Candid. Platform
for growth.

De marketinglessen van 12 dagen data: 'bouw een clubhuis op je eigen grond'

bouwebn
We kwamen iets bijzonders tegen: een bedrijf dat twaalf dagen lang publicee...

Wat we kunnen leren van twee onderzoeken (en een expert) over de effectiviteit van influencers

Kylie_Jenner
Er lijkt een strijd aan de gang tussen de voor- en tegenstanders van influe...

Lucy Woesthoff over marketing op gevoel: ‘Ik wil heel graag een Woezel en Pip-pretpark’

Woezel-en-Pip_lowres_Joep-95-978_20190606-083713_1
Alweer bijna vijftien jaar geleden verscheen het eerste boek over de hondje...

Apps verkopen de locaties van je smartphone

Apps verkopen de locaties van je smartphone

Nee, je verdient zelf niets als je smartphone je gegevens over je locatie doorgeeft. Maar de bedrijven áchter de apps die je locatie doorverkopen, verdienen er goed aan. Door die verkoop krijg je steeds vaker advertenties te zien van winkels die om de hoek zijn. Inmiddels weten bedrijven wanneer je uit huis gaat, hoe laat je op je werk komt en bij welke horecagelegenheid je ‘s avonds nog een biertje drinkt.

 
Het is een snel groeiende tak binnen de advertentiewereld: location-based advertising (ook location aware of location targeted advertising genoemd). Voor zulke advertenties is het nodig om de locatie van iemand via de smartphone te kunnen volgen. Veel apps vragen toestemming om je locatie te bepalen, zoals sommige apps die het plaatselijke weerbericht doorgeven. Zulke locatiegegevens worden vaak doorverkocht aan andere bedrijven.

 
De trendy bar om de hoek meldt zich op je smartphone
Je krijgt zo advertenties voorgeschoteld die op jouw locatie en zoekgedrag zijn afgestemd. Loop je tegen de avond door een stad waar je normaal niet bent, dan zie je op je smartphone de trendy bars en restaurantjes in die buurt waar je vast wel naar toe wil. Of die leuke winkeltjes met dingetjes waar je al eerder op internet naar hebt gezocht. Sommige consumenten zijn er blij mee, anderen storen zich aan deze snel groeiende trend in de wereld van mobile marketing.

 
Elk jaar besteden bedrijven zo’n 17 procent meer aan advertenties op de smartphone, meldt onderzoeksbureau BIA/Kelsey. In 2016 ging het om 33 miljard dollar voor de VS alleen; in 2021 zal dat op zo’n 72 miljard uitkomen. De snelste groei komt voor rekening van location-based advertising: in 2016 lag dat op 12 miljard dollar, in 2021 komt dat uit op 32 miljard. In Nederland, waar bijna iedereen een smartphone heeft, zal de trend niet anders zijn.

 
Location-based advertenties effectiever
Onderzoek van Verve laat zien dat consumenten veel meer reageren op advertenties die inspelen op de locatie dan op algemene mobiele ads. De engagement bij location-based ads ligt ruwweg twee keer zo hoog, schrijft Marketing Tech News.

Bedrijven weten steeds beter waar we ons op welk tijdstip van de dag bevinden. Toch zit de waarde voor bedrijven niet alleen in advertenties van de pizzeria of kledingzaak om de hoek, maar vooral in het totaal aan locatiegegevens dat zo over iemand beschikbaar komt. Adverteerders kunnen daarmee een uiterst precies profiel van iemand opstellen en ook andere advertenties nog meer op de persoon toespitsen. Of zoals zakenkrant The Wall Street Journal het samenvat: bedrijven willen ‘een volledig overzicht van hoe iedereen (…) zijn tijd besteedt met de bedoeling zulke persoonlijke geschiedenissen in te delen in marktsegmenten en dat aan advertentiebureaus te verkopen.’

 
Locaties combineren: dat is pas waardevol
„Locaties vertellen veel over een bestaande of potentiële klant,“ zegt hoofd media futures Dan Calladine van marketingbureau Carat Global in The Drum. „Als je wilt weten wie je waardevolste klanten zijn, dan leer je van hun locatiegeschiedenis en van het soort plaatsen dat ze hebben bezocht. Daar liggen de echte kansen en daar kan je wat mee. Dat is veel waardevoller dan te wachten tot iemand een winkel passeert en die persoon dan een voucher sturen.”

Greg Grimmer van mobile marketingbureau Fetch benadrukt de ongekende mogelijkheden van location-based ads. „Bij elke boodschap is de vraag hoe we die moeten brengen, maar daarin ligt ook de kans. Het gaat erom precies te weten wie iemand is en dan de juiste boodschap te sturen op het juiste moment.”

 
Een steeds grotere rol daarbij is weggelegd voor data brokers of datahandelaren, bedrijven die data verzamelen of opkopen en vervolgens weer verkopen aan bedrijven en andere instellingen. Voorbeelden van data brokers zijn Acxiom, Focum of 4orange. Ze verzamelen een combinatie van data die kunnen variëren van locaties, surfgedrag, interesses tot eerder gedane aankopen. Data brokers zeggen dat ze niet alle persoonlijke informatie op dezelfde plek bewaren, maar hoe ze precies werken, daarover blijven ze vaag.

 
GroundTruth volgt mensen de hele dag
Hoe ver dataverzameling over locaties kan gaan, wordt duidelijk bij het bedrijf GroundTruth, waarover The Wall Street Journal bericht. GroundTruth is een bedrijf voor data-analyse en is eigenaar van onder meer de app WeatherBug met de laatste weervoorspelling. Om die app te laten draaien, moeten gebruikers toegang tot hun locatie geven. Al die data over de locaties van mensen verkoopt GroundTruth door aan wie het maar wil hebben. Het bedrijf doet daar overigens niet geheimzinnig over. GroundTruth heeft toegang tot de locatiedata van ‘meer dan honderdduizend’ andere apps, bevestigt CEO Serge Matta tegen The Wall Street Journal. De makers van zulke apps werken mee omdat zij toegang krijgen tot het mobiele advertentienetwerk van GroundTruth. Elke dag volgt GroundTruth op die manier het leven van zo’n 70 miljoen mensen in de VS. Het bedrijf weet wanneer ze op weg gaan naar hun werk, wanneer ze weer thuiskomen en bij welke gebeurtenissen ze in de loop van de dag aanwezig zijn.

 
Locatiedata worden niet alleen via apps, maar ook op andere manieren verzameld. Dat kan gebeuren als je met je smartphone door een openbaar WiFi-netwerk loopt waarvan er tegenwoordig steeds meer zijn. Het gebeurt ook als je een winkel binnenloopt die een eigen systeem heeft. Zo’n winkel kan je dan, als je eenmaal binnen bent, via je smartphone een aanbieding doen. Als de winkel al veel informatie over je heeft verzameld, speelt zo’n advertentie in op interesses en eerder surfgedrag.

 
Consument moet akkoord zijn
Apps zijn verplicht toestemming te vragen voor het verzamelen van data. Door met de voorwaarden in te stemmen, ga je akkoord. Je kan toegang tot locatiedata weigeren, maar de praktijk is dat veel apps dan niet meer goed werken. In mei gaat de nieuwe privacywetgeving van de GDPR in en worden de regels strenger. Consent wordt het nieuwe sleutelwoord. Apps moeten dan per keer toestemming vragen. Ze moeten toestemming vragen om toegang tot locatiegegevens voor gebruik van de app en nog een keer toestemming vragen om die gegevens voor andere doeleinden te gebruiken. Het is nog de vraag hoe dat in de praktijk gaat uitwerken.

‘Zonder interactie met je doelgroep ben je nergens’

‘Zonder interactie met je doelgroep ben je nergens’

Door Danny Cortenraede 

Danny Cortenraede is managing director van Wannahaves, het bureau dat via voetbalplatform 433 een miljoenenpubliek bereikt met grote merkcampagnes. We stelden hem de vraag hoe je zo’n jonge doelgroep opbouwt en vasthoudt.

 
Onlangs draaiden wij op ons Instagramkanaal @433 een campagne voor Adidas. De video heeft meer views gegenereerd dan de originele video van Adidas op @adidasfootball: 6 miljoen. Dat lukt omdat er daar 25 man wereldwijd continu bezig zijn met het plaatsen van de meest relevante voetbalcontent die de doelgroep wil zien. Geen serieuze verslaggeving, maar de leuke kleedkamerhumor. Doordat de doelgroep van Adidas gelijk is aan die van het voetbalplatform en wij de juiste media weten te creëren, is de kans groot dat dit goed wordt opgepakt. Wij zijn zeer kritisch op de inhoud die er dagelijks geplaatst wordt. Hierdoor behaal je de hoogste engagement.

  

Contact met je publiek
Elke dag wil je in contact staan met je publiek. Dit doe je door content te creëren die bij je doelgroep past, maar ook door je volgers bij je kanaal te betrekken. De doelgroep van 433 bestaat vooral uit jongeren van zo’n 13 tot 24 jaar, een groep die voor veel bedrijven lastig te bereiken is. Deze doelgroep kijkt over het algemeen geen tv meer, maar is voornamelijk online te vinden. Uit onderzoek blijkt dat zij 80 procent van hun ‘onlinetijd’ op Whatsapp, Instagram, Facebook en Snapchat zitten. Dat is waar het gebeurt en waar wij dus ook zijn. Je kunt veel volgers hebben, maar zonder interactie met je doelgroep ben je nergens.

  

Wat doen mensen op een platform
Welke content ga je voor deze doelgroep maken en welke tactieken zet je in om ervoor te zorgen dat zoveel mogelijk mensen het consumeren? Ten eerste moet je de platformen respecteren. Respecteer de psychologie van wat mensen doen op een bepaald platform. Zo weet je bijvoorbeeld dat een tiener een andere mindset heeft wanneer hij op Instagram zit te ‘liken’, dan wanneer hij op YouTube de nieuwe videoclip van Lil Kleine bekijkt. Op Instagram wil het publiek alleen content zien die hij of zij leuk vindt en volgt; relevante content en op YouTube specifiek alleen de nieuwe single van Lil’ Kleine of je wekelijkse YouTube-serie.

  

Weet wat je publiek leuk vindt
Ten tweede, respecteer je publiek. Je moet inhoud plaatsen die de doelgroep leuk vindt in plaats van content die jij leuk vindt. Ja, samen met Nike denken wij erover na hoe we meer schoenen verkopen, maar het gaat uiteindelijk om het grotere plaatje namelijk je eigen branding. Onze doelgroep zit niet te wachten op een keiharde advertentie, maar juist om leuke content, content waarmee zij zich kunnen identificeren en wat zij met hun vrienden kunnen delen. Ons creatieve team en de klant werken dus nauw samen om een campagne te realiseren die het dichtst bij ons eigen kanaal ligt en de boodschap/product van de klant. Hier zijn we heel kritisch op, alleen dan kunnen wij de engagement genereren die er van ons wordt verwacht en die wij aanbieden.

Bij een video die wij voor Nike maken, zal je de schoen echt wel voorbij zien komen, maar wij zorgen er vooral voor dat het gewoon een toffe video is om te zien. Dus geen merknamen of producten pontificaal in beeld, maar de atleet die de schoen aan heeft, de bal trapt, deze door de ruimte schiet, ondertussen een Star Wars ruimteschip tegemoet komt en vervolgens weer op een voetbalveld landt. Dit blijft veel meer hangen, dan een naam of product in beeld. Nu zal het meer gaan van ‘Wow, zag je dat?’ Sané die trapte die bal gewoon door de ruimte en zag je wat voor schoen hij aan had? Ja, die nieuwe Mercurial, toch? Echt hard man! En dit is het grote verschil. Wij spelen op deze manier een ‘spel’ samen met de klant, waardoor de kansen veel hoger liggen. Het gaat om de inhoud, wij houden altijd rekening met de context waarin die inhoud zal worden geconsumeerd, op deze manier zal onze jonge doelgroep de content niet onderbreken.

  

Online voetbalkanaal zet ‘contentmarketingmachine’ in gang

Online voetbalkanaal zet ‘contentmarketingmachine’ in gang

Je weet dat je iets goed doet als je de grootste voetbalcommunity online hebt en daarmee Nike strikt voor een grote campagne. Maar wat heeft Nike precies aan dat ‘clubje’ voetballiefhebbers? Danny Cortenraede van Wannahaves, onder andere verantwoordelijk voor de content van 433 en BALR, legt uit hoe goed de wisselwerking tussen ‘community van eigen kanalen’ en ‘content’ functioneert.

