Candid. Platform
for growth.

Waarom Snapchat het helemaal niet zo slecht doet

Snapchat lijkt wat aan populariteit te hebben ingeboet, maar volgens specia...
Thursday, 16 August 2018 | Written by Suzanna Timmer
Featured 

Virtuele YouTubers: snel groeiende trend vanuit Japan

VTubers of virtuele YouTubers heten ze. De vloggers komen niet met hun eige...
Thursday, 02 August 2018 | Written by Ralph Rozema
Featured 

Brand safety: utopie of kwestie van tijd?

Adverteerders vinden dat het klaar moet zijn met digitale fraude, nepnieuws...
Thursday, 05 July 2018 | Written by Bas Hakker
Featured 

Lotame: kwaliteit data belangrijker dan kwantiteit

Data is het nieuwe goud in marketing. Toch wordt de markt overvoerd met ver...
Wednesday, 04 July 2018 | Written by André Oerlemans
Featured 

Google wil met Chinese JD retail Europa veroveren

Google gaat samen met de Chinese retailer JD.com e-commerce projecten opzet...
Friday, 29 June 2018 | Written by Ralph Rozema

Microsoft: marketeers lopen zonder AI biljoenen mis

Zes op de tien marketeers gelooft dat Artificial Intelligence (AI) marketin...
Friday, 29 June 2018 | Written by André Oerlemans
Featured 

Hackatrain: nieuwe apps gaan het vervoer drastisch veranderen

De Netflix voor het vervoer worden ze al genoemd, vanwege de revolutie die ...
Thursday, 21 June 2018 | Written by Ralph Rozema

Met een robotkarretje de supermarkt door

Robotkarretjes die keurig met je meerijden en de weg kennen in de supermark...
Monday, 11 June 2018 | Written by Ralph Rozema

M2Media werft nieuw talent via ‘wifi recruitment’

Bij de uitreiking van de AMMA-Awards bracht mediabureau M2Media onder de no...
Wednesday, 06 June 2018 | Written by Redactie Frank.News
Featured 

Tech Live 2018: tech en marketing gaan meer dan ooit samen

Van supersnelle mobiele pagina's om een vliegticket te boeken tot slimme bo...
Thursday, 31 May 2018 | Written by Ralph Rozema
Featured 

Frankrijk begint eigen versie WhatsApp

De Franse president Macron moet niets hebben van WhatsApp en zijn regering ...
Monday, 28 May 2018 | Written by Ralph Rozema

Websites VS weren Europese klanten vanwege GDPR

Websites in de VS vrezen torenhoge boetes als ze persoonsgegevens van klanten uit Europa verzamelen. Ze proberen de nieuwe privacyregels van de GDPR te omzeilen. Veel websites kiezen voor de meest radicale oplossing: het uitfilteren van alle verkeer afkomstig uit de EU. Ondertussen slaagt Facebook erin de nieuwe privacyregels volledig naar zijn hand te zetten.

 
Wie zich na 25 mei niet aan de nieuwe privacyregels van de GDPR houdt riskeert boetes die in de miljoenen kunnen lopen. Dat geldt niet alleen voor Europese bedrijven, maar ook voor bedrijven in de VS die verkeer uit Europa ontvangen.

 
Het is nog onduidelijk op welke schaal Amerikaanse websites Europese klanten weren, maar volgens magazine Indivigital gaat het om veel websites. Voorbeelden zijn databedrijf Drawbridge, database provider Brent Ozar, de online game Ragnarok en mobile marketingplatform Verve.

CMO Julie Bernard van Verve maakt er geen geheim van dat ze niet meer met Europese klanten gaan werken. „We hebben besloten dat de regels niet gunstig zijn voor ons business model (…) We focussen op dit moment op de kracht van onze Amerikaanse business,” licht ze in AdExchanger toe.

 
Hulpje om Europese klanten te weren
Er zijn handige hulpjes om Europese klanten uit te sluiten. Zo biedt de site GDPR Shield een pakket aan met een programma dat het IP-adres van inkomend verkeer detecteert en alles wat uit Europa komt eruit filtert. Geen Europese klanten meer, maar ook geen gedoe met lastige privacy wetgeving. GDPR Shield kan je krijgen voor 9 dollar per maand. De site heeft overigens problemen met de bereikbaarheid, die mogelijk een gevolg zijn van de grote belangstelling, zoals TechRepublic schrijft.

 
De regels in de VS zijn minder streng en bieden meer mogelijkheden om gegevens te verzamelen om advertenties op de persoon af te stemmen. Het is voor bedrijven lastig twee aparte systemen in te voeren voor Europese en Amerikaanse klanten. Een Amerikaans bedrijf dat de Europese regels in de VS gaat toepassen, plaatst zichzelf daar in een nadelige positie. Dan maar liever je bedrijf alleen op Amerikanen richten.

 
GDPR filtert de rotte appels eruit
Sommige websites die Europese klanten weren, hebben een slechte naam als het gaat om privacy. Unroll.me is een dienst waarmee je je snel en gemakkelijk van een marketing nieuwsbrief kan laten verwijderen. Dat klinkt veel consumenten als muziek in de oren. Maar unroll.me geeft zonder dat te zeggen allerlei persoonlijke gegevens door aan andere bedrijven, waaronder Uber. Dat mag volgens de GDPR niet en unroll.me kiest er dan ook voor Europese klanten te weigeren. Je kan dat zien als een positief effect van GDPR: van rotte appels in privacy opzicht heb je in de EU zo geen last meer.

Maar er zijn ook bedrijven met een goede reputatie die zich van Europa afkeren. Een commentator in TechRepublic laat daar geen misverstand over bestaan: „Dit zal de arrogante EU-wetgevers een lesje leren.”

 
Facebook zet GDPR naar zijn hand
De VS zijn ook de uitvalsbasis van de grote techgiganten als Facebook en Google. Hoe gaan zij met GDPR om? Facebook gaat erin mee. Ze hebben daar ook al bedacht hoe ze de regels het beste naar hun hand kunnen zetten. Facebook heeft de voorwaarden voor Europese gebruikers aangepast en er komt een mogelijkheid ‘clear history’ waarmee je je gegevens die bij Facebook bekend zijn kunt wissen.

Maar Facebook wil iets anders inzetten dat tot dusver niet kon, maar dankzij de GDPR wordt gereguleerd: facial recognition of gezichtsherkenning. Tot dusver mocht Facebook gezichtsherkenning niet in de EU gebruiken, maar met de nieuwe GDPR-regels waarbij gebruikers ermee kunnen instemmen, mag dat wel. Gezichtsherkenning staat op gespannen voet met privacy. Het betekent dat je herkend kan worden op foto’s die anderen hebben gemaakt en dat die foto’s ook met jouw naam worden getagd. Facebook weet zo op welke plekken je uithangt. De Consumentenbond wijst erop dat je als privacybewuste consument meer lasten dan lusten van gezichtsherkenning hebt. Ook zakenblad Forbes zit op die lijn. Leiden de nieuwe privacyregels niet juist tot minder online privacy, vraagt het magazine zich af. Volgens Forbes heeft Facebook inmiddels nog andere dataverzamelingsmethoden ingevoerd. Want veel mag ineens mits gebruikers maar toestemming geven. En bijna iedereen geeft blindelings toestemming.

 
Mag Google Analytics wel?
Google heeft adverteerders en uitgevers benaderd die persoonlijk gerichte advertenties verspreiden die mogelijk in strijd zijn met GDPR. Dat leidde tot boze reacties uit de uitgeverswereld. De uitgevers vinden het nogal makkelijk dat Google het probleem om toestemming te vragen op hen afschuift. Ze spreken van nieuwe ‘draconische’ voorwaarden. In een reactie zegt Google „uitgevers te willen helpen waar het maar kan.”

Speciale aandacht vraagt het veelgebruikte programma Google Analytics, dat onder meer data verzamelt over bezoeken aan sites. Persoonlijke gegevens worden in GDPR breed opgevat. In elk geval moet de gebruiker toestemming geven. Maar de meeste bedrijven koppelen Google Analytics aan Google AdWords, waarmee het programma ook een advertentietool is geworden. Daarmee zou je gebruikers opnieuw toestemming moeten vragen om gegevens van GA ook voor dat doel te gebruiken. Het geeft maar even aan hoe gecompliceerd de regels van GDPR kunnen uitpakken.

