Candid. Platform
for growth.

Hoe Hema een data driven retailer wordt

HEMA
Traditionele retailer Hema heeft tijdig het belang van data en kunstmatige ...

Kloof in vertrouwen tussen traditionele en social media wordt groter in Nederland

Radio_TV_trust
Broadcasters blijven de meest vertrouwde media in Europa, met radio voorop....

Online advertentiefraude in Nederland kleiner dan in andere landen

adfraude
In Nederland wordt gemiddeld met 1,5 procent van de online advertenties fra...

Hoe online vertaalbureau Fairlingo de principes van de betekeniseconomie toepast

Hoe online vertaalbureau Fairlingo de principes van de betekeniseconomie toepast

SPONSORED STORY

Sam van Gentevoort, eigenaar van online vertaalbureau Perfect, volgt de ontwikkelingen rond purpose marketing op de voet. Hij luistert goed naar iemand als Kees Klomp, die op een praktische manier uitlegt hoe bedrijven de wereld iets beter kunnen maken. Ook is hij lid van ‘Betekeniseconomie in Twente’ dat regelmatig lezingen over dit onderwerp organiseert en waarvoor hij ook blogs schrijft.  

De jonge ondernemer begon in 2007 met vertaalbureau Duits Perfect, later Vertaalbureau Perfect geheten en in 2015 voegde hij daar het merk Fairlingo aan toe, een dienst waarbij het totale vertaalproces online plaatsvindt. Het bedrijf wil op deze manier de vertaalbusiness compleet transparant maken; binnen een paar seconde weet je via de website hoe duur een vertaling van een document is, je kan de opdracht live volgen en daarna ontvang je de vertaling samen met de factuur in je mailbak. In de mail kan je ook direct de vertaling beoordelen en die reactie komt online. ,,We hebben vertalen versimpeld en we doen het fair. Je ziet onze tarieven op de site en je ziet ook wat de vertaler verdient wat bij geen enkele concurrent kan.’’

Betekeniseconomie

Van Gentevoort is trouwens na tien jaar ondernemen toe aan een beetje meer inhoud. ,,Ik wilde wel wat nieuws, het gaat er toch om waarvoor je elke dag weer je bed uitkomt. In de beginfase focus je op geld verdienen, maar na een tijdje weet je dat het ook om hele andere dingen in het leven gaat. Aan die verdieping was ik wel een beetje toe.’’ De jonge ondernemer gelooft dat die betekeniseconomie echt the next thing is. Maar als ik hem vraag naar de ‘purpose’ van Fairlingo - misschien mensen uit verschillende culturen bij elkaar brengen - dan trapt hij wel een beetje op de rem. In Enschede zijn ze niet zo van de grote, zweverige ambities. ,,Het is hier geen vrijwilligerswerk. De betekeniseconomie is een mix van een businesskansen, voldoening van je eigen leven en iets doen voor anderen. Wij willen graag ondernemers vooruithelpen met vertalingen, maar we willen ook gewoon goede omzetten draaien.’’

Delen van de winst

Hij maakt de invulling van de  betekeniseconomie graag concreet. ,,Wij willen bijvoorbeeld graag dat medewerkers het hier een beetje naar hun zin hebben. Wij verdelen elk jaar de winst boven de tien procent onder alle medewerkers.’’ Het betekende dat hij in 2015 een winst van 62.000 euro verdeelde over twaalf medewerkers. ,,Dat geeft een hele goede dynamiek waarbij je collega’s ook een beetje ondernemer worden en meedenken. Wij hebben alle cijfers hier open, je kan elke maand bekijken welke omzetten en kosten we hadden. Mensen zijn daar dan meer mee bezig.’’

Zesurige werkdag

Over de betekeniseconomie gesproken. Vorig jaar deed Fairlingo ook een experiment met een zesurige werkdag. ,,Dat was best lastig want mensen gaan toch vergelijken met elkaar. Dus we hebben iets moeten inbouwen dat medewerkers er op bepaalde uren zijn; volledige vrijheid ging nog een beetje ver. De grap is: als iemand om 14 uur zegt dat hij naar huis gaat dan valt dat op, maar als ze thuiswerken is het geen probleem. Ik geloof heel erg in een bedrijfscultuur waarbij je doet wat je moet doen en niet zo op elkaar let.’’
Het interessante is dat Van Gentevoort zoekt naar zingeving voor zijn bedrijf en dat probeert hij te verenigen met de - soms keiharde - wetten van contentmarketing waar hij met de nodige scepsis naar kijkt. ,,Ik geloof niet zo in die oppervlakkigheden als ‘content is king’ of dat je per se een blog moet hebben voor de vindbaarheid. Ik geloof wel in de theorie dat mensen bij een bezoekje aan je website binnen 30 seconde beslissen of ze zaken willen doen. Bezoekers zien heel snel of er veel liefde in de website is gestopt. Het is een online dienst dus die betrouwbaarheid is belangrijk.’’
Een belangrijk onderdeel van die betrouwbaarheid is weggelegd voor de reviews. ,,Maar daar wordt zóveel mee gekloot. Bedrijven huren gewoon mensen in om positieve reviews te schrijven. Ik kan het altijd goed zien als het gebeurt; dan hebben ze in twee dagen tijd tien reviews en daarna opeens twee weken niet. Of dat de goede  kritieken altijd anoniem zijn en je bij de slechte wél een bedrijfsnaam ziet.’’ Maar bij jullie is het allemaal eerlijk? ,,Ja, eerlijkheid duurt het langst, uiteindelijk geloof ik wel in de transparantie van internet. Zelfs de ware aard van Facebook komt nu boven.’’

Coolblue van de vertaalwereld

De wereldwijde markt van vertalingen is ongeveer 40 miljard euro groot, om in de top 100 te komen van alle bedrijven in de wereld moet je ongeveer 4 miljoen euro omzetten en op dat niveau zit Perfect ongeveer, het bedrijf is actief in Duitsland en Nederland. De ambitie is om dé online partij van Nederland te worden, het Coolblue van de vertaalwereld. Er is een concurrent, de online marktleider van 7 tot 8 miljoen euro, maar daar is de groei een beetje uit, zo stelt Van Gentevoort. Belangrijk is dus dat de website als betrouwbaar wordt gezien, maar in een fase eerder is het zaak dat het bureau makkelijk vindbaar is via Google. Een ambitie die al gelukt lijkt trouwens want als je zoekt op ‘vertaalbureau’ dan kom je Perfect al snel tegen. Wat is het geheim? ,,Je bent zo sterk als de zwakste schakel; wij doen veel kleine dingen goed, ook aan de achterkant. Alles draait om conversie, vertrouwen en om de snelheid. Om dat te realiseren moet alles eigenlijk kloppen.’’

 

Waarom WordPress websites een groot probleem hebben

Waarom WordPress websites een groot probleem hebben
Hoe wordt frank.news GDPR-proof? – deel 2

De deadline van de GDPR nadert. Wie na 25 mei niet aan de nieuwe privacyregels voldoet, riskeert forse boetes. Ook frank.news is nog lang niet GDPR-proof, maar wordt het wel. In deze serie nemen we onze lezers mee langs hobbels en valkuilen, zin en onzin en de impact van de GDPR op de marcom branche.

Data van online consumenten verzamelen zonder consent kan na 25 mei niet meer. Maar ook het ongemerkt plaatsen van cookies en plug-ins op websites kan niet meer. Daarom hebben WordPress websites zoals frank.news een groot probleem.

 
Data vormt het cement van de advertentiebranche. ,,De technologische ontwikkelingen hebben het de afgelopen jaren steeds gemakkelijker gemaakt om mensen te profileren en hun gedrag te voorspellen,” vertelt Chief Data Officer (CDO) Youri van der Mijn van de Candid Group, Nederlands grootste onafhankelijke netwerk van media- en marketingbureaus en moederbedrijf van frank.news. ,,Vanuit marketingoogpunt zijn we steeds bezig met de vraag hoe we onze doelgroep het meest efficiënt kunnen benaderen, zodat ze bijvoorbeeld ons product kopen. Veel economische modellen in marketing draaien om het zoveel mogelijk verzamelen van data. Hoe meer persoonsgegevens je uiteindelijk hebt, hoe meer verrijkte profielen je kunt opstellen en hoe meer geld je daarmee kunt verdienen.”

 

Kop in het zand 

Daar wringt de schoen met de GDPR, die 25 mei van kracht wordt. Media, bureaus en marketeers volgen het online gedrag van de consument, maar als je geen persoonsgegevens meer mag verzamelen kun je hen ook niet profileren. Ook derde partijen die persoonsgegevens verkopen zonder dat ze daar toestemming voor hebben, gaan nat. Van der Mijn: ,,Er liggen aardig wat uitdagingen, maar ook genoeg kansen en oplossingen, ook al is er haast geboden. Nu steken veel adverteerders, bureaus en webshops nog hun kop in het zand. Die beseffen niet dat de wereld gaat veranderen, terwijl hun hele businessmodel er aan onderworpen is.”

 

Frank.news hartstikke fout

Frank.news verzamelt alleen data voor analytische doeleneinden. Van der Mijn: ,,We kijken wat mensen voor verhalen lezen en hoe lang. Dit helpt frank.news om de website te verbeteren en zo relevant mogelijke content aan te kunnen bieden voor de marcom branche. Dat is een legitieme reden om persoonsgegevens te verzamelen.”

Ook frank.news verzamelt die gegevens door een cookie te plaatsen, waarvoor de lezers om toestemming wordt gevraagd. ,,Toch doen we het volgens de nieuwe wet hartstikke fout,” stelt Van der Mijn. ,,De manier waarop nu een cookie wordt opgelegd, is niet de manier waarop het hoort. Daarnaast wordt er gebruik gemaakt van een Data Management Platform (DMP) dat op dit moment meer data verzamelt dan nodig. Dat staat haaks op wat de wet zegt, namelijk dat de persoonsgegevens moet worden beperkt tot wat noodzakelijk is voor de doeleinden waarvoor zij worden verwerkt. Oftewel: minimale gegevensverwerking. Dat willen we dus zo snel mogelijk gaan veranderen door ook een nieuwe website te bouwen.”

 

Lek als een mandje 

Er is nog een ander probleem voor frank.news: plug-ins en cookies van derden. Toen de techneuten binnen de Candid Group die op de website gingen turven, kwamen ze op zo’n 230. Niet alleen van ons bekende partijen als Google, Facebook, LinkedIn, Twitter of Disqus, maar ook heel veel andere bedrijven en partijen die blijkbaar soms ongemerkt via een cookie onze lezers willen volgen en targeten. Hoewel frank.news niet weet wat ze met die gegevens doen, zijn we er volgens de GDPR wel voor verantwoordelijk. Van der Mijn: ,,Alle partijen waar frank.news zaken mee doet en die op de één of andere manier nodig zijn bij het verwerken van persoonsgegevens, worden onder de loep genomen. Dus ook bijvoorbeeld Facebook. Er zal vooraf moeten worden afgesproken wat zij precies met de gegevens van frank.news mogen doen. Dat zal in een verwerkersovereenkomst moeten worden vastgelegd. In de praktijk zal dit inzichtelijk gemaakt moeten worden in verwerkingsregisters, zodat wanneer de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) aanklopt, de zaakjes netjes op orde zijn.”

 

Odin: je hoeft niet groot te zijn voor purpose marketing

Odin: je hoeft niet groot te zijn voor purpose marketing

Grote merken en bedrijven zijn er jarenlang naar op zoek. Een kleine biologische voedselcoöperatie als Odin heeft het van nature: purpose. Hoe makkelijk kan purpose marketing zijn?

 
Biologisch voedsel en gezond eten zijn in. Wat in de jaren ’80 nog een geitenwollensokken imago had, is tegenwoordig hip en trendy. Daar weten ze bij biologische foodcoop Odin alles van. De voedselcoöperatie groeit en groeit en hoeft daarvoor nauwelijks iets aan marketing te doen. Wat dat betreft is Odin het levende bewijs dat purpose marketing werkt.

 

Positieve impact 

Bij dit krachtige marketinginstrument geldt het principe: Practice what you preach. Bij alles wat je als merk of bedrijf doet, kijk je naar de positieve impact die het heeft op de samenleving. Dat hoeft niet meteen revolutionair te zijn zoals Rabobank, die in zijn mislukte campagne doorschoot met de belofte het wereldvoedselprobleem op te lossen. Dat kan ook een tandje minder. Een verfmerk kan een bijdrage leveren door achterbuurten meer kleur te geven. Een deomerk kan het taboe op onzekerheid bij jongens doorbreken. Alleen een bedrijf als DSM heeft het verbeteren van de wereld in bijna elke vezel van zijn DNA zitten. Zelfs grote bedrijven als Heineken zijn nog op zoek naar de focus voor hun purpose marketing. Een grote bank als ING zegt daar volop mee bezig te zijn. Maar de purpose ‘empowering people to stay a step ahead in life and in business’ is niet echt uniek. Bovendien wordt die boodschap steeds ingehaald door affaires, zoals de fel bekritiseerde salarisverhoging van topman Ralph Hamers, dubbele afschrijvingen en storingen in het betaalverkeer.

 

Ontstaan uit purpose 

Sommige bedrijven zijn ontstaan vanuit een purpose. Bijvoorbeeld Tony’s Chocolonely, dat streeft naar slaafvrije chocolade, of de banken Triodos en ASN, die alleen klimaat- en maatschappelijk verantwoord willen investeren. Ook Odin is daar een voorbeeld van. Oprichter Koos Bakker begon in 1983 met de verkoop van biologische groente- en fruitpakketten van aangesloten boeren, tuinders en andere leveranciers. Eind jaren ’90 kwamen daar de biologische Estafette-winkels bij, inmiddels allemaal omgedoopt tot biologische Odin supermarkten waar van alles te koop is. Ook is de CV omgezet in een  coöperatie. Die telt 20 eigen winkels, 400 medewerkers, een eigen bezorgdienst, imkerij, boerderij met zaadveredeling en een academie. De jaaromzet bedraagt 45 miljoen euro. De fusie met De Nieuwe Band is op een haar na gevild, waardoor er ineens 500 verkooppunten in Nederland en België bijkomen en het assortiment wordt uitgebreid met biologische rijst, pasta en andere droogwaren. De coöperatie is in handen van zo’n 6000 leden. Die brengen jaarlijks ongeveer 1 miljoen euro aan financiering op, waardoor Odin niet naar de bank hoeft.

