Candid. Platform
for growth.

Voor welke Nederlandse Joe Rogan betaalt Alexander straks miljoenen?

patrick-laureij
Joe Rogan gaat voor 200 miljoen dollar zijn podcastshow exclusief voor Spot...
Continue reading
  3029 Hits
  0 Comments
3029 Hits
0 Comments

7 gedachtes over het nieuwe businessmodel bij Blendle

alexander
Inmiddels is het alweer een weekje geleden dat Blendle-baas Alexander Klöpp...
Continue reading
  3294 Hits
  0 Comments
3294 Hits
0 Comments

Een nieuwe all you can read app, maar er is toch al Blendle?

readly
Readly presenteerde zich donderdag aan Nederland. Bij deze online tijdschri...
Continue reading
  3682 Hits
  0 Comments
3682 Hits
0 Comments

Blendle kijkt kritisch naar eigen 'filterbubbel'

blendle
In de laatste aflevering van Een Podcast over media zit, behalve het reguli...
Continue reading
  1911 Hits
  0 Comments
1911 Hits
0 Comments

Netflix haalt de redder van Axel Springer aan boord

Netflix_Axel_Springer
Hij is de grote man achter de radicale veranderingen binnen de Duitse uitge...
Continue reading
  2343 Hits
  0 Comments
2343 Hits
0 Comments

Het antwoord op de vraag: wat kan een ziekenhuis met media?

wat-kan-een-ziekenhuis-met-media
En opeens was daar tijdens 'een podcast over media' een vraag uit het publi...
Continue reading
  2213 Hits
  0 Comments
2213 Hits
0 Comments

Het gelijk van Vis TV: bye bye massa, hallo niche!

Het gelijk van Vis TV: bye bye massa, hallo niche!

Er is onnoemelijk veel veranderd in de media in de afgelopen periode. Eén van de trends, met mogelijk enorme gevolgen, is de sterke opkomst van niche-media. Neem bijvoorbeeld het succesverhaal van Vis TV waar Ed Stoop hét boegbeeld van de Nederlandse hengelsport werd. Of Autocar4Work, het nieuwe niche-platform voor bedrijfswagens dat binnenkort groots uitpakt. Moeten massamedia zich zorgen maken over de opkomst van de niche?

 
Middensegment verdwijnt
Vorig jaar spraken Alexander Klöpping (Blendle) en Ernst-Jan Pfauth (De Correspondent) in hun podcast Een Podcast over Media met mediamagnaat Derk Sauer. In deze (overigens zeer aan te raden!) podcast, doet Sauer zijn visie op niche-media uit de doeken. Sauer is overtuigd van de toekomst van niche: ,,Alles wat generiek is verdwijnt, denk ik. En alles wat specifiek is blijft, en dan zeker lifestyle of hoe je het ook wil noemen. Iets wat jouw dagelijks leven betreft.’’ In de nabije toekomst is er geen ruimte meer voor het middensegment, voorspelt hij. ,,Er is een aantal global brands dat zal overleven. Denk Amazon, Apple, Facebook. Daarnaast krijg je heel veel kleine dingen. En daar tussenin zit steeds minder. Dat hele middenstuk wordt dan gewoon weggeslagen. Dan ben je óf in een niche bezig óf je bent onderdeel van een miljardenconcern.’’

 
Vis TV
De populariteit van een niche-medium als Vis TV doet vermoeden dat Sauer wel eens gelijk kan hebben. In 1996 was Vis TV voor het eerst op televisie te zien, toen al met Ed Stoop als boegbeeld. In ruim twintig jaar tijd groeide het programma uit tot een vis-platform dat écht niet alleen pensionado’s trekt. Op RTL7 kijken op de vroege zondagmorgen wekelijks gemiddeld 70.000 kijkers naar Vis TV. Het gelijknamige YouTube-kanaal heeft ruim 16.500 abonnees. En alle social kanalen en nieuwsbriefbestanden van Vis TV zijn bij elkaar ook nog eens goed voor een bereik van zo’n 52.000 volgers.

 
 
‘Doelgroepmakers’
,,We hebben nooit programma’s gemaakt voor het grote publiek. Altijd voor beperkte doelgroepen. Dat was in die tijd al onze visie.‘’
Voor de makers van Vis TV, productiebureau Tangram Media, is niche geen hype van de laatste jaren. Producent Jan Smulders geloofde jaren geleden al in de kracht van het kiezen voor een specifieke doelgroep. ,,Het was zo’n beetje in 1990 dat wij ons op onze eerste niche-markt stortten,’’ vertelt hij. ,,Dat was de markt van de duivenmelkers. Een kleine groep waar wij videobanden en later ook magazines op video voor zijn gaan maken. Dat sloeg heel erg aan.’’ Voor Smulders reden om meer doelgroepen te gaan bedienen. ,,Wij noemen onszelf altijd ‘de doelgroepmakers’,’’ zegt hij. ,,We hebben nooit programma’s gemaakt voor het grote publiek. Altijd voor beperkte doelgroepen. Dat was in die tijd al onze visie.‘’

 
 
Onbediende doelgroepen
Na de duivenmelkers volgden de sportvissers. ,,We zijn gaan kijken of er soortgelijke doelgroepen te vinden waren die nog niet op televisie bediend werden,’’ legt Smulders uit. ,,Zo kwamen we bij de sportvissers. ,,Die vonden maar mondjesmaat informatie over hun hobby. En dus zijn we ook weer op eigen initiatief begonnen met het maken van videobanden op abonnementsbasis voor de hengelsport. En ook dit bleek weer een schot in de roos. Uiteindelijk werden we benaderd door RTL voor een programmaformat; ,,The rest is history’’.

 
 
Tips en trucs
Smulders heeft een advies voor iedereen die een nichemarkt wil veroveren: ,,Leer je doelgroep goed kennen en weet waar ze behoefte aan hebben. Dat is de kern van de zaak. Natuurlijk moet je content ook amusementswaarde hebben, maar je moet je volgers vooral van tips en trucs voorzien. Want mensen moeten je opzoeken omdat ze het leuk vinden én omdat ze er ook iets van opsteken. Wanneer je je doelgroep op de één of andere manier weet te bevredigen en ze hebben er ook nog iets aan, dan komt de rest bij wijze van spreken vanzelf. Dan gaan je volgers je ook opzoeken via allerlei andere kanalen.’’

 
 
Verklein je doelgroep, vergroot je achterban
Ook Robert van den Ham, managing director bij Currus Media House, gelooft heilig in de niche. In zijn geval die van de bedrijfswagens. Binnenkort lanceert hij in samenwerking met TranswebGroup het mediamerk Autocar4Work in print (specials), online (website/video/social media) en met test-events. ,,Door niches op te zoeken verklein je als het ware een doelgroep, maar vergroot je daarbinnen het aantal lezers, bezoekers en volgers,’’ legt Van den Ham uit. ,,Er is vaak minder concurrentie, de consument is makkelijker te vinden en met de juiste expertise goed te binden en vast te houden. Zo kan je loyaliteit opbouwen. Bij niches horen experts en bij Autocar4Work zijn dat niet alleen ervaren testredacteuren maar ook de automobilisten zelf. Zij zijn immers de ervaringsdeskundigen.’’

 
 
Het gaat om informeren
Binnen niches draait het in zijn ogen vooral heel concreet om informeren. ,,Om meningsvorming. Om telkens goede, complete, betrouwbare informatie geven waar iemand zijn of haar voordeel mee kan doen. Dat is wat de consument verwacht. Er hoeft minder ‘slagroom op de taart’ dan bij massamedia. Wie het goed aanpakt binnen niches, breed inzet met mediatypes en zo een community weet te creëren, pakt een voorname plek binnen een segment die je niet snel meer hoeft af te geven.’’

 
 
Doordacht plan
Aan de totstandkoming van Autocar4Work ging een doordacht plan vooraf dat ook op andere niches toepasbaar is. ,,Het is een open deur, maar toch: ga eerst in gesprek met mensen tot de niche behoren. Doe marktonderzoek en start dan met het in het kaart brengen van de werkelijke behoefte,’’ legt Van den Ham uit. ,,Is er nog ruimte? Is er concurrentie en hoe pakken zij het aan? En niet te vergeten: wat moet het eindresultaat van een eigen mediamerk binnen de niche zijn? Deze vragen hebben wij onszelf eerst gesteld, met vervolgens: moeten we en kunnen we onderscheidend zijn? Dat was tweemaal een ‘ja’ trouwens. Kijk, dat er concurrentie is binnen een niche is prima, anders kun je je ook afvragen waaróm er geen concurrentie is. Maar dan moet je het wel net anders willen doen. Na veel gesprekken met onze mogelijke doelgroep zijn we vervolgens langs een aantal auto-importeurs geweest om de stemming te peilen, en toen we ook daar de handen op elkaar kregen voor onze keuzes en aanpak, hebben we besloten in de niche ‘bedrijfswagens’ te stappen.’’

 
 
Van platform naar community
Van den Ham ziet daarnaast een andere interessante ontwikkeling binnen niches. ,,Er komen steeds meer internationale online OTT (Over the Top)-platforms die zich richten op een specifiek onderwerp. Met alles binnen een online kanaal op het gebied van een niche. Films, documentaires en series, maar ook boeken, tijdschriften, foto’s, enzovoorts. Werkelijk alle content over een onderwerp is dan verzameld en te vinden op een platform, dat zomaar kan uitgroeien tot een community. Wij onderzoeken momenteel de kansen voor zo’n automotive platform, met daarbinnen dan allerlei niches, ook bedrijfswagens. Pak de onderzoeken er maar bij, de opkomst van OTT-platforms de komende jaren gaat ons online gedrag en de hang naar niches zeker weten veranderen.’’

 
 
Hoe kleiner, hoe beter
Of niches de toekomst hebben is voor Smulders geen vraag maar een voldongen feit. ,,Het maakt niet uit wát je doelgroep is,’’ zegt Smulders. ,,Als de kern maar is dat je één doelgroep bedient en niet probeert om een hele grote groep te bereiken. Omschrijf je doelgroep goed en breng deze in kaart. Alleen dan kun je goede content produceren. Daar geloof ik heilig in. Hoe kleiner je doelgroep, hoe beter het is. Dan bereik je precies de mensen die je wíl bereiken en geen gezeur er omheen.’’ Ook Van den Ham heeft vertrouwen in zijn niche. ,,Dit is het moment om een plek in het nichelandschap te claimen en naar de nummer 1-rol toe te groeien. Op die plek moet je het binnen een niche altijd kunnen redden.’’
  7706 Hits
  0 Comments
7706 Hits
0 Comments

Het Taylor Swift-gevoel van Alexander Klöpping over ‘stoppen’ NRC en Telegraaf

Het Taylor Swift-gevoel van Alexander Klöpping over ‘stoppen’ NRC en Telegraaf

Het was wat onrustig rond Blendle het afgelopen jaar. Uit de jaarrekening over 2016 bleek een verlies van 2,4 miljoen euro en NRC en Telegraaf besloten te stoppen met de start up. Aan de vooravond van een nieuwe innovatie - gesproken journalistieke verhalen genaamd ‘Blendle Audio’ - praat eigenaar Alexander Klöpping ons even bij. 

Het is een mooi nieuwtje natuurlijk. Via Blendle Audio kun je luisteren naar een selectie van journalistieke verhalen. Professionele stemmen lezen artikelen voor uit de kranten en bladen die aangesloten zijn bij Bendle, dus je kan tijdens de afwas of het stofzuigen lekker een Volkskrantje doornemen. Het past helemaal in de ‘podcasttrend’ waarbij we allemaal graag op de fiets of in de auto naar onze informatieve ‘helden’ luisteren.

Verliesgevend jaarPrima natuurlijk. Maar er kwam stevig nieuws naar buiten de afgelopen weken over Blendle. In het boekjaar 2016 leed Blendle een verlies van 2,411.045 miljoen euro. Klöpping: ,,Het was vrij shocking hoe weinig mensen van startups snappen, maar dat leg ik dan met alle plezier even uit.’’ Want dat soort rode cijfers zijn normaal te noemen? ,,Het grote verschil tussen startups en andere bedrijven is dat je meer risico neemt. Je gaat eerder de grens over, investeert meer en dat doen we aan de hand van durfinvesteerders. Als je zo iemand kan vinden die erin gelooft dan neem je samen de gok.’’ En het bedrijf groeit nog steeds, zo legt hij uit. ,,We zijn de grootste bron van pure digitale lezersinkomsten.’’

 
Klöpping: ,,Het was vrij shocking hoe weinig mensen van startups snappen, maar dat leg ik dan met alle plezier even uit.’’
 
Kan hij niks meer over omzetten zeggen? Dat zou het allemaal iets scherper, duidelijker maken. ,,Omzetten hebben niet zoveel zin want soms kies je ervoor om wat meer te investeren om op de lange termijn te oogsten, dus dat geeft alleen maar onrust.’’

Ambitie nog overeindMaar toch even. De ambitie waarmee hij Blendle in 2013 is begonnen, samen met zijn vertrokken partner Marten Blankesteijn, staat nog steeds overeind? ,,Wij hebben een helder doel, namelijk dat jonge mensen gaan betalen voor journalistiek, waardoor makers mooie dingen kunnen blijven doen. Maar we komen met veel bochtjes uit bij dat grote doel en daarom plannen we slechts per kwartaal en luisteren we goed naar onze gebruikers. Als we nu hét verdienmodel paraat hadden, zouden we al over de hele wereld zitten. Maar het is niet voor niks dat partijen als New York Times of Axel Springer in ons investeren.’’

Concreet voordeelKan hij vertellen hoe ver Blendle is in die zoektocht naar een werkend businessmodel? ,,Een van de belangrijkste bevindingen is dat de verhalen waar mensen écht iets aan hebben goed lopen. Bijvoorbeeld: hoe word ik productiever op mijn werk of welke vitaminen werken wel? Of hoe slaap je beter?’’ Daarnaast werkt de combinatie van iemand met autoriteit en een originele opinie goed. ,,Maarten van Rossem bijvoorbeeld, die een alternatieve troonrede schrijft. En wat níét werkt is de overschrijfjournalistiek die je veel op internet ziet.’’

 
,,Een van de belangrijkste bevindingen is dat de verhalen waar mensen écht iets aan hebben goed lopen. Bijvoorbeeld: hoe word ik productiever op mijn werk of welke vitaminen werken wel? Of hoe slaap je beter?’’
 
Niches werken ook primaOok werken niches goed in de online wereld. In zijn ‘Podcast over Media’ (samen met Ernst-Jan Pfauth) was een tijdje terug Derk Sauer te gast. De ex-hoofdredacteur van Nieuwe Revu verwacht dat het alleen nog om niches gaat de komende jaren. Mensen gaan zich steeds meer helemaal onderdompelen in onderwerp X. ,,Ik geloof ook enorm in de niches,’’ zegt Klöpping. ,,Als je helemaal gek bent van voetbal dan moet je niet bij de kranten zijn, maar heb je andere bronnen. Ik kan bijvoorbeeld zelf niet zoveel met de Nederlandse tech-journalistiek, want dat heb ik allemaal al op Amerikaanse sites gelezen. Maar ik lees wel veel over de politiek, want dat is niet mijn niche en je kunt de voorkennis van mensen mooi gebruiken voor je aanbod. Want alleen dan gaan mensen vooruit en dat willen we toch?’’

Afspraken met uitgeversDan komen we op een interessant gebied uit in het businessmodel van Blendle. Het bedrijf maakt immers altijd eerst afspraken met uitgevers, ‘verkoopt’ de verhalen vervolgens per stuk of per premium abonnement aan de lezer en betaalt een gedeelte aan de uitgevers. ,,Met Psychologie Magazine praten we over onderwerpen die het goed gaan doen. Vrij Nederland maakt zelfs stukken die eerst op Blendle verschijnen en later pas in het blad.’’

