Candid. Platform
for growth.

Websites en camera's met gezichtsherkenning rukken op

gezichtsherkenning
Registreren wie door een bepaalde straat loopt of bij een winkel langskomt:...
Continue reading
  2754 Hits
  0 Comments
2754 Hits
0 Comments

Europa veroveren via Amazon, te beginnen in Duitsland

Amazon
Wie wil weten welke aardverschuiving de komst van Amazon veroorzaakt, moet ...
Continue reading
  4692 Hits
  0 Comments
4692 Hits
0 Comments

Wat is het geheim van het succes van de Aziatische winkelketens?

shutterstock_1608472255
Aziatische winkels zoals Uniqlo, Miniso en Muji zijn succesvol in Europa. W...
Continue reading
  5500 Hits
  0 Comments
5500 Hits
0 Comments

Privacywet Californië raakt ook Europese bedrijven

CCPA_privacy
De nieuwe Californische privacywet CCPA, die vanaf januari geldt, lijkt op ...
Continue reading
  6614 Hits
  0 Comments
6614 Hits
0 Comments

Miniso zet succes door in Europa en Nederlandse Antillen

Miniso
Het is een ongewoon verhaal: een Japanse en Chinese ontwerper die samen een...
Continue reading
  6012 Hits
  0 Comments
6012 Hits
0 Comments

Weinig boetes in Europa voor overtreden GDPR-wetgeving

GDPR
Afgelopen week vierde de GDPR-wetgeving haar eerste levensjaar, maar het li...
Continue reading
  1758 Hits
  0 Comments
1758 Hits
0 Comments

Google wil met Chinese JD retail Europa veroveren

JD-Retail
Google gaat samen met de Chinese retailer JD.com e-commerce projecten opzet...
Continue reading
  3482 Hits
  0 Comments
3482 Hits
0 Comments

Websites VS weren Europese klanten vanwege GDPR

Websites VS weren Europese klanten vanwege GDPR

Websites in de VS vrezen torenhoge boetes als ze persoonsgegevens van klanten uit Europa verzamelen. Ze proberen de nieuwe privacyregels van de GDPR te omzeilen. Veel websites kiezen voor de meest radicale oplossing: het uitfilteren van alle verkeer afkomstig uit de EU. Ondertussen slaagt Facebook erin de nieuwe privacyregels volledig naar zijn hand te zetten.

 
Wie zich na 25 mei niet aan de nieuwe privacyregels van de GDPR houdt riskeert boetes die in de miljoenen kunnen lopen. Dat geldt niet alleen voor Europese bedrijven, maar ook voor bedrijven in de VS die verkeer uit Europa ontvangen.

 
Het is nog onduidelijk op welke schaal Amerikaanse websites Europese klanten weren, maar volgens magazine Indivigital gaat het om veel websites. Voorbeelden zijn databedrijf Drawbridge, database provider Brent Ozar, de online game Ragnarok en mobile marketingplatform Verve.

CMO Julie Bernard van Verve maakt er geen geheim van dat ze niet meer met Europese klanten gaan werken. „We hebben besloten dat de regels niet gunstig zijn voor ons business model (…) We focussen op dit moment op de kracht van onze Amerikaanse business,” licht ze in AdExchanger toe.

 
Hulpje om Europese klanten te weren
Er zijn handige hulpjes om Europese klanten uit te sluiten. Zo biedt de site GDPR Shield een pakket aan met een programma dat het IP-adres van inkomend verkeer detecteert en alles wat uit Europa komt eruit filtert. Geen Europese klanten meer, maar ook geen gedoe met lastige privacy wetgeving. GDPR Shield kan je krijgen voor 9 dollar per maand. De site heeft overigens problemen met de bereikbaarheid, die mogelijk een gevolg zijn van de grote belangstelling, zoals TechRepublic schrijft.

 
De regels in de VS zijn minder streng en bieden meer mogelijkheden om gegevens te verzamelen om advertenties op de persoon af te stemmen. Het is voor bedrijven lastig twee aparte systemen in te voeren voor Europese en Amerikaanse klanten. Een Amerikaans bedrijf dat de Europese regels in de VS gaat toepassen, plaatst zichzelf daar in een nadelige positie. Dan maar liever je bedrijf alleen op Amerikanen richten.

 
GDPR filtert de rotte appels eruit
Sommige websites die Europese klanten weren, hebben een slechte naam als het gaat om privacy. Unroll.me is een dienst waarmee je je snel en gemakkelijk van een marketing nieuwsbrief kan laten verwijderen. Dat klinkt veel consumenten als muziek in de oren. Maar unroll.me geeft zonder dat te zeggen allerlei persoonlijke gegevens door aan andere bedrijven, waaronder Uber. Dat mag volgens de GDPR niet en unroll.me kiest er dan ook voor Europese klanten te weigeren. Je kan dat zien als een positief effect van GDPR: van rotte appels in privacy opzicht heb je in de EU zo geen last meer.

Maar er zijn ook bedrijven met een goede reputatie die zich van Europa afkeren. Een commentator in TechRepublic laat daar geen misverstand over bestaan: „Dit zal de arrogante EU-wetgevers een lesje leren.”

 
Facebook zet GDPR naar zijn hand
De VS zijn ook de uitvalsbasis van de grote techgiganten als Facebook en Google. Hoe gaan zij met GDPR om? Facebook gaat erin mee. Ze hebben daar ook al bedacht hoe ze de regels het beste naar hun hand kunnen zetten. Facebook heeft de voorwaarden voor Europese gebruikers aangepast en er komt een mogelijkheid ‘clear history’ waarmee je je gegevens die bij Facebook bekend zijn kunt wissen.

Maar Facebook wil iets anders inzetten dat tot dusver niet kon, maar dankzij de GDPR wordt gereguleerd: facial recognition of gezichtsherkenning. Tot dusver mocht Facebook gezichtsherkenning niet in de EU gebruiken, maar met de nieuwe GDPR-regels waarbij gebruikers ermee kunnen instemmen, mag dat wel. Gezichtsherkenning staat op gespannen voet met privacy. Het betekent dat je herkend kan worden op foto’s die anderen hebben gemaakt en dat die foto’s ook met jouw naam worden getagd. Facebook weet zo op welke plekken je uithangt. De Consumentenbond wijst erop dat je als privacybewuste consument meer lasten dan lusten van gezichtsherkenning hebt. Ook zakenblad Forbes zit op die lijn. Leiden de nieuwe privacyregels niet juist tot minder online privacy, vraagt het magazine zich af. Volgens Forbes heeft Facebook inmiddels nog andere dataverzamelingsmethoden ingevoerd. Want veel mag ineens mits gebruikers maar toestemming geven. En bijna iedereen geeft blindelings toestemming.

 
Mag Google Analytics wel?
Google heeft adverteerders en uitgevers benaderd die persoonlijk gerichte advertenties verspreiden die mogelijk in strijd zijn met GDPR. Dat leidde tot boze reacties uit de uitgeverswereld. De uitgevers vinden het nogal makkelijk dat Google het probleem om toestemming te vragen op hen afschuift. Ze spreken van nieuwe ‘draconische’ voorwaarden. In een reactie zegt Google „uitgevers te willen helpen waar het maar kan.”

Speciale aandacht vraagt het veelgebruikte programma Google Analytics, dat onder meer data verzamelt over bezoeken aan sites. Persoonlijke gegevens worden in GDPR breed opgevat. In elk geval moet de gebruiker toestemming geven. Maar de meeste bedrijven koppelen Google Analytics aan Google AdWords, waarmee het programma ook een advertentietool is geworden. Daarmee zou je gebruikers opnieuw toestemming moeten vragen om gegevens van GA ook voor dat doel te gebruiken. Het geeft maar even aan hoe gecompliceerd de regels van GDPR kunnen uitpakken.

 
Rechten van gebruikers: van Spotify tot retail
Amerikaanse media leggen eigen accenten. Zo zet The New York Times een paar opvallende rechten van gebruikers op een rijtje:

 
-Je zit nooit aan een bepaalde service vast. Als je besluit Spotify te verlaten mag je je persoonlijke playlists meenemen naar een concurrent. Net zoals je financiële info van de ene naar de andere bank mag meenemen;

-Je kan elk bedrijf vragen welke informatie over je is opgeslagen en die laten verwijderen. Dat geldt niet alleen voor techbedrijven, maar ook voor banken of retailers. Je kan zelfs je werkgever daarom vragen;

-Een individu is nog steeds geen partij tegenover een bedrijf als Google of Facebook. Maar het wordt makkelijker om samen met anderen een procedure te beginnen. Privacy organisaties zullen naar verwachting meer rechtszaken beginnen namens groepen of individuen. Dat kan de druk opvoeren op bedrijven om zorgvuldig met privacy om te gaan.

 
De GDPR met zijn elf hoofdstukken en 99 artikelen zit ingewikkeld in elkaar. In Nederland en andere EU-landen móét je ermee werken. In Amerika gaan bedrijven er verschillend mee om. Bedrijven met vooral klanten buiten Europa, schrijft Indivigital, zullen om zakelijke redenen mogelijk vaker besluiten om verkeer uit de EU met een schild te blokkeren.

 

  3961 Hits
  0 Comments
3961 Hits
0 Comments

Waarom WordPress websites een groot probleem hebben

Waarom WordPress websites een groot probleem hebben
Hoe wordt frank.news GDPR-proof? – deel 2

De deadline van de GDPR nadert. Wie na 25 mei niet aan de nieuwe privacyregels voldoet, riskeert forse boetes. Ook frank.news is nog lang niet GDPR-proof, maar wordt het wel. In deze serie nemen we onze lezers mee langs hobbels en valkuilen, zin en onzin en de impact van de GDPR op de marcom branche.

Data van online consumenten verzamelen zonder consent kan na 25 mei niet meer. Maar ook het ongemerkt plaatsen van cookies en plug-ins op websites kan niet meer. Daarom hebben WordPress websites zoals frank.news een groot probleem.

 
Data vormt het cement van de advertentiebranche. ,,De technologische ontwikkelingen hebben het de afgelopen jaren steeds gemakkelijker gemaakt om mensen te profileren en hun gedrag te voorspellen,” vertelt Chief Data Officer (CDO) Youri van der Mijn van de Candid Group, Nederlands grootste onafhankelijke netwerk van media- en marketingbureaus en moederbedrijf van frank.news. ,,Vanuit marketingoogpunt zijn we steeds bezig met de vraag hoe we onze doelgroep het meest efficiënt kunnen benaderen, zodat ze bijvoorbeeld ons product kopen. Veel economische modellen in marketing draaien om het zoveel mogelijk verzamelen van data. Hoe meer persoonsgegevens je uiteindelijk hebt, hoe meer verrijkte profielen je kunt opstellen en hoe meer geld je daarmee kunt verdienen.”

 

Kop in het zand 

Daar wringt de schoen met de GDPR, die 25 mei van kracht wordt. Media, bureaus en marketeers volgen het online gedrag van de consument, maar als je geen persoonsgegevens meer mag verzamelen kun je hen ook niet profileren. Ook derde partijen die persoonsgegevens verkopen zonder dat ze daar toestemming voor hebben, gaan nat. Van der Mijn: ,,Er liggen aardig wat uitdagingen, maar ook genoeg kansen en oplossingen, ook al is er haast geboden. Nu steken veel adverteerders, bureaus en webshops nog hun kop in het zand. Die beseffen niet dat de wereld gaat veranderen, terwijl hun hele businessmodel er aan onderworpen is.”