 

Grondsteenspreuk 

Van begin af aan waren zaken als respect voor mens, dier en natuur, samen werken aan een leefbare aarde, verantwoordelijkheid nemen in de voedselketen en uitgaan van eerlijke prijzen de belangrijkste drijfveren voor de oprichters. Die legden ze in 1983 vast in een zogenoemde ‘grondsteenspreuk’:

 
Mogen wij indachtig blijven:
De oorsprong van ons streven
om helende de aarde te bewerken
Eerbiedigend de wijsheid en harmonie
in Gods schepping
Om rechtvaardig haar vruchten te verdelen
Broederlijkheid betrachtend
daar waar mensen van elkaar afhankelijk zijn
Om uit innerlijke kracht het goede te doen
Richtend onze wil naar Gods woord dat ons voedt in onze spijzen
Opdat werkzaam worde:
In de materie offerend licht
In mensen onderling scheppende liefde
In ieder persoonlijk kracht van de Geest
 
Een tekst die anno nu wat archaïsch aandoet en waar Odin niet mee te koop loopt, maar die wel laat zien waar de coöperatie vandaan komt. ,,Wij hoeven geen purpose te bedenken, want die staat daarin. De zorg voor aarde, voor elkaar, het zorgvuldig omgaan met de voedselketen. Het vindt allemaal zijn oorsprong in die grondsteenspreuk,” vertelde commercieel directeur Merle Koomans van Odin tijdens het Seminar Purpose Marketing van de Adfo Groep in Utrecht.

 

Geen salaris-affaires

Een dergelijke benadering voorkomt ook publieke schandalen rond topsalarissen van bestuurders, zoals ING of laatst ook Unilever overkwam. Daar bleek topman Paul Polman  292 keer meer te verdienen dan de gemiddelde werknemer. ,,Bij ons is de regel dat de meest verdienende maximaal zes keer zoveel mag verdienen als degene die het minst verdient. Zelf zit ik op 4.6,” aldus Koomans.

 

De toekomst is aan audio

De toekomst is aan audio
SPONSORED STORY

Tijdens de lunchsessie bij Stroom mediacommunicatie vertelden Stroom-directeur Rutger Mackenbach en Joris van der Pol van Talpa Media Solutions over de kansen die radio kan bieden voor adverteerders.

 
Los van de vraag of je als adverteerder voor radio moet gaan, is het wel een interessant gebied natuurlijk. Net als de tv-wereld is radio - je kan het onderwerp beter verbreden naar ‘audio’ -  volop in ontwikkeling. Mackenbach legt in zijn introductie inderdaad uit dat de luistertijd van lineaire radio is teruggelopen; sinds 2012 met 12 procent. Die teruggang betekent in zijn ogen niet dat we het hier over een ‘zinkend schip’ hebben. Mackenbach schaart zich daarmee achter iemand als Gary Vaynerchuk die helemaal gelooft in de toekomst van audio. De directeur van het Rotterdamse bureau noemt vier ontwikkelingen die kunnen duiden op een vrolijke toekomst voor radio.

 
  1. Radio is minder afhankelijk van klassieke dragers (dan bijvoorbeeld tv)In tegenstelling tot tv-kijken is radio kijken niet zo afhankelijk van klassieke dragers. Natuurlijk luisteren de meeste mensen nog steeds in de auto naar radio, maar 25 procent van de radioconsumptie vindt plaats via niet-klassieke dragers en de smartphone is daarvan een groeiende variant.
  2. Er is meer dan lineaire radioWe luisteren nog steeds driekwart van de luistertijd naar lineaire radio, maar er is meer: 13 procent van de luistertijd vindt plaats naar luisterdiensten zoals Spotify, 5 procent naar eigen muziek en 4 procent naar YouTube. Interessant is misschien dat van de Spotifygebruikers 27 procent te bereiken is via commercials, dat zijn de mensen die luisteren zonder dat ze een maandelijkse bijdrage betalen.
  3. Jongeren en audio een goede combinatieDaar zit iets in natuurlijk, jongeren zijn grote muziekliefhebbers; 60 procent van de jongeren van 13-24 jaar zegt regelmatig naar muziek te luisteren, tien procent meer dan mensen van 35 tot 49 jaar. Het handige is misschien dat die 13-34 jarigen niet zo hoeven ‘afkicken’ van de lineaire radio, ze luisteren immers al veel via YouTube en Spotify. ,,Er is dus een sterke relatie tussen online smartphonegebruik en online radio luisteren en die maakt het medium toekomstgericht.’’
  4. Revival podcastYes, daar ‘is tie dan’, hét medium van de toekomst. Mackenbach is zelf een groot liefhebber van podcasts en ziet ook de mogelijkheden voor adverteerders hoewel het commerciële terrein nog onontgonnen is. In Nederland is er nog geen onderzoek naar gedaan, maar in de VS wel; daar zegt 40 procent van de mensen wel eens naar podcast geluisterd te hebben. Het profiel van de mensen die in de VS naar Tim Ferriss en Joe Rogan luisteren? Jong, man, hoger opgeleid en met een hoger inkomen. ,,In Nederland zie je dat podcast ook veel via bestaande distributiekanalen media worden verspreid; NU.nl heeft de podcasts over Willem Holleeder en BNR veel zakelijk podcasts. Dat maakt het voor adverteerders iets makkelijker.’’
Mackenbach vertelt ook iets over adverteren via de verschillende vormen van radio; lineaire radio gaat natuurlijk gewoon via GRP’s, online via CPM (kosten per duizend luisteraars), maar het wordt interessant bij podcasts dat - ook qua adverteren - in de kinderschoenen staat. Je kan wat spots inkopen van 20 seconden in het begin, midden en eind van de show (dynamic inserted add), maar je kan ook een stukje dat de presentator vertelt inkopen (integrated edited). ,,Let wel op de duur, Ik heb ze ook wel eens gehoord van 5 minuten en dan haken mensen echt af.’’

 
Slechts één procent omzet uit ‘digitaal’
Joris van der Pol van Talpa Media Solutions gaat over de commerciële exploitatie van alle Talpa radiozenders zoals Radio 538 en Veronica. Slechts één procent van de 100 miljoen euro omzet bij de radiotak van Talpa Media Solutions komt nu uit digitaal.
Aardig om Van der Pols visie op radio te horen want ook daar is de transformatie van analoog naar digitaal natuurlijk in volle gang. Hij kwam met een paar stellingen (die natuurlijk wel een beetje in de richting van de radio opvielen). Zoals de vraag welk kanaal groter bereik heeft in de wereld: radio of YouTube? Hij wil er maar mee zeggen: ,,vaak wordt gezegd dat radio een oud medium is, maar radio is het meest digitale medium dat er is. Alleen we percipiëren dat nog niet zo en daar moeten we iets aan doen.’’

 
Ook zelfkritiek
Toch was er ook (zelf-)kritiek op een sector die te lang heeft gewacht met het introduceren van vernieuwing. ,,De manier waarop je bij Facebook advertenties kan plannen is een echte verbetering in ons vak. Realtime gegevens, volledig zelf bestuurbare campagnes en verrijkt met data om zeer effectieve campagnes te boeken. Te lang hebben we op onze bestaande modellen en workflow vertrouwd.’’
Van der Pol vertelt dat er de afgelopen twintig jaar weinig is veranderd aan het ecosysteem om spotjes in te kopen, maar ook dat de radio-industrie die analoge wereld heel goed aan de digitale wereld kan koppelen. ,,Dat komt doordat 20 procent van het luisteren naar radio al digitaal plaatsvindt; via apps bijvoorbeeld. Dat kan je dus weten wie er luisteren en met die gegevens kan je je offline campagne optimaliseren. Die wens zijn we nu aan het bouwen zodat we naar een systeem gaan waarbij we campagnes realtime optimaliseren. We gaan nu een test doen om - op basis van luisterprofielen - een commercial realtime de spot aan te passen. Je maakt de commercial dus relevant voor de doelgroep.’’

 
Adverteerders koppelen aan podcastmarkt
Een voorname uitdaging is om adverteerders te koppelen aan de podcastmarkt. ,,In de VS heb je het over een advertentiemarkt van 200 miljoen dollar op een totale radiomarkt van 17 miljard dus die markt bestaat nog niet, in Nederland praat je dan over iets van 2 miljoen euro. Consumenten gebruiken het echter wel en dus is het aan ons om daar de commercie bij te zoeken. Er wordt meer audio geluisterd dan ooit en wij moeten een commerciële oplossing zoeken.’’

 
60 Dollar per 1000 luisteraars
Er wordt op dit moment in de VS gemiddeld 60 dollar betaalt per bereik van duizend mensen om te adverteren via podcast. Van der Pol legt uit dat in de VS maar 1 procent van de podcasts wordt gemaakt door grote broadcasters. Dat wil dus zeggen dat er allerlei nieuwe grote namen zijn ontstaan met veel luisteraars (zoals Joe Rogan, BH); het is een niet gecontroleerde wereld zonder grote spelers (te vergelijken met de wereld van influencers vijf jaar geleden). ,,Daar is dus de macht aan de makers. Het zijn echte liefhebbers en die hebben een publiek; er zijn wel wat grote distributiemogelijkheden zoals iTunes.’’ Toch maar even vragen nog hoe Talpa dan precies de podcasttrend kan omarmen, ze hebben immers (nog) geen ‘podcasters’ onder contract. ,,Je kan het op meerdere manieren doen en het lijkt inderdaad op de manier waarop je met influencers samenwerkt; je kan een platform bieden, de content optimaliseren en je kan helpen met geld verdienen. Talpa heeft bijvoorbeeld Juke gelanceerd, dat werd gepresenteerd als Spotifykiller, maar het is vooral een plek waar je muziek, radiostations en ook podcasts kan luisteren.’’ Dus je gaat ook helpen met adverteren? ,,Sterker nog, je merkt dat er veel interesse is bij adverteerders in audio. We zijn - as we speak - bezig met het bedenken van een groot instore radiostation voor een retailer waar je van alles mee kan doen.’’

NU.nl-hoofdredacteur Gert-Jaap in de podcast: Ik had van Nieuwe Revu het nieuwe VICE moeten maken

NU.nl-hoofdredacteur Gert-Jaap in de podcast: Ik had van Nieuwe Revu het nieuwe VICE moeten maken
PODCAST: DE VAKMANSCHAP IS MEESTERSCHAP TAPES DEEL 3

Sinds 2013 is Gert-Jaap Hoekman hoofdredacteur van NU.nl. We spreken hem over de grens tussen commercie en redactie, zijn oude liefde Nieuwe Revu en zijn nieuwe: de podcast. Oh ja..en over ANP natuurlijk.

 
[iframe height="100" width="100%" frameborder="0" scrolling="no" data-link="https://www.podbean.com/media/player/fwqie-8e2860?from=yiiadmin" src="https://www.podbean.com/media/player/fwqie-8e2860?from=yiiadmin"]



Hoekman werd in 2013 hoofdredacteur van NU.nl nadat hij een jaar daarvoor overkwam van Nieuwe Revu dat destijds ook van Sanoma was. ,,Eigenlijk sloeg het nergens op dat ik hier ging werken want ik had niet zoveel met dagelijks nieuws, wel met digitale technologie. Wat ik meenam was dat ik bij Nieuwe Revu leerde om de vertaalslag te maken van iets wat gebeurt naar een verhaal dat langer leuk blijft.’’

 
Over John de Mol die ANP kocht
,,Ik ben wel pragmatisch, maar niet naïef. Wij hebben een contract tot eind volgend jaar en ik ben benieuwd of de koers gaat veranderen. Als hij wil investeren om het ANP beter te maken is dat goed voor de journalistiek. Ik heb hem een keer mogen ontmoeten en toen hadden we het over NU.nl, hij was heel geïnteresseerd in mijn verhaal, ha-ha. Maar hij heeft veel geld en als hij het goed voor heeft met de journalistiek is dat goed nieuws.’’

 
Over dat hij vrij genuanceerd is voor een blad als Nieuwe Revu
,,Ik weet niet of ik een goede hoofdredacteur voor Nieuwe Revu was, ik ben extreem genuanceerd, best wel irritant, ik vind op Twitter ook niet zoveel. Ik ben echt zo’n gast van: aan de andere kant….dat kan je laf noemen, dat is het misschien ook wel, maar ik voel me daar wel prettig bij. Het probleem wat wij met NU.nl oplossen is dat jij niet al het nieuws hoeft te volgen en wij maken er een overzichtelijk, begrijpelijke, versie van. Daar zijn we sterk in.’’

 
Over Nieuwe Revu
,,We hadden eerder dingen kunnen doen, móéten durven. En als ik zeg ‘we’ bedoel ik eigenlijk ‘ik’. De rol die VICE heeft in Nederland had Revu kunnen innemen en ik heb dat niet opgepakt. Ik had destijds moeten kiezen voor entertainment, maar we deden ook nog crime erbij omdat dat goed gelezen werd. Die analyse geeft me de energie om nu door te pakken. We deden al goede dingen, hadden een podcast over muziek, een vlog en hele goede journalisten, maar op een dag kwam er een man - een baasje inderdaad - binnenlopen en die zei: we stoppen ermee, we gaan snedig commentaar leveren op de actualiteit zoals GeenStijl doet. Ik zie hem nog binnenlopen over dat rode tapijt van Sanoma. Ik was destijds geen hoofdredacteur, maar toen had ik de ballen moeten hebben om die - toevallig gekozen goede lijn - door te zetten.’’

 
Over podcast
,,Ik ben ook wel biased want ik vind het zelf heel vet. Nu zie je dat we langzaam geld aan het verdienen zijn. In samenwerking met Dag en Nacht Media komen er postrolls, midrolls en prerolls. Daar kunnen we wel geld aan verdienen en het is strategisch een slimme zet. Onze ochtendpodcast doet 5000 views per dag en we hebben een podcast over Willem Holleeder en die is 50.000 keer beluisterd. Ook hebben we een Formule 1 podcast die 20.000 keer beluisterd is. We hebben nu ongeveer 100.000 luisteraars per week. Qua adverteerders moet je dan denken aan ABN-Amro, Storytel en AH.’’

