Candid. Platform
for growth.

De kletskassa bij de Jumbo: een mooi staaltje purpose marketing?

Hallojumbo
Speciaal voor eenzame ouderen is er nu Jumbo's kletskassa. Ook al is er gee...
Continue reading
  1970 Hits
  0 Comments
1970 Hits
0 Comments

Cultuursector krijgt nu ook korting op commerciële radio

cultuur
Via Ster & Cultuur kon de culturele sector met korting adverteren op de...
Continue reading
  7576 Hits
  0 Comments
7576 Hits
0 Comments

Waarom de VPRO de perfecte commerciële omroep zou zijn

Waaromdevpro
Zouden er, na Veronica in 1995, nog andere omroepen commercieel willen gaan...
Continue reading
  2230 Hits
  0 Comments
2230 Hits
0 Comments

Waar wordt er ge-unbrand dan?

pindakaas
Groot, groter, grootst. Als je het aan een leverancier vraagt ziet hij zijn...
Continue reading
  2646 Hits
  0 Comments
2646 Hits
0 Comments

MWG-congres: Media vanuit andere hoek bekeken

MWG-congres: Media vanuit andere hoek bekeken
PERSBERICHT

Amsterdam, 1 februari 2017

Februari is traditioneel ingeruimd voor hèt mediacongres van de grootste brancheorganisatie binnen de media: de MWG. Op donderdag 9 februari wordt in de Passenger Terminal Amsterdam met het thema ‘A different perspective’, de mediawereld op zijn kop gezet.

 
Maar liefst veertien sprekers, zowel nationaal als internationaal, belichten onderwerpen die hot topic zijn binnen de media. Zij worden afgewisseld met cabaretier Jan Jaap van der Wal in de rol van sidekick naast dagvoorzitter Jim Stolze.

 
Sprekers   
Het MWG Mediacongres 2017 zet de mediawereld op zijn kop. Omdenken, de branche binnenstebuiten keren en schoppen tegen heilige huisjes, dat is de rode draad van deze dag.

Elk van de veertien sprekers belicht een ander onderwerp.

 
  • Wetenschap: keynote Anita Elberse (Hoogleraar Harvard Business School). Zij verzorgt de opening van het congres en onthult de strategieën achter de grootste mediasuccessen en wat de Nederlandse markt daarvan kan leren.
  • Toekomst van televisie kijken: Bert Habets (CEO RTL Nederland) over hoe hij kijkt naar de dalende kijktijd en hoe je daarop anticipeert als media-exploitant.
  • Social networking: Constance Scholten (CEO & Co-Founder Camarilla) over ‘bounding’ in plaats van ‘performing’.
  • Cijfers: Ionica Smeets (Hoogleraar wetenschapscommunicatie Universiteit Leiden) laat ons op een andere manier naar cijfers kijken.
  • Influencers: Omar Kbiri (Co-Founder Maak) geeft door de bril van een influencer o.a. een kijk op authenticiteit, commercie, technologie en data.
  • Technologie: John Ridpath (Head of product Decoded) over technologische veranderingen en de impact op het mediavak.
  • Radio: Erik de Zwart (Media-ondernemer) over de toekomst van radio en audio.
  • Print: Christel van den Hazel (Directeur Business Development De Persgroep) over de toekomst van print.
  • Advertising: Marloes Schenk (Brand manager NYX Cosmetics) over succesvol zijn zonder gebruik te maken van traditionele advertising.
  • Privacy: Melanie Rieback (CEO & Co-Founder Radically Open Security) over privacy en veiligheid.
  • Digitale transitie: Shailesh Prakash (CIO & EVP The Washington Post) over hoe The Washington Post de digitale transitie heeft gerealiseerd.
  • Artificial Intelligence: George Bethell (Global Channel Strategist PHD Unilever Global Strategy Unit) over de implicaties van AI voor marketing.
  • Column: Dick van der Lecq (Directeur ETCETERA) met zijn ‘different’ visie op het mediavak.
  • Privacy: Antoinette Hoes (CEO Wunderman & Blast Radius) geeft een tegengeluid gebaseerd op de effectiviteit, relevantie en toegevoegde waarde van data.
 
Het congres wordt traditiegetrouw afgesloten met het mediafeest, genaamd ‘A different party’.

Kaarten voor het feest zijn apart verkrijgbaar.

 
Locatie:

Passenger Terminal Amsterdam

Piet Heinkade 27

1019 BR Amsterdam

 
Voor meer informatie: www.mwg.nl/mediacongres
 
Over de MWG 
De MWG is dé branchevereniging van en voor mensen in de commerciële communicatie met een passie voor media. De leden zijn werkzaam bij onder meer adverteerders, digitale bureaus, mediabureaus, onderzoeksbureaus, media-exploitanten en uitgevers. Het doel van de MWG is om via diverse events, bijeenkomsten en publicaties de kennis op mediagebied van leden en vakgenoten te verbreden en verdiepen. Daarnaast is de MWG een sociaal platform waar mensen uit het vak elkaar ontmoeten.
  4747 Hits
  0 Comments
4747 Hits
0 Comments

Franks Weekly: Rustig aan Douwe..

Franks Weekly: Rustig aan Douwe..

In Franks Weekly bespreken we de afgelopen marketing- en mediaweek. Waar gaan maandag de gesprekken over bij de koffieautomaat, welke quotes inspireren en waarom maakt een tv-commercial indruk?

