Candid. Platform
for growth.

Facebook start exclusieve news shows…en betaalt ervoor

campbell-brown-facebook-

Facebook is bezig met de voorbereiding van exclusieve video news shows, die waarschijnlijk al binnenkort te zien zijn. Daarover zijn gesprekken gaande met CNN, Fox News, BuzzFeed en anderen. De mediaorganisaties gaan het nieuws brengen en…Facebook gaat ervoor betalen.

 
Het geheime wapen van Facebook heet Campbell Brown, voormalig tv-presentator bij grote netwerken als CNN en NBC en sinds 2017 in dienst bij Facebook. Ze opereert daar vooral de schermen. Ze is succesvol en omstreden. Is Campbell Brown een kracht om mee rekening te houden of is ze zelf fake news?, kopte The New York Times onlangs.

 
Niet de minsten 
Deze week laat ze van zich horen op de grote F8 conferentie van Facebook. „Kwaliteitsnieuws kan ons samen brengen,” zegt ze op het podium. Het is terug te zien op de videopagina van Facebook F8 (de presentatie begint op 1.11 min). Meteen na haar komt Alex Hardiman, afkomstig van The New York Times en tegenwoordig ook in dienst van Facebook. Het zijn niet de minsten die van gezaghebbende media naar Facebook overstappen.

 
Networks met exclusieve news shows op Facebook 
Brown wil kwaliteitsnieuws bij Facebook naar voren halen. Ze wil media meer mogelijkheden geven op Facebook nieuws te brengen achter een paywall (de eerste paar artikelen blijven gratis) en ze is er voorstander van dat Facebook de mediaorganisaties die kwaliteitsnieuws brengen daarvoor gaat betalen. Haar grootste project is om binnen de videosectie van Facebook een nieuwsplatform te ontwikkelen. Daarover is Brown in overleg met netwerken als CNN en Fox News. Het moet leiden tot een zestal news shows, die vanaf half mei of juni exclusief op Facebook te zien zullen zijn.

 
Laatste schandaal 
Op een conferentie in New York trad Brown al eerder opvallend naar buiten. Voor een zaal van executives uit de media- en advertentiewereld kreeg ze een vraag over Facebooks laatste schandaal. Facebook had de krant The Guardian gedreigd met een rechtszaak als die een rapport over het datalek naar Cambridge Analytica naar buiten zou brengen. Brown nam opmerkelijk genoeg afstand van haar Facebook-collega’s. „Ik zou waarschijnlijk niet hebben gekozen om met een rechtszaak te dreigen,” verklaart ze bij CNBC. ,,Dat is denk ik niet onze slimste zet geweest.” Pas later schaart ook CEO Mark Zuckerberg zich achter de uitlatingen van Brown.

 
Uitgevers krijgen paywalls op Facebook
Brown wordt in 2017 bij Facebook binnengehaald om de relatie met de media te herstellen. Sommigen zien haar aanstelling als niet meer dan een geste naar de buitenwereld toe. Hoe kan ze invloed hebben bij een bedrijf waar haar baas Zuckerberg het maken en tonen van nieuws vooral als een probleem ziet? Maar ondertussen slaagt ze er in haar visie om van Facebook ook een mediaplatform te maken, steeds meer uit te dragen. Facebook heeft 90 miljoen dollar vrijgemaakt om partners news shows te laten brengen waarvoor Brown de onderhandelingen voert, zoals The New York Times meldt.

Met de paywalls die uitgevers kunnen instellen op Facebook, wil ze hen verder tegemoet komen. „Hiermee veranderen we onze relatie met uitgevers,” verklaart Brown op een tech- en mediaconferentie van Recode eerder dit jaar. Ze benadrukt dat Facebook nieuws van lage kwaliteit minder ruimte gaat geven. Kwaliteit komt bovenaan te staan.

 
Fiasco met trending topics nog niet vergeten 
Het is afwachten hoe dat in de praktijk gaat uitpakken. Facebook stelde eerder redacteuren aan die moesten bepalen welke artikelen in de trending topics moesten komen. Dat complete team werd in 2016 ontslagen, onder meer omdat het conservatieve standpunten uit de trending topics zou weren. Daarvoor in de plaats kwamen de omstreden algoritmen die de volgorde in de news feed bepalen.

Fake news is nog steeds een groot dilemma. Er kan een accreditatiesysteem komen, liet Brown op een conferentie over nieuws zich ontvallen. Maar accreditatie gaat in tegen persvrijheid omdat je anderen uitsluit en een vorm van censuur pleegt. Brown krabbelde snel terug, ze bedoelde dat ze fake news wil aanpakken door met betrouwbare organisaties te werken, zegt ze in Columbia Journalism Review.

 
Murdoch: Facebook moet uitgevers betalen 
Onlangs nog deelde Facebook een harde klap aan uitgevers uit met de mededeling dat het sociale netwerk vrienden centraal ging stellen. Uitgevers zouden hoe dan ook een lagere plek in de news feed krijgen. Sommige mediabedrijven zagen hun bezoekersaantallen kelderen.

Magnaat Rupert Murdoch riep media op hun krachten te bundelen om Facebook te dwingen voor content te betalen. Campbell gaat daarin mee en lijkt dat nu voor elkaar te krijgen. Verder krijgen uitgevers de mogelijkheid om abonnementen aan te bieden via een knop bij hun content op Facebook. Testen hebben laten zien dat meer mensen zich zo abonneren op hun favoriete media. „Campbell leidt een cruciaal deel van onze business,” zegt Dan Rose, Facebooks vicepresident voor partnerships. „Ze is ongelooflijk effectief en ze is nog maar net begonnen.”

 
Campbell Brown bij Bush, Clinton en Gates 
Brown begint haar tv-carrière bij een lokale omroep, maar komt al snel terecht bij de nationale zenders NBC en CNN. Als tv-verslaggever reist ze mee met de presidentscampagne van George W. Bush. Ze trekt op met de machtigen der aarde. Op een foto staat ze samen met Bill Clinton en Bill Gates van Microsoft tijdens een bezoek aan Afrika. Met haar vriendin en collega-verslaggever Anne Kornblut richt ze een groep op van vrouwelijke correspondenten van het Witte Huis. Na haar werk bij televisie ontpopt ze zich enige tijd als conservatieve lobbyist. Haar oud-collega Kornblut, die werkt bij The Washington Post, wordt bij Facebook binnengehaald door topvrouw Sheryl Sandberg. Het is Kornblut die Brown bij Facebook binnenloodst.

 
Zuckerberg en Sandberg niet op één lijn 
Gaat Facebook nu echt een uitgever worden van journalistieke producties? Daarover bestaat enige verdeeldheid binnen Facebook. Sommige analisten wijzen op de tegenstelling tussen topvrouw Sandberg en CEO Mark Zuckerberg, die Facebook niet als uitgever wil zien, maar als platform dat interacties mogelijk maakt. Door bepaalde media te gaan betalen, wordt Facebook onvermijdelijk een uitgever, precies wat Zuckerberg altijd heeft willen voorkomen.

Binnen Facebook is er een informele groep die bekend staat als de FOSSes, Friends of Sheryl Sandberg, de topvrouw naast Zuckerberg. Ook Campbell Brown wordt tot die groep gerekend. Haar goede relatie met Sandberg kan een steuntje in de rug zijn om haar mediaplannen door te voeren. Brown krijgt ruimte om banden met topmensen uit de mediawereld aan te halen. Onder hen is hoofdredacteur Ben Smith van Buzzfeed, die mogelijk content gaat leveren. Hij twijfelt er niet aan dat Brown in staat is de news shows tot een succes te maken. „Brown is sterker in haar rol bij Facebook dan ik dat ooit bij andere sociale media heb gezien.”

Google en Facebook experimenteren met ‘vliegticketmodel’ voor verkoop van nieuws

Google en Facebook experimenteren met ‘vliegticketmodel’ voor verkoop van nieuws

Het is een grote ommezwaai die Google en Facebook maken. Uitgevers krijgen mogelijkheden om bij hen abonnees te werven of artikelen te verkopen, bijvoorbeeld als die in een zoekmachine verschijnen. Hoever zal het gaan? Gaan uitgevers straks nieuws verkopen met variabele prijzen zoals dat ook bij vliegtickets gebeurt?

 
Bij vliegtickets zijn we eraan gewend. Op internet kan je eindeloos zoeken naar de goedkoopste tickets en uiteindelijk heeft bijna iedereen in het vliegtuig een ander bedrag betaald. De prijs is afhankelijk van de website, of je al eerder hebt geboekt, waar je bent en hoelang van te voren je het doet. Je kan zeggen: er is een wildgroei aan ticketprijzen ontstaan, maar het is ook een systeem waar consumenten hun weg in weten te vinden.

 
Variabel prijssysteem voor content
Dynamic pricing is de sleutelterm. Het is nog ongehoord in de uitgeverswereld waar een tijdschrift een vaste prijs heeft. Maar bij een net uitgekomen artikel hoort een andere prijs dan bij een stuk van drie dagen geleden. Toen uitgevers content online begonnen te publiceren, pakten ze dynamic pricing niet op. Ze lieten dat over aan de techsector, die zich wierp op advertenties.

 
Als het werkt, waarom voeren we zo’n variabel prijssysteem ook niet in voor content van digitale kranten en magazines, vraagt techmagazine Monday Note zich af. Het nummer verscheen enige tijd geleden, maar heeft aan actualiteit niets ingeboet. Stel dat je op Google Search een artikel vindt dat je binnen Google meteen zou willen kopen. Zulke constructies zijn binnenkort mogelijk, nu Google heeft aangegeven daaraan te willen meewerken. Je kan een aanbod krijgen om een artikel voor een bepaalde prijs te kopen. Je kan je wellicht abonneren op bepaalde thema’s uit een krant waarbij de prijs varieert.

 
 
Niet verkochte stoelen
Vergelijk het met de luchtvaartsector met zijn niet verkochte stoelen. Het vliegtuig vliegt toch al, daarom zijn de laatste stoelen extra goedkoop. Maar bij uitgevers zijn de artikelen al geschreven en komen er geen kosten meer bij. Ook daar kan je artikelen dan goedkoop aanbieden. Niet als ze net uit zijn, maar wel een tijdje later. Zo’n model biedt nieuwe kansen voor uitgevers om meer inkomsten te krijgen. Maar er zijn ook risico’s: uitgevers worden opnieuw afhankelijk van Google, dat de spelregels het liefst zelf bepaalt.

 
 
Google en Facebook komen kranten tegemoet
Google maakte tijdens de Digital News Initiative top in februari in Amsterdam bekend dat het bezig is het idee voor een paywall verder uit te werken. De techgigant wil gebruikers identificeren die vermoedelijk geïnteresseerd zijn in een abonnement op een bepaalde krant of tijdschrift. Ze kunnen het abonnement dan binnen Google afsluiten, en als ze opnieuw zoeken, zullen artikelen van die publicatie prominent in de zoekresultaten opduiken. „De nadruk op abonnementen tijdens de top in Amsterdam is een grote verandering,” zegt onderzoeker Nic Newman van het Reuters Institute.

 
Zowel Google als Facebook voerden al experimenten uit met paywalls om kranten tegemoet te komen. Bij Google bleken de kranten daardoor meer abonnees te krijgen. Facebook wilde er aanvankelijk niet aan, maar is nu ook om. Het experimenteerde met paywalls op Android smartphones en gaat dat ook met iPhones doen. Apple gaf daar onlangs toestemming voor, meldt TechCrunch. De paywalls kunnen uitgevers van kranten en magazines helpen die het financieel moeilijk hebben.

 
De initiatieven van Google en Facebook zijn vergelijkbaar, maar Google loopt voorop. „Beide zijn er open over,” vertelt hoogleraar journalistiek Jeff Jarvis uit New York, die de top in Amsterdam bezocht. „Beide proberen hun roadmaps te delen, Google meer dan Facebook. Ze weten dat ze alleen met uitgevers kunnen samenwerken als ze iets van hun roadmaps delen,” zegt hij in Digiday.

 
„Beide proberen hun roadmaps te delen, Google meer dan Facebook. Ze weten dat ze alleen met uitgevers kunnen samenwerken als ze iets van hun roadmaps delen,” zegt Jeff Jarvis in Digiday.
 
Google-test levert kranten extra abonnees
De techgiganten zijn zich ervan bewust dat ze iets moeten doen voor de uitgevers bij wie ze zoveel adverteerders hebben weggekaapt. De beste oplossing: zorg dat uitgevers meer inkomsten krijgen.

Google kon al rekenen op meer goodwill van de uitgevers toen het vorig jaar besloot om te stoppen met first-click-free, waarbij lezers een eerste artikel van een krant altijd gratis kregen. Daardoor liepen uitgevers inkomsten mis. Nu kan er meteen bij het eerste artikel een paywall zijn.

Google testte het nieuwe systeem bij The New York Times en Financial Times en dat leverde die kranten flink wat extra abonnees op. De Financial Times probeert momenteel verschillende varianten uit waarbij mensen sommige artikelen gratis krijgen. Het gaat om het vinden van een evenwicht: genoeg nieuwe abonnees, maar ook genoeg gratis artikelen bij de zoekresultaten.

 
 
Google: altijd iets gratis aanbieden op internet
Google is bereid om data voor uitgevers beschikbaar te stellen. „Data die Google over gebruikers heeft, geven inzicht of iemand geïnteresseerd is in een abonnement - uitgevers hebben daar lang om gevraagd,” zegt Newman van het Reuters Institute. „Dat zou een groot verschil maken.”

Google blijft bij zijn standpunt dat uitgevers altijd iets gratis moeten aanbieden om succesvol op internet te kunnen zijn. Als dat te weinig is, zullen te weinig lezers de content delen en verliezen publicaties hun bekendheid.

Ook Facebook wil uitgevers tegemoet komen, maar daar zijn ze minder ver. Het sociale netwerk heeft testen uitgevoerd met The Economist en The Washington Post, maar dat heeft nog geen harde conclusies opgeleverd. Uitgevers zijn minder tevreden over Facebook. „Het kostte ons twee jaar discussie met Facebook om hen de toekomst van de journalistiek te laten begrijpen en wat daarvoor nodig is,” zegt Stefan Betzold, managing director bij het Duitse Bild. „Het moet meer commitment laten zien en meer met ons samenwerken.”

