Candid. Platform
for growth.

Echte samenwerking onderzoek, creatie en media scoort beter

Leila-de-Zwart
Als je onderzoekers samen aan tafel zet met mediastrategen en creatieve rec...
Continue reading
  3244 Hits
  0 Comments
3244 Hits
0 Comments

Wat doen marketeers op de huishoudbeurs? Klanten ontmoeten natuurlijk

Wat doen marketeers op de huishoudbeurs? Klanten ontmoeten natuurlijk
Door John Faasse

Waarom gaat een mens naar de Huishoudbeurs? De argeloze forens die dezer dagen Station RAI aandoet moet zich een weg banen door een woud van boodschappentrolleys, voortgetrokken door dames op gemaksschoeisel, in lange broek, meest afgetopt met pittig korte kapsels.

 
Ze komen voor de gezelligheid, het gratis eten, de samples, de folders, de workshop ‘schrijven op papieren zakken’ (als je het ‘paper bag handletteren’ noemt zijn er nog verrassend veel liefhebbers), of de workshop ‘macramé je eigen plantenhanger’, wat sinds de jaren ’70 kennelijk weer helemaal terug is van weggeweest. De enkele verdwaalde man op de Huishoudbeurs moest mee omdat hij zijn vrouw geen boodschappentrolley voor haar verjaardag wilde geven of hoopt volgend jaar met zijn nieuwe huishoudbeursrelatie naar de aanpalende 9-maandenbeurs te kunnen gaan.

 
Niet voor de merkbekendheid
Maar waarom gaat een merk naar de Huishoudbeurs? Voor het opbouwen van merkbekendheid hoef je het niet echt te doen. Die 235.000 bezoekers zijn samen goed voor nog geen 2 procent kijkdichtheid (20 jaar en ouder). En dan moeten ze ook maar net langs je standje komen.

Toch vinden we een aantal bekende merken onder de exposanten op de huishoudbeurs. Van de 315 exposanten dit jaar zou ik er een stuk of 50 onder die noemer plaatsen. Retailers, zoals Albert Heijn, Blokker, Coop, Hans Anders en Kruidvat. Maar ook merken als AEG en Dyson, Fruitella, Heineken, Iglo, Koetjesreep, Lipton, Maaslander, Omo, Red Bull en WC Eend (bien étonnés de se trouver ensemble) en, niet te vergeten:  de Evangelische Omroep, Justlease, Kärcher, Karwei, de Nationale Postcode Loterij en…Mascotte.

Als ze er niet staan om bekender te worden, waarom dan wel? Bijvoorbeeld om nieuwe productvarianten te introduceren. Nieuwe verpakkingen, andere smaken. Dingen die je moet zien, ruiken, voelen, proeven of proberen. En dan zijn 235.000 mensen die speciaal daarvoor gekomen zijn (en niet overvallen worden tijdens hun boodschappenrondje om half zes in de supermarkt) ineens een heel interessante doelgroep. Voor minder bekende merken kan de Huishoudbeurs een opstapje zijn naar ‘trial’ en meer bekendheid. Dus hopelijk hebben Melis d’r Zoenen, Neppers Hairwear en De Twentse Hansworst in die zin profijt van hun beursdeelname dit jaar.

235.000 mensen die een leuke dag willen hebben en ervoor in zijn om iets nieuws te proberen staan waarschijnlijk meer open voor aanbiedingen. Voor abonnementenverkoop, leden- en sponsorwerving is de huishoudbeurs een goede keus. Er staan naast de eerdergenoemde EO en Postcode Loterij dan ook behoorlijk wat dagbladen- en tijdschriftverkopers.

 
Niet per se iets verkopen
Maar misschien hoeven al die merken niet per se iets te verkopen op de Huishoudbeurs zelf. Het is natuurlijk bij uitstek de plek voor een marketeer om de mensen die je wasverzachter kopen in het wild te kunnen ontmoeten. Wie zijn die mensen die je tegenkomt op de Huishoudbeurs? Onderzoekbureau Vostradamus deed een profielanalyse van de bezoekers van de Huishoudbeurs. 81 procent is vrouw, 61 procent is tussen de 20 en 49 jaar oud, 30 procent is 50 jaar of ouder. Daarmee zijn de bezoekers relatief jonger dan de hele Nederlandse bevolking. Ook de middeninkomens zijn oververtegenwoordigd onder de beursbezoekers, terwijl de laagste inkomens juist licht ondervertegenwoordigd zijn. Kennelijk is 17,50 euro voor een kaartje toch een drempel voor sommigen. De Huishoudbeursbezoekers kijken aanmerkelijk meer series dan gemiddeld, zowel op TV als op Netflix. Hetzelfde geldt voor showprogramma’s. Voor sport- en praatprogramma’s blijven ze niet thuis. Nieuwe merken kunnen de Huishoudbeurs gebruiken als springplank voor hun merkbekendheid. Voor de grote jongens is het een mogelijkheid om nieuwe producten te introduceren, om hun doelgroep te ontmoeten en direct te zien en te horen wat die vinden van een deodorant die ruikt naar leer en koekjes.

En wat die Mascotte vloeitjes daar nu te zoeken hebben? Misschien moet ik volgend jaar toch zelf eens naar de Huishoudbeurs.
Research director John Faasse van onderzoeksbureau Vostradamus is bijna 30 jaar werkzaam in onderzoek. Hij heeft een schat aan ervaring, een grote kennis van media en reclame en een onstuitbare honger naar wetenschappelijke onderbouwing voor zijn werk.
  34459 Hits
  2 Comments
34459 Hits
2 Comments

DNA-onderzoek Feyenoord ‘bizar en buitengewoon onethisch’

DNA-onderzoek Feyenoord ‘bizar en buitengewoon onethisch’

Hoewel het jaar nog maar net begonnen is, moest ik toch echt even de kalender checken: is het nú al 1 april?! De aanleiding: een nieuwsbericht waarin Feyenoord aankondigde DNA-onderzoek te gaan doen naar het bestaan van het ‘Feyenoord-gen’. Hoewel de club het onderzoek met een serieus persbericht aankondigde, lijkt het toch overduidelijk een marketingstunt. Hoe ethisch is deze ‘wetenschapsmarketing’ van Feyenoord?

 
Feyenoord-fans staan in de rij
Je zou denken dat de terugkeer van clubicoon Robin van Persie naar Rotterdam diezelfde week meer dan genoeg PR genereerde. Maar het DNA-onderzoek van de club was in alle media volop terug te vinden. Samen met sponsor Opel gaat Feyenoord op zoek naar het Feyenoord-gen. Het gen dat moet verklaren waar de diepe clubliefde van het Legioen zijn oorsprong vindt. De club roept supporters op om zich aan te melden voor het onderzoek. Na het invullen van een online vragenlijst worden 168 vrijwilligers geselecteerd bij wie wangslijmvlies wordt afgenomen dat zal worden onderzocht door een genetisch onderzoeksbureau. Feyenoord-fans staan in de rij. Binnen 24 uur hadden al meer dan 3000 supporters de vragenlijst ingevuld. 76 procent van hen geeft aan mee te willen doen aan het genetisch onderzoek in februari.

 
Helga in de Hekken
Tijd om de proef op de som te nemen. Als Dordtenaar is de liefde voor Feyenoord me met de paplepel ingegoten. Wangslijm afstaan gaat me wat ver, maar de online test vul ik met liefde in om te horen wat mijn ‘Feyenoord-profiel’ is. De conclusie: ik ben een Helga in de Hekken. ‘Want mijn hart klopt altijd. Voor de club. In goede en in slechte tijden. Yes!’. Hartstikke leuk, maar niets nieuws onder de zon. En ik vraag me soms inderdaad af hoe het mogelijk is dat er mensen zijn die géén warme gevoelens koesteren voor deze mooie club. Je zou bijna gaan geloven in dat gen. Toch geeft het onderzoek mij een beetje een unheimisch gevoel. Ik ben benieuwd hoe anderen hierover denken en check de mening van een aantal experts.

 
Bizar en buitengewoon onethisch
Wetenschappers laten weinig heel van het onderzoek. Hoogleraar humane genetica Ciska Wijmenga liet op NPO Radio1 weten niet erg onder de indruk te zijn. Volgens haar is het wel mogelijk om verbanden te onderzoeken tussen gedrag en DNA, maar is de onderzoekspopulatie van 168 personen veel te klein om serieuze conclusies te kunnen trekken. John Faasse, research director bij onderzoeksbureau Vostradamus, is nóg minder te spreken over het onderzoek. ,,Dit is tamelijk choquerend,’’ zegt hij. ,,Afgezien van de idiote veronderstelling dat er zoiets zou kunnen bestaan als een Feyenoord-gen, is het bizar en buitengewoon onethisch om medisch onderzoek in te willen zetten voor marketingdoeleinden. Dan zit er zowel bij de opdrachtgever als bij de onderzoekers toch echt een steekje los. Zelfs al is de privacy gewaarborgd, wat mij ook dubieus lijkt aangezien onderzoeksbureau Omnigen de deelnemers kan benaderen als zij menen dat aanvullend genetisch of medisch onderzoek noodzakelijk is, gaat dit naar mijn mening alle perken te buiten.’’
,,Dit is tamelijk choquerend. Afgezien van de idiote veronderstelling dat er zoiets zou kunnen bestaan als een Feyenoord-gen, is het bizar en buitengewoon onethisch om medisch onderzoek in te willen zetten voor marketingdoeleinden,’’ zegt John Faasse.
Genetisch onderzoek misbruiken
Voor de club en sponsor Opel lijkt het onderzoek dan ook vooral een ludieke manier om de publiciteit te halen. Maar is een controversiële actie als deze dan wel de juiste manier? ,,Zo’n vragenlijst met een indeling in meer en minder fanatieke supporters is nog tot daar aan toe, zegt Faasse. ,,Daar zou Feyenoord wel gebruik van kunnen maken, bijvoorbeeld om te proberen om nieuwe groepen naar het stadion te krijgen en nieuwe bronnen van inkomsten aan te boren. Opel kan daarentegen weinig met die vragenlijst. Zij hopen waarschijnlijk vooral op publiciteit als ze straks een onderzoek naar ‘het Feyenoord-gen’ wereldkundig maken. Dat zou nog wel eens controversieel kunnen zijn en als een boomerang op Opel terug kunnen slaan. Want zoals ik al zei: ten eerste is het volslagen flauwekul, ten tweede is het zeer dubieus om hiervoor genetisch onderzoek te misbruiken en ten derde loop je het risico dat mensen bericht krijgen dat ze mogelijk genetische afwijkingen hebben en in de ellende worden gestort voor deze ongelofelijke onzin.’’

 
Even relativeren
Tsja.. Hoe sympathiek ik de club Feyenoord ook vind, ik kan niet ontkennen dat Faasse en Wijmenga een punt hebben. Het gaat best wel een beetje heel erg ver. Gelukkig hebben we De Speld nog om de boel even heerlijk te relativeren.
  2396 Hits
  2 Comments
2396 Hits
2 Comments

Mag ik even uw aandacht?

Mag ik even uw aandacht?
Door John Faasse

Research director John Faasse van onderzoeksbureau Vostradamus is bijna 30 jaar werkzaam in het onderzoek. Hij heeft een schat aan ervaring, een grote kennis van media en reclame en een onstuitbare honger naar wetenschappelijke onderbouwing voor zijn werk. Dit is deel 2 in zijn blogserie over aandacht.

 
Wat verstaan we onder aandacht?  Als ik om uw aandacht vraag, wat krijg ik dan? Uw tijd? Uw belangstelling? Uw hersencapaciteit? Uw oogfixaties?  En als ik uw onverdeelde aandacht wil? Krijg ik dan al uw tijd? Uw gehele hersencapaciteit? De Persgroep ziet toekomst voor ‘oprechte aandacht’, wat dat dan ook moge zijn [1]. Aandacht zonder bijbedoelingen? Een bank of verzekeraar die oprecht is geïnteresseerd in mijn welbevinden en niet in mijn geld? Waar praten we over als we het hebben over aandacht?

Zowel de Nederlandse wiki over ‘aandacht’ en de Engelse over ‘attention’ zijn al een stuk langer dan de ideale lengte voor deze blog. Na 500 tot 700 woorden (2-3 minuten leestijd) is uw aandacht wel zo’n beetje uitgeput. Of bekruipt u het onrustige gevoel dat er nog wel meer is dat vandaag om uw aandacht vraagt. Uw e-mail inbox, uw Whatsapp meldingen, uw LinkedIn profiel of uw Facebook pagina. De vergadering die over een uur begint, of de kinderen die elkaar de hersens inslaan.

Wat is aandacht? In 1890 schreef William James, één van de grondleggers van de psychologie:  ‘Everyone knows what attention is’. In de praktijk blijkt dat toch lastiger dan gedacht. James licht wel toe wat volgens hem iedereen al over aandacht weet: ‘It is the taking posession by the mind in clear and vivid form, of one out of what seem several simultaneously possible objects or trains of thought. Focalization, concentration of consciousness are of its essence. It implies withdrawal of some things in order to deal effectively with others, (...)'[2]

De Nederlandse experimenteel psycholoog Stefan van der Stigchel geeft in ‘Zo werkt aandacht’ geen concrete definitie [3]. Volgens hem gaat het erom dat ‘visuele informatie’ op ons netvlies terecht komt en vervolgens ‘dieper wordt verwerkt’ zodat de ‘relevante informatie is overgebracht naar de gebruiker’.

Zijn boekje laat vooral zien dat dat regelmatig fout gaat, zoals in reclame waarin het merk geen aandacht krijgt.

Van Dale definieert aandacht als: het opzettelijk aan of over iets denken, het vertoeven met de gedachte bij iets; zijn aandacht concentreren zijn interesse op één punt richten; met aandacht een gesprek volgen aandachtig, zeer oplettend; iets onder de aandacht brengen iemand opmerkzaam maken, attenderen op iets; hij is onze aandacht waard verdient onze belangstelling.

