Candid. Platform
for growth.

Waarom Andrélon mensen een prettige ramadan wenst

Andrelon_ramadan
Wat is het moment dat je als merk besluit om op je sociale kanalen een spec...
Continue reading
  3009 Hits
  0 Comments
3009 Hits
0 Comments

Kloof in vertrouwen tussen traditionele en social media wordt groter in Nederland

Radio_TV_trust
Broadcasters blijven de meest vertrouwde media in Europa, met radio voorop....
Continue reading
  2125 Hits
  0 Comments
2125 Hits
0 Comments

Datakluis breekt macht ‘Facebooks en Googles’

datakluis
Binnen vijf jaar verwacht het Nederlandse Schluss een online datakluis klaa...
Continue reading
  4277 Hits
  0 Comments
4277 Hits
0 Comments

Google en Facebook experimenteren met ‘vliegticketmodel’ voor verkoop van nieuws

Google en Facebook experimenteren met ‘vliegticketmodel’ voor verkoop van nieuws

Het is een grote ommezwaai die Google en Facebook maken. Uitgevers krijgen mogelijkheden om bij hen abonnees te werven of artikelen te verkopen, bijvoorbeeld als die in een zoekmachine verschijnen. Hoever zal het gaan? Gaan uitgevers straks nieuws verkopen met variabele prijzen zoals dat ook bij vliegtickets gebeurt?

 
Bij vliegtickets zijn we eraan gewend. Op internet kan je eindeloos zoeken naar de goedkoopste tickets en uiteindelijk heeft bijna iedereen in het vliegtuig een ander bedrag betaald. De prijs is afhankelijk van de website, of je al eerder hebt geboekt, waar je bent en hoelang van te voren je het doet. Je kan zeggen: er is een wildgroei aan ticketprijzen ontstaan, maar het is ook een systeem waar consumenten hun weg in weten te vinden.

 
Variabel prijssysteem voor content
Dynamic pricing is de sleutelterm. Het is nog ongehoord in de uitgeverswereld waar een tijdschrift een vaste prijs heeft. Maar bij een net uitgekomen artikel hoort een andere prijs dan bij een stuk van drie dagen geleden. Toen uitgevers content online begonnen te publiceren, pakten ze dynamic pricing niet op. Ze lieten dat over aan de techsector, die zich wierp op advertenties.

 
Als het werkt, waarom voeren we zo’n variabel prijssysteem ook niet in voor content van digitale kranten en magazines, vraagt techmagazine Monday Note zich af. Het nummer verscheen enige tijd geleden, maar heeft aan actualiteit niets ingeboet. Stel dat je op Google Search een artikel vindt dat je binnen Google meteen zou willen kopen. Zulke constructies zijn binnenkort mogelijk, nu Google heeft aangegeven daaraan te willen meewerken. Je kan een aanbod krijgen om een artikel voor een bepaalde prijs te kopen. Je kan je wellicht abonneren op bepaalde thema’s uit een krant waarbij de prijs varieert.

 
 
Niet verkochte stoelen
Vergelijk het met de luchtvaartsector met zijn niet verkochte stoelen. Het vliegtuig vliegt toch al, daarom zijn de laatste stoelen extra goedkoop. Maar bij uitgevers zijn de artikelen al geschreven en komen er geen kosten meer bij. Ook daar kan je artikelen dan goedkoop aanbieden. Niet als ze net uit zijn, maar wel een tijdje later. Zo’n model biedt nieuwe kansen voor uitgevers om meer inkomsten te krijgen. Maar er zijn ook risico’s: uitgevers worden opnieuw afhankelijk van Google, dat de spelregels het liefst zelf bepaalt.

 
 
Google en Facebook komen kranten tegemoet
Google maakte tijdens de Digital News Initiative top in februari in Amsterdam bekend dat het bezig is het idee voor een paywall verder uit te werken. De techgigant wil gebruikers identificeren die vermoedelijk geïnteresseerd zijn in een abonnement op een bepaalde krant of tijdschrift. Ze kunnen het abonnement dan binnen Google afsluiten, en als ze opnieuw zoeken, zullen artikelen van die publicatie prominent in de zoekresultaten opduiken. „De nadruk op abonnementen tijdens de top in Amsterdam is een grote verandering,” zegt onderzoeker Nic Newman van het Reuters Institute.

 
Zowel Google als Facebook voerden al experimenten uit met paywalls om kranten tegemoet te komen. Bij Google bleken de kranten daardoor meer abonnees te krijgen. Facebook wilde er aanvankelijk niet aan, maar is nu ook om. Het experimenteerde met paywalls op Android smartphones en gaat dat ook met iPhones doen. Apple gaf daar onlangs toestemming voor, meldt TechCrunch. De paywalls kunnen uitgevers van kranten en magazines helpen die het financieel moeilijk hebben.

 
De initiatieven van Google en Facebook zijn vergelijkbaar, maar Google loopt voorop. „Beide zijn er open over,” vertelt hoogleraar journalistiek Jeff Jarvis uit New York, die de top in Amsterdam bezocht. „Beide proberen hun roadmaps te delen, Google meer dan Facebook. Ze weten dat ze alleen met uitgevers kunnen samenwerken als ze iets van hun roadmaps delen,” zegt hij in Digiday.

 
„Beide proberen hun roadmaps te delen, Google meer dan Facebook. Ze weten dat ze alleen met uitgevers kunnen samenwerken als ze iets van hun roadmaps delen,” zegt Jeff Jarvis in Digiday.
 
Google-test levert kranten extra abonnees
De techgiganten zijn zich ervan bewust dat ze iets moeten doen voor de uitgevers bij wie ze zoveel adverteerders hebben weggekaapt. De beste oplossing: zorg dat uitgevers meer inkomsten krijgen.

Google kon al rekenen op meer goodwill van de uitgevers toen het vorig jaar besloot om te stoppen met first-click-free, waarbij lezers een eerste artikel van een krant altijd gratis kregen. Daardoor liepen uitgevers inkomsten mis. Nu kan er meteen bij het eerste artikel een paywall zijn.

Google testte het nieuwe systeem bij The New York Times en Financial Times en dat leverde die kranten flink wat extra abonnees op. De Financial Times probeert momenteel verschillende varianten uit waarbij mensen sommige artikelen gratis krijgen. Het gaat om het vinden van een evenwicht: genoeg nieuwe abonnees, maar ook genoeg gratis artikelen bij de zoekresultaten.

 
 
Google: altijd iets gratis aanbieden op internet
Google is bereid om data voor uitgevers beschikbaar te stellen. „Data die Google over gebruikers heeft, geven inzicht of iemand geïnteresseerd is in een abonnement - uitgevers hebben daar lang om gevraagd,” zegt Newman van het Reuters Institute. „Dat zou een groot verschil maken.”

Google blijft bij zijn standpunt dat uitgevers altijd iets gratis moeten aanbieden om succesvol op internet te kunnen zijn. Als dat te weinig is, zullen te weinig lezers de content delen en verliezen publicaties hun bekendheid.

Ook Facebook wil uitgevers tegemoet komen, maar daar zijn ze minder ver. Het sociale netwerk heeft testen uitgevoerd met The Economist en The Washington Post, maar dat heeft nog geen harde conclusies opgeleverd. Uitgevers zijn minder tevreden over Facebook. „Het kostte ons twee jaar discussie met Facebook om hen de toekomst van de journalistiek te laten begrijpen en wat daarvoor nodig is,” zegt Stefan Betzold, managing director bij het Duitse Bild. „Het moet meer commitment laten zien en meer met ons samenwerken.”

 
 
Europese kranten nemen afstand van techbedrijven
Uitgever Axel Springer in Duitsland hield onlangs een conferentie, waar hard werd uitgehaald naar de duopolie van Google en Facebook. Voorafgaand aan de International Paid Content Summit verscheen een rapport waarin grote Europese kranten als The Guardian, Le Figaro en Bild zeggen dat ze minder afhankelijk willen zijn van de techbedrijven. Uitgevers in Frankrijk, Spanje en Duitsland, van onder meer Der Spiegel en Bild, hebben onlangs nieuwe paid content modellen gelanceerd. „De digitale abonnementen voorzien in steeds meer inkomsten waardoor we minder afhankelijk worden van de techplatforms,” zegt Betzold van Bild tegen Digiday.

 
„De digitale abonnementen voorzien in steeds meer inkomsten waardoor we minder afhankelijk worden van de techplatforms,” zegt Betzold van Bild tegen Digiday.
 
De uitgevers kiezen voor een tweesporenbeleid. Aan de ene kant proberen ze meer abonnementen te regelen en een directe relatie met lezers op te bouwen. Het beste voorbeeld daarvan is The New York Times met vorig jaar maar liefst 46 procent meer abonnementen online.

Daarnaast gaan de uitgevers verder met de techbedrijven om tot een goed model voor abonnementen te komen die je direct op Google en Facebook kunt afsluiten. Het biedt nieuwe kansen voor uitgevers, maar ook het risico nog meer afhankelijk te worden van de techgiganten. Hoe het zal uitwerken is nog de vraag. Bij de vliegtickets zijn de ontwikkelingen snel gegaan. Het is nog even afwachten of we straks ook bij content zoveel tarieven zullen zien.
  1663 Hits
  0 Comments
1663 Hits
0 Comments

MediaMarkt: die sliepen toch in het digitale tijdperk?

MediaMarkt: die sliepen toch in het digitale tijdperk?
THE BATTLE OF THE RETAILERS, DEEL 4
In the battle of the retailers plaatsen we grote retailers tegenover elkaar. In deel 4 de vraag: Gaat MediaMarkt naast de stenen elektronicawinkels ook zijn online concurrenten verslaan? 

MediaMarkt drukte de afgelopen decennia al zijn concurrenten in de winkelstraat uit de markt en werd Europees marktleider in consumentenelektronica. Nu de reus ook op digitaal gebied ontwaakt, kunnen de laatste concurrenten en webwinkels zich schrap zetten.

 
,,Het wordt een hevige strijd met partijen als Amazon, Alibaba en eBay,” voorspelt de Duitse Chief Innovation Officer Martin Wild van de MediaMarktSaturn Retail Group. ,,Wij focussen op één categorie en willen de bovenliggende partij zijn in consumentenelektronica. Daar willen we in het hele ecosysteem zitten, van productie tot service.”

Dan noemt hij nog niet eens Nederlandse concurrenten als Coolblue, Wehkamp en Bol.com, die een groot deel van de online markt in wit-, bruin- en grijsgoed in handen hebben. Vast staat dat ook zij de concurrentie van MediaMarkt gaan voelen.

 
Marktleider 
Sinds de start in 1979 is het concept van MediaMarkt en zijn blauwe zusje Saturn nagenoeg ongewijzigd: supergrote winkels met lage prijzen. De keten is al dertig jaar prijsleider en mede daardoor Europees marktleider op het gebied van consumentenelektronica geworden.

Het heeft inmiddels 1150 winkels in 15 landen, 65.000 werknemers en een jaaromzet van 22 miljard euro. Het bedrijf telt dagelijks 6 miljoen klantencontacten.

Met zijn grootschalige aanpak drukt MediaMarkt in elke stad of dorp kleine zelfstandigen van de markt. Ook concurrerende ketens als It’s, De Harense Smid en Mikro-Elektro konden de strijd niet langer volhouden en gingen failliet. Enkele winkels werden overgenomen door BCC. Die winkelketen lijkt als enige nog tegenwicht te kunnen bieden, maar werd vorig jaar deels overgenomen door MediaMarkt's moederbedrijf Metro. Andere elektronicaketens die de afgelopen jaren failliet gingen waren Dynabyte, Dixons, MyCom, Paradigit, Block, Kijkshop en Scheer & Foppen.

 
Slapen in digitale tijdperk 
Toch heeft MediaMarkt in Nederland volgens eigen cijfers ‘slechts’ een marktaandeel van 18,7 procent. De meeste concurrentie zit namelijk online en daar had de keten, tot enkele jaren terug, geen kaas van gegeten. ,,Iedereen zei altijd: MediaMarkt, dat zijn toch die gasten die hebben zitten slapen toen het digitale tijdperk begon? Ze vonden ons dinosaurussen,” vertelde Wild tijdens de Webwinkel Vakdagen in de Utrechtse Jaarbeurs. ,,We hadden winkels waar mensen naartoe komen. Waarom zou je dat veranderen? Toen veranderde alles en realiseerden we ons dat er een nieuwe consument is. Door de komst van online winkelen kun je geen prijsleider meer zijn, want er is altijd iemand ergens anders goedkoper. De eerste reactie was: dit is slechts een trend. Het gaat voorbij. Maar dat was geen goede reactie.”

 
Inhaalrace 
Ook MediaMarkt besefte dat het mee moest in de digitale strijd en lanceerde in 2011 zijn Nederlandse webshop. Dat was het jaar dat Martin Wild toetrad tot de directie. Hij had in 1997 op achttienjarige leeftijd al zijn eigen elektronica webshop, die hij in 2007 verkocht. Hij lanceerde de Duitse webshop van Saturn en werd Chief Digital Officer van de hele retail groep. Onder zijn leiding is MediaMarkt bezig aan een inhaalrace. Vorig jaar bijvoorbeeld namen de online verkopen met 23 procent toe tot een totaal 455 miljoen euro. Dat is 11 procent van de totale omzet.

 
Omnichannel 
,,We willen een offline en een online speler zijn. We moeten ons bedrijf transformeren, zodat we future proof zijn. We blijven innoveren. We proberen voortaan iets in de beginfase uit, niet meer als laatste. We staan open voor experimenten,” zegt Wild.
Wie denkt dat MediaMarkt stopt bij het opzetten van een eigen webshop heeft het mis. Die is slechts onderdeel van een omnichannel-strategie die verder de winkels, mobiele shops, service points, content platforms en online community’s omvat. ,,We willen een offline en een online speler zijn. We moeten ons bedrijf transformeren, zodat we future proof zijn,” zegt Wild. ,,We blijven innoveren. We proberen voortaan iets in de beginfase uit, niet meer als laatste. We staan open voor experimenten.” Vandaar ook dat zijn functie dit jaar veranderd is in Chief Innovation Officer.