 
 
Europese kranten nemen afstand van techbedrijven
Uitgever Axel Springer in Duitsland hield onlangs een conferentie, waar hard werd uitgehaald naar de duopolie van Google en Facebook. Voorafgaand aan de International Paid Content Summit verscheen een rapport waarin grote Europese kranten als The Guardian, Le Figaro en Bild zeggen dat ze minder afhankelijk willen zijn van de techbedrijven. Uitgevers in Frankrijk, Spanje en Duitsland, van onder meer Der Spiegel en Bild, hebben onlangs nieuwe paid content modellen gelanceerd. „De digitale abonnementen voorzien in steeds meer inkomsten waardoor we minder afhankelijk worden van de techplatforms,” zegt Betzold van Bild tegen Digiday.

 
„De digitale abonnementen voorzien in steeds meer inkomsten waardoor we minder afhankelijk worden van de techplatforms,” zegt Betzold van Bild tegen Digiday.
 
De uitgevers kiezen voor een tweesporenbeleid. Aan de ene kant proberen ze meer abonnementen te regelen en een directe relatie met lezers op te bouwen. Het beste voorbeeld daarvan is The New York Times met vorig jaar maar liefst 46 procent meer abonnementen online.

Daarnaast gaan de uitgevers verder met de techbedrijven om tot een goed model voor abonnementen te komen die je direct op Google en Facebook kunt afsluiten. Het biedt nieuwe kansen voor uitgevers, maar ook het risico nog meer afhankelijk te worden van de techgiganten. Hoe het zal uitwerken is nog de vraag. Bij de vliegtickets zijn de ontwikkelingen snel gegaan. Het is nog even afwachten of we straks ook bij content zoveel tarieven zullen zien.

Facebook verliest jongeren in hoog tempo aan Snapchat

Facebook verliest jongeren in hoog tempo aan Snapchat

Het gaat om miljoenen jongeren die Facebook verlaten of er niet eens aan beginnen. Instagram profiteert daarvan, maar de grote winnaar is Snapchat, zo blijkt uit onderzoek van eMarketer. Ondertussen moet Facebook alle zeilen bijzetten om grote problemen zoals fake news het hoofd te bieden. De meeste adverteerders zien nog genoeg kansen, maar het klinkend optimisme bij het social network lijkt voorbij.

 
CEO Mark Zuckerberg is het afgelopen jaar veranderd, zeggen de mensen om hen heen. Het was een jaar vol aantijgingen over fake news en Russische trollen. Zuckerberg heeft erover nagedacht, hij wil het oplossen, maar is ook bezorgd.
„Dit hele jaar heeft zijn persoonlijke techno-optimisme veranderd,” zegt een hoge functionaris bij Facebook. „Het heeft hem meer paranoïde gemaakt over de manieren waarop mensen dingen kunnen misbruiken die uit zijn handen komen.”
De passage komt uit Wired dat een uitgebreide reconstructie maakte van de afgelopen twee jaar: Inside the two years that shook Facebook - and the world. Met als ondertitel: hoe een verwarde, zich verdedigende social mediagigant zichzelf de afgrond instuurt en hoe Mark Zuckerberg het allemaal probeert te fixen. Het verhaal leest als een thriller en is alleen daarom al een aanrader.

 
Jongeren onder de 25 haken af
Dat de problemen nog niet voorbij zijn, blijkt uit het onderzoek van eMarketer. Facebook zal dit jaar twee miljoen gebruikers onder de 25 in de VS kwijtraken, voorspellen de onderzoekers. En die gaan lang niet allemaal naar Instagram, waarvan Facebook eigenaar is. Instagram krijgt er dit jaar in totaal naar verwachting 1,6 miljoen gebruikers bij. De meeste overstappers gaan naar Snapchat, dat er volgens eMarketer 1,9 miljoen jonge gebruikers bij zal krijgen. The Guardian verwacht dat dit jaar in totaal 3 miljoen jongeren van onder de 25 Facebook zullen verlaten in de VS en Groot-Brittannië samen.

Harde voorspellingen voor Nederland zijn er niet, maar vaak volgen wij de trends in de Verenigde Staten. eMarketer geldt als gezaghebbend, maar moest zijn prognoses over het afgelopen jaar bijstellen. Voor 2017 voorspelde eMarketer dat het aantal 12 tot 17 jarigen bij Facebook in de VS zou afnemen met 3,4 procent. Die afname bleek uiteindelijk drie keer zo groot, namelijk 9,9 procent en dat zijn zo’n 1,4 miljoen gebruikers. Volgens eMarketer heeft Facebook in de leeftijdgroep tot 25 vorig jaar in totaal 2,8 miljoen Amerikaanse gebruikers verloren.

Techmagazine Recode noemt een aantal redenen dat tieners Facebook de rug toe keren. Het sociale netwerk is al een aantal jaren zijn ‘cool’-factor aan het verliezen en jongeren hebben meer opties dan ooit om contact te houden met vrienden en familie. Facebook is bovendien een ‘digital record keeper’, het houdt steevast gegevens van gebruikers bij en niet alle jongeren zitten daar op te wachten. Dat verklaart de groeiende populariteit van Snapchat en Instagram waar je video’s en foto’s kan delen die weer verdwijnen.

 
Snapchat wint
Het lijkt erop dat Snapchat, waar het een tijd lang niet zo goed mee ging, weer helemaal terug is. Dat is ook te zien aan de beurscijfers. De koers van Snap bereikt hoogten die in maanden niet zijn voorgekomen. Voor het eerst sinds juni komt het aandeel uit boven de introductiekoers.

 
Snapchat heeft bewezen dat er een markt is voor een vluchtige foto’s en video’s die kort bestaan. Facebook kopieerde daarom onder meer Snapchat’s Stories (waarmee gebruikers foto’s of video’s kunnen posten die na 24 uur verdwijnen) voor de Facebook en Instagram apps, en introduceerde filters, die lijken op de Snapchat lenzen. Facebook wint daar nieuwe gebruikers mee en probeert zo Snapchat op termijn overbodig te maken. Maar verrassend genoeg lijkt het tegenovergestelde te gebeuren: Snapchat weet ervan te profiteren.

 
Snapchat komt door dat kopieergedrag in de schijnwerpers te staan en krijgt de kans om te groeien, schrijft techjournalist Billy Gallagher in een boek over Snapchat dat net uit is: ‘How to turn down a billion dollars: the Snapchat story’. Het is dankzij Facebook dat Snapchat een betere reputatie krijgt waardoor het kan uitgroeien tot de serieuze bedreiging voor Facebook die het is geworden.

 
Facebook zet Snapchat in de spotlights
Je moet er even voor terug naar 2012. Op Snapchat circuleren miljoenen foto’s, maar de app worstelt met een bedenkelijke reputatie vanwege sexting en erotische foto’s die worden rondgestuurd. Zuckerberg ontmoet CEO Evan Spiegel van Snapchat; de twee praten over een overname, maar Spiegel wijst een bod van 3 miljard dollar af. Zuckerberg besluit om er dan zelf mee aan de gang te gaan en Facebook komt met de eigen app Poke, waarmee je foto’s kan delen die weer verdwijnen. Daarmee krijgt het idee van Snapchat een andere lading. Als Facebook als gerespecteerd netwerk ermee komt, dan moet dat wel ‘the next big thing’ zijn. Ineens is Snapchat geen sexting app meer, maar is het de laatste trend. Snapchat gaat groeien dankzij het kopieergedrag van Facebook, schrijft Gallagher in zijn boek. CEO Spiegel van Snapchat herinnert zich het later zo: „Poke was het grootste kerstgeschenk dat we ooit hebben gekregen.”

 
In 2016 komt Facebook met Instagram Stories, eveneens naar het idee van Snapchat en daarmee deelt Zuckerberg wel een harde tik uit. Instagram Stories krijgt ruim 300 miljoen dagelijkse gebruikers, meer dan twee keer zoveel als Snapchat. De verwachting is dat beide dit jaar verder zullen groeien. Van de tieners die van Facebook afhaken, stapt een deel over naar Instagram. Maar de meesten van hen kiezen voor Snapchat.

 
Jongeren willen ‘cool’ network
Dat Snapchat nog steeds nieuwe jongeren aan zich weet te binden komt ook door een slimme strategie. Bij Facebook valt op hoeveel het netwerk van anderen kopieert; bij Snapchat vallen eigen innovaties op. Het bedrijf introduceerde vorig jaar Snap Maps, Context Cards en een nieuw design dat content van vrienden en van merken duidelijker uit elkaar houdt. Het nieuwe design moet de app ook toegankelijker maken. Er is discussie over, maar de resultaten op de beurs laten zien dat Snapchat op de goede weg zit.

 
Jonge gebruikers willen een ‘cool’ netwerk en niet een netwerk waar je grootouders ook op zitten. Tieners noemen Facebook ‘the old people network’, weet sociaal wetenschapper Julie Smith. Tieners zijn zich ook steeds meer bewust van de risico’s van Facebook. „Een verkeerde post op Facebook kan hun kans op een goede school of baan verkleinen. Ze zijn selectief wat en met wie ze iets willen delen”, zegt ze in USA Today. Snapchat voorziet in die behoefte, je kan delen met veel vrienden, maar als je meer privacy wil kan het ook in kleine kring.

 
Adverteerders zien kansen
De meeste adverteerders zien nog steeds veel kansen op Facebook. Ook een iets oudere leeftijdsgroep is interessant. En Facebook weet als geen ander advertenties te focussen naar interesses en webgedrag. Zuckerberg heeft aangekondigd dat hij bedrijven minder prioriteit gaat geven; familie en vrienden krijgen voorrang. Sommige bedrijven als Unilever houden het voorlopig voor gezien. Ze willen dat Facebook orde op zaken stelt en voorkomt dat advertenties bij fake news terecht komen. Veel andere businesses zien Facebook nog steeds als de manier om hun doelgroep te bereiken.

 
Maar Snapchat staat om de hoek. De verwachting is dat Snapchat’s tienersucces zich gaat uitbreiden naar andere leeftijdsgroepen. „Snapchat kan verder gaan groeien dankzij ouderen,” verwacht analist Debra Williamson van eMarketer. Ze wijst erop dat het nieuwe design van Snapchat eenvoudiger is waardoor de app voor meer mensen aantrekkelijk wordt. Oudere gebruikers, die meer te besteden hebben, kunnen Snap uiteindelijk de middelen geven voor verdere groei en innovatie. Facebook kan er maar beter rekening mee houden.

Facebook en Amazon azen op live sportrechten

Facebook en Amazon azen op live sportrechten

Live op Facebook of Amazon Prime je favoriete voetbalmatch bekijken? Het komt eraan. Facebook stelt een speciale functionaris aan die een miljardenbudget krijgt om de uitzendrechten van grote sportevenementen binnen te halen. Ook videodienst Amazon Prime gaat er flink mee uitpakken. De techbedrijven azen onder meer op de Britse Premier League.

Het belooft een van de belangrijkste trends van 2018 te worden, melden diverse onderzoeksbureaus. Juniper Research noemt het zelfs de nummer één techtrend voor volgend jaar. De strijd om de live sportrechten is niet meer iets voor nationale tv-zenders alleen, het zijn de grote techgiganten die er steeds vaker mee weglopen. Facebook en Amazon voeren het komende jaar de strijd op.

 
Mark Zuckerberg: meer inzetten op sport
Amazon betaalde in de VS 50 miljoen dollar om wedstrijden van de National Football League te streamen. Facebook bood ruim 600 miljoen dollar om beelden te tonen van cricketwedstrijden uit de Indiase Premier League, maar greep toen nog mis. Het was de eerste grote poging om een markt te ontwrichten waar tot dusver tv-zenders het voor het zeggen hebben. De techbedrijven hebben inmiddels veel uitgeprobeerd en nu is het tijd voor het echte werk. Facebook gaat een top-level executive aanstellen om te onderhandelen over sportrechten, meldt Sports Business Journal. Die persoon zou een budget krijgen van ‘enkele miljarden dollars’. Facebook CEO Mark Zuckerberg wil meer gaan inzetten op sport zodat mensen het sociale netwerk gaan zien als plek waar je naar toegaat voor premium video.

Facebook en Amazon voeren zo de strijd op met tv-netwerken die traditioneel over de sportrechten beschikken. Dat zal op termijn ook in Nederland merkbaar worden. Live sportprogramma’s gaan niet meteen van tv verdwijnen, maar kunnen veel kijkers verliezen aan Facebook of Amazon, waarvan de content op de smartphone of tablet te zien is.

OTT is de sleutelterm, het staat voor ‘over-the-top’: videocontent die je bekijkt via het open internet buiten de gesloten kanalen van een kabelaar of telecomaanbieder om.

 
Amazon wint van Facebook
De verwachting is dat Amazon uiteindelijk als grote winnaar te voorschijn komt, schrijft Juniper Research in het rapport Digital Content Business Models: OTT & Operator Strategies 2017 -2022. Amazon Prime koppelt het streamen van live sport events aan winkelen op de site van Amazon. Om live sportwedstrijden te zien, moet je lid worden van Amazon Prime. Daar kan je films en series bekijken en krijg je voordeeltjes bij aankopen die je bij Amazon doet. Live sport events op Amazon Prime leveren zo klanten op voor het hele bedrijf. Amazon verdient dubbel, constateert ook magazine GeekWire: aan de nieuwe gebruikers die afkomen op de live sport streams en aan de verkoop van spullen aan diezelfde klanten.

Facebook zond vorig jaar enkele duizenden sportevents live uit. Dat kwam deels voort uit een samenwerking met Fox Sports, maar het sociale netwerk verkreeg bijvoorbeeld ook live rechten van de Mexicaanse voetbalcompetitie, die in de VS veel wordt bekeken. Naast live verslagen biedt Facebook series en entertainment. Een grote hit is de Facebook-serie Hala Madrid, opgenomen met een GoPro camera, waarin fans van Real Madrid een 360 graden view van de organisatie krijgen met niet eerder getoonde beelden van spelers.

 
Premier League is de hoofdprijs
De strijd tussen Amazon en Facebook draait in Europa om uitzendrechten voor voetbal. Niet kinderachtig doen, gewoon de populairste sport binnenhalen, is de gedachte. En daarbinnen dan graag de rijkste competitie, de Britse Premier League, die in 2015 de rechten voor drie seizoenen voor een recordbedrag van 7 miljard euro verkocht aan Sky Sports en BT Sport van telecombedrijf BT.