Verkopen van verhalenWerken ze eigenlijk ook met de grote kranten op die manier samen? Die houden er vast niet van als Blendle hun redactionele agenda gaat bepalen. ,,Bij grote kranten gaat het minder om de onderwerpkeuze, maar over het verkopen van de stukken dus over goede koppen en inleidingen. Wij hebben een systeem dat aangeeft of een kop het in potentie goed gaat doen. Dat je vraagtekens moet toevoegen of bijvoorbeeld dat je het beter in de avond kan plaatsen. Daar hebben uitgevers dan weer wél interesse in.’’

Afhaken NRC en Telegraaf
Daarover gesproken. De hoofdredacteuren van NRC en Telegraaf beëindigden hun relatie met Blendle. Een van de argumenten is dat ze vinden dat Blendle zich te nadrukkelijk met de redactie bemoeit. Snapte Klöpping die analyse? Dagbladen willen gewoon zelf via digitale abonnementen hun geld gaan verdienen en dat niet aan Blendle laten. ,,Ik moet heel erg denken aan Taylor Swift die wegging bij Spotify, maar ze keerde terug omdat haar publiek nu eenmaal op Spotify zit. Wij hebben een enorme groep lezers die wij bedienen en of ze mee willen doen dat is aan de kranten zelf.’’ Hij heeft uitgevers toch wel nodig? ,,Zonder uitgevers hadden we een leeg winkeltje, maar we hebben ook geweldige titels als de New York Times in de kiosk. Het is alsof AH vreest dat het Coca-Cola niet meer in de winkel mag leggen, maar vooralsnog verdient Coca-Cola daar goed geld. We maakten miljoenen over aan de grootste uitgevers en nu gaat dat geld een andere kant op.’’

 
,,Ik moet heel erg denken aan Taylor Swift die wegging bij Spotify, maar ze keerde terug omdat haar publiek nu eenmaal op Spotify zit.

 
Zelf geld verdienenKranten willen natuurlijk zelf geld verdienen met hun merk, geen onlogische gedachte. ,,Ik weet wat ik overmaak aan uitgevers en dat zijn significante bedragen. Taylor Swift kan aan haar eigen Spotify werken, maar er is ook een reden dat Spotify goed werkt. Dat komt niet alleen door de goede artiesten, maar ook door de playlist en de interface. Taylor Swift wil fans bereiken en datzelfde geldt voor een krant. Dat doe je door op zoveel mogelijk plekken aanwezig te zijn. Uitgevers zoeken juist naar heel veel verschillende plekken waar ze hun spullen kwijt kunnen.’’

VS en DuitslandHoe is het eigenlijk met de plannen in Duitsland en de VS? ,,We beginnen, net zoals John de Mol doet, altijd alle projecten in Nederland en gaan dit jaar ook in meer landen uitbreiden dan alleen in de VS en Duitsland. We leren steeds meer iets over de behoeftes van mensen. We zullen dit jaar ook zichtbaarder zijn, bijvoorbeeld op tv. Onze naamsbekendheid kan nog wel iets omhoog en als we mensen eenmaal aan boord hebben dan kunnen we mensen ook het product laten gebruiken.’’

Klöpping gelooft oprecht dat er geen bedrijf ter wereld is dat zoveel lessen leerde over hoe je jongeren kan interesseren voor kwaliteitsjournalistiek. ,,Zonder mezelf op de borst te slaan, begrijp ik wel waarom die investeerders op de eerste rij willen zitten. We doen experimenten met machine learning en met journalistiek gericht op individuen, teveel om op te noemen. Er gebeurt op de achtergrond heel veel waar mensen in die industrie met respect naar kijken.’’

 
,,Zonder mezelf op de borst te slaan, begrijp ik wel waarom die investeerders op de eerste rij willen zitten.

 
Blendle Audio omdat ‘het gesproken woord’ hot isEn één van die innovaties is dus Blendle Audio, voorgelezen verhalen. Uit het persbericht: ,,Het is zo simpel dat we ons afvroegen waarom het nog niet bestond.’’(..) Er is een enorme opmars van podcasts, audioboeken zijn inmiddels een miljardenindustrie en met de komst van Android Auto en Apple CarPlay luisteren steeds meer mensen naar on demand radio in de auto.’’ Oftewel, Gary Vaynerchuk zegt het altijd: Audio is hot. Het concept is op zich vrij overzichtelijk, legt Klöpping uit. ,,We beginnen met een kleine selectie als onderdeel van je Blendle Premium account. We willen die wereld van podcasts koppelen aan de krantenwereld en geloven dus in die combinatie.’’
  2516 Hits
  0 Comments
2516 Hits
0 Comments

Kan verliesgevend Blendle 2018 overleven?

Kan verliesgevend Blendle 2018 overleven?

Overleeft Blendle 2018? Dat is de vraag na een inkijkje in het jaarverslag van 2016. De dienst is het waard om overeind te blijven. Met een paar slimme investeringen en meer hulp van onwillige Nederlandse uitgevers.

Het jaarverslag van Blendle over 2016 toont geen rooskleurige cijfers. In dat jaar draaide Blendle nog meer verlies dan in 2015: -2,4 miljoen euro. Ook het eigen vermogen ging in de min, naar 1,4 miljoen. Omdat Blendle verwacht dat de komende jaren het resultaat ook negatief is, wordt het zonder nieuwe investeringen moeilijk om 2019 te halen.

Onbekend aantal abonnees  Dankzij ontvangen investeringen in 2017 van nieuwe geldschieters Nikkei (Japan) en Inkef Capital (Nederland) was de liquiditeit het afgelopen jaar voldoende. Verder is het onbekend hoeveel abonnees de dienst nou eigenlijk heeft en welke omzet daarmee wordt behaald. Die cijfers worden niet gedeeld. In 2016 zouden ze wel door de ‘magische grens’ van 1 miljoen zijn gegaan, maar waren er ‘slechts’ 200.000 personen die daadwerkelijk geld stortten op hun account. Er wordt nogal eens wat cadeau gegeven en als je ontevreden bent met een artikel krijg je je geld terug.

Lastig jaarHet jaar 2017 was ondanks de investeringen van Nikkei (eigenaar van Financial Times) en Inkef (we weten niet hoeveel geld zij samen ‘geschoten’ hebben) ook een lastig jaar voor Blendle. Bijvoorbeeld omdat er negen medewerkers moesten worden ontslagen. De reden was dat Blendle ‘te hard heeft willen groeien’. Maar de overheadkosten zijn domweg te hoog voor wat Blendle aan omzet binnenhaalt en je vraagt je af of je echt 80 mensen in dienst moet hebben. Toch bleef oprichter Alexander Klöpping positief, want de eerste twee kwartalen van 2017 waren volgens hem de twee beste sinds de start.

Blendle in Duitsland en de VS  Hoe gaat het ondertussen met Blendle in Duitsland en Amerika? Axel Springer en New York Times investeerden in 2014 samen 3 miljoen in Blendle. In de VS wordt de dienst ‘de iTunes for news’ genoemd, maar of het goed loopt weten we niet. New York Times scoort in dit Trump-tijdperk ondertussen zelf enorm veel abonnees, dus de vraag is of dit uitgeefbolwerk Blendle wel echt nodig heeft. Al is de keuze aan titels natuurlijk veel breder.
In Duitsland ging het, blijkens dit artikel van februari 2017, nog niet super, met name omdat de inkomsten domweg tegenvallen voor uitgevers. In Nederland was er een cruciale ontwikkeling: eerst stapte NRC helemaal uit Blendle en daarna Telegraaf Media Groep (TMG) en de Persgroep uit de Premium-dienst.

Zelf uitgever geworden  Met Premium lijkt de kiosk zichzelf in de vingers te hebben gesneden. Bij een premium-abonnement selecteert het team voor jou elke ochtend twintig artikelen uit het aanbod kranten en tijdschriften. Daarmee is Blendle zelf uitgever geworden. Dat is lastig te verkopen aan de traditionele uitgeefhuizen die toch al worstelen met hun businessmodellen en het afgelopen decennium adverteerders en abonnees zagen weglopen. Toch is dat jammer. Misschien is Blendle niet de redder van de journalistiek die het genoemd werd, maar zeker een welkome toevoeging aan het aanbod, juist omdat de traditionele uitgevers zijn gaan dwalen.

IngewikkeldEigenlijk hadden de Nederlandse uitgevers Blendle dus al vanaf de start als een gezamenlijk project moeten omarmen. Dat wilden ze niet. In 2014 liet de inmiddels vertrokken Marten Blankesteijn zich naar aanleiding van de investeringen van Springer en The New York Times tegen Adformatie ontvallen dat Nederlandse uitgevers nooit concreet zijn geworden voor een investering. ,,Maar dat was ook moeilijker, omdat Nederlandse uitgevers het ingewikkeld vinden om mee te doen aan een project dat deels eigendom is van een andere Nederlandse uitgever. We hebben het zo’n jaar geleden wel eens gevraagd, maar dan was het antwoord altijd: ‘Als zij investeren, dan doen wij niet mee’.”

Wat wil de consument?
Dat is tekenend voor de Nederlandse uitgeefwereld die ondertussen onder druk van de Amerikaanse techbedrijven moet toegeven dat samenwerken misschien wel de enige oplossing is om zelf te overleven. Maar de belangrijkste vraag is: wat wil de consument? Voor goede inhoud gekoppeld aan goede techniek wil de (jonge) consument best betalen. Dat heeft Blendle in huis. Mocht de dienst in 2018 die extra investeringen binnenhalen dan is het zinvol dit te steken in verdere verfijning van de techniek en het aanbieden van video en grafische mogelijkheden. En daarnaast een grote marketingcampagne voor nieuwe aanwas van betalende abonnees.

 
LEES OOK
https://www.frank.news/2016/01/27/nieuw-verdienmodel-blendle-echt-een-succes/

 
  5454 Hits
  2 Comments
5454 Hits
2 Comments

Uitgevers moeten samen optrekken in strijd tegen Google en Facebook

Uitgevers moeten samen optrekken in strijd tegen Google en Facebook
Door Kim van der Meulen

Amerikaanse uitgevers zijn het zat: Google en Facebook gaan ervandoor met een groot deel van hun digitale advertentiegelden. Advertentie-inkomsten die vroeger naar de krant gingen, gaan nu grotendeels naar de twee techreuzen. Hebben Nederlandse krantenuitgevers daar ook last van? En: is daar iets tegen te doen?

 
De macht van Google en Facebook op de advertentiemarkt wordt niet voor niets in veel media omschreven als een waar ‘duopolie’: ze verdienen wereldwijd samen meer aan advertenties dan alle dagbladen, radio- en televisiestations bij elkaar. Met alle gevolgen van dien voor krantenuitgevers: misgelopen advertentie-inkomsten betekent krimpende redacties en minder geld voor gedegen (onderzoeks)journalistiek. Al genereren Facebook en Google tachtig procent van je traffic, zoals in het geval van The Wall Street Journal: als uitgever zie je er niets van terug in harde dollars.

Misgelopen inkomsten
In Nederland is de situatie nauwelijks anders, zegt Jeroen Cnossen, mediaconsultant, partner van communicatiebureau VRHL en voormalig uitgever bij PCM. Hier gaat bijna een miljard euro aan advertentie-inkomsten naar Facebook en Google, zegt hij - een vijfde van het totaal. ,,Tel daarbij op de enorme inkomstendaling van uitgevers van de laatste jaren en je kunt wel stellen dat Nederlandse uitgevers veel last hebben van dat duopolie.”  Traditionele reclamebureaus beginnen alle grote campagnes voor adverteerders tegenwoordig met social media - geld dat tien jaar geleden nog naar uitgevers ging, legt Cnossen uit. ,,Elke bakker om de hoek steekt z’n euro’s tegenwoordig in Facebook en Google. Allemaal inkomsten die kranten mislopen.” De machtige mediagiganten de rug toekeren is niet de oplossing, zegt Cnossen: ,,Zeker de helft van al het verkeer op eigen websites van uitgeverijen is afkomstig van social media, met Facebook voorop. Daar hebben uitgeverijen dan weer gemak van. Het levert alleen zo weinig op.”

Eilandjescultuur
Wat kunnen uitgevers dan doen om het tij te keren? Of is het daarvoor te laat? Volgens social media-expert Corinne Keijzer begint het met een zelfredzame houding en creatieve oplossingen. ,,In plaats van lijdend toezien hoe andere partijen je advertentie-inkomsten opslurpen en je er afhankelijk van opstellen, zouden uitgeverijen beter kunnen nadenken over alternatieve manieren om inkomsten te werven. Net als de muziekindustrie en retail is de uitgeverswereld er een die te veel blijft hangen in oude concepten, in hoe het nou eenmaal altijd ging. Maar als je niet innoveert, ga je de V&D achterna. Ze zouden bijvoorbeeld een fee kunnen koppelen aan artikelen die een bepaald aantal keer gedeeld of geliket worden - als een artikel populair is, betekent het dat het goed is. Daar mogen inkomsten voor auteur en uitgeverij tegenover staan en consumenten zijn best bereid daarvoor te betalen. En: ga samenwerken. Uitgevers zien elkaar te veel als concurrenten en zitten op hun eigen eilandje.”
Eigen netwerk bouwenOok Cnossen ziet een belangrijk deel van de oplossing in samenwerking, op zowel de advertentiemarkt als de lezersmarkt. Opboksen tegen zulke giganten ziet hij als een mission impossible. ,,Toen Google net zijn intrede deed, werkte ik voor PCM,” herinnert Cnossen zich. ,,We probeerden Google destijds nog angstvallig buiten de deur te houden. Een kansloze onderneming, natuurlijk. Er gaat al zo veel geld naar die grote partijen en dat zal alleen maar meer worden; dat is een onomkeerbaar proces. Het enige wat uitgevers kunnen doen is onderling de handen ineenslaan en voor de lokale markt kwalitatief goede alternatieven bieden.”
De Franse kranten Le Monde en Figaro lieten vorige maand al zien hoe dat kan: ze kondigden aan vanaf september een samenwerking te starten voor de verkoop van digitale advertentiecampagnes om tegenwicht te bieden aan Google en Facebook. Bijzonder, want de Franse mededingingsautoriteit verbood dit soort samenwerkingen in het verleden. De reden dat het toch wordt toegestaan: de veranderde markt door de dominantie van deze (en andere) techreuzen. ,,Nederlandse uitgevers zouden ook best naar de overheid kunnen stappen om zo’n samenwerking mogelijk te maken,” zegt Cnossen. ,,Uitgevers kunnen adverteerders dan bijvoorbeeld een eigen netwerk aanbieden met de eigen titels. Ik heb niet de illusie dat je daarmee Facebook of Google buiten de deur houdt, maar je kunt zo wel kwalitatieve artikelen met een hoge attentiewaarde aanbieden aan kwalitatief hoogwaardige adverteerders. En voor lokale media is het een mooie manier om lokale adverteerders te trekken. Bouw dus een platform met kwalitatieve content - daar zijn Facebook en Google minder goed in - en ontwikkel er een goede app voor. Ik verwacht dat mensen dan minder artikelen op Facebook en meer op die app gaan lezen, zodat je voor adverteerders via nieuwe advertentiemodellen ook aantrekkelijk bent.”

