Candid. Platform
for growth.

Hoe CEO Pichai Google de toekomst in leidt

Pas toen hij twaalf was kreeg het gezin in het Indiase Chennai voor het eerst telefoon. Tegenwoordig is de 44-jarige Sundar Pichai CEO van Google. Hij is de man achter de succesvolle lancering van Google Chrome en de nieuwe toekomstvisie met Google Brain. Hij geldt als bescheiden en onopvallend, maar deze week stapt hij naar voren om hard uit te halen tegen de anti-immigratieregels van president Trump.

 
Sundar Pichai is zelden groot in het nieuws, maar dat verandert als hij deze week in een intern memo een felle aanval doet op Trump. „We zijn bezorgd over de gevolgen voor Googlers en hun families (...) en over barrières om groot talent naar de VS te brengen.” Bloomberg en Mashable maken er onder meer melding van. Pichai besluit om twee miljoen dollar vrij te maken voor organisaties die strijden tegen het anti-immigratiebesluit. Bij het kantoor van Google gaan duizenden werknemers de straat op om te demonstreren tegen Trump. CEO Pichai spreekt hen vol overtuiging toe.

 
Passie voor techniek maakt hem miljonair 
Hij groeit op in de Zuid-Indiase miljoenenstad Chennai. Zijn vader is ingenieur bij een elektriciteitsbedrijf van wie hij zijn passie voor techniek meekrijgt. Hij krijgt de kans om te studeren, eerst in India, daarna aan Stanford University in Californië. Hij werkt enige tijd bij ingenieursbureau McKinsey, waarna hij in 2004 bij Google terecht komt.

„Als kleine jongen was hij al nieuwsgierig naar mijn werk,” vertelt zijn vader aan Bloomberg. „Hij werd aangetrokken door technologie.” Het gezin van vier had het niet breed. Ze hadden een huis met twee kamers. Sundar en zijn jongere broer sliepen in de woonkamer. Ze hadden geen auto, maar alleen een scooter waarvan de vier familieleden afwisselend gebruik maakten. Toen Sundar klaar was met zijn technische opleiding in India, vertrok naar hij naar Stanford met een vliegticket dat meer kostte dan het maandsalaris van zijn vader. Nu verdient hij zelf miljoenen en geldt hij als best betaalde CEO in de Verenigde Staten.

 
Aan de wieg van Google Chrome   
Hij werkt eerst aan de Google Toolbar (de balk binnen Internet Explorer of Firefox waarmee je de Google zoekmachine kan gebruiken) en komt dan met het idee om een eigen browser voor Google te ontwerpen. Daar moet toenmalig CEO Eric Schmidt weinig van hebben. Maar Pichai zet door en krijgt steun van Google’s medeoprichters Larry Page en Sergey Brin. Zijn grote moment komt met de lancering van Google Chrome, die uiteindelijk browser nummer 1 in de wereld wordt. Google Chrome maakt ook de weg vrij voor nieuwe producten als Chrome OS en de Chromebooks.

Pichai krijgt de supervisie erbij over Android, het besturingssysteem voor smartphones. De creator van Android, Andy Rubin, wordt op een zijspoor gezet. Rubin wordt verweten dat hij Android te weinig integreert met de rest van het bedrijf. Pichai weet daar wel in te slagen. Hij kent ook de weg op Aziatische markten als India en China, waar de smartphones met Android een opmars maken. In 2015 wordt hij CEO van Google en dan ook verantwoordelijk voor de afdelingen die gaan over de zoekmachine, online advertising en de videosite Youtube.

 
Pichai denkt groots  
Pichai is anders dan andere techneuten. Hij heeft een open houding, loopt met een glimlach door het bedrijf. Hij is gefascineerd hoe hij grote dingen voor elkaar kan krijgen. „Hij houdt van grote schaal. Ik herinner me hoe hij zijn plan verdedigde om Internet Explorer als browser van de eerste plaats te halen,” zegt Google’s voormalige hoofd speciale initiatieven Christopher Sacca in The Guardian. „Sundar heeft het talent om producten te maken die technisch excellent zijn en ook nog gemakkelijk in gebruik. Hij houdt ervan groots in te zetten,” voegt medeoprichter van Google Larry Page toe.

 
Met Google Brain de toekomst in 
In zijn toekomstvisie verlegt Pichai het accent. Tot voor kort was het devies bij Google ‘mobile first’, maar dat wordt steeds meer ‘A.I. first’. A.I. staat voor artificial intelligence of kunstmatige intelligentie. Het Google Brain Team is al ver met zelflerende computers. Niet computers van bovenaf voorschotelen hoe ze moeten werken, maar ze zelf laten denken, vergelijkbaar met zoals onze hersenen dat doen. Het team heeft door tientallen computers te verbinden daar een model van gemaakt, zoals The New York Times Magazine beschrijft. Het zijn nog lang geen menselijke hersenen, maar het is een belangrijke stap.

De inzet op kunstmatige intelligentie is bijvoorbeeld te merken bij Google Translate, waarbij vertalingen in een aantal talen al verrassend nauwkeurig zijn geworden. Geen houterige zinnen meer, maar natuurlijke zinnen zoals we die in een gesprek gebruiken. Tot dusver gebeurt dat in zo’n acht talen, Nederlands zit daar overigens nog niet bij.

 
Sterrenstatus in India 
Begin 2017 is Sundar Pichai opnieuw in India. Hij bezoekt zijn opleiding waar het allemaal begon: het Indian Institute of Technologie Kharagpur. Het is voor het eerst sinds zijn afstuderen in 1993 dat hij er weer is. Hij bezoekt zijn oude studentenhuis. „Het is een badge of honour,” zegt computerstudent Shashank tegen Quartz, „dat dit ooit Sundar’s hostel is geweest.”

In de middag komen 3.500 studenten bijeen in het openluchttheater. Pinchai vertelt over zijn studententijd, over kunstmatige intelligentie en machine learning die de nieuwe golf in computer science gaan vormen. De duizenden studenten hangen aan zijn lippen. Met zijn status als rockster is het nauwelijks voor te stellen hoe hij vroeger op een scootertje kwam aangereden. Hij heeft ook nog een paar adviezen voor de studenten. „Tegenslagen zijn niet belangrijk, want je maakt een lange reis.” En vooral: „Blijf je passies volgen.”
Thursday, 02 February 2017 | Written by Ralph Rozema

Y Combinator: de startupschool achter Airbnb en Dropbox

Een stelletje ontregelde hackers richtten in 2005 in Californië een school op voor startups: Y Combinator. De aangenomen bedrijfjes krijgen elk ruim een ton om investeringen te doen en worden intensief begeleid. Het is het ongekende succes achter grote namen als Airbnb en Dropbox. Zonder Y Combinator had Airbnb waarschijnlijk niet eens meer bestaan.

 
Twee keer per jaar selecteert Y Combinator in het hart van Silicon Valley uit tal van aanvragen zo’n honderd beginnende startups. Die krijgen elk 120.000 dollar om te investeren en draaien drie maanden mee in een intensief programma. De jonge ondernemers leren vooral veel van elkaar. De belangrijkste voorwaarde: de deelnemers – of ze nu uit de VS, Europa of elders vandaan komen – moeten drie maanden in Silicon Valley komen wonen.

 
Demo Day met investeerders
Gedurende deze tijd verfijnen ze hun techproduct, leggen contact met klanten en leren hun product pitchen. De cursus komt op een hoogtepunt op Demo Day als de oprichters hun product presenteren voor een gehoor van meer dan honderd investeerders.

In Silicon Valley geldt niet elk nieuw bedrijf als een startup. Geen startup is bijvoorbeeld een bedrijfje dat anderen helpt om een website te bouwen. Wel tot de categorie startup behoort een bedrijf dat software verkoopt waarmee iedereen zelf een website kan bouwen. Een startup heeft de potentie wereldwijd klanten te bedienen en kan in een paar jaar uitgroeien tot een miljardenbedrijf.

 
Achtergrond als hackers
De oprichters van Y Combinator zijn hackers. Dat moet je vooral positief zien: programmeurs die zo goed zijn dat ze op belangrijke sites kunnen inbreken. Medeoprichter Robert Morris werd overigens ooit veroordeeld toen hij met zijn Morris-worm onbedoeld een deel van het internet platlegde. De drijvende kracht achter Y Combinator is Paul Graham, die de startups onvermoeibaar van adviezen voorziet. Hij schrijft ook essays die in 2015 alleen al ruim 30 miljoen keer werden aangeklikt.

De gemiddelde leeftijd van de deelnemers ligt zo rond de 25 jaar. „Ze moeten volwassen genoeg zijn om verantwoordelijkheid te nemen, maar het liefst ongebonden zijn,” zegt Graham in het boek The Launchpad. ,,Wie een startup wil, moet er volledig voor gaan. Er is geen ruimte voor iets anders.”

Auteur Randall Stross beschrijft in The Launchpad hoe Y Combinator kandidaten selecteert, de tegenslagen die ze in drie maanden te verwerken krijgen, en de uiteindelijke afsluiting op Demo Day. Niet alle plannen halen het. Sommige veelbelovende deelnemers worden aangenomen met een slecht plan en moeten tijdens de drie maanden met een beter idee komen. Graham kan keihard zijn in zijn oordeel, het is soms huiveren voor de deelnemers. Maar succes is er ook als ze met een goed plan grote investeringen binnenhalen.

 
Cruciale hulp maakt broers miljardair 
Patrick Collison van betalingsdienst Stripe twijfelt of zijn bedrijf het zou hebben gered zonder Y Combinator. „Je eerste klanten werven, kiezen wie je in dienst neemt, deals sluiten met banken en fondsen werven. De partners van Y Combinator waren daar nauw bij betrokken en gaven cruciale hulp,” zegt Collison. Hij en zijn broer John (medeoprichter) zijn inmiddels beiden miljardair.

Airbnb had aanvankelijk moeite om investeerders te vinden. Weinigen zagen iets in het idee om privéhuizen tijdelijk te verhuren. Dat veranderde toen CEO Brian Chesky en twee medeoprichters van in de twintig meededen met het programma van Y Combinator. Al snel haalden ze zo’n zeven miljoen dollar binnen. Drie jaar later volgde nog eens ruim honderd miljoen van bekende investeerders als Andreessen Horrowitz.

 
Mark Zuckerberg komt langs
Tijdens de drie maanden werken de deelnemers vooral in hun appartement aan hun startup. Programmeren, de app testen en optimaliseren. Potentiële klanten benaderen, kijken wat wel en niet werkt. Eén keer per week is er gezamenlijke maaltijd in het kantoor in Mountain View, waarbij ondernemers als Mark Zuckerberg een presentatie geven. Maar de deelnemers praten vooral onderling. Daarnaast hebben ze individuele sessies met de experts van Y Combinator. Wat werkt wel en niet, hoeveel opbrengsten zijn er al, wie neem je aan als personneel, hoe gaat het benaderen van investeerders? De aanpak laat zien waarom buiten Silicon Valley startups moeilijk van de grond  komen: je hebt voorbeelden nodig in je naaste omgeving.

 
Silicon Valley-droom komt uit
Soms moet je een radicale stap zetten en komt een droom uit. De 23-jarige Haisha Chen uit Shanghai studeerde aan de University of Chicago. Tot grote schrik van zijn ouders kochten hij en zijn vriend Guo uit Hongkong een enkeltje San Francisco. De kosten voor hun appartement daar liepen snel op. Maar na vier maanden kregen ze een telefoontje van Y Combinator, die honderdduizend dollar bood in ruil voor 7 procent aandeel in hun beginnende startup, zoals The New York Times Magazine beschrijft. Hun startup Strikingly ontwerpt software waarmee je snel een mobiele website kan maken. Ze verhuisden meteen naar Mountain View. „Ik werd emotioneel geraakt door alle bekende bedrijven die er zitten, zegt Guo. „Ik had er als kind van gehoord. Ik had meteen het gevoel: hier hoor ik thuis.”

Y Combinator (de oorspronkelijke betekenis is een computerprogramma dat andere programma’s aanstuurt) heeft inmiddels concurrentie. In Boulder (Colorado) zit Techstars dat een vergelijkbaar programma aanbiedt. Voor Y Combinator is de concurrentie voorlopig geen probleem. „Het is goed voor de jonge ondernemers,” zegt Graham. „Als wij een fout maken en een goede startup afwijzen, hebben ze elders nog een kans.”

 
Te veel macht
Kritiek is er ook op de programma’s, want door de hoge investeringen zouden de jonge startup ondernemers veel te veel macht krijgen. Investeerders worden steeds meer naar hippe startups getrokken ten koste van andere bedrijven. Ook Y Combinator stimuleert dat. Graham zit er niet mee. Het is zijn business en als die floreert gaat het ook met hem goed.

Graham heeft nog wel een boodschap voor diegenen die een startup willen beginnen. „Negentig procent faalt de eerste keer. Probeer meerdere startups uit, daar leer je van, daarna kan je verder.”
Wednesday, 25 January 2017 | Written by Ralph Rozema

Kan Trump Twitter redden?

Het slechtlopende Twitter maakt furore dankzij Trump. Trump heeft Twitter weer great gemaakt. Een tweetje van Trump over een bedrijf en de aandelen stijgen of dalen. Wie wil niet in een tweet over Trumps plannen horen? Maar of Trump Twitter van de ondergang kan redden is nog maar de vraag.

 
Mark Zuckerberg van Facebook was er snel bij om commentaar te geven op de nieuwe rol van Twitter: “Een clownsauto die in een goudmijn is gevallen.”
De cijfers spreken voor zich. In minder dan vier jaar tijd ziet Trump zijn aantal volgers toenemen van twee naar negentien miljoen. Zijn uitlatingen (met het terugkerende ‘tremendous’, ‘crooked’ en ‘very unfair’) hebben grote impact. De naam Trump werd in december zo’n 40 miljoen keer op Twitter gemeld, tien keer zo vaak als de hele Kardashian-clan bij elkaar, zoals newssite Buzzfeed opmerkt.

 
Marketingdroom
Het moet een marketingsdroom voor Twitter zijn geweest. Geen dag gaat voorbij of tv-zenders, kranten en websites nemen de uitlatingen over met verwijzing naar de @realDonaldTrump-account op Twitter.  Trump heeft een wat dubbele relatie met het medium achter de 140 tekens, dat tot dusver zijn belangrijkste spreekbuis is gebleken. In december nodigde hij de top van de social media uit in zijn Trump Tower in New York, maar Jack Dorsey van Twitter was daar niet bij. Zogenaamd  omdat er geen plaats voor hem was.

 
Trump boos op topman Dorsey
Trump wilde tijdens zijn campagne dat Twitter een #CrookedHillary emoji aanmaakte, maar Dorsey weigerde dat, omdat hij vindt dat Twitter geen politieke keuzes moet maken. Sindsdien botert het niet meer tussen Dorsey en Trump.

Twitter kampte vorig jaar met problemen. Het bedrijf had moeite nieuwe gebruikers aan te trekken en de inkomstengroei nam af. Bovendien verliet een aantal topmensen het bedrijf. Er waren geruchten dat Disney Twitter zou overnemen, maar er volgde geen doorbraak. Nu zou Twitter kunnen profiteren van de opkomst van zijn belangrijkste gebruiker. „Trump is het beste dat Twitter ooit is overkomen,” zeggen analisten. Het is een onbetaalbare steun die het social medium krijgt. Maar de vraag is of het bedrijf in staat is dat om te zetten in zakelijk succes.

 
Twitter mist effectieve marketing
Critici wijzen op het gebrek aan effectieve marketing. Aanvankelijk ging Twitter veel over kleine dagelijkse beslommeringen. Steeds vaker is Twitter de eerste bron voor breaking news. Niet alleen Trump, ook andere politici en topmensen van bedrijven gebruiken het medium om nieuws te melden. Zoals een analist in The Guardian zegt: „De werkelijke waarde van Twitter is de functie van breaking news source. Niet alle gebruikers hoeven zelf te posten. Ze kunnen nieuwsbronnen en celebrities volgen. Die waarde heeft het bedrijf nooit duidelijk gemaakt.”Trump is overigens niet alleen positief over Twitter. Zijn aanwezigheid leidt tot steeds meer agressieve reacties uit diverse politieke hoeken. Zulke uitingen leiden er weer toe dat andere volgers Twitter verlaten.

