Candid. Platform
for growth.

Eerste onafhankelijke onderzoek folderverspreiding

12 Miljard folders worden er jaarlijks in Nederland verspreid. 500 Miljoen euro geven adverteerders eraan uit. Tot nu toe was er geen onafhankelijk onderzoek waarbij wordt gemeten of die folders daadwerkelijk in de brievenbus belanden en wat mensen er mee doen. Voortaan wel.

 
Onderzoeksbureau Vostradamus lanceert hiervoor FolderRendement, de eerste objectieve onderzoeksmethode naar het bereik en de kwaliteit van folderverspreiding. ,,Reclamefolders vormen na televisiereclame het tweede grootste mediumtype in Nederland, maar er bestaat nog geen onafhankelijk en objectief onderzoek naar de vraag of de folder aankomt, behalve dan door de verspreiders zelf,” stellen managing director Youri van der Mijn en research director John Faasse van Vostradamus. ,,Dat is toch een situatie waarbij de slager zijn eigen vlees keurt.”

 
Belangrijk voor retailers
Volgens Faasse zijn folders in de mediabranche een ondergeschoven kindje, terwijl ze met name voor retailers van groot belang zijn. ,,Retailers moeten nieuwe wegen vinden om de consument naar hun winkel te krijgen, zo blijkt ook uit het omvallen van V&D en Macintosh. Folders spelen daarin nog altijd een belangrijke rol, maar dan moeten ze wel aankomen en worden gelezen,” zegt hij.

 
Verjaardagsverhalen
Volgens commercieel directeur Sander Sneiders van PaperChainManagement is de bezorgkwaliteit in Nederland hoog. ,,Dat folders met hele pakken in de struiken of in de oud papierbak belanden zijn vooral verjaardagsverhalen,” zegt hij. ,,Dat gebeurt wel eens, maar dat wordt meteen gemeld. Verspreiders zoeken dat uit. Als folders niet bezorgd worden is dat bijvoorbeeld omdat de bezorger die middag geen zin had of het weer te slecht vond om zijn wijk te lopen.”

Ook is folderverspreiding al lang geen verspilling van dode bomen meer. Het gebruikte papier wordt gerecycled, als er nieuwe vezels nodig zijn komen die van herplante bomen uit Scandinavië en bovendien worden de meeste folders via het oud papier weer opgehaald voor hergebruik. ,,De vezels kunnen tot zeven keer hergebruikt worden,” weet Sneiders.

 
Onderzoek incidenteel
PaperChainManagement heeft met 40 tot 45 procent van alle folders die in Nederland verspreid worden wat van doen. Met het maken of drukken, met het verspreiden of adviseren.  Volgens Sneiders doen diverse retailers nu al incidenteel onderzoek naar folderverspreiding, maar gebeurt dat niet structureel. Onderzoek zoals Vostradamus aanbiedt is er nog niet. ,,Daarom is het niet verkeerd om hier verder over te praten,” stelt hij.

 
Amsterdamse motie bedreiging
 De grootste bedreiging voor de foldermarkt is volgens hem een motie die de Partij voor Dieren in de Amsterdamse gemeenteraad heeft ingebracht en waar in april over gestemd wordt. Die partij wil de huidige situatie - waarin een kwart van de Nederlandse huishoudens een nee-nee-sticker op de brievenbus heeft - omdraaien. Als mensen voortaan folders willen ontvangen, moeten ze een ja-ja-sticker op de bus plakken. Net zoals online adverteerders mensen ook eerst toestemming moeten vragen om reclame te sturen. ,,Een ridicuul plan, want het huidige systeem functioneert goed,” zegt Sneiders. ,,Waarom zou je dat om zeep helpen?” Volgens hem kan de maatregel voor een forse daling van het aantal verspreide folders zorgen, zeker als andere gemeenten dit overnemen. ,,Dat kan een extra klap voor de retail betekenen, met name voor supermarkten, bouwmarkten en drogisterijketens,” aldus Sneiders.

 
Twee monopolisten
De verspreiding van folders is in Nederland voor een groot deel in handen van twee grote aanbieders: Axender en Spotta. Zij garanderen hun klanten dat 95 tot 98 procent van de folders bezorgd wordt en doen daar zelf onderzoek naar. Ook naar meldingen over weggegooide of niet bezorgde stapels folders. ,,De verspreidkwaliteit in Nederland is hoog, maar wij meten niet overal die 95 procent,” zegt Faasse. ,, Als de folder niet aankomt, komen mensen niet naar je winkel. Dus als uit ons onderzoek blijkt dat 30 procent van je folders niet is aangekomen, kun je contact opnemen met de verspreider. Daarnaast meet FolderRendement niet alleen de kwaliteit van de bezorging, maar ook het effect van de folder. Ik denk dat er behoefte is aan een dergelijke tool. Veel adverteerders willen toch weten wat het bereik en het effect van hun folder is, zodat ze hun budgetten efficiënter kunnen verdelen. Ook verspreiders kunnen met deze gegevens hun verspreidplannen verbeteren.”

 
75.000 postcodes gemonitord
 Vostradamus presenteert FolderRendement 22 april in The Harbour Club in Amsterdam. Het onderzoeksbureau monitort nu al op verzoek van adverteerders de resultaten van foldercampagnes. Dat is verder ontwikkeld tot een eigen onderzoeksmethode, waarbij via een panel meer dan 75.000 unieke postcodes gemonitord kunnen worden. Daarbij wordt gemeten hoeveel mensen met de folder bereikt worden, hoeveel mensen hem lezen en wat voor actie ze daarna hebben ondernomen. De tool laat per postcodegebied zien waar in Nederland folders zijn aangekomen (groen) en waar niet (rood). De tool kan bijvoorbeeld winkels in kaart brengen op postcodegebieden en maakt daarbij onder meer inzichtelijk waar de folder in het verzorgingsgebied het meest effectief is. De gegevens zijn te koppelen aan andere data van adverteerders, zoals verkopen en winkelbezoek. Maar ook aan gegevens over het bereik van radio- en tv-reclame en online campagnes per postcodegebied, zodat de resultaten van crossmediale campagnes inzichtelijk worden.

 
Toegevoegde waarde inzichtelijk
FolderRendement visualiseert dat alles op een heldere en overzichtelijke manier in een dashboard. Van der Mijn: ,,Zo wordt de toegevoegde waarde van een folder op je radio- of tv-campagne zichtbaar. Met onze tool willen we het bereik van folders vergroten, verspilling van budgetten en papier tegengaan en de efficiency van campagnes verbeteren.”

Hoe sponsors de sport beter kunnen maken

In de rubriek Frank slingeren bekende mensen uit de mediawereld hun ongezouten mening de ether in. Elke maand geven we de spreekwoordelijke knuppel door aan een ander. Deze keer: Frank van den Wall Bake, autoriteit op het gebied van sportsponsoring.
 

,,The visibiltiy that Tissot gets through its association with basketball is unmatched by any other sport.  It's a source of immense pride to be a partner of this sport. To be a partner is to bring something to a partnership and we constantly strive to look at what we can bring more to assist the sport to improve.”

 
Aldus François Thiebaud, CEO van het Zwitserse horlogemerk Tissot, dat sinds 2008 een belangrijke sponsor is van de NBA (professionele basketbal competitie in de V.S.) en ook hoofdsponsor van de Chinese basketbalbond en sponsor van de wereldbasketbalbond (FIBA).

 
De eerste claim, dat basketbal de beste keuze is uit alle sporten, is natuurlijk open voor discussie. Het tweede standpunt - hoe kunnen wij als sponsor naast onze financiële bijdrage de sport beter maken - is de spijker op de kop. Het doet ons denken aan de indrukwekkende uitspraak van voormalig Amerikaans president John F. Kennedy: ,,Don't ask what your country can do for you, but ask yourself what you can do for your country.”

 
Overdracht van waarden
Sponsoring van sport is allang veel meer dan een zak met geld. Wat goed is voor de gesponsorde is uiteindelijk ook goed voor de sponsor. We moeten met z'n allen veel meer denken in termen van overdracht van waarden. De sponsor heeft per definitie kennis en kunde in huis die waardevol is voor de gesponsorde. De gesponsorde is veelal gefocust op dat waar hij of zij in excelleert. Dat is vandaag de dag echter niet meer een garantie voor het podium. Er komt meer bij kijken. De immense populariteit van sport, die nog altijd blijft groeien, leidt ertoe dat de sport hoe langer hoe meer wordt geconfronteerd met allerlei - vaak onprettige - nevenzaken. De sport is daar veelal nog niet klaar voor en de sportieve prestaties lijden daaronder of zullen er onder gaan lijden. ,,Hoe kunnen we de sport niet alleen helpen, maar ook beter maken,” is dus de vraag die elke zichzelf respecterende sponsor moet stellen.