 
Rechten van gebruikers: van Spotify tot retail
Amerikaanse media leggen eigen accenten. Zo zet The New York Times een paar opvallende rechten van gebruikers op een rijtje:

 
-Je zit nooit aan een bepaalde service vast. Als je besluit Spotify te verlaten mag je je persoonlijke playlists meenemen naar een concurrent. Net zoals je financiële info van de ene naar de andere bank mag meenemen;

-Je kan elk bedrijf vragen welke informatie over je is opgeslagen en die laten verwijderen. Dat geldt niet alleen voor techbedrijven, maar ook voor banken of retailers. Je kan zelfs je werkgever daarom vragen;

-Een individu is nog steeds geen partij tegenover een bedrijf als Google of Facebook. Maar het wordt makkelijker om samen met anderen een procedure te beginnen. Privacy organisaties zullen naar verwachting meer rechtszaken beginnen namens groepen of individuen. Dat kan de druk opvoeren op bedrijven om zorgvuldig met privacy om te gaan.

 
De GDPR met zijn elf hoofdstukken en 99 artikelen zit ingewikkeld in elkaar. In Nederland en andere EU-landen móét je ermee werken. In Amerika gaan bedrijven er verschillend mee om. Bedrijven met vooral klanten buiten Europa, schrijft Indivigital, zullen om zakelijke redenen mogelijk vaker besluiten om verkeer uit de EU met een schild te blokkeren.

 

Wednesday, 16 May 2018 | Written by Ralph Rozema

Hoe drones het nieuws veranderen

Het is een kleine revolutie in de wereld van nieuws: het gebruik van drones. Waar je vroeger als verslaggever het overzicht miste, kan je de drone laten kijken vanuit de lucht. De nieuwste trend zijn drones met 360 graden-camera’s. Dan kan je als nieuwsconsument ook nog prettig in het rond kijken.

 
Om te beginnen een spectaculaire video van het. Een surfer wordt gegrepen door een gigantische golf, de redding mislukt aanvankelijk, maar lukt uiteindelijk toch. De drone volgt het precies. De video van Daniel Neves en Pedro Miranda won in de News & Docs category.

https://www.youtube.com/watch?time_continue=84&v=aSO1gltbg0o

 
Journalisten maken al langer gebruik van drones en dat gebeurt steeds professioneler. Josh Haner reist voor The New York Times de wereld rond met een drone als zijn vaste maatje. Haner gebruikt de drone voor verslaggeving. Bij een natuurramp kan hij precies zien hoeveel huizen zijn beschadigd. Op het platteland kan hij vanuit de lucht tonen hoe gewassen er voor staan.

 
Op reis over de ijskap in Groenland ontdekte hij met zijn drone een rivier van smeltwater, waarmee hij de gevolgen van het broeikaseffect in één keer vastlegde. Dat deed hij ook in Bolivia door een luchtfoto te maken van een immens verdroogd meer met een schip dat daar was gestrand.

 
Dronebeelden live op internet
Waar ter wereld hij zich ook bevindt, zijn beelden zijn na enkele seconden al te zien op internet. Haner ontwierp daarvoor een systeem met de naam ‘remote streaming backpack’. Aanvankelijk een heel pakket, maar inmiddels is het klein en praktisch om mee te nemen op reis. Voor de krant is het zaak beelden snel te verspreiden. Bij een ramp kan snelle informatie zelfs levens redden.

 
Veiligheid moet voorop staan
De belangrijkste zorg bij drones is de veiligheid. Elk land kent daarvoor eigen regels. In Amerika is veel mogelijk; in Nederland zijn de regels strenger. Een drone bij een (spoor-)weg of luchthaven kan tot gevaarlijke situaties leiden en mag dus niet. Ook boven groepen mensen of aaneengesloten verbouwing vliegen is niet toegestaan. Het zou niet voor het eerst zijn als een drone om wat voor reden uit de lucht valt. Voor Nederland staan de regels uitgelegd op deze site van de overheid.

 
Haner merkt dat beelden veel impact hebben op consumenten, maar ze zullen het nooit volledig overnemen van tekst. Ideaal is een combinatie. Laat auteurs en visuele journalisten samenwerken, dat levert de beste verhalen op. Maar hij ziet ook dat fotografen en videojournalisten een steeds groter deel van de krant vullen. Tekst blijft nodig voor de uitleg, maar beeld is wat consumenten raakt.

 
Tuesday, 15 May 2018 | Written by Ralph Rozema

Facebook start exclusieve news shows…en betaalt ervoor

Facebook is bezig met de voorbereiding van exclusieve video news shows, die waarschijnlijk al binnenkort te zien zijn. Daarover zijn gesprekken gaande met CNN, Fox News, BuzzFeed en anderen. De mediaorganisaties gaan het nieuws brengen en…Facebook gaat ervoor betalen.

 
Het geheime wapen van Facebook heet Campbell Brown, voormalig tv-presentator bij grote netwerken als CNN en NBC en sinds 2017 in dienst bij Facebook. Ze opereert daar vooral de schermen. Ze is succesvol en omstreden. Is Campbell Brown een kracht om mee rekening te houden of is ze zelf fake news?, kopte The New York Times onlangs.

 
Niet de minsten 
Deze week laat ze van zich horen op de grote F8 conferentie van Facebook. „Kwaliteitsnieuws kan ons samen brengen,” zegt ze op het podium. Het is terug te zien op de videopagina van Facebook F8 (de presentatie begint op 1.11 min). Meteen na haar komt Alex Hardiman, afkomstig van The New York Times en tegenwoordig ook in dienst van Facebook. Het zijn niet de minsten die van gezaghebbende media naar Facebook overstappen.

 
Networks met exclusieve news shows op Facebook 
Brown wil kwaliteitsnieuws bij Facebook naar voren halen. Ze wil media meer mogelijkheden geven op Facebook nieuws te brengen achter een paywall (de eerste paar artikelen blijven gratis) en ze is er voorstander van dat Facebook de mediaorganisaties die kwaliteitsnieuws brengen daarvoor gaat betalen. Haar grootste project is om binnen de videosectie van Facebook een nieuwsplatform te ontwikkelen. Daarover is Brown in overleg met netwerken als CNN en Fox News. Het moet leiden tot een zestal news shows, die vanaf half mei of juni exclusief op Facebook te zien zullen zijn.

 
Laatste schandaal 
Op een conferentie in New York trad Brown al eerder opvallend naar buiten. Voor een zaal van executives uit de media- en advertentiewereld kreeg ze een vraag over Facebooks laatste schandaal. Facebook had de krant The Guardian gedreigd met een rechtszaak als die een rapport over het datalek naar Cambridge Analytica naar buiten zou brengen. Brown nam opmerkelijk genoeg afstand van haar Facebook-collega’s. „Ik zou waarschijnlijk niet hebben gekozen om met een rechtszaak te dreigen,” verklaart ze bij CNBC. ,,Dat is denk ik niet onze slimste zet geweest.” Pas later schaart ook CEO Mark Zuckerberg zich achter de uitlatingen van Brown.

 
Uitgevers krijgen paywalls op Facebook
Brown wordt in 2017 bij Facebook binnengehaald om de relatie met de media te herstellen. Sommigen zien haar aanstelling als niet meer dan een geste naar de buitenwereld toe. Hoe kan ze invloed hebben bij een bedrijf waar haar baas Zuckerberg het maken en tonen van nieuws vooral als een probleem ziet? Maar ondertussen slaagt ze er in haar visie om van Facebook ook een mediaplatform te maken, steeds meer uit te dragen. Facebook heeft 90 miljoen dollar vrijgemaakt om partners news shows te laten brengen waarvoor Brown de onderhandelingen voert, zoals The New York Times meldt.

Met de paywalls die uitgevers kunnen instellen op Facebook, wil ze hen verder tegemoet komen. „Hiermee veranderen we onze relatie met uitgevers,” verklaart Brown op een tech- en mediaconferentie van Recode eerder dit jaar. Ze benadrukt dat Facebook nieuws van lage kwaliteit minder ruimte gaat geven. Kwaliteit komt bovenaan te staan.

 
Fiasco met trending topics nog niet vergeten 
Het is afwachten hoe dat in de praktijk gaat uitpakken. Facebook stelde eerder redacteuren aan die moesten bepalen welke artikelen in de trending topics moesten komen. Dat complete team werd in 2016 ontslagen, onder meer omdat het conservatieve standpunten uit de trending topics zou weren. Daarvoor in de plaats kwamen de omstreden algoritmen die de volgorde in de news feed bepalen.

Fake news is nog steeds een groot dilemma. Er kan een accreditatiesysteem komen, liet Brown op een conferentie over nieuws zich ontvallen. Maar accreditatie gaat in tegen persvrijheid omdat je anderen uitsluit en een vorm van censuur pleegt. Brown krabbelde snel terug, ze bedoelde dat ze fake news wil aanpakken door met betrouwbare organisaties te werken, zegt ze in Columbia Journalism Review.