 
Zelf boodschap inspreken door presentator
,,Waar ik moeite mee heb bij podcasts, is dat de presentator zelf een reclameboodschap voorleest. Er loopt hier wel degelijk een muur tussen redactie en commercie. Ik zat te luisteren naar Ezra Klein van Vox die het opeens over matrassen had. Zelfs Ben Thompson doet het, ik voel me wel een beetje in de steek gelaten. Ik vrees dat het deze kant op komt, maar ik bewaak het fort nog wel.’’ (…) Ik ben voor branded content, maar ik vind dat je duidelijk moet maken wat gesponsord is. De rol van grensbewaker is nuttig. Gewoon ‘nee’ zeggen dus. We hebben een redactiestatuut en je moet transparant te zijn.’’

 
Luister hier ook deel 2
https://www.frank.news/2018/02/27/filmmaker-bas-welling-over-de-wetten-van-een-maatschappelijke-commercial/

 
Luister hier ook deel 1
https://www.frank.news/2017/11/10/oude-mensen-zonder-instagramaccount-begrijpen-deze-wereld-niet/

‘Misschien begint Edwin Evers wel een online radiostation dat op Boulevard lijkt’

‘Misschien begint Edwin Evers wel een online radiostation dat op Boulevard lijkt’

De grote meneer van de Nederlandse radio stopt er (even) mee. Toch maar vragen aan ‘vriend van de show’ Jan-Willem Brüggenwirth, die bijna tien jaar ‘baas’ was van Evers, hoe het station nu verder moet. En wat gaat Evers eigenlijk doen?

 
Iedereen die wel eens naar de radio luistert kent Edwin Evers dus dat behoeft geen verdere introductie. Maar afgelopen week gingen alle alarmbellen overal af, want….de ongekroonde koning van de radio stopt ermee. Niet iets wat je in een dag beslist. Volgens Edwin is er een lange tijd overheen gegaan en heeft hij er goed over nagedacht en de knoop doorgehakt.

 
Uitslapen
Ik denk dat elke Nederlander snapt dat het best lekker is om weer eens uit te slapen. Een normaal leven met je vrienden en je partner. Na 21 jaar radio is een adempauze heel erg lekker en dat Radio 538 hem liever had ‘behouden’ spreekt voor zich. Het is de best beluisterde ochtendshow van het land. En waarom is hij zo belangrijk voor 538/Talpa? Als luisteraars ’s ochtends inschakelen op de ochtendenshow betekent het vaak dat ze blijven hangen de rest van de dag.  Dus begin je met Edwin dan ga je verder met de  middagshow van Coen en Sander.
Kijk naar Giel Belen. Je kunt ‘m te gek vinden of niet. Een ding doet hij goed, meer luisteraars brengen bij Veronica. Des te knapper dat je als Sky Radio zonder een ochtendshow tóch succesvol bent.

 
Stoelendans om de nieuwe man/vrouw
De stoelendans is gestart. Het marktaandeel van Radio 538 zal in 2019 zeker dalen als er verder niks gebeurt. Maar ik kan mij niet voorstellen dat Talpa gewoon toekijkt hoe het marktaandeel wegsmelt en daarmee dus de inkomsten. Wat zijn de opties? Frank Dane is al de vaste vervanger en doet dat goed; hij is echt, heeft humor, houdt van muziek en gekkigheid.

En je betaalt nog niet de hoofdprijs, maar da’s dan mooi meegenomen. Het gaat er met name over of iemand achter de microfoon erg likeable is bij het grote publiek, weet waar hij over praat en goed is voorbereid. En dat hij ook kritisch durft te zijn als dat nodig is. Dan hebben we Gerard Ekdom, een fijne dj die door veel mensen als erg aardig wordt gezien. Dat komt natuurlijk ook door zijn format; veel muziek en een beetje kletsen. Ik denk dat je daarmee naar de toekomst geen oplossing hebt. Korte termijngewin.

 
Coen & Sander worden het niet
En hoe zit het dan met Coen en Sander? Misschien hadden ze er zelf op gehoopt, maar de eerlijkheid gebied mij te zeggen: maf en leuk vooral voor een jongere groep luisteraars. Mensen hebben in de ochtend geen zin in gebral, in kinderachtige grappen. Voor iemand van 25 jaar is dat prima, maar de gemiddelde radioluisteraar van 40 jaar zit daar niet meer op te wachten. Okay ook voor de huiswerkmakende jeugd. Dus jammer jongens, maar jullie worden het niet.

 
Laat Giel Beelen maar lekker rommelen
En dan hebben we nog Giel Beelen. Laat die maar lekker rommelen op Veronica, dat heeft een ander publiek. Polariserend en eigenlijk niet geschikt voor een Radio 538 ochtendshow. En dan hebben we de mogelijkheden wel gehad. Dus als je het aan mij vraagt is Frank de gedoodverfde opvolger en dat heeft hij verdiend. Hij heeft niet voor niets de afgelopen twee jaar als de vervanger van Edwin opgetreden.

 
Klein tipje voor 3FM
Dan nog een klein tipje voor 3FM waar niemand zit die naar 538 zou kunnen overstappen. Maar er zitten ook steeds minder luisteraars. Hoe zou dat toch komen?  De weg kwijt in de keuze tussen het maken van traditionele of echte innovatieve radio. Ik zou gaan voor het laatste en die dure zender waar FM nog op te horen is doorschuiven naar NPO Radio 5. En 3FM kan dan eindelijk doen wat het al lang had moeten doen; muziek, entertainment en veel aandacht voor alles wat er op social in Nederland en daarbuiten gebeurt met muziek. Veel content door luisteraars zelf gegenereerd, veel live En zo kan ik nog wel even doorgaan.

 
Wat gaat Edwin Evers eigenlijk doen?
Toch nog even terug naar Radio 538. Ik heb aangegeven wat er kan gaan gebeuren de komende tijd. Maar waar is - in die hele discussie - onze hoofdpersoon gebleven? Hij gaf duidelijk aan niet met radio te willen stoppen. Dus het lijkt een sabbatical te worden. Maar wat gaat er over een jaar gebeuren? Toch weer op de radio, maar dan een christelijker tijdstip, een middag- of een lunchshow? Het kan van alles zijn. Wat ook kan is dat Edwin een online station gaat beginnen. Bereik is er meer dan genoeg, geen ingewikkelde FM-technieken en dat kan natuurlijk ook met beeld erbij. Een soort Boulevard misschien.

Dus we zijn er nog niet. We hebben nog niet alles gehoord………....

 
Jan-Willem Brüggenwirth was van 2004 tot 2013 directeur van de 538Groep.  Daarna was hij Director ILP World Wide bij Brand Loyalty. Inmiddels is hij werkzaam bij direct-marketingbureau ‘de creatieve directie’. Oorspronkelijk komt Brüggenwirth trouwens uit de reclamewereld.

Zou purpose marketing iets zijn voor de PvdA?

Wie de campagnes van de gemeenteraadsverkiezingen een beetje gevolgd heeft, weet dat politieke partijen op het gebied van marketing en communicatie nog een wereld te winnen hebben. Wat moet een partij als de PvdA, die steeds dieper in het moeras wegzakt, doen? Purpose marketing zou het tij wel eens kunnen keren.

 
De PvdA was bij de afgelopen verkiezingen wederom de grote verliezer. In 2014 leden de sociaaldemocraten al zwaar verlies en zakte het aantal raadszetels in gemeenten naar 9,9 procent. In maart 2018 zakte dit percentage verder naar 7,4 procent.

 

NPO Radio 3FM 

De PvdA heeft eigenlijk hetzelfde probleem als radiozender NPO 3FM. Beide zijn hun publiek kwijt, zoeken vergeefs naar hun identiteit, naar hun reden van bestaan en hebben geen charismatische kopstukken meer die de kar kunnen trekken.

Partijleider Lodewijk Asscher is een aimabele en intelligente man, maar ook een beetje een zachtgekookt ei met een fluisterstem en de uitstraling van een ambtenaar. In een tijd dat vorm belangrijker lijkt dat inhoud, is dat dodelijk voor een partij.

 

Vervreemding van de achterban  

Zelf kom ik uit een sociaal nest, waar Joop den Uyl eind jaren’70 werd gezien als de grote roerganger. Mijn moeder - een vriendin van toenmalig PvdA-kopstuk Hedy d’Ancona - trok me als student journalistiek mee naar allerlei congressen en partijbijenkomsten, waar  activistische PvdA-vrouwen vertelden hoe ze Nederland, Europa en de wereld gingen verbeteren, maar dan in omgekeerde volgorde.

Toch heb ik in heel mijn leven hooguit twee keer op de PvdA gestemd. Hoe dat komt? Omdat de partij meestal A zegt en B doet. In de jaren ’50, ’60 en ’70 dacht de kiezer nog dat de partij opkwam voor ‘de gewone Nederlander’. Dat beeld kon daarna alleen nog door vakbondsman Wim Kok in leven worden gehouden. Daarna waren het vooral salonsocialisten en bureaucraten die de partij leidden, staatsbedrijven hielpen privatiseren - met alle negatieve gevolgen van dien - en die op een paar uitzonderingen na steevast de verkiezingen verloren. Het is me nog steeds een raadsel hoe een Greenpeace-actievoerder als Diederik Samson bereid was alle PvdA-beginselen te verkwanselen om met de VVD te regeren en zijn partij op die manier in de afgrond te storten. Pure vervreemding van de achterban dus.

 

Zoek een purpose 

Wil de partij ooit weer de weg omhoog vinden, dan moet ze bij het begin beginnen. Dat heeft de PvdA eerder in de geschiedenis geprobeerd, maar dat gebeurde op een politieke manier. Met vergaderingen in zaaltjes. Met boze partijmannetjes die nieuw leiderschap eisten. Daarmee red je het niet. Daarom zou purpose marketing iets voor de partij kunnen zijn. Een revolutie binnen de eigen achterban of binnen het zwaar geslonken ledenaantal heeft weinig zin. Als een volkspartij zou je moeten mikken op het hele volk. De eerste stap hiervoor is het zoeken naar je reden van bestaan, je why. Oftewel in marketingtermen: je purpose.

 

Vertaalslag 

Zo zou de partij het hele rijtje voorwaarden kunnen aflopen dat Robert-Jan d’Hond van WPP-onderzoeksbureau Kantar Consulting oplepelde tijdens het Purpose Marketing seminar van de Adfo Groep in Utrecht. Vraag je bij alles wat je doet af of het de maatschappij of de wereld een stukje beter maakt. Welke positieve impact het heeft op mensen en de wereld waarin ze leven. Welke maatregelen hebben zin? Welke boodschap klinkt oprecht? Wat maakt de partij uniek in het politieke landschap? Is een ingezette weg coherent of slaan we om als we weer willen regeren? Zijn onze verkiezingsbeloftes houdbaar of beloven we slechts luchtkastelen? En krijgt het partijkader het voor elkaar om iedereen in het land mee te laten doen? Dat mag geen marketingtrucje zijn, maar een beweging die tot in elke vezel van elke PvdA-politicus zichtbaar en voelbaar moet zijn. Eigenlijk zou de partij politiek moeten bedrijven zoals DSM zaken doet. En zijn purpose moeten zoeken zoals Heineken dat doet. Maar neem geen voorbeeld aan ING, want het belangrijkste principe bij purpose marketing is dat je A zegt en ook A doet. Dat hadden ze bij de bank nog niet zo goed begrepen.

De beste contentmarketingtip ooit: volg Gary Vaynerchuk

De beste contentmarketingtip ooit: volg Gary Vaynerchuk

Je kunt 200 boeken lezen over contentmarketing, maar het beste wat je kunt doen is: volg de content van Gary Vaynerchuk. De man weet veel, komt lekker uit zijn woorden en is vooral heel erg praktisch.

 
Vorige week werd bekend dat Gary Vaynerchuk toetreedt tot de adviesraad van Juramy, het moederbedrijf van Wannahaves, BALR en 433, waar we eerder over schreven. Dat lijkt een klein berichtje, maar ongetwijfeld denken de mannen na over intensieve samenwerking in de toekomst. Vaynerchuk en Wannahaves, BALR en 433 zijn namelijk alledrie koningen van het inzetten van contentmarketingprincipes voor het opbouwen van miljoenenbedrijven.

Vaynerchuk komt dus een kleine beetje naar Nederland (en andersom), en hoe die samenwerking verder verloopt zullen we zien. Met zijn ‘komst’ is het misschien goed om eens te vertellen waarom iedere ‘marketeer’ Vaynerchuk wat intensiever zou moeten volgen. Ikzelf heb er inmiddels een uurtje of 200 Gary-content opzitten dus ik neem jullie even mee in mijn ‘learnings’ van dé contentmaster der contentmasters.

 
1. Alles gaat om content
Alles wat Vaynerchuk doet draait om content koppelen aan ondernemerschap. Hij begon in de drankwinkel van zijn vader. Daar verkocht hij wijn aan een groot publiek doordat hij vanaf 2006 filmpjes op YouTube plaatste over wijn. Hij besprak de wijn, deed dat op een grappige manier, en naarmate dat publiek groter werd, vlogen de flessen wijn uit de winkel. Hij werd een icoon in zijn vakgebied en als Gary iets adviseerde - via video, maar ook via zijn nieuwsbrieven - dan bestelden de liefhebbers dat gretig.

Vandaag de dag maakt Gary Vaynerchuk nog steeds een ongelooflijke stroom content. In The Ask GaryVee show beantwoordt hij vragen, in DailyVee volgen we Vaynerchuk een hele dag en in de podcast worden alle speeches en interviews geplaatst die hij gaf. Het mechanisme? Iedereen moet denken: hé, die Gary heeft er verstand van dus laten we hem eens bekijken. En als je veel bekeken heb van zijn ‘stuff’ en je hebt wat te besteden, moet je denken: ik vraag hem voor een lezing of word klant van VaynerMedia.

 
https://www.youtube.com/watch?v=r0aJuRTRgrw

 
2. GaryVee is praktisch
Gary is geen professor met ingewikkelde theorietjes over media. Hij haalt al zijn kennis uit de praktijk. Dus als hij vertelt over hoe je miljoenen followers krijgt op Instagram dan kan hij uit eigen ervaring putten. Of als hij uiteenzet hoe je moet beginnen met content voor nul mensen dan vertelt hij over zijn eerste YouTube-films. Zijn motto is: gewoon beginnen. Niet teveel plannen schrijven of allerlei excuses, maar snel beginnen met je content. Daarvan leren, kritisch zijn en weer verder gaan.
 
