Candid. Platform
for growth.

Jeroen Verkroost: nu goedkoop merk bouwen, terwijl concurrenten twijfelen

Corona-colleg_20200501-085920_1 Corona College
In de serie 'Corona College' laat frank.news belangrijke mensen uit de mark...
Continue reading
  2401 Hits
  0 Comments
2401 Hits
0 Comments

Cookiewalls TMG en Persgroep verboden

TMG-Persgroep-en-cookiewal_20190308-100512_1
Experts en Consumentenbond riepen het vorig jaar al. Nu bevestigt ook de Au...
Continue reading
  4342 Hits
  0 Comments
4342 Hits
0 Comments

Top 20 beste media- en marketingmomenten van 2018

Zuckerberg
We wilden iets anders doen dan het reguliere nieuwsoverzicht en daarom hebb...
Continue reading
  2580 Hits
  0 Comments
2580 Hits
0 Comments

Cookiewalls redden programmatic advertising

GDPR_programmatic
De verwachte omzetdaling in programmatic advertising bleef na het van krach...
Continue reading
  1987 Hits
  0 Comments
1987 Hits
0 Comments

Zijn cookiewalls Persgroep en TMG verboden of niet?

TMG-Persgroep-en-cookiewall_20180717-105259_1 TMG Pergroep
Sinds de AVG/GDPR eind mei van toepassing werd werpen kranten als AD, Teleg...
Continue reading
  4506 Hits
  0 Comments
4506 Hits
0 Comments

Ook RTL Nederland is speelbal geworden van consultants

Ook RTL Nederland is speelbal geworden van consultants

RTL Nederland zit in een roerige fase waarin de organisatie op de schop gaat (lees: er gaan ontslagen vallen) omdat het moederbedrijf van RTL4 tot en met 8, Videoland en RTL MCN een ‘Fan Centric’-strategie gaat volgen. Adviseurs hebben die term én strategie bedacht en niet de leiders van het bedrijf. Daar gaat het fout.

 
Stel: jij bent de consument. En dat ben je. Voel je je dan door RTL vanaf nu ‘centraal gesteld’? Wel als het aan de top van de Nederlandse tak van het bedrijf ligt. Het is voortaan de koers van RTL Nederland om minder te zenden en meer ‘fans’ binnen te halen.

Vorige week presenteerde directeur Sven Sauvé de nieuwe strategie. Het gaat hierbij om een ‘Fan Centric’-groeistrategie, waarbij RTL ‘een emotionele band wil opbouwen met kijkers en volgers’. Deze woorden klinken alsof Sauvé het van een A4tje opleest, opgesteld door de consultants die sinds een jaar of langer de organisatie hebben doorgelicht.

 
Met een rapport komen
Het is helemaal niet vreemd dat consultancy’s - denk aan McKinsey, PwC, KPMG, Deloitte, dat soort namen - mediabedrijven van A tot Z doormeten en dan met een rapport komen. Dat gebeurt al jaren. Zeker als een bedrijf moet veranderen gezien de marktomstandigheden. Dat heet in consultantstaal een ‘transitie’.
De vraag is wel vooral: voor wie is dat nou goed? De mediabedrijven moeten maar afwachten of ze beter gaan presteren en er rijker van worden. Buiten kijf staat dat de adviseurs er zelf wél rijker van worden. Vaak miljoenen euro’s.

 
Twee Senseo-apparaten
Er zijn de afgelopen decennia wel wat Nederlandse mediabedrijven geweest waar consultants hun gang mochten gaan. Logisch, onder druk van de groei van online media moest de organisatie op de schop. Het apparaat werd te log, er was te veel overhead, er waren te veel baasjes. Dan is er wel een ‘onafhankelijk’ adviesbedrijf nodig om de bezem er doorheen te halen. Maar soms dringt dat zelfs door tot de redactieburelen en komen de consultants bij de hoofdredactie op de koffie om te vragen of het wel nodig is dat er twee Senseo-apparaten staan.

 
De resultaten
Wat levert een advies in de praktijk op? De ervaring leert dat ze voor een aantal mediabedrijven niet minder dan rampzalige gevolgen hebben gehad. Neem PCM Uitgevers - tegenwoordig de Persgroep - dat een jaar of vijftien geleden door adviseurs in de armen werd gedreven van het Britse Apax. De Britten lieten PCM uiteindelijk berooid achter en konden hun eigen zakken lekker vullen.
De overname kostte PCM in totaal 25 à 30 miljoen euro, waarvan ruim tien miljoen euro naar twee adviseurs ging die ook nog een succesbonus hebben bedongen. De totale advieskosten waren overigens 30 miljoen euro.

 
Wegener en de Britten
Neem Wegener, nu in redelijk veilige handen van de Persgroep, maar tot een paar jaar geleden nog eigendom van weer andere Britten: Mecom. Catalyst begeleidde het proces naar de weinig succesvolle overname, waarvan het toenmalige personeel nog wel eens badend in het zweet wakker wordt.

Derde voorbeeld is natuurlijk de Telegraaf Media Groep dat pas sinds kort onder leiding van een aantal verstandige Belgen onder het juk van adviseurs, consultants en consulentjes uit is. Ook deze consultancy’s hebben miljoenen verbrand en ook daar is de vraag of het mediabedrijf er nou echt beter van is geworden. Antwoord: nee, natuurlijk niet.
Je handen jeuken om de facturen van die adviseurs in te zien. Want wat doen ze nou eigenlijk voor dat uurtarief? De rapporten van dergelijke adviseurs zijn ook nooit openbaar, maar je wilt toch wel eens lezen hoe die eruit zien.

 
RTL in transitie
Terug naar RTL Nederland, dat inderdaad ook in ‘transitie’ zit. Dat moest ook wel: de tv-kijktijd en -omzet loopt fors terug en de (tv-)consument heeft de macht. RTL heeft weliswaar digitaal geïnvesteerd, maar ook daar is de organisatie te log en te langzaam geworden. Pas nu willen ze echt slagvaardig worden en daarvoor moeten ze andere types dan de oude long format tv-denkers aantrekken. Datakijkers vooral en creatieven die op alle platformen terecht kunnen.

Want het moet ‘Fan Centric’ worden. Ook als je adverteerder of commercieel partner bent van RTL, krap je je dan even achter de oren. Wat houdt dat voor mij in? Dat moet de top van het bedrijf dan maar eens uitleggen zonder dat A4tje.

In feite komt het er op neer dat mediabedrijven oersterke leiders nodig hebben die een langetermijnvisie hebben en direct anticiperen op de marktontwikkelingen. Daar hun organisatie ook direct op inrichten. Natuurlijk gaat alles nu twee of drie keer sneller in de mediawereld en niemand weet welke strategie nou echt de winnende is. De diversificatie strategie van RTL is op zich goed, maar een echte concurrent van Netflix zal Videoland niet worden. Bouw harder aan een eigen contentbibliotheek dan je nu doet. En het is op tv gewoon zaak dat RTL eerst weer wat sympathie van de kijker terugwint alvorens deze kijker weer echt fan wordt.

Maar dat had een paar jaar geleden bedacht moeten worden, door de top van het bedrijf zelf en niet nu door een stel consultants die inmiddels handenwrijvend hun factuurtje al weer hebben gestuurd. Het is te hopen voor RTL dat er de komende tijd verstandige keuzes worden gemaakt.

Naschrift: De woordvoerster van RTL belde ons om te vertellen dat RTL zelf de strategie en de term 'fan centric' bedacht. ,,Consultants werken slechts aan de invulling van die strategie''. 
 
 
  5116 Hits
  0 Comments
5116 Hits
0 Comments

Bereik of geen bereik? Wat AD en De Telegraaf de komende jaren moeten doen

Bereik of geen bereik? Wat AD en De Telegraaf de komende jaren moeten doen

Het is al sinds de opkomst van online de ‘one million dollar question’ voor traditionele nieuwsuitgevers: wat is het beste uitgeef-/verdienmodel? De Telegraaf, AD en NU.nl zijn groot in bereik, maar dat lijkt een doodlopende weg. Wat is de weg voor deze ‘bereiktitels’ en hoe kijkt de adverteerder daar tegenaan?

In een vorig artikel hebben we omschreven dat het ‘bereikmodel’ voor nieuwsuitgevers een doodlopende weg is. Veel traditionele partijen moeten mee in de strijd om de kliks en bereik om advertentiegeld binnen te halen. Maar die uitgevers komen er ook achter dat ze nog nauwelijks verdienen aan het advertentiemodel rond digitaal nieuws. De Telegraaf en AD zouden daarom in de nabije toekomst wel eens een probleem kunnen hebben (NU.nl laten we nu even buiten beschouwing).

