Candid. Platform
for growth.

Lotte Rensen: ‘Begin klein en houd het authentiek’

clubvanlottefoto
​Netwerkevents en community's gericht op vrouwen: ze zijn overal. Allemaal ...

Emilie Sobels: 'Thuis of in een koffiezaakje werken is voor deze groep niet meer voldoende'

sobelsevent
Netwerkevents en community's gericht op vrouwen: ze zijn overal. Allemaal n...

De populariteit van community’s en netwerkevents voor vrouwen

netwerk_vrouwen1
Netwerk events en community's gericht op vrouwen: ze zijn overal. Allemaal ...

XXS Amsterdam sluit zich aan bij Candid Group

XXS_candid
Het bureau XXS Amsterdam zal zich aansluiten bij de Candid Group (waar wij ...

Revolutie in bureauwereld krijgt vorm

revolutie_bureauwereld
Is de relatie tussen de CMO en communicatieholdings in gevaar, zoals Forres...

Ron Simpson van The Avocado Show: het merk is groter dan het restaurant

Ron Simpson van The Avocado Show: het merk is groter dan het restaurant

The Avocado Show is in principe ‘gewoon’ een restaurant in de Amsterdamse Pijp. Maar het is vooral het merk waarmee eigenaar Ron Simpson de wereld wil veroveren. Een contentmarketingcase over de online connectie met…avocadofans.

 
Ron Simpson en Julien Zaal, allebei afkomstig uit de evenementenwereld, hadden in 2016 een goed jaar gedraaid. Ze hebben inmiddels een aardige online achterban en daar putten ze uit als ze een goed feest organiseren. De online wereld van vooral Instagram kent weinig geheimen voor de mannen. Ze zeiden tegen elkaar: moeten we niet iets bedenken dat langer dan een dag meegaat? Het zou een klein zaakje in de Amsterdamse Pijp worden, geen gedoe met leningen en ze vonden een pand waarin ze die ambitie konden vormgeven. Ze belden Jamie van Heije om zakelijk te helpen en die vond het zó leuk dat hij ook instapte in ‘The Avocado Show’, een restaurant met alleen gerechten van de…..inderdaad.



ContentmarketingwettenBepalend voor het succes van The Avocado Show zijn de wetten van de (online) contentmarketingwereld: je bouwt een publiek op, maakt ze fans van je merk en daarna kan je eigenlijk alles aan je achterban verkopen wat je wilt. Het is veel meer dan een marketingconcept, namelijk een businessmodel (Joe Pulizzi en Robert Rose schreven hierover hun standaardwerk Killing Marketing). Het bijzondere aan de versie van The Avocado Show is dat het publiek al bestond terwijl je daar normaal gesproken veel tijd voor moet uittrekken.
,,Als iemand online een oreotaart heeft gemaakt dan wordt dat direct 18 miljoen keer geliket. Dat zijn producten die fans hebben.’’
Goede naam voor een restaurantAl nadenkend over de plannen kwamen ze uit op de avocado als basis, ‘The Avocado Show’ was een goede naam voor een restaurant. De mannen ontdekten dat er een online wereld is van avocadoliefhebbers die met elkaar verbonden is door de liefde voor dit - plotseling hippe - product. ,,Er zijn wereldwijd meer dan 100 miljoen avocadofans,’’ zegt Simpson. ,,Dus stel dat je onderzoek moet doen naar de haalbaarheid dan is dát de basis. Mensen eten het niet alleen op grote schaal, ze zijn zelfs fan, het valt in de categorie ‘oreo’. Als iemand online een oreotaart heeft gemaakt dan wordt dat direct 18 miljoen keer geliket. Dat zijn producten die fans hebben.’’ Het tweede belangrijke uitgangspunt was dat de avocado een icoon is…loop een hip winkeltje binnen en je ziet cactussen, flamingo’s, unicorns en avocado’s. ,,Die staan voor knappe meisjes en levensgenieters uit de stad en de avocado zei: fuck it, ik hoor hier tussen.’’

 
Een verdienmodel rond avocado’sOkay, dat is dus ‘de markt’, maar dan is het nog zaak om de wereld van de avocado te koppelen aan die van de drie mannen. Pas dan ontstaat er immers iets van een verdienmodel. ,,Wij bestudeerden die avocadowereld en ontdekten dat die wereld van niemand is. De avocado is niet geclaimd, er is geen marktleider ofzo en dat is raar. Want als je in Nederland een watertje bestelt dan zeg je toch Spa Blauw? De avocado noem je gewoon bij de naam; we kwamen t-shirts, menukaarten en avocado’s in de supermarkt tegen, maar er is geen moedermerk en toen viel het kwartje ineens.’’

Het besef ontstond dat ‘The Advocado Show’ een wereldwijd merk moest worden. ,,We zijn echt niet het eerste avocadorestaurant in de wereld, maar wel het eerste merk met het restaurant als basis waar alles samenkwam; de liefde voor de avocado, maar ook de lifestyle die erbij hoort. ,,Bij ons maken mensen al foto’s van zichzelf als ze binnenlopen. Dan gaan ze zitten, nemen weer twee foto’s van het interieur en dan is er nog steeds niets besteld. Wij hebben wel eens geturfd hoe dat werkt en 98 procent van de bezoekers pakt zijn telefoon als het eten komen en maakt de foto die op Instagram gratis reclame voor ons is.’’


De koningin van de avocadoZe vonden Shawn Harris, ‘de koningin van de avocado’, bereid om geld te investeren en begonnen te bouwen aan het merk ‘The Avocado Show’. Daarbij past moeiteloos een merchandiselijn van 100 producten die in februari moet staan, een koffietafelboek met het verhaal van de avocado, een documentaire over de grootsheid van de avocado en vooral een franchiseconcept waarbij er het komende jaar vijf The Avocado Showrestaurants in Europa moeten staan.
Foto: Adrielle Dankier, Shawn Harris, Ron Simpson en Julien Zaal
 
50.000 volgers facebookMaar nog even een klein stapje terug. Nog voordat het restaurant openging in maart werd die connectie gemaakt met de avocadoliefhebbers en de media pakten dit op. De mannen hadden 50.000 volgers op facebook en Instagram en waren nog niet eens open. ,,Sterker nog, we zouden eigenlijk pas in oktober opengaan. We waren echt bezig met het zagen van banken toen we 200, 300 man per dag moesten wegsturen omdat we nog niet open waren. Toen zijn we tempo gaan maken en vanaf de eerste minuut zaten we vol.’’

