Candid. Platform
for growth.

Kan Jack Dorsey Twitter redden?

Door Ralph Rozema

 

Hij wordt soms vergeleken met Steve Jobs, maar Twitter-CEO Jack Dorsey is ook omstreden. Alleen al omdat hij naast Twitter ook zo nodig het bedrijf Square wil blijven leiden. Het aantal gebruikers van Twitter is in het afgelopen kwartaal voor het eerst sinds de beursgang niet gegroeid, maar Dorsey blijft vol vertrouwen.  Een portret.

 
Op zijn Twitteraccount @jack legt Dorsey de nieuwste veranderingen uit. De timeline van Twitter zal niet meer volledig chronologisch zijn. Bovenaan komen tweets te staan die van algemeen belang zijn en die je niet zou willen missen, toegespitst op je persoonlijke interesses. Pas daarna komen de tweets van degenen die je volgt met de laatste bovenaan. De algemene tweets kan je uitzetten als je ze niet zou willen, schrijft Dorsey.

Het is een van de manieren om Twitter meer toegankelijk te maken voor nieuwe gebruikers. Want de groei van nieuwe aanwas is eruit. Mediamensen, celebrities en politici doen mee, maar jongeren haken af. En dat is investeerders op Wall Street een doorn in het oog.

 
Gebrek aan vertrouwen
Het totaal aantal twitteraars kwam in het vierde kwartaal van 2015 uit op 320 miljoen per maand. Net zoveel als een kwartaal eerder en dus stagneert het aantal gebruikers. Eerder toonde een onderzoek dat Frank.news door Vostradamus liet uitvoeren al aan dat de populariteit tanende is. Het aantal gebruikers is zo belangrijk, omdat Twitter bijna al zijn inkomsten haalt uit advertenties. Dat is waar Wall Street naar kijkt, ook al gaat het financieel redelijk goed. Over heel 2015 was de omzet 2,2 miljard dollar, een toename van 58 procent vergeleken met 2014. Maar het vertrouwen is zoek: het aandeel Twitter verloor afgelopen jaar meer dan de helft van zijn waarde.

De 39-jarige Jack Dorsey, bedenker van Twitter en CEO, moet het bedrijf weer naar nieuwe hoogten stuwen. Hij is de man met ideeën die opnieuw is binnengehaald. Maar de meningen over hem zijn verdeeld. Een collega van het eerste uur heeft geen twijfel:  „Als iemand het kan, dan is het Dorsey.”

 
Dubbelrol Jack Dorsey
Vooral de dubbelrol van Dorsey als CEO van Twitter en van de digitale betalingsdienst Square roept weerstand op. Het zijn twee full-time banen. Dorsey zegt 18 uur te werken per dag:  ‘s ochtends zit hij bij Twitter, ’s middags bij Square. En dan is hij ook nog commissaris bij Walt Disney, een aantal keer vergaderen per jaar. Alleen dat al leverde hem vorig jaar 295.000  dollar op.

 
Een college drop-out
In 2005 was de toen 29-jarige Dorsey een college drop-out. Hij hield zijn studie aan New York University voor gezien en ging aan het werk als programmeur. Media beschrijven Jack Dorsey in die tijd als een verlegen jongen, die veel op zichzelf is. Door een toevallige ontmoeting komt hij terecht bij techbedrijf Odeo, waar het idee voor Twitter ontstaat.

Het geldt als bijna heilige grond in South Park in San Francisco waar Jack en twee collega’s op een grasveld aan het brainstormen waren. Een burrito in de hand. Daar lanceerde Dorsey in 2006 zijn idee waardoor tien jaar later nog altijd miljoenen op Twitter actief zijn. Het is de officiële origin story van Twitter, maar het is de vraag of het helemaal zo is gegaan.

New York Times Magazine reconstrueerde het begin en de eerste jaren van Twitter. Het lijkt haast een opeenvolging van ruzies van toenmalige vrienden die aan de bakermat van Twitter stonden; de een na de ander wordt het bedrijf uitgezet.

 
Yoga gaat voor
Uiteindelijk valt in oktober 2008 ook het doek voor Dorsey zelf. Hij houdt formeel een bestuursfunctie, maar is alle zeggenschap kwijt. Die ingreep zou te maken hebben met zijn yoga-groep en andere hobby´s die hij voor het bedrijf laat gaan. Analisten noemen hem een briljante denker, maar daarmee nog geen geschikte CEO voor Twitter.

Dorsey’s vriend en mede-oprichter Evan Williams neemt de leiding over. Totdat ook hij in 2010 als CEO moet terugtreden en wordt opgevolgd door Dick Costolo. Dorsey gaat in 2011 weer voor het bedrijf werken, eerst in een lagere positie en sinds oktober 2015 is hij terug als CEO.

 
Meer plaats voor advertenties
Dorsey gaat nu doortastend te werk. Hij wil een breder publiek bereiken en stelt de timeline en lengte van berichten ter discusssie. De aanpassing van de timeline staat nu vast. Er komt daarnaast meer ruimte voor adverteerders bij Twitter Moments, die zijn gekoppeld aan speciale gebeurtenissen. Er komen video advertenties, waarschijnlijk op een vergelijkbare manier als bij Youtube. En het bedrijf experimenteert met een nieuw idee, namelijk dat gebruikers rechtstreeks vanuit de timeline spullen kunnen kopen.

Dorsey is ook de man van de peptalks. „Als goede employees beginnen te twijfelen aan Twitter, dan gaat hij met ze zitten en zorgt dat ze blijven. Hij kan mensen overtuigen,” zegt een medewerker. Helemaal lukt dat niet, want begin dit jaar vertrekken een aantal prominenten.

 
De mantel uitgeveegd
Lang niet overal valt de nieuwe wind goed. Twitter heeft een grote schare fans die van veranderingen weinig willen weten. Onder de hashtag #RIPTwitter wordt Dorsey op zijn eigen medium de mantel uitgeveegd.

Veel gebruikers willen Twitter ook als serieus nieuwsmedium behouden. De dood van Osama Bin Laden werd destijds bekend via Twitter. Tijdens de Arabische lente kon je revoluties in real time op Twitter volgen.

Het is dansen op een koord: de actieve achterban die geen veranderingen wil tevreden houden en tegelijkertijd veranderingen doorvoeren om Twitter toegankelijker te maken en meer mensen te trekken. Het is aan Dorsey om daar het evenwicht te vinden.

 
Overnamegeruchten
Ondertussen doen geruchten over een overname van Twitter de ronde. Begin februari ging het aandeel Twitter plotseling omhoog. Aanleiding was het gerucht dat durfkapitalist en fervent twitteraar Marc Andreessen samen met Silver Lake bezig was een deal te sluiten met Twitter. Ook Alphabet, het moederbedrijf van Google, en NewsCorp van Robert Murdoch worden als mogelijke kopers genoemd.

Het kan ook ineens anders gaan. Kort nadat Facebook naar de beurs ging, kelderden de aandelen. In de zomer van 2012 moest Wall Street niets van Facebook hebben. Dat sentiment draaide toen volledig om en waarom zou dat niet bij Twitter kunnen?  Het zou kunnen als het bedrijf erin slaagt weer meer gebruikers aan te trekken. Volgens Twitter is dat in januari al zo, maar officiële cijfers ontbreken nog.

Het idee achter Twitter is de eenvoud zelf. Jack Dorsey weet als geen ander hoe bedrieglijk dat kan zijn: „Making something simple is very difficult.”

Online content aan banden, ook ter bescherming jeugd

Omdat internet een steeds belangrijkere rol gaat spelen in het kijkgedrag van minderjarigen, moeten voor online aanbieders dezelfde strenge EU-regels gelden als voor televisie-aanbieders. Daarnaast moeten er goedkope en eenvoudige tools voor ouders ontwikkeld worden om minderjarigen te waarschuwen tegen schadelijke content en om kanalen en programma’s zo nodig te kunnen blokkeren.

 
Dat adviseert de Europese groep van toezichthouders van audiovisuele media (ERGA) aan de Europese Commissie. De zogeheten AMVS-richtlijn die nu geldt voor omroepen en andere tv-aanbieders, zou sowieso uitgebreid moeten worden naar online-kanalen, vindt de groep.

 
Alles via smartphone toegankelijk
Ouders maken zich steeds meer zorgen omdat schadelijke content op internet eenvoudig toegankelijk is voor hun kinderen. Niet alleen porno of geweld, maar ook reclame die op televisie niet is toegestaan. Nu het gebruik van audiovisuele media op smartphones en tablets via 4G en Wifi wijdverbreid is, zijn kinderen veel kwetsbaarder geworden voor schadelijke content. Daarom is de scheiding tussen tv-aanbod en online-aanbod die de EU hanteert niet meer van deze tijd en moeten de geldende regels herzien worden, concludeert ERGA in zijn rapport. Bij het beschermen van minderjarigen spelen ook ouders een belangrijke rol. De ontwikkeling van nieuwe tools die schadelijke inhoud herkennen kunnen hen daarbij helpen.

 
Kinderen beschermen
De Nederlandse voorzitter prof. mr. dr. Madeleine de Cock Buning van ERGA stelt: ,,Het medialandschap verandert razendsnel. Om onze kinderen te beschermen moeten we alle content van massamedia, zowel film, dvd als video on demand en andere online kanalen, in ogenschouw nemen bij het herzien van het wettelijke kader.”

Volgens haar is het mogelijk minderjarigen in een veranderende wereld te beschermen met toekomstbestendige regels, maar toch genoeg ruimte te laten voor flexibiliteit en culturele verschillen binnen de EU.

 
Online nu niet aan regels gebonden
In een tweede rapport adviseert ERGA de Europese Commissie om Europese Richtlijn voor audiovisuele mediadiensten (Audiovisual Media Services Directive, AMVS) uit te breiden naar online aanbieders. In de huidige veranderende markt wordt steeds meer tv-aanbod via internet uitgezonden en verplaatst mediaconsumptie zich naar online. Daar gelden de Europese regels niet of minder. Om ook die aanbieders te kunnen aanspreken op hun redactionele verantwoordelijkheid is uitbreiding van de richtlijnen nodig, aldus ERGA.

 
Beperking aan reclame
In die AMSD-richtlijn staan alle regels die de EU heeft uitgevaardigd voor het aanbieden van audiovisuele mediadiensten, zowel door omroepen, on-demand diensten als vergelijkbare  massamedia. Daarin wordt onder meer vrije nieuwsgaring, een pluriform bestel of de brede toegang tot de uitzending van grote (sport)evenementen gegarandeerd. Maar ook bijvoorbeeld het verbod op reclame voor tabak en geneesmiddelen, de bepaling dat programma’s slechts één keer per dertig minuten onderbroken mogen worden door reclame of het maximum van 20 procent tv-reclame per blokuur. Dat is om Amerikaanse toestanden te voorkomen. Een belangrijk element is ook de bescherming van minderjarigen tegen schadelijke inhoud.

 
Aanbevelingen
De EU moet volgens ERGA het begrip audiovisuele media herdefiniëren, speciale regels opstellen voor online audiovisuele platforms en intermediairs als kabelbedrijven, OTT-media en IPTV en hun redactionele verantwoordelijkheid in duidelijke richtlijnen vastleggen. In een derde rapport vraagt ERGA de Europese Commissie om de AMVS-richtlijn zo aan te passen dat de onafhankelijkheid van media gegarandeerd wordt. Dit in het licht van de ontwikkelingen in Polen, waar een nieuwe mediawet de regering te veel controle over de publieke omroepen geeft.

NLO: nieuw luisteronderzoek in 2018

Het Nationaal Luister Onderzoek (NLO) gaat dit jaar opnieuw testen uitvoeren die moeten leiden tot een nieuwe methode om luistercijfers te meten. Doel is om het nieuwe onderzoek in 2018 te lanceren, laat interim-directeur Frans Kok weten.

 
Daarmee reageert het NLO op het eerdere verhaal op Frank.news waarin deskundigen stellen dat het huidige luisteronderzoek achterhaald en niet meer van deze tijd is. Het NLO, waarin adverteerders, mediabureaus en zenders nauw samenwerken, beaamt dat verandering nodig is, maar stelt dat overstappen op een nieuwe meetmethode tijd kost. Ook zal een nieuwe meting zorgen voor een trendbreuk. ,,Alle partijen, ook de grote mediaexploitanten, accepteren die verandering. Maar dan moet het proces van de transitie wel zorgvuldig zijn. De nieuwe meetmethode moet in een keer goed staan en niet na de lancering leiden tot twijfels,” aldus Kok.

 
Besluit al in 2014 genomen
Het bestuur van het Nationaal Luisteronderzoek (NLO) heeft al in oktober 2014 besloten om over te stappen van de dagboekmethode (‘radiolog’) op het passief meten aan de hand van elektronische meters. NLO wil het radioluistergedrag fijnmaziger, op minuutniveau gaan meten. Bij het overstappen naar een andere meetmethode wil het NLO niet over één nacht ijs gaan. Kok: ,,Het moet vooraf zonder meer duidelijk zijn in hoeverre een vernieuwing ook daadwerkelijk een verbetering betekent; dat is niet vanzelfsprekend.”

 
Haken en ogen
Aan de besluitvorming kleven diverse haken en ogen. Zo moet het NLO kiezen voor een bepaalde techniek van passief/elektronisch meten. Er bestaan verschillende methoden om het radiogedrag te meten, zoals via een horloge, een pager of via een smartphone. Aan alle devices en technieken kleven voor- en nadelen. Daarnaast moeten respondenten bereid zijn om voor langere tijd continu een meter bij zich te dragen. Een derde punt waarover besloten moet worden is de methode van zenderherkenning: via audio matching en/of via een onhoorbare code die kan worden opgepikt door een meter (encoding).

 
Testen in 2016
Om tot een juiste afweging te komen, heeft NLO in de afgelopen twee jaar diverse testen uitgevoerd, zoals met de Mediawatch van GfK en met een app op een smartphone. Ook in 2016 staat een grote test met een app op een smartphone op de agenda. ,,Die testen zijn noodzakelijk om te leren en om te begrijpen wat de effecten zijn van een nieuwe meetmethode,” zegt Kok. Daarnaast heeft het NLO diverse contacten met buitenlandse JIC’s om ervaringen uit te wisselen en om te bespreken welke aanpak het beste is.