Naast psychologen en woordenboekmakers hebben ook filosofen, neurowetenschappers en economen ‘aandacht’ tot hun onderzoeksgebied gemaakt.

Descartes vond dat je zonder aandacht geen heldere ideeën kon formuleren. John Locke definieerde aandacht als manier van denken: ‘when the ideas that offer themselves (for, as I have observed in another place, whilst we are awake, there will always be a train of ideas succeeding one another in our minds) are taken notice of, and, as it were, registered in the memory, it is attention’.

In 1958 verscheen de invloedrijke publicatie ‘Perception and Communication’ van de Engelse experimenteel psycholoog Donald Broadbent waarin ‘aandacht’ wordt gezien als selectiemechanisme of filter voor de grote hoeveelheid informatie die onze zintuigen bereikt.  Kritiek op zijn theorie is dat deze niet het ‘cocktailparty-effect’ kan verklaren. Als je in gesprek bent op een luidruchtig feestje en iemand verderop in de kamer noemt jouw naam dan reageer je daar onwillekeurig op, ook al was je aandacht er niet op gericht. Overigens zijn de wetenschappers het er vandaag de dag nog steeds niet over eens hoe, waar en op welk moment die selectie van informatie precies plaats vindt waarmee bepaald wordt wat onze aandacht krijgt  [4].

Voor neurowetenschappers is aandacht datgene wat in ons werkgeheugen terecht komt na een competitief selectieproces [5]. John Locke had in 1689 geen MRI scanner nodig om tot dezelfde conclusie te komen.  De economen Davenport en Beck gebruiken in ‘The Attention Economy’ de volgende definitie: Attention is focused mental engagement on a particular item of information. Items come into our awareness, we attend to a particular item, and then we decide whether to act.  Over de relatie tussen aandacht en bewustzijn is trouwens ook nog niet het laatste wetenschappelijke woord gezegd.

Hoe meer ik erover lees, des te minder stellig durf ik te beweren wat ‘aandacht’ nu precies is. Selectie, focus, concentratie en bewustzijn komen in de definities het meest terug.  Laten we het daar voor dit moment maar even op houden. Volgende keer meer over het meten van aandacht.

 
[1] De Persgroep Nederland (2015) Aandacht voor Aandacht. Amsterdam.

[2] Principles of Psychology, James, W. (1890), H. Holt and Company, New York

[3] Zo werkt aandacht, Stigchel, S. van der (2016) Maven Publishing, Amsterdam

[4] ''Attention'', Mole, C. The Stanford Encyclopedia of Philosophy (Fall 2013 Edition), Edward N. Zalta (ed)/.
[5] Fundamental Components of Attention, Knudsen, E.I. in: Annual Review of Neuroscience, Vol 30, Jul 2007

 


 
 
 
 
 
 
 
Lees ook "Aandacht maakt alles mooier" van John Faasse
https://www.frank.news/2017/07/27/aandacht-maakt-alles-mooier/

 
  12114 Hits
  1 Comment
12114 Hits
1 Comment

Eerst onderzoeken, dan pas uitgeven

Eerst onderzoeken, dan pas uitgeven
Door Linda Haring

Adverteerders geven veel geld uit aan media, maar relatief weinig aan marktonderzoek. Waarom doen ze dat? En: is dat verstandig? Linda Haring van marktonderzoeksbureau Vostradamus legt de meerwaarde van onderzoek uit.

 
In de jaren 2014 en 2015 is er jaarlijks bruto circa 6,8 miljard aan reclamegeld in Nederland gespendeerd. Aan marktonderzoek werd in diezelfde jaren respectievelijk netto 379 miljoen en 405 miljoen uitgegeven. Uitgedrukt in percentage mediabestedingen, gaat rond de 6 procent uit naar onderzoek. De netto bestedingen aan marktonderzoek over 2016 zijn nog niet bekend, maar de verwachting is dat er sprake is van 5 à 6 procent groei.

Menig adverteerder geeft makkelijk (veel) geld aan media uit. Vaak met een paar redenen als ‘een uitgave in media verdient zich direct terug’, ‘buikgevoel is een goede raadgever met betrekking tot media-inzet’ en ‘we doen het al jaren zo’. Budget uitgeven aan onderzoek is een ander verhaal. Dan rijzen al gauw de vragen: ‘Waarom onderzoek?’, ‘ik zie het nut er niet van in’ en ‘keuzes zijn al gemaakt en hoeven niet onderbouwd te worden’. Vaak is men bang dat de uitkomsten de eigen positie ondermijnen of het heeft met politiek spel binnen een organisatie te maken.

 
Wat levert reclame je op?
Stel jezelf nou eens eerlijk de vraag: zijn die miljarden euro’s aan media wel zo effectief besteed als je denkt? Neem online adverteren. De Amerikaanse Adverteerders Associatie kwam na een uitgebreid onderzoek (ANA Papers) tot de conclusie dat minder dan de helft van alle online advertenties de consument bereikt. Het gaat om internetadvertenties die niet zichtbaar zijn voor consumenten als ze niet scrollen of de beruchte advertenties die wel aan robots (bots) getoond worden, maar niet aan de consument. En als adverteerder betaal je daar gewoon voor.

Doet me denken aan de befaamde quote van de Amerikaanse John Wanamaker, die al in de 19e eeuw wist, dat ‘de helft van zijn reclamegeld weggegooid geld was, alleen was onduidelijk welke helft’. En daarom is onderzoek doen zo belangrijk. Om te weten of je het goed hebt gedaan, wát je goed hebt gedaan en wat niet, welk medium geschikt is voor wat je te zeggen hebt, en om te weten of  je moet sturen. Daarom verricht je een reclame-effectiviteitsonderzoek, simpel als dat.

 
Rendement verhogen
Andere belangrijke onderzoeken? Onderzoek naar doelgroepsegementatie (wie is of zijn mijn (potentiële) doelgroep(en)?), merkimago (welk beeld heeft men van het merk?), concurrentieonderzoek (wat is mijn marktpositie versus de concurrentie?), pretesten (wat vindt men van uw reclame en komt de boodschap over?), Folder Rendement (ontvangt de consument mijn folder ook daadwerkelijk?) Allemaal vormen van onderzoek die het rendement van de reclame-inspanningen van een merk kunnen verhogen. Met minimaal 5% tot 10%, oplopend tot zelfs 50%, blijkt uit eerdere resultaten.

 
Resultaat is niet altijd tastbaar
Adverteerders geven liever en makkelijker € 200.000 extra uit aan reclame dan € 10.000 aan onderzoek. En waarom is er dan zo’n grote discrepantie tussen bestedingen aan media en onderzoek? Omdat geld voor onderzoek relatief gezien ‘duurder’ lijkt dan geld voor media. Mediabestedingen worden direct teruggezien in een tastbare vorm, zoals een advertentie (print of online), out-of-home- of een bioscoopreclame of een tv- of radiocommercial. Daarentegen is het resultaat van onderzoek een onderzoeksrapportage en/of een presentatie. De resultaten hiervan dienen een hoger doel; de adverteerder moet hierna zelf nog in actie komen. Maar onderschat de waarde van de onderzoeksrapportage en de aanbevelingen niet! Want met die investering van € 10.000,- aan gedegen onderzoek kun je jouw reclamebudget veel harder, kostenefficiënter en effectiever laten werken.
  3123 Hits
  0 Comments
3123 Hits
0 Comments

Aandacht maakt alles mooier

Aandacht maakt alles mooier
Door John Faasse

Research director John Faasse van onderzoeksbureau Vostradamus is bijna 30 jaar werkzaam in onderzoek. Hij heeft een schat aan ervaring, een grote kennis van media en reclame en een onstuitbare honger naar wetenschappelijke onderbouwing voor zijn werk.

 
Aandacht maakt alles mooier. Zo wil een bekend meubelwarenhuis uit Zweden ons doen geloven. Maar geldt dat ook voor reclame?

De meeste reclame die ik aandachtig bekijk of beluister wordt er niet beter op van extra aandacht. Is aandachtig bekeken of beluisterde reclame dan misschien effectiever dan reclame die het ene oor in en het andere oor uitgaat? Ook dat is maar de vraag. In 2001 betoogde Robert Heath al in ‘The Hidden Power of Advertising’ dat een belangrijk deel van reclamewerking kan worden verklaard door ‘low involvement processing’, ofwel onbewuste verwerking van reclame. Er is inmiddels een aardige stroom aan neuro-onderzoeken en aan experimenten uit de hoek van de ‘behavioral economics’ die zijn gelijk lijkt te onderstrepen.

 
Adverteren met aandachtDe Persgroep, uitgever van onder meer AD, de Volkskrant, Trouw en regionale kranten als de Gelderlander, het Brabants Dagblad, Tubantia en de Provinciale Zeeuwse Courant, adverteert inmiddels al een paar jaar met ‘aandacht’. Ik erger me al vanaf het begin aan die campagne. De suggestie is dat de lezers van de Persgroep kranten en websites het nieuws buitengewoon aandachtig tot zich nemen en dat dat die aandacht dus ook de advertenties in hun kranten en op hun websites ten deel zal vallen.

Om deze stelling te onderbouwen heeft de Persgroep samen met Newcom Research & Consultancy een ‘Kenniscentrum voor Aandacht’ in het leven geroepen. Dat heeft tot nu toe drie rapportjes opgeleverd waarin het verrassend weinig gaat over de relatie tussen aandacht en adverteren. In het eerste deel: ‘Aandacht voor aandacht’[1] wordt een pseudo regressievergelijking gepresenteerd als definitie van ‘Aandacht’:

 
Aandacht = b1 Tijd + b2 Belang + b3 Moeite + b4 Plezier + b5 Intentie

 
In de uitwerking wordt ‘aandacht’ merkwaardig genoeg echter min of meer gelijkgesteld aan tijdsbesteding. Hoeveel tijd je ergens aan besteedt (je partner, kinderen, sport, actueel nieuws volgen) blijkt hetzelfde te zijn als ‘aandacht’. Dat wordt dan kennelijk ook beïnvloed door hoe belangrijk je de activiteit vindt, hoeveel moeite het je kost er tijd voor vrij te maken en het plezier dat je eraan beleeft. De laatste factor ‘intentie’ is ‘de voorgenomen of gewenste hoeveelheid aandacht die we aan een activiteit willen besteden’. Lees: de hoeveelheid tijd.

 
Van tijdsbesteding naar belangstelling
De auteurs hadden weleens wat meer aandacht mogen besteden aan hun uitwerking van het begrip ‘aandacht’. Nu komen ze niet verder dan een tautologie (tijd = tijd). Door er een paar Bèta’s tegenaan te gooien proberen ze daarbij de schijn van wetenschappelijkheid op te houden. Misschien is tijdsbesteding wel een goede operationalisatie van ‘aandacht’, maar dan kun je ‘tijd’ niet tegelijk als verklarende variabele opnemen.

Later in het boekje verschuift het accent in de definitie van ‘aandacht’ overigens van tijdsbesteding naar belangstelling. Aandacht wordt dan ineens ‘oprechte aandacht’. In stellingen als: ‘Ik verwacht dat oprechte aandacht een steeds grotere rol gaat spelen in mijn leven de komende jaren.’ Het lijkt me typisch zo’n stelling waarvan de oprechte respondent geen flauw idee heeft wat hij of zij er mee aan moet, maar uit medelijden met de vragensteller en voor de bonuspunten dan toch maar ‘enigszins mee eens’ aanklikt.

 
‘Aandacht’ is wel degelijk een relevant onderwerp voor zowel adverteerders, media-exploitanten als mediaplanners. In de (wetenschappelijke) literatuur is al langer aandacht voor de relatie tussen de toenemende informatie-overload en aandacht [2]. Er komt dagelijks zoveel informatie op ons af dat het fysiek onmogelijk is om overal aandacht aan te schenken. Mede door de beschikbare mobiele technologie raakt onze aandacht ook nog eens steeds meer versnipperd. In de economie draait het steeds meer om de schaarse, en dus kostbare aandacht van de consument [3]. De Persgroep zit denk ik wel degelijk op het goede spoor.

 
Aandacht definiëren
Maar om verder te komen moeten we wel beginnen met het stellen van de goede vragen.
  • Wat verstaan we onder aandacht?
  • Hoe ontwikkelt zich de aandacht van de consument voor media en reclame?
  • Is er een relatie tussen de aandacht voor het medium en de reclame in dat medium?
  • Is aandacht een voorwaarde voor effectieve reclame?
  • Wat betekent dat voor mediaplanning?
 
In de komende weken zal John Faasse proberen om op basis van beschikbare literatuur en onderzoeken verder te komen met het vinden van de antwoorden op bovengenoemde vragen.  
 
[1] Aandacht voor Aandacht, 2015, De Persgroep Nederland, Amsterdam.

[2] The Attention Economy, 2001, Davenport, T.H. & J.C. Beck, Accenture, Harvard Business School Press, Boston

[3] The Attention Merchants, 2016, Wu, T., Alfred A. Knopf (Penguin Random House LLC), New York

  4867 Hits
  0 Comments
4867 Hits
0 Comments

Candid Group neemt The Edge Initiative over

Candid Group neemt The Edge Initiative over

AMSTERDAM – The Edge Initiative, gespecialiseerd in programmatic, automated trading, big data en data science, heeft aansluiting gevonden bij de Candid Group, de grootste onafhankelijke mediagroep van Nederland.

 
The Edge Initiative verzorgt diensten voor zowel demand en supply partijen op het gebied van programmatic, automated trading en RTB. ,,Het was voor ons van belang aansluiting te vinden bij een onafhankelijke mediapartij die dezelfde ideeën heeft op het gebied van programmatic buying en data science”, zegt Erik Geurts, oprichter van The Edge Initiative.

De Candid Group - gevestigd in Amsterdam -, omvat de full-service mediabureau labels Stroom, Head to Head, BBK Media, Het Mediakantoor, onderzoeksbureau Vostradamus, online marketing en development bureau Lavinci en het marketing nieuwsplatform frank.news. Volgens het bedrijf biedt de toevoeging van het nieuwe label veel voordelen.