Blendle en Topics
Bestaan zulke platformen voor kwalitatieve content niet al in Nederland, in de vorm van Blendle en Topics? ,,In de basis wel, maar bij Blendle beschik je als uitgever evenmin over klantdata,” zegt Cnossen. “Dat mis je toch als uitgever, hoe mooi het instrument ook is. Bovendien is het bij het grote publiek nog niet bekend. Topics wint wat dat betreft; het gebruik daarvan is groter dan dat van Blendle. Op zich positief, maar Topics is vooralsnog vooral gericht op abonnees van de Persgroepkranten. Maak je een soortgelijk initiatief met content van meerdere uitgevers, dan houd je abonnees binnenboord met een nog mooier aanbod, kun je de eigen media inzetten om het nieuwe platform te promoten én je houdt je eigen klantdata, die je anders kwijt zou zijn aan Facebook.”

Technische kennis binnenhalen
Om zo’n platform te realiseren, is wel technische kennis nodig, zegt Keijzer: ,,Een van de redenen dat adverteren via Facebook goed werkt, is dat het een ongelooflijk slim systeem is. Je kunt nauwgericht je doelgroep bepalen en via retargeting ook mensen bereiken die ooit op je site zijn geweest. Ze hebben enorme databases, waar op allerlei manieren gebruik van wordt gemaakt.” Die algoritmes zijn zo geavanceerd, dat een individuele uitgever ze nooit zelf kan bouwen, onderstreept Cnossen: ,,Je hebt veel klantdata nodig om advertenties op de beste manier te kunnen aanbieden. Ook daarom is het beter om samen te werken: je kunt samen meer data verzamelen en delen, voor zover wettelijk toegestaan uiteraard, dan alleen. Alleen zo kun je invloed uitoefenen op de nationale advertentiemarkt.”

TegemoetkomingDe News Media Alliance, de groep uitgevers (waaronder The Wall Street Journal en The New York Times) die in de VS naar het Congres is gestapt om iets te doen tegen de dominantie van Facebook en Google, kreeg vooralsnog twee toezeggingen vanuit de mediagiganten zelf. Google zou ‘nepnieuws’ via Google News beter filteren en Facebook zou uitgevers via het eigen platform willen helpen abonnementen te verkopen. Ook gaat Facebook content van uitgevers aanbieden via een betaalmuur, waarbij een deel van de inkomsten naar Facebook gaat en een deel naar uitgevers. Een druppel op een gloeiende plaat, denkt Cnossen: ,,Het afstaan van je eigen content aan Facebook zou ik uitgevers willen afraden, want je hebt er dan niks meer over te zeggen. En hoewel Facebook een mooi instrument is om mensen kennis te laten maken met je content, denk ik niet dat dit medium een substantiële bijdrage levert aan abonnementenwerving. Het geld dat uitgevers op deze manier binnenkrijgen, staat niet tegenover het geld dat ze verliezen door Google en Facebook. Dit is een tegemoetkoming, geen ei van Columbus.”

Vind expertsVoor uitgevers die online succesvoller willen opereren en zo een vuist willen maken tegen de duopolie, heeft Cnossen tot slot een waardevol advies: trek mensen aan die social media goed in de vingers hebben. ,,Uitgevers innoveren over het algemeen langzaam. Vaak zie ik, met name bij traditionelere uitgeverijen, dat ze artikelen op Facebook posten en daar blijft het dan bij. Concurreer niet met Google en Facebook, maar maak gebruik van die netwerken. En laat dit dus door een jonge generatie doen die de huidige mediaconsumptie snappen, niet alleen door redacteuren die er al lang zitten. En verlies daarnaast je oudere krantenlezer niet uit het oog, want het grootste deel van de inkomsten is nog altijd van die markt afkomstig. Je moet de traditionele lezer tevreden houden én de markt openbreken door jongere consumenten te bedienen die op een andere manier met informatie omgaan. Als uitgever moet je dus op verschillende borden schaken.”

 
  9166 Hits
  1 Comment
9166 Hits
1 Comment

Zijn Alexander Klöpping en Blendle hetzelfde merk?

Zijn Alexander Klöpping en Blendle hetzelfde merk?


Personal Branding deel 2

Of Blendle de beloofde redding van de journalistiek is of niet: er gebeurt nogal wat rondom de digitale kiosk. Na het vertrek van oprichter Marten Blankesteijn staat Alexander Klöpping er als eigenaar alleen voor. Is Blendle daarmee het merk Klöpping?

 
Medeoprichter Marten Blankesteijn, door Klöpping ‘het brein achter Blendle’ genoemd, stapte onlangs uit de start-up om meer privétijd te hebben. Voor buitenstaanders leek Klöpping vaak al het gezicht van Blendle: in de vele media-aandacht die de start-up sinds zijn ontstaan kreeg, werd vooral hij geïnterviewd. ,,Alexander is vaker te zien in de media en geeft presentaties. Ik heb daar gewoon niet zoveel mee, ben meer iemand van de cijfers,” zei Blankesteijn daar eerder over in Metro. Is Blendle daarmee een personality brand?

 
Visitekaartje en mede-eigenaar
,,Het was slim van Blendle om Klöpping naar voren te schuiven als gezicht van het merk,” vindt Tom Scholte, specialist op het gebied van personal branding en auteur van het boek Personal branding voor ZZP’ers: hoe je hoger gewaardeerd en daardoor vaker gevraagd wordt. ,,Hij was al bekend van De Wereld Draait Door, waarin hij als snelle techjongen razend enthousiast over gadgets en tech-snufjes praatte. Eerder had hij mooi vormgegeven site waarop hij nieuws over gadgets deelde. En hij had een eigen bedrijf, The Gadget Company. Hij was dus enigszins bekend. Al had hij zijn sporen ook nog niet in zo’n mate verdiend dat hij aan Blendle werd verbonden zoals George Clooney aan Nespresso. Vaak zie je dat merken een persoonlijkheid zoeken die bij ze past, ter versterking van hun merk, maar ik denk niet dat Klöpping vooral die rol is toebedeeld. Op de website van Blendle wordt hij gewoon genoemd tussen de andere medewerkers. Als het om de naam ging, hadden ze hem ook alleen kunnen inhuren om over Blendle te bloggen of er reclamespotjes voor te maken. Dat hebben ze niet gedaan. Opmerkelijk trouwens, want zijn expertise lag toch op het gebied van tech en innovatie, niet op het gebied van uitgeven en een bedrijf leiden.”

 
Je functie ontstijgen via personal branding
Daarin zit ’m ook het knelpunt als het gaat om Klöpping zien als zijn eigen merk, geeft Scholte aan. ,,Het lastige van personal branding is dat je een merk moet zijn omdat je een bepaalde functie hebt, die je via je merk kunt ontstijgen. Ronaldo is een merk voetballer. Ali B is begonnen als een merk rapper. Linda de Mol is begonnen als een merk presentator. En vervolgens zijn ze die functies ontstegen. Is Klöpping een merk journalist, spreker, ondernemer? Je kunt het allemaal zijn, maar dat maakt het wel lastiger er een persoonlijk groot merk op te bouwen. Dat kost tijd.”
Goed, geen klassiek geval van personal branding dus, maar past zijn imago wel een beetje bij wat Blendle wil uitstralen? In de basis wel, vindt Scholte: ,,Hij kan heel verwonderd, enthousiast en geloofwaardig vertellen over innovatie. Hij wil vernieuwen in de onlinewereld, waarin bedrijven snel komen en gaan. Dat past bij het karakter van start-ups: LinkedIn, Google en Facebook zijn groot geworden door enthousiast iets uit te proberen en de stekker eruit te trekken als het niet beviel.”

 
Hoort Blendle in de categorie Facebook?
Maar of Blendle ook in die categorie ondernemingen valt, durft Scholte te betwijfelen. ,,Zo vernieuwend vind ik het bedrijf eerlijk gezegd niet: na dat eerste innovatieve idee is er volgens mij alleen een premiummodel gelanceerd. Zo lang zonder aanpassingen bezig zijn is aan de lange kant voor een start-up. Je kunt je afvragen of dat wel bij Klöppings karakter past.”

 
Merkwaarde voor Blendle
Hoe zit het dan met Klöppings merkwaarde voor Blendle? Heeft zijn gezicht als visitekaartje iets toegevoegd aan het merk? ,,Je zou kunnen zeggen dat het weinig heeft toegevoegd,” antwoordt Scholte. ,,Het is in elk geval financieel nog geen doorslaand succes geworden. (zie kader, red.) En het hoeft niet erg te zijn dat er nog geen geld mee verdiend wordt, als ze maar een goed product neerzetten. Tesla leidt ook nog steeds verlies, maar zet wel de wereld op z’n kop.”

Alles begint bij een kwalitatief goed product, benadrukt Scholte: dat is de bestaansreden van een merk. Voordat je een personal brand kunt uitbouwen, moet de basis van je dienst, je vak, in orde zijn. ,,En dat moet je ook kunnen uitdragen. Veel techbedrijven richten zich echter te lang en te veel op kwaliteit en te weinig op communicatie. Daar stond Philips jarenlang om bekend; hun slogan was zelfs ‘Let’s make things better’. Met de slogan ‘Sense and simplicity’ kwam er meer emotie in. Als een andere partij beter is in het verkopen van jouw boodschap, red je het niet. Hoe disruptive Blendle is, durf ik niet te zeggen. Het feit dat andere uitgevers ook digitale kiosken beginnen en losse artikelen gaan verkopen, laat wel zien dat ze zijn wakker geschud.” En wie de bestaande markt omver wil werpen, moet innoveren. ,,Blendle zou bijvoorbeeld eigen content kunnen publiceren, zoals Facebook nu ook eigen Netflix-achtige series ontwikkelt om mensen langer te boeien. En afhankelijk van welke afspraken er zijn gemaakt over de branding van Blendle kan Klöpping zich op de site misschien toch wat meer profileren als gezicht van het merk. Een kort filmpje waarin hij uitlegt waar ze mee bezig zijn zou een goed begin zijn.”


 
Turbulente tijden
In de drie jaar dat Blendle bestaat, maakte de digitale krantenkiosk een opmerkelijke ontwikkeling door. Waar concurrerende diensten als Paper en Myjour het eerder tegen Blendle aflegden en buitenlandse investeerders waaronder The New York Times drie miljoen euro in de start-up staken, vlakt de groei van de - nog altijd niet winstgevende - dienst nu af, aldus NRC. Blendle heeft twee nieuwe investeerders aangetrokken, volgens Klöpping staan ze in de rij, maar intussen scoort De Persgroep met de vergelijkbare dienst Topics. Persgroep-baas Christian van Thillo besloot onlangs geen hele kranten meer op Blendle te laten plaatsen, maar slechts losse artikelen.
 

  21345 Hits
  0 Comments
21345 Hits
0 Comments

Uitgevers: hoe nu verder?

Uitgevers: hoe nu verder?

Dat de uitgeefwereld sinds meer dan een decennium te maken heeft met allerlei ‘uitdagingen’, is geen nieuws. Teruglopende printoplages, dalende advertentie-inkomsten, grotere concurrentie van digitale spelers en dalende tv-kijktijden. Veel publishers maakten grote slagen om mee te kunnen in het nieuwe tijdperk, maar er zijn nog veel uitgevers die het simpelweg niet weten. Dit zijn de twee grootste uitdagingen.

 
1. Je publiek nog steeds niet kennen
Hoe gek het ook klinkt, er zijn nog steeds veel uitgevers die in de achteruitkijkspiegel kijken om te proberen vooruit te komen. Ze zien nieuwe spelers  - online publishers als VICE, of innovatieve partijen als Blendle - eerder als gevaar voor hun eigen business dan als inspirerend voorbeeld. ,,We moeten iets met internet of nieuwe media.” Leuke zin die je misschien in 1995 nog hardop kon zeggen, toch zul je hem nog steeds wel eens ergens horen. En het frappante is: deze mensen zijn zelf ook mediagebruikers.
In Nederland is bijvoorbeeld de tijdschriftenbranche pas laat gaan inzien dat er digitaal en met events een enorme slag kon worden geslagen. Maar ondertussen hielden veel bladenmakers vast aan een - dunner wordend - blad en een site met daarop het nummer van de klantenservice en een PDF van het printnummer. Ook werd er hard gesaneerd op redactioneel vlak en daarom wordt menig tijdschrift tegenwoordig gemaakt met tweeëneenhalve stagiaire.
In Nederland zette het blad Linda - gelukkig - de toon van hoe je een tijdschriftmerk op verschillende manieren kunt exploiteren. Het team daar weet namelijk precies wie het publiek is, wat deze groep wil en ook wat men niet wil. Door online aan een platform te bouwen, met ook een videokanaal, door events te organiseren en door spin-offs te maken (L’Homo, Linda Meiden). Linda noemen als lichtend voorbeeld voor de tijdschriftenbranche een cliché? Misschien, maar er is nog niemand die het merk hier geëvenaard heeft.

In de traditionele tv-wereld zijn er spelers die nu pas een beetje wakker worden en beseffen dat nog maar een deel van de kijkers de beeldbuis om zeven uur aanzet en uitschakelt als men gaat slapen. Ze houden nog steeds vast aan de kijkcijfers van SKO en baseren daarop of ze wel of niet succesvol zijn met programmacontent. Maar ze kennen hun kijker eigenlijk helemaal niet zo goed. Want wie vertelt hen wie er daadwerkelijk naar het betreffende programma heeft gekeken en hoe intensief? Ziggo en KPN, maar ook Videoland en op grotere schaal Netflix kennen hun kijker wél precies en zullen daar ook op inspelen. Op sociale media als Twitter en Facebook laat het kijkpubliek zelf weten wat het van bepaalde programmacontent vindt. Ook die ‘kijkgegevens’ zouden eens meegenomen moeten worden.
Daarnaast wordt sommige programmacontent online beter bekeken dan lineair, omdat het daar misschien beter past, of omdat daar juist dat jongere publiek zit dat niet graag meer lineair kijkt. Ook daar wordt nog te weinig mee gedaan.

In de radiowereld bouwt het nieuw gevormde Talpa Radio niet voor niets aan een strategie waarbij het profielen gaat verzamelen. Velen luisteren nog naar FM-radio, maar zijn ondertussen ook interactief: geeft een like op de Facebookpagina of doe mee aan een prijsvraag. Zo leren ze de luisteraar echt kennen. Want een radio-onderzoek op basis van dagboekjes zegt vrij weinig. Elk zichzelf respecterende - Nederlandse - uitgever zorgt er anno nu dus voor dat hij weet wie zijn lezer, kijker, luisteraar, consument is. En zorgt er ook voor dat die bediend wordt met content waar deze om vraagt. Niet zelden is dat content met een lokale component.

 
 
2. Te grote focus op advertenties
Ook de advertentiemarkt is de afgelopen vijftien jaar sterk veranderd. Veel adverteerders vertrokken naar digitaal en daar leveren advertenties veel minder op dan de good old printadvertentie of de tv-GRP. De traditionele publishers en mediabedrijven hebben de afgelopen jaren online reclame massaal omarmd. Programmatic advertising brak door en was een extra handige manier om reclame uit te serveren. Maar ja, de automatisch startende banners of reclamevideo’s doen pijn aan je ogen. Het probleem met ‘programmatic’ is dat er vooral op prijs wordt gehandeld en nauwelijks op omgeving, of het door uitgevers nog veel gebezigde woord Umfeld.

Adverteerders zijn wakker geschud - daar heeft de adblocker discussie zeer aan bijgedragen - en keren zich af van programmatic als ze niet weten waar hun advertentie wordt uitgeserveerd (en dus niet de doelgroep bereiken). Daarom kiezen steeds meer merken voor contentmarketing, ook al moeten we nou niet meteen denken dat het dé gouden greep van nu is en het traditionele advertising gaat vervangen, zoals De Persgroeps Willem-Albert Bol in dit artikel al terecht adresseerde. Het voordeel van deze ontwikkeling is dat er een kwaliteitsdiscussie op gang is gekomen: betere advertenties leveren uiteindelijk meer op.

