Candid. Platform
for growth.

Docu: Hoe Trump The New York Times nieuw leven inblaast

The Fourth Estate volgt politiek verslaggevers en onderzoeksjournalisten va...
Thursday, 14 June 2018 | Written by Grieteke Meerman
Featured 

Hoe Hero van mannen kraamclowns maakt

Filosoof Sjaak Vane legt de marketingwereld onder de loep. Ditmaal analysee...
Thursday, 14 June 2018 | Written by Redactie Frank.News

‘Branded content moet iets toevoegen aan het programmaformat’

FOTO SBS Door: Theo Nieveen  De mismatch tussen het medium en de inhou...
Tuesday, 12 June 2018 | Written by Redactie Frank.News

Laten we kappen met ‘360 graden marketing’

Jeuktermen Deel 2 Marketing is een mooi vak, maar ook een vak met termen, w...
Tuesday, 05 June 2018 | Written by Bram van Noord
Featured 

Waarom ThePostOnline perfect is voor een ‘communitymodel’

We vonden het aardig om het 'communitymodel' nog eens te bespreken. Dat doe...
Tuesday, 05 June 2018 | Written by Bas Hakker

Marketingcursus van Dove Kwasten: koppel jouw levensverhaal aan je bedrijf

​​ Toen ik niet zo lang geleden de vuilnisbak buitenzette (je kan niet alti...
Monday, 04 June 2018 | Written by Bas Hakker

De mobiele telefoon? Het ultieme verlengstuk van de arm

Door Patricia van Zon De mobiele telefoon is een verlengstuk van de arm gew...
Thursday, 31 May 2018 | Written by Redactie Frank.News

IXXI: Dutch Design als marketinggeheim

Zeg 'Van Gogh in pixels' en je denkt aan een poster van IXXI: een afbeeldin...
Wednesday, 30 May 2018 | Written by Kim van der Meulen

Tijd om te stoppen met Agile

Marketing is een mooi vak, maar ook een vak met termen, woorden en uitdrukk...
Tuesday, 29 May 2018 | Written by Bram van Noord
Featured 

Het merk Sylvana Simons: afgeschreven of kansrijk?

Ze krijgt bakken vol kritiek over zich heen, maar is wel een vrouw met een ...
Monday, 28 May 2018 | Written by Heleen Scheurwater
Featured 

Alleen de intuïtie van Margriet van der Linden kan M redden

We kunnen het op deze plek heel vaak over programmatic advertising hebben (en dat gaan we ook doen), maar ik weet toevallig waar jullie écht over praten aan de lunchtafel. Natuurlijk is dit een vaksite, maar tv-programma’s zijn nog steeds de motor van de marketingsector. Dus daar komt-ie aan: zou het nog wat worden met M? 

 
Het begon allemaal niet zo soepeltjes. Als je twitter en veel recensenten moet geloven dan is het snel gedaan met de zomervervanger van Matthijs. Angela de Jong van AD was nog wel enthousiast over het format, naar ze vond ook dat er betere gasten moesten komen. Wéér Arie Boomsma die iets over een boekje vertelde was te weinig. Gelukkig was ze de volgende dag zelf te gast en ging het gezellig met tv-recensenten over tv-recensenten. De kritiek was terecht, maar ik denk dat het goed gaat komen en dat baseer ik op het talent van de host. Margriet van der Linden had waarschijnlijk een weekje of twee nodig om te concluderen dat ze gewoon alles zelf moet doen. Misschien was Tweede Pinksterdag wel de dag dat het allemaal in elkaar viel.

Mogelijk heeft ze op die dag alle zogenaamde tv-kenners met hun slecht onderbouwde wetjes (niet teveel muziek, veel BN’rs en altijd een rubriekje met zogenaamd leuke tv-fragmenten) er uitgegooid. Zei ze in de loop van die maandag keihard over de redactievloer: niet meer tegen me zeuren over het script waaraan ik me moet houden, niet zeiken over een kijkcijferkanon als Peter R de Vries, maar we gaan vanaf nu maken wat ikzelf graag zou kijken. En dat deed ze. Lekker een paar relatief onbekende jazzmusici nummers laten zingen, een vage rubriek in de categorie ‘hoi, hoe gaat het?’ en een inspirerende opening. Okay, één item over voetbal is goed, maar dan moet wel de beste liedjesschrijver van Nederland langskomen. Kortom: muziek, het Paradesfeertje en niet teveel focus op de actualiteit.

 
Een show over Margriet
Want als je programma jouw naam draagt dan gaat die show dus ook over jou. Jouw karakter zit erin, jouw manier van vragenstellen en ook jouw mening. Dat zag je mooi in het openingsfilmpje waarbij een actrice zich uitsprak tegen Harvey Weinstein. Misschien zat daar wel een dubbele bodem in, zo van: jullie kunnen allemaal iets roepen, maar vanaf vandaag gaat het op mijn manier. Want Margriet weet ook wel; zo’n gesprek als met Sanne Wallis de Vries in de eerste week moet je niet te vaak doen. Eerst niet kunnen inspelen op een spontane actie waarbij Wallis de Vries een glas champagne wilde drinken en daarna een zouteloos kwisje afwerken omdat iemand dat heeft bedacht. Gewoon niet doen.

 
Het nieuws
Als je het talent hebt van Van der Linden dan is zo’n talkshow vooral een kwestie van tijd. Interviewen kan ze, presenteren ook, maar je moet die deeltalenten een beetje in elkaar vlechten. Gewoon uren maken net als in ieder vak, zekerder van je zaak worden en het is te hopen dat ze daar een beetje de tijd voor krijgt van de netbazen. De kritiek van onder andere Frits Barend was terecht hoor, maar zijn argumenten dat het programma te weinig urgentie had, is dat niet. Nieuwsuur en Pauw moeten actueel zijn, maar M mag best een beetje losjes. Ze heeft gekozen voor die zomeravondsfeer van festivals; een beetje over cultuur praten, muziekje erbij en oh ja, we nemen ook het leven nog door (waar het nieuws een onderdeel van is). Je kan dan best met wat nieuws beginnen, maar het hoeft niet veertig minuten actueel te zijn. Dat doen de anderen immers al.

Om de volledige regie te durven voeren, heb je zelfvertrouwen nodig en dat kost tijd. Het zou geweldig zijn als Van der Linden dat na twee weken heeft opgebouwd want het is de enige manier waarop het programma kan overleven. Geen compromietjes, geen zenderbazengeneuzel, maar alleen je eigen intuïtie volgen. De allergrootsten van Nederland - Johan Cruijff, Willem van Hanegem, Harrie Jekkers, Ronald Goedemondt - zijn dat ook na een tijdje aanrommelen gaan doen. Alleen als Van der Linden gaat doen wat ze zelf wil dan komt het goed.

fotograaf: Robin de Puy
 
Wednesday, 23 May 2018 | Written by Bas Hakker

Waarom zijn meeste persberichten slecht en overbodig?

Elk dag worden er duizenden persberichten naar media en journalisten gestuurd. De meesten belanden in de prullenbak. Waarom? Omdat veel pr-mensen en marketeers niet begrijpen waar ze mee bezig zijn en broddelwerk afleveren. Wat gaat er zoal mis?

 
Wie op Google ‘Hoe schrijf ik een persbericht?’ intikt krijgt genoeg tips. Dat de kop in één zin de boodschap moet overbrengen. Dat het nieuws vooraan moet staan. Dat de vragen ‘wie, wat, waar, wanneer, waarom en hoe?’ beantwoord moeten worden. Dat je geen woorden als ‘uniek’ of superlatieven moet gebruiken. Geen jargon, maar begrijpelijke taal moet schrijven. Kortom: alle wijze lessen uit de eerste klas van de School voor Journalistiek passeren de revue.

 
Relevantie 
Veel mensen op marketing- en pr-afdelingen denken dat ze met zo’n online snelcursusje een persbericht kunnen schrijven. En dat is ook zo. In feite kan iedereen dat. De vrijwilliger van de bingoclub hoeft alleen op te schrijven hoe laat en waar het evenement begint en het staat die week in de plaatselijke krant. Net als het liveoptreden van een band, de opening van een tentoonstelling of de eerste paal van de nieuwe woonwijk. Waarom? Het is relevante informatie voor een krant of medium. Nieuws dus.

 
In de prullenbak
Maar de lancering van een nieuw product of de verbeterde versie ervan - of nog erger: de commercial over dat product - is geen relevante informatie voor journalisten. Tenzij je Apple heet. In de meeste gevallen is dat geen nieuws maar reclame. En reclame hoort thuis in advertenties. Persberichten met reclame belanden daar waar ze thuishoren: in de prullenbak. Toch stromen de mailboxen van redacties en journalisten dagelijks vol met persberichten die vooral reclame bevatten. Mijn advies: stop daarmee.