 
Trump in het Witte Huis
Binnenkort krijgt Trump de beschikking over de officiële @POTUS-twitteraccount van het Witte Huis. POTUS staat voor ‘President of the United States’. Het is nog even afwachten hoe de president daarmee zal omgaan. Gaat hij zich presidentieel gedragen of blijft hij de man die impulsief reageert op alles wat hem niet gezind is. Voorlopig hoeven ze bij Twitter over belangstelling niet te klagen.

Trump geldt als de machtistigte man ter wereld. Hoewel? Wat zou er gebeuren als Jack Dorsey de accounts van Trump en het Witte Huis eenvoudig sluit? En Trump zijn belangrijkste communicatiekanaal in één keer kwijt raakt?  Het zou een kleine revolutie veroorzaken. Maar het is de vraag of Dorsey ooit zo ver zal durven gaan.
Thursday, 19 January 2017 | Written by Ralph Rozema

Peter Thiel, kleurrijk ‘tech-man’ in het Trumpteam

Van Google tot Twitter: de CEO’s van techbedrijven in Silicon Valley moeten weinig hebben van Donald Trump. Maar er is één grote uitzondering: miljardair Peter Thiel, oprichter van PayPal en bestuurslid van Facebook. Hij zit in het overgangsteam van Trump. Wie is Thiel, wat wil hij en welke toekomst ziet hij voor de tech startups?

 
Half december zindert het van opwinding in de Trump Tower in hartje New York. Aanstaand president Donald Trump krijgt de topmensen van de grote techbedrijven op bezoek. Om de beurt nemen ze de met goud afgewerkte lift naar de 25ste verdieping: Jeff Bezos van Amazon, Timothy Cook van Apple, Elon Musk van Tesla, Sheryl Sandberg van Facebook,  Larry Page en Eric Smidt van Alphabet, het moederbedrijf van Google. Ze hebben grote twijfels geuit over Trump, maar zijn gekomen. Trump zit aan tafel naast Peter Thiel, de tech-man in zijn overgangsteam.

Trump laat zich van zijn sympathieke kant zien. „Dit is werkelijk een geweldige groep mensen; er is niemand zoals jullie in de wereld. Wij zullen alles doen om jullie te helpen, we zullen er voor jullie zijn.” De bijeenkomst, beschreven in The New York Times, duurt anderhalf uur, langer dan gepland.

iPhones uit China of de VS?
De campagnetaal is verdwenen. Had Trump niet gedreigd dat Apple al z’n iPhones in de VS moest maken in plaats van in China en dat hij de macht van Amazon zou breken? Zulke uitlatingen hebben de relatie tussen Trump en Silicon Valley op scherp gezet.

Verbazingwekkender nog is de rol van techmiljardair Peter Thiel in het overgangsteam. Terwijl heel Silicon Valley afstand neemt van de presidentskandidaat, doneert Thiel aan de Trump-campagne ruim een ton en spreekt hij op de Republikeinse conventie. Thiel is libertarian, een voorstander van vergaand kapitalisme en open grenzen; Trump wil de grenzen juist sluiten. Maar Thiel deelt met Trump zijn afkeer voor politieke correctheid.

 
PayPal mafia
Peter Thiel is medeoprichter van betalingsdienst PayPal. De oprichters staan tegenwoordig bekend als de ‘PayPal mafia’ met bekende namen als Elon Musk (nu van SpaceX en Tesla) en Reid Hoffman (van LinkedIn). De groep slaat een grote slag als ze na een paar jaar PayPal voor anderhalf miljard dollar verkopen aan eBay. Thiel gebruikt zijn geld om te investeren in talrijke startups. Als een van de eersten steekt hij geld in Facebook en komt in het bestuur. Het maakt hem een van de rijkste en invloedrijkste mensen in Silicon Valley. Op de achtergrond, dat wel. In de speelfilm The Social Netwerk over Facebook komt de acteur die Peter Thiel speelt net een halve minuut in beeld.


Beurzen voor startups
Op de conventie van de Republikeinen afgelopen zomer is Thiel een vreemde eend in de bijt. Hij is homo en voorstander om marihuana te legaliseren, waar de Republikeinen weinig mee op hebben, zoals Bloomberg vaststelt. Thiel is tegen onderwijs aan universiteiten, die erop gericht zouden zijn om iedereen hetzelfde te leren. Hij heeft een eigen beursprogramma opgezet voor studenten die willen stoppen met hun studie om een startup te beginnen. Hij staat bekend om zijn soms wereldvreemde standpunten. In een essay keert hij zich tegen vrouwenkiesrecht, omdat onder vrouwen kapitalisme minder zou gedijen. En hij gaat nog verder: democratie staat het floreren van kapitalisme in de weg. In Trump ziet hij iemand die de puinhopen van de democratie kan opruimen om ruim baan te geven aan kapitalisme.

Thiel wordt geboren in Frankfurt. Als hij één jaar oud is, verhuist het gezin naar Cleveland in de Verenigde Staten. Op jonge leeftijd ontpopt hij zich als een briljant schaker. Hij studeert aan Stanford University (hij maakt zijn studie wel af), werkt enige tijd als jurist, maar gaat uiteindelijk met PayPal aan de slag. Het aanvankelijke idee is om een nieuwe geldeenheid te introduceren waar overheden geen controle over hebben. In de praktijk wordt PayPal een betalingsdienst voor bestaande geldeenheden.

 
Drijvende steden buiten overheidsbereik
Thiel wil dat innovatie ruim baan krijgt en ziet de overheid als remmende factor. Daarom investeert hij in onderzoek naar Seasteading, het plan voor de aanleg van drijvende steden voor de kust. De eilanden moeten buiten de territoriale wateren liggen, zodat de overheid geen enkele regels kan stellen en ondernemingen kunnen bloeien. Maar het is de vraag of het utopia zonder regels er ooit zal komen. Thiel twijfelt er inmiddels zelf aan, zoals hij vertelt aan techsite Wired.
 
Thiel regelt ondergang van Gawker
Hij komt veelvuldig in de media, maar heeft daarmee een ambivalente relatie. In 2016 wordt bekend dat hij tien miljoen dollar heeft gestoken in de juridische strijd tegen de website Gawker, die society news en roddel bevat. Gawker schrijft op een blog dat Thiel homo is en publiceert artikelen over zijn vrienden. Als Gawker een sekstape van worstelaar Hulk Hogan op de site plaatst, komt Thiel met de miljoenen over de brug om hem juridisch te helpen. Een faillissement voor Gawker is onontkoombaar. Zo regelt Thiel dat. Hij benadrukt dat hij ook geld geeft aan een fonds voor goede journalistiek.

 
Liefde voor Startups
Zijn grote liefde zijn de startups in Californië. Hij gaat ze langs, praat met jonge ondernemers en steekt er miljoenen in. Ze moeten zich richten op uitvindingen die er toe doen. „We hoopten op vliegende auto’s, maar we kregen 140 tekens,” is een favoriete slogan van Thiel, waarmee hij Twitter een sneer geeft. Thiel investeert bijvoorbeeld veel in medische en biotech startups, gericht op dna-onderzoek en verlenging van het leven. Hij is erdoor gefascineerd en verwacht dat mensen 120 kunnen worden, schrijft techsite Mashable. Thiel hoopt via Trump meer ruimte te kunnen geven aan veelbelovende startups.

Bij Facebook zijn ze niet zo blij met de steun van Thiel voor Trump. Facebook wil open grenzen, wil goede werknemers uit de hele wereld kunnen halen en dus geen immigratiebeperkingen. CEO Mark Zuckerberg zoekt een tussenweg. „Natuurlijk is Facebook voorstander van diversiteit, we kunnen niet de helft van Amerika vanwege hun politieke voorkeur negeren,” laat hij weten. Er is nog veel onduidelijk over wat de gevolgen van Trump voor social media zullen zijn. Peter Thiel blijft vooralsnog in het bestuur van Facebook. Wellicht denkt Zuckerberg tactisch en blijkt Thiel de juiste link om invloed te houden op de aankomende president.

De bijeenkomst in de Trump Tower krijgt een vervolg. Het idee is om elk kwartaal met een kleine groep tech CEO’s bijeen te komen. Dat zal vooral gaan over technische beroepsopleidingen en immigratie. De techbedrijven opereren internationaal en willen werknemers uit het buitenland kunnen blijven aantrekken. Trump leek daar tijdens het overleg voor open te staan. ,,We willen slimme en talentvolle mensen in ons land,” zou hij hebben gezegd.

 
Thursday, 22 December 2016 | Written by Ralph Rozema

Waar eindigt het marketingsucces van Netflix?

Netflix-CEO Reed Hastings staat op een kruispunt. Want kan de streamingsdienst overleven in de wereld die het zelf heeft gecreëerd? Zullen tv-stations en filmmakers content blijven aanleveren nu Netflix zich steeds meer als directe concurrent ontpopt?  En kan Netflix rivalen als Amazon voorblijven?

 
 
Te midden van de glitter en glamour van het Venetian Hotel in Las Vegas oefent Reed Hastings zijn speech voor de CES, de grote consumentenelektronicashow iets verderop. Hastings kan zijn gehoor maar nauwelijks boeien. Dat gebeurt pas aan het slot, als de CEO bekendmaakt dat Netflix op dat moment wereldwijd gaat. In één klap 130 landen erbij. Je ziet Hastings groeien, de aanwezigen zijn gefascineerd.

Een verslaggever van The New York Times tekent de scène begin 2016 op. Het is de apotheose van jaren werk aan de uitbreiding. De afronding van het project brengt Hastings een zekere rust. „Toen wij in de DVD business begonnen, hadden we nog geen idee dat streaming onze toekomst zou zijn,” zegt hij. Ook was het moeilijk te voorspelen dat Netflix van lokaal naar wereldwijd zou gaan. En van het streamen van films van derden naar eigen, originele series. „Het zijn uitdagingen die we hebben waargemaakt.”

 
House of Cards, experimenteren was niet nodig
Vanaf 2011 voegt Netflix eigen content toe aan de streamingdienst. Van het politieke drama ‘House of Cards’ (2013) tot de hitserie ‘Stranger Things’ in 2016. Acteur Kevin Spacey die de hoofdrol speelt in ‘House of Cards’ herinnert zich hoe Netflix de makers benaderde: „Wij hebben onze data bekeken en weten dat ons publiek deze serie gaat volgen. Een pilot is niet nodig. Hoeveel afleveringen willen jullie maken?” Netflix heeft zulke intieme kennis van de kijkers, dat het niet nodig is eerst te experimenteren.

‘House of Cards’ is vanaf het begin een succes. Vijf maanden later volgt ‘Orange is the New Black’ met opnieuw goede kritieken. Het is een even wonderlijke als onwaarschijnlijke omslag: een techbedrijf op Sillicon Valley dat zich steeds meer ontpopt als wereldwijd televisienetwerk.

 
Wiskunde in Swaziland
CEO Reed Hastings beweegt zich in het hoofdkwartier in Los Gatos van hot naar her. Hij heeft geen eigen kamer. „Mijn kantoor is mijn telefoon,” zegt hij. Hastings groeit op in de buitenwijken van Boston. Als vrijwilliger geeft hij wiskundesles in Swaziland in Afrika. Hij studeert ICT aan Stanford University in Californië en gaat er nooit meer weg. Zijn achtergrond helpt hem om Netflix technisch perfect te maken. Sinds 2011 heeft Netflix een eigen content-delivery network met servers op meer dan duizend lokaties.

 
 
Netflix als grote concurrent
Media- en entertainmentbedrijven zien Netflix als een steeds grotere concurrent. Vooral tv-stations vrezen dat de originele content van Netflix wel eens de ondermijning kan zijn van hun eigen businessmodel. Hastings is niet onder de indruk. Hij denkt dat kijkers hoe dan ook overstappen op internet. De uitdaging is om meer kijkers aan te trekken. „De slag gaat om het winnen van de tijd van de consument,” zegt hij tegen Bloomberg.
Het zijn de consumenten die Netflix steeds weer naar een nieuw hoogtepunt leiden, simpelweg door tips voor films en series met anderen te delen. Netflix dringt geen abonnementen op, maar brengt de films, de spektakels, de series onder de aandacht. De abonnees komen dan bijna vanzelf.

 
Netflix AdAge Marketeer van 2016
Marketingsite AdAge roept Netflix uit tot marketeer van 2016. Niet omdat de marketing zo uitzonderlijk is, maar om het resultaat; dat mensen content eindeloos blijven delen. Het is indrukwekkend, schrijft AdAge, hoe Netflix met hetzelfde gemak kijkers weet te trekken voor een onbekende bovennatuurlijke thriller als voor een tv-serie. Netflix gedijt dankzij mond-op-mondreclame en slaagt erin content te maken die steeds opnieuw wordt gedeeld.

AdAge roemt CEO Reed Hastings om het gebruik van big data, waardoor Netflix weet wat individuele kijkers willen en filmtips op de persoon kan afstemmen. Het is goed doordacht en het werkt. Maar dat kan nog altijd beter. Bij beoordelingen op internet mist Netflix de magie die consumenten noemen over de playlists van Spotify. Sommigen vinden dat die playlists hun eigen voorkeuren beter kennen dan zijzelf. Zoiets lees je niet over Netflix.

 
Lessen in contentmarketing van Netflix
Het Amerikaanse contentbureau NewsCred vindt dat andere bedrijven wel wat kunnen leren van de marketing van Netflix:
1. Maak eigen, originele content. Met het aanbod van eigen producties kan Netflix concurreren met giganten als HBO.
2. Lever series niet per deel af, maar breng de hele serie in één keer. Zo bouw je een hechte relatie met je kijkers op en speel je in op mensen die een hele serie in één keer willen bekijken. Grote kans dat ze hun abonnement zullen verlengen.
3. Gebruik data om persoonlijke tips te geven. Voor de promotie van het tweede seizoen van ‘House of Cards’ lanceerde Netflix tien trailers, elk voor een ander deel van het publiek. Zo legde een trailer bedoeld voor vrouwen het accent op de vrouwelijke hoofdrolspelers. Liefhebbers van dramaseries kregen een trailer met accent op de verwikkelingen en schandalen van het seizoen.
4. Publiceer branded content. Netflix publiceert bijvoorbeeld in magazine Wired over hoe tv verandert door de technologie van streaming.

Amazon Prime
Ondertussen staan de concurrenten niet stil. Amazon kondigde deze maand aan de streamingsdienst Prime Video naar 200 landen uit te breiden. In Nederland heeft Netflix inmiddels vaste voet aan de grond, maar elders kan Amazon wellicht snel terrein winnen. En wat gaan de grote tv-netwerken doen: hun eigen netflixjes lanceren? De tv-netwerken en studios vragen al steeds hogere bedragen voor hun series, waardoor de kosten voor Netflix oplopen. „Netflix zit gevangen in een wapenrace die het zelf heeft uitgevonden,“ zegt analist Michael Pachter in The New York Times. Door de oplopende kosten moet Netflix voortdurend nieuwe abonnees krijgen om anderen voor te blijven.

 
Narcos en de kerstruzie
Het nieuwste succes van Netflix is ‘Narcos’, de serie over de vroegere Colombiaanse drugsbaron Pablo Escobar waarvan er inmiddels twee seizoenen zijn gemaakt. In het centrum van Madrid hangt een gigantische poster voor de serie met de tekst: ‘Oh, blanca Navidad’ (O, witte Kerst), een speelse verwijzing naar de kleur van cocaïne, zoals de krant El País meldt. De regering van Colombia is not amused over de verheerlijking van de man die zoveel geweld heeft gebracht en wil dat Netflix de poster verwijdert. De Colombianen hebben een punt, maar de ophef zorgt voor een wereldwijde publiciteitsgolf voor de serie. Op het kantoor van Netflix houden ze zich maar even op de achtergrond. Zo gaat ook deze keer de publiciteit bijna vanzelf.