 
Boven verwachting leverenEerst publiek bouwen en dan pas leveren. Is dat het geheim van het succes? ,,Jazeker en ook dat we altijd above expectations leveren. Bij conceptzaken is het eten nog wel eens bijzaak, maar bij ons niet. Er zitten echt hardcore foodcritics in mijn netwerk en die zeiden: je hebt er echt moeite in gestoken.’’ Dus hij is niet alleen een vluchtige merkdenker? ,,Weet je wat ik vooral ben? Een consument. Als iets een enorme hype is en het blijkt bij een bezoekje niet goed dan is dat een enorme afknapper. Alsof je drie maanden met een meisje aan het daten bent en de seks is slecht.’’
,,Op een dag belde Google met de vraag; waarom hebben jullie een miljoen hits per dag, maar nog geen website?’’
212 miljoen interacties in de maandThe Avocado Show is een groot succes, ze hebben naar eigen zeggen 212 miljoen interacties per maand op social media en op een dag belde Google met de vraag; waarom hebben jullie een miljoen hits per dag, maar nog geen website? Op dit moment ligt de focus op franchise. ,,Dat is best wel stoffig allemaal. We respecteren de regels, maar willen ze ook hérschrijven. We maken dus een enorm boek, een documentaire én die productlijnen zodat mensen ons een beetje kunnen volgen.’’
Het idee is als volgt: McDonalds en Starbucks zijn groot en log, maar zij van The Avocado Show kunnen het helemaal anders gaan doen. Voor de zomer moeten er drie zaken open zijn in steden als Berlijn, Brussel en Londen. ,,Normaal gesproken is een franchiseconcept gebaseerd op één zaak, maar wij hebben een plan gemaakt waarbij ondernemers echt iets gaan doen met hun leven en dat kan met ons merk. Als jij de juiste persoon bent in een stad dan komen wij met een vijfjarenplan om ‘de stad over te nemen’.’’ Dat gaat er dus over waar de eerste zaak komt, waar de tweede, hoe ze ‘take away’ moeten aanpakken en catering kunnen doen. Wij komen met het plan met de titel: hoe word ik het mannetje of vrouwtje van Berlijn. Dat gaat veel verder dan: jij betaalt mij X en wat mag ik dan doen. We willen die 100 zaken in 5 jaar maar met 25 mensen doen. Je zet een groot restaurant neer en daarna ga je de stad dekken op treinstation en andere plekken. Alle spullen kun je bij ons inkopen en dan kun je gaan bouwen.’’
,,Normaal gesproken is een franchiseconcept gebaseerd op één zaak, maar wij hebben een plan gemaakt waarbij ondernemers echt iets gaan doen met hun leven en dat kan met ons merk.’’
McDonalds is een vastgoedbedrijfIn hoeverre is The Avocado Show straks anders dan de Mac, hét franchisevoorbeeld in de foodsector? ,,Je moet dan eens goed kijken naar de diepere lagen ónder zo’n bedrijf. McDonalds is een vastgoedbedrijf waar je ook kan eten en niet andersom. Daarbij moet in plaats X alles hetzelfde zijn als in plaats Y. Dat is prima, maar wel old school. Vandaag de dag reizen mensen veel dus van mij hoeft de McDonalds in India niet hetzelfde te zijn als die van Amsterdam. Wij doen dat dus anders, leveren een ondernemersplan, een ziel en content. Onze zaak in Amsterdam hoeft er echt niet hetzelfde uit te zien als die op Bali. Wij hebben bijvoorbeeld 100 gerechten ontwikkeld, maar ondernemers mogen daar zelf hun eigen gerechten uit kiezen want ze kennen de trends in de stad goed.’’

 
Content van hoog niveauDe gerechten worden dus wel in Amsterdam bedacht en datzelfde geldt voor de content. ,,Ik zit niet te wachten op allerlei lokale Instagramaccounts. Wij produceren de content op extreem hoog niveau en dat kunnen ze lokaal delen. De documentaire is bijvoorbeeld in het Engels en het koffietafelboek wordt in zes talen vertaald. Het is een soort van crowdsourcing, wij zijn echt goed in marketing, maar als mensen ideeën hebben dan horen we dat graag.’’
En wordt het al tijd voor een gave feelgood tv-commercial? ,,McDonalds doet ook aan marketing voor het bedrag dat franchisenemers betalen, maar wij gaan voorlopig geen tv-commercial maken natuurlijk want we willen altijd de connectie zoeken met de avocadoliefhebber en dat kan niet op tv. Waarom zou ik met een shotgun schieten? Kijk, de meeste horecamensen snappen niet zoveel van merken en wij zijn merkenbouwers die hele goede horecamensen inhuren. Het merk is groter dan het restaurant.’’

 
https://www.instagram.com/p/BZMURZHl9T2/?taken-by=theavocadoshow

 

Trollen verpesten Twitter

Trollen verpesten Twitter

Twitter is al enige tijd niet meer zo’n populair social medium. Adverteerders happen niet massaal toe en gebruikers vinden het minder leuk door het constante “getroll” en “gebash”. Dat lijkt momenteel het grootste probleem van Twitter.


Sinds half 2015 zit de klad erin bij Twitter, hoewel het gebruikersaantal nog wel stijgt. Ook de omzet vertoonde het afgelopen kwartaal nog wel een plus, maar onder de streep hield Twitter niets over. Sterker: het leed een verlies van meer dan 100 miljoen dollar. Het bedrijf staat zelfs te koop, maar ook dat proces verloopt moeizaam.

Facebook en Snapchat winnen de social-slag, Twitter kan de twee netwerken niet bijbenen. Het heeft vooral moeite om adverteerders blijvend aan zich te binden. Wereldwijd werd daarom afgelopen jaar gereorganiseerd, met name op verkoop- en marketingfuncties. Het betekende dat 9 procent van de banen verdween. Ook in Nederland werd het verkoopkantoor opgeheven en is BrandDeli – verkooporganisatie in Nederland voor onder meer de tv-bedrijven Discovery Networks, FOX en VIMN – vanaf dit jaar de partij die moet gaan zorgen voor meer advertenties op Twitter.

Het grootste probleem dat het social netwerk mogelijk heeft, is dat er te veel “trollen” het gebruik van Twitter onaangenaam maken. Hoewel men al regelmatig beterschap had beloofd, is daarvan nog weinig terechtgekomen. Uiteraard kan je zelf als gebruiker wel accounts blocken, muten en rapporteren. Ja, Twitter grijpt ook wel regelmatig in, zoals bij Breitbart-redacteur Milo Yiannopoulos, die Ghostbusters-acteur Leslie Jones had lastiggevallen. Zijn account werd permanent gesloten. Recent nog – afgelopen week – werd het account van Amerikaanse zakenman Martin Shkreli  tijdelijk on hold gezet nadat hij het op de jonge Amerikaanse Vogue-redacteur Lauren Ducca had  voorzien.

 
Anonieme lafbekjes
Het zijn wat voorbeelden die laten zien dat Twitter heus wel aan curatie doet, maar men zou wel een stapje harder mogen lopen. Veel vaste Twitter-gebruikers vinden het netwerk steeds minder leuk worden. Regelmatig wordt Twitter gebruikt voor scheldkanonnades, verwensingen, beledigingen en soms zelfs puur racistische uitlatingen. Vaak gebezigd in “Caps lock” en meestal door anonieme lafbekjes. Natuurlijk leent Twitter zich uitstekend voor een discussie in 140 tekens, het liefst ook op het scherpst van de snede. Maar veel te vaak - en dat zien we in Nederland met discussies rond Zwarte Piet en een “foute” kop in De Telegraaf -  vliegen discussies volledig uit de bocht. En je wilt als gebruiker niet voortdurend zelf accounts hoeven blocken, of rapporteren.

