Candid. Platform
for growth.

Onderzoek: reclame na honderd jaar nog steeds stereotiep

Stereotype-advertenties
Reclame speelt een belangrijke rol in de beeldvorming van mensen op de same...

Echte samenwerking onderzoek, creatie en media scoort beter

Leila-de-Zwart
Als je onderzoekers samen aan tafel zet met mediastrategen en creatieve rec...

Wat we kunnen leren van twee onderzoeken (en een expert) over de effectiviteit van influencers

Kylie_Jenner
Er lijkt een strijd aan de gang tussen de voor- en tegenstanders van influe...

Waar haalt Gen Z het nieuws vandaan? Juist, van Instagram

Instagram_news
Weer zo'n onderzoekje dat GenZ (geboren 1995 tot 2010) slecht bezig is omda...

Hoe belangrijk is het merk écht?

BMW
Interessante onderzoekjes over marketing, wij houden ervan. Dit verhaal gaa...

Weinig boetes in Europa voor overtreden GDPR-wetgeving

GDPR
Afgelopen week vierde de GDPR-wetgeving haar eerste levensjaar, maar het li...

Onderzoek: Facebook selecteert bij digitale advertising op afkomst

Facebook_afkomst
Uit een studie blijkt dat Facebook bij het plaatsen van advertenties select...

De overstap van Facebook naar een ouderwetse verjaardagskalender

kalender_facebook
Op welke social media kanalen moét je aanwezig zijn en waar zit ik zelf nog...

Met zulke ambassadeurs komt DELA er wel weer bovenop

Dela_ambassadeurs
Na een prijswinnende reclamecampagne viel DELA van zijn voetstuk door de 'v...

Onderzoek: nep-review werkt juist averechts

nep-review_20181206-143000_1 nepreviews
Er zit veel gebakken lucht in de reclamewereld en soms is zelfs sprake van ...

E-mailmarketing, werkt dat eigenlijk?

Emailmarketing
De komende tijd gaan we in acht delen iets meer vertellen over e-mailmarket...

Professor en profeet: contentmarketing mist liefde voor verhalen

Liefde-voor-verhale_20180930-184048_1 contentmarketing
Contentmarketing in Nederland hapert. Het ontbreekt aan visie, structuur, e...

Adverteerder sleept Facebook voor de rechter

Adverteerder-klaagt-Faceboo
Facebook misleidt adverteerders door veel betere resultaten voor te spiegel...

ACM onderzoekt nog altijd machtsblok op de radiomarkt

radiomarkt
De Autoriteit Consument & Markt (ACM) kondigde vorig jaar mei aan een o...

Dé gay consument bestaat wel/niet

gayconsument_bestaat
HEMA brengt z'n matrassen sinds kort aan de man met een reclamefoto van twe...

Waarom blijft het huwelijk tussen mkb’ers en online zakendoen zo lastig?

Waarom blijft het huwelijk tussen mkb’ers en online zakendoen zo lastig?
Door William Burghout

Het mkb heeft de kansen van online kanalen nog maar mondjesmaat ontdekt. Er zijn vanzelfsprekend uitzonderingen, maar het gros van de mkb’ers ziet zijn website primair als visitekaartje. Ze besteden beperkte tijd aan online marketing. En zien dan ook slechts een klein deel van hun omzet uit online bronnen komen. Wat is hiervan de oorzaak?

Jaar na jaar is hetzelfde beeld te zien. In 2017 bracht de online monitor van MKB Nederland de online stand van mkb’ers in het land in kaart. Dit jaar presenteren vindbaarheidsdienst Webtexttool en eZiner (online magazines) een mkb benchmark. Wie beide onderzoeken naast elkaar legt ziet hetzelfde patroon: online ontwikkeling krijgt weinig aandacht van mkb’ers, ondanks alle kansen die er liggen. Verandering lijkt niet op komst. De tevredenheid over de huidige situatie is groot.

Cijfers op een rijDe cijfers spreken voor zich in de benchmark. Slechts 15 procent van de bedrijven kan meer dan de helft van de omzet aan online zakendoen toeschrijven. Bij 58 procent blijft het online omzet aandeel kleiner dan 5 procent. Dit wordt echter niet gezien als belangrijkste verbeterpunt. Mkb’ers geven aan vooral hun online vindbaarheid te willen verbeteren. Maar voor dit onderwerp is beperkte tijd beschikbaar: de helft van de mkb’ers reserveert er minder dan een uur per week voor. Dit alles lijkt niet aan te sluiten op algemene trends. In Nederland groeit de online omzet met dubbele cijfers. Maar dit motiveert het mkb dus slechts beperkt om in actie te komen.

