, laten we de influencers zélf bedenken en bepalen wat zij precies met hun followers delen. Anders wordt het te commercieel en dat werkt niet. Het enige wat vaststaat is de hashtag, zodat deze door de followers gedeeld kan worden en er online echt een beweging ontstaat.”

 
Engagement
Vaak wordt influencer marketing afgerekend op bereik, maar dat is volgens Schogt helemaal niet het belangrijkste. ,,Als ik aan de gemiddelde adverteerder vertel dat zeven influencers samen een bereik hebben van 10 miljoen mensen, dan vallen ze van hun stoel. Bereik is één ding, maar engagement, daar gaat het om. Er moet over je merk gesproken worden. Er moet op gereageerd worden, het moet gedeeld worden. En dat krijg je eerder voor elkaar als je een influencer inzet die een kleinere, maar wel hechte groep followers heeft.”

Dit zijn followers die betrokken zijn, en dus eerder de post met jouw merk zullen delen. Zo breidt de merkbeleving zich steeds verder uit.

 
Parfumolievlek
Zo kreeg IMA afgelopen winter van Yves Saint Laurent de opdracht om hun parfum Black Opium te promoten. Schogt: ,,Ieder jaar werd er een nieuwe flesje uitgebracht. Om dit te vieren nodigden we een selecte groep influencers uit voor een feest. Zij kregen een mooie uitnodiging voor een luxe lunch waar ze het parfum zouden krijgen. De uitnodigingen werden gepost op hun social media en al snel kregen we van andere influencers ook de vraag of ze op de lanceringlunch mochten komen.”

Als een ‘parfumolievlek’ verspreidde het nieuws zich: ,,Het werd een hype, en de followers pikte dit ook op. Met kerst was het parfum uitverkocht.”



 
AH saladeschap
Een andere geslaagde voorbeeldcase was voor Albert Heijn. ,,Om aandacht aan het nieuwe saladeschap van de AH te geven, hadden we een aantal food bloggers ingeschakeld. Zij maakten allemaal stop motion filmpjes op Instagram om te tonen hoe zij hun favoriete salade samenstelden,” vertelt Schogt.

De filmpjes werden zo goed bekeken dat de campagne werd uitgebreid en er zelfs een AH salade vierdaagse werd bedacht. ,,Hierbij werden alle followers opgeroepen ook hun favoriete salades te delen. Dat deden ze natuurlijk massaal. Met als resultaat: overal salades online.”



 
Geloofwaardigheid
Grote social influencers als Negin Mirsalehi worden natuurlijk aan de lopende band door merken gevraagd. Komt het nog wel geloofwaardig over als je iedere dag een ander merk promoot? ,,Daar moet je als social influencer zeker mee oppassen.” Een overkill voorkomen is belangrijk, maar ook eerlijkheid en transparantie volgens Schogt. ,,Wij adviseren altijd de hashtag sponsored erbij te plaatsen. Je followers zien toch wel of jij een type bent dat dagelijks een Levi’s spijkerbroek aantrekt. Daar doet die hashtag geen afbreuk aan. Followers hebben een zelf filterend vermogen.”

Door al die social influencers zie je door de bomen het bos bijna niet meer. Volgens Schogt is het einde nog lang niet in zicht. ,,We krijgen heel vaak de vraag: kunnen jullie mij helpen om influencer te worden? Ja, als er potentie is wel. Het begint en staat ermee dat je het vanuit je eigen passie doet.” Om er nu nog bij te kunnen, moet je wel écht iets te vertellen hebben. En duidelijke kennis van zaken. ,,Goede fashion influencers gaan verder dan alleen een foto van die ene leuke broek laten zien. Richt je je op food, dan moet je verder komen dan een simpel bordje pasta.

 
Toekomstmuziek
Die groep influencers wordt dus alleen maar groter en groter. Wat kunnen we nog meer verwachten? Schogt: ,,Er zal veel meer gebruik gemaakt worden van data van influencers om tot een perfecte match te komen. Ook historische data gaat hierin een sterkere rol spelen.”

Tussen merken en influencers gaat er ook iets veranderen. ,,Zij gaan steeds meer samenwerken met de merken. Het gaat om projecten op de lange termijn. Denk dan aan meedenken bij het ontwikkelen van een nieuwe fashion lijn, of een reispackage van een travelagent samenstellen.”

De boodschap is duidelijk: influencers zijn goud waard, mits je de perfecte match vindt en ze niet de les leest. Misschien komt er dan zelfs een gave samenwerking uit. Over engagement gesproken.
woensdag 15 juni 2016 | Written by Kim Buitenhuis

Digital en vertrutting bedreigen humor in reclame

‘Even Apeldoorn bellen….’, ‘Ik had nog zo gezegd: geen bommetje!’, ‘Pietertje’,  ‘Nu is ie weer rood’. Een aantal tot de verbeelding sprekende reclameleuzen die nauwelijks uitleg behoeven. Waarom onthouden we grappige reclames beter? En dreigt het humortijdperk door digitalisering en vertrutting ten einde te komen?

 
Humor is al sinds de intrede van de tv-commercial in 1967 een effectieve vorm om een doelgroep te bereiken. Aad Kuijper, partner bij reclamebureau Alfred, kan het weten. Hij heeft een flink aantal successen op zijn naam staan. In de top 10 van leukste reclames van de Gouden Loeki Aller Tijden (2015) zaten maar liefst 3 creaties van zijn hand: ‘Fruitjoy’ (1996), ‘Bommetje’ (1997) en ‘Pietertje’ (2010). ,,Reclame is afleiding en als adverteerder word je op zijn best getolereerd. En als je iemand actief afleidt, kan het maar beter voor iets heel leuks zijn. Ga eens na bij jezelf hoeveel commercials je je nog kunt herinneren van vroeger. Ik kan alleen de leuke nog herinneren,” zegt hij.

 
Onderzoek naar effectiviteit reclame
 
Naar de effectiviteit van grappige reclames is veel onderzoek verricht: humor werkt. Maar in hoeverre is humor opgewassen tegen de tand des tijds? Zou een reclame als ‘Bommetje’ nu nog werken. Kuijper denkt van wel. ,,We zouden het in de huidige tijdsgeest alsnog kunnen bedenken. De technieken zijn veranderd en in de uitvoering zou het er weliswaar heel anders uitzien, maar een man met als een koe als beste vriend blijft een leuk gegeven.” Dat geldt volgens de reclameman ook voor een andere Gouden Loekie-winnaar: Met de fiat panda lach je iedereen uit, van Fiat uit 1983. ,,Dat zou je misschien op het eerste oog niet zeggen. Maar deze is op een heel duidelijk inzicht gebaseerd. ‘Ik hoef minder te betalen’, dat werkt nog steeds.” Saillant detail: de succesvolle slogan werd overigens niet bedacht door een stel creatieve mensen, maar door een pompbediende, weet Kuijpers te vertellen. Het bureau was in de bewuste Fiat onderweg, toen de planner uitstapte om na het tanken af te rekenen. De pompbediende riep toen enthousiast: ‘Voor 2 tientjes tanken…. Dan lach je toch iedereen uit?!’.

 
Nederland al eeuwen grappig
 
De geschiedenis leert dat Nederlanders en humor al lang een goede combinatie zijn. Er zijn moppencollecties gevonden die dateren uit de 17e eeuw.  En in deze eeuw die de boeken inging als onze ‘Gouden eeuw’ had Nederland al een enorme reputatie als het land van de grappenmakers. Onze humorvorm was zelfs wereldwijd leidend. Op de vraag hoe tijdloos humor is, vinden we snel een antwoord als er gekeken wordt naar de grappen die Nederland in de 17e eeuw maakten. Volgens Nederlands historicus Rudolf Michel Dekker zouden de grappen die destijds in de betere kringen werden verteld nu bestempeld worden als simpele ‘poep- en piesgrappen’. ,,Als je de achtergronden kent, is die humor nog wel grappig. Maar over het algemeen zouden we het nu erg flauw vinden.”

 
Link tussen economie en humor
 
Dekker schreef het boek Lachen in de Gouden Eeuw. Opvallend is dat uit zijn onderzoeken blijkt dat er een directe link lijkt te bestaan tussen de politieke en economische positie van een land in de wereld en de dominantie qua humor. ,,In de 16e eeuw ging de Spaanse humor de hele wereld over. Spaanse komedies werden overal ter wereld vertaald. Het blijspel ‘De Spaanse Brabander’ van Gerbrand Adriaensz Bredero is een goed voorbeeld. In de 18e eeuw was Engeland bepalend voor het type humor wereldwijd. En in de 19e eeuw was het Amerika. Er is duidelijk sprake van een link tussen humor en economie. En in de 17e eeuw liep Nederland economisch voorop. Onder meer op het gebied van verstedelijking, maar dat werkte ook door in de humor.”

 
Reclamehumor oppervlakkiger
 
Humor en reclame waren altijd al met elkaar verbonden. Kuijper: ,,Its a universal language. Iedereen begrijpt een goede visuele grap. En daarbij geldt: hoe basaler, hoe beter. Het is minder cultuur- en normenbepaald dan andere vormen van opvallen.” Daarbij merkt hij wel op dat humor – in zijn algemeenheid, maar ook in reclame – is verhard en oppervlakkiger is geworden. ,,Vroeger werd de grap in reclame ook ingezet als instrument om de samenleving op de hak te nemen. Vergelijk bijvoorbeeld John Cleese voor ‘Giroblauw’ van de Postbank (jaren ‘80) met Albert Heijns Harry Piekema. Beiden succesvol, maar Cleese wist een extra laag aan te brengen door ook reclame zelf op de hak te nemen. Die gelaagdheid zie je tegenwoordig niet meer. Dit zijn geen tijden voor ironie.”