Als de Twitter-organisatie eens flink de bezem door het netwerk haalt, wordt het weer leuker om te gebruiken en zal het ook meer adverteerders aanspreken. Want Twitter is nog altijd een heel relevant medium, waar je vaak nieuws als eerste hoort en ook gewoon een aangenaam gesprek met iemand kan hebben.

Hoe gebruik je Twitter voor geautomatiseerd imago-onderzoek

Hoe gebruik je Twitter voor geautomatiseerd imago-onderzoek

We zijn bekend met de survey-onderzoeken die gebruikt worden om het merkimago bij de doelgroep te onderzoeken. In dit social media-tijdperk kun je nu ook kiezen voor geautomatiseerd imago-onderzoek via Twitter. Frank.news geeft uitleg.

 
Kostenefficiënt, geautomatiseerd en effectief imago-onderzoek uitvoeren via Twitter: het kan. Dit blijkt uit een wetenschappelijk onderzoek ‘Mining Brand Perceptions from Twitter Social Networks’ van Aron Culotta en Jennifer Cutler dat is gepubliceerd op Marketing Science. Dit imago-onderzoek via het sociale medium Twitter gaat veel verder dan het in kaart brengen van alle negatieve of positieve tweets over jouw merk.

 
Merkperceptie
Volgens een bepaald algoritme kun je op een vrij eenvoudige manier gegevens van het merk in het sociale netwerk analyseren. Input die je voor dit algoritme nodig hebt, is de merknaam en de door het merk beoogde merkpercepties. Uit het algoritme kun je afleiden hoe sterk de associatie is tussen deze perceptie en het merk. Het algoritme wordt niet alleen toegepast op het twitteraccount van het merk zelf, maar ook op de twitteraccounts van de individuen of organisaties die dezelfde merkpercepties vertegenwoordigen. Deze groep wordt omgedoopt tot exemplar-accounts.

 
Milieuvriendelijk
Als voorbeeld wordt automerk Smart genoemd. Het twitteraccount van Smart is een merkaccount. Als Smart onderzoek wil doen in hoeverre het merk als milieuvriendelijk wordt gezien, kan het de gelijkenis onderzoeken tussen zijn eigen merkaccount en bijvoorbeeld het Greenpeace-account. Dit is een exemplar-account met milieuvriendelijkheid als duidelijke perceptie. Om het milieuvriendelijke imago van dit automerk goed in kaart te brengen, verdeel je het onderzoek in verschillende fases. Eerst wordt er een merkperceptie geselecteerd, in het voorbeeld met Smart is dat dus milieuvriendelijkheid. Vervolgens wordt er aan de hand van Twitter Lists een lijst gemaakt met relevante zoektermen. Het algoritme zorgt ervoor dat de relevante exemplar-accounts geïdentificeerd worden, die dezelfde merkperceptie representeren zoals Greenpeace. Om een goed onderzoeksresultaat te krijgen, berekent het algoritme een score van gelijkenis tussen de volgers van het merk en de volgers van het exemplar-account. De score die daaruit volgt, wordt uitgedrukt als Social Perception Score (SPS).

 
Geschikte methode
Uit de diverse testen van deze methode voor imago-onderzoek blijkt dat het een zeer bruikbare manier is. Zo blijkt dat het niet nodig is om eindeloos door te zoeken naar een grote hoeveelheid zoektermen en zoveel mogelijk volgers om een representatief onderzoeksresultaat te krijgen. Met de eerste vijftig resultaten van een Twitter Lists search, en het gebruik van 50.000 volgers van een exemplar-account komen er al nauwkeurige resultaten uit. Verder blijkt ook dat het gebruik van één zoekterm voor de merkperceptie voldoende is om te leiden tot goede resultaten. Als je liever meer specifieke exemplar-accounts uit je onderzoek wilt krijgen, werkt het beter om met combinaties van zoekwoorden te werken. Een laatste uitkomst van deze studie is dat het geen verschil maakt of je de exemplar-accounts handmatig selecteert, of de geautomatiseerde exemplar-accounts gebruikt. Beide leiden tot vergelijkbare resultaten.

 
Controle
Deze nieuwe onderzoeksmethode is uiteindelijk gecontroleerd en gevalideerd door de SPS-waarden te vergelijken met die van een survey-onderzoek. Wat bleek: de resultaten van beide methoden komen sterk overeen. Daaruit kunnen we dus concluderen dat de berekening van de Social Perception Score (SPS) via Twitter een valide, efficiënt en bruikbaar instrument vormt voor het doen van imago-onderzoek. Je kunt deze onderzoeksvorm eventueel ook gebruiken om concurrerende merken met elkaar te vergelijken en geen merkpercepties, maar consumenten te clusteren. Dit helpt je als merk weer bij het segmenteren en personaliseren van producten en diensten. De mogelijkheden zijn eindeloos. Zo, nu eerst een Twitter-account aanmaken…

 
Bron: SWOCC Selectie 3, september 2016

Nieuwe politieke media zetten Facebook naar hun hand

Nieuwe politieke media zetten Facebook naar hun hand

Een nieuwe groep politieke media maakt in de VS furore op internet. Ze zijn speciaal ontworpen voor Facebook en halen daar miljoenen hits, meer dan gevestigde media als CNN. De oprichters verdienen er flink aan.

 
De 35-jarige Adam Nicoloff heeft een drukbezochte Facebook-pagina Make American Great Today waarmee hij steun geeft aan Donald Trump. De pagina staat los van de officiële campagne. Sterker nog: Nicoloff is weliswaar Republikein, maar had liever een andere kandidaat dan Trump gezien. Maar met die pagina verdient hij duizenden dollars.

Nicoloff begon ‘Make American Great Today’ in augustus vorig jaar vanuit zijn huis in Saint Louis. Tot dan gaf hij marketingadviezen aan lokale bedrijven. Met zijn Facebook-pagina zette hij zijn eerste stappen in de wereld van nieuwe politieke media, vertelt hij in The New York Times Magazine.

 
Verdienmodel
Zijn verdienmodel is eenvoudig, maar het werkt. Zorg dat je veel volgers krijgt, publiceer posts met links naar een externe website met veel advertenties en hoop op veel traffic. Zo’n model werkt lang niet altijd, want goede content maken is duur en advertenties kunnen sitebezoekers evengoed wegjagen.

Maar ‘Make American Great Today’ heeft daar geen last van. De content is goedkoop (eenvoudige bewerkingen van stukken van elders), de populistische retoriek slaat aan en de grote interesse in Trump maken dat de advertenties veel opleveren. Maandelijks verdient Nicoloff zo’n 20.000 dollar. Zijn belangrijkste uitgaven zijn de hosting van de website en advertenties die hij zelf op Facebook plaatst.

 
Hausse aan politieke media
‘Make American Great Today’ maakt deel uit van een hausse aan nieuwe politieke media in de VS die zich vooral op Facebook manifesteren. Onbekende namen zijn het, maar inmiddels met grote invloed: The Angry Patriot, US Uncut, US Chronicle, Fed-Up Americans of American News. Er zijn er inmiddels tientallen. Hun opkomst valt samen met de aanloop naar de presidentsverkiezingen, maar zij staan los van de politieke partijen.

 
Nieuwe media nemen news feeds over
Onderzoeksjournalist John Herrman dook in de wereld van deze nieuwe politieke media. „Een nieuwe klasse media is opgekomen en dreigt onze news feeds over te nemen ,” schrijft hij in The New York Times Magazine.

