Candid. Platform
for growth.

M2Media werft nieuw talent via ‘wifi recruitment’

M2Media-wifi-recruitmen_20180606-140036_1
Bij de uitreiking van de AMMA-Awards bracht mediabureau M2Media onder de no...
Continue reading

Extra fields

De mobiele telefoon? Het ultieme verlengstuk van de arm

mobile-advertising
Door Patricia van Zon De mobiele telefoon is een verlengstuk van de arm gew...
Continue reading

Extra fields

NPO Radio 2 pakt koppositie weer terug van Radio 538

NPO Radio 2 pakt koppositie weer terug van Radio 538

Door Linda Haring


Het is stuivertje wisselen aan kop van de ranglijst van de luistercijfers. NPO Radio 2 heeft de koppositie weer teruggepakt. Het zenderaandeel van NPO Radio 2 is 11,9 procent versus 11,8 procent van Radio 538. En dat terwijl vorige maand Radio 538 na 2 maanden de koppositie terugpakte van NPO Radio 2. Het aandeel van NPO Radio 2 zit fors in de lift ten opzichte van vorig jaar door het aantrekken van nieuwe dj’s het afgelopen jaar en het succes van de programmering.

Sky Radio en Qmusic zien de zenderaandelen ook weer toenemen, alhoewel ze nog niet op het aandeel van vorig jaar zitten. Het zenderaandeel van Radio 10 blijft in de lift zitten en groeit verder door naar een aandeel van 8,2 procent. Waar zal dit aandeel naar toegroeien als later in het jaar Jeroen Nieuwenhuize en Gerard Ekdom ook nog eens aan de slag gaan voor de zender? En welk effect zal de overstap van Ekdom hebben voor NPO Radio 2? Jeroen Nieuwenhuize zal vanaf 25 juni op werkdagen op Radio 10 te horen zijn tussen 10.00-13.00 uur. Gerard Ekdom start pas in september om daar in de ochtend een nieuwe radioshow te maken. Momenteel zit Lex Gaarthuis nog op die plek.

Radio Veronica (met Giel Beelen) en Beelens oude werkgever NPO 3FM zien het aandeel verder terugzakken en met name NPO 3FM levert steeds verder in. De nieuwste programmering slaat duidelijk niet aan bij de doelgroep. Op 1 juli gaat de nieuwe zendermanager, Sharid Alles, aan de slag.

Extra fields

Waarom blijft het huwelijk tussen mkb’ers en online zakendoen zo lastig?

Waarom blijft het huwelijk tussen mkb’ers en online zakendoen zo lastig?
Door William Burghout

Het mkb heeft de kansen van online kanalen nog maar mondjesmaat ontdekt. Er zijn vanzelfsprekend uitzonderingen, maar het gros van de mkb’ers ziet zijn website primair als visitekaartje. Ze besteden beperkte tijd aan online marketing. En zien dan ook slechts een klein deel van hun omzet uit online bronnen komen. Wat is hiervan de oorzaak?

Jaar na jaar is hetzelfde beeld te zien. In 2017 bracht de online monitor van MKB Nederland de online stand van mkb’ers in het land in kaart. Dit jaar presenteren vindbaarheidsdienst Webtexttool en eZiner (online magazines) een mkb benchmark. Wie beide onderzoeken naast elkaar legt ziet hetzelfde patroon: online ontwikkeling krijgt weinig aandacht van mkb’ers, ondanks alle kansen die er liggen. Verandering lijkt niet op komst. De tevredenheid over de huidige situatie is groot.

Cijfers op een rijDe cijfers spreken voor zich in de benchmark. Slechts 15 procent van de bedrijven kan meer dan de helft van de omzet aan online zakendoen toeschrijven. Bij 58 procent blijft het online omzet aandeel kleiner dan 5 procent. Dit wordt echter niet gezien als belangrijkste verbeterpunt. Mkb’ers geven aan vooral hun online vindbaarheid te willen verbeteren. Maar voor dit onderwerp is beperkte tijd beschikbaar: de helft van de mkb’ers reserveert er minder dan een uur per week voor. Dit alles lijkt niet aan te sluiten op algemene trends. In Nederland groeit de online omzet met dubbele cijfers. Maar dit motiveert het mkb dus slechts beperkt om in actie te komen.

Geen groeiambitiesWat maakt dat het huwelijk tussen mkb’ers en online zakendoen zo lastig blijft? Onderzoeker Kyrill Poelmans van de MKB Benchmark ziet verschillende redenen. ,,We hebben in ons onderzoek gezocht naar verklaringen voor het passieve gedrag van veel mkb’ers. Daarbij hebben we een drietal factoren gezien die een rol spelen.’’

 
1. Onbekend maakt onbemindEen groot probleem onder mkb’ers is het beperkte inzicht in de eigen online prestaties. Het aantal bezoekers op de eigen website is bijvoorbeeld vaak onbekend. Van de mkb’ers geeft 26 procent aan geen idee te hebben over het aantal websitebezoekers. Nog eens 16 procent heeft zich er zelfs nooit in verdiept. Bij het beoordelen van de online omzet speelt hetzelfde punt: bijna 1 op de 3 ondernemers durft hier geen inschatting van te maken.

,,Als je geen beeld hebt van je online prestaties, dan is het lastig om trends te ontdekken. Zo is er geen directe motivatie om meer werk te maken van de online aanwezigheid,” aldus Poelmans. Omgekeerd werkt het ook. Bedrijven die herkennen dat er meer omzet via de website wordt gegenereerd, nemen vaker een eigen internetmarketeer in dienst. ,,Door de extra aandacht die het online kanaal dan krijgt, kunnen de groeitrends worden versterkt.”

 
2. Alles wordt nietsEen volgend punt dat een rol speelt bij mkb’ers is tijdgebrek. Wellicht wordt dit veroorzaakt door een gebrek aan focus. Poelmans: ,,Het is opmerkelijk hoeveel verschillende online activiteiten mkb’ers zeggen te ontplooien. Naast de website moet aandacht worden verdeeld over verschillende social media, e-mailservices en zoekmachine marketing.” Per activiteit blijft er weinig tijd beschikbaar. Voorbeeld? 67 procent van het mkb geef aan e-mail voor marketingdoelen in te zetten. Maar in meer dan de helft van de gevallen wordt slechts een paar keer per jaar een e-mail verstuurd. ,,E-mail kan een effectief kanaal zijn, maar dan moet het wel voldoende aandacht krijgen. Als je alles half doet, zullen resultaten uitblijven.” Bij social media speelt hetzelfde issue. De meeste bedrijven zetten verschillende platforms in. Maar tijd om ze allemaal aandacht te geven is er niet.

 
3. Het einde in zichtBinnen het mkb zijn sommige vraagstukken nijpender dan het inspelen op markttrends. Veel ondernemers zien de pensioenleeftijd naderen. Een groot deel van de mkb’ers verwacht binnen nu en vijf jaar het stokje door te geven. Dit wordt veelvuldig genoemd als reden om niet in te zetten op online groei.

,,De generatie ondernemers die actief kijkt naar bedrijfsopvolging heeft sowieso minder ervaring met online zakendoen. Dat een groeiend online omzetaandeel kandidaat-opvolgers kan overtuigen in een bedrijf te stappen is nu zelden een reden om te investeren in online groei.”

Inspelen op marktkansenBlijft tot slot de vraag hoe erg het is dat mkb’ers zich nog niet richten op online zakendoen. Het onderzoek laat namelijk ook zien dat het mkb over andere effectieve omzetkanalen beschikt. Waarbij het eigen netwerk vaak een belangrijke rol speelt. ,,Zeker nu de economie aantrekt, krijgen veel mkb’ers weer lucht. Een directe noodzaak om de werkwijze te veranderen ontbreekt dan,” stelt Poelmans. ,,Maar de marktontwikkelingen stoppen niet. De verschuiving van offline naar online business gaat onverminderd door. Daarom is het voor het mkb toch slim in te spelen op online groeikansen. Te meer omdat je met iets meer aandacht voor het onderwerp al veel directe concurrenten op achterstand kunt zetten.”

William Burghouts is oprichter/eigenaar van eZiner. De mkb benchmark 2018 is een initiatief van Webtexttool (teksten vindbaar maken) en eZiner (ebooks, whitepapers en online magazines).

Een contentstrategie voor elk land

Een contentstrategie voor elk land
Deel 5 videoserie over contentmarketing: Jasper de Kinkelder

Jasper de Kinkelder is contentmanager bij ACSI Publishing, dat zijn gidsen, websites en apps met informatie over campings en kamperen voor echte liefhebbers. De bekende groene gidsen komen ieder jaar uit in zeven talen, de websites en apps zelfs in veertien talen.

 
https://www.youtube.com/watch?v=XAduc9tH1Pw&feature=youtu.be

De Kinkelder vertelt in deze video dat tot voor een aantal jaar geleden alle content letterlijk werd vertaald, maar deze strategie is inmiddels toch echt achterhaald. ,,Voor vier landen creëren wij inmiddels content op maat.''

Dat heeft alles te maken met de grote verschillen tussen kampeerders. ,,Je hebt culturele verschillen, maar ook verschillen in voorkeuren: een Duitse kampeerder zal niet zo snel in Engeland gaan kamperen, maar wel in Kroatië. We hebben daar dan ook native mensen nodig om die content te maken.’’ Het liefst zou De Kinkelder voor ieder land een contentstrategie ontwikkelen en daar kan hij wel eens gelijk in hebben. Waarom? Omdat contentmarketing alles te maken heeft met het opbouwen van je publiek en dat kan je alleen doen door dat publiek perfect te snappen.  
 