 
Tijdloze thema’s
 
De thema’s die tijdloos lijken te zijn, hebben gemeen dat ze inspelen op iets dat generatie overstijgend herkenbaar is. Neem publiekslieveling Rolo. Kuijper: ,,Dat gaat over bedriegen en bedrogen worden, dat is een heel oud theatergegeven. Er zitten bepaalde wetten in. Daarom is het ook zo moeilijk om iets te maken waar iedereen om moet lachen en blijft lachen; je moet wel weten wat de wetmatigheden zijn. En soms werkt iets ook opeens niet meer. Wij werkten heel lang met typetjes. Dat was een hele succesvolle tijd, maar niet alle bureaus slagen daar (nu nog) in. Met het verdwijnen van Harry Piekema als AH-manager hebben typetjes het moeilijk. Terwijl het publiek, getuige Twitter ze nog steeds graag ziet.”

 
Online advertenties en humor
 
Het gekke is dat ondanks de huidige sterke verschuiving naar meer online tv- en video kijken - en dus ook meer YouTube-video’s  - in de pre-rolls nog weinig humor te bekennen is. Adverteerders lijken achterover te hangen en een stuk minder creatief met internetreclames om te gaan. Is dat ook zo? ,,Dat heeft vooral te maken met de acceptatie van de adverteerder. Kijkers (zonder adblocker) accepteren de 10 a 15 verplichte kijkseconden als noodzakelijk kwaad, ‘dus als adverteerder doen we er ook maar niets meer aan’.  Daarom wordt er vaak vooral gekozen voor een logo snel en vaak in beeld. Terwijl het best mogelijk is om in die pre-roll mensen te raken, mits je veel creatiever bent,” aldus Kuijper.

 
Een einde aan humor  
 
Als humor in grote mate onderhevig is aan golfbewegingen, is het de vraag wat dan het volgende denkbare scenario is. In een tijdperk waarin steeds meer zelfcensuur lijkt te zijn ontstaan, terreurdreiging een donkere schaduw werpt op hoe er omgegaan wordt met de vrijheid van meningsuiting en mensen minder risico nemen, lijkt het er allemaal niet grappiger op te worden. Vanuit de historie bekeken is een mogelijke omslag naar een humorloos tijdperk zelfs niet ondenkbaar. Zo waren gehandicapten in de 17e eeuw een geliefd onderwerp voor grappen en grollen. Grappen die nu als beledigend, onconventioneel en shockerend zouden worden ervaren. ,,Aan het einde van de gouden eeuw ontstond er een offensief dat humor kuiste. De predikanten bemoeiden zich er zelfs mee. ‘Wie veel lacht op aarde, zal huilen in het hiernamaals’, zo werd gezegd,” aldus Dekker.

 
Adverteerders gaan voor veilig
 
,,We worden steeds normatiever in onze humor en mogen niet meer vrij om alles lachen,” geeft ook reclamegoeroe Kuijper aan. ,,De nieuwe vertrutting. Tel daarbij op dat reclame an sich al een vertruttend aftreksel is van vrije humor. We mogen ook veel dingen niet. Een psychiatrische patiënt in de hoofdrol van een tv-spot om een link te leggen met de leus ‘je zou wel gek zijn áls…’? Dat kan niet. Dan heb je binnen no-time de ‘Vereniging voor psychiatrische patiënten’ op de stoep. Iedereen heeft door social media een stem gekregen en een handjevol klagers kan veel veroorzaken. Adverteerders willen die ophef niet en gaan voor veilig. De hyperbool als vorm kan helpen om al die gevoeligheden te vermijden, dus zoeken we vaak de overdrijving op.”

 
Humor blijf altijd bestaan
 
De huidige wereldwijde ellende rondom geloofsovertuiging zou er zomaar eens aan kunnen bijdragen dat humor ‘uitsterft’, besluit Dekker. ,,John Cleese die uitleg geeft waarom hij de grappen over terreur en geloof liever niet maakt, omdat hij nog wat langer wil blijven leven: dat is zo’n beetje de laatste grap die je erover kunt maken.” Kuijper is het daar niet mee eens. ,,Humor blijft altijd bestaan, juist in zware tijden.”
vrijdag 27 mei 2016 | Written by Lianne Kooistra

Strenge online copyright regels: wanneer en waar zijn foto’s gratis?

Instagram, Pinterest, WeHeartIt, Flickr, Tumblr: het web stroomt over met foto’s. Waar het in de printwereld overduidelijk is dat er toch echt toestemming van de fotograaf nodig is, vaak gekoppeld aan een vergoeding, is dit in de online wereld ineens een grijs gebied. Wat zijn de online copyright regels? Inclusief een handig lijstje van stocksites met gratis te gebruiken beeld!
 
De foto’s van hobbyfotografen en professionals hebben allemaal één ding gemeen: het auteursrecht. Dit komt direct na het maken van een foto tot stand. En het auteursrecht geldt online net zo hard als offline. Hoe komt het dan toch dat veel websites klakkeloos foto’s plaatsen met alleen bronvermelding als ‘Instagram.com’ of ‘Pinterest.com‘, zonder hierbij verder toestemming aan de daadwerkelijke fotograaf te vragen?

Frank.News vroeg het aan Media-advocaat Marc de Boer van Boekx Advocaten. ,,In principe heb je voor online publicatie van een foto de toestemming nodig van de auteursrechthebbende. Vaak is dat de fotograaf, maar die kan ook door een agentschap zoals bijvoorbeeld Hollandse Hoogte worden vertegenwoordigd. Over het algemeen is het plaatsen van een foto met bijvoorbeeld ‘bron: Instagram.com’ dus niet voldoende. Net zo min als internetfilmpjes die op tv worden vertoond met de tekst ‘bron: YouTube‘,” stelt hij.

 
Citaatrecht
Er zijn uitzonderingen waardoor foto‘s zonder toestemming geplaatst mogen worden. De Boer: ,,Soms kan een beroep worden gedaan op het citaatrecht, maar dan gelden wel strikte voorwaarden. Er moet sprake zijn van een bespreking of beoordeling van de foto, er moet een bronvermelding en naam van de fotograaf bij worden geplaatst. En ze moeten duidelijk afwijken van het origineel en niet groter worden afgebeeld dan noodzakelijk. Op Auteursrecht.nl kun je de algemene regels vinden.”

Als we via Auteursrecht.nl de hele uitleg bij citaatrecht opzoeken, vinden we de volgende toevoeging: ‘Een foto of afbeelding die alleen ter illustratie wordt gebruikt, is geen ‘citaat’. Daarvoor is dus wel toestemming nodig. Net als een foto die als beeldbepalend element een homepage siert.’

 
Rechtenvrij beeld
Een andere uitzondering is als de foto’s vrijgesteld zijn van rechten. Zo zijn er verschillende stocksites waar rechtenvrij beeld gedownload kan worden. Zoals:
*Freestocks.org
*Picjumbo
*Deposit photos
*StockSnap.io
*Unsplash
*Gratisography
*Negative Space
*Splitshire
*Life of Pix
*Superfamous Studios
*IM Free
*New Old Stock
*Getrefe
*RGBStock
*Snapwire Snaps
*Jay Mantri
*Photopin
 
Let op: Bij iedere site wordt aangegeven of de foto’s voor commercieel gebruik geschikt zijn of niet. Verder heeft Flickr nog een speciale categorie: commercial use allowed. Ook in Google Images kun je geavanceerd zoeken op rechtenvrij beeldmateriaal.

 
Licenties op Creative Commons
Nog een manier om vrij te gebruiken foto’s te herkennen is een Creative Commons-licentie (CC). Er zijn zes verschillende licenties met internationaal herkenbare symbolen:

 

Bron: Creative Commons

1 = Naamsvermelding

2 = Naamsvermelding - Gelijk delen

3 = Naamsvermelding - Niet commercieel

4 = Naamsvermelding - Niet commercieel - Gelijk delen
5 = Naamsvermelding - Geen afgeleide werken

6 = Naamsvermelding - Niet commercieel - Geen afgeleide werken
De zes licenties bestaan uit vier elementen met ieder een eigen definitie, ook te vinden op CreativeCommons.nl:

Naamsvermelding: Je staat anderen toe om het werk waar jij auteursrecht op hebt te kopiëren, distribueren, vertonen en op te voeren, en om afgeleid materiaal te maken dat op jouw werk gebaseerd is, alleen uitsluitend als jij vermeld wordt als maker.
Niet -commercieel: Anderen mogen je werk kopiëren, vertonen, distribueren en opvoeren, alsmede materiaal wat op jouw werk gebaseerd is, mits niet voor commerciële doeleinden.

Geen Afgeleide Werken: Anderen mogen je werk kopiëren, distribueren, vertonen en opvoeren mits het werk in de originele staat blijft. Het is niet toegestaan dat anderen jouw werk gebruiken als basis voor nieuw materiaal.

Gelijk Delen: Je staat anderen toe om van jouw werk afgeleid materiaal te maken onder de voorwaarde dat zij het onder dezelfde licentie vrijgeven als het originele werk.

 
De fotograaf geeft aan onder welke licentie het werk gebruikt mag worden. Op bovenstaande sites zijn de meeste foto’s voorzien van Creative Commons. Zo weet iedereen precies welk beeld voor welk doeleinde wel en niet gebruikt mag worden. Handig!

