Candid. Platform
for growth.

Zappen onmogelijk door reclamekartel

RUBRIEK FRANKY

 
In de rubriek Franky beschrijven redacteuren van Frank.news hun eigen, persoonlijke media-ervaring of -ergernis. Vandaag: André Oerlemans over reclameblokken die op concurrerende commerciële tv-zenders tegelijkertijd worden uitgezonden.
 
Wat doet u als er een reclameblok op televisie begint? Ik behoor tot de grote groep van 42 procent van de Nederlanders die weg zapt (onderzoek Vostradamus) en naar andere zenders surft om een stukje film, documentaire of serie mee te pakken. Begrijp me niet verkeerd: reclamespots bekijken en beoordelen is onderdeel van mijn werk, maar ’s avonds voor de buis zoek ik vooral ontspanning. Wat blijkt: waar ik ook heen zap, op de commerciële zenders is overal tegelijkertijd reclame.

Televisiebloggers die beroepsmatig zappen valt het al jaren op dat concurrerende zenders hun reclameblokken tegelijkertijd uitzenden. In 2010 ontkenden RTL en SBS nog dat ze die op elkaar afstemmen. Logisch, toegeven zou betekenen dat ze kartelafspraken maken en dat is verboden. De grote projectontwikkelaars in de bouwfraudezaak ontkenden aanvankelijk ook dat ze prijsafspraken maakten. Nu weten we beter. Wie op Google zoekt onder de term ‘kartelafspraken’, ziet dat het zowat in elke branche gebeurt.

 
Reclameregels geen vrijbrief
Volgens de commerciële omroepen is het echter puur toeval, te wijten aan de strenge reclameregels van de EU. Laten we die regels dus even onder de loep nemen. In de EU-richtlijn voor audiovisuele mediadiensten staat dat een televisiezender in Nederland per uur maximaal 12 minuten, oftewel 20 procent, reclame mag uitzenden. Uitzendingen en programma’s mogen één keer per geprogrammeerd tijdvak van 30 minuten worden onderbroken voor reclame. Omdat ook de EU inziet dat mensen steeds meer mogelijkheden krijgen om reclame te vermijden, zijn er verder geen gedetailleerde voorschriften. Maar dat is geen vrijbrief om onderling af te spreken dat elke zender zijn reclameblokken op hetzelfde tijdstip uitzendt.

 
Wie tipt kartelwaakhond
Hier lijkt duidelijk sprake van een kartel zoals de Autoriteit Consument & Markten (ACM) - na diverse veranderingen is dat de huidige naam van de Nederlandse kartelwaakhond – dat op zijn website verwoordt. Namelijk afspraken tussen bedrijven om niet in elkaars gebied - lees: reclamezendtijd - te werken.

,,Kartels zijn verboden volgens de Nederlandse concurrentieregels. Ze verstoren de concurrentie en dat is slecht voor consumenten,” stelt de ACM. Misschien moeten we dan maar de ACM tippen. Misschien grijpt de waakhond dan in en kunnen vier op de tien Nederlanders weer gaan zappen tijdens reclameblokken.
Thursday, 12 May 2016 | Written by André Oerlemans

Populaire presentator verdient salaris dubbel en dwars terug

Door Theo Nieveen

 
Volgens ‘De krant van wakker Nederland’ heeft een bekende presentator laatst 10.000 euro salarisverhoging gekregen. Een golf aan reacties in de vox populi kolommen volgde. Zelfs, Business not as usual, RTLZ meldde het nieuws over het salaris in een tickertape berichtje. Hoe sneu is dat overigens voor een businesszender?
 
Ik vermoed dat de presentator in kwestie die 10K niet eens op z’n loonstrookje heeft bemerkt - en in ons belastingklimaat al helemaal niet - maar los daarvan: de onderliggende vraag is of ambtenaren en semiambtenaren boven de Balkenende-norm mogen verdienen? Nu ben ik de laatste die daar een antwoord op gaat geven, het ambtenaarschap, noch een cao-overeenkomst hebben mij ooit getrokken.

 
Is 5 ton moreel verantwoord
Maar toch, er bestaat in onze maatschappij misschien nog wel zoiets als moreel besef. Iets wat we zeker mogen verwachten bij diegenen die dat van oudsher prediken (de basis van alle omroepen: predikers en moralisten). De vraag is dan ook gerechtigd of je het moreel verantwoord vindt om voor een relatief eenvoudige klus als het presenteren van een dagelijks tv- of radioprogramma bij een publieke omroep  - al dan niet ontsproten uit het socialistisch gedachtengoed -  een salaris van 4 of 5 ton-plus te toucheren, voor ca. 180 afleveringen. De vox populi vindt in elk geval van niet, maar als we die mening nu even laten voor wat het is en eens kijken naar de cijfers? Kosten en baten in Omroepland.

 
Hoe is tv-programma gefinancierd
Een tv-programma wordt vanuit verschillende bronnen gefinancierd. De omroep betaalt een x bedrag aan een producent. Die financiering komt voort uit inkomsten uit o.a. subsidies (omroepbijdragen), misschien nog een beetje ledencontributie, verkoop van eigen programmaformats, merchandising en het geheel afgetopt met een aanzienlijke bijdrage uit de STER-pot. Als we ons nu even concentreren op die laatste, dan kunnen we een rekensommetje maken.

De STER verdient z’n geld met de verkoop van spots. Een tv-commercial is gemiddeld 30 seconden en heeft een prijs die fluctueert met de seizoenen en reageert op vraag en aanbod. Stel dat een 30 seconden commercial voor of na een programma met gemiddeld 1 miljoen kijkers (ca. 8% kijkdichtheid 13+) zo’n 15.000 euro kost. En stel dat er 20 commercials van 30 seconden rondom zo’n programma worden uitgezonden, dan levert dat programma dagelijks 300.000 euro aan STER-inkomsten op.

 
Verlies kijkers kost 13 miljoen euro
Maar nu. Stel er komt een andere presentator en de kijkdichtheid van datzelfde programma daalt van 8% naar 6%. De spotprijs gaat vervolgens ook naar beneden en wordt ca. 11.250 euro. Als het aantal uitgezonden commercials gemiddeld 20 blijft, dan lopen de inkomsten terug met 75.000 euro per dag! Het programma wordt horizontaal 5 dagen per week geprogrammeerd, dus een andere presentator levert een theoretisch verlies aan STER-inkomsten op van 375.000 euro per week. Op 180 afleveringen per jaar is dat circa 10 tot 13 miljoen euro.

Als je nu 5 ton uittrekt om die inkomstenderving tegen te gaan door de juiste presentator aan te houden, dan valt zo’n salaris op zich wel weer mee. Het blijft een bak geld voor een semiambtenaar in een relatief eenvoudige baan, maar het scheelt uiteindelijk miljoenen op jaarbasis. Bij RTL hebben ze het dubbele er wel voor over. Dus ja, wat is (te)veel? En ... wat zou je zelf doen? Een moreel dilemma.
Friday, 06 May 2016 | Written by Redactie Frank.News

De lessen van de Donald Duck

RUBRIEK FRANKY

 
In de rubriek Franky beschrijven redacteuren van Frank.news hun eigen, persoonlijke media-ervaring of -ergernis. Vandaag: Bas Hakker over de briljante marketingstrategie van Donald Duck.
 
Zo ingewikkeld is marketing nu ook weer niet. Je zet ergens in de Donald Duck: volgende week een leuk cadeau voor alle abonnees. Daarna bel je even met de afdeling die over de apps gaat en je regelt dat leden met een code gratis de appversie van een gelieerd blad kunnen lezen (De Katrien Duck bijvoorbeeld).

Precies zo ging het bij mijn achtjarige zoon die een groot fan is van de enige eend die nooit een broek aan heeft, alleen als hij gaat zwemmen (dank Harry Jekkers). Een week lang was hij aan het aftellen naar die legendarische donderdag waarop hij zijn topcadeau in ontvangst mocht nemen van één van zijn beste vrienden. Een week lang praatte hij positief over dé Donald Duck; dat hadden die Sanoma-meneertjes en mevrouwtjes maar mooi geregeld.

Het is een hele oude marketingwet; het is veel goedkoper om je vaste klanten te behouden dan…Maar ligt er wel eens een presentje op de deurmat van Eneco of Essent, die je elke maand weer een eurootje of 130 toestopt? Wel eens iets gekregen van XS4all of Ziggo omdat je elke maand zomaar 70 ballen overmaakt naar die club?

 
Ik heb een idee. Ik ga die gasten het boek van Kotler toesturen? Gratis…
Wednesday, 04 May 2016 | Written by Bas Hakker

Lessen in contentmarketing: het gevaar voor digitale horigen

Door Simon de Wilde

 
Bij een horige denk je al snel aan de Middeleeuwen. Die liggen achter ons, maar helaas is de horige een hardnekkig fenomeen. Wie goed om zich heen kijkt, ziet overal ‘digitale horigen’. Wees je bewust van het gevaar als je op andermans grond je oogst verbouwt en lees hoe je er iets aan doet.
 
In de V&D in Utrecht zat een uitstekende kleermaker. Karim Azimi werkte snel, bood goede service, toonde vakmanschap en rekende een scherpe prijs. In tegenstelling tot het zinkende schip V&D had de kleermaker aan klandizie geen gebrek in zijn shop-in-shop. Goeie business voor deze kleine ondernemer.

 
In één klap alles kwijt
Dan slaat het noodlot toe en gaat het warenhuis op de fles. De kleermaker raakt in één klap alles kwijt waar hij zo hard voor heeft gewerkt. Hij kan letterlijk niet meer bij zijn strijkplanken, naaimachine en fournituren die de curator bestempelt als onderdeel van de inboedel van V&D. Azimi is een van de 1800 gedupeerde toeleveranciers. In totaal krijgt de kleermaker nog 15.452 euro aan omzet. Of hij dit ooit terugziet is nog maar de vraag.

 
Contentmarketing op andermans grond
Helaas kan dit elke ondernemer overkomen die zijn business bouwt op andermans land en voor zijn opbrengst - lees omzet - dus compleet afhankelijk is. Hier doel ik niet alleen op ondernemers als Azimi die een shop-in-shop hebben. Ik doel ook op ondernemers die hun contentmarketingstrategie op andermans grond verbouwen. Er zijn ondernemers die voor hun totale marketingstrategie afhankelijk zijn van Facebook, Google of WordPress.

Dit fenomeen noemt de Amerikaanse auteur Nicholas Carr de digital sharecropper. Dit verwijst naar een specifieke periode in Amerikaanse geschiedenis, net na de burgeroorlog. Boeren, sharecroppers genoemd, konden gereedschap en land pachten. De landheer plukt de vruchten en heeft alle macht: hij kan de boer zijn voorwaarden opdringen en de regels tijdens het spel veranderen.

 
Digitale horige
Vervang boer door ondernemer en landheer door Facebook of WordPress en je ziet de ‘digitale horige’ en de moderne ‘digitale landheer’. De distributie en productie van content op deze platformen is in de handen van vele bloggers, vloggers, makers van podcasts en andere ondernemers, maar de economische opbrengst ervan is in de handen van een enkeling. Dat is de situatie zoals die nu is en veel ondernemers, bedrijven, stichtingen en clubs zijn zich dit niet altijd bewust.

 
Contentmarketingblog
Zelf ben ik ook een ‘digitale horige’ want ik heb een blog op WordPress. In 2010 kluste ik ‘gratis’ op een verloren zondagmiddag met WordPress mijn blog ‘Dorpspomp Overvecht’ in elkaar. Sindsdien blogde ik erop los over Overvecht, mijn avonturen in Iran, Wit-Rusland en andere exotische oorden. En sinds kort blog ik dus over contentmarketing. In totaal richting de 400 berichten.