De tv-reclame is eveneens aan erosie onderhevig. Het op de massa schieten is voor steeds meer adverteerders passé (neem Adidas) en veel tv-reclames zijn vaak net zo stomvervelend als online banners. Gelukkig zijn er nog steeds adverteerders die prima merken kunnen bouwen met tv-reclame - neem supermarktketen Jumbo - maar dat zijn er niet veel meer. Cijfers van het afgelopen jaar wijzen uit dat de daling van de kijktijd én de daling van tv-bestedingen hand in hand gaan.
Het aloude “model” gebaseerd op SKO-cijfers vertoont steeds grotere scheuren, maar voor de traditionele tv-partijen werkt het nog steeds: ze halen nog altijd bakken met geld binnen dankzij de tv-GRP. Daarom hebben de grote tv-partijen nog altijd drie (NPO) of zelfs vijf (RTL en SBS) lineaire tv-zenders.
Maar ze vergeten, zoals Head to Heads Henk Burgerhout terecht zegt in dit artikel, dat het om de impact gaat en minder om het (massa)bereik.

 
Wat hebben uitgevers nodig?
Dit is een gegeven:
- De consument (de lezer, de kijker, de mediagebruiker) bepaalt.
- De consument wil kwaliteit van content, mediaomgeving en techniek (snelheid/gebruiksgemak).
- De consument zal dat laatste de komende jaren in nog grotere en snellere mate willen.
- De omzetten uit oude advertentiemodellen komen écht niet meer terug, de nieuwe advertentiemodellen leveren echter nog altijd minder op dan de oude.

 
Dit is ook een gegeven- Alles is tegenwoordig te meten. Elke klik en elke view.
- Er is een enorme bak met data die een enorme bak aan inzichten geeft.
- Publishers hebben veel meer kanalen tot hun beschikking dan vroeger en kunnen de mensen die ze willen bereiken ook daadwerkelijk bereiken. Eén op één indien gewenst (en dat geldt ook voor merken).

 
Wat is er nodig?- Het besef als uitgever dat je met kwalitatief sterke merken een vast en trouw publiek  (én nieuwe aanwas) trekt. Investeer dus in je merken en zorg dat je precies weet wat je publiek wil. Zorg dus voor een aantal goede data crunchers in je organisatie, maar ook voor een sterke redactie en productie.
- Samenwerking met andere publishers of partijen in de branche om je businessmodel(len) te versterken. Als je als publisher ergens minder goed in bent, kijk dan naar welke partij je daarin kan versterken.
- Zorg voor vernieuwing in marktcijfers: een nieuwe gezamenlijk bereikonderzoek van de lokale (media)partijen met de wérkelijke cijfers, aangevuld met (panel)onderzoeken naar impact
- En ook: één nationale currency, bijvoorbeeld afrekenen op cost per view.
- Tot slot: schiet daar wel een beetje mee op, het is inmiddels 2017.

 
  1872 Hits
  1 Comment
1872 Hits
1 Comment

Willem-Albert Bol: Native? I hate it

Willem-Albert Bol: Native? I hate it
The influencers contentmarketing deel 4
 

Willem-Albert Bol van De Persgroep vindt contentmarketing een geweldig vak, maar het zal advertising nooit helemaal wegduwen. ,,Laten we dingen niet onnodig complex maken.”

 
De meeste mensen uit de contentmarketingwereld kennen Willem-Albert Bol, creative director bij De Persgroep, wel. Niet alleen omdat hij regelmatig op congressen staat met een microfoon en een camera, maar gewoon omdat hij zich alweer een jaar of achttien bezighoudt met dit relatief nieuwe vakgebied. ,,Ik blijf het leuk vinden om kritisch te discussiëren over contentmarketing. En door mijn achtergrond aan de media-, adverteerders- en bureaukant zie ik dat alle mensen die iets roepen zo hun eigen belangen hebben”, zegt hij.

 
 
Oude wijn in nieuwe zakken 
 
Het opportunisme stoort hem wel eens. ,,Bijvoorbeeld in het omarmen van ‘native advertising’, wat ik een verschrikkelijke term vind omdat het niets anders is dan een poging een advertentie op een redactieplek te duwen.” Volgens Bol niets minder dan een advertorial in zijn ogen, dus oude wijn in nieuwe zakken. ,,Een advertorial is geen ‘interactieve storytelling campagne’, maar een merk dat iets over zichzelf vertelt. Het gaat om twee zaken in advertising: ‘hoi, ik ben Willem-Albert en wil je met me praten’ of ‘hoi, ik ben Willem-Albert en ik wil je regelen’.”

In de fase tussen kennismaken en verleiden is het in zijn ogen wel handig om iets over jezelf te vertellen en toevallig is contentmarketing daar zeer geschikt voor. Een verhaal vertellen met een commerciële intentie, dat is het dus. ,,Er duiken veel mensen op het vak. Dat is prima, maar ik heb niet zo veel met de figuren die praten over storytelling alsof we teruggaan naar de tijd van de indianen toen er verhalen verteld werden bij het haardvuur. Het is allemaal niet idyllisch, gewoon een vak waarin je moet proberen, doen en ondertussen wat zult leren. Het is hard werken.”

 
 
Klassieke discussie over geloofwaardigheid 
 
De afgelopen tijd was De Persgroep een paar keer in het (marketing-)nieuws met de klassieke discussie over de vraag waar reclame ophoudt en redactie begint. Zo schreef onderzoekwebsite Follow the Money een kritisch verhaal waarin het AD aanpakte vanwege de contentmarketingcase van Senseo. Er werd een speciale koffietest bedacht voor het koffiemerk en toen de uitslag positief was, verscheen er op de redactiepagina iets als ‘Senseo als beste uit de test’. Glad ijs natuurlijk, want hiermee leek het erop dat het koffiemerk als beste uit de grote en beroemde AD-koffietest kwam. Ook de ING-case kreeg veel kritiek. Er was aandacht voor de documentaire die ING maakte over Ruud van Nistelrooy. In het interview met Ruud van Nistelrooy in AD Sportwereld leek het alsof er een dealtje was gesloten. Bol: ,,Wij zijn keihard op de feiten gedrukt en hebben onze regels na die cases verder aangescherpt. Er zijn lifestylebladen die deze regels niet hebben omdat het de lezer niet boeit of de beautypagina’s zwaar gesponsord zijn, maar bij nieuwsmerken zijn die regels hard nodig want de lezer verwacht kritisch vermogen en zuiverheid. Daar mag je niet mee spelen.”

 
 
Lezer bepaalt
 
Dat klinkt goed, maar het AD ging toch nat  in het geval van Senseo? ,,Nee, had iemand van Follow the Money me maar gebeld,” zegt Bol. ,,Het verhaal is dat Senseo wilde meedoen met onze koffietest, maar die is natuurlijk voor de koffiehoreca bedoeld. We konden wel onafhankelijk onderzoek doen naar de beste koffie in de supermarkten en dat durfden ze daar wel aan. Vervolgens zeiden de mensen van Senseo na de goede uitslag: kunnen we daar iets mee? We hebben dat onderzoek niet verkocht.”

Maar het is toch een glijdende schaal als de redactie naar aanleiding van dat onderzoek zegt: ‘Senseo als beste getest’? Jullie kunnen zelf wel integer wíllen zijn, maar de lezer bepaalt dat uiteindelijk toch? Bol: ,,Het gaat erom of je in de spiegel kan kijken en of het niet voor verschillende uitleggen vatbaar is en daarom zijn de regels aangepast.”

En hoe zat het bij ING? ,,De redactie kreeg de kans op een interview met Van Nistelrooy en vervolgens maakt een journalist - goed bedoeld - een kadertje waarin staat dat hij hem heeft gesproken vanwege de samenwerking met ING. Daar vroeg ING niet om en er is ook niets voor betaald.”

 
 
Vier regels
 
Naar aanleiding van deze discussies zijn er vier regels opgesteld: de hoofdredacteur bepaalt of een contentmarketingverhaal kan, De Persgroep maakt de verhalen nooit met journalisten in vaste dienst, de lezer moet direct doorhebben dat het ‘branded content’ is én een redactie schrijft nooit als onderdeel van een commerciële deal. Dat laatste levert nog wel eens discussies op natuurlijk. ,,Hebben we dat wel eens geprobeerd vanuit commercie? Ja. Kan de redactie het geheel links laten liggen? Ja, zeker. Je kunt bij ons niet betalen voor redactie,” stelt Bol.

Helder verhaal, maar snapt de adverteerder dat ook? ,,Nee, want er zijn exploitanten die er anders mee omgaan. Dat werd een glijdende schaal toen de advertentie-inkomsten overal terugliepen. Maar wij hebben het meest winstgevende jaar in tijden achter de rug en advertenties bepalen dertig procent van de omzet, dus daarvoor zouden we nooit die andere 70 procent onder druk zetten.”

 
 
Branded content bij Metro 
Welke andere nieuwsmerken doen dat wel eigenlijk? Bol: ,,Metro maakt geen winst en moet alleen leven van de advertentiemarkt. Ik heb respect voor TMG, maar ik ben kritisch over branded content bij Metro. Ik zie daar verhalen zonder advertorial erboven die toch écht verkocht zijn. De vraag is wel wat je als lezer mag verwachten van een gratis medium.”

Over Nu.nl is hij wel lovend. ,,Ik vind dat de mensen daar heel zuiver zijn terwijl ze ook maar één geldstroom hebben,” zegt hij. ,,Wij hebben wat dat betreft ook wel iets makkelijker praten hoor. Weet je wat het is? Je moet eerlijk zijn over de afzender en je intentie. Anders haal je het vak onderuit en dat is de domste strategie die je kan bedenken. Ik kan sommige mediamerken niet meer serieus nemen. Ze doen teveel redactioneel met commercieel insteek. Dat is het begin van het einde. Wees gewoon duidelijk. Je kan toch zeggen: hier is voor betaald en het is een goed verhaal. Trucjes? Native? I hate it.”

 
 
De kwaliteit
 
Tot zover de objectiviteit, maar hoe zit het met de kwaliteit? Er wordt nog wel eens beweerd dat contentmarketingverhalen niet gemaakt worden door de meest getalenteerde schrijvers. Die toppers werken immers op de redacties en hebben geen zin in een merkverhaal. Bol: ,,Dat klopt niet. We werken graag met specialisten op een bepaald onderwerp. Een financieel-economisch verhaal is iets anders dan een foodverhaal. Natuurlijk zijn die mensen er. We hebben zelf 1400 fulltimers in dienst en de NVJ zegt dat er zo’n 10.000 journalisten zijn, dus er zijn genoeg capabele mensen over.”

Soms is het wel lastig om iemand te vinden die begrijpt dat juist een gesponsord verhaal journalistiek geschreven is. ,,Je wilt gesponsorde verhalen lezen die een beetje schuren, die kritisch zijn met aandacht voor de afzender. Zo’n combinatie is lastig te maken. Wij hielden recent de aandacht van de lezer vast met een branded content verhaal over Nespresso waarin we onderzochten hoe duurzaam hun koffie eigenlijk is,” aldus Bol.

 
 
Onhandige advertorial 
 
Toch nog even om te testen in hoeverre de theorie de praktijk overleeft. De interviewer heeft een AD-advertorial bij zich over een pil die gewrichtspijnen bestrijdt. Het is niet het beste verhaal allertijden. Een oma kan alles weer met haar kleinkind dankzij die briljante pillen. Geen tweede merk, geen kritische vragen, niks. Bol: ,,Ik zeg dan tegen het merk: je had er nog meer uitgehaald als je het wat breder had getrokken.” We pakken het stuk er even bij. ,,Maar dit is een aangeleverde advertentie. Wij zullen dit zelf nooit zo maken,” zegt hij.

Maar het staat toch bij hem in de krant? Bol: ,,Ik vind dit gewoon onhandig. Als je eerlijk en transparant bent dan maak je veel meer kans dat je verhaal overkomt.”

 
 
Verhogen impact 
 
Het is volgens hem een kwestie van de balans zoeken tussen impact en de regie over je verhaal. ,,Contentmarketing opereert in het gebied ertussen. We hebben een keer een advertorial gemaakt voor een verzekeraar die zes keer terug moest en dan zeg ik: willen jullie niet liever een advertentie? Als je het een klein beetje laat vieren dan gaat de impact omhoog,” stelt hij.

Bol denkt dat de effectiviteit van contentmarketingcampagnes nog verder omhoog kan door een campagne langer vol te houden. ,,Adverteerders zeggen soms: het werkt niet, terwijl er geen budget is om een verhaal aan te jagen met wat extra media. Het is vaak nog iets wat er ‘even’ wordt bijgedaan terwijl het een serieus vak is. Voor een reclamecampagne zijn er wel gangbare structuren, maar in contentmarketing is ‘t nog even zoeken.”

Een goed verhaal maken lukt ons allemaal, zo legt hij uit. Maar het gaat om de lange termijn. ,,Onze klant DAS maakt al twee jaar verhalen over taaie onderwerpen in de rechtsbijstand. Die verhalen gaan over complexe onderwerpen, maar we worden er steeds beter in die goed te maken zodat de doelgroep het boeiend vindt. Succes zit dus ook in lengte van contentmarketing.”

 
 
Omzet MediaLab 10 miljoen
 
MediaLab, de club van ongeveer vijftien mensen waar de contentmarketing wordt bedacht en gemaakt binnen De Persgroep, draait nu ongeveer 10 miljoen euro omzet per jaar. Die omzet groeit de laatste drie jaar met tenminste 25 tot 30 procent per jaar. Maar om deze cijfers in perspectief te plaatsen: de totale advertentieomzet is bijna 200 miljoen, dus dat is eigenlijk nog maar een bescheiden deel. Bol: ,,Het is een leuk groeigebied en daarom pakken we het op, maar het is niet dé oplossing voor de advertentiemarkt. Het zal maximaal een derde van de budgetten worden.”

Hij hamert er bovendien op dat branded content geen direct effect op verkoop heeft. ,,Je verandert de associatie in de ‘consumentenfunnel’, maar het stimuleert de verkoop niet direct. Wij maken ook geen afspraak voor KPI’s op sales, maar wel op associatieverandering.”

 
 
Concept aandacht 
 
Iemand als Aart Lensink is daar wat stelliger in. Die zegt: content duwt mensen júíst de funnel in. ,,Sommige diensten of producten laten zich wat beter lenen om die verkoop wel direct aan te jagen via content, maar dat is eigenlijk toeval,” vindt Bol. ,,Als we op woensdag een verhaal hebben over uitjes in Leiden dan zullen mensen op vrijdag sneller naar een museum gaan, maar bij telefoonmerken duurt dat overtuigen echt veel langer. Wij doen veel onderzoek naar het concept ‘aandacht’ en een supermarktmerk heeft eerder de aandacht dan een energiemerk. Aandacht is oneerlijk verdeeld. Een merk als DAS weet dus dat het de tijd moet nemen om aandacht te krijgen.”

 
 
Betalen voor bereik 
 
Over Lensink van LVB gesproken. Die vertelde in het tweede influencers-interview dat De Persgroep te duur is en veel in eigen hand wil houden. ,,Die uitspraken ergerde me en ik heb hem ook direct gebeld toen ik het las,” vertelt Bol. ,,Wij zijn namelijk niet duur qua productie, maar je betaalt voor het bereik dat we nu eenmaal hebben met onze merken. Je betaalt een bedrag per duizend mensen die je bereikt.”