Veel van de nieuwe media steunen Trump. Dat wil niet zeggen dat alle eigenaren fan van hem zijn; soms willen ze gewoon geld verdienen. Daarnaast zijn er nieuwe media die eerst democraat Bernie Sanders steunden en zich nu tegen Trump opstellen. Hillary Clinton is bij die nieuwe media minder aanwezig.

 
Deel dit verhaal: de enige vraag aan lezers
Natuurlijk, ook traditionele kranten en omroepen zijn aanwezig op Facebook. Maar de meeste missen het succes en de groei van de politieke nieuwkomers. Hun strategie is anders. Herrman: „De nieuwe media combineren activisme met journalistiek. Opvallend is wat ze wel en niet van hun lezers vragen. Ze vragen niet om meer verhalen aan te klikken. Ze streven niet naar engagement met het merk. Het enige wat ze lezers vragen is om het verhaal dat nu voor hen staat met anderen te delen. De rest is secundair.”

 
Het succes herhaald
Heb je één succesvolle pagina op Facebook, dan vraagt dat om meer. Online marketeer Terry Littlepage heeft inmniddels vijftig pagina’s op Facebook met titels als The American Patriot en My Favorite Gun, met in totaal zo’n tien miljoen volgers. Hij steekt maandelijks duizend dollar in advertenties op Facebook; de opbrengsten liggen in een goede maand rond de zestigduizend dollar.

Littlepage heeft gemengde gevoelens omdat hij geen fervent aanhanger is van Trump en hem nu wel aan het promoten is. Zijn favoriete kandidaat was Ted Cruz, die het niet heeft gered. Littlepage is een opportunist: hij heeft ook politiek linkse pagina’s op Facebook gehad, maar hij vond dat hij daarmee te weinig verdiende.

Naast de pagina’s die Trump steunen, heeft politiek links ook succesvolle nieuwe media op Facebook gelanceerd. Een voorbeeld is US Uncut met zo’n anderhalf miljoen volgers.

 
Politieke oorlog met memes
De politieke pagina’s gebruiken veel memes, beelden met een tekst eroverheen. Dat kan heel onschuldig: een foto van Sanders met een quote waarin hij pleit voor gratis onderwijs. Maar memes krijgen de meeste aandacht als je een tegenstander in een kwaad daglicht stelt.

Begin dit jaar loopt de strijd met memes tussen Sanders en Clinton hoog op. Zo verschijnt een portret van Clinton met een suggestieve tekst over steekpenningen die ze zou hebben aangenomen. Zulke memes worden tienduizenden keren gedeeld.

 
Zuckerberg weet van niets
De nieuwe politieke media zetten Facebook naar hun hand. CEO Mark Zuckerberg staat op het standpunt dat Facebook gebruikers faciliteert, maar dat het geen redactionele keuzes maakt over wat wel of niet op het netwerk mag. Politieke media in de vorm van een Facebook-pagina kunnen dus hun gang gaan. Facebook checkt ook niet of beschuldigingen kloppen; je kan over presidentskandidaten schrijven wat je wil.

Maar dat blijkt niet helemaal waar te zijn. Bij sommige politieke media grijpt Facebook hard in. Zo verwijderde Facebook de pagina ‘Occupy Democrats Logic’, omdat die te ver zou gaan. Die pagina ging tekeer tegen de politiek linkse pagina ‘Occupy Democrats’, omdat die onwaarheden zou verspreiden. Facebook verwijdert ook memes die in strijd zouden zijn met de regels.

En daarmee zitten we weer middenin het debat over censuur, of Facebook nu wel of niet een mediaorganisatie is, en of het netwerk door zulke keuzes een politiek gekleurde organisatie is.

 
Denk als een startup
Gevestigde media hebben het steeds moeilijker door de concurrentie van nieuwelingen. Ze zullen niet in alles meegaan – denk aan de populistische toon – maar kunnen wel wat leren. De nieuwe media hebben een voorsprong, omdat ze denken vanuit Facebook. „Deze uitgevers zijn ooit begonnen met een eigen Facebook-pagina. Ze denken vanuit het sociale netwerk, hoe ze daar succesvol kunnen zijn. Ze passen hun content daarop aan,” zegt onderzoeker Herrman.

Bij een analyse van de eigen krant kwam de online sectie van The New York Times tot een vergelijkbare conclusie: ,,We moeten leren denken als een tech startup.

 
Nieuw medialandschap
Onderzoeker Herrman verwacht dat de politieke media op Facebook ook na de verkiezingen zullen blijven bestaan. Tenminste in de VS. Daar leeft politiek meer dan in Nederland. Het is nu nog het wilde westen waar nieuwe pagina’s opkomen en andere verdwijnen. Uiteindelijk ontstaat een nieuw medialandschap dat zich vooral op Facebook manifesteert. Met een steeds grotere rol bij de presidentsverkiezingen.

Camarilla toont belang schaalverkleining op social media

Camarilla toont belang schaalverkleining op social media

Terwijl Camarilla pas in september officieel gelanceerd wordt, telt de app nu al 1 miljoen wereldwijde gebruikers in meer dan honderd landen. Het idee om je persoonlijk leven op social media alleen met je vijftien beste vrienden te delen lijkt een trend. Op naar schaalverkleining.

 
Op Facebook en andere kanalen is het begrip ‘vriend’ inmiddels aardig uitgehold. Ook vage kennissen of mensen die je eenmaal ontmoet hebt, behoren inmiddels tot de vriendenkring. Een paar honderd of zelfs een paar duizend vrienden hebben is al lang geen uitzondering meer. De vraag is of je met die mensen je intiemste ervaringen deelt.

‘Nee’, luidde het antwoord van Constance Scholten, medeoprichter van Camarilla. ,,Je vriendengroep op Facebook is te groot om persoonlijke en privé-informatie mee te delen. Ik zet bijvoorbeeld mijn bikini- of babyfoto’s er niet meer op,” vertelde ze tijdens de eerste Savage Marketing 2016 conferentie in Amsterdam.

 
’s Werelds kleinste sociale netwerk
 
Zo ontstond het idee voor Camarilla, Spaans voor hofhouding. Op deze app deel je je ervaringen met maximaal vijftien mensen: familie of beste vrienden. Een inner circle, met wie we onze levenservaringen delen en plezier maken. Dat is de gedachte achter wat Scholten ’s werelds kleinste sociale netwerk noemt.

Als je eenmaal een vriendenkring hebt uitgenodigd, deel je foto’s en ervaringen met hen. Alle reacties zijn één-op-één. Dat geeft meer privacy.

 
Viral in 24 uur
 
Scholten, inmiddels CEO, vond een investeerder, ontwikkelde een pilotversie en begon die uit te testen in Nederland, het land van de snelste adopters. Zonder ook maar een cent te besteden aan marketing en reclame groeide het aantal gebruikers dankzij mond-tot-mondreclame spectaculair. In december ging de app live in de App Store en binnen 24 uur werd hij in 34 landen verspreid ,,Mensen waren hier aan toe. Media schreven erover en we gingen viral,” vertelt Scholten. ,,Er is dus een trend om je leven te delen met kleinere groepen. Wij zijn teruggegaan naar de kern die je ook in marketing ziet: gepersonaliseerde boodschappen sturen aan een kleinere groep.”

