Candid. Platform
for growth.

Werkt een platformorganisatie ook in marketing?

platform-marketing
Platformorganisaties als Amazon, Google, Airbnb, Uber en Facebook domineren...

Privacywet Californië raakt ook Europese bedrijven

CCPA_privacy
De nieuwe Californische privacywet CCPA, die vanaf januari geldt, lijkt op ...

Marketing met de Clydesdales maakte Budweiser groot

Budwesier
Met een levensgrote advertentie langs de Maas in Rotterdam komt Budweiser N...

Aldi gaat strijd aan met supermarkten in China en VS

aldi-china
Aldi stapt in het hol van de leeuw, want nergens is de concurrentie zo groo...

Hoe Costco spot met alle retailwetten

Costco
De 'winkel'-keten Costco bestaat uit 770 zaken waarvan 531 in de VS. Het be...

Howard Schultz maakte Starbucks groot en wil nu president worden

Starbucks
Hij veranderde een kleine koffieketen in een van de meest herkenbare brands...

Europese voetbalclubs in China: 'Big in Japan' of grote kans?

Manchester_United
Grote Engelse clubs als Manchester United en stadgenoot City zien mogelijkh...

Websites VS weren Europese klanten vanwege GDPR

Websites VS weren Europese klanten vanwege GDPR

Websites in de VS vrezen torenhoge boetes als ze persoonsgegevens van klanten uit Europa verzamelen. Ze proberen de nieuwe privacyregels van de GDPR te omzeilen. Veel websites kiezen voor de meest radicale oplossing: het uitfilteren van alle verkeer afkomstig uit de EU. Ondertussen slaagt Facebook erin de nieuwe privacyregels volledig naar zijn hand te zetten.

 
Wie zich na 25 mei niet aan de nieuwe privacyregels van de GDPR houdt riskeert boetes die in de miljoenen kunnen lopen. Dat geldt niet alleen voor Europese bedrijven, maar ook voor bedrijven in de VS die verkeer uit Europa ontvangen.

 
Het is nog onduidelijk op welke schaal Amerikaanse websites Europese klanten weren, maar volgens magazine Indivigital gaat het om veel websites. Voorbeelden zijn databedrijf Drawbridge, database provider Brent Ozar, de online game Ragnarok en mobile marketingplatform Verve.

CMO Julie Bernard van Verve maakt er geen geheim van dat ze niet meer met Europese klanten gaan werken. „We hebben besloten dat de regels niet gunstig zijn voor ons business model (…) We focussen op dit moment op de kracht van onze Amerikaanse business,” licht ze in AdExchanger toe.

 
Hulpje om Europese klanten te weren
Er zijn handige hulpjes om Europese klanten uit te sluiten. Zo biedt de site GDPR Shield een pakket aan met een programma dat het IP-adres van inkomend verkeer detecteert en alles wat uit Europa komt eruit filtert. Geen Europese klanten meer, maar ook geen gedoe met lastige privacy wetgeving. GDPR Shield kan je krijgen voor 9 dollar per maand. De site heeft overigens problemen met de bereikbaarheid, die mogelijk een gevolg zijn van de grote belangstelling, zoals TechRepublic schrijft.

 
De regels in de VS zijn minder streng en bieden meer mogelijkheden om gegevens te verzamelen om advertenties op de persoon af te stemmen. Het is voor bedrijven lastig twee aparte systemen in te voeren voor Europese en Amerikaanse klanten. Een Amerikaans bedrijf dat de Europese regels in de VS gaat toepassen, plaatst zichzelf daar in een nadelige positie. Dan maar liever je bedrijf alleen op Amerikanen richten.

 
GDPR filtert de rotte appels eruit
Sommige websites die Europese klanten weren, hebben een slechte naam als het gaat om privacy. Unroll.me is een dienst waarmee je je snel en gemakkelijk van een marketing nieuwsbrief kan laten verwijderen. Dat klinkt veel consumenten als muziek in de oren. Maar unroll.me geeft zonder dat te zeggen allerlei persoonlijke gegevens door aan andere bedrijven, waaronder Uber. Dat mag volgens de GDPR niet en unroll.me kiest er dan ook voor Europese klanten te weigeren. Je kan dat zien als een positief effect van GDPR: van rotte appels in privacy opzicht heb je in de EU zo geen last meer.

Maar er zijn ook bedrijven met een goede reputatie die zich van Europa afkeren. Een commentator in TechRepublic laat daar geen misverstand over bestaan: „Dit zal de arrogante EU-wetgevers een lesje leren.”

 
Facebook zet GDPR naar zijn hand
De VS zijn ook de uitvalsbasis van de grote techgiganten als Facebook en Google. Hoe gaan zij met GDPR om? Facebook gaat erin mee. Ze hebben daar ook al bedacht hoe ze de regels het beste naar hun hand kunnen zetten. Facebook heeft de voorwaarden voor Europese gebruikers aangepast en er komt een mogelijkheid ‘clear history’ waarmee je je gegevens die bij Facebook bekend zijn kunt wissen.

Maar Facebook wil iets anders inzetten dat tot dusver niet kon, maar dankzij de GDPR wordt gereguleerd: facial recognition of gezichtsherkenning. Tot dusver mocht Facebook gezichtsherkenning niet in de EU gebruiken, maar met de nieuwe GDPR-regels waarbij gebruikers ermee kunnen instemmen, mag dat wel. Gezichtsherkenning staat op gespannen voet met privacy. Het betekent dat je herkend kan worden op foto’s die anderen hebben gemaakt en dat die foto’s ook met jouw naam worden getagd. Facebook weet zo op welke plekken je uithangt. De Consumentenbond wijst erop dat je als privacybewuste consument meer lasten dan lusten van gezichtsherkenning hebt. Ook zakenblad Forbes zit op die lijn. Leiden de nieuwe privacyregels niet juist tot minder online privacy, vraagt het magazine zich af. Volgens Forbes heeft Facebook inmiddels nog andere dataverzamelingsmethoden ingevoerd. Want veel mag ineens mits gebruikers maar toestemming geven. En bijna iedereen geeft blindelings toestemming.

 
Mag Google Analytics wel?
Google heeft adverteerders en uitgevers benaderd die persoonlijk gerichte advertenties verspreiden die mogelijk in strijd zijn met GDPR. Dat leidde tot boze reacties uit de uitgeverswereld. De uitgevers vinden het nogal makkelijk dat Google het probleem om toestemming te vragen op hen afschuift. Ze spreken van nieuwe ‘draconische’ voorwaarden. In een reactie zegt Google „uitgevers te willen helpen waar het maar kan.”

Speciale aandacht vraagt het veelgebruikte programma Google Analytics, dat onder meer data verzamelt over bezoeken aan sites. Persoonlijke gegevens worden in GDPR breed opgevat. In elk geval moet de gebruiker toestemming geven. Maar de meeste bedrijven koppelen Google Analytics aan Google AdWords, waarmee het programma ook een advertentietool is geworden. Daarmee zou je gebruikers opnieuw toestemming moeten vragen om gegevens van GA ook voor dat doel te gebruiken. Het geeft maar even aan hoe gecompliceerd de regels van GDPR kunnen uitpakken.

 
Rechten van gebruikers: van Spotify tot retail
Amerikaanse media leggen eigen accenten. Zo zet The New York Times een paar opvallende rechten van gebruikers op een rijtje:

 
-Je zit nooit aan een bepaalde service vast. Als je besluit Spotify te verlaten mag je je persoonlijke playlists meenemen naar een concurrent. Net zoals je financiële info van de ene naar de andere bank mag meenemen;

-Je kan elk bedrijf vragen welke informatie over je is opgeslagen en die laten verwijderen. Dat geldt niet alleen voor techbedrijven, maar ook voor banken of retailers. Je kan zelfs je werkgever daarom vragen;

-Een individu is nog steeds geen partij tegenover een bedrijf als Google of Facebook. Maar het wordt makkelijker om samen met anderen een procedure te beginnen. Privacy organisaties zullen naar verwachting meer rechtszaken beginnen namens groepen of individuen. Dat kan de druk opvoeren op bedrijven om zorgvuldig met privacy om te gaan.

 
De GDPR met zijn elf hoofdstukken en 99 artikelen zit ingewikkeld in elkaar. In Nederland en andere EU-landen móét je ermee werken. In Amerika gaan bedrijven er verschillend mee om. Bedrijven met vooral klanten buiten Europa, schrijft Indivigital, zullen om zakelijke redenen mogelijk vaker besluiten om verkeer uit de EU met een schild te blokkeren.

 

De toekomst is aan audio

De toekomst is aan audio
SPONSORED STORY

Tijdens de lunchsessie bij Stroom mediacommunicatie vertelden Stroom-directeur Rutger Mackenbach en Joris van der Pol van Talpa Media Solutions over de kansen die radio kan bieden voor adverteerders.

 
Los van de vraag of je als adverteerder voor radio moet gaan, is het wel een interessant gebied natuurlijk. Net als de tv-wereld is radio - je kan het onderwerp beter verbreden naar ‘audio’ -  volop in ontwikkeling. Mackenbach legt in zijn introductie inderdaad uit dat de luistertijd van lineaire radio is teruggelopen; sinds 2012 met 12 procent. Die teruggang betekent in zijn ogen niet dat we het hier over een ‘zinkend schip’ hebben. Mackenbach schaart zich daarmee achter iemand als Gary Vaynerchuk die helemaal gelooft in de toekomst van audio. De directeur van het Rotterdamse bureau noemt vier ontwikkelingen die kunnen duiden op een vrolijke toekomst voor radio.

 
  1. Radio is minder afhankelijk van klassieke dragers (dan bijvoorbeeld tv)In tegenstelling tot tv-kijken is radio kijken niet zo afhankelijk van klassieke dragers. Natuurlijk luisteren de meeste mensen nog steeds in de auto naar radio, maar 25 procent van de radioconsumptie vindt plaats via niet-klassieke dragers en de smartphone is daarvan een groeiende variant.
  2. Er is meer dan lineaire radioWe luisteren nog steeds driekwart van de luistertijd naar lineaire radio, maar er is meer: 13 procent van de luistertijd vindt plaats naar luisterdiensten zoals Spotify, 5 procent naar eigen muziek en 4 procent naar YouTube. Interessant is misschien dat van de Spotifygebruikers 27 procent te bereiken is via commercials, dat zijn de mensen die luisteren zonder dat ze een maandelijkse bijdrage betalen.
  3. Jongeren en audio een goede combinatieDaar zit iets in natuurlijk, jongeren zijn grote muziekliefhebbers; 60 procent van de jongeren van 13-24 jaar zegt regelmatig naar muziek te luisteren, tien procent meer dan mensen van 35 tot 49 jaar. Het handige is misschien dat die 13-34 jarigen niet zo hoeven ‘afkicken’ van de lineaire radio, ze luisteren immers al veel via YouTube en Spotify. ,,Er is dus een sterke relatie tussen online smartphonegebruik en online radio luisteren en die maakt het medium toekomstgericht.’’
  4. Revival podcastYes, daar ‘is tie dan’, hét medium van de toekomst. Mackenbach is zelf een groot liefhebber van podcasts en ziet ook de mogelijkheden voor adverteerders hoewel het commerciële terrein nog onontgonnen is. In Nederland is er nog geen onderzoek naar gedaan, maar in de VS wel; daar zegt 40 procent van de mensen wel eens naar podcast geluisterd te hebben. Het profiel van de mensen die in de VS naar Tim Ferriss en Joe Rogan luisteren? Jong, man, hoger opgeleid en met een hoger inkomen. ,,In Nederland zie je dat podcast ook veel via bestaande distributiekanalen media worden verspreid; NU.nl heeft de podcasts over Willem Holleeder en BNR veel zakelijk podcasts. Dat maakt het voor adverteerders iets makkelijker.’’
Mackenbach vertelt ook iets over adverteren via de verschillende vormen van radio; lineaire radio gaat natuurlijk gewoon via GRP’s, online via CPM (kosten per duizend luisteraars), maar het wordt interessant bij podcasts dat - ook qua adverteren - in de kinderschoenen staat. Je kan wat spots inkopen van 20 seconden in het begin, midden en eind van de show (dynamic inserted add), maar je kan ook een stukje dat de presentator vertelt inkopen (integrated edited). ,,Let wel op de duur, Ik heb ze ook wel eens gehoord van 5 minuten en dan haken mensen echt af.’’