 
Hoogmoedswaanzin
En waarom denken marketeers en pr-mensen dat de aanstelling van een nieuwe directeur, COO, CFO of CMO voor een klein of middelgroot bedrijf nieuws is? Je bent geen Akzo of Shell, waar een topman de werkgelegenheid van 10.000’en mensen bepaalt. Voor bedrijven onder de 100 werknemers zijn dergelijke persberichten totaal overbodig. Hou daar dus mee op, want dit lijkt op een soort hoogmoedswaanzin.

 
Geen nieuws
Dan zijn er nog de persberichten die gewoon geen nieuws bevatten, hoe goed de pr-mensen dat ook proberen te verbergen. Heb je een nieuwe applicatie voor je software ontwikkeld? Stuur je klanten een mailtje. Bied je kortingen aan? Zet een advertentie. Ga je de boekhouding doen voor een ander bedrijf? Val ons journalisten er niet mee lastig.

 
Juiste postbus
Het persbericht naar het juiste medium sturen lijkt een logische stap. Maar toch gaat dit dagelijks mis. Een voorbeeld: bij frank.news schrijven we over media, marketing en reclame. Waarom zou je ons dan een persbericht sturen over het verjagen van ganzen in de landbouw,  het opzetten van buurtcampings, online daten voor ouderen, een concert op een vliegveld, de Buma Awards voor musici of vakanties in Turkije? En dat is nog maar de opsomming van een halve dag. Die persberichten zijn voor frank.news totaal irrelevant. Of luidt het credo: we schieten zo breed mogelijk met hagel en zien wel waar ons persbericht gepubliceerd wordt? Succes ermee. Gelukkig kost dat tegenwoordig geen dode bomen meer.

 
Onkunde regeert
Bij het schrijven en versturen van persberichten regeert de onkunde. In plaats van professionele journalisten en persbureaus in te schakelen bij het bedenken, schrijven en verspreiden van persberichten, knutselen we zelf wel wat in elkaar. Daarna scharrelen we een zo groot mogelijke medialijst bij elkaar. Niet geschoten is altijd mis toch? Mis. Mis is gewoon mis. Brievenbusvervuiling, dat is het. Zonde van alle tijd en geld.

 
Ieder zijn vak 
Als verslaggever en voormalig redactiechef bij de krant, als hoofdredacteur en redacteur bij frank.news en als redacteur en journalist bij diverse andere media zit ik al 25 jaar aan de andere kant van die brievenbus. In die tijd heb ik al heel wat baggerpersberichten geopend en gelezen om ze meteen daarna weer weg te kieperen. Nog steeds lukt het ons journalisten maar niet om marketeers en pr-mensen duidelijk te maken waarom een persbericht slecht of overbodig is. Mijn collega Bas vindt dat journalisten en marketeers vaker bij elkaar op de koffie moeten. Elkaar moeten leren begrijpen en respecteren. Ieder zijn vak en zo. Ik heb soms het idee dat pr-mensen en marketeers eigenzinnig, eigenwijs en doof zijn. Wars van goed advies. Gelukkig wordt die houding bij het schrijven en verspreiden van slechte persberichten meteen afgestraft. Die belanden namelijk precies waar ze thuis horen: in het postvak verwijderde items. Niemand die er ooit iets van zal horen of zien.
Tuesday, 22 May 2018 | Written by André Oerlemans

Waarom blijft het huwelijk tussen mkb’ers en online zakendoen zo lastig?

Door William Burghout

Het mkb heeft de kansen van online kanalen nog maar mondjesmaat ontdekt. Er zijn vanzelfsprekend uitzonderingen, maar het gros van de mkb’ers ziet zijn website primair als visitekaartje. Ze besteden beperkte tijd aan online marketing. En zien dan ook slechts een klein deel van hun omzet uit online bronnen komen. Wat is hiervan de oorzaak?

Jaar na jaar is hetzelfde beeld te zien. In 2017 bracht de online monitor van MKB Nederland de online stand van mkb’ers in het land in kaart. Dit jaar presenteren vindbaarheidsdienst Webtexttool en eZiner (online magazines) een mkb benchmark. Wie beide onderzoeken naast elkaar legt ziet hetzelfde patroon: online ontwikkeling krijgt weinig aandacht van mkb’ers, ondanks alle kansen die er liggen. Verandering lijkt niet op komst. De tevredenheid over de huidige situatie is groot.

Cijfers op een rijDe cijfers spreken voor zich in de benchmark. Slechts 15 procent van de bedrijven kan meer dan de helft van de omzet aan online zakendoen toeschrijven. Bij 58 procent blijft het online omzet aandeel kleiner dan 5 procent. Dit wordt echter niet gezien als belangrijkste verbeterpunt. Mkb’ers geven aan vooral hun online vindbaarheid te willen verbeteren. Maar voor dit onderwerp is beperkte tijd beschikbaar: de helft van de mkb’ers reserveert er minder dan een uur per week voor. Dit alles lijkt niet aan te sluiten op algemene trends. In Nederland groeit de online omzet met dubbele cijfers. Maar dit motiveert het mkb dus slechts beperkt om in actie te komen.

Geen groeiambitiesWat maakt dat het huwelijk tussen mkb’ers en online zakendoen zo lastig blijft? Onderzoeker Kyrill Poelmans van de MKB Benchmark ziet verschillende redenen. ,,We hebben in ons onderzoek gezocht naar verklaringen voor het passieve gedrag van veel mkb’ers. Daarbij hebben we een drietal factoren gezien die een rol spelen.’’

 
1. Onbekend maakt onbemindEen groot probleem onder mkb’ers is het beperkte inzicht in de eigen online prestaties. Het aantal bezoekers op de eigen website is bijvoorbeeld vaak onbekend. Van de mkb’ers geeft 26 procent aan geen idee te hebben over het aantal websitebezoekers. Nog eens 16 procent heeft zich er zelfs nooit in verdiept. Bij het beoordelen van de online omzet speelt hetzelfde punt: bijna 1 op de 3 ondernemers durft hier geen inschatting van te maken.

,,Als je geen beeld hebt van je online prestaties, dan is het lastig om trends te ontdekken. Zo is er geen directe motivatie om meer werk te maken van de online aanwezigheid,” aldus Poelmans. Omgekeerd werkt het ook. Bedrijven die herkennen dat er meer omzet via de website wordt gegenereerd, nemen vaker een eigen internetmarketeer in dienst. ,,Door de extra aandacht die het online kanaal dan krijgt, kunnen de groeitrends worden versterkt.”

 
2. Alles wordt nietsEen volgend punt dat een rol speelt bij mkb’ers is tijdgebrek. Wellicht wordt dit veroorzaakt door een gebrek aan focus. Poelmans: ,,Het is opmerkelijk hoeveel verschillende online activiteiten mkb’ers zeggen te ontplooien. Naast de website moet aandacht worden verdeeld over verschillende social media, e-mailservices en zoekmachine marketing.” Per activiteit blijft er weinig tijd beschikbaar. Voorbeeld? 67 procent van het mkb geef aan e-mail voor marketingdoelen in te zetten. Maar in meer dan de helft van de gevallen wordt slechts een paar keer per jaar een e-mail verstuurd. ,,E-mail kan een effectief kanaal zijn, maar dan moet het wel voldoende aandacht krijgen. Als je alles half doet, zullen resultaten uitblijven.” Bij social media speelt hetzelfde issue. De meeste bedrijven zetten verschillende platforms in. Maar tijd om ze allemaal aandacht te geven is er niet.

 
3. Het einde in zichtBinnen het mkb zijn sommige vraagstukken nijpender dan het inspelen op markttrends. Veel ondernemers zien de pensioenleeftijd naderen. Een groot deel van de mkb’ers verwacht binnen nu en vijf jaar het stokje door te geven. Dit wordt veelvuldig genoemd als reden om niet in te zetten op online groei.

,,De generatie ondernemers die actief kijkt naar bedrijfsopvolging heeft sowieso minder ervaring met online zakendoen. Dat een groeiend online omzetaandeel kandidaat-opvolgers kan overtuigen in een bedrijf te stappen is nu zelden een reden om te investeren in online groei.”