 
Verdienmodel
 
Momenteel wordt de app al in honderd landen door meer dan een miljoen mensen gebruikt.  Alleen nog op het iOS besturingssysteem van Apple. Tijdens Savage Marketing kon Scholten onthullen dat hij sinds 1 juni ook als Android versie te downloaden is in de Play Store van Google. Toch is de officiële lancering pas in september. Een verdienmodel heeft Scholten nog niet. Maar net zoals Facebook een platform voor adverteerders werd, verwacht ze dat nieuwe technologieën, bijvoorbeeld op het gebied virtual reality, zich zullen aandienen om de app te gelde te maken. ,,De ontwikkelingen in marketing worden altijd onderschat. We moeten afwachten wat het ons brengt. Het belangrijkste bij onze app is engagement en aandacht,” aldus Scholten.

Publieke en commerciële omroepen hebben elkaar nodig

Publieke en commerciële omroepen hebben elkaar nodig
Door Kees Tukker

Nederland produceert na de VS en Engeland de meeste nieuwe tv-programma’s. Vaak nog succesvolle formats ook. De concurrentie op creatief, zakelijk en commercieel vlak tussen publieke en commerciële omroepen ligt aan de basis van onze status als belangrijke mediaspeler. ‘If you can make it here, you can make it everywhere.’ Om dit zo te houden moet het huidige bestel flink op de schop.

 
De mediawereld is in hoge mate competitief en concurrerend. Er kan in korte tijd veel geld verdiend worden met goed uitgewerkte formats. Producenten kunnen hun formats bij gebleken succes op de thuismarkt vaak vrij eenvoudig in andere delen van de wereld verkopen. Die thuismarkt is druk bevolkt en inmiddels internationaal befaamd. Grote producenten als Talpa en Eyeworks proberen hun formats in Nederland uit. Zijn ze hier een succes dan is de kans dat ze dat in ander land ook zijn vrij groot, zo is inmiddels gebleken. Niet voor niets zijn beide productiehuizen vorig jaar voor bedragen die tegen een miljard euro lopen ingelijfd door respectievelijk het Engelse ITV en het Amerikaanse Time Warner.

 
Meeste nieuwe programma’s
Na de Verenigde Staten en Engeland produceren we in Nederland de meeste nieuwe programma’s. Met maar 17 miljoen inwoners is dat een opmerkelijke prestatie. Het zegt veel over de uitzonderlijk hoog ontwikkelde combinatie van creativiteit en commercieel benul in het televisieminnende Nederland.

Waarom is dit zo? Is het nodig dit klimaat te handhaven en te stimuleren? Zo ja, hoe moet dat? Dat zijn de vragen die ik hier probeer te beantwoorden. Allereerst de waaromvraag. De voor de hand liggende antwoorden zijn: Nederland is een tolerant land. Het is dus eenvoudig hier iets nieuws uit te proberen. Sinds Phil Bloom in de jaren zestig ontkleed op de tv kwam leidt de buis nog zelden tot nationaal ophef, hooguit tot ophef én vertier – net als toen overigens.

 
Creatie en efficiënt
Ook wordt de combinatie van creativiteit en commercialiteit als succesfactor genoemd. Maar al is het zo dat al in de Gouden Eeuw onze creatieve genieën vaak ook in commercieel opzicht uitzonderlijk succesvol waren –het gaat toch te ver deze combinatie een typisch Nederlandse eigenschap te noemen. Wel lijkt vast te staan dat de vele denkrichtingen, levensovertuigingen en geloven in ons land, die allemaal op een kussen slapen - en ja, ook de duivel ligt ertussen -, gecombineerd met onze kenmerkende handelsgeest en de even beruchte als beroemde zuinigheid, belangrijke culturele omstandigheden zijn. Efficiënt en creatief produceren van eigentijdse programma’s, met een open oog op de wereldmarkt, is het resultaat.

 
VS en Engeland dominant
Maar hoe is dit in betrekkelijk korte tijd ontstaan? Wij hadden geen filmindustrie zoals in de Verenigde Staten waar mediaproductie logischerwijs aan ontsproten is. Evenmin beschikten we over een enorm koloniaal rijk, zoals de Engelsen, die met India, Australië en Canada een eenvormig taalgebied hadden dat als enorme afzetmarkt diende. De succesvolle producentenpositie van deze twee landen dateert van direct na de Tweede Wereldoorlog. Het feit dat ze een geoliede propagandamachinerie hadden én de grote overwinnaars waren van die oorlog, heeft overigens met zekerheid aan hun dominante positie in de westerse mediamarkt  bijgedragen.

 
Omroepwet 1967 aan de basis
De Nederlandse mediaproductie-boom begon later, feitelijk pas nadat het kabinet Cals het toenmalige gesloten bolwerk van de publieke omroep openbrak met de nieuwe Omroepwet van 1967. Allereerst door het toelaten van reclame op de publieke zenders en vervolgens ook door het introduceren van de mogelijkheid dat aspirant-omroepen konden toetreden tot het bestel. Hiervan maakte de TROS als eerste gebruik. We spreken sindsdien van het ‘open bestel.’ Dit alles leidde tot concurrentie tussen de omroepen (hoe meer leden, hoe meer zendtijd). Het was tevens de opmaat voor de totstandkoming van grote externe productiehuizen, zoals Joop van den Ende Producties. Onder invloed van de tijdgeest en de concurrentie veranderde het aanbod. Men sprak van ‘vertrossing’. Door velen werd deze commercialisering van het publieke beste met afschuw gadegeslagen. Maar welk woord men er ook aan gaf en hoe men er ook over oordeelde: de concurrentieslag om de gunst van de kijker was losgebarsten.

 
Altijd al concurrentie
Hoewel er sindsdien zeer veel veranderd is, uiteraard vooral door de komst van de commerciële zenders en volop gaande zijnde digitale revolutie, betraden de commerciële omroepen dus een markt die in de basis duaal van karakter was en behoorlijk dynamisch: er werd sinds ’67 reclame op toegelaten, buitenproducenten waren er actief in, er was sprake van concurrentie tussen de omroepen en in toenemende mate ook tussen de producenten.

 
Gouden tijdperk producenten
Dit alles leidde ertoe dat veel talent en kennis beschikbaar was toen de commerciële omroepen begonnen. Bovendien waren zowel producenten als kijkers inmiddels gewend aan grote shows. Om deze redenen maakte de commerciële omroepen een vliegende start. Ze kochten talent weg bij de publieken en commercieel aantrekkelijke formats bij de producenten. Joop van den Ende ging met zijn hele pakket naar RTL. Voor de producenten was een gouden tijdperk aangebroken. Ze konden de publieke en commerciële omroepen tegen elkaar uitspelen en zo de beste prijs krijgen voor hun producten. De concurrentie nam dientengevolge in alle delen van de markt toe.

