Candid. Platform
for growth.

Filmmarketing: een duik in de wereld van de filmtrailer

Iedere dag verschijnt er wel weer een nieuwe filmteaser of – trailer. Met één doel: zoveel mogelijk mensen enthousiasmeren om deze film in de bioscoop te bekijken. Maar wat komt er eigenlijk allemaal kijken bij het maken van een filmtrailer? Frank.news kreeg een lesje filmmarketing van dé trailermaker in Nederland.

 
Eerst een stapje terug in de tijd met een paar mooie filmfeiten: in 1913 werd de allereerste trailer gemaakt. In New York bedacht Nils Granlund een promotiefilmpje voor zijn Broadway toneelstuk The Pleasure Seekers en liet deze als advertentie in de plaatselijke bioscoop draaien. De trailer bestond uit een aantal korte filmfragmenten van de repetities. De trailers die volgden bestonden vooral uit korte stukjes van de desbetreffende film met als begeleidende tekst de namen van de acteurs en natuurlijk de filmtitel.

 
Na de film vertoond
Deze eerste trailers werden ná de film vertoond, vandaar de naam. Tot ze merkten dat niemand hiervoor bleef zitten. Inmiddels zijn filmtrailers bijna korte films op zich te noemen. De één nog mooier dan de ander. En door de opkomst van sociale media hoeven de filmdistributeurs allang niet meer te wachten tot dat ene speciale moment tijdens de voorvertoning in de bioscoop. Grote kans dat het merendeel van het publiek de meeste trailers al online heeft gespot. En wellicht zelfs met het eigen netwerk heeft gedeeld. Want dat is natuurlijk het uiteindelijke doel van iedere filmdistributeur en -producent: een zo groot mogelijk publiek enthousiast maken, en triggeren om de film in de bioscoop te bekijken.

 
Blanco canvas
Léon Noordzij is hier dagelijks mee bezig. Noordzij kwam er al in het derde jaar van zijn studie Montage aan de Filmacademie achter dat hij oog had voor het maken van trailers. ,,Tijdens mijn stage in 2007 werd ik aangemoedigd om hier meer mee te doen. Ik kwam er al snel achter dat sommige filmeditors dit vooral naast hun ‘normale’ montagewerkzaamheden doen. Er was eigenlijk in Nederland niet echt iemand die dit als hoofdbaan had, voor mij een gat in de markt,” vertelt hij

 
Grote Nederlandse films
Drie jaar geleden besloot Noordzij zich alleen nog te richten op het maken van trailers en teasers, en in 2014 richtte hij hiervoor Spark op: creatief filmtrailer bedrijf in Amsterdam. Inmiddels heeft hij de trailers voor grote films als Sonny Boy, Het Diner en Aanmodderfakker op zijn naam staan. Het leukste aan zijn werk vindt Noordzij de diversiteit. ,,Normaal werk je zo’n drie maanden aan één filmproject, nu werken we met Spark in diezelfde tijd aan gemiddeld 6 trailers.'' Daarbij werk je ook nog eens aan heel veel verschillenden soorten films, erg leuk om te doen.”

 
Veel vrijheid
Wat het werk nóg leuker maakt, is het feit dat hij samen met zijn team veel vrijheid krijgt. Noordzij: ,,Voor iedere trailer of teaser beginnen we met een blanco canvas. In ons werk zijn we zelfs vrijer dan bij het monteren van een complete film. De editor moet zich dan aan de volgorde van het script houden. Natuurlijk krijgen we wel aanwijzingen van de distributiemaatschappij of filmproducent, maar die zijn vrij globaal. Denk dan aan een doelgroepomschrijving, lijst met belangrijke acteurs voor dit publiek en de meest interessante scène. Verder bepalen we de structuur, de muziek, de volgorde en het grootste deel van de inhoud zelf.”

 
Drie aktes
Opvallend dat de trailermakers zoveel vrijheid krijgen, aangezien de trailer ongeveer het belangrijkste is in de wereld van filmmarketing. Toch zijn er nog wel een paar onbeschreven regels. Noordzij: ,,Veel trailers bestaan net als de meeste films uit drie aktes, met als eerste de introductie van de acteurs, vervolgens de introductie van het probleem en het derde deel is een teaser van het antwoord op de vraag of het probleem wel of niet wordt opgelost. Het belangrijkste hierbij is om in dit deel niet te veel plotwendingen bloot te geven. Je uiteindelijke doel is ervoor zorgen dat de trailer iets doet bij het publiek. Het moet je raken, of dit nu in de vorm is van kippenvel bezorgen, keihard laten schrikken of heel hard lachen. Je moet het publiek triggeren, ervoor zorgen dat de film niet zomaar aan ze voorbij gaat. En dat vaak in een kleine twee minuten.”

 
Less is more
Om dit te bereiken maakt de lengte van de trailer trouwens niet veel uit, volgens Noordzij. ,,Sommige teasers van een enkele minuut zijn vele malen sterker dan een complete trailer van drie minuten. Mijn motto is altijd: less is more. Je moet het verhaal zo vertellen dat je net genoeg weggeeft, maar zeker niet te veel,” zegt hij

Er bestaat overigens ook geen standaard duur voor een filmtrailer. Ook al zie je nu wel dat veel trailers steeds langer lijken te duren. ,,Dit gebeurt vooral bij grote commerciële films. Hier zitten vaak veel meer plotwendingen in verwerkt. De hoge bezoekersaantallen tonen ook aan dat het bij deze grote titels niet zoveel uitmaakt hoeveel spoilers erin verwerkt zitten. Het publiek gaat toch wel. Wat dat betreft werkt dit hetzelfde als met een restaurantbezoek; je wilt zeker weten dat het restaurant waar je heen gaat goed is. En dat wil het publiek bij een bioscoopbezoek voor grote films het liefst ook. Helemaal aangezien de meeste mensen gemiddeld maar één tot twee keer per jaar naar de bioscoop gaan. Toch is het natuurlijk nooit de bedoeling dat je het publiek met jouw trailer het gevoel geeft dat het alles al gezien heeft van de film. Dan gaan mensen alsnog niet,” aldus Noordzij.

 
Geluid is key
Naast de indeling, de acteurs en de hoeveelheid spoilers is er nog één niet te missen onderdeel: het geluid. Noordzij: ,,Dit is eigenlijk het belangrijkste van de hele trailer; 70 procent draait om de muziek en het geluid. We laten vaak iets maken door een componist. Soms is het ook juist gaaf een geluidsfragment uit de film zelf te halen. Zoals bij de teaser van The Revenant is gebeurd. Hierbij is de ademhaling van Leonardo DiCaprio gebruikt. Dit geluid zorgt voor zo’n enorme intensiteit. Uiteindelijk kwam een paar maanden later de trailer uit, maar die was eigenlijk veel minder sterk, doordat daar al een stuk meer van het plot in verwerkt zat. Als je het aan mij vraagt hadden ze het in dat geval beter bij de teaser kunnen houden.”

Eén van zijn eigen trailers die volgens Noordzij het beste gelukt is, is voor de film Full Contact ,,Het is een arthouse film die we met deze trailer voor een breder publiek aantrekkelijk hebben geprobeerd te maken,” legt hij uit. ,,De opbouw geeft je, als het goed is, kippenvel. Verder kom je erachter waar het verhaal overgaat, zonder dat je weet hoe het drama zich voltrekt.”

 
Golden Trailer Awards
Het werk van Noordzij wordt ook door de filmwereld op prijs gesteld. En niet alleen in Nederland. Dit jaar wordt alweer de zeventiende editie van de Golden Trailer Awards georganiseerd. Met Spark is hij met zijn team voor twee trailers genomineerd: J.Kessels en History’s Future. Zijn eigen all time favorite en grote voorbeeld is de trailer van Little Children:  
https://www.youtube.com/watch?v=bezyl7ZDp44&feature=youtu.be

,,De film is alweer tien jaar oud, maar de trailer blijft goed. Het is heel conceptueel. Het verhaal is gebouwd op het geluid van een rijdende trein. Die trein speelt helemaal geen rol in de film maar staat in de trailer synoniem voor het naderende onheil. In de film zien we dat onderlinge relaties tussen een aantal mensen op scherp komen te staan. Dit wordt van kwaad tot erger en het geluid van die naderende trein zorgt voor een vervelend opgejaagd gevoel. Zowel bij die karakters als bij de kijker. De trailer op zich is net een korte film, zo goed! En ook hier kom je qua plot niet zoveel te weten. Je weet precies genoeg om er zeker van te zijn dat je de film moet zien. Dat is het geheim van de beste trailer; de kunst om zo min mogelijk te vertellen, en daarmee toch het publiek te triggeren.” Een wijze les die niet alleen in de wereld van de filmmarketing geldt.