Gérard Ghazarian, CEO van de Candid Group: ,,De overname, ik noem het liever samenwerking, past in onze strategie om onafhankelijke mediapartijen met elkaar te verbinden en schaalvoordelen te bieden die vergelijkbaar zijn met de grote internationale mediabureaus. Waar wij voorheen toegang tot de exchanges met meerdere partijen moesten regelen, is daar nu één overall oplossing voor gekomen. De klanten van bij ons aangesloten mediabureaus profiteren van deze overname door kostenbesparingen en technische knowhow op het gebied van programmatic en automated trading. Daarnaast hebben we vooral gekeken naar de synergie met Vostradamus, dat gespecialiseerd is in Data Science en Social Media.”

De samenwerking biedt kansen voor partijen buiten de groep, die willen profiteren van schaalvoordelen, die tot nu toe slechts toegankelijk waren voor grote bureaunetwerken en/of exploitanten. ,,Adverteerders en bureaus kunnen via The Edge Initiative een betere dienstverlening leveren tegen lagere kosten”, aldus Ghazarian.

The Edge Initiative faciliteert partijen bij hun aansluiting op het ecosysteem van AppNexus, en verleent diverse ondersteunende diensten en producten. Daarbij staat transparantie en ‘price accountability’ voorop. Het feit dat zowel de vraag- (DSP), als de aanbodzijde (SSP) zijn geïntegreerd in AppNexus, biedt grote voordelen ten opzichte van andere partijen. ,,Het is niet voor niets dat partijen die data veilig maar commercieel willen benutten een onafhankelijke partij als AppNexus kiezen in plaats van bijvoorbeeld Google. Voor ons is deze samenwerking vooral een keuze voor het optimaliseren van het dienstenpalet dat we onze klanten kunnen bieden”, aldus Ghazarian.

Erik Geurts blijft ook na de overname actief betrokken bij The Edge Initiative. ,,Het bedrijf dat ik zes jaar geleden heb opgericht, heeft zich ontwikkeld tot een speler die er toe doet, aan zowel de vraag- als de aanbodzijde. Ik ben er trots op dat het als onderdeel van Candid Group kan doorgroeien en floreren”, zegt hij, ,,Inkomsten-optimalisatie bij media-exploitanten is een ongoing story. Ook voor adverteerders en bureaus is RTB en programmatic een voortdurend veranderende omgeving. Door toe te treden tot de Candid Group, kunnen we nog meer betekenen voor onze huidige en toekomstige klanten.”

 
Voor vragen over dit persbericht kunt u contact opnemen met de Candid Group.
Contactpersoon: Sarah van der Ree, Tel: 020-3033891.
 
  4411 Hits
  1 Comment
4411 Hits
1 Comment

Franks Weekly: Rutte marketeer van de week, Snapchat de loser

Franks Weekly: Rutte marketeer van de week, Snapchat de loser

In Franks Weekly bespreken we de afgelopen marketing- en mediaweek in zeven features. Waar gaan maandag de gesprekken over bij de koffieautomaat, welke quotes inspireren en waarom maakt een tv-commercial indruk?

1. Het nieuws: De verkiezingen en de peilingen
Het verkiezingscircus is ten einde, de formatie kan beginnen. En de vraag blijft: hebben we nou iets aan die peilingen? Volgens de laatste eigen frank-peiling van Vostradamus zou de PVV verreweg de grootste partij worden en de VVD de nummer 2.
PvdA zou het beter doen dan in werkelijkheid. Maar nu de rook is opgetrokken is het de VVD die met 33 zetels verreweg de grootste is gebleken. Overigens zaten alle peilers er naast. Maurice de Hond – wiens voorspellingen nog altijd door elk medium wordt overgenomen – zat er zes zetels naast, net als Kantar TNS. EenVandaag zelfs negen zetels en Ipsos voorspelde nog het beste met 29. Wat kunnen we daar nou voor een conclusie uit trekken? Misschien toch dat zeggen wat je stemt anders is dan wat je daadwerkelijk gaat dóen.

 
2. Het filmpje: Doe nooit thuis je woordvoering
Iedereen heeft het gezien: Het filmpje waarin een deskundige wordt geïnterviewd over een kwestie met Zuid-Korea. Waar het over ging is totaal niet belangrijk. Want tijdens het gesprek komt een klein meisje vrolijk het beeld in gewandeld, gevolgd door haar nog kleinere broertje. De vrouw van de deskundige weet het uiteindelijk op te lossen, maar the damage is done. Daarvan leren we: doe nooit thuis een tv-interview, of doe de deur op slot.

 
https://www.youtube.com/watch?v=Mh4f9AYRCZY

 
3. De ‘persoon’:Mark Rutte
Hij zorgde met zijn positieve campagne voor winst van zijn partij bij de verkiezingen en zette Nederland ook in het buitenland weer op de kaart. ‘Europa’ haalde opgelucht adem dat in Nederland het populisme niet zegevierde en dat kwam groot in de verschillende media. Met steeds dat lachende hoofd van Rutte op foto’s. Onze premier is de marketeer van de week.

 
4. De quote:Adverteren op Snapchat werkt niet voor mij
Adage deed onderzoek onder 1.600 marketeers naar hun ervaringen met adverteren op Snapchat. Daaruit kwam naar voren dat het toch een beetje een hype lijkt op het bij jongeren populaire sociale medium. ,,Snapchat werkt niet voor mij. Ik krijg weinig return on investment,” was een van de bevindingen. Marketeers zijn meer geïnteresseerd in Instagram. Dat lijkt geen goed nieuws voor Snapchat, dat onlangs een beursgang maakte. Want Facebook-dochters Instagram en WhatsApp hebben nu ook functies als die van Snapchat en adverteerders zouden daar dus de voorkeur aan kunnen geven.

5. De Commercial: Pass the HeinzIn de briljante serie Mad Men over de reclamewereld in de jaren zestig pitcht het team van Don Draper voor Heinz ketchup. En weet niet te overtuigen met het creatieve idee. 'Nee' wordt nu 'ja' in werkelijkheid. Want Heinz heeft vijftig jaar na dato de campagne alsnog ‘goedgekeurd’.  Briljant. Pass the Heinz!

 
https://www.youtube.com/watch?v=iDzZg3OE3B8

 
 
6. Inspirerend: SXSWSouth by Southwest (SXSW) beleeft deze week een wereldwijde invasie. Het jaarlijkse festival in Austin, Texas is een grote inspiratiebron voor de creatieve en digitale industrie. Met sessies, keynotes en een hoop entertainment. Er is ook een grote delegatie Nederlanders en die hebben, vergelijkbaar met het Holland Heineken House op de Olympische Spelen, het New Dutch Wave Huis. Daar zijn vier dagen lang workshops, presentaties en paneldiscussies. SXSW zou op termijn wel eens het reclamefestival in Cannes kunnen vervangen als the place to be.

 
7. Het cijfer: 125.000
Oprichter René Frijters liet deze week weten bij Knab te vertrekken. In 2012 zette hij de bank nieuwe stijl op. Een bank zonder kantoren, met minimale overhead en gericht op behoeften en gemak in de markt die de grootbanken niet bieden. Met Aegon als investeerder. Verfrissend, zeker in een tijd dat traditionele banken door de crisis onder vuur kwamen te liggen. Na vijf jaar heeft Knab nu 125.000 klanten. Om break-even te draaien zijn er 200.000 nodig. De vraag is: is 125.000 nou veel? Consumenten wisselen toch minder snel van bank dan gedacht. Frijters gaat weg vanwege het bekende ‘verschil van inzicht’ in het te voeren beleid. Dat lijkt niet zo’n goed nieuws voor Knab. Frijters wist eerder succesvol beleggersmerk Alex op te zetten en is in feite het gezicht van Knab.

 
 
  1001 Hits
  0 Comments
1001 Hits
0 Comments

Peilingen 2017: PVV nog altijd de grootste volgens social media

Peilingen 2017: PVV nog altijd de grootste volgens social media

Volgens onze maandelijkse voorspellingen op basis van social media haalt PVV nog steeds het meeste aantal zetels. Rutte en Pechtold doen het ook niet verkeerd. En Asscher blijft de grote verliezer.

 
De spanning stijgt: woensdag 15 maart is het zover. De Tweede Kamerverkiezingen. Er lijken meer zwevende kiezers te zijn dan ooit. Nu de peilingen onder vuur liggen, heeft iedereen behoefte aan een duidelijke stand van zaken. Daarom schakelt frank.news maandelijks in samenwerking met onderzoeksbureau Vostradamus de sentimentmeting op social media in. Deze resultaten vergelijken we met de peilingen volgens de peilingwijzer. En deze keer leggen we dit ook naast de voorspellingen van de lijsttrekkers zelf. Tipje van de sluier: velen voorspellen dat zij ‘de grootste worden, naast de VVD’.

 
PVV nog altijd grootste 
Bij de laatste meting viel al op dat de PVV volgens social media de meeste zetels gaat halen. Als we kijken naar de huidige zetelverdeling op basis van social media dan is dat met 35 zetels nog steeds het geval. En dit terwijl de partij in de peilingen inmiddels slechts 21 zetels scoort en na VVD een tweede plek inneemt.

 
VVD volgt 
In de laatste peilingen staat VVD op een eerste plek met 25 zetels. Als we uitgaan van de zetelverdeling op basis van social media komt de op dit moment nog regerende partij op 24 zetels uit. Eén zetel verschil, maar wel met de kanttekening dat PVV dus groter is als we uitgaan van de zetelverdeling volgens social media. Ook opvallend: volgens premier Rutte zou zijn partij op 41 zetels uitkomen. Hij ziet namelijk dat de kiezers ‘thuis aan het komen zijn’. Dit zou hij op straat merken. Verder voorspelt Rutte dat de PVV slechts 15 zetels haalt. Een concrete voorspelling van Wilders, naast dat hij denkt de grootste te worden, is verder nergens te vinden.

 
Verschil D66 en CDA
Volgens de laatste peilingen zijn D66 en CDA met 19 zetels de grootste partijen na VVD en PVV. Als we naar de zetelverdeling op basis van social media kijken, valt op dat D66 inderdaad als derde grote partij volgt met 18 zetels. Het grote verschil ligt bij CDA, die als vierde volgt, met slechts 14 zetels. Alexander Pechtold voorspelt zelfs dat zijn partij net zo groot wordt als de VVD en dat beide op 24 zetels uitkomen. De partijleider van D66 voorspelt dat Wilders met zijn partij verder wegzakt en uiteindelijk op 18 zetels uitkomt. Voor de CDA denkt hij aan 19 zetels.

 
CDA voorspelt   
Lijsttrekker Sybrand Buma voorspelt op zijn beurt dat zijn partij de grootste wordt, met minimaal 28 zetels. Deze voorspelling staat dus tegenover 14 zetels voor het CDA volgens social media, en 19 volgens de peilingen. Buma voorspelt ook dat VVD op 24 zetels uitkomt, en PVV op 20. PvdA wordt met slechts 13 zetels de grote verliezer, denkt de partijleider.

 
PvdA verliest 
De Partij van de Arbeid telde in de vorige meting volgens social media nog 19 zetels, nu is het aantal weggezakt naar 14. Ook als we naar de stand van zaken volgens de reguliere peilingen kijken, blijft de partij steken op 12 zetels. Hoewel de partij er volgens de peilingen en social media metingen al maanden slecht voorstaat, gelooft lijsttrekker Lodewijk Asscher nog steeds in winst voor zijn partij. Hij verwacht dat zijn partij de grootste wordt en 26 zetels haalt, op de voet gevolgd door de VVD. De reden waarom de partij het zo slecht doet in de peilingen, is volgens Asscher omdat veel mensen nog steeds boos zijn dat de PvdA vijf jaar geleden met de VVD is gaan regeren.

 
GroenLinks gelijk met SP 
De vorige meting n.a.v. social media stond GroenLinks nog op een gedeelde vierde plek. Inmiddels is de partij van Jesse Klaver weggezakt naar 13 zetels en volgt als zesde partij. Volgens de peilingen staat de partij met 16 zetels gelijk met de SP. Tijdens het debat in Twente eind februari waar Mark Rutte wel een prognose deed voor het aantal voorspelde zetels, weigerde Jesse Klaver hetzelfde te doen. Klaver gaf als reden dat hij ‘een tikje bijgelovig’ is.

 
SP daalt en stijgt 
Volgens de peilingwijzer stijgt de partij van Emile Roemer naar 16 zetels. Als we naar de zetelverdeling volgens social media kijken, wordt een heel ander beeld geschetst. Hier zien we dat de partij slechts 9 zetels scoort. Roemer voorspelt dat zijn partij gelijk zal eindigen met VVD en 21 zetels haalt.

 
Forum voor Democratie 7 zetels 
Als we kijken naar de kleinere partijen valt op dat FvD eruit springt volgens de zetelverdeling op basis van social media met 7 zetels. Terwijl de partij van Thierry Baudet volgens de laatste peilingwijzer nog 1 zetel haalt. Baudet voorspelt zelf dat zijn partij uiteindelijk op 8 zetels zal uitkomen. Het grote verschil is volgens de lijsttrekker uit te leggen door de grote bubbel waar de traditionele media en peilers in zitten.

 
Kleine partijen 
Verder valt onder de kleinere partijen ook op dat de Piratenpartij volgens social media op 5 zetels uitkomt tegenover 0 in de peilingen. De 50+-partij slechts 1 zetel verovert, terwijl de peilingwijzer er 5 voorspelt. Ook de Partij voor de Dieren en de SGP komen lager uit als we kijken naar zetelverdeling op basis van social media, dan de peilingen. Denk kon net als de vorige keer niet meegenomen worden in de zetelverdeling op basis van social media. Dit omdat elke tweet en Facebook-bericht waarin iemand iets ‘denkt’ wordt meegerekend in het meten van de populariteit van de partij.

