Candid. Platform
for growth.

Waarom je altijd zelf een weerwoord moet regelen als mediamerk

dick1 Dick Advocaat
Bestaat dat eigenlijk? Objectieve journalistiek? Natuurlijk niet, maar je k...

Wordt alle marketing digitaal?

Digital-advertising-1 Digital advertising
De marketingwereld krijgt momenteel zware klappen, maar staat ook voor een ...

Waarom Albert Heijn, KPN, C&A en Ajax verdwijnen

Ajax
Grote, diepgewortelde, sterke Nederlandse merken als Albert Heijn, KPN, Tel...

Hoe Slaven Mandic TMG en WPK integreert en ook weer splitst

Slaven_Mandic
Slaven Mandic wil TMG en WPK succesvol integreren door ze op verschillende ...

Uitgevers: hou Facebook nog maar even te vriend!

Facebook_publishers
Uitgevers zijn voor hun distributie sterk afhankelijk van Facebook. Wat als...

Cookiewalls TMG en Persgroep verboden

TMG-Persgroep-en-cookiewal_20190308-100512_1
Experts en Consumentenbond riepen het vorig jaar al. Nu bevestigt ook de Au...

Bart Nijman van GeenStijl: 'Redactionele inhoud toetsen bij adverteerders is hypocriet, moralistisch en sneu'

Bart
GeenStijl stapte vorig jaar uit TMG en gaat zelfstandig verder. Wat zijn ei...

Hoe kan 'Talpa Nieuws' een succes worden?

6-inside
Ergens in de loop van volgend jaar introduceert Talpa Network zijn eigen ni...

Zijn cookiewalls Persgroep en TMG verboden of niet?

TMG-Persgroep-en-cookiewall_20180717-105259_1 TMG Pergroep
Sinds de AVG/GDPR eind mei van toepassing werd werpen kranten als AD, Teleg...

‘Je kunt beter stoppen met NPO3’

nakedcowboy Credits AVROTROS
Het was de week van de ophef rond de Nederlandse Publieke Omroep. Nu de roo...

Journalisten en marketeers: ga bij elkaar op de koffie

Journalisten en marketeers: ga bij elkaar op de koffie

De boycot door Waylon van publieksmedia AD en Telegraaf leert maar weer eens dat journalisten en andere beroepsgroepen zo weinig begrip voor elkaar hebben. Jammer want juist de contentmarketingwereld zit te wachten op wat journalistieke principes.

 
Wat snappen wij journalisten en mensen met een ander vak elkaar soms slecht hè?

Echt, ik probeerde te luisteren naar de argumenten van Waylon om De Telegraaf en het AD te boycotten tijdens het Songfestival, maar ik bleef het maar vreemd vinden. Hij en zijn manager hielden vol dat journalisten toch een taak hebben om het een beetje positief te houden allemaal want dan zou Waylon meer kans hebben. En was toch een gezamenlijk belang?

 
Verhalen in elkaar knutselen
Op kleine schaal krijg ik wel eens volledig nieuwe versies terug van verhalen als ik een advertorial maak. Communicatiemanagers van bedrijven knutselen dan zelf iets in elkaar en daar wordt het meestal niet beter op. Laatst begon mijn verhaal opeens met een quote van Winston Churchill (een doodzonde….samen met de passage ‘wat zegt Van Dale daar eigenlijk over?) en daarna volgde bakken vol jargon. Daarover gesproken; alsof de klant tegen de bakker zegt: prima dat krentenbrood van jou, maar ik haal de krenten eruit en voeg wat maanzaad toe. Tegen mijn opdrachtgever zei ik dat ik het allemaal prima vond, maar of hij even mijn naam boven het verhaal wilde weghalen.

 
Altijd maar ruzie maken
Er is nog wel eens onbegrip tussen journalisten en andere beroepsgroepen. Vaak terecht, maar soms zijn we iets te overtuigd van ons gelijk. Topartiesten, communicatiemanagers van vastgoedbedrijven, maar ook marketeers snappen ons slecht. Niet zo handig misschien want tegelijkertijd wordt het wel de hoogste tijd dat de journalistiek en marketeers intensief bij elkaar op de koffie gaan. Niet om elkaar naar de mond te praten, maar om te kijken of we elkaar ergens kunnen ontmoeten. Er lopen immers heel veel goede journalisten rond en bedrijven hebben steeds meer behoefte aan goede content. Het is misschien niet sexy voor veel journalisten, maar we kunnen echt niet allemaal op de redactie van NRC of Volkskrant aan de slag en in het bedrijfsleven en bij vakbladen zijn leuke dingen te doen. Bovendien; vooral freelancers die hechten aan hun vrijheid zullen voor het geld ook wel eens een verhaaltje voor ABN of ING moeten tikken, maar het gaat nog zo vaak mis door onbegrip.

 

De wet van Sheridan

In zijn boek They Ask You Answer van Marcus Sheridan (jullie weten toch? De man die ooit zijn zwembadbouwbedrijf groot maakte met contentmarketing) noemt hij tien kwaliteiten van goede contentmarketingmanagers: Schrijftalent (,,je kan een marketeer niet leren schrijven, maar een schrijver wel iets van marketing bijbrengen.’’), eindredactionele ervaring, verstand van social media, kunnen interviewen, iets weten van video editing, een aardig mens zijn, (want veel contact met anderen), een beetje kunnen organiseren, van cijfers houden en buiten de gebaande paden kunnen denken.

Volgens Sheridan kun je deze kwaliteiten eigenlijk alleen maar vinden in de beroepsgroep ‘journalistiek’. ,,Wijzelf huren vooral recent afgestudeerde journalisten in en brengen hen dan de principes van marketing bij.’’

En daarin schuilt waarschijnlijk toch de holy grail als je een kritische analyse maakt van het incident van Waylon en al die andere voorvallen die daar op lijken. Natuurlijk, zouden de marketingmanager en de artiest iets meer begrip kunnen hebben voor ons journalisten. Ze moeten misschien beseffen dat wij altijd in het belang van het publiek (zouden moeten) denken en niet aan het belang van de geïnterviewde. Maar goed, dat ligt buiten ons beïnvloedingsveld, zouden we zelf ook iets kunnen ondernemen?

 
Iets nederiger opstellen
Want zo briljant zijn we niet altijd hè? Zo volwassen is het toch niet om Waylon opeens de hemel in te prijzen als hij even niet met ons wil praten? Ja, wij moeten soms proberen ons iets nederiger op te stellen, met begrip voor het vak dat de ander uitoefent. Artiesten zijn natuurlijk zeer autonome mensen die juist baat hebben bij het niet-sluiten van een compromis, ze zijn misschien veel solistischer, eigenwijzer dan journalisten. Moeten dat ook zijn. En als de artiest besluit dat hij wat dansers op een podium wil dan moeten journalisten dat misschien ook eens accepteren. Of zoals Songfestival-kenner en journalist Cornald Maas zegt: kritiek mag natuurlijk, maar dat geeft een artiest ook het recht om zijn eigen keuzes te maken in met wie hij van de media praat.

Marketeers zijn misschien van oudsher gewend om te zenden, om te vertellen hoe geweldig een nieuwe dienst of een bepaald product is. Die impuls wordt echter steeds iets minder en zal er de komende jaren helemaal uitgaan want de macht in de mediawereld verschuift steeds meer naar het publiek. Als ‘de doelgroep’ een commercial verschrikkelijk vindt dan gaat die - via Loden Leeuwen en herrie op social media - snel weer van de buis. Marketeers moeten dus steeds meer in het belang van hun achterban gaan denken en wij journalisten kunnen daar een beetje bij helpen. Niet door arrogant te zeggen hoe de wereld in elkaar zit, maar door steeds te blijven uitleggen dat het uiteindelijk maar om één belang gaat: dat van de kijkers, lezers en luisteraars. We zijn een soort vertalers; marketeers vertellen iets over hun dienst of product en wij maken daar een verhaal van dat het brede publiek graag ziet, leest of hoort. Niets meer, niets minder, ieder zijn vak.

 

De Nederlandse media over drie jaar? Check Joe Rogan

De Nederlandse media over drie jaar? Check Joe Rogan

Comedian Joe Rogan heeft met The Joe Rogan Experience een van de meest succesvolle podcasts van de VS bedacht. Als je die show goed luistert (en kijkt), weet je wat er de komende jaren gaat veranderden in de (Nederlandse) mediawereld. Dus check het.

 
Om de grootsheid en de impact van The Joe Rogan Experience te kunnen snappen (en dus de potentie van podcasts) moet je niet naar Rogans interviews met de grote mannen als Jay Leno of Lance Armstrong luisteren, maar naar zijn gesprek  met mede-comedian Tom Segura. De twee kennen elkaar goed en dat verbergen de mannen niet. Ze praten over hun vak, over een legendarische eigenaresse van een comedyclub die is overleden, over het voordeel van theaters met 1500 plekken en over Trump. Vrij onbegrijpelijk allemaal, maar zo liep het gesprek nu eenmaal. Gewoon twee mannen aan een tafel die praten, toevallig niet over de kinderen, maar wel over Trump en hoe het er aan toe gaat in het Witte Huis. De een heeft iets gehoord daarover en de ander heeft ook wel eens ergens iets gelezen.

 
Miljoenenpubliek
Okay, wat is daar bijzonder aan hoor ik jullie zeggen, maar die podcast is dus in vijf dagen alleen al op YouTube meer dan een miljoen keer bekeken/beluisterd (bekeken inderdaad, de podcast wordt ook opgenomen met drie camera’s). Joe Rogan is daarmee een hele grote mediameneer in de VS, hij begon dus in 2009 met de Joe Rogan Experience en maakte het programma legendarisch. Rogans show is het bewijs dat podcastst en YouTube shows voor een ware revolutie zorgen in de mediawereld, een revolutie die vooral in de ‘echtheid’ ligt verborgen; twee mannen praten gewoon met elkaar, houden op geen enkele manier rekening met de wetten van de media waarbij de een vragen stelt en de ander antwoord en het is retepopulair.