Moet het vak volwassen worden? ,,Ik vind alle meningen in de marketingwereld een beetje hyperig, bijvoorbeeld dat mensen zeggen dat advertising dood is. Weet je dat een goede contentcampagne ook veel advertisingelementen in zich heeft? Een goed verhaal vertelt zichzelf zeggen ze dan, maar dat is gezwets voor 80 procent van de gevallen. Ik geloof in de formule ‘A x B x C x D = E’. Voor het effect (E) van contentmarketing heb je vier knoppen waar je aan kan draaien: aandacht (a), bereik/ eyeballs (b), creatie (c) en de doelgroep (d),”aldus Bol. Daarom werkt hij ook samen met reclamebureaus die in zijn ogen meester zijn in het genereren van aandacht door de juiste vorm. ,,Wel kijken reclamebureaus nog een beetje neer op contentmarketing. Ze vinden het een lastige mug die even in de weg vliegt,” zegt hij.

 
 
Blendle prima experiment 
 
Onlangs stapte NRC uit Blendle omdat de hoofdredactie vindt dat het de eigen mogelijkheden in de weg zit. Is dat voor De Persgroep aanleiding om ook zo’n stap te overwegen? Bol: ,,Wij steunen Blendle. Van Thillo formuleert het vrij duidelijk: niemand in de markt heeft de digitale sleutel gekraakt om geld te verdienen. Waar we met print euro’s verdienden, verdienen we met digitaal centjes. Ook bij ons betalen de krantenlezers de 1400 mensen die aan het werk zijn. Uiteindelijk wordt digitaal de hoofdmoot, maar nu zitten we in een zoekproces en Blendle is een van de opties in dat zoekproces.”

 
 
Vier pijlers voor video 
 
Ook nog interessant is de rol die video gaat spelen de komende jaren bij De Persgroep. Het mediabedrijf heeft vier videopijlers; de makers van Makers Channel die met allerlei vlogs komen, originele content dus eigen series, samenwerking met videokanalen zoals met 24Kitchen en de vierde is het maken van content voor merken. Over het laatste zegt Bol: ,,Elke adverteerder wil online video dus binnen contentmarketing willen ze allemaal iets met ‘influencers’ en ‘online video’s’. We maken Bakkie Today voor Albert Heijn, stellingen van de dag aan de koffietafel. Het mooie aan AH is dat ze het loslaten. De stellingen bij Appie Today bepaalt de AD-redactie. Als zij elke keer ervoor gaan liggen wordt het niets.”

 
 
De selectie  
 
In de serie ‘Franks Influencers’ maken we in 2017 een serie grote verhalen met mensen die een visie op het vak hebben, die verder kijken dan de dag van morgen. Per deelgebied hebben we een selectie geformeerd van mensen die we graag willen interviewen. Natuurlijk kunnen we deze selectie gedurende het jaar aanpassen/uitbreiden als zich leuke, bijzondere, interessante nieuwelingen of oudgedienden aandienen op een congres of als iemand een bijzonder boek of inspirerende blog schrijft. Oh ja, we hebben vooralsnog geen verdienmodelletje of fancy feest gekoppeld aan de lijst. Het zijn gewoon mensen die wij bijzonder vinden, die niet meelopen in de horde, die het vakgebied een beetje vooruit helpen (want dat is nodig).

 
De Contentmarketing-influencers: 
  1. Puck Landewé (VodafoneZiggo)
  2. Cor Hospes (Merkjournalisten)
  3. Aart Lensink (LVB)
  4. Jurian van der Meer (Endemol Shine)
  5. Ed Peelen (Bijz. hoogleraar Contentmarketing UvA)
  6. Carlijn Postma (The Post)
  7. Charlotte Nijs (Nu.nl)
  8. Ebele Wybenga (Contently)
  9. Léon Bouwman (RedactiePartners)
  10. Joyce Borghardt (RTL)
  11. Gonnie Spijkstra (Story First)
  12. Willem-Albert Bol (De Persgroep)
  13. Joe Pulizzi (internationaal contentgoeroe)
  14. Andi Gall (Red Bull Media House)
  15. Carolien Vader (The Big Story)
  16. Patricia Borghouts (GRAZImedia.com)
  17. Leanne Hermans (LINDA.Het Bureau)
  18. Jasper van Zandbeek (Platform Content/Content Marketing Institute)
  6176 Hits
  0 Comments
6176 Hits
0 Comments

De revolutie van mediapodcasts

De revolutie van mediapodcasts

Op de een of andere manier belandde ik de afgelopen weken in de wereld van de mediapodcasts. Tijdens het afwassen, fietsen naar de supermarkt en dat wat doorgaat voor hardlopen luisterde ik naar drie series podcasts waarin makers veel over media en marketing praten. Grote vraag: voegen ze iets toe aan de bestaande stroom media- en marketingnieuws?

 
Goede vrienden Blendle-bedenker Alexander Klöpping en De Correspondent-uitgever Ernst-Jan Pfauth hebben inmiddels driekwart jaar een podcast over media. Ze praten over allerlei (online) mediaontwikkelingen, maar ook over hun dagelijkse ergernissen over - bijvoorbeeld - de NOS en Facebook. De podcast werkt heel goed doordat ze zeer goed geïnformeerd zijn, de mannen redelijk eerlijk zijn en het goede vrienden zijn.

 
NPO aangepakt 
Klöpping is natuurlijk best vaak op TV te zien, maar het belemmert hem niet om de NPO stevig aan te pakken. Zo’n dienst als ‘Uitzending Gemist’ vindt hij bijvoorbeeld helemaal niets. Je kan er niet lekker doorheen scrollen en je krijgt geen handige alerts/nieuwsbrieven met boeiende VPRO-programma’s. Het wordt in zijn ogen nooit iets, want hij heeft geen vertrouwen in de makers. Het aardige is trouwens dat hij, bij latere afleveringen, van de tot nut toe acht podcasts die ze maakten, een beetje bijdraait over het ouderwetse NOS Journaal. Een jaar geleden vond hij dat nog vooral ouderwetse truttigheid, maar in tijden van fakenews ziet hij het instituut als een soort houvast voor mensen dat tenminste nog iets van objectiviteit biedt. Over Facebook is hij trouwens veel meer uitgesproken. Dat is het grote gevaar dat de wereld kapot kan maken. Check die podcast van 8 maart - de meest recente versie van de podcast. Ongetwijfeld zal hij iets vertellen over de recente beslissing van NRC om uit Blendle te stappen (wat heel dom is, maar dat terzijde).

 
DoorgeslagenNou ja, de mannen weten dus veel, maar slaan soms een beetje door in hun verhalen over allerlei obscure hippe mediaclubjes. Pfauth lijkt wat meer te geloven in dat jonge, hippe optimistische globalisme, terwijl Klöpping dat gevoel van ‘kijk ons even hippe online nerds zijn die altijd in New York zitten om kennis te maken met vreselijk gave mensen’ wat scherper kan relativeren. De mannen hebben een click en dat is geinig. Ze kunnen elkaar aanspreken op iets persoonlijks en dat koppelen aan media. Alexander was naar Polen geweest en daar maakte hij wat Snapchatfoto’s. Pfauth gooit dat vervolgens de podcast op waarna Alexander zegt: is dat eigenlijk niet privé?

 
The Post Online Podcast
Bert Brussen van The Post Online zet zich in zijn podcast natuurlijk af tegen alles wat maar een beetje geurt naar de grachtengordel. Het gaat hier over veel meer dan over media, maar het politiek correcte gehalte van allerhande anti-Trumpmedia is wel een goed onderwerp voor Brussen die deze podcast samen maakt met RTL-journalist Roderick Velo. Terwijl ik al snel afhaak in de Zwarte Pietendiscussie, helemaal niks met de PVV heb, vind ik het onderwerp ‘linkse media’ altijd weer boeiend. Ikzelf ben veel te genuanceerd (daarom werkte het ook niet zo goed dat ik een paar maandjes voor The Post Online schreef) maar soms is het PvdA-gehalte van programma’s als DWDD mij zelfs te groot. Niks mis met eerlijk delen, maar dat schijnbare monopolie van de waarheid, terwijl heel veel mensen anders tegen onderwerpen als ‘immigranten’, ‘cultuur’ en ‘ondernemerschap’ aankijken, is wel eens ergerlijk. Stel: je wilt je even laten bijpraten over Trump nadat hij net de verkiezingen heeft gewonnen, zit vol vragen over zijn achterban en je schakelt DWDD in. Dan zie je daar alleen mensen die constant op hem inhakken en grappen over hem maken. Of je ziet een kijkcijferkenner heel gebalanceerd uitleggen dat de NPO helemaal geen moeite heeft om de gewone man aan te trekken. Veel kijkers zien Pauw & Jinek, DWDD en Nieuwsuur en denken: ik weet niet wie dit allemaal heeft gemaakt, maar in mijn wereldbeeld past het voor geen meter.

 
Stevige achterban 
Precies dit onbehaaglijke gevoel dat mensen bij een programma als DWDD zelf niet zo goed kunnen benoemen omdat ze lekker elke dag door het Vondelpark naar de redactie fietsen -  terwijl niet-stadbewoners hopen dat hun kantoorbaantje niet is overgenomen door robots - zit verborgen in de vermakelijke podcast van Brussen. Natuurlijk is het soms een beetje ongenuanceerd allemaal, maar hij heeft wel een sterk eigen geluid en een stevige achterban. Bovendien maakt hij - net zoals Klöpping et al trouwens - onderdeel uit van een (internet)-generatie die zijn eigen waarheid liever construeert dan te kijken naar de bestaande orde. Het is boeiend om naar die kritische denkers te luisteren. En ja, ik moet gewoon keihard lachen als Bert Brussen zich boos maakt. Dan komen die goedlopende volzinnen, die oprechte woede, vooral als Fransisco van Jole ter sprake komt. Gaat het Bert?, zegt Velo dan.

 
This old marketingJoe Pulizzi en Robert Rose zijn niet alleen de meest vooraanstaande contentmarketinggoeroes van de wereld, maar ze hebben ook een vrolijke click met elkaar. In hun podcast bespreken ze allerlei geslaagde en minder geslaagde contentmarketingcases en dat doen ze met veel kennis van zaken, zonder dat het droge kost wordt. Dat komt doordat ze allebei ook wat privézaken inbrengen waardoor je een soort tweede laag krijgt die belangrijk is bij het luisteren naar podcasts. In een van de vier afleveringen die ik luisterde was Pulizzi bijvoorbeeld naar zijn oude highschool gegaan voor een of andere ‘medal of honour’. Iets verderop in de uitzending vertelde Rose over zijn terugkeer naar zijn highschool waar hij als een van de enigen niet in sportoutfit was afgebeeld.
Maar wat vooral bij blijft is hun duidelijke visie. De rode draad? Blijf je als mediapartij verzetten tegen de almacht van Facebook want als je je neerlegt bij dat distributiemodel zul je altijd verliezen omdat Zuckerberg en co dan de regels bepalen. Ze kunnen ook perfect hun vinger leggen op de zere plek waar het misgaat met contentmarketingcampagnes. Vaak heeft het alles te maken met een te grote focus op de campagne en te weinig op de wensen van het publiek. Ze blijven gepassioneerd uitdragen dat contentmarketing gaat om het verleiden van doelgroepen om uiteindelijk op de lange termijn iets aan hen te verkopen. Dat het gaat om het opbouwen van een fanschare. Ze zullen het blijven zeggen en opnieuw en opnieuw en opnieuw.

 
Conclusie: media moeten veranderenTijdens het luisteren naar podcasts heb je - in tegenstelling tot bij radio - het gevoel dat de makers je vrienden worden, ook omdat ze precies over dát onderwerp praten waar jij ook interesse in hebt. Prettig aan een hele serie afleveringen luisteren is dat je wat grote verbanden leert zien in de media, alsof je in de collegezaal van de onderschatte studie communicatiewetenschap zit. Je krijgt mee dat Facebook alleen interesse heeft in het zo lang mogelijk vasthouden van zoveel mogelijk mensen in plaats van dat het mensen wil informeren. Je leert kritisch kijken naar het Mediapark, waar een oude generatie de dienst uitmaakt die niets weet van de manier waarop jonge mensen media consumeren. Voor ‘Hilversum’ is Snapchat een verzameling jongeren met scheve petjes die hun zinnen niet afmaken. Je leert ook dat veel contentmarketeers, zelfs in de VS, nog te weinig nadenken over hun doelgroepen. Je krijgt mee dat sommige media iets zeggen, niet omdat het klopt, maar omdat ze dolgraag de bestaande verhoudingen in stand willen houden. Ze denken dat hun schijnbaar onderbouwde meningen superieur zijn omdat ze nu eenmaal zo lekker genuanceerd zijn. Maar er hangt gelukkig verandering in de lucht. Het moet eerlijker, beter, transparanter en mensen als Pfauth, Brussen, Pulizzi, Rose en Klöpping gaan die verandering een beetje dichterbij brengen. Toch?
  1390 Hits
  0 Comments
1390 Hits
0 Comments

Krijgt digitale revolutie van The Washington Post hier navolging?

Krijgt digitale revolutie van The Washington Post hier navolging?

De spectaculaire digitale revolutie van de The Washington Post krijgt navolging van de The New York Times. De inzet van data en technische tools trekt meer lezers en levert meer geld op. Maar hoe staat het met de digitale revolutie bij de Nederlandse nieuwsmedia? Nu.nl is er al mee bezig.

 
Het blijft een goed verhaal dat Shailesh Prakash, CTO van de Washington Post, op het MWG-Congres vertelde. Hij zette uiteen welke digitale revolutie de krant heeft ondergaan sinds de komst van Amazon-baas Jeff Bezos die bijna vier jaar geleden het bedrijf voor 250 miljoen dollar kocht. Bezos investeerde niet alleen in goede journalistiek, maar ook in de technische ondersteuning die nodig is om de verhalen aan de man te brengen. Pas na het aantreden van de Amazon-eigenaar maakte TWP de overstap van een ouderwetse krant met de focus op papier naar ‘digital first’. Prakash: ,,We zitten overal waar de lezers zijn. Mijn dochter leeft op Snapchat dus het is simpelweg geen optie om dat niet te doen.”

 
Geld verdienen
De nieuwe focus bleek een succes. In vijf jaar tijd groeide het aantal digitale lezers naar 107 miljoen per maand (in oktober 2016) en - niet geheel onbelangrijk - ‘er wordt geld verdiend’. 70 Procent van de leestijd vindt bij de krant van weleer mobiel plaats en 30 procent per laptop. In een verhaal in Adformatie over TWP valt te lezen dat het aantal online abonnementen flink is gegroeid ten opzichte van 3,5 jaar geleden; met 75 procent om precies te zijn. Er staat ook dat de advertentie-inkomsten in 2015 zijn toegenomen met 48 procent. Hoewel TWP behoudend is met het openbaren van de cijfers, kunnen we ervan uitgaan dat het goed gaat. Het succes is voor een groot gedeelte te danken aan de omarming van digitale kennis. Prakash voert de actieve strategie op social media op als reden, maar ook de focus op het gebruik van data om de lezer beter te leren kennen.