 
Murdoch: Facebook moet uitgevers betalen 
Onlangs nog deelde Facebook een harde klap aan uitgevers uit met de mededeling dat het sociale netwerk vrienden centraal ging stellen. Uitgevers zouden hoe dan ook een lagere plek in de news feed krijgen. Sommige mediabedrijven zagen hun bezoekersaantallen kelderen.

Magnaat Rupert Murdoch riep media op hun krachten te bundelen om Facebook te dwingen voor content te betalen. Campbell gaat daarin mee en lijkt dat nu voor elkaar te krijgen. Verder krijgen uitgevers de mogelijkheid om abonnementen aan te bieden via een knop bij hun content op Facebook. Testen hebben laten zien dat meer mensen zich zo abonneren op hun favoriete media. „Campbell leidt een cruciaal deel van onze business,” zegt Dan Rose, Facebooks vicepresident voor partnerships. „Ze is ongelooflijk effectief en ze is nog maar net begonnen.”

 
Campbell Brown bij Bush, Clinton en Gates 
Brown begint haar tv-carrière bij een lokale omroep, maar komt al snel terecht bij de nationale zenders NBC en CNN. Als tv-verslaggever reist ze mee met de presidentscampagne van George W. Bush. Ze trekt op met de machtigen der aarde. Op een foto staat ze samen met Bill Clinton en Bill Gates van Microsoft tijdens een bezoek aan Afrika. Met haar vriendin en collega-verslaggever Anne Kornblut richt ze een groep op van vrouwelijke correspondenten van het Witte Huis. Na haar werk bij televisie ontpopt ze zich enige tijd als conservatieve lobbyist. Haar oud-collega Kornblut, die werkt bij The Washington Post, wordt bij Facebook binnengehaald door topvrouw Sheryl Sandberg. Het is Kornblut die Brown bij Facebook binnenloodst.

 
Zuckerberg en Sandberg niet op één lijn 
Gaat Facebook nu echt een uitgever worden van journalistieke producties? Daarover bestaat enige verdeeldheid binnen Facebook. Sommige analisten wijzen op de tegenstelling tussen topvrouw Sandberg en CEO Mark Zuckerberg, die Facebook niet als uitgever wil zien, maar als platform dat interacties mogelijk maakt. Door bepaalde media te gaan betalen, wordt Facebook onvermijdelijk een uitgever, precies wat Zuckerberg altijd heeft willen voorkomen.

Binnen Facebook is er een informele groep die bekend staat als de FOSSes, Friends of Sheryl Sandberg, de topvrouw naast Zuckerberg. Ook Campbell Brown wordt tot die groep gerekend. Haar goede relatie met Sandberg kan een steuntje in de rug zijn om haar mediaplannen door te voeren. Brown krijgt ruimte om banden met topmensen uit de mediawereld aan te halen. Onder hen is hoofdredacteur Ben Smith van Buzzfeed, die mogelijk content gaat leveren. Hij twijfelt er niet aan dat Brown in staat is de news shows tot een succes te maken. „Brown is sterker in haar rol bij Facebook dan ik dat ooit bij andere sociale media heb gezien.”

Friday, 04 May 2018 | Written by Ralph Rozema

Digitale vaardigheden: de baas weet het minst

Marketeers hebben veel vertrouwen in hun merken, maar niet in hun eigen digitale vaardigheden. En al helemaal niet in die van hun baas. Dat blijkt uit onderzoek van de AMA, de grootste organisatie voor marketing in de VS. De AMA komt met een waarschuwing: het gebrek aan digitale vaardigheden kan de autoriteit van marketeers wel eens gaan ondermijnen.

 
Uit het onderzoek blijkt dat de marketeers meestal vol vertrouwen zijn. Dat geldt voor onderwerpen als consumentenbestedingen, marketingbudgetten en investeringsmogelijkheden. „Er zijn nu meer marketeers die optimistisch naar de toekomst kijken,” zegt onderzoeksleider Joris Zwegers in AMA magazine Marketing News. Maar marketeers zijn zich ook steeds meer bewust van de achterstand die ze hebben als het gaat om digital skills. In een vak waar big data zo belangrijk zijn, moet iedereen een beetje programmeur zijn, anders leg je het straks af tegen je concurrenten.

 
Bazen weten het minst
Leidinggevenden, CMO’s, weten het minst over de digitale wereld, vinden de geïnterviewde marketeers. Hoe meer ervaring, hoe minder ze weten over de laatste ontwikkelingen. Ruim een derde van de marketeers zegt geen vertrouwen te hebben in het organisatiemodel van het bedrijf. Meer dan de helft twijfelt daarover. Digitaal vraagt om een andere manier van werken en een nieuwe teamstructuur, geven de marketeers aan. „Veel marketingteams zijn nog net zo georganiseerd als tien of vijftien jaar geleden,” zegt onderzoeker Zwegers. „In het oude model hadden senior marketeers eerst als junior ervaring opgedaan. Dat is nu niet meer zo. De meeste marketingbazen hebben nog nooit een digitale rol gehad omdat dat in hun begintijd nog niet bestond. De huidige structuur werkt niet meer. Je kan van managers geen antwoorden op het digitale vlak verwachten, omdat ze die ervaring missen.” De conclusie dat marketeers te weinig digitale vaardigheden ontwikkelen, is niet nieuw, zo blijkt uit stukken van Emarketeers en The Telegraph. Kennelijk verandert er in de praktijk maar weinig.

 
Elon Musk: programmeur bij uitstek
Succesvolle bedrijven hebben vaak een marketingafdeling met een programmeur aan het hoofd. Soms is de CEO van een bedrijf programmeur. Het beste voorbeeld is misschien wel Elon Musk, die met zijn kennis van de digitale wereld Tesla naar grote hoogten stuwde. Als tiener leerde hij programmeren. Veel handigheid met digitale marketing deed hij op tijdens de wilde beginjaren van PayPal.

 
Van Silicon Valley naar China
Inmiddels is growth hacking in de marketing een ingeburgerde term, maar al veel eerder was dat in Silicon Valley de norm. Je product was nog maar half af, maar de marketing ging al de hele wereld over. Slimme marketeers wisten grote sites voor zich in te zetten, waardoor de marketing bijna vanzelf leek te gaan. Dat was natuurlijk niet zo, het waren programmeurs die de wereldwijde marketing voor elkaar kregen. Bij startupschool Y Combinator in Silicon Valley werken ze nog steeds zo. Programmeurs zijn nodig om marketing effectief te maken, vinden ze. De marketingtechnieken van Silicon Valley hebben ook hun weg gevonden naar China. Ook daar is het digital first. In de VS en Europa lijken marketeers meer vast te houden aan hoe ze het altijd hebben gedaan. De AMA zelf heeft twee trainingsprogramma’s: voor contentmarketing en digital marketing. Want eigenlijk zou ook digital marketing een hoofdzaak moeten zijn.

 
Monday, 30 April 2018 | Written by Ralph Rozema

Hema in China maakt furore met futuristische retail

De opmars van de Chinese supermarkt Hema is niet te stuiten. Nu zijn het nog enkele tientallen winkels, over vijf jaar moeten dat er tweeduizend zijn. In de futuristisch georganiseerde winkels doe je alles met je smartphone. En voor de duidelijkheid: de Chinese Hema heeft niets te maken met de Nederlandse Hema.

 
Middenin de supermarkt in Shanghai is een groep vrienden aangeschoven aan een tafel waar ze een nog dampende krab krijgen geserveerd. Terwijl ze aan de maaltijd zitten zijn medewerkers bezig hun boodschappen te verzamelen en op een lopende band te zetten naar een inpakruimte. Ze worden binnen een half uur afgeleverd op hun huisadres.

Elders in de Hema supermarkt rekent een vrouw op de fruitafdeling een vrucht af met Alipay op haar smartphone. Al wandelend neemt ze een paar happen en omdat de smaak goed is, pakt ze opnieuw haar smartphone. Ze tikt in hoeveel ze wil hebben. Even verderop wordt het bericht ontvangen en gaan de inpakkers aan de gang. Ook zij krijgt haar boodschappen snel thuis afgeleverd.

 
Online en offline bij elkaar gebracht
In de ‘nieuwe retail’ zijn online en offline naadloos geïntegreerd. Natuurlijk, je kan thuis via internet bestellen, maar dat is niet zo fijn als het om verse vis of groente gaat. Daarvoor ga je zelf naar de supermarkt. Maar je wil niet in de rij staan; je wil ook niet met boodschappen slepen, dat neemt het personeel voor zijn rekening. En je wil een fijne ervaring ter plaatse, producten kunnen proeven, of met samen met anderen van een verse maaltijd genieten.