Extra fields

‘Contentmarketing werkt, maar we moeten beter kunnen meten’

‘Contentmarketing werkt, maar we moeten beter kunnen meten’

Deel 4 videoserie over contentmarketing: Nancy Schuurmans

Contentmarketing werkt wel, maar het resultaat is moeilijk te meten. ,,Het draagt bij aan een positieve merkbeleving en ook aan conversie, maar harde cijfers zoals: content heeft voor 20 procent meer omzet gezorgd. Dat is lastig,” zegt marketeer content Nancy Schuurmans van coöperatie DELA.

https://www.youtube.com/watch?v=-r_8v-RHAXc&feature=youtube.nl
 
In de videoserie van Studio Dokter De Graaf en frank.news laten we deze keer contentstrateeg, online marketeer en brandmarketeer Nancy Schuurmans aan het woord. Voor DELA werkte ze mee aan diverse onderscheiden campagnes waarin contentmarketing een belangrijke rol speelt.
 
Volgens haar haal je met korte video’s voor 20.000 euro veel meer bereik uit je mediabudget dan met commercials voor 2 ton. Die kun je op verschillende kanalen in stukjes uitzenden. Contentmarketing is zo belangrijk tegenwoordig, dat merken er niet omheen kunnen. Het is geen keuze om het niet te doen, stelt Schuurmans. ,,Maar de informatieconcurrentie is enorm. Je concurreert met iedereen als het gaat om tijd en aandacht van mensen.”
 

Extra fields

Candid Group en Pervorm bundelen krachten

Candid Group en Pervorm bundelen krachten
Candid Group en Pervorm bundelen krachten
Grootste onafhankelijke medianetwerk gaat samenwerking aan met digitaal marketingspecialist

AMSTERDAM – Candid Group, het grootste onafhankelijke Nederlandse netwerk van media-, marketing- en communicatiebureaus, en digitaal marketingspecialist Pervorm gaan een strategische samenwerking aan. Doel is te profiteren van elkaars specialisaties en expertises.

 
Deze strategische samenwerking voegt additionele expertise toe aan zowel Candid Group als Pervorm. De partijen hebben daardoor toegang tot elkaars kennis en kunde. Zonder de eigen expertise te verliezen zijn zij hierdoor in staat een breder pallet aan diensten te bieden. Candid Group telt inmiddels negen bedrijven, waaronder de mediabureaus M2Media en Stroom, marktonderzoeksbureau Vostradamus, ontwikkelingsbureau Lavinci en shared service center Het Mediakantoor.

 
Met de samenwerking laat Candid Group opnieuw zien dat het vastberaden is in zijn missie om onafhankelijke Nederlandse bureaus samen te brengen binnen één netwerk. Door die gebundelde media- en consolidatiekracht kunnen de individuele bureaus samen krachtiger optrekken. Met als doel: Nederlandse merken beter te laten communiceren. Gérard Ghazarian, CEO Candid Group: “Wij willen de afstand tussen merk en gebruiker verkleinen. Met deze samenwerking zetten wij weer een stap richting ons ideaalbeeld.”

 
Pervorm was één van de eerste bureaus in Nederland die data, media en creatie bij elkaar bracht voor marketingdoeleinden. Giuseppe Salvaggio, medeoprichter en partner van Pervorm: “In Candid Group hebben wij een partner met dezelfde kijk op de marketing- en communicatiebranche gevonden. Wij geloven in een flexibele organisatie die volledig focust op de specifieke uitdagingen van haar klanten. Naast ons optimalisatie specialisme groeit onze consultancy tak net zo hard. De samenwerking met de Candid Group stelt ons in staat deze focus te vergroten.”

Gooi inhakers of pr-stunts in de prullenbak en zoek naar écht goed idee

Gooi inhakers of pr-stunts in de prullenbak en zoek naar écht goed idee
Door Hubertien Huurman van LVB

Inhakers, wat zijn ze verleidelijk. Koningsdag, het WK Voetbal, Moederdag of de eerste lentedag; het maakt niet uit, klant en bureau broeden alweer op een inhaker of PR stunt. Doe maar niet. Er zijn veel betere alternatieven die meer voor je merk kunnen betekenen.

 
Natuurlijk leveren goede stunts aandacht op. Maar vaak kortstondig. En ben je geen Albert Heijn of Coolblue, dan moet je altijd oppassen niet krampachtig iets te kopiëren dat stiekem niet bij je past. Sowieso, hoe origineel ben je überhaupt met de zoveelste inhaker op Koningsdag/1 april/zomertijd/dierendag… of pop-up resto/plein/event/store/...?

 
Waar gáát het nou eigenlijk over 
Voorop staat dat je moet weten wat je wil bereiken en bij wie. Vaak wordt naar de stunt gegrepen omdat de wens free publicity is. Maar de vraag daarachter is eigenlijk: ik wil doelgroep x bereiken met onderwerp y. Ja, het is nog steeds ontzettend waardevol als onafhankelijke media over jouw organisatie berichten. Maar journalisten komen echt niet alleen in actie als ze een stunt voorgeschoteld krijgen. Het gaat hen om datgene waar het jou ook om zou moeten gaan: waar maak ik mijn doelgroep blij mee? En als jouw verhaal maar relevant genoeg is, kun je ook rechtstreeks die doelgroep gaan bereiken met dat onderwerp y.

 
Speuren naar inhoud en een creatieve vorm 
En dan wordt het eigenlijk veel leuker dan de gemiddelde PR stunt. Want nu hoef je in grote lijnen maar een paar dingen te doen om tot die aandacht te komen: kijken waar je doelgroep zit en achterhalen wat ‘ie wil. Dan zoeken naar de juiste vorm (per kanaal!) en natuurlijk matchen met jouw doelstellingen en boodschap. Dit proces vereist natuurlijk denkwerk, creativiteit en een goede kennis van je doelgroep. Zeker als je een b2b-organisatie bent, zal je stevig in de inhoud van jouw organisatie moeten zitten. Maar het is ook een goede exercitie om verder te denken dan je product of dienst en in het hoofd van die eindklant te gaan zitten.

 
Maar wat als het er nou écht niet in zit? 
Vaak ontdek je dat er vanuit inhoud haakjes te bedenken zijn om zonder stunt of inhaker free publicity te realiseren. Maar soms zit die nieuwswaarde er gewoon echt niet in. Of ben je een organisatie die een ‘plat’ product onder de aandacht wil brengen. Dan nog is die vlugge stunt niet per se de oplossing. Ga nadenken hoe en waarmee je in de leefwereld van je doelgroep terecht komt. Met welke problemen zit je doelgroep en hoe kun jij je doelgroep helpen? Ze lezen gelukkig niet alleen de krant, dus je kunt ze ook via andere routes bereiken: social, offline, partnerships. Maak content die geen inbreuk maakt in die leefwereld, maar wat toevoegt.

 
Voorbij de stunt: mensen binden aan jouw merk
Tot slot, kijk ook vooral verder dan dat eenmalige bereik. Supermooie aandacht bij je doelgroep is geweldig, maar het ultieme is om hen aan jouw merk of organisatie te binden. Zo wordt het nog makkelijker om ze te bereiken en heb je zo’n stunt of inhaker helemaal niet nodig.

 
Hubertien Huurman is adviseur PR en contentmarketing bij LVB.

‘Doe aan contentmarketing op alle niveaus of doe het niet’

‘Doe aan contentmarketing op alle niveaus of doe het niet’

Deel 3 Videoserie over contentmarketing: Atie de Heer

,,Ik geloof niet dat contentmarketing in zijn eentje iets doet. Je moet naar een totale contentstrategie en dan is dit één van je instrumenten,” zegt directeur Atie de Heer van Data Direction in deel 3 van de videoserie over contentmarketing.

 
https://www.youtube.com/watch?v=3Q8Ai3z_niw&feature=youtu.be

 
In de videoserie van Studio Dokter De Graaf en frank.news laten we deze keer een ervaren autoriteit op het gebied van contentmarketing aan het woord. Atie de Heer startte in 1995 met haar bedrijf Data Direction en legde vanaf het begin de focus op inhoud. Ze bedreef al contentmarketing toen de huidige generatie marketeers bij wijze van spreken nog in de luiers zat. Ze is auteur van het boek ‘Content Organizing in de Praktijk - alles over het strategisch inzetten van content’ en mag bedrijven als Ahold, Schiphol, PostNL, UWV, ING en ANWB tot haar klanten rekenen.

 
Volgens De Heer is de hype van alleen contentmarketing maken voorbij en komt er meer geïntegreerde communicatie voor terug. ,,Als je alleen aan contentmarketing doet word je nooit een sterk merk,” stelt ze. Ook moeten marketeers volgens haar stoppen met het gebruiken van vakjargon en moeten de schotten tussen de verschillende disciplines van merken en bedrijven verdwijnen.