3. Gary is heel uitgesproken
Het is natuurlijk een ideale eigenschap voor een mediamaker om een helder, scherpe mening te hebben. Een van zijn vele wetmatigheden is bijvoorbeeld dat je niet in alle media goed kan zijn. Video, audio en tekst gaan een beslissende rol spelen de komende jaren, maar volgens Vaynerchuk moet je keuzes maken. Hijzelf schreef zijn bestsellers met ghostwriters bijvoorbeeld en hij focust op audio en video. De laatste tijd praat hij veel over ondernemerschap en dat iedereen maar denkt hij de perfecte ondernemer is terwijl dat niet het geval is. ,,Ik heb van mijn 20-ste tot dertigste keihard gewerkt, ook op de zaterdagen. Dus ik vraag altijd aan mensen met grote ambities: zijn jullie ook bereid om hele zaterdagen te werken?’’

 
4. Vayenerchuck is eerlijk en openhartig
Een belangrijk verschil tussen de personal brands van vroeger - Michael Jackson, Madonna, Michael Jordan - en die van nu is dat het helpt als je eerlijk bent over je eigen situatie. Vaynerchuk weet dat openhartigheid werkt in de media en vertelt altijd over zijn bescheiden achtergrond als zoon van een immigrant die vanuit Wit-Rusland naar de VS trok. Het mooiste is als hij vertelt over zijn moeder die hem, ondanks dat hij altijd lage cijfers haalde, altijd de hemel in prees. Ze heeft hem daardoor enorm veel zelfvertrouwen gegeven en dat is heel belangrijk als je vanuit het niets iets moet maken zoals ondernemers doen.

 
5. Gary Vaynerchuk is 42 jaar
Dat klinkt een beetje flauw, maar het is wel heel belangrijk. In tegenstelling tot veel hele jonge zakelijke ‘goeroes’ kan hij iets vertellen over de tijd waarin massamarketing en massamedia een grote rol speelden en hoe dat ‘spel’ veranderd is de afgelopen jaren door de komst van social media. Hij kan uitleggen hoe je als kleine ondernemer vroeger kansloos was omdat de kosten voor het bereik van grote groepen mensen veel te hoog waren en hoe anders dat nu is. Zijn motto: Facebook en Instagram zijn CBS en CNN ineen, maar dan veel goedkoper. Dat principe van long-tail waarbij kleine ondernemers toegang hebben tot een groot publiek maakt zijn verhaal ook heel optimistisch, het is hoopgevend. Vaynerchuk slaat trouwens niet door in Amerikaanse hosannateksten; hij is ook wel realistisch. Niet iedereen zou het moeten nastreven om de grootste ondernemer op aarde te worden, simpelweg omdat niet iedereen daar de aanleg voor heeft..

 
Conclusie
Ik luister veel naar Vaynerchuk omdat ik vrolijk word van zijn oerverhaal wat neerkomt op het volgende: we leven in een geweldig tijd waarin je als ondernemer veel kansen krijgt; bestudeer goed hoe social media werken, ga er vervolgens mee aan de slag, werk keihard en je maakt een goede kans om het te maken. En treur niet als het een keertje niet lukt, het gaat uiteindelijk helemaal niet om bergen geld verdienen, maar om geluk! Dat laatste hoor je ook terug als hij over zijn kinderen praat; hij wil absoluut niet dat ze op hem gaan lijken, maar dat ze zelf goede keuzes maken. Gary Vaynerchuk, het is een mooie vent waar je veel van kan leren.

‘Politieke partijen moeten kijken naar hun merkbelofte’

‘Politieke partijen moeten kijken naar hun merkbelofte’
Marketing in aanloop naar de verkiezingen, deel 1 

In de aanloop naar de Gemeenteraadsverkiezingen op 21 maart doen politici aan niets anders dan aan marketing. In een tweeluik praten we over de campagnes vanuit marketingperspectief, morgen met journaliste en voormalig Kamerlid Myrthe Hilkens en vandaag met merkstrateeg Marc Oosterhout. Laatstgenoemde is één van de oprichters van het succesvolle reclamebureau N=5, hij bracht vorig jaar zijn boek ‘De kunst van het kiezen’ uit, waarin hij stelt dat bij politieke partijen een belangrijk aspect van de communicatie ontbreekt: de kiezer wordt niet centraal gesteld.

Kun je aangeven waarom politici en politieke partijen meer naar merken zouden moeten kijken?
Oosterhout: ,,In het algemeen zetten politieke partijen zichzelf centraal. Meestal door de politiek leider op te voeren. Kijk maar naar de meeste verkiezingsposters. Of ze vertellen wat er volgens hen moet gebeuren. Vaak zijn dit heel generieke zaken zoals goed onderwijs, betere zorg of minder regels. Politieke partijen zenden vooral. Merken doen precies het omgekeerde: zij laten vooral zien wat een ontvanger heeft aan hun product of dienst. Neem Nike. In die campagnes staat altijd de performance van de sporter centraal, nooit de perfectie van de schoen van Nike. Nike ziet zichzelf als het instrument van de sporter. Zo hoort het. Het is opvallend dat politieke partijen deze wet in de communicatie niet of nauwelijks tot uiting weten te brengen. Ik leg altijd uit dat het niet gaat om wat je doet, maar wat je betekent. Dat vinden politieke partijen heel lastig.”

 
 
Hoe zou het er in de praktijk uit moeten zien?
,,Een sterk merk gaat uit van een sterke merkbelofte, ook wel een ‘why’ genoemd. Ze hebben een groter doel voor ogen voor de mensen waar ze zich op richten. Zo wil Dove het vertrouwen herstellen dat vrouwen zouden mogen of misschien zouden moeten hebben in hun eigen schoonheid, wil NS dat iedereen de vrijheid heeft om te gaan en staan waar ze willen om een manier die hen het best past. Simpele reasons to be, maar wel vreselijk belangrijk om je werkelijke betekenis te duiden.

Dat zouden politieke partijen ook moeten doen. Sterker nog, voor politieke partijen is dit misschien nog wel belangrijker omdat ze in essentie een ideale maatschappij nastreven. En juist dat ideaal motiveert kiezers om op een partij te stemmen. Vaak ligt de why van een politieke partij besloten in het beginselprogramma. Voor het CDA is dat bijvoorbeeld rentmeesterschap, voor PvdA bestaanszekerheid voor iedereen, voor D66 autonomie van het individu en voor GroenLinks een duurzame samenleving. Hele verschillende ‘why’s’ eigenlijk. Maar naarmate partijen langer bestaan, lijken ze hun why uit het oog te verliezen. Dat is ook het grootste probleem van de gevestigde partijen, zoals PvdA en CDA. Nieuwe partijen, zoals Forum voor Democratie en Denk, maken daar slim gebruik van Mijn oproep aan elke politieke partij zou zijn, ga terug naar je roots, benoem je why opnieuw en handel ernaar. En herhaal, herhaal, herhaal. Herhaling is een wet in communicatie.”

 
 
Je schrijft dat de politiek nog vrij amateuristisch werkt als het gaat om campagne voeren. Heb je een paar concrete voorbeelden?
,,Daarvoor hoef je alleen maar om je heen te kijken. Vincent Rietbergen, Joost Vullings en Xander van der Wulp brengen momenteel in hun populaire verkiezingsvlogs de slechtste campagne-filmpjes van lokale partijen. En ook in de rubriek van Eva Jinek over de lokale verkiezingen dook regelmatig een zeer amateuristisch filmpje op. Echt verschrikkelijk. Het is alleen jammer dat ze nooit een deskundige aan tafel halen om hier iets nuttigs over te zeggen. Een wetenschapper. Een communicatiedeskundige. Dan zouden we er tenminste iets van kunnen leren. Nu worden slechte campagnes getoond als entertainment. Dat mag, maar je zou er veel meer mee kunnen doen. Ik vind het onbegrijpelijk dat er zo amateuristisch mee omgegaan wordt. Het gaat toch om onze democratie. Dan mag je van de pers wel wat meer verwachten.”

 
 
Maar lokale politici hebben toch ook niet de middelen om campagne te voeren?
,,Klopt, maar dan denk ik: sla een goed boek open over communicatie. Die zijn er genoeg. Ik denk ook dat er een misvatting bestaat in het vak van politieke communicatie. Alsof iedereen kan communiceren. Dat is natuurlijk niet zo. Het is net als met voetballen: iedereen kan wel een balletje trappen, maar dan ben je nog geen Messi. En zo is het met communicatie ook. Communicatie is een vak dat vraagt om deskundigheid.”

 
 
De inzet van sociale media lijkt voor bepaalde politici een zegen, qua free publicity.
,,Dat klopt. Maar het komt ook omdat mensen als Wilders en Baudet  intrinsiek polariserende standpunten innemen en uitspraken doen. Ze trekken de aandacht omdat ze vaak langs de randen schuren van wat betamelijk is. En ze doen het bewust. Het is exact dezelfde strategie die Donald Trump kiest. Het is ongelofelijk dat de machtigste man te wereld zulke idiote boodschappen kan verspreiden en dat het ook nog serieus genomen wordt. In Nederland doen Baudet en Wilders hetzelfde. Natuurlijk: het valt op, maar of het de partijen een structurele winst oplevert, is maar zeer de vraag. Ik bedoel wat heeft twintig jaar PVV nu uiteindelijk opgeleverd?’’

 
 
Media blazen het ook wel op.
,,Ja, journalisten mogen ook wel eens naar zichzelf kijken. Zij maken dit soort extreme politici groot door er keer op keer aandacht aan te besteden. Onlangs publiceerde Dr. Mirko Tobias Schäfer van de Universiteit van Utrecht een studie waaruit bleek dat de politieke agenda door maar een heel kleine groep twitteraars (zo’n 15.000 rechtse en zo’n 40.000 linkse politici) wordt bepaald. Dat is geen representatief beeld, waarschuwde hij: ‘de traditionele media zouden veel terughoudender met de berichten op Facebook en Twitter moeten omgaan’. De commotie op sociale media is tegenwoordig op zichzelf al nieuws, maakt niet uit over welk onderwerp. Het zou een zegen zijn als de mainstream media wat dat betreft meer zelfbeheersing laten zien’. Dat ben ik roerend met hem eens. Ook de Belgische cultuurhistoricus David van Reybrouck heeft hier hele zinnige dingen over gezegd.’’

 
 
Noem eens een voorbeeld van een geslaagde campagne.
,,Ik schreef vorige jaar voor Brandpunt een column waarin ik schetste dat GroenLinks en Forum voor Democratie de echte winnaars waren van de verkiezingen. Zij wisten een snaar te raken bij nieuwe groepen kiezers. Dat is knap. Jesse Klaver koos voor een heel nieuwe aanpak, met een intensieve social strategie en meet-ups die toegankelijk waren voor iedereen. Klaver was een echte winnaar en dat droeg hij uit. Het hielp natuurlijk ook dat hij zelf nog heel jong is. GroenLinks had nog nooit eerder zoveel zetels. Het is natuurlijk een gemiste kans dat GroenLinks niet doorzette en plaats nam in het kabinet. Ik vind de campagne ‘Verandering begint hier’ die ik nu overal zie, tamelijk ongeloofwaardig. Klaver heeft de kans op verandering laten liggen.

Ook Thierry Baudet deed het goed. Weliswaar met een compleet ander verhaal, maar zijn technieken leken behoorlijk op die van Klaver. Gevat, actueel en met veel lef en emotie. En scherp gepositioneerde standpunten. Daar houden kiezers van.”

 
 
Hebben politici je adviezen al ter harte genomen?
,,Dat is lastig te zeggen. Zeker met lokale verkiezingen. Het niveau zal helaas niet zo hoog zijn. Begrijpelijk gezien het gebrek aan geld en vakmanschap. Maar landelijk zou het over drie tot vier jaar beter moeten gaan. Ik ben al door menig politicus benaderd, dus het lijkt erop dat er wel interesse is.”

 

Waarom koopt Amazon een deurbelfabrikant?

Waarom koopt Amazon een deurbelfabrikant?

Een flitsende start up voor videodeurbellen is in handen gekomen van Amazon. Voor ruim een miljard dollar naar verluidt. De deurbellen markeren een volgende stap van Amazon om verder ín je huis te komen. Het is de bedoeling dat er een hechte connectie komt tussen de deurbel en Amazons slimme assistant Alexa.

 
Stel je tienerzoon heeft een feestje en komt diep in de nacht thuis. Pa is al eerder gaan slapen, maar wordt in de nacht een keer wakker. Hij heeft zijn zoon niet horen thuiskomen. Gelukkig staat de Echo met de slimme assistant Alexa naast zijn bed. „Alexa, is Robert al thuis?” vraagt hij. Daar weet Alexa wel raad mee, want kort geleden kwam er een berichtje van de deurbel. „Ja, Robert is thuis,” luidt het opgewekte antwoord. Pa draait zich gerustgesteld weer om.

 
Deurbel en smartphone maken contact
Zo zou de videodeurbel in de toekomst met Alexa kunnen communiceren. De bel is sowieso handig, omdat die ook kan communiceren met je smartphone. Misschien wordt er aan je deur gebeld als je niet thuis bent. Is het een bekende, dan doet gezichtsherkenning het werk. Ook als je smartphone even niet binnen handbereik is, kom je later te weten wie ervoor de deur stond. Je kan natuurlijk ook live meekijken op je smartphone en een gesprekje aangaan. „Oh, goed dat u er bent, geeft u het pakketje even bij de buren af?”