 
De manier van berekenen 
Om de populariteit van de verschillende politieke partijen op social media te gebruiken en om te rekenen voor een zetelvoorspelling is Vostradamus als volgt te werk gegaan. Het totaal aantal mentions per partij (op basis van de gekozen zoekterm(en)) op social media worden gedeeld door het totaal aantal mentions van alle partijen bij elkaar. De percentages die hieruit komen, zijn vermenigvuldigd met het aantal te verdelen zetels in de Tweede Kamer (150 zetels).

 
Bron online sentimentmeting: Coosto door Vostradamus
Gemeten periode: 1 t/m 12 maart 2017
Bron aantal zetels: Peilingwijzer.nl; combineert de peilingen van I&O Research, Ipsos, Peil.nl, De Stemming/ EenVandaag en TNS NIPO tot één schatting van de politieke krachtsverhoudingen voor de Tweede Kamer.
 

  36253 Hits
  0 Comments
36253 Hits
0 Comments

Zuchten van WhatsApp

Zuchten van WhatsApp

Onlangs lanceerde WhatsApp een nieuwe functie: Status. Een stories-achtige toepassing, precies zoals Snapchat en Instagram die al langer hebben. Met Status kun je foto’s en video’s delen met al je WhatsApp-contacten. Of met een select clubje. Of met slechts één contact. Deze kiekjes en filmpjes verdwijnen vervolgens na 24 uur vanzelf weer. Juist, precies zoals bij Snapchat en Instagram.

 
Ik kan het niet helpen, maar ik moet hier zó van zuchten. Begin dit jaar bleek nog uit onderzoek van Vostradamus dat WhatsApp de meest gebruikte app van het land is: 95 Procent van de Nederlanders gebruikt WhatsApp. Om te appen! Ja precies: om berichten te versturen! En niet om ‘stories te maken met foto's en video's die vervolgens vanzelf weer verdwijnen’. Als je het mij vraagt alleen al daarom zonde van je tijd. Ook al zal je deze stories ongetwijfeld ook heus wel weer op  de één of andere manier kunnen opslaan waardoor ze toch niet helemaal verdwenen zijn en ooit, als je ze zelf allang vergeten bent, weer op je pad verschijnen.

 
Meer data verzamelen 
Als ik ‘stories wil maken met foto's en video's die vervolgens vanzelf weer verdwijnen’, of soort van verdwijnen, dan doe ik dat namelijk wel met Snapchat. Of met Instagram als Mark Zuckerberg dat zo graag wil. Maar met WhatsApp wil ik gewoon berichten versturen en ontvangen! En daar zit heus af en toe een foto tussen. Maar verder geen poespas. Gewoon old school..

Het zal wel aan mij liggen.. Never change a winning team, denk ik altijd maar. En ongetwijfeld is deze toepassing enkel een manier voor WhatsApp-eigenaar Facebook om nóg meer data van de gebruikers te verzamelen. Tijd voor Signal?
  1132 Hits
  0 Comments
1132 Hits
0 Comments

Peilingen 2017: PVV haalt volgens social media meeste zetels

Peilingen 2017: PVV haalt volgens social media meeste zetels
Met medewerking van John Faasse
 

De PVV wordt volgens sentimentmetingen op social media veruit de grootste partij. Wilders krijgt beduidend meer zetels dan nummer twee, de VVD. De PvdA is volgens die meting de derde grootste partij. GroenLinks staat samen D66 op de vierde plek. Ook opvallend: de positie van Denk is niet meetbaar.

 
De verkiezingen komen steeds dichterbij. De peilingen liggen na Brexit, Trump en ook de Tweede Kamerverkiezingen in 2012 onder vuur. Daarom schakelt frank.news maandelijks in samenwerking met onderzoeksbureau Vostradamus de sentimentmeting op social media in. Met deze keer de belangrijkste lessen tot nu toe en de laatste stand van zaken.

 
Les 1: Social media kunnen helpen bij een goede voorspelling van de verkiezingsuitslag
Een manier om de onzekerheid rond peilingen te reduceren (hierover vanaf les 3 meer) is gebruik te maken van andere bronnen, zoals de sentimentmeting van politieke berichtgeving op social media. Zo heeft frank.news inmiddels twee onderzoeken gedaan. Daaruit bleek eind vorig jaar onder meer dat er over Geert Wilders de meeste berichtgeving is en ook de meeste berichten rondgaan met een negatief sentiment. Emile Roemer is de enige over wie de berichtgeving meer positief dan negatief sentiment heeft. Dat geldt ook voor zijn partij SP.


PVV de grootste
In bovenstaande grafiek wordt de zetelverdeling uit de peilingwijzer vergeleken met de zetelverdeling op basis van de social media activiteit van de afgelopen maand tot en met 19 februari. Als we kijken naar de huidige peilingen versus de sentimentmeting dan valt het volgende op:

-De PVV zakt flink weg in de peilingen en staat inmiddels op gelijke hoogte met de VVD. Op basis van social media is de partij van Wilders nog steeds de grootste. In het laatste geval scoort de partij zelfs 37 zetels.

-VVD deelt in de peilingwijzer de eerste plek met 23 - 27 zetels en scoort volgens social media een tweede plek met 30 zetels.

-De PvdA is volgens de metingen op social media de derde partij met 19 zetels, terwijl ze in de peilingwijzer slechts 12 tot 14 zetels scoort en kleiner is dan CDA, D66 en GroenLinks. Een groot verschil.

-Volgt GroenLinks in de peilingwijzer nog na D66 en CDA als vijfde partij, op basis van social media staat ze gelijk met D66 op een gedeelde vierde plek.

-Ook opvallend: CDA, GroenLinks, D66 en SP scoren allemaal meer zetels volgens de peilingwijzer dan de laatste metingen via social media.

 
FvD groot op social
-Als we kijken naar de kleinere partijen valt op dat Forum voor Democratie beduidend meer zetels scoort als je kijkt naar social media activiteit (0-5), dan wanneer we afgaan op de peilingwijzer (0-1).

-Alleen Denk is niet meegenomen in de peilingen op basis van social media activiteit. Elke tweet of elk Facebookbericht waarin iemand iets ‘denk(t)’ zorgt er namelijk voor dat Denk twee keer zo groot zou zijn als de PVV. En dat denken wij niet.

 
Les 2: Ook de meting op social media zorgt niet voor een absoluut gegeven
Er zijn in de afgelopen jaren een aantal academische onderzoeken geweest die de berichtgeving over politieke partijen op social media gebruikt hebben om te kijken hoe het is gesteld met de populariteit van verkiezingskandidaten.

In een artikel uit 2010 ‘Predicting Elections with Twitter’ kwamen onderzoekers van de Technische Universität München tot de conclusie dat het volume van het aantal tweets over een politieke partij een goede voorspelling was van de uiteindelijke verkiezingsuitslag. Ze bleken achteraf echter nogal selectief in de tweets geshopt te hebben.

Onderzoekers van twee andere Duitse universiteiten publiceerden in 2012 een tegenartikel: Why the Pirate Party Won the German Election of 2009. De piratenpartij had namelijk in de aanloop naar de verkiezingen veruit de meeste social media activiteit, maar die was door de onderzoekers uit München niet meegenomen.

 
Les 3: Een peiling is geen voorspelling, maar een momentopname
In 2012 bleef de gepeilde grote overwinning voor de SP uit. In plaats daarvan maakte de PvdA onder Diederik Samsom een ongedachte comeback en eindigde vanuit kansloze positie nipt achter de VVD. De rest is geschiedenis. Wat ging er mis?

In 2012 zat er iets te veel tijd tussen de laatste peilingen in het weekend en de verkiezingsdag op woensdag. De PvdA was duidelijk aan een inhaalrace bezig. Dat leidde ertoe dat veel mensen besloten om toch ‘strategisch’ te stemmen en op het laatst overstapten van de SP naar de PvdA.

Een peiling is dus geen voorspelling, maar een momentopname. Een reeks peilingen kan een trend zichtbaar maken. Dat kan ertoe leiden dat mensen op basis van de uitkomsten tot andere keuzes komen. ‘Ik blijf thuis, want mijn kandidaat wint toch wel’. ‘Ik stem toch maar op A in plaats van B, want die kan straks het verschil maken.’

 
Les 4: De uitkomst van een peiling is geen absoluut gegeven
Bij de Brexit en ook bij de overwinning van Donald Trump was sprake van een nek-aan-nek race. Dan gaan de betrouwbaarheidsmarges van het onderzoek een rol spelen. De uitkomst van een steekproefonderzoek is geen absoluut gegeven. Er zit een marge rond de uitkomst. Als je hetzelfde onderzoek op hetzelfde moment houdt onder een vergelijkbare steekproef kun je op basis van toeval net iets hoger of lager uitkomen.

 
Too close
De dag voor het Britse referendum gaven de meeste peilingbureaus aan dat het verschil tussen voor- en tegenstemmers ‘too close to call’ was. In feite gold dat ook voor de presidentsverkiezingen. Het aantal stemmers voor Hillary was in de peilingen systematisch groter dan dat voor ‘the Donald’. Clinton kréég ook meer stemmen. Ze won ‘the popular vote’. Maar niet in elke afzonderlijke staat. En omdat in de meeste staten de kiesmannen stemmen volgens het ‘the winner takes all’ principe liep het anders dan verwacht.

 
Marges
Dit bewijst maar weer dat de uitkomst van een peiling geen absoluut gegeven is. De meeste opiniepeilers geven keurig aan hoe groot de marges rond hun peilingen zijn. Als de marges van twee partijen overlappen kun je niet zeggen dat de één groter of kleiner is dan de ander.

 
Benieuwd naar meer? De eerste twee artikelen over dit onderwerp lees je hier en hier.

 
 
 
 
 
  24980 Hits
  2 Comments
24980 Hits
2 Comments

Welke reclame irriteert de Nederlander en waarom?

Welke reclame irriteert de Nederlander en waarom?

Ruim een derde van de Nederlanders staat negatief of zeer negatief tegenover reclame op de mobiel. Ook online advertenties zijn niet populair. Hoewel voor de meesten irritante reclame een reden is om een adblockers te gebruiken, wordt deze niet massaal geïnstalleerd. Dat blijkt uit panelonderzoek van Vostradamus in opdracht van frank.news.

 
Vostradamus ondervroeg 1050 personen over wat ze vinden van reclame die ze via verschillende media voorgeschoteld krijgen. Nu een meerderheid van de Nederlanders een groot deel van de dag op de smartphone zit, is het logisch dat mensen reclame die ze op het mobiele device te zien krijgen, het meest irritant vinden. Dat zien we ook terug in de cijfers. Uitingen op de mobiel zijn het minst populair van alle mediatypes, gevolgd door online advertising en radioreclame.

 
Mobiel
Reclames op de mobiel worden namelijk door 34,7 procent als negatief ervaren en 31,9 procent staat er zelfs ‘zeer negatief’ tegenover. Slechts 4,8 procent is positief over advertenties op mobiel. Online advertenties ervaart 30,7 procent als negatief en slechts 12,6 procent als positief. Bij andere media is de reclame-irritatie minder groot en zijn mensen over het algemeen ‘neutraal’.

 
Print en OHH meest positief
Verder valt op dat de groep die positief is over reclame op tv bijna net zo groot is als de groep die er negatief over is: 20 procent om 21,7 procent. Dat valt enigszins mee, maar kan ook komen doordat men gewend is aan reclameblokken op tv en gewoon wegzapt. Anderzijds is slechts 15,9 procent positief over radioreclame - waar men ook aan gewend is - en bijna een kwart negatief. Dat kan ook aan de kwaliteit van het gebodene liggen, maar dat is niet onderzocht. Het meest positief zijn de ondervraagden over advertenties in kranten en tijdschriften - 26,1 procent, tegenover 10,8 procent negatief - en buitenreclame: 25,5 procent om 11,2 procent.



Adblockers
Online en mobiele reclame zijn dus een grote irritatiefactor, maar toch heeft een minderheid een adblocker – waarmee advertenties voor de gebruiker worden geblokkeerd – geïnstalleerd of overweegt men dat te gaan doen. Een meerderheid, 62 procent, heeft van de adblocker gehoord, 22 procent maakt er gebruik van, 59 procent heeft er geen en 12 procent had er vroeger een. Van de ondervraagden zegt maar 15 procent te overwegen een adblocker te gaan gebruiken.





 
De meeste gebruikers hebben een adblocker op hun pc (56 procent) of laptop (63 procent).
De grootste reden om een adblocker te installeren is irritatie over opdringerige reclame (59 procent). Van de ondervraagden wil 17 procent niet dat adverteerders hen gaat volgen.





Online reclame skippen
Het is overduidelijk dat prerolls – reclamevideo’s die spelen vóór het filmpje dat je wilt zien – als zeer irritant worden ervaren. Het bleek al uit eerdere onderzoeken, onder meer van IAB uit 2015. Met de stelling ‘Ik skip altijd de reclame op YouTube zodra het kan’, is 44,5 procent het helemaal eens en 30,4 procent is het eens. Daarnaast vindt bijna twee derde (61 procent) van de respondenten advertenties die je niet kan wegklikken bijzonder storend. Ook reclames die zo groot zijn dat ze de website voor meer dan de helft afdekken zijn een doorn in het oog: 61,4 procent vindt dat. Verder hebben advertenties die met geluid starten en advertenties die persoonlijke data gebruiken een hoge irritatiefactor. Mislukte targeting wordt ook genoemd. ‘Advertenties die mij blijven achtervolgen terwijl ik het product of dienst al besteld/gekocht heb’, worden door meer dan de helft van de ondervraagden als zeer irritant ervaren.





Privacy
Mensen hechten ook aan privacy op internet: 41 procent is het daar (helemaal mee) eens. Meer dan een derde van de ondervraagden heeft het idee dat zijn of haar privacy online voortdurend in het geding is.
Het aantal mensen dat gepersonaliseerde reclame (specifiek op hem of haar gericht) minder storend vindt is gelijk aan het aantal dat zich er wel aan stoort (beide ruim 21 procent).