 
1. Het nieuws: HEMA gaat winkels aanpakken
Natuurlijk. Wij geloven helemaal in HEMA. Hoewel het online zeker niet echt briljant is, blijft het gewoon een sterk merk (in 2015 steeg de omzet dan ook flink in vergelijking met het jaar daarvoor, het verlies bleef nog wel fors met 73 miljoen euro). In de V&D wilde je op een gegeven moment niet meer gezien meer worden door je vrienden, maar HEMA blijft wel een beetje hippig. Ofzo. Of je nu Ingrid (van Henk) heet of Halina (de AD-columniste die zo gewoon is gebleven) in de HEMA is het altijd prettig toeven. De winkelketen komt nu - op basis van experimenten buiten de Benelux - met groots inzicht: je moet spullen die logischerwijs bij elkaar horen bij elkaar zetten. Dus alles voor baby’s in de babyhoek (meubels, kleren, speelgoed), alles voor mannen bij…jullie snappen het. Niet echt bijzonder, maar het schijnt dus te werken. En ja, natuurlijk zullen uiteindelijk de panden in grote steden en stations alleen groter worden en de winkels in de dorpen stukken kleiner. Wedden?

 
2. Het filmpje: duwen Bob..
Dat vinden Hollanders leuk. De vraag stellen of ‘t eigenlijk wel het kan dat Douwe Bob het gezicht is van de viering van 15 jaar Bob-campagne? De meestal vrij vriendelijke, tikkie opstandige Amsterdamse zanger zingt, speciaal voor deze campagne, liedjes op de achterbank voor bestuurders zodat ze iets om van te genieten hebben. Kan deze kroegeigenaar, zanger van ‘Vrienden van Amstel Live’ en man van de Hooghoudt-commercials dit zomaar doen? Tja, opdrachtgever Minister Schultz van Haegen vindt het geen vreemde keuze. ,,We zeggen niet dat mensen niet mogen drinken, maar alleen dat ze dat niet mogen doen tijdens het rijden.’’ Leuk extraatje uit Het Parool: een rijbewijs heeft de Songfestivalster niet, dus de keuze om niet te rijden, is snel genomen.

 
3. De ‘persoon’: Ralph Wisbrun
Daar gaat het echt goed. Ralph Wisbrun, founding partner van reclamebureau J. Walter Thompson Amsterdam, zei in Adformatie interessante dingen over de toekomst van zijn vak. Hij werd gevraagd naar de bouwstenen van het perfecte bureau, iets waarover hij zich zeker mag uitspreken, want JWT Amsterdam sleept de ene na de andere prijs binnen. ,,De essentie is nog steeds hetzelfde: creativiteit. Dat is waar we voor ingehuurd worden.’’ Een tweede belangrijk punt vindt hij echter de balans tussen creativiteit aan de ene kant en commercieel denken aan de andere. ,,Als ik kijk naar de nieuwe generatie bureaus… Ze willen direct impact, kloppen overal aan, geven veel te gemakkelijk ideeën weg in de hoop snel een grote vis binnen te halen en als het dan niet lukt, haken ze af. Je ziet het ook in de voetballerij, kijk naar Kishna en Bazoer.’’

 
4. De quote: ‘Tegelijkertijd is er niets mis met plat entertainment, dat is op de televisie toch ook geen issue?’
Aan het woord is Daan Sip van Social1Influencers, een van de grote bedrijven achter de vele influencers op YouTube. Deze aardige vent gaat op marketingtribune.nl in op de interessante vraag van de interviewer of het geen tijd wordt voor YouTubers om zich uit te spreken over actuele kwesties, er zijn toch vast jongeren te vinden die een mening hebben en deze niet onder stoelen of banken steken. Wat er achter die vraag zit en wat zeker boeiend is voor een vervolgverhaal: zijn YouTubers niet veel te veel afhankelijk geworden van grote merken, waardoor hun geloofwaardigheid achteruit holt? Is het verdienmodel om zeer intensief samen te werken met merken nog wel overeind te houden? Er komen bovendien steeds meer geluiden dat de Enzo’s van deze wereld een beetje duur aan het worden zijn….
De rest van zijn antwoord: ,,Kortom, ik denk dat ook in Nederland merken in samenwerking met influencers op sociaal vlak positieve impact kunnen creëren.’’ Okay, erg benieuwd naar de vloggers die Fajah Lourens stevig aanpakken vanwege haar heftige hongerdieet.

 
5. De Commercial: lekker sporten
Even denk je dat de commercial van Samsung’s Galaxy S7 & gelieerd sporthorloge Gear Fit2 de absolute gekte rond gezondheid en sporten gaat relativeren. Maar helaas omarmt het die gekte juist, je laten gek maken door doorgeslagen personal coaches of meedoen aan gekke bewegingstrends doen we tenslotte allemaal. Wat zou het verfrissend zijn als een merk het ouderwetse ‘normaal doen’ in gezondheid en sporten gaat omarmen. Dat je als jongere lid wordt van de voetbalclub omdat je dan - behalve fit worden - ook een paar leuke vrienden erbij krijgt. Dat je je niet gek moet laten maken door goeroes die propageren om 1000 calorietjes op een dag te eten, maar dat je gewoon normaal eet. Jullie weten toch? Niet teveel suikers en koolhydraten en voldoende groente en fruit. En qua sporten? Drie keer in de week een kilometertje of vijf trimmen met Nederlandse hiphop in je oren, nadenkend over de zin van het leven. Is een beetje oude blogger over zo’n lifestyle misschien wat voor een merk of is het niet commercieel genoeg?