 
Langzaam proces
Kok geeft toe dat het NLO soms te weinig communiceert over de voorgenomen veranderingen. ,,Van een afstand lijkt het wellicht dat er weinig progressie is, maar achter de schermen wordt hard gewerkt aan een optimale toepassing van nieuwe technieken om te komen tot een voor iedereen relevant bereikonderzoek. Tegelijkertijd worden er verbeteringen in het huidige onderzoek aangebracht, zoals het invullen van het radiolog op mobiele devices. De meetmethode zorgt voor de currency waarmee alle betrokken partijen handelen,” zegt hij.

 
Nieuw onderzoek in 2018
In 2016 zal het NLO bureaus uitnodigen om een voorstel voor een nieuw onderzoek uit te brengen. Na de bureaukeuze is tijd nodig om het nieuwe onderzoek op te zetten en om te testen en schaduw te draaien. Het doel is om het nieuwe onderzoek in 2018 te lanceren.  Kok: ,,Nog even geduld dus.”

TRENDRAPPORT “TV IN NEDERLAND 2015”:

DE PENETRATIE VAN DIGITALE TELEVISIE GROEIT STERK. 87% VAN DE NEDERLANDSE HUISHOUDENS IS IN 2015 VOORZIEN VAN DIGITALE TV-ONTVANGST. HET AANTAL HUISHOUDENS MET EEN CONNECTED-TV STIJGT SIGNIFICANT VAN 22% IN 2014 NAAR 31% IN 2015. DAT BLIJKT UIT DE RESULTATEN VAN DE MEDIA STANDAARD SURVEY 2015 (MSS) DIE VANDAAG DOOR SKO ZIJN GEPUBLICEERD.

Het onderzoek wordt door TNS NIPO uitgevoerd in opdracht van de organisaties die verantwoordelijk zijn voor de belangrijkste mediabereiksonderzoeken. In 2015 zijn 6.144 huishoudens en 5.255 personen van 13 jaar en ouder ondervraagd.

DIGITALE TV IN 87% VAN DE HUISHOUDENS

De meeste huishoudens in Nederland hebben de mogelijkheid om digitaal televisie te kijken. De totale penetratie digitale TV-ontvangst is significant gestegen in 2015, waarbij de groei iets hoger is dan in 2014. De penetratie van digitale TV in huishoudens was 71% in 2011, 76% in 2012, 82% in 2013, 84% in 2014 en 87% in 2015.

AANTAL HUISHOUDENS MET CONNECTED-TV STIJGT STERK

Het percentage huishoudens met een televisie met directe toegang tot het internet stijgt van 22% naar 31%. Dit is een significante stijging ten opzichte van 2014.

BEZIT VAN HARDDISKRECORDERS EN DIGITALE TV-DECODERS MET HARDDISKRECORDER STIJGT SIGNIFICANT

In 2015 is er weer sprake van een significante groei: 38% van de Nederlandse huishoudens beschikt nu over een harddiskrecorder. Dit percentage is 2%-punt hoger ten opzichte van vorig jaar en wordt gedreven door de toename in harddiskrecorders in settopboxen. Het aantal huishoudens in bezit van een settopbox met harddisk stijgt significant: van 22% in 2014 naar 25% in 2015. In 2015 daalde wel weer het percentage huishoudens dat in bezit is van een losse DVD- speler, video- en een DVD-recorder met harddisk.

MEER DAN DE HELFT VAN ALLE NEDERLANDERS 13+ HEEFT EEN TABLET. AANTAL TABLET- EN SMARTPHONE- BEZITTERS STIJGT STERK

De penetratie van smartphones onder Nederlanders van 13 jaar of ouder bedraagt 75% en die van tablets 57%. In beide gevallen is sprake van een significante toename. Het percentage smartphone-bezitters bedroeg in 2014 61%. De stijging van het aantal tablet-bezitters in 2015 ten opzichte van 2014 is eveneens relatief fors: van 50% in 2014 naar 57% in 2015. Net zoals vorig jaar beschikt het merendeel over een laptop (72%) of een desktop (46%). Ten opzichte van vorig jaar is de penetratie van de desktop-PC gedaald (was 53% in 2014).
Bas de Vos (directeur SKO) zegt hierover: “De digitalisering in Nederlandse huishoudens zet zich in 2015 met hernieuwde kracht voort. De stijging in het bezit van connected devices zoals tablets en smartphones, die in 2014 nog leek te stabiliseren, is in 2015 wel weer duidelijk zichtbaar. SKO is actief bezig om de nieuwe vormen van kijkgedrag te meten. Zowel binnen het bestaande Kijkonderzoek, alsook in het nieuwe Online Kijkonderzoek dat we samen met TNS NIPO/Kantar Media hebben opgezet. Als eerste in de wereld levert SKO sinds 1 januari kijkcijfers voor online bekeken programmacontent. Vanwege de hoge kwaliteit van de steekproef is MSS voor ons de belangrijkste bron om het bezit van TV-apparatuur en connected devices te kunnen monitoren.”

 

Openingsavond TED2016 dinsdag 16 februari in acht bioscopen van Pathé

PERSBERICHT 5 februari 2016

De openingsavond van het inspirerende lezingenevenement TED2016 in Vancouver wordt dinsdag 16 februari, 20.00 uur vertoond in acht bioscopen van Pathé. In Amersfoort, Amsterdam, Breda, Delft, Den Haag, Eindhoven, Groningen en Maastricht. Tickets (17,50 euro) zijn nu te koop via www.pathe.nl en aan de kassa van de bioscopen.

 
Voor de eerste keer komt het wereldwijde fenomeen TED, een bloeiende beweging met originele ideeën om de wereld te veranderen, naar de bioscoop. Dinsdag 16 februari krijgt het bioscooppubliek de unieke kans om de openingsavond te ervaren van TEDs jaarlijkse conferentie. De gastheer van TED2016: Dream in Vancouver is Chris Anderson. In anderhalf uur horen we bekende denkers, artiesten en verhalenvertellers die hun dromen delen met het publiek. Sprekers op de openingsavond zijn schrijfster Ishita Katyal, ondernemer, uitvinder en schrijver Astro Teller, wetenschapper en ondernemer Riccardo Sabatini, componist en muzikant A.R. Rahman, schrijfster en producente Shonda Rhimes, filantroop Dan Pallotta en regisseur, choreograaf en danser Bill T. Jones.

 
TED is een non-profit beweging, waarin sprekers vernieuwende, inspirerende ideeën naar voren brengen in korte en krachtige lezingen van maximaal achttien minuten. TED begon in 1984 als een conferentie over Technologie, Entertainment en Design. Tegenwoordig komen vrijwel alle onderwerpen ter sprake, van wetenschap tot globalisering, in ruim honderd talen. Onafhankelijke TEDx-evenementen verspreiden de ideeën verder door de wereld.

Oprukkende gezichtsherkenning past reclame aan

Door Ralph Rozema

Hoe reageren mensen op advertenties op een website? De Britse omroep BBC registreert emoties van mensen met de webcam. Het geeft inzicht in hoeverre de advertenties werken. Interactieve billboards gaan nog een stap verder: ze passen de advertentie aan.
Tijdens een proef met vijfduizend webbezoekers gebruikte de BBC software van CrowdEmotion om de bewuste en onbewuste reacties op content marketing te meten. Het ging om campagnes op de site bbc.com van onder meer de Britse bank HSBC en Hainan Island Tourism. De werkwijze komt nu voor meer adverteerders beschikbaar.

Deelnemers moeten toestemming geven en zelf de webcam op hun desktop instellen.De webcam registreert bewegingen in het gezicht die worden ingedeeld in zes mogelijke emoties: blijheid, treurigheid, verwarring, angst, afwijzing en verrassing.

„Marketeers worstelen met de vraag hoe ze effecten van content marketing het beste kunnen meten,” zegt Richard Pattinson van BBC StoryWorks in webmagazine Digiday. „Voor bedrijven is dit een nieuwe aanpak. Het geeft veel meer inzicht dan de gebruikelijke metingen van het aantal page views of de tijd die men aan een internetpagina besteedt.”

Gezichtsherkenning in de huiskamer
Bij televisieprogramma’s gebruikt de BBC gezichtsherkenning al langer. Kleine camera’s in de huiskamer registreren emoties van kijkers om na te gaan hoe een bepaald programma overkomt en wordt gewaardeerd.
Bij facial recognition – gezichtsherkenning – draait het om software die gezichtsuitdrukkingen op camerabeelden kan lezen. Je kan bepalen of iemand vrolijk is of niet, of het een man of vrouw is en van welke leeftijd ongeveer. Gekoppeld aan een database kan de software ook bepalen wie er op de foto of videobeelden staat.

Eindeloze toepassingenDe toepassingen zijn eindeloos, niet alleen om effecten van reclame te meten, maar ook om die aan te passen aan degene die toevallig voorbij komt. Ook zijn er toepassingen bij het opsporen van vermiste personen of persoonscontroles op luchthavens.

De frisdrankautomaat reageertRetailorganisatie NRF toonde op de Big Show in New York in januari een frisdrankautomaat die emoties op gezichten leest en vervolgens een toepasselijke advertentie voorschotelt. De frisdrankautomaat kan overigens nog veel meer, zoals data via de cloud naar het hoofdkantoor sturen om overzicht over de voorraad te houden.

Interactieve billboardsCoca Cola gebruikt gezichtsherkenning in interactieve billboards, in bijvoorbeeld metrostations in Stockholm. Als onderdeel van de Choose Happiness campagne analyseren de billboards de gezichten van reizigers. Het gezicht op de interactieve advertentie knipoogt en lacht als de voorbijganger dat ook doet. Zelfs bij de wat introverte Zweden, werd het een hit.

https://www.youtube.com/watch?v=H2gvKrfZTAU

Camera stelt moedertaal vast van de klantDe Japanse cosmeticawinkels van Ainz & Tulip gebruiken gezichtsherkenning om meer buitenlandse toeristen binnen te halen. De inzet van facial recognition leidde tot een groei van 40 procent aan buitenlandse klanten.
Dat werkt als volgt: bij de winkel in Tokio zijn interactieve panels met portretfoto’s waar bezoekers hun favoriete trendy make-up stijl kunnen kiezen door het bijbehorende gezicht aan te raken. Ze krijgen een coupon geprint en zie daar de magie: die coupon is in de taal van de bezoeker. Een camera registreert het gezicht en leidt daaruit de taal af. Het werkt globaal: wie uit Europa komt, krijgt een coupon in het Engels. Dat is goed voor de winkel en handig voor de klant, die niet meer aarzelt om naar binnen te gaan.

https://www.youtube.com/watch?v=P39XWI31qBQ

Meer bier voor Duitse vrouwenHet Duitse biermerk Astra gebruikt gender detection technology, zeg maar gezichtsherkenning om mannen en vrouwen te onderscheiden. De outdoor ad is bedoeld om meer vrouwen aan het bier te krijgen en laat, afhankelijk van de situatie, één van de zeventig beschikbare video’s zien. Als de ad mannen of minderjarigen waarneemt, worden die dringend verzocht door te lopen. De campagne van reclamebureau Philipp und Keuntje in Hamburg trok daarmee flink de aandacht.

https://www.youtube.com/watch?v=PZKgAuk6kLM

Kijken naar mishandelde vrouwBeroemd is inmiddels het billboard uit de campagne tegen huiselijk geweld van Women’s Aid. Op de ad zie je een vrouw met verwondingen in haar gezicht. Maar naarmate er meer mensen naar haar kijken, verdwijnen de littekens. En dat maakt indruk. „We laten zo zien dat we huiselijk geweld met z’n allen kunnen stoppen,” zegt Polly Neate van Women’s Aid. Het billboard in Engeland is zelfs in Amerika nieuws.

https://www.youtube.com/watch?v=QCJ8X4dtRnU

Emoties bij The Revenant
Ook in Hollywood heeft face recognition zijn intrede gedaan. Bij try-outs van de met Oscar-nominaties overladen film The Revenant werden de emoties van de toeschouwers in de zaal gemeten. Wanneer reageren ze geschrokken, verrast of juist verveeld? Als regisseur kan je dat maar beter weten en misschien je film aanpassen.

En de privacy dan?
Ja, de toepassingen zijn eindeloos, maar mag het ook? Interactieve billboards mogen eigen eigenschappen van voorbijgangers registreren en daarop inspelen. Mogen ze ook een bericht naar je smartphone sturen? En als ze kunnen bepalen wie de persoon is die eraan komt, mogen ze dat registreren en diegene later opnieuw benaderen?

Boze gezichten
De kritiek die je tegenkomt op internet is niet mals: facial recognition kan leiden tot ongewenste inmenging in de privacy. Een paar horrorscenario’s: een inlichtingendienst die mensen met boze gezichten blijft volgen, want wie weet gaat het om een potentiële terrorist. Werkgevers die werknemers met te vaak boze gezichtsuitdrukkingen het bedrijf uitzetten, na de vaststelling via facial detection.

Zoals zo vaak met technologische vernieuwingen, loopt de wetgeving achter. Privacy is terecht een zwaar punt. Maar soms is facial recognition ook in het voordeel van de consument, zoals het Japanse voorbeeld laat zien. En soms is het gewoon fun.

Meekijken via de webcam, wat de BBC doet, mag alleen als mensen toestemming geven. Maar ook met een selecte groep kan onderzoek met facial recognition al waardevolle inzichten opleveren.

Carvana: auto uit de automaat

Om kopers te stimuleren hun auto zelf op te komen halen, heeft de Amerikaanse online occasiondealer Carvana iets nieuws bedacht: een vending machine voor auto’s. Net buiten Nashville Tennessee staat een reusachtige, hightech automaat van vijf verdiepingen hoog.

Nadat een klant een muntje in de automaat heeft gegooid, hijst een robotarm de wagen op een platform en wordt hij per lift naar beneden gebracht en afgeleverd. Niet alleen een stunt om het kopen van een auto te veranderen in een aparte belevenis voor klanten, maar ook een manier om flink op de kosten te besparen.