Nu volg ik die podcast van Rogan alweer een tijdje vrij intensief en dus zette ik de inhoudelijke wetten op een rijtje waaraan hij zich houdt (of eigenlijk niet houdt). Dat doe ik omdat ik een beetje fan ben inmiddels, maar ook zodat jullie alvast weten welke mediatrends er straks aankomen (zonder de trendwatcher uit te hangen trouwens). Klaag dus niet als je straks te laat bent om in te springen hè want ik heb jullie gewaarschuwd ;-). Joe Rogan staat immers, net zoals Ryanne van Dorst, voor de manier waarop media in de toekomst georganiseerd zijn. De nieuwe mediawereld (podcast, YouTube, social media) gaan de oude media met al zijn baasjes, gebouwen en vergaderingen gigantisch slopen. Maar dat wisten jullie natuurlijk al lang…

 
Regel 1: Rogan stelt geen vragen
Wij van de journalistiek hebben altijd onze mond vol van kritisch doorvragen, maar dat doet Rogan dus voor geen meter. De man is gewoon oprecht geïnteresseerd, dat is iets heel anders - noem het natuurlijker - en dan volgt er dus een gesprek en geen ondervraging zoals bij de politie. Dus als hij iemand goed kent dan heeft hij een joviale toon en als hij iemand niet kent dan gaat dat er allemaal iets rustiger aan toe. Spannend is dat er geen duidelijke rolverdeling is tussen vragensteller en antwoordgever. Rogan kan rustig een verhaal van twee minuten vertellen omdat hij daar toevallig zin in heeft. Negen minuten kan ook en dan maakt hij er een motivational speech van voor YouTube.

 
Regel 2: Rogan nodigt alleen mensen uit die hem interesseren
De comedian en UFC-commentator heeft heel veel interesses en op die basis nodigt hij mensen uit. Hij heeft bijvoorbeeld een bepaalde voorliefde voor mensen die in complottheorieën denken en dus nodigt hij deze ‘911-ontkenners’ gezellig uit. Als hij het onzin vindt dan zegt hij dat gewoon en verder wil hij graag weten hoe ze denken en heeft hij de feiten altijd wel paraat.

 
Regel 3: Rogan doet niet aan shortcopy
De lengte van zijn gesprekken varieert van een uurtje tot drie uur. Als het gezellig is dan blijft hij gewoon doorpraten en het verveelt bijna nergens. Zo gaat dat in het echte leven toch ook? Formats zijn blijkbaar voor de oude mediawereld, Rogan houdt zich niet aan de zelfbenoemde kenners die vinden dat je niet te lang moet zijn want dan verslapt de aandacht. Hij is meer van: als het goed is, kan lang ook. Het gesprek met de conservatieve Ben Shapiro duurt meer dan 2,5 uur, gewoon omdat het kan. Zijn de views dan ingezakt? Mwohh, vinden jullie 5,4 miljoen views veel?

 
Regel 4: Rogan is de koning van de zijpaden
Jullie kennen Tom Egbers toch? Prima presentator, maar hij wordt zenuwachtig als het gesprek even het draaiboek ontstijgt. Dat is dus het oude mediadenken. Zo doe je toch ook niet als je met vrienden een biertje drinkt? Dan gaat het juist om de zijpaden toch? Daar is het gewoon het prettigste wandelen. Je begint over die oude klasgenote en eindigt in een discussie over het nut van TBS. En dus kan Rogan rustig een half uurtje volmaken over het ideale dieet voor topsporters omdat hij daar zin in heeft. Of hij filosofeert over het dieet van een Hollywoodacteur. Hij vertelt ook openhartig over zijn drugsvoorkeuren en dat lijkt op tv toch een paar bruggen te ver. Op een van de podcasts hoorde ik hem zelf zeggen; ik heb hier nog wel een blowtje liggen, zullen we hem delen?

 
Regel 5: Rogan heeft geen politieke kleur
Hoewel, hij is in ieder geval niet van de politiek correcte bubbel waar veel tv-mensen en acteurs inzitten. De oude media zijn natuurlijk, ook in de VS, georganiseerd volgens allerlei politieke lijnen want het profiel van de zender moet herkenbaar zijn. In Nederland is dat niet anders. Bij WNL zie je wat meer de Telegraaf en AD-kant en bij DWDD lijkt het alsof je de Volkskrant doorbladert. Zo’n podcast, maar ook YouTube laat die inkleuring behoorlijk los. Joe Rogan, die zeker niet zo links lijkt, staat open voor alle meningen, hij is heel lenig en kan overal over meepraten. Het is meer zo’n oom die veel leest, maar die ook weet wat er speelt bij de eigenaar van de viszaak.

 
Regel 6: Rogan heeft geen baas
Iedereen die wel eens voor een opdrachtgever werkt (we all do) als journalist, weet hoe dat gaat. Je regelt een leuk interview en in de aanloop naar het interview komen de vragen; let je even hierop, vraag dat nog even, je gaat toch niet….? Prima als een hoofdredacteur dat doet vanuit het belang van de lezers, maar er zijn er ook die denken vanuit het belang van de uitgeversbaasjes zodat ze de maandagochtendvergadering met de directie lekker doorkomen. Rogan heeft nooit maandagochtendvergaderingen, die loopt hard door de bergen, drinkt zijn vitamineshakes en bereidt zich voor op het volgende knalgesprek. Hij vraagt wat hij wil vragen, geeft zijn mening als het nodig en heeft dus zelf de regie in handen als maker.

 
De voorbode voor Nederland
Het gaat me eigenlijk niet zozeer om Joe Rogan in dit verhaal, maar veel meer om de toekomst van de media in Nederland waarin we de VS zullen volgen qua trends. Wij hebben ongetwijfeld ergens in de podcastwereld een Joe Rogan rondlopen die - zonder agenda - gewoon mensen uitnodigt die hij vragenstelt of verhalen vertelt over het leven. Die persoon heeft geen contract bij een omroep met een agenda en ook geen reclamedeal met een stoelenfirma, hij of zij vergadert niet, maar ze nodigt elke week een gast uit waarin ze interesse heeft. Daar praat ze net zo lang mee als ze wil en ze verdient haar geld met vijf of zes grote sponsors die ze altijd even voorafgaand aan de podcast noemt. Wie zou de lenigheid hebben om zo’n programma te maken? Mail me anders op This email address is being protected from spambots. You need JavaScript enabled to view it.

Bereik of geen bereik? Wat AD en De Telegraaf de komende jaren moeten doen

Bereik of geen bereik? Wat AD en De Telegraaf de komende jaren moeten doen

Het is al sinds de opkomst van online de ‘one million dollar question’ voor traditionele nieuwsuitgevers: wat is het beste uitgeef-/verdienmodel? De Telegraaf, AD en NU.nl zijn groot in bereik, maar dat lijkt een doodlopende weg. Wat is de weg voor deze ‘bereiktitels’ en hoe kijkt de adverteerder daar tegenaan?

In een vorig artikel hebben we omschreven dat het ‘bereikmodel’ voor nieuwsuitgevers een doodlopende weg is. Veel traditionele partijen moeten mee in de strijd om de kliks en bereik om advertentiegeld binnen te halen. Maar die uitgevers komen er ook achter dat ze nog nauwelijks verdienen aan het advertentiemodel rond digitaal nieuws. De Telegraaf en AD zouden daarom in de nabije toekomst wel eens een probleem kunnen hebben (NU.nl laten we nu even buiten beschouwing).

 
Twee grote Belgische partijen
De Telegraaf en AD zitten beiden in een redelijk steady uitgeefhuis in een bijzonder onrustige markt. In Nederland is er nog slechts een handvol traditionele nieuwspartijen door de grote sanerings- en consolidatierondes van het afgelopen decennium. De branche wordt nu gedomineerd door twee grote Belgische partijen: marktleider de Persgroep (naast AD, Trouw, Volkskrant, Het Parool, regionale en lokale bladen en sites) en Mediahuis (naast TMG/Telegraaf, NRC Media, regionale titels). Daarnaast is er nog FD Mediagroep, het nu nog onafhankelijke NDC Media in het hoge noorden en BDU met lokale nieuwsmerken. Sanoma heeft NU.nl en natuurlijk is er ook nog de NOS. Daarmee hebben we het ongeveer wel gehad.

 
Nieuwsbehoefte blijft groot
Aan het ‘bereikinfuus’ blijven hangen, is geen optie. Daarvoor is de advertentiemarkt te onzeker. Positief is dat de nieuwsbehoefte van de consument zeker niet is afgenomen de laatste tien jaar. De manier waarop de consument nieuws tot zich neemt is sterk veranderd. Wat we verder weten: er is behoefte aan nieuwsduiding en binnen het nieuwsdomein aan unieke content. Daar kunnen De Telegraaf en AD een rol in spelen. Meer dan ze nu doen.

 
1. Ga een echte relatie aan met je abonnee en bouw profielen
Vooropgesteld: het perfecte uitgeefmodel bestaat niet. Het is voor traditionele uitgevers een kwestie van trial and error. De printoplages zijn geslonken en dalen door, al is de echte scherpte er misschien wel af. Maar traditionele nieuwsuitgevers hebben dat papieren product dat door abonnementen nog altijd substantiële omzet oplevert. Daar is het digitale abonnement bijgekomen.

Bij De Persgroep is er de afgelopen jaren bij Trouw, Volkskrant en Parool een focus geweest op het abonnementenmodel. Dat geldt ook voor NRC (Mediahuis). Elke abonnee die er bij komt of erafgaat, zie je als uitgever direct onder de streep als het aankomt op marge en winst. Ze proberen bestaande abonnees vast te houden (het lastigste), nieuwe abonnees binnen te halen en te zorgen voor variatie in abonnementen. Bijvoorbeeld: de lezer die doordeweeks geen tijd heeft het papieren exemplaar te lezen, kan een abonnement met een digitale variant nemen, waarbij wel de dikke papieren zaterdagkrant in de bus valt. Deelabonnementen zijn hot en blijken te werken. Het heeft met name de Volkskrant en NRC de afgelopen jaren geen windeieren gelegd. Hun digitale oplages stijgen het hardst van alle Nederlandse dagbladen, blijkt uit de laatste cijfers van meetinstituut NOM.