 
Ring heet de deurbel startup die nu in handen is van Amazon. De overnameprijs is niet officieel bekendgemaakt, maar volgens Reuters ging het om een bedrag van ruim een miljard dollar. Is dat niet een beetje veel voor een paar deurbellen? Ring, gevestigd in Santa Monica in Californië, populariseerde het idee van de videodeurbel. Mensen kunnen niet alleen binnenshuis zien wie er aan de deur staat, maar ook op de smartphone waar ook ter wereld. De deurbellen van Ring zijn ook in Nederland verkrijgbaar. De bel detecteert bewegingen en weet dus wanneer er iemand voor de deur staat. De bel maakt gebruik van het Wi-Fi-netwerk en stuurt videobeelden met geluid naar de smartphone app die de huiseigenaar op zijn smartphone heeft geïnstalleerd. Het bedrijf prijst de app aan voor de veiligheid, want dieven worden afgeschrikt.

 
Richard Branson en Goldman Sachs
Jamie Siminoff heet de man achter Ring. Hij begon in zijn garage wat te prutsen en huurde in 2011 een klein plekje op de grote elektronicabeurs CES. „Dat was de beste zakenbeslissing in mijn leven,” vertelt hij tegen USA Today. Luchtvaartmagnaat Richard Branson en zakenbank Goldman Sachs kwamen met geld over de brug. Hij heeft al geleverd aan 90.000 winkels. En nu is zijn start up voor de hoofdprijs verkocht.

 
Met de overname deelt Amazon een tik uit aan Google, dat ook bezig is met een video-deurbel. Met Nest van Google kan je al thermostaten aansturen en het techbedrijf is bezig met uitbreiding met een videodeurbel.

 
De verwachting is dat Amazon de apparaten van Ring op termijn gaat gebruiken bij de bezorging. De bel weet dan wanneer de bezorger ongeveer komt, ziet hem vervolgens aanlopen en ontgrendelt de deur even. Als je thuiskomt zie je je bestelling in de gang staan. Het moment van bezorging krijg je natuurlijk in een video op je smartphone te zien. Het klinkt te mooi om waar te zijn.

Er is ook een keerzijde: Amazon komt zo wel erg centraal in je huis te staan.

Dat is ook precies de bedoeling van de techgigant.

Het nieuwe RTL (als het aan ons ligt): samenwerken, sympathieker worden en je publiek kennen

Het nieuwe RTL (als het aan ons ligt): samenwerken, sympathieker worden en je publiek kennen

Het zijn roerige tijden voor RTL. De directie heeft te lang stilgezeten en moet dit jaar grote veranderingen doorvoeren. Niet alleen op tv, met het vertrek van Erland Galjaard: door het hele bedrijf moeten ze grote stappen zetten. Een blik op de staat van RTL en een paar mogelijke oplossingen.

We kunnen er niet omheen. De problemen die RTL in Nederland heeft zijn fors. Even op een rij wat we kunnen constateren:
1. De winst en omzet zijn behoorlijk afgenomen in 2017
Moederbedrijf RTL Group doet het eigenlijk gewoon goed met een sterk derde kwartaal 2017 waarin de EBITDA 263 miljoen euro bedroeg. Zo heeft één van hun grootste markten, Duitsland, een sterke performance, maar de Nederlandse tak steekt er mager bij af. De winst in Nederland nam zelfs af met bijna een kwart in de eerste drie kwartalen, terwijl ook de omzet met 5 procent daalde.

 
2. De omzet uit tv-reclame neemt af en er kijken minder mensen lineair
Dat is al een tijdje gaande, maar uit recente cijfers van tv-brancheorganisatie Screenforce blijkt dat in 2017 de tv-reclamebestedingen harder daalden dan de kijktijd. De reclameomzet uit spot en non-spot daalde ruim 5 procent, terwijl de kijktijd 3 procent omlaag ging. Het betekent dat adverteerders zien dat voorgebakken programmering minder in trek is en naar andere media (digitaal vooral) kijken om hun bereik te halen. Dat is heel vervelend voor RTL Nederland, want uit de lineaire tv-markt haalt de zendergroep nog steeds het meeste geld.

Positiever is dat de kijktijd wat minder hard daalt. Bij de RTL-zenders is het verval niet dramatisch, maar men weet: de kijktijdcijfers gaan niet meer omhoog. Aangezien kijktijd en tv-reclameomzet altijd aan elkaar gelieerd zijn, zit je daar met een probleem.

 
3. Het imago van RTL heeft deukjes opgelopen
Dat is een niet te onderschatten punt. We schreven begin september al dat de kijker klaar is met het blik BN’ers dat dagelijks bij RTL wordt opengetrokken. Met name BN’ers uit de eigen stal die elkaar heel erg tof vinden, maar waar de kijker weinig mee heeft. Ook programmabaas Erland Galjaard kwam steeds meer onder vuur. Landelijke media schreven erover, het eigen Voetbal Inside ging er in mee. De uitgebreide publiciteit zorgde aanvankelijk niet voor enige zelfreflectie binnen het BN’ers-gilde van RTL. En dat maakte ze voor het publiek eigenlijk alleen maar onsympathieker. Voor de kijkcijfers is dat gewoon niet handig.

Inmiddels is er blijkbaar het besef gekomen dat er dingen moeten veranderen bij RTL en wordt afscheid genomen van Galjaard en in zijn kielzog Humberto Tan. Hoe Tan werd afgeserveerd, is overigens ook niet bepaald warm. RTL Late Night was en ís Humberto Tan. Het lijkt eerder op paniekvoetbal om de programmanaam intact te laten en er iemand ander op te zetten.

Maar wie volgt? Al met al heeft RTL - zeker met RTL4 - iets te lang in de comfortzone gezeten en had het eerder veranderingen moeten doorvoeren. De kijker vindt NPO1 sympathieker, met hier en daar een slow tv format van MAX, Wie is de Mol?, DWDD, Jinek, sport, actualiteiten en nieuws.

 
4. Videoland heeft nog te weinig publiek
Het video on demand platform Videoland was een goed initiatief van RTL, maar de omroep heeft na de introductie verzuimd om door te pakken. Er waren niet alleen wat technische hick-ups en het aanbod sprak te weinig aan. Inmiddels is dat wel verbeterd, maar forse investeringen in vooral ‘killer content’ zijn nodig om Videoland voor de verwende kijker echt onmisbaar te maken. Hoewel RTL geen abonneecijfers publiceert, zou het aantal abonnees nu rond de 400.000 liggen. En dat is nog veel te weinig, ook al ben je na Netflix de nummer 2 in de Nederlandse markt.

 
5. Andere digitale assets leveren nog te weinig op
RTL Ventures en influencers binden (RTL MCN), zijn goede, vooruitstrevende initiatieven geweest. Onder Ventures vallen onder meer woonwinkel Flinders en online oefenprogramma voor kinderen Squla, en voorheen bijvoorbeeld ook datingsite Pepper, Couverts en Reclamefolder (allen doorverkocht). Deze investeringen in online spelers bieden perspectief in bijvoorbeeld e-commerce. Daarnaast zijn er de MCN’s van bijvoorbeeld Stuk TV, Anna Nooshin en OnneDi en het eigen kanaal Concentrate.
Voor beide onderdelen geldt dat ze (nog) niet zoveel opleveren als de tv-grp’s. Het online ecosysteem zit nu eenmaal anders in elkaar dan het traditionele tv-model. De vraag is ook wat er bijvoorbeeld bij de influencers aan de strijkstok van YouTube blijft hangen.

 
6. Wat is het RTL-publiek?
Belangrijk om te benoemen: wie zijn eigenlijk die RTL-kijkers? Videoland heeft natuurlijk de profielen van de abonnees, uit RTL XL en de participatie in NLZiet kun je ook data halen, maar bij de tv-zenders weten we dat eigenlijk nauwelijks. Dat is ook lastig uit het huidige SKO-kijkonderzoek te halen, met zo’n kleine steekproef.
Pas onlangs werd bij RTL een nieuwe functie gecreëerd: die van chef consumenten, ofwel een chief consumer officer die een product- en marketingstrategie gaat ontwikkelen. Dat is rijkelijk laat. Het is wel een ervaren man: Lucien Brouwer zorgde voor de ontwikkeling en groei van de GO app bij Ziggo, waar hij vandaan komt.

 
Wat nu voor RTL?
Met bovenstaande wetenschap, wat moet er dan gebeuren bij RTL? ‘Veel’, is daarop natuurlijk het antwoord. Ruud Hendriks (één van de grondleggers van RTL) sprak afgelopen weekend op BNR nogmaals zijn bezorgdheid uit over de toekomst van RTL. ,,De achterstand is inmiddels zo enorm, dat komt niet meer goed. Als je echt iets wil doen zou je Videoland een heel jaar lang gratis ter beschikking moeten stellen, met super-content erop. Dat kost je 100 miljoen maar dan heb je nog een kans om wat te doen. Dat is wat Disney doet. Die besteden de komende jaren 5 miljard om een concurrent van Netflix op te zetten. Bereik eerst publiek en probeer dan een product te verkopen.”

De boodschap van Hendriks is erg somber, maar is het ook echt te laat voor RTL? Nee.

 
Nieuwe strategie en invulling RTL4
RTL presenteert binnenkort een nieuwe strategie. Dat zal waarschijnlijk ten koste gaan van een deel van de banen in Hilversum. Men gaat nu dus snijden in de overhead en de organisatie stroomlijnen. Wat er gaat gebeuren met de contracten van sommige duurbetaalde BN’ers, is ook een interessante case. Het is nog niet bekend hoe de nieuwe strategie er inhoudelijk uitziet. Wel weten we dat de lineaire zenders, hoewel minder in trek, nog steeds belangrijk zijn voor het bereik en daarmee de reclame-inkomsten.

Wat zou er moeten gebeuren? RTL moet op (lineaire) tv nieuw elan krijgen en met name vlaggenschip RTL4. Het betekent: bouwen aan een beter imago, meer sympathie en een betere doordeweekse programmering. De tijdelijke zenderbaas Marco Louwerens is ook de man achter RTL7 (en het op tv mislukte RTLZ). Geruchten gaan dat hij straks officieel benoemd wordt als programmabaas. De nieuwe manager doet er in ieder geval verstandig aan de weg van de geleidelijkheid te kiezen. Als we ons richten op RTL4: dat heeft een aantal sterke assets. In de vooravond RTL Boulevard (de verjonging ervan is niet per se een vooruitgang geweest), het RTL Nieuws en GTST. In de late avond RTL Late Night, met straks Twan Huys en dus wordt het programma mogelijk ‘serieuzer’ en ‘journalistieker’. Daarnaast heeft RTL4 een paar kijkcijferkanonnen met het weekendamusement, zoals The Voice of Holland, Miljoenenjacht, Ik Hou Van Holland en (nog steeds) All You Need Is Love (de kerstspecial).

 
1. Los probleem primetime doordeweeks op
De sterke assets door de week en in het weekend moet RTL natuurlijk behouden, maar vooral op primetime doordeweeks heeft RTL4 een probleem. Moet je nog doorgaan met de hulp-tv die Galjaard ooit invoerde? Ja, maar dan niet met te veel spin-offs over slechte slapers, slechte gebitten en lelijke eendjes. Je zou er ook nog over kunnen denken om de kijkcijferhit Expeditie Robinson van RTL5 naar RTL4 te halen, zoals de NPO dat ook heeft gedaan met DWDD en Wie is de Mol? (beide programma’s verhuisden de afgelopen jaren van 3 naar 1).
2. Nederlands drama
Kom weer met een dramaserie als Gooische Vrouwen of Divorce, die je uiteraard vooraf kan bingewatchen op Videoland. Investeer dus in kwalitatief hoogstaand Nederlands drama. Denk er verder aan dat je kijker echt niet jonger wordt, dus waarom zou je je niet richten op een iets ouder profiel? Met mensen die ook echt wat besteden?
3. Meer sympathie
En zorg dus vooral voor meer sympathie bij de kijker, met BN’ers die de kijker wél trekken en kennen. De andere zenders laten we even buiten beschouwing, met die aantekening dat RTL7 als mannenzender het niet slecht doet en RTL5 wel een probleem heeft.
4. Samenwerking andere partijen
Aan de achterkant wil RTL de commerciële activiteiten veel meer aan elkaar verbinden, omdat het weet dat de lineaire tv-reclameomzet terugloopt. Nu kan RTL nog wel even profiteren van die omzet, maar het wordt elk jaar minder en wie weet hoe het over vijf jaar is?
De al zo vaak aangehaalde noodzaak tot samenwerking met andere lokale partijen is groot, want RTL kan het niet (meer) alleen. Op commercieel gebied worden met (online) initiatieven als Buy-media.nl  wel stappen gezet, maar het lijkt allemaal nog wat voorzichtig. Hoe staat het bijvoorbeeld met de doorbraak van programmatic en addressable tv? Het is vrij stil nu.

Aan de contentkant is er NLZiet, hoewel dat platform ook veel te laat is doorontwikkeld. Veel interessanter kan nog zijn de aansluiting bij een ‘kabel’-partij als Ziggo. Door de gestage toename van ‘cord cutting’ (abonnees zeggen hun kabelabonnement op omdat ze maar een beperkt aantal zenders kijken) en de druk op de marges bij het (mobiele) telefonieabonnement hebben Ziggo en KPN in de nabije toekomst ook een probleem. Ziggo fuseerde in Nederland al met Vodafone om op de lokale markt te groeien in het mobiele stuk. Maar het heeft moeite om te groeien met eigen content. Veel verder dan Ziggo Sport komen ze hier niet. Aan de achterkant werken RTL en Ziggo al commercieel samen in de reclameverkoop op Ziggo Sport. Waarom dus niet ook een contentdeal maken? Of dat nu via een verregaande samenwerking is of zelfs een fusie, het is win-win voor beide partijen: Ziggo heeft de gewenste uitbreiding van de content, RTL krijgt de beschikking over de data van de Ziggo-abonnees.

De eerste contouren van het nieuwe RTL zullen we in ieder geval in 2018 gaan zien.

 

PODCAST: Filmmaker Bas Welling over de wetten van een maatschappelijke commercial

PODCAST: Filmmaker Bas Welling over de wetten van een maatschappelijke commercial
PODCAST: De Vakmanschap is Meesterschap Tapes deel 2

Wij wilden weten hoe je zo’n maatschappelijk verantwoorde tv-commercial maakt. Welke lessen zijn er te trekken uit de ‘debacles’ van Pepsi en Rabobank? We vroegen het Bas Welling van WeFilm die regelmatig soortgelijke films produceert.