 
6. Inspirerend: E-sports Competitie
Eindelijk gebeurt waar deze stukjesschrijver (een oude Commodore 64-speler die het leuk deed op E. Hughes, hoewel vriend Niels veel beter was) ooit van droomde in de jaren negentig; E-Sports gaat groot worden. Vanaf 6 februari nemen achttien spelers die direct zijn verbonden aan Eredivisieclubs het, al FIFA spelend, tegen elkaar op in een heuse competitie. In Japan is dat gamen in openbare ruimtes trouwens al heel populair, daar trekken de spelers volle stadions. En ja mensen, dat gaat in Nederland ook gebeuren de komende jaren. Dan weten jullie dat alvast sponsors en adverteerders, nu kun je alvast voor een prikkie instappen. Waarom dat zo is? Omdat alle jongeren gamen en als ze even geen zin hebben, kijken ze online naar spelers die het doen.

 
7. Het cijfer: 20,2 procent
Dat is het aandeel dat John de Mol volgens de laatste tussenstand heeft in TMG. Dat nieuws meldde Het FD nadat het oog viel op een Melding van de Autoriteit Financiële Markten (AFM). Eerder deze week kwam naar buiten dat De Mol, waarschijnlijk via investeerder Dasym, zijn aandeel had vergroot tot 18,4 procent. De Mol was al actief betrokken bij TMG via Talpa’s SLAM! en Radio 538. De mediatycoon heeft driekwart van het eigendom van Talpa Radio. Met zijn meer dan 20 procent is De Mol inmiddels dus een zeer serieuze gesprekspartner van het Vlaamse Mediahuis dat interesse heeft in TMG en daar gaat het allemaal om.
  1071 Hits
  0 Comments
1071 Hits
0 Comments

Europese media zoeken online winst in branded content

Europese media zoeken online winst in branded content

Steeds meer media in Europa kiezen voor branded content, maar bij Italiaanse media moeten ze er weinig van hebben. Het is een opvallende conclusie in een Europees onderzoek naar verdienmodellen van media uitgevoerd door het Reuters Institute in Londen.

 
Het Reuters Instituut deed onderzoek bij 25 kranten en enkele commerciële tv-zenders in zes Europese landen. Van de Duitse tabloid Bild, de Franse krant Le Monde tot de Daily Telegraph in Groot-Brittannië. Nederlandse media zitten er niet bij, maar veel van de conclusies zullen ook hier gelden.

 
Minder advertentie-inkomsten 
Bijna alle onderzochte media zijn begonnen met digitale varianten en zijn erin geslaagd daarmee een breder publiek te bereiken. Dat levert financieel nog weinig op: ruim 80 procent van de inkomsten komt nog steeds van print-edities. Maar ook daar zijn minder advertentie-inkomsten: in Duitsland was de daling de afgelopen vijf jaar 20 procent, in Frankrijk 26 procent en in Italië zelfs 50 procent.

 
Onstuimige groei adblockers   
De geïnterviewde CEO’s en hoofdredacteuren noemen als redenen de dominantie van Facebook en Google op de advertentiemarkt en daarnaast het toenemend gebruik van Adblockers. In Nederland ligt dat gebruik op 20 procent. In veel Europese landen ligt dat hoger: in Duitsland op 25 procent, in Spanje op 28 procent, in Frankrijk op 30 procent, in Griekenland op 36 procent en in Polen op 38 procent. (Voor een kaart met alle cijfers: ga op deze Reuters-pagina naar charts, kies daar ad-blocking).

 
Native advertising 
De meeste ondervraagden zien branded content of native advertising als de belangrijkste manier om online winst te gaan maken. Het Duitse Bild is daar al ver mee en heeft een eigen BILD Brand Studio die branded video’s maakt voor adverteerders.

 
Groot-Brittannië loopt voorop 
In Groot-Brittannië zijn er meerdere kranten die al goed verdienen aan branded content. Uitgevers hebben daarvoor eigen agencies opgezet. Zo heeft The Daily Telegraph een sectie Spark. Daar werkt een team van ruim vijftig journalisten, sales officials, ontwerpers en developers. Zij schrijven content en maken video’s voor brands. De meeste branded content komt op de website van de Telegraph, maar bedrijven gebruiken het ook elders voor hun eigen campagnes. Volgens Peter Lindsay, director of strategy van The Telegraph, is branded content de manier om tegenwicht te bieden aan de grote techcompanies. „Hiermee kunnen we concurrerend zijn met Facebook en Google, omdat we expertise in huis hebben om branded content te maken. Wij zijn in staat om waarde toe te voegen.”

 
Weerstand in Italië 
De Italiaanse geïnterviewden zeggen dat branded content vooralsnog minder kans heeft, omdat er in de newsrooms verzet is tegen gesponsorde content. „We merken culturele weerstand in de newsrooms. Het onderscheid tussen redactionele en branded content is een gevoelig onderwerp,” zegt een Pier Paolo Cervi van de Gruppo L‘Espresso.

De kwaliteitskrant Il Corriere della Sera heeft goede ervaringen met branded content. De krant richtte in 2015 Numix Studios op, een creatief team dat werkt aan branded content en multimedia storytelling projects. Volgens marketing director Michela Colamussi is de aanvankelijke weerstand overwonnen door een heldere scheiding te maken tussen branded en redactionele content.

 
Nieuwe content voor speciale doelgroepen 
De zoektocht naar inkomstenbronnen heeft veel nieuwe initiatieven opgeleverd: van het organiseren van offline events, business-to-business diensten, tot het opzetten van nieuwe sites voor speciale doelgroepen. Zo heeft de Franse krant Le Monde een speciale sectie Campus, die gericht is op studenten en hun families. Een andere sectie Pixels gaat over nieuwe technologie, digitale cultuur en online gaming. Le Monde slaagt er zo in meer jongeren naar de krant te trekken.