Inspelen op marktkansenBlijft tot slot de vraag hoe erg het is dat mkb’ers zich nog niet richten op online zakendoen. Het onderzoek laat namelijk ook zien dat het mkb over andere effectieve omzetkanalen beschikt. Waarbij het eigen netwerk vaak een belangrijke rol speelt. ,,Zeker nu de economie aantrekt, krijgen veel mkb’ers weer lucht. Een directe noodzaak om de werkwijze te veranderen ontbreekt dan,” stelt Poelmans. ,,Maar de marktontwikkelingen stoppen niet. De verschuiving van offline naar online business gaat onverminderd door. Daarom is het voor het mkb toch slim in te spelen op online groeikansen. Te meer omdat je met iets meer aandacht voor het onderwerp al veel directe concurrenten op achterstand kunt zetten.”

William Burghouts is oprichter/eigenaar van eZiner. De mkb benchmark 2018 is een initiatief van Webtexttool (teksten vindbaar maken) en eZiner (ebooks, whitepapers en online magazines).
Friday, 18 May 2018 | Written by Redactie Frank.News

De geloofwaardigheid van influencers? Een kwestie van regie

Clichéalarm, maar het klopt wel. Steeds meer merken zetten influencers om jongeren te bereiken. Maar hoe zit het met de geloofwaardigheid? Hoe los je dat op?

 
Het is zo’n onderwerp dat veel lunchtafels in de marketing- en communicatiesector domineert; de geloofwaardigheid van influencers. Op twitter discussieerden contentmarketingexpert Cor Hospes en invloedrijk PR-man Jos Govaart onlangs over dit onderwerp. De mannen kwamen er niet helemaal uit.


Aanleiding voor de discussie was Brits onderzoek waaruit kwam dat 43 procent van de ondervraagden liet weten dat influencers vaak ongeloofwaardig zijn omdat ze werken met merken waarin ze zelf niet geloven. 52 procent van de ondervraagden denkt dat influencers worden betaald als ze over een merk praten en 61 procent van de respondenten liet weten merken te unfollowen die teveel producten ‘endorsen’. Slechts 5 procent van de mensen gaf aan te geloven dat influencers ‘oprecht’ zijn.


Casey Neistat heeft een briljante podcast met zijn vrouw
Toevallig ben ik afgelopen week online in het leven van YouTuber Casey Neistat gedoken. Er moest bij mij thuis een badkamertje schoon en in het podcastlijstje stond de nieuwe podcast van Neistat en zijn vrouw bovenaan. De Enzo Knol van de hele wereld is samen met zijn vrouw de Couples Therapy Podcast begonnen. Hierop praat hij dus in podcastvorm heel openhartig over zijn relatie. Het is geweldig en Jildou van LINDA: gewoon organiseren dit! Dat wordt een tophit natuurlijk; de grootste YouTuber ter wereld die openlijk praat over de ups en downs van zijn relatie. Zien/horen jullie Chantal Janzen al zitten met haar man? (ik wel eigenlijk).


Make it Count
Maar goed, ik wilde dus iets meer weten over die leuke Neistat en daarom luisterde ik zijn podcastinterview met Tim Ferriss. Zij hadden het over de loopbaan van Neistat en toen kwam het verhaal over zijn populairste filmpje ever voorbij. Dat is namelijk Make It Count, een film van 4 minuten die al 27 miljoen keer bekeken is. Niet zozeer het filmpje is opmerkelijk, een reisverslag waarbij Neistat in korte tijd over de hele wereld trekt, maar het verhaal eromheen. We spreken 2012 en de filmmaker begint naam te maken als reclamefilmer, maar hij vindt het een beetje saai worden om steeds te doen wat andere bedenken. Hij wordt voor de derde keer in zijn loopbaan gevraagd om een film te maken voor Nike; bedenk ‘iets’ voor de bestaande Nike-campagne Make It Count. Hij besluit zich echter niet te storten op allerlei strategische sessies en briefings, maar gebruikt het volledige budget om de wereld over te reizen net zo lang totdat het budget op is. Dit allemaal onder het motto ‘Make it Count’.
De film wordt volgens Neistat op de podcast binnen en paar dagen de best bekeken online campagne allertijden voor Nike.


Het gaat vaak mis in de regie

Wednesday, 16 May 2018 | Written by Bas Hakker

Journalisten en marketeers: ga bij elkaar op de koffie

De boycot door Waylon van publieksmedia AD en Telegraaf leert maar weer eens dat journalisten en andere beroepsgroepen zo weinig begrip voor elkaar hebben. Jammer want juist de contentmarketingwereld zit te wachten op wat journalistieke principes.

 
Wat snappen wij journalisten en mensen met een ander vak elkaar soms slecht hè?

Echt, ik probeerde te luisteren naar de argumenten van Waylon om De Telegraaf en het AD te boycotten tijdens het Songfestival, maar ik bleef het maar vreemd vinden. Hij en zijn manager hielden vol dat journalisten toch een taak hebben om het een beetje positief te houden allemaal want dan zou Waylon meer kans hebben. En was toch een gezamenlijk belang?

 
Verhalen in elkaar knutselen
Op kleine schaal krijg ik wel eens volledig nieuwe versies terug van verhalen als ik een advertorial maak. Communicatiemanagers van bedrijven knutselen dan zelf iets in elkaar en daar wordt het meestal niet beter op. Laatst begon mijn verhaal opeens met een quote van Winston Churchill (een doodzonde….samen met de passage ‘wat zegt Van Dale daar eigenlijk over?) en daarna volgde bakken vol jargon. Daarover gesproken; alsof de klant tegen de bakker zegt: prima dat krentenbrood van jou, maar ik haal de krenten eruit en voeg wat maanzaad toe. Tegen mijn opdrachtgever zei ik dat ik het allemaal prima vond, maar of hij even mijn naam boven het verhaal wilde weghalen.

 
Altijd maar ruzie maken
Er is nog wel eens onbegrip tussen journalisten en andere beroepsgroepen. Vaak terecht, maar soms zijn we iets te overtuigd van ons gelijk. Topartiesten, communicatiemanagers van vastgoedbedrijven, maar ook marketeers snappen ons slecht. Niet zo handig misschien want tegelijkertijd wordt het wel de hoogste tijd dat de journalistiek en marketeers intensief bij elkaar op de koffie gaan. Niet om elkaar naar de mond te praten, maar om te kijken of we elkaar ergens kunnen ontmoeten. Er lopen immers heel veel goede journalisten rond en bedrijven hebben steeds meer behoefte aan goede content. Het is misschien niet sexy voor veel journalisten, maar we kunnen echt niet allemaal op de redactie van NRC of Volkskrant aan de slag en in het bedrijfsleven en bij vakbladen zijn leuke dingen te doen. Bovendien; vooral freelancers die hechten aan hun vrijheid zullen voor het geld ook wel eens een verhaaltje voor ABN of ING moeten tikken, maar het gaat nog zo vaak mis door onbegrip.

 

De wet van Sheridan

In zijn boek They Ask You Answer van Marcus Sheridan (jullie weten toch? De man die ooit zijn zwembadbouwbedrijf groot maakte met contentmarketing) noemt hij tien kwaliteiten van goede contentmarketingmanagers: Schrijftalent (,,je kan een marketeer niet leren schrijven, maar een schrijver wel iets van marketing bijbrengen.’’), eindredactionele ervaring, verstand van social media, kunnen interviewen, iets weten van video editing, een aardig mens zijn, (want veel contact met anderen), een beetje kunnen organiseren, van cijfers houden en buiten de gebaande paden kunnen denken.

Volgens Sheridan kun je deze kwaliteiten eigenlijk alleen maar vinden in de beroepsgroep ‘journalistiek’. ,,Wijzelf huren vooral recent afgestudeerde journalisten in en brengen hen dan de principes van marketing bij.’’

En daarin schuilt waarschijnlijk toch de holy grail als je een kritische analyse maakt van het incident van Waylon en al die andere voorvallen die daar op lijken. Natuurlijk, zouden de marketingmanager en de artiest iets meer begrip kunnen hebben voor ons journalisten. Ze moeten misschien beseffen dat wij altijd in het belang van het publiek (zouden moeten) denken en niet aan het belang van de geïnterviewde. Maar goed, dat ligt buiten ons beïnvloedingsveld, zouden we zelf ook iets kunnen ondernemen?

 
Iets nederiger opstellen
Want zo briljant zijn we niet altijd hè? Zo volwassen is het toch niet om Waylon opeens de hemel in te prijzen als hij even niet met ons wil praten? Ja, wij moeten soms proberen ons iets nederiger op te stellen, met begrip voor het vak dat de ander uitoefent. Artiesten zijn natuurlijk zeer autonome mensen die juist baat hebben bij het niet-sluiten van een compromis, ze zijn misschien veel solistischer, eigenwijzer dan journalisten. Moeten dat ook zijn. En als de artiest besluit dat hij wat dansers op een podium wil dan moeten journalisten dat misschien ook eens accepteren. Of zoals Songfestival-kenner en journalist Cornald Maas zegt: kritiek mag natuurlijk, maar dat geeft een artiest ook het recht om zijn eigen keuzes te maken in met wie hij van de media praat.