Extra fields

‘Middelmaat is een no-go-area in contentmarketing’

‘Middelmaat is een no-go-area in contentmarketing’
Deel 2 Videoserie over contentmarketing: Aart Lensink

In deel 2 van de videoserie over contentmarketing spreken de makers Aart Lensink van LVB Contentmarketing. Hij pleit voor het gebruik van meer journalistieke technieken om te zorgen voor goede content.

https://www.youtube.com/watch?v=uI_qxSY10c8&feature=youtu.be
 
Aart Lensink, directeur van LVB Contentmarketing heeft altijd goede teksten. Dat heeft hij geleerd in zijn periode als journalist bij Nieuwe Revu want daar kon je nooit aankomen met baggercontent. Mede gezien zijn journalistieke achtergrond zegt hij wel een paar interessante dingen over zijn vak. ,,Je moet zo ontzettend je best doen om op te vallen, je komt er niet meer met een stapeltje blogs….

Hij legt in het tweede deel van de videoserie over contentmarketing van Ans Dokter en Ilse de Graaf uit dat we een tijdperk afsluiten waarin bedrijven bergen vol content produceerden. En dus moet je kwaliteit leveren. ,,Er was een periode dat er vooral véél content werd gemaakt, maar nu gaat het om kwaliteit. Middelmaat is echt een no-go-area geworden. Je moet iets relevants vertellen en dan kom je uit bij verhalende technieken. Die ambitie is, met journalistieke vaardigheden, iets makkelijker te verwezenlijken dan wanneer je dik in het merk zit. Ik denk dat die journalistieke bril ons altijd heeft geholpen.’’

Extra fields

Heeft het merk Vlissingen een imagoprobleem?

Heeft het merk Vlissingen een imagoprobleem?
Filosoof Sjaak Vane beschouwt bekende fenomenen in de marketingwereld vanuit zijn eigen perspectief. Vandaag over zijn eigen Vlissingen.

Vlissingen is behoorlijk de Sjaak. Vorige maand kregen we de eerste klap. Toen werden we als provinciaaltjes weggezet door Lubach op Zondag. Ons belangrijkste verkiezingsonderwerp was het Nollebos- en dat klinkt behoorlijk bekrompen, als je het zo neerschrijft. Ik zeg ‘ons’, want hier schrijft een geboren Vlissinger.

 
Achterhoedegevecht
Even een stukje geschiedenis. Vlissingen worstelt al veel langer met zijn imago. Het ziekenhuis waar ik ter wereld kwam heette ooit Bethesda, naar een geneeskrachtige bron. Het instituut werd omgedoopt in het Admiraal De Ruyter ziekenhuis. Beter voor  het imago, tenslotte moeten we tegenwoordig vechten tegen iedere ziekte. De Ruyter is een sterk merk, moet men gedacht hebben.

Onlangs liep onze zeeheld averij op vanwege zijn aandeel in de slavenhandel. Die storm is weer gaan liggen. Het standbeeld op de gelijknamige boulevard is niet omver getrokken. Veel ingrijpender is de verhuizing van het ziekenhuis naar Goes. Kinderen worden voortaan in die gemeente geboren, zodat Vlissingen  alleen nog maar in je paspoort staat als je moeder thuis is bevallen. Ook is de bibliotheek gesloten evenals de Halfords, de Miss Etam, Leen Bakker, Xenos en de Vögele. Gelukkig hebben we nog een Blokker en een Intertoys en houdt de HEMA dapper stand. Vlissingen voert een achterhoedegevecht. Het lukt maar niet om de winkelpanden te vullen.

 
Bye bye Vlissingen
Aan toeristen geen gebrek. Maar er zijn buiten de horeca bedroevend weinig vacatures. De gemeente betaalde dan ook gretig mee aan de vernieuwing van de marinekazerne. Maar de mariniers hebben vrouwen en die vertikken het om de hele dag met de hond over het strand te wandelen. Of om ijsjes te verkopen aan toeristen. Vorige week sprak ik een chirurg uit Leiden die vijf jaar geleden naar Vlissingen verhuisde. Zijn academisch geschoolde vrouw is blij met haar baantje als secretaresse via een uitzendbureau. Die 500 mariniersvrouwen hebben dus een punt. Lubach vormde de genadeklap voor het imago. In Vlissingen wil je nog niet dood gevonden worden, grapte hij. En als Lubach het zegt, heb je een probleem. Na ‘bye bye Facebook’, vrezen we nu voor een ‘bye bye Vlissingen’.

 
Promotie
Afgelopen donderdag weerlegde een gedeputeerde van de provincie Zeeland de bezwaren met een vlammend betoog, zo schrijft huis-aan-huisblad De Faam. Een promotiewerkgroep zal het negatieve beeld van Zeeland moeten rechtzetten. Inhoudelijk wordt er niet ingegaan op de zorgen van de mariniers. Het probleem wordt moeiteloos geframed als een imagoprobleem. Vlissingen is best leuk alleen dat hebben we te weinig onder de aandacht gebracht. Dat klinkt als Mark Rutte die beweerde dat de VVD altijd voor het milieu is geweest, maar het verdomd slecht heeft gecommuniceerd. Kortom: Vlissingen moet dringend een peloton stadsmarketeers invliegen.

 
Kun je een stad verkopen?
Het probleem met een stad is dat er ook nog inwoners zijn. Mensen die de stad op een eigen manier beleven. Die  herkennen zich vaak niet in het merk dat van hun leefomgeving wordt gemaakt. ‘Door de veelzijdige persoonlijkheid van een plaats of bedrijf in een simplistische merkessentie te proppen, beledig je de intelligentie van het publiek’, moppert de Amerikaanse journalist Lucas Conley in zijn boek Obsessive Branding Disorder (vertaald als: De Merkenziekte).

Conley beschrijft het rebrandingproces van Cincinnati. In 2001 kwam deze Amerikaanse stad landelijk in het nieuws vanwege rellen als reactie op racisme door de politie. Nadat de rust weer was teruggekeerd probeerde men het imago op te poetsen. Nu is Cincinnati een stad van marketeers. De hoofdkantoren van Procter & Gamble, supermarktketen Kroger en warenhuis Macy’s staan er. Charlotte Otto, al jarenlang werkzaam voor Procter & Gamble zag mogelijkheden om haar stad weer op de kaart te zetten. Een stadspromoteam interviewde dertig bewoners en meer dan vijfduizend inwonenden vulden online een vragenlijst in. Het leidde tot verbaasde reacties. Goh, dat onze stad zóveel te bieden heeft. De slogan werd dan ook: All Together Surprising. Het merk CincinnatiUSA werd gelanceerd onder andere door regionaal attracties en hotelarrangementen onder de aandacht te brengen.

 
Reddingsboei via stadsmarketing?
Is Vlissingen nog te redden met extra stadsmarketing? Misschien wel. Amsterdam bedacht iAmsterdam en heeft nu een omgekeerd imagoprobleem: het is zó populair dat het een openluchtmuseum dreigt te worden. Met een slogan kun je jezelf als stad op de kaart zetten. De werking is echter omstreden. Tweederde van de slogans hebben geen zin volgens deskundigen en sommige slagzinnen kosten aardig wat geld.  Utrecht betaalde twee ton voor (ja, het staat er echt) UtrECHT. Leeuwarden bedacht echter geheel op eigen kracht de slogan: ‘Kijk, dat is het mooie van Leeuwarden’ en won er in 2014 een prijs mee.

Vaak is de originaliteit ver te zoeken. Een rondgang door Nederland levert veel nietszeggende zinsnedes op en soms doublures zoals: ‘Zin in Zandvoort’ en ‘Zin in Zevenaar’. De grappigste mislukkingen zijn toch wel: ‘Dromen, doen, Heusden’, ‘Hoorn moet je voelen’ en ‘Goes is Goes/d’.

Ooit was het ‘Vlissingen, stad aan zee’. Die slogan werd vervangen door de huidige oneliner: ‘Vlissingen, bruisend als de branding’. De beeldspraak is duidelijk en door de alliteratie bekt het best lekker. Maar wie door het lege stadscentrum loopt kan alleen maar cynisch worden over deze stadspromotie. Misschien kan de gemeente inspiratie halen uit de zelfspot van Vlagtwedde. Hun slogan is: ‘Vlagtwedde, de op één na mooiste gemeente’.

 
De rafelranden van de stad
Wat contentmarketing betreft werken de Vlissingse bewoners ook niet erg mee. Vlak onder de nieuwsreportage over stadspromotie staat een nieuwsbericht over de vertelwandelingen van Sinister Zeeland. Onder het motto: Luctor et Putesco (ik worstel en verga) vertelt men de toeristen over de dingen die de bewoners het liefst verborgen zouden houden. De zwarte kant van de stad: moorden, slavenhandel en piraterij. Sinister Zeeland is nog op zoek naar nieuwe stadslegenden over engelen en heksen, wonderen en waanzin, lees ik. Lubach had het niet kunnen verzinnen. Ik denk dat het stadspromotieteam zich nu omdraait in het graf. Het wordt hoog tijd voor een podcast met mooie verhalen van rasechte Vlissingers.

Gelukkig hebben we nog ons geheime wapen: amateurfotograaf Ria Brasser is goud voor Vlissingen en de Zeeuwse kust. Een tip voor alle stadsmarketeers: geef een amateurfotograaf een VVV-bon en laat haar beelden opsturen naar weerman Gerrit Hiemstra. Je krijgt op primetime gratis TV-exposure. Sfeerbeelden met mooie luchten en de naam van je gemeente eronder.