Geen groeiambitiesWat maakt dat het huwelijk tussen mkb’ers en online zakendoen zo lastig blijft? Onderzoeker Kyrill Poelmans van de MKB Benchmark ziet verschillende redenen. ,,We hebben in ons onderzoek gezocht naar verklaringen voor het passieve gedrag van veel mkb’ers. Daarbij hebben we een drietal factoren gezien die een rol spelen.’’

 
1. Onbekend maakt onbemindEen groot probleem onder mkb’ers is het beperkte inzicht in de eigen online prestaties. Het aantal bezoekers op de eigen website is bijvoorbeeld vaak onbekend. Van de mkb’ers geeft 26 procent aan geen idee te hebben over het aantal websitebezoekers. Nog eens 16 procent heeft zich er zelfs nooit in verdiept. Bij het beoordelen van de online omzet speelt hetzelfde punt: bijna 1 op de 3 ondernemers durft hier geen inschatting van te maken.

,,Als je geen beeld hebt van je online prestaties, dan is het lastig om trends te ontdekken. Zo is er geen directe motivatie om meer werk te maken van de online aanwezigheid,” aldus Poelmans. Omgekeerd werkt het ook. Bedrijven die herkennen dat er meer omzet via de website wordt gegenereerd, nemen vaker een eigen internetmarketeer in dienst. ,,Door de extra aandacht die het online kanaal dan krijgt, kunnen de groeitrends worden versterkt.”

 
2. Alles wordt nietsEen volgend punt dat een rol speelt bij mkb’ers is tijdgebrek. Wellicht wordt dit veroorzaakt door een gebrek aan focus. Poelmans: ,,Het is opmerkelijk hoeveel verschillende online activiteiten mkb’ers zeggen te ontplooien. Naast de website moet aandacht worden verdeeld over verschillende social media, e-mailservices en zoekmachine marketing.” Per activiteit blijft er weinig tijd beschikbaar. Voorbeeld? 67 procent van het mkb geef aan e-mail voor marketingdoelen in te zetten. Maar in meer dan de helft van de gevallen wordt slechts een paar keer per jaar een e-mail verstuurd. ,,E-mail kan een effectief kanaal zijn, maar dan moet het wel voldoende aandacht krijgen. Als je alles half doet, zullen resultaten uitblijven.” Bij social media speelt hetzelfde issue. De meeste bedrijven zetten verschillende platforms in. Maar tijd om ze allemaal aandacht te geven is er niet.

 
3. Het einde in zichtBinnen het mkb zijn sommige vraagstukken nijpender dan het inspelen op markttrends. Veel ondernemers zien de pensioenleeftijd naderen. Een groot deel van de mkb’ers verwacht binnen nu en vijf jaar het stokje door te geven. Dit wordt veelvuldig genoemd als reden om niet in te zetten op online groei.

,,De generatie ondernemers die actief kijkt naar bedrijfsopvolging heeft sowieso minder ervaring met online zakendoen. Dat een groeiend online omzetaandeel kandidaat-opvolgers kan overtuigen in een bedrijf te stappen is nu zelden een reden om te investeren in online groei.”

Inspelen op marktkansenBlijft tot slot de vraag hoe erg het is dat mkb’ers zich nog niet richten op online zakendoen. Het onderzoek laat namelijk ook zien dat het mkb over andere effectieve omzetkanalen beschikt. Waarbij het eigen netwerk vaak een belangrijke rol speelt. ,,Zeker nu de economie aantrekt, krijgen veel mkb’ers weer lucht. Een directe noodzaak om de werkwijze te veranderen ontbreekt dan,” stelt Poelmans. ,,Maar de marktontwikkelingen stoppen niet. De verschuiving van offline naar online business gaat onverminderd door. Daarom is het voor het mkb toch slim in te spelen op online groeikansen. Te meer omdat je met iets meer aandacht voor het onderwerp al veel directe concurrenten op achterstand kunt zetten.”