 
Experimenteren 
Hoe doet MediaMarkt dat? Het bedrijf monitort continu welke trends disruptief kunnen zijn. Op het gebied van mobiel, AI, Internet of Things en de opkomst van de voice assistants van Google en Amazon. In de winkels zelf wordt al geëxperimenteerd met robots die klanten helpen en VR- en AR-ervaringen. In de megastores zijn alle prijskaartjes gedigitaliseerd zodat prijzen snel aangepast kunnen worden. Via sensoren worden klanten gevolgd in hun bewegingen door de winkel en kan MediaMarkt zien welke producten ze bekijken, zodat gepersonaliseerde aanbiedingen gedaan kunnen worden. In Barcelona heeft MediaMarkt een winkel die lijkt op de Kijkshop. Klanten kiezen hun producten op grote schermen waarna die vanuit een naburig magazijn worden aangevoerd. In Innsbruck draait een pilot waarbij klanten zelf hun producten scannen en via een Mishi Pay app afrekenen. Het concern heeft zelfs zijn eigen Retailtech Hub in München gelanceerd om te leren van startups en samen het retail landschap te veranderen. Wild: ,,Zo innoveer je retail. Bij ons geldt het motto: digitaal (webshops en robots etcetera) plus analoog (mensen) is dialoog.”

 
Lees hier ook deel 3
https://www.frank.news/2018/02/02/maakt-melkboer-picnic-stenen-supermarkten-ah-en-jumbo-overbodig/

 
Lees hier ook deel 2
https://www.frank.news/2018/01/30/moet-bol-com-bang-alibaba/

 
Lees hier ook deel 1
https://www.frank.news/2018/01/26/hoe-wehkamp-denkt-amazon-weerstaan/

 
  11303 Hits
  0 Comments
11303 Hits
0 Comments

Facebook-test: nieuwe aanpak leidt tot meer fake news

Facebook-test: nieuwe aanpak leidt tot meer fake news

De nieuwe werkwijze van Facebook - meer interactie tussen vrienden en minder ruimte voor mediabedrijven - pakt niet alleen desastreus uit voor uitgevers, maar leidt ook tot meer fake news. Dat blijkt uit een test van Facebook zelf in zes landen, waarover The New York Times bericht.

 
De testen zijn gedaan in landen met een jonge bevolking die goed thuis is op internet, zoals bijvoorbeeld Servië, Sri Lanka of Bolivia. Facebook wil minder aandacht voor bedrijven en meer interactie tussen vrienden. Die aankondiging kreeg ook in Nederland veel aandacht. Maar nauwelijks bekend is dat Facebook de nieuwe aanpak al heeft getest met twee opvallende gevolgen: uitgevers en merken die hun audience zien inkrimpen en een toename van fake news.

 
Het bleken geen hackers, maar Facebook zelf
In Bolivia hadden ze de test van Facebook aanvankelijk niet in de gaten. De grote krant Pagina Siete zag ineens het aantal lezers op Facebook kelderen. De krant was eerder het slachtoffer van aanvallen door hackers en vermoedde dat er weer zoiets aan de hand was. Maar het waren geen hackers, het was Facebook zelf. Het bedrijf was een nieuwe versie aan het testen van de news feed, waarbij posts van media laag in de feed werden geplaatst. Lezers kregen content van de krant minder vaak te zien en in plaats daarvan deelden ze berichten die ze via vrienden kregen. Daaronder bleken opvallend veel sensationele en verzonnen berichten te zijn, veel fake news dus.

 
Facebook gaat de veranderingen nu wereldwijd doorvoeren. Het bedrijf benadrukt dat de wijzigingen niet precies hetzelfde zijn als in de test, maar het uitgangspunt is onveranderd. Het bedrijf wil meer interacties, meer content van familie en vrienden en minder content van uitgevers en merken.

 
Bericht van politie in feed onzichtbaar
Ook in Slowakije werden gebruikers verrast door de test van Facebook. Volgens uitgevers gingen de veranderingen samen met de promotie van fake news. Media zijn minder zichtbaar en het is aan individuele gebruikers om informatie te delen. „Mensen delen geen saai en feitelijk nieuws,” zegt een social media editor van een grote news site. „We zien een toename van verkeer bij sites die fake of sensationeel nieuws publiceren.” Een voorbeeld is een verhaal over een moslim die had gewaarschuwd voor een aanslag op een kerstmarkt. Het bericht over de aanslag kreeg zo’n grote verspreiding dat de politie een waarschuwing op Facebook plaatste dat het bericht onwaar was. Alleen was die mededeling voor bijna niemand te zien, want ook een instelling als de politie heeft geen prioriteit meer. Op dat moment benadrukt Facebook nog dat het een test is en dat nog onduidelijk is welke kant het precies op zal gaan. Inmiddels weten we dat Facebook vasthoudt aan de hoofdlijnen.

 
„Mensen delen geen saai en feitelijk nieuws,” zegt een social media editor van een grote news site. „We zien een toename van verkeer bij sites die fake of sensationeel nieuws publiceren.”
 
Facebook ‘atoombom’ voor adverteerders
De gevolgen van de nieuwe lijn zijn vooral groot voor uitgevers en adverteerders. Adweek heeft het over een ‘atoombom’ die Facebook laat ontploffen. De gevolgen zijn immens voor merken en uitgevers die wellicht te veel op het sociale netwerk hebben ingezet, schrijft het magazine. ,,Lange tijd was het geen slechte strategie omdat je op Facebook veel traffic krijgt, maar de aankondiging van Zuckerberg brengt daar verandering in. Ook merken hebben het nakijken, want ze raken hun audience kwijt waarvoor ze hard gewerkt en vaak veel betaald hebben.’’

 
Uitgevers van kranten en tijdschriften lijden twee keer schade. Doordat ze onderaan in de timeline komen te staan, verliezen ze veel organische traffic. Maar uitgevers gebruiken Facebook ook voor branded content, waarvoor merken en bedrijven betalen. Die inkomsten voor uitgevers dreigen weg te vallen, want welk bedrijf gaat nu betalen voor branded content die nauwelijks meer te zien zal zijn? Facebook kiest voor krimp, schrijft techmagazine The Verge. Minder video’s en minder advertenties. Een paar jaar geleden zou het ondenkbaar zijn dat Facebook die richting in zou slaan, maar vanaf nu is krimp de ambitie van het bedrijf, aldus The Verge.

 
Zuckerbergs dochters
Facebook gaat zelf ook minder verdienen, maar na jaren van groei is dat niet zo’n probleem. CEO Mark Zuckerberg lijkt er bewust voor te kiezen: less is more. Facebook moet vrienden en families weer centraal stellen. Zuckerbergs dochters moeten later trots zijn op wat Facebook heeft bijgedragen aan een betere wereld. Het is een keuze voor een ander soort Facebook, een beetje terug naar de basis.

 
Zuckerberg wil waardevolle interacties zien op het platform. Analisten van Facebook hebben vastgesteld dat als mensen actief commentaar leveren op posts ze een beter gevoel krijgen over social media en ook een beter gevoel hebben over zichzelf. Dat idee klinkt op het eerste gezicht sympathiek, maar gaat voorbij aan de Facebook-gebruikers die geen personen zijn: uitgevers, kleine bedrijfjes, grote merken en anderen die Facebook als essentieel zien om lezers en klanten te bereiken. Zuckerberg heeft gezegd dat de pagina’s van zulke bedrijven in 2018 veel minder mensen gaan bereiken. „Je zal minder public content zien van businesses, brands en media. Voor alle content geldt dezelfde standaard: het moet waardevolle interacties tussen mensen stimuleren.”

 
„Je zal minder public content zien van businesses, brands en media. Voor alle content geldt dezelfde standaard: het moet waardevolle interacties tussen mensen stimuleren.”
 
Gebruikers beslissen over fake news
Ook bij het tegengaan van fake news krijgt de individuele gebruiker de hoofdrol. Of dat gaat werken valt nog te bezien. Gebruikers moeten gaan beslissen of iets fake news is of niet. In een post op Facebook schrijft Zuckerberg: „Wij kunnen die beslissing nemen, we hebben externe experts overwogen, of we kunnen het jullie vragen - de community - en op basis van jullie feedback een ranking maken. Wij vinden dat de community moet besluiten welke bronnen vertrouwd zijn en het meest objectief zijn.”

 
Wie beoordeelt de objectiviteit?
Gebruikers van Facebook gaan aangeven of ze bekend zijn met een nieuwsbron en of ze die vertrouwen. Je ziet het probleem al aankomen: bij onwelgevallige berichten zullen veel gebruikers de nieuwsbron afkeuren. Wie gaat trouwens beoordelen of de beoordelingen van gebruikers objectief zijn?

Facebook wil externe experts op afstand houden. Concurrent Google werkt al wel samen met nieuwsorganisaties. Twitter huurt externe experts in. Experts maken soms fouten, maar hun criteria zijn controleerbaar. Daarmee voorkom je willekeur bij besluiten door gebruikers met persoonlijke belangen.

Gebruikers die het nieuws gaan beoordelen, het lijkt misschien een slimme zet: Facebook schuift de verantwoordelijkheid af en voorkomt bemoeienis door externe experts. Maar als fake news blijft rondzingen, keert het zich uiteindelijk tegen Facebook. Net zoals uitgevers en merken zich tegen het social network zullen keren als ze merken dat ze hun publiek verliezen.

 
  3226 Hits
  0 Comments
3226 Hits
0 Comments

Nieuw luisteronderzoek opnieuw uitgesteld

Nieuw luisteronderzoek opnieuw uitgesteld

Hij had het twee keer beloofd, directeur Frans Kok van het Nationaal Luisteronderzoek (NLO). In 2018 zou het achterhaalde luisteronderzoek vervangen worden door een betere methode. Maar helaas kregen de critici gelijk: na jaren van vertraging is de invoer van passief elektronisch meten opnieuw uitgesteld, dit keer tot 2019.

 
Goed nieuws voor de grote radiozenders: ook in 2018 wordt hun marktaandeel gemeten via dagboekjes. De dreiging van een enorm verlies aan luisteraars en advertentie-inkomsten door de invoering van draagbare elektronische meters is weer even geweken.

 
Crossmediaal
Het nieuwe luisteronderzoek is op verzoek van de Bond van Adverteerders (BVA) en het Platform Media Adviesbureaus (PMA) uitgesteld. ,,Adverteerders en mediabureaus willen uitstel om een gezamenlijk crossmediaal bereiksonderzoek op te kunnen tuigen,” legt directeur Frans Kok van het NLO uit. Dat crossmediale onderzoek zou moeten gaan gelden voor radio, internet, video, print en op de langere termijn ook buitenreclame en televisie. Op dit moment wordt er een zogeheten Request fot Proposal (RPF) geschreven waarin alle eisen en wensen van partijen worden samengebracht. Als er in 2018 een gezamenlijke tender wordt uitgezet zou het nieuwe crossmediale onderzoek in 2019 van start kunnen gaan.
,,Adverteerders en mediabureaus willen uitstel om een gezamenlijk crossmediaal bereiksonderzoek op te kunnen tuigen,” legt directeur Frans Kok van het NLO uit.
Passief per minuut
Daardoor ligt het nieuwe luisteronderzoek weer in de ijskast. De RPF daarvoor werd al in september 2016 uitgezet. In het nieuwe systeem zou er bij 3500 mensen gemeten worden via een elektronisch polshorloge dat zenders herkent en per minuut kan bepalen waar ze naar luisteren. Deels kan dit ook via een app op de smartphone, als mensen die tenminste de hele dag bij zich dragen. Bij de huidige methode vullen gemiddeld duizend van achtduizend respondenten elke week een dagboekje in op hun computer, smartphone, tablet of in een schriftje (nog altijd 7 procent). Daarin noteren ze achteraf en per kwartier naar welke zenders ze hebben geluisterd. Het grote nadeel daarvan is dat mensen achteraf niet precies meer weten wanneer ze naar welk kanaal hebben geluisterd en dan maar hun favoriete zender of dj invullen. Daar profiteren de grote zenders van, want die hebben de meeste naamsbekendheid. Overstappen zou een behoorlijke verschuiving in marktaandelen en een daling van GRP’s teweeg kunnen brengen. Bovendien zouden luistercijfers bij de nieuwe methode sneller bekendgemaakt kunnen worden. Nu gebeurt dat pas na een maand.

 
Critici krijgen gelijk
Toen frank.news vorig jaar schreef dat het luisteronderzoek ouderwets was en al lang beter kon, liet NLO weten bezig te zijn met de nieuwe methode en deze in 2018 in te willen voeren. Dat roepen ze al twintig jaar, maar het gebeurt nooit, zeiden critici toen. Die krijgen nu weer gelijk. ,,Ik kan niet zoveel met critici die langs de lijn iets roepen,” zegt Kok. ,,In JIC’s gaan dingen altijd langzamer dan je zou willen. Omdat de belangen groot zijn is er vaak weerstand tegen innovatie. Dat maakt dat ik dingen niet zo snel kan doen als ik zou willen.”