Marketeers zijn misschien van oudsher gewend om te zenden, om te vertellen hoe geweldig een nieuwe dienst of een bepaald product is. Die impuls wordt echter steeds iets minder en zal er de komende jaren helemaal uitgaan want de macht in de mediawereld verschuift steeds meer naar het publiek. Als ‘de doelgroep’ een commercial verschrikkelijk vindt dan gaat die - via Loden Leeuwen en herrie op social media - snel weer van de buis. Marketeers moeten dus steeds meer in het belang van hun achterban gaan denken en wij journalisten kunnen daar een beetje bij helpen. Niet door arrogant te zeggen hoe de wereld in elkaar zit, maar door steeds te blijven uitleggen dat het uiteindelijk maar om één belang gaat: dat van de kijkers, lezers en luisteraars. We zijn een soort vertalers; marketeers vertellen iets over hun dienst of product en wij maken daar een verhaal van dat het brede publiek graag ziet, leest of hoort. Niets meer, niets minder, ieder zijn vak.

 
Tuesday, 15 May 2018 | Written by Bas Hakker

Slimmer adverteren op tv: geen RTL4 maar TLC

De tv-zenders van BrandDeli behaalden in april een gezamenlijk marktaandeel over de gehele dag van 18,6 procent. Adverteren op deze kleine zenders levert sommige merken meer conversie op dan bij de grote zenders van RTL, SBS en NPO.

 
Waar kijk je overdag liever naar: een documentaire over de Tweede Wereldoorlog of naar reclame van teleshopping? Een natuurdocumentaire over roofdieren of kindertekenfilms? Zo zwart-wit kun je het niet stellen, maar het voor de hand liggende antwoord verklaart misschien het succes van de zenders van BrandDeli.

 
Geen verbazing 
Het marktaandeel van de zenders TLC, 24Kitchen, BBC First, Comedy Central, Discovery, Eurosport, FOX, FOX Sports, ID, MTV, National Geographic, Nickelodeon, Spike en VICELAND groeide voor de dertiende maand op rij. BrandDeli was in april zelfs de tweede commerciële tv-partij van Nederland in de doelgroep 20 tot en met 49 jaar, stelde het in zijn eigen persbericht.

In huize Oerlemans wekte dit geen verbazing. Als mijn kinderen al televisie kijken, dan is het naar zenders als Comedy Central en Nickelodeon. En als mijn aanstaande schoondochter TLC opzet, durft niemand van de heren de afstandsbediening aan te raken. Zelfs papa en mama hebben nu in BBC First een kanaal voor de beste Engelse series tot hun beschikking. En op zondagmiddag zijn de historische beelden van de Tweede Wereldoorlog op National Geographic aanlokkelijker dan de live handbalwedstrijd op NPO1.

 
Niet openbaar 
Dat maakt deze zenders aantrekkelijk voor adverteerders. Op sommige momenten nog meer dan de grote commerciële of publieke omroepen. Onderzoek van een bekende pizzaketen toont dit zelfs aan. Ongeveer een jaar geleden interviewde ik voor frank.news de marketing manager van deze keten. Die was toen net overgeschakeld naar een nieuwe strategie voor tv-reclame die meer conversie opleverde. Helaas wilde de directie niet dat deze strategie en de interne onderzoeken hiernaar openbaar werden, dus kwam het verhaal nooit naar buiten. In geanonimiseerde vorm willen we het onze lezers echter niet onthouden. Temeer omdat het precies verklaart waarom BrandDeli zo succesvol is.

 
Meer conversie voor minder geld 
De pizzaketen analyseerde zijn tv-reclames in de afgelopen drie jaar en wat bleek: wie met tv-reclame pizza’s wil verkopen kan beter op Comedy Central en TLC adverteren dan bij RTL4. En commercials tussen 17.00 en 18.00 scoren beter dan rond GTST en het Acht Uur Journaal. Uiteindelijk levert dat meer conversie op voor minder geld.

 
Geen controle 
Ook deze pizzaketen merkt dat het lineair tv-kijken afneemt en dat jongeren het medium steeds vaker mijden. Bij de inkoop van tv-reclame is het tegenwoordig al bijna niet meer mogelijk om GRP’s in te kopen voor de doelgroep onder de 25 jaar, juist voor pizza’s een belangrijke doelgroep. Daarom was een deel van het advertentiebudget al overgeheveld naar online video, met name naar YouTube. Viewers konden dan meteen doorklikken naar de website. Bovendien kun je online per segment, doelgroep en tijdsperiode inkopen, helemaal naar eigen wens. Dat wilde de keten op tv ook, maar de traditionele tv-markt biedt die mogelijkheden niet. Daar bieden zenders alleen pakketten van GRP’s aan, waarbij ze zelf bepalen wanneer commercials worden ingezet. Wie zelf tijdstip en programma wil bepalen betaalt extra, maar dan nog ontbreken de gevarieerde mogelijkheden van online. Je kunt namelijk niet zien of adverteren rond het Acht Uur Journaal of GTST de meeste conversie oplevert.

 
Data-onderzoek 
Daarom deed de keten iets geheel nieuws. Het liet zijn mediabureau een analyse maken van de tv-commercials die in de afgelopen drie jaar zijn uitgezonden en het verkeer naar de website in de vijf minuten voor en na uitzending. Uit die data werd duidelijk welke spot, op welke dag, op welke tijd, bij welke zender de meeste conversie opleverde.

De conclusie: qua tijd converteren uitzendingen tussen 17.00 en 18.00 uur het meest. Er zitten dan minder mensen voor de buis, maar de mensen die kijken, bestellen vaker een pizza.

 
RTL4 onderaan 
Bij de vergelijking tussen zenders waren de uitkomsten helemaal verrassend. Reclame op grote zenders als RTL en SBS bleek minder goed te scoren dan reclame op de kleinere zenders van BrandDeli. Die blijken enorm populair bij een jeugdig kijkerspubliek en daar converteren advertenties voor pizza’s het meest. RTL4 zat bij de onderste drie zenders. TLC en Comedy Central bij de bovenste drie. Dankzij het onderzoek kan de keten zijn tv-budget efficiënter inzetten. Uiteraard doet de keten nog veel meer dan adverteren op tv en is dit onderdeel van een bredere strategie, benadrukt de marketing manager als ik hem weer bel.  Maar voor de beste conversie op tv-reclame is dit volgens hem nog steeds de beste strategie.
Wednesday, 09 May 2018 | Written by André Oerlemans

Gooi inhakers of pr-stunts in de prullenbak en zoek naar écht goed idee

Door Hubertien Huurman van LVB

Inhakers, wat zijn ze verleidelijk. Koningsdag, het WK Voetbal, Moederdag of de eerste lentedag; het maakt niet uit, klant en bureau broeden alweer op een inhaker of PR stunt. Doe maar niet. Er zijn veel betere alternatieven die meer voor je merk kunnen betekenen.

 
Natuurlijk leveren goede stunts aandacht op. Maar vaak kortstondig. En ben je geen Albert Heijn of Coolblue, dan moet je altijd oppassen niet krampachtig iets te kopiëren dat stiekem niet bij je past. Sowieso, hoe origineel ben je überhaupt met de zoveelste inhaker op Koningsdag/1 april/zomertijd/dierendag… of pop-up resto/plein/event/store/...?

 
Waar gáát het nou eigenlijk over 
Voorop staat dat je moet weten wat je wil bereiken en bij wie. Vaak wordt naar de stunt gegrepen omdat de wens free publicity is. Maar de vraag daarachter is eigenlijk: ik wil doelgroep x bereiken met onderwerp y. Ja, het is nog steeds ontzettend waardevol als onafhankelijke media over jouw organisatie berichten. Maar journalisten komen echt niet alleen in actie als ze een stunt voorgeschoteld krijgen. Het gaat hen om datgene waar het jou ook om zou moeten gaan: waar maak ik mijn doelgroep blij mee? En als jouw verhaal maar relevant genoeg is, kun je ook rechtstreeks die doelgroep gaan bereiken met dat onderwerp y.

 
Speuren naar inhoud en een creatieve vorm 
En dan wordt het eigenlijk veel leuker dan de gemiddelde PR stunt. Want nu hoef je in grote lijnen maar een paar dingen te doen om tot die aandacht te komen: kijken waar je doelgroep zit en achterhalen wat ‘ie wil. Dan zoeken naar de juiste vorm (per kanaal!) en natuurlijk matchen met jouw doelstellingen en boodschap. Dit proces vereist natuurlijk denkwerk, creativiteit en een goede kennis van je doelgroep. Zeker als je een b2b-organisatie bent, zal je stevig in de inhoud van jouw organisatie moeten zitten. Maar het is ook een goede exercitie om verder te denken dan je product of dienst en in het hoofd van die eindklant te gaan zitten.