 
Een stad of een merk?
Wonderlijk toch hoe bestuurders een grotemensenprobleem ogenblikkelijk definiëren als een imagokwestie. In Cincinnati werden de problemen niet aangepakt, maar de beeldvorming opgeleukt. Ook vanuit de gemeente Vlissingen lees ik geen inhoudelijke reactie op de bezwaren van de mariniers. De burgemeester verwacht dat de plannen gewoon worden doorgezet. Als we nou maar vaak zeggen dat Vlissingen leuker is dan je denkt, komen er vanzelf banen. Daarmee komen de woorden los te staan van de fysieke werkelijkheid. Woorden zijn woorden en niet meer dan dat.

De kritische filosoof Michel Foucault eindigde zijn boek De woorden en de dingen  met de vraag of het einde van de mens zoals we die nu kennen nabij is. Hij vraagt zich af of de mens zal verdwijnen ‘als een gezicht in het zand op de vloedlijn van de zee’. Misschien dat de mariniers daar bang voor zijn.

 
Sjaak Vane is filosoof, spreker en WorkLife-coach. Hij schrijft aan een boek over de filosofie achter nieuwe werkrelaties. Lees ook zijn blog: De Filosofische Bijsluiter.
 

Radio 538 herovert koppositie op NPO Radio 2

Radio 538 herovert koppositie op NPO Radio 2
Door Linda Haring

NPO Radio 2 is na twee meetperiodes haar koppositie weer kwijtgeraakt aan Radio 538, al is de achterstand minimaal. De teloorgang van NPO Radio 3FM gaat maar door, nu de zender zelfs voorbijgestreefd wordt door 100% NL en NPO Radio 5.

Dat blijkt uit de luistercijfers van het Nationaal Luister Onderzoek (NLO) over de periode februari-maart 2018.

NPO Radio 2 heeft langer kunnen profiteren dan voorgaande jaren van het Top 2000-effect. Het duurde nu een meetperiode langer, voordat Radio 538 de koppositie weer overnam. Die steeg zelfs iets in marktaandeel ten opzichte van vorig jaar. NPO Radio 2 zit de commerciëlen echter dicht op de hielen, want het marktaandeel steeg ten opzichte van vorig jaar van 10,3 naar 12,4 procent in deze periode. Nog 0,2 procent marktaandeel scheidt beide zenders.

Subtop verder achterop
Het verschil met de subtop is groter geworden. Radio 10 heeft weer een forse groei in aandeel te pakken van 6,2 procent vorig jaar naar 7,8 procent nu. Dat is een groei van 26 procent. Ook NPO Radio 1 pakt er dankzij de Olympische Winterspelen weer wat aandeel bij en bezet momenteel de derde positie met 8,7 procent. Dat is nog voor Sky Radio, dat zenderaandeel inleverde.

Het aandeel van Qmusic blijft dit jaar stabiel, maar de zender heeft ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar fors ingeboet qua aandeel en daalde van 9,7 naar 8,1 procent. Van de regionale zenders levert ORN ook flink in, zowel ten opzichte van de laatste meting als ten opzichte van vorig jaar. Dat terwijl E-Power in beide periodes in aandeel toeneemt.

3FM zakt weg
NPO 3FM haalde vorig jaar nog een marktaandeel van 4,8 procent, maar zakt nu verder weg naar 3,2 procent. De zender staat nu op 13e plaats, nog achter 100% NL en NPO Radio 5. Dat voelt de zender zelf ook, getuige de actie van radio DJ Domien Verschuren. Hij was ‘ziek’ vanwege de slechte luistercijfers van NPO 3FM en besloot twee dagen thuis te blijven. NPO 3FM zal maatregelen moeten nemen om de koers te wijzigen in een weg omhoog in plaats van omlaag.



 
Hieronder een kort overzicht van de grootste stijgers en dalers van deze meting ten opzichte van de vorige:

Stijgers: Radio 10, Overige zenders, E Power Radio, 100% NL en NPO Radio 1.

Dalers: NPO Radio 2, Sky Radio, ORN Radio, Radio Veronica, NPO 3FM, NPO Radio 4, Classic FM.

Gelijk: Radio 538, Qmusic, NPO Radio 5, Slam!FM, Sublime FM, BNR Nieuwsradio.

 
De cijfers van de maart-april meting zullen op 22 mei gepubliceerd worden.

‘Als je publiek niet naar je verhaal wil luisteren, hoef je het niet te vertellen’

‘Als je publiek niet naar je verhaal wil luisteren, hoef je het niet te vertellen’
Deel 1 videoserie over contentmarketing: Carlijn Postma

De komende weken hebben we op donderdag een video met contentmarketingexperts in de hoofdrol. Twee ambitieuze filmmaaksters portretteerden ‘influencers’ op het gebied van contentmarketing en wij dachten mee. In deel 1: contentmarketingvrouw van het jaar Carlijn Postma.

 
https://www.youtube.com/watch?v=p056YwmOPEM


Ongeveer een maand of anderhalf geleden stuurde videomaakster Ans Dokter ons een mailtje. Samen met haar voormalig collega Ilse de Graaf ging ze een videoproductiebedrijf beginnen genaamd studiodokterdegraaf en het duo had de ambitie om veel contentmarketingproducties te doen. Om die wereld een beetje te verkennen, tonen wat ze kunnen en er een beetje business uit te halen, gingen ze een serie maken met contentmarketingpioniers in de hoofdrol. Zou zo’n serie bij ons passen?

Natuurlijk past dat bij ons. Wij doen zelf ook steeds meer aan contentmarketing dus we kunnen altijd nog wat ervaren makers gebruiken. Bovendien willen jullie lezers alles weten over contentmarketing, zo bleek uit lezersonderzoek. Maar het voornaamste argument om samen te werken is dat we houden van het initiatief om ‘gewoon te beginnen’. Niet teveel plannen maken of vergaderen over strategie, maar gewoon dóén. We houden ervan (of zeiden we dat al?).

 

Carlijn Postma: niet afhankelijk worden van social media

In het eerste deel portretteren de filmmaaksters Carlijn Postma, eigenaar van bureau The Post en contentmarketingvrouw van het jaar. Haar motto? ,,De kunst bij contentmarketing is het publiek naar eigen kanalen trekken en niet afhankelijk worden van social media en mediapartners.’’ Over het verschil tussen contentmarketing en reclame: ,,Reclame maken is nog heel erg vanuit je merk vertellen hoe goed je in bepaalde dingen bent. Contentmarketing is meer vanuit de inhoud je boodschap overbrengen. Als je publiek niet naar je verhaal wil luisteren dan hoef je je verhaal ook niet te vertellen.’’

Extra fields

Hoe John de Mol YouTube in Nederland kan verslaan met een eigen videoplatform

Hoe John de Mol YouTube in Nederland kan verslaan met een eigen videoplatform

Bas van Teylingen werkt al bijna zijn hele leven in de Oudhollandse mediawereld. Pas sinds een paar jaar stort hij zich vol enthousiasme op YouTube. Hij ziet mogelijkheden voor John de Mol om creators écht verder te helpen.

Donderdag 23 november 2017. John de Mol laat in een toespraak weten dat hij met zijn bedrijf Talpa Network een nieuwe richting opgaat en onder anderen de strijd aan wil gaan met Google en Facebook. Belangrijke reden? Deze Amerikaanse mediabedrijven domineren de online advertentiemarkt in Nederland en daar moet verandering in komen.

Concurreren met Google en Facebook. Dat is nogal een uitspraak. En natuurlijk kreeg De Mol de nodige kritiek over zich heen, werd hij uitgelachen, noemde men het grootspraak, maar ik ben het daar niet mee eens. John de Mol heeft namelijk een punt en ik zal uitleggen waarom.

De macht van YouTubeDe focus in mijn verhaal ligt op YouTube (onderdeel van Google Inc., onderdeel van Alphabet Inc.), een Amerikaans bedrijf opgericht op 15 februari 2005. Dagelijks uploaden mensen wereldwijd bijna 500 uur aan video per minuut, kijken we meer dan anderhalf miljard uur YouTube per dag en bereikt YouTube op mobiel meer mensen dan alle tv-netwerken bij elkaar. YouTube heeft meer dan 1 miljard gebruikers, dat is een derde van het internet. En ze blijven groeien. Daarmee is YouTube het meest relevante online (social) video platform ter wereld. En met populariteit en succes komt ook veel macht. Online advertentiemacht.

Maar waar ligt de echte macht? De echte macht ligt in mijn ogen bij de creators, de mensen die video’s uploaden op YouTube. De slogan van YouTube is niet voor niets: Broadcast Yourself. En hoe verdienen deze creators hun geld? Exact, reclame inkomsten. Of dit nu advertenties zijn (zoals pre-rolls en mid-rolls) of op maat gemaakte campagnevideo’s in samenwerking met adverteerders, dit is hun verdienmodel. Niet zoals bij televisie; vooraf een zak geld krijgen en dan gaan produceren, maar vanuit passie, creativiteit en ondernemerschap zelf video’s maken, uploaden, bereik en succes genereren en daar je brood mee verdienen.

Het platform van John de MolOkay Bas, leuk verhaal, maar waar blijft John de Mol en zijn eigen platform in dit verhaal? Daar kom ik zo op, maar laat me eerst uitleggen wat het probleem van de creators is op dit moment. Als succesvol creator, en dan bedoel ik de mensen die een goed salaris verdienen met hun YouTube kanaal, ben je afhankelijk van de grillen van YouTube. Van de techniek, de advertenties en de constant veranderende regels vanuit het Amerikaanse beleid. Deze parameters veranderen namelijk bijna dagelijks en dat geeft die makers veel frustratie en onzekerheid, ze hebben zich namelijk afhankelijk gemaakt van YouTube. Een grote YouTuber als Casey Neistat uit vaak zijn ontevredenheid over YouTube en werpt zichzelf ook op als ambassadeur van creators wereldwijd.