William Burghouts is oprichter/eigenaar van eZiner. De mkb benchmark 2018 is een initiatief van Webtexttool (teksten vindbaar maken) en eZiner (ebooks, whitepapers en online magazines).

De geloofwaardigheid van influencers? Een kwestie van regie

De geloofwaardigheid van influencers? Een kwestie van regie

Clichéalarm, maar het klopt wel. Steeds meer merken zetten influencers om jongeren te bereiken. Maar hoe zit het met de geloofwaardigheid? Hoe los je dat op?

 
Het is zo’n onderwerp dat veel lunchtafels in de marketing- en communicatiesector domineert; de geloofwaardigheid van influencers. Op twitter discussieerden contentmarketingexpert Cor Hospes en invloedrijk PR-man Jos Govaart onlangs over dit onderwerp. De mannen kwamen er niet helemaal uit.


Aanleiding voor de discussie was Brits onderzoek waaruit kwam dat 43 procent van de ondervraagden liet weten dat influencers vaak ongeloofwaardig zijn omdat ze werken met merken waarin ze zelf niet geloven. 52 procent van de ondervraagden denkt dat influencers worden betaald als ze over een merk praten en 61 procent van de respondenten liet weten merken te unfollowen die teveel producten ‘endorsen’. Slechts 5 procent van de mensen gaf aan te geloven dat influencers ‘oprecht’ zijn.


Casey Neistat heeft een briljante podcast met zijn vrouw
Toevallig ben ik afgelopen week online in het leven van YouTuber Casey Neistat gedoken. Er moest bij mij thuis een badkamertje schoon en in het podcastlijstje stond de nieuwe podcast van Neistat en zijn vrouw bovenaan. De Enzo Knol van de hele wereld is samen met zijn vrouw de Couples Therapy Podcast begonnen. Hierop praat hij dus in podcastvorm heel openhartig over zijn relatie. Het is geweldig en Jildou van LINDA: gewoon organiseren dit! Dat wordt een tophit natuurlijk; de grootste YouTuber ter wereld die openlijk praat over de ups en downs van zijn relatie. Zien/horen jullie Chantal Janzen al zitten met haar man? (ik wel eigenlijk).


Make it Count
Maar goed, ik wilde dus iets meer weten over die leuke Neistat en daarom luisterde ik zijn podcastinterview met Tim Ferriss. Zij hadden het over de loopbaan van Neistat en toen kwam het verhaal over zijn populairste filmpje ever voorbij. Dat is namelijk Make It Count, een film van 4 minuten die al 27 miljoen keer bekeken is. Niet zozeer het filmpje is opmerkelijk, een reisverslag waarbij Neistat in korte tijd over de hele wereld trekt, maar het verhaal eromheen. We spreken 2012 en de filmmaker begint naam te maken als reclamefilmer, maar hij vindt het een beetje saai worden om steeds te doen wat andere bedenken. Hij wordt voor de derde keer in zijn loopbaan gevraagd om een film te maken voor Nike; bedenk ‘iets’ voor de bestaande Nike-campagne Make It Count. Hij besluit zich echter niet te storten op allerlei strategische sessies en briefings, maar gebruikt het volledige budget om de wereld over te reizen net zo lang totdat het budget op is. Dit allemaal onder het motto ‘Make it Count’.
De film wordt volgens Neistat op de podcast binnen en paar dagen de best bekeken online campagne allertijden voor Nike.


Het gaat vaak mis in de regie

‘Voor Millennials is YouTube het nieuwe Google’

youtube-millennals

Jongeren bereiken is voor retailers een behoorlijke opgave: naar tv kijken ze allang niet meer, radio is vervangen door Spotify en kranten zijn vooral iets voor in de kattenbak. Oftewel: adverteren is zinloos. Hoe verleid je een jonge doelgroep dan wél bij jou te kopen? Het gaat om beleving en het moet klikken. Voor jongeren is YouTube het nieuwe Google.

 
Ken je die mop van die millennial die de krant zat te lezen? Nee, wij ook niet. Slechts 1 à 2 procent van generatie Y slaat nog weleens een papieren krant open om te weten wat er aan de hand is in de wereld, blijkt uit onderzoek van MediaTest en Wayne Parker Kent. Uit ander onderzoek onder 400 millennials blijkt dat ook radio en tv massaal worden genegeerd door deze doelgroep.