 
Goedkoopste publieke omroep
Gezien de winstdoelstelling van de commerciële omroepen was hun benadering doelgroepgericht. Rondom de op de doelgroepen gerichte reclame werden bijpassende programma’s geplaatst. Dit doelgroepdenken werd in de slag om de kijker uiteraard overgenomen door de publieken, die er hun eigen draai aan gaven. Fons van Westerloo vertrouwde me als directeur van RTL Nederland eens toe dat hij bang was voor het succes van de publieke omroep, toen de werkwijze in 2005 met het zogenaamde ‘programmeermodel’ werd overgenomen door de zenders doelgroepgericht te maken. Ook produceren tegen zo laag mogelijke kosten - bij de commerciëlen vanuit het winstoogmerk vanzelfsprekend - drong tot de publieke omroepen door. De Nederlandse publieke omroep werd er de goedkoopste in de wereld door.

 
Als je in Nederland succes hebt…
 Het leidt geen twijfel dat deze concurrentie op creatief, zakelijk en commercieel vlak de belangrijkste redenen zijn voor het feit dat Nederland in relatief korte tijd is uitgegroeid tot zo’n belangrijke mediaspeler. Het adagium ‘If you can make it there, you can make it everywhere’, is wat dit betreft op ons kikkerlandje van toepassing. Maar markt- en prijsconcurrentie lijdt in alle gevallen aantoonbaar tot verschraling van het aanbod: wat succesvol en goedkoop is zal worden gekopieerd door de concurrent. Daarom klagen kijkers dat het onderscheid tussen publieke en commerciële omroep nog maar nauwelijks aanwezig is en neemt de overtuiging toe,  ook in de politiek, dat de publieke omroep overbodig is geworden is. De publieke omroep beseft dit; de laatste jaren is het programma-aanbod dan ook iets onderscheidender geworden ten opzichte van de commerciële concurrenten. Maar het wegdenken van de publieke omroep uit onze succesvolle creatieve media-industrie zou de monocultuur die grosso modo zo’n beetje ontstaan is legitimeren en bestendigen. Dit zou de dood in de pot zijn voor de creatieve concurrentie en inventiviteit die zo’n belangrijk deel van de verklaring van onze mondiale successen zijn.

 
Businessmodel onder druk
Nu het traditionele businessmodel van de (commerciële) omroepen onder druk staat omdat bulkreclame haar effectiviteit meer en meer aan het verliezen is, de prijzen voor reclamezendtijd dientengevolge naar beneden worden bijgesteld en commerciële omroepen steeds goedkopere producties moeten inkopen (dit geldt ook voor de publieke omroep trouwens), lijken de gouden tijden voorbij. Bovendien neemt de tijd dat mensen voor de buis hangen significant af en worden ook de grote mondiale live-events -  altijd aanjagers voor de kijkcijfers - meer en meer in livestreams aangeboden.

 
Trendbreuk nodig
Duidelijk is, dat zowel publieke als commerciële omroepen  als gevolg van deze ontwikkeling hun strategie fundamenteel moeten aanpassen. De kramp van de commerciëlen om daarbij te wijzen op de oneerlijke concurrentiepositie van de publieke concurrent op internet, klinkt als armzalig gepiep van een kat in het nauw. Ze snijdt geen hout: als iedereen zijn eigen omroep op internet kan beginnen, hoe zou dit de publieke omroepen dan verboden kunnen worden? Om de aanwezigheid van een sterke publieke en commerciële omroep - zowel on- als offline - als vliegwiel voor de hele creatieve mediamarkt te handhaven, lijkt het daarom noodzakelijk een trendbreuk te forceren: de markt tussen de commerciële en publieke omroepen moet scherper worden gescheiden.

 
Geen reclame bij NPO
Om de vaderlandse televisieproducenten een nieuwe impuls te geven zal het inhoudelijke en daarmee ook inhoudelijke onderscheid tussen publiek en commercieel weer moeten toenemen. Dit begint met het weren van elke vorm van reclame bij de publieke omroep en het scherper definiëren van de inhoudelijke doelstelling. Tegelijk zullen gegevens over kijk- en klikgedrag van de commerciëlen wel en de publieken niet verhandelbaar moeten en mogen zijn. Daarnaast moeten formatrechten alleen voor Nederland aan de publieke omroepen vallen en producenten en commerciële omroepen in de gelegenheid gesteld worden deze rechten in het buitenland te gelde te maken. Vervolgens zal de publieke omroep heel nadrukkelijk volkomen onafhankelijk van maatschappelijke stromingen of politieke opvattingen moeten worden georganiseerd en gefinancierd, op een wettelijke vastgelegde basis. Dit alles zal meer draagvlak voor de publieken tot gevolg hebben en een klimaat scheppen waarin commerciëlen op basis van het oude businessmodel meer tijd en financiële ruimte krijgen om nieuwe businessmodellen te ontwikkelen die aansluiten bij de digitale werkelijkheid van straks.

 
Kees Tukker was onder meer programmaleider bij de AVRO. Als hoofd informatieve programma’s was hij verantwoordelijk voor de samenwerking tussen AVRO en TROS binnen Twee Vandaag. Ook was hij een van de ‘founding fathers’ van actualiteitenrubriek Netwerk en stond hij aan de basis van talloze andere programma’s.
 

Wat is het geheim achter zakelijk succes Facebook?

Wat is het geheim achter zakelijk succes Facebook?

Ondanks nieuwe sociale media als Snapchat en Instagram, is Facebook niet van plan haar koppositie in te leveren. Wat is het geheim van dit succesverhaal?

 
Met een mega recordomzet en een winst van 1,6 miljard dollar in het laatste kwartaal van vorig jaar, hoeven Mark Zuckerberg en consorten niet wakker te liggen van Hyves-achtige toestanden. Mega, ja. De winstteller stond een jaar geleden namelijk nog op 701 miljoen dollar. Allemaal te danken aan de slimme advertentieverkoop waarbij Facebook één ding voorop stelt: de gebruiker. Facebook marketing specialist Peter Minkjan legt uit: ,,In de loop van de tijd is de rol van Facebook langzaam veranderd. Van een vriendennetwerk is het inmiddels een persoonlijke krant geworden met voor de gebruiker het interessantste nieuws en enkele milestone events van vrienden. Denk dan aan posts als ‘Ik ga trouwen’, ‘Ik heb een nieuwe baan’ of ‘Ik ben op vakantie’.”

De reden van deze verschuiving? In het beginstadium las nog niet iedereen mee op Facebook, maar de gebruikers zijn zich steeds meer bewust van het feit dat de posts niet alleen door vrienden worden gelezen en geliket. ,,Voor alledaagse boodschappen gebruiken we nu eerder WhatsApp waar je in gesloten groepen vrijer kunt spreken. Op Facebook houd je toch meer rekening dat ook je collega‘s, oud-collega‘s, verre familie en al je vrienden mee kunnen lezen. Facebook heeft Messenger er daarom ook bewust uitgehaald en biedt dit nu als aparte chat-app aan,.” aldus Minkjan.

 
Filterfeed
 Terug naar de persoonlijke nieuwsfeed. Door de feeds te filteren op interactie, likes, reactions en reacties maken de gebruikers langer gebruik van het sociale medium. Minkjan licht toe: ,,Ook al krijgt Facebook hier veel kritiek over, het is wel de perfecte manier om een goed en persoonlijk nieuwsoverzicht te tonen. Er wordt zelfs gekeken naar viewing time: hoe lang blijft de gebruiker precies hangen bij een bepaald bericht en wanneer scrolt hij door. Ook nu de video’s in de feed worden getoond, kan er precies gemeten worden hoe lang je kijkt en waar je afhaakt. Net als de doorkliks naar websites die in de app zelf openen. Zo krijg je uiteindelijk alleen die posts te zien waarin jij als gebruiker geïnteresseerd bent.”