 
Slechts één procent omzet uit ‘digitaal’
Joris van der Pol van Talpa Media Solutions gaat over de commerciële exploitatie van alle Talpa radiozenders zoals Radio 538 en Veronica. Slechts één procent van de 100 miljoen euro omzet bij de radiotak van Talpa Media Solutions komt nu uit digitaal.
Aardig om Van der Pols visie op radio te horen want ook daar is de transformatie van analoog naar digitaal natuurlijk in volle gang. Hij kwam met een paar stellingen (die natuurlijk wel een beetje in de richting van de radio opvielen). Zoals de vraag welk kanaal groter bereik heeft in de wereld: radio of YouTube? Hij wil er maar mee zeggen: ,,vaak wordt gezegd dat radio een oud medium is, maar radio is het meest digitale medium dat er is. Alleen we percipiëren dat nog niet zo en daar moeten we iets aan doen.’’

 
Ook zelfkritiek
Toch was er ook (zelf-)kritiek op een sector die te lang heeft gewacht met het introduceren van vernieuwing. ,,De manier waarop je bij Facebook advertenties kan plannen is een echte verbetering in ons vak. Realtime gegevens, volledig zelf bestuurbare campagnes en verrijkt met data om zeer effectieve campagnes te boeken. Te lang hebben we op onze bestaande modellen en workflow vertrouwd.’’
Van der Pol vertelt dat er de afgelopen twintig jaar weinig is veranderd aan het ecosysteem om spotjes in te kopen, maar ook dat de radio-industrie die analoge wereld heel goed aan de digitale wereld kan koppelen. ,,Dat komt doordat 20 procent van het luisteren naar radio al digitaal plaatsvindt; via apps bijvoorbeeld. Dat kan je dus weten wie er luisteren en met die gegevens kan je je offline campagne optimaliseren. Die wens zijn we nu aan het bouwen zodat we naar een systeem gaan waarbij we campagnes realtime optimaliseren. We gaan nu een test doen om - op basis van luisterprofielen - een commercial realtime de spot aan te passen. Je maakt de commercial dus relevant voor de doelgroep.’’

 
Adverteerders koppelen aan podcastmarkt
Een voorname uitdaging is om adverteerders te koppelen aan de podcastmarkt. ,,In de VS heb je het over een advertentiemarkt van 200 miljoen dollar op een totale radiomarkt van 17 miljard dus die markt bestaat nog niet, in Nederland praat je dan over iets van 2 miljoen euro. Consumenten gebruiken het echter wel en dus is het aan ons om daar de commercie bij te zoeken. Er wordt meer audio geluisterd dan ooit en wij moeten een commerciële oplossing zoeken.’’

 
60 Dollar per 1000 luisteraars
Er wordt op dit moment in de VS gemiddeld 60 dollar betaalt per bereik van duizend mensen om te adverteren via podcast. Van der Pol legt uit dat in de VS maar 1 procent van de podcasts wordt gemaakt door grote broadcasters. Dat wil dus zeggen dat er allerlei nieuwe grote namen zijn ontstaan met veel luisteraars (zoals Joe Rogan, BH); het is een niet gecontroleerde wereld zonder grote spelers (te vergelijken met de wereld van influencers vijf jaar geleden). ,,Daar is dus de macht aan de makers. Het zijn echte liefhebbers en die hebben een publiek; er zijn wel wat grote distributiemogelijkheden zoals iTunes.’’ Toch maar even vragen nog hoe Talpa dan precies de podcasttrend kan omarmen, ze hebben immers (nog) geen ‘podcasters’ onder contract. ,,Je kan het op meerdere manieren doen en het lijkt inderdaad op de manier waarop je met influencers samenwerkt; je kan een platform bieden, de content optimaliseren en je kan helpen met geld verdienen. Talpa heeft bijvoorbeeld Juke gelanceerd, dat werd gepresenteerd als Spotifykiller, maar het is vooral een plek waar je muziek, radiostations en ook podcasts kan luisteren.’’ Dus je gaat ook helpen met adverteren? ,,Sterker nog, je merkt dat er veel interesse is bij adverteerders in audio. We zijn - as we speak - bezig met het bedenken van een groot instore radiostation voor een retailer waar je van alles mee kan doen.’’

Apps verkopen de locaties van je smartphone

Apps verkopen de locaties van je smartphone

Nee, je verdient zelf niets als je smartphone je gegevens over je locatie doorgeeft. Maar de bedrijven áchter de apps die je locatie doorverkopen, verdienen er goed aan. Door die verkoop krijg je steeds vaker advertenties te zien van winkels die om de hoek zijn. Inmiddels weten bedrijven wanneer je uit huis gaat, hoe laat je op je werk komt en bij welke horecagelegenheid je ‘s avonds nog een biertje drinkt.

 
Het is een snel groeiende tak binnen de advertentiewereld: location-based advertising (ook location aware of location targeted advertising genoemd). Voor zulke advertenties is het nodig om de locatie van iemand via de smartphone te kunnen volgen. Veel apps vragen toestemming om je locatie te bepalen, zoals sommige apps die het plaatselijke weerbericht doorgeven. Zulke locatiegegevens worden vaak doorverkocht aan andere bedrijven.

 
De trendy bar om de hoek meldt zich op je smartphone
Je krijgt zo advertenties voorgeschoteld die op jouw locatie en zoekgedrag zijn afgestemd. Loop je tegen de avond door een stad waar je normaal niet bent, dan zie je op je smartphone de trendy bars en restaurantjes in die buurt waar je vast wel naar toe wil. Of die leuke winkeltjes met dingetjes waar je al eerder op internet naar hebt gezocht. Sommige consumenten zijn er blij mee, anderen storen zich aan deze snel groeiende trend in de wereld van mobile marketing.

 
Elk jaar besteden bedrijven zo’n 17 procent meer aan advertenties op de smartphone, meldt onderzoeksbureau BIA/Kelsey. In 2016 ging het om 33 miljard dollar voor de VS alleen; in 2021 zal dat op zo’n 72 miljard uitkomen. De snelste groei komt voor rekening van location-based advertising: in 2016 lag dat op 12 miljard dollar, in 2021 komt dat uit op 32 miljard. In Nederland, waar bijna iedereen een smartphone heeft, zal de trend niet anders zijn.

 
Location-based advertenties effectiever
Onderzoek van Verve laat zien dat consumenten veel meer reageren op advertenties die inspelen op de locatie dan op algemene mobiele ads. De engagement bij location-based ads ligt ruwweg twee keer zo hoog, schrijft Marketing Tech News.

Bedrijven weten steeds beter waar we ons op welk tijdstip van de dag bevinden. Toch zit de waarde voor bedrijven niet alleen in advertenties van de pizzeria of kledingzaak om de hoek, maar vooral in het totaal aan locatiegegevens dat zo over iemand beschikbaar komt. Adverteerders kunnen daarmee een uiterst precies profiel van iemand opstellen en ook andere advertenties nog meer op de persoon toespitsen. Of zoals zakenkrant The Wall Street Journal het samenvat: bedrijven willen ‘een volledig overzicht van hoe iedereen (…) zijn tijd besteedt met de bedoeling zulke persoonlijke geschiedenissen in te delen in marktsegmenten en dat aan advertentiebureaus te verkopen.’

 
Locaties combineren: dat is pas waardevol
„Locaties vertellen veel over een bestaande of potentiële klant,“ zegt hoofd media futures Dan Calladine van marketingbureau Carat Global in The Drum. „Als je wilt weten wie je waardevolste klanten zijn, dan leer je van hun locatiegeschiedenis en van het soort plaatsen dat ze hebben bezocht. Daar liggen de echte kansen en daar kan je wat mee. Dat is veel waardevoller dan te wachten tot iemand een winkel passeert en die persoon dan een voucher sturen.”

Greg Grimmer van mobile marketingbureau Fetch benadrukt de ongekende mogelijkheden van location-based ads. „Bij elke boodschap is de vraag hoe we die moeten brengen, maar daarin ligt ook de kans. Het gaat erom precies te weten wie iemand is en dan de juiste boodschap te sturen op het juiste moment.”

 
Een steeds grotere rol daarbij is weggelegd voor data brokers of datahandelaren, bedrijven die data verzamelen of opkopen en vervolgens weer verkopen aan bedrijven en andere instellingen. Voorbeelden van data brokers zijn Acxiom, Focum of 4orange. Ze verzamelen een combinatie van data die kunnen variëren van locaties, surfgedrag, interesses tot eerder gedane aankopen. Data brokers zeggen dat ze niet alle persoonlijke informatie op dezelfde plek bewaren, maar hoe ze precies werken, daarover blijven ze vaag.

 
GroundTruth volgt mensen de hele dag
Hoe ver dataverzameling over locaties kan gaan, wordt duidelijk bij het bedrijf GroundTruth, waarover The Wall Street Journal bericht. GroundTruth is een bedrijf voor data-analyse en is eigenaar van onder meer de app WeatherBug met de laatste weervoorspelling. Om die app te laten draaien, moeten gebruikers toegang tot hun locatie geven. Al die data over de locaties van mensen verkoopt GroundTruth door aan wie het maar wil hebben. Het bedrijf doet daar overigens niet geheimzinnig over. GroundTruth heeft toegang tot de locatiedata van ‘meer dan honderdduizend’ andere apps, bevestigt CEO Serge Matta tegen The Wall Street Journal. De makers van zulke apps werken mee omdat zij toegang krijgen tot het mobiele advertentienetwerk van GroundTruth. Elke dag volgt GroundTruth op die manier het leven van zo’n 70 miljoen mensen in de VS. Het bedrijf weet wanneer ze op weg gaan naar hun werk, wanneer ze weer thuiskomen en bij welke gebeurtenissen ze in de loop van de dag aanwezig zijn.

 
Locatiedata worden niet alleen via apps, maar ook op andere manieren verzameld. Dat kan gebeuren als je met je smartphone door een openbaar WiFi-netwerk loopt waarvan er tegenwoordig steeds meer zijn. Het gebeurt ook als je een winkel binnenloopt die een eigen systeem heeft. Zo’n winkel kan je dan, als je eenmaal binnen bent, via je smartphone een aanbieding doen. Als de winkel al veel informatie over je heeft verzameld, speelt zo’n advertentie in op interesses en eerder surfgedrag.

 
Consument moet akkoord zijn
Apps zijn verplicht toestemming te vragen voor het verzamelen van data. Door met de voorwaarden in te stemmen, ga je akkoord. Je kan toegang tot locatiedata weigeren, maar de praktijk is dat veel apps dan niet meer goed werken. In mei gaat de nieuwe privacywetgeving van de GDPR in en worden de regels strenger. Consent wordt het nieuwe sleutelwoord. Apps moeten dan per keer toestemming vragen. Ze moeten toestemming vragen om toegang tot locatiegegevens voor gebruik van de app en nog een keer toestemming vragen om die gegevens voor andere doeleinden te gebruiken. Het is nog de vraag hoe dat in de praktijk gaat uitwerken.

Facebook gaat ondertussen een kleine stad bouwen in Californië

Facebook gaat ondertussen een kleine stad bouwen in Californië

Terwijl de aandelen van het sociale netwerk kelderen en steeds meer adverteerders afhaken, is Facebook ook druk bezig met een ander project: het bouwen van een kleine stad in Californië. Het moet een echte gemeenschap worden waar mensen elkaar op straat tegenkomen. Ondertussen wordt over de dataverzameling door Facebook gaandeweg meer bekend. Gebruikers kunnen stappen zetten om zich daartegen te beschermen.