 
Bouw je contentmarketingstrategie niet op drijfzand
Als een ‘digitale horige’ bewerk ik de akker en mijn ‘landheer’ WordPress plukt de economische vruchten. Maar stel nu dat mijn landheer uit de gratie raakt, zoals dat gebeurde met Hyves of Myspace? Dan heb ik een probleem. Of wat als WordPress op een dag besluit dat het alle content over Overvecht bant? Dan blijkt mijn hele contentmarketingstrategie gebaseerd op drijfzand.

Het probleem is dus niet zozeer de inzet van sociale media om je content te verspreiden. Dat is prima. Mijn punt is dat je je contentmarketingstrategie op een eigen akker tot wasdom moet laten komen. Plaats als ondernemer of zzp’er je blogs en content op een door jou zelf gehoste website met een eigen domeinnaam en je bent baas over je eigen content. Zelf ga ik dus als de wiedeweerga werk maken en ‘land kopen’ in plaats van huren, zodat ik zelf geniet van al die noeste arbeid. Oftewel een kwestie van een domeinnaam registreren, een webhostingbedrijf in de arm nemen, WordPress koppelen en mijn content migreren.

 
Eind goed al goed
Kleermaker Azimi is een slimme ondernemer en legt niet al zijn eieren in één mandje. In zijn winkel in de Voorstraat is hij nu druk aan het werk. Het is te hopen dat zijn huurbaas het langer volhoudt dan de V&D.

 
Wat vind jij?
Ik ben benieuwd: lezer, ben jij een digitale horige?

 
Simon de Wilde is Freelance (Bedrijfs)journalist, blogger en verhalenverteller met als specialismen: webredactie, deskresearch en contentmarketing. Deze blog is ook te lezen via zijn eigen blog.
Thursday, 28 April 2016 | Written by Redactie Frank.News

Panama Papers vragen om nieuwe goed/fout discussie

Door Bruno Braakhuis

 
De roep van de samenleving om meer ethisch reveil in de bestuurskamers van bedrijven en andersoortige organisaties neemt snel toe. Daar is ook alle reden toe. Zo tonen de Panama Papers bijvoorbeeld aan dat weliswaar de wet als norm gehanteerd wordt  - ook niet altijd trouwens -, maar dat een moreel kompas als basis voor besluitvorming ontbreekt. Zo wordt de wet gebruikt als dekmantel om het gebrek aan moraliteit te verdoezelen.
 
In mijn werkend verleden ben ik dat ook vaker tegengekomen. De redenering is dan, dat de wet democratisch tot stand is gekomen en dat dus alles wat niet onwettig is te allen tijde valt te legitimeren. Dit is niet voorbehouden aan bestuurders alleen. Het is veel breder dan dat. Ik sprak onlangs iemand aan die heel luid zat te bellen in de trein. Haar reactie was, dat het geen stiltecoupé was en dat ze dus het recht had om te bellen. Mijn antwoord daarop was dat dit klopte, maar dat het daarmee nog geen sociaal gedrag is. Daar gaf ze mij gelijk in.

 
Grenzen regels opzoeken
Zo zijn er talloze voorbeelden te noemen, waarin het gedrag niet langer gedreven wordt door het streven een sociaal wezen te zijn, maar door de grenzen van de regels op te zoeken, er net binnen te blijven en achter die regels te verschuilen. Wat dat voor anderen betekent is minder relevant geworden.

Opvallend is dat deze ontwikkeling samen lijkt te lopen met die van het individualisme, maar dat de overgang van een Rijnlandse economie naar een Angelsaksische economie dit regelmatig heeft laten doorslaan in egocentrisme. Alsof de ander, de omgeving, de impact van het eigen handelen op die ander of die omgeving geen relevant deel van de overweging meer is.

 
Sterkste of zwakste schouders
Zo vinden belastingontwijkers en de mensen die de routes ten behoeve van belastingontwijking verzinnen het zelfs hun plicht om te streven naar zo weinig mogelijk belasting betalen. Want het mag van de wet en het is beter voor de jaarcijfers. Dat diezelfde belastingontwijkers daarmee zoveel mogelijk profiteren van wat publiek wordt gefinancierd, maar er zo weinig mogelijk aan willen bijdragen, is geen deel van de overweging. Dat die publieke financiering dan moet worden opgebracht door anderen en minder vermogenden lijkt volledig uit beeld verdwenen.

 
Wie het hardst roept…
Daarmee is belasting ontwijken niet veel anders dan heel luid bellen in de trein. De overwegingen zijn hetzelfde. Zelfgericht, zonder oog voor de gevolgen voor anderen, verschuilend achter de regels. Dat de Panama Papers voor zoveel tumult zorgen, mag dan ook deels worden gezien als boter op het hoofd van de samenleving. Niet dat het tumult onterecht is, maar de vaststelling van het ontbreken van een moreel kompas in de bestuurskamers dient dan wel gepaard te gaan met een veel bredere ethische discussie over de moraliteit in de samenleving als geheel. Want nu is het nog zo, dat als de klagers van vandaag morgen de kans krijgen, de kans groot is dat ze hetzelfde doen.

 
Voorbeeldgedrag geëist
Aan de andere kant zou het adagium van noblesse oblige moeten gelden. Duurbetaalde heren en dames, vaak in bestuurskamers, mogen geacht worden voorbeeldgedrag te tonen. Reacties als die van Gerrit Zalm van ABN AMRO laten het tegendeel zien. Ook hij legitimeert het faciliteren van belastingontwijking en daarmee het benadelen van de samenleving, waarmee hij namens zijn bank dit gedrag zelfs institutionaliseert. Ongetwijfeld wordt er bij andere banken als ING en Rabobank net zo over gedacht. Consultancy’s en advocatenkantoren als EY en Loyens & Loeff kan als facilitators van belastingontwijking hetzelfde worden aangerekend. Daarom is het goed om hen op dit gedrag aan te spreken. Dit valt niet in regels te vangen, maar vraagt om een hernieuwde ethische discussie over goed en fout binnen talloze bestuurskamers.

 
Bruno Braakhuis is samen met Maarten Lemmers bedenker, oprichter en eigenaar van Abaelard
Tuesday, 26 April 2016 | Written by Redactie Frank.News

Eerste mijlpaal frank.news: 100.000 unieke bezoekers per maand

EDITORIAL FRANK

 
Drie maanden na de officiële start heeft frank.news zijn eerste mijlpaal bereikt. De grens van 100.000 unieke bezoekers per maand is doorbroken en dat aantal blijft snel groeien. Wie zijn onze lezers? Wat lezen ze het liefst? Wat maakt onze verhalen relevant en boeiend? Tijd voor een editorial.
 
‘Frank.news is het nieuwe, open en eerlijke nieuwskanaal over marketingtrends en medianieuws van de Candid Group. Een kanaal dat onderzoekt en openbaart. Niet mainstream, maar innoverend en eigenwijs.’ Onder die noemer begonnen we in januari 2016 met een redactie van ervaren journalisten aan een nieuw avontuur. Ons doel is simpel: transparante, eerlijke, boeiende en nieuwswaardige verhalen schrijven over de wereld van marketing, media, onderzoek en reclame. Op die manier willen we relevante kennis delen met alle mensen die in de branche werken of er affiniteit mee hebben.

 
Geen gebakken lucht
Dat lijkt eenvoudiger dan het is. Er zijn in de branche veel mensen die gebakken luchtverhalen vertellen en daar moet je voor oppassen. Er zijn veel deskundigen die alleen zichzelf willen promoten en ook daar proberen we doorheen te prikken. Maar voor mensen die een goed en relevant verhaal te vertellen hebben biedt frank.news altijd een platform. Dat lijkt te lukken. Onze redacteuren weten deskundigen en experts op te voeren die een inhoudelijk interessante en soms verrassende kijk op ontwikkelingen en trends geven. Ook onze gastschrijvers en gastbloggers voegen duidelijk relevante kennis en invalshoeken toe en trekken veel views. Wat ook belangrijk is: we werken niet met advertenties. Dat maakt ons onafhankelijk van commerciële belangen van adverteerders.

 
100.000 unieke bezoekers
Dankzij Google Analytics kunnen we precies zien hoeveel mensen onze website bezoeken, hoelang ze er blijven, hoeveel pagina’s ze lezen en nog veel meer. Op onderstaande illustratie is dat overzichtelijk weergegeven.

 

 
In de periode tussen medio maart en medio april 2016 trok Frank.news 101.636 unieke bezoekers. Zij bekeken ruim 515.000 pagina’s - gemiddeld 4,7 pagina’s per bezoeker - en bleven bijna 3 minuten ‘hangen’. De bounce rate – dat wil zeggen: het aantal bezoekers dat na één blik op de website alweer afhaakt – ligt op 17 procent. Dat is bijzonder laag en geeft aan dat mensen nieuwsgierig worden en doorklikken naar andere verhalen als ze Frank.news bezoeken.

 
Meer mannen dan vrouwen
We kunnen dankzij hun online profielen ook zien of onze bezoekers man of vrouw zijn. Dan blijkt dat 61,2 procent van onze viewers man is en 38,8 procent vrouw. De reclamewereld blijft blijkbaar een mannenbolwerk, maar ons doel is om uiteindelijk net zoveel vrouwen naar onze website te trekken.

 


 
Veertigers domineren
Kijkend naar de leeftijden van onze bezoekers zien we geen verrassingen. De meeste bezoekers zijn tussen de 35 en 44 jaar oud. Daarna komen de dertigers en daarna de vijftigers. Een beeld dat aansluit bij de demografische piramide van werknemers in de branche.

 


 
Wat lezen onze lezers
Welke verhalen vindt onze lezer het meest interessant? Dan kan iedereen zelf zien en bepalen, want we publiceren het daadwerkelijke aantal views per artikel op onze website. Wie zo door het aanbod scrolt ziet bijvoorbeeld dat de verhalen over nieuwe verdienmodellen goed scoren, bijvoorbeeld over Blendle. Dat artikel is bijna 7500 keer gelezen. De branche is blijkbaar naarstig op zoek naar nieuwe verdienmodellen.

De perikelen rond grote merken zijn ook populair leesvoer. De vergelijking van de teloorgang van V&D met het succes van Albert Heijn is met ruim 8500 views een veelgelezen verhaal over de potentie van rebranding. Ook verhalen over TMG, Sanoma, Unilever en andere grote bedrijven doen het goed bij bezoekers.

De stevige knuppel die Google topman Joris Merks-Benjaminsen tijdens het MWG-congres in het hoenderhok gooide, staat met 7800 views zeker in de top-10 van meest gelezen verhalen.

Maar eigenlijk verdienen alle verhalen de aandacht. De verhalen over het ouderwetse kijk- en luisteronderzoek, de fraude met online advertenties, over content marketing, nieuwe vormen van creatie, slimme manieren om social media te gebruiken, onderzoeken naar mediagebruik en folderverspreiding, verhalen over sport & markting. Maar ook de portretten van CEO’s van grote mediabedrijven, de trendy berichten die we uit de hele wereld verzamelen, de gastbloggers die hun kennis delen, de andere manier waarop we evenementen verslaan…Ik merk het al: ik sla door. Wat ik vooral wil zeggen is: blijf ons bezoeken. Blijf ons lezen en voor nu: bedankt.

 
André Oerlemans

Hoofdredacteur Frank.news
Friday, 22 April 2016 | Written by André Oerlemans

Publieke en commerciële omroepen hebben elkaar nodig

Door Kees Tukker

Nederland produceert na de VS en Engeland de meeste nieuwe tv-programma’s. Vaak nog succesvolle formats ook. De concurrentie op creatief, zakelijk en commercieel vlak tussen publieke en commerciële omroepen ligt aan de basis van onze status als belangrijke mediaspeler. ‘If you can make it here, you can make it everywhere.’ Om dit zo te houden moet het huidige bestel flink op de schop.