 
Berg data
 Om aan deze nieuwsfeed op maat te komen, is dus een hele berg aan data verzameld. Goud voor merken en bedrijven die op Facebook willen adverteren. En een goudmijn voor Facebook die daar op zijn beurt weer bakken winst mee maakt. Maar niet iedere adverteerder wordt evenveel getoond, vertelt Minkjan: ,,De irritante advertenties worden weg gefilterd, zodat er zo weinig mogelijk ruis in de nieuwsfeed ontstaat. En daarbij krijg je als gebruiker ook nog eens de mogelijkheid om campagnes te verbergen.” Alles gericht op de gebruiker dus.

 
Gerichte campagne
 Gelukkig kan je er als adverteerder alles aan doen om zo gericht mogelijk te targetten en de gebruiker daarbij niet te irriteren. Minkjan: ,,Je kunt een heel specifiek onderscheid maken in mannen, vrouwen, leeftijdsgroepen en iedereen een andere boodschap sturen. Wil je mensen benaderen die al fan zijn of juist niet? Welke advertentie gebruik je voor mobiel en wat voor desktop? Je kunt het allemaal aangeven.” Ook voor grote campagnes heeft Facebook iets bedacht. ,,Met de Facebook Reach & Frequency kun je een campagne starten en daarbij precies aangeven wie je wilt bereiken, waar deze mensen vandaan komen, hoe groot de groep is en hoe vaak de advertentie langs moet komen. Vervolgens komt er een bepaald bedrag uit wat je als adverteerder moet betalen” vertelt hij.

Verder is het belangrijk om te weten dat de advertentie maar voor 20% uit tekst mag bestaan. ,,Zelfs de tekens op een kentekenbord worden als tekst meegerekend. Alles om het visueel zo aantrekkelijk mogelijk te maken,” legt Minkjan uit.

 
Facebook niet voor iedereen
 Sommige merken en bedrijven kunnen het sociale medium volgens Minkjan beter niet in hun sales en marketingplan meenemen. ,,Op een Facebook-campagne van low interest-producten als tandpasta, wasmiddel en maandverband zitten de meeste gebruikers niet iedere dag te wachten. Dit kun je beter één keer goed per jaar doen. Een merk als Heineken kan wel vaker met een mooie visual of video komen. Ze hebben het budget, de creativiteit en het is bij veel mensen onderdeel van hun lifestyle. En voor sommige merken is het zelfs beter om er helemaal niets mee te doen. Facebook is niet perse voor iedereen het perfecte advertentiemiddel. Kijk eerst goed wat je doel is van je advertentie en of Facebook het perfecte middel is om dit te bereiken. Anders is het zonde van de tijd en de moeite.”

 
Privacy is een nadeel
 Aan al die gebruikersdata hangt één nadeel: privacy. Daar is nogal wat ‘gedoe’ om, maar volgens Minkjan staat ook dat het succes van het sociale medium niet in de weg. ,,Facebook speelt goed in op het gemak van de gebruiker door bijvoorbeeld de mogelijkheid te bieden dat ze met hun Facebook-account bij verschillende apps kunnen inloggen. Makkelijk, dan hoef je daar geen aparte inlog en wachtwoord voor aan te maken. Maar dan moet je ook niet gek opkijken dat deze data vervolgens voor een advertentie wordt gebruikt. Een andere reden waardoor dit geen grote smet op het succes zal worden, is dat de huidige wijze van data verspreiding aan adverteerders op anonieme basis is. Ze weten dus niet precies wie het zijn. Zo speelt Facebook mooi in op het gemak van de gebruiker en de vraag van de adverteerder.”

 
Geen grote concurrentie
Van steeds populairder wordende sociale media als Snapchat en Instagram heeft Facebook niets te vrezen. En -niet alleen omdat ze van de laatste eigenaar zijn. Minkjan: ,,Door de gebruikers centraal te stellen, te kijken wat zij leuk vinden en hier de adverteerder mee te informeren, hebben ze een sterk verdienmodel. Veel beter dan dat ze voor het snelle succes zijn gegaan en de adverteerder centraal hadden gesteld. En door belangrijke partijen als WhatsApp en Instagram te kopen, verzamelen ze alleen maar meer gegevens. Ik wil niet zeggen dat er nooit een punt komt dat we massaal weggaan bij Facebook. Maar dat zie ik nu zeker nog niet gebeuren.”

 
Conversational Commerce
 Wat staat de Facebook-gebruiker en adverteerder verder nog te wachten aan interessante ontwikkelingen? ,,Ik ben erg benieuwd hoe Facebook bepaalde diensten aan de Messenger gaat toevoegen. In Amerika kun je via je Messenger bijvoorbeeld al een Uber bestellen. En wie weet kun je straks aan KLM vragen welke gate je vliegtuig komt nu je vertraging hebt. Dit wordt ook wel conversational commerce genoemd, een marketingterm die je de komende tijd veel zult horen. Het betekent niets anders dan hoe je diensten van bedrijven in een chat-app kunt integreren. In Amerika en Azië zie je het al gebeuren, nu is het wachten op de eerste Nederlandse cases”, aldus Minkjan.

Twitter en Plume Labs laten duiven smog meten boven Londen

Twitter en Plume Labs laten duiven smog meten boven Londen

Misschien was het een kwestie van tijd voordat Twitter ook echte vogels ging inzetten, gezien hun logo. Samen met Plume Labs uit Parijs en DigitasLBi gebruikte zij afgelopen week echte duiven voorzien van een sensor om de luchtvervuiling te monitoren boven Londen.

 
Plume Labs is een IoT bedrijf dat een netwerk van sensoren gebruikt van over de hele wereld om zo gerichte statistieken over luchtverontreiniging te verzamelen.

 
De duiven worden voorzien van een speciaal gemaakt vestje met daarop een sensor. De sensoren zijn in staat om het niveau van stikstofdioxide en ozon te monitoren. De resultaten worden vervolgens direct geplaatst op Twitter. De bewoners van Londen kunnen ook via de website Pigeon Air Patrol gericht zoeken naar hun locatie.  De campagne is bedoeld om de aandacht te vestigen op luchtvervuiling in Londen.

 
 

Waarom nog een publieke omroep?

Waarom nog een publieke omroep?
Door Kees Tukker
 

‘Er is een fundamentele cultuurverandering gaande,’ schreef ik zeven jaar  geleden over de publieke omroep. Het stuk droeg de titel ‘Grenzen vervagen.’ In datzelfde jaar zei theaterdirecteur Jaap Lampe van De Harmonie in Haarlem in zijn programmaboekje: ,,We kennen al langer de mengvorm muziektheater, maar wat te denken van toneelcabaret, theaterconcert, een muziek-literaire revue, of schrijvers in concert. Inderdaad, de grenzen vervagen!”