 
De krant levert financiële diensten 
The Daily Telegraph kiest verder voor andere inkomstenbronnen, die los staan van de journalistiek. De krant biedt financiële diensten aan, zoals advies over hypotheken, ziektekosten- en reisverzekeringen en credit cards. De krant benadrukt dat de service los staat van de economische redactie van de Daily Telegraph.

De krant organiseert daarnaast reizen onder begeleiding van correspondenten. Op de reispagina’s staan ook goedkope hoteldeals die je alleen kan boeken via de krant. „Wat we klanten aanbieden is een perspectief op de wereld,” zegt Peter Lindsay van The Telegraph. De inkomsten uit zulke activiteiten zijn inmiddels even hoog als de opbrengsten uit digitale abonnementen.

 
Advies over Google Adwords 
Opmerkelijk zijn ook de business-to-business diensten die sommige media aanbieden, zoals de Duitse regiokrant Westdeutsche Algemeine Zeitung. De krant heeft een digitaal marketingbureau opgezet voor kleine en middelgrote bedrijven. Het bureau geeft advies over het opzetten van websites, Google Adwords en SEO-strategieën. En dat allemaal om de krant in de lucht te houden.

Zulke initiatieven zijn een antwoord op de lage advertentieopbrengsten en het gebrek aan abonnees op digitaal nieuws. De geïnterviewden zijn er verdeeld over. Sommigen vinden de nevendiensten te vergezocht en zien meer in branded content als oplossing. Anderen vinden nevenactiviteiten geen probleem als het onafhankelijke journalistieke werk maar kan doorgaan.

 
  4146 Hits
  0 Comments
4146 Hits
0 Comments

NOS-baas: we zijn niet commercieel

NOS-baas: we zijn niet commercieel

Twee dagen geleden hadden we een persoonlijke blog over de Oranjehausse tijdens De Spelen bij de NOS. De volgende dag belde de NOS-baas met een reactie.

 
NOS vindt zichzelf niet commercieel
Met belangstelling las hij ons blogje dat gisteren op de site is gezet, maar NOS-directeur Jan de Jong was het niet eens met de conclusie dat de NOS commerciële keuzes maakt. ,,Dat ligt echt gevoelig; onze keuzes zijn alleen journalistiek. Wij hebben de focus in de verslaggeving op de Nederlanders gelegd, maar dat doen we ómdat het zo’n grote Olympische ploeg met kanshebbers was. Tien jaar geleden hadden we dat nooit gedaan. Je moet maar eens kijken hoe de Duitse of Amerikaanse omroep dat aanpakt, die mensen berichten ook vooral over landgenoten. Er is trouwens ook geen enkele band tussen ons en de STER.’’ Maar bij de Belgen was bijvoorbeeld de finale van het tafeltennis wel te zien. ,,Dat is zo, maar België heeft gewoon stukken minder kanshebbers en daardoor zijn ze gedwongen om andere sporten te coveren.’’

 
Olympische voetbalfinale niet op NPO1

In het verhaal werd het voorbeeld aangehaald van de Olympische voetbalfinale. Op dat moment had Henry Schut verschillende sporters aan tafel in zijn talkshow en er werd dus niet geschakeld naar het voetbal in Rio. Ook een journalistieke keuze? ,,Jazeker, Dafne Schippers had toen haar verhaal nog nergens verteld en dat vonden wij dus even belangrijker. Wij kiezen voor Nederlandse sporters die top presteren én voor de absolute mondiale topsport op NPO 1; zo’n voetbalfinale is wel mooi, maar het zijn wel speler onder de 23 jaar en dus niet de allerbeste. De atletiek- en zwemfinales hebben we gewoon allemaal uitgezonden op NPO1. En vergeet niet dat mensen altijd naar de livestreams kunnen.’’

 
Sportjournalistiek staat centraal

De Jong vindt dat er regelmatig keuzes zijn gemaakt die ervan getuigen dat bij de NOS niet de commercie, maar de sportjournalistiek centraal staat. ,,Er was een poulewedstrijd hockey bezig terwijl een handboogschutter op weg was naar de finale. Commercieel gezien zou je dan altijd voor het hockey moeten gaan want dat trekt meer kijkers, maar omdat er medaillekansen in zicht waren, bleven wij bij de handboogschutter. Sinds SBS6 de Champions League uitzendt, valt mij op dat bijna altijd Barcelona wordt uitgezonden als er geen Nederlandse club meer speelt; dat is een commerciële keuze en geen sportjournalistieke, zeker als de ploeg zich al heeft geplaatst voor de volgende ronde.’’ Ook inhoudelijk houd de NOS zich wars van commercie, aldus de directeur. ,,We maken geen juichprogramma’s, maar volgen sporters kritisch en dat blijven we doen. We maken duidelijke keuzes, maar daar hoeft natuurlijk niet iedereen het eens mee te zijn. Die zijn betwistbaar en discussie daarover is alleen maar goed. We zijn ook zeker niet doof voor kritiek. Integendeel. Wij gaan uit van de wereld van de kijker. Dat is net iets anders dan de wens van de kijker.’’
  3621 Hits
  0 Comments
3621 Hits
0 Comments

Mag de NOS kiezen voor de commercie tijdens OS?

Mag de NOS kiezen voor de commercie tijdens OS?

De NOS focust in de uitzendingen van de Olympische Spelen op de oranjesuccessen. Dat geeft helemaal niks, maar erken dan gewoon dat het een commerciële keuze is.