Nooit meer een tweedehands autoverkoperCarvana geldt als een innovatief bedrijf dat de tweedehands autoverkoper heeft afgeschaft en het hele proces rond het kopen van een auto online regelt. Kopers kunnen op de website van elke auto elk detail bekijken. Alles gebeurt verder online: van de financiering tot de inruil van de oude auto. De nieuwe auto wordt daarna aan de deur afgeleverd en de koper krijgt zeven dagen de tijd voor een testrit. Als de auto bevalt betaalt hij, als de auto niet bevalt kan hij hem terugsturen.

Carvana bespaart hierdoor gemiddeld 2000 dollar aan (personeels)kosten per verkochte auto. Omdat het bezorgen van de auto ook geld kost, kwam het met het idee voor de vending machine. Hoe meer mensen hun auto zelf komen halen, hoe meer kosten het bedrijf bespaart. Carvana is daarom zelfs bereid 200 dollar bij te dragen aan het vliegticket.

https://www.youtube.com/watch?v=FnHaPVP-opw

Messi heeft eigen Space Scooter Game

Persbericht

Amsterdam 4 februari 2016

 
Meet & greet met vijfvoudig wereldvoetballer te winnen op smartphone

BARCELONA/HEERHUGOWAARD – Mensen overal ter wereld kunnen een nieuwe game spelen op hun smartphone of tablet waar vijfvoudig wereldvoetballer van het jaar Lionel Messi verschillende missies moet behalen. Met de Messi Space Scooter Game kunnen gamers diverse prijzen winnen zoals gesigneerde voetbalshirts en een meet & greet met de topvoetballer zelf.

 
Voor zijn prestaties op het veld won Messi onlangs voor de vijfde keer de Gouden Bal. In de Messi Space Scooter Game brengen aliens in UFO’s hem vanuit het stadion naar onbekende werelden waar hij zijn kunsten op de step moet vertonen om missies uit te voeren.

Messi springt over rotsen, bruggen en andere obstakels, maakt salto’s, bukt om door tunnels te rijden en ontwijkt raketten en monsters. Natuurlijk mag hij ook met ballen schieten om vrij baan te krijgen.

Onderweg verzamelt hij muntjes en andere zaken die punten opleveren, waarmee spelers prijzen kunnen winnen. Die variëren van een Messi Space Scooter, door hem gesigneerde voetbalshirts, andere sportuitrusting tot de hoofdprijs: een geheel verzorgde reis naar Barcelona voor een meet & greet met de speler zelf. De game is gratis te downloaden via de App Store of de Google Play Store.

 
Messi tekende in 2014 een driejarig contract bij Space Scooter. Niet om te voetballen, maar om een eigen special edition van de coole step te laten ontwikkelen en wereldwijd te promoten. Space Scooter was op zoek naar een bekende ster die de thema’s kinderen, buiten spelen en sportief bewegen met elkaar kon verbinden en kwam uit bij Messi. De superster was meteen enthousiast over de nieuwe manier van voortbewegen. Door de voetplank naar voren en naar achteren te bewegen wordt via een ketting het achterwiel van de step aangedreven. Die beweging geeft het gevoel alsof je door de ruimte loopt, vandaar de naam Space Scooter.

 
Na de Messi Space Scooter heeft hij nu dus een eigen game. ,,Aan de ene kant willen we kinderen ook in de winter vermaken als ze niet zoveel buiten kunnen spelen,” zegt directeur Joost Blom van Space Scooter. ,,Aan de andere kant willen we met deze game een zaadje planten in landen waar de Space Scooter nog niet zo bekend is.”

https://www.youtube.com/watch?v=n5Y_NI5lhjY&feature=youtu.be

5 trends om in 2016 de slag om de consument te winnen

Laat klanten bewijzen dat ze bij jouw merk willen horen. Kies nieuwe kanalen omdat ze van toegevoegde waarde zijn, niet omdat ze nieuw zijn. Laat zien dat je begaan bent met je eigen werknemers. Speel in op de verwachte hype rond kunstmatige intelligentie (AI), maar alleen als je klanten er voordeel van hebben. En laat ze vanuit een ander perspectief naar je merk kijken. Dat zijn de vijf belangrijkste trends op consumentengebied die TrendWatching.com schetst voor 2016.

 
Met zijn overzicht wijkt TrendWatching af van diverse economische, sociale of technologische bespiegelingen voor het nieuwe jaar. Het richt zich vooral innovatieve ontwikkelingen die inspelen op de belangrijkste behoeftes van consumenten. Die insteek biedt de meeste kansen voor mediabedrijven en marketeers. Op die manier leiden de trends tot nieuwe producten, diensten en campagnes die eruit zullen springen en aanslaan bij de consument, stelt TrendWatching.

 
1: Status testen
In welvarende samenlevingen als de onze draait het tegenwoordig vooral om status. De zoektocht naar status bepaalt veel van wat consumenten doen, of ze dat nu willen toegeven of niet. Waar ze in 2016 vooral behoefte aan hebben is exclusiviteit.

Eerder melden we al dat de verhouding tussen klant en merk gaat veranderen. Komend jaar zullen we vaker zien dat klanten zich gaan bewijzen tegenover merken. Om erbij te horen. Bij een merk dat hun status geeft en in hun behoeftes voorziet. Dat is waar de status testen een belangrijke rol in spelen. Met die testen geven merken hun klanten de gelegenheid hun vaardigheden, creativiteit en goede smaak te bewijzen. En niet belangrijk: toe te treden tot een exclusieve community.

Een mooi voorbeeld is de test die spijkerbroekenmerk Lee eind vorig jaar in 32 Chinese steden lanceerde. Om een nieuwe collectie warmtevasthoudende spijkerbroeken te introduceren stuurde Lee consumenten de kou in. Gevolgd door een warmte tracerende app en door QR codes in de stad te scannen, konden ze punten verzamelen voor spijkerproducten en exclusieve events.

Exclusief is ook Bar 1930 in Milaan. De bar voert een strikt deurbeleid en verzon een

exclusieve manier om dat digitaal kenbaar te maken. Op Tinder werd een profiel aangemaakt van een vrouw uit 1930 die mannen vroeg haar het hof te maken ‘zoals dat vroeger gebeurde’ en zich ‘als een heer te gedragen’. Binnen een week had het profiel 4000 matches. Uiteindelijk mocht echter maar één winnaar naar binnen.

Het is hierbij zaak de testen niet te gemakkelijk te maken. Hoe moeilijker de test, hoe groter de kans om een community van gelijkgestemden rond je merk te verzamelen.

 
2: Op de juiste plek op de juiste plaats
Met de huidige technologische ontwikkelingen is het bijna onmogelijk om als merk op alle kanalen continue aanwezig te zijn. Toch beginnen veel vergaderingen nog steeds met een brainstormsessie rond de vraag: hoe kunnen we (vul in: het nieuwste, opkomende, wereldwijde, live-streaming, sociaal platform) gebruiken in onze campagne?

Sommige merken blijven in 2016 die strategie volgen. Ze blijven focussen op technologie in plaats van wat klanten en consumenten willen. Slimme merken focussen op een slimmere formule: gebruik de juiste content op de juiste plaats. Oftewel: gebruik innovatieve kanalen waarvoor ze geschikt zijn. Dat is volgens TrendWatching contextuele alomtegenwoordigheid. Of met een makkelijker woord: zinvolle aanwezigheid

Een mooi voorbeeld daarvan is hoe het Spaanse Telefonica Research de technologie gebruikt waarbij mensen via hun smartphone hun locatie prijsgeven. Samen met de Universiteit van Stuttgart presenteerde het bedrijf een onderzoek dat aantoont dat de telecomprovider aan de activiteit van een smartphonegebruiker kan aflezen of iemand zich verveelt of niet. En dat met een nauwkeurigheid van 83 procent. Mensen die zich verveelden kregen op die momenten via Buzzfeed aanbevolen content toegestuurd en bleken meer geneigd om die te lezen.

De vragen die merken zich steeds zouden moeten stellen zijn dus: waarom zouden mijn klanten willen dat ik dit kanaal gebruik? En voor welke nieuwe content is het zinvol?

 
3: Wees goed voor je eigen personeel
Ook in 2016 vervolgen merken hun queeste naar duurzaam en ethisch verantwoord ondernemen. Ook al werd de consument in 2015 geconfronteerd met de sjoemelsoftware van VW, de corruptie binnen de FIFA, Nestlé’s slavenarbeid in Thailand en bedorven vlees in China.  Nu consumenten niet alleen bezorgd zijn om kwetsbare werknemers in ontwikkelingslanden, maar zich ook druk maken om ontslagen en ongelijkheid in de rijke landen, doen merken er goed aan naar hun eigen bedrijf te kijken. Wie zijn eigen personeel steunt, krijgt de steun van de consument.

Zo stelde de Zuidoost-Aziatische app GrabTaxi afgelopen jaar het GrabLife fonds in voor zijn chauffeurs in Thailand en Singapore. Het bedrijf stort daar 14 procent van de tarieven in en werknemers krijgen hieruit inkomensbescherming, bijstand en een levensverzekering. Ook worden er Engelse les en andere cursussen uit betaald.

Flipkart – het Amazon uit India – gaf zijn stafleden een eenmalige bijdrage die alle kosten van het adopteren van een kind dekt. Intel maakte bekend dat het 300 miljoen dollar investeert om in 2020 een representatief aandeel vrouwen en minderheden in zijn personeelsbestand te krijgen. Dat is in de technologie-industrie nog lang niet het geval.

De vraag die merken zich moeten stellen is: met welk deel van jouw interne bedrijfscultuur zou je op een billboard reclame maken?

 
4: Gebruik de AI-hype ten voordele van je klanten
Vanwege de snelle technologische ontwikkelingen worden klanten steeds veeleisender. Grote merken als Toyota en IBM schreeuwen van de daken dat kustmatige intelligentie (AI) binnen handbereik is. Dat zorgt voor een hype. Daarom zullen in 2016 steeds meer consumenten van hun merk eisen dat het AI toepast om slimme diensten en producten aan te bieden die hun leven makkelijker maken en tijd en geld besparen. De kunst is om technologie zo te gebruiken dat het oplossingen aandraagt voor klanten.

Een mooi voorbeeld daarvan is de Zweedse treinmaatschappij Stockholmståg, die een algoritme heeft laten ontwikkelen dat met gebruik van big data vertragingen op het spoor twee uur van te voren kan voorspellen. Dat geeft de verkeersleiding de kans hierop te anticiperen. Reizigers worden met een app gewaarschuwd.

De Amerikaanse e-mailpluggin Paribus speurt automatisch het internet af om te controleren of merken als Walmart, Amazon en Best Buy hun laagste prijsgaranties nakomen. Het stuurt de winkelier automatisch een e-mail als het product ergens anders toch goedkoper is en vraagt namens de klant geld terug.

 
5: Laat klant vanuit een ander perspectief kijken
Vooral traditionele merken kampen met de vraag of consumenten nog wel de waarde zien van hun merk of product. Om nieuwe waardering te oogsten is het nodig hen daar op een speelse manier vanuit een ander perspectief naar te laten kijken.

Zo lanceerde Stockpile eind vorig jaar cadeaubonnen waarmee ontvangers aandelen kunnen kopen van bedrijven op de beurs van New York. Zelfs kinderen deden er aan mee. Hiermee veranderen het bedrijf zowel het perspectief op de cadeaubon als op het kopen van aandelen.

Een ander voorbeeld is de campagne die Transavia vorig jaar voerde in Parijs. Daarbij verkocht de budgetmaatschappij tickets in metrostations, kiosken en snoepautomaten in de vorm van zakken chips, snoep en gezondheidsrepen. Met de code op de verpakking konden klanten hun vlucht boeken. Zo werd de waarde van een vliegticket gekoppeld aan iets simpels als genotsaankopen.

De conclusie van TrendWatching: Als je klanten een vliegticket kunt laten kopen alsof het om een zak chips gaat, is alles mogelijk.

Luisteronderzoek kan al lang beter, waarom gebeurt dat niet?

Radio 538 is marktleider, Qmusic en Sky Radio zijn populair en Radio 10 is in opkomst. Volgens het huidige luisteronderzoek dan. Die meetmethode gaat al sinds de jaren zestig via het invullen van dagboekjes. De grote mediapartijen hebben modernisering jarenlang tegengehouden. Maar wat als het onderzoek geheel elektronisch wordt en men op minuutniveau gaat registreren? Hebben radio-adverteerders niet het recht op een moderner, actueler luisteronderzoek?

 
Het zijn enerverende tijden in de media nu Talpa en Telegraaf Media Groep (lees: 538Groep en Sky Radio Group) hebben besloten te fuseren. Adverteerders pompen jaarlijks om en nabij de 230 miljoen reclame-euro’s door het radiosysteem en daar gaat deze nieuwe radiogroep – mits de Autoriteit Consument & Markt (ACM) een ‘go’ geeft – goed van profiteren.
Die 230 miljoen wordt gepland op basis van het radio-onderzoek van NLO (Nationaal Luister Onderzoek) in samenwerking met onderzoeksbureau GfK. Dat onderzoek staat bekend als secuur en kwalitatief goed (zeker in Europa), maar er zitten ook flink wat haken en ogen aan.

 
Vraagtekens bij dagboekjes
De cijfers van het NLO zijn gebaseerd op een landelijke representatieve steekproef van rond de 10.000 respondenten van 10 jaar en ouder. Daarmee is niet veel mis.
Wel kunnen vraagtekens gezet worden bij de meetmethode. De basis van het onderzoek bestaat namelijk al sinds de jaren zestig uit het invullen van een dagboek. Daarin houdt de respondent – die door GfK wordt benaderd - per week bij waar men naar geluisterd heeft. Dat was voorheen geheel op papier, nu is het sinds 2012 gemoderniseerd en voor een groot deel online, al zijn over die verhoudingen weinig gegevens bekend. Volgens onderzoeker GFK kunnen de invullers hun dagboekje ook nog steeds per post sturen. En, hé dat is leuk, je krijgt een cadeaubon voor bol.com ter waarde van 4 euro als je 4 keer het radiodagboek invult via internet.
Hoe dan ook, het werkt ongeveer zo: je kruist in het dagboek (het zogenaamde log) aan naar welke zender je hebt geluisterd. Dat houdt de respondent per kwartier bij. Dus bijvoorbeeld: ik heb van 07:00 tot 07:15 uur naar Edwin Evers op Radio 538 geluisterd. Ook de luisterplaats moet de deelnemer invullen: bijvoorbeeld in de auto, op het werk, thuis et cetera.