Hema Xiansheng, zoals het merk officieel heet, betekent ruw vertaald Hema Vers. De Hema is onderdeel van Alibaba, het concern dat de retail in China radicaal aan het veranderen is. Een Hema-winkel heeft vier keer zoveel omzet per vierkante meter als een traditionele supermarkt. Dat komt, schrijft zakenblad Forbes, door de rijke, persoonlijke ervaring die klanten krijgen, door de naadloze bezorgmogelijkheid en door de goed doordachte mix van producten gebaseerd op verzamelde data. Kijk hieronder naar een video van Alibaba over de ervaring die de Hema biedt:

https://www.youtube.com/watch?v=XNt18b5hOVE

 
‘Eat as you shop’ is een van de innovaties, bericht The Economist, naast de vergaande integratie van online en offline, O2O retailing genoemd. Daarbij gebruiken klanten digitale kanalen om producten te kopen als ze in de winkel zijn. Er zijn nu 40 Hema’s in tien Chinese steden; binnen drie tot vijf jaar moeten dat er tweeduizend in heel China zijn.

Sinds april kunnen klanten 24 uur hun producten thuis bezorgd krijgen. Ze moeten wel binnen een straal van drie kilometer van de winkel wonen, maar dan heb je het binnen een half uur. De eerste tijd kon dat alleen overdag, maar veel Chinezen willen ook na middernacht nog even iets kunnen bestellen. „We willen dat New Retail niet alleen online en offline samenbrengt, maar ook dat het dag en nacht verbindt,” zegt Hema CEO Hou Yi in Alizila, het magazine van de Alibaba groep. Het concern zegt dat er mensen zijn verhuisd om in de buurt van een Hema te wonen.

 
Hema staat voor vertrouwen
Het succes van de Hema komt ook door de openheid en het vertrouwen dat de winkelketen heeft, schrijft AdAge. Veel Chinezen vertrouwen winkels niet. Dat heeft te maken met voedselschandalen in het verleden. Door verontreinigde melkpoeder kwamen in 2008 zes baby’s om het leven en werden honderden anderen ziek. Hema heeft op elk product een QR-code waarmee klanten de herkomst en samenstelling kunnen checken. Klanten maken daar veel gebruik van. Die openheid geeft de Hema een duw in de rug.

Ook dragen big data bij aan het succes. In China gelden minder strenge privacyregels dan hier en bedrijven verzamelen massaal data. Vergeet het dataschandaal van Facebook en Cambridge Analytica, want dat stelt weinig voor vergeleken met wat er in China gebeurt, schrijft Forbes. In China is er geen strikte scheiding tussen bedrijven en overheid. Daardoor komen data ook bij de overheid terecht, die burgers zo kan volgen. Privacy speelt geen rol. Bedrijven kunnen hun gang gaan en krijgen zoveel inzicht in hun klanten dat ze hun aanbod daar precies op kunnen afstemmen.

 
Betaling binnen Hema app of met gezichtsherkenning
Bij de Hema is de betaling handig geregeld. Dat gebeurt binnen de Hema app, die daarbij gebruikmaakt van Alipay, het betaalsysteem van Alibaba. Klanten in de supermarkt zijn voortdurend bezig met hun smartphone, ze kunnen zo producten bestellen die ze zien en betalen. Betaling met gezichtsherkenning in de winkel kan ook.

Je kan bij de Hema ook nog met cash terecht, maar niet met het betaalsysteem WeChat Pay, dat eigendom is van concurrent Tencent. Tencent heeft eigen winkelketens en is bezig daar innovaties door te voeren. In het westen van China zit de Amerikaanse keten Walmart waar je ook alleen kan betalen met WeChat Pay. Dat komt omdat Walmart samenwerkt met een bedrijf waarin Tencent een belang heeft.

Wie de ontwikkelingen over retail bij Alibaba wil volgen, kan terecht bij corporate magazine Alizila. Het concern zegt open te willen zijn over welke kant het opgaat. Vooral de video’s spreken tot de verbeelding. Zoals deze video over het concept van de New Retail.

 
https://www.youtube.com/watch?v=H9p5jaiOxD8

 
Virtuele planken
Het is de bedoeling dat de innovaties die we nu zien bij de Hema, later terugkomen in de grote shopping malls. Ook daar ga je op een andere manier winkelen. Je kan rondneuzen, kleding passen, de stof voelen. Maar wat als een kledingstuk niet in jouw maat op voorraad is? Je geeft op je smartphone aan wat je wil hebben en wat je maten zijn. Je betaalt meteen en je keuze wordt netjes thuisbezorgd. In de winkels liggen de andere maten op ‘virtuele planken’, zoals Alizila het noemt. Zo gaat het hier en daar al en als het aan Alibaba ligt gaat dat de standaard worden bij de New Retail.

 
Krijgt de Nederlandse retail er een concurrent bij?
De Nederlandse Hema is niet blij met de naam van de Chinese supermarkt, maar daar trekken ze zich in China weinig van aan. Het Nederlandse bedrijf kan daar weinig aan doen en bovendien heet de winkel strikt genomen Hema Xiansheng.

Voorlopig is Alibaba druk met de Hema in China. Maar als dat allemaal loopt, is de volgende stap internationaal gaan. Gaan de grote supermarkten in Nederland er op termijn een concurrent bij krijgen? Ketens als Albert Heijn of Spar zijn al druk bezig om bijvoorbeeld betaalsystemen met de smartphone in te voeren. Ze zijn nu nog minder ver dan de Chinese Hema, maar dat kan een kwestie van tijd zijn. De ontwikkelingen bij de supermarkten in China gaan zo snel dat je er maar beter bovenop kan zitten.

 
Monday, 23 April 2018 | Written by Ralph Rozema

Steven Spielberg laat de virtuele wereld winnen

Wat als virtual reality het overneemt van de echte wereld? En wat als relaties die je in de virtuele wereld hebt een dreigend vervolg krijgen in de echte wereld? In de film ‘Ready Player One’ (3D), die momenteel in de bioscopen draait, neemt Spielberg je mee naar het jaar 2045. De wereld ziet er grauw uit, maar gelukkig is er de virtuele wereld Oasis.

 
Natuurlijk maakt Spielberg er een visueel spektakel van, maar ook het uitgangspunt van science fictionauteur Ernest Cline is al verrassend genoeg. In 2045 is virtual reality overal, heeft iedereen een VR-bril en maken we er met zijn allen massaal gebruik van. Als het leven in een arme stad in een negatieve spiraal komt, is virtual reality de uitweg om aan de realiteit te ontsnappen. Hoe griezelig dat ook mag klinken, het levert mooie en spectaculaire beelden op.
VR-brillen en cirkelende drones
Het openingsshot laat een chaos van op elkaar gebouwde stacaravans zien waar mensen wonen met een VR-bril op en met cirkelende drones om zich heen. Met z’n tientallen staan ze soms met hun bril op straat, driftig te gebaren. Dan draait de camera van de echte naar de virtuele wereld. Kleuren, casinokastelen in magische landschappen, voorbij schietende auto’s, een voorbij rennende dino. Net als de meesten ontsnapt tiener Wade Watts de trieste werkelijkheid door zijn bril op te zetten en zichzelf mee te laten voeren in de virtuele game.

Startpunt voor het verhaal is de dood van de bedenker van de VR game. Door het succes van zijn game heeft hij een enorme macht opgebouwd. Hij laat drie opdrachten na, drie sleutels om te vinden. En wie daarin slaagt, zal zijn positie en macht overnemen. Wade voert de strijd als OASIS-avatar Parzival samen met zijn virtuele vriendinnetje Art3mis. Maar er is ook de topman van een groot bedrijf, die zijn zinnen op het spel heeft gezet. De camera schakelt van de echte wereld, waar iemand in een donkere ruimte beweegt met een VR-bril op naar de virtuele game waar de avatars elkaar tegenkomen. De spanning stijgt als ze elkaar in de echte wereld lijken te traceren.
Horrorhotel
Auteur en screenwriter Cline verbindt de opdrachten met de jaren tachtig. In die tijd was Spielberg al bezig met games, hij heeft er wat mee. Popsongs uit de eighties komen langs, maar ook locaties uit films uit die tijd, zoals het horrorhotel uit The Shining waar de hoofdpersonen binnenlopen. Gaandeweg ontspint zich een liefdesverhaal.