 
Uitstel op uitstel
Media Strategy Director Henk Burgerhout van Head to Head is niet verrast door de nieuwe vertraging. ,,Het is elke keer uitstel op uitstel. Het schiet niet op. Als we moeten wachten tot we nieuw crossmediaal onderzoek doen, kun je er nog wel een paar jaar aan vastplakken,” verwacht hij. Hij schetst twee belangrijke oorzaken voor de vertraging. Aan de ene kant is het nieuwe systeem duurder en is het de vraag wie dat gaat betalen. Aan de andere kant kan de nieuwe methode negatieve gevolgen hebben voor grote zenders en mediapartijen. ,,Dat is het politieke aspect eraan,” zegt Burgerhout. Hij is dan ook sceptisch. ,,Waarom zouden partijen die het niet eens voor elkaar krijgen om het bereik van hun eigen medium goed te laten onderzoeken het wel voor elkaar krijgen om dat samen met andere media te doen?”
,,Het is elke keer uitstel op uitstel. Het schiet niet op. Als we moeten wachten tot we nieuw crossmediaal onderzoek doen, kun je er nog wel een paar jaar aan vastplakken.”
  8411 Hits
  0 Comments
8411 Hits
0 Comments

Baas van IDTV: ‘Wij zijn toevallig goed in storytelling’

Baas van IDTV: ‘Wij zijn toevallig goed in storytelling’
Mediamensen deel 1 

 

In de serie ‘mediamensen’ spreken we prominente mannen en vrouwen uit de mediawereld. We praten met ze over de toekomst van het mediavak en - vooral - over hun tactieken om in te spelen op die veranderingen. In deel 1 Taco Rijssemus van IDTV.

 
Tv-producenten hebben te maken met een ‘probleem’ dat lijkt op die van ons nationale postbedrijf in het begin van de eeuw. Jarenlang was er een verdienmodel waarmee goed geld verdiend werd - mensen stuurden elkaar massaal kaartjes - maar door de komst van internet werd die markt in korte tijd veel kleiner. Tegelijk ging iedereen steeds meer online shoppen dus er moesten busjes gekocht worden, postbodes omgeschoold en vooral veel service geleverd worden en het probleem was opgelost. Dat ging niet helemaal goed want het oude staatsbedrijf zag niet in dat het eigenlijk heel simpel was: van postbode naar pakketbezorgers in twee jaar. En weer door..

 
 
Het PTT-probleem van de mediawereld
Zo’n zelfde ontwikkeling is er in de wereld van tv-producenten aan de gang; er gaat iets weg - namelijk de grote budgetten bij omroepen - maar er komt ook iets voor terug; mensen blijven naar content kijken, maar dan toevallig online waar andere wetten gelden.  Of preciezer: mensen kijken steeds minder naar lineaire televisie dus omroepen hebben minder geld van adverteerders en de overheid te besteden voor aankopen. Maar hé, de behoefte aan content is niet vervangen voor het lezen van boeken en het bezoeken van musea; er wordt gewoon verder online gekeken waar we op televisie gebleven waren. Het is interessant om te bekijken in hoeverre grote tv-producenten die switch kunnen maken.

 
 
Verhalen maken voor bedrijven
Mooi dus dat Taco Rijssemus, ex mediadirecteur bij KRO-NCRV en ex-SBS, inmiddels acht maanden de baas is bij IDTV. En dat hij deze periode - ‘Guddelike’ - gebruikte om een strategie te bepalen voor de toekomst. In zijn analyse en strategie komt hij uit bij het maken van content voor de zakelijke markt, de producent wil meer verhalen maken voor bedrijven. ,,Vergeet niet dat wij veel ervaring hebben met branded content, bijvoorbeeld door het maken van VT Wonen,’’ zegt Rijssemus. ,,IDTV is eigenlijk een combinatie van drie bedrijven; events, online en een klassieke tv-producent. Ik denk dat die combinatie een hele sterke is waarbij je twee markten kan bedienen: de broadcastmarkt natuurlijk, maar we hebben ook veel ervaring op de zakelijke markt met het organiseren van events voor bedrijven als Heineken en KPMG waarbij we ook nog eens veel video maken.’’

,,Vergeet niet dat wij veel ervaring hebben met branded content, bijvoorbeeld door het maken van VT Wonen,’’ zegt Rijssemus.

 

Hoe bereik je de consument?
Okay, de interne analyse van de voormalig omroepman komt dus neer op de combinatie video, events en online. Ook interessant is dan zijn visie op de advertentiemarkt. ,,Je ziet dat adverteerders zoekende zijn om het oude tv-bereik te halen, vooral onder de doelgroep 20-49 is dat lastig, ga maar eens bij SBS of RTL langs en je krijgt er alles over te horen. Die doelgroep verplaatst zich naar andere kanalen, maar het geld om ze te bereiken is er nog steeds. Tv-zenders ontwikkelen branded content concepten voor bedrijven, maar die bedrijven hebben meer kanalen nodig dan waarop de zenders nu zicht hebben. Het gaat om het vertellen van verhalen en daar hebben wij toevallig veel ervaring mee..’’

 
 
Niet in het vaarwater van de bureaus
Okay dus IDTV gaat direct zakendoen met het bedrijfsleven op het gebied van content, maar hoe pakken ze dat in Amsterdam precies aan? Is daar een plan voor? ,,We hebben wat uitgangspunten geformuleerd en één daarvan is dat we niet in het vaarwater van bureaus gaan zitten; we gaan geen merkstrategie ontwikkelen.’’
Dat betekent dus automatisch dat ze wél zaken gaan doen met deze bureaus. ,,We gaan met wat preferred suppliers in de bureauwereld samenwerken waarbij we in een vroegtijdig stadium in beeld komen. Er komt immers een moment dat je uitkomt bij het vertellen van verhalen en dat kunnen wij goed. Het leuke is dat we dit dus al doen en we dus de organisatie hebben om dat zo aan te pakken.’’

 
 
Storytelling onontgonnen terrein
Klinkt logisch als strategie, maar de praktijk zit altijd iets anders in elkaar. Waar is er nog iets te winnen? ,,Ik denk dat als je ‘Wie is de Mol?’ of (twittertopper) ‘Bed & Breakfast’ maakt je verstand hebt van storytelling, maar we worden nog teveel gezien als alleen een tv-producent. Dus opdrachtgevers vergeten dat we ook voor de zakelijke markt werken. Bureaus zijn heel goed in het bereiken van mensen en wij zijn goed in verhalen vertellen over meerdere platforms. Er zijn maar weinig partijen die dat goed kunnen.’’ Okay prima, maar er zijn wel veel partijen die zéggen dat ze dit prima kunnen. ,,Dat is een probleem; storytelling is het onontgonnen terrein in de communicatiewereld en wij zijn daar al ver in.’’

 
 
Geen YouTube kanalen ontwikkelen
Het online gedeelte is dus essentieel want dáár is de doelgroep van 20 tot 34 jaar te vinden. Is het geen vreemde keuze om de YouTubers helemaal aan andere partijen over te laten? IDTV is toch goed in video en daar kijken jongeren toch (bijna uitsluitend) naar? ,,We laten YouTube zeker niet helemaal aan andere partijen over. Ik vind alleen dat wij niet zelf YouTube-kanalen moeten ontwikkelen om in de pure distributie te stappen. Al denken we bij onlinevideo en online concepten natuurlijk ook over de distributiekant na.’’

Nog even toch…YouTube is voor veel jongeren toch de enige plek waar ze nog te bereiken zijn? IDTV werkt dus wel voor LINDA.TV, maar niet voor YouTubers? Is dat niet…raaaaaaar? ,,Bij alles wat online gebeurt, moet je beslissen wat je niet doet en we gaan dus niet zelf YouTube-kanalen ontwikkelen en proberen adverteerders te zoeken. Natuurlijk kan je een bedrijf ontwikkelen met de intentie om allerlei YouTube kanalen te lanceren, maar daar zijn wij niet op ingericht.’’ IDT gaat ook geen ‘how to filmpjes’ maken. ,,We gaan dus ook niets voor de onderkant van de markt maken. We krijgen wel eens deze verzoeken, maar wij zijn daar te duur voor.’’

 
 
CokeTV niet bedenken?
Maar even duidelijk om het scherp te hebben; zoiets als CokeTV, een YouTube kanaal van Coca-Cola zullen ze dus niet bedenken bij IDTV? ,,Juist wel. We kunnen het concept zeker ontwikkelen in opdracht van een klant, maar dat is iets heel anders dan zelf een kanaal ontwikkelen. We kunnen wel een contenstrategie neerleggen en adviseren over de manier waarop je het bij de doelgroep krijgt, maar dat wordt niet onze core business. Wij focussen op de storytelling.’’

 
 
Zaken met grote adverteerders
IDTV doet dus zaken met grote bedrijven uit de Top 100 van adverteerders; weten de mensen waarmee Rijssemus aan tafel zit eigenlijk al hoe ze doelgroepen kunnen bereiken in tijden dat de klassieke tv-commercial minder bereik oplevert? Zijn ze al bereid om op een nieuwe manier te denken? ,,Ik zie de transitie in de mediawereld als een domino-effect. De eerste groep die te maken heeft met het feit dat het bereik onder de doelgroep via tv afneemt is de adverteerder. Daarna volgen de mediabureaus en de broadcasters en als laatste de producent. De klassieke tv-producent wordt ofwel heel klein en niche of heel groot en internationaal zoals Talpa. Of hij maakt een slag naar de zakelijke markt zoals wij.’’

 

,,Ik zie de transitie in de mediawereld als een domino-effect.’’

Die fase waarin de mediawereld aan het veranderen is, hoe ver is het daar eigenlijk mee? ,,Het gaat nu heel hard. Onder de broadcasters die ik spreek, zijn hele grote zorgen omdat ze mensen tussen 20 en 34 jaar nauwelijks nog kunnen bereiken. Het gaat echt veel sneller dan we dachten vijf jaar geleden. De zekerheid van bepaalde inkomsten verdwijnt echt.’’ Heeft hij zelf een idee welke kant het op beweegt? ,,Dat is moeilijk te zeggen behalve dat de behoefte aan content altijd zal blijven bestaan. De vraag is echter of je daar een positie in zal verwerven.’’

  2791 Hits
  2 Comments
2791 Hits
2 Comments

Canal Digitaal biedt ‘internet-tv’

Canal Digitaal biedt ‘internet-tv’

De Nederlandse aanbieder van satelliettelevisie, Canal Digitaal, heeft bekend gemaakt ook televisiekijken via internet (IPTV) aan te gaan bieden. Voor de verkoop hiervan werkt Canal Digitaal samen met andere partijen. Klanten van Canal Digitaal kunnen op basis van hun kijkgedrag en wensen zelf een keuze maken voor tv via satelliet of internet. De uitbreiding van het aanbod volgt op de introductie van verschillende nieuwe features in juni, waaronder TV Gemist en de WatsOnTV Messenger chatservice. De tv-aanbieder speelt met de wijzigingen in op veranderende wensen van tv-kijkers.

,,Consumenten willen gemak, flexibiliteit en een ruim aanbod in content als het om tv-kijken gaat,” aldus Andrei Noppe, VP Technical Operations van de M7 Group, eigenaar van onder meer Canal Digitaal. ,,Vanuit de mogelijkheden die de techniek ons biedt, spelen we daar nu op in met zowel satelliettelevisie en televisiekijken via internet. Anno 2017 kunnen we niet meer spreken over één type televisiekijker, maar heeft iedereen andere behoeften en wensen als het gaat om kijken naar tv-content.”

Christiaan Puper, Managing Director Eviso Nederland (business partner Canal Digitaal) zegt over de uitbreiding van het aanbod: ,,We hebben alles in huis om onze positie op de televisiemarkt te versterken en dat gaan we dus doen ook. We gaan met onze verschillende manieren van tv-kijken het meeste complete tv-aanbod van Nederland presenteren aan alle tv-kijkers.”

Canal Digitaal heeft de ambitie om haar aandeel in de televisiemarkt te vergroten en hoopt dit met deze uitbreiding te bereiken. Vanaf begin november start de promotie voor televisiekijken bij Canal Digitaal via internet met een multimediale campagne op onder meer televisie en internet.
  1567 Hits
  0 Comments
1567 Hits
0 Comments

De ‘riding the hashtag methode’ van online marketinggoeroe Gary Vaynerchuk

De ‘riding the hashtag methode’ van online marketinggoeroe Gary Vaynerchuk

Van de wijnwinkel van zijn vader maakte hij een e-commerce miljoenenbedrijf. Met zijn andere onderneming VaynerMedia zet hij social media in voor branding van grote bedrijven. Zijn boeken halen keer op keer de bestsellerslijsten van Amazon en The New York Times. Gary Vaynerchuk heeft digitale marketing naar grote hoogte gebracht. Hij wordt erom bewonderd, maar ook verguisd.



Gary Vaynerchuk kwam deze maand in het nieuws vanwege zijn rol in Planet of the Apps, de online videoserie van Apple. De serie doet nog het meest denken aan The Voice. Maar in dit geval zijn het geen zangers die zich moeten bewijzen, maar jonge ondernemers die een pitch voor een app aan een jury presenteren. Naast rapper Will.i.am en actrices Jessica Alba en Gwyneth Paltrow steelt ondernemer Vaynerchuk de show. Hij is de enige in de jury die wel een klein beetje verstand van apps heeft.

Hij is grotendeels onbekend bij het televisiepubliek, maar een beroemdheid op internet. Zijn bedrijven en zijn boeken zijn een succes. Wie hem een avondje voor een lezing wil boeken, moet rekenen op een bedrag dat bestaat uit zes cijfers.

Als social media goeroe en branding expert oogst hij bewondering, maar hij roept ook irritatie op omdat hij voortdurend zichzelf promoot. Volgens zakenkrant The Wall Street Journal is hij ‘overexposed’. ‘Een onvermoeibare promotor van zichzelf’, noemde The New York Times hem.

