Candid. Platform
for growth.

Brand safety: utopie of kwestie van tijd?

NYC
Adverteerders vinden dat het klaar moet zijn met digitale fraude, nepnieuws...
Continue reading

Extra fields

Hoe stevig is de muur tussen redactie en commercie nog?

Vaynermedia
Adverteerders weten dat ze hun doelgroep prima kunnen bereiken via content ...
Continue reading

Extra fields

Jos Govaart over PR: ‘Je kan niet altijd alles vertellen’

Jos_20180613-095622_1
Voor de vierde aflevering van onze podcast spreken we Jos Govaart, eigenaar...
Continue reading

Extra fields

‘Je kunt beter stoppen met NPO3’

nakedcowboy Credits AVROTROS
Het was de week van de ophef rond de Nederlandse Publieke Omroep. Nu de roo...
Continue reading

Extra fields

Waarom ThePostOnline perfect is voor een ‘communitymodel’

tpodcast-podcast-611x328-002
We vonden het aardig om het 'communitymodel' nog eens te bespreken. Dat doe...
Continue reading

Extra fields

Marketingcursus van Dove Kwasten: koppel jouw levensverhaal aan je bedrijf

dovekwasten-schilder
​​ Toen ik niet zo lang geleden de vuilnisbak buitenzette (je kan niet alti...
Continue reading

Extra fields

Wie wil er betalen voor goede content?

appie-to-day-content
De vraag naar content is flink toegenomen de laatste jaren. Bedrijven schri...
Continue reading

Extra fields

‘We zijn geen makelaar, maar een marketingbedrijf’

foto-klaver-en-kalvijn
Makelaar Geert Klaver bouwde zijn makelaarskantoor de afgelopen jaren om to...
Continue reading

Extra fields

Alleen de intuïtie van Margriet van der Linden kan M redden

Alleen de intuïtie van Margriet van der Linden kan M redden

We kunnen het op deze plek heel vaak over programmatic advertising hebben (en dat gaan we ook doen), maar ik weet toevallig waar jullie écht over praten aan de lunchtafel. Natuurlijk is dit een vaksite, maar tv-programma’s zijn nog steeds de motor van de marketingsector. Dus daar komt-ie aan: zou het nog wat worden met M? 

 
Het begon allemaal niet zo soepeltjes. Als je twitter en veel recensenten moet geloven dan is het snel gedaan met de zomervervanger van Matthijs. Angela de Jong van AD was nog wel enthousiast over het format, naar ze vond ook dat er betere gasten moesten komen. Wéér Arie Boomsma die iets over een boekje vertelde was te weinig. Gelukkig was ze de volgende dag zelf te gast en ging het gezellig met tv-recensenten over tv-recensenten. De kritiek was terecht, maar ik denk dat het goed gaat komen en dat baseer ik op het talent van de host. Margriet van der Linden had waarschijnlijk een weekje of twee nodig om te concluderen dat ze gewoon alles zelf moet doen. Misschien was Tweede Pinksterdag wel de dag dat het allemaal in elkaar viel.

Mogelijk heeft ze op die dag alle zogenaamde tv-kenners met hun slecht onderbouwde wetjes (niet teveel muziek, veel BN’rs en altijd een rubriekje met zogenaamd leuke tv-fragmenten) er uitgegooid. Zei ze in de loop van die maandag keihard over de redactievloer: niet meer tegen me zeuren over het script waaraan ik me moet houden, niet zeiken over een kijkcijferkanon als Peter R de Vries, maar we gaan vanaf nu maken wat ikzelf graag zou kijken. En dat deed ze. Lekker een paar relatief onbekende jazzmusici nummers laten zingen, een vage rubriek in de categorie ‘hoi, hoe gaat het?’ en een inspirerende opening. Okay, één item over voetbal is goed, maar dan moet wel de beste liedjesschrijver van Nederland langskomen. Kortom: muziek, het Paradesfeertje en niet teveel focus op de actualiteit.

 
Een show over Margriet
Want als je programma jouw naam draagt dan gaat die show dus ook over jou. Jouw karakter zit erin, jouw manier van vragenstellen en ook jouw mening. Dat zag je mooi in het openingsfilmpje waarbij een actrice zich uitsprak tegen Harvey Weinstein. Misschien zat daar wel een dubbele bodem in, zo van: jullie kunnen allemaal iets roepen, maar vanaf vandaag gaat het op mijn manier. Want Margriet weet ook wel; zo’n gesprek als met Sanne Wallis de Vries in de eerste week moet je niet te vaak doen. Eerst niet kunnen inspelen op een spontane actie waarbij Wallis de Vries een glas champagne wilde drinken en daarna een zouteloos kwisje afwerken omdat iemand dat heeft bedacht. Gewoon niet doen.