 
Twee grote Belgische partijen
De Telegraaf en AD zitten beiden in een redelijk steady uitgeefhuis in een bijzonder onrustige markt. In Nederland is er nog slechts een handvol traditionele nieuwspartijen door de grote sanerings- en consolidatierondes van het afgelopen decennium. De branche wordt nu gedomineerd door twee grote Belgische partijen: marktleider de Persgroep (naast AD, Trouw, Volkskrant, Het Parool, regionale en lokale bladen en sites) en Mediahuis (naast TMG/Telegraaf, NRC Media, regionale titels). Daarnaast is er nog FD Mediagroep, het nu nog onafhankelijke NDC Media in het hoge noorden en BDU met lokale nieuwsmerken. Sanoma heeft NU.nl en natuurlijk is er ook nog de NOS. Daarmee hebben we het ongeveer wel gehad.

 
Nieuwsbehoefte blijft groot
Aan het ‘bereikinfuus’ blijven hangen, is geen optie. Daarvoor is de advertentiemarkt te onzeker. Positief is dat de nieuwsbehoefte van de consument zeker niet is afgenomen de laatste tien jaar. De manier waarop de consument nieuws tot zich neemt is sterk veranderd. Wat we verder weten: er is behoefte aan nieuwsduiding en binnen het nieuwsdomein aan unieke content. Daar kunnen De Telegraaf en AD een rol in spelen. Meer dan ze nu doen.

 
1. Ga een echte relatie aan met je abonnee en bouw profielen
Vooropgesteld: het perfecte uitgeefmodel bestaat niet. Het is voor traditionele uitgevers een kwestie van trial and error. De printoplages zijn geslonken en dalen door, al is de echte scherpte er misschien wel af. Maar traditionele nieuwsuitgevers hebben dat papieren product dat door abonnementen nog altijd substantiële omzet oplevert. Daar is het digitale abonnement bijgekomen.

Bij De Persgroep is er de afgelopen jaren bij Trouw, Volkskrant en Parool een focus geweest op het abonnementenmodel. Dat geldt ook voor NRC (Mediahuis). Elke abonnee die er bij komt of erafgaat, zie je als uitgever direct onder de streep als het aankomt op marge en winst. Ze proberen bestaande abonnees vast te houden (het lastigste), nieuwe abonnees binnen te halen en te zorgen voor variatie in abonnementen. Bijvoorbeeld: de lezer die doordeweeks geen tijd heeft het papieren exemplaar te lezen, kan een abonnement met een digitale variant nemen, waarbij wel de dikke papieren zaterdagkrant in de bus valt. Deelabonnementen zijn hot en blijken te werken. Het heeft met name de Volkskrant en NRC de afgelopen jaren geen windeieren gelegd. Hun digitale oplages stijgen het hardst van alle Nederlandse dagbladen, blijkt uit de laatste cijfers van meetinstituut NOM.

 
Investeren in je klantenservice
Om een serieuze relatie met de lezer bouwen die van twee kanten komt, moet je investeren in je klantenservice en je datateam, om profielen van je lezers op te kunnen bouwen. De Telegraaf en AD lijken minder succesvol op dat gebied. Volgens NOM groeit De Telegraaf wel goed in digitale betalende abonnees, maar AD is daar wat minder bedreven in. Ondertussen kampen beide dagbladmerken met een scherpe daling in printabonnees. De Persgroep heeft destijds slim de regionale titels aan AD gekoppeld (tegenwoordig heet dat ADR Media), want zonder die regiomerken was het Rotterdamse AD een klein krantje geweest.

Bij De Telegraaf is het bouwen aan een relatie met de lezer de afgelopen jaren door allerlei omstandigheden (lees: onrust in de tent) blijven liggen. Nu De Telegraaf met NRC binnen één concern valt, zouden ze daar één en ander kunnen afkijken. Eerder werd bekend dat de dataexpert van NRC naar TMG is overgestapt, dus het besef is er. Bij AD zouden ze ondertussen eens te rade kunnen gaan bij de Volkskrant.

 
2. Goede, unieke journalistiek in plaats van clickbaits
Beide kranten zouden zich online minder op clickbaits moeten richten en meer op eigen unieke content, van goede journalisten die een ‘merk’ zijn. Daar was De Telegraaf altijd goed in, maar door eerder genoemde perikelen is dat weggeëbd. Investeren in goede journalistiek lijkt overigens niet echt op de agenda te staan bij beide dagbladen. Bij TMG waren en zijn er reorganisaties en bij de Persgroep werd recent ook gesneden in de redactionele kracht. Toch is dat belangrijk. Ondertussen kunnen ze gaan bouwen aan het abonnee- en datamodel.
3. Samenwerken of opgegeten worden
Een tweede uitgeefmodel is: samenwerken en profiteren van elkaars sterkte. Uitgevers kunnen het in feite niet meer solo, zeker niet in advertising. Inmiddels moeten de lokale uitgevers die vroeger nog hard met elkaar concurreerden noodgedwongen steeds meer samenwerken in de strijd tegen de grote Amerikaanse tech- en mediabedrijven die de markt overspoelen.

In de Nederlandse markt komt nu eindelijk een samenwerking op gang in digitale advertising sales: het gisteren gelanceerde Buy-media.nl. Hard nodig, anders worden de lokale partijen snel opgegeten.

 
4. Buitenlandse cases bieden hoop
Er zijn internationaal wel wat positieve ontwikkelingen rond nieuwsmedia. In de Verenigde Staten - hoe onvergelijkbaar misschien ook - heeft het presidentschap van Donald Trump de journalistiek geholpen: New York Times kon zomaar een paar honderdduizend betalende digitale abonnees bijschrijven.

België, Engeland en Frankrijk onder meer, bestaat er al een samenwerking in digitale sales. Hoopgevend is een case uit Frankrijk: sinds de oprichting van hun gezamenlijke ad-sales alliantie in september vorig jaar, hebben de dagbladen Le Figaro en Le Monde twaalf ad-tech leveranciers de wacht aan gezegd en doen ze het technische gedeelte zelf. Binnen enkele maanden stegen de inkomsten uit videoadvertenties van Le Figaro met 50 procent.

Samenwerken betekent dus ook samen investeren in technologie.

 
5. Wat wil de adverteerder?
Tot slot de advertisingkant. De Telegraaf en AD moeten zich minder blindstaren op advertising uit bereik, want ze vissen te veel in de kleiner wordende vijver. Adverteerders willen een andere relatie met uitgevers.
Unilever zet als ’s lands grootste adverteerder daarmee de toon. Afgelopen week werd bij presentatie van de jaarcijfers (in de UK) van 2017 duidelijk dat Unilever ook de komende jaren investeert in online advertising. De multinational maakt zich sterk voor betrouwbare meetmethoden voor online reclame en klikfraude. Unilever wil ook weten hoe het zit als er wel door een consument wordt geklikt op een banner of een video. Unilever wil graag één standaard om het succes van een campagne te meten en betalen voor wat het krijgt. Maar vooral wil Unilever precies weten wie ze online kunnen bereiken: één-op-één. Dat is allemaal nu nog niet goed geregeld in online advertising. Wel is zeker dat Unilever zijn budget in deze tijd sneller zal neerleggen bij uitgevers die inzicht kunnen geven wie hun bezoekers en abonnees zijn.
Dat is dan ook de richting die De Telegraaf en AD de komende jaren moeten gaan.
  3509 Hits
  1 Comment
3509 Hits
1 Comment

Hoe lang is ‘bereik’ als verdienmodel nog houdbaar voor Telegraaf, AD en NU.nl?

Hoe lang is ‘bereik’ als verdienmodel nog houdbaar voor Telegraaf, AD en NU.nl?

Er is in de Verenigde Staten een ontwikkeling die veel wegheeft van een ‘digital media crash’: de digitale nieuwsmedia zitten er door allerlei factoren die samenkomen in zwaar weer. Dat zou in Nederland ook zomaar kunnen gebeuren. Het online bereikmodel lijkt op zijn einde te lopen. Wat betekent dat voor de nieuwssites AD, Telegraaf en NU.nl, die het juist daar heel erg van moeten hebben? 

Alarmfase 1! Het Amerikaanse digitale nieuwsmediasysteem lijkt te gaan ‘crashen’. Buzzfeed en VICE hebben hun omzetdoelstellingen niet gehaald, Mashable ook niet, die site werd voor een veel lager bedrag verkocht dan gedacht. En de divisie waaronder Yahoo, AOL en Huffington Post vallen, moest meer dan vijfhonderd mensen ontslaan, onder wie veel journalisten.

Teveel online nieuwsmediaDe Amerikaanse uitgever en publicist Josh Marshall legde het probleem onlangs haarfijn uit in een stuk op Talkingpointsmemo Hij noemt drie verschillende factoren, waarvan er twee nu samenkomen. Ten eerste: er zijn enorm veel online nieuwsmedia, maar te veel om ze allemaal te kunnen financieren. Die financiering moet met name uit advertentiegeld komen. Omdat het web oneindig veel meer ruimte biedt aan nieuwe spelers die ook uit de advertentieruif willen eten, is het lastig voor de traditionele krantenuitgevers om een dominante rol te spelen. Zo zijn veel partijen meegegaan in de strijd om de kliks en het bereik. Want de simpele gedachte is: hoe meer bereik, hoe meer advertenties en omzet. Maar veel uitgevers komen erachter dat ze nog nauwelijks verdienen aan het advertentiemodel rond digitaal nieuws.