 
Sport samen beter maken
Het ‘wie betaalt, bepaalt’-principe is sowieso allang niet meer aan de orde, maar het overeenkomen van het sponsorbedrag, de lengte van het contract en de lijst van kwantitatieve tegenprestaties is slechts de eerste aanzet tot een sponsorhuwelijk. De uiteindelijke ROI zit hem veel meer in de vraag: wat gaan we samen doen om de sport beter te maken? Waarbij het ‘beter’ niet alleen staat voor de voor de hand liggende betere faciliteiten, maar minstens even belangrijk: de marketing, de financiële huishouding, de toegankelijkheid, dynamiek toevoegen teneinde meer jeugd aan te trekken. Denk ook aan de sociaalmaatschappelijke plaats van sport in de samenleving, het inhaken op het constant veranderende medialandschap met daarin de toenemende macht van de individuele atleet en last but not least: het werken aan een lange termijn strategie en continuïteit.

 
Macht van individuele sporter groeit
Over al deze aspecten is al veel gezegd en geschreven, maar ik wil nog wel even stilstaan bij die kracht en macht van de individuele atleet. Door de ontwikkelingen in het medialandschap is er een snelle groei gaande in die macht. Toppers hebben een rechtstreekse lijn met gigantische aantallen wereldwijde volgers via Facebook, Twitter, Instagram en YouTube en andere social media. De massa luistert nu eenmaal graag naar wat Max Verstappen, Usain Bolt, Messi, Daphne Schippers of Roger Federer te vertellen hebben. De populariteit van deze wereldwijd scorende toppers neemt in een sneltreinvaart toe, hetgeen er ook toe leidt dat de media nu veel meer geïnteresseerd zijn in de verhalen achter de sporter dan de verhalen achter de sport.

 
Helden van de jeugd
Generaliserend anticipeert de sport hier nogal matig op, zoals de sport überhaupt weinig met marketing heeft. En dit zijn nu net voorbeelden van terreinen waar het sponsorende bedrijfsleven de sport kan helpen. De sport beter laten passen in de denkpatronen van met name de jonge consument. De sporters/sportsters zijn vandaag de dag de helden van de jeugd, zoals dat vroeger de filmsterren en daarna de Beatles en/of de Stones waren.  Waarom tekent Nike een honderd miljoen euro-contract met Barcelona? Omdat de jeugd wereldwijd met een Barcelona/Nike shirt met Messi op de rug wil lopen en ook nog eens bereid is daar veel geld voor te betalen.

 
Bond en sporter moeten samenwerken
Wil een sport, bond, club of evenement succes hebben in de zoektocht naar een sponsor, dan zal die sport niet meer om verbintenissen met de huidige- en voormalige sterren uit de sport heen kunnen, want dat maakt de propositie interessant. Een verbintenis houdt dan overigens zeer nadrukkelijk in dat het een verbintenis is waarin een goede en heldere verstandhouding cruciaal is. Met andere woorden: management en sporters moeten duidelijk op dezelfde golflengte zitten.

De grote massa luistert nu eenmaal naar wat Daphne Schippers zegt. Diezelfde massa luistert, met alle respect, nauwelijks of niet naar wat de voorzitter of directeur van de atletiekunie roept. Regelt de sport die verbintenis met de individuele atleten niet, of niet goed, dan staat de deur open voor rechtstreekse verbintenissen met sponsors, waardoor de sport de boot mist, met alle gevolgen vandien. Dat dit ook niet in het belang van de individuele sporter is, is evident.

 
1+1=3
Maar zo denken de meeste sporters nu eenmaal niet. Dat is de harde realiteit. Overigens ben ik van mening dat een sponsor uiteindelijk veel meer rendement haalt uit een overeenkomst met zowel de sport, bond, club of evenement als met de atleten. Dat resulteert namelijk in het 1+1=3 effect en het leidt bovendien tot de zo belangrijke geloofwaardigheid. Een element dat nogal eens door sponsors en sport wordt onderschat.

Kortom sport floreert dan wel, ondanks de vele ongein de laatste tijd, maar ik ben ervan overtuigd, zoals ik dat eigenlijk al tijden ben, dat het huwelijk tussen sport en bedrijfsleven een cruciale rol speelt in de toekomst van zowel top- als breedtesport, nog vele malen beter zou kunnen zijn als de sport zich meer zou verdiepen in de ontwikkelingen buiten het sportveld, om daar vervolgens ook op in te haken.

 
Frank van den Wall Bake
www.vdwbconsult.nl
 

Hoe word ik succesvol marketeer (en win ik een award)?

Succesvol marketeer word je niet vanzelf. Je moet lastige keuzes durven maken, die hopelijk goed uitpakken. Je merk laten groeien zonder inzet van betaalde media staat ook goed op je cv. En soms moet je gewoon zonder kennis van zaken in het diepe springen. Maar net zoals bij voetbal altijd Duitsland wint, gaat de award uiteindelijk naar Tony Chocolonely.

 
Verrassend was de uitreiking van de Dutch Marketing Awards dit jaar niet. Henk Jan Beltman van Tony’s Chocolonely werd uit een top 100 gekozen tot beste marketeer van Nederland. De  Bijenkorf werd Marketing Company of the Year, het slimme Dopper werd beste verkoper en Coolblue won de prijs voor beste interne branding.

 
‘Wij zijn van de kunstacademie’
 Het meest ontwapenende moment was nog de uitreiking van de award voor beste startup van het jaar. Die award ging naar Vandebron, het bedrijf dat duurzame energie rechtstreeks van de windmolen- of zonne-energieboer koopt en aan de consument levert. Volgens juryvoorzitter en oud-winnaar Erik van Engelen is het bedrijf niet in het voor de hand liggende geitenwollensokkenverhaal getrapt, maar kiest het voor vernieuwende en gedurfde marketing.  Marketeers Jaap en Pieter kwamen enigszins beduusd het podium op om hun award in ontvangst te nemen. ,,Dit is onze eerste baan. Wij komen vers van de kunstacademie, zonder enige marketingervaring,” verklapten ze. ,,We zijn er blanco ingestapt en hebben eigenlijk gewoon gedaan wat we dachten dat goed is.”

 
Wat maakt een winnaar
De winnaars mochten dan voorspelbaar zijn, de vraag is echter: wat maakt deze winnaars speciaal? En hoe win je zo’n award? Voor bedrijven is de award voor Marketing Company of the Year de meest prestigieuze. Dit jaar waren gevestigde namen als Ikea (Ikea Nederland voorbeeld voor alle Ikea’s in de wereld), Bijenkorf (‘keizerin van de retail’) en Hunkemöller (16 procent groei, 1,5 miljoen vrouwen hebben online hun maten laten vastleggen) genomineerd. Waarom de Bijenkorf won? Lef. Het concern sloot winkels, schafte de populaire Drie Dwaze Dagen af en versterkte zijn imago als exclusief merk. ,,Bijenkorf heeft het gedurfd om scherpe keuzes te maken,” aldus de jury. Die pakten goed uit. De klantwaardering schiet weer omhoog. Voor hetzelfde geld was het echter anders uitgepakt en had Nederland een tweede V&D-debacle gekregen.

 
Dopperbeeld in Rio
De Marketing Next Award is volgens juryvoorzitter Marc van Eck de prijs die echt telt in de branche. Bedrijven in deze categorie weten hun succes namelijk te kapitaliseren. En dat het liefst zonder al te veel geld uit te geven aan media. Daarin is Dopper expert. Het bedrijf heeft inmiddels 1,3 miljoen herbruikbare plastic drinkflessen verkocht met de slogan ‘the bottle is the message’. Bedrijven gebruiken ze om hun logo mee te vormen en klanten zijn de ambassadeurs van het duurzame verhaal. Een voorbeeld van hoe je een massaproduct kunt worden zonder massamedia te gebruiken, aldus de jury. Tijdens de Olympische Spelen in Rio gaat Dopper deze zomer een beeld maken van 100.000 plastic flesjes die op het strand zijn achtergelaten. Achterop staat Madonna die een kindje Jezus borstvoeding geeft en daarmee uitbeeldt hoe plastic afval alles en iedereen vergiftigt. Het beeld wordt 8 juni onthuld en zal het merk internationale bekendheid geven.

