Candid. Platform
for growth.

‘Juist als je heel bewust op verkoop stuurt, haken mensen af’

‘Juist als je heel bewust op verkoop stuurt, haken mensen af’
Serie Influencers Contenmarketing Deel 1
 

In de serie influencers spreken wij mensen die iets verder kijken dan de dagelijkse marketingpraktijk. Marketeers met een visie op het vak, die nadenken over de dag na overmorgen. In deel 1 van onze contentmarketing-influencers: Puck Landewé, manager brand publishing van VodafoneZiggo.

 
Landewé (29) werd een opvallende naam in het al even jonge contentmarketingvak doordat ze bij haar vorige werkgever Wehkamp een eigen online redactie opzette. Ze studeerde ooit Textielkunde in Enschede, maar inmiddels is ze uitgegroeid tot een van de koplopers in contentmarketing. Na haar afstuderen zette ze haar eigen magazine op en kwam op die manier in contact met het voormalig postorderbedrijf. In Zwolle maakte ze eerst vrolijk een online - ouderwets doorbladerbaar - magazine vol mode en tips, maar op een organische manier leerde ze dat contentmarketing veel meer is dan het opzetten van een ‘grappig online blad’. ,,We kopieerden de regels van print, maar analyseerden niet wie het las en dachten niet na over distributie; dat moesten we allemaal nog leren.’’

Effectief: samenwerken met influencers
Ergens in 2014 werden die oude principes overboord gegooid; de content werd veel interactiever, er kwam meer videocontent en Wehkamp ging samenwerken met influencers. De koppeling tussen content en doelgroep werd intensiever én meer gericht op verkoop. ,,We konden aantonen dat mensen die onze content consumeerden veel meer online besteden. Dat zorgt ervoor dat je intern draagvlak krijgt, het gaat niet om leuke dingen doen.’’ Simpel gezegd; de items die werden aangeprezen door de influencers liepen als een speer. Dat ging zelfs zó goed dat iedereen binnen Wehkamp Landewé opeens wist te vinden. ,,Dat is best een beetje gevaarlijk want je moet de balans tussen commercie en inhoud goed bewaken met contentmarketing. Juist als je heel bewust op verkoop gaat sturen, haken mensen af. Veel marketeers zien het als een tactische verkooptool, maar het gaat om de band met je achterban die je moet opbouwen en vasthouden. Misschien worden sommige mensen te greedy en dat is gevaarlijk, want de doelgroep is daar heel alert op.’’

In 2015 ontwikkelde Wehkamp een eigen webserie waarmee het veel publiciteit kreeg. Was dat haar grote ‘afscheidsmasterpiece’? ,,Het was een bijzondere tijd. In die periode was mijn moeder heel erg ziek en die serie heeft me er echt doorheen gesleurd. Het is bedacht omdat de samenwerking met influencers steeds minder geloofwaardig werd; mensen als Mascha (Feoktistova, Beautygloss) en Enzo (Knol) werken immers voor honderd partijen en dan wordt het minder effectief. Bovendien moet je als merk flink investeren. Ik weet nog goed dat ik stond af te wassen en dacht; we moeten zélf influencers aannemen en zo is het idee voor de serie ontstaan. We wilden een hele logische link leggen tussen Wehkamp en die serie.” Het bedenken en maken is natuurlijk één ding, maar de distributie is ook essentieel. ,,We hadden hele afleveringen van zes minuten gemaakt, maar wilden het niet opknippen voor social media, wat wel gangbaar is. Toen hebben we die complete afleveringen verspreid via social media, ongeveer 60 procent van alle mensen keek de video’s af, dus het werkte.’’

Overstap naar Ziggo
Begin 2016 gaf ze een presentatie tijdens het bekende jaarlijkse ‘branded content event’ in Utrecht waarna ze benaderd werd door Ziggo (inmiddels VodafoneZiggo, maar Ziggo blijft als merk bestaan, red.). ,,Een unieke kans omdat ik contentmarketing hier helemaal vanaf de basis kan opbouwen.’’ Ze werd manager brand publishing en kreeg de opdracht om een ‘brand publishing team’ te formeren.’’ Inmiddels zijn er zeven maanden verstreken en is het team, bestaande uit elf mensen, in bedrijf. De redactieleden komen overal vandaan - BNN, Twitter, Radio 538, Tiny Riot, OMD en Wehkamp - en de 29-jarige omschrijft ze als ‘conceptuele mediamakers’. Wat ze hiermee bedoelt? ,,Ze denken allemaal in formats en weten ook goed hoe ze zo’n format bij de doelgroep krijgen via social media. Bovendien moeten ze affiniteit hebben met sport, films en muziek, want dat zijn de relevante domeinen. Je kan niet over een geweldige serie vertellen als je die serie niet kent.’’
Landewé noemt het een ‘redactie anno 2020’ waarbij er dus ook marketeers in het team zitten die heel goed snappen dat het voor een fors gedeelte draait om de business; Ziggo wil zoveel mogelijk abonnees op het gebied van tv, internet en bellen. Het gaat dus niet alleen om de goede content, maar om de link met de business. ,,We gaan leuke dingen maken, maar het moet bijdragen aan je business. We willen Ziggo uiteindelijk beter maken, dus we moeten commercieel denken.’’

 
Veel toegang tot content
De jonge contentmaker is ambitieus. ,,Ziggo heeft miljoenen abonnees én we hebben veel toegang tot content via onze zenders en sponsorships. Wij willen een gidsfunctie claimen op het gebied van content. Wij hebben de ambitie om de ‘most trusted advisor’ te worden op het vlak van entertainment. Als jij je afvraagt: welk bandje moet ik bezoeken, welke film zal ik gaan kijken of waar kan ik de beste sportfragmenten van het weekend zien? Dan moet je bij ons zijn.’’ De club van Landewé moet dus een soort bevriend raken met alle mensen die interesse hebben in sport (sportkanaal met onder andere Formule 1, sponsor van Ajax en Max Verstappen), muziek (ZiggoDome) en film (filmkanaal en content HBO). Die gidsfunctie moet trouwens op de lange termijn wel iets heel bijzonders opleveren. ,,Uiteindelijk hoop ik dat mensen het gevoel hebben lid te zijn van ons nog te ontwikkelen platform met content op gebied van sport, muziek of film en dat ze de tv-zenders, internet en telefonie er dan gewoon bij krijgen. De basis is je toegang tot allerlei content in het domein waar je liefhebber van bent. Dan zijn we klaar voor een wereld waarin toegang tot ‘connectivity’ slechts een formaliteit is. Ik denk dat die verbinding een gemeenschappelijk goed wordt, net als stroom of water uit de kraan. Dan maakt de content uiteindelijk het verschil.’’

 
De evolutie van contentmarketing
Misschien iets voor de lange termijn. In dat geval zal het contentmarketingvak de flinke evolutie doormaken die in sommige kringen wel wordt verwacht. Om daarnaartoe te werken is het nu tijd voor stap 1: autoriteit claimen in de aangehaalde domeinen en haar team heeft de ambitie de komende tijd om veel vernieuwende formats te bedenken. Natuurlijk, je kan het zo gek niet bedenken, maar er zijn allerlei voorwaarden, principes die de content tot echte Ziggo-content maken. Het zijn deze voorwaarden die ervoor zorgen dat de formats typisch Ziggo zijn en niet van Linda of Veronica Magazine (dat overigens zo’n zelfde gidsfunctie ambieert). Belangrijk wordt de ambitie dat Ziggo een insidersrol wil claimen, het merk wil heel dichtbij de helden zijn. ,,Wij zitten er bovenop,’’ zegt ze. Is het filmpje over Nickelback een goed voorbeeld van deze ambitie? Hierin volgt Ziggo de band echt letterlijk tot in de kleedkamer. Landewé: ,,Dat klopt, wij willen onze doelgroep heel dichtbij hun helden brengen want wij hebben toegang tot de kleedkamers van Nickelback, de Ajax-selectie en de set van de HBO-series. Andere partijen hebben die mogelijkheid niet. Dat is onze USP.’’

Omdat het brand publishingteam nog maar net geformeerd is, gaat het op die redactie vaak over de vraag: wat zijn goede formats en wat maken ze meer Ziggo dan andere content? Landewé denkt dat haar team aansluiting kan vinden met de zogenoemde ‘cord cutters’. ,,Er is een groep twintigers die zegt; ik wil geen kabel, maar wel toegang tot internet en telefonie. Ons team gaat een rol spelen in een tijd waarin deze mensen in aantal toenemen.’’ De verstrengeling met de business moet  volgens haar intensief zijn. ,,De afdeling die de deal sluit met Ajax is voor ons een hele belangrijke, want wij kunnen er mede voor zorgen dat zij hun doelstellingen behalen en datzelfde geldt voor de mensen die betrokken zijn bij ZiggoDome.’’ Landewé denkt oprecht dat haar contentmarketingclub de doelgroep heel dichtbij kan halen door de content. ,,Dat transformeren in fans, er een hechte club van maken rond de thema’s, gaat zelfs zo ver dat het de rol voor een gedeelte kan overnemen van thematische communicatie. Het Ziggo-gevoel is zo verweven met de contentdomeinen dat ‘above the line’ wellicht stukken minder kan.’’

Ze heeft iets verteld over haar team, over de strategie, maar zijn er al concrete formats gemaakt? Het filmpje van achter de schermen bij Nickelback was een goede, maar krijgt dat navolging? ,,We zijn heel erg aan het leren,’’ zegt ze. Zo zijn er filmpjes gemaakt waarbij acteurs uit de BBC-serie worden getest op wat ze weten van hun eigen teksten. Dat werkt goed, het is al tegen de 150.000 keer bekeken op het eigen YouTube-kanaal. Landewé: ,,Contentmarketing is gelukkig ook een kwestie van veel proberen. We hebben bepaalde uitgangspunten, maar uiteindelijk moet je het verspreiden en kijken wat er gebeurt. Ik zeg altijd tegen mijn team: ga live met tien formats en na een half jaar selecteer je er eentje waarmee je verder gaat. ‘Carpool Karaoke’ (check deze, check deze) is ooit bedacht en toen zijn de makers het gewoon gaan doen. Marktonderzoek op formatniveau is echt geldverspilling. Waarom zouden we niet een jonge speler van Ajax via Snapchat kunnen volgen in de voorbereiding?’’

 
Samen met de doelgroep content maken
Een ander uitgangspunt is dat Ziggo samen met haar doelgroep content wil maken. ,,Dat kan op vele manieren. Negentig keer per jaar is de ZiggoDome uitverkocht. Waarom formeren wij geen panel van mensen die liveverslag doen via de social mediakanalen? Veel bedrijven vragen aan hun doelgroep wat ze willen, maar dat vind ik te gemakkelijk. De millennials zijn echte creators. Zij maken dingen zelf. Misschien moet je wel een platform bedenken waar muziekliefhebbers recensies delen. Het lastige is dat je de regie op de kwaliteit loslaat.’’ Dat is interessant, want hoe zit het in dat geval met de geloofwaardigheid? Stel dat haar team een camera meegeeft aan een muziekliefhebber uit de eigen database, maar hij vindt dat concert van Nickelback helemaal niets. Maar ja, ZiggoDome wil natuurlijk ook volgend jaar weer dat de mannen naar het poppodium komen. Landewé: ,,Dan moet je durven zeggen: schrijf het maar gewoon op tot op zekere hoogte. Je moet niet vergeten dat die millennial niet meer alles pikt."

De selectie
In de serie ‘Franks Influencers’ maken we in 2017 een serie grote verhalen met mensen die een visie op het vak hebben, die verder kijken dan de dag van morgen. Per deelgebied hebben we een selectie geformeerd van mensen die we graag willen interviewen. Natuurlijk kunnen we deze selectie gedurende het jaar aanpassen/uitbreiden als zich leuke, bijzondere, interessante nieuwelingen of oudgedienden aandienen op een congres of als iemand een bijzonder boek of inspirerende blog schrijft. Oh ja, we hebben vooralsnog geen verdienmodelletje of feest gekoppeld aan de lijst. Het zijn mensen die wij bijzonder vinden, die niet meelopen in de horde, en die het vakgebied een beetje vooruit helpen (want dat is nodig).  
De Contentmarketing-influencers:
1. Puck Landewé (VodafoneZiggo)2. Cor Hospes (Merkjournalisten)
3. Aart Lensink (LVB)
4. Patrick Petersen (auteur en docent)
5. Ed Peelen (Bijz. hoogleraar Contentmarketing UvA)
6. Carlijn Postma (The Post)
7. Charlotte Nijs (Nu.nl)
8. Ebele Wybenga (Contently)
9. Léon Bouwman (RedactiePartners)
10. Joyce Borghardt (RTL)
11. Gonnie Spijkstra (Story First)
12. Raffi Aykaz (De Persgroep)
13. Joe Pulizzi (internationaal contentgoeroe)
14. Andi Gall (Red Bull Media House)
15. Carolien Vader (The Big Story)
16. Patricia Borghouts (GRAZImedia.com)
17. Leanne Hermans (LINDA.Het Bureau)
18. Rens Verweij (VICE Media)

Franks Weekly: Rustig aan Douwe..

Franks Weekly: Rustig aan Douwe..

In Franks Weekly bespreken we de afgelopen marketing- en mediaweek. Waar gaan maandag de gesprekken over bij de koffieautomaat, welke quotes inspireren en waarom maakt een tv-commercial indruk?

 
1. Het nieuws: HEMA gaat winkels aanpakken
Natuurlijk. Wij geloven helemaal in HEMA. Hoewel het online zeker niet echt briljant is, blijft het gewoon een sterk merk (in 2015 steeg de omzet dan ook flink in vergelijking met het jaar daarvoor, het verlies bleef nog wel fors met 73 miljoen euro). In de V&D wilde je op een gegeven moment niet meer gezien meer worden door je vrienden, maar HEMA blijft wel een beetje hippig. Ofzo. Of je nu Ingrid (van Henk) heet of Halina (de AD-columniste die zo gewoon is gebleven) in de HEMA is het altijd prettig toeven. De winkelketen komt nu - op basis van experimenten buiten de Benelux - met groots inzicht: je moet spullen die logischerwijs bij elkaar horen bij elkaar zetten. Dus alles voor baby’s in de babyhoek (meubels, kleren, speelgoed), alles voor mannen bij…jullie snappen het. Niet echt bijzonder, maar het schijnt dus te werken. En ja, natuurlijk zullen uiteindelijk de panden in grote steden en stations alleen groter worden en de winkels in de dorpen stukken kleiner. Wedden?

 
2. Het filmpje: duwen Bob..
Dat vinden Hollanders leuk. De vraag stellen of ‘t eigenlijk wel het kan dat Douwe Bob het gezicht is van de viering van 15 jaar Bob-campagne? De meestal vrij vriendelijke, tikkie opstandige Amsterdamse zanger zingt, speciaal voor deze campagne, liedjes op de achterbank voor bestuurders zodat ze iets om van te genieten hebben. Kan deze kroegeigenaar, zanger van ‘Vrienden van Amstel Live’ en man van de Hooghoudt-commercials dit zomaar doen? Tja, opdrachtgever Minister Schultz van Haegen vindt het geen vreemde keuze. ,,We zeggen niet dat mensen niet mogen drinken, maar alleen dat ze dat niet mogen doen tijdens het rijden.’’ Leuk extraatje uit Het Parool: een rijbewijs heeft de Songfestivalster niet, dus de keuze om niet te rijden, is snel genomen.

 
3. De ‘persoon’: Ralph Wisbrun
Daar gaat het echt goed. Ralph Wisbrun, founding partner van reclamebureau J. Walter Thompson Amsterdam, zei in Adformatie interessante dingen over de toekomst van zijn vak. Hij werd gevraagd naar de bouwstenen van het perfecte bureau, iets waarover hij zich zeker mag uitspreken, want JWT Amsterdam sleept de ene na de andere prijs binnen. ,,De essentie is nog steeds hetzelfde: creativiteit. Dat is waar we voor ingehuurd worden.’’ Een tweede belangrijk punt vindt hij echter de balans tussen creativiteit aan de ene kant en commercieel denken aan de andere. ,,Als ik kijk naar de nieuwe generatie bureaus… Ze willen direct impact, kloppen overal aan, geven veel te gemakkelijk ideeën weg in de hoop snel een grote vis binnen te halen en als het dan niet lukt, haken ze af. Je ziet het ook in de voetballerij, kijk naar Kishna en Bazoer.’’

 
4. De quote: ‘Tegelijkertijd is er niets mis met plat entertainment, dat is op de televisie toch ook geen issue?’
Aan het woord is Daan Sip van Social1Influencers, een van de grote bedrijven achter de vele influencers op YouTube. Deze aardige vent gaat op marketingtribune.nl in op de interessante vraag van de interviewer of het geen tijd wordt voor YouTubers om zich uit te spreken over actuele kwesties, er zijn toch vast jongeren te vinden die een mening hebben en deze niet onder stoelen of banken steken. Wat er achter die vraag zit en wat zeker boeiend is voor een vervolgverhaal: zijn YouTubers niet veel te veel afhankelijk geworden van grote merken, waardoor hun geloofwaardigheid achteruit holt? Is het verdienmodel om zeer intensief samen te werken met merken nog wel overeind te houden? Er komen bovendien steeds meer geluiden dat de Enzo’s van deze wereld een beetje duur aan het worden zijn….
De rest van zijn antwoord: ,,Kortom, ik denk dat ook in Nederland merken in samenwerking met influencers op sociaal vlak positieve impact kunnen creëren.’’ Okay, erg benieuwd naar de vloggers die Fajah Lourens stevig aanpakken vanwege haar heftige hongerdieet.

 
5. De Commercial: lekker sporten
Even denk je dat de commercial van Samsung’s Galaxy S7 & gelieerd sporthorloge Gear Fit2 de absolute gekte rond gezondheid en sporten gaat relativeren. Maar helaas omarmt het die gekte juist, je laten gek maken door doorgeslagen personal coaches of meedoen aan gekke bewegingstrends doen we tenslotte allemaal. Wat zou het verfrissend zijn als een merk het ouderwetse ‘normaal doen’ in gezondheid en sporten gaat omarmen. Dat je als jongere lid wordt van de voetbalclub omdat je dan - behalve fit worden - ook een paar leuke vrienden erbij krijgt. Dat je je niet gek moet laten maken door goeroes die propageren om 1000 calorietjes op een dag te eten, maar dat je gewoon normaal eet. Jullie weten toch? Niet teveel suikers en koolhydraten en voldoende groente en fruit. En qua sporten? Drie keer in de week een kilometertje of vijf trimmen met Nederlandse hiphop in je oren, nadenkend over de zin van het leven. Is een beetje oude blogger over zo’n lifestyle misschien wat voor een merk of is het niet commercieel genoeg?

 
6. Inspirerend: E-sports Competitie
Eindelijk gebeurt waar deze stukjesschrijver (een oude Commodore 64-speler die het leuk deed op E. Hughes, hoewel vriend Niels veel beter was) ooit van droomde in de jaren negentig; E-Sports gaat groot worden. Vanaf 6 februari nemen achttien spelers die direct zijn verbonden aan Eredivisieclubs het, al FIFA spelend, tegen elkaar op in een heuse competitie. In Japan is dat gamen in openbare ruimtes trouwens al heel populair, daar trekken de spelers volle stadions. En ja mensen, dat gaat in Nederland ook gebeuren de komende jaren. Dan weten jullie dat alvast sponsors en adverteerders, nu kun je alvast voor een prikkie instappen. Waarom dat zo is? Omdat alle jongeren gamen en als ze even geen zin hebben, kijken ze online naar spelers die het doen.

 
7. Het cijfer: 20,2 procent
Dat is het aandeel dat John de Mol volgens de laatste tussenstand heeft in TMG. Dat nieuws meldde Het FD nadat het oog viel op een Melding van de Autoriteit Financiële Markten (AFM). Eerder deze week kwam naar buiten dat De Mol, waarschijnlijk via investeerder Dasym, zijn aandeel had vergroot tot 18,4 procent. De Mol was al actief betrokken bij TMG via Talpa’s SLAM! en Radio 538. De mediatycoon heeft driekwart van het eigendom van Talpa Radio. Met zijn meer dan 20 procent is De Mol inmiddels dus een zeer serieuze gesprekspartner van het Vlaamse Mediahuis dat interesse heeft in TMG en daar gaat het allemaal om.

Een abonnement op de Blendle-krant

Een abonnement op de Blendle-krant

Je Blendle-artikel per stuk afrekenen is verleden tijd. In plaats daarvan introduceren Alexander Klöpping en Marten Blankesteijn een Spotify-model voor krantenverhalen. Een slimme manier om meer geld te verdienen of gewoon een goed idee?

 
Blendle komt met een premium-abonnement waarbij je voor een lousy 9,99 euro per maand elke dag een selectie ontvangt van twintig verhalen. De dagelijkse ‘interessebundel’ vindt voor driekwart van de verhalen plaats door een algoritme gebaseerd op ons leesgedrag. Een kwart van de verhalen is extra, iets om ons blikveld te verruimen (‘Voorganger Klöpping’ gaat ons opvoeden?). Klöpping stelt dat zijn bedrijf op deze manier een soort Netflix van de journalistiek zal worden, in tegenstelling tot de iTunes-variant die het vanaf de start in 2014 was. Hij ziet het abonnement ook als een antwoord op Facebooks strijd tegen al het nepnieuws. Klöpping (nog voor ‘Ruslandgate’): ,,Medewerkers van Facebook vinden een kattenvideo van Buzzfeed even belangrijk als een reconstructie van The New York Times, waarin wordt uitgelegd hoe Rusland de Amerikaanse verkiezingen gehackt heeft. Ik vind dat onvoorstelbaar. En het maakt me angstig, hoe weinig serieus Facebook haar rol in de maatschappij neemt. Facebook is inmiddels namelijk een van de belangrijkste nieuwsbronnen geworden voor jonge mensen. En het is ons gaan overspoelen met meuk. Ik ben er klaar mee.’’