 
[iframe height="100" width="100%" frameborder="0" scrolling="no" data-link="https://www.podbean.com/media/player/54wbf-8840ac" src="https://www.podbean.com/media/player/54wbf-8840ac"]

 
Waar we de familie Welling ook alweer van kennen? Bas Welling en zijn broer Roel maakten ooit Max de Hacker, de gast die de snelwegboorden in de war stuurde toen YouTube nog maar net in Nederland was. Die filmpjes werden meer dan 35 miljoen keer bekeken. Bas Welling: ,,Als je iets maakt dat spraakmakend is en relevant voor een opdrachtgever dan werkt het goed.’’

 
‘Maak een leuk bedrijfsfilmpje’
De meeste briefings die binnenkwamen in die beginfase waren maar saai. ,,Of zoals mijn broer zegt: daar ben ik geen regisseur voor geworden.’’ Heb je ze wel eens weggegooid? ,,Zeker en dan vragen we aan de opdrachtgever: vind je het goed als we binnen diezelfde doelstelling iets beter bedenken? Het is nu beter dan in onze beginjaren, maar toen stond er wel eens: maak een leuk bedrijfsfilmpje en dan komt onze CEO iets vertellen(…..) Online video is booming, maar 95 procent heeft maar een paar duizend views dus is een waste of money. Het moet echt het onderwerp van gesprek zijn en als het niet gedeeld wordt, is het niet goed genoeg. ’’

 
Maatschappelijke films
Twee jaar geleden had WeFilm volgens Welling veel van haar doelstellingen bereikt. ,,Toen spraken we over onze volgende stap. Hoe mooi zou het zijn als we door onze films op maatschappelijk gebied iets bij kunnen dragen? Film kan dat effect hebben.’’ Het is logisch om dat voor goede doelen te doen, maar is het geen vak apart om dat voor bedrijven te maken? ,,Ja, je begeeft je op glad ijs in dat geval. Kijk maar eens naar Pepsi dat iets pakte wat leefde in de samenleving om daar het merk achter te plakken.’’ Wat ging daar mis? ,,Kendall Jenner probeerde met het openen van een blikje een politiedemonstratie de goede kant op te sturen. In die periode kwamen etnische groepen tegen de politie in verweer en deze commercial zou dat allemaal wel even oplossen. Hiermee trek je het onderwerp naar het belachelijke; het is gebrek aan verschillende voelsprieten voor het feit dat je die claim niet kunt maken. Het is oogkleppen op en denken dat het allemaal goed komt als je meevaart op zo’n maatschappelijke tendens.’’
 ,,Het is oogkleppen op en denken dat het allemaal goed komt als je meevaart op zo’n maatschappelijke tendens.’’

 
Lekker maatschappelijk bezig
Is het een gevaar om te denken: het is hot om maatschappelijk bezig te zijn en dus doen wij dat ook? ,,Zeker, wij noemen dat wel eens: is het een gimmick of iets dat werkelijk uit het hart van het bedrijf komt? Daar proberen wij in de aanvragen doorheen te prikken, alleen als er serieus werk van wordt gemaakt, heeft het kans van slagen. Dat is een kwestie van veel vragen stellen en van daaruit zoeken naar de creativiteit.’’

 
Interpolis-commercial
WeFilm maakte een commercial voor Interpolis over de gevaren van appen en bellen in de auto. Wist je vooraf of Interpolis ook daadwerkelijk met dat thema bezig was? ,,Er kwam een app die gebruik van de telefoon moet tegengaan en het bedrijf stelde serieus budget ter beschikking om in 2020 een significante vermindering te bewerkstelligen van het aantal verkeersdoden. Alleen als je het zo serieus aanpakt heeft het zin.’’

Bij Rabobank ging het mis met de claim in de tv-commercial. Letten jullie altijd op dat je een claim moet kunnen waarmaken? ,,Je moet altijd kunnen uitleggen dat je een claim kan waarmaken anders zullen mensen het als leeg ervaren. Ik waardeer de Rabobank ambitie om te zeggen: wij willen graag een bijdrage leveren aan het honger de wereld uithelpen. Dat past heel goed bij hen, maar de bewijsvoering om dat voor elkaar te krijgen was te verborgen.’’

 
Boxen
Het gaat bij WeFilm niet alleen om de wereld vooruit helpen trouwens. Er is net een serie gemaakt samen met Vice….en Dumpert over een boksschool genaamd Boxing ‘82. ,,Onze regisseur Jan Boon heeft zich daar helemaal in vastgebeten. Twee van de mannen die daar werken zijn een soort held op Dumpert. Die mannen zijn dus al omarmd en ze verdienen een ode.’’
Luister hier ook deel 3
https://www.frank.news/2018/04/03/nu-nl-hoofdredacteur-gert-jaap-in-de-podcast-ik-had-van-nieuwe-revu-het-nieuwe-vice-moeten-maken/

 
Luister hier ook deel 1
https://www.frank.news/2017/11/10/oude-mensen-zonder-instagramaccount-begrijpen-deze-wereld-niet/

Waarom is er in Nederland geen The Wirecutter?

Waarom is er in Nederland geen The Wirecutter?

Sorry Alexander, we lenen wel eens een ideetje van je (ruilen voor een contentmarketingstrategie?). Op een van de laatste edities van ‘Een Podcast over Media’ vertelde Alexander Klöpping over The Wirecutter, de geweldige website met alleen maar recensies die onlangs gekocht is door New York Times.

 
Bizar eigenlijk dat er nog geen Nederlandse variant van The Wirecutter is, een website briljant in al zijn eenvoud. Het idee is vrij overzichtelijk, je klikt op een willekeurige productcategorie, bijvoorbeeld ‘winterschoenen’ en er volgt een scherpe recensie en de keuze van het allerbeste product. Uit de winterschoenentest kom één winnaar in een mannen- en een vrouwencategorie; ‘our pick’. Onder het verhaaltje met de testresultaten staat een duidelijke knop met een link naar de webshop waar je de schoen kan bestellen; in heel veel gevallen Amazon en soms een ander webwinkel. Met dat laatste verdient de site ook haar geld, de webshop betaalt voor elke sales die tot stand komt (ja, we weten dat het affiliate marketing heet) via de site. Het schijnt overigens dat de schrijvers niet weten hoe hoog de commissies zijn en dat lijkt me heel gezond. Er is tegenwoordig ook een dependance van Wirecutter genaamd ‘The Sweethome’ waar de focus ligt op huishoudelijke producten.

 
Verkocht voor 30 miljoen dollar
The Wirecutter is bedacht door Brian Lam, schrijver en voormalig hoofdredacteur van techsite Gizmodo. In 2016 werd The Wirecutter gekocht door The New York Times voor ongeveer 30 miljoen dollar. Het past in de strategie van de krant (binnenkort ook in Nederland, let maar op) om te focussen op service voor de lezers.

Klöpping zei het ook op ‘de podcast’, maar het model van The Wirecutter zou natuurlijk in Nederland ook als een tierelier lopen. Sterker nog: er is een club die het businessmodel gemakkelijk kan kopiëren; De Consumentenbond. Kun je daar lekker snel de beste sporthorloges bekijken om via een linkje naar Mediamarkt snel te schakelen? Nee natuurlijk. Je moet eerst een abonnement nemen van 5,95 per maand, gedoe dus.

 
Eigenlijk heel logisch
Je zou kunnen zeuren dat bij de Consumentenbond allemaal zo langzaam gaat en die impuls voel ik wel en beetje, maar je moet ook rekening houden met de achtergrond van zo’n club. De Consumentenbond is niet in het leven geroepen voor consumententesten, maar om de belangen van consumenten te verdedigen, een andere positie dan de voormalig start up van Lam. De bond vertegenwoordigt de belangen van de leden en niet van fabrikanten. De kans is dus klein dat ze daar met een affiliate systeem gaan werken, dat vinden ze daar ongetwijfeld een beetje té afhankelijk worden. Bovendien moeten de leden vast toestemming geven voor zo’n constructie. Zit wel iets in ook.

 
De Recensiekoning
Nee, de Nederlandse versie van The Wirecutter zal gewoon van nul af opgebouwd moeten worden. Arjen Lubach heeft trouwens ooit een grappige variant in de lucht gehouden;  De Recensiekoning. Daar werden bijvoorbeeld de onderburen, knipogen, kraanwater, een droom en vele andere grappige dingen gerecenseerd. Het was vooral grappig, mede door Martine de Jong, een van de grappigste vrouwen van Nederland die in de redactie van Lubach zit en veel vlogt.

 
Coolblue’s Keuze
Maar goed, de vraag naar recensies is onverminderd groot en webshops zelf hebben de rol van The Wirecutter hier overgenomen. Ook zijn er per product natuurlijk aardig wat recensiesites (restaurants, telcomaanbieders et cetera). Want geef maar toe mensen, als jullie een nieuwe tv zoeken dan ga je toch ook altijd even naar Coolblue’s Keuze? Het zou handiger zijn als je een plek had die toch iets verder afstaat van Coolblue zelf.
Aan de slag
Even concreet. Hoe te beginnen? Wij zouden zeggen; een clubje van tien, breed ingevoerde, journalisten maakt een plan om elke week twee productcategorieën te testen. Het tiental vraagt een zakelijke partner om afspraken te maken met Bol.com, Mediamarkt, Coolblue en Wehkamp (en misschien al een nieuwsmerk voor de distributie). De webshops betalen allemaal hetzelfde percentage per verkoop die tot stand komt en sluiten een deal waarvan het tiental journalisten niets weet. De zakelijke man of vrouw betaalt de journalisten een keurig uurtarief om elke week twee recensies te schrijven en om een uurtje bij elkaar te komen waarin het beste product wordt gekozen.
Totale kosten
De journalisten kosten geld, er moet geïnvesteerd worden in de website en natuurlijk ook een marketingpotje komen om de views aan te jagen. Oh ja, er moet ook een tone of voice bedacht worden van de site (niet zomaar wat doen mensen). Met een euro of 10.000 startkapitaal per maand zou je toch een geweldige site in de lucht kunnen houden? Distributie via de Volkskrant, niks meer aan doen. Zullen we het als eerbetoon www.alexander.nl noemen?

Waarom de bioscoopzalen propvol zitten

Waarom de bioscoopzalen propvol zitten
Volgens ons lezersonderzoek willen jullie meer cases en dus krijgen jullie meer cases. In Franks Cases beschrijven wij op onze manier de meest leerzame projecten in de marketingwereld. Criteria? Ze moeten niet al honderd keer besproken zijn, wijzelf of experts moeten er iets van vinden en – dat vooral – jullie moeten er iets van kunnen….(het klinkt misschien ouderwets)…leren.

Bioscoopbezoek in Nederland groeit al tien jaar op rij. De bioscoopreclameomzet groeit mee, in tegenstelling tot de andere traditionele mediumtypen. Het marketingsucces van de bioscoop verklaard.

 
Met blockbusterfilms als Despicable Me 3, Pirates of the Caribbean: Salazar’s Revenge en Beauty and the Beast kon 2017 niet stuk voor de bioscoopbranche. Ook Nederlandse en arthouse films profiteerden mee. Nederlanders gingen gemiddeld 2,1 keer per jaar naar de film vorig jaar. Dat is het hoogste gemiddelde sinds 1978. Bioscoop werd altijd gezien als een jongerenmedium, maar volgens de cijfers van de branche gaan door het brede aanbod alle leeftijdsgroepen naar de film. De grootste biosexploitant Pathé haalde in 2017 ruimschoots de doelstellingen. Hoezo zou Netflix de mensen thuishouden? Michiel Veugelers, Senior Client Director bij mediabureau UM, fervent filmliefhebber en -expert, verklaart het succes van de bioscoopbranche.

 
Meer zalen, meer innovatie, meer soorten films
Er zijn eigenlijk een paar simpele redenen voor het succes in zijn ogen. Veugelers: ,,Naar de film gaan is een betaalbaar uitje voor mensen. Waar je voor theater vijftig of tachtig euro betaalt met twee personen of bij pretparken nog meer, is de bioscoop met gemiddeld twaalf euro per persoon - afhankelijk van de film - relatief goedkoop.” Investeringen in innovatie dragen ook bij aan de groei. ,,IMAX-zalen waren er al en 3-D films ook. Daar zijn recent Dolby-zalen met perfect geluid en 4DX bijgekomen in twee Nederlandse zalen. Dat is de ultieme beleving. Alle zintuigen worden geprikkeld door de special effects als meebewegende stoelen, water in je gezicht en de geur van een ronkende motor.”

 
Voor iedereen een bios in de buurt
Er worden ook nog steeds bioscopen geopend, zegt Veugelers, zodat er voor alle mensen één in de buurt is. ,,Bepaalde bioscopen draaien van ’s ochtends tot ’s avonds films. Door meer stoelen is het aanbod gevarieerder. Arthouse films en blockbusters kunnen langer naast elkaar draaien en vaak is de service bij die bioscopen ook beter. Je zit ruimer en er is parkeergelegenheid. Het maakt het voor de mensen op die manier wel heel makkelijk om hun weg naar de bioscoop te vinden.”

 
Hoe verkoopt de bioscoopbranche zichzelf?
De sector kan zichzelf steeds beter verkopen, zegt Veugelers. ,,De filmindustrie pusht internationaal de grote franchise films als Star Wars en de Marvel superhelden. Het geeft de consument het idee: die film móét je wel in de bioscoop gezien hebben. De distributeurs zetten trailers van blockbusterfilms op YouTube en die breken record na record in aantallen views. Dat zag je vorig jaar met The Fast and the Furious 8 en Star Wars en The Last Jedi. Dat heb je nu met Avengers Infinity War. Het record in views van de trailer is alweer verbroken terwijl de film nog moet uitkomen. Er wordt op wereldwijd niveau met inzet van alle kanalen die er zijn dus flink geteasd en gehypet.”

 
Bingewatchen in de bios
Maar het gaat veel verder, zegt Veugelers. Thuis on demand series kijken op Netflix is enorm populair. Maar tegenwoordig kan je dat soms ook in de bioscoop doen. Fans van de serie Game Of Thrones konden de finale van het afgelopen seizoen in de bios zien en dat deden ze dan ook massaal. ,,Dat is mooier, grootser en spectaculairder dan dat je het thuis ervaart. Er komen ook meer live sportevenementen in bios. Het geeft je het gevoel dat je er zelf fysiek bij bent.”