‘Neger’ Menthol leerde Nederland tandenpoetsen

Hengelo, 12 april 2016

 
P e r s b e r i c h t

 
Boek Frank Krake geeft tijdsbeeld van emancipatie en discriminatie zwarte bevolking
 

HENGELO – Discriminatie is van alle tijden, maar tandenpoetsen doen Nederlanders pas een kleine honderd jaar. De uit Amerika gevluchte Joseph Sylvester (1890-1955) trok in de jaren ’20 en ’30 langs steden en dorpen en gaf demonstraties met zijn Babajaba Menthol Tandpasta. Zo leerde hij Nederland tandenpoetsen. Frank Krake schreef een boek over het leven van Sylvester, die de bijnaam Menthol droeg en zichzelf trots ‘volbloedneger’ noemde.

 
Het boek verschijnt 13 april en vertelt het levensverhaal van een van de eerste zwarte zakenmensen in Nederland. Het schetst meteen een tijdsbeeld over emancipatie en discriminatie van mensen met een andere huidskleur. Terwijl de als dandy geklede Sylvester in de jaren ’20 overal werd gezien als een attractie en heel Hengelo uitliep voor zijn huwelijk, werd hij na de oorlog slachtoffer van discriminatie en waren er op zijn begrafenis slechts drie mensen aanwezig.

Sylvester ontvlucht voor de Eerste Wereldoorlog de economische malaise op zijn geboorte-eiland Saint Lucia en komt in Amerika terecht. Tien jaar later vlucht hij voor het geweld van de Klu Klux Klan en komt aan in Antwerpen. Hij gaat Menthol-pastilles verkopen, maar schakelt al snel over op tandpasta, die hij uit Amerika importeert.

In België slaat dat niet aan, maar in Nederland wordt het een succes. Hij reist langs alle grote steden en geeft demonstraties op de markt. Van Amsterdam tot Vlissingen, van Rotterdam tot Leeuwarden. Plaatsen waar mensen soms nog nooit een ‘neger’ hebben gezien. Zijn demonstraties zijn spraakmakende voorstellingen die veel bekijks trekken. Hij presenteert zijn Babajaba Menthol Tandpasta als ‘het natuurgeheim van het zwarte ras’ en zichzelf als ‘dokter’ en ‘de redder van uw tanden’. ,,Hij nam meestal een jongetje als proefpersoon, zette die op een stoel en begon met een houten borsteltje diens tanden te poetsen,” vertelt Krake. ,,Mensen wisten toen nog niet wat tandenpoetsen was. Als de mond van het jongetje begon te schuimen en te bloeden, deed hij er zout op en begon het jongetje te schreeuwen. ‘Dat is het resultaat als je je tanden niet poetst, dus koop mijn tandpasta’, riep Menthol dan. Om te bewijzen hoe sterk zijn eigen tanden waren, tilde hij met zijn mond daarna de stoel met jongetje en al  30 centimeter op. Zo maakte hij gebruik van zijn anders zijn. Hij zei: kijk eens wat een mooi gebit ik heb. Dat kunnen jullie ook hebben.”

In Amsterdam ontmoet hij fotomodel Roosje Borchert uit Hengelo, reist met haar mee en trouwt in 1928 met haar. Heel de stad loopt uit voor het eerste zwart-witte huwelijk. Door contracten te sluiten met grossiers en groothandels blijft zijn tandpastahandel groeien. Ook blijft Sylvester zijn act opvoeren op markten. ,,Zo heeft hij Nederland leren tandenpoetsen,” stelt Krake. Hij krijgt echter steeds meer concurrentie van Nederlandse fabrikanten en andere merken. Als tijdens de crisis de gulden devalueert wordt zijn geïmporteerde tandpasta te duur en stapt Sylvester over op de konijnenhandel.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog wordt hij opgepakt en brengen de Duitsers hem naar kamp Schoorl. Hij wordt er ingeschreven als ‘volbloedneger’, een term die hij later als geuzennaam in advertenties gebruikt. Met zijn charisma weet hij de bewakers naar zijn hand te zetten en na twee weken wordt hij weer vrijgelaten. Na de oorlog worden Sylvester en zijn vrouw Roosje steeds vaker geconfronteerd met beledigingen en nare briefjes, waarover hij vlak voor zijn dood in 1955 terugslaat in een advertentie.

Voor het gebruik van het woord ‘neger’ consulteerde de auteur het Nationaal Instituut Nederlands Slavernijverleden en Erfenis (NiNsee). ,,Met dit verhaal wil ik ook laten zien dat mensen die tot een minderheid behoren moeten uitgaan van hun eigen kracht en zich niet in een slachtofferrol moeten laten duwen,” zegt Krake.

 
Het boek ‘Menthol, de man die Nederland leerde tandenpoetsen’ is vanaf 13 april verkrijgbaar in de boekhandel. Uitgeverij Achtbaan, ISBN 978-90-824764-0-8.
Over de auteur:
Frank Krake (1968) studeerde Marketing Strategy aan de RUG. Hij publiceerde in de Verenigde Staten en schreef eerder de autobiografie De Rampondernemer (Pearson). Als klein jochie logeerde hij regelmatig bij zijn grootouders in Hengelo, waar hij voor het eerst over ‘Menthol’ hoorde. Zijn opa deed vroeger zaken met Joseph en Roosje. De verhalen over het echtpaar maakten een onuitwisbare indruk. Die fascinatie inspireerde tot het schrijven van dit boek.

Mediaorganisaties ondertekenen convenant MediaMatters

PERSBERICHT

Amsterdam 11 april

Vanmiddag heeft een aantal mediapartijen in het bijzijn van Neelie Kroes, speciaal gezant voor startups in Nederland en ambassadeur van StartupDelta, een convenant ondertekend waarin zij het belang van innovatie in de media en samenwerking met startups onderschrijven om als mediasector relevant en toekomstbestendig te blijven.

 
De mediapartijen zien daarvoor een belangrijke rol weggelegd voor MediaMatters, een acceleratorprogramma dat erop gericht is de samenwerking tussen mediabedrijven en startups te faciliteren. De ondertekening vond plaats tijdens een  bijeenkomst die was georganiseerd met ondersteuning van StartupUtrecht.

 
Neelie Kroes: 'Ik ben blij met dit initiatief. Startups en corporates kunnen namelijk veel van elkaar leren. Corporates moeten van de gedachte af 'alles zelf' te doen. Maar,' zo waarschuwt zij, 'samenwerking gaat niet vanzelf: snelle besluitvorming is cruciaal voor succes bij samenwerking met startups. Snelle besluitvorming bereik je doordat corporates ervaringen onderling met elkaar delen.'

 
MediaMattersMediaMatters is een accelerator die de samenwerking faciliteert met het doel het innovatie ecosysteem in de media te versterken. 'Startups en scale-ups hebben een hele andere manier van denken dan grote bedrijven. Ze zijn vaak innovatiever en kunnen sneller schakelen, waardoor ze flexibeler zijn en gemakkelijker nieuwe dingen kunnen proberen. Tegelijkertijd missen ze ervaring die grotere organisaties wel hebben. Dat willen we bij elkaar brengen. Zo kunnen de twee profiteren van elkaars kracht', aldus Rick van Dijk, initiatiefnemer MediaMatters.

 
PartnersDe volgende partners hebben besloten aan te haken bij MediaMatters: NPO, NOS, United Broadcast Facilities, Ericsson, Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid, Endemol Shine en ANP. Zij krijgen binnen de accelerator een rol als sponsor, mentor, klant, co-developer of technologie-expert en krijgen de gelegenheid vroegtijdig aan te haken bij voor de branche mogelijk interessante nieuwe bedrijven. Mediabedrijven die belangstelling hebben, kunnen zich nog aansluiten als partner.

Wat we konden weten: radio trekt meeste aandacht in de spits

Een onderzoek van salesorganisatie OMS en mediabureau MediaCom naar het verband tussen luisterlocatie en effect van de reclameboodschap biedt weinig verrassende conclusies. In de auto luisteren we aandachtiger naar radio dan thuis en op het werk, is één van de bevindingen. ,,We wisten al dat je in de spits meer aandacht hebt, maar daar betaal je dan ook fors meer voor. ''

 
OMS, voluit One Media Sales, is de spotreclameverkoper van Radio 538, SLAM!, 100% NL, Sublime FM, Radio 10, de online radiozenders van The Media Exchange en nog een paar kleinere stations (BNR Nieuwsradio maakte maandag bekend na anderhalf jaar uit OMS te stappen). Daarmee is OMS het grootste salesapparaat in de radiomarkt, met een wekelijks bereik van ruim 6 miljoen luisteraars.