 
Maar wat als het er nou écht niet in zit? 
Vaak ontdek je dat er vanuit inhoud haakjes te bedenken zijn om zonder stunt of inhaker free publicity te realiseren. Maar soms zit die nieuwswaarde er gewoon echt niet in. Of ben je een organisatie die een ‘plat’ product onder de aandacht wil brengen. Dan nog is die vlugge stunt niet per se de oplossing. Ga nadenken hoe en waarmee je in de leefwereld van je doelgroep terecht komt. Met welke problemen zit je doelgroep en hoe kun jij je doelgroep helpen? Ze lezen gelukkig niet alleen de krant, dus je kunt ze ook via andere routes bereiken: social, offline, partnerships. Maak content die geen inbreuk maakt in die leefwereld, maar wat toevoegt.

 
Voorbij de stunt: mensen binden aan jouw merk
Tot slot, kijk ook vooral verder dan dat eenmalige bereik. Supermooie aandacht bij je doelgroep is geweldig, maar het ultieme is om hen aan jouw merk of organisatie te binden. Zo wordt het nog makkelijker om ze te bereiken en heb je zo’n stunt of inhaker helemaal niet nodig.

 
Hubertien Huurman is adviseur PR en contentmarketing bij LVB.
Thursday, 03 May 2018 | Written by Redactie Frank.News

Moeten retailers ‘verkopers’ van goede doelen binnenlaten?

Steeds vaker staan er in grote winkelketens inzamelaars van goede doelen. Prima natuurlijk, maar is het verstandig om als winkel de regie uit handen te geven?

 
Niet zo lang geleden liep ik met mijn familie door Intratuin, iets met plantjes en een schutting voor het balkon. Voor de winkel in Utrecht stond een man met een windjack waarop heel groot ‘Berry’ stond. Hij was geld aan het inzamelen voor KiKa, een prima goed doel natuurlijk. Omdat ik altijd iets langzamer ben dan de rest van de familie, iets met muntjes zoeken, was ik alleen toen hij aan me vroeg of ik nog iets over had voor KiKa.

 
Geen kleingeld 
Hij vroeg het een beetje hard zodat iedereen mijn reactie zou horen. Ik mompelde iets over ‘geen kleingeld’ (niet gelogen), maar voor dat excuus was Berry niet zo gevoelig. Hij had nog wel een apparaatje om te pinnen dus hij zei al snel - alweer een beetje hard: hoeveel kan ik noteren voor KiKa? (ik zei al: het allersympathiekste doel ter wereld, maar daar gaat het niet om). Slim, want daardoor voel je direct de druk om een aardig bedrag te noemen. En doordat Berry nog steeds een beetje hard praatte, kan je geen ‘50 cent’ zeggen want dan zouden ‘de mensen’ denken: wie gaat er nu zo weinig pinnen?

Ik noemde het bedrag en trok een sprintje om me weer bij de rest van mijn gezin te voegen. Terwijl we langs de vissen liepen (waar we ooit een verkoper meemaakte die vissen in een kom zielig vond), mompelde ik ongevraagd iets als: ‘wij zijn hier voor zo’n stomme schutting terwijl de zieke kinderen wachten op de goede behandeling, wij kunnen het toch missen?’

Ter hoogte van de tuinkabouters kwamen er weer drie mensen op ons af met de vraag of we iets konden missen voor KiKa. Ik schudde een beetje met mijn hoofd en mompelde iets over ‘Berry aan de deur’.

 
Sociale druk 
Robert Cialdini was trots geweest op Berry, want hij maakte heel knap gebruik van de ‘sociale druk’. De vraag ‘heeft u iets over voor KiKa?’ betekent eigenlijk voor jezelf en voor de mensen in de buurt: ben je een leuke man die graag aan goede doelen geeft of een chagrijnige mopperaar die alleen een plantje komt kopen? En ik ben nogal gevoelig voor sociale druk. Ik hou ervan als iedereen het een beetje naar zijn zin heeft. Voeg daarbij het sympathieke doel en Berry heeft me al voor 80 procent overtuigd.

Al met al had ‘psycholoog’ Berry zijn verkooptechnieken prima op orde, maar toen de mensen in de blauwe jasjes mij in de winkel ook aanspraken, dacht ik wel: moet je als winkel die inzamelaars van goede doelen je winkel binnenhalen? Lastig natuurlijk. Bij de AH in het winkelcentrum staan wel eens krantenverkopers en die zou ik in ieder geval weren. Iemand die een krantje in je handen duwt om daarna - zogenaamd gezellig - een praatje te maken, zou ik niet in mijn winkel willen hebben. Datzelfde geldt eigenlijk voor goede doelen en dat heeft niets met een gebrek aan sympathie voor het goede doel te maken. Ik zou namelijk als winkeleigenaar niet de regie uit handen willen geven van de manier waarop mijn publiek zo’n bezoekje aan mijn zaak beleeft.

 
Wroeten in de relatie tussen klant en winkel 
Contact met je klant luistert immers nauw. Daar denk je zorgvuldig over na. Bij de AH en andere supermarkten krijgen medewerkers uitgebreide trainingen over hoe je een klant moet behandelen. Daar is over nagedacht. Je moet maar eens gaan plassen in de ruimte van de medewerkers en dan zie je de cijfers hangen die klanten geven op het gebied van klantvriendelijkheid. Dan is het niet handig als externe partijen - met hun eigen verkooptechnieken - gaan zitten wroeten in de relatie tussen klant en winkel, hoe sympathiek een goed doel ook is. Mensen gaan die ervaring toch koppelen aan de supermarkt en als je dan bekendstaat als een winkel waar inzamelaars je onder sociale druk zetten dan lijkt me dat niet zo handig. Hoe goedkoop je schuttinkjes ook zijn.

 
Ongemakkelijk 
Maar goed, misschien is de supermarkteigenaar ook wel een - immer twijfelende, niet zo assertieve - weegschaal. Dat het een beetje ongemakkelijk werd toen die vertegenwoordiger van het goede doel langskwam terwijl de supermarktmanager zat te lunchen met zijn hele team. Dat een iets hogere Berry iets zei als: ‘dus jij wil niets te maken hebben met een goed doel als KiKa? Wat nu als jouw kinderen ziek worden….Willem? Dan hoop je toch dat er voldoende geld is om je kind een goede behandeling te geven? Tóch, Willem?’ En het pleit wel weer voor Willem dat hij toen instemde…
Wednesday, 02 May 2018 | Written by Bas Hakker

Endorsements: Jan Smit of René Froger, dat is de vraag

Bij welke brillenzaak zouden jullie binnenstappen als je morgen een nieuwe bril nodig zou hebben? In elk geval lijken endorsements nog steeds te werken.

Mijn linkeroog is iets minder dan mijn rechter, dus ik moet binnenkort echt een keer een brillenzaak binnenlopen. Zal ik dan eerder kiezen voor mijn lokale (en dure) zelfstandige opticien, Hans Anders, Eyelove of Pearle?

 
Aardige gast 
Ik neig een beetje in de richting van Pearle en dat heeft iets met die Jan Smit-reclame te maken. Misschien vinden sommige mensen hem irritant, maar ik vind Jan Smit op de een of andere manier een aardige gast. Dat heeft wel iets te maken met een interviewtje dat ik met hem deed, waarin hij gewoon heel relaxed was. Ook tijdens de vrij lange sessie met de fotograaf bleef hij de hele tijd ontspannen. Aardige gast. Je merkt dan dat hij niet zoveel afstand heeft tot zijn publiek en dat is geen trucje. Ook in zijn real life soaps heb ik het altijd een leuke gast gevonden; grappig en vol zelfspot.

 
Machomannen 
Voor mij werkt de endorsement van Pearle en Jan Smit dus goed. Steeds als ik Smit voorbij zie komen op tv denk ik even aan dat brillenbedrijf. Bij Froger en Eyelove voel ik die sympathie iets minder. Daar lijkt de verbondenheid tussen merk en celeb iets minder hecht, maar dat komt misschien omdat ze nog maar net begonnen zijn. Op de een of andere manier associeer ik dat merk vooralsnog met machomannen die van die schoonmoedergrappen maken. Ik heb niet zoveel met dat genre mannen en daarmee dus ook nog niet met dat merk.