 
Veel kritiek op NOS
Er is veel kritiek op de NOS geweest over de registratie van de Olympische Spelen. Mensen op straat en op Twitter ergerden zich aan de keuze van onze publieke omroep om constant te focussen op de Nederlanders, zelfs als het ten koste ging van halve of hele finales die ergens anders in Rio plaatsvonden. Bovendien vonden veel mensen dat er veel te veel gepraat werd (door diezelfde Nederlanders) terwijl er elders allerlei livesport te bewonderen is op het allerhoogste niveau. Vaak werd er gewezen op de Belgische en Duitse publieke omroepen die wel tafeltennis- en volleybalfinales uitzonden.

 
Ronkende persberichtentaal
Natuurlijk kwam de NOS gisteren met ronkende persberichtentaal vol geweldige kijkcijfers; gemiddeld keken we 37,5 uur naar De Spelen en er keken in totaal 12,7 miljoen mensen minimaal een vleugje OS (3,6 miljoen kijkers voor de hockeyfinale bij de vrouwen en 3,4 miljoen voor de gouden Sanne Wevers). Cijfers die moeten onderstrepen dat de keuze voor gebabbel en de focus op Oranje een goede is. Maar wie heeft er eigenlijk gelijk? De NOS dat kiest voor de verhalen van de Nederlandse sporters of de klagers die vinden dat er te weinig focus ligt op livesport? Algemeen directeur NOS Jan de Jong: ,,Onze keuzes zijn uiteraard betwistbaar. Niet alles kan live. We hebben verhalen verteld, geduid en geordend. En we waren bij alle Nederlandse sportprestaties aanwezig. Dat maakt de NOS tot de NOS. Altijd, overal. Ik denk dat we dat waar hebben gemaakt.’’

 
De voetbalfinale niet live
Een voorbeeldje dan maar: tijdens de voorlaatste nacht van De Spelen vond de Olympische finale bij het voetbal plaats. Dat was een grote happening, bol van de boeiende verhalen zoals Neymar die revanche nam voor het slechte Braziliaanse WK van 2014 in eigen land. Brazilië zou wel even revanche nemen voor de 7-1 nederlaag op hetzelfde toernooi tegen Duitsland. Kortom de grote traditie van Brazilië als voetballand stond daar op het spel. Terwijl Neymar zijn acties maakte - ruimschoots te zien op de Vlaamse publieke omroep - zagen we Dafne en Martina gezellig babbelend over niks op de bank bij Henry ‘best wel een beetje saai’ Schut zitten. Pas in de verlenging (wat een mazzel) werd er overgeschakeld.

 
Storytelling, maar Hollandse storytelling
Maarten Nooter en Jan de Jong, bazen bij de NOS, roemden de storytelling-aanpak, ook in de TV-wereld een begrip (check het gemiddelde NPO1-programma), maar wat ze vergeten is dat ‘t geen storytelling, maar ‘Hollandse storytelling’ is. Er worden mooie verhalen verteld over grote helden waar we veel van kunnen leren met zijn allen, maar alleen de verhalen van Nederlanders komen voorbij en dat maakt de keuze vrij commercieel; erg opvallend eigenlijk voor een publieke omroep waar journalistiek toch de norm is.

 
Sport en commercie = voetbal en Oranjesucces
Maar ja, voor Nederlandse prestaties tijdens de OS is nu eenmaal een markt, een groot publiek van enkele miljoenen (check de 700.000 kijkers in de nacht van Dafne) en die markt is voor internationale topsport tijdens de Olympische Spelen zonder Nederlanders veel kleiner. Grote sponsors van de NOC*NSF willen hun miljoenenpubliek bereiken en dat lukt niet met de focus op álle sporten. Bovendien is er iets voor te zeggen dat je van belastinggeld een breed publiek moet trekken. Zo werkt het nu eenmaal; turnfinales zonder Nederlanders trekken een paar honderdduizend liefhebbers, maar mét heldin Sanne Wevers of Epke kijken er miljoenen. Naar een, soms vrij kabbelende, Olympische talkshow met wat eendimensionale teksten over ‘hard werken’ en ‘een tijdje in de cocon zitten’, kijken 1,5 miljoen mensen en naar een halve finale volleybal zonder Nederlandse inbreng misschien 150.000. Dat scheelt een heleboel kijkers en dus reclamegeld. Nederlanders hebben interesse voor voetbal én voor sporten waarin Nederlanders excelleren; een simpele commerciële wet die elk bedrijf kent dat overweegt in de sportsponsoring te stappen.

 
Journalistieke relevantie
Moet een instituut als Studio Sport met zeer veel goede journalisten ‘inda house’ kiezen voor het grote publiek of staat journalistieke relevantie voorop? Het is logisch dat het AD weinig buitenlands nieuws brengt en veel entertainment en sport; dat heeft alles met de markt te maken. Buitenlandse journalistiek is nu eenmaal duur en de markt ervoor is beperkt. Maar moet de NPO ook een soortgelijke keuze maken? Er is iets voor te zeggen: Nederland 1 is een grote publieke zender en dan wil je zoveel mogelijk mensen een prettige avond bezorgen. De klagende sportliefhebbers - een kleine groep mensen - verwijs je daarmee door naar de streams waar ze commentaarloos kunnen kijken naar een kwartfinale waterpolo. Je kunt het niet iedereen naar de zin maken en daarom kiest de NOS voor de grootste gemene deler.

