Candid. Platform
for growth.

Apps verkopen de locaties van je smartphone

Apps verkopen de locaties van je smartphone

Nee, je verdient zelf niets als je smartphone je gegevens over je locatie doorgeeft. Maar de bedrijven áchter de apps die je locatie doorverkopen, verdienen er goed aan. Door die verkoop krijg je steeds vaker advertenties te zien van winkels die om de hoek zijn. Inmiddels weten bedrijven wanneer je uit huis gaat, hoe laat je op je werk komt en bij welke horecagelegenheid je ‘s avonds nog een biertje drinkt.

 
Het is een snel groeiende tak binnen de advertentiewereld: location-based advertising (ook location aware of location targeted advertising genoemd). Voor zulke advertenties is het nodig om de locatie van iemand via de smartphone te kunnen volgen. Veel apps vragen toestemming om je locatie te bepalen, zoals sommige apps die het plaatselijke weerbericht doorgeven. Zulke locatiegegevens worden vaak doorverkocht aan andere bedrijven.

 
De trendy bar om de hoek meldt zich op je smartphone
Je krijgt zo advertenties voorgeschoteld die op jouw locatie en zoekgedrag zijn afgestemd. Loop je tegen de avond door een stad waar je normaal niet bent, dan zie je op je smartphone de trendy bars en restaurantjes in die buurt waar je vast wel naar toe wil. Of die leuke winkeltjes met dingetjes waar je al eerder op internet naar hebt gezocht. Sommige consumenten zijn er blij mee, anderen storen zich aan deze snel groeiende trend in de wereld van mobile marketing.

 
Elk jaar besteden bedrijven zo’n 17 procent meer aan advertenties op de smartphone, meldt onderzoeksbureau BIA/Kelsey. In 2016 ging het om 33 miljard dollar voor de VS alleen; in 2021 zal dat op zo’n 72 miljard uitkomen. De snelste groei komt voor rekening van location-based advertising: in 2016 lag dat op 12 miljard dollar, in 2021 komt dat uit op 32 miljard. In Nederland, waar bijna iedereen een smartphone heeft, zal de trend niet anders zijn.

 
Location-based advertenties effectiever
Onderzoek van Verve laat zien dat consumenten veel meer reageren op advertenties die inspelen op de locatie dan op algemene mobiele ads. De engagement bij location-based ads ligt ruwweg twee keer zo hoog, schrijft Marketing Tech News.

Bedrijven weten steeds beter waar we ons op welk tijdstip van de dag bevinden. Toch zit de waarde voor bedrijven niet alleen in advertenties van de pizzeria of kledingzaak om de hoek, maar vooral in het totaal aan locatiegegevens dat zo over iemand beschikbaar komt. Adverteerders kunnen daarmee een uiterst precies profiel van iemand opstellen en ook andere advertenties nog meer op de persoon toespitsen. Of zoals zakenkrant The Wall Street Journal het samenvat: bedrijven willen ‘een volledig overzicht van hoe iedereen (…) zijn tijd besteedt met de bedoeling zulke persoonlijke geschiedenissen in te delen in marktsegmenten en dat aan advertentiebureaus te verkopen.’

 
Locaties combineren: dat is pas waardevol
„Locaties vertellen veel over een bestaande of potentiële klant,“ zegt hoofd media futures Dan Calladine van marketingbureau Carat Global in The Drum. „Als je wilt weten wie je waardevolste klanten zijn, dan leer je van hun locatiegeschiedenis en van het soort plaatsen dat ze hebben bezocht. Daar liggen de echte kansen en daar kan je wat mee. Dat is veel waardevoller dan te wachten tot iemand een winkel passeert en die persoon dan een voucher sturen.”

Greg Grimmer van mobile marketingbureau Fetch benadrukt de ongekende mogelijkheden van location-based ads. „Bij elke boodschap is de vraag hoe we die moeten brengen, maar daarin ligt ook de kans. Het gaat erom precies te weten wie iemand is en dan de juiste boodschap te sturen op het juiste moment.”

 
Een steeds grotere rol daarbij is weggelegd voor data brokers of datahandelaren, bedrijven die data verzamelen of opkopen en vervolgens weer verkopen aan bedrijven en andere instellingen. Voorbeelden van data brokers zijn Acxiom, Focum of 4orange. Ze verzamelen een combinatie van data die kunnen variëren van locaties, surfgedrag, interesses tot eerder gedane aankopen. Data brokers zeggen dat ze niet alle persoonlijke informatie op dezelfde plek bewaren, maar hoe ze precies werken, daarover blijven ze vaag.

 
GroundTruth volgt mensen de hele dag
Hoe ver dataverzameling over locaties kan gaan, wordt duidelijk bij het bedrijf GroundTruth, waarover The Wall Street Journal bericht. GroundTruth is een bedrijf voor data-analyse en is eigenaar van onder meer de app WeatherBug met de laatste weervoorspelling. Om die app te laten draaien, moeten gebruikers toegang tot hun locatie geven. Al die data over de locaties van mensen verkoopt GroundTruth door aan wie het maar wil hebben. Het bedrijf doet daar overigens niet geheimzinnig over. GroundTruth heeft toegang tot de locatiedata van ‘meer dan honderdduizend’ andere apps, bevestigt CEO Serge Matta tegen The Wall Street Journal. De makers van zulke apps werken mee omdat zij toegang krijgen tot het mobiele advertentienetwerk van GroundTruth. Elke dag volgt GroundTruth op die manier het leven van zo’n 70 miljoen mensen in de VS. Het bedrijf weet wanneer ze op weg gaan naar hun werk, wanneer ze weer thuiskomen en bij welke gebeurtenissen ze in de loop van de dag aanwezig zijn.

 
Locatiedata worden niet alleen via apps, maar ook op andere manieren verzameld. Dat kan gebeuren als je met je smartphone door een openbaar WiFi-netwerk loopt waarvan er tegenwoordig steeds meer zijn. Het gebeurt ook als je een winkel binnenloopt die een eigen systeem heeft. Zo’n winkel kan je dan, als je eenmaal binnen bent, via je smartphone een aanbieding doen. Als de winkel al veel informatie over je heeft verzameld, speelt zo’n advertentie in op interesses en eerder surfgedrag.

 
Consument moet akkoord zijn
Apps zijn verplicht toestemming te vragen voor het verzamelen van data. Door met de voorwaarden in te stemmen, ga je akkoord. Je kan toegang tot locatiedata weigeren, maar de praktijk is dat veel apps dan niet meer goed werken. In mei gaat de nieuwe privacywetgeving van de GDPR in en worden de regels strenger. Consent wordt het nieuwe sleutelwoord. Apps moeten dan per keer toestemming vragen. Ze moeten toestemming vragen om toegang tot locatiegegevens voor gebruik van de app en nog een keer toestemming vragen om die gegevens voor andere doeleinden te gebruiken. Het is nog de vraag hoe dat in de praktijk gaat uitwerken.

Facebook gaat ondertussen een kleine stad bouwen in Californië

Facebook gaat ondertussen een kleine stad bouwen in Californië

Terwijl de aandelen van het sociale netwerk kelderen en steeds meer adverteerders afhaken, is Facebook ook druk bezig met een ander project: het bouwen van een kleine stad in Californië. Het moet een echte gemeenschap worden waar mensen elkaar op straat tegenkomen. Ondertussen wordt over de dataverzameling door Facebook gaandeweg meer bekend. Gebruikers kunnen stappen zetten om zich daartegen te beschermen.

 
Facebookville of Zucktown, verwijzend naar Facebooks CEO Mark Zuckerberg, noemen critici het stadje dat het sociale netwerk wil gaan bouwen. Het komt in de buurt van het hoofdkwartier van Facebook, maar moet niet alleen een huis bieden voor duizenden werknemers van het bedrijf, maar ook voor mensen met een lager inkomen. Er komt een straat met winkeltjes en een supermarkt. Het stadje krijgt parken, pleinen en fietspaden, die voor iedereen toegankelijk zijn. Een oude spoorlijn langs het gebied bij Menlo Park wordt nieuw leven ingeblazen.

 

Wie wil in een stad van een techbedrijf wonen?

In eerste instantie komen er vijftienhonderd woningen en Facebook heeft toegezegd dat enkele honderden appartementen onder de marktprijs worden verkocht aan mensen die de hoge huizenprijzen niet kunnen betalen.

John Tenanes is vice-president for real estate bij Facebook en hij is trots op het project. Het getuigt van durf, vindt hij. Het geeft maar even aan hoe machtig Facebook als organisatie is en op hoeveel terreinen het actief is. Het is natuurlijk de vraag of de stad een succes zal worden. „Houden mensen zoveel van techbedrijven dat ze er middenin willen gaan wonen?” vraagt The New York Times zich af. Maar sommige omwonenden zijn blij, want Facebook heeft geld en vooral veel macht en dan kan het wat worden, vindt Cecilia Taylor van een plaatselijke belangengroep.

 
Ondertussen zit Facebook in een diepe crisis vanwege het uitlekken van privégegevens van miljoenen gebruikers. Maar ook als tienduizenden mensen hun Facebook-account zouden opzeggen, zal dat het sociale network weinig raken. Facebook heeft ruim 2,1 miljard gebruikers over de hele wereld. De groei zit vooral buiten de VS en Europa. Facebook richt zich steeds meer op landen als India, Brazilië of Mexico. Daar voegt het social network waarde toe, omdat het een van de weinige betrouwbare manieren is om te communiceren en daar zit de groei er flink in. Ook al zou je het willen, voorlopig is de wereld niet van Facebook af.

 

Facebook niet open over methoden

De recente schandalen rond Facebook (fake nieuws, beïnvloeding van verkiezingen en het lekken van gegevens naar het bedrijf Cambridge Analytica) hebben ook geleid tot veel nieuwe ophef over datamining door Facebook. Die plotselinge ophef is niet zo terecht, want Facebook heeft er nooit een geheim van gemaakt dat het gebeurt. Sterker nog, het klopt zichzelf op de borst omdat het advertenties zo goed kan targeten, omdat het zo tot in detail karakteristieken van gebruikers kent. Wie zich daar nu pas over opwindt, heeft jaren liggen slapen. Wat Facebook wel te verwijten valt, is dat de precieze verzameltechnieken in nevelen blijven gehuld. Voor een deel weten we hoe Facebook werkt en er wordt gaandeweg meer bekend, maar we weten lang niet alles.

 

Hoe verzamelt Facebook jouw persoonlijke data?
  • via alles wat je op Facebook post en de sleutelwoorden die daarin voorkomen;
  • via je contacten op Facebook en wat zij voor karakteristieken hebben;
  • via alle posts waarbij je likes of comments plaatst;
  • via apps die je vanuit Facebook gebruikt en die zelf data verzamelen en dat vervolgens aan Facebook doorgeven;
  • via producten die je offline betaalt met bijvoorbeeld een creditcard. Facebook koopt zulke gegevens op bij bedrijven en koppelt ze vervolgens aan betaalkaarten die binnen Facebook bekend zijn;
  • via advertenties waarop je hebt geklikt en waaruit je interesses blijken

 

Facebook-cookies

Dit is geen uitputtende lijst. Soms bezoek je internetpagina’s buiten Facebook waaraan een Facebook-cookie blijkt gekoppeld, ook als je geen Facebook-account hebt. Ook dan kunnen gegevens over websitebezoek worden doorgegeven.

Instagram (waarvan Facebook eigenaar is) regelt dat het toegang heeft tot de microfoon op je iPhone. Kennelijk luistert Instagram mee met wat je afspeelt op de iPhone, maar onduidelijk is wat dan precies wordt doorgegeven. Je kan de toegang tot de microfoon overigens eenvoudig afsluiten.

Met de Google Chrome plugin Disconnect kan je inzicht krijgen in welke tracking cookies in je browser zitten en ze desgewenst deactiveren.

In mei 2018 gaat veel veranderen. Dan gaan de nieuwe privacyregels van de GDPR in. Bedrijven zijn dan verplicht te laten zien welke gegevens ze verzamelen en moeten daarvoor per keer toestemming vragen.

 

Continue reading

Extra fields

Apps luisteren mee op je smartphone

Apps luisteren mee op je smartphone

Er zijn al honderden apps die meeluisteren op je smartphone en dat gaat steeds verder. Voor de goede orde: ze luisteren geen gesprekken af, maar horen wel wat je afspeelt, ze weten naar welke films je gaat en ze weten op welke plek je je bevindt. Zulke gegevens worden doorverkocht aan bedrijven die daardoor gerichter advertenties kunnen plaatsen.

 
Al lange tijd zijn er geruchten dat techbedrijven persoonlijke gesprekken afluisteren, maar dat is nooit bewezen. Maar inmiddels is duidelijk dat veel apps wel degelijk meeluisteren met wat je afspeelt. Door akkoord te gaan met de voorwaarden van de app, stem je er mee in. The New York Times bracht het als eerste naar buiten en er is veel ophef over.

 
Startup Alphonso luistert graag met je mee
Het gaat nu nog vooral om game apps in het Engels, waar extra software bij zit die de microfoon van je smartphone afluistert, ook als de game niet wordt gespeeld. Het bedrijf dat de software levert is een startup in Silicon Valley met de naam Alphonso. De software herkent bijvoorbeeld filmfragmenten die mensen afspelen en die iets zeggen over hun interesses en lifestyle. Bedrijven kunnen zo advertenties tonen die daarop zijn afgestemd. Ook luistert het programma naar commercials die gebruikers afspelen. Die informatie kunnen bedrijven gebruiken bij een retargeting campaign waarbij bepaalde advertenties opnieuw worden getoond of juist nog meer toegespitst op de karakteristieken van de gebruiker.

 
Het nieuws is voeding voor allerlei samenzweringstheorieën dat techbedrijven ons massaal afluisteren. Zo zou Facebook persoonlijke gesprekken afluisteren om ads gericht te kunnen plaatsen. Facebook heeft dat altijd ontkend. Vraagtekens zijn er ook bij de slimme assistent van Amazon aan wie je mondeling opdrachten geeft, maar die ook intieme gesprekken in de huiskamer zou kunnen opnemen en doorgeven.

 
Jonge startups die in je huiskamer komen
Alphonso is een stap in die richting, al benadrukt het bedrijf zelf dat dat juist niet het geval is. Het bedrijf past in een trend van jonge startups die met nieuwe technologieën je woonkamer binnenkomen op zoek naar informatie die interessant is voor marketeers. Alphonso, opgericht in 2013, werkte aanvankelijk samen met apps om geld te verdienen met advertenties bij second-screen viewing (naast tv). Kijkers begonnen tijdens een advertentieblok op tv steeds vaker de smartphone aan te zetten en daar speelde het bedrijf op in. Alphonso presenteert zich nu als databedrijf voor tv, maar dan op alle platforms waar tv wordt uitgezonden, dus ook de smartphone. Dat gaat veel verder dan kijkcijfers alleen. De kijkinformatie is verbonden met IP-adressen en die kunnen via andere databedrijven weer worden gekoppeld aan karakteristieken als leeftijd, gender en zelfs inkomen (ze worden niet gekoppeld aan naam of adres). Zulke gegevens zijn een goudmijn voor bedrijven die advertenties bijvoorbeeld op leeftijd willen afstemmen. Dat is in het belang van de consument, vinden adverteerders. Maar veel consumenten vinden zulke dataverzameling een onaanvaardbare aantasting van de privacy, vandaar de ophef. Alphonso heeft tot nu toe veel succes. Veel grote bedrijven gaan met hen in zee, omdat de resultaten van de reclamecampagnes veel beter zijn dan normaal.

 
App stuurt fingerprint naar Alphonso
Opvallend is dat veel apps die kijkgegevens registreren dat voor hun functie helemaal niet nodig hebben. Vaak gaat het om games en in sommige gevallen zijn ze op kinderen gericht. De apps hebben namen als ‘Pool 3D’, ‘Beer Pong: Trickshot’ of ‘Honey Quest’ met animaties van Jumbo, de beer. Maar ondertussen houden zulke apps dus bij wat een gebruiker verder bekijkt, ook als de game niet wordt gespeeld. Daartoe wordt de microfoon van de smartphone afgeluisterd. De apps pikken via de microfoon fragmenten op en die worden vergeleken met fragmenten die Alphonso in huis heeft. Speel je de trailer van een nieuwe speelfilm af, dan ontstaat een match, omdat Alphonso dat fragment ook in zijn databank heeft en het herkent. Het geluidsfragment zelf wordt niet verstuurd, wel een zogenoemde ‘fingerprint’. Zo weet Alphonso dat deze gebruiker interesse heeft in deze film. „Is er geen match, dan wordt het geluidsfragment van de smartphone ook niet bewaard,” zegt CEO Ashish Chordia van Alphonso tegen marketingmagazine Mediapost.

