Candid. Platform
for growth.

Podcasts van KLM en AH: denk (nog) meer als maker en minder als marketeer

De podcast begint langzaam een beetje uit het veilige nichehoekje te kruipen en dus zien grote bedrijven ook mogelijkheden. Onlangs kwamen bijvoorbeeld Albert Heijn en KLM allebei met een eigen podcast. KLM lanceerde The Journey waarin elke week een reis centraal staat die het leven van de geïnterviewde veranderde en AH introduceerde ‘Bezeten van eten’, de podcast waarop Lize Kurpershoek iets met eten doet. Wij beluisterden beide initiatieven en stelden onszelf de vraag: gaat het iets worden met die businesspodcasts?

 
Maar eens beginnen met The Journey van KLM. Dat valt niet tegen. Op deze podcast draait het allemaal om levensverhalen en de reizen spelen hierbij slechts een bijrol. Het is - technisch en redactioneel - echt heel erg mooi gedaan. Neem deel 1 bijvoorbeeld waar we Linda volgen die de liefde van haar leven tegenkwam in Alaska - Jim - en uitgebreid vertelt over haar avonturen met hem. De technische kwaliteit schuilt in het snijden van: de interviews met Linda (en haar zus zelfs), een prettige ‘docustem’ en wat hoorspelachtige audio (check het wolvengeluid). Het is echt een documentaire met een levensverhaal en dat luistert prima weg. Je hebt zelden het idee dat het een podcast van KLM is, er zitten ook geen corporate wegpoetstrucs in (‘Oh, je bedoelt dat hij seks wilde’). Deze podcast gaat over het leven en niet over KLM.

 
Evaluatie als marketingcampagne
Tegelijk schuilt daarin ook het gevaar want KLM probeert deze podcast over het leven wel in een marketingkader te plaatsen en dat is echt een denkfout. De lancering van de podcast is opgezet als een campagne en (check anders eens onze video als je durft) wanneer je denkt als een marketeer in plaats van een journalist dan kan het nog wel eens misgaan. Dat zie je terug in het persbericht dat gretig door collega vakmedia is overgenomen. In dat persbericht staat dat de podcast is gemaakt voor het opbouwen van naamsbekendheid en als er één medium ongeschikt is voor het opbouwen van bekendheid dan is het wel een podcast.

 
Niche-medium
De podcast is (nog) een niche-medium, het moet langzaam ontdekt worden via de krochten van internet, mensen moeten er over gaan praten en tegen vrienden vertellen dat dit lekker wegluistert. Net zoals alle kwaliteitscontent is het medium prima geschikt om duidelijk te maken waar je voor staat als bedrijf, maar niet voor de bekendheid. Maar ja, die doelstelling is er op de een of andere manier ingeslopen en dat betekent dat er straks ook geëvalueerd gaat worden op basis van die doelstelling. Er wordt een nulmeting gedaan in Canada én een meting over vier maanden en dan wordt er gekeken of het een beetje effect heeft gehad. Van 3 naar 4 procent geholpen bekendheid als vliegtuigmaatschappij? Helaas, dan blijft het bij zes afleveringen. Zonde want met een beetje extra effort kan zo’n podcast KLM neerzetten als een groot verhalenverteller. Je kunt zo’n podcast natuurlijk wel inzetten om de bekendheid te vergroten, maar dan moet je het koppelen aan je campagnes. Dus de verhalen die je vertelt in de podcast moet je gebruiken in de commercials, in de filmpjes op social en in andere media. Veel beter is het nog om de marketingaspiraties even te parkeren en te denken als uitgever. Ik ben KLM en ik vind het belangrijk om verhalen te vertellen over mensen die het avontuur opzoeken.

 
Merkgedachte niet loslaten
En dan de AH Bezeten van Eten podcast. In deze podcast volgen we Lize Kurpershoek die langsgaat bij mensen die vertellen over allerlei gerechten, zoals bijvoorbeeld journaliste Fidan Ekiz. Het is heel leuk gedaan, maar je merkt bij AH dat de merkgedachte nooit wordt losgelaten. Je ziet ‘de bemoeienis’ terug van allerlei marketingmensen die er nog een vleugje ‘kassageluiden’ en een mespuntje ‘duurzame slagers’ in wilden verwerken. Check maar eens de aflevering waarbij Lize een bezoekje brengt aan slager Arend ten Wolde. Hij vertelt heel verantwoord dat hij uit een slagersfamilie komt en dat ze daar zo duurzaam bezig zijn en dat het zo’n mooi vak is. Dat is allemaal prima te beluisteren als het jouw taak is bij AH om de waarde ‘duurzaamheid’ te promoten, maar het grote publiek denkt: wat kan mij dat verhaal van een onbekende slager schelen?

 
Taarten van Abel kijken
Ergens tijdens het maken had iemand moeten opstaan en moeten zeggen: laten we eerst eens goed naar Taarten van Abel kijken. Daar gebruikt bakker/topinterviewer Siemon de Jong  immers het koken om over het leven te praten en die afslag was een gouden kans voor AH geweest. Dan had je een steengoede interviewer moeten vragen die ook nog van koken houdt en dan zouden mensen luisteren voor de verhalen en niet voor de - zogenaamd niet opvallende -  reclameboodschap. Die levensverhalen had je vervolgens makkelijk kunnen gebruiken in de AH-tv campagnes. Een simpel motto had misschien geholpen; denk eens als een uitgever, als een verhalenverteller en niet als een adverteerder.

Kortom, beide podcasts zijn prima gemaakt (vooral die van KLM), ze zetten echt de standaard voor bedrijven met podcastplannen (en die van ons kan ook nog een stuk beter, dat weten we ook wel), maar vooral de AH-versie is teveel gemaakt met een marketinggedachte in plaats van met een uitgeversvisie. Alleen een marketingmanager denkt: ‘er moet nog iets van een kassa en een duurzame slager’ in een podcast. Dat zou een journalist nooit doen. Een documentairemaker zou denken: waar is het verhaal en hoe kan ik dat zo goed mogelijk vertellen? Die marketing fietst daar vervolgens wel weer achteraan, dat is allemaal prima in te passen.

Cor Hospes kan in zijn dagelijkse nieuwsbrief altijd goed uitleggen waaróm het zo belangrijk is om verhalen te vertellen dus wij zouden zeggen tegen AH: schrijf je allemaal in en ga daarna aan de slag. Zonder GRP’s, KPI’s en andere drieletterige excuuscijfers, maar met de ambitie om de beste podcast ter wereld te maken.
Thursday, 19 April 2018 | Written by Bas Hakker

Merktrouwe ouderen die niks nieuws willen proberen? Hou toch op!

Behalve voor frank.news, werk ik ook voor televisiezender ONS. Het eerste commerciële digitale kanaal met een oudere doelgroep. Een doelgroep waar ik al jaren heilig in geloof, maar die voorheen door adverteerders regelmatig genegeerd werd. Tot nu toe.. Want nu is daar John de Mol, die zich ook volledig op deze doelgroep lijkt te hebben gestort. Worden senioren eindelijk een ‘serieuze doelgroep’ nu De Mol hen heeft omarmd?

 
Geen jonkies
De zender ONS bestaat inmiddels ruim tien jaar en heette voorheen NostalgieNet. In die tien jaar heeft de zender een solide kijkpubliek opgebouwd. Het bereik is minder groot dan bij RTL of Omroep MAX, maar het behoort tot de best bekeken themakanalen van Nederland en is inmiddels in ruim 4,5 miljoen huishoudens te ontvangen. De kijkers zijn geen jonkies. Het zijn doorgaans ouderen, hoewel ook veertigers en vijftigers de zender steeds beter weten te vinden. En precies om die reden waren adverteerders soms huiverig om gebruik te maken van het specifieke bereik.

 
Eenmaal Croma, altijd Croma
Natuurlijk zijn er altijd partijen geweest die de waarde van deze senioren-doelgroep allang in wisten te schatten. Die op een succesvolle manier wisten te profiteren van de ruim 1 miljoen oudere kijkers die de zender wekelijks weet te bereiken. Midden in de doelgroep, weinig waste. Maar veel adverteerders hielden krampachtig vast aan hun inkoopbeleid op de doelgroep 20-49. De kijker was te oud en niet meer te beïnvloeden in hun koopgedrag. Eenmaal Croma, altijd Croma. ONS behaalde met het traditionele rekenmodel in televisieland simpelweg te weinig GRP’s. En het vermogen van adverteerders, marketeers en mediabureaus om deze ouderwetse manier van denken los te laten, ontbrak volledig.

 
Duidelijke verandering
Maar de laatste jaren komt er duidelijk een verandering tot stand op dit vlak. Hier en daar gaan de ogen van adverteerders open en weten zij de weg naar de senioren-doelgroep toch te vinden. Volstrekt logisch als je het mij vraagt. Senioren zijn met veel, hebben de tijd en hebben doorgaan ook nog eens flink wat te besteden. En al die quatsch over merktrouwe ouderen die nooit meer iets nieuws willen proberen in hun leven? Hou toch op! Niet alleen achterhaald maar ook een belediging voor deze mensen die in de marketingwereld nog altijd vaak worden neergezet als een groep schijndode, wereldvreemde niets-kunners.

 
Afwijken van het GRP-model
We kunnen uren discussiëren over de vraag waaróm deze groep mensen zo wordt afgeschilderd. Om legio redenen. Omdat marketeers vaak jonge mensen zijn die zich maar moeilijk in deze doelgroep kunnen verplaatsen bijvoorbeeld. En omdat er grote angst en afkeer heerst in marketingland om af te wijken van het oude vertrouwde GRP-model. Maar gelukkig zien professionals in de marketing-branche steeds vaker in dat het van groot belang is om de oudere doelgroep te leren kennen en meer nog: te bereiken.

 
De Mol opent ogen
Niet alleen marketeers hebben hun ogen geopend. Ook mediamagnaat John de Mol lijkt steeds meer op het spoor van ‘de ouderen’ te zitten. Met televisieformats als The Voice Senior, Oudje Zkt. Vrouwtje en De Wereld Volgens 80-Jarigen. Ja, het is ouderwetse lineaire televisie en het zijn misschien nog steeds een beetje de ‘kijk-die-aandoenlijke-oude-mensen-toch-formats’, maar toch hè. Het is een pad dat De Mol in het verleden niet eerder heeft bewandeld en nu lijkt te omarmen binnen zijn behoorlijk omvangrijke mediaparadijs.

 
Het juiste spoor
De Mol snapt wat de senioren-doelgroep voor hem kan betekenen. Hij snapt dat een mediamagnaat, met het oog op de huidige demografische gegevens, een ontzettend slechte zakenman zou zijn als hij niet optimaal gebruik maakt van deze groep mensen met enorme potentie. Zou hij in navolging van ONS van ‘zijn’ SBS6 een commerciële ouderenzender willen maken? Het zou zomaar kunnen. De markt is er steeds meer klaar voor. En is De Mol dan een bedreiging voor ONS? Zeker niet! Zijn omarming van de senioren is het ultieme bewijs dat de zender op het juiste spoor zit.
Tuesday, 17 April 2018 | Written by Heleen Scheurwater

Hoe John de Mol YouTube in Nederland kan verslaan met een eigen videoplatform

Bas van Teylingen werkt al bijna zijn hele leven in de Oudhollandse mediawereld. Pas sinds een paar jaar stort hij zich vol enthousiasme op YouTube. Hij ziet mogelijkheden voor John de Mol om creators écht verder te helpen.

Donderdag 23 november 2017. John de Mol laat in een toespraak weten dat hij met zijn bedrijf Talpa Network een nieuwe richting opgaat en onder anderen de strijd aan wil gaan met Google en Facebook. Belangrijke reden? Deze Amerikaanse mediabedrijven domineren de online advertentiemarkt in Nederland en daar moet verandering in komen.

Concurreren met Google en Facebook. Dat is nogal een uitspraak. En natuurlijk kreeg De Mol de nodige kritiek over zich heen, werd hij uitgelachen, noemde men het grootspraak, maar ik ben het daar niet mee eens. John de Mol heeft namelijk een punt en ik zal uitleggen waarom.

De macht van YouTubeDe focus in mijn verhaal ligt op YouTube (onderdeel van Google Inc., onderdeel van Alphabet Inc.), een Amerikaans bedrijf opgericht op 15 februari 2005. Dagelijks uploaden mensen wereldwijd bijna 500 uur aan video per minuut, kijken we meer dan anderhalf miljard uur YouTube per dag en bereikt YouTube op mobiel meer mensen dan alle tv-netwerken bij elkaar. YouTube heeft meer dan 1 miljard gebruikers, dat is een derde van het internet. En ze blijven groeien. Daarmee is YouTube het meest relevante online (social) video platform ter wereld. En met populariteit en succes komt ook veel macht. Online advertentiemacht.

Maar waar ligt de echte macht? De echte macht ligt in mijn ogen bij de creators, de mensen die video’s uploaden op YouTube. De slogan van YouTube is niet voor niets: Broadcast Yourself. En hoe verdienen deze creators hun geld? Exact, reclame inkomsten. Of dit nu advertenties zijn (zoals pre-rolls en mid-rolls) of op maat gemaakte campagnevideo’s in samenwerking met adverteerders, dit is hun verdienmodel. Niet zoals bij televisie; vooraf een zak geld krijgen en dan gaan produceren, maar vanuit passie, creativiteit en ondernemerschap zelf video’s maken, uploaden, bereik en succes genereren en daar je brood mee verdienen.

Het platform van John de MolOkay Bas, leuk verhaal, maar waar blijft John de Mol en zijn eigen platform in dit verhaal? Daar kom ik zo op, maar laat me eerst uitleggen wat het probleem van de creators is op dit moment. Als succesvol creator, en dan bedoel ik de mensen die een goed salaris verdienen met hun YouTube kanaal, ben je afhankelijk van de grillen van YouTube. Van de techniek, de advertenties en de constant veranderende regels vanuit het Amerikaanse beleid. Deze parameters veranderen namelijk bijna dagelijks en dat geeft die makers veel frustratie en onzekerheid, ze hebben zich namelijk afhankelijk gemaakt van YouTube. Een grote YouTuber als Casey Neistat uit vaak zijn ontevredenheid over YouTube en werpt zichzelf ook op als ambassadeur van creators wereldwijd.

Helft in eigen zakMaar we hebben het nu over Nederland, hoe ziet die Nederlandstalige online contentmarkt eruit? Heel simpel: we hebben veel Nederlandse adverteerders die de Nederlandse consument willen bereiken via Nederlandse creators met een groot organisch bereik; YouTubers als Dylan Haegens, StukTV en Enzo Knol. Dat gaat op dit moment via een Amerikaans platform dat ongeveer de helft van alle advertentie inkomsten van elke video in haar eigen zak steekt.

Nederland niet interessant voor YouTubeMaar Bas, jij bent toch een enorme fan van YouTube? Ja en nee. Ik ben fan van de mogelijkheid om vanuit die eerder genoemde passie, creativiteit en ondernemerschap succesvol te worden, maar niet van de manier waarmee YouTube/Google de adverteerders en de creators in Nederland behandelt. We zijn namelijk niet echt belangrijk voor ze. We zijn een heel klein landje waar weinig aan valt te verdienen, kortom we zijn niet interessant genoeg. Dat merk je bijvoorbeeld aan de karige hoeveelheid mensen die er werken bij YouTube in Nederland en de gebrekkige manier van communiceren vanuit Google met de Nederlandse YouTube community. Als YouTuber ben ik onderdeel van die community dus ik hoor nog wel eens wat, en geloof me, de communicatie is waardeloos. Tot grote frustratie van zowel de creators als de adverteerders.

