Candid. Platform
for growth.

Waarom niemand ontkomt aan de moestuintjes van Albert Heijn

De actie is eventjes voorbij, overal staan van die verdwaalde plantenbakjes in onze huiskamers. Mijn twee stiefkinderen (of bonuskinderen, zo je wilt, maar dan klinkt het wel als een bonusaanbieding) zijn dol op de supermarktspaaracties. Ikzelf toch íets minder.

 
Want: gezeur over winkelkeuze, ruzie om de buit, troep van rondslingerende spaarsels en extra huiswerk voor mij - er moet immers iemand zijn die het overzicht houdt in wat er van wie is en wat we al hebben. En dus deed ik alsof mijn neus bloedt tijdens de actieperiode. Maar we weten allemaal: niemand ontkomt aan de moestuintjes van Albert Heijn. Waarom eigenlijk?

 
  1. Verzameldrang
    Precies die kinderlijke afwijking weet Albert Heijn maximaal uit te buiten met de moestuintjes. Of, zoals Plus niet onverdienstelijk deed met de Minions-poppetjes en nu met de Emoji’s, en de Lidl momenteel met de Vitamini-knuffels. Slim, want wie anders dan de junioren binnen het gezin weten de budgetbeheerders beter te overtuigen om meer en vaker boodschappen te doen, en dús meer spaarpunten te scoren, dan zij?
 

  1. Een rage
    Het is altijd een mysterie wie er nu eigenlijk als eerste had besloten om knikkers mee te nemen naar school, maar één ding is zeker: zodra het voorjaarszonnetje tevoorschijn komt, is knikkeren weer in de mode. Ongeveer hetzelfde effect heeft een succesvolle spaaractie. Als je vriendjes thuis moestuintjes verbouwen, dan wil jij dat natuurlijk ook. En zie daar: een rage.
 

  1. Ouders doen meeHet begint bij de kinderen, maar de moestuintjesverzameldrang slaat binnen veel gezinnen al gauw over op de volwassenen. En uiteindelijk staan niet alleen de kleinsten, maar ook hun ouders en zelfs veel van hun kinderloze vrienden er vrolijk op los te tuinieren. Want, toegegeven, eigenlijk is het verbouwen van je eigen groente natuurlijk hartstikke leuk. Daar zit overigens mijn pijnpunt; in gedachten zie ik mezelf lekker met m’n handen in de modder wroeten tussen m’n zelfgekweekte radijsjes, maar in werkelijkheid heb ik daar helemaal geen tijd voor.
 

  1. Ouders verleiden
    Kinderen mogen dan de drijvende kracht zijn achter het succes van een supermarktspaaractie, maar ouders moeten natuurlijk wél verleid worden om zich coöperatief op te stellen. De grootste kans van slagen heb je wanneer je een educatief element aan de actie toevoegt. Denk maar eens na over de grootste successen van de afgelopen jaren. Kinderen konden heel wat opsteken van Freek Vonk en zijn dino’s, André Kuipers en zijn ruimtevaartplaatjes en natuurlijk van de moestuintjes.
 

  1. Beetje opvoeden
    Ook al is een actie qua inhoud totaal niet educatief, dan nog kan het een opvoedkundig positieve uitwerking hebben, weten veel ouders. Onbewust trainen je kinderen zichzelf immers in sparen. Daarnaast is het een goede oefening in het verwerken van teleurstellingen, wanneer je kind bijvoorbeeld een cherrytomaatmoestuintje krijgt, in plaats van dat zonnebloemmoestuintje dat het zo graag wilde. Dat wordt incasseren, óf heel hard zeuren om nog een keer boodschappen te doen bij de Appie.
Monday, 12 March 2018 | Written by Grieteke Meerman

Waarom Angela de Jong zoveel impact heeft in de mediawereld

Analyse (toegegeven, gestolen van iemand): er is nog nooit een columniste geweest met zoveel impact als Angela de Jong van AD. Hoe komt het dat de mediawereld zo bezig is met haar visie op tv?

 
Weten jullie het nog? Naar de eerste aflevering van De Luizenmoeder keken 844.000 mensen. Veel voor een comedy op NPO3, maar ook weer niet revolutionair. De volgende ochtend kwam echter de tv-recensie van Angela de Jong van AD naar buiten, de cast van de serie zat bij DWDD en een paar weken later keken er 3,5 miljoen mensen. Blijkbaar heeft het heel veel impact wat de mediachef van AD zegt:

 
‘Ik heb in tijden niet zó hard gelachen. Zo bevrijdend en tegelijk ongemakkelijk. Want je realiseert je als kijker tussen twee lachbuien door: hierom lachen, dat kan écht niet meer. En dat maakt De Luizenmoeder honderd keer interessanter en effectiever dan al het gedram van de Sylvana’s van deze wereld.’
 
Er is inderdaad nog nooit een recensente geweest met zóveel invloed als De Jong. Natuurlijk lazen media- en marketingmensen wel eens de recensie van Jean Pierre Geelen van De Volkskrant, maar zijn visie bleef altijd een beetje tussen de optrekkende condens van de grachtengordel hangen. Bovendien focuste hij, vanwege de achterban en eigen interesse, altijd wat meer op de highbrow documentaires terwijl mensen in de mediawereld ook alles willen weten over wat er gebeurt bij Talpa, RTL en SBS. Die maken wat minder onderscheid tussen de nieuwste Johnny de Mol en een ingewikkelde docu van Frans Bromet. Je had ook Marcel Peereboom Voller van De Telegraaf, maar die was eigenlijk iets te genuanceerd om echt veel impact te hebben.

 
 
Net een gewone kijker
Wat maakt dat de recensies van De Jong zo enorm veel impact hebben? Dat heeft vooral te maken met dat ze precies opschrijft wat ze denkt en daarmee is ze eigenlijk een gewone kijker (maar wel extra goed geïnformeerd). Ze spaart, net zoals wij allemaal op de bank, niemand en daarmee schat ze de kijker op waarde, op tv-gebied zijn we immers allemaal een beetje kenner en zo’n miljoenenindustrie mag best kritisch beoordeeld worden. Wij kijkers wisten al een jaar lang dat de show van Humberto niet goed genoeg was, dat hij gasten te weinig journalistiek aanpakt en dat er altijd vederlichte RTL-sterren aanschoven. Wij zien dat als kijker en tv-recensenten (een beroepsgroep die bijna volledig was wegbezuinigd, maar mede door De Jong weer aan populariteit wint onder hoofdredacteuren) moeten dat - desnoods - keihard opschrijven.

 
‘Het wordt tijd dat de zender zich een goed werkgever toont en de lijdensweg van Humberto en zijn redactie beëindigt. Natuurlijk is het niet leuk om toe te moeten geven dat het over is, maar je mag uit misplaatste trots en bovenmaatse ego’s je werknemers niet zo laten bungelen. Als je het dan vertikt om écht grote ingrepen te doen in het format - andere onderwerpkeuze, wisselende presentator - dan rest geen andere optie om de stekker eruit te trekken. Dat is slikken voor iedereen, dat snap ik best, maar wel het meest menselijk.’
 
Zij is de recensente van het volk, van ons dus. Genuanceerde tv-bazen kunnen vinden dat de vermeende affaire van Humberto met Dionne Stax geen invloed heeft op de kijkcijfers, maar De Jong weet dat mensen in normale gezinnen tegen elkaar zeggen: ‘als hij daarover liegt, zal hij wel vaker liegen als dat uitkomt’. De Jong benoemt dat, ze schrijft op wat 80 procent van ons vindt, maar dan goed verwoord.

Het prettige aan De Jong is dat ze het anti-grachtengordel gevoel heeft dat iedereen binnen AD zou moeten hebben (en wat columnisten als Paul de Leeuw of Halina Reijn ontberen). De Jong is een beetje provinciaals en daarmee associëren wij - normale mensen die blij zijn met hun boerenlullengezinnen - ons graag. Dat anti-grachtengordelgevoel zou AD veel meer moeten exploiteren.

 
 
Winst De Slimste Mens
Haar impact heeft trouwens nog een andere reden. De Jong heeft, mede door haar winst van De Slimste Mens, een podium gekregen. TV-makers zagen haar, wisten: ‘die heeft een mening en kan die goed verwoorden’ en dan ben je goud volgens Hilversumse begrippen. En nu vertelt ze bij WNL, Jinek en Pauw regelmatig wat ze al heeft opgeschreven in haar column en dat geeft haar een miljoenenpubliek.

Is dit een holadijéverhaal voor De Jong van iemand die een tijdje verhalen voor haar heeft geschreven (haar focus lijkt trouwens op de columns te liggen)? Nee helemaal niet want haar succes heeft ook een andere kant. Ze zit immers nu in de fase dat ze er zelf een beetje in gaat geloven. De remedie daartegen is heel overzichtelijk; niet teveel aanschuiven bij de egostrelende tv-programma’s die je bovendien zelf kritisch moet beoordelen. Dus Pauw/Jinek is prima, maar verder gewoon lekker je mediaclubje bij AD leiden. De Jong moet zichzelf op een zeer strikt mediadieet zetten en weet dat zelf ook prima. En oh ja, je kan echt niet langer alleen focussen op alleen lineaire televisie in je recensies; YouTubers en Netflix horen er echt bij want straks zijn anders al je lezers dood.

 
Friday, 09 March 2018 | Written by Bas Hakker

Die paar slechte PR-mensen maken een beroepsgroep niet overbodig

Sander Schimmelpenninck, hoofdredacteur van Quote vind ik een leuk ventje. Lekker scherp, niet te politiek-correct en hij komt prima uit zijn woorden. Zijn analyse van het PR-vak is echter wel een beetje kort door de bocht. In de PR-wereld lopen gewoon redelijk wat klunzen rond, net zoals in de journalistiek.

 
Ze zijn wel met veel, de PR-mensjes. In 2010 is uitgezocht dat er 150.000 PR-mensen, managers en voorlichters rondlopen op 15.000 journalisten. In 2014 kwam een Amerikaans onderzoek tot een verhouding van 1 op 4,6 wat iets realistischer lijkt. Maar toch. Ikzelf ben inmiddels een jaartje of achttien journalist, eerst in de sport voor Helden Magazine en nog wat andere bladen en later op het gebied van media voor o.a. Nieuwe Revu, AD en Parool. Ik ben niet van de schandalen zoals bij Quote, maar interviewde aardig wat sporters en tv-mensen en dan kom je altijd veel PR-mensen en managers tegen. Bij de omroepen ‘beschermen’ (veel te grote aantallen) voorlichters tv-mensen en elke voetbalclub heeft ook minimaal een persman of -vrouw die de sporters en trainers onder zijn hoede heeft qua media.

 
Analyse van PR-mensen
Als je dan met die mensen samenwerkt, kun je na vijftien jaar best een analyse maken van hun werk. En wat ik al zei: er zijn hele goede en hele slechte bij. De slechte PR-mensen kenmerken zich door een ongezonde dosis respect voor de sporter of tv-persoon, die beschermen ze met heel hun hart terwijl die mensen daar zelf over het algemeen niet op zitten te wachten. Bij SC Heerenveen zat een tijdje een vrouw die overal ‘nee’ op zei (terwijl het daar echt geen storm loopt qua media-aandacht) en die haar mailtjes altijd eindigde met ‘hopende u voldoende geïnformeerd te hebben’. Dat is misschien leuk bij een bibliotheek, maar dat kan echt niet in de voetbalwereld.
Bij RTL kwam het voor dat ik de aardige Dries Roelvink wilde spreken over de real life show van zijn zoon. Ik had even contact met de voorlichter en daar hoorde ik verder niets van (terwijl ze mijn deadline wist). Op de site van Dries staat echter gewoon zijn nummer dus ik belde hem, tikte het verhaaltje en klaar. Twee dagen na de publicatie kreeg ik een mail van RTL dat mijn aanvraag nog een tijdje kon duren want Dries was druk. Bij ADO Den Haag zat ook een PR-mevrouw met wie ik altijd ruzie had over wat de trainer precies had gezegd (of had willen zeggen).

 
Meerwaarde voor journalisten
Ondanks bovenstaande opsomming is het niet eerlijk om die hele beroepsgroep in een hoek te zetten. Er zijn er genoeg die echt meerwaarde hebben voor de mensen voor wie ze werken en die ook nog eens meedenken met journalisten. Over het algemeen zijn dat trouwens de mensen die iets met de journalistiek hebben, die ons werk een beetje snappen. Ik zal er een paar uitlichten:

Ester Bal bij Vitesse werd altijd geroemd door journalisten. Ik ken haar niet goed hoor, maar zij regelde het altijd perfect en als ze je een beetje vertrouwde, bemoeide ze zich er verder niet mee. Kees Jansma was natuurlijk ook prima bij de KNVB, die regelde het altijd en door zijn charme liet hij dat samenvloeien met de belangen van Oranje. Hij bracht me een keer naar het station na een interview en zei zoiets als: die Joris Mathijsen is een leuke vent, bel hem een keertje. Waarschijnlijk voelde Mathijsen zich een beetje achtergesteld bij de grote mannen.

 
De aardigste van allemaal
Absoluut de beste, aardigste van allemaal is Anja van Ginhoven, tot begin vorig jaar bij NOS actief en tegenwoordig bij Discovery/Eurosport. ,,Ja Bas, Mart zit in de VS, maar als je dit nummer belt dan krijg je zijn vrouw en dan komt Mart ook even aan de lijn.’’ Waarom ze zo goed is? Ze is gewoon heel aardig, regelde het altijd voor je en dacht bovendien mee als er iemand niet kon. ,,Nee, Henry kan niet voor Veronica Magazine, maar bel anders Jeroen Stomphorst, vindt ie leuk.’’ Of: ,,Je moet Jeroen Elshoff hebben, die heeft altijd al in Veronica Magazine willen staan.’’

Het heeft natuurlijk ook met een gezamenlijk belang te maken of ze iets voor je regelen. Ralph van Baasbank is al jaren manager van Sven Kramer en Ranomi Kromiwidjojo en ik kreeg altijd maar weinig gedaan bij hem. Ik had de moed eigenlijk opgegeven totdat hij niet zo lang geleden voor verhalen bij Intermediair en frank.news interviews regelde met zijn sporters. Mijn analyse? Hij had gewoon niks aan mij destijds, de verhalen voor Veronica Magazine waren van die vederlichte entertainmentstukken en meestal een herhaling van zetten. Zijn belang was dat Kramer en Kromo iets inhoudelijks kwijt konden en dat was destijds niet mijn belang.

 
Wat de kenmerken zijn van goede PR-mensen? Tenminste, in de ogen van een journalist.
1. Ze denken altijd mee met de journalist die maar één belang heeft: met een goed verhaal komen dat mensen graag lezen;
2. Ze vragen niet de hele tijd: wat is je deadline? omdat ze dat op de cursus hebben geleerd;
3. Ze regelen het voor je en zeggen het eerlijk als het even niet lukt;
4. Ze zijn niet te lief voor de mensen wiens belang ze dienen, hebben daar een zakelijke relatie mee;
5. Ze zijn gewoon een beetje aardig en gedragen zich niet als de sterren die ze vertegenwoordigen.

 
Iedereen journalist
PR- en communicatiemensen zijn natuurlijk steeds meer journalisten aan het worden. Als je tegenwoordig immers bij een club, omroep of bedrijf werkt ben je minder afhankelijk van journalisten die over je schrijven, je hebt eigen media tot je beschikking. Omdat je dus sowieso als journalist moet denken, zou het relaxed zijn als er in de beroepsgroep veel mensen werken die hun oude vak niet vergeten zijn. Het gaat mis als ze zich opstellen als de gatekeeper, als de gladstrijker van de geheimen. Een overbodige beroepsgroep? Op het Mediapark kan het wel iets minder, maar voor de rest valt het wel mee. En de kwaliteiten? Gewoon net zoals in de journalistiek: een paar hele goede, iets meer zijn er gemiddeld en een paar héle slechte.

 
Tuesday, 06 March 2018 | Written by Bas Hakker

Het nieuwe RTL (als het aan ons ligt): samenwerken, sympathieker worden en je publiek kennen

Het zijn roerige tijden voor RTL. De directie heeft te lang stilgezeten en moet dit jaar grote veranderingen doorvoeren. Niet alleen op tv, met het vertrek van Erland Galjaard: door het hele bedrijf moeten ze grote stappen zetten. Een blik op de staat van RTL en een paar mogelijke oplossingen.

We kunnen er niet omheen. De problemen die RTL in Nederland heeft zijn fors. Even op een rij wat we kunnen constateren:
1. De winst en omzet zijn behoorlijk afgenomen in 2017
Moederbedrijf RTL Group doet het eigenlijk gewoon goed met een sterk derde kwartaal 2017 waarin de EBITDA 263 miljoen euro bedroeg. Zo heeft één van hun grootste markten, Duitsland, een sterke performance, maar de Nederlandse tak steekt er mager bij af. De winst in Nederland nam zelfs af met bijna een kwart in de eerste drie kwartalen, terwijl ook de omzet met 5 procent daalde.