 
Stockbureaus
Wel geld om aan mooi beeldmateriaal te besteden? Meld je dan aan bij stockbureaus en fotoagentschappen als Getty Images, Shutterstock, Brunopress, iStockphoto of Hollandse Hoogte. En onthoud de volgende keer voor het plaatsen van ‘gratis’ beeldmateriaal van die handige sites als Pinterest.com dat de fotograaf het ook fijn zou vinden om erkenning voor zijn werk te krijgen. Lees: op zijn minst een naamsvermelding en waarschijnlijk een vergoeding.
woensdag 04 mei 2016 | Written by Kim Buitenhuis

Neuro-onderzoek: meer verkoop door emotionele tv-reclame

Uit recent onderzoek door internationaal onderzoeksbureau Nielsen blijkt onder meer dat een bovengemiddelde emotionele respons bij tv-reclames voor een duidelijke verkoopstijging zorgt. Frank.news zet de belangrijkste conclusies op een rij.
 
Geen online, social media-, radioreclame of e-mail reclame, maar reclame op tv wordt volgens Nielsens Global Trust in Advertising Report door consumenten consequent als meest betrouwbare reclamebron beoordeeld. En dit ondanks het nieuwe tv-kijken, dat steeds meer online en in eigen tijd of op een zelfgekozen moment gebeurt.

 
Uit dit neurowetenschappelijk onderzoek is ook maar weer eens duidelijk geworden dat doelgroepkennis voor de adverteerder meer dan ooit van bovengemiddelde waarde is. Door die kennis weet je als adverteerder namelijk precies op welke manier je op welke emotie in kunt spelen bij jouw doelgroep. En hierbij kan inzicht in de kracht van een tv-commercial, met behulp van neurowetenschappelijke technieken essentieel zijn.

 
Emotie verkoopt
Het Nielsen-onderzoek is gebaseerd op 100 recente reclames van 25 merken in de FMCG-branche. Opvallend was dat bij de tv-reclames waar een bovengemiddelde emotionele respons werd gemeten, de verkoopstijging 23% hoger was dan gemiddeld voor dat merk. De neurotechnieken blijken een goede methode om het effect van de reclame te meten. Voor merken levert het nog het meeste op als dit neurowetenschappelijk onderzoek wordt gedaan voor de daadwerkelijke lancering van de tv-reclame. Door dit onderzoek hiervoor te doen, laat je de respondenten in de doelgroep aan de hand van hun emotionele respons zelf een keuze maken.

 
Emotie versterkt merkvoorkeur
Het laatste deel van het Nielsen-onderzoek richt zich op het effect op de merkvoorkeur, nadat de reclame eenmaal gelanceerd is. Dit is in samenwerking met de Universiteit van Bath ontwikkeld. Na de start van de campagne werd met een trackinginstrument en een vragenlijst de emotionele impact van de tv-reclame gevolgd bij de doelgroep. Ook werd er gekeken naar concurrerende reclames op tv. De analyse die hieruit volgt laat zien dat er een sterke correlatie is tussen de emotionele kracht van tv-reclame en een toename van de merkvoorkeur. Het hele onderzoek is hier terug te vinden.
donderdag 21 april 2016 | Written by Kim Buitenhuis

Het geheim van de ultieme spaaractie ontrafeld

Pap, heb je moestuintjes?

 

Je kunt het zo gek niet bedenken of supermarkten doen er spaaracties mee: messensets, voetbalplaatjes, korting op pretparken en natuurlijk de moestuintjes (net voorbij). Supermarkten zetten dit soort acties vooral in om de omzet te verhogen, maar werkt het eigenlijk? En zo ja, wat bepaalt dat zo’n spaaractie een succes wordt? Is daar een modus voor te verzinnen?

 
Opeens stond-ie er (weer): een grote bak met plaats voor twintig Moestuintjes die bij de AH gespaard moesten worden. In de periode van een week of vijf leverde elke 15 euro bij de supermarkt zo’n Moestuintje op en dan moest je geluk hebben dat je geen dubbele te pakken had (zouden ‘ze’ er bewust een paar minder leveren aan bepaalde supermarkten?). Maar ach, er kan altijd geruild worden met klasgenoten, oma deed ook mee en toen de spaaractie opeens weer voorbij was, had de hele klas een complete bak met hier en daar wat van die groene sprieten te pakken (die natuurlijk nooit een meloen kunnen worden, dat weet iedereen).

 
Omzetstijging
Het was alweer de tweede keer dat de AH met Moestuintjes kwam dus het zal wel effectief zijn. Officiële cijfers zijn er niet, maar AH-topman Dick Boer zei over de reden van de omzetstijging over 2015: ,,De omzetstijging is mede het gevolg was spaaracties zoals de moestuintjes.” En inderdaad, veel degelijk cijfermateriaal is er niet te vinden over het succes van de moestuintjes, maar natuurlijk werkt het (stelt de journalist op wetenschappelijke wijze vast). Wij thuis gaan immers het hele jaar naar Hoogvliet óf naar de AH, maar de afgelopen weken moest ik het niet wagen om een voet in de Hoogvliet te zetten; Pap, heb je moestuintjes? Mam, ga je naar de Albert Heijn?

Natuurlijk werken spaaracties
Maar ja, je bent journalist of je bent het niet. Dus toch maar even checken bij de wetenschap of die N=1 onderbouwing en de quote van Boer wel kloppen. Tammo Bijmolt, marketingprofessor aan de Rijks Universiteit Groningen, deed samen met bureau GfK onderzoek naar de effecten van prijsacties op de supermarktomzet. Hij deed dat onderzoek samen met Alec Minnema en Mariëlle Non. Hij onderzocht een aantal spaaracties tijdens het WK van 2010 bij de supermarkten van AH, Deka, Dirk en PLUS en constateerde een omzetstijging van 25 procent. ,,Dat komt door extra bezoeken aan de betreffende supermarkt en de gestegen aankopen in de categorie door huishoudens die deelnemen aan de spaaractie,” legt hij uit.

 
Meer dan helft doet mee
De koppeling van de actieproducten (‘Beesies’) aan de Bonuskaart had helemaal een extra effect, zo legt Minnema uit. 25 Procent korting in de Bonus verhoogt de omzet voor een product met ongeveer vijf maal, terwijl het effect van een Bonus met een premium de omzet zeven maal verhoogt. Spaaracties werken dus - mits goed gedaan - en mensen doen bovendien vaak met alle plezier mee aan soortgelijke acties, zo blijkt. GfK deed immers in 2015 onderzoek onder 25.000 mensen en daaruit bleek dat in een jaar tijd 52 procent van alle Nederlanders had meegedaan aan een spaaractie. Het populairst was de spaaracties van de AH om kristalglazen te sparen, daar deden vier keer zoveel mensen aan mee dan aan de handdoekactie bij de Etos.

 
Hoe werkt het precies?
Spaaracties werken dus als een tierelier. Mensen houden ervan om leuke dingen te sparen en ongetwijfeld verschuiven de marktaandelen van de verschillende supermarkten in de weken dat de AH Moestuintjes heeft enorm (AH zegt daar zelf dus niks over). Dát het werkt, is dus bij deze vastgesteld, maar de vraag hoe het precies werkt is natuurlijk veel interessanter voor een marketeer met liefde voor zijn vak. Op welke manier geef je vorm aan een spaaractie zodat het effect op de omzet voor supermarkten optimaal is? (ja, veel spaaracties hebben ook andere doelstellingen zoals een nieuwe klantengroep aanboren, maar meestal gaat het om de omzet).

 
Voorwaarden geslaagde actie
Om meer te weten over de voorwaarden voor een goede spaaractie moet je bij BrandLoyalty zijn, dat vanuit het mooie kantoor in Den Bosch loyaltyprogramma’s voor de hele wereld bedenkt en uitvoert. Spaaracties met messen in de VS, pluchen beesten in Japan of glazenacties in Nederland; zij bedenken het allemaal. Hoofd marketing Marco van Bilsen vertelt tussen de pluchen smurfen in over de kennis die het bedrijf opbouwde door alle spaaracties. Het aardige is namelijk dat de wetmatigheden van zo’n geslaagde spaaractie wereldwijd toe te passen zijn. Praten over individuele cases doet hij niet, maar hij beantwoordt wel de simpele vraag: wat zijn de voorwaarden voor een geslaagde spaaractie?

 
Timing
Een belangrijke factor die moet kloppen bij een spaaractie is de timing. Bijvoorbeeld wanneer de actie precies start. ,,Wanneer hebben mensen bijvoorbeeld behoefte aan servies?,” zegt Van Bilsen. ,,Met de feestdagen natuurlijk en dus moet je een maand of twee voor de Kerst beginnen met zo’n actie, zodat ze nog voldoende kunnen verzamelen voordat de planning van het kerstdiner rond is.” Ook belangrijk is de duur van een spaaractie. ,,Daar hebben we onderzoek naar laten doen en het blijkt dat er ergens een punt is waar mensen meer gaan besteden als het einde van de actie in zicht komt. Je moet dus een balans zoeken tussen een duidelijk einde en het moment dat je moet doorpakken om de actie te completeren. In de retailsector is de ideale looptijd veertien tot zestien weken, maar dat hangt natuurlijk ook van factoren af zoals het soort product waarvoor je spaart,” aldus Van Bilsen.

 
Bedrag per zegel
Ook belangrijk voor het slagen van een actie is de hoeveelheid zegels/bonnen die je krijgt bij besteed bedrag X. Van Bilsen: ,,Je moet duidelijk zicht houden op een concreet einddoel, maar ook stimuleren dat consumenten denken: dat haal ik gemakkelijk. Die spanning kan een omzettoename betekenen en wij hebben veel gegevens om dat per actie te bepalen.”

Er was natuurlijk kritiek op de messenactie bij AH waarbij mensen iets van 11.000 euro moesten besteden voordat ze al het bestek binnen hadden. Was dat ongelukkige timing? ,,Nee, want de inzet van de actie was niet om een complete set bij elkaar te sparen, maar steeds een paar goede messen. Maar het is wel zo dat klanten zicht moeten houden op het einddoel en dat einddoel moet je goed communiceren. Daarom is het ook zo belangrijk dat medewerkers niet gaan schipperen door meer zegels weg te geven. Daar moeten ze goed in getraind worden,” stelt hij.