Opkomst Facebook en GoogleVervolgens - en dat is twee - was er de opkomst van Facebook en Google en in hun kielzog enkele andere grote techbedrijven die mediaplatforms werden. Zij groeiden de afgelopen jaren het hardst in online advertentieomzet en pakken inmiddels misschien wel driekwart van de totale digitale omzet wereldwijd.

Investeerders trekken zich terugAls derde noemt Marshall het feit dat een flink deel van de digitale media in de States het nu moet hebben van venture capital. Maar deze investeerders verdienen hun investering maar met moeite terug en willen zich terugtrekken.

Marshall concludeert dat de drie ontwikkelingen elkaar versterken en gaan zorgen voor die crash.

We moeten eigenlijk nog twee ontwikkelingen toevoegen: de groei van programmatic advertising die de belofte dat je de juiste persoon met de juiste boodschap kunt bereiken nog altijd niet heeft ingelost. Dat is hand en hand gegaan met de opkomst van de adblockers tegen irritante reclames (banners en prerolls) en lange laadtijd van sites.

Het voordeel van videoWat ook niet onvermeld mag blijven. Er was een groep uitgevers, waaronder Fox Sports en nieuwssite Mic, die afgelopen zomer - onder het mom van ‘we moeten ook mee in de videotrend’ - is geswitcht naar een model waarin video centraal staat. Wat ook al het ontslag van veel schrijvende journalisten betekende. Maar in september vorig jaar kwamen er dramatische cijfers naar buiten van onderzoeker comScore: de publishers die switchten naar het ‘videomodel’ zagen het verkeer naar hun site in augustus met 60 procent dalen in vergelijking met dezelfde periode een jaar eerder. De maanden erna waren de cijfers niet veel beter. Een belangrijk punt is dat deze uitgevers al aan het struggelen waren voordat ze overstapten op het videomodel.

Oók goede resultaten met videoEr moet overigens bij gezegd worden dat een aantal uitgevers wel degelijk betere bereikcijfers behaalde met video.

Al die ontwikkelingen overziend, kunnen we stellen dat, de al naar adem happende (traditionele) nieuwsuitgevers, ook in 2018 moeten rekenen op zware benauwdheid. Als we Amerika als trendsetter zien - en dat doen we - dan kunnen we die op handen zijnde ‘crash’ of ‘bubbel’ hier ook verwachten op niet al te lange termijn.

Ook hier veel focus op bereikLaten we het over Nederland hebben. Ook hier is er sprake van veel sites die aan het bereikinfuus hangen, terwijl Facebook en Google er met de buit vandoor gaan. Dat zijn juist ook sites van grotere spelers als TMG, de Persgroep en Sanoma. Hun nieuwssites Telegraaf.nl, AD.nl en NU.nl hebben, als we onderzoeken als NOBO en GfK DAM mogen geloven, een enorm bereik van 5 tot 7 miljoen Nederlanders. En met dat ‘wapen’ gaan ze naar adverteerders en mediabureaus.

De helft is knip- en plakwerkMaar is dat model nog houdbaar? De Telegraaf en AD bieden ook wel premium artikelen - waar je als gebruiker voor betaalt - maar moeten het toch vooral hebben van de snelle kliks. Om zoveel mogelijk ‘oogballen’ te krijgen, komen ze daarom regelmatig met nieuws en artikelen die je elders al leest (zeker meer dan de helft van hun nieuwsaanbod). Neem je bijvoorbeeld een kijk op het entertainmentchannel van beide nieuwsmedia, dan zie je vaak dezelfde nieuwtjes, clickbaits), tweets die tot nieuwsberichten zijn gebombardeerd en ander knip- en plakwerk.

Waarom niet authentiek zijn?Voor NU.nl is het nét even een ander verhaal trouwens. De populairste nationale nieuwssite maakt er geen geheim van dat het alleen nieuws brengt. ‘zodat je je zelf een mening kunt vormen’. Dat is veel meer een USP dan wat Telegraaf.nl en AD.nl doen. Waarom zou je nieuws dat elders al staat ook nog aanbieden? Waarom investeer je niet in goede, unieke journalistieke verhalen en authenticiteit?
Telegraaf en AD hebben de afgelopen tijd kostenreducties doorgevoerd, waarbij ook vaste redactieplaatsen sneuvelden. Verder bieden Telegraaf en AD ook steeds meer video, in de veronderstelling dat bezoekers dat heel graag willen. Maar is dat ook zo? Of zouden ze het doen voor de advertentiemarkt?

Bereik als verdienmodel lijkt niet langer houdbaarBereik is in Nederland nog altijd een populair afrekenmodel, daarom blijven veel partijen zo lang mogelijk hun bereik communiceren  Maar het verdienmodel lijkt niet veel langer houdbaar. Het is een misvatting dat een groot mediabereik ook impact oplevert en je kunt je ook de vraag stellen of een groot mediabereik automatisch een groot reclamebereik betekent.

Er is nog een grote ontwikkeling die geen goed nieuws is voor ‘online bereik’. Marketeers zijn zeker de laatste twee jaar ook echt wakker geschud door de onbetrouwbare meetmethoden voor online reclame en klikfraude. Het heeft een aantal grote adverteerders doen besluiten meer te investeren in andere manieren van adverteren (contentmarketing) of zelfs terug te keren naar - het meer betrouwbaar geachte - televisie. En daarmee komt die crash van digitale nieuwsmedia mogelijk nóg een stapje dichterbij.

Niet blindstaren op advertentiesVoor nieuwsmedia die online strugglen, is het echt niet makkelijk om een goed verdienmodel neer te zetten. Belangrijk is dat ze zich niet blindstaren op advertenties, hun kop boven het maaiveld uitsteken en authenticiteit, focus en een duidelijke doelgroep als uitgangspunt nemen, in plaats van de klikkende massa.
  2302 Hits
  0 Comments
2302 Hits
0 Comments

Kan verliesgevend Blendle 2018 overleven?

Kan verliesgevend Blendle 2018 overleven?

Overleeft Blendle 2018? Dat is de vraag na een inkijkje in het jaarverslag van 2016. De dienst is het waard om overeind te blijven. Met een paar slimme investeringen en meer hulp van onwillige Nederlandse uitgevers.

Het jaarverslag van Blendle over 2016 toont geen rooskleurige cijfers. In dat jaar draaide Blendle nog meer verlies dan in 2015: -2,4 miljoen euro. Ook het eigen vermogen ging in de min, naar 1,4 miljoen. Omdat Blendle verwacht dat de komende jaren het resultaat ook negatief is, wordt het zonder nieuwe investeringen moeilijk om 2019 te halen.

Onbekend aantal abonnees  Dankzij ontvangen investeringen in 2017 van nieuwe geldschieters Nikkei (Japan) en Inkef Capital (Nederland) was de liquiditeit het afgelopen jaar voldoende. Verder is het onbekend hoeveel abonnees de dienst nou eigenlijk heeft en welke omzet daarmee wordt behaald. Die cijfers worden niet gedeeld. In 2016 zouden ze wel door de ‘magische grens’ van 1 miljoen zijn gegaan, maar waren er ‘slechts’ 200.000 personen die daadwerkelijk geld stortten op hun account. Er wordt nogal eens wat cadeau gegeven en als je ontevreden bent met een artikel krijg je je geld terug.

Lastig jaarHet jaar 2017 was ondanks de investeringen van Nikkei (eigenaar van Financial Times) en Inkef (we weten niet hoeveel geld zij samen ‘geschoten’ hebben) ook een lastig jaar voor Blendle. Bijvoorbeeld omdat er negen medewerkers moesten worden ontslagen. De reden was dat Blendle ‘te hard heeft willen groeien’. Maar de overheadkosten zijn domweg te hoog voor wat Blendle aan omzet binnenhaalt en je vraagt je af of je echt 80 mensen in dienst moet hebben. Toch bleef oprichter Alexander Klöpping positief, want de eerste twee kwartalen van 2017 waren volgens hem de twee beste sinds de start.

Blendle in Duitsland en de VS  Hoe gaat het ondertussen met Blendle in Duitsland en Amerika? Axel Springer en New York Times investeerden in 2014 samen 3 miljoen in Blendle. In de VS wordt de dienst ‘de iTunes for news’ genoemd, maar of het goed loopt weten we niet. New York Times scoort in dit Trump-tijdperk ondertussen zelf enorm veel abonnees, dus de vraag is of dit uitgeefbolwerk Blendle wel echt nodig heeft. Al is de keuze aan titels natuurlijk veel breder.
In Duitsland ging het, blijkens dit artikel van februari 2017, nog niet super, met name omdat de inkomsten domweg tegenvallen voor uitgevers. In Nederland was er een cruciale ontwikkeling: eerst stapte NRC helemaal uit Blendle en daarna Telegraaf Media Groep (TMG) en de Persgroep uit de Premium-dienst.