Experimenteren met wijn
Op zijn veertiende begint hij mee te werken in de wijnwinkel van zijn vader. Het is een winkel zoals er zoveel zijn, maar die het toneel gaat vormen voor een experiment waarin de jonge Vaynerchuk zijn talent kan ontwikkelen: een merk bouwen op internet. „Ik herinner me dat ik het web ontdekte,” vertelt hij aan Fortune. Het is 1994, de begintijd van het web. „Ik bedacht: we hebben geen achtduizend winkels nodig. Ik kan dat zelf in één keer bouwen.” Drie jaar later lanceert Vaynerchuk WineLibrary.com, een van de eerste wijn e-commerce businesses. Hij gebruikt nieuwe tools als Google Adwords naast traditionele tv- en radio ads. De jaarlijkse opbrensten van de winkel schieten omhoog: van een aanvankelijke 3 miljoen dollar tot 45 miljoen in 2003. Hij begint een video-kanaal op internet - Wine Library TV - met amateuristisch aandoende beelden. Maar zijn show gaat viraal voordat die term zelfs maar is uitgevonden. In 2011 vindt hij het mooi geweest en gaat hij zich breder richten op social media. Op zijn YouTube kanaal The #AskGaryVee Show praat hij met gasten en beantwoordt vragen van kijkers.

Jab, jab, hook
Wie als ondernemer wat wil bereiken, moet eerst géven, is zijn devies. Op een avond geeft hij een lezing voor business studenten. Achteraf rijdt hij samen met een journalist terug. Hij kijkt op zijn smartphone, ziet reacties van aanwezigen. ‘Great talk’, schrijft een student in een tweet. Terwijl de taxi de stad inrijdt, tweet Vaynerchuk terug: ‘That means a lot to me man’. Zijn antwoord is pure strategie. Eerst geven, dan iemand aan de haak slaan. Jab, jab, hook is zijn slogan. „Ik gaf die student informatie en vervolgens antwoordt hij mij. Ik waardeer het dat hij iets aardigs over mij zegt. Ik zal hem later vragen of hij mijn boek heeft besteld. En ik weet nu al wat hij zal zeggen: „Nee nog niet, maar dat ga ik nu meteen doen.” Het werkt, maar levert hem ook de kritiek op dat hij menselijk contact reduceert tot transacties.

In 2009 richt Gary Vaynerchuk samen met zijn broer VaynerMedia op, een digital agency dat zich op social media richt. Veel adviesbureau’s doen social media er een beetje bij, Vayner focust erop en overtuigt klanten er meer geld aan te besteden. Vayner krijgt grote klanten als General Electric, Pepsi en Unilever. Inmiddels werken er zo’n zeshonderd mensen. Het bedrijf werkt samen met videosite Vimeo om merken en filmmakers aan elkaar te koppelen. Vaynerchuk verklaart in Fortune het succes op zijn eigen manier: „Ik ben enthousiast want dit bedrijf heeft de markt volledig in verwarring gebracht. (...) En we hebben niet alleen strijd gevoerd, we zullen als nieuwe standaard worden gezien.”

 
Rijden op de hashtag
Waar VaynerMedia zich vanaf het begin mee onderscheidt, is de nadruk op snelheid. Bedrijven die iets op social media willen doen, moeten supersnel reageren. Nagaan wat trendy is en daar naadloos op aansluiten. „De mensen die ik aantrek zijn vaak journalisten en acteurs die kunnen improviseren,” zegt Vaynerchuk. „Creativiteit gaat over inspelen op het nieuws. Het moet slim, grappig en snel. Stel, er is nieuws over sinaasappelboomgaarden in Florida, kunnen we daar iets mee voor onze klant Tropicana die vruchtensappen produceert?” Het sleutelwoord is play. Je kan met een nieuwsitem spelen, er een eigen draai aangeven via een post op Facebook of Twitter. Overleg bij Vayner gaat bijvoorbeeld over hoe een brand kan inspelen op trending topics op Twitter. Het team heeft er een term voor bedacht, ‘riding the hashtag’, zoals The New York Times schrijft. Tegenwoordig gebruiken veel meer social mediabureaus die strategie. Hijacking the news is een andere term die je wel hoort, het kapen van het nieuws. VaynerMedia is een van de eerste die dat groots aanpakt. Vaynerchuck gaat onder meer in op zijn social media visie in zijn boek #AskGaryVee: One Entrepreneur’s Take on Leadership, Social Media, and Self-Awareness (2016).

Marketeers ruïneren alles
Soms komt Vaynerchuk met fijne zelfspot voor zijn beroepsgroep. Een  favoriete uitspraak van hem is: ‘marketeers ruïneren alles’. Hij wijst naar marketeers die geweldige methoden ontwikkelen die werken, maar die vervolgens zo vaak toepassen dat het de zaak doodslaat en uiteindelijk averechts werkt. Elk bedrijf zal het herkennen: je kan emails naar klanten versturen, maar als je het teveel doet, zegt iedereen het op. Dat geldt ook voor ads op social media. Hoe meer je er plaatst, hoe vaker mensen het zullen blokkeren. Vaynerchuk is er niet bezorgd om. Hij is ervan overtuigd dat hij altijd nieuwe strategieën zal vinden om verder te gaan.

Zijn nieuwste project is The Gallery. Het is een nieuw bedrijf, bericht The Wall Street Journal, waarin onder meer uitgever PureWow is ondergebracht die door Vayner is overgenomen. PureWow is uitgever van digitale magazines gericht op vrouwen, vooral millennials. Volgens Vaynerchuk een logische stap om uitgevers erbij te hebben. ,,Je ziet dat uitgevers als Buzzfeed of Vice uit zijn op het verwerven van creative agencies.” Hier gebeurt het omgekeerde. Een uitgever komt in handen van een groot social media bureau. Waar Vaynerchuk precies op uit is, hangt nog in de lucht. Het is de bedoeling dat de uitgever kan profiteren van de videomogelijheden die Vayner in huis heeft.



 
  1552 Hits
  1 Comment
1552 Hits
1 Comment

Bijna iedereen digitale tv en smartphone

Bijna iedereen digitale tv en smartphone

Vorig jaar hadden negen op de tien Nederlandse huishoudens (88 procent) een digitale tv. Ook het bezit van smartphones is verder gegroeid: van 75 naar 81 procent. Onder 13 tot 19-jarigen gaat dat zelfs richting de 100 procent.

 
Dat blijkt uit de Media Standaard Survey (MSS) 2016 van de Stichting KijkOnderzoek.

Het onderzoek wordt sinds 2011 uitgevoerd door Kantar TNS (voorheen TNS NIPO) in opdracht van SKO (televisie/video), NLO (radio), NOM (print) en VINEX (internet).

Doel is het verkrijgen van betrouwbare en stabiele populatiecijfers over de Nederlandse bevolking ten behoeve van werving, weging en controle van de mediabereiksonderzoeken.

In 2016 zijn 6060 huishoudens en 5195 personen van 13 jaar en ouder ondervraagd.

 
Digitale tv 
De meeste huishoudens in Nederland hebben de mogelijkheid om digitaal televisie te kijken. De totale penetratie van digitale tv in 2016 is vergelijkbaar met 2015. Daarbinnen steeg het percentage huishoudens met digitale televisie via internet van 13 procent in 2015 naar 18 procent in 2016.

Het percentage huishoudens met een televisie met directe toegang tot het internet steeg verder van 31 naar 37 procent. Dit is een significante stijging ten opzichte van 2015.

Het percentage Nederlanders met een mediacenter of dongle voor op de TV (bijvoorbeeld Apple TV of Chromecast) bedroeg vorig jaar 12 procent. Dit is een significante toename ten opzichte van de 10,5 procent in 2015.

 
Smartphonepenetratie groeit 
De meeste Nederlanders van dertien jaar en ouder zijn in het bezit van een desktop of laptop (respectievelijk 44 en 73 procent). De penetratie van smartphones is nog verder gegroeid en is nu 81 procent. De penetratie van tablets onder personen van 13 jaar en ouder is 58 procdent. Ruim een kwart van de Nederlanders is in het bezit van een spelcomputer.
  1212 Hits
  0 Comments
1212 Hits
0 Comments

Steeds vaker online met smartphone

Steeds vaker online met smartphone

Nederlanders gaan steeds vaker online via hun smartphone. De helft van de mensen boven de 13 jaar bezocht vorig jaar via hun mobieltje nieuwssites, social media en andere internetplatforms, een stijging van 4 procent ten opzichte van 2015.

 
Dat blijkt uit het DAM jaaroverzicht van onderzoeksbureau GfK. Daarmee laat de smartphone de PC, laptop en tablet ver achter zich. Alleen 50-plussers grijpen vaker naar de tablet, al verdubbelde hun aantal internetbezoeken met de smartphone sinds 2015. Bij mensen onder de 34 jaar gaat tweederde met zijn smartphone online. De stijging onder jongeren kwam in 2016 mede door de hype rond Pokémon Go, de app die in augustus een bereik van bijna 25 procent wist te scoren onder de groep 13-34 jaar. Dat daalde eind vorig jaar weer naar 10 procent.

 
De zon waar alles om draait 
Het onderzoek bevestigt dat de smartphone het belangrijkste device is voor online mediagebruik. Op de wereld hebben meer mensen toegang tot een mobiele telefoon dan tot water uit de kraan. In 2012 hadden 1 miljard mensen een smartphone, in 2016 al 2 miljard en in 2020 zullen dat er 6 miljard zijn. Dat vergt voor reclamemakers een nieuwe aanpak, zoals de inzet van verticale video’s.
Ook uit het in 2016 gepresenteerde onderzoek van Media: Tijd bleek dat steeds meer mensen via mobiele telefoons media gebruiken. Onder jongeren tot negentien jaar is dat zelfs al 85 procent. Ook in de laatste Media Standard Survey (MSS) bleek het mediagebruik via de smartphone enorm: 14,1 procent van de Nederlanders luistert er mee naar de radio, 11,9 procent leest er online magazines op, 23,9 procent leest er digitaal zijn dagbladen, 12,9 procent kijkt er tv op en 68,1 procent gebruikt zijn mobiel om te internetten.



 
Bereik social media groeit 
Het onderzoek laat verder zien dat het bereik van social media als Facebook (76 naar 84 procent), YouTube (66 naar 80 procent), LinkedIn (29 naar 35 procent) en zelfs Twitter (34 naar 38 procent) sinds 2014 fors gegroeid is.

In de top 50 van online platforms met het meeste bereik waren in 2016 weinig verschuivingen te zien. Google (89,7 procent), Facebook (84 procent) en YouTube (80 procent) domineren al jaren de top 3. Marktplaats (55,6 procent) daalde van de zevende naar de negende plaats en wisselde van positie met Facebook Messenger (56,8 procent). Snapchat wordt veel onder jongeren gebruikt, maar qua bereik komt het social medium in heel Nederland slechts op 11 procent uit. Instagram is bezig met een snelle opmars en groeide van 20 naar 36 procent bereik.

 
AD nadert NOS en Nu.nl 
Nu.nl is nog steeds de nieuwsite met het grootste bereik: 51 procent, op de voet gevolgd door de NOS (49,6 procent). Het AD (39,8 procent) zit die twee op de hielen en steeg van de 14e naar de 12e plaats in de lijst.

 
On demand groeit 
Bij de OTT-aanbieders is de opmars van Netflix opvallend. Het bereik van de on demand zender steeg van 10 procent in 2014 naar 24 procent vorig jaar. Ook Spotify krijgt steeds meer bereik. In 2014 had de muziekstreamingsdienst een bereik van 16 procent, vorig jaar al 28 procent.

 
Bron: GfK DAM Jaaroverzicht 2016
 
 
  5768 Hits
  0 Comments
5768 Hits
0 Comments

Perez Hilton: van rebel naar ‘rolmodel’?

Perez Hilton: van rebel naar ‘rolmodel’?

Perez Hilton ofwel Mario Armanda Lavandeira is een fenomeen in de VS; via zijn website perezhilton.com bouwde hij vanaf 2004 aan een heus media-imperium. Hoe bouwde de andere Hilton in korte tijd zo’n naam op en wat is zijn plan nu de populariteit van zijn site dalende is?

 
Mario Armanda Lavandeira JR, geboren op 23 maart 1978, begon in september 2004 met zijn entertainmentblog genaamd pagessixsixsix.com. Direct werd hij gedwongen om deze naam te veranderen. The New York Post had immers al een roddelpagina met de naam ‘Page six’. De nieuwe naam werd ‘perezhilton.com’ en deze site had vrij snel al zeer goede bezoekerscijfers. Het hielp dat collega-website ‘The Insider’ hem de geuzentitel ‘Hollywoods most hated website’ gaf en de tweede grote doorbraak was dat ‘Perez’ de eerste foto’s publiceerde van Brad Pitt en Angelina Jolie als een stel.

 
Lavandeira groeide in drie jaar uit tot een fenomeen in de Amerikaanse mediawereld. Zijn persoonlijke aanpak waarbij hij de Amerikaanse sterren online belachelijk maakte door ze bijnamen te geven (Britney Unfitney is nog een lieve variant) en tekeningen van geslachtsdelen en drugs te kladden op hun foto’s werkte als een tierelier. In 2007, drie jaar na de start van de website, waagde New York Times een poging om het fenomeen te duiden. ,,Eerst was het een worstelende acteur met allerlei vage baantjes en nu is het een popcultureel fenomeen met oranje haar die inmiddels zoveel geld verdient met bloggen dat hij zijn eigen show heeft op VH1.’’ Volgens de krant had Hilton destijds 2,6 miljoen unieke bezoekers per maand en moest je 9000 US Dollar neerleggen voor een advertentie die een week meeliep op de site. Hilton begon ooit gewoon vanuit een soort hobby, maar hij was zeer populair bij vrouwelijke middentwintigers die interesse hebben in zaken als mode, een goede doelgroep voor adverteerders. De conclusie van het artikel was dat Hilton precies deed wat de liefhebbers van shownieuws ook doen; ze zeggen eerlijk wat ze van iemand vinden alsof hij of zij een klasgenoot is die er toevallig niet bij is. Terwijl de oude media nog keurig hun nietszeggende stukjes schreven (waar niet doorheen te komen is omdat er zeventien pr-mensen naar gekeken hebben), schreef Hilton waar het op stond.