 
Geloof in eigen product
Voor de Marketing Talent of the Year Award kunnen bedrijven talenten aandragen die met kop en schouders boven het maaiveld uitsteken. Allemaal willen ze uitgroeien tot CMO, allemaal kunnen ze goed pitchen en allemaal werken ze bij gerenommeerde bedrijven. Waarom Daan Koek van PostNL won? Dankzij zijn gedrevenheid, originaliteit en authenticiteit. En geloof in het product dat hij promoot: de foodbox waarmee PostNL vers voedsel bezorgt en doorbrak op de foodmarkt.

Overigens vallen alle tien genomineerden in de prijzen. Ze worden een jaar lang begeleid door ervaren CMO’s, onder andere van award-sponsor Candid Group, dat zijn kennis over marketing wil delen.

 
Binnen beginnen om buiten te winnen
Internal branding gaat uit van het belangrijke principe: binnen beginnen om buiten te winnen, zoals juryvoorzitter Guy van Liemt dat zo mooi verwoordde. Op dat gebied hadden alle drie de finalisten een geweldig trackrecord. Jumbo moest 40.000 werknemers uit verschillende formules onder één nieuw bedrijfsconcept samenbrengen en het Korps Mariniers stapte uit zijn traditionele comfortzone en bedacht een campagne met de input van de mariniers zelf. Maar Coolblue is de absolute topper op dit vlak. Alles draait er om de glimlach. Er zijn leuke vergaderkamers, een kattenkamer, pacmankrukken en alles op kantoor is blauw en oranje. Zelfs de loonstrook wordt ingezet voor interne branding. Dat heeft mede geleid tot 54 procent groei en 96 procent klanttevredenheid.

 
Eerste wetenschappelijk onderbouwde prijs
Er was dit jaar nog een extra prijs te vergeven: de Gouden Walnoot. Een vreemde eend, maar een mooi voorbeeld van de toepassing van innovatieve technologieën in de reclame. Volgens neuromarketing-bureau Neurensics is het de eerste wetenschappelijk onderbouwde prijs in het vak. Een panel van 24 personen bekeek ruim honderd tv-commercials, terwijl het bureau de effectiviteit monitorde. De spot ‘eerste werkdag’ van uitzendbureau Yacht bleek daarin de beste.

 
Chief Chocolate Officer Willy Wonka
Maar de prijs waar het uiteindelijk allemaal om draait is natuurlijk die van Marketeer of the Year. Hoe je dat wordt? Door gewoon te blijven en een eerlijk verhaal te vertellen, de basis van content marketing, maar daar vooral heel slim een imago rondom te bouwen. Tijdens elke pitch, elk optreden en elke prijsuitreiking. Zo is Tony’s Chocolonely de grootste chocolademaker van Nederland geworden en zo won CCO Henk Jan Beltman alweer een prijs.

Het bedrijf is niet belust op zoveel mogelijk winst, maar heeft een missie: de wereld veroveren met 100 procent slaafvrije chocolade. ,,Want anno 2016 werken nog 1 miljoen mensen illegaal in de cacao,” vertelde Beltman. Hij wil dus geen geld verdienen, maar een sociaal probleem oplossen. Hij is ook geen CEO maar CCO: Chief Chocolate Officer. Hij doet het niet alleen, maar met een team, benadrukt hij. En iedereen is gek van chocolade. Daarnaast wil hij als een Nederlandse Willy Wonka in Amsterdam de grootste chocoladefabriek van Nederland bouwen met daarin een achtbaan. Maar ondanks dat blijft hij gewoon en vraagt zijn zoon: ,,Pap, we gaan zondag toch wel naar het voetballen?”

Het marketingplaatje klopt dus helemaal. Daarom won Beltman eind vorig jaar ook de EY Emerging Entrepreneur Of The Year award en zullen er nog vele prijzen volgen.

Volgens de jury van de Dutch Marketing Awards koppelt Beltman creativiteit en idealisme aan succesvol ondernemerschap en zijn bij Tony’s Chocolonely merk en organisatie volledig één. Daardoor is met merk razendsnel gegroeid zonder de inzet van betaalde media.

 
Half jaar vakantie
Een groter contrast met runner-up Matthijs Moeken – voormalig marketing directeur van Jumbo – was bijna niet denkbaar. Moeken maakte van Jumbo een topmerk, maar viert inmiddels al een half jaar vakantie en zette aan het eind van de avond iedereen weer met beide benen op de grond door vijf marketingclichés te benoemen. ,,Want de kern van ons vak draait nog steeds om hetzelfde,” aldus Moeken.

 
Vijf marketingclichés die nog steeds gelden:
1: Wij proberen iets te verkopen aan iemand die dit in eerste instantie niet wil hebben.

2: Verwerf met je merk een plekje in het hoofd van je klant.

3: Dat willen je concurrenten ook. Daarom is marketing strijd, oorlog.

4: Een merk is emotie. De klant moet een beetje van je gaan houden. Dat is meestal moeilijk te verkopen in de boardroom.

5: Een campagne is langdurige focus. Je moet standvastig en consistent zijn.

Folders en aanbiedingen voortaan op één website en app

Wat doe je als retailer in een tijd waarin adverteren in (online) folders bijna onbetaalbaar is? Twintig ondernemers pakten het slim aan en startte het Retail Media Initiatief. Een eigen mediaplatform als alternatief voor bestaande folderplatforms.

 
Het platform biedt folders en aanbiedingen aan via een eigen app en via de website. Maar er zijn ook extra mogelijkheden, zoals het analyseren van het klikgedrag en het plaatsen van links die leiden naar de eigen website.

Een van de initiatiefnemers is Maarten van Deurzen. Hij roept iedere retailer op om zich bij hen aan te sluiten. ,,De vereniging opereert zonder winstoogmerk. Daardoor kunnen we de kosten van deelname beperken tot een vast laag maandbedrag,” aldus Van Deurzen. De bedoeling is dat een grote groep consumenten voortaan alle aanbiedingen van meerdere winkels op één plek kunnen vinden.

Deelnemers:

Buitenhof Tuinmeubelen, Daka Intersport, DA, D.I.O. drogisten, DEEN Supermarkten, Discus, Etos, Euretco, Formido, Groenrijk, Halfords, Henders & Hazel, Hoogvliet Supermarkten, Internationale Meubel Groep, Intratuin, Kwantum, Life & Garden, Praxis, Scheer & Foppen, Welcom, Van Haren, Xooon, Zeeman.

Ludieke actie om bizar schoonheidsideaal onderuit te halen

Een tijdje geleden was het een rage om jezelf op de foto te zetten, waarop te zien is dat je ruimte overhoudt tussen je dijen als je je voeten tegen elkaar zet. Met name jonge dunne meiden deden aan deze trend mee en deelden hun foto’s op social media.

 
Dit bizarre schoonheidsideaal is op de hak gezet door ontwerper Soo Kyung Bae uit Singapore. Hij ontwierp sieraden waarmee je deze ruimte tussen de dijen kunt versieren.

Alleen echt kopen kun je de sieraden niet. Als je op zijn webshop naar de checkout knop gaat kom je op een andere site terecht waar je leest dat zijn bedrijf, tGAP, een fictief bedrijf is. ,,Door gebruik te maken van deze producten, hoop ik te provoceren en mensen te leren nadenken over welke absurde schoonheidseisen we in de samenleving hanteren. Dit soort dingen worden een obsessie voor jonge meiden en vrouwen,” aldus ontwerper Bae.  Een nieuw concept van bewustzijn scheppen dat nog niemand op zo’n bijzondere en ludieke wijze heeft aangepakt.

Trend: Celebs starten eigen media

Het lijkt erop dat Holly- en Hillywood een nieuwe trend zijn gestart. Steeds meer bekende gezichten beginnen een eigen vlog of app. En dat doen ze zonder hulp van tv-zenders of andere (media)partijen.

 
‘Volg de Bauers’ en rijd met Frans Bauer mee naar België om te zien hoe hij zijn zelfgesmeerde boterhammen vergeet en het liefst een Vlaamse kroket naar binnen werkt. En dat allemaal ondanks zijn dieet en strenge vrouw ‘Maris’. Dertien jaar na het grote succes van zijn realitysoap ‘De Bauers’ (RTL4), waar de zanger en presentator zelfs een Gouden Televizier-Ring mee won, komt de goedlachse Bauer met een eigen YouTube-kanaal: ‘Volg de Bauers, of ander gezegd: ‘Vlog de Bauers’.