 
2. De omzet uit tv-reclame neemt af en er kijken minder mensen lineair
Dat is al een tijdje gaande, maar uit recente cijfers van tv-brancheorganisatie Screenforce blijkt dat in 2017 de tv-reclamebestedingen harder daalden dan de kijktijd. De reclameomzet uit spot en non-spot daalde ruim 5 procent, terwijl de kijktijd 3 procent omlaag ging. Het betekent dat adverteerders zien dat voorgebakken programmering minder in trek is en naar andere media (digitaal vooral) kijken om hun bereik te halen. Dat is heel vervelend voor RTL Nederland, want uit de lineaire tv-markt haalt de zendergroep nog steeds het meeste geld.

Positiever is dat de kijktijd wat minder hard daalt. Bij de RTL-zenders is het verval niet dramatisch, maar men weet: de kijktijdcijfers gaan niet meer omhoog. Aangezien kijktijd en tv-reclameomzet altijd aan elkaar gelieerd zijn, zit je daar met een probleem.

 
3. Het imago van RTL heeft deukjes opgelopen
Dat is een niet te onderschatten punt. We schreven begin september al dat de kijker klaar is met het blik BN’ers dat dagelijks bij RTL wordt opengetrokken. Met name BN’ers uit de eigen stal die elkaar heel erg tof vinden, maar waar de kijker weinig mee heeft. Ook programmabaas Erland Galjaard kwam steeds meer onder vuur. Landelijke media schreven erover, het eigen Voetbal Inside ging er in mee. De uitgebreide publiciteit zorgde aanvankelijk niet voor enige zelfreflectie binnen het BN’ers-gilde van RTL. En dat maakte ze voor het publiek eigenlijk alleen maar onsympathieker. Voor de kijkcijfers is dat gewoon niet handig.

Inmiddels is er blijkbaar het besef gekomen dat er dingen moeten veranderen bij RTL en wordt afscheid genomen van Galjaard en in zijn kielzog Humberto Tan. Hoe Tan werd afgeserveerd, is overigens ook niet bepaald warm. RTL Late Night was en ís Humberto Tan. Het lijkt eerder op paniekvoetbal om de programmanaam intact te laten en er iemand ander op te zetten.

Maar wie volgt? Al met al heeft RTL - zeker met RTL4 - iets te lang in de comfortzone gezeten en had het eerder veranderingen moeten doorvoeren. De kijker vindt NPO1 sympathieker, met hier en daar een slow tv format van MAX, Wie is de Mol?, DWDD, Jinek, sport, actualiteiten en nieuws.

 
4. Videoland heeft nog te weinig publiek
Het video on demand platform Videoland was een goed initiatief van RTL, maar de omroep heeft na de introductie verzuimd om door te pakken. Er waren niet alleen wat technische hick-ups en het aanbod sprak te weinig aan. Inmiddels is dat wel verbeterd, maar forse investeringen in vooral ‘killer content’ zijn nodig om Videoland voor de verwende kijker echt onmisbaar te maken. Hoewel RTL geen abonneecijfers publiceert, zou het aantal abonnees nu rond de 400.000 liggen. En dat is nog veel te weinig, ook al ben je na Netflix de nummer 2 in de Nederlandse markt.

 
5. Andere digitale assets leveren nog te weinig op
RTL Ventures en influencers binden (RTL MCN), zijn goede, vooruitstrevende initiatieven geweest. Onder Ventures vallen onder meer woonwinkel Flinders en online oefenprogramma voor kinderen Squla, en voorheen bijvoorbeeld ook datingsite Pepper, Couverts en Reclamefolder (allen doorverkocht). Deze investeringen in online spelers bieden perspectief in bijvoorbeeld e-commerce. Daarnaast zijn er de MCN’s van bijvoorbeeld Stuk TV, Anna Nooshin en OnneDi en het eigen kanaal Concentrate.
Voor beide onderdelen geldt dat ze (nog) niet zoveel opleveren als de tv-grp’s. Het online ecosysteem zit nu eenmaal anders in elkaar dan het traditionele tv-model. De vraag is ook wat er bijvoorbeeld bij de influencers aan de strijkstok van YouTube blijft hangen.

 
6. Wat is het RTL-publiek?
Belangrijk om te benoemen: wie zijn eigenlijk die RTL-kijkers? Videoland heeft natuurlijk de profielen van de abonnees, uit RTL XL en de participatie in NLZiet kun je ook data halen, maar bij de tv-zenders weten we dat eigenlijk nauwelijks. Dat is ook lastig uit het huidige SKO-kijkonderzoek te halen, met zo’n kleine steekproef.
Pas onlangs werd bij RTL een nieuwe functie gecreëerd: die van chef consumenten, ofwel een chief consumer officer die een product- en marketingstrategie gaat ontwikkelen. Dat is rijkelijk laat. Het is wel een ervaren man: Lucien Brouwer zorgde voor de ontwikkeling en groei van de GO app bij Ziggo, waar hij vandaan komt.

 
Wat nu voor RTL?
Met bovenstaande wetenschap, wat moet er dan gebeuren bij RTL? ‘Veel’, is daarop natuurlijk het antwoord. Ruud Hendriks (één van de grondleggers van RTL) sprak afgelopen weekend op BNR nogmaals zijn bezorgdheid uit over de toekomst van RTL. ,,De achterstand is inmiddels zo enorm, dat komt niet meer goed. Als je echt iets wil doen zou je Videoland een heel jaar lang gratis ter beschikking moeten stellen, met super-content erop. Dat kost je 100 miljoen maar dan heb je nog een kans om wat te doen. Dat is wat Disney doet. Die besteden de komende jaren 5 miljard om een concurrent van Netflix op te zetten. Bereik eerst publiek en probeer dan een product te verkopen.”

De boodschap van Hendriks is erg somber, maar is het ook echt te laat voor RTL? Nee.

 
Nieuwe strategie en invulling RTL4
RTL presenteert binnenkort een nieuwe strategie. Dat zal waarschijnlijk ten koste gaan van een deel van de banen in Hilversum. Men gaat nu dus snijden in de overhead en de organisatie stroomlijnen. Wat er gaat gebeuren met de contracten van sommige duurbetaalde BN’ers, is ook een interessante case. Het is nog niet bekend hoe de nieuwe strategie er inhoudelijk uitziet. Wel weten we dat de lineaire zenders, hoewel minder in trek, nog steeds belangrijk zijn voor het bereik en daarmee de reclame-inkomsten.

Wat zou er moeten gebeuren? RTL moet op (lineaire) tv nieuw elan krijgen en met name vlaggenschip RTL4. Het betekent: bouwen aan een beter imago, meer sympathie en een betere doordeweekse programmering. De tijdelijke zenderbaas Marco Louwerens is ook de man achter RTL7 (en het op tv mislukte RTLZ). Geruchten gaan dat hij straks officieel benoemd wordt als programmabaas. De nieuwe manager doet er in ieder geval verstandig aan de weg van de geleidelijkheid te kiezen. Als we ons richten op RTL4: dat heeft een aantal sterke assets. In de vooravond RTL Boulevard (de verjonging ervan is niet per se een vooruitgang geweest), het RTL Nieuws en GTST. In de late avond RTL Late Night, met straks Twan Huys en dus wordt het programma mogelijk ‘serieuzer’ en ‘journalistieker’. Daarnaast heeft RTL4 een paar kijkcijferkanonnen met het weekendamusement, zoals The Voice of Holland, Miljoenenjacht, Ik Hou Van Holland en (nog steeds) All You Need Is Love (de kerstspecial).

 
1. Los probleem primetime doordeweeks op
De sterke assets door de week en in het weekend moet RTL natuurlijk behouden, maar vooral op primetime doordeweeks heeft RTL4 een probleem. Moet je nog doorgaan met de hulp-tv die Galjaard ooit invoerde? Ja, maar dan niet met te veel spin-offs over slechte slapers, slechte gebitten en lelijke eendjes. Je zou er ook nog over kunnen denken om de kijkcijferhit Expeditie Robinson van RTL5 naar RTL4 te halen, zoals de NPO dat ook heeft gedaan met DWDD en Wie is de Mol? (beide programma’s verhuisden de afgelopen jaren van 3 naar 1).
2. Nederlands drama
Kom weer met een dramaserie als Gooische Vrouwen of Divorce, die je uiteraard vooraf kan bingewatchen op Videoland. Investeer dus in kwalitatief hoogstaand Nederlands drama. Denk er verder aan dat je kijker echt niet jonger wordt, dus waarom zou je je niet richten op een iets ouder profiel? Met mensen die ook echt wat besteden?
3. Meer sympathie
En zorg dus vooral voor meer sympathie bij de kijker, met BN’ers die de kijker wél trekken en kennen. De andere zenders laten we even buiten beschouwing, met die aantekening dat RTL7 als mannenzender het niet slecht doet en RTL5 wel een probleem heeft.
4. Samenwerking andere partijen
Aan de achterkant wil RTL de commerciële activiteiten veel meer aan elkaar verbinden, omdat het weet dat de lineaire tv-reclameomzet terugloopt. Nu kan RTL nog wel even profiteren van die omzet, maar het wordt elk jaar minder en wie weet hoe het over vijf jaar is?
De al zo vaak aangehaalde noodzaak tot samenwerking met andere lokale partijen is groot, want RTL kan het niet (meer) alleen. Op commercieel gebied worden met (online) initiatieven als Buy-media.nl  wel stappen gezet, maar het lijkt allemaal nog wat voorzichtig. Hoe staat het bijvoorbeeld met de doorbraak van programmatic en addressable tv? Het is vrij stil nu.

Aan de contentkant is er NLZiet, hoewel dat platform ook veel te laat is doorontwikkeld. Veel interessanter kan nog zijn de aansluiting bij een ‘kabel’-partij als Ziggo. Door de gestage toename van ‘cord cutting’ (abonnees zeggen hun kabelabonnement op omdat ze maar een beperkt aantal zenders kijken) en de druk op de marges bij het (mobiele) telefonieabonnement hebben Ziggo en KPN in de nabije toekomst ook een probleem. Ziggo fuseerde in Nederland al met Vodafone om op de lokale markt te groeien in het mobiele stuk. Maar het heeft moeite om te groeien met eigen content. Veel verder dan Ziggo Sport komen ze hier niet. Aan de achterkant werken RTL en Ziggo al commercieel samen in de reclameverkoop op Ziggo Sport. Waarom dus niet ook een contentdeal maken? Of dat nu via een verregaande samenwerking is of zelfs een fusie, het is win-win voor beide partijen: Ziggo heeft de gewenste uitbreiding van de content, RTL krijgt de beschikking over de data van de Ziggo-abonnees.

De eerste contouren van het nieuwe RTL zullen we in ieder geval in 2018 gaan zien.

 
Tuesday, 06 March 2018 | Written by Bram van Noord

Baggerreclame deel 2: het móét echt anders

Onlangs schreef collega Bram een opiniërend artikel over de nieuwe koers van de STER. Volgens hem leidt deze tot steeds meer ‘baggerreclame’ binnen de STER-blokken, een mening die nogal wat stof deed opwaaien. En daar houden wij van want volgens ons kan er niet genoeg gediscussieerd worden over de wondere wereld van marketing.

 
Geen enorme mediabudgetten
Met het pleidooi van Bram nog vers in het geheugen, keek ik vorige week weer eens televisie met een aantal bijbehorende commercialblokken. Ik begrijp zijn redenatie wel. Ook ik zag een aantal commercials voorbijkomen waar je duidelijk aan afziet dat er geen enorme mediabudgetten tegenover staan. En hoewel ik het zeer toejuich dat het nieuwe STER-beleid deuren opent voor kleinere adverteerders, vind ook ik dat de kwaliteit van een commercial idealiter wel een bepaald niveau moet hebben.

 
Misplaatste crap
Maar hallo! Laten we het dan nu even hebben over de overige commercials die ik voorgeschoteld kreeg in die reclameblokken. Degene waar wél enorme mediabudgetten tegenover staan. Waar bureaus boordevol marketingtalent maandenlang op studeren. Die zien er misschien wel mooier en gelikter uit, maar wat een misplaatste crap zit daar tussen zeg. Dan kun je als merk toch afvragen of je je enorme mediabudget niet rechtstreeks door de spreekwoordelijke pot hebt gespoeld.

 
De plank misslaan
Een paar voorbeelden uit een willekeurig reclameblok: Pip Pellens die haar zelfvertrouwen blijkbaar haalt uit de maandverbanden van Always en daar de (uiteraard, want dat is hip, maar GOD wat zinloos) hashtag #likeagirl aan hangt.

https://www.youtube.com/watch?v=g4yCZvz7HNg

Een commercial voor de nieuwe Renault Captur (ja inderdaad, een auto) waarin ene Lucas wordt gedumpt door ene Julia, wiens naam hij net op zijn arm heeft laten tatoeëren. Drie tellen later leert hij tijdens het speeddaten een nieuwe Julia kennen, die, oh toeval, ook zijn naam al op haar onderarm heeft staan. Wie legt me uit wat de link met de auto is?!

https://www.youtube.com/watch?v=s2v7t3srEqA

Om nog maar te zwijgen over de draken van nagesynchroniseerde commercials voor huishoudelijke artikelen en andere duurbetaalde spotjes die de plank behoorlijk misslaan.

 
Negatieve aandacht is ook aandacht
Ik voel ‘m nu wel aankomen: het argument dat juist die slechte commercials, die doorgaans ook veel irritatie oproepen, heel goed blijven hangen bij de kijker en daarom bijdragen aan de merkbekendheid. Tsja.. Ongetwijfeld. Ik weet zelf ook moeiteloos een hele rits irritante spotjes op te lepelen. Met een beetje mazzel win je als merk ook nog een Loden Leeuw met je draak van een commercial. Sta je nog meer in de spotlight. Negatieve aandacht is tenslotte ook aandacht. Maar ik durf me af te vragen of je dat moet willen.

 
Andere vorm van marketing
De kern van mijn verhaal? Die is eigenlijk tweeledig. Het is opvallend dat in een tijd waarin iedereen het er over eens is dat lineaire televisie onder druk staat en we massaal op zoek gaan naar alternatieven, diezelfde televisie voor veel adverteerders toch een soort holy grail blijft. Er worden nog steeds enorme bedragen uitgegeven aan televisiecommercials. En daar is op zich niets mis mee, want ik geloof persoonlijk ook zeker in de kracht van good old televisie. Maar wanneer het resultaat een commercial is die in mijn beleving veel te ver weg staat van het product dat het moet aanprijzen, vraag ik me af of je zo’n budget niet beter kan inzetten op een andere vorm van (content-)marketing die je product meer recht doet. Neem die Renault Captur. Iedereen kent die auto toch? Wat voegt die commercial nog toe? Zou een mooi magazine waarin je veel dieper ingaat op de usp’s van de auto niet veel effectiever zijn? Of een YouTube-kanaal met een reeks video’s waarin je op oneindig veel manieren kan laten zien hoe uniek de auto is? Ik noem maar wat. Ja, dan genereer je waarschijnlijk minder bereik, maar misschien is het effect op je merkbekendheid wel nagenoeg even groot. En misschien wel belangrijker: het effect op je imago. Een knullige commercial met een ver te zoeken link naar je product versus een gaaf magazine vol unieke content over je product? Ik zou het wel weten.

 
Het moet anders
En mijn tweede punt? Stel dat je daar als merk niet voor kiest. Dat je toch graag te zien wil zijn op televisie. Helemaal prima natuurlijk, maar please: doe het dan goed! Laat je niet verleiden tot gelikte commercials waarin de link naar je product ver te zoeken is of tot reclames met een mega hoog irritatiegehalte. Het kan écht anders! Het móet zelfs anders, denk ik. Want met alleen bereik kom je er allang niet meer.
Monday, 05 March 2018 | Written by Heleen Scheurwater

De filosofie achter de redding van de warme bakker

DOOR SJAAK VANE

Filosoof Sjaak Vane beschouwt bekende fenomenen in de marketingwereld vanuit zijn eigen perspectief. Vandaag: over de trend dat alles ‘oer’ moet zijn. 

Terwijl we als samenleving graag vooruitdenken is er eveneens de neiging om in de achteruitkijkspiegel te kijken. Retro is een trend. Het geeft zekerheid. De geschiedenis verandert immers niet. Er zijn geen onverwachte bevingen die de rust verstoren. Retro is romantisch en daar past het idee bij dat we terug moeten naar de bron, naar de oorsprong. Oerproducten verkopen onverminderd goed. Zet ergens de term ‘oer’ voor en de kassa rinkelt. Waarom die verheerlijking van het oude?

Wie ben je echt?

De essentie-coach kijkt mij streng aan. De stress stijgt in mijn hersenen. ,,Wie ben je nou echt?,’’ vraagt hij en hij neemt geen genoegen met oppervlakkige antwoorden. Waar heb ik die essentie ook alweer laten liggen, denk ik nog. Wijselijk hou ik die gedachte onder de pet. De coach zou er niet om kunnen lachen. De workshopleider weet namelijk precies wat zijn kern is. En ook weet hij precies waarvoor hij op aarde is: het is zijn missie om mij dichter bij mijn Ware Kern te laten komen. Daar zijn verschillende lesmodules voor ontworpen en ik sta nog maar aan het begin. Geen grappen, nu. Pas als ik de zwarte band heb, mag ik  anderen dwingend aankijken en vragen stellen die ik zelf niet hoef te beantwoorden. Dan heb ik namelijk mezelf gevonden en ben ik in iedere situatie perfect in balans. Ik leef dan vanuit mijn ware kern en dat is een aanlokkelijk perspectief.