 

De jonge Manchester City-speler Leroy Sané rent over het veld. Onder de beats van een techno-dubstepmix wordt zijn eigen spel afgewisseld met razendsnel gemonteerde beelden waarin hij de bal over een atletiekbaan schopt, door de ruimte vliegt en door een tunnel rent. Verder zie je beelden van motorrijders, speedboten en holes-in-one. De halve minuut aan visueel geweld wordt afgesloten met een doelpunt; ‘Amazing!’ roept de commentator.


Verantwoordelijk voor het filmpje, dat voor het eerst te zien was als Instagram Story op voetbalplatform 433, is Wannahaves. Het Amsterdamse bureau maakte in samenwerking met Nike deze ‘edit’ van een bestaande Nike-video die werd gemaakt om de nieuwe Nike Football-tagline ‘Lock In. Let Loose’ (en de gelijknamige schoenen die alle grote Nikespelers dragen) bekendheid te geven. Hoe pakte Wannahaves die klus aan? En waarom klopte Nike juist bij Wannahaves aan?

  

Groot bereik, veel interactie
Wannahaves verzorgt content, influencermarketing en social mediamanagement en -strategieën voor grote merken als Samsung, Sony en Hilton. Het bedrijf heeft één grote voorsprong op veel andere digital media agency’s, zegt directeur Danny Cortenraede: eigen kanalen. ,,Onze core business is contentcreatie, maar onze kracht zit in het feit dat we eigen kanalen hebben in diverse niches, zoals 433 en BALR. Daardoor kunnen we ook de distributie van content verzorgen voor klanten als Nike en Adidas.” Het bereik van de kanalen die hij noemt, liegt er niet om: BALR, het lifestyleplatform rondom het kledingmerk van oud-profvoetballer Demy de Zeeuw, heeft 1,1 miljoen volgers op Instagram. En met 26 miljoen volgers op alle socialmediakanalen samen is 433 een van de grootste online voetbalplatformen.

 


https://instagram.com/p/Bbm-LE3AeBN/

 
  

4 Grote bedreigingen voor mediabureaus

4 Grote bedreigingen voor mediabureaus

Adverteerders die zelf hun weg naar de klant zoeken. Exploitanten die de middleman ertussen uit halen. Effectieve mediaplannen die door AI worden gemaakt. Het traditionele verdienmodel van mediabureaus komt steeds meer onder druk te staan. En daarmee hun voortbestaan.

 
Waar het bij veel traditionele mediabureaus nog om de lage marges en prijs gaat en verdienmodellen vaak nog ondoorzichtig zijn, vraagt de markt waarin content, consumentenconversaties en engagement dominant zijn om vernieuwing van het businessmodel.
Digitalisering an sich is niet de grootste bedreiging voor traditionele mediabureaus. Het zijn de ontwikkelingen die ermee gepaard gaan die rammelen aan hun verdienmodel. Het is een no-brainer dat je fors in digitaal moet investeren, wil je in de nabije toekomst meedoen.

 
Dit zijn vier grote bedreigingen voor (traditionele) mediabureaus:

1: Adverteerders en merken gaan het zelf doen
Programmatic buying – het automatisch inkopen van advertenties via softwareplatforms – is niet te stuiten en geldt straks voor alle mediumtypes. Dus ook print, radio en televisie. Vorig jaar namen grote concerns als Unilever en Netflix programmatic teams in huis om meer controle te houden op hun eigen data. Hoewel het voor kleinere adverteerders minder logisch is om programmatic buying zelf te gaan doen - het is arbeidsintensief en vergt een grote investering - is het een teken aan de wand dat bedrijven meer zelf de controle willen houden.
Daarnaast zijn adverteerders steeds meer contentgedreven en richten ze zich minder op massamedia. Daarmee komt het model van mediabureaus in de knel. Het is bijvoorbeeld een logische stap voor merken om eigen social teams in huis te hebben. Adverteerders als Nike en MasterCard realiseren zich dat ze niet echt bureaus nodig hebben om de dagelijkse stroom social posts te reguleren. Bovendien krijgen de merken bij een rechtstreekse benadering ook echt een dialoog met de consument.
Verder ontstaan er steeds meer disruptieve merken die trendsetters zijn en waarvan het traditionele advertentiemodel helemaal geen onderdeel is van hun business.

 
 
2: Exploitanten verenigen zich en gaan het zelf doen
In Nederland is dat nog steeds niet het geval, terwijl Google en Facebook de meeste advertentie-euro’s en dollars oprapen. Juist in een tijd dat ook hier consolidatie in de mediasector niet kan uitblijven, zou een zogenaamd sell-side platform (SSP) uitkomst bieden. Hier werd al eens een pleidooi gehouden voor een dergelijk platform. In Frankrijk bestaat er al wel één: www.laplacemedia.com. Daar doen alle premium publishers uit de wereld van tv, dag- en weekbladen en online mee: van Europe1 tot de publieke France Télevision, van le Figaro tot l’Equipe en van Marie Claire tot Elle. Het zorgt voor een betere en eerlijkere verdeling van de advertentiegelden. Goed nieuws voor mediabureaus is het niet: bij het ontstaan van een dergelijk platform wordt the middleman ertussenuit gehaald.

Ook Sanoma-SBS bewandelt deze weg door met onderzoeksbureau SAMR de BSR Quality Planner te lanceren. Met deze tool kunnen adverteerders en marketeers steeds beter zelf mediaplannen maken om de consument te bereiken.

 
 
3: Er ontstaan nieuwe, moderne, snellere spelers
Het is logisch dat de voortschrijdende technieken ook nieuwe soorten bureaus en bedrijven voortbrengt die sneller bewegen in de mediabranche. Het Deense Blackwood Seven is zo’n bureau. Inmiddels heeft het al de Amerikaanse markt betreden en deed het onder meer acquisities in Duitsland en Barcelona. De oprichters met achtergrond in marketing en IT geloven dat de traditionele mediabureaus hebben gefaald om aan de vraag van adverteerders te doen en willen marketing ‘opnieuw uitvinden’. Men belooft veel betere resultaten tegen lagere prijzen.
Men verbindt media buying software met algoritmes en zelfs artificial intelligence en zo ontstaan de meest effectieve mediaplannen. Men heeft daarvoor een model gebouwd waarin attributie, strategie en mediaboekingen samenkomen in een zelfserviceplatform voor adverteerders. Het klinkt ingewikkeld en dat zal het ook wel zijn, maar dit lijkt gezien de groei wereldwijd een erg interessant mediabureau om te volgen. Dat zullen de grote mediabureaunetwerken ook doen. En vervolgens proberen Blackwood Seven te acquireren.

 
 
4: Het traditionele beloningsmodel is eindig
Het traditionele beloningsmodel is eindig, maar nog steeds houden de mediabureaus er aan vast. Ze schieten zich daarmee uiteindelijk in eigen voet. Het gaat om de schimmige geldstromen, ondoorzichtige contracten, kortom, het gebrek aan transparantie. De Amerikaanse bureauwereld is vorig jaar wakker geschud met de publicatie van de ANA papers. Inmiddels is gebleken dat (Amerikaanse) adverteerders niet stilzitten en het model proberen te veranderen.
McDonald’s bracht vorig jaar in Amerika de reclamedollars onder bij communicatienetwerk Omnicom en wil samen het bureau van de toekomst bouwen waarin technologie, strategie en creatie samenkomen, aangestuurd door digitaal en data. Daarbij gaat men een ander beloningsmodel hanteren. De vergoeding die Omnicom krijgt wordt gelinkt aan de eigen performance van het merk, gebaseerd op cijfers als restaurantomzet, bezoekersaantallen en de financiële resultaten. Bureaus worden dus beloond op basis van performance en niet op basis van een fee.
Een ander voorbeeld: Procter & Gamble komt met een programma waarin men de mediabureaucontracten grondig gaat herzien, wil zorgen voor een standaard in online mediaonderzoek en het uitbannen van fraude en bots. Houden mediapartijen zich hier niet aan, dan gaat P&G ze niet meer betalen. Het moet van Procter & Gamble transparanter en efficiënter. Gezien het feit dat de grootste adverteerder ter wereld hier spreekt, zullen mediabureaus zich achter de oren moeten krabben.

Kan Facebook het vertrouwen terugwinnen?

Kan Facebook het vertrouwen terugwinnen?

Wat Mark Zuckerberg maar niet voor elkaar krijgt, lukte tech-studenten in 36 uur: Nepnieuws op Facebook eruit fileren. Facebook kondigt nu zelf maatregelen aan, maar is dat genoeg om het geschonden vertrouwen te herstellen? Nep-berichten worden nu eenmaal het meest gedeeld.

 
Niet alleen politici, ook bedrijven ondervinden last van fake news op Facebook. Bij Pepsi daalden de aandelen door een verzonnen quote. Mark Zuckerberg wil fake nieuws op Facebook uitbannen, maar of dat gaat werken is de vraag. Trump is waarschijnlijk niet dankzij Facebook gekozen, maar in andere landen heeft Facebook verkiezingsuitslagen sterk beïnvloed.

 
Clint Eastwood niet dood 
CEO Mark Zuckerberg postte op vrijdag een bericht op Facebook over fake nieuws en hoe Facebook dat wil aanpakken: „We take misinformation seriously.” Het bericht ernaast toonde een foto van acteur Clint Eastwood met als kop  „Clint Eastwood gone at 84” en met een link naar een ‘news’-site. Dat nieuws bleek fake. Clint Eastwood is helemaal niet overleden.

Iedereen ziet andere berichten op Facebook, maar dit overkwam Geoff Colvin, senior editor bij zakenblad Fortune. Amerikaanse media reageren sceptisch op de mededeling van Zuckerberg. Ja, hij heeft serieuze intenties om fake nieuws aan te pakken, maar laat het eerst maar ‘ns zien.

 
Amerikaanse tech-studenten lukt het wel    
Verrassend genoeg slaagden vier Amerikaanse techstudenten er vorige week binnen 36 uur in een programma te maken dat fake en echt nieuws uit elkaar houdt. De extentie voor Google Chrome analyseert de links die bij een nieuwsartikel staan en checkt of die links het artikel inderdaad ondersteunen en of de bronpagina’s betrouwbaar zijn. De artikelen krijgen een label of ze verified of niet zijn. De extentie, beschreven in The Washington Post, wordt nog verder uitgewerkt. Helemaal waterdicht is het overigens niet.

De onware berichten op Facebook komen volgens The New York Times vooral van scammers, mensen die fake news publiceren met maar één doel: er flink aan te verdienen. Hoe meer clicks je krijgt, hoe meer je verdient aan advertenties. Dat liep vooral rond de verkiezingen uit de hand. Sommigen van de scammers publiceerden zowel fake berichten over Donald Trump als over Hillary Clinton. Maar de berichten over Trump kregen meer clicks, dus staken ze vooral daar energie in. Zo nam het aantal berichten over Trump snel toe.

 
Fake news meer gedeeld dan echt nieuws
Fake nieuws is vaak overdreven, het verrast en wordt daarom snel gedeeld. Onderzoek van Buzzfeed laat zien dat de top 20 fake nieuwsberichten veel meer engagement (shares, likes en comments) oplevert dan de top 20 berichten van professionele nieuwssites waar feiten worden gecheckt.

Tijdens de Amerikaanse verkiezingen gaat het los. Onjuiste nieuwskoppen als  „De Paus steunt Trump” of „Trump loopt voor bij de popular vote” gaan viraal op social media. Niet alleen aanhangers delen zulke berichten, maar soms ook politici die weten dat het om fake berichten gaat. Vele nepberichten bleken afkomstig van een groep hackers uit Macedonië, die er veel geld mee verdiende.

In sommige andere landen heeft Facebook grote invloed bij verkiezingen. Zoals bij de verkiezing van de Filipijnse president Duterte die in het nieuws kwam vanwege het laten doodschieten van drugdealers. Een woordvoerder van Duterte deelde op Facebook een foto van een meisje dat was vermoord door een drugsdealer. Later bleek die foto gemaakt te zijn in Brazilië. Maar de wijdverspreide post had zijn werk al gedaan. Ook in Indonesië heeft Facebook grote invloed op de stembustrijd gehad, meldt The New York Times.
 