 
De mediawereld is in hoge mate competitief en concurrerend. Er kan in korte tijd veel geld verdiend worden met goed uitgewerkte formats. Producenten kunnen hun formats bij gebleken succes op de thuismarkt vaak vrij eenvoudig in andere delen van de wereld verkopen. Die thuismarkt is druk bevolkt en inmiddels internationaal befaamd. Grote producenten als Talpa en Eyeworks proberen hun formats in Nederland uit. Zijn ze hier een succes dan is de kans dat ze dat in ander land ook zijn vrij groot, zo is inmiddels gebleken. Niet voor niets zijn beide productiehuizen vorig jaar voor bedragen die tegen een miljard euro lopen ingelijfd door respectievelijk het Engelse ITV en het Amerikaanse Time Warner.

 
Meeste nieuwe programma’s
Na de Verenigde Staten en Engeland produceren we in Nederland de meeste nieuwe programma’s. Met maar 17 miljoen inwoners is dat een opmerkelijke prestatie. Het zegt veel over de uitzonderlijk hoog ontwikkelde combinatie van creativiteit en commercieel benul in het televisieminnende Nederland.

Waarom is dit zo? Is het nodig dit klimaat te handhaven en te stimuleren? Zo ja, hoe moet dat? Dat zijn de vragen die ik hier probeer te beantwoorden. Allereerst de waaromvraag. De voor de hand liggende antwoorden zijn: Nederland is een tolerant land. Het is dus eenvoudig hier iets nieuws uit te proberen. Sinds Phil Bloom in de jaren zestig ontkleed op de tv kwam leidt de buis nog zelden tot nationaal ophef, hooguit tot ophef én vertier – net als toen overigens.

 
Creatie en efficiënt
Ook wordt de combinatie van creativiteit en commercialiteit als succesfactor genoemd. Maar al is het zo dat al in de Gouden Eeuw onze creatieve genieën vaak ook in commercieel opzicht uitzonderlijk succesvol waren –het gaat toch te ver deze combinatie een typisch Nederlandse eigenschap te noemen. Wel lijkt vast te staan dat de vele denkrichtingen, levensovertuigingen en geloven in ons land, die allemaal op een kussen slapen - en ja, ook de duivel ligt ertussen -, gecombineerd met onze kenmerkende handelsgeest en de even beruchte als beroemde zuinigheid, belangrijke culturele omstandigheden zijn. Efficiënt en creatief produceren van eigentijdse programma’s, met een open oog op de wereldmarkt, is het resultaat.

 
VS en Engeland dominant
Maar hoe is dit in betrekkelijk korte tijd ontstaan? Wij hadden geen filmindustrie zoals in de Verenigde Staten waar mediaproductie logischerwijs aan ontsproten is. Evenmin beschikten we over een enorm koloniaal rijk, zoals de Engelsen, die met India, Australië en Canada een eenvormig taalgebied hadden dat als enorme afzetmarkt diende. De succesvolle producentenpositie van deze twee landen dateert van direct na de Tweede Wereldoorlog. Het feit dat ze een geoliede propagandamachinerie hadden én de grote overwinnaars waren van die oorlog, heeft overigens met zekerheid aan hun dominante positie in de westerse mediamarkt  bijgedragen.

 
Omroepwet 1967 aan de basis
De Nederlandse mediaproductie-boom begon later, feitelijk pas nadat het kabinet Cals het toenmalige gesloten bolwerk van de publieke omroep openbrak met de nieuwe Omroepwet van 1967. Allereerst door het toelaten van reclame op de publieke zenders en vervolgens ook door het introduceren van de mogelijkheid dat aspirant-omroepen konden toetreden tot het bestel. Hiervan maakte de TROS als eerste gebruik. We spreken sindsdien van het ‘open bestel.’ Dit alles leidde tot concurrentie tussen de omroepen (hoe meer leden, hoe meer zendtijd). Het was tevens de opmaat voor de totstandkoming van grote externe productiehuizen, zoals Joop van den Ende Producties. Onder invloed van de tijdgeest en de concurrentie veranderde het aanbod. Men sprak van ‘vertrossing’. Door velen werd deze commercialisering van het publieke beste met afschuw gadegeslagen. Maar welk woord men er ook aan gaf en hoe men er ook over oordeelde: de concurrentieslag om de gunst van de kijker was losgebarsten.

 
Altijd al concurrentie
Hoewel er sindsdien zeer veel veranderd is, uiteraard vooral door de komst van de commerciële zenders en volop gaande zijnde digitale revolutie, betraden de commerciële omroepen dus een markt die in de basis duaal van karakter was en behoorlijk dynamisch: er werd sinds ’67 reclame op toegelaten, buitenproducenten waren er actief in, er was sprake van concurrentie tussen de omroepen en in toenemende mate ook tussen de producenten.

 
Gouden tijdperk producenten
Dit alles leidde ertoe dat veel talent en kennis beschikbaar was toen de commerciële omroepen begonnen. Bovendien waren zowel producenten als kijkers inmiddels gewend aan grote shows. Om deze redenen maakte de commerciële omroepen een vliegende start. Ze kochten talent weg bij de publieken en commercieel aantrekkelijke formats bij de producenten. Joop van den Ende ging met zijn hele pakket naar RTL. Voor de producenten was een gouden tijdperk aangebroken. Ze konden de publieke en commerciële omroepen tegen elkaar uitspelen en zo de beste prijs krijgen voor hun producten. De concurrentie nam dientengevolge in alle delen van de markt toe.

 
Goedkoopste publieke omroep
Gezien de winstdoelstelling van de commerciële omroepen was hun benadering doelgroepgericht. Rondom de op de doelgroepen gerichte reclame werden bijpassende programma’s geplaatst. Dit doelgroepdenken werd in de slag om de kijker uiteraard overgenomen door de publieken, die er hun eigen draai aan gaven. Fons van Westerloo vertrouwde me als directeur van RTL Nederland eens toe dat hij bang was voor het succes van de publieke omroep, toen de werkwijze in 2005 met het zogenaamde ‘programmeermodel’ werd overgenomen door de zenders doelgroepgericht te maken. Ook produceren tegen zo laag mogelijke kosten - bij de commerciëlen vanuit het winstoogmerk vanzelfsprekend - drong tot de publieke omroepen door. De Nederlandse publieke omroep werd er de goedkoopste in de wereld door.

 
Als je in Nederland succes hebt…
 Het leidt geen twijfel dat deze concurrentie op creatief, zakelijk en commercieel vlak de belangrijkste redenen zijn voor het feit dat Nederland in relatief korte tijd is uitgegroeid tot zo’n belangrijke mediaspeler. Het adagium ‘If you can make it there, you can make it everywhere’, is wat dit betreft op ons kikkerlandje van toepassing. Maar markt- en prijsconcurrentie lijdt in alle gevallen aantoonbaar tot verschraling van het aanbod: wat succesvol en goedkoop is zal worden gekopieerd door de concurrent. Daarom klagen kijkers dat het onderscheid tussen publieke en commerciële omroep nog maar nauwelijks aanwezig is en neemt de overtuiging toe,  ook in de politiek, dat de publieke omroep overbodig is geworden is. De publieke omroep beseft dit; de laatste jaren is het programma-aanbod dan ook iets onderscheidender geworden ten opzichte van de commerciële concurrenten. Maar het wegdenken van de publieke omroep uit onze succesvolle creatieve media-industrie zou de monocultuur die grosso modo zo’n beetje ontstaan is legitimeren en bestendigen. Dit zou de dood in de pot zijn voor de creatieve concurrentie en inventiviteit die zo’n belangrijk deel van de verklaring van onze mondiale successen zijn.

 
Businessmodel onder druk
Nu het traditionele businessmodel van de (commerciële) omroepen onder druk staat omdat bulkreclame haar effectiviteit meer en meer aan het verliezen is, de prijzen voor reclamezendtijd dientengevolge naar beneden worden bijgesteld en commerciële omroepen steeds goedkopere producties moeten inkopen (dit geldt ook voor de publieke omroep trouwens), lijken de gouden tijden voorbij. Bovendien neemt de tijd dat mensen voor de buis hangen significant af en worden ook de grote mondiale live-events -  altijd aanjagers voor de kijkcijfers - meer en meer in livestreams aangeboden.

 
Trendbreuk nodig
Duidelijk is, dat zowel publieke als commerciële omroepen  als gevolg van deze ontwikkeling hun strategie fundamenteel moeten aanpassen. De kramp van de commerciëlen om daarbij te wijzen op de oneerlijke concurrentiepositie van de publieke concurrent op internet, klinkt als armzalig gepiep van een kat in het nauw. Ze snijdt geen hout: als iedereen zijn eigen omroep op internet kan beginnen, hoe zou dit de publieke omroepen dan verboden kunnen worden? Om de aanwezigheid van een sterke publieke en commerciële omroep - zowel on- als offline - als vliegwiel voor de hele creatieve mediamarkt te handhaven, lijkt het daarom noodzakelijk een trendbreuk te forceren: de markt tussen de commerciële en publieke omroepen moet scherper worden gescheiden.

 
Geen reclame bij NPO
Om de vaderlandse televisieproducenten een nieuwe impuls te geven zal het inhoudelijke en daarmee ook inhoudelijke onderscheid tussen publiek en commercieel weer moeten toenemen. Dit begint met het weren van elke vorm van reclame bij de publieke omroep en het scherper definiëren van de inhoudelijke doelstelling. Tegelijk zullen gegevens over kijk- en klikgedrag van de commerciëlen wel en de publieken niet verhandelbaar moeten en mogen zijn. Daarnaast moeten formatrechten alleen voor Nederland aan de publieke omroepen vallen en producenten en commerciële omroepen in de gelegenheid gesteld worden deze rechten in het buitenland te gelde te maken. Vervolgens zal de publieke omroep heel nadrukkelijk volkomen onafhankelijk van maatschappelijke stromingen of politieke opvattingen moeten worden georganiseerd en gefinancierd, op een wettelijke vastgelegde basis. Dit alles zal meer draagvlak voor de publieken tot gevolg hebben en een klimaat scheppen waarin commerciëlen op basis van het oude businessmodel meer tijd en financiële ruimte krijgen om nieuwe businessmodellen te ontwikkelen die aansluiten bij de digitale werkelijkheid van straks.

 
Kees Tukker was onder meer programmaleider bij de AVRO. Als hoofd informatieve programma’s was hij verantwoordelijk voor de samenwerking tussen AVRO en TROS binnen Twee Vandaag. Ook was hij een van de ‘founding fathers’ van actualiteitenrubriek Netwerk en stond hij aan de basis van talloze andere programma’s.
 
Friday, 08 April 2016 | Written by Redactie Frank.News

Hoe sponsors de sport beter kunnen maken

In de rubriek Frank slingeren bekende mensen uit de mediawereld hun ongezouten mening de ether in. Elke maand geven we de spreekwoordelijke knuppel door aan een ander. Deze keer: Frank van den Wall Bake, autoriteit op het gebied van sportsponsoring.
 

,,The visibiltiy that Tissot gets through its association with basketball is unmatched by any other sport.  It's a source of immense pride to be a partner of this sport. To be a partner is to bring something to a partnership and we constantly strive to look at what we can bring more to assist the sport to improve.”

 
Aldus François Thiebaud, CEO van het Zwitserse horlogemerk Tissot, dat sinds 2008 een belangrijke sponsor is van de NBA (professionele basketbal competitie in de V.S.) en ook hoofdsponsor van de Chinese basketbalbond en sponsor van de wereldbasketbalbond (FIBA).

 
De eerste claim, dat basketbal de beste keuze is uit alle sporten, is natuurlijk open voor discussie. Het tweede standpunt - hoe kunnen wij als sponsor naast onze financiële bijdrage de sport beter maken - is de spijker op de kop. Het doet ons denken aan de indrukwekkende uitspraak van voormalig Amerikaans president John F. Kennedy: ,,Don't ask what your country can do for you, but ask yourself what you can do for your country.”