 
Het nieuws
Als je het talent hebt van Van der Linden dan is zo’n talkshow vooral een kwestie van tijd. Interviewen kan ze, presenteren ook, maar je moet die deeltalenten een beetje in elkaar vlechten. Gewoon uren maken net als in ieder vak, zekerder van je zaak worden en het is te hopen dat ze daar een beetje de tijd voor krijgt van de netbazen. De kritiek van onder andere Frits Barend was terecht hoor, maar zijn argumenten dat het programma te weinig urgentie had, is dat niet. Nieuwsuur en Pauw moeten actueel zijn, maar M mag best een beetje losjes. Ze heeft gekozen voor die zomeravondsfeer van festivals; een beetje over cultuur praten, muziekje erbij en oh ja, we nemen ook het leven nog door (waar het nieuws een onderdeel van is). Je kan dan best met wat nieuws beginnen, maar het hoeft niet veertig minuten actueel te zijn. Dat doen de anderen immers al.

Om de volledige regie te durven voeren, heb je zelfvertrouwen nodig en dat kost tijd. Het zou geweldig zijn als Van der Linden dat na twee weken heeft opgebouwd want het is de enige manier waarop het programma kan overleven. Geen compromietjes, geen zenderbazengeneuzel, maar alleen je eigen intuïtie volgen. De allergrootsten van Nederland - Johan Cruijff, Willem van Hanegem, Harrie Jekkers, Ronald Goedemondt - zijn dat ook na een tijdje aanrommelen gaan doen. Alleen als Van der Linden gaat doen wat ze zelf wil dan komt het goed.

fotograaf: Robin de Puy
 

Succes van wielerpodcasts bewijzen kracht van de niche

Succes van wielerpodcasts bewijzen kracht van de niche

Okay, het is het seizoen, maar opeens staan er vier wielerpodcasts in de Top 25 van iTunes. Wat kunnen marketeers leren van het succes van de wielerpodcast? Goede formats, keukentafelgesprekken en de belangrijkste: it’s all about the niches in marketing.

 
Er is iets leuks aan de hand in de podcastwereld wat verrassend lijkt. In de Top 25 hitlijst op 18 mei van iTunes staan maar liefst vier wielerpodcasts. Op nummer 4 en 16 staat de Live slow ride Fast podcast waarop Stefan Bolt dagelijks bijpraat met wielrenner Laurens ten Dam over de etappe van de Giro die hij reed. Het gaat over de koers en ook een beetje over het leven. Op nummer 9 staat De Rode Lantaarn, de podcast over wielrennen die Tim de Gier en Willem Dudok twee jaar geleden begonnen. De podcast maakte furore toen de manager van de Sunwebploeg in februari losliet dat Tom Dumoulin (ook) de Tour gaat rijden. Op nummer 24 de podcast van Lance Armstrong die elke dag de Giro-etappe van de dag bespreekt (over Dumoulin: very Miquel Indurainesque).

De vraag die je kunt stellen naar aanleiding van die hoge positie is vrij logisch; is er een reden dat er opeens zoveel wielerpodcasts in de lijst staan?

 

1. Het momentum is prima

Voor een podcast is de timing belangrijk. Voor wielerliefhebbers zijn de drie weken van de Tour heilig, maar de échte liefhebbers houden van de Giro omdat die ronde een tikkie minder commercieel is en er veel meer wordt aangevallen. Bovendien heeft de zege van Dumoulin ongetwijfeld wat extra publiek opgeleverd in Nederland. De fans volgen het allemaal, spelen hun wielerspellen en volgen hun helden overal. Daar hoort een podcast helemaal bij; er is immers al een publiek en daar zoek je dan aansluiting bij (net zoals bij The Avocado Show, de liefhebbers waren er al). Je zag het aan de Willem Holleeder podcast die het goed doet en aan het grote publiek dat je bereikt via Twitterwaardige tv-programma’s; online helpt het enorm als je iets doet wat al in de belangstelling is waardoor je via hashtags een eind kan komen.