 

Frank.news hartstikke fout

Frank.news verzamelt alleen data voor analytische doeleneinden. Van der Mijn: ,,We kijken wat mensen voor verhalen lezen en hoe lang. Dit helpt frank.news om de website te verbeteren en zo relevant mogelijke content aan te kunnen bieden voor de marcom branche. Dat is een legitieme reden om persoonsgegevens te verzamelen.”

Ook frank.news verzamelt die gegevens door een cookie te plaatsen, waarvoor de lezers om toestemming wordt gevraagd. ,,Toch doen we het volgens de nieuwe wet hartstikke fout,” stelt Van der Mijn. ,,De manier waarop nu een cookie wordt opgelegd, is niet de manier waarop het hoort. Daarnaast wordt er gebruik gemaakt van een Data Management Platform (DMP) dat op dit moment meer data verzamelt dan nodig. Dat staat haaks op wat de wet zegt, namelijk dat de persoonsgegevens moet worden beperkt tot wat noodzakelijk is voor de doeleinden waarvoor zij worden verwerkt. Oftewel: minimale gegevensverwerking. Dat willen we dus zo snel mogelijk gaan veranderen door ook een nieuwe website te bouwen.”

 

Lek als een mandje 

Er is nog een ander probleem voor frank.news: plug-ins en cookies van derden. Toen de techneuten binnen de Candid Group die op de website gingen turven, kwamen ze op zo’n 230. Niet alleen van ons bekende partijen als Google, Facebook, LinkedIn, Twitter of Disqus, maar ook heel veel andere bedrijven en partijen die blijkbaar soms ongemerkt via een cookie onze lezers willen volgen en targeten. Hoewel frank.news niet weet wat ze met die gegevens doen, zijn we er volgens de GDPR wel voor verantwoordelijk. Van der Mijn: ,,Alle partijen waar frank.news zaken mee doet en die op de één of andere manier nodig zijn bij het verwerken van persoonsgegevens, worden onder de loep genomen. Dus ook bijvoorbeeld Facebook. Er zal vooraf moeten worden afgesproken wat zij precies met de gegevens van frank.news mogen doen. Dat zal in een verwerkersovereenkomst moeten worden vastgelegd. In de praktijk zal dit inzichtelijk gemaakt moeten worden in verwerkingsregisters, zodat wanneer de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) aanklopt, de zaakjes netjes op orde zijn.”

 

Continue reading
  15870 Hits
  0 Comments
15870 Hits
0 Comments

Appril festival: bedrijven hebben geen idee wat een app kost

Appril festival: bedrijven hebben geen idee wat een app kost

Bedrijfsapps hebben de toekomst en steeds meer bedrijven zijn ermee bezig. Maar de directie heeft vaak geen idee wat er nodig is om een goede app te bouwen. Die conclusie komt uit een onderzoek in opdracht van het Appril festival, dat gisteren in Amsterdam van start ging.

 
Tijdens het driedaagse festival komen mobiele app-makers bijeen, er zijn case-studies en presentaties, en er wordt er ook nog gewerkt aan innovatieve apps in een bruisende sfeer. In deze video van Frank.News laten deelnemers aan het Appril festival van zich horen:

https://www.youtube.com/watch?v=FtDnjffWrsw

Van ABN AMRO, Ikea, Tele2 tot het Rijksmuseum: een nieuwe generatie van soms spectaculaire apps komt eraan. De trend is: apps geven meer conversie dan websites en dus wil je als bedrijf bij de kopgroep horen. De andere kant van het verhaal is dat veel apps mislukken en hoe zorg je er dan voor dat je toch bij de succesverhalen hoort? Op het Appril festival komen onderzoeken voorbij die licht werpen op de wereld van de mobiele apps en de marketing daarvan. Onder meer Ruigrok Netpanel en appspecialisten.nl, dat samenwerkt met Tilburg University, presenteerden hun bevindingen.

 
It is getting serieus now!’
Tijdens de zesde editie van het festival wordt de balans opgemaakt van tien jaar apps bouwen in Nederland. „Het is serieus geworden,” zegt mobile consultant Brechtje de Leij. Appril-oprichter Jacqueline de Gruyter heeft het festival zien veranderen. „Aanvankelijk ging het om app-makers, maar inmiddels gaat het om alle facetten van mobile solutions.”

De tijd van experimenteren met apps is voorbij. „Apps vragen een serieuze aanpak,” zegt De Leij. Dat betreft de bouw, het design, de user experience en de marketing van de app. „Mobiel is ons primaire kanaal en 90 procent van onze mobiele tijd zijn we bezig met apps. Een goede app biedt een superieure user experience. En dat betaalt zich uit in waarde naar de merken áchter de app.”

 
Opkomst bedrijfsapps
Een belangrijke trend is de opkomst van bedrijfsapps, die je dus binnen je onderneming gebruikt. Zo’n veertig procent van de ondervraagde werkenden gebruikt apps voor hun werk, blijkt uit het onderzoek van Ruigrok Netpanel. Voorbeelden van zulke apps zijn een agenda of routeplanner, nieuwssites, social media en een bedrijfsapp. 38 procent van de respondenten geeft aan dat hun bedrijf een app heeft ontwikkeld of gaat ontwikkelen speciaal voor op het werk. Bijvoorbeeld om actualiteiten op het werk te kunnen volgen, voor urenregistratie of voor het vinden van een vrije flexwerkplek. Een op de zeven werkenden die nu geen speciale bedrijfsapp hebben, zegt behoefte te hebben aan een app die het werk kan verbeteren. Maar opvallend is dat vooral de bedrijfsleiding geen idee heeft hoeveel een goede app kost. Maar liefst 49 procent zegt geen idee te hebben van de kosten. 29 procent denkt het kostenplaatje te kennen, maar zit er zeker vijfduizend euro naast. App development bureaus als Pinch, Egeniq en Moqod hanteren een startbedrag van rond de 15.000 euro voor een native app, die op de wensen van het bedrijf is afgestemd.

 
Het geheim van een succesvolle app
Veel nieuw ontwikkelde apps gaan overigens nog steeds de mist in, maar wat is geheim van een succesvolle app? David van der Loo van appspecialisten.nl deed er samen met Tilburg University onderzoek naar. Hoe ontdekken gebruikers een app? „Je denkt, het komt misschien door advertenties, via social media of doordat mensen zoeken op Google. Dan heb je het mis,” zegt Van der Loo. „Met stip op één staat dat mensen elkaar over apps vertellen. Mond-tot-mondreclame, dat is waar het om draait.” Dat is wat je bij de marketing van apps voor elkaar moet krijgen, dat mensen elkaar erover vertellen. „Iemand heeft een probleem, vertelt erover op een verjaardag en iemand kent een app die de oplossing biedt. En dat verhaal verspreidt zich als een vuurtje. Dan kan het ineens hard gaan.” Een app van de gemeente Tilburg met een uitgaansagenda gericht op studenten ging de mist in. „De studenten hoorden van anderen over de beste uitgaansplekken. Daar hebben ze geen app voor nodig. Wel voor sommige praktische dingen van de gemeente. Daar kom je achter door met je doelgroep te praten. Dat is een belangrijk advies.”
Early adopters cruciaal
Een cruciale rol spelen de early adapters, degenen die als eersten met een app aan de gang gaan. Een marketeer die een app aan de man wil brengen, moet die groep proberen te bereiken. „Bij wie zijn bepaalde problemen het grootst, welke mensen schreeuwen om een oplossing? Die mensen moet je opzoeken en die ga je helpen om de app te ontdekken.”

Een ander onderzoek met Tilburg University gaat over de vraag hoe je het aantal downloads van apps kan vergroten. Gebruikers blijken zich nauwelijks te laten leiden door bijvoorbeeld reviews. Een app moet nut hebben (inspelen op een behoefte, het moet de gebruiker iets opleveren) en de juiste emotie uitstralen. Een app om te daten mag speels zijn, verleidelijk. Maar een app voor een betalingssysteem kan beter zakelijk zijn in vormgeving en kleuren. Gebruikers kiezen apps waarbij de emotie naar hun gevoel klopt. Uit het onderzoek met Tilburg University blijkt dat de meest mensen met een app aan de gang gaan vanwege de emotie die het oproept (48 procent) en vanwege de value, het nut dat je van een app hebt (38 procent).

 
Apps voor de supermarkt in het buitenland
Een opmerkelijke sessie op het Appril festival ging over het maken van apps die de grenzen over gaan. Want al zijn we wereldwijd allemaal verbonden, toch zijn er grote culturele verschillen die ervoor zorgen dat een app op de ene plek succesvol is, maar elders in de wereld totaal niet werkt. Het Nederlandse bedrijf Icemobile werkte met retailers in Europa, Brazilië en Azië, onder meer met digitale spaaracties. „In Nederland doen klanten dat meest individueel, maar in Azië overleg je met je familie. Je schaft niet zomaar een product aan met wat je gespaard hebt, daar heeft de familie zeggenschap over.” Een opvallend verschil is ook het gebruik van QR-codes. In Nederland is dat nooit groot geworden. In China zie je het overal: op verpakkingen, reclamezuilen, zelfs mensen die met een QR-code op hun kleding in een supermarkt rondlopen. De klanten klikken overal op. „De Chinese tekens zijn vaak te ingewikkeld om een website handig weer te geven. Een getal of QR-code werkt goed en dat heeft een enorme populariteit. Zulke verschillen moet je als appontwikkelaar weten. „Apps zijn ook in dat soort landen succesvol, maar je moet ze op de juiste manier aanpassen aan het type consument.”

  6025 Hits
  0 Comments
6025 Hits
0 Comments

‘Kinderen weten direct of een YouTube-video gesponsord is’

‘Kinderen weten direct of een YouTube-video gesponsord is’

Wordt er thuis veel naar YouTubers gekeken? Sluit deuren en ramen en houd kinderen binnen, want volgens onderzoek wordt het koopgedrag van de helft van alle kinderen beïnvloed door influencers. Of laat ze rustig verder kijken, want kinderen weten reclame dondersgoed te herkennen.

Kijk één avondje naar populairste YouTubers en je ziet zoveel productplacement dat je je afvraagt waarover ze zouden praten als ze het niet over producten mochten hebben. Mascha Feoktistova van Beautygloss laat in haar shoplog zien wat ze allemaal heeft gekocht bij Primark (badjassen, een vest, notitieboek, een flamingolamp, make-up). Enzo Knol vertelt hoe aardig Porsche Gelderland was om hem een Tesla als leenauto aan te bieden nu zijn eigen Porsche naar de garage moest. De Tesla is vooralsnog goed voor drie video’s en in de link onder de video verwijst hij naar zijn eigen merchandise. En Teske (de Schepper) vertelt over de nieuwe smaken Mister Kitchen’s V Spread ‘voor op je bammetje’. ,,Ik heb deze opgestuurd gekregen, als het smerig was had ik het ook verteld.” Kan wezen, maar ze zijn toch maar mooi even genoemd.