 
Product/merk
Je zou denken dat er bij een bedrijf als BrandLoyalty allerlei ‘zwartomrande brillen’ met de voetjes op tafel lekker gekke acties bedenken, maar de praktijk is iets weerbarstiger. In de retailsector gaat het immers vooral om de omzetten en dus speelt voor marketeers effectiviteit een voorname rol. ,,Die handdoeken-, pannen- en glazenacties krijgen wel eens kritiek van creatieve marketeers, maar je moet niet vergeten dat het vooral móét werken.” De wet, volgens Van Bilsen. ,,Het merk spaarproduct moet een bepaalde exclusiviteit bezitten waardoor consumenten willen sparen, maar tegelijkertijd moet er een drempel zijn om het echte bedrag voor dat merk neer te tellen. Je moet sparen voor iets dat je graag wilt hebben, maar dat je niet zo snel zou kopen.”

 
Andere voorwaarden kinderacties
Voor de kinderacties zoals dierenplaatjes en Moestuintjes zijn die voorwaarden trouwens wat anders, daar moeten de spaaracties vooral passen bij de belevingswereld van het kind. Ook hier geldt de voorwaarde van spaarbereidheid, maar wát kinderen precies willen sparen, lijkt iets ongrijpbaarder. Van Bilsen: ,,We hebben hier wekelijks kinderpanels over de vloer die allerlei leuke mogelijke acties testen. We praten met de kinderen en hun ouders om te kijken of het werkt en dat testen we ook kwantitatief.”
Kinderspaaracties hebben dus altijd een soort X-factor in zich waar lastig de vinger op te leggen is. Het moet passen bij een trend, maar soms ligt die trend een beetje verborgen onder de oppervlakte. ,,In Zuid-Afrika hebben we een actie gedaan met ‘Stikeez’, kleine gekleurde poppetjes die je overal op kunt plakken,” vertelt Van Bilsen. ,,Deze figuurtjes zijn niet gebaseerd op een of andere tv-serie, dus niemand kende het nog voordat de actieperiode van zeven weken begon bij een grote supermarkt. Het werd uiteindelijk een groot succes. We hadden een uitgebreid social mediaplan en de reguliere media pakten het groot op. Er werden grote groepen gevormd die achter de poppetjes aangingen. Als je zo’n case analyseert blijft er ergens iets ongrijpbaars hangen. Het werd een hype, maar je weet niet altijd waarom.”

 
Activering
Een belangrijke factor voor het slagen van een spaaractie is de activering; Van Bilsen plakt allemaal plakkertjes in het aantekenboekje van de interviewer die tezamen ‘the big five’ van de activering vormen: ‘point of sale materialen’, ‘herrie via de social media en apps’, ‘focus op de individuele consument in plaats van op de groep’ en ‘de samenwerking met de supermarkt’ natuurlijk. Het gaat iets te ver om al die elementen te bespreken - jullie kunnen er als ervaren marketeers iets bij voorstellen - maar de factor ‘personeel’ wil Van Bilsen er wel even uitlichten. ,,Het is echt heel belangrijk dat supermarktmedewerkers precies snappen hoe een actie in elkaar zit, want zij zijn ‘de promotors’ van de spaaractie. Als medewerkers al mopperen hoe een actie precies werkt dan verliezen die klanten echt hun interesse. Ik praat dus niet over klanten, maar ik kan wel vertellen dat ze dit bij AH altijd perfect hebben geregeld; daar merk je aan alles dat die spaaracties een zeer belangrijk instrument zijn.”
woensdag 13 april 2016 | Written by Bas Hakker

Nieuwe Rembrandt uit 3D-printer

Kan een computer net zo mooi schilderen als wereldberoemde meesters? Het project The Next Rembrandt toont aan dat moderne technieken een heel eind in de buurt komen.

 
In een Amsterdamse galerie werd het resultaat onthuld waar een team wetenschappers, conservatoren en datatechneuten achttien maanden mee bezig zijn geweest: een nieuw schilderij van Rembrandt, bestaande uit 148 miljoen pixels, gemaakt door een 3D-printer.

Om dit voor elkaar te krijgen analyseerde het team 346 schilderijen van de meester en creëerde het een zelflerend algoritme dat van 168.263 schilderijfragmenten de kenmerken, details, hoogteverschillen en andere typische Rembrandt-foefjes vastlegde in een databank.

Uiteindelijk werd via een 3D-printer een nieuw schilderij geprint van een blanke man met hoed. Een typisch Rembrandt-portret. Zo lijkt het alsof zijn talent, 347 jaar na zijn dood, weer tot leven is gewekt.

Het project is een initiatief van ING en reclamebureau J. Walter Thompson en werd ondersteund door Microsoft, de TU Delft, het Mauritshuis en Museum Het Rembrandthuis. ,,We hebben data nog niet gebruikt om de menselijke ziel te raken. Je kunt zeggen dat we technologie en data gebruiken zoals Rembrandt zijn verf en kwasten gebruikte om iets nieuws te creëren,” stelt Ron Augustus, directeur SMB Markets van Microsoft.

https://www.youtube.com/watch?v=IuygOYZ1Ngo
woensdag 06 april 2016 | Written by André Oerlemans

Heineken creëert voetbalgrap van het jaar

Waar kijk je het liefst naar de voetbalwedstrijd van het jaar? Thuis met je vrienden op de bank? Of op een VIP-stoel in het stadion zelf? Heineken bedacht met ‘The Dilemma’ de ultieme voetbal ‘prank’ rondom de Champions League wedstrijd tussen AS Roma en Real Madrid en creëerde daarmee een originele vorm van merkbeleving.

Het ging als volgt: voetbalfan Simone kijkt de wedstrijden van zijn club AS Roma altijd met zijn vrienden, thuis op de bank. Totdat een collega hem een VIP-kaart geeft voor het duel met Real Madrid. Terwijl hij naar het stadion rijdt bellen zijn vrienden hem om te vragen waar hij blijft. Wat hij niet weet is dat alles live wordt vertoond op het megascherm in het stadion. Simone komt voor iedereen herkenbaar in beeld.

 
Dan wordt het dilemma gepresenteerd: Er staat een helikopter voor hem klaar, die hem alsnog naar zijn vrienden kan brengen om daar op de bank naar de wedstrijd te kijken. Wat doet hij? Fluitconcerten worden afgewisseld met gejuich als Simone kiest voor de helikopter en door een Heineken hostess wordt weggevoerd uit het stadion naar…een business suite waar zijn vrienden al die tijd hebben zitten wachten.

 
Alles is live gevolgd met verborgen camera’s, terwijl Simone zich van niets bewust is. ,,Alles moest in één take goed. We hadden geen tweede kans,” zegt een van de makers.

https://www.youtube.com/watch?v=R6xLcItSJN8

 
dinsdag 15 maart 2016 | Written by Redactie Frank.News

Jongeren bereik je vooral met verticale video’s

Door Ralph Rozema

 

„It’s hip to be vertical,” schreef het Amerikaanse blad Adweek al eerder. Social mediaspecialisten gaan nu een stap verder: als je jongeren wilt bereiken, kun je er niet meer omheen. Zeker nu adverteren op Snapchat ook in Nederland eraan komt. De verticale video’s van Philips, Albert Heijn en Audi doen het al goed op mobiel.

 
We maken steeds vaker gebruik van verticale schermen. In 2010 was dat nog 5 procent van de tijd dat we online waren, nu is dat zeker 30 procent, stelt analist Mary Meeker. Meer dan zeven miljard video’s worden dagelijks bekeken op Snapchat, dat speciaal is ontworpen voor verticale video’s.

 
3V advertising
Ook in Nederland is Snapchat populair: meer dan de helft van de jongeren gebruikt het. De belangrijkste manier van adverteren is 3V advertising (Vertical Video Views). In Amerika kan dat al en de verwachting is dat Snapchat het spoedig internationaal gaat uitbouwen.

Maar veel communicatiebureaus staan niet te trappelen. Verticale video is een ingrijpende omschakeling, zeker als je je realiseert wat de achterliggende reden is: jongeren nemen niet de moeite om hun smartphone voor een video horizontaal te houden. Of je daar even rekening mee wilt houden.

 
Botsende visies
Visies binnen de mediabranche lopen uiteen. Videomakers doen verticale video vaak af als onprofessioneel. Onze ogen staan naast elkaar, het menselijk gezichtsveld is breder dan hoog. Daar hoort een horizontale video bij, is een veelgehoord argument.

Maar steeds meer professionals zien de voordelen van staande video’s. Een voormalig videoproducent van de New York Times deed er onderzoek naar. Zijn conclusie is dat het goed werkt. „Het ziet er natuurlijk uit, het voelt goed,” zegt Zena Barakat. „Waarom maken wij als media zelf niet zulke video’s?”

Het onderzoek van Barakat bevestigt dat veel gebruikers hun smartphone niet een kwartslag draaien als ze een video bekijken. Daardoor zien ze de video op miniformaat met grote zwarte vlakken aan boven- en onderkant. „We don’t care,” was de reactie die Barakat kreeg. „Ze vinden het niet comfortabel om hun smartphone steeds weer te moeten draaien.”

 
Visual storytelling
Snapchat CEO Evan Spiegel is het afgelopen jaar in de VS druk bezig geweest adverteerders te werven om full-page videocampagnes binnen zijn app te laten zien. Full-page, dat wil zeggen het hele scherm van de smartphone met beeld gevuld. En omdat de app verticaal wordt gehouden, moet de video dat ook zijn. Uit onderzoek van Snapchat blijkt dat verticale video’s tot negen keer beter scoren als het gaat om engagement.