 
Voorwaarden moeilijk te doorgronden
De ophef gaat er vooral over dat de apps niet helder zijn over wat ze verzamelen. De makers weten dat consumenten voorwaarden nauwelijks meer lezen en bijna blindelings akkoord gaan. De voorwaarden zijn vaak ook moeilijk te doorgronden. Lees wat er bij de app ‘Pool 3D’ staat: ‘Audiofragmenten verlaten je apparaat niet, maar worden vertaald in digitale audiohandtekeningen’. Hoe raadselachtig kan je zijn. „Hier staat niet dat de app gebruikers volgt bij alles wat zij bekijken,” zegt Justin Brookman, directeur van een consumentenplatform. CEO Chordia van Alphonso is het daar niet mee eens: „Wij vertellen dat de app de microfoon gebruikt en naar de tv luistert (…) de consument weet precies waar hij aan toe is.”

 
Een eerdere zaak in de VS belandde bij de rechter. Het bedrijf Vizio kwam tot een schikking en betaalde ruim twee miljoen dollar, omdat het op een vergelijkbare manier kijkcijfers verkocht zónder toestemming van gebruikers. Bij Alphonso geven mensen wel toestemming, al hebben de meesten daarvan geen idee. In Nederland verzamelt de Stichting Kijkonderzoek gegevens over kijkcijfers op de smartphone, maar die worden niet gekoppeld aan een gebruiker. Voor zover bekend gebeurt dat in Nederland ook niet door commerciële partijen. De aanpak in Silicon Valley is nog nieuw, maar als het succes groeit, zal het zich verder verspreiden. Steeds meer apps verkopen ook locaties aan adverteerders, meldt The Wall Street Journal. Je krijgt dan advertenties te zien van winkels in de buurt. De gebruiker moet de app wel toegang geven tot de locatie, maar als je dat niet doet, werkt zo’n app meestal niet.

 
Check of een app je microfoon gebruikt
TechCruch vindt dat gebruikers alert moeten zijn bij het installeren van apps. De voorwaarden kunnen zelfs tegen de regels van een bepaald land zijn. Check de permissies die je aan een app moet geven, helemaal als het om toegang gaat tot iets wat de app zelf niet nodig heeft, zoals toegang tot je microfoon bij het spelen van een game.

Je kan eenvoudig checken of een app toegang tot je microfoon heeft. Op een iOS-apparaat: ga naar Instellingen, Privacy, Microfoon. Op een Android-apparaat: ga naar Apps & notifications, App permissions, Microfo  on. Want of je nu wel of geen bezwaar hebt, je kan het maar beter in eigen hand houden.

Social content: we delen de helft minder dan in 2015

Social content: we delen de helft minder dan in 2015

We delen content steeds minder op social media. En dat gaat hard, al zijn er uitzonderingen op de trend. Uitgevers die content van hoge kwaliteit brengen, doen het goed, zo blijkt uit onderzoek van Buzzsumo. Op Facebook wordt steeds minder gedeeld door veranderingen in het algoritme, terwijl sharing op LinkedIn in de lift zit.

 
De afgelopen drie jaar zijn we op social media de helft minder gaan delen, zo blijkt uit het onderzoek van Buzzsumo. De conclusie is niet fijn voor contentmarketeers: je kan de prachtigste content maken, maar als mensen het niet meer met elkaar delen, heb je weinig impact. Contentmarketeers waarschuwen dat social sharing omlaagschiet, schrijft Forbes. Ook sites als MarketingProfs en Indivigital pakken er flink mee uit.

 
Competitie bij content neemt toe
In 2015 was het nog acht keer, nu wordt een artikel op social media gemiddeld vier keer gedeeld. De onderzoekers noemen daarvoor een aantal oorzaken:
  • de wereld is nog meer verzadigd geraakt met content. Er is meer competitie tussen uitgevers, artikelen worden door minder mensen gezien en dus minder gedeeld;
  • we delen op andere manieren, vooral meer via e-mail en dat gaat ten koste van het delen via social media;
  • en tenslotte heeft Facebook zijn algoritmen aangepast waardoor content veel minder snel viraal gaat en dus minder wordt gedeeld.
 
The winner takes it all
Er zijn ook winnaars. De onderzoekers zien dat sites die autoriteit hebben en kwalitatief goede content leveren erop vooruitgaan. The winner takes it all, schrijft Buzzsumo. Winnaars zijn bladen als The Economist en The New York Times.

Sites die misleidende clickbait-koppen gebruiken en content van slechte kwaliteit leveren, hebben het flink te verduren. Zo krijgt BuzzFeed harde klappen. Het loont dus te investeren in kwaliteitscontent waarmee uitgevers en merken zich kunnen onderscheiden.

 
238 artikelen per uur over de bitcoin
De toenemende contentberg of contentshock maakt ook dat er minder wordt gedeeld. Content shock - het begrip is bedacht door marketingstrateeg Mark Schaefer - wil kortweg zeggen dat er meer content is dan we met z’n allen kunnen consumeren. Vooral als een onderwerp populair is, verschijnt soms een tsunami aan artikelen. Neem de bitcoin. Eind 2017 verschenen over de bitcoin 40.000 artikelen per week in de Engelstalige wereld; dat zijn 238 artikelen per uur. Ook veel mediabureaus doen mee zodra een onderwerp in de mode is. Maar dat heeft dus niet zoveel zin. Het is dan praktisch onmogelijk om op te vallen en dat zie je in de cijfers terug.

 
Minder traffic via links op social media
Een opvallende trend is dat steeds minder gebruikers via social media op websites van uitgevers terechtkomen. Dat zogeheten referral social traffic neemt snel af, zo blijkt uit onderzoeken van Parse.ly en Shareaholic. Van 2014 tot 2017 was er een toename in traffic afkomstig van social media. Marketeers legden daarom steeds meer focus op social, vooral Facebook, soms ten koste van SEO. Het was een sleutelmoment dat social media belangrijker werden dan Google bij het sturen van gebruikers naar websites. Die trend is in 2017 gekeerd. Google stuurt nu twee keer zoveel traffic naar websites van uitgevers dan social media. De gegevens van Parse.ly zijn gebaseerd op onderzoek onder 2500 uitgevers; Shareaholic bevestigt de trend. De achteruitgang bij social wordt grotendeels toegeschreven aan de daling bij Facebook.

 
Eigen websites scoren goed
De manieren waarop we content vinden, zijn ook veranderd, zo blijkt uit een ander onderzoek van Hubspot. Naast zoekmachines en Facebook komen mensen steeds vaker op andere manieren op een site. Opvallend: steeds meer gebruikers gaan rechtstreeks naar websites van uitgevers (41 procent van de ondervraagden noemt dat). Het gebeurt ook via berichten op de smartphone (29 procent) en email nieuwsbrieven (27 procent). Het goede nieuws voor marketeers is dat zowel de eigen website als nieuwsbrieven hoog scoren. Het heeft dus zin content in nieuwsbrieven en op de site te brengen, waarbij goede SEO het succes verder kan verhogen.

 
Nieuwe algoritmen van Facebook hakken erin
De afname is het sterkst merkbaar op Facebook. In de zomer van 2017 introduceerde Facebook nieuwe algoritmen om clickbait-koppen aan te pakken, die massaal werden gedeeld. Zulke koppen houden informatie achter of zijn overdreven verleidend (‘Hoe een kind zijn school verliet en je raadt nooit wat er toen gebeurde…’). Dat soort koppen haalden in het verleden miljoenen hits op Facebook, maar zijn nu nauwelijks meer te zien. Hetzelfde geldt voor de zogenoemde listicles die veel werden gedeeld (‘De 25 schattigste katten in de wereld’). Zulke lijstjes doen het niet meer goed op Facebook. Daarnaast geeft Facebook sinds kort minder ruimte aan magazines en merken. Content van merken en uitgevers verschijnt minder prominent in de timeline en wordt daardoor minder gedeeld.

 
Groei van sharing op LinkedIn
LinkedIn is een positieve uitzondering. De netwerksite liet eerder al aan Digiday weten dat de likes en shares elk jaar tot 60 procent toenemen. Uit onderzoek van Buzzsumo blijkt dat content van uitgevers en B2B-bedrijven op LinkedIn steeds meer wordt gedeeld. Zo krijgt zakenblad Forbes minder aandacht op Twitter, terwijl de shares op LinkedIn flink in de lift zitten.

 
Evergreen content meest gedeeld
Je zou misschien denken dat gebruikers nieuws meteen delen, maar de trend is juist dat dat gebeurt met tijdloze verhalen of evergreen content. Die krijgen ook de meeste links. Schrijf je verhalen dus los van de actualiteit is het devies, zodat ze waardevol blijven. Goed scorende verhalen gaan bijvoorbeeld over onderzoek, geven een overzicht (‘dit kunnen de gevolgen van de Brexit zijn’) of zijn long reads (kwaliteitsverhalen die langer blijven hangen). Zijn er toch ontwikkelingen, dan is het goed zulke verhalen te updaten, waarna gebruikers ze opnieuw kunnen delen. Zulke content is voor anderen interessant om naar te linken, waardoor je een hogere ranking krijgt binnen zoekmachines.

 
Lessen voor marketeers
Buzzsumo komt met een aantal aanbevelingen voor marketeers, waarvan dit de opvallendste zijn:
  • Ga geen shares najagen met spectaculaire koppen. Wees oprecht in wat je brengt, dat levert je uiteindelijk meer op;
  • Focus op specifieke sub-topics waarin je uniek bent. Het goede nieuws is: nieuwe onderwerpen en sub-topics werpen zich altijd op. Het gaat erom ze snel te herkennnen en daarin autoriteit op te bouwen;
  • Onderscheid je met content van hoge kwaliteit (en investeer daar ook in). Mensen willen alleen de beste content delen.

Google en Facebook experimenteren met ‘vliegticketmodel’ voor verkoop van nieuws

Google en Facebook experimenteren met ‘vliegticketmodel’ voor verkoop van nieuws

Het is een grote ommezwaai die Google en Facebook maken. Uitgevers krijgen mogelijkheden om bij hen abonnees te werven of artikelen te verkopen, bijvoorbeeld als die in een zoekmachine verschijnen. Hoever zal het gaan? Gaan uitgevers straks nieuws verkopen met variabele prijzen zoals dat ook bij vliegtickets gebeurt?

 
Bij vliegtickets zijn we eraan gewend. Op internet kan je eindeloos zoeken naar de goedkoopste tickets en uiteindelijk heeft bijna iedereen in het vliegtuig een ander bedrag betaald. De prijs is afhankelijk van de website, of je al eerder hebt geboekt, waar je bent en hoelang van te voren je het doet. Je kan zeggen: er is een wildgroei aan ticketprijzen ontstaan, maar het is ook een systeem waar consumenten hun weg in weten te vinden.

 
Variabel prijssysteem voor content
Dynamic pricing is de sleutelterm. Het is nog ongehoord in de uitgeverswereld waar een tijdschrift een vaste prijs heeft. Maar bij een net uitgekomen artikel hoort een andere prijs dan bij een stuk van drie dagen geleden. Toen uitgevers content online begonnen te publiceren, pakten ze dynamic pricing niet op. Ze lieten dat over aan de techsector, die zich wierp op advertenties.

 
Als het werkt, waarom voeren we zo’n variabel prijssysteem ook niet in voor content van digitale kranten en magazines, vraagt techmagazine Monday Note zich af. Het nummer verscheen enige tijd geleden, maar heeft aan actualiteit niets ingeboet. Stel dat je op Google Search een artikel vindt dat je binnen Google meteen zou willen kopen. Zulke constructies zijn binnenkort mogelijk, nu Google heeft aangegeven daaraan te willen meewerken. Je kan een aanbod krijgen om een artikel voor een bepaalde prijs te kopen. Je kan je wellicht abonneren op bepaalde thema’s uit een krant waarbij de prijs varieert.

 
 
Niet verkochte stoelen
Vergelijk het met de luchtvaartsector met zijn niet verkochte stoelen. Het vliegtuig vliegt toch al, daarom zijn de laatste stoelen extra goedkoop. Maar bij uitgevers zijn de artikelen al geschreven en komen er geen kosten meer bij. Ook daar kan je artikelen dan goedkoop aanbieden. Niet als ze net uit zijn, maar wel een tijdje later. Zo’n model biedt nieuwe kansen voor uitgevers om meer inkomsten te krijgen. Maar er zijn ook risico’s: uitgevers worden opnieuw afhankelijk van Google, dat de spelregels het liefst zelf bepaalt.

 
 
Google en Facebook komen kranten tegemoet
Google maakte tijdens de Digital News Initiative top in februari in Amsterdam bekend dat het bezig is het idee voor een paywall verder uit te werken. De techgigant wil gebruikers identificeren die vermoedelijk geïnteresseerd zijn in een abonnement op een bepaalde krant of tijdschrift. Ze kunnen het abonnement dan binnen Google afsluiten, en als ze opnieuw zoeken, zullen artikelen van die publicatie prominent in de zoekresultaten opduiken. „De nadruk op abonnementen tijdens de top in Amsterdam is een grote verandering,” zegt onderzoeker Nic Newman van het Reuters Institute.

 
Zowel Google als Facebook voerden al experimenten uit met paywalls om kranten tegemoet te komen. Bij Google bleken de kranten daardoor meer abonnees te krijgen. Facebook wilde er aanvankelijk niet aan, maar is nu ook om. Het experimenteerde met paywalls op Android smartphones en gaat dat ook met iPhones doen. Apple gaf daar onlangs toestemming voor, meldt TechCrunch. De paywalls kunnen uitgevers van kranten en magazines helpen die het financieel moeilijk hebben.

 
De initiatieven van Google en Facebook zijn vergelijkbaar, maar Google loopt voorop. „Beide zijn er open over,” vertelt hoogleraar journalistiek Jeff Jarvis uit New York, die de top in Amsterdam bezocht. „Beide proberen hun roadmaps te delen, Google meer dan Facebook. Ze weten dat ze alleen met uitgevers kunnen samenwerken als ze iets van hun roadmaps delen,” zegt hij in Digiday.

 
„Beide proberen hun roadmaps te delen, Google meer dan Facebook. Ze weten dat ze alleen met uitgevers kunnen samenwerken als ze iets van hun roadmaps delen,” zegt Jeff Jarvis in Digiday.
 
Google-test levert kranten extra abonnees
De techgiganten zijn zich ervan bewust dat ze iets moeten doen voor de uitgevers bij wie ze zoveel adverteerders hebben weggekaapt. De beste oplossing: zorg dat uitgevers meer inkomsten krijgen.

Google kon al rekenen op meer goodwill van de uitgevers toen het vorig jaar besloot om te stoppen met first-click-free, waarbij lezers een eerste artikel van een krant altijd gratis kregen. Daardoor liepen uitgevers inkomsten mis. Nu kan er meteen bij het eerste artikel een paywall zijn.

Google testte het nieuwe systeem bij The New York Times en Financial Times en dat leverde die kranten flink wat extra abonnees op. De Financial Times probeert momenteel verschillende varianten uit waarbij mensen sommige artikelen gratis krijgen. Het gaat om het vinden van een evenwicht: genoeg nieuwe abonnees, maar ook genoeg gratis artikelen bij de zoekresultaten.

 
 
Google: altijd iets gratis aanbieden op internet
Google is bereid om data voor uitgevers beschikbaar te stellen. „Data die Google over gebruikers heeft, geven inzicht of iemand geïnteresseerd is in een abonnement - uitgevers hebben daar lang om gevraagd,” zegt Newman van het Reuters Institute. „Dat zou een groot verschil maken.”

Google blijft bij zijn standpunt dat uitgevers altijd iets gratis moeten aanbieden om succesvol op internet te kunnen zijn. Als dat te weinig is, zullen te weinig lezers de content delen en verliezen publicaties hun bekendheid.

Ook Facebook wil uitgevers tegemoet komen, maar daar zijn ze minder ver. Het sociale netwerk heeft testen uitgevoerd met The Economist en The Washington Post, maar dat heeft nog geen harde conclusies opgeleverd. Uitgevers zijn minder tevreden over Facebook. „Het kostte ons twee jaar discussie met Facebook om hen de toekomst van de journalistiek te laten begrijpen en wat daarvoor nodig is,” zegt Stefan Betzold, managing director bij het Duitse Bild. „Het moet meer commitment laten zien en meer met ons samenwerken.”