Klanten van OMS en die van mediabureau MediaCom (onderdeel van inkoopreus GroupM) hadden gevraagd om een onderzoek naar de verschillen in effecten van verschillende luisterlocaties.  De uitkomsten werden donderdag 7 april gepresenteerd aan de markt.

 
Luisterlocaties
De onderzoekers hebben onderscheid gemaakt tussen drie locaties: onderweg, thuis en werk. En zie daar: onderweg blijken luisteraars duidelijk meer aandacht voor de radio te hebben dan thuis of op het werk. Van alle respondenten - 1.858 Nederlanders in de leeftijd 18-54 jaar die een dagboekje – hé, waar kennen we dat ook al weer van – invulden, is 35 procent onderweg aandachtig tot zeer aandachtig radioluisteraar, terwijl dit thuis 25 procent is en op het werk 15 procent. Dat verschil is eenvoudig te verklaren, want in de auto is radio een primaire activiteit en thuis en op het werk is het ‘behang’.  Ben je met meerdere mensen dan daalt de aandacht. Op het werk scheelt dat nog eens 50 procent.

 
Effect reclameboodschap
Aandacht is natuurlijk belangrijk voor de effectiviteit van de reclameboodschap. De herkenning van een radiospot ligt 1,5 keer hoger bij contacten met veel aandacht versus weinig aandacht. Onderweg ligt bij 7 tot 9 radiocontacten de herkenning 1,3 keer hoger dan bij werk en thuis.
De radiocampagne van Brandmeester’s diende als case. Deze koffiebrander is een nieuwe adverteerder op de radiostations waarvoor OMS de spotverkoop doet. De commercial was drie weken lang te horen op de zenders van OMS (Radio 538, Radio 10, BNR Nieuwsradio, SLAM!, Sublime FM en 100% NL).

 
Tijdvakken
Het onderzoek zoomt ook in op specifieke tijdvakken en uren. De uren doordeweeks tussen 05:00-09:00 uur en 17:00-18:00 uur zijn het meest effectief. In het weekend zijn dat de uren tussen 05:00-07:00 uur en 20:00-24:00 uur. De spits-tijdvakken zijn dus het meest effectief in het genereren van awareness voor een campagne. Gedurende de dag (10:00-16:00 uur) heb je de meeste kans op het genereren van directe webtraffic en conversie. Logisch want als je in het verkeer zit, ga je niet even snel op je smartphone naar een site of app. Thuis of op je werk onderneem je eerder direct actie: deze locaties leveren 2,8 keer meer directe ‘webvisites’ per GRP op dan onderweg.

 
Geen nieuwe inzichten
Biedt het onderzoek van OMS en MediaCom hiermee nu nieuwe inzichten? Nee, oordeelt Henk Burgerhout, Media Director van mediabureau Head to Head. ,,Om met iets positiefs te beginnen: ik omarm elke poging om het mediumtype radio inzichtelijk te maken, maar ik vind het wel gevaarlijk om conclusies te verbinden aan een onderzoek rond slechts één adverteerder (Brandmeester’s). Omdat de initiatiefnemers zelf aangeven dat meerdere klanten ze hadden gevraagd om een dergelijk onderzoek, had ik zeker meer adverteerders aan de tand gevoeld hierover.”
Als hij dan toch verder naar de resultaten van het onderzoek kijkt, kan Burgerhout slechts concluderen dat de uitkomsten ‘een beetje een open deur’ zijn. ,,Het is een bevestiging van wat we al wisten: in de auto wordt beter radio geluisterd. Dat is al jaren zo. Zeker in de spits heb je meer aandacht, maar daar betaal je als adverteerder dan ook fors meer voor. Met name reclame in de ochtendspits is stervensduur. Met Radio 538 voorop, want iedereen wil rond de nog altijd best beluisterde ochtendshow van Edwin Evers zitten. Evers is daar al vijftien jaar marktleider. Als je naar het geheel kijkt in de radiomarkt dan is die spits wel echt overprized.”

 
Meer spreiding
De onderzoekers melden dat de impact van reclame ook groot is tijdens het tijdvak 17:00-18:00 uur. Maar Burgerhout zegt dat dit ‘best tegenvalt’. ,,Wij weten dat de avondspits wat minder effectief is, in tegenstelling tot wat men in dit onderzoek beweert. ’s Ochtends loopt het effect vanaf een uur of 07.00 tot 09.00 op, de uren na 09.00 uur is het in grote lijnen gelijk. Na 19.00 uur ’s avonds is je bereik veel minder, want dan gaat iedereen andere dingen doen en maakt radio plaats voor het tv-scherm of andere devices.”
Burgerhout pleit voor een betere opbouw van het bereik van adverteerders. ,,Ik adviseer klanten hun reclameboodschap meer te spreiden over de hele dag en niet per se alleen maar in die ochtendspits. In de ochtendspits zitten weliswaar de best beluisterde reclameblokken, maar daar bereik je dan wel telkens dezelfde mensen mee. Spreiding over de dag  - tot een uur of zeven - levert je daarentegen gewoon de beste bereiksopbouw en het hoogste gecumuleerde bereik op.”

Publieke en commerciële omroepen hebben elkaar nodig

Door Kees Tukker

Nederland produceert na de VS en Engeland de meeste nieuwe tv-programma’s. Vaak nog succesvolle formats ook. De concurrentie op creatief, zakelijk en commercieel vlak tussen publieke en commerciële omroepen ligt aan de basis van onze status als belangrijke mediaspeler. ‘If you can make it here, you can make it everywhere.’ Om dit zo te houden moet het huidige bestel flink op de schop.

 
De mediawereld is in hoge mate competitief en concurrerend. Er kan in korte tijd veel geld verdiend worden met goed uitgewerkte formats. Producenten kunnen hun formats bij gebleken succes op de thuismarkt vaak vrij eenvoudig in andere delen van de wereld verkopen. Die thuismarkt is druk bevolkt en inmiddels internationaal befaamd. Grote producenten als Talpa en Eyeworks proberen hun formats in Nederland uit. Zijn ze hier een succes dan is de kans dat ze dat in ander land ook zijn vrij groot, zo is inmiddels gebleken. Niet voor niets zijn beide productiehuizen vorig jaar voor bedragen die tegen een miljard euro lopen ingelijfd door respectievelijk het Engelse ITV en het Amerikaanse Time Warner.

 
Meeste nieuwe programma’s
Na de Verenigde Staten en Engeland produceren we in Nederland de meeste nieuwe programma’s. Met maar 17 miljoen inwoners is dat een opmerkelijke prestatie. Het zegt veel over de uitzonderlijk hoog ontwikkelde combinatie van creativiteit en commercieel benul in het televisieminnende Nederland.

Waarom is dit zo? Is het nodig dit klimaat te handhaven en te stimuleren? Zo ja, hoe moet dat? Dat zijn de vragen die ik hier probeer te beantwoorden. Allereerst de waaromvraag. De voor de hand liggende antwoorden zijn: Nederland is een tolerant land. Het is dus eenvoudig hier iets nieuws uit te proberen. Sinds Phil Bloom in de jaren zestig ontkleed op de tv kwam leidt de buis nog zelden tot nationaal ophef, hooguit tot ophef én vertier – net als toen overigens.

 
Creatie en efficiënt
Ook wordt de combinatie van creativiteit en commercialiteit als succesfactor genoemd. Maar al is het zo dat al in de Gouden Eeuw onze creatieve genieën vaak ook in commercieel opzicht uitzonderlijk succesvol waren –het gaat toch te ver deze combinatie een typisch Nederlandse eigenschap te noemen. Wel lijkt vast te staan dat de vele denkrichtingen, levensovertuigingen en geloven in ons land, die allemaal op een kussen slapen - en ja, ook de duivel ligt ertussen -, gecombineerd met onze kenmerkende handelsgeest en de even beruchte als beroemde zuinigheid, belangrijke culturele omstandigheden zijn. Efficiënt en creatief produceren van eigentijdse programma’s, met een open oog op de wereldmarkt, is het resultaat.