 
Facebookville of Zucktown, verwijzend naar Facebooks CEO Mark Zuckerberg, noemen critici het stadje dat het sociale netwerk wil gaan bouwen. Het komt in de buurt van het hoofdkwartier van Facebook, maar moet niet alleen een huis bieden voor duizenden werknemers van het bedrijf, maar ook voor mensen met een lager inkomen. Er komt een straat met winkeltjes en een supermarkt. Het stadje krijgt parken, pleinen en fietspaden, die voor iedereen toegankelijk zijn. Een oude spoorlijn langs het gebied bij Menlo Park wordt nieuw leven ingeblazen.

 

Wie wil in een stad van een techbedrijf wonen?

In eerste instantie komen er vijftienhonderd woningen en Facebook heeft toegezegd dat enkele honderden appartementen onder de marktprijs worden verkocht aan mensen die de hoge huizenprijzen niet kunnen betalen.

John Tenanes is vice-president for real estate bij Facebook en hij is trots op het project. Het getuigt van durf, vindt hij. Het geeft maar even aan hoe machtig Facebook als organisatie is en op hoeveel terreinen het actief is. Het is natuurlijk de vraag of de stad een succes zal worden. „Houden mensen zoveel van techbedrijven dat ze er middenin willen gaan wonen?” vraagt The New York Times zich af. Maar sommige omwonenden zijn blij, want Facebook heeft geld en vooral veel macht en dan kan het wat worden, vindt Cecilia Taylor van een plaatselijke belangengroep.

 
Ondertussen zit Facebook in een diepe crisis vanwege het uitlekken van privégegevens van miljoenen gebruikers. Maar ook als tienduizenden mensen hun Facebook-account zouden opzeggen, zal dat het sociale network weinig raken. Facebook heeft ruim 2,1 miljard gebruikers over de hele wereld. De groei zit vooral buiten de VS en Europa. Facebook richt zich steeds meer op landen als India, Brazilië of Mexico. Daar voegt het social network waarde toe, omdat het een van de weinige betrouwbare manieren is om te communiceren en daar zit de groei er flink in. Ook al zou je het willen, voorlopig is de wereld niet van Facebook af.

 

Facebook niet open over methoden

De recente schandalen rond Facebook (fake nieuws, beïnvloeding van verkiezingen en het lekken van gegevens naar het bedrijf Cambridge Analytica) hebben ook geleid tot veel nieuwe ophef over datamining door Facebook. Die plotselinge ophef is niet zo terecht, want Facebook heeft er nooit een geheim van gemaakt dat het gebeurt. Sterker nog, het klopt zichzelf op de borst omdat het advertenties zo goed kan targeten, omdat het zo tot in detail karakteristieken van gebruikers kent. Wie zich daar nu pas over opwindt, heeft jaren liggen slapen. Wat Facebook wel te verwijten valt, is dat de precieze verzameltechnieken in nevelen blijven gehuld. Voor een deel weten we hoe Facebook werkt en er wordt gaandeweg meer bekend, maar we weten lang niet alles.

 

Hoe verzamelt Facebook jouw persoonlijke data?
  • via alles wat je op Facebook post en de sleutelwoorden die daarin voorkomen;
  • via je contacten op Facebook en wat zij voor karakteristieken hebben;
  • via alle posts waarbij je likes of comments plaatst;
  • via apps die je vanuit Facebook gebruikt en die zelf data verzamelen en dat vervolgens aan Facebook doorgeven;
  • via producten die je offline betaalt met bijvoorbeeld een creditcard. Facebook koopt zulke gegevens op bij bedrijven en koppelt ze vervolgens aan betaalkaarten die binnen Facebook bekend zijn;
  • via advertenties waarop je hebt geklikt en waaruit je interesses blijken

 

Facebook-cookies

Dit is geen uitputtende lijst. Soms bezoek je internetpagina’s buiten Facebook waaraan een Facebook-cookie blijkt gekoppeld, ook als je geen Facebook-account hebt. Ook dan kunnen gegevens over websitebezoek worden doorgegeven.

Instagram (waarvan Facebook eigenaar is) regelt dat het toegang heeft tot de microfoon op je iPhone. Kennelijk luistert Instagram mee met wat je afspeelt op de iPhone, maar onduidelijk is wat dan precies wordt doorgegeven. Je kan de toegang tot de microfoon overigens eenvoudig afsluiten.

Met de Google Chrome plugin Disconnect kan je inzicht krijgen in welke tracking cookies in je browser zitten en ze desgewenst deactiveren.

In mei 2018 gaat veel veranderen. Dan gaan de nieuwe privacyregels van de GDPR in. Bedrijven zijn dan verplicht te laten zien welke gegevens ze verzamelen en moeten daarvoor per keer toestemming vragen.

 

De beste contentmarketingtip ooit: volg Gary Vaynerchuk

De beste contentmarketingtip ooit: volg Gary Vaynerchuk

Je kunt 200 boeken lezen over contentmarketing, maar het beste wat je kunt doen is: volg de content van Gary Vaynerchuk. De man weet veel, komt lekker uit zijn woorden en is vooral heel erg praktisch.

 
Vorige week werd bekend dat Gary Vaynerchuk toetreedt tot de adviesraad van Juramy, het moederbedrijf van Wannahaves, BALR en 433, waar we eerder over schreven. Dat lijkt een klein berichtje, maar ongetwijfeld denken de mannen na over intensieve samenwerking in de toekomst. Vaynerchuk en Wannahaves, BALR en 433 zijn namelijk alledrie koningen van het inzetten van contentmarketingprincipes voor het opbouwen van miljoenenbedrijven.

Vaynerchuk komt dus een kleine beetje naar Nederland (en andersom), en hoe die samenwerking verder verloopt zullen we zien. Met zijn ‘komst’ is het misschien goed om eens te vertellen waarom iedere ‘marketeer’ Vaynerchuk wat intensiever zou moeten volgen. Ikzelf heb er inmiddels een uurtje of 200 Gary-content opzitten dus ik neem jullie even mee in mijn ‘learnings’ van dé contentmaster der contentmasters.

 
1. Alles gaat om content
Alles wat Vaynerchuk doet draait om content koppelen aan ondernemerschap. Hij begon in de drankwinkel van zijn vader. Daar verkocht hij wijn aan een groot publiek doordat hij vanaf 2006 filmpjes op YouTube plaatste over wijn. Hij besprak de wijn, deed dat op een grappige manier, en naarmate dat publiek groter werd, vlogen de flessen wijn uit de winkel. Hij werd een icoon in zijn vakgebied en als Gary iets adviseerde - via video, maar ook via zijn nieuwsbrieven - dan bestelden de liefhebbers dat gretig.

Vandaag de dag maakt Gary Vaynerchuk nog steeds een ongelooflijke stroom content. In The Ask GaryVee show beantwoordt hij vragen, in DailyVee volgen we Vaynerchuk een hele dag en in de podcast worden alle speeches en interviews geplaatst die hij gaf. Het mechanisme? Iedereen moet denken: hé, die Gary heeft er verstand van dus laten we hem eens bekijken. En als je veel bekeken heb van zijn ‘stuff’ en je hebt wat te besteden, moet je denken: ik vraag hem voor een lezing of word klant van VaynerMedia.

 
https://www.youtube.com/watch?v=r0aJuRTRgrw

 
2. GaryVee is praktisch
Gary is geen professor met ingewikkelde theorietjes over media. Hij haalt al zijn kennis uit de praktijk. Dus als hij vertelt over hoe je miljoenen followers krijgt op Instagram dan kan hij uit eigen ervaring putten. Of als hij uiteenzet hoe je moet beginnen met content voor nul mensen dan vertelt hij over zijn eerste YouTube-films. Zijn motto is: gewoon beginnen. Niet teveel plannen schrijven of allerlei excuses, maar snel beginnen met je content. Daarvan leren, kritisch zijn en weer verder gaan.
 
3. Gary is heel uitgesproken
Het is natuurlijk een ideale eigenschap voor een mediamaker om een helder, scherpe mening te hebben. Een van zijn vele wetmatigheden is bijvoorbeeld dat je niet in alle media goed kan zijn. Video, audio en tekst gaan een beslissende rol spelen de komende jaren, maar volgens Vaynerchuk moet je keuzes maken. Hijzelf schreef zijn bestsellers met ghostwriters bijvoorbeeld en hij focust op audio en video. De laatste tijd praat hij veel over ondernemerschap en dat iedereen maar denkt hij de perfecte ondernemer is terwijl dat niet het geval is. ,,Ik heb van mijn 20-ste tot dertigste keihard gewerkt, ook op de zaterdagen. Dus ik vraag altijd aan mensen met grote ambities: zijn jullie ook bereid om hele zaterdagen te werken?’’

 
4. Vayenerchuck is eerlijk en openhartig
Een belangrijk verschil tussen de personal brands van vroeger - Michael Jackson, Madonna, Michael Jordan - en die van nu is dat het helpt als je eerlijk bent over je eigen situatie. Vaynerchuk weet dat openhartigheid werkt in de media en vertelt altijd over zijn bescheiden achtergrond als zoon van een immigrant die vanuit Wit-Rusland naar de VS trok. Het mooiste is als hij vertelt over zijn moeder die hem, ondanks dat hij altijd lage cijfers haalde, altijd de hemel in prees. Ze heeft hem daardoor enorm veel zelfvertrouwen gegeven en dat is heel belangrijk als je vanuit het niets iets moet maken zoals ondernemers doen.

 
5. Gary Vaynerchuk is 42 jaar
Dat klinkt een beetje flauw, maar het is wel heel belangrijk. In tegenstelling tot veel hele jonge zakelijke ‘goeroes’ kan hij iets vertellen over de tijd waarin massamarketing en massamedia een grote rol speelden en hoe dat ‘spel’ veranderd is de afgelopen jaren door de komst van social media. Hij kan uitleggen hoe je als kleine ondernemer vroeger kansloos was omdat de kosten voor het bereik van grote groepen mensen veel te hoog waren en hoe anders dat nu is. Zijn motto: Facebook en Instagram zijn CBS en CNN ineen, maar dan veel goedkoper. Dat principe van long-tail waarbij kleine ondernemers toegang hebben tot een groot publiek maakt zijn verhaal ook heel optimistisch, het is hoopgevend. Vaynerchuk slaat trouwens niet door in Amerikaanse hosannateksten; hij is ook wel realistisch. Niet iedereen zou het moeten nastreven om de grootste ondernemer op aarde te worden, simpelweg omdat niet iedereen daar de aanleg voor heeft..

 
Conclusie
Ik luister veel naar Vaynerchuk omdat ik vrolijk word van zijn oerverhaal wat neerkomt op het volgende: we leven in een geweldig tijd waarin je als ondernemer veel kansen krijgt; bestudeer goed hoe social media werken, ga er vervolgens mee aan de slag, werk keihard en je maakt een goede kans om het te maken. En treur niet als het een keertje niet lukt, het gaat uiteindelijk helemaal niet om bergen geld verdienen, maar om geluk! Dat laatste hoor je ook terug als hij over zijn kinderen praat; hij wil absoluut niet dat ze op hem gaan lijken, maar dat ze zelf goede keuzes maken. Gary Vaynerchuk, het is een mooie vent waar je veel van kan leren.

Verhalen voor marcom struisvogels

Verhalen voor marcom struisvogels

Je hele businessmodel dreigt te verdwijnen, het voortbestaan van je merk of bedrijf loopt gevaar of de concurrentie gaat je vermorzelen. Dat zou je als marcom-professional toch op tijd willen weten. Niet dus. Sommige merken, bureaus en exploitanten steken liever hun kop in het zand en roepen hard dat het zo’n vaart niet zal lopen.