 

2. Ze voegen iets toe aan het bestaande

Wat beide Nederlandse podcastmakers (ze verschijnen allebei bij Dag en Nacht Media) goed snappen is dat dit medium iets moet toevoegen aan wat er al is. De Gier en Dudok zijn twee vrienden die over wielrennen praten en die vorm bestaat niet op de radio. Dat huiskamergevoel van twee pratende mannen alsof er helemaal geen microfoon bij is, werkt goed bij een intiem medium als podcasts. Ze gaan wel eens iemand interviewen hoor, maar dan doen ze dat dus ook in de huiskamer bij Dylan van Baarle. De podcast van Ten Dam is ook al zo origineel; drie weken lang vanuit het perspectief van een renner zo’n ronde volgen waarbij hij tot in de details uitlegt wat er gebeurt (‘toen stak er een kat over’). Stel dat je in een dagelijkse podcast Messi vier weken zou kunnen volgen tijden het WK, briljant. Iedereen zou luisteren.

 

3. Het is echte nicheradio

De makers snappen heel goed dat podcastluisteraars iets andere behoeftes hebben dan de massa, ze omarmen het verschil tussen ‘de-klein-beetje-volgers’ (zoals ik) die netjes het laatste half uur kijken en de zeer intensieve volgers die alles zien en weten. Kijk, de beetje liefhebber hoeft niet precies te weten hoe de trainingsronde van Dylan van Baarle in elkaar zit, maar dat wil de liefhebber wel. Het is de nichebehoefte die Derk Sauer al zo kundig omschreef en die je in de traditionele media niet terugziet (want M is best aardig, maar het is inhoudelijk gewoon weer Paul de Leeuw, Arie Boomsma en wat tv-recensenten over tv-recensenten).

 

4. Het is een duidelijk format

Moet je voor de aardigheid eens doen. De eerste aflevering van De Rode Lantaarn even terugluisteren. Tim en Willem vertellen daar dat ze geen super goed geïnformeerde kenners zijn, maar liefhebbers. Hun format leggen ze daar al neer. Die oude wet dat een programma een goed format is als je het in een zin kan navertellen, klopt gewoon; ‘twee liefhebbers praten over wielrennen’, check. ‘Wielrenner bespreekt elke dag de geheimen van een grote ronde’. ‘Gevallen renner geeft elke dag zijn visie op de etappe, dubbelcheck’.

Continue reading

Extra fields

De geloofwaardigheid van influencers? Een kwestie van regie

De geloofwaardigheid van influencers? Een kwestie van regie

Clichéalarm, maar het klopt wel. Steeds meer merken zetten influencers om jongeren te bereiken. Maar hoe zit het met de geloofwaardigheid? Hoe los je dat op?

 
Het is zo’n onderwerp dat veel lunchtafels in de marketing- en communicatiesector domineert; de geloofwaardigheid van influencers. Op twitter discussieerden contentmarketingexpert Cor Hospes en invloedrijk PR-man Jos Govaart onlangs over dit onderwerp. De mannen kwamen er niet helemaal uit.


Aanleiding voor de discussie was Brits onderzoek waaruit kwam dat 43 procent van de ondervraagden liet weten dat influencers vaak ongeloofwaardig zijn omdat ze werken met merken waarin ze zelf niet geloven. 52 procent van de ondervraagden denkt dat influencers worden betaald als ze over een merk praten en 61 procent van de respondenten liet weten merken te unfollowen die teveel producten ‘endorsen’. Slechts 5 procent van de mensen gaf aan te geloven dat influencers ‘oprecht’ zijn.


Casey Neistat heeft een briljante podcast met zijn vrouw
Toevallig ben ik afgelopen week online in het leven van YouTuber Casey Neistat gedoken. Er moest bij mij thuis een badkamertje schoon en in het podcastlijstje stond de nieuwe podcast van Neistat en zijn vrouw bovenaan. De Enzo Knol van de hele wereld is samen met zijn vrouw de Couples Therapy Podcast begonnen. Hierop praat hij dus in podcastvorm heel openhartig over zijn relatie. Het is geweldig en Jildou van LINDA: gewoon organiseren dit! Dat wordt een tophit natuurlijk; de grootste YouTuber ter wereld die openlijk praat over de ups en downs van zijn relatie. Zien/horen jullie Chantal Janzen al zitten met haar man? (ik wel eigenlijk).