Online advertenties verkopenEn bedenk even wat het belangrijkste verdienmodel van Google is: online advertenties verkopen en bedrijven ‘helpen’ beter gevonden te worden op internet. Als je als bedrijf bij Google aanklopt zullen ze je adviseren om het grootste gedeelte van je (online) marketingbudget uit te geven aan advertenties en niet aan de creatie van content. Een grote denkfout in mijn ogen, want uiteindelijk zal de kwaliteit van de content zegevieren. En dat is waar John de Mol binnenkomt in dit verhaal. Iemand met een passie voor content. De slogan van Talpa: It’s all about content. Ja, en natuurlijk zullen er nu een aantal zure mensen zeggen dat het allemaal om geld te doen is. Prima. John is een ondernemer. Is het erg om geld te verdienen met je passie? Nee. Dus snuitjes dicht en gewoon doorlezen.

Echte mensen koppelen aan een merkHet gaat op YouTube (en op elk ander social media platform) om organisch bereik. Echte mensen, echte fans, echte ambassadeurs die je kunt koppelen aan een merk. Dan hebben beide kanten er iets aan. Dus wat als John de Mol een eigen videoplatform laat bouwen in samenspraak met grote Nederlandse creators, experts en adverteerders? Wat als ze al hun ongenoegen over YouTube kunnen uiten en samen met een technisch team en een flinke zak geld een eigen platform bouwen voor de Nederlandse markt? Een platform met dezelfde technische mogelijkheden als YouTube. Is dit mogelijk? Zeker. Kijk naar de porno-industrie, daar zijn genoeg videoplatformen met dezelfde technische mogelijkheden en ze zijn allemaal succesvol. Een mooi voorbeeld is dat YouTube sinds kort bijvoorbeeld instructievideo’s over wapens niet meer toelaat op hun platform en er een aantal creators die deze wapens gerelateerde content nu heeft geüpload op pornovideoplatforms. En dat is geen enkel probleem. Ze hebben de content, het bereik en als ze naar een ander platform verhuizen nemen ze hun abonnees, fans, ambassadeurs gewoon mee.

Voor creators maakt het platform niet uitWant deze abonnees, fans, kijkers maakt het niet zoveel uit waar ze de content van hun idolen kunnen bekijken, áls ze het maar kunnen bekijken op een voor hen zo makkelijk mogelijke manier. En als de creators op een makkelijkere manier meer geld kunnen verdienen met hun content en kunnen communiceren met adverteerders en visa versa dan is iedereen blij.

En vooral John de Mol. Want op deze manier domineren de internationale bedrijven de Nederlandse markt een stuk minder en blijft de geldstroom binnen de Nederlandse economie. Sterker nog, dit model zou hij internationaal kunnen uitrollen omdat zijn bedrijf dit netwerk al heeft middels de vele formats die ze wereldwijd exploiteren. Maar wellicht eerst even ‘klein’ beginnen met Europa. Want op die manier kan hij de vuist maken tegen Google waarvan hij de Nederlandse en ook de Europese politiek verwijt dat ze het nalaten.

Overigens heeft de Mol het ANP gekocht en zou hij zijn platform kunnen voorzien van een nieuwskanaal. En wellicht komt daar de Eredivisie de komende jaren ook nog bij. Belangrijke content waarmee je kijkers naar je platform kan trekken. Met andere woorden: als John de Mol zijn eigen videoplatform start en daarbij de wensen van creators en de adverteerders in verwerkt dan staat er in Europa een partij op die de concurrentiestrijd met Google en Facebook kan aangaan. Precies zoals hij bij de start van Talpa Network vorig jaar al aankondigde.

 
Bas van Teylingen is multidisciplinair creatief. werkt zowel voor- als achter de schermen binnen nieuwe- en oude media. regisseur van (online) formats, bewezen televisieprogramma’s en films. Zelf YouTuber (50k subs) en oprichter van De Tube School, de eerste school in Nederland waar jonge mensen, bedrijven en merken alle facetten van YouTube leren van de YouTubers zelf. Chief Creative Officer/partner van Online Cookie Collective, een creatief media- en kenniscentrum voor de online wereld. opgericht door (online) content experts die de wereld van online advertising beter willen maken. Bas is YouTube Certified en een veelgevraagd spreker.
Monday, 16 April 2018 | Written by Redactie Frank.News

Hoop voor de winkel: Zalando kun je niet aanraken

Tussen al het geweld van Zalando, Bol.com, Wehkamp en de oprukkende reuzen Amazon en Alibaba vraagt een winkelier met een stenen winkel zich wel eens af of hij nog wel bestaansrecht heeft. Nieuw onderzoek laat zien dat er kansen liggen om online e-commerce te verslaan: laat de consument je producten aanraken, voelen, ruiken en beleven.

In onze serie The Battle of the retailers ging het vooral over de vraag hoe Nederlandse e-commercebedrijven de concurrentiestrijd met de grote internationale giganten kunnen winnen. Maar hoe zit het eigenlijk met de offline winkelier? Hoe kan die de lawine van de steeds maar stijgende online aankopen overleven? Ik moest eraan denken toen ik de blog van Iris van Ooijen op de website van het SWOCC las en - hoe toevallig - ik dringend op zoek was naar een paar nieuwe schoenen.

E-commerce is abstract 
Belangrijke zaken eerst. De blog besteedt aandacht aan het onderzoek ‘Product Touch and Consumers’ Online and Offline Buying: The Role of Mental Representation’ van de Amerikaanse professor Batra en zijn Chinese collega’s. Zij kwamen tot de conclusie dat abstracte denkers liever online kopen en concrete denkers het liefst in de winkel. De laatste groep wil het artikel namelijk kunnen aanraken en voelen. Van Ooijen ziet in het onderzoek een kans voor online retailers om ook de laatste klanten uit de winkelstraat weg te kapen. Namelijk door concrete denkers ertoe aan te zetten meer abstract te denken. Dat doe je door in je marketing minder aandacht te geven aan de concrete eigenschappen van je product, zoals prijs, kwaliteit en andere intrinsieke voordelen, maar meer aan de abstracte kant, zoals de manieren waarop het je leven verrijkt of hoe het een beter mens van je maakt. Dan wordt online retail even aantrekkelijk als offline retail, concludeert ze.

Hulp voor offline retail
Maar hebben online retailers dit zetje in de rug wel nodig? In 2017 groeide de Nederlandse detailhandel qua omzet met 4,2 procent ten opzichte van 2016, meldt het CBS. Dat was de grootste groei in elf jaar. De online omzet groeide echter met 19,5 procent. Het bedrag aan online aankopen steeg zelfs met 13 procent tot 22,5 miljard euro, meldt Thuiswinkel.org. Toch gaat het helemaal niet zo slecht met de offline winkelier. De leegstand van winkels daalde in Nederland in 2017 voor het derde jaar op rij tot 7 procent, aldus onderzoeksbureau Locatus. Ook blijkt een significant deel van de Nederlanders geen online aankopen te doen. Ook offline winkeliers kunnen hun voordeel doen met het onderzoek van Batra c.s., als ze de conclusies omdraaien. Zij kunnen hun klandizie vergroten als ze hun klanten meer laten aanraken, ruiken, voelen en proeven, bijvoorbeeld op uitgestalde kraampjes voor de deur. Als ze in hun marketingcampagnes benadrukken hoe leuk winkelen is als je datgene wat je koopt meteen in je handen kunt houden en mee mag nemen.

Ouderwetse detaillist 
In de studie werd het consumentengedrag onderzocht bij een mok, een computermuis en een pen. Maar hoe zit het met kleding? En dan komen we dus bij mijn paar nieuwe schoenen. Een paar keer bestelde ik die online, meestal vanwege een aanbieding of korting. Maar die schoenen staan nu te blinken in mijn kast of liggen al bij de kringloop. Online kun je namelijk een klein, niet geheel onbelangrijk detail niet: passen of ze lekker zitten. Dus ging ik deze keer weer eens naar een ouderwetse detaillist die mijn voet mat, mijn wreef bekeek, mijn wensen inventariseerde en terugkwam met een paar schoenen die heerlijk roken naar echt leer. Waarvan ik het handwerk zelf kon testen. En vooral: die meteen als gegoten zaten. Daarna vergat ik dat ze twee keer zo duur waren als het online equivalent. Deze man vertegenwoordigt dan ook de hoop van de offline retailer. Hij heeft geen onderzoek nodig om te weten hoe hij al die webshops kan verslaan. Zalando kun je namelijk niet aanraken.
Monday, 16 April 2018 | Written by André Oerlemans

Hoe Ryanne van Dorst het pad richting Chaos TV effende

In de laatste week van DWDD, dat alweer een tijdje met winterstop is, gebeurde er iets bijzonders. Iets dat veel meer impact heeft dan je zou verwachten. Op die dag was namelijk Ryanne van Dorst tafeldame van Matthijs en haar optreden zou wel eens een blauwdruk kunnen vormen voor de manier waarop wij naar televisie kijken de komende jaren. Toen Matthijs in de introductie vertelde over schrijver Henk van Straten (lees die gast trouwens) en hij lovend was over zijn nieuwe boek, zei Van Dorst: heb je hem gelezen? of zeg je dat omdat het moet?ia

 
Niet vasthouden aan tv-wetten
Volgens de tv-wetten deed Ryanne raar; ze zwaaide in de introductie naar de gasten en tegen Cruijffbiograaf Auke Kok zei ze: ,,ik wist helemaal niet dat je zou komen, je schuift ineens aan.’’ Bij een eerder optreden zei ze al opeens: ‘zijn we eigenlijk live?’ en ‘ik zit hier voor het geld’. Het zou te makkelijk zijn om Van Dorst als een soort naïeve Chauncey Gardiner uit Being There weg te zetten, maar haar optreden werkte wel verfrissend en dat kwam doordat zij zich niet hield aan de tv-wetten. In de tv-wereld, zeker in een strak format als DWDD, houdt immers iedereen zich immers keurig aan zijn of haar rol. Het moet allemaal in een strak keurslijf passen van onuitgesproken tv-wetten (lief zijn voor elkaar, niet te opstandig, geen lange gesprekken, net niet diepzinnig genoeg, filmpjes tussendoor) en met die vorm van tv zijn we inmiddels een beetje klaar volgens mij. We willen af van de talkshows waar mensen op een voorgeprogrammeerde manier hun spulletjes verkopen (of dat nu een mening is of een product). We moeten stoppen met die acht minuten interviews die zijn bedacht door mensen die alles weten van de kijkcijfers. We willen chaos, maar georganiseerde chaos, denk buiten de lijnen zonder dat het onbegrijpelijk is voor de massa. Daar is het grote publiek aan toe en dat komt door YouTube en podcasts.

 
YouTube kills the tv-show
Die eerlijkheid, die echtheid, komt vanuit de YouTube-wereld die nog niet zo geformatteerd is en waar ‘echtheid’ gelukkig nog scoort, zelfs een voorwaarde is. Kijk maar eens naar Nienke Plas die gewoon zegt wat ze denkt, ook als het even niet zo lekker uitkomt. Natuurlijk is de tv-werkelijkheid altijd een ingeblikte versie van de werkelijkheid, daar kun je hele studies voor volgen, maar waar het omgaat is dat benaderde ‘echtheid’ een trend is waar we de komende jaren veel over zullen horen. En dat bedenk ik niet alleen zelf, maar in iemand als mijn collega Bram heb ik daarin een groot medestander. Je ziet het aan het succes van Voetbal Inside, waar de mannen aan tafel gewoon vertellen wat ze vinden zonder dat ze rekening houden met allerlei tere zieltjes. John de Mol begint die trend te ontwaren dus, niet voor niks gaat Utopia nog even door.

 
Ook in podcasts is echtheid de norm
Je ziet het ook in de wereld van podcasts waar ‘echtheid’ de norm is. Over het algemeen doen de podcasts het goed waarin niemand een rol speelt zoals je op tv wel ziet. Alexander Klöpping en Ernst-Jan Pfauth zijn gewoon echt twee nerds die de hele dag over media praten en dat doen ze ook op hun podcast. Klöpping is zelfs geïrriteerd als Pfauth probeert om zich aan de onderwerpen te houden. Dat aspect zie je bijvoorbeeld misgaan bij Paul de Leeuw en Marc-Marie Huijbregts in ‘Als je alles hebt gehad’ die duidelijk bij elkaar gezocht zijn. In de YouTube- en podcastwereld zouden dat twee vrienden moeten zijn die sowieso veel over het leven, media en nieuws praten en daar toevallig een microfoon bij en/of een camera op zetten. Het is het oude denken.
Afgelopen week zag ik een stukje van de retro retroversie van Wie Ben Ik en dan zie je dat dit soort tv echt gedateerd is; de flauwe grapjes, dezelfde RTL-koppen. Natuurlijk is het smaak dat ik veel liever naar broers en zus Van Rossem kijk, maar dat zijn ook in het echte leven grappige mopperaars die met liefde over hun vak praten.

 
Van Dorst TV
Hoe zou je die Van Dorst-achtige aanpak kunnen vertalen in concrete tv-programma’s voor het grote publiek? Je zou bijvoorbeeld de tv-wetten kunnen loslaten en elke avond van 19 tot 20 uur reserveren voor ‘iets’. De presentator en het tijdstip staan vast, maar verder begin je elke dag opnieuw. De inleiding is altijd weer het filmpje over hoe de presentator tot zijn onderwerp gekomen is. Wel een format dus, maar niet teveel invullen. Het mag een uur met één kenner gaan over euthanasie, media of uitstervende dieren, maar de presentator kan ook op bezoek gaan bij een hospice. Geen muziek, geen filmpjes, maar elke dag iets nieuws; Talk TV dus. De ideale man of vrouw? Beau van Ervens Dorens zou het kunnen, maar ook verbaal lenige mensen als Jeroen van Koningsbrugge, Wilfred Genee of Patrick Lodiers. Of Ryanne zelf natuurlijk.
Tuesday, 10 April 2018 | Written by Bas Hakker

Will Smith haalt carrière uit het slop via YouTube

Het gaat niet best met de carrière van Will Smith. Zijn films doen het al een decennium slecht en het wordt er de laatste tijd bepaald niet beter op: de Netflix-original Bright ontving eind vorig jaar zeer matige kritieken en met zijn laatste blockbuster, het drama Collateral Beauty, raakte hij een persoonlijk box office-dieptepunt. Na jarenlang een van de meest bankable acteurs van Hollywood te zijn geweest, riep Forbes hem in 2016 zelfs uit tot de op één na meest overbetaalde. Na Johnny Depp.

 
Daar komt de negatieve vibe rond zijn privéleven nog bovenop. Terwijl we het imago van de familieman met zijn ijzersterke huwelijk aan diggelen zagen vallen vanwege aanhoudende geruchten over een op handen zijnde scheiding, lijkt Smith ook nog eens te zijn gevallen voor de omstreden sterrensekte Scientology. Plus: zijn zoon Jaden draagt een - heremetiet! - jurk.

Maar. Wie dacht dat ‘ie nu een beetje bij de pakken zit te zitten, heeft het mis. De loopbaan van de ‘not-so-fresh prince’ mag dan meermaals doodverklaard zijn, hij is nog steeds gettin’ jiggy with it. De rapper en acteur is op zijn oude dag - hij wordt dit jaar vijftig - namelijk aan het vloggen geslagen. We hielden ons hart vast, maar sinds een paar weken moeten we concluderen: Will Smith snápt het. En wel hierom.

 
Hij speelt geen rol
In zijn YouTube-video’s speelt ‘ie geen rol, maar is hij zijn originele zelf. En dat is zowel grappig als inspirerend. Kijk maar eens naar de video One Thing Arnold Schwarzenegger Told Me That I’ll Never Forget. In dit op het eerste gezicht obligate kijkje achter de schermen van een perstour is Smith verfrissend authentiek. Het ene moment hangt ‘ie de clown uit en het andere vertelt hij - met volle mond - hoe hij de verplichte promotiereisjes ziet: als een kans om een politieke campagne te voeren.