Zelf uitgever geworden  Met Premium lijkt de kiosk zichzelf in de vingers te hebben gesneden. Bij een premium-abonnement selecteert het team voor jou elke ochtend twintig artikelen uit het aanbod kranten en tijdschriften. Daarmee is Blendle zelf uitgever geworden. Dat is lastig te verkopen aan de traditionele uitgeefhuizen die toch al worstelen met hun businessmodellen en het afgelopen decennium adverteerders en abonnees zagen weglopen. Toch is dat jammer. Misschien is Blendle niet de redder van de journalistiek die het genoemd werd, maar zeker een welkome toevoeging aan het aanbod, juist omdat de traditionele uitgevers zijn gaan dwalen.

IngewikkeldEigenlijk hadden de Nederlandse uitgevers Blendle dus al vanaf de start als een gezamenlijk project moeten omarmen. Dat wilden ze niet. In 2014 liet de inmiddels vertrokken Marten Blankesteijn zich naar aanleiding van de investeringen van Springer en The New York Times tegen Adformatie ontvallen dat Nederlandse uitgevers nooit concreet zijn geworden voor een investering. ,,Maar dat was ook moeilijker, omdat Nederlandse uitgevers het ingewikkeld vinden om mee te doen aan een project dat deels eigendom is van een andere Nederlandse uitgever. We hebben het zo’n jaar geleden wel eens gevraagd, maar dan was het antwoord altijd: ‘Als zij investeren, dan doen wij niet mee’.”

Wat wil de consument?
Dat is tekenend voor de Nederlandse uitgeefwereld die ondertussen onder druk van de Amerikaanse techbedrijven moet toegeven dat samenwerken misschien wel de enige oplossing is om zelf te overleven. Maar de belangrijkste vraag is: wat wil de consument? Voor goede inhoud gekoppeld aan goede techniek wil de (jonge) consument best betalen. Dat heeft Blendle in huis. Mocht de dienst in 2018 die extra investeringen binnenhalen dan is het zinvol dit te steken in verdere verfijning van de techniek en het aanbieden van video en grafische mogelijkheden. En daarnaast een grote marketingcampagne voor nieuwe aanwas van betalende abonnees.

 
LEES OOK
https://www.frank.news/2016/01/27/nieuw-verdienmodel-blendle-echt-een-succes/

 
  5452 Hits
  2 Comments
5452 Hits
2 Comments

4 Grote gevaren voor reclamebureaus

4 Grote gevaren voor reclamebureaus

Adverteerders en merken willen alles steeds sneller en goedkoper, of gaan het creatieve proces gewoon zelf uitvoeren. Daarnaast zijn er nog allerlei andere ‘spelers’ die gaan concurreren. Dit zijn de 4 grote gevaren voor reclamebureaus.

 
Eigenlijk wordt er al meer dan een decennium gepraat over onder druk staande reclamebureaus. In Nederland houdt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) de omzetcijfers van de bureaus zo goed en zo kwaad als het kan bij - ‘reclamebureaus en advertentiehandelaren’ – en pas in 2015 zag men voor het eerst na jaren van neergang weer eens omzetgroei. Maar in de razendsnel en continue veranderende markt blijven er veel gevaren voor reclamebureaus.

 
Dit zijn vier grote bedreigingen: 1: Het moet sneller   
‘Vroeger’ was het overzichtelijker: je had een paar massamedia, kreeg de opdracht van een klant om breed te schieten en een creatief team mocht zich een maand of langer opsluiten in een kamer. Daar rolde dan een creatieve campagne uit. ‘Vroeger’ was het ook heel normaal om voor die televisiecommercial naar een tropisch eiland te vliegen en daar een week lang met een flinke crew te vertoeven.
Nu heb je veel meer kanalen en daalt het bereik van massamedia. Zie de teloorgang van print en nu die van traditionele tv en de opkomst van sociale media en online videokanalen. Dat is een continue ontwikkeling. In Nederland kunnen merken vanaf nu gaan adverteren op Snapchat en wie weet welk kanaal over een half jaar hot is. Merken zijn ongeduldig en onrustig en eisen van bureaus dat ze al die platformen in het vizier hebben en daar een creatief plan voor hebben. En dat men direct op allerlei nieuws en actualiteiten in kan spelen. Want merken willen overal (live) aanwezig zijn.
Waar het de afgelopen jaren, zeker in de periode 2000-2010, de trend was dat het grote full-service bureau werd ontmanteld, wordt het nu weer opgetuigd. Want als je als reclamebureau wilt meetellen, dan moet je alle specialisten in huis hebben. Van datacrunchers, tot online videospecialisten, tot creatieven die nog een mooie printuiting kunnen bedenken.

 
2: Het moet goedkoper 
Het oude businessmodel van het reclamebureau gebaseerd op vele uren en lange contracten lijkt te verdwijnen. Verder moet je dus alle specialismen in huis hebben tegenwoordig, maar tegelijkertijd komen steeds meer nieuwe spelers in de branche die klein, snel en vaardig zijn. Zij hebben geen grote kantoren, werken vaak als zzp’er of huren mensen in.
De crisis heeft daarnaast de reclamewereld aardig in een wurggreep gehouden. Want klanten vroegen hun bureaus om meer te doen voor minder geld. Op deze manier kunnen bureaus niet investeren in innovatie en nieuw talent.

 
3: Adverteerders gaan het zelf doen 
Een trend die al een tijdje gaande is: merken halen creatie in huis. Steeds meer bedrijven hebben een eigen creatieve tak of design unit. Soms omdat ze werken met bureaus te duur vinden, vaak ook omdat ondernemingen zelf creativiteit centraal stellen in hun bedrijfsvoering. In Nederland zijn spijkerbroekenmerk G-Star en bierbrouwer Heineken daar een goed voorbeeld van. Merken willen – zoals eerder aangegeven – steeds sneller kunnen schakelen en inspringen op de actualiteit. Teams in huis kunnen dan meteen aan de slag.
Tekenend is dat het Brits-Nederlandse Unilever sinds vorig jaar zijn eigen creatieve cel heeft opgetuigd: U-Studio. Het gaat voor een groot deel om contentmakers die snel kunnen inspelen op de vraag van consumenten naar entertainment en praktische informatie.
Ook startups en opkomende bedrijven zijn op een heel andere manier georganiseerd en kiezen vaak niet eens voor traditionele reclamebureaus, of hebben zelfs niet eens een apart marketingbudget.

 
4: Mediabureaus en exploitanten gaan concurreren
In de huidige reclamelandschap zijn alle panelen verschoven. Omdat traditionele reclame meer naar de achtergrond verdwijnt, content-creatie steeds dominanter wordt en data en programmatic de boventoon lijken te gaan voeren, moeten bedrijven zichzelf opnieuw uitvinden of misschien zelfs wel herdefiniëren. Steeds meer mediabureaus zien dat ze ook creatieve- en reclameoplossingen kunnen bieden naast de advies- en inkoopfunctie die ze hebben. Het hele pakket bieden, heet dat. Er zijn al mediabureaus die meepitchen op creatieve projecten en die pitches ook echt winnen. Media-exploitanten zetten ondertussen eigen in-huis reclamebureaus op voor contentmarketing. Denk aan VICE, maar ook de Persgroep heeft een dergelijke tak.

 
De kracht van reclamebureaus 
De kracht van reclamebureaus ligt minder in. Die zouden niet kosten gedreven moeten zijn, maar cultuur, merken bouwen - dat kunnen reclamebureaus als geen ander -, ondernemerschap, lef en vooral creativiteit voorop moeten stellen in hun basisbeginselen.

 
  11249 Hits
  2 Comments
11249 Hits
2 Comments

'Van reclamebureaus komt zelden goede content’

'Van reclamebureaus komt zelden goede content’
 Serie social influencers contentmarketing deel 2:

Oud-journalist Aart Lensink is eigenaar van LVB, het bureau dat hij in 1996 oprichtte samen met partner Richard van Berkel onder de noemer ‘Lensink Van Berkel Communicatie’. Vandaag de dag is LVB een van de grote contentbureaus van Nederland met klanten als ABN AMRO MeesPierson, WNF en Athlon. Hij schreef boeken als ‘Formats’ en ‘Aan de slag met contentmarketing’ over het nieuwe vakgebied waarin nog zoveel te ontdekken is.

Mooi intro misschien, maar de echte reden om langs te gaan in Amersfoort is dat Lensink een mening heeft en dat kan zo’n relatief nieuw vak goed gebruiken. ,,Ik ben niet zo van de storytellingschool,” zegt hij bijvoorbeeld. ,,Wij werken voor Ziggo Zakelijk en dat bedrijf is voortgekomen uit allerlei provinciale fusiebedrijven en uitgebouwd met Amerikaans geld. Moet je daarmee je klanten lastig vallen? Dat werkt goed bij het verhaal van Apple, maar zo’n bedrijfshistorie is niet altijd even boeiend hoor.”