Je authentieke kern

Waar komt die fascinatie voor het essentie-denken toch vandaan? Die leek even weg geweest. Rond de eeuwwisseling konden we nog lekker rondfladderen. De homo ludens - de spelende mens - kon volop experimenteren met de nieuwe media. Hij mocht Second Life Avatars creëren en andere uitdrukkingsmogelijkheden uitproberen in de virtuele wereld. Ik ben een veelheid aan identiteiten. Postmodernisme heette dat toen, en het was hip. Als we er tegenwoordig wat op los fantaseren is er altijd wel iemand die roept: wat wil je nou echt? En dan valt het gesprek stil. De essentie is namelijk een serieuze zaak. Het betekent het vastleggen van je Ware Identiteit. Die schrijf je niet in het zand, maar beitel je in steen. Dit ben ik - en niet anders.

Merk essentie

Dat vastleggen is goede business voor de coachingsindustrie en de bedrijfsconsultancy. Er wordt diep nagedacht en veel geschreven over de essentie van het merk. Hoe kan de organisatie herbronnen is de vraag. Daarvoor moet altijd achterom worden gekeken. Voordat een toekomstvisie kan worden opgebouwd moet het bedrijf ‘terug’. Men moet terug naar de core-business en terug naar de oorsprong.

In de filosofie noemen we dit het essentiedenken. Het is zowel een beweging achteruit als een beweging naar binnen. We moeten de weg teruglopen om na te gaan waar we vandaan komen. En dat doen we in het eigen innerlijk? Of tijdens een heisessie met het team? We hebben iets verloren en dat kunnen we terugvinden door naar binnen te gaan. We moeten een pas op de plaats maken. Als we weten wie we zijn, als mens en als organisatie, kunnen we verder. Dat klinkt aanlokkelijk, toch?

Jezelf terugvinden

Het woord essentie komt van het Griekse ‘esse’ dat zoiets als ‘zijn’ betekent. Antieke denkers zoals Plato en Aristoteles nemen (ieder op hun eigen manier) aan dat er een Ware Kern bestaat waar alle verschijnselen uit voortkomen. Het maakt dat een eikel uitgroeit tot een eikenboom en een beukennootje tot een beuk. Alles in de natuur heeft zo zijn eigen bestemming. Het heeft een eigen ‘potentie’ waardoor het zichzelf kan verwezenlijken.

 
Dat je dit ook op een mens kunt toepassen, wordt  tijdens de Romantiek populair door de denkbeelden van Jean Jacques Rousseau (1712-1778). Hij ziet de natuur als een bron om jezelf terug te vinden. Hiermee formuleert hij een kritiek op de toenemende mechanisatie van die tijd. De natuur is ongerept, niet bedorven door menselijk ingrijpen. Natuur is beter dan techniek. De mens is in vrijheid geboren maar door de ketenen van de cultuur gebonden, is een veelgeciteerde uitspraak van Rousseau.

Het oergevoel

Deze oorspronkelijke mens bezit volgens Rousseau een innerlijke kwaliteit die de stadsmens is kwijtgeraakt. Dat blijkt ook uit wat hij maakt. Handgemaakt is superieur aan massaproductie.  Home-made staat voor kwaliteit, liefst bereid volgens een oud familierecept.

Dit romantische idee betekende de redding van de warme bakker die ooit de concurrentie met de broodfabriek dreigde te verliezen. Je vindt het ook terug in de hedendaagse oer-hype. Het oergevoel, het oerbrood, de oerhollandse Batavieren en het oerinstinct zijn voorbeelden waarbij traditioneel beter is dan modern. Dankzij Rousseau zitten we op oerdegelijk steigerhout de handgebakken desembroodjes te consumeren.

Eenvoud

Dat het essentie-denken nog steeds aanspreekt kun je verklaren als een reactie op het hedendaagse hogesnelheidsdenken. We zoeken naar een rustpunt in tijden van transitie.  Een ankerpunt in een wilde zee. Daar komt bij dat het denkschema tamelijk eenvoudig is waardoor het een groot publiek aanspreekt. Het maakt de dingen om ons heen minder ingewikkeld. En dat maakt het leven wel zo overzichtelijk. De plattegrond van het essentie-denken heeft de vorm van een wiel. Alle spaken zijn verbonden met de kern. Zoals alle wegen naar Rome leiden en alle spoorlijnen naar Parijs.

Eigenlijk

Het stopwoord voor essentie denkers is ‘eigenlijk’- of: ‘in wezen’. Hiermee wordt aangegeven wat ‘eigen’ is.  Let er maar eens op tijdens de volgende kampvuursessie. Wanneer iemand zegt: ‘Eigenlijk heeft  alles wat wij doen te maken met (vul in)’ Of: ‘Eigenlijk is de essentie van ons merk niets anders dan (vul in)’, is een essentie-denker aan het woord.  ‘Eigenlijk’ verwijst naar een eenduidige kern. Ze bevat geen tegenstrijdigheden. Het is iets waarmee we ons gemakkelijk kunnen identificeren. De bron maakt duidelijk wie wij (eigenlijk) zijn.

Het netwerk

Er zijn ook andere denkschema’s in omloop. Die van het netwerk, bijvoorbeeld. Een cluster aan relaties zonder duidelijk middelpunt dat beweegt als een zwerm vogels zonder leider. Het leek er even op dat het postmodernisme het idee van een Ware Kern zou uitwissen. Maar het essentie-denken blijft onverminderd aantrekkelijk. De kracht ervan ligt in zijn eenvoud. We zijn bang te verdwalen als we dit denkschema loslaten. Bang dat we onze identiteit verliezen als Nederlanders, als mannen of als vrouwen. Als we geen merk-essentie kunnen formuleren, als we niet  helder kunnen uitleggen wie we zijn en waar we voor staan, raken we verloren in een wereld vol zelfgemaakte betekenis.

 
Die eenvoud is tegelijk ook een gevaar. Hoe kunnen merken veranderen, zonder hun eigenheid te verliezen? Het oerdenken geeft dan wel rust, maar het kan ook leiden tot inteelt. Voor je het weet ben je de volgende V&D.

Merk verwarring

Ondertussen is de essentie-coach nog niet met mij klaar. Wie ben je nou echt? Nou in ieder geval ben ik een man, stamel ik. Dat zeg je nu wel, maar kies je daar ook voor? De vraag overvalt me. Ik bedenk me dat Canadezen het geslacht X in hun paspoort kunnen zetten, als ze zich niet willen identificeren met de categorie man of vrouw. Genderfluïden of non-binairen heet dat. Er komen speciale toiletten voor, naar het schijnt. Ook onze bloedeigen HEMA hangt de jongens en meisjeskleding voortaan netjes genderneutraal door elkaar.

Zou je ook zonder een beroep op je essentie kunnen leven, vraag ik me koortsachtig af. Dat als iemand vraagt: wie ben je nou eigenlijk? Dat je dan zegt: ik denk non-binair. Het klinkt best interessant, maar het is de vraag of het goed verkoopt.

 
Sjaak Vane (1961) is relatietherapeut, spreker, Stand up Story Teller en cultuurfilosoof. Hij schrijft over werk en relaties op zijn weblog: De Filosofische Bijsluiter. In 2018 verschijnt van hem Hou je van een mens of een merk?  over intimiteit in de presentatiemaatschappij.  www.sjaakvane.nl
Wednesday, 21 February 2018 | Written by Redactie Frank.News

Nieuwe STER zorgt voor meer baggerreclame

Leuk, dat nieuwe commerciële STER-beleid, maar zo komen er wel hele goedkope reclamemakers de blokken binnensluipen. En dat is niet waar een ‘kwaliteitsmerk’ voor wil staan.

De afgelopen weken wezen uit dat NPO eenzaam aan kop gaat in lineair tv-land. Van de honderd programma’s in de kijk top-100, waren er 87 van de NPO. Feit is dus dat het tv-kijkende publiek graag naar de programma’s op de publieke zenders kijkt, met als extra meevallertje voor het zieltogende NPO 3 dat De Luizenmoeder een megasucces is (het vervolg wordt volgend jaar ongetwijfeld op NPO 1 geprogrammeerd).

Kwalitatieve programmeringLaten we er even van uitgaan dat de NPO staat voor een meer kwalitatieve programmering dan de commerciële zenders. Daarnaast is het prettig dat de programma’s niet constant onderbroken worden door reclameblokken. Adverteerders werken dus samen met de marktleider op tv die een kwalitatieve omgeving aanbiedt waar ze hun boodschap kwijt kunnen. Voor adverteerders is een groot tv-bereik nu nog altijd heel belangrijk, in combinatie met online en andere mediavormen.

De STER, reclameverkoper van de publieke omroep, heeft sinds januari een nieuw commercieel beleid met een vast tarief voor álle adverteerders. De grote jongens, maar ook de kleintjes. Het afschaffen van de korting voor mediabureaus even daargelaten: zij vielen vorig jaar vooral over het feit dat de loyale en grotere adverteerders gelijkgeschakeld worden met de kleinere. Veel mediabureaus adviseerden hun grote klanten die we normaal gesproken wel in de STER-blokken zien - de AH’s, Jumbo’s en de banken bijvoorbeeld - de NPO links te laten liggen.

Radioblok op tvSTER gaf toe dat de nieuwe weg die ze bewandelen nadelig kan zijn voor grote adverteerders, maar dat juist de kleinere en nieuwe adverteerders ervan kunnen profiteren. Zo geschiedde. Het is natuurlijk heel mooi voor de kleine adverteerder om ineens in een STER-blok te verschijnen, maar er is een groot probleem: de kwaliteit van de campagnes. Toegegeven, er zat al veel troep tussen, maar nu wordt een STER-blok op tv nog een graadje erger en begint het zelfs op een radioblok te lijken met veel www’s: Studentaanhuis.nl, Bax-music, Profel kozijnen en het Windsharefund.

De transparantie die de STER doorvoert met de vereenvoudiging van haar beleid naar mediabureaus en adverteerders is te prijzen, maar het mag ook over de kwaliteit van reclame gaan in een tijd dat de tv-branche onder druk staat. Als NPO een kwaliteitsmerk is, dan mag de reclame ook naar een hoger niveau.
Tuesday, 20 February 2018 | Written by Bram van Noord

Waarom is er in Nederland geen The Wirecutter?

Sorry Alexander, we lenen wel eens een ideetje van je (ruilen voor een contentmarketingstrategie?). Op een van de laatste edities van ‘Een Podcast over Media’ vertelde Alexander Klöpping over The Wirecutter, de geweldige website met alleen maar recensies die onlangs gekocht is door New York Times.

 
Bizar eigenlijk dat er nog geen Nederlandse variant van The Wirecutter is, een website briljant in al zijn eenvoud. Het idee is vrij overzichtelijk, je klikt op een willekeurige productcategorie, bijvoorbeeld ‘winterschoenen’ en er volgt een scherpe recensie en de keuze van het allerbeste product. Uit de winterschoenentest kom één winnaar in een mannen- en een vrouwencategorie; ‘our pick’. Onder het verhaaltje met de testresultaten staat een duidelijke knop met een link naar de webshop waar je de schoen kan bestellen; in heel veel gevallen Amazon en soms een ander webwinkel. Met dat laatste verdient de site ook haar geld, de webshop betaalt voor elke sales die tot stand komt (ja, we weten dat het affiliate marketing heet) via de site. Het schijnt overigens dat de schrijvers niet weten hoe hoog de commissies zijn en dat lijkt me heel gezond. Er is tegenwoordig ook een dependance van Wirecutter genaamd ‘The Sweethome’ waar de focus ligt op huishoudelijke producten.

 
Verkocht voor 30 miljoen dollar
The Wirecutter is bedacht door Brian Lam, schrijver en voormalig hoofdredacteur van techsite Gizmodo. In 2016 werd The Wirecutter gekocht door The New York Times voor ongeveer 30 miljoen dollar. Het past in de strategie van de krant (binnenkort ook in Nederland, let maar op) om te focussen op service voor de lezers.

Klöpping zei het ook op ‘de podcast’, maar het model van The Wirecutter zou natuurlijk in Nederland ook als een tierelier lopen. Sterker nog: er is een club die het businessmodel gemakkelijk kan kopiëren; De Consumentenbond. Kun je daar lekker snel de beste sporthorloges bekijken om via een linkje naar Mediamarkt snel te schakelen? Nee natuurlijk. Je moet eerst een abonnement nemen van 5,95 per maand, gedoe dus.

 
Eigenlijk heel logisch
Je zou kunnen zeuren dat bij de Consumentenbond allemaal zo langzaam gaat en die impuls voel ik wel en beetje, maar je moet ook rekening houden met de achtergrond van zo’n club. De Consumentenbond is niet in het leven geroepen voor consumententesten, maar om de belangen van consumenten te verdedigen, een andere positie dan de voormalig start up van Lam. De bond vertegenwoordigt de belangen van de leden en niet van fabrikanten. De kans is dus klein dat ze daar met een affiliate systeem gaan werken, dat vinden ze daar ongetwijfeld een beetje té afhankelijk worden. Bovendien moeten de leden vast toestemming geven voor zo’n constructie. Zit wel iets in ook.

 
De Recensiekoning
Nee, de Nederlandse versie van The Wirecutter zal gewoon van nul af opgebouwd moeten worden. Arjen Lubach heeft trouwens ooit een grappige variant in de lucht gehouden;  De Recensiekoning. Daar werden bijvoorbeeld de onderburen, knipogen, kraanwater, een droom en vele andere grappige dingen gerecenseerd. Het was vooral grappig, mede door Martine de Jong, een van de grappigste vrouwen van Nederland die in de redactie van Lubach zit en veel vlogt.

 
Coolblue’s Keuze
Maar goed, de vraag naar recensies is onverminderd groot en webshops zelf hebben de rol van The Wirecutter hier overgenomen. Ook zijn er per product natuurlijk aardig wat recensiesites (restaurants, telcomaanbieders et cetera). Want geef maar toe mensen, als jullie een nieuwe tv zoeken dan ga je toch ook altijd even naar Coolblue’s Keuze? Het zou handiger zijn als je een plek had die toch iets verder afstaat van Coolblue zelf.
Aan de slag
Even concreet. Hoe te beginnen? Wij zouden zeggen; een clubje van tien, breed ingevoerde, journalisten maakt een plan om elke week twee productcategorieën te testen. Het tiental vraagt een zakelijke partner om afspraken te maken met Bol.com, Mediamarkt, Coolblue en Wehkamp (en misschien al een nieuwsmerk voor de distributie). De webshops betalen allemaal hetzelfde percentage per verkoop die tot stand komt en sluiten een deal waarvan het tiental journalisten niets weet. De zakelijke man of vrouw betaalt de journalisten een keurig uurtarief om elke week twee recensies te schrijven en om een uurtje bij elkaar te komen waarin het beste product wordt gekozen.
Totale kosten
De journalisten kosten geld, er moet geïnvesteerd worden in de website en natuurlijk ook een marketingpotje komen om de views aan te jagen. Oh ja, er moet ook een tone of voice bedacht worden van de site (niet zomaar wat doen mensen). Met een euro of 10.000 startkapitaal per maand zou je toch een geweldige site in de lucht kunnen houden? Distributie via de Volkskrant, niks meer aan doen. Zullen we het als eerbetoon www.alexander.nl noemen?
Friday, 16 February 2018 | Written by Bas Hakker

De marketingcoup van een nieuw ijsmerk

Door Theo Nieveen.

Eiwitten zijn ontsnapt aan het beklaagdenbankje van de dieetgoeroes. De serieuze sporter is door de voedingsindustrie ontdekt als doelgroep voor eiwitverrijkte producten. In de supermarkten is een stille proteïnerevolutie gaande.

 
Wie zich in het nieuwe jaar in de sportschool heeft gemeld zal het niet zijn ontgaan. Eiwitten vormen traditioneel het domein van krachtsporters, bodybuilders en duursporters. Voorraadpotten proteïne met een imposante masculiene omvang worden veelal online of bij vitaminewinkels gekocht. Er is echter een stille revolutie gaande. Eiwitten zijn ontsnapt aan het beklaagdenbankje van de dieetgoeroes. De serieuze sporter is door de voedingsindustrie ontdekt als doelgroep voor eiwitverrijkte producten. Een rondgang door de supermarkt levert inmiddels een keur aan producten met extra proteïne op. Van kokoswater, sportkwark, desserts, en drinkyoghurt, tot ijs, chocomelk, muesli en eiwitshakes. Een woordvoeder van een toonaangevende ‘super’ bevestigt dat er een substantiële stijging in populariteit is te constateren in producten verrijkt met eiwit. Als we de Britse markt bekijken blijft het ook zeker niet bij de voornamelijk zuivelgerelateerde producten in de Nederlandse supers.