 
Begrip voor reclame
Toch is er ook begrip voor online reclame, want iets meer dan de helft is het eens met de stelling dat veel websites afhankelijk zijn van advertenties en een derde vindt dat reclame bij het internet hoort.
Men klikt ook nog wel eens op een advertentie: 28,3 procent doet dat. Bereidheid om te betalen om geen advertenties op internet te zien te krijgen is er nauwelijks. Slechts 9 procent is daartoe bereid, tegen 32,5 procent die dat niet wil.

Bemoedigend
Media strategy director Henk Burgerhout vindt de cijfers wel duidelijk: ,,Zoals ook met ‘normale’ reclame ergeren mensen zich wel vaak, maar is het ook weer niet de moeite waard om daar iets tegen te doen. En stiekem zal men toch ook wel nieuwsgierig zijn naar al die reclame, want je weet maar nooit of er toch een interessante commercial of advertentie tussen zit. ”Burgerhout heeft nog een bemoedigend woord voor adverteerders: ,,Vroeger ergerde 80 procent van de bevolking zich aan al die tv-wasmiddelenreclame, maar juist die merken werden het meeste gekocht.”
  16771 Hits
  3 Comments
16771 Hits
3 Comments

Slechts helft Nederlanders vertrouwt vergelijkingssite

Slechts helft Nederlanders vertrouwt vergelijkingssite

Het vertrouwen in onafhankelijke vergelijkingssites is relatief klein in Nederland. Hoewel websites tegenwoordig open zijn over hun verdienmodel, blijft de consument argwanend of de sites wel de beste deal aanbieden. Hoe komt dat? Waar worden vergelijkingssites voor gebruikt? En zijn ze nog wel nodig? Frank.news deed onderzoek en vroeg het aan koning der vergelijkingssites Ben Woldring.

 
De beste tv kopen via Kieskeurig.nl, het voordeligste telefoonabonnement uitzoeken via Bellen.com, de goedkoopste vliegreis boeken via Cheaptickets.nl, van verzekeraar veranderen via Independer.nl of van energieleverancier via Easyswitch.nl: ruim zes op de tien Nederlanders maken gebruik van vergelijkingssites. Toch denkt slechts de helft, en soms nog minder, dat dit soort sites onafhankelijk zijn of consumenten aan de beste deal helpen.

Dat blijkt uit onderzoek van marktonderzoeksbureau Vostradamus in opdracht van de redactie van frank.news onder ruim 1000 respondenten. Het onderzoek richtte zich op het complete scala aan vergelijkingssites in Nederland.

 
Elektronica bovenaan 
Dat gaat tegenwoordig verder dan alleen financiële producten zoals verzekeringen. Sterker nog: vergelijkingssites worden tegenwoordig het meest gebruikt om elektronica en andere huishoudelijke producten te vergelijken (76 procent). Op de tweede plaats komt het vergelijken van telecomaanbieders (68 procent). Het vergelijken van verzekeringen (64,4 procent) staat op een derde plaats, gevolgd door het vergelijken van reizen en vliegtickets (64,1 procent) en energieleveranciers (55 procent). Uit het onderzoek blijkt verder dat 70 tot 80 procent van de consumenten dit soort sites gebruikt voor advies en oriëntatie en slechts 20 tot 30 procent voor het daadwerkelijk afsluiten of aankopen.

 
Kieskeurig.nl bekendste 
De bekendste vergelijkingssite is Kieskeurig.nl. 84 Procent van de Nederlanders kent de site,  waar bezoekers producten, prijzen en winkels vergelijken en hun ervaringen delen. De consumentensite van Sanoma startte in 1999, trekt inmiddels 170.000 unieke bezoekers per dag, toont meer dan 12 miljoen producten, ruim 1 miljoen reviews en genereert 2,2 miljoen lead per maand.

De tweede plaats wordt gedeeld door Independer.nl (78 procent), dat vooral verzekeringen vergelijkt en sinds de start in 1999 al een miljoen klanten heeft getrokken, en Beslist.nl (78 procent), een site die de consument de goedkoopste prijs wil bieden, dagelijks 500.000 bezoekers trekt en inmiddels 25 miljoen producten van ruim 10.000 webshops aanbiedt. Onderstaande illustratie geeft aan wat de bekendste vergelijkingssites in Nederland zijn. Opvallend is dat sommige grote vergelijkingssites minder bekend zijn bij het publiek. Bijvoorbeeld HoyHoy (verzekeringen en energie: bij 28 procent bekend), Easyswitch en Overstappen.nl  (energie en verzekeringen, sinds 2012 samen: bij 8 procent bekend) en Bellen.com (telecomabonnementen: bij 16 procent bekend).



Niet altijd onafhankelijk 
Het succes van een vergelijkingssite valt of staat met zijn imago van onafhankelijkheid en betrouwbaarheid. Dat vertrouwen blijkt in Nederland relatief klein. Van een site als Kieskeurig.nl denkt 59 procent van de Nederlanders dat die onafhankelijk is en 9 procent van niet. Die scoort daarmee het hoogst van allemaal. Van HoyHoy denkt slechts 30 procent dat de site onafhankelijk is. Twee op de vijf Nederlanders (18 procent) denken van niet.

De stelling in het onderzoek luidde: deze website is onafhankelijk. De aanbieder heeft geen invloed op wie er bij de vergelijking bovenaan komt te staan? Dat leidde tot onderstaande top 10:



 
Niet altijd beste deal 
Daarna stelden we consumenten de vraag of ze denken dat de website zorgt dat ze altijd de beste deal krijgen. Het antwoord leidde tot onderstaande top 10:



 
Niet altijd beste keuze 
Een belangrijke rol die vergelijkingssites vervullen is mensen helpen de beste keuze te maken. Zoals eerder genoemd is voor hen oriëntatie en advies belangrijker dan aankoop of overstappen en afsluiten. De stelling was: deze website helpt mij echt om de beste keuze te maken. Het antwoord leidde tot onderstaande top 10.



 
Beter voorlichten 
Waarom slechts de helft van de Nederlanders denkt dat vergelijkingssites onafhankelijk zijn of de beste deals aanbieden is niet duidelijk. Ook de Consumentenbond weet dat niet. ,,Daar hebben we geen onderzoek naar gedaan. Wel bijvoorbeeld naar wie het meest complete aanbod heeft. Als zoveel mensen dit denken, moeten vergelijkingssites misschien beter duidelijk maken waarom ze wel onafhankelijk zijn,” zegt woordvoerster Sandra de Jong.

 
Achmea slechte voorbeeld 
Volgens de bekendste ondernemer van Nederland op het gebied van vergelijkingssites, Ben Woldring, moeten sites open zijn over hun verdienmodel, duidelijk maken waarom ze onafhankelijk zijn en zeker niet de schijn van belangenverstrengeling wekken. ,,Het is aan ons als vergelijkingssites om te laten zien dat we te vertrouwen zijn. Wat dat betreft is de overname van Independer.nl door verzekeraar Achmea funest voor het imago en het vertrouwen van die site. Het is voor ons ondenkbaar dat een verzekeraar eigenaar is van een vergelijkingssite voor verzekeringen. Dat is in feite toch de slager die zijn eigen vlees keurt,” zegt hij.

 
Meer dan ooit nodig   
Woldring begon eind jaren ’90 als dertienjarige voor een schoolproject zijn eerste vergelijkingssite voor telefoontarieven en heeft er met zijn bedrijf Bencom inmiddels tien gebouwd. Daarvan zijn er momenteel acht actief. De sites vergelijken het aanbod op het gebied van bellen, verzekeringen, internetabonnementen, digitale tv, energie en hotelboekingen. Volgens Woldring zijn vergelijkingssites in deze tijd meer dan ooit nodig. ,,We zien dat aan de bezoekersaantallen, maar ook aan het besparingspotentieel. Door over te stappen op een goedkoper tv- of internabonnement, andere energieleverancier of verzekeraar kan iemand 1000 euro per jaar besparen. Maar je moet tegenwoordig bijna een expert zijn om alles te kunnen doorgronden en alle addertjes onder het gras te zien. Vergelijkingssites kunnen consumenten helpen alle producten onder een vergrootglas te leggen en inzichtelijk te maken,” aldus Woldring.

 
AFM onderzoek 
Dat vergelijkingssites niet altijd betrouwbaar zijn constateerde minister Schippers van Volksgezondheid al in 2013, toen op verschillende sites verschillende zorgverzekeraars als beste uit de vergelijking kwamen. In 2014 liet ze de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) en Autoriteit Financiële Markten (AFM) onderzoek doen naar vergelijkingssites voor zorgverzekeraars. Daaruit bleek onder meer dat er veel wantrouwen was onder consumenten.

 
Gedragscode 
Om het vertrouwen te vergroten kwamen de grootste sites in 2015 met een gedragscode.
Uit aanvullend onderzoek van GfK - ook in 2014 - bleek dat 64 procent van de ondervraagden voor financiële producten gebruikmaken van vergelijkingssites. Wat frappanter was: 59 procent verwachtte niet dat die sites alle aanbieders meenamen. Bij afsluiters van een autoverzekering, zorgverzekering of een spaarproduct was dat respectievelijk 71, 70 en 74 procent. Ook verbaasde het zeven op de tien ondervraagden niet dat verschillende vergelijkingssites bij het invoeren van dezelfde variabelen verschillende uitkomsten toonden. Drie op de tien waren daar overigens wel verbaasd over.

 
Hoe geld verdienen
Een meerderheid van 72 procent snapte ook wel dat vergelijkingssites geld moeten verdienen, al bleek uit hun antwoorden dat ze geen flauw idee hadden waarmee. Daar zijn de sites tegenwoordig heel open over en lichten dat toe op hun website. In de meeste gevallen krijgen ze een vergoeding van de aanbieder naar wie de consument overstapt, gemiddeld 2 procent van de contractwaarde. Bij Kieskeurig.nl betalen aangesloten webshops 350 euro aansluitkosten en een bedrag per doorgestuurde lead van tussen de 23 en 69 cent cost per click (CPC). Beslist.nl werkt met cost per sale (CPS), al staat nergens op de website aangegeven welk tarief een webshop daarvoor moet betalen, en advertenties op basis van cost per duizend impressies (CPM) per.

De vergelijkingssites van Woldring krijgen een eenmalige vergoeding van de aanbieder naar wie de consument doorklikt of overstapt. Voor de volledigheid van de vergelijkingen laten ze ook alle aanbieders zien waar geen vergoedingsafspraken mee zijn. Hij vindt doorlopende vergoedingen niet zuiver, al is het alleen al omdat dit mensen kan beletten opnieuw over te stappen. ,,Voor niets gaat de zon op en ook wij moeten geld verdienen, maar waarom zouden we na drie jaar nog steeds geld aan een klant moeten verdienen?,” aldus Woldring.
  8236 Hits
  0 Comments
8236 Hits
0 Comments

Onafhankelijke mediabedrijven verenigen zich

Onafhankelijke mediabedrijven verenigen zich

Met de overname van het Rotterdamse Stroom Mediacommunicatie door de Amsterdamse Candid Group hebben opnieuw twee onafhankelijke mediapartijen zich verenigd. Een noodzakelijke stap om tegenwicht te kunnen bieden aan de grote internationale bureaus, aldus CEO Gérard Ghazarian van de Candid Group.

 
Sinds hij in 2007 zijn mediagroep oprichtte, is Ghazarian altijd duidelijk geweest over zijn missie: het grootste onafhankelijke mediabureau van Nederland worden. In zijn ogen moeten onafhankelijke bureaus zich verenigen om een volwaardig alternatief te zijn voor nationale adverteerders die nu nog met de internationale bureaunetwerken werken.

 
Olifanten
,,Olifanten doen het graag met olifanten”, stelt hij. ,,Daarom kiezen grote en middelgrote Nederlandse klanten vaak voor grote internationale bureaus. Puur vanwege de grootte. Ik hoor concullega’s wel eens klagen en zich afvragen waarom die klanten niet voor Nederlandse bureaus kiezen. Kleinere onafhankelijke bureaus hebben vaak een betere klik met klanten en zetten zich fanatieker in. Die grote klanten vragen zich echter af of zij het werk wel aankunnen en voldoende stabiliteit en continuïteit kunnen bieden. Die twijfel kun je alleen wegnemen door je te verenigen in een groep. Dat is wat we willen. De nationale klanten willen meer aandacht en focus dan ze nu krijgen bij die netwerken. Die hebben vaak alleen een vestiging in een klein land als Nederland om grote internationale klanten als een Coca-Cola te bedienen. Dus moet je die Nederlands georiënteerde klanten een onafhankelijk alternatief bieden met een behoorlijk volume, anders vallen ze tussen wal en schip.”

 
Uitbreiding en verbreding
Daarom lag zijn focus van begin af aan op uitbreiding en verbreding van disciplines. Onder de Candid Group vallen inmiddels de labels Head to Head, BBK Media, Het Mediakantoor, Vostradamus, Vlam, Lavinci en het marketingnieuwsplatform frank.news. De groep is actief in meer takken van sport dan alleen media. Met Vlam haalde Ghazarian creatie in huis, met Vostradamus marktonderzoek, met Lavinci web- en softwaresolutions en met frank.news een eigen onafhankelijke nieuwskanaal voor en over de branche. ,,Klanten kunnen voor één dienst aankloppen, maar hebben ook de mogelijkheid voor one-stop-shopping,” legt hij uit.