Reclamebudget het riool in
Oud nieuws wellicht, maar voor retailers is het wel slecht nieuws. Want voor bedrijven is deze doelgroep hierdoor ook maar moeilijk te bereiken. ,,Veel retailers proberen aanbiedingen nog altijd op de traditionele manier aan de man te brengen bij generatie Y: via reclame in dagbladen, radio en op tv,” zegt retailexpert en -trendwatcher Fred Rutgers. ,,Je kunt je reclamebudget net zo goed meteen het riool in pompen, want uit veel onderzoeken blijkt dat een boodschap via die kanalen de doelgroep niet bereikt. Toch lijkt niemand in de retail daar stil bij te staan.”

Instant satisfaction
Een voor de hand liggende oplossing zou adverteren op social media zijn: een gouden regel is ten slotte: zijn waar de doelgroep is. Maar dat is niet zo simpel, zegt Rutgers. ,,Adverteren op Facebook heeft weinig zin als je jongeren wilt bereiken, want die keren dat platform al een tijd de rug toe. Ik ben 57 jaar en volgens mijn zoon dus technologisch volledig afgeschreven. Dat ik op Facebook zit, is voor hem reden daar juist niet te willen zijn.” Het onlinebereik van Instagram en Snapchat onder 13- tot 34-jarigen mag dan gestegen zijn en daarmee een betere optie lijken om te adverteren, maar ook dat garandeert geen succes, aldus de expert. ,,Deze generatie is überhaupt niet zo geïnteresseerd in aanbiedingen. Als ze een goede deal zoeken, gaan ze daar zelf wel naar op zoek. Millennials zijn individualisten – generatie Y is eigenlijk generatie I. Ze zitten in hun eigen cocon, zijn op zoek naar instant satisfaction en zijn gewend alles on demand te kunnen kopen: wanneer ze willen, op hun manier en het liefst volgens hun eigen prijs.”

Millennials zijn een populaire doelgroep met veel koopkracht, zegt Rutgers – velen wonen nog thuis, waardoor hun vrij besteedbare inkomen hoog is – maar dus ook een moeilijk te bereiken en tevreden te stellen doelgroep.

Het moet klikken
Maar hoe zorg je ervoor dat je millennials wél aanspreekt? ,,Het gaat deze generatie om beleving,” zegt Rutgers. ,,Ze moeten een winkel leuk vinden, er graag gezien worden en gesignaleerd worden als klant. En ze willen omgeven zijn door soortgelijke types. Het is net als met Facebook: als tante Truus in haar bloemetjesjurk de winkel binnenkomt, willen zij er niet meer dood gevonden worden. Maar vaste kant zijn in een winkel waar mensen werken met wie ze een klik hebben, vinden ze wél cool.”

Dat betekent volgens Rutgers niet ‘jong doen’, maar: je uitspreken en laten zien waar je als retailer voor staat. ,,Een grote groep jongeren wil er leuk uitzien, maar geeft weinig meer om merkkleding. En veel millennials zijn bezig met duurzaamheid; ze kiezen heel bewust voor biologische kleding. Daarnaast willen ze geen verkopers die meteen bovenop ze duiken, maar wel veel hulp als ze daarom vragen. In een winkel – online of fysiek – die die trends begrijpt, voelen zij zich begrepen.”

Uniqlo is er voor jongeren
Daar kan een nieuwe keten als Uniqlo – de Japanse modegigant die dit najaar een eerste vestiging in Nederland opent, op de Amsterdamse Kalverstraat – zijn voordeel mee doen. In België, waar de keten al zit, is te zien hoe de kleding in de markt wordt gezet: op Instagram, Facebook en de Belgische site zijn geen modellen onder de dertig jaar te zien, zien we basic (‘maar niet trendy’, aldus het bedrijf) items, uitsluitend van het eigen merk, en tips hoe je die moet dragen ‘voor wat extra cool’. De beleving staat hoog in het vaandel: elke ochtend zouden winkelmedewerkers interactie met klanten oefenen. Qua duurzaamheid zou er nog wat kunnen gebeuren: nadat Uniqlo negatief in het nieuws kwam bij onze zuiderburen, beloofden ze vorig jaar zich meer in te zetten voor het milieu en mensenrechten. So far, so good.