Make it Count
Maar goed, ik wilde dus iets meer weten over die leuke Neistat en daarom luisterde ik zijn podcastinterview met Tim Ferriss. Zij hadden het over de loopbaan van Neistat en toen kwam het verhaal over zijn populairste filmpje ever voorbij. Dat is namelijk Make It Count, een film van 4 minuten die al 27 miljoen keer bekeken is. Niet zozeer het filmpje is opmerkelijk, een reisverslag waarbij Neistat in korte tijd over de hele wereld trekt, maar het verhaal eromheen. We spreken 2012 en de filmmaker begint naam te maken als reclamefilmer, maar hij vindt het een beetje saai worden om steeds te doen wat andere bedenken. Hij wordt voor de derde keer in zijn loopbaan gevraagd om een film te maken voor Nike; bedenk ‘iets’ voor de bestaande Nike-campagne Make It Count. Hij besluit zich echter niet te storten op allerlei strategische sessies en briefings, maar gebruikt het volledige budget om de wereld over te reizen net zo lang totdat het budget op is. Dit allemaal onder het motto ‘Make it Count’.
De film wordt volgens Neistat op de podcast binnen en paar dagen de best bekeken online campagne allertijden voor Nike.


Het gaat vaak mis in de regie

Continue reading

Extra fields

Journalisten en marketeers: ga bij elkaar op de koffie

Journalisten en marketeers: ga bij elkaar op de koffie

De boycot door Waylon van publieksmedia AD en Telegraaf leert maar weer eens dat journalisten en andere beroepsgroepen zo weinig begrip voor elkaar hebben. Jammer want juist de contentmarketingwereld zit te wachten op wat journalistieke principes.

 
Wat snappen wij journalisten en mensen met een ander vak elkaar soms slecht hè?

Echt, ik probeerde te luisteren naar de argumenten van Waylon om De Telegraaf en het AD te boycotten tijdens het Songfestival, maar ik bleef het maar vreemd vinden. Hij en zijn manager hielden vol dat journalisten toch een taak hebben om het een beetje positief te houden allemaal want dan zou Waylon meer kans hebben. En was toch een gezamenlijk belang?

 
Verhalen in elkaar knutselen
Op kleine schaal krijg ik wel eens volledig nieuwe versies terug van verhalen als ik een advertorial maak. Communicatiemanagers van bedrijven knutselen dan zelf iets in elkaar en daar wordt het meestal niet beter op. Laatst begon mijn verhaal opeens met een quote van Winston Churchill (een doodzonde….samen met de passage ‘wat zegt Van Dale daar eigenlijk over?) en daarna volgde bakken vol jargon. Daarover gesproken; alsof de klant tegen de bakker zegt: prima dat krentenbrood van jou, maar ik haal de krenten eruit en voeg wat maanzaad toe. Tegen mijn opdrachtgever zei ik dat ik het allemaal prima vond, maar of hij even mijn naam boven het verhaal wilde weghalen.

 
Altijd maar ruzie maken
Er is nog wel eens onbegrip tussen journalisten en andere beroepsgroepen. Vaak terecht, maar soms zijn we iets te overtuigd van ons gelijk. Topartiesten, communicatiemanagers van vastgoedbedrijven, maar ook marketeers snappen ons slecht. Niet zo handig misschien want tegelijkertijd wordt het wel de hoogste tijd dat de journalistiek en marketeers intensief bij elkaar op de koffie gaan. Niet om elkaar naar de mond te praten, maar om te kijken of we elkaar ergens kunnen ontmoeten. Er lopen immers heel veel goede journalisten rond en bedrijven hebben steeds meer behoefte aan goede content. Het is misschien niet sexy voor veel journalisten, maar we kunnen echt niet allemaal op de redactie van NRC of Volkskrant aan de slag en in het bedrijfsleven en bij vakbladen zijn leuke dingen te doen. Bovendien; vooral freelancers die hechten aan hun vrijheid zullen voor het geld ook wel eens een verhaaltje voor ABN of ING moeten tikken, maar het gaat nog zo vaak mis door onbegrip.

 

De wet van Sheridan

In zijn boek They Ask You Answer van Marcus Sheridan (jullie weten toch? De man die ooit zijn zwembadbouwbedrijf groot maakte met contentmarketing) noemt hij tien kwaliteiten van goede contentmarketingmanagers: Schrijftalent (,,je kan een marketeer niet leren schrijven, maar een schrijver wel iets van marketing bijbrengen.’’), eindredactionele ervaring, verstand van social media, kunnen interviewen, iets weten van video editing, een aardig mens zijn, (want veel contact met anderen), een beetje kunnen organiseren, van cijfers houden en buiten de gebaande paden kunnen denken.