 
Marktpotentieel van 100 miljoen
‘The Grocer’, het Britse equivalent van Distrifood, wijdde vorig jaar een hoofdartikel aan voedingsmiddelen met toegevoegde proteïne. Aan de andere kant van het kanaal vinden we inmiddels ook pindakaas, ontbijtgranen, Mars, Snickers & Milky Way, soep, pannenkoekenmix, koekjes, havermout, pizza’s, etcetera. Allemaal verrijkt met proteïne, of in elk geval met een hoog proteïnegehalte. En er is meer onderweg, allemaal in de vorm van gemaksproducten, want - gemak - is een eerste vereiste. De nieuwe eiwitconsument wil geen gedoe met voorraadpotten en maatbekers, maar wil hapklare oplossingen en is bereid daar ook meer voor te betalen. Een Marsreep met proteïne bijvoorbeeld is bijna drie keer zo duur dan de reguliere.

Melkunie schat de primaire doelgroep in Nederland op twee à drie miljoen sporters, waarvan een half miljoen fanatiek bezig met sport en de bewuste inname van proteïne*. Dit zijn de aanjagers die deze nieuwe markt de juiste impuls geeft om van de grond te komen. Een markt die naar de verwachtingen van Arla Foods (Melkunie) in potentie in drie jaar kan doorgroeien tot 100 miljoen euro omzet.

*) Bron: Distrifood 21/06/2017

 
Challenger
Tussen foodreuzen als Nestlé en Melkunie, die in deze markt actief zijn is daar opeens het Nederlands (onafhankelijke) ijsmerk ‘Koupe’. Een heuse challenger binnen de ijsmarkt en niet zonder succes.  Een merk dat op de juiste tijd, op de juiste plaats was met het juiste product. Jaco Pieper is de man achter dit opmerkelijke idee. Pieper wilde, na een succesvolle carrière als interim marcom-manager, een hele nieuwe uitdaging. Hij besloot de ultieme test met zichzelf aan te gaan, om te kijken of hij het vak écht onder de knie had. Pieper wilde uit het niets een eigen merk ontwikkelen en neerzetten (met een beperkt budget). Van product en naam, tot logo en verpakking. Het werd consumptie-ijs verrijkt met proteïne en vezels, arm in suiker en vet, en in vier smaken. Geen dieetijs of sportijs, maar echt ijs met de gezondheidsvoordelen die passen in een uitgebalanceerd voedingspatroon. Zonder enig compromis op het mondgevoel en smaak. Guild free pleasure.

 
700 supermarkten
Dat was vier jaar geleden en met vallen en opstaan staat Koupe nu in 700 supermarkten in Nederland. In Duitsland is Koupe verkrijgbaar in een testmarkt en staat aan de vooravond van de grote doorbraak. Groot Brittannië heeft Koupe omarmd, Denemarken gaat los en de rest van Scandinavië ziet er veelbelovend uit. Zelfs in Italië worden verkenningsrondjes uitgevoerd. Interesse is er inmiddels uit de hele wereld, van Zuid-Korea tot Uruguay. In Qatar staat Koupe al in de vriezer bij de Monoprix. Nederlands proteïne-ijs in de woestijn.

 
Productontwikkeling
De ontwikkeling ging met vallen en opstaan. De AH Podiumdagen bleken een perfecte try-out en een eyeopener. Initieel waren de reacties positief, maar in close up werden er  aanloopfoutjes zichtbaar in de gepresenteerde producten. De eerste ijsvarianten waren pas na 20 minuten uit de vriezer zacht genoeg om te eten. Prachtige Engelse design verpakkingen sneuvelden letterlijk in schoonheid. Hoog tijd derhalve om de receptuur aan te passen en een nieuwe exercitie op de verpakkingen los te laten.

Wat volgde was een periode met veel experimenteren. De verpakkingen gingen op de schop en kregen zwart als basiskleur. Een kleur die inmiddels door meerdere aanbieders van proteïneverrijkte producten wordt gebruikt. De nieuwe verpakkingen sloegen aan en de receptuur werd vervolmaakt met de hulp van een Engelse ijsmeester. Product, naam, logo en verpakking waren klaar voor de start. Nu de distributie nog.

 
Hoe kom je in de supermarkt?
De hamvraag. Een nieuw product is een ding, schapruimte is essentieel. Het valt echter niet mee om een product in de supermarkt te krijgen, zelfs voor de gevestigde namen. Het kantoor van de categorymanagers is een vrijwel onneembare vesting. Maar, de aanhouder wint en er is sprake van een gunfactor. Supermarkten zijn op zoek naar boutiquemerken (kijk in het biervak), innovatieve producten waarmee zij hun klanten kunnen verrassen (en waar klanten om vragen). In oktober 2016 werden de eerste samples naar Jumbo verstuurd. Daarna was het een kwestie van diplomatiek stalken, af en toe eens mailen en zachtjes duwen. Eind december kwam het verlossende woord van Jumbo: Koupe werd opgenomen in het assortiment. Kort daarna kwamen Dirk en Dekamarkt. AH volgde enige tijd later met 80 winkels en een geleidelijke groei naar 380, en daar stopt de teller zeker niet dit jaar.  Nederland is om.

 
Ondernemen is groeien
Het succes in Nederland was een goede stimulans om ook over de grenzen te kijken. De merk- en productbekendheid worden voornamelijk gerealiseerd via vakbeurzen. De prijs voor ‘Best Food & Agri start-up’ van Rabobank Food Bites in Wageningen was daarbij een dankbaar steuntje in de rug. Toeval wilde dat Head of Food Innovation van Metro AG (Duitsland) ook aanwezig was. Een uitnodiging voor een succesvolle pilot in Berlijn volgde en bij een test in Zuid Duitsland (conservatiever, ander publiek) valt Koupe ook in de smaak.

 
Communicatie
,,Het product is hip en jong, dus vraagt een andere manier van communiceren. Social media bieden de mogelijkheid om mijn doelgroep heel gericht te kunnen targeten, tegen een fractie van de kosten van traditionele media,’’ antwoordt Jaco Pieper.
De communicatie rond deze producten is vrijwel onzichtbaar voor het grote publiek. Het gaat hier ook niet alleen een nieuw product, maar om een hele nieuwe categorie. Op de vraag hoe de communicatie en introductie voor deze nieuwe producten is aangepakt, antwoordt Jaco Pieper: ,,Het product is hip en jong, dus vraagt een andere manier van communiceren. Social media bieden de mogelijkheid om mijn doelgroep heel gericht te kunnen targeten, tegen een fractie van de kosten van traditionele media. Ik zet bijvoorbeeld ook influencers in, die mijn product krijgen en daar een review over maken op hun social media feeds. Door een goede combinatie van betaalde advertising op social media, goede content, inzet van influencers en PR kun je in korte tijd tegen beperkte kosten een hoop mensen bereiken.” Daarnaast wordt er gebruik gemaakt van activatie op foodfairs, de zogenaamde ‘Koupe ervaring’. Pieper vervolgt: ,,Ik investeer nu liever in lange termijn merkopbouw, dan korte termijn verkopen.’’

Deze strategie lijkt de blauwdruk voor succesvolle productintroducties in dit segment. Er blijken uiteindelijk geen spierballenbudgetten meer nodig te zijn om fmcg succesvol in de markt te zetten. Wat wel nodig is, is een extreem goede kennis van je doelgroep, weten waar de sterktes en zwaktes van de verschillende mediumtypen liggen, gezond verstand en je op tijd realiseren wanneer je kennis moet inhuren. Niets nieuws eigenlijk.

 
N.B. ten tijde van het schrijven van dit artikel is Koupe bij de ‘Dutch Marketing Awards’ genomineerd voor ‘Start up of the year’.  
Theo Nieveen is copywriter. Hij bedenkt inhoud van advertenties, online filmpjes, website, teksten, TV- commercials, billboards, acties, enz. Alles wat kan helpen om communicatiedoelstellingen te realiseren.
Wednesday, 14 February 2018 | Written by Redactie Frank.News

DHL en Nespresso: wat je moet doen voor een bakje koffie

Ken je dat? Dat je op een dag wakker wordt en er nog maar één koffiecupje blijkt te zijn? En nog wel decafeïne ook. Gelukkig heeft Nespresso een ‘same day delivery’-service. Handig voor koffieleuten zoals ik. Maar dan moet die bezorgservice wel werken…

 
Nespresso werkt voor deze beloofde snelle service samen met DHL. Voor een kleine extra bijdrage van 1,90 euro zou het pakketje met acht buisjes koffiecups diezelfde avond tussen 18 en 21 uur geleverd moeten worden. De bel gaat welgeteld drie keer. Ook zonder cafeïne blijf je blijkbaar scherp. Maar iedere keer is het voor de buren die niet thuis zijn.

 
Om 10 uur zijn we drie pakketjes van de buren rijker, maar nog steeds geen koffie. Eén blik op de DHL-site leert ons dat de bezorger om 10 voor 10 voor de deur heeft gestaan, we niet thuis waren en er de volgende avond een nieuwe bezorgpoging wordt gedaan.

 
Dat klopt dus niet. We waren er wel, de bel is diezelfde avond door andere postbezorgers meerdere keren ‘getest’ en bovendien zit er geen briefje in de bus. Dus of die bezorger überhaupt is geweest, ik betwijfel het. Een mailtje naar de klantenservice dan maar.

 
Via de site kan ik een bericht achterlaten. Hierin maak ik duidelijk dat het me niet om die extra euro’s, maar om het principe van ‘same day delivery’-service gaat. Als je iets belooft, dat werk… Ik vraag om opheldering en wil weten waar het is misgegaan. De volgende middag krijg ik bericht terug. De klantenservice beaamt dat het gek is dat er geen briefje in de bus zat, kunnen niet zien waar het fout ging, bieden hun excuses aan en hopen dat het diezelfde avond wel lukt. Dat hoop ik ook.

 
Maar nee, om 10 uur weer niets. Als ik op de DHL-site kijk, staat er tot mijn verbazing dat de bezorger het pakje om 19.12 uur bij mij heeft afgeleverd. Het is alleen nergens te vinden. Niet in de gang bij de voordeur en ook niet bij de buren. Dat wordt dus het weekend starten zonder koffie.

 
De volgende ochtend bel ik met de klantenservice die gelukkig niet á la ‘Het Parool’ op zaterdag gesloten is. De vrouw aan de andere kant van de lijn begrijpt mijn frustratie, ik kan de koffie die ze op dat moment voor haar neus heeft staan bijna ruiken. Ze bekijkt de gps-geschiedenis van de chauffeur. ,,Ik zie inderdaad wel dat hij bij jullie in de buurt is geweest, maar meer helaas niet.’’ Op de vraag of ze hem niet kan bellen, krijg ik als antwoord dat ze geen gegevens hebben van de chauffeur.

 
De oplossing: er kan een onderzoek gestart worden. Maar nu komt het: dit mag DHL niet doen. Ik moet zelf met Nespresso bellen om het onderzoek in gang te zetten. Dat is nog eens klantenservice: je maakt zelf een fout, en laat de klant vervolgens alle moeite doen om dit op te lossen. Terwijl je als bedrijf toch zelf de benodigde gegevens hebt, zou je zeggen. ‘Gelukkig’ kan de medewerker me wel het juiste telefoonnummer geven van Nespresso, zodat ik direct de goede persoon aan de lijn krijg.

 
Eenmaal met Nespresso aan de lijn krijg ik eerst een vragenlijst met vragen als ‘Heeft u al bij uw buren gekeken?’ Geïrriteerd, want al dagen geen koffie en kostbare minuten verloren aan dit gezeur,  reageer ik dat we nu op het punt zijn beland dat er een onderzoek gestart moet worden en ze dit soort vragen achterwege kan laten.

 
Het kwartje valt, ik krijg de vraag of ik maandag overdag of ’s avonds thuis ben, zodat de koffie dan nogmaals geleverd kan worden. De avond, is mijn antwoord. ‘Tussen 18 en 21uur staat de bezorger voor uw deur. We doen er een acceptgiro bij, deze hoeft u natuurlijk niet te betalen.’ Nee, dat moest er nog eens bijkomen.

 
Die maandagmiddag ben ik toevallig eerder terug van een afspraak. De bel gaat: de DHL-bezorger met hét pakket. Zelfs bij poging 3 gaat het nog bijna mis. Wat je al niet moet doen voor een kopje koffie.
Monday, 12 February 2018 | Written by Kim Buitenhuis

Een merk kan geen ‘branded content’ inzetten. Punt uit.

Door Carlijn Postma

Alle merken zouden moeten stoppen met branded content en zich bezig gaan houden met contentmarketing. Oftewel: zelf het verhaal gaan vertellen en zelf je kanalen kiezen, betoogt Content Marketing Vrouw van het jaar 2017, Carlijn Postma. Ze beschrijft haar stelling aan de hand van de case van McDonald’s en de Persgroep. 

 
Het jaarlijks terugkerende Branded Content Event trok honderden bezoekers uit de mediabranche en hier en daar een paar verdwaalde adverteerders. Als ik hen zo mag noemen, want ik herinner me een opmerking van Dorkas Koenen van Rabobank, dat hij het altijd vreemd vindt wanneer hij ‘adverteerder’ genoemd wordt. Dat is een benaming vanuit het perspectief van de media. ,,Alsof een adverteerder niet voor zichzelf kan denken en alleen maar geld komt brengen naar de media.” In mijn beleving is dat met branded content net zo. Branded content is bedacht door de media. Een slimme manier om, anders dan via advertenties, inkomsten te genereren. Dat doen media door hun content te verkopen aan merken. Branded content dus. Daar is op zich helemaal niets mis mee, behalve wanneer merken zeggen een branded content strategie in te zetten. Dat is fundamenteel onmogelijk.
,,Alsof een adverteerder niet voor zichzelf kan denken en alleen maar geld komt brengen naar de media.”
Content niet van merk 
Hoe kun je als merk spreken over een ‘branded content case’? Of een ‘branded content strategie’? Welke content brand je dan? Kun je als merk je eigen content branden? Of is het niet je eigen content als je branded content inzet? Aha! Daar wil ik het graag even over hebben. Want het feit dat de content niet van het merk is, maar van de media, inclusief de bijbehorende relevante data, maakt merken - in dit geval ook wel adverteerders binnen de definitie van Koenen - afhankelijk van de media. En dat kan volgens mij voor beide partijen echt beter.

 
Branded content case McDonalds en Persgroep 
Ik heb tijdens het Branded Content Event onder meer geluisterd naar de branded content case van McDonalds en de Persgroep. Mediabureau OMD heeft McDonalds geadviseerd om een partnership aan te gaan met de Persgroep vanwege het bereik bij de ‘child pleasers’ (gezinnen) en de kritische lezer (het Volkskrant-publiek). Een korte toelichting is hier op zijn plaats. Het doel was namelijk om de reputatie van McDonalds te verbeteren en fabels die op het internet ronddolen te ontkrachten. Daarnaast werden er ‘backstage dagen’ georganiseerd bij de boeren die aan McDonalds leveren en dan is het handig dat de Persgroep ook regionaal bereik heeft. Het feit dat de titels van de Persgroep de afzender zijn van de content van McDonalds moet de geloofwaardigheid van de inhoud ten goede komen. Ik begrijp de argumentatie, maar ik ben van mening dat we op een punt zijn gekomen dat die geloofwaardigheid aardig overschat wordt. Naast het feit dat de pagina de url http://advertorial.ad.nl/mcdonalds-backstage-ad-flight2/ draagt, staat er ook een disclaimer boven waarin staat dat het is samengesteld door de commerciële afdeling en dat de journalisten van de Persgroep er niet bij betrokken zijn. Op de site van de Persgroep kom je al snel tot de ontdekking dat het een veelvuldig verkochte landingspagina is (118 resultaten op de term ‘longread’) variërend van inhoudelijke onderwerpen tot reclamepagina’s voor een automerk. Die longread krijgt overigens ook niet spontaan bezoekers. Daarom werd er uiteraard nog traditionele bannering ingezet op de eigen titels van de Persgroep.

 
Wil de eigenaar van de content nu opstaan? 
Nu vraag ik mij werkelijk af waarom McDonalds dit niet zelf als contentmarketing case inzet. Het is een goed verhaal, een authentiek verhaal. McDonalds geeft een kijkje achter de schermen. Waarom zo afhankelijk van (de kanalen) van de Persgroep? Bovendien wordt er slechts een beperkte periode, namelijk de campagnetijd, traffic gegenereerd naar die externe landingspagina. En van wie is nu de content? Van McDonalds of van de Persgroep? En de data? Krijgt McDonalds real-time inzage in de traffic? De klikpaden van het publiek? Time on site, returning visitors… etc? Kortom: Is zo’n ‘branded content case’, zoals het werd genoemd dan wel zo’n strategische keuze voor een merk? Kun je alles uit je content halen als je met één mediapartner samenwerkt? Of moeten merken het heft weer in eigen hand nemen en hun eigen content gaan maken en verspreiden? Daar waar het matcht en waar het nodig en nuttig is, werk je samen met meerdere partijen buiten je eigen publiek, maar dan wel met jouw verhaal. Niet enkel de Persgroep, maar ook Sanoma en RTL hebben hun aandeel in het publiek van McDonalds.