 
Investeren in je klantenservice
Om een serieuze relatie met de lezer bouwen die van twee kanten komt, moet je investeren in je klantenservice en je datateam, om profielen van je lezers op te kunnen bouwen. De Telegraaf en AD lijken minder succesvol op dat gebied. Volgens NOM groeit De Telegraaf wel goed in digitale betalende abonnees, maar AD is daar wat minder bedreven in. Ondertussen kampen beide dagbladmerken met een scherpe daling in printabonnees. De Persgroep heeft destijds slim de regionale titels aan AD gekoppeld (tegenwoordig heet dat ADR Media), want zonder die regiomerken was het Rotterdamse AD een klein krantje geweest.

Bij De Telegraaf is het bouwen aan een relatie met de lezer de afgelopen jaren door allerlei omstandigheden (lees: onrust in de tent) blijven liggen. Nu De Telegraaf met NRC binnen één concern valt, zouden ze daar één en ander kunnen afkijken. Eerder werd bekend dat de dataexpert van NRC naar TMG is overgestapt, dus het besef is er. Bij AD zouden ze ondertussen eens te rade kunnen gaan bij de Volkskrant.

 
2. Goede, unieke journalistiek in plaats van clickbaits
Beide kranten zouden zich online minder op clickbaits moeten richten en meer op eigen unieke content, van goede journalisten die een ‘merk’ zijn. Daar was De Telegraaf altijd goed in, maar door eerder genoemde perikelen is dat weggeëbd. Investeren in goede journalistiek lijkt overigens niet echt op de agenda te staan bij beide dagbladen. Bij TMG waren en zijn er reorganisaties en bij de Persgroep werd recent ook gesneden in de redactionele kracht. Toch is dat belangrijk. Ondertussen kunnen ze gaan bouwen aan het abonnee- en datamodel.
3. Samenwerken of opgegeten worden
Een tweede uitgeefmodel is: samenwerken en profiteren van elkaars sterkte. Uitgevers kunnen het in feite niet meer solo, zeker niet in advertising. Inmiddels moeten de lokale uitgevers die vroeger nog hard met elkaar concurreerden noodgedwongen steeds meer samenwerken in de strijd tegen de grote Amerikaanse tech- en mediabedrijven die de markt overspoelen.

In de Nederlandse markt komt nu eindelijk een samenwerking op gang in digitale advertising sales: het gisteren gelanceerde Buy-media.nl. Hard nodig, anders worden de lokale partijen snel opgegeten.

 
4. Buitenlandse cases bieden hoop
Er zijn internationaal wel wat positieve ontwikkelingen rond nieuwsmedia. In de Verenigde Staten - hoe onvergelijkbaar misschien ook - heeft het presidentschap van Donald Trump de journalistiek geholpen: New York Times kon zomaar een paar honderdduizend betalende digitale abonnees bijschrijven.

België, Engeland en Frankrijk onder meer, bestaat er al een samenwerking in digitale sales. Hoopgevend is een case uit Frankrijk: sinds de oprichting van hun gezamenlijke ad-sales alliantie in september vorig jaar, hebben de dagbladen Le Figaro en Le Monde twaalf ad-tech leveranciers de wacht aan gezegd en doen ze het technische gedeelte zelf. Binnen enkele maanden stegen de inkomsten uit videoadvertenties van Le Figaro met 50 procent.

Samenwerken betekent dus ook samen investeren in technologie.

 
5. Wat wil de adverteerder?
Tot slot de advertisingkant. De Telegraaf en AD moeten zich minder blindstaren op advertising uit bereik, want ze vissen te veel in de kleiner wordende vijver. Adverteerders willen een andere relatie met uitgevers.
Unilever zet als ’s lands grootste adverteerder daarmee de toon. Afgelopen week werd bij presentatie van de jaarcijfers (in de UK) van 2017 duidelijk dat Unilever ook de komende jaren investeert in online advertising. De multinational maakt zich sterk voor betrouwbare meetmethoden voor online reclame en klikfraude. Unilever wil ook weten hoe het zit als er wel door een consument wordt geklikt op een banner of een video. Unilever wil graag één standaard om het succes van een campagne te meten en betalen voor wat het krijgt. Maar vooral wil Unilever precies weten wie ze online kunnen bereiken: één-op-één. Dat is allemaal nu nog niet goed geregeld in online advertising. Wel is zeker dat Unilever zijn budget in deze tijd sneller zal neerleggen bij uitgevers die inzicht kunnen geven wie hun bezoekers en abonnees zijn.
Dat is dan ook de richting die De Telegraaf en AD de komende jaren moeten gaan.

Hoe lang is ‘bereik’ als verdienmodel nog houdbaar voor Telegraaf, AD en NU.nl?

Hoe lang is ‘bereik’ als verdienmodel nog houdbaar voor Telegraaf, AD en NU.nl?

Er is in de Verenigde Staten een ontwikkeling die veel wegheeft van een ‘digital media crash’: de digitale nieuwsmedia zitten er door allerlei factoren die samenkomen in zwaar weer. Dat zou in Nederland ook zomaar kunnen gebeuren. Het online bereikmodel lijkt op zijn einde te lopen. Wat betekent dat voor de nieuwssites AD, Telegraaf en NU.nl, die het juist daar heel erg van moeten hebben? 

Alarmfase 1! Het Amerikaanse digitale nieuwsmediasysteem lijkt te gaan ‘crashen’. Buzzfeed en VICE hebben hun omzetdoelstellingen niet gehaald, Mashable ook niet, die site werd voor een veel lager bedrag verkocht dan gedacht. En de divisie waaronder Yahoo, AOL en Huffington Post vallen, moest meer dan vijfhonderd mensen ontslaan, onder wie veel journalisten.

Teveel online nieuwsmediaDe Amerikaanse uitgever en publicist Josh Marshall legde het probleem onlangs haarfijn uit in een stuk op Talkingpointsmemo Hij noemt drie verschillende factoren, waarvan er twee nu samenkomen. Ten eerste: er zijn enorm veel online nieuwsmedia, maar te veel om ze allemaal te kunnen financieren. Die financiering moet met name uit advertentiegeld komen. Omdat het web oneindig veel meer ruimte biedt aan nieuwe spelers die ook uit de advertentieruif willen eten, is het lastig voor de traditionele krantenuitgevers om een dominante rol te spelen. Zo zijn veel partijen meegegaan in de strijd om de kliks en het bereik. Want de simpele gedachte is: hoe meer bereik, hoe meer advertenties en omzet. Maar veel uitgevers komen erachter dat ze nog nauwelijks verdienen aan het advertentiemodel rond digitaal nieuws.

Opkomst Facebook en GoogleVervolgens - en dat is twee - was er de opkomst van Facebook en Google en in hun kielzog enkele andere grote techbedrijven die mediaplatforms werden. Zij groeiden de afgelopen jaren het hardst in online advertentieomzet en pakken inmiddels misschien wel driekwart van de totale digitale omzet wereldwijd.

Investeerders trekken zich terugAls derde noemt Marshall het feit dat een flink deel van de digitale media in de States het nu moet hebben van venture capital. Maar deze investeerders verdienen hun investering maar met moeite terug en willen zich terugtrekken.

Marshall concludeert dat de drie ontwikkelingen elkaar versterken en gaan zorgen voor die crash.

We moeten eigenlijk nog twee ontwikkelingen toevoegen: de groei van programmatic advertising die de belofte dat je de juiste persoon met de juiste boodschap kunt bereiken nog altijd niet heeft ingelost. Dat is hand en hand gegaan met de opkomst van de adblockers tegen irritante reclames (banners en prerolls) en lange laadtijd van sites.

Het voordeel van videoWat ook niet onvermeld mag blijven. Er was een groep uitgevers, waaronder Fox Sports en nieuwssite Mic, die afgelopen zomer - onder het mom van ‘we moeten ook mee in de videotrend’ - is geswitcht naar een model waarin video centraal staat. Wat ook al het ontslag van veel schrijvende journalisten betekende. Maar in september vorig jaar kwamen er dramatische cijfers naar buiten van onderzoeker comScore: de publishers die switchten naar het ‘videomodel’ zagen het verkeer naar hun site in augustus met 60 procent dalen in vergelijking met dezelfde periode een jaar eerder. De maanden erna waren de cijfers niet veel beter. Een belangrijk punt is dat deze uitgevers al aan het struggelen waren voordat ze overstapten op het videomodel.

Oók goede resultaten met videoEr moet overigens bij gezegd worden dat een aantal uitgevers wel degelijk betere bereikcijfers behaalde met video.

Al die ontwikkelingen overziend, kunnen we stellen dat, de al naar adem happende (traditionele) nieuwsuitgevers, ook in 2018 moeten rekenen op zware benauwdheid. Als we Amerika als trendsetter zien - en dat doen we - dan kunnen we die op handen zijnde ‘crash’ of ‘bubbel’ hier ook verwachten op niet al te lange termijn.

Ook hier veel focus op bereikLaten we het over Nederland hebben. Ook hier is er sprake van veel sites die aan het bereikinfuus hangen, terwijl Facebook en Google er met de buit vandoor gaan. Dat zijn juist ook sites van grotere spelers als TMG, de Persgroep en Sanoma. Hun nieuwssites Telegraaf.nl, AD.nl en NU.nl hebben, als we onderzoeken als NOBO en GfK DAM mogen geloven, een enorm bereik van 5 tot 7 miljoen Nederlanders. En met dat ‘wapen’ gaan ze naar adverteerders en mediabureaus.