 
VS en Engeland dominant
Maar hoe is dit in betrekkelijk korte tijd ontstaan? Wij hadden geen filmindustrie zoals in de Verenigde Staten waar mediaproductie logischerwijs aan ontsproten is. Evenmin beschikten we over een enorm koloniaal rijk, zoals de Engelsen, die met India, Australië en Canada een eenvormig taalgebied hadden dat als enorme afzetmarkt diende. De succesvolle producentenpositie van deze twee landen dateert van direct na de Tweede Wereldoorlog. Het feit dat ze een geoliede propagandamachinerie hadden én de grote overwinnaars waren van die oorlog, heeft overigens met zekerheid aan hun dominante positie in de westerse mediamarkt  bijgedragen.

 
Omroepwet 1967 aan de basis
De Nederlandse mediaproductie-boom begon later, feitelijk pas nadat het kabinet Cals het toenmalige gesloten bolwerk van de publieke omroep openbrak met de nieuwe Omroepwet van 1967. Allereerst door het toelaten van reclame op de publieke zenders en vervolgens ook door het introduceren van de mogelijkheid dat aspirant-omroepen konden toetreden tot het bestel. Hiervan maakte de TROS als eerste gebruik. We spreken sindsdien van het ‘open bestel.’ Dit alles leidde tot concurrentie tussen de omroepen (hoe meer leden, hoe meer zendtijd). Het was tevens de opmaat voor de totstandkoming van grote externe productiehuizen, zoals Joop van den Ende Producties. Onder invloed van de tijdgeest en de concurrentie veranderde het aanbod. Men sprak van ‘vertrossing’. Door velen werd deze commercialisering van het publieke beste met afschuw gadegeslagen. Maar welk woord men er ook aan gaf en hoe men er ook over oordeelde: de concurrentieslag om de gunst van de kijker was losgebarsten.

 
Altijd al concurrentie
Hoewel er sindsdien zeer veel veranderd is, uiteraard vooral door de komst van de commerciële zenders en volop gaande zijnde digitale revolutie, betraden de commerciële omroepen dus een markt die in de basis duaal van karakter was en behoorlijk dynamisch: er werd sinds ’67 reclame op toegelaten, buitenproducenten waren er actief in, er was sprake van concurrentie tussen de omroepen en in toenemende mate ook tussen de producenten.

 
Gouden tijdperk producenten
Dit alles leidde ertoe dat veel talent en kennis beschikbaar was toen de commerciële omroepen begonnen. Bovendien waren zowel producenten als kijkers inmiddels gewend aan grote shows. Om deze redenen maakte de commerciële omroepen een vliegende start. Ze kochten talent weg bij de publieken en commercieel aantrekkelijke formats bij de producenten. Joop van den Ende ging met zijn hele pakket naar RTL. Voor de producenten was een gouden tijdperk aangebroken. Ze konden de publieke en commerciële omroepen tegen elkaar uitspelen en zo de beste prijs krijgen voor hun producten. De concurrentie nam dientengevolge in alle delen van de markt toe.

 
Goedkoopste publieke omroep
Gezien de winstdoelstelling van de commerciële omroepen was hun benadering doelgroepgericht. Rondom de op de doelgroepen gerichte reclame werden bijpassende programma’s geplaatst. Dit doelgroepdenken werd in de slag om de kijker uiteraard overgenomen door de publieken, die er hun eigen draai aan gaven. Fons van Westerloo vertrouwde me als directeur van RTL Nederland eens toe dat hij bang was voor het succes van de publieke omroep, toen de werkwijze in 2005 met het zogenaamde ‘programmeermodel’ werd overgenomen door de zenders doelgroepgericht te maken. Ook produceren tegen zo laag mogelijke kosten - bij de commerciëlen vanuit het winstoogmerk vanzelfsprekend - drong tot de publieke omroepen door. De Nederlandse publieke omroep werd er de goedkoopste in de wereld door.

 
Als je in Nederland succes hebt…
 Het leidt geen twijfel dat deze concurrentie op creatief, zakelijk en commercieel vlak de belangrijkste redenen zijn voor het feit dat Nederland in relatief korte tijd is uitgegroeid tot zo’n belangrijke mediaspeler. Het adagium ‘If you can make it there, you can make it everywhere’, is wat dit betreft op ons kikkerlandje van toepassing. Maar markt- en prijsconcurrentie lijdt in alle gevallen aantoonbaar tot verschraling van het aanbod: wat succesvol en goedkoop is zal worden gekopieerd door de concurrent. Daarom klagen kijkers dat het onderscheid tussen publieke en commerciële omroep nog maar nauwelijks aanwezig is en neemt de overtuiging toe,  ook in de politiek, dat de publieke omroep overbodig is geworden is. De publieke omroep beseft dit; de laatste jaren is het programma-aanbod dan ook iets onderscheidender geworden ten opzichte van de commerciële concurrenten. Maar het wegdenken van de publieke omroep uit onze succesvolle creatieve media-industrie zou de monocultuur die grosso modo zo’n beetje ontstaan is legitimeren en bestendigen. Dit zou de dood in de pot zijn voor de creatieve concurrentie en inventiviteit die zo’n belangrijk deel van de verklaring van onze mondiale successen zijn.

 
Businessmodel onder druk
Nu het traditionele businessmodel van de (commerciële) omroepen onder druk staat omdat bulkreclame haar effectiviteit meer en meer aan het verliezen is, de prijzen voor reclamezendtijd dientengevolge naar beneden worden bijgesteld en commerciële omroepen steeds goedkopere producties moeten inkopen (dit geldt ook voor de publieke omroep trouwens), lijken de gouden tijden voorbij. Bovendien neemt de tijd dat mensen voor de buis hangen significant af en worden ook de grote mondiale live-events -  altijd aanjagers voor de kijkcijfers - meer en meer in livestreams aangeboden.

 
Trendbreuk nodig
Duidelijk is, dat zowel publieke als commerciële omroepen  als gevolg van deze ontwikkeling hun strategie fundamenteel moeten aanpassen. De kramp van de commerciëlen om daarbij te wijzen op de oneerlijke concurrentiepositie van de publieke concurrent op internet, klinkt als armzalig gepiep van een kat in het nauw. Ze snijdt geen hout: als iedereen zijn eigen omroep op internet kan beginnen, hoe zou dit de publieke omroepen dan verboden kunnen worden? Om de aanwezigheid van een sterke publieke en commerciële omroep - zowel on- als offline - als vliegwiel voor de hele creatieve mediamarkt te handhaven, lijkt het daarom noodzakelijk een trendbreuk te forceren: de markt tussen de commerciële en publieke omroepen moet scherper worden gescheiden.

 
Geen reclame bij NPO
Om de vaderlandse televisieproducenten een nieuwe impuls te geven zal het inhoudelijke en daarmee ook inhoudelijke onderscheid tussen publiek en commercieel weer moeten toenemen. Dit begint met het weren van elke vorm van reclame bij de publieke omroep en het scherper definiëren van de inhoudelijke doelstelling. Tegelijk zullen gegevens over kijk- en klikgedrag van de commerciëlen wel en de publieken niet verhandelbaar moeten en mogen zijn. Daarnaast moeten formatrechten alleen voor Nederland aan de publieke omroepen vallen en producenten en commerciële omroepen in de gelegenheid gesteld worden deze rechten in het buitenland te gelde te maken. Vervolgens zal de publieke omroep heel nadrukkelijk volkomen onafhankelijk van maatschappelijke stromingen of politieke opvattingen moeten worden georganiseerd en gefinancierd, op een wettelijke vastgelegde basis. Dit alles zal meer draagvlak voor de publieken tot gevolg hebben en een klimaat scheppen waarin commerciëlen op basis van het oude businessmodel meer tijd en financiële ruimte krijgen om nieuwe businessmodellen te ontwikkelen die aansluiten bij de digitale werkelijkheid van straks.

 
Kees Tukker was onder meer programmaleider bij de AVRO. Als hoofd informatieve programma’s was hij verantwoordelijk voor de samenwerking tussen AVRO en TROS binnen Twee Vandaag. Ook was hij een van de ‘founding fathers’ van actualiteitenrubriek Netwerk en stond hij aan de basis van talloze andere programma’s.
 

Dolce & Gabbana wil hotel openen in Milaan

Modeliefhebbers opgelet! Er gaan geruchten dat Dolce & Gabbana plannen heeft om een hotel te openen in dé modestad Milaan.

 
Hiermee volgt het modehuis andere grote namen zoals Giorgio Armani, Versace, Missoni en Moschino. Volgens de Italiaanse nieuwsbron Il Sole 24 Ore zou het hotel op de Piazza Cordusio komen, in het Palazzo Broggi gebouw. Vorig jaar werd dit gebouw door de Chinese vastgoedmagnaat Fosun overgenomen voor een bedrag van 345 miljoen euro. Fosun heeft gezegd dat ze interesse heeft om er een luxueus hotel van te maken. Het is nu nog wachten op toestemming van de lokale overheid.