 
Werkt een bekend gezicht?
Op de SWOCC-site verscheen een aantal jaar geleden een aardige publicatie over dit onderwerp. De auteur onderzocht aan de hand van literatuur de vraag of een bekend gezicht in reclame eigenlijk werkt. Hierin is aandacht voor de conclusies op dit gebied van onderzoekers  Johannes Knoll en Jörg Matthes. ,,Bekendheden in advertenties trekken de aandacht maar leiden er niet per se toe dat het merk beter wordt onthouden. Wel zorgen ze voor een sterke betekenisoverdracht van de beroemdheid naar het merk of product. Ze zorgen ook duidelijk voor een positiever gevoel over het merk of product, zeker wanneer de bekendheid relevant is voor het product. De evidentie wat betreft aankoop(-intentie) is minder duidelijk. Intenties lijken vooral positief beïnvloed te worden wanneer de bekendheid een goed doel steunt (in vergelijking tot wanneer diegene een product steunt).”

Ook komt uit het onderzoek naar voren dat het beter werkt als het merk nog onbekend is en dat mannelijke acteurs of bekendheden het effectiefst zijn voor een beetje lekkere endorsement.

 
Logische associatie 
In theorie zou Froger dus goud geld waard zijn voor Eyelove (want een vrij onbekend merk), maar het probleem zit wel een beetje bij de waardeoverdracht, vermoed ik. Op de een of andere manier denk ik dat Smit in het algemeen iets sympathieker wordt gevonden dan Froger. De associatie tussen merk en bekendheid moet logisch zijn en dat vind ik bij Pearle. Ze hebben allebei iets laagdrempeligs, iets van ‘doe maar normaal’. Bovendien is Jan Smit nu eenmaal een brildrager, dus je legt de koppeling steeds in je hoofd. Het zou volgens de onderzoekers te ver gaan dat je door Jan een winkel binnenstapt, maar ik denk dat je daarmee de effecten van reclame onderschat. Toch even kijken op de site hoe duur het is en of er een zaak in de buurt van mijn dorp zit.
Tuesday, 01 May 2018 | Written by Bas Hakker

Ook RTL Nederland is speelbal geworden van consultants

RTL Nederland zit in een roerige fase waarin de organisatie op de schop gaat (lees: er gaan ontslagen vallen) omdat het moederbedrijf van RTL4 tot en met 8, Videoland en RTL MCN een ‘Fan Centric’-strategie gaat volgen. Adviseurs hebben die term én strategie bedacht en niet de leiders van het bedrijf. Daar gaat het fout.

 
Stel: jij bent de consument. En dat ben je. Voel je je dan door RTL vanaf nu ‘centraal gesteld’? Wel als het aan de top van de Nederlandse tak van het bedrijf ligt. Het is voortaan de koers van RTL Nederland om minder te zenden en meer ‘fans’ binnen te halen.

Vorige week presenteerde directeur Sven Sauvé de nieuwe strategie. Het gaat hierbij om een ‘Fan Centric’-groeistrategie, waarbij RTL ‘een emotionele band wil opbouwen met kijkers en volgers’. Deze woorden klinken alsof Sauvé het van een A4tje opleest, opgesteld door de consultants die sinds een jaar of langer de organisatie hebben doorgelicht.

 
Met een rapport komen
Het is helemaal niet vreemd dat consultancy’s - denk aan McKinsey, PwC, KPMG, Deloitte, dat soort namen - mediabedrijven van A tot Z doormeten en dan met een rapport komen. Dat gebeurt al jaren. Zeker als een bedrijf moet veranderen gezien de marktomstandigheden. Dat heet in consultantstaal een ‘transitie’.
De vraag is wel vooral: voor wie is dat nou goed? De mediabedrijven moeten maar afwachten of ze beter gaan presteren en er rijker van worden. Buiten kijf staat dat de adviseurs er zelf wél rijker van worden. Vaak miljoenen euro’s.

 
Twee Senseo-apparaten
Er zijn de afgelopen decennia wel wat Nederlandse mediabedrijven geweest waar consultants hun gang mochten gaan. Logisch, onder druk van de groei van online media moest de organisatie op de schop. Het apparaat werd te log, er was te veel overhead, er waren te veel baasjes. Dan is er wel een ‘onafhankelijk’ adviesbedrijf nodig om de bezem er doorheen te halen. Maar soms dringt dat zelfs door tot de redactieburelen en komen de consultants bij de hoofdredactie op de koffie om te vragen of het wel nodig is dat er twee Senseo-apparaten staan.

 
De resultaten
Wat levert een advies in de praktijk op? De ervaring leert dat ze voor een aantal mediabedrijven niet minder dan rampzalige gevolgen hebben gehad. Neem PCM Uitgevers - tegenwoordig de Persgroep - dat een jaar of vijftien geleden door adviseurs in de armen werd gedreven van het Britse Apax. De Britten lieten PCM uiteindelijk berooid achter en konden hun eigen zakken lekker vullen.
De overname kostte PCM in totaal 25 à 30 miljoen euro, waarvan ruim tien miljoen euro naar twee adviseurs ging die ook nog een succesbonus hebben bedongen. De totale advieskosten waren overigens 30 miljoen euro.

 
Wegener en de Britten
Neem Wegener, nu in redelijk veilige handen van de Persgroep, maar tot een paar jaar geleden nog eigendom van weer andere Britten: Mecom. Catalyst begeleidde het proces naar de weinig succesvolle overname, waarvan het toenmalige personeel nog wel eens badend in het zweet wakker wordt.

Derde voorbeeld is natuurlijk de Telegraaf Media Groep dat pas sinds kort onder leiding van een aantal verstandige Belgen onder het juk van adviseurs, consultants en consulentjes uit is. Ook deze consultancy’s hebben miljoenen verbrand en ook daar is de vraag of het mediabedrijf er nou echt beter van is geworden. Antwoord: nee, natuurlijk niet.
Je handen jeuken om de facturen van die adviseurs in te zien. Want wat doen ze nou eigenlijk voor dat uurtarief? De rapporten van dergelijke adviseurs zijn ook nooit openbaar, maar je wilt toch wel eens lezen hoe die eruit zien.

 
RTL in transitie
Terug naar RTL Nederland, dat inderdaad ook in ‘transitie’ zit. Dat moest ook wel: de tv-kijktijd en -omzet loopt fors terug en de (tv-)consument heeft de macht. RTL heeft weliswaar digitaal geïnvesteerd, maar ook daar is de organisatie te log en te langzaam geworden. Pas nu willen ze echt slagvaardig worden en daarvoor moeten ze andere types dan de oude long format tv-denkers aantrekken. Datakijkers vooral en creatieven die op alle platformen terecht kunnen.

Want het moet ‘Fan Centric’ worden. Ook als je adverteerder of commercieel partner bent van RTL, krap je je dan even achter de oren. Wat houdt dat voor mij in? Dat moet de top van het bedrijf dan maar eens uitleggen zonder dat A4tje.

In feite komt het er op neer dat mediabedrijven oersterke leiders nodig hebben die een langetermijnvisie hebben en direct anticiperen op de marktontwikkelingen. Daar hun organisatie ook direct op inrichten. Natuurlijk gaat alles nu twee of drie keer sneller in de mediawereld en niemand weet welke strategie nou echt de winnende is. De diversificatie strategie van RTL is op zich goed, maar een echte concurrent van Netflix zal Videoland niet worden. Bouw harder aan een eigen contentbibliotheek dan je nu doet. En het is op tv gewoon zaak dat RTL eerst weer wat sympathie van de kijker terugwint alvorens deze kijker weer echt fan wordt.

Maar dat had een paar jaar geleden bedacht moeten worden, door de top van het bedrijf zelf en niet nu door een stel consultants die inmiddels handenwrijvend hun factuurtje al weer hebben gestuurd. Het is te hopen voor RTL dat er de komende tijd verstandige keuzes worden gemaakt.

Naschrift: De woordvoerster van RTL belde ons om te vertellen dat RTL zelf de strategie en de term 'fan centric' bedacht. ,,Consultants werken slechts aan de invulling van die strategie''. 
 
 
Wednesday, 25 April 2018 | Written by Bram van Noord

Heeft het merk Vlissingen een imagoprobleem?

Filosoof Sjaak Vane beschouwt bekende fenomenen in de marketingwereld vanuit zijn eigen perspectief. Vandaag over zijn eigen Vlissingen.

Vlissingen is behoorlijk de Sjaak. Vorige maand kregen we de eerste klap. Toen werden we als provinciaaltjes weggezet door Lubach op Zondag. Ons belangrijkste verkiezingsonderwerp was het Nollebos- en dat klinkt behoorlijk bekrompen, als je het zo neerschrijft. Ik zeg ‘ons’, want hier schrijft een geboren Vlissinger.