 
Duurzame samenwerking  
Naar aanleiding van mijn vraag vanuit het publiek/als toeschouwer, bevestigde Willem Albert Bol van de Persgroep ook dat de volgende stap in branded content inderdaad de samenwerking tussen diverse mediapartijen moet zijn. Niet binnen de grenzen van je eigen kanalen denken, maar ook daarbuiten. Daar ligt mijns inziens ook een belangrijke rol voor de mediabureaus, maar het begint bij de merken zelf. Die moeten het vertrouwen hebben in hun eigen verhaal. Dat vertel je zelf. En pas daarna ga je op zoek naar logische plekken waar je verhaal verder reikt dan je eigen, reeds bestaande publiek. Dat is waar branded content een rol kan spelen, vanuit het perspectief van de media. Wat mij betreft stoppen alle merken daarom met strategisch nadenken over branded content. Merken moeten zich bezighouden met contentmarketing. Contentmarketing als brug tussen communicatie, marketing en e-commerce. Media kunnen zich storten op het ontwikkelen van mooie branded content formats en samenwerking met andere media. Creëer mooie pakketten, maar ga buiten je eigen kanalen. Dat komt het resultaat van het merk alleen maar ten goede en leidt tot een duurzamere samenwerking tussen merk en media.

 
Carlijn Postma is eigenaar van The Post, een bureau gespecialiseerd in contentmarketing. Ze schreef diverse boeken en stond in 2014 op plaats 27 in de internationale lijst van 200 meest invloedrijke personen op het gebied van contentmarketing die onderzoeksbureau Onalytica publiceert. In 2017 werd zij uitgeroepen tot Content Marketing Vrouw van het jaar. Sinds januari 2018 is Carlijn voorzitter van het Platform Content. Het kennisplatform dat zich inzet voor de professionalisering van het vak.
[caption id="attachment_21188" align="alignleft" width="2000"] www.jeroenkeep.nl
Friday, 09 February 2018 | Written by Redactie Frank.News

DNA-onderzoek Feyenoord ‘bizar en buitengewoon onethisch’

Hoewel het jaar nog maar net begonnen is, moest ik toch echt even de kalender checken: is het nú al 1 april?! De aanleiding: een nieuwsbericht waarin Feyenoord aankondigde DNA-onderzoek te gaan doen naar het bestaan van het ‘Feyenoord-gen’. Hoewel de club het onderzoek met een serieus persbericht aankondigde, lijkt het toch overduidelijk een marketingstunt. Hoe ethisch is deze ‘wetenschapsmarketing’ van Feyenoord?

 
Feyenoord-fans staan in de rij
Je zou denken dat de terugkeer van clubicoon Robin van Persie naar Rotterdam diezelfde week meer dan genoeg PR genereerde. Maar het DNA-onderzoek van de club was in alle media volop terug te vinden. Samen met sponsor Opel gaat Feyenoord op zoek naar het Feyenoord-gen. Het gen dat moet verklaren waar de diepe clubliefde van het Legioen zijn oorsprong vindt. De club roept supporters op om zich aan te melden voor het onderzoek. Na het invullen van een online vragenlijst worden 168 vrijwilligers geselecteerd bij wie wangslijmvlies wordt afgenomen dat zal worden onderzocht door een genetisch onderzoeksbureau. Feyenoord-fans staan in de rij. Binnen 24 uur hadden al meer dan 3000 supporters de vragenlijst ingevuld. 76 procent van hen geeft aan mee te willen doen aan het genetisch onderzoek in februari.

 
Helga in de Hekken
Tijd om de proef op de som te nemen. Als Dordtenaar is de liefde voor Feyenoord me met de paplepel ingegoten. Wangslijm afstaan gaat me wat ver, maar de online test vul ik met liefde in om te horen wat mijn ‘Feyenoord-profiel’ is. De conclusie: ik ben een Helga in de Hekken. ‘Want mijn hart klopt altijd. Voor de club. In goede en in slechte tijden. Yes!’. Hartstikke leuk, maar niets nieuws onder de zon. En ik vraag me soms inderdaad af hoe het mogelijk is dat er mensen zijn die géén warme gevoelens koesteren voor deze mooie club. Je zou bijna gaan geloven in dat gen. Toch geeft het onderzoek mij een beetje een unheimisch gevoel. Ik ben benieuwd hoe anderen hierover denken en check de mening van een aantal experts.

 
Bizar en buitengewoon onethisch
Wetenschappers laten weinig heel van het onderzoek. Hoogleraar humane genetica Ciska Wijmenga liet op NPO Radio1 weten niet erg onder de indruk te zijn. Volgens haar is het wel mogelijk om verbanden te onderzoeken tussen gedrag en DNA, maar is de onderzoekspopulatie van 168 personen veel te klein om serieuze conclusies te kunnen trekken. John Faasse, research director bij onderzoeksbureau Vostradamus, is nóg minder te spreken over het onderzoek. ,,Dit is tamelijk choquerend,’’ zegt hij. ,,Afgezien van de idiote veronderstelling dat er zoiets zou kunnen bestaan als een Feyenoord-gen, is het bizar en buitengewoon onethisch om medisch onderzoek in te willen zetten voor marketingdoeleinden. Dan zit er zowel bij de opdrachtgever als bij de onderzoekers toch echt een steekje los. Zelfs al is de privacy gewaarborgd, wat mij ook dubieus lijkt aangezien onderzoeksbureau Omnigen de deelnemers kan benaderen als zij menen dat aanvullend genetisch of medisch onderzoek noodzakelijk is, gaat dit naar mijn mening alle perken te buiten.’’
,,Dit is tamelijk choquerend. Afgezien van de idiote veronderstelling dat er zoiets zou kunnen bestaan als een Feyenoord-gen, is het bizar en buitengewoon onethisch om medisch onderzoek in te willen zetten voor marketingdoeleinden,’’ zegt John Faasse.
Genetisch onderzoek misbruiken
Voor de club en sponsor Opel lijkt het onderzoek dan ook vooral een ludieke manier om de publiciteit te halen. Maar is een controversiële actie als deze dan wel de juiste manier? ,,Zo’n vragenlijst met een indeling in meer en minder fanatieke supporters is nog tot daar aan toe, zegt Faasse. ,,Daar zou Feyenoord wel gebruik van kunnen maken, bijvoorbeeld om te proberen om nieuwe groepen naar het stadion te krijgen en nieuwe bronnen van inkomsten aan te boren. Opel kan daarentegen weinig met die vragenlijst. Zij hopen waarschijnlijk vooral op publiciteit als ze straks een onderzoek naar ‘het Feyenoord-gen’ wereldkundig maken. Dat zou nog wel eens controversieel kunnen zijn en als een boomerang op Opel terug kunnen slaan. Want zoals ik al zei: ten eerste is het volslagen flauwekul, ten tweede is het zeer dubieus om hiervoor genetisch onderzoek te misbruiken en ten derde loop je het risico dat mensen bericht krijgen dat ze mogelijk genetische afwijkingen hebben en in de ellende worden gestort voor deze ongelofelijke onzin.’’

 
Even relativeren
Tsja.. Hoe sympathiek ik de club Feyenoord ook vind, ik kan niet ontkennen dat Faasse en Wijmenga een punt hebben. Het gaat best wel een beetje heel erg ver. Gelukkig hebben we De Speld nog om de boel even heerlijk te relativeren.
Tuesday, 30 January 2018 | Written by Heleen Scheurwater

Jan-Willem Brüggenwirth over de radiocijfers: ‘Ze’ doen het weer!

Een zender als 3FM is diep weggezakt en Spotify zet het lineaire radiomodel onder stevige druk. Daarom stellen we marketing- en mediaman Jan-Willem Brüggenwirth maandelijks een vraag over radio. Vandaag: wat valt er te leren van het succes van NPO Radio2?

 
NPO Radio 2 geeft iedereen het nakijken. Januari is voor alle stations toch altijd weer een spannend moment. Heeft Sky gescoord met De Kerstman of is het Radio 2? Het is lastig om tussen die partijen te komen. Of je moet van hele goede huize komen en een lange adem hebben.

O ja en natuurlijk allereerst van harte Radio 2 met dit overweldigende resultaat. Wat leren we van deze monsterscore? Waarom doen ze dat zo goed in Hilversum? Eigenlijk kun je zeggen dat de Top 2000 een echt multichannelconcept is. Alle middelen die inzetbaar zijn worden ingezet. Social, on- en offline, aparte themakanalen, events en lineaire tv. Al deze middelen zijn totaal verschillend, maar overal zit dat nostalgische gevoel in. Je denkt bij elk nummer toch even terug aan jouw ervaringen met die song en dat werkt goed.

Een staaltje supermarketing van de bovenste plank. Iedereen moet kunnen genieten van Radio 2 in die periode. Dus het echte thema ‘radio is overal en voor iedereen’ is heel letterlijk uitgevoerd. Maar misschien vergeten we het allerbelangrijkste; muziek is emotie! En dat in combi met de sfeer van de maand maakt er een muzikale emoshow van! Goed gedaan.

 
Wat blijft er over?
Is er dan nog hoop voor de andere stations? Op de eerste plaats moet er meer worden gemeten en willen we graag ook de digitale stations of Spotifylijstjes hier op los laten zodat we echt weten wat er aan de hand is. Want afgaan op 10+ en ook nog eens via het huishoudboekje, mmmmm......Zit daar niet een belangrijke drijver voor het succes? Als je overal en de hele tijd met Top 2000 geconfronteerd wordt ga je bijna denken als je een boekje invult dat je 24 uur hebt gekeken en geluisterd. Maar dat is niet zo, dat is perceptie. Dus toch een klein vlekje gevonden in dat succes :-) Zorg volgend jaar voor een adequate elektronische telling zodat we appels met appels vergelijken.

 
Hoop voor de rest
Terug naar de vraag: is er dan nog hoop voor de rest? Natuurlijk. Kijk naar het succes van Radio10, gewoon vasthouden aan de Top 4000. Ooit gestart als tegenhanger van Top 2000. En dat is nog niet zo heel lang geleden als we het over radiojaren hebben. En kijk naar 3FM met het Glazen Huis, toch een stijging, ook daar muziek, emotie en multichannel. Dus nog een manier die laat zien dat je kunt groeien naast het succes van Top 2000, gewoon veel heel veel goede muziek laten horen en zien. Een kleine voorspelling voor 2018, met toevoeging van de online beluistering en de goede marketingmix hebben Radio 2 en Radio10 respectievelijk 17 en 11 procent. En dan kan de rest wel even vakantie houden.

 
Jan-Willem Brüggenwirth was van 2004 tot 2013 directeur van de 538Groep.  Daarna was hij Director ILP World Wide bij Brand Loyalty. Inmiddels is hij werkzaam bij direct-marketingbureau ‘de creatieve directie’. Oorspronkelijk komt Brüggenwirth trouwens uit de reclamewereld dus we zullen hem vooral marketingvragen stellen.
Thursday, 25 January 2018 | Written by Redactie Frank.News

Hoe wij door ‘persoonlijke content’ fan werden van Zarayda Groenhart

We baseren onze keuzes voor het afnemen van diensten of producten steeds vaker op vertrouwen. En hoe kan je tegenwoordig inschatten of het onze investering waard is? Via commercials? Hmmm. Eerder via ‘content’.

 
Onlangs hadden we met de hele redactie een dagje ‘videoles’ bij Zarayda Groenhart. Ze liet ons nadenken over hoe je met een paar simpele middelen én veel enthousiasme een videoconcept kan lanceren. Waarom dacht ik direct aan haar toen we op de redactie filosofeerden over het maken van video?

Door content. Twee keer interviewde ik haar; een jaar of tien geleden voor Nieuwe Revu en niet zo lang geleden voor Intermediair. Ze maakte indruk en dat kwam door de combinatie van opstandigheid, eerlijkheid en zelfkritisch vermogen. Ze vertelde het verhaal over de directeur bij BNN die haar tegenwerkte in het bereiken van haar grote droom, een eigen talkshow. Daarna begon ze die talkshow gewoon online en bouwde een netwerk op van zakelijke vrouwen die ze videoles ging geven. Ter voorbereiding op de interviews las ik haar blogs, haar boek en bekeek veel van haar videowerk online. Hoe vaker ik haar hoorde praten, des te zekerder wist ik: we moeten háár hebben bij het realiseren van onze video-ambities. Door alle content werd ik een beetje fan van haar. Wel eens fan geworden van iemand door een tv-commercial?

 
Trouwe fans
Fans maken van je merk is een prima uitgangspunt in contentmarketing om je publiek op te bouwen. Meta-alarm: wij hebben die ambitie bij frank.news zelf ook. De behoorlijk rebelse contentmarketeer Ryan Hanley schrijft erover in zijn boek ‘Content Warfare’ en check ook zijn podcast eens. ,,Als je een publiek wilt opbouwen moet je eerst bij je trouwe fans zijn die we allemaal hebben. Hij refereert veel aan Kevin Kelly die in zijn klassieke essay ‘1000 true fans’ vertelde dat je maar ongeveer 1000 fans nodig hebt om te kunnen overleven als ondernemer of artiest. De voordelen van fans volgens Hanley:

1. Ze kopen meer per persoon, een echte fan wil alles wat je hebt gemaakt;
2. Ze kopen directer bij de bron waardoor je uiteindelijk meer overhoudt;
3. Ze zijn bereid het verhaal door te vertellen.

 
Het verhaal doorvertellen
Zó ging het natuurlijk ook in de keuze voor Zarayda: ik las haar boekje, appte haarzelf om te vragen naar de mogelijkheden van zo’n videodag voor de redactie en - zoals jullie zien -  vertel ik het verhaal graag door. Hanley vertelt over Jonah Berger die in zijn boek ‘Contagious’ uitlegt hoe je zo’n fanschare kan opbouwen. ‘virality is not born, it is made’. Hij analyseerde hoe bepaalde content ‘viral’ ging en haalde hier lessen uit voor het opbouwen van fans.

1. Social currency, mensen het gevoel geven dat ze coole insiders zijn;
2. Triggers, elke dag een idee delen met je achterban;
3. Emotional resonance. Ervoor zorgen dat mensen de ervaring willen delen met vrienden;
4. Observability, een duidelijk zichtbaar item promoot zichzelf;
5. Usefullness, mensen hebben behoefte aan praktische informatie;
6. Storytelling. Ervoor zorgen dat je product in een bepaald verhaal past.

Hanley legt uit dat het altijd gaat om relatieve ‘virality’ ofwel: hoe verspreidt de content zich in je niche? ‘Soms zijn 100 mensen al genoeg, je hebt je trouwe fans nodig om de sneeuwbal in gang te zetten. Zij moeten uiteindelijk het werk gaan doen zodat je nog wat fans kan toevoegen aan je trouwe fanschare.’

 
Wat deed Zarayda?
Wat heeft Zarayda concreet gedaan zodat ik een klein beetje fan van haar werd? Eigenlijk twee dingen:

1. Ze vertelde me het oprechte VERHAAL van haar transformatie van BNN-presentator en BN’r tot online ondernemer. Hierbij spaarde ze zichzelf niet, was ze eerlijk. Het deed mij denken aan de zelfbeeld-merkbeeld theorie van mijn oude (klassiek verstrooide) marketingprofessor op de Universiteit; Jan Bosman.  Zijn stelling was dat een merk een beetje op jezelf moet lijken, wil het je aanspreken en zo ging het ook bij Zarayda. Ik hou helemaal niet van het opgeklopte tv-wereldje waarin alles geweldig is, maar van eerlijkheid. Niemand is perfect en het is veel leuker om iemand op een positieve manier te horen vertellen over zijn of haar fouten dan over de briljante keuzes. Dat past bij de manier waarop ik in het leven sta.

2. Het tweede dat Zarayda goed deed was dat ze via haar content (nieuwsbrieven, films, boek) vertelde over haar product. Ik kan wel een beetje fan van haar worden, maar het moet ook bij onze wensen als redactie passen natuurlijk. We kunnen het budget voor de dag niet loskrijgen door te zeggen: ‘er komt vrijdag een aardig, cool mens langs’. ‘Video leren maken voor iedereen, maar dan op een professionele manier’ is een hele goede belofte. Het past bij ons; we willen het graag allemaal zelf doen omdat we eigenwijs zijn, maar het moet ook weer niet te amateuristisch overkomen. Paul Moers vertelt vaak over de kracht van de paradox; Lidl heeft de goedkoopste én beste producten.

Net zoals ik voor de verhuizing belde met dezelfde gast die ons acht jaar geleden van Utrecht naar Houten bracht. Ik hield van zijn persoonlijke ondernemersverhaal én herinnerde mij bovendien de perfecte dienstverlening.