 
Ivo Niehe-achtige documentaires
Er is dus in zijn ogen ook een ander vertrekpunt van de contentstrategie mogelijk. Noem het de praktische variant. ,,Wij kiezen voor het domein van de uitblinkers en dus maken we - op Ivo Niehewijze (ja die woorden vielen bij de klant, BH) - mooie documentaires over excellerende ondernemers. Heel bewust willen we wegblijven van typische ondernemerscontent waarin wordt gewaarschuwd voor iets als: ‘denk aan je VAR.’ Ziggo maakt entertainmentcontent, sponsort bijvoorbeeld Guus Meeuwis, is betrokken bij film en Ajax en dan moet je ook met iets positiefs komen voor de zakelijke markt,” vindt Lensink. ,,Als ondernemers lezen over Guus Meeuwis die drie keer het ZiggoDome uitverkoopt dan gaan ze rekenen hoeveel geld er binnenkomt. Zo kwamen we op het format van ‘Uitblinkers in Zaken’ uit: documentaires van ondernemers die het goed doen zoals Oger, de man achter Corendon en de oprichter van New York Pizza.” Die thematiek wordt concreet doordat de doelgroep het ‘Uitblinkers in Zaken-logo’ ziet op Facebook, LinkedIn of e-mail. ,,Wij willen dat een miljoen mensen de link naar die content zien, dat vijf procent van de mensen die documentaire vervolgens gaat kijken en zo gaan we hen langzaam wat meer verleiden. ‘Uitblinkers in Zaken’ past binnen onze Blockbusterstrategie. Tachtig procent van de totale traffic halen we immers op deze manier binnen. Er is geen andere ‘ondernemersreality’ die op dat niveau gemaakt wordt. Die Oger-documentaire kan op primetime op RTL Z en dan haal je waarschijnlijk meer kijkers dan die Amerikaanse docu’s,” stelt Lensink.

 
Focus op conversie
Opvallend aan het verhaal van Lensink is de focus op conversie. Natuurlijk moet zo’n documentaire goed zijn, maar het is vooral een goede basis om van kijkers kopers te maken. De oud-journalist bij o.a. Nieuwe Revu en het AD lijkt te breken met de ouderwetse focus op traditionele thematische waarden en gaat echt voor de ROI. ,,Elke click die leidt tot het kijken naar deze content is een prospect. Als iemand met het goede zakelijke profiel die documentaire afkijkt en daarna een aanbod krijgt voor een WIFI-abonnement dan is dat natuurlijk prima. Het mooie is dat je op deze manier mensen positief binnenkrijgt,” vertelt Lensink.

De content wordt - behalve om te verleiden - ook gebruikt om te segmenteren. ,,We halen er allerlei kleine stukjes uit en daarmee gaan we targetten, bijvoorbeeld op LinkedIn. Dus iedereen die interesse heeft in een onderwerp als ‘franchise’ krijgt van ons iets relevants aangeboden. In totaal halen we er per documentaire zo’n 400 headlines uit en die verspreiden we vervolgens op social media om uiteindelijk boven de 2 miljoen impressies te komen. En dat levert zóveel response en engagement op dat we acht keer de benchmark van LinkedIn halen,” legt hij uit.

 
Uitserveren in delen
Een goed format bedenken, in delen uitserveren om uiteindelijk met een concreet aanbod te komen. Dat is dus in de kern wat LVB doet. Werkt het bureau ook wel eens met externe mediapartners samen om dat bereik nog een beetje extra op te pompen? Als je over contentmarketing begint tegen grote mediapartijen als SBS, RTL en BNR dan duurt het meestal niet zo lang voordat je een verhaal krijgt over ‘partnerships’ en ‘lange termijn denken’. Lensink denkt daar echter iets anders over. ,,Een organisatie als de FD Mediagroep (eigenaar van o.a. BNR en FD, BH) haalt zes miljoen uit de markt met gesponsorde content, maar veel van die klanten zijn doodongelukkig bij BNR. Want wat heeft Ziggo eigenlijk aan ‘BNR ZZP Café is mede mogelijk gemaakt door Ziggo Zakelijk’? Ze betaalden daar 200.000 euro per seizoen voor, maar dan heb je als merk geen enkele invloed op de content terwijl je wel de hele redactie betaalt. ABN AMRO MeesPierson zat in het programma BNR Vermogen en de RvB werd gillend gek want het hoorde steeds in de uitzending de presentator zeggen: vandaag iemand van ING Private Banking,” aldus Lensink

Journalisten moeten onafhankelijk zijn natuurlijk, maar in combinatie met content die zwaar leunt op een sponsor is dat lastig in zijn ogen. ,,Dat werkt dus niet,” zegt hij, ,,want je wint er niets mee. Het doet op deze manier helemaal niks voor je merk. Ik zat hier met BNR-hoofdredacteur Sjors Fröhlich en wilde de rubriek ‘Ziggo ZZP Uitblinker van de week’ organiseren. Nou dat was een ‘no go’ omdat de redactie bepaalt…dag contract, weg twee ton. Ze willen best een uitblinker van de week hebben, maar het mag niet op identieke wijze in de Ziggokanalen. Tja, dan houdt het op.”

 
Klassieke discussie tussen journalisten en marketeers
De eeuwige strijd tussen marketeers en journalisten. Een discussie die al honderd jaar op alle krantenredacties wordt gevoerd, maar die met de opkomst van - steeds effectievere contentmarketing instrumenten - weer hevig oplaait. Lensink: ,,Wij willen vanuit het merk - op basis van content - een band opbouwen met mensen zodat ze in de funnel komen. Je moet ergens die investering terugverdienen, terwijl je ondertussen wel degelijk rekening houdt met je publiek. Zo’n rubriek met de echte uitblinkers op ZZP-gebied hadden ze ook redactioneel kunnen bedenken? Mooie content toch? De allerbeste metselaar die op ambachtelijke wijze oude molens repareert?”

Hij ziet dat veel mediapartijen heel veel gesponsorde content in hun eigen kanalen willen trekken. ,,Ik zag net een voorstel van De Persgroep voor heel veel geld richting Ziggo en daarvoor wil het dan allerlei content in verschillende media maken. Maar wij willen ‘Uitblinkers in Zaken’ promoten. Daarvoor hebben we alleen hun digitale bereik nodig en verder willen we zelf aan de knoppen zitten. We hebben niets aan allerlei B-merk content waarvoor de echte redacteuren hun neus ophalen. Target gewoon de ondernemers die wij willen bereiken, display dus. Ik wil ook liever geen accountmanagers die zich ermee bemoeien - niets persoonlijks uiteraard - maar direct zelf actie ondernemen.”

 
Facebook sneller dan Persgroep
Lensink verwijst naar de werkwijze bij Facebook waarbij adverteerders snel kunnen schakelen. ,,Bij de Persgroep krijg ik na drie maanden iets te horen over bereik en bovendien betaal je zeven keer zoveel als bij Facebook. Dan gaat het over het interessante umfeld, maar dat kan me toch niet schelen? Geef ons gewoon de knoppen. Ik krijg ook jeuk van dat zogenaamde ‘native’. Dan moet content eruit zien zoals de krant, maar dat wil ik helemaal niet. Ik wil gewoon het online ‘Uitblinkers in Zaken’ met een goede headline.” Lensink vindt dat grote mediaorganisaties onderschatten dat contentmarketing iets moet doen voor het merk. ,,Dan begint BNR over ‘thought leadership, maar daar heb je gewoon niets aan. Ze bedoelen dat je BNR-content sponsort, je daarmee associeert en dan in naam wint. Maar je moet als merk gewoon steengoede, originele content maken en zo mensen verleiden. Ik vind dat trouwens ook voor jullie als frank.news opgaan. Maak liever één keer per maand een geweldig verhaal waar iedereen in de branche over praat dan dat je elke dag weer zo’n doorsnee blog erin gooit. Met Sligro begonnen we ooit een contentkanaal, maar we wilden geen nieuws omdat de rest dat al deed. Wij wilden de bovenkant van de markt in hun ondernemerschap helpen want de beste restaurants zijn niet altijd de beste ondernemers.”

 
Gemiste kans content
Een goed voorbeeld van zo’n gemiste kans vindt Lensink ‘Volgens Nederland’, een initiatief van Achmea, dat liep van 2012 tot en met 2014. Het bedrijf wilde de dialoog aangaan met Nederlanders over actuele maatschappelijke vraagstukken. Lensink: ,,Een goed vertrekpunt, maar in de uitvoering liep het nooit lekker. Het ging over mensen die ik niet boeiend vind, die praten over dingen die ik niet zo boeiend vind en dan gebeurt er dus niks. Ik hou me als tv-maker aan de wet dat je iets moet maken met bijzondere mensen over gewone dingen of andersom. Je maakt dus een item over de wc van René Froger óf je maakt een bijzonder verhaal over iemand die helemaal in de knoop zit zoals bij ‘Help mijn man is Klusser’. Als wij samen op primetime praten over onze kinderen interesseert dat niemand, maar als wij allebei drie gehandicapte kinderen hebben en onze vrouwen zijn lilliputters dan wordt het al boeiender. Je moet niet spotten met de wetten van tv. Pas die ook toe in je contentmarketing.” Wat vindt hij van de filmpjes van Willie Wartaal voor ING die bijvoorbeeld langsgaat bij een G-voetbalteam? ,,ING doet het wel goed. Ze proberen veel, maar ik mis wel de merkthematiek. Maar met Willie Wartaal heb je in ieder geval een bijzonder iemand. Er gebeurt iets in beeld.”