 
Kneuterigheid ten top
Met ruim 12.000 abonnees nog geen miljoenenpubliek en miljardenopbrengst als andere diehard vloggers. Maar wat niet is, kan nog komen natuurlijk. Er staan inmiddels veertig video’s op het kanaal’, met als een van de best bekeken filmpjes een vlog over Frans zijn verjaardag genaamd ‘De Taart van Mariska Bauer, een ontroerend moment, zegt Frans Bauer’. Als startscène zie je Bauer in zijn badkamer die de vlog inluidt met teksten als: ‘Ik zou zeggen: kijk gezellig mee, want als Bauer jarig is wordt er een feestje gebouwd.’ Kneuterigheid ten top. In een interview met 100% NL vertelt Bauer dat hij door zijn twee oudste zoons werd overgehaald om hiermee te starten. Hij zegt: ,,Ik was één van de eerste met een reallifesoap en nu ben ik volgens mij de eerste zanger die gaat vloggen.”

 
In de auto bij Andy
 Na een carrière als profvoetballer vindt Andy van der Meijde het prima om nog even in de spotlights te blijven. Hij was al met zijn vrouw Melisa bij SBS6 te zien in de realitysoap ‘Andy & Melissa’. Dit proefde naar meer en sinds een paar maanden heeft Van der Meijde een eigen YouTube-kanaal met de succesvolle rubriek ‘Bij Andy in de auto’. Met als aftrap El Ghazi die door Van der Meijde bij de training wordt opgehaald. Dit resulteert in een filmpje vol mooie complimenten, welgemeend advies en ‘hoe ging het bij jou vroeger’-verhalen.

Van der Meijde legt aan Metronieuws.nl uit waarom hij dit liever in eigen beheer uitgeeft: ,,Bij televisiezenders ben je gebonden aan regeltjes. Dan moet ik bijvoorbeeld specifieke dingen aan de mensen bij mij in de auto vragen, maar daar heb ik helemaal geen trek in.” Duidelijke taal. En met ruim 34.000 abonnees en meer dan 400.000 views voor het eerste filmpje kan hij de inkomsten zelf in zijn zak steken.

 
App met Kim
 Frans en Andy zijn natuurlijk niet de enige. In Hollywood zijn The Kardashians een kei in zichzelf in de markt zetten, zonder hierbij andere partijen te gebruiken. Het wereldwijde succes begon voor de familie allemaal met de gelijknamige realitysoap bij tv-zender E! Hier verdienen ze natuurlijk al bakken geld mee. Maar om hun brand en naam nog sterker neer te zetten, heeft inmiddels bijna ieder familielid een zelfgemaakte en betaalde app. Je betaalt namelijk €2,99 voor all access. Een deel van de app is gratis, en dat doen ze heel slim. Zo zie je van Kim precies wat ze dagelijks meesleept in haar ‘It-bag’, maar haar favoriete beauty producten en tips en tricks zitten achter een betaald slotje. Iets waar een beetje fan toch al graag eenmalig die kleine drie euro voor neerlegt. Net als de Kimoji: Kim Kardashians’ emoticon-app die op de dag van release de complete Apple Store en iTunes platlegde. Blijkbaar kon de halve wereld niet wachten om voor €1,99 een emoji van Kim K’s billen te versturen.

 
Goed promotiemiddel
 Twitter, Instagram en Snapchat zijn natuurlijk al een geweldige manier voor bepaalde celebrities om hun fans een sneak preview in hun privéleven te geven. Helemaal voor de sterren die zichzelf graag als brand neerzetten. Het eerste doel hierbij is niet eens perse extra inkomsten. Voor sommige sterren is een eigen app of vlog een uitkomst om in de spotlights te blijven, een grote fanbase te houden en een boek, album, film of tv-serie te promoten. Kijk maar naar Gerard Joling, die natuurlijk ook niet kan achterblijven. Met Gerard Joling TV heeft hij zijn kijkers en fanbase een sneak peak in zijn leven als de draaidagen voor zijn nieuwe programma ‘Geer en Goor Zoeken een Hobby’ over zijn. Over slimme marketing gesproken…

 
 
 

Kunstenaar tovert somber gebouw om in een kleurrijke beer

De wereld een stuk kleurrijker en minder deprimerend maken, dat is waar Okuda San Miguel keer op keer in slaagt met zijn muurschilderingen.

 
De in Madrid gevestigde kunstenaar transformeert alledaagse ruimtes in adembenemende, levendige omgevingen. Dit keer was het de beurt aan een compleet gebouw in Hong Kong. In slechts vier dagen tijd toverde San Miguel het bouwwerk om tot een caleidoscopisch kunstwerk.

De kunstenaar deed hiervoor mee aan het HK Walls Street Art Festival in Hong Kong. Een jaarlijks street art event bedoeld om kansen te creëren voor de lokale en international kunstenaars. Het gebouw waar San Miguel  zich aan waagde bestaat uit 12 verdiepingen. Zijn kenmerkende stijl, met geometrische prints en felle kleuren, ademt een nieuw leven in de grauwe wijk.

Zelf DNA afnemen met speciale draagbare starterkit

Dankzij een geslaagd Kickstarter-project kun je straks zelf DNA afnemen. Het in Londen gevestigde Bento Bioworks heeft namelijk een draagbare DNA-kit ontwikkeld waarmee je DNA kan afnemen en analyseren.

De kit is bedoeld voor een scala aan potentiële gebruikers, waaronder studenten en professionals. Maar ook voor nieuwsgierige individuen. De kit wordt geleverd met gedetailleerde instructies. Zo kan straks iedereen zelf DNA-onderzoeken doen.

De exacte prijs voor de DNA-kit is nog niet beschikbaar. Maar geschat wordt dat ze voor zo’n 800 euro over de toonbank gaan. De kit bevat het DNA-apparaat zelf, een stroomkabel, handboek, verlichting en een speciale gel. Bento Bioworks hoopt hiermee dat biologie interessanter wordt voor de massa, in het bijzonder genoomonderzoek. Wil jij zelf ook detective of labonderzoeker worden? Wacht dan nog even tot oktober, pas dan staan de eerste uitgaven gepland.

Lessen in contentmarketing: wees geen grijze muis

Door Simon de Wilde

Er zijn al ongelofelijk veel blogs, YouTube-video’s en podcasts van bedrijven en ondernemers. Jij wil dat ook: een slimme keuze. Maar hoe onderscheid je je van de concurrentie met je contentmarketing?

 
Een nieuwe lente, een nieuw geluid, schreef Herman Gorter in de eerste regel van zijn bekende gedicht Mei. En weer tijd voor de belastingaangifte, staat er op mijn to do list op de ruit. Ik ben op zoek naar een nieuwe boekhouder, het liefst eentje in Utrecht omdat ik daar woon. Eentje die niet te veel overhead heeft en veel zzp’ers en freelancers bedient. Hoe helpt contentmarketing een boekhouder zodat ik hem of haar vind met Google?

 
Vindbaarheid zzp en mkbEerst vraag ik even rond in mijn omgeving want, zo vond ik ook mijn huidige boekhouder – mond-tot-mondreclame werkt goed. Dan kruip ik achter mijn laptop. Google geeft veel hits. Het valt me op dat veel boekhouders en administratiekantoren concurreren op prijs. Uiteraard is een scherpe en vooral eerlijke prijs belangrijk, maar service en kwaliteit ook.

 
Bloggen voor ondernemersWat de meeste boekhouders, inclusief mijn huidige, niet hebben, is een blog. Terwijl dit bij uitstek een business is die kennisintensief is. Met een blog help je (potentiële) klanten met het oplossen van hun pijnpunten. Dit valt onder service en kwaliteit. Je creëert je eigen publiek. Bovendien houden de crawlers van Google van blogs, wat weer goed is voor je ranking in de zoekmachine. Een win-winsituatie.

 
Steengoede contentmarketingNatuurlijk zijn er al genoeg boekhouders die fanatiek bloggen. Dus ik hoor die boekhouders denken: wat kan ik in hemelsnaam nog toevoegen? Een korte blik leert me dat de meeste blogs nogal op elkaar lijken. Tien tips voor de belastingaangifte. Allemaal open deuren en zonder humor opgeschreven. Wat je niet wilt, is dat je een dertien-in-een-dozijnblog tikt. Geen grijze muis, maar een muis in een paars met goud trainingspak. Het is zaak om originele en steengoede content te maken.

 
Onderscheidend vermogenHoe je dat doet? Vraag jezelf af wat de reactie is van lezers als je blog er niet meer zou zijn. Als het antwoord is: eh, ik mis het eigenlijk niet. Dan zeggen we tegen de control room in Houston, I think we’ve got a problem. Je weet wat je ‘sweet spot’ is en dan zoek je binnen je business een goede niche of anderzijds een originele invalshoek voor je blogs, vlogs, podcasts of andere uitingen. Het is misschien eng om je te onderscheiden, maar dat wil je met je product of dienst ook. Dus waarom niet met je content?