 
Wat verandert er voor Bas Hakker?
Ongetwijfeld zullen analisten met een marketingtechnische achtergrond allerlei prachtige beschouwingen maken, maar in dit blogje wil ik even gezellig op mezelf focussen. Heeft deze omslag bij Blendle nut voor mij? Zouden er artikelen uitrollen die inderdaad mijn interesse hebben? En is het een tientje per maand waard?
Op dit moment heb ik een soort ‘Blendle-buffertje’ dat steeds wordt aangevuld als het op dreigt te gaan en de meeste verhalen lees ik via de nieuwsbrief. Geen idee in hoeverre deze nieuwsbrief op maat gesneden is (volgend verhaal: weet Marten waar mijn huis woont?), maar ik krijg elke ochtend en avond een overzicht met de leukste verhalen. Mijn interesses zijn redelijk overzichtelijk, je zou ook kunnen zeggen ‘saai’ of ‘voorspelbaar’. Met alle verhalen over media en sport kom je al een heel eind in de buurt van mijn leesbehoefte. Zonder concurrentie vind ik deze nieuwsbrief de allerbeste nieuwsbrief allertijden, dus de jongens en meisjes met die hippe namen uit Utrecht kunnen wel iets. De toon is lekker optimistisch, maar niet overdreven blij. Je krijgt zin om alles te lezen. Gemiddeld gezien zijn negen van de tien verhalen uit de nieuwsbrief interessant, maar ik neem niet altijd de tijd om alles te lezen. Eigenlijk werkt die oude methode prima voor mij; twee keer per dag word ik op de hoogte gehouden van de meest relevante artikelen en regelmatig klik ik daar iets van aan. De kans is groot dat ik op deze manier ongeveer een tientje per maand besteed aan verhalen, het zal iets minder zijn. In dat geval heeft zo’n premiumaccount toch geen meerwaarde, behalve dat ik nog meer keuze heb in de artikelen? En dat het Blendle de zekerheid geeft dat ik elke maand een tientje bij hen stuksla?

Even een proefabonnementje aanmaken
Dacht ik tenminste. Toch maar even een proefaccount aanmaken voor een week. Zo gedaan. Wat vragen beantwoorden. ‘Over welke onderwerpen wil je lezen?’ Media, showbizz, sport, voetbal, lange interviews. ‘Welke tijdschriften/kranten vind je relaxed?’ Hmmm, VaraGids, Volkskrant magazine, AD, Parool, Linda Man, Voetbal International, Humo. Pomp pom pom…En daar zijn mijn twintig artikelen al; een paar VaraGids-verhalen waar ik zin in heb, een lang interview met die hele leuke Brimstone-regisseur Martin Koolhoven, Robert Vuijsje die ik altijd boeiend vind. En dat interview met Wierd Duk lees ik ook graag, bijzondere gast vind ik dat. Niet altijd mee eens, maar hij heeft wel lef. Jammer van die oude column van AD-recensente Angela de Jong over Peter-Jan Rens. Prima verhaal, maar dat heb ik een tijdje geleden al gelezen. Schoonheidsfoutjes die er ongetwijfeld uitgaan. Ik zeg het alvast maar even, Marten en Alexander; media, sport en lange interviews graag! Daar heb je geen ingewikkeld algoritme voor nodig.

 
Wel wat kritische vragen natuurlijk; inderdaad, hoe zit het met de actualiteit? Dat Parool-verhaal over twee voormalig DWDD-redacteuren is ook al vrij oud. En nog iets, misschien een domme vraag hoor: houden jullie ook rekening met extreme voorkeuren voor magazines/kranten? Uit AD Sportwereld kan ik álles wel lezen en die VaraGids boeit me meestal ook van het begin tot het eind (hoewel ik de verering van VARA-programma’s weer wat irritant vind, maar de pagina van aardige Eus weer geweldig). En kunnen jullie er ook voor zorgen dat mijn favoriete auteurs standaard in de overzichten zitten? Van Nico Dijkshoorn, Sjoerd Mossou, Eus, Willem Vissers, Meester Bart, Ronald Giphart, Marcel van Roosmalen wil ik eigenlijk alles wel lezen. Dat geldt ook voor de interviews met Johan Derksen, daar ben ik fan van. En hoe zit het eigenlijk met sommige guilty pleasures? Er zijn wat dingen die ik lees, maar dat hou ik liever een beetje stil voor mijn afwezige schare intellectuele vrienden. Op Jan Dijkgraaf ga ik zeker niet stemmen, maar zijn columns vind ik wel weer heel grappig. Dat hele boze, maar dan goed opgeschreven. Of de verhalen op Mediacourant.nl met allemaal van die leuke vileine tussenzinnetjes van de mediaschuwe schrijver. En oh ja, daarmee komen we direct bij nog een vraag; waarom nemen jullie internet niet direct mee in de bundeling op om zo de ultieme combikrant uit de hele wereld te maken? Elke dag ga ik weer mijn vaste mediarijtje langs: Mediacourant, Villamedia, Adformatie, Ad Weekly (klonk ooit interessant), maar die sites verdienen toch ook een plekje? Toch? De column van Marianne Zwagerman bij BNR, altijd wel weer aardig.

Kortom, dat Premium lijkt me wel wat, ik ben vooralsnog fan. Eindelijk elke dag een op maat gemaakte droomkrant op het virtuele matje. Misschien kan ik binnenkort in een uurtje even mijn volledige voorkeuren doornemen met iemand van jullie redactie. Ach, ik kan het ook wel op een briefje knallen. Dus media, marketing en sport en nog wat van die guilty pleasures…Als ik in dat genre elke dag 20 artikelen krijg dan ben ik helemaal jullie man. Heb ik eindelijk weer een abonnement op de krant, ehhh op Blendle…

 

Goede Tijden voor WE Fashion

Goede Tijden voor WE Fashion

Legendarisch. Zo is de samenwerking tussen WE Fashion & GTST te noemen. Dat komt doordat het merk een zeer prominente rol kreeg in het script, waarmee het een nieuwe fase van sponsorship inluidt. WE-marketingbaas Chantall Olthoff vertelt over deze bijzondere case. 

 
Er was op zich niet zoveel mis met WE Women, maar het imago bij de vrouwelijke doelgroep was wel een beetje ‘niksig’, zo legt Olthoff uit. De vrouwelijke doelgroep had niet echt een idee bij de collectie. ,,Je loopt er stilletjes voorbij als je niet oplet.’’ Het mooie van de RTL4-serie Goede Tijden Slechte Tijden is natuurlijk dat er dagelijks anderhalf miljoen mensen naar kijken, grotendeels behorend tot de doelgroep van ‘vrouwen tussen 20-49 jaar’. Op zich niet zo vreemd dus dat de mensen van GTST bij producent Endemol Shine belden met Olthoff. Zeker als je bedenkt dat WE ook sponsor is van The Voice Kids.

Modemeisje gaat voor WE ontwerpen
Er zat al een verhaallijn in GTST die mogelijk interessant zou kunnen zijn voor de retailer. Het personage Nina Sanders was een modemeisje met een eigen tasjeslijn en de open vraag was of WE iets met dat uitgangspunt zou kunnen. ,,Toen hebben we drie maanden lang samen met RTL en Endemol aan tafel gezeten om na te denken over de rol die wij daarin konden spelen.’’ Het bijzondere is dat er al in een vroegtijdig stadium geschakeld werd over de inhoud en niet over de standaard tegenprestaties in de vorm van GRP’s die er in het sponsorpakket te verdelen waren. ,,We zaten in een soort flow met elkaar en het ging echt over de inhoud. Het schrijversteam bij GTST moest het verhaal van Nina Sanders over de zomer heen tillen, want anders zouden we het nooit in de collectie kunnen passen. Er is toen bedacht dat Nina Sanders onze vrouwencollectie zou ontwerpen, dat was echt een militaire operatie met heel veel betrokken partijen, waarbij alles moest kloppen.’’

Oranje kroontjes
Olthoff deed in het verleden de marketing voor de Staatsloterij, bedacht bijvoorbeeld samen met anderen het oranje opblaaskroontje voor de Koninginnedagloterij. Later zette ze Coke Zero in de Nederlandse markt en verhuisde naar Zwitserland waar ze in de financiële wereld werkte. Eenmaal terug in Nederland kwam ze bij WE terecht; eerst als freelancer om de mogelijkheden van het bestaande sponsorship met The Voice Kids uit te nutten. Ze integreerde de kandidaten in de campagne en bedacht allerlei activiteiten, zoals de kleding direct na de uitzending op Facebook laten zien. ,,Het sponsorship heeft ons veel bekender gemaakt als winkel voor meisjes.’’ In 2016 won het kledingmerk zelfs een SponsorRing voor de case.
De ‘WE & Nina-verhaallijn’ kwam erop neer dat Nina een modebeurs bezocht, daar een fashionscout tegenkwam waarna ze een proefcollectie voor opdrachtgever WE mocht maken. De contactpersoon bij de opdrachtgever heette trouwens Martine Olthoff, een ode van de schrijvers aan Chantall en haar WE-collega Martine de Kip met wie ze intensief samenwerkte. Uiteindelijk heeft Esther Fresco, Head of Design bij WE Fashion, die gastrol gespeeld. Bijzonder aan het ‘sponsorship’ is natuurlijk de nauwe samenwerking tussen ‘inhoud’ en ‘commercie’, precies het snijpunt waar het vaak misloopt. Helemaal als de deal veel verdergaat dan product placement. ,,Iedereen was gegrepen door het idee, maar het heeft wel eens geschuurd, omdat je volledig buiten het gebaande pad moet denken.’’ Het overzichtelijke team hielp wel. ,,Het coreteam bestond uit vijf mensen van Endemol, WE en RTL en we voerden in de aanloop naar een wekelijkse bijeenkomst overleg met de achterban.’’ Olthoff moest bijvoorbeeld ook intern draagvlak krijgen bij CEO Joris Aperghis die aanvankelijk zo zijn twijfels had. ,,We hebben het met het team van vijf gepresenteerd en daarna was hij enthousiast. Daardoor is Anouk Smulders in de serie geschreven die een rol als cameo kreeg. Dat leverde trouwens ook weer wat echte publiciteit op bij RTL Boulevard.’’

Presentatie van de collectie
Een belangrijk moment voor de samenwerking was de presentatie van de ‘Nina-collectie’ aan de modepers op 31 augustus. In Explore in Muiden werd ’s ochtends de show opgenomen die later op televisie kwam en ’s middags was met dezelfde modellen de presentatie aan de modepers. ,,Dat moest wel allemaal stil blijven want pas op 13 oktober kreeg Nina de opdracht van Martine, in de negen afleveringen die daarop volgden, konden de kijkers het ontwerpproces volgen. ,,Daarin zaten ook de zogenoemde ‘branded-momenten’ zoals het logo dat we met elkaar bedacht hadden. En natuurlijk de collectie van zeventien stuks.’’ Op 16 november was de uitzending van de presentatie van de collectie door Nina. Een grote dag natuurlijk, want alle kledingstukken moesten op 17 november in de winkels en webshop liggen. ,,Om 20.30 uur was de collectie online te koop en hadden we 75.000 bezoekers tegelijk op de website. De volgende ochtend stonden de levensgrote posters van Nina in de winkels. We hadden natuurlijk ook wat extra media ingekocht rondom de uitzendingen en een brand-promo waarbij je een ‘Get Together’ met Nina kon winnen, plus shoppen na sluitingstijd in de Kalverstraat.’’

 
Interne doelgroep heel belangrijk
Behalve voor de consumentendoelgroep was het ook belangrijk om intern de boel aan te jagen. Doorslaggevend voor een retailer zijn natuurlijk de winkeliers. ,,We hebben een dag georganiseerd dat de mensen van winkels hier op kantoor waren, waarbij Nina-actrice Marly van der Velden aanwezig was. Medewerkers konden de collectie zien en gingen op de foto met haar; dat vonden ze leuk en bovendien plaatsten ze de foto’s op hun lokale Facebookpagina’s. Marly deed dat heel professional.’’ Ook in de media ging de deal niet ongemerkt voorbij. Telegraaf Vrouw bijvoorbeeld fotografeerde Van der Velden in de GTST-collectie en plaatste daar een fors interview bij. Allemaal free publicity. ,,We hadden sowieso veel aandacht in de bladen. Er was ook veel bereidheid om er iets moois van te maken. Marly post op haar social mediapagina’s ongevraagd veel leuke dingen en ook dat helpt enorm. Dan post ze dat ze zich afvraagt wat mensen van de collectie vinden en krijgt 8000 likes. Dat zit niet in de deal, is niet bedacht, maar gebeurt wel.’’

De effectiviteit van de GTST-deal; koopintentie flink gestegen
Olthoff kan het nog nauwelijks bevatten dat de samenwerking zo’n enorme spin-off kreeg. Wat was uiteindelijk het geheim van de case die (qua overlap tussen content en commercie) wel eens toonaangevend kan zijn, ook voor haar loopbaan? ,,De juiste mensen op de juiste plek. Als je dan een luis in de pels hebt die vasthoudt aan het bestaande, dan gaat het mis. Er zat ook snelheid in, want die mensen van Endemol hebben het systeem van een fabriek; daar hebben ze geen tijd voor wekenlange vergaderingen en dus moet je door. Er was veel vertrouwen en gelijkwaardigheid, we zaten in een soort flow.’’ We zijn natuurlijk benieuwd naar de effectiviteit, maar de cijfers. Ze kan niet alles vertellen, maar openbaart wel een selectie. ,,Verkoopcijfers kan ik niet geven, maar online was alles bijna direct uitverkocht en in de winkels ging het ook snel.’’ Ze opent haar laptop voor de resultaten, terwijl ze daarover wat vertelt. Er is een set van zeven kernwaarden in de doelgroep vrouwen van 25 tot 49 jaar gemeten voor en na de presentatie van de collectie. ,,’Cool’ is van 30 naar 35 procent gegaan, ‘trendy’ van 48 naar 58, ‘sympathiek’ van 42 naar 48, ‘moderne collectie ‘van 52 naar 61.’’ Ook de koopintentie is flink gestegen; op de website van 41 naar 51 en in de winkels van 52 naar 64 procent.’

Conclusie
Omzetcijfers worden dus niet openbaar gemaakt en datzelfde geldt voor de investering, maar misschien is het wel een aardige conclusie dat de mediakosten terugverdiend zijn via de extra verkoop en dat de merkeffecten dus gratis zijn. ,,Het gaat inderdaad om de effecten en de positieve feedback die het oplevert. De bewuste collectie was heel toegankelijk en goed te betalen. Nina is gewoon supersympathiek en dat straalt af op je merk. Iedereen heeft het vanuit zijn hart voor het project gedaan. We zijn nu druk bezig of we zoiets kunnen bedenken voor de mannencollectie.’’

 

Franks Weekly: La Place, Willie Wartaal en Van Gerwen

Franks Weekly: La Place, Willie Wartaal en Van Gerwen

In Franks Weekly bespreken we de afgelopen marketing- en mediaweek. Waar gaan maandag de gesprekken over bij de koffieautomaat, welke quotes inspireren en waarom maakt een tv-commercial indruk?

 
1. Het nieuws: La Place
Wie is er niet groot mee geworden? Het vervallen vaal oranje tapijt met vlekken, stoelen die nét niet lekker zitten en kroketten die iets te lang op hun eindbestemming wachten. Die AC-restaurants konden natuurlijk al een tijdje niet meer, maar de wegrestaurants hebben wel een heleboel potentie. Er ligt in plaatsen als Stroe en Leiderdorp een berg aan omzet te wachten, maar er moest even een ondernemer opstaan die voor een paar likjes verf zorgde en een nieuwe merknaam tegen de gevel zou spijkeren. Niet zo gek dat deze echte ondernemershandschoen weer werd opgepakt na de vrij innige samenwerking tussen de families Van Eerd en Van der Valk.
Hoe zit het ook alweer precies? Jumbo kocht de achttien AC-restaurants van het clubje investeerders genaamd Gr8, dat twee maanden geleden de AC’s losweekte van het al even stijlvolle Autogrill. Gr8 bestaat uit drie kleinzoons van Gerrit van der Valk. In die deal zaten ook nog zeven hotels dat onder een nieuw label in de markt wordt gezet. En La Place? Dat zal straks voor eens en altijd bewijzen dat merken wel degelijk meerwaarde hebben en niet zo’n beetje ook.

 
2. Het filmpje: Waar een Wil is
Het lijkt erop dat ING steeds beter begrijpt hoe het met contentmarketing moet omgaan. Inhoudelijk, veel actie, niet te serieus, passend bij het merk, dat werk. In deel 1 van deze serie gaat Willie Wartaal van De Jeugd van Tegenwoordig op bezoek bij jonge ondernemers die vertellen over hun businessplan. In de eerste aflevering test hij autowassen zonder water. Leuk gedaan en al meer dan 130.000 keer bekeken.

 
3. De ‘persoon’: Joost Augusteijn
Hij schreef een prima blog op Adformatie.nl Niet omdat zijn mening zo perfect onderbouwd is, maar omdat het heel veel reacties opleverde en hij dus een snaar raakte. Wat vindt Augusteijn, die werkzaam is bij De Positioneerders? Hij denkt dat het gevaarlijk is voor een merknaam om zogenaamd de eigenaar van een sponsorobject te worden. Daar heeft hij natuurlijk een punt. Jumbo is gewoon sponsor van Max Verstappen, dat is allemaal prima, maar datzelfde Jumbo lijkt eigenaar van een wieler- en schaatsteam. En dat vindt Augusteijn niet zo handig. Helemaal als er weinig link of overlap is tussen het product en de gesponsorde. Want natuurlijk kreeg Rabobank een klap toen uitkwam dat Thomas Dekker en zijn vrienden de ene na de andere bloedzak lieten aanrukken om te kunnen winnen. Die klap is in de ogen van Augusteijn extra stevig omdat Rabobank niet alleen op het shirtje stond van diezelfde Dekker, maar omdat het leek alsof de boerenleenbank naast financier ook eigenaar was (en dat was eigenlijk ook wel zo).

Waar Augusteijn een beetje de mist ingaat, is dat hij pleit voor geloofwaardigheid op productniveau, maar die overlap kan er natuurlijk ook op merk- of doelgroepniveau zijn. Hij vindt bijvoorbeeld dat Volvo en The Ocean Race niet bij elkaar passen, maar dat is een beetje een oppervlakkige mening. De Volvo-kopers houden immers waarschijnlijk in veel gevallen ook van zeilen en daardoor is er wel degelijk een hele logische fit. De reactie van ene Joost L: ,,Jeetje dit is wel een heel ouderwetse zienswijze. Gelukkig is sponsoring al 20 jaar verder dan hierboven wordt beschreven. ‘Volvo heeft niks met boten te maken.’ Haha. De Volvo Ocean Race doet meer voor Volvo dan al hun campagnes bij elkaar.’’

 
4. De quote: ‘De discussie over topverdieners bij de publieke omroep gaat veel te veel over geld. Het zou moeten gaan om kwaliteit’
Dat vertelde Gerard Timmer, directeur van omroep BNN-VARA, in het radioprogramma De Nieuws BV naar aanleiding van de discussie over de hoge salarissen van mensen als Giel Beelen (vijf ton) en Matthijs van Nieuwkerk (idem). ,,Wij maken programma’s omdat wij de kijker het beste amusement en de beste onderzoeksjournalistiek willen geven. Dat wil je het liefst doen met een sterrenelftal.” Wat zou een passende reactie zijn op deze mening? Wij denken aan iets kinderachtigs als: het handje voor de mond alsof je moet hoesten en dan ‘onzin’ murmelen. En dat weet Timmer ook wel hoor.

 
5. De Commercial: Klaverblad
Het blijft een goed idee van Klaverblad Verzekeringen, applaus voor de strategen die dat bedacht hebben. In het geweld van verzekeraars jezelf profileren als de enige partij die een beetje normaal doet. In de laatste commercial van de verzekeraar gaat het zelfs óver reclame; een van de werknemers vertelt dat de naamsbekendheid flink is gestegen. Natuurlijk wordt haar idee om mensen per telefoon een product aan te smeren direct van tafel geveegd. Grote vraag 1: kan de verzekeraar dit feel good-imago altijd waarmaken? Grote vraag 2: zijn er nog meer merken geschikt voor een soortgelijke profilering? Misschien is het iets voor een bank; de bank die gewoon normaal doet, die service levert, waar je geld veilig is. Die niet zegt dat ze een hypotheek in een week leveren terwijl dat niet zo is, die geen verhalen wil delen, maar die gewoon Oudhollands normaal doet.

 
6. Inspirerend: Darten
Qua commercie zouden veel sporten iets kunnen leren van het darten. Miljoenen mensen keken afgelopen weken naar het WK in Londen dat werd uitgezonden op RTL7 (het contract is verlengd). Natuurlijk heeft de sport geluk met de exceptionele Michael van Gerwen die het afgelopen jaar alles won, maar een - met commercie worstelende - sport als het schaatsen kan een heleboel leren van de mannen.
Twee zaken zijn immers belangrijk bij het commercieel neerzetten van een sport; goede verhalen en duidelijkheid. Verhalen zijn er genoeg binnen de dartsport, want darters zijn - in tegenstelling tot de topsporters in de schaatswereld - altijd echte mensen. Ze rommelen eens met een andere vrouw en keren weer terug, missen hun kleinkinderen en krijgen te maken met ziekte en dood. Schaatsers zijn vaak wat saaier, omdat ze de hele dag in Heerenveen rondhangen (en daar wordt je niet wereldwijzer van). Het tweede element is de duidelijkheid; er zijn een paar toernooien leuk en aardig, maar je weet dat je in december moet klaarzitten ( dan is er verder weinig sport trouwens en zijn veel mensen vrij). Je weet precies wat je krijgt op tv; een presentator met twee aandoenlijke analisten, altijd twee zeer goed geïnformeerde commentatoren, een verslaggever die iedereen kent en luid meezingend publiek.