 
Knokken voor formats
Lensink legt uit dat hij vaak voor zijn strategie en formats moet knokken bij klanten. ,,We hebben ooit bij Kruidvat een concept voor kraamvisite gepitcht. Dat kwam erop neer dat je op social media de vraag stelt welke kersverse moeder een leuk cadeau verdient. Daar ga je vervolgens naartoe met een camera en dan maak je een mooi verhaal over het kindje dat vernoemd is naar de net overleden oma. Gewoon mooie content maken dus. Kruitvat zag dat destijds niet zitten, maar het zou nog steeds werken dus we hebben het nu aan iemand anders voorgesteld,” vertelt hij.

Kwaliteitscontent zal toenemen
Lensink denkt dat de kwaliteit van content zal toenemen de komende jaren. ,,Je ziet dat er minder marketeers aan de macht komen die alleen zijn opgegroeid met advertising en dat helpt het vak vooruit. Veel eindverantwoordelijken op dit moment hebben al een paar jaar contentmarketing-ervaring.”

Het probleem van veel merken is wel dat ze weinig oog hebben voor het publiek en dan blijft het vaak gewoon advertising in een verhaalverpakking, vindt Lensink. ,,Je moet echt iets te melden hebben, want die timeline van je doelgroep zit overvol met heel veel moois. Als we bij een groot accountantskantoor pitchen, zeggen we: alle accountantskantoren willen ondernemers helpen, maar jullie moeten echt iets anders gaan doen. Ga maar zoeken, je moet weg bij het kluitjesvoetbal.”

Contentmarketing is hot, de bureautjes schieten als paddenstoelen uit de grond. Initiatieven komen vanuit de journalistiek (vooral van voormalig Adformatie-hoofdredacteuren, BH), media- en reclamebureaus. Lensink gelooft in de mix van journalistieke en merkachtige denkers. ,,In ons geval komt medeoprichter Richard vanuit de PR en ik vanuit de journalistiek. Daarna hebben we reclame, design en de laatste jaren vooral veel analytische technische mensen toegevoegd aan het bureau. Journalisten vinden het bij ons soms lastig om aan merken te denken in plaats van alleen aan de verhalen. Zij willen vooral een goed verhaal maken. Dat is prima, maar je moet ook de funnel in de gaten houden,” legt hij nog eens uit. De bureaus die het vak goed snappen zijn in zijn ogen redelijk schaars. ,,En van reclamebureaus heb ik zelden goede content zien komen. De prijzen kloppen daar ook nooit. Wij maken iets met een camjo, monteren het zelf en gaan weer naar het volgende, maar zij maken vaak nog een filmpje voor 25.000 euro over iemand die een cake bakt. Het is toch een ander vak.”

Het online spel dat contentmarketing heet
Contentmarketing is steeds meer een online spel aan het worden. Een groeiend aantal mensen bij LVB weet alles van de algoritmes van Facebook en Google. Lensink: ,,Formats bedenken is leuk, maar uiteindelijk gaat het erom wanneer de doelgroep het te zien krijgt. We hebben vier mensen die daar fulltime mee bezig zijn. Als wij bij ABN Amro zitten dan neem ik Gerben mee die alles weet van algoritmes. Zo’n Ziggo documentaire maak ik toevallig zelf, maar daarna ga ik met technische man Peter zitten, die met een wensenlijstje komt van twaalf snippets. Die pakketjes gaan in een machine en dan komen ondernemers het tegen op LinkedIn. Content is de brandstof die deze machine aanzet.”

 
De selectie
In de serie ‘Franks Influencers’ maken we in 2017 een serie grote verhalen met mensen die een visie op het vak hebben, die verder kijken dan de dag van morgen. Per deelgebied hebben we een selectie geformeerd van mensen die we graag willen interviewen. Natuurlijk kunnen we deze selectie gedurende het jaar aanpassen/uitbreiden als zich leuke, bijzondere, interessante nieuwelingen of oudgedienden aandienen op een congres of als iemand een bijzonder boek of inspirerende blog schrijft. Oh ja, we hebben vooralsnog geen verdienmodelletje of fancy feest gekoppeld aan de lijst. Het zijn gewoon mensen die wij bijzonder vinden, die niet meelopen in de horde, die het vakgebied een beetje vooruit helpen (want dat is nodig). 
 
De Contentmarketing-influencers:
  1.  Puck Landewé (VodafoneZiggo)
  2. Cor Hospes (Merkjournalisten)
  3. Aart Lensink (LVB)
  4. Patrick Petersen (auteur en docent)
  5. Ed Peelen (hoogleraar contentmarketing UvA)
  6. Carlijn Postma (The Post)
  7. Charlotte Nijs (Nu.nl)
  8. Ebele Wybenga (Contently)
  9. Léon Bouwman (RedactiePartners)
  10. Joyce Borghardt (RTL)
  11. Gonnie Spijkstra (Story First)
  12. Willem-Albert Bol (De Persgroep)
  13. Joe Pulizzi (internationaal contentgoeroe)
  14. Andi Gall (Red Bull Media House)
  15. Carolien Vader (The Big Story)
  16. Patricia Borghouts (GRAZImedia.com)
  17. Leanne Hermans (LINDA.Het Bureau)
 
  2034 Hits
  1 Comment
2034 Hits
1 Comment

Géén papieren krant! Begrepen?

Géén papieren krant! Begrepen?

Eind vorig jaar organiseerde de Persgroep, uitgever van onder andere het AD en De Volkskrant, de Week van de Krant. Bedoeld om het fenomeen ‘krant’ extra aandacht te geven en om aan te tonen dat de krant anno 2016 altijd wel een vorm van de krant is die in je leven past.

 
Denk aan de bomen
Zo vond een goede vriendin de Week van de Krant een goed initiatief. Ze haalt haar nieuwsvoorziening uit andere media en leest nooit een krant, maar wil wel eens uitvinden of ze nieuws mist zonder een betaalde krant. Ze meldt zich aan voor de actie en wordt vervolgens gebeld door een enthousiaste verkoper. Vriendin geeft aan geen behoefte te hebben aan een papieren krant. Denk eens aan al die bomen! Bovendien zijn er genoeg alternatieven. Dat begrijpt de verkoper natuurlijk volkomen en hij begint een heel verhaal over een app waarin de verhalen van alle kranten te lezen zijn.

 
App uitproberen
Vriendin is getriggerd en wil de krant via de app wel uitproberen. Prima, zegt de verkoper. Dan krijgt u volledige toegang tot de app én de krant op zaterdag! Ho even, protesteert vriendin. Ik WIL geen papieren krant, ook niet op zaterdag. ,,Tsja, dat is nou net niet mogelijk. Dan geeft u de papieren krant toch gewoon weg?” Na een te lange discussie met de verkoper over de vraag waarom de app in vredesnaam niet zonder papieren aanhangsel geleverd kan worden, geeft vriendin uiteindelijk toch toe. ,,Goed, doe mij dan die gratis versie van de app mét papieren zaterdagkrant maar.”

 
De addertjes
De verkoper gaat enthousiast aan de slag en vraagt vriendin tussen neus en lippen door welk abonnement ze in gedachten heeft. ,,Abonnement?” vraagt vriendin verbaasd. ,,Het was toch een gratis versie?” ,,Ja maar mevrouw, de gratis versie is nog maar drie dagen beschikbaar en u gaat echt spijt krijgen als u niet meteen een abonnement neemt, dus dan kan ik dat beter direct voor u regelen.” Sorry? Vriendin is binnen enkele seconden afgehaakt en laat de verkoper achter zonder resultaat: geen testversie van de app, geen papieren zaterdagkrant en geen abonnement kunnen slijten.

 
Als de Persgroep echt zo gebaat is bij het promoten van de krant, dan zullen ze zichzelf toch echt opnieuw moeten uitvinden. Maak het de consument gemakkelijk om alleen die versie van de krant uit te testen die het beste bij hem past. Zonder addertjes onder het gras. En vooral ook zonder bijdehante verkopers.
  1275 Hits
  0 Comments
1275 Hits
0 Comments

Méér mediaconcentratie in 2017

Méér mediaconcentratie in 2017

In de Nederlandse mediabranche is er maar één weg: samensmelting en samenwerken om het hoofd te bieden aan de grote Amerikaanse techbedrijven die een groot deel van de reclamemarkt in handen hebben. In de dagbladen- en radiosector zien we de bewegingen al, de tv-branche is straks ook aan de beurt.

 
ABN Amro kwam vorige week met een rapport waarin het heftige cijfers presenteerde: In de Verenigde Staten ging begin dit jaar van elke ‘nieuwe’ dollar die werd besteed aan online advertenties, 85 procent naar Google en/of Facebook. Zij hebben een voorsprong op het gebied van data-analyse, het gericht inzetten van advertenties en de meetbaarheid van advertenties. Ook de naamsbekendheid en het enorme bereik van deze platforms zijn in hun voordeel.