 
Achterhoedegevecht
Even een stukje geschiedenis. Vlissingen worstelt al veel langer met zijn imago. Het ziekenhuis waar ik ter wereld kwam heette ooit Bethesda, naar een geneeskrachtige bron. Het instituut werd omgedoopt in het Admiraal De Ruyter ziekenhuis. Beter voor  het imago, tenslotte moeten we tegenwoordig vechten tegen iedere ziekte. De Ruyter is een sterk merk, moet men gedacht hebben.

Onlangs liep onze zeeheld averij op vanwege zijn aandeel in de slavenhandel. Die storm is weer gaan liggen. Het standbeeld op de gelijknamige boulevard is niet omver getrokken. Veel ingrijpender is de verhuizing van het ziekenhuis naar Goes. Kinderen worden voortaan in die gemeente geboren, zodat Vlissingen  alleen nog maar in je paspoort staat als je moeder thuis is bevallen. Ook is de bibliotheek gesloten evenals de Halfords, de Miss Etam, Leen Bakker, Xenos en de Vögele. Gelukkig hebben we nog een Blokker en een Intertoys en houdt de HEMA dapper stand. Vlissingen voert een achterhoedegevecht. Het lukt maar niet om de winkelpanden te vullen.

 
Bye bye Vlissingen
Aan toeristen geen gebrek. Maar er zijn buiten de horeca bedroevend weinig vacatures. De gemeente betaalde dan ook gretig mee aan de vernieuwing van de marinekazerne. Maar de mariniers hebben vrouwen en die vertikken het om de hele dag met de hond over het strand te wandelen. Of om ijsjes te verkopen aan toeristen. Vorige week sprak ik een chirurg uit Leiden die vijf jaar geleden naar Vlissingen verhuisde. Zijn academisch geschoolde vrouw is blij met haar baantje als secretaresse via een uitzendbureau. Die 500 mariniersvrouwen hebben dus een punt. Lubach vormde de genadeklap voor het imago. In Vlissingen wil je nog niet dood gevonden worden, grapte hij. En als Lubach het zegt, heb je een probleem. Na ‘bye bye Facebook’, vrezen we nu voor een ‘bye bye Vlissingen’.

 
Promotie
Afgelopen donderdag weerlegde een gedeputeerde van de provincie Zeeland de bezwaren met een vlammend betoog, zo schrijft huis-aan-huisblad De Faam. Een promotiewerkgroep zal het negatieve beeld van Zeeland moeten rechtzetten. Inhoudelijk wordt er niet ingegaan op de zorgen van de mariniers. Het probleem wordt moeiteloos geframed als een imagoprobleem. Vlissingen is best leuk alleen dat hebben we te weinig onder de aandacht gebracht. Dat klinkt als Mark Rutte die beweerde dat de VVD altijd voor het milieu is geweest, maar het verdomd slecht heeft gecommuniceerd. Kortom: Vlissingen moet dringend een peloton stadsmarketeers invliegen.

 
Kun je een stad verkopen?
Het probleem met een stad is dat er ook nog inwoners zijn. Mensen die de stad op een eigen manier beleven. Die  herkennen zich vaak niet in het merk dat van hun leefomgeving wordt gemaakt. ‘Door de veelzijdige persoonlijkheid van een plaats of bedrijf in een simplistische merkessentie te proppen, beledig je de intelligentie van het publiek’, moppert de Amerikaanse journalist Lucas Conley in zijn boek Obsessive Branding Disorder (vertaald als: De Merkenziekte).

Conley beschrijft het rebrandingproces van Cincinnati. In 2001 kwam deze Amerikaanse stad landelijk in het nieuws vanwege rellen als reactie op racisme door de politie. Nadat de rust weer was teruggekeerd probeerde men het imago op te poetsen. Nu is Cincinnati een stad van marketeers. De hoofdkantoren van Procter & Gamble, supermarktketen Kroger en warenhuis Macy’s staan er. Charlotte Otto, al jarenlang werkzaam voor Procter & Gamble zag mogelijkheden om haar stad weer op de kaart te zetten. Een stadspromoteam interviewde dertig bewoners en meer dan vijfduizend inwonenden vulden online een vragenlijst in. Het leidde tot verbaasde reacties. Goh, dat onze stad zóveel te bieden heeft. De slogan werd dan ook: All Together Surprising. Het merk CincinnatiUSA werd gelanceerd onder andere door regionaal attracties en hotelarrangementen onder de aandacht te brengen.

 
Reddingsboei via stadsmarketing?
Is Vlissingen nog te redden met extra stadsmarketing? Misschien wel. Amsterdam bedacht iAmsterdam en heeft nu een omgekeerd imagoprobleem: het is zó populair dat het een openluchtmuseum dreigt te worden. Met een slogan kun je jezelf als stad op de kaart zetten. De werking is echter omstreden. Tweederde van de slogans hebben geen zin volgens deskundigen en sommige slagzinnen kosten aardig wat geld.  Utrecht betaalde twee ton voor (ja, het staat er echt) UtrECHT. Leeuwarden bedacht echter geheel op eigen kracht de slogan: ‘Kijk, dat is het mooie van Leeuwarden’ en won er in 2014 een prijs mee.

Vaak is de originaliteit ver te zoeken. Een rondgang door Nederland levert veel nietszeggende zinsnedes op en soms doublures zoals: ‘Zin in Zandvoort’ en ‘Zin in Zevenaar’. De grappigste mislukkingen zijn toch wel: ‘Dromen, doen, Heusden’, ‘Hoorn moet je voelen’ en ‘Goes is Goes/d’.

Ooit was het ‘Vlissingen, stad aan zee’. Die slogan werd vervangen door de huidige oneliner: ‘Vlissingen, bruisend als de branding’. De beeldspraak is duidelijk en door de alliteratie bekt het best lekker. Maar wie door het lege stadscentrum loopt kan alleen maar cynisch worden over deze stadspromotie. Misschien kan de gemeente inspiratie halen uit de zelfspot van Vlagtwedde. Hun slogan is: ‘Vlagtwedde, de op één na mooiste gemeente’.

 
De rafelranden van de stad
Wat contentmarketing betreft werken de Vlissingse bewoners ook niet erg mee. Vlak onder de nieuwsreportage over stadspromotie staat een nieuwsbericht over de vertelwandelingen van Sinister Zeeland. Onder het motto: Luctor et Putesco (ik worstel en verga) vertelt men de toeristen over de dingen die de bewoners het liefst verborgen zouden houden. De zwarte kant van de stad: moorden, slavenhandel en piraterij. Sinister Zeeland is nog op zoek naar nieuwe stadslegenden over engelen en heksen, wonderen en waanzin, lees ik. Lubach had het niet kunnen verzinnen. Ik denk dat het stadspromotieteam zich nu omdraait in het graf. Het wordt hoog tijd voor een podcast met mooie verhalen van rasechte Vlissingers.

Gelukkig hebben we nog ons geheime wapen: amateurfotograaf Ria Brasser is goud voor Vlissingen en de Zeeuwse kust. Een tip voor alle stadsmarketeers: geef een amateurfotograaf een VVV-bon en laat haar beelden opsturen naar weerman Gerrit Hiemstra. Je krijgt op primetime gratis TV-exposure. Sfeerbeelden met mooie luchten en de naam van je gemeente eronder.

 
Een stad of een merk?
Wonderlijk toch hoe bestuurders een grotemensenprobleem ogenblikkelijk definiëren als een imagokwestie. In Cincinnati werden de problemen niet aangepakt, maar de beeldvorming opgeleukt. Ook vanuit de gemeente Vlissingen lees ik geen inhoudelijke reactie op de bezwaren van de mariniers. De burgemeester verwacht dat de plannen gewoon worden doorgezet. Als we nou maar vaak zeggen dat Vlissingen leuker is dan je denkt, komen er vanzelf banen. Daarmee komen de woorden los te staan van de fysieke werkelijkheid. Woorden zijn woorden en niet meer dan dat.

De kritische filosoof Michel Foucault eindigde zijn boek De woorden en de dingen  met de vraag of het einde van de mens zoals we die nu kennen nabij is. Hij vraagt zich af of de mens zal verdwijnen ‘als een gezicht in het zand op de vloedlijn van de zee’. Misschien dat de mariniers daar bang voor zijn.

 
Sjaak Vane is filosoof, spreker en WorkLife-coach. Hij schrijft aan een boek over de filosofie achter nieuwe werkrelaties. Lees ook zijn blog: De Filosofische Bijsluiter.
 