 
Overdracht van waarden
Sponsoring van sport is allang veel meer dan een zak met geld. Wat goed is voor de gesponsorde is uiteindelijk ook goed voor de sponsor. We moeten met z'n allen veel meer denken in termen van overdracht van waarden. De sponsor heeft per definitie kennis en kunde in huis die waardevol is voor de gesponsorde. De gesponsorde is veelal gefocust op dat waar hij of zij in excelleert. Dat is vandaag de dag echter niet meer een garantie voor het podium. Er komt meer bij kijken. De immense populariteit van sport, die nog altijd blijft groeien, leidt ertoe dat de sport hoe langer hoe meer wordt geconfronteerd met allerlei - vaak onprettige - nevenzaken. De sport is daar veelal nog niet klaar voor en de sportieve prestaties lijden daaronder of zullen er onder gaan lijden. ,,Hoe kunnen we de sport niet alleen helpen, maar ook beter maken,” is dus de vraag die elke zichzelf respecterende sponsor moet stellen.

 
Sport samen beter maken
Het ‘wie betaalt, bepaalt’-principe is sowieso allang niet meer aan de orde, maar het overeenkomen van het sponsorbedrag, de lengte van het contract en de lijst van kwantitatieve tegenprestaties is slechts de eerste aanzet tot een sponsorhuwelijk. De uiteindelijke ROI zit hem veel meer in de vraag: wat gaan we samen doen om de sport beter te maken? Waarbij het ‘beter’ niet alleen staat voor de voor de hand liggende betere faciliteiten, maar minstens even belangrijk: de marketing, de financiële huishouding, de toegankelijkheid, dynamiek toevoegen teneinde meer jeugd aan te trekken. Denk ook aan de sociaalmaatschappelijke plaats van sport in de samenleving, het inhaken op het constant veranderende medialandschap met daarin de toenemende macht van de individuele atleet en last but not least: het werken aan een lange termijn strategie en continuïteit.

 
Macht van individuele sporter groeit
Over al deze aspecten is al veel gezegd en geschreven, maar ik wil nog wel even stilstaan bij die kracht en macht van de individuele atleet. Door de ontwikkelingen in het medialandschap is er een snelle groei gaande in die macht. Toppers hebben een rechtstreekse lijn met gigantische aantallen wereldwijde volgers via Facebook, Twitter, Instagram en YouTube en andere social media. De massa luistert nu eenmaal graag naar wat Max Verstappen, Usain Bolt, Messi, Daphne Schippers of Roger Federer te vertellen hebben. De populariteit van deze wereldwijd scorende toppers neemt in een sneltreinvaart toe, hetgeen er ook toe leidt dat de media nu veel meer geïnteresseerd zijn in de verhalen achter de sporter dan de verhalen achter de sport.

 
Helden van de jeugd
Generaliserend anticipeert de sport hier nogal matig op, zoals de sport überhaupt weinig met marketing heeft. En dit zijn nu net voorbeelden van terreinen waar het sponsorende bedrijfsleven de sport kan helpen. De sport beter laten passen in de denkpatronen van met name de jonge consument. De sporters/sportsters zijn vandaag de dag de helden van de jeugd, zoals dat vroeger de filmsterren en daarna de Beatles en/of de Stones waren.  Waarom tekent Nike een honderd miljoen euro-contract met Barcelona? Omdat de jeugd wereldwijd met een Barcelona/Nike shirt met Messi op de rug wil lopen en ook nog eens bereid is daar veel geld voor te betalen.

 
Bond en sporter moeten samenwerken
Wil een sport, bond, club of evenement succes hebben in de zoektocht naar een sponsor, dan zal die sport niet meer om verbintenissen met de huidige- en voormalige sterren uit de sport heen kunnen, want dat maakt de propositie interessant. Een verbintenis houdt dan overigens zeer nadrukkelijk in dat het een verbintenis is waarin een goede en heldere verstandhouding cruciaal is. Met andere woorden: management en sporters moeten duidelijk op dezelfde golflengte zitten.

De grote massa luistert nu eenmaal naar wat Daphne Schippers zegt. Diezelfde massa luistert, met alle respect, nauwelijks of niet naar wat de voorzitter of directeur van de atletiekunie roept. Regelt de sport die verbintenis met de individuele atleten niet, of niet goed, dan staat de deur open voor rechtstreekse verbintenissen met sponsors, waardoor de sport de boot mist, met alle gevolgen vandien. Dat dit ook niet in het belang van de individuele sporter is, is evident.

 
1+1=3
Maar zo denken de meeste sporters nu eenmaal niet. Dat is de harde realiteit. Overigens ben ik van mening dat een sponsor uiteindelijk veel meer rendement haalt uit een overeenkomst met zowel de sport, bond, club of evenement als met de atleten. Dat resulteert namelijk in het 1+1=3 effect en het leidt bovendien tot de zo belangrijke geloofwaardigheid. Een element dat nogal eens door sponsors en sport wordt onderschat.

Kortom sport floreert dan wel, ondanks de vele ongein de laatste tijd, maar ik ben ervan overtuigd, zoals ik dat eigenlijk al tijden ben, dat het huwelijk tussen sport en bedrijfsleven een cruciale rol speelt in de toekomst van zowel top- als breedtesport, nog vele malen beter zou kunnen zijn als de sport zich meer zou verdiepen in de ontwikkelingen buiten het sportveld, om daar vervolgens ook op in te haken.

 
Frank van den Wall Bake
www.vdwbconsult.nl
 
Monday, 04 April 2016 | Written by Redactie Frank.News

Lessen in contentmarketing: wees geen grijze muis

Door Simon de Wilde

Er zijn al ongelofelijk veel blogs, YouTube-video’s en podcasts van bedrijven en ondernemers. Jij wil dat ook: een slimme keuze. Maar hoe onderscheid je je van de concurrentie met je contentmarketing?

 
Een nieuwe lente, een nieuw geluid, schreef Herman Gorter in de eerste regel van zijn bekende gedicht Mei. En weer tijd voor de belastingaangifte, staat er op mijn to do list op de ruit. Ik ben op zoek naar een nieuwe boekhouder, het liefst eentje in Utrecht omdat ik daar woon. Eentje die niet te veel overhead heeft en veel zzp’ers en freelancers bedient. Hoe helpt contentmarketing een boekhouder zodat ik hem of haar vind met Google?

 
Vindbaarheid zzp en mkbEerst vraag ik even rond in mijn omgeving want, zo vond ik ook mijn huidige boekhouder – mond-tot-mondreclame werkt goed. Dan kruip ik achter mijn laptop. Google geeft veel hits. Het valt me op dat veel boekhouders en administratiekantoren concurreren op prijs. Uiteraard is een scherpe en vooral eerlijke prijs belangrijk, maar service en kwaliteit ook.

 
Bloggen voor ondernemersWat de meeste boekhouders, inclusief mijn huidige, niet hebben, is een blog. Terwijl dit bij uitstek een business is die kennisintensief is. Met een blog help je (potentiële) klanten met het oplossen van hun pijnpunten. Dit valt onder service en kwaliteit. Je creëert je eigen publiek. Bovendien houden de crawlers van Google van blogs, wat weer goed is voor je ranking in de zoekmachine. Een win-winsituatie.

 
Steengoede contentmarketingNatuurlijk zijn er al genoeg boekhouders die fanatiek bloggen. Dus ik hoor die boekhouders denken: wat kan ik in hemelsnaam nog toevoegen? Een korte blik leert me dat de meeste blogs nogal op elkaar lijken. Tien tips voor de belastingaangifte. Allemaal open deuren en zonder humor opgeschreven. Wat je niet wilt, is dat je een dertien-in-een-dozijnblog tikt. Geen grijze muis, maar een muis in een paars met goud trainingspak. Het is zaak om originele en steengoede content te maken.

 
Onderscheidend vermogenHoe je dat doet? Vraag jezelf af wat de reactie is van lezers als je blog er niet meer zou zijn. Als het antwoord is: eh, ik mis het eigenlijk niet. Dan zeggen we tegen de control room in Houston, I think we’ve got a problem. Je weet wat je ‘sweet spot’ is en dan zoek je binnen je business een goede niche of anderzijds een originele invalshoek voor je blogs, vlogs, podcasts of andere uitingen. Het is misschien eng om je te onderscheiden, maar dat wil je met je product of dienst ook. Dus waarom niet met je content?

 
Voorbeelden goede contentmarketingEen voorbeeld: er zijn weet ik hoeveel foodblogs te vinden. Maar sommige zijn veel beter dan andere. Sterker nog, doordat ze zich onderscheiden door originaliteit en steengoede content springen ze eruit. Een mooi voorbeeld vind ik Chicks Love Food. Hun invalshoek: gezond en lekker eten is simpel. Waarbij hun geheime wapen recepten met slechts vijf ingrediënten zijn. Een ander geinig voorbeeld vind ik het vlog Will it Blend van Bledtec, van een Amerikaans bedrijf dat blenders verkoopt. De kracht is de eenvoud en humor. Tot slot een podcast, Startup, waarbij de presentator je laat horen hoe je een bedrijf start door het letterlijk te doen. Allemaal manieren om origineel te zijn. Dus wees geen zzp’er of mkb’er die achter de kudde aanloopt maar een die zich scherp profileert met contentmarketing door middel van een scherpe mening, sterke inhoud en liefst overgoten met een vleugje humor. Probeer het maar eens en denk daarbij aan Freddy Heineken.



Bronvermelding:Voor dit blog heb ik inspiratie geput uit het boek ‘Content Inc. How entrepreneurs use content to build massive audiences and create radically succesful businesses’ van Joe Pulizzi. (New York 2016).

Simon de Wilde is Freelance (Bedrijfs)journalist, blogger en verhalenverteller met als specialismen: webredactie, deskresearch en contentmarketing. 
 
 
Thursday, 31 March 2016 | Written by Redactie Frank.News

Online video advertising als katalysator voor TV-campagne

Door Lies Jansen

 

Wat als YouTube het nieuwe TV-kijken is? Hoe kunnen we daar onze mediaplannen op aanpassen? Hoe kunnen we online video optimaal inzetten?

 
Forrester voorspelt dat in 2025, over minder dan 10 jaar, de helft van de kijkers onder de 32 jaar in de Verenigde Staten niet langer een betaald abonnement heeft bij een TV-provider. Adverteerders worden geconfronteerd met een nieuwe manier van leven. De doelgroep kijkt tegenwoordig net zoveel content online als via televisie. Doordat lineair TV kijken het afgelopen jaar wederom is gedaald, is 44% van de 18 tot 49 jarigen verschoven naar YouTube, voornamelijk veroorzaakt door de opkomst van mobiel (Nielsen, 2015).

 
Combinatie TV en online video vergroot effectiviteit
Er is een makkelijke manier om het krimpende TV-publiek terug te winnen zonder meer uit te geven aan media. Vervang een deel van je TV-reclame door online video advertenties. Onderzoek toont aan dat, zonder een extra Euro uit te geven, 46% van de campagnes geprofiteerd heeft van de combinatie van TV en YouTube. Daarbij zagen adverteerders een gemiddelde toename in bereik van 42%. (research.google.com)

Het boosten van een bestaande TV-commercial  door middel van YouTube zorgt daarnaast voor een toename in brand metrics. Advertentie herkenning, brand awareness en overweging van het merk zagen significante stijgingen tussen de 13% en 23% onder het YouTube publiek.

Daarom zeg ik: combineer TV met online video om het bereik en de effectiviteit van je campagne te optimaliseren. Test de combinatie van TV en online video en kijk of het werkt voor jouw merk. Mocht de combinatie van TV en online de beste zijn voor jouw merk, wat let je dan om mediatoewijzingen voor 2016 te herzien?

 
Betrokkenheid groeit met video
Haal jij het meeste uit betrokken personen door ze iets te geven waarmee ze interactie kunnen hebben? Bekijk je YouTube kanaal en stel de vraag of je blij bent met wat je je doelgroep biedt.