Internet of Things rukt op: waarmee willen we connected zijn?

Online verbonden zijn met je apparaten thuis of met je auto: het kan en steeds meer consumenten willen het. Onderweg even je tv, koelkast of alarmsysteem checken. Techbedijf Cisco schat dat er in 2020 zo’n vijftig miljard apparaten online zijn.

 
Mindshare North America liet onderzoeken waarmee consumenten online verbonden willen zijn. Hoge scores in het survey zijn er voor de tv - 79 procent zegt online connected met de tv te willen zijn - en de auto (64 procent).

Driekwart van de mensen wil graag dat het alarmsysteem in huis online te bereiken is. En bijna de helft wil dat voor de koelkast. Bij kleine artikelen neemt de belangstelling snel af. Een vijfde van de ondervraagden is geïnteresseerd als gezondheids- en beautyproducten connected zouden zijn.

 
Bedenkingen
Consumenten hebben ook bedenkingen bij Internet of Things. Meer dan de helft zegt bezorgd te zijn dat bedrijven ongevraagd meekijken bij een aangeschaft product. Bedrijven kunnen steeds vaker online nagaan wanneer, hoe en en hoe vaak een apparaat of product wordt gebruikt. Dat gaat de meeste consumenten veel te ver.

Privacy moet voorop staan, erkent managing director Jeff Malmad bij Mindshare North America in een reactie. „Marketeers moeten waarborgen dat consumenten kunnen kiezen om wel of niet mee te doen bij connected ervaringen.”

 
2016 jaar van grote doorbraak
 Onderzoeksbureau Gartner ging na hoe bedrijven staan tegenover Internet-of-Things (IoT). Het bureau voorspelt dat 2016 het jaar van de grote doorbraak wordt. Het wereldwijde survey van Gartner wijst op een grote verschuiving. Tot nu toe was IoT vooral iets interns bij bedrijven: werknemers hadden online contact met eigen machines; nu wordt de consument steeds vaker online verbonden met apparaten.

„De investeringen voor IoT-ervaringen voor consumenten zullen dit jaar bijna verdubbelen,” zegt vice-president Jim Tully van Gartner. „IoT wordt daarmee een effectief wapen in de concurrentie tussen bedrijven.”

 
Mercedes en Ford
De autoindustrie is een van de voorlopers. Merken als Mercedes en Ford zitten bovenop Internet of Things, omdat ze de druk voelen van bedrijven als Google en Tesla. Google experimenteert met zelfrijdende auto’s en loopt met online technieken voorop. Mercedes en Ford kunnen het zich niet veroorloven achter te blijven.

Tesla presenteert zichzelf niet als autofabrikant, maar als een tech company. „Tesla komt een paar keer per jaar met software updates,” weet Macario Namie van techbedrijf Jasper/Cisco, dat werkt aan connected cars. „Ze presenteren zich als softwarebedrijf, dat toevallig de hardware van een auto als platform gebruikt. Dat is de richting die ook traditionele autofabrieken steeds meer op zullen gaan.”

 
Big data
 Whirlpool, onder meer bekend van wasmachines, werkt sinds begin dit jaar samen met IBM Watson aan online verbindingen met huishoudelijke apparaten. De big data die daar vandaan komen, worden opgeslagen in de IBM Cloud. Whirlpool krijgt zo een beter idee van problemen die spelen als hun apparaten worden gebruikt en hoe ze die kunnen oplossen.

„Data verkrijgen is cool, maar het gaat erom dat je daarmee komt tot oplossingen voor je bedrijf. Dat is wat we hier doen,” zegt Christopher O’Conner in Adweek. O’Conner is als IBM’s general manager voor Internet of Things nauw betrokken bij de samenwerking met Whirlpool.

 
Profits op lange termijn
 Techbedrijven zijn klaar voor Internet of Things, maar veel marketeers die het kunnen toepassen, aarzelen nog. Op de korte termijn verdien je je investeringen niet terug, vinden ze. Ze hebben een punt: de voordelen zie je pas op lange termijn, maar wie te lang wacht, ziet de concurrentie aan zich voorbij gaan.

 

Kijkcijfers: STER/NPO verliest, RTL, SBS en de kleintjes winnen

Door Linda Haring

Het verlies van Champions League-voetbal kost de STER/NPO marktaandeel en levert SBS meer kijkers op. RTL profiteert van succesvolle formats. De kleinere media groeien in marktaandeel, mede door de introductie van gratis zender Ziggo Sport, zo blijkt uit de kijkcijfers van het eerste kwartaal van 2016.

 
Onderzoeksbureau Vostradamus geeft per kwartaal een update over de kijkcijfers per kwartaal per exploitant. Wat gebeurt er in het televisielandschap wat voor bijzonderheden zijn er te melden. We trappen af met de cijfers van het eerste kwartaal van dit jaar (Q1 2016) en maken een vergelijking met de cijfers van dezelfde periode vorig jaar (Q1 2015).

 
Marktaandelen Q1 2016 vs. Q1 2015


Het aandeel van STER (NPO) is in Q1 2016 licht gedaald ten opzichte van Q1 2015. De daling is niet specifiek aan een maand toe te wijzen. De daling is over alle drie de maanden nagenoeg gelijk, waarbij het marktaandeel van de maand maart 1% meer daalt. De daling van het marktaandeel van STER wordt veroorzaakt door het verlies van de uitzendrechten van de Champions League aan SBS.

 
Succesvolle formats
RTL groeit over alle maanden van Q1, maar de grootste groei is voornamelijk in de maand januari van 2016 gerealiseerd door RTL. RTL heeft in januari een hoop succesvolle formats uitgezonden, waaronder The Voice of Holland met de finale op 29 januari 2016, Divorce, All You Need is Love, Goede Tijden Slechte Tijden, Moordvrouw en RTL Late Night.

 
Voetbal bepalend
SBS groeit in marktaandeel ten opzichte van Q1 2015. Deze groei wordt veroorzaakt door de transfer van de uitzendrechten van de Champions League van de NOS naar SBS. De voetbalwedstrijden zijn vanaf augustus 2015 op SBS6 te zien. De wedstrijden realiseren gemiddeld zo’n 1,5 tot 2,5 miljoen kijkers. Dit zijn hoge kijkcijfers voor SBS6!

Wanneer we kijken naar het marktaandeel van SBS in een voetballoze maand, zoals januari 2016, dan zien we dat het SBS zenderaandeel (-1%) inlevert ten opzichte van vorig jaar. De groei wordt dus in voetbalrijke maanden februari (CL-wedstrijden: PSV-Atletico Madrid en Arsenal-Barcelona) en maart (CL-wedstrijden: Atletico Madrid-PSV en de vriendschappelijke wedstrijden van het Nederlands Elftal tegen Frankrijk en Engeland) gerealiseerd. Zonder de investering in de uitzendrechten heeft SBS het nog steeds moeilijk om op te boksen tegen het publieke bestel en RTL.

 
Oude wijn in nieuwe zakken
SBS blijft verwoede pogingen doen om het tij te keren. De zenders investeren in de vooravond, haalde Irene Moors van RTL naar SBS en momenteel gaan de geruchten dat het spelletje Lingo wordt afgestoft en op SBS zal terugkeren met Lucille Werner als presentatrice.

Op  SBS tref je veel ‘oude wijn in nieuwe zakken’ aan, zoals ‘De Vreemde Eend’ (Wie van de Drie), ‘Thuis op Zondag’ (Life & Cooking, Life4You), ‘Bijdehandjes’ (Praatjesmakers) en ‘Mr. Franks Visser Doet Uitspraak’ (De Rijdende Rechter).

 
Zombies en sport
De zenders van BrandDeli (o.a.) Fox, Discovery, NGC, MTV)  zijn stabiel en vertonen een lichte groei ten opzichte van vorig jaar. Opvallend is echter dat februari 2016 een mindere maand was dan vorig jaar. Het verlies in aandeel wordt door januari en maart gecompenseerd, waarbij maart de grootste groei in aandeel laat zien. Succesvolle programma’s in maart waren onder meer The Walking Dead, The Passion (Fox), How It’s Made (Discovery) en de wedstrijd PSV-Ajax (641.000 kijkers, best bekeken wedstrijd ooit op Fox Sports).