 
Voorbeelden goede contentmarketingEen voorbeeld: er zijn weet ik hoeveel foodblogs te vinden. Maar sommige zijn veel beter dan andere. Sterker nog, doordat ze zich onderscheiden door originaliteit en steengoede content springen ze eruit. Een mooi voorbeeld vind ik Chicks Love Food. Hun invalshoek: gezond en lekker eten is simpel. Waarbij hun geheime wapen recepten met slechts vijf ingrediënten zijn. Een ander geinig voorbeeld vind ik het vlog Will it Blend van Bledtec, van een Amerikaans bedrijf dat blenders verkoopt. De kracht is de eenvoud en humor. Tot slot een podcast, Startup, waarbij de presentator je laat horen hoe je een bedrijf start door het letterlijk te doen. Allemaal manieren om origineel te zijn. Dus wees geen zzp’er of mkb’er die achter de kudde aanloopt maar een die zich scherp profileert met contentmarketing door middel van een scherpe mening, sterke inhoud en liefst overgoten met een vleugje humor. Probeer het maar eens en denk daarbij aan Freddy Heineken.



Bronvermelding:Voor dit blog heb ik inspiratie geput uit het boek ‘Content Inc. How entrepreneurs use content to build massive audiences and create radically succesful businesses’ van Joe Pulizzi. (New York 2016).

Simon de Wilde is Freelance (Bedrijfs)journalist, blogger en verhalenverteller met als specialismen: webredactie, deskresearch en contentmarketing. 
 
 

Nooit meer ‘uh’ zeggen tijdens een telefoongesprek

Niets klinkt zo onzeker of negatief als het woord ‘uh’ tijdens een belangrijk gesprek. Uit onderzoek is zelfs gebleken dat non-woorden zoals ‘uh’ een negatieve invloed hebben op onderhandelingen. Zeker over de telefoon, omdat hierbij geen non-verbale communicatie aanwezig is. Telecomaanbieder OZMO ontwikkelde daarom een spraakfilter, waardoor een betere onderhandelingspositie gerealiseerd kan worden. Deze spraakfilter filtert alle ‘uh’s’ uit telefoongesprekken.

De spraakfilter is beschikbaar vanaf april voor OZMO- en Swyx-gebruikers en naar verwachting vanaf het derde kwartaal ook voor andere telecomaanbieders. Tegelijkertijd wordt dan de app voor Android en iPhone gebruikers op de markt gebracht. Middels een Audio Delay Module wordt het geluid met enkele milliseconden vertraagd, waardoor de filter in staat is om een actief gesprek te bewerken. ‘Uh’s’ worden herkend en gefilterd uit het gesprek. Omdat het gesprek actief wordt bewerkt zijn er geen pauzes te horen in het gesprek.

Een briljante uitkomst? Of toch een gevatte 1 april grap? We wachten het af.

Amerikaanse Blendle gestart

Ook in de Verenigde Staten kunnen lezers voortaan gebruik maken van Blendle. Deze Amerikaanse versie bevat artikelen uit kranten zoals The Wall Street Journal, The New York Times, Newsweek, The Huffington Post en The Financial Times. Net voor de officiële start lanceerde Blendle al de ‘betaversie’, waarmee ze de functionaliteiten van het platform testte. Medeoprichter Alexander Klopping is erg benieuwd wat de Amerikanen van Blendle verwachten. ,,Door te testen met zo’n 10.000 testgebruikers kunnen we Blende US uiteindelijk nog beter op maat maken,” zei hij. Inmiddels hebben zich al ruim 18.000 geïnteresseerden aangemeld voor Blende US.

Tempo van digitalisering gaat langzamer dan gedacht

De digitalisering van kijken, lezen en luisteren gaat helemaal niet zo hard, zeggen de onderzoekers van Media:Tijd 2015. Zelfs voor een meerderheid van de groep 13-19 jarigen is live televisiekijken nog ‘leading’ in mediagebruik.
 
Onlangs verscheen het tijdsbestedingsonderzoek Media:Tijd 2015, een gezamenlijk onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) en organisaties voor mediabereiksonderzoek: het Nationaal Luisteronderzoek (NLO), Nationaal Onderzoek Multimedia (NOM), Stichting Kijkonderzoek (SKO) en het Buitenreclame Onderzoek (BRO).
Ruim drieduizend Nederlanders werden ondervraagd en hielden voor het onderzoek een week lang elke tien minuten hun (media)activiteiten in een dagboek bij, een methode vergelijkbaar met het radio-onderzoek van één van de deelnemende partijen NLO. Zo weten we inmiddels dat we met z’n allen net iets langer slapen dan media consumeren. Slapen doen we 8 uur en 45 minuten gemiddeld en onze mediaconsumptie is 12 minuten per dag korter. Het mediagebruik bestaat uit een aantal vaste activiteiten, zoals kijken, luisteren, lezen en communiceren. Uit het onderzoek blijkt dat kijken en luisteren de meeste tijd in beslag nemen. Gemiddeld zijn Nederlanders op een dag 58 minuten onderweg. Iets minder dan de helft van deze tijd wordt met media gecombineerd.

Luisteren
Wie het onderzoek doorbladert, komt soms toch tot verrassende inzichten. Want die hele digitalisering van lezen, luisteren en kijken gaat helemaal niet zo snel als deskundigen ons willen doen geloven. Daarbij wordt het Media:Tijd onderzoek van vorig jaar vergeleken met  dat van 2013. Volgens de onderzoekers gaat bijvoorbeeld de luistertijd nog voor het overgrote deel via live radio. Met andere woorden: de FM-radiostations. We luisteren naar die zenders via een traditioneel radiotoestel, de autoradio of zelfs de draagbare radio (wie heeft er nog één?). Naar zo’n zender via internet luisteren neemt toe, maar die tijd bedraagt slechts 9 minuten per dag van de mediatijd.
En hoewel de radioreclamemarkt onder druk staat, blijkt dat niet aan de luistertijd te liggen. Er is weliswaar een iets lagere luistertijd gemeten in 2015 ten opzichte van 2013, maar deze daling is niet significant, oftewel niet wezenlijk veranderd.

Lezen
De gemiddelde leestijd per dag bedraagt in 2015 bijna drie kwartier, 43 minuten om precies te zijn. Doordeweeks is dat gemiddelde een minuutje korter, in het weekend een minuutje langer. De participatie is op doordeweekse dagen wel iets hoger dan in het weekend.Als we lezen doen we dat voornamelijk nog op papier.  Sterker nog: op een gemiddelde dag leest 39% van de Nederlanders van papier. Het aantal Nederlanders dat op zo’n dag digitaal leest, is 20%. De onderzoekers melden dat daarmee digitaal lezen in opkomst is. Het gaat hier om het digitaal lezen van dagbladen, tijdschriften, boeken, nieuwssites en apps en ‘andere media’. Vooral mannen, hoger opgeleiden en 20- 49 jarigen, blijken digitaal te lezen. Het dagblad is het populairst, als we het over lezen hebben, gevolgd door het boek.

Kijken
Dat televisie kijken nog altijd het populairst is, komt ook uit Media:Tijd 2015 naar voren. Al is er wel een bredere definitie, want er valt ook online video (bijvoorbeeld YouTube) of video on demand onder. Marktkenners roepen al enige tijd dat het aandeel lineaire televisie enorm hard aan het dalen is, maar ondanks de ‘netflixisering’ zitten de meeste consumenten nog massaal voor het grootste beeldscherm in huis ‘live’ tv te kijken. Althans volgens dit onderzoek. 78% van de tijd dat men aan kijken besteedt, kijkt men live televisie, vooral via het klassieke televisietoestel. 11% van de kijktijd gaat naar uitgesteld televisie kijken. 8% van de tijd wordt via computer, tablet of smartphone gekeken.
Zelfs onder jongeren van 13-19 jaar blijft lineaire televisie - met 55% van de kijktijd – ruim op één staan. Van hun totale kijktijd besteden 13- tot 19-jarigen 15% aan gestreamde video’s (19 minuten) en 11% aan het kijken naar overige video’s (14 minuten), via mobiele apparaten en computer. Bij jongvolwassenen (de leeftijdsgroep van 20 tot 34 jaar) is dit respectievelijk 7% en 3% van hun totale kijktijd, dat wil zeggen 12 minuten gestreamde video en 4 minuten overige video bekeken via mobiele apparaten en computer.

