Candid. Platform
for growth.

Wat is het geheim van het succes van de Aziatische winkelketens?

shutterstock_1608472255
Aziatische winkels zoals Uniqlo, Miniso en Muji zijn succesvol in Europa. W...
Continue reading
  5426 Hits
  0 Comments
5426 Hits
0 Comments

Ctrip wil groter dan Booking worden en groeit supersnel

ctrip
Booking en Expedia kennen we al langer, maar de snelste groeier is Ctrip. D...
Continue reading
  7741 Hits
  0 Comments
7741 Hits
0 Comments

Appril festival: bedrijven hebben geen idee wat een app kost

Appril festival: bedrijven hebben geen idee wat een app kost

Bedrijfsapps hebben de toekomst en steeds meer bedrijven zijn ermee bezig. Maar de directie heeft vaak geen idee wat er nodig is om een goede app te bouwen. Die conclusie komt uit een onderzoek in opdracht van het Appril festival, dat gisteren in Amsterdam van start ging.

 
Tijdens het driedaagse festival komen mobiele app-makers bijeen, er zijn case-studies en presentaties, en er wordt er ook nog gewerkt aan innovatieve apps in een bruisende sfeer. In deze video van Frank.News laten deelnemers aan het Appril festival van zich horen:

https://www.youtube.com/watch?v=FtDnjffWrsw

Van ABN AMRO, Ikea, Tele2 tot het Rijksmuseum: een nieuwe generatie van soms spectaculaire apps komt eraan. De trend is: apps geven meer conversie dan websites en dus wil je als bedrijf bij de kopgroep horen. De andere kant van het verhaal is dat veel apps mislukken en hoe zorg je er dan voor dat je toch bij de succesverhalen hoort? Op het Appril festival komen onderzoeken voorbij die licht werpen op de wereld van de mobiele apps en de marketing daarvan. Onder meer Ruigrok Netpanel en appspecialisten.nl, dat samenwerkt met Tilburg University, presenteerden hun bevindingen.

 
It is getting serieus now!’
Tijdens de zesde editie van het festival wordt de balans opgemaakt van tien jaar apps bouwen in Nederland. „Het is serieus geworden,” zegt mobile consultant Brechtje de Leij. Appril-oprichter Jacqueline de Gruyter heeft het festival zien veranderen. „Aanvankelijk ging het om app-makers, maar inmiddels gaat het om alle facetten van mobile solutions.”

De tijd van experimenteren met apps is voorbij. „Apps vragen een serieuze aanpak,” zegt De Leij. Dat betreft de bouw, het design, de user experience en de marketing van de app. „Mobiel is ons primaire kanaal en 90 procent van onze mobiele tijd zijn we bezig met apps. Een goede app biedt een superieure user experience. En dat betaalt zich uit in waarde naar de merken áchter de app.”

 
Opkomst bedrijfsapps
Een belangrijke trend is de opkomst van bedrijfsapps, die je dus binnen je onderneming gebruikt. Zo’n veertig procent van de ondervraagde werkenden gebruikt apps voor hun werk, blijkt uit het onderzoek van Ruigrok Netpanel. Voorbeelden van zulke apps zijn een agenda of routeplanner, nieuwssites, social media en een bedrijfsapp. 38 procent van de respondenten geeft aan dat hun bedrijf een app heeft ontwikkeld of gaat ontwikkelen speciaal voor op het werk. Bijvoorbeeld om actualiteiten op het werk te kunnen volgen, voor urenregistratie of voor het vinden van een vrije flexwerkplek. Een op de zeven werkenden die nu geen speciale bedrijfsapp hebben, zegt behoefte te hebben aan een app die het werk kan verbeteren. Maar opvallend is dat vooral de bedrijfsleiding geen idee heeft hoeveel een goede app kost. Maar liefst 49 procent zegt geen idee te hebben van de kosten. 29 procent denkt het kostenplaatje te kennen, maar zit er zeker vijfduizend euro naast. App development bureaus als Pinch, Egeniq en Moqod hanteren een startbedrag van rond de 15.000 euro voor een native app, die op de wensen van het bedrijf is afgestemd.

 
Het geheim van een succesvolle app
Veel nieuw ontwikkelde apps gaan overigens nog steeds de mist in, maar wat is geheim van een succesvolle app? David van der Loo van appspecialisten.nl deed er samen met Tilburg University onderzoek naar. Hoe ontdekken gebruikers een app? „Je denkt, het komt misschien door advertenties, via social media of doordat mensen zoeken op Google. Dan heb je het mis,” zegt Van der Loo. „Met stip op één staat dat mensen elkaar over apps vertellen. Mond-tot-mondreclame, dat is waar het om draait.” Dat is wat je bij de marketing van apps voor elkaar moet krijgen, dat mensen elkaar erover vertellen. „Iemand heeft een probleem, vertelt erover op een verjaardag en iemand kent een app die de oplossing biedt. En dat verhaal verspreidt zich als een vuurtje. Dan kan het ineens hard gaan.” Een app van de gemeente Tilburg met een uitgaansagenda gericht op studenten ging de mist in. „De studenten hoorden van anderen over de beste uitgaansplekken. Daar hebben ze geen app voor nodig. Wel voor sommige praktische dingen van de gemeente. Daar kom je achter door met je doelgroep te praten. Dat is een belangrijk advies.”
Early adopters cruciaal
Een cruciale rol spelen de early adapters, degenen die als eersten met een app aan de gang gaan. Een marketeer die een app aan de man wil brengen, moet die groep proberen te bereiken. „Bij wie zijn bepaalde problemen het grootst, welke mensen schreeuwen om een oplossing? Die mensen moet je opzoeken en die ga je helpen om de app te ontdekken.”