YouTube TrueViews geeft mensen de kans advertenties weg te klikken. Personen die een advertentie afkijken, hebben 23 keer meer kans op verdere interactie met het betreffende merk. Zelfs mensen die maar een deel van de video bekeken, hadden 10 keer meer kans op een van deze acties (Bron: Google).

We weten allemaal dat een goede video je achterlaat met het gevoel meer te willen zien. Online is dit perfect te verwezenlijken. Gebruikers klikken door naar andere video’s en het YouTube kanaal. Houd er rekening mee dat bezoekers op je kanaal vanuit verschillende fases uit de customer journey afkomstig zijn. Probeer je kanaalpagina bij al deze fases te laten aansluiten, of de bezoeker het kanaal nu bezoekt om iets te leren, iets te doen of te kopen.

 
Boost je oude commercials
De meeste video gaat op in rook. Online of op TV, de advertentie speelt voor 15 of 30 seconden en dan is de kijker weg. YouTube is anders. Vier van de video’s uit de top 10 trending video’s van 2014 waren ingezet als advertenties. Advertenties op YouTube hebben een lange levensloop. Ze krijgen maanden en zelfs soms jaren lang views. Daarom is YouTube niet alleen geschikt om huidige campagnes te promoten, maar ook om oudere video’s onder de aandacht te brengen en daarmee de interactie met het gehele merk te vergroten.

 
Onderzoek van Visible Measures laat zien dat iedere nieuwe YouTube advertentie ook interesse wekt voor content uit het verleden en hiermee de ROI verhoogt van eerdere investeringen in de video. Wanneer merken gebruik maakten van een nieuwe advertentie binnen YouTube zagen zij een interactietoename van 500% op eerder gepubliceerde content. Naast dit rimpeleffect worden kijkers van een YouTube video ook opgevangen in retargeting doelgroepen, die op een later tijdstip nogmaals benaderd kunnen worden met een eventuele vervolgvideo.

Als je van plan bent meerdere video’s voor een campagne te (laten) maken, is het belangrijk een duidelijke strategie uit te werken. Dit zorgt ervoor dat je doelgroep steeds terugkomt bij al de video’s waar je hard aan hebt gewerkt. Een strategie die goed kan werken voor de inzet van online video is bijvoorbeeld See, Think, Do, waarbij verschillende video’s in verschillende fases van de customer journey worden getoond aan de doelgroep.

 
Waarom iedereen online video moet inzetten
Als marketeers is het onze taak om bereik en betrokkenheid te genereren bij ons merk door de video’s de we creëren. Drie key take-aways die ik in dit blog heb besproken zijn ingegaan op het optimaliseren van de media en content strategie en de terugkeer op beide te maximaliseren. Om dit samen te vatten:

 
  • Combineer TV met online video om bereik te vergroten en het krimpende TV publiek op te vangen
  • Vergoot je contentbibliotheek om een publiek op te vangen dat meer interactie wil en meer wil bekijken
  • Blaas oudere content nieuw leven in door het promoten van nieuwe content
 
Door maximaal gebruik te maken van online video advertising, krijg je niet alleen waar voor je geld, maar ben je ook klaar voor de toekomst, voor de volgende generatie video gebruikers.

 
Lies Jansen is Head of Branding van PauwR Online Marketing
Tuesday, 29 March 2016 | Written by Redactie Frank.News

Dat soort vragen….aan het UWV

FRANKBLOG

De campagne ‘werken aan perspectief’ van het UWV, waarbij elke radiospot eindigt met de opmerking ‘dat soort vragen’, roept zelf ook heel wat vragen op. Vandaar deze open brief.

 
Hallo UWV,

 
Ik heb een vraag. En jullie zijn er om ze te beantwoorden, begreep ik. Jullie vertelden pas nog op de radio over een nieuwe Nederlander, een niet-autochtone-Nederlander, iemand van niet-Nederlandse afkomst, iemand met een Noord-Afrikaans voorkomen…  – Hoe zouden jullie dat eigenlijk politiek correct omschrijven, UWV?  Nou goed, deze excuus-Marokkaan dus, als ik me niet vergis een ICT’er, gaf met geaffecteerde stem aan dat hij heel netjes aan het solliciteren was, terwijl hij onverhoopt in een uitkeringssituatie was terecht gekomen. Arme Achmed – Heette hij zo, UWV? Ik kan het spotje namelijk nergens terugluisteren, dus ik doe het even op de gok – of misschien was het Mohammed...Deze Mo wist in elk geval wel wat hij niet ging doen en dat was de regels van het UWV aan zijn Gucci’s lappen. Ha! Mooi dat hij gewoon netjes 4 sollicitatiebrieven per maand schrijft. Hoe gaat het nu met Mo eigenlijk? Hij klonk ambitieus, dus een stevige programmeursfunctie bij Apple zou mij persoonlijk niet verbazen.

 
Domme ganzen
Ik vind dat jullie sowieso goed zijn in mensen helpen. Vooral mensen in kwetsbare doelgroepen, zoals vrouwen en allochtonen. Mensen die gewoon even bij de hand genomen moeten worden als het gaat om solliciteren en werken. Is ook niet niks! Neem nou 2 jaar terug. Toen jullie in de bres sprongen voor vrouwen met een eigen bedrijfJE en die dan opeens zwanger werden… - Zeker voornamelijk jonge vrouwen, van die teen moms, of niet? - Hoe moest dat nu toch allemaal?! Vrouwen met eigen bedrijfjes die dan dus opeens niet automatisch centjes meer verdienden. ,,Domme ganzen,” zou de gemiddelde Nederlander denken. Maar niet jullie, UWV. Jullie zouden die vrouwtjes wel eens even helpen om de zaken goed te regelen. Goed dat jullie de vrouwen zelf aanspraken trouwens! En niet de man, die normaal altijd de geldzaken regelt. Daarmee hebben jullie wat mij betreft echt een lans gebroken, als voorvechters van gebroken glazen plafonds voor de vrouw.

 
Onvindbaar
O, ja, maar ik had dus nog een vraag. Nee, wees maar niet bang: ik heb inderdaad wél een eigen bedrijfje – gewoon een eenmanszaakje, niets bijzonders – maar ik ben niét zo dom om me zwanger te laten maken. Dan komt er geen geld binnen, toch?! Nee, wat ik me dus afvroeg: wie gaat er bij jullie over de radiocommercials? Ik heb net even met jullie klantenservice gebeld. Een niet onwelwillende en zeer aardige medewerker heeft absoluut haar best gedaan om mij te helpen de commercials terug te vinden. We hebben samen ge-Googlet, nagedacht over logische online-plekken. Zij gaf YouTube nog als tip. Moest ik even over nadenken, want ik dacht dat die alleen maar iets met filmpjes deden… Jullie medewerker moest uiteindelijk concluderen dat ze toch eigenlijk niet wist aan wie ze dan binnen het bedrijf kon vragen wie wel wist waar de radiospotjes waren gebleven. Maar ze belt me binnen 24 uur terug om dat nog een keer te bevestigen. Want jullie zijn een bedrijf van je afspraak. Binnen 24 uur word je teruggebeld. Of jullie nu kunnen helpen of niet. Dat vind ik klasse!
Wednesday, 16 March 2016 | Written by Lianne Kooistra

Kan ethiek het tij keren?

Door Bruno Braakhuis
 

We leven in een behoorlijk roerige tijd. Veel roeriger dan we ons wellicht realiseren. Ergens in de volgende eeuw zal deze tijd beschreven worden door historici. Het zal een naam krijgen. Zoiets als ‘de Laatste Grote Volksverhuizing’. Of liever ‘de Tweede Verlichting’. We zijn ook wel toe aan een tweede Verlichting.

 
Het gelijkheidsbeginsel, de mensenrechten en de burgerrechten, de scheiding tussen Kerk en Staat gebaseerd op rechtvaardigheid en democratie; zaken die destijds bevochten en gerealiseerd zijn, lijken nu soms weer op de tocht te staan. Het westerse kapitalisme, dat sinds de industriële revolutie manifest voet aan de grond kreeg, lijkt de beloofde maatschappelijke ordening van gelijkheid door de vrije markt niet waar te maken. Integendeel. De kloof tussen rijk en arm neemt toe, ook in de westerse landen zelf. Het milieu verziekt. Zo bijna onmetelijk als de oceanen en zeeën zijn, we krijgen ze als mensen toch vies en levenloos. Het klimaat slaat op hol. We zijn in staat om onze atmosfeer zo te veranderen dat we er greep op verliezen. Gedreven door armoede, gevolgen van klimaatverandering en enorme welvaartsverschillen krijgen we ongekend grote bevolkingsmigraties op gang.

 
American values leiden tot tweedeling
De opbrengsten van de eerste Verlichting zijn onvoldoende ter harte genomen en hebben deels plaatsgemaakt voor westerse morele superioriteit. Zowel Madeleine Albright als Condoleeza Rice hebben uitgesproken dat ‘American values are Universal values’. Dat is de blindheid ten top, als je je realiseert dat het juist die ‘values’ zijn die leiden tot achterstelling van grote groepen mensen en zelfs hele volken. Misschien beschrijven de toekomstige historici onze tijd wel als het einde van die eerste Verlichting.

 
Kan mens eigenbelang opzij zetten?
Dan is de vraag of we ons daar in het nu wel bij moeten neerleggen. Of we nu al die toekomstige historici ongelijk gaan geven. Dat we in staat blijken om de geschiedenis in eigen hand te nemen en de noodzaak voor een Tweede Verlichting te voorkomen. Dat we nog eens herbeoordelen waar we staan, wanneer het gaat om wat we bevochten hebben. Zijn we in staat om onze eigen belangen opzij te zetten voor het gemeenschappelijke belang? Zoals het bestrijden van klimaatverandering ten koste van het blinde geloof in oneindige economische groei. Zijn we in staat om ons economische belang ondergeschikt te maken aan het behoud van leven in de voor de menselijke biotoop zo vitale oceanen en zeeën? Kunnen we ons westerse protectionisme, het krampachtige behoud van onze welvaart ten koste van de rest van de wereld, deels opgeven en overgaan naar het delen ervan? Zijn we in staat om onze korte termijnbelangen ondergeschikt te maken aan onze lange termijnbelangen? I wonder.

 
Ethische vragen ondergeschikt
Dat zijn vragen die ons bij Abaelard bezighouden. We vinden onszelf zo fatsoenlijk, maar als je er goed naar kijkt, zijn we dat dan eigenlijk wel? Houden we ons wel bezig met de gevolgen van ons handelen, met de impact op de samenleving van bedrijfsactiviteiten…ik vraag me echt af of dat echt zo is. Niet dat ik de spagaat niet begrijp hoor. Natuurlijk heb je als RvB de KPI’s van de RvC in je nek hijgen. En dan heb ik het nog niet eens over de verwachtingen ten aanzien van winstmaximalisatie door de aandeelhouders. Ook nog eens elk kwartaal die verantwoordelijkheid. Dan is de rest maar bijzaak. Dan zijn al die indirecte gevolgen voor de langere termijn bijzaak. Ook al tasten die juist die zaken aan, die de Verlichting ons destijds heeft opgeleverd. Dan is de vraag over wat fatsoenlijk is, wat ethisch is, ondergeschikt.

 
Goed of fout
Ethiek is niet moralistisch. Moralisme kenmerkt zich door morele superioriteit. Het veroordelen van mensen die andere opvattingen hebben, of het nou religieus of anderszins is. Ethiek gaat puur over de vraag of wat je doet goed of fout is. Onbevooroordeeld. Door gewoon te kijken naar wat je doet. Als persoon, als organisatie of anderszins. Welke gevolgen jouw handelen, of het handelen van jouw organisatie, heeft op anderen. En daar je een mening over te vormen. Samen met anderen. Over de rechtvaardigheid ervan, over de gevolgen ervan voor andere mensen, klimaat, milieu, de maatschappij. Alleen als we daartoe in staat zijn, kunnen we het tij keren en de noodzaak van een Tweede Verlichting voorkomen.