 
Ook mooi, en recent, is de vlog waarin hij zijn grootste angst in de ogen kijkt: duiken. Niet lachen lukt niet bij dit filmpje, dat helemaal voldoet aan de YouTube-wetten van slordige montage en matige beeldkwaliteit. En zonder cheesy te worden, eindigt hij met een paar inspirational quotes over het ‘managen’ van paniekaanvallen. ,,Forget managing the situation, manage your mind.” Zijn volgers zijn dol op ‘Will de goeroe’, getuige de vele reacties. Onderaan een video over de kracht van falen wordt hij, behalve afgezeken zoals gebruikelijk is voor sterren, vooral bedankt voor zijn ‘wijsheid’.

 
Zelf is Smith kennelijk ook geïnspireerd geraakt. ,,I cannot believe how much YouTube has awaked me,’’ zegt hij op 23 maart in een kort filmpje dat de officiële trailer van zijn YouTube-kanaal moet voorstellen. De Golden Play Button die hij van YouTube ontving uit handen van Jimmy Fallon vanwege de mijlpaal van een miljoen abonnees, heeft het vuurtje vast nog eens flink opgestookt. Nu heeft Smith zijn zinnen gezet op een Diamond Play Button, die je krijgt bij 10 miljoen abonnees. De teller staat momenteel op 1,6 miljoen. Keep up, Will. Zo trek je die carrière eigenhandig uit het slop.
Monday, 09 April 2018 | Written by Grieteke Meerman

Gek van meisjes met ijsjes op Instagram

Als ik zeg ‘horlogemerk’ en ‘Instagram’ weet ik zeker dat veel vrouwen uit die doelgroep weten hoe laat het is. Guerrilla influencermarketing van de bovenste plank. Waarbij ik me steeds vaker afvraag of die plank niet een beetje wordt misgeslagen.

 
Als fervent Instagramfan valt het me al langer op. Kirrende ijsjes-, donuts- en pizza-etende fashionmeisjes zijn zelden zomaar kirrende ijsjes-, donuts- en pizza-etende fashionmeisjes. Belangrijker in het gestileerde zoekplaatje (meestal in pasteltinten) is vaak het horloge dat nonchalant om de pols hangt. Heb ik het dus niet over een duur merk, maar een verrassend simplistisch merk met middelmatig ogende horloges voor net onder de 100 euro. Dat ze succesvol zijn heeft alles te maken met die kirrende meisjes.

Cluse is een horlogemerk, opgericht door twee Nederlandse mannen in hun dertiger jaren. Zij omschrijven hun koopwaar en merk als ‘een minimalistisch horlogemerk voor dames, gericht op millennials’. En dat doen ze allesbehalve onverdienstelijk. Google vertelt me op meerdere b2b-sites dat het merk zijn omzet elk jaar minimaal weet te verdubbelen.

 
Inspiratieloos horloge
Influencers spelen een belangrijke rol in de marketingstrategie. Wereldwijd zet het bedrijf ‘fashionista’s’ in die millennials op social media aansporen om ook zo’n horloge of anders een verwisselbaar bandje te aan te schaffen. Het gros van de vrouwelijke modemeisjes op Instagram is gestrikt voor een samenwerking.  De hashtags #cluse, #clusewatch en #clusewatches zijn samen goed voor een slordige 320.000 vermeldingen. Je ontkomt simpelweg niet aan het merk. Voorzien van hashtags en kortingcodes posten de meisjes om de haverklap, maar zeker een paar keer per week, foto’s voor het horlogemerk. En dat zijn nooit foto’s waarin wordt gezegd ‘Hey, anders koop je dit horloge. Heb ‘m zelf ook en ben er blij mee’. Nee, het zijn vooral foto’s van slanke modemeisjes met ongeloofwaardig fastfood voor de neus, giechelend, een niets om het lijf-tekstje over dat zaligmakende voedsel en een vrij inspiratieloos horloge om de pols.

 
Zelfs de rommelige vaat is gestyled
Wanneer zou de verstikkende guerillamarketing zich tegen het merk keren? Dat dacht ik toen ik een week of twee geleden het volgende voorbij zag komen op Instagram. Een foto van twee volwassen vrouwen, de een moeder, de ander zwanger van de eerste. In een zorgvuldige gestylde huiselijke setting zitten ze samen aan de keukentafel met een glaasje ‘troebel appelsap’. Zelfs de rommelige vaat op de achtergrond lijkt gestyled. De ene influencer steekt haar tong uit (‘omdat het kan’) en leunt losjes op een ongeopende pizzadoos. De ander houdt - zo onnatuurlijk dat het knap is - een pizzapunt in haar hand recht omhoog. Niets dat er op duidt dat ze van plan is om de pizza op te gaan eten, maar wel moet ze heel erg om het deegwaar giechelen, inclusief een obligate hand voor de mond.

 
Zelf benoemd ‘senior influencer’ Maxim Hartman, die de krochten van Instagram lijkt te doorkammen, vond er ook wat van. De genoemde foto waar mijn eigen broek zo van afzakte, prijkte een paar dagen later ook op zijn Instagram feed, voorzien van de tekst ‘Ben dol op vrouwen maar als ik hier goed naar kijk is alles wat niet fijn en leuk is aan vrouwen in 1 foto samengebald. Bah!!’  Natuurlijk, dit is one mans opinion… Of in dit geval eigenlijk ‘two (wo)mens’, omdat ik die mening deel. ‘Keihard wegrennen als je een vrouw met horloge van Cluse ziet’, lees ik in de comments. Maar ik vraag me echt af hoe lang het nog duurt tot ook de fanbase van de modemeisjes het zat wordt om constant fotoadvertenties in je gezicht geduwd te krijgen van: pannenkoeken (‘What are your favourite toppings’), donuts  (‘pink donuts can only mean good things are coming your way’),  grappenmakende pizzabedrijven (‘Pizza parties with your BFF’) of konijnen(!) (‘Who else has always wanted a bunny?) die valselijk de aandacht afleiden van het te verkopen product. Tijd voor een nieuwe, originele strategie, als je het mij vraagt.

 
 
 
 
Friday, 06 April 2018 | Written by Lianne Kooistra

frank.publishing brengt ‘marketing’ en ‘journalistiek’ bij elkaar

frank.publishing, de uitgever van frank.news gaat journalistieke content maken voor bedrijven en merken. We zullen contentadvies, -creatie en -distributie verzorgen voor de gehele markt. We maken daarbij gebruik van de journalisten van frank.news én de marketingspecialisten van de Candid Group.

 
We zijn van nature redelijk bescheiden - vragenstellers - maar onze ambitie is dat niet. Sinds het begin van frank.news zijn we regelmatig benaderd om verhalen te maken voor bedrijven en merken, ook buiten de site om. Dat doen wij met alle liefde omdat we oprecht vinden dat bedrijven goede verhalen móéten maken. Natuurlijk is er voldoende ‘bedrijfscontent’ in de wereld, maar te vaak belanden deze verhalen op, die bijna clichématige, ‘contentberg’. Dat komt doordat ze gaan over het bedrijf zelf in plaats van over een onderwerp waarin de achterban interesse heeft. Het aardige aan journalisten is dat zij al hun hele leven verhalen maken voor die achterban.

Het wordt tijd dat de twee - gescheiden - werelden van journalistiek en marketing van elkaars kwaliteiten gebruikmaken. We hebben de ambitie om de vraag van bedrijven naar goede content en het aanbod van journalisten bij elkaar brengen. Niet door een handige app, maar door een goede contentstrategie, regie en kennis van beide werelden.

 
We volgen de grote contentgoeroes al jaren
We leerden bij frank.news wat onze lezers graag lezen, maar bleven altijd in de buurt van ons eigen ‘merk’. Onze norm is altijd een vraag: zouden we dit verhaal zelf graag lezen, zien of beluisteren? En kan je iets met de informatie? Een criterium dat ook voor ‘bedrijfscontent’ zou moeten opgaan. Sinds het begin van de site schrijven en vertellen we met alle liefde over contentmarketing en volgen de grote contentmarketinggoeroes als Joe Pulizzi, Gary Vaynerchuk en Marcus Sheridan. Van hen leerden we dat de content zelf de basis is en niet de marketingdoelstellingen.

 
Iedereen heeft recht op goede content
Bij frank.publishing verzorgen we journalistieke producties voor bedrijven op basis van onze slogan ‘iedereen heeft recht op goede content’. Denk aan whitepapers, blogs, sponsored story’s, podcasts en video’s. We nemen altijd het merk, het publiek én de concurrentie als basis en maken verhalen die mensen graag lezen, kijken of horen. Bedrijven moeten niet alleen zéggen dat ze ‘een beetje uitgever’ zijn, maar het ook wórden. Onze visie? Beginnen met een goede contentstrategie, bedenk daarna een relevant thema, zet een redactionele organisatie neer en…ga vooral aan de slag.

 
Wil je weten wat frank publishing voor jouw merk kan betekenen? Ga dan naar onze website of neem contact op

met Titus Eikelboom via This email address is being protected from spambots. You need JavaScript enabled to view it.
Thursday, 05 April 2018 | Written by Bas Hakker

‘Zonder interactie met je doelgroep ben je nergens’

Door Danny Cortenraede 

Danny Cortenraede is managing director van Wannahaves, het bureau dat via voetbalplatform 433 een miljoenenpubliek bereikt met grote merkcampagnes. We stelden hem de vraag hoe je zo’n jonge doelgroep opbouwt en vasthoudt.

 
Onlangs draaiden wij op ons Instagramkanaal @433 een campagne voor Adidas. De video heeft meer views gegenereerd dan de originele video van Adidas op @adidasfootball: 6 miljoen. Dat lukt omdat er daar 25 man wereldwijd continu bezig zijn met het plaatsen van de meest relevante voetbalcontent die de doelgroep wil zien. Geen serieuze verslaggeving, maar de leuke kleedkamerhumor. Doordat de doelgroep van Adidas gelijk is aan die van het voetbalplatform en wij de juiste media weten te creëren, is de kans groot dat dit goed wordt opgepakt. Wij zijn zeer kritisch op de inhoud die er dagelijks geplaatst wordt. Hierdoor behaal je de hoogste engagement.

  

Contact met je publiek
Elke dag wil je in contact staan met je publiek. Dit doe je door content te creëren die bij je doelgroep past, maar ook door je volgers bij je kanaal te betrekken. De doelgroep van 433 bestaat vooral uit jongeren van zo’n 13 tot 24 jaar, een groep die voor veel bedrijven lastig te bereiken is. Deze doelgroep kijkt over het algemeen geen tv meer, maar is voornamelijk online te vinden. Uit onderzoek blijkt dat zij 80 procent van hun ‘onlinetijd’ op Whatsapp, Instagram, Facebook en Snapchat zitten. Dat is waar het gebeurt en waar wij dus ook zijn. Je kunt veel volgers hebben, maar zonder interactie met je doelgroep ben je nergens.

  

Wat doen mensen op een platform
Welke content ga je voor deze doelgroep maken en welke tactieken zet je in om ervoor te zorgen dat zoveel mogelijk mensen het consumeren? Ten eerste moet je de platformen respecteren. Respecteer de psychologie van wat mensen doen op een bepaald platform. Zo weet je bijvoorbeeld dat een tiener een andere mindset heeft wanneer hij op Instagram zit te ‘liken’, dan wanneer hij op YouTube de nieuwe videoclip van Lil Kleine bekijkt. Op Instagram wil het publiek alleen content zien die hij of zij leuk vindt en volgt; relevante content en op YouTube specifiek alleen de nieuwe single van Lil’ Kleine of je wekelijkse YouTube-serie.

  

Weet wat je publiek leuk vindt
Ten tweede, respecteer je publiek. Je moet inhoud plaatsen die de doelgroep leuk vindt in plaats van content die jij leuk vindt. Ja, samen met Nike denken wij erover na hoe we meer schoenen verkopen, maar het gaat uiteindelijk om het grotere plaatje namelijk je eigen branding. Onze doelgroep zit niet te wachten op een keiharde advertentie, maar juist om leuke content, content waarmee zij zich kunnen identificeren en wat zij met hun vrienden kunnen delen. Ons creatieve team en de klant werken dus nauw samen om een campagne te realiseren die het dichtst bij ons eigen kanaal ligt en de boodschap/product van de klant. Hier zijn we heel kritisch op, alleen dan kunnen wij de engagement genereren die er van ons wordt verwacht en die wij aanbieden.

Bij een video die wij voor Nike maken, zal je de schoen echt wel voorbij zien komen, maar wij zorgen er vooral voor dat het gewoon een toffe video is om te zien. Dus geen merknamen of producten pontificaal in beeld, maar de atleet die de schoen aan heeft, de bal trapt, deze door de ruimte schiet, ondertussen een Star Wars ruimteschip tegemoet komt en vervolgens weer op een voetbalveld landt. Dit blijft veel meer hangen, dan een naam of product in beeld. Nu zal het meer gaan van ‘Wow, zag je dat?’ Sané die trapte die bal gewoon door de ruimte en zag je wat voor schoen hij aan had? Ja, die nieuwe Mercurial, toch? Echt hard man! En dit is het grote verschil. Wij spelen op deze manier een ‘spel’ samen met de klant, waardoor de kansen veel hoger liggen. Het gaat om de inhoud, wij houden altijd rekening met de context waarin die inhoud zal worden geconsumeerd, op deze manier zal onze jonge doelgroep de content niet onderbreken.

  

Thursday, 05 April 2018 | Written by Redactie Frank.News

‘Misschien begint Edwin Evers wel een online radiostation dat op Boulevard lijkt’

De grote meneer van de Nederlandse radio stopt er (even) mee. Toch maar vragen aan ‘vriend van de show’ Jan-Willem Brüggenwirth, die bijna tien jaar ‘baas’ was van Evers, hoe het station nu verder moet. En wat gaat Evers eigenlijk doen?

 
Iedereen die wel eens naar de radio luistert kent Edwin Evers dus dat behoeft geen verdere introductie. Maar afgelopen week gingen alle alarmbellen overal af, want….de ongekroonde koning van de radio stopt ermee. Niet iets wat je in een dag beslist. Volgens Edwin is er een lange tijd overheen gegaan en heeft hij er goed over nagedacht en de knoop doorgehakt.

 
Uitslapen
Ik denk dat elke Nederlander snapt dat het best lekker is om weer eens uit te slapen. Een normaal leven met je vrienden en je partner. Na 21 jaar radio is een adempauze heel erg lekker en dat Radio 538 hem liever had ‘behouden’ spreekt voor zich. Het is de best beluisterde ochtendshow van het land. En waarom is hij zo belangrijk voor 538/Talpa? Als luisteraars ’s ochtends inschakelen op de ochtendenshow betekent het vaak dat ze blijven hangen de rest van de dag.  Dus begin je met Edwin dan ga je verder met de  middagshow van Coen en Sander.
Kijk naar Giel Belen. Je kunt ‘m te gek vinden of niet. Een ding doet hij goed, meer luisteraars brengen bij Veronica. Des te knapper dat je als Sky Radio zonder een ochtendshow tóch succesvol bent.

 
Stoelendans om de nieuwe man/vrouw
De stoelendans is gestart. Het marktaandeel van Radio 538 zal in 2019 zeker dalen als er verder niks gebeurt. Maar ik kan mij niet voorstellen dat Talpa gewoon toekijkt hoe het marktaandeel wegsmelt en daarmee dus de inkomsten. Wat zijn de opties? Frank Dane is al de vaste vervanger en doet dat goed; hij is echt, heeft humor, houdt van muziek en gekkigheid.

En je betaalt nog niet de hoofdprijs, maar da’s dan mooi meegenomen. Het gaat er met name over of iemand achter de microfoon erg likeable is bij het grote publiek, weet waar hij over praat en goed is voorbereid. En dat hij ook kritisch durft te zijn als dat nodig is. Dan hebben we Gerard Ekdom, een fijne dj die door veel mensen als erg aardig wordt gezien. Dat komt natuurlijk ook door zijn format; veel muziek en een beetje kletsen. Ik denk dat je daarmee naar de toekomst geen oplossing hebt. Korte termijngewin.