 
7. Het cijfer: 50
De afgelopen week bestond reclame 50 jaar en de NOS maakte daar een reportage over. Logische insteek: gaat reclame nog 50 jaar mee en hoe ziet die toekomst er dan uit? Een prima basis, maar omdat zo’n filmpje bedoeld is voor een zeer breed publiek blijven de meningen een beetje hangen bij ‘het moet online korter’ en ‘zo lang er tv is, is er reclame’. Jammer dat er geen keiharde analyse wordt gemaakt die een beetje duidelijkheid schept. Twee dingen vielen immers op aan alle verhalen over 50 jaar reclame. Feit 1: de constatering dat jongeren geen tv meer kijken, maar op internet hun online YouTube-helden volgen. Feit 2; uit onderzoek van Het Jeugdjournaal blijkt dat 80 procent van diezelfde jongeren zich kapot ergert aan reclame. Kortom; het móét wel allemaal anders de komende jaren, want merken zullen altijd jongeren willen bereiken. De wereld die je dan tegenkomt, is pas echt geschikt voor een goede reportage.

Onze ambities voor 2017

Onze ambities voor 2017

De periode tussen Kerst en Oud & Nieuw is altijd een mooie periode om even terug en vooral vooruit te kijken. Het is niet zo ingewikkeld; je maakt - al kijkend naar het WK darten - een SWOT-analyse van je werk en bedenkt wat er beter kan. Ik zal jullie niet vermoeien met mijn persoonlijke plannen, maar kan wel iets vertellen over de ambities van frank.news.

 
Deze website is iets langer dan een jaar geleden in het leven geroepen om het marketingvak een beetje op te schudden. Er kwam een redactie van journalisten met veel liefde voor media en marketing. Logisch uitgangspunt is dat wij anders moeten zijn dan andere marketingmedia; iets minder focus op de dagelijkse nieuwtjes dus, maar wat meer aandacht voor verdieping, internationale ontwikkelingen en vergeten marketingterreinen als sportmarketing. Het is verder vrij overzichtelijk; tijdens onze redactievergaderingen bespreken wij onze plannen, maar ook de verhalen die we hebben geschreven: zijn ze goed gelezen en waarom wel/niet? We zijn niet zo van de vage plannetjes in de verre toekomst, maar proberen iets en kijken of het werkt. Dit jaar wilden we 100.000 unieke bezoekers per maand halen en dat haalden we sneller dan we dachten. Er zijn zelfs maanden dat we 170.000 unieke bezoekers aantikken.

Aan de hand van allerlei bezoekcijfers proberen we steeds scherper te krijgen waar wij voor staan. Het lijkt er op dat we niet zo van feelgood zijn; we houden ervan om een beetje te plagen. Wellicht is dat wel extra nodig in jullie vakgebied, waarin misschien wat meer ijdele mensen rondlopen dan elders. Verder zoeken we altijd naar de meerwaarde voor onze lezers, jullie moeten echt iets kunnen met onze verhalen. Wat is er dan inspirerend? In elk geval collega-marketeers bij grote merken en bedrijven die vertellen over hun visie op het vak. Maar misschien ook mensen die niet per se uit het marketingvak komen, maar wel gave marketingacties bedenken. Een bijzondere Facebook-actie, een geslaagd personeelsevent of een goede PR-stunt. Ook denken we dat jullie het veel leuker vinden om over de grote wereldspelers te lezen dan over Bram die aan de slag gaat bij ABC Marketing.

 
Misschien verraden onze Franks Weekly's wel een beetje hoe we zijn; we brengen het nieuws van de week, maar vinden daar ook iets van. Kortom, meerwaarde bieden voor marketeers, onze persoonlijkheden niet verbergen, de slimme onderzoekers, merkdenkers en mediakenners van de Candid Group inzetten. En vooral compleet anders zijn dan de concurrentie. Dat is wat we in 2017 nog meer gaan proberen. We komen met een serie genaamd Franks ‘influencers’ waarin we de ‘grote, inspirerende mensen’ uit de verschillende vakgebieden interviewen. We zullen toonaangevende marketingbloggers vragen voor ons te schrijven en komen met een serie over bijzondere marketingacties die zich buiten het zicht van het marketingvak afspelen. En onze Franky’s kunnen wel eens wat inhoudelijker worden; persoonlijk getint marketingnieuws in de vorm van een blog bijvoorbeeld. Dus wat vinden wij van Facebook Live, de nieuwsbrieven van Blendle of de nieuwste films van Netflix? Oh ja, nog een ideetje (maar over dit plannetje moeten we het nog hebben): we willen een wekelijkse serie optuigen onder de noemer ‘Franks zijlijn’. Daarin bedenken de mensen van Candid die er verstand van hebben (reclamemakers, onderzoekers) een alternatief voor bestaande commercials, inhaakacties of sponsorconcepten. Want jullie weten toch? Je ziet een commercial en vindt het echt de aller-, allerslechtste commercial ever. Verleidelijk om dat puntig kritisch en vol ironie op te schrijven in onze Franks Weekly.  Dat kan natuurlijk, maar als je kritiek hebt, moet je ook met een alternatief komen..
Kortom, we hebben heel veel plannen voor 2017, op naar de 300.000 unieke bezoekers per maand, zeggen we in alle nederigheid. Jullie horen nog van ons!

Franks Weekly: De Zuckerberg der lage landen & een Hollander in New York

Franks Weekly: De Zuckerberg der lage landen & een Hollander in New York

In Franks Weekly bespreken we de afgelopen marketing- en mediaweek. Waar gaan maandag de gesprekken over bij de koffieautomaat, welke quotes inspireren en waarom maakt een tv-commercial indruk?

 
  1. Het nieuws: RTL kapt met teletekstGehoord op een verjaardag toen de stukjesschrijver even naar de voetbaluitslagen ging kijken (818 inderdaad); alleen voor jou houden ze dat teletekst in de lucht. Natuurlijk is het volkomen achterhaald en wat was het eigenlijk een kansloos medium..teletekst. Je kan er natuurlijk veel te weinig op kwijt - en al helemaal geen foto’s - en geen enkele adverteerder kon ook maar iets met die lelijk vormgegeven lappen tekst. Maar toch is het pure nostalgie; 601…laatste sportnieuws…..801 laatste voetbalnieuws….101 laatste nieuws….en voor de liefhebbers; 217 en 218 de kijkcijfers. Per 1 april 2017 stopt RTL in ieder geval met het aanbieden van nieuws via teletekst. Alleen de pagina’s 888 en 889 blijven in stand, puur voor de ondertiteling voor doven en slechthorenden. De NPO, het echte teletekst dus, is niet van plan om de lettertjes op te heffen, maar het houdt wel een keertje op natuurlijk. Je kan het niet, uit nostalgische overwegingen, blijven subsidiëren natuurlijk.
  1. Het filmpje: Dunkin’ Donuts, maar dan grappigHet is natuurlijk een klassieke manier van een tv-reclame opbouwen. Klanten die zogenaamd heel oprecht vertellen dat ze het merk echt het allerbeste in de wereld vinden. De mannen en vrouwen van Saturday Night maakten een parodie op een soortgelijke, zogenaamd ‘echte’ commercial, maar dan zijn de klanten iets minder lyrisch. Dus dat ze een ‘coffee to go’ keihard tegen een autoruit aangooien of met hun hand buiten de deur hangen waardoor ze een sigaret kunnen roken. Oh ja, we lazen het op Adformatie dat ook nog wist te melden dat de donutmakers het (weer) in Nederland gaan proberen binnenkort. Wel lekker.
 
  1. De ‘persoon’: Bas Korsten, de koning
    Hij staat er maar mooi tussen, onze eigen Bas Korsten, creative director bij J. Walter Thompson Amsterdam. Samen met mensen als David Bowie en James Corden behoort hij volgens het Amerikaanse Ad Weekly tot de vijftig meest creatieve mensen van de planeet. In het AD: ,,De vergelijking loopt mank. Sommige mensen uit de lijst zijn gekozen voor hun hele oeuvre, terwijl ik mijn nominatie te danken heb aan een project.’’ Hij doelt op The Next Rembrandt, een portret van een man met een witte kraag en een hoed. Het schilderij is gemaakt op basis van Rembrandts complete ­oeuvre, waarbij gebruikt is gemaakt van deep lear­ning-algoritmes en gezichtsherkenningstechnieken.  
 
  1. De quote: ‘Blendle was een Facebook zonder vrienden’
    Het blijft interessant om te volgen wat Blendle-oprichter Marten Blankesteijn allemaal weet van ons leesgedrag. We zouden hem daar graag eens uitgebreid over spreken (en ons voordeel ermee doen). Op Mediafacts vertelt de ‘Zuckerberg van de lage landen’ hoe hij in de beginfase van Blendle volledig geautomatiseerd wilde gaan werken: dus zonder redactie met alleen maar techneuten. ,,Dat ging slecht. We hadden nog te weinig gebruikers. Blendle was een Facebook zonder vrienden. De bedroevende opmaak van de artikelen hielp ook niet echt.”
    Blendle huurde wat stagiaires in en dat groeide toch uit tot een redactieteam (met allemaal hippe millennialnamen. Toch Arnoud, Aid, Anna en Pepijn?). ,,We deden A/B leestesten om te bepalen welke artikelen de gebruikers het meest aanklikten. Ook plaatsten we bij berichten de logo’s van de bijbehorende dagbladen en tijdschriften. De titels boven berichten verdwenen, want logo’s bleken beter te werken! Verder pasten we fonts aan voor een betere leesbaarheid. Na enige tijd stuurden we zes verschillende e-mails naar zes verschillende groepen gebruikers. Bij elke verfijning nam het aantal gebruikers toe. Net als onze omzet, die na elke verbeterstap met vijf procent steeg. Na enkele stappen heb je het dan al over flinke bedragen.”
 
  1. De Commercial: Heineken Het is misschien een beetje makkelijk om aan het einde van dit jaar te citeren uit lijstjes, maar deze is misschien wel aardig en het zegt iets over het hoge niveau dat Heineken haalt in de filmpjes (daar een verhaal over,  ja ja ja!). Het verhaal over deze grap was in ieder geval het best gelezen verhaal van Adweek van het afgelopen jaar. De manier waarop Heineken millennials over de hele wereld weet te bereiken is gewoon knap (hoewel we die Champions League-gast op die boot nooit hebben begrepen). Het gaat over een dilemma dat alleen mannen (in de verte) zullen herkennen; een jongen kijkt altijd met zijn vrienden op de bank naar voetbal en op een dag krijgt hij alleen VIP-kaartjes voor Roma-Real. Hij gaat, ondanks het schuldgevoel, toch naar het stadion, maar zijn vrienden blijven hem maar bellen dus genieten is er niet bij. Vlak voor de wedstrijd verschijnen die mannen waarmee hij altijd kijkt op het grote scherm en nodigen ze hem uit om alsnog samen te kijken op een mooie plek in het stadion. Gaaf gedaan, niks mis mee.
 

  1. Inspirerend: Het SportgalaHet Sportgala met de uitverkiezing van de beste sporters levert altijd een heleboel gezeik op. De NOS krijgt altijd kritiek; dat het de verkeerde sporters nomineert, niks van showbusiness weet, er is altijd wel iets met de muziek of met een of andere opmerking van Tom of Dione. Afgelopen woensdag had onze publieke omroep dat allemaal prima op orde. De sportman van het jaar was precies goed gekozen met Max (volgende keer gewoon komen jongen) en ook op de andere prijzen was weinig aan te merken. Inhoudelijk gezien was het bovendien een leuke, snelle show met veel ruimte voor wat frivoliteiten en leuke grapjes (‘we garanderen dat jullie tot het einde mogen blijven’). De slagroom op de taart verzorgde Frank Rijkaard die met zijn speech over Johan Cruijff een heuse tranentrekker/internethit in petto had. En ja, die filmpjes met de hockeymeiden waren een beetje oubollig (daar iets anders voor volgend jaar), maar het was een mooie avond waarin de sport werd gevierd. Prima de luxe!
 

  1. Het cijfer: 450 De overheid vraagt vaker gebruikersgegevens op bij Facebook en dat deed het in de eerste helft van 2016 450 keer, het grootste aantal keer in de afgelopen jaren. Dat blijkt uit een eigen rapport van het social mediamerk. Aan bijna 90 procent van de aanvragen voldeed het belangrijkste merk ter wereld. De aanvragen gingen over 758 accounts en in 28 gevallen was er sprake van een spoedverzoek. Dat laatste is het geval als snel ingrijpen nodig is, bijvoorbeeld bij levensgevaar of als er een andere gevaarlijke situatie dreigt. In de Telegraaf: ,,De meeste verzoeken gaan volgens Facebook over strafrechtelijke onderzoeken zoals overvallen en ontvoeringen. In veel gevallen wordt er dan zogenoemde basisinformatie opgevraagd, zoals de naam van een gebruiker, hoe lang iemand actief is en het ip-adres waarmee is ingelogd op een account.’’

De winkel is dood, lang leve de winkel

De winkel is dood, lang leve de winkel

Mensen kopen hun spullen nog steeds liever in die oude vertrouwde fysieke winkel dan dat ze online shoppen. Dat blijkt uit onderzoek van marktonderzoeksbureau Vostradamus in opdracht van frank.news. 


In het onderzoek werd een aantal productcategorieën voorgelegd aan ruim 1000 respondenten die aangaven of ze deze spullen voornamelijk in een online winkel of in een fysieke winkel kopen (zie onderstaande tabel). Vooral spullen als schoenen, kleding, boodschappen en alles voor de woninginrichting kopen Nederlanders bij voorkeur in de vertrouwde winkel. Op het gebied van boeken slaat de balans steeds meer door richting het online shoppen en elektronica kopen mensen ook graag online. In alle gevallen konden respondenten ook kiezen voor ‘beiden’. Hieronder staan alle cijfers:

Logische resultaten in vergelijking met marktaandelen online
  Volgens Wijnand Jongen, directeur van Thuiswinkel.org, de organisatie die de belangen van webshops behartigt zijn het vrij logische resultaten. ,,Het marktaandeel van de totale online bestedingen ten opzichte van de totale bestedingen ligt ongeveer op 10 tot 12 procent dus dat zie je ook terug in de resultaten. Wel zien we dat dit percentage stijgende is. Dus in de cijfers zal je in de toekomst zien dat steeds meer mensen de voorkeur geven aan online shoppen, zowel thuis als in de winkel.” Volgens Jongen past het bij een ontwikkeling waarbij het leven van mensen online én offline plaatsvindt. In zijn boek met de bijzondere titel ‘Het einde van online winkelen’ staat hij uitgebreid stil bij de wijze waarop deze twee werelden in elkaar overlopen. ,,Het echte leven vindt voor jongeren online én offline plaats. Die ontwikkeling zie je terug in de customer journey waarbij sommige fases op de bank met de iPad plaatsvinden en een ander gedeelte met vriendinnen in een winkel. Aan winkelketens de uitdaging om op allebei de gebieden een aandeel mee te pakken.”

 
Kitty Koelemijer: Supermarkt online gaat groeien

Volgens prof. Kitty Koelemeijer, marketinghoogleraar aan de Nyenrode Universiteit - met als specialiteit retailing en consumentengedrag - zijn de cijfers ook vrij logisch. ,,Je ziet vooral dat de rol van winkels tijdens het totale aankoopproces aan het veranderen is. Je was aangewezen op de fysieke winkel voor het gehele koopproces, maar nu oriënteer je vaak online en vervolgens koop je het in de winkel. Tegelijkertijd hebben fysieke winkels nog een belangrijke rol voor allerlei aankoopdoelen. Bijvoorbeeld mensen die producten in het echt willen zien of die persoonlijk advies willen. Daar zitten nog wel mogelijkheden voor fysieke winkels om het verschil te maken, maar nieuwe technologieën verbeteren de online propositie. Een groot deel van de customer journey is nog niet in een algoritmes te vangen.” Opvallend blijft toch het cijfer voor de boodschappen in de supermarkt waar slechts 2,5 procent van de ondervraagden een voorkeur heeft voor online. ,,Ik denk dat het gaat komen, nu is er op elke hoek nog een winkel, maar straks wordt het gewoontegedrag doorbroken en gaat echt opeens hard met online shoppen. Dat kan bijna niet anders.”

Passen voornaamste argument kopen in fysieke winkel
In het onderzoek is ook gevraagd naar de reden dat mensen de voorkeur geven aan een fysieke winkel boven online shops (zie onder). Mensen noemen het passen/aanraken als voornaamste argument (70 procent) en daarna volgen ‘direct meenemen’ (47 procent), ‘dichtbij’ (32) en ‘service’ (31 procent). Tegelijkertijd gaven de respondenten natuurlijk ook argumenten om voornamelijk online te kopen (zie onder); ze krijgen de spullen lekker thuisbezorgd (52 procent), kunnen alles elk moment van de dag kopen (40), krijgen de beste deal (40) en het aanbod is groot (40).





De evolutie van webshops 
Zijn zaken als ‘passen’, ‘aanraken’ en ‘direct meenemen’ online te organiseren op de wat langere termijn? Wijnand Jongen: ,,De beleving wordt steeds beter online; de kleuren van modefoto’s zijn beter en straks zal virtual reality ook nog voor grote stappen gaan zorgen. Als die nieuwe technologieën eenmaal op grote schaal worden toegepast dan zullen mensen vaker voor online winkelen kiezen en dat zeg ik echt niet omdat ik hier werk.” Want, iets meer op macroniveau, hoe schetst hij eigenlijk de toekomst van de Nederlandse retail? Hoe ziet winkelen er over een jaar of vijf uit? ,,Er zullen concentraties van winkelgebieden komen in de steden waardoor er minder vierkante meters nodig zijn op andere plekken. Niet ieder dorp behoudt dus een elektronicazaak en een woonwinkel, maar daarvoor moet je bij de winkelconcentraties zijn waar ook altijd iets te beleven is. En online vult ondertussen de gaten in en zal ook steeds meer beleving toevoegen.”

Jongen verwacht dat de percentages van mensen die online winkelen zullen toenemen; en de fysieke winkels moeten mee want zonder webshop ben je gewoon niet aantrekkelijk genoeg. ,,De rol van fysieke winkels moet je niet onderschatten want daar moet echt wat gebeuren. Zij moeten zichzelf opnieuw uitvinden door ook kleine technologiebedrijven te worden waarbij ze alle weten van klanten.”

 
 Online en offline integreren
Ook Koelemijer verwacht dat de online wereld steeds nadrukkelijker deze schotten uit het aankoopproces kan houden. ,,Online gaat het veel over gemak; alle maten zijn beschikbaar, je kan makkelijk doorklikken en in de fysieke winkel moet je maar vertrouwen op de aardigheid en service van de verkoper.” Ze denkt ook dat offline en online steeds meer gaan integreren. ,,Zonder Amazon en Alibaba zullen jullie cijfers gestaag toenemen in de richting van online, maar deze bedrijven kunnen dat versnellen. Stel dat opeens Singles Day van Alibaba een enorm succes wordt zoals in China het geval is. Dan krijgt online een enorme boost.”

Koelemeijer verwacht dat het integreren van offline en online gemakkelijker opgepakt gaat worden door de online bedrijven dan door de ouderwetse fysieke winkels. ,,Ga maar eens opeens met 150 winkels het online gedeelte oppakken, dat zal niet meevallen. Terwijl andersom een zaak als Coolblue natuurlijk veel gemakkelijker een paar winkels kan openen; want het hoeft daar geen keiharde omzetten te draaien.”

 
 Kleding vaker online gekocht in afgelopen 12 maanden

In het onderzoek is ook nog gevraagd naar welke producten mensen de afgelopen twaalf maanden vaker online kopen dan daarvoor (zie onder). Het geeft een indicatie van de categorieën die nog kunnen groeien online. Vooral kleding (32 procent) en elektronica (27 procent) worden vaker online gekocht vergeleken met de periode daarvoor.


Conclusie: Nederlanders aarzelen met webshoppen
Nederlanders lijken nog een beetje aarzelend op het gebied van webshoppen en de oude, vertrouwde winkel hebben we nog zeer diep in ons hart zitten. De verwachting van kenners is dat alle productcategorieën - met boeken en kleding als koplopers - steeds meer via internet verkocht gaan worden. Ontwikkelingen als ‘virtual reality’ en vooral het verbeteren van de echte achterblijvers - zoals de online supermarkten - zullen deze ontwikkeling versnellen. Samen met de toename van het verkopen via webshops vinden er in het fysieke retailkanaal allerlei grootschalige ontwikkelingen plaats. In dorpen is nog plek voor een bakker en een slager, maar het grote winkelen verplaatst zich allemaal naar de steden.

 

Wat contentmarketingkoning Joe Pulizzi verwacht van 2017

Wat contentmarketingkoning Joe Pulizzi verwacht van 2017

De ongekroonde koning van het contentmarketingvak is - zonder concurrentie - Joe Pulizzi. Even opletten dus als hij gefundeerde voorspellingen doet over 2017 op basis van meer dan 60 collega-kenners van het vak.

 
Wat Cor Hospes is voor Nederland is Joe Pulizzi voor de hele wereld; de man in het oranje die niet een klein beetje, maar álles afweet van contentmarketing. Boeken als Epic Contentmarketing en de laatste Content Inc zijn een inspiratiebron voor iedereen die zich ook maar een beetje met dit nieuwe vakgebied bezighoudt (of die ambities heeft). Over de hele wereld preekt Pulizzi het contentmarketingevangelie en zijn veelal trouwe volgers houden angstvallig in de gaten wat hij allemaal bedenkt, doet en vooral vindt. De man werkte in het begin van deze eeuw bij Penton Media, een grote business-to-business uitgever waar hij zich bezighield met allerhande customer media initiatieven; nieuwsbrieven, websites, blogs en webinars, dat werk. Die tak van het bedrijf werd steeds groter en tijdens zijn ontmoetingen met marketingmanagers besefte hij: dit nieuwe vakgebied zou wel eens heel groot kunnen worden.