De Britse krant The Independent noemt het een kwestie van tijd dat Facebook de strijd aangaat met Sky en BT Sport. Dan Reed, hoofd sport partnerships bij Facebook, noemt de Premier League een belangrijke partner en zegt een toekomstig bod niet uit te sluiten. Als Facebook een deal sluit, kan het inkomsten krijgen uit abonnementsgelden en advertenties.
„Mensen houden van sport - het is groot en engaging, het motiveert mensen, dus ik denk dat het een geweldige kans is”.
Ook Amazon heeft zijn oog op de Premier League laten vallen. De techgigant kan in Groot-Brittannië nog flink groeien en live sport helpt daarbij. „Mensen houden van sport - het is groot en engaging, het motiveert mensen, dus ik denk dat het een geweldige kans is,” zegt een woordvoerder van Amazon tegen The Guardian. Amazon heeft een gunstiger verdienmodel dan Facebook, omdat kijkers makkelijk een uitstapje maken naar de verkooppagina’s. De verwachting is dat Amazon met retail sales veel extra inkomsten krijgt. De geldende contracten met Sky en BT Sport lopen in 2019 af. Het bieden voor de komende seizoenen van de Premier League gebeurt naar verwachting begin 2018. Het zou voor het eerst zijn dat de techbedrijven bij de rechten van een grote Europese competitie domineren.

 
Amazon bij de Bundesliga; Facebook doet Champions League
Amazon werkt ook samen met de Duitse Bundesliga. In 2016 kwam het tot een eerste contract. Dat ging toen nog om radiorechten voor online en mobiel, uitbreiding naar video kan een volgende stap zijn. De live wedstrijdverslagen zijn te horen via Amazon Prime Music. De totale uitzendrechten voor de Duitse Bundesliga voor vier jaar kwamen in 2016 uit op 4,6 miljard euro, verdeeld over Sky, Eurosport en ZDF. Die afspraken lopen tot 2020 en het is nog even afwachten hoe het dan verder gaat. De Nederlandse voetbalcompetitie lijkt voorlopig te klein om serieuze belangstelling te krijgen van de techgiganten, die eerst grote slagen willen slaan.

De Champions League is een uitdaging waar de techbedrijven veel in zien. In de Verenigde Staten konden liefhebbers de Champions League al live op Facebook volgen, zoals Bloomberg meldt. Het sociale netwerk had daarover afspraken gemaakt met Fox Sports. Sommige wedstrijden waren exclusief op Facebook te zien.

De trends laten opnieuw zien hoe groot de macht van bedrijven als Amazon en Facebook is. Daar is veel kritiek op. Maar het antwoord van de techgiganten is keer op keer dat de expansie doorgaat. Deze keer is de sportwereld aan de beurt. Voor de onderzoekers van Juniper bestaat er geen twijfel: tv-netwerken gaan sportrechten verliezen aan Amazon en Facebook.

'Marketing van Björk met eigen cryptomunten'

'Marketing van Björk met eigen cryptomunten'

Wie het nieuwe album Utopia van Björk koopt, kan betalen met digitale munten en krijgt daarbij audiocoins cadeau, de cryptomunt waar de artiest zich aan verbonden heeft. De popster heeft al jarenlang een innige relatie met tech en neemt opnieuw het voortouw. Het is slimme marketing want cryptomunten hebben een bijna magische aantrekkingskracht.

Singer-songwriter Björk heeft de naam bovenop de nieuwste technische snufjes te zitten en daar past haar experiment met cryptomunten perfect in. Op het eerste gezicht een slimme marketingtruc, want wie met een digitale munt komt, staat meteen in de schijnwerpers. De muziek op het album Utopia is misschien niet echt vernieuwend, de bijbehorende technologie is dat wel en die kan wel eens groot kan worden in de muziekindustrie.

Björk werkt samen met de Britse startup Blockpool, die is gespecialiseerd in blockchain en cryptomunten. Fans kunnen het nieuwe album met digitaal geld kopen bij het label One Little Indian Records. Dat kan niet alleen met bitcoins, maar ook met andere digitale munten als litecoin of dashcoin. Ook creditcards zijn overigens nog steeds welkom. Het bijzondere is dat fans ook digitaal geld terugkrijgen, namelijk honderd audiocoins, de munt waarmee de artiest zich heeft verbonden.

Audiocoins als betaalmiddel in de muziekindustrie
Fans krijgen de audiocoins in een digitale wallet, die door Blockpool is gemaakt. Audiocoins kan je inwisselen voor andere cryptomunten zoals bitcoins, je kan ze houden en het zien als investering of ze inwisselen voor dollars of euro’s. Björk wil de audiocoins de komende jaren een grotere rol geven. Fans kunnen meer audiocoins verdienen bij interacties met Björks muziek, tijdens live events en digitale activiteiten. Het is de bedoeling dat je er uiteindelijk ook andere muziek mee kunt kopen of streamen. Audiocoins dus als gangbaar betaalmiddel in de muziekwereld. Bij de aankondiging had de audiocoin een waarde van $ 0.0026, drie dagen later stond de munt drie keer zo hoog. Momenteel fluctueert de audiocoin weer rond de beginwaarde.

CEO Kevin Bacon van Blockpool erkent dat er een zekere hype is rond cryptomunten, maar hij is overtuigd dat de techniek zal blijven. „Ik zie het niet  als een bubbel, maar als een uitbarsting van energie. Er is veel activiteit, veel zal weer verdwijnen, maar de belangrijke dingen zullen blijven en verder groeien,” zegt hij in muziekmagazine Musically (niet te verwarren met de app musical.ly).

Bruggen bouwen tussen mensen en tech
Het is niet voor het eerst dat Björk tech omarmt. Als een van de eersten zette ze de stap naar virtual reality. „Het levert een unieke fusie op van muziek en visie die iets magisch oplevert. Het kan de muziek zo versterken.” Ze gebruikt het bij haar album Vulnicura met een aparte virtual reality video voor elke track. Techniek is niet iets apart, ze wil het integreren. „Ik bouw bruggen tussen tech en de menselijke dingen die we doen,” zegt de zangeres tegen The Guardian.

Ze ervaart techniek als bevrijdend. Dat begon al met de opkomst van kleine computers in de jaren negentig. In muziekmagazine Factmag vertelt Björk hoe ze zich dankzij de laptop kon losmaken van de studio’s. Ze schrijft haar eigen muziek en dat gaat niet goed in de studio, liever thuis of zelfs in de bergen. „Ik kreeg mijn laptop in 1999 en het bevrijdde me van de dwang van de studio. Ik kon 90 procent van mijn muziek schrijven in mijn slaapkamer. Ik kon daar mijn dromen werkelijkheid maken.”

‘De zeven keer dat Björk cutting-edge technologie gebruikte om haar muziek te creëren’, is de titel van het artikel in Factmag. Het beschrijft hoe ze zich snel nieuwe software eigen maakt, zoals audioprogramma Pro Tools (tegenwoordig wijd verbreid, maar toen nog niet). Ze gebruikt het om opgenomen geluiden rond haar huis te versterken en te mengen met muziek. Met het programma Sibelius maakt ze arrangementen. Sibelius is zo ongeveer een eigen strijkorkest hebben in je laptop, je kan de muziek dan als audiofile of bladmuziek exporteren.

Ze is een pionier bij muziek maken met touchscreens. De techniek fascineert haar. „Het was niet alleen spannend om op te treden met touchscreens, maar ze ook te gebruiken bij muziek schrijven, ik gebruik ze zoveel als ik kan,” zegt ze in 2011 tegen CNN.

Van Vulnicura naar Utopia
In Vulnicura (2015) verhaalt Björk over haar scheiding van kunstenaar Matthew Barney. Het emotionele trauma klinkt in de muziek door. Bjork is als singer en componist op haar best. Utopia is lichter van toon, het is tijd om weer plezier te hebben. Utopia klinkt als een plaats, schrijft The New Yorker, een betoverend ecosysteem met een constant gezoem van activiteit. In dat gevoel van optimisme past ook de vooruitgang door techniek. Technologische veranderingen zijn er niet om je te laten intimideren, maar die moet je juist overnemen, er een eigen draai aan geven. Deze keer stapt ze in de allernieuwste techniek van blockchain en cryptomunten. Ze waarschuwt nog steeds voor een ecologische catastrofe, maar is hoopvol dat techniek oplossingen kan bieden.

Britse startup Blockpool helpt een handje
Bij startup Blockpool in Londen zijn ze ervan overtuigd dat blockchain en cryptomunten de toekomst hebben. CEO Kevin Bacon is opgetogen over de samenwerking met Björk. „We zijn een softwarebedrijf. We geven haar geen lijst met dingen die ze moet doen. We laten zien wat zou kunnen en zij het neemt het over en gaat er mee aan de gang.”

Bacon benadrukt dat het verder gaat dan marketing alleen. „Dit is de strategie van een leider. Ze wil dit zelf doen. Ook als wij niet betrokken waren, had ze met haar team de stap gezet om creatieve dingen met crypto te doen,” zegt Bacon in een interview met Musically.

Björk is de eerste grote artiest die met cryptomunten experimenteert, maar ze is niet de allereerste. DJ RAC bood fans eerder al aan om albums met de virtuele munt ethereum aan te schaffen. Ook de Britse zangeres Imogen Heap experimenteerde al met blockchain en virtuele munten en zet nu daarvoor een eigen platform op (zie dit artikel op frank.news). De verwachting is dat ook anderen in de muziekindustrie snel zullen volgen.
Bekijk hier de single The Gate van het album Utopia.
https://www.youtube.com/watch?v=_n0Ps1KWVU0&list=PLxKHVMqMZqUSw-NbrNHNGGRy7v34L4LlI

 

Apple en Brave bouwen aan verdienmodel zonder cookies

Apple en Brave bouwen aan verdienmodel zonder cookies

Steeds meer techbedrijven komen op voor de privacy van consumenten. Ze introduceren webbrowsers die cookies blokkeren om surfgedrag te registreren. Apple doet het sinds kort bij Safari en nieuwe browsers als Brave gaan helemaal rigoreus te werk. Tot wanhoop van adverteerders die daardoor digitale ads minder gericht kunnen plaatsen. De techbedrijven sturen aan op een nieuw verdienmodel.

 
Je favoriete artiest op YouTube rechtstreeks betalen. Het kan sinds kort als je gebruik maakt van de browser Brave. Het is een nog nieuwe browser die op het punt staat de verhoudingen op het internet drastisch te ontwrichten. Brave houdt ads en trackers tegen, maar heeft een knop waarmee je sites waarop je content bekijkt kunt betalen en in het geval van YouTube kan dat ook aan individuele artiesten.

 
Crowdfunding: 35 miljoen in een halve minuutBrave is sinds het voorjaar in de lucht. De browser slaat enerzijds een verfrissend nieuwe weg in, maar is tegelijkertijd omstreden vanwege het tegenhouden van advertenties en van alle ‘tracking cookies’, waardoor mediabedrijven geen informatie over surfgedrag krijgen. Het is niet zomaar een bedrijf. Tijdens een crowdfundingsactie en lancering van een eigen digitale munt haalde Brave in niet meer dan 30 seconden een bedrag binnen van 35 miljoen dollar. Drijvende kracht is de bedenker van JavaScript, Brendan Eich. Zonder JavaScript zou het internet in zijn huidige vorm niet eens bestaan.

 
Brave pleit er niet alleen voor dat gebruikers rechtstreeks gaan betalen voor de content die ze op internet bekijken, maar regelt die betaling ook. Als je Brave op je eigen computer installeert, vallen een paar dingen op. Ten eerste: alle sites laden supersnel, zelfs sneller dan met Google Chrome. Dat is een gevolg van het wegfilteren van alle tracking cookies. Maar Brave stuurt zo nu en dan wel een aanmaning: is het niet tijd om de sites die je bekijkt netjes te gaan betalen. Daar heeft Brave een knop voor. Brave biedt aan om anoniem bij te houden welke sites je bezoekt en bij een betaling kan het geld dan naar verhouding over die sites worden verdeeld. De hoogte van het bedrag bepaal je zelf. Je moet wel een paar dingen regelen, zodat je met digitale munten kan betalen.

 
Uitgevers woedend over ontwrichtingBrave komt in de eerste plaats voor consumenten op, maar zegt ook voor uitgevers en contentmakers een vuist te willen maken. Maar juist in de uitgeverswereld zijn de reacties furieus. Een aantal vooraanstaande uitgevers, waaronder The New York Times, noemt de browser ‘blatantly illegal’, omdat webpagina’s anders worden gepresenteerd dan de uitgevers hebben bedoeld. Het is nog onduidelijk of de uitgevers ook juridisch gelijk gaan krijgen. De directe betalingen door consumenten, zoals Brave die voorstelt, zijn voor de uitgevers voorlopig te klein om een alternatief te zijn voor inkomsten uit advertenties. Maar Brendan Eich van Brave is vastbesloten.

Brave is in de eerste plaats een disruptor die een aanval uitvoert op de grote techgiganten. Het zijn vooral Google en Facebook die hun macht vergroten door eindeloos persoonsgegevens te verzamelen. Internet was ooit een open digitale plek met gelijke kansen voor iedereen en niet een ruimte waar een paar giganten als Google en Facebook de lakens uitdelen. Internet moet weer van iedereen worden en consumenten moeten zelf bepalen wat ze wel en niet van hun gedrag willen delen. „We vechten samen met burgers voor een betere deal en tegen de huidige uitwassen bij webadvertenties,” schrijft Brave in een reactie op de uitgevers.
„We vechten samen met burgers voor een betere deal en tegen de huidige uitwassen bij webadvertenties,” schrijft Brave.
Apple kiest voor strijd tegen cookies
Opvallend is dat ook een groot bedrijf als Apple zich in het kamp voor ‘meer privacy’ opstelt. Apple is niet te vergelijken met Brave, maar de aanval op de advertentiewereld is niet mis. De High Sierra-update die iMac-gebruikers onlangs kregen, kwam samen met een toelichting die niets aan de verbeelding overlaat. Kent U dat, schrijft Apple, dat als U een advertentie op internet bekijkt, diezelfde ad de week daarop wel vijf keer terugkomt. In het begeleidende beeld zie je advertenties die blijven terugkomen met het commentaar: dit zal vanaf nu niet meer gebeuren. De update geldt voor de browser Safari van Apple. Niet zoveel mensen gebruiken Safari, maar het is tekenend dat een techgigant als Apple zich in het kamp tegen cookies schaart. Er bestaan inmiddels enkele methoden om de cookieregels bij Safari te omzeilen, maar als iedereen dat gaat doen, is de reactie van Apple voorspelbaar.