 
Monday, 19 December 2016 | Written by Ralph Rozema

Pizzagate met Nederlands tintje

Het zingt nog steeds rond: Pizzagate, een complottheorie over een netwerk dat kinderen misbruikt onder leiding van Hillary Clinton. Onlangs liep een gewapende man de pizzeria in Washington binnen waar het allemaal zou gebeuren. Hij is gearresteerd. Veel meer mensen denken dat het pedonetwerk van de Democraten echt bestaat. Niet alleen in de VS, ook in Nederland.

 
Ook Nederlandse media schrijven over Pizzagate, zoals bijvoorbeeld het AD. Een bericht over het vermeende complot, over de gewapende Amerikaan die de pizzeria binnenloopt omdat hij het met eigen ogen zou willen vaststellen en over de arrestatie van deze man.

Maar het zijn de vooral reacties onder het artikel die de aandacht trekken. Lezers vinden het bestaan van het pedonetwerk aannemelijk. Alleen al de horrorkelders van een verlaten metrostation in de buurt spreken boekdelen. Die zouden terug te vinden zijn in ‘zieke kunst’ die Hillary’s campagneleider John Podesta aan de muur heeft hangen, ‘allemaal verwijzend naar pedofilie’.

Verder zoeken brengt je bijvoorbeeld naar de Nederlandse site xandernieuws. Het is een site die op het eerste gezicht oogt als een volwaardige nieuwsrubriek, maar fake nieuws bevat. De hoeveelheid feiten is overigens indrukwekkend, sommige kloppen wel, andere niet, en het staat vol met gesuggereerde verbanden.

Ontvoering van Madeleine McCann
Herinner je je nog de ontvoering van de Britse peuter Madeleine McCann in Portugal? Dat was vlak bij het huis van de Britse oud-politicus Clement Freud, die kinderen zou hebben misbruikt. Maar wie logeerde er in die tijd in zijn Portugese huis? Juist, Hillary’s campagneleider Podesta.

De New York Times bestempelde Pizzagate direct als fake news. De krant werkt met onafhankelijke factcheckers. Maar een lezer van het AD brengt de NYT in verband met de pedo’s. „De huidige CEO van de NYT is Mark Thompson, die tijdens het Jimmy Savile misbruikschandaal CEO was van de BBC. Hij was verantwoordelijk voor de decennia lange doofpot.” Je mist nog net de vergelijking met het misbruik in de katholieke kerk.

Complottheorie overtuigend gebracht
De reacties en de teksten op xandernieuws zijn op het eerste gezicht overtuigend door de grote feitenkennis die erachter schuil lijkt te gaan. Waar het mis gaat, zijn de verbanden die ze leggen, verbanden waarvoor geen enkel bewijs wordt aangevoerd.

Complottheorieën zijn fascinerend door de vindingrijkheid die je erin terugvindt. Toch vraag je je af wat mensen bezielt zich zo diep in een onderwerp te verdiepen met maar één doel: uiteindelijk de waarheid te verdraaien om iemand of een groep in een kwaad daglicht te stellen. Bij Pizzagate leidde het net niet tot een gewapend treffen, maar dat had anders kunnen uitpakken.

The New York Times heeft inmiddels hard teruggeslagen met een stap-voor-stap analyse van waar Pizzagate vandaan komt. Centraal staan enkele e-mails van John Podesta (verspreid door wikileaks), waarin de term cheese pizza voorkomt. Cheese pizza is afgekort cp en staat dat niet voor child pornography?, vraagt iemand op internetforum 4chan zich af. Vanaf dan gaat het hard. Leden van social media fantaseren erop los en de complottheorie is geboren.

Uiteindelijk wordt Pizzagate voer voor cabaretiers. Stephen Colbert van The Late Show weet er wel raad mee.

 
Wednesday, 14 December 2016 | Written by Ralph Rozema

Miljardairbroertjes Stripe maken ‘business-to-business’ sexy

Ze gelden als even succesvol als disrupting. Ze hebben de steun van grote investeerders als Peter Thiel en Elon Musk. Hun bedrijf Stripe regelt niet alleen betalingen, maar zet startups wereldwijd op de kaart. Onlangs werd bekend dat de oprichters Patrick (28) en John (26) Collison beiden miljardair zijn geworden.

 
De twee Ierse broers hebben met hun bedrijf in San Francisco gedaan wat iedereen voor onmogelijk hield: een business-to-business company sexy maken. Wie waar ook ter wereld een startup begint, kan bij hen terecht. Je bent jong, hebt een goed idee en wil de wereld veroveren. Stripe regelt niet alleen dat betalingen snel en vlekkeloos verlopen, het geeft startups toegang tot nieuwe markten, regelt visa en andere formaliteiten, zodat jonge ondernemers over de hele wereld kunnen werken.

De broers komen vanuit Ierland naar de VS om te studeren: John Collison gaat naar Harvard, Patrick naar het MIT, de Technische Universiteit in Massachusetts. Al na een jaar houden ze hun studie voor gezien en verhuizen naar Sillicon Valley in Californië. Ze hebben in de praktijk gemerkt hoe lastig het is om online geld naar elders in de wereld te sturen en sleutelen aan een oplossing. Dat moet toch met één klik kunnen vanuit het social netwerk waar je je op dat moment bevindt. Hun werkwijze blijkt een schot in de roos.

Trendy Manhatten-hotel
Het huidige kantoor van Stripe ligt in het hart van San Francisco. Bij de receptie staan een paar fietsen tegen de wand. Het geheel maakt de indruk van een hipster lounge van een trendy Manhatten-hotel, zoals een verslaggever van The Irish Times het kantoor beschrijft. Informeel, maar in een sfeer waar ruimte is voor nieuwe, grote dingen.

De broers zijn opgegroeid in het Ierse Limerick. Hun ouders hebben een hotel aan het meer Lough Derg. Patrick herinnert zich nog dat hij zijn eerste laptop kocht. „John en ik begonnen toen onze eerste marketingcampagne: om onze ouders te overtuigen een snelle internetverbinding te nemen,” vertelt hij The Irish Times. ,,Dat kostte een paar jaar. We leerden ervan om investeerders te zijn voor de lange termijn.’’

Als tieners beginnen de twee hun eerste onderneming Auctomatic, dat tools levert voor veilingsites als eBay. Nog voor hun twintigste verkopen ze het bedrijf voor zo’n vijf miljoen dollar. Auctomatic blijkt een goede leerschool voor Stripe.

Van credit cards tot bitcoins
Stripe begint in 2010 als online betaaldienst. Het bedrijf levert software om online betalingen te kunnen ontvangen via credit cards, mobiele diensten als Android Pay en Apple Pay en in de vorm van bitcoins. Het sleutelwoord is eenvoud: transacties moeten met zo min mogelijk handelingen te regelen zijn. De eerste klanten, zo meldt Bloomberg, zijn kleine Amerikaanse techbedrijven. Maar Stripe groeit snel uit tot directe concurrent van gigant Paypal.

Stripe krijgt inkomsten door een klein percentage van elke transactie in te houden. Vergeleken met Paypal is de software simpeler en de structuur in de tarieven overzichtelijker. Stripe is goedkoper voor kleine, beginnende startups. Grotere ondernemingen zijn goedkoper uit met Paypal. Maar Paypal is verouderd en geldt als bureaucatisch. Stripe is nieuw, rekent af met onnodige regels en straalt energie uit.

Trump en Clinton als klant
Het bedrijf weet klinkende namen als klant te werven, waaronder Adidas, Shopify, Pinterest en Twitter. En dat gaat steeds verder. Stripe speelt ook een rol bij de presidentsverkiezingen. Drie Amerikaanse presidentskandidaten (Trump, Clinton en Sanders) hebben de software van Stripe bij hun fondsenwerving gebruikt. Inmiddels is het bedrijf actief in 25 landen; in Nederland loopt een bètatest.

Stripe, Braintree en Adyen schudden bankwereld op
Zakenbladen Forbes en Inc. Magazine wijzen erop dat Stripe nog een relatief kleine vis is in de financiële wereld. De transacties van Stripe besloegen vorig jaar zo’n 20 miljard dollar. Bij gigant First Data was dat 1700 miljard in de VS alleen. Stripe gaat ver met vernieuwingen, maar heeft ook daarin concurrentie. PayPal kocht in 2013 Braintree, dat deels vergelijkbaar is met Stripe. Ook de Nederlandse startup Adyen, schrijft The Wall Street Journal, is een directe concurrent. Het is een strijd op het scherpst van de snede.

Stripe Atlas: de wereld openen voor startups
Stripe zet in op meer dan betalingen alleen. Begin 2016 komt het bedrijf met een nieuw product Atlas, dat startups waar ook ter wereld moet helpen om business te doen in het buitenland. Stripe wil bureaucratische obstakels wegnemen, zodat ondernemers daar geen tijd aan verliezen. Atlas richt zich op startups in Afrika, Latijns-Amerika, het Midden-Oosten en delen van Azië. „Een groot deel van de economische groei zal van deze regio’s komen. We willen ondernemers daar graag bereiken,” zegt Patrick Collison in The New York Times. De startups waar Stripe mee werkt, krijgen advies over belastingen en wettelijke regelingen en faciliteiten bij het opzetten van webservices.

De broers willen met Stripe de wereld voor startups financieel open gooien. Het past in het streven naar een wereld met open handel. Het is nog onduidelijk in hoeverre Trump, die de markten in de VS wil beschermen, daar paal en perk aan gaat stellen. Stripe focust nu nog op de VS, maar wil startups dezelfde faciliteiten ook voor markten in andere landen gaan aanbieden.

Elon Musk en Peter Thiel
Opvallend is dat mede-oprichters van Paypal nu investeren in Stripe. Onder hen zijn Peter Thiel en Elon Musk, de man achter Tesla en SpaceX. Ze zien veel in de visie van Stripe, maar uiteindelijk is veel terug te voeren op de broers Collison zelf, die een perfect duo vormen. John let goed op de operationele discpline voor de korte termijn. Patrick is meer de dromer en kijkt liever tien jaar vooruit. Investeerders lopen met hem weg. Zoals een van hen het verwoordt: „Hij is slim, denkt dingen door, is charismatisch, een goede leider. Het is zeldzaam dat allemaal in één persoon te vinden.”

Stripe waakt ervoor de fouten te herhalen die Google en Paypal hebben gemaakt. Bill Alavarado  die deel uitmaakt van het team verwoordde dat het scherpst in magazine fastcompany: „Google en Paypal zoeken een eigen relatie met de klanten van bedrijven. Wij maken ontwerpen voor snelle transacties, ja, maar ook zodanig dat jullie als startup zelf controle kunnen houden over jullie product en jullie klanten.”

 
Monday, 12 December 2016 | Written by Ralph Rozema

Nu al legendarisch: ‘Tech Battle’ tussen Facebook en Snapchat

Snapchat, het speelse social netwerk van Evan Spiegel, bereidt zich voor op een beursgang volgend jaar. De app die zo populair is onder jongeren, bezorgt Facebook CEO Mark Zuckerberg hoofdbrekens. Facebook kopieert het ene na het andere element van Snapchat, maar de meeste slaan niet aan. Facebook heeft een achterhaald imago. Snapchat is jong en hip.

 
Met een waarde van zo’n  350 miljard dollar is Facebook nog steeds het grootste social netwerk ooit. Het bedrijf kocht veelbelovende concurrenten als Instagram en Whatsapp op. Weinig bedrijven buiten Google en Apple kunnen zich als directe rivalen beschouwen. Maar met Snapchat kan dat wel eens anders uitpakken. Analisten schatten dat Snap (de nieuwe naam nu het bedrijf naar de beurs gaat) een waarde krijgt tussen de 20 en 25 miljard dollar.

 
Automaat met de videobril Spectacles
Onlangs presenteerde ‘Snap’ slim doordacht de nieuwe zonnebril met camera: Spectacles. Niet tijdens een groots persmoment, niet in de drukke stad, maar in een automaat in een vrolijke straat langs het strand in de buurt van het hoofdkantoor in Venice. Lang rustig bleef het niet, want de rijen dienden zich aan. Facebook heeft de groeistuipen achter de rug. Zuckerberg heeft geleerd hoe hij een groot bedrijf moet leiden en andere kan overnemen. Snapchat is jonger, kent onverwachte wendingen en zit flink in de groei. Spiegel heeft, zo meldt Forbes, al 33 keer een bedrijf opgericht en elke keer ging het mis. Nu weet hij hoe het moet en is hij vastberaden.

 
Drie miljard voor bedrijf met zes werknemers
De rivaliteit tussen Zuckerberg en Spiegel dateert van 2012. Zuckerberg had zijn oog op Snapchat laten vallen en nodigde Spiegel bij hem thuis uit. Hij bood drie miljard dollar voor een bedrijfje dat in die tijd zes werknemers telde. Maar Spiegel maakte zich in één keer legendarisch door het miljardenaanbod af te slaan. Was het hem naar het hoofd gestegen? Of waren er adverteerders die zoveel in Snapchat zagen dat ze hem onder druk hadden gezet? Sindsdien is Snapchat alleen maar verder gegroeid. Facebook heeft tal van elementen van Snapchat gekopieerd, maar meestal zonder groot succes. Nu is het de beurt aan Snapchat om te proberen het financiële succes van Facebook te evenaren.

 
Brand advertising bij Facebook en Snapchat
Facebook domineert samen met Google de digitale advertentiemarkt. Bijna de gehele groei aan digitale advertenties komt voor rekening van de twee giganten, meldt techmagazine Mashable. Facebook scoort vanwege de omslag die het heeft gemaakt naar smartphones en video. Brand advertising die traditioneel naar tv gaat, is steeds meer op Facebook te zien. Snapchat richt zich op precies dezelfde brands, maar op een andere manier. Zo krijgt een aantal premium media brands ruimte op het Discover Platform van Snapchat. Met de nieuwe Spectacles videobril komt het bedrijf met nieuwe mogelijkheden om video’s te delen. Snapchat mikt voor volgend jaar op een miljard dollar aan advertentieinkomsten. Snapchat heeft minder kosten dan de concurrenten, schrijft CNBC. Dat komt doordat Snapchat minder data bewaart en voor opslag gebruik maakt van de Google Cloud.

 
Snapchat is persoonlijker
Jongeren stromen massaal naar Snapchat toe. Het geheim is dat het netwerk niet alles bewaart en dus is het niet erg als je foto of video niet perfect is. Op Facebook kan iedereen meekijken; op Snapchat zijn je posts alleen voor je vrienden. Het maakt Snapchat persoonlijker en in de ogen van veel jongeren leuker.
Facebook mist de sprankelende vernieuwingsdrang van Snapchat. Toch doet ook Zuckerberg van alles om Facebook bij de tijd te houden. Hij zet in op video en vooral live video. Als er concurrenten zijn, koopt Zuckerberg die het liefst op of kopieert hij succesvolle formules.

 
Wat kopieerde Facebook van Snapchat?
Deze elementen heeft Facebook van Snapchat gekopieerd:

1. Het begint in 2012 met Poke, een pure kloon van Snapchat voor het versturen van vluchtige beelden. Die app verdwijnt na korte tijd.
2. In 2014 komt Slingshot, eveneens een kloon van Snapchat, maar met eigen elementen, zoals de mogelijkheid om een antwoord in beeld te vragen voordat iemand het verzonden beeld kan openen. Slingshot stopt na een een jaar.
3. In 2015 komt er een test om vluchtige beelden te versturen via Messenger. Die mogelijkheid komt in 2016 standaard in Messenger.
4. Een maand later komt Facebook met een kopie van Snapchat’s populaire Stories. Leden kunnen met al hun volgers video’s en foto’s delen die 24 uur blijven bestaan. Facebook brengt het onder bij Instagram (waarvan het eigenaar is) in de vorm van Instagram Stories. Dat is een succes.
5. Dan komt Facebook met Lifestage. Deze keer geen rechtstreekse copie, maar een nieuwe app gericht op tieners met precies dezelfde look en feel als Snapchat. Via de app kunnen gebruikers een videoreeks maken die een happy en sad face toont, laat zien hoe ze dansen, wie hun beste vriend is, etc.
6.Stories komt ook in Whatsapp met de naam Status. Facebook (eigenaar van Whatsapp) is begonnen met het testen ervan. Gebruikers kunnen er foto’s mee nemen, stickers en tekeningen overheen plakken en ze delen voor 24 uur, precies zoals dat bij Snapchat gebeurt.
7. Vanaf november 2016 brengt Facebook de nieuwe app Flash voor vluchtige video’s met augmented reality lenses, vergelijkbaar met de maskers van Snapchat. Flash is eerst alleen in Brazilië beschikbaar. (Zie onder meer The Guardian.)