„Dit format heeft een enorme aantrekkingskracht,” verklaarde Evan Spiegel begin dit jaar op een grote tijdschriftenconferentie. Hij riep zijn gehoor op te komen tot meer ‘visual storytelling’ en interactieve videoversies van magazines te maken.

 
Magazines en Snapchat vinden elkaar
Spiegel ziet Snapchat niet als een concurrent van magazines, maar wil juist bruggen bouwen. Onlangs gebeurde dat met het Oscar-nummer van het glossy tijdschrift Vanity Fair, met tal van filmsterren op de cover. Het werd gelanceerd op Snapchat, een stunt die veel publiciteit kreeg in de Verenigde Staten. „Jongeren zijn wel degelijk geïnteresseerd in gevestigde namen,” zegt Spiegel. „Maar je moet het wel op een andere manier gaan brengen. Met Snapchat weten we die groep te bereiken.”

Voor tijdschriften zijn video’s op Snapchat de beste manier om millennials te bereiken, schreef de International Business Times afgelopen maand. Cosmopolitan is een van de Amerikaanse tijdschriften die via het Discover platform van Snapchat verticale video’s plaatst. Het levert Cosmopolitan gemiddeld zo’n 19 miljoen unieke bezoekers per maand op.

 
Perfect bij close-ups
Verticale video werkt perfect bij close-ups, bij interviews met één persoon. Doe je dat horizontaal, dan ontstaat er overbodige ruimte aan beide kanten. En er zijn meer situaties die beter verticaal werken: een streetview met hoge gebouwen, de top van een berg.

Bij advertenties op smartphones komen er nog een paar uitdagingen bij. Het moet kort zijn, want de meeste gebruikers kijken niet langer dan 10 seconden naar een video. En ze kijken meestal met het geluid uit, dus de beelden op zich moeten overtuigend zijn.

Er gaat meer werk inzitten. Je moet het format van je video (horizontaal of verticaal) aanpassen aan je doelgroep en het medium waarop je het afspeelt. Want meestal ziet een verticale video er niet uit op een scherm van een notebook of tv. De New York Times maakte onlangs een video met Justin Bieber in drie formaten: 16:9 voor de eigen player en voor Youtube, 3:4 voor tablets en 9:16 voor de verticale oriëntatie op de smartphones.

Het kan ook in één keer zoals Jeep in een ad liet zien tijdens de afgelopen Superbowl. Perfect om verticaal te bekijken op een smartphone. Niettemin, ruim 111 miljoen mensen bekeken de verticale video op een horizontaal scherm. Adweek riep de video van Jeep uit als beste reclame van de Superbowl.

https://www.youtube.com/watch?v=wKn5K5V7tRo

 
Hier werken de zwarte balken aan de zijkant van het brede beeld perfect. Ze brengen de kijker naar de ogen van het portret, waardoor dat nog indringender lijkt. Ook op een verticaal scherm werkt de ad van Jeep prima.

De trend in de VS loopt voor op Nederland. Al is het maar omdat je in Nederland nog niet op Snapchat kan adverteren. Sommige communicatiebureaus melden op hun website al dat het eraan komt, maar het is nog onduidelijk wanneer.

 
Philips, Albert Heijn en Audi
Bedrijven in Nederland zijn er al mee aan de slag. De verticale videoadvertenties van Philips, Albert Heijn en Audi doen het goed op mobiel. Audi zegt dat smartphonegebruikers 80 procent meer video’s uitkijken als die verticaal worden aangeboden.

In Amerika is John Whaley, een oude rot in het vak en mede-oprichter van videodienst Vervid, al lang overtuigd. „We leven in het tijdperk van persoonlijke video. Moeten we niet juist voor video’s kiezen die de vorm van ons lichaam hebben?”
dinsdag 23 februari 2016 | Written by Redactie Frank.News

Creatie in tijden van programmatic buying

Door Theo Nieveen

De grootste uitdaging die creatie binnen de communicatie-industrie te wachten staat is een passend antwoord te vinden op programmatic buying. Programmatic buying betekent zoveel als geautomatiseerde media-inkoop, op basis van data en slimme algoritmes. Online media lopen hierin voorop, andere media volgen in rap tempo. Het is nog lang niet perfect, maar, software eats everything, het is een onomkeerbaar proces dat ook z’n weerslag zal hebben op het creatieve proces. Creatie wordt data driven.

 
De mediadoelgroep is passé.
Goed beschouwd hebben mediadoelgroepen natuurlijk nooit echt bestaan. De ‘Boodschappers’, de ‘Vrouwen 20 – 34’, de ‘Mannen AB1’; noem ze allemaal maar op. Alsof het ooit inwisselbare individuen waren, met dezelfde wensen en interesses. Natuurlijk niet, nooit zo geweest, maar als iedereen meegaat in dezelfde leugen wordt het vanzelf de waarheid.

 
Bestaat het fenomeen doelgroep eigenlijk nog wel als het zenden in communicatie wel zo’n beetje over is? Je gaat er in dat geval immers van uit dat volgers of likers nog steeds een min of meer homogene groep vormen. Nu zenden nauwelijks meer lukt, wordt de boodschap programmatic ‘uitgestrooid’ binnen een bepaald Umfeld, waardoor er aan de ontvangstkant een zekere spontaniteit zal ontstaan. Mensen kiezen bewust voor een boodschap en dat zal vaak geen vast omschreven groep zijn. Het alternatief is dat ze wegklikken of een adblocker installeren, omdat ze de (voor hun) zinloze boodschappen niet meer willen zien.

 
Merk bindende factor onder volgers
Volgers zijn uiteindelijk een willekeurig samenraapsel van mensen die een merk of product op een bepaald moment leuk vinden. Het kan zijn dat het bewuste merk de enige verbindende factor is tussen die verschillende mensen en ook nog in een bepaald tijdsbestek. Volgende week kan het weer anders zijn. Je zou kunnen stellen dat -doelgroep- is veranderd in -volggroep-. En die volggroep is dynamisch en kan verschillende gedaanten en volumes aannemen. En creatie? Die moet daar op aansluiten en zorgen dat ze de juiste boodschap creëert voor de juiste mensen.

 
Creatie wordt data driven
Hoe? Big data! Tja, tis jammer, maar het is niet anders. Creatie wordt data driven. Naarmate media-inkoop verder wordt geautomatiseerd - en dat draaien we niet meer terug -  wordt relevantie in de boodschap een beslissende factor voor wél of niet gezien worden. Bovendien zit een adverteerder niet te wachten op communicatie die wordt weggeklikt, of niet wordt geopend. Dus die volggroep moet worden ontrafeld en geanalyseerd, zodat we weten waar de overeenkomsten zitten, welke interesses worden gedeeld, enzovoort. Om er vervolgens voor te zorgen dat de uitingen die we aanbieden, aansluiten op de kenmerken en wensen die naar voren komen uit de analyses. Consumenten benaderen met een boodschap waar ze wat aan hebben, is de enige manier om de adblockers het hoofd te kunnen bieden en de sympathie terug te winnen. Dit vergt echter wel een iets andere manier van denken, zowel bij creatie alsook bij adverteerders.

 
 
Programmatic creativity
Als de programmatic buyers in staat zijn om accuraat te targetten, dan moet creatie in staat zijn om daar de juiste uiting bij te bedenken. We gaan naar ‘programmatic creativity’, wat niet wil zeggen ‘voorgeprogrammeerd’, maar afgestemd op een programmatic buying aanpak. Daarbij werken we nog steeds vanuit een centrale gedachte, een concept, the big idea. Het creatieve ambacht blijft dus vrijwel ongewijzigd, er wordt alleen een wat zwaardere aanslag op het empathisch vermogen gedaan. De uitvoering van het concept wordt complexer. De boodschap kan en moet op verschillende manieren worden verteld en daar ligt de grote uitdaging. Niet één commercial of banner maar misschien wel vijf of tien, telkens met een iets andere benadering, een iets andere vorm en misschien een iets ander verloop, maar allemaal met exact hetzelfde verhaal en exact dezelfde boodschap. Dus meer uitingen, waarin de nuances telkens verschuiven om de verschillende snaren op de juiste manier te raken.

Benieuwd wie dit als eerste succesvol gaat oppakken, de afzonderlijke creatieve bureaus, of de mediabureaus met een creatieve afdeling.

 

vrijdag 19 februari 2016 | Written by Redactie Frank.News

Museum en Airbnb scoren met Van Gogh-stunt

Door Ralph Rozema

Communicatiebureau Leo Burnett kwam met het idee: een replica van Van Gogh’s slaapkamer waar kunstliefhebbers een nacht kunnen doorbrengen. Het resultaat was een glorieuze mediacampagne, waarbij de naam van het museum, Art Institute of Chicago, en van Airbnb de wereld overvlogen.

 
Het bleek een briljante zet: wie de nagemaakte slaapkamer van Van Gogh wil boeken, moet dat doen via Airbnb.  Het Art Institute of Chicago maakt zo promotie voor een tentoonstelling van Van Gogh, waar ook de schilderijen van zijn slaapkamer hangen. Airbnb profileert zich onder de talloze liefhebbers van de schilder.

 
Slapen in kamer Van Gogh
„Het leek ons de beste manier om mensen kennis te laten maken met Van Gogh door ze uit te nodigen een nacht in zijn slaapkamer door te brengen,” zegt associate creative director Pete Lefebvre van bureau Burnett. „Wat kan je beter doen dan mensen een unieke ervaring te geven en ze zo onder te dompelen in de wereld van Van Gogh?”

Met de tentoontstelling ‘Van Gogh’s Bedrooms’  brengt het Art Institute of Chicago 36 werken van Van Gogh bij elkaar, waaronder de drie schilderijen van zijn slaapkamer. Eentje is normaliter ook in Chicago te zien, de andere zijn afkomstig van het Amsterdamse Van Gogh Museum en het Musée d’Orsay in Parijs.