Een ander onderzoek met Tilburg University gaat over de vraag hoe je het aantal downloads van apps kan vergroten. Gebruikers blijken zich nauwelijks te laten leiden door bijvoorbeeld reviews. Een app moet nut hebben (inspelen op een behoefte, het moet de gebruiker iets opleveren) en de juiste emotie uitstralen. Een app om te daten mag speels zijn, verleidelijk. Maar een app voor een betalingssysteem kan beter zakelijk zijn in vormgeving en kleuren. Gebruikers kiezen apps waarbij de emotie naar hun gevoel klopt. Uit het onderzoek met Tilburg University blijkt dat de meest mensen met een app aan de gang gaan vanwege de emotie die het oproept (48 procent) en vanwege de value, het nut dat je van een app hebt (38 procent).

 
Apps voor de supermarkt in het buitenland
Een opmerkelijke sessie op het Appril festival ging over het maken van apps die de grenzen over gaan. Want al zijn we wereldwijd allemaal verbonden, toch zijn er grote culturele verschillen die ervoor zorgen dat een app op de ene plek succesvol is, maar elders in de wereld totaal niet werkt. Het Nederlandse bedrijf Icemobile werkte met retailers in Europa, Brazilië en Azië, onder meer met digitale spaaracties. „In Nederland doen klanten dat meest individueel, maar in Azië overleg je met je familie. Je schaft niet zomaar een product aan met wat je gespaard hebt, daar heeft de familie zeggenschap over.” Een opvallend verschil is ook het gebruik van QR-codes. In Nederland is dat nooit groot geworden. In China zie je het overal: op verpakkingen, reclamezuilen, zelfs mensen die met een QR-code op hun kleding in een supermarkt rondlopen. De klanten klikken overal op. „De Chinese tekens zijn vaak te ingewikkeld om een website handig weer te geven. Een getal of QR-code werkt goed en dat heeft een enorme populariteit. Zulke verschillen moet je als appontwikkelaar weten. „Apps zijn ook in dat soort landen succesvol, maar je moet ze op de juiste manier aanpassen aan het type consument.”

  5977 Hits
  0 Comments
5977 Hits
0 Comments

‘Agressieve’ Chinese merken bezorgen marketeers hoofdpijn

‘Agressieve’ Chinese merken bezorgen marketeers hoofdpijn

Voor Chinese merken geldt slechts één wet in de strijd met hun concurrenten: winner takes all. Daarom zijn ze sneller, agressiever en efficiënter. De komende jaren zullen ze het westen penetreren. Daar krijgen CMO’s hoofdpijn van, stelt Aziëkenner Jacco ter Schegget.

 
Op de wereldkaart in de Chinese Bosatlas is China het centrum van de wereld. Aan het ene uiteinde ligt Amerika en aan het andere Europa en Afrika. Het geeft precies weer hoe Chinezen tegen de wereld aan kijken. Dat vertaalt zich ook in de marketingstrategie van merken, stelt Jacco ter Schegget. Hij stapte in 2014 over naar Azië, werkte tot 2017 voor OgilvyOne in China en is sinds september 2017 CEO South East Asia bij Mirum en J. Walter Thompson in Singapore. Hij geldt als kenner van de oosterse mediabranche en sprak daarover tijdens het jaarlijkse MWG Mediacongres in Amsterdam.

 
Geen businessplan 
,,Het Chinese medialandschap is uniek. Merken als Alibaba en Tencent hebben niets gemeen met hun westerse counterparts,” stelt Ter Schegget. ,,Chinese partijen werken niet met elkaar samen zoals Google en Amazon. In China geldt: winner takes all. Ze maken geen businessplan, maar gaan het gewoon proberen. Dat zie je bijvoorbeeld bij de aanbieders van deelfietsen, zoals Mobike. In een mum van tijd had je zes grote aanbieders, waarvan er al weer drie failliet zijn. Daardoor liggen overal afgedankte fietsen.”
,,Het Chinese medialandschap is uniek. Merken als Alibaba en Tencent hebben niets gemeen met hun westerse counterparts,” stelt Ter Schegget.
Sneller en agressiever 
Dat kan ook succesvol uitpakken. Een lokaal merk als Magsu, dat op internet niet eens te vinden is, maakte een rozenblaadjes serum en lanceerde dat via e-commerce. ,,Binnen een dag had het merk een miljoen dollar omzet, maar als het niet zou werken was het ook prima,” vertelt Ter Schegget. Een ander voorbeeld is Grab, de Aziatische tegenhanger van Uber en de grootste unicorn in de regio - een startup die nu al meer dan een miljard dollar waard is.
Ter Schegget: ,,Dit soort lokale merken zijn sneller, agressiever en efficiënter. Dat geeft CMO’s hoofdpijn. Want dit waait niet over. Veel producten uit China en Zuidoost Azië zullen het westen gaan penetreren.”
 
Global brands 
Nu al zijn veel Chinese merken bezig om global brands te worden. De bekendste zijn Lenovo, Huawei - beiden consumenten elektronica -, e-commercebedrijf Alibaba, Elex (mobile gaming) Air China en Tencent (alles-in-een-app WeChat). Maar in de top 50 van Chinese Global Brand Builders van WPP en BrandZ staan nog veel meer e-commerce- en elektronica merken. Merken die overzeese consumenten nu nog niet kennen, maar die de stap gaan maken. Een bedrijf als Alibaba is nu nog vooral geïnteresseerd om westerse producten bij zijn Chinese klanten te krijgen, maar die route kan het bedrijf over een paar jaar ook omdraaien. ,,Azië komt eraan,” voorspelt Ter Schegget.