 
Breng je eigen persoonlijkheid in
Dé les voor ondernemers die via content een publiek willen opbouwen? Zorg dat je een beetje fans maakt van je publiek en dat doe je door je eigen persoonlijkheid in te zetten. Daarom zie je online ook zoveel ondernemers die via vlogs iets over zakendoen én hun persoonlijke leven vertellen. Als je je persoonlijkheid inbrengt dan gaat het verhaal leven. Vertel je oprechte levensverhaal en koppel dat aan je product. Vertel waarom je zo van de meubels die je transformeert bent gaan houden, waarom je zo graag training geeft aan mensen die onzeker zijn of hoe je met je webshop voor muziekproducten bent begonnen (zoals de jongens van Bax). Vertel over je vorige loopbaan, over de mensen die je tegenwerkten in je leven en over je jeugd. Koppel dit vervolgens aan de niche van diensten en maak hier veel content over. Je zult zien dat mensen een beetje van je beginnen te houden en als je dan een keertje met iets aardigs komt dan kopen ze het echt.

Of de videodag leuk was? Lees binnenkort onze ‘making off’.
Wednesday, 24 January 2018 | Written by Bas Hakker

Zwangerschapsmarketing: van blije doos tot hippe cadeaubox 

Die eerste periode moet je vrij stevig in je schoenen staan, wil je niet zwichten voor allerhande zwangerschapsmarketingpraktijken. Van hippe cadeauboxen tot de welbekende blije doos: er komt van alles voorbij. Wat werkt, en wat niet?

 
Binnen een dag is het gebeurd: de ads en ‘aanraders’ op mijn social media feeds stromen vol met alles wat met baby’s en zwangerschap te maken heeft. Mijn klikgedrag en overmatige interesse hebben me in korte tijd ‘verraden’. Ook al vind ik dat in deze periode eigenlijk allesbehalve erg. Kom maar op met alle info en goede aanbiedingen die ik als nieuwbakken ouder zeker niet mag missen.

 
Praktische info
En nu na 24 weken, zwangere vrouwen schijnen alleen nog in weken te kunnen denken, ben ik het nog steeds niet beu. Al kunnen de betuttelende teksten me gestolen worden, en ben ik meer van de nuchtere ‘hier hebben we echt wat aan’-info.  Maar dat terzijde.
Verrassing voor jezelf
Door deze ‘nieuwe situatie’ gaat er ook ineens een wereld aan zwangerschapsmarketing voor me open. En daar is genoeg te beleven, kan ik je vertellen. Zo word ik al snel met mijn neus op het feit gedrukt dat er heuse cadeauboxen voor aanstaande ouders bestaan. ‘Leuk voor anderen om te geven, maar ook om jezelf mee te verrassen’. En nieuwsgierig als ik ben, besluit ik om mijn vriend, en als we toch bezig zijn, ook mezelf zo’n hippe box ‘cadeau te doen’. Zo hebben we meteen een kerstcadeau voor elkaar, handig.

 
Geen samples en flyers
Voor 37,50 euro koop je een Papa to be box met daarin vijf producten ‘voor aanstaande papa’s met producten voor zowel papa zelf als voor de baby’. De site belooft ook dat er geen samples en flyers met kortingen in zitten. Eerste Kerstdag begint het feest: de box gaat open en er zitten inderdaad vijf cadeaus in, geen flyer te bekennen. Dat begint goed. De vijf producten zijn voor vader en baby, en ook zeker allemaal handig.

 

*SPOILER ALERT*
Van speciale washand voor onder de douche en stoere handdoek tot douchespul voor de baby. Allemaal producten waar je ook daadwerkelijk iets aan hebt. Zeker de prijs waard dus. Het enige minpuntje dat mijn vriend aanstipt is dat er eigenlijk niets voor de vader zelf in zit. Gelukkig volgt er nog een ander kerstcadeau.

 
Kortingsbonnen
Voor mezelf heb ik de ‘Mom & Baby (to be) box gekocht. Volgens de site zit de box vol producten die samen ook nog eens een waarde van 100 euro hebben. Dat zullen we nog weleens zien… En inderdaad, hierbij wel veel flyers en kortingsbonnen als 25 euro korting als je een sieraad á 59,95 euro koopt. Ook een manier om aan die ‘waarde’ te komen…

 
*SPOILER ALERT*
De producten zijn feestelijk ingepakt. Altijd leuk. En ook hier zitten een aantal handige spullen tussen. Van hip speenkoord tot grote pot body lotion ‘voor moeders’. Bij ieder cadeau zit een omschrijving met daarin beschreven waarom ‘mom & baby to be’ het goed kunnen gebruiken. Leuk gedaan. Bij sommige producten: zoals een kleine verpakking van een nieuw merk limonadesiroop en een potje pindakaas krijg ik toch het samplegevoel. Zonde. Vooral in combinatie met de flyers leidt dit teveel af van de producten waar je echt iets aan hebt en die ook de daadwerkelijke waarde vertegenwoordigen.

 
Alles gratis
Helemaal als je weet dat er ook gratis boxen verkrijgbaar zijn vol met dit soort producten, zoals de welbekende blije doos. Hierin vind je producten van Pampers, Nutricia, Prénatal, Bibi en Sudocrem, met een waarde van 45 en 155 euro aan waardebonnen. Niet voor niets al jaren een belangrijke speler. Al worden veel ouders ook gek en dus allesbehalve blij van alle spam via mail en telefoon dankzij deze ‘doos’. Daar heb ik gelukkig (nog) geen last van. Wellicht zit hier ook een wachttijd op van 40 weken…

 
Monday, 22 January 2018 | Written by Kim Buitenhuis

Marketingadvies aan Boef: geen woorden, maar daden

Rapper Boef heeft nu al z’n jaar niet helemaal. Na alle commotie om zijn ‘kech’-uitspraak op Snapchat - en zijn excuses, volgens velen te laat en onoprecht - volgde een ware Boef-boycot. Kan hij zijn imago en merk nog redden?

Als het om personal branding gaat, leek Boef de boel prima op orde te hebben: een brutale rapper met een hoog thug life-gehalte, die al meerdere malen in jeugddetentie zat, in de cel nadacht over zijn leven en besloot te gaan rappen. Nog geen jaar later mocht hij zich meten met jongerenidolen Lil’ Kleine en Ronnie Flex, mede dankzij de populariteit van zijn rapvideo’s (‘Slapend rijk’ werd ruim 15 miljoen keer bekeken) en vlogs (ruim 475.000 YouTube-abonnees; 872K volgers op Instagram). De aandacht die hij intussen trok met relletjes, aanhoudingen en ruzies deed zijn toenmalige manager af als ‘handig om aandacht te genereren en geboekt te worden.’ Een strategie die zijn grenzen kent.

 
Zo ging het mis
Resumé: op Snapchat noemde Boef op nieuwjaarsnacht drie vrouwen die hem hielpen met een lekke band ‘kechs’, Marokkaans voor ‘hoeren’. Commotie alom. Hij verdedigde zijn uitspraken een dag later in een nieuw Snapchat-filmpje. Meer commotie: radio-dj’s kondigden aan zijn muziek niet meer te draaien, festivals als Dauwpop en het hiphop minnende Paaspop cancelden hem en zijn samenwerking met GOfun, het jongerenmerk van reisorganisatie Corendon, werd spontaan beëindigd. Tijd voor een excuusfilmpje: ,,Wij rappers gebruiken woorden als ‘bitches’ en ‘kechs’. Dat is niet per se heel beledigend, maar dat wordt wel zo opgevat en dat begrijp ik ook.” Ook in RTL Boulevard trok hij het boetekleed aan. Mede op aandringen van Ali B (bij wiens label SPEC hij sinds een jaar getekend is), vertelde hij erbij. Het kwam over als een moetje. Wat nu?

 
,,Wij rappers gebruiken woorden als ‘bitches’ en ‘kechs’. Dat is niet per se heel beledigend, maar dat wordt wel zo opgevat en dat begrijp ik ook.”
 
Houd je gedeisd
,,Mijn eerste advies aan Boef zou zijn: zoek de publiciteit niet op,” zegt Tom Scholte, specialist op het gebied van personal branding. ,,Ik zie dat hij gewoon filmpjes blijft posten alsof er niets gebeurd is, maar hij kan zich beter gedeisd houden.” Dat juist Boef de controversiële uitspraken deed, noemt Scholte niet schokkend: ,,Als je naar zijn teksten luistert, hoor je wel meer geks. Ik denk dat het zijn fans niet eens is opgevallen, maar dat iemand binnen de traditionele media het heeft gesignaleerd en het daardoor is geëscaleerd. Mede door de #metoo-discussie, waar dit binnen past. Boef is misschien opgegroeid in een omgeving waarin mannen zo over vrouwen denken, maar in een wereld waarin we streven naar gelijkwaardigheid, zijn die uitspraken niet goed te praten.”

 
Laat zien dat je het meent
,,Mijn volgende vraag aan Boef zou dan ook zijn: wat is nu echt je standpunt? Je kunt alleen excuses maken als je het meent en bereid bent verandering te laten zien: personal branding is altijd een kwestie van communicatie en gedrag.” (Zie ook dit geinige filmpje van de Volkskrant over hoe je excuses moet maken.) ,,Hij moet aantonen dat hij serieus nadenkt over waar hij mee bezig was. Door openlijk in gesprek te gaan met groepen vrouwen, bijvoorbeeld. Of mee te doen aan debatten, zoals Noorderslag organiseert.” Dat Groningse festival deed afstand van Boefs uitspraken, maar liet hem wel op de line-up staan en besloot er een debat aan te koppelen over gedragingen in de muzieksector en de impact van sociale media.

 
,,Mijn volgende vraag aan Boef zou dan ook zijn: wat is nu echt je standpunt? Je kunt alleen excuses maken als je het meent en bereid bent verandering te laten zien: personal branding is altijd een kwestie van communicatie en gedrag,” zegt Tom Scholte.
 
Gebruik je voorbeeldfunctie
Het kán goed komen: voormalig ‘treitervlogger’ Ismail Ilgun bood ook zijn excuses aan in een vlog, beterde naar eigen zeggen zijn leven en maakte voor het Algemeen Dagblad vervolgens een documentaireserie over probleemwijken. Hij gaf Boef op Twitter een uitbrander en een tip: ‘Doe wat goeds met je bereik’. Dat is precies wat Scholte hem zou adviseren. ,,Met miljoenen streams op YouTube en een paar honderdduizend volgers op Instagram is hij een voorbeeld voor veel jongeren, al dan niet ook van buitenlandse afkomst. Hij kan zijn merk, naam en kracht in zijn voordeel gebruiken. Door ambassadeur te worden van een organisatie die zich inzet voor gelijke rechten, buurtwerk te gaan doen of zich in te zetten voor jongeren met een moeilijke jeugd, bijvoorbeeld.” En over een tijdje pas dus - anders lijkt het een lijmpoging.

Boefs carrière is hoe dan ook niet voorbij, voorspelt Scholte: ,,Zelfs als hij zijn excuses in zou trekken, zal hij gevraagd blijven worden door evenementen en festivals in zijn kringen. Maar dan is hij zijn brede publiek en grote optredens wel kwijt - en met optreden verdient hij toch zijn geld. Ik durf niet te garanderen dat zijn aanvragen voor optredens binnen een halfjaar op het niveau van vóór 1 januari zijn, maar als hij een andere rol aanneemt, is dat een goed begin.”
 
Update: Inmiddels heeft Boef, door middel van een rap tijdens het Noordverslag festival, zijn excuses aangeboden. Bekijk hieronder de video.
https://www.youtube.com/watch?v=IJ10s6eUHX8
Friday, 19 January 2018 | Written by Kim van der Meulen

Consumenten dwalen, believers volgen

Door Nadine Ridder.

Justin Bieber heeft fans die niet alleen van zijn muziek en van hem houden, maar van alles wat ook maar iets met hem te maken heeft. Zij noemen zichzelf dan ook geen fans, maar believers in Bieber: Beliebers.

Kun je je voorstellen dat jouw merk trouwe fans heeft die hun hele identiteit aan jouw merk ontlenen? Voor veel merken een utopische gedachte, maar wel dé kans voor marketeers in deze tijd. Nu de aandacht van de consument steeds moeilijker vast te houden is, is veiligheid een illusie. Of je bent relevant, of je wordt over het hoofd gezien.

 
Hoe creëer je dan zo’n following? Begin een movement!
Een movement is een groep mensen met een gedeelde passie of overtuiging die deze als collectief voeden en verder brengen. Een aantal voorbeelden van movements die we allemaal kennen: #Metoo, Black Lives Matter, Bring Back our Girls en de Ice Bucket Challenge. Maar movements worden ook al veel langer door merken gefaciliteerd: de real beauty beweging van DOVE, de motorclub van Harley Davidson en de afvallers van Weight Watchers. Movements zijn zo krachtig omdat ze inspelen op een van de kernbehoeften van de mens: ergens bijhoren.

 
Behoefte aan zingeving
Waarom is er dan juist nú zoveel aandacht voor movements? Door het internet is het gemakkelijker dan ooit om elkaar te vinden, met elkaar in contact te zijn en acties te organiseren. Tel hier de toenemende behoefte aan zingeving bij op en je snapt waarom movements zo succesvol zijn.

De consument anno 2018 is bewuster dan ooit en constant op zoek naar manieren om zichzelf te verbeteren: fysiek, mentaal en sociaal-maatschappelijk. Hier ligt een enorm kans voor merken. Als het je lukt om jouw publiek verder te brengen op één van deze vlakken, dan zullen ze niet alleen het product kopen dat je verkoopt. Ze zullen alles kopen wat je verkoopt en sterker nog: ze zullen het vóór je verkopen.

Als je enthousiast wordt van het idee van je eigen believers, kijk dan goed naar wat succesvolle movements gemeen hebben.

 
1. What is your purpose?
Er is al heel veel over gezegd en geschreven, maar het is de basis van iedere succesvolle marketingstrategie: weet wie je bent, waarom je er bent, waar je voor staat en wat jouw missie is. Zoals Simon Sinek het zo pakkend zegt ‘people don’t buy what you do, they buy why you do it’.  
Scott Goodson suggereert in zijn boek Uprising dat je als merk een bestaand doel moet omarmen, onderdeel moet worden van het gesprek en dit vervolgens faciliteren. Ik ben het hier ten dele mee eens. Ik zou bijvoorbeeld niet adviseren de #metoo discussie te omarmen. Het risico op het misslaan van de plank bij zo’n gevoelig onderwerp is groot: je kunt er (helaas) niet zeker van zijn dat je als merk ‘schoon’ ben en je loopt het risico beschuldigd te worden het thema te misbruiken voor commercieel gewin. Je kunt het onderwerp wel op een hoger niveau pakken. Dus niet proberen mee te varen op de aandacht rondom #metoo, maar wel het thema ‘gelijkwaardigheid’ of ‘female empowerment’. Dit zou dus je why kunnen zijn, indien dit aansluit bij jouw merkwaarden natuurlijk.

 
2. What’s in it for your niche?
Een movement bedient altijd een niche. Voor deze specifieke groep mensen is de movement heel belangrijk en voor de rest meestal totaal niet. Een voorbeeld dat Seth Godin aanhaalt in zijn boek Tribes is de blog Msg500: een reviewblog voor voornamelijk Aziatische restaurants in Seattle. De meeste reviewers zijn zo betrokken dat ze ieder detail van hun ervaring beschrijven. Als je dezelfde passie deelt zal deze blog je enorm aanspreken. Maar de kans is groot dat dit niets met je doet. Zoals Seth zegt: ’But if you are in it, you are very in, and if you are not, you don’t matter. People who are curious about the same thing generate energy.’ 
Dit betekent niet dat een movement de massa niet bereikt, integendeel. Maar het begint bij een kleine groep die zich ergens voor interesseert of aan stoort. Dit zijn eigenlijk altijd ideeën die de status quo uitdagen. Denk dus na over wat een interessante ontwikkeling is die de norm uitdaagt, past bij jouw why en waar jij een verandering teweeg kunt brengen.

 
’But if you are in it, you are very in, and if you are not, you don’t matter. People who are curious about the same thing generate energy.’ 
 
3. What’s your proof?
Het product is altijd het bewijs van je claim. Zo kennen we allemaal het voorbeeld van Rabobank die een prachtige movement wilde beginnen om het voedselprobleem op te lossen. Wie wil daar nou geen onderdeel van zijn? Helaas was deze missie onrealistisch en ongeloofwaardig, omdat de acties van Rabobank dit idee niet volledig ondersteunen.

Kijk ook verder dan het daadwerkelijke product, kijk naar de hele keten, maar ook naar de manier waarop je met werknemers omgaat. Naast het fysieke product is het heel belangrijk een movement te verrijken met experiences. Een movement is niet statisch: alleen een sterke why gekoppeld aan een culturele ontwikkeling in een niche is nog geen movement. Door experiences te ontwikkelen en mensen op de been te krijgen, komen ze letterlijk in beweging. Iedereen die in een vluchtelingenkamp is geweest zal kunnen beamen dat het helpen van echte mensen een hele andere mate van betrokkenheid is dan het storten van een mooi bedrag.

In tegenstelling tot het bekijken van een communicatie-uiting, prikkelt  een ervaring alle zintuigen tegelijkertijd. Ervaringen worden herinneringen en deze koesteren we.

Zoals te lezen in Adweek’s artikel Experiental can create more meaningful relationships with consumers‘Experiential is a uniquely fast and effective way to build brand awareness through one-to-one connections with consumers. It engages all five senses, sparking emotions that form lasting memories which have been shown to drive brand loyalty’.
 
