Candid. Platform
for growth.

Podcast frank.news: Wat kan de radiowereld leren van YouTube?

franknews_podcast
De nieuwe aflevering van onze podcast is uit. We hebben het over media en m...
Continue reading
  2269 Hits
  0 Comments
2269 Hits
0 Comments

Wordt er wel genoeg verdiend in de radiomarkt?

Wordt er wel genoeg verdiend in de radiomarkt?
Door Jan-Willem Brüggenwirth
De radiovraag, deel 2 

Een zender als 3FM is diep weggezakt en Spotify zet het lineaire radiomodel onder stevige druk. Daarom stellen we marketing- en mediaman Jan-Willem Brüggenwirth maandelijks een vraag over radio. Vandaag: wordt er nog wat verdiend in de radiowereld?

 
Historisch is het radiovak een vak van nerds, gepassioneerde muziekliefhebbers, techneuten en andere mensen met passie voor radio. Lekker pielen op een zolderkamer en later op een schip met als hoogste doel; programma’s maken waar veel mensen naar luisteren. Dat lukt de radio aardig hoor; in een maand worden meer dan 13 miljoen mensen bereikt. En die mensen luisteren bijna 3 uur per dag.

 
Veiling FM-frequenties
Die potentie zag Den Haag ook in het begin van de eeuw en er moest en zou een veiling van FM-frequenties komen in 2003. Niemand wilde die boot missen. Iedereen heeft elkaar toen gek gemaakt en er volgde een prijsopdrijving die niet gezond was voor de branche. Hele optimistische businesscases zijn er gemaakt met mooie - hockeystickvormige -  omzetmodellen. Nadat de veiling een feit was en de kavels verdeeld waren, trok de rook op. Iedereen kom zien dat er bijvoorbeeld één kavel was voor Radio Noordzee waar per jaar een slordige 8 miljoen voor moest worden betaald. En dan hebben we het niet over de exploitatie, maar alleen over de frequentiekosten.

 
Topochtendshow
Als we dan nog gaan kijken naar wat er aan techniek en mensen/dj’s en marketing nodig is kom je al snel tot de conclusie dat er erg veel terugverdiend moet worden. En om veel te verdienen moet je als basis een topochtendshow hebben want daar profiteer je de hele dag nog van als zender. En voor die ochtendshow heb je altijd een topper nodig en daar zijn er niet zoveel van…dus wordt het bieden. En is het dan veel om 600K te betalen aan Mattie? Dat hangt er maar net vanaf hoeveel publiek hij weet aan te trekken. Dat sommetje is te maken.

 
Collectief Talpa Radio enige manier om NPO te bestrijden
Maar dat is nog niet alles. Want in de tussentijd heeft er ook een enorme concentratie van stations plaatsgevonden. De Talpa Radio groep (Radio538, Radio10, Sky en Veronica) is nu een serieuze speler om het geweld en het ongelijke playingfield van de NPO aan te pakken. Dat was in de tijd van ‘ieder voor zich’ bijna onmogelijk. Iedereen heeft ingezien dat je alles zelf kunt doen, maar gezamenlijk de aanval openen op de publieke omroep levert meer op. Door de samenvoeging zijn er veel meer gezonde stations gekomen omdat ze veel met elkaar kunnen delen en ook de wedstrijd aankunnen met de publieke omroep. Het medium ‘radio’ is het theater van de gedachte. Dus iedereen kan eerlijk zijn of haar eigen verhaal erbij bedenken. Ik zou zelfs de uitdaging aandurven dat radio beter kan overbrengen dat een wasmiddel witter wast dan welk ander wasmiddel dan ook in vergelijk met tv. En wat een marketeer moet aanspreken;  de productie is veel goedkoper dan tv-productie.

 
WIFI als dekkend netwerk
Die radiomarkt wordt nog gezonder op het moment WIFI haar intrede doet als een echt landelijk dekkend netwerk. Dan kunnen de dure FM-frequenties uit wat een forse kosten- en energiebesparing zal opleveren. Want zo’n FM-zender laat de meter op elektriciteitsgebied heel snel draaien. In de USA dan zien we dat daar ook de twee grote commerciële stations Sirius en XM ook zijn samengegaan. En ook dat was niet uit luxe. Daar zit trouwens ook een top DJ in de ochtend, Howard Stern. Maar om zo groot te worden moet Mattie nog wel even door.