 
Eigen content Pulizzi prima op orde
Natuurlijk heeft Pulizzi zijn eigen content prima op orde; er verschijnen regelmatig podcasts met zijn visie, hij schrijft met zijn team veel inspirerende cases en zijn boeken lopen goed. De plek waar al deze ‘content over content’ samenkomt is op de site van het Contentmarketing Institute waarmee hij in 2010 begon. Drie jaar daarvoor startte hij een bedrijf (Junta42) om merken en media aan elkaar te koppelen, maar er bleek vooral behoefte aan kennis op het gebied van contentmarketing. Op Marketingfacts gaf hij eerder dit jaar in de aanloop naar het congres ‘Content Marketing Fast Forward’ een bijzonder aardig interview: ,,Ik wilde een product verkopen waar te weinig vraag naar was. Achteraf gezien heb ik daar toen een jaar mee verspild. Ik had een tunnelvisie ontwikkeld en was te veel met mijn product bezig en te weinig met het luisteren naar mijn doelgroep. Toen ik in 2009 nog eens met een kritisch oog naar alle reacties op mijn blogposts van de voorgaande twee jaar keek, werd me duidelijk waar mijn doelgroep wél behoefte aan had: advies, training, events.” Het CMI maakt volgens datzelfde verhaal vandaag de dag jaarlijks een omzet van meer dan 10 miljoen dollar en volgens de eigen website werken er meer dan twintig mensen. Dat ging niet zomaar, vanaf 2010 werd de term ‘contentmarketing’ door de hele wereld omarmd en Pulizzi werd als bedenker de verpersoonlijking van deze hype die al lang geen hype meer is. Het Content Marketing Institute is een meer dan serieus kennisbedrijf; het besteedt aandacht aan nieuwe ontwikkelingen, bespreekt interessante auteurs, organiseert contentmarketingevents (prijzen en congressen), geeft trainingen en lanceert regelmatig magazines.

 
De visie van Pulizzi: strategische content
Pulizzi schrijft daar regelmatig goede blogs (want hij heeft er echt verstand van) waarin hij zijn visie etaleert. Wat die visie is? Dat je vooral de tijd moet nemen voor het opbouwen van een band met je doelgroep zodat je weet waar ze behoefte aan hebben, dat je keuzes moet maken. Op Marketingfacts eerder dit jaar dus: ,,Coca-Cola wil cola verkopen aan iedereen. Maar je kunt geen contentplatform creëren voor iedereen. Dat wordt nooit een succes. Wat je wel kunt doen, is verschillende interessegebieden onderscheiden, zoals Procter & Gamble de laatste vijftien jaar al doet met microwebsites gericht op specifieke doelgroepen; van werkende moeders tot meisjes in de puberteit. Dan kan contentmarketing wél werken.” Keuzes maken dus. ,,De grootste valkuil is om voortdurend iedereen te willen plezieren - zowel binnen je organisatie als in je publiek. Ik herinner het me nog uit mijn verleden als uitgever: elke keer als we vijftien doelgroepen tegelijk probeerden te bereiken, faalden we. Overal ‘ja’ tegen zeggen is geen strategie. Strategie draait om ‘nee’ zeggen.” Dat geldt trouwens ook voor de verschillende kanalen. ,,Uit onze enquêtes blijkt dat marketeers via gemiddeld dertien tot vijftien kanalen met consumenten of klanten communiceren. Dat zijn er teveel. Je kunt je beter op een klein aantal kanalen concentreren met je contentmarketing. Sterker nog, vaak is het verstandig om met één kanaal te beginnen. Dat kan van alles zijn: een blog, een serie video’s op YouTube, een magazine.” Een middel dat je helpt bij het aanbrengen van die focus is volgens Pulizzi de ‘why-test’. ,,Pak een blaadje papier, deel hem in twee kolommen en zet je doelgroep bovenaan. Noteer in de linker kolom alle manieren waarop je nu communiceert met je doelgroep. Beschrijf in de rechterkolom hoe zo’n activiteit bijdraagt aan de doelstellingen van je organisatie. Wees kritisch. Bijvoorbeeld: je werkt voor een b2b-organisatie, dus waarom post je op Facebook? Als je niet goed onder woorden kunt brengen waarom je iets doet, stop er dan mee.’’

 
Mooie traditie: meer dan 60 visies
Een mooie traditie van het ‘Contentmarketing Institute’ is om elk jaar een e-book te publiceren met daarin de visie van prominenten op de ontwikkelingen in het vakgebied. Dit jaar heeft het CMI meer dan 60 belangrijke influencers gevonden die zo’n visie geven. Wij hebben de beste (nou ja, vinden wij) 7 er even uitgelicht:
  1. Michael Brenner (CEO Marketing Insider Group) gelooft in specialisatie (niches via content creëren), meer visuele content, op maat gesneden content (‘de goede content op het juiste moment bij de juiste persoon’) en dat merken steeds menselijker worden door aansluiting te zoeken bij de passie van hun doelgroep.
  2. Travis Wright (mede-oprichter van CCP.digital), verwijst naar onderzoek waaruit blijkt dat de hoeveelheid content door bedrijven met 300 procent is toegenomen, maar dat minder dan vijf procent van die content meer dan vijf keer is gedeeld. Hij pleit daarom voor een hele gerichte contentstrategie waarbij er echt een focus ligt op een specifieke doelgroep.
  3. Stephanie Losee (hoofd content Visa) gelooft in content genereren door sponsorships. ,,In de nieuwe sponsorcontracten wordt vastgelegd hoe er samengewerkt wordt op het gebied van content met interviews op de eigen site, films op Facebook en programma’s op Facebook Live.’’
  4. Scott Abel (The Content Wrangler) pleit ook voor content op maat: ,,Het verstrekken van gepersonaliseerde content is de heilige graal van contentmarketing; maar zonder gestroomlijnd productieproces, op basis van data en uitgevoerd met behulp van automatisering vallen de resultaten tegen.’’
  5. Mike Stelzner (Social Media Examiner) lijkt een vrij somber beeld te hebben van de toekomst van content. Volgens hem zullen grote partijen als Facebook en LinkedIn volledig bepalen welke content uiteindelijk tot het publiek doordringen. Lichtpuntjes ziet hij ook. ,,Maar het is wachten op de slimme jongeren die ons weer de vrijheid teruggeven.’’
  6. Ahava Leibtag (AHA Media Group) gelooft in niches: ,,Dus, als je een bouwbedrijf bent dat gespecialiseerd is in een bepaald type cement dan gaat je content over dat soort cement.’’
  7. Rebecca Lieb (adviseur, auteur, analist) denkt dat context de toekomst heeft. ,,Er komen methoden voor het maken van gepersonaliseerde en relevante realtime berichten op basis van triggers als de aankoopgeschiedenis, het weer, de fysieke locatie, en talloze andere factoren. Dergelijke campagnes zijn zeer complex en technisch veeleisend, maar zoals een Disney-executive me eens vertelde; hoe meer context er is, hoe hoger de ROI.’’
 
Conclusie van Pulizzi

Als conclusie van deze interessante toekomstvoorspellingen (die eigenlijk neerkomen op: we zullen vooral veel persoonlijke, relevante en inhoudelijke content zien en de ICT is ondersteunend aan die ontwikkeling) geeft Pulizzi zijn eigen visie op de toekomst van het vakgebied dat nog zo moet groeien. Hij doet drie voorspellingen op basis van alle visies waarvan dit de vrij vertaling is:
  1. Bedrijven zullen steeds vaker complete mediabedrijven en hun doelgroepen opkopen in plaats van dat ze zelf zo’n platform met achterban proberen op te bouwen;
  2. Nieuwsbedrijven zullen steeds beter online geld ophalen voor hun content. Dit zal de mogelijkheid bieden aan bedrijven om ook geld te vragen of in ieder geval een verdienmodel op te tuigen in de vorm van events en trainingen.
  3. Printmagazines gemaakt door merken zullen een echt marketingtool worden. Op deze manier kunnen merken de online ‘clutter’ omzeilen.
Ach, reclamemakers, contentmakers, storytellers en iedereen die iets met content wil of denkt dat hij of zij daar iets mee zou móéten doen, check gewoon even dit filmpje (en dit interview) en luister - kritisch, maar vol interesse - naar de meester. Pulizzi weet het gewoon zeker: als je slechte content maakt, kun je er beter mee kappen en - sterker nog - kap ook maar meteen met middelmatige content want je wint er helemaal niks mee. Wat je dan wél moet doen? Misschien wel de zes stappen die hij in zijn laatste boek uitgebreid beschrijft boven je bureau hangen als contentmarketeer:

1. Vind ‘The sweet spot’: waar ontmoet jouw expertise de interesse van de doelgroep?
2. Zoek ‘The Content Tilt’: in hoeverre is jouw content anders dan dat van de concurrentie?
3. Building the Base: kies voor een eigen kanaal en wordt daar dominant.
4. Harvesting audience: zorg voor een goede e-maillijst met unieke adressen waarmee je op contentgebied zaken doet.
5. Lanceer verschillende kanalen als je publiek eenmaal groeit (via boeken, blogs en events).
6. Verdien geld: zorg voor een goed verdienmodel.

 
Als je die stappen allemaal in de gaten houdt, moet het uiteindelijk wel goed komen. Zo heeft Pulizzi het immers zelf ook allemaal gedaan met zijn instituut en dat loopt prima. Afgelopen juni verkocht hij het zelfs aan UBM, de nummer 1 b-to-b eventorganisator van de VS en Azië.

Franks Weekly: Kersttruien en ‘what the fuck is going on with YouTube?’

Franks Weekly: Kersttruien en ‘what the fuck is going on with YouTube?’

In Franks Weekly bespreken we de afgelopen marketing- en mediaweek. Waar gaan maandag de gesprekken over bij de koffieautomaat, welke quotes inspireren en waarom maakt een tv-commercial indruk?

 
1. Het nieuws: De MediaTop100

Dat John de Mol, net als vorig jaar, bovenaan staat in de MediaTop100 die afgelopen week werd gepubliceerd is niet zo bijzonder. Maar veel interessanter is de rol van een aantal relatief nieuwe gezichten die - terecht - als bijzonder invloedrijk worden ingeschat. Zo komt Arjen Lubach dit jaar binnen op 4 en dat snappen we eigenlijk wel. Dat heeft alles met het sterke ‘Zondag met Lubach’ te maken en vooral met de manier waarop hij onderwerpen op de agenda van de politiek en media weet te krijgen. Bovendien is Lubach online een hele grote meneer. Zo was hij kritisch op onderwijsvernieuwing, plaatste vraagtekens bij TTIP, maakte het koningshuis belachelijk en pakte Facebook heel kritisch aan. Zijn filmpjes over deze kwesties werden herhaald bij DWDD en hij schuift graag aan in een talkshow als het ergens over gaat. Niet zelden ging de politiek zich er ook mee bemoeien en dan heb je dus invloed. Een andere persoon die opzien baarde in de Top 100 is Enzo Knol op plek 12. Terecht natuurlijk, hoewel het de vraag is of zijn ‘morgen ga ik naar de kapper filmpjes’ ook veel indruk maken op volwassenen. Voor jongeren is Knol echter een held en dus verdient hij deze plek.

Beetje kritiek op lijstOh ja, twee voorzichtige puntjes van kritiek op de lijst, met alle respect of zoiets. Als eerste: in deze Trumptijden is het een zeer politiek correct, DWDD-achtig Joop.nllijstje. Er zijn aan de rechterkant immers ‘influencers’ die veel meer vat hebben hebben op mensen met een tikkie rechtse denkpatronen. Jan Dijkgraaf (slechts op 91), Erik de Vlieger, de redacteuren van GeenStijl, SvennusMax en zeker Wierd Duk zijn mensen die online heel veel invloed hebben. Invloedrijk zijn ze natuurlijk niet als jij als samensteller van de lijst keurig naar DWDD, Pauw en Nieuwsuur kijkt. Maar ja, invloed is invloed.

Tot slot, Alexander Klöpping is natuurlijk een hele leuke vent, slimme gast met een heel mooi bedrijf dat (met behulp van zijn rustige zakenpartner, ps. organisatie; Marten Blankesteijn vergeten jongens?) over een tijdje echt wel de wereld gaat veroveren. Maar is hij de man met de brede mediavisie? Wat zei hij ook alweer in DWDD toen Matthijs vroeg wat we konden doen aan het nepnieuws op Facebook? Koop eens een krant, tja…

 
2. Het filmpje: Jumbo, the movie?

Ooit vroeg Wilfried de Jong in ‘24 uur met…’ aan Jochem Myjer waarom hij nooit eens een maatschappijkritische geluid liet horen. Myjer keek de supergoede interviewer aan en schudde met zijn hoofd; begreep deze oud-collega dan niet dat hij vooral feelgood was. Hij sliep vroeger met de beste feelgoodfilms onder zijn kussen en maakte er een ambacht van om mensen een goed gevoel te geven. Feelgood wordt nog wel eens onderschat, maar een goed feelgoodverhaal vertellen is het allermoeilijkste wat er is. Ga maar eens na hoeveel goede feelgoodfilms er gemaakt zijn; Four Weddings and a funeral, The Notebook, High Fidelity, Alles is Liefde.
Lang intro-alarm; okay. Maar goed, een kerstcommercial draait dus ook om vakmanschap; het verhaal moet kloppen, er moet iets van humor inzitten en je moet het vooral geloven. Dat hebben de makers van de Jumbo-commercial gewoon goed gedaan, natuurlijk is het mierzoet, maar je ziet Lammers daar wel lopen..die goedzak (hoe heet hij eigenlijk in de commercial?). Zo’n dromer in een koophuis die door zijn vrouw op pad wordt gestuurd voor de boodschappen, maar zich onderweg in het ene na het andere avontuur met goede bedoelingen stort. Waarom volgend jaar niet een keertje helemaal de box uit denken en een echt kerstverhaal schrijven? En dan niet - heel flauw - een lange commercial maken, maar de beste scenarioschrijver (Kim van Kooten) en regisseur (Joram Lürsen) een topbudget geven om iets geweldigs te maken met Frank Lammers als hoofd van het gezin in de hoofdrol.

https://www.youtube.com/watch?v=thuyscDJUvA

 
3. De ‘persoon’: Netflix marketeer van het jaar

Ad Age heeft Netflix uitgeroepen tot marketeer of the Year. Het Amerikaanse Adformatie roemt Netflix in de manier waarop het data inzet om aandacht te genereren. ,,Netflix heeft onder mede-oprichter Reed Hastings een case-study neergezet voor de manier waarom data zorgen voor de goede boodschap voor de goede kijker.’’ Het magazine roemt bijvoorbeeld de marketing die niet op marketing lijkt rond de serie ‘Stranger things’. Netflix deed een vier uur durende live-uitzending op het gameplatform Twitch en het maakte een 360 graden video waarbij kijkers middenin de serie zitten. We zullen binnenkort wel een goed ‘Netflixmarketingverhaal’ maken. Het bedrijf toverde kroegen bijvoorbeeld om in Luke’s Diner, het favoriete café van de hoofdrolspelers van Gilmore Girls, puur om fans de kans te geven in de serie te zitten. In deze zaak kreeg je bovendien gratis koffie en op de mokken zat weer een speciale code die toegang gaf tot een bijzonder gedeelte op Snapchat. Met Netflix komt het wel goed, zo lijkt het; het heeft 86,7 miljoen ‘subscribers’ in de hele wereld.

 
 4. De quote: ‘Een goede stap in de richting.’

Dat vindt voedselwaakhond Foodwatch van het feit dat de levensmiddelensector geen stripfiguren meer op de verpakking van ‘ongezonde producten gericht op kinderen’ gaat zetten. Jonge striphelden als de Minions en SpongeBob lijken immers een positieve invloed te hebben op het aankoopproces. Toch had deze club liever een iets strengere overheid in plaats van het aan de sector zelf over te laten. ,,Nu mogen alleen producten die voldoen aan voedingscriteria van de voedingsindustrie reclame maken met kinderidolen. Maar die regels zijn zo slap dat zelfs sommige ijs, frisdrank en chips als gezond worden beschouwd en er dus reclame gericht op kinderen voor gemaakt kan blijven worden. Dat is absurd.’’
Het besluit is genomen door de Federatie Nederlandse Levensmiddelen Industrie (FNLI). Het Voedingscentrum, de voorlichtingsinstantie van de overheid waarschuwt al een tijdje tegen kindermarketing.

 
5. De Commercial: LINDA TV
Onbegrijpelijk dat het juist LINDA gebeurt. Want wat is het geheim van de content van de fenomenale LINDA-app? Dat het bijna altijd volkomen origineel is en niet lijkt op wat er al is; daarom is het ook zo ongelooflijk populair (257.838 downloads sinds de lancering op 26-10-2015). Blijkbaar werken er op de redactie een paar mensen die de kunst beheersen om met een frisse blik naar de werkelijkheid te kijken. De websoap Bitterzoet, Fred van Leer die kledingtips geeft en A-Soial waarbij BN’rs haat-tweets voorlezen over zichzelf; topcontent!

Op LINDA TV staan vrolijke filmpjes met een kwinkslag en die vooral grappig en origineel zijn. Jammer dat al die creatieve redactiemensen blijkbaar een beetje grieperig waren toen de kerstcommercial in elkaar werd gezet. Want dat is gewoon een moddervette ‘Sky Radio-achtige BN’rs in een kersttrui die doen alsof ze gezellig zitten te eten met elkaar film’. Zonde hoor, wij kunnen zomaar tien beter ideetjes uit de mouw schudden. Jildou mag ons bellen.

http://https://www.youtube.com/watch?v=TKUbaCdoMUE

 
6. Inspirerend: YouTube best bekeken

Het is de tijd van de lijstje. Nou ja inspirerend is misschien overdreven, maar wel belangrijk….Is er nog een rode draad te ontdekken in de best bekeken filmpjes (in Nederland) op YouTube van 2016?
1. CHEE YEE Teoh – PPAP Pen Pineapple Apple Pen 2. Holland’s Got Talent – Nick Nicolai verplettert jury met talent
3. The Late Late Show with James Corden – Adele Carpool Karaoke
4. AVROTROS – O’G3NE – Clown (Beste Zangers 2016)
5. Snapking – Naar bed met zus van beste vriend! (Gaat compleet fout)
6. Dylan Haegens – 10 manieren om uit de klas gestuurd te worden! – deel 2
7. The Voice Kids – Jade & Senna – Samen voor Altijd
8. StukTV – Van A naar B 2.0
9. Snapking – Vriendin wilt seks met beste vriend?!!
10. AVROTROS – Douwe Bob – Slow Down (Eurovisiesongfestival, eerste halve finale)

In ieder geval is daar de definitieve doorbraak van YouTubers als aanjager van miljoenenhits. Het zou flauw zijn om te zeggen dat de smakeloosheid het beste wordt gewaardeerd, maar een beetje jammer dat er geen goede TED-lezing tussenstaat is het wel. Een vage Japanse komiek en instructies hoe je je klas wordt uitgestuurd…tja…het blijft toch even wennen voor de generatie die opgroeide met helden als Gullit, Van Basten, Red Hot Chili Peppers en Theo Maassen, maar ja dat zeiden onze ouders (Hup John Lennon) misschien ook…..

 
7. Het cijfer: 15 miljoen

De best verdienende YouTuber van 2016 is PewDiePie, hij harkte volgens Forbes 15 miljoen US Dollar binnen. Deze Zweed, die eigenlijk Felix Kjellberg heet, heeft inmiddels 50 miljoen abonnees. Bijzonder is trouwens dat hij 100.000 exemplaren van zijn boek verkocht. Op de tweede plaats staat Roman Atwood met 8 miljoen dollar. Volgens Quote is Enzo Knol in Nederland grootverdiener met 350.000 euro per jaar.
Veel boeiender om allerlei redenen is trouwens de discussie die Kjellberg is begonnen over YouTube. Volgens hem heeft YouTube iets veranderd in haar logoritmes waardoor zijn views (en die van honderden collega’s) flink gekelderd zijn. Volgens PewDiePie gaat het vooral om de ‘suggested video’s’ waarmee hij normaal gesproken veel views binnenhengelt. Deze aanbevolen filmpjes leveren volgens de Zweed na november alleen maar oude meuk op en bovendien verschijnen er op de raarste momenten pornosuggesties. ,,What the fuck is going on YouTube?(...) Ik wil mijn publiek niet ophitsen, maar druk zetten op YouTube om deze fout te herstellen.’’ Interessant is dat deze welbespraakte, zakelijke gast zich keihard afzet tegen zijn voornaamste werkgever en het opneemt voor zijn collega’s; daar kunnen voetballers, wielrenners en politici nog een voorbeeld aan nemen.

 
 

Kerstcommercial van LINDA.tv

Kerstcommercial van LINDA.tv

Productiebedrijf Big Shots produceerde de kerstcampagne van LINDA.tv, een videoclip waarin alle LINDA-sterren een (bijzondere) variant op het nummer ‘Jingle Bells’ ten gehore brengen.

 
Naast Linda de Mol zijn echte LINDA-helden als Fred van Leer, Arie Boomsma, Bobbi Eden, Bastiaan van Schaik en de onvermijdbare Leco van de partij. In nauwe samenwerking met de redactie van de succesvolle app heeft de regisseur een clip ontwikkeld die de komende weken online, via de LINDA.tv app en op tv te zien zal zijn. Het is de eerste keer dat LINDA.tv een tv-commercial uitbrengt en tevens de eerste grote videocampagne.