 
Verhalen vertellen
Pathé is met al die vernieuwingen ook heel erg bezig om zijn verhaal te vertellen. Naast Game of Thrones en sportevents, laat de exploitant ook gewoon een opera’s en musicals uit New York zien. ,,Alles kan gestreamd worden.” Er zijn ook vaker events rondom een film. In een bioscoop in Utrecht was er vorig jaar een grote Star Wars tentoonstelling. ,,Zo zet je je als plaatselijke bios goed op de kaart.” Dan is er ook nog het gemak waarmee je via digitaal en apps je kaartje kunt boeken, een heel abonnement kunt nemen en een trailer bekijken. ,,Voor de branche is dat heel goed, want met die data kunnen ze meer getarged communicatie aanbieden.”

 
Targeten door kennis van het publiek
Komen door deze successen ook meer adverteerders af op het medium? Ja, zegt Veugelers. Hoewel het erg verschilt per merk en de doelgroep. ,,Maar je ziet door de digitalisering in de bioscoop dat het eerdere obstakel met productiekosten weg is. Ook is veel meer segmentatie mogelijk. Vroeger moest je bijna alle bioscopen inzetten, nu kun je voor bepaalde films kijken naar locatie en doelgroep.”
Bioscoop is steeds vaker een alternatief voor tv-reclame.  De ‘clutter’ is op tv heel hoog, met overvolle blokken. In de bioscoop is dat stukken minder. ,,Op tv neemt de kijktijd erg af, dus adverteerders en mediabureaus zoeken naar andere wegen om dat verval op tv op te vangen.”

 
Het forced exposure effect: mensen blijven kijken
Een filmzaal houdt het voordeel dat beeld en geluid optimaal zijn. Adverteerders die een mooie commercial hebben, willen deze ook graag in de bioscoop laten zien. Daarbij hebben mensen die naar de bioscoop gaan een positieve mindset en staan ze dus ook meer open voor reclame als spreekwoordelijke amuse. Volgens Veugelers adverteren over het algemeen lifestylemerken in de bioscoop. Er zijn minder B-merken en saaie commercials.
Mensen blijven ook kijken naar de commercials. ,,Dat noemen ze bij bioscoop forced exposure. Op tv kun je makkelijk wegzappen tijdens een reclameblok, of iets anders doen, maar in de bioscoop is het niet te missen. Je kunt wel kletsen of op je telefoon kijken tijdens het blok, maar dan nog krijg je die commercial wel mee.”

 
Het Bacardi-effect
Wat is een goede case uit zijn eigen praktijk? ,,In het verleden heb ik vaak voor merken als Bacardi gewerkt, waarvoor we veel bioscoop inzetten. We deden live commercials waar mensen in het publiek aan meededen. Dat draagt bij aan een bijzondere ervaring, als je het goed doet. Dus los van de technische ontwikkelingen om zo’n commercial te maken is de ruimte van de bioscoop heel geschikt om daar dingen neer te zetten, of een event te organiseren.”

 
Hoe kunnen merken zichzelf nog beter profileren in de bios?
,,Nog te vaak wordt de ‘gewone’ tv-commercial in de bioscoop uitgezonden. Dat voegt weliswaar bereik toe en de boodschap blijft beter hangen, omdat de impact van de bioscoop groter is dan tv. Maar ik zou juist kiezen voor een nog mooiere en langere versie. En die dan uitzenden vóórdat die standaard commercial op tv te zien is. Zo creëer je buzz. Neem Chanel met Nicole Kidman in de hoofdrol: daarvan was in de bioscoop een langere versie te zien. Een speelfilm op zich. H&M heeft dit ook gedaan in samenwerking met David LaChapelle. Zo gebruik je het medium optimaal.”

,,Bij tv wil je graag op een eerste positie in het blok zitten en in de bios als laatste. Zelfs nog ná het trailerblok, want dan is de zaal nog donkerder en iedereen zit. Ik zou als maker voor een bijzondere ervaring gaan en gebruikmaken van het doek en geluid.”

 
Lees hier ook deel 1:
 
https://www.frank.news/2018/01/24/het-grote-marketingidee-achter-je-gaat-ontbreekt-nog/

‘Alexa, wat was dat ook alweer, marketing?’

‘Alexa, wat was dat ook alweer, marketing?’

Door de snelle opkomst van voice search via smart speakers als Alexa van Amazon en Google Home verliezen marketeers de controle. Reclame maken via schermen kan niet meer. Niet consumenten, maar software bepaalt grotendeels welke merken gekocht worden. Merken die niet in de top 3 staan leggen het loodje.

 
Als bij Danny Devriendt het waspoeder op is, roept hij: ‘Alexa, koop waspoeder!’ Hij roept niet Omo, Dreft of Witte Reus. Het merk maakt hem namelijk niet uit. Daardoor kiest Alexa zelf welk merk waspoeder op zijn boodschappenlijstje bij Amazon komt te staan. Hetzelfde kan gelden voor tandpasta, deo, levensmiddelen, frisdrank, bier of wat hij ook maar wil bestellen. Hij kijkt niet op zijn computer of smartphone, ziet geen reclame en laat de keuze over aan de software van Amazon. Die kiest, bestelt en zorgt dat het wordt bezorgd.

 
Internet zonder schermen 
,,In 2020 zullen 25 miljard apparaten via het Internet of Things met elkaar verbonden zijn.” verteld Danny Devriendt.
Devriendt is managing director van strategisch communicatiebureau IPG/Dynamic in Brussel, dat bedrijven het digitale tijdperk in helpt. Hij voorspelt een revolutionaire verandering in het gedrag van consumenten door de technologie van voice search en mobiele personal assistants. ,,In 2020 zullen 25 miljard apparaten via het Internet of Things met elkaar verbonden zijn. Daardoor gaan we naar een internet zonder schermen. Het is ook veel logischer om tegen dingen te praten en ze met je stem te controleren. Kopen wordt een dialoog met een device. Zonder scherm,” vertelde hij tijdens het jaarlijkse MWG Mediacongres in Amsterdam.

 
Snelle groei 
Voice search maakt de laatste jaren een snelle groei door, mede door het toenemend aantal diensten en apparaten. Amazon heeft zijn smart speaker Echo en zijn voice service Alexa. Google Home heeft de Mini en de Max. En dan zijn er nog de mobiele voice search diensten: Siri van Apple, Google Assistant van Android en de spraakdiensten van zoekmachines en softwarebedrijven.

Siri handelde in juni 2015 al 1 miljard verzoeken per week via spraak af. Bij zoekmachine Bing werden in mei 2016 al 25 procent van alle zoekopdrachten gedaan via de spraakdienst van Windows 10. Diezelfde maand was in de VS 1 op de 5 mobiele zoekopdrachten een voice search. Maar voor de echte groei zorgen de pods en smart speakers van Amazon en Google. Vooral in Amerika. In het vierde kwartaal van 2017 groeide het aantal devices in de VS met 18 miljoen tot een totaal van 45 miljoen. Van die markt heeft Amazon 69 procent in handen (31 miljoen speakers) en Google 31 procent (14 miljoen speakers). En dan komen Microsofts Cortana speakers and Apple’s HomePod er nog aan.

 
Binnen drie jaar overal in Nederland 
,,Voice is de volgende grote revolutie in e-commerce. Over drie jaar hebben we allemaal een smart home device in onze huiskamer staan,” zegt hij. ,,Waarom? Het is makkelijk, het is fijn en het werkt.”
In Nederland heb je nog weinig aan de Echo omdat je er nauwelijks iets mee kunt bestellen via Amazon. Toch voorspelt e-commerce expert Wijnand Jongen, CEO van Thuiswinkel.org, ook hier een enorme groei. ,,Voice is de volgende grote revolutie in e-commerce. Over drie jaar hebben we allemaal een smart home device in onze huiskamer staan,” zegt hij. ,,Waarom? Het is makkelijk, het is fijn en het werkt.”

 
Groot in Amerika 
Hoe groot Alexa in Amerika is laat de recente commercial bij de superbowl zien, als ze zogenaamd haar stem verliest en wereldnieuws wordt. Beroemdheden nemen het over en dat leidt tot hilarische situaties. De video is alleen al op YouTube 41 miljoen keer bekeken.

 
https://www.youtube.com/watch?v=J6-8DQALGt4

 
 
Een automerk als Ford laat zien hoe je samen kunt werken met Alexa en hoe handig dat is.

https://www.youtube.com/watch?v=cHWvpa8Ge58

 
 
Je kunt haar alvast je auto laten starten, de lichten thuis aandoen, vragen wie er gewonnen heeft gisteravond, maar ook de route naar het dichtstbijzijnde restaurant. En Alexa maakt de keuzes, net zoals navigatieapparaten in de auto of op je smartphone nu al de McDonald’s of andere restaurants laten zien omdat die daarvoor betalen.

 
Marketing op zijn kop
Volgens Devriendt zal in 2020 - over twee jaar dus - 50 procent van alle search via spraak gaan. Dat zal de wereld van marketing op zijn kop zetten. ,,Daarom moeten we als marketeers gaan nadenken over wat we gaan doen. Dit vraagt om een nieuwe marketing response,” stelt hij. De veranderingen gelden niet alleen voor search, maar voor alle gebieden van marketing en digitale reclame. Banners, pop-ups, storytelling voor brand awareness, die briljante video op YouTube; de consument ziet ze niet meer, want hij kijkt niet meer op een scherm, maar praat tegen een apparaat.

 
Snel aan tafel 
Merken en marketeers zullen dus op een andere manier de aandacht van de consument moeten gaan opeisen. Adverteren via voice ads op Alexa zit er voorlopig niet in. Amazon weet nog niet hoe het dat vorm moet geven. Net als Amerikaanse specialisten denkt Devriendt dat Amazon uiteindelijk zal kiezen voor een paid search systeem, net als bij Google. Wie het meeste betaalt, komt hoog op de lijst van voorgestelde aankopen door Alexa. ,,Daarom zijn marketeers nu al bezig om bij Amazon en Google aan tafel te komen om te zorgen dat hun merk bij de top 3 gaat horen,” zegt hij.

 
Meeste marge 
Overigens is het via Alexa nog steeds mogelijk om je favoriete merk te bestellen. Dat kun je aangeven in je persoonlijke voorkeuren. Zo hebben in de VS al mensen aangeven dat ze niet met Uber, maar met Lyft vervoerd willen worden. In dat geval belt Alexa geen Uber als er om een taxi wordt gevraagd. Devriendt onderscheidt twee type gebruikers van voice search. De merkbewuste en de generieke. De ene wil Coca Cola, de ander gewoon cola. ,,Keuzes worden gemaakt op basis van prijs en status. Als geld geen rol speelt kies je wat bij jou past. Maar als je geen voorkeur hebt, kiest Alexa het artikel of merk waar Amazon het meeste marge aan verdient of een product van zijn preferred partners. Voor nieuwe merken wordt het ook steeds moeilijker om te concurreren met bestaande bekende merken.”

 
Devriendt: ,,Als ik tegen de smart speaker zeg dat ik tomatensap heb gemorst en later vraag om wasmiddel te kopen, dan zoekt hij wat het beste werkt tegen tomatenvlekken.”
 
Relevantie telt 
Toch zal relevantie altijd een rol blijven spelen, denkt hij. Marketing en marge mogen nooit ten koste gaan van service en gemak. Alexa of Google Home moeten de consument vooral helpen en maken gebruik van AI en machine learning. Devriendt: ,,Als ik tegen de smart speaker zeg dat ik tomatensap heb gemorst en later vraag om wasmiddel te kopen, dan zoekt hij wat het beste werkt tegen tomatenvlekken.”

Facebook-test: nieuwe aanpak leidt tot meer fake news

Facebook-test: nieuwe aanpak leidt tot meer fake news

De nieuwe werkwijze van Facebook - meer interactie tussen vrienden en minder ruimte voor mediabedrijven - pakt niet alleen desastreus uit voor uitgevers, maar leidt ook tot meer fake news. Dat blijkt uit een test van Facebook zelf in zes landen, waarover The New York Times bericht.

 
De testen zijn gedaan in landen met een jonge bevolking die goed thuis is op internet, zoals bijvoorbeeld Servië, Sri Lanka of Bolivia. Facebook wil minder aandacht voor bedrijven en meer interactie tussen vrienden. Die aankondiging kreeg ook in Nederland veel aandacht. Maar nauwelijks bekend is dat Facebook de nieuwe aanpak al heeft getest met twee opvallende gevolgen: uitgevers en merken die hun audience zien inkrimpen en een toename van fake news.

 
Het bleken geen hackers, maar Facebook zelf
In Bolivia hadden ze de test van Facebook aanvankelijk niet in de gaten. De grote krant Pagina Siete zag ineens het aantal lezers op Facebook kelderen. De krant was eerder het slachtoffer van aanvallen door hackers en vermoedde dat er weer zoiets aan de hand was. Maar het waren geen hackers, het was Facebook zelf. Het bedrijf was een nieuwe versie aan het testen van de news feed, waarbij posts van media laag in de feed werden geplaatst. Lezers kregen content van de krant minder vaak te zien en in plaats daarvan deelden ze berichten die ze via vrienden kregen. Daaronder bleken opvallend veel sensationele en verzonnen berichten te zijn, veel fake news dus.

 
Facebook gaat de veranderingen nu wereldwijd doorvoeren. Het bedrijf benadrukt dat de wijzigingen niet precies hetzelfde zijn als in de test, maar het uitgangspunt is onveranderd. Het bedrijf wil meer interacties, meer content van familie en vrienden en minder content van uitgevers en merken.

 
Bericht van politie in feed onzichtbaar
Ook in Slowakije werden gebruikers verrast door de test van Facebook. Volgens uitgevers gingen de veranderingen samen met de promotie van fake news. Media zijn minder zichtbaar en het is aan individuele gebruikers om informatie te delen. „Mensen delen geen saai en feitelijk nieuws,” zegt een social media editor van een grote news site. „We zien een toename van verkeer bij sites die fake of sensationeel nieuws publiceren.” Een voorbeeld is een verhaal over een moslim die had gewaarschuwd voor een aanslag op een kerstmarkt. Het bericht over de aanslag kreeg zo’n grote verspreiding dat de politie een waarschuwing op Facebook plaatste dat het bericht onwaar was. Alleen was die mededeling voor bijna niemand te zien, want ook een instelling als de politie heeft geen prioriteit meer. Op dat moment benadrukt Facebook nog dat het een test is en dat nog onduidelijk is welke kant het precies op zal gaan. Inmiddels weten we dat Facebook vasthoudt aan de hoofdlijnen.