 
Jan-Willem Brüggenwirth was van 2004 tot 2013 directeur van de 538Groep.  Daarna was hij Director ILP World Wide bij Brand Loyalty. Inmiddels is hij werkzaam bij direct-marketingbureau ‘de creatieve directie’. Oorspronkelijk komt Brüggenwirth trouwens uit de reclamewereld dus we zullen hem vooral marketingvragen stellen.
 
  921 Hits
  0 Comments
921 Hits
0 Comments

Uitgevers: hoe nu verder?

Uitgevers: hoe nu verder?

Dat de uitgeefwereld sinds meer dan een decennium te maken heeft met allerlei ‘uitdagingen’, is geen nieuws. Teruglopende printoplages, dalende advertentie-inkomsten, grotere concurrentie van digitale spelers en dalende tv-kijktijden. Veel publishers maakten grote slagen om mee te kunnen in het nieuwe tijdperk, maar er zijn nog veel uitgevers die het simpelweg niet weten. Dit zijn de twee grootste uitdagingen.

 
1. Je publiek nog steeds niet kennen
Hoe gek het ook klinkt, er zijn nog steeds veel uitgevers die in de achteruitkijkspiegel kijken om te proberen vooruit te komen. Ze zien nieuwe spelers  - online publishers als VICE, of innovatieve partijen als Blendle - eerder als gevaar voor hun eigen business dan als inspirerend voorbeeld. ,,We moeten iets met internet of nieuwe media.” Leuke zin die je misschien in 1995 nog hardop kon zeggen, toch zul je hem nog steeds wel eens ergens horen. En het frappante is: deze mensen zijn zelf ook mediagebruikers.
In Nederland is bijvoorbeeld de tijdschriftenbranche pas laat gaan inzien dat er digitaal en met events een enorme slag kon worden geslagen. Maar ondertussen hielden veel bladenmakers vast aan een - dunner wordend - blad en een site met daarop het nummer van de klantenservice en een PDF van het printnummer. Ook werd er hard gesaneerd op redactioneel vlak en daarom wordt menig tijdschrift tegenwoordig gemaakt met tweeëneenhalve stagiaire.
In Nederland zette het blad Linda - gelukkig - de toon van hoe je een tijdschriftmerk op verschillende manieren kunt exploiteren. Het team daar weet namelijk precies wie het publiek is, wat deze groep wil en ook wat men niet wil. Door online aan een platform te bouwen, met ook een videokanaal, door events te organiseren en door spin-offs te maken (L’Homo, Linda Meiden). Linda noemen als lichtend voorbeeld voor de tijdschriftenbranche een cliché? Misschien, maar er is nog niemand die het merk hier geëvenaard heeft.

In de traditionele tv-wereld zijn er spelers die nu pas een beetje wakker worden en beseffen dat nog maar een deel van de kijkers de beeldbuis om zeven uur aanzet en uitschakelt als men gaat slapen. Ze houden nog steeds vast aan de kijkcijfers van SKO en baseren daarop of ze wel of niet succesvol zijn met programmacontent. Maar ze kennen hun kijker eigenlijk helemaal niet zo goed. Want wie vertelt hen wie er daadwerkelijk naar het betreffende programma heeft gekeken en hoe intensief? Ziggo en KPN, maar ook Videoland en op grotere schaal Netflix kennen hun kijker wél precies en zullen daar ook op inspelen. Op sociale media als Twitter en Facebook laat het kijkpubliek zelf weten wat het van bepaalde programmacontent vindt. Ook die ‘kijkgegevens’ zouden eens meegenomen moeten worden.
Daarnaast wordt sommige programmacontent online beter bekeken dan lineair, omdat het daar misschien beter past, of omdat daar juist dat jongere publiek zit dat niet graag meer lineair kijkt. Ook daar wordt nog te weinig mee gedaan.

In de radiowereld bouwt het nieuw gevormde Talpa Radio niet voor niets aan een strategie waarbij het profielen gaat verzamelen. Velen luisteren nog naar FM-radio, maar zijn ondertussen ook interactief: geeft een like op de Facebookpagina of doe mee aan een prijsvraag. Zo leren ze de luisteraar echt kennen. Want een radio-onderzoek op basis van dagboekjes zegt vrij weinig. Elk zichzelf respecterende - Nederlandse - uitgever zorgt er anno nu dus voor dat hij weet wie zijn lezer, kijker, luisteraar, consument is. En zorgt er ook voor dat die bediend wordt met content waar deze om vraagt. Niet zelden is dat content met een lokale component.