 
Het werkt in ieder geval goed
Dat zulke reclame werkt, weten YouTubers allang, net als de merken die hen maar al te graag sponsoren. Vorig jaar bleek uit onderzoek van het Commissariaat voor de Media al dat in bijna 90 procent van de video’s duidelijk een of meerdere merken te zien zijn, die bijna uitsluitend positieve aandacht krijgen. En dat werkt, blijkt nu uit onderzoek van Kantar Public, het voormalige TNS Nipo: de helft van basisschoolleerlingen in de bovenbouw laat z’n koopgedrag beïnvloeden door onlinevideo’s waarin ze het product hebben gezien. Eén op de zes kinderen zegt zelfs dat dat ‘heel vaak’ voorkomt.

 
Niet naïef
Maar een jonge doelgroep betekent geen naïeve doelgroep. ,,Kinderen hebben meteen door of iets gesponsord is of niet,” zegt Bas van Teylingen (43). Hij is zelf YouTuber, blogger bij ons natuurlijk en oprichter van de Tube School, een school voor jongeren die willen leren hoe YouTube eigenlijk werkt. ,,Ze doorzien reclame veel sneller dan wij vroeger deden. Als kind kocht ik poppetjes van Transformers in de speelgoedwinkel en zag ik later: vet, er is ook een tekenfilm van! Terwijl Hasbro die goedkope tekenfilms natuurlijk gewoon had gemaakt om die poppetjes te verkopen. In zo’n truc trappen kinderen tegenwoordig over het algemeen niet meer. Ze zijn zich ervan bewust dat YouTubers geld verdienen door advertenties en reclames. YouTuber is niet voor niets - na profvoetballer - het meest gewilde beroep onder kinderen. Ze dromen ervan merchandise van hun eigen YouTubekanaal te verkopen: mokken, petjes, shirts, polsbandjes met hun eigen naam erop. Ze snappen hoe die business werkt.”

 
Kinderen zijn niet te foppen
Nog een reden dat kinderen niet makkelijk te foppen zijn, zegt Van Teylingen: ze communiceren veel met elkaar over de video’s die ze zien. ,,Er zijn altijd wel een paar slimmerds bij die zeggen: hij krijgt er gewoon voor betaald, want zulke kleding zou hij nooit dragen. Het ecosysteem van kinderen en jongeren is heel zelfregulerend. Als een YouTuber bijvoorbeeld oproept een betaald bericht te sturen naar sms-dienst Bongo, vertellen kinderen snel aan elkaar door dat die desbetreffende oplichter daar reclame voor maakt. Ze zijn echt niet naïef. Ik maak me dan ook niet zo veel zorgen om hun beïnvloedbaarheid.”

 
Wat is reclame?
Kunnen YouTubers dan gewoon vrolijk verdergaan met het aanprijzen van al die gesponsorde items? Nou, er zijn een paar regels, te vergelijken met de regels voor televisiereclame voor kinderen. Zo mag reclame kinderen er niet toe aanzetten hun ouders of anderen over te halen het product te kopen, mogen commercials geen gebruik maken van ‘hun onervarenheid of hun goedgelovigheid’ en moet het duidelijk herkenbaar zijn als reclame. Die regels gelden ook voor social media. Een kind oproepen je Facebookpagina te liken in ruil voor korting op je producten, mag bijvoorbeeld niet. Volgens het Commissariaat voor de Media is reclame grof gezegd ‘op het moment dat duidelijk is dat er betaald is om een product aan te prijzen.’ “Als een YouTuber het zelf koopt, omdat hij of zij het wil behandelen in een video, spreken we van redactionele onafhankelijkheid. Dat mag gewoon,” liet een woordvoerder vorig jaar aan de NOS weten, toen bekend werd dat er wetgeving rondom het onderwerp zou komen. De belangrijkste regels: reclame voor kinderen onder de 12 jaar wordt verboden en vloggers moeten duidelijk aangeven wanneer ze betaald worden om reclame te maken.

 
 
Haken en ogen
Mooi initiatief, maar er zitten nog wat haken en ogen aan, zegt Van Teylingen. ,,Het gaat nog wel een jaar of drie duren voordat er vanuit Europa een besluit wordt genomen over wie verantwoordelijk is voor reclame-uitingen in video’s. Is dat degene bij wie de server staat, de YouTuber zelf, iemand die de internetverbinding verzorgt, de gebruiker? En is dan de minderjarige gebruiker verantwoordelijk of de ouder? En moet het product waarvoor reclame wordt gemaakt ook in overweging worden genomen? Men is vooral bezorgd over het aanprijzen van snoep, maar reclame voor radijsjes is toch ook reclame? En wat als iemand ethische grenzen overschrijdt? Het is een complex vraagstuk.”

 
Social Code
Van Teylingen ontwikkelde vanuit zijn Tube School samen met onder andere de Stichting Reclame Code en het Commissariaat voor de Media en een groep YouTubers in elk geval alvast enkele richtlijnen voor reclame in onlinevideo: ‘Social Code: YouTube’. Het doel: duidelijkheid voor YouTubers, kijkers, ouders van minderjarige kijkers, bedrijven die YouTube vertegenwoordigen en adverteerders te creëren. Er staan copy-paste-bare teksten in om kijkers te wijzen op productplacement, sponsored content en het promoten van producten en diensten die cadeau gekregen zijn. Grote namen als Mascha Feoktistova, Vera Lucker, Dylan Haegens en Teske de Schepper sloten zich bij het initiatief aan. En inderdaad, onder de Primark-shopvideo van Mascha staat: ‘Deze video bevat gekregen producten en geen betaalde samenwerkingen.’ En Teske laat onder haar bammetjes-vlog weten: ‘Deze video bevat gekregen producten (de spreads van Mister Kitchen)’, onder een opsomming van producten die verder genoemd worden in de video (acht stuks, telt u even mee?). Toch is deze oplossing nog niet ideaal, zegt Van Teylingen: ,,Het idee is dat iedereen zich hieraan houdt, maar dat gebeurt nog niet. Bovendien leest echt niemand de beschrijving van een video. Die zijn er alleen voor de algoritmes.’’

 
Meekijken
Vanaf een jaar of zes worden kinderen al wijzer en vanaf tienjarige leeftijd zijn kinderen zich erg bewust van reclame in YouTube-video’s, blijkt uit onderzoek. Maar hoe zit het dan met de allerjongsten? Moeten die niet in bescherming genomen worden? ,,Daar ligt een grote rol voor ouders,” zegt Van Teylingen. ,,Die moeten meekijken met hun kinderen en niet alleen vanwege reclame-uitingen. Hypothetisch kunnen mensen een video van My Little Pony illegaal downloaden, er keiharde porno tussen monteren en ’m weer uploaden. Daar laat jij dan je kind naar kijken terwijl je de aardappels staat te schillen.” Als er een vinkje achter de naam van een kanaal staat, zoals dat van Nijntje, weet je dat het kanaal verified is door YouTube en de content dus in principe te vertrouwen is. YouTube heeft geen Nicam of Kijkwijzer, dus zo’n keurmerk is nodig, zegt Van Teylingen. ,,Maar bovenal is het de verantwoordelijkheid van ouders en opvoeders. Jij bepaalt waar je kind naar kijkt tot hij oud en wijs genoeg is om zelf in te schatten wat wel en niet klopt.” Nog een voordeel van meekijken naar die YouTube-video’s: dan weet je als ouder tenminste ook waarom je kind je ineens smeekt om twee roze badjassen van Primark ‘omdat Mascha die ook heeft’. En kun jij uitleggen dat het oké is dat jij géén nieuwe Tesla hebt.

 

Feiten & cijfers

  • Dat kinderen gevoelig zijn voor reclame, maar nog niet genoeg kennis en vaardigheden hebben om commerciële boodschappen goed in te kunnen schatten, werd in 2005 al duidelijk tijdens grootschalig onderzoek onder kinderen tot 12 jaar.

  • Volgens onderzoek van Deloitte (2017) weten 9 op de 10 kinderen dat vloggers geld krijgen om spullen te promoten.

  • Iets kopen omdat vriendjes en vriendinnetjes het ook hebben wordt in meerdere onderzoeken genoemd als grotere motivatie dan vloggers en reclame.

  • Tijdens het meest recente onderzoek zeiden de meeste kinderen dat ze liever 3 goede vrienden zouden hebben dan 1000 euro. En ze hebben over het algemeen liever een volle spaarpot dan spullen.

  3444 Hits
  0 Comments
3444 Hits
0 Comments

Zou purpose marketing iets zijn voor de PvdA?

Wie de campagnes van de gemeenteraadsverkiezingen een beetje gevolgd heeft, weet dat politieke partijen op het gebied van marketing en communicatie nog een wereld te winnen hebben. Wat moet een partij als de PvdA, die steeds dieper in het moeras wegzakt, doen? Purpose marketing zou het tij wel eens kunnen keren.

 
De PvdA was bij de afgelopen verkiezingen wederom de grote verliezer. In 2014 leden de sociaaldemocraten al zwaar verlies en zakte het aantal raadszetels in gemeenten naar 9,9 procent. In maart 2018 zakte dit percentage verder naar 7,4 procent.

 

NPO Radio 3FM 

De PvdA heeft eigenlijk hetzelfde probleem als radiozender NPO 3FM. Beide zijn hun publiek kwijt, zoeken vergeefs naar hun identiteit, naar hun reden van bestaan en hebben geen charismatische kopstukken meer die de kar kunnen trekken.

Partijleider Lodewijk Asscher is een aimabele en intelligente man, maar ook een beetje een zachtgekookt ei met een fluisterstem en de uitstraling van een ambtenaar. In een tijd dat vorm belangrijker lijkt dat inhoud, is dat dodelijk voor een partij.

 

Vervreemding van de achterban  

Zelf kom ik uit een sociaal nest, waar Joop den Uyl eind jaren’70 werd gezien als de grote roerganger. Mijn moeder - een vriendin van toenmalig PvdA-kopstuk Hedy d’Ancona - trok me als student journalistiek mee naar allerlei congressen en partijbijenkomsten, waar  activistische PvdA-vrouwen vertelden hoe ze Nederland, Europa en de wereld gingen verbeteren, maar dan in omgekeerde volgorde.

Toch heb ik in heel mijn leven hooguit twee keer op de PvdA gestemd. Hoe dat komt? Omdat de partij meestal A zegt en B doet. In de jaren ’50, ’60 en ’70 dacht de kiezer nog dat de partij opkwam voor ‘de gewone Nederlander’. Dat beeld kon daarna alleen nog door vakbondsman Wim Kok in leven worden gehouden. Daarna waren het vooral salonsocialisten en bureaucraten die de partij leidden, staatsbedrijven hielpen privatiseren - met alle negatieve gevolgen van dien - en die op een paar uitzonderingen na steevast de verkiezingen verloren. Het is me nog steeds een raadsel hoe een Greenpeace-actievoerder als Diederik Samson bereid was alle PvdA-beginselen te verkwanselen om met de VVD te regeren en zijn partij op die manier in de afgrond te storten. Pure vervreemding van de achterban dus.