 
Communiceren
Er is ook een apart hoofdstuk gewijd aan ‘communiceren’. Met communiceren (bellen, e-mailen, sms’en, appen, chatten en sociale media gebruik) zijn we 1 uur en 6 minuten per dag bezig. Bijna de helft (48%) van deze communicatietijd gaat via de smartphone. De vaste telefoon neemt toch nog altijd 7% van de communicatietijd in en laat zich goed meten met de tablet (ook 7%). Gamen is vooral erg in trek bij jongeren van 13 tot 19 jaar. Deze activiteit is dagelijks goed voor drie kwartier van hun tijdsbesteding, maar haalt het niet bij communiceren. De jeugd communiceert met 2 uur en 12 minuten per dag het meeste van alle leeftijdsgroepen.

Traditionele media
Uit Media:Tijd 2015 kunnen de onderzoekers en de meewerkende partijen – mogelijk met een zucht van verlichting – concluderen dat niet alles zomaar digitaal wordt. Was papier al eerder gedegradeerd tot dode bomen en lineaire televisie ten dode opgeschreven, volgens dit onderzoek gaat het tempo van de verandering veel trager. Dat is goed nieuws voor traditionele media.

Is branded content domein van journalisten of marketeers?

Het begrip ‘branded content’ veroorzaakt een heleboel onrust in de marketing- en mediawereld. De meest recente discussie gaat over de vraag: is dit vrij nieuwe vakgebied het terrein voor journalisten of moeten vooral marketeers zich ermee bemoeien?

 
Branded content is hier om te blijven en dat heeft - natuurlijk - alles met geld te maken. Grote mediabedrijven als Sanoma, TMG en De Persgroep verdienden van oudsher hun geld met (degelijke) journalistieke producten, maar dat model lijkt een beetje op haar laatste benen te lopen. ‘De dode bomen’ met een plasticje eromheen gaan niet langer in groten getale over de AKO-toonbank en als gevolg van die dalende stroom ‘abonnees’ en ‘losse kopers’ haken adverteerders ook af. Gelukkig voor de marketeers met targets zijn die lezers en plaatjeskijkers geen hele andere dingen gaan doen - de kroeg ingedoken of zo - maar zoeken ze hun informatie over de mooiste racefietsen, nieuwe peddels voor hun roeiboot of het laatste nieuws over de spits van Roda JC op internet. Yes, internet moet het al jaren hélemaal worden voor de kranten- en bladenmakers, maar daar liggen de verdienmodellen nog steeds niet voor het oprapen. Na al die jaren is het nog steeds pionieren met het vragen om geld voor content en een van die verdienmodellen is ‘branded content’. Het geloof daarin is groot; niet voor niets zijn grote mediabedrijven op dit moment keihard bezig om de wereld te veroveren met hun eigen commerciële contentclubs.

 
Wie moet het maken?Een van de (vele) vragen waarmee iedereen worstelt is wie deze ‘gesponsorde content’ moet maken. Zijn dat de journalisten die van oudsher zo weinig mogelijk met adverteerders te maken willen hebben? De mannen en vrouwen die altijd een beetje vies keken naar de andere kant van de afdeling, waar de snelle marketeers dingen deden waar ze niets van afwisten - iets met een iPad weggeven voor abonnees of zo. Of moeten de marketeers zelf journalistje gaan spelen? Dus niet langer focussen op hun stevige omzettargets, maar prachtige verhalen vertellen? Niemand lijkt het te weten, maar op LinkedIn zie je steeds meer mensen die zichzelf vol overtuiging een titel als ‘content marketeer’ of ‘branded journalist’ opspelden.

 
Reclame of journalistiek?
Mindshare-baas Ruud de Langen hield onlangs in zijn column een stevig pleidooi voor duidelijkheid; die vindt het lekker overzichtelijk als het onderscheid tussen journalisten en reclamemakers blijft bestaan. Hij gaf commentaar op voormalig Telegraaf-journalist Juul Paradijs die zich helemaal op de ‘merkjournalistiek’ gaat storten en op voormalig Adformatie-hoofdredacteur Astrid Prummel die namens FHVBBDO ook zo’n contentclub gaat beginnen. De Langen: ,,Ook hier gaan onafhankelijke journalisten verhalen namens merken vertellen. Op zich is er niets mis met verhalen vertellen. Alleen doet de term journalistiek hier bepaalde kwaliteit vermoeden. Dat bedrijven objectief en neutraal communiceren en zichzelf zouden becommentariëren. Dat is natuurlijk niet zo. En al helemaal niet met de Peppi en Kokki video’s van Paradijs en Emmer. Vertel vooral mooie verhalen die spullen van bedrijven helpen verkopen. Maar maak Nederland niet blij met een dode mus.” Ook online marketeer Patrick Petersen pleit voor duidelijkheid op marketingtribune.nl: ,,Branded content is gewoon reclame. En natuurlijk willen marketeers het wegzetten als journalistiek, want dan kunnen ze lekker goedkoop bereik genereren.”

 
Iedereen is zoekende
 Duidelijke taal van twee mensen uit het marketingkamp notabene, laat staan wat echte journalisten (toch Eric Smit? van Follow the Money?) daarvan vinden. Interessant dus om eens te peilen bij Ebele Wybenga wat hij vindt van deze discussie tussen de ‘preciezen’ en de ‘rekkelijken’. Hij loopt immers al een tijdje rond in beide werelden en schreef in 2013 zelfs een boek over dit onderwerp (Editorial Age). In zijn columns voor Adformatie gaat het er regelmatig over en bovendien heeft hij zijn een eigen contentbureau. Moet die oude vertrouwde journalistiek (met al zijn pijprokers en Mephistodragers) zich gaan bemoeien met die snelle ‘branded content concepten’ of is dat prima in handen bij de snelle jongens en meiden met de zwartomrande brillen, strak gesneden baarden en rode sneakers? Wybenga: ,,Er is veel ruis in dat relatief nieuwe vakgebied en je merkt dat iedereen aan het zoeken is. Het probleem is dat journalisten vaak weinig weet van merkdoelstellingen, -imago’s en doelgroepen, waardoor ze gewoon een verhaal maken dat interessant is om te lezen; nieuwswaardig, informatief en goed gelezen. Maar ja, tegelijkertijd is een marketeer niet zo bedreven in de techniek van het vertellen van verhalen en ergens moeten die werelden bij elkaar komen.”

 
 
Contentberg wordt hoger
Een goed voorbeeld van die ‘ruis’, van het grote zoeken vindt hij alle content van bedrijven met maar één doel: likes verzamelen via Facebook. Heel treffend had het FD het onlangs in dat verband over de contentberg; bedrijven blijven maar content produceren, terwijl er niemand let op de effectiviteit. Geen doelgroep, geen doelstelling te zien… ,,Al die Top-Zoveels gaan het echt niet doen voor de merken, omdat er geen enkele relatie is met het merkimago, daardoor deelt dat allemaal misschien wel prima, maar het is pas interessant als die informatie terugslaat op je merk, want daar gaat het toch om,” aldus Wybenga.

 
Weghalen bij de grote uitgevers
Volgens Wybenga zijn er twee ingrepen nodig om de ‘ruis’, die blijkbaar hoort bij een nieuw vakgebied, weg te nemen. ,,Ik zou als eerste branded content weghalen bij die grote uitgevers, want het wekt alleen maar verwarring. Jij wilt als lezer van een gerespecteerde krant toch niet geconfronteerd worden met verhalen waarbij je moet raden of iets gesponsord is of niet? Uitgevers moeten voorkomen dat ze hun merken daarmee uithollen, want dat is precies wat er gaat gebeuren als je daarin gaat schuiven.”

Een tweede actie die in zijn ogen noodzakelijk is om het vakgebied vooruit te helpen, is dat je duidelijkheid moet geven als merk dat je content niet onafhankelijk is. De door Unilever gesponsorde sectie op de site van the Guardian, heet ‘The Guardian Sustainable Business Partner Zone, supported by Unilever’. Wybenga: ,,Dat soort schimmigheid gaat je uiteindelijk altijd opbreken. Ik vind het lijstje met advertorial-achtige modellen van Nu.nl wel een voorbeeld van dat diffuse karakter waarbij toch een poging wordt gedaan om zaken te maskeren, maar dat komt uiteindelijk altijd uit.”

En inderdaad, we pakken zomaar even de eerste eruit van het lijstje aan mogelijkheden van het onafhankelijke Nu.nl. ,,De Smarticle is de nieuwste vorm van branded content op Nu.nl. Het is een gesponsord artikel met een soortgelijke look and feel als een nieuwsartikel. Het biedt lezers een prettige manier om content te ervaren en biedt klanten de ruimte om hun boodschap op een relevante manier aan te bieden.” Vaag, bewust vaag misschien wel.