 
 
Europese kranten nemen afstand van techbedrijven
Uitgever Axel Springer in Duitsland hield onlangs een conferentie, waar hard werd uitgehaald naar de duopolie van Google en Facebook. Voorafgaand aan de International Paid Content Summit verscheen een rapport waarin grote Europese kranten als The Guardian, Le Figaro en Bild zeggen dat ze minder afhankelijk willen zijn van de techbedrijven. Uitgevers in Frankrijk, Spanje en Duitsland, van onder meer Der Spiegel en Bild, hebben onlangs nieuwe paid content modellen gelanceerd. „De digitale abonnementen voorzien in steeds meer inkomsten waardoor we minder afhankelijk worden van de techplatforms,” zegt Betzold van Bild tegen Digiday.

 
„De digitale abonnementen voorzien in steeds meer inkomsten waardoor we minder afhankelijk worden van de techplatforms,” zegt Betzold van Bild tegen Digiday.
 
De uitgevers kiezen voor een tweesporenbeleid. Aan de ene kant proberen ze meer abonnementen te regelen en een directe relatie met lezers op te bouwen. Het beste voorbeeld daarvan is The New York Times met vorig jaar maar liefst 46 procent meer abonnementen online.

Daarnaast gaan de uitgevers verder met de techbedrijven om tot een goed model voor abonnementen te komen die je direct op Google en Facebook kunt afsluiten. Het biedt nieuwe kansen voor uitgevers, maar ook het risico nog meer afhankelijk te worden van de techgiganten. Hoe het zal uitwerken is nog de vraag. Bij de vliegtickets zijn de ontwikkelingen snel gegaan. Het is nog even afwachten of we straks ook bij content zoveel tarieven zullen zien.

Waarom koopt Amazon een deurbelfabrikant?

Waarom koopt Amazon een deurbelfabrikant?

Een flitsende start up voor videodeurbellen is in handen gekomen van Amazon. Voor ruim een miljard dollar naar verluidt. De deurbellen markeren een volgende stap van Amazon om verder ín je huis te komen. Het is de bedoeling dat er een hechte connectie komt tussen de deurbel en Amazons slimme assistant Alexa.

 
Stel je tienerzoon heeft een feestje en komt diep in de nacht thuis. Pa is al eerder gaan slapen, maar wordt in de nacht een keer wakker. Hij heeft zijn zoon niet horen thuiskomen. Gelukkig staat de Echo met de slimme assistant Alexa naast zijn bed. „Alexa, is Robert al thuis?” vraagt hij. Daar weet Alexa wel raad mee, want kort geleden kwam er een berichtje van de deurbel. „Ja, Robert is thuis,” luidt het opgewekte antwoord. Pa draait zich gerustgesteld weer om.

 
Deurbel en smartphone maken contact
Zo zou de videodeurbel in de toekomst met Alexa kunnen communiceren. De bel is sowieso handig, omdat die ook kan communiceren met je smartphone. Misschien wordt er aan je deur gebeld als je niet thuis bent. Is het een bekende, dan doet gezichtsherkenning het werk. Ook als je smartphone even niet binnen handbereik is, kom je later te weten wie ervoor de deur stond. Je kan natuurlijk ook live meekijken op je smartphone en een gesprekje aangaan. „Oh, goed dat u er bent, geeft u het pakketje even bij de buren af?”

 
Ring heet de deurbel startup die nu in handen is van Amazon. De overnameprijs is niet officieel bekendgemaakt, maar volgens Reuters ging het om een bedrag van ruim een miljard dollar. Is dat niet een beetje veel voor een paar deurbellen? Ring, gevestigd in Santa Monica in Californië, populariseerde het idee van de videodeurbel. Mensen kunnen niet alleen binnenshuis zien wie er aan de deur staat, maar ook op de smartphone waar ook ter wereld. De deurbellen van Ring zijn ook in Nederland verkrijgbaar. De bel detecteert bewegingen en weet dus wanneer er iemand voor de deur staat. De bel maakt gebruik van het Wi-Fi-netwerk en stuurt videobeelden met geluid naar de smartphone app die de huiseigenaar op zijn smartphone heeft geïnstalleerd. Het bedrijf prijst de app aan voor de veiligheid, want dieven worden afgeschrikt.

 
Richard Branson en Goldman Sachs
Jamie Siminoff heet de man achter Ring. Hij begon in zijn garage wat te prutsen en huurde in 2011 een klein plekje op de grote elektronicabeurs CES. „Dat was de beste zakenbeslissing in mijn leven,” vertelt hij tegen USA Today. Luchtvaartmagnaat Richard Branson en zakenbank Goldman Sachs kwamen met geld over de brug. Hij heeft al geleverd aan 90.000 winkels. En nu is zijn start up voor de hoofdprijs verkocht.

 
Met de overname deelt Amazon een tik uit aan Google, dat ook bezig is met een video-deurbel. Met Nest van Google kan je al thermostaten aansturen en het techbedrijf is bezig met uitbreiding met een videodeurbel.

 
De verwachting is dat Amazon de apparaten van Ring op termijn gaat gebruiken bij de bezorging. De bel weet dan wanneer de bezorger ongeveer komt, ziet hem vervolgens aanlopen en ontgrendelt de deur even. Als je thuiskomt zie je je bestelling in de gang staan. Het moment van bezorging krijg je natuurlijk in een video op je smartphone te zien. Het klinkt te mooi om waar te zijn.

Er is ook een keerzijde: Amazon komt zo wel erg centraal in je huis te staan.

Dat is ook precies de bedoeling van de techgigant.

Is ‘viral-sensatie’ Vero hét alternatief voor Facebook en Instagram?

Is ‘viral-sensatie’ Vero hét alternatief voor Facebook en Instagram?

De app Vero bestaat al een tijdje, maar is deze week viraal gegaan. Het social network wil een alternatief bieden voor Facebook en Instagram. Vero wil het anders gaan doen: geen verzameling meer van persoonsgegevens en geen advertenties. Gebruikers moeten op termijn iets gaan betalen. De app was deze week vaak onbereikbaar vanwege de grote toestroom.

 
Vero is in de eerste plaats een app om foto’s te delen, maar dan zonder dat je last hebt van de algoritmes die bij Instagram of Facebook zoveel irritatie oproepen. De app presenteert zich als een ad-free social network waarin je jezelf kan blijven. Vero lijkt op Instagram, maar je kan naast foto’s ook teksten en links delen of aanbevelingen voor muziek, boeken of films.

 
Social network zonder data mining
Bedenker van de app is miljardair en zakenman Ayman Hariri. Hij begon de app omdat hij zich ergerde aan het privacybeleid van sociale netwerken die inkomsten uit advertenties halen. Ayman Hariri is de zoon van, de bij een bomaanslag omgekomen, Libanese oud-premier Rafik Hariri. Hij heeft een geschat vermogen van 1,3 miljard dollar.

Vero onderscheidt zich vooral door zijn privacy policy. Het bedrijf zegt zo min mogelijk persoonsgegevens te verzamelen, naam, e-mail en telefoonnummer moeten voldoende zijn. Het bedrijf belooft ook geen gegevens aan derden te verstrekken. Eigenlijk alles wat bij Facebook en Instagram omstreden is, ontbreekt bij Vero. Dat alleen al levert Vero veel goodwill op.

 
Instagrammers stappen massaal over
Het viraal gaan van Vero heeft vooral te maken met onvrede op Instagram. Gebruikers op Instagram promoten daar massaal hun Vero-pagina’s. Al meer dan 500.000 gebruikers op Instagram hebben hun posts getagged met #Vero en roepen op om de overstap naar Vero te maken. De onvrede op Instagram komt voort uit het algoritme dat vorig jaar is ingevoerd, waardoor je elke keer maar moet afwachten wat je nu weer te zien krijgt.

 


 
Vero werd in 2015 in de App Store gelanceerd. De app stond even op plaats 45 bij de social networks, meldt Mashable, maar viel daarna helemaal weg uit de lijst van 1500 apps. Afgelopen week schoot de app ineens omhoog, kwam terecht op plaats 99 om vervolgens door te schieten naar de eerste plek. Zakenblad Forbes ontdekte de app in 2016 en kwam met een waarschuwing aan het adres van Facebook: ‘Look out, Facebook: the social netwerk that doesn’t want your big data’.

 
Wie Vero wil gebruiken, zal daarvoor een paar euro per jaar moeten betalen. De eerste miljoen gebruikers krijgen hun leven lang gratis toegang. Ondanks dat er geen advertenties komen, kunnen ook bedrijven een profiel aanmaken. Influencers mogen brands op hun eigen manier promoten en bedrijven mogen ook producten verkopen, zoals CNBC meldt. Daarin zit een deel van het verdienmodel van de app, want Vero zal bij verkopen een klein percentage inhouden. De app werkte al samen met modemerk Temperley London, waarbij gebruikers kleding konden kopen die op de catwalk werd getoond tijdens de London Fashion Week.

 
Mediasterren en songwriters
Opvallend is dat influencers het goed doen bij Vero. Omdat het netwerk advertenties weert, zitten de influencers in een omgeving die minder commercieel is en dat is precies wat werkt. Veel jongeren vertrouwen de meningen van influencers met wie ze zich identificeren. De trend is dat steeds meer influencers migreren naar platforms zonder advertenties, schrijft de Huffington Post. Vero heeft al social mediasterren naar zich toegetrokken, onder wie gitarist en songwriter Christian Collin. Hij heeft zo’n dertig miljoen volgers op social media en gebruikt Vero om zijn community van fans verder uit te breiden. Met Vero werkt hij samen voor de promotie van zijn Limitless Movement voor jongeren. „Ik koos Vero omdat het bedrijf geeft om zijn gebruikers en creators,” zegt hij. „Het is een plek waar je geen zorgen hebt over algoritmes en waar je vrij bent te zeggen wat je wil.”

 
„Ik koos Vero omdat het bedrijf geeft om zijn gebruikers en creators. Het is een plek waar je geen zorgen hebt over algoritmes en waar je vrij bent te zeggen wat je wil,” aldus Christian Collin.
 
Alternatief voor Facebook?
Het is niet voor het eerst dat een app het alternatief wil zijn voor Facebook. En de eerlijkheid gebiedt te zeggen, de vorige keren kwam van die ambitie niet veel terecht. Sommige namen ken je wellicht niet eens, zoals Ello, Peach, Diaspora of app.net. Viraal gaan is leuk, maar blijft het ook zo? Gaat Vero het redden? De app kampt nu al met bereikbaarheidsproblemen. Dat kan puur komen door de grote hoeveelheid belangstellenden, maar ook doordat de site niet goed genoeg ontworpen is. Of een combinatie van beide. Vero laat weten dat er hard aan gewerkt wordt en het probleem binnenkort is opgelost.

 
Beloftes onder vuur in de media
Het altijd kritische magazine Slate veegt de vloer aan met de beloften die Vero doet. Een netwerk zonder advertenties klinkt nieuw. Maar denk even na: ook Instagram, Twitter, Snapchat en zelfs Facebook hadden geen advertenties toen ze begonnen.

De eerste miljoen gebruikers mogen gratis op Vero, maar hoe ga je de rest werven? Een miljoen gebruikers klinkt veel, maar is nog steeds weinig ten opzichte van Instagram (800 miljoen gebruikers) of Facebook (2,2 miljard). Als Vero serieus wil meetellen, schrijft Slate, kan het beter de eerste honderd miljoen gebruikers een gratis account geven.

Vero belooft chronologische feeds zonder dat algoritmen daar invloed op hebben. Gebruikers houden niet van algoritmen, ze willen zelf controle. Maar de realiteit is dat - als je zonder algoritmen werkt - je feed wordt gedomineerd door de degenen die het meest posten. Een systeem zonder algoritmen stimuleert dat mensen extra veel posten om goed zichtbaar te zijn en het is de vraag of je daar blij mee bent. Het ideale systeem ligt waarschijnlijk ergens in het midden.

 
Verfrissende nieuwkomer
Wie in de website van Vero duikt, komt een artikel van oprichter Hariri tegen waarin hij ingaat op zijn idealistische drijfveren. Hij komt oprecht over. Hariri zegt dat hij op veel plaatsen het nut van advertenties ziet. Maar hij is er tegen dat social media eindeloos persoonsgegevens verzamelen. Stel je voor dat bij een familiebezoek nog een derde persoon is die alles noteert wat er gezegd wordt en wat iedereen doet. Offline zouden we dat niet accepteren, waarom zou je dat online wel doen?

Hariri en zijn medeoprichters zijn beslist in hun keuze om niet mee te gaan met data mining: „We willen dat onze gebruikers onze cliënten zijn en niet ons product.” Het platform wil de beste sociale ervaring bieden, een plaats waar mensen social kunnen zijn op een manier die bij hen past.

Vero is nog jong en het kan nog veel kanten op. Het is in elk geval een verfrissende nieuwkomer naast de grote social networks die nu eenzijdig zoveel van ons online leven bepalen.

Facebook verliest jongeren in hoog tempo aan Snapchat

Facebook verliest jongeren in hoog tempo aan Snapchat

Het gaat om miljoenen jongeren die Facebook verlaten of er niet eens aan beginnen. Instagram profiteert daarvan, maar de grote winnaar is Snapchat, zo blijkt uit onderzoek van eMarketer. Ondertussen moet Facebook alle zeilen bijzetten om grote problemen zoals fake news het hoofd te bieden. De meeste adverteerders zien nog genoeg kansen, maar het klinkend optimisme bij het social network lijkt voorbij.

 
CEO Mark Zuckerberg is het afgelopen jaar veranderd, zeggen de mensen om hen heen. Het was een jaar vol aantijgingen over fake news en Russische trollen. Zuckerberg heeft erover nagedacht, hij wil het oplossen, maar is ook bezorgd.
„Dit hele jaar heeft zijn persoonlijke techno-optimisme veranderd,” zegt een hoge functionaris bij Facebook. „Het heeft hem meer paranoïde gemaakt over de manieren waarop mensen dingen kunnen misbruiken die uit zijn handen komen.”
De passage komt uit Wired dat een uitgebreide reconstructie maakte van de afgelopen twee jaar: Inside the two years that shook Facebook - and the world. Met als ondertitel: hoe een verwarde, zich verdedigende social mediagigant zichzelf de afgrond instuurt en hoe Mark Zuckerberg het allemaal probeert te fixen. Het verhaal leest als een thriller en is alleen daarom al een aanrader.

 
Jongeren onder de 25 haken af
Dat de problemen nog niet voorbij zijn, blijkt uit het onderzoek van eMarketer. Facebook zal dit jaar twee miljoen gebruikers onder de 25 in de VS kwijtraken, voorspellen de onderzoekers. En die gaan lang niet allemaal naar Instagram, waarvan Facebook eigenaar is. Instagram krijgt er dit jaar in totaal naar verwachting 1,6 miljoen gebruikers bij. De meeste overstappers gaan naar Snapchat, dat er volgens eMarketer 1,9 miljoen jonge gebruikers bij zal krijgen. The Guardian verwacht dat dit jaar in totaal 3 miljoen jongeren van onder de 25 Facebook zullen verlaten in de VS en Groot-Brittannië samen.

Harde voorspellingen voor Nederland zijn er niet, maar vaak volgen wij de trends in de Verenigde Staten. eMarketer geldt als gezaghebbend, maar moest zijn prognoses over het afgelopen jaar bijstellen. Voor 2017 voorspelde eMarketer dat het aantal 12 tot 17 jarigen bij Facebook in de VS zou afnemen met 3,4 procent. Die afname bleek uiteindelijk drie keer zo groot, namelijk 9,9 procent en dat zijn zo’n 1,4 miljoen gebruikers. Volgens eMarketer heeft Facebook in de leeftijdgroep tot 25 vorig jaar in totaal 2,8 miljoen Amerikaanse gebruikers verloren.

Techmagazine Recode noemt een aantal redenen dat tieners Facebook de rug toe keren. Het sociale netwerk is al een aantal jaren zijn ‘cool’-factor aan het verliezen en jongeren hebben meer opties dan ooit om contact te houden met vrienden en familie. Facebook is bovendien een ‘digital record keeper’, het houdt steevast gegevens van gebruikers bij en niet alle jongeren zitten daar op te wachten. Dat verklaart de groeiende populariteit van Snapchat en Instagram waar je video’s en foto’s kan delen die weer verdwijnen.

 
Snapchat wint
Het lijkt erop dat Snapchat, waar het een tijd lang niet zo goed mee ging, weer helemaal terug is. Dat is ook te zien aan de beurscijfers. De koers van Snap bereikt hoogten die in maanden niet zijn voorgekomen. Voor het eerst sinds juni komt het aandeel uit boven de introductiekoers.