 
Als redacteur van frank.news ben je altijd op zoek naar verhalen die van belang zijn voor de marcombranche. Verhalen over slimme marketingconcepten, interviews met experts die hun kennis delen, verhalen over belangrijke onderzoeken, nieuwe trends of disruptieve ontwikkelingen. Je probeert je doelgroep te informeren, te inspireren en als het moet te waarschuwen. Soms ben je weken met een verhaal bezig omdat je denkt: dit moeten ze echt weten! Dit gaat bedrijven in serieuze problemen brengen! En wat blijkt: het wordt nauwelijks gelezen.

 
Dat raakt ons niet
We lezen graag verhalen over Coolblue en die gekke Pieter Zwart en het drama van V&D. Maar in GDPR, netneutraliteit, de naderende concurrentie van Amazon of Alibaba, digitale blunders, nepvolgers en nepviews of de bedreigingen van een vrij internet zijn we niet zo geïnteresseerd. Dat raakt ons niet. Dat is ver van ons bed. Dat zal wel loslopen. Dat dachten ze bij Hyves, BlackBerry en Van Gent en Loos ook. Daar hangt nog steeds een Delftsblauw tegeltje met de tekst: ‘trends komen en gaan, maar ons bedrijf zal altijd blijven bestaan’. Het is soms om moedeloos van te worden. Daarom heb ik een paar van die ‘ik wil het niet weten’-verhalen op een rijtje gezet. Om onze geliefde marcomprofessionals wakker te schudden. Vroeger had je de grap: Wie dit leest is gek. Ik zou daar de volgende variant op willen schrijven: Wie dit niet leest is een struisvogel.
Vroeger had je de grap: Wie dit leest is gek. Ik zou daar de volgende variant op willen schrijven: Wie dit niet leest is een struisvogel.
GDPR wordt massaslachting
De meeste marketeers noemen de nieuwe privacywet AVG of GDPR een ‘nieuwe kans’ of een ‘uitdaging’. Vertel dat straks maar aan die honderden dataprocessors, direct mail company’s, programmatic experts en verkopers van klantprofielen als ze in de rij bij het UWV staan omdat hun businessmodel ophoudt te bestaan. Voor de cowboys in het vak betekent GDPR het einde van digitale marketing ‘as we know it’. Omdat de branche nauwelijks doorheeft wat er op haar afkomt, starten we met frank.news een serie over alle effecten van de privacyregels op marketing en reclame. Omdat we zelf bij lange na niet GDPR-proof zijn, nemen we de lezer mee op onze eigen journey. Tot die tijd kunnen de struisvogels onder ons alvast lezen over het basisprincipe van alle toekomstige digitale marketing: toestemming.

 
https://www.frank.news/2017/11/09/privacywet-toestemming-kan-digitale-reclame-redden/

 
Het einde van Facebook
Bij Facebook zijn ze altijd bezig een nieuw social mediaplatform te bedenken dat Facebook te gronde zal richten. Wie niet begrijpt waarom en wie denkt dat digitale transformatie niet zo belangrijk is voor een bedrijf of merk, mag dit verhaal overslaan.

 
https://www.frank.news/2017/11/13/digitale-transformatie-is-kannibaliseren-en-op-bek-gaan/

 
 
We laten ons foppen
Merken en marketeers maken massaal reclame op YouTube en social media, gaan samenwerkingen aan met vloggers en influencers…en laten zich massaal foppen. Likes, views en volgers zijn namelijk eenvoudig te koop. Dus is een groot deel van het bereik dat je denkt te genereren gewoon nep. In de VS is het al een groot schandaal geworden. In Nederland slapen we rustig verder.

https://www.frank.news/2017/10/12/wat-als-bereik-youtube-en-facebook-nep-is/

 
 
Alexa maakt digitale marketing overbodig
Als je als merk nu nog niet bezig bent met voice search, kun je de marketingafdeling over een paar jaar opheffen. De online consument ziet niet langer jouw banner, video, pop-up, website, aanbiedingen of andere vormen van digital advertising die jouw product aanprijzen. Die keuzes laten ze over aan Alexa van Amazon of Google Home. Die pod bestelt via het Internet of Things wasmiddel of deo en kijkt echt niet naar jouw advertentie. Dus tijd om een kop koffie met Amazon en Google te gaan drinken en te zorgen dat hun pods jouw merk gaan bestellen.

https://www.frank.news/2018/02/12/alexa-was-ook-alweer-marketing/

 
 
De Chinezen komen
De Chinezen komen eraan, of je het nu wilt of niet. Ze zijn groter, sterker, gunnen niemand iets en maken elke concurrent kapot. Wie denkt dat AliBaba of Tencent op een veilige spoorweg- of containerschip-afstand zitten, moet dit verhaal niet lezen en vooral achter zijn dikke houten plaat blijven zitten.

 
https://www.frank.news/2018/02/19/agressieve-chinese-merken-bezorgen-marketeers-hoofdpijn/

 
 
Einde aan vrij internet
Internet is vrij, dus kunnen we onze verhalen, video’s en advertenties zonder belemmeringen bij onze klanten en doelgroepen afleveren. Mis. In Amerika mogen internetproviders voortaan beter betalende partijen bevoordelen. Met sneller internet of het vertragen van de  concurrenten die hier niet voor willen betalen. Ondanks miljoenen bezwaren besloot de Amerikaanse senaat eind vorig jaar de onder Obama ingestelde netneutraliteit in te trekken.

https://www.frank.news/2017/09/22/waarom-adveerders-niet-zonder-netneutraliteit-kunnen/

 

Die paar slechte PR-mensen maken een beroepsgroep niet overbodig

Die paar slechte PR-mensen maken een beroepsgroep niet overbodig

Sander Schimmelpenninck, hoofdredacteur van Quote vind ik een leuk ventje. Lekker scherp, niet te politiek-correct en hij komt prima uit zijn woorden. Zijn analyse van het PR-vak is echter wel een beetje kort door de bocht. In de PR-wereld lopen gewoon redelijk wat klunzen rond, net zoals in de journalistiek.

 
Ze zijn wel met veel, de PR-mensjes. In 2010 is uitgezocht dat er 150.000 PR-mensen, managers en voorlichters rondlopen op 15.000 journalisten. In 2014 kwam een Amerikaans onderzoek tot een verhouding van 1 op 4,6 wat iets realistischer lijkt. Maar toch. Ikzelf ben inmiddels een jaartje of achttien journalist, eerst in de sport voor Helden Magazine en nog wat andere bladen en later op het gebied van media voor o.a. Nieuwe Revu, AD en Parool. Ik ben niet van de schandalen zoals bij Quote, maar interviewde aardig wat sporters en tv-mensen en dan kom je altijd veel PR-mensen en managers tegen. Bij de omroepen ‘beschermen’ (veel te grote aantallen) voorlichters tv-mensen en elke voetbalclub heeft ook minimaal een persman of -vrouw die de sporters en trainers onder zijn hoede heeft qua media.

 
Analyse van PR-mensen
Als je dan met die mensen samenwerkt, kun je na vijftien jaar best een analyse maken van hun werk. En wat ik al zei: er zijn hele goede en hele slechte bij. De slechte PR-mensen kenmerken zich door een ongezonde dosis respect voor de sporter of tv-persoon, die beschermen ze met heel hun hart terwijl die mensen daar zelf over het algemeen niet op zitten te wachten. Bij SC Heerenveen zat een tijdje een vrouw die overal ‘nee’ op zei (terwijl het daar echt geen storm loopt qua media-aandacht) en die haar mailtjes altijd eindigde met ‘hopende u voldoende geïnformeerd te hebben’. Dat is misschien leuk bij een bibliotheek, maar dat kan echt niet in de voetbalwereld.
Bij RTL kwam het voor dat ik de aardige Dries Roelvink wilde spreken over de real life show van zijn zoon. Ik had even contact met de voorlichter en daar hoorde ik verder niets van (terwijl ze mijn deadline wist). Op de site van Dries staat echter gewoon zijn nummer dus ik belde hem, tikte het verhaaltje en klaar. Twee dagen na de publicatie kreeg ik een mail van RTL dat mijn aanvraag nog een tijdje kon duren want Dries was druk. Bij ADO Den Haag zat ook een PR-mevrouw met wie ik altijd ruzie had over wat de trainer precies had gezegd (of had willen zeggen).

 
Meerwaarde voor journalisten
Ondanks bovenstaande opsomming is het niet eerlijk om die hele beroepsgroep in een hoek te zetten. Er zijn er genoeg die echt meerwaarde hebben voor de mensen voor wie ze werken en die ook nog eens meedenken met journalisten. Over het algemeen zijn dat trouwens de mensen die iets met de journalistiek hebben, die ons werk een beetje snappen. Ik zal er een paar uitlichten:

Ester Bal bij Vitesse werd altijd geroemd door journalisten. Ik ken haar niet goed hoor, maar zij regelde het altijd perfect en als ze je een beetje vertrouwde, bemoeide ze zich er verder niet mee. Kees Jansma was natuurlijk ook prima bij de KNVB, die regelde het altijd en door zijn charme liet hij dat samenvloeien met de belangen van Oranje. Hij bracht me een keer naar het station na een interview en zei zoiets als: die Joris Mathijsen is een leuke vent, bel hem een keertje. Waarschijnlijk voelde Mathijsen zich een beetje achtergesteld bij de grote mannen.

 
De aardigste van allemaal
Absoluut de beste, aardigste van allemaal is Anja van Ginhoven, tot begin vorig jaar bij NOS actief en tegenwoordig bij Discovery/Eurosport. ,,Ja Bas, Mart zit in de VS, maar als je dit nummer belt dan krijg je zijn vrouw en dan komt Mart ook even aan de lijn.’’ Waarom ze zo goed is? Ze is gewoon heel aardig, regelde het altijd voor je en dacht bovendien mee als er iemand niet kon. ,,Nee, Henry kan niet voor Veronica Magazine, maar bel anders Jeroen Stomphorst, vindt ie leuk.’’ Of: ,,Je moet Jeroen Elshoff hebben, die heeft altijd al in Veronica Magazine willen staan.’’

Het heeft natuurlijk ook met een gezamenlijk belang te maken of ze iets voor je regelen. Ralph van Baasbank is al jaren manager van Sven Kramer en Ranomi Kromiwidjojo en ik kreeg altijd maar weinig gedaan bij hem. Ik had de moed eigenlijk opgegeven totdat hij niet zo lang geleden voor verhalen bij Intermediair en frank.news interviews regelde met zijn sporters. Mijn analyse? Hij had gewoon niks aan mij destijds, de verhalen voor Veronica Magazine waren van die vederlichte entertainmentstukken en meestal een herhaling van zetten. Zijn belang was dat Kramer en Kromo iets inhoudelijks kwijt konden en dat was destijds niet mijn belang.

 
Wat de kenmerken zijn van goede PR-mensen? Tenminste, in de ogen van een journalist.
1. Ze denken altijd mee met de journalist die maar één belang heeft: met een goed verhaal komen dat mensen graag lezen;
2. Ze vragen niet de hele tijd: wat is je deadline? omdat ze dat op de cursus hebben geleerd;
3. Ze regelen het voor je en zeggen het eerlijk als het even niet lukt;
4. Ze zijn niet te lief voor de mensen wiens belang ze dienen, hebben daar een zakelijke relatie mee;
5. Ze zijn gewoon een beetje aardig en gedragen zich niet als de sterren die ze vertegenwoordigen.

 
Iedereen journalist
PR- en communicatiemensen zijn natuurlijk steeds meer journalisten aan het worden. Als je tegenwoordig immers bij een club, omroep of bedrijf werkt ben je minder afhankelijk van journalisten die over je schrijven, je hebt eigen media tot je beschikking. Omdat je dus sowieso als journalist moet denken, zou het relaxed zijn als er in de beroepsgroep veel mensen werken die hun oude vak niet vergeten zijn. Het gaat mis als ze zich opstellen als de gatekeeper, als de gladstrijker van de geheimen. Een overbodige beroepsgroep? Op het Mediapark kan het wel iets minder, maar voor de rest valt het wel mee. En de kwaliteiten? Gewoon net zoals in de journalistiek: een paar hele goede, iets meer zijn er gemiddeld en een paar héle slechte.