 
Machtsgreep 
China, dat was toch het land van de lage lonen en goedkope namaakproducten? Dat beeld is volgens Ter Schegget al lang veranderd. De Chinese economie groeit harder dan die in de EU - 6,6 om 2,5 procent -, het land koopt havens en mijnen in Europa en Afrika, heeft inmiddels een relatief snelle treinverbinding met Europa, maar vooral: een snel groeiende middenklasse die naar de steden trekt. Ter Schegget: ,,Het land heeft ruim 700 miljoen internetgebruikers, maar dus ook 600 miljoen mensen die nog niet op internet zitten. Elk jaar komen er 100 miljoen nieuwe consumenten in de middenklasse bij in China. In Zuidoost Azië is dat 80 miljoen.”

 
Andere cultuur 
Merken die zich op de Aziatische markt willen storten, moeten rekening houden met cultuurverschillen. Zo telt de regio 240 miljoen moslims, van traditioneel tot hip. Ook Confucius en het Boeddhisme spelen een belangrijke rol. ,,Mensen zitten niet te wachten op dogma’s en moralisme, maar ze smullen wel van emotionele verhalen,” aldus Ter Schegget.

Een voorbeeld daarvan is de Thaise commercial van telecombedrijf True Move H. Daarin wordt een zwerfjongetje betrapt op diefstal, maar krijgt hij van een vriendelijke winkelier soep en medicijnen mee voor zijn zieke moeder. Dertig jaar later redt het jongetje als dokter het leven van de man en betaalt diens ziekenhuisrekening. Dat alles onder het motto ‘Giving is the best communication’.

 
https://www.youtube.com/watch?v=N9TWrti5gAY

 
 
Een verhaal dat mensen tot tranen beroert, maar een commercial die in het westen niet makkelijk aan zou slaan, aldus Ter Schegget.

 
Joint promotion 
Voorbeelden van succesvolle joint promotion tussen westerse en Chinese merken zijn er ook. Zo lanceerde KFC- zeer populair in China - vorig jaar in samenwerking met Huawei een rode,  speciale Enjoy 7 smartphone, met eigen logo, om zijn dertigjarig bestaan in China te vieren. Met een eigen app waarmee klanten bestellingen kunnen doorgeven en hun eigen muziek kunnen kiezen en afspelen, als een soort digitale jukebox-app.

 
https://www.youtube.com/watch?v=td_l8lXzEHk

 
 
Innovatie en technologie 
Waar Chinese merken goed in zijn is innovatie en (data-)technologie. Daarin lopen ze volgens Greg Williams, trendwatcher en hoofdredacteur van technologie magazine WIRED, voorop ten opzichte van het westen. Of het nu gaat om AI, machine learning, robotica, drones, zelfrijdende voertuigen, consumentengedrag, zonne-energie of VR-cafés.
,,China is geen land van copycats meer, maar van innovatie. Veel nieuwe zaken zullen als eerste in China gebeuren,” vertelde hij op het MWG-congres.
 
Mobile first cultuur 
Het land heeft 653 miljoen smartphone gebruikers en is daardoor de eerste echte mobile first cultuur. Werkelijk alles gebeurt er op de mobiel, bijvoorbeeld via de app WeChat, een combinatie van Twitter, iDEAL, Uber, Facebook, WhatsApp, Tinder en noem maar op. ,,Je kunt er alle boodschappen mee doen en zelfs je doktersafspraak op regelen,” vertelt Williams.

Dat is in China overal op straat zichtbaar. In de meeste restaurants kun je bijvoorbeeld bestellen aan de hand van een QR-code op je tafel. Zelfs een simpele foodtruck heeft ze op de ramen. ,,Zo bestel je, betaal je en krijg je eten,” zegt hij.

 
5 Regels
Om als merk succesvol te kunnen zijn in een cultuur van innovatie en technologie geeft Williams vijf stelregels:

1: Done is better than perfect. Oftewel: Kinderziektes filteren we er later wel uit. Je moet je product zo snel mogelijk in handen van mensen zien te krijgen;

2: Snelheid is het allerbelangrijkste. Hou de vaart erin. Het product hoeft nog niet perfect te zijn;

3: Bied veel ruimte voor experimenten;

4: Bied ruimte om fouten te maken of te mislukken. Zo krijg je kansen om te leren en te verbeteren;

5: Je moet risico’s durven nemen.
  2894 Hits
  0 Comments
2894 Hits
0 Comments

Wie is er sponsor als ‘eSports’ Olympisch zijn?

Wie is er sponsor als ‘eSports’ Olympisch zijn?