 
Bruno Braakhuis is samen met Maarten Lemmers bedenker, oprichter en eigenaar van Abaelard
Wednesday, 09 March 2016 | Written by Redactie Frank.News

Lessen in contentmarketing: het nut van storytelling

Door Simon de Wilde

Veel bedrijven passen storytelling toe in hun communicatie. Dit komt dikwijls niet goed uit de verf. Hoe pas je storytelling wel goed toe?

 
On tour since 1866. Een fles Jack Daniel’s staat op een versterker met ernaast een longdrinkglas vol ijsklontjes. Whiskey-cola voor de dorstige muzikant. De boodschap is duidelijk, Jack Daniel’s whiskey gaat al langer mee op tournee dan de leeftijden van Mick Jagger en Keith Richards bij elkaar opgeteld. Ruige rockers drinken Jack. Punt. Wat er verder na een optreden allemaal gebeurt, vult je verbeelding vanzelf in.

 
Storytelling of reclame?
Eerst dacht ik: dit is storytelling in een notendop. Ik nam een foto van de reclameposter op Hoog Catherijne met de gedachte er eens over te bloggen. Nu ik de foto terugzie denk ik: wat een ongeloofwaardige reclame. Popmuziek ontstond pas in de jaren zestig van de twintigste eeuw. En een beetje rockster drinkt zijn Jack uit de fles, puur.

 
Oerknal
Storytelling. Hoe moet het dan wel? Het is simpel, want mensen houden van verhalen, goede verhalen. Een merk, onderneming of organisatie vertelt ‘het’ verhaal, de ontstaansgeschiedenis of, zo je wilt: de oerknal. Dit versterkt de band met de klant en het zorgt ervoor dat medewerkers zich beter identificeren met je bedrijf. Het verhaal van je eigen oerknal als verbindend communicatiemiddel binnen je contentmarketingstrategie

 
Storytelling: show, don’t tell
Een beetje ondernemer of bedrijf heeft tegenwoordig keurig een missie, visie, strategie en kernwaarden op de website staan. Maar daarmee ben je er nog niet, want dit heeft een hoog abstractiegehalte. Als je het verhaal over de oerknal vertelt, zet je het klassieke principe uit de journalistiek in: show, don’t tell. Dit is vele malen geloofwaardiger en bovendien beter te onthouden. Mensen identificeren zich immers eerder met een verhaal dan met abstracte kernwaarden.

 
Goede corporate story
Een voorbeeld van storytelling in de dop kwam ik laatst tegen. SUSA is het oudste studentenuitzendbureau van Nederland. Het is in 1947 ontstaan vanuit de Utrechtse studentenwereld. In een gesprek met de directeur begreep ik al snel dat hier een prachtig staaltje storytelling of een corporate story achter schuilt.

Een mooi element vind ik dat SUSA ouder is dan de multinational Randstad, dat in 1960 door Frits Goldschmeding is opgericht. Direct na de Tweede Wereldoorlog zette de trend in dat steeds meer jongeren studeren aan de universiteit. Omdat niet iedere student rijke ouders heeft en de studietoelage pas in 1956 is ingesteld – al zeggen sommigen al in 1815 - beleeft SUSA haar oerknal door studeren en werken te combineren.

 
Storytelling herkennen
Het is even helder als eenvoudig, je moet alleen het verhaal herkennen en durven vertellen. SUSA kent de student van haver tot gort, al zeventig jaar. Het is een prachtige uitgangspositie om haar natuurlijke autoriteit te claimen en het oerknal-verhaal te vertellen. Dit meet SUSA breder uit en daarmee bindt de organisatie zowel klanten, prospects en studenten aan zich. Dit is storytelling, niet te verwarren met reclame.

Wil je weten wat je oerknal is? Ga er eens goed voor zitten en laat je gedachten de vrije loop. Onder het genot van een glas Jack Daniels kop koffie kom je er vast uit. Succes.

 
Simon de Wilde is Freelance (Bedrijfs)journalist, blogger en verhalenverteller met als specialismen: webredactie, deskresearch en contentmarketing. Deze blog is ook te lezen via zijn eigen blog
Thursday, 03 March 2016 | Written by Redactie Frank.News

Waarom nog een publieke omroep?

Door Kees Tukker
 

‘Er is een fundamentele cultuurverandering gaande,’ schreef ik zeven jaar  geleden over de publieke omroep. Het stuk droeg de titel ‘Grenzen vervagen.’ In datzelfde jaar zei theaterdirecteur Jaap Lampe van De Harmonie in Haarlem in zijn programmaboekje: ,,We kennen al langer de mengvorm muziektheater, maar wat te denken van toneelcabaret, theaterconcert, een muziek-literaire revue, of schrijvers in concert. Inderdaad, de grenzen vervagen!”

 
Wat toen een verwonderde constatering was, is nu algemeen: zelfs de grenzen tussen het publieke en het private domein zijn alsmaar diffuser geworden. Commerciële belangen zijn inmiddels diep doorgedrongen in het onderwijs, de gezondheidzorg, het openbaar vervoer, het cultuuraanbod en in de media. De markt is overal.

 
Onvermijdelijke concurrentiestrijd
Publieke omroepverenigingen zijn private organisaties met een publieke taak en in die zin voorloper van de domeinvervagingen van nu. In de jaren zestig werd met het toelaten van reclame de grens tussen publiek en privaat nog diffuser. Vervolgens nam met de komst van de commerciële omroepen de druk op het publieke karakter van de publieke omroep verder toe omdat vanaf dat moment een keiharde concurrentiestrijd tussen commercie en publiek onvermijdelijk was. Die leidde, zoals altijd waar concurrentie de boventoon voert, tot een vermenigvuldiging en een vervlakking van het aanbod. Het maatschappelijk belang van een publieke omroep die reclame voert en in haar aanbod alleen gradueel nog van de commerciële omroep valt te onderscheiden, is daarmee inmiddels nagenoeg verdwenen.

 
‘Economisme’ domineert
Het zou een misvatting zijn de neoliberale storm die aan haar fundamenten rammelt als een oprisping te zien van Mark Rutte en kornuiten: het is de mondiale ademhaling van het ‘economisme’ dat overal, en in elke context grenzen wegblaast. ,,Waar politiek en economie heersen,” schreef de Duitse denker Friedrich Schlegel al in de achttiende eeuw, ,,bestaat geen moraal”, omdat alles erdoor wordt opgeslokt. Internet, social media, datamarketing, digitale nomaden, op drift rakende bevolkingsgroepen; het zijn zonder uitzondering exponenten van een wereld waarin grenzeloosheid de norm is geworden. Landsgrenzen, taalgrenzen, grenzen tussen rationaliteit en emotionaliteit, grenzen tussen links en rechts, tussen volk en elite, tussen moraal en verontwaardiging, zelfs tussen voorheen zo duidelijk gescheiden muziekgenres en toneeldisciplines; ze vervagen of zijn verdwenen.

 
Is er nog een publieke omroep nodig?
 
Voor het nostalgische patchwork van een publieke omroep, begrensd door de katholieke, protestante, gereformeerde, jonge, oude, algemene en progressieve kaveltjes die met het garen van de NPO bij elkaar worden gehouden, zal straks geen plaats meer zijn. Maar wat dan? Is er eigenlijk wel nog publieke omroep nodig? Zo ja, waar moet die aan voldoen en hoe moet dat worden uitgevoerd?

Allereerst: in een samenleving waarin elk aspect van het leven een verdienmodel is, bestaat tussen knipperende neonreclames en onzichtbare beïnvloeding door behoefte aan eilanden van rust. Betrouwbare, onafhankelijke informatie is er de evenknie van de hang naar ‘eerlijkheid’ en stabiliteit. Een werkelijk publieke omroep kan zo’n eiland van stabiliteit zijn –niet afgesloten van de turbulentie eromheen, maar voorwaarde om er steeds met nieuwe inspiratie in te duiken. Dit geldt ook voor de overheid. Een volkomen onafhankelijk media-aanbod, waarin de samenleving de dialoog met zichzelf en die overheid aangaat, is dus het noodzakelijke tegenwicht voor de hijgerigheid die omwille van de kijkersgunst nu de media domineert. Een verbod op het commercieel of politiek uitnutten van data én de complete afwezigheid van reclame zijn ervoor noodzakelijk.

 
Relatie met publiek
Diezelfde overheid zal meer en meer commerciële strategieën toepassen om haar ‘producten’ (infrastructuur, kennisplatforms, participatienetwerken, cultuurontwikkeling, gezondheidsonderzoek, arbeidsmarkt- en immigratiepolitiek, internationale samenwerking etc.) tot stand te brengen. Om dat te kunnen zal ze haar publiek moeten kennen en er een relatie mee moeten hebben, zoals elk modern bedrijf dat heeft met haar ‘klanten’ heeft. De publieke omroep van de toekomst zou hier aan kunnen en moeten bijdragen: niet door gebruiksgegevens aan de overheden door te spelen, maar door inhoud te produceren die zich richt op die ‘overheidsproducten’ en het permanente gesprek erover in de samenleving te stimuleren.

 
Geen concurrentie met commerciëlen
Voorwaarden hiervoor zijn dat zij niet langer hoeft te concurreren met de commerciële omroep, omdat haar bestaanszekerheid en budget wettelijk moeten zijn vastgelegd, en dat haar functioneren door een onafhankelijk orgaan wordt beoordeeld op diversiteit, doelmatigheid en de (onafhankelijke) wijze waarop de content wordt geproduceerd, ge(co)creëerd en verspreid. Tegelijk controleert deze toezichthouder of de verzamelde gebruikersdata werkelijk alleen ingezet zijn voor verbetering van het aanbod. Voorts zou in de wet moeten worden vastgelegd dat deze publieke omroep zich van elk genre en elk platform mag en kan bedienen omdat erkend wordt dat genres en kanalen geen doelen maar middelen zijn. In plaats van deze genres zou in de wet vastgelegd moeten zijn dat de inhoud betrekking moet hebben op de domeinen waarin de overheden dankzij de belastingbetaler een belangrijke rol spelen: onderwijs, politiek, infrastructuur, milieu en omgeving, economie en innovatie, cultuur, gezondheid en zorg, sociale omgeving en werk etc.

 
Content marketing is toekomst
Een overheid die zo’n publieke omroep zeker stelt, zou doen wat veel andere organisaties doen: van commerciële bedrijven tot goede doelen-organisaties is men ‘content marketing’ aan het bedrijven. Geen reclame en product placement, maar op de ontvanger toegespitste ‘wie zijn we’- verhalen en ‘waar staan wij voor’: transparant, kritisch, ‘eerlijk’ en journalistiek onafhankelijk. Het zou een aanpak zijn die naadloos past binnen de onomkeerbare werkelijkheid van de vervagende grenzen waarin publieke organisaties commerciële marketing strategieën toepassen aan de ene kant, met interactie en draagvlak als heilig doel, versus commerciële bedrijven die een publiek imago proberen te verwerven om zo de aantrekkingskracht van hun producten en hun merk te vergroten, met winstmaximalisatie als doel.

Het is hoog tijd dat zo’n fundamenteel  gesprek over de rol van de publieke omroep op gang komt, willen we niet op een dag tot de ontdekking komen dat alle informatie die tot ons komt deel uitmaakt van een verdienmodel.

 
Kees Tukker was onder meer programmaleider bij de AVRO. Als hoofd informatieve programma’s was hij verantwoordelijk voor de samenwerking tussen AVRO en TROS binnen Twee Vandaag. Ook was hij een van de ‘founding fathers’ van actualiteitenrubriek Netwerk en stond hij aan de basis van talloze andere programma’s.

Friday, 26 February 2016 | Written by Redactie Frank.News

Lessen in contentmarketing: wat is je ‘sweet spot?’