Zes grote advertentieconsortia, meldt The Guardian, hebben een open brief aan Apple geschreven. Ze onderstrepen het belang van cookies om persoonlijke diensten te kunnen bieden. „De stap van Apple’s Safari (…) gaat ten koste van de user experience en zal het economisch model voor het internet saboteren.”

 
Apple houdt vol
Maar Apple houdt voet bij stuk: „Ad tracking is zo doordringend dat het mogelijk is de complete browse geschiedenis van iemand te reconstrueren. Die informatie wordt zonder toestemming verzameld en gebruikt voor ad retargeting, waardoor ads mensen blijven volgen op het internet.” De net uitgekomen browser Firefox Quantum, die veel sneller is dan vorige versies, heeft ook de ‘trackingbescherming’ opgevoerd. Gebruikers kunnen ads en trackers nu tegenhouden tijdens het browsen in de normale stand, tot dusver moest je daarvoor naar de private mode gaan.

Bij Google Chrome ligt dat allemaal anders, omdat Google zelf veel gegevens over surfgedrag verzamelt. Wel bestaat er een extensie die een deel van de cookies kan laten zien en desgewenst tegenhouden (zie dit artikel op frank.news).
Ad tracking is zo doordringend dat het mogelijk is de complete browse geschiedenis van iemand te reconstrueren.”
Breder debat over privacy en cookies
De werkwijze van Apple en Brave past in een breder debat over privacy en tracking cookies. In Nederland (en de rest van de EU) gelden volgend jaar nieuwe privacy regels (zie dit artikel op frank.news). Consumenten moeten dan zelf kunnen bepalen of ze tracking cookies accepteren. Het zou kunnen dat weinigen daar moeilijk over doen, net zoals veel mensen nu bijna blindelings akkoord gaan met voorwaarden van websites.

Het nieuwe denken vanuit de techsector is mogelijk veel ingrijpender. Consumenten krijgen simpelweg websites te zien waarbij tracking cookies ontbreken. Willen ze die toch, dan zullen ze eerst hun instellingen moeten veranderen. Dat is voor veel mensen een brug te ver. Het heeft gevolgen voor uitgevers en adverteerders. Als cookies niet meer vanzelfsprekend zijn, zullen bedrijven op een andere manier consumenten moeten bereiken. Misschien zelfs consumenten betalen voor aandacht, zoals in de VS wordt gezegd.

Veel uitgevers en adverteerders hebben net hun draai een beetje gevonden in de digitale wereld, maar staan nu al weer voor nieuwe uitdagingen. De ontwikkelingen gaan supersnel: blockchain, digitale munten en nieuwe disruptors in de techwereld. Brave lijkt te staan voor een manier van denken die verder reikt dan de techwereld alleen.
Lees hier ook het artikel van Ralph over Blockchain
https://www.frank.news/2017/11/28/contentmakers-krijgen-op-blockchains-wel-goed-betaald/

Ebele Wybenga: Een merk hóéft het niet over zichzelf te hebben

Ebele Wybenga: Een merk hóéft het niet over zichzelf te hebben
Influencers contentmarketing deel 15

Contentmarketing hoeft geen reclamepraat te zijn, vindt Ebele Wybenga (30). In 2015 richtte hij Hearhear op, dat gespecialiseerd is in ‘branded publishing’: multimediale longreads voor bedrijven, geschreven door ervaren journalisten. ‘We promoten het verhaal, niet het product.’

Als freelance journalist en strateeg bij een reclamebureau zag Ebele Wybenga een jaar of vijf geleden al dat journalistiek en reclame begonnen te versmelten. Traditionele uitgeverijen hadden te maken met dalende oplagecijfers, terwijl reclamemakers een gebrek hadden aan gedegen, goed gemaakte content. Branded journalism, kwaliteitsmedia gemaakt door merken, leek dus een win-winsituatie. Maar de afzender van de boodschap was vaak onduidelijk, en de content moeilijk te onderscheiden van onafhankelijke artikelen. Het baarde Wybenga zo veel zorgen dat hij er een boek over schreef, The Editorial Age. En zijn conclusie was allesbehalve pessimistisch.

Duidelijke afzender
,,Ik ontdekte dat je branded journalism op een integere manier kunt maken, zolang je maar open bent over wie erachter zit. Lang werd het merk weggemoffeld uit angst dat lezers geen commercieel artikel zouden willen lezen. Dan stond er alleen ergens ‘sponsored by’, of vermeldde een commerciële bijlage van een krant alleen in het colofon een merk als afzender. Verwarrend en onduidelijk. Je moet ervoor zorgen dat zo’n boodschap er aansprekend uitziet en interessant is én dat een merk er stevig aan verbonden wordt, anders blijft de associatie daarmee ook niet hangen. Een andere belangrijke regel in dit veld: als je als uitgever branded content toelaat, moet je dat nooit laten maken door je onafhankelijke nieuwsredactie. Bij Condé Nast, de Amerikaanse uitgever van Vogue, maar ook bij Nederlandse bladen van Hearst, lopen journalistiek en branded content door elkaar. Dat is ontzettend ongemakkelijk en het schaadt uiteindelijk je reputatie als mediamerk. De oplossing van The Guardian: een afdeling met redacteuren die alleen branded content schrijven.”

Geloofwaardig
Een andere optie: besteed de klus uit aan Hearhear, het bureau waarmee Wybenga inspeelt op de toenemende vraag naar kwalitatieve branded content van merken. Een contentmarketingbureau noemt Wybenga het niet - daar is het te specialistisch voor, zegt hij. ,,We richten ons op branded publishing: langere en verdiepende verhalen. We maken momenteel vooral coverstory’s: multimediale longreads met tekst, audio en video. Denk aan een groot achtergrondartikel, korte interviews en video’s, die we op verschillende kanalen uitzetten en die samen één verhaal vertellen. We promoten dus het verhaal, niet het product.”
Niet elke commerciële opdrachtgever hoeft hier aan te kloppen - Wybenga geeft toe dat hij het lastig zou vinden voor fast-moving consumer goods een dieper verhaal te bedenken. ,,Merken die goed bij ons passen zijn dienstverleners zijn met een wat ingewikkelder verhaal, zoals banken, verzekeraars, fintech-bedrijven, modebedrijven die verduurzamen en automerken die experimenteren met elektrisch rijden. Industrieën die in beweging zijn en hun publiek en partners willen uitleggen wat ze doen en wat hun visie is. Een partij als Unilever heeft bijvoorbeeld enorm ambitieuze doelstellingen op gebied van duurzaamheid. Dat onderwerp kun je als merk claimen, maar je wordt pas geloofwaardig als je laat zien hoe het in de praktijk uitpakt. Zulke verhalen kunnen wij vertellen.”

Longreads en korte interviews
Hearhear is nog niet zo groot, maar de opdrachtgevers zijn dat wel. Zo maakte het bedrijf een coverstory voor het Erasmus MC, het academische ziekenhuis van Rotterdam, dat een breder publiek wil laten zien waar ze in uitblinken op het gebied van zorg en wetenschappelijk onderzoek. ,,Gezondheid is een onderwerp dat de hele samenleving aangaat. De medische wereld leent zich er dus voor om de diepte in te gaan, op een toegankelijke manier. We spraken zeven mensen die betrokken waren bij één behandeling, een dotterbehandeling. Daar maakten we een artikel van 3.000 woorden van, met fotografie, video en audio per personage. Je kunt er dus helemaal in duiken of in één minuut alleen de visie van de cardioloog horen.”
"Bij ons gaat het niet om het bedrijf, maar om de mensen daarachter.”
Ook voor Benthem Crouwel Architecten maakten ervaren freelancers - Wybenga is bureaudirecteur en schrijft zelf dus niet - verschillende verhalen rondom een thema, ‘architecture for society’. ,,We hebben een site gemaakt waarop partners van het architectenbureau een tour geven langs hun gebouw en vertellen wat erachter zit: welk probleem moest dit gebouw oplossen, waar zocht opdrachtgever naar, wat heeft de samenleving aan deze architectuur? De meeste portfoliosites van architectenbureaus laten zien: dit is het gebouw, zo is het ontworpen en dit was de opdrachtgever. Bij ons gaat het niet om het bedrijf, maar om de mensen daarachter.”

Verhalen verspreiden
Hearhear werkt samen met reclamebureau Dawn, maar is zelfstandig en maakt dus zelf afspraken over honorering met opdrachtgevers. ,,De budgetten zijn niet zo groot als bijvoorbeeld die van merkcampagnes, maar ze zijn wel groter dan de typische advertorial die je bij één titel bestelt. We pakken productioneel aardig uit.” Maar werkt het ook? ,,Het gaat ons niet zozeer om hoeveel likes of comments een verhaal oplevert, maar we meten hoeveel mensen doorklikken als ze onze verhalen zien en hoeveel tijd ze vervolgens op die site besteden. Er is er natuurlijk een bounce rate, maar de mensen die doorklikken, blijven minutenlang hangen. Dat komt door de mate waarin een verhaal relevant wordt gevonden en hoe effectief we een verhaal hebben verspreid. Facebook is altijd een effectieve manier om dat te doen. Het leuke aan social is dat je heel specifiek kunt targeten, maar je hebt als commerciële afzender dan wel budget nodig. Bovendien willen we niet afhankelijk zijn van sociale media.”

Verhalen ergens tegenkomenAdverteren op de eigen kanalen van een merk dan maar? ,,Dat kan, maar daar gaan consumenten niet voor de lol naartoe - je komt niet zomaar op het idee: ik ga eens naar de site van Boston Consulting Group om te zien wat voor leuke verhalen ze hebben. We moeten dus zorgen dat je de verhalen die we maken ergens tegenkomt. Door samen te werken met uitgevers bijvoorbeeld. Media-inkoop doen, zodat bezoekers van AD.nl of de Volkskrant ook iets tegenkomen wat wij hebben gemaakt. Voor een opdracht voor Eneco hebben we al samengewerkt met De Persgroep. De volgende stap is checken hoe dat door lezers wordt opgepikt, zodat we merken het hele traject van creatie van verhalen tot publicatie in meerdere titels kunnen aanbieden. Onze verhalen gaan we overigens niet per doelgroep aanpassen. Men is niet meer lezer van één titel; je kunt een abonnement hebben op het Het Financieele Dagblad én Vice.nl bezoeken. Wij richten ons altijd op een kritisch en intelligent publiek, punt.”

Minder, maar beter
Wybenga is kritisch over de kanalen die hij wil inzetten om de verhalen van Hearhear te verspreiden: waar reclamecampagnes een hoge impact moeten hebben en een groot publiek aanspreken, is het complementaire branded journalism per definitie bedoeld voor een kleiner, kritisch en geïnteresseerd publiek. ,,Veel merken hebben hun eigen contentproductie opgestart, met een overvloed aan ‘dingetjes’ tot gevolg: het idee dat elk kanaal gevuld moet worden. ‘Filling the pipes’, noem ik dat. Het betekent dat er vooral heel veel wordt gemaakt, niet per se heel goede content. Al die miniproducties zorgen voor enorme ruis, onrust, versnipperde aandacht en een boodschap die niet aankomt. Dit probleem wordt mede veroorzaakt doordat mediabureaus al maanden vooruit content inkopen bij uitgevers, zonder over de inhoud na te denken.
"Doe minder, maar beter. Richt je op één kanaal
en zorg dat je één mediaformat beheerst.”
Als jouw merk voortdurend op social media aanwezig wil zijn en drie keer per week een ‘entertaining dingetje’ wil plaatsen, zijn er genoeg partijen op de markt die je daarbij kunnen helpen. Maar ik denk niet dat het werkt. Doe in godsnaam minder en streef de kwaliteit na van een goed tv-programma of een mooi tijdschrift waar je normaal gesproken voor betaalt, want dáár ga je de concurrentie mee aan. Haal de mensen in huis die ook bij die kwaliteitsmedia betrokken zijn. Doe minder, maar beter. Richt je op één kanaal en zorg dat je één mediaformat beheerst.”

Breder dan het merk
Waar het ook nog weleens misgaat op het gebied van contentmarketing: het is vaak saai. Volgens Wybenga is het leeuwendeel gemaakt voor de zender, niet voor de ontvanger. Kortom: een pr-praatje. ,,Wij hebben natuurlijk ook te maken met de prioriteiten van een opdrachtgever enerzijds en met het publiek, dat daar alleen een boodschap aan heeft als het relevant voor ze is, anderzijds. Dat is altijd zoeken. Maar voor een geloofwaardig verhaal is het wel belangrijk daarin een balans te vinden - en je te realiseren dat branded journalism geen reclame is. Niet alles ligt vooraf vast, er worden interviews gehouden en geen acteurs gecast, dus je moet de controle uit handen geven.”
Het lukt marketeers bovendien vaak niet om een verhaal door de ogen van een consument te bekijken, zegt Wybenga. ,,Op marketingafdelingen wil men ook de directeur of Raad van Bestuur tevreden stellen. Daardoor worden soms boodschappen de wereld in geslingerd waar je niets van begrijpt. Dan wordt er gedacht: in dit branded artikel kunnen we mooi onze 34 pijlers kwijt, haha.”
Hoe je een interview met de directeur van merk X in een magazine van merk X toch relevant voor lezers maakt? De oplossing schuilt vaak in een thema dat breder is dan het merk. Zo interviewde Hearhear voor Eneco Groep ‘karaktervolle Nederlanders’ (van burgemeesters en CEO’s tot activisten en start-upfounders) - niet over Eneco, maar over wat zij bijdragen aan de duurzame beweging in Nederland. Wybenga: ,,De missie van Eneco is: Welkom in de nieuwe wereld. Daarin zit een belofte: hoe ziet die nieuwe wereld eruit? Wie zijn daar de gezichten van? Wat doet de wetenschap eraan? Een merk hoeft het niet over zichzelf te hebben. Als je anderen laat vertellen hoe zij bijdragen aan het doel waar dat merk maatschappelijk naartoe wil, is dat veel sterker.”

Hippe airline voor millennials onder vuur

Hippe airline voor millennials onder vuur

Het is een wereldprimeur: een airline die speciaal op millennials is gericht. Joon, de hippe dochter van Air France, gaat in december vliegen. Maar een deel van de marketingwereld veegt met het initiatief de vloer aan. Een doelgroep op basis van een paar stereotypen, dat gaat niet werken’.