 
Overname Stroom
Met de overname van Stroom Mediacommunicatie wordt de Candid Group in één klap bijna twee keer zo groot. Stroom werd in 2002 opgericht en is net als Candid actief in diverse vakgebieden: van onderzoek, strategie en branded content tot offline/online mediaplanning en -inkoop. Bij het Rotterdamse bureau werken 19 mensen voor meer dan 70 merken, waaronder Blokker, Klaverblad Verzekeringen, FNV en De Hypotheker. Voor Ghazarian is het de eerste stap in de regio waar hij opgroeide. ,,Onze mentaliteit is altijd een beetje Rotterdams geweest,” zegt hij. Patrick Veldhuis van Stroom daarover: ,,Candid Group is het meest Rotterdamse netwerk dat in Amsterdam is gevestigd. De visie en mentaliteit zijn vergelijkbaar: dingen niet moeilijker maken dan ze zijn, ondernemerschap en energie. De ambities van de Candid Group spreken ons erg aan.”

 
Maximale synergie
Als label voegt Stroom echt wat toe aan Candid, stelt Ghazarian. ,,Er is sprake van weinig overlap en maximale synergie”, zegt hij. Stroom blijft daarom ook onafhankelijk opereren binnen de groep, maar beide partijen vullen elkaar aan en helpen elkaar. In totaal telt de groep nu 60 professionals op allerlei vakgebieden. ,,We hebben eerst wat kleine stapjes gezet en nemen nu een grote stap,” vertelt Ghazarian. ,,In deze vorm kunnen we al aardig wat grote Nederlandse klanten gaan opvangen. We hebben de ervaring, de knowhow en de mensen.”
  1467 Hits
  0 Comments
1467 Hits
0 Comments

Overname Stroom door Candid Group

Overname Stroom door Candid Group
Amsterdam, 10 januari 2017

P e r s b e r i c h t

Overname Stroom door Candid Group nieuwe  stap in verenigen onafhankelijke mediabedrijven

AMSTERDAM – Het Rotterdamse Stroom Mediacommunicatie maakt per direct onderdeel uit van de Amsterdamse Candid Group. Met de overname hebben opnieuw twee onafhankelijke mediapartijen zich verenigd. Een noodzakelijke stap om tegenwicht te kunnen bieden aan de grote internationale bureaus, aldus CEO Gérard Ghazarian van de Candid Group.

 
Onder Candid Group  - gevestigd in Amsterdam - vallen de labels Head to Head, BBK Media, Het mediakantoor, Vostradamus, Vlam, Lavinci en het marketingnieuwsplatform frank.news. Het bedrijf heeft veel bekende nationale en internationale klanten.

Stroom werd in 2002 opgericht en is actief op het gebied van onderzoek, strategie, offline/online mediaplanning en -inkoop. Bij het Rotterdamse bureau werken 19 mensen voor meer dan 70 merken waaronder Blokker, Klaverblad Verzekeringen, FNV en De Hypotheker.

 
Gérard Ghazarian is ervan overtuigd dat de onafhankelijke bureaus in Nederland zich moeten verenigen. Alleen zo kunnen ze een vuist maken tegen grote internationale bureaunetwerken. ,,Grote en middelgrote Nederlandse klanten kiezen vaak voor grote internationale bureaus, puur vanwege de grootte,” stelt Ghazarian. ,,Kleinere onafhankelijke bureaus hebben vaak een betere klik met klanten en zetten zich fanatieker in. Die grote klanten vragen zich echter af of zij het werk wel aankunnen en voldoende stabiliteit en continuïteit kunnen bieden. Die twijfel kun je alleen wegnemen door je te verenigen in een groep. Dat is wat we willen. De nationale klanten willen meer aandacht en focus dan ze nu krijgen bij die netwerken. Die hebben vaak alleen een vestiging in een klein land als Nederland om grote internationale klanten als een Coca Cola te bedienen. Dus moet je die Nederlands georiënteerde klanten een onafhankelijk alternatief bieden met een behoorlijk volume, anders vallen ze tussen wal en schip.”

 
In totaal telt de groep nu 60 professionals op allerlei vakgebieden. Ghazarian: ,,In deze vorm kunnen we al aardig wat grote Nederlandse klanten gaan opvangen. We hebben de ervaring, de knowhow en de mensen.”

 
Stroom blijft onafhankelijk opereren binnen de groep. Beide partijen vullen elkaar aan en helpen elkaar, waardoor er sprake is van weinig overlap en maximale synergie. Met de overname zet het Amsterdamse Candid voet in de Rotterdamse regio. Patrick Veldhuis van Stroom daarover: ,,Candid Group is het meest Rotterdamse netwerk dat in Amsterdam is gevestigd. De visie en mentaliteit zijn vergelijkbaar: dingen niet moeilijker maken dan ze zijn, ondernemerschap en energie. De ambities van de Candid Group spreken ons erg aan.”
  6737 Hits
  2 Comments
6737 Hits
2 Comments

Frank.news onderzoekt: waar gebruiken we Facebook voor?

Frank.news onderzoekt: waar gebruiken we Facebook voor?

Facebook lijkt wereldwijd onmisbaar. Iets wat Mark Zuckerberg twaalf jaar geleden nooit had kunnen voorzien. Maar waar gebruiken we het platform voor? Welke ‘Reactions’ gebruiken we? En zouden we nog zonder Facebook (en ‘de rest’) kunnen? Frank.news onderzocht het in samenwerking met Vostradamus.

 
Onderzoeksbureau Vostradamus deed exclusief voor frank.news onderzoek onder rium 1000 respondenten naar het gebruik van Facebook in Nederland. Oftewel: het grote waarvoor-gebruiken-we-facebook-onderzoek. Als we kijken naar het algemene gebruik, zien we dat een kleine driekwart van de Nederlanders Facebook gebruikt. Deze groep bestaat uit ongeveer net zoveel mannen als vrouwen. In het opleidingsniveau zit een groter verschil: 69% van de Nederlandse Facebook-gebruikers heeft een lage opleiding genoten. Verder is 60% van de gebruikers jonger dan vijftig jaar. Meer dan de helft van de Nederlanders gebruikt Facebook meerdere keren per dag. 21% Van de gebruikers kijkt één keer per dag op het sociale medium.



Sociaal gebruik
De grootste reden voor het gebruik van Facebook voor de Nederlandse gebruiker, is op de hoogte blijven van nieuws van vrienden (74%). Robert-Jan Mast houdt zich als professional bezig met community management, content marketing en social media: ,,Opvallend is dat de 5 voornaamste redenen voor het gebruik van Facebook allemaal met het sociale aspect te maken hebben. Een mooi gegeven, aangezien het sociale medium ook zo bedoeld is. Mensen willen een connectie met mensen maken. En Facebook gaat nog steeds om meer dan logo’s en merken liken.”

 
Nieuwsfeed
Een klein deel van Nederlanders (9%) gebruikt het sociale medium als nieuwsfeed. Deze groep zal volgens Mast alleen maar groter worden: ,,Twitter wordt nog steeds veel als nieuwsbron gebruikt. Bij een ramp, crisis of event zie je daar vaak de eerste informatie hierover verschijnen. Maar de grenzen vervagen: mensen denken niet meer zo in hokjes, als het gaat om het gebruik van social media. Het wordt niet alleen meer strikt voor privé of voor zakelijke doeleinden gebruikt. Facebook dient steeds meer als nieuwsfeed, en die ontwikkeling zal de komende tijd alleen maar verder doorzetten.” Verschillende media spelen hier handig op in, volgens Mast: ,,Je ziet het bijvoorbeeld aan de die zich op verschillende sociale media als Facebook, Instagram en Snapchat bevindt, en zich daarbij goed aanpast aan ieder medium en haar doelgroep.” Over deze succesvolle aanpak van de NOS schreven wij al eerder.

 
Liken boven Love
Begin dit jaar werden de nieuwe Facebook reactions geïntroduceerd. De Like-button alleen bood niet voldoende om op elke post op een gepaste manier te reageren, zo was de beredenering van Facebook. Toch blijkt uit het onderzoek van Vostradamus dat de Like-button nog altijd met 70% het populairste is. Slechts 13% van de ondervraagden kiest voor de Love-button, en 11% gebruik de ‘haha’-reaction, waarvan 69% mannen. Mast: ,,Dit is vooral te verklaren door het feit dat de Like-button simpelweg vanuit een eerste wordt aangeklikt door gebruikers. Om een van de nieuwe reactions te gebruiken, moet je alweer twee handelingen meer uitvoeren. Daarbij denk ik ook dat het te maken heeft met een stukje gewenning. De nieuwe reactions moeten nog in ons systeem komen.”

 
‘Ads zijn irritant’
Minder goed nieuws voor de merken die al hun geld in Facebook ads stoppen; 88% van de respondenten uit ons onderzoek geeft aan niet eerder geneigd te zijn om producten te kopen na het zien van een advertentie op het sociale medium. “De kanttekening hierbij is natuurlijk wel dat veel mensen denken hier niet vatbaar voor te zijn, terwijl dit onbewust wel degelijk het geval is.”, legt Mast uit. Verder vindt de helft van de gebruikers de ads ‘irritant’ tot ‘erg irritant’. Van de 7% die de advertenties ‘tamelijk leuk’ vindt, is meer dan de helft man. “Het belangrijkste voor een merk is dat je via social media een relatie probeert op te bouwen met je doelgroep, dus ook via Facebook. Zo kan je ervoor zorgen dat je continu top of mind blijft. Of dit nu om lokale bedrijven of grote merken gaat.”, aldus Mast.





Leven zonder social media
40% Van de Nederlanders geeft aan zich een leven zonder social media voor te kunnen stellen. Erg opvallend, ook volgens Mast: ,,Ik had verwacht dat dit percentage veel lager zou liggen. Helemaal als je vervolgens ziet dat WhatsApp het meest wordt gemist.” Met 50% is WhatsApp populairder dan Facebook, dat een tweede plek inneemt. Gevolgd door YouTube, Instagram, Twitter en Snapchat. “Er komen steeds meer kanalen bij en er verdwijnen er ook weer. Een blijvertje lijkt Snapchat. Ook kopieert Facebook veel van de features van andere kanalen, met name van Snapchat. Verder valt op dat in de top 5 alleen al drie Facebook-bedrijven genoemd worden, dat doen ze goed.”

Als we deze cijfers vergelijken met het Newcom-onderzoek van begin dit jaar over social media-gebruik valt op dat LinkedIn en Google+ daar nog in de top 6 voorkomen, en in dit recente onderzoek van frank.news de top 10 maar net halen. Als we alleen naar Facebook kijken, komt ook uit het Newcom-onderzoek naar voren dat Facebook met 9,6 miljoen gebruikers na WhatsApp (9,8 miljoen) een tweede plek inneemt.

 
 
  8013 Hits
  1 Comment
8013 Hits
1 Comment

Het grote frank.news app-gebruik onderzoek

Het grote frank.news app-gebruik onderzoek

Bijna allemaal hebben we apps op onze smartphone en/of tablet. WhatsApp mag dan al in 2009 zijn geïntroduceerd, het is nog altijd de meest gedownloade app (95 procent). Willen weten wat het weer wordt, is iets van elke leeftijd. Net als de irritatie die een vastlopende app veroorzaakt. Dat en meer bleek uit het grote hoe-gebruiken-we-apps-onderzoek van Vostradamus in opdracht van frank.news.

 
Het is nog niet eens tien jaar geleden dat Apple in 2008 de App Store voor iPhone opende. De komst van de app opende nieuwe deuren voor de mobiele sector. Tegenwoordig is er geen enkel zichzelf respecterend bedrijf of merk zonder eigen app. Alleen al bij Apple waren in juni 2016 zo’n 2 miljoen verschillende apps beschikbaar in de App Store en waren tot die tijd 130 miljard apps gedownload vanuit deze store. Maar hoe gaat de consument eigenlijk met al deze apps om? Welke zijn populair? Wat is de grootste app-irritatie? Onderzoeksbureau Vostradamus deed hier exclusief voor frank.news onderzoek naar.

 
Liever op smartphone
Wie een app gebruikt, doet dat doorgaans op een smartphone of tablet. En die zijn goed vertegenwoordigd onder de Nederlandse bevolking. Slechts 8,5 procent van de ruim 1.000 respondenten geeft aan geen smartphone én geen tablet te hebben. Waarschijnlijk geen grote verrassing dat dit vooral 50-plussers zijn. De smartphone wordt meer gebruikt dan de tablet: 35 procent van de Nederlanders heeft er een in bezit. 49 procent Geeft aan zowel een smartphone als een tablet te bezitten. En slechts 7 procent heeft enkel een tablet.

 
Minder apps voor 50-plussers
Wie een smartphone of tablet bezit, hoeft daar niet per definitie ook apps op te installeren of te gebruiken. De meerderheid van de Nederlanders doet dit - je zou bijna zeggen natuurlijk - wel degelijk. Van de respondenten installeert of gebruikt 89 procent wel eens een app. De resterende 11 procent vindt z’n smartphone of tablet al interessant genoeg zonder extra poespas. Ook hier zal het niet als grote verrassing komen dat dit vooral de 50-plussers zijn. Jongeren hebben wel degelijk behoefte aan het pimpen van hun smartphone of tablet met een paar leuke apps. 93 Procent van de Nederlanders onder de 50 jaar geeft aan wel eens apps te installeren en/of gebruiken.

 
De populairste apps (bezitters in procenten)
  1. WhatsApp (95 procent)
  2. Google Maps (87 procent)
  3. YouTube (86 procent)
  4. Facebook (81 procent)
  5. Messenger van Facebook (75 procent)
 
‘Iedereen’ heeft WhatsApp
De absolute ‘koning onder de apps’ is nog altijd WhatsApp. Als ‘whatsappen’ zelfs een werkwoord is geworden, dan weet je dat je als app een leidende positie inneemt. Slechts 5 procent van de Nederlanders gebruikt  geen WhatsApp. Dus 95 procent van de bevolking appt er vrolijk op los. Man, vrouw, jong, oud, hoog- of laagopgeleid. Hoewel er natuurlijk wel gradaties zijn aan te brengen in de frequentie van het gebruik. Vrouwen zijn het meest fanatiek. 43 Procent van de vrouwen geeft aan ieder uur WhatsApp te checken. 36 Procent checkt 1 tot 2 keer per dag. Er zijn maar weinig vrouwen die minder dan dagelijks hun WhatsApp-berichten bekijken. Mannen blijven niet heel ver achter: 39 procent checkt elk uur, 35 procent 1 tot 2 keer per dag. Tussen jong en oud zijn de verschillen aanzienlijk groter: onder de 50 jaar geeft 52 procent aan iedere uur WhatsApp te checken. Boven de 50 is dit ‘slechts’ 23. De meeste 50-plussers bekijken hun berichten 1 tot 2 keer per dag (41), wat nog steeds een behoorlijk hoge frequentie is.