 
Ook app in Azië wijst Zuckerberg af
In Azië probeert Facebook in 2016 een app over te nemen die lijkt op Snapchat: Snow, eigendom van de Koreaanse firma Naver. Maar Zuckerberg krijgt nee te horen. Snow heeft al meer dan 80 miljoen downloads en groeit snel. Ook The New York Times wijst op het succes van Snow. Vroeger konden apps uit de VS bijna vanzelfsprekend groeien in de rest van de wereld, tegenwoordig zijn er steeds vaker lokale varianten.

The Guardian steekt in een commentaar de draak met al het gekopieer door Facebook. „In 2030 zijn er meer Facebook-clones van Snapchat dan atomen in het universum. En waarschijnlijk zal Snapchat dan nog steeds populairder zijn onder tieners.”

Maar Spiegel is er nog niet. Hoe succesvol Snapchat ook is, de app moet bewijzen dat het de verwachtingen van de beurzen straks kan waarmaken. Business Insider vergelijkt de strijd tussen Spiegel en Zuckerberg met die tussen Steve Jobs van Apple en Bill Gates van Microsoft: het wordt legendarisch, een tech battle for ages.
Monday, 05 December 2016 | Written by Ralph Rozema

Kan Facebook het vertrouwen terugwinnen?

Wat Mark Zuckerberg maar niet voor elkaar krijgt, lukte tech-studenten in 36 uur: Nepnieuws op Facebook eruit fileren. Facebook kondigt nu zelf maatregelen aan, maar is dat genoeg om het geschonden vertrouwen te herstellen? Nep-berichten worden nu eenmaal het meest gedeeld.

 
Niet alleen politici, ook bedrijven ondervinden last van fake news op Facebook. Bij Pepsi daalden de aandelen door een verzonnen quote. Mark Zuckerberg wil fake nieuws op Facebook uitbannen, maar of dat gaat werken is de vraag. Trump is waarschijnlijk niet dankzij Facebook gekozen, maar in andere landen heeft Facebook verkiezingsuitslagen sterk beïnvloed.

 
Clint Eastwood niet dood 
CEO Mark Zuckerberg postte op vrijdag een bericht op Facebook over fake nieuws en hoe Facebook dat wil aanpakken: „We take misinformation seriously.” Het bericht ernaast toonde een foto van acteur Clint Eastwood met als kop  „Clint Eastwood gone at 84” en met een link naar een ‘news’-site. Dat nieuws bleek fake. Clint Eastwood is helemaal niet overleden.

Iedereen ziet andere berichten op Facebook, maar dit overkwam Geoff Colvin, senior editor bij zakenblad Fortune. Amerikaanse media reageren sceptisch op de mededeling van Zuckerberg. Ja, hij heeft serieuze intenties om fake nieuws aan te pakken, maar laat het eerst maar ‘ns zien.

 
Amerikaanse tech-studenten lukt het wel    
Verrassend genoeg slaagden vier Amerikaanse techstudenten er vorige week binnen 36 uur in een programma te maken dat fake en echt nieuws uit elkaar houdt. De extentie voor Google Chrome analyseert de links die bij een nieuwsartikel staan en checkt of die links het artikel inderdaad ondersteunen en of de bronpagina’s betrouwbaar zijn. De artikelen krijgen een label of ze verified of niet zijn. De extentie, beschreven in The Washington Post, wordt nog verder uitgewerkt. Helemaal waterdicht is het overigens niet.

De onware berichten op Facebook komen volgens The New York Times vooral van scammers, mensen die fake news publiceren met maar één doel: er flink aan te verdienen. Hoe meer clicks je krijgt, hoe meer je verdient aan advertenties. Dat liep vooral rond de verkiezingen uit de hand. Sommigen van de scammers publiceerden zowel fake berichten over Donald Trump als over Hillary Clinton. Maar de berichten over Trump kregen meer clicks, dus staken ze vooral daar energie in. Zo nam het aantal berichten over Trump snel toe.

 
Fake news meer gedeeld dan echt nieuws
Fake nieuws is vaak overdreven, het verrast en wordt daarom snel gedeeld. Onderzoek van Buzzfeed laat zien dat de top 20 fake nieuwsberichten veel meer engagement (shares, likes en comments) oplevert dan de top 20 berichten van professionele nieuwssites waar feiten worden gecheckt.

Tijdens de Amerikaanse verkiezingen gaat het los. Onjuiste nieuwskoppen als  „De Paus steunt Trump” of „Trump loopt voor bij de popular vote” gaan viraal op social media. Niet alleen aanhangers delen zulke berichten, maar soms ook politici die weten dat het om fake berichten gaat. Vele nepberichten bleken afkomstig van een groep hackers uit Macedonië, die er veel geld mee verdiende.

In sommige andere landen heeft Facebook grote invloed bij verkiezingen. Zoals bij de verkiezing van de Filipijnse president Duterte die in het nieuws kwam vanwege het laten doodschieten van drugdealers. Een woordvoerder van Duterte deelde op Facebook een foto van een meisje dat was vermoord door een drugsdealer. Later bleek die foto gemaakt te zijn in Brazilië. Maar de wijdverspreide post had zijn werk al gedaan. Ook in Indonesië heeft Facebook grote invloed op de stembustrijd gehad, meldt The New York Times.
 
Aandelen Pepsi gedaald door fake quote
Naast politici ondervinden ook bedrijven last van Facebook, schrijft Fortune. Neem bijvoorbeeld Pepsi. Een ‘news’-site met de naam TruthFeed citeerde de CEO van Pepsi, die aanhangers van Trump zou hebben opgeroepen „to take their business elsewhere.” Trump-supporters riepen op tot een boycot waardoor de aandelen daalden. Maar de quote bleek verzonnen. De CEO had het nooit gezegd.

De vraag is in hoeverre Facebook hiervoor verantwoordelijk is. Is een telefoonbedrijf verantwoordelijk voor wat mensen zeggen, vraagt Mashable zich af. The New York Times vindt dat Facebook wel degelijk verantwoordelijk is, omdat het de verspreiding van fake berichten faciliteert.

 
Zuckerberg kondigt maatregelen aan
De belangrijkste maatregelen die Zuckerberg wil nemen zijn:
1. Stronger dectection – nieuwe algoritmen die fake stories aanwijzen
2. Easy reporting -  wie een fake story ziet, kan dat laten weten
3. Third Party verification – de inzet van fact checkers van buitenaf
4. Disrupting fake news economics – fake nieuws uitsluiten van advertenties

 
De eerste maatregel is puur techniek. Het lukte Facebook al eerder om zo clickbait (misleidende koppen) grotendeels uit te bannen. Techniek kan bijdragen, maar niet mensen volledig vervangen. Afgaan op meldingen van leden van Facebook lost niet zo veel op, want ook die meldingen moet je checken. Werken met externe fact checkers is een goed idee, alleen je hebt nogal wat fact checkers nodig om heel Facebook langs te gaan. Kortom, goede intenties van Zuckerberg, maar niet de definitieve oplossing.

Een analist van socialmediatoday gaat nog een stap verder. Ook als het probleem van fake news is opgelost, ben je er nog niet. Veel ingrijpender is dat Facebook je alleen berichten laat zien die aansluiten op berichten die je eerder hebt aangeklikt. Heb je ooit gezocht op een politieke partij, dan krijg je vooral posts van hen te zien. Het is die ‘echo chamber’, schrijft socialmediatoday, die mensen eenzijdig informeert. Ze horen maar de helft van het verhaal.

 
Krijgt Facebook terecht de schuld?
Techsite Mashable pleit ervoor dat Facebook harde maatregelen neemt. Sluit iemand die een fake nieuwskop brengt voor een half jaar uit van Facebook. Maar Mashable neemt het ook op voor het sociale netwerk. „We moeten stoppen Facebook de schuld te geven en zelf verantwoordelijkheid nemen voor wat wij delen op social media en hoe wij stemmen. Facebook heeft niet op Trump gestemd. De leden van Facebook hebben dat gedaan.”
Wednesday, 23 November 2016 | Written by Ralph Rozema

Hoe overleeft merk Lego zijn tweede crisis?

Lego gold als voorbeeld van perfecte marketing en branding. Toen het eind jaren ’90  dreigde mis te gaan, vond het bedrijf zichzelf opnieuw uit en kwam met spectaculaire vernieuwingen: van The Lego Factory tot The Lego Movie. Maar nu gaan de verkoopcijfers in vooral de VS naar beneden.

 
Hoeveel legostenen zijn er eigenlijk op de wereld? Op de website van Lego staat een hint: elke inwoner op aarde bezit gemiddeld 86 legostenen. Je kan zelfs een trap naar de maan bouwen: daarvoor heb je 40 miljard stenen nodig, maar dat is nog altijd minder dan de hoeveelheid legostenen die in een jaar wordt geproduceerd.

 
Consistente look and feel 
De sleutel van het succes van Lego is de consistente look and feel van het merk, schrijft Adweek. Koppel dat aan de kleine aanpassingen die Lego heeft doorgevoerd om bij de tijd te blijven en je hebt het marketinggeheim in een notendop.

Het begon als klein timmermansbedrijf in de jaren ‘30 in de Deense plaats Billund. Drijvende kracht was Ole Kirk Kristiansen, tiende zoon van een arme Deense familie. Aanvankelijk maakte het bedrijfje houten speelgoed, waar in een tijd van depressie overigens weinig vraag naar was. Tien jaar later deden de eerste plastic steentjes hun intrede.

Opvolger en zoon Godtfred realiseerde zich in de jaren ‘50 het potentieel van de legostenen als ‘creatief spel’. Kinderen moesten met de stenen kunnen maken waarover ze droomden.  Vanaf dan gaat het hard. In 1980 heeft 70 procent van alle West-Europese gezinnen met kinderen onder de 14 jaar legostenen in huis.

 
Paranoia rond kinderspeelgoed 
Maar rond 1999 komt de terugslag. Het lijkt wel alsof Lego ineens op instorten staat. Analist Lindsay Kolowich noemt als belangrijkste reden de geslotenheid van het bedrijf.  Er lijkt een soort paranoia te ontstaan rond producten voor kinderen. Sommige ouders dreigen Lego voor de rechter te slepen, omdat het bedrijf ideeën van kinderen zou stelen. Lego reageert door productideeën van buitenaf dan maar bij voorbaat te weigeren. Dat pakt desastreus uit, want het bedrijf verliest daardoor steeds meer contact met klanten.

 
Zicht op klanten kwijtgeraakt 
Dat contact tussen bedrijf en klanten staat in die tijd toch al op een laag pitje. Het is schrikken voor Lego als grote winkelketens - waaronder Walmart in de VS - in 1999 laten weten dat ze geen idee hebben wie de klanten van Lego eigenlijk zijn. Het is een wakeup call. „We waren zo afgesloten van de rest van de wereld,” herinnert een Lego-manager zich. „We waren het zicht op onze klanten kwijtgeraakt.”

De wakeup call komt net op tijd. Lego slaagt erin om met nieuw elan een nieuw tijdperk in te gaan. CEO Jorgen Vig Knudstorp besluit in 2004 om themaparken en video games deels af te stoten en te focussen op de kernactiviteit: legostenen. Het bedrijf komt met nieuwe initiatieven als de The Lego Factory en The Lego Movie die aanslaan bij een groot publiek.

 
Onderzoek met small data   
Lego gaat ook onderzoek doen bij klanten thuis (met hun instemming) en maakt daarbij gebruik van small data. Pionier bij Lego is Martin Lindstrom. Door in het dagelijkse leven van kinderen te duiken, lukt het hem inzicht te krijgen in hun verlangens. Lindstrom praat met kinderen en observeert hun gedrag. Zo merkt hij dat de uitdaging voor kinderen niet groot genoeg kan zijn. Lego komt vanaf dan met meer geavanceerde bouwsels die inspelen op die wens van kinderen.

In 2005 komt Lego met The Lego Factory, een site waar mensen hun eigen ontwerpen kunnen maken en vervolgens de bijbehorende stenen aanschaffen. Ze kunnen hun creaties delen in een online gallery, waarmee de site ook een eigen social netwerk van Lego is.

 
The Lego Movie  
Een  groot content marketing succes komt in 2014 met The Lego Movie. De film slaat aan bij kinderen en volwassenen. „Kinderen willen met Lego spelen; ouders zijn geraakt door de universele boodschap van de film, namelijk dat het belangrijk is verbeelding te hebben, op welke leeftijd dan ook,” schrijft The Guardian.

De aandacht voor Lego vliegt omhoog, ook op social media. Tot dan krijgen posts van Lego op bijvoorbeeld Instagram zo’n 10.000 likes; sinds de film is dat meer dan verdubbeld. Als in Amerika de Oscars voor de beste speelfilms worden uitgereikt, noemen tienduizenden mensen The Lego Movie op Twitter.

Lego breidt uit met kantoren in de VS en China. Na het debacle slaagt het bedrijf erin in tien jaar de omzet te verviervoudigen.

 
Groei botst tegen bakstenen muur   
In de loop van 2016 verschijnen andere berichten. Lego’s onstuimige groei botst op een bakstenen muur, kopt de Financial Times. Ook The Wall Street Journal is kritisch. Voor het eerst daalt de winst met enkele procenten. Is het wonder van de speelse marketing dan toch uitgewerkt of is er iets anders aan de hand?

Lego wijt het probleem aan het aannemen van veel nieuw personeel in Azië waar het bedrijf wil groeien. Maar de hoeveelheid nieuwe mensen is volgens de Financial Times disproportioneel. Lego wil ook meer investeren in fabrieken in Hongarije en Mexico waardoor er minder winst overblijft.

Sommigen zeggen dat Lego nu precies dezelfde fouten maakt als vijftien jaar geleden. De videospelletjes van toen hebben daarna minder ruimte gekregen, maar inmiddels zijn er nieuwe Lego-creaties die inspelen op games als Angry Birds. Het is een terugkerend dilemma: in hoeverre moet Lego meegaan met digitale trends?

 
Importtarieven Trump 
In Europa en Azië zit de groei er nog steeds in, maar in Amerika blijft die achter. En sinds de verkiezing van Trump heeft Lego er een nieuw probleem bij. Het bedrijf kan op hoge importtarieven rekenen vanuit Mexico naar de Verenigde Staten. De uitbreiding van de Mexicaanse fabriek is bedoeld om te produceren voor de VS.

In een tweede artikel relativeert de Financial Times overigens de problemen bij Lego. „Op de uitdagingen van Lego kunnen andere speelgoedfabrikanten wel eens jaloers zijn. (...) Maar het Deense bedrijf gaat merken dat blijvend succes bijna net zo moeilijk is als terugkomen uit een diep dal.”

Lego zelf treedt zeker naar buiten. Er staat een groots, nieuw hoofdkantoor op stapel. In het ontwerp komt de speelse stijl van lego terug samen met de ambitie om klanten in de hele wereld te blijven bedienen.

https://www.youtube.com/watch?v=P-e_1bwoG1s

 
 
Tuesday, 15 November 2016 | Written by Ralph Rozema

Duopolie Facebook en Google blijkt nog groter

Het nieuws druppelde hier en daar in de zomer Nederland binnen, maar werd in de media niet groots opgepakt. Google en Facebook halen 85 procent van alle online advertentie-inkomsten binnen (De Volkskrant). De twee bedrijven in Californië vormen een duopolie. Dat is niet mis. Maar is het echt zo gigantisch? En waar komt dat cijfer eigenlijk vandaan?