Aandelen Pepsi gedaald door fake quote
Naast politici ondervinden ook bedrijven last van Facebook, schrijft Fortune. Neem bijvoorbeeld Pepsi. Een ‘news’-site met de naam TruthFeed citeerde de CEO van Pepsi, die aanhangers van Trump zou hebben opgeroepen „to take their business elsewhere.” Trump-supporters riepen op tot een boycot waardoor de aandelen daalden. Maar de quote bleek verzonnen. De CEO had het nooit gezegd.

De vraag is in hoeverre Facebook hiervoor verantwoordelijk is. Is een telefoonbedrijf verantwoordelijk voor wat mensen zeggen, vraagt Mashable zich af. The New York Times vindt dat Facebook wel degelijk verantwoordelijk is, omdat het de verspreiding van fake berichten faciliteert.

 
Zuckerberg kondigt maatregelen aan
De belangrijkste maatregelen die Zuckerberg wil nemen zijn:
1. Stronger dectection – nieuwe algoritmen die fake stories aanwijzen
2. Easy reporting -  wie een fake story ziet, kan dat laten weten
3. Third Party verification – de inzet van fact checkers van buitenaf
4. Disrupting fake news economics – fake nieuws uitsluiten van advertenties

 
De eerste maatregel is puur techniek. Het lukte Facebook al eerder om zo clickbait (misleidende koppen) grotendeels uit te bannen. Techniek kan bijdragen, maar niet mensen volledig vervangen. Afgaan op meldingen van leden van Facebook lost niet zo veel op, want ook die meldingen moet je checken. Werken met externe fact checkers is een goed idee, alleen je hebt nogal wat fact checkers nodig om heel Facebook langs te gaan. Kortom, goede intenties van Zuckerberg, maar niet de definitieve oplossing.

Een analist van socialmediatoday gaat nog een stap verder. Ook als het probleem van fake news is opgelost, ben je er nog niet. Veel ingrijpender is dat Facebook je alleen berichten laat zien die aansluiten op berichten die je eerder hebt aangeklikt. Heb je ooit gezocht op een politieke partij, dan krijg je vooral posts van hen te zien. Het is die ‘echo chamber’, schrijft socialmediatoday, die mensen eenzijdig informeert. Ze horen maar de helft van het verhaal.

 
Krijgt Facebook terecht de schuld?
Techsite Mashable pleit ervoor dat Facebook harde maatregelen neemt. Sluit iemand die een fake nieuwskop brengt voor een half jaar uit van Facebook. Maar Mashable neemt het ook op voor het sociale netwerk. „We moeten stoppen Facebook de schuld te geven en zelf verantwoordelijkheid nemen voor wat wij delen op social media en hoe wij stemmen. Facebook heeft niet op Trump gestemd. De leden van Facebook hebben dat gedaan.”

Prijswinnende Guardian buigt hoofd voor Facebook

Prijswinnende Guardian buigt hoofd voor Facebook

Het geldt als een succesverhaal: een Britse krant die uitgroeide tot digitaal medium in de wereldtop. The Guardian kwam in de spotlights door de Snowden-onthullingen. Joris Luyendijk schreef er zijn blog over bankiers. Nu vallen er ontslagen. „We verliezen de strijd met Facebook,” zegt CEO David Pemsel.

 
De kroon op het wereldwijde succes van The Guardian is de Amerikaanse tak, schrijft CNN Money. De krant bestaat in Engeland 195 jaar, maar de Amerikaanse tak begint pas in 2011. Vanuit het niets komt The Guardian in de top vijf van digitale krantenplatforms in de Verenigde Staten. Het nieuws en de onderzoeksjournalistiek slaan aan. In oktober 2014 krijgt The Guardian zelfs meer unieke bezoekers dan The New York Times.

 
Facebook en Google
Maar de advertentieopbrengsten lopen terug. Begin 2016 kondigt het bedrijf bezuinigingen aan: in drie jaar tijd moeten de kosten met 20 procent omlaag. In Engeland zijn inmiddels 270 werknemers vertrokken; nu is de VS aan de beurt. De news rooms in New York, Washington en San Francisco zullen blijven bestaan, maar moeten met honderd man (dat is 30 procent) inkrimpen.

De top van de Guardian Media Group wijst naar de dominantie van de techgiganten. Facebook en Google slurpen steeds meer advertenties op. „Wij zijn een sterk merk, maar de verschuivingen op de digitale advertentiemarkt raken onze inkomsten hard,” schrijft CEO Pemsel in een memo aan het personeel dat is gepubliceerd in The Huffington Post.
 
Vooraan bij de innovatie
In het boek Innovators in Digital News’ (2015) noemt mediaonderzoeker Lucy Küng The Guardian als voorbeeld van succes: hoe een nationale krant kan innoveren en in korte tijd in de wereldtop kan komen. Global, open, digital, is het devies.

De krant kondigt in 2011 een ‘digital-first strategy’ aan. De redactie stelt vanaf dan niet meer print, maar digitaal centraal. De digitale platforms moeten de reader engagement vergroten en ruimte geven voor commerciële partijen. Er komen investeringen voor brand marketing.

 
Van print naar digital first
Een digitale krant maken is één ding, een bestaande redactie van een papieren krant omvormen is een stuk ingewikkelder. „Er moet een nieuw team komen dat visueel is ingesteld, met technici die de codes voor de website schrijven,” zegt een medewerker.

Uiteindelijk ontstaat een nieuwe organisatie. Redactie en technische staf zitten bij elkaar. Door de korte lijnen kunnen redacteuren en technici snel overleggen over digitale tools en hoe ze de user experience kunnen verbeteren.

In 2013 is theguardian.co.uk de op één na grootste nationale news website. Maar belangrijker: wereldwijd staat The Guardian op de derde plaats na de Daily Mail en The New York Times. De buitenlandse bezoekers vormen nu tweederde van het totaal. Het is ook voor adverteerders een aantrekkelijk publiek: jong, Engelstalig, liberaal en digital connected.

 
Prestigieuze prijzen
De Guardian krijgt niet alleen veel lezers, maar wint ook grote prijzen. De krant krijgt een Pulitzer Prize (de belangrijkste Amerikaanse journalistieke prijs) voor de onthullingen over de inlichtingendienst NSA op basis van documenten van Edward Snowden. De NSA-onthullingen stuwen de lezersaantallen omhoog. Op één dag in 2013 bezoeken zeven miljoen mensen de site.

Vorig jaar won de krant meerdere awards voor de verslaggeving over fatale schietpartijen in de VS waarbij de politie was betrokken. De berichtgeving over politiemisbruik in Chicago viel op in de Amerikaanse editie.

Een bekende Nederlander die voor The Guardian schrijft is Joris Luyendijk. Hij schreef er zijn blog over de bankiers in de Londense City. En schrijft nog steeds artikelen, zoals onlangs over de Brexit.

 
Wereldwijde strategie
Het doel van The Guardian is om uit te groeien tot een ‘leading global news and media brand’ met kantoren verspreid over de wereld. Naast de Amerikaanse tak volgt in 2013 een digitale editie voor Australië. The digitale krant profiteert van de enorme Engelstalige markt: ook in Canada en India wordt de site gelezen.

Maar op de lange termijnstrategie komt ook kritiek, omdat de online content gratis is. Het idee is dat met zoveel lezers en prestigieuze verhalen de adverteerders wel zullen aansluiten. Dat blijkt maar ten dele het geval.

Die digitale content moet haast wel gratis zijn, omdat The Guardian concurreert met de BBC, die de grootste gratis news site ter wereld heeft.

 
Branded content
Native advertising moet bijdragen aan de oplossing. In 2013 wordt een branded agency opgericht, de Guardian Labs. In 2014 komt het tot een grote deal met Unilever van ruim een miljoen euro voor het maken van een interactieve en cross-media content en het organiseren van live events.

De krant houdt vast aan de lange termijnstrategie: met kwaliteitsjournalistiek een enorm publiek bereiken. „Wij gelden als het sterkste news brand in ons land,” zegt managing director Anna Watkins van Guardian Labs in 2015 tegen Digiday. „Dat willen we niet ondermijnen. Streven naar winst op de korte termijn, is niet goed voor ons.”

 
Sterk merk alleen is niet voldoende
Maar de strategie levert te weinig inkomsten op. De bedoeling was om in 2018 kostendekkend te zijn. Het is de vraag of dat met het afhaken van adverteerders haalbaar is.

In het memo dat in de Huffington Post staat, schrijft CEO Pemsel: „Bedrijven als Facebook en Google groeien in dominantie. Volgens sommige schattingen gaat 85 procent van de digitale advertentieopbrengsten rechtstreeks naar hen. Het is onvermijdelijk dat zulke aardverschuivingen in het businessmodel onze inkomsten negatief beïnvloeden ondanks het sterke merk The Guardian.”

Die 85 procent lijkt aan de hoge kant. Uit onderzoek uit 2015 van eMarketer blijkt dat 44 procent van alle digitale advertentieopbrengsten naar Facebook en Google gaan, meldt Forbes. Maar het doet niets af aan de trend.

Medewerkers van The Guardian voelen zich overvallen door de inkrimping. Het doek valt niet, maar op de redactie komt het hard aan, vertelt één van hen. Het blijkt onvermijdelijk: de digitale krant maakt een knieval voor de techbedrijven.

Nieuwe politieke media zetten Facebook naar hun hand

Nieuwe politieke media zetten Facebook naar hun hand

Een nieuwe groep politieke media maakt in de VS furore op internet. Ze zijn speciaal ontworpen voor Facebook en halen daar miljoenen hits, meer dan gevestigde media als CNN. De oprichters verdienen er flink aan.

 
De 35-jarige Adam Nicoloff heeft een drukbezochte Facebook-pagina Make American Great Today waarmee hij steun geeft aan Donald Trump. De pagina staat los van de officiële campagne. Sterker nog: Nicoloff is weliswaar Republikein, maar had liever een andere kandidaat dan Trump gezien. Maar met die pagina verdient hij duizenden dollars.

Nicoloff begon ‘Make American Great Today’ in augustus vorig jaar vanuit zijn huis in Saint Louis. Tot dan gaf hij marketingadviezen aan lokale bedrijven. Met zijn Facebook-pagina zette hij zijn eerste stappen in de wereld van nieuwe politieke media, vertelt hij in The New York Times Magazine.

 
Verdienmodel
Zijn verdienmodel is eenvoudig, maar het werkt. Zorg dat je veel volgers krijgt, publiceer posts met links naar een externe website met veel advertenties en hoop op veel traffic. Zo’n model werkt lang niet altijd, want goede content maken is duur en advertenties kunnen sitebezoekers evengoed wegjagen.

Maar ‘Make American Great Today’ heeft daar geen last van. De content is goedkoop (eenvoudige bewerkingen van stukken van elders), de populistische retoriek slaat aan en de grote interesse in Trump maken dat de advertenties veel opleveren. Maandelijks verdient Nicoloff zo’n 20.000 dollar. Zijn belangrijkste uitgaven zijn de hosting van de website en advertenties die hij zelf op Facebook plaatst.

 
Hausse aan politieke media
‘Make American Great Today’ maakt deel uit van een hausse aan nieuwe politieke media in de VS die zich vooral op Facebook manifesteren. Onbekende namen zijn het, maar inmiddels met grote invloed: The Angry Patriot, US Uncut, US Chronicle, Fed-Up Americans of American News. Er zijn er inmiddels tientallen. Hun opkomst valt samen met de aanloop naar de presidentsverkiezingen, maar zij staan los van de politieke partijen.

 
Nieuwe media nemen news feeds over
Onderzoeksjournalist John Herrman dook in de wereld van deze nieuwe politieke media. „Een nieuwe klasse media is opgekomen en dreigt onze news feeds over te nemen ,” schrijft hij in The New York Times Magazine.

Veel van de nieuwe media steunen Trump. Dat wil niet zeggen dat alle eigenaren fan van hem zijn; soms willen ze gewoon geld verdienen. Daarnaast zijn er nieuwe media die eerst democraat Bernie Sanders steunden en zich nu tegen Trump opstellen. Hillary Clinton is bij die nieuwe media minder aanwezig.

 
Deel dit verhaal: de enige vraag aan lezers
Natuurlijk, ook traditionele kranten en omroepen zijn aanwezig op Facebook. Maar de meeste missen het succes en de groei van de politieke nieuwkomers. Hun strategie is anders. Herrman: „De nieuwe media combineren activisme met journalistiek. Opvallend is wat ze wel en niet van hun lezers vragen. Ze vragen niet om meer verhalen aan te klikken. Ze streven niet naar engagement met het merk. Het enige wat ze lezers vragen is om het verhaal dat nu voor hen staat met anderen te delen. De rest is secundair.”