 
Weer-apps vallen altijd in de smaak
Het is niet altijd makkelijk kiezen uit het enorme aanbod apps. Voor je het weet heb je het geheugen van je tablet of smartphone bomvol staan en kan er geen fotootje van de hond, kat of baby meer bij. Het is dus zaak om selectief te zijn in te downloaden apps. In hetzelfde onderzoek van Vostradamus wordt ook duidelijk welke soort apps populair zijn onder mannen en vrouwen en onder jong en oud. Weer- en nieuws-apps en apps voor financiën/bankieren doen het goed bij iedereen. Deze staan in alle categorieën in de top 3 van meest gebruikte apps. Ook games, social-apps en navigatie-apps zijn populair.

 
Man versus vrouw
Waar in de ‘echte wereld’ gamen toch vooral wordt gezien als een bezigheid voor jonge mannen, is het opvallend dat meer vrouwen dan mannen aangeven gebruik te maken van game-apps (39 procent tegenover 44). Blijkbaar lopen de heren minder warm voor app-versies als Candy Crush Saga en FarmVille, die wel veel vrouwelijke gebruikers hebben. Sport is daarentegen meer een mannending: 34 procent van de mannen geeft aan een sport-app te hebben en/of te gebruiken tegenover slechts 14 procent van de vrouwen. Wat niet wil zeggen dat vrouwen minder sportief zijn. Want gezondheid- en fitness-apps doen het juist weer veel beter onder de vrouwen: 22 procent heeft een dergelijke app tegenover 16 procent van de mannen.

 
Jong versus ouder
50-Plussers hebben een duidelijke voorkeur voor weer- en nieuws-apps. 72 Procent van hen heeft een weer-app geïnstalleerd en 61 procent heeft een nieuws-app. De ouderen zijn minder geïnteresseerd in muziek en audio, video-apps, games, entertainment en winkel-apps. Deze zijn veel populairder onder de jongeren.

 
Top 5 populaire categorie apps vrouwen:
  1. Weer (60 procent)
  2. Nieuws (54 procent)
  3. Financiën/bankieren (47 procent)
  4. Games (44 procent)
  5. Social networking (43 procent)
 
Top 5 populaire categorie apps mannen:
  1. Weer (60 procent)
  2. Nieuws (58 procent)
  3. Financiën/bankieren (52 procent)
  4. Navigatie (46 procent)
  5. Games (39 procent)
 
Top 5 populaire categorie apps onder  50 jaar:
  1. Nieuws (53 procent)
  2. Financiën/bankieren (52 procent)
  3. Weer (52 procent)
  4. Games (49 procent)
  5. Social networking (47 procent)
 
Top 5 populaire categorie apps boven  50 jaar:
  1. Weer (72 procent)
  2. Nieuws (61 procent)
  3. Navigatie (48 procent)
  4. Financiën/bankieren (45 procent)
  5. Social networking (31 procent)
 
Grootste app-irritaties
Wat zijn ze handig en leuk al die apps. Maar het kan altijd beter natuurlijk. Onze grootste app-irritaties:

 
  1. Het vastlopen van een app.
  2. Advertenties die getoond worden tijdens het gebruik van de app.
  3. Apps die je verplichten in te loggen via social media.
  4. Apps die zonder noodzaak toegang vragen tot bijvoorbeeld je camera of contacten.
  5. Te lange laadtijd.
 
Jongeren ergeren zich daarnaast vaker aan een slecht ontworpen of slecht werkende interface van een app, het slecht functioneren van een app na een update en te veel pushberichten. Waar ouderen vooral ook moeite hebben met ingewikkelde registratieprocedures.

 
Iets te winnen
Hoewel het er op lijkt dat de markt voor apps de afgelopen jaren flink verzadigd is geraakt, valt er toch nog wel iets te winnen op dit vlak. Zolang een app maar handig of leuk is, iets toevoegt of  de nodige ontspanning biedt. Als dat je lukt als app-bouwer, dan kun je jong én oud voor je winnen.

 
 
 
  6585 Hits
  0 Comments
6585 Hits
0 Comments

Tv-exploitanten voeren prijzen verder op in 2017

Tv-exploitanten voeren prijzen verder op in 2017
Redacteur: Linda Haring

De verwachting was misschien dat de tv-prijzen in 2017 zouden dalen in verband met de dalende kijktijd, maar dat is niet het geval. Volgens Linda Haring van marktonderzoeksbureau Vostradamus voeren de tv-exploitanten voor de zoveelste keer op rij prijsstijgingen door.

 
Argumenten voor deze prijsstijgingen zijn volgens Haring allereerst de hoge kosten van kwalitatief goede content om de kijker te blijven binden aan het medium televisie. ,,Echter, met name de jongere generatie zoekt naar allerlei alternatieven, zoals videocontent via mobiel en tablets. Verder wordt er veel online gekeken via onder meer YouTube en Netflix. Niet alleen daalt de kijktijd onder jongeren, de wat oudere generatie gaat ook minder lineair televisiekijken. Ook deze generatie treft blijkbaar zoveel kwalitatief slechte programmering aan, dat men het medium af en toe ontvlucht en ook zijn heil zoekt bij onder meer Netflix.’’

 
Garantie geven is lastig
De GRP-voorraad staat de laatste jaren wel onder druk, zo legt Haring uit. ,,Maar deze is niet meer zo vaak uitverkocht als in het verleden. Een aantal maanden uitgezonderd, waarbij de vraag groter was dan het aanbod.’’ Overigens is dat in haar ogen geen sterk argument, aangezien het kijkgedrag van televisiekijkend Nederland steeds verder gefragmenteerd raakt door het grote zenderaanbod van de laatste jaren. ,,Voor de contractonderhandelingen voor komend jaar geldt dat de exploitanten het in de regel lastig vinden om een marktaandeelgarantie af te geven. Of men geeft uit strategische overwegingen een veel te behoudend cijfer af.’’

 
Belangrijkste aspecten uit het tv-aanbod
Haring kijkt ook (kritisch) naar de tv-programmering van (het begin van) 2017. ,,Bij NPO keren veel oude, vertrouwde, veelbekeken programma’s terug.” Voorbeelden zijn Boer Zoekt Vrouw, Wie is de Mol, Floortje naar het einde van de Wereld, Droomhuis Gezocht, Pauw, Jinek en Ik Vertrek. De NPO biedt ook veel nieuwe programma’s, een kleine greep uit het aanbod: Planet Earth II, Riphagen, Kiloknallers, KLEM en De Aardappeleters.

RTL borduurt voort op de bestaande programmering. Succesvolle programma’s, zoals Goede Tijden Slechte Tijden, The Voice of Holland, Holland’s Got Talent, RTL Late Night, The Blacklist en Moordvrouw, blijven we zien in 2017. Er is ook ruimte voor nieuwe programmering, zoals de serie Weemoedt, Nieuwe Buren II en Buch Buiten de Bajes.

 
SBS gaat voor oud & nieuw
SBS gaat voor nieuwe programmering, aangevuld met bestaande succesvolle programmering, waarbij ook spin-offs van Sanoma producten richting tv gelanceerd worden. Bekende SBS-gezichten zijn ook komend jaar weer op de zender terug te zien, zoals Alberto Stegeman, Rob Geus en ‘Dokter Tinus’. Nieuwe gezichten op de SBS-zenders zijn Dennis van der Geest, Roy Donders en de Toppers. Een aantal “nieuwe” sterren was al eerder in 2016 binnengehaald door SBS. Dan noemen we Irene Moors, Arie Boomsma, Rik van de Westelaken en Daphne Bunskoek. Bewezen successen keren terug, zoals Dokter Tinus, Celblok H, Meester Frank Visser. Komend jaar is na een lange afwezigheid ook Peking Express weer terug op Net5 en is er een hoofdrol voor Annette Barlo in de nieuwe late night soap “De Spa” op Net5.

 
BrandDeli en Twitter
Het diverse zenderpalet van BrandDeli wordt verder uitgebreid met Viceland. Daarnaast is BrandDeli per 1 januari ook de officiële salespartner voor Twitter Nederland geworden. Veel bekende gezichten en series zijn ook in 2017 weer op de diverse zenders van BrandDeli te zien, zoals Jamie Oliver, Miljuschka Witzenhausen, Line of Duty, Sherlock, Silent Witness, Modern Family, South Park, Gold Rush, Empire, The Walking Dead, Eredivisievoetbal, SpongeBob Squarepants, Say Yes to the Dress en de influencers van The Makers Channel, zoals Rens Kroes, Cinemates en Ponkers.
  1801 Hits
  0 Comments
1801 Hits
0 Comments

De winkel is dood, lang leve de winkel

De winkel is dood, lang leve de winkel

Mensen kopen hun spullen nog steeds liever in die oude vertrouwde fysieke winkel dan dat ze online shoppen. Dat blijkt uit onderzoek van marktonderzoeksbureau Vostradamus in opdracht van frank.news. 


In het onderzoek werd een aantal productcategorieën voorgelegd aan ruim 1000 respondenten die aangaven of ze deze spullen voornamelijk in een online winkel of in een fysieke winkel kopen (zie onderstaande tabel). Vooral spullen als schoenen, kleding, boodschappen en alles voor de woninginrichting kopen Nederlanders bij voorkeur in de vertrouwde winkel. Op het gebied van boeken slaat de balans steeds meer door richting het online shoppen en elektronica kopen mensen ook graag online. In alle gevallen konden respondenten ook kiezen voor ‘beiden’. Hieronder staan alle cijfers:

Logische resultaten in vergelijking met marktaandelen online
  Volgens Wijnand Jongen, directeur van Thuiswinkel.org, de organisatie die de belangen van webshops behartigt zijn het vrij logische resultaten. ,,Het marktaandeel van de totale online bestedingen ten opzichte van de totale bestedingen ligt ongeveer op 10 tot 12 procent dus dat zie je ook terug in de resultaten. Wel zien we dat dit percentage stijgende is. Dus in de cijfers zal je in de toekomst zien dat steeds meer mensen de voorkeur geven aan online shoppen, zowel thuis als in de winkel.” Volgens Jongen past het bij een ontwikkeling waarbij het leven van mensen online én offline plaatsvindt. In zijn boek met de bijzondere titel ‘Het einde van online winkelen’ staat hij uitgebreid stil bij de wijze waarop deze twee werelden in elkaar overlopen. ,,Het echte leven vindt voor jongeren online én offline plaats. Die ontwikkeling zie je terug in de customer journey waarbij sommige fases op de bank met de iPad plaatsvinden en een ander gedeelte met vriendinnen in een winkel. Aan winkelketens de uitdaging om op allebei de gebieden een aandeel mee te pakken.”

 
Kitty Koelemijer: Supermarkt online gaat groeien

Volgens prof. Kitty Koelemeijer, marketinghoogleraar aan de Nyenrode Universiteit - met als specialiteit retailing en consumentengedrag - zijn de cijfers ook vrij logisch. ,,Je ziet vooral dat de rol van winkels tijdens het totale aankoopproces aan het veranderen is. Je was aangewezen op de fysieke winkel voor het gehele koopproces, maar nu oriënteer je vaak online en vervolgens koop je het in de winkel. Tegelijkertijd hebben fysieke winkels nog een belangrijke rol voor allerlei aankoopdoelen. Bijvoorbeeld mensen die producten in het echt willen zien of die persoonlijk advies willen. Daar zitten nog wel mogelijkheden voor fysieke winkels om het verschil te maken, maar nieuwe technologieën verbeteren de online propositie. Een groot deel van de customer journey is nog niet in een algoritmes te vangen.” Opvallend blijft toch het cijfer voor de boodschappen in de supermarkt waar slechts 2,5 procent van de ondervraagden een voorkeur heeft voor online. ,,Ik denk dat het gaat komen, nu is er op elke hoek nog een winkel, maar straks wordt het gewoontegedrag doorbroken en gaat echt opeens hard met online shoppen. Dat kan bijna niet anders.”

Passen voornaamste argument kopen in fysieke winkel
In het onderzoek is ook gevraagd naar de reden dat mensen de voorkeur geven aan een fysieke winkel boven online shops (zie onder). Mensen noemen het passen/aanraken als voornaamste argument (70 procent) en daarna volgen ‘direct meenemen’ (47 procent), ‘dichtbij’ (32) en ‘service’ (31 procent). Tegelijkertijd gaven de respondenten natuurlijk ook argumenten om voornamelijk online te kopen (zie onder); ze krijgen de spullen lekker thuisbezorgd (52 procent), kunnen alles elk moment van de dag kopen (40), krijgen de beste deal (40) en het aanbod is groot (40).





De evolutie van webshops 
Zijn zaken als ‘passen’, ‘aanraken’ en ‘direct meenemen’ online te organiseren op de wat langere termijn? Wijnand Jongen: ,,De beleving wordt steeds beter online; de kleuren van modefoto’s zijn beter en straks zal virtual reality ook nog voor grote stappen gaan zorgen. Als die nieuwe technologieën eenmaal op grote schaal worden toegepast dan zullen mensen vaker voor online winkelen kiezen en dat zeg ik echt niet omdat ik hier werk.” Want, iets meer op macroniveau, hoe schetst hij eigenlijk de toekomst van de Nederlandse retail? Hoe ziet winkelen er over een jaar of vijf uit? ,,Er zullen concentraties van winkelgebieden komen in de steden waardoor er minder vierkante meters nodig zijn op andere plekken. Niet ieder dorp behoudt dus een elektronicazaak en een woonwinkel, maar daarvoor moet je bij de winkelconcentraties zijn waar ook altijd iets te beleven is. En online vult ondertussen de gaten in en zal ook steeds meer beleving toevoegen.”