Wat is de overeenkomst tussen voetballer Neymar en eSports speler Faker? Ze worden allebei gesponsord door Gillette, maar vooral: ze hebben allebei miljoenen fans in de wereld. Nog acht of twaalf jaar, zeggen deskundigen, dan staan eSports op de Olympische Spelen. Daarom stappen steeds meer merken in.

 
eSports zijn de afgelopen jaren volwassen geworden. Wereldkampioenschappen van de populairste game League of Legends (LOL) worden wereldwijd door 100 miljoen kijkers gevolgd en vinden plaats in stadions met wel 20.000 bezoekers. De openingsceremonie doet niet onder voor die van de Olympische Spelen - compleet met virtuele draken -, er zijn gesponsorde teams en de beker lijkt veel op de cup uit de Champions League. Terwijl de spelers de kalmte zelf blijven, schreeuwen de commentatoren alsof Brazilië op het WK heeft gescoord.

 
https://www.youtube.com/watch?v=67ZeMZhbQbQ

 
Gewoon een spelletje?
Experts spreken liever over new world sports dan eSports. De Nederlandse judokampioen Ruben Houkes - Wereldkampioen in 2007, bronzen medaille op de Spelen van 2008 - helpt merken met zijn sportmarketingbureau 2Basics de wereld van eSports betreden. Net zoals het voor veel marketeers een compleet nieuwe wereld is, was het dat ook voor Houkes. ,,Voor mij als traditionele sporter in een wit judopak was het moeilijk om deze wereld als sport te gaan zien,” vertelde hij tijdens het jaarlijkse MWG Mediacongres in Amsterdam. ,,Is het niet gewoon een spelletje spelen?”

 
Ongelooflijk populair 
Toen zag hij hoe ongelooflijk populair eSports zijn in Azië en hoeveel mensen er aan meedoen. Een bedrijf als ESL, de Electronic Sports League, organiseert wereldwijd competities en wedstrijden. In Nederland zijn er op een totaal van 7,1 miljoen gamers al 605.000 eSports spelers. eSports worden vooral op internet bekeken, maar niet alleen op YouTube. Op een kanaal als Twitch, in 2014 overgenomen door Amazon, kunnen meer dan honderd eSports live gevolgd worden. Op piekmomenten veroorzaakt Twitch in de VS 1,8 procent van het internetverkeer. Dat is meer dan waar Facebook en Amazon verantwoordelijk voor zijn.

 
Toen sponsor Gillette Faker begin vorig jaar inlijfde, tweette Neymar: ‘Glad to see another champion on team Gillette. Welcome.’
 
In Nederland behoort 6 procent van de internetgebruikers tot het eSports publiek. In Europa is dat al 12 procent. En dan gaat het niet alleen over FIFA, dat in Europa populair is, maar wereldwijd ‘slechts’ 20 miljoen spelers telt. Ter vergelijking: League of Legends telt er 103 miljoen. De allerberoemdste speler is de Koreaan Lee Sang-hyeok, alias Faker. Hij is in de eSports-wereld net zo groot als voetballer Neymar. Toen sponsor Gillette Faker begin vorig jaar inlijfde, tweette Neymar: ‘Glad to see another champion on team Gillette. Welcome.’

 
Interessant voor merken
Volgens Houkes is deze wereld potentieel interessant voor merken. Red Bull, Coca Cola, Intel, Nissan, Geico en American Express zijn al ingestapt. ,,Je kunt een jonge doelgroep bereiken, er is veel interactie met je doelgroep en kijkers kunnen zich vereenzelvigen met hun helden,” vertelt Houkes. ,,Daarom stappen steeds meer merken in eSports.”

 
Wanneer Olympisch?
De populariteit groeit zo snel dat experts eSports als een mogelijk nieuwe Olympische discipline zien. Niet voor niets organiseerde sponsor Intel vlak voor het begin van de Olympische winterspelen in Pyeongchang de Intel Extreme Masters. Houkes: ,,Er is een grote kans dan eSports over acht of twaalf jaar op de Olympische Spelen zullen staan. Als volwaardige discipline of als een evenement ernaast zoals de Paralympics. Misschien hebben we in 2028 al de eerste Olympisch kampioen.”

De vraag is wie dan zijn of haar sponsor zal zijn?

  2970 Hits
  0 Comments
2970 Hits
0 Comments

H&M is dood, lange leve H&M

H&M is dood, lange leve H&M

Het is paniek bij H&M. De winst is voor het eerst in tien jaar flink gedaald en de succesformule van ‘betaalbare eenheidsworst’ lijkt niet langer te werken. Een nieuw platform voor afgeprijsde kleding en meer doelgroepdenken moet de keten klaarstomen voor de toekomst. 

 
Als je niet beter zou weten, is H&M ten dode opgeschreven. Business Insider schreef in december al dat het ‘historisch slecht’ gaat met de modeketen en volgens het FD is de retailer ‘te langzaam’ voor fast fashion, waarmee het de concurrentiestrijd van Zara verliest: die keten heeft maar drie weken nodig om een hele nieuwe collectie te presenteren, terwijl H&M daar twee maanden over doet. De nettowinst van H&M is in 2017 met 13 procent gedaald, zo blijkt uit de jaarcijfers. Tot overmaat van ramp worden dit jaar 170 winkels gesloten én zou H&M zijn e-commerce niet op orde hebben. Dat moet anders, liet ook H&M zelf al weten. Maar hoe? En waar ging het mis?

 
Niet voor iedereen
Voordat Cor Molenaar, buitengewoon hoogleraar marketing aan de Erasmus Universiteit, zijn visie op de marketingstrategie van H&M geeft, wil hij het beeld van een winkelketen op de rand van de afgrond graag nuanceren. ,,De groei was in 2017 inderdaad minder sterk dan in de jaren daarvoor, maar dat betekent niet meteen dat de keten kansloos is. H&M heeft zich - wat mij betreft op tijd - gerealiseerd dat de jarenlange succesformule niet meer werkt. In elke winkel dezelfde laaggeprijsde en goedkoop gemaakte kleding uit Azië verkopen voor een brede doelgroep werkt niet meer in tijden waarin mensen zich graag verbonden voelen met een merk. Er zijn tegenwoordig duidelijke winkel-, merk- en koopvoorkeuren. Een retailer die te generiek is, krijgt geen band meer met zijn doelgroep.” Oftewel: je kunt er als retailer niet zijn voor iedereen. Althans, niet met één winkelconcept.