Gebruik data in nieuwsmedia
Bij TWP staat sinds de komst van de man van Amazon het verzamelen van data centraal, zo valt ook te lezen in een profiel in New York Times Magazine. Het mediamerk bouwde bijvoorbeeld vorig jaar een systeem genaamd Loxodo, dat bijna elke vorm van engagement van de lezers kan meten. Het logoritme test automatisch welke koppen en foto’s het beste werken en genereert deze opties in korte tijd. Ook is er een toepassing ontwikkeld waarbij de potentiële ‘subscriber’ wordt gevolgd. Op die manier krijgt de lezer die interesse heeft in bijvoorbeeld medische verhalen niet na de standaard van drie artikelen het aanbod om in te schrijven, maar pas na vijf. Hij of zij wordt - zoals dat heet in marketingtermen - langzaam de funnel in getrokken zoals online gebruikelijk is. Ook introduceerde het mediamerk Arc, een redactioneel contentmanagementsysteem dat per verhaal ‘bedenkt’ via welk medium het verspreid moet worden, welke journalist er aan het verhaal moet werken en met welke deadlines de journalisten rekening moeten houden. Ook werkt TWP met Heliograf waarmee simpele sportuitslagenverhalen te maken zijn door robots. Ook handig is Bandito; dat meet in een uur tijd vijf verschillende koppen op effectiviteit.

Digitale strategie The New York Times
Interessant is de nieuwe digitale strategie van The New York Times, die een reactie lijkt op het succesverhaal van TWP. Een club van slimme koppen onder leiding van columnist David Leonhardt bedacht het 25-pagina dikke ‘The 2020 Report’. Leonhardt in het podcast-interview over de veranderingen: ,,Onze leesgewoonten veranderen heel hard. Het aantal mensen dat de krant leest is aan het dalen. Maar als je ziet hoeveel tijd ze op hun mobieltjes besteden dan liggen er kansen.” De vraag is natuurlijk hoe het werk van journalisten zal veranderen. Daarvoor zijn vijf fundamentele richtingen voorgesteld:
1: Visueel. ,,We zijn de marktleiders op het gebied van visuele journalistiek. Het hele gamma van kaarten, cijfers en diagrammen. Maar onze dagelijkse nieuwsvoorziening is niet visueel genoeg. We moeten meer tools geven aan journalisten om een simpele kaart in elkaar te zetten. Te vaak kiezen we voor tekst.”
2: Innovatie. ,,We doen teveel op de manier waarop lezers gewend waren informatie te ontvangen, maar het moet sneller. We willen echter niet het maximum aantal clicks, we hoeven ook niet de snelste te zijn. Maar als we alleen op clicks zouden focussen hadden we alleen verhalen over seks.”
3: Uniek. ,,Iedereen kan alle nieuwsverhalen de hele dag op internet lezen en daarom moeten onze verhalen uniek zijn. We moeten een verhaal maken over een banenrapport dat nergens te lezen is.”
4: De lezers betrekken. ,,Ik kom uit New York en vind de betrokkenheid van lezers geweldig. Ze moeten dichter op de krant komen te zitten. We moeten ze niet alleen de mogelijkheid geven om te reageren, maar we moeten een community van gedeelde interesse aanbieden.”
5. Diversiteit. ,,Het zou een vergissing zijn om geen mensen aan te nemen omdat we aan het maximum van de mensen zitten. We moeten de beste mensen in dienst nemen.”

De Amerikaanse nieuwsmedia omarmen dus de technologie en gaan de wetten van succesvolle webshops steeds meer integreren in de organisatie van hun newsrooms. De data over onze manier van digitaal lezen wordt steeds strakker gekoppeld aan journalistieke producties. Niet voor niets informeert Blendle uitgevers via uitgebreide nieuwsbrieven regelmatig over de best gelezen genres, de beste koppen en een manier van schrijven die goed werkt.

 
Techniek bij Nederlandse nieuwsmedia
In hoeverre maken de grote Nederlandse nieuwsmedia gebruik van de techniek om beter hun achterban te bereiken? Vindt Nu.nl-hoofdredacteur Gert-Jaap Hoekman bijvoorbeeld dat die omslag revolutionair is bij TWP? En verwacht hij dat deze ontwikkelingen bij nieuwsmedia deze kant op komen? Is er voldoende kennis over de leeservaring van gebruikers? ,,Natuurlijk is het een hele revolutionaire stap omdat zo’n oud merk blijkbaar toch kan vernieuwen in het bereik van mensen. We hebben lang gebruik gemaakt van ‘Visual Revenu’ waarbij redacteuren vooraf advies krijgen over de manier van presenteren, bijvoorbeeld over de koppen,” vertelt hij.

Handig toch? Hoekman: ,,Zeker, maar leidinggevenden zeiden toen direct gekscherend: als je dit algoritme koppelt aan het ANP- en je eigen contentsysteem dan bereik je de meeste mensen. Ik snap dat wel, maar je hebt ook nog een redactiebeleid waarbij je inhoudelijke keuzes moet maken. Anders kan je de hele tijd verhalen over Patricia Paay publiceren. Ik heb altijd gezegd tegen de redactie: zorg dat je alles weet zodat je er vervolgens ook schijt aan kan hebben.”

 
Lange verhalen hebben het zwaar
Behalve dat je leert welke genres en koppen redelijk ‘scoren’, krijg je ook andere elementen mee over wat wél en niet werkt. ,,Dan zie je bijvoorbeeld dat verhalen langer houdbaar zijn dan je denkt. Redacteuren zijn gedrild in snelheid, maar soms kun je best iets langer een verhaal erop laten. Verder wordt je bevestigd in je vermoeden dat lange, ingewikkelde verhalen het moeilijk hebben. Je krijgt echt een groter publiek als je dingen helder opschrijft en afkortingen en jargon vermijdt,” aldus Hoekman.
Na een paar jaar is Nu gestopt met Visual Revenu omdat het behoorlijk prijzig was en bovendien werkte het systeem niet bij de Nu-apps. ,,Toen hebben we weer een tijdje zonder data gewerkt, daarna met Google Analytics en inmiddels hebben we een eigen systeem dat analyseert of verhalen goed gelezen worden. We denken nu na over een nieuwe methodiek waarbij je concrete aanbevelingen krijgt over koppen en fotogebruik. Ik vind dat tóch belangrijk, je kan er veel van leren,” zegt hij.

 
Onderzoeken wat werkt   
Nu.nl haalt trouwens ook regelmatig mensen naar de redactie om kwalitatief te onderzoeken wat er werkt. Hoekman: ,,Dat vormt altijd de basis van een nieuwe vormgeving, zoals de nieuwe versie waarmee we nu bezig zijn.”

Is Bandito, waarbij je vijf kopsuggesties krijgt tijdens het schrijven, niks voor hem? ,,Dat is vet, zouden wij ook wel willen ja. Tegelijk zou het toch altijd mensenwerk blijven. Je kan wel allerlei verschrikkelijke koppen bedenken, maar je moet ook aan de lange termijn denken van je merk,” aldus Hoekman.

 
Krant niet wegdoen
Verwacht hij dat de manier waarop de technische jongens bij TWP werken al voorkomt in Nederland? ,,Ik denk dat een krant als De Volkskrant ook wel veel met data bezig is, maar dat het wat minder om bereik gaat en meer om het omzetten van lezers naar digitale abonnees,” vertelt hij. Hoekman denkt niet dat collega nieuwsmerken de krant volledig zullen wegdoen. ,,Ik vind dat je als redactie nieuws maakt op jouw specifieke manier en de verspreiding hangt simpelweg van de doelgroep en de omstandigheden af. Ik geloof in de verschillende behoeftes op verschillende momenten.”

 
Stap te ver 
En wat vindt hij van het redactiesysteem dat precies uitdenkt wie wat en wanneer moet leveren? Hoekman: ,,Tja, op het gevaar dat ik als een romanticus klink, maar dat vind ik wel een beetje doorgeslagen Excel-retoriek. Ik krijg ook wel eens de vraag om te berekenen wat een verhaal per pageview eigenlijk kost, maar die kant wil ik gewoon niet op. Het kan toch gebeuren dat iemand alleen onze koppen snelt, maar hartstikke blij is dat hij weer is bijgepraat? Dat soort mensen zie je nooit terug in de data.”
  1371 Hits
  0 Comments
1371 Hits
0 Comments

Een abonnement op de Blendle-krant

Een abonnement op de Blendle-krant

Je Blendle-artikel per stuk afrekenen is verleden tijd. In plaats daarvan introduceren Alexander Klöpping en Marten Blankesteijn een Spotify-model voor krantenverhalen. Een slimme manier om meer geld te verdienen of gewoon een goed idee?

 
Blendle komt met een premium-abonnement waarbij je voor een lousy 9,99 euro per maand elke dag een selectie ontvangt van twintig verhalen. De dagelijkse ‘interessebundel’ vindt voor driekwart van de verhalen plaats door een algoritme gebaseerd op ons leesgedrag. Een kwart van de verhalen is extra, iets om ons blikveld te verruimen (‘Voorganger Klöpping’ gaat ons opvoeden?). Klöpping stelt dat zijn bedrijf op deze manier een soort Netflix van de journalistiek zal worden, in tegenstelling tot de iTunes-variant die het vanaf de start in 2014 was. Hij ziet het abonnement ook als een antwoord op Facebooks strijd tegen al het nepnieuws. Klöpping (nog voor ‘Ruslandgate’): ,,Medewerkers van Facebook vinden een kattenvideo van Buzzfeed even belangrijk als een reconstructie van The New York Times, waarin wordt uitgelegd hoe Rusland de Amerikaanse verkiezingen gehackt heeft. Ik vind dat onvoorstelbaar. En het maakt me angstig, hoe weinig serieus Facebook haar rol in de maatschappij neemt. Facebook is inmiddels namelijk een van de belangrijkste nieuwsbronnen geworden voor jonge mensen. En het is ons gaan overspoelen met meuk. Ik ben er klaar mee.’’

 
Wat verandert er voor Bas Hakker?
Ongetwijfeld zullen analisten met een marketingtechnische achtergrond allerlei prachtige beschouwingen maken, maar in dit blogje wil ik even gezellig op mezelf focussen. Heeft deze omslag bij Blendle nut voor mij? Zouden er artikelen uitrollen die inderdaad mijn interesse hebben? En is het een tientje per maand waard?
Op dit moment heb ik een soort ‘Blendle-buffertje’ dat steeds wordt aangevuld als het op dreigt te gaan en de meeste verhalen lees ik via de nieuwsbrief. Geen idee in hoeverre deze nieuwsbrief op maat gesneden is (volgend verhaal: weet Marten waar mijn huis woont?), maar ik krijg elke ochtend en avond een overzicht met de leukste verhalen. Mijn interesses zijn redelijk overzichtelijk, je zou ook kunnen zeggen ‘saai’ of ‘voorspelbaar’. Met alle verhalen over media en sport kom je al een heel eind in de buurt van mijn leesbehoefte. Zonder concurrentie vind ik deze nieuwsbrief de allerbeste nieuwsbrief allertijden, dus de jongens en meisjes met die hippe namen uit Utrecht kunnen wel iets. De toon is lekker optimistisch, maar niet overdreven blij. Je krijgt zin om alles te lezen. Gemiddeld gezien zijn negen van de tien verhalen uit de nieuwsbrief interessant, maar ik neem niet altijd de tijd om alles te lezen. Eigenlijk werkt die oude methode prima voor mij; twee keer per dag word ik op de hoogte gehouden van de meest relevante artikelen en regelmatig klik ik daar iets van aan. De kans is groot dat ik op deze manier ongeveer een tientje per maand besteed aan verhalen, het zal iets minder zijn. In dat geval heeft zo’n premiumaccount toch geen meerwaarde, behalve dat ik nog meer keuze heb in de artikelen? En dat het Blendle de zekerheid geeft dat ik elke maand een tientje bij hen stuksla?

Even een proefabonnementje aanmaken
Dacht ik tenminste. Toch maar even een proefaccount aanmaken voor een week. Zo gedaan. Wat vragen beantwoorden. ‘Over welke onderwerpen wil je lezen?’ Media, showbizz, sport, voetbal, lange interviews. ‘Welke tijdschriften/kranten vind je relaxed?’ Hmmm, VaraGids, Volkskrant magazine, AD, Parool, Linda Man, Voetbal International, Humo. Pomp pom pom…En daar zijn mijn twintig artikelen al; een paar VaraGids-verhalen waar ik zin in heb, een lang interview met die hele leuke Brimstone-regisseur Martin Koolhoven, Robert Vuijsje die ik altijd boeiend vind. En dat interview met Wierd Duk lees ik ook graag, bijzondere gast vind ik dat. Niet altijd mee eens, maar hij heeft wel lef. Jammer van die oude column van AD-recensente Angela de Jong over Peter-Jan Rens. Prima verhaal, maar dat heb ik een tijdje geleden al gelezen. Schoonheidsfoutjes die er ongetwijfeld uitgaan. Ik zeg het alvast maar even, Marten en Alexander; media, sport en lange interviews graag! Daar heb je geen ingewikkeld algoritme voor nodig.

 
Wel wat kritische vragen natuurlijk; inderdaad, hoe zit het met de actualiteit? Dat Parool-verhaal over twee voormalig DWDD-redacteuren is ook al vrij oud. En nog iets, misschien een domme vraag hoor: houden jullie ook rekening met extreme voorkeuren voor magazines/kranten? Uit AD Sportwereld kan ik álles wel lezen en die VaraGids boeit me meestal ook van het begin tot het eind (hoewel ik de verering van VARA-programma’s weer wat irritant vind, maar de pagina van aardige Eus weer geweldig). En kunnen jullie er ook voor zorgen dat mijn favoriete auteurs standaard in de overzichten zitten? Van Nico Dijkshoorn, Sjoerd Mossou, Eus, Willem Vissers, Meester Bart, Ronald Giphart, Marcel van Roosmalen wil ik eigenlijk alles wel lezen. Dat geldt ook voor de interviews met Johan Derksen, daar ben ik fan van. En hoe zit het eigenlijk met sommige guilty pleasures? Er zijn wat dingen die ik lees, maar dat hou ik liever een beetje stil voor mijn afwezige schare intellectuele vrienden. Op Jan Dijkgraaf ga ik zeker niet stemmen, maar zijn columns vind ik wel weer heel grappig. Dat hele boze, maar dan goed opgeschreven. Of de verhalen op Mediacourant.nl met allemaal van die leuke vileine tussenzinnetjes van de mediaschuwe schrijver. En oh ja, daarmee komen we direct bij nog een vraag; waarom nemen jullie internet niet direct mee in de bundeling op om zo de ultieme combikrant uit de hele wereld te maken? Elke dag ga ik weer mijn vaste mediarijtje langs: Mediacourant, Villamedia, Adformatie, Ad Weekly (klonk ooit interessant), maar die sites verdienen toch ook een plekje? Toch? De column van Marianne Zwagerman bij BNR, altijd wel weer aardig.

Kortom, dat Premium lijkt me wel wat, ik ben vooralsnog fan. Eindelijk elke dag een op maat gemaakte droomkrant op het virtuele matje. Misschien kan ik binnenkort in een uurtje even mijn volledige voorkeuren doornemen met iemand van jullie redactie. Ach, ik kan het ook wel op een briefje knallen. Dus media, marketing en sport en nog wat van die guilty pleasures…Als ik in dat genre elke dag 20 artikelen krijg dan ben ik helemaal jullie man. Heb ik eindelijk weer een abonnement op de krant, ehhh op Blendle…

 
  4426 Hits
  1 Comment
4426 Hits
1 Comment

Onze ambities voor 2017

Onze ambities voor 2017

De periode tussen Kerst en Oud & Nieuw is altijd een mooie periode om even terug en vooral vooruit te kijken. Het is niet zo ingewikkeld; je maakt - al kijkend naar het WK darten - een SWOT-analyse van je werk en bedenkt wat er beter kan. Ik zal jullie niet vermoeien met mijn persoonlijke plannen, maar kan wel iets vertellen over de ambities van frank.news.