Door Simon de Wilde

 

In contentmarketingland kun je als ondernemer of bedrijf zomaar de volgende vraag voor je kiezen krijgen: ‘Wat is jouw ‘sweet spot?’ Pardon, mijn wát-spot?

 
Ik denk dan direct aan mijn oude tennisleraar. Die leerde mij wat de ‘sweet spot’ was al lang voordat het woord contentmarketing werd gebruikt. Elk tennisracket heeft namelijk een ‘sweet spot’. Het is niks meer of minder dan een plek op de bespanning waarmee je de bal optimaal raakt. Een maximale respons voor een bepaalde inspanning dus. En ‘de bal lekker raken’, dat willen we allemaal wel.

 
Sweet spot?
Goed. Het is dus zaak om te weten wat je ‘sweet spot’ is. Dan kun je namelijk aan de slag met contentmarketing. Volgens contentmarketinggoeroe Joe Pulizzi is de ‘sweet spot’ de plek waar twee belangrijke elementen uit je ondernemerschap samenkomen en elkaar deels overlappen. Aan de ene kant heeft elke ondernemer of elk bedrijf (unieke) kennis en vaardigheden in huis. Anderzijds is er passie of zijn er de pijnpunten van je klant.



Bloggen
Om het voorbeeld van de ‘sweet spot’ even concreet te maken. Zelf heb ik jarenlang een blog gehad over de Utrechtse wijk Overvecht. Daar woon(de) ik en liep ik vaak letterlijk tegen nieuwtjes aan. Of er waren zaken die me opvielen. Omdat ik het leuk vond om die verhalen te vertellen en te delen, startte ik het blog. Et voilà.

 
Autoriteit claimen
Wil je jouw ‘sweet spot’ vinden dan moet je goed nadenken. Wat is je kennisgebied of unieke expertise? Op welk gebied ben je een autoriteit? En, wat is je passie of wat zijn nu de pijnpunten die je (bedrijf) wegneemt bij de klant? Kwestie van even voor gaan zitten en twee lijstjes maken.



Game, set en match
Stel, je bent ondernemer ondernemer en helpt mensen hun slaapproblemen oplossen door middel van cognitieve gedragstherapie. Dan weet je alles over slaap, slapeloosheid, inslapen en allerlei andere aanverwante zaken. Het is je passie om mensen met hun slaapproblemen te helpen. Een blog, vlog of podcast gekoppeld aan websites en sociale media ligt dan voor de hand. De ‘sweet spot’ is gevonden. Nu nog een kwestie van de juiste klap en dan is het game, set en match.

 
* Bron: ‘Content Inc. How entrepreneurs use content to build massive audiences and create radicalluy succesful businesses’ – Joe Pulizzi.

 
Simon de Wilde is Freelance (Bedrijfs)journalist, blogger en verhalenverteller met als specialismen: webredactie, deskresearch en contentmarketing.

Deze blog is ook te lezen via zijn eigen blog Dorpspomp Overvecht.
Thursday, 18 February 2016 | Written by Redactie Frank.News

MVO is dood, leve ethisch ondernemen

Door Maarten Lemmers

De afgelopen jaren bleek Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (MVO) vaak een leeg woord zonder echte, duurzame betekenis. Iedereen gebruikt de term MVO voor bijna alles wat door het grote publiek moet worden opgevat als milieuvriendelijk of sociaal wenselijk. Maar dat publiek is intelligent genoeg om door windowdressing of greenwashing heen te prikken. Tijd dus om een belangrijke basis van MVO terug te brengen: ethiek. Om het lege begrip weer inhoud te geven hebben wij het bij Abaelard over EVO: Ethisch Verantwoord Ondernemen.

 
Deze tijd wordt gekenmerkt door sterk toegenomen individualisme en het vervangen van Rijnlands denken door Angelsaksisch denken. De lat ligt hoog wanneer het gaat om prestaties en financiële resultaten. Daardoor zijn sommige belangrijke aspecten die een onderneming (economische) waarden laten toevoegen onder druk komen te staan. Wat is de impact van ons bedrijf op de samenleving? Ken ik mijn klanten nog? Weet ik nog wie mijn stakeholders zijn? De samenleving, klanten en stakeholders beginnen zich in toenemende mate te roeren. Ze willen weer gezien worden.

 
Sommige organisaties denken dat op te lossen door te doen alsof, met windowdressing of greenwashing, maar daar wordt steeds vaker doorheen geprikt. Het is ook niet goed voor een merk. Er is behoefte aan authentieke en oprechte merken, merken die hun beloftes inlossen. Daarvoor is het noodzakelijk dat organisaties even afstand nemen en van buiten naar binnen kijken. Wat zie je dan? Heb ik zulke klanten? Zit dat in mijn beleggingsportefeuille? Richt mijn productie dat aan? Doen ze dat in mijn logistieke keten?

 
Abaelard gaat een stap verder dan Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (MVO) en introduceert Ethisch Verantwoord Ondernemen (EVO).

 
Waarom MVO dood is…
Volkswagen, Monsanto, ProRail; het is slechts een kleine greep uit recente voorbeelden van hoe maatschappelijk verantwoord ondernemen niet in staat is echt interne bewustwording te creëren en daarmee authentiek, duurzaam en eerlijk maatschappelijk verantwoord gedrag tot stand te brengen. De reden daarachter is eenvoudig. De meeste beslissers binnen een bedrijf nemen besluiten die resultaat opleveren op de korte termijn. Dat wordt grotendeels veroorzaakt door persoonlijke en bedrijfsdoelstellingen die voor eenzelfde termijn gelden. Zelfs wanneer processen en procedures binnen een organisatie gelden die een basis moeten leggen voor maatschappelijk verantwoord ondernemen, raken die vaak slechts het topje van de ijsberg. Zolang bedrijven nalaten een goede blik op hun portfolio van diensten, producten, leveranciers, klanten en andere belanghebbenden te werpen, zullen ze nooit echt maatschappelijk verantwoord ondernemen.

 
Van korte termijn denken naar lange termijn denken
Bewuste besluitvorming, met name binnen een zakelijke omgeving waar winstmaximalisatie het primaire doel is, moet worden benaderd vanuit een andere hoek. Zakelijke beslissers zijn tegenwoordig geneigd om die beslissingen te nemen die hen dichter bij hun korte termijn doelstellingen brengen. En dat is logisch, want daar worden ze op afgerekend.

 
Het probleem met korte termijn denken is dat je de neiging hebt om doelstellingen voor de lange termijn uit het oog te verliezen. Het beperkt ook het vermogen om de impact van de bedrijfsactiviteiten op (bijvoorbeeld) het milieu te beoordelen. Erger nog, in sommige gevallen - zoals bij Volkswagen – vervangen zakelijke doelstellingen gemeenschappelijke morele waarden. Ironisch, wanneer dit soort gedrag een financiële schade veroorzaakt die veel groter is dan de eerder bereikte resultaten. Dit soort incidenten leiden bovendien tot toenemende publieke druk op bedrijven om hun gedrag te veranderen.

 
Cultuur onder de loep
Het is moeilijk om de cultuur veranderen, maar het is niet onmogelijk. Bedrijven die blind zijn voor de gevolgen van de zakelijke activiteiten door steeds meer nadruk te leggen op winstmaximalisatie, moeten hun cultuur met spoed onder de loep leggen. De beoordeling van de zakelijke waardeketen is daarop een logische aanvulling en een top-down proces dat moedig leiderschap vereist. Wie durft?

MVO is belangrijk. Dat vindt Abaelard ook. Toch doen wij het anders. Wij maken een verschil tussen moralisme (het superieur achten van de eigen normen) en ethiek (de vraag stellen over goed en fout en helpen tot een antwoord te komen). Wat wij willen is het bewustzijn stimuleren en het waardensysteem bovenhalen door vragen te stellen en in discussie te gaan. Want alleen als bedrijven zelf de vraag beantwoorden over wat ze goed of fout vinden, wordt het proces van henzelf. Dat noemen wij EVO: ethisch en verantwoord ondernemen.

 
Maarten Lemmers is samen met Bruno Braakhuis bedenker, oprichter en eigenaar van Abaelard
Wednesday, 20 January 2016 | Written by Redactie Frank.News

Privacy bestaat niet! Geniet ervan – Krit Goossens

In de rubriek Frank slingeren bekende mensen uit de mediawereld hun ongezouten mening de ether in. Elke maand geven we de spreekwoordelijke knuppel door aan een ander. Deze keer: Krit Goossens, Manager Operations Photography & Graphic Design bij crossmediaal productiehuis Lukkien.

 
In Nederland bestaat geen privacy, geniet ervan! Wat een boude uitspraak hoor ik u mogelijk denken, maar ik geloof dat het echt zo is. Kijk maar eens om je heen, of wacht, kijk eens in de wallet om je smartphone. Barstensvol pasjes, klantenkaarten van de bouwmarkt, bonuskaarten van je supermarkt. Allemaal om je voordeel te bieden in je aankoop. In ruil voor? Inderdaad: je gegevens. Fantastisch! Zo weten partijen precies waar ik koop, bestel of geabonneerd ben, weten ze precies wat me beweegt, wat me interesseert en kunnen ze daar mooi op inspelen. Scheelt me een boel onderzoek en zo heb ik tijd voor echt leuke dingen. Hoe fijn is het als ik via Swarm laat weten dat ik in het Eye Amsterdam ben en een push-melding krijg waar ik heerlijk kan lunchen. Of als ik incheck bij Fifteen er automatisch reviews op mijn telefoonscherm verschijnen over gerechten die ik vooral moet overslaan op de menukaart? Het gaat me nog lang niet ver genoeg! Als ik van Arnhem naar Utrecht reis, weet GPS precies waar ik ben, kan Cinemec mij laten weten dat er anderhalf uur later een film draait binnen mijn interessegebied, word ik via het scherm in de auto of op mijn smartphone gevraagd of ik wil reserveren en krijg ik gelijk de route naar de bioscoop gepresenteerd. Geweldig toch?

 
Big Brother-theorieën
De laatste tijd is er nogal wat te doen in de media over wat er wel en niet mag. Hele filosofische benaderingen over het recht op je eigen ik. Sociale relaties zouden niet mogelijk zijn zonder iets te verbergen, wat haast niet meer mogelijk lijkt. En er ontstaat een bijna paranoïde houding bij de consument over een overheid of bedrijven die alles weten en willen weten. Word wakker: iedereen weet alles al van iedereen! Denken mensen nou echt dat LinkedIn, Facebook, Twitter, Foursquare, Google, YouTube, Mixcloud, Pinterest, Instagram, Tumbler en al die andere platformen nu al geen hele slimme koppelingen hebben? Onlangs hoorde ik een marketeer van Philips aan die het had over realtime marketing. Hij beschreef een case waar Facebook de belangrijkste dataleverancier is waarmee ze heel nauwgezet hun target audience kunnen benaderen. Iedereen weet alles al van iedereen, doe er je voordeel mee.

 
Personal marketing biedt kansen!
Privacy is een principieel recht, vinden we in theorie. Echter, privacy is onderhevig aan het profijtbeginsel. En we halen er steeds meer voordelen uit, zo stond ooit in HP de Tijd. Ik ben het daar hardgrondig mee eens en, zoals eerder verwoord, het gaat me nog lang niet ver genoeg. Door slimme koppelingen van al jouw gegevens, surfgedrag, social media data, instore tracking enzovoorts, naar personlized profiles en personal marketing word je als consument veel beter bediend. Met de inzet van personal marketing laat een brand zien dat het je als klant serieus neemt en laat het je voelen dat je er toe doet. En als beloning voor al die data, krijg je mooie kortingen op die hippe schoenen. Fenomenale kansen als het gaat om een optimale customer journey waarbij big-data ook gewoon in je voordeel kan werken. Big-data die, als dat slim in de marketingmix ingezet wordt, echt kan leiden tot conversieverhoging. Mooie opdracht om het negatieve sentiment en de apathie jegens de vermeende privacyschending om te buigen naar kansen. Privacy bestaat niet, geniet ervan! Maar wel ethisch natuurlijk!