 
Snapchat heeft bewezen dat er een markt is voor een vluchtige foto’s en video’s die kort bestaan. Facebook kopieerde daarom onder meer Snapchat’s Stories (waarmee gebruikers foto’s of video’s kunnen posten die na 24 uur verdwijnen) voor de Facebook en Instagram apps, en introduceerde filters, die lijken op de Snapchat lenzen. Facebook wint daar nieuwe gebruikers mee en probeert zo Snapchat op termijn overbodig te maken. Maar verrassend genoeg lijkt het tegenovergestelde te gebeuren: Snapchat weet ervan te profiteren.

 
Snapchat komt door dat kopieergedrag in de schijnwerpers te staan en krijgt de kans om te groeien, schrijft techjournalist Billy Gallagher in een boek over Snapchat dat net uit is: ‘How to turn down a billion dollars: the Snapchat story’. Het is dankzij Facebook dat Snapchat een betere reputatie krijgt waardoor het kan uitgroeien tot de serieuze bedreiging voor Facebook die het is geworden.

 
Facebook zet Snapchat in de spotlights
Je moet er even voor terug naar 2012. Op Snapchat circuleren miljoenen foto’s, maar de app worstelt met een bedenkelijke reputatie vanwege sexting en erotische foto’s die worden rondgestuurd. Zuckerberg ontmoet CEO Evan Spiegel van Snapchat; de twee praten over een overname, maar Spiegel wijst een bod van 3 miljard dollar af. Zuckerberg besluit om er dan zelf mee aan de gang te gaan en Facebook komt met de eigen app Poke, waarmee je foto’s kan delen die weer verdwijnen. Daarmee krijgt het idee van Snapchat een andere lading. Als Facebook als gerespecteerd netwerk ermee komt, dan moet dat wel ‘the next big thing’ zijn. Ineens is Snapchat geen sexting app meer, maar is het de laatste trend. Snapchat gaat groeien dankzij het kopieergedrag van Facebook, schrijft Gallagher in zijn boek. CEO Spiegel van Snapchat herinnert zich het later zo: „Poke was het grootste kerstgeschenk dat we ooit hebben gekregen.”

 
In 2016 komt Facebook met Instagram Stories, eveneens naar het idee van Snapchat en daarmee deelt Zuckerberg wel een harde tik uit. Instagram Stories krijgt ruim 300 miljoen dagelijkse gebruikers, meer dan twee keer zoveel als Snapchat. De verwachting is dat beide dit jaar verder zullen groeien. Van de tieners die van Facebook afhaken, stapt een deel over naar Instagram. Maar de meesten van hen kiezen voor Snapchat.

 
Jongeren willen ‘cool’ network
Dat Snapchat nog steeds nieuwe jongeren aan zich weet te binden komt ook door een slimme strategie. Bij Facebook valt op hoeveel het netwerk van anderen kopieert; bij Snapchat vallen eigen innovaties op. Het bedrijf introduceerde vorig jaar Snap Maps, Context Cards en een nieuw design dat content van vrienden en van merken duidelijker uit elkaar houdt. Het nieuwe design moet de app ook toegankelijker maken. Er is discussie over, maar de resultaten op de beurs laten zien dat Snapchat op de goede weg zit.

 
Jonge gebruikers willen een ‘cool’ netwerk en niet een netwerk waar je grootouders ook op zitten. Tieners noemen Facebook ‘the old people network’, weet sociaal wetenschapper Julie Smith. Tieners zijn zich ook steeds meer bewust van de risico’s van Facebook. „Een verkeerde post op Facebook kan hun kans op een goede school of baan verkleinen. Ze zijn selectief wat en met wie ze iets willen delen”, zegt ze in USA Today. Snapchat voorziet in die behoefte, je kan delen met veel vrienden, maar als je meer privacy wil kan het ook in kleine kring.

 
Adverteerders zien kansen
De meeste adverteerders zien nog steeds veel kansen op Facebook. Ook een iets oudere leeftijdsgroep is interessant. En Facebook weet als geen ander advertenties te focussen naar interesses en webgedrag. Zuckerberg heeft aangekondigd dat hij bedrijven minder prioriteit gaat geven; familie en vrienden krijgen voorrang. Sommige bedrijven als Unilever houden het voorlopig voor gezien. Ze willen dat Facebook orde op zaken stelt en voorkomt dat advertenties bij fake news terecht komen. Veel andere businesses zien Facebook nog steeds als de manier om hun doelgroep te bereiken.

 
Maar Snapchat staat om de hoek. De verwachting is dat Snapchat’s tienersucces zich gaat uitbreiden naar andere leeftijdsgroepen. „Snapchat kan verder gaan groeien dankzij ouderen,” verwacht analist Debra Williamson van eMarketer. Ze wijst erop dat het nieuwe design van Snapchat eenvoudiger is waardoor de app voor meer mensen aantrekkelijk wordt. Oudere gebruikers, die meer te besteden hebben, kunnen Snap uiteindelijk de middelen geven voor verdere groei en innovatie. Facebook kan er maar beter rekening mee houden.

National Geographic ‘kaapt’ het nieuws van Tesla’s ruimte-avontuur

National Geographic ‘kaapt’ het nieuws van Tesla’s ruimte-avontuur

Stunten met marsmannetjes. Het was een variant op een aloude marketingtechniek die bekend staat als ‘hijacking the news’, op het grote nieuwsmoment van je laten horen. Bij National Geographic hebben ze dat goed begrepen.

 
Terwijl in de hele wereld kijkers zich vergapen aan de Tesla van Elon Musk die door de ruimte reist, stuurt de redactie van National Geographic op dat moment een onweerstaanbare nieuwsbrief met een video. Natuurlijk zitten veel mensen met hun smartphone in de hand naar de beelden van de Tesla in de ruimte te kijken. Het is spectaculair, maar je bent ook snel afgeleid want zoveel is er niet te zien en de beelden lijken wel foto’s, zo weinig dynamiek zit erin. Maar je wil er wel meer over weten. Op dat moment komt National Geographic met zijn nieuwsbrief en indringende video over aanstaande marsreizigers.

 
Enkele reis Mars: belangstelling genoeg
Wie wil er nu een enkele reis naar Mars? Dat is precies wat dan door je hoofd speelt. In de korte docu ‘Mars one way’ van NatGeo komen aspiranten aan het woord, ze vertellen waarom een reis naar Mars een droom is die kan uitkomen, waarom ze bereid zijn hun geliefde voor altijd vaarwel te zeggen, hun familie de rug toe te keren en hun kinderen aan hun partner over te laten. Sommigen lijken wat zonderling, anderen staan midden in het leven en mochten ze de kans krijgen, kiezen ze voor een enkele reis Mars. Aan serieuze kandidaten geen gebrek.

 
‘Mijn vriend is er niet blij mee’
Neem de mooie jonge haarstyliste Kitty. Ze wil meedingen om als astronaut naar Mars te gaan. „Mijn vriend is minder enthousiast over dit idee,” zegt ze. „Hij probeert me wel te steunen, hij weet dat het mijn droom is.” Ze realiseert zich dat ze hem er pijn mee kan doen. Haar vriend weet dat het plan serieus is. „Als ze wordt geselecteerd, gaat ze het doen, ze gelooft erin.”

Dan volgen beelden van een vader die met zijn kind in de sneeuw speelt. ,,Mijn plan brengt spanning in mijn relatie,” zegt hij. Een keer kwam zijn zoontje op hem af met de woorden ‘ga niet’. Het raakt hem. Hij kan zich voorstellen dat hij nog van gedachten verandert. „Maar aan de andere kant, dit is zo’n unieke kans die ik niet graag wil laten lopen.”

 
Eerlijk gezegd volg ik de Mars-serie op NatGeo niet, maar ze als me op het juiste moment weten te vinden, hap ik toe. De korte docu blijkt enige tijd geleden te zijn gemaakt, maar dat maakt niet uit, het verhaal is er niet minder indrukwekkend door.

 
Hijacking the news, op het juiste moment van je laten horen. Of je nu een verhaal publiceert of een product aan de man brengt, er is altijd maar één beste moment. Dat is het moment dat je content of product ineens ‘viraal’ kan gaan. De verspreiding gebeurt ineens supersnel, simpelweg omdat niet alleen jij, maar ook zoveel anderen er op dat moment volledig voor open staan.

 
Hijacking the news
Het mooiste voorbeeld van hijacking the news dateert van een tijd terug. Misschien herinner je je de groep Chileense mijnwerken die wekenlang onder de grond gevangen zat. Het was de vraag of ze het zouden redden en in de hele wereld werd met ze meegeleefd. Uiteindelijk kwam het grote moment. Maar de aandacht ging niet alleen uit naar de mijnwerkers, maar ook naar het slimme bedrijf dat het moment had weten te kapen. Uitgedost met donkere en trendy zonnebrillen, de mijnwerkers leken uit een andere wereld te komen. Hoe kwamen die mijnwerkers ineens aan die zonnebrillen die hen beschermden tegen het daglicht dat ze al weken niet meer gewend waren? Het bedrijf achter de marketingstunt maakte zichzelf maar al te graag bekend en niet zonder succes, want wie wilde nou niet ook zo’n zonnebril waarmee je kennelijk een leven kon redden?

Influencers kopen op grote schaal volgers

Influencers kopen op grote schaal volgers

Het is een miljoenenbusiness: het verkopen van fake volgers aan gebruikers van social media. Ook influencers die met bedrijven samenwerken blijken volgers te kopen. Ze zijn overigens niet de enige: ook celebrities, sporters, mensen uit de mediawereld en marketeers doen eraan mee. Justitie in de VS is een onderzoek begonnen.

 
The Followers Factory - de volgersfabriek - zo noemt The New York Times de bedrijven waar je als gebruiker van social media volgers kan kopen. De krant deed er uitgebreid onderzoek naar. Daaruit blijkt hoe zulke bedrijven via fake accounts miljoenen volgers leveren aan klanten. Op Facebook staan naar schatting 60 miljoen fake accounts; Twitter heeft er mogelijk 48 miljoen.

Brands werken graag samen met influencers vanwege de vele volgers die ze hebben. Maar die volgers blijken niet altijd echt te zijn, al zijn de profielen op fake accounts nauwelijks van echt te onderscheiden. Foto’s worden gekopieerd van bestaande profielen. Een 17-jarige Amerikaanse bleek een fake account met haar eigen naam en foto te hebben waarin ze reageert op berichten in het Arabisch, een taal die ze helemaal niet beheerst. En ze is bepaald niet de enige met zo’n account.

 
Een kwart miljoen volgers erbij? Wij regelen dat!
Devumi is een van de bedrijven waar je volgers of views kan kopen. Het bedrijf bood tot voor kort klanten de mogelijkheid tot 250.000 volgers op Twitter te kopen voor een prijs die begon bij 12 dollar. Sinds de onthullingen is dat niet meer mogelijk. Devumi heeft meer dan 200.000 klanten, waaronder bedrijven, celebrities en YouTubers die een grotere impact willen hebben op hun audience. Uit onderzoek van The New York Times blijkt dat Devumi beschikt over 3,5 miljoen geautomatiseerde accounts voor social media. Zo’n 55.000 fake Twitter-accounts gebruiken de namen, profielfoto’s en woonplaatsen van bestaande Twitter-gebruikers. Ook van minderjarigen zijn namen en foto’s overgenomen van bestaande accounts. Justitie in New York is nu een onderzoek begonnen naar Devumi. Maar vermoedelijk zijn er nog tientallen andere bedrijven die er vergelijkbare praktijken op nahouden.

 
Zeker honderd influencers met fake volgers
Opvallend is dat ook influencers volgers blijken te kopen. Bedrijven willen graag met hen samenwerken om producten onder de aandacht te laten brengen. De influencers, bijvoorbeeld YouTubers, krijgen daarvoor betaald en hoe meer volgers ze hebben, hoe meer ze verdienen.

In het onderzoek zijn honderd influencers geïdentificeerd die fake volgers hebben gekocht. Onder hen zijn grote namen, zoals Kathy Ireland, door Forbes in 2015 uitgeroepen tot een van de 50 rijkste self-made zakenvrouwen. Het voormalige topmodel richtte een design- en marketingfirma op en geldt als succesvol ‘brand ambassador’. Ze heeft meer dan miljoen volgers op Twitter. In januari vorig jaar had ze er nog 160.000. Maar de maand daarop kocht een medewerker er 300.000 volgers bij voor een bedrag van tweeduizend dollar, zo ontdekten de onderzoeksjournalisten. Daarop volgden nog meerdere aankopen van volgers. Het grootste deel van haar volgers blijkt fake zijn.

 
Nog meer onthullingen
Andere voorbeelden van influencers die volgers op grote schaal kochten zijn Nicole Lapin (tv-host, auteur en ondernemer), Sam Hurley (die zich personal branding guru noemt) en Arabella Daho (als teen influencer bekend onder de naam Amazing Arabella). De 14-jarige Arabella en haar broer Jaadin verdienen als influencers samen zo’n honderdduizend dollar per jaar. Ze werken met merken als Amazon, Louis Vuitton en Nintendo.

Ook marketingconsultants blijken soms veel volgers te kopen. Jeetendr Sehdev noemt zichzelf ‘the world’s leading celebrity branding authority’. In 2015 begon hij met het kopen van honderdduizenden fake volgers bij Devumi. Dat hielp bij de verkoop van zijn boek ‘The Kim Kardashian Principle: Why Shameless Sells’. Sehdev verklaarde zijn populariteit vanwege de ‘authentieke’ manier waarop hij schrijft. Inmiddels is duidelijk dat het om fake volgers gaat.

 
Fake accounts lastig te onderscheiden
Om te weten te komen hoe de verkoop van fake volgers in zijn werk gaat, meldden de onderzoeksjournalisten zich als klant aan bij Devumi. Ze zetten een test-account op Twitter op en betaalden Devumi 225 dollar voor 25.000 volgers. De eerste tienduizend volgers leken echte mensen. Er stonden profielfoto’s bij de accounts, namen en woonplaatsen. Het bleken gekopieerde accounts van echte gebruikers, maar met kleine verschillen. Zo was de resolutie van de foto veranderd en waren kleuren iets aangepast, waardoor de foto lastiger is te traceren. Namen werden net iets anders gespeld. De volgende 15.000 accounts bleken minder professioneel, omdat een profielfoto ontbrak. Maar de fake accounts deden het goed: ze zorgden voor veel retweets en konden met meerdere talen overweg.

 
Iedereen doet dit
De krant zocht ook klanten van Devumi op. Niet iedereen wilde toegeven dat ze fake volgers hadden gekocht, maar sommigen waren verrassend open. „Iedereen doet dit,” zegt een actrice. Anderen erkenden dat ze het hadden gedaan, maar zeiden spijt te hebben. „Het is fraude,” erkent James Cracknell, een Britse roeier die Olympisch goud behaalde. Hij kocht 50.000 volgers bij Devumi, maar is er nu helemaal klaar mee. „Het is niet gezond dat mensen je beoordelen op hoeveel likes of hoeveel volgers je hebt.”

 
Influencer marketingbureaus: goed dat dit is onderzocht
Bij bureaus die adviseren over influencers krijgt het onderzoek van The New York Times veel aandacht. „Het is het gesprek van de dag,” zegt Alexa Tonner van influencer marketing agency Collectively in magazine Digiday. Ze wijst erop dat het probleem bekend was, maar de omvang niet. Het is goed dat ook in de hoogste gelederen doordringt dat er iets moet gebeuren.

Justin Moore is CEO van influencer marketingbureau Trending Family en hij denkt dat het onderzoek van The New York Times een keerpunt markeert. Moore verwacht dat steeds meer merken zich zullen afkeren van cijfers zoals aantallen volgers en in plaats daarvan engagement centraal gaan stellen.

 
Het gaat om de engagement
Dat vindt ook Danica Kombol, CEO van Everywhere Agency, een influencer marketingbureau dat werkt met Fortune 500 bedrijven. In magazine PRNews zegt hij dat de waarde van influencers niet ligt in de aantallen volgers, maar juist in engagement en interactie. Hij merkt dat het lastig is te bewijzen of een influencer fake followers heeft. „Maar als je iemand ziet met duizenden volgers op Instagram en geen reacties bij de posts, dan is er iets aan de hand. Wij gaan met dat soort influencers niet in zee.”

 
Brands: liever engagement dan veel volgers
 
„Ik raakte in een weekend 500 volgers kwijt,” laat comedian Dan LaMorte weten. Hij kan er grappen over maken. Actrice Adina Porter gaat erin mee. „Ik verloor vijf- tot zesduizend volgers in een dag.”
 