 
Het succes herhaald
Heb je één succesvolle pagina op Facebook, dan vraagt dat om meer. Online marketeer Terry Littlepage heeft inmniddels vijftig pagina’s op Facebook met titels als The American Patriot en My Favorite Gun, met in totaal zo’n tien miljoen volgers. Hij steekt maandelijks duizend dollar in advertenties op Facebook; de opbrengsten liggen in een goede maand rond de zestigduizend dollar.

Littlepage heeft gemengde gevoelens omdat hij geen fervent aanhanger is van Trump en hem nu wel aan het promoten is. Zijn favoriete kandidaat was Ted Cruz, die het niet heeft gered. Littlepage is een opportunist: hij heeft ook politiek linkse pagina’s op Facebook gehad, maar hij vond dat hij daarmee te weinig verdiende.

Naast de pagina’s die Trump steunen, heeft politiek links ook succesvolle nieuwe media op Facebook gelanceerd. Een voorbeeld is US Uncut met zo’n anderhalf miljoen volgers.

 
Politieke oorlog met memes
De politieke pagina’s gebruiken veel memes, beelden met een tekst eroverheen. Dat kan heel onschuldig: een foto van Sanders met een quote waarin hij pleit voor gratis onderwijs. Maar memes krijgen de meeste aandacht als je een tegenstander in een kwaad daglicht stelt.

Begin dit jaar loopt de strijd met memes tussen Sanders en Clinton hoog op. Zo verschijnt een portret van Clinton met een suggestieve tekst over steekpenningen die ze zou hebben aangenomen. Zulke memes worden tienduizenden keren gedeeld.

 
Zuckerberg weet van niets
De nieuwe politieke media zetten Facebook naar hun hand. CEO Mark Zuckerberg staat op het standpunt dat Facebook gebruikers faciliteert, maar dat het geen redactionele keuzes maakt over wat wel of niet op het netwerk mag. Politieke media in de vorm van een Facebook-pagina kunnen dus hun gang gaan. Facebook checkt ook niet of beschuldigingen kloppen; je kan over presidentskandidaten schrijven wat je wil.

Maar dat blijkt niet helemaal waar te zijn. Bij sommige politieke media grijpt Facebook hard in. Zo verwijderde Facebook de pagina ‘Occupy Democrats Logic’, omdat die te ver zou gaan. Die pagina ging tekeer tegen de politiek linkse pagina ‘Occupy Democrats’, omdat die onwaarheden zou verspreiden. Facebook verwijdert ook memes die in strijd zouden zijn met de regels.

En daarmee zitten we weer middenin het debat over censuur, of Facebook nu wel of niet een mediaorganisatie is, en of het netwerk door zulke keuzes een politiek gekleurde organisatie is.

 
Denk als een startup
Gevestigde media hebben het steeds moeilijker door de concurrentie van nieuwelingen. Ze zullen niet in alles meegaan – denk aan de populistische toon – maar kunnen wel wat leren. De nieuwe media hebben een voorsprong, omdat ze denken vanuit Facebook. „Deze uitgevers zijn ooit begonnen met een eigen Facebook-pagina. Ze denken vanuit het sociale netwerk, hoe ze daar succesvol kunnen zijn. Ze passen hun content daarop aan,” zegt onderzoeker Herrman.

Bij een analyse van de eigen krant kwam de online sectie van The New York Times tot een vergelijkbare conclusie: ,,We moeten leren denken als een tech startup.

 
Nieuw medialandschap
Onderzoeker Herrman verwacht dat de politieke media op Facebook ook na de verkiezingen zullen blijven bestaan. Tenminste in de VS. Daar leeft politiek meer dan in Nederland. Het is nu nog het wilde westen waar nieuwe pagina’s opkomen en andere verdwijnen. Uiteindelijk ontstaat een nieuw medialandschap dat zich vooral op Facebook manifesteert. Met een steeds grotere rol bij de presidentsverkiezingen.

Interactieve video: laat kijker kiezen wat belangrijk is

Interactieve video: laat kijker kiezen wat belangrijk is

Door een video interactief te maken speel je beter in op de wensen van consumenten en vergroot je het engagement. Laat kijkers kiezen wat ze precies willen zien. En help ze met handige knoppen binnen de video voor extra informatie of om direct een product te bestellen.

 
„Op de smartphone kan je niet zonder interactieve video’s. Een video beslaat het hele scherm, dus als je gebruikers keuzes wilt geven, dan moet je dat binnen de video doen,” zegt commercieel directeur Tom Ruijgrok van Blue Billywig. „We merken dat consumenten er blij mee zijn, ze kunnen zelf precies bepalen wat ze zien. Bedrijven krijgen meer inzicht in wat gebruikers willen en kunnen beter op de klantbehoefte inspelen.”

Blue Billywig, gevestigd in een bosrijk stukje Hilversum, is een online videoplatform. Bedrijven kunnen er terecht voor ontwerp, beheer en analyse van videocontent. Een productiebedrijf maakt de deelvideo’s. Blue Billywig, dat 35 werknemers telt, plaatst het bij elkaar en voegt interactieve elementen toe.

 
Succes bij KPN
KPN had de primeur. Het bedrijf maakte voor KPN in 2009 voor het eerst een interactieve video. „Geen video van acht minuten, maar korte clips van 25 seconden. Dat bleek te werken. Die video’s namen het call center veel werk uit handen.” Door in de video enkele vragen te beantwoorden komt de klant bij het antwoord op zijn specifieke vraag. Het begon met zevenduizend views per maand; inmiddels zijn dat er 250.000.

Sindsdien is het snel gegaan: van reisorganisaties tot woningcorporaties. Bedrijven en instellingen zijn volop met interactieve video aan de gang.

Zo geeft Allerhande interactief kookles. Tijdens het afspelen van de video kan je kiezen welke variant je wil zien – Hollandse of Italiaanse gehaktballetjes – , je kan het recept te voorschijn toveren en als een stap je te snel is gegaan, kan je die even terugkijken. De interacties maken de video gebruiksvriendelijk.

Bekijk hier de interactieve kookvideo van de Allerhande
 
 
Creatief of zakelijk
Een video van Blue Billywig zelf gaat nog verder. Je kan kiezen tussen een zakelijk of creatief pad, waarbij je door je keuzes andere fragmenten te zien krijgt en zo je eigen video samenstelt. Met flitsende muziek op de keuzemomenten. ,,We willen dat mensen niet alleen kijken, maar een ervaring krijgen die ze bijblijft,” zegt Ruijgrok.

„Je kan kijkers hun eigen soundtrack laten samenstellen,” zegt product owner Linda van der Veldt als ze de video toont. „Klik op de gitaar, de drums of de zanger, wat je maar wilt horen. Creatieve video’s lenen zich prima voor dat soort interactieve elementen.”

Op de site van Blue Billywig kan je je eigen video regisseren. Kies je soundtrack, acteur en camera. Klik op de homepage op de tv om het uit te proberen.

 
Videostrategie
De trend van video op de smartphone is al een tijd aan de gang. Uit onderzoek van Ooyala blijkt dat videogebruik op smartphone en tablet vorig jaar met 35 procent is gegroeid. Sinds 2013 is dat met 170 procent toegenomen. Het onderzoek richt zich op de VS, maar in Nederland is de trend niet anders. Het bereik van video wordt steeds groter, helemaal onder millennials.

Maar veel bedrijven hebben nog nauwelijks een videostrategie. „We zijn daar wel eens verbaasd over,” zegt Esther van Dorst, marketeer bij Blue Billywig. „Dan heeft een bedrijf een uitstekende marketingafdeling, maar blijkt video het ondergeschoven kindje te zijn.”

 
Conversie of engagement
De eerste stap die Blue Billiwig zet met bedrijven is het ontwerpen van een videostrategie. Wat is je doelstelling? Conversie, engagement, customer care of E-learning zijn heel geschikt om interactieve video toe te passen.

Maar interactieve video is geen doel op zich. „Het moet je doelstelling ondersteunen. Anders krijg je een prachtig opgetuigde kerstboom, maar als niet helder is wat je wilt bereiken, heb je er weinig aan. Alles begint bij het vaststellen van je doelen.”

 
Branching en overlays
Interactieve video maakt gebruik van twee uitbreidingen op je videocontent. Branching is dat je vertakkingen in een video maakt, dat elke kijker een eigen weg gaat en eigen video samenstelt. Ontwerpers maken een flow chart met mogelijke combinaties van videofragmenten. Vergelijk het met een customer journey, maar dan binnen een video.

Naast branching zijn er overlays, knoppen bovenop het beeld. Door te klikken kan je een actie uitvoeren, bijvoorbeeld iets downloaden, een formulier invullen of een specifieke video in de video bekijken. Of kies voor bepaalde toepassingen van een product: je kan de kijker zelf laten bepalen wat hij of zij wil zien.

 
Gepersonaliseerd en interactief
Mooi is ook de combinatie van een interactieve en gepersonaliseerde video. Als bepaalde gegevens van je bekend zijn, dan wordt de inhoud van de video daarop afgestemd. Pensioenfonds APG doet er al zijn voordeel mee. Bijvoorbeeld je leeftijd of de gezinssamenstelling is bekend en dus krijg je alleen die video’s te zien die op jou van toepassing zijn. „Bij complexe onderwerpen als pensioenen biedt interactieve video een uitkomst,” zegt Van Dorst. APG won er een communicatieprijs mee.

 
Consumentenonderzoek
Uit onderzoek van Trendbox in opdracht van Blue Billywig blijkt dat consumenten interactieve video waarderen. Proefpersonen kregen een lineaire of interactieve video te beoordelen, waarna ze de andere variant te zien kregen. Interactief springt eruit. Mensen waarderen het om zelf door de video heen te kunnen navigeren, ze onthouden de informatie beter en voelen zich meer betrokken. Bij de leeftijdsgroep tot 35 jaar scoort interactieve video het hoogst.

 
Goudmijn voor analisten
Bedrijven zien als grote winstpunt dat ze meer kunnen analyseren. Bij lineaire video is na te gaan hoe lang iemand kijkt. Interactieve video vertelt ook welke knoppen een gebruiker aanklikt. „Bedrijven kunnen zo speciek op wensen van klanten inspelen,” zegt Ruijgrok. „De bedrijfsleiding spreekt KPI’s af om het succes te meten. Met het platform kan je zien in hoeverre de doelstellingen zijn behaald.”

 
360-graden video
De nieuwste trend is 360-graden video. Ook dat kan interactief. Ruijgrok ziet er veel in. „Je loopt door een gebouw en kan alle kanten opkijken. En op elke plek die ertoe doet kunnen we een overlay leggen waar de consument meer informatie krijgt, een product goed kan bekijken of kiezen om een bepaalde richting in te slaan.”

Ruijgrok verwacht dat over vijf jaar interactieve video gemeengoed is, in elk geval voor de smartphone. Veel bedrijven hebben nu nog een slag te maken. „Het gaat integraal deel uitmaken van de marketing.”

En vanwaar Blue Billywig? De kenners weten het al lang. Blue Billywig komt uit Harry Potter. Het beestje, dat zo klein is dat je het niet ziet, kan een zweverig gevoel veroorzaken waardoor ineens alles kan. Zo vanzelfsprekend kan interactieve video gaan worden.

DJ Khaled, de koning van Snapchat

DJ Khaled, de koning van Snapchat

Met zo’n zes miljoen volgers is de 40-jarige DJ Khaled de ster van millennials op Snapchat. Zijn nieuwe album ‘Major Key’ geeft sleutels voor zijn succes op het sociale medium. „DJ Khaled is de king van Snapchat,” zegt senior vice-president Emmanuel Seuge van Coca-Cola.

 
DJ Khaled als gidsAls je Snapchat wilt begrijpen, neem dan DJ Khaled als je gids, schrijft zakensite Bloomberg. Apple Music en Ciroc Vodka hebben inmiddels contracten met hem gesloten. Want de DJ, producer en rapper is met zijn video’s en tips voor succes niet weg te slaan op het sociale netwerk. „Reis samen met mij op weg naar meer succes,” roept hij op de achterbank van zijn auto, terwijl zijn chauffeur gas geeft.