 
Van Zuid-Frankrijk naar Chicago
Ravenswood Studio bouwde de kamer in Chicago’s wijk River North precies na zoals het op een van de schilderijen te zien is. Je komt terecht in het jaar 1888, toen Van Gogh verhuisde naar het ‘gele huis’ in Arles in Zuid-Frankrijk. De kamer heeft dezelfde kleuren en dezelfde stemming. Aan de wand hangt het nagemaakte zelfportret van de schilder.

Zelfs foutjes die Van Gogh in het perspectief maakte, zijn in de replica terug te zien. „Het plafond klopt niet helemaal. Het is niet volledig rechthoekig,” zegt Glenn Ragaishis, die toezag op de bouw en inrichting. „Met zulke details hebben we geprobeerd de kamer geloofwaardig te laten overkomen.”

 
Van Gogh prijst de kamer aan
Op de boekingspagina van Airbnb prijst Vincent zelf de kamer aan. „Deze kamer geeft je het gevoel dat je in een schilderij woont. De kamer is gedecoreerd in post-impressionistische stijl, zoals je dat tijden geleden in Zuid-Frankrijk zag.”

Hij eindigt met een persoonlijke noot: „Ik vraag voor deze kamer 10 dollar per nacht, met als enige reden dat ik verf moet kopen. Maar ik zal graag tickets geven voor mijn tentoonstelling in het Art Institute of Chicago.”

Hoe kan je een boodschap sympathieker verpakken. De gasten wanen zich even in de negentiende eeuw, maar wel met het comfort van nu. De kamer heeft zelfs Wifi, want het moet leuk blijven en je moet wel de media kunnen bereiken.

 
De eerste gast
De social media manager van het museum, Robby Sexton, was in februari als eerste te gast. Niet voor niets natuurlijk. Hij plaatste foto’s op Facebook en andere social media en schreef over zijn ervaring. „Met maar één doel: mensen zo jaloers mogelijk maken.”

Er zijn wel regels voor een verblijf. Zo mag je er niet meer dan één nacht blijven en met maximaal twee personen. De krant Chicago Tribune komt met een leuke suggestie daarvoor. Blijf trouw aan Van Gogh en deel de kamer met de Paul Gauguin-figuur in jouw leven, met iemand die bekender is in je vak dan je zelf bent. Nodig je eigen Gauguin uit, roept de krant. Gauguin was de post-impressionistische schilder die tijdens zijn leven meer succes had dan Van Gogh en bij hem in het ‘gele huis’ woonde. Storytelling, daar gaat het om als je het publiek voor je wilt winnen.

 
Volgeboekt
Om aandacht van de media te blijven houden, zijn sommige nachten van te voren gereserveerd voor social influencers, artiesten en bloggers, die hun verhaal zullen delen. Niet dat er nog zoveel reclame nodig is, want in een mum van tijd zaten de eerste weken van de Van Gogh-slaapkamer al vol. Het museum laat het via sociale media weten als er weer voor een volgende periode geboekt kan worden.

 
De tentoonstelling ‘Van Gogh’s Bedrooms’ in het Art Institute of Chicago duurt tot 10 mei. Tot die tijd blijft ook de kamer bestaan.

https://www.youtube.com/watch?v=uQvO3bqCIbk

 
woensdag 17 februari 2016 | Written by Redactie Frank.News

Niet elk filmpje met een verhaal is storytelling

Wat The Experience Economy voor het begin van de 21-ste eeuw was, is storytelling voor de huidige tijd. Het ene na het andere reclamebureau richt een ‘corporate story afdeling’ op en journalisten worden op grote schaal verhalenvertellers. Als je iets verder kijkt dan de hype rond het begrip; wat heeft het MKB dan aan storytelling?

 
,,Je ziet heel veel reclamefilms die zijn gemaakt met dit doel, maar in veel gevallen heeft het helemaal niets met verhalen vertellen te maken,” stelt Erik Mathlener van StoryManagement. Hij adviseert al jarenlang grote en kleine bedrijven op dit vlak. ,,Zo’n verhaal moet vanuit het hart van een organisatie komen. Eigenaren en werknemers zitten vol verhalen, maar hoe kan een reclamefilm die gewoon door een bureau verzonnen is storytelling zijn?”

In zo’n film krijg je in zijn ogen géén waarheidsgetrouw beeld van het bedrijf en dat is precies waar storytelling wél omgaat. ,,Het is het ouderwetse verschil tussen imago, wat je wilt zijn dus en identiteit, wat je bent. In deze tijden prikken klanten daar moeiteloos doorheen. Stel dat je als vakantiepark vertelt hoe briljant je bent in een mooi verhaal dan kijken mensen op Zoover voor de harde cijfers.”

 
Slecht voorbeeld van storytelling
Een slecht voorbeeld van storytelling vindt Mathlener het filmpje van Defensie over het leven in het leger. Het filmpje werd door Defensie zelf verkocht onder de noemer ‘corporate story’. ,,Ik vind het er allemaal te groots en te gelikt uitzien. De makers hebben een grote kans laten lopen door geen echt verhaal van een vliegenier of soldaat te tonen. Gewoon een paar dagen meelopen met zo iemand had een veel eerlijker beeld opgeleverd. Zo iemand had ook zelfkritiek en kritiek op de organisatie getoond, want kijkers weten prima dat het niet altijd een groot feest is om in het leger rond te lopen.”

Mathlener loopt veel rond bij MKB-bedrijven en heeft zijn eigen methode ontwikkeld om de verhalen naar boven te halen. Vooral veel vragen stellen en oprechte interesse hebben wil helpen. ,,Het gaat erom dat je moet doordringen tot de kern, voordat je iets naar buiten kan brengen. Er is altijd een mooi verhaal naar boven te halen: mensen hebben het bedrijf van hun familie overgenomen of misschien hebben ze wel de ambitie om via het bedrijf de levens van andere mensen een beetje te verlichten. Als je die verhalen losmaakt, dan wordt uiteindelijk alles wat je naar buiten brengt qua marketing ook veel geloofwaardiger. Je ziet bijvoorbeeld aan een merk als Tony Chocolonely dat de kern goed is. Teun van der Keuken is daarmee begonnen uit oprechte woede over het feit dat slaven voor de cacaoboeren werken. Alles wat er naar buiten komt van dat merk, draagt dát gevoel met zich mee.”

 
Gewoon een beetje ouwehoeren
Er zijn aardig wat voorbeelden van MKB-bedrijven die de principes van storytelling - al dan niet bewust - hebben toegepast. Een klassieker is het verhaal van Bertus en Leen van de Rotterdamse barbier Schorem. De twee mannen zaten ooit in de kroeg te filosoferen over een nieuw bedrijf en ze vonden het gepluk aan je haar bij reguliere kappers altijd zo’n gedoe. Wat zij wilden is: de kapper als een vakman die er iets moois van wil maken…voor mannen. Of zoals ze het zelf in een interview op yellowwalnut.nl zeggen: ,,Na al die jaren hadden we zin om een tijdje iets te gaan doen wat we leuk vonden en waar we goed in waren. Lekker onze eigen muziek draaien en slap ouwehoeren met mannen onder elkaar. Op een avond in de kroeg schreven we bierviltjes vol met ideeën en kwam Schorem tot leven.”

Deze basis werd doorgevoerd in alles wat ze doen: alleen mannelijke barbiers, het woord ‘kapper’ was verboden en een stoer interieur waar mannen graag komen. De basis voor hun ‘marketingbeleid’ kwam volledig uit henzelf en daardoor geloofden klanten het ook.

 
Goede voorbeelden storytelling
Een ander goed voorbeeld van sterke storytelling in het MKB is wijnverkoper Vinuno. Elke maand verschijnt er een filmpje op Youtube waarin wijnboeren over hun wijn vertellen; waarom is het product zo bijzonder en hoe maken ze het precies? Je ziet hetzelfde bij de Koekfabriek, een initiatief van Kookmeester en Stichting Reinaerde. Het gaat hier om koek gemaakt van duurzame producten door mensen met een geestelijke beperking. Zij krijgen door dit initiatief een baan en maken onderdeel van de maatschappij; door de koek te bakken, maar ook door de koek en de koffie te serveren in de gelieerde Koffiebar. Verhalen, verhalen, verhalen.
De modewinkel Fabert de Wit won drie keer op rij een StorytellingAward omdat het heel goed de verhalen van de modemerken kon vertellen tegen klanten; storytelling in de letterlijke betekenis van het woord dus. Eigenaar Hans de Wit: ,,Wij hebben als leiding altijd gestimuleerd omdat mensen het interessant vinden om de verhalen van merken te horen. Het mooiste verhaal vind ik van het Italiaanse horlogemerk Wewood dat voor elk horloge een nieuwe boom plant.”

 
Storytelling is een containerbegrip
Annet Scheringa van TheStoryConnection geeft al tien jaar advies aan grote en kleine bedrijven over het gebruik van storytelling. Zij vindt het mooi dat er zoveel aandacht is voor haar vak, maar betreurt het dat alle vormen van marketingcommunicatie zo’n beetje weggezet kunnen worden onder de noemer ‘storytelling’. Een goed, of eigenlijk een slecht voorbeeld vindt ze de tv-commercial van FrieslandCampina waarin een Engelstalige manager mijmert over de goede oude tijd dat hij nog contact had met de natuur. ,,Het zijn natuurlijk mooie beelden, maar je ziet direct aan het filmpje dat het niet authentiek is. Het vertelt geen echt verhaal, maar romantiseert eenzijdig.” In haar ogen is het niet zo vreemd dat zo’n gelikte film direct een tegenverhaal oproept: het verhaal van Milieudefensie, The true story of milk. ,,Dat doen verhalen die als ongeloofwaardig worden ervaren.”