 
 
2. Te grote focus op advertenties
Ook de advertentiemarkt is de afgelopen vijftien jaar sterk veranderd. Veel adverteerders vertrokken naar digitaal en daar leveren advertenties veel minder op dan de good old printadvertentie of de tv-GRP. De traditionele publishers en mediabedrijven hebben de afgelopen jaren online reclame massaal omarmd. Programmatic advertising brak door en was een extra handige manier om reclame uit te serveren. Maar ja, de automatisch startende banners of reclamevideo’s doen pijn aan je ogen. Het probleem met ‘programmatic’ is dat er vooral op prijs wordt gehandeld en nauwelijks op omgeving, of het door uitgevers nog veel gebezigde woord Umfeld.

Adverteerders zijn wakker geschud - daar heeft de adblocker discussie zeer aan bijgedragen - en keren zich af van programmatic als ze niet weten waar hun advertentie wordt uitgeserveerd (en dus niet de doelgroep bereiken). Daarom kiezen steeds meer merken voor contentmarketing, ook al moeten we nou niet meteen denken dat het dé gouden greep van nu is en het traditionele advertising gaat vervangen, zoals De Persgroeps Willem-Albert Bol in dit artikel al terecht adresseerde. Het voordeel van deze ontwikkeling is dat er een kwaliteitsdiscussie op gang is gekomen: betere advertenties leveren uiteindelijk meer op.

De tv-reclame is eveneens aan erosie onderhevig. Het op de massa schieten is voor steeds meer adverteerders passé (neem Adidas) en veel tv-reclames zijn vaak net zo stomvervelend als online banners. Gelukkig zijn er nog steeds adverteerders die prima merken kunnen bouwen met tv-reclame - neem supermarktketen Jumbo - maar dat zijn er niet veel meer. Cijfers van het afgelopen jaar wijzen uit dat de daling van de kijktijd én de daling van tv-bestedingen hand in hand gaan.
Het aloude “model” gebaseerd op SKO-cijfers vertoont steeds grotere scheuren, maar voor de traditionele tv-partijen werkt het nog steeds: ze halen nog altijd bakken met geld binnen dankzij de tv-GRP. Daarom hebben de grote tv-partijen nog altijd drie (NPO) of zelfs vijf (RTL en SBS) lineaire tv-zenders.
Maar ze vergeten, zoals Head to Heads Henk Burgerhout terecht zegt in dit artikel, dat het om de impact gaat en minder om het (massa)bereik.

 
Wat hebben uitgevers nodig?
Dit is een gegeven:
- De consument (de lezer, de kijker, de mediagebruiker) bepaalt.
- De consument wil kwaliteit van content, mediaomgeving en techniek (snelheid/gebruiksgemak).
- De consument zal dat laatste de komende jaren in nog grotere en snellere mate willen.
- De omzetten uit oude advertentiemodellen komen écht niet meer terug, de nieuwe advertentiemodellen leveren echter nog altijd minder op dan de oude.

 
Dit is ook een gegeven- Alles is tegenwoordig te meten. Elke klik en elke view.
- Er is een enorme bak met data die een enorme bak aan inzichten geeft.
- Publishers hebben veel meer kanalen tot hun beschikking dan vroeger en kunnen de mensen die ze willen bereiken ook daadwerkelijk bereiken. Eén op één indien gewenst (en dat geldt ook voor merken).

 
Wat is er nodig?- Het besef als uitgever dat je met kwalitatief sterke merken een vast en trouw publiek  (én nieuwe aanwas) trekt. Investeer dus in je merken en zorg dat je precies weet wat je publiek wil. Zorg dus voor een aantal goede data crunchers in je organisatie, maar ook voor een sterke redactie en productie.
- Samenwerking met andere publishers of partijen in de branche om je businessmodel(len) te versterken. Als je als publisher ergens minder goed in bent, kijk dan naar welke partij je daarin kan versterken.
- Zorg voor vernieuwing in marktcijfers: een nieuwe gezamenlijk bereikonderzoek van de lokale (media)partijen met de wérkelijke cijfers, aangevuld met (panel)onderzoeken naar impact
- En ook: één nationale currency, bijvoorbeeld afrekenen op cost per view.
- Tot slot: schiet daar wel een beetje mee op, het is inmiddels 2017.

 
  1793 Hits
  1 Comment
1793 Hits
1 Comment