 
Sociaal netwerk van millennials
Snapchat geldt als het sociale netwerk van millennials. De verticale video’s die je via het platform verstuurt, blijven in de regel niet langer dan 24 uur bestaan (al is het mogelijk om video’s te bewaren).  DJ Khaled filmt alles, van zijn ontbijt tot ontmoetingen met bevriende rappers. We zien hem planten water geven terwijl hij roept tegen een beeld van een leeuw dat in zijn tuin staat. Vorig jaar wees een vriend hem op Snapchat. Hij probeert het. „Ik wist er niks van. Ik praatte maar wat in mezelf.”

 
Jetski
Zijn doorbraak komt als hij filmt terwijl hij in het donker aan het jetskiën is. Maar het gaat mis, hij ligt urenlang stil op het water. Zijn volgers op Snapchat zien de video’s, die meteen een hit zijn. Khaled geeft er een andere draai aan. „The key,” zegt hij, „is om niet in het donker te gaan jetskiën.”

 
Gouden sleutel als logo
The Key – de gouden sleutel – wordt zijn handelsmerk en logo. Het komt terug, hij gebruikt het in zijn video’s met tips. Er zitten even onzinnige als waardevolle tips bij, maar bij zijn volgers slaat het aan. The key om goed te slapen is voldoende kussens te hebben. The key voor succes op Snapchat is niet bang te zijn om jezelf te blijven. Sinds de jetski-nacht is Khaled haast synoniem met Snapchat. Hij schijnt het sociale netwerk te begrijpen waar iedereen op wil scoren, maar waar niemand greep op krijgt. Hij raakt bevriend met CEO Evan Spiegel, maakt Snapchat-video’s voor Ciroc Vodka en gaat een deal aan met Apple Music. Zijn uitspraken halen ook traditionele media als Time en Bloomberg Businessweek. „Hij heeft het netwerk opengebroken,” zegt Emmanuel Seuge van Coca Cola tegen Bloomberg.

 
Snapchat Stories en Discover
Bij nieuwe Snapchat-gebruikers slaat de verwarring toe zodra ze de app openen. Want het scherm ziet er compleet anders uit dan je gewend bent. Open de app en het lijkt alsof je de camera van je smartphone hebt geopend met een paar vage iconen in de hoeken. Door te swipen kom je in de berichtenbox: daar vind je de selfies van je vrienden met emojis of een trendy filter erover heen. Swipe de andere kant op en je komt bij de Stories, videoclips van vrienden en mensen die je kan volgen, zoals DJ Khaled. De bovenste helft van het scherm toont Snapchat’s Live Stories en Snapchat Discover. De Discover-kanalen worden gemaakt door media als CNN, The Wall Street Journal, Vice en Buzzfeed, elk met zo’n tien video’s per dag.

 
Neem horizontaal op; snij verticaal uit
Bedrijven die op Snapchat willen adverteren, komen in een nieuwe wereld. Want een ad is een verticale video die millennials in tien seconden moet overtuigen. De video ads worden vertoond binnen Snapchat Live en Discover. Daarnaast zijn er andere advertentiemogelijkheden, zoals gesponsorde lenzen (die een virtuele laag over een gezicht leggen) en gesponsorde geofilters. Je kunt in een studio de opname van een horizontale en verticale video handig combineren, schrijft consultant Brian Honigman. Neem horizontaal op, zorg dat de story zich in het midden afspeelt en maak daar een verticale uitsnede.
Maar DJ Khaled werkt anders. Zijn snapchatvideo’s tarten alle regels van het vak. Hij loopt rond met z’n smartphone, praat in zichzelf, tegen zijn leeuw en met iedereen die hij tegenkomt. In de video’s zitten lege passages die je eruit zou willen knippen. Slechte kleuren, overbelicht. Maar bij millennials slaan ze aan.

 
The key to success
Hij maakt gebruik van opzwepende slogans als ‘Bless up’ of ‘The key to success’ die door bedrijven als Mastercard en Burger King al zijn overgenomen. Met zijn gouden sleutel heeft hij een logo dat tot de verbeelding spreekt. Maar bovenal zijn de video’s rauw, oprecht, onopgesmukt, zoals je bij een branded video zelden zal zien. Dat blijkt op Snapchat te werken. „Blijf jezelf,” is het belangrijkste advies van Khaled. Die succesvolle rauwe presentatie moet ook bedrijven aan het denken zetten.

 
Bedrijven in Nederland op Snapchat
In Nederland zitten bedrijven en instellingen nog maar kort op Snapchat. Vodafone heeft vloggers die met een ‘Fantastic Friday Deal’ komen. De NOS laat jonge redacteuren het laatste nieuws brengen, compleet met emojis. De Hogeschool van Amsterdam werft studenten op Snapchat. Marketingfacts liet onderzoek doen naar ervaringen van bedrijven. Van de 83 ondervraagde merken,  bleken er 19 actief op Snapchat, waarvan 90 procent korter dan een jaar. Engagement en verhogen van awareness zijn de belangrijkste redenen om op het netwerk actief te zijn.

Snapchat stelt andere eisen, merken de bedrijven. Content moet snel en ‘fun’ zijn en niet zo commercieel zoals op andere platformen. Ga niet puur je merk promoten, de content moet meer ‘in the moment’ zijn. Volgersaantallen zijn nog laag, constateert Marketingfacts. Een kwart van de merken heeft minder dan 50 volgers, ruim de helft zit onder de 500 en 16 procent heeft er meer dan 2.000. Er valt nog wat te verbeteren.

 
Apple Music
Larry Jackson van Apple Music noemt DJ Khaled in Adweek als voorbeeld. „Hij is gepassioneerd, ambitieus en het belangrijkste: hij is echt. Het is de oprechtheid waarmee hij zijn audience bereikt en waarom zijn volgers van hem houden.”

DJ Khaled’s onlangs uitgekomen album ‘Major Key’ met artiesten als Jay Z en Meghan Trainor geeft subtiele hints om succesvol te zijn op Snapchat. In een interview met de Daily Mail zet Khaled zijn tips op een rijtje (sommige liggen zo voor de hand dat je vergeet eraan te denken): blijf jezelf, breng positieve boodschappen die motiveren, laat mensen zien wat je doet in je dagelijkse leven en gebruik gewone taal: praat zoals je altijd praat.

Snapchat is een vluchtig netwerk. De magie van DJ Khaled kan ineens voorbij zijn. Hij is zich ervan bewust, laat hij Bloomberg weten, en dus bewaart hij zijn posts. „Niet allemaal, maar wel mijn beste.”

Branded content helpt uitgevers barre winter door

Branded content helpt uitgevers barre winter door

Er komt een barre winter aan voor uitgevers. Branded content kan een oplossing bieden, mits goed onderscheidbaar van de rest. Het is niet de minste die dat zegt: CEO Mark Thompson van The New York Times, door velen nog steeds gezien als de beste krant ter wereld.

 
Ook goede kranten en hun internetsites hebben het moeilijk en The New York Times is geen uitzondering. De NYT experimenteerde met nieuwe vormen – van pakkende video’s tot onderscheidende longreads – om lezers te blijven trekken. Maar abonnees en adverteerders lieten de krant en site aanvankelijk in de steek. Nu trekt het aantal digitale abonnees aan.

Voor het Reuters Instituut van Oxford University schreef Thompson zijn visie op in het artikel ‘The Challenging New Economics of Journalism’.

 
Winter is coming
‘Winter is coming’. De terugkerende waarschuwing in de hitserie Game of Thrones mag dan fantasie zijn; Thompson voorspelt dat er voor uitgevers echt een barre winter aankomt die een aantal van hen de kop gaat kosten. En voor sommige is het helaas al te laat.

Hij ziet dat veel uitgevers ervoor kiezen om content van anderen dan maar goedkoop te recyclen en die aan te vullen met digitale advertenties. Dat werkt dus niet.

Hij ziet consumptie van nieuws snel switchen van de sites van uitgevers naar social media als Facebook en Snapchat. In de VS is dat al 46 procent van het nieuws; in Groot-Brittannië 35 procent. Veel uitgevers geven nu ruimte op hun site aan content discovery platforms (zoals Taboola), die die ruimte verkopen ‘aan God mag het weten.’

 
Branded content als alternatief
Er is een alternatief, houdt Thompson zijn lezers voor. ,,Wij zien bij de The New York Times dat er ruimte is voor digitale advertenties die gebruikers nuttig en prettig vinden.” Sinds ruim twee jaar heeft de NYT een eigen studio voor branded content: T Brand Studio, met als slogan ‘Stories that Influence the Influential’. Bij T Brand werken 70 journalisten, videographers, ontwerpers en technici.

Die branded content gaat de NYT dit jaar naar verwachting zo’n 50 miljoen dollar opleveren. Bij de smartphones is de groei het grootst.

Aparte advertenties gaan er uiteindelijk uit, want die worden nauwelijks bekeken. De groei zit in verhalen van adverteerders - in de vorm van tekst, slide shows, video of virtual reality - die naast de journalistieke content wordt geplaatst. Gebruikers moeten branded content wel kunnen onderscheiden van de gezaghebbende journalistieke producties die de journalisten van de NYT maken.

 
Engagement van lezers
Bij branded content, betoogt Thomson, staat engagement van lezers voorop. Vroeger liet een lezer zijn ogen even over een advertentie gaan. Branded content moet zo goed zijn dat lezers er tijd voor vrij maken. Het moet zich onderscheiden door kwaliteit en relevantie voor de gebruikers.

De CEO waarschuwt voor simpele oplossingen, zoals clickbait (koppen die meer beloven dan een artikel biedt en uiteindelijk lezers wegjagen) of de obsessie met het aantal unieke maandelijkse views (die blijken dan vaak van buiten de doelgroep te komen).

 
Investeer in kwaliteit
Naast branded content gaat de The New York Times door met digitale abonnementen. Tot verbazing van veel andere uitgevers zit daar bij de NYT een steeds verder stijgende lijn in. Thompson is daarover minder verbaasd. Het sleutelwoord is kwaliteit. ,,Terwijl anderen redacties uitkleden, investeren wij in kwaliteitsjournalistiek.” Dat trekt betalende lezers aan. Volgens de CEO gaat het ook om de mindset binnen het bedrijf. ,,Wij zijn ervan overtuigd dat alle verhalen die we maken het waard zijn om voor te betalen,” zegt hij.

Branded content, digitale abonnementen, e-commerce en events dragen bij aan het verdienmodel. Het is allemaal belangrijk, vindt Thompson, maar het is niet de kern waar het om gaat. ,,Alle uitgevers moeten zich afvragen of hun journalistieke producten het waard zijn om voor te betalen. Als dat niet zo is, wacht hen hetzelfde lot als de bakker wiens brood niet goed is.”

 
Strategische partners
Ook de organisatie moet volgens Thompson veranderen. Journalistieke redacties en commerciële afdelingen zijn traditioneel strikt gescheiden. In de huidige digitale wereld werkt dat niet meer. Redacties en commercial departements moeten strategische partners worden. Ze moeten samenwerken als het gaat om redactionele doelstellingen, user experience, innovatie in dataverwerking, technologie, creatief ontwerp en nieuwe benaderingen bij het business model.

De storm komt eraan, aldus Thompson. ,,Newsrooms en commerciële afdelingen die de nieuwe werkelijkheid ontkennen, zullen het niet redden. Degenen die kwaliteit en hun audience voorop stellen (...) zullen de juiste plek vinden, niet alleen om te overleven, maar ook om te groeien.”

Het geheim van Influencer marketing

Het geheim van Influencer marketing

Uit recent onderzoek blijkt dat je als merk meer succes kunt hebben door influencers in te schakelen. Je verdient elf keer zoveel terug van je investering als bij gewone betaalde digitale media. Wat zit er achter dit succes? En wat moet je als merk vooral wel en niet doen om dit ook te realiseren?

 
258 Top Fitness en Food Influencers kregen de opdracht om eigen content te maken die in het teken staat van Meatless Mondays. Hierin moest gebruik gemaakt worden van een bepaald merk amandelmelk. Er werd een groep blootgesteld aan online advertenties en een even grote groep die de content van de influencers langs zag komen. En wat bleek: er werd 285 dollar per 1000 views omgezet met influencer marketing tegen van 16 dollar per 1000 impressies van gewone online advertenties, wat uiteindelijk resulteerde in 11 keer meer Return on Investment (ROI). Het onderzoek werd uitgevoerd door onderzoeksbureau Nielsen Catalina Solutions uit opdracht van Influencer bureau TapInfluence.