 
‘Het merk is altijd leidend’
 
Zelf bedenkt Ebele Wybenga ook branded content concepten, namelijk onder de noemer ‘hearhear’, een bedrijf dat gelieerd is aan het Amsterdamse reclamebureau Dawn. Hij bewaakt zelf met strakke hand de merkdoelstellingen, maar huurt journalisten, cameramensen en fotografen in om mooie dingen te maken en om verhalen te vertellen. Kiest hij voor een journalistieke aanpak? ,,Ik zou dat nooit beweren, omdat altijd het belang van het merk leidend is. De verhalen die we maken zijn geen onafhankelijke journalistiek. Wat we doen is alleen gebruikmaken van journalistieke vaardigheden om een verhaal te vertellen. Kijk bijvoorbeeld eens naar de korte documentaires van Triodos Bank met als thema ‘Hoe word je schathemeltje rijk?’, een recente campagne van Dawn waar we aan hebben meegewerkt. Mijn ervaring is dat branded content vooral werkt als je verhalen maakt die het perspectief van een merk uitdragen, in plaats van hun producten te pushen. Om dat te realiseren is het misschien handig als je met mensen werkt die de journalistiek én de marketingwereld een beetje kennen.”

Salontafel laat je wegdromen bij een Blue Lagoon

Een koffietafel die er uitziet als een miniatuur van een tropische Blue Lagoon. Dat is de ‘Lagoon 55’ salontafel. Bedacht en ontworpen door La Table, een conceptueel ontwerpbedrijf uit het Franse Saint Martin.

 
De bedenker, Alexandre Chapelin, is bekend om het maken van artistieke en vooral karakteristieke ontwerpen. De salontafel is gemaakt van stukken marmer dat gesneden is in diepten. Daarin is speciale blauw hars overgegoten, met een techniek die de zachte golven van de oceaan nabootst.



Klik hier voor meer informatie
 

Biologisch afbreekbare flesjes als groen alternatief voor plastic

Plastic flesjes komen met een hoger prijskaartje dan de meeste mensen zich beseffen. Het duurt namelijk wel 1000 jaar voordat zo’n flesje ontbonden is. Veel van dit soort flesjes belanden in de natuur of in zee. Dit zorgt voor ernstige vervuiling.

De IJslandse product designer Ari Jonsson vond daarom dat het tijd was voor actie. Dat resulteerde in de eerste biologisch afbreekbare fles gemaakt van algen.

Zijn innovatieve oplossing voor het probleem van plastic vervuiling komt van agar, een stof uit algen. De ontdekking van agar dateert uit 1650, toen een Japanse herbergier algen in de soep deed en zag het samensmolt tot een soort gel. Deze ontdekking vervolgde zijn weg naar de microbiologische laboratoria in de late jaren 1800 en wordt vandaag nog steeds gebruikt om afzonderlijke moleculen te maken.

De algenflesjes behouden hun vorm totdat deze leeg zijn. Daarna breken ze vanzelf af.



Klik hier voor meer informatie

Online video advertising als katalysator voor TV-campagne

Door Lies Jansen

 

Wat als YouTube het nieuwe TV-kijken is? Hoe kunnen we daar onze mediaplannen op aanpassen? Hoe kunnen we online video optimaal inzetten?

 
Forrester voorspelt dat in 2025, over minder dan 10 jaar, de helft van de kijkers onder de 32 jaar in de Verenigde Staten niet langer een betaald abonnement heeft bij een TV-provider. Adverteerders worden geconfronteerd met een nieuwe manier van leven. De doelgroep kijkt tegenwoordig net zoveel content online als via televisie. Doordat lineair TV kijken het afgelopen jaar wederom is gedaald, is 44% van de 18 tot 49 jarigen verschoven naar YouTube, voornamelijk veroorzaakt door de opkomst van mobiel (Nielsen, 2015).

 
Combinatie TV en online video vergroot effectiviteit
Er is een makkelijke manier om het krimpende TV-publiek terug te winnen zonder meer uit te geven aan media. Vervang een deel van je TV-reclame door online video advertenties. Onderzoek toont aan dat, zonder een extra Euro uit te geven, 46% van de campagnes geprofiteerd heeft van de combinatie van TV en YouTube. Daarbij zagen adverteerders een gemiddelde toename in bereik van 42%. (research.google.com)

Het boosten van een bestaande TV-commercial  door middel van YouTube zorgt daarnaast voor een toename in brand metrics. Advertentie herkenning, brand awareness en overweging van het merk zagen significante stijgingen tussen de 13% en 23% onder het YouTube publiek.

Daarom zeg ik: combineer TV met online video om het bereik en de effectiviteit van je campagne te optimaliseren. Test de combinatie van TV en online video en kijk of het werkt voor jouw merk. Mocht de combinatie van TV en online de beste zijn voor jouw merk, wat let je dan om mediatoewijzingen voor 2016 te herzien?

 
Betrokkenheid groeit met video
Haal jij het meeste uit betrokken personen door ze iets te geven waarmee ze interactie kunnen hebben? Bekijk je YouTube kanaal en stel de vraag of je blij bent met wat je je doelgroep biedt.

YouTube TrueViews geeft mensen de kans advertenties weg te klikken. Personen die een advertentie afkijken, hebben 23 keer meer kans op verdere interactie met het betreffende merk. Zelfs mensen die maar een deel van de video bekeken, hadden 10 keer meer kans op een van deze acties (Bron: Google).

We weten allemaal dat een goede video je achterlaat met het gevoel meer te willen zien. Online is dit perfect te verwezenlijken. Gebruikers klikken door naar andere video’s en het YouTube kanaal. Houd er rekening mee dat bezoekers op je kanaal vanuit verschillende fases uit de customer journey afkomstig zijn. Probeer je kanaalpagina bij al deze fases te laten aansluiten, of de bezoeker het kanaal nu bezoekt om iets te leren, iets te doen of te kopen.

 
Boost je oude commercials
De meeste video gaat op in rook. Online of op TV, de advertentie speelt voor 15 of 30 seconden en dan is de kijker weg. YouTube is anders. Vier van de video’s uit de top 10 trending video’s van 2014 waren ingezet als advertenties. Advertenties op YouTube hebben een lange levensloop. Ze krijgen maanden en zelfs soms jaren lang views. Daarom is YouTube niet alleen geschikt om huidige campagnes te promoten, maar ook om oudere video’s onder de aandacht te brengen en daarmee de interactie met het gehele merk te vergroten.

 
Onderzoek van Visible Measures laat zien dat iedere nieuwe YouTube advertentie ook interesse wekt voor content uit het verleden en hiermee de ROI verhoogt van eerdere investeringen in de video. Wanneer merken gebruik maakten van een nieuwe advertentie binnen YouTube zagen zij een interactietoename van 500% op eerder gepubliceerde content. Naast dit rimpeleffect worden kijkers van een YouTube video ook opgevangen in retargeting doelgroepen, die op een later tijdstip nogmaals benaderd kunnen worden met een eventuele vervolgvideo.

Als je van plan bent meerdere video’s voor een campagne te (laten) maken, is het belangrijk een duidelijke strategie uit te werken. Dit zorgt ervoor dat je doelgroep steeds terugkomt bij al de video’s waar je hard aan hebt gewerkt. Een strategie die goed kan werken voor de inzet van online video is bijvoorbeeld See, Think, Do, waarbij verschillende video’s in verschillende fases van de customer journey worden getoond aan de doelgroep.

 
Waarom iedereen online video moet inzetten
Als marketeers is het onze taak om bereik en betrokkenheid te genereren bij ons merk door de video’s de we creëren. Drie key take-aways die ik in dit blog heb besproken zijn ingegaan op het optimaliseren van de media en content strategie en de terugkeer op beide te maximaliseren. Om dit samen te vatten:

 
  • Combineer TV met online video om bereik te vergroten en het krimpende TV publiek op te vangen
  • Vergoot je contentbibliotheek om een publiek op te vangen dat meer interactie wil en meer wil bekijken
  • Blaas oudere content nieuw leven in door het promoten van nieuwe content
 
Door maximaal gebruik te maken van online video advertising, krijg je niet alleen waar voor je geld, maar ben je ook klaar voor de toekomst, voor de volgende generatie video gebruikers.

 
Lies Jansen is Head of Branding van PauwR Online Marketing

Russische kunstenaar maakt griezelig levensechte poppen

De Russische kunstenaar Michael Zajkov laat met zijn levensechte poppen zien wat een ongelooflijk getalenteerde beeldhouwer hij is. Iedere pop is met de hand gemaakt van polymeerklei en gebeeldhouwd met meesterlijke precisie. Dit zorgt voor bijna angstaanjagend realistische resultaten. Het beeldhouwproces kun je zien op zijn eigen Instagram account.