Kort en krachtig
Maar wat zou zo’n keten nou moeten doen als het om marketing gaat? ,,Je heel goed afvragen of je nog wel marketingbudget in traditionele advertenties moet steken en korte filmpjes over je producten maken en die op YouTube zetten. Voor jongeren is YouTube het nieuwe Google: om te beslissen of ze iets kopen of niet, zoeken ze als eerste een filmpje. Ze willen op een makkelijke manier heel veel, heel kort en heel snel informatie over een product vinden. In hapklare brokken.” HD-kwaliteit, foutloze montage, perfecte belichting en topgeluid hoeven niet, zegt Rutgers, en geavanceerde apparatuur is niet nodig: een iPhone 8 en software à 25 euro zijn voldoende. ,,Een kort en krachtig verhaal, daar gaat het om. Als jij in een paar seconden kunt uitleggen waarom die ene sneaker dé sneaker to have is, kan de doelgroep snel beslissen. Laat ze dus meteen weten: what’s in it for me? Ze vinden die filmpjes omdat ze specifiek op zoek zijn naar dat product, dus geef ze meteen wat ze zoeken.”

Social media-booths
De winkelervaring kan ook nog meer afgestemd worden op social media, zodat klanten reclame voor je maken. In Azië bestaan al social media-booths in kledingwinkels. Daarin kun je een kort filmpje van jezelf in je net aangetrokken broek maken en die via social media naar een vriend versturen of op YouTube zetten met een tekst als: ‘Ik heb dit aangetrokken, vind je ’m leuk of liever in een andere kleur?’ Op de achtergrond is duidelijk te zien in welke winkel je bent. Een marketingmethode waar Uniqlo wereldwijd ook al gebruik van maakte, zoals in Berlijn en San Francisco. Rutgers: ,,Ik ben ervan overtuigd dat die booths ook in Nederland komen, al zal het nog wel even duren. Op Schiphol staan ze ook, na de douane – bedoeld om via social media te laten weten dat je op vakantie gaat.”

Goed begrepen
Er zijn retailers die die boodschap al goed begrepen hebben, zegt Rutgers: Bever laat winkelmedewerkers op zijn YouTubekanaal in korte filmpjes uitleggen hoe je een broek waxt zodat-ie waterafstotend blijft, hoe je wandelschoenen en een slaapmat kiest en welke onderhoudsmiddelen je het beste kunt gebruiken. Tom Coronel doet het met zijn winkels Barbecueshop.nl en Televisiewinkel.nl ook niet verkeerd: in zelfgemaakte filmpjes prijst hij hierin de ene na de andere barbecue of tv-weekendknaller aan en laat hij zien wat ze kunnen. ,,Hij gaat een middagje voor een camera staan en vertelt achtereenvolgens van allerlei apparaten waarom ze de beste uitvinding sinds het gesneden brood zijn. Zo kun je in recordtempo veel filmpjes maken, die beter werken en goedkoper zijn dan advertenties in traditionele media. Een opgewonden standje laten vertellen waarom iets fantastisch is, enthousiasmeert meer dan een foto.”

Buigen of barsten
Het is buigen of barsten voor (mode)retailers, zegt Rutgers: wie zijn marketing niet afstemt op het onlinegedrag van millennials, raakt achterop. ,,De meeste retailers zijn bang om hun oude aanpak te veranderen, zijn gemakzuchtig of hebben een gebrek aan inventiviteit. Maar dat iets altijd op een bepaalde manier goed ging, betekent niet dat het altijd goed zal gaan. Er bestaat echt zoiets als retail-Darwin.”

Influencers kopen op grote schaal volgers

Influencers kopen op grote schaal volgers

Het is een miljoenenbusiness: het verkopen van fake volgers aan gebruikers van social media. Ook influencers die met bedrijven samenwerken blijken volgers te kopen. Ze zijn overigens niet de enige: ook celebrities, sporters, mensen uit de mediawereld en marketeers doen eraan mee. Justitie in de VS is een onderzoek begonnen.

 
The Followers Factory - de volgersfabriek - zo noemt The New York Times de bedrijven waar je als gebruiker van social media volgers kan kopen. De krant deed er uitgebreid onderzoek naar. Daaruit blijkt hoe zulke bedrijven via fake accounts miljoenen volgers leveren aan klanten. Op Facebook staan naar schatting 60 miljoen fake accounts; Twitter heeft er mogelijk 48 miljoen.