 
Mond-tot-mond reclame
TapInfluence heeft natuurlijk baat bij deze uitkomst, en het rapport gebruikt het ook duidelijk als reclamepraatje voor zijn ‘geweldige’ systeem, waarmee je verzekerd bent van een boost van je ROI. Tijd voor een objectievere blik. Anneke Schogt is managing director van IMA: Influencer Marketing Agency, en wijst ons onder meer op een recentelijk onderzoek van Harvard over hoe social media de wereld heeft veranderd: ,,Mensen volgen geen merken, mensen volgen mensen,” zegt ze.

En over een interessant McKinsey-onderzoek uit 2015 zegt Schogt: ,,Hierin wordt nog eens extra benadrukt hoe belangrijk mond-tot-mond reclame is. Consumenten nemen veel sneller iets aan van andere consumenten dan wanneer het hen wordt opgelegd door een merk. Het zorgt voor twee keer zoveel verkoop dan iedere andere vorm van paid advertising. Eigenlijk kun je influencer marketing zien als een afgeleide vorm van mond-tot-mond reclame. Je moet alleen als merk wel de juiste influencer aan je verbinden.”

 
Influencer Marketing Agency
Schogt werkt sinds januari bij IMA dat in 2010 ooit begon als fashion platform Fashiolista, in 2013 veranderde in Influencer Marketing Agency en inmiddels bestaat uit een internationaal team van zo’n veertig mensen, een netwerk van 4000 influencers van over de hele wereld en meerdere grote merken als Tommy Hilfiger, Albert Heijn, TUI en KLM.

Schogt legt uit: ,,We hebben geen enkele influencer onder contract staan. Onze werkwijze is dat wij voor ieder brand op zoek gaan naar de best passende influencer. We kiezen dus nooit uit een vaste stal, maar breiden zo steeds verder uit, en gaan echt op zoek naar het beste voor je merk. En dat blijkt een groot succes te zijn, want we blijven groeien.”

 
Mensen koppelen
Duidelijk verhaal, maar wat kan die ene influencer wat een marketing of salesteam alleen niet voor elkaar krijgt? Schogt: ,,De kracht van influencer marketing ligt aan het feit dat we geen merken aan mensen koppelen, maar mensen aan mensen. De impact is daardoor veel groter. Helemaal als de match klopt. Een merk is niet langer wat wij de consumenten vertellen dat het is, maar wat consumenten elkaar vertellen dat het is.”

Mooi staaltje marketingwijsheid. En daarbij komt nog een bijkomend voordeel: ,,Bij influencer marketing heb je geen last van adblockers.”

 
Perfect match
Het draait er dus allemaal om die juiste influencer match vinden. Hoe doe je dat? Ook zonder een influencer marketingbureau in te schakelen. Schogt: ,,Het begint allemaal met weten wie je bent: waar sta je voor als merk? Vervolgens kijk je of je al fans hebt. Schakel deze in en betrek ze bij jouw merk. Ga een co-creatie aan. De statische houding van merk naar consument is allang verleden tijd, en dit is voor millennials ook verre van geloofwaardig.”

Bij IMA wordt gekeken wat de meest authentieke match is. ,,De influencer moet al van het merk houden, voordat hij het aanbeveelt. Op die manier komt het niet alleen geloofwaardig over op zijn followers, maar gaat ‘ie automatisch ook al meer doen  dan de afspraak is,” legt Schogt uit. ,,Om dat gevoel nog eens te versterken, laten we de influencers zélf bedenken en bepalen wat zij precies met hun followers delen. Anders wordt het te commercieel en dat werkt niet. Het enige wat vaststaat is de hashtag, zodat deze door de followers gedeeld kan worden en er online echt een beweging ontstaat.”

 
Engagement
Vaak wordt influencer marketing afgerekend op bereik, maar dat is volgens Schogt helemaal niet het belangrijkste. ,,Als ik aan de gemiddelde adverteerder vertel dat zeven influencers samen een bereik hebben van 10 miljoen mensen, dan vallen ze van hun stoel. Bereik is één ding, maar engagement, daar gaat het om. Er moet over je merk gesproken worden. Er moet op gereageerd worden, het moet gedeeld worden. En dat krijg je eerder voor elkaar als je een influencer inzet die een kleinere, maar wel hechte groep followers heeft.”

Dit zijn followers die betrokken zijn, en dus eerder de post met jouw merk zullen delen. Zo breidt de merkbeleving zich steeds verder uit.

 
Parfumolievlek
Zo kreeg IMA afgelopen winter van Yves Saint Laurent de opdracht om hun parfum Black Opium te promoten. Schogt: ,,Ieder jaar werd er een nieuwe flesje uitgebracht. Om dit te vieren nodigden we een selecte groep influencers uit voor een feest. Zij kregen een mooie uitnodiging voor een luxe lunch waar ze het parfum zouden krijgen. De uitnodigingen werden gepost op hun social media en al snel kregen we van andere influencers ook de vraag of ze op de lanceringlunch mochten komen.”

Als een ‘parfumolievlek’ verspreidde het nieuws zich: ,,Het werd een hype, en de followers pikte dit ook op. Met kerst was het parfum uitverkocht.”



 
AH saladeschap
Een andere geslaagde voorbeeldcase was voor Albert Heijn. ,,Om aandacht aan het nieuwe saladeschap van de AH te geven, hadden we een aantal food bloggers ingeschakeld. Zij maakten allemaal stop motion filmpjes op Instagram om te tonen hoe zij hun favoriete salade samenstelden,” vertelt Schogt.

De filmpjes werden zo goed bekeken dat de campagne werd uitgebreid en er zelfs een AH salade vierdaagse werd bedacht. ,,Hierbij werden alle followers opgeroepen ook hun favoriete salades te delen. Dat deden ze natuurlijk massaal. Met als resultaat: overal salades online.”



 
Geloofwaardigheid
Grote social influencers als Negin Mirsalehi worden natuurlijk aan de lopende band door merken gevraagd. Komt het nog wel geloofwaardig over als je iedere dag een ander merk promoot? ,,Daar moet je als social influencer zeker mee oppassen.” Een overkill voorkomen is belangrijk, maar ook eerlijkheid en transparantie volgens Schogt. ,,Wij adviseren altijd de hashtag sponsored erbij te plaatsen. Je followers zien toch wel of jij een type bent dat dagelijks een Levi’s spijkerbroek aantrekt. Daar doet die hashtag geen afbreuk aan. Followers hebben een zelf filterend vermogen.”

Door al die social influencers zie je door de bomen het bos bijna niet meer. Volgens Schogt is het einde nog lang niet in zicht. ,,We krijgen heel vaak de vraag: kunnen jullie mij helpen om influencer te worden? Ja, als er potentie is wel. Het begint en staat ermee dat je het vanuit je eigen passie doet.” Om er nu nog bij te kunnen, moet je wel écht iets te vertellen hebben. En duidelijke kennis van zaken. ,,Goede fashion influencers gaan verder dan alleen een foto van die ene leuke broek laten zien. Richt je je op food, dan moet je verder komen dan een simpel bordje pasta.

 
Toekomstmuziek
Die groep influencers wordt dus alleen maar groter en groter. Wat kunnen we nog meer verwachten? Schogt: ,,Er zal veel meer gebruik gemaakt worden van data van influencers om tot een perfecte match te komen. Ook historische data gaat hierin een sterkere rol spelen.”

Tussen merken en influencers gaat er ook iets veranderen. ,,Zij gaan steeds meer samenwerken met de merken. Het gaat om projecten op de lange termijn. Denk dan aan meedenken bij het ontwikkelen van een nieuwe fashion lijn, of een reispackage van een travelagent samenstellen.”

De boodschap is duidelijk: influencers zijn goud waard, mits je de perfecte match vindt en ze niet de les leest. Misschien komt er dan zelfs een gave samenwerking uit. Over engagement gesproken.

MWG AMMA 2016: DE WINNAARS

MWG AMMA 2016: DE WINNAARS
- PERSBERICHT -

Amsterdam, 19 mei 2016 - Op donderdag 19 mei 2016 zijn de jaarlijkse AMMA Awards uitgereikt. Tijdens een feestelijke uitreiking in een uitverkocht Theater Amsterdam namen de winnaars van de 15e editie van de AMMA Awards hun bokalen in ontvangst.

 
YIM Mediatalent van het Jaar
  • Brigit Moens, M2Media
  • Iris de Vries, TMG
  • Marriette van Tuyl, MediaCom
  • Tijmen van der Meer, Performics
 
Carl Lipp-prijs (beste mediavertegenwoordiger)
  • Didi van Doggenaar, Exterion Media
  • Maaike van Vorstenbos, Exterion Media
  • Michiel Schot, TMG
 
Beste engagementstrategie
  • Crimediggers (Politie) ZIGT, Steam
  • Nee, jij trekt volle zalen (Glenfiddich) Maxxium, Mediaxplain*
 
Beste gebruik van een medium
  • Coke FrisChicks UM
  • Het oudste medium herondekt (Glenfiddich) Maxxium, Mediaxplain*
  • World, here I come (ING) ING Bank, Schiphol Media, United State of Fans, Twofish
Beste mediaperformance
  • Fernandes #NoSpang UM
  • Maybelline 'Get-the-WOW-Brow!' ZenithOptimedia, L'Oréal, Moxie,
McCann, Performics
  • Microsoft Azure: In de wolken met het resultaat Carat
 
Beste media-innovatie
  • Introductie Vodafone YOU: Power to the Prepaid People, MEC
  • PON Videology MediaCom, Videology
  • Quest Test Nederland Quest (G+J Media Nederland)
  • Vodafone Thuis – ISP targeting Blue Mango Interactive
Hans du Chatinier-prijs (onderzoek)
  • Dagelijks Online Kijkcijfers, Hybride aanpak uniek in de wereld, SKO, Kantar Media/TNS
  • Digital Out of Home wordt accountable-Innovatieve zoektocht naar methoden en technieken, Kinetic, blowUP Media
 
Beste mediastrategie
  • Fernandes #NoSpang UM
  • Introductie Vodafone YOU: Power to the Prepaid People, MEC
  • Ontdek ‘Late Rembrandt online’ (KPN) Mindshare, Rijksmuseum, N=5, Born05, TOC, Digined
  • PHD versnelt groei voor Domino's PHD
 
 
Media-adverteerder van het jaar
  • KPN Mindshare
  • Nederlandse Staatsloterij UM
  • Unilever Mindshare
 
Media-exploitant van het jaar
  • BrandDeli
  • Exterion Media
  • RTL Nederland
 
Mediabureau van het jaar
  • MediaCom
  • Mediaxplain*
  • Zigt
 
De nominaties en winnaar in de categorie Carl Lipp-prijs (mediavertegenwoordiger van het jaar) zijn bepaald door een online enquête onder adverteerders en mediabureaus.
Het YIM Mediatalent van het jaar is door een jury gekozen aan de hand van een workshop waarin een case moest worden uitgewerkt en gepresenteerd.

De overige negen categorieën werden gejureerd door een vakjury.

 
Over de AMMA
De MWG AMMA Awards (Annual Masters of Media Awards) is een initiatief van MWG en zijn dé mediaprijzen in de Nederlandse communicatiebranche. De AMMA awards belonen de beste mediaprestaties van een jaar. De awards werden in 2001 voor het eerst uitgereikt.

 
 

Candid Group wil kennis over 360° marketingondersteuning delen

Candid Group wil kennis over 360° marketingondersteuning delen

In de snel veranderende mediawereld moet je media, creatie, onderzoek en slimme IT combineren om klanten succesvol te kunnen helpen. De Candid Group denkt de ideale mix voor 360° marketingondersteuning te hebben gevonden en wil die kennis graag delen.

 
Mediadirecteur Harry Dekker van Unilever zei het al tijdens het recente MWG-congres. Door toenemende digitalisering en technologische ontwikkelingen zullen de bestaande zuilen in de media verdwijnen en zullen er één-loket-organisaties ontstaan.

De Candid Group lijkt daarom het product van een vooruitziende blik. De onafhankelijke mediagroep verenigde het afgelopen decennium essentiële expertises in de reclamewereld onder één dak. CEO Gérard Ghazarian begon in 2003 met mediabureau Head to Head, voegde al snel de creatie van reclamebureau Vlam toe en later het marktonderzoek en de data-analyse van onderzoeksbureau Vostradamus. Als laatste loot kwam de technologische innovatie van software ontwikkelaar Lavinci aan de stam te hangen.