Jongen verwacht dat de percentages van mensen die online winkelen zullen toenemen; en de fysieke winkels moeten mee want zonder webshop ben je gewoon niet aantrekkelijk genoeg. ,,De rol van fysieke winkels moet je niet onderschatten want daar moet echt wat gebeuren. Zij moeten zichzelf opnieuw uitvinden door ook kleine technologiebedrijven te worden waarbij ze alle weten van klanten.”

 
 Online en offline integreren
Ook Koelemijer verwacht dat de online wereld steeds nadrukkelijker deze schotten uit het aankoopproces kan houden. ,,Online gaat het veel over gemak; alle maten zijn beschikbaar, je kan makkelijk doorklikken en in de fysieke winkel moet je maar vertrouwen op de aardigheid en service van de verkoper.” Ze denkt ook dat offline en online steeds meer gaan integreren. ,,Zonder Amazon en Alibaba zullen jullie cijfers gestaag toenemen in de richting van online, maar deze bedrijven kunnen dat versnellen. Stel dat opeens Singles Day van Alibaba een enorm succes wordt zoals in China het geval is. Dan krijgt online een enorme boost.”

Koelemeijer verwacht dat het integreren van offline en online gemakkelijker opgepakt gaat worden door de online bedrijven dan door de ouderwetse fysieke winkels. ,,Ga maar eens opeens met 150 winkels het online gedeelte oppakken, dat zal niet meevallen. Terwijl andersom een zaak als Coolblue natuurlijk veel gemakkelijker een paar winkels kan openen; want het hoeft daar geen keiharde omzetten te draaien.”

 
 Kleding vaker online gekocht in afgelopen 12 maanden

In het onderzoek is ook nog gevraagd naar welke producten mensen de afgelopen twaalf maanden vaker online kopen dan daarvoor (zie onder). Het geeft een indicatie van de categorieën die nog kunnen groeien online. Vooral kleding (32 procent) en elektronica (27 procent) worden vaker online gekocht vergeleken met de periode daarvoor.


Conclusie: Nederlanders aarzelen met webshoppen
Nederlanders lijken nog een beetje aarzelend op het gebied van webshoppen en de oude, vertrouwde winkel hebben we nog zeer diep in ons hart zitten. De verwachting van kenners is dat alle productcategorieën - met boeken en kleding als koplopers - steeds meer via internet verkocht gaan worden. Ontwikkelingen als ‘virtual reality’ en vooral het verbeteren van de echte achterblijvers - zoals de online supermarkten - zullen deze ontwikkeling versnellen. Samen met de toename van het verkopen via webshops vinden er in het fysieke retailkanaal allerlei grootschalige ontwikkelingen plaats. In dorpen is nog plek voor een bakker en een slager, maar het grote winkelen verplaatst zich allemaal naar de steden.

 
  7221 Hits
  0 Comments
7221 Hits
0 Comments

Sentimentmeting: Proces Geert Wilders goed voor aandacht op social media

Sentimentmeting: Proces Geert Wilders goed voor aandacht op social media

Met de Tweede Kamerverkiezing in het vooruitzicht, is er een grote behoefte aan meer duidelijkheid over de stem en mening van de kiezer. Daarom schakelt frank.news, i.s.m. Vostradamus, iedere maand de sentimentmeting op social media in. De conclusie van de afgelopen maand? Zo’n proces tegen Geert Wilders is prima voor de aandacht op social media.

 
 
De belangrijkste conclusies: Geert Wilders veroorzaakt meeste social media activiteit
  1. Geert Wilders veroorzaakt de meeste social media-activiteit, is ook koploper als het om de meeste berichten met negatief sentiment gaat én is onmisbaar voor de activiteit rondom zijn partij. Dankzij Wilders wordt deze meer dan verdubbeld. We zien hierin een duidelijke samenhang met het proces Wilders. In november heeft dit er waarschijnlijk aan bijgedragen dat de PVV van 24 naar 29 zetels is gestegen in de peilingen.
  2. Mark Rutte is de tweede meest besproken politieke leider. Hij zorgt er trouwens ook gelijk voor dat er met meer negatief sentiment over zijn partij wordt gesproken. We kunnen stellen dat de premierbonus zich vertaalt in aandacht, maar niet in positieve berichtgeving. Zou dat er iets mee te maken hebben dat zijn VVD niet meer de koploper is in de peilingen?
  3. Diederik Samsom en Lodewijk Asscher hebben één ding gemeen: ze voegen relatief weinig toe aan de social media activiteit rondom hun partij. Geen wonder dat de PvdA in de peilingen steeds verder wegzakt.
  4. In de vorige sentimentmeting viel al op dat over de SP als enige met meer positief dan negatief sentiment wordt gesproken. Dit is ook het geval voor lijsttrekker Emile Roemer.
 
Vorige maand berichtten we al over het opvallende feit dat de PvdA de meest besproken partij op social media was in het afgelopen jaar, terwijl de partij in de peilingen wegzakte naar een gedeelde zesde/zevende plek. De PVV, op dit moment weer de grootste partij als we de peilingen mogen geloven, neemt een derde plek in en zakte qua activiteit juist weg in de maand oktober. Dat blijkt in deze laatste sentimentmeting alweer verleden tijd te zijn. In ons onderzoek, mede mogelijk gemaakt door marktonderzoeksbureau Vostradamus, hebben we ons gefocust op de meest besproken lijsttrekkers, en partijleden. Wat voegen de partijleiders eigenlijk toe aan de ‘rumour around the brand’ van hun partij? Hoeveel wordt er over hen bericht? En roepen ze een negatief of juist overwegend positief sentiment op?





Rechtszaak Wilders veroorzaakt activiteit
Wat opvalt is dat Geert Wilders het afgelopen jaar de meeste activiteit veroorzaakt, met 197.836 berichten in totaal. Ook als het om berichtgeving met negatief sentiment gaat, is hij koploper met 21.738 berichten. Als we de activiteit van de PVV vanaf 1 november vergelijken mét en zonder Wilders, dan zien we dat de lijsttrekker ervoor zorgt dat deze meer dan verdubbelt.

Aan de verschillende pieken in de sentimentmeting van de PVV-lijsttrekker valt de grote piek op 17 november op. Deze wordt veroorzaakt door berichtgeving over de reactie van Geert Wilders op de strafeis van het OM. 7 procent van de berichten over dit onderwerp is negatief, en 3 procent positief. De grootste piek is te zien op 9 december; de dag waarop Wilders schuldig werd bevonden in het ‘minder Marokkanen’- proces. Het gaat om 7502 berichten in totaal, waarvan 10 procent met een negatief en 5 procent een positief sentiment. Ook de volgende dag is er nog veel activiteit met 3873 berichten, waarvan het sentiment anders dan de dag ervoor overwegend positief is met 14 procent tegen 10 procent.

In de peilingen is de partij in de afgelopen maand van 24 naar 29 zetels gestegen. We kunnen concluderen dat het proces van Wilders de PVV niet alleen de hoogste social media aandacht genereert, maar ook een zetelwinst oplevert.

Tweede plek voor Rutte
In de sentimentmeting van de VVD viel al op dat de partij op een tweede plek stond als meest besproken partij. Dat zien we in dit onderzoek ook terug: Mark Rutte staat op een tweede plek van meeste activiteit met 9 procent positief en 12 procent negatief. Als we kijken naar hoeveel Rutte toevoegt aan de activiteit voor zijn partij, zien we dat dit de VVD wel iets meer berichten oplevert, maar dat is zeker geen verdubbelaar zoals bij Wilders het geval is. Verder valt op dat vooral het negatieve sentiment stijgt als we Rutte aan de zoekopdracht toevoegen.

De echte negatieve uitschieter is op 19 november, waarop de VVD-lijsttrekker zijn speech houdt tijdens het partijcongres. Dit levert 26 procent aan negatieve berichten op tegenover 10 procent positief. De grootste positieve piek is op 26 augustus: de dag dat Rutte officieel als lijsttrekker werd voorgedragen. Hierover wordt meer positief (9 procent), dan negatief (7 procent) bericht.

 
 Asscher & Samsom weinig invloed
Diederik Samsom en zijn opvolger Lodewijk Asscher hebben één ding gemeen: ze voegen relatief weinig toe aan de social media activiteit rondom hun partij. Dat de PvdA in onze vorige meting nog als meest besproken partij uit de bus kwam, daar hebben zij duidelijk niet veel invloed op gehad. Alleen op 9 december als de uitslag van de lijsttrekkerverkiezing bekend is, zien we een duidelijke piek. Al had het opstappen van Jacques Monasch begin november een vergelijkbaar effect.

Als we de twee heren met elkaar vergelijken is duidelijk te zien dat Diederik Samsom het afgelopen jaar minder populair was dan Asscher. Dit zie je alleen al aan de hoeveelheid berichten: 28966 voor Samsom tegenover 35.838 voor Asscher. In aantallen (3178) en percentages (9 procent) levert het laatstgenoemde i.v.m. de rest geen slechte score op als het om negatief sentiment gaat.

 
 Emile Roemer enige positief
De SP, in de peilingen een vijfde plek, was in de vorige sentimentmeting al de enige partij met meer positief dan negatief sentiment. Dit geldt ook voor lijsttrekker Emile Roemer. Met een totaal van 9600 berichten, waarvan 10 procent positief, en 7 procent negatief. Zijn grote negatieve uitschieter was op 21 september, toen Roemer onder vuur lag om zijn zorgplannen. De aftrap van de verkiezingscampagne op 29 augustus leverde de SP-lijsttrekker juist een overwegend positief sentiment op. De interne aanval van zijn partijgenoten is niet meegenomen in deze meting.

 
Jesse Klaver gelijk
De GroenLinks-lijsttrekker is degene die als enige een gelijk percentage aan zowel negatief als positief sentiment scoort (beide 11 procent). We kunnen daardoor stellen dat er over Jesse net zoveel negatief wordt bericht als positief. De lijsttrekker voor GroenLinks staat op een vierde plek qua aantal berichten. Door zijn optreden in tv-programma Buitenhof op 25 september maakte Klaver zich iets minder populair met de uitspraak; ‘Het klinkt misschien raar maar mijn levensverhaal heeft gewoon veel overeenkomsten met Obama’. Dit zien we terug in de negatieve piek (9 procent). Begin dit jaar deed hij het een stuk beter door zijn speech tijdens het partijcongres van GroenLinks, score: 11 procent positief tegenover 7 procent negatief.


CDA opvallend laag
Wat verder opvalt, is dat de lijsttrekkers van D66 en CDA (derde en vierde in de peilingen), net als bij de vorige sentimentmeting een stuk minder populair zijn. Alexander Pechtold scoort nog een zesde plaats na Jesse Klaver, maar CDA-lijsttrekker Sybrand Buma met 6761 is in dit rijtje nog minder populair dan Marianne Thieme (10854).

Negatief sentiment voor Sylvana
Als we tot slot naar de percentages kijken van berichten met negatief sentiment, blijkt dat Geert Wilders in vergelijking tot de acht anderen veel besproken namen met 11 procent ’slechts’ een vijfde plek inneemt. Sylvana Simons neemt met 18 procent aan negatieve berichtgeving een eerste plek in. In absolute aantallen staat zij qua activiteit op een derde plek. De grote negatieve pieken worden in het geval van het DENK-partijlid veroorzaakt door berichten over onderwerpen als ‘uitzwaaidag Sylvana‘, 27 mei, en ‘dreigfilmpje Sylvana’ op en rond 22 november. Op de dag, tevens piekmoment, dat zij aangeeft zich aan te sluiten bij DENK, is het sentiment 10 procent positief en 12 procent negatief.

We stuiten hier overigens wel op de beperkingen van de geautomatiseerde sentiment classificatie. Een ‘negatief’ bericht kan zowel een bericht zijn waarin negatief wordt gereageerd op alles wat Sylvana Simons aan verwensingen over zich heen heeft gekregen, als een bericht dat negatief is over Sylvana zelf.



 
Over het onderzoek: Welke sociale media worden gemeten om tot de online sentimentmeting te komen?
De volgende bronnen worden gemeten: Twitter, Facebook (betreft bedrijfspagina’s), Blog, Forum, Google+, YouTube, Instagram, Pinterest, LinkedIn en Nieuwssites. Met uitzondering van alle privéaccounts die afgeschermd zijn.

Vostradamus heeft voor dit onderzoek gebruik gemaakt van de namen van de politieke lijsttrekkers. De openbare accounts van deze lijsttrekkers en van hun politieke partijen zijn hierdoor dus ook in de meting meegenomen. Met als mogelijk gevolg dat de positieve berichtgeving per partij hierdoor iets hoger is uitgevallen, vergeleken met het sentiment van het volk.

 
 Is het aantal berichten dat niet als positief of negatief is gemeten, neutraal?
Deze berichten zijn neutraal of op basis van zoekwoorden niet geclassificeerd tot positief of negatief. Nieuwsberichten zijn overigens altijd als neutraal omschreven. Kanttekening hierbij is wel dat sarcastische berichten door Coosto niet als sarcastisch gezien worden, en kunnen daardoor toch als positief gemeten worden, terwijl ze negatief bedoeld zijn.

 
Bron online sentimentmeting: Coosto door Vostradamus
Gemeten periode: 1 januari 2016 t/m 11 december 2016
Bron aantal zetels: Peilingwijzer.nl; combineert de peilingen van I&O Research, Ipsos, Peil.nl, De Stemming/ EenVandaag en TNS NIPO tot één schatting van de politieke krachtsverhoudingen voor de Tweede Kamer.
  5675 Hits
  0 Comments
5675 Hits
0 Comments