Helft in eigen zakMaar we hebben het nu over Nederland, hoe ziet die Nederlandstalige online contentmarkt eruit? Heel simpel: we hebben veel Nederlandse adverteerders die de Nederlandse consument willen bereiken via Nederlandse creators met een groot organisch bereik; YouTubers als Dylan Haegens, StukTV en Enzo Knol. Dat gaat op dit moment via een Amerikaans platform dat ongeveer de helft van alle advertentie inkomsten van elke video in haar eigen zak steekt.

Nederland niet interessant voor YouTubeMaar Bas, jij bent toch een enorme fan van YouTube? Ja en nee. Ik ben fan van de mogelijkheid om vanuit die eerder genoemde passie, creativiteit en ondernemerschap succesvol te worden, maar niet van de manier waarmee YouTube/Google de adverteerders en de creators in Nederland behandelt. We zijn namelijk niet echt belangrijk voor ze. We zijn een heel klein landje waar weinig aan valt te verdienen, kortom we zijn niet interessant genoeg. Dat merk je bijvoorbeeld aan de karige hoeveelheid mensen die er werken bij YouTube in Nederland en de gebrekkige manier van communiceren vanuit Google met de Nederlandse YouTube community. Als YouTuber ben ik onderdeel van die community dus ik hoor nog wel eens wat, en geloof me, de communicatie is waardeloos. Tot grote frustratie van zowel de creators als de adverteerders.

Online advertenties verkopenEn bedenk even wat het belangrijkste verdienmodel van Google is: online advertenties verkopen en bedrijven ‘helpen’ beter gevonden te worden op internet. Als je als bedrijf bij Google aanklopt zullen ze je adviseren om het grootste gedeelte van je (online) marketingbudget uit te geven aan advertenties en niet aan de creatie van content. Een grote denkfout in mijn ogen, want uiteindelijk zal de kwaliteit van de content zegevieren. En dat is waar John de Mol binnenkomt in dit verhaal. Iemand met een passie voor content. De slogan van Talpa: It’s all about content. Ja, en natuurlijk zullen er nu een aantal zure mensen zeggen dat het allemaal om geld te doen is. Prima. John is een ondernemer. Is het erg om geld te verdienen met je passie? Nee. Dus snuitjes dicht en gewoon doorlezen.

Echte mensen koppelen aan een merkHet gaat op YouTube (en op elk ander social media platform) om organisch bereik. Echte mensen, echte fans, echte ambassadeurs die je kunt koppelen aan een merk. Dan hebben beide kanten er iets aan. Dus wat als John de Mol een eigen videoplatform laat bouwen in samenspraak met grote Nederlandse creators, experts en adverteerders? Wat als ze al hun ongenoegen over YouTube kunnen uiten en samen met een technisch team en een flinke zak geld een eigen platform bouwen voor de Nederlandse markt? Een platform met dezelfde technische mogelijkheden als YouTube. Is dit mogelijk? Zeker. Kijk naar de porno-industrie, daar zijn genoeg videoplatformen met dezelfde technische mogelijkheden en ze zijn allemaal succesvol. Een mooi voorbeeld is dat YouTube sinds kort bijvoorbeeld instructievideo’s over wapens niet meer toelaat op hun platform en er een aantal creators die deze wapens gerelateerde content nu heeft geüpload op pornovideoplatforms. En dat is geen enkel probleem. Ze hebben de content, het bereik en als ze naar een ander platform verhuizen nemen ze hun abonnees, fans, ambassadeurs gewoon mee.

Voor creators maakt het platform niet uitWant deze abonnees, fans, kijkers maakt het niet zoveel uit waar ze de content van hun idolen kunnen bekijken, áls ze het maar kunnen bekijken op een voor hen zo makkelijk mogelijke manier. En als de creators op een makkelijkere manier meer geld kunnen verdienen met hun content en kunnen communiceren met adverteerders en visa versa dan is iedereen blij.

En vooral John de Mol. Want op deze manier domineren de internationale bedrijven de Nederlandse markt een stuk minder en blijft de geldstroom binnen de Nederlandse economie. Sterker nog, dit model zou hij internationaal kunnen uitrollen omdat zijn bedrijf dit netwerk al heeft middels de vele formats die ze wereldwijd exploiteren. Maar wellicht eerst even ‘klein’ beginnen met Europa. Want op die manier kan hij de vuist maken tegen Google waarvan hij de Nederlandse en ook de Europese politiek verwijt dat ze het nalaten.

Overigens heeft de Mol het ANP gekocht en zou hij zijn platform kunnen voorzien van een nieuwskanaal. En wellicht komt daar de Eredivisie de komende jaren ook nog bij. Belangrijke content waarmee je kijkers naar je platform kan trekken. Met andere woorden: als John de Mol zijn eigen videoplatform start en daarbij de wensen van creators en de adverteerders in verwerkt dan staat er in Europa een partij op die de concurrentiestrijd met Google en Facebook kan aangaan. Precies zoals hij bij de start van Talpa Network vorig jaar al aankondigde.

 
Bas van Teylingen is multidisciplinair creatief. werkt zowel voor- als achter de schermen binnen nieuwe- en oude media. regisseur van (online) formats, bewezen televisieprogramma’s en films. Zelf YouTuber (50k subs) en oprichter van De Tube School, de eerste school in Nederland waar jonge mensen, bedrijven en merken alle facetten van YouTube leren van de YouTubers zelf. Chief Creative Officer/partner van Online Cookie Collective, een creatief media- en kenniscentrum voor de online wereld. opgericht door (online) content experts die de wereld van online advertising beter willen maken. Bas is YouTube Certified en een veelgevraagd spreker.

‘Luister naar anderen, je eigen verhaal heb je toch al gehoord’

‘Luister naar anderen, je eigen verhaal heb je toch al gehoord’
Door Ron Simpson

Wij vinden het leuk om de nieuwe generatie bepalende mensen in de media- en marketingwereld vragen te stellen over hun tactiek. Vandaag doen we dat aan Ron Simpson, eigenaar van The Avocado Show. De vraag? Wie zijn eigenlijk jouw grote voorbeelden?

Ieder mens heeft een voorbeeld nodig. Iemand om naar op te kijken. Iemand die je inspireert. Kun je niemand bedenken? Dan weet je waarschijnlijk niet echt hoe het internet werkt. De kans is klein dat ik al mijn helden ooit in real life zal ontmoeten, maar gelukkig heb ik ze altijd bij me in mijn broekzak. En jij ook.

 
Elon Musk en Shep Gordon
Twee van de meest inspirerende mensen op aarde vind ik Shep Gordon en Elon Musk. De kans is groot dat je de eerste niet kent en dat is helemaal niet erg, want dan heb je een van de mooiste carrières op aarde om nog te mógen ontdekken.

 
Bedenker tv-chef en nog veel meer
Gordon (check de geweldige docu ‘Supermensch: The Legend of Shep Gordon’) liet de hele entertainmentwereld zien dat als je een kans zag voor iets of iemand, je het gewoon kon doen. Was het er niet? Doe het dan zelf. Hij heeft de tv-chef bedacht, hing met de Dalai Lama, ging met Sharon Stone en was de manager van de meest uiteenlopende groep supersterren die je ooit hebt gezien. Allemaal omdat hij deed wat hij zelf voor zich zag, no matter what anderen zeiden. Hij bedacht een women only concert voor Teddy Pendergrass. Hij was de manager van Pink Floyd voor een week. Hij verkocht een LP met damesondergoed erin, zodat jongens het zouden kopen. En nog vééél meer.

 
Vlammenwerpers
Elon is een ander verhaal. Die is namelijk niet weg te denken uit het nieuws van de afgelopen jaren. Tesla, SpaceX, Vlammenwerpers… De homeruns houden niet op, niet vanzelf. Ik had het geluk om de beste man laatst te horen spreken tijdens SXSW. Hét festival voor tech en muziek in een van de raarste steden op aarde: Austin, Texas. Het publiek mocht vragen stellen en besloot hem te vragen naar zijn kijk op Artificial Intelligence, country muziek, welke job title hij op Mars zou willen en hoe de regering er daar uit moest zien bij de eerste Aardse kolonie in de ruimte.

Zijn antwoorden waren sneller dan zijn auto’s en misschien nog wel mooier ook. Het gemak waarmee hij zijn publieke ongemak veranderde in non stop quotables en wijsheden uit de losse pols was serieus indrukwekkend. De vragen waren namelijk waanzinnig origineel en al zijn antwoorden dus spontaan.

Als ondernemer wist hij je te vertellen hoe het hem lukte en vooral bijna niet lukte om een van de meest ambitieuze ideeën (ruimtevaart) op aarde te leiden. Als mens liet hij je inzien hoe gevaarlijk en powerful dat hele artificial intelligence is en hoe onhandig wij er tot nu toe mee omgaan zonder controle, terwijl het dodelijker is dan een atoombom. Als fan laat hij zich graag inspireren door Kanye West en als artiest moet hij vooral NIET door het leven gaan. Zijn country music zangtalenten horen net als zijn raketten, thuis in de geruisloze ruimte.