 
Regionalen stabiel
De publieke regionale omroepen (ORN) handhaven hun zenderaandeel van 1,4%. Het Nederlandse publiek weet de zenders te vinden ondanks de hoeveelheid aan andere zenders waarmee het geconfronteerd wordt. Met name in januari 2016 zijn de publieke regionale zenders goed bekeken (groei van 15% t.o.v. januari 2015).

 
Ziggo-Sport
Het aandeel van Triade Media (o.a. Cartoon Network, 13th Street, CNN, Ziggo Sport) vertoont een forse groei ten opzichte van vorig jaar. Het grootste deel van de groei wordt veroorzaakt door de nieuwe gratis TV-zender Ziggo Sport exclusief voor Ziggo-klanten. Deze zender werd op 12 november gelanceerd. Het is een gratis sportzender opgericht door Ziggo en Sport 1, waarbij klanten onder andere naar wedstrijden van de Spaanse competitie, golf, Formule 1, NBA Basketbal en andere sporten kunnen kijken. Jack van Gelder en Frank Evenblij werden aangetrokken om de zender een gezicht te geven. De beide heren presenteren er samen een talkshow over sport (Peptalk).

De groei voor de zenders van Triade Media is vooral in de maanden januari en maart terug te zien. Triade Media heeft half december 2015 aangekondigd de krachten met betrekking tot verkoop van de spotzendtijd en branded content te bundelen met RTL.

Groei programmatic trading vlakt af

De omzet op de Nederlandse advertentiemarkt voor programmatic trading is het afgelopen jaar gegroeid van 143,5 (2014) naar 187 miljoen euro (2015). Ten opzichte van 2014 wordt nu al meer dan een derde van alle display advertenties geautomatiseerd verhandeld.

 
Dat blijkt uit de Programmatic Trading study 2015 die Deloitte uitvoerde in opdracht van IAB Nederland, de brancheorganisatie voor digitale marketing. Over heel 2015 groeide de markt met 30 procent. Ter vergelijking: in 2012 was de omzet nog maar 75 miljoen euro. Toch lijkt de groei af te vlakken. In het eerste half jaar van 2015 groeide de markt met 47 procent en in de tweede helft met 19 procent. In voorgaande jaren was de groei in de tweede helft van het jaar steeds groter dan in de eerste helft. Deloitte en IAB Nederland verwachten in 2016 een groei van 22 procent, de laagste in vier jaar.

 
De mogelijkheden voor deze vorm van online reclame worden steeds gevarieerder. In voorgaande jaren werden vooral traditionele banners verkocht, in 2015 was vooral een stijging te zien van zowel interruptive/rich media (+85 procent) als programmatic video (+185 procent), dat bijna verdrievoudigde ten opzichte van 2014.

Het aandeel van branding campagnes ten opzichte van performance campagnes neemt de laatste jaren fors toe. In 2012 maakte branding 4 procent uit van de campagnes, in 2015 al 55 procent. Het hele onderzoek is hier te downloaden.

Iedereen kan nu livestreamen op Facebook

Al je vrienden live op Facebook laten meegenieten vanaf je vakantie of tijdens een concert? Het kan vanaf nu via de livestream op Facebook.

 
Deze functie was voorheen alleen beschikbaar voor bekende mensen, bedrijven en journalisten. Maar, zoals Facebook zegt: ,,Vanaf nu kan iedereen een razende reporter zijn tijdens een nieuwswaardig moment.”

Zodra je een bericht op Facebook plaatst zie je nu een knop voor de livestreamoptie. Door er op te klikken start je de livestream. Je kan ook selecteren wie kan meekijken – bijvoorbeeld alleen vrienden of alle Facebook-gebruikers. Kijkers kunnen een reactie achterlaten of een emoticon. Als livestreamer kun je de beelden vijf andere kleuren geven met behulp van filters en je kan iets op het beeld schrijven.

Lyric Speaker laat songteksten zien tijdens afspelen muziek

Hoe gaat die tekst van dat ene nummer nou precies? En zing jij dat stukje tekst niet eigenlijk al jaren verkeerd? Met de Lyric Speaker kom je er meteen achter.

 
Deze stijlvol ontworpen speaker speelt namelijk niet alleen muziek af, maar toont je ook de songtekst van het nummer. Het bijzondere is dat het lettertype van de songtekst wordt aangepast aan de toon van de muziek. Draai je een house plaat? Dan toont de speaker een robuust lettertype. Meer in de mood voor een romantische ballad? De tekst zal er elegant uitzien.

Op dit moment is de Lyric Speaker nog in de laatste ontwikkelfase. Vanaf juni 2016 kun je hem online bestellen. Wel even inschrijven via de website, want er is al een wachtlijst.

https://www.youtube.com/watch?v=tNDAValahqo

Het grote dilemma van Instagram CEO Kevin Systrom

Hij maakte arty foto’s in zijn studententijd  – een spannende schaduw in Chinatown, dat soort beelden – en is nu de baas van Instagram, het grootste sociale fotonetwerk ter wereld. Het moet om de foto’s blijven gaan, vindt CEO Kevin Systrom. Maar hij ligt onder vuur nu hij de tijdlijn gaat veranderen.  

 
Met meer dan 400 miljoen maandelijkse gebruikers, wordt Instagram steeds interessanter voor adverteerders. Een nieuw algoritme moet de volgorde van de foto’s die de gebruikers zien gaan veranderen: niet meer chronologisch, maar afgestemd op persoonlijke interesses van de gebruiker.

Marketeers noemen de stap onvermijdelijk om het medium voor adverteerders geschikter te maken. Veel gebruikers op Instagram zijn tegen het plan. Ze vrezen dat het ten koste van de creativiteit gaat.

Nederland telt ruim twee miljoen gebruikers. Het is sinds oktober 2015 mogelijk op Instagram  te adverteren. Maar in reacties vegen gebruikers vaak de vloer aan met advertenties als die visueel niet van zeer hoge kwaliteit zijn.

 
Dilemma
De rol van adverteerders werpt een dilemma op voor Systrom, die in april 2012 akkoord ging met de overname van Instagram door Facebook.

Een eerder plan om alle foto’s op Instagram beschikbaar te stellen voor adverteerders, stuitte op zoveel verzet dat het werd geschrapt. De Instagram CEO staat onder druk om adverteerders meer ruimte te geven, maar wil gebruikers voorop laten staan. Die missen nu posts van brands, maar ook van anderen die ze volgen.

Systrom is op zoek naar een middenweg. „Gemiddeld missen gebruikers 70 procent van hun posts in hun Instagram feed,” zegt hij in The New York Times. „Wat we willen is dat de 30 procent die je wel ziet, het best mogelijke is.”

 
Stanford University
Kevin Systrom ontmoet Mark Zuckerberg van Facebook tijdens zijn studie aan Stanford University. Zuckerberg vraagt hem dan om bij Facebook te komen werken, maar dat aanbod slaat hij af. Hij gaat stage lopen bij Odeo, de voorloper van Twitter, en werkt daarna twee jaar bij Google. Samen met studievriend Mike Krieger richt hij in 2010 Instagram op.

Kevin en Mike bedenken samen het even eenvoudige als revolutionaire concept voor Instagram als social netwerk. „In plaats van inchecken met een optionele foto, dachten wij: waarom nemen we niet een foto als uitgangspunt met een optionele check-in,” zegt Systrom.

Het is hem op het lijf geschreven. Fotografie is verweven met zijn leven, van de tijd dat hij voorzitter is van de fotoclub op zijn middelbare school tot de fotocursus die hij volgt in Florence in Italië.

 
De eerste Instagramfoto
Tijdens een vakantie in Mexico is er nog een moment dat grote invloed op de populariteit van de app zal hebben. Kevin is met zijn vriendin Nicole Schuetz (ze zijn begin dat jaar getrouwd) op het strand in Mexico. Zij zegt dat ze de app van hem niet zal gebruiken, omdat haar foto’s niet goed genoeg zijn, lang niet zo goed als die van een kennis die ze noemt. „Ja, maar hij gebruikt filters die de foto mooi maken,” weet Kevin. En zij antwoordt: „Wel, dan moeten jullie dus ook filters hebben bij je app.”

Terug in het hotel maakt Kevin zijn eerste filter, de X-pro II. Dat gebruikt hij bij een foto op het strand. Het wordt de eerste Instagram-foto: een zwerfhond met daarbij Nicole’s voet in beeld. Niet de mooiste foto, maar toch. Systrom gaat met meer filters aan de gang. Acht weken later is Instagram klaar om live te gaan. Dat gebeurt op 6 oktober 2010.