De onderzoeksbevindingen hebben de social media aangezet hun gebruikers nog eens goed te bekijken. Met Twitter voorop. „Ik raakte in een weekend 500 volgers kwijt,” laat comedian Dan LaMorte weten. Hij kan er grappen over maken. Actrice Adina Porter gaat erin mee. „Ik verloor vijf- tot zesduizend volgers in een dag.” Uiteindelijk is het ook voor influencers beter om van fake volgers af te komen, schrijft Mashable. Een verlies aan volgers komt misschien hard aan, maar je kan maar beter transparant en authentiek zijn zonder misleidende cijfers. „Brands willen investeren in social media zonder dat ze schade oplopen,” zegt Bijoy Patel van CompuBrain, een bureau dat invloed op Facebook en Twitter analyseert. Hij merkt dat voor veel bedrijven het aantal volgers niet het belangrijkste is, al doet dat niks af aan het schandaal van de fake accounts. „Merken willen vooral weten of er echt engagement is.”

 

Facebook-test: nieuwe aanpak leidt tot meer fake news

Facebook-test: nieuwe aanpak leidt tot meer fake news

De nieuwe werkwijze van Facebook - meer interactie tussen vrienden en minder ruimte voor mediabedrijven - pakt niet alleen desastreus uit voor uitgevers, maar leidt ook tot meer fake news. Dat blijkt uit een test van Facebook zelf in zes landen, waarover The New York Times bericht.

 
De testen zijn gedaan in landen met een jonge bevolking die goed thuis is op internet, zoals bijvoorbeeld Servië, Sri Lanka of Bolivia. Facebook wil minder aandacht voor bedrijven en meer interactie tussen vrienden. Die aankondiging kreeg ook in Nederland veel aandacht. Maar nauwelijks bekend is dat Facebook de nieuwe aanpak al heeft getest met twee opvallende gevolgen: uitgevers en merken die hun audience zien inkrimpen en een toename van fake news.

 
Het bleken geen hackers, maar Facebook zelf
In Bolivia hadden ze de test van Facebook aanvankelijk niet in de gaten. De grote krant Pagina Siete zag ineens het aantal lezers op Facebook kelderen. De krant was eerder het slachtoffer van aanvallen door hackers en vermoedde dat er weer zoiets aan de hand was. Maar het waren geen hackers, het was Facebook zelf. Het bedrijf was een nieuwe versie aan het testen van de news feed, waarbij posts van media laag in de feed werden geplaatst. Lezers kregen content van de krant minder vaak te zien en in plaats daarvan deelden ze berichten die ze via vrienden kregen. Daaronder bleken opvallend veel sensationele en verzonnen berichten te zijn, veel fake news dus.

 
Facebook gaat de veranderingen nu wereldwijd doorvoeren. Het bedrijf benadrukt dat de wijzigingen niet precies hetzelfde zijn als in de test, maar het uitgangspunt is onveranderd. Het bedrijf wil meer interacties, meer content van familie en vrienden en minder content van uitgevers en merken.

 
Bericht van politie in feed onzichtbaar
Ook in Slowakije werden gebruikers verrast door de test van Facebook. Volgens uitgevers gingen de veranderingen samen met de promotie van fake news. Media zijn minder zichtbaar en het is aan individuele gebruikers om informatie te delen. „Mensen delen geen saai en feitelijk nieuws,” zegt een social media editor van een grote news site. „We zien een toename van verkeer bij sites die fake of sensationeel nieuws publiceren.” Een voorbeeld is een verhaal over een moslim die had gewaarschuwd voor een aanslag op een kerstmarkt. Het bericht over de aanslag kreeg zo’n grote verspreiding dat de politie een waarschuwing op Facebook plaatste dat het bericht onwaar was. Alleen was die mededeling voor bijna niemand te zien, want ook een instelling als de politie heeft geen prioriteit meer. Op dat moment benadrukt Facebook nog dat het een test is en dat nog onduidelijk is welke kant het precies op zal gaan. Inmiddels weten we dat Facebook vasthoudt aan de hoofdlijnen.

 
„Mensen delen geen saai en feitelijk nieuws,” zegt een social media editor van een grote news site. „We zien een toename van verkeer bij sites die fake of sensationeel nieuws publiceren.”
 
Facebook ‘atoombom’ voor adverteerders
De gevolgen van de nieuwe lijn zijn vooral groot voor uitgevers en adverteerders. Adweek heeft het over een ‘atoombom’ die Facebook laat ontploffen. De gevolgen zijn immens voor merken en uitgevers die wellicht te veel op het sociale netwerk hebben ingezet, schrijft het magazine. ,,Lange tijd was het geen slechte strategie omdat je op Facebook veel traffic krijgt, maar de aankondiging van Zuckerberg brengt daar verandering in. Ook merken hebben het nakijken, want ze raken hun audience kwijt waarvoor ze hard gewerkt en vaak veel betaald hebben.’’

 
Uitgevers van kranten en tijdschriften lijden twee keer schade. Doordat ze onderaan in de timeline komen te staan, verliezen ze veel organische traffic. Maar uitgevers gebruiken Facebook ook voor branded content, waarvoor merken en bedrijven betalen. Die inkomsten voor uitgevers dreigen weg te vallen, want welk bedrijf gaat nu betalen voor branded content die nauwelijks meer te zien zal zijn? Facebook kiest voor krimp, schrijft techmagazine The Verge. Minder video’s en minder advertenties. Een paar jaar geleden zou het ondenkbaar zijn dat Facebook die richting in zou slaan, maar vanaf nu is krimp de ambitie van het bedrijf, aldus The Verge.

 
Zuckerbergs dochters
Facebook gaat zelf ook minder verdienen, maar na jaren van groei is dat niet zo’n probleem. CEO Mark Zuckerberg lijkt er bewust voor te kiezen: less is more. Facebook moet vrienden en families weer centraal stellen. Zuckerbergs dochters moeten later trots zijn op wat Facebook heeft bijgedragen aan een betere wereld. Het is een keuze voor een ander soort Facebook, een beetje terug naar de basis.

 
Zuckerberg wil waardevolle interacties zien op het platform. Analisten van Facebook hebben vastgesteld dat als mensen actief commentaar leveren op posts ze een beter gevoel krijgen over social media en ook een beter gevoel hebben over zichzelf. Dat idee klinkt op het eerste gezicht sympathiek, maar gaat voorbij aan de Facebook-gebruikers die geen personen zijn: uitgevers, kleine bedrijfjes, grote merken en anderen die Facebook als essentieel zien om lezers en klanten te bereiken. Zuckerberg heeft gezegd dat de pagina’s van zulke bedrijven in 2018 veel minder mensen gaan bereiken. „Je zal minder public content zien van businesses, brands en media. Voor alle content geldt dezelfde standaard: het moet waardevolle interacties tussen mensen stimuleren.”

 
„Je zal minder public content zien van businesses, brands en media. Voor alle content geldt dezelfde standaard: het moet waardevolle interacties tussen mensen stimuleren.”
 
Gebruikers beslissen over fake news
Ook bij het tegengaan van fake news krijgt de individuele gebruiker de hoofdrol. Of dat gaat werken valt nog te bezien. Gebruikers moeten gaan beslissen of iets fake news is of niet. In een post op Facebook schrijft Zuckerberg: „Wij kunnen die beslissing nemen, we hebben externe experts overwogen, of we kunnen het jullie vragen - de community - en op basis van jullie feedback een ranking maken. Wij vinden dat de community moet besluiten welke bronnen vertrouwd zijn en het meest objectief zijn.”

 
Wie beoordeelt de objectiviteit?
Gebruikers van Facebook gaan aangeven of ze bekend zijn met een nieuwsbron en of ze die vertrouwen. Je ziet het probleem al aankomen: bij onwelgevallige berichten zullen veel gebruikers de nieuwsbron afkeuren. Wie gaat trouwens beoordelen of de beoordelingen van gebruikers objectief zijn?

Facebook wil externe experts op afstand houden. Concurrent Google werkt al wel samen met nieuwsorganisaties. Twitter huurt externe experts in. Experts maken soms fouten, maar hun criteria zijn controleerbaar. Daarmee voorkom je willekeur bij besluiten door gebruikers met persoonlijke belangen.

Gebruikers die het nieuws gaan beoordelen, het lijkt misschien een slimme zet: Facebook schuift de verantwoordelijkheid af en voorkomt bemoeienis door externe experts. Maar als fake news blijft rondzingen, keert het zich uiteindelijk tegen Facebook. Net zoals uitgevers en merken zich tegen het social network zullen keren als ze merken dat ze hun publiek verliezen.

 

Dé marketinghype na Pokémon? Cryptokatten

Dé marketinghype na Pokémon? Cryptokatten

CryptoKitties is een immens populaire online game die herinneringen oproept aan de gekte rond Pokémon Go. Je kan virtuele katten fokken, ze opvoeden en aan andere deelnemers verkopen. De bedragen per kat lopen op tot boven een ton. CryptoKitties heeft ook een serieuze kant, want voor het eerst vindt de blockchaintechniek zijn weg naar een groot publiek.

Het meest in het oog springend zijn de gigantische bedragen die voor de virtuele katten worden betaald. Dat hadden de bedenkers van het spel ook niet voorzien. De virtuele katten - in feite niets anders dan een tekening die door een algoritme is gemaakt - veranderen voor veel geld van eigenaar. De betaling gebeurt met de digitale munt ‘ether’. Veel virtuele katten hebben bedragen opgebracht van duizenden euro’s, maar ook meer dan een ton is al meerdere keren voorgekomen.


Kitties met groene of blauwe ogen
Cryptokitties worden geboren uit een algoritme. Vervolgens kan je ze fokken met behulp van smart contracts, die de twee katten die je hebt uitgekozen bij elkaar brengen en nakomelingen geven. Als de ouders groene ogen hebben is de kans groot dat de kleine katjes dat ook hebben, maar zeker is dat niet. Sommigen eigenschappen zijn populair en vergroten de waarde van de virtuele katten. Deelnemers gaan vervolgens in de katten handelen. Het spel draait op de blockchain van Ethereum en dat netwerk liep de afgelopen weken steeds meer vast door de ongekende populariteit van de cryptokatten.

De game is ontworpen door de startup Axiom Zen in Vancouver in Canada. Het bedrijf verdient aan transacties (3,75 procent) en aan de verkoop van nieuw gegenereerde katten. De bedoeling is dat tot november dit jaar elk kwartier een nieuwe kat ontstaat die op een soort veiling wordt verkocht. Die nieuwe katten komen dus naast de nakomelingen die via smart contracts het licht zien.
„Ons doel met CryptoKitties is om kennis en bewustzijn over de blockchain te verspreiden, het is een technologie die de wereld gaat veranderen.
CryptoKitties bedoeld als educatie
Magazine Motherboard sprak met een van de ontwikkelaars bij Axiom Zen, Arthur Camara, over het succes van CryptoKitties. „We waren compleet verrast door de bedragen die er in omgaan. We hadden een prijs van een dollar in gedachten. We hadden helemaal niet verwacht dat mensen hun kitties voor duizenden dollars zouden verkopen.” Het team van Axiom Zen had in de eerste plaats een educatief doel voor ogen. „Ons doel met CryptoKitties is om kennis en bewustzijn over de blockchain te verspreiden, het is een technologie die de wereld gaat veranderen. Via het spel komen veel nieuwe mensen daarmee in aanraking.”
„We hadden helemaal niet verwacht dat mensen hun kitties voor duizenden dollars zouden verkopen.”
Hoe raak je je duurste katten weer kwijt?
The Verge liet al zien hoe cryptokitties je leven kunnen veranderen. Todd, een 30-jarige programmeur uit Texas, is eigenaar van enkele tientallen cryptokitties. Zijn doorbraak kwam toen hij een fraai uitziende virtuele kat kocht voor 12 ether (4800 dollar op dat moment) en later de waarde van zijn kat zag verdubbelen. Inmiddels heeft hij ruim 40.000 dollar verdiend in cryptokatten. Hij probeert nu zijn katten te verkopen. Het grote risico is dat het systeem gaat instorten en hij alles weer kwijt is. In die zin zijn de virtuele katten vergelijkbaar met digitale munten met als verschil dat het systeem bij de katten nog instabieler is. „Een kitty is een soort digitale munt. Ik wil niet zoveel geld in de vorm van cryptokitties hebben.”

Lightning Network moet bitcoin redden

Lightning Network moet bitcoin redden

Transacties met de bitcoin gaan zo traag dat het hele systeem dreigt vast te lopen. Daarom wordt er hard gewerkt aan een oplossing: het Lightning Network, dat bovenop de blockchain komt en de bitcoin moet redden. Een nieuw technisch hoogstandje, maar wat is het en gaat het ook werken?

 
Bij de belangrijkste marketingtrends voor 2018 wordt blockchain keer op keer genoemd. Als marketeer kan je de techniek maar beter in huis hebben. Maar het systeem kraakt. Het probleem is dat blockchains de vele transacties maar nauwelijks aankunnen. In de techwereld wordt daarom hard gewerkt aan het Lightning Network dat snel is en bovenop de blockchain moet komen.

 
Wat gaat er mis?
Laten we bij het begin beginnen. Wat er misgaat, is vooral te merken bij de bitcoin. De digitale munt draait op een blockchain, waarbij alle betalingen in blokken worden vastgelegd om zo fraude uit te sluiten (zie dit artikel in frank.news). Wil je bitcoins naar iemand overmaken, dan moet de betaling worden bevestigd en in een blok worden opgeslagen. Maar het aanbod van transacties is zo groot, dat een wachtlijst is ontstaan. Wie het eerst komt, dat bepalen de miners, die de transacties in blokken opslaan. En wie laten de miners voorgaan? Juist, degene die daarvoor het hoogste bedrag biedt. Het is niet verplicht om miners te betalen, maar dat is wel de praktijk van de dag, meldt Business Insider. Het trage systeem gaat dus samen met hoge transactiekosten. Soms een paar dollar, maar tientallen dollars per transactie is geen uitzondering. Door de grote koerswisselingen maakt het nogal uit of een betaling binnen een minuut of een dag gebeurt. Speculanten zijn bereid hoge bedragen te betalen als de transactie maar snel wordt uitgevoerd.

 
Kopje koffie in bitcoins
Bij kleine bedragen is de verhouding helemaal zoek. Wie een kopje koffie ter waarde van 2 euro wil kopen, is waarschijnlijk meer dan 2 euro aan transactiekosten kwijt. Het gaat ook even duren voordat je je koffie hebt, want de transactie moet op de blockchain gepubliceerd zijn en dat neemt zo tien minuten in beslag.

Het moet allemaal sneller en goedkoper. Technici en programmeurs buigen zich erover hoe dat zou kunnen. De meningen zijn soms zo verdeeld dat het al tot afsplitsingen binnen de oorspronkelijke bitcoingemeenschap heeft geleid. In het vakjargon gaat het over ‘channel factories’, ‘layered solutions’, ‘segregated witness’ en wat de ultieme oplossing zou moeten zijn: het Lightning Network.

De meest voor de hand liggende oplossing is om de blokken groter te maken. Dan kunnen er meer transacties in een blok en hoef je niet te wachten tot een volgend blok wordt gemaakt. Het grote nadeel van grote blokken is dat nog zwaardere computers nodig zijn om de blokken samen te stellen, wat nog meer energie kost dan nu al het geval is. Dat is niet echt een optie.

 
Lightning Network als alternatief
Het Lightning Network is een alternatief dat in ontwikkeling is en in de loop van 2018 operationeel kan worden. Het netwerk bestaat uit twee nieuwe lagen bovenop de blockchain waarmee gebruikers onderling kanalen kunnen openen voor directe betalingen. Dat kan dan snel en zonder verdere kosten. Het gebeurt met behulp van de technologie van ‘smart contracts’. Daarbij vliegen de vaktermen je al snel om de oren. Twee belangrijke principes waar je niet omheen kan zijn ‘multisig addresses’ (adressen waar meerdere gebruikers moeten tekenen om overdracht van bitcoins mogelijk te maken) en ‘hashed timelock contracts’ (versleutelde contracten waarmee je digitaal geld voor een bepaalde periode afsluit om fraude te voorkomen). Op de blockchain komt een tweede laag met daarin de ‘channel factory’ met de onderlinge kanalen. Een derde laag bevat de ‘micropayment channels’ waar kleine betalingen snel kunnen plaatsvinden. Het netwerk kan bestaande kanalen aan elkaar koppelen en zo betalingen ook snel en veilig via een derde laten lopen. Het Lightning Network lijkt goed doordacht en kan een oplossing zijn om verder vastlopen van het systeem te voorkomen, terwijl de veiligheidsstandaarden blijven gewaarborgd.
„Een jaar geleden liepen weinigen warm voor Ethereum. Nu zien we dat veel mensen overstappen. Alles draait om innovatie. Uiteindelijk gaan de munten met de laagste kosten en hoogste snelheid winnen,” zegt Charles Hayter van vergelijkingssite CryptoCompare.
De kracht van nieuwe cryptomunten
Maar wordt de bitcoin inmiddels niet ingehaald door andere digitale munten? Er zijn er inmiddels honderden en die lopen niet vast. Ook bij die munten wordt vaak gewerkt met smart contracts, waarbij de transacties snel gaan. De baas van blockchainbedrijf Ripple (met eigen crytomunt XRP die het goed doet op de markt) vindt de bitcoin achterhaald. „Bij ons verlopen betalingen in seconden en zijn er nauwelijks kosten voor gebruikers,” vertelt CEO Brad Garlinghouse tegen CNBC.