 
Coen & Sander worden het niet
En hoe zit het dan met Coen en Sander? Misschien hadden ze er zelf op gehoopt, maar de eerlijkheid gebied mij te zeggen: maf en leuk vooral voor een jongere groep luisteraars. Mensen hebben in de ochtend geen zin in gebral, in kinderachtige grappen. Voor iemand van 25 jaar is dat prima, maar de gemiddelde radioluisteraar van 40 jaar zit daar niet meer op te wachten. Okay ook voor de huiswerkmakende jeugd. Dus jammer jongens, maar jullie worden het niet.

 
Laat Giel Beelen maar lekker rommelen
En dan hebben we nog Giel Beelen. Laat die maar lekker rommelen op Veronica, dat heeft een ander publiek. Polariserend en eigenlijk niet geschikt voor een Radio 538 ochtendshow. En dan hebben we de mogelijkheden wel gehad. Dus als je het aan mij vraagt is Frank de gedoodverfde opvolger en dat heeft hij verdiend. Hij heeft niet voor niets de afgelopen twee jaar als de vervanger van Edwin opgetreden.

 
Klein tipje voor 3FM
Dan nog een klein tipje voor 3FM waar niemand zit die naar 538 zou kunnen overstappen. Maar er zitten ook steeds minder luisteraars. Hoe zou dat toch komen?  De weg kwijt in de keuze tussen het maken van traditionele of echte innovatieve radio. Ik zou gaan voor het laatste en die dure zender waar FM nog op te horen is doorschuiven naar NPO Radio 5. En 3FM kan dan eindelijk doen wat het al lang had moeten doen; muziek, entertainment en veel aandacht voor alles wat er op social in Nederland en daarbuiten gebeurt met muziek. Veel content door luisteraars zelf gegenereerd, veel live En zo kan ik nog wel even doorgaan.

 
Wat gaat Edwin Evers eigenlijk doen?
Toch nog even terug naar Radio 538. Ik heb aangegeven wat er kan gaan gebeuren de komende tijd. Maar waar is - in die hele discussie - onze hoofdpersoon gebleven? Hij gaf duidelijk aan niet met radio te willen stoppen. Dus het lijkt een sabbatical te worden. Maar wat gaat er over een jaar gebeuren? Toch weer op de radio, maar dan een christelijker tijdstip, een middag- of een lunchshow? Het kan van alles zijn. Wat ook kan is dat Edwin een online station gaat beginnen. Bereik is er meer dan genoeg, geen ingewikkelde FM-technieken en dat kan natuurlijk ook met beeld erbij. Een soort Boulevard misschien.

Dus we zijn er nog niet. We hebben nog niet alles gehoord………....

 
Jan-Willem Brüggenwirth was van 2004 tot 2013 directeur van de 538Groep.  Daarna was hij Director ILP World Wide bij Brand Loyalty. Inmiddels is hij werkzaam bij direct-marketingbureau ‘de creatieve directie’. Oorspronkelijk komt Brüggenwirth trouwens uit de reclamewereld.
Thursday, 29 March 2018 | Written by Redactie Frank.News

Zou purpose marketing iets zijn voor de PvdA?

Wie de campagnes van de gemeenteraadsverkiezingen een beetje gevolgd heeft, weet dat politieke partijen op het gebied van marketing en communicatie nog een wereld te winnen hebben. Wat moet een partij als de PvdA, die steeds dieper in het moeras wegzakt, doen? Purpose marketing zou het tij wel eens kunnen keren.

 
De PvdA was bij de afgelopen verkiezingen wederom de grote verliezer. In 2014 leden de sociaaldemocraten al zwaar verlies en zakte het aantal raadszetels in gemeenten naar 9,9 procent. In maart 2018 zakte dit percentage verder naar 7,4 procent.

 

NPO Radio 3FM 

De PvdA heeft eigenlijk hetzelfde probleem als radiozender NPO 3FM. Beide zijn hun publiek kwijt, zoeken vergeefs naar hun identiteit, naar hun reden van bestaan en hebben geen charismatische kopstukken meer die de kar kunnen trekken.

Partijleider Lodewijk Asscher is een aimabele en intelligente man, maar ook een beetje een zachtgekookt ei met een fluisterstem en de uitstraling van een ambtenaar. In een tijd dat vorm belangrijker lijkt dat inhoud, is dat dodelijk voor een partij.

 

Vervreemding van de achterban  

Zelf kom ik uit een sociaal nest, waar Joop den Uyl eind jaren’70 werd gezien als de grote roerganger. Mijn moeder - een vriendin van toenmalig PvdA-kopstuk Hedy d’Ancona - trok me als student journalistiek mee naar allerlei congressen en partijbijenkomsten, waar  activistische PvdA-vrouwen vertelden hoe ze Nederland, Europa en de wereld gingen verbeteren, maar dan in omgekeerde volgorde.

Toch heb ik in heel mijn leven hooguit twee keer op de PvdA gestemd. Hoe dat komt? Omdat de partij meestal A zegt en B doet. In de jaren ’50, ’60 en ’70 dacht de kiezer nog dat de partij opkwam voor ‘de gewone Nederlander’. Dat beeld kon daarna alleen nog door vakbondsman Wim Kok in leven worden gehouden. Daarna waren het vooral salonsocialisten en bureaucraten die de partij leidden, staatsbedrijven hielpen privatiseren - met alle negatieve gevolgen van dien - en die op een paar uitzonderingen na steevast de verkiezingen verloren. Het is me nog steeds een raadsel hoe een Greenpeace-actievoerder als Diederik Samson bereid was alle PvdA-beginselen te verkwanselen om met de VVD te regeren en zijn partij op die manier in de afgrond te storten. Pure vervreemding van de achterban dus.

 

Zoek een purpose 

Wil de partij ooit weer de weg omhoog vinden, dan moet ze bij het begin beginnen. Dat heeft de PvdA eerder in de geschiedenis geprobeerd, maar dat gebeurde op een politieke manier. Met vergaderingen in zaaltjes. Met boze partijmannetjes die nieuw leiderschap eisten. Daarmee red je het niet. Daarom zou purpose marketing iets voor de partij kunnen zijn. Een revolutie binnen de eigen achterban of binnen het zwaar geslonken ledenaantal heeft weinig zin. Als een volkspartij zou je moeten mikken op het hele volk. De eerste stap hiervoor is het zoeken naar je reden van bestaan, je why. Oftewel in marketingtermen: je purpose.

 

Vertaalslag 

Zo zou de partij het hele rijtje voorwaarden kunnen aflopen dat Robert-Jan d’Hond van WPP-onderzoeksbureau Kantar Consulting oplepelde tijdens het Purpose Marketing seminar van de Adfo Groep in Utrecht. Vraag je bij alles wat je doet af of het de maatschappij of de wereld een stukje beter maakt. Welke positieve impact het heeft op mensen en de wereld waarin ze leven. Welke maatregelen hebben zin? Welke boodschap klinkt oprecht? Wat maakt de partij uniek in het politieke landschap? Is een ingezette weg coherent of slaan we om als we weer willen regeren? Zijn onze verkiezingsbeloftes houdbaar of beloven we slechts luchtkastelen? En krijgt het partijkader het voor elkaar om iedereen in het land mee te laten doen? Dat mag geen marketingtrucje zijn, maar een beweging die tot in elke vezel van elke PvdA-politicus zichtbaar en voelbaar moet zijn. Eigenlijk zou de partij politiek moeten bedrijven zoals DSM zaken doet. En zijn purpose moeten zoeken zoals Heineken dat doet. Maar neem geen voorbeeld aan ING, want het belangrijkste principe bij purpose marketing is dat je A zegt en ook A doet. Dat hadden ze bij de bank nog niet zo goed begrepen.

Thursday, 29 March 2018 | Written by André Oerlemans

De beste contentmarketingtip ooit: volg Gary Vaynerchuk

Je kunt 200 boeken lezen over contentmarketing, maar het beste wat je kunt doen is: volg de content van Gary Vaynerchuk. De man weet veel, komt lekker uit zijn woorden en is vooral heel erg praktisch.

 
Vorige week werd bekend dat Gary Vaynerchuk toetreedt tot de adviesraad van Juramy, het moederbedrijf van Wannahaves, BALR en 433, waar we eerder over schreven. Dat lijkt een klein berichtje, maar ongetwijfeld denken de mannen na over intensieve samenwerking in de toekomst. Vaynerchuk en Wannahaves, BALR en 433 zijn namelijk alledrie koningen van het inzetten van contentmarketingprincipes voor het opbouwen van miljoenenbedrijven.

Vaynerchuk komt dus een kleine beetje naar Nederland (en andersom), en hoe die samenwerking verder verloopt zullen we zien. Met zijn ‘komst’ is het misschien goed om eens te vertellen waarom iedere ‘marketeer’ Vaynerchuk wat intensiever zou moeten volgen. Ikzelf heb er inmiddels een uurtje of 200 Gary-content opzitten dus ik neem jullie even mee in mijn ‘learnings’ van dé contentmaster der contentmasters.

 
1. Alles gaat om content
Alles wat Vaynerchuk doet draait om content koppelen aan ondernemerschap. Hij begon in de drankwinkel van zijn vader. Daar verkocht hij wijn aan een groot publiek doordat hij vanaf 2006 filmpjes op YouTube plaatste over wijn. Hij besprak de wijn, deed dat op een grappige manier, en naarmate dat publiek groter werd, vlogen de flessen wijn uit de winkel. Hij werd een icoon in zijn vakgebied en als Gary iets adviseerde - via video, maar ook via zijn nieuwsbrieven - dan bestelden de liefhebbers dat gretig.

Vandaag de dag maakt Gary Vaynerchuk nog steeds een ongelooflijke stroom content. In The Ask GaryVee show beantwoordt hij vragen, in DailyVee volgen we Vaynerchuk een hele dag en in de podcast worden alle speeches en interviews geplaatst die hij gaf. Het mechanisme? Iedereen moet denken: hé, die Gary heeft er verstand van dus laten we hem eens bekijken. En als je veel bekeken heb van zijn ‘stuff’ en je hebt wat te besteden, moet je denken: ik vraag hem voor een lezing of word klant van VaynerMedia.

 
https://www.youtube.com/watch?v=r0aJuRTRgrw

 
2. GaryVee is praktisch
Gary is geen professor met ingewikkelde theorietjes over media. Hij haalt al zijn kennis uit de praktijk. Dus als hij vertelt over hoe je miljoenen followers krijgt op Instagram dan kan hij uit eigen ervaring putten. Of als hij uiteenzet hoe je moet beginnen met content voor nul mensen dan vertelt hij over zijn eerste YouTube-films. Zijn motto is: gewoon beginnen. Niet teveel plannen schrijven of allerlei excuses, maar snel beginnen met je content. Daarvan leren, kritisch zijn en weer verder gaan.
 
3. Gary is heel uitgesproken
Het is natuurlijk een ideale eigenschap voor een mediamaker om een helder, scherpe mening te hebben. Een van zijn vele wetmatigheden is bijvoorbeeld dat je niet in alle media goed kan zijn. Video, audio en tekst gaan een beslissende rol spelen de komende jaren, maar volgens Vaynerchuk moet je keuzes maken. Hijzelf schreef zijn bestsellers met ghostwriters bijvoorbeeld en hij focust op audio en video. De laatste tijd praat hij veel over ondernemerschap en dat iedereen maar denkt hij de perfecte ondernemer is terwijl dat niet het geval is. ,,Ik heb van mijn 20-ste tot dertigste keihard gewerkt, ook op de zaterdagen. Dus ik vraag altijd aan mensen met grote ambities: zijn jullie ook bereid om hele zaterdagen te werken?’’

 
4. Vayenerchuck is eerlijk en openhartig
Een belangrijk verschil tussen de personal brands van vroeger - Michael Jackson, Madonna, Michael Jordan - en die van nu is dat het helpt als je eerlijk bent over je eigen situatie. Vaynerchuk weet dat openhartigheid werkt in de media en vertelt altijd over zijn bescheiden achtergrond als zoon van een immigrant die vanuit Wit-Rusland naar de VS trok. Het mooiste is als hij vertelt over zijn moeder die hem, ondanks dat hij altijd lage cijfers haalde, altijd de hemel in prees. Ze heeft hem daardoor enorm veel zelfvertrouwen gegeven en dat is heel belangrijk als je vanuit het niets iets moet maken zoals ondernemers doen.

 
5. Gary Vaynerchuk is 42 jaar
Dat klinkt een beetje flauw, maar het is wel heel belangrijk. In tegenstelling tot veel hele jonge zakelijke ‘goeroes’ kan hij iets vertellen over de tijd waarin massamarketing en massamedia een grote rol speelden en hoe dat ‘spel’ veranderd is de afgelopen jaren door de komst van social media. Hij kan uitleggen hoe je als kleine ondernemer vroeger kansloos was omdat de kosten voor het bereik van grote groepen mensen veel te hoog waren en hoe anders dat nu is. Zijn motto: Facebook en Instagram zijn CBS en CNN ineen, maar dan veel goedkoper. Dat principe van long-tail waarbij kleine ondernemers toegang hebben tot een groot publiek maakt zijn verhaal ook heel optimistisch, het is hoopgevend. Vaynerchuk slaat trouwens niet door in Amerikaanse hosannateksten; hij is ook wel realistisch. Niet iedereen zou het moeten nastreven om de grootste ondernemer op aarde te worden, simpelweg omdat niet iedereen daar de aanleg voor heeft..

 
Conclusie
Ik luister veel naar Vaynerchuk omdat ik vrolijk word van zijn oerverhaal wat neerkomt op het volgende: we leven in een geweldig tijd waarin je als ondernemer veel kansen krijgt; bestudeer goed hoe social media werken, ga er vervolgens mee aan de slag, werk keihard en je maakt een goede kans om het te maken. En treur niet als het een keertje niet lukt, het gaat uiteindelijk helemaal niet om bergen geld verdienen, maar om geluk! Dat laatste hoor je ook terug als hij over zijn kinderen praat; hij wil absoluut niet dat ze op hem gaan lijken, maar dat ze zelf goede keuzes maken. Gary Vaynerchuk, het is een mooie vent waar je veel van kan leren.
Tuesday, 27 March 2018 | Written by Bas Hakker

Paul Moers: Kans van slagen NORMAL lijkt zeer groot

Door Paul Moers

De Nederlandse retail heeft de afgelopen jaren een complete kaalslag beleefd. Er gingen veel ketens failliet. Denk hierbij maar aan V&D, Free Record Shop en Kijkshop. Gelukkig komen er echter ook veel nieuwe ketens bij die een bijzondere toegevoegde waarde leveren. Een mooi voorbeeld is het Deense NORMAL dat de eerste winkel in het vernieuwde Hoog Catharijne opent.

 
Een nieuw concept
NORMAL is een winkelconcept dat pas sinds 2013 bestaat. Het opende de eerste winkels in Denemarken en inmiddels zijn er ook al vestigingen in Zweden en Noorwegen. Nu komt daar dus Nederland bij. Het plan is om hier ruim 100 vestigingen te gaan openen. Dat betekent onrust in het bestaande retaillandschap, het concept van deze keten is in ieder geval zeer interessant te noemen. NORMAL biedt A-merk artikelen aan tegen een uiterst scherpe prijs. De focus ligt op drogisterij artikelen (65 procent assortiment), schoonmaakproducten, dierbenodigdheden en huishouden. Prijzen liggen gemiddeld 30 tot 50 procent onder die van de concurrenten. Het kenmerk van de winkels is dat ze werken met een frisse inrichting en normale schappen. Dat is in zekere zin een paradox te noemen: kwaliteit tegen een lage prijs. Het lijkt dan ook logisch dat klanten snel de weg naar deze nieuwe formule weten te vinden. Naast de bekende A-merken worden er ook Deense A-merken geïntroduceerd. Zo wordt wat nieuws toegevoegd aan het concept. In Scandinavië is de keten uiterst populair, vaak ook bij de jongere bezoeker die met een beperkt budget toch een tas vol A-merken kunnen kopen.