Volgens Sheridan kun je deze kwaliteiten eigenlijk alleen maar vinden in de beroepsgroep ‘journalistiek’. ,,Wijzelf huren vooral recent afgestudeerde journalisten in en brengen hen dan de principes van marketing bij.’’

En daarin schuilt waarschijnlijk toch de holy grail als je een kritische analyse maakt van het incident van Waylon en al die andere voorvallen die daar op lijken. Natuurlijk, zouden de marketingmanager en de artiest iets meer begrip kunnen hebben voor ons journalisten. Ze moeten misschien beseffen dat wij altijd in het belang van het publiek (zouden moeten) denken en niet aan het belang van de geïnterviewde. Maar goed, dat ligt buiten ons beïnvloedingsveld, zouden we zelf ook iets kunnen ondernemen?

 
Iets nederiger opstellen
Want zo briljant zijn we niet altijd hè? Zo volwassen is het toch niet om Waylon opeens de hemel in te prijzen als hij even niet met ons wil praten? Ja, wij moeten soms proberen ons iets nederiger op te stellen, met begrip voor het vak dat de ander uitoefent. Artiesten zijn natuurlijk zeer autonome mensen die juist baat hebben bij het niet-sluiten van een compromis, ze zijn misschien veel solistischer, eigenwijzer dan journalisten. Moeten dat ook zijn. En als de artiest besluit dat hij wat dansers op een podium wil dan moeten journalisten dat misschien ook eens accepteren. Of zoals Songfestival-kenner en journalist Cornald Maas zegt: kritiek mag natuurlijk, maar dat geeft een artiest ook het recht om zijn eigen keuzes te maken in met wie hij van de media praat.

Marketeers zijn misschien van oudsher gewend om te zenden, om te vertellen hoe geweldig een nieuwe dienst of een bepaald product is. Die impuls wordt echter steeds iets minder en zal er de komende jaren helemaal uitgaan want de macht in de mediawereld verschuift steeds meer naar het publiek. Als ‘de doelgroep’ een commercial verschrikkelijk vindt dan gaat die - via Loden Leeuwen en herrie op social media - snel weer van de buis. Marketeers moeten dus steeds meer in het belang van hun achterban gaan denken en wij journalisten kunnen daar een beetje bij helpen. Niet door arrogant te zeggen hoe de wereld in elkaar zit, maar door steeds te blijven uitleggen dat het uiteindelijk maar om één belang gaat: dat van de kijkers, lezers en luisteraars. We zijn een soort vertalers; marketeers vertellen iets over hun dienst of product en wij maken daar een verhaal van dat het brede publiek graag ziet, leest of hoort. Niets meer, niets minder, ieder zijn vak.

 

Moeten retailers ‘verkopers’ van goede doelen binnenlaten?

Moeten retailers ‘verkopers’ van goede doelen binnenlaten?

Steeds vaker staan er in grote winkelketens inzamelaars van goede doelen. Prima natuurlijk, maar is het verstandig om als winkel de regie uit handen te geven?

 
Niet zo lang geleden liep ik met mijn familie door Intratuin, iets met plantjes en een schutting voor het balkon. Voor de winkel in Utrecht stond een man met een windjack waarop heel groot ‘Berry’ stond. Hij was geld aan het inzamelen voor KiKa, een prima goed doel natuurlijk. Omdat ik altijd iets langzamer ben dan de rest van de familie, iets met muntjes zoeken, was ik alleen toen hij aan me vroeg of ik nog iets over had voor KiKa.

 
Geen kleingeld 
Hij vroeg het een beetje hard zodat iedereen mijn reactie zou horen. Ik mompelde iets over ‘geen kleingeld’ (niet gelogen), maar voor dat excuus was Berry niet zo gevoelig. Hij had nog wel een apparaatje om te pinnen dus hij zei al snel - alweer een beetje hard: hoeveel kan ik noteren voor KiKa? (ik zei al: het allersympathiekste doel ter wereld, maar daar gaat het niet om). Slim, want daardoor voel je direct de druk om een aardig bedrag te noemen. En doordat Berry nog steeds een beetje hard praatte, kan je geen ‘50 cent’ zeggen want dan zouden ‘de mensen’ denken: wie gaat er nu zo weinig pinnen?

Ik noemde het bedrag en trok een sprintje om me weer bij de rest van mijn gezin te voegen. Terwijl we langs de vissen liepen (waar we ooit een verkoper meemaakte die vissen in een kom zielig vond), mompelde ik ongevraagd iets als: ‘wij zijn hier voor zo’n stomme schutting terwijl de zieke kinderen wachten op de goede behandeling, wij kunnen het toch missen?’