De helft is knip- en plakwerkMaar is dat model nog houdbaar? De Telegraaf en AD bieden ook wel premium artikelen - waar je als gebruiker voor betaalt - maar moeten het toch vooral hebben van de snelle kliks. Om zoveel mogelijk ‘oogballen’ te krijgen, komen ze daarom regelmatig met nieuws en artikelen die je elders al leest (zeker meer dan de helft van hun nieuwsaanbod). Neem je bijvoorbeeld een kijk op het entertainmentchannel van beide nieuwsmedia, dan zie je vaak dezelfde nieuwtjes, clickbaits), tweets die tot nieuwsberichten zijn gebombardeerd en ander knip- en plakwerk.

Waarom niet authentiek zijn?Voor NU.nl is het nét even een ander verhaal trouwens. De populairste nationale nieuwssite maakt er geen geheim van dat het alleen nieuws brengt. ‘zodat je je zelf een mening kunt vormen’. Dat is veel meer een USP dan wat Telegraaf.nl en AD.nl doen. Waarom zou je nieuws dat elders al staat ook nog aanbieden? Waarom investeer je niet in goede, unieke journalistieke verhalen en authenticiteit?
Telegraaf en AD hebben de afgelopen tijd kostenreducties doorgevoerd, waarbij ook vaste redactieplaatsen sneuvelden. Verder bieden Telegraaf en AD ook steeds meer video, in de veronderstelling dat bezoekers dat heel graag willen. Maar is dat ook zo? Of zouden ze het doen voor de advertentiemarkt?

Bereik als verdienmodel lijkt niet langer houdbaarBereik is in Nederland nog altijd een populair afrekenmodel, daarom blijven veel partijen zo lang mogelijk hun bereik communiceren  Maar het verdienmodel lijkt niet veel langer houdbaar. Het is een misvatting dat een groot mediabereik ook impact oplevert en je kunt je ook de vraag stellen of een groot mediabereik automatisch een groot reclamebereik betekent.

Er is nog een grote ontwikkeling die geen goed nieuws is voor ‘online bereik’. Marketeers zijn zeker de laatste twee jaar ook echt wakker geschud door de onbetrouwbare meetmethoden voor online reclame en klikfraude. Het heeft een aantal grote adverteerders doen besluiten meer te investeren in andere manieren van adverteren (contentmarketing) of zelfs terug te keren naar - het meer betrouwbaar geachte - televisie. En daarmee komt die crash van digitale nieuwsmedia mogelijk nóg een stapje dichterbij.

Niet blindstaren op advertentiesVoor nieuwsmedia die online strugglen, is het echt niet makkelijk om een goed verdienmodel neer te zetten. Belangrijk is dat ze zich niet blindstaren op advertenties, hun kop boven het maaiveld uitsteken en authenticiteit, focus en een duidelijke doelgroep als uitgangspunt nemen, in plaats van de klikkende massa.

Het Taylor Swift-gevoel van Alexander Klöpping over ‘stoppen’ NRC en Telegraaf

Het Taylor Swift-gevoel van Alexander Klöpping over ‘stoppen’ NRC en Telegraaf

Het was wat onrustig rond Blendle het afgelopen jaar. Uit de jaarrekening over 2016 bleek een verlies van 2,4 miljoen euro en NRC en Telegraaf besloten te stoppen met de start up. Aan de vooravond van een nieuwe innovatie - gesproken journalistieke verhalen genaamd ‘Blendle Audio’ - praat eigenaar Alexander Klöpping ons even bij. 

Het is een mooi nieuwtje natuurlijk. Via Blendle Audio kun je luisteren naar een selectie van journalistieke verhalen. Professionele stemmen lezen artikelen voor uit de kranten en bladen die aangesloten zijn bij Bendle, dus je kan tijdens de afwas of het stofzuigen lekker een Volkskrantje doornemen. Het past helemaal in de ‘podcasttrend’ waarbij we allemaal graag op de fiets of in de auto naar onze informatieve ‘helden’ luisteren.

Verliesgevend jaarPrima natuurlijk. Maar er kwam stevig nieuws naar buiten de afgelopen weken over Blendle. In het boekjaar 2016 leed Blendle een verlies van 2,411.045 miljoen euro. Klöpping: ,,Het was vrij shocking hoe weinig mensen van startups snappen, maar dat leg ik dan met alle plezier even uit.’’ Want dat soort rode cijfers zijn normaal te noemen? ,,Het grote verschil tussen startups en andere bedrijven is dat je meer risico neemt. Je gaat eerder de grens over, investeert meer en dat doen we aan de hand van durfinvesteerders. Als je zo iemand kan vinden die erin gelooft dan neem je samen de gok.’’ En het bedrijf groeit nog steeds, zo legt hij uit. ,,We zijn de grootste bron van pure digitale lezersinkomsten.’’

 
Klöpping: ,,Het was vrij shocking hoe weinig mensen van startups snappen, maar dat leg ik dan met alle plezier even uit.’’
 
Kan hij niks meer over omzetten zeggen? Dat zou het allemaal iets scherper, duidelijker maken. ,,Omzetten hebben niet zoveel zin want soms kies je ervoor om wat meer te investeren om op de lange termijn te oogsten, dus dat geeft alleen maar onrust.’’

Ambitie nog overeindMaar toch even. De ambitie waarmee hij Blendle in 2013 is begonnen, samen met zijn vertrokken partner Marten Blankesteijn, staat nog steeds overeind? ,,Wij hebben een helder doel, namelijk dat jonge mensen gaan betalen voor journalistiek, waardoor makers mooie dingen kunnen blijven doen. Maar we komen met veel bochtjes uit bij dat grote doel en daarom plannen we slechts per kwartaal en luisteren we goed naar onze gebruikers. Als we nu hét verdienmodel paraat hadden, zouden we al over de hele wereld zitten. Maar het is niet voor niks dat partijen als New York Times of Axel Springer in ons investeren.’’

Concreet voordeelKan hij vertellen hoe ver Blendle is in die zoektocht naar een werkend businessmodel? ,,Een van de belangrijkste bevindingen is dat de verhalen waar mensen écht iets aan hebben goed lopen. Bijvoorbeeld: hoe word ik productiever op mijn werk of welke vitaminen werken wel? Of hoe slaap je beter?’’ Daarnaast werkt de combinatie van iemand met autoriteit en een originele opinie goed. ,,Maarten van Rossem bijvoorbeeld, die een alternatieve troonrede schrijft. En wat níét werkt is de overschrijfjournalistiek die je veel op internet ziet.’’

 
,,Een van de belangrijkste bevindingen is dat de verhalen waar mensen écht iets aan hebben goed lopen. Bijvoorbeeld: hoe word ik productiever op mijn werk of welke vitaminen werken wel? Of hoe slaap je beter?’’
 
Niches werken ook primaOok werken niches goed in de online wereld. In zijn ‘Podcast over Media’ (samen met Ernst-Jan Pfauth) was een tijdje terug Derk Sauer te gast. De ex-hoofdredacteur van Nieuwe Revu verwacht dat het alleen nog om niches gaat de komende jaren. Mensen gaan zich steeds meer helemaal onderdompelen in onderwerp X. ,,Ik geloof ook enorm in de niches,’’ zegt Klöpping. ,,Als je helemaal gek bent van voetbal dan moet je niet bij de kranten zijn, maar heb je andere bronnen. Ik kan bijvoorbeeld zelf niet zoveel met de Nederlandse tech-journalistiek, want dat heb ik allemaal al op Amerikaanse sites gelezen. Maar ik lees wel veel over de politiek, want dat is niet mijn niche en je kunt de voorkennis van mensen mooi gebruiken voor je aanbod. Want alleen dan gaan mensen vooruit en dat willen we toch?’’

Afspraken met uitgeversDan komen we op een interessant gebied uit in het businessmodel van Blendle. Het bedrijf maakt immers altijd eerst afspraken met uitgevers, ‘verkoopt’ de verhalen vervolgens per stuk of per premium abonnement aan de lezer en betaalt een gedeelte aan de uitgevers. ,,Met Psychologie Magazine praten we over onderwerpen die het goed gaan doen. Vrij Nederland maakt zelfs stukken die eerst op Blendle verschijnen en later pas in het blad.’’

Verkopen van verhalenWerken ze eigenlijk ook met de grote kranten op die manier samen? Die houden er vast niet van als Blendle hun redactionele agenda gaat bepalen. ,,Bij grote kranten gaat het minder om de onderwerpkeuze, maar over het verkopen van de stukken dus over goede koppen en inleidingen. Wij hebben een systeem dat aangeeft of een kop het in potentie goed gaat doen. Dat je vraagtekens moet toevoegen of bijvoorbeeld dat je het beter in de avond kan plaatsen. Daar hebben uitgevers dan weer wél interesse in.’’

Afhaken NRC en Telegraaf
Daarover gesproken. De hoofdredacteuren van NRC en Telegraaf beëindigden hun relatie met Blendle. Een van de argumenten is dat ze vinden dat Blendle zich te nadrukkelijk met de redactie bemoeit. Snapte Klöpping die analyse? Dagbladen willen gewoon zelf via digitale abonnementen hun geld gaan verdienen en dat niet aan Blendle laten. ,,Ik moet heel erg denken aan Taylor Swift die wegging bij Spotify, maar ze keerde terug omdat haar publiek nu eenmaal op Spotify zit. Wij hebben een enorme groep lezers die wij bedienen en of ze mee willen doen dat is aan de kranten zelf.’’ Hij heeft uitgevers toch wel nodig? ,,Zonder uitgevers hadden we een leeg winkeltje, maar we hebben ook geweldige titels als de New York Times in de kiosk. Het is alsof AH vreest dat het Coca-Cola niet meer in de winkel mag leggen, maar vooralsnog verdient Coca-Cola daar goed geld. We maakten miljoenen over aan de grootste uitgevers en nu gaat dat geld een andere kant op.’’