Door de problemen met de bitcoins stappen steeds meer mensen over naar andere cryptomunten. Onbekende namen krijgen steeds meer erkenning. „Een jaar geleden liepen weinigen warm voor Ethereum. Nu zien we dat veel mensen overstappen. Alles draait om innovatie. Uiteindelijk gaan de munten met de laagste kosten en hoogste snelheid winnen,” zegt Charles Hayter van vergelijkingssite CryptoCompare.

Binnen de marketing kennen we AdChain, de marketingsite die draait op een blockchain en een eigen digitale munt adToken heeft. De blockchain moet fraude bij digital advertising voorkomen. Het is nog nieuw, maar men is ervan overtuigd dat blockchain de toekomst is voor marketeers.

 
Amazon grootste bedreiging voor bitcoin
De grootste bedreiging voor de bitcoin, zo wordt in techkringen gefluisterd, kan wel eens Amazon zijn. Amazon, de grootste retailer ter wereld, heeft tot nu toe betaling met digitale munten afgehouden. Voor de vele transacties is een snel systeem nodig. Is Ethereum een optie? Amazon heeft voor de zekerheid alvast de domeinnaam amazonethereum.com geclaimd. Meer voor de hand ligt wellicht een eigen digitale munt, die binnen het systeem van Amazon moet gaan draaien. Daarmee raakt Amazon intermediairs als banken kwijt die het bedrijf geld kosten. Een eigen munt van Amazon kan op een grote belangstelling rekenen en daarmee de bitcoin in de schaduw zetten. Het lijkt erop dat de gigant nog even afwacht totdat de cryptomunten in rustiger vaarwater zijn gekomen en de systemen niet meer voor problemen zorgen.

 
Stroomversnelling
Het Lightning Network kan de bitcoin opnieuw in een stroomversnelling brengen. Maar bedrijven met andere digitale munten zullen alles doen om een voorsprong te houden. Dan is nog maar de vraag of de bitcoin de belangrijkste digitale munt blijft. Wat blijft is de onderliggende techniek, die ook op terreinen buiten de cryptomunten, van marketing tot beurshandel, veel verandering zal brengen.

Met Lens Studio maak je zelf lenzen voor Snapchat

Met Lens Studio maak je zelf lenzen voor Snapchat

Snapchat viel al langer op door de augmented reality lenzen die je over een beeld kunt plaatsen. Nu is er een app waarmee je zelf zulke lenzen kunt maken. Gebruikers, ontwikkelaars en adverteerders kunnen ermee aan de slag. Hoe creatief je met augmented reality bezig kunt gaan, was al te zien in een project van Snapchat met kunstenaar Jeff Koons. 

Lens Studio is een desktop-app voor Mac en Windows die lijkt op de eigen tools van Snap om augmented reality lenzen voor Snapchat te maken. De app moet leiden tot een nieuwe stroom aan AR-lenzen, waar de zeventig miljoen dagelijkse gebruikers van Snapchat mee aan de gang kunnen. „Het is een eenvoudige tool voor creators om op Snapchat aanwezig te zijn,” zegt Eitan Pilipski van Snap in magazine The Verge. Lens Studio biedt templates en richtlijnen om een AR-lens te maken, zowel voor twee- als driedimensionale ontwerpen.

 
Dancing hot dog
Snapchat is een voorloper met AR-lenzen, zoals de vrolijke regenboogtong, die bij een jonge doelgroep aanslaat. Er zijn inmiddels zo’n drieduizend verschillende lenzen. Snapchat wil dé plek zijn waar je terecht kan voor virale AR-ervaringen. De concurrentie ligt wel op de loer. Ook Facebook, Google en Apple hebben al AR-platforms opgetuigd.

Met de nieuwe app kunnen gebruikers zelf ‘world lenses’ maken, waarmee je bewegende objecten in de wereld kan plaatsen. Hoe dat eruit ziet? Kijk bijvoorbeeld naar deze YouTube-compilatie van Snapchat’s dancing hot dog.

Snapchat werkt verder samen met zeven advertentiebureaus die ‘face filters’ (gezichtsfilters) maken en waarvan adverteerders tegen betaling gebruik kunnen maken. In Nederland werkt Snapchat samen met MediaMonks.

 
Virtueel vandalisme
Het verst gaan locatie afhankelijke lenzen die alleen werken op een bepaalde plek. Zo kan je kunstwerken van artiest Jeff Koons te voorschijn laten komen op beroemde plekken bij de Eiffeltoren in Parijs of in New York’s Central Park. Soms staan er tientallen mensen met hun smartphone te zoeken en ineens komt het kunstwerk te voorschijn met keurig de Eiffeltoren op de achtergrond. De lens van Jeff Koons werd zo populair dat er klonen verschenen. Ineens dook niet alleen het kunstwerk op, maar bleek dat onder de graffiti te zitten. Virtueel vandalisme, kopte The New York Times met ironie.

Graffiti artiest Sebastian Errazuriz plaatste zijn versie van het beeld van Koons op dezelfde plek in Central Park als waar de Snapchat-versie te vinden is. Om de graffiti-versie te bekijken is een app nodig die door Errazuriz is ontwikkeld. De actie heeft een serieuze ondertoon, want Errazuriz vindt dat techbedrijven zich niet moeten bemoeien met kunst in de openbare ruimte. Daarmee heeft hij een punt, maar wat vooral bijblijft is de humor in zijn actie. Vooralsnog blijft augmented reality vooral om mee te spelen. Dat is precies waar ze bij Snapchat goed in zijn.
Jeff Koons over zijn project met Snapchat:
https://www.youtube.com/watch?v=d5z9-JLIuis

Facebook en Amazon azen op live sportrechten

Facebook en Amazon azen op live sportrechten

Live op Facebook of Amazon Prime je favoriete voetbalmatch bekijken? Het komt eraan. Facebook stelt een speciale functionaris aan die een miljardenbudget krijgt om de uitzendrechten van grote sportevenementen binnen te halen. Ook videodienst Amazon Prime gaat er flink mee uitpakken. De techbedrijven azen onder meer op de Britse Premier League.

Het belooft een van de belangrijkste trends van 2018 te worden, melden diverse onderzoeksbureaus. Juniper Research noemt het zelfs de nummer één techtrend voor volgend jaar. De strijd om de live sportrechten is niet meer iets voor nationale tv-zenders alleen, het zijn de grote techgiganten die er steeds vaker mee weglopen. Facebook en Amazon voeren het komende jaar de strijd op.

 
Mark Zuckerberg: meer inzetten op sport
Amazon betaalde in de VS 50 miljoen dollar om wedstrijden van de National Football League te streamen. Facebook bood ruim 600 miljoen dollar om beelden te tonen van cricketwedstrijden uit de Indiase Premier League, maar greep toen nog mis. Het was de eerste grote poging om een markt te ontwrichten waar tot dusver tv-zenders het voor het zeggen hebben. De techbedrijven hebben inmiddels veel uitgeprobeerd en nu is het tijd voor het echte werk. Facebook gaat een top-level executive aanstellen om te onderhandelen over sportrechten, meldt Sports Business Journal. Die persoon zou een budget krijgen van ‘enkele miljarden dollars’. Facebook CEO Mark Zuckerberg wil meer gaan inzetten op sport zodat mensen het sociale netwerk gaan zien als plek waar je naar toegaat voor premium video.

Facebook en Amazon voeren zo de strijd op met tv-netwerken die traditioneel over de sportrechten beschikken. Dat zal op termijn ook in Nederland merkbaar worden. Live sportprogramma’s gaan niet meteen van tv verdwijnen, maar kunnen veel kijkers verliezen aan Facebook of Amazon, waarvan de content op de smartphone of tablet te zien is.

OTT is de sleutelterm, het staat voor ‘over-the-top’: videocontent die je bekijkt via het open internet buiten de gesloten kanalen van een kabelaar of telecomaanbieder om.

 
Amazon wint van Facebook
De verwachting is dat Amazon uiteindelijk als grote winnaar te voorschijn komt, schrijft Juniper Research in het rapport Digital Content Business Models: OTT & Operator Strategies 2017 -2022. Amazon Prime koppelt het streamen van live sport events aan winkelen op de site van Amazon. Om live sportwedstrijden te zien, moet je lid worden van Amazon Prime. Daar kan je films en series bekijken en krijg je voordeeltjes bij aankopen die je bij Amazon doet. Live sport events op Amazon Prime leveren zo klanten op voor het hele bedrijf. Amazon verdient dubbel, constateert ook magazine GeekWire: aan de nieuwe gebruikers die afkomen op de live sport streams en aan de verkoop van spullen aan diezelfde klanten.

Facebook zond vorig jaar enkele duizenden sportevents live uit. Dat kwam deels voort uit een samenwerking met Fox Sports, maar het sociale netwerk verkreeg bijvoorbeeld ook live rechten van de Mexicaanse voetbalcompetitie, die in de VS veel wordt bekeken. Naast live verslagen biedt Facebook series en entertainment. Een grote hit is de Facebook-serie Hala Madrid, opgenomen met een GoPro camera, waarin fans van Real Madrid een 360 graden view van de organisatie krijgen met niet eerder getoonde beelden van spelers.

 
Premier League is de hoofdprijs
De strijd tussen Amazon en Facebook draait in Europa om uitzendrechten voor voetbal. Niet kinderachtig doen, gewoon de populairste sport binnenhalen, is de gedachte. En daarbinnen dan graag de rijkste competitie, de Britse Premier League, die in 2015 de rechten voor drie seizoenen voor een recordbedrag van 7 miljard euro verkocht aan Sky Sports en BT Sport van telecombedrijf BT.

De Britse krant The Independent noemt het een kwestie van tijd dat Facebook de strijd aangaat met Sky en BT Sport. Dan Reed, hoofd sport partnerships bij Facebook, noemt de Premier League een belangrijke partner en zegt een toekomstig bod niet uit te sluiten. Als Facebook een deal sluit, kan het inkomsten krijgen uit abonnementsgelden en advertenties.
„Mensen houden van sport - het is groot en engaging, het motiveert mensen, dus ik denk dat het een geweldige kans is”.
Ook Amazon heeft zijn oog op de Premier League laten vallen. De techgigant kan in Groot-Brittannië nog flink groeien en live sport helpt daarbij. „Mensen houden van sport - het is groot en engaging, het motiveert mensen, dus ik denk dat het een geweldige kans is,” zegt een woordvoerder van Amazon tegen The Guardian. Amazon heeft een gunstiger verdienmodel dan Facebook, omdat kijkers makkelijk een uitstapje maken naar de verkooppagina’s. De verwachting is dat Amazon met retail sales veel extra inkomsten krijgt. De geldende contracten met Sky en BT Sport lopen in 2019 af. Het bieden voor de komende seizoenen van de Premier League gebeurt naar verwachting begin 2018. Het zou voor het eerst zijn dat de techbedrijven bij de rechten van een grote Europese competitie domineren.

 
Amazon bij de Bundesliga; Facebook doet Champions League
Amazon werkt ook samen met de Duitse Bundesliga. In 2016 kwam het tot een eerste contract. Dat ging toen nog om radiorechten voor online en mobiel, uitbreiding naar video kan een volgende stap zijn. De live wedstrijdverslagen zijn te horen via Amazon Prime Music. De totale uitzendrechten voor de Duitse Bundesliga voor vier jaar kwamen in 2016 uit op 4,6 miljard euro, verdeeld over Sky, Eurosport en ZDF. Die afspraken lopen tot 2020 en het is nog even afwachten hoe het dan verder gaat. De Nederlandse voetbalcompetitie lijkt voorlopig te klein om serieuze belangstelling te krijgen van de techgiganten, die eerst grote slagen willen slaan.

De Champions League is een uitdaging waar de techbedrijven veel in zien. In de Verenigde Staten konden liefhebbers de Champions League al live op Facebook volgen, zoals Bloomberg meldt. Het sociale netwerk had daarover afspraken gemaakt met Fox Sports. Sommige wedstrijden waren exclusief op Facebook te zien.

De trends laten opnieuw zien hoe groot de macht van bedrijven als Amazon en Facebook is. Daar is veel kritiek op. Maar het antwoord van de techgiganten is keer op keer dat de expansie doorgaat. Deze keer is de sportwereld aan de beurt. Voor de onderzoekers van Juniper bestaat er geen twijfel: tv-netwerken gaan sportrechten verliezen aan Amazon en Facebook.

'Marketing van Björk met eigen cryptomunten'

'Marketing van Björk met eigen cryptomunten'

Wie het nieuwe album Utopia van Björk koopt, kan betalen met digitale munten en krijgt daarbij audiocoins cadeau, de cryptomunt waar de artiest zich aan verbonden heeft. De popster heeft al jarenlang een innige relatie met tech en neemt opnieuw het voortouw. Het is slimme marketing want cryptomunten hebben een bijna magische aantrekkingskracht.

Singer-songwriter Björk heeft de naam bovenop de nieuwste technische snufjes te zitten en daar past haar experiment met cryptomunten perfect in. Op het eerste gezicht een slimme marketingtruc, want wie met een digitale munt komt, staat meteen in de schijnwerpers. De muziek op het album Utopia is misschien niet echt vernieuwend, de bijbehorende technologie is dat wel en die kan wel eens groot kan worden in de muziekindustrie.

Björk werkt samen met de Britse startup Blockpool, die is gespecialiseerd in blockchain en cryptomunten. Fans kunnen het nieuwe album met digitaal geld kopen bij het label One Little Indian Records. Dat kan niet alleen met bitcoins, maar ook met andere digitale munten als litecoin of dashcoin. Ook creditcards zijn overigens nog steeds welkom. Het bijzondere is dat fans ook digitaal geld terugkrijgen, namelijk honderd audiocoins, de munt waarmee de artiest zich heeft verbonden.

Audiocoins als betaalmiddel in de muziekindustrie
Fans krijgen de audiocoins in een digitale wallet, die door Blockpool is gemaakt. Audiocoins kan je inwisselen voor andere cryptomunten zoals bitcoins, je kan ze houden en het zien als investering of ze inwisselen voor dollars of euro’s. Björk wil de audiocoins de komende jaren een grotere rol geven. Fans kunnen meer audiocoins verdienen bij interacties met Björks muziek, tijdens live events en digitale activiteiten. Het is de bedoeling dat je er uiteindelijk ook andere muziek mee kunt kopen of streamen. Audiocoins dus als gangbaar betaalmiddel in de muziekwereld. Bij de aankondiging had de audiocoin een waarde van $ 0.0026, drie dagen later stond de munt drie keer zo hoog. Momenteel fluctueert de audiocoin weer rond de beginwaarde.

CEO Kevin Bacon van Blockpool erkent dat er een zekere hype is rond cryptomunten, maar hij is overtuigd dat de techniek zal blijven. „Ik zie het niet  als een bubbel, maar als een uitbarsting van energie. Er is veel activiteit, veel zal weer verdwijnen, maar de belangrijke dingen zullen blijven en verder groeien,” zegt hij in muziekmagazine Musically (niet te verwarren met de app musical.ly).

Bruggen bouwen tussen mensen en tech
Het is niet voor het eerst dat Björk tech omarmt. Als een van de eersten zette ze de stap naar virtual reality. „Het levert een unieke fusie op van muziek en visie die iets magisch oplevert. Het kan de muziek zo versterken.” Ze gebruikt het bij haar album Vulnicura met een aparte virtual reality video voor elke track. Techniek is niet iets apart, ze wil het integreren. „Ik bouw bruggen tussen tech en de menselijke dingen die we doen,” zegt de zangeres tegen The Guardian.