Wednesday, 25 April 2018 | Written by Redactie Frank.News

De Nederlandse media over drie jaar? Check Joe Rogan

Comedian Joe Rogan heeft met The Joe Rogan Experience een van de meest succesvolle podcasts van de VS bedacht. Als je die show goed luistert (en kijkt), weet je wat er de komende jaren gaat veranderden in de (Nederlandse) mediawereld. Dus check het.

 
Om de grootsheid en de impact van The Joe Rogan Experience te kunnen snappen (en dus de potentie van podcasts) moet je niet naar Rogans interviews met de grote mannen als Jay Leno of Lance Armstrong luisteren, maar naar zijn gesprek  met mede-comedian Tom Segura. De twee kennen elkaar goed en dat verbergen de mannen niet. Ze praten over hun vak, over een legendarische eigenaresse van een comedyclub die is overleden, over het voordeel van theaters met 1500 plekken en over Trump. Vrij onbegrijpelijk allemaal, maar zo liep het gesprek nu eenmaal. Gewoon twee mannen aan een tafel die praten, toevallig niet over de kinderen, maar wel over Trump en hoe het er aan toe gaat in het Witte Huis. De een heeft iets gehoord daarover en de ander heeft ook wel eens ergens iets gelezen.

 
Miljoenenpubliek
Okay, wat is daar bijzonder aan hoor ik jullie zeggen, maar die podcast is dus in vijf dagen alleen al op YouTube meer dan een miljoen keer bekeken/beluisterd (bekeken inderdaad, de podcast wordt ook opgenomen met drie camera’s). Joe Rogan is daarmee een hele grote mediameneer in de VS, hij begon dus in 2009 met de Joe Rogan Experience en maakte het programma legendarisch. Rogans show is het bewijs dat podcastst en YouTube shows voor een ware revolutie zorgen in de mediawereld, een revolutie die vooral in de ‘echtheid’ ligt verborgen; twee mannen praten gewoon met elkaar, houden op geen enkele manier rekening met de wetten van de media waarbij de een vragen stelt en de ander antwoord en het is retepopulair.

Nu volg ik die podcast van Rogan alweer een tijdje vrij intensief en dus zette ik de inhoudelijke wetten op een rijtje waaraan hij zich houdt (of eigenlijk niet houdt). Dat doe ik omdat ik een beetje fan ben inmiddels, maar ook zodat jullie alvast weten welke mediatrends er straks aankomen (zonder de trendwatcher uit te hangen trouwens). Klaag dus niet als je straks te laat bent om in te springen hè want ik heb jullie gewaarschuwd ;-). Joe Rogan staat immers, net zoals Ryanne van Dorst, voor de manier waarop media in de toekomst georganiseerd zijn. De nieuwe mediawereld (podcast, YouTube, social media) gaan de oude media met al zijn baasjes, gebouwen en vergaderingen gigantisch slopen. Maar dat wisten jullie natuurlijk al lang…

 
Regel 1: Rogan stelt geen vragen
Wij van de journalistiek hebben altijd onze mond vol van kritisch doorvragen, maar dat doet Rogan dus voor geen meter. De man is gewoon oprecht geïnteresseerd, dat is iets heel anders - noem het natuurlijker - en dan volgt er dus een gesprek en geen ondervraging zoals bij de politie. Dus als hij iemand goed kent dan heeft hij een joviale toon en als hij iemand niet kent dan gaat dat er allemaal iets rustiger aan toe. Spannend is dat er geen duidelijke rolverdeling is tussen vragensteller en antwoordgever. Rogan kan rustig een verhaal van twee minuten vertellen omdat hij daar toevallig zin in heeft. Negen minuten kan ook en dan maakt hij er een motivational speech van voor YouTube.

 
Regel 2: Rogan nodigt alleen mensen uit die hem interesseren
De comedian en UFC-commentator heeft heel veel interesses en op die basis nodigt hij mensen uit. Hij heeft bijvoorbeeld een bepaalde voorliefde voor mensen die in complottheorieën denken en dus nodigt hij deze ‘911-ontkenners’ gezellig uit. Als hij het onzin vindt dan zegt hij dat gewoon en verder wil hij graag weten hoe ze denken en heeft hij de feiten altijd wel paraat.

 
Regel 3: Rogan doet niet aan shortcopy
De lengte van zijn gesprekken varieert van een uurtje tot drie uur. Als het gezellig is dan blijft hij gewoon doorpraten en het verveelt bijna nergens. Zo gaat dat in het echte leven toch ook? Formats zijn blijkbaar voor de oude mediawereld, Rogan houdt zich niet aan de zelfbenoemde kenners die vinden dat je niet te lang moet zijn want dan verslapt de aandacht. Hij is meer van: als het goed is, kan lang ook. Het gesprek met de conservatieve Ben Shapiro duurt meer dan 2,5 uur, gewoon omdat het kan. Zijn de views dan ingezakt? Mwohh, vinden jullie 5,4 miljoen views veel?

 
Regel 4: Rogan is de koning van de zijpaden
Jullie kennen Tom Egbers toch? Prima presentator, maar hij wordt zenuwachtig als het gesprek even het draaiboek ontstijgt. Dat is dus het oude mediadenken. Zo doe je toch ook niet als je met vrienden een biertje drinkt? Dan gaat het juist om de zijpaden toch? Daar is het gewoon het prettigste wandelen. Je begint over die oude klasgenote en eindigt in een discussie over het nut van TBS. En dus kan Rogan rustig een half uurtje volmaken over het ideale dieet voor topsporters omdat hij daar zin in heeft. Of hij filosofeert over het dieet van een Hollywoodacteur. Hij vertelt ook openhartig over zijn drugsvoorkeuren en dat lijkt op tv toch een paar bruggen te ver. Op een van de podcasts hoorde ik hem zelf zeggen; ik heb hier nog wel een blowtje liggen, zullen we hem delen?

 
Regel 5: Rogan heeft geen politieke kleur
Hoewel, hij is in ieder geval niet van de politiek correcte bubbel waar veel tv-mensen en acteurs inzitten. De oude media zijn natuurlijk, ook in de VS, georganiseerd volgens allerlei politieke lijnen want het profiel van de zender moet herkenbaar zijn. In Nederland is dat niet anders. Bij WNL zie je wat meer de Telegraaf en AD-kant en bij DWDD lijkt het alsof je de Volkskrant doorbladert. Zo’n podcast, maar ook YouTube laat die inkleuring behoorlijk los. Joe Rogan, die zeker niet zo links lijkt, staat open voor alle meningen, hij is heel lenig en kan overal over meepraten. Het is meer zo’n oom die veel leest, maar die ook weet wat er speelt bij de eigenaar van de viszaak.

 
Regel 6: Rogan heeft geen baas
Iedereen die wel eens voor een opdrachtgever werkt (we all do) als journalist, weet hoe dat gaat. Je regelt een leuk interview en in de aanloop naar het interview komen de vragen; let je even hierop, vraag dat nog even, je gaat toch niet….? Prima als een hoofdredacteur dat doet vanuit het belang van de lezers, maar er zijn er ook die denken vanuit het belang van de uitgeversbaasjes zodat ze de maandagochtendvergadering met de directie lekker doorkomen. Rogan heeft nooit maandagochtendvergaderingen, die loopt hard door de bergen, drinkt zijn vitamineshakes en bereidt zich voor op het volgende knalgesprek. Hij vraagt wat hij wil vragen, geeft zijn mening als het nodig en heeft dus zelf de regie in handen als maker.

 
De voorbode voor Nederland
Het gaat me eigenlijk niet zozeer om Joe Rogan in dit verhaal, maar veel meer om de toekomst van de media in Nederland waarin we de VS zullen volgen qua trends. Wij hebben ongetwijfeld ergens in de podcastwereld een Joe Rogan rondlopen die - zonder agenda - gewoon mensen uitnodigt die hij vragenstelt of verhalen vertelt over het leven. Die persoon heeft geen contract bij een omroep met een agenda en ook geen reclamedeal met een stoelenfirma, hij of zij vergadert niet, maar ze nodigt elke week een gast uit waarin ze interesse heeft. Daar praat ze net zo lang mee als ze wil en ze verdient haar geld met vijf of zes grote sponsors die ze altijd even voorafgaand aan de podcast noemt. Wie zou de lenigheid hebben om zo’n programma te maken? Mail me anders op This email address is being protected from spambots. You need JavaScript enabled to view it.
Monday, 23 April 2018 | Written by Bas Hakker

Be Candid,
it’s contagious.

Candidness is the quality of speaking with
honesty and authenticity. Our Candid editorial
team shares stories that matter on media, data,
marketing, creativeness and technology.

Our Candid editorial team
creates stories that matter.