Je gaat de film niet zien voor de diepgang in karakters, want die is er niet. Je belandt in een virtuele achtbaan die voortdendert met hier en daar een moment van rust, maar vooral veel visueel vuurwerk. Echte gameliefhebbers schijnen ‘Ready Player One’ passief te vinden, er is geen interactie, maar wel mooi om in 3D te zien. En de film sluit aan bij een actualiteit: we kennen inmiddels de macht van bedrijven achter sociale netwerken, je weet het nooit of het met bedrijven achter virtuele games dezelfde kant kan opgaan.

 
https://www.youtube.com/watch?v=cSp1dM2Vj48
Wednesday, 18 April 2018 | Written by Ralph Rozema

Appril festival: bedrijven hebben geen idee wat een app kost

Bedrijfsapps hebben de toekomst en steeds meer bedrijven zijn ermee bezig. Maar de directie heeft vaak geen idee wat er nodig is om een goede app te bouwen. Die conclusie komt uit een onderzoek in opdracht van het Appril festival, dat gisteren in Amsterdam van start ging.

 
Tijdens het driedaagse festival komen mobiele app-makers bijeen, er zijn case-studies en presentaties, en er wordt er ook nog gewerkt aan innovatieve apps in een bruisende sfeer. In deze video van Frank.News laten deelnemers aan het Appril festival van zich horen:

https://www.youtube.com/watch?v=FtDnjffWrsw

Van ABN AMRO, Ikea, Tele2 tot het Rijksmuseum: een nieuwe generatie van soms spectaculaire apps komt eraan. De trend is: apps geven meer conversie dan websites en dus wil je als bedrijf bij de kopgroep horen. De andere kant van het verhaal is dat veel apps mislukken en hoe zorg je er dan voor dat je toch bij de succesverhalen hoort? Op het Appril festival komen onderzoeken voorbij die licht werpen op de wereld van de mobiele apps en de marketing daarvan. Onder meer Ruigrok Netpanel en appspecialisten.nl, dat samenwerkt met Tilburg University, presenteerden hun bevindingen.

 
It is getting serieus now!’
Tijdens de zesde editie van het festival wordt de balans opgemaakt van tien jaar apps bouwen in Nederland. „Het is serieus geworden,” zegt mobile consultant Brechtje de Leij. Appril-oprichter Jacqueline de Gruyter heeft het festival zien veranderen. „Aanvankelijk ging het om app-makers, maar inmiddels gaat het om alle facetten van mobile solutions.”

De tijd van experimenteren met apps is voorbij. „Apps vragen een serieuze aanpak,” zegt De Leij. Dat betreft de bouw, het design, de user experience en de marketing van de app. „Mobiel is ons primaire kanaal en 90 procent van onze mobiele tijd zijn we bezig met apps. Een goede app biedt een superieure user experience. En dat betaalt zich uit in waarde naar de merken áchter de app.”

 
Opkomst bedrijfsapps
Een belangrijke trend is de opkomst van bedrijfsapps, die je dus binnen je onderneming gebruikt. Zo’n veertig procent van de ondervraagde werkenden gebruikt apps voor hun werk, blijkt uit het onderzoek van Ruigrok Netpanel. Voorbeelden van zulke apps zijn een agenda of routeplanner, nieuwssites, social media en een bedrijfsapp. 38 procent van de respondenten geeft aan dat hun bedrijf een app heeft ontwikkeld of gaat ontwikkelen speciaal voor op het werk. Bijvoorbeeld om actualiteiten op het werk te kunnen volgen, voor urenregistratie of voor het vinden van een vrije flexwerkplek. Een op de zeven werkenden die nu geen speciale bedrijfsapp hebben, zegt behoefte te hebben aan een app die het werk kan verbeteren. Maar opvallend is dat vooral de bedrijfsleiding geen idee heeft hoeveel een goede app kost. Maar liefst 49 procent zegt geen idee te hebben van de kosten. 29 procent denkt het kostenplaatje te kennen, maar zit er zeker vijfduizend euro naast. App development bureaus als Pinch, Egeniq en Moqod hanteren een startbedrag van rond de 15.000 euro voor een native app, die op de wensen van het bedrijf is afgestemd.

 
Het geheim van een succesvolle app
Veel nieuw ontwikkelde apps gaan overigens nog steeds de mist in, maar wat is geheim van een succesvolle app? David van der Loo van appspecialisten.nl deed er samen met Tilburg University onderzoek naar. Hoe ontdekken gebruikers een app? „Je denkt, het komt misschien door advertenties, via social media of doordat mensen zoeken op Google. Dan heb je het mis,” zegt Van der Loo. „Met stip op één staat dat mensen elkaar over apps vertellen. Mond-tot-mondreclame, dat is waar het om draait.” Dat is wat je bij de marketing van apps voor elkaar moet krijgen, dat mensen elkaar erover vertellen. „Iemand heeft een probleem, vertelt erover op een verjaardag en iemand kent een app die de oplossing biedt. En dat verhaal verspreidt zich als een vuurtje. Dan kan het ineens hard gaan.” Een app van de gemeente Tilburg met een uitgaansagenda gericht op studenten ging de mist in. „De studenten hoorden van anderen over de beste uitgaansplekken. Daar hebben ze geen app voor nodig. Wel voor sommige praktische dingen van de gemeente. Daar kom je achter door met je doelgroep te praten. Dat is een belangrijk advies.”
Early adopters cruciaal
Een cruciale rol spelen de early adapters, degenen die als eersten met een app aan de gang gaan. Een marketeer die een app aan de man wil brengen, moet die groep proberen te bereiken. „Bij wie zijn bepaalde problemen het grootst, welke mensen schreeuwen om een oplossing? Die mensen moet je opzoeken en die ga je helpen om de app te ontdekken.”

Een ander onderzoek met Tilburg University gaat over de vraag hoe je het aantal downloads van apps kan vergroten. Gebruikers blijken zich nauwelijks te laten leiden door bijvoorbeeld reviews. Een app moet nut hebben (inspelen op een behoefte, het moet de gebruiker iets opleveren) en de juiste emotie uitstralen. Een app om te daten mag speels zijn, verleidelijk. Maar een app voor een betalingssysteem kan beter zakelijk zijn in vormgeving en kleuren. Gebruikers kiezen apps waarbij de emotie naar hun gevoel klopt. Uit het onderzoek met Tilburg University blijkt dat de meest mensen met een app aan de gang gaan vanwege de emotie die het oproept (48 procent) en vanwege de value, het nut dat je van een app hebt (38 procent).

 
Apps voor de supermarkt in het buitenland
Een opmerkelijke sessie op het Appril festival ging over het maken van apps die de grenzen over gaan. Want al zijn we wereldwijd allemaal verbonden, toch zijn er grote culturele verschillen die ervoor zorgen dat een app op de ene plek succesvol is, maar elders in de wereld totaal niet werkt. Het Nederlandse bedrijf Icemobile werkte met retailers in Europa, Brazilië en Azië, onder meer met digitale spaaracties. „In Nederland doen klanten dat meest individueel, maar in Azië overleg je met je familie. Je schaft niet zomaar een product aan met wat je gespaard hebt, daar heeft de familie zeggenschap over.” Een opvallend verschil is ook het gebruik van QR-codes. In Nederland is dat nooit groot geworden. In China zie je het overal: op verpakkingen, reclamezuilen, zelfs mensen die met een QR-code op hun kleding in een supermarkt rondlopen. De klanten klikken overal op. „De Chinese tekens zijn vaak te ingewikkeld om een website handig weer te geven. Een getal of QR-code werkt goed en dat heeft een enorme populariteit. Zulke verschillen moet je als appontwikkelaar weten. „Apps zijn ook in dat soort landen succesvol, maar je moet ze op de juiste manier aanpassen aan het type consument.”

Thursday, 12 April 2018 | Written by Ralph Rozema

Apps verkopen de locaties van je smartphone

Nee, je verdient zelf niets als je smartphone je gegevens over je locatie doorgeeft. Maar de bedrijven áchter de apps die je locatie doorverkopen, verdienen er goed aan. Door die verkoop krijg je steeds vaker advertenties te zien van winkels die om de hoek zijn. Inmiddels weten bedrijven wanneer je uit huis gaat, hoe laat je op je werk komt en bij welke horecagelegenheid je ‘s avonds nog een biertje drinkt.

 
Het is een snel groeiende tak binnen de advertentiewereld: location-based advertising (ook location aware of location targeted advertising genoemd). Voor zulke advertenties is het nodig om de locatie van iemand via de smartphone te kunnen volgen. Veel apps vragen toestemming om je locatie te bepalen, zoals sommige apps die het plaatselijke weerbericht doorgeven. Zulke locatiegegevens worden vaak doorverkocht aan andere bedrijven.