Maar wat ik zo tof vind is dat hij naast een persoon, inmiddels een concept is geworden. Bij sommige problemen denk je al bijna automatisch aan hem als je een oplossing zoekt. Op Twitter volg ik hem, maar ook zijn parodie account. Terwijl hij Australië overhaalt om de grootste Tesla-accu ter wereld te bouwen, in slechts 140 leestekens, plaatst zijn parodie non stop tweets vol met ideeën die de echte Elon Musk zou verzinnen als hij zich zou vervelen. En ze zijn nog goed ook!

 
Geen grenzen
Mijn punt is, hij kan de manier waarop ik denk veranderen en liet mij zien dat er geen grenzen waren.  Dat zelfs de horizon niet het einde was. Als ondernemer, marketeer en mens juich ik iedereen toe die mij groter kan laten denken. Ik raad het dan ook iedereen aan om zich vaker te laten inspireren en meer te luisteren dan te praten. Je eigen verhaal heb je toch al gehoord.
Ron Simpson is mede-eigenaar van The Avocado Show, een restaurant dat hij over de hele wereld wil uitrollen. Hij zet social media actief in om aan zijn wereldmerk te bouwen.

‘Zonder interactie met je doelgroep ben je nergens’

‘Zonder interactie met je doelgroep ben je nergens’

Door Danny Cortenraede 

Danny Cortenraede is managing director van Wannahaves, het bureau dat via voetbalplatform 433 een miljoenenpubliek bereikt met grote merkcampagnes. We stelden hem de vraag hoe je zo’n jonge doelgroep opbouwt en vasthoudt.

 
Onlangs draaiden wij op ons Instagramkanaal @433 een campagne voor Adidas. De video heeft meer views gegenereerd dan de originele video van Adidas op @adidasfootball: 6 miljoen. Dat lukt omdat er daar 25 man wereldwijd continu bezig zijn met het plaatsen van de meest relevante voetbalcontent die de doelgroep wil zien. Geen serieuze verslaggeving, maar de leuke kleedkamerhumor. Doordat de doelgroep van Adidas gelijk is aan die van het voetbalplatform en wij de juiste media weten te creëren, is de kans groot dat dit goed wordt opgepakt. Wij zijn zeer kritisch op de inhoud die er dagelijks geplaatst wordt. Hierdoor behaal je de hoogste engagement.

  

Contact met je publiek
Elke dag wil je in contact staan met je publiek. Dit doe je door content te creëren die bij je doelgroep past, maar ook door je volgers bij je kanaal te betrekken. De doelgroep van 433 bestaat vooral uit jongeren van zo’n 13 tot 24 jaar, een groep die voor veel bedrijven lastig te bereiken is. Deze doelgroep kijkt over het algemeen geen tv meer, maar is voornamelijk online te vinden. Uit onderzoek blijkt dat zij 80 procent van hun ‘onlinetijd’ op Whatsapp, Instagram, Facebook en Snapchat zitten. Dat is waar het gebeurt en waar wij dus ook zijn. Je kunt veel volgers hebben, maar zonder interactie met je doelgroep ben je nergens.

  

Wat doen mensen op een platform
Welke content ga je voor deze doelgroep maken en welke tactieken zet je in om ervoor te zorgen dat zoveel mogelijk mensen het consumeren? Ten eerste moet je de platformen respecteren. Respecteer de psychologie van wat mensen doen op een bepaald platform. Zo weet je bijvoorbeeld dat een tiener een andere mindset heeft wanneer hij op Instagram zit te ‘liken’, dan wanneer hij op YouTube de nieuwe videoclip van Lil Kleine bekijkt. Op Instagram wil het publiek alleen content zien die hij of zij leuk vindt en volgt; relevante content en op YouTube specifiek alleen de nieuwe single van Lil’ Kleine of je wekelijkse YouTube-serie.

  

Weet wat je publiek leuk vindt
Ten tweede, respecteer je publiek. Je moet inhoud plaatsen die de doelgroep leuk vindt in plaats van content die jij leuk vindt. Ja, samen met Nike denken wij erover na hoe we meer schoenen verkopen, maar het gaat uiteindelijk om het grotere plaatje namelijk je eigen branding. Onze doelgroep zit niet te wachten op een keiharde advertentie, maar juist om leuke content, content waarmee zij zich kunnen identificeren en wat zij met hun vrienden kunnen delen. Ons creatieve team en de klant werken dus nauw samen om een campagne te realiseren die het dichtst bij ons eigen kanaal ligt en de boodschap/product van de klant. Hier zijn we heel kritisch op, alleen dan kunnen wij de engagement genereren die er van ons wordt verwacht en die wij aanbieden.

Bij een video die wij voor Nike maken, zal je de schoen echt wel voorbij zien komen, maar wij zorgen er vooral voor dat het gewoon een toffe video is om te zien. Dus geen merknamen of producten pontificaal in beeld, maar de atleet die de schoen aan heeft, de bal trapt, deze door de ruimte schiet, ondertussen een Star Wars ruimteschip tegemoet komt en vervolgens weer op een voetbalveld landt. Dit blijft veel meer hangen, dan een naam of product in beeld. Nu zal het meer gaan van ‘Wow, zag je dat?’ Sané die trapte die bal gewoon door de ruimte en zag je wat voor schoen hij aan had? Ja, die nieuwe Mercurial, toch? Echt hard man! En dit is het grote verschil. Wij spelen op deze manier een ‘spel’ samen met de klant, waardoor de kansen veel hoger liggen. Het gaat om de inhoud, wij houden altijd rekening met de context waarin die inhoud zal worden geconsumeerd, op deze manier zal onze jonge doelgroep de content niet onderbreken.

  

Continue reading

Extra fields

‘Misschien begint Edwin Evers wel een online radiostation dat op Boulevard lijkt’

‘Misschien begint Edwin Evers wel een online radiostation dat op Boulevard lijkt’

De grote meneer van de Nederlandse radio stopt er (even) mee. Toch maar vragen aan ‘vriend van de show’ Jan-Willem Brüggenwirth, die bijna tien jaar ‘baas’ was van Evers, hoe het station nu verder moet. En wat gaat Evers eigenlijk doen?

 
Iedereen die wel eens naar de radio luistert kent Edwin Evers dus dat behoeft geen verdere introductie. Maar afgelopen week gingen alle alarmbellen overal af, want….de ongekroonde koning van de radio stopt ermee. Niet iets wat je in een dag beslist. Volgens Edwin is er een lange tijd overheen gegaan en heeft hij er goed over nagedacht en de knoop doorgehakt.

 
Uitslapen
Ik denk dat elke Nederlander snapt dat het best lekker is om weer eens uit te slapen. Een normaal leven met je vrienden en je partner. Na 21 jaar radio is een adempauze heel erg lekker en dat Radio 538 hem liever had ‘behouden’ spreekt voor zich. Het is de best beluisterde ochtendshow van het land. En waarom is hij zo belangrijk voor 538/Talpa? Als luisteraars ’s ochtends inschakelen op de ochtendenshow betekent het vaak dat ze blijven hangen de rest van de dag.  Dus begin je met Edwin dan ga je verder met de  middagshow van Coen en Sander.
Kijk naar Giel Belen. Je kunt ‘m te gek vinden of niet. Een ding doet hij goed, meer luisteraars brengen bij Veronica. Des te knapper dat je als Sky Radio zonder een ochtendshow tóch succesvol bent.

 
Stoelendans om de nieuwe man/vrouw
De stoelendans is gestart. Het marktaandeel van Radio 538 zal in 2019 zeker dalen als er verder niks gebeurt. Maar ik kan mij niet voorstellen dat Talpa gewoon toekijkt hoe het marktaandeel wegsmelt en daarmee dus de inkomsten. Wat zijn de opties? Frank Dane is al de vaste vervanger en doet dat goed; hij is echt, heeft humor, houdt van muziek en gekkigheid.

En je betaalt nog niet de hoofdprijs, maar da’s dan mooi meegenomen. Het gaat er met name over of iemand achter de microfoon erg likeable is bij het grote publiek, weet waar hij over praat en goed is voorbereid. En dat hij ook kritisch durft te zijn als dat nodig is. Dan hebben we Gerard Ekdom, een fijne dj die door veel mensen als erg aardig wordt gezien. Dat komt natuurlijk ook door zijn format; veel muziek en een beetje kletsen. Ik denk dat je daarmee naar de toekomst geen oplossing hebt. Korte termijngewin.

 
Coen & Sander worden het niet
En hoe zit het dan met Coen en Sander? Misschien hadden ze er zelf op gehoopt, maar de eerlijkheid gebied mij te zeggen: maf en leuk vooral voor een jongere groep luisteraars. Mensen hebben in de ochtend geen zin in gebral, in kinderachtige grappen. Voor iemand van 25 jaar is dat prima, maar de gemiddelde radioluisteraar van 40 jaar zit daar niet meer op te wachten. Okay ook voor de huiswerkmakende jeugd. Dus jammer jongens, maar jullie worden het niet.

 
Laat Giel Beelen maar lekker rommelen
En dan hebben we nog Giel Beelen. Laat die maar lekker rommelen op Veronica, dat heeft een ander publiek. Polariserend en eigenlijk niet geschikt voor een Radio 538 ochtendshow. En dan hebben we de mogelijkheden wel gehad. Dus als je het aan mij vraagt is Frank de gedoodverfde opvolger en dat heeft hij verdiend. Hij heeft niet voor niets de afgelopen twee jaar als de vervanger van Edwin opgetreden.