Ter hoogte van de tuinkabouters kwamen er weer drie mensen op ons af met de vraag of we iets konden missen voor KiKa. Ik schudde een beetje met mijn hoofd en mompelde iets over ‘Berry aan de deur’.

 
Sociale druk 
Robert Cialdini was trots geweest op Berry, want hij maakte heel knap gebruik van de ‘sociale druk’. De vraag ‘heeft u iets over voor KiKa?’ betekent eigenlijk voor jezelf en voor de mensen in de buurt: ben je een leuke man die graag aan goede doelen geeft of een chagrijnige mopperaar die alleen een plantje komt kopen? En ik ben nogal gevoelig voor sociale druk. Ik hou ervan als iedereen het een beetje naar zijn zin heeft. Voeg daarbij het sympathieke doel en Berry heeft me al voor 80 procent overtuigd.

Al met al had ‘psycholoog’ Berry zijn verkooptechnieken prima op orde, maar toen de mensen in de blauwe jasjes mij in de winkel ook aanspraken, dacht ik wel: moet je als winkel die inzamelaars van goede doelen je winkel binnenhalen? Lastig natuurlijk. Bij de AH in het winkelcentrum staan wel eens krantenverkopers en die zou ik in ieder geval weren. Iemand die een krantje in je handen duwt om daarna - zogenaamd gezellig - een praatje te maken, zou ik niet in mijn winkel willen hebben. Datzelfde geldt eigenlijk voor goede doelen en dat heeft niets met een gebrek aan sympathie voor het goede doel te maken. Ik zou namelijk als winkeleigenaar niet de regie uit handen willen geven van de manier waarop mijn publiek zo’n bezoekje aan mijn zaak beleeft.

 
Wroeten in de relatie tussen klant en winkel 
Contact met je klant luistert immers nauw. Daar denk je zorgvuldig over na. Bij de AH en andere supermarkten krijgen medewerkers uitgebreide trainingen over hoe je een klant moet behandelen. Daar is over nagedacht. Je moet maar eens gaan plassen in de ruimte van de medewerkers en dan zie je de cijfers hangen die klanten geven op het gebied van klantvriendelijkheid. Dan is het niet handig als externe partijen - met hun eigen verkooptechnieken - gaan zitten wroeten in de relatie tussen klant en winkel, hoe sympathiek een goed doel ook is. Mensen gaan die ervaring toch koppelen aan de supermarkt en als je dan bekendstaat als een winkel waar inzamelaars je onder sociale druk zetten dan lijkt me dat niet zo handig. Hoe goedkoop je schuttinkjes ook zijn.

 
Ongemakkelijk 
Maar goed, misschien is de supermarkteigenaar ook wel een - immer twijfelende, niet zo assertieve - weegschaal. Dat het een beetje ongemakkelijk werd toen die vertegenwoordiger van het goede doel langskwam terwijl de supermarktmanager zat te lunchen met zijn hele team. Dat een iets hogere Berry iets zei als: ‘dus jij wil niets te maken hebben met een goed doel als KiKa? Wat nu als jouw kinderen ziek worden….Willem? Dan hoop je toch dat er voldoende geld is om je kind een goede behandeling te geven? Tóch, Willem?’ En het pleit wel weer voor Willem dat hij toen instemde…

Endorsements: Jan Smit of René Froger, dat is de vraag

Endorsements: Jan Smit of René Froger, dat is de vraag

Bij welke brillenzaak zouden jullie binnenstappen als je morgen een nieuwe bril nodig zou hebben? In elk geval lijken endorsements nog steeds te werken.

Mijn linkeroog is iets minder dan mijn rechter, dus ik moet binnenkort echt een keer een brillenzaak binnenlopen. Zal ik dan eerder kiezen voor mijn lokale (en dure) zelfstandige opticien, Hans Anders, Eyelove of Pearle?

 
Aardige gast 
Ik neig een beetje in de richting van Pearle en dat heeft iets met die Jan Smit-reclame te maken. Misschien vinden sommige mensen hem irritant, maar ik vind Jan Smit op de een of andere manier een aardige gast. Dat heeft wel iets te maken met een interviewtje dat ik met hem deed, waarin hij gewoon heel relaxed was. Ook tijdens de vrij lange sessie met de fotograaf bleef hij de hele tijd ontspannen. Aardige gast. Je merkt dan dat hij niet zoveel afstand heeft tot zijn publiek en dat is geen trucje. Ook in zijn real life soaps heb ik het altijd een leuke gast gevonden; grappig en vol zelfspot.