Eigenlijk zijn de cijfers ook weer niet zo verrassend. Publishers merken het namelijk dagelijks. Ook hier pakken - met name - Google en Facebook een groot deel van de advertentiemarkt online. En aangezien er in 2018 volgens ABN Amro 2 miljard van de totale advertentiemarkt van 3,5 miljard euro in Nederland naar ‘digitaal’ gaat, moeten uitgevers hard nadenken over hoe ze de strijd aan moeten gaan met de twee techreuzen. Ja, ze werken ook wel samen met deze partijen, maar het is toch vooral een gevecht. Zolang ‘Brussel’ de macht van Google en Facebook nog niet aan banden heeft gelegd, blijft het advertentiegeld daar met grote bakken binnenstromen.

 
Combinatiepakketten aanbieden is een oplossing
Wat kunnen de Nederlandse spelers doen om te concurreren? ABN Amro meldt in het rapport dat de traditionele spelers moeten inzetten op klantloyaliteit, verticale markten, mobiel en integrale dienstverlening. Zet in op meerdere kanalen en biedt adverteerders combinatiepakketten, is één van de adviezen. En richt je op verticale markten, is een andere tip. Dan maak je een verdiepingsslag die Google en Facebook niet maken. Neem vergelijkingssites met zoekfuncties op specifieke sectoren. Zo kun je online advertenties aantrekken.

Het andere antwoord is concentratie en samenwerking. Ook al vinden de grote Nederlandse mediapartijen dat vaak lastig - één gezamenlijk groot bereiksonderzoek kwam het afgelopen decennium ook maar moeizaam van de grond - het is wel de enige weg.

 
Mediaconcentratie zet door
Dit jaar konden we al een aantal bewegingen zien. Zo werd in januari al aangekondigd dat de radiozenders van 538Groep (Talpa) en Sky Radio Group (van het Telegraaf-concern) in 2017 één worden, waarbij het ook één groot salesapparaat krijgt dat de spotmarkt moet bedienen. Het is de allereerste grote fusie in het radiolandschap en het zou niet vreemd zijn als er meer zouden volgen. Want ook de nog steeds groeiende zender Qmusic (onderdeel van het Persgroep-concern) kan wel een partner gebruiken op de reclamemarkt. Wellicht dat zelfs Ster (publieke omroep) kan aanhaken.

Een ander voorbeeld van mediaconcentratie dat we dit jaar hebben gezien, is nog vers: vorige week kondigde het Vlaamse Mediahuis aan Telegraaf Media Groep (TMG) te willen overnemen. Als alles doorgaat, ontstaan er dan twee grote partijen op de dagbladenmarkt, de Persgroep en Mediahuis, die samen 90 procent in handen hebben. De twee grote partijen kunnen samen zorgen voor enorme slagkracht rond de drukkerijen, maar ook in sales. Daardoor kunnen ze zich concentreren op investeringen in goede producten.

 
Concentraties in de tv-markt
De televisiemarkt moet in 2017 ook die kant op. De dalende kijktijden en druk op de reclamesales hielden de tv-industrie dit jaar in een wurggreep. Het moet de bestaande partijen (RTL, SBS) in die branche aan het denken hebben gezet. Zij moeten het nu nog heel erg hebben van de GRP’s, maar zien ook dat het publiek steeds meer voor on demand en online kiest. Niet alleen is dus een goede online videostrategie nodig, maar ook moet men sterk gaan kijken naar samenwerking. Bovenin de markt gebeurt dat al, want volgend jaar vloeien Ziggo en Vodafone in Nederland samen. In Amerika zien we die beweging op nog grotere schaal, want AT&T wil daar Time Warner overnemen.

Ziggo en Vodafone hebben samen een groot digitaal bereik en vele abonnees. Hoewel Ziggo zelf content produceert, zouden ze nog een grote contentpartner kunnen gebruiken die aanhaakt. Dan komt al snel RTL in beeld, dat al de sales doet voor het succesvolle Ziggo Sport. Het is zomaar even een gedachte die niet onrealistisch is.

Een in Nederland succesvol mediabedrijf zal op meer paarden moeten wedden. Zo zullen de in Nederland grote mediaconglomeraten als Sanoma/SBS, Telegraaf Media Groep, de Persgroep en RTL over de eigen schutting heen kijken. Een mooi voorbeeld op de reclamemarkt is het nog jonge BrandDeli, dat niet alleen de tv-zenders van Discovery, VIMN (MTV, Comedy Central) en FOX (zoals FOX Sports Eredivisie) samen heeft gebracht in één saleshuis, maar ook de sales gaat doen voor VICELAND (de tv-zender van VICE), digitaal met influencersplatform Makers Channel en - zoals deze week bekend werd - ook Twitter in Nederland aan zich heeft gebonden. Een typisch staaltje concentratie én samenwerking.

Op die manier moeten mediawaakhonden ook naar de bewegingen kijken. Het gaat er niet om of twee grote (Belgische) partijen straks te veel macht zouden hebben op de dagbladenmarkt. Laat ze eerst eens kijken of ze Google en Facebook wat minder ruimte kunnen geven. Het belangrijkste is nu dat Nederlandse media levensvatbaar moeten zijn.
  1666 Hits
  0 Comments
1666 Hits
0 Comments

Kan Qmusic gevecht met de groten al aan?

Kan Qmusic gevecht met de groten al aan?

Qmusic heeft zich in ruim tien jaar weten op te werken naar de top van de FM-markt. Met name sinds 2013 is het station dankzij een nieuwe marketing strategie hard gegroeid. Het succes van de radiozender voor en door jongeren verklaard.

 
Qmusic begon in Nederland in 2005 als Q-music, toen de Belgische Persgroep (eigenaar van onder meer dagbladen de Volkskrant, AD en Trouw) het frequentiepakket van Noordzee FM overnam. In Vlaanderen was Qmusic al succesvol met een feel good popformat. Dat zou in Nederland ook moeten lukken. Maar het eerste jaar was het vooral overleven voor deze nieuwe speler in de radiomarkt.

 
Tijd om te groeien
Maar de Persgroep-directie gaf Qmusic de tijd om te groeien en dat was een goed idee: Qmusic is elf jaar later de nummer 3 radiozender - was zelfs even gedeeld tweede - van Nederland en lijkt nog niet uitgegroeid.

In 10+ ging Qmusic vorig jaar in de luisterperiode augustus-september door de 10% marktaandeel-grens heen en was het de tweede zender. In de voor adverteerders belangrijkste doelgroep 20-49 jaar, stond de zender zelfs op 14,9 procent. Volgens de laatste cijfers van luisterinstituut NLO over april-mei 2016 is Qmusic in 10+ nu met 9,2 procent marktaandeel de derde zender van Nederland, achter Radio 538 en ORN. In 20-49 staat het station stevig op de tweede plaats met een aandeel van 14,6.

 
Jongere doelgroep
Verder valt op dat vooral vanaf 2013 Qmusic steeds beter beluisterd wordt. Het is ook het jaar dat een nieuwe koers werd ingezet. Qmusic ging zich richten op de jongere doelgroep tussen 18 en 35 jaar én op jong, zelf opgeleid dj-talent. Dat is best een risico. De radiomarkt moet het altijd hebben van bekende namen. Zo liep er bij Qmusic ook een aantal rond: Gijs Staverman en Jeroen van Inkel bijvoorbeeld. De eerste vertrok in 2013 naar de NPO, de tweede werd in 2014 weggeplukt door Radio Veronica. Programmabaas Iwan Reuvekamp stippelde een strategie uit waarbij radio, internet en marketing op elkaar moesten aansluiten.

 
Mattie en Wietze
Daarbij moest het blijven gaan om feel good en vooral jong. Zo durfde Reuvekamp het aan om de jonge dj’s Mattie en Wietze van wie nog nooit iemand had gehoord op het belangrijkste tijdslot te zetten: in de ochtend.

Nu drie jaar later hebben de twee dj’s nog steeds de ochtendshow, zijn het inmiddels BN’ers geworden en zijn ze in 10+ in de ochtend inmiddels beter beluisterd dan 3FM-jock Giel Beelen.

Het is een logische stap om een jonge doelgroep en jonge dj’s aan elkaar te koppelen. Deze jonge groep heeft immers minder met arrivés als Edwin Evers en andere dj’s die al jaren op de FM te beluisteren zijn. De jonge groep dj’s weten ook meer wat er onder hun leeftijdgenoten speelt en welke muziek bij ze aanslaat. Anderzijds zijn jongeren misschien minder loyaal en hebben ze meer keuzes dan vroeger. Maar ze zappen duidelijk niet weg bij Mattie en Wietze.