 
Bekende zenders profiteren
Het grote probleem met deze onderzoeksmethode: de respondent vult niet direct het dagboekje in. Veel respondenten doen dat pas aan het eind van de dag, of zelfs pas aan het eind van de week. Grote kans natuurlijk dat deze niet meer precies weet welke zender bijvoorbeeld drie dagen geleden aanstond in dat bewuste kwartier. Onderzoeker John Faasse van Vostradamus: ,,Mensen zijn bij het invullen van het dagboek meer geneigd gewoontegedrag te registeren. Ze luisteren bijvoorbeeld meestal naar Sky Radio of hun favoriete dj en vullen dat dan ook in”
De ‘top of mind’ radiozenders – de grote radiomerken – profiteren van dit onderzoek, weet de markt. Faasse: ,,Bij de dagboekmethode is het vooral van belang om als radiostation bekend te zijn. De invuller van het dagboek moet zich tenslotte de naam van de zender herinneren.”

 
Proef met horloge
NLO doet wel zijn best om het radio-onderzoek te verbeteren. Parallel aan de dagboekjesmethode liep enige tijd een onderzoek met elektronische meters – een heus horloge met daarin een microfoon. Dat moest inzicht verschaffen in het reclamebereik van radio. Het horloge meet op minuutniveau in plaats van per kwartier. Uit de resultaten die NLO in het voorjaar van 2014 publiceerde, bleek dat radioreclame gemiddeld 3 procent beter wordt beluisterd dan andere programmering. ,,Dit komt vooral doordat reclame wordt uitgezonden rond goed beluisterde momenten, zoals het nieuws. Er zijn dan meer inschakelingen dan wegschakelingen,” meldden de onderzoekers.

 
Portable People Meter
Er zijn natuurlijk al lang technische middelen om het radio-onderzoek te verbeteren. In deze tijd van Shazam kan men precies nagaan waar iemand naar luistert. Maar ook veel verder terug waren er al mogelijkheden. Faasse verwijst naar het feit dat al in het begin van dit millennium werd gesproken over ‘Portable People Meters’ als horloges of badges die mensen bij zich dragen om per minuut het luistergedrag te kunnen registreren. In dit artikel uit 2002 wordt het verschil tussen dagboekjes en elektronische meters goed weergegeven. Het ging hierbij ook om de Watch Meter, ofwel het horloge. Er staat onder meer in dat elektronische meters meer op ‘exposure’ registreren dan op luistergedrag. Het horloge vangt drie keer per minuut het omgevingsgeluid op. Dit geluid wordt vertaald naar een geluidspatroon. Het gaat daarom meer om het meten van ‘luisterkansen’, terwijl dagboekjes meten wat respondenten beschouwen als luisteren.
Faasse: ,,Een Portable People Meter (PPM) laat zien dat bereik tijdens ‘saaie' interviews, niet gewaardeerde muziek en reclame direct kan dalen. Dat zou een reden te meer moeten zijn om over te stappen van kwartierbereik naar minuutbereik of naar reclamebereik.”

 
Marktverschuiving door meten per minuut
Overstappen op meten op minuutniveau zou een behoorlijke verschuiving in marktaandelen en een daling van de GRP’s (een berekening voor reclame-impact) teweeg kunnen brengen. Faasse verwijst daarvoor naar een onderzoek uit 2014  gepubliceerd op de Amerikaanse site The Makegood. ,,Dat heeft in het buitenland de verandering niet tegengehouden, maar op één of andere manier doet het dat in Nederland wel,” zegt hij.
NLO gaf in 2014 aan dat het in de nabije toekomst wil overgaan naar een geheel elektronisch onderzoek én metingen van luistergedrag per minuut. De streefdatum daarvoor is 1 januari 2017. Faasse ziet de veranderingen nog niet zo snel gebeuren: ,,Men zegt dat al twintig jaar.”

 
Publicatie radio-onderzoek kan vaker
Er is nog iets anders: de publicatie van het radio-onderzoek. In het televisieonderzoek meet men op minuutniveau én men publiceert de data eens per week op maandagochtend. De radiocijfers worden eens per maand bekendgemaakt en daarbij gaat het om de getallen van twee maanden, die bovendien altijd pas de maand erop bekend worden gemaakt. De meest recente luistercijfers luistercijfers zijn dus die van de periode november-december. Een snel en interactief medium als radio zou toch eigenlijk wekelijks cijfers beschikbaar moeten hebben.
Neem het kerstoffensief van de verschillende zenders: NPO Radio 2 wil meteen weten hoe het de andere zenders wegblaast met zijn Top 2000. NPO 3FM heeft dan zijn Serious Request. Radio Veronica gooit er de Top 1000 Aller Tijden tegenaan en Sky Radio wordt ‘The Christmas Station’. Nu weten we pas eind januari wat deze zenders qua luisteraandeel hebben gedaan.
Daarnaast zijn er nog verschillende andere bronnen behalve het NLO, bijvoorbeeld engagement op sociale media. Denk aan likes en shares op Facebook. Dat wil de adverteerder ook weten, want de spotjes die ze rond de populaire programma’s uitzenden, zijn ook wat duurder dan in de andere maanden.

 
Politiek en kosten belemmering
Henk Burgerhout van mediabureau Head to Head: ,,De rapportering is natuurlijk onzinnig voor een actiemedium. Een nieuwe meetmethode, bijvoorbeeld met horloges of apps op de smartphone, zullen veel beter zijn.” Maar hij ziet het net als Faasse nog niet zo snel van de grond komen. Niet alleen door de politiek eromheen – de grote radiospelers bepalen – maar ook door de kosten. Een dergelijk onderzoek is duurder en wie gaat dat ophoesten?
Maar zeker nu het FM-landschap gaat veranderen met de samensmelting van vier grote radiostations van TMG en Talpa en nu de digitalisering van radio doorgaat, hebben bedrijven die radioreclame inzetten toch minstens het recht op een moderner, actueler radio-onderzoek.

...........

Na publicatie van bovenstaand verhaal kwam interim-directeur Frans Kok van het Nationaal Luister Onderzoek (NLO) met onderstaande reactie. Die voegen we graag toe aan het artikel:

 
Al in oktober 2014 heeft het bestuur van het Nationaal Luisteronderzoek (NLO) besloten om over te stappen van de dagboekmethode (‘radiolog’) op het passief meten aan de hand van elektronische meters. De ambitie van NLO is om het radioluistergedrag fijnmaziger, op minuutniveau te gaan meten.

Het overstappen naar een andere meetmethode kost echter tijd. Het moet vooraf zondermeer duidelijk zijn in hoeverre een vernieuwing ook daadwerkelijk een verbetering betekent; dat is niet vanzelfsprekend. Belangrijke onderdelen in de besluitvorming hebben betrekking op:

 
- De techniek van passief/elektronisch meten: er bestaan verschillende methoden om het radiogedrag te meten, zoals via een horloge, een pager of via een smartphone. Aan alle devices en technieken kleven voor- en nadelen.

- De bereidheid van respondenten om voor langere tijd continu een meter bij zich te dragen.

- De methoden van zenderherkenning: via audio matching en/of via een onhoorbare code die kan worden opgepikt door een meter (encoding).

 
Testen is noodzakelijk
Om tot een juiste afweging te komen, heeft NLO in de afgelopen twee jaar diverse testen uitgevoerd, zoals met de Mediawatch van GfK en met een app op een smartphone. Ook in 2016 staat een grote test met een app op een smartphone op de agenda. Die testen zijn noodzakelijk om te leren en om te begrijpen wat de effecten zijn van een nieuwe meetmethode. Daarnaast heeft NLO diverse contacten met buitenlandse JIC’s om ervaringen uit te wisselen en om te bespreken welke aanpak het beste is.

 
Niet over één nacht ijs
NLO, waarin adverteerders, mediabureaus en zenders nauw samenwerken, gaat niet over één nacht ijs. Van een afstand lijkt het wellicht dat er weinig progressie is, maar achter de schermen wordt hard gewerkt aan een optimale toepassing van nieuwe technieken om te komen tot een voor iedereen relevant bereikonderzoek. Tegelijkertijd worden er verbeteringen in het huidige onderzoek aangebracht, zoals het invullen van het radiolog op mobiele devices.

De meetmethode zorgt voor de currency waarmee alle betrokken partijen handelen.

 
Veranderingen in de meting gaan ontegenzeggelijk zorgen voor een trendbreuk. Alle partijen, ook de grote mediaexploitanten, accepteren die verandering. Maar dan moet het proces van de transitie wel zorgvuldig zijn. De nieuwe meetmethode moet in een keer goed staan en niet na de lancering leiden tot twijfels.

 
Nieuw onderzoek in 2018
In 2016 zal NLO bureaus uitnodigen om een voorstel voor een nieuw onderzoek uit te brengen. Na de bureaukeuze is tijd nodig om het nieuwe onderzoek op te zetten en om te testen en schaduw te draaien. Het doel is om het nieuwe onderzoek in 2018 te lanceren. Nog even geduld dus.

 
Frans Kok

NLO, directeur ai

 
 

Is een online magazine het antwoord op de dalende tijdschriftoplages?

Hoe krijg je als online magazine een miljoen bezoekers per maand? En is dit succesvolle format het antwoord op de dalende printcijfers in tijdschriftenland? Frank.news vroeg het de hoofdredacteuren van digizines Famme en Shot Of Joy.

 
Een miljoen unieke bezoekers per maand
Eén van de grootste online magazines op dit moment is Famme.nl met een bereik van ruim een miljoen bezoekers per maand. Hoofdredacteur en oprichtster Muriel Oonincx vertelt: ,,Ik ben altijd werkzaam geweest in de vrouwenbladen, de laatste jaren o.a. als (adjunct)-hoofdredacteur van Viva Mama en Red. Tot ik met mijn gezin naar Kaapstad verhuisde en vanuit die plek begon met freelancen. Al snel voelde ik de behoefte om niet alleen artikelen te schrijven, maar weer een project te starten. Ik kwam erachter dat er veel hippe sites zijn, vooral gericht op jongeren, zoals NSMBL. Ik miste alleen iets leuks voor dertig plussers die druk zijn met werk, kinderen, trouwen. Ik had een ingang bij Wayne Parker Kent, uitgeverij met inmiddels 12 online magazines, en legde mijn plan aan hen voor. Ze hadden het toevallig net in een vergadering gehad over het feit dat er voor die doelgroep nog niets is en boden me een partnership aan. Zij namen de techniek, design en sales voor hun rekening, ik de redactie. En ik kon direct aan de slag.”

 
Geen social influencer
Dat Oonincx een gat in de digitale magazinemarkt ontdekte, bleek al na drie maanden toen de site meer dan een miljoen unieke bezoekers bereikte. ,,Het toverwoord bij Famme is herkenbaarheid. We zijn eerlijk, oprecht, grappig en echt. Famme brengt datgene wat de doelgroep wil weten om verbaasd en verrast te worden. We zijn geen blog, het staat niet vol met ik- verhalen. Allereerst ben ik de hoofdredacteur, niet zo zeer een social influencer met een heleboel persoonlijke fans.”

En dat de eerste periode allemaal vanuit Zuid-Afrika: ,,Ik had één van mijn oud-stagiaires aangenomen die vanuit Amsterdam werkte. We deden alles via Skype en chat en dat bleek prima te gaan. Inmiddels ben ik bijna een jaar terug en zitten we met de redactie bij WPK in Amsterdam. Dat werkt natuurlijk nog fijner, al vind ik het wel cool dat het blijkbaar dus ook vanuit het buitenland kan.”


Online uitgever
Een goede strategie is niet de enige key van haar succes. Het partnership met de online uitgever heeft hier zeker aan meegewerkt: ,,WPK is voor mij onmisbaar. Alleen al toen ik vanuit het buitenland alles opstartte. Voor de salescontacten is het toch belangrijk om dichtbij te zijn. En in mijn eentje had ik nooit zo snel zoveel mensen bereikt. Met twaalf titels in huis is er veel kennis binnen het bedrijf. We delen veel met elkaar en helpen elkaar. En deze kruisbestuiving heeft weer een positief effect op de doorontwikkeling van onze online magazines.”

 
Verdienmodel
Aangezien banners niet veel euro’s opleveren, is branded content volgens Oonincx een prima manier om geld te verdienen. ,,Zolang je maar interessante content maakt en eerlijk bent dat het om een samenwerking gaat, dan vindt de lezer het niet erg. Dit zien we ook aan de reacties op deze artikelen. Als iemand hier toch een opmerking over maakt, dan volgen daar al snel andere reacties van lezers op als: ‘Ja, dit is reclame’ en ‘Zij moeten toch ook geld verdienen?!’. We kiezen dus niet voor de standaardadvertentie, maar produceren native content die interessant is voor de doelgroep en pakken uit met campagnes in de vorm van mooie series.”


Antwoord op dalende printcijfers
Oonincx is het er mee eens dat online magazines wel eens hét antwoord kunnen zijn op de dalende printcijfers in tijdschriftenland: ,,Mensen brengen zoveel meer tijd door met hun smartphones en tablets. Er worden online ook steeds langere artikelen gelezen en gedeeld. Toch geloof ik nog wel in print en dan vooral in special interest bladen. Famme gaan we in 2016 ook meer neerzetten als merk, met een event, video, tv en ja, ook een printeditie.”

 
Unieke eigen content
Maar hoe zet je nou als merk of titel zelf ook een succesvol online magazine neer? ,,Blijf dicht bij jezelf en richt je op iets waar je veel vanaf weet. Kies voor unieke eigen content en blijf liever weg van alle lijstjes en ‘Je zult nooit geloven dat…’-artikelen. Dit heeft misschien een tijdje gewerkt, maar het zal niet lang duren, voordat hier niet meer op wordt geklikt. Vind je eigen content uit en maak mensen zo nieuwsgierig,” aldus Oonincx.