 
Twitter vist achter het net
Vanaf het begin is Instagram een hit. Binnen een dag heeft het netwerk 25.000 volgers. Dat is mede te danken aan publiciteit door mensen als Jack Dorsey, de Twitter CEO, met wie Systrom bij Odeo heeft samengewerkt.

Systrom weet investeerders aan te trekken, waardoor Instagram verder kan groeien. En dat valt ook anderen op. Dorsey van Twitter stelt voor om Instagram voor een bedrag van rond de 500 miljoen dollar over te nemen. Systrom overweegt het, maar zegt uiteindelijk nee, omdat hij zelfstandig wil blijven.

 
Een miljard dollar kan je niet afslaan
En dan komt Mark Zuckerberg van Facebook. „Zij kregen veel traffic van ons,” zegt Zuckerberg in het tijdschrift Vanity Fair. „Het leek mij dat we goed één bedrijf konden vormen.”

Zuckerberg ziet Instagram als een mooie aanvulling. Instagram is hip, elegant en bovenal ‘mobile-first’. Dat laatste is precies wat dan aan Facebook ontbreekt.

Als Systrom bij hem thuis in Palo Alto komt, biedt Zuckerberg een bedrag van een miljard dollar. Instagram is op dat moment een bedrijfje met dertien werknemers. Systrom overlegt met zijn partner Krieger en binnen een paar dagen is de deal rond. Een belangrijke overweging is dat Instagram een eigen lijn kan blijven volgen.

 
Van Taylor Swift tot The New York Times
De gebruikers van Instagram zijn overwegend jong: veel tieners en twintigers. Celebrities als Taylor Swift hebben tientallen miljoenen volgers. Maar ook professionele fotografen gebruiken de app om hun werk te tonen. En gevestigde media nemen foto’s over. Zoals The New York Times, die met vierkante foto’s van Instagram begin vorig jaar de sneeuwstorm in New York liet zien.

Het succes maakt dat Systrom bedachtzaam is met veranderingen, zoals een nieuwe tijdlijn. ,,Als we iets goed doen met ons bedrijf is het dat we een grote verandering langzaam en bewust uitvoeren. We doen dat samen met onze community,” zegt hij. ,,Het is niet zo dat mensen morgen wakker worden en een ander Instagram vinden.”

 
De paus sluit zich aan
Te zien aan zijn eigen Instagram-account is Systrom veel op reis. Hij post selfies met celebrities. In februari zie je hem op audiëntie bij de paus. „We spraken over de kracht van beeld om mensen van verschillende culturen en talen bij elkaar te brengen,” schrijft hij op zijn Instagram post. Het bezoek blijft niet zonder vervolg: in maart opent de paus een account op Instagram. Binnen een dag heeft hij 570.000 volgers.

 
Bedrijven die de wereld veranderen
Het is een prestatie om een bedrijf met zoveel volgers in goede banen te leiden. In de krant The Telegraph geeft Systrom in een interview iets van zijn geheim als CEO prijs. Ik combineer een technische en sociale kant, vertelt hij. „Ik ben bedreigend genoeg omdat ik programma’s kan coderen en sociaal genoeg om ons bedrijf te verkopen.”

„We leren terwijl we verder komen,” zegt hij in hetzelfde interview. „En, by the way, terwijl we dat doen, maken we bedrijven die de wereld veranderen.”

Nieuwe Rembrandt uit 3D-printer

Kan een computer net zo mooi schilderen als wereldberoemde meesters? Het project The Next Rembrandt toont aan dat moderne technieken een heel eind in de buurt komen.

 
In een Amsterdamse galerie werd het resultaat onthuld waar een team wetenschappers, conservatoren en datatechneuten achttien maanden mee bezig zijn geweest: een nieuw schilderij van Rembrandt, bestaande uit 148 miljoen pixels, gemaakt door een 3D-printer.

Om dit voor elkaar te krijgen analyseerde het team 346 schilderijen van de meester en creëerde het een zelflerend algoritme dat van 168.263 schilderijfragmenten de kenmerken, details, hoogteverschillen en andere typische Rembrandt-foefjes vastlegde in een databank.

Uiteindelijk werd via een 3D-printer een nieuw schilderij geprint van een blanke man met hoed. Een typisch Rembrandt-portret. Zo lijkt het alsof zijn talent, 347 jaar na zijn dood, weer tot leven is gewekt.

Het project is een initiatief van ING en reclamebureau J. Walter Thompson en werd ondersteund door Microsoft, de TU Delft, het Mauritshuis en Museum Het Rembrandthuis. ,,We hebben data nog niet gebruikt om de menselijke ziel te raken. Je kunt zeggen dat we technologie en data gebruiken zoals Rembrandt zijn verf en kwasten gebruikte om iets nieuws te creëren,” stelt Ron Augustus, directeur SMB Markets van Microsoft.

https://www.youtube.com/watch?v=IuygOYZ1Ngo

L’Oréal helpt kansarme jongeren aan baan

Waar chef-kok Jamie Oliver kansarme jongeren aan een baan in de keuken helpt, doet het schoonheidsmerk L ‘Oréal in Spanje dat nu ook binnen haar eigen bedrijf.

Met het project ‘Beautify Your Future’ biedt het bedrijf 500 banen, leerplekken en stages aan. Met de hulp van 100 vaste medewerkers zal dit project vijf jaar duren. Het eerste initiatief ging afgelopen februari al van start met drie trainingen van totaal zo’n 400 uur, speciaal voor 51 studenten. Tijdens het project komen zowel technische trainingen aan bod, als ook vaardigheden zoals teamwork en communicatie.

Krachten freelance journalisten gebundeld in De Coöperatie

Een bedrijf compleet in handen van een collectief van freelance journalisten, dat is het nieuwe De Coöperatie. Het startschot voor dit collectief werd 31 maart gegeven tijdens een bijeenkomst in Pakhuis de Zwijger in Amsterdam.

Vanaf 1 juni zal het bedrijf officieel van start gaan in Amsterdam en Hilversum, met een aantal werkplekken voor freelancers. Naast werkplekken wil het bedrijf ook gezamenlijke inkoop en leveringsvoorwaarden richting uitgevers gaan formuleren.

Mede-oprichter Teun Gautier (voormalig uitgever van De Groene Amsterdammer): ,,Freelancers nemen een steeds groter deel van de journalistieke productie voor hun rekening en zullen ook in toenemende mate zelf gaan publiceren. Het ontbreekt hen echter aan schaalvoordeel van het collectief en ondersteuning van zijn of haar werk.”

Via De Coöperatie kunnen freelancers ook rechtstreeks publiceren op Blendle. Het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek heeft een kredietfaciliteit ter beschikking gesteld om de start mee te financieren. Freelance journalisten kunnen zich online inschrijven en gaan straks 20 euro per maand betalen.

Nederlandse Energie Maatschappij gaat tv en telefonie aanbieden

De Nederlandse Energie Maatschappij (NLE) gaat naast energie nu ook internet, televisie en telefonie aanbieden. Het bedrijf zelf spreekt over een Alles-in-1 aanbod.

NLE gaat hiervoor gebruik maken van het netwerk van KPN. Wel beloven ze de telefoniediensten goedkoper aan te bieden dan de grotere aanbieders van alles-in-1, zoals Ziggo, Tele2 en KPN al doen.

Reden voor deze uitbreiding is onder meer dat er simpelweg minder geld aan alleen energie leveren te verdienen valt. ,,Het verdienmodel zit voor NLE niet meer alleen in het leveren van energie. Voor ons is het een uitdaging om met het aanbieden van andere diensten nieuwe verdienmodellen te ontwikkelen.” aldus CEO Harald Swinkels. NLE wil in vijf jaar tijd 10 procent van de alles-in-1 markt veroveren.

Zo haal jij het beste uit het nieuwe algoritme van Instagram

De chronologische tijdlijn van Instagram is verleden tijd. En daar is een hoop om te doen. Paniek bij ‘social influencers’ die bang zijn dat hun volgers niet meer alles meekrijgen. Voor merken kan het juist een uitkomst zijn. Frank.news legt uit waarom.

 
Door de populariteit en groei van Instagram ziet de gemiddelde gebruiker op dit moment nog maar 30% van de geplaatste content. Dit betekent dat 70% van de geposte foto’s en video’s niet worden opgemerkt. En dat terwijl de gebruikers deze wel degelijk volgen. Grote kans dus dat ze die posts niet willen missen. Zonde!