 
Begin bij de binnenkant
Scheringa vermoedt dat het vertrekpunt van de commercial verkeerd is. ,,Als je een goed verhaal wil vertellen, begin je altijd aan de binnenkant van een organisatie. Je moet achterhalen waar de mensen voor staan en waar het schuurt, waar de dilemma’s zitten. Niet door af te gaan op een simpele briefing, maar door oprecht mee te lopen en je te verdiepen in de problematiek.” Een voorbeeld van geslaagde storytelling vindt ze de twintig jaar oude commercial van Jochem de Bruin (‘farmers’). ,,Dat was weliswaar geen bestaand personage, maar de medewerkers van de Rabobank herkenden zich in hem en realiseerden dat ze trots mochten zijn op hun AAA-status als bank. Consumenten herkenden zich in Jochem die werd uitgelachen terwijl hij in het openbaar sprak, een universele angst van bijna iedereen. Het verhaal bood alle ruimte voor identificatie.”

Een ander goed voorbeeld van sterke storytelling vindt ze de film van een Amerikaans ziekenhuis: Cleveland Clinic. ,,Het voert je als het ware in een paar minuten langs een heel aantal menselijke verhalen, door simpelweg alleen de worsteling te laten zien. Het raakt altijd.”

Volgens Scheringa begint langzaam het principe door te dringen, ook binnen het MKB, dat de basis van goede storytelling altijd bij het bedrijf zelf ligt. Vervolgens is het zaak om die waarden ook naar buiten te brengen waarbij het kernwoord ‘oprecht’ is. ,,Consumenten prikken gewoon direct door onwaarheden of reclame heen. Ze willen een eerlijk verhaal en daar hoort ook wel eens bij dat een bedrijf problemen heeft overwonnen. Niet alles hoeft goed te gaan in storytelling. Sterker nog: heb jij wel eens een Hollywoodfilm gezien waarin alles goed ging?”

 
Storytelling volgens The StoryConnection
Voor iedereen die met storytelling aan de slag gaat, heeft ze een aantal tips:
  1. Het verhaal staat op zichzelf en heeft een begin, midden en einde.
    2. Het verhaal bevat narratieve elementen: een hoofdpersoon, een verhaallijn met daarin een ontwikkeling als gevolg van een worsteling, dilemma of conflict, tegenstanders, medestanders.
    3. Het is authentiek: waar of waar-achtig.
    4. Het is persoonlijk.
    5. Het is prikkelend en roept emotie op en/of wordt met emotie verteld.
woensdag 17 februari 2016 | Written by Bas Hakker

Virtual Reality-markt van 80 miljard verandert vak van creatie

Virtual Reality is ‘the next big thing’. In 2050 zal er volgens kenners 80 miljard euro omgaan in de VR-markt. Maar media- en reclamebureaus zijn er nog lang niet klaar voor. Om video’s en andere toepassingen voor VR-content te maken zal het vak van creatie compleet moeten veranderen.

 
,,Virtual reality wordt een van de belangrijkste trends van dit jaar,” stelde directeur en oprichter Victor Knaap van het met prijzen overladen MediaMonks tijdens het jaarlijkse MWG-congres. Zijn bureau heeft een goede temperatuurmeter om kortdurende hypes van baanbrekende technologieën te onderscheiden. VR is volgens hem een blijvertje. ,,In 2050 zal de markt 80 miljard groot zijn. Groter dan de tablet-markt en net zo groot als televisie. Iedereen is bezig devices te maken,” aldus Knaap.

 
171 Miljoen VR-devices in 2018
Het begon allemaal met de Oculus Rift headset, maar inmiddels zijn er vele VR-brillen op de markt. Samsung heeft zijn Gear VR, Microsoft zijn Hololens en HTC zijn Vive. Met de Cardboard biedt Google een goedkoop alternatief. Bovendien wordt bij deze kartonnen bril de eigen smartphone als VR-device gebruikt. Aangezien de smartphone-markt vele malen groter is, ontsluit de Cardboard de VR-technologie voor het grote publiek. ,,Daarom zal VR-content ‘the next big thing’ worden,” voorspelt CCO Nick Mueller van MOBGEN.

Van de Google Cardboard zijn al 5 miljoen exemplaren verkocht. In 2018 wordt verwacht dat wereldwijd 171 mensen een of ander VR-device hebben.

 
Bureaus nog niet klaar
Toepassingen zijn er al voor games, televisie, advertising en social media als Facebook, maar mondjesmaat. Zo deed MediaMonks vorig jaar 1600 digitale filmprojecten en slechts 4 met virtual reality. ,,Mijn conclusie: media- en reclamebureaus zijn hier nog niet klaar voor,” stelt Knaap.

 
Vak creatie moet op de schop
Om mee te kunnen liften met het toekomstige succes en om de potenties van VR te kunnen benutten, moet het vak van creatie op de schop, stelt hij. Zo kunnen reclamemakers het traditionele storyboard niet gebruiken, maar moeten ze een versie in 3D of van 360 graden maken. Ook de shoot van video is anders, omdat de hoofdpersoon/kijker het camerastandpunt is. Knaap:  ,,Daarom is het met traditionele filmregisseurs moeilijk om VR te maken. Het liefst werken we met theaterregisseurs, omdat zij in staat zijn om het vanuit alle standpunten te bekijken.”

De postproductie van een shoot is totaal anders, omdat beelden via zes verschillende camera’s binnenkomen. Verder is het geluid bij VR anders. Reclamemakers zijn gewend de sound van twee kanten op te nemen, maar bij VR moet de sound van alle kanten naar je toekomen.  Daarvoor zijn onder meer binaural 3D microfoons nodig.

MediaMonks zelf hanteert bij VR het zogeheten Hollywood model, waarbij één bureau verantwoordelijk is voor het grote verhaalidee, dat in alle facetten door alle betrokken partijen verder wordt uitgewerkt.

 
Exploderende auto
Een mooi voorbeeld van het gebruik van VR in een reclamespot is de film die MediaMonks voor Chrysler maakte. Daarin maken de inzittenden van een Chrysler 200 met hun Oculus Rift een virtuele reis door de autofabriek, waarbij de auto in onderdelen uiteenvalt - explodeert - en stukje voor stukje wordt geassembleerd.

The virtual reality experience van Chrysler
 
360 Graden concert Beck
Wereldwijde aandacht kreeg het 360 graden concert ‘Hello, again’ van de Amerikaanse muzikant Beck, waarbij VR-technieken werden toegepast.

A 360 immersive concert experience
 
Eigen plek in mediamix
Knaap denkt dat VR op termijn zijn eigen plek verovert in de mediamix. Naast radio, tv en online/digital. ,,VR gaat ons dwingen andere dingen anders te doen,” stelt hij. ,,Dit kun je niet maken met de huidige bureaus op de huidige manier.”
maandag 15 februari 2016 | Written by André Oerlemans

Oprukkende gezichtsherkenning past reclame aan

Door Ralph Rozema

Hoe reageren mensen op advertenties op een website? De Britse omroep BBC registreert emoties van mensen met de webcam. Het geeft inzicht in hoeverre de advertenties werken. Interactieve billboards gaan nog een stap verder: ze passen de advertentie aan.
Tijdens een proef met vijfduizend webbezoekers gebruikte de BBC software van CrowdEmotion om de bewuste en onbewuste reacties op content marketing te meten. Het ging om campagnes op de site bbc.com van onder meer de Britse bank HSBC en Hainan Island Tourism. De werkwijze komt nu voor meer adverteerders beschikbaar.

Deelnemers moeten toestemming geven en zelf de webcam op hun desktop instellen.De webcam registreert bewegingen in het gezicht die worden ingedeeld in zes mogelijke emoties: blijheid, treurigheid, verwarring, angst, afwijzing en verrassing.

„Marketeers worstelen met de vraag hoe ze effecten van content marketing het beste kunnen meten,” zegt Richard Pattinson van BBC StoryWorks in webmagazine Digiday. „Voor bedrijven is dit een nieuwe aanpak. Het geeft veel meer inzicht dan de gebruikelijke metingen van het aantal page views of de tijd die men aan een internetpagina besteedt.”

Gezichtsherkenning in de huiskamer
Bij televisieprogramma’s gebruikt de BBC gezichtsherkenning al langer. Kleine camera’s in de huiskamer registreren emoties van kijkers om na te gaan hoe een bepaald programma overkomt en wordt gewaardeerd.
Bij facial recognition – gezichtsherkenning – draait het om software die gezichtsuitdrukkingen op camerabeelden kan lezen. Je kan bepalen of iemand vrolijk is of niet, of het een man of vrouw is en van welke leeftijd ongeveer. Gekoppeld aan een database kan de software ook bepalen wie er op de foto of videobeelden staat.

Eindeloze toepassingenDe toepassingen zijn eindeloos, niet alleen om effecten van reclame te meten, maar ook om die aan te passen aan degene die toevallig voorbij komt. Ook zijn er toepassingen bij het opsporen van vermiste personen of persoonscontroles op luchthavens.

De frisdrankautomaat reageertRetailorganisatie NRF toonde op de Big Show in New York in januari een frisdrankautomaat die emoties op gezichten leest en vervolgens een toepasselijke advertentie voorschotelt. De frisdrankautomaat kan overigens nog veel meer, zoals data via de cloud naar het hoofdkantoor sturen om overzicht over de voorraad te houden.