 
Nieuwe winkels H&M Group gaan open
Tegenover de sluiting van 170 winkels in de wereld staat dan ook de opening van 390 andere winkels van de H&M Group, zoals Cos, & Other Stories en Arket. Die eerste twee richten zich op een hoger segment - en daarmee ook op andere doelgroepen - dan het goedkope H&M. Voor een trui bij Arket betaal je ongeveer evenveel als bij H&M, maar de materialen zijn duurzamer: hier geen fast fashion. De H&M’s die blijven, zullen zich meer op specifieke doelgroepen gaan richten, zoals sommige vestigingen nu al doen, met aanbod voor uitsluitend mannen, vrouwen, kinderen of met alleen lingerie, make-up enzovoorts. Dit jaar komt er ook nog een nieuw onlinemerk bij: /Nyden, dat zich richt op millennials. Een slimme strategie, vindt Molenaar. ,,Het zijn allemaal kleinschalige winkels met een eigen identiteit en doelgroep, waardoor de hele markt wordt gedekt en de winkels relevanter worden.”

 
Nieuwe outletwinkel
Een diverser aanbod voor kleinere doelgroepen, dus. Het doet denken aan de strategie die de Bijenkorf toepaste: het warenhuis sloot bijna de helft van zijn vestigingen en besloot de winkelpropositie aan te passen om zich op een specifieke doelgroep te richten, met de website als digitaal filiaal voor heel Nederland. Dat laatste heeft H&M natuurlijk ook; niet voor niets kondigde CEO Karl-Johan Persson aan stevig te willen investeren in e-commerce en digitalisering. Dat moet ook wel, stelt Molenaar: het marktaandeel online is al ruim 20 procent en andere online retailers met lage prijzen, zoals Primark en Zalando, snoepen steeds meer van het marktaandeel van H&M af. Ook de online service wordt opgekrikt: net als de Bijenkorf maakt de H&M bezorgen, retourneren en next day delivery gratis (alleen voor leden, dat dan weer wel).

 
Outletwinkel
Maar het opvallendst van alle digitale vernieuwingen is nog wel het nieuwe digitale platform (met vooralsnog in elk geval een fysieke winkel in Stockholm) dat dit jaar gelanceerd wordt: Afound. In tegenstelling tot eerdergenoemde merken wordt dit juist nog goedkoper dan H&M: het wordt een outletwinkel waar eigen overschotten en die van andere fabrikanten met grote kortingen verkocht worden. Daarmee is het aanbod een stuk interessanter dan wanneer je door de rommelige koopjesrekken graait in de sale bij fysieke winkels.
Molenaar noemt het discountplatform disruptief: ,,Hiermee neemt H&M ineens een positie aan de onderkant van de markt in. En als je daar relevant bent, schrik je concurrenten af. Dat bereikten MediaMarkt, Zalando en Action ook toen ze als nieuwe toetreders binnen het lage segment binnenkwamen.”
Inzetten op alleen fysieke winkels is hoe dan ook geen optie, net als niets doen. ,,Er zit geen groei meer in de kledingbranche: de omzetcijfers in de feestmaanden waren allesbehalve goed; -3 tot -4 procent op weekbasis en dan hebben we het nog niet eens gehad over marges.” Afound is ook daarom een relevant initiatief. ,,Ik verwacht dat er de komende jaren veel meer directe koppelingen gemaakt zullen worden tussen fabrikanten en leveranciers, waardoor de hele supply chain implodeert en producten voor lage prijzen verkocht gaan worden. Dat zie je AliExpress bijvoorbeeld al doen. Het is dus een groot voordeel dat H&M fabrikant én winkelketen is.”

 
Sterk merk
Toch nog even terug naar het paniekvoetbal dat eind vorig jaar - op z’n minst toch wel even -  bij H&M gespeeld moet hebben: wat doen blunders als de ‘verkeerd gekozen’ campagne, waarin een donker jongetje een trui showde met de tekst ‘Coolest monkey in the jungle’, met het merk en imago van H&M? Speelt dat nog een rol in de verkoopcijfers? ,,Heel kortstondig,” vermoedt Molenaar. ,,Mensen vergeten zoiets snel. H&M is uiteindelijk een heel sterk merk met een positieve uitstraling: veel mensen kennen het nog uit hun jeugd of tienertijd en winkelen er nog steeds graag.” Een lange geschiedenis is geen garantie voor een lange toekomst (mogen we V&D nog één keer aanhalen?), maar Molenaar ziet genoeg tekenen dat H&M zich goed op de toekomst voorbereidt. ,,De keten kijkt goed naar koopgedrag, de belangen van de consument en veranderingen in de markt. Het is goed dat ze niet meer één universeel merk willen zijn. Alleen de levertijden kunnen nog sneller, maar ik verwacht dat daar wel aan gewerkt wordt. Een kansrijke onderneming.”
  6731 Hits
  0 Comments
6731 Hits
0 Comments

Data belangrijker dan likes voor influencers

Data belangrijker dan likes voor influencers

Influencers kunnen niet zonder data van hun volgers en fans. Wat heb je aan een miljoen likes op Facebook als je niet weet wie die mensen zijn en geen direct contact met ze kunt hebben? De snelgroeiende Nederlandse startup Fangage is in dat gat gesprongen.