 

NPO profiteert flink van Olympische Spelen, maar Eurosport minder

NPO profiteert flink van Olympische Spelen, maar Eurosport minder
Door Linda Haring

Dit jaar was het eerste jaar, dat de NOS niet de eerste uitzendrechten van de Olympische Winterspelen, maar een sublicentie had. Had dat gevolgen voor de kijkcijfers?  

 
We schreven het al eerder; de eerste uitzendrechten werden door Discovery Networks (waar Eurosport onder valt) voor twee Zomer- en twee Winterspelen bemachtigd. Er schijnt circa 1,3 miljard mee gemoeid te zijn. Gevolg is, dat de publieke omroep minder tv-kijkers getrokken heeft, maar meer online bezoekers aan zich heeft weten te binden. De Nederlandse kijker stemde toch oud en vertrouwd op de publieke omroep af om naar de Olympische uitzendingen te kijken in plaats van naar Eurosport. Qua kijkcijfers heeft NPO fors geprofiteerd van de vele kijkers die op de Spelen afstemden, de NPO zag het marktaandeel van NPO 1 in de periode van de Spelen groeien naar 32,3 procent, doelgroep 6+, tijdvak 2-26 uur, waar het aandeel in januari 2018 op 21,9 procent lag. Eurosport daarentegen heeft minder van de eerste uitzendrechten geprofiteerd en zag geen groei in overall aandeel ten opzichte van januari, deze cijfers zijn respectievelijk 0,9 procent, doelgroep 6+, tijdvak 2-26 uur, periode Olympische Winterspelen versus januari 2018 1,0 procent, doelgroep 6+, tijdvak 2-26 uur.

 
Minder kijkers in VS
De daling in kijkers is niet alleen in Nederland waargenomen, maar ook in Amerika. NBC zag hetzelfde gebeuren. De interesse voor traditionele televisie is dalende en het kijken van videocontent via websites en apps neemt toe. Opgemerkt dient wel te worden, dat veel van de, met name goed bekeken, schaatsuitzendingen midden op de dag uitgezonden werden en veel mensen ook op werk waren en niet in staat om televisie te kijken en dan genoodzaakt zijn om online of via een app te kijken.

Ander fenomeen is ook, dat er meer keus is voor de kijker om te bepalen hoe de kijker zijn kijktijd verdeeld. Sportliefhebbers zullen afstemmen op de Spelen en dan met name op populaire sporten, waar sportief succes geboekt kan worden door landgenoten, maar een wedstrijd curling zal minder kijkers weten te trekken. Alhoewel het toch ook bijzonder blijft, dat juist bij deze sport de Russische curler Alexander Kroesjelnitski op doping betrapt is. Ga je dan harder vegen met je borstel of glij je beter over het ijs?

Daarnaast is er ook grote concurrentie van onder andere Netflix en andere on-demand diensten. De niet-sportliefhebber stemt liever af of de traditionele televisie of zoekt zijn of haar favoriete serie op Netflix, Videoland of Amazon Prime op.

Niet getreurd voor de NPO, want er heeft nog steeds een miljoenenpubliek op afgestemd, naar de Spelen in zijn totaliteit hebben 12,6 miljoen kijkers gekeken van 6 jaar en ouder en voor een periode van minimaal 5 minuten of langer (daling van 10 procent t.o.v. 2014). De Winterspelen in Sotsji hadden in 2014 meer kijkers, namelijk 14 miljoen. Het aantal unieke bezoekers van de Olympische site en de app groeide van 6,1 miljoen in Sotsji tot 9,5 miljoen in Pyeongchang (groei 156 procent). Op donderdag 15 februari (10 km schaatsen heren), bezochten 1,5 miljoen Nederlanders de Olympische subsite van de NOS). Online waren er ook meer unieke bezoekers, namelijk 1,5 miljoen versus 0,23 in Sotsji!

 
Verdiensten: donkere wolken
Ondanks het grote schaatssucces op de Spelen blijkt het moeilijk om sponsors aan de schaatssport te koppelen en hangen er donkere wolken boven de Nederlandse schaatssport. Voordat de Spelen begonnen werd al bekend, dat Jorien ter Mors (1.000 meter goud en relay shorttrack brons) en Anice Das na de Olympische Winterspelen in Pyeongchang op zoek naar een nieuwe sponsor moeten. Hun sponsor AfterPay (achteraf betalen bij webwinkels), stopt na vijf jaar met het sponsoren van de schaatsploeg.

 
Sponsors vinden voor de lange termijn
Ook deze Spelen heeft de Nederlandse schaatsploeg weer laten zien hoe succesvol en dominant ze op de ijzers zijn, maar ook Sven Kramer verbaast zich over de financiële malaise bij een deel van de teams door het wegvallen van geldschieters. De Lotto-Jumbo-ploeg waar Sven Kramer onderdeel vanuit maakt is een positieve uitzondering. Om de sport op niveau te houden is het van belang, dat de teams sponsors vinden die zich voor langere tijd aan zich weten te binden voor stabiliteit en mogelijkheden, zeker aangezien de concurrentie in het schaatsen steeds verder toeneemt.

 
Lees hier ook:
https://www.frank.news/2018/02/27/nos-nog-jaren-vooruit-uitzenden-olympische-spelen/

 

Facebook verliest jongeren in hoog tempo aan Snapchat

Facebook verliest jongeren in hoog tempo aan Snapchat

Het gaat om miljoenen jongeren die Facebook verlaten of er niet eens aan beginnen. Instagram profiteert daarvan, maar de grote winnaar is Snapchat, zo blijkt uit onderzoek van eMarketer. Ondertussen moet Facebook alle zeilen bijzetten om grote problemen zoals fake news het hoofd te bieden. De meeste adverteerders zien nog genoeg kansen, maar het klinkend optimisme bij het social network lijkt voorbij.

 
CEO Mark Zuckerberg is het afgelopen jaar veranderd, zeggen de mensen om hen heen. Het was een jaar vol aantijgingen over fake news en Russische trollen. Zuckerberg heeft erover nagedacht, hij wil het oplossen, maar is ook bezorgd.
„Dit hele jaar heeft zijn persoonlijke techno-optimisme veranderd,” zegt een hoge functionaris bij Facebook. „Het heeft hem meer paranoïde gemaakt over de manieren waarop mensen dingen kunnen misbruiken die uit zijn handen komen.”
De passage komt uit Wired dat een uitgebreide reconstructie maakte van de afgelopen twee jaar: Inside the two years that shook Facebook - and the world. Met als ondertitel: hoe een verwarde, zich verdedigende social mediagigant zichzelf de afgrond instuurt en hoe Mark Zuckerberg het allemaal probeert te fixen. Het verhaal leest als een thriller en is alleen daarom al een aanrader.

 
Jongeren onder de 25 haken af
Dat de problemen nog niet voorbij zijn, blijkt uit het onderzoek van eMarketer. Facebook zal dit jaar twee miljoen gebruikers onder de 25 in de VS kwijtraken, voorspellen de onderzoekers. En die gaan lang niet allemaal naar Instagram, waarvan Facebook eigenaar is. Instagram krijgt er dit jaar in totaal naar verwachting 1,6 miljoen gebruikers bij. De meeste overstappers gaan naar Snapchat, dat er volgens eMarketer 1,9 miljoen jonge gebruikers bij zal krijgen. The Guardian verwacht dat dit jaar in totaal 3 miljoen jongeren van onder de 25 Facebook zullen verlaten in de VS en Groot-Brittannië samen.

Harde voorspellingen voor Nederland zijn er niet, maar vaak volgen wij de trends in de Verenigde Staten. eMarketer geldt als gezaghebbend, maar moest zijn prognoses over het afgelopen jaar bijstellen. Voor 2017 voorspelde eMarketer dat het aantal 12 tot 17 jarigen bij Facebook in de VS zou afnemen met 3,4 procent. Die afname bleek uiteindelijk drie keer zo groot, namelijk 9,9 procent en dat zijn zo’n 1,4 miljoen gebruikers. Volgens eMarketer heeft Facebook in de leeftijdgroep tot 25 vorig jaar in totaal 2,8 miljoen Amerikaanse gebruikers verloren.

Techmagazine Recode noemt een aantal redenen dat tieners Facebook de rug toe keren. Het sociale netwerk is al een aantal jaren zijn ‘cool’-factor aan het verliezen en jongeren hebben meer opties dan ooit om contact te houden met vrienden en familie. Facebook is bovendien een ‘digital record keeper’, het houdt steevast gegevens van gebruikers bij en niet alle jongeren zitten daar op te wachten. Dat verklaart de groeiende populariteit van Snapchat en Instagram waar je video’s en foto’s kan delen die weer verdwijnen.

 
Snapchat wint
Het lijkt erop dat Snapchat, waar het een tijd lang niet zo goed mee ging, weer helemaal terug is. Dat is ook te zien aan de beurscijfers. De koers van Snap bereikt hoogten die in maanden niet zijn voorgekomen. Voor het eerst sinds juni komt het aandeel uit boven de introductiekoers.

 
Snapchat heeft bewezen dat er een markt is voor een vluchtige foto’s en video’s die kort bestaan. Facebook kopieerde daarom onder meer Snapchat’s Stories (waarmee gebruikers foto’s of video’s kunnen posten die na 24 uur verdwijnen) voor de Facebook en Instagram apps, en introduceerde filters, die lijken op de Snapchat lenzen. Facebook wint daar nieuwe gebruikers mee en probeert zo Snapchat op termijn overbodig te maken. Maar verrassend genoeg lijkt het tegenovergestelde te gebeuren: Snapchat weet ervan te profiteren.

 
Snapchat komt door dat kopieergedrag in de schijnwerpers te staan en krijgt de kans om te groeien, schrijft techjournalist Billy Gallagher in een boek over Snapchat dat net uit is: ‘How to turn down a billion dollars: the Snapchat story’. Het is dankzij Facebook dat Snapchat een betere reputatie krijgt waardoor het kan uitgroeien tot de serieuze bedreiging voor Facebook die het is geworden.

 
Facebook zet Snapchat in de spotlights
Je moet er even voor terug naar 2012. Op Snapchat circuleren miljoenen foto’s, maar de app worstelt met een bedenkelijke reputatie vanwege sexting en erotische foto’s die worden rondgestuurd. Zuckerberg ontmoet CEO Evan Spiegel van Snapchat; de twee praten over een overname, maar Spiegel wijst een bod van 3 miljard dollar af. Zuckerberg besluit om er dan zelf mee aan de gang te gaan en Facebook komt met de eigen app Poke, waarmee je foto’s kan delen die weer verdwijnen. Daarmee krijgt het idee van Snapchat een andere lading. Als Facebook als gerespecteerd netwerk ermee komt, dan moet dat wel ‘the next big thing’ zijn. Ineens is Snapchat geen sexting app meer, maar is het de laatste trend. Snapchat gaat groeien dankzij het kopieergedrag van Facebook, schrijft Gallagher in zijn boek. CEO Spiegel van Snapchat herinnert zich het later zo: „Poke was het grootste kerstgeschenk dat we ooit hebben gekregen.”

 
In 2016 komt Facebook met Instagram Stories, eveneens naar het idee van Snapchat en daarmee deelt Zuckerberg wel een harde tik uit. Instagram Stories krijgt ruim 300 miljoen dagelijkse gebruikers, meer dan twee keer zoveel als Snapchat. De verwachting is dat beide dit jaar verder zullen groeien. Van de tieners die van Facebook afhaken, stapt een deel over naar Instagram. Maar de meesten van hen kiezen voor Snapchat.