 
Klein tipje voor 3FM
Dan nog een klein tipje voor 3FM waar niemand zit die naar 538 zou kunnen overstappen. Maar er zitten ook steeds minder luisteraars. Hoe zou dat toch komen?  De weg kwijt in de keuze tussen het maken van traditionele of echte innovatieve radio. Ik zou gaan voor het laatste en die dure zender waar FM nog op te horen is doorschuiven naar NPO Radio 5. En 3FM kan dan eindelijk doen wat het al lang had moeten doen; muziek, entertainment en veel aandacht voor alles wat er op social in Nederland en daarbuiten gebeurt met muziek. Veel content door luisteraars zelf gegenereerd, veel live En zo kan ik nog wel even doorgaan.

 
Wat gaat Edwin Evers eigenlijk doen?
Toch nog even terug naar Radio 538. Ik heb aangegeven wat er kan gaan gebeuren de komende tijd. Maar waar is - in die hele discussie - onze hoofdpersoon gebleven? Hij gaf duidelijk aan niet met radio te willen stoppen. Dus het lijkt een sabbatical te worden. Maar wat gaat er over een jaar gebeuren? Toch weer op de radio, maar dan een christelijker tijdstip, een middag- of een lunchshow? Het kan van alles zijn. Wat ook kan is dat Edwin een online station gaat beginnen. Bereik is er meer dan genoeg, geen ingewikkelde FM-technieken en dat kan natuurlijk ook met beeld erbij. Een soort Boulevard misschien.

Dus we zijn er nog niet. We hebben nog niet alles gehoord………....

 
Jan-Willem Brüggenwirth was van 2004 tot 2013 directeur van de 538Groep.  Daarna was hij Director ILP World Wide bij Brand Loyalty. Inmiddels is hij werkzaam bij direct-marketingbureau ‘de creatieve directie’. Oorspronkelijk komt Brüggenwirth trouwens uit de reclamewereld.

Paul Moers: Kans van slagen NORMAL lijkt zeer groot

Paul Moers: Kans van slagen NORMAL lijkt zeer groot
Door Paul Moers

De Nederlandse retail heeft de afgelopen jaren een complete kaalslag beleefd. Er gingen veel ketens failliet. Denk hierbij maar aan V&D, Free Record Shop en Kijkshop. Gelukkig komen er echter ook veel nieuwe ketens bij die een bijzondere toegevoegde waarde leveren. Een mooi voorbeeld is het Deense NORMAL dat de eerste winkel in het vernieuwde Hoog Catharijne opent.

 
Een nieuw concept
NORMAL is een winkelconcept dat pas sinds 2013 bestaat. Het opende de eerste winkels in Denemarken en inmiddels zijn er ook al vestigingen in Zweden en Noorwegen. Nu komt daar dus Nederland bij. Het plan is om hier ruim 100 vestigingen te gaan openen. Dat betekent onrust in het bestaande retaillandschap, het concept van deze keten is in ieder geval zeer interessant te noemen. NORMAL biedt A-merk artikelen aan tegen een uiterst scherpe prijs. De focus ligt op drogisterij artikelen (65 procent assortiment), schoonmaakproducten, dierbenodigdheden en huishouden. Prijzen liggen gemiddeld 30 tot 50 procent onder die van de concurrenten. Het kenmerk van de winkels is dat ze werken met een frisse inrichting en normale schappen. Dat is in zekere zin een paradox te noemen: kwaliteit tegen een lage prijs. Het lijkt dan ook logisch dat klanten snel de weg naar deze nieuwe formule weten te vinden. Naast de bekende A-merken worden er ook Deense A-merken geïntroduceerd. Zo wordt wat nieuws toegevoegd aan het concept. In Scandinavië is de keten uiterst populair, vaak ook bij de jongere bezoeker die met een beperkt budget toch een tas vol A-merken kunnen kopen.

 
Slimme start
De start die het merk maakt is uiterst slim. Ze openen de eerste vestiging in Hoog Catharijne. Hoog Catharijne is het best bezochte winkelcentrum van Nederland met maar liefst 26 miljoen bezoekers per jaar. Momenteel wordt het winkelcentrum drastisch vernieuwd met een investering van ruim 600 miljoen euro. Als het helemaal klaar is behoort dit winkelcentrum tot de top 5 van Europese winkelcentra gemeten naar bezoekersaantallen. Nu de eerste verbouwingen klaar zijn nemen de bezoekersaantallen met nog eens 6 procent toe. Het is daarom ontzettend slim om juist hier een eerste winkel te openen, dat bespaart een kostbare marketingcampagne. 26 miljoen bezoekers gaan nu immers kennismaken met dit nieuwe concept. Daardoor zal de bekendheid van dit merk razendsnel gaan toenemen. Dat is een uitstekende en originele manier om een sterke positie op te gaan bouwen.

Net als Action vermijdt NORMAL de e-commerce. Dat heeft waarschijnlijk te maken met het feit dat de marges zo laag zijn dat gratis bezorging niet uit kan. Overigens is het niet zo dat de eigenaar niets van e- commerce afweet. Integendeel, Torben Mouritsen is ook de man achter de Deense webshop wupti.com die vooral elektronica verkoopt. Die kennis en ervaring zouden in de toekomst nog wel eens van pas kunnen komen.

 
Wie gaan dit merken?
Het Nederlandse retaillandschap blijft veranderen. Dat komt mede door de toeloop van buitenlandse ketens. Denk maar aan Flying Tiger, TK Maxx, Hudson’s Bay, Ace & Tate, etc. Opmerkelijk is dat met name de goedkope formules buitengewoon succesvol zijn in Nederland. Dat heeft zeer zeker te maken met onze zuinige aard en instelling: Nederlanders omarmen heel snel winkels die speciale lage prijzen voor hun producten hebben. Op kwaliteit werd tot nu toe wat minder gelet. Nu de economie echter op volle toeren draait zie je dat er ook weer ruimte komt voor extra uitgaven en dat is waarschijnlijk ook de verklaring dat bijvoorbeeld H&M het nu moeilijk heeft. De scherpe prijzen van NORMAL zullen een breed publiek gaan trekken en vooral supermarkten zullen hier last van gaan krijgen. Consumenten ontdekken steeds meer dat drogisterijproducten bij tal van formules tegen spotprijzen worden aangeboden.

 
Imago van A-merken
Dat werkt ook frustrerend, zeker als je net veel geld hebt betaald voor hetzelfde product bij de supermarkt. De consument kan op deze manier steeds terughoudender worden om boodschappen bij supermarkten te doen. A-merken zijn langzaam maar zeker bezig hun eigen imago om zeep te helpen op deze manier. Het getuigt van enorm opportunisme dat A-merken in hun zucht naar volume aan deze discount meewerken. Dat gaat ongetwijfeld ook tot botsingen met supermarktinkopers leiden.

 
Drogisterijketens
Naast supermarkten zullen ook de drogisterijen geraakt kunnen worden. Als de doelstelling van 100 winkels inderdaad gehaald gaat worden, betekent dat toch dat er ergens omzet gaat verdwijnen. De koek moet dan met meerdere partijen verdeeld worden. Zelfs de goedkope Kruidvat moet NORMAL in de gaten gaan houden. Het winkelen lijkt een meer gestructureerde ervaring dan Kruidvat te bieden heeft. Er is dus een antwoord nodig. Verder kan ook Action kan hier hinder van ondervinden, om de simpele reden dat de NORMAL-winkels een veel prettigere ‘shopbeleving’ met zich meebrengen.

 
Niet zenuwachtig
Nu zal de directie van Action niet direct zenuwachtig worden. Met bijna 400 winkels is hun positie in Nederland uiterst stevig gevestigd. Bovendien heeft de eigenaar van Action een enorme drive om uit te breiden, zeker ook omdat ze over ruim voldoende financiële middelen beschikken. De expansie van Action zal dan ook agressiever plaatsvinden dan bij NORMAL. Toch moeten we ook dit bedrijf niet onderschatten. Action is immers ooit ook voorzichtig begonnen. Ook bij de eigenaren van deze winkel zit veel geld en bij gebleken succes kan het wel eens heel aantrekkelijk worden om het concept in versneld tempo elders in Europa te gaan presenteren. Kwaliteit voor weinig geld in een prettige omgeving zal immers veel mensen aanspreken.

 
Dierenspeciaalzaken
Tot slot zullen ook dierspeciaalzaken rekening moeten houden met NORMAL. Er komt immers weer een nieuwe speler op de markt die een deel van de omzet gaat wegsnoepen. We geven graag geld uit voor onze dieren, maar als het goedkoper kan zal de Nederlandse consument het niet nalaten daarvan te profiteren. Dat betekent dat de dierspeciaalzaken harder zullen moeten lopen om de klant te behouden. Dat kan met optimale dienstbaarheid en kennis

 
Kans van slagen is groot
Conclusie is dat dit nieuwe merk invloed gaat hebben in de Nederlandse markt en dat de kans van slagen zeer groot lijkt. Nederlanders zijn snel bereid nieuwe concepten te omarmen. Met de start in Hoog Catharijne laten ze zien dat ze op een onconventionele manier aandacht gaan zoeken en dat ze meteen hun visitekaartje aan veel passanten gaan afgeven. Heerlijk dat de Nederlandse retail nooit saai dreigt te worden.

Paul Moers is merken en retail deskundige en directeur van Paul Moers Strategic Marketing Services  www.paulmoers.nl .  Zijn laatste boek is De wet van de Paracetamol – een praktische handleiding hoe bedrijven moeten innoveren.