De video is vanaf 7 december online en op tv te zien:

https://youtu.be/TKUbaCdoMUE

 

Franks Weekly: Over YouTubereclame, ZUS en RTLZ-ontslagen

Franks Weekly: Over YouTubereclame, ZUS en RTLZ-ontslagen

In Franks Weekly bespreken we het belangrijkste nieuws van de afgelopen marketing- en mediaweek in zeven features. Waar gaan maandag de gesprekken over bij de koffieautomaat, welke quotes inspireren en waarom maakte een tv-commercial indruk?

 
1: Het nieuws: Reclame YouTubers moet duidelijk zijn
Ze zijn wakker bij het Commissariaat voor de Media en de lijn  is duidelijk: ook online geen reclame voor kinderen tot 12 jaar en altijd aangeven als iets reclame is. Het CvdM mag op dit moment alleen toezicht houden op televisie, radio en on-demanddiensten, maar gaat het toezicht - door aankomende Europese regelgeving - uitbreiden naar andere media als YouTube. Zou daarmee een complete branche verdwijnen of wint de liefde voor het leuke filmpje het van het - vrij ordinair - zwaaien met repen en nagellak? Niet voor niets heten YouTubers natuurlijk ‘influencers’. Ze bouwen een publiek op en merken zijn bereid te betalen voor direct contact met dat publiek door een rol te pakken in het filmpje. YouTubers willen de massaal kijkende tieners beïnvloeden en merken spelen gretig in op deze ontwikkeling. Ze betalen om vrolijk met wat chipszakken te zwaaien (meestal gaat het iets subtieler, maar toch) en de kijkers - of hun ouders - wandelen naar de supermarkt omdat ze hetzelfde product willen als hun grote helden, niet wetend dat deze held aardig wat centjes krijgt overgemaakt om enthousiast te doen over de chips. Overigens is deze vorm zo oud als de weg naar Rome, de basis van commerciële televisie, check het succes van de GTST/WE Combinatie, maar het probleem is dat jongeren het onderscheid niet altijd kunnen maken tussen reclame en inhoud en daarom zijn er op tv wat regels.

 
Alles kan online
Als je de eigenaars van grote bedrijven die de campagnes bedenken voor merken en bedrijven ernaar vraagt, dan beginnen ze altijd over het zelfreinigende vermogen van internet. Bovendien wijzen ze er op dat hun filmpjes niet voor kinderen zijn gemaakt. Dat ze wel kijken is gewoon toeval en de schuld van de ouders. Dus als Enzo Knol zegt dat hij een bepaalde chips heel lekker vindt of Meisje Djamila niets liever doet dan met een bepaald schaartje knippen, dan hoort er reclame boven te staan, gewoon omdat dát is wat het is. Uitdaging: wanneer is iets voor kinderen bedoeld en wanneer niet? Madeleine de Cock Buning, voorzitter van het Commissariaat, tegen RTL Nieuws: ,,Ook online moeten er regels komen. Daar zitten kinderen en jongeren die heel gemakkelijk te beïnvloeden zijn.”

 
2: Het filmpje: Jonathan Pie
Met dank aan de leuke rubriek Speeches bij de Nieuws BV op NPO Radio1 dat elke maand de beste drie speeches selecteert. Jonathan Pie is het alter ego van de Britse acteur/comedian Tom Walker, een zogenaamde verslaggever die het nieuws verslaat en tussendoor in gesprekken op de redactievloer uitlegt wat hij echt vindt. Afgelopen week maakte hij een bijzondere ‘media-analyse’ van Trump die zeer breed gedeeld werd op social media. Pie: ,,Not everyone that voted for Trump is a sexist or a racist. How many times does the vote not have to go our way before we realize that our argument isn’t won by hurling labels and insults?... When will we learn that the key is discussion? If you are unwilling to discuss, then you are creating the conditions in which Donald Trump and people like him can thrive.”

 
https://www.youtube.com/watch?v=GLG9g7BcjKs

 
3: De persoon: Yordi Dam
Natuurlijk is DWDD soms een voorspelbaar programma dat graag mensen aan tafel uitnodigt met vrij linksige meninkjes, dat graag lacht om de spelfouten van mensen die iets verder van De Singel en Keizersgracht afwonen, maar er zit ook creativiteit in die redactie. Zo introduceerde de show Yordi Dam die iets aardigs doet op Instagram; hij onderzoekt het waarheidsgehalte van Nederlandse rapteksten en maakt daar creatieve diagrammen over. Dus als een rapper vertelt dat hij op een dag drie schatjes in Groningen had dan checkt hij dat even zorgvuldig. Waarom het werkt en wat de marketingwereld ervan kan leren? Het werkt omdat die Dam een enorme liefhebber is van Nederlandse hiphop en hij zijn creativiteit inzet om iets moois te maken. Dé trend van het decennium is dat je altijd wordt afgerekend op echtheid. Daarom doen YouTubers met een oprechte passie voor wat ze doen het ook goed op internet. Vergeet dus de reclame, de likes en de verkoopcijfertjes, maar ga op zoek naar de reden van je bestaan! In dat kader zijn de Shell StationStories trouwens wel geinig. Dat klopt wel….

 
4: De quote: ‘ZUS zeikt niet’
Om precies te zijn (met dank aan Marketingtribune.nl): ,,ZUS zeikt niet. ZUS is volwassen en nog steeds speels. ZUS zoekt diepgang, en waar het kan met een knipoog: interviews, reportages, portretten en nog meer ZUS & ZOOI. Kortom: alles wat vrouwen raakt, intrigeert, verrast en aan het lachen maakt. En waarom een nieuwe titel? Her en der is goede inhoud en humor wel te vinden, maar altijd versnipperd en verspreid. Ik wil graag een blad maken dat al die elementen en nog veel meer heeft. Meer een lees- dan een bladerblad. Vandaar ZUS.”
Dat zijn de woorden van ZUS-hoofdredacteur Marianne Verhoeven, het nieuwe blad voor vrouwen van de makers van HP De Tijd (uitgever Audax). We hopen het zo met haar. Wat zou het mooi zijn als die ouderwetse stapel dode bomen dat kleine gaatje in de markt gaat vullen. We hopen zo dat er nog ruimte is voor een vrouwentitel, eentje met inhoud; waar vrouwen die keihard werken om de top te halen een plek hebben. Of vrouwen die van kunst houden en van cultuur. Of is zo’n blad er al lang en begint de naam met een L en eindigt op inda?

 
5: De Commercial: Wie zoet is
Een dabbende Sinterklaas, het is weer eens wat anders. Bol.com slaagde erin om dé commercial te bedenken voor de Sinterklaasperiode en het scoorde ook nog eens een ultravette hit met Wie zoet is Krijgt Alles. Bijzonder is trouwens de terugkeer van Bram van der Vlugt, een aanbod dat hij niet kon afslaan. Uit het lied: ‘Na een jaartje series bingen in Zuid-Spanje’(…)‘Ik like kadootjes meer dan online kan, voor altijd ben ik jouw goedheiligman.’ En de vrolijk dansende Sinterklaas (met of zonder stuntman?) loopt helemaal zonder pieten door het pakhuis en dat komt het online warenhuis ook wel lekker uit natuurlijk, qua PR.

 
https://www.youtube.com/watch?v=9BxB3rNUZbc

 
6: Inspirerend:
Is het duo-interview tussen Daniel Ricciardo en onze Max een reclame van een half uur of gewoon een goed interview? In ieder geval is het ook een statement: bij Mercedes vechten ze elkaar misschien de tent uit, maar bij Red Bull zijn we vrienden. Het is gewoon een goed idee om de twee mannen in een ruimte te zetten en ze elkaar te laten ondervragen, met behulp van vragenkaartjes als basis. En natuurlijk is het niet journalistiek, maar moet dat altijd het criterium zijn? Bovendien willen media als AD.nl en Metro het interview dolgraag plaatsen, want die twee bij elkaar krijg je niet zo makkelijk voor je cameraatje en Red Bull levert het allemaal gratis aan. Het interview tussen de F1-teamgenoten is volledig door het mediahuis van Red Bull gemaakt, maar er is helemaal niemand die zich daaraan stoort. De perfecte PR dus.

 
7: Het cijfer: 15
Vijftien mensen verliezen hun baan bij RTLZ, dat flink op de schop gaat vanwege tegenvallende kijkcijfers. Z Today en @Z  - programma’s die geld kosten - gaan verdwijnen terwijl gesponsorde ‘shows’ - die geld opleveren - als Bright TV en ‘De Groei Challenge’ blijven. Zo gaat dat bij een commercieel station. Waarom is het zo lastig om een zakelijke zender in de lucht te houden? Misschien is het medium televisie gewoon niet langer geschikt voor een nieuwkomer naast FD en BNR; veel te breed en te duur om te maken. Stel dat jij een goedlopend meubeldesignmerk exploiteert, welke content zou dan relevant zijn? De vakbladen die online en offline berichten over de internationale beurzen? Ja natuurlijk.. Maar een programma met algemeen beurs- en ondernemersnieuws misschien wat minder. Daarom is een talkshow over de marketingwereld ook zo’n goed idee, maar dat terzijde.

 

Blendle bewijst welke content wel en niet werkt

Blendle bewijst welke content wel en niet werkt

Blendle lijkt goed bezig - hoewel concreet bewijs daarvan ontbreekt - en de vraag is of dit succes de wetten van een goedlopend verhaal definitief gaat veranderen. Welke verhalen doen het goed bij de online lezende twintigers en dertigers en welk genre koppen werkt goed online?

 
Blendle is nog niet uitgegroeid tot dé monopolist voor lange online verhalen, maar het bedrijf van Marten Blankesteijn en Alexander Klöpping lijkt wel een eind onderweg. De mannen zijn niet zo van het openbaar maken van cijfers (want dan wankelen de afspraken met uitgevers?), maar in augustus werd bekend dat Blendle de grens van een miljoen gebruikers was gepasseerd, hoewel niet duidelijk is welke omzet daarmee wordt gehaald, omdat je immers per artikel betaalt.

 
Jonge doelgroep
Wat in ieder geval klopt is dat Blendle zich vooral op twintigers en dertigers richt, een doelgroep die leek afgeschreven voor bladenmakers omdat ze liever op internet rondhangt dan in de AKO. Behalve de vraag of Blendle inderdaad echt dé standaard gaat worden voor online verhalen - want wat is het irritant dat je elke weer van alles moet invullen voor je bij de lange verhalen van Volkskrant/NRC/Parool uitkomt terwijl je gewoon een Blendle-accountje hebt - is het aardig om eens te kijken naar de inhoud; welk soort verhalen doet het goed op Blendle? De mannen hadden iets meer dan twee jaar geleden de nobele ambitie om het lange verhaal weer een kans te geven, maar kunnen ze die ambitie waarmaken?

 
Top 100
In de Top 100 van best verkochte verhalen van 2015 staan weliswaar geen aantallen, maar het valt direct op dat de ‘zelfhulpverhalen’ het goed doen. ‘Een maand zonder alcohol’ bijvoorbeeld staat op 2,achter het laatste interview van Joost Zwagerman. De journalistieke vaksite Villamedia publiceert elke maand een Top 5 met de meest populaire verhalen en op die basis is er ook wat over te zeggen. Ook in 2016 lijken de populairwetenschappelijke verhalen - categorie: hoe word ik gelukkig/succesvol/rijk/een vrouwenmagneet? - het zeer goed te doen.

 
Wat verkoopt?
Jan-Jaap Heij, eigenaar van Reporters Online, kan daar wel iets over zeggen, want hij zorgt ervoor dat auteurs direct op Blendle publiceren, zonder tussenkomst van een uitgever dus. Heij weet precies hoeveel verhalen ‘zijn’ auteurs verkopen en deze wetten gelden eigenlijk voor alle Blendle-verhalen. Over het succes van de populairwetenschappelijke verhalen heeft de uitgever wel een theorie. ,,Persoonlijke groei is een belangrijk thema onder hoogopgeleide twintigers en dertigers en bovendien is er op dat gebied weinig concurrerende gratis content. Het staat allemaal in bladen zoals Quest en Psychologie Magazine die het goed doen, maar als die generatie bij een boekhandel staat, komen ze simpelweg niet op het idee om een blad te kopen. En ze hebben zeker geen abonnement in veel gevallen.”

 
Het definitieve verhaal
Een andere categorie die het in de ogen van Heij goed doet is ‘het definitieve verhaal’. Het gaat om goede verhalen die aansluiten bij de actualiteit en die binnen deze thematiek spraakmakend zijn. ,,Er zijn veel verhalen over Trump, maar zo’n interview met Geert Mak waarin hij stevige uitspraken doet, kan je in die categorie plaatsen. Het gaat erom dat iemand met autoriteit die je nog niet hebt gehoord iets over een actueel thema zegt dat werkt. Het moet echt een inhoudelijk verhaal zijn. Al die interviews met zomaar BN’ers doen het bij Blendle helemaal niet zo goed, terwijl magazines daar misschien nog wel in geloven,” stelt hij.Hij legt uit dat zo’n definitief verhaal in Blendle niet te vergelijken is met de voorpagina van een krant of tijdschrift. ,,Het gaat echt om kwaliteit, lezers willen echt de verdieping zien in de vorm van goede bronnen, mensen met autoriteit.”

 
Behoefte aan kwaliteit
De behoefte aan kwaliteit zie je ook terug bij een ander populair thema: misdaad. Je zou verwachten dat spectaculaire verhalen over Hells Angels het goed doen op Blendle, maar daarin heeft de lezer niet zoveel interesse, legt Heij uit. ,,Ook daar is originaliteit belangrijk. Het moet echt anders zijn dan anders. We hadden laatst een verhaal over een serie Amerikaanse vliegtuigkapingen en dat liep heel erg goed.”
Tot slot is het een trend dat persoonlijke verhalen het goed doen. Journalisten die een maand niet drinken en bij zichzelf onderzoeken wat er dan allemaal gebeurt in je leven. Heij: ,,Dat is een beetje de Vice-wet; maak het persoonlijk, maar zeg ook iets over de buitenwereld. Wel is het belangrijk dat journalisten dan een relevant thema pakken waar meer over te vertellen is dan je eigen bevindingen.”

 
Blendle zelf
De analyse van Heij sluit aan bij de mail van Blendlebaas Marten Blankesteijn die ik kreeg als antwoord op de vraag of hij iets meer kan vertellen over wat er - inhoudelijk - goed werkt op Blendle. De mede-eigenaar onderscheidde een viertal grote thema’s en voorzag ze van - soms prikkelend - commentaar:

1. Verhalen over persoonlijke problemen waar grote groepen mensen mee kampen: Stress, Suiker eten, Opvoedingsvragen,,Daar wordt vaak laatdunkend over gedaan, maar daar ben ik het niet altijd mee eens. Natuurlijk is de oorlog in Syrië ook belangrijk, maar ik vind het ook veelzeggend dat zoveel mensen met stress- en werkdrukgerelateerde vragen zitten. En het is ook zeker niet zo dat ieder verhaal hierover goed verkoopt. Het moet uitgebreid zijn, waarin je een bepaald thema helemaal uitlegt en/of een echte expert aan het woord laat. Liefst iemand die echt een beetje beroemd is geworden op dit thema.”

2. Heel goed geschreven Human Interest-verhalen,,Mensen die een ziekte, aanslag of zo overwinnen, mensen die sterker door strijd bovenkomen. Ook hier geldt: niet ieder verhaal is direct populair. Het moet echt goed opgeschreven zijn, mensen lezen dit om mee te leven, zich in het onderwerp van zo’n verhaal te verplaatsen. Als de schrijfstijl (of opmaak!) van zo’n verhaal je telkens doet botsen, dan werkt het dus niet. Het moet echt moeiteloos lezen, wat een groot schrijftalent vraagt. Echte uniciteit doet het hier ook goed. Een van de best verkopende verhalen is bijvoorbeeld dat van een vrouw die zelf haar zielenroerselen opschrijft (met behulp van een journalist) nadat ze plotseling doorleeft nadat ze eerst dacht dat ze nog maar een jaar te leven had. Ook crime kan het in dit verband goed doen, maar dan moet het wel verder gaan dan gewoon beschrijven wat de eventueel schokkende feiten zijn. Maar als een verhaal zeer beeldend vanuit de kant van een slachtoffer wordt beschreven (of beter nog: de dader), kan het god werken.”

3. Interviews met Heel Erg Slimme mensen die uitgesproken durven zijn,,Bijvoorbeeld: een interview met Alain de Botton, Noam Chomsky. Durf dan ook echt de ruimte te nemen om op te schrijven hoe, waarom ze zo slim zijn. Niet als cv, maar hoe hij die indruk op jou, de journalist, maakt.”

4. Opinie,,Maar natuurlijk niet iedere opinie. Je moet echt bovenop het publieke debat zitten, een dag te laat kan echt een dag te laat zijn. En je moet feilloos aanvoelen wat het gesprek van de dag is. Ozcan Akyol is daar bijvoorbeeld erg goed in, hij heeft bijna altijd die koe bij de horens te pakken. Hij is ook echt populair nu vanwege de onderwerpen die hij iedere keer behandelt, niet omdat hij Eus is. Daarin verschilt hij van Youp of Bas Heijne, die vooral populair zijn omdat ze Youp of Bas Heijne (of Sylvia Witteman of ABC (Aaf Brandt Corstius, BH) zijn.”

5. Economie,,Misschien een vreemde eend in de bijt, maar begrijpelijke economische verhalen waar niettemin iets ingewikkelds wordt uitgelegd, kunnen heel populair worden. Als je heel goed weet uit te leggen (of iemand spreekt die heel goed weet uit te leggen) waarom de huidige huizenmarkt ons onherroepelijk naar de volgende crisis gaat leiden, dan kan je een populair verhaal schrijven. Er is hier wel sprake van een fine balance. Ons publiek is redelijk hoog opgeleid, dus oorzaak-gevolgredeneringen en vraag & aanbod-vraagstukken snappen ze wel. Maar als je het gaat hebben over de credit default swaps van een bank die ze nauwelijks kennen, haken ze wel af. Onderzoek waarbij ‘the one everybody loves to hate’ aan de schandpaal genageld wordt. Wanneer banken iemand keihard hebben belazerd. Wanneer je de farmaceutische industrie kapot kan maken. Wanneer accountants frauderen. Wanneer ‘de politiek’ er een potje van maakt. Let wel, dit is dus zeer zeker niet alle onderzoeksjournalistiek, zelfs niet als die heel goed opgeschreven is. Die verhalen over de Panama Papers boeit niemand, omdat ze veel te technisch zijn. Iemand had daar gewoon naartoe gemoeten.”

 Goede koppen doen het goed
Nou ja, goede tips natuurlijk die eigenlijk neerkomen op een belangrijk basisprincipe: goede, originele, inhoudelijke content rules op Blendle. Belangrijke kennis want de rol van het medium zal door deze manier van lezen natuurlijk steeds wat kleiner worden; wat maakt het uit dat een verhaal door de Volkskrant gemaakt is? Een goede zaak voor journalisten natuurlijk, hoe minder tussenschakels hoe beter. Blendle is - qua inkomsten - natuurlijk afhankelijk van de kwaliteit van de verhalen die nog steeds veel van de reguliere media komen en daarom informeert het uitgevers ook over de verworven inzichten. Zo stuurde Blankesteijn onlangs een mail rond met kennis over ‘de beste koppen’. Op Blendle gelden andere wetten dan in kranten en online en daarom fabriceren de hippe Blendle redacteuren voor de twee dagelijkse nieuwsbrieven al tijden hun eigen koppen. In zijn mail geeft Blankesteijn een aantal voorbeelden van een Oudhollandse kop (die niet werkt) en een moderne variant voor de online kiosk. De kop in de krant: ‘Slecht onderwijs: veel dyslexie’ waarvan de Blendle-redactie maakte: ‘Waarom zoveel kinderen tegenwoordig dyslectisch zijn, en wat we ertegen kunnen doen’. Het archaïsche ‘Eet niet voor twee, denk voor twee’ werd: ‘De helft van de zwangere vrouwen heeft geen idee hoeveel invloed voeding op haar kind heeft’. Inmiddels laat Blendle zelfs een wetenschappelijk onderzoek uitvoeren naar wat werkt en daar komen - hoewel nog niet afgerond - boeiende dingen uit, zo lezen we in ‘de mail van Marten’:

1. Dit soort woorden werkt goed,,Koppen die een signaalwoord bevatten (dat zijn dus woorden als deze, waarom en dit) resulteren gemiddeld in 16 procent meer clicks dan koppen zonder zo’n signaalwoord. Deze signaalwoorden verwijzen vaak naar iets wat in het artikel behandeld gaat worden, wat leidt tot nieuwsgierigheid en meer lezers.”

2. Slecht nieuws & goed nieuws,,Op het internet lees je vaak tegen dat negativiteit in een kop goed zou werken. De data van Blendle onderschrijft dat: titels met een negatief sentiment worden vaker aangeklikt. Maar hetzelfde geldt voor positieve koppen. Het maakt voor het aantal lezers weinig uit of een kop positief of negatief is. Het is belangrijker dat de kop een sentiment heeft; of dat sentiment positief of negatief is, is minder belangrijk.’

3. Je moet de lezer direct aanspreken
,,Door het gebruik van voornaamwoorden spreek je een lezer direct aan, waardoor de lezer zich meer betrokken voelt bij het artikel en sneller het artikel zal lezen. De impact van voornaamwoorden is vrij groot: nieuwsbriefartikelen die begeleid worden door een titel met een voornaamwoord hebben gemiddeld maar liefst 25 procent meer lezers.”

4. Werken vragen in een kop? Nee!,,Dit komt misschien als een verrassing, zeker als je alle clickbaitartikelen op Facebook moet geloven, maar vragen in een kop werken niet. Artikelen uit de Blendle-nieuwsbrief die begeleid werden met een vraag als titel werden door 17 procent minder mensen geopend.”