Het interieur van het vliegtuig ziet eruit als een trendy rooftop bar. Terwijl je aan je drankje zit, kijk je op je eigen tablet of smartphone naar de nieuwste clips en films. Op vluchten naar exotische bestemmingen als de Malediven kunnen passagiers met een Virtual Reality headset wegdromen. Stewards zijn gekleed in ‘electric blue’ met sportieve sneakers. In een promotievideo zie je crew members dansen in blauw licht, een beetje zoals we dat gezien hebben in de bioscoophit La La Land.

https://www.youtube.com/watch?time_continue=1&v=rXls9p8um04

Iets anders aan hun hoofdHet is niet nieuw dat airlines zich richten op de groep millennials, maar het is wel voor het eerst dat een complete airline wordt opgezet voor de ‘global, urban en tot reizen geneigde generatie, die foto’s van toast met avocado op Instagram post’, aldus magazine Mashable. En dan komt ook meteen de kritiek. Want elke campagne die op millennials is gericht, reduceert miljoenen jonge mensen tot een paar stereotypen, zonder de echte problemen te noemen waar de generatie mee kampt. Veel millennials zitten gevangen in een ‘storm van schuld, huisvestingsproblemen en werkonzekerheid’, schrijft The Guardian in een special. Ze hebben wel wat anders aan hun hoofd dan trendy vliegreisjes.

Virtual Reality headset
Joon is op het eerste gezicht veelbelovend. Het meest in het oog springend is de ‘AlloSky Virtual Reality Headset’, waarmee passagiers tijdens de vlucht kunnen wegdromen in een virtuele wereld. De VR headset is beschikbaar op lange vluchten voor reizigers in de Business Class. Daar hangt dus een prijskaartje aan, maar dan heb je ook wat. De VR-headset biedt innovaties als een high definition screen en diopter correction die rekening houdt met de sterkte van je ogen. De headset geeft je de illusie dat je naar een drie meter breed scherm aan het kijken bent, zoals VR World beschrijft. Wie samen vliegt, kan de feed tegelijkertijd laten afspelen en dan is het alsof je samen door de VR-wereld reist. Het klinkt bijna te mooi om waar te zijn, maar millennials zelf uiten hun twijfels. Neem Rhett Jones, auteur op techsite Gizmodo: „VR in een vliegtuig, waarschijnlijk word ik er misselijk van. Veel bestemmingen van Joon zijn voor mij sowieso financieel niet haalbaar. Als een airline echt wil aanspreken bij millennials, dan moeten ze frequent flyer miles aanbieden zodat je schulden na een studie niet nóg groter worden.”

Millennials: studieschulden en onzekere contracten
Daarmee ben je terug bij de realiteit van de millennials. Want zijn zij echt de koopkrachtige generatie die een bedrijf met alle middelen moet proberen binnen te halen? Of zijn zij de generatie met onzekere arbeidscontracten, eindeloze studieschulden voor wie het zelfs vaak niet mogelijk is een hypotheek voor hun huis te regelen? De lancering van millennials airline Joon leidt tot scherpe reacties in vooral Engelstalige marketingmedia.

Branding expert Mark Ritson van Marketing Week vindt dat airline Joon een forse stap achteruit zet met ‘belachelijke op leeftijd gebaseerde stereotypen’. Hij heeft het over de ‘mythe van millennium segmentering’, die tegen elk basisprincipe van segmenteren ingaat. Er zijn ruwweg zo’n twee miljard mensen die geboren zijn tussen 1981 en 2000. Maar het idee dat dit gigantische leger allemaal dezelfde dingen wil of op dezelfde manier denkt, doet hij af als ‘clearly horseshit’. Hij verwijst onder meer naar onderzoek van Martin Schiere onder 15.000 millennials in meer dan twintig landen, die concludeerde dat millennials net zo verdeeld zijn als andere leeftijdsgroepen. Ook het idee dat de groep millennials als geheel andere waarden heeft dan oudere generaties klopt volgens hem grotendeels niet. Ritson noemt de nieuwe airline Joon een non-starter vanaf het begin, want ‘als het segment dat je ontwerpt niet bestaat, zal je marketing niet succesvol zijn.’

De hype rond ‘millennials’In Social Media Week gaat Joel Windels al eerder in op misverstanden die in zijn ogen bestaan rond millennials. Hij spreekt van een ‘hype’ die bedrijven niet durven te missen. Hij erkent dat deze groep meer apparaten heeft dan de generaties daarvoor. Hij ziet dat millennials meer engagement hebben met brands dan vroeger onder invloed van digitale technologie. Windels vindt dat millennials milieu belangrijk vinden en dat ze verwachten dat brands zich daarvoor inzetten. „Maar”, zegt Windels, „al deze dingen maken deel uit van brede sociale trends. Zulke trends zijn niet uniek voor millennials, ze gelden voor de hele samenleving.”

‘Millennials bestaan niet’
‘Millennials bestaan niet’ kopt marketingsite Kexino in een artikel over de nieuwe airline Joon. Het artikel citeert hoe Air France de nieuwe dochter introduceerde: „Joon is specifiek gericht op een jonge, werkende clientèle, de millennials (18 tot 35 jaar oud), wiens lifestyles draaien rond digitale technologie.” Excuse me, Air France dudes, reageert de auteur. „Als u het heeft over lifestyles rond digitale technologie, realiseert u zich dat 50 procent van de wereldbevolking de smartphone gebruikt en 20 procent de afgelopen maand iets online heeft gekocht? Niets daarvan heeft iets te maken met het jaar waarin ze geboren zijn.” En hij gaat nog even door: „Maakt het feit dat je in 1987 geboren bent je een betere Instagram-gebruiker dan als je geboren bent in 1960?” De critici vallen over het indelen in stereotypen die helemaal niet geldig zijn voor de hele groep en die evengoed in andere leeftijdsgroepen voorkomen. Dan is de kans groot dat je marketingcampagne niet gaat werken.

Air France heeft met Joon in elk geval wereldwijd de publiciteit gevonden. Een vliegtuig als een sky bar in flitsend blauw of dansend door de lucht gaan, het trekt de aandacht. Maar is het doel echt een grote airline voor millennials? Wie wat achtergrond bij Air France zoekt, leest dat het bedrijf hoopt dat Joon nieuwe passagiers gaat brengen die in Parijs overstappen op reguliere vluchten. Joon wekt nieuwsgierigheid op en kan een manier zijn om Air France wat meer in de lift te krijgen. Veertigplussers zijn trouwens ook welkom aan boord. Dat is goed nieuws voor de CEO van de nieuwe airline, die 48 jaar is, en kennelijk een prima aansluiting vindt bij de wereld van millennials.

The North Face pakt met ‘branded song’ imago aan

The North Face pakt met ‘branded song’ imago aan
Serie Outdoormerken (deel 1)

President Obama bracht in een The North Face jacket zijn kinderen naar school. Veel beter kan je het niet hebben als brand. Maar toen ontdekte de hiphopwereld het merk en zongen rappers over drugs en crime in kleding van The North Face. Op die associatie zitten ze niet te wachten. Het merk reageert met een branded song op Spotify.

The North Face is ’s werelds grootste outdoor sports bedrijf, dat zich associeert met atleten, avontuur en spannende expedities. Dat valt ook anderen op, die zich graag met het merk verbinden. Neem president Obama die demonstratief in een sportief jacket van The North Face met zijn kinderen op pad ging. Of kandidaat Mitt Romney, die campagne voerde in een jacket van The North Face. In Zuid-Korea kon je op school niet zonder, anders hoorde je er gewoon niet bij, zoals CNN en NYT beschrijven.

Daar wil je graag bij horen, is ook de boodschap in een nieuwe branded video ‘Adventure Not War’ van The North Face over drie Amerikaanse Irak-veteranen die terugkeren naar het land waar ze vochten. Je ziet het drietal door de besneeuwde bergen van Irak trekken op een missie ‘om wonden te helen en de cultuur van het land te ervaren’. De beelden zijn adembenemend.

Criminele rappers omarmen The North Face
Maar de beeldvorming rond The North Face heeft ook een andere kant, waar het bedrijf maar moeilijk controle over krijgt. Populaire rappers hebben het merk ontdekt en geven er een hele eigen draai aan. Ze dragen in hun clips niet alleen de zwarte outdoor jacks, ze rappen er ook over. „I am sleeping in my North Face,” roept rapper Pressa tijdens de Europese tour in 2017 van wereldster Drake. Pressa is een jonge Canadees die rapt over crime, drugs en jeugdbendes. Er loopt op dat moment een proces tegen Pressa; hij is op borgtocht vrij, meldt de Canadese krant The Globe and Mail. Drake komt door zijn gast in opspraak. Voor het imago van The North Face zijn zulke optredens niet goed.

Op internet circuleert de clip ‘The North Face Rap’ van de 27-jarige rapper WantMore N8. Het ziet er ruig uit en het logo van The North Face komt veelvuldig in beeld. WantMore N8 komt uit een achterstandsbuurt in Richmond, Californië. „Als je er een half uurtje buiten bent, kunnen er twee dingen gebeuren: of iemand komt schietend langs of de politie komt eraan,” zegt hij tegen magazine SF Weekly. Op 22-jarige leeftijd belandt hij in de gevangenis (hij rijdt in een auto zonder nummerbord met wapen en drugs), maar hij belooft de volgende keer ‘smart’ te zijn. Ondanks het geweld heeft hij zijn buurt nooit verlaten. „Je kan er niet omheen. Dit is mijn thuis.” Als rapper profileert hij zich graag met The North Face. Het maakt niet uit wat het bedrijf daarvan vindt.

 
Sevn Alias en Ronnie Flex
Ook Nederlandse rappers hebben The North Face omarmd. Straatrapper Sevn Alias was een van de eersten. Hij brak door met zijn 101Barz-sessie die op YouTube miljoenen kijkers trok en waarop hij kleding van The North Face draagt. Ronnie Flex laat zich zien in meerdere jacks van het merk.

The North Face reageert terughoudend op de populariteit binnen de subcultuur en zit al helemaal niet te wachten op criminele rappers. Het bedrijf komt met campagnes die het gewenste imago onderstrepen: buitensport, bergexpedities, atleten in de natuur. Maar het beste tegenwicht tegen ongewenste muziekclips over je merk is te komen met een branded song. Dat is precies wat The North Face heeft gedaan.

Rock clip van The North Face op Spotify
The North Face wil zich neerzetten als een stoer merk, maar dan in een andere categorie. Geen rapgroep, maar een rockgroep, is de keuze. Het bedrijf huurt de Texaanse rock band White Denim in. De aftrap is in maart dit jaar op het grote festival SXSW in Austin in Texas, waar het podium eruit ziet als een storm. De song komt vervolgens exclusief op Spotify. Met een nieuwigheid: geotargeting. Je kan de clip alleen afspelen als het regent op de plek waar je je op dat moment bevindt. Het is een lokkertje om te komen kijken hoe dat werkt. In de song presenteert The North Face een nieuw jacket voor een doelgroep die de extreme elementen van de natuur durft te trotseren (een verkorte versie staat op YouTube).

In de Spotify-campagne staat de jonge buitensporter centraal. Niet helemaal toevallig gebeurt dat op Spotify, waar ook de rappers zitten. Zo kan iedereen zien waar The North Face werkelijk voor wil staan. De song is een slimme zet om het merk op het juiste spoor te houden.

The North Face bestaat sinds 1966. Doug en Susie Tompkins maken trektochten door de bergen en beginnen in San Francisco een winkel met bergsportartikelen. Ze noemen het The North Face, omdat de noordwand van een berg het koudst is en het moeilijkst te bedwingen. De eerste twintig jaar groeit het merk flink. In de jaren tachtig komt het in handen van een voormalig EMI-directeur en komt een faillissement dichtbij. In 2000 neemt VF Corporation het bedrijf over en begint The North Face weer te groeien.

 
Zoeken naar evenwicht
Goed beschouwd heeft The North Face de populariteit onder rappers deels aan zichzelf te danken. Om meer jongeren te trekken, voert het outdoor bedrijf campagne voor streetwear en werkt samen met skatemerk Supreme, ook gewild onder rappers. Al was het natuurlijk niet te voorzien dat criminele rappers het merk zouden omarmen.

De laatste tijd richt The North Face zich ook steeds meer op jongeren die hiking als experience zien. Niet de zware trektocht, maar het biertje achteraf is waar het om draait, zoals The Guardian fijntjes opmerkt. Al met al ontstaat een bont gezelschap: jongeren op zoek naar een experience, skaters, atleten. Een neveneffect is dat The North Face zo afstand neemt van de groep die gaat voor spectaculaire bergtochten en natuur. Moet het merk niet veel helderder zijn doelgroep kiezen? Het blijft nu schipperen om het juiste evenwicht te vinden.

https://www.youtube.com/watch?v=JDjmDK_nNK0

 
 

‘Ik ben hier om te vertellen dat Facebook liegt’

‘Ik ben hier om te vertellen dat Facebook liegt’

Facebook zou in Australië afgelopen maand adverteerders hebben geholpen met het targeten van kwetsbare tieners die op het sociale netwerk actief waren. Daarmee laaide de discussie rond ethiek en privacy weer op. Maar er komen nieuwe Europese wetten aan die goed nieuws zijn voor consumenten.

Sinds vorige week draait de film The Circle in de Nederlandse bios, naar de roman van Dave Eggers. Hoofdpersonage Mae Holland (Emma Watson) krijgt een baan bij The Circle, een soort Google en Facebook in één. Onder het motto ‘totale transparantie maakt de mens eerlijker en verantwoordelijker’ schendt het bedrijf op grote schaal de (digitale) privacy van mensen. De film is een vermakelijk niemendalletje, maar snijdt een onderwerp aan waar we allemaal steeds meer mee te maken hebben.

 
Privacy issue
In de film neemt het privacy issue groteske vormen aan, maar men zit niet eens zover af van de realiteit. Dat bewijst een Australisch rapport waaruit vorige maand bleek dat Facebook bedrijven daar hielp met het adverteren bij kwetsbare tieners die zich op het sociale netwerk bevonden. Een Australische krant pikte het op. Volgens het dagblad lokte Facebook adverteerders door kwetsbare tieners vanaf veertien jaar in kaart te brengen. Ze keken volgens het uitgelekte rapport naar berichten van die tieners die woorden als ‘onzeker’ ‘gestrest’ en ‘nutteloos’ gebruikten.