Info: https://www.instagram.com/michael_zajkov/

Hoe Trump de eerste social media president kan worden

Donald Trump is de ‘king of social media’. Hij gebruikt ze niet alleen effectief, hij herschrijft ze en zet ze volledig naar zijn hand. Van Facebook, Instagram, Snapchat tot Twitter: Trump is er de baas. Hoe krijgt hij dat voor elkaar? En wordt hij de eerste sociale media president?
 
Ruim 1,9 miljoen uur hebben Amerikanen in de eerste helft van maart besteed aan het bekijken van content van Trump op social media. Bij Hillary Clinton was dat nog geen derde daarvan, zo’n 630 duizend uur. De cijfers komen van social mediabureau SocialFlow.

„Het is voor het eerst in de verkiezingsrace dat social media de uitslag kunnen bepalen,” zegt SocialFlow CEO Jim Anderson. „En Trump laat zien dat hij als een showman de conversatie kan domineren.”

 
Trump als entertainer
Trump veegt de vloer aan met personen en met etnische groeperingen. „In het oude systeem zou dat stemmers afschrikken. Maar op social media als Twitter zijn zulke aanvallen geen probleem,” zegt analist Van Jones van CNN. „Sterker nog, je krijgt er meestal meer volgers door. Veel meer zelfs.”

Jones verwachtte dat Trump zijn entertainment-kant achter zich zou laten, over de muur heen zou stappen en de politiek serieus zou benaderen. „Niets bleek minder waar. Trump bleef zoals hij was. Hij trok het politieke establishment over de muur heen naar zijn eigen domein.”

De online strateeg achter de social media-campagne van Trump is de 29-jarige Justin McConney. Hij stimuleert Trump om zijn aanhangers te geven wat ze willen: controversiële content. Hoe meer het provoceert, hoe beter.

 
Conversie in stemmen
Het draait allemaal om conversie: social media-activiteit vertaalt zich in aantal stemmen bij de verkiezingen, stelt analist Alan Rosenblatt in SocialMediaToday. Net zoals bij mensen thuis langsgaan of een kind een aai over de bol geven, leidt actie op social media tot stemmen. Trump wordt soms verweten dat hij weinig campagnevrijwilligers heeft die huizen langsgaan, maar maakt dat ruimschoots goed op social media.

 
Trump als merk
Het merk Trump staat als een huis. Hij kan zich daardoor veel permitteren. „Ik kan midden op Fifth Avenue staan en iemand doodschieten zonder kiezers te verliezen,” zegt hij. En zo gaat hij maar door. Elke keer als je denkt dat Trump nu echt te ver gaat, komt hij ermee weg. Tot dusver, in elk geval.

Trump begon zijn campagne in juni vorig jaar met een niets ontziend en aanstootgevend statement: ‘Mexicaanse immigranten zijn verkrachters’. Door die opmerking en de heftige reacties daarop, stond Trump ineens in de schijnwerpers van de media.

Velen vielen Trump aan. Maar medestanders kregen niet alleen oog voor de Trump-campagne, maar ook voor elkaar. Ze begonnen zichzelf te organiseren in een virtuele community, die de steun voor Trump aanwakkerde.

 
Mexicaanse muur
Later provoceert Trump met zijn opmerking om een muur langs de grens met Mexico te bouwen. De inwoners van het buurland zijn furieus. Maar een klein deel van de Mexicaanse immigranten in de VS steunt Trump. Ze waarderen het dat hij zich afzet tegen de politieke elite en verwachten dat hij voor banen zorgt. Het is de vraag of Trump zijn plan gaat intrekken als hij president zou worden.

Trump’s strategie is om de media te shockeren. De provocaties werken door in de traditionele media en op social media, schrijft Joel Simon in vaktijdschrift Columbia Journalism Review. Traditionele media nemen over wat Trump op social media zegt. Zijn aanhangers verspreiden en vergroten in social media alles wat hij op tv of in de krant zegt.

 
Slimme hashtags
Op social media als Facebook, Instagram of Twitter doet Trump het uitstekend. Op Twitter heeft hij 7,2 miljoen volgers tegenover de 5,8 miljoen twitteraars die Hillary Clinton volgen.

Trump is aanvallender, Hillary Clinton politiek meer inhoudelijk. Na de aanslagen in Brussel twittert Clinton dat, hoe erg het ook is, moslims welkom blijven in VS. Trump hoont ‘incompetent Clinton’ weg met haar idee van ‘open grenzen’, maar blijft op de vlakte hoe het dan wel moet worden geregeld.

Trump’s volgers bedenken slimme hashtags voor hem, meer dan bij andere kandidaten gebeurt, mogelijk omdat Trump hun tweets vaak verder verspreidt door ze te retweeten.

 
Teddybeer met tanden
Op fotosite Instagram is Trump niet weg te slaan. Hij heeft er meer dan een miljoen volgers, waarmee hij Clinton ruimschoots achter zich laat. Er zijn shots van Trump met celebrities, van zijn familie, maar ook – en daar onderscheidt Trump zich in – van ‘wilde’, niet geregisseerde momenten.

We zien Trump op campagne een tirade afgeven. Het is ongecensureerd, soms vulgair, in elk geval ongepolijst en authentiek. „Instagram was de Teddybeer onder de social media. Donald Trump heeft de Teddybeer tanden gegeven,” zegt mediaprofessor Kerric Harvey van George Washington University in het blad Wire.

 
Privévliegtuig
Je ziet Trump met zijn vrouw of als hij golf speelt. Een foto van de Trump Tower in hartje Manhattan. Dat is zoals iedereen het doet. Maar dan is er die andere kant van Trump waarmee hij scoort. Trump die uitvaart tegen tv-presentatrice Megyn Kelly. Trump in zijn privévliegtuig waarin de veiligheidsgordels met 24 karaats goud zijn afgewerkt. „Mensen kunnen geen genoeg krijgen van dat vliegtuig,” zegt zijn digital campaign manager Justin McConney.

Als je Trump vergelijkt met andere presidentskandidaten, zie je hoe gecontroleerd de foto’s van anderen zijn, op het saaie af. Zelfs de altijd optimistische foto’s van Hillary Clinton moeten het afleggen tegen de chaotische werkelijkheid die Trump neerzet.

 
De nieuwe regels van het spel
„Elke keer als we denken dat het voorbij is met Trump, blijkt hij er nog sterker uit te komen,”  zegt Van Jones van CNN. „Trump schaft de regels niet af. Hij speelt het spel met nieuwe regels.”

Er is een doorgaande lijn in de geschiedenis te zien als je de Amerikaanse presidenten langsgaat. John F. Kennedy was de eerste televisiepresident. Alleen Ronald Reagan, met zijn achtergrond als filmacteur, versloeg hem daarin. Zijn charismatische verschijning op tv gaf hem de bijnaam ‘The Great Communicator’.

 
Social media president
Obama was de eerste president die internet volwaardig inzette. Hij voerde campagne met email, online video, big data en een beetje social media, waarmee hij het spel veranderde.

Al die winnende strategieën kwamen destijds onder een spervuur van kritiek te liggen. Kennedy, Reagan en Obama werden niet goed begrepen, hun strategie werd onderschat.

Trump kan de eerste social media president worden. Ook zijn strategie wordt niet altijd begrepen en roept weerstand op. Maar hij zou er wel eens heel ver mee kunnen komen.

Jurken ontworpen met kaas, M&M's en slagroom

De Armeense illustrator Edgar Artis heeft een uniek oog voor mode. Op zijn Instagram en Facebook account trakteert hij je op jurken ontworpen met lekkere traktaties zoals chocolade, kaas, frites en slagroom. De ontwerper deelt zijn ontwerpen graag met zijn fans op social media. Kijken op eigen risico, want het water loopt je bij sommige ontwerpen heel even in de mond.

 

Architecten uit LA ontwerpen schuilplaatsen voor dakloze katten

Om bewustzijn te creëren voor de 3 miljoen dakloze katten in Los Angeles werkten twaalf lokale architecten aan het Architect for Animals project. Het doel voor iedere ontwerper was om een schuilplaats voor een kat te maken, die vervolgens geveild werd. De opbrengst gaat naar FixNation, een non-profit organisatie die straatkatten castreert. De resultaten zijn erg bijzonder, praktisch of gewoon heerlijk om naar te kijken.



Klik hier voor meer informatie