Interactieve billboardsCoca Cola gebruikt gezichtsherkenning in interactieve billboards, in bijvoorbeeld metrostations in Stockholm. Als onderdeel van de Choose Happiness campagne analyseren de billboards de gezichten van reizigers. Het gezicht op de interactieve advertentie knipoogt en lacht als de voorbijganger dat ook doet. Zelfs bij de wat introverte Zweden, werd het een hit.

https://www.youtube.com/watch?v=H2gvKrfZTAU

Camera stelt moedertaal vast van de klantDe Japanse cosmeticawinkels van Ainz & Tulip gebruiken gezichtsherkenning om meer buitenlandse toeristen binnen te halen. De inzet van facial recognition leidde tot een groei van 40 procent aan buitenlandse klanten.
Dat werkt als volgt: bij de winkel in Tokio zijn interactieve panels met portretfoto’s waar bezoekers hun favoriete trendy make-up stijl kunnen kiezen door het bijbehorende gezicht aan te raken. Ze krijgen een coupon geprint en zie daar de magie: die coupon is in de taal van de bezoeker. Een camera registreert het gezicht en leidt daaruit de taal af. Het werkt globaal: wie uit Europa komt, krijgt een coupon in het Engels. Dat is goed voor de winkel en handig voor de klant, die niet meer aarzelt om naar binnen te gaan.

https://www.youtube.com/watch?v=P39XWI31qBQ

Meer bier voor Duitse vrouwenHet Duitse biermerk Astra gebruikt gender detection technology, zeg maar gezichtsherkenning om mannen en vrouwen te onderscheiden. De outdoor ad is bedoeld om meer vrouwen aan het bier te krijgen en laat, afhankelijk van de situatie, één van de zeventig beschikbare video’s zien. Als de ad mannen of minderjarigen waarneemt, worden die dringend verzocht door te lopen. De campagne van reclamebureau Philipp und Keuntje in Hamburg trok daarmee flink de aandacht.

https://www.youtube.com/watch?v=PZKgAuk6kLM

Kijken naar mishandelde vrouwBeroemd is inmiddels het billboard uit de campagne tegen huiselijk geweld van Women’s Aid. Op de ad zie je een vrouw met verwondingen in haar gezicht. Maar naarmate er meer mensen naar haar kijken, verdwijnen de littekens. En dat maakt indruk. „We laten zo zien dat we huiselijk geweld met z’n allen kunnen stoppen,” zegt Polly Neate van Women’s Aid. Het billboard in Engeland is zelfs in Amerika nieuws.

https://www.youtube.com/watch?v=QCJ8X4dtRnU

Emoties bij The Revenant
Ook in Hollywood heeft face recognition zijn intrede gedaan. Bij try-outs van de met Oscar-nominaties overladen film The Revenant werden de emoties van de toeschouwers in de zaal gemeten. Wanneer reageren ze geschrokken, verrast of juist verveeld? Als regisseur kan je dat maar beter weten en misschien je film aanpassen.

En de privacy dan?
Ja, de toepassingen zijn eindeloos, maar mag het ook? Interactieve billboards mogen eigen eigenschappen van voorbijgangers registreren en daarop inspelen. Mogen ze ook een bericht naar je smartphone sturen? En als ze kunnen bepalen wie de persoon is die eraan komt, mogen ze dat registreren en diegene later opnieuw benaderen?

Boze gezichten
De kritiek die je tegenkomt op internet is niet mals: facial recognition kan leiden tot ongewenste inmenging in de privacy. Een paar horrorscenario’s: een inlichtingendienst die mensen met boze gezichten blijft volgen, want wie weet gaat het om een potentiële terrorist. Werkgevers die werknemers met te vaak boze gezichtsuitdrukkingen het bedrijf uitzetten, na de vaststelling via facial detection.

Zoals zo vaak met technologische vernieuwingen, loopt de wetgeving achter. Privacy is terecht een zwaar punt. Maar soms is facial recognition ook in het voordeel van de consument, zoals het Japanse voorbeeld laat zien. En soms is het gewoon fun.

Meekijken via de webcam, wat de BBC doet, mag alleen als mensen toestemming geven. Maar ook met een selecte groep kan onderzoek met facial recognition al waardevolle inzichten opleveren.
vrijdag 05 februari 2016 | Written by Redactie Frank.News

Social brandscaping: de campagne van de toekomst

Je bierblikje als gratis ov-bewijs gebruiken of een picknickkleed dat tegelijkertijd ook als afvalzak functioneert: twee mooie voorbeelden van de nieuwe trend social brandscaping.

 
Cleanpicnic
Als je social brandscaping googlet, kom je uit bij psCity; het nieuwe projectbureau dat merken, steden en burgers met elkaar verbindt en samen creatieve oplossingen ontwikkelt voor maatschappelijke problemen. Wat is het? Directeur Thijs Verheugen vertelt: ,,De term social brandscaping hebben we zelf bedacht, geïnspireerd door het boek Brandscaping van marketeer Andrew Davis. Hij vertelt in zijn boek over de samenwerking van merken uit verschillende sectoren en de succesverhalen die daaruit voortkomen. Dat deed mij meteen denken aan ons eigen succesverhaal met CleanPicnic; het picknickkleedje dat ook te gebruiken is als afvalzak en gratis in verschillende parken wordt verspreid om zo de vuilnisoverlast op die plekken tegen te gaan. Dit project heb ik een aantal jaar geleden met Twan van Dommelen opgezet en staat aan de basis voor de lancering van psCity vanuit Posterscope; het communicatiebureau waar we, in samenwerking met mediabureaus als Head To Head, advies geven aan merken over communicatie in openbare ruimtes.”

 
Partners van de stad
Cleanpicnic bleek een succes en wordt ieder jaar door verschillende parken in Nederland herhaald. Deze ervaring smaakte naar meer voor Verheugen: ,,Bij Posterscope merkten we dat er behoefte is vanuit merken om zich op een sociale manier te presenteren. En door Cleanpicnic wisten we dat de gemeente ervoor openstaat om samen te werken met burgers en bedrijven om zo maatschappelijke problemen samen op te lossen. Zo kwamen we op het idee voor psCity, vrij vertaald: partners van de stad. We werken nauw samen met de gemeente Amsterdam en signaleren met haar maatschappelijke problemen in de stad. We koppelen hier merken aan en bedenken samen een format voor een mooie oplossing waarbij we de burgers en lokale ondernemers zoveel mogelijk betrekken. De afgelopen maanden hebben we samen met de stad Amsterdam gewerkt aan verschillende projecten om de basis te leggen voor Social Brandscaping projecten rondom het Vondelpark en het Museumplein.”

 
Sportroute
Eén van die projecten is de ontlasting van de extreme drukte, mede veroorzaakt door sporters, in het Vondelpark. ,,We zijn nu bezig met Stadsdeel Zuid en diverse merken om een sportroute te ontwikkelen die ervoor zorgt dat de doorstroom naar het Rembrandtpark verbetert. Verder werken we aan een project voor het Museumplein. Daar hebben we samen met PlacemakingPlus een placegame gehouden met de stad, bedrijven en burgers om te onderzoeken hoe we het plein nog aantrekkelijker kunnen maken,” vertelt Verheugen.

 
OV-biertje
In Nederland is Verheugen de eerste die zich met marketing en communicatie stort op private en publieke samenwerkingen. In het buitenland wordt het al gedaan. Zo zie je in Brazilië het initiatief van biermerk Antarctica dat een bierblikje ontwikkelde waarmee je gratis met het openbaar vervoer kunt. Met The Beer Turnstile, toegangspoorten die lege bierblikjes kunnen scannen, hoopten ze ervoor te zorgen dat feestgangers tijdens carnaval niet met de auto zouden gaan. Verheugen: ,,Een ander mooi voorbeeld is de Samsung Safety Truck in Zuid-Amerika, die het hoge aantal verkeersongelukken door inhalen probeert tegen te gaan. Door de videobeelden op de achterkant van de vrachtwagen ziet de automobilist of er een tegenligger aankomt en weet hij wanneer het veilig is om in te halen. En Volvo ontwikkelde de Volvo Life Paint: een transparante spray die ervoor zorgt dat je jas wit wordt, zodra je in het donker fietst. Zo ben je goed zichtbaar voor alle automobilisten. Mooi om te zien dat deze merken aan de veiligheid van de burgers denken.”

 
Niet alleen mvo
Het ‘geheim’ van het succes van social brandscaping is niet alleen het sociale aspect, maar ook het marketing en communicatie aspect. Wat het voor een sociaal en bedrijfsmatig effect heeft voor een merk. Unilever liet in 2015 met harde cijfers zien dat maatschappelijk bijdragen goed is voor de omzet. Het is dus zaak om maatschappelijk verantwoord ondernemen te implementeren binnen de gehele bedrijfsvoering. Dat vergroot de mogelijkheid om serieus bij te dragen aan een betere wereld en het bedrijfsresultaat te verbeteren. ,,Daarom benaderen wij alles vanuit de marketing & communicatie hoek,” aldus Verheugen.

,,Bij het woord social denkt iedereen tegenwoordig aan social media en niet aan de ware betekenis van het woord, namelijk maatschappelijk. Social media vraagt wat mij betreft om sociale oftewel maatschappelijke boodschappen en niet om het delen van commerciele boodschappen. Uiteindelijk gaat het erom dat social brandscaping projecten en daarbij het merk echt concreet het leven van mensen verbeteren, zodat zij daar met de rest van de wereld over gaan praten. Met als belangrijkste voorwaarde: Iedereen doet mee, draagt bij en wordt er beter van: merken, steden en burgers.”
dinsdag 19 januari 2016 | Written by Kim Buitenhuis

By accepting you will be accessing a service provided by a third-party external to https://www.candidplatform.com/

Be Candid,
it’s contagious.

Candidness is the quality of speaking with
honesty and authenticity. Our Candid editorial
team shares stories that matter on media, data,
marketing, creativeness and technology.

Our Candid editorial team
creates stories that matter.