 
Marketing sterk punt
Een ander sterk punt van Qmusic is de marketing. Algemeen directeur Robert Bernink weet wat dat is. Hij stapte als marketeer van Heineken over naar Qmusic, werd er marketingdirecteur en schoof vorig jaar naar de toppositie door. Zijn doel is om mensen te laten praten over het merk Qmusic, zo zei hij eerder dit jaar tegen Adformatie: ,,Het ultieme doel? Dat er bij het koffieapparaat over ons gepraat wordt en meer mensen een dag later willen inschakelen om mee te kunnen praten. Qmusic is in die zin ‘aanstekelijk’.’

 
Geduld
Een derde verklaring voor het succes is geduld. Want radio is een ‘langzaam’ medium waarbij je niet in één keer alles moet veranderen. Qmusic had altijd al jonge, nieuwe namen onder de dj’s, naast de oudgedienden. Dat is langzaam maar zeker volledig ‘jong’ geworden. Bij televisie krijg je niet de kans om in een paar jaar te groeien. Als een programma na drie uitzendingen geen goede cijfers laat zien, wordt het genadeloos geschrapt. Bij radio gaat het om de lange adem en ga je pas na pakweg een jaar je nieuwe beleid analyseren. Eigenaar de Persgroep snapt dat.

 
Qmusic op 1?
Het is niet ondenkbaar dat Qmusic binnen afzienbare tijd het marktleiderschap naar zich toe kan trekken, al is Radio 538 nog de onbetwiste nummer 1. Henk Burgerhout, Media Strategy Director Bij Head to Head Media gelooft daar overigens niet zo in. ,,In ieder geval niet op korte termijn. Zeker nu Sky Radio Group en Talpa (One Media Sales) de handen - in welke vorm dan ook - ineen gaan slaan, gaan ze zeker proberen om Qmusic van verder succes af te houden. Daarnaast blijft het probleem dat Qmusic een op zichzelf staande zender is. En bij de wat kleinere budgetten ben je dan toch snel geneigd om je bij één van de huidige combinaties (STER, One Media Sales of SRG) aan te sluiten. Dat brengt je namelijk altijd een betere K/GRP en derhalve (meestal) een betere performance voor het gegeven budget.”
Volgens hem klopt het wel dat adverteerders blij zijn met Qmusic. ,,Dat is natuurlijk allereerst te verklaren uit het succes van de zender. En het feit, dat Qmusic zich sterk bezighoudt met die adverteerder, bijvoorbeeld door middel van workshops etcetera.”
Gevecht om radiomarkt
Hoe het gevecht in de radiomarkt zich gaat ontwikkelen, zal in de tweede helft van het jaar duidelijker worden als Talpa en Sky Radio Group hun samenwerking meer inhoudelijk zullen toelichten. Qmusic gaat het gevecht zeker aan.

 
 
  1959 Hits
  0 Comments
1959 Hits
0 Comments

Is radiomachtsblok John de Mol goed voor adverteerder?

Is radiomachtsblok John de Mol goed voor adverteerder?

Het is onrustig in de radiomarkt nu John de Mol (Talpa) nieuwe allianties smeedt. Eerst met TMG (Sky Radio en Radio Veronica) en onlangs ook met Radio 10. Er dreigt een groot machtsblok te ontstaan waarvan mediabureaus en de concurrenten zich afvragen: is dit goed voor de adverteerder?

Op 1 januari 2017 lopen de vergunningen van de FM-frequenties af. Hoewel minister Kamp ze wil veilen, is de kans groot dat de Tweede Kamer dat tegenhoudt. Afgelopen zomer schaarde de Kamer zich al massaal achter een motie tegen de frequentieveiling. Het laatste woord is daar nog niet over gezegd, maar ondertussen is er veel beweging in de radiomarkt. De minister liet namelijk de crossownership-regeling vallen, wat betekent dat mediapartijen vanaf nu meer dan twee FM-zenders onder hun hoede mogen hebben.

 
Eén grote radiogroep
 
John de Mol loopt voorop in de strijd. De eigenaar (met Talpa) van 538Groep sloot in januari een voor hem lucratieve deal met Telegraaf Media Groep rond de zenders Sky Radio en Radio Veronica. Daarmee komen Radio 538, Sky Radio en Veronica later dit jaar in één radiogroep en kunnen ze samen de adverteerder bewerken.
Maar De Mol was nog niet klaar met zijn grote plan: in mei kwam hij met een tweede set. Hij nam Radio 10 in zijn geheel over. De Mol had een minderheidsbelang in Radio Corp, waaronder Radio 10 en 100%NL vielen. Maar De Mol zag dat Radio 10 enorm gegroeid is in marktaandeel de afgelopen twee jaar en daarom wil hij die sterke zender ook aan zijn nieuwe radiobedrijf toevoegen. Een groep met én 538, Sky, Radio 10 en Veronica is natuurlijk ijzersterk en verreweg marktleider. Hij verkocht meteen Slam!, de dancezender die eerst bij 538Groep hoorde, aan een Oostenrijker die heel Radio Corp heeft overgenomen. Deze meneer Hapsburg voegt die zender nu samen met 100%NL en zo ontstaat er dus een nieuwe radiogroep.

 
 
Eén grote verkooporganisatieWaar De Mol dus al aan het voorsorteren is op 1 januari 2017, kijken andere partijen met argusogen of dat allemaal wel kan. De Talpa-TMG deal moet eerst nog maar goedgekeurd worden door de mededingingsautoriteiten, maar reclameverkopers, mediabureaus en concurrenten in de radiobranche krabben zich wel achter de oren.
In 2014 ontstond verkooporganisatie One Media Sales waarin de gezamenlijke verkoop van concurrerende partijen werd ondergebracht. Ook weer een trucje van John de Mol. Zo kwamen Radio 538, Slam!, 100%NL, Radio 10 en nog een paar kleinere zenders in één reclameverkooporganisatie om zoveel mogelijk pakketten te kunnen aanbieden. Later sloot BNR Nieuwsradio zich ook aan, maar dat stapte er dit voorjaar al weer uit.

 
 
Te groot machtsblok
De vraag is of One Media Sales in deze vorm kan blijven bestaan, als ook Sky Radio en Radio Veronica er nog bijkomen. Wordt dit niet een te groot machtsblok?, is de vraag die iedereen in de radiomarkt zich stelt.

Als we kijken naar de luisteraandelen van februari-maart dit jaar in de voor adverteerders belangrijkste doelgroep 20-49 dan is het antwoord: ja. De One Media Sales zenders hebben dan een gezamenlijk marktaandeel van 30,8 procent, dus bijna een derde. Opgeteld bij Sky Radio en Radio Veronica (samen hebben ze 16,5 procent) komt de nieuwe radiogroep van De Mol c.s. dan uit op 47,3 procent. Bijna de helft van de radiomarkt dus.

 
 
Meer dan de helft van reclamemarkt
 
Radiozenders hanteren een index, die power ratio heet, waarmee het commerciële aandeel wordt berekend aan de hand van de luistercijfers. Als je dit doorberekent dan is het mogelijk dat de nieuwe zendergroep van De Mol veel meer dan de helft van de reclamemarkt naar zich toetrekt.
Met name Qmusic en de Ster zullen daarom iets moeten doen. Qmusic (eigendom van de Persgroep) is in 20-49 nu de tweede zender van Nederland, maar zal zich als de deal doorgaat moeten verenigen met andere partijen om niet onder te sneeuwen op de reclamemarkt. Dat geldt ook voor de Ster, dat nog wel zou kunnen denken aan een samenwerking met de verkopers van de regionale publieke radio ORN.

 
 
Markt gebaat bij concurrentieVoor adverteerders lijkt een groot machtsblok in eerste instantie een voordeel. Maar is dat ook zo? Henk Burgerhout, Media Strategy Director bij Head to Head media  vindt dat niet. ,,Geen enkel machtsblok is goed voor adverteerders noch mediabureaus. De markt is gebaat bij een gezonde concurrentiestrijd en met deze nieuwe ontwikkeling beland je in de situatie van een oligarchie. Niet goed dus! Zeker als het 'De Mol'-blok straks meer dan de helft van de radio-GRP's tot zijn beschikking heeft zal dit ongetwijfeld gevolgen hebben voor de (inkoop)markt. Want waarom zou je nog Qmusic en/of STER inzetten als je met 'De Mol' sowieso al meer dan de helft van je doelgroep kunt bereiken?
Ook bestaat hierbij ook nog eens de mogelijkheid dat adverteerders straks verplicht worden om zenders binnen de One Media Sales-stal in te zetten die men eigenlijk niet wil. Vooralsnog lijkt het ons geen goede zaak dat dit machtsblok gevormd wordt.”
Uiterlijk eind juni maken Talpa en TMG hun verdere plannen bekend rond de invulling van de nieuwe radiogroep. Snel daarna wordt een uitspraak van de Autoriteit Financiële Markten verwacht.
  4413 Hits
  0 Comments
4413 Hits
0 Comments

Be Candid,
it’s contagious.

Candidness is the quality of speaking with
honesty and authenticity. Our Candid editorial
team shares stories that matter on media, data,
marketing, creativeness and technology.

Our Candid editorial team
creates stories that matter.