 
Meest relevant
Daarom besloot Instagram een nieuw algoritme te introduceren, net als Facebook eerder al deed. Het nieuwe algoritme is gebaseerd op de interesse van de gebruiker in de inhoud, de relatie met de persoon die de inhoud plaatst en de tijd waarop de inhoud wordt geplaatst. In plaats van de laatst geposte, staan straks de meest belangrijke posts voor de gebruiker bovenaan. Alleen de volgorde wordt aangepast, maar alle inhoud wordt nog steeds getoond. Het is dus niet zoals op Facebook, waar alleen een selectie van alle content wordt getoond. Instagram is nog druk bezig met de ontwikkeling en test deze bij een aantal gebruikers. Binnenkort is de nieuwe feed voor iedereen een feit.

 
Paniek
Social influencers schreeuwen het al van de daken: zij zijn geen fan. Ze zijn namelijk bang dat hun potentiële bereik - en hiermee hun inkomsten - enorm zal afnemen door deze verandering. Daarom zijn de influencers een turn on notifications-actie begonnen. Door pushberichten hoeft niemand meer een post te missen, is hun redenatie. Maar de Instagram-gebruiker kennende volgt hij meer dan één influencer die minimaal één keer per dag iets post en zit niemand te wachten op een op hol slaande telefoon die dankzij alle posts en de pushberichten zo iedere minuut af kan gaan. Geen geslaagde oplossing dus.



 
Overload
Maar geen reden tot paniek; de nieuwe Instagram-feed kan voor veel merken en ook voor de social influencers, juist een uitkomst zijn. En wel hierom: om op te vallen tussen die overload aan informatie waar de gebruikers nu nog mee te maken heeft, moet je nu meerdere keren per dag iets posten. Dit levert veel werk op. Grote kans dat dit ook niet ten goede komt aan de kwaliteit van de posts. Én dat je zo voor de oplettende gebruiker juist als irritant wordt beschouwd. Met een ontvolging als gevolg.

 
Zo kom je bovenaan de feed
De nieuwe manier om de gebruiker via Instagram voor jouw merk te interesseren heeft alles met interactie en betrokkenheid te maken. Door voor de doelgroep relevante posts te realiseren die de interactie met hen opwekken - en een like of reactie veroorzaken - , kom je eerder bovenaan de feed. Simpelweg om een like of reactie vragen, heeft natuurlijk geen zin. Ook hier gaat het weer om een flink staaltje ‘Ken je doelgroep’. Wat zijn hun interesses? Wat ‘vinden ze leuk’? En wat voor posts leveren de meeste interactie op (concurrentieanalyse)? Zijn dit bijvoorbeeld behind the scenes foto’s of previews van nieuwe producten of collecties? De interactie kan daarbij extra aangewakkerd worden door expliciet te vragen naar de mening van jouw volgers. Zo vergroot je de betrokkenheid en laat je ook nog eens blijken dat hun mening relevant is.

 
Stappenplan
Verder is het te allen tijde van belang om je bij iedere post af te blijven vragen: is het leuk voor de Instagrammers of is het alleen leuk omdat ’ik’ dat vind? Check ook nog eens dit handige stappenplan waarmee je zo die 400 miljoen Instagram-gebruikers haalt, en bij iedereen bovenaan de nieuwsfeed verschijnt. Want dat willen we natuurlijk uiteindelijk allemaal.

Visuele herkennings-app ondersteunt blinden

De recentelijk gelanceerde app Aipoly helpt met behulp van kunstmatige intelligentie blinden of slechtzienden objecten te identificeren.

De gratis app, ontwikkeld in de Verenigde Staten, maakt gebruik van de camera in de mobiele telefoon. Door de camera op een object te houden vertelt de app wat het object is. Dat kan erg handig zijn bij bijvoorbeeld het doen van boodschappen in een supermarkt. Aipoly werkt zonder internetverbinding en kan objecten identificeren binnen een derde van een seconde. De app herkend ook de verschillen tussen kleuren.

https://www.youtube.com/watch?v=XMdct-5bERQ

 

Eerste ‘doorzichtbare’ hogesnelheidstrein

In Japan rijden de hogesnelheidstreinen al zo snel dat je ze bijna niet voorbij ziet komen. Bij de nieuwste trein, ontworpen voor de Seibu Railway Co., zal dat nog lastiger zijn.

De trein, ontworpen door de Japanse architect Kazuyo Sejima, is namelijk gemaakt van semi-reflecterend materiaal. Het idee achter dit ontwerp is dat de trein zich zo mengt in het landschap doordat het omliggende landschap wordt weerspiegeld. De Seibu trein is meteen ook de eerste trein die ontworpen is door Sejima, die bekend staat als winnaar van de Nobelprijs voor architectuur. Verwacht wordt dat de trein in 2018 over de Japanse spoorwegen rijdt.

Eerste onafhankelijke onderzoek folderverspreiding

Amsterdam, 4 april 2016

P e r s b e r i c h t

 
Nieuwe methode Vostradamus geeft inzicht in markt van 500 miljoen euro

AMSTERDAM – Adverteerders geven jaarlijks 500 miljoen euro uit aan reclamefolders. Toch is er in Nederland geen onafhankelijk onderzoek waarbij wordt gemeten of die folders daadwerkelijk in de brievenbus belanden en wat mensen er mee doen. Onderzoeksbureau Vostradamus lanceert daarom FolderRendement, de eerste objectieve onderzoeksmethode naar het bereik en de kwaliteit van folderverspreiding.

 
,,Reclamefolders vormen na televisiereclame het tweede grootste mediumtype in Nederland, maar er bestaat nog geen onafhankelijk en objectief onderzoek naar de vraag of de folder aankomt, behalve dan door de verspreiders zelf,” stellen managing director Youri van der Mijn en research director John Faasse van Vostradamus. ,,Dat is toch een situatie waarbij de slager zijn eigen vlees keurt.”

Volgens Faasse zijn folders in de mediabranche een ondergeschoven kindje, terwijl ze met name voor retailers van groot belang zijn. ,,Retailers moeten nieuwe wegen vinden om de consument naar hun winkel te krijgen, zo blijkt ook uit het omvallen van V&D en Macintosh. Folders spelen daarin nog altijd een belangrijke rol, maar dan moeten ze wel aankomen en worden gelezen,” zegt hij.

 
Het onderzoeksbureau monitort nu al op verzoek van adverteerders de resultaten van foldercampagnes. Dat is verder ontwikkeld tot een eigen onderzoeksmethode, waarbij via een panel meer dan 75.000 unieke postcodes gemonitord kunnen worden. Daarbij wordt gemeten hoeveel mensen met de folder bereikt worden, hoeveel mensen hem lezen en wat voor actie ze daarna hebben ondernomen. De tool laat per postcodegebied zien waar in Nederland folders zijn aangekomen (groen) en waar niet (rood). De tool kan bijvoorbeeld winkels in kaart brengen op postcodegebieden en maakt daarbij onder meer inzichtelijk waar de folder in het verzorgingsgebied het meest effectief is. De gegevens zijn te koppelen aan andere data van adverteerders, zoals verkopen en winkelbezoek. Maar ook aan gegevens over het bereik van radio- en tv-reclame en online campagnes per postcodegebied, zodat de resultaten van crossmediale campagnes inzichtelijk worden.

FolderRendement visualiseert dat alles op een heldere en overzichtelijke manier in een dashboard. Van der Mijn: ,,Zo wordt de toegevoegde waarde van een folder op je radio- of tv-campagne zichtbaar. Met onze tool willen we het bereik van folders vergroten, verspilling van budgetten en papier tegengaan en de efficiency van campagnes verbeteren.”

 
In Nederland worden jaarlijks zo’n 12 miljard folders verspreid. De verspreiding is voor een groot deel in handen van twee grote aanbieders: Axender en Spotta. Zij garanderen hun klanten dat 95 tot 98 procent van de folders bezorgd wordt en doen daar zelf onderzoek naar. Ook naar meldingen over weggegooide of niet bezorgde stapels folders. ,,De verspreidkwaliteit in Nederland is hoog, maar wij meten niet overal die 95 procent,” zegt Faasse. ,,Daarnaast meten wij niet alleen de kwaliteit van de bezorging, maar ook het effect van de folder. Ik denk dat er behoefte is aan een dergelijke tool. Veel adverteerders willen toch weten wat het bereik en het effect van hun folder is, zodat ze hun budgetten efficiënter kunnen verdelen. Ook verspreiders kunnen met deze gegevens hun verspreidplannen verbeteren.”

 
Vostradamus presenteert FolderRendement 22 april om 14.30 uur in The Harbour Club in Amsterdam.