 
Slimme start
De start die het merk maakt is uiterst slim. Ze openen de eerste vestiging in Hoog Catharijne. Hoog Catharijne is het best bezochte winkelcentrum van Nederland met maar liefst 26 miljoen bezoekers per jaar. Momenteel wordt het winkelcentrum drastisch vernieuwd met een investering van ruim 600 miljoen euro. Als het helemaal klaar is behoort dit winkelcentrum tot de top 5 van Europese winkelcentra gemeten naar bezoekersaantallen. Nu de eerste verbouwingen klaar zijn nemen de bezoekersaantallen met nog eens 6 procent toe. Het is daarom ontzettend slim om juist hier een eerste winkel te openen, dat bespaart een kostbare marketingcampagne. 26 miljoen bezoekers gaan nu immers kennismaken met dit nieuwe concept. Daardoor zal de bekendheid van dit merk razendsnel gaan toenemen. Dat is een uitstekende en originele manier om een sterke positie op te gaan bouwen.

Net als Action vermijdt NORMAL de e-commerce. Dat heeft waarschijnlijk te maken met het feit dat de marges zo laag zijn dat gratis bezorging niet uit kan. Overigens is het niet zo dat de eigenaar niets van e- commerce afweet. Integendeel, Torben Mouritsen is ook de man achter de Deense webshop wupti.com die vooral elektronica verkoopt. Die kennis en ervaring zouden in de toekomst nog wel eens van pas kunnen komen.

 
Wie gaan dit merken?
Het Nederlandse retaillandschap blijft veranderen. Dat komt mede door de toeloop van buitenlandse ketens. Denk maar aan Flying Tiger, TK Maxx, Hudson’s Bay, Ace & Tate, etc. Opmerkelijk is dat met name de goedkope formules buitengewoon succesvol zijn in Nederland. Dat heeft zeer zeker te maken met onze zuinige aard en instelling: Nederlanders omarmen heel snel winkels die speciale lage prijzen voor hun producten hebben. Op kwaliteit werd tot nu toe wat minder gelet. Nu de economie echter op volle toeren draait zie je dat er ook weer ruimte komt voor extra uitgaven en dat is waarschijnlijk ook de verklaring dat bijvoorbeeld H&M het nu moeilijk heeft. De scherpe prijzen van NORMAL zullen een breed publiek gaan trekken en vooral supermarkten zullen hier last van gaan krijgen. Consumenten ontdekken steeds meer dat drogisterijproducten bij tal van formules tegen spotprijzen worden aangeboden.

 
Imago van A-merken
Dat werkt ook frustrerend, zeker als je net veel geld hebt betaald voor hetzelfde product bij de supermarkt. De consument kan op deze manier steeds terughoudender worden om boodschappen bij supermarkten te doen. A-merken zijn langzaam maar zeker bezig hun eigen imago om zeep te helpen op deze manier. Het getuigt van enorm opportunisme dat A-merken in hun zucht naar volume aan deze discount meewerken. Dat gaat ongetwijfeld ook tot botsingen met supermarktinkopers leiden.

 
Drogisterijketens
Naast supermarkten zullen ook de drogisterijen geraakt kunnen worden. Als de doelstelling van 100 winkels inderdaad gehaald gaat worden, betekent dat toch dat er ergens omzet gaat verdwijnen. De koek moet dan met meerdere partijen verdeeld worden. Zelfs de goedkope Kruidvat moet NORMAL in de gaten gaan houden. Het winkelen lijkt een meer gestructureerde ervaring dan Kruidvat te bieden heeft. Er is dus een antwoord nodig. Verder kan ook Action kan hier hinder van ondervinden, om de simpele reden dat de NORMAL-winkels een veel prettigere ‘shopbeleving’ met zich meebrengen.

 
Niet zenuwachtig
Nu zal de directie van Action niet direct zenuwachtig worden. Met bijna 400 winkels is hun positie in Nederland uiterst stevig gevestigd. Bovendien heeft de eigenaar van Action een enorme drive om uit te breiden, zeker ook omdat ze over ruim voldoende financiële middelen beschikken. De expansie van Action zal dan ook agressiever plaatsvinden dan bij NORMAL. Toch moeten we ook dit bedrijf niet onderschatten. Action is immers ooit ook voorzichtig begonnen. Ook bij de eigenaren van deze winkel zit veel geld en bij gebleken succes kan het wel eens heel aantrekkelijk worden om het concept in versneld tempo elders in Europa te gaan presenteren. Kwaliteit voor weinig geld in een prettige omgeving zal immers veel mensen aanspreken.

 
Dierenspeciaalzaken
Tot slot zullen ook dierspeciaalzaken rekening moeten houden met NORMAL. Er komt immers weer een nieuwe speler op de markt die een deel van de omzet gaat wegsnoepen. We geven graag geld uit voor onze dieren, maar als het goedkoper kan zal de Nederlandse consument het niet nalaten daarvan te profiteren. Dat betekent dat de dierspeciaalzaken harder zullen moeten lopen om de klant te behouden. Dat kan met optimale dienstbaarheid en kennis

 
Kans van slagen is groot
Conclusie is dat dit nieuwe merk invloed gaat hebben in de Nederlandse markt en dat de kans van slagen zeer groot lijkt. Nederlanders zijn snel bereid nieuwe concepten te omarmen. Met de start in Hoog Catharijne laten ze zien dat ze op een onconventionele manier aandacht gaan zoeken en dat ze meteen hun visitekaartje aan veel passanten gaan afgeven. Heerlijk dat de Nederlandse retail nooit saai dreigt te worden.

Paul Moers is merken en retail deskundige en directeur van Paul Moers Strategic Marketing Services  www.paulmoers.nl .  Zijn laatste boek is De wet van de Paracetamol – een praktische handleiding hoe bedrijven moeten innoveren.
Tuesday, 27 March 2018 | Written by Redactie Frank.News

Hoe Leen Bakker wil profiteren van de ‘shoppende single trend’ 

Door Sjaak Vane

Filosoof Sjaak Vane beschouwt bekende fenomenen in de marketingwereld vanuit zijn eigen perspectief. Vandaag zijn visie op Leen Bakker en monogamie.

 
,,Ik ben ook zo toe aan een relatiebreuk,’’ verzucht de vriendin van Anouk aan het einde van de nieuwe Leen Bakker commercial. De woonwinkel loopt hiermee kans de woede van de ChristenUnie over zich heen te krijgen. Deze partij ijvert al jaren voor het verplicht stellen van relatietherapie voor huwelijken die op de klippen dreigen te lopen.

Daar heeft Leen Bakker anno 2018 geen boodschap aan. Een nieuwe lente een nieuwe relatie, is het motto. Scheiden betekent nieuwe spullen kopen en dat doe je tijdens de 100 Dagen Aanbiedingen Gekte bij Leen Bakker.

https://www.youtube.com/watch?v=vXOrTYdDqPE

 
Soapster
In GTST speelt Anouk Maas de onhandige Zoë: een typetje dat telkens klem komt te zitten in belangenconflicten. In de nieuwe Leen Bakker commercial krijgen we een inkijkje in het leven van Anouk. Blijkbaar speelt de actrice geen rol, maar is Anouk ditmaal ‘zichzelf’ (mogen we aannemen). Deze ‘authentieke’ Anouk is het tegendeel van Zoë. Ze is ad rem en weet precies wat ze wil. ,,Het is uit met Tim,’’ vertrouwt ze de kijker toe. Handig laat ze hem het oude bankstel overnemen en koopt ze zelf een nieuw model uit de Leen Bakker folder. We zien haar de verhuisploeg aansturen en aan het eind van de dag zit ze met haar vriendin op de bank in een complete make-over van haar interieur. 
 
Flexliefde
In de campagne van 2017 filmde Leen Bakker nog stellen met een uiteenlopende woonsmaak. Ze konden het niet eens worden over de inrichting van het interieur. Leen profileerde zich daarbij als een mediator. Aan de hand van Bakkers woongids kwamen de stellen tot verrassende compromissen. In 2018 is er van polderen geen sprake. Anouk manipuleert haar ex-vriendje en kiest compromisloos voor zichzelf.  Wat je er ook van vindt: daarmee hebben ze wel een relatietrend te pakken. Naast job-hoppen gaan we nu ook relatiehoppen, constateert Nederlands bekendste demograaf Jan Latten reeds in 2007. Met de komst van het internetdaten heeft de flexliefde zijn intrede gedaan.

 
Consumentenstrategie
In het boek Modern Romance beschrijft de Amerikaanse komiek Aziz Ansari (laatst nog in opspraak vanwege een vrouwonvriendelijke seksdate) hoe zijn vader zijn moeder had gekozen. Dat ging zo: er waren drie meisjes in de straat. De ene was te lang en de andere was te kort. Het meisje met de juiste lengte werd de partner voor een levenslang huwelijk. Onvoorstelbaar, schrijft Aziz. De huidige single betreedt immers een digitale markt met een oneindig aanbod. Dat maakt kiezen verschrikkelijk lastig.

De opvattingen over de liefde zijn dan ook in korte tijd drastisch veranderd. Een levenslang huwelijk klinkt anno 2018 als een stoffig bankstel dat je maar beter de deur uit kunt doen als de lente aanbreekt. Sorry voor de ChristenUnie, maar er is een generatie ontstaan die er niet voor kiest om samen oud te worden op de bank. De ander is een prettige aanvulling geworden op het plezierige single bestaan. Leuk, maar niet langer noodzakelijk.

 
Polyamorie
De jonge filosoof Simone van Saarloos geeft in haar pamflet ‘Het monogame drama’ af op de beperkingen van de traditionele relatie. Zij pleit voor polyamorie: een netwerk van liefdesrelaties. Joost voor een goed gesprek, Annemiek om mee te winkelen en Daan voor stevige seks. Zoiets stel ik me erbij voor. De liefde is geen verplichte kost, maar een lopend buffet met vele smaken. De flexliefde is immers geen levensopdracht. Een relatie betekent niet langer compromissen sluiten. Dat was Leen Bakker 2017.

De nieuwe single kiest vooral voor zichzelf. De partner is een tijdelijke reisgenoot waarvan je probleemloos afscheid neemt. Liefdevol scheiden is de trend. Nee joh, doe vooral je eigen ding. Als het niet klikt gaan we prettig uit elkaar. Als we Anouk mogen geloven laten we het oude bankstel bij Tim. We richten ons eigen leventje de komende 100 dagen prettig in met Leen Bakker. Onthecht fladderen we verder en plukken we de narcissen in maart en de tulpen in april.

 
Leen is honderd
Dit jaar is het een eeuw geleden dat Bakker zijn eerste filiaal opende. Ik denk niet dat ze het uitgebreid gaan vieren. Leen wil niet traditioneel zijn, maar trendy. In 2016 ging de Leen Bakker commercial nog aardig de mist in. Met Leens Loft suggereerden ze een realityprogramma met argeloze bezoekers. Iets wat niemand geloofde. Het jaar daarna kwamen de (eerdergenoemde) brave video’s met harmonische stellen die hun voorkeuren probleemloos afstemden op elkaar. Dit jaar een slinkse single die slim voordeel scoort uit de scheiding met haar vriendje (van kinderen geen enkel spoor).

Er is wel wat af te dingen op de commercial. Zo is het niet geloofwaardig dat dit de echte Anouk Maas is. En of dit opgewekte typetje werkt voor de doorgewinterde GTST-kijker (hé, is dat niet onze Zoë?) vraag ik me af.

 
Leen is Leen 
Ondanks mijn persoonlijke mening over de flexliefde (je wordt er niet gelukkig van) vind ik wel dat de voorheen stoffige meubelwinkel slim aanhaakt bij een hedendaagse levensstijl. Ze doet dat met een knipoog en dat maakt het verteerbaar.

Ik heb twee meer-dan-Zeeuwse neven die Leen heten en verre van hip zijn. Maar misschien wordt Leen binnenkort in de Randstad alsnog een trendy jongensnaam. Net als Gijs en Teun (en de jaren ‘50 monturen) die hun oubollige imago hebben afgeschud.

 
Leen is lean
Als honderdjarige je naam verbinden aan de flextrend kan in je voordeel werken. Wat kunnen we nog meer verwachten? Een schoonmaker die wordt ontslagen? Geen sociaal drama, maar een opgewekte gast die als ZZP’er voor zichzelf gaat beginnen - met de sponsjes  van Blokker. Of een pendelkind dat blij is met de nieuwe vriendin van pappa? Gaan we nu weer verhuizen? Geen probleem, schat. Met de Leen-start-up app richt je weer snel je nieuwe kamer in.

Sjaak Vane (1961) is relatietherapeut, spreker, Stand up Story Teller en cultuurfilosoof. Hij schrijft over werk en relaties op zijn weblog: De Filosofische Bijsluiter. In 2018 verschijnt van hem Hou je van een mens of een merk? over intimiteit in de presentatiemaatschappij.  www.sjaakvane.nl
Monday, 26 March 2018 | Written by Redactie Frank.News

De Kuip, een marketingparel op zich

Toen onze hoofdredacteur mij vroeg een verhaal te schrijven over welke marketingmiddelen je moet inzetten om de nieuwe Kuip er doorheen te krijgen, moest ik toch even slikken. Ik ben een groot liefhebber van de club, maar de hele discussie over al dan niet een nieuw stadion voelt voor mij al tijden als een zwarte pieten-discussie die zo veel irritatie oproept, dat ik eigenlijk helemaal geen zin meer heb om me écht in de materie te verdiepen. Maar vanuit marketingperspectief had ik het nooit eerder bekeken. En dat leverde voor mij al snel een heel duidelijk antwoord op.

 
Feyenoord City
Over de noodzaak van een nieuwe Kuip wordt al jaren gesteggeld. Rotterdammers, supporters en ‘wijze mannen’: ze lijken het maar niet eens te kunnen worden. In december 2006 kwam de ‘commissie Kerkum’, de wijze mannen dus, tot de conclusie dat Feyenoord een nieuw stadion nodig zou hebben om zich te kunnen handhaven in de top van het Nederlandse voetbal. Elf jaar en een hoop gedoe later ligt er een plan voor Feyenoord City: een gebied in Rotterdam-Zuid waar onder andere een promenade moet komen met winkels, restaurants en attracties. Er komt een boulevard, de oude Kuip krijgt een nieuwe bestemming en langs de Maas moet een nieuwe voetbaltempel verrijzen: een nieuw stadion voor Feyenoord.

 
Geen kattenpis
Dat is geen kattenpis, dat wijzen de cijfertjes wel uit. Het totale project gaat ongeveer 1 miljard kosten. Het nieuwe stadion ongeveer 365 miljoen. En dan hoor je heel Rotterdam en omstreken denken ‘Hoe dan??!’ Een stukje eigen vermogen van de club en een leninkje hier en daar. Dan komen we er wel. Dat zeggen de voorstanders van Feyenoord City.

 
Poppenkast bij Ajax
Maar tegenstanders zijn er ook. Meer dan genoeg zelfs. Zo verenigde een groep supporters zich samen met architecten, ondernemers en bouwkundigen in de stichting Red De Kuip. Zij pleiten voor behoud van De Kuip, maar met een flinke renovatie waardoor de bestaande heilige grond behouden kan blijven, voor heel veel minder geld. Kritische vragen als ‘Kan Feyenoord in financiële problemen komen door de enorme geldbedragen?’ en ‘Hoe kan een nieuw stadion bijdragen aan de prestaties van een team?’ zijn niet van de lucht. En die prestaties worden met een nieuw stadion nóg belangrijker. Om de kosten van het nieuwe stulpje te kunnen ophoesten, móet er Europees gevoetbald worden met een bomvol stadion. Er is één sentiment dat overheerst en dat is de angst dat de club nog meer dan tevoren eigendom gaat worden van bankiers en zakenlui. Een poppenkast als, de onlangs bij Ajax geïntroduceerde, Tunnel Club lijkt niet ver weg meer. Een stunt die gebracht wordt als exclusieve kans voor supporters om dicht bij de spelers te komen, maar die in praktijk natuurlijk enkel is weggelegd voor de rijken der aarde.