 
De trendy bar om de hoek meldt zich op je smartphone
Je krijgt zo advertenties voorgeschoteld die op jouw locatie en zoekgedrag zijn afgestemd. Loop je tegen de avond door een stad waar je normaal niet bent, dan zie je op je smartphone de trendy bars en restaurantjes in die buurt waar je vast wel naar toe wil. Of die leuke winkeltjes met dingetjes waar je al eerder op internet naar hebt gezocht. Sommige consumenten zijn er blij mee, anderen storen zich aan deze snel groeiende trend in de wereld van mobile marketing.

 
Elk jaar besteden bedrijven zo’n 17 procent meer aan advertenties op de smartphone, meldt onderzoeksbureau BIA/Kelsey. In 2016 ging het om 33 miljard dollar voor de VS alleen; in 2021 zal dat op zo’n 72 miljard uitkomen. De snelste groei komt voor rekening van location-based advertising: in 2016 lag dat op 12 miljard dollar, in 2021 komt dat uit op 32 miljard. In Nederland, waar bijna iedereen een smartphone heeft, zal de trend niet anders zijn.

 
Location-based advertenties effectiever
Onderzoek van Verve laat zien dat consumenten veel meer reageren op advertenties die inspelen op de locatie dan op algemene mobiele ads. De engagement bij location-based ads ligt ruwweg twee keer zo hoog, schrijft Marketing Tech News.

Bedrijven weten steeds beter waar we ons op welk tijdstip van de dag bevinden. Toch zit de waarde voor bedrijven niet alleen in advertenties van de pizzeria of kledingzaak om de hoek, maar vooral in het totaal aan locatiegegevens dat zo over iemand beschikbaar komt. Adverteerders kunnen daarmee een uiterst precies profiel van iemand opstellen en ook andere advertenties nog meer op de persoon toespitsen. Of zoals zakenkrant The Wall Street Journal het samenvat: bedrijven willen ‘een volledig overzicht van hoe iedereen (…) zijn tijd besteedt met de bedoeling zulke persoonlijke geschiedenissen in te delen in marktsegmenten en dat aan advertentiebureaus te verkopen.’

 
Locaties combineren: dat is pas waardevol
„Locaties vertellen veel over een bestaande of potentiële klant,“ zegt hoofd media futures Dan Calladine van marketingbureau Carat Global in The Drum. „Als je wilt weten wie je waardevolste klanten zijn, dan leer je van hun locatiegeschiedenis en van het soort plaatsen dat ze hebben bezocht. Daar liggen de echte kansen en daar kan je wat mee. Dat is veel waardevoller dan te wachten tot iemand een winkel passeert en die persoon dan een voucher sturen.”

Greg Grimmer van mobile marketingbureau Fetch benadrukt de ongekende mogelijkheden van location-based ads. „Bij elke boodschap is de vraag hoe we die moeten brengen, maar daarin ligt ook de kans. Het gaat erom precies te weten wie iemand is en dan de juiste boodschap te sturen op het juiste moment.”

 
Een steeds grotere rol daarbij is weggelegd voor data brokers of datahandelaren, bedrijven die data verzamelen of opkopen en vervolgens weer verkopen aan bedrijven en andere instellingen. Voorbeelden van data brokers zijn Acxiom, Focum of 4orange. Ze verzamelen een combinatie van data die kunnen variëren van locaties, surfgedrag, interesses tot eerder gedane aankopen. Data brokers zeggen dat ze niet alle persoonlijke informatie op dezelfde plek bewaren, maar hoe ze precies werken, daarover blijven ze vaag.

 
GroundTruth volgt mensen de hele dag
Hoe ver dataverzameling over locaties kan gaan, wordt duidelijk bij het bedrijf GroundTruth, waarover The Wall Street Journal bericht. GroundTruth is een bedrijf voor data-analyse en is eigenaar van onder meer de app WeatherBug met de laatste weervoorspelling. Om die app te laten draaien, moeten gebruikers toegang tot hun locatie geven. Al die data over de locaties van mensen verkoopt GroundTruth door aan wie het maar wil hebben. Het bedrijf doet daar overigens niet geheimzinnig over. GroundTruth heeft toegang tot de locatiedata van ‘meer dan honderdduizend’ andere apps, bevestigt CEO Serge Matta tegen The Wall Street Journal. De makers van zulke apps werken mee omdat zij toegang krijgen tot het mobiele advertentienetwerk van GroundTruth. Elke dag volgt GroundTruth op die manier het leven van zo’n 70 miljoen mensen in de VS. Het bedrijf weet wanneer ze op weg gaan naar hun werk, wanneer ze weer thuiskomen en bij welke gebeurtenissen ze in de loop van de dag aanwezig zijn.

 
Locatiedata worden niet alleen via apps, maar ook op andere manieren verzameld. Dat kan gebeuren als je met je smartphone door een openbaar WiFi-netwerk loopt waarvan er tegenwoordig steeds meer zijn. Het gebeurt ook als je een winkel binnenloopt die een eigen systeem heeft. Zo’n winkel kan je dan, als je eenmaal binnen bent, via je smartphone een aanbieding doen. Als de winkel al veel informatie over je heeft verzameld, speelt zo’n advertentie in op interesses en eerder surfgedrag.

 
Consument moet akkoord zijn
Apps zijn verplicht toestemming te vragen voor het verzamelen van data. Door met de voorwaarden in te stemmen, ga je akkoord. Je kan toegang tot locatiedata weigeren, maar de praktijk is dat veel apps dan niet meer goed werken. In mei gaat de nieuwe privacywetgeving van de GDPR in en worden de regels strenger. Consent wordt het nieuwe sleutelwoord. Apps moeten dan per keer toestemming vragen. Ze moeten toestemming vragen om toegang tot locatiegegevens voor gebruik van de app en nog een keer toestemming vragen om die gegevens voor andere doeleinden te gebruiken. Het is nog de vraag hoe dat in de praktijk gaat uitwerken.
Monday, 09 April 2018 | Written by Ralph Rozema

Facebook gaat ondertussen een kleine stad bouwen in Californië

Terwijl de aandelen van het sociale netwerk kelderen en steeds meer adverteerders afhaken, is Facebook ook druk bezig met een ander project: het bouwen van een kleine stad in Californië. Het moet een echte gemeenschap worden waar mensen elkaar op straat tegenkomen. Ondertussen wordt over de dataverzameling door Facebook gaandeweg meer bekend. Gebruikers kunnen stappen zetten om zich daartegen te beschermen.

 
Facebookville of Zucktown, verwijzend naar Facebooks CEO Mark Zuckerberg, noemen critici het stadje dat het sociale netwerk wil gaan bouwen. Het komt in de buurt van het hoofdkwartier van Facebook, maar moet niet alleen een huis bieden voor duizenden werknemers van het bedrijf, maar ook voor mensen met een lager inkomen. Er komt een straat met winkeltjes en een supermarkt. Het stadje krijgt parken, pleinen en fietspaden, die voor iedereen toegankelijk zijn. Een oude spoorlijn langs het gebied bij Menlo Park wordt nieuw leven ingeblazen.

 

Wie wil in een stad van een techbedrijf wonen?

In eerste instantie komen er vijftienhonderd woningen en Facebook heeft toegezegd dat enkele honderden appartementen onder de marktprijs worden verkocht aan mensen die de hoge huizenprijzen niet kunnen betalen.

John Tenanes is vice-president for real estate bij Facebook en hij is trots op het project. Het getuigt van durf, vindt hij. Het geeft maar even aan hoe machtig Facebook als organisatie is en op hoeveel terreinen het actief is. Het is natuurlijk de vraag of de stad een succes zal worden. „Houden mensen zoveel van techbedrijven dat ze er middenin willen gaan wonen?” vraagt The New York Times zich af. Maar sommige omwonenden zijn blij, want Facebook heeft geld en vooral veel macht en dan kan het wat worden, vindt Cecilia Taylor van een plaatselijke belangengroep.

 
Ondertussen zit Facebook in een diepe crisis vanwege het uitlekken van privégegevens van miljoenen gebruikers. Maar ook als tienduizenden mensen hun Facebook-account zouden opzeggen, zal dat het sociale network weinig raken. Facebook heeft ruim 2,1 miljard gebruikers over de hele wereld. De groei zit vooral buiten de VS en Europa. Facebook richt zich steeds meer op landen als India, Brazilië of Mexico. Daar voegt het social network waarde toe, omdat het een van de weinige betrouwbare manieren is om te communiceren en daar zit de groei er flink in. Ook al zou je het willen, voorlopig is de wereld niet van Facebook af.