 
Wat toen een verwonderde constatering was, is nu algemeen: zelfs de grenzen tussen het publieke en het private domein zijn alsmaar diffuser geworden. Commerciële belangen zijn inmiddels diep doorgedrongen in het onderwijs, de gezondheidzorg, het openbaar vervoer, het cultuuraanbod en in de media. De markt is overal.

 
Onvermijdelijke concurrentiestrijd
Publieke omroepverenigingen zijn private organisaties met een publieke taak en in die zin voorloper van de domeinvervagingen van nu. In de jaren zestig werd met het toelaten van reclame de grens tussen publiek en privaat nog diffuser. Vervolgens nam met de komst van de commerciële omroepen de druk op het publieke karakter van de publieke omroep verder toe omdat vanaf dat moment een keiharde concurrentiestrijd tussen commercie en publiek onvermijdelijk was. Die leidde, zoals altijd waar concurrentie de boventoon voert, tot een vermenigvuldiging en een vervlakking van het aanbod. Het maatschappelijk belang van een publieke omroep die reclame voert en in haar aanbod alleen gradueel nog van de commerciële omroep valt te onderscheiden, is daarmee inmiddels nagenoeg verdwenen.

 
‘Economisme’ domineert
Het zou een misvatting zijn de neoliberale storm die aan haar fundamenten rammelt als een oprisping te zien van Mark Rutte en kornuiten: het is de mondiale ademhaling van het ‘economisme’ dat overal, en in elke context grenzen wegblaast. ,,Waar politiek en economie heersen,” schreef de Duitse denker Friedrich Schlegel al in de achttiende eeuw, ,,bestaat geen moraal”, omdat alles erdoor wordt opgeslokt. Internet, social media, datamarketing, digitale nomaden, op drift rakende bevolkingsgroepen; het zijn zonder uitzondering exponenten van een wereld waarin grenzeloosheid de norm is geworden. Landsgrenzen, taalgrenzen, grenzen tussen rationaliteit en emotionaliteit, grenzen tussen links en rechts, tussen volk en elite, tussen moraal en verontwaardiging, zelfs tussen voorheen zo duidelijk gescheiden muziekgenres en toneeldisciplines; ze vervagen of zijn verdwenen.

 
Is er nog een publieke omroep nodig?
 
Voor het nostalgische patchwork van een publieke omroep, begrensd door de katholieke, protestante, gereformeerde, jonge, oude, algemene en progressieve kaveltjes die met het garen van de NPO bij elkaar worden gehouden, zal straks geen plaats meer zijn. Maar wat dan? Is er eigenlijk wel nog publieke omroep nodig? Zo ja, waar moet die aan voldoen en hoe moet dat worden uitgevoerd?

Allereerst: in een samenleving waarin elk aspect van het leven een verdienmodel is, bestaat tussen knipperende neonreclames en onzichtbare beïnvloeding door behoefte aan eilanden van rust. Betrouwbare, onafhankelijke informatie is er de evenknie van de hang naar ‘eerlijkheid’ en stabiliteit. Een werkelijk publieke omroep kan zo’n eiland van stabiliteit zijn –niet afgesloten van de turbulentie eromheen, maar voorwaarde om er steeds met nieuwe inspiratie in te duiken. Dit geldt ook voor de overheid. Een volkomen onafhankelijk media-aanbod, waarin de samenleving de dialoog met zichzelf en die overheid aangaat, is dus het noodzakelijke tegenwicht voor de hijgerigheid die omwille van de kijkersgunst nu de media domineert. Een verbod op het commercieel of politiek uitnutten van data én de complete afwezigheid van reclame zijn ervoor noodzakelijk.

 
Relatie met publiek
Diezelfde overheid zal meer en meer commerciële strategieën toepassen om haar ‘producten’ (infrastructuur, kennisplatforms, participatienetwerken, cultuurontwikkeling, gezondheidsonderzoek, arbeidsmarkt- en immigratiepolitiek, internationale samenwerking etc.) tot stand te brengen. Om dat te kunnen zal ze haar publiek moeten kennen en er een relatie mee moeten hebben, zoals elk modern bedrijf dat heeft met haar ‘klanten’ heeft. De publieke omroep van de toekomst zou hier aan kunnen en moeten bijdragen: niet door gebruiksgegevens aan de overheden door te spelen, maar door inhoud te produceren die zich richt op die ‘overheidsproducten’ en het permanente gesprek erover in de samenleving te stimuleren.

 
Geen concurrentie met commerciëlen
Voorwaarden hiervoor zijn dat zij niet langer hoeft te concurreren met de commerciële omroep, omdat haar bestaanszekerheid en budget wettelijk moeten zijn vastgelegd, en dat haar functioneren door een onafhankelijk orgaan wordt beoordeeld op diversiteit, doelmatigheid en de (onafhankelijke) wijze waarop de content wordt geproduceerd, ge(co)creëerd en verspreid. Tegelijk controleert deze toezichthouder of de verzamelde gebruikersdata werkelijk alleen ingezet zijn voor verbetering van het aanbod. Voorts zou in de wet moeten worden vastgelegd dat deze publieke omroep zich van elk genre en elk platform mag en kan bedienen omdat erkend wordt dat genres en kanalen geen doelen maar middelen zijn. In plaats van deze genres zou in de wet vastgelegd moeten zijn dat de inhoud betrekking moet hebben op de domeinen waarin de overheden dankzij de belastingbetaler een belangrijke rol spelen: onderwijs, politiek, infrastructuur, milieu en omgeving, economie en innovatie, cultuur, gezondheid en zorg, sociale omgeving en werk etc.

 
Content marketing is toekomst
Een overheid die zo’n publieke omroep zeker stelt, zou doen wat veel andere organisaties doen: van commerciële bedrijven tot goede doelen-organisaties is men ‘content marketing’ aan het bedrijven. Geen reclame en product placement, maar op de ontvanger toegespitste ‘wie zijn we’- verhalen en ‘waar staan wij voor’: transparant, kritisch, ‘eerlijk’ en journalistiek onafhankelijk. Het zou een aanpak zijn die naadloos past binnen de onomkeerbare werkelijkheid van de vervagende grenzen waarin publieke organisaties commerciële marketing strategieën toepassen aan de ene kant, met interactie en draagvlak als heilig doel, versus commerciële bedrijven die een publiek imago proberen te verwerven om zo de aantrekkingskracht van hun producten en hun merk te vergroten, met winstmaximalisatie als doel.

Het is hoog tijd dat zo’n fundamenteel  gesprek over de rol van de publieke omroep op gang komt, willen we niet op een dag tot de ontdekking komen dat alle informatie die tot ons komt deel uitmaakt van een verdienmodel.

 
Kees Tukker was onder meer programmaleider bij de AVRO. Als hoofd informatieve programma’s was hij verantwoordelijk voor de samenwerking tussen AVRO en TROS binnen Twee Vandaag. Ook was hij een van de ‘founding fathers’ van actualiteitenrubriek Netwerk en stond hij aan de basis van talloze andere programma’s.

Be Candid,
it’s contagious.

Candidness is the quality of speaking with
honesty and authenticity. Our Candid editorial
team shares stories that matter on media, data,
marketing, creativeness and technology.

Our Candid editorial team
creates stories that matter.