 
Machomannen 
Voor mij werkt de endorsement van Pearle en Jan Smit dus goed. Steeds als ik Smit voorbij zie komen op tv denk ik even aan dat brillenbedrijf. Bij Froger en Eyelove voel ik die sympathie iets minder. Daar lijkt de verbondenheid tussen merk en celeb iets minder hecht, maar dat komt misschien omdat ze nog maar net begonnen zijn. Op de een of andere manier associeer ik dat merk vooralsnog met machomannen die van die schoonmoedergrappen maken. Ik heb niet zoveel met dat genre mannen en daarmee dus ook nog niet met dat merk.

 
Werkt een bekend gezicht?
Op de SWOCC-site verscheen een aantal jaar geleden een aardige publicatie over dit onderwerp. De auteur onderzocht aan de hand van literatuur de vraag of een bekend gezicht in reclame eigenlijk werkt. Hierin is aandacht voor de conclusies op dit gebied van onderzoekers  Johannes Knoll en Jörg Matthes. ,,Bekendheden in advertenties trekken de aandacht maar leiden er niet per se toe dat het merk beter wordt onthouden. Wel zorgen ze voor een sterke betekenisoverdracht van de beroemdheid naar het merk of product. Ze zorgen ook duidelijk voor een positiever gevoel over het merk of product, zeker wanneer de bekendheid relevant is voor het product. De evidentie wat betreft aankoop(-intentie) is minder duidelijk. Intenties lijken vooral positief beïnvloed te worden wanneer de bekendheid een goed doel steunt (in vergelijking tot wanneer diegene een product steunt).”

Ook komt uit het onderzoek naar voren dat het beter werkt als het merk nog onbekend is en dat mannelijke acteurs of bekendheden het effectiefst zijn voor een beetje lekkere endorsement.

 
Logische associatie 
In theorie zou Froger dus goud geld waard zijn voor Eyelove (want een vrij onbekend merk), maar het probleem zit wel een beetje bij de waardeoverdracht, vermoed ik. Op de een of andere manier denk ik dat Smit in het algemeen iets sympathieker wordt gevonden dan Froger. De associatie tussen merk en bekendheid moet logisch zijn en dat vind ik bij Pearle. Ze hebben allebei iets laagdrempeligs, iets van ‘doe maar normaal’. Bovendien is Jan Smit nu eenmaal een brildrager, dus je legt de koppeling steeds in je hoofd. Het zou volgens de onderzoekers te ver gaan dat je door Jan een winkel binnenstapt, maar ik denk dat je daarmee de effecten van reclame onderschat. Toch even kijken op de site hoe duur het is en of er een zaak in de buurt van mijn dorp zit.

Echt focussen op je klanten? Doe dan als Disney

Echt focussen op je klanten? Doe dan als Disney

We zijn niet zo van de boekpromotie bij frank.news, maar er kwam onlangs een interessant boek uit dat we graag even met jullie bespreken. Het is Klantgericht Leiderschap van Sydney Brouwer.

 
Saai? Over klantgerichtheid is toch al veel geschreven? Dat klopt wel, maar Brouwer heeft wel een duidelijke toevoeging en dat komt door zijn focus op leiderschap. Wat zijn pleidooi is in mijn woorden? Dat teveel bedrijven de standaard klanttevredenheidsonderzoekjes doen, een paar kleinigheden veranderen en daarmee denken goed bezig te zijn. Komt er uit onderzoek dat je te lang moet wachten als je belt naar bedrijf X? Dan gaan er wat mensen van de telefoondienst op cursus en de volgende keer heb je weer tien seconden gewonnen. Iedereen blij, zou je zeggen. Bovendien wordt er wat afgesjoemeld met die scores want we kennen allemaal de autoverkoper die zegt: je moet een negen geven anders krijg ik op mijn kop (dat heeft alles met de berekening te maken, alleen de hoogste waarden tellen mee).

 
Bedrijfscultuur
Volgens Brouwer heb je niet zoveel aan soortgelijke maatregelen, maar gaat het erom dat klantvriendelijkheid in de bedrijfscultuur moet zitten en de bazen moeten daarbij het goede voorbeeld geven. In het boek hanteert hij acht principes die CEO’s kunnen inzetten om de bedrijfscultuur in positieve zin te beïnvloeden:

Principe 1: Klantgerichtheid doe je niet voor het geld;
Principe 2: Durf te kiezen voor klanten;
Principe 3: Wees een icoon van klantgerichtheid;
Principe 4: Vind & vorm het DNA van de organisatie;
Principe 5: Bouw aan een klantgericht team;
Principe 6: Keer de businesspiramide om (de mensen met het meeste klantcontact bovenin);
principe 7: Gebruik verhalen, rituelen en symbolen;
Principe 8: Meet wat het verschil maakt.