 

Facebook niet open over methoden

De recente schandalen rond Facebook (fake nieuws, beïnvloeding van verkiezingen en het lekken van gegevens naar het bedrijf Cambridge Analytica) hebben ook geleid tot veel nieuwe ophef over datamining door Facebook. Die plotselinge ophef is niet zo terecht, want Facebook heeft er nooit een geheim van gemaakt dat het gebeurt. Sterker nog, het klopt zichzelf op de borst omdat het advertenties zo goed kan targeten, omdat het zo tot in detail karakteristieken van gebruikers kent. Wie zich daar nu pas over opwindt, heeft jaren liggen slapen. Wat Facebook wel te verwijten valt, is dat de precieze verzameltechnieken in nevelen blijven gehuld. Voor een deel weten we hoe Facebook werkt en er wordt gaandeweg meer bekend, maar we weten lang niet alles.

 

Hoe verzamelt Facebook jouw persoonlijke data?
  • via alles wat je op Facebook post en de sleutelwoorden die daarin voorkomen;
  • via je contacten op Facebook en wat zij voor karakteristieken hebben;
  • via alle posts waarbij je likes of comments plaatst;
  • via apps die je vanuit Facebook gebruikt en die zelf data verzamelen en dat vervolgens aan Facebook doorgeven;
  • via producten die je offline betaalt met bijvoorbeeld een creditcard. Facebook koopt zulke gegevens op bij bedrijven en koppelt ze vervolgens aan betaalkaarten die binnen Facebook bekend zijn;
  • via advertenties waarop je hebt geklikt en waaruit je interesses blijken

 

Facebook-cookies

Dit is geen uitputtende lijst. Soms bezoek je internetpagina’s buiten Facebook waaraan een Facebook-cookie blijkt gekoppeld, ook als je geen Facebook-account hebt. Ook dan kunnen gegevens over websitebezoek worden doorgegeven.

Instagram (waarvan Facebook eigenaar is) regelt dat het toegang heeft tot de microfoon op je iPhone. Kennelijk luistert Instagram mee met wat je afspeelt op de iPhone, maar onduidelijk is wat dan precies wordt doorgegeven. Je kan de toegang tot de microfoon overigens eenvoudig afsluiten.

Met de Google Chrome plugin Disconnect kan je inzicht krijgen in welke tracking cookies in je browser zitten en ze desgewenst deactiveren.

In mei 2018 gaat veel veranderen. Dan gaan de nieuwe privacyregels van de GDPR in. Bedrijven zijn dan verplicht te laten zien welke gegevens ze verzamelen en moeten daarvoor per keer toestemming vragen.

 

Friday, 30 March 2018 | Written by Ralph Rozema

Apps luisteren mee op je smartphone

Er zijn al honderden apps die meeluisteren op je smartphone en dat gaat steeds verder. Voor de goede orde: ze luisteren geen gesprekken af, maar horen wel wat je afspeelt, ze weten naar welke films je gaat en ze weten op welke plek je je bevindt. Zulke gegevens worden doorverkocht aan bedrijven die daardoor gerichter advertenties kunnen plaatsen.

 
Al lange tijd zijn er geruchten dat techbedrijven persoonlijke gesprekken afluisteren, maar dat is nooit bewezen. Maar inmiddels is duidelijk dat veel apps wel degelijk meeluisteren met wat je afspeelt. Door akkoord te gaan met de voorwaarden van de app, stem je er mee in. The New York Times bracht het als eerste naar buiten en er is veel ophef over.

 
Startup Alphonso luistert graag met je mee
Het gaat nu nog vooral om game apps in het Engels, waar extra software bij zit die de microfoon van je smartphone afluistert, ook als de game niet wordt gespeeld. Het bedrijf dat de software levert is een startup in Silicon Valley met de naam Alphonso. De software herkent bijvoorbeeld filmfragmenten die mensen afspelen en die iets zeggen over hun interesses en lifestyle. Bedrijven kunnen zo advertenties tonen die daarop zijn afgestemd. Ook luistert het programma naar commercials die gebruikers afspelen. Die informatie kunnen bedrijven gebruiken bij een retargeting campaign waarbij bepaalde advertenties opnieuw worden getoond of juist nog meer toegespitst op de karakteristieken van de gebruiker.

 
Het nieuws is voeding voor allerlei samenzweringstheorieën dat techbedrijven ons massaal afluisteren. Zo zou Facebook persoonlijke gesprekken afluisteren om ads gericht te kunnen plaatsen. Facebook heeft dat altijd ontkend. Vraagtekens zijn er ook bij de slimme assistent van Amazon aan wie je mondeling opdrachten geeft, maar die ook intieme gesprekken in de huiskamer zou kunnen opnemen en doorgeven.

 
Jonge startups die in je huiskamer komen
Alphonso is een stap in die richting, al benadrukt het bedrijf zelf dat dat juist niet het geval is. Het bedrijf past in een trend van jonge startups die met nieuwe technologieën je woonkamer binnenkomen op zoek naar informatie die interessant is voor marketeers. Alphonso, opgericht in 2013, werkte aanvankelijk samen met apps om geld te verdienen met advertenties bij second-screen viewing (naast tv). Kijkers begonnen tijdens een advertentieblok op tv steeds vaker de smartphone aan te zetten en daar speelde het bedrijf op in. Alphonso presenteert zich nu als databedrijf voor tv, maar dan op alle platforms waar tv wordt uitgezonden, dus ook de smartphone. Dat gaat veel verder dan kijkcijfers alleen. De kijkinformatie is verbonden met IP-adressen en die kunnen via andere databedrijven weer worden gekoppeld aan karakteristieken als leeftijd, gender en zelfs inkomen (ze worden niet gekoppeld aan naam of adres). Zulke gegevens zijn een goudmijn voor bedrijven die advertenties bijvoorbeeld op leeftijd willen afstemmen. Dat is in het belang van de consument, vinden adverteerders. Maar veel consumenten vinden zulke dataverzameling een onaanvaardbare aantasting van de privacy, vandaar de ophef. Alphonso heeft tot nu toe veel succes. Veel grote bedrijven gaan met hen in zee, omdat de resultaten van de reclamecampagnes veel beter zijn dan normaal.

 
App stuurt fingerprint naar Alphonso
Opvallend is dat veel apps die kijkgegevens registreren dat voor hun functie helemaal niet nodig hebben. Vaak gaat het om games en in sommige gevallen zijn ze op kinderen gericht. De apps hebben namen als ‘Pool 3D’, ‘Beer Pong: Trickshot’ of ‘Honey Quest’ met animaties van Jumbo, de beer. Maar ondertussen houden zulke apps dus bij wat een gebruiker verder bekijkt, ook als de game niet wordt gespeeld. Daartoe wordt de microfoon van de smartphone afgeluisterd. De apps pikken via de microfoon fragmenten op en die worden vergeleken met fragmenten die Alphonso in huis heeft. Speel je de trailer van een nieuwe speelfilm af, dan ontstaat een match, omdat Alphonso dat fragment ook in zijn databank heeft en het herkent. Het geluidsfragment zelf wordt niet verstuurd, wel een zogenoemde ‘fingerprint’. Zo weet Alphonso dat deze gebruiker interesse heeft in deze film. „Is er geen match, dan wordt het geluidsfragment van de smartphone ook niet bewaard,” zegt CEO Ashish Chordia van Alphonso tegen marketingmagazine Mediapost.

 
Voorwaarden moeilijk te doorgronden
De ophef gaat er vooral over dat de apps niet helder zijn over wat ze verzamelen. De makers weten dat consumenten voorwaarden nauwelijks meer lezen en bijna blindelings akkoord gaan. De voorwaarden zijn vaak ook moeilijk te doorgronden. Lees wat er bij de app ‘Pool 3D’ staat: ‘Audiofragmenten verlaten je apparaat niet, maar worden vertaald in digitale audiohandtekeningen’. Hoe raadselachtig kan je zijn. „Hier staat niet dat de app gebruikers volgt bij alles wat zij bekijken,” zegt Justin Brookman, directeur van een consumentenplatform. CEO Chordia van Alphonso is het daar niet mee eens: „Wij vertellen dat de app de microfoon gebruikt en naar de tv luistert (…) de consument weet precies waar hij aan toe is.”

 
Een eerdere zaak in de VS belandde bij de rechter. Het bedrijf Vizio kwam tot een schikking en betaalde ruim twee miljoen dollar, omdat het op een vergelijkbare manier kijkcijfers verkocht zónder toestemming van gebruikers. Bij Alphonso geven mensen wel toestemming, al hebben de meesten daarvan geen idee. In Nederland verzamelt de Stichting Kijkonderzoek gegevens over kijkcijfers op de smartphone, maar die worden niet gekoppeld aan een gebruiker. Voor zover bekend gebeurt dat in Nederland ook niet door commerciële partijen. De aanpak in Silicon Valley is nog nieuw, maar als het succes groeit, zal het zich verder verspreiden. Steeds meer apps verkopen ook locaties aan adverteerders, meldt The Wall Street Journal. Je krijgt dan advertenties te zien van winkels in de buurt. De gebruiker moet de app wel toegang geven tot de locatie, maar als je dat niet doet, werkt zo’n app meestal niet.