 

Zoek een purpose 

Wil de partij ooit weer de weg omhoog vinden, dan moet ze bij het begin beginnen. Dat heeft de PvdA eerder in de geschiedenis geprobeerd, maar dat gebeurde op een politieke manier. Met vergaderingen in zaaltjes. Met boze partijmannetjes die nieuw leiderschap eisten. Daarmee red je het niet. Daarom zou purpose marketing iets voor de partij kunnen zijn. Een revolutie binnen de eigen achterban of binnen het zwaar geslonken ledenaantal heeft weinig zin. Als een volkspartij zou je moeten mikken op het hele volk. De eerste stap hiervoor is het zoeken naar je reden van bestaan, je why. Oftewel in marketingtermen: je purpose.

 

Vertaalslag 

Zo zou de partij het hele rijtje voorwaarden kunnen aflopen dat Robert-Jan d’Hond van WPP-onderzoeksbureau Kantar Consulting oplepelde tijdens het Purpose Marketing seminar van de Adfo Groep in Utrecht. Vraag je bij alles wat je doet af of het de maatschappij of de wereld een stukje beter maakt. Welke positieve impact het heeft op mensen en de wereld waarin ze leven. Welke maatregelen hebben zin? Welke boodschap klinkt oprecht? Wat maakt de partij uniek in het politieke landschap? Is een ingezette weg coherent of slaan we om als we weer willen regeren? Zijn onze verkiezingsbeloftes houdbaar of beloven we slechts luchtkastelen? En krijgt het partijkader het voor elkaar om iedereen in het land mee te laten doen? Dat mag geen marketingtrucje zijn, maar een beweging die tot in elke vezel van elke PvdA-politicus zichtbaar en voelbaar moet zijn. Eigenlijk zou de partij politiek moeten bedrijven zoals DSM zaken doet. En zijn purpose moeten zoeken zoals Heineken dat doet. Maar neem geen voorbeeld aan ING, want het belangrijkste principe bij purpose marketing is dat je A zegt en ook A doet. Dat hadden ze bij de bank nog niet zo goed begrepen.

  10860 Hits
  0 Comments
10860 Hits
0 Comments

Purpose marketing: wat DSM heeft, ING mist en Heineken zoekt

Purpose marketing: wat DSM heeft, ING mist en Heineken zoekt

Sommige noemen purpose marketing het krachtigste marketinginstrument van deze tijd. Anderen de zoveelste hype of marketingtruc. Onderzoek toont de noodzaak aan. Daarom zijn grote bedrijven als DSM, ING en Heineken er serieus mee bezig.

 
Zoals zo vaak lopen Amerikaanse bedrijven in purpose marketing voor op Europa. Ze moeten wel, want 80 procent van de Amerikanen verwacht dat bedrijven voor meer staan dan alleen winst maken. De vraag is dan ook niet óf bedrijven hierin stappen, maar wánneer, stelt Robert-Jan d’Hond van WPP-onderzoeksbureau Kantar Consulting. ,,Het succes van grote merken is verankerd in hun purpose. Uit onderzoek blijft dat bedrijven met een hoge purpose  de afgelopen twaalf jaar met 175 procent in merkwaarde zijn gegroeid en bedrijven met een lage purpose slechts 70 procent,” liet hij zien tijdens het Seminar Purpose Marketing van de Adfo Groep in Utrecht.

 

Wat is purpose? 

Maar wat bedoelen we dan met purpose of purpose marketing? Volgens d’Hond draait het om de ‘why’ van je bestaan. De positieve impact op mensen en de wereld waarin ze leven. Dat gaat verder dan maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO) en corporate social responsability (CSR). Het is alles wat je bijdraagt aan een betere wereld. Hij onderscheidt vier niveaus: Op het laagste niveau is purpose marketing niet meer dan een marketingtactiek. Een stapje hoger is het een merkbelofte. Op een hoger niveau wordt het een bedrijfsstrategie en op het allerhoogste niveau is purpose een business gedreven beweging, een movement. Zeggen dat je te klein bent als merk of niet veel sociale betekenis hebt, is geen excuus. Zo lanceerde Tena een campagne met een Ronaldo-achtig model om incontinentie bij mannen uit de taboesfeer te halen.

 

Blauwdruk purpose marketing 

Uit het onderzoek van Kantar kun je een soort blauwdruk voor goede purpose marketing destilleren. Die moet aan vijf voorwaarden voldoen:

 

  1. Het moet zin hebben (meaningful zijn)

Een goed voorbeeld daarvan is de campagne van Flexa om samen met vrijwilligers de favela’s in Rio en andere achterbuurten op de wereld in vrolijke kleuren te verven. Uit onderzoek blijkt namelijk dat dit de misdaadcijfers terugdringt en bewoners meer betrokken maakt bij hun wijk. ,,Een blik verf kan dus een hele positieve invloed hebben,” aldus d’Hond.

 

  1. Het moet echt (true) zijn

Anders is het op de lange termijn niet houdbaar. Axe gebruikte altijd nerds en stuntelige jongens in zijn reclame, dus is het logisch dat ze met de ‘Be Yourself’-campagne inspelen op de onzekerheid bij jongens.

https://www.youtube.com/watch?v=0WySfa7x5q0[/embed]

 

Continue reading
  24436 Hits
  2 Comments
24436 Hits
2 Comments

‘Agressieve’ Chinese merken bezorgen marketeers hoofdpijn

‘Agressieve’ Chinese merken bezorgen marketeers hoofdpijn

Voor Chinese merken geldt slechts één wet in de strijd met hun concurrenten: winner takes all. Daarom zijn ze sneller, agressiever en efficiënter. De komende jaren zullen ze het westen penetreren. Daar krijgen CMO’s hoofdpijn van, stelt Aziëkenner Jacco ter Schegget.

 
Op de wereldkaart in de Chinese Bosatlas is China het centrum van de wereld. Aan het ene uiteinde ligt Amerika en aan het andere Europa en Afrika. Het geeft precies weer hoe Chinezen tegen de wereld aan kijken. Dat vertaalt zich ook in de marketingstrategie van merken, stelt Jacco ter Schegget. Hij stapte in 2014 over naar Azië, werkte tot 2017 voor OgilvyOne in China en is sinds september 2017 CEO South East Asia bij Mirum en J. Walter Thompson in Singapore. Hij geldt als kenner van de oosterse mediabranche en sprak daarover tijdens het jaarlijkse MWG Mediacongres in Amsterdam.

 
Geen businessplan 
,,Het Chinese medialandschap is uniek. Merken als Alibaba en Tencent hebben niets gemeen met hun westerse counterparts,” stelt Ter Schegget. ,,Chinese partijen werken niet met elkaar samen zoals Google en Amazon. In China geldt: winner takes all. Ze maken geen businessplan, maar gaan het gewoon proberen. Dat zie je bijvoorbeeld bij de aanbieders van deelfietsen, zoals Mobike. In een mum van tijd had je zes grote aanbieders, waarvan er al weer drie failliet zijn. Daardoor liggen overal afgedankte fietsen.”
,,Het Chinese medialandschap is uniek. Merken als Alibaba en Tencent hebben niets gemeen met hun westerse counterparts,” stelt Ter Schegget.
Sneller en agressiever 
Dat kan ook succesvol uitpakken. Een lokaal merk als Magsu, dat op internet niet eens te vinden is, maakte een rozenblaadjes serum en lanceerde dat via e-commerce. ,,Binnen een dag had het merk een miljoen dollar omzet, maar als het niet zou werken was het ook prima,” vertelt Ter Schegget. Een ander voorbeeld is Grab, de Aziatische tegenhanger van Uber en de grootste unicorn in de regio - een startup die nu al meer dan een miljard dollar waard is.
Ter Schegget: ,,Dit soort lokale merken zijn sneller, agressiever en efficiënter. Dat geeft CMO’s hoofdpijn. Want dit waait niet over. Veel producten uit China en Zuidoost Azië zullen het westen gaan penetreren.”
 
Global brands 
Nu al zijn veel Chinese merken bezig om global brands te worden. De bekendste zijn Lenovo, Huawei - beiden consumenten elektronica -, e-commercebedrijf Alibaba, Elex (mobile gaming) Air China en Tencent (alles-in-een-app WeChat). Maar in de top 50 van Chinese Global Brand Builders van WPP en BrandZ staan nog veel meer e-commerce- en elektronica merken. Merken die overzeese consumenten nu nog niet kennen, maar die de stap gaan maken. Een bedrijf als Alibaba is nu nog vooral geïnteresseerd om westerse producten bij zijn Chinese klanten te krijgen, maar die route kan het bedrijf over een paar jaar ook omdraaien. ,,Azië komt eraan,” voorspelt Ter Schegget.

 
Machtsgreep 
China, dat was toch het land van de lage lonen en goedkope namaakproducten? Dat beeld is volgens Ter Schegget al lang veranderd. De Chinese economie groeit harder dan die in de EU - 6,6 om 2,5 procent -, het land koopt havens en mijnen in Europa en Afrika, heeft inmiddels een relatief snelle treinverbinding met Europa, maar vooral: een snel groeiende middenklasse die naar de steden trekt. Ter Schegget: ,,Het land heeft ruim 700 miljoen internetgebruikers, maar dus ook 600 miljoen mensen die nog niet op internet zitten. Elk jaar komen er 100 miljoen nieuwe consumenten in de middenklasse bij in China. In Zuidoost Azië is dat 80 miljoen.”

 
Andere cultuur 
Merken die zich op de Aziatische markt willen storten, moeten rekening houden met cultuurverschillen. Zo telt de regio 240 miljoen moslims, van traditioneel tot hip. Ook Confucius en het Boeddhisme spelen een belangrijke rol. ,,Mensen zitten niet te wachten op dogma’s en moralisme, maar ze smullen wel van emotionele verhalen,” aldus Ter Schegget.

Een voorbeeld daarvan is de Thaise commercial van telecombedrijf True Move H. Daarin wordt een zwerfjongetje betrapt op diefstal, maar krijgt hij van een vriendelijke winkelier soep en medicijnen mee voor zijn zieke moeder. Dertig jaar later redt het jongetje als dokter het leven van de man en betaalt diens ziekenhuisrekening. Dat alles onder het motto ‘Giving is the best communication’.

 
https://www.youtube.com/watch?v=N9TWrti5gAY

 
 
Een verhaal dat mensen tot tranen beroert, maar een commercial die in het westen niet makkelijk aan zou slaan, aldus Ter Schegget.

 
Joint promotion 
Voorbeelden van succesvolle joint promotion tussen westerse en Chinese merken zijn er ook. Zo lanceerde KFC- zeer populair in China - vorig jaar in samenwerking met Huawei een rode,  speciale Enjoy 7 smartphone, met eigen logo, om zijn dertigjarig bestaan in China te vieren. Met een eigen app waarmee klanten bestellingen kunnen doorgeven en hun eigen muziek kunnen kiezen en afspelen, als een soort digitale jukebox-app.

 
https://www.youtube.com/watch?v=td_l8lXzEHk

 
 
Innovatie en technologie 
Waar Chinese merken goed in zijn is innovatie en (data-)technologie. Daarin lopen ze volgens Greg Williams, trendwatcher en hoofdredacteur van technologie magazine WIRED, voorop ten opzichte van het westen. Of het nu gaat om AI, machine learning, robotica, drones, zelfrijdende voertuigen, consumentengedrag, zonne-energie of VR-cafés.
,,China is geen land van copycats meer, maar van innovatie. Veel nieuwe zaken zullen als eerste in China gebeuren,” vertelde hij op het MWG-congres.
 