,,Elk bureau roept dat het fullservice is,” zegt Ghazarian. ,,Een reclamebureau kan voor jou een advertentie, radiospot, banner of website ontwerpen. Een mediabureau kan voor jou een mediastrategie opzetten of een communicatieplan maken. Een onderzoeksbureau kan voor jou het effect van een campagne onderzoeken. Wij kunnen klanten op alle gebieden tegelijk helpen.”

 
Transparant
De naam ‘Candid’ staat voor transparant, met open vizier. ,,Waarden die bij onze groep passen. Wij laten onze klanten zien wie we zijn, wat we doen en hoe we ons geld verdienen. Zij zijn member in ons avontuur,” aldus Ghazarian. ,,We zitten niet meer in een omgeving waarin je boodschappen kunt forceren. Mensen moeten je willen volgen. Je moet iets te bieden hebben. Daar geven wij advies over en we kunnen die strategie voor je toepassen. We zijn de eerste onafhankelijke mediagroep van Nederland die daarin 360° marketingondersteuning kan bieden.”

 
Kennis delen
De Candid Group wil zijn kennis over nieuwe strategieën en nieuwe manieren van adverteren graag delen. Met de markt, met collega’s en met partners. ,,Dat is ook de reden dat we bij de Dutch Marketing Awards het ‘Marketing Talent of the Year’ sponsoren,” zegt Ghazarian. ,,We willen talentvolle marketeers helpen met onze expertise.”

Om zijn kennis te delen gaat de Candid Group de komende tijd boeken uitgeven en sessies voor mediamensen, klanten en bedrijven organiseren. Ook heeft het sinds kort een eigen online nieuwskanaal: Frank.news. Het kanaal werkt met een onafhankelijke redactie, die open en transparant schrijft over nieuws en ontwikkelingen in media, marketing, reclame en onderzoek. Zonder advertenties.

Ghazarian: ,,Bij Frank.news zijn we niet bezig met het behalen van extra omzet. Ons eerste doel is om voor onze klanten en verder iedereen in de sector goede content te produceren over het veld waarin wij werken. Daarin willen wij een leidende rol hebben.” Door het nieuwskanaal worden ook eigen medewerkers continu voorzien van relevante kennis.

De vier bedrijven van de groep zijn elk vernieuwend in hun discipline, stelt Ghazarian. Head to Head weet hoe je doelgroepen moet bereiken en effectieve campagnes moet voeren en is expert in vernieuwende mediastrategieën als content marketing of engagement toevoegen aan bereik. Vlam creative agency kruipt met behavourial advertising, rebranding en storytelling via omni-kanalen steeds dichter op de huid van doelgroepen. Vostradamus weet van big data smart data te maken en helpt via de Vostradamus Performance Index (VPI) de juiste data in te zetten voor een campagne.

Live video zorgt voor meer brand engagement

Live video zorgt voor meer brand engagement

Een live video wordt zeven keer langer bekeken dan een opgenomen clip. Dat blijkt uit marketingonderzoek in de VS. CEO’s zeggen dat live streaming zorgt voor ‘authentiek brand engagement’. Live streaming kan vanuit een professionele studio, maar ook eenvoudig met de smartphone.

 
In Londen scoort een pizzeria een enorme hit door bezorgers live op video te volgen. Pizzeria Sodo wil rekening houden met het milieu en laat renners van een plaatselijke sportclub de pizza’s bezorgen. Klanten kunnen realtime op hun smartphone via Periscope zien hoever de bezorger is.

De stunt van de Engelse pizzeria is zo’n succes dat de zaak in drie uur is uitverkocht. Reclamebureau TBWA bedacht de eenmalige actie, die vanwege alle aandacht nu maandelijks wordt herhaald.

 
Productpresentaties
Van retail tot grote merken: steeds meer bedrijven zetten live video in. Dat kan op veel manieren: van een productpresentatie, een live reportage van het productieproces of live gesprekken met klanten over hun productervaringen.

Bij live streaming weten consumenten dat er niet in de video is geknipt. Ze ervaren dat als oprechter dan een commercial waarin elke seconde van te voren is vastgelegd.

 
Influencer briefings
Vooral in de VS zit de groei er flink in. Tot dusver gebruikten veel bedrijven live streaming alleen intern, bijvoorbeeld voor sales trainingen. Maar dit jaar gaan de livestreams meer naar de klanten. Het bureau Brandlive in Portland aan de Amerikaanse westkust deed er onderzoek naar. Ruim de helft van tweehonderd ondervraagde bedrijven zegt live video te gaan inzetten voor productlanceringen, consumentenpanels of influencer briefings.

„Brands en retailers hebben streaming video als nieuw digitaal mediakanaal ontdekt,” zegt vice-president Steve Gehlen van Brandlive. „Met live video hebben ze interactie met hun werknemers, partners en klanten op een nieuwe manier die authentiek en engaging is.”

 
Authentiek
CEO’s zeggen dat digitale marketing door live streaming persoonlijker en authentieker wordt. Klanten kunnen realtime feedback geven. Ook gaan bedrijven live video vaker inzetten voor storytelling, om het verhaal van een product of bedrijf te vertellen.

 
Galaxy S7
Samsung weet als geen ander hoe je met live streaming een product kunt lanceren. Flitsende beelden als intro, spannende muziek en een manager die de nieuwe Galaxy S7 live in Barcelona presenteert. Je weet niet wat er gaat komen en je wil erbij bljven. De presentatie van ruim vijftig minuten is volgens Samsung door miljoenen mensen bekeken. De video staat nu op Youtube en is nog steeds populair (vanaf 1.40 min wordt het spannend; vanaf 3.00 min gaat Samsung’s mobile chief D.J. Koh live).

https://www.youtube.com/watch?v=O6KeASdz2AI

 
Mark Zuckerberg
Facebook CEO Mark Zuckerberg komt bij de Samsung presentatie ook even langs (te zien vanaf 46.00 min) en belooft een toekomst met wat hij noemt dynamic live streaming, waarbij we in hoge kwaliteit live 360 graden video kunnen zien. „Dat is alsof je zelf bij een gebeurtenis bent,” zegt Zuckerberg.

Facebook investeert fors in live video en biedt in steeds meer landen de mogelijkheid om via de app te streamen. Live video’s komen bij Facebook bovenaan in de news feed te staan.

 
Periscope
Voor adverteerders biedt live video grote kansen. Kijkers blijven bij een gestreamde presentatie vaak zo’n twintig minuten hangen. Bij een vooraf opgenomen clip is dat twee tot drie minuten, blijkt uit het survey van Brandlive. Veel bedrijven maken bij live video gebruik van Periscope van Twitter en nu komt dus ook Facebook eraan.

 
Drones live te volgen
General Electric was er snel bij als gebruiker van Periscope. De multinational scoorde met live streaming tijdens de #Droneweek. Drones lieten een week lang spannende beelden zien van GE-fabrieken van kust tot kust in de Verenigde Staten. Van windenergieparken tot straalmotoren voor vliegtuigen. Allemaal live te volgen.

https://www.youtube.com/watch?v=X57vJYRt35Y

 
Adidas
Voetballer James Rodríguez van Real Madrid tekende zijn nieuwe contract met Adidas tijdens een live uitgezonden event. De stream kwam via Periscope op Twitter. Ook hier voel je de spanning omdat het live is. Het is terug te zien op Youtube, dan met een paar flitsende videofragmenten om de event heen gemonteerd.

https://www.youtube.com/watch?v=bFow7OeIzfg

 

Google-topman: maak eind aan GRP en gemakzucht

Google-topman: maak eind aan GRP en gemakzucht

Adverteerders en marketeers moeten in het digitale tijdperk het roer fundamenteel omgooien. Ze moeten stoppen om de doelgroep 20-49 met one-size-fits-all boodschappen te bestoken alsof het één homogene groep consumenten is. Bereik meten in gross rating points (GRP’s) en afrekenen in kosten per acquisitie (CPA’s) is zinloos zonder te corrigeren voor engagement.

 
Wie dat zegt? Joris Merks-Benjaminsen - Head of digital transformation bij Google en schrijver van het beste marketingboek van 2015: Online brand identity. Hij hield de specialisten uit de marketing- en mediawereld tijdens het MWG-congres een spiegel voor, waar ze liever niet in kijken.

Hij ziet met enige verbazing dat sommige bedrijven nog steeds een gescheiden online en offline marketing afdeling hebben. Digitaal hoort volgens hem geen eigen specialiteit te zijn, maar moet overal in verweven zitten.

 
We weten hoe het moet, maar doen het niet
De Google-topman verbaast zich over de hedendaagse praktijk in de media- en reclamewereld, die al lang niet meer aansluit bij de realiteit en de mogelijkheden die digitalisering biedt. ,,We weten heel goed hoe het moet, doen dat vervolgens structureel niet en doen de dingen waar we eigenlijk niet meer in geloven. Dat is slecht voor het vak,” stelt hij.

Want hoewel we heel goed weten dat ieder mens – en dus iedere consument – verschillend is, krijgt iedereen in de doelgroep 20-49 dezelfde one-size-fits-all boodschap toegestuurd. Op televisie en radio kon dat niet anders, maar digitaal zijn op maat gesneden, gepersonaliseerde advertenties prima mogelijk.

Waarom dat niet gebeurt? Gemakzucht, denkt Merks-Benjaminsen. Veel mediaplannen noemen in één regeltje digital in de mediamix en gaan gewoon verder met de one-size-fits-all  campagnes.

 
Waardeloze vereenvoudigen van werkelijkheid
Adverteerder mikken op de laatste klik voor het koopmoment. Tik je op Google ‘koop dit’ of ‘boek dat’ in, dan krijg je pagina’s vol producten, hotels of reizen. Zoek je op ‘leukste plekjes’ dan blijft de pagina leeg. Waarom? Dat is moeilijker door te meten, er zitten meer kliks voor de aankoop en dat is lastig.

Merks-Benjaminsen: ,,Met GRP en CPA hebben we een vereenvoudiging van de werkelijkheid gecreëerd die zo ver van de werkelijkheid af staat dat je er eigenlijk niets meer aan hebt. En dat blijven we toch maar doen. Het resultaat is dit: We zeggen dat de klant centraal staat. En we zeggen dat we relevant willen zijn over de hele customer journey. Maar 90 procent van alle branding budgetten wordt op bereik afgerekend zonder te corrigeren voor engagement. En 90 procent van de niet-branding budgetten wordt op kosten per acquisitie afgerekend, op de laatste klik vlak voor de aankoop.”

 
Klant staat niet centraal
Op die manier gaan adverteerders pushen (branding) en stalken (performance) en vergeten ze een grote groep mensen die vragen stellen en inspiratie zoeken. ,,En dan zijn we verbaasd dat consumenten adblockers gaan installeren. Natuurlijk doen ze dat, want de klant staat niet centraal, KPI’s staan centraal. Dat is jammer. Daar moeten we wat aan doen,” zegt hij.

 
Content strategie onontkoombaar
Hij hoopt dat content strategie steeds meer terrein zal winnen, hoe lastig het effect daarvan ook te meten is. Mooie voorbeelden daarvan vindt hij online warenhuis Coolblue, L’Oréal Paris met zijn Make Up Genius app en zijn Maybelline programmatic marketing campagne en Wehkamp, dat van een papieren bedrijf in een online bedrijf transformeerde.

 
Vijf lessen
Merks-Benjaminsen heeft vijf lessen voor de mediawereld in 2016:

1: Als iets lastig te meten wil dat niet zeggen dat het een slecht idee is.

2: Als iets wel makkelijk te meten is wil het niet zeggen dat het een goed idee is. Of dat je je daartoe moet beperken.

3: Ruw schatten van complexiteit is al snel beter dan doen alsof het niet bestaat.

4: Er gebeurt pas echt wat als je wat doet.

5: Je kunt niet meten wat je nog nooit gedaan hebt. Lange termijn impact is moeilijker te meten dan korte termijn impact. Als je denkt dat data al je vragen oplost doe je alleen korte termijn dingen en doe je nooit iets fundamenteel nieuws. Dan kom je niet door de digitale transformatie heen en gaat je business in de toekomst onderuit.