 
Journalistieke taak
Aan de andere kant: het is toch ook een journalistieke opdracht om niet teveel te focussen op Oranje, om verder te kijken dan de grens lang is? Opvoeden is wel erg jaren zeventig, maar de blik een beetje helpen verbreden, is misschien een aardige missie voor een publieke zender. Weten wij voldoende van de sprinters uit Jamaica, het dopingprogramma van de Russen, de concurrentiestrijd in Kenia tussen hardlopers of de baanwielrencultuur in Engeland? Vanaf de volgende Spelen zijn de rechten voorlopig in handen van Eurosport, maar de NOS krijgt een forse sublicentie waardoor het precies kan doen wat het nu doet. In dat geval kan de ouderwetse lineaire tv-kijker voor de internationale topsport naar Eurosport en voor het juichen naar Oranje ehhh…naar NPO1. Het kan, maar het is jammer van al die internationale verhalen die blijven liggen want de mensen om deze verhalen te brengen, zitten wel weer bij de NOS.

 
Conclusie: harde commerciële keuze
De focus van de NOS op de Oranjepolonaise is een commerciële en geen journalistieke keuze. Daarmee trekt de publieke omroep immers de miljoenen kijkers naar de zender die de grote sponsors/adverteerders graag willen bereiken. Dat geeft helemaal niks, met de miljoenen die binnenkomen financier je immers ook de aankoop van de rechten (en allerlei sportdocumentaires), maar zegt dat dan gewoon eerlijk. En het is niet te hopen dat die commerciële keuze ervoor zorgt dat Maurits Hendriks ooit nog eens mag aanschuiven bij Henry zonder ook maar één kritische vraag te krijgen. Anders kan hij voortaan wel de feesten in het HHH aan elkaar gaan praten.
  1288 Hits
  0 Comments
1288 Hits
0 Comments

Hoe gaat Ster dalende omzet te lijf?

Hoe gaat Ster dalende omzet te lijf?

De omzet van de Ster liep terug in 2015, een jaar zonder grote sportevenementen. Maar ook 2016 ziet er tot nu toe niet al te best uit. De tv-markt staat zwaar onder druk. Het is de vraag hoe de Ster zich hieraan gaat ontworstelen.

 
In het jaar van zijn 50-jarig jubileum behaalden de reclameverkopers van de publiek omroep een omzet van 211 miljoen euro, zo blijkt uit het jaarverslag 2015. Dat was in 2014 nog 232 miljoen euro. Een omzetdaling dus van 21 miljoen euro. Niet vreemd, want in 2014 was er het WK voetbal waarin de Ster bovendien nog met speciale Super Bowl-achtige reclameblokken kwam rond de voetbalwedstrijden.

In het sportevenement-loze jaar 2013 was de omzet 208 miljoen euro, dus heeft de Ster het in 2015 drie miljoen beter gedaan. Van de omzet wordt 197 miljoen euro bij wordt gedragen aan de mediabegroting van OCW. De directie spreekt in het jaarverslag van een ‘effectievere GRP’.

 
Lineair tv-kijken daaltMaar 2016 is niet zo goed begonnen voor de Ster. Het gaat bergafwaarts met de kijktijd naar traditionele tv en de Ster was daar in het eerste kwartaal het grootste slachtoffer van. Want er was een daling in GRP-aandeel van ruim 18 naar ruim 16 procent. Grootste oorzaak: de programma’s op NPO 1 zijn minder populair. Boer Zoekt Vrouw was bijvoorbeeld traditioneel niet te zien in januari en dat scheelt veel kijkers en dus adverteerders. NPO 3 is wat opgekrabbeld, maar spectaculair is het nauwelijks te noemen. Bovendien heeft de publieke omroep in het algemeen een ouder profiel.

 
Opkrabbelen door sportevenementenIn het tweede kwartaal zal de Ster opkrabbelen als het EK Voetbal begint, maar zonder het Nederlands Elftal scheelt dat toch ook ettelijke miljoenen. In de zomermaanden zullen de Olympische Spelen met Nederlandse successen in het verschiet mogelijk extra reclame-euro’s genereren. Maar het blijft voor een groot deel dag-tv, omdat de uitzendingen vanuit Rio de Janeiro komen, waar het vijf uur vroeger is.

Interim-directeur Cees van Steijn heeft goede hoop, lezen we in het jaarverslag. ,,In 2016 blijven wij ons richten op datgene waarmee we onze klanten kunnen versterken: het bieden van kwaliteit. Kwaliteit waar adverteerders, te midden van kwantiteit, hun voordeel mee kunnen doen. En met tachtig legendarische sportdagen en vele prachtige kijk- en luistermomenten biedt 2016 legio mogelijkheden.”

Onzekere marktMaar de Ster zit wel in een spagaat. Het eerste kwartaal van 2016 was op tv niet makkelijk. Op radio is NPO Radio 2 aan een opmars bezig, maar krijgt 3FM gevoelige tikken. Daar is het lek nog niet boven.
Volgens tv-reclame-inkopers is onzeker hoe de markt zich de komende tijd gaat ontwikkelen. De Ster zou daarom moeten gaan kijken naar andere inkomsten en dat is een lastig verhaal. Want volgens de mediaplannen van staatssecretaris Sander Dekker mag de Ster meer gaan verdienen, maar krijgt de publieke omroep ondertussen ook veel minder geld. Investeringen in bijvoorbeeld online (kanalen) zijn dus lastig en bovendien is de publieke omroep aan allerlei restricties gebonden. Ook krijgt de Ster helemaal niets uit de non-spot of branded content markt die 100 miljoen euro groot is. Het is voor de Ster een moeilijke weg om binnen het publieke domein, waar Den Haag over de schouder meekijkt, nieuwe commerciële activiteiten te ontplooien.