 
Shot Of Joy
Dat is ook precies waar Marie Nanette Schaepman, oprichtster en oud-hoofdredacteur van magazine JAN, met haar nieuwe online magazine Shot Of Joy mee bezig is. ,,Met Shot Of Joy willen we online kwaliteit bieden die je van een print tijdschrift gewend bent. Een online magazine dat raakt, inspireert en entertaint. We kiezen heel bewust voor kwaliteit, in plaats van kwantiteit. Dat wil zeggen dat we liever iets minder posten, dan dat we het hoogste aantal kliks najagen. We kiezen voor eigen fotografie. We schrijven alleen over bestemmingen waar we zelf zijn geweest. We plaatsen alleen recepten die we zelf gemaakt en geproefd hebben. De columns zijn door goede journalisten geschreven en komen uit het hart.”


 
Geen klikjager
,,Veel online content is tegenwoordig inwisselbaar: de lijstjes van 10 keer dit en 10 keer dat vliegen je om de oren. Het is een succesvolle manier om online iets aan te jagen. Maar met Shot Of Joy zoeken we iets anders. We willen online een verschil maken, een ander geluid laten horen, een nieuw gezicht laten zien. Waarom precies hetzelfde maken als alles wat er al is? Dat vinden we inhoudelijk niet interessant. Dus zijn we heel bewust gestopt met het najagen van kliks en het dagelijks turen naar Google analytics. We willen ons eerst volledig richten op hetgeen we zelf willen maken. Op het concept Shot of Joy zelf. We zijn daarmee nog steeds volop in ontwikkeling. In print ben ik overigens ook nooit een pure oplagejager geweest. Ook daar gingen we altijd uit van een kwalitatief concept, waarvan we overtuigd waren dat er een doelgroep voor was. En dan eerder iets hoger in de markt dan voor heel Nederland,” vertelt Schaepman.

 
Geen betaalmodel
Shot Of Joy begon ruim een jaar geleden als online videomagazine met een betaalmodel in samenwerking met online uitgever Wayne Parker Kent en G+J Uitgevers. Met dat avontuur zijn de partijen, in goede verstandhouding, al snel gestopt. Het bleek te vroeg om consumenten te bewegen voor lifestyle content te betalen. Ook vond Schaepman video als medium vluchtig en lastig om echt mee te raken en emotioneren. Dat kan met een geschreven tekst doeltreffender.

Schaepman: ,,Daarom besloten we een hele andere site te bouwen en ben ik een samenwerking aangegaan met twee sleutelredacteuren: journalist Stephanie Pander en illustrator Charlie Dot, die samen met mij mede-eigenaar zijn geworden. Onze bezoekersaantallen liggen momenteel rond de 50.000 unieke bezoekers. Dat was eerst fors hoger. Die daling is een logisch gevolg van de weg die we zijn ingeslagen. Persoonlijke columns en emotionelere stukken doen het het beste. En de bezoekers blijven relatief lang lezen. Onze site is opnieuw in transitie: binnenkort gaan we over op een Nederlands/Engelse site en vertalen we de content naar het Engels, zodat we de markt kunnen verbreden. Zo hopen we ook de internationale bloggers te enthousiasmeren, zodat ze ons meenemen in hun favorietenlijstjes. Facebook is momenteel de enige goed functionerende digitale kiosk die er is. Shot Of Joy past daar steeds minder bij. Daarom zoeken we naar andere manieren om de lezers te bereiken, waaronder de Engelse uitbreiding.”


Print-editie
Van Shot Of Joy is inmiddels ook een succesvolle printeditie verschenen. Zo succesvol dat er alweer aan een tweede editie wordt gewerkt. ,,Op een gegeven moment hadden we zulke mooie fotografie en verhalen dat we die ook in magazinevorm wilden uitgeven. De beeldbeleving online is zo anders en niet te vergelijken met de beleving die fotografie heeft in print,” vertelt ze.

,,Het was een groot plezier om te maken: we hebben ’m laten drukken en doen de distributie vanuit kantoor. Als de magazines ergens uitverkocht zijn, leveren we bij met een rolkoffer.  Het is heel bijzonder om de printwereld die ik zo goed ken op een heel andere, minuscule manier te kunnen beleven. We zitten nu zo dicht op het product, de manier van verkopen en het proces. Het is ook leuk om precies uit te kiezen waar we liggen. In conceptstores verkopen we bijvoorbeeld boven verwachting goed.”

 
Op zoek naar verdienmodel
Als je Shot Of Joy bekijkt, valt meteen op dat het visueel heel aantrekkelijk is, zonder ‘irritante’ banners. ,,We zijn alle drie ondernemer en zelfstandige en financieren Shot Of Joy zelf. Het is niet zo dat we geen adverteerders willen, maar we zijn op dit moment nog in ontwikkeling. Als de titel straks echt ‘staat’ en we precies zijn waar we willen zijn, dan vind ik het ook een goede stap om te kijken met welke adverteerders we kunnen samenwerken. Banners vind ik sowieso niet bij ons passen, maar ik kan voldoende mooie samenwerkingen bedenken. Belangrijk is dat de afzender altijd duidelijk blijft, net als in print. Want die scheiding tussen een advertorial en redactioneel item is online nu nog vaak zoek. En dat is in print ondenkbaar. Er is zelfs een instantie voor, de Reclame Code Commissie.”

,,Voor de adverteerders is het trouwens ook nog een omschakeling: er wordt nog steeds meer betaald voor print. En je kunt als online magazine ook niet voor een klein bedrag de gewenste hoge kwaliteit leveren aan een adverteerder. Daarin zijn we allemaal nog aan het zoeken. En die tijd nemen we met Shot Of Joy ook. We hebben ongelofelijk veel lol in het maken van hoge kwaliteit content, zowel online als in print,” aldus Schaepman.

 

Content marketing is de toekomst: wees het verhaal

Vergeet de 4P’s. Vergeet branding. Vertel een verhaal of sterker nog: wees het verhaal. Bied relevante content aan je klanten. Consequent, vanuit één strategie, geventileerd op alle mogelijke kanalen. Nieuwe en traditionele. Denk als media. Word je eigen uitgever, hoofdredacteur, programmamaker en mediamagnaat. Ziedaar de ingrediënten voor goede content marketing. Want over één ding zijn invloedrijke deskundigen en een nieuwe professor het eens: het is dé marketing van de toekomst.

 
Het begrip content marketing wordt in razend tempo uitgehold. Er zijn te veel definities en soms is het gewoon ouderwetse reclame. Iedereen in de mediabranche is er mee bezig en iedereen noemt zich specialist. Tijd dus om het kaf van het koren te scheiden en te zoeken naar goede, relevante en daardoor succesvolle content marketing.

 
Nieuwe hoogleraar content marketing
Ook de Universiteit van Amsterdam (UvA) ziet het medialandschap veranderen en het belang van content toenemen. Daarom heeft de UvA prof. dr. Ed Peelen aangesteld als bijzonder hoogleraar content marketing. In maart beginnen zijn colleges voor zo’n 200 studenten communicatiewetenschappen.

,,De informatiebehoefte bij consumenten neemt toe. Ze willen weten door wie een product gemaakt wordt en waar het vandaan komt, hoe anderen er over denken en hoe je er mee kunt omgaan. De waarde van informatie wordt groter ten opzichte van de functie van het product. Daar moeten merken op inspelen,” stelt Peelen.

Daarbij is relevante content belangrijk. Hij ziet dat steeds meer bedrijven zelf de uitgeeffunctie oppakken en met eigen media komen. Het Allerhande concept van Albert Heijn noemt hij een geslaagd voorbeeld daarvan. ,, ,,Een magazine, een website met recepten, een sociale component voor reacties en inbreng van eigen recepten, alles gekoppeld aan boodschappenlijstjes en zelfs een app die de looproute in de winkel aangeeft naar de benodigde producten. Als je kijkt wat AH daarmee bereikt heeft. Door Allerhande is de Italiaanse keuken in Nederland populair geworden en zijn we aan de wijn gegaan. Zo lukt het dus om de markt te veranderen,” aldus Peelen.

De professor heeft een lange staat van dienst. Hij is partner en medeoprichter van ICSB Marketing en Strategie, was eerder hoogleraar op Nyenrode Business Universiteit en universitair hoofdocent op de Erasmus Universiteit en de UvA.

 
Alles vanuit één strategie
Hij gaat content marketing op een integrale wijze behandelen. ,,Je moet als merk of bedrijf vanuit één strategie je verhaal vertellen en die content door vertalen naar diverse kanalen,” aldus Peelen.

Daarbij moeten merken hun kennisbronnen identificeren, gebruik maken van social listening – wat zijn de topics? – zorgen voor een mooie vorm en goed nadenken over doelstelling en de vraag: hoe krijg je bereik, lezers of viewers?

,,Content marketing zal een steeds belangrijkere rol gaan spelen, terwijl andere vormen van communicatie minder belangrijk worden,” voorspelt Peelen. ,,Advertenties zijn relatief duur voor hetgeen je terugkrijgt. We zijn allemaal op zoek naar een stukje engagement. Ik zie dat dit een grote strategische functie gaat krijgen.”

 
Merken moeten mediadenken
Carlijn Postma noemt het een evolutie. ,,Alles draait om inhoudelijk relevante verhalen, waar het publiek op zit te wachten,” legt ze uit. ,,De vraag is: waar kunnen wij als merk en publiek het samen over hebben? Wat is ons gemeenschappelijk verhaal? Wanneer ben ik relevant voor mijn publiek?”

Ze is eigenaar van The Post, schreef diverse boeken en artikelen en werd geciteerd door internationale deskundigen op dit vlak. Daardoor stond ze in 2014 ineens op plaats 27 in een internationale lijst van 200 meest invloedrijke personen op gebied van content marketing.

Ze stelt dat merken net als media moeten denken. Dus denken als een programmamaker, hoofdredacteur en een mediamagnaat en relevante content laten produceren door een redactie. In een artikel op Frankwatching.com beschrijft ze wat ze onder dat ‘mediadenken’ verstaat. ,,Bedrijven moeten een eigen mediaplatform hebben om een directe lijn met hun publiek te krijgen,” legt ze uit. ,,Dus niet alleen een kanaal van de Ster lenen om je boodschap te pluggen. Daarbij is een online kanaal het best meetbare en best stuurbare medium. Daar kunnen mensen content delen en erop reageren, krijg je interactie. Alle informatie is tegenwoordig online te vinden. Als mensen iets over een nieuw product willen weten, wachten ze niet op een magazine, maar gaan ze meteen het internet op.”

 
Afleveringen uit tv-serie
Goede voorbeelden vindt ze LindaTV, maar ook magazine vtwonen, dat de stap van magazine naar televisieprogramma wist te maken. Advertorials waarin twaalf keer de naam van de adverteerder staat, noemt ze mislukt. Ook Postma adviseert haar klanten vanuit één heldere strategie te werken. ,,Vergelijk het met het schrijven van een tv-serie,” zegt ze. ,,Als je weet waar jouw serie over gaat kun je vanuit dat scenario de afleveringen gaan schrijven.”

 
Wees het verhaal
De Amerikaanse documentaire The story of content - rise of the new marketing laat zien dat content marketing slechts een nieuwe naam is voor iets wat al zo oud is als de mensheid. Terwijl in Europa de Michelin Gids – in 1900 gelanceerd als een boekje met onderhouds- en reistips – geldt als een van de eerste voorbeelden is dat in Amerika The Furrow van tractorfabriek John Deere. Dit magazine schrijft sinds 1895 relevante artikelen voor agrariërs, terwijl de naam van John Deere er nauwelijks in wordt genoemd. Een moderner voorbeeld zijn de filmpjes van 'Will it blend'. Die bleken die zo populair dat fabrikant Blendtec er 500 miljoen views mee trok en zijn omzet met 1000% zag stijgen, zonder geld uit te geven aan reclame. In de documentaire zegt professor Don Schultz dat brands en branding en de 4 P’s - van product, prijs, plaats en promotie - in marketing achterhaald zijn. Een artefact uit de jaren ’60, ‘70’ en ’80. Uit de tijd dat een paar massamedia alle macht hadden. Ook andere deskundigen stellen dat miljarden consumenten tegenwoordig zelf hun weg op het internet zoeken. Het marketingbudget spreiden over al die kanalen is als een pizza in miljoenen kleine stukjes proberen te snijden. De belangrijkste boodschap is: het gaat er niet om ‘to sell the story’, maar ‘to tell the story’. Of zoals Kirk Cheyfitz van Story Worldwide aan het eind zegt: ,,De enige, goede manier om content marketing te bedrijven is ‘to be the story.’

 
Ondernemerscollege.nl
In Nederland koos accountantskantoor Baker Tilly Berk (BTB) voor een onorthodoxe vorm van content marketing. Het hele budget voor het vroegere relatiemagazine gaat voortaan naar het Ondernemerscollege.nl. Via dit videoplatform laat BTB bevlogen visionairs aan het woord, die ondernemend Nederland in maximaal 15 minuten op de hoogte brengen van de laatste trends en ontwikkelingen. Van crowdfunding tot klantmanagement, van het gebruik van nieuwe technologieën tot de vraag: hoe bouw je een sterk merk zonder reclame?

Elke nieuwe video trekt minimaal 10.000 views, met uitschieters tot 17.000 kijkers.

,,Op deze manier kunnen we relevante kennis delen. Wij weten wat er speelt bij onze ondernemers en willen ons netwerk beschikbaar stellen. Tegelijkertijd vergroten we hiermee onze naamsbekendheid,” zegt hoofd marketing  & communicatie Marjanne Poppen van BTB.

 
Bank exploiteert eigen tv-kanaal
Op internet zijn tal van geslaagde en minder geslaagde voorbeelden te vinden. De ‘smarticle’ op Nu.nl van Secret Escapes content marketing noemen is behoorlijk vergezocht. Dat verhaal gaat niet verder dan het aanbieden van reizen tegen korting. Wel een mooi voorbeeld is de Deense Jyskebank. Die exploiteert een eigen tv-omroep, vergelijkbaar met RTLZ. ,,Als je niet kunt vertrouwen op de media, moet je zelf een medium worden,” verklaart hoofdredacteur Lasse Hoegfeldt van Jyskebank.tv die stap.