5. Reden om geen getallen te gebruiken: ze werken niet,,Nog zo’n veelvoorkomend fenomeen op Facebook: lijstjes. Van 12 kattenfeitjes tot 18 inspirerende quotes, tegenwoordig lijkt alles in lijstjes te moeten staan. Maar wat blijkt uit de data van Blendle? Het noemen van een getal in de kop zorgt helemaal niet voor meer lezers. Dus je kunt stoppen met het geforceerd omschrijven van jouw artikel tot een lijstje. Getallen werken overigens ook niet slechter, dus als jouw artikel perfect geschikt is voor een lijstje is er ook niets wat je tegenhoudt.’

 
Conclusie
Hoopgevend voor journalisten die de ambitie hebben om veel voor Blendle te schrijven is de herwaardering van het ambacht. Met de hippe, stadse ex-baardies als doelgroep blijft het nog even lonend om goede, originele verhalen te maken over thema’s als misdaad, populaire wetenschap en actualiteit en die doelgroep wordt alleen maar breder natuurlijk. Wat wel verandert is dat je vooraf heel strak moet nadenken over een verhaal; welke bronnen ga ik benaderen die nog niet in het nieuws zijn? Ook kan het interessant zijn om je eigen persoonlijkheid in te brengen als journalist; waar loop ik zelf tegenaan en hoe ging ik daarmee om? Qua koppen rekent Blendle af met een paar internetmythes: geen vragen in de kop, de lezer direct aanspreken en zorg voor signaalwoorden. Goed om te weten toch?

 

Contentmarketing: journalisten gezocht

Contentmarketing: journalisten gezocht

Contentmarketing-goeroe Cor Hospes vindt dat er te weinig goede merkjournalisten rondlopen. De enorme vraag naar content wordt ondertussen ingevuld door mensen die het schrijfambacht niet onder de knie hebben. Wat is er precies aan de hand?

 
Cor Hospes - auteur van De Contentbijbel - begint zich echt een beetje zorgen te maken. Hospes kan geen enkele (jonge) journalist vinden die een fatsoenlijk verhaal op papier krijgt voor een merk of bedrijf. Regelmatig krijgt hij het verzoek van merken voor een inhoudelijk, gedegen verhaal. Er is dan ook voldoende vraag naar content en anders ligt er wel een vacatureverzoek van een bevriende relatie, maar zijn zoektocht naar schrijvers voor die verhalen is vaak tevergeefs. ,,Ik denk dat er nog weinig studenten journalistiek bestaan die kiezen voor het schrijven. Ik krijg dat vaak terug van die opleidingen: studenten willen veel liever voor tv-redacties werken,” vertelt hij. De ‘schrijfkwaliteit’ in ons land holt achteruit, zo vindt Hospes. ,,Ik heb nog een tijdje les gegeven op een Hbo-opleiding Communicatie en er werden zo ongelooflijk veel taal- en stijlfouten gemaakt dat de studenten niet eens toekwamen aan het verhaal zelf. Blijkbaar bekijken ze alleen nog social media-filmpjes en leest niemand meer een boek.”

 
Tv-programma over digitale journalistiek
Hospes vertelt over de Frans-Duitse cultuurzender Arte waarvoor hij jonge merkjournalisten zocht die wilden meewerken aan een tv-programma over digitale journalistiek. Hij zette de vraag uit via Twitter, maar het aantal reacties viel tegen. ,,Ik had met moeite wat mensen gevonden, maar zij wilden toch niet in het openbaar vertellen dat ze voor merken werken. Uiteindelijk wilden er twee - met een klein beetje tegenzin - wel meedoen. Het zou toch geweldig moeten zijn iets over je vak te vertellen?”

Heeft het misschien iets te maken met het slechte imago van contentmarketing? Halen goede journalisten toch nog steeds hun neus op voor merkverhalen? En zijn ze bang dat hun opdrachtgevers uit de reguliere media hun onafhankelijkheid in twijfel trekken? Je hoort toch nog steeds maar weinig mensen in de kroeg opscheppen over een geweldig verhaal voor Maggi? ,,Ik denk dat je gelijk hebt; de beste schrijvers gaan naar de kranten en tijdschriften. Tegelijkertijd is er veel vraag naar content, maar die wordt ingevuld door de F-klasse uit de journalistiek. Je moet voor de aardigheid eens een merkverhaal lezen in - bijvoorbeeld - de bijlagen van De Persgroep en de tranen springen je te vaak in je ogen. Alle kranten hebben contentbureaus, maar de kwaliteit is meestal allesbehalve krantwaardig.”

 
1872 werkloze journalisten
Toch is het bijzonder. Afgelopen juni ontvingen 1872 journalisten een WW-uitkering terwijl er dus voldoende vraag naar hen is. Zijn dat in potentie geen geweldige schrijvers voor automerken, banken en pensioenfondsen die allemaal behoefte hebben aan briljante content? Moet het UWV niet een paar klasjes gaan inrichten onder leiding van Hospes in plaats van dat het allerlei sollicitatiecursussen verzorgt? ,,Tja, ik denk dat deze journalisten niet zijn meegegaan met hun tijd. Zij willen nog steeds de grote verhalen maken voor opinietijdschriften, maar de wereld zit vandaag ietsje anders in elkaar. Je zou hen een GoPro-camera of iPad moeten geven, plus enkele cursussen internetjournalistiek en uitleggen wat er online allemaal mogelijk is.”

 
Over eigen ego heen stappen 
En moeten ze iets van merkjournalistiek weten? ,,Tja, jij weet toch ook dat de beste online magazines gemaakt worden door merken? Maar in essentie is het schrijven voor soortgelijke magazines niet anders dan schrijven voor een krant,” aldus Hospes. Is er echt geen enkel verschil tussen het maken van een verhaal voor Volvo en de bijlage van het FD? Kan iedere goede journalist de overstap maken als hij over zijn eigen ego heenstapt? (oefen deze zin hardop: ik heb een geweldig verhaal gemaakt voor Unox). Hospes: ,,Het helpt als je een beetje nadenkt over merkwaarden en -belangen, maar dat vind ik meer iets voor de hoofdredacteur die de verhalen uitzet. Als ik een opdracht krijg voor een verhaal dan is het mijn taak om de merkdoelstellingen mee te nemen in de briefing van het verhaal. Ikzelf ben de link tussen de journalistiek en marketing.”

 
Belang lezer voorop
Het omgekeerde geldt ook trouwens, zo legt Hospes uit. ,,Het is ook mijn taak om in de gaten te houden dat het belang van de lezer, kijker of luisteraar vooropstaat en niet het belang van het merk. Simpelweg omdat je je publiek niet voor de gek kan houden met allerlei reclameslogans. De lezer heeft er niets aan als hij álleen leest dat Volvo een geweldig merk is.” Hospes is van de school die niet gelooft dat een journalist voor Nu.nl of NRC in wezen onafhankelijker is dan een journalist voor KPN. ,,Dat vind ik zo’n onzin. Objectiviteit bestaat niet, want er is altijd een belang. Een krant moet ook verkocht worden, en o wee, denk ook aan je abonnees. Dus je zal in De Volkskrant niet zo snel een joechee-verhaal over Wilders lezen. Weet je wat ik wel een verschil vind? Een journalist wil nog wel eens zijn of haar eigen mening er tussendoor fietsen. Dat maakt het allemaal vaak wat frivoler, iets creatiever. Daar kom je in de merkjournalistiek toch wat minder makkelijk mee weg. Het is vaak ook een egodingetje van de schrijver natuurlijk.”

 
Aart Lensink: ‘Net-niet content scoort niet’
Conclusie van Hospes: er zijn weinig jonge schrijvende journalisten die op een aanvaardbaar niveau kunnen schrijven voor merken terwijl er voldoende te doen is. Journalisten moeten misschien beseffen dat de tijden van banen voor het leven voorbij zijn en een beetje journalist kan als merkjournalist een prima centje verdienen. Vraag is of zijn collega’s in dit relatief onontgonnen vakgebied dezelfde ervaringen hebben? Kunnen zij ook lastig goede journalisten vinden die graag in opdracht van bedrijven een goed/bijzonder/deelbaar verhaal maken?
Aart Lensink, mede-eigenaar van LVB Networks, het grootste contentbureau van Nederland, herkent wel iets in de analyse van Hospes. Hij kan voldoende ‘contentmakers’ vinden, maar de kwaliteit is meestal niet direct hoog. ,,Wat we zien is dat zeer veel journalisten het nét niet of helemaal niet snappen. Veel journalisten zijn gewend te werken voor - min of meer - bekende media met een vast lezers- of kijkerspubliek. Als je content maakt voor een merk moet die content echter concurreren met alle content die mensen al van bekende mediamerken consumeren. Je moet dus met iets speciaals komen. Wat we vaak zien is dat de redacteuren te snel doorsnee content produceren. Nét-niet content en die scoort niet. Daar hebben we niks aan.”

Lensink neemt nog wel eens wat tijd voor een kennismaking met journalisten. ,,Je moet een opdrachtgever leren kennen en ook onze manier van werken. Wat eigenlijk nooit werkt, is een losse opdracht voor een freelancer die iets moet maken voor een opdrachtgever. De content die hij of zij maakt - of het nu een video, een infographic of een artikel is - is dan zelden in één keer goed.’


‘Verhaal van journalist is niet zaligmakend’
De achtergrond van mensen maakt niet zoveel uit. Lensink: ,,Copywriters uit de reclame zijn vaak wat minder bedreven in contentproductie, journalisten zijn daar vaak wat beter in. Daar staat tegenover dat mensen met een reclame-achtergrond veel beter begrijpen dat er ergens een merkconnectie gemaakt moet worden. Journalisten geloven vaak echt dat hún verhaal, hun manier van schrijven, sowieso zaligmakend is en dat is dus zelden het geval.” Tijd voor een goede opleiding/cursus contentmarketing dus, eentje waardoor die 1800 mensen ook nog aan de bak komen? ,,Bijscholing is een must,” stelt hij. ,,Om te beginnen gaat het niet alleen om schrijven, maar ook om beeld. Een goede video is een video die vanaf de eerste seconde scoort op bijvoorbeeld Facebook. Dat luistert allemaal heel nauw. Journalisten zijn daar vaak niet mee bezig. De vraag is overigens of je bij dit onderwerp moet spreken van journalisten of redacteuren/contentmakers. Journalistiek vind ik in wezen een ander vak. De journalist als waarheidsvinder, daar heb je in contentmarketing niks aan. Het gaat om redactionele vaardigheden en specifieker: contentmarketing-vaardigheden. De redacteuren die nu niet goed vallen in ‘contentmarketingland’ onderschatten het vak. Ze begrijpen het marketingdeel vaak niet. Ze zien vaak niet dat ze onderdeel zijn van een contentstrategie, waarbij content op verschillende momenten voor verschillende doelen wordt ingezet. Kortom, ik zie nog veel ontwikkelkansen voor redacteuren. Pardon: journalisten.”

 
Lengte geen bezwaar
Henk Jacobs, eigenaar van Scripta Communicatie, herkent de analyse van Hospes ook, maar die gaat wat minder op voor de ervaren journalisten waarmee het bureau samenwerkt. ,,Wat opvalt is dat journalisten in ‘ons soort media’ letterlijk veel meer ruimte krijgen om een verhaal echt uit te diepen. Als wij iemand van bijvoorbeeld De Nederlandsche Bank of het Europees Parlement interviewen over pensioenwetgeving, en het verhaal is relevant, dan mag dat zomaar twee of drie spreads innemen. In die zin zie je dat de customer media veel minder lijden aan de, door redacties vaak zelf opgelegde, gesel van de short copy dan de zogenaamde vrije media. Journalisten uit die laatste hoek vinden het kortom fijn om voor ons te werken. Wat ik wel herken in de kritiek van Cor, is dat de jongste garde journalisten nog niet de senioriteit heeft voor de meer ingewikkelde content. Maar dat is niet zo raar, want dat kost tijd. Ook valt me op dat ze vaak nog weinig praktisch besef hebben van de marketing van content. Het ontmoet nog wel eens een wat mistige blik als je vertelt dat de content niet alleen gemaakt moet worden, maar dat je ook moet activeren om de content aan de man te brengen.”

Franks Friday Weekly Nieuwsbulletin

Franks Friday Weekly Nieuwsbulletin

In Franks Weekly vatten we het belangrijkste nieuws van de afgelopen marketing- en mediaweek samen in zeven features. Waar gaan maandag de gesprekken over bij de koffieautomaat, welke quotes inspireren en waarom maakte een tv-commercial indruk?

 
1: Het nieuws: Trump
Je kan er niet omheen, zeker niet in de wereld van media en marketing. De winst van Donald Trump die niemand zag aankomen. Wekenlang schoven kenners aan in tv-programma’s en nooit was er eentje die zei: let op die Trump, hij kan wel eens een heel eind komen. Nou ja, alleen Robert Jensen dan. In DWDD en Pauw was er aan de vooravond van de verkiezingen helemaal niemand te vinden die een andere analyse over het succes van Trump kon geven dan: zé zijn ontevreden. Zelfs op de dag ná de zege van Trump wist niemand het Trump-succes te duiden, behalve dan Bas Heijne, de koning van alle columnisten die precies weet waar de pijn zit van de ontevreden kiezers (gewoon omdat hij het graag wil weten). Het bijzondere aan een programma als DWDD is natuurlijk dat het ook onderdeel is van het probleem; veel mensen (check anders #dwdd eens rond 19 uur) wantrouwen die immer keurige formulerende, prettig levende grachtengordeljongens en -meisjes. Natuurlijk zegt Trump allemaal domme dingen, maar juist dan is het interessant om de analyse te maken.

 
Authentiek merk
Leuk was trouwens de analyse van personal branding specialist Marc van Eck op Marketingtribune.nl die uiteenzette dat het succes van Trump ook wel eens iets met het authentieke van het merk Trump te maken kan hebben. Het is allemaal niet zo subtiel en soms veel erger dan dat, maar het is in ieder geval oprecht en niet gestileerd. Zo lijkt het. ,,Hillary is natuurlijk het echte voorbeeld van een onecht merk. In alles voel je dat zij alles probeert te doen om maar aan de macht te komen. Wie zij zelf is en wat haar karakter is, blijft onduidelijk. Naar verschillende doelgroepen vertelt zij andere verhalen en doet zij zich anders voor. Haar speeches voor Wallstreet-bankiers waren hiervan wel een afschrikwekkend voorbeeld,” aldus Van Eck. Interessant is de analyse dat Facebook een grote bijdrage heeft geleverd aan het succes van Donald Trump, iets wat frank.news al eerder liet zien. Facbook zou weinig zicht hebben op de vele fakeberichten die massaal door de aanhang van Trump gelezen worden.

 
2: Het filmpje: John Lewis
Er werd lang naar uitgekeken; de kerstcommercial van supermarktketen John Lewis. Er is deze keer, zo valt te lezen op adformatie.nl en frank.news, gekozen voor een variant die niet zo zwaar is, waarin wat te lachen valt in plaats van te huilen. Craig Inglis van de supermarkt: ,,Je kunt wel zeggen dat 2016 een zwaar jaar was, dus we hopen dat onze commercial mensen doet lachen.” Tja, je moet ervan houden. Een klein meisje krijgt een trampoline voor haar verjaardag, haar vader zet hem ’s nachts al helemaal in elkaar waarop alle dieren van de buurt hem even uitproberen. De hond van het huis kijkt dat allemaal een beetje beteuterd aan, maar springt er de volgende ook op. Hi-la-risch. Classic is natuurlijk Man on the Moon’ van vorig jaar, die meer dan 25 miljoen werd bekeken.

 
3: De persoon: Oscar van Gelderen
Geen reclameman, maar wel een briljant marketeer. Hij maakte een afspraak met Astrid Holleeder voor het schrijven van een boek over haar broer Willem. Iedereen is natuurlijk geïnteresseerd in dat echte verhaal van ‘the artist formerly known as the knuffelcrimineel’. Van Gelderen liet het bijzondere verhaal (over medialogica gesproken: de moeder van Willem geeft in het boek commentaar op het optreden van haar zoon in College Tour. Lees dat eens als je denkt dat media altijd de waarheid spreken) vanwege de uitlekkansen in het buitenland drukken en schreef alle boekhandels een mail: er komt iets op de markt dat jullie zeker willen hebben, dat binnenkort op 1 in de bestsellerlijst komt, maar waar verder geen mededelingen over worden gedaan. Er volgde op vrijdagavond publiciteit bij Humberto Tan, de volgende dag een goed interview in De Volkskrant van topinterviewster Antoinnette Scheulderman en zaterdag waren de eerste 80.000 exemplaren zo uitverkocht. Heel klassiek; een hele sterke pr-campagne, een product dat mensen graag willen hebben en zo nu en dan wat schaarste. Werkt prima, vooral op een markt waarbij de doelgroep wat ouder is en dus nog op de klassieke manier te bereiken is.

 
4: De quote: Marketing in the age of Trump
‘The Trump campaign story made compelling copy for editors and often his headline-grabbing antics served to distract attention away from Clinton’s own campaigning. This was a conscious tactic by Trump, who made a point of responding quickly on social media or at his own rallies to Clinton’s public pronouncements, thereby hijacking her airtime.’ Mooi stuk op  Marketingweek.com over de marketingmethodes die Trump hanteert om de verkiezingen te winnen. De bovenstaande quote slaat op een beproefde strategie dat elk nieuws wat Clinton de wereld in helpt direct wordt overgenomen door Trump. Dat blijkt een succes, want Trump werd veel meer besproken op social media. Op twitter haalde hij van juli tot september 40 miljoen mentions terwijl Clinton, maar tot 26 miljoen kwam. Richard Huntington, chief strategy officer bij reclamebureau Saatchi & Saatchi, denkt dat het succes te maken heeft met de kennis van ‘de gewone man’ van Trump (die zelf natuurlijk verre van gewoon is). ,,The success of Trump and of the Leave campaign in the EU referendum is in knowing their audience. While I would be politically on the opposite side of the fence to both of them, I can’t but help admire them. They offer great lessons for marketers about knowing your audience.’ Hij vond ook dat marketeers kunnen leren dat Trump een duidelijke positie koos  en dat bracht met zelfvertrouwen. ‘Both Clinton and Trump tried to build a coalition of different types of voters, but it was Trump’s that ultimately triumphed.”

 
5: De Commercials: ING en Volkswagen
Op Twitter en Facebook kwamen afgelopen week twee hele aardige commercials voorbij die prima passen bij de storytellingtrend. In de ING-versie vergelijken de makers de situatie met betalen van 1996 met 2016. Je ziet aan de ene kant een gabberachtige jongen die geld overmaakt met een girokaart en zijn saldo bellend checkt en aan de andere kant gaat dat allemaal iets soepeler via een app, maar de jongen ziet er niet gelukkiger uit. Aardig gedaan, niet zoveel mis mee. Iets mooier nog, wat meer verhalend nog is de versie van Volkswagen, waarbij twee vrienden vertellen over hun liefde voor elkaar en voor de Volkswagen Transporter waarin ze alles hebben meegemaakt. Ze vertellen welke momenten ze allemaal gedeeld hebben met elkaar en met de vrouwen die er ook wel eens in zaten. ,,Voor een vrouw is het maar oud ijzer, maar voor mij is het edelmetaal. Een vrouw klaagt, maar zo’n ding klaagt nooit.”

 
https://www.youtube.com/watch?v=VgGcspY0i4c

 
 
https://www.youtube.com/watch?v=dEXykUrtXIE

 
 
6: Inspirerend: Singles Day
Singles Day was ooit een klein evenement op het Chinese ‘Nanjing University’;  op 11 november vierden jonge singles daar dat ze vrijgezel waren. In 2009 transformeerde Jack Ma, baas van het grote Chinese internetbedrijf Alibaba, dit evenement in ‘het feest van de liefde’ en hij ging het commercieel claimen onder de noemer ‘Double 11’, een term die alleen mag worden gebruikt door bedrijven van Ma. Het werd een soort Valentijnsdag om de liefde te vieren. De omzet van Alibaba’s webshops steeg op die dag van 5,8 miljard dollar in 2013 tot 9,3 miljard in 2014, 14,3 miljard in 2015 en voor dit jaar komen de cijfers vandaag binnen. Vorig jaar was er een tv-special van drie uur ter ondersteuning van de ‘Double 11 deals’ met Daniel Craig en Kevin Spacey. Dit jaar hebben 40.000 retailers deelgenomen.

7: Het cijfer: 30 procent
 
Uit het jaarlijkse jaarlijkse Global Mobile Consumer Survey blijkt dat 30 procent van de Nederlanders die aan het onderzoek meedeed, discussies hadden gehad met hun partner of ouder over het intense gebruik van de mobiele telefoon. De tijdstippen waarop we onze appjes en facebookberichten checken worden ook steeds gekker: 54 procent van de ondervraagden tussen de 18 en 24 jaar doet dit op een tijdstip waarop ze eigenlijk op bed horen te liggen.

Nederlanders zijn, zo blijkt het verhaal op Dutch Cowboys, koning van het bankieren met onze mobiel; alleen in Zweden doen mensen dat meer.

 
 

Hoe Jumbo en Max samen volwassen worden

Hoe Jumbo en Max samen volwassen worden

Jumbo is de enige echte challenger van Albert Heyn en het Brabantse merk klopt steeds een beetje harder op die degelijke deur van Zaanse snit. Zou het merk Jumbo - dus met het gezin van ‘Franks Lammers’ en Max Verstappen in de gelederen - klaar zijn voor een aanval op de bestaande orde?   