 
  3696 Hits
  0 Comments
3696 Hits
0 Comments

Publieke en commerciële omroepen hebben elkaar nodig

Publieke en commerciële omroepen hebben elkaar nodig
Door Kees Tukker

Nederland produceert na de VS en Engeland de meeste nieuwe tv-programma’s. Vaak nog succesvolle formats ook. De concurrentie op creatief, zakelijk en commercieel vlak tussen publieke en commerciële omroepen ligt aan de basis van onze status als belangrijke mediaspeler. ‘If you can make it here, you can make it everywhere.’ Om dit zo te houden moet het huidige bestel flink op de schop.

 
De mediawereld is in hoge mate competitief en concurrerend. Er kan in korte tijd veel geld verdiend worden met goed uitgewerkte formats. Producenten kunnen hun formats bij gebleken succes op de thuismarkt vaak vrij eenvoudig in andere delen van de wereld verkopen. Die thuismarkt is druk bevolkt en inmiddels internationaal befaamd. Grote producenten als Talpa en Eyeworks proberen hun formats in Nederland uit. Zijn ze hier een succes dan is de kans dat ze dat in ander land ook zijn vrij groot, zo is inmiddels gebleken. Niet voor niets zijn beide productiehuizen vorig jaar voor bedragen die tegen een miljard euro lopen ingelijfd door respectievelijk het Engelse ITV en het Amerikaanse Time Warner.

 
Meeste nieuwe programma’s
Na de Verenigde Staten en Engeland produceren we in Nederland de meeste nieuwe programma’s. Met maar 17 miljoen inwoners is dat een opmerkelijke prestatie. Het zegt veel over de uitzonderlijk hoog ontwikkelde combinatie van creativiteit en commercieel benul in het televisieminnende Nederland.

Waarom is dit zo? Is het nodig dit klimaat te handhaven en te stimuleren? Zo ja, hoe moet dat? Dat zijn de vragen die ik hier probeer te beantwoorden. Allereerst de waaromvraag. De voor de hand liggende antwoorden zijn: Nederland is een tolerant land. Het is dus eenvoudig hier iets nieuws uit te proberen. Sinds Phil Bloom in de jaren zestig ontkleed op de tv kwam leidt de buis nog zelden tot nationaal ophef, hooguit tot ophef én vertier – net als toen overigens.

 
Creatie en efficiënt
Ook wordt de combinatie van creativiteit en commercialiteit als succesfactor genoemd. Maar al is het zo dat al in de Gouden Eeuw onze creatieve genieën vaak ook in commercieel opzicht uitzonderlijk succesvol waren –het gaat toch te ver deze combinatie een typisch Nederlandse eigenschap te noemen. Wel lijkt vast te staan dat de vele denkrichtingen, levensovertuigingen en geloven in ons land, die allemaal op een kussen slapen - en ja, ook de duivel ligt ertussen -, gecombineerd met onze kenmerkende handelsgeest en de even beruchte als beroemde zuinigheid, belangrijke culturele omstandigheden zijn. Efficiënt en creatief produceren van eigentijdse programma’s, met een open oog op de wereldmarkt, is het resultaat.

 
VS en Engeland dominant
Maar hoe is dit in betrekkelijk korte tijd ontstaan? Wij hadden geen filmindustrie zoals in de Verenigde Staten waar mediaproductie logischerwijs aan ontsproten is. Evenmin beschikten we over een enorm koloniaal rijk, zoals de Engelsen, die met India, Australië en Canada een eenvormig taalgebied hadden dat als enorme afzetmarkt diende. De succesvolle producentenpositie van deze twee landen dateert van direct na de Tweede Wereldoorlog. Het feit dat ze een geoliede propagandamachinerie hadden én de grote overwinnaars waren van die oorlog, heeft overigens met zekerheid aan hun dominante positie in de westerse mediamarkt  bijgedragen.

 
Omroepwet 1967 aan de basis
De Nederlandse mediaproductie-boom begon later, feitelijk pas nadat het kabinet Cals het toenmalige gesloten bolwerk van de publieke omroep openbrak met de nieuwe Omroepwet van 1967. Allereerst door het toelaten van reclame op de publieke zenders en vervolgens ook door het introduceren van de mogelijkheid dat aspirant-omroepen konden toetreden tot het bestel. Hiervan maakte de TROS als eerste gebruik. We spreken sindsdien van het ‘open bestel.’ Dit alles leidde tot concurrentie tussen de omroepen (hoe meer leden, hoe meer zendtijd). Het was tevens de opmaat voor de totstandkoming van grote externe productiehuizen, zoals Joop van den Ende Producties. Onder invloed van de tijdgeest en de concurrentie veranderde het aanbod. Men sprak van ‘vertrossing’. Door velen werd deze commercialisering van het publieke beste met afschuw gadegeslagen. Maar welk woord men er ook aan gaf en hoe men er ook over oordeelde: de concurrentieslag om de gunst van de kijker was losgebarsten.

 
Altijd al concurrentie
Hoewel er sindsdien zeer veel veranderd is, uiteraard vooral door de komst van de commerciële zenders en volop gaande zijnde digitale revolutie, betraden de commerciële omroepen dus een markt die in de basis duaal van karakter was en behoorlijk dynamisch: er werd sinds ’67 reclame op toegelaten, buitenproducenten waren er actief in, er was sprake van concurrentie tussen de omroepen en in toenemende mate ook tussen de producenten.

 
Gouden tijdperk producenten
Dit alles leidde ertoe dat veel talent en kennis beschikbaar was toen de commerciële omroepen begonnen. Bovendien waren zowel producenten als kijkers inmiddels gewend aan grote shows. Om deze redenen maakte de commerciële omroepen een vliegende start. Ze kochten talent weg bij de publieken en commercieel aantrekkelijke formats bij de producenten. Joop van den Ende ging met zijn hele pakket naar RTL. Voor de producenten was een gouden tijdperk aangebroken. Ze konden de publieke en commerciële omroepen tegen elkaar uitspelen en zo de beste prijs krijgen voor hun producten. De concurrentie nam dientengevolge in alle delen van de markt toe.