Brands werken graag samen met influencers vanwege de vele volgers die ze hebben. Maar die volgers blijken niet altijd echt te zijn, al zijn de profielen op fake accounts nauwelijks van echt te onderscheiden. Foto’s worden gekopieerd van bestaande profielen. Een 17-jarige Amerikaanse bleek een fake account met haar eigen naam en foto te hebben waarin ze reageert op berichten in het Arabisch, een taal die ze helemaal niet beheerst. En ze is bepaald niet de enige met zo’n account.

 
Een kwart miljoen volgers erbij? Wij regelen dat!
Devumi is een van de bedrijven waar je volgers of views kan kopen. Het bedrijf bood tot voor kort klanten de mogelijkheid tot 250.000 volgers op Twitter te kopen voor een prijs die begon bij 12 dollar. Sinds de onthullingen is dat niet meer mogelijk. Devumi heeft meer dan 200.000 klanten, waaronder bedrijven, celebrities en YouTubers die een grotere impact willen hebben op hun audience. Uit onderzoek van The New York Times blijkt dat Devumi beschikt over 3,5 miljoen geautomatiseerde accounts voor social media. Zo’n 55.000 fake Twitter-accounts gebruiken de namen, profielfoto’s en woonplaatsen van bestaande Twitter-gebruikers. Ook van minderjarigen zijn namen en foto’s overgenomen van bestaande accounts. Justitie in New York is nu een onderzoek begonnen naar Devumi. Maar vermoedelijk zijn er nog tientallen andere bedrijven die er vergelijkbare praktijken op nahouden.

 
Zeker honderd influencers met fake volgers
Opvallend is dat ook influencers volgers blijken te kopen. Bedrijven willen graag met hen samenwerken om producten onder de aandacht te laten brengen. De influencers, bijvoorbeeld YouTubers, krijgen daarvoor betaald en hoe meer volgers ze hebben, hoe meer ze verdienen.

In het onderzoek zijn honderd influencers geïdentificeerd die fake volgers hebben gekocht. Onder hen zijn grote namen, zoals Kathy Ireland, door Forbes in 2015 uitgeroepen tot een van de 50 rijkste self-made zakenvrouwen. Het voormalige topmodel richtte een design- en marketingfirma op en geldt als succesvol ‘brand ambassador’. Ze heeft meer dan miljoen volgers op Twitter. In januari vorig jaar had ze er nog 160.000. Maar de maand daarop kocht een medewerker er 300.000 volgers bij voor een bedrag van tweeduizend dollar, zo ontdekten de onderzoeksjournalisten. Daarop volgden nog meerdere aankopen van volgers. Het grootste deel van haar volgers blijkt fake zijn.

 
Nog meer onthullingen
Andere voorbeelden van influencers die volgers op grote schaal kochten zijn Nicole Lapin (tv-host, auteur en ondernemer), Sam Hurley (die zich personal branding guru noemt) en Arabella Daho (als teen influencer bekend onder de naam Amazing Arabella). De 14-jarige Arabella en haar broer Jaadin verdienen als influencers samen zo’n honderdduizend dollar per jaar. Ze werken met merken als Amazon, Louis Vuitton en Nintendo.

Ook marketingconsultants blijken soms veel volgers te kopen. Jeetendr Sehdev noemt zichzelf ‘the world’s leading celebrity branding authority’. In 2015 begon hij met het kopen van honderdduizenden fake volgers bij Devumi. Dat hielp bij de verkoop van zijn boek ‘The Kim Kardashian Principle: Why Shameless Sells’. Sehdev verklaarde zijn populariteit vanwege de ‘authentieke’ manier waarop hij schrijft. Inmiddels is duidelijk dat het om fake volgers gaat.

 
Fake accounts lastig te onderscheiden
Om te weten te komen hoe de verkoop van fake volgers in zijn werk gaat, meldden de onderzoeksjournalisten zich als klant aan bij Devumi. Ze zetten een test-account op Twitter op en betaalden Devumi 225 dollar voor 25.000 volgers. De eerste tienduizend volgers leken echte mensen. Er stonden profielfoto’s bij de accounts, namen en woonplaatsen. Het bleken gekopieerde accounts van echte gebruikers, maar met kleine verschillen. Zo was de resolutie van de foto veranderd en waren kleuren iets aangepast, waardoor de foto lastiger is te traceren. Namen werden net iets anders gespeld. De volgende 15.000 accounts bleken minder professioneel, omdat een profielfoto ontbrak. Maar de fake accounts deden het goed: ze zorgden voor veel retweets en konden met meerdere talen overweg.