 
De Kuip is emotie
En dan die vraag: welke marketingmiddelen heb je nodig om de nieuwe Kuip er doorheen te krijgen? Weinig denk ik. Je hebt een goed financieel verhaal nodig richting je investeerders. Dan volgt die ‘Kuip’ vanzelf. Volgens mij draait het om een andere vraag: welke marketingmiddelen moet je inzetten om je supporters richting een nieuw stadion te krijgen? En die vraag is nog niet zo makkelijk te beantwoorden. De Kuip is namelijk niet zomaar een stadion. De Kuip is emotie. Een belangrijk stuk historie en trots van Feyenoord. En de sfeer in De Kuip is bekend tot ver buiten de stadsgrenzen. Dat creëer je niet zomaar in een nieuw stadion. Kom maar eens met een marketingmiddel dat dit sentiment weet te activeren bij de trouwe Feyenoord-aanhang. Dan moet je van goede huize komen. Tuurlijk, het Legioen is trouw. Ook in een nieuw stadion dat van financierders aan elkaar hangt, zullen zij hun club blijven steunen. Maar dat zelfde sentiment, dat realiseer je niet met een knap stukje marketing.

 
Marketingparel op zich
In mijn optiek is er marketingtechnisch maar één manier waarop je voordeel kan halen uit deze hele situatie: kies voor de oude vertrouwde Kuip! De Kuip is een marketingparel op zich. Niets verkoopt zo goed als dit oeroude sentiment vol clubliefde en historie. Zoals Hennes de Ridder, emeritus hoogleraar Integraal Ontwerpen aan de TU Delft het verwoordde: ,,Zonder club is De Kuip niets en zonder De Kuip is de club niets”.
Friday, 23 March 2018 | Written by Heleen Scheurwater

Hoe word ik veelgevraagd expert op tv?

Ik kijk graag naar De Wereld Draait Door om eens even lekker een potje ergens iets van te vinden. Zoals van de slaapverwekkende monologen van Mart Smeets, de manische tirades van Prem Radhakishun en de manier waarop Matthijs van Nieuwkerk ‘country’ zegt. (Namelijk: ‘cuntry’). Stel nou dat ik met mijn oneindig fascinerende mening over dit soort zaken als expert zou willen aanschuiven bij een dergelijke talkshow, wat moet ik dan in huis hebben?

 
1. Een mening
Het liefst een heleboel. Graag eenduidig en onomwonden. Je wordt immers niet bij Eva Jinek aan tafel uitgenodigd omdat je zo’n genuanceerd tiepje bent. Schoolvoorbeeld van iemand met vele eenduidige, onomwonden meningen is natuurlijk ‘man van de meningen’ Peter R. de Vries. De beroemde speurneus vindt zowel iets van de plasseksvideo-rel van Patricia Paay en voetbal, als van de zwartepietendiscussie en het Holleeder-proces.

 
2. Originaliteit
Jeroen Pauw is niet in je geïnteresseerd als je een mening hebt die iedereen aan zijn tafel ook heeft. Neem Telegraaf-journalist Wierd Duk, die door De Volkskrant wordt omschreven als de ‘putjesschepper van het populisme’ en naar eigen zeggen in het bezit is van een eigen trollenleger. Hij is een vreemde eend in de bijt - sorry, flauw - aan menig VARA-talkshowtafel, met zijn uitgesproken rechtse visie op thema’s als islam en vluchtelingenproblematiek.

 
3. Welsprekendheid
Kun je nog zo’n eenduidige, onomwonden, originele mening hebben, er blijft er aan de tafel van Matthijs van Nieuwkerk natuurlijk niets van je over als je niet uit je woorden komt. Voorbeeldje? Dolf Jansen, kom er maar in. Deze komiek en principerakker praat zoals hij hardloopt: snel en gespeend van inkakmomenten. Zelfs als hij eindeloos wordt getergd door Van Nieuwkerk, weet hij zichzelf verbaal uitstekend staande te houden.

 
4. Lef
Je moet het maar durven: op tv je boude, afwijkende mening verkondigen terwijl er thuis duizenden mensen als ik heel hard dingen van je zitten te vinden, en van wie menigeen het ook nog eens op Twitter knalt, voorzien van ongevraagd commentaar op je kapsel en je BMI. Neem Angela de Jong, al jaren tv-recensent bij AD, maar relatieve nieuwkomer aan het deskundologenfirmament sinds haar overwinning in het vorige seizoen van De Slimste Mens. Je kunt er natuurlijk een mening over hebben of haar meningen net zo slim zijn, maar één ding is zeker: deze vrouw heeft lef.

 
5. Authenticiteit
Wie niet zichzelf is, valt op tv door de mand. En wie dat wél is, wordt op handen gedragen. Neem nou voormalig realityster Britt Dekker, door wie we na jaren radiostilte laatst plotseling werden verrast met een geweldig optreden in De Wereld Draait Door. Ze zat daar vanwege haar mening over de kwestie Samantha de Jong. Kijkers waren zo enthousiast over zoveel verfrissende echtheid, dat ze niet veel later door Jinek werd uitgenodigd om te vertellen wat ze vond van de hongerige dieren in natuurgebied Oostvaardersplassen.

 
6. Een prostaat
En ja, het liefst ook een witte huidskleur. De talkshow is namelijk nog altijd een zaak van witte mannen, berichtte Trouw eind 2017 na uitgebreid turfwerk. Vier weken lang bestudeerde de redactie het palet aan gasten in Pauw, De Wereld Draait Door, RTL Late Night en Jinek. Pauw ‘blonk uit’ in het kaaskoppengehalte; maar liefst 95 procent van de gasten was wit. En DWDD scoorde als mannenbastion; slecht een derde van de gasten aan de tafel van Matthijs was vrouw.

 
Ik blijf voorlopig nog even op de bank zitten met m’n mening, want ik vrees dat ik maar matig scoor op de punten 2, 3, 4, 5 en een belangrijk deel van punt 6.

 
Foto credits: Wessel de Groot
Thursday, 22 March 2018 | Written by Grieteke Meerman

Ga altijd op zoek naar het Coolblue-verhaal van jouw niche

IEDEREEN HEEFT RECHT OP GOEDE CONTENT, DEEL 6

Jullie willen meer verhalen over contentmarketing? Dan krijgen jullie….Deze keer gaat het over een meetlat waaraan je verhalen moeten voldoen. Ofwel: waar maak ik wel verhalen over en waar niet?

 
Als contentmaker is het belangrijk om na te denken over wat je wél en wat je niet publiceert. Het is daarbij verstandig om wat criteria te formuleren waaraan je verhalen moeten voldoen. Wijzelf hebben die regels - we noemen het de Frank-meetlat - trouwens pas geformuleerd toen we al een tijdje bezig waren (verwar ‘gewoon beginnen’ niet met ‘gewoon maar iets doen’). We deden dat op basis van de views en het aantal reacties.

 
Top Drie
Tijdens de driewekelijkse redactievergadering maakten we een soort Top 4 van de best gelezen verhalen en één van de agendapunten was altijd: waarom werkt het ene verhaal wél en een ander niet?
  • Belangrijk is dat we geen verhalen maken waarin bedrijven of bureaus vertellen dat ze een nieuw producten lanceren, daar zijn prima andere sites voor;
  • We schrijven voornamelijk verhalen over grote bedrijven zoals RTL, Bol.com, AH, Coolblue en Facebook;
  • We hebben, net als jullie, een voorkeur voor onderwerpen als contentmarketing, influencers en personal branding;
  • We schrijven wel over de actualiteit, maar focussen meer op de gevolgen ervan voor de lange termijn.
 
Iets toevoegen
Het lijstje was nog iets langer, maar na een tijdje bleef er één zinnetje over: wij willen iets toevoegen aan onderwerpen waar jullie veel over praten. Er zijn van die thema’s die - tijdelijk of voor een lange periode - enorm leven in de buurt van jullie hippe koffiemachines en die onderwerpen moeten we bespreken. Welk goedlopend verhaal je ook bekijkt; het zijn altijd thema’s die veel over de tong gaan. Ja, jullie zijn heel benieuwd waarom Coolblue het zo geweldig doet, waarom Picnic zo briljant is en waarom AH niet en V&D wél oubollig is. Het mooie is trouwens, (maar vertel het niet tegen de concurrentie); jullie praten veel over media en dat is dus een goed pleidooi voor het afschaffen van de kunstmatige scheidslijn tussen consumentenmedianieuws en vakmedianieuws (we moeten dus een beetje Mediacourant en Adformatie tegelijk zijn). De analyses waarom Paul de Leeuw de laatste jaren minder grappig is én de toekomst van reclamebureaus boeit jullie waarschijnlijk allebei.

 
We vergeten die wet ook wel eens
Wij proberen altijd aan die ‘regel’ te denken, maar dat lukt niet altijd hoor. Iets wat speelde leek ons bijvoorbeeld de discussie tussen Facebook en uitgevers zoals BuzzFeed over het betalen voor content. Wij (of eigenlijk ik) een geweldig Amerikaans interview opgezocht met de eigenaar van BuzzFeed. Als je dat verhaal achteraf analyseert (en dat doen we) zul je zien dat het te weinig aansluit bij jullie werk. We hadden die onmin tussen Facebook en uitgevers wel centraal kunnen stellen, maar dan met Nederlandse voorbeelden: Is een bedrijf als De Persgroep eigenlijk boos op Mark Zuckerberg? Zo zie je maar, wij kunnen hier wel de alwetende mediagoeroes gaan uithangen, maar dat maken we niet altijd waar.

 
Een formule omdat het kan
Mensen die geloven in formules zouden zeggen: merk + meetlat = verhaal. Alle uitgevers werken op die manier, hoofdredacteuren stellen altijd de vraag: waar staan wij voor en wat wil onze achterban zien, horen of lezen? Intermediair bijvoorbeeld, waar ik voor schrijf, lanceerde een nieuwe site en uitgangspunt van alle verhalen moet zijn dat je een gidsfuctie voor de werkende professional hebt als merk. Blijkbaar is daar behoefte aan.

 
Voorbij het eigen gelijk
Check maar eens de verhalen van ThePostOnline waar ik ooit voor schreef, ze  voldoen in 80 procent van de gevallen aan criteria als: ‘tegen de publieke omroep’, ‘tegen D66’, ‘voor Zwarte Piet’, ‘tegen Sylvana’ omdat de achterban daarmee bezig is. Daarin zit trouwens ook een beetje een gevaar; je moet goed weten waar mensen over praten, maar misschien moet je voorzichtig zijn in het, altijd maar, bevestigen van de mening van je doelgroep. Ik zou oprecht fan zijn van een ‘soort TPO’ waar je de ene dag de VARA een hele dikke pluim geeft en haar een dag later tot de veters affikt.
Een belangrijke discussie in de marketingwereld is de vraag of tv definitief gaat plaatsmaken voor online. Wij hebben daar allemaal wel ideetjes over, maar je zult bij ons soms allebei de kanten tegenkomen. We geloven wel in meetlatten, maar niet in precies opdienen wat iemand verwacht, je moet ook blijven verrassen.

 
Tips van een echte Facebookkenner
Een goede tip voor contentmakers is Peter Minkjan, helemaal als je veel via Facebook gaat doen, moet je eens goed kijken op zijn site. Hij analyseerde bijvoorbeeld welke content het beste loopt en categoriseerde deze content:

1. Relevantie‘In hoeverre sluit het merk en de content aan bij de doelgroep?’

2. Verpakking‘Live video’s doen het over het algemeen het beste qua engagement. Vervolgens korte video’s, foto’s en links’;

3. Emotie‘Humor, leedvermaak, gekke feitjes, blijdschap, verrassing, nieuwsgierigheid, inspiratie, nostalgie en woede zijn ingrediënten die emotie opwekken’;

4. Zelfexpressie‘Content die men graag wil delen, om te laten zien waar men voor staat en wat over jezelf zegt’;

5. Praktisch‘Soms kunnen praktische posts het ook heel goed doen zoals: toplijstjes, checklists, 13 geheimen om succesvol te zijn, bizarre afvaltips.’;

6. Context‘Content die past bij een bepaalde periode, dag en timing is daarbij essentieel. Het gaat hier dan om de zogenaamde inhakers’;

7. Promotie‘Door middel van promotie als cross promotie op andere platforms en betaalde promotie van content (advertising) aan specifieke doelgroepen, zorg je voor een groter bereik en grotere kans op viraal gaan’.

 
Op 1 staat dus dat de content altijd moet aansluiten bij de belevingswereld van de doelgroep. Verrassen is leuk, maar mensen moeten een verhaal wel kunnen plaatsen. Werkt dat principe altijd? Stel dat je webshop Bax (verkoop gitaren, drumstellen et cetera) of de start up plugify.nl (boeken van een bandje) bent en je hebt besloten om verhalen te maken over de muziekwereld omdat dit nu eenmaal de wereld is waar jij je spullen kwijtkan. In dat geval is het belangrijk om goed te weten waar alle mensen die in bandjes spelen over praten, waar hebben die het de hele dag over? Toevallig heb ik een broer die in een band speelt en ik zou wel wat onderwerpen kunnen opschrijven die een rol spelen of hebben gespeeld:

 
  1. Hoe breek je landelijk door als band?;
  2. Hoe blijf je voldoende spelen terwijl je leven veel drukker is dan toen je twintig was?;
  3. Hoe regel je voor weinig geld een goede studio-opname?
  4. Hoe regel ik vervoer naar mijn optredens?
  5. Komt het arrogant over als ik voor elk optreden een fles champagne in de rider zet?
  6. Hoe regel ik het beste geluid?
  7. Wie moet het management doen van de band;
  8. Hoe zorg ik voor veel views op Spotify;
  9. Wie kan een goede clip maken?
 
Zien jullie de mogelijkheden? Natuurlijk, daar lullen die gasten de hele dag over en het zou een idee zijn om daar verhalen over te maken. De tien meest bizarre riders, de zeven dingen die je niet moet vergeten op je rider, de 20 beste adresjes voor studio-opnames met daarin de prijzen, de beste managers van muziek door de jaren heen. Of een interview met Ali B die alles weet van zoveel mogelijk views scoren op Spotify. Maak precies de content waar de doelgroep vragen over heeft en houd het lekker praktisch. Ga dus altijd op zoek naar jullie Coolblue. En dan is het een kwestie van gewoon maken…..
Wednesday, 21 March 2018 | Written by Bas Hakker

Verhalen voor marcom struisvogels

Je hele businessmodel dreigt te verdwijnen, het voortbestaan van je merk of bedrijf loopt gevaar of de concurrentie gaat je vermorzelen. Dat zou je als marcom-professional toch op tijd willen weten. Niet dus. Sommige merken, bureaus en exploitanten steken liever hun kop in het zand en roepen hard dat het zo’n vaart niet zal lopen.

 
Als redacteur van frank.news ben je altijd op zoek naar verhalen die van belang zijn voor de marcombranche. Verhalen over slimme marketingconcepten, interviews met experts die hun kennis delen, verhalen over belangrijke onderzoeken, nieuwe trends of disruptieve ontwikkelingen. Je probeert je doelgroep te informeren, te inspireren en als het moet te waarschuwen. Soms ben je weken met een verhaal bezig omdat je denkt: dit moeten ze echt weten! Dit gaat bedrijven in serieuze problemen brengen! En wat blijkt: het wordt nauwelijks gelezen.