 
Jongeren willen ‘cool’ network
Dat Snapchat nog steeds nieuwe jongeren aan zich weet te binden komt ook door een slimme strategie. Bij Facebook valt op hoeveel het netwerk van anderen kopieert; bij Snapchat vallen eigen innovaties op. Het bedrijf introduceerde vorig jaar Snap Maps, Context Cards en een nieuw design dat content van vrienden en van merken duidelijker uit elkaar houdt. Het nieuwe design moet de app ook toegankelijker maken. Er is discussie over, maar de resultaten op de beurs laten zien dat Snapchat op de goede weg zit.

 
Jonge gebruikers willen een ‘cool’ netwerk en niet een netwerk waar je grootouders ook op zitten. Tieners noemen Facebook ‘the old people network’, weet sociaal wetenschapper Julie Smith. Tieners zijn zich ook steeds meer bewust van de risico’s van Facebook. „Een verkeerde post op Facebook kan hun kans op een goede school of baan verkleinen. Ze zijn selectief wat en met wie ze iets willen delen”, zegt ze in USA Today. Snapchat voorziet in die behoefte, je kan delen met veel vrienden, maar als je meer privacy wil kan het ook in kleine kring.

 
Adverteerders zien kansen
De meeste adverteerders zien nog steeds veel kansen op Facebook. Ook een iets oudere leeftijdsgroep is interessant. En Facebook weet als geen ander advertenties te focussen naar interesses en webgedrag. Zuckerberg heeft aangekondigd dat hij bedrijven minder prioriteit gaat geven; familie en vrienden krijgen voorrang. Sommige bedrijven als Unilever houden het voorlopig voor gezien. Ze willen dat Facebook orde op zaken stelt en voorkomt dat advertenties bij fake news terecht komen. Veel andere businesses zien Facebook nog steeds als de manier om hun doelgroep te bereiken.

 
Maar Snapchat staat om de hoek. De verwachting is dat Snapchat’s tienersucces zich gaat uitbreiden naar andere leeftijdsgroepen. „Snapchat kan verder gaan groeien dankzij ouderen,” verwacht analist Debra Williamson van eMarketer. Ze wijst erop dat het nieuwe design van Snapchat eenvoudiger is waardoor de app voor meer mensen aantrekkelijk wordt. Oudere gebruikers, die meer te besteden hebben, kunnen Snap uiteindelijk de middelen geven voor verdere groei en innovatie. Facebook kan er maar beter rekening mee houden.

Influencers kopen op grote schaal volgers

Influencers kopen op grote schaal volgers

Het is een miljoenenbusiness: het verkopen van fake volgers aan gebruikers van social media. Ook influencers die met bedrijven samenwerken blijken volgers te kopen. Ze zijn overigens niet de enige: ook celebrities, sporters, mensen uit de mediawereld en marketeers doen eraan mee. Justitie in de VS is een onderzoek begonnen.

 
The Followers Factory - de volgersfabriek - zo noemt The New York Times de bedrijven waar je als gebruiker van social media volgers kan kopen. De krant deed er uitgebreid onderzoek naar. Daaruit blijkt hoe zulke bedrijven via fake accounts miljoenen volgers leveren aan klanten. Op Facebook staan naar schatting 60 miljoen fake accounts; Twitter heeft er mogelijk 48 miljoen.

Brands werken graag samen met influencers vanwege de vele volgers die ze hebben. Maar die volgers blijken niet altijd echt te zijn, al zijn de profielen op fake accounts nauwelijks van echt te onderscheiden. Foto’s worden gekopieerd van bestaande profielen. Een 17-jarige Amerikaanse bleek een fake account met haar eigen naam en foto te hebben waarin ze reageert op berichten in het Arabisch, een taal die ze helemaal niet beheerst. En ze is bepaald niet de enige met zo’n account.

 
Een kwart miljoen volgers erbij? Wij regelen dat!
Devumi is een van de bedrijven waar je volgers of views kan kopen. Het bedrijf bood tot voor kort klanten de mogelijkheid tot 250.000 volgers op Twitter te kopen voor een prijs die begon bij 12 dollar. Sinds de onthullingen is dat niet meer mogelijk. Devumi heeft meer dan 200.000 klanten, waaronder bedrijven, celebrities en YouTubers die een grotere impact willen hebben op hun audience. Uit onderzoek van The New York Times blijkt dat Devumi beschikt over 3,5 miljoen geautomatiseerde accounts voor social media. Zo’n 55.000 fake Twitter-accounts gebruiken de namen, profielfoto’s en woonplaatsen van bestaande Twitter-gebruikers. Ook van minderjarigen zijn namen en foto’s overgenomen van bestaande accounts. Justitie in New York is nu een onderzoek begonnen naar Devumi. Maar vermoedelijk zijn er nog tientallen andere bedrijven die er vergelijkbare praktijken op nahouden.

 
Zeker honderd influencers met fake volgers
Opvallend is dat ook influencers volgers blijken te kopen. Bedrijven willen graag met hen samenwerken om producten onder de aandacht te laten brengen. De influencers, bijvoorbeeld YouTubers, krijgen daarvoor betaald en hoe meer volgers ze hebben, hoe meer ze verdienen.

In het onderzoek zijn honderd influencers geïdentificeerd die fake volgers hebben gekocht. Onder hen zijn grote namen, zoals Kathy Ireland, door Forbes in 2015 uitgeroepen tot een van de 50 rijkste self-made zakenvrouwen. Het voormalige topmodel richtte een design- en marketingfirma op en geldt als succesvol ‘brand ambassador’. Ze heeft meer dan miljoen volgers op Twitter. In januari vorig jaar had ze er nog 160.000. Maar de maand daarop kocht een medewerker er 300.000 volgers bij voor een bedrag van tweeduizend dollar, zo ontdekten de onderzoeksjournalisten. Daarop volgden nog meerdere aankopen van volgers. Het grootste deel van haar volgers blijkt fake zijn.

 
Nog meer onthullingen
Andere voorbeelden van influencers die volgers op grote schaal kochten zijn Nicole Lapin (tv-host, auteur en ondernemer), Sam Hurley (die zich personal branding guru noemt) en Arabella Daho (als teen influencer bekend onder de naam Amazing Arabella). De 14-jarige Arabella en haar broer Jaadin verdienen als influencers samen zo’n honderdduizend dollar per jaar. Ze werken met merken als Amazon, Louis Vuitton en Nintendo.

Ook marketingconsultants blijken soms veel volgers te kopen. Jeetendr Sehdev noemt zichzelf ‘the world’s leading celebrity branding authority’. In 2015 begon hij met het kopen van honderdduizenden fake volgers bij Devumi. Dat hielp bij de verkoop van zijn boek ‘The Kim Kardashian Principle: Why Shameless Sells’. Sehdev verklaarde zijn populariteit vanwege de ‘authentieke’ manier waarop hij schrijft. Inmiddels is duidelijk dat het om fake volgers gaat.

 
Fake accounts lastig te onderscheiden
Om te weten te komen hoe de verkoop van fake volgers in zijn werk gaat, meldden de onderzoeksjournalisten zich als klant aan bij Devumi. Ze zetten een test-account op Twitter op en betaalden Devumi 225 dollar voor 25.000 volgers. De eerste tienduizend volgers leken echte mensen. Er stonden profielfoto’s bij de accounts, namen en woonplaatsen. Het bleken gekopieerde accounts van echte gebruikers, maar met kleine verschillen. Zo was de resolutie van de foto veranderd en waren kleuren iets aangepast, waardoor de foto lastiger is te traceren. Namen werden net iets anders gespeld. De volgende 15.000 accounts bleken minder professioneel, omdat een profielfoto ontbrak. Maar de fake accounts deden het goed: ze zorgden voor veel retweets en konden met meerdere talen overweg.

 
Iedereen doet dit
De krant zocht ook klanten van Devumi op. Niet iedereen wilde toegeven dat ze fake volgers hadden gekocht, maar sommigen waren verrassend open. „Iedereen doet dit,” zegt een actrice. Anderen erkenden dat ze het hadden gedaan, maar zeiden spijt te hebben. „Het is fraude,” erkent James Cracknell, een Britse roeier die Olympisch goud behaalde. Hij kocht 50.000 volgers bij Devumi, maar is er nu helemaal klaar mee. „Het is niet gezond dat mensen je beoordelen op hoeveel likes of hoeveel volgers je hebt.”

 
Influencer marketingbureaus: goed dat dit is onderzocht
Bij bureaus die adviseren over influencers krijgt het onderzoek van The New York Times veel aandacht. „Het is het gesprek van de dag,” zegt Alexa Tonner van influencer marketing agency Collectively in magazine Digiday. Ze wijst erop dat het probleem bekend was, maar de omvang niet. Het is goed dat ook in de hoogste gelederen doordringt dat er iets moet gebeuren.

Justin Moore is CEO van influencer marketingbureau Trending Family en hij denkt dat het onderzoek van The New York Times een keerpunt markeert. Moore verwacht dat steeds meer merken zich zullen afkeren van cijfers zoals aantallen volgers en in plaats daarvan engagement centraal gaan stellen.

 
Het gaat om de engagement
Dat vindt ook Danica Kombol, CEO van Everywhere Agency, een influencer marketingbureau dat werkt met Fortune 500 bedrijven. In magazine PRNews zegt hij dat de waarde van influencers niet ligt in de aantallen volgers, maar juist in engagement en interactie. Hij merkt dat het lastig is te bewijzen of een influencer fake followers heeft. „Maar als je iemand ziet met duizenden volgers op Instagram en geen reacties bij de posts, dan is er iets aan de hand. Wij gaan met dat soort influencers niet in zee.”

 
Brands: liever engagement dan veel volgers
 
„Ik raakte in een weekend 500 volgers kwijt,” laat comedian Dan LaMorte weten. Hij kan er grappen over maken. Actrice Adina Porter gaat erin mee. „Ik verloor vijf- tot zesduizend volgers in een dag.”
 
De onderzoeksbevindingen hebben de social media aangezet hun gebruikers nog eens goed te bekijken. Met Twitter voorop. „Ik raakte in een weekend 500 volgers kwijt,” laat comedian Dan LaMorte weten. Hij kan er grappen over maken. Actrice Adina Porter gaat erin mee. „Ik verloor vijf- tot zesduizend volgers in een dag.” Uiteindelijk is het ook voor influencers beter om van fake volgers af te komen, schrijft Mashable. Een verlies aan volgers komt misschien hard aan, maar je kan maar beter transparant en authentiek zijn zonder misleidende cijfers. „Brands willen investeren in social media zonder dat ze schade oplopen,” zegt Bijoy Patel van CompuBrain, een bureau dat invloed op Facebook en Twitter analyseert. Hij merkt dat voor veel bedrijven het aantal volgers niet het belangrijkste is, al doet dat niks af aan het schandaal van de fake accounts. „Merken willen vooral weten of er echt engagement is.”

 

Het Taylor Swift-gevoel van Alexander Klöpping over ‘stoppen’ NRC en Telegraaf

Het Taylor Swift-gevoel van Alexander Klöpping over ‘stoppen’ NRC en Telegraaf

Het was wat onrustig rond Blendle het afgelopen jaar. Uit de jaarrekening over 2016 bleek een verlies van 2,4 miljoen euro en NRC en Telegraaf besloten te stoppen met de start up. Aan de vooravond van een nieuwe innovatie - gesproken journalistieke verhalen genaamd ‘Blendle Audio’ - praat eigenaar Alexander Klöpping ons even bij. 

Het is een mooi nieuwtje natuurlijk. Via Blendle Audio kun je luisteren naar een selectie van journalistieke verhalen. Professionele stemmen lezen artikelen voor uit de kranten en bladen die aangesloten zijn bij Bendle, dus je kan tijdens de afwas of het stofzuigen lekker een Volkskrantje doornemen. Het past helemaal in de ‘podcasttrend’ waarbij we allemaal graag op de fiets of in de auto naar onze informatieve ‘helden’ luisteren.