 
Check of een app je microfoon gebruikt
TechCruch vindt dat gebruikers alert moeten zijn bij het installeren van apps. De voorwaarden kunnen zelfs tegen de regels van een bepaald land zijn. Check de permissies die je aan een app moet geven, helemaal als het om toegang gaat tot iets wat de app zelf niet nodig heeft, zoals toegang tot je microfoon bij het spelen van een game.

Je kan eenvoudig checken of een app toegang tot je microfoon heeft. Op een iOS-apparaat: ga naar Instellingen, Privacy, Microfoon. Op een Android-apparaat: ga naar Apps & notifications, App permissions, Microfo  on. Want of je nu wel of geen bezwaar hebt, je kan het maar beter in eigen hand houden.
Monday, 26 March 2018 | Written by Ralph Rozema

Social content: we delen de helft minder dan in 2015

We delen content steeds minder op social media. En dat gaat hard, al zijn er uitzonderingen op de trend. Uitgevers die content van hoge kwaliteit brengen, doen het goed, zo blijkt uit onderzoek van Buzzsumo. Op Facebook wordt steeds minder gedeeld door veranderingen in het algoritme, terwijl sharing op LinkedIn in de lift zit.

 
De afgelopen drie jaar zijn we op social media de helft minder gaan delen, zo blijkt uit het onderzoek van Buzzsumo. De conclusie is niet fijn voor contentmarketeers: je kan de prachtigste content maken, maar als mensen het niet meer met elkaar delen, heb je weinig impact. Contentmarketeers waarschuwen dat social sharing omlaagschiet, schrijft Forbes. Ook sites als MarketingProfs en Indivigital pakken er flink mee uit.

 
Competitie bij content neemt toe
In 2015 was het nog acht keer, nu wordt een artikel op social media gemiddeld vier keer gedeeld. De onderzoekers noemen daarvoor een aantal oorzaken:
  • de wereld is nog meer verzadigd geraakt met content. Er is meer competitie tussen uitgevers, artikelen worden door minder mensen gezien en dus minder gedeeld;
  • we delen op andere manieren, vooral meer via e-mail en dat gaat ten koste van het delen via social media;
  • en tenslotte heeft Facebook zijn algoritmen aangepast waardoor content veel minder snel viraal gaat en dus minder wordt gedeeld.
 
The winner takes it all
Er zijn ook winnaars. De onderzoekers zien dat sites die autoriteit hebben en kwalitatief goede content leveren erop vooruitgaan. The winner takes it all, schrijft Buzzsumo. Winnaars zijn bladen als The Economist en The New York Times.

Sites die misleidende clickbait-koppen gebruiken en content van slechte kwaliteit leveren, hebben het flink te verduren. Zo krijgt BuzzFeed harde klappen. Het loont dus te investeren in kwaliteitscontent waarmee uitgevers en merken zich kunnen onderscheiden.

 
238 artikelen per uur over de bitcoin
De toenemende contentberg of contentshock maakt ook dat er minder wordt gedeeld. Content shock - het begrip is bedacht door marketingstrateeg Mark Schaefer - wil kortweg zeggen dat er meer content is dan we met z’n allen kunnen consumeren. Vooral als een onderwerp populair is, verschijnt soms een tsunami aan artikelen. Neem de bitcoin. Eind 2017 verschenen over de bitcoin 40.000 artikelen per week in de Engelstalige wereld; dat zijn 238 artikelen per uur. Ook veel mediabureaus doen mee zodra een onderwerp in de mode is. Maar dat heeft dus niet zoveel zin. Het is dan praktisch onmogelijk om op te vallen en dat zie je in de cijfers terug.

 
Minder traffic via links op social media
Een opvallende trend is dat steeds minder gebruikers via social media op websites van uitgevers terechtkomen. Dat zogeheten referral social traffic neemt snel af, zo blijkt uit onderzoeken van Parse.ly en Shareaholic. Van 2014 tot 2017 was er een toename in traffic afkomstig van social media. Marketeers legden daarom steeds meer focus op social, vooral Facebook, soms ten koste van SEO. Het was een sleutelmoment dat social media belangrijker werden dan Google bij het sturen van gebruikers naar websites. Die trend is in 2017 gekeerd. Google stuurt nu twee keer zoveel traffic naar websites van uitgevers dan social media. De gegevens van Parse.ly zijn gebaseerd op onderzoek onder 2500 uitgevers; Shareaholic bevestigt de trend. De achteruitgang bij social wordt grotendeels toegeschreven aan de daling bij Facebook.

 
Eigen websites scoren goed
De manieren waarop we content vinden, zijn ook veranderd, zo blijkt uit een ander onderzoek van Hubspot. Naast zoekmachines en Facebook komen mensen steeds vaker op andere manieren op een site. Opvallend: steeds meer gebruikers gaan rechtstreeks naar websites van uitgevers (41 procent van de ondervraagden noemt dat). Het gebeurt ook via berichten op de smartphone (29 procent) en email nieuwsbrieven (27 procent). Het goede nieuws voor marketeers is dat zowel de eigen website als nieuwsbrieven hoog scoren. Het heeft dus zin content in nieuwsbrieven en op de site te brengen, waarbij goede SEO het succes verder kan verhogen.

 
Nieuwe algoritmen van Facebook hakken erin
De afname is het sterkst merkbaar op Facebook. In de zomer van 2017 introduceerde Facebook nieuwe algoritmen om clickbait-koppen aan te pakken, die massaal werden gedeeld. Zulke koppen houden informatie achter of zijn overdreven verleidend (‘Hoe een kind zijn school verliet en je raadt nooit wat er toen gebeurde…’). Dat soort koppen haalden in het verleden miljoenen hits op Facebook, maar zijn nu nauwelijks meer te zien. Hetzelfde geldt voor de zogenoemde listicles die veel werden gedeeld (‘De 25 schattigste katten in de wereld’). Zulke lijstjes doen het niet meer goed op Facebook. Daarnaast geeft Facebook sinds kort minder ruimte aan magazines en merken. Content van merken en uitgevers verschijnt minder prominent in de timeline en wordt daardoor minder gedeeld.

 
Groei van sharing op LinkedIn
LinkedIn is een positieve uitzondering. De netwerksite liet eerder al aan Digiday weten dat de likes en shares elk jaar tot 60 procent toenemen. Uit onderzoek van Buzzsumo blijkt dat content van uitgevers en B2B-bedrijven op LinkedIn steeds meer wordt gedeeld. Zo krijgt zakenblad Forbes minder aandacht op Twitter, terwijl de shares op LinkedIn flink in de lift zitten.

 
Evergreen content meest gedeeld
Je zou misschien denken dat gebruikers nieuws meteen delen, maar de trend is juist dat dat gebeurt met tijdloze verhalen of evergreen content. Die krijgen ook de meeste links. Schrijf je verhalen dus los van de actualiteit is het devies, zodat ze waardevol blijven. Goed scorende verhalen gaan bijvoorbeeld over onderzoek, geven een overzicht (‘dit kunnen de gevolgen van de Brexit zijn’) of zijn long reads (kwaliteitsverhalen die langer blijven hangen). Zijn er toch ontwikkelingen, dan is het goed zulke verhalen te updaten, waarna gebruikers ze opnieuw kunnen delen. Zulke content is voor anderen interessant om naar te linken, waardoor je een hogere ranking krijgt binnen zoekmachines.

 
Lessen voor marketeers
Buzzsumo komt met een aantal aanbevelingen voor marketeers, waarvan dit de opvallendste zijn:
  • Ga geen shares najagen met spectaculaire koppen. Wees oprecht in wat je brengt, dat levert je uiteindelijk meer op;
  • Focus op specifieke sub-topics waarin je uniek bent. Het goede nieuws is: nieuwe onderwerpen en sub-topics werpen zich altijd op. Het gaat erom ze snel te herkennnen en daarin autoriteit op te bouwen;
  • Onderscheid je met content van hoge kwaliteit (en investeer daar ook in). Mensen willen alleen de beste content delen.
Friday, 16 March 2018 | Written by Ralph Rozema

Be Candid,
it’s contagious.

Candidness is the quality of speaking with
honesty and authenticity. Our Candid editorial
team shares stories that matter on media, data,
marketing, creativeness and technology.

Our Candid editorial team
creates stories that matter.