4. Who are your ambassadors?
Iedere movement heeft een leider nodig. Steve Jobs was de ultieme leider van de beweging van de andersdenkenden, ofwel: de misfits.

Seth Godin legt uit in zijn boek Tribes: ‘Steve Jobs has always wanted his Apple products to have passionate fans. He has not targeted a mass market that would buy his stuff like sausages. He wants tribe members to tune in, wait in line to be the first to purchase his gear and engage their friends in conversations about it. Jobs strives to build a “tight” tribe – one that listens to its leader and coordinates well – rather than a large tribe.’
Maar alleen een leider is nog geen movement. Zoals Derek Sives zegt in zijn drie minuten durende TED talk 'How to start a movement' ‘One person is just a lone nut, the first follower transforms the lone nut into a leader, with number three it is a crowd and a crowd is news!’
Hij claimt dat de eerste follower de belangrijkste persoon is om een movement op gang te brengen, omdat followers naar andere followers kijken, niet naar de leider. Zo zullen veel vrouwen na de eerste #metoo bekentenissen niet hebben gedurfd te volgen, omdat de eerste vrouwen bekende Amerikanen waren: een ver-van-je-bed show. Maar toen de eerste niet-bekende vrouwen naar buiten kwamen, werd het al gemakkelijker. En toen het ook vrouwen waren die je misschien kende, of in dezelfde branche werkte, voelde je je bijna verplicht te participeren. Die eerste followers zijn dus heel belangrijk: denk goed na over wie jouw ambassadeurs zouden kunnen worden. Spoiler: influencers inhuren is niet per se de oplossing.

 
5. How do you share your story?
Zonder verhalen geen movement. Verhalen informeren, inspireren en activeren. Alle movements gebruiken content om in beweging te komen en te blijven. Als je bovenstaande elementen allemaal goed hebt uitgewerkt, heb je de basis voor jouw contentstrategie staan. Ik zal hier in een volgende column uitgebreid op terug komen.

Voorbeelden van succesvolle movements die bovenstaande punten heel goed op orde hebben: ‘Sweat with Kayla’ van personal trainer Kayla Itsines, de slaafvrije chocolademissie van Tony Chocolonely, de klimaatmissie van Al Gore en de missie van outdoor kledingmerk Pantagonia, om land te beschermen.

 
De school van het leven
Maar ik zal ‘de weg naar de movement’ tot leven brengen aan de hand van een voorbeeld waar ik zelf believer in ben: The School of Life. Bij The School of Life leer je alles wat je niet op school hebt geleerd over werk, vriendschap, liefde, geld, familie en meer. De why is: we bestaan om emotionele intelligentie te ontwikkelen. De niche die de beweging bedient: mensen die zich emotioneel willen ontwikkelen en de beweging die daaruit is ontstaan is levenslang leren. Het product: de lessen die je kunt volgen zoals ‘how to be a good friend’ en ‘how to find a job you truly love’. Side products zijn de boeken en spellen die ze verkopen: allemaal tools die je helpen om je emotionele intelligentie te ontwikkelen. De leider is filosoof en founder Alain de Botton. Belangrijke followers zijn de docenten die lesgeven bij School of Life. Zij vertellen Alains verhaal door middel van de lessen die ze geven, zonder dat hij hier persoonlijk bij betrokken hoeft te zijn. Content: praktische ‘how to live’ video’s, die de lesstof toegankelijk maken voor een breed publiek.

En de believers zijn mensen zoals ik. Die naar events gaan waar Alain de Botton, of een van de docenten, spreekt. Die daar mensen ziet en spreekt die dezelfde passie delen. Die lessen volgt. Die naar de winkel gaat en daar boeken koopt. Die spelletjes cadeau geeft aan vrienden. Die video’s doorstuurt naar vrienden en post op sociale kanalen.

En waarom? Omdat The School of Life mijn emotionele ontwikkeling heeft gefaciliteerd. Door onderdeel te zijn van deze beweging ben ik een verbeterde versie van mijzelf geworden. En hierdoor is dit merk een onderdeel geworden van mijn leven dat ik niet snel zal loslaten en dát maakt mij een true believer.
 
Nadine Ridder (1983) werkt als freelance Creatief Strateeg voor verschillende opdrachtgevers. Ze werkte eerder bij VICE, TELE2 en Universal Media. Nadine zet zich in voor meer diversiteit in media en reclame, o.a. door het publiceren van opiniestukken en columns op Joop, MarketingTribune, Adformatie en Emerce.


 
 
Lees meer van Nadine Ridder:
 
https://www.frank.news/2018/01/03/wat-kan-echt-niet-meer-in-marketing-anno-2018/

https://www.frank.news/2017/11/14/leiding-genz-wordt-2018-jaar-branded-activism/

 
https://www.frank.news/2017/10/05/waarom-unilever-en-facebook-stoppen-met-stereotypen/
Wednesday, 17 January 2018 | Written by Redactie Frank.News

Waarom Audi nooit van Tesla wint

De strijd om de markt voor elektrische auto’s gaat de komende jaren pas echt los. Het Duitse Audi gaat met zijn e-tron de strijd aan met Tesla, maar zal die nooit winnen. Waarom niet? Vraag het maar aan ZEP, de uitvinder van de ‘zonnedakpan’.

Het was natuurlijk hét automoment van het jaar 2017; de lancering van de Audi-campagne Road to Zero eind december. De aankondiging van de eerste 100 procent elektrische e-tron. Media vanuit de hele wereld kwamen naar de presentatie en vroegen zich in commentaren af of dit de revolutie was waarmee de Duitse auto-industrie Tesla definitief van de kaart zou vegen. Niet dus. Of misschien in de dromen van een paar Audi-marketeers.

 
Nauwelijks media-aandacht
De campagne kreeg wat aandacht in de gebruikelijke marketingmedia als Adformatie en Marketing Tribune en een paar ‘toonaangevende’ websites als Autokopen.nl en Numrush. Verder bleef het akelig stil. Nieuws- en milieumedia besteedden er niet of nauwelijks aandacht aan. Ook de YouTube-video werd tot nu slechts 93.000 keer bekeken.

 
Popster
Hoe anders gaat dat bij de presentaties van Tesla. Een maand daarvoor presenteerde Elon Musk zijn eerste elektrische vrachtwagen. Voor alle internationale media. Met juichend publiek. Met een duizelingwekkende hoeveelheid facts. Als de popster die hij geworden is.

De YouTube-video alleen al is 2,4 miljoen keer bekeken. Dezelfde hype creëerde hij rond het nieuwe model, de Tesla 3, die met een groots event werd gepresenteerd. Sindsdien volgen media in de hele wereld elke scheet die rond het model wordt gelaten. Zelfs een filmpje van een autovlogger als Doug DeMuro werd al 4 miljoen keer bekeken.

https://www.youtube.com/watch?v=te6VqldjTT8
Missie
Elon Musk heeft met Tesla dezelfde status bereikt als Steve Jobs met Apple. Het bedrijf hoeft geen reclame meer te maken. Het kan teren op alle free publicity. Journalisten negeren geen persberichten, nee, ze verdringen zich om bij presentaties te mogen zijn. Tesla is geen automerk, maar een hippe club waar je bij wilt horen. Elon Musk verkoopt ook geen elektrische auto’s, nee, hij is op een missie om de transitie van de aarde naar duurzame energie te versnellen, zo vertelt hij bij elke presentatie.

 
Wapens
Daar moet Audi de strijd mee aan. Duitse degelijkheid versus Amerikaanse flair. Het Beierse Ingolstadt versus het Californische Silicon Valley. Elon Musk versus Rupert Stadler (eh…wie?). De wapens heten marketing, presentatie, imago en perceptie. Niet zozeer accelaratie, snelheid en actieradius. Dat snappen ze bij Tesla als geen ander en daarom staan ze tot nu toe met 10-0 voor op de concurrentie.

 
Zonnedakpan
Maar de echte reden waarom Tesla gaat winnen heeft eigenlijk niets met auto’s te maken. Die is het best te illustreren met de uitvinding van de zonnedakpan. De wat? Een dakpan met ingebouwde zonnecellen die zonnepanelen op daken kan vervangen. Een uitvinding van het Nederlandse bedrijf ZEP uit Urk, dat zijn wereldprimeur in oktober 2016 officieel presenteerde.

Daar werd echter weinig aandacht aan besteed. Totdat Tesla in oktober 2017 de zonnedakpan als een revolutionaire uitvinding presenteerde. Op een dak uit de filmset van de beroemde serie Desperate Housewives. Journalisten en tech-watchers verdrongen zich om een glimp op te vangen en sindsdien volgen alle media in de wereld de ontwikkeling van Tesla’s ‘solar roof tile’. Niet die van ZEP. Het bedrijf stuurde nog een persbericht de wereld in waarin het stelde dat het toch echt eerder was met zijn zonnedakpan dan Tesla, maar dat werd hooguit door een paar vakmedia opgepikt. Tesla ging dus met alle eer strijken. Omdat presentatie en momentum belangrijker waren dan de uitvinding zelf. Dat is precies wat er de komende jaren gaat gebeuren in de strijd om de markt voor elektrische auto’s. Dat is waarom Audi nooit zal winnen van Tesla.

https://www.youtube.com/watch?v=4sfwDyiPTdU
Monday, 15 January 2018 | Written by André Oerlemans

De wetten van de jonge YouTube-kijker

,,Ik ga later in Rotterdam wonen. Want daar gaat Gio naartoe verhuizen,’’ aldus mijn 10-jarige stiefzoon J. aan de ontbijttafel. Gio. Wie was dat ook alweer? Oh ja, een populaire YouTuber. Maar om daar nou voor naar Rotterdam te moeten verkassen? Zijn 8-jarige zusje S. raadt hem deze stap af, aangezien hij dan ook Feyenoorder moet worden. Maar dat is een andere discussie.

 
S. is op haar beurt helemaal wild van Enzo Knol, de reden waarom wij in de herfstvakantie absoluut naar Turkije moesten, en niet naar Spanje. Want Enzo is ook ooit eens in Turkije geweest. Ik geloof niet dat ik dat vroeger ook had met Carlo Boszhard. Maar ja, dat was dan ook de vorige eeuw.

Er is al een hoop gezegd en geschreven over ‘Generatie Z’, de officiële term voor de lichting die geboren is tussen 1995 en 2010. Maar aangezien jongetjes van 10 niet zo gemakkelijk over één kam te scheren zijn met studenten van 22, is voor mijn stiefkinderen en hun leeftijdsgenoten onlangs nog een categorie in het leven geroepen: ‘Generatie F’, voor iedereen die tussen 2008 en nu het levenslicht zag. Welke wetten gelden er voor deze lichting YouTube-kijkers?

 
Wet 1: Saai = goed
Wel eens een vlog van Enzo Knol gekeken? Vast wel. Maar vermoedelijk heb je het niet tot het einde toe volgehouden, aangezien zijn filmpjes - sorry, Enzo - nou niet bepaald spannend zijn. Laten we eerlijk zijn: hoe boeiend is het leven van een goedlachse, maar doodgewone jongen en zijn al even doodgewone vriendinnetje? Nou, héél boeiend, vinden 1,7 miljoen fans. Want juist die alledaagsheid en herkenbaarheid is wat kinderen leuk vinden. Dat geeft ze het gevoel dat ze hem persoonlijk kennen, als ware hij die oudere buurjongen tegen wie ze op kijken.

 
Wet 2: Iedereen beroemd
Wet 2 houdt verband met wet 1. Vloggers als Enzo Knol, maar ook Gio (818.000 abonnees), de internationale game-YouTube-sensatie Kwebbelkop (7,7 miljoen abonnees), de komische Dylan Haegens (1,2 miljoen abonnees) en MeisjeDjamilla (828.706 abonnees) geven hun fans het idee dat die net zo succesvol en beroemd kunnen worden als zij, juist omdat ze zo gewoon zijn. Het idee: deze doodgewone jongeren zijn ook allemaal op hun slaapkamer begonnen met een handjevol volgers, dus waarom zou ik geen YouTube-ster kunnen worden? Kwestie van een kanaal starten, de iPad op selfiestand en filmen maar. Nog wel even papa en mama om toestemming vragen.

 
Wet 3: Echte illusie
Wat je op tv ziet, is vaak gescript of in scène gezet. Zelfs realityprogramma’s zijn niet altijd even realistisch. De video’s van de sterren op YouTube zijn dat tenminste wel. Bovendien staat de ‘presentator’ niet in een Hilversumse studio, maar praat ‘ie vanuit zijn slaapkamer of keuken rechtstreeks met jou, alsof hij tegenover je zit. Hoe echt wil je het hebben? Wat kinderen nog wel eens willen vergeten, is dat hun idolen natuurlijk alleen datgene laten zien wat zij wíllen laten zien: de mooie kant van hun leven of producten die geld opleveren. Maar daar gaat het niet om. Als de illusie maar echt is.

 
Wet 4 Sociale verbinders
Je viel vroeger toch wel een beetje buiten de boot als je niet naar Medisch Centrum West, Beverly Hills 90210 of Goede Tijden, Slechte Tijden keek. Hetzelfde geldt nu voor het volgen van bepaalde YouTubers. Tegelijkertijd dienen die YouTubers ook vaak als sociale verbinders/uithangborden van nog niet uitontwikkelde identiteiten. Jongetjes die dol zijn op gamen, mogen de nieuwste video van Clonny Games (190.000 abonnees) natuurlijk niet missen als ze de volgende dag mee willen praten met hun vriendjes. En fans van de vrolijke Furtjuh (447.000 abonnees), dromen van een ‘furbulous’-hoodie met regenboogletters.
‘Welkom bij mijn nieuwste videoooo!!’ of ‘Súperleuk dat jullie kijken!!’ Blijf je in elk geval wakker..
Wet 5 Druk en hysterisch
Het lijkt wel alsof je alleen YouTube-ster kunt worden als je adhd hebt. Van Enzo Knol tot Clonny Games en van MeisjeDjamilla tot Dylan Haegens; ze doen allemaal nogal druk. De meeste idolen beginnen hun video vaak door met veel bravoure iets te schreeuwen in de trant van: ‘Welkom bij mijn nieuwste videoooo!!’ of ‘Súperleuk dat jullie kijken!!’ Het verbale enthousiasme neemt gedurende een gemiddeld filmpje niet af. Daarnaast is het montagewerk vaak ontzettend snel, zo niet hysterisch. Blijf je in elk geval wakker.
Thursday, 11 January 2018 | Written by Redactie Frank.News

Paul Moers: Omnichannel-retailers de grote winnaars van 2017

Het gaat goed met de Nederlandse retailsector. Onlangs liet Rabobank weten voor 2017 de grootste omzetgroei te verwachten sinds 2007. Wij vroegen aan retailexpert Paul Moers hoe het gaat met de integratie tussen de online en offline. 

Het gaat weer goed in de Nederlandse winkelstraten. Vanaf oktober 2016 is er sprake van een versnelde stijging van de omzet. Daar is vooral non food, die het jarenlang erg moeilijk heeft gehad, voor verantwoordelijk. Consumenten zijn weer bereid om hun geld uit te geven. Zie de onderstaande grafiek van het CBS.



Omzet flink teruggelopen tussen 2008 en 2016De omslag was ook broodnodig omdat tussen 2008 en 2016 de omzet bij non food met gemiddeld 16 procent was teruggelopen. Sommige sectoren werden heel hard geraakt zoals bijvoorbeeld ‘Doe het Zelf’ die zelfs een dieptepunt kende van minus 43 procent omzet. Ook kleding, elektronica en wonen lieten zware omzetverliezen zien. Het was dan ook heel begrijpelijk dat het faillissementen regende in de non food. Door de lange duur van de crisis raakten de reserves bij veel winkels volledig uitgeput. Het terughoudende beleid van de banken op het gebeid van financiering zorgde nog eens voor een extra druk op de bedrijfsvoering. Overigens is food in de crisis gewoon blijven doorgroeien. Tussen 2008 en 2016 groeide de omzet met maar liefst 12 procent. Dit heeft te maken met het feit dat food nog maar een relatief klein onderdeel uitmaakt van onze totale uitgaven. Bovendien hebben we de crisis proberen weg te eten door onszelf op dat gebied extra te verwennen.

 
Verklaring van de groei in de retailDe groei in de retail is te verklaren door een aantal factoren:
  • De snel dalende werkloosheidcijfers;
  • Het feit dat de huizenprijzen weer snel stijgen en er steeds minder huizen onder water staan;
  • De afgenomen angst voor werkloosheid waardoor consumenten minder voorzichtig zijn met uitgaven
Deze drie factoren hebben gezorgd voor een toegenomen consumentenvertrouwen en groot optimisme in de toekomst. Dat betekent dat de consumenten in 2017 compleet zijn losgegaan. Alle sectoren (op elektronica na) hebben een gezonde groei vertoond. Het is weer feest in de winkelstraten.