Verliesgevend jaarPrima natuurlijk. Maar er kwam stevig nieuws naar buiten de afgelopen weken over Blendle. In het boekjaar 2016 leed Blendle een verlies van 2,411.045 miljoen euro. Klöpping: ,,Het was vrij shocking hoe weinig mensen van startups snappen, maar dat leg ik dan met alle plezier even uit.’’ Want dat soort rode cijfers zijn normaal te noemen? ,,Het grote verschil tussen startups en andere bedrijven is dat je meer risico neemt. Je gaat eerder de grens over, investeert meer en dat doen we aan de hand van durfinvesteerders. Als je zo iemand kan vinden die erin gelooft dan neem je samen de gok.’’ En het bedrijf groeit nog steeds, zo legt hij uit. ,,We zijn de grootste bron van pure digitale lezersinkomsten.’’

 
Klöpping: ,,Het was vrij shocking hoe weinig mensen van startups snappen, maar dat leg ik dan met alle plezier even uit.’’
 
Kan hij niks meer over omzetten zeggen? Dat zou het allemaal iets scherper, duidelijker maken. ,,Omzetten hebben niet zoveel zin want soms kies je ervoor om wat meer te investeren om op de lange termijn te oogsten, dus dat geeft alleen maar onrust.’’

Ambitie nog overeindMaar toch even. De ambitie waarmee hij Blendle in 2013 is begonnen, samen met zijn vertrokken partner Marten Blankesteijn, staat nog steeds overeind? ,,Wij hebben een helder doel, namelijk dat jonge mensen gaan betalen voor journalistiek, waardoor makers mooie dingen kunnen blijven doen. Maar we komen met veel bochtjes uit bij dat grote doel en daarom plannen we slechts per kwartaal en luisteren we goed naar onze gebruikers. Als we nu hét verdienmodel paraat hadden, zouden we al over de hele wereld zitten. Maar het is niet voor niks dat partijen als New York Times of Axel Springer in ons investeren.’’

Concreet voordeelKan hij vertellen hoe ver Blendle is in die zoektocht naar een werkend businessmodel? ,,Een van de belangrijkste bevindingen is dat de verhalen waar mensen écht iets aan hebben goed lopen. Bijvoorbeeld: hoe word ik productiever op mijn werk of welke vitaminen werken wel? Of hoe slaap je beter?’’ Daarnaast werkt de combinatie van iemand met autoriteit en een originele opinie goed. ,,Maarten van Rossem bijvoorbeeld, die een alternatieve troonrede schrijft. En wat níét werkt is de overschrijfjournalistiek die je veel op internet ziet.’’

 
,,Een van de belangrijkste bevindingen is dat de verhalen waar mensen écht iets aan hebben goed lopen. Bijvoorbeeld: hoe word ik productiever op mijn werk of welke vitaminen werken wel? Of hoe slaap je beter?’’
 
Niches werken ook primaOok werken niches goed in de online wereld. In zijn ‘Podcast over Media’ (samen met Ernst-Jan Pfauth) was een tijdje terug Derk Sauer te gast. De ex-hoofdredacteur van Nieuwe Revu verwacht dat het alleen nog om niches gaat de komende jaren. Mensen gaan zich steeds meer helemaal onderdompelen in onderwerp X. ,,Ik geloof ook enorm in de niches,’’ zegt Klöpping. ,,Als je helemaal gek bent van voetbal dan moet je niet bij de kranten zijn, maar heb je andere bronnen. Ik kan bijvoorbeeld zelf niet zoveel met de Nederlandse tech-journalistiek, want dat heb ik allemaal al op Amerikaanse sites gelezen. Maar ik lees wel veel over de politiek, want dat is niet mijn niche en je kunt de voorkennis van mensen mooi gebruiken voor je aanbod. Want alleen dan gaan mensen vooruit en dat willen we toch?’’

Afspraken met uitgeversDan komen we op een interessant gebied uit in het businessmodel van Blendle. Het bedrijf maakt immers altijd eerst afspraken met uitgevers, ‘verkoopt’ de verhalen vervolgens per stuk of per premium abonnement aan de lezer en betaalt een gedeelte aan de uitgevers. ,,Met Psychologie Magazine praten we over onderwerpen die het goed gaan doen. Vrij Nederland maakt zelfs stukken die eerst op Blendle verschijnen en later pas in het blad.’’

Verkopen van verhalenWerken ze eigenlijk ook met de grote kranten op die manier samen? Die houden er vast niet van als Blendle hun redactionele agenda gaat bepalen. ,,Bij grote kranten gaat het minder om de onderwerpkeuze, maar over het verkopen van de stukken dus over goede koppen en inleidingen. Wij hebben een systeem dat aangeeft of een kop het in potentie goed gaat doen. Dat je vraagtekens moet toevoegen of bijvoorbeeld dat je het beter in de avond kan plaatsen. Daar hebben uitgevers dan weer wél interesse in.’’

Afhaken NRC en Telegraaf
Daarover gesproken. De hoofdredacteuren van NRC en Telegraaf beëindigden hun relatie met Blendle. Een van de argumenten is dat ze vinden dat Blendle zich te nadrukkelijk met de redactie bemoeit. Snapte Klöpping die analyse? Dagbladen willen gewoon zelf via digitale abonnementen hun geld gaan verdienen en dat niet aan Blendle laten. ,,Ik moet heel erg denken aan Taylor Swift die wegging bij Spotify, maar ze keerde terug omdat haar publiek nu eenmaal op Spotify zit. Wij hebben een enorme groep lezers die wij bedienen en of ze mee willen doen dat is aan de kranten zelf.’’ Hij heeft uitgevers toch wel nodig? ,,Zonder uitgevers hadden we een leeg winkeltje, maar we hebben ook geweldige titels als de New York Times in de kiosk. Het is alsof AH vreest dat het Coca-Cola niet meer in de winkel mag leggen, maar vooralsnog verdient Coca-Cola daar goed geld. We maakten miljoenen over aan de grootste uitgevers en nu gaat dat geld een andere kant op.’’

 
,,Ik moet heel erg denken aan Taylor Swift die wegging bij Spotify, maar ze keerde terug omdat haar publiek nu eenmaal op Spotify zit.

 
Zelf geld verdienenKranten willen natuurlijk zelf geld verdienen met hun merk, geen onlogische gedachte. ,,Ik weet wat ik overmaak aan uitgevers en dat zijn significante bedragen. Taylor Swift kan aan haar eigen Spotify werken, maar er is ook een reden dat Spotify goed werkt. Dat komt niet alleen door de goede artiesten, maar ook door de playlist en de interface. Taylor Swift wil fans bereiken en datzelfde geldt voor een krant. Dat doe je door op zoveel mogelijk plekken aanwezig te zijn. Uitgevers zoeken juist naar heel veel verschillende plekken waar ze hun spullen kwijt kunnen.’’

VS en DuitslandHoe is het eigenlijk met de plannen in Duitsland en de VS? ,,We beginnen, net zoals John de Mol doet, altijd alle projecten in Nederland en gaan dit jaar ook in meer landen uitbreiden dan alleen in de VS en Duitsland. We leren steeds meer iets over de behoeftes van mensen. We zullen dit jaar ook zichtbaarder zijn, bijvoorbeeld op tv. Onze naamsbekendheid kan nog wel iets omhoog en als we mensen eenmaal aan boord hebben dan kunnen we mensen ook het product laten gebruiken.’’

Klöpping gelooft oprecht dat er geen bedrijf ter wereld is dat zoveel lessen leerde over hoe je jongeren kan interesseren voor kwaliteitsjournalistiek. ,,Zonder mezelf op de borst te slaan, begrijp ik wel waarom die investeerders op de eerste rij willen zitten. We doen experimenten met machine learning en met journalistiek gericht op individuen, teveel om op te noemen. Er gebeurt op de achtergrond heel veel waar mensen in die industrie met respect naar kijken.’’

 
,,Zonder mezelf op de borst te slaan, begrijp ik wel waarom die investeerders op de eerste rij willen zitten.

 
Blendle Audio omdat ‘het gesproken woord’ hot isEn één van die innovaties is dus Blendle Audio, voorgelezen verhalen. Uit het persbericht: ,,Het is zo simpel dat we ons afvroegen waarom het nog niet bestond.’’(..) Er is een enorme opmars van podcasts, audioboeken zijn inmiddels een miljardenindustrie en met de komst van Android Auto en Apple CarPlay luisteren steeds meer mensen naar on demand radio in de auto.’’ Oftewel, Gary Vaynerchuk zegt het altijd: Audio is hot. Het concept is op zich vrij overzichtelijk, legt Klöpping uit. ,,We beginnen met een kleine selectie als onderdeel van je Blendle Premium account. We willen die wereld van podcasts koppelen aan de krantenwereld en geloven dus in die combinatie.’’

Google topman: ‘mobiele consumenten’ worden gezien als tweederangs burgers

Google topman: ‘mobiele consumenten’ worden gezien als tweederangs burgers

Over enkele jaren doen bijna alle consumenten online aankopen via hun smartphone. E-commerce wordt mobile commerce. Merken en bedrijven die hun website en mediastrategie daar niet op aanpassen missen de boot, voorspelt Product Director Luke Wroblewski van Google.

Wroblewski is expert op het gebied van mobile design en auteur van diverse populaire webdesign boeken. Bij Google werkt hij aan verbeteringen van Google +, zeg maar de mislukte kloon van Facebook. Dat mag dan een gebed zonder eind lijken, Wroblewski geniet internationaal veel aanzien en meer dan een miljard mensen gebruiken software die hij heeft ontwikkeld. Af en toe reist hij de wereld rond om colleges en presentaties te geven en zo was hij onlangs te gast bij het congres How To Make It Work 2017 in Amsterdam.

 
Roepende in de woestijn
De Google-directeur kan uren vertellen over mobile design en hoe Apple, Samsung en Google jaren bezig zijn met het bedenken, ontwikkelen en testen van navigatie en gebruikersfuncties op hun mobiele devices en apps. Al die inspanningen dienen uiteindelijk maar één doel: meer engagement en conversie. Toch erkennen veel merken nog steeds het belang van mobiel niet. Wroblewski ziet veel slechte mobiele webshops en voelt zich al jaren een roepende in de woestijn. ,,Ik heb geprobeerd mensen te overtuigen dat mobiel belangrijk is, maar al tien jaar geloven ze me niet,” zegt hij. ,,Dan zeggen ze: mensen kopen niet mobiel. Als dat wel gebeurt zeggen ze: ze kopen geen dure artikelen mobiel. Als dat ook gebeurt zeggen ze: ze kopen niet veel dure artikelen mobiel. Er is steeds een soort rationalisering die ik niet begrijp. Mobiele consumenten worden gezien als tweederangs burgers. Ook wij softwareontwikkelaars behandelen mobiel nog steeds als een minderwaardig categorie. Omdat het scherm kleiner is, omdat het langzamer is en minder interfaces heeft. Maar we geven het gewoon te weinig kans.”

 
,,Ik heb geprobeerd mensen te overtuigen dat mobiel belangrijk is, maar al tien jaar geloven ze me niet,” zegt Wroblewski.
 
Harde cijfers
Volgens Wroblewski snappen veel marketeers niet hoe de online economie werkt. Daarom onderbouwt hij zijn pleidooi met harde cijfers. De getallen die het groeiende belang van mobiel het best duidelijk maken zijn de verkoopcijfers van desktop computers versus smartphones. In 2006 werden er wereldwijd 239 miljoen pc’s verkocht en tien jaar later 269 miljoen. ,,Niet zo’n indrukwekkende groeicurve,” aldus Wroblewski. In 2006 werden er 68 miljoen smartphones verkocht. Nu gaan er 1,7 miljard per jaar van over de toonbank. ,,Niet veel? Er zijn maar zeven miljard mensen op aarde en we verkopen bijna 2 miljard van deze devices per jaar.” Volgens hem zal het dan ook niet lang meer duren voordat iedereen zo’n supercomputer in zijn zak heeft, waarmee de hele wereld binnen bereik komt.