 
Het gaat goed met het merk Jumbo. In de recent gepubliceerde - en tikkie vage -  Top 40 van sterke merken staat het op de tweede plaats achter AH. In het jaarlijkse merkenonderzoek van Hendrik Beerda is het de grootste stijger in vergelijking met 2015 en inmiddels heeft het Noord-Brabantse bedrijf een marktaandeel van 17,4 procent - AH 35 procent, dat dan weer wel. Voor je, ehhh mijn gevoel (man, gezin, vinex met twee Jumbo’s die iets verder fietsen zijn dan de Hoogvliet en de AH) is Jumbo echt een volwaardig alternatief geworden voor AH en dat heeft het familiebedrijf in een paar jaar tijd knap gerealiseerd. Natuurlijk is het marktaandeel toegenomen door de omvorming van alle C1000 en Super de Boer-supermarkten, maar het lijkt erop dat het bouwen aan het mérk Jumbo ook een succesvolle exercitie is; die Frank Lammers-commercials zijn sympathiek en de associatie met Max Verstappen is een hele sterke. Wie zegt nog steeds dat sponsoring geen effect heeft? Als je het maar integreert met je andere marketingactiviteiten. Vinden gerenommeerde merkexperts de familie Van Eerd geniale merkenbouwers en verwachten zij dat AH zenuwachtig wordt nu de redelijk normale ‘supermarktmanager’ is vervangen door ‘grootstedelijke highbrow-commercials’ over ambachtelijke makers?

 
Lefgozertje in de retailsector

,Jumbo doet het briljant,” vindt retailexpert Paul Moers. ,,Tijdens de crisis hebben ze hun nek uitgestoken door andere supermarkten aan te kopen en daarvan plukken ze nu de vruchten. Jumbo is het lefgozertje in de retailsector door hoge service te bieden tegen lage prijzen. Ze zijn ‘the outlaw’, het merk dat de boel komt opschudden en die gevestigde orde is natuurlijk AH. Daarom past iemand als Max Verstappen ook zo goed bij Jumbo. Die is niet alleen heel goed, maar ook een tikkie rebels en daardoor win je aan sympathie.” Moers is enthousiast en daar moeten we wel een kleine nuance bij maken, want Moers zelf adviseerde Jumbo vier, vijf jaar geleden om dat rebelse imago te kiezen. Om precies te zijn formuleerde hij met Jumbo samen de merkbelofte; beter, anders en goedkoper. Denkt Moers dat Jumbo klaar is voor de volgende stap? Een directe aanval op AH, puur op basis van het bouwen aan een sterk merk? ,,Dat marktaandeel van 19 procent kan nog wel stijgen, hoor. Richting de 25 procent moet kunnen, maar bij AH zitten ze niet te slapen. Ik vind dat ze daar de opvolging van Harry de supermarktmanager heel goed op orde hebben. Doordat medewerkers vertellen over hun liefde voor producten komt er wat meer persoonlijkheid in het merk, wat minder afstand. Dat is knap gedaan. Kijk, over vijf jaar tijd zal de wereld van supermarkten er anders uitzien. Dan zijn er waarschijnlijk nog iets van vier grote spelers die de markt verdelen. Ik denk wel dat het merk Jumbo sterk genoeg is om daarbij te horen en dat is nu de uitdaging.”

 
Gedurfde aanvaller

Volgens Hendrik Beerda wordt Jumbo inderdaad gezien als de grote uitdager van AH, zo blijkt uit zijn jaarlijkse retailonderzoek. ,,Jumbo wordt vooral gezien als de gedurfde aanvaller van het enigszins arrogante Albert Heijn-bolwerk. Jumbo wordt als losser, vrolijker en ondernemender gezien dan AH én vooral ook als een belangrijke prijsconcurrent.” Zou er een gerichte aanval op te zetten zijn op basis van dat uitgangspunt? Kan het tikkie provinciale Jumbo de strijd aan met de grote stad? CEO Frits van Eerd gaf eerder in de Volkskrant aan dat Jumbo AH online in vijf jaar tijd van de troon wil stoten. Volgens Ilan Roos van Idephix merkingenieurs doet Jumbo het prima, maar moeten we niet te veel waarde hechten aan termen als ‘outlaw’ of ‘challenger’. In de categorie ‘supermarkten’ spelen emoties in zijn ogen namelijk een minder grote rol bij de keuze. ,,Ik denk dat slechts een klein gedeelte van de mensen naar Jumbo gaat omdat ze het merk zo leuk of anders vinden. Ze kiezen vooral een supermarkt op basis van bekendheid, nabijheid, prijs en assortiment. In mijn ogen moet Jumbo vooral die factoren op orde hebben om nog verder te kunnen groeien. Misschien komt het niet zo handig uit voor je verhaal, maar zo denk ik er gewoon over,” aldus Roos.

 
Herkenbaarheid belangrijk

Het mooie aan de visie van Roos is dat hij op basis van deze stellingname merken wel als belangrijke succesfactoren ziet. ,,Bij de genoemde overwegingen om een supermarkt binnen te lopen, spelen bekendheid en herkenbaarheid een grote rol. Als je kan kiezen tussen vier supermarkten zal je niet snel die winkel nemen die je helemaal niet kent. In dat opzicht is het zaak dat Jumbo blijft bouwen aan haar bekendheid en opvallendheid. En dat doen ze uitstekend,” zegt hij. Roos vindt de keuze voor het gezin onder leiding van acteur Lammers een hele gelukkige. ,,Gezin, ontbijt, boodschappen doen; allemaal sterke associaties voor de categorie supermarkt. Dat doet Jumbo beter dan AH op dit moment. ‘Ze’ zijn daar dus relevant en ook nog op een leuke opvallende manier. Ik vind ook dat ze dat zwart-gele merk heel stevig hebben gepositioneerd. Dat is een duidelijk herkenbaar beeld. Het is allemaal consistent.”

 
Aanvalletje op AH?

Even terug naar de vraag; AH is marktleider met 35 procent marktaandeel, Jumbo heeft bijna 20 procent. Is de positionering als gezinsmerk, de grote uitdager met toch een tikkie provinciaals Vinex-karakter een goede? Is het merk Jumbo klaar voor een aanval of moet het dan simpelweg meer supermarkten gaan regelen/kopen? Dat vragen we aan Mary Hoogerbrugge, eigenaar van De Positioneerders. ,,Jumbo positioneert zich natuurlijk als merk voor het gezin door de reclames met Frank Lammers. Ze willen bovendien het merk voor alle Nederlanders zijn en daar past iemand als Max Verstappen heel erg goed bij,” zegt zij. Hoogerbrugge legt uit hoe comfortabel het is voor Jumbo om de rol van challenger te hebben. ,,Terwijl AH typisch het spel speelt van de marktleider - het komt altijd met nieuwe initiatieven zoals destijds een app en de rol van afhaalpunt via Bol.com -, kan Jumbo rustig wachten op al die initiatieven, om het beter en goedkoper na te doen.”

 
Rebels of volwassen

Hoogerbrugge vat de uitdaging voor Jumbo en AH als volgt samen: ,,AH loopt het gevaar dat mensen je als afstandelijk en arrogant beschouwen. Dat gebeurde natuurlijk een paar jaar geleden met de prijzen die te hoog werden en een aanbod dat niet meer goed aansloot. Het gevaar voor Jumbo als uitdager is dat je wel lekker rebels kan zijn, maar dat mensen na een tijdje wat meer volwassenheid verwachten. Ben je dan nog rebels of komt daar iets anders voor terug?”

 
Samen met Max
Dat is het natuurlijk. Jumbo zit in dezelfde positie als Max Verstappen. Net als Max is Jumbo de jonge, frisse uitdager van de bestaande orde die het spel bij voorkeur op zijn manier speelt en niet altijd openstaat voor de ongeschreven regels van de anderen. Die aanvalsdrift levert altijd spektakel op en dat maakt je populair, maar je gaat ook fouten maken door overmoed. Misschien moet Max eens met vaderfiguur ‘Frank Lammers’ in een tv-commercial gaan praten, puur omdat hij wat meer van het leven heeft gezien. Let maar op; Verstappen gaat samen met Jumbo de komende jaren volwassen worden en als het zover is dan krijgt de oude garde het moeilijk, heel moeilijk.

 

FRANKS FRIDAY WEEKLY NIEUWSBULLETIN

FRANKS FRIDAY WEEKLY NIEUWSBULLETIN
In Franks Weekly vatten we het belangrijkste nieuws van de afgelopen marketing- en mediaweek samen in zeven features. Waar gaan maandag de gesprekken over bij de koffieautomaat, welke quotes inspireren en waarom maakte een tv-commercial indruk?
 
1.    Het nieuws: PietengedoeRTL bracht naar buiten dat er vanaf heden geen Zwarte Pieten meer te zien zijn op de zender, maar alleen nog Pieten met wat zwarte vegen van het roet. Bovendien is er vanaf 2017 geen enkele ouderwetse Piet te vinden in de reclameblokken. De NTR, traditioneel gezien ‘thought leader’ in deze discussie, liet nog niks los over de plannen van het Sinterklaasjournaal, hoewel de omroep heel slim via Hanneke Groenteman spinde dat er wel degelijk iets gaat veranderen.
Interessant was trouwens niet de traditionele discussie die daarna ontstond tussen fanatieke voor- en tegenstanders, maar twee tegengestelde visies op de argumentatie van de beslissing van RTL. Columniste Sheila Sitalsing zei in de Volkskrant dat de markt simpelweg haar werk had gedaan. De meerderheid trekt het niet meer dat er een stereotype van een slaaf wordt neergezet en dús volgde er actie. Net zoals Nickelodeon alweer een jaartje met witte Pieten werkt, wat verder helemaal niemand is opgevallen. WNL-mediawatcher Mark Koster had echter een ander verhaal, dat iets logischer lijkt; volgens hem was het vreemd dat de RTL-leiding zo’n beslissing nam omdat het merendeel van de achterban juist helemaal niet grootstedelijk genoeg is om voorstander te zijn van een wat blekerige Piet. Zou er misschien iets meer in het laatste kunnen zitten? De directie van RTL, die de connectie aan het verliezen is met de gemiddelde kijker. Zouden daarom de kijkcijfers ook een beetje teruglopen de laatste maanden? En Halbe Zijlstra? Zou hij echt een groot liefhebber zijn van de Piet in Oudhollandse vorm of probeert hij misschien een paar zeteltjes van de PVV-fans mee te pikken?

 
2.    Het filmpje: Trump TV op Facebook LiveHet lijkt een noodgreep om de verkiezingen te winnen, maar het is wel een boeiende ontwikkeling. Vanaf afgelopen week is Donald Trump elke dag te bewonderen op Facebook Live. Hij debuteerde op het nieuwe medium met een verhaal van de campagneleider die (natuurlijk) vertelde er nog in te geloven, maar de vraag is of het kanaal, dat uitzendt vanuit de Trump Tower, een voorbode is voor Trump TV. Hierover wordt namelijk gespeculeerd; als de showman na 8 november niet in Het Witte Huis komt dan begint hij een (nog) rechtsere variant van Fox. Boris Epshteyn van het campagneteam verklaarde het prettig te vinden om via Facebook de gebruikelijke media te omzeilen, daar die in zijn ogen echt tegen de man zonder toupet zouden zijn. Er keken nu nog maar 80.000 mensen naar de ‘zender’, maar het zou toch heerlijk zijn voor iemand als Trump als hij wel bereik heeft, maar geen last van kritische vragen. Check ook de mening van voormalig Telegraaf-hoofdredacteur Sjuul Paradijs in gesprek met media-expert Marianne Zwagerman.

 
3.    De persoon: Karin de GrootHet gaat nog niet superslecht met SBS6, maar het grote probleem is dat de zender het op primetime altijd aflegt tegen RTL en NPO1. Karin de Groot moet als zendermanager zorgen voor de programma’s die de campingzender van weleer weer geliefd gaat maken. De Groot is afkomstig van producent IDTV waar ze vijf jaar lang de baas was. In het verleden werkte ze als programmaleider van Net5 en dertien jaar bij Endemol. Dat laatste komt mooi uit, want het wordt natuurlijk haar voornaamste uitdaging om John de Mol te bewegen om zijn kijkcijfersknallers voor SBS te maken in plaats van ze weg te zetten bij RTL, omdat daar nu eenmaal pretere presentatoren zitten in zijn ogen.
In de voetbalwereld is het gebruikelijk om de statistieken te checken van een aangetrokken spits, zodat er iets over de toekomst te zeggen is. Het is immers een lastig vak; bij welke kijkers valt er nog iets te winnen en welke programma’s horen daarbij? Moet er misschien een jonge presentator/presentatrice komen die aanspreekt bij het grote publiek? Bij Net5 werd De Groot in 2010 ontslagen omdat ze het niet voor elkaar kreeg. Daarover in Elsevier: ,,Ze wilden de zender platter maken om een grotere doelgroep te bereiken. Ik weigerde daaraan mee te werken. Nee, het is daarna zeker niet beter gegaan met Net5. Interessant, hè? Maar ik moet ook de hand in eigen boezem steken. Ik heb geen hit als Expeditie Robinson weten te brengen. Dat was wel de bedoeling.” Gelukkig kunnen mensen veel leren.

 
4.    De quote: ‘addressable tv niet alleen hosanna’Titus Eikelboom van mediabureau Stroom spreekt in zijn blog op Adformatie.nl over addressable tv waarmee Ziggo-dochter Telenet in België gaat experimenteren. Dat wil dus zeggen dat de zender een reclameboodschap op maat kan versturen naar kijkers (om preciezer te zijn: de adverteerder kan gebruikmaken van 112 manieren om te segmenteren). Dit systeem wordt uiteindelijk ook in Nederland gelanceerd, zo is de verwachting. Eikelboom legt de mogelijkheden uit, maar is ook kritisch. ,,Het is echter niet alleen maar hosanna voor de kijker en de adverteerder. Het gehele systeem staat of valt uiteindelijk bij wat de kijker toestaat. In hoeverre zal de Nederlandse tv-kijker zijn gegevens willen delen om uiteindelijk meer relevante reclame te zien? En wat verstaan we eigenlijk onder relevantie?  Worden we straks niet overspoeld met schreeuwerige reclame van de lokale middenstander?”

 
5.    De Commercial: Nike eert de underdog
https://www.youtube.com/watch?v=dOZxIpy6Gm4https://www.youtube.com/watch?v=dOZxIpy6Gm4
Nike en NBA-speler LeBron James van de Cleveland Cavaliers komen met een ode aan de underdogs. Aan mensen van wie je het niet verwacht, maar die het wel maakten in het leven. De commercial van klassiek Amerikaanse feelgoodsnit is een ode aan de ploeg van James die vorig jaar kampioen werd na een flinke inhaalrace in de finale. Onder de noemer ‘You’re not supposed to be here’ opent Nike het NBA-seizoen. Behalve de TV-commercial, waarin de grote ster van het Amerikaanse basketbal centraal staat, zijn er ook allerlei andere advertenties zoals billboards ontwikkeld met aandacht voor andere underdogs. In Nederland schijnt er trouwens eentje in de maak te zijn voor Feyenoord.

 
6.    Inspirerend: KinderhandjesAfgelopen week kwam naar buiten dat kledingmerken als Zara, Mango en Marks & Spencer een gedeelte van hun kleding laten maken door gevluchte Syrische kinderen in Turkije. Uit een undercoververhaal van de BBC blijkt dat Turkse fabrikanten vijftienjarige vluchtelingen twaalf uur laten werken. De merken ontkenden overigens iets af te weten van de praktijken in de fabrieken.
Het blijft toch lastig: bekende retailers willen graag de sier maken met spullen voor kleine prijsjes, terwijl ze ondertussen moeite hebben om de mythe in stand te houden dat deze goedkope rommel op een eerlijke manier wordt geproduceerd. Zeeman legt het zelfs uit in haar commercials (want we kopen zo lekker groot in). Maar ja, consumenten eisen tegenwoordig transparantie en we zijn niet gek met zijn allen natuurlijk; laat het dan gewoon maar allemaal zien als jullie niets te verbergen hebben. Als content de trend is dan zouden daar wel eens wat documentaires over mogen komen. Zo moeilijk kan dat allemaal toch niet zijn? Toch?

 
7.    Het cijfer: 9 procentTwitter gaat maar liefst 350 van de 3190 medewerkers op straat zetten; het gaat om 9 procent van het totale personeelsbestand. De ontslagronde zou het gevolg zijn van de grote concurrentie met Snapchat en Facebook en het bedrijf heeft moeite om geld binnen te halen met advertenties. Toch nam de omzet het afgelopen kwartaal met 8 procent toe en het aantal gebruikers steeg ten opzichte van een jaar eerder met 7 procent. Deze groeicijfers zijn echter niet genoeg om eindelijk eens winstgevend te worden; het verlies kwam in het afgelopen kwartaal neer op 103 miljoen US Dollar en sinds 2011 heeft het bedrijf volgens Business Insider zelfs 2,2 miljard US Dollar verloren. En oh ja, Twitter stopte ook met voormalig geliefde Vine, de videodienst van de korte filmpjes. Tijd voor een eerlijk interview bij ons @marcdevries?

 

Franks Friday weekly nieuwsbulletin

Franks Friday weekly nieuwsbulletin

In Franks Weekly bespreken we de afgelopen marketing- en mediaweek in zeven features. Waar gaan maandag de gesprekken over bij de koffieautomaat, welke quotes inspireren en waarom maakte een tv-commercial indruk?

 
1: Het nieuws: roddeljournalistiek of niet?
Het AD kwam met het nieuws dat SBS flink gaat reorganiseren. Het personeelsbestand is het afgelopen jaar al geslonken van 500 naar 440 mensen en voor het einde van het jaar zouden er nog eens tientallen mensen uitvliegen, aldus het Rotterdams/Vlaamse medium. Sterker nog, volgens de ingewijden die werden opgevoerd, zou er volgend jaar nog een flinke reorganisatieronde aankomen. Zelf deed SBS-woordvoerder Jaap Paulsen het nieuws overigens af als ‘roddeljournalistiek’ en hij vertelde dat er slechts tien mensen overtallig zijn verklaard.

 
 
KijkcijfersVolgens het AD is de oorzaak van de reorganisatie duidelijk: de kijkcijfers blijven achter en dat is inderdaad de motor van de mini-economie bij een commercieel station. Partner John de Mol weet nog geen grote hits af te leveren voor de campingzender van weleer, het Champions League voetbal heeft wel een flinke duw de goede richting op gegeven, maar dat is dan weer prijzig. In september van dit jaar haalden de zenders van RTL een marktaandeel in de avond van 28,4 procent tegenover 20,4 procent bij de SBS-groep. De publieke omroep stak daar met 32,8 bovenuit. In mei haalde de publieke omroep nog 34 procent, RTL 29,4 en SBS 19,4 procent. Als je goed kijkt naar die kijkcijfers op programmaniveau dan zie je een aantal sterke pijlers van SBS; Shownieuws, Utopia en Hart van Nederland, maar grote knallers op primetime ontbreken. Terwijl de NPO met al die bekende hits (Heel Holland Bakt, Boer Zoekt Vrouw etc.) op NPO1 miljoenen binnenhengelt via de STER, ontbreken die knallers bij de vrolijke volkszender (vooralsnog).

 
2: Het filmpje: ontploffende Samsung
 Samsung haalde vanwege brandgevaar de Galaxy Note 7 uit de productie nadat er in de VS 92 meldingen binnenkwamen van ontploffingen. In Nederland is het toestel niet op de markt en dat gaat ook niet gebeuren want de 2 miljoen exemplaren die al gemaakt zijn, worden vernietigd. In dit goed bekeken, vrij technische filmpje wordt precies uitgelegd waar het probleem zit.

https://www.youtube.com/watch?v=_Cd2WIxKRDk

 
Vanuit marketingperspectief is het natuurlijk interessant om te bekijken in hoeverre zo’n grootscheepse terughaalactie effect heeft op het merk Samsung. Moet je dan denken aan het niveau van Volkswagen of gaat het hier slechts om een fout zonder voorbedachte rade? Naar aanleiding van het debacle heeft Samsung haar winstverwachting voor het derde kwartaal in ieder geval flink bijgesteld; van 6,3 naar 4,2 miljard. Dat is dus een effect voor de korte termijn, maar je weet natuurlijk pas hoe sterk een merk echt is in tijden van crisis. Het Zuid-Koreaanse bedrijf lijkt het in ieder geval heel stevig aan te pakken en er wordt snel geschakeld. Nu rest alleen nog een messcherp interview met de CEO over de oorzaak, de oplossing en de toekomst.

 
3: De persoon; José van DijckHet doet niets af aan de expertise van deze hoogleraar Vergelijkende Mediawetenschappen en de eerste vrouwelijke president van het KNAW, maar het was toch een beetje pijnlijk. Je bent net verkozen tot de meest invloedrijke vrouw van Nederland door Opzij, wil daar vrolijk over vertellen bij DWDD, je houdt een pleidooi voor meer hoogleraren in de Nederlandse wetenschap, zeer terecht want met 17,1 procent zijn we de nummer 24 van Europa, en dan gaat het toch een beetje mis. Je vertelt ook nog enthousiast onderzoek te doen naar de rol van platforms als Airbnb en Uber en Matthijs vraagt - heel onschuldig(???) - of je zelf wel eens gebruikmaakt van deze diensten. Ehh nee dus…

  
4: De quote: Bert moet een dikke brilRuud de Langen, de baas van Mindshare, is gelukkig niet te bang om zich uit te spreken en dat deed hij weer eens voortreffelijk in zijn Adformatie-column. Het ging over tv-kenner Bert van der Veer die op tv aangaf dat de opkomst van YouTube zo’n vaart niet zal lopen.  ,,Misschien moet Van der Veer aan een nog dikkere bril. Maar het kan ook zijn dat Bert door een dikke veertig jaar betrokkenheid in de wereld van televisieprogramma’s zoals Moppentoppers, Webcamgirls en De Vakantieman zijn eigen hersenen in de fik heeft gezet.” De Langen vindt het denken van Van der Veer exemplarisch voor partijen in Hilversum.  ,,De publieke omroep staat al geruime tijd in een ontkenmodus.”