 
Bekende YouTubers, vloggers, DJ’s, muzikanten, gamers, sporters en andere influencers hebben miljoenen volgers op Facebook, Twitter, Instagram, YouTube en andere social media. Om contact te houden met hun publiek posten ze blogs, vlogs en foto’s of sturen tweets de wereld in. Maar een-op-een communiceren of contact maken is moeilijk, zolang ze niet weten wie die volgers zijn en geen relevante informatie hebben zoals herkomst, leeftijd, e-mail, telefoonnummer of interesses.

 
Niet betalen voor eigen fans 
Sam Renders, die als DJ Sam Feldt de wereld rond reist, zat met hetzelfde probleem. ,,Ik had een half miljoen likes op Facebook en een kwart miljoen op Instagram, maar ik kon die mensen niet benaderen. Of ik moest veel geld aan diezelfde social media betalen,” vertelt hij. ,,Geld betalen voor mijn eigen fans zag ik niet zitten, dus vroeg ik me af: hoe kan ik beter contact krijgen met mijn eigen fanbase?”

 
Content in ruil voor gegevens 
Zo ontstond het idee voor Fangage. Geen customer relationship management systeem (CRM) dus, maar een fan relationship management systeem. ,,Ik heb lang gezocht of zoiets bestond, maar ik heb het niet kunnen vinden. Daarom hebben we een team verzameld en het zelf gebouwd,” zegt Renders. Het principe van Fangage is simpel. Een influencer krijgt een eigen website waarop hij of zij fans en volgers exclusieve content aanbiedt in ruil voor hun gegevens. Hoe meer gegevens ze toevoegen aan hun profiel of account, hoe meer exclusieve content ze te zien of horen krijgen. Het gaat dus niet om een gewone website met informatie over de artiest of influencer. Exclusieve content kan bestaan uit een radioshow, tickets of kortingen, een meet and greet, video’s, white papers of gratis nieuwe muziek. In ruil daarvoor geven volgers of fans gegevens over hun woonplaats, telefoonnummer, e-mailadres, geslacht. Daarnaast geven ze aan waar ze van houden, op welke sociale media ze zitten, et cetera.

 
Engagen met fans 
Al deze gegevens komen op een overzichtelijk dashboard te staan, zodat de influencer die kan analyseren, inzicht krijgt in zijn of haar eigen fanbase en rechtstreeks met fans kan communiceren. ,,Met die gegevens kun je echt engagen en een-op-een contact maken met je fans,” vertelt Renders. ,,Je krijgt veel diepere insights dan bij YouTube of Google. Je kunt via je website een e-mail of sms sturen of iets op Facebook posten. Maar het belangrijkste is dat je dit soort data naar jouw platform trekt, terwijl die nu in bezit zijn van Facebook of Google en je daar moeilijk bij kunt komen.”

 
Uitbreiden 
Het bedrijf zette de eerste fanbase op voor Renders zelf. Op Heartfeldt krijgen fans exclusieve content van DJ Sam Feldt mits ze zich inschrijven. Daarna volgde collega-DJ Oliver Heldens en diverse andere artiesten die hij vaak ontmoet. ,,We hebben nu tien platforms gebouwd voor DJ’s en artiesten, grote namen uit de DJ Mag Top 100. We zijn met tientallen andere influencers in gesprek. Bijvoorbeeld met de bekende bodybuilder Tavi Castro, met wie we een nieuwe portal gaan maken. Daarnaast zien we veel kansen in Azië en China. Daar heb je heel veel sterren met veel volgers. Die vormen een grote markt waarop we willen uitbreiden,” aldus Renders.

 
Data relevanter dan likes
Volgens hem begrijpen steeds meer influencers hoe belangrijk data zijn. ,,Ze snappen dat het niet zo relevant is hoeveel volgers je op Facebook of andere social media hebt, want je kunt toch maar 1 procent van die volgers bereiken. Behalve als je veel geld betaalt. Als je de data hebt van de mensen die jou volgen, kun je mensen direct benaderen,” zegt Renders.

Dat geldt voor influencers, maar ook voor merken. Die zoeken manieren om hun klanten met directe campagnes te bereiken. Renders: ,,We zijn momenteel met twee merken in gesprek. Met een groot zuivelmerk en een groot schoenenmerk. Ook die hebben volgers en fans. Via Fangage kunnen merken op een selectieve manier marketing bedrijven. Ook kunnen met de data demografische schetsen gemaakt worden van hun klanten.”
  6168 Hits
  0 Comments
6168 Hits
0 Comments

Hoe AdBlock Plus zichzelf overbodig wil maken

Hoe AdBlock Plus zichzelf overbodig wil maken

Het gebruik van Adblockers neemt af als advertenties weer acceptabel - lees minder irritant - worden voor internetgebruikers, betoogt topman Ben Williams van Adblock Plus (ABP). Met de oprichting van het Acceptable Ads Committee maakt ’s wereld meest gebruikte adblocker zichzelf straks overbodig. En hoe kan native advertising daar aan bijdragen?