 
Meer gebruikers
Deze aantallen creëren volgens hem enorme mogelijkheden omdat het aantal mobiele gebruikers van websites en apps net zo explosief stijgt. Facebook had in 2006 12 miljoen gebruikers op de desktop. Dat waren er vorig jaar 120 miljoen. Het aantal mobiele gebruikers zat toen al op 1,7 miljard. ,,Dat laat zien dat deze devices ook gebruikt worden,” stelt Wroblewski. Maar niet om mee te bellen. ,,Vijf jaar geleden belde 96 procent van de mensen minstens één keer per week met hun mobiel. Nu belt 30 procent niet meer met zijn mobiel, onder wie ikzelf,” vertelt hij.

 
Steeds sneller
Dankzij mobiel bereiken merken sneller een groter publiek. Skype kreeg in 2006 in 630 dagen tijd 40 miljoen gebruikers. Ongekend. De app Super Mario Run lukte dat vorig jaar in vier dagen. Binnen één dag had het spelletje er al 10 miljoen. Pokémon Go deed het in twee dagen en Angry Birds in drie dagen. Zet dat maar eens af tegen giganten als Facebook en Twitter die tien jaar geleden nog meer dan twee jaar nodig hadden om 10 miljoen gebruikers te krijgen.

 
Geld verdienen
Merken hebben dankzij mobiel dus een groter publiek dat ze sneller kunnen bereiken. Maar verdienen ze ook geld? Ja, luidt het antwoord van Wroblewski. Hij toont dat aan met cijfers van online betaaldienst PayPal. In 2006 was het jaarlijkse betaalvolume via mobiel 900.000 dollar.  Logisch, want toen werd er nauwelijks met de smartphone gekocht en betaald. Dat is nu wel anders. Eind vorig jaar was het betaalvolume op mobiel gegroeid naar 102 miljard.

 
Cyber Monday en Singles Day
Ook de mobiele verkoopcijfers stijgen al jaren. Tijdens Cyber Monday, het grootste e-commerce koopjesfestijn in de VS, werd tien jaar geleden voor 610 miljoen dollar verkocht en vorig jaar voor 3,4 miljard. Van die verkopen werd 31 procent via mobiel gekocht. Tijdens  Singles Day in China werd vorig jaar voor 17,8 miljard geshopt, waarvan 84 procent via de smartphone. De VS kan volgens Wroblewski dan ook nog veel leren van China. ,,Zij hebben hun zaakjes op mobiel wel voor elkaar”, stelt hij. ,,Sommige landen zijn blijkbaar in staat bijna 90 procent mobiele sales te halen tijdens het belangrijkste koopfestijn van het jaar.”

Ook sommige bedrijven snappen dat. Retailer Walmart focust wel op mobiel en haalde dit jaar 60 procent van zijn bestellingen op Black Friday via de smartphone binnen. Dat is twee keer zoveel als de gemiddelde Amerikaanse retailer. Bij mode-gigant ASOS uit de UK worden zelfs 70 procent van alle aankopen via de mobiel gedaan.

 
Betere mobiele website nodig
Meer omzet uit mobiel halen begint bij een goed mobile design. Wroblewski: ,,Wat ik steeds hoor is: mobiel converteert slechter dan desktop. Dat is waar als je je desktop website kopieert naar je mobiele site. Maar als je het prioriteit nummer één maakt om zaken geweldig te maken op mobiel behaal je andere resultaten. Merken en bedrijven met die houding halen 80 procent van hun traffic en 70 procent van hun verkopen via mobiel binnen. Het komt er op neer dat je mobiel de prioriteit geeft die het verdient.”

 
,,We hebben nog zoveel te verbeteren op het internet. Op mobiel zijn de dingen nog erger. We kijken zover vooruit naar de toekomst dat we vergeten de dingen vandaag te verbeteren,” zegt Wroblewski.
 
Beter mobile design nodig
Volgens Wroblewski gaan er de komende jaren veel zaken veranderen. Nieuwe technologieën als AI, machine learning, VR: ze gaan allemaal een rol spelen op het internet. Maar merken en softwareontwikkelaars kunnen beter eerst hun huidige websites op orde brengen. Wroblewski: ,,We hebben nog zoveel te verbeteren op het internet. Op mobiel zijn de dingen nog erger. We kijken zover vooruit naar de toekomst dat we vergeten de dingen vandaag te verbeteren.”

 
College
Voor een beter mobile design geeft hij een aantal basisregels. Het moet logisch zijn, je moet veel testen en herhalen en je kunt niet iedereen tevreden houden. Het hele bijna drie uur durende college van Wroblewski hierover is te zien op YouTube.

 
https://www.youtube.com/watch?v=xiyOTcVHqHw

 

Facebook en Amazon azen op live sportrechten

Facebook en Amazon azen op live sportrechten

Live op Facebook of Amazon Prime je favoriete voetbalmatch bekijken? Het komt eraan. Facebook stelt een speciale functionaris aan die een miljardenbudget krijgt om de uitzendrechten van grote sportevenementen binnen te halen. Ook videodienst Amazon Prime gaat er flink mee uitpakken. De techbedrijven azen onder meer op de Britse Premier League.

Het belooft een van de belangrijkste trends van 2018 te worden, melden diverse onderzoeksbureaus. Juniper Research noemt het zelfs de nummer één techtrend voor volgend jaar. De strijd om de live sportrechten is niet meer iets voor nationale tv-zenders alleen, het zijn de grote techgiganten die er steeds vaker mee weglopen. Facebook en Amazon voeren het komende jaar de strijd op.

 
Mark Zuckerberg: meer inzetten op sport
Amazon betaalde in de VS 50 miljoen dollar om wedstrijden van de National Football League te streamen. Facebook bood ruim 600 miljoen dollar om beelden te tonen van cricketwedstrijden uit de Indiase Premier League, maar greep toen nog mis. Het was de eerste grote poging om een markt te ontwrichten waar tot dusver tv-zenders het voor het zeggen hebben. De techbedrijven hebben inmiddels veel uitgeprobeerd en nu is het tijd voor het echte werk. Facebook gaat een top-level executive aanstellen om te onderhandelen over sportrechten, meldt Sports Business Journal. Die persoon zou een budget krijgen van ‘enkele miljarden dollars’. Facebook CEO Mark Zuckerberg wil meer gaan inzetten op sport zodat mensen het sociale netwerk gaan zien als plek waar je naar toegaat voor premium video.

Facebook en Amazon voeren zo de strijd op met tv-netwerken die traditioneel over de sportrechten beschikken. Dat zal op termijn ook in Nederland merkbaar worden. Live sportprogramma’s gaan niet meteen van tv verdwijnen, maar kunnen veel kijkers verliezen aan Facebook of Amazon, waarvan de content op de smartphone of tablet te zien is.

OTT is de sleutelterm, het staat voor ‘over-the-top’: videocontent die je bekijkt via het open internet buiten de gesloten kanalen van een kabelaar of telecomaanbieder om.

 
Amazon wint van Facebook
De verwachting is dat Amazon uiteindelijk als grote winnaar te voorschijn komt, schrijft Juniper Research in het rapport Digital Content Business Models: OTT & Operator Strategies 2017 -2022. Amazon Prime koppelt het streamen van live sport events aan winkelen op de site van Amazon. Om live sportwedstrijden te zien, moet je lid worden van Amazon Prime. Daar kan je films en series bekijken en krijg je voordeeltjes bij aankopen die je bij Amazon doet. Live sport events op Amazon Prime leveren zo klanten op voor het hele bedrijf. Amazon verdient dubbel, constateert ook magazine GeekWire: aan de nieuwe gebruikers die afkomen op de live sport streams en aan de verkoop van spullen aan diezelfde klanten.

Facebook zond vorig jaar enkele duizenden sportevents live uit. Dat kwam deels voort uit een samenwerking met Fox Sports, maar het sociale netwerk verkreeg bijvoorbeeld ook live rechten van de Mexicaanse voetbalcompetitie, die in de VS veel wordt bekeken. Naast live verslagen biedt Facebook series en entertainment. Een grote hit is de Facebook-serie Hala Madrid, opgenomen met een GoPro camera, waarin fans van Real Madrid een 360 graden view van de organisatie krijgen met niet eerder getoonde beelden van spelers.

 
Premier League is de hoofdprijs
De strijd tussen Amazon en Facebook draait in Europa om uitzendrechten voor voetbal. Niet kinderachtig doen, gewoon de populairste sport binnenhalen, is de gedachte. En daarbinnen dan graag de rijkste competitie, de Britse Premier League, die in 2015 de rechten voor drie seizoenen voor een recordbedrag van 7 miljard euro verkocht aan Sky Sports en BT Sport van telecombedrijf BT.

De Britse krant The Independent noemt het een kwestie van tijd dat Facebook de strijd aangaat met Sky en BT Sport. Dan Reed, hoofd sport partnerships bij Facebook, noemt de Premier League een belangrijke partner en zegt een toekomstig bod niet uit te sluiten. Als Facebook een deal sluit, kan het inkomsten krijgen uit abonnementsgelden en advertenties.
„Mensen houden van sport - het is groot en engaging, het motiveert mensen, dus ik denk dat het een geweldige kans is”.
Ook Amazon heeft zijn oog op de Premier League laten vallen. De techgigant kan in Groot-Brittannië nog flink groeien en live sport helpt daarbij. „Mensen houden van sport - het is groot en engaging, het motiveert mensen, dus ik denk dat het een geweldige kans is,” zegt een woordvoerder van Amazon tegen The Guardian. Amazon heeft een gunstiger verdienmodel dan Facebook, omdat kijkers makkelijk een uitstapje maken naar de verkooppagina’s. De verwachting is dat Amazon met retail sales veel extra inkomsten krijgt. De geldende contracten met Sky en BT Sport lopen in 2019 af. Het bieden voor de komende seizoenen van de Premier League gebeurt naar verwachting begin 2018. Het zou voor het eerst zijn dat de techbedrijven bij de rechten van een grote Europese competitie domineren.

 
Amazon bij de Bundesliga; Facebook doet Champions League
Amazon werkt ook samen met de Duitse Bundesliga. In 2016 kwam het tot een eerste contract. Dat ging toen nog om radiorechten voor online en mobiel, uitbreiding naar video kan een volgende stap zijn. De live wedstrijdverslagen zijn te horen via Amazon Prime Music. De totale uitzendrechten voor de Duitse Bundesliga voor vier jaar kwamen in 2016 uit op 4,6 miljard euro, verdeeld over Sky, Eurosport en ZDF. Die afspraken lopen tot 2020 en het is nog even afwachten hoe het dan verder gaat. De Nederlandse voetbalcompetitie lijkt voorlopig te klein om serieuze belangstelling te krijgen van de techgiganten, die eerst grote slagen willen slaan.

De Champions League is een uitdaging waar de techbedrijven veel in zien. In de Verenigde Staten konden liefhebbers de Champions League al live op Facebook volgen, zoals Bloomberg meldt. Het sociale netwerk had daarover afspraken gemaakt met Fox Sports. Sommige wedstrijden waren exclusief op Facebook te zien.

De trends laten opnieuw zien hoe groot de macht van bedrijven als Amazon en Facebook is. Daar is veel kritiek op. Maar het antwoord van de techgiganten is keer op keer dat de expansie doorgaat. Deze keer is de sportwereld aan de beurt. Voor de onderzoekers van Juniper bestaat er geen twijfel: tv-netwerken gaan sportrechten verliezen aan Amazon en Facebook.

Be Candid,
it’s contagious.

Candidness is the quality of speaking with
honesty and authenticity. Our Candid editorial
team shares stories that matter on media, data,
marketing, creativeness and technology.

Our Candid editorial team
creates stories that matter.