Formule 1 laat fans het ‘Maxgevoel’ beleven

Formule 1 laat fans het ‘Maxgevoel’ beleven

Formule 1 heeft zijn eerste wereldwijde marketingcampagne gelanceerd. De aftrap is een spotje waarin de adrenaline van het scherm spat. Snel gemonteerde beelden van Formule 1-racewagens, races en close-ups van de gezichten fans die worden blootgesteld aan F1-krachten zuigen de kijker de wereld van F1 in.

Het filmpje ‘Engineered Insanity’ is gemaakt door Wieden & Kennedy London onder regie van Chris Boyle. De fans, waarvan we van heel dichtbij zien hoe hun gezichten vervormen onder de G-krachten, werden blootgesteld aan warmte, wind en regen in een speciaal daarvoor geconstrueerde windtunnel. Ze maakten het spektakel van de Formule 1 zo mee alsof ze zelf een van de wagens bestuurden. Door de rapbeats, de game-achtige visuals en de snelle montage doet het spotje volgens Creativity Online denken aan campagnes voor sportmerken als Nike of Adidas.

De campagne past in de trend waarin de Formule 1 de fans op de eerste plek wil zetten. Zo lanceerde F1 eerder deze maand nog een eigen kanaal. In deze commercial zijn de fans waar het om draait, meer nog dan de snelle auto’s en de mannen die ze besturen. Formule 1 geeft ‘superfans’ ook als eerste de mogelijkheid om de campagne te delen via hun sociale media. Ook komen er GIFjes en interactieve Instagram Stories die fans kunnen delen.

,,We wilden het perspectief van hoe mensen kijken naar F1 veranderen,” aldus Ellie Norman, Director of Marketing, Formula 1. ,,Deze campagne verlegt de focus van onszelf naar de fans door uit te lichten waarom onze fans zo van deze sport houden. Onze vraag aan Wieden & Kennedy London was om de rauwe, opwindende spanning te vertalen in iets dat het hele spectrum van sportfans aanspreekt.”

https://youtu.be/vtqq_KbfUx0

 

Hoe Leen Bakker wil profiteren van de ‘shoppende single trend’ 

Hoe Leen Bakker wil profiteren van de ‘shoppende single trend’ 
Door Sjaak Vane

Filosoof Sjaak Vane beschouwt bekende fenomenen in de marketingwereld vanuit zijn eigen perspectief. Vandaag zijn visie op Leen Bakker en monogamie.

 
,,Ik ben ook zo toe aan een relatiebreuk,’’ verzucht de vriendin van Anouk aan het einde van de nieuwe Leen Bakker commercial. De woonwinkel loopt hiermee kans de woede van de ChristenUnie over zich heen te krijgen. Deze partij ijvert al jaren voor het verplicht stellen van relatietherapie voor huwelijken die op de klippen dreigen te lopen.

Daar heeft Leen Bakker anno 2018 geen boodschap aan. Een nieuwe lente een nieuwe relatie, is het motto. Scheiden betekent nieuwe spullen kopen en dat doe je tijdens de 100 Dagen Aanbiedingen Gekte bij Leen Bakker.

https://www.youtube.com/watch?v=vXOrTYdDqPE

 
Soapster
In GTST speelt Anouk Maas de onhandige Zoë: een typetje dat telkens klem komt te zitten in belangenconflicten. In de nieuwe Leen Bakker commercial krijgen we een inkijkje in het leven van Anouk. Blijkbaar speelt de actrice geen rol, maar is Anouk ditmaal ‘zichzelf’ (mogen we aannemen). Deze ‘authentieke’ Anouk is het tegendeel van Zoë. Ze is ad rem en weet precies wat ze wil. ,,Het is uit met Tim,’’ vertrouwt ze de kijker toe. Handig laat ze hem het oude bankstel overnemen en koopt ze zelf een nieuw model uit de Leen Bakker folder. We zien haar de verhuisploeg aansturen en aan het eind van de dag zit ze met haar vriendin op de bank in een complete make-over van haar interieur. 
 
Flexliefde
In de campagne van 2017 filmde Leen Bakker nog stellen met een uiteenlopende woonsmaak. Ze konden het niet eens worden over de inrichting van het interieur. Leen profileerde zich daarbij als een mediator. Aan de hand van Bakkers woongids kwamen de stellen tot verrassende compromissen. In 2018 is er van polderen geen sprake. Anouk manipuleert haar ex-vriendje en kiest compromisloos voor zichzelf.  Wat je er ook van vindt: daarmee hebben ze wel een relatietrend te pakken. Naast job-hoppen gaan we nu ook relatiehoppen, constateert Nederlands bekendste demograaf Jan Latten reeds in 2007. Met de komst van het internetdaten heeft de flexliefde zijn intrede gedaan.

 
Consumentenstrategie
In het boek Modern Romance beschrijft de Amerikaanse komiek Aziz Ansari (laatst nog in opspraak vanwege een vrouwonvriendelijke seksdate) hoe zijn vader zijn moeder had gekozen. Dat ging zo: er waren drie meisjes in de straat. De ene was te lang en de andere was te kort. Het meisje met de juiste lengte werd de partner voor een levenslang huwelijk. Onvoorstelbaar, schrijft Aziz. De huidige single betreedt immers een digitale markt met een oneindig aanbod. Dat maakt kiezen verschrikkelijk lastig.

De opvattingen over de liefde zijn dan ook in korte tijd drastisch veranderd. Een levenslang huwelijk klinkt anno 2018 als een stoffig bankstel dat je maar beter de deur uit kunt doen als de lente aanbreekt. Sorry voor de ChristenUnie, maar er is een generatie ontstaan die er niet voor kiest om samen oud te worden op de bank. De ander is een prettige aanvulling geworden op het plezierige single bestaan. Leuk, maar niet langer noodzakelijk.

 
Polyamorie
De jonge filosoof Simone van Saarloos geeft in haar pamflet ‘Het monogame drama’ af op de beperkingen van de traditionele relatie. Zij pleit voor polyamorie: een netwerk van liefdesrelaties. Joost voor een goed gesprek, Annemiek om mee te winkelen en Daan voor stevige seks. Zoiets stel ik me erbij voor. De liefde is geen verplichte kost, maar een lopend buffet met vele smaken. De flexliefde is immers geen levensopdracht. Een relatie betekent niet langer compromissen sluiten. Dat was Leen Bakker 2017.

De nieuwe single kiest vooral voor zichzelf. De partner is een tijdelijke reisgenoot waarvan je probleemloos afscheid neemt. Liefdevol scheiden is de trend. Nee joh, doe vooral je eigen ding. Als het niet klikt gaan we prettig uit elkaar. Als we Anouk mogen geloven laten we het oude bankstel bij Tim. We richten ons eigen leventje de komende 100 dagen prettig in met Leen Bakker. Onthecht fladderen we verder en plukken we de narcissen in maart en de tulpen in april.

 
Leen is honderd
Dit jaar is het een eeuw geleden dat Bakker zijn eerste filiaal opende. Ik denk niet dat ze het uitgebreid gaan vieren. Leen wil niet traditioneel zijn, maar trendy. In 2016 ging de Leen Bakker commercial nog aardig de mist in. Met Leens Loft suggereerden ze een realityprogramma met argeloze bezoekers. Iets wat niemand geloofde. Het jaar daarna kwamen de (eerdergenoemde) brave video’s met harmonische stellen die hun voorkeuren probleemloos afstemden op elkaar. Dit jaar een slinkse single die slim voordeel scoort uit de scheiding met haar vriendje (van kinderen geen enkel spoor).

Er is wel wat af te dingen op de commercial. Zo is het niet geloofwaardig dat dit de echte Anouk Maas is. En of dit opgewekte typetje werkt voor de doorgewinterde GTST-kijker (hé, is dat niet onze Zoë?) vraag ik me af.

 
Leen is Leen 
Ondanks mijn persoonlijke mening over de flexliefde (je wordt er niet gelukkig van) vind ik wel dat de voorheen stoffige meubelwinkel slim aanhaakt bij een hedendaagse levensstijl. Ze doet dat met een knipoog en dat maakt het verteerbaar.

Ik heb twee meer-dan-Zeeuwse neven die Leen heten en verre van hip zijn. Maar misschien wordt Leen binnenkort in de Randstad alsnog een trendy jongensnaam. Net als Gijs en Teun (en de jaren ‘50 monturen) die hun oubollige imago hebben afgeschud.

 
Leen is lean
Als honderdjarige je naam verbinden aan de flextrend kan in je voordeel werken. Wat kunnen we nog meer verwachten? Een schoonmaker die wordt ontslagen? Geen sociaal drama, maar een opgewekte gast die als ZZP’er voor zichzelf gaat beginnen - met de sponsjes  van Blokker. Of een pendelkind dat blij is met de nieuwe vriendin van pappa? Gaan we nu weer verhuizen? Geen probleem, schat. Met de Leen-start-up app richt je weer snel je nieuwe kamer in.

Sjaak Vane (1961) is relatietherapeut, spreker, Stand up Story Teller en cultuurfilosoof. Hij schrijft over werk en relaties op zijn weblog: De Filosofische Bijsluiter. In 2018 verschijnt van hem Hou je van een mens of een merk? over intimiteit in de presentatiemaatschappij.  www.sjaakvane.nl

Extra fields