 
Wereldwijd gebruiken 615 miljoen internetters een adblocker, van wie een kwart AdBlock Plus. Dat scheelt uitgevers en adverteerders miljarden aan inkomsten. Het bedrijf is dus een vijand van elke marketeer. Desondanks waagde COO Ben Williams van Eyeo, het bedrijf achter de adblocker, zich op Savage Marketing 2017 in het hol van de leeuw. Hij brak het ijs met de openingszin: ,,Hoeveel mensen in de zaal willen me vermoorden?” Dat bleek mee te vallen, want het publiek moest slechts lachen. Toch stond daar de man die hen elke dag weer veel geld kost.

 
Groei vlakt af 
Adblockers zijn volgens Williams steeds meer mainstream aan het worden. Adblock Plus alleen al telde sinds de oprichting in 2006 ruim 500 miljoen downloads. Volgens het laatste rapport van Pagefair groeide het aantal gebruikers in het afgelopen jaar met 30 procent. Het aantal adblockers op smartphone en tablet steeg met 108 miljoen tot een totaal van 380 apparaten. Op desktop steeg het aantal gebruikers met 34 miljoen tot een totaal van 236 miljoen. Een op de negen internetgebruikers in de wereld blokkeert momenteel advertenties op het web. Toch ziet Williams dat de groei afvlakt en dat uiteindelijk 20 procent van de internetbezoekers een adblocker installeert. ,,In Nederland ligt het percentage op 19 procent, in de UK en Duitsland tussen de 20 en 22 procent. We zien momenteel een enorme groei in mobiele adblockers, in Azië en de Pacific zelfs 94 procent, maar ook dat zal uiteindelijk afvlakken rond de 20 procent,” stelt hij.

 
Advertenties steeds irritanter 
ABP-moederbedrijf Eyeo doet meer dan alleen adblocking. Het is een bedrijf in open source software dat mensen content wil bieden waar ze van houden, betoogt Williams. De missie van Eyeo is volgens hem dan ook niet om adverteerders te pesten, maar om het publiek controle terug te geven over het internet. Want die is het sinds ATT in 1994 de eerste online advertentie plaatste langzaam kwijt geraakt. Die eerste advertentie leidde bezoekers naar mooie plaatsen en musea. ,,Het was meer een algemene publieke boodschap die mensen ervaringen bood dan een advertentie. Maar twintig jaar later hebben we de boel verpest en zijn we de ervaring van de internetgebruiker uit het oog verloren,” aldus Williams. ,,Er kwamen nieuwe vormen van banners en pop-ups die steeds irritanter werden.” Het bedrijf heeft daar onderzoek naar gedaan. Daaruit bleek dat sommige advertenties zoals pop-ups die ineens heel je scherm overnemen of video’s die luidruchtig beginnen te spelen als je in de trein zit bij meer dan 60 procent van de internetgebruikers irritatie oproept. Al zijn er ook advertenties die slechts 3 tot 5 procent van de mensen irriteren.

 
Tactiek van verschroeide aarde 
Volgens Williams was het dan ook geen verrassing dat in 2002 de eerste adblocker Webwasher het licht zag, al was die nog erg primitief. Adblock Plus ging vier jaar later van start volgens de tactiek van de verschroeide aarde, oftewel: iedereen kon alle advertenties blokkeren. Naar de gevolgen werd niet gekeken, aldus Williams. Later is het bedrijf daar van terug gekomen en nu werkt het met filters waarop gebruikers kunnen instellen wat ze wel en niet wensen te ontvangen. ,,Filters zijn de nieuwe norm. Dat is meer constructief,” zegt hij.

 
Publiek wil controle niet kwijt 
Nu steeds meer mensen adblockers installeren en steeds meer uitgevers bezoekers met een adblocker van hun website weren, ziet Eyeo het gevaar van een vicieuze cirkel ontstaan. De enige manier om die te doorbreken is volgens hem terugkeren naar het begin. Williams: ,,We moeten de ervaring van de internetgebruikers weer als basis nemen. Internet was altijd de informatiesnelweg waarop je ideeën kon uitwisselen. Dat is het diepere gevoel erachter. Reclame op internet heeft zich in de verkeerde richting ontwikkeld. Adblockers ook, maar die hebben mensen de controle over hun internetgebruik teruggegeven. Die controle willen ze niet meer kwijt.”

 
Op naar acceptabele advertenties 
Adblock Plus wil naar een systeem waar adblockers samenwerken met adverteerders en niet tegen elkaar strijden. Veel gebruikers vinden het namelijk niet erg om bepaalde advertenties te zien. Daarom juicht het bedrijf nieuwe initiatieven toe als de Coalition for Better Ads, die de consumentenervaring van online advertenties wil verbeteren en waar ook IAB bij is aangesloten. Zelf is Eyeo het Acceptable Ads Comittee gestart, dat op 11 juli 2017 voor het eerst bijeenkomt. Daar kunnen adverteerders, uitgevers, mediabureaus, consumentenorganisaties, onderzoekers, reclamebureaus en andere experts en belangenbehartigers zich bij aansluiten. Adblock Plus heeft zelf geen stem in het comité. Advertenties die door het comité als acceptabel worden bestempeld worden doorgelaten door adblockers zoals Adblock Plus. Ze mogen onder meer niet tussen teksten staan, niet te groot zijn en moeten duidelijk te onderscheiden zijn als advertentie. Volgens Williams wordt nu al 8 procent van de advertenties ‘white listed’, zoals die goedkeuring heet. ,,We moeten dus zulke goede advertenties maken dat mensen geen adblockers meer willen gebruiken,” stelt hij

Daarmee is het internet volgens hem nog niet gered. Williams: ,,We moeten naar andere manieren zoeken om geld te verdienen op het internet dan alleen met advertenties of betaalmuren. Alleen zo ontstaat een eerlijk en tegelijkertijd winstgevend web.”