 
,,Ik moet heel erg denken aan Taylor Swift die wegging bij Spotify, maar ze keerde terug omdat haar publiek nu eenmaal op Spotify zit.

 
Zelf geld verdienenKranten willen natuurlijk zelf geld verdienen met hun merk, geen onlogische gedachte. ,,Ik weet wat ik overmaak aan uitgevers en dat zijn significante bedragen. Taylor Swift kan aan haar eigen Spotify werken, maar er is ook een reden dat Spotify goed werkt. Dat komt niet alleen door de goede artiesten, maar ook door de playlist en de interface. Taylor Swift wil fans bereiken en datzelfde geldt voor een krant. Dat doe je door op zoveel mogelijk plekken aanwezig te zijn. Uitgevers zoeken juist naar heel veel verschillende plekken waar ze hun spullen kwijt kunnen.’’

VS en DuitslandHoe is het eigenlijk met de plannen in Duitsland en de VS? ,,We beginnen, net zoals John de Mol doet, altijd alle projecten in Nederland en gaan dit jaar ook in meer landen uitbreiden dan alleen in de VS en Duitsland. We leren steeds meer iets over de behoeftes van mensen. We zullen dit jaar ook zichtbaarder zijn, bijvoorbeeld op tv. Onze naamsbekendheid kan nog wel iets omhoog en als we mensen eenmaal aan boord hebben dan kunnen we mensen ook het product laten gebruiken.’’

Klöpping gelooft oprecht dat er geen bedrijf ter wereld is dat zoveel lessen leerde over hoe je jongeren kan interesseren voor kwaliteitsjournalistiek. ,,Zonder mezelf op de borst te slaan, begrijp ik wel waarom die investeerders op de eerste rij willen zitten. We doen experimenten met machine learning en met journalistiek gericht op individuen, teveel om op te noemen. Er gebeurt op de achtergrond heel veel waar mensen in die industrie met respect naar kijken.’’

 
,,Zonder mezelf op de borst te slaan, begrijp ik wel waarom die investeerders op de eerste rij willen zitten.

 
Blendle Audio omdat ‘het gesproken woord’ hot isEn één van die innovaties is dus Blendle Audio, voorgelezen verhalen. Uit het persbericht: ,,Het is zo simpel dat we ons afvroegen waarom het nog niet bestond.’’(..) Er is een enorme opmars van podcasts, audioboeken zijn inmiddels een miljardenindustrie en met de komst van Android Auto en Apple CarPlay luisteren steeds meer mensen naar on demand radio in de auto.’’ Oftewel, Gary Vaynerchuk zegt het altijd: Audio is hot. Het concept is op zich vrij overzichtelijk, legt Klöpping uit. ,,We beginnen met een kleine selectie als onderdeel van je Blendle Premium account. We willen die wereld van podcasts koppelen aan de krantenwereld en geloven dus in die combinatie.’’

Hoe kansrijk is Talpa in de strijd tegen Facebook en Google?

Hoe kansrijk is Talpa in de strijd tegen Facebook en Google?

John de Mol hekelde bij de presentatie van zijn Talpa Network de overheid die niets doet aan de macht van Facebook en Google. Daarom wil hij met zijn mediabedrijf zélf de strijd aangaan met de twee grootmachten. Realistisch of niet? Drie redenen waarom Talpa kan concurreren met Facebook en Google en twee redenen waarom dat onmogelijk is.

Er is de afgelopen twee weken al veel gezegd en geschreven over het ‘nieuwe’ bedrijf van John de Mol, Talpa Network. Daarin bundelt de mediamagnaat tv, radio, digitaal, creatie en e-commerce. En dat is niet alleen een bundeling, het moet echt een samensmelting worden van alle merken die elkaar versterken.

Bouwen aan een ‘media-imperium’Dit jaar deed De Mol al verschillende zetten. Zo wilde hij Telegraaf Media Groep helemaal naar zich toetrekken, maar zoals bekend mislukte dat. Vervolgens trok hij wel SBS Broadcasting naar zich toe, met de televisiezenders SBS6, NET5, Veronica en SBS9, plus on demandplatform KIJK. In januari begon ook Talpa Radio, een gezamenlijk radiobedrijf met Radio 538, Radio 10 en de ‘Telegraaf’-zenders Sky Radio en Radio Veronica.
TMG overnemen mislukte dus en het laatste hoofdstuk in die episode werd afgelopen vrijdag geschreven. De Mol had fanatiek bijna 30 procent in handen gekregen van het zieltogende uitgeefconcern. Zijn Talpa had ‘slechts’ ruim driekwart van de aandelen in Talpa Radio. Dus wat was er logischer dan dat hij de 30 procent in TMG alsnog aan Mediahuis zou geven om in ruil daarvoor de radiozenders volledig in handen te krijgen?

Aan elkaar vlechten content en dataDat is nu gebeurd: De Mol is geheel eigenaar van de SBS-zenders en de radiostations. Nu kan hij naar de volgende fase: de executiefase. Het draait vanaf nu allemaal om het aan elkaar vlechten van content en data. Een gegeven is dat televisieomzet uit reclame aan het dalen is en dat ook de radioreclamemarkt niet meer groeit. Ook weten we dat de grote buitenlandse partijen Google en Facebook, maar ook Netflix, Apple en Amazon driekwart of meer van het online advertentiebudget opstrijken. Toch durft John het aan: met zijn Talpa Network wil hij Google en Facebook beconcurreren.
Is dat realistisch?
Eerst maar even de argumenten dat hem dat gaat lukken:
1. Talpa heeft een groot bereikDe vier commerciële tv-zenders hebben een gezamenlijk bereik van ruim 90 procent van alle Nederlanders (13 jaar en ouder). Ze hebben digitale extensies en de content is dus ook online te zien. De radiozenders bereiken samen off- en online ongeveer 7 miljoen Nederlanders. Daarnaast is er voor de jongere consument het multichannelnetwork Social1nfluencers, met dagelijks (volgens Talpa) miljoenen volgers.
Daar komt ook e-commerce bij, met de aankoop van Emesa, een e-tailer die bijvoorbeeld de website Vakantieveilingen in handen heeft. Het bedrijf heeft gegevens van vijf miljoen abonnees en die kun je gaan targeten: een gerichte aanbieding doen.

De adverteerder is dol op bereik en Talpa heeft veel smaken in huis als het gaat om verschillende doelgroepen.

2. Talpa speelt handig in op het veranderende mediagebruikDe gebruiker bepaalt wat hij/zij ziet, luistert, consumeert, wanneer, hoe lang en van welk apparaat. Er komt de mogelijkheid tot een single sign on, ofwel: je komt bij de Talpa-club, logt één keer in en je kunt van alles gebruikmaken wat Talpa biedt, maar ook winkelen. Ideaal is het als je dat allemaal vanaf één device kan doen, de smartphone of je connected tv bijvoorbeeld. Uit die data ontstaan voor marketeers waardevolle profielen, die Talpa kan vermarkten. Daarmee sorteert hij ook vast voor op het feit dat Talpa als paraplumerk straks belangrijker is dan een submerk als SBS6.
Ook een belangrijk punt is dat Talpa ook de GDPR-wetgeving goed heeft bestudeerd en daar op kan schakelen.

3. Talpa heeft een grote bak unieke content en middelen om te investerenDe nadruk ligt daarbij op lokale content, bijvoorbeeld van de radio-dj’s, dance events, het Nederlands drama en de populaire nieuwsrubriek Hart van Nederland. De Mol houdt van Holland, zoals we weten en wil daar op inspelen. Hij nodigt verder contentmakers uit om te pitchen en wil allianties smeden, mogelijk zelfs nog wat acquisities plegen.
Toch gelooft Talpa ook nog in lineaire tv (dat krijg je nu eenmaal niet uit De Mols hoofd en in feite zorgen de GRP’s nog altijd voor een grote omzet) en zal dus mogelijk ook gaan investeren in bekende gezichten. SBS6 kan momenteel nauwelijks concurreren - zeker in het weekend - met RTL4 en NPO1. Daar kunnen alleen grote namen of grote formats iets aan veranderen. De adverteerder weet dat het publiek unieke content wil en zal daar met zijn commerciële uitingen (uiteraard ook branded content) bij willen aanhaken.

Er zijn ook wel wat argumenten te bedenken dat het hem niet gaat lukken, dat Facebook en Google té machtig zijn.

1. Digitaal heeft Talpa een mijlenverre achterstandFacebook en Google hebben de digitale kennis, de data, de supersonische techniek én nog veel meer financiële middelen dan De Mol. Bedenken ze het niet zelf daar, dan kunnen ze real time op veranderingen aanhaken. Hebben we nog geen eigen tv-platform? Dan beginnen we Facebook TV. Hebben we nog geen eigen Snapchat? Dan breiden we de mogelijkheden van Instagram uit. Is er kritiek op de brand safety van YouTube? Dan investeren we in een veiligere omgeving voor adverteerders.
Alles is digitaal bij de grote Amerikaanse spelers, terwijl Talpa Network nog een groot aantal traditionele, offline media heeft. En zoals De Mol zelf al zei worden Apple, Google en Facebook straks deels zelf traditionele tv-zenders (maar dan zonder gedoe met kabelaars en dergelijke).

2. Wie is die massa die Talpa bedient?John de Mol houdt van traditionele radio en tv. In digitaal en in data is hij minder onderlegd. Daar heeft hij uiteraard de goede mensen voor om zich heen verzameld. Maar het blijft een probleem: leuk die massa, maar wie zijn dat eigenlijk? Wie luisteren er daadwerkelijk naar Radio 538 en kijken er naar SBS6 en Veronica? We weten niet wie de offline kijker en luisteraar zijn en dat halen we ook niet uit de traditionele kijk- en luisteronderzoeken. Met de strategie die Talpa heeft uitgestippeld is kennis van die consument essentieel. Die data moet Talpa als een razende verder gaan verzamelen.