 
Iedereen doet dit
De krant zocht ook klanten van Devumi op. Niet iedereen wilde toegeven dat ze fake volgers hadden gekocht, maar sommigen waren verrassend open. „Iedereen doet dit,” zegt een actrice. Anderen erkenden dat ze het hadden gedaan, maar zeiden spijt te hebben. „Het is fraude,” erkent James Cracknell, een Britse roeier die Olympisch goud behaalde. Hij kocht 50.000 volgers bij Devumi, maar is er nu helemaal klaar mee. „Het is niet gezond dat mensen je beoordelen op hoeveel likes of hoeveel volgers je hebt.”

 
Influencer marketingbureaus: goed dat dit is onderzocht
Bij bureaus die adviseren over influencers krijgt het onderzoek van The New York Times veel aandacht. „Het is het gesprek van de dag,” zegt Alexa Tonner van influencer marketing agency Collectively in magazine Digiday. Ze wijst erop dat het probleem bekend was, maar de omvang niet. Het is goed dat ook in de hoogste gelederen doordringt dat er iets moet gebeuren.

Justin Moore is CEO van influencer marketingbureau Trending Family en hij denkt dat het onderzoek van The New York Times een keerpunt markeert. Moore verwacht dat steeds meer merken zich zullen afkeren van cijfers zoals aantallen volgers en in plaats daarvan engagement centraal gaan stellen.

 
Het gaat om de engagement
Dat vindt ook Danica Kombol, CEO van Everywhere Agency, een influencer marketingbureau dat werkt met Fortune 500 bedrijven. In magazine PRNews zegt hij dat de waarde van influencers niet ligt in de aantallen volgers, maar juist in engagement en interactie. Hij merkt dat het lastig is te bewijzen of een influencer fake followers heeft. „Maar als je iemand ziet met duizenden volgers op Instagram en geen reacties bij de posts, dan is er iets aan de hand. Wij gaan met dat soort influencers niet in zee.”

 
Brands: liever engagement dan veel volgers
 
„Ik raakte in een weekend 500 volgers kwijt,” laat comedian Dan LaMorte weten. Hij kan er grappen over maken. Actrice Adina Porter gaat erin mee. „Ik verloor vijf- tot zesduizend volgers in een dag.”
 
De onderzoeksbevindingen hebben de social media aangezet hun gebruikers nog eens goed te bekijken. Met Twitter voorop. „Ik raakte in een weekend 500 volgers kwijt,” laat comedian Dan LaMorte weten. Hij kan er grappen over maken. Actrice Adina Porter gaat erin mee. „Ik verloor vijf- tot zesduizend volgers in een dag.” Uiteindelijk is het ook voor influencers beter om van fake volgers af te komen, schrijft Mashable. Een verlies aan volgers komt misschien hard aan, maar je kan maar beter transparant en authentiek zijn zonder misleidende cijfers. „Brands willen investeren in social media zonder dat ze schade oplopen,” zegt Bijoy Patel van CompuBrain, een bureau dat invloed op Facebook en Twitter analyseert. Hij merkt dat voor veel bedrijven het aantal volgers niet het belangrijkste is, al doet dat niks af aan het schandaal van de fake accounts. „Merken willen vooral weten of er echt engagement is.”

 

Onderzoek 'femvertising' geeft Dove gelijk

Onderzoek 'femvertising' geeft Dove gelijk

Stereotype reclame waarin vrouwen zich niet herkennen werkt niet. We moeten af van magere, blanke modellen en echte vrouwen laten zien, realiseerden ze zich bij Unilever-dochter Dove. Een Zweedse studie over ‘female empowerment advertising’ oftewel ‘femvertising’ geeft het merk gelijk.

 
Het onderzoek wordt belicht in de vierde SWOCC-selectie van 2017. Studenten van de Zweedse Stockholm School of Economics voerden experimenten uit met stereotype en minder stereotype reclame. Dat deden ze voor verschillende merken op het gebied van ondergoed, sportkleding, shampoo, telecom en auto’s. Wat bleek: stereotype reclame leidt tot meer weerstand onder vrouwen. Ze ergeren zich, laten zich niet beïnvloeden en krijgen het gevoel om juist het tegenovergestelde te willen zijn.