Mobile first cultuur 
Het land heeft 653 miljoen smartphone gebruikers en is daardoor de eerste echte mobile first cultuur. Werkelijk alles gebeurt er op de mobiel, bijvoorbeeld via de app WeChat, een combinatie van Twitter, iDEAL, Uber, Facebook, WhatsApp, Tinder en noem maar op. ,,Je kunt er alle boodschappen mee doen en zelfs je doktersafspraak op regelen,” vertelt Williams.

Dat is in China overal op straat zichtbaar. In de meeste restaurants kun je bijvoorbeeld bestellen aan de hand van een QR-code op je tafel. Zelfs een simpele foodtruck heeft ze op de ramen. ,,Zo bestel je, betaal je en krijg je eten,” zegt hij.

 
5 Regels
Om als merk succesvol te kunnen zijn in een cultuur van innovatie en technologie geeft Williams vijf stelregels:

1: Done is better than perfect. Oftewel: Kinderziektes filteren we er later wel uit. Je moet je product zo snel mogelijk in handen van mensen zien te krijgen;

2: Snelheid is het allerbelangrijkste. Hou de vaart erin. Het product hoeft nog niet perfect te zijn;

3: Bied veel ruimte voor experimenten;

4: Bied ruimte om fouten te maken of te mislukken. Zo krijg je kansen om te leren en te verbeteren;

5: Je moet risico’s durven nemen.
  2956 Hits
  0 Comments
2956 Hits
0 Comments

Wie is er sponsor als ‘eSports’ Olympisch zijn?

Wie is er sponsor als ‘eSports’ Olympisch zijn?

Wat is de overeenkomst tussen voetballer Neymar en eSports speler Faker? Ze worden allebei gesponsord door Gillette, maar vooral: ze hebben allebei miljoenen fans in de wereld. Nog acht of twaalf jaar, zeggen deskundigen, dan staan eSports op de Olympische Spelen. Daarom stappen steeds meer merken in.

 
eSports zijn de afgelopen jaren volwassen geworden. Wereldkampioenschappen van de populairste game League of Legends (LOL) worden wereldwijd door 100 miljoen kijkers gevolgd en vinden plaats in stadions met wel 20.000 bezoekers. De openingsceremonie doet niet onder voor die van de Olympische Spelen - compleet met virtuele draken -, er zijn gesponsorde teams en de beker lijkt veel op de cup uit de Champions League. Terwijl de spelers de kalmte zelf blijven, schreeuwen de commentatoren alsof Brazilië op het WK heeft gescoord.

 
https://www.youtube.com/watch?v=67ZeMZhbQbQ

 
Gewoon een spelletje?
Experts spreken liever over new world sports dan eSports. De Nederlandse judokampioen Ruben Houkes - Wereldkampioen in 2007, bronzen medaille op de Spelen van 2008 - helpt merken met zijn sportmarketingbureau 2Basics de wereld van eSports betreden. Net zoals het voor veel marketeers een compleet nieuwe wereld is, was het dat ook voor Houkes. ,,Voor mij als traditionele sporter in een wit judopak was het moeilijk om deze wereld als sport te gaan zien,” vertelde hij tijdens het jaarlijkse MWG Mediacongres in Amsterdam. ,,Is het niet gewoon een spelletje spelen?”

 
Ongelooflijk populair 
Toen zag hij hoe ongelooflijk populair eSports zijn in Azië en hoeveel mensen er aan meedoen. Een bedrijf als ESL, de Electronic Sports League, organiseert wereldwijd competities en wedstrijden. In Nederland zijn er op een totaal van 7,1 miljoen gamers al 605.000 eSports spelers. eSports worden vooral op internet bekeken, maar niet alleen op YouTube. Op een kanaal als Twitch, in 2014 overgenomen door Amazon, kunnen meer dan honderd eSports live gevolgd worden. Op piekmomenten veroorzaakt Twitch in de VS 1,8 procent van het internetverkeer. Dat is meer dan waar Facebook en Amazon verantwoordelijk voor zijn.

 
Toen sponsor Gillette Faker begin vorig jaar inlijfde, tweette Neymar: ‘Glad to see another champion on team Gillette. Welcome.’
 
In Nederland behoort 6 procent van de internetgebruikers tot het eSports publiek. In Europa is dat al 12 procent. En dan gaat het niet alleen over FIFA, dat in Europa populair is, maar wereldwijd ‘slechts’ 20 miljoen spelers telt. Ter vergelijking: League of Legends telt er 103 miljoen. De allerberoemdste speler is de Koreaan Lee Sang-hyeok, alias Faker. Hij is in de eSports-wereld net zo groot als voetballer Neymar. Toen sponsor Gillette Faker begin vorig jaar inlijfde, tweette Neymar: ‘Glad to see another champion on team Gillette. Welcome.’

 
Interessant voor merken
Volgens Houkes is deze wereld potentieel interessant voor merken. Red Bull, Coca Cola, Intel, Nissan, Geico en American Express zijn al ingestapt. ,,Je kunt een jonge doelgroep bereiken, er is veel interactie met je doelgroep en kijkers kunnen zich vereenzelvigen met hun helden,” vertelt Houkes. ,,Daarom stappen steeds meer merken in eSports.”

 
Wanneer Olympisch?
De populariteit groeit zo snel dat experts eSports als een mogelijk nieuwe Olympische discipline zien. Niet voor niets organiseerde sponsor Intel vlak voor het begin van de Olympische winterspelen in Pyeongchang de Intel Extreme Masters. Houkes: ,,Er is een grote kans dan eSports over acht of twaalf jaar op de Olympische Spelen zullen staan. Als volwaardige discipline of als een evenement ernaast zoals de Paralympics. Misschien hebben we in 2028 al de eerste Olympisch kampioen.”

De vraag is wie dan zijn of haar sponsor zal zijn?

  3027 Hits
  0 Comments
3027 Hits
0 Comments

Moet Bol.com bang zijn van Alibaba?

Moet Bol.com bang zijn van Alibaba?
The battle of the retailers, deel 2
 
In the battle of the retailers plaatsen we grote retailers tegenover elkaar. Zijn de Nederlandse spelers zoals Bol.com en Wehkamp bestand tegen de ambities van bedrijven als Amazon en Alibaba die Nederland willen veroveren?

Heeft webwinkel Bol.com een schijn van kans als Alibaba besluit de Nederlandse markt te veroveren? Ja, denkt algemeen directeur Huub Vermeulen. Door te focussen op de individuele Nederlandse en Belgische klant en samen te werken met lokale partijen, zowel online als offline, kan Bol.com de internationale concurrentie van zich afslaan, stelt hij. ‘Laten we Nederland klein houden’.

 
Komt Alibaba naar Nederland om ook hier de e-commerce markt te veroveren? Op die vraag wilde managing director Roland Palmer van Alibaba Benelux geen duidelijk antwoord geven tijdens de Webwinkel Vakdagen in de Utrechtse Jaarbeurs. Vooralsnog wil het bedrijf vooral Nederlandse retailers lokken om hun producten in China te gaan verkopen. Het wil voor hen de poort naar China openen. Maar als Alibaba besluit met zijn new retail-concept in Europa zijn vleugels uit te slaan, kan de concurrentie zijn borst nat maken. Of eigenlijk wel inpakken. Wie het ecosysteem van het bedrijf ontleedt en ziet hoe het de afgelopen jaren is gegroeid, kan maar één conclusie trekken: deze duizendkoppige Chinese draak is nauwelijks tegen te houden.

 
Antwoord is er al lang
Toch denken Nederlandse webwinkels die strijd te kunnen winnen. Tijdens de beurs vertelde Wehkamp hoe het de Amerikaanse webgigant Amazon denkt te weerstaan. Ook Bol.com is vooralsnog niet bang voor buitenlandse concurrentie. ,,Omdat we echt goed gekeken hebben welk aanbod Nederlanders nodig hebben. Wij begrijpen de Nederlandse klant beter dan wie ook en hebben het meest complete aanbod. Wie kan daar nog iets aan toevoegen? Het antwoord op internationale toetreders is er al lang,” vertelde directeur Huub Vermeulen van Bol.com.

 
Geheim van succes 
,,De kracht van wie we zijn is dat we zo dicht op de klant zitten. We kijken wie onze klanten zijn en zoomen in op hun individuele behoeftes. Zo creëren we 8 miljoen verschillende websites per dag voor 8 miljoen klanten.”
Diezelfde dag werden de jaarcijfers van de webwinkel bekend: de jaaromzet van Bol.com groeide in 2017 met bijna 30 procent tot 1,6 miljard euro. Maar wat volgens Vermeulen nog belangrijker is: de omzet van de 19.000 retailers die hun producten via Bol.com verkopen steeg met 75 procent. Ook de andere cijfers zijn imponerend: 8 miljoen unieke bezoekers per dag. Het geheim achter dat succes? Vermeulen: ,,De kracht van wie we zijn is dat we zo dicht op de klant zitten. We kijken wie onze klanten zijn en zoomen in op hun individuele behoeftes. Zo creëren we 8 miljoen verschillende websites per dag voor 8 miljoen klanten.”

 
Geen Flappies meer doen 
Je lokale klant beter kennen dan je concurrent. Focussen op diens wensen. Dat klinkt als een marketing-mantra. Dat in het in de praktijk moeilijker is dan het lijkt, ervoer Bol.com toen het de Belgische markt betrad. Die markt lijkt voor Nederlanders lokaal, maar is het niet. Belgen zoeken op andere trefwoorden, naar een ander assortiment en de marketing en klantenservice is er heel anders. Zo spreken Belgen niet over een wasdroger, maar over een droogkast. Een magnetron heet er een microgolfoven. En ze zetten geen koffie, maar maken koffie. Dat betekende dus flinke aanpassingen op de website.

De grootste blunder maakte Bol.com met zijn kerstcommercial in 2014, waarin het konijn Flappie - beroemd door het liedje van Youp van ’t Hek - vanuit zijn hok ziet hoe de familie zich voorbereidt op het kerstmaal. Die commercial werd aanvankelijk één op één voor België gebruikt. ,,Maar in België kent niemand Flappie. Ook eten ze daar geen konijn met Kerst, dus snapten ze hem in eerste instantie niet,” aldus Vermeulen. Daarom werd de commercial op kleine punten aangepast om het verhaal te verduidelijken. Vermeulen: ,,Dit heet nu binnen Bol.com een Flappie doen, als je niet doorhebt dat het in België anders werkt.”

 
Kijk zelf en zoek de verschillen:
De Nederlandse versie:
https://www.youtube.com/watch?v=CkmFaBI_8K4

 
De Belgische versie:
https://www.youtube.com/watch?v=USF4VzGY5gM

 
 
Klanten volgen
Als Nederlanders dit soort fouten in België maken, wat voor blunders zullen Amerikanen of Chinezen dan wel niet in Nederland maken, denken ze bij Bol.com. Zelfs bij de klantenservice telt elk detail, legde Vermeulen uit. ,,Uit onderzoek blijkt dat iemand uit Groningen het niet fijn vindt om met iemand uit Zoetermeer te praten. Iemand uit Maastricht is geen probleem. Daar houden we dus rekening mee.”