 
De 85 procent is in Amerikaanse media voor het eerst te lezen in een column in The New York Times. Een auteur laat het getal en passant vallen en noemt een bankier als bron. Het gaat niet over de afgelopen tijd, maar is een voorspelling voor de komende maanden. En wellicht een beetje uit de losse hand.

 
Adweek belt rond
De column leidt tot ophef in Amerikaanse media vanwege die zin met dat getal. Marketingblad Adweek belt met eigen specialisten en komt uit op tien bedrijven die 75%  van de online ad opbrengsten binnenhalen. Dat wil zeggen: zo ligt het ongeveer in Amerika. Voor andere landen zijn geen cijfers voor handen.

In Groot-Brittanie buigt The Guardian zich in een long read over Google en Facebook: How Technology Disrupted the Truth. De krant wijdt in detail uit over hoe Facebook en Google steeds meer macht krijgen over het nieuws, dat veel artikelen fouten bevatten omdat feiten niet worden gecheckt en dat mensen alleen visies krijgen voorgeschoteld waar ze het mee eens zijn. Een goede analyse, zoals The Guardian dat wel vaker doet.

En dan komt ook The Guardian met die 85 procent. Gebracht als feit zonder toelichting. Er staat een link bij, maar daar is het cijfer niet terug te vinden.

 
Financial Times waarschuwt voor duopolie
Dan een stuk in The Financial Times: Advertising: Facebook and Google build a duopoly. Die krant citeert een onderzoek met bron over online ad spending in 2015. Dat jaar gaat 75 procent van alle nieuwe online advertentie-uitgaven naar Google en Facebook. In het eerste kwartaal van 2016, schrijft de krant, ligt dat in de VS op 85 procent, maar daar ontbreekt de bron.

 
Meer dan 85% online ads voor twee giganten
Nog één keer zoeken. Techsite digitalcontentnext biedt enige opheldering. De site maakt een eigen berekening en tabel op grond van de advertentiegroei op Google en Facebook.

Hun conclusie is vergaand: Google en Facebook halen in de VS samen 90 procent binnen van de groei aan online advertentie-inkomsten. Voor alle andere bureaus blijft dus 10 procent over.

Helemaal kom je er niet uit. Iemand in de media lanceert een getal en overal in andere media vind je het terug. Het kan nergens op gebaseerd zijn. Maar een trend tekent zich onmiskenbaar af. De machtsconcentratie van de twee giganten, waar The Financial Times voor waarschuwt, is nu al groter dan we denken.

 
Wednesday, 02 November 2016 | Written by Ralph Rozema

Europese media zoeken online winst in branded content

Steeds meer media in Europa kiezen voor branded content, maar bij Italiaanse media moeten ze er weinig van hebben. Het is een opvallende conclusie in een Europees onderzoek naar verdienmodellen van media uitgevoerd door het Reuters Institute in Londen.

 
Het Reuters Instituut deed onderzoek bij 25 kranten en enkele commerciële tv-zenders in zes Europese landen. Van de Duitse tabloid Bild, de Franse krant Le Monde tot de Daily Telegraph in Groot-Brittannië. Nederlandse media zitten er niet bij, maar veel van de conclusies zullen ook hier gelden.

 
Minder advertentie-inkomsten 
Bijna alle onderzochte media zijn begonnen met digitale varianten en zijn erin geslaagd daarmee een breder publiek te bereiken. Dat levert financieel nog weinig op: ruim 80 procent van de inkomsten komt nog steeds van print-edities. Maar ook daar zijn minder advertentie-inkomsten: in Duitsland was de daling de afgelopen vijf jaar 20 procent, in Frankrijk 26 procent en in Italië zelfs 50 procent.

 
Onstuimige groei adblockers   
De geïnterviewde CEO’s en hoofdredacteuren noemen als redenen de dominantie van Facebook en Google op de advertentiemarkt en daarnaast het toenemend gebruik van Adblockers. In Nederland ligt dat gebruik op 20 procent. In veel Europese landen ligt dat hoger: in Duitsland op 25 procent, in Spanje op 28 procent, in Frankrijk op 30 procent, in Griekenland op 36 procent en in Polen op 38 procent. (Voor een kaart met alle cijfers: ga op deze Reuters-pagina naar charts, kies daar ad-blocking).

 
Native advertising 
De meeste ondervraagden zien branded content of native advertising als de belangrijkste manier om online winst te gaan maken. Het Duitse Bild is daar al ver mee en heeft een eigen BILD Brand Studio die branded video’s maakt voor adverteerders.

 
Groot-Brittannië loopt voorop 
In Groot-Brittannië zijn er meerdere kranten die al goed verdienen aan branded content. Uitgevers hebben daarvoor eigen agencies opgezet. Zo heeft The Daily Telegraph een sectie Spark. Daar werkt een team van ruim vijftig journalisten, sales officials, ontwerpers en developers. Zij schrijven content en maken video’s voor brands. De meeste branded content komt op de website van de Telegraph, maar bedrijven gebruiken het ook elders voor hun eigen campagnes. Volgens Peter Lindsay, director of strategy van The Telegraph, is branded content de manier om tegenwicht te bieden aan de grote techcompanies. „Hiermee kunnen we concurrerend zijn met Facebook en Google, omdat we expertise in huis hebben om branded content te maken. Wij zijn in staat om waarde toe te voegen.”

 
Weerstand in Italië 
De Italiaanse geïnterviewden zeggen dat branded content vooralsnog minder kans heeft, omdat er in de newsrooms verzet is tegen gesponsorde content. „We merken culturele weerstand in de newsrooms. Het onderscheid tussen redactionele en branded content is een gevoelig onderwerp,” zegt een Pier Paolo Cervi van de Gruppo L‘Espresso.

De kwaliteitskrant Il Corriere della Sera heeft goede ervaringen met branded content. De krant richtte in 2015 Numix Studios op, een creatief team dat werkt aan branded content en multimedia storytelling projects. Volgens marketing director Michela Colamussi is de aanvankelijke weerstand overwonnen door een heldere scheiding te maken tussen branded en redactionele content.

 
Nieuwe content voor speciale doelgroepen 
De zoektocht naar inkomstenbronnen heeft veel nieuwe initiatieven opgeleverd: van het organiseren van offline events, business-to-business diensten, tot het opzetten van nieuwe sites voor speciale doelgroepen. Zo heeft de Franse krant Le Monde een speciale sectie Campus, die gericht is op studenten en hun families. Een andere sectie Pixels gaat over nieuwe technologie, digitale cultuur en online gaming. Le Monde slaagt er zo in meer jongeren naar de krant te trekken.

 
De krant levert financiële diensten 
The Daily Telegraph kiest verder voor andere inkomstenbronnen, die los staan van de journalistiek. De krant biedt financiële diensten aan, zoals advies over hypotheken, ziektekosten- en reisverzekeringen en credit cards. De krant benadrukt dat de service los staat van de economische redactie van de Daily Telegraph.

De krant organiseert daarnaast reizen onder begeleiding van correspondenten. Op de reispagina’s staan ook goedkope hoteldeals die je alleen kan boeken via de krant. „Wat we klanten aanbieden is een perspectief op de wereld,” zegt Peter Lindsay van The Telegraph. De inkomsten uit zulke activiteiten zijn inmiddels even hoog als de opbrengsten uit digitale abonnementen.

 
Advies over Google Adwords 
Opmerkelijk zijn ook de business-to-business diensten die sommige media aanbieden, zoals de Duitse regiokrant Westdeutsche Algemeine Zeitung. De krant heeft een digitaal marketingbureau opgezet voor kleine en middelgrote bedrijven. Het bureau geeft advies over het opzetten van websites, Google Adwords en SEO-strategieën. En dat allemaal om de krant in de lucht te houden.

Zulke initiatieven zijn een antwoord op de lage advertentieopbrengsten en het gebrek aan abonnees op digitaal nieuws. De geïnterviewden zijn er verdeeld over. Sommigen vinden de nevendiensten te vergezocht en zien meer in branded content als oplossing. Anderen vinden nevenactiviteiten geen probleem als het onafhankelijke journalistieke werk maar kan doorgaan.

 
Monday, 31 October 2016 | Written by Ralph Rozema

Nieuwssite gaat van clickbait naar virale content

De site haalde meer dan 80 miljoen unieke bezoekers per maand. Upworthy gebruikte daarvoor clickbait, koppen die veel meer beloven dan een artikel biedt. De kritiek bleef niet uit en de site maakte vorig jaar een eind aan het clickbait ‘monster’. Liever minder hits en meer prestige. Nu scoort Upworthy opnieuw, met eigen content die viraal gaat.
 
Upworthy wordt in 2013 genoemd als de snelst groeiende mediasite ooit. Dat komt niet alleen door de feelgood berichten en video’s die de site brengt. Bezoekers worden verleid met headlines die emotie oproepen en vaak ronduit misleidend zijn.
Een half jaar na de oprichting in maart 2012 heeft Upworthy 8,7 miljoen unieke bezoekers per maand. Niet mis voor een site waar nog geen dertig mensen werken. De site maakt weinig eigen content, maar speurt social media af, neemt items over en zet er een klikbare kop boven.

Koppen met drama en emotieEen verwarde tiener loopt weg van school en je raadt nooit wat er daarna gebeurt. Dat soort koppen. Met suggestie, drama en emotie. En hoe meer suggestie, hoe meer mensen klikken. Ook al komen ze daarna wellicht uit op een saai stuk dat de verwachtingen niet waarmaakt.
De editors van Upworthy gebruiken algoritmen om koppen te vinden die veel emotie oproepen. Ze testen er zo’n 25 per item en kiezen wat het meeste aanslaat. „We vinden het niet erg mensen te misleiden om te zorgen dat ze op content klikken waar ze van houden,” zegt CEO Eli Pariser in de begintijd tegen Business Insider.

De eerste keer met miljoen hitsNeem de eerste keer dat Upworthy een milljoen hits scoort. De site neemt een item van de radio over waarin een Ierse politicus kritiek uit op het gezondheidsplan van Obama. Het item is nauwelijks opgemerkt. Maar als Upworthy er een eigen kop boven zet, gaat het in Amerika viraal: „A Tea Partier decided to pick a fight with a foreign president. It didn’t go so well.”
Je voelt het drama en klikt. Maar de kop klopt feitelijk niet (niet aangesloten bij de Tea Party). De tweede zin suggereert een suspense die er niet is. Als je erop klikt, kom je bedrogen uit. Het voorbeeld wordt genoemd in The Atlantic.
De enorme aantallen hits vallen op in de Verenigde Staten. En Upworthy heeft ook sympathie, omdat het vooral positief nieuws brengt. Over een jonge musicus die tegen kanker strijdt. Of over kansarme kinderen die eindelijk onderwijs krijgen.

Bill en Melinda Gates sluiten zich aanUpworthy zet zich ook in voor goede doelen. De site krijgt geld van de Bill and Melinda Gates Foundation - het fonds van Microsoft-oprichter Bill Gates en zijn vrouw Melinda - om content te maken over gezondheidszorg wereldwijd en het tegengaan van armoede. Dezelfde soort koppen zorgen ervoor dat ook die content goed wordt bekeken.
In de wedloop naar zoveel mogelijk hits nemen steeds meer andere sites de werkwijze van Upworthy over. Misleidende koppen, het maakt niet uit, als je maar gezien wordt. Het brengt veel bezoekers naar de sites, maar leidt ook tot een storm van kritiek.

Facebook neemt maatregelenVooral bij social media is de irritatie groot, want de Upworthy-koppen domineren ook daar. Facebook neemt maatregelen en past in 2014 het algoritme aan, zodat misleidende koppen worden weggefilterd. Bij Upworthy komen de vele miljoenen hits in een vrije val. Het toont de macht aan van een netwerk als Facebook. In 2015 is het aantal kliks bij Upworthy ruim gehalveerd.
Maar ernstiger is misschien nog de publieke verontwaardiging die over de werkwijze van Upworthy is ontstaan. Gevestigde media als The New York Times merken op dat hun websites in de schaduw staan, omdat zij wel nette koppen gebruiken en daardoor minder bezoekers trekken.

Excuses voor alle clickbaitBij Upworthy zelf realiseren ze zich dat het zo niet langer kan en in 2015 komt de omslag. Mede-oprichter Peter Koechly biedt op de Changing Media Summit van de Guardian zijn excuses aan voor het clickbait ‘monster’ dat ze hebben losgelaten. ,,We hebben besloten om goodbye te zeggen tegen clickbait,” zegt hij
Dat jaar krijgt Upworthy ook een nieuwe hoofdredacteur. Amy O’Leary komt van de digitale sectie van The New York Times. Ze wil eigen verhalen, vooral video. Ze ontslaat zestien mensen, van de inmiddels bijna honderd, en daar komen videospecialisten voor terug. De video’s gaan soms viraal – zonder misleidende kop – gewoon omdat ze goed en grensverleggend zijn.
De feelgood invalshoek blijft. Zoals bij deze video over vrijwilligers die een jongen een gratis 3D-geprinte handprotese bezorgen.

 
https://www.youtube.com/watch?v=V-BgqfzGoLo

 
In juni 2016 krijgen de video’s van Upworthy 329 miljoen views, vooral op Facebook. Dat is een prestatie, omdat de site nog niet zo lang eigen video’s maakt. Het aantal unieke bezoekers van de site ligt fors lager dan in de clickbait periode. In februari 2016 waren dat er 8,5 miljoen, meldt Niemanlab.org. Liever minder hits, maar wel eerlijke koppen. Het testen van meerdere koppen gebeurt nog steeds.

Branded content werkt niet andersNaast eigen verhalen heeft Upworthy branded content. En daarvoor geldt precies hetzelfde: geen clickbait, maar zo authentiek mogelijk gemaakt. De site heeft partnerships met bedrijven als Unilever. Die samenwerking leidde vorig jaar tot een branded campagne rond bewustmaking over het broeikaseffect.
Het debat over de headlines is nog niet voorbij. „We gaan niet terug naar de krantenkoppen van vroeger, omdat internet nu eenmaal anders werkt,” zegt O‘Leary. Er zijn wel vuistregels: oprechtheid moet voorop staan. Verleiden mag, maar het moet kloppen met wat je uiteindelijk te zien krijgt.
Monday, 24 October 2016 | Written by Ralph Rozema

Het geheim van de Spotify playlists 

Muziekdienst Spotify maakt een ongekende groei door, ten koste van radiozenders en platenlabels. Onafhankelijke artiesten vinden via Spotify een miljoenenpubliek. Het succes is vooral te danken aan de razend populaire playlists. De algoritmen daarvoor werken nagenoeg perfect. 

 
Spotify bereikte in september de mijlpaal van 40 miljoen betalende gebruikers. Daarnaast gebruiken miljoenen mensen de gratis versie met advertenties. De cijfers hebben Spotify zelf ook verrast, kopt Adweek. De motor achter de groei is de wekelijkse playlist Discover Weekly.

Matt Ogle is de bescheiden man achter de Spotify playlists. Hij kwam met het idee om gebruikers een lijst met nummers te sturen gebaseerd op hun eigen muziekvoorkeur. En hij ontwikkelde de algoritmen om de persoonlijke afspeellijsten samen te stellen.

 
Algoritmen als succesfactor
Social media als Facebook en Twitter gebruiken algoritmen om de volgorde te bepalen van posts die je ziet. Het gevolg: vaak onbegrijpelijke keuzes en boze gebruikers. Machines moeten zulke keuzes niet maken, dat moeten mensen doen, is de reactie. Bij Spotify gaat dat anders.

„We hebben lange tijd gedacht dat mensen superieur zijn aan algoritmen,” zegt Bob Lefsetz, auteur van de Lefsetz Letter, een nieuwsbrief over de muziekindustrie. „Wat wij hebben vastgesteld is dat de algoritmen van Spotify verbazingwekkend precies zijn.”