 
Vijf dingen om mee te stoppen
Ook wil hij vijf dingen niet meer zien in 2016. Gewoon per direct mee stoppen dus, aldus Merks-Benjaminsen.

1: Online als één regel in een mediaplan. Online is de mediamix van de toekomst, dus moet je het ook zo gebruiken.

2: Het kwantificeren van bereik zonder het kwantificeren van engagement. Gooi die GRP gewoon weg. Als je hem per se toch wilt gebruiken corrigeer hem dan op zijn minst ruw voor de mate van engagement van je verschillende devices en formats.

3: Doe niet alsof de customer journey één klik is.

4: Doe niet alleen aan one-size-fits-all demografische targeting. Pas dan leer je digitaal goed gebruiken.

5: Het zinnetje: ‘Als je kunt bewijzen dat het werkt gaan we het doen.’ Of de bedekte versie: ‘Kun je dat plan alsjeblieft wat verder uitwerken’ of ‘Goed idee, dat moeten we nader onderzoeken’.

 
Bekijk de hele presentatie hier:

https://www.youtube.com/watch?v=Pe7Hk0coqnk

 

Content marketing is de toekomst: wees het verhaal

Content marketing is de toekomst: wees het verhaal

Vergeet de 4P’s. Vergeet branding. Vertel een verhaal of sterker nog: wees het verhaal. Bied relevante content aan je klanten. Consequent, vanuit één strategie, geventileerd op alle mogelijke kanalen. Nieuwe en traditionele. Denk als media. Word je eigen uitgever, hoofdredacteur, programmamaker en mediamagnaat. Ziedaar de ingrediënten voor goede content marketing. Want over één ding zijn invloedrijke deskundigen en een nieuwe professor het eens: het is dé marketing van de toekomst.

 
Het begrip content marketing wordt in razend tempo uitgehold. Er zijn te veel definities en soms is het gewoon ouderwetse reclame. Iedereen in de mediabranche is er mee bezig en iedereen noemt zich specialist. Tijd dus om het kaf van het koren te scheiden en te zoeken naar goede, relevante en daardoor succesvolle content marketing.

 
Nieuwe hoogleraar content marketing
Ook de Universiteit van Amsterdam (UvA) ziet het medialandschap veranderen en het belang van content toenemen. Daarom heeft de UvA prof. dr. Ed Peelen aangesteld als bijzonder hoogleraar content marketing. In maart beginnen zijn colleges voor zo’n 200 studenten communicatiewetenschappen.

,,De informatiebehoefte bij consumenten neemt toe. Ze willen weten door wie een product gemaakt wordt en waar het vandaan komt, hoe anderen er over denken en hoe je er mee kunt omgaan. De waarde van informatie wordt groter ten opzichte van de functie van het product. Daar moeten merken op inspelen,” stelt Peelen.

Daarbij is relevante content belangrijk. Hij ziet dat steeds meer bedrijven zelf de uitgeeffunctie oppakken en met eigen media komen. Het Allerhande concept van Albert Heijn noemt hij een geslaagd voorbeeld daarvan. ,, ,,Een magazine, een website met recepten, een sociale component voor reacties en inbreng van eigen recepten, alles gekoppeld aan boodschappenlijstjes en zelfs een app die de looproute in de winkel aangeeft naar de benodigde producten. Als je kijkt wat AH daarmee bereikt heeft. Door Allerhande is de Italiaanse keuken in Nederland populair geworden en zijn we aan de wijn gegaan. Zo lukt het dus om de markt te veranderen,” aldus Peelen.

De professor heeft een lange staat van dienst. Hij is partner en medeoprichter van ICSB Marketing en Strategie, was eerder hoogleraar op Nyenrode Business Universiteit en universitair hoofdocent op de Erasmus Universiteit en de UvA.

 
Alles vanuit één strategie
Hij gaat content marketing op een integrale wijze behandelen. ,,Je moet als merk of bedrijf vanuit één strategie je verhaal vertellen en die content door vertalen naar diverse kanalen,” aldus Peelen.

Daarbij moeten merken hun kennisbronnen identificeren, gebruik maken van social listening – wat zijn de topics? – zorgen voor een mooie vorm en goed nadenken over doelstelling en de vraag: hoe krijg je bereik, lezers of viewers?

,,Content marketing zal een steeds belangrijkere rol gaan spelen, terwijl andere vormen van communicatie minder belangrijk worden,” voorspelt Peelen. ,,Advertenties zijn relatief duur voor hetgeen je terugkrijgt. We zijn allemaal op zoek naar een stukje engagement. Ik zie dat dit een grote strategische functie gaat krijgen.”

 
Merken moeten mediadenken
Carlijn Postma noemt het een evolutie. ,,Alles draait om inhoudelijk relevante verhalen, waar het publiek op zit te wachten,” legt ze uit. ,,De vraag is: waar kunnen wij als merk en publiek het samen over hebben? Wat is ons gemeenschappelijk verhaal? Wanneer ben ik relevant voor mijn publiek?”

Ze is eigenaar van The Post, schreef diverse boeken en artikelen en werd geciteerd door internationale deskundigen op dit vlak. Daardoor stond ze in 2014 ineens op plaats 27 in een internationale lijst van 200 meest invloedrijke personen op gebied van content marketing.

Ze stelt dat merken net als media moeten denken. Dus denken als een programmamaker, hoofdredacteur en een mediamagnaat en relevante content laten produceren door een redactie. In een artikel op Frankwatching.com beschrijft ze wat ze onder dat ‘mediadenken’ verstaat. ,,Bedrijven moeten een eigen mediaplatform hebben om een directe lijn met hun publiek te krijgen,” legt ze uit. ,,Dus niet alleen een kanaal van de Ster lenen om je boodschap te pluggen. Daarbij is een online kanaal het best meetbare en best stuurbare medium. Daar kunnen mensen content delen en erop reageren, krijg je interactie. Alle informatie is tegenwoordig online te vinden. Als mensen iets over een nieuw product willen weten, wachten ze niet op een magazine, maar gaan ze meteen het internet op.”

 
Afleveringen uit tv-serie
Goede voorbeelden vindt ze LindaTV, maar ook magazine vtwonen, dat de stap van magazine naar televisieprogramma wist te maken. Advertorials waarin twaalf keer de naam van de adverteerder staat, noemt ze mislukt. Ook Postma adviseert haar klanten vanuit één heldere strategie te werken. ,,Vergelijk het met het schrijven van een tv-serie,” zegt ze. ,,Als je weet waar jouw serie over gaat kun je vanuit dat scenario de afleveringen gaan schrijven.”

 
Wees het verhaal
De Amerikaanse documentaire The story of content - rise of the new marketing laat zien dat content marketing slechts een nieuwe naam is voor iets wat al zo oud is als de mensheid. Terwijl in Europa de Michelin Gids – in 1900 gelanceerd als een boekje met onderhouds- en reistips – geldt als een van de eerste voorbeelden is dat in Amerika The Furrow van tractorfabriek John Deere. Dit magazine schrijft sinds 1895 relevante artikelen voor agrariërs, terwijl de naam van John Deere er nauwelijks in wordt genoemd. Een moderner voorbeeld zijn de filmpjes van 'Will it blend'. Die bleken die zo populair dat fabrikant Blendtec er 500 miljoen views mee trok en zijn omzet met 1000% zag stijgen, zonder geld uit te geven aan reclame. In de documentaire zegt professor Don Schultz dat brands en branding en de 4 P’s - van product, prijs, plaats en promotie - in marketing achterhaald zijn. Een artefact uit de jaren ’60, ‘70’ en ’80. Uit de tijd dat een paar massamedia alle macht hadden. Ook andere deskundigen stellen dat miljarden consumenten tegenwoordig zelf hun weg op het internet zoeken. Het marketingbudget spreiden over al die kanalen is als een pizza in miljoenen kleine stukjes proberen te snijden. De belangrijkste boodschap is: het gaat er niet om ‘to sell the story’, maar ‘to tell the story’. Of zoals Kirk Cheyfitz van Story Worldwide aan het eind zegt: ,,De enige, goede manier om content marketing te bedrijven is ‘to be the story.’

 
Ondernemerscollege.nl
In Nederland koos accountantskantoor Baker Tilly Berk (BTB) voor een onorthodoxe vorm van content marketing. Het hele budget voor het vroegere relatiemagazine gaat voortaan naar het Ondernemerscollege.nl. Via dit videoplatform laat BTB bevlogen visionairs aan het woord, die ondernemend Nederland in maximaal 15 minuten op de hoogte brengen van de laatste trends en ontwikkelingen. Van crowdfunding tot klantmanagement, van het gebruik van nieuwe technologieën tot de vraag: hoe bouw je een sterk merk zonder reclame?

Elke nieuwe video trekt minimaal 10.000 views, met uitschieters tot 17.000 kijkers.

,,Op deze manier kunnen we relevante kennis delen. Wij weten wat er speelt bij onze ondernemers en willen ons netwerk beschikbaar stellen. Tegelijkertijd vergroten we hiermee onze naamsbekendheid,” zegt hoofd marketing  & communicatie Marjanne Poppen van BTB.

 
Bank exploiteert eigen tv-kanaal
Op internet zijn tal van geslaagde en minder geslaagde voorbeelden te vinden. De ‘smarticle’ op Nu.nl van Secret Escapes content marketing noemen is behoorlijk vergezocht. Dat verhaal gaat niet verder dan het aanbieden van reizen tegen korting. Wel een mooi voorbeeld is de Deense Jyskebank. Die exploiteert een eigen tv-omroep, vergelijkbaar met RTLZ. ,,Als je niet kunt vertrouwen op de media, moet je zelf een medium worden,” verklaart hoofdredacteur Lasse Hoegfeldt van Jyskebank.tv die stap.

 
Frank
Op de keeper beschouwd is ook Frank.news een ver doorgevoerde vorm van content marketing. Het nieuwekanaal van de Candid Group werkt met een onafhankelijke redactie, die de opdracht heeft om open, eerlijk en transparant te schrijven over media, marketing en reclame. Dat is in de branche geen vanzelfsprekendheid, omdat de ons-kent-ons-cultuur diepgeworteld is en sommige media alleen over merken of bedrijven berichten als er een advertentie aan gekoppeld zit. Frank.news werkt dan ook bewust niet met advertenties, om de schijn van belangenverstrengeling te voorkomen.

CEO Gérard Ghazarian van de Candid Group is ervan overtuigd dat lezers, bedrijven of merken die de aanpak van Frank.news waarderen, vanzelf ooit een keer als klant terecht komen bij een van de andere bedrijven binnen de groep. Een lange termijnvisie. ,,Bij Frank.news zijn we niet bezig met het behalen van extra omzet. Ons eerste doel is om voor onze klanten, bedrijven en verder iedereen in de sector goede content te produceren over het veld waarin wij werken,” stelt Ghazarian. ,,Daarin willen wij een leider en geen volger zijn. Mensen die daar bij willen horen trek je dan op den duur vanzelf naar je toe.”

Bovendien werkt zo’n nieuwskanaal twee kanten op. Ook medewerkers van de groep worden door het kanaal voorzien van relevante kennis en nieuws en gedwongen na te denken over hun  vak.

 
Segmentering van media
Volgen Ghazarian is het toenemende belang van content marketing inherent aan de opkomst van internet en de segmentering van media. ,,Vroeger had je twee televisiezenders. Dat waren echte ‘powerhouses’ waar je je advertenties op moest zien te krijgen. Nu heb je talloze zenders en kanalen, te volgen op talloze devices en wordt de macht van de grote zenders afgebroken. Daardoor ben je als merk op jezelf aangewezen en moet je je eigen publisher zijn.”

 
Mond-tot-mond
Hoewel hij content marketing ziet als de toekomst van advertising in het digitale tijdperk, is het niet de enige manier van marketing. Blijf dus spreiden, luidt zijn devies. Essentieel is volgens hem het produceren van relevante content, verteld volgens een consistente boodschap op verschillende cross-mediale kanalen. Ghazarian: ,,We geven al eeuwen via mond-tot-mond verhalen en informatie door. Het wordt pas doorverteld als die verhalen iets persoonlijks met je doen. Als ze je inspireren of verrassen of ze walging of afkeer veroorzaken.”

Be Candid,
it’s contagious.

Candidness is the quality of speaking with
honesty and authenticity. Our Candid editorial
team shares stories that matter on media, data,
marketing, creativeness and technology.

Our Candid editorial team
creates stories that matter.