Via datascience en AI volgt de Bol.com het online koop- en zoekgedrag van zijn klanten. De jonge festivalganger krijgt voor Pinkpop handige gadgets gepresenteerd en als hij jaren later een gezin heeft vooral babyspullen. ,,We weten waar je naar kijkt en wat je koopt. Zo volgen we je door je leven,” zegt Vermeulen.

 
Primeurs  
Inspelen op wensen van klanten, betekent ook bezorgen binnen de tijd dat het hen uitkomt. Bol.com staat bekend om zijn snelle levering, ook op zondag, maar tijdens de beurs maakte  Vermeulen een primeur bekend. De webwinkel start dit jaar een pilot waarbij het met elektrische fietsen bestelde artikelen binnen twee uur gaat bezorgen. ,,Niet omdat we het snelste willen leveren, maar omdat we willen leveren wanneer het de klant uitkomt,” aldus de directeur.

Hij maakte nog een tweede primeur bekend. Het online kopen van fietsen blijkt niet zo populair, vanwege het gehannes met het zelf in elkaar zetten. Daarom start Bol.com samen met Union een pilot waarbij lokale fietsenmakers de fiets in elkaar zetten en afleveren. ,,Zo wordt offline en online met elkaar verbonden en maak je gebruik van lokale ondernemers,” stelt Vermeulen. ,,Laten we Nederland klein houden. Met elkaar kunnen we de buitenlandse concurrentie aan.”

 
Megabedrijf 
Toch is het de vraag of Bol.com echt klaar is voor de concurrentiestrijd met een reus als Alibaba. Dit is niet zomaar een webwinkel, het megabedrijf zit in alles. Online betaaldienst Alipay heeft meer gebruikers dan Mastercard. Zijn logistieke leverancier Cai Niao is de grootste van China. Met Alimama heeft het zijn eigen marketingbedrijf waarmee het data  verzamelt op alle commerciële en social media kanalen. Alibaba cloud is de grootste cloud-provider ter wereld en bouwt al servicecenters in Europa. Daarnaast zit het bedrijf als aandeelhouder in heel veel stenen winkels met futuristische concepten, zoals de Chinese Hema.

Tijdens de beurs benadrukte managing director Roland Palmer van Alibaba Benelux nog eens hoe groot de Chinese markt is. Die e-commercemarkt bestaat uit 731 miljoen  internetgebruikers, die alles met hun mobiel doen. Alleen al tijdens het in China populaire Single’s Day wordt een omzet van 25 miljard omzet gedraaid. Ter vergelijking: de totale e-commerce omzet in Nederland was vorig jaar 23 miljard euro. Alibaba verkocht die dag producten van 140.000 merken. Er werden 100.000 iPhones X verkocht in 50 minuten en 100 Maserati’s in 18 seconden.

 
Poort naar  China openen 
,,Het klopt dat we een Chinees bedrijf zijn, maar we zijn druk bezig om te globalisen,” zegt Palmer.
Alibaba zelf behaalde in 2017 op al zijn platforms een omzet van 547 miljard dollar. Van de top 100 merken die Forbes opstelt is 75 procent vertegenwoordigd op Alibaba. De missie van het bedrijf is simpel: het makkelijk maken om overal ter wereld zaken te doen. Dat ‘overal’ beperkt zich nu nog vooral tot China. ,,Het klopt dat we een Chinees bedrijf zijn, maar we zijn druk bezig om te globalisen,” zegt Palmer. ,,Daarom hebben we nu in Europa vijf verschillende kantoren, zoals ons kantoor in Amsterdam.” Dat kantoor is echter vooral bedoeld om Nederlandse ondernemers te helpen hun producten op de Chinese markt te verkopen. Nu de koopkracht van Chinezen toeneemt, zijn ze vooral geïnteresseerd in Europese merken en producten. Palmer: ,,China stond altijd bekend als de fabriek van de wereld, maar het wordt steeds meer de consument gedreven maatschappij van de wereld. Het is nu de nummer twee achter Amerika en het groeit en groeit. De vraag is met name groot naar Europese producten, omdat Europese producten staan voor kwaliteit. Die zijn heel gewild.”

 
New retail 
,,Stel je een winkel voor waar je artikelen uit het schap koopt en tegelijkertijd met je mobiel bestelt. En dan vraag je de winkel om alles bij jou thuis af te leveren omdat je een bioscoopje gaat pikken. Dat kunnen wij vandaag niet in Nederland.”
De enige webwinkel waarmee Alibaba in Nederland actief is, is Aliexpress. Maar met levertijden van een week of langer is dat geen geduchte concurrent. Het wordt pas gevaarlijk als Alibaba zijn totaalconcept op Europa loslaat. Dat heet new retail. Dat behelst de integratie van online, offline, logistics, data, plus social media, interactieve content en entertainment. En dat allemaal op één app. ,,Niet zoals in het westen, dat je naar vijf verschillende apps gaat om dat allemaal te doen,” aldus Palmer. Hij haalde een citaat aan van Alibaba’s vicevoorzitter Joe Tsai toen hij het concept aan de aandeelhouders moest uitleggen. ,,Stel je een winkel voor waar je artikelen uit het schap koopt en tegelijkertijd met je mobiel bestelt. En dan vraag je de winkel om alles bij jou thuis af te leveren omdat je een bioscoopje gaat pikken. Dat kunnen wij vandaag niet in Nederland.”

 
Gamechanger 
Alibaba kan dat wel en dat is volgens hem de reden dat de achttien vrienden die in 1999 samen met voorzitter Jack Ma het bedrijf begonnen, nog steeds dag en nacht voor Alibaba werken, terwijl ze allemaal al miljardair zijn. ,,Omdat ze geloven dat dit bedrijf een world game changer is,” stelt Palmer.

 
Lees hier deel 1 van The battle of the retailers:
 
https://www.frank.news/2018/01/26/hoe-wehkamp-denkt-amazon-weerstaan/
  9383 Hits
  4 Comments
9383 Hits
4 Comments

Ron Simpson van The Avocado Show: het merk is groter dan het restaurant

Ron Simpson van The Avocado Show: het merk is groter dan het restaurant

The Avocado Show is in principe ‘gewoon’ een restaurant in de Amsterdamse Pijp. Maar het is vooral het merk waarmee eigenaar Ron Simpson de wereld wil veroveren. Een contentmarketingcase over de online connectie met…avocadofans.

 
Ron Simpson en Julien Zaal, allebei afkomstig uit de evenementenwereld, hadden in 2016 een goed jaar gedraaid. Ze hebben inmiddels een aardige online achterban en daar putten ze uit als ze een goed feest organiseren. De online wereld van vooral Instagram kent weinig geheimen voor de mannen. Ze zeiden tegen elkaar: moeten we niet iets bedenken dat langer dan een dag meegaat? Het zou een klein zaakje in de Amsterdamse Pijp worden, geen gedoe met leningen en ze vonden een pand waarin ze die ambitie konden vormgeven. Ze belden Jamie van Heije om zakelijk te helpen en die vond het zó leuk dat hij ook instapte in ‘The Avocado Show’, een restaurant met alleen gerechten van de…..inderdaad.



ContentmarketingwettenBepalend voor het succes van The Avocado Show zijn de wetten van de (online) contentmarketingwereld: je bouwt een publiek op, maakt ze fans van je merk en daarna kan je eigenlijk alles aan je achterban verkopen wat je wilt. Het is veel meer dan een marketingconcept, namelijk een businessmodel (Joe Pulizzi en Robert Rose schreven hierover hun standaardwerk Killing Marketing). Het bijzondere aan de versie van The Avocado Show is dat het publiek al bestond terwijl je daar normaal gesproken veel tijd voor moet uittrekken.
,,Als iemand online een oreotaart heeft gemaakt dan wordt dat direct 18 miljoen keer geliket. Dat zijn producten die fans hebben.’’
Goede naam voor een restaurantAl nadenkend over de plannen kwamen ze uit op de avocado als basis, ‘The Avocado Show’ was een goede naam voor een restaurant. De mannen ontdekten dat er een online wereld is van avocadoliefhebbers die met elkaar verbonden is door de liefde voor dit - plotseling hippe - product. ,,Er zijn wereldwijd meer dan 100 miljoen avocadofans,’’ zegt Simpson. ,,Dus stel dat je onderzoek moet doen naar de haalbaarheid dan is dát de basis. Mensen eten het niet alleen op grote schaal, ze zijn zelfs fan, het valt in de categorie ‘oreo’. Als iemand online een oreotaart heeft gemaakt dan wordt dat direct 18 miljoen keer geliket. Dat zijn producten die fans hebben.’’ Het tweede belangrijke uitgangspunt was dat de avocado een icoon is…loop een hip winkeltje binnen en je ziet cactussen, flamingo’s, unicorns en avocado’s. ,,Die staan voor knappe meisjes en levensgenieters uit de stad en de avocado zei: fuck it, ik hoor hier tussen.’’

 
Een verdienmodel rond avocado’sOkay, dat is dus ‘de markt’, maar dan is het nog zaak om de wereld van de avocado te koppelen aan die van de drie mannen. Pas dan ontstaat er immers iets van een verdienmodel. ,,Wij bestudeerden die avocadowereld en ontdekten dat die wereld van niemand is. De avocado is niet geclaimd, er is geen marktleider ofzo en dat is raar. Want als je in Nederland een watertje bestelt dan zeg je toch Spa Blauw? De avocado noem je gewoon bij de naam; we kwamen t-shirts, menukaarten en avocado’s in de supermarkt tegen, maar er is geen moedermerk en toen viel het kwartje ineens.’’

Het besef ontstond dat ‘The Advocado Show’ een wereldwijd merk moest worden. ,,We zijn echt niet het eerste avocadorestaurant in de wereld, maar wel het eerste merk met het restaurant als basis waar alles samenkwam; de liefde voor de avocado, maar ook de lifestyle die erbij hoort. ,,Bij ons maken mensen al foto’s van zichzelf als ze binnenlopen. Dan gaan ze zitten, nemen weer twee foto’s van het interieur en dan is er nog steeds niets besteld. Wij hebben wel eens geturfd hoe dat werkt en 98 procent van de bezoekers pakt zijn telefoon als het eten komen en maakt de foto die op Instagram gratis reclame voor ons is.’’


De koningin van de avocadoZe vonden Shawn Harris, ‘de koningin van de avocado’, bereid om geld te investeren en begonnen te bouwen aan het merk ‘The Avocado Show’. Daarbij past moeiteloos een merchandiselijn van 100 producten die in februari moet staan, een koffietafelboek met het verhaal van de avocado, een documentaire over de grootsheid van de avocado en vooral een franchiseconcept waarbij er het komende jaar vijf The Avocado Showrestaurants in Europa moeten staan.
Foto: Adrielle Dankier, Shawn Harris, Ron Simpson en Julien Zaal
 
50.000 volgers facebookMaar nog even een klein stapje terug. Nog voordat het restaurant openging in maart werd die connectie gemaakt met de avocadoliefhebbers en de media pakten dit op. De mannen hadden 50.000 volgers op facebook en Instagram en waren nog niet eens open. ,,Sterker nog, we zouden eigenlijk pas in oktober opengaan. We waren echt bezig met het zagen van banken toen we 200, 300 man per dag moesten wegsturen omdat we nog niet open waren. Toen zijn we tempo gaan maken en vanaf de eerste minuut zaten we vol.’’