 
Web celebrity van het jaar
In 2009 riep zakenmagazine en site Forbes hem voor de tweede keer uit tot nummer 1 in de ‘Web Celeb 25’, de roem van het mediafenomeen was toen op een hoogtepunt. Hij draafde van de ene naar de andere talkshow en publiceerde ook een boek: Red Carpet Suicide: A Survival Guide on Keeping Up with the Hiltons. Ook had hij een eigen concertserie met grote Amerikaanse sterren. Perez was uitgegroeid tot een merk, een merk dat hij zelf omschreef als ‘fun, fresh and irreverent’. Oftewel: grappig, fris en oneerbiedig. Hij was hip en rebels, wist alles van de sterren en ging bovendien mee in de trend waarbij de jonge internetgeneratie niet zomaar aanneemt wat de reguliere media beweren (en terecht). Perez is ook altijd zeer productief geweest;in deze periode stond er elke 12,5 minuut een nieuw verhaal op zijn site. Toch heeft hij altijd beweerd dat hij alles alleen schreef, maar aan deze lezing wordt wel getwijfeld. Hij heeft wel bekend dat alleen zijn zusje zou meewerken aan de website. De cijfers waren in die periode trouwens prima; hij zat tegen de 5 miljoen unieke bezoekers per maand. Zijn ster was rijzende en hij wilde alleen maar meer. ‘I want to be the gay Latino Oprah’. Hij begon ook zijn eigen platenlabel.

 
Juiste plek, juiste tijd
Perez had natuurlijk het talent om op de juiste plek op het juiste moment te zijn. De internetgeneratie wilde minder saaie verhalen; stukken met een eigen mening en iets van anarchie erin werkten goed. Met Glamorama lanceerde TMG trouwens in 2012 een Nederlandse variant, maar er werd te weinig geld opgehaald bij adverteerders en dus was het na drie jaar afgelopen. Aan de kwaliteit lag het niet; de site werkte met prima schrijvers, het was allemaal lekker cynisch en niet te serieus. Maar zo’n roddelblog is gewoon lastig in Nederland omdat we de sterrencultuur missen; schrijven over mensen als Gerard Joling en Dries Roelvink is toch iets anders dan over wereldsterren als Katy Perry of Taylor Swift. Dan ben je jong, snel en opstandig en dan schrijf je een verhaal over de nieuwe vriend van…Patricia Paay. Misschien dat er door de opkomst van hiphop (Broederliefde, Lil Kleine) wel mogelijkheden zijn. Binnen die popcultuur zijn de artiesten weer grote helden en bovendien valt er genoeg over te schrijven.

Vergeet ook niet dat Hilton het helemaal zelf deed. Er zat geen grote mediapartij achter zijn site, dat gaf hem ook veel krediet. Het basisprincipe van een merk optuigen om te breken met een brave traditie is een goed businessmodel. Dat heeft Geen Stijl wel bewezen. Overigens heeft Perez Hilton zijn site nooit verkocht. The Guardian meldde in 2010 dat hij een bod van 20 miljoen US Dollar afsloeg. In 2010 schreef Financial Times een aardig, zakelijk verhaal over hem waarin het stelde dat de blog inmiddels 32 miljoen US Dollar waard was. In dat verhaal vertelt Douglas McIntyre, journalist bij 24/7 Wall Street dat er destijds maandelijks zeker 400.000 Dollar binnenkwam bij Perez aan advertenties.

 
Ruziezoekend boefje
Tot 2010 bleef ‘Hilton’ het boefje in de media die met iedere ster zo’n beetje ruzie zocht. Totdat hij in 2010 verscheen in een tv-campagne tegen kinderen die homo’s pesten. Zeer hypocriet in de ogen van velen want de homoseksuele blogger had zelf regelmatig sterren ‘ge-out’. Hij ging naar talkshowhost Ellen DeGeneres en zei sorry voor deze acties. Hij ging bovendien op dieet en stopte met het openbaren van homo’s, zijn site werd ook iets milder van toon. ,,Mensen hoeven niet van me te houden, maar ik wil niet meer ‘toxic to the world’ zijn. In latere interviews gaf hij aan dat de rel rond de antipestcampagne zijn ogen opende. Hij had zich al die jaren verscholen achter het merk Perez Hilton dat bestond uit een dik mannetje met oranje haar, maar hij wilde steeds meer van zijn ware zelf laten zien. Hij begon zich te realiseren dat de sterren die hij belachelijk maakte geen imaginaire figuren waren, maar echte mensen. Althans dat zei hij. In The Guardian in 2014: ,,Ik was er echt niet mee bezig wat mensen van me dachten. Ik dacht: als mensen het niet goed vinden wat ik schrijf dan moeten ze me maar niet lezen.’’

 
Een halfjaar geen kaas
Perez Hilton is mild geworden, volwassen zou je kunnen zeggen. Hij heeft tegenwoordig zelfs twee kinderen. Hij doet precies wat een medium als Nieuwe Revu had moeten doen. In plaats van die strandtestenverhalen maken, hadden ze moeten meegroeien met hun publiek dat bestaat uit een tikkie opstandige vaders die heus nog wel eens biertje drinken, maar niet het uitgaansleven onveilig maken. Daar zijn ook andere media voor.  Zo verlies je je geloofwaardigheid. Niets is erger dan een vader die op een geforceerde manier probeert hip te blijven. Op Billboard.com vertelt Hilton dan ook uitgebreid over zijn nieuwste project met CBS dat een antwoord is op de oude rebelse jongen van weleer; een podcast (samen met radiopersoonlijkheid Chris Booker) waarin hij zijn expertise inzet om fenomenen te duiden. Niet langer lijkt het hem te gaan om de keiharde clicks die de combinatie van humor, cynisme en grote namen nu eenmaal oplevert, maar lijkt het hem om de inhoud te gaan. ,,Ik heb het idee dat mensen me op deze manier kunnen leren kennen.’’ Over zijn periode als fenomeen was hij duidelijk. “I realized that was a really crappy thing I was doing, and that I had to be a human and a person who was connected to other people in the universe. Not live in this insular bubble where all I cared about was getting clicks on my website.’’ Niks mis met die podcast trouwens; vijftig minuten waarin de mannen praten over het leven, dat Duran Duran optrad in het hotel van Hilton tijdens een nieuwjaarsfeestje en dat hij ooit een half jaar geen kaas had. Maar ook over het recente mislukte nieuwjaarsoptreden van Mariah Carey en wat iedereen daarvan vindt. De toon is relaxed, rustig en de verwachting leeft bij Hilton dat de podcast wel eens kan uitgroeien tot een tv-show. Het past helemaal bij de trend dat het op internet steeds vaker over de inhoud mag gaan, de tijd van de clickbait is een beetje aan het voorbijgaan en de blogger is zich aan het gereedmaken voor dat tijdperk.

 
Dalende populariteit
Perez Hilton is een hele grote naam in de Amerikaanse showbizz, maar toch lijkt hij zichzelf volledig opnieuw aan het uitvinden. Een schreeuwende, rellende veertiger is niet wat mensen willen zien en dus is hij met een zoektocht naar inhoud begonnen. Het is ook nodig, want de website wordt echt steeds minder populair; met 12,7 miljoen unieke bezoekers per maand is Perez Hilton de nummer 9 als het aankomt op de meest populaire roddelwebsites. Volgens Alexa is de site de afgelopen drie maanden 1688 plekken lager beland op de ranklist van alle websites in de wereld. En volgens Trafficestimate.com is het aantal maandelijkse unieke bezoekers van Perez’ in een jaar tijd zelfs gedaald van 8 miljoen tot 5 miljoen (bijna 40 procent).

 
Merken moeten vernieuwen
Nog even terug naar Nederland. Misschien is de status van Hilton wel een beetje te vergelijken met die van Giel Beelen. Ook zijn oordeel op muzikaal gebied deed en doet er altijd toe. We kennen Giel als een tikkie opstandig en hij liet zich niet alles zomaar vertellen door bazen. Ook hij moet zichzelf op dit moment opnieuw uitvinden; jongeren hebben nieuwe helden in de media, YouTubers vooral. En ook Beelen kwam onder vuur te liggen door wat oprispingen van zijn oude opstandige ‘ik’. Merken moeten vernieuwen; vraag het HEMA, vraag het V&D en dat geldt helemaal voor merken die gebaseerd zijn op personen. Zij moeten meegaan met hun tijd en eerlijk zijn over hun bedoelingen. Anders prikt iedereen er keihard doorheen. Hilton lijkt het te redden met het duidelijk ‘sorry’ zeggen en het lanceren van nieuwe plannen (op zijn podcast vertelde hij binnenkort iets groots bekend te maken) die op het eerste gezicht oprecht bij zijn interesses passen. Misschien moet Giel Beelen dat ook gaan doen; goed nadenken waar zijn hart ligt, alle banden met belangen bij omroepen verbreken en gewoon aan de slag gaan.

 
  1483 Hits
  0 Comments
1483 Hits
0 Comments

Y Combinator: de startupschool achter Airbnb en Dropbox

Y Combinator: de startupschool achter Airbnb en Dropbox

Een stelletje ontregelde hackers richtten in 2005 in Californië een school op voor startups: Y Combinator. De aangenomen bedrijfjes krijgen elk ruim een ton om investeringen te doen en worden intensief begeleid. Het is het ongekende succes achter grote namen als Airbnb en Dropbox. Zonder Y Combinator had Airbnb waarschijnlijk niet eens meer bestaan.

 
Twee keer per jaar selecteert Y Combinator in het hart van Silicon Valley uit tal van aanvragen zo’n honderd beginnende startups. Die krijgen elk 120.000 dollar om te investeren en draaien drie maanden mee in een intensief programma. De jonge ondernemers leren vooral veel van elkaar. De belangrijkste voorwaarde: de deelnemers – of ze nu uit de VS, Europa of elders vandaan komen – moeten drie maanden in Silicon Valley komen wonen.

 
Demo Day met investeerders
Gedurende deze tijd verfijnen ze hun techproduct, leggen contact met klanten en leren hun product pitchen. De cursus komt op een hoogtepunt op Demo Day als de oprichters hun product presenteren voor een gehoor van meer dan honderd investeerders.

In Silicon Valley geldt niet elk nieuw bedrijf als een startup. Geen startup is bijvoorbeeld een bedrijfje dat anderen helpt om een website te bouwen. Wel tot de categorie startup behoort een bedrijf dat software verkoopt waarmee iedereen zelf een website kan bouwen. Een startup heeft de potentie wereldwijd klanten te bedienen en kan in een paar jaar uitgroeien tot een miljardenbedrijf.

 
Achtergrond als hackers
De oprichters van Y Combinator zijn hackers. Dat moet je vooral positief zien: programmeurs die zo goed zijn dat ze op belangrijke sites kunnen inbreken. Medeoprichter Robert Morris werd overigens ooit veroordeeld toen hij met zijn Morris-worm onbedoeld een deel van het internet platlegde. De drijvende kracht achter Y Combinator is Paul Graham, die de startups onvermoeibaar van adviezen voorziet. Hij schrijft ook essays die in 2015 alleen al ruim 30 miljoen keer werden aangeklikt.

De gemiddelde leeftijd van de deelnemers ligt zo rond de 25 jaar. „Ze moeten volwassen genoeg zijn om verantwoordelijkheid te nemen, maar het liefst ongebonden zijn,” zegt Graham in het boek The Launchpad. ,,Wie een startup wil, moet er volledig voor gaan. Er is geen ruimte voor iets anders.”

Auteur Randall Stross beschrijft in The Launchpad hoe Y Combinator kandidaten selecteert, de tegenslagen die ze in drie maanden te verwerken krijgen, en de uiteindelijke afsluiting op Demo Day. Niet alle plannen halen het. Sommige veelbelovende deelnemers worden aangenomen met een slecht plan en moeten tijdens de drie maanden met een beter idee komen. Graham kan keihard zijn in zijn oordeel, het is soms huiveren voor de deelnemers. Maar succes is er ook als ze met een goed plan grote investeringen binnenhalen.

 
Cruciale hulp maakt broers miljardair 
Patrick Collison van betalingsdienst Stripe twijfelt of zijn bedrijf het zou hebben gered zonder Y Combinator. „Je eerste klanten werven, kiezen wie je in dienst neemt, deals sluiten met banken en fondsen werven. De partners van Y Combinator waren daar nauw bij betrokken en gaven cruciale hulp,” zegt Collison. Hij en zijn broer John (medeoprichter) zijn inmiddels beiden miljardair.

Airbnb had aanvankelijk moeite om investeerders te vinden. Weinigen zagen iets in het idee om privéhuizen tijdelijk te verhuren. Dat veranderde toen CEO Brian Chesky en twee medeoprichters van in de twintig meededen met het programma van Y Combinator. Al snel haalden ze zo’n zeven miljoen dollar binnen. Drie jaar later volgde nog eens ruim honderd miljoen van bekende investeerders als Andreessen Horrowitz.