Ze ervaart techniek als bevrijdend. Dat begon al met de opkomst van kleine computers in de jaren negentig. In muziekmagazine Factmag vertelt Björk hoe ze zich dankzij de laptop kon losmaken van de studio’s. Ze schrijft haar eigen muziek en dat gaat niet goed in de studio, liever thuis of zelfs in de bergen. „Ik kreeg mijn laptop in 1999 en het bevrijdde me van de dwang van de studio. Ik kon 90 procent van mijn muziek schrijven in mijn slaapkamer. Ik kon daar mijn dromen werkelijkheid maken.”

‘De zeven keer dat Björk cutting-edge technologie gebruikte om haar muziek te creëren’, is de titel van het artikel in Factmag. Het beschrijft hoe ze zich snel nieuwe software eigen maakt, zoals audioprogramma Pro Tools (tegenwoordig wijd verbreid, maar toen nog niet). Ze gebruikt het om opgenomen geluiden rond haar huis te versterken en te mengen met muziek. Met het programma Sibelius maakt ze arrangementen. Sibelius is zo ongeveer een eigen strijkorkest hebben in je laptop, je kan de muziek dan als audiofile of bladmuziek exporteren.

Ze is een pionier bij muziek maken met touchscreens. De techniek fascineert haar. „Het was niet alleen spannend om op te treden met touchscreens, maar ze ook te gebruiken bij muziek schrijven, ik gebruik ze zoveel als ik kan,” zegt ze in 2011 tegen CNN.

Van Vulnicura naar Utopia
In Vulnicura (2015) verhaalt Björk over haar scheiding van kunstenaar Matthew Barney. Het emotionele trauma klinkt in de muziek door. Bjork is als singer en componist op haar best. Utopia is lichter van toon, het is tijd om weer plezier te hebben. Utopia klinkt als een plaats, schrijft The New Yorker, een betoverend ecosysteem met een constant gezoem van activiteit. In dat gevoel van optimisme past ook de vooruitgang door techniek. Technologische veranderingen zijn er niet om je te laten intimideren, maar die moet je juist overnemen, er een eigen draai aan geven. Deze keer stapt ze in de allernieuwste techniek van blockchain en cryptomunten. Ze waarschuwt nog steeds voor een ecologische catastrofe, maar is hoopvol dat techniek oplossingen kan bieden.

Britse startup Blockpool helpt een handje
Bij startup Blockpool in Londen zijn ze ervan overtuigd dat blockchain en cryptomunten de toekomst hebben. CEO Kevin Bacon is opgetogen over de samenwerking met Björk. „We zijn een softwarebedrijf. We geven haar geen lijst met dingen die ze moet doen. We laten zien wat zou kunnen en zij het neemt het over en gaat er mee aan de gang.”

Bacon benadrukt dat het verder gaat dan marketing alleen. „Dit is de strategie van een leider. Ze wil dit zelf doen. Ook als wij niet betrokken waren, had ze met haar team de stap gezet om creatieve dingen met crypto te doen,” zegt Bacon in een interview met Musically.

Björk is de eerste grote artiest die met cryptomunten experimenteert, maar ze is niet de allereerste. DJ RAC bood fans eerder al aan om albums met de virtuele munt ethereum aan te schaffen. Ook de Britse zangeres Imogen Heap experimenteerde al met blockchain en virtuele munten en zet nu daarvoor een eigen platform op (zie dit artikel op frank.news). De verwachting is dat ook anderen in de muziekindustrie snel zullen volgen.
Bekijk hier de single The Gate van het album Utopia.
https://www.youtube.com/watch?v=_n0Ps1KWVU0&list=PLxKHVMqMZqUSw-NbrNHNGGRy7v34L4LlI

 

Apple en Brave bouwen aan verdienmodel zonder cookies

Apple en Brave bouwen aan verdienmodel zonder cookies

Steeds meer techbedrijven komen op voor de privacy van consumenten. Ze introduceren webbrowsers die cookies blokkeren om surfgedrag te registreren. Apple doet het sinds kort bij Safari en nieuwe browsers als Brave gaan helemaal rigoreus te werk. Tot wanhoop van adverteerders die daardoor digitale ads minder gericht kunnen plaatsen. De techbedrijven sturen aan op een nieuw verdienmodel.

 
Je favoriete artiest op YouTube rechtstreeks betalen. Het kan sinds kort als je gebruik maakt van de browser Brave. Het is een nog nieuwe browser die op het punt staat de verhoudingen op het internet drastisch te ontwrichten. Brave houdt ads en trackers tegen, maar heeft een knop waarmee je sites waarop je content bekijkt kunt betalen en in het geval van YouTube kan dat ook aan individuele artiesten.

 
Crowdfunding: 35 miljoen in een halve minuutBrave is sinds het voorjaar in de lucht. De browser slaat enerzijds een verfrissend nieuwe weg in, maar is tegelijkertijd omstreden vanwege het tegenhouden van advertenties en van alle ‘tracking cookies’, waardoor mediabedrijven geen informatie over surfgedrag krijgen. Het is niet zomaar een bedrijf. Tijdens een crowdfundingsactie en lancering van een eigen digitale munt haalde Brave in niet meer dan 30 seconden een bedrag binnen van 35 miljoen dollar. Drijvende kracht is de bedenker van JavaScript, Brendan Eich. Zonder JavaScript zou het internet in zijn huidige vorm niet eens bestaan.

 
Brave pleit er niet alleen voor dat gebruikers rechtstreeks gaan betalen voor de content die ze op internet bekijken, maar regelt die betaling ook. Als je Brave op je eigen computer installeert, vallen een paar dingen op. Ten eerste: alle sites laden supersnel, zelfs sneller dan met Google Chrome. Dat is een gevolg van het wegfilteren van alle tracking cookies. Maar Brave stuurt zo nu en dan wel een aanmaning: is het niet tijd om de sites die je bekijkt netjes te gaan betalen. Daar heeft Brave een knop voor. Brave biedt aan om anoniem bij te houden welke sites je bezoekt en bij een betaling kan het geld dan naar verhouding over die sites worden verdeeld. De hoogte van het bedrag bepaal je zelf. Je moet wel een paar dingen regelen, zodat je met digitale munten kan betalen.

 
Uitgevers woedend over ontwrichtingBrave komt in de eerste plaats voor consumenten op, maar zegt ook voor uitgevers en contentmakers een vuist te willen maken. Maar juist in de uitgeverswereld zijn de reacties furieus. Een aantal vooraanstaande uitgevers, waaronder The New York Times, noemt de browser ‘blatantly illegal’, omdat webpagina’s anders worden gepresenteerd dan de uitgevers hebben bedoeld. Het is nog onduidelijk of de uitgevers ook juridisch gelijk gaan krijgen. De directe betalingen door consumenten, zoals Brave die voorstelt, zijn voor de uitgevers voorlopig te klein om een alternatief te zijn voor inkomsten uit advertenties. Maar Brendan Eich van Brave is vastbesloten.

Brave is in de eerste plaats een disruptor die een aanval uitvoert op de grote techgiganten. Het zijn vooral Google en Facebook die hun macht vergroten door eindeloos persoonsgegevens te verzamelen. Internet was ooit een open digitale plek met gelijke kansen voor iedereen en niet een ruimte waar een paar giganten als Google en Facebook de lakens uitdelen. Internet moet weer van iedereen worden en consumenten moeten zelf bepalen wat ze wel en niet van hun gedrag willen delen. „We vechten samen met burgers voor een betere deal en tegen de huidige uitwassen bij webadvertenties,” schrijft Brave in een reactie op de uitgevers.
„We vechten samen met burgers voor een betere deal en tegen de huidige uitwassen bij webadvertenties,” schrijft Brave.
Apple kiest voor strijd tegen cookies
Opvallend is dat ook een groot bedrijf als Apple zich in het kamp voor ‘meer privacy’ opstelt. Apple is niet te vergelijken met Brave, maar de aanval op de advertentiewereld is niet mis. De High Sierra-update die iMac-gebruikers onlangs kregen, kwam samen met een toelichting die niets aan de verbeelding overlaat. Kent U dat, schrijft Apple, dat als U een advertentie op internet bekijkt, diezelfde ad de week daarop wel vijf keer terugkomt. In het begeleidende beeld zie je advertenties die blijven terugkomen met het commentaar: dit zal vanaf nu niet meer gebeuren. De update geldt voor de browser Safari van Apple. Niet zoveel mensen gebruiken Safari, maar het is tekenend dat een techgigant als Apple zich in het kamp tegen cookies schaart. Er bestaan inmiddels enkele methoden om de cookieregels bij Safari te omzeilen, maar als iedereen dat gaat doen, is de reactie van Apple voorspelbaar.

Zes grote advertentieconsortia, meldt The Guardian, hebben een open brief aan Apple geschreven. Ze onderstrepen het belang van cookies om persoonlijke diensten te kunnen bieden. „De stap van Apple’s Safari (…) gaat ten koste van de user experience en zal het economisch model voor het internet saboteren.”

 
Apple houdt vol
Maar Apple houdt voet bij stuk: „Ad tracking is zo doordringend dat het mogelijk is de complete browse geschiedenis van iemand te reconstrueren. Die informatie wordt zonder toestemming verzameld en gebruikt voor ad retargeting, waardoor ads mensen blijven volgen op het internet.” De net uitgekomen browser Firefox Quantum, die veel sneller is dan vorige versies, heeft ook de ‘trackingbescherming’ opgevoerd. Gebruikers kunnen ads en trackers nu tegenhouden tijdens het browsen in de normale stand, tot dusver moest je daarvoor naar de private mode gaan.

Bij Google Chrome ligt dat allemaal anders, omdat Google zelf veel gegevens over surfgedrag verzamelt. Wel bestaat er een extensie die een deel van de cookies kan laten zien en desgewenst tegenhouden (zie dit artikel op frank.news).
Ad tracking is zo doordringend dat het mogelijk is de complete browse geschiedenis van iemand te reconstrueren.”
Breder debat over privacy en cookies
De werkwijze van Apple en Brave past in een breder debat over privacy en tracking cookies. In Nederland (en de rest van de EU) gelden volgend jaar nieuwe privacy regels (zie dit artikel op frank.news). Consumenten moeten dan zelf kunnen bepalen of ze tracking cookies accepteren. Het zou kunnen dat weinigen daar moeilijk over doen, net zoals veel mensen nu bijna blindelings akkoord gaan met voorwaarden van websites.

Het nieuwe denken vanuit de techsector is mogelijk veel ingrijpender. Consumenten krijgen simpelweg websites te zien waarbij tracking cookies ontbreken. Willen ze die toch, dan zullen ze eerst hun instellingen moeten veranderen. Dat is voor veel mensen een brug te ver. Het heeft gevolgen voor uitgevers en adverteerders. Als cookies niet meer vanzelfsprekend zijn, zullen bedrijven op een andere manier consumenten moeten bereiken. Misschien zelfs consumenten betalen voor aandacht, zoals in de VS wordt gezegd.

Veel uitgevers en adverteerders hebben net hun draai een beetje gevonden in de digitale wereld, maar staan nu al weer voor nieuwe uitdagingen. De ontwikkelingen gaan supersnel: blockchain, digitale munten en nieuwe disruptors in de techwereld. Brave lijkt te staan voor een manier van denken die verder reikt dan de techwereld alleen.
Lees hier ook het artikel van Ralph over Blockchain
https://www.frank.news/2017/11/28/contentmakers-krijgen-op-blockchains-wel-goed-betaald/

Contentmakers krijgen op blockchains wél goed betaald

Contentmakers krijgen op blockchains wél goed betaald

Videomakers, musici en influencers gaan op blockchain platforms veel meer verdienen dan op YouTube, iTunes of Spotify. Blockchain startups, vooral in de VS, brengen contentmakers en hun fans rechtstreeks met elkaar in contact. De werkwijze is nieuw, maar de startups ontwikkelen zich snel.

 
Het is een groeiende lijst startups die contentmakers direct met fans in contact brengt. Artiesten omzeilen zo de ongunstige voorwaarden van iTunes, Spotify, Amazon of YouTube. Bij blockchain is er geen intermediair bedrijf dat geld in eigen zak steekt, maar verlopen contacten rechtstreeks. Musici maken al gebruik van blockchain startups als DECENT, Ujo music of Mycelia. Blockchain alternatieven voor YouTube zijn Flixxo of StreamSpace. Voor de film- en tv-wereld is er het 21Million Project.

 
Spotify en iTunes
Apple en Spotify maken met hun streamingsabonnementen enorme winsten over de hoofden van artiesten, schrijft de HuffPost. Bij iTunes leveren musici zo’n 30 procent van de opbrengsten in; voor contentmakers op Amazon is dat 30 tot 75 procent, constateert Forbes. Musici verliezen tot 86 procent van de opbrengsten aan intermediairs. Blockchain startups zijn nu begonnen met een offensief om intermediaire bedrijven te ontwrichten om zo musici en andere creators te laten profiteren, schrijft Forbes in een ander artikel.

 
Blockchains voor muziek en video
Magazine TechCrunch ziet grote voordelen van blockchain platforms voor content creators. Dit zijn ze op een rijtje gezet:
  1. Het systeem zorgt voor direct contact tussen gebruikers en contentmakers. Musici of videomakers hoeven dus niet tussenliggende platforms of banken te gebruiken waarvoor ze fors moeten betalen. Om het platform te laten draaien, zijn wel investeringen nodig, maar de organisatie gaat niet tússen de artiest en de consument inzitten.
  2. Muziek of video wordt in blokken vastgelegd (met ID en tijdstempel) zodanig dat het onveranderbaar is. Gebruikers kunnen muziek dan niet zo maar downloaden, kopiëren of veranderen. Ook metadata als rechten zijn niet meer te wijzigen. Dat garandeert dat makers betaald krijgen voor het gebruik van de content.
  3. De betaling verloopt via ‘smart contracts’, die met behulp van software zelf de betaling in werking zetten. Dat kunnen microbetalingen zijn, dus als een gebruiker een bepaalde track luistert, wordt het microbedrag daarvoor automatisch overgeschreven. Zulke betalingen gebeuren met een digitale munt, die aan de blockchain verbonden is (voor meer uitleg over blockchains: zie dit artikel op frank.news).
 
Openheid staat voorop
Blockchain startup DECENT is vanuit Zwitserland met een bètaversie aan de gang. Op DECENT GO kunnen gebruikers uploaden, downloaden, browsen en digitale content kopen en verkopen. De opbrengsten komen volledig in handen van verkopers, dus zonder afdrachten aan het platform. Betalingen gebeuren met de digitale munt DCT (Digital Content Token). Sinds de lancering van de munt in de zomer heeft DECENT via crowdfunding meer dan 4 miljoen dollar binnengehaald. Het platform biedt ruimte voor allerlei content, van muziek, video tot boeken. Het is nog niet zoveel wat er staat, maar je kan het al wel kopen. Doe je dat voor het eerst, dan kom je in een nieuwe wereld terecht, want alles werkt met digitale munten. Aan cryptomunten kan je komen via een wisselkantoor op internet waar je een wallet kan nemen. Check wel de betrouwbaarheid van zulke sites. Het is ook de vraag of DECENT zelf 100 procent veilig is, want het gaat nog om een experimentele techniek. De gedrevenheid van de oprichters is er in elk geval niet minder om. Openheid en fairness staan voorop. ,,We hebben DECENT GO ontworpen om meer transparantie en eerlijkheid in de digitale content industrie te brengen,” zegt CEO Matej Michalko.

 
Singer-songwriter Imogen Heap neemt het voortouw
De Engelse singer-songwriter Imogen Heap experimenteerde al met Ujo Music om haar tracks zonder tussenkomst van derden bij haar fans te krijgen. De betaling verliep via het Ethereum platform. Ujo, gevestigd in Brooklyn in New York, werkt nu aan een groter blockchain platform. ,,We willen een creatief systeem bouwen dat fair is naar artiesten toe,” zegt oprichter Jesse Grushack in deze korte docu.

Imogen Heap werkt inmiddels aan een eigen muzieksysteem met de naam Mycelia. Met de blockchaintechnologie als basis gaat haar platform directe betalingen regelen voor artiesten die ook meer controle krijgen over hun muziek en bijbehorende data. In magazine Quartz zegt Heap te streven naar een ‘fair trade’ muziekindustrie. ,,Het gaat erom de macht weg te halen bij de top en terug te geven aan de artiesten die zo hun eigen toekomst kunnen vormen.”