 
Deze website is iets langer dan een jaar geleden in het leven geroepen om het marketingvak een beetje op te schudden. Er kwam een redactie van journalisten met veel liefde voor media en marketing. Logisch uitgangspunt is dat wij anders moeten zijn dan andere marketingmedia; iets minder focus op de dagelijkse nieuwtjes dus, maar wat meer aandacht voor verdieping, internationale ontwikkelingen en vergeten marketingterreinen als sportmarketing. Het is verder vrij overzichtelijk; tijdens onze redactievergaderingen bespreken wij onze plannen, maar ook de verhalen die we hebben geschreven: zijn ze goed gelezen en waarom wel/niet? We zijn niet zo van de vage plannetjes in de verre toekomst, maar proberen iets en kijken of het werkt. Dit jaar wilden we 100.000 unieke bezoekers per maand halen en dat haalden we sneller dan we dachten. Er zijn zelfs maanden dat we 170.000 unieke bezoekers aantikken.

Aan de hand van allerlei bezoekcijfers proberen we steeds scherper te krijgen waar wij voor staan. Het lijkt er op dat we niet zo van feelgood zijn; we houden ervan om een beetje te plagen. Wellicht is dat wel extra nodig in jullie vakgebied, waarin misschien wat meer ijdele mensen rondlopen dan elders. Verder zoeken we altijd naar de meerwaarde voor onze lezers, jullie moeten echt iets kunnen met onze verhalen. Wat is er dan inspirerend? In elk geval collega-marketeers bij grote merken en bedrijven die vertellen over hun visie op het vak. Maar misschien ook mensen die niet per se uit het marketingvak komen, maar wel gave marketingacties bedenken. Een bijzondere Facebook-actie, een geslaagd personeelsevent of een goede PR-stunt. Ook denken we dat jullie het veel leuker vinden om over de grote wereldspelers te lezen dan over Bram die aan de slag gaat bij ABC Marketing.

 
Misschien verraden onze Franks Weekly's wel een beetje hoe we zijn; we brengen het nieuws van de week, maar vinden daar ook iets van. Kortom, meerwaarde bieden voor marketeers, onze persoonlijkheden niet verbergen, de slimme onderzoekers, merkdenkers en mediakenners van de Candid Group inzetten. En vooral compleet anders zijn dan de concurrentie. Dat is wat we in 2017 nog meer gaan proberen. We komen met een serie genaamd Franks ‘influencers’ waarin we de ‘grote, inspirerende mensen’ uit de verschillende vakgebieden interviewen. We zullen toonaangevende marketingbloggers vragen voor ons te schrijven en komen met een serie over bijzondere marketingacties die zich buiten het zicht van het marketingvak afspelen. En onze Franky’s kunnen wel eens wat inhoudelijker worden; persoonlijk getint marketingnieuws in de vorm van een blog bijvoorbeeld. Dus wat vinden wij van Facebook Live, de nieuwsbrieven van Blendle of de nieuwste films van Netflix? Oh ja, nog een ideetje (maar over dit plannetje moeten we het nog hebben): we willen een wekelijkse serie optuigen onder de noemer ‘Franks zijlijn’. Daarin bedenken de mensen van Candid die er verstand van hebben (reclamemakers, onderzoekers) een alternatief voor bestaande commercials, inhaakacties of sponsorconcepten. Want jullie weten toch? Je ziet een commercial en vindt het echt de aller-, allerslechtste commercial ever. Verleidelijk om dat puntig kritisch en vol ironie op te schrijven in onze Franks Weekly.  Dat kan natuurlijk, maar als je kritiek hebt, moet je ook met een alternatief komen..
Kortom, we hebben heel veel plannen voor 2017, op naar de 300.000 unieke bezoekers per maand, zeggen we in alle nederigheid. Jullie horen nog van ons!
  1445 Hits
  0 Comments
1445 Hits
0 Comments

Blendle bewijst welke content wel en niet werkt

Blendle bewijst welke content wel en niet werkt

Blendle lijkt goed bezig - hoewel concreet bewijs daarvan ontbreekt - en de vraag is of dit succes de wetten van een goedlopend verhaal definitief gaat veranderen. Welke verhalen doen het goed bij de online lezende twintigers en dertigers en welk genre koppen werkt goed online?

 
Blendle is nog niet uitgegroeid tot dé monopolist voor lange online verhalen, maar het bedrijf van Marten Blankesteijn en Alexander Klöpping lijkt wel een eind onderweg. De mannen zijn niet zo van het openbaar maken van cijfers (want dan wankelen de afspraken met uitgevers?), maar in augustus werd bekend dat Blendle de grens van een miljoen gebruikers was gepasseerd, hoewel niet duidelijk is welke omzet daarmee wordt gehaald, omdat je immers per artikel betaalt.

 
Jonge doelgroep
Wat in ieder geval klopt is dat Blendle zich vooral op twintigers en dertigers richt, een doelgroep die leek afgeschreven voor bladenmakers omdat ze liever op internet rondhangt dan in de AKO. Behalve de vraag of Blendle inderdaad echt dé standaard gaat worden voor online verhalen - want wat is het irritant dat je elke weer van alles moet invullen voor je bij de lange verhalen van Volkskrant/NRC/Parool uitkomt terwijl je gewoon een Blendle-accountje hebt - is het aardig om eens te kijken naar de inhoud; welk soort verhalen doet het goed op Blendle? De mannen hadden iets meer dan twee jaar geleden de nobele ambitie om het lange verhaal weer een kans te geven, maar kunnen ze die ambitie waarmaken?

 
Top 100
In de Top 100 van best verkochte verhalen van 2015 staan weliswaar geen aantallen, maar het valt direct op dat de ‘zelfhulpverhalen’ het goed doen. ‘Een maand zonder alcohol’ bijvoorbeeld staat op 2,achter het laatste interview van Joost Zwagerman. De journalistieke vaksite Villamedia publiceert elke maand een Top 5 met de meest populaire verhalen en op die basis is er ook wat over te zeggen. Ook in 2016 lijken de populairwetenschappelijke verhalen - categorie: hoe word ik gelukkig/succesvol/rijk/een vrouwenmagneet? - het zeer goed te doen.

 
Wat verkoopt?
Jan-Jaap Heij, eigenaar van Reporters Online, kan daar wel iets over zeggen, want hij zorgt ervoor dat auteurs direct op Blendle publiceren, zonder tussenkomst van een uitgever dus. Heij weet precies hoeveel verhalen ‘zijn’ auteurs verkopen en deze wetten gelden eigenlijk voor alle Blendle-verhalen. Over het succes van de populairwetenschappelijke verhalen heeft de uitgever wel een theorie. ,,Persoonlijke groei is een belangrijk thema onder hoogopgeleide twintigers en dertigers en bovendien is er op dat gebied weinig concurrerende gratis content. Het staat allemaal in bladen zoals Quest en Psychologie Magazine die het goed doen, maar als die generatie bij een boekhandel staat, komen ze simpelweg niet op het idee om een blad te kopen. En ze hebben zeker geen abonnement in veel gevallen.”

 
Het definitieve verhaal
Een andere categorie die het in de ogen van Heij goed doet is ‘het definitieve verhaal’. Het gaat om goede verhalen die aansluiten bij de actualiteit en die binnen deze thematiek spraakmakend zijn. ,,Er zijn veel verhalen over Trump, maar zo’n interview met Geert Mak waarin hij stevige uitspraken doet, kan je in die categorie plaatsen. Het gaat erom dat iemand met autoriteit die je nog niet hebt gehoord iets over een actueel thema zegt dat werkt. Het moet echt een inhoudelijk verhaal zijn. Al die interviews met zomaar BN’ers doen het bij Blendle helemaal niet zo goed, terwijl magazines daar misschien nog wel in geloven,” stelt hij.Hij legt uit dat zo’n definitief verhaal in Blendle niet te vergelijken is met de voorpagina van een krant of tijdschrift. ,,Het gaat echt om kwaliteit, lezers willen echt de verdieping zien in de vorm van goede bronnen, mensen met autoriteit.”

 
Behoefte aan kwaliteit
De behoefte aan kwaliteit zie je ook terug bij een ander populair thema: misdaad. Je zou verwachten dat spectaculaire verhalen over Hells Angels het goed doen op Blendle, maar daarin heeft de lezer niet zoveel interesse, legt Heij uit. ,,Ook daar is originaliteit belangrijk. Het moet echt anders zijn dan anders. We hadden laatst een verhaal over een serie Amerikaanse vliegtuigkapingen en dat liep heel erg goed.”
Tot slot is het een trend dat persoonlijke verhalen het goed doen. Journalisten die een maand niet drinken en bij zichzelf onderzoeken wat er dan allemaal gebeurt in je leven. Heij: ,,Dat is een beetje de Vice-wet; maak het persoonlijk, maar zeg ook iets over de buitenwereld. Wel is het belangrijk dat journalisten dan een relevant thema pakken waar meer over te vertellen is dan je eigen bevindingen.”

 
Blendle zelf
De analyse van Heij sluit aan bij de mail van Blendlebaas Marten Blankesteijn die ik kreeg als antwoord op de vraag of hij iets meer kan vertellen over wat er - inhoudelijk - goed werkt op Blendle. De mede-eigenaar onderscheidde een viertal grote thema’s en voorzag ze van - soms prikkelend - commentaar:

1. Verhalen over persoonlijke problemen waar grote groepen mensen mee kampen: Stress, Suiker eten, Opvoedingsvragen,,Daar wordt vaak laatdunkend over gedaan, maar daar ben ik het niet altijd mee eens. Natuurlijk is de oorlog in Syrië ook belangrijk, maar ik vind het ook veelzeggend dat zoveel mensen met stress- en werkdrukgerelateerde vragen zitten. En het is ook zeker niet zo dat ieder verhaal hierover goed verkoopt. Het moet uitgebreid zijn, waarin je een bepaald thema helemaal uitlegt en/of een echte expert aan het woord laat. Liefst iemand die echt een beetje beroemd is geworden op dit thema.”

2. Heel goed geschreven Human Interest-verhalen,,Mensen die een ziekte, aanslag of zo overwinnen, mensen die sterker door strijd bovenkomen. Ook hier geldt: niet ieder verhaal is direct populair. Het moet echt goed opgeschreven zijn, mensen lezen dit om mee te leven, zich in het onderwerp van zo’n verhaal te verplaatsen. Als de schrijfstijl (of opmaak!) van zo’n verhaal je telkens doet botsen, dan werkt het dus niet. Het moet echt moeiteloos lezen, wat een groot schrijftalent vraagt. Echte uniciteit doet het hier ook goed. Een van de best verkopende verhalen is bijvoorbeeld dat van een vrouw die zelf haar zielenroerselen opschrijft (met behulp van een journalist) nadat ze plotseling doorleeft nadat ze eerst dacht dat ze nog maar een jaar te leven had. Ook crime kan het in dit verband goed doen, maar dan moet het wel verder gaan dan gewoon beschrijven wat de eventueel schokkende feiten zijn. Maar als een verhaal zeer beeldend vanuit de kant van een slachtoffer wordt beschreven (of beter nog: de dader), kan het god werken.”

3. Interviews met Heel Erg Slimme mensen die uitgesproken durven zijn,,Bijvoorbeeld: een interview met Alain de Botton, Noam Chomsky. Durf dan ook echt de ruimte te nemen om op te schrijven hoe, waarom ze zo slim zijn. Niet als cv, maar hoe hij die indruk op jou, de journalist, maakt.”

4. Opinie,,Maar natuurlijk niet iedere opinie. Je moet echt bovenop het publieke debat zitten, een dag te laat kan echt een dag te laat zijn. En je moet feilloos aanvoelen wat het gesprek van de dag is. Ozcan Akyol is daar bijvoorbeeld erg goed in, hij heeft bijna altijd die koe bij de horens te pakken. Hij is ook echt populair nu vanwege de onderwerpen die hij iedere keer behandelt, niet omdat hij Eus is. Daarin verschilt hij van Youp of Bas Heijne, die vooral populair zijn omdat ze Youp of Bas Heijne (of Sylvia Witteman of ABC (Aaf Brandt Corstius, BH) zijn.”

5. Economie,,Misschien een vreemde eend in de bijt, maar begrijpelijke economische verhalen waar niettemin iets ingewikkelds wordt uitgelegd, kunnen heel populair worden. Als je heel goed weet uit te leggen (of iemand spreekt die heel goed weet uit te leggen) waarom de huidige huizenmarkt ons onherroepelijk naar de volgende crisis gaat leiden, dan kan je een populair verhaal schrijven. Er is hier wel sprake van een fine balance. Ons publiek is redelijk hoog opgeleid, dus oorzaak-gevolgredeneringen en vraag & aanbod-vraagstukken snappen ze wel. Maar als je het gaat hebben over de credit default swaps van een bank die ze nauwelijks kennen, haken ze wel af. Onderzoek waarbij ‘the one everybody loves to hate’ aan de schandpaal genageld wordt. Wanneer banken iemand keihard hebben belazerd. Wanneer je de farmaceutische industrie kapot kan maken. Wanneer accountants frauderen. Wanneer ‘de politiek’ er een potje van maakt. Let wel, dit is dus zeer zeker niet alle onderzoeksjournalistiek, zelfs niet als die heel goed opgeschreven is. Die verhalen over de Panama Papers boeit niemand, omdat ze veel te technisch zijn. Iemand had daar gewoon naartoe gemoeten.”

 Goede koppen doen het goed
Nou ja, goede tips natuurlijk die eigenlijk neerkomen op een belangrijk basisprincipe: goede, originele, inhoudelijke content rules op Blendle. Belangrijke kennis want de rol van het medium zal door deze manier van lezen natuurlijk steeds wat kleiner worden; wat maakt het uit dat een verhaal door de Volkskrant gemaakt is? Een goede zaak voor journalisten natuurlijk, hoe minder tussenschakels hoe beter. Blendle is - qua inkomsten - natuurlijk afhankelijk van de kwaliteit van de verhalen die nog steeds veel van de reguliere media komen en daarom informeert het uitgevers ook over de verworven inzichten. Zo stuurde Blankesteijn onlangs een mail rond met kennis over ‘de beste koppen’. Op Blendle gelden andere wetten dan in kranten en online en daarom fabriceren de hippe Blendle redacteuren voor de twee dagelijkse nieuwsbrieven al tijden hun eigen koppen. In zijn mail geeft Blankesteijn een aantal voorbeelden van een Oudhollandse kop (die niet werkt) en een moderne variant voor de online kiosk. De kop in de krant: ‘Slecht onderwijs: veel dyslexie’ waarvan de Blendle-redactie maakte: ‘Waarom zoveel kinderen tegenwoordig dyslectisch zijn, en wat we ertegen kunnen doen’. Het archaïsche ‘Eet niet voor twee, denk voor twee’ werd: ‘De helft van de zwangere vrouwen heeft geen idee hoeveel invloed voeding op haar kind heeft’. Inmiddels laat Blendle zelfs een wetenschappelijk onderzoek uitvoeren naar wat werkt en daar komen - hoewel nog niet afgerond - boeiende dingen uit, zo lezen we in ‘de mail van Marten’:

1. Dit soort woorden werkt goed,,Koppen die een signaalwoord bevatten (dat zijn dus woorden als deze, waarom en dit) resulteren gemiddeld in 16 procent meer clicks dan koppen zonder zo’n signaalwoord. Deze signaalwoorden verwijzen vaak naar iets wat in het artikel behandeld gaat worden, wat leidt tot nieuwsgierigheid en meer lezers.”