 
Mark Zuckerberg komt langs
Tijdens de drie maanden werken de deelnemers vooral in hun appartement aan hun startup. Programmeren, de app testen en optimaliseren. Potentiële klanten benaderen, kijken wat wel en niet werkt. Eén keer per week is er gezamenlijke maaltijd in het kantoor in Mountain View, waarbij ondernemers als Mark Zuckerberg een presentatie geven. Maar de deelnemers praten vooral onderling. Daarnaast hebben ze individuele sessies met de experts van Y Combinator. Wat werkt wel en niet, hoeveel opbrengsten zijn er al, wie neem je aan als personneel, hoe gaat het benaderen van investeerders? De aanpak laat zien waarom buiten Silicon Valley startups moeilijk van de grond  komen: je hebt voorbeelden nodig in je naaste omgeving.

 
Silicon Valley-droom komt uit
Soms moet je een radicale stap zetten en komt een droom uit. De 23-jarige Haisha Chen uit Shanghai studeerde aan de University of Chicago. Tot grote schrik van zijn ouders kochten hij en zijn vriend Guo uit Hongkong een enkeltje San Francisco. De kosten voor hun appartement daar liepen snel op. Maar na vier maanden kregen ze een telefoontje van Y Combinator, die honderdduizend dollar bood in ruil voor 7 procent aandeel in hun beginnende startup, zoals The New York Times Magazine beschrijft. Hun startup Strikingly ontwerpt software waarmee je snel een mobiele website kan maken. Ze verhuisden meteen naar Mountain View. „Ik werd emotioneel geraakt door alle bekende bedrijven die er zitten, zegt Guo. „Ik had er als kind van gehoord. Ik had meteen het gevoel: hier hoor ik thuis.”

Y Combinator (de oorspronkelijke betekenis is een computerprogramma dat andere programma’s aanstuurt) heeft inmiddels concurrentie. In Boulder (Colorado) zit Techstars dat een vergelijkbaar programma aanbiedt. Voor Y Combinator is de concurrentie voorlopig geen probleem. „Het is goed voor de jonge ondernemers,” zegt Graham. „Als wij een fout maken en een goede startup afwijzen, hebben ze elders nog een kans.”

 
Te veel macht
Kritiek is er ook op de programma’s, want door de hoge investeringen zouden de jonge startup ondernemers veel te veel macht krijgen. Investeerders worden steeds meer naar hippe startups getrokken ten koste van andere bedrijven. Ook Y Combinator stimuleert dat. Graham zit er niet mee. Het is zijn business en als die floreert gaat het ook met hem goed.

Graham heeft nog wel een boodschap voor diegenen die een startup willen beginnen. „Negentig procent faalt de eerste keer. Probeer meerdere startups uit, daar leer je van, daarna kan je verder.”
  9766 Hits
  0 Comments
9766 Hits
0 Comments

Het jaar van de nieuwe mixed reality

Het jaar van de nieuwe mixed reality
Door: Patrick Petersen 

Kijken we naar de trends op het gebied van marketing, dan gaat 2017 in grote lijnen eigenlijk vooral over dat aloude vertrouwde, menselijke gezicht, verpakt in een leuk inspirerend virtueel jasje. 2017? We want it real and we want it now!

 
Trends zijn de belichamingen van alles wat wij graag zouden willen zien gebeuren, maar blijkbaar nog niet succesvol naar de markt hebben kunnen brengen. We kunnen an sich simpel verschijningen extrapoleren om aan een lijstje van trends te komen. Zo gaat het vast minder goed met Twitter in 2017, gaat Snapchat  door de ‘sky is the limit’ heen rondom hun beursgang en maakt Microsoft van LinkedIn een mooi middel om jouw MS Office zakelijk eens goed te pushen. Facebook wordt het boegbeeld van een heuse ‘privacy-meets-big-dataoorlog’ en ouderen gaan meer online besteden. Dank u wel, Pokémon Go, voor het wereldwijd zichtbaar maken van de marketingkansen die augmented reality biedt. Ook dank aan alle lokale Virtuele Bioscopen die virtuele belevingscontent naar de eerste influencers uitzaaien.

Vakgebieden
Op mesoniveau zal het vooral de marketeer moeten zijn die de nieuwe technieken naar zich toetrekt in de organisatie. Het is de rising van de MarketingTech-specialist. Hij sluit vrolijk aan achter de social media marketing, contentmarketing en de - veel te vroeg overleden -  ‘Mobile en Internet-of-Things-expert’. Dat is prettig, want nu kunnen we eindelijk de discussie ‘heeft marketing nog wel nut?’ afronden. De marketeer moet zich immers opnieuw laden, opnieuw leren bewijzen, uitvinden en hij moet vooral echt gaan innoveren. Zomaar een trucje van je collega-marketeer overnemen, leidt niet langer tot een unique selling point.

#gemak
2017 is zo een jaar waarin wij eens een flinke shift moeten maken met alles waar wij al jaren tegen aan hikken. De bereidheid tot investeren is er, de consument wil het en de transformatie bedekt alle doorslaande veranderingen met de mantel der liefde. Globaal draaien trends eigenlijk altijd om ‘meer’, ‘meer gemak’, ‘het kan nog sneller’ en de bewering dat dát ene verschijnsel nu echt de wereld gaat veroveren.

Die andere trends voor 2017
Met wat gezond verstand moeten wij maatschappelijke verschijnselen - en adaptaties - niet te snel als ‘trends’ gaan bestempelen. Daarbij is de vervelende product lifecycle gewoon een gegeven. Concreet vecht de fysieke winkel om zijn voortbestaan, daar waar de klant al twee stappen verder is in de product lifecycle en bezig is met andersoortig koopgedrag. Even een reality check: online bestellen konden wij begin jaren negentig al. Chats en messengers hadden wij ook al in de jaren negentig, net als ‘sociale platforms’ waar wij gewoon wat kennis deelden, aangevoerd door internationale universiteiten. Expert Ronald Azuma beschreef de mogelijkheden van augmented reality al in 1995 in een surrealistisch boek. VR... tja.. die Virtuele Realiteit. Die is al tientallen jaren ‘leuk’ aanwezig en hoopt op korte termijn vooral ‘nuttig’ te gaan worden voor de overtuigde marketeer. In 1996 wilde ik afstuderen op de ‘virtualisatie van marktplaatsen binnen organisaties’. Of ik gek was geworden?!  Okay. Serieus, dan nu de andere trends:

1. 2017 draait om gemixte realiteitFast mover Snapchat  ziet haar publiek volwassen worden. Branding en (pre)sales voor de virtuele retail, zijn onbewuste kenmerken van het goed inzetten van dit visuele middel. Eind 2016 kocht Snapchat het Israëlisch augmented reality-bedrijfje dat het mogelijk maakt om in een online koopprijs zomaar een product in 3D te laten verschijnen. Snapchat gaat ultieme belevingen bieden in het meest visuele social mediakanaal dat wij kennen. En... Snapchat gaat social sellen2. Realtime reageren op alle kanalen
Service messaging als boegbeeld van de aloude ‘instant messaging’ gaat een enorme druk leggen op de serviceafdeling. Met dat simpele tweetje kon je nog even wachten; nu wil de vragende consument de reactie in real time. Het is de multichannel-consument die zijn hengel via verschillende kanalen uitgooit om te zien wie het eerst - en relevant - reageert. Service via Snapchat, Instagram, via WhatsApp of Facebook Messenger; het gaat om een snelle cultuurshift vragen. Positief gezegd gaat die aloude 1-op-1-serviceverlening op hoge snelheid voor goed persoonlijk contact zorgen. Snel en direct reageren schept vertrouwen. En die ‘trust’ is het voorspel voor social selling. Of - in normaal Nederlands - de uiteindelijke aankoop.

3. Hybride customer journey maakt professionals gekDie tip voor dat leuke product via de inspiratie op Snapchat. De website is te complex, dus het wordt de app. De app biedt niet alle producten dus we willen swipen op Pinterest, liefst ook daar bestellen. Kan hij vanavond al worden afgeleverd? De service dan weer het liefst in een fysieke winkel dichtbij. De klantreis ligt in 2017 aan het infuus.
4. Gebrek aan vertrouwen in traditionele’ sociale mediaFacebook - en WhatsApp plus Skype – staan voor een uitdaging nu zij processen verliezen over hun datakoppelingen en andere privacy issues hebben. Jongeren vragen zich al af waarom ‘oudere jongeren’ op dat gekke, open riool Twitter blijven plakken. Oudere jongeren zoeken in 2017 massaal ergens sociaal onderdak.

5. De social media clash!2017 wordt het jaar van de sociale mediabotsingen. Jongeren hebben het zure, traditionele social mediaschip al verlaten en ingeruild voor nieuwe, inspirerende kanalen in beter beschermde omgevingen. Waar we die sociale mediazuurheid achter ons willen laten, ontstaan er nieuwe inspirerende communities vol creatieve, persoonlijke content. Veilig en gewaardeerd.
6. De ontnuchtering in contentmarketingland is aanstaande.Het uitroepen van het vermarkten van content heeft tot een contentberg geleid waar passie en creatie overschaduwd zijn. 2017 wordt het jaar dat contentmarketing vooral boeiende contentconcepting wordt. Creatieven met gevoel voor marketing en content luiden een nieuwe generatie van contentmarketing in. Vol lef, passie, uitdagingen en met content van waarde. Kwantiteit wordt kwaliteit en contentmarketing gaat terug naar zijn originele bedoeling.

7. Wil de echte online marketeer opstaan?Tech, social, content, big data-analyses en vooral de juiste keuzes maken in de gedegen online mix. Nieuwe vormen van online advertising en de verdomde klantreis nu eindelijk eens crossmediaal in kaart brengen. Door grotere budgetten - en verwachtingen - moet de online marketeer per 2017 nu echt aan de bak; convert or die!
8. Vertrouwen terugwinnen met livestreaming
Online - en vooral sociale - media hebben een flinke deuk opgelopen. #Nepnieuws. Het vertrouwen is ook online geschaad. Criminelen hebben vertrouwde timelines overgenomen. Vertrouwde sociale omgevingen lopen leeg en dat aloude online trucje rendeert niet meer. Aangelegde netwerken en belevingen blijken nep. 2017 Moet sociaal en contentwise veel recht zetten. We willen vooral the real thing. Live en as it is! Een productlancering? Doe het met live streamingvideo op Facebook. Een optreden op een event? Doe het live op Twitter, liefst in 360 graden breed. Een visie delen? Doe het met een live webinar via LinkedIn.

Patrick Petersen is online marketeer, consultant, docent en spreker op het gebied van online strategie, local en social media, zoekmachinemarketing, usability, contentmarketing en mobile marketing. Hij schreef een grote hoeveelheid boeken over deze onderwerpen.
  3909 Hits
  0 Comments
3909 Hits
0 Comments

Media zetten jongeren vaak verkeerd neer

Media zetten jongeren vaak verkeerd neer

Kinderen en pubers zijn lui, narcistisch en meer met selfies bezig dan de maatschappij. Dat is althans het beeld dat de media maar al te vaak schetsen als we Angela Weghorst mogen geloven. Na een lange carrière als kinderen- en jongerenmarketeer en marktonderzoeker begon ze voor zichzelf en deed grootschalig onderzoek onder kinderen en jongeren van nu.

 
“Mijn hele werkzame leven lang houd ik me uit professioneel oogpunt bezig met wat kinderen beweegt om iets te doen, te willen of te zeggen. Veel van wat je over kinderen en jongeren in de media hoort, klopt niet met de ervaring die ik heb. Er wordt vaak een negatief beeld van hen geschetst zonder daarbij te kijken naar wat hen écht beweegt en waaróm ze bepaald gedrag vertonen.”

 
U schreef er een boek over. Laten we direct beginnen bij de conclusie.
“Tijdens talloze gesprekken raakte het me telkens weer dat veel kinderen en jongeren het gevoel hebben anders te zijn dan anderen…. en in hun ogen dus minder. Dit was ook de aanleiding voor mijn onderzoek en het daaruit voortvloeiende boek ‘Anders’. Daarnaast bleek dat de meeste kinderen en jongeren zich niet alleen anders voelen, maar ook anders in het leven staan en het anders willen aanpakken dan hun voorgangers. Het viel me verder vooral op hoe sensitief kinderen en jongeren van nu zijn. ‘Generatie Senz’ pikt niet alleen prikkels op vanuit de omgeving. Ze pikken veel meer op dan wij uit de maatschappij accepteren.”

 
Noemt u eens een voorbeeld…
“Tijdens de gesprekken viel me al op dat kinderen en jongeren niet alleen vertelden over hun sterk ontwikkelde intuïtie of dat ze de emoties of gedachten van anderen kunnen aanvoelen. Maar ook dat ze paranormale verschijnselen waarnemen. En uit het aanvullende kwantitatieve onderzoek bleek dat 80% van de 5- tot 25-jarigen geïnteresseerd is in minimaal één van deze onderwerpen en 60% aangeeft dit zelf goed te kunnen. Een onderwerp waar een taboe op rust, merk ik. En dat gauw wordt afgedaan als zweverigheid.”

 
Dat is vrij abstract. Wat viel nog meer op?
“Kinderen en jongeren van nu maken zich zorgen om de wereld en zijn vastberaden de wereld beter te maken. Ze willen iets toevoegen. Geld, macht en status zijn minder van belang voor hen dan waarden als ‘eerlijkheid’ en ‘rechtvaardigheid’. Dat was de andere opvallende conclusie uit dit onderzoek.”

 
Hoe heeft u het onderzoek gedaan?
“Om het échte verhaal naar buiten te kunnen brengen, moest ik het groots aanpakken. Ik heb meer dan 60 interviews gevoerd van 1,5 tot 3 uur met kinderen, jongeren en hun ouders. Een paar maanden lang ging ik het hele land door. Samen met het kwantitatieve onderzoek onder 4.000 5- tot 25-jarigen en hun ouders vormde dit de basis voor mijn onderzoek.”