 
Goedkoopste publieke omroep
Gezien de winstdoelstelling van de commerciële omroepen was hun benadering doelgroepgericht. Rondom de op de doelgroepen gerichte reclame werden bijpassende programma’s geplaatst. Dit doelgroepdenken werd in de slag om de kijker uiteraard overgenomen door de publieken, die er hun eigen draai aan gaven. Fons van Westerloo vertrouwde me als directeur van RTL Nederland eens toe dat hij bang was voor het succes van de publieke omroep, toen de werkwijze in 2005 met het zogenaamde ‘programmeermodel’ werd overgenomen door de zenders doelgroepgericht te maken. Ook produceren tegen zo laag mogelijke kosten - bij de commerciëlen vanuit het winstoogmerk vanzelfsprekend - drong tot de publieke omroepen door. De Nederlandse publieke omroep werd er de goedkoopste in de wereld door.

 
Als je in Nederland succes hebt…
 Het leidt geen twijfel dat deze concurrentie op creatief, zakelijk en commercieel vlak de belangrijkste redenen zijn voor het feit dat Nederland in relatief korte tijd is uitgegroeid tot zo’n belangrijke mediaspeler. Het adagium ‘If you can make it there, you can make it everywhere’, is wat dit betreft op ons kikkerlandje van toepassing. Maar markt- en prijsconcurrentie lijdt in alle gevallen aantoonbaar tot verschraling van het aanbod: wat succesvol en goedkoop is zal worden gekopieerd door de concurrent. Daarom klagen kijkers dat het onderscheid tussen publieke en commerciële omroep nog maar nauwelijks aanwezig is en neemt de overtuiging toe,  ook in de politiek, dat de publieke omroep overbodig is geworden is. De publieke omroep beseft dit; de laatste jaren is het programma-aanbod dan ook iets onderscheidender geworden ten opzichte van de commerciële concurrenten. Maar het wegdenken van de publieke omroep uit onze succesvolle creatieve media-industrie zou de monocultuur die grosso modo zo’n beetje ontstaan is legitimeren en bestendigen. Dit zou de dood in de pot zijn voor de creatieve concurrentie en inventiviteit die zo’n belangrijk deel van de verklaring van onze mondiale successen zijn.

 
Businessmodel onder druk
Nu het traditionele businessmodel van de (commerciële) omroepen onder druk staat omdat bulkreclame haar effectiviteit meer en meer aan het verliezen is, de prijzen voor reclamezendtijd dientengevolge naar beneden worden bijgesteld en commerciële omroepen steeds goedkopere producties moeten inkopen (dit geldt ook voor de publieke omroep trouwens), lijken de gouden tijden voorbij. Bovendien neemt de tijd dat mensen voor de buis hangen significant af en worden ook de grote mondiale live-events -  altijd aanjagers voor de kijkcijfers - meer en meer in livestreams aangeboden.

 
Trendbreuk nodig
Duidelijk is, dat zowel publieke als commerciële omroepen  als gevolg van deze ontwikkeling hun strategie fundamenteel moeten aanpassen. De kramp van de commerciëlen om daarbij te wijzen op de oneerlijke concurrentiepositie van de publieke concurrent op internet, klinkt als armzalig gepiep van een kat in het nauw. Ze snijdt geen hout: als iedereen zijn eigen omroep op internet kan beginnen, hoe zou dit de publieke omroepen dan verboden kunnen worden? Om de aanwezigheid van een sterke publieke en commerciële omroep - zowel on- als offline - als vliegwiel voor de hele creatieve mediamarkt te handhaven, lijkt het daarom noodzakelijk een trendbreuk te forceren: de markt tussen de commerciële en publieke omroepen moet scherper worden gescheiden.

 
Geen reclame bij NPO
Om de vaderlandse televisieproducenten een nieuwe impuls te geven zal het inhoudelijke en daarmee ook inhoudelijke onderscheid tussen publiek en commercieel weer moeten toenemen. Dit begint met het weren van elke vorm van reclame bij de publieke omroep en het scherper definiëren van de inhoudelijke doelstelling. Tegelijk zullen gegevens over kijk- en klikgedrag van de commerciëlen wel en de publieken niet verhandelbaar moeten en mogen zijn. Daarnaast moeten formatrechten alleen voor Nederland aan de publieke omroepen vallen en producenten en commerciële omroepen in de gelegenheid gesteld worden deze rechten in het buitenland te gelde te maken. Vervolgens zal de publieke omroep heel nadrukkelijk volkomen onafhankelijk van maatschappelijke stromingen of politieke opvattingen moeten worden georganiseerd en gefinancierd, op een wettelijke vastgelegde basis. Dit alles zal meer draagvlak voor de publieken tot gevolg hebben en een klimaat scheppen waarin commerciëlen op basis van het oude businessmodel meer tijd en financiële ruimte krijgen om nieuwe businessmodellen te ontwikkelen die aansluiten bij de digitale werkelijkheid van straks.

 
Kees Tukker was onder meer programmaleider bij de AVRO. Als hoofd informatieve programma’s was hij verantwoordelijk voor de samenwerking tussen AVRO en TROS binnen Twee Vandaag. Ook was hij een van de ‘founding fathers’ van actualiteitenrubriek Netwerk en stond hij aan de basis van talloze andere programma’s.
 
  1506 Hits
  0 Comments
1506 Hits
0 Comments