 
Alternatieven voor YouTube
De meest genoemde blockchain alternatieven voor YouTube zijn Flixxo en StreamSpace. De platforms zijn nog in ontwikkeling. Hier verkopen videomakers straks hun werk op een blockchain en krijgen zij alle opbrengsten. Videomakers die hun content uploaden op Flixxo leggen in een smart contract vast wat gebruikers betalen voor het streamen van de video. Betaling gebeurt met de eigen cryptomunt Flixx. De contentmakers kunnen een percentage van de opbrengsten geven aan andere gebruikers die daarvoor de video verder willen delen en zo bekendheid geven.

Opvallend is ook hoe advertenties bij Flixxo gaan werken: adverteerders kopen daarvoor digitale munten (Flixx) van de contentmakers. Vervolgens leggen adverteerders in een smart contract vast hoeveel zij gaan betalen aan gebruikers die de ads bekijken. Je leest het goed: mensen die advertenties bekijken, krijgen daarvoor iets betaald. Het is een idee dat overal opduikt in de blockchainwereld en hier in de praktijk wordt uitgewerkt.

Naast Flixxo is er StreamSpace, een ander YouTube-alternatief, dat zich presenteert als ‘the most progressieve streaming marketplace in the world’. Zulke alternatieven kunnen op termijn ook werken voor influencers, omdat ook zij dan ongunstige voorwaarden van intermediairs kunnen omzeilen. Er is zelfs een speciale blockchain site opgericht voor influencers: Social Media Market. Het is net van start gegaan, met een flitsende website, maar het is nog even afwachten hoe en of het gaat werken.

 
De eerste blockchain tv-serie
Ook de film- en tv-wereld heeft de blockchain ontdekt, want ook daar blijft nu bij intermediairs veel aan de strijkstok hangen. Het 21Million Project presenteert zich als het eerste kanaal voor blockchain tv. De site lijkt op het eerste gezicht op een presentatie van een futuristische thriller. Bijzonder is dat de blockchaintechniek ook wordt gebruikt bij het maken van de serie, waarbij teams in veel verschillende landen naast elkaar werken. Verder werkt de startup aan een transparante manier om filmprojecten te kunnen financieren los van alle intermediairs in Hollywood. Ten slotte gaat het blockchain platform de rechten van de contentmakers regelen.

Nick Ayton is programmeur en medeoprichter van het 21Million Project. ,,Platforms als Spotify, iTunes en Netflix worden door consumenten als een stap vooruit gezien, maar artiesten schieten er niets mee op. Het betekent dat hun beloningen miniem zijn,” zegt hij in Forbes. Daar moet het nieuwe platform verandering in brengen.

Al met al lijkt er een kleine revolutie aan de gang in de wereld van contentmakers. De blockchain-aanpak is nog nieuw en veel hangt af van hoe het in de praktijk gaat uitwerken. Hoeveel van de nieuwe platforms zullen het redden? Ga je op een blockchain net zoveel views krijgen als op YouTube? Hoe zit het met het betalen van royalties, is het nieuwe systeem voldoende waterdicht? En valt er in de praktijk goed te werken met cryptomunten en te verwachten koerswisselingen? Hoe dan ook, blockchains lijken nu al niet meer weg te denken uit de media. De vraag is vooral: hoe snel zal het gaan?

Komen KLM en Heineken met een eigen cryptomunt?

Komen KLM en Heineken met een eigen cryptomunt?

Een eigen cryptomunt, honderden bedrijven zijn er al mee bezig, tot nu toe meestal buiten Nederland. Ook de reiswereld heeft de digitale munt ontdekt. Een eigen munt kan je merk naar nieuwe hoogten brengen, maar ook de afgrond in sturen.

Binnen de Europese luchtvaart is het Lufthansa dat de eerste stap heeft gezet. Het bedrijf werkt samen met de Zwitserse startup Winding Tree, die in februari de eigen munt LIF gaat lanceren. ‘Winding Tree is the future of travel’, prijst het bedrijf zichzelf aan. Klanten van Lufthansa kunnen op termijn met de digitale munt hun tickets kopen. Dat gebeurt nu via allerlei andere bedrijven, waardoor de tickets duurder worden. Het contact tussen klant en vliegmaatschappij kan het best rechtstreeks, zelfs zonder banken, en daar kan een eigen munt in voorzien. „Iedereen die LIF tokens gebruikt, kan straks rechtstreeks vluchten en hotels boeken op de blockchain,” zegt medeoprichter Pedro Anderson van Winding Tree tegen nieuwssite Coindesk.

 
Cryptomunten in de reiswereldHet is goed een duidelijk onderscheid te maken tussen blockchain en een cryptomunt. Blockchain is de onderliggende technologie die als veilig geldt. Cryptomunten hebben een risico, omdat de koers kan fluctueren. Om die reden kiest Lufthansa ervoor om eerst met blockchain te experimenteren om boekingen en andere gegevens vast te leggen. Later kan de munt daar bijkomen. Ook KLM experimenteert met blockchain, maar dan met name bij het registreren van onderhoud van vliegtuigen. Zo heeft KLM in elk geval de blockchaintechniek in huis. KLM zou (nog) geen plannen hebben voor een digitale munt. Ook buiten Europa heeft de reissector de cryptomunten ontdekt. Een Aziatisch reisbureau met vestigingen in Australië, Indonesië, Maleisië en de Filipijnen heeft de eigen munt Bitair gelanceerd. Het maakt niet uit in welk land de klanten hun vliegreis of hotel willen boeken, ze kunnen dat straks allemaal met de Bitair doen.

 
Nederlands bedrijf haalt 2 miljoen op voor eigen munt
Wereldwijd zijn er inmiddels ruim 1200 bedrijven die een eigen munt hebben gecreëerd, meldt coinmarketcap.com. Het is niet zo moeilijk, want de techniek achter digitale munten is open source, dus voor iedereen toegankelijk. Een beetje programmeur kan en mag dat van de platforms van Bitcoin of Ethereum overnemen. Digitale munten spreken zo tot de verbeelding dat investeerders met miljoenen over de brug komen. In Nederland kennen we softwarebedrijf Triaconta (op een industrieterrein in Geldermalsen) dat onlangs de eigen munt CombiCoin presenteerde. Ook hier was de belangstelling groot. „We wilden twee miljoen dollar ophalen voor ons beginnend softwarebedrijf,” zei oprichter Don Molenaar tegen de Volkskrant. Het werd zelfs iets meer dan twee miljoen.

 
Techwereld is verdeeld
Als dit de wereldwijde trend is, dan is de kans groot dat andere Nederlandse bedrijven zullen volgen. Vooral bedrijven die internationaal opereren met veel transactiekosten kunnen erbij winnen. En ook speelt: hoe wil je je als merk presenteren? Innovatief, op de toekomst gericht, of wellicht gericht op die wat jongere doelgroep waar digitale techniek zo’n centrale plek in het leven heeft gekregen? Je biermerk en je eigen munt op grote techfestivals, het zou kunnen werken. Heineken twitterde een keer over bitcoins, maar lijkt vooralsnog te kiezen voor zekerheid aan de zijlijn.

Grote namen in de techwereld zijn verdeeld. Investeringsbureau Andreessen Horowitz ziet een toekomst van decentralisatie op het internet, waardoor bedrijven als Google en Facebook minder controle krijgen. Maar zelfs deskundigen die enthousiast over het idee zijn, uiten nu twijfels. Zij verwachten, zo schrijft de NYT, dat bijna alle bedrijven die investeringen krijgen voor hun digitale munt het niet zullen redden. „Het enthousiasme voor cryptomunten is zo groot, dat bijna niemand nog enige zorgvuldigheid betracht,” zoals een investeerder in de krant zegt. Het kan zelfs Amerikanen te veel van het wilde westen worden, ook al is het basisidee eigenlijk heel goed. In Nederland waarschuwde de Autoriteit Financiële Markten (AFM) om geen digitale munten te kopen vanwege de risico’s. De Zwitserse reisstartup Winding Tree stelde de introductie van de eigen munt uit om met de autoriteiten te overleggen. Net zoals bij beursintroducties zijn ook bij digitale munten regels nodig. Dan springen investeerders niet meer in het diepe en kunnen bedrijven profiteren van een digitale munt.

Waarom blockchain de toekomst is voor marketeers

Waarom blockchain de toekomst is voor marketeers

Het vertrouwen moet terugkomen bij het regelen van digitale advertenties. En er moet minder blijven hangen bij bedrijven als Google en Facebook. Dat kan door te werken met een blockchain. De techniek is nog nieuw, maar tal van mediabedrijven zijn er al mee bezig. En dat gaat ver, met eigen digitale munten. Welke kansen biedt het? En hoe werkt dat eigenlijk, advertenties regelen via een blockchain?

Programmatic advertising, het geautomatiseerd plaatsen van advertenties op het internet, staat steeds meer onder druk. Critici noemen het inefficiënt omdat bijna alles via Google of Facebook moet en zij veel advertentiegeld opstrijken. De resultaten van campagnes blijken niet goed te meten, je moet elke keer maar gokken waar je ads nu weer zijn geplaatst. En het systeem blijkt niet waterdicht voor fraudeurs, waardoor miljarden aan advertentiegelden in rook opgaan. En nu zijn er blockchains, waardoor het allemaal anders kan worden. Het staat nog in de kinderschoenen, er is zitten haken en ogen aan, maar het is vooral veelbelovend.

 
Blockchain in enkele zinnen samengevat
Een blockchain is het beste te vergelijken met een spreadsheet, een grootboek waar alle transacties van waarde instaan. Dat kan gaan over betalingen en ook over de plaatsing van advertenties. Dit zijn kenmerken van een blockchain:
  • Alle transacties worden vastgelegd in blokken die op elkaar aansluiten en onveranderbaar zijn (om fraude uit te sluiten);
  • Het systeem is transparant, omdat alle deelnemers alle transacties kunnen controleren (dat gebeurt met behulp van software);
  • Iedereen kan op zijn computer een kopie krijgen van het complete grootboek, waardoor het voor hackers praktisch onmogelijk wordt iets te veranderen (dan moeten zij bij elke deelnemer binnendringen);
  • Het verzenden van berichten gebeurt gecodeerd waarvoor twee sleutels nodig zijn;
  • De contacten gaan rechtstreeks. Er zijn geen derde partijen (zoals Google) die je moet betalen; de deelnemers beheren het platform zelf en investeren om de software draaiende te houden;
  • Voor afspraken (zoals over betaling of plaatsing van ads) worden smart contracten opgesteld, die de gemaakte afspraken zelf uitvoeren. Klinkt futuristisch, maar gebeurt echt. Meestal werkt de software met als-dan clausules zoals ‘als een ad daar zoveel keer is gezien, dan schrijven we zoveel op een bepaalde rekening bij’.
 
Blockchain bij ad management
Een voorbeeld verduidelijkt al meer. Vooral in de VS duiken bedrijven op die blockchains bij adverteren toepassen. Neem MAD Network, dat een ad managementsysteem bouwt met blockchain. MAD Network gebruikt smart contracten waarmee adverteerders en uitgevers deals sluiten over plaatsing van advertenties. Omdat de smart contracten via een blockchain lopen, worden ze door de software automatisch uitgevoerd. MAD Network bouwt het platform, maar is geen intermediair: de adverteerders en uitgevers werken direct met elkaar. Het is een nieuwe generatie van programmatic adverteren, schrijft beurssite Nasdaq.com, sneller en effectiever om advertentieruimte te kopen en verkopen. „Blockchain heeft de capaciteit om vertrouwen te herstellen,” voegt CMO J. Skule van Nasdaq daaraan toe.

Marketeer Jeremy Epstein is een van de eersten die een e-Book publiceert over de nieuwe kansen voor marketeers: ‘The CMO Primer for the Blockchain World. Hij geeft uitleg met voorbeelden uit de praktijk. Hij omschrijft blockchains als databases voor de uitwisseling van ‘assets of value’ zonder centrale intermediairs. Dankzij versleutelmethoden kan je zorgen dat alleen echte transacties worden uitgevoerd en blijft fraude buiten de deur. Epstein verwacht dat klanten dat ook gaan eisen: veiligheid en transparantie zoals een blockchain die kan garanderen. Ook magazines als AdAge of The Cointelegraph zien grote mogelijkheden van blockchains voor marketing.

 
Digitale munten bij plaatsing advertenties
Blockchain kennen we nu vooral van de digitale munt Bitcoin, maar de toepassingen zijn veel breder. Bij de Bitcoin gaat het om een betalingssysteem. In de advertentiewereld is specifieke software nodig om ads te plaatsen en voor de verkoop van de advertentieruimte. Amerikaanse netwerken die met ads en blockchains werken, gebruiken daarvoor vaak een eigen digitale munt of native token.

Zo is er AdChain, dat brands en uitgevers van media bij elkaar brengt voor het plaatsen van digitale advertenties en daarvoor de eigen digitale munt AdToken (ADT) in het leven heeft geroepen. De munt wordt gebruikt voor transacties en geeft je rechten als aandeelhouder. De organisatie maakt gebruik van het blockchain-platform van Ethereum. AdChain geldt als veelbelovend. Bij de lancering van de digitale munt afgelopen juni haalde AdChain in zes uur tijd tien miljoen dollar aan investeringen binnen. Dat geld is nodig voor de organisatie en om de software te laten draaien. Maar AdChain is geen centraal aangestuurde organisatie (want dat zou leiden tot onnodige kosten en kan fraude in de hand werken). De deelnemers met de digitale munten vormen het netwerk en gaan over de organisatie. De werking wordt toegelicht in een white paper. AdChain verwacht dat hun protocol zal leiden tot vertrouwen tussen alle deelnemers.

 
Betaal consumenten in plaats van Google of Facebook
Marketeers die in de toekomst met een blockchain willen gaan werken, moeten rekenen op grote veranderingen. Bijvoorbeeld, op een blockchain gebeurt veel anoniem. Je hebt een blockchain-adres dat bestaat uit een reeks cijfers en letters. Het ziet er abstract uit. Je krijgt ook niet automatisch data van consumenten, want zij bepalen zelf wat zij wel of niet willen laten zien. Veel consumenten storen zich nu aan de eindeloze datajacht door Google, Facebook of Amazon en in de wereld van de blockchains gebeurt dat niet. Het betekent dat merken op een andere manier met consumenten moeten omgaan. Marketeer Epstein verwacht dat veel klanten gegevens aan bedrijven willen verstrekken die ze interessant vinden, maar hij zou het logisch vinden als bedrijven voor zulke aandacht iets gaan betalen. Minibedragen naar consumenten bijvoorbeeld op het moment dat zij een ad bekijken, het systeem kan daarin voorzien. Epstein: „Je betaalt consumenten voor de aandacht die ze je geven in plaats van de vele ad-dollars die nu naar Google en Facebook gaan.” Of je wilt of niet, de blockchain technologie zal disrupting zijn voor de advertentiewereld, verwacht Epstein. Het goede nieuws is: het vertrouwen komt terug. Je weet straks dat je ads precies komen waar je ze wilt hebben. Het slechte nieuws voor adverteerders is dat aan aandacht van anderen een prijskaartje hangt.

 
Vergelijkbaar met de begintijd van internet?
De toekomst van blockchains kan nog veel kanten op. Sommigen vergelijken de ‘blockchain revolutie’ met de begintijd van het internet in de jaren negentig. Het geeft aan hoe groot de blockchaintechniek kan worden. Maar er zitten ook haken en ogen aan. Want een blockchain mag dan fraudebestendig zijn, maar hoe zit het met de software die daaromheen wordt geplaatst? Blockchain is bij uitstek het domein van programmeurs. Krijgen zij niet een veel te dominante positie als alle denkbare transacties worden geautomatiseerd? Marketingmagazine CMSWire vraagt zich verder af of de vergaande decentralisatie wel werkt in de ad wereld met zoveel transacties. Onzeker is ook wat het antwoord zal zijn van techgiganten als Google en Facebook op de ontwikkelingen rond blockchains. Dat doet niets af aan de kansen die er liggen. Voor het moment lijkt blockchain nog iets voor de frontrunners, maar het is slim er op tijd bij te zijn.

 
Laat je invoeren in de geheimen van blockchains
Epstein laat in zijn E-book (gratis te downloaden) zien hoe marketeers van blockchains kunnen profiteren. Maar veel vragen over de precieze werking van blockchains laat hij liggen. Daar bestaat een handig Nederlands boekje over: Blockchain, de technologie die de wereld radicaal verandert van Simone Vermeend en Perry Smit. Over verdere toepassingen van blockchain in het bedrijfsleven is al veel geschreven, een uitstekend boek is bijvoorbeeld ‘Blockchain Revolution van Don en Alex Tapscott.