 
‘Bericht was misleidend’
Een woordvoerder van Facebook haastte zich te zeggen dat het bericht misleidend was. Want volgens hem kan het grootste sociale netwerk ter wereld dergelijke dingen technisch helemaal niet doen. ,,Wij hebben de tools niet om mensen te targeten op basis van hun emoties.’’ Maar in een stuk in de Britse krant The Guardian gaf Antonio Garcia-Martinez weerwoord. Hij was productmanager bij Facebook en had in de twee jaar dat hij er werkte de taak om data in geld om te zetten. Hij zorgde ervoor dat mensen advertenties te zien krijgen die gerelateerd waren aan de producten die ze net online besteld hadden. Verder schreef hij het boek Chaos Monkeys: Obscene Fortune and Random Failure in Silicon Valley.

 
‘Facebook liegt’
,,Ik ben hier om te vertellen dat Facebook liegt,’’ zo schrijft Garcia-Martinez. Hij legt uit dat het inderdaad best lastig is om data in een verdienmodel om te zetten, maar het kán wel. ,,Als je heel slim gebruikmaakt van machines en systemen, kan je met de juiste mix van leeftijd, geografie, tijdstip en muziek- en filmkeuzes veel bereiken.” Garcia-Martinez heeft het rapport niet ingezien en weet dat er bij Facebook niet letterlijk op emoties getarged wordt. Maar men biedt wel ‘psychometrische’ targeting aan, waarbij het doel is om een subgroep van het publiek te definiëren waarvan de adverteerder denkt dat deze vatbaar is voor zijn boodschap.

Volgens de ex-Facebook medewerker gaat het niet zozeer om de vraag of Facebook dergelijke dingen kan, maar gaat het om de ethiek. Moet Facebook er niet een soort moreel filter op zetten?, vraagt hij zich af. Hij denkt dat het niet zoveel uitmaakt wat Facebook allemaal met data doet, tenzij het publiek zich echt begint te roeren.
Zoals bijvoorbeeld bij discussie rond de uitslag van de presidentsverkiezingen van 8 november en de rol van Facebook en Google daarin bij het verspreiden van nepnieuws. Het ging toen vooral om berichten die de aanhang van Donald Trump aanspreken. Zelfs de zo onaantastbare topman Mark Zuckerberg ging vervolgens om en zei dat zijn sociale site voortaan mogelijk zou gaan waarschuwen voor fake news. Maar Garcia-Martinez denkt dat dit soort dingen ook snel weer overwaait en bij advertenties heeft Facebook bewijs dat het werkt, gezien de clickthrough rates.

De vraag is toch of Facebook nog lang door kan gaan op deze voet, althans in Europa. Google lag al eerder onder een vergrootglas - overigens nog zonder grote gevolgen - en nu lijkt ook Facebook aan de beurt. Dinsdag nog werd Facebook hier op de vingers getikt, omdat het volgens de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) handelt in strijd met de Nederlandse privacywetgeving. Het Amerikaanse concern zou zijn gebruikers onvoldoende informeren over wat het doet met persoonsgegevens, waarom het de gegevens verzamelt en met welk doel. Interessant in het kader van het voorgaande is dat ‘voor het verzamelen van bepaalde gevoelige gegevens’ (bijvoorbeeld gezondheid) geen toestemming is gevraagd.

 
Verzameling gegevens seksuele geaardheid mannen
De AP wijst ook nadrukkelijk naar de verzameling van gegevens over de seksuele geaardheid van mannen en naar speciaal op deze doelgroep gerichte advertenties. Dat is verboden. De AP denkt aan een boete als Facebook de Nederlandse wet blijft overtreden.
En er komt nog iets aan: over precies een jaar gaan er twee wetten in die van grote invloed kunnen worden op online advertising. De consument krijgt daarbij het recht op toegang. Dat betekent dat partijen die hun data voor commerciële doeleinden gebruiken, eerst toestemming moeten vragen aan ‘ons’. De consument krijgt ook het recht om vergeten te worden en kan makkelijker persoonlijke data laten verwijderen, maar ook aangeven dat het niet voor advertising mag worden gebruikt. Er komt dan ook een einde aan lange teksten met voorwaarden waar de consument toestemming moet geven.
Voor bedrijven wordt het datagebruik aan banden gelegd. Ze mogen alleen data hebben die nodig zijn om taken te kunnen uitvoeren. Dat klinkt nog een beetje vaag, maar kan grote consequenties hebben. Ze moeten ook een zogenaamde Data Protection Officer (DPO) gaan aanstellen als ze persoonlijke gegevens van 5000 personen of meer in het bezit hebben en gebruiken. Hier staat er meer over.

De nieuwe regels zijn niet alleen positief voor consumenten. Ook de uitgever van een site krijgt meer rechten. Een adverteerder moet aan zowel de consument als uitgever toestemming vragen om iets met data te mogen doen. Het wordt interessant om te zien hoe Facebook hier vanaf 2018 op in gaat spelen.

 

Hoe CEO Pichai Google de toekomst in leidt

Hoe CEO Pichai Google de toekomst in leidt

Pas toen hij twaalf was kreeg het gezin in het Indiase Chennai voor het eerst telefoon. Tegenwoordig is de 44-jarige Sundar Pichai CEO van Google. Hij is de man achter de succesvolle lancering van Google Chrome en de nieuwe toekomstvisie met Google Brain. Hij geldt als bescheiden en onopvallend, maar deze week stapt hij naar voren om hard uit te halen tegen de anti-immigratieregels van president Trump.

 
Sundar Pichai is zelden groot in het nieuws, maar dat verandert als hij deze week in een intern memo een felle aanval doet op Trump. „We zijn bezorgd over de gevolgen voor Googlers en hun families (...) en over barrières om groot talent naar de VS te brengen.” Bloomberg en Mashable maken er onder meer melding van. Pichai besluit om twee miljoen dollar vrij te maken voor organisaties die strijden tegen het anti-immigratiebesluit. Bij het kantoor van Google gaan duizenden werknemers de straat op om te demonstreren tegen Trump. CEO Pichai spreekt hen vol overtuiging toe.

 
Passie voor techniek maakt hem miljonair 
Hij groeit op in de Zuid-Indiase miljoenenstad Chennai. Zijn vader is ingenieur bij een elektriciteitsbedrijf van wie hij zijn passie voor techniek meekrijgt. Hij krijgt de kans om te studeren, eerst in India, daarna aan Stanford University in Californië. Hij werkt enige tijd bij ingenieursbureau McKinsey, waarna hij in 2004 bij Google terecht komt.

„Als kleine jongen was hij al nieuwsgierig naar mijn werk,” vertelt zijn vader aan Bloomberg. „Hij werd aangetrokken door technologie.” Het gezin van vier had het niet breed. Ze hadden een huis met twee kamers. Sundar en zijn jongere broer sliepen in de woonkamer. Ze hadden geen auto, maar alleen een scooter waarvan de vier familieleden afwisselend gebruik maakten. Toen Sundar klaar was met zijn technische opleiding in India, vertrok naar hij naar Stanford met een vliegticket dat meer kostte dan het maandsalaris van zijn vader. Nu verdient hij zelf miljoenen en geldt hij als best betaalde CEO in de Verenigde Staten.

 
Aan de wieg van Google Chrome   
Hij werkt eerst aan de Google Toolbar (de balk binnen Internet Explorer of Firefox waarmee je de Google zoekmachine kan gebruiken) en komt dan met het idee om een eigen browser voor Google te ontwerpen. Daar moet toenmalig CEO Eric Schmidt weinig van hebben. Maar Pichai zet door en krijgt steun van Google’s medeoprichters Larry Page en Sergey Brin. Zijn grote moment komt met de lancering van Google Chrome, die uiteindelijk browser nummer 1 in de wereld wordt. Google Chrome maakt ook de weg vrij voor nieuwe producten als Chrome OS en de Chromebooks.

Pichai krijgt de supervisie erbij over Android, het besturingssysteem voor smartphones. De creator van Android, Andy Rubin, wordt op een zijspoor gezet. Rubin wordt verweten dat hij Android te weinig integreert met de rest van het bedrijf. Pichai weet daar wel in te slagen. Hij kent ook de weg op Aziatische markten als India en China, waar de smartphones met Android een opmars maken. In 2015 wordt hij CEO van Google en dan ook verantwoordelijk voor de afdelingen die gaan over de zoekmachine, online advertising en de videosite Youtube.

 
Pichai denkt groots  
Pichai is anders dan andere techneuten. Hij heeft een open houding, loopt met een glimlach door het bedrijf. Hij is gefascineerd hoe hij grote dingen voor elkaar kan krijgen. „Hij houdt van grote schaal. Ik herinner me hoe hij zijn plan verdedigde om Internet Explorer als browser van de eerste plaats te halen,” zegt Google’s voormalige hoofd speciale initiatieven Christopher Sacca in The Guardian. „Sundar heeft het talent om producten te maken die technisch excellent zijn en ook nog gemakkelijk in gebruik. Hij houdt ervan groots in te zetten,” voegt medeoprichter van Google Larry Page toe.

 
Met Google Brain de toekomst in 
In zijn toekomstvisie verlegt Pichai het accent. Tot voor kort was het devies bij Google ‘mobile first’, maar dat wordt steeds meer ‘A.I. first’. A.I. staat voor artificial intelligence of kunstmatige intelligentie. Het Google Brain Team is al ver met zelflerende computers. Niet computers van bovenaf voorschotelen hoe ze moeten werken, maar ze zelf laten denken, vergelijkbaar met zoals onze hersenen dat doen. Het team heeft door tientallen computers te verbinden daar een model van gemaakt, zoals The New York Times Magazine beschrijft. Het zijn nog lang geen menselijke hersenen, maar het is een belangrijke stap.

De inzet op kunstmatige intelligentie is bijvoorbeeld te merken bij Google Translate, waarbij vertalingen in een aantal talen al verrassend nauwkeurig zijn geworden. Geen houterige zinnen meer, maar natuurlijke zinnen zoals we die in een gesprek gebruiken. Tot dusver gebeurt dat in zo’n acht talen, Nederlands zit daar overigens nog niet bij.

 
Sterrenstatus in India 
Begin 2017 is Sundar Pichai opnieuw in India. Hij bezoekt zijn opleiding waar het allemaal begon: het Indian Institute of Technologie Kharagpur. Het is voor het eerst sinds zijn afstuderen in 1993 dat hij er weer is. Hij bezoekt zijn oude studentenhuis. „Het is een badge of honour,” zegt computerstudent Shashank tegen Quartz, „dat dit ooit Sundar’s hostel is geweest.”

In de middag komen 3.500 studenten bijeen in het openluchttheater. Pinchai vertelt over zijn studententijd, over kunstmatige intelligentie en machine learning die de nieuwe golf in computer science gaan vormen. De duizenden studenten hangen aan zijn lippen. Met zijn status als rockster is het nauwelijks voor te stellen hoe hij vroeger op een scootertje kwam aangereden. Hij heeft ook nog een paar adviezen voor de studenten. „Tegenslagen zijn niet belangrijk, want je maakt een lange reis.” En vooral: „Blijf je passies volgen.”

Perez Hilton: van rebel naar ‘rolmodel’?

Perez Hilton: van rebel naar ‘rolmodel’?

Perez Hilton ofwel Mario Armanda Lavandeira is een fenomeen in de VS; via zijn website perezhilton.com bouwde hij vanaf 2004 aan een heus media-imperium. Hoe bouwde de andere Hilton in korte tijd zo’n naam op en wat is zijn plan nu de populariteit van zijn site dalende is?

 
Mario Armanda Lavandeira JR, geboren op 23 maart 1978, begon in september 2004 met zijn entertainmentblog genaamd pagessixsixsix.com. Direct werd hij gedwongen om deze naam te veranderen. The New York Post had immers al een roddelpagina met de naam ‘Page six’. De nieuwe naam werd ‘perezhilton.com’ en deze site had vrij snel al zeer goede bezoekerscijfers. Het hielp dat collega-website ‘The Insider’ hem de geuzentitel ‘Hollywoods most hated website’ gaf en de tweede grote doorbraak was dat ‘Perez’ de eerste foto’s publiceerde van Brad Pitt en Angelina Jolie als een stel.

 
Lavandeira groeide in drie jaar uit tot een fenomeen in de Amerikaanse mediawereld. Zijn persoonlijke aanpak waarbij hij de Amerikaanse sterren online belachelijk maakte door ze bijnamen te geven (Britney Unfitney is nog een lieve variant) en tekeningen van geslachtsdelen en drugs te kladden op hun foto’s werkte als een tierelier. In 2007, drie jaar na de start van de website, waagde New York Times een poging om het fenomeen te duiden. ,,Eerst was het een worstelende acteur met allerlei vage baantjes en nu is het een popcultureel fenomeen met oranje haar die inmiddels zoveel geld verdient met bloggen dat hij zijn eigen show heeft op VH1.’’ Volgens de krant had Hilton destijds 2,6 miljoen unieke bezoekers per maand en moest je 9000 US Dollar neerleggen voor een advertentie die een week meeliep op de site. Hilton begon ooit gewoon vanuit een soort hobby, maar hij was zeer populair bij vrouwelijke middentwintigers die interesse hebben in zaken als mode, een goede doelgroep voor adverteerders. De conclusie van het artikel was dat Hilton precies deed wat de liefhebbers van shownieuws ook doen; ze zeggen eerlijk wat ze van iemand vinden alsof hij of zij een klasgenoot is die er toevallig niet bij is. Terwijl de oude media nog keurig hun nietszeggende stukjes schreven (waar niet doorheen te komen is omdat er zeventien pr-mensen naar gekeken hebben), schreef Hilton waar het op stond.

 
Web celebrity van het jaar
In 2009 riep zakenmagazine en site Forbes hem voor de tweede keer uit tot nummer 1 in de ‘Web Celeb 25’, de roem van het mediafenomeen was toen op een hoogtepunt. Hij draafde van de ene naar de andere talkshow en publiceerde ook een boek: Red Carpet Suicide: A Survival Guide on Keeping Up with the Hiltons. Ook had hij een eigen concertserie met grote Amerikaanse sterren. Perez was uitgegroeid tot een merk, een merk dat hij zelf omschreef als ‘fun, fresh and irreverent’. Oftewel: grappig, fris en oneerbiedig. Hij was hip en rebels, wist alles van de sterren en ging bovendien mee in de trend waarbij de jonge internetgeneratie niet zomaar aanneemt wat de reguliere media beweren (en terecht). Perez is ook altijd zeer productief geweest;in deze periode stond er elke 12,5 minuut een nieuw verhaal op zijn site. Toch heeft hij altijd beweerd dat hij alles alleen schreef, maar aan deze lezing wordt wel getwijfeld. Hij heeft wel bekend dat alleen zijn zusje zou meewerken aan de website. De cijfers waren in die periode trouwens prima; hij zat tegen de 5 miljoen unieke bezoekers per maand. Zijn ster was rijzende en hij wilde alleen maar meer. ‘I want to be the gay Latino Oprah’. Hij begon ook zijn eigen platenlabel.