 
Frank
Op de keeper beschouwd is ook Frank.news een ver doorgevoerde vorm van content marketing. Het nieuwekanaal van de Candid Group werkt met een onafhankelijke redactie, die de opdracht heeft om open, eerlijk en transparant te schrijven over media, marketing en reclame. Dat is in de branche geen vanzelfsprekendheid, omdat de ons-kent-ons-cultuur diepgeworteld is en sommige media alleen over merken of bedrijven berichten als er een advertentie aan gekoppeld zit. Frank.news werkt dan ook bewust niet met advertenties, om de schijn van belangenverstrengeling te voorkomen.

CEO Gérard Ghazarian van de Candid Group is ervan overtuigd dat lezers, bedrijven of merken die de aanpak van Frank.news waarderen, vanzelf ooit een keer als klant terecht komen bij een van de andere bedrijven binnen de groep. Een lange termijnvisie. ,,Bij Frank.news zijn we niet bezig met het behalen van extra omzet. Ons eerste doel is om voor onze klanten, bedrijven en verder iedereen in de sector goede content te produceren over het veld waarin wij werken,” stelt Ghazarian. ,,Daarin willen wij een leider en geen volger zijn. Mensen die daar bij willen horen trek je dan op den duur vanzelf naar je toe.”

Bovendien werkt zo’n nieuwskanaal twee kanten op. Ook medewerkers van de groep worden door het kanaal voorzien van relevante kennis en nieuws en gedwongen na te denken over hun  vak.

 
Segmentering van media
Volgen Ghazarian is het toenemende belang van content marketing inherent aan de opkomst van internet en de segmentering van media. ,,Vroeger had je twee televisiezenders. Dat waren echte ‘powerhouses’ waar je je advertenties op moest zien te krijgen. Nu heb je talloze zenders en kanalen, te volgen op talloze devices en wordt de macht van de grote zenders afgebroken. Daardoor ben je als merk op jezelf aangewezen en moet je je eigen publisher zijn.”

 
Mond-tot-mond
Hoewel hij content marketing ziet als de toekomst van advertising in het digitale tijdperk, is het niet de enige manier van marketing. Blijf dus spreiden, luidt zijn devies. Essentieel is volgens hem het produceren van relevante content, verteld volgens een consistente boodschap op verschillende cross-mediale kanalen. Ghazarian: ,,We geven al eeuwen via mond-tot-mond verhalen en informatie door. Het wordt pas doorverteld als die verhalen iets persoonlijks met je doen. Als ze je inspireren of verrassen of ze walging of afkeer veroorzaken.”

Hoe Twitter haattweets en trolls te lijf gaat

Door Danja Koeleman

Twitter gaat strenger optreden tegen dreig- en haattweets. Door accounts te blokkeren wil het sociale medium een nare sfeer op het platform tegengaan.

 
Twitter meldde eind vorig jaar al op haar blog dat ze het belangrijk vindt dat users beschermd worden tegen pesterijen of andere haattweets. Een strengere aanpak tegen dergelijke haataccounts moet dat tegengaan en daarom heeft het medium zijn ‘terms of service’ aangepast. Het wil niet dat haat- en dreigtweets mensen belemmeren om te blijven doortwitteren.

Dat wil Twitter bereiken door accounts al dan niet te blokkeren. De betreffende user kan zien hoe lang hij of zij niet mag twitteren. De user kan gevraagd worden om zijn of haar telefoonnummer te verifiëren voordat de block weer wordt opgeheven. Ook is het mogelijk dat de haat-tweeter in kwestie bepaalde tweets moet verwijderen voordat hij of zij weer gebruik mag maken van het account.

De mededeling van Twitter kwam kort na de vele kritiek dat extremisten – bijvoorbeeld van IS – hun gedachtengoed via het sociale medium kunnen verspreiden. Hoewel Twitter deze accounts meestal snel blokkeert, blijven er nieuwe komen.

 
Dweilen met de kraan open
Frank.news is benieuwd: heeft dit nieuwe beleid zin en worden haataccounts zo succesvol verdreven, of is het een kwestie van dweilen met de kraan open? ,,Ik denk dat het slim is van Twitter dat deze 'trolls' verplicht hun telefoonnummer moeten doorgeven als ze bepaalde tweets niet verwijderen,” zegt online consultant Herman Couwenbergh van kennisplatform ExpertUpdate. ,,Dat maakt deze users niet meer anoniem, waardoor de kans groot is dat ze van Twitter wegblijven. Aan de andere kant zullen de diehards altijd doorgaan met trollen en manieren vinden om te blijven twitteren.”

Couwenbergh is een voorstander van deze hardere aanpak. ,,Mensen zullen zich vrijer voelen op Twitter. Er worden heel veel mensen 'gepest'. Neem bijvoorbeeld Anouk, die na de aankondiging van haar zwangerschap werd overstelpt met scheldpartijen en beledigingen. Met één druk op de knop kun je zo'n troll-tweet rapporteren, waarop het team van Del Harvey (head of Twitter Trust & Safety, red.) gelijk in actie komt, de tweet bekijkt en verhoudt tot de terms of service. Als zij de tweet inderdaad kwalijk vinden, wordt er gelijk actie ondernomen.”

 
Dun lijntje
Wel zegt Couwenbergh dat het een dun lijntje is waar Twitter zich op beweegt. ,,Zo verbiedt Twitter het om tweets op te slaan, maar de Politwoops – een team dat verwijderde tweets van politici publiceert – wordt wel toegestaan om berichten te bewaren. Het is niet altijd zwart-wit bij Twitter. Dat zal ook gelden voor troll-tweets. Het is lastig om te bepalen wat beledigend genoeg is voor een accountblokkade en wat niet. Twitter kan er ook voor kiezen om tweets alleen in een bepaalde regio te blokkeren. Zo zijn pro-nazi-tweets niet te zien op de Duitse twitter, maar daarbuiten weer wel.”

Niet alleen tweets van trolls, maar ook berichten met bijvoorbeeld een propagandistische inhoud worden door Harvey's team verboden. Slecht nieuws voor alle pro-IS-accounts, maar ook voor de tegenstanders. ,,Daardoor wordt het lastiger om de gang van IS-zaken te volgen, bijvoorbeeld de omvang van het kalifaat. Aan de andere kant wordt de kans verkleind dat men hun propaganda onder ogen komt en zich aansluit bij de Islamitische Staat,” aldus Couwenbergh.

 
 

Uber app brengt lunch in tien minuten

Ralph Rozema

Met een app kan bijna alles, vinden ze bij Uber. Het taxibedrijf brengt samen met honderden restaurants de app UberEats uit waarmee je supersnel een maaltijd thuisbezorgd kunt krijgen. Er komen ook apps aan voor carpooling en voor medische diensten, allereerst in de VS en Canada.

 
Uber timmert vooral in de Verenigde Staten flink aan de weg. Na een proef in New York en Los Angeles gaat Uber nu maaltijden bezorgen in tien Amerikaanse steden. Met de app UberEats kun je kiezen uit maaltijden van tientallen plaatselijke restaurants.

 
Even slikken
De app biedt een enorme kans, denkt analist Kevin Kopelman van Cowen and Company. „Uber zal door de dichtheid van het netwerk sneller dan anderen in staat zijn om maaltijden te leveren,” zegt hij.

De aankondiging was dan ook even slikken voor andere grote bezorgdiensten waaronder Seamless, dat op de beurs meteen 5% in waarde verloor. Uber is inmiddels ook in de Canadese stad Toronto begonnen met een test met UberEats.

 
Chauffeurs zonder en met vergunning 
Uber heeft in tal van landen de taxiwereld al wakker geschud. Het idee is simpel: klanten komen via een app in contact met mensen met een eigen auto die taxiritten willen rijden. Daardoor liggen de ritprijzen veel lager dan bij traditionele taxi’s.

In Nederland is UberPop door de rechter verboden. Dat is de dienst waarbij chauffeurs zonder taxivergunning rijden. Het bedrijf mag wel doorgaan met UberX, waarbij chauffeurs met vergunning in middenklassers als de Toyota Prius rijden voor zo’n tweederde van de prijs van een andere taxi.

 
De trend komt naar Europa
De ontwikkelingen in Nederland gaan dus minder snel. Maar wat nu elders in de wereld gebeurt, komt uiteindelijk ook naar Europa. „Je ziet wereldwijde trends bij transport. Als je straks een product bestelt, heb je het binnen een uur in huis. In sommige metropolen als Shanghai werkt dat al zo. De kracht van een bedrijf als Uber is dat het lokaal zo goed georganiseerd is dat de levering heel snel zal gaan,” zegt innovatie- en technologiespecialist Aron Solomon van adviesbureau MaRS.

 
Populair bij zakenmensen
De groei van Uber in de VS zit er goed in. In het laatste kwartaal van 2015 was Uber voor zakenreizigers in de VS de eerste keuze bij lokaal transport. Ruim 40 procent van hen koos voor Uber, 39 procent voor een huurauto en 20 procent voor een taxi van een ander bedrijf. Het aantal taxiritten van Uber in de VS nam in 2015 met 400 procent toe vergeleken met 2014.

De krant USA Today interviewde zakenmensen over hun Uber-ervaringen. Ira Gostin, vice-president van een mijnbouwbedrijf: „Als je een volle dag met afspraken in New York of Toronto hebt, is het makkelijk dat je niet steeds apart hoeft af te rekenen. Dat heb je van te voren via de app geregeld. Bovendien zijn hun auto’s schoner dan reguliere taxi’s. En een huurauto geeft te veel gedoe.”

Ryan Luther, sales manager uit Cincinnati, vindt de app handig in het buitenland. „Ik was in Lima en Mexico Stad. De chauffeur spreekt daar een andere taal, maar ik hoef niks uit te leggen, want de bestemming is al doorgestuurd. Handig voor de chauffeur en voor mij,” zegt Luther.

 
Weg met de boordcomputer
In Europa is Uber na tal van rechtszaken in gesprek met overheden over de taxiregels. De regelgeving in veel landen loopt achter bij wat met de apps mogelijk is. Zo wil Uber af van de boordcomputer in een taxi, simpelweg omdat dat ook met een app en een smartphone is te regelen.

 
App voor gezondheidsdiensten
Maar de ambities van Uber gaan veel verder dan alleen een taxidienst. Naast UberEat zijn er al experimenten met UberHop (een app voor carpooling) en UberHealth (een app voor medische diensten). Wie in november een griepprik moest krijgen, kon een verpleegkundige thuis laten komen met een Ubertaxi. UberHealth was georganiseerd in meer dan 35 Amerikaanse steden. Het bedrijf wil de services voor de gezondheidszorg uitbouwen, zodat dokters en verpleegkundigen makkelijker huisbezoeken kunnen afleggen.

„Nu wij in vijf minuten een auto kunnen sturen, kunnen we alles wat je maar wilt in die tijd leveren,” vat Uber’s CEO en medeoprichter Travis Kalanick de ambities samen. ,,Een app op je smartphone moet voldoende zijn om dat te regelen.”

And the winner is…NPO Radio 2

Door Linda Haring

Terwijl de luistercijfers gedurende het jaar lichtjes fluctueren, is december steevast de spannendste maand op de radio. Wie van de publieke zenders streeft marktleider Radio 538 voorbij? Wint Serious Request het van de Top 2000 of trekt de kerstmuziek van Sky Radio de meeste luisteraars? De uitslag is duidelijker dan ooit. NPO Radio 2 is de grote winnaar.

 
NPO Radio 2 steekt met kop en schouders boven alle zenders uit in de laatste meting van 2015. De zender behaalde in december een marktaandeel van 13,4%, een stijging met 54% ten opzichte van de oktober-november-meting en een plus van 5,5% ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar.

De Top 2000 (de lijst der lijsten) heeft in deze periode nog meer luisteraars dan anders getrokken. Wellicht omdat de nummer één van de lijst een nieuwe was. De Top 2000 van 2015 was het jaar van ‘Imagine’ van John Lennon en van Claudia de Breij met het nummer ‘Mag ik dan bij Jou’. ‘Imagine’ stootte ‘Hotel California’ van The Eagles van de troon, die de koppositie in 2014 bezat.

 
Serious Request over top heen
NPO 3FM heeft met Serious Request minder luisteraars getrokken dan in voorgaande edities. Een aantal oorzaken liggen hieraan ten grondslag. De houdbaarheid van Serious Request is tanende. Het format lijkt over het hoogtepunt heen. Verder had de actie last van groeiende concurrentie op de radiomarkt en kreeg de zender dit jaar te maken met negatieve publiciteit. Onder andere door Bennie Jolink. Ook toen het oorlogsslachtoffer op de posters van Serious Request een model bleek te zijn. Desondanks wisten de 3FM DJ’s die zich lieten opsluiten in het Glazen Huis toch een bedrag van ruim 7,5 miljoen euro op te halen. Dat was trouwens ook minder dan andere jaren.

 
Kerstmuziek Sky scoort
Sky Radio, in december The Christmas Station, wist een forse sprong in marktaandeel te maken ten opzichte van de vorige meetperiode (+16%). Het marktaandeel lag ietsje hoger dan vorig jaar, goed voor een derde plaats in de ranglijst. Veel luisteraars vinden de decembermaand blijkbaar een maand van kerstmuziek.

De eerste kerstplaat (‘It's gonna be a cold cold Christmas’) op Sky Radio was op 6 december om 0:08 uur te horen. De zender voert de frequentie van de kerstnummers gedurende de maand steeds verder op. Hoe dichter bij Kerstmis, hoe meer kerstplaten er gedraaid worden. Op den duur worden er alleen maar kerstnummers gedraaid en komen de bekende klassiekers van onder andere Wham, Chris Rea, Band Aid en Mariah Carey voorbij.

 
Radio 538 komt snel terug                                                            
Radio 538 levert aandeel in van luisteraars die naar de concurrent zijn gegaan gedurende deze periode. De verwachting is dat het verloren marktaandeel op korte termijn weer terug gewonnen zal worden. Opmerkelijk is dat het verval van Radio 10 niet heel groot is gedurende deze meetperiode waarin het concurrentiegeweld groot is. De zender levert slechts 0,2% aandeel in ten opzichte van de vorige meetperiode. De Top 4000 die tot 24 december uitgezonden is zorgt ervoor dat de vaste schare luisteraars de zender ook in deze periode trouw blijft.