 
Dat raakt ons niet
We lezen graag verhalen over Coolblue en die gekke Pieter Zwart en het drama van V&D. Maar in GDPR, netneutraliteit, de naderende concurrentie van Amazon of Alibaba, digitale blunders, nepvolgers en nepviews of de bedreigingen van een vrij internet zijn we niet zo geïnteresseerd. Dat raakt ons niet. Dat is ver van ons bed. Dat zal wel loslopen. Dat dachten ze bij Hyves, BlackBerry en Van Gent en Loos ook. Daar hangt nog steeds een Delftsblauw tegeltje met de tekst: ‘trends komen en gaan, maar ons bedrijf zal altijd blijven bestaan’. Het is soms om moedeloos van te worden. Daarom heb ik een paar van die ‘ik wil het niet weten’-verhalen op een rijtje gezet. Om onze geliefde marcomprofessionals wakker te schudden. Vroeger had je de grap: Wie dit leest is gek. Ik zou daar de volgende variant op willen schrijven: Wie dit niet leest is een struisvogel.
Vroeger had je de grap: Wie dit leest is gek. Ik zou daar de volgende variant op willen schrijven: Wie dit niet leest is een struisvogel.
GDPR wordt massaslachting
De meeste marketeers noemen de nieuwe privacywet AVG of GDPR een ‘nieuwe kans’ of een ‘uitdaging’. Vertel dat straks maar aan die honderden dataprocessors, direct mail company’s, programmatic experts en verkopers van klantprofielen als ze in de rij bij het UWV staan omdat hun businessmodel ophoudt te bestaan. Voor de cowboys in het vak betekent GDPR het einde van digitale marketing ‘as we know it’. Omdat de branche nauwelijks doorheeft wat er op haar afkomt, starten we met frank.news een serie over alle effecten van de privacyregels op marketing en reclame. Omdat we zelf bij lange na niet GDPR-proof zijn, nemen we de lezer mee op onze eigen journey. Tot die tijd kunnen de struisvogels onder ons alvast lezen over het basisprincipe van alle toekomstige digitale marketing: toestemming.

 
https://www.frank.news/2017/11/09/privacywet-toestemming-kan-digitale-reclame-redden/

 
Het einde van Facebook
Bij Facebook zijn ze altijd bezig een nieuw social mediaplatform te bedenken dat Facebook te gronde zal richten. Wie niet begrijpt waarom en wie denkt dat digitale transformatie niet zo belangrijk is voor een bedrijf of merk, mag dit verhaal overslaan.

 
https://www.frank.news/2017/11/13/digitale-transformatie-is-kannibaliseren-en-op-bek-gaan/

 
 
We laten ons foppen
Merken en marketeers maken massaal reclame op YouTube en social media, gaan samenwerkingen aan met vloggers en influencers…en laten zich massaal foppen. Likes, views en volgers zijn namelijk eenvoudig te koop. Dus is een groot deel van het bereik dat je denkt te genereren gewoon nep. In de VS is het al een groot schandaal geworden. In Nederland slapen we rustig verder.

https://www.frank.news/2017/10/12/wat-als-bereik-youtube-en-facebook-nep-is/

 
 
Alexa maakt digitale marketing overbodig
Als je als merk nu nog niet bezig bent met voice search, kun je de marketingafdeling over een paar jaar opheffen. De online consument ziet niet langer jouw banner, video, pop-up, website, aanbiedingen of andere vormen van digital advertising die jouw product aanprijzen. Die keuzes laten ze over aan Alexa van Amazon of Google Home. Die pod bestelt via het Internet of Things wasmiddel of deo en kijkt echt niet naar jouw advertentie. Dus tijd om een kop koffie met Amazon en Google te gaan drinken en te zorgen dat hun pods jouw merk gaan bestellen.

https://www.frank.news/2018/02/12/alexa-was-ook-alweer-marketing/

 
 
De Chinezen komen
De Chinezen komen eraan, of je het nu wilt of niet. Ze zijn groter, sterker, gunnen niemand iets en maken elke concurrent kapot. Wie denkt dat AliBaba of Tencent op een veilige spoorweg- of containerschip-afstand zitten, moet dit verhaal niet lezen en vooral achter zijn dikke houten plaat blijven zitten.

 
https://www.frank.news/2018/02/19/agressieve-chinese-merken-bezorgen-marketeers-hoofdpijn/

 
 
Einde aan vrij internet
Internet is vrij, dus kunnen we onze verhalen, video’s en advertenties zonder belemmeringen bij onze klanten en doelgroepen afleveren. Mis. In Amerika mogen internetproviders voortaan beter betalende partijen bevoordelen. Met sneller internet of het vertragen van de  concurrenten die hier niet voor willen betalen. Ondanks miljoenen bezwaren besloot de Amerikaanse senaat eind vorig jaar de onder Obama ingestelde netneutraliteit in te trekken.

https://www.frank.news/2017/09/22/waarom-adveerders-niet-zonder-netneutraliteit-kunnen/

 
Tuesday, 20 March 2018 | Written by André Oerlemans

De lessen van bladendokter Leon de Wolff zijn nog steeds actueel

Door Petra ter Doest.

Ook in het digitale tijdperk zijn de lessen van kranten- en bladendokter Leon de Wolff zinvol voor iedereen die content maakt. Journaliste, coach en schrijver Petra ter Doest analyseert wat de inzichten van de - overleden - De Wolff kunnen betekenen voor contentmakers van nu. 

 
Geregeld haal ik in gesprekken met redactionele teams de matrix van Leon de Wolff erbij. Het gesprek gaat dan over hoe het team houvast krijgt bij wat het publiceert. We maken dagelijks een steeds grotere berg berichten voor online- en offlinepublicaties. Redacteuren, contentmarketeers, makers en specialisten, bloggers, vloggers en experts schrijven, fotograferen en filmen erop los. Maar ondanks alle tijd en energie hebben veel makers van al deze content twijfels. Wat ben ik eigenlijk aan het doen, denken ze. Leveren al mijn inspanningen wel op wat ik ervan verwacht?

 
Uiteenlopende doelen
Het lastige aan publiceren is dat je meer dingen tegelijk wilt bereiken. Je wilt je publiek behagen zodat het blijft lezen en kijken en terugkomt. Je wilt nieuwe bezoekers bereiken en ze tot volgen aanzetten. Je wilt dat ze gaan reageren, en delen en doorklikken naar je website. En dan heb je nog achterliggende commerciële doelen zoals: verkoop van abonnementen, lidmaatschappen, advertenties, artikelen uit je webshop, diensten en gebruikersdata. En dan is er het probleem dat volgers niet alles zien dus dat je sommige berichten vaker moet promoten.

Hoe verenig je die soms tegenstrijdige doelen met elkaar? Hoe kom je tot een consistente en herkenbare stroom content die gewaardeerd wordt door je lezers en die ook zakelijk genoeg oplevert? Het antwoord is: met een goede mix. Een mix die ervoor zorgt dat je al je doelen kunt halen. Maar hoe kom je nu tot die mix?

 
Tips & Trics
Er zijn wel tips en tricks om content te plannen. Zo is er om de kwantiteit te bepalen bijvoorbeeld de ‘80/20 regel’ die luidt dat 80 procent van je berichten gericht zou moeten zijn op de behoeften van je community. Daar kan dan 20 procent berichten tegenover staan met een meer commercieel doel. Er zijn ook auteurs die andersom 20/80 bepleiten. Echte verrassende inhoudelijke content is veel te duur om te maken, zeggen zij. Als dat 20 procent is, is het mooi. De andere 80 procent moet je vooral gebruiken om die goede content te promoten zodat mensen die te zien krijgen. Het komt er dus op neer dat je als team zelf zult moeten beslissen wat een passende verhouding is en wat haalbaar is. Daarover nadenken en een besluit nemen is hoe dan ook zinvol.

Daarnaast is er om de inhoud te bepalen bijvoorbeeld een contentkalender. Je vult de kalender met, voor jouw publiek, belangrijke momenten zoals feestdagen, vakanties en seizoenen. De kalender helpt je bij het plannen en voorbereiden van artikelen en posts. Maar de kern is natuurlijk dat je content maakt waarop je lezers echt zitten te wachten. Zeker als dat 20 procent van het totaal is dat je publiceert. Veruit het beste hulpmiddel om op ideeën te komen en die samen te smeden tot een krachtig geheel, is lang voor het digitale tijdperk bedacht. De uitvinder van het middel heet Leon de Wolff. Leon was journalist en werd vervolgens ‘kranten- en bladendokter’ met een eigen bureau voor media-advies. Helaas heeft hij de digitale media niet meer uitgebreid kunnen analyseren. Hij overleed in 2014 aan MSA, een nare neurologische ziekte die hem toen al jaren aan rolstoel en bed kluisterde. Hij zag nog net kans in 2012 te promoveren op zijn onderzoek naar kranten en het gedrag van hun lezers.

 
Lezersfuncties
Wat is de ideale krant, was een vraag die hem als media-onderzoeker bezighield. Hij analyseerde duizenden krantenedities en kwam tot een ideale mix van artikelen. Die mix was volgens hem 25 procent inzicht, 20 procent overzicht, 10 tot 20 procent adviezen en tips, 10 procent oordeel en 20 procent kale feiten. Om redacties te helpen met hun mix van verhalen en het plannen en evalueren, maakte hij een matrix. In de matrix worden lezersfuncties en perspectieven gecombineerd.

Dit klinkt wat ingewikkeld en dat is het in eerste instantie ook, maar als je even goed laat bezinken wat Leon probeerde te doen, zul je zien dat de mist in je hoofd plaatsmaakt voor helderheid.

 
28 soorten verhalen
Leon onderscheidde zeven lezersfuncties voor verhalen, namelijk: feiten, overzicht, inzicht, oordeel, emotie, advies  en vermaak. Daarnaast onderscheidde hij vier perspectieven: menselijk, maatschappelijk, institutioneel en wetenschappelijk. Als je die in een matrix zet, krijg je 28 hokjes. Het komt erop neer dat je 4 x 7= 28 soorten verhalen, berichten en artikelen over een onderwerp kunt schrijven. Neem bloemkool, een geliefd voorbeeld van Leon. Je kunt een recept met bloemkool geven voor je lezers (functie  advies, perspectief menselijk), je kunt laten zien hoe de bloemkool is veranderd in de loop van eeuwen (functie overzicht, perspectief wetenschappelijk) of je kunt in een stuk oproepen tot een landbouwbeleid dat de bloemkool voorrang geeft (functie oordeel, perspectief institutioneel).

 


 
Focus, focus
Het briljante aan deze matrix is vooral de bewustwording die hij veroorzaakt. De matrix dwingt je om na te denken over de functie en opzet van een verhaal. De Wolffs stelregel was dat in een slecht verhaal functies en perspectieven door elkaar worden gehaald. Daardoor ontbreekt focus, het verhaal gaat alle kanten op. Een helder verhaal daarentegen wordt gekenmerkt door het omgekeerde: een duidelijke functie en een helder perspectief.

Hetzelfde geldt op het niveau van de titel. Als functies en perspectieven goed zijn gemixt in relatie tot de specifieke aard van de titel, dan ontstaat een sterke publicatie. Om twee uitersten te noemen: een intellectuele krant zal meer inzicht, overzicht en oordeel bieden, gekoppeld aan maatschappelijke, institutionele en wetenschappelijke perspectieven. Een traditioneel vrouwen- of mannenblad zal meer emotie, advies en vermaak geven, gekoppeld aan een menselijk perspectief.

 
Hoon was zijn deel
Zoals dat gaat met mensen die hun tijd vooruit zijn, werd Leon rond 2005, toen hij zijn ideeën breed ging verkondigen in onder meer zijn boek De krant was Koning, gehoond. Grote namen in de journalistiek zoals Jan Blokker en John Jansen van Galen spraken hun afkeer uit. Het idee van publieksgerichte journalistiek alleen al! Bah, wat commercieel. Maar Leon zag de crisis bij kranten en bladen dagelijks groter worden en stelde vast dat de uitgaven voor driekwart vol stonden met slecht geschreven verhalen zonder focus. Geen wonder, meende hij, dat jonge generaties zich door de inhoud niet meer lieten verleiden tot lezen en abonneren.

Gelukkig kreeg hij ook meteen bijval. Zeker van bezorgde hoofdredacteuren en uitgevers. Er waren rond 2010 weinig redacties en titels in Nederland die niet eens door Leon onder handen waren genomen.


De matrix op Facebook
Terug naar redacties en webteams van nu. Hoe kunnen zij uit de voeten met Leon de Wolffs matrix op hun websites, pagina’s op Facebook, Instagram en LinkedIn en in hun nieuwsbrieven? De kunst is om eigen functies en perspectieven te definiëren aan de hand van het doel en karakter van de publicatie. Ik neem als voorbeeld een consumentenvereniging die actief een Facebookpagina onderhoudt. Het team achter deze pagina heeft als strategie om eerst meer volgers te krijgen, stap twee is om meer volgers van Facebook naar de website te halen waar ze vervolgens (stap 3) worden verleid om lid te worden van de vereniging.

Om deze doelen te bereiken heeft het team lezersfuncties vastgesteld die passen bij de leden van de vereniging. Ze komen uit op: onze volgers willen 1. algemene informatie; 2. versterking van hun consumentenrechten; 3. praktisch advies; 4. vermaak en 5. identificatie*.

Posts met de functie ‘informeren’ gaan over nieuwe producten en prijzen. Voor ‘versterking consumentenrechten’ zijn er berichten over juridische handigheidjes en klachten die met succes werden afgewikkeld. De functie ‘praktisch advies’ leidt tot berichten met tips. De functie ‘vermaak’ wordt uitgevoerd met grappige teksten, plaatjes en video’s. De functie ‘identificatie’ leidt bijvoorbeeld tot oproepen om zelf ervaringen en foto’s te delen en te schrijven over voor de volger herkenbare ervaringen.

Bij ‘informeren’ en ‘versterking consumentenrechten’ past meestal een institutioneel, soms een maatschappelijk perspectief. Berichten met ‘praktisch advies’, ‘vermaak’ en ‘herkenning’ worden geschreven vanuit een menselijk perspectief. Besloten wordt om alle posts te voorzien van links die leiden naar relevante websitepagina’s. Alleen de posts met vermaak mogen zonder link, omdat die vooral bedoeld zijn om te ‘delen’ en zo tot meer volgers leiden. Daarnaast wordt besloten dat niet meer dan 20 procent van de berichten directe promotie mag bevatten.

 
Evalueren met de matrix
Het team kan nu de matrix vullen en gebruiken om op concrete ideeën te komen voor de volgende weken en/of maanden. Ook kan per functie en perspectief worden bedacht wat het aandeel moet zijn in de totale berichtgeving. Deze uitwerking kan ook weer worden gebruikt om na afloop van een periode te evalueren. Evaluaties zijn vooral interessant, omdat vaak blijkt dat berichten achteraf helemaal niet zo makkelijk in te delen zijn. De volgende vraag is dan of het wel goede berichten waren. Of vervulde het beeld misschien een heel andere functie dan de tekst?

Ook kan de vraag rijzen of de matrix misschien moet worden bijgesteld? De evaluatie kijkt natuurlijk ook naar het gedrag van de bezoekers. Wat doen zij met de lezersfuncties? Waar werd op geklikt, wat werd gedeeld, waar is over gediscussieerd? Het maakt de matrix alleen maar sterker.

 
Leon en de commerciële doelen
Kunnen de lezersfuncties ook commerciële doelen omvatten, is ten slotte de vraag. Steeds vaker hebben redactionele teams immers ook commerciële taken. Leon ging altijd uit van lezersfuncties. Alleen daarmee kun je mensen boeien. Zijn matrix kan dus alleen worden toegepast op berichten en artikelen die je echt maakt voor je publiek.

* Over het woord ‘identificatie’. Ik gebruikte aanvankelijk ‘herkenning’ als naam voor deze lezersfunctie. Maar Suzanne Weusten, de weduwe van Leon de Wolff, die ik het artikel voorlegde, schreef terug dat Leon en zij vaak spraken over deze functie die samenvalt met de behoefte van lezers om deel uit te maken van een community. Leon gebruikte hiervoor zelf al het woord ‘identificatie’. Ik volg hem natuurlijk graag.