2. Slecht nieuws & goed nieuws,,Op het internet lees je vaak tegen dat negativiteit in een kop goed zou werken. De data van Blendle onderschrijft dat: titels met een negatief sentiment worden vaker aangeklikt. Maar hetzelfde geldt voor positieve koppen. Het maakt voor het aantal lezers weinig uit of een kop positief of negatief is. Het is belangrijker dat de kop een sentiment heeft; of dat sentiment positief of negatief is, is minder belangrijk.’

3. Je moet de lezer direct aanspreken
,,Door het gebruik van voornaamwoorden spreek je een lezer direct aan, waardoor de lezer zich meer betrokken voelt bij het artikel en sneller het artikel zal lezen. De impact van voornaamwoorden is vrij groot: nieuwsbriefartikelen die begeleid worden door een titel met een voornaamwoord hebben gemiddeld maar liefst 25 procent meer lezers.”

4. Werken vragen in een kop? Nee!,,Dit komt misschien als een verrassing, zeker als je alle clickbaitartikelen op Facebook moet geloven, maar vragen in een kop werken niet. Artikelen uit de Blendle-nieuwsbrief die begeleid werden met een vraag als titel werden door 17 procent minder mensen geopend.”

5. Reden om geen getallen te gebruiken: ze werken niet,,Nog zo’n veelvoorkomend fenomeen op Facebook: lijstjes. Van 12 kattenfeitjes tot 18 inspirerende quotes, tegenwoordig lijkt alles in lijstjes te moeten staan. Maar wat blijkt uit de data van Blendle? Het noemen van een getal in de kop zorgt helemaal niet voor meer lezers. Dus je kunt stoppen met het geforceerd omschrijven van jouw artikel tot een lijstje. Getallen werken overigens ook niet slechter, dus als jouw artikel perfect geschikt is voor een lijstje is er ook niets wat je tegenhoudt.’

 
Conclusie
Hoopgevend voor journalisten die de ambitie hebben om veel voor Blendle te schrijven is de herwaardering van het ambacht. Met de hippe, stadse ex-baardies als doelgroep blijft het nog even lonend om goede, originele verhalen te maken over thema’s als misdaad, populaire wetenschap en actualiteit en die doelgroep wordt alleen maar breder natuurlijk. Wat wel verandert is dat je vooraf heel strak moet nadenken over een verhaal; welke bronnen ga ik benaderen die nog niet in het nieuws zijn? Ook kan het interessant zijn om je eigen persoonlijkheid in te brengen als journalist; waar loop ik zelf tegenaan en hoe ging ik daarmee om? Qua koppen rekent Blendle af met een paar internetmythes: geen vragen in de kop, de lezer direct aanspreken en zorg voor signaalwoorden. Goed om te weten toch?

 
  12969 Hits
  0 Comments
12969 Hits
0 Comments

Hebben mannenbladen toekomst (1): Esquire

Hebben mannenbladen toekomst (1): Esquire

Dat print nog lang niet dood is, daar gelooft de mediawereld het liefst heilig in. Toch laten de oplagecijfers van maar een beperkt aantal magazines een stijgende lijn zien. Gelukkig zijn er ook uitzonderingen. Hoe staat het er eigenlijk voor in de wereld van de mannenbladen? Frank.news onderzoekt het, en start bij maandblad Esquire.

 
Mannen zijn moeilijk te bereiken. (Ja, dit artikel is geschreven door een vrouw, en nee, dit is niet (alleen) haar mening.) Dit is namelijk al jarenlang het geval, als je het vraagt aan Arno Kantelberg, sinds 2003 hoofdredacteur en uitgever van Esquire. ,,Mannen komen nog altijd zelden in de kiosk. En als ze dat doen, kopen ze het liefst een blad dat past bij hun hobby als voetbal of zeilen.” En wordt het niet door de man zelf gekocht, dan wel door de vrouw (van). Kantelberg: ,,Ik weet uit ervaring dat Esquire niet alleen mannelijke, maar ook vrouwelijke lezers heeft. Mannen zijn gewoon heel moeilijk te bereiken.”

En toch is dit niet terug te zien in de oplage van Esquire, het van origine Amerikaanse blad dat alweer sinds 1990 in Nederland wordt uitgegeven. ,,De oplage is al vijf jaar stabiel, en telt een kleine 30.000. Al had ik natuurlijk liever gehad dat er een groei in zit. Dat kunnen we overigens wel over onze site zeggen. We hebben inmiddels zo’n 300.000 unieke bezoekers. En ik verwacht dat dit aantal het komende jaar doorgroeit naar 500.000,” vertelt Kantelberg.

 
Mannen met stijl
 Terug naar die stabiele oplage: toch een prestatie in deze tijd. Al wordt Kantelberg moe van de gedateerde discussie of print nu wel of geen toekomst heeft. ,,Zelfs mensen uit het printvak roepen al jaren dat print dood is. Onzin: tv heeft ook nooit radio vervangen, en zo is het internet ook geen vervanging voor print. Alles kan gewoon naast elkaar bestaan,” stelt hij.

Duidelijk. Maar wat maakt dan dat Esquire nog steeds prima loopt? ,,We leveren kwaliteit voor een knappe prijs. Dit wordt herkend en erkend door de lezer. En daar moeten we tegenwoordig dus ook de sitebezoeker aan toevoegen.”

Die kwaliteit vertaalt zich volgens Kantelberg in een ‘inspirerend en mooi maandblad met nadrukkelijke aandacht voor mannenstijl, gecombineerd met goede journalistieke artikelen.’ Maar wat de precieze mening van de doelgroep (25 tot 45 jaar, inkomensgroep A) over zijn blad is, weet de uitgever niet. ,,We doen nauwelijks lezersonderzoek. In de eerste plaats omdat dit veel geld kost. Daarbij vind ik het wonderlijk om mijn lezers te vragen wat te doen. Ik hoor namelijk te weten wat zij willen lezen. Daar geven ze mij hun geld voor,” zegt hij.

 
Abonnees werven
 Dit geld besteedt de helft van de doelgroep aan een abonnement en de andere helft aan losse verkoop. Kantelberg: ,,De losse verkoopcijfers en het aantal abonnees zijn vrijwel identiek verdeeld. Het blijft moeilijk om abonnees te werven. Daar steken we ook weinig effort in.” Dit is ook weleens anders geweest: ,,Zo gaven we bijvoorbeeld een periode bij een abonnement de mooiste zonnebrillen voor een habbekrats weg, maar daardoor veranderde het hier vooral in een verzendhuis voor zonnebrillen. Daar zijn we dus mee gestopt en het marketingbudget steken we nu in online.” Uiteindelijk draait het volgens Kantelberg ook maar om een ding: kwaliteit. ,,Je kunt nog zoveel iPad’s of waanzinnige kortingen weggeven, zoals Het Parool bijvoorbeeld vaak doet, maar uiteindelijk moet je met jouw blad kwaliteit bieden. Het is simpel: je bent zelf je beste reclame.”

 
Native content
 Over reclame gesproken: Esquire haalt ook daar voldoende geld mee binnen. Kantelberg: ,,Platte pagina’s werken niet meer. Onder de noemer ‘Esquire Promotie’ plaatsen we native content in het magazine en online. Dit doen we overigens al jaren.” Het mannenblad moet het vooral hebben van de mode en lifestylebranche, zoals horlogemerken. En die weten Esquire goed te vinden. Dat komt volgens Kantelberg ook doordat er in Nederland geen ander mannenblad is dat zich hierop richt. ,,De combinatie van onze aandacht voor mannenkleding en stijl en de goede journalistieke verhalen is uniek. Bladen als Vogue Man en L’Officiel Hommes bieden dat niet,” zegt hij.

 
Online succes
 Dat print niet zonder online kan, bewijst Esquire ook. De site is een belangrijk middel om de doelgroep aan zich te binden. Kantelberg: ,,In januari vorig jaar hebben we besloten serieus werk van de site te maken. Onze online redactie bestaat inmiddels uit drie man. Zij maken content en kijken elke dag wat wel en niet werkt.” Met de eerder genoemde 300.000 unieke bezoekers als resultaat. ,,En genoeg online advertisinginkomsten om drie mensen voor online te betalen,” aldus Kantelberg.

 
Art director belangrijker dan hoofdredacteur
 Naast die drie man voor online bestaat de redactie van Esquire onder meer uit Art Director ChoQue Ling Lau, in 2013 door haar werk voor Esquire de winnaar van de Mercur voor Art Direction van het Jaar. Volgens Kantelberg is zij heel belangrijk voor het succes van het blad. Zelfs belangrijker dan de hoofdredacteur. ,,Veel bladen in de luxere markt zijn de afgelopen jaren flink teruggegaan in redactieomvang. Dit keukentafelmodel moet niet zo’n probleem zijn, zolang je op de belangrijkste posities maar de juiste mensen hebt zitten. Zo is de art director inmiddels veel belangrijker dan de hoofdredacteur. Beeld is namelijk veel bepalender geworden dan het ooit was,” legt hij uit. ,,We leven inmiddels in een beeldgerichte samenleving. Toen ik jaren geleden begon was beeld nog secundair aan tekst. Dat is nu wel anders en dat zie je terug bij veel succesvolle bladen. Denk aan LINDA. magazine; de tekst is niet onderscheidend, maar de fotografie wel.”

 
Blendle-succes
 Een andere nog kleine inkomstenbron komt volgens Kantelberg verrassend genoeg bij Blendle vandaan. ,,Laatst kreeg ik wat cijfers door waaruit ik begreep dat onze journalistieke verhalen goed scoren op Blendle. Zo was ons artikel over Transavia-piloot Julio Poch een van de best gelezen stukken.” Volgens Kantelberg is het ’wel aardig’ om te zien welke verhalen volgens de Blendle-doelgroep goed scoren. Maar voor nu houden ze er nog te weinig aan over om bijvoorbeeld de art director van te bekostigen. Niet onbelangrijk. ,,Wellicht kan het bij groei een substantiële inkomstenbron worden, maar dat moet de toekomst nog uitwijzen.”
  2247 Hits
  0 Comments
2247 Hits
0 Comments

Eerste mijlpaal frank.news: 100.000 unieke bezoekers per maand

Eerste mijlpaal frank.news: 100.000 unieke bezoekers per maand
EDITORIAL FRANK

 
Drie maanden na de officiële start heeft frank.news zijn eerste mijlpaal bereikt. De grens van 100.000 unieke bezoekers per maand is doorbroken en dat aantal blijft snel groeien. Wie zijn onze lezers? Wat lezen ze het liefst? Wat maakt onze verhalen relevant en boeiend? Tijd voor een editorial.
 
‘Frank.news is het nieuwe, open en eerlijke nieuwskanaal over marketingtrends en medianieuws van de Candid Group. Een kanaal dat onderzoekt en openbaart. Niet mainstream, maar innoverend en eigenwijs.’ Onder die noemer begonnen we in januari 2016 met een redactie van ervaren journalisten aan een nieuw avontuur. Ons doel is simpel: transparante, eerlijke, boeiende en nieuwswaardige verhalen schrijven over de wereld van marketing, media, onderzoek en reclame. Op die manier willen we relevante kennis delen met alle mensen die in de branche werken of er affiniteit mee hebben.

 
Geen gebakken lucht
Dat lijkt eenvoudiger dan het is. Er zijn in de branche veel mensen die gebakken luchtverhalen vertellen en daar moet je voor oppassen. Er zijn veel deskundigen die alleen zichzelf willen promoten en ook daar proberen we doorheen te prikken. Maar voor mensen die een goed en relevant verhaal te vertellen hebben biedt frank.news altijd een platform. Dat lijkt te lukken. Onze redacteuren weten deskundigen en experts op te voeren die een inhoudelijk interessante en soms verrassende kijk op ontwikkelingen en trends geven. Ook onze gastschrijvers en gastbloggers voegen duidelijk relevante kennis en invalshoeken toe en trekken veel views. Wat ook belangrijk is: we werken niet met advertenties. Dat maakt ons onafhankelijk van commerciële belangen van adverteerders.

 
100.000 unieke bezoekers
Dankzij Google Analytics kunnen we precies zien hoeveel mensen onze website bezoeken, hoelang ze er blijven, hoeveel pagina’s ze lezen en nog veel meer. Op onderstaande illustratie is dat overzichtelijk weergegeven.

 

 
In de periode tussen medio maart en medio april 2016 trok Frank.news 101.636 unieke bezoekers. Zij bekeken ruim 515.000 pagina’s - gemiddeld 4,7 pagina’s per bezoeker - en bleven bijna 3 minuten ‘hangen’. De bounce rate – dat wil zeggen: het aantal bezoekers dat na één blik op de website alweer afhaakt – ligt op 17 procent. Dat is bijzonder laag en geeft aan dat mensen nieuwsgierig worden en doorklikken naar andere verhalen als ze Frank.news bezoeken.

 
Meer mannen dan vrouwen
We kunnen dankzij hun online profielen ook zien of onze bezoekers man of vrouw zijn. Dan blijkt dat 61,2 procent van onze viewers man is en 38,8 procent vrouw. De reclamewereld blijft blijkbaar een mannenbolwerk, maar ons doel is om uiteindelijk net zoveel vrouwen naar onze website te trekken.

 


 
Veertigers domineren
Kijkend naar de leeftijden van onze bezoekers zien we geen verrassingen. De meeste bezoekers zijn tussen de 35 en 44 jaar oud. Daarna komen de dertigers en daarna de vijftigers. Een beeld dat aansluit bij de demografische piramide van werknemers in de branche.

 


 
Wat lezen onze lezers
Welke verhalen vindt onze lezer het meest interessant? Dan kan iedereen zelf zien en bepalen, want we publiceren het daadwerkelijke aantal views per artikel op onze website. Wie zo door het aanbod scrolt ziet bijvoorbeeld dat de verhalen over nieuwe verdienmodellen goed scoren, bijvoorbeeld over Blendle. Dat artikel is bijna 7500 keer gelezen. De branche is blijkbaar naarstig op zoek naar nieuwe verdienmodellen.

De perikelen rond grote merken zijn ook populair leesvoer. De vergelijking van de teloorgang van V&D met het succes van Albert Heijn is met ruim 8500 views een veelgelezen verhaal over de potentie van rebranding. Ook verhalen over TMG, Sanoma, Unilever en andere grote bedrijven doen het goed bij bezoekers.

De stevige knuppel die Google topman Joris Merks-Benjaminsen tijdens het MWG-congres in het hoenderhok gooide, staat met 7800 views zeker in de top-10 van meest gelezen verhalen.

Maar eigenlijk verdienen alle verhalen de aandacht. De verhalen over het ouderwetse kijk- en luisteronderzoek, de fraude met online advertenties, over content marketing, nieuwe vormen van creatie, slimme manieren om social media te gebruiken, onderzoeken naar mediagebruik en folderverspreiding, verhalen over sport & markting. Maar ook de portretten van CEO’s van grote mediabedrijven, de trendy berichten die we uit de hele wereld verzamelen, de gastbloggers die hun kennis delen, de andere manier waarop we evenementen verslaan…Ik merk het al: ik sla door. Wat ik vooral wil zeggen is: blijf ons bezoeken. Blijf ons lezen en voor nu: bedankt.

 
André Oerlemans

Hoofdredacteur Frank.news
  3886 Hits
  0 Comments
3886 Hits
0 Comments

Be Candid,
it’s contagious.

Candidness is the quality of speaking with
honesty and authenticity. Our Candid editorial
team shares stories that matter on media, data,
marketing, creativeness and technology.

Our Candid editorial team
creates stories that matter.