'Meneer Van Dalen neemt afscheid' van Albert Heijn wint Ster Gouden Loeki 2015

Persbericht

Amsterdam, 22 januari 2016

De winnaar van de Ster Gouden Loeki 2015 is ‘Meneer Van Dalen neemt afscheid’ van Albert Heijn. Het is de eerste keer in 21 jaar dat Albert Heijn er met dé publieksprijs voor reclame vandoor gaat. Adverteerder en reclamebureau TBWA\NEBOKO ontvingen de prijs uit handen van Sabine van Aken, communicatie director bij Ster.
 
Met 38 genomineerde commercials in 21 jaar Ster Gouden Loeki-jaarverkiezing is Albert Heijn recordhouder Gouden Loeki-nominaties. In 2008 heeft Ster Albert Heijn en de makers van de commercials rond de filiaalmanager daarom al een unieke, eervolle vermelding toegekend.

 
Sabine van Aken: ,,Deze prijs is een eerbetoon aan reclame-icoon Meneer Van Dalen. Na 10 jaar campagne wint de commercial waarin Meneer Van Dalen afscheid neemt de allereerste Ster Gouden Loeki voor Albert Heijn. Hét bewijs dat het Nederlands publiek deze supermarktmanager in het hart gesloten heeft. Het is Albert Heijn en TBWA\NEBOKO van harte gegund dat ze deze nominatie hebben weten om te zetten in de Ster Gouden Loeki 2015.”

 
Top 5 Ster Gouden Loeki 2015
1.Albert Heijn met ‘Meneer Van Dalen neemt afscheid’

2.Wereld Natuur Fonds met ‘Aarde op 1’

3.KPN met ‘Beeldbellen’

4.Heineken met ‘Nature’s Wonder’

5.Centraal Beheer Achmea met ‘Welkom’

 
De 20 Ster Gouden Loeki winnaars van afgelopen jaren
 
KLM ‘Zwanen’ (1995), Rolo ‘Olifant’ (1996), Melkunie ‘Bommetje’ (1997), Calvé Pindakaas ‘Goal!’ (1998), Gouden Gids ‘Haai’ (1999), Dommelsch ‘Archeoloog’ (2000), Centraal Beheer Achmea ‘Rio’ (2001), Calvé Pindakaas ‘Voetballertje’ (2002), Amstel ‘Klussen’ (2003), Centraal Beheer Achmea ‘Leeuw’ (2004), Planet Internet ‘Moderne Technieken’ (2005), Centraal Beheer Achmea ‘Acupunctuur’ (2006), KPN ‘Goeiemoggel’ (2007), SP ‘Thuiszorg’ (2008), Heineken ‘Walk-in Fridge’ (2009), Calvé Pindakaas ‘Pietertje’ (2010), T-Mobile ‘Altijd Samen’ (2011), Telfort ‘Lekker lang bellen’ (2012), a.s.r. ‘Olli’ (2013) en KNGF met ‘Buddyhond’ (2014).

 
Over Ster
 
Ster is al bijna een halve eeuw een professionele partner voor adverteerders, media- en reclamebureaus. Ster exploiteert reclamezendtijd op de televisie- en radiozenders en de websites van de publieke omroep, levert kwaliteit voor de adverteerder en zendt reclame uit met respect voor het Nederlands publiek.

 
Om de winnende en de genomineerde commercials te bekijken ga je naar:

http://www.welovereclame.nl/gouden-loeki

Gaat de alles-of-niets-strategie van TMG werken?

Door Bas Hakker

TMG wil de komende jaren scoren met de merken Vrouw, DFT, Telesport, Privé en Autovisie. Kenners zoals Marianne Zwagerman (ex-TMG) en de Ruud de Langen (Mindshare) plaatsen hun vraagtekens bij deze deelmerkenstrategie. De deal tussen TMG en Talpa is debiel slecht voor TMG, stellen deskundigen. ,,Je kunt niet 40 kilo afvallen en chips blijven eten.”

 
Bij TMG doen ze van alles om een multimediaal mediabedrijf in te richten dat nog jaren meekan. Zo werd Telegraaf-hoofdredacteur Juul Paradijs ontslagen, is er een grote ontslagronde van 36 journalisten aangekondigd en onlangs nog kwam de strategische samenwerking met Talpa naar buiten waarbij TMG haar greep op radio en tv wil versterken. Al deze ontwikkelingen horen bij de nieuwe strategie van TMG om submerken neer te zetten met een grote multimediale missie. De merken ‘De Telegraaf’, ‘De Financiële Telegraaf’, ‘Vrouw’, ‘Telesport’, ‘Metro’, ‘Autovisie’ en ‘Privé’ moeten het de komende jaren gaan doen voor het TMG-concern. Deze merken moeten vooral online een dusdanige community opbouwen dat adverteerders toegang krijgen tot een interessante (special interest) doelgroep. Deze ‘clubs’ krijgen een hoofdredacteur én een uitgever. Adverteerders gaan nadrukkelijk samenwerken met de mensen die deze deelmerken aansturen. Branded content zou hierbij wel eens een voorname rol kunnen gaan spelen. En dat alles om de dalende advertentie-inkomsten , -14,7 procent in het derde kwartaal van 2015, te stoppen.

 
Marianne Zwagerman: oude wijn in nieuwe zakken

Het is de vraag of deze ‘deelmerkenstrategie’ de juiste aanpak is voor TMG, want in elk segment is de concurrentie behoorlijk te noemen. Op het gebied van nieuwsmedia domineren Nu.nl, NOS en RTL, Linda doet het goed bij de vrouwelijke doelgroep en het Financieel Dagblad en BNR zijn sterk in financieel nieuws. Innovatiestrateeg en voormalig TMG-directielid Marianne Zwagerman heeft dan ook zo haar twijfels. ,,Al in 2002 was het de bedoeling om het op deze manier aan te pakken, maar de redactie ging daar constant voorliggen,” vertelt ze. ,,Inmiddels lijkt díé strijd gestreden, maar is het inderdaad de vraag of het niet te laat is. Destijds werd er alleen met het autosegment zo’n 30 à 40 miljoen gulden per jaar verdiend, maar nu staat dat zo’n beetje op nul. Het grote probleem is dat TMG óveral goed in wil zijn en dat kan gewoon niet. Het geheim van innoveren is dat je keuzes maakt, dat je snel schakelt en veel probeert in een veranderende mediawereld. Je kunt niet 40 kilogram afvallen en elke dag chips blijven eten.” Die innovatiekracht hebben kleinere mediabedrijven volgens Zwagerman veel beter op orde.

 
Talpa & TMG: debiel slechte deal
Momenteel worden er door TMG allerlei deals gesloten met contentpartners om deze strategie vorm te geven. De recente overeenkomst met John de Mol is daar een voorbeeld van. TMG (22,85 procent) en Talpa (77,15 procent) worden samen eigenaar van de radiostations Sky, Veronica, Radio 538 en Slam FM. Daarnaast wordt TMG voor 5 procent eigenaar van SBS en moest het voor dit ‘totaalpakket’ 27 miljoen euro betalen. ,,Het is een debiel slechte deal,” stelt Zwagerman. ,,De marktaandelen van Radio 538 van De Mol en Sky van TMG zijn ongeveer gelijk en nu is TMG nog slechts voor minder dan een kwart eigenaar. En die 27 miljoen euro zou TMG dan betalen voor de tv-aandelen, maar daar kan je toch helemaal niks mee? Denk je dat SBS-eigenaar Sanoma het een goed idee vindt als SBS TV gaat maken voor de Telegraafmerken?”

Ze vindt het een beetje hoopgevend dat John de Mol blijkbaar wél vertrouwen heeft in de deelmerkenstrategie. ,,Hij heeft natuurlijk meer creativiteit in huis dan TMG om dat in te vullen, maar niet alles wat hij op TV deed is een succes gebleken,” aldus Zwagerman.

Mark Koster, mediakenner van Quote, heeft trouwens geen enkel vertrouwen in de samenwerking van TMG met Talpa en waarschuwt zelfs voor een heus ‘Hyves 2.0 debacle’. Hij vraagt zich af waarom een nieuwsbedrijf investeert in oude media als radio en tv en is ook kritisch over de manier waarop deze stap kan bijdragen aan de merkenstrategie. ,,Met de 27 miljoen die nu over de tafel gaat, had TMG the best and the brighest uit de multimediale wereld kunnen opkopen om daarmee bereik te genereren,” stelt hij.

 
Merkstrategie en onafhankelijkheid
Zwagerman denkt trouwens ook dat er nog gedoe gaat komen tussen redactie en commercie bij TMG. ,,Journalisten willen alle ruimte hebben om te schrijven wat ze willen, ook als dat tegen de belangen ingaat van de advertentieafdeling.” Volgens haar gaan die schotten tussen redactie en advertentie nu teveel omhoog, zo blijkt in haar ogen uit het onlangs uitgelekte arbeidscontract van Evert Santegoeds die hoofdredacteur zal worden van het deelmerk ‘Privé’. In die overeenkomst staat de passage dat Santegoeds voor 10 procent kan participeren in een nieuw bedrijf dat ontstaat als hij iets moois verzint. In de praktijk: als Santegoeds een musical gaat produceren dan mag hij daar voor tien procent van meeprofiteren. Zwagerman vindt het geen goede zaak. ,,Het betekent dat de toekomstige hoofdredacteur van Telesport, Jaap de Groot, waarschijnlijk kan participeren in een vechtsportgala. Als daar dan de pleuris uitbreekt dan kan de redactie dat onder de pet houden want er is sprake van een belang. Het is natuurlijk goed dat ondernemerschap beloond gaat worden, maar dat zou ik dan bij de uitgever van een cluster leggen en niet bij de hoofdredacteur.”

 
Segmentatie kan werken
Zwagerman heeft dus zo haar twijfels over de merken, maar hoe zit het met adverteerders? Gaat deze merkenstrategie adverteerders terugbrengen naar de basisweg? Hebben nieuwe en oude vertrouwde gezichten bij de deelmerken voldoende creativiteit en commercieel inzicht om de grote (en kleine) adverteerders aan zich te binden die zo hunkeren naar verbinding met de jonge boodschappers die vooral online aanwezig zijn? Ruud de Langen van mediabureau Mindshare vindt het basisidee goed, maar is heel benieuwd hoe TMG deze ‘24/7 merkenstrategie’ verder gaat invullen. ,,Zeker online zou die segmentatie goed kunnen werken want mensen die DFT regelmatig bezoeken zullen niet per se de lezers van Privé zijn en datzelfde geldt voor de events. De grote uitdaging zal zijn om de juiste competenties in huis te halen om bijvoorbeeld goede video’s en programma’s te maken. Dat was tot nu toe geen core business en dat maakt het lastig. De video’s van Telesport en Privé zijn nog niet echt van topkwaliteit. De deal met Talpa kan wellicht helpen om de bewegende content op niveau te brengen,” oppert hij.

Ook De Langen ziet dat er veel concurrentie is per deelmerk. ,,Denk bijvoorbeeld aan VI, FoxSports, NOS en Financieel Dagblad. Het zal ook afhangen van rechten die TMG in sport kan bemachtigen of ze echt een groot bereik halen,” zegt hij.

De Langen legt uit dat bureaus en adverteerders wel hopen dat het partijen als TMG en SBS lukt om een groot bereik in video te realiseren. ,,Google en Facebook zijn erg machtig door de dominantie positie die ze bij consumenten hebben. Lokaal tegenwicht is dus nodig. Ook verkopen partijen als Google technologie, bijvoorbeeld Double Click Manager, als ‘onafhankelijk’ en serveren vervolgens advertenties uit in hun eigen mediadomeinen. Ze maken niet inzichtelijk hoe ze dit exact doen en adverteerders kunnen dus niet controleren of er sprake is van ongewenste sturing. Zo laten adverteerders ook niet hun televisiezendtijd over verschillende televisie-exploitanten plannen door een technologie van bijvoorbeeld RTL. Dat doen ze via hun bureaus met onafhankelijke software en volledige transparantie op data en geldstromen.”

 
Samenwerkingsvormen bittere noodzaak
De Langen snapt de deal met Talpa iets beter dan Zwagerman en Koster. In zijn ogen zijn samenwerkingsvormen met contentpartners in ieder geval bittere noodzaak zijn om de multimediale strategie vorm te geven. ,,Media moeten lokaal samenwerken of schaal vergroten om niet opgegeten te worden door de GAFTA’s (Google, Apple, Facebook, Twitter, Amazon). Zo zagen we De Persgroep in Nederland al eerder in radio stappen en de overname van Wegener past ook in de strategie om zich om te vormen naar een mediabedrijf dat bereik kan aanbieden in verschillende kanalen. Ook RTL laat zien met lokale overnames als Buienradar en Videoland en internationaal met Stylehaule en SpotX deze strategie te volgen.”|

Conclusie; TMG is fanatiek bezig om door aankopen en andere samenwerkingsvormen het multimediale bedrijf te worden waar adverteerders zo graag zaken mee doen. Maar het is de vraag of deze multimediale inhaalslag niet te laat komt. Misschien zijn de deelmerken wel aan alle kanten ingehaald door kleine partijen die veel meer innovatieve slagkracht hebben. Zij hebben de afgelopen tien jaar van alles uitgeprobeerd om een groot publiek op te bouwen en kunnen daar de komende jaren van profiteren. TMG wilde misschien wel alles winnen, maar dan loop je ook de kans om alles te verliezen.

 

Is ‘Moments’ de redding van Twitter?

Door Danja Koeleman

In tegenstelling tot sociale media als Snapchat en Instagram, ziet Twitter zijn bereik dalen. In 2015 maakte een half miljoen minder Nederlanders gebruik van het sociale medium. Tijd voor Twitter om een nieuwe dienst in het leven te roepen: Twitter Moments. Die maakt meteen advertising mogelijk en opent nieuwe verdienmodellen.

 
In oktober lanceerde Twitter in Amerika Moments, een feature waarmee belangrijke en trending gebeurtenissen door middel van relevante tweets worden verzameld. Gebruikers ontvangen de berichten via het nieuwe kopje ‘Moments’, dat te vinden is tussen hun notificaties en privéberichten.