 
Juiste plek, juiste tijd
Perez had natuurlijk het talent om op de juiste plek op het juiste moment te zijn. De internetgeneratie wilde minder saaie verhalen; stukken met een eigen mening en iets van anarchie erin werkten goed. Met Glamorama lanceerde TMG trouwens in 2012 een Nederlandse variant, maar er werd te weinig geld opgehaald bij adverteerders en dus was het na drie jaar afgelopen. Aan de kwaliteit lag het niet; de site werkte met prima schrijvers, het was allemaal lekker cynisch en niet te serieus. Maar zo’n roddelblog is gewoon lastig in Nederland omdat we de sterrencultuur missen; schrijven over mensen als Gerard Joling en Dries Roelvink is toch iets anders dan over wereldsterren als Katy Perry of Taylor Swift. Dan ben je jong, snel en opstandig en dan schrijf je een verhaal over de nieuwe vriend van…Patricia Paay. Misschien dat er door de opkomst van hiphop (Broederliefde, Lil Kleine) wel mogelijkheden zijn. Binnen die popcultuur zijn de artiesten weer grote helden en bovendien valt er genoeg over te schrijven.

Vergeet ook niet dat Hilton het helemaal zelf deed. Er zat geen grote mediapartij achter zijn site, dat gaf hem ook veel krediet. Het basisprincipe van een merk optuigen om te breken met een brave traditie is een goed businessmodel. Dat heeft Geen Stijl wel bewezen. Overigens heeft Perez Hilton zijn site nooit verkocht. The Guardian meldde in 2010 dat hij een bod van 20 miljoen US Dollar afsloeg. In 2010 schreef Financial Times een aardig, zakelijk verhaal over hem waarin het stelde dat de blog inmiddels 32 miljoen US Dollar waard was. In dat verhaal vertelt Douglas McIntyre, journalist bij 24/7 Wall Street dat er destijds maandelijks zeker 400.000 Dollar binnenkwam bij Perez aan advertenties.

 
Ruziezoekend boefje
Tot 2010 bleef ‘Hilton’ het boefje in de media die met iedere ster zo’n beetje ruzie zocht. Totdat hij in 2010 verscheen in een tv-campagne tegen kinderen die homo’s pesten. Zeer hypocriet in de ogen van velen want de homoseksuele blogger had zelf regelmatig sterren ‘ge-out’. Hij ging naar talkshowhost Ellen DeGeneres en zei sorry voor deze acties. Hij ging bovendien op dieet en stopte met het openbaren van homo’s, zijn site werd ook iets milder van toon. ,,Mensen hoeven niet van me te houden, maar ik wil niet meer ‘toxic to the world’ zijn. In latere interviews gaf hij aan dat de rel rond de antipestcampagne zijn ogen opende. Hij had zich al die jaren verscholen achter het merk Perez Hilton dat bestond uit een dik mannetje met oranje haar, maar hij wilde steeds meer van zijn ware zelf laten zien. Hij begon zich te realiseren dat de sterren die hij belachelijk maakte geen imaginaire figuren waren, maar echte mensen. Althans dat zei hij. In The Guardian in 2014: ,,Ik was er echt niet mee bezig wat mensen van me dachten. Ik dacht: als mensen het niet goed vinden wat ik schrijf dan moeten ze me maar niet lezen.’’

 
Een halfjaar geen kaas
Perez Hilton is mild geworden, volwassen zou je kunnen zeggen. Hij heeft tegenwoordig zelfs twee kinderen. Hij doet precies wat een medium als Nieuwe Revu had moeten doen. In plaats van die strandtestenverhalen maken, hadden ze moeten meegroeien met hun publiek dat bestaat uit een tikkie opstandige vaders die heus nog wel eens biertje drinken, maar niet het uitgaansleven onveilig maken. Daar zijn ook andere media voor.  Zo verlies je je geloofwaardigheid. Niets is erger dan een vader die op een geforceerde manier probeert hip te blijven. Op Billboard.com vertelt Hilton dan ook uitgebreid over zijn nieuwste project met CBS dat een antwoord is op de oude rebelse jongen van weleer; een podcast (samen met radiopersoonlijkheid Chris Booker) waarin hij zijn expertise inzet om fenomenen te duiden. Niet langer lijkt het hem te gaan om de keiharde clicks die de combinatie van humor, cynisme en grote namen nu eenmaal oplevert, maar lijkt het hem om de inhoud te gaan. ,,Ik heb het idee dat mensen me op deze manier kunnen leren kennen.’’ Over zijn periode als fenomeen was hij duidelijk. “I realized that was a really crappy thing I was doing, and that I had to be a human and a person who was connected to other people in the universe. Not live in this insular bubble where all I cared about was getting clicks on my website.’’ Niks mis met die podcast trouwens; vijftig minuten waarin de mannen praten over het leven, dat Duran Duran optrad in het hotel van Hilton tijdens een nieuwjaarsfeestje en dat hij ooit een half jaar geen kaas had. Maar ook over het recente mislukte nieuwjaarsoptreden van Mariah Carey en wat iedereen daarvan vindt. De toon is relaxed, rustig en de verwachting leeft bij Hilton dat de podcast wel eens kan uitgroeien tot een tv-show. Het past helemaal bij de trend dat het op internet steeds vaker over de inhoud mag gaan, de tijd van de clickbait is een beetje aan het voorbijgaan en de blogger is zich aan het gereedmaken voor dat tijdperk.

 
Dalende populariteit
Perez Hilton is een hele grote naam in de Amerikaanse showbizz, maar toch lijkt hij zichzelf volledig opnieuw aan het uitvinden. Een schreeuwende, rellende veertiger is niet wat mensen willen zien en dus is hij met een zoektocht naar inhoud begonnen. Het is ook nodig, want de website wordt echt steeds minder populair; met 12,7 miljoen unieke bezoekers per maand is Perez Hilton de nummer 9 als het aankomt op de meest populaire roddelwebsites. Volgens Alexa is de site de afgelopen drie maanden 1688 plekken lager beland op de ranklist van alle websites in de wereld. En volgens Trafficestimate.com is het aantal maandelijkse unieke bezoekers van Perez’ in een jaar tijd zelfs gedaald van 8 miljoen tot 5 miljoen (bijna 40 procent).

 
Merken moeten vernieuwen
Nog even terug naar Nederland. Misschien is de status van Hilton wel een beetje te vergelijken met die van Giel Beelen. Ook zijn oordeel op muzikaal gebied deed en doet er altijd toe. We kennen Giel als een tikkie opstandig en hij liet zich niet alles zomaar vertellen door bazen. Ook hij moet zichzelf op dit moment opnieuw uitvinden; jongeren hebben nieuwe helden in de media, YouTubers vooral. En ook Beelen kwam onder vuur te liggen door wat oprispingen van zijn oude opstandige ‘ik’. Merken moeten vernieuwen; vraag het HEMA, vraag het V&D en dat geldt helemaal voor merken die gebaseerd zijn op personen. Zij moeten meegaan met hun tijd en eerlijk zijn over hun bedoelingen. Anders prikt iedereen er keihard doorheen. Hilton lijkt het te redden met het duidelijk ‘sorry’ zeggen en het lanceren van nieuwe plannen (op zijn podcast vertelde hij binnenkort iets groots bekend te maken) die op het eerste gezicht oprecht bij zijn interesses passen. Misschien moet Giel Beelen dat ook gaan doen; goed nadenken waar zijn hart ligt, alle banden met belangen bij omroepen verbreken en gewoon aan de slag gaan.

 

Kan Trump Twitter redden?

Kan Trump Twitter redden?

Het slechtlopende Twitter maakt furore dankzij Trump. Trump heeft Twitter weer great gemaakt. Een tweetje van Trump over een bedrijf en de aandelen stijgen of dalen. Wie wil niet in een tweet over Trumps plannen horen? Maar of Trump Twitter van de ondergang kan redden is nog maar de vraag.

 
Mark Zuckerberg van Facebook was er snel bij om commentaar te geven op de nieuwe rol van Twitter: “Een clownsauto die in een goudmijn is gevallen.”
De cijfers spreken voor zich. In minder dan vier jaar tijd ziet Trump zijn aantal volgers toenemen van twee naar negentien miljoen. Zijn uitlatingen (met het terugkerende ‘tremendous’, ‘crooked’ en ‘very unfair’) hebben grote impact. De naam Trump werd in december zo’n 40 miljoen keer op Twitter gemeld, tien keer zo vaak als de hele Kardashian-clan bij elkaar, zoals newssite Buzzfeed opmerkt.

 
Marketingdroom
Het moet een marketingsdroom voor Twitter zijn geweest. Geen dag gaat voorbij of tv-zenders, kranten en websites nemen de uitlatingen over met verwijzing naar de @realDonaldTrump-account op Twitter.  Trump heeft een wat dubbele relatie met het medium achter de 140 tekens, dat tot dusver zijn belangrijkste spreekbuis is gebleken. In december nodigde hij de top van de social media uit in zijn Trump Tower in New York, maar Jack Dorsey van Twitter was daar niet bij. Zogenaamd  omdat er geen plaats voor hem was.

 
Trump boos op topman Dorsey
Trump wilde tijdens zijn campagne dat Twitter een #CrookedHillary emoji aanmaakte, maar Dorsey weigerde dat, omdat hij vindt dat Twitter geen politieke keuzes moet maken. Sindsdien botert het niet meer tussen Dorsey en Trump.

Twitter kampte vorig jaar met problemen. Het bedrijf had moeite nieuwe gebruikers aan te trekken en de inkomstengroei nam af. Bovendien verliet een aantal topmensen het bedrijf. Er waren geruchten dat Disney Twitter zou overnemen, maar er volgde geen doorbraak. Nu zou Twitter kunnen profiteren van de opkomst van zijn belangrijkste gebruiker. „Trump is het beste dat Twitter ooit is overkomen,” zeggen analisten. Het is een onbetaalbare steun die het social medium krijgt. Maar de vraag is of het bedrijf in staat is dat om te zetten in zakelijk succes.

 
Twitter mist effectieve marketing
Critici wijzen op het gebrek aan effectieve marketing. Aanvankelijk ging Twitter veel over kleine dagelijkse beslommeringen. Steeds vaker is Twitter de eerste bron voor breaking news. Niet alleen Trump, ook andere politici en topmensen van bedrijven gebruiken het medium om nieuws te melden. Zoals een analist in The Guardian zegt: „De werkelijke waarde van Twitter is de functie van breaking news source. Niet alle gebruikers hoeven zelf te posten. Ze kunnen nieuwsbronnen en celebrities volgen. Die waarde heeft het bedrijf nooit duidelijk gemaakt.”Trump is overigens niet alleen positief over Twitter. Zijn aanwezigheid leidt tot steeds meer agressieve reacties uit diverse politieke hoeken. Zulke uitingen leiden er weer toe dat andere volgers Twitter verlaten.

 
Trump in het Witte Huis
Binnenkort krijgt Trump de beschikking over de officiële @POTUS-twitteraccount van het Witte Huis. POTUS staat voor ‘President of the United States’. Het is nog even afwachten hoe de president daarmee zal omgaan. Gaat hij zich presidentieel gedragen of blijft hij de man die impulsief reageert op alles wat hem niet gezind is. Voorlopig hoeven ze bij Twitter over belangstelling niet te klagen.

Trump geldt als de machtistigte man ter wereld. Hoewel? Wat zou er gebeuren als Jack Dorsey de accounts van Trump en het Witte Huis eenvoudig sluit? En Trump zijn belangrijkste communicatiekanaal in één keer kwijt raakt?  Het zou een kleine revolutie veroorzaken. Maar het is de vraag of Dorsey ooit zo ver zal durven gaan.

Nu al legendarisch: ‘Tech Battle’ tussen Facebook en Snapchat

Nu al legendarisch: ‘Tech Battle’ tussen Facebook en Snapchat

Snapchat, het speelse social netwerk van Evan Spiegel, bereidt zich voor op een beursgang volgend jaar. De app die zo populair is onder jongeren, bezorgt Facebook CEO Mark Zuckerberg hoofdbrekens. Facebook kopieert het ene na het andere element van Snapchat, maar de meeste slaan niet aan. Facebook heeft een achterhaald imago. Snapchat is jong en hip.

 
Met een waarde van zo’n  350 miljard dollar is Facebook nog steeds het grootste social netwerk ooit. Het bedrijf kocht veelbelovende concurrenten als Instagram en Whatsapp op. Weinig bedrijven buiten Google en Apple kunnen zich als directe rivalen beschouwen. Maar met Snapchat kan dat wel eens anders uitpakken. Analisten schatten dat Snap (de nieuwe naam nu het bedrijf naar de beurs gaat) een waarde krijgt tussen de 20 en 25 miljard dollar.

 
Automaat met de videobril Spectacles
Onlangs presenteerde ‘Snap’ slim doordacht de nieuwe zonnebril met camera: Spectacles. Niet tijdens een groots persmoment, niet in de drukke stad, maar in een automaat in een vrolijke straat langs het strand in de buurt van het hoofdkantoor in Venice. Lang rustig bleef het niet, want de rijen dienden zich aan. Facebook heeft de groeistuipen achter de rug. Zuckerberg heeft geleerd hoe hij een groot bedrijf moet leiden en andere kan overnemen. Snapchat is jonger, kent onverwachte wendingen en zit flink in de groei. Spiegel heeft, zo meldt Forbes, al 33 keer een bedrijf opgericht en elke keer ging het mis. Nu weet hij hoe het moet en is hij vastberaden.

 
Drie miljard voor bedrijf met zes werknemers
De rivaliteit tussen Zuckerberg en Spiegel dateert van 2012. Zuckerberg had zijn oog op Snapchat laten vallen en nodigde Spiegel bij hem thuis uit. Hij bood drie miljard dollar voor een bedrijfje dat in die tijd zes werknemers telde. Maar Spiegel maakte zich in één keer legendarisch door het miljardenaanbod af te slaan. Was het hem naar het hoofd gestegen? Of waren er adverteerders die zoveel in Snapchat zagen dat ze hem onder druk hadden gezet? Sindsdien is Snapchat alleen maar verder gegroeid. Facebook heeft tal van elementen van Snapchat gekopieerd, maar meestal zonder groot succes. Nu is het de beurt aan Snapchat om te proberen het financiële succes van Facebook te evenaren.