 
Boven verwachting leverenEerst publiek bouwen en dan pas leveren. Is dat het geheim van het succes? ,,Jazeker en ook dat we altijd above expectations leveren. Bij conceptzaken is het eten nog wel eens bijzaak, maar bij ons niet. Er zitten echt hardcore foodcritics in mijn netwerk en die zeiden: je hebt er echt moeite in gestoken.’’ Dus hij is niet alleen een vluchtige merkdenker? ,,Weet je wat ik vooral ben? Een consument. Als iets een enorme hype is en het blijkt bij een bezoekje niet goed dan is dat een enorme afknapper. Alsof je drie maanden met een meisje aan het daten bent en de seks is slecht.’’
,,Op een dag belde Google met de vraag; waarom hebben jullie een miljoen hits per dag, maar nog geen website?’’
212 miljoen interacties in de maandThe Avocado Show is een groot succes, ze hebben naar eigen zeggen 212 miljoen interacties per maand op social media en op een dag belde Google met de vraag; waarom hebben jullie een miljoen hits per dag, maar nog geen website? Op dit moment ligt de focus op franchise. ,,Dat is best wel stoffig allemaal. We respecteren de regels, maar willen ze ook hérschrijven. We maken dus een enorm boek, een documentaire én die productlijnen zodat mensen ons een beetje kunnen volgen.’’
Het idee is als volgt: McDonalds en Starbucks zijn groot en log, maar zij van The Avocado Show kunnen het helemaal anders gaan doen. Voor de zomer moeten er drie zaken open zijn in steden als Berlijn, Brussel en Londen. ,,Normaal gesproken is een franchiseconcept gebaseerd op één zaak, maar wij hebben een plan gemaakt waarbij ondernemers echt iets gaan doen met hun leven en dat kan met ons merk. Als jij de juiste persoon bent in een stad dan komen wij met een vijfjarenplan om ‘de stad over te nemen’.’’ Dat gaat er dus over waar de eerste zaak komt, waar de tweede, hoe ze ‘take away’ moeten aanpakken en catering kunnen doen. Wij komen met het plan met de titel: hoe word ik het mannetje of vrouwtje van Berlijn. Dat gaat veel verder dan: jij betaalt mij X en wat mag ik dan doen. We willen die 100 zaken in 5 jaar maar met 25 mensen doen. Je zet een groot restaurant neer en daarna ga je de stad dekken op treinstation en andere plekken. Alle spullen kun je bij ons inkopen en dan kun je gaan bouwen.’’
,,Normaal gesproken is een franchiseconcept gebaseerd op één zaak, maar wij hebben een plan gemaakt waarbij ondernemers echt iets gaan doen met hun leven en dat kan met ons merk.’’
McDonalds is een vastgoedbedrijfIn hoeverre is The Avocado Show straks anders dan de Mac, hét franchisevoorbeeld in de foodsector? ,,Je moet dan eens goed kijken naar de diepere lagen ónder zo’n bedrijf. McDonalds is een vastgoedbedrijf waar je ook kan eten en niet andersom. Daarbij moet in plaats X alles hetzelfde zijn als in plaats Y. Dat is prima, maar wel old school. Vandaag de dag reizen mensen veel dus van mij hoeft de McDonalds in India niet hetzelfde te zijn als die van Amsterdam. Wij doen dat dus anders, leveren een ondernemersplan, een ziel en content. Onze zaak in Amsterdam hoeft er echt niet hetzelfde uit te zien als die op Bali. Wij hebben bijvoorbeeld 100 gerechten ontwikkeld, maar ondernemers mogen daar zelf hun eigen gerechten uit kiezen want ze kennen de trends in de stad goed.’’

 
Content van hoog niveauDe gerechten worden dus wel in Amsterdam bedacht en datzelfde geldt voor de content. ,,Ik zit niet te wachten op allerlei lokale Instagramaccounts. Wij produceren de content op extreem hoog niveau en dat kunnen ze lokaal delen. De documentaire is bijvoorbeeld in het Engels en het koffietafelboek wordt in zes talen vertaald. Het is een soort van crowdsourcing, wij zijn echt goed in marketing, maar als mensen ideeën hebben dan horen we dat graag.’’
En wordt het al tijd voor een gave feelgood tv-commercial? ,,McDonalds doet ook aan marketing voor het bedrag dat franchisenemers betalen, maar wij gaan voorlopig geen tv-commercial maken natuurlijk want we willen altijd de connectie zoeken met de avocadoliefhebber en dat kan niet op tv. Waarom zou ik met een shotgun schieten? Kijk, de meeste horecamensen snappen niet zoveel van merken en wij zijn merkenbouwers die hele goede horecamensen inhuren. Het merk is groter dan het restaurant.’’

 
https://www.instagram.com/p/BZMURZHl9T2/?taken-by=theavocadoshow

 
  8703 Hits
  0 Comments
8703 Hits
0 Comments

Facebook en Amazon azen op live sportrechten

Facebook en Amazon azen op live sportrechten

Live op Facebook of Amazon Prime je favoriete voetbalmatch bekijken? Het komt eraan. Facebook stelt een speciale functionaris aan die een miljardenbudget krijgt om de uitzendrechten van grote sportevenementen binnen te halen. Ook videodienst Amazon Prime gaat er flink mee uitpakken. De techbedrijven azen onder meer op de Britse Premier League.

Het belooft een van de belangrijkste trends van 2018 te worden, melden diverse onderzoeksbureaus. Juniper Research noemt het zelfs de nummer één techtrend voor volgend jaar. De strijd om de live sportrechten is niet meer iets voor nationale tv-zenders alleen, het zijn de grote techgiganten die er steeds vaker mee weglopen. Facebook en Amazon voeren het komende jaar de strijd op.

 
Mark Zuckerberg: meer inzetten op sport
Amazon betaalde in de VS 50 miljoen dollar om wedstrijden van de National Football League te streamen. Facebook bood ruim 600 miljoen dollar om beelden te tonen van cricketwedstrijden uit de Indiase Premier League, maar greep toen nog mis. Het was de eerste grote poging om een markt te ontwrichten waar tot dusver tv-zenders het voor het zeggen hebben. De techbedrijven hebben inmiddels veel uitgeprobeerd en nu is het tijd voor het echte werk. Facebook gaat een top-level executive aanstellen om te onderhandelen over sportrechten, meldt Sports Business Journal. Die persoon zou een budget krijgen van ‘enkele miljarden dollars’. Facebook CEO Mark Zuckerberg wil meer gaan inzetten op sport zodat mensen het sociale netwerk gaan zien als plek waar je naar toegaat voor premium video.

Facebook en Amazon voeren zo de strijd op met tv-netwerken die traditioneel over de sportrechten beschikken. Dat zal op termijn ook in Nederland merkbaar worden. Live sportprogramma’s gaan niet meteen van tv verdwijnen, maar kunnen veel kijkers verliezen aan Facebook of Amazon, waarvan de content op de smartphone of tablet te zien is.

OTT is de sleutelterm, het staat voor ‘over-the-top’: videocontent die je bekijkt via het open internet buiten de gesloten kanalen van een kabelaar of telecomaanbieder om.

 
Amazon wint van Facebook
De verwachting is dat Amazon uiteindelijk als grote winnaar te voorschijn komt, schrijft Juniper Research in het rapport Digital Content Business Models: OTT & Operator Strategies 2017 -2022. Amazon Prime koppelt het streamen van live sport events aan winkelen op de site van Amazon. Om live sportwedstrijden te zien, moet je lid worden van Amazon Prime. Daar kan je films en series bekijken en krijg je voordeeltjes bij aankopen die je bij Amazon doet. Live sport events op Amazon Prime leveren zo klanten op voor het hele bedrijf. Amazon verdient dubbel, constateert ook magazine GeekWire: aan de nieuwe gebruikers die afkomen op de live sport streams en aan de verkoop van spullen aan diezelfde klanten.

Facebook zond vorig jaar enkele duizenden sportevents live uit. Dat kwam deels voort uit een samenwerking met Fox Sports, maar het sociale netwerk verkreeg bijvoorbeeld ook live rechten van de Mexicaanse voetbalcompetitie, die in de VS veel wordt bekeken. Naast live verslagen biedt Facebook series en entertainment. Een grote hit is de Facebook-serie Hala Madrid, opgenomen met een GoPro camera, waarin fans van Real Madrid een 360 graden view van de organisatie krijgen met niet eerder getoonde beelden van spelers.

 
Premier League is de hoofdprijs
De strijd tussen Amazon en Facebook draait in Europa om uitzendrechten voor voetbal. Niet kinderachtig doen, gewoon de populairste sport binnenhalen, is de gedachte. En daarbinnen dan graag de rijkste competitie, de Britse Premier League, die in 2015 de rechten voor drie seizoenen voor een recordbedrag van 7 miljard euro verkocht aan Sky Sports en BT Sport van telecombedrijf BT.

De Britse krant The Independent noemt het een kwestie van tijd dat Facebook de strijd aangaat met Sky en BT Sport. Dan Reed, hoofd sport partnerships bij Facebook, noemt de Premier League een belangrijke partner en zegt een toekomstig bod niet uit te sluiten. Als Facebook een deal sluit, kan het inkomsten krijgen uit abonnementsgelden en advertenties.
„Mensen houden van sport - het is groot en engaging, het motiveert mensen, dus ik denk dat het een geweldige kans is”.
Ook Amazon heeft zijn oog op de Premier League laten vallen. De techgigant kan in Groot-Brittannië nog flink groeien en live sport helpt daarbij. „Mensen houden van sport - het is groot en engaging, het motiveert mensen, dus ik denk dat het een geweldige kans is,” zegt een woordvoerder van Amazon tegen The Guardian. Amazon heeft een gunstiger verdienmodel dan Facebook, omdat kijkers makkelijk een uitstapje maken naar de verkooppagina’s. De verwachting is dat Amazon met retail sales veel extra inkomsten krijgt. De geldende contracten met Sky en BT Sport lopen in 2019 af. Het bieden voor de komende seizoenen van de Premier League gebeurt naar verwachting begin 2018. Het zou voor het eerst zijn dat de techbedrijven bij de rechten van een grote Europese competitie domineren.

 
Amazon bij de Bundesliga; Facebook doet Champions League
Amazon werkt ook samen met de Duitse Bundesliga. In 2016 kwam het tot een eerste contract. Dat ging toen nog om radiorechten voor online en mobiel, uitbreiding naar video kan een volgende stap zijn. De live wedstrijdverslagen zijn te horen via Amazon Prime Music. De totale uitzendrechten voor de Duitse Bundesliga voor vier jaar kwamen in 2016 uit op 4,6 miljard euro, verdeeld over Sky, Eurosport en ZDF. Die afspraken lopen tot 2020 en het is nog even afwachten hoe het dan verder gaat. De Nederlandse voetbalcompetitie lijkt voorlopig te klein om serieuze belangstelling te krijgen van de techgiganten, die eerst grote slagen willen slaan.

De Champions League is een uitdaging waar de techbedrijven veel in zien. In de Verenigde Staten konden liefhebbers de Champions League al live op Facebook volgen, zoals Bloomberg meldt. Het sociale netwerk had daarover afspraken gemaakt met Fox Sports. Sommige wedstrijden waren exclusief op Facebook te zien.