 
Native de oplossing?
Maar hoe maak je advertenties die het publiek wel accepteert? Het grappige van een conferentie als Savage Marketing is dat volgende sprekers vaak antwoorden geven op vragen die door eerdere sprekers zijn opgeworpen. Native advertising lijkt namelijk het antwoord op de roep om acceptabele advertenties. Daaronder valt veel, van advertorials tot content marketing, van branded tot sponsored content, maar ook het adverteren op zoekmachines. De essentie is dat een advertentie de bezoeker niet irriteert, maar logisch aansluit bij zijn ervaring. PubNative is een technologieplatform dat wereldwijd 250 uitgevers helpt met native advertising op mobiele apparaten. Eddie de Guia, een van de oprichters, liet tijdens de conferentie zien hoe die miljardenmarkt groeit. In 2020 zal volgens PubNative 63 procent van alle display advertenties wereldwijd uit native bestaan. Die zijn niet alleen minder irritant, ook adverteerders profiteren ervan. Met native stijgt het engagement en het aantal clicks (CTR) fors, soms wel met 40 procent, aldus De Guia. Bij een campagne voor het Mexicaanse drankje Jarritos zorgden native advertenties voor 82 procent meer conversie. Door native te combineren met programmatic advertising kunnen ook op dat gebied meer persoonlijke en minder overbodige advertenties worden aangeboden. ,,Native lost veel problemen met adblockers op omdat het de gebruikerservaring van advertenties verbetert. Als het goed gemengd wordt met andere content van uitgevers, dan worden advertenties minder geblokkeerd,” aldus De Guia.

 
  3829 Hits
  0 Comments
3829 Hits
0 Comments

persbericht- Laura Fygi krijgt zelfde prijs als Nelson Mandela en Aretha Franklin

persbericht- Laura Fygi krijgt zelfde prijs als Nelson Mandela en Aretha Franklin
Amsterdam, 22 december 2015

P e r s b e r i c h t

AMSTERDAM – De Nederlandse zangeres Laura Fygi heeft in Azië de BrandLaureate International Brand Personality Award gekregen voor haar indrukwekkende zangcarrière en haar bijdrage aan de entertainment business. Daardoor staat ze voortaan in een rijtje met artiesten als Aretha Franklin, Cliff Richard, John Mayall en Andrea Bocceli en wereldleiders als Nelson Mandela.

 
Fygi werd voor de award genomineerd door haar Aziatisch fans en kreeg de meeste stemmen van publiek en jury. De zangeres voelt zich vereerd met de prijs. ,,Het betekent voor mij een stukje erkenning. Je weet dat je populair bent. Bij alle concerten die ik in Azië geef zitten de zalen vol en ik treed daar vaak op tv op, maar het is geweldig als dat op deze manier bekroond wordt,” vertelt ze.

Laura Fygi viert in 2015 haar 25-jarige jubileum als zangeres en werd dit jaar in Nederland al twee keer onderscheiden met de Amstel Award en de Lifetime Achievement Award van de Gouden Eeuw Awards.

Laura Fygi’s Global PR manager Ronald Heister zegt: ,,De BrandLaureate Awards worden jaarlijks uitgereikt door de Asia Pacific Brands Foundation (APBF) aan merken en bedrijven die excelleren in hun branche, een grote invloed uitoefenen op de maatschappij en een inspiratiebron zijn voor anderen. Maar ook aan individuele personen die hun stempel op de wereld drukken.”

Beroemde winnaars zijn politici als Nelson Mandela en Hillary Clinton, ondernemers als Steve Jobs en Mark Zuckerberg, sporters als Michael Schumacher en Tiger Woods en artiesten als Cliff Richard, Aretha Franklin, Michael Bublé en Taylor Swift.

Laura Fygi won The BrandLaureate International Brand Personality Award omdat ze volgens de APBF  ‘een exceptioneel getalenteerde zangeres’ is en ‘een van de grootste vrouwen in de wereld van entertainment’.

De zangeres treedt op in heel Europa, Zuid-Amerika en Azië en slaagde erin de Chinese markt te veroveren toen ze in 2012 bij een van de grootste platenmaatschappijen van China de dubbel CD Flower opnam. Die bevat originele Chinese composities. Sommige nummers zong ze in het Chinees, wat volgens de jury opmerkelijk is. Haar indrukwekkende jazzy stem wordt in Azië vergeleken met die van Peggy Lee en Julie London. Ze treedt net zo makkelijk op in een jazzclub als op de grootste podia in de grootste steden.

Ten tijde van haar 25-jarig jubileum heeft ze 13 albums uitgebracht en is haar internationale carrière nog lang niet ten einde. De award is daarom een erkenning van haar verdienstelijke bijdrage aan de entertainment business, aldus de stichting.

,,Het is een grote eer om nu in hetzelfde rijtje te staan met al die wereldberoemde mensen,” zegt Fygi. ,,Misschien dat ik nu ook in Nederland wat meer aandacht krijg en kan laten zien wat ik allemaal in het buitenland doe.”

Fygi heeft de award al toegestuurd gekregen. Volgende week reist de zangeres naar Singapore voor een serie Oudejaarsconcerten. Wellicht ziet ze dan mogelijkheden om de award persoonlijk in ontvangst te nemen.

 
  1502 Hits
  0 Comments
1502 Hits
0 Comments