 
Hoe helpt het onderzoek merken bij hun benadering van de doelgroep jongeren?
“Zij moeten beseffen dat eerlijkheid en oprechtheid belangrijke waarden zijn voor de kinderen en jongeren van nu. Ze prikken genadeloos door onechtheid heen. Dit vergt dan ook een eerlijke en oprechte communicatie richting hen. Daarnaast zouden ze in kunnen spelen op de behoefte van generatie Senz om zichzelf te kunnen zijn, geaccepteerd te worden door hun leeftijdsgenoten en wens om de wereld een beetje mooier te maken.”

 
Waarom was uw boek nodig?
“Er is veel onnodig leed. Veel kinderen en jongeren hebben het gevoel ‘anders’ te zijn, niet te voldoen aan ‘de norm’ die heerst op school, straat of (social) media . Vooral kinderen en jongeren die een label opgeplakt krijgen zijn sensitief en onzeker.”

 
Wat doen de media verkeerd?
Het begint bij de eenzijdige beeldvorming. Neem bijvoorbeeld een pubermeisje dat aan bitch fights doet en die vervolgens niet alleen haar directe omgeving maar ook heel internet over zich heen krijgt. Natuurlijk is zo’n actie niet goed te praten, maar wat zit erachter? Waarom doet iemand zoiets en wat is het effect voor haar om dit zo uit te lichten? De media-aandacht kan bovendien ook als motivatie gelden. Want negatieve aandacht is per slot van rekening ook aandacht, Alleen slecht nieuws is nieuws over jongeren, lijkt er wel te gelden. Ik kan me nog goed herinneren dat destijds het beeld bestond dat jongeren natuur maar saai vonden. Uit een onderzoek dat  ik ooit uitvoerde, bleek overduidelijk het tegendeel. maar dit verhaal werd vervolgens niet opgepakt.”

 
U zegt dat jongeren ook worden neergezet als narcistisch, in hun door selfies gedomineerde cultuur. Hoe zit het dan?
“Dan komen we bij een van de belangrijkste aspecten uit mijn onderzoek. Als je kijkt waaróm iemand een selfie plaatst, zit er vaak meer achter. Een like op Facebook of instagram is indirect een like voor jezelf: ik vind jou leuk. Dat maakt elke like die je krijgt als jongere erg waardevol. Vooral meisjes willen geaccepteerd worden en populair zijn, zij hebben behoefte aan erkenning. Dat is iets van alle tijden, maar het medium of platform waarop dat kan verandert. Vroeger – toen bellen nog te duur was en internet nog geen gemeengoed was  - gebruikte je briefjes. Nu kun je vaker 24/7 gratis online zijn. De behoefte is niet anders dan toen.”

 
Hebben alle jongeren last van de beeldvorming over hen?
“Terwijl er vaak negatief over hen wordt gesproken in de media, voelen ze de druk om juist op met name social media te voldoen aan een perfect plaatje. Zeker meisjes zijn hier vanaf de pubertijd heel gevoelig voor. Jongeren van nu worden door hun ouders juist gestimuleerd om zichzelf te zijn. Uit mijn onderzoek blijkt dat jongeren die op een positieve manier worden gestimuleerd minder last hebben van de druk van (social) media.”

 
Wat zegt uw onderzoek over de invloed van character merchandising?
“In mijn onderzoek heb ik me daar niet op gericht, dit ging over persoonlijke verhalen. Wat ik er wel over kan zeggen is dat kindermarketing een taboe is geworden. Dat is overigens niet nieuw, het speelt al 2 jaar. Gerichte marketingcampagnes voor ongezonde producten door middel van aansprekende figuren is inmiddels een no go area geworden.”

 
Nog meer tips?
“Het klinkt wellicht als een open deur maar voor iedereen, dus ook voor marketeers is belangrijk om te laten zien dat ze écht weten wat er in kinderen en jongeren omgaat en hier op een eerlijke manier op in te spelen. En dat is vaak makkelijker gezegd dan gedaan.”

 
 
 
 
 
 
 
  5431 Hits
  0 Comments
5431 Hits
0 Comments

Liever Google en Samsung dan Poetin

Liever Google en Samsung dan Poetin

Voor succesvolle klantenbinding of brand loyalty is de reputatie van een merk van groot belang. In landen met corruptie, dictators en slechte toegang tot internet leidt een goede reputatie zelfs tot een hogere klantenbinding van consumenten.

 
Dat blijkt uit de studie ‘Explaining the differing effects of corporate reputation across nations: a multilevel analysis’, die wordt belicht in de vierde SWOCC-selectie van 2016. Onderzoekers Bernard Swoboda, Cathrin Puchert en Dirk Morschett ondervroegen daarvoor 13.655 mensen in veertig landen.

Chauvinisme belangrijk voor merken 
Brand loyalty is overal ter wereld één van de belangrijkste marketingdoelen voor merken en bedrijven. Toch kunnen klanten in het ene land heel loyaal zijn en in een ander land niet.  Coca-Cola mag dan overal ter wereld populair zijn, in Cuba en Noord-Korea wordt het merk geassocieerd met de ‘verafschuwde’ Verenigde Staten. Dat Fransen liever in een Franse auto rijden en Duitsers een Duitse prefereren wordt tijdens een vakantie in een van beide landen meteen duidelijk.

De reputatie van een merk is belangrijk
Uit het onderzoek blijkt dat de reputatie van een merk nog belangrijker is dan economische, maatschappelijke en culturele verschillen tussen landen. De onderzoekers ontdekten dat merken en bedrijven met een betrouwbare reputatie in landen met veel corruptie, armoede of dictatoriale regimes op meer brand loyalty kunnen rekenen. Inwoners in die landen zijn namelijk op zoek naar veiligheid en zekerheid en willen veilige keuzes maken.
Met andere woorden: merken als Google, Samsung of Nike, die regelmatig bovenaan de lijstjes met meest betrouwbare bedrijven prijken, genieten in landen als Rusland, Venezuela, Cuba, Zimbabwe of andere landen met veel corruptie en armoede meer vertrouwen dan Poetin en andere leiders. In die gevallen is een goede reputatie goud waard voor de klantenbinding.

 
In landen met vrij internet speelt reputatie een kleinere rol 
In landen waar mensen wel vrij het internet op kunnen is dat effect minder merkbaar. Daar kunnen mensen makkelijker aan informatie komen, merken vergelijken en speelt de reputatie van een merk een kleinere rol. Het oordeel van consumenten wordt daar vaak gebaseerd op andere factoren zoals aandacht, korting, service en andere mechanismes die bij brand loyalty een rol spelen.

Brand loyalty werkt 
Over het effect van brand loyalty programma’s gaat het onderzoek ‘Open versus selective customer loyalty programmes’ van Carol Esmark, Stephanie Noble en John Bell die de SWOCC samenvat. Daarbij werden twee typen tegenover elkaar gezet. Het open loyaliteitsprogramma dat vooral door supermarkten als Albert Heijn en Jumbo wordt gebruikt en het selectieve programma, dat veel spa’s, kledingwinkels en juweliers gebruiken.

Beiden werken als een tierelier, maar er zit wel verschil in de manier hoe ze succesvol zijn, toont het onderzoek aan. Bij open programma’s identificeren klanten zich graag met het merk en de andere deelnemers. Bij selectieve programma’s voelen de deelnemers zich speciaal en zijn ze dankbaar voor de kortingen en andere voordelen die ze van het merk krijgen.

Zichtbaarheid van deelname versterkt de klantenbinding, dus worden klanten loyaler als marketeers cadeaus als T-shirts of pennen uitdelen of het merk klanten via social media ervaringen laat uitwisselen.

 
Bron: Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Commerciële Communicatie (SWOCC).
  5425 Hits
  0 Comments
5425 Hits
0 Comments

De winkel is dood, lang leve de winkel

De winkel is dood, lang leve de winkel

Mensen kopen hun spullen nog steeds liever in die oude vertrouwde fysieke winkel dan dat ze online shoppen. Dat blijkt uit onderzoek van marktonderzoeksbureau Vostradamus in opdracht van frank.news. 


In het onderzoek werd een aantal productcategorieën voorgelegd aan ruim 1000 respondenten die aangaven of ze deze spullen voornamelijk in een online winkel of in een fysieke winkel kopen (zie onderstaande tabel). Vooral spullen als schoenen, kleding, boodschappen en alles voor de woninginrichting kopen Nederlanders bij voorkeur in de vertrouwde winkel. Op het gebied van boeken slaat de balans steeds meer door richting het online shoppen en elektronica kopen mensen ook graag online. In alle gevallen konden respondenten ook kiezen voor ‘beiden’. Hieronder staan alle cijfers:

Logische resultaten in vergelijking met marktaandelen online
  Volgens Wijnand Jongen, directeur van Thuiswinkel.org, de organisatie die de belangen van webshops behartigt zijn het vrij logische resultaten. ,,Het marktaandeel van de totale online bestedingen ten opzichte van de totale bestedingen ligt ongeveer op 10 tot 12 procent dus dat zie je ook terug in de resultaten. Wel zien we dat dit percentage stijgende is. Dus in de cijfers zal je in de toekomst zien dat steeds meer mensen de voorkeur geven aan online shoppen, zowel thuis als in de winkel.” Volgens Jongen past het bij een ontwikkeling waarbij het leven van mensen online én offline plaatsvindt. In zijn boek met de bijzondere titel ‘Het einde van online winkelen’ staat hij uitgebreid stil bij de wijze waarop deze twee werelden in elkaar overlopen. ,,Het echte leven vindt voor jongeren online én offline plaats. Die ontwikkeling zie je terug in de customer journey waarbij sommige fases op de bank met de iPad plaatsvinden en een ander gedeelte met vriendinnen in een winkel. Aan winkelketens de uitdaging om op allebei de gebieden een aandeel mee te pakken.”

 
Kitty Koelemijer: Supermarkt online gaat groeien

Volgens prof. Kitty Koelemeijer, marketinghoogleraar aan de Nyenrode Universiteit - met als specialiteit retailing en consumentengedrag - zijn de cijfers ook vrij logisch. ,,Je ziet vooral dat de rol van winkels tijdens het totale aankoopproces aan het veranderen is. Je was aangewezen op de fysieke winkel voor het gehele koopproces, maar nu oriënteer je vaak online en vervolgens koop je het in de winkel. Tegelijkertijd hebben fysieke winkels nog een belangrijke rol voor allerlei aankoopdoelen. Bijvoorbeeld mensen die producten in het echt willen zien of die persoonlijk advies willen. Daar zitten nog wel mogelijkheden voor fysieke winkels om het verschil te maken, maar nieuwe technologieën verbeteren de online propositie. Een groot deel van de customer journey is nog niet in een algoritmes te vangen.” Opvallend blijft toch het cijfer voor de boodschappen in de supermarkt waar slechts 2,5 procent van de ondervraagden een voorkeur heeft voor online. ,,Ik denk dat het gaat komen, nu is er op elke hoek nog een winkel, maar straks wordt het gewoontegedrag doorbroken en gaat echt opeens hard met online shoppen. Dat kan bijna niet anders.”

Passen voornaamste argument kopen in fysieke winkel
In het onderzoek is ook gevraagd naar de reden dat mensen de voorkeur geven aan een fysieke winkel boven online shops (zie onder). Mensen noemen het passen/aanraken als voornaamste argument (70 procent) en daarna volgen ‘direct meenemen’ (47 procent), ‘dichtbij’ (32) en ‘service’ (31 procent). Tegelijkertijd gaven de respondenten natuurlijk ook argumenten om voornamelijk online te kopen (zie onder); ze krijgen de spullen lekker thuisbezorgd (52 procent), kunnen alles elk moment van de dag kopen (40), krijgen de beste deal (40) en het aanbod is groot (40).





De evolutie van webshops 
Zijn zaken als ‘passen’, ‘aanraken’ en ‘direct meenemen’ online te organiseren op de wat langere termijn? Wijnand Jongen: ,,De beleving wordt steeds beter online; de kleuren van modefoto’s zijn beter en straks zal virtual reality ook nog voor grote stappen gaan zorgen. Als die nieuwe technologieën eenmaal op grote schaal worden toegepast dan zullen mensen vaker voor online winkelen kiezen en dat zeg ik echt niet omdat ik hier werk.” Want, iets meer op macroniveau, hoe schetst hij eigenlijk de toekomst van de Nederlandse retail? Hoe ziet winkelen er over een jaar of vijf uit? ,,Er zullen concentraties van winkelgebieden komen in de steden waardoor er minder vierkante meters nodig zijn op andere plekken. Niet ieder dorp behoudt dus een elektronicazaak en een woonwinkel, maar daarvoor moet je bij de winkelconcentraties zijn waar ook altijd iets te beleven is. En online vult ondertussen de gaten in en zal ook steeds meer beleving toevoegen.”

Jongen verwacht dat de percentages van mensen die online winkelen zullen toenemen; en de fysieke winkels moeten mee want zonder webshop ben je gewoon niet aantrekkelijk genoeg. ,,De rol van fysieke winkels moet je niet onderschatten want daar moet echt wat gebeuren. Zij moeten zichzelf opnieuw uitvinden door ook kleine technologiebedrijven te worden waarbij ze alle weten van klanten.”

 
 Online en offline integreren
Ook Koelemijer verwacht dat de online wereld steeds nadrukkelijker deze schotten uit het aankoopproces kan houden. ,,Online gaat het veel over gemak; alle maten zijn beschikbaar, je kan makkelijk doorklikken en in de fysieke winkel moet je maar vertrouwen op de aardigheid en service van de verkoper.” Ze denkt ook dat offline en online steeds meer gaan integreren. ,,Zonder Amazon en Alibaba zullen jullie cijfers gestaag toenemen in de richting van online, maar deze bedrijven kunnen dat versnellen. Stel dat opeens Singles Day van Alibaba een enorm succes wordt zoals in China het geval is. Dan krijgt online een enorme boost.”