De trends laten opnieuw zien hoe groot de macht van bedrijven als Amazon en Facebook is. Daar is veel kritiek op. Maar het antwoord van de techgiganten is keer op keer dat de expansie doorgaat. Deze keer is de sportwereld aan de beurt. Voor de onderzoekers van Juniper bestaat er geen twijfel: tv-netwerken gaan sportrechten verliezen aan Amazon en Facebook.
  2734 Hits
  0 Comments
2734 Hits
0 Comments

De succesvolle rebranding van TUI

De succesvolle rebranding van TUI

Negen bekende merken in de reiswereld samenvoegen tot één nieuw merk, dat net zo bekend moet worden. TUI slaagde glansrijk voor deze vuurproef en rondde afgelopen maand officieel een drie jaar durende rebranding af.

 
In Nederland waren Arke en Holland International oeroude merken en een begrip voor de consument. Net als Falcon voor de Ieren, Thomson voor de Engelsen, Jetair voor de Belgen of Finnmatkat voor de Finnen. Ga deze merken nu maar eens zoeken op internet. Je komt ze niet meer tegen. Ze zijn de afgelopen jaren allemaal opgeslokt door de van oorsprong Duitse TUI Group (Touristik Union International) en door overnames en fusies onderdeel geworden van de grootste toerismegroep ter wereld.

 
Duizelingwekkende cijfers
De cijfers die het megabedrijf kan overhandigen zijn duizelingwekkend. 67.000 werknemers in 130 landen, een omzet van 20 miljard, een brutowinst van 1 miljard en 30 miljoen klanten per jaar. TUI heeft zelf zes luchtvaartmaatschappijen, de grootse vakantievloot van Europa, 300 hotels en - in het digitale tijdperk - nog steeds 1800 reiswinkels in Europa.

 
Drie jaar rebranding
Toch kende het grote publiek de naam TUI drie jaar geleden nog nauwelijks. Daarvoor was een drie jaar durende rebranding-operatie nodig die in 2014 van start ging. In november werd het laatste reismerk omgedoopt tot TUI en was de klus officieel geklaard. Voor het slagen waren interne samenwerking en een omnichannel-strategie doorslaggevend, vertelde Naomi Schnuck, Manager Digital Business Development bij TUI Nederland, tijdens het congres How To Make It Work 2017. Tot een paar jaar geleden was TUI bekend als bedrijf, maar niet als merknaam. ,,We wilden een geïntegreerde touroperator worden en dan moet je één groot reismerk neerzetten. Want Airbnb of Uber zijn ook overal hetzelfde,” legt ze uit.

 
Nieuwe kpi’s
Ga er echter maar aan staan. Het merk TUI lanceren terwijl de onderliggende merken veel bekender zijn. Het werd een heel proces waarbij de organisatie met vallen en opstaan leerde. ,,We zijn bijvoorbeeld nieuwe technieken gaan adopteren zoals programmatic marketing,’’  vertelt Schnuck. ,,We hebben nieuwe meetmodellen en kpi’s ontwikkeld. Niet alleen sales kpi’s, maar ook digital branding kpi’s. Bijvoorbeeld eentje voor nieuwe geïnteresseerde bezoekers op de website. We hebben een betere mobiele website gebouwd en zijn op een andere manier reclame gaan maken met video-advertenties en storytelling. Ook zijn we met blockchain technologie bezig één bedrijfssysteem voor alle landen te bouwen en één reserveringssysteem voor alle vluchten in alle landen.”

 
Publiek kennen
Al doende werd duidelijk dat TUI de data van zijn eigen klanten niet goed kon analyseren. Schnuck: ,,We konden bijvoorbeeld niet zien of een klant één keer per jaar of één keer per vijf jaar bij ons boekte. Dat werd een van de focuspunten in het nieuwe DMP (Data Management Platform) waar we mee bezig zijn en waarin we klantenprofielen opbouwen. Je moet gewoon opnieuw beginnen. Je publiek is belangrijker dan keywords. Qua performance zijn we te lang bij de laatste klik blijven hangen. Dat werkt niet meer. Ook in de digitale wereld gaat het om beleving. Daarom hebben we de Travellr-webapp gelanceerd (een soort Tinder voor vakantiegangers, red). Dat gaan we door ontwikkelen op onze andere platformen. Via bekende en onbekende niche-influencers die we op reis sturen, bieden we klanten meer inspiratie. Ook wordt het gewaardeerd als we onze eigen reisexperts laten vloggen.”

 
Snel resultaat
De rebranding had ongekend snel resultaat. Op grafieken toont Schnuck dat zowel de ‘brand search’ als de ‘brand popularity’ van de onderliggende merken snel wegzakte en TUI het roer overnam. Na de lancering van het merk TUI was het na een week al de meest gezochte touroperator op Google. Het aantal bezoekers op de website was na een dag hoger dan het jaar daarvoor en na een paar weken was ook de conversie hoger dan het jaar daarvoor.

 
Retail versus digitaal
Opmerkelijk daarbij is het hoge aandeel van retail in die conversie. Een derde tot 45 procent van alle reizen bij TUI worden nog steeds in de winkel verkocht. Toch is ook TUI bezig met een digitale transformatie. De website trok in 2016 in totaal 24 miljoen bezoekers, twee miljoen per maand. Sinds een jaar worden er meer reizen gekocht via mobiele devices dan via de desktop, al boeken mensen nog steeds het liefst via hun desktop.

 
Geef mensen de vrijheid
Interne samenwerking was cruciaal in de hele operatie. ,,Voorheen was iedereen bezig met zijn eigen merk. Nu werken mensen voor meerdere merken in meerdere landen. Iedereen gaat er in mee en maakt er het beste van,” aldus Schnuck.

De beste tip die Schnuck heeft voor grote merken die voor dezelfde uitdaging staan: ,,Geef mensen de vrijheid om met nieuwe dingen aan de haal te gaan en te implementeren. Sommige lukken en sommige niet. Zorg dat dit een plek krijgt in je organisatie. Dat is nodig als bedrijven die al langer bestaan relevant willen blijven in de digitale wereld.”
  4742 Hits
  0 Comments
4742 Hits
0 Comments

Komen KLM en Heineken met een eigen cryptomunt?

Komen KLM en Heineken met een eigen cryptomunt?

Een eigen cryptomunt, honderden bedrijven zijn er al mee bezig, tot nu toe meestal buiten Nederland. Ook de reiswereld heeft de digitale munt ontdekt. Een eigen munt kan je merk naar nieuwe hoogten brengen, maar ook de afgrond in sturen.

Binnen de Europese luchtvaart is het Lufthansa dat de eerste stap heeft gezet. Het bedrijf werkt samen met de Zwitserse startup Winding Tree, die in februari de eigen munt LIF gaat lanceren. ‘Winding Tree is the future of travel’, prijst het bedrijf zichzelf aan. Klanten van Lufthansa kunnen op termijn met de digitale munt hun tickets kopen. Dat gebeurt nu via allerlei andere bedrijven, waardoor de tickets duurder worden. Het contact tussen klant en vliegmaatschappij kan het best rechtstreeks, zelfs zonder banken, en daar kan een eigen munt in voorzien. „Iedereen die LIF tokens gebruikt, kan straks rechtstreeks vluchten en hotels boeken op de blockchain,” zegt medeoprichter Pedro Anderson van Winding Tree tegen nieuwssite Coindesk.

 
Cryptomunten in de reiswereldHet is goed een duidelijk onderscheid te maken tussen blockchain en een cryptomunt. Blockchain is de onderliggende technologie die als veilig geldt. Cryptomunten hebben een risico, omdat de koers kan fluctueren. Om die reden kiest Lufthansa ervoor om eerst met blockchain te experimenteren om boekingen en andere gegevens vast te leggen. Later kan de munt daar bijkomen. Ook KLM experimenteert met blockchain, maar dan met name bij het registreren van onderhoud van vliegtuigen. Zo heeft KLM in elk geval de blockchaintechniek in huis. KLM zou (nog) geen plannen hebben voor een digitale munt. Ook buiten Europa heeft de reissector de cryptomunten ontdekt. Een Aziatisch reisbureau met vestigingen in Australië, Indonesië, Maleisië en de Filipijnen heeft de eigen munt Bitair gelanceerd. Het maakt niet uit in welk land de klanten hun vliegreis of hotel willen boeken, ze kunnen dat straks allemaal met de Bitair doen.

 
Nederlands bedrijf haalt 2 miljoen op voor eigen munt
Wereldwijd zijn er inmiddels ruim 1200 bedrijven die een eigen munt hebben gecreëerd, meldt coinmarketcap.com. Het is niet zo moeilijk, want de techniek achter digitale munten is open source, dus voor iedereen toegankelijk. Een beetje programmeur kan en mag dat van de platforms van Bitcoin of Ethereum overnemen. Digitale munten spreken zo tot de verbeelding dat investeerders met miljoenen over de brug komen. In Nederland kennen we softwarebedrijf Triaconta (op een industrieterrein in Geldermalsen) dat onlangs de eigen munt CombiCoin presenteerde. Ook hier was de belangstelling groot. „We wilden twee miljoen dollar ophalen voor ons beginnend softwarebedrijf,” zei oprichter Don Molenaar tegen de Volkskrant. Het werd zelfs iets meer dan twee miljoen.

 
Techwereld is verdeeld
Als dit de wereldwijde trend is, dan is de kans groot dat andere Nederlandse bedrijven zullen volgen. Vooral bedrijven die internationaal opereren met veel transactiekosten kunnen erbij winnen. En ook speelt: hoe wil je je als merk presenteren? Innovatief, op de toekomst gericht, of wellicht gericht op die wat jongere doelgroep waar digitale techniek zo’n centrale plek in het leven heeft gekregen? Je biermerk en je eigen munt op grote techfestivals, het zou kunnen werken. Heineken twitterde een keer over bitcoins, maar lijkt vooralsnog te kiezen voor zekerheid aan de zijlijn.

Grote namen in de techwereld zijn verdeeld. Investeringsbureau Andreessen Horowitz ziet een toekomst van decentralisatie op het internet, waardoor bedrijven als Google en Facebook minder controle krijgen. Maar zelfs deskundigen die enthousiast over het idee zijn, uiten nu twijfels. Zij verwachten, zo schrijft de NYT, dat bijna alle bedrijven die investeringen krijgen voor hun digitale munt het niet zullen redden. „Het enthousiasme voor cryptomunten is zo groot, dat bijna niemand nog enige zorgvuldigheid betracht,” zoals een investeerder in de krant zegt. Het kan zelfs Amerikanen te veel van het wilde westen worden, ook al is het basisidee eigenlijk heel goed. In Nederland waarschuwde de Autoriteit Financiële Markten (AFM) om geen digitale munten te kopen vanwege de risico’s. De Zwitserse reisstartup Winding Tree stelde de introductie van de eigen munt uit om met de autoriteiten te overleggen. Net zoals bij beursintroducties zijn ook bij digitale munten regels nodig. Dan springen investeerders niet meer in het diepe en kunnen bedrijven profiteren van een digitale munt.
  4123 Hits
  0 Comments
4123 Hits
0 Comments

Be Candid,
it’s contagious.

Candidness is the quality of speaking with
honesty and authenticity. Our Candid editorial
team shares stories that matter on media, data,
marketing, creativeness and technology.

Our Candid editorial team
creates stories that matter.