 
Allround media-overzicht
Onder het nieuwe tabblad Moments – nog niet beschikbaar voor de Nederlandse Twitteraars – verzamelt Twitter verhalen die op dat moment trending zijn. Niet alleen aan de hand van tweets, maar gebruikers zien ook autoplay-video’s, GIF’s, afbeeldingen en Vines voorbijkomen. Een allround media-overzicht, dus. Deze lijst wordt gedurende de dag continu geüpdate.

 
Twitter-users kunnen op een ‘Moment’ klikken en zien dan eerst een introductie van het betreffende verhaal. Onderaan het scherm bevindt zich een progressiebalk, die laat zien hoeveel informatie het betreffende Moment te bieden heeft. De losse tweets in de Moments kunnen uiteraard gedeeld of geliked worden. Het is ook mogelijk om Moments te volgen, zodat ze te zien zijn in de reguliere timeline. Gebruikers kunnen daarbij door bepaalde onderwerpsgebieden swipen, zoals entertainment en sport, waar alle recente verhalen over deze topics zijn verzameld.

 
Voor Moments werkt Twitter samen met partners als Buzzfeed, Fox News, New York Times en NASA. Twitter zelf heeft een speciaal ‘curation team’ ingeschakeld dat de Moments zal samenstellen en relevante tweets zal verzamelen.

 
Kansen voor advertising
Een interessante, nieuwe manier om trending content te delen, maar Twitter Moments biedt ook kansen voor bedrijven om content in een aantrekkelijke verhaalvorm aan te bieden. De Promoted Moments zien er hetzelfde uit als de ‘normale’ Moments. Ze worden gecreëerd door het merk zelf en zullen 24 uur lang in het Moments-tabblad te zien zijn. Het eerste gesponsorde Moment werd gemaakt door MGM, die aan de hand van tweets, afbeeldingen en video-items de nieuwe film ‘Creed’ promootte.
De vraag is: heeft deze manier van advertising kans? Linda Krijns, contentmarketeer bij Sstroop. ,,Ik denk dat het een geval is van vallen of staan. Dat ligt dan aan de strategie die erbij gekozen wordt. Met mooie afbeeldingen en filmbeeld erbij kan het heel kansrijk zijn, vooral voor adverteerders uit de reis- en entertainmentindustrie. Maar dat betekent wel dat je goede content moet hebben klaarliggen en een team in huis moet hebben dat de rust en creativiteit heeft om de perfecte content samen te stellen en deze op het juiste moment in te zetten.”

 
Het vraagt volgens haar veel van de adverteerder. ,,Het is belangrijk om op het juiste moment in te haken, zodat de Twitter-gebruiker het gevoel krijgt dat hij echt iets aan de content heeft. Als het echt leuk is, gaat het viraal. Een Moment is pas echt geslaagd als users het gevoel krijgen dat ze écht iets gemist hebben als ze het Moment niet gezien hebben. De Promoted Moments moeten in elk geval passen bij de beleving van de Twitter-gebruikers en niet gelijk geïdentificeerd worden als reclame. Te commerciële content wordt gelijk herkend en mensen haken dan af,” aldus Krijns.


Twitter wil stuk van de taart

Krijns denkt dat Twitter met de Promoted Moments wil proberen om een stukje af te snoepen van het dikke budget dat veel grote bedrijven besteden aan advertising. Veel daarvan gaat nu nog naar tv-reclame. ,,Alleen heeft tv het nadeel dat ze niet zo snel kan inspelen op de actualiteit. Twitter en andere social media kunnen dat natuurlijk wel. Bovendien kan tv niet gericht adverteren, terwijl je op social media groepen kunt selecteren die je wilt bereiken. Facebook en LinkedIn hebben daarin al hun kracht bewezen en Twitter moet dat met de Moments nog doen. Het is wachten op een grote klapper, zodat andere bedrijven gaan volgen.”

 

MVO is dood, leve ethisch ondernemen

Door Maarten Lemmers

De afgelopen jaren bleek Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (MVO) vaak een leeg woord zonder echte, duurzame betekenis. Iedereen gebruikt de term MVO voor bijna alles wat door het grote publiek moet worden opgevat als milieuvriendelijk of sociaal wenselijk. Maar dat publiek is intelligent genoeg om door windowdressing of greenwashing heen te prikken. Tijd dus om een belangrijke basis van MVO terug te brengen: ethiek. Om het lege begrip weer inhoud te geven hebben wij het bij Abaelard over EVO: Ethisch Verantwoord Ondernemen.

 
Deze tijd wordt gekenmerkt door sterk toegenomen individualisme en het vervangen van Rijnlands denken door Angelsaksisch denken. De lat ligt hoog wanneer het gaat om prestaties en financiële resultaten. Daardoor zijn sommige belangrijke aspecten die een onderneming (economische) waarden laten toevoegen onder druk komen te staan. Wat is de impact van ons bedrijf op de samenleving? Ken ik mijn klanten nog? Weet ik nog wie mijn stakeholders zijn? De samenleving, klanten en stakeholders beginnen zich in toenemende mate te roeren. Ze willen weer gezien worden.

 
Sommige organisaties denken dat op te lossen door te doen alsof, met windowdressing of greenwashing, maar daar wordt steeds vaker doorheen geprikt. Het is ook niet goed voor een merk. Er is behoefte aan authentieke en oprechte merken, merken die hun beloftes inlossen. Daarvoor is het noodzakelijk dat organisaties even afstand nemen en van buiten naar binnen kijken. Wat zie je dan? Heb ik zulke klanten? Zit dat in mijn beleggingsportefeuille? Richt mijn productie dat aan? Doen ze dat in mijn logistieke keten?

 
Abaelard gaat een stap verder dan Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (MVO) en introduceert Ethisch Verantwoord Ondernemen (EVO).

 
Waarom MVO dood is…
Volkswagen, Monsanto, ProRail; het is slechts een kleine greep uit recente voorbeelden van hoe maatschappelijk verantwoord ondernemen niet in staat is echt interne bewustwording te creëren en daarmee authentiek, duurzaam en eerlijk maatschappelijk verantwoord gedrag tot stand te brengen. De reden daarachter is eenvoudig. De meeste beslissers binnen een bedrijf nemen besluiten die resultaat opleveren op de korte termijn. Dat wordt grotendeels veroorzaakt door persoonlijke en bedrijfsdoelstellingen die voor eenzelfde termijn gelden. Zelfs wanneer processen en procedures binnen een organisatie gelden die een basis moeten leggen voor maatschappelijk verantwoord ondernemen, raken die vaak slechts het topje van de ijsberg. Zolang bedrijven nalaten een goede blik op hun portfolio van diensten, producten, leveranciers, klanten en andere belanghebbenden te werpen, zullen ze nooit echt maatschappelijk verantwoord ondernemen.

 
Van korte termijn denken naar lange termijn denken
Bewuste besluitvorming, met name binnen een zakelijke omgeving waar winstmaximalisatie het primaire doel is, moet worden benaderd vanuit een andere hoek. Zakelijke beslissers zijn tegenwoordig geneigd om die beslissingen te nemen die hen dichter bij hun korte termijn doelstellingen brengen. En dat is logisch, want daar worden ze op afgerekend.

 
Het probleem met korte termijn denken is dat je de neiging hebt om doelstellingen voor de lange termijn uit het oog te verliezen. Het beperkt ook het vermogen om de impact van de bedrijfsactiviteiten op (bijvoorbeeld) het milieu te beoordelen. Erger nog, in sommige gevallen - zoals bij Volkswagen – vervangen zakelijke doelstellingen gemeenschappelijke morele waarden. Ironisch, wanneer dit soort gedrag een financiële schade veroorzaakt die veel groter is dan de eerder bereikte resultaten. Dit soort incidenten leiden bovendien tot toenemende publieke druk op bedrijven om hun gedrag te veranderen.

 
Cultuur onder de loep
Het is moeilijk om de cultuur veranderen, maar het is niet onmogelijk. Bedrijven die blind zijn voor de gevolgen van de zakelijke activiteiten door steeds meer nadruk te leggen op winstmaximalisatie, moeten hun cultuur met spoed onder de loep leggen. De beoordeling van de zakelijke waardeketen is daarop een logische aanvulling en een top-down proces dat moedig leiderschap vereist. Wie durft?

MVO is belangrijk. Dat vindt Abaelard ook. Toch doen wij het anders. Wij maken een verschil tussen moralisme (het superieur achten van de eigen normen) en ethiek (de vraag stellen over goed en fout en helpen tot een antwoord te komen). Wat wij willen is het bewustzijn stimuleren en het waardensysteem bovenhalen door vragen te stellen en in discussie te gaan. Want alleen als bedrijven zelf de vraag beantwoorden over wat ze goed of fout vinden, wordt het proces van henzelf. Dat noemen wij EVO: ethisch en verantwoord ondernemen.

 
Maarten Lemmers is samen met Bruno Braakhuis bedenker, oprichter en eigenaar van Abaelard

Social brandscaping: de campagne van de toekomst

Je bierblikje als gratis ov-bewijs gebruiken of een picknickkleed dat tegelijkertijd ook als afvalzak functioneert: twee mooie voorbeelden van de nieuwe trend social brandscaping.

 
Cleanpicnic
Als je social brandscaping googlet, kom je uit bij psCity; het nieuwe projectbureau dat merken, steden en burgers met elkaar verbindt en samen creatieve oplossingen ontwikkelt voor maatschappelijke problemen. Wat is het? Directeur Thijs Verheugen vertelt: ,,De term social brandscaping hebben we zelf bedacht, geïnspireerd door het boek Brandscaping van marketeer Andrew Davis. Hij vertelt in zijn boek over de samenwerking van merken uit verschillende sectoren en de succesverhalen die daaruit voortkomen. Dat deed mij meteen denken aan ons eigen succesverhaal met CleanPicnic; het picknickkleedje dat ook te gebruiken is als afvalzak en gratis in verschillende parken wordt verspreid om zo de vuilnisoverlast op die plekken tegen te gaan. Dit project heb ik een aantal jaar geleden met Twan van Dommelen opgezet en staat aan de basis voor de lancering van psCity vanuit Posterscope; het communicatiebureau waar we, in samenwerking met mediabureaus als Head To Head, advies geven aan merken over communicatie in openbare ruimtes.”

 
Partners van de stad
Cleanpicnic bleek een succes en wordt ieder jaar door verschillende parken in Nederland herhaald. Deze ervaring smaakte naar meer voor Verheugen: ,,Bij Posterscope merkten we dat er behoefte is vanuit merken om zich op een sociale manier te presenteren. En door Cleanpicnic wisten we dat de gemeente ervoor openstaat om samen te werken met burgers en bedrijven om zo maatschappelijke problemen samen op te lossen. Zo kwamen we op het idee voor psCity, vrij vertaald: partners van de stad. We werken nauw samen met de gemeente Amsterdam en signaleren met haar maatschappelijke problemen in de stad. We koppelen hier merken aan en bedenken samen een format voor een mooie oplossing waarbij we de burgers en lokale ondernemers zoveel mogelijk betrekken. De afgelopen maanden hebben we samen met de stad Amsterdam gewerkt aan verschillende projecten om de basis te leggen voor Social Brandscaping projecten rondom het Vondelpark en het Museumplein.”

 
Sportroute
Eén van die projecten is de ontlasting van de extreme drukte, mede veroorzaakt door sporters, in het Vondelpark. ,,We zijn nu bezig met Stadsdeel Zuid en diverse merken om een sportroute te ontwikkelen die ervoor zorgt dat de doorstroom naar het Rembrandtpark verbetert. Verder werken we aan een project voor het Museumplein. Daar hebben we samen met PlacemakingPlus een placegame gehouden met de stad, bedrijven en burgers om te onderzoeken hoe we het plein nog aantrekkelijker kunnen maken,” vertelt Verheugen.

 
OV-biertje
In Nederland is Verheugen de eerste die zich met marketing en communicatie stort op private en publieke samenwerkingen. In het buitenland wordt het al gedaan. Zo zie je in Brazilië het initiatief van biermerk Antarctica dat een bierblikje ontwikkelde waarmee je gratis met het openbaar vervoer kunt. Met The Beer Turnstile, toegangspoorten die lege bierblikjes kunnen scannen, hoopten ze ervoor te zorgen dat feestgangers tijdens carnaval niet met de auto zouden gaan. Verheugen: ,,Een ander mooi voorbeeld is de Samsung Safety Truck in Zuid-Amerika, die het hoge aantal verkeersongelukken door inhalen probeert tegen te gaan. Door de videobeelden op de achterkant van de vrachtwagen ziet de automobilist of er een tegenligger aankomt en weet hij wanneer het veilig is om in te halen. En Volvo ontwikkelde de Volvo Life Paint: een transparante spray die ervoor zorgt dat je jas wit wordt, zodra je in het donker fietst. Zo ben je goed zichtbaar voor alle automobilisten. Mooi om te zien dat deze merken aan de veiligheid van de burgers denken.”

 
Niet alleen mvo
Het ‘geheim’ van het succes van social brandscaping is niet alleen het sociale aspect, maar ook het marketing en communicatie aspect. Wat het voor een sociaal en bedrijfsmatig effect heeft voor een merk. Unilever liet in 2015 met harde cijfers zien dat maatschappelijk bijdragen goed is voor de omzet. Het is dus zaak om maatschappelijk verantwoord ondernemen te implementeren binnen de gehele bedrijfsvoering. Dat vergroot de mogelijkheid om serieus bij te dragen aan een betere wereld en het bedrijfsresultaat te verbeteren. ,,Daarom benaderen wij alles vanuit de marketing & communicatie hoek,” aldus Verheugen.

,,Bij het woord social denkt iedereen tegenwoordig aan social media en niet aan de ware betekenis van het woord, namelijk maatschappelijk. Social media vraagt wat mij betreft om sociale oftewel maatschappelijke boodschappen en niet om het delen van commerciele boodschappen. Uiteindelijk gaat het erom dat social brandscaping projecten en daarbij het merk echt concreet het leven van mensen verbeteren, zodat zij daar met de rest van de wereld over gaan praten. Met als belangrijkste voorwaarde: Iedereen doet mee, draagt bij en wordt er beter van: merken, steden en burgers.”