Conclusie
Er zijn lokaal best kansen voor Talpa Network. Er is schaal, er is content, er is ruimte om te investeren en er is een mooie propositie voor de adverteerder. Maar Facebook, Google en de andere grote (Amerikaanse) techjongens hebben zo’n grote datakennis en zijn zó vanzelfsprekend in het mediagebruik, die ga je niet bijbenen. Talpa zal het daarom van allianties met alle andere Nederlandse mediapartijen moeten hebben om een derde, lokaal blok te vormen naast Facebook en Google.

Waarom de 50PlusBeurs senioren wél serieus neemt

Waarom de 50PlusBeurs senioren wél serieus neemt

Onlangs bracht ik een kleine week door op de 50PlusBeurs in de Jaarbeurs in Utrecht. Niet voor het eerst, want ook bij de voorgaande edities was ik regelmatig aanwezig. Het evenement lijkt ieder jaar succesvoller te worden. Meer bezoekers, meer standhouders, meer conversie. Een opvallende trend in een marcom-wereld waar de 50-plusser nog altijd nauwelijks meetelt. Wat doet de 50PlusBeurs dan eigenlijk zo goed?

Grote A-merken
De 25e editie van de 50PlusBeurs trok dit jaar 98.332 bezoekers in vijf dagen. Het is hiermee één van de grootste evenementen voor senioren ter wereld. Naast een keur aan kleine ondernemers, zijn ook veel grote A-merken op de beurs vertegenwoordigd: De Telegraaf, BeterBed, Fietsenwinkel.nl, meerdere automerken, grote reisbureaus. Stuk voor stuk bemanden ze één van de 600 stands in de Jaarbeurs. Opvallend, want in de traditionele advertentiewereld zijn met name deze grote A-merken  nog altijd nauwelijks te porren voor de doelgroep 50-plus.

Over één kam scheren
Waarom staan ze dan wel op deze beurs? Blijkbaar doet de organisatie van de 50PlusBeurs iets goed. Zo goed dat deze merken ieder jaar weer van de partij willen zijn. En ook zó goed dat de bezoekers ieder jaar weer massaal op komen dagen. Wat dit precies is, blijft een beetje koffiedik kijken. Het is ongetwijfeld een combinatie van veel factoren. Maar wat denk ik een grote rol speelt, is het vermogen van de organisatie om de doelgroep 50-plus niet over één kam te scheren. Iets wat in de traditionele advertentiewereld nog altijd vaste prik is. Voor de gemiddelde marketeer houdt het leven op zodra je de 50 bent gepasseerd en ziet iedere 50-plusser er uit als een stokoude heer of dame inclusief kunstgebit, steunkousen en rollator.

Steunkousen, kunstgebitten en rollators
Ik heb ze genoeg gezien op de 50PlusBeurs, die steunkousen, kunstgebitten en rollators. Maar je hoeft geen Einstein te zijn om te beseffen dat je binnen de doelgroep 50-plus een grote variatie aan generaties kan definiëren. De ene plusser is de andere niet. En hoe cliché en voor de hand liggend dit ook is, toch is dit waar het bij de meeste mediabureaus misgaat. Er heerst een totaal onvermogen om zich te verplaatsen in de diversiteit en belevingswereld van de 50-plussers. Dat vermogen is er bij de organisatie van de 50PlusBeurs wel degelijk. Het is een evenement waar al deze generaties iets van hun gading kunnen vinden en worden aangesproken op een manier die hen past.

Cijfers
Wat cijfers op een rij:
  • De gemiddelde leeftijd van de bezoekers is 62 jaar.
  • De gemiddelde bezoekduur is 5,5 uur.
  • 71 procent van de bezoekers heeft tijdens hun bezoek iets aangeschaft.
  • 67 procent van de bezoekers geeft aan binnen 6 maanden bij één van de exposanten te gaan kopen.
  • 80 procent van de bezoekers heeft een netto jaarinkomen boven de 28.500 euro.
Een indrukwekkend rijtje waar de gemiddelde marketeer op zijn minst heel geïnspireerd van zou moeten raken. Het is me een volkomen raadsel waarom dit nog steeds zo weinig gebeurt.

The key to success: generatiemarketing
Het is al een tijdje onrustig in de marketingbranche. Discussies over transparantie en de toekomst van creativiteit zijn niet van de lucht. De van oudsher populairste doelgroep voor adverteerders is her en der al verruimd van 20-49 naar 20-54. Maar de meeste mediabureaus blijven hardnekkig hun kop in het zand steken en negeren alles boven de 55. Een evenement als de 50PlusBeurs toont maar weer eens aan dat we aan de vooravond staan van een verandering in denken binnen de reclamewereld. Er ligt een schat aan kansen binnen de doelgroep 50-plus. De key to succes: generatiemarketing. Het besef dat 50-plus geen homogene doelgroep vol schijndode oudjes is, maar een diverse doelgroep met veel generaties. En de rekensom is simpel: in 2019 is de helft van de volwassen bevolking van Nederland 50-plus, te weten 7 miljoen Nederlanders. Deze doelgroep heeft tijd en geld. Langzaam ontstaat ook bij de A-merken het besef dat het negeren van de doelgroep 50-plus een strategische misser is. Steeds vaker weten zij hun weg tot deze specifieke doelgroep toch te vinden. Met of zonder mediabureau.

‘Wij willen de nieuwe regionale omroep worden’

‘Wij willen de nieuwe regionale omroep worden’

Het is een lokale krant, maar ze voelen zich een startup. Ze brengen nieuws en trends zoals je die niet eerder zag in de stad en kiezen voor innovaties en experimenteren. Niet alleen de redactionele formule blijkt te werken, ook het lokale verdienmodel. En ze willen de nieuwe RTV Utrecht worden.

„We hebben de ambitie om een regionale omroep te beginnen. De concessie van RTV Utrecht loopt af in 2018. Laten we ons daarin mengen. Ik ben ervan overtuigd dat we er klaar voor zijn,” zegt hoofdredacteur Michaël Kroonbergs van DUIC, De Utrechtse Internet Courant. Met live video, nieuws en trendverhalen over Utrecht weet DUIC niet alleen lezers te trekken, maar ook bedrijven die de krant draaiende houden.

 
‘Landelijke media coveren lokale nieuws zonder ziel’
Samen met twee marketeers richtte Kroonbergs (ex Veronica en Vara) in 2011 de nieuwe Utrechtse krant op. „In het begin zat ik met één redacteur aan tafel. Maar het groeide snel.” Ook voor marketeer Martijn Rademakers was het een gedurfde overstap. Hij had een goede baan als marketingmanager bij de landelijke krant Trouw. Het was tijd voor wat nieuws, vond hij. Beiden vinden dat de lokale journalistiek tekortschiet. „Landelijke media als het AD en de Telegraaf coveren het plaatselijke nieuws. Maar ze doen het zonder ziel, zonder hart voor de stad. Die leemte, daar zijn wij ingesprongen,” zegt Rademakers. De site heeft 25.000 unieke bezoekers per dag. Via nu.nl, waar de artikelen ook verschijnen, komen daar nog 60.000 bezoekers bij.

 
Bedrijven sponsoren producties
Opvallend is ook dat de lokale krant voldoende inkomsten krijgt om de compacte redactie draaiende te houden. Waar bijna overal de plaatselijke journalistiek financieel harde klappen krijgt, lukt het de nieuwe krant wel overeind te blijven. Bedrijven haken aan bij de kwaliteitsverhalen. Wie door de tweewekelijkse papieren versie bladert, komt bijvoorbeeld een grote special tegen die gesponsord is door de Rabobank. „Dat gaat over een cultuurproject Next Stage waar nieuw talent kansen krijgt. Onze redactie schrijft daar over, maar doet dat onafhankelijk van de sponsor.” Bedrijven weten DUIC steeds meer te vinden nu blijkt dat de krant goed wordt gelezen. „Wij bereiken meer jongeren dan bijvoorbeeld RTV Utrecht. Onze lezers hebben oog voor trends en zijn gemiddeld wat hoger opgeleid.”

Rademakers - met zijn marketingachtergrond - wijst erop dat alles begint met goede content. „Pas als de kwaliteit van de stukken eruit springt, heb je iets waarmee je bedrijven kan aantrekken. Alles begint met een een goede formule en goede verhalen. Als je kwaliteit biedt, kan je financiers en adverteerders voor je winnen.” Kroonbergs herinnert zich hoe in Het NOS Journaal een ondernemer klaagde over het gebrek aan informatie over de Tour de France die eraan kwam. Aan de gemeente had hij niks. Als enige informatiebron waar hij wel wat aan had noemde hij DUIC. Dat bekeek hij elke dag.

 
Denken als een startup
Experimenten droegen bij om een groter publiek te bereiken. In de begintijd scoorde DUIC met de verslaggeving over de festiviteiten over de Vrede van Utrecht. Er kwamen snelle videoverslagen op de site. „Redacteuren zaten in een café op de laptop te monteren. Het was de bedoeling het snel op de site te hebben, laten zien hoe het in Utrecht leefde.” Die verslaggeving viel op. „We zijn een kleine, flexibele club. Soms is er ineens een idee. Daar hoeven we niet lang over te vergaderen, we doen het gewoon. Het is een slagvaardige manier van denken die je ook ziet bij startups. Daar herkennen wij ons in.” Kroonbergs is het daarmee eens. „Als je wilt innoveren, moet je lef tonen.”

De begintijd - zoals bij elke startup - was niet makkelijk. Een belangrijk moment was toen de samenwerking met nu.nl begon. Niet alleen vanwege de bredere bekendheid, maar ook vanwege de samenwerking bij het binnenhalen van advertenties. Het is een winwin-situatie waar beide bedrijven van profiteren.