 
Poëzie
De 36-jarige Matt Ogle is al zijn hele leven bezig met het online vinden van dingen die emotie oproepen. Hij groeit op in Canada en studeert Engels en Computerwetenschap aan de Universiteit van Alberta. Hij houdt van poëzie en heeft een online nieuwsbrief die dagelijks een gedicht aanbeveelt. „Veel van mijn werk gaat over het oproepen van emoties met eenvoudige dingen die je online vindt,” zegt hij tegen Bloomberg Businessweek.
Na zijn afstuderen in 2004 gaat Ogle in Londen werken voor last.fm, een Britse online radiosite die suggesties geeft voor bands, songs en concerten. Wie naar deze song luisterde, luisterde ook naar die. Dat soort adviezen. Last.fm was er in die tijd een voorloper mee.

 
Drinkify
In 2011 begint hij een kantoor in Londen voor Echo Nest, een Amerikaans online muziekbedrijf, waar hij voor het eerst met algoritmen gaat werken. Drinkify is zijn creatie waarmee hij bands verbindt aan bepaalde cocktails. Je tikt de naam van de band in en de site vertelt je welke drank erbij hoort. In de media wordt het een hit, maar Ogle stopt ermee, omdat hij vreest dat winst maken met alcohol problemen gaat geven.

Zijn volgende project - een social netwerk over muziek - mislukt, omdat hij het ontwerpt voor de PC, net op het moment dat zijn doelgroep massaal overstapt op de smartphone. Het gebeurt vaker in de tech-wereld: een opeenvolging van mislukkingen waarna iemand uitgroeit tot een wereldspeler van formaat.

 
Zieltogende Discoverpagina
In 2014 komt Echo Nest in handen van Spotify. Ogle krijgt de opdracht zich te buigen over de zieltogende Discover-pagina waar je muziek kan kiezen. Een schamele 3 procent van de bezoekers maakt er dan gebruik van.

Ogle zet in op een playlist die gebruikers elke maandag krijgen als cadeautje aan het begin van de week. Het team kiest voor een mix van voor de luisteraar bekende en onbekende tracks.

 
Succes veroorzaakt crash database
De Discover Weekly playlist die in juli 2015 van start gaat, is zo succesvol dat de database in Zweden het nauwelijks aankan. Keer op keer bellen Zweedse collega’s Ogle uit bed, omdat de site op crashen staat. Op een maandag in september 2015 gaat het mis. Het duurt ruim een dag voordat de playlists weer bereikbaar zijn.

In drie maanden spelen Discover-gebruikers meer dan een miljard nummers af. Sindsdien is Spotify uitgebreid met nieuwe playlists. Sinds augustus 2016 brengt Release Radar elke vrijdag nieuwe tracks die passen bij je muziekvoorkeur. Sinds kort is er ook een dagelijkse afspeellijst Daily Mix met veel nummers die je al kent. Daily Mix is meer gericht op comfort en minder op ontdekken.

 
Nieuwe Spotify sterren
Net zoals radioshows nieuwe artiesten lanceren, doen de Spotify Playlists dat ook. Alleen is het niet de persoonlijke voorkeur van de DJ, maar speelt de lijst nadeloos in op de voorkeur van de gebruiker. Onbekende artiesten krijgen ineens een miljoenenpubliek.

Neem Mike Perry die aan de lopende band werkte bij Volvo in Zweden en ervan droomde een beroemde DJ te worden. ’s Nachts trok hij zich terug in een studio en produceerde songs, tot zijn dertigste zonder succes. Toen kwam zijn track ‘The Ocean’. Social media stonden vol met een Spotify-link naar de song. Perry zegde zijn baan op en ging die zomer toeren door Europa. Nu heeft hij ruim vijftien miljoen maandelijkse luisteraars op Spotify. „Het opende zoveel deuren voor mij,” zegt hij terugkijkend in Bloomberg Businessweek.
 
Vergelijking van geluidsgolven
De algoritmen bij Spotify werken in wezen niet anders dan bij social media. De muziekdienst verzamelt statistieken over de luistergewoonten van gebruikers, kijkt welke muziekkeuzes bij elkaar passen en stelt zo een lijst samen, vat mobileworldlive de werkwijze samen.

Voor de Release Radar playlist vergelijken audio-analisten beelden van de geluidsgolven van nieuwe muzieknummers met die van de favoriete tracks van een luisteraar. Het is wis- en natuurkunde, al komt het bij sommige mensen over als pure magie.

Bijzonder is dat die lijsten zo goed werken, dat luisteraars blij verrast zijn door de keuzes en alleen maar nog meer Spotify willen. Niets te klagen dus over algoritmen. Het blijft de natuurlijk vraag of algoritmen ook in andere gevallen, zoals bij het rubriceren van journalistieke teksten, ooit zo doeltreffend kunnen zijn.

Spotify weet mensen aan zich te binden. Veel gebruikers zijn niet alleen fan van Weekly Discover, ze zijn er verslaafd aan. Gewoon omdat het leuk is. Het einde van de groei is nog niet in zicht.
Monday, 17 October 2016 | Written by Ralph Rozema

Trump en Clinton voeren verkiezingsstrijd op social media

Van Snapchat, Facebook tot YouTube: social media zijn niet meer weg te denken bij de verkiezingen. Was 2012 het Amerikaanse verkiezingsjaar van Twitter, 2016 kan wel eens het jaar van Snapchat worden.

 
Donald Trump pakt rond het eerste verkiezingsdebat voor het eerst groots uit met Snapchat. En met succes. Miljoenen mensen klikken op het filter van Trump met de tekst DONALD J. TRUMP vs CROOKED HILLARY.

Filters op Snapchat – het zijn in feite augmented reality frames - veranderen de video’s of foto’s die je hebt geupload. Mensen krijgen gekke oren, ze spugen een regenboog uit of er komt tekst over de video heen. Het filter van Trump laat tekst en vuurwerkbeelden zien.

 
Millennials kunnen de doorslag geven
Hillary Clinton was al eerder actief op Snapchat. Zij kwam tijdens de Democratische Conventie met een filter dat alleen in de omgeving van de bijeenkomst te gebruiken was. Trump is de eerste politicus met een filter dat nationaal te zien is. Het heeft hem waarschijnlijk enkele honderdduizenden dollars gekost, meldt magazine Politico. Maar Trump kiest niet voor niets voor het medium waar vooral millennials op zitten. Het is een moeilijk bereikbare groep die bij de verkiezingen de doorslag kan geven.

Jongeren op Snapchat reageren massaal op de politieke strijd en dat doen ze vooral met bestaande filters. Je ziet Clinton en Trump afgebeeld als hertjes, met rare oren en andere vervormingen. Politiek blijft het aan de oppervlakte.

De verkiezingsstrijd op Snapchat komt nu goed op gang. Op andere social media zijn de kandidaten al langer actief. Trump heeft de meeste volgers op Facebook en Twitter. Clinton loopt voor op Youtube. Hieronder een overzicht per social medium.

 
Trump wint op Twitter
Trump (@realdonaldtrump) begon de campagne met vier miljoen volgers en heeft er inmiddels ruim 12 miljoen. Clinton (@hillaryclinton) begon met rond één miljoen en heeft er nu ruim 9 miljoen. Trump verstuurde ruim 33.000 tweets; Clinton zo’n 9.000.

Terwijl Trump veel harde meningen geeft, komt Clinton vaker met argumenten. Trump maakt Clinton voortdurend belachelijk, ook met humor. Clinton is Crooked Clinton, CNN staat voor Clinton News Network en zo gaat het door. Clinton pakt Trump aan omdat hij jarenlang geen belasting zou hebben betaald.

Aanvankelijk is Trump de enige met krachtige oneliners. Maar Clinton volgt snel. Als Trump kritiek uit op Obama, slaat zij hard terug:  Delete your account.  Die zin wordt 482.000 keer geretweet. Het is de meest gedeelde tweet in de campagne, concludeert The Wall Street Journal.

Trump is het grootst op Twitter en slaagt er goed in zo mensen naar zijn optredens te trekken. „Niemand komt zelfs maar in de buurt van Trump als het gaat om Twitter,” zegt onderzoeker Michael Cornfield van de George Washington University in USA Today.
 
Micro-targeting op Facebook
Trump heeft op Facebook 11 miljoen likes tegen 6,7 miljoen voor Clinton. Door de algoritmen krijgt niet iedereen op Facebook de posts te zien. Je moet daarvoor ook iemand volgen of vrienden zijn.

De grote trend op Facebook is micro-targeting. Net zoals bij gewone advertenties worden politieke ads steeds meer op de gebruiker afgestemd. Trump gaat daar het verst in. Zijn team verspreidde in augustus advertenties op Facebook die gebruikers leidden naar 100.000 verschillende webpagina’s, elk afgestemd op een ander kiezerssegment. Dat zegt Brad Parscale, digital director bij Trump, tegen The Wall Street Journal.

Facebook staat adverteerders toe om data in te pluggen van andere partijen, bijvoorbeeld over aankopen die gebruikers hebben gedaan. Op die manier kunnen ook politieke ads specieker op gebruikers worden gericht. Het gebeurt, maar roept veel vragen op over privacybescherming; het is onduidelijk hoe dat is geregeld.

Ook Clinton gebruikt micro-targeting op Facebook. Maar een campagnemedewerker relativeert het belang ervan. „De kandidaat moet allereerst een goede message hebben. En targeting kan nooit zo krachtig zijn als een gesprek met vrienden of buren.”

 
Clinton vooraan op Youtube
Clinton heeft op YouTube bijna 79.000 volgers en 25 miljoen views. Bij Trump zijn dat 62.000 volgers en 15 miljoen views. Trump presenteert zijn YouTube kanaal met een vette headline: ‘Trump won the Debate’. Clinton opent met een bekend campagnefilmpje: kinderen die kijken naar Trump die zegt dat hij op Fifth Avenue iemand kan doodschieten zonder een stem te verliezen.

 
Kiezersregistratie via social media apps
Social media zijn steeds meer hét platform voor de kandidaten. Televisie heeft steeds meer het nakijken. De social media bieden ook de mogelijkheid om je te registreren als kiezer. Bij Facebook en Twitter kan dat en sinds kort ook bij Snapchat, meldt magazine Mashable. Handig voor jongeren die Election Day anders zouden vergeten.

De deelname aan de verkiezingen van de leeftijdsgroep tussen 18 en 34 jaar is in de VS traditioneel laag. In 2012 bracht 46 procent van de millennials die mochten stemmen hun stem uit, blijkt uit onderzoek van Pew Research Center.
Snapchat wil het jonge mensen gemakkelijker maken om te stemmen. Gebruikers krijgen video ads te zien op het Discover-kanaal van Snapchat die verwijzen naar een mobiele pagina voor kiezersregistratie.

 
De macht van social media
De oproepen om te gaan stemmen zijn neutraal, maar beïnvloeden de uiteindelijke verkiezingsuitslag. The Washington Post deed onderzoek naar de invloed van Facebook. „Facebook drijft grote aantallen mensen naar de stemlokalen. De meesten van hen stemmen waarschijnlijk Democratisch,” stelt de krant vast.

Sommigen relativeren de macht van social media, zoals politicoloog Larry Sabato van de University of Virginia in USA Today. Want hoeveel volgers de kandidaten ook hebben, alleen al tijdens de primaries gingen meer mensen naar het stemlokaal: in totaal 28 miljoen (13 miljoen voor Trump; 15 mijoen voor Clinton). In november doen naar schatting 135 miljoen kiezers mee.
Thursday, 06 October 2016 | Written by Ralph Rozema

What makes you click

In de rubriek Franky beschrijven redacteuren van Frank.news hun eigen, persoonlijke media-ervaring. Vandaag Ralph Rozema over de onthullende documentaire What makes you click. 

 
What makes you click gaat over de vraag waarom mensen wel of niet klikken op een site en hoe bedrijven dat met behulp van onderzoek kunnen beïnvloeden. De makers van de docu spreken van het grootste psychologische experiment ooit.

Elke dag worden zo’n miljard mensen op internet getest. De meesten van ons zijn zich er nauwelijks van bewust, maar als je op internet zit, maak je deel uit van een gemeenschap van proefpersonen en worden je gedragingen onderzocht met als doel: je nog vaker te laten klikken en je op een site vast te houden.

 
A/B testen
Dat gebeurt via A/B testen en een analyse van de data die bezoekers achterlaten. Bedrijven bieden daarvoor verschillende versies van hun site aan en kijken hoe mensen reageren. Vaak gaat het om kleine verschillen: denk aan een andere koptekst of kleur. Zo weten we dat mensen minder snel op rode letters klikken dan op groene. En dat kan flink uitmaken in aantal views en conversies.

 
Booking.com
Neem booking.com, een van oorsprong Nederlands bedrijf. Op het kantoor in Amsterdam zijn honderden mensen bezig met het online testen van hun klanten. CMO Pepijn Rijvers vertelt in de docu hoe groot het A/B testen is geworden. ,,Wie een kwartier op onze website rond browst, is misschien wel onderdeel geweest van veertig experimenten.”

Het gaat om subtiele verschillen, die kunnen bepalen of een klant wel of niet een kamer gaat boeken. ,,Denk aan de boekingsknop. Werkt die nu beter als er wel of geen wit randje om staat?,” aldus Rijvers.

 
Persuasion
Persuasion is het sleutelwoord. Steeds meer bedrijven hebben persuasion officers in dienst. Het bedrijfsleven lijkt bij het onderzoek mijlenver voor te lopen op overheid en wetenschap. Onthullend en verbazingwekkend hoe ver het allemaal is. Ook met een stevige kritische noot, want willen we dit allemaal wel? De documentaire (45 minuten) is terug te zien bij op de site van Tegenlicht van de VPRO.

 
Wednesday, 05 October 2016 | Written by Ralph Rozema

Prijswinnende Guardian buigt hoofd voor Facebook

Het geldt als een succesverhaal: een Britse krant die uitgroeide tot digitaal medium in de wereldtop. The Guardian kwam in de spotlights door de Snowden-onthullingen. Joris Luyendijk schreef er zijn blog over bankiers. Nu vallen er ontslagen. „We verliezen de strijd met Facebook,” zegt CEO David Pemsel.

 
De kroon op het wereldwijde succes van The Guardian is de Amerikaanse tak, schrijft CNN Money. De krant bestaat in Engeland 195 jaar, maar de Amerikaanse tak begint pas in 2011. Vanuit het niets komt The Guardian in de top vijf van digitale krantenplatforms in de Verenigde Staten. Het nieuws en de onderzoeksjournalistiek slaan aan. In oktober 2014 krijgt The Guardian zelfs meer unieke bezoekers dan The New York Times.

 
Facebook en Google
Maar de advertentieopbrengsten lopen terug. Begin 2016 kondigt het bedrijf bezuinigingen aan: in drie jaar tijd moeten de kosten met 20 procent omlaag. In Engeland zijn inmiddels 270 werknemers vertrokken; nu is de VS aan de beurt. De news rooms in New York, Washington en San Francisco zullen blijven bestaan, maar moeten met honderd man (dat is 30 procent) inkrimpen.

De top van de Guardian Media Group wijst naar de dominantie van de techgiganten. Facebook en Google slurpen steeds meer advertenties op. „Wij zijn een sterk merk, maar de verschuivingen op de digitale advertentiemarkt raken onze inkomsten hard,” schrijft CEO Pemsel in een memo aan het personeel dat is gepubliceerd in The Huffington Post.
 
Vooraan bij de innovatie
In het boek Innovators in Digital News’ (2015) noemt mediaonderzoeker Lucy Küng The Guardian als voorbeeld van succes: hoe een nationale krant kan innoveren en in korte tijd in de wereldtop kan komen. Global, open, digital, is het devies.

De krant kondigt in 2011 een ‘digital-first strategy’ aan. De redactie stelt vanaf dan niet meer print, maar digitaal centraal. De digitale platforms moeten de reader engagement vergroten en ruimte geven voor commerciële partijen. Er komen investeringen voor brand marketing.

 
Van print naar digital first
Een digitale krant maken is één ding, een bestaande redactie van een papieren krant omvormen is een stuk ingewikkelder. „Er moet een nieuw team komen dat visueel is ingesteld, met technici die de codes voor de website schrijven,” zegt een medewerker.

Uiteindelijk ontstaat een nieuwe organisatie. Redactie en technische staf zitten bij elkaar. Door de korte lijnen kunnen redacteuren en technici snel overleggen over digitale tools en hoe ze de user experience kunnen verbeteren.