Minder stereotype femvertising roept minder weerstand op en wordt positiever beoordeeld. Zowel het merk als de commercial.

 
Droomwereld
Volgens de onderzoekers heeft het gebruik van stereotypen nog steeds de overhand. Lang was de heersende gedachte in marketing om mooie, slanke, succesvolle mensen in commercials te laten zien. Aan die droomwereld konden consumenten zich spiegelen en optrekken. Daarom overheersen in reclame nog steeds sociale rolmodellen en stereotypen. Dat de werkelijkheid anders is, was geen issue. Deze eeuw wordt langzaam gehakt gemaakt van die aanpak.

Vooral vrouwen pikken het niet meer. Stereotype schoonheidsidealen leiden namelijk tot een negatief zelfbeeld en beperken vrouwen juist in hun ontwikkeling. Bovendien herkennen zij zich niet in de op hen toegespitste reclame.

 
Kritiek op campagnes
Lichaamsverzorgingsmerk Dove kwam ook tot die conclusie. Dove-campagnes werden in het verleden vaak bekritiseerd. Toen ging het vooral over de magere modellen, met wie vrouwen met een maatje meer zich niet konden identificeren. In oktober 2017 ging het merk nog flink de mist in met een misplaatste advertentie waarin een zwarte vrouw zich wit wast met Dove zeep. Daarvoor moest het bedrijf flink door het stof.

Inmiddels heeft moederbedrijf Unilever zich met andere partijen aangesloten bij het VN Vrouweninitiatief ‘Unstereotype Alliance’. Dove lanceerde de nieuwe campagne ‘My Beauty My Say’, waarin werd gebroken met stereotypen. In de commercial mochten dikke, dunne, blanke, donkere, lesbische en oudere vrouwen vertellen hoe zij over schoonheid denken. Een breekpunt. De commercial is alleen op YouTube al 13 miljoen keer bekeken.

 
Meer omzet
Tijdens het event ‘Energie van Diversiteit’ vertelde Unilever al waarom het achterhaalde en seksistische stereotypen schrapt uit reclame. Uit onderzoek blijkt namelijk dat 40 procent van de doelgroep zich niet meer aangesproken voelt door de advertenties van het bedrijf. Uit de eerste cijfers bleek al dat reclame zonder ‘stereotypes’ 25 procent meer omzet en meer impact oplevert.

 
Reactance theorie
De studie ‘Advertising like a girl: Toward a better understanding of femvertising and its effects’ van ina Åkestam, Sara Rosengren en Micael Dahlen geeft Unilever en Dove daarin gelijk. Zij verklaren de resultaten vanuit de zogeheten reactance theorie uit de psychologie. Die stelt dat iedereen geneigd is om zijn of haar persoonlijke vrijheid te behouden. Als iemand gedwongen wordt om tegen zijn zin een bepaald beeld te accepteren, roept dat weerstand op en zal die persoon juist het tegenovergestelde gedrag vertonen. Volgens de onderzoekers zorgt de nauwe beeldvorming in reclame voor dit effect.

 
Vrouw als CEO
Volgens het SWOCC heeft het onderzoek diverse praktische implicaties voor marketeers. Zij zouden vrouwen vaker op een niet-traditionele manier moeten neerzetten. Het maakt daarbij niet uit om welk product het gaat. Het werkt bijvoorbeeld ook voor auto’s en sportkleding. Ook gaat het bij stereotypen niet alleen om uiterlijke kenmerken zoals dik of slank, blank of zwart. Het gaat ook om sociale rollen. Dus zet vrouwen niet altijd neer als huisvrouw of telefoniste, maar ook als CEO en ingenieur. Ook niet-stereotype reclame valt namelijk onder het kopje duurzaamheid, waar veel bedrijven naar streven.

 
https://www.youtube.com/watch?v=_XOa7zVqxA4&t=6s

Be Candid,
it’s contagious.

Candidness is the quality of speaking with
honesty and authenticity. Our Candid editorial
team shares stories that matter on media, data,
marketing, creativeness and technology.

Our Candid editorial team
creates stories that matter.