Koelemeijer verwacht dat het integreren van offline en online gemakkelijker opgepakt gaat worden door de online bedrijven dan door de ouderwetse fysieke winkels. ,,Ga maar eens opeens met 150 winkels het online gedeelte oppakken, dat zal niet meevallen. Terwijl andersom een zaak als Coolblue natuurlijk veel gemakkelijker een paar winkels kan openen; want het hoeft daar geen keiharde omzetten te draaien.”

 
 Kleding vaker online gekocht in afgelopen 12 maanden

In het onderzoek is ook nog gevraagd naar welke producten mensen de afgelopen twaalf maanden vaker online kopen dan daarvoor (zie onder). Het geeft een indicatie van de categorieën die nog kunnen groeien online. Vooral kleding (32 procent) en elektronica (27 procent) worden vaker online gekocht vergeleken met de periode daarvoor.


Conclusie: Nederlanders aarzelen met webshoppen
Nederlanders lijken nog een beetje aarzelend op het gebied van webshoppen en de oude, vertrouwde winkel hebben we nog zeer diep in ons hart zitten. De verwachting van kenners is dat alle productcategorieën - met boeken en kleding als koplopers - steeds meer via internet verkocht gaan worden. Ontwikkelingen als ‘virtual reality’ en vooral het verbeteren van de echte achterblijvers - zoals de online supermarkten - zullen deze ontwikkeling versnellen. Samen met de toename van het verkopen via webshops vinden er in het fysieke retailkanaal allerlei grootschalige ontwikkelingen plaats. In dorpen is nog plek voor een bakker en een slager, maar het grote winkelen verplaatst zich allemaal naar de steden.

 
  7221 Hits
  0 Comments
7221 Hits
0 Comments

Aasgierengedrag

Aasgierengedrag

Tarieven van freelance journalisten en fotografen zijn vaak een schijntje. Maar via een advocaat meteen 530 euro vragen voor een nietszeggend plaatje van een paar folders, zoals Fotopersburo Dijkstra deed, is buitensporig. Aasgierengedrag, vinden we bij frank.news.

 
Weet u wat een persfotograaf van het AD - de op één na grootste krant van Nederland - verdient als hij bij nacht en ontij, door weer en wind een foto voor de krant maakt? 46,50 euro als het voor een regio-editie is en 102,50 euro als het voor de landelijke editie is. Bij de kranten van de NDC, het Dagblad van het Noorden, de Leeuwarder Courant en het Friesch Dagblad,  krijgen persfotografen 45 euro en ervaren fotografen een toeslag van 15 euro. Goede fotografen bij NRC of Volkskrant verdienen meer, maar over het algemeen zijn de tarieven geen vetpot.

 
Andere melkkoe 
Sommige fotografen hebben nu een andere melkkoe gevonden: het internet. Daar plaatsen nieuwssites nogal eens foto’s zonder naamsvermelding of zonder toestemming van de fotograaf. In veel gevallen per ongeluk, maar toch; als fotograaf kun je daar behoorlijk aan verdienen, zo laat Fotopersburo Dijkstra zien.

 
Dure vergissing 
Op 25 april plaatste frank.news een verhaal over nieuw onafhankelijk onderzoek naar folderbereik. Een redactiemedewerker zocht een bijpassende foto en vond op internet een foto van een paar folders die uit brievenbussen staken. Geen bijzonder plaatje, maar wel passend bij het verhaal. Hij zag echter de naam van fotograaf Dijkstra over het hoofd en maakte daarmee een dure vergissing, zo bleek een half jaar later.

 
Meteen een advocaat 
Toen ik nog chef bij de krant was, overkwam ons dat wel vaker: een foto plaatsen zonder naamsvermelding. Dan belde de fotograaf in kwestie me op en kwamen we er meestal samen uit. We plaatsten alsnog de foto met zijn naam of betaalden de vergoeding die onze fotografen ook kregen. Dat het ook anders kan, laat Fotopersbureau Dijkstra zien. Geen telefoontje, geen amicaal briefje. Nee, op 7 november komen er meteen een mail en een brief binnen van advocatenkantoor i-ee, gespecialiseerd in portretrecht en auteursrecht.

Volgens juridisch medewerker Linda de Vries heeft haar cliënt schade geleden in de vorm van gederfde licentie-inkomsten en inbreuk op auteursrecht. Bovendien is er tekst over de foto geplaatst - ja, dat gebeurt nu eenmaal op een nieuwssite - en is de foto verminkt omdat hij is bijgesneden – ja, het was nu eenmaal niet zo’n beste foto.

 
Eieren voor je geld 
Frank.news maakte excuses en verwijderde de foto meteen, maar daarmee was de zaak niet afgedaan. Op 9 november kwam de claim: binnen tien dagen 530 euro betalen, anders maken we er een rechtszaak van. Onderbouwd met allerlei jurisprudentie. Na een beetje onderzoek op internet bleek dat i-ee berucht is om dit soort claims en al regelmatig door rechtbanken terecht is gewezen over dit soort absurd hoge bedragen.

Maar de mails bleven komen en mevrouw De Vries haalde de ene na de andere rechtszaak aan om haar claim te onderbouwen. Daar worden directies van uitgeverijen bang van en meestal zwichten ze en betalen. Want je kunt wel naar de rechter stappen, maar als je de zaak verliest moet je ook nog eens de advocaatkosten van de tegenpartij betalen. Die kunnen hoog oplopen, gezien de lange brieven en uiteenzettingen die i-ee stuurt, tegen ongetwijfeld een hoger tarief dan de meeste fotografen betaald krijgen.

 
Nooit meer Dijkstra
Natuurlijk vinden wij bij frank.news dat freelance fotografen eerlijk betaald moeten krijgen en dat je niet zomaar foto’s kunt plaatsen zonder naamsvermelding. Maar vergissen is nu eenmaal menselijk. Even de telefoon pakken en vragen hoe we dit samen kunnen oplossen kost geen enkele moeite. Meteen een advocaat op je dak sturen en absurde bedragen eisen is niet de manier hoe we in medialand met elkaar omgaan. Dat is aasgierengedrag. Dus als een van de media waar ik voor werk ooit nog een fotopersbureau nodig heeft, dan weet ik wel wie ik nooit, maar dan ook nooit meer zal benaderen: Fotopersbureau Dijkstra.

 
  6547 Hits
  0 Comments
6547 Hits
0 Comments

Nieuwe politieke media zetten Facebook naar hun hand

Nieuwe politieke media zetten Facebook naar hun hand

Een nieuwe groep politieke media maakt in de VS furore op internet. Ze zijn speciaal ontworpen voor Facebook en halen daar miljoenen hits, meer dan gevestigde media als CNN. De oprichters verdienen er flink aan.

 
De 35-jarige Adam Nicoloff heeft een drukbezochte Facebook-pagina Make American Great Today waarmee hij steun geeft aan Donald Trump. De pagina staat los van de officiële campagne. Sterker nog: Nicoloff is weliswaar Republikein, maar had liever een andere kandidaat dan Trump gezien. Maar met die pagina verdient hij duizenden dollars.

Nicoloff begon ‘Make American Great Today’ in augustus vorig jaar vanuit zijn huis in Saint Louis. Tot dan gaf hij marketingadviezen aan lokale bedrijven. Met zijn Facebook-pagina zette hij zijn eerste stappen in de wereld van nieuwe politieke media, vertelt hij in The New York Times Magazine.

 
Verdienmodel
Zijn verdienmodel is eenvoudig, maar het werkt. Zorg dat je veel volgers krijgt, publiceer posts met links naar een externe website met veel advertenties en hoop op veel traffic. Zo’n model werkt lang niet altijd, want goede content maken is duur en advertenties kunnen sitebezoekers evengoed wegjagen.

Maar ‘Make American Great Today’ heeft daar geen last van. De content is goedkoop (eenvoudige bewerkingen van stukken van elders), de populistische retoriek slaat aan en de grote interesse in Trump maken dat de advertenties veel opleveren. Maandelijks verdient Nicoloff zo’n 20.000 dollar. Zijn belangrijkste uitgaven zijn de hosting van de website en advertenties die hij zelf op Facebook plaatst.

 
Hausse aan politieke media
‘Make American Great Today’ maakt deel uit van een hausse aan nieuwe politieke media in de VS die zich vooral op Facebook manifesteren. Onbekende namen zijn het, maar inmiddels met grote invloed: The Angry Patriot, US Uncut, US Chronicle, Fed-Up Americans of American News. Er zijn er inmiddels tientallen. Hun opkomst valt samen met de aanloop naar de presidentsverkiezingen, maar zij staan los van de politieke partijen.

 
Nieuwe media nemen news feeds over
Onderzoeksjournalist John Herrman dook in de wereld van deze nieuwe politieke media. „Een nieuwe klasse media is opgekomen en dreigt onze news feeds over te nemen ,” schrijft hij in The New York Times Magazine.

Veel van de nieuwe media steunen Trump. Dat wil niet zeggen dat alle eigenaren fan van hem zijn; soms willen ze gewoon geld verdienen. Daarnaast zijn er nieuwe media die eerst democraat Bernie Sanders steunden en zich nu tegen Trump opstellen. Hillary Clinton is bij die nieuwe media minder aanwezig.

 
Deel dit verhaal: de enige vraag aan lezers
Natuurlijk, ook traditionele kranten en omroepen zijn aanwezig op Facebook. Maar de meeste missen het succes en de groei van de politieke nieuwkomers. Hun strategie is anders. Herrman: „De nieuwe media combineren activisme met journalistiek. Opvallend is wat ze wel en niet van hun lezers vragen. Ze vragen niet om meer verhalen aan te klikken. Ze streven niet naar engagement met het merk. Het enige wat ze lezers vragen is om het verhaal dat nu voor hen staat met anderen te delen. De rest is secundair.”

 
Het succes herhaald
Heb je één succesvolle pagina op Facebook, dan vraagt dat om meer. Online marketeer Terry Littlepage heeft inmniddels vijftig pagina’s op Facebook met titels als The American Patriot en My Favorite Gun, met in totaal zo’n tien miljoen volgers. Hij steekt maandelijks duizend dollar in advertenties op Facebook; de opbrengsten liggen in een goede maand rond de zestigduizend dollar.

Littlepage heeft gemengde gevoelens omdat hij geen fervent aanhanger is van Trump en hem nu wel aan het promoten is. Zijn favoriete kandidaat was Ted Cruz, die het niet heeft gered. Littlepage is een opportunist: hij heeft ook politiek linkse pagina’s op Facebook gehad, maar hij vond dat hij daarmee te weinig verdiende.

Naast de pagina’s die Trump steunen, heeft politiek links ook succesvolle nieuwe media op Facebook gelanceerd. Een voorbeeld is US Uncut met zo’n anderhalf miljoen volgers.

 
Politieke oorlog met memes
De politieke pagina’s gebruiken veel memes, beelden met een tekst eroverheen. Dat kan heel onschuldig: een foto van Sanders met een quote waarin hij pleit voor gratis onderwijs. Maar memes krijgen de meeste aandacht als je een tegenstander in een kwaad daglicht stelt.

Begin dit jaar loopt de strijd met memes tussen Sanders en Clinton hoog op. Zo verschijnt een portret van Clinton met een suggestieve tekst over steekpenningen die ze zou hebben aangenomen. Zulke memes worden tienduizenden keren gedeeld.

 
Zuckerberg weet van niets
De nieuwe politieke media zetten Facebook naar hun hand. CEO Mark Zuckerberg staat op het standpunt dat Facebook gebruikers faciliteert, maar dat het geen redactionele keuzes maakt over wat wel of niet op het netwerk mag. Politieke media in de vorm van een Facebook-pagina kunnen dus hun gang gaan. Facebook checkt ook niet of beschuldigingen kloppen; je kan over presidentskandidaten schrijven wat je wil.

Maar dat blijkt niet helemaal waar te zijn. Bij sommige politieke media grijpt Facebook hard in. Zo verwijderde Facebook de pagina ‘Occupy Democrats Logic’, omdat die te ver zou gaan. Die pagina ging tekeer tegen de politiek linkse pagina ‘Occupy Democrats’, omdat die onwaarheden zou verspreiden. Facebook verwijdert ook memes die in strijd zouden zijn met de regels.

En daarmee zitten we weer middenin het debat over censuur, of Facebook nu wel of niet een mediaorganisatie is, en of het netwerk door zulke keuzes een politiek gekleurde organisatie is.

 
Denk als een startup
Gevestigde media hebben het steeds moeilijker door de concurrentie van nieuwelingen. Ze zullen niet in alles meegaan – denk aan de populistische toon – maar kunnen wel wat leren. De nieuwe media hebben een voorsprong, omdat ze denken vanuit Facebook. „Deze uitgevers zijn ooit begonnen met een eigen Facebook-pagina. Ze denken vanuit het sociale netwerk, hoe ze daar succesvol kunnen zijn. Ze passen hun content daarop aan,” zegt onderzoeker Herrman.

Bij een analyse van de eigen krant kwam de online sectie van The New York Times tot een vergelijkbare conclusie: ,,We moeten leren denken als een tech startup.

 
Nieuw medialandschap
Onderzoeker Herrman verwacht dat de politieke media op Facebook ook na de verkiezingen zullen blijven bestaan. Tenminste in de VS. Daar leeft politiek meer dan in Nederland. Het is nu nog het wilde westen waar nieuwe pagina’s opkomen en andere verdwijnen. Uiteindelijk ontstaat een nieuw medialandschap dat zich vooral op Facebook manifesteert. Met een steeds grotere rol bij de presidentsverkiezingen.
  3966 Hits
  0 Comments
3966 Hits
0 Comments