In 2013 is theguardian.co.uk de op één na grootste nationale news website. Maar belangrijker: wereldwijd staat The Guardian op de derde plaats na de Daily Mail en The New York Times. De buitenlandse bezoekers vormen nu tweederde van het totaal. Het is ook voor adverteerders een aantrekkelijk publiek: jong, Engelstalig, liberaal en digital connected.

 
Prestigieuze prijzen
De Guardian krijgt niet alleen veel lezers, maar wint ook grote prijzen. De krant krijgt een Pulitzer Prize (de belangrijkste Amerikaanse journalistieke prijs) voor de onthullingen over de inlichtingendienst NSA op basis van documenten van Edward Snowden. De NSA-onthullingen stuwen de lezersaantallen omhoog. Op één dag in 2013 bezoeken zeven miljoen mensen de site.

Vorig jaar won de krant meerdere awards voor de verslaggeving over fatale schietpartijen in de VS waarbij de politie was betrokken. De berichtgeving over politiemisbruik in Chicago viel op in de Amerikaanse editie.

Een bekende Nederlander die voor The Guardian schrijft is Joris Luyendijk. Hij schreef er zijn blog over de bankiers in de Londense City. En schrijft nog steeds artikelen, zoals onlangs over de Brexit.

 
Wereldwijde strategie
Het doel van The Guardian is om uit te groeien tot een ‘leading global news and media brand’ met kantoren verspreid over de wereld. Naast de Amerikaanse tak volgt in 2013 een digitale editie voor Australië. The digitale krant profiteert van de enorme Engelstalige markt: ook in Canada en India wordt de site gelezen.

Maar op de lange termijnstrategie komt ook kritiek, omdat de online content gratis is. Het idee is dat met zoveel lezers en prestigieuze verhalen de adverteerders wel zullen aansluiten. Dat blijkt maar ten dele het geval.

Die digitale content moet haast wel gratis zijn, omdat The Guardian concurreert met de BBC, die de grootste gratis news site ter wereld heeft.

 
Branded content
Native advertising moet bijdragen aan de oplossing. In 2013 wordt een branded agency opgericht, de Guardian Labs. In 2014 komt het tot een grote deal met Unilever van ruim een miljoen euro voor het maken van een interactieve en cross-media content en het organiseren van live events.

De krant houdt vast aan de lange termijnstrategie: met kwaliteitsjournalistiek een enorm publiek bereiken. „Wij gelden als het sterkste news brand in ons land,” zegt managing director Anna Watkins van Guardian Labs in 2015 tegen Digiday. „Dat willen we niet ondermijnen. Streven naar winst op de korte termijn, is niet goed voor ons.”

 
Sterk merk alleen is niet voldoende
Maar de strategie levert te weinig inkomsten op. De bedoeling was om in 2018 kostendekkend te zijn. Het is de vraag of dat met het afhaken van adverteerders haalbaar is.

In het memo dat in de Huffington Post staat, schrijft CEO Pemsel: „Bedrijven als Facebook en Google groeien in dominantie. Volgens sommige schattingen gaat 85 procent van de digitale advertentieopbrengsten rechtstreeks naar hen. Het is onvermijdelijk dat zulke aardverschuivingen in het businessmodel onze inkomsten negatief beïnvloeden ondanks het sterke merk The Guardian.”

Die 85 procent lijkt aan de hoge kant. Uit onderzoek uit 2015 van eMarketer blijkt dat 44 procent van alle digitale advertentieopbrengsten naar Facebook en Google gaan, meldt Forbes. Maar het doet niets af aan de trend.

Medewerkers van The Guardian voelen zich overvallen door de inkrimping. Het doek valt niet, maar op de redactie komt het hard aan, vertelt één van hen. Het blijkt onvermijdelijk: de digitale krant maakt een knieval voor de techbedrijven.
Monday, 03 October 2016 | Written by Ralph Rozema

Hoe CNN miljoenen millennials aan zich bindt

De wereldwijde nieuwszender CNN gaat steeds meer digitaal. En met succes, want het internetkanaal Great Big Story weet miljoenen jongeren aan zich te binden. Hoe kan dat? CNN, daar kijken toch alleen maar vijftigplussers naar?

 
„We horen veel over BuzzFeed, Vice en Vox. Zij zijn allemaal goed,” reageert CNN Worldwide President Jeff Zucker tegen TVNewser. „Maar wie bereikt de millennials? Dat is CNN.”

Het mediabedrijf lanceerde oktober vorig jaar internetplatform Great Big Story. Een verhaal verteld in een video van enkele minuten, aangrijpende onderwerpen, professioneel gefilmd. Als je het voor het eerst aanklikt, weet je soms niet wat je ziet.

 
Gemiddelde leeftijd: 27 jaar
De cijfers zijn indrukwekkend. Het eerste half jaar krijgt Great Big Story veertig miljoen views per maand, melden Adweek en CNBC. De gemiddelde leeftijd van de 6,2 miljoen fans is 27 jaar, een doelgroep die lastig te bereiken is. Per video zijn er gemiddeld 730.000 views en 22.000 shares. Zo’n 80 procent van de views is op de smartphone.

Het contrast met het televisiekanaal van CNN kan nauwelijks groter zijn. Daar is de gemiddelde leeftijd van de kijkers 61 jaar. Het tv-station werd ooit groot door de live verslagen. Miljoenen kijkers volgden zo de oorlogen in Irak. Verslaggevers van CNN stonden er bovenop.

Maar het tv-kanaal trekt geen jongeren meer aan. Er is ook kritiek op de vele herhalingen. CNN TV mist de sprankelendheid van het begin in de jaren ‘80.

 
Korte documentaires
Great Big Story, een onafhankelijke tak binnen CNN, moest de millennials weer terug brengen. Maar dat het zo’n vaart zou lopen, hadden ze bij CNN zelf ook niet gedacht.

De video’s hebben de stijl van tijdloze documentaires en staan daarmee los van het harde nieuws, waarmee CNN groot is geworden. „De nieuwe aanpak trekt wereldwijd kijkers aan en vormt een perfecte aanvulling op ons andere werk,” zegt Zucker.

De stories gaan over mensen of plekken. Een kijkje in een verlaten Russisch mijndorp. Over het immense natuurmuseum van het Smithsonian Institute. Of over een koorddanser die in de Alpen tussen bergtoppen in de lucht balanceert.

https://www.youtube.com/watch?v=TSfGS7rv3co

 
Concurrentie met Vice
Great Big Story concurreert met Vice, dat andere videoplatform voor jongeren. Maar er zijn grote verschillen. Vice is meer gericht op nieuws en komt met spraakmakende documentaires over IS of dwangarbeiders in Polen. De filmstijl bij Vice is beweeglijk, de beeldmontage is ruw.

De items van Great Big Story zijn meer gepolijst, in de korte documentaire stijl van tv, met beelden die emotie oproepen, met muziek die de kijker de story intrekt. Great Big Story lijkt te kiezen voor meer mainstream dan Vice. Beide benaderingen doen het goed bij millennials.

Naast CNN en Vice is ook BuzzFeed in video gestapt. Gericht op een vergelijkbare jonge doelgroep. Bij Great Big Story zien ze dat niet als een probleem. „Wij denken dat er naast hun audiences veel meer kijkers te bereiken zijn,” zegt medeoprichter Chris Berend in Digiday UK.
 
Branded content als verdienmodel
Great Big Story draait financieel op branded content. Geen advertenties rond een videoclip, want dat leidt tot irritatie. Wel branded video’s die iets toevoegen voor de doelgroep.

In het eerste half jaar kwam de branded content van twee bedrijven: General Electric en HP (Hewlett Packard Company). HP sponsorde een achtdelige videoserie ‘The Dreamers’ over mensen die bepaalde technologie gebruiken. Het merk HP is nauwelijks aanwezig. In één van de branded video’s wordt HP alleen als bron voor de data genoemd.

 
Hewlett Packard Enterprise
In een video over het regenwoud is de sponsortekst (‘A Great Big Story by Hewlett Packard Enterprise’) even in beeld. Je ziet dieren sluipen door de jungle. Een natuurbeschermer vertelt over verborgen camera’s en hoe je de big data daarvan goed kunt verwerken. In twee minuten video noemt ze twee keer de naam van het bedrijf. Voor de rest zijn het gewoon mooie en informatieve beelden. Branding moet subtiel, is de gedachte, anders is de jonge audience verdwenen.

Branded content is overigens niet nieuw voor CNN. Het bedrijf heeft sinds ruim een jaar een in-house branded content studio. Sinds augustus 2016 is CNN International daarvoor een samenwerking aangegaan met Sharethrough. Digital advertising levert nu 28 procent van CNN’s advertentie-inkomsten. Dat zal de komende vijf jaar naar verwachting doorgroeien tot 50 procent.

 
Snapchat Discover
Los van Great Big Story bereikt CNN veel millennials via Snapchat Discover. Op het Discover-kanaal van Snapchat zijn video’s te zien van ruim twintig geselecteerde partners, waaronder CNN, BuzzFeed en Vice.

Via Snapchat Discover brengt CNN breaking news, politieke en entertainment stories. Er is een speciaal Snapchat-team voor opgericht. „We zijn blij met het design van Discover,” zegt Samantha Barry, hoofd social media bij CNN Worldwide. ,,Er ligt nadruk op content en headlines. Dat werkt prima voor ons.”

Uit een studie in opdracht van Variety blijkt dat 47 procent van de Snapchatters in de VS dagelijks Discover bezoekt. 30 procent zegt de app zelfs te gebruiken voor nieuws over de presidentsverkiezingen. BuzzFeed wordt het meest bekeken (54% van de ondervraagden). CNN scoort 24%, Cosmopolitan 24%, National Geographic 20% en Vice 11%.

 
Take me There
CNN heeft grote ambities voor de toekomst. Naast meer video’s voor internet en social media komt Great Big Story met Virtual Reality. De VR-serie ‘Take me there’ moet kijkers gaan onderdompelen in uitzonderlijke milieus, van Hawaii tot de onderwaterpyramides bij de kust van Japan.

Veel Nederlanders zijn CNN uit het oog verloren. Maar het mediabedrijf lijkt terug van weggeweest.

 
Friday, 23 September 2016 | Written by Ralph Rozema

Nieuwe politieke media zetten Facebook naar hun hand

Een nieuwe groep politieke media maakt in de VS furore op internet. Ze zijn speciaal ontworpen voor Facebook en halen daar miljoenen hits, meer dan gevestigde media als CNN. De oprichters verdienen er flink aan.

 
De 35-jarige Adam Nicoloff heeft een drukbezochte Facebook-pagina Make American Great Today waarmee hij steun geeft aan Donald Trump. De pagina staat los van de officiële campagne. Sterker nog: Nicoloff is weliswaar Republikein, maar had liever een andere kandidaat dan Trump gezien. Maar met die pagina verdient hij duizenden dollars.

Nicoloff begon ‘Make American Great Today’ in augustus vorig jaar vanuit zijn huis in Saint Louis. Tot dan gaf hij marketingadviezen aan lokale bedrijven. Met zijn Facebook-pagina zette hij zijn eerste stappen in de wereld van nieuwe politieke media, vertelt hij in The New York Times Magazine.

 
Verdienmodel
Zijn verdienmodel is eenvoudig, maar het werkt. Zorg dat je veel volgers krijgt, publiceer posts met links naar een externe website met veel advertenties en hoop op veel traffic. Zo’n model werkt lang niet altijd, want goede content maken is duur en advertenties kunnen sitebezoekers evengoed wegjagen.

Maar ‘Make American Great Today’ heeft daar geen last van. De content is goedkoop (eenvoudige bewerkingen van stukken van elders), de populistische retoriek slaat aan en de grote interesse in Trump maken dat de advertenties veel opleveren. Maandelijks verdient Nicoloff zo’n 20.000 dollar. Zijn belangrijkste uitgaven zijn de hosting van de website en advertenties die hij zelf op Facebook plaatst.

 
Hausse aan politieke media
‘Make American Great Today’ maakt deel uit van een hausse aan nieuwe politieke media in de VS die zich vooral op Facebook manifesteren. Onbekende namen zijn het, maar inmiddels met grote invloed: The Angry Patriot, US Uncut, US Chronicle, Fed-Up Americans of American News. Er zijn er inmiddels tientallen. Hun opkomst valt samen met de aanloop naar de presidentsverkiezingen, maar zij staan los van de politieke partijen.

 
Nieuwe media nemen news feeds over
Onderzoeksjournalist John Herrman dook in de wereld van deze nieuwe politieke media. „Een nieuwe klasse media is opgekomen en dreigt onze news feeds over te nemen ,” schrijft hij in The New York Times Magazine.

Veel van de nieuwe media steunen Trump. Dat wil niet zeggen dat alle eigenaren fan van hem zijn; soms willen ze gewoon geld verdienen. Daarnaast zijn er nieuwe media die eerst democraat Bernie Sanders steunden en zich nu tegen Trump opstellen. Hillary Clinton is bij die nieuwe media minder aanwezig.

 
Deel dit verhaal: de enige vraag aan lezers
Natuurlijk, ook traditionele kranten en omroepen zijn aanwezig op Facebook. Maar de meeste missen het succes en de groei van de politieke nieuwkomers. Hun strategie is anders. Herrman: „De nieuwe media combineren activisme met journalistiek. Opvallend is wat ze wel en niet van hun lezers vragen. Ze vragen niet om meer verhalen aan te klikken. Ze streven niet naar engagement met het merk. Het enige wat ze lezers vragen is om het verhaal dat nu voor hen staat met anderen te delen. De rest is secundair.”

 
Het succes herhaald
Heb je één succesvolle pagina op Facebook, dan vraagt dat om meer. Online marketeer Terry Littlepage heeft inmniddels vijftig pagina’s op Facebook met titels als The American Patriot en My Favorite Gun, met in totaal zo’n tien miljoen volgers. Hij steekt maandelijks duizend dollar in advertenties op Facebook; de opbrengsten liggen in een goede maand rond de zestigduizend dollar.

Littlepage heeft gemengde gevoelens omdat hij geen fervent aanhanger is van Trump en hem nu wel aan het promoten is. Zijn favoriete kandidaat was Ted Cruz, die het niet heeft gered. Littlepage is een opportunist: hij heeft ook politiek linkse pagina’s op Facebook gehad, maar hij vond dat hij daarmee te weinig verdiende.

Naast de pagina’s die Trump steunen, heeft politiek links ook succesvolle nieuwe media op Facebook gelanceerd. Een voorbeeld is US Uncut met zo’n anderhalf miljoen volgers.

 
Politieke oorlog met memes
De politieke pagina’s gebruiken veel memes, beelden met een tekst eroverheen. Dat kan heel onschuldig: een foto van Sanders met een quote waarin hij pleit voor gratis onderwijs. Maar memes krijgen de meeste aandacht als je een tegenstander in een kwaad daglicht stelt.

Begin dit jaar loopt de strijd met memes tussen Sanders en Clinton hoog op. Zo verschijnt een portret van Clinton met een suggestieve tekst over steekpenningen die ze zou hebben aangenomen. Zulke memes worden tienduizenden keren gedeeld.

 
Zuckerberg weet van niets
De nieuwe politieke media zetten Facebook naar hun hand. CEO Mark Zuckerberg staat op het standpunt dat Facebook gebruikers faciliteert, maar dat het geen redactionele keuzes maakt over wat wel of niet op het netwerk mag. Politieke media in de vorm van een Facebook-pagina kunnen dus hun gang gaan. Facebook checkt ook niet of beschuldigingen kloppen; je kan over presidentskandidaten schrijven wat je wil.

Maar dat blijkt niet helemaal waar te zijn. Bij sommige politieke media grijpt Facebook hard in. Zo verwijderde Facebook de pagina ‘Occupy Democrats Logic’, omdat die te ver zou gaan. Die pagina ging tekeer tegen de politiek linkse pagina ‘Occupy Democrats’, omdat die onwaarheden zou verspreiden. Facebook verwijdert ook memes die in strijd zouden zijn met de regels.