 
Wet van de remmende voorsprong
Rademakers laat het keer op keer vallen: veel lokale media worstelen met de wet van de remmende voorsprong. Ze hebben jaren ervaring, maar zitten met logge redacties, spelen moeizaam in op nieuwe digitale kansen. Een kleine redactie is niet alleen goedkoper, maar ook flexibeler, meer ingesteld op veranderingen. Maar er is ook kritiek op zulke constructies. Want vaak zijn het onderbetaalde journalisten die de redactie bemannen of zelfs stagiaires die voor een voor habbekrats werk overnemen van ervaren krachten. Kroonbergs is het daar niet mee eens. Ook DUIC werkt met stagiaires omdat die vaak een andere mindset hebben, meer meedenken over nieuwe digitale vormen. Maar voor goede reportages en interviews blijft ervaring nodig. DUIC heeft een klein aantal mensen in vaste dienst. Mede-oprichter en marketeer Rademakers werkt zelf in deeltijd; hij heeft daarnaast een social mediabureau. „Dat soort constructies zie je steeds meer. We kunnen ook voor onze redacteuren bemiddelen om commerciële klussen voor bedrijven erbij te doen die meer opleveren. Sommigen willen dat. Maar het mag nooit belemmeringen opleveren voor ons journalistieke werk.”
Hoofdredacteur Kroonbergs heeft de Utrechtse krant als zijn belangrijkste baan. Hij stuurt het redactieteam aan en schrijft de commentaren. Hij laat zich meeslepen met de trends die in de stad spelen. Van muziekcentrum Tivoli tot Utrechtse watertorens waarvan sommige trendy cafés zijn geworden. Soms krijgt de redactie een hilarisch onderwerp in de schoot geworpen, zoals over de zusters Augustinessen die niet schromen in hun witte habijt op de tribune bij FC Utrecht te gaan zitten. Zelfs The New York Times besteedde er aandacht aan. DUIC maakte een reportage bij de zusters in het onopvallende klooster aan de Oudegracht. Experimenteren doen ze nog steeds. Onlangs nog met 24 uur live internet tv met presentator Tom Staal (ex-PowNed) die zich liet onderdompelen in de stad. Met 24 ontmoetingen gedurende 24 uur tijdens diverse live events. Vluchtig of leuk, je kan ervan vinden wat je wilt, het sluit nauw aan bij de nieuwe generatie van Facebook Live.

Ondernemersplatform over innovatie
Nieuw is ook DUIC in Zaken, een platform voor ondernemers in Utrecht. De site daarvoor is net klaar. Daarop komen artikelen over alles wat innovatief is in de stad. „We vinden ondernemers een interessante doelgroep,” zegt Rademakers. Aandacht voor bedrijven dus in de vorm van een onafhankelijk journalistiek product. „Positief waar het kan, kritisch waar het moet.” Het is de bedoeling in de toekomst ook meetups en events voor ondernemers te organiseren.

Op termijn hoopt Rademakers dat de formule van DUIC zich gaat verspreiden naar andere steden. „Dit model heeft ook voor andere steden veel potentie. Wij gaan het daar niet zelf doen. Dat moeten mensen doen die de stad goed kennen. Wij kunnen een blauwdruk leveren die de basis kan zijn voor een nieuw plaatselijk succes.“



 

‘We kiezen met Telegraaf VNDG bewust voor short format’

‘We kiezen met Telegraaf VNDG bewust voor short format’

In tijden waarin zo’n beetje iedereen in medialand op zoek is naar hét ultieme videoplatform met goed verdienmodel, lanceert TMG ‘Telegraaf VNDG’. Mandy van der Wal ontwikkelde de online strategie. Ze vertelt ons over deze beginperiode en reageert op de eerste kritieken.

 
Telegraaf VNDG is net live dus over resultaten valt nog niet veel te vertellen. Director TMG Mandy van der Wal is dan ook nog bezig met de eerste analyse, maar geeft ons wel alvast een tipje van de sluier wat betreft de eerste interessante data: ,,Op dit moment zien we dat de bezoekers zo’n vijf tot zes minuten op het platform blijven. Dat vind ik al best lang.” Verder blijkt dat het eerste nieuwsbulletin om 6 uur ’s ochtends een succes is. ,,Wij zijn de eerste die nieuws in beeld uitzenden. Dat werkt blijkbaar.”

 
Doelgroep
Over het aantal bezoekers kan Van der Wal helaas nog niets zeggen. Wel blijkt dat de gemiddelde bezoeker op dit moment nog iets jonger is dan de printdoelgroep. Verder is 55 procent van de bezoeker man, en 45 procent vrouw. ,,Maar dit kan nog alle kanten op gaan,’’ vertelt Van der Wal. De beoogde doelgroep van het videoplatform bestaat uit de Telegraaf liefhebber: 18 -55 jaar, 50 procent man en 50 procent vrouw en gemiddeld bovenmodaal verdienend. De director richt zich met het platform specifiek op de hardwerkende Nederlander. ,,Dat laatste kan je niet meten, maar dat zeggen we graag. Het past bij de Telegraaf.”

 
Kritiek
Zoals altijd als je iets nieuws start, kun je kritiek verwachten. Reinier Kist van NRC schrijft dat hij het videoplatform niet als vernieuwend  ziet en dat de lat niet hoog genoeg ligt gezien de korte filmpjes van maximaal 10 minuten. Van der Wal: ,,Alles is short format: video’s met een max van 6 minuten. Hier hebben we juist bewust voor gekozen. Dat dit werkt bij de doelgroep, komt namelijk uit al onze onderzoeken.” Naast nieuwe onderzoeken die speciaal zijn gehouden voor het ontwikkelen van deze nieuwe online videostrategie, kan Van der Wal en haar team ook putten uit de data van de gehele Telegraaf online omgeving en de eerdere video’s van Telegraaf TV. ,,Met 210 miljoen views per maand hebben we een sterke positie. We weten wat mensen eten.”

 
Estavana Polman
Niet alleen de duur van de video’s, maar ook de serie Estavana in het Echt met profhandbalster Estavana Polman in de hoofdrol, wordt zowel door NRC als de Volkskrant flink bekritiseerd, en gezien als ‘niet erg spannend’. Van der Wal: ,,Dit is één van de best bekeken series op dit moment. Juist omdat we zo dicht op de huid zitten, en iedere aflevering vlak voor uitzending wordt opgenomen.”

Er zijn gelukkig ook lovende woorden. Namelijk voor Weggegooid Geld en De Hotelpolitie. Volgens Van der Wal ook twee veelbekeken series.  ,,Weggegooid Geld speelt in op rare kwesties met overheidsgeld. Zoals een kunstwerk zo dicht voor een gebouw plaatsen dat er geen raam meer open kan.” Er wordt hierbij niet alleen in videoformats gedacht. Deze series leveren namelijk ook meteen interessante verhalen op die Telegraaf weer in de krant kan gebruiken, vertelt Van der Wal. ,,We denken bij alles in 360 graden. Zie het als een soort estafette: eerst was er de krant, toen kwam digitaal, en nu heb je ook video. En op den duur loopt misschien niet de krant, maar video voorop.” Maar wie ook het hardst gaat, één ding is zeker: “Je hebt elkaar nodig.”

 
Veel onderzoek naar strategie videoplatform
Om zo goed mogelijk te weten waar het nieuwe videoplatform aan moet voldoen, zijn er veel extra onderzoeken gedaan, licht Van der Wal toe. ,,Vanaf oktober 2015, toen TMG haar ‘van woord naar beeld-strategie’ introduceerde, tot midden 2016 hebben we volop onderzocht waar de doelgroep precies behoefte aan heeft.” Van kwalitatief tot kwantitatief onderzoek, alles om te weten te komen waar die ruimte zit in het overvolle medialandschap. ,,Uit die onderzoeken bleek onder meer dat we ons moesten richten op de ontwikkeling van een apart platform met nieuws, sport en entertainment in één dienst. En aangezien de doelgroep weinig tijd heeft, moet het dus short format zijn.”

 
Geschikt verdienmodel
Ook naar een geschikt verdienmodel is goed onderzoek gedaan. Telegraaf werkt natuurlijk al met premiumcontent voor abonnees. Dit blijkt succesvol en wordt ook voor Telegraaf VNDG doorgevoerd. Van der Wal: ,,Zo kan de abonnee de content vaak eerder, en ook zonder reclame kijken. Het is op die manier makkelijker om te bingewatchen.”

Verder vindt de director het belangrijk om duidelijk te maken dat het advertentiemodel uit meer bestaat dan alleen pre-rolls en mid-rolls. ,,We zien verschillende mogelijkheden om adverteerders te integreren. Zo zijn we ook bezig met interessante branded content cases.” Van der Wall kijkt hierbij vooral naar de verhalen van adverteerders die passen bij wat zij met Telegraaf VNDG wil vertellen. ,,Zo kunnen we vervolgens samen met de adverteerder een aansprekende video maken die bij ons allebei past.”

 
Wacht niet te lang met lanceren
Over de toekomst is Van der Wal duidelijk: ,,We zitten nog middenin de ontwikkelingsfase. Dat wisten we op het moment dat we met het platform live gingen. Het kan namelijk nooit meteen perfect zijn.” Dat is ook iets wat de director kan meegeven als het gaat om hét beste moment uitkiezen om met een nieuwe dienst te starten. ,,Wacht niet te lang met lanceren. Zodra je live gaat, kun je meteen alles goed testen.” En niet onbelangrijk: ,,Vervolgens moet je snel kunnen schakelen om het nodige aan te passen.” Onmisbaar in deze lanceringstijd is dan ook een goed team dat daar flexibel op in kan spelen. En het hebben van een dikke huid. “Natuurlijk krijg je kritieken. Maar dat kunnen we allemaal hebben. Die kritiek is namelijk ook nooit persoonlijk.”