 
Online is geen bedreiging, maar een kans
Veel consumenten hebben het idee opgevat dat de fysieke retail zijn langste tijd heeft gehad en verwijzen daarvoor naar het feit dat de online omzet in Nederland in 2016 inmiddels ruim 20 miljard beslaat en dat deze omzet vooral richting de webwinkels is gegaan, daarmee de fysieke retail het nakijken gevend. De werkelijkheid is echter volkomen anders. Heel veel retailers zien online immers niet langer als een bedreiging maar eerder als een kans. Door op omnichannelstrategie in te zetten kan de klant veel optimaler bediend worden. Klassieke retailers hebben ongetwijfeld te lang gewacht met het inzetten van een omnichannelstrategie maar inmiddels hebben ook de ‘dinosaurussen’ leren vliegen en zetten ze volop in op online.

 
Mooi voorbeeld: De Bijenkorf
Mooie voorbeelden zijn De Bijenkorf die kans heeft gezien om de omzet online zo snel te laten groeien dat deze nu minstens gelijk staat aan de omzet van een filiaal. Dat is echt een knappe prestatie. Ook Blokker heeft met NEXtail een uitstekende prestatie geleverd. Hierin werden alle online omzetten van de verschillende winkelonderdelen gekoppeld. Binnen zeer korte tijd zijn ze tot de tien grootste online bedrijven uitgegroeid. Bijna alle ‘klassieke’ retailers hebben nu ook online activiteiten ontplooid. Zelfs kleine winkels hebben de armen ineengeslagen en doen volop mee. Denk bijvoorbeeld aan de website van De 9 straatjes in Amsterdam. Ook de supermarkten zijn volop bezig met de online strategie en bouwen dit zeer succesvol op.

Dit alles heeft gevolgen voor de pure web players. Vele jaren lang waren zij degene die volop profiteerden van de online groei. Dat hebben ze ook zeer knap gedaan. In 2015 en 2016 waren het de pure webwinkels die het hardst groeiden. Zie het bijgaande schema van het CBS.



Er begint zich nu echter een kentering af te tekenen. Ik pak zo maar even wat maanden uit 2017. In mei 2017 zetten fysieke winkels met online activiteiten 25 procent meer om dan het jaar daarvoor. De webwinkels kwamen niet verder dan 22 procent extra omzet. Later in 2017 zien we eenzelfde trend. In september 2017 boekten fysieke retailers met online activiteiten 31 procent meer webomzet dan een jaar geleden. De pure webwinkels kwamen niet verder dan een groei van 19 procent.

Dit is een opmerkelijke trend. Redenen voor deze positieve ontwikkeling bij multichannel retailers kunnen de volgende zijn:
  • De fysieke winkels leren steeds beter omgaan met hun online activiteiten en hebben een grote professionaliseringsslag doorgemaakt;
  • Doordat de mensen weer naar de winkelstraten terugkeren worden ze geconfronteerd met de merken en de logo’s van de klassieke retailers waardoor ze meer een top of mind positie opbouwen;
  • In veel winkels kun je nu ook online bestellen. Denk bijvoorbeeld aan de bestelzuilen bij alle Blokker winkels en Mediamarkten;
  • De fysieke retailers zijn weer volop bezig om hun merk te bouwen en komen daardoor sneller in beeld bij consumenten;
  • Door met je merk zowel fysiek als online aanwezig te zijn krijgt het een hogere attentiewaarde;
  • Fysieke retailers buiten hun kennis van de categorie steeds beter uit en worden steeds vaker als specialisten gezien.
Omnichannel retailers maken winstAl met al lijkt het er nu op dat de fysieke retailers de web-bedrijven qua groeicijfers op zijn minst kunnen gaan bijbenen. Het zou mij helemaal niet verbazen als deze ontwikkeling zich gaat doorzetten. Bovendien maken de omnichannel retailers winst. Dat is bij pure web spelers zoals Bol.com en Zalando wel anders. De verliezen kunnen niet eindeloos doorgaan. Een opvallende trend is dat we nu duidelijk een ontwikkeling zien waarbij online bedrijven fysieke posities gaan verwerven. Coolblue in Nederland is hiervan een prachtig voorbeeld. Ook Amazon roert zich op dit terrein. Dit bedrijf wil in Amerika 300 tot 400 fysieke boekwinkels openen. Daarnaast heeft Amazon in 2017 de succesvolle supermarktketen Wholefoods overgenomen. Dit bedrijf heeft ruim 460 winkels in Canada, Amerika en UK. Blijkbaar wordt een combinatie tussen fysiek en online toch belangrijk gevonden om verder te kunnen groeien.

 
Omnichannel de grote winnaarKunnen de omnichannel winkels nu op hun lauweren rusten? Dat denk ik zeker niet. Pure online bedrijven weten als geen ander hoe ze data kunnen analyseren en zelfs doorverkopen. Die voorsprong zullen ze zeker nog een hele tijd behouden en geeft ze een hele sterke positie. Aan de andere kant maken Omnichannel spelers heel handig gebruik van het feit dat ze in de winkelstraten een duidelijke zichtbaarheid hebben. Die fysieke confrontatie zorgt ervoor dat het merk duidelijker op het netvlies komt te staan. Bovendien is shopping steeds meer een belevenis ervaring die fysieke retailers steeds beter kunnen invullen. Het is in 2017 in ieder geval duidelijk geworden dat de fysieke retailers zich niet meer in een hoekje laten drukken en steeds betere antwoorden hebben op de pure web spelers. Als de jaarcijfers 2017 bekend worden zou het mij niet verbazen dat de omnichannel spelers de grote winnaars van 2017 zullen zijn!
Paul Moers is directeur van Paul Moers Strategic Marketing Services en schrijver van 9 managementboeken. Zijn laatste boek is 'de Wet van de Paracetamol' over hoe je moet innoveren. www.paulmoers.nl
Tuesday, 09 January 2018 | Written by Redactie Frank.News

Wat kan echt niet meer in marketing anno 2018?

Door Nadine Ridder.

Er was veel onenigheid dit jaar, maar dat het een bewogen jaar was, daar zijn de meesten het over eens. 2017 Kenmerkt zich wat mij betreft door de toenemende behoefte aan authenticiteit, oprechtheid en gelijkheid. Meer dan ooit zagen we hoe krachtig een geluid kan zijn als mensen zich verenigen.

 
Dit is de tijd waarin merken verschillende groepen mensen, verbonden door bepaalde waarden en ideeën, kunnen faciliteren in het uitdragen en verder brengen van hun missie. Zo kunnen merken daadwerkelijk waarde toevoegen aan het leven van hun doelgroep. Om deze ontwikkeling een kickstart te geven in 2018, nemen we aan het einde van 2017 afscheid van een aantal zaken die echt niet meer kunnen.

 
1 Culturele toe-eigening door merken
Culturele toe-eigening had wat mij betreft woord van het jaar mogen worden. We spreken hiervan op het moment dat iets pas wordt geaccepteerd op het moment dat het door mensen vanuit een superieure positie is toegeëigend. Denk bijvoorbeeld aan twerken of het dragen van dreadlocks en indianenveren door witte mensen. Veel mensen zijn zich niet bewust van de gevoeligheid van het lenen of overnemen van bepaalde gebruiken vanuit andere culturen, omdat zij zich niet bewust zijn van de ongelijkheid tussen deze groepen.
Een voorbeeld van culturele toe-eigening die dit jaar veel aandacht trok was Pepsi met de Kendall Jenner ad waarin de Black Lives Movement werd ‘geleend’ om cola te verkopen en zonder het thema echt op de agenda te zetten. Er was veel kritiek op de ‘geleende’ cornrows en bantu knots op de catwalk van Chanel, en in eigen land sloeg HEMA de plank mis door roti aan te bieden zonder het pannenkoekje waardoor duidelijk werd dat er geen samenwerking met Nederlanders van Surinaamse afkomst was gezocht.

Als je inspiratie haalt uit andere culturen, zorg dan dat je mensen vanuit die cultuur betrekt en credits geeft aan wie die toebehoren, zodat je duidelijk ‘leent’ en niet overneemt.

 
2 Influencers die zich laten inzetten voor greenwashing
Helaas is het nog niet altijd zo dat het toenemende bewustzijn van de consument zich vertaalt naar gedrag van bedrijven dat hier op aansluit. Het daadwerkelijk maatschappelijk verantwoord ondernemen is een dure en tijdrovende ontwikkeling. Adverteerders zien dan ook een interessante shortcut: greenwashing. Volgens Wikipedia is dat het zich groener of maatschappelijk verantwoorder voordoen dan een bedrijf of organisatie daadwerkelijk is. Men doet alsof men weloverwogen met het milieu en/of andere maatschappelijke thema's omgaat, maar dit blijkt vaak niet meer dan ‘een likje verf’. En dit wordt gedaan middels grote themacampagnes, branded content en met behulp van influencers. Want volgers geloven alles wat hun held zegt. Althans, dat is het idee. Dat influencers zich laten betalen om producten of diensten aan te prijzen die zij heel leuk vinden en soms net iets minder leuk, is logisch. Om content te kunnen maken, moeten zij, net als uitgevers, samenwerken met adverteerders. Maar de integriteit van influencers is heel belangrijk. Ze zijn dan wel merken, maar voor volgers zijn het vrienden. We zagen dit enorm mis gaan toen een aantal influencers het passieproject The Plastic Bank van grootvervuiler Shell supportte. Nog erger werd het toen werd beweerd dat het om onbetaalde content zou gaan. Anna Nooshin kreeg de meeste kritiek (want het meest bekend en als enige in sexy badpak) maar voor alle influencers (en hun PR bureau) is dit een belangrijke les. Het argument ‘iets is beter dan niets’ voldoet niet, tenzij je dit letterlijk benoemt. Je zou ook kunnen zeggen ‘Er zijn veel redenen waarom ik zeer kritisch ben op Shell (o.a. op de hoeveelheid plastic dat het bedrijf produceert), maar dit specifieke project steun ik. Hopelijk komt er een dag dat ik alle projecten van Shell kan supporten’. Waarschijnlijk zou Shell hier niet mee akkoord gaan, maar dat is dan jammer voor ze. Weet wat je aanprijst en zorg dat je het in de juiste context zet. Be a woke influencer.
3. Adverteren op seksistische of racistische titels
Voetbal Inside kreeg al veelvuldig kritiek op de seksistische en homofobe uitspraken in het programma, maar kwam recent echt onder vuur te liggen. Sylvana Simons richtte zich rechtstreeks tot adverteerders Heineken (Amstel Bier), Gilette en Toto (de Nederlandse Loterij) met de vraag ‘Willen jullie homofobie ook mede mogelijk maken?’ De adverteerders distantiëren zich van de uitspraken in het programma en leggen de verantwoordelijkheid gezamenlijk neer bij RTL, die op haar beurt de verantwoordelijkheid weer bij de programmamakers legt. Waarschijnlijk hopen alle betrokkenen dat het overwaait.

Eerder dit jaar riepen 100 mediavrouwen (waaronder Eva Jinek en Georgina Verbaan) in een open brief in de Volkskrant en NRC adverteerders op om ‘kritisch na te denken over de vraag of het advertentiebeleid (van vrouwonvriendelijke sites zoals Geen Stijl en Dumpert) overeenkomt met de waarden van hun onderneming’. Deze oproep was een reactie op het ‘virtueel verkrachten’ van o.a. Loes Reijmer en Rosanne Hertzberger. Sommige adverteerders waren zich niet bewust van hun aanwezigheid op deze websites (want programmetic ingekocht), anderen wisten het wel, maar besloten zich terug te trekken door alle commotie en weer anderen bleven achter hun keuze staan voor ‘quantity over quality’.

Mijn advies is: durf kleur te bekennen. Zeker als je een programma of format sponsort, zouden de waarden van het programma moeten overeenkomen met die van jou. Het hele idee van sponsoring is dat het mediamerk positief afstraalt op dat van jou, zodat jouw merk kan groeien. Als het mediamerk heftige negatieve associaties met zich meedraagt, straalt dit logischerwijs ook op jouw merk af. En misschien is de gemiddelde Voetbal International-kijker nog niet zo woke dat hij of zij hierdoor negatief beïnvloed worden, maar over een tijdje wel. Nu wegwezen dus. Bereik kun je ook ergens halen.
Nadine Ridder (1983) werkt als freelance Creatief Strateeg voor verschillende opdrachtgevers. Ze werkte eerder bij VICE, TELE2 en Universal Media. Nadine zet zich in voor meer diversiteit in media en reclame, o.a. door het publiceren van opiniestukken en columns op Joop, MarketingTribune, Adformatie en Emerce.
Wednesday, 03 January 2018 | Written by Redactie Frank.News

Giels witte DJ-radio is een niche geworden

Door Stephan Alspeer

Het verschil tussen het echte Nederland en het beeld dat de creatieve sector van Nederland naar buiten brengt wordt steeds groter, betoogt digital strategist Stephan Alspeer. Daarom strijdt hij voor meer diversiteit in de mediawereld. In zijn eerste blog op frank.news beschrijft hij hoe het witte mannenclubje van DJ’s op de radio zichzelf heeft gedegradeerd tot een kleine niche markt.

Ik ben fan van Giel. Zo, dat is eruit. Het voelt alsof ik uit een cirkel verslaafden naar voren stap, maar het komt uit de grond van mijn hart.

Toen uw nieuwe columnist nog feestjes organiseerde in den lande, bestuurde een jonge Giel Beelen vanuit zijn studio mijn auto. Tussen de gigs door, van club naar bar-dancing, reed Giel mee. Op de vrijdagnacht wisselde hij sneller van radiostation dan van nieuwe plaat. Giel was vernieuwend. Als je iets van muziek, DJ-en en een avond opbouwen begreep, dan wist je dat dit het grootste DJ-talent van Nederland was. Shockerend, foutloos en binnen de oneindige krochten van de muzikale creativiteit altijd weer op zoek naar vernieuwing.

Giel Beelen overdag, daar was Nederland nog niet klaar voor. Hij was in marketingtermen een ‘niche’. En daarom bestuurde hij iedere vrijdagnacht mijn VW Golf op weg naar die volgende gig. Giel, Red-bull en een TomTom.

 
RAL9010
Het is bijna twintig jaar later en Giel werkt voor Talpa Radio. Bij ons thuis ook wel RAL9010 genoemd. Omdat alle dj’s wit of man zijn. En nu denk je dat ik het woord ‘bijna’ vergeet. Maar ik bedoel echt dat ALLE dj’s bij Talpa wit of man zijn en meestal beide.

De enige vrouw, Chantal Hutten, mag slechts donderdag- en vrijdagnacht tussen 2 en 4 uur plaatjes draaien als Nederland slaapt.

Volgens Erik de Zwart is dit logisch en allemaal bewezen. Op BNR riep hij tegen een -  notabene - vrouwelijke DJ dat vrouwen niet naar vrouwelijke DJ’s willen luisteren en mannen al helemaal niet. En daarnaast komen de dalende luistercijfers allemaal door Spotify. Blijkbaar geldt hier het motto: once you go Spotify, you never go back.

 
Engelse radio verkleurt wel
Opvallend dat ze daar in Engeland minder last van hebben. De luistercijfers dalen daar minder hard en jongeren rennen niet massaal weg van de FM frequentie. Dit is volgens mij te danken aan een zeer knappe verandering.

Engelse luisteren dankzij een radicaal inclusief beleid naar meer kleur en vrouwen op de radio. Zo krijgen we Yasmin Evans in de ochtend op BBC Radio 1Xtra. De rauwe Snoochi Shy op Radar Radio. Of wat dacht je van de lopende muziekencyclopedie Clara Amfo op BBC Radio 1, waar zelfs Jay-Z speciaal voor invliegt. Sterke vrouwen met unieke stemmen en een eigen manier van radio maken. Hard, rauw, grappig, direct, vernieuwend. Alles wat Giel was. Het is in Engeland, in de US en op Apple-zender BEATS de nieuwe mainstream.

 
,,Als je een zender bent voor de middelbare blanke man die houdt van pop en rock dan is dat de doelgroep en die bedien je dan. Das geen beperking maar een kracht en daar handel je dus naar.”
 
Giel aangevallen
Mijn held Giel werd afgelopen maand onterecht hard aangevallen toen hij zei dat diversiteit op de radio politiek gelul is. Op Twitter zei hij het als volgt: ,,Als je een zender bent voor de middelbare blanke man die houdt van pop en rock dan is dat de doelgroep en die bedien je dan. Das geen beperking maar een kracht en daar handel je dus naar.”

 
Strategische herpositionering van mainstream radio
Ik ben het oneens met de kritiek die hij kreeg van mijn collega-strategen. Want Giel had gelijk. Wij strategen, inkopers en reclamemakers positioneren de meeste Nederlandse radiostations al jaren verkeerd.

Het is geen toonaangevend mainstream kanaal meer maar een niche. Misschien handig om het ook ze ook zo te positioneren. En zelfs Giel heeft zich daarbij neergelegd.

 
Stephan Alspeer is interim digital merk & media strateeg en daarnaast wordt hij vaak gevraagd als spreker en blogger op events en congressen over meer diversiteit en minder stereotypen in de media.
 
Thursday, 28 December 2017 | Written by Redactie Frank.News

Be Candid,
it’s contagious.

Candidness is the quality of speaking with
honesty and authenticity. Our Candid editorial
team shares stories that matter on media, data,
marketing, creativeness and technology.

Our Candid editorial team
creates stories that matter.