En daarmee zitten we weer middenin het debat over censuur, of Facebook nu wel of niet een mediaorganisatie is, en of het netwerk door zulke keuzes een politiek gekleurde organisatie is.

 
Denk als een startup
Gevestigde media hebben het steeds moeilijker door de concurrentie van nieuwelingen. Ze zullen niet in alles meegaan – denk aan de populistische toon – maar kunnen wel wat leren. De nieuwe media hebben een voorsprong, omdat ze denken vanuit Facebook. „Deze uitgevers zijn ooit begonnen met een eigen Facebook-pagina. Ze denken vanuit het sociale netwerk, hoe ze daar succesvol kunnen zijn. Ze passen hun content daarop aan,” zegt onderzoeker Herrman.

Bij een analyse van de eigen krant kwam de online sectie van The New York Times tot een vergelijkbare conclusie: ,,We moeten leren denken als een tech startup.

 
Nieuw medialandschap
Onderzoeker Herrman verwacht dat de politieke media op Facebook ook na de verkiezingen zullen blijven bestaan. Tenminste in de VS. Daar leeft politiek meer dan in Nederland. Het is nu nog het wilde westen waar nieuwe pagina’s opkomen en andere verdwijnen. Uiteindelijk ontstaat een nieuw medialandschap dat zich vooral op Facebook manifesteert. Met een steeds grotere rol bij de presidentsverkiezingen.
Friday, 16 September 2016 | Written by Ralph Rozema

Interactieve video: laat kijker kiezen wat belangrijk is

Door een video interactief te maken speel je beter in op de wensen van consumenten en vergroot je het engagement. Laat kijkers kiezen wat ze precies willen zien. En help ze met handige knoppen binnen de video voor extra informatie of om direct een product te bestellen.

 
„Op de smartphone kan je niet zonder interactieve video’s. Een video beslaat het hele scherm, dus als je gebruikers keuzes wilt geven, dan moet je dat binnen de video doen,” zegt commercieel directeur Tom Ruijgrok van Blue Billywig. „We merken dat consumenten er blij mee zijn, ze kunnen zelf precies bepalen wat ze zien. Bedrijven krijgen meer inzicht in wat gebruikers willen en kunnen beter op de klantbehoefte inspelen.”

Blue Billywig, gevestigd in een bosrijk stukje Hilversum, is een online videoplatform. Bedrijven kunnen er terecht voor ontwerp, beheer en analyse van videocontent. Een productiebedrijf maakt de deelvideo’s. Blue Billywig, dat 35 werknemers telt, plaatst het bij elkaar en voegt interactieve elementen toe.

 
Succes bij KPN
KPN had de primeur. Het bedrijf maakte voor KPN in 2009 voor het eerst een interactieve video. „Geen video van acht minuten, maar korte clips van 25 seconden. Dat bleek te werken. Die video’s namen het call center veel werk uit handen.” Door in de video enkele vragen te beantwoorden komt de klant bij het antwoord op zijn specifieke vraag. Het begon met zevenduizend views per maand; inmiddels zijn dat er 250.000.

Sindsdien is het snel gegaan: van reisorganisaties tot woningcorporaties. Bedrijven en instellingen zijn volop met interactieve video aan de gang.

Zo geeft Allerhande interactief kookles. Tijdens het afspelen van de video kan je kiezen welke variant je wil zien – Hollandse of Italiaanse gehaktballetjes – , je kan het recept te voorschijn toveren en als een stap je te snel is gegaan, kan je die even terugkijken. De interacties maken de video gebruiksvriendelijk.

Bekijk hier de interactieve kookvideo van de Allerhande
 
 
Creatief of zakelijk
Een video van Blue Billywig zelf gaat nog verder. Je kan kiezen tussen een zakelijk of creatief pad, waarbij je door je keuzes andere fragmenten te zien krijgt en zo je eigen video samenstelt. Met flitsende muziek op de keuzemomenten. ,,We willen dat mensen niet alleen kijken, maar een ervaring krijgen die ze bijblijft,” zegt Ruijgrok.

„Je kan kijkers hun eigen soundtrack laten samenstellen,” zegt product owner Linda van der Veldt als ze de video toont. „Klik op de gitaar, de drums of de zanger, wat je maar wilt horen. Creatieve video’s lenen zich prima voor dat soort interactieve elementen.”

Op de site van Blue Billywig kan je je eigen video regisseren. Kies je soundtrack, acteur en camera. Klik op de homepage op de tv om het uit te proberen.

 
Videostrategie
De trend van video op de smartphone is al een tijd aan de gang. Uit onderzoek van Ooyala blijkt dat videogebruik op smartphone en tablet vorig jaar met 35 procent is gegroeid. Sinds 2013 is dat met 170 procent toegenomen. Het onderzoek richt zich op de VS, maar in Nederland is de trend niet anders. Het bereik van video wordt steeds groter, helemaal onder millennials.

Maar veel bedrijven hebben nog nauwelijks een videostrategie. „We zijn daar wel eens verbaasd over,” zegt Esther van Dorst, marketeer bij Blue Billywig. „Dan heeft een bedrijf een uitstekende marketingafdeling, maar blijkt video het ondergeschoven kindje te zijn.”

 
Conversie of engagement
De eerste stap die Blue Billiwig zet met bedrijven is het ontwerpen van een videostrategie. Wat is je doelstelling? Conversie, engagement, customer care of E-learning zijn heel geschikt om interactieve video toe te passen.

Maar interactieve video is geen doel op zich. „Het moet je doelstelling ondersteunen. Anders krijg je een prachtig opgetuigde kerstboom, maar als niet helder is wat je wilt bereiken, heb je er weinig aan. Alles begint bij het vaststellen van je doelen.”

 
Branching en overlays
Interactieve video maakt gebruik van twee uitbreidingen op je videocontent. Branching is dat je vertakkingen in een video maakt, dat elke kijker een eigen weg gaat en eigen video samenstelt. Ontwerpers maken een flow chart met mogelijke combinaties van videofragmenten. Vergelijk het met een customer journey, maar dan binnen een video.

Naast branching zijn er overlays, knoppen bovenop het beeld. Door te klikken kan je een actie uitvoeren, bijvoorbeeld iets downloaden, een formulier invullen of een specifieke video in de video bekijken. Of kies voor bepaalde toepassingen van een product: je kan de kijker zelf laten bepalen wat hij of zij wil zien.

 
Gepersonaliseerd en interactief
Mooi is ook de combinatie van een interactieve en gepersonaliseerde video. Als bepaalde gegevens van je bekend zijn, dan wordt de inhoud van de video daarop afgestemd. Pensioenfonds APG doet er al zijn voordeel mee. Bijvoorbeeld je leeftijd of de gezinssamenstelling is bekend en dus krijg je alleen die video’s te zien die op jou van toepassing zijn. „Bij complexe onderwerpen als pensioenen biedt interactieve video een uitkomst,” zegt Van Dorst. APG won er een communicatieprijs mee.

 
Consumentenonderzoek
Uit onderzoek van Trendbox in opdracht van Blue Billywig blijkt dat consumenten interactieve video waarderen. Proefpersonen kregen een lineaire of interactieve video te beoordelen, waarna ze de andere variant te zien kregen. Interactief springt eruit. Mensen waarderen het om zelf door de video heen te kunnen navigeren, ze onthouden de informatie beter en voelen zich meer betrokken. Bij de leeftijdsgroep tot 35 jaar scoort interactieve video het hoogst.

 
Goudmijn voor analisten
Bedrijven zien als grote winstpunt dat ze meer kunnen analyseren. Bij lineaire video is na te gaan hoe lang iemand kijkt. Interactieve video vertelt ook welke knoppen een gebruiker aanklikt. „Bedrijven kunnen zo speciek op wensen van klanten inspelen,” zegt Ruijgrok. „De bedrijfsleiding spreekt KPI’s af om het succes te meten. Met het platform kan je zien in hoeverre de doelstellingen zijn behaald.”

 
360-graden video
De nieuwste trend is 360-graden video. Ook dat kan interactief. Ruijgrok ziet er veel in. „Je loopt door een gebouw en kan alle kanten opkijken. En op elke plek die ertoe doet kunnen we een overlay leggen waar de consument meer informatie krijgt, een product goed kan bekijken of kiezen om een bepaalde richting in te slaan.”

Ruijgrok verwacht dat over vijf jaar interactieve video gemeengoed is, in elk geval voor de smartphone. Veel bedrijven hebben nu nog een slag te maken. „Het gaat integraal deel uitmaken van de marketing.”

En vanwaar Blue Billywig? De kenners weten het al lang. Blue Billywig komt uit Harry Potter. Het beestje, dat zo klein is dat je het niet ziet, kan een zweverig gevoel veroorzaken waardoor ineens alles kan. Zo vanzelfsprekend kan interactieve video gaan worden.
Thursday, 08 September 2016 | Written by Ralph Rozema

Is Musical.ly de nieuwe Snapchat?

In de rubriek Franky beschrijven redacteuren van Frank.news hun eigen, persoonlijke media-ervaring. Vandaag Ralph Rozema over de app Musical.ly die in rap tempo de wereld verovert.De mooiste media-ervaring is natuurlijk live. In de trein van Amsterdam naar Maastricht gaf een tienertweeling van een jaar of twaalf een inkijkje in hun wereld. Lekker swingen tegen de bank aan, charmante bewegingen met hun handen en een verleidelijke blik. Met de smartphone in de hand.
Even later vertelden ze hun medereizigers waar het om draait: de app Musical.ly. Samen playbacken, het is fun en als je geluk hebt word je als tiener een wereldster.

Playback appMusical.ly heeft inmiddels zo’n 100 miljoen gebruikers wereldwijd. Vooral jonge tieners blijken dol op de playback app te zijn, waarmee je je eigen muziekvideo kan opnemen en delen.

Vergeet SnapchatMisschien had je nog niet de moeite genomen je erin te verdiepen, maar Musical.ly wordt nu al genoemd als de nieuwe Snapchat. De groei van de app gaat even snel als bij Snapchat in de begintijd. Vooral in de Verenigde Staten gaat het hard.
Sommige tieners zijn dankzij Musical.ly uitgegroeid tot wereldster. Op internet kan je ze vinden, zoals de vijftienjarige Ariel Martin (Baby Ariel) met elf miljoen fans. Of de veertienjarige tweeling Lisa en Lena uit Duitsland met zeven miljoen volgers.

Ophef in AustraliëSnapchat lag in het begin onder vuur vanwege de seksueel getinte foto’s die jonge gebruikers elkaar stuurden. Met de playback app Musical.ly kunnen tieners hun creativiteit uiten. Onschuldig zou je denken, maar een school in Australië heeft de app verboden, schrijft techmagazine Mashable. De app zou aanzetten tot seksueel getinte dansbewegingen bij kinderen.

Live zingenVolgens Mashable valt dat overigens wel mee. Het is niet anders dan op Instagram, waar tieners zich met selfies op een aantrekkelijke manier aan de wereld presenteren.
Het bedrijf heeft inmiddels een app uitgebracht die nog een stukje verder gaat. Want met Live.ly kan je live playbacken en dat is nog leuker dan opnemen.
Friday, 02 September 2016 | Written by Ralph Rozema

Facebook de mist in met vervangen mensen door machines

Facebook heeft de voltallige redactie van de trending sectie ontslagen, omdat algoritmen dat werk beter zouden kunnen doen. Maar twee dagen na het ontslag verschijnt in de trending sectie een compleet verzonnen nieuwsverhaal, dat in de VS voor veel ophef zorgt.

 
Het was even schrikken voor de 26 medewerkers  - curators en copywriters - die afgelopen vrijdag naar huis werden gestuurd. Ze kregen een uur om hun computer en smartphone in te leveren en het kantoor in New York te verlaten. De details komen uit internetmagazine Quartz en ook andere media als The Washington Post melden het ontslag.

Facebook vindt dat mensen bij de nieuwsselectie geen objectieve beslissingen nemen. Daarom kunnen machines en algoritmes dat werk beter doen.

 
Fake artikel over debatleider Megyn Kelly
Maar twee dagen later blijkt dat de algoritmen wel hele eigenzinnige besluiten nemen. Op zondag verschijnt een fake nieuwsartikel over presentator Megyn Kelly van televisiezender Fox, dat terecht komt in de trending sectie op Facebook. Kelly is bekend van het televiedebat met Donald Trump en de ruzie daarna volgde.

Het nieuwsverhaal vertelt dat Kelly bij Fox is ontslagen, omdat ze steun zou hebben gegeven aan Hillary Clinton. Maar van dat ontslag blijkt niets waar te zijn. Het verhaal heeft intussen 200.000 likes. Facebook verwijdert het fake verhaal pas na een dag uit de trending sectie.

 
Facebook belangrijke nieuwsbron
De ophef is groot omdat Facebook zich steeds meer ontwikkelt tot belangrijke nieuwsbron in de Verenigde Staten. Zo’n 44 procent van de volwassen Amerikanen gebruikt Facebook voor de nieuwvoorziening, constateert het Pew Research Center. Maar nieuws moet je checken om er zeker van te zijn dat het klopt. Dat is het minste wat je als lezer mag verwachten.

CEO Mark Zuckerberg zegt dat Facebook geen mediabedrijf is, maar een tech-organisatie. Het geeft informatie door en hoeft dus niks te checken. Ook de criteria voor de selectie van nieuws – wat komt wel en niet in de trending sectie – blijven in nevelen gehuld.

 
Conservatieve standpunten niet welkom
Facebook gebruikte tot nu toe een algoritme om verhalen van lezers te verzamelen en liet redacteuren een samenvatting schrijven die in de trending sectie kon komen. Dat team kwam in opspraak, omdat het conservatieve standpunten uit de trending sectie zou weren.

Nu de redacteuren weg zijn, is er alleen het algoritme nog. De enige mensen die nog aan ‘Trending’ werken, liet Facebook weten, zijn technici die het algoritme verfijnen. Maar die checken dus niet of een nieuwsverhaal klopt.

 
Fake en echt door elkaar
Sinds het verwijderen van het Kelly-verhaal uit de trending sectie, zijn daar weer ‘echte’ news stories te zien. Vooral licht nieuws – een bekende acteur die naar een party gaat, een curiositeit over de kipsandwiches van McDonald’s.

Het probleem is dat nieuws dat gecheckt is en fake verhalen op Facebook dwars door elkaar zitten. Je zou zeggen: je hebt een redactie nodig om dat uit elkaar te houden.

 
Fortune haalt uit
Die visie is steeds vaker te horen. Neem zakenblad Fortune. „Sorry, Mark Zuckerberg”, kopt het blad, „maar Facebook is zonder enige twijfel een mediabedrijf. En moet dus ook de verantwoordelijkheden op zich nemen die daarbij horen.”

Naast het indelen van posts van gebruikers, benadert Facebook media voor het leveren van content. Dit jaar krijgen uitgevers en celebrities zo’n vijftig miljoen dollar betaald om content te leveren. „Het maakt niet uit of Zuckerberg zegt dat het geen mediabedrijf is. Het heeft de functies van mediabedrijven overgenomen,” schrijft Fortune.

 
Ook technici niet neutraal
Facebook heeft ook een punt: objectieve criteria voor wat nieuws is, bestaan niet. De oplossing die steeds meer nieuwsorganisaties kiezen is transparant te zijn over de criteria om iets wel of niet in de nieuwssectie te plaatsen.

Dat is wat anders dan zulke keuzes aan machines overlaten, zoals Zuckerberg wil. Het is een onmogelijk streven, want ook technici die computers aansturen hebben opvattingen. Zij bepalen via de techniek welk nieuws je wel of niet te zien krijgt. Zonder transparantie daarover. En zonder kennis over het nieuws. Het zal op die manier niet lang duren voor het volgende fake bericht in de Facebook trending sectie verschijnt.

 
Thursday, 01 September 2016 | Written by Ralph Rozema

Be Candid,
it’s contagious.

Candidness is the quality of speaking with
honesty and authenticity. Our Candid editorial
team shares stories that matter on media, data,
marketing, creativeness and technology.

Our Candid editorial team
creates stories that matter.