 
„Mensen delen geen saai en feitelijk nieuws,” zegt een social media editor van een grote news site. „We zien een toename van verkeer bij sites die fake of sensationeel nieuws publiceren.”
 
Facebook ‘atoombom’ voor adverteerders
De gevolgen van de nieuwe lijn zijn vooral groot voor uitgevers en adverteerders. Adweek heeft het over een ‘atoombom’ die Facebook laat ontploffen. De gevolgen zijn immens voor merken en uitgevers die wellicht te veel op het sociale netwerk hebben ingezet, schrijft het magazine. ,,Lange tijd was het geen slechte strategie omdat je op Facebook veel traffic krijgt, maar de aankondiging van Zuckerberg brengt daar verandering in. Ook merken hebben het nakijken, want ze raken hun audience kwijt waarvoor ze hard gewerkt en vaak veel betaald hebben.’’

 
Uitgevers van kranten en tijdschriften lijden twee keer schade. Doordat ze onderaan in de timeline komen te staan, verliezen ze veel organische traffic. Maar uitgevers gebruiken Facebook ook voor branded content, waarvoor merken en bedrijven betalen. Die inkomsten voor uitgevers dreigen weg te vallen, want welk bedrijf gaat nu betalen voor branded content die nauwelijks meer te zien zal zijn? Facebook kiest voor krimp, schrijft techmagazine The Verge. Minder video’s en minder advertenties. Een paar jaar geleden zou het ondenkbaar zijn dat Facebook die richting in zou slaan, maar vanaf nu is krimp de ambitie van het bedrijf, aldus The Verge.

 
Zuckerbergs dochters
Facebook gaat zelf ook minder verdienen, maar na jaren van groei is dat niet zo’n probleem. CEO Mark Zuckerberg lijkt er bewust voor te kiezen: less is more. Facebook moet vrienden en families weer centraal stellen. Zuckerbergs dochters moeten later trots zijn op wat Facebook heeft bijgedragen aan een betere wereld. Het is een keuze voor een ander soort Facebook, een beetje terug naar de basis.

 
Zuckerberg wil waardevolle interacties zien op het platform. Analisten van Facebook hebben vastgesteld dat als mensen actief commentaar leveren op posts ze een beter gevoel krijgen over social media en ook een beter gevoel hebben over zichzelf. Dat idee klinkt op het eerste gezicht sympathiek, maar gaat voorbij aan de Facebook-gebruikers die geen personen zijn: uitgevers, kleine bedrijfjes, grote merken en anderen die Facebook als essentieel zien om lezers en klanten te bereiken. Zuckerberg heeft gezegd dat de pagina’s van zulke bedrijven in 2018 veel minder mensen gaan bereiken. „Je zal minder public content zien van businesses, brands en media. Voor alle content geldt dezelfde standaard: het moet waardevolle interacties tussen mensen stimuleren.”

 
„Je zal minder public content zien van businesses, brands en media. Voor alle content geldt dezelfde standaard: het moet waardevolle interacties tussen mensen stimuleren.”
 
Gebruikers beslissen over fake news
Ook bij het tegengaan van fake news krijgt de individuele gebruiker de hoofdrol. Of dat gaat werken valt nog te bezien. Gebruikers moeten gaan beslissen of iets fake news is of niet. In een post op Facebook schrijft Zuckerberg: „Wij kunnen die beslissing nemen, we hebben externe experts overwogen, of we kunnen het jullie vragen - de community - en op basis van jullie feedback een ranking maken. Wij vinden dat de community moet besluiten welke bronnen vertrouwd zijn en het meest objectief zijn.”

 
Wie beoordeelt de objectiviteit?
Gebruikers van Facebook gaan aangeven of ze bekend zijn met een nieuwsbron en of ze die vertrouwen. Je ziet het probleem al aankomen: bij onwelgevallige berichten zullen veel gebruikers de nieuwsbron afkeuren. Wie gaat trouwens beoordelen of de beoordelingen van gebruikers objectief zijn?

Facebook wil externe experts op afstand houden. Concurrent Google werkt al wel samen met nieuwsorganisaties. Twitter huurt externe experts in. Experts maken soms fouten, maar hun criteria zijn controleerbaar. Daarmee voorkom je willekeur bij besluiten door gebruikers met persoonlijke belangen.

Gebruikers die het nieuws gaan beoordelen, het lijkt misschien een slimme zet: Facebook schuift de verantwoordelijkheid af en voorkomt bemoeienis door externe experts. Maar als fake news blijft rondzingen, keert het zich uiteindelijk tegen Facebook. Net zoals uitgevers en merken zich tegen het social network zullen keren als ze merken dat ze hun publiek verliezen.

 

Waarom speelgoedzaken in de buitenwijken niet werken

Waarom speelgoedzaken in de buitenwijken niet werken

Zet een Hornbach naast zijn concurrenten op een industriegebied buiten de stad en hij trekt zeker klanten. Maar zet een speelgoedwinkel op eenzelfde locatie en mensen houden het liever bij de kleinere speelgoedwinkel in de stad. Hoe kan dat?

Speelgoedketen Toys XL is niet meer. Nou ja, de winkels zijn er nog wel, maar moederbedrijf Blokker Holding verkocht afgelopen najaar de hele keten, samen met Bart Smit en Intertoys, aan een Londense investeerder. Blokker kampte al langer met financiële problemen en de speelgoedbranche beleefde vorig jaar moeilijke tijden (Mattel rapporteerde teleurstellende cijfers en de winst bij Lego daalde voor het eerst in dertien jaar). Maar de grootschaligheid en locaties van de Toys XL-winkels, door de keten zelf geprezen als Unique Selling Point, waren misschien ook geen gelukkige keuze. Want winkels met een oppervlakte van minstens 2.000 vierkante meter en een assortiment van ruim 12.000 artikelen mogen dan aantrekkelijk klinken; hoe gezellig klinkt speelgoed kopen in de ‘outlet mall & megastores’ van Akersloot Amsterdam, de Arnhemse woonboulevard of Retailpark Roermond?

 
Zelfde concept, ander resultaat
Met zijn grootse opzet maakte Toys XL dezelfde fout als de Amerikaanse speelgoedketen Toys ‘R Us in de jaren negentig: ook die zette enorme speelgoedzaken neer aan de rand van steden. De winkels van 4.000 vierkante meter en 18.000 producten waren vele malen groter dan Bart Smit en Intertoys, maar de prijzen waren niet concurrerend genoeg en Nederlanders bleken niet bereid de auto te pakken voor speelgoed. Ze vonden bovendien die enorme speelgoedpakhuizen maar maar niks. Maar diezelfde opzet - grote winkels in de periferie - lijkt wél te werken voor andere branches: de omzet van IKEA in Nederland steeg vorig jaar met ruim 4 procent, Hornbach krijgt een nieuw filiaal van 15.000 vierkante meter en 120.000 artikelen aan de rand van Zwolle (en was al recordhouder van de grootste bouwmarkt van Nederland met 20.000 vierkante meter in Breda) en op enkele kleine stadswinkels na zitten de meeste doe-het-zelfzaken geclusterd op grote terreinen buiten de binnenstad. Waarom werkt het ene retailconcept wel grootschalig en het andere niet?

 
Latente behoeften
,,Als branchevereniging voor retailers wil ik niemand afvallen, dus ik zeg niet specifiek iets over Toys ‘R Us,” zegt Van der Linden.
,,Het is uiterst belangrijk dat een locatie past bij de behoefte van de doelgroep,” zegt Sietske van der Linden, beleidsadviseur locatiebeleid bij retail-brancheorganisatie InRetail. Hoewel Toys ‘R Us wel voorzag in de behoefte aan een groot aanbod speelgoedartikelen - die er nog altijd is - ging het mis bij de locatie: in Utrecht zat de speelgoedketen bijvoorbeeld helemaal aan het einde van de woonboulevard - geen logische plek, en zeker geen winkel waar je op zit te wachten als je op zoek bent naar gordijnen, bedden en kasten.
,,Als branchevereniging voor retailers wil ik niemand afvallen, dus ik zeg niet specifiek iets over Toys ‘R Us,” zegt Van der Linden. ,,Maar de consument heeft altijd meerdere behoeften tijdens het winkelen - dat kunnen ook latente behoeften zijn - en daar moet je als retailer in voorzien. Als je naar een speelgoedzaak in de binnenstad of een lokaal winkelcentrum gaat, is dat waarschijnlijk geen bezoek dat alleen op speelgoed gericht is. Je moet bijvoorbeeld ook nog even naar de apotheek, een pakketje ophalen of brood halen. Of je wilt nog even funshoppen en gaat op zoek naar een jurk, maar weet dat je ook zonder jurk, maar mét zeepjes kunt thuiskomen. Dat houden consumenten in gedachten als ze eropuit gaan.”

 
Je krijgt wat je verwacht
Maar waarom werkt een cluster aan woonwinkels of aan doe-het-zelfzaken dan wél zo goed? Latente behoeften op andere gebieden dan meubels en klusmaterialen kun je op die industrieterreinen immers niet vervullen. ,,Consumenten gaan nog altijd dolgraag naar een woonboulevard, omdat die winkelgebieden invullen wat mensen verwachten: een breed aanbod aan meubels en accessoires op één plek. Je zoekt eerst online naar het bankje dat je wilt, dan even welke woonwinkels er bij jou in de buurt zitten en pakt de auto naar de winkel om daar het bankje te testen.”

 
Behoefte van de klant
,,Elke locatie vraagt om een specifieke invulling. En de behoefte van de klant moet daarbij altijd vooropstaan.”
Mensen vinden het volgens Van der Linden bovendien niet erg om een stukje te rijden voor meubels: zonder auto krijg je grote spullen ten slotte lastig thuis en doordat je veel meubel-, bedden- en vloerenwinkels op één plek vindt, ben je verzekerd van een breed aanbod in alle segmenten en prijsklassen. Hetzelfde geldt voor doe-het-zelfzaken, zegt de retailexpert: ,,Als je op zaterdag lekker wilt klussen, wil je niet ver hoeven rijden voor dat ene schroefje. Je wilt dus een groot assortiment - en het liefst een cluster van bouwmarkten, zodat je bij de volgende winkel kunt binnenstappen als ze in de eerste winkel dat ene onderdeeltje niet hadden. Elk winkelgebied heeft een specifieke functie. Daar moet je als retailer rekening mee houden als je een locatie kiest: elke locatie vraagt om een specifieke invulling. En de behoefte van de klant moet daarbij altijd vooropstaan.”

 
Locatie, presentatie en belevenis
De tijden waarin retailers een winkelpand huurden voor een vast aantal jaren of er een kochten, is voorbij, zegt Van der Linden. ,,Je moet flexibeler zijn; je bedrijfsconcept moet nu ook de digitale consument in het hart weten te raken. Daardoor wordt locatie nog belangrijker: waar hoort je retailconcept thuis? Hoe en waar wil je je presenteren? Recht tegenover de Tweede Kamer, in hartje Den Haag, zat lang een showroom van een luxe automerk als Porsche of Tesla. Puur om het aanbod te showen natuurlijk; consumenten gaan daar niet even een auto kopen. Maar zo presenteerde het merk zich middenin de stad. Ik verwacht dat winkels - mede door nieuwe digitale mogelijkheden - steeds meer showrooms worden. Zet een tablet neer in de winkel waarop consumenten het aanbod kunnen bekijken en bestellingen kunnen plaatsen en je zit niet meer vast aan locaties buiten het centrum om je in de kijker te spelen. De belevenis wordt belangrijker.”

 
Toplocatie in de stad
In het buitenland gebeurt dit al veelvuldig, zegt Van der Linden: denk aan de M&M’S World in Londen en New York: enorme winkels op centrale locaties waar je M&M’s en merchandise van de bekende snoepjes kunt kopen. ,,De huur kunnen ze vast niet betalen uit die verkoop, maar op zo’n toplocatie ziet de hele wereld je en het is een ervaring om binnen te zijn. Toen ik er was, deed het personeel - schijnbaar - spontaan de moonwalk van Michael Jackson. En in de enorme Toys ‘R Us op Times Square blijf je kijken: je kunt er speelgoed kopen, maar ook zitten gamen. Die winkels zijn één en al beleving. Dat moet je bereiken als je wilt overleven.”

 
Toekomst
,,We blijven spullen willen zien, voelen en aanraken. Maar het ‘geknipt ordenen’ van nu - aparte autoboulevards, woonboulevards, doe-het-zelfclusters en beddenaanbieders - gaat veranderen, voorspel ik.
Herkenbare, goedbezochte grootschalige winkels in perifere gebieden, zoals woonboulevards en doe-het-zelfzaken, zullen volgens Van der Linde altijd blijven bestaan. ,,We blijven spullen willen zien, voelen en aanraken. Maar het ‘geknipt ordenen’ van nu - aparte autoboulevards, woonboulevards, doe-het-zelfclusters en beddenaanbieders - gaat veranderen, voorspel ik. Er komen minder, maar kwalitatief betere winkelgebieden. Dat is alleen maar goed: er zijn veel meer winkels dan we nodig hebben en 45 procent van de vierkante winkelmeters bevindt zich buiten de stad, met leegstand in het centrum tot gevolg. Winkels krijgen ook een herkenbaarder aanbod en we gaan er niet meer alleen naartoe om spullen te kopen, maar ook om ze te bestellen en ze te tryen en buyen. Denk aan de fietsenbranche, waar je - in de binnenstad en daarbuiten - allerlei modellen elektrische fietsen kunt testen. De winkel van de toekomst is servicegericht.”

Be Candid,
it’s contagious.

Candidness is the quality of speaking with
honesty and authenticity. Our Candid editorial
team shares stories that matter on media, data,
marketing, creativeness and technology.

Our Candid editorial team
creates stories that matter.