 
Petra ter Doest werkte lange tijd als journalist en bladenmaker bij media-organisaties als RTL Nieuws en Elsevier. Vanaf 2007 is ze werkzaam als redactioneel adviseur, schrijver en coach. In 2013 kwam haar boek, ‘Online Publiceren over jezelf op LinkedIn en andere sociale media’, uit. 
 
Illustraties: Amy Whittle
Monday, 19 March 2018 | Written by Redactie Frank.News

De denkfout van ‘Hilversum’ en Martijn Koning

Op mijn Facebook timeline komen veel filmpjes van politieke partijen in Houten voorbij. Jonge, oude mannen en vrouwen vertellen iets (saais) over een fietsbrug of een fietspad naar Utrecht (het gaat in Houten veel over fietsen). De filmpjes zijn soms redelijk suf, maar ze zitten ook wel eens aardig in elkaar. Gewoon; een onervaren iemand vertelt iets voor een camera. Niks bijzonders.

 
Omdat we deze week een verhaal hadden waarin deze filmpjes aan bod komen, zat ik even naar stukjes uit Jinek te kijken waarin cabaretier Martijn Koning het online campagnemateriaal bespreekt. Jullie weten toch? Hij doet net alsof hij alles heeft bekeken (daar zijn redacties voor mensen) en lacht om Juffrouw Jannie van de PvdA uit Delfzijl die niet te verstaan is omdat haar microfoon scheef zit. Dat is best een keertje leuk hoor, maar na drie van die bijdragen begint het allemaal een beetje te irriteren.

Waarom? Om allerlei redenen.
 
Lekker makkelijkHet is te makkelijk. Je kunt best een keertje lachen om mensen die iets minder goed kunnen dan jij, maar je kan ook overdrijven. Ik heb ze toch allemaal zien staan op die zaterdagmarkten…in de regen….Mensen van de SGP die ijsjes scheppen en steeds weer hun ‘vijf punten plan’ moeten vertellen. En dan schraapt zo’n lokale club een klein beetje budget bij elkaar om de buurjongen te vragen een video in elkaar te zetten en dan zeikt ‘Hilversum’ dat af. Terwijl zij in lelijke jacks op winderige vinexpleinen wachten wie die zelfgebakken Participizza opknaagt, draait Eva zich nog even lekker om in haar woning in Amsterdam-Zuid (want ze heeft even lekker twee maanden vakantie).

 
Lekker ondernemendHet is toch ondernemender om met een groepje vrijwilligers een video te maken dan jezelf in de taxi hijsen om je naar een verwarmde studio in Amsterdam te laten rijden? De mensen hebben liefde voor de stad of het dorp en ze hopen op zoveel mogelijk stemmen. En video werkt goed natuurlijk want via Facebook kun je perfect targeten op woonplaats. Vroeger zaten ze hele avonden folders te vouwen en nu maken ze een script voor de video. Nee, ze krijgen geen 1000 euro voor tien minuten werken of precies de Ruttenorm, ze krijgen helemaal niks. Natuurlijk zijn er ook een paar ijdele snuiters bij, maar er zijn ook genoeg die zo’n dorp een beetje mooier willen maken.

 
Neerkijken op de provincieEr zit in sommige bijdragen over de gemeentepolitiek best wat dedain voor de provincie. Check maar eens deel 5 van de verkiezingsvlogs van de NOS. Dan gaan die mannen naar Enschede en alles wat daar gebeurt is eigenlijk maar raar en te klein voor woorden. Dat gaat vaak ongemerkt; bijvoorbeeld over de lange reis en dat ze zo lang achter een tractor moeten wachten. Maar ja, over de afstand zong Daniel Lohues al mooi in Hier kom ik Weg. ‘Jij woont hier ver vandaan, zeggen ze elders in het land. Dan zeg ik ‘eensgelijks, u ook, als je t ziet van deze kant’.

 
Denkfout van Martijn Koning
Er zit een denkfout in het mediaverdienmodel van Martijn Koning, een hele aardige gast trouwens, niks mis met dat ventje (en afkomstig uit Zwolle). Hij doet net alsof de aanpak van die filmpjesmakers zwaar gedateerd is, maar zij hebben juist het model van de toekomst in handen. Terwijl de ‘Hilversumse’ visie op het medialandschap over een tijdje misschien wel stuk is. Want ja, jongeren kijken allemaal naar collega-YouTubers en de kwaliteit wordt steeds beter. Martijn Koning verdient zijn geld, behalve met optreden, nu met aanschuiven in studio’s van RTL en de NPO, maar dat publiek is straks nog maar lastig te vinden. Als hij écht met zijn toekomst bezig was, zou hij een podcastformat en een eigen YouTube-kanaal lanceren. Hij heeft immers goud in handen; is grappig, weet hoe je goede verhalen moet maken en heeft toegang tot de techniek. Nu vertrouwt hij qua inkomsten op anderen, maar waarom zou hij niet een beetje ondernemender worden? Hij kan eens goed naar de Amerikaanse comedian Joe Rogan kijken die een podcast begon waar tegenwoordig meer dan een half miljoen (en soms 3,5 miljoen) mensen naar luisteren/kijken. Aan de slag Martijn, die taxi uit en filmpjes maken.
Friday, 16 March 2018 | Written by Bas Hakker

Méér dan een banensite; Vacature Via Ginny

Je kent ze vast: de types die op de een of andere manier altijd weer op de hoogte zijn van de beste vacatures, interessantste opdrachten en goede cursussen. Altijd handig om in je netwerk te hebben.

 
Zo begon het ooit ook voor Ginny Ramkisoen, die door haar grote netwerk in de creatieve sector van vrienden en kennissen, met een eigen bedrijf, vaak de vraag kreeg of ze niet nog de perfecte persoon kende die geschikt zou zijn voor een bepaalde functie. Op een bepaald moment had ze zoveel mensen aan een job geholpen, dat de vragen bleven komen.

 
 
https://www.instagram.com/p/BZls6BvBRMm/?taken-by=vacatureviaginny

 
 
Dit sneeuwbaleffect smaakte naar meer: Ginny besloot in 2013 een Facebook-pagina op te richten om haar netwerk aan die droombaan te helpen en andersom. Deze pagina werd al snel een succes. En niet alleen binnen haar eigen netwerk. De ‘Vacature Via Ginny-pagina’ transformeerde al snel in een heuse community waar millennials terechtkunnen voor hun zoektocht naar díé droombaan.

 
Niet veel later breidde Ginny haar social media pagina uit tot een compleet platform. Een platform met persoonlijke touch. Niets onpersoonlijke vacaturebank met saaie, stoffige tekstjes. Maar een creatief platform met gelikte vormgeving. Precies in de lijn van de personal brands en influencers die overal tegenwoordig een persoonlijk tintje aangeven. Waarom zou dit niet in de recruitmentbranche werken? Juist...

 
https://www.instagram.com/p/BaGaBULhGs2/?taken-by=vacatureviaginny

 
Wat het voor mij een echte aanrader maakt; Vacature via Ginny biedt meer dan puur en alleen een aanbod vol leuke nieuwe baantjes. Die droombaan heb ik immers al. Het platform biedt een interessante reeks aan artikelen, blogs en interviews. Allemaal met één doel: de doelgroep voldoende inspiratie op carrièregebied geven. Denk aan onderwerpen als: flexwerken, concentratieproblemen, werkromances. En dat in aansprekende vormen: van flitsende filmpjes tot ‘instagrammable’ carrièretips.

 
Zo is het inmiddels een slim ‘over the top’-platform dat zicht richt op de carrière-niche-vijver waar millennials in deze prestatiemaatschappij maar al te graag in zwemmen.

 
O ja ook leuk; Ginny werkt op het moment druk aan een boek om haar beste tips & tricks in te bundelen. Een slimme zet als je het mij vraagt, aangezien de non-fictie boeken met carrièretips en allerhande levenswijsheden van personal brands op menig koffietafel en/of nachtkastje van de millennial prijkt.

 
https://www.instagram.com/p/Ba8qnryBNEp/?taken-by=vacatureviaginny

 
Thursday, 15 March 2018 | Written by Kim Buitenhuis

Het marketinggeheim van de gehaktballetjes bij IKEA

Met 131.000 medewerkers in 41 landen en een jaaromzet van meer dan 25 miljard euro staat IKEA nog altijd op eenzame hoogte in de meubelbranche. En tot op heden is er in de verste verte geen interieurwinkel die ook maar een beetje bij het Zweedse succes in de buurt komt. Welke ijzersterke marketingformule schuilt daarachter? Even wandelen dus… 

 
Eenvoud. Dat is waar de onlangs overleden IKEA-oprichter Ingvar Kamprad voor stond toen hij in 1943 zijn miljardenonderneming oprichtte. Dat was van toepassing op zijn producten en bedrijfsfilosofie, op hemzelf - met zijn tweedehands kleding en Volvo uit 1993 - én de onopvallende alleman aan wie hij zijn meubels wilde verkopen. Maar waarom weet ik dat eigenlijk? Omdat we hier te maken hebben met een knap staaltje corporate storytelling. Die boodschap van eenvoud wordt succesvol gecommuniceerd in de huisstijl. Nog voordat je de overdekte garage binnenrijdt, staren de simpele, vette letters van het logo je al aan. En ook de rest van IKEA’s look and feel is vrij van opsmuk, waarmee het concern behalve eenvoud ook toegankelijkheid, sympathie en nuchterheid uitstraalt, helemaal conform het bedrijfs-DNA.

 
Gezellig uitje
Eenmaal binnen ís het mogelijk om een shortcut te nemen, maar dan moet je wel heel goed op de bordjes letten. Als dat niet lukt, ben je verloren in het gevreesde IKEA-doolhof dat ik te allen tijde probeert te vermijden. Maar voor veel bezoekers is een middag in de IKEA juist een gezellig uitje. En dat is precies de bedoeling. Als je een willekeurig filiaal binnenkomt, stuit je als eerste op ‘Småland’, of, in de nieuwe Ikea’s, ‘Öland’: de gratis kindercrèche waar je als ouders maar al te graag even de kleintjes ‘parkeert’. Kinderen blij - want: ballenbak - én papa en mama blij - want: rust. En, last but not least, IKEA blij, omdat het schijnt dat consumenten langer doorshoppen en grotere aankopen doen als ze geen jengelende kinderen bij zich hebben.

 
 
Koopmodus
Al dolend door het labyrint loop je op iedere hoek wel tegen zo’n grote bak met goedkope, praktische producten aan. Afwasborstels, pantoffels, waxinelichtjes, kussens, opbergbakken, dat soort dingen. Dit heeft een - onder marketeers bekende - functie waar je als gewone klant niet snel bij stilstaat. Zodra je een zo’n koopje in de shopper gooit, beland je namelijk in de koopmodus. Vanaf dat moment is het niet meer de vraag óf je iets gaat kopen, maar wát.

 
 
Kleine kamertjes
En daar helpt IKEA je graag mee verder, door middel van de bekende kleine kamertjes die al sinds jaar en dag het beeld van de eindeloze showroom bepalen. Dat is behalve een slimme marketingtruc, vooral fijn voor wie geen benul heeft van stijl en interieur. Daarbij gaat IKEA niet uit van enorm grote huizen, maar worden expres creatieve oplossingen voor kleine ruimtes aangeboden. Slim, want de meeste mensen die bij IKEA winkelen, wonen bescheiden.

 
 
Design
,,Design is waardeloos als slechts een beperkt aantal mensen er toegang toe heeft,’’ zo luidt een beroemde uitspraak van Kamprad. Let maar eens op: die showroomkamertjes staan vol met de designproducten. Steeds vaker gaat de woonwarengigant samenwerkingen aan met gerenommeerde ontwerpers, zoals de Britse Ilse Crawford, de Nederlandse Hella Jongerius en - vanaf april - Piet Hein Eek en het Deense stel Mette en Rolf Hay. Laatstgenoemde ontketenden afgelopen najaar een ware hype in de designwereld, met de populaire Ypperlich-collectie. Een win-win voor beide partijen: de topdesigner bereikt een groot publiek en IKEA haalt kwaliteit in huis.

 
 
#ikeahack
Die samenwerkingen leveren natuurlijk media-aandacht op van huis-tuin-en-keuken-interieurliefhebbers, maar ook van influencers met duizenden volgers. Samen vormen ze een schijnbaar zelfgenererende pr-machine op met name Instagram en Pinterest waar IKEA de vruchten van plukt. Zoek maar eens op #ikeahack. Je krijgt meteen inspiratie om een kastje te pimpen met leren greepjes of een likje verf. IKEA doet steeds vaker zelf aan deze trend mee door bestaande producten in de showrooms, op de website en in de catalogus met een leuke twist te presenteren.

 
 
Contentmarketing
Maar helemaal zelfgenererend is die pr-machine natuurlijk niet. IKEA geeft ‘m ieder jaar een flinke impuls door wereldwijd 211 miljoen exemplaren van de catalogus te verspreiden. Daarin draait het allemaal om contentmarketing, oftewel het prikkelen van de doelgroep met ideeën, adviezen en tips voor het ultieme thuisgevoel. Op de website gebeurt hetzelfde. Dit alles onder het motto: ‘Aandacht maakt alles mooier’. Eveneens door contentmarketeers verzonnen is het briljante filmpje dat in 2015 viral ging. Meer dan 18 miljoen mensen zagen op YouTube hoe ene ‘Jörgen Egghammer, Chief Design Güru’ de nieuwe catalogus aanprijst als een parodie op de beroemde presentaties van wijlen Apple-baas Steve Jobs.

 
 
Gehaktballen
Wat we in al dit marketinggeweld vooral niet moeten uitvlakken, is dat waar menigeen zijn bezoekje aan de IKEA mee afsluit: een portie ‘allemansrätten’, ofwel Zweedse gehaktballetjes. Of iets anders uit het restaurant waar je enorme korting krijgt met je ‘IKEA-familie’-klantenpas - alleen even je adresgegevens beschikbaar stellen voor het sturen van een catalogus en aanbiedingen. De lage prijzen trekken massa’s zzp’ers en gepensioneerden die in eerste instantie alleen op het eten afkomen, maar vaak ook even iets kopen. En de klanten die gewoon naar IKEA komen om te shoppen, hoeven de winkel niet uit om ergens anders iets te eten met het risico dat ze bij een concurrent verder winkelen.

 
 
Psychologische truc
Maar het extreem laag geprijsde eten is bovenal een één grote psychologische truc die bijdraagt aan een positieve beeldvorming, onthulde Chris Spear, een voormalig kok van een IKEA-restaurant. ,,Je weet niet wat een bank kost. Je ziet er eentje die je wil kopen voor 599 euro. Is dat voordelig? Je hebt geen idee want je hebt er nog nooit een gekocht. Maar: voor nog geen 5 euro kun je bij IKEA een volledige maaltijd eten. En je weet wél dat dat elders veel meer kost.’’ Kortom: het bedrijf maakt verlies op het goedkope eten, maar krijgt daarvoor terug dat de klant wordt bevestigd in zijn beeld van IKEA als voordelige winkel. En dus sneller overgaat tot aankoop.

 
 
Het IKEA-effect
Kom je eindelijk thuis met je nieuwe Billy, moet je het ding nog helemaal in elkaar zetten. Wonderlijk eigenlijk, dat we die arbeidsuren op de koop toe nemen en ons tegelijkertijd afvragen hoe IKEA z’n prijzen zo laag kan houden. En daar hebben we nóg een neuromarketingtruc te pakken. Het schijnt namelijk dat als je zelf iets bouwt, je geneigd bent er meer waarde aan te hechten dan wanneer je een kant-en-klaar meubelstuk koopt. Daar is zelfs een woord voor: het IKEA-effect.
Tuesday, 13 March 2018 | Written by Grieteke Meerman

Be Candid,
it’s contagious.

Candidness is the quality of speaking with
honesty and authenticity. Our Candid editorial
team shares stories that matter on media, data,
marketing, creativeness and technology.

Our Candid editorial team
creates stories that matter.