 
5: De Commercial: vraag uit een zakje
Het blijft interessant om te zien hoe de evolutie rond storytelling zich voltrekt. Merken moeten verhalen vertellen, maar het blijft altijd weer de vraag in welke kwaliteit ze dat doen. En waar ligt de lijn tussen waarheid en fictie? This is advertsing man, zou Peter Lusse zeggen. Pickwick lanceerde een nieuwe campagne waarin mensen, onder het genot van een dampende kop thee, een belangrijke vraag stellen. De persoon die de vraag krijgt voorgeschoteld weet vooraf niet waar de warme belangstelling vandaan komt en, oh ja…er wordt gebruik gemaakt van echte mensen, niet van acteurs. Op Adformatie.nl, zegt een woordvoerder: ,,Wij bieden iedereen de mogelijkheid om persoonlijke vragen op een hele bijzondere manier met elkaar te delen.”

Bijzonder is het filmpje van een meisje dat vroeger haar klasgenote heel erg pestte. Ze vertelt waarom ze dat destijds deed, dat ze haar eigen verdriet van haar overleden moeder overschreeuwde. We zien ook het gepeste meisje dat vertelt hoeveel pijn het pesten deed. Daarna volgt de confrontatie met de vraag die in het theezakje verborgen zit: kun je mij vergeven? Natuurlijk, is het een hele vette, emotionele film in de lijn van het beste werk van Peter van der Vorst en alles bij de EO om half negen op NPO1, maar het is niet slecht gemaakt. Misschien is de vraag hoe echt het allemaal is helemaal niet relevant en gaat het erom: hoe echt lijkt het eigenlijk? Belangrijk is dat de basis klopt; Pickwick als sponsor van het goede gesprek, zoiets. Ze kunnen wel de Sonja Barend Award gaan sponsoren.

 
6: Inspirerend: Arjen Lubach als goede journalistTv-maker Arjen Lubach is dan wel geen journalist, maar heeft het vermogen om thema’s stevig op de politieke agenda te zetten. In het verleden zette hij al TTIP - het verdrag tussen de VS en de EU - op de kaart en nu lukte het weer. Het item ging over de toegenomen macht van Facebook en de ambitie die het heeft om monopolist te worden in de nieuwsvoorziening. Facebook wil  - en is al een eindje onderweg - dus De Telegraaf, nu.nl en de NOS ineen worden, maar dan van de hele wereld. Niks mis mee misschien, maar het wordt kwalijk in de ogen van Lubach als Facebook op geen enkele manier aanspreekbaar is op de nieuwskeuzes die het maakt. Zo is Facebook nogal vreemd puriteins als het om bloot gaat. De iconische foto van het meisje dat vlucht voor napalm in Vietnam kwam bijvoorbeeld niet door de Zuckenberg-ballotage. Lubach ging in Zondag met Lubach op zoek naar iemand die soortgelijke keuzes uitlegt, net zoals een hoofdredacteur van RTL, Het Journaal of De Volkskrant altijd te bellen is voor een journalist. Hij vond helemaal niemand en dat is toch een zorgelijke ontwikkeling, want zo kan Facebook lekker doen wat het wil. Of hebben adverteerders wil zo’n contactpersoon?

  
7: Het cijfer: 42 minuten
 42 minuten per dag. Zo lang keken jongeren tussen de 13 en 19 jaar in september nog naar televisie. Een daling van 25 procent ten opzichte van een jaar eerder. Dat blijkt uit onderzoek van GroupM waarover Adformatie recentelijk publiceerde. Ook in de andere doelgroepen hollen de tv-minuten achteruit; onder boodschappers keken mensen nog maar 90 minuten in plaats van 103 minuten een jaar geleden. Maar waar blijft de tv-zender voor jongeren op YouTube?

Hoogste tijd voor ING of Rabobank TV

Hoogste tijd voor ING of Rabobank TV

Iedereen praat over het Deense Jyske Bank, dat in 2006 een vrij journalistiek tv-kanaal optuigde. Maar hoe zit het in Nederland met de contentstrategie van banken? Zouden zij naar Deens voorbeeld een tv-kanaal uit de grond kunnen stampen?

 
Natuurlijk begint hij zo langzamerhand een beetje sleets te worden, maar de case van Jyske Bank blijft inspirerend. Hoe zat het ook alweer? Lasse Høgfeldt, chef communicatie bij deze tweede bank van Denemarken, merkte in 2006 dat de wereld niet echt zat te wachten op verhalen over banken en hij besloot het roer om te gooien. Niet langer zouden mainstream media bepalen wat er nieuws was, maar de regie moest in handen komen van de bank zelf; Jyske Bank TV. Hij wilde goede, inhoudelijke verhalen vertellen over relevante thema’s en haalde wat journalisten van buitenaf om kwalitatieve tv te maken. Denk aan RTLZ, maar dan vanuit een bank. Een prima idee, helemaal niets mis mee, hoewel je aan Høgfeldt wel duizend kritische vragen zou kunnen stellen over deze case (Wat kost het? Hoe journalistiek is het? Wie bepaalt de inhoud? Wat kan er beter?). Vragen die er ook kwamen tijdens het Contentmarketing & Storytelling Event, maar zo’n congressetting is niet ideaal voor een goede ondervraging.


Waarom doet geen Nederlandse bank dit na?

Ach, het gaat ook om de basis; Jyske Bank maakt dagelijks televisie over relevante financieel-economische thema’s als de Brexit en de Europese rente. Waarom doet geen enkele bank dit in Nederland? We hebben genoeg banken die op wereldschaal opereren, maar er is geen Rabobank TV. Zou ING niet moeten stoppen met vage voetbaldocumentaires en keihard ING News Network uit de grond stampen? Goede vraag voor Henk Jacobs, directeur van contentbureau Scripta Communicatie. Maar eerst nog even wat ouderwets journalistiek handwerk. Hebben de grote banken inderdaad geen tv-kanaal dat te vergelijken is met Jyske Bank?

 
Goednieuws show ABN AMRO
Ehh, bij ABN AMRO in ieder geval niet. Er staat veel content op het eigen YouTube kanaal, maar het is vooral een grote goednieuws show. Hoe vond u het congres? Antwoord: leuk. Bovendien is het vooral héél veel content; reclamefilms, congressen, het goede nieuws over duurzaamheid. En voor zo’n grote partij zijn die paar honderd views toch veel te weinig?

 
Gekonkel bij Rabobank
Op naar Rabobank. Daar in Utrecht zullen ze toch wel een eigen kanaal hebben met een centrale gedachte? Tja, veel beter is het niet eigenlijk: de onvermijdelijke filmpjes over hoe leuk werken bij de bank is, nauwelijks bekeken ‘how to video’s’, tv-commercials en ook hier het gekonkel op congressen met veel pratende pakken in beeld die niets zeggen. Waar is het tv-programma van een uur over privacy, de huizenmarkt of een van de andere honderden interessante financieel-economische onderwerpen die er te maken zijn? Waar zijn de documentaires?

 
ING saai en braaf
Nou ja, ING dan. Daar moet toch wel iets te vinden zijn? Onlangs was er weer een grote ontslagronde dus er is voldoende nieuws om over te berichten, toch? Kom er maar in, ING TV…Ha, toegegeven dat begint er een beetje op te lijken. Natuurlijk de documentaire met Van Nistelrooy, okay. Maar ook Moneywise, een serie over jongeren en geld waarbij de hulp wordt ingeschakeld van Meisje - hóóói - Dajamila en andere YouTubers die vertellen over geld. Dat Banktalk is ook heel aardig hoewel vrij braaf. Voor de oudere doelgroepen is het nog een beetje zoeken, zo lijkt het. Die Belleggers Update is wel héél saai. Maar goed, veel pratende hoofden, zeker niet slecht, maar geen Jyske Bank met interviewers en presentatoren. En waar is de rode draad, de thematiek?

 
Niet gewend
Zonde hoor, geen grote praatprogramma’s over belangrijke onderwerpen, reportages met CEO’s en vooral nergens een beetje journalistieke insteek. Alles is positief over de bank en - tja - mensen geloven banken nu eenmaal niet zo makkelijk meer. Wat zou de reden zijn dat Nederlandse banken niet gewoon de plannen van Jyske Bank onder het kopieerapparaat knallen en lekker aan de slag gaan? Dat heeft volgens Henk Jacobs van Scripta Communicatie twee redenen. ,,De eerste is dat de bancaire sector in Nederland het niet gewend is om op zo’n open, toegankelijke en ook wat kwetsbare wijze te communiceren. Het gros van de communicatie was natuurlijk altijd gericht op zenden. En dan ook nog eens op de veiligst denkbare wijze. En laten we wel wezen, vóór de harde landing van financiële, economische en politieke crisis, voelden ze de noodzaak tot andere communicatie ook niet. De zaken gingen goed, dus zoveel was er niet te klagen.”

 
Koudwatervrees
De tweede reden dat banken geen journalistieke newsroom optuigen is in zijn ogen koudwatervrees. ,,Die is heel begrijpelijk. Banken liggen stevig onder vuur, hun marktdominantie neemt af, hun autoriteit en integriteit gelden niet meer als vanzelfsprekend, de politiek acteert grillig en nieuwkomers veranderen de regels van het spel.”

 
Banken moeten toch een voorbeeld nemen aan de Jyske Bank-case? Hoe zou jij de contentstrategie aanpakken?

,,Ik denk dat je vanaf dag één moet inzetten op actieve conversie; méér interactie met klanten en influencers, méér betrokkenheid bij de problemen die banken hebben, méér begrip van de bancaire positionering en daarmee dus ook méér sales. Zonder die focus op conversie blijft storytelling bij verhaaltjes vertellen. Wij geloven niet voor niets juist in storymarketing. De content moet links- of rechtsom tot conversie leiden, hetzij in begrip hetzij in sales.”

 
Wat zou het startpunt zijn?
,,Een dedicated YouTubekanaal. Via YouTube heb je een grotere ontwikkelvrijheid en ben je veel flexibeler qua timing en distributie dan via een commerciële omroep. En zoals gezegd, conversie mogen we niet uit het oog verliezen en die bestaat bij gratie van activatie en interactie. En ja, uiteraard kun je ook nadenken over een krant, al of niet in print. Sterker, op termijn zou dat zeker van toegevoegde waarde kunnen blijken. Maar ik zou starten vanuit een hanteerbaar tv-format op YouTube, in een niet al te hoge frequentie, waarbij elke stap stevig wordt gemeten, geanalyseerd en geëvalueerd. Want als Jyske Bank ergens gelijk in heeft, dan is het wel dat ze kozen voor een heel gefaseerde en voorzichtige opbouw, zonder al te veel communicatieve rumoer vooraf.”

 
Wie zou zo’n contentstrategie moeten gaan maken? Een journalist, bankenkenner en oud-hoogleraar Jeroen Smit misschien?  
,,Ik zou, niet eens uit corporate opportunisme, zeggen: een ervaren contentmarketingcrew. Mensen die het medium televisie in de vingers hebben, maar even makkelijk ‘over the top’ werken. Mensen die gewend zijn om de content verder te laten reiken dan een tv-context. Wij werken voor tv-formats - online of lineair - overigens graag met mensen die in een tv-omgeving hun sporen hebben verdiend, bijvoorbeeld bij actualiteiten- of onderzoeksrubrieken. Zij weten wat journalistiek interessant en haalbaar is, kunnen dat doorvertalen naar goede tv, maar acteren daarbij niet vanuit hun personal brand. Om die reden zou ik niet direct denken aan iemand als Jeroen Smit. Die zal een prachtig financieel programma maken, maar niet vanuit een corporate afzender. Dat zou niet goed zijn voor de bancaire brand, noch voor de journalistieke brand van Jeroen. Ik denk dan ook niet dat hij daar trek in zou hebben.”

 
Is zo’n contentplan niet alleen kansrijk en geloofwaardig als zo’n zender volgens journalistieke principes zou werken?
,,Juist omdat banken commerciële instellingen zijn, wiens bestaansrecht én maatschappelijke functie bestaat bij gratie van hun rendement, móéten ze in mijn optiek kiezen voor een journalistieke aanpak, maar dan wel een bedrijfsjournalistieke. Niet proberen publieke omroep of te spelen. Rabobank maakt geen Tegenlicht! Dat laat overigens onverlet dat banken inderdaad gebaat zijn bij 100 procent betrouwbare en geobjectiveerde content. Als contentmarketeers gaan wij daarom zelfs vrij ver in onze eis tot eigen factchecking bijvoorbeeld. Zodra je gaat schuiven in de feitelijkheid en waarachtigheid loop je in het eigen mes. Wat dat betreft is de positie van banken niet anders dan die van bijvoorbeeld energiebedrijven of zorginstellingen. Ook daar zien wij dat publieke en private belangen elkaar raken, en vaak ook schuren. En ook daar zien wij dat alleen eerlijke (bedrijfs-) journalistieke storytelling overleeft in termen van integriteit, geloofwaardigheid en dus conversie.”

 
Is een onafhankelijke redactie een optie?
,,Om diezelfde reden geloof ik dus beslist niet in onafhankelijkheid, maar wel in openheid en eerlijkheid. Maar een onafhankelijk bancair tv-format, met de bank als afzender én onderwerp? Het idee alleen al. Dat zou volstrekt niet werken. Stel je voor dat ING-TV onafhankelijk zou berichten over de huidige reorganisatie, of specifieker over de grote werkgelegenheidsconsequenties in bijvoorbeeld België. Dan mag je van volstrekt onafhankelijke tv-content verwachten dat ze gaan graven naar de onderliggende gedachten, berekeningen, plannen, strategie, et cetera. En als iemand in de buurt van die bronnen komt, althans in de perceptie van de consument, dan is het datzelfde ING-TV. Dat kunnen ze dus niet doen. Wat ze wel kunnen doen is de kijker meenemen in de uitdagingen die een bank ziet in de groei van Google of over de groei van digitaal bankieren. En ja, zelfs over de generieke effecten op werkgelegenheid van dit alles. Ook mag een bank best roepen dat al die veranderingen beslist leiden tot meer investeringen, meer reorganisatie en meer bezuinigen. Dat soort vragen leidt tot interactie en dat kan zo’n bank op feitelijke basis prima aan. Sterker, die dialoog helpt hen in alle opzichten. Tot aan conversie naar meer omzet toe.”

 
Welke bank moet hiermee beginnen?
,,Volgens mij kan elke bank dat doen. Grote brede banken, maar ook kleinere of meer gespecialiseerde banken als Triodos, ASN of FMO. Maar die eerste groep is vanuit contentmarketingperspectief misschien nog wel spannender dan die laatste. Er zitten daar meer scherpe randjes, er is daar meer verhaal. Content - en dus ook tv-content - bestaat uiteindelijk toch bij gratie van intrinsieke spanning. En die is in deze markt in ruime hoeveelheid aanwezig.”

Brandende content

Brandende content

In de rubriek Franky beschrijven redacteuren van frank.news hun eigen, persoonlijke media-ervaring of -ergernis. Vandaag Bas Hakker over het verschil tussen contentmarketing en journalistiek en de vraag wat journalisten aan het eerste kunnen bijdragen.

 
Terwijl ik het prachtige gebouw in Amsterdam Zuid met de nog veel mooiere naam binnen wandel voor het ‘Content & Storytelling Event’ denk ik: wat is eigenlijk mijn wereld? Ga ik de komende jaren mooie verhalen maken voor merken en bedrijven of blijf ik een echte journalist?

 
Beetje meer inhoud

In de koffiepauze raak ik aan de praat met een collega-journalist die tegenwoordig veel voor bedrijven en overheidsorganisaties werkt. Het mooie aan zo’n koffiegesprekje tijdens een ‘congres’ is dat je het even lekker over de sprekers kunt hebben. Interessante cases genoeg, maar we missen een beetje de diepgang. Het zou veel toevoegen als die contentsprekers drie kwartier werden aangepakt door een goede journalist van het stevig, lekker doorvragerige soort. Of dat er een rondetafeldiscussie is over een goed thema, de scheiding tussen journalistiek en marketing bijvoorbeeld. De verhalen met daarin veel eigen parochie zijn eigenlijk afgelopen op het moment dat het interessant gaat worden, als de inhoud het overneemt van de borstklopperij.

 
Geen journalisten in de newsroom

We praten over de Interpolis-case waarin twee sprekers  - Marion Blankers en Annemieke Friesen - bevlogen vertelden over wat er misging op het gebied van content. Het bedrijf uit Tilburg had de ambitie om een echte ‘newsroom’ te beginnen, zo’n plek waar medewerkers prachtige verhalen maken over de gevolgen van stormschade in de landbouwsector, instructiefilmpjes vormgeven over de beveiliging van je huis en een social media campagne starten over wat je wél of juist niet moet verzekeren. Tenminste, zo zouden die collega en ik het aanpakken. De newsroom haalde het niet; in het begin kwamen er nog wel mensen binnenwandelen, vertellen de sprekers, maar na een tijdje was iedereen te druk met andere dingen. Volgens de makers mislukte de newsroom door gebrek aan focus, maar misschien had Interpolis daar een goede journalist moeten neerzetten met hoofdredactionele en financieel-economische ervaring. Hij of zij zou beginnen met een contentplan, daar interne afspraken over maken en daarna een mix samenstellen van journalisten en communicatiemensen. Jyske Bank ging ook niet voor niks in de journalistiek shoppen toen Jyske Bank TV in 2006 werd opgezet.

 
Twee werelden moeten samenwerken

We hebben het over marketeers en journalisten, twee type mensen die elkaar decennia uit de weg gingen. Bij krantenredacties stonden en staan huizenhoge schotten tussen de redactie en marketingafdeling, maar nu moeten ‘de trainingsjasjes’ vriendjes worden met ‘de strak gesneden PC Hooftpakken’. Ik vertel over een van mijn opdrachtgevers waarvoor ik alweer een tijdje journalistieke verhalen schrijf. Op een dag vroeg diezelfde opdrachtgever mij een advertorial te schrijven voor een groot corporate bedrijf. Dat lijkt me prima, gewoon een goed verhaal maken en ik pak het op dezelfde manier aan als mijn journalistieke verhalen. Dus ik bel niet vooraf met het bedrijf dat geld betaalt voor het verhaal, maar kies een inhoudelijke insteek en wandel het grote bedrijf binnen waar ze trouwens hele goede koffie hadden. Dom natuurlijk. Nadat de aardige PR-mevrouw mij een hand geeft, vraagt ze: wij willen meer jongeren bewegen om hier te werken met jouw verhaal, maar hoe zou jij dat aanpakken?

 
Iets murmelen over bereik van doelgroepen

Shit. In de journalistiek maak je gewoon het beste verhaal dat er te maken is, maar deze aardige communicatiemevrouw vroeg gewoon keihard marketingcommunicatie-advies. En terecht. Het is een klassiek verschil tussen contentmarketing en journalistiek. Het belang ligt in het eerste geval bij het bedrijf of merk en in het tweede geval bij de lezer. Daar zit wel overlap tussen, maar het is niet hetzelfde. Ik murmelde wat over het bereik van doelgroepen, maar daar kwam ik natuurlijk niet mee weg. Het zou een typische reactie zijn van een journalist om te zeggen dat ze er helemaal niets van snapt. PR-mensen zijn nu eenmaal allemaal gek, maar in dit geval was het volledig mijn eigen domme fout. Tegen die opdrachtgever had ik moeten zeggen: ik wil een commercieel uurtarief in plaats van mijn gewone woordprijs en dan pak ik het ook professioneel aan. Ik had een voorbezoek moeten inplannen plannen bij de aardige PR-adviseur om de doelstelling en de doelgroep vast te stellen. Daar had ik over moeten nadenken en per mail met een mini-strategie moeten komen. Weet ik veel; er moest een goede documentaire komen over een jonge werknemer die in een jaar tijd was opgeklommen van de jongste bediende tot iemand met veel verantwoordelijkheden. We zouden terugkijken op een bijzonder groot interview dat op te knippen was in verschillende delen, want handig voor social media. Ik had de fotograaf uitgebreid moeten briefen en datzelfde geldt voor de cameraman. Kortom; het gave verhaal over een ambitieus meisje was de basis geweest en dat zouden we op verschillende manieren distribueren; intern en extern.

 
Advies van Cor: lees eens een goed boek

We concluderen dat er nog veel bruggen te slaan zijn tussen marketingmensen en journalisten. Wat weet de gemiddelde journalist van een communicatiestrategie en wat weet een beetje marketeer van eerlijke, oprechte verhalen waarin het commerciële aspect een tikkie naar de achtergrond schuift? Dagvoorzitter Cor Hospes zei het treffend: ,,Ik wil graag goede verhalen maken voor bedrijven en merken, maar ik kan geen mensen vinden die het kunnen schrijven.” Dus terwijl redacties inkrimpen en grote titels verdwijnen, kan de leuke dagvoorzitter Hospes niemand vinden die een fatsoenlijk verhaal schrijft? Hij heeft dan ook een goed advies voor mensen met de ambitie om als contentmaker aan de slag te gaan in het bedrijfsleven; lees eens een goed boek.

 
Bureau voor content marketing
Een jaar geleden wist ik het zeker; met mijn marketingcommunicatie-studie en ervaring in het schrijven over media en marketing is de stap naar contentmarketing een meer dan logisch. Ik schreef wat advertorials, schaduwblogs en interviewde mensen óver branded content. Terwijl ik me vol op contentmarketing stortte (life is what happens to you…), kwamen er wat nieuwe klanten bij in de journalistiek. Zou ik dan toch meer journalist zijn dan ik wilde toegeven? Terwijl ik naar de goede case van Vice luister  - ‘ik ben 30 en weet niets van snapchat’ -, weet ik dat die gedachte onzin is, misplaatste ijdeltuiterij. Natuurlijk vind ik de (freelance) journalistiek geweldig, maar dat bureau voor contentmarketing moet er gewoon komen, liever vandaag dan morgen. Zo’n bureau dat goede verhalen bedenkt en uitvoert samen met een netwerk van filmmakers, social media experts en journalisten. Ach, zo revolutionair is het ook weer niet allemaal: LVNetworks doet het al jaren zo, maar ze kunnen daar in Amersfoort nog wel wat concurrentie gebruiken.