 
Niet altijd de millennials
Verder hamert Van der Wal nogmaals op het belang van gedegen onderzoek mocht je als bedrijf of merk van plan zijn een online platform te starten. ,,Het is al zó druk in het medialandschap. De een na de ander stampt makkelijk een platform uit de grond, maar wat past nou perfect bij jouw bedrijf en strategie? Investeer dus veel tijd in onderzoek, dit is uiteindelijk je grootste leerschool.” Belangrijk hierbij is natuurlijk om je eigen doelgroep niet uit het oog te verliezen. En je daarbij niet blind te staren op de populairste doelgroep van het moment: de millennials. Van der Wal: ,,We willen allemaal die millennials wel bereiken. Beter is om eerst bij je eigen kracht te blijven, en daarna die markt proberen te vergroten. Focus dus eerst op jezelf.”

 

Het marketingsucces van Boef

Het marketingsucces van Boef

Bizar. De rapper Boef brak vorige week alle records door op Spotify 4,6 miljoen downloads op een dag te halen. Wat is het marketingsucces achter deze voormalige treitervlogger die zijn leven beterde?

 
Soms kost het urenlang brainstormen voordat je een beetje aardig verhaal bedenkt, maar ze liggen ook wel eens voor het oprapen. Precies dát gebeurde er toen rapper Boef een week geleden zijn debuutalbum Slaaptekort lanceerde. De streamcijfers knalden door het plafond. Terwijl Ed Sheeran (Boef bij RTL Boulevard: ik ben wel een beetje fan van Ed Sheeran) het record in handen had met 3 miljoen downloads kwam Boef tot 4,6 miljoen streams op één dag. Alle zestien nummers van het album stonden de afgelopen week in de Top 20 van Spotify Nederland. De eerste single van Boef werd inmiddels alweer meer dan 3 miljoen keer op YouTube bekeken. Okay, Sofiane Boussaadia (geboren in Frankrijk, Algerijnse ouders, opgegroeid in Eindhoven bij zijn oom) zoals hij in echte leven heet, kreeg een half jaar geleden een beetje bekendheid toen er kritiek kwam op zijn brutale treitervlogs, maar deze aantallen horen toch meer bij de grote namen als Adèle en niet bij deze jongen die net in de business komt kijken? Hij staat notabene op de 28-ste positie van meest gestreamde artiesten in de hele wereld. Met welke - mogelijk leerzame - marketingtruc heeft deze populaire vlogger zich van de ene op de andere dag tussen de grote jongens geschaard?

 
De rol van Ali B 
Een belangrijke rol lijkt weggelegd voor Ali B die bij DWDD afgelopen maandag toevallig tafelheer was. Nadat Boef zo negatief in het nieuws was en stevig werd aangepakt door Rick Nieman bij Humberto aan tafel, wendde Boef zich tot de Nederlandse knuffelmarokkaan (check hem bij The Voice, heel grappig). Ali praatte met hem, vertelde dat hij niet zomaar alles moet roepen in de media en werd bovendien zijn manager. Boef ging zijn album weliswaar in eigen beheer uitgeven, maar hij had iemand nodig die hem hielp bij het veroveren van Nederland (en België). Matthijs vroeg naar de achtergrond van het plotselinge succes waarop Ali B. zoiets zei als: Boef komt voor mainstream media zoals jullie misschien helemaal uit het niets, maar online speelt zich iets af. Daar is Boef al een hele bekende jongen.

 
Online fame 
Interessant natuurlijk; voor de DWDD’s, RTL Boulevards, AD’s, Telegrafen komt het succes van Boef als een volkomen verassing, maar online heeft deze 24-jarige gast een enorme bekendheid. Die fame gaat bij de huidige jongeren veel verder dan de liefde ooit ging tussen Madonna, Prince en wij veertigers. Zijn vlogs genaamd ‘gewoon Boef’ halen redelijk gemakkelijk tussen de 600.000 en 800.000 kijkers binnen; dat lukt hem een keertje of twee in de week en dat alweer voor een hele lange periode. Moeten we daar de basis vinden van de hele bijzondere streamcijfers? Heeft hij simpelweg zorgvuldig zijn potentieel binnengekopt en plaatjes verkocht aan de mensen die hem op grote schaal liken op allerlei niveaus? Natuurlijk zijn de nummers uitgebreid te horen in de vlogs.

 
Muziekondernemer
Jonatan de Boer, baas bij YouTube exploitant OnLane (Ponkers bijvoorbeeld) denkt dat er meer aan de hand is. ,,Ik heb een beetje rondgevraagd toen jij me die vraag stelde over het marketingsucces, maar ik denk ook dat de rol van Ali B iets groter is dan hij vertelde bij DWDD. Kijk, in de muziekwereld is het niet zo gek om door grote inkoop van cd’s een plek in de Top 40 te krijgen omdat dat publiciteit oplevert. Ik wil helemaal niet beweren dat Ali B streams heeft gekocht bij Spotify, maar hij is vast wel een enorme kenner van de manier waarop Spotify werkt. Niet voor niks zegt Boef over de reden dat hij met Ali B aan de slag ging. Hij is een van de beste muziekondernemers van Nederland.”

 
FiltrDe Boer legt uit op welke manier je de algoritmes van Spotify kan bewerken. ,,Spotify geeft dagelijks suggesties voor nieuwe afspeellijsten en in deze lijstjes kan Boef wel eens een goede positie hebben gehad. Sony heeft bijvoorbeeld een dienst genaamd Filtr. Dat komt erop neer dat deze dienst speellijsten samenstelt, bijvoorbeeld op basis van de woorden ‘nineties hits’ en deze lijsten komen dan op jouw Spotify-account. Dat gaat prima, maar het is wel zo dat er natuurlijk alleen maar platen naar boven komen van Sony. Ali B staat in de online wereld bekend als iemand die heel goed zicht heeft op de werkwijze van Spotify en dat werkt blijkbaar goed voor iemand als Boef.”

 
Enorm online potentieel van Boef 
Los van de positieve invloed van ‘Spotifygoeroe’ Ali B klopt het natuurlijk dat het online potentieel van Boef enorm is. Bovendien haalde hij met eerdere tracks ook al miljoenen views binnen online. ,,Een paar jaar geleden zag je dat iemand als Enzo Knol een enorm publiek opbouwde onder - zeg maar even - nieuwbouwtieners uit Purmerend en Vught. Boef doet hetzelfde, maar dan met een iets andere kern van jongeren als fundament. Zijn basis bestaat uit tieners uit de grote steden die Enzo misschien helemaal niets vinden, maar Boef vinden ze een grote held. Ze zien hoe hij het leven op de straat leeft dat ze zelf ook leven en daarin zijn ze hem gaan volgen. De rauwe achtergrond die Boef heeft gehad delen ze met hem en dat maakt hem geloofwaardig,” aldus De Boer.

Hij vindt trouwens dat de talentvolle rapper zijn basisdoelgroep via de vlogs heel zorgvuldig heeft uitgebouwd. ,,Ik weet uit ervaring van onze YouTubers dat het heel belangrijk is om constant met nieuwe films te komen; dat houdt hij al een langere periode heel goed vol. Hij denkt na over zijn onderwerpen, filmt veel zelf en zet het zelf in elkaar. Zo’n jongen kent alle marketingwetten van online uit zijn hoofd; niet omdat hij daar congressen over bijwoont, maar omdat het zijn leven is.”

 
Rolex kopen in Limburg 
In zijn films op YouTube krijgen we een inkijkje in het leven van de rapper, zo zien we bijvoorbeeld hoe hij een Rolex gaat kopen bij een juwelier in Limburg. Is het echt zo dat de jeugd zich met hem vereenzelvigt? De Boer: ,,Je moet eigenlijk even al zijn films kijken want hij heeft een bepaalde ontwikkeling doorgemaakt en die ontwikkeling beleven de fans ook mee. Bij Enzo Knol zegt een oudere generatie ook: waarom moet ik zien hoe hij naar de kapper gaat? Maar het is wel écht en iemand als Boef spreekt precies de taal van zijn fans.”’ Hij heeft ook een hele intensieve band met zijn fans online, bedankt ze altijd en heeft via social media enorm veel contact met hen. ,,Weet je wat hij knap doet? Hij zorgt voor herkenbaarheid in de verschillende kanalen door steeds stopwoordjes als ‘het is gewoon Boef man’ te gebruiken. Dat werkt goed,” weet De Boer.

 
Helden komen dichterbij
Dat is natuurlijk ook het grote verschil met de artiesten in de jaren tachtig en negentig. De fans van de huidige generatie helden komen veel dichterbij dan toen. Destijds moest je wachten voordat er ergens een Hitkrantredacteur zin had om een verhaaltje te tikken met Henny Vrienten en nu kijk je gewoon elke week twee keer een half uur wat jouw held allemaal meemaakt. Jongeren vinden dat geweldig (net zoals wij dat vroeger ook geweldig hadden gevonden, maar ja: er was geen YouTube). Tel daar de commerciële handigheid van Ali B bij op op en je hebt zomaar een succesvol marketingconcept in handen. ,,Dat is waar, maar vergeet ook niet dat het een hele talentvolle jongen is. Hij heeft keihard gewerkt om een goede plaat af te leveren die trouwens veel rauwer is dan je zou verwachten op basis van zijn grote achterban. Het is echt geen Overnight Success, maar het resultaat van hard werken. Mooi toch?”,  stelt De Boer.

En dat grote geld? Kan hij binnenkort weer naar Limburg rijden voor een Rolex? ,,Ha ha, dat moet wel lukken ja. Via de streams op Spotify en de views op YouTube alleen al komt er voldoende binnen. Ik vind bovendien dat zijn nieuwe bewustzijn van zijn voorbeeldfunctie hem ook geschikt maar voor grote merknamen. Ik zou altijd pleiten voor een langdurige overeenkomst zodat je echt samen dingen kan doen. Met die aantallen moet dat ook wel goed komen.”

 
 

Be Candid,
it’s contagious.

Candidness is the quality of speaking with
honesty and authenticity. Our Candid editorial
team shares stories that matter on media, data,
marketing, creativeness and technology.

Our Candid editorial team
creates stories that matter.