 
Krit Goossens
Tuesday, 15 December 2015 | Written by Redactie Frank.News

Media bieden hoop in aanloop naar klimaattop - Monique Messelink

De positieve media-aandacht. De originele acties van NGO’s. Grote bedrijven en financiële instellingen die duurzame ambities aankondigen. Nog nooit was de aanloop naar een klimaattop zo hoopgevend als rond Parijs, ziet Monique Messelink, Communicatiemanager bij ASN Bank.

 
Rond de klimaattop in Kopenhagen in 2009 heerste scepsis en wantrouwen. In de media, in milieukringen en in de politiek werd vooral de nadruk gelegd op onoverbrugbare tegenstellingen en onhaalbare doelstellingen. Hoe anders was dat de afgelopen maanden in aanloop naar de nieuwe top in Parijs.

De klimaatscepsis van toen is zo goed als verdwenen. Slechts een enkeling denkt dat het niet zo’n vaart zal lopen. De vraag is niet langer óf het klimaat aan het veranderen is, maar hoe snel. Ook de media zijn inmiddels doordrongen van dat besef.

 
Menselijker
De media-aandacht op tv, in de kranten en op internet leek groter dan ooit, maar de teneur was duidelijk anders. De berichtgeving was minder wetenschappelijk, menselijker. Media gaven klimaatproblemen een gezicht door in te zoomen op ontwikkelingslanden, waar mensen moeten vluchten voor droogte, hoosbuien en ander extreem weer en daardoor ontstane schaarste aan water of voedsel. Ze gaven het woord aan bewoners en leiders van kleine eilandstaten die dreigen te verdwijnen. Mensen die geen middelen en mogelijkheden hebben zich tegen klimaatverandering te verweren.

Daarmee lieten media zien dat klimaatverandering speelt in het hier en het nu, in plaats van in een abstracte toekomst. Maar ook dat het niet alleen een probleem is van de Obama’s, Hollandes en Xi Jinpings op deze wereld, al hebben zij nog steeds de sleutel tot een oplossing in handen.

 
Toegankelijk
Er verschenen goed leesbare, toegankelijke verhalen en reportages die het probleem begrijpelijk maakten voor de massa. Een massa die zelf ook in beweging kwam. In elk land voerden mensen acties die werden belicht in de media. Een positieve tendens die misschien wel net zo belangrijk is als de afspraken die in Parijs worden gemaakt.

Ook NGO’s en milieugroepen stapten uit hun traditionele lobbyende en actievoerende rol en kwamen met vernieuwende initiatieven waarbij iedereen aan kon haken. Een goed voorbeeld was The Climate Miles, waarbij Marjan Minnesma van duurzaamheidspromotor Urgenda met bekende en minder bekende Nederlanders 580 kilometer naar Parijs wandelde. Een letterlijk antwoord op de vraag: hoe krijg je de mensen mee? NPO2 deed er dagelijks verslag van.

 
Goede timing
Wat opviel was dat ook bedrijven in de aanloop naar Parijs hun duurzame gezicht toonden. De NS meldde dat treinen vanaf 2018 op groene stroom rijden en stuurde de Nederlandse delegatie in een klimaattrein naar de Franse hoofdstad. Unilever kondigde aan vanaf 2030 volledig klimaatneutraal te zijn. Vanuit communicatie-oogpunt prima timing en een aanmoediging waard. Deze bedrijven staan dicht bij de mensen en zullen door diezelfde mensen hierop aangesproken worden.

 
Onderschat
Niet alleen bedrijven, ook financiële instellingen grepen hun kans om zich van hun duurzaamste kant te laten zien. Elf Nederlandse financiële instellingen, waaronder grote namen als ABN AMRO, PGGM en Stichting Pensioenfonds Metaal en Techniek, hebben op initiatief van ASN Bank het Platform Carbon Accounting Financials (PCAF) opgericht. Daarmee kunnen ze de klimaatimpact van hun financieringen en investeringen meten. Hun rol wordt vaak onderschat. Het zijn de financiële instellingen die kredieten verlenen voor de bouw van kolencentrales of energie slurpende industrieën. Geld dat ook gestoken kan worden in duurzame energie.

 
Massa is om
Dat pensioenfondsen hieraan meedoen en hun verantwoordelijkheid nemen, is een goed signaal. Zij vertegenwoordigen veel geld en veel mensen en kunnen de toon zetten.

Dit alles laat zien dat ook financiële instellingen een rol willen spelen in het klimaatdebat. Er is een positieve beweging op gang gebracht van bedrijven en instellingen, burgers en NGO’s. Dat geeft hoop. De klimaattop in Parijs daarom nu al geslaagd noemen gaat te ver. Er moeten nog veel verschillen overbrugd worden, maar over de hele wereld zijn er talloze mensen die willen dat dit lukt. De massa is om. Nu de wereldleiders nog.
Tuesday, 08 December 2015 | Written by Redactie Frank.News

‘Media-exploitanten, verenigt u’- Clement Postmus

In de rubriek Frank slingeren bekende mensen uit de mediawereld hun ongezouten mening de ether in. Elke maand geven we de spreekwoordelijke knuppel door aan een ander. Deze keer: Clement Postmus, directeur van Omroep Reclame Nederland (ORN.)

Hoe mooi zou het zijn als je als adverteerder kan surfen naar een online platform waar alle Nederlandse media-exploitanten hun advertentieruimte aanbieden. Waar je met een paar muisklikken kunt aangeven bij wie je wilt adverteren en je order kunt plaatsen. Bij het AD, RTL, Radio 538, Linda, in de Ster of een van de regionale publieke omroepen. En dat online, op tv, radio of in print.

Science fiction? Surf dan maar eens even naar www.laplacemedia.com, want in Frankrijk hebben grote exploitanten wel de handen ineen geslagen voor een dergelijk sell-side-platform (SSP). Alle premium publishers uit de wereld van tv, dag- en weekbladen en internet doen mee: van Europe1 tot de publieke France Télevision, van le Figaro tot l’Equipe en van Marie Claire tot Elle.

Waarom we dit zouden willen? Aan de ene kant omdat de markt nu niet transparant is. Wereldwijd zijn er zo’n vijf grote mediaconglomeraten ontstaan die het grootste deel van de markt naar zich toe hebben getrokken. Daardoor zijn de prijzen van de media-exploitanten zo langzamerhand aan het dalen richting het gootje. De in- en verkoop van advertentieruimte stuit vaak op hoge transactiekosten tegen afnemende marges, terwijl de technologie om deze kosten terug te dringen al lang aanwezig is. Technologie die ook adverteerders inmiddels zelf kunnen hanteren. Zij zijn nog steeds gediend met adviezen en strategieën van mediabureaus, maar zijn uitstekend in staat om rechtstreeks zaken te doen met media-exploitanten.

Online wordt er al veel gehandeld via zogeheten programmatic trading. Uit het Programmatec Ad Spend rapport 2014 van de Deloitte en brancheorganisatie IAB blijkt dat ‘het automatisch verhandelen van online advertentieruimte volwassen is geworden’. Programmatic trading groeide met 38,9 procent ten opzichte van 2013 en zal ook in 2015 en 2016 groeien. Niet alleen het volume groeide, ook de prijzen stegen.

Deze aanpak werkt in principe bij elk mediumtype. Daarom moeten we als media-exploitanten onze krachten bundelen in een eigen verkoopplatform. Anders worden we door de grote mediabureaus als vee uit elkaar gedreven.

Waarom kan dat nog niet in Nederland? Het antwoord: omdat we te bang zijn. We zijn bang voor de NMA die samenwerking zou kunnen verwarren met kartelafspraken. Maar daarvan is geen sprake. We worden er uiteraard allemaal beter van, maar bij een dergelijk verkoopplatform blijven media-exploitanten nog steeds elkaars concurrent. Een SSP komt ten goede aan de media-exploitanten, aan het product en aan de verhandelbaarheid van media. Dus overwin die angst, wees niet te schijterig en sta op: media-exploitanten verenigt u!

Clement Postmus, directeur ORN
Wednesday, 04 November 2015 | Written by Redactie Frank.News

Automated trading is en blijft vooral mensenwerk

column Automated Trading (Gerard Ghazarian)

Als mensen zijn we veelal geneigd om de kortste en/of de snelste route naar een eindbestemming te kiezen. Hetzelfde geldt voor automated trading, want als het doel van een communicatie-/ mediabedrijf gericht is op meer winst en minder kosten, dan is automated trading een logische en snelle oplossing. De vraag is hoe dit valt te rijmen met de doelstellingen van een adverteerder; haalt die ook automatisch meer effectiviteit uit z’n campagne bijvoorbeeld?

Klinkt misschien vreemd, maar het oude adagium -garbage in, garbage out- geldt vooral voor vrijwel alles waar vandaag de dag -automated- voor staat. Het resultaat van deze “intelligente algoritmes”, deze science based geautomatiseerde inkoop, vind je dagelijks online al terug.  Als ik geld kreeg voor elke “slimme advertentie” die mij een hotel in Parijs aanprijst,  in de vier weken nádat ik een hotel in Parijs heb geboekt, dan woonde ik nu in een hotel in Parijs. Als adverteerder loop je leeg op dit soort waste. De automated trading systemen zijn in de basis vergelijkbaar met systemen die op de effectenbeurzen worden gebruikt. Echter, daar zitten altijd uiterst slimme mensen aan de knoppen, om -waar nodig- bij te sturen en in te grijpen. Als communicatie-industrie hebben we in dat opzicht punten laten liggen, de adblockers zijn een eerste reactie. De volgende wordt wellicht een BVA versie van de VEB of AFM om de adverteerdersbelangen te behartigen?

Automated trading is een perfecte manier om de beste plaats voor uw advertentie real time in te kopen voor de beste prijs. Maar dan moet iemand met verstand van zaken wel aangeven wat die “beste plaats” is. Een computerprogramma, hoe slim ook, blijft statistisch gissen naar de onvoorspelbare consument. Dus hoe -automated- ook, het blijft wat mij betreft voorlopig toch echt nog mensenwerk, door mensen met verstand van zaken en gevoel voor nuance, emotie, creatie en vernuft.

Tot de tijd dat er een programma is gecreëerd dat in staat is op afstand in te schatten wat wij willen zien, hoe wij ons voelen, wat wij willen kopen (en wanneer), is het voor adverteerders raadzaam om toch vooral zélf te blijven nadenken. Zelf geloof ik meer in de combinatie van data en content marketing, iets wat op langere termijn veel meer impact zal opleveren.

Wij maken met eigen innovatieve tools van big data -smart data-, binnen ons eigen marktonderzoekbureau “Vostradamus”. Een combinatie van klassiek survey-onderzoek aangevuld met big data analyses als dat voor de klant iets extra’s oplevert. Door professionals en kritische denkers die hun ogen en oren openhouden, begrijpen wat er gebeurt (en de implicaties doorzien) en op tijd anticiperen. Een bron van informatie waar we bij Head to Head (en onze klanten) volop van profiteren, o.a. als het gaat om automated trading.

Automated trading betekent uiteindelijk dat sommige werkzaamheden een andere invulling gaan krijgen, er specialistische kennis bijkomt (interpreteren van data), dat er gerichte scholing moet komen en dat er andere eisen worden gesteld aan mensen. Allemaal inherent aan de dynamiek van ons vak en dat maakt het ook zo leuk.
Thursday, 15 October 2015 | Written by André Oerlemans

Be Candid,
it’s contagious.

Candidness is the quality of speaking with
honesty and authenticity. Our Candid editorial
team shares stories that matter on media, data,
marketing, creativeness and technology.

Our Candid editorial team
creates stories that matter.