 
Brand advertising bij Facebook en Snapchat
Facebook domineert samen met Google de digitale advertentiemarkt. Bijna de gehele groei aan digitale advertenties komt voor rekening van de twee giganten, meldt techmagazine Mashable. Facebook scoort vanwege de omslag die het heeft gemaakt naar smartphones en video. Brand advertising die traditioneel naar tv gaat, is steeds meer op Facebook te zien. Snapchat richt zich op precies dezelfde brands, maar op een andere manier. Zo krijgt een aantal premium media brands ruimte op het Discover Platform van Snapchat. Met de nieuwe Spectacles videobril komt het bedrijf met nieuwe mogelijkheden om video’s te delen. Snapchat mikt voor volgend jaar op een miljard dollar aan advertentieinkomsten. Snapchat heeft minder kosten dan de concurrenten, schrijft CNBC. Dat komt doordat Snapchat minder data bewaart en voor opslag gebruik maakt van de Google Cloud.

 
Snapchat is persoonlijker
Jongeren stromen massaal naar Snapchat toe. Het geheim is dat het netwerk niet alles bewaart en dus is het niet erg als je foto of video niet perfect is. Op Facebook kan iedereen meekijken; op Snapchat zijn je posts alleen voor je vrienden. Het maakt Snapchat persoonlijker en in de ogen van veel jongeren leuker.
Facebook mist de sprankelende vernieuwingsdrang van Snapchat. Toch doet ook Zuckerberg van alles om Facebook bij de tijd te houden. Hij zet in op video en vooral live video. Als er concurrenten zijn, koopt Zuckerberg die het liefst op of kopieert hij succesvolle formules.

 
Wat kopieerde Facebook van Snapchat?
Deze elementen heeft Facebook van Snapchat gekopieerd:

1. Het begint in 2012 met Poke, een pure kloon van Snapchat voor het versturen van vluchtige beelden. Die app verdwijnt na korte tijd.
2. In 2014 komt Slingshot, eveneens een kloon van Snapchat, maar met eigen elementen, zoals de mogelijkheid om een antwoord in beeld te vragen voordat iemand het verzonden beeld kan openen. Slingshot stopt na een een jaar.
3. In 2015 komt er een test om vluchtige beelden te versturen via Messenger. Die mogelijkheid komt in 2016 standaard in Messenger.
4. Een maand later komt Facebook met een kopie van Snapchat’s populaire Stories. Leden kunnen met al hun volgers video’s en foto’s delen die 24 uur blijven bestaan. Facebook brengt het onder bij Instagram (waarvan het eigenaar is) in de vorm van Instagram Stories. Dat is een succes.
5. Dan komt Facebook met Lifestage. Deze keer geen rechtstreekse copie, maar een nieuwe app gericht op tieners met precies dezelfde look en feel als Snapchat. Via de app kunnen gebruikers een videoreeks maken die een happy en sad face toont, laat zien hoe ze dansen, wie hun beste vriend is, etc.
6.Stories komt ook in Whatsapp met de naam Status. Facebook (eigenaar van Whatsapp) is begonnen met het testen ervan. Gebruikers kunnen er foto’s mee nemen, stickers en tekeningen overheen plakken en ze delen voor 24 uur, precies zoals dat bij Snapchat gebeurt.
7. Vanaf november 2016 brengt Facebook de nieuwe app Flash voor vluchtige video’s met augmented reality lenses, vergelijkbaar met de maskers van Snapchat. Flash is eerst alleen in Brazilië beschikbaar. (Zie onder meer The Guardian.)

 
Ook app in Azië wijst Zuckerberg af
In Azië probeert Facebook in 2016 een app over te nemen die lijkt op Snapchat: Snow, eigendom van de Koreaanse firma Naver. Maar Zuckerberg krijgt nee te horen. Snow heeft al meer dan 80 miljoen downloads en groeit snel. Ook The New York Times wijst op het succes van Snow. Vroeger konden apps uit de VS bijna vanzelfsprekend groeien in de rest van de wereld, tegenwoordig zijn er steeds vaker lokale varianten.

The Guardian steekt in een commentaar de draak met al het gekopieer door Facebook. „In 2030 zijn er meer Facebook-clones van Snapchat dan atomen in het universum. En waarschijnlijk zal Snapchat dan nog steeds populairder zijn onder tieners.”

Maar Spiegel is er nog niet. Hoe succesvol Snapchat ook is, de app moet bewijzen dat het de verwachtingen van de beurzen straks kan waarmaken. Business Insider vergelijkt de strijd tussen Spiegel en Zuckerberg met die tussen Steve Jobs van Apple en Bill Gates van Microsoft: het wordt legendarisch, een tech battle for ages.

Duopolie Facebook en Google blijkt nog groter

Duopolie Facebook en Google blijkt nog groter

Het nieuws druppelde hier en daar in de zomer Nederland binnen, maar werd in de media niet groots opgepakt. Google en Facebook halen 85 procent van alle online advertentie-inkomsten binnen (De Volkskrant). De twee bedrijven in Californië vormen een duopolie. Dat is niet mis. Maar is het echt zo gigantisch? En waar komt dat cijfer eigenlijk vandaan?

 
De 85 procent is in Amerikaanse media voor het eerst te lezen in een column in The New York Times. Een auteur laat het getal en passant vallen en noemt een bankier als bron. Het gaat niet over de afgelopen tijd, maar is een voorspelling voor de komende maanden. En wellicht een beetje uit de losse hand.

 
Adweek belt rond
De column leidt tot ophef in Amerikaanse media vanwege die zin met dat getal. Marketingblad Adweek belt met eigen specialisten en komt uit op tien bedrijven die 75%  van de online ad opbrengsten binnenhalen. Dat wil zeggen: zo ligt het ongeveer in Amerika. Voor andere landen zijn geen cijfers voor handen.

In Groot-Brittanie buigt The Guardian zich in een long read over Google en Facebook: How Technology Disrupted the Truth. De krant wijdt in detail uit over hoe Facebook en Google steeds meer macht krijgen over het nieuws, dat veel artikelen fouten bevatten omdat feiten niet worden gecheckt en dat mensen alleen visies krijgen voorgeschoteld waar ze het mee eens zijn. Een goede analyse, zoals The Guardian dat wel vaker doet.

En dan komt ook The Guardian met die 85 procent. Gebracht als feit zonder toelichting. Er staat een link bij, maar daar is het cijfer niet terug te vinden.

 
Financial Times waarschuwt voor duopolie
Dan een stuk in The Financial Times: Advertising: Facebook and Google build a duopoly. Die krant citeert een onderzoek met bron over online ad spending in 2015. Dat jaar gaat 75 procent van alle nieuwe online advertentie-uitgaven naar Google en Facebook. In het eerste kwartaal van 2016, schrijft de krant, ligt dat in de VS op 85 procent, maar daar ontbreekt de bron.

 
Meer dan 85% online ads voor twee giganten
Nog één keer zoeken. Techsite digitalcontentnext biedt enige opheldering. De site maakt een eigen berekening en tabel op grond van de advertentiegroei op Google en Facebook.

Hun conclusie is vergaand: Google en Facebook halen in de VS samen 90 procent binnen van de groei aan online advertentie-inkomsten. Voor alle andere bureaus blijft dus 10 procent over.

Helemaal kom je er niet uit. Iemand in de media lanceert een getal en overal in andere media vind je het terug. Het kan nergens op gebaseerd zijn. Maar een trend tekent zich onmiskenbaar af. De machtsconcentratie van de twee giganten, waar The Financial Times voor waarschuwt, is nu al groter dan we denken.

 

Prijswinnende Guardian buigt hoofd voor Facebook

Prijswinnende Guardian buigt hoofd voor Facebook

Het geldt als een succesverhaal: een Britse krant die uitgroeide tot digitaal medium in de wereldtop. The Guardian kwam in de spotlights door de Snowden-onthullingen. Joris Luyendijk schreef er zijn blog over bankiers. Nu vallen er ontslagen. „We verliezen de strijd met Facebook,” zegt CEO David Pemsel.

 
De kroon op het wereldwijde succes van The Guardian is de Amerikaanse tak, schrijft CNN Money. De krant bestaat in Engeland 195 jaar, maar de Amerikaanse tak begint pas in 2011. Vanuit het niets komt The Guardian in de top vijf van digitale krantenplatforms in de Verenigde Staten. Het nieuws en de onderzoeksjournalistiek slaan aan. In oktober 2014 krijgt The Guardian zelfs meer unieke bezoekers dan The New York Times.

 
Facebook en Google
Maar de advertentieopbrengsten lopen terug. Begin 2016 kondigt het bedrijf bezuinigingen aan: in drie jaar tijd moeten de kosten met 20 procent omlaag. In Engeland zijn inmiddels 270 werknemers vertrokken; nu is de VS aan de beurt. De news rooms in New York, Washington en San Francisco zullen blijven bestaan, maar moeten met honderd man (dat is 30 procent) inkrimpen.

De top van de Guardian Media Group wijst naar de dominantie van de techgiganten. Facebook en Google slurpen steeds meer advertenties op. „Wij zijn een sterk merk, maar de verschuivingen op de digitale advertentiemarkt raken onze inkomsten hard,” schrijft CEO Pemsel in een memo aan het personeel dat is gepubliceerd in The Huffington Post.
 
Vooraan bij de innovatie
In het boek Innovators in Digital News’ (2015) noemt mediaonderzoeker Lucy Küng The Guardian als voorbeeld van succes: hoe een nationale krant kan innoveren en in korte tijd in de wereldtop kan komen. Global, open, digital, is het devies.

De krant kondigt in 2011 een ‘digital-first strategy’ aan. De redactie stelt vanaf dan niet meer print, maar digitaal centraal. De digitale platforms moeten de reader engagement vergroten en ruimte geven voor commerciële partijen. Er komen investeringen voor brand marketing.

 
Van print naar digital first
Een digitale krant maken is één ding, een bestaande redactie van een papieren krant omvormen is een stuk ingewikkelder. „Er moet een nieuw team komen dat visueel is ingesteld, met technici die de codes voor de website schrijven,” zegt een medewerker.

Uiteindelijk ontstaat een nieuwe organisatie. Redactie en technische staf zitten bij elkaar. Door de korte lijnen kunnen redacteuren en technici snel overleggen over digitale tools en hoe ze de user experience kunnen verbeteren.

In 2013 is theguardian.co.uk de op één na grootste nationale news website. Maar belangrijker: wereldwijd staat The Guardian op de derde plaats na de Daily Mail en The New York Times. De buitenlandse bezoekers vormen nu tweederde van het totaal. Het is ook voor adverteerders een aantrekkelijk publiek: jong, Engelstalig, liberaal en digital connected.

 
Prestigieuze prijzen
De Guardian krijgt niet alleen veel lezers, maar wint ook grote prijzen. De krant krijgt een Pulitzer Prize (de belangrijkste Amerikaanse journalistieke prijs) voor de onthullingen over de inlichtingendienst NSA op basis van documenten van Edward Snowden. De NSA-onthullingen stuwen de lezersaantallen omhoog. Op één dag in 2013 bezoeken zeven miljoen mensen de site.

Vorig jaar won de krant meerdere awards voor de verslaggeving over fatale schietpartijen in de VS waarbij de politie was betrokken. De berichtgeving over politiemisbruik in Chicago viel op in de Amerikaanse editie.

Een bekende Nederlander die voor The Guardian schrijft is Joris Luyendijk. Hij schreef er zijn blog over de bankiers in de Londense City. En schrijft nog steeds artikelen, zoals onlangs over de Brexit.

 
Wereldwijde strategie
Het doel van The Guardian is om uit te groeien tot een ‘leading global news and media brand’ met kantoren verspreid over de wereld. Naast de Amerikaanse tak volgt in 2013 een digitale editie voor Australië. The digitale krant profiteert van de enorme Engelstalige markt: ook in Canada en India wordt de site gelezen.

Maar op de lange termijnstrategie komt ook kritiek, omdat de online content gratis is. Het idee is dat met zoveel lezers en prestigieuze verhalen de adverteerders wel zullen aansluiten. Dat blijkt maar ten dele het geval.

Die digitale content moet haast wel gratis zijn, omdat The Guardian concurreert met de BBC, die de grootste gratis news site ter wereld heeft.

 
Branded content
Native advertising moet bijdragen aan de oplossing. In 2013 wordt een branded agency opgericht, de Guardian Labs. In 2014 komt het tot een grote deal met Unilever van ruim een miljoen euro voor het maken van een interactieve en cross-media content en het organiseren van live events.

De krant houdt vast aan de lange termijnstrategie: met kwaliteitsjournalistiek een enorm publiek bereiken. „Wij gelden als het sterkste news brand in ons land,” zegt managing director Anna Watkins van Guardian Labs in 2015 tegen Digiday. „Dat willen we niet ondermijnen. Streven naar winst op de korte termijn, is niet goed voor ons.”

 
Sterk merk alleen is niet voldoende
Maar de strategie levert te weinig inkomsten op. De bedoeling was om in 2018 kostendekkend te zijn. Het is de vraag of dat met het afhaken van adverteerders haalbaar is.

In het memo dat in de Huffington Post staat, schrijft CEO Pemsel: „Bedrijven als Facebook en Google groeien in dominantie. Volgens sommige schattingen gaat 85 procent van de digitale advertentieopbrengsten rechtstreeks naar hen. Het is onvermijdelijk dat zulke aardverschuivingen in het businessmodel onze inkomsten negatief beïnvloeden ondanks het sterke merk The Guardian.”

Die 85 procent lijkt aan de hoge kant. Uit onderzoek uit 2015 van eMarketer blijkt dat 44 procent van alle digitale advertentieopbrengsten naar Facebook en Google gaan, meldt Forbes. Maar het doet niets af aan de trend.

Medewerkers van The Guardian voelen zich overvallen door de inkrimping. Het doek valt niet, maar op de redactie komt het hard aan, vertelt één van hen. Het blijkt onvermijdelijk: de digitale krant maakt een knieval voor de techbedrijven.

Be Candid,
it’s contagious.

Candidness is the quality of speaking with
honesty and authenticity. Our Candid editorial
team shares stories that matter on media, data,
marketing, creativeness and technology.

Our Candid editorial team
creates stories that matter.