 
Prettig eigenwijs
In zijn boek is Brouwer prettig eigenwijs en bovendien ondersteunt hij zijn inzichten met heel veel cases die hij in veel gevallen naar boven haalde via zijn Over Klanten Gesproken-podcast. Het gaat te ver om alle principes te bespreken, maar ik wil er even twee uithalen; bouw aan een klantgericht team (5) en keer de businesspiramide om (6).

Volgens Brouwer is het heel belangrijk om als leider een team van medewerkers aan te stellen die oog hebben voor klanten.  Hij beschrijft het als een ‘mentaliteit’, een levenshouding die medewerkers van nature moeten hebben om anderen te helpen. Dit ‘gedrag’ is vaak alleen te achterhalen als je medewerkers direct confronteert met klanten of collega’s. Zo beschrijft hij een sollicitatie waarbij een Amerikaans bedrijf de sollicitanten eerst een half uurtje bij elkaar zet om zo het sociale gedrag te analyseren. Ook is hij een groot voorstander van het betrekken van klanten bij sollicitaties. Mensen kunnen immers wel vertellen dat ze de meest sociale types op de planeet zijn, maar dat moet nog maar blijken in de praktijk. Oh ja, en Brouwer adviseert ook om zogenoemde ‘brilliant jerks’ niet aan te nemen als je focust op de klanten, het werkt alleen maar averechts.

 
Keer de piramide om
Het zesde principe, ‘keer de businesspiramide om’, is ook een goede. Brouwer vertelt hoe bedrijven ooit zijn ingericht naar het voorbeeld van het leger, maar dat deze manier van organiseren helemaal achterhaald is. In zijn ogen moeten CEO’s de medewerkers juist faciliteren, ervoor zorgen dat zij de klanten zo goed mogelijk bedienen want mensen die in contact staan met de klant zijn de belangrijkste binnen een organisatie. Bij dit principe past een van de podcasts van Brouwer heel goed; een interview met Malcolm Ross die jarenlang in de directie zat bij Disney en werkzaam was bij Disneyland Parijs en Disneyworld in Florida. Ross heeft wel een geinige uitspraak die de basis vormt van het geheim van Disney. ,,People say it’s the magic that makes it worth, but it’s the work that makes the magic.’’ Oftewel: Disney focust vooral op de eigen medewerkers en zij maken het verschil bij de klanten.

Ross legt uitgebreid uit in dat de ‘cast-members’ (zo noemt Disney medewerkers) zeer goed getraind worden zodat duidelijk is wat Disney verwacht van de manier waarop ze omgaan met klanten. Hijzelf liep bijvoorbeeld twee maanden mee met het directielid in Florida voordat hij aan de slag ging in Parijs. ,,En voordat je als medewerker in een winkel gaat werken, duurt het minimaal vier dagen voordat je een klant ziet.’’ Ook in een eerder stadium is Disney selectief, ook nu er 130.000 mensen over de hele wereld werken. ,,Je moet het ‘care-gevoel’ hebben en als je het hebt wordt het ook nog eens aangescherpt in trainingen.’’

 
Geen micromanagement
Overigens leidt dat in zijn ogen niet tot micromanagement. ,,Als Disney leverden wij de band, de drankjes en de dansvloer, maar we leerden niet hoe mensen moesten dansen. Dat kwam uit henzelf(…).’’ Het welbevinden van de medewerkers is daarin essentieel. ,,We geven de middelen en het vertrouwen en daarna is het allen een kwestie van corrigeren als het nodig is. Medewerkers die het naar hun zin hebben zullen het eerder anderen ook naar de zin maken. Je zegt dus: je hebt het goed gedaan, maar misschien kan je het nog beter doen op deze manier.’’

Wel een interessant boek voor marketeers hoor. Vergeet het makkelijke meten, vergeet symptoombestrijding voor een klantgericht bedrijf, maar zorg ervoor dat het klantgerichte denken de kern gaat vormen voor je bedrijf (jullie merken dat we ‘moet in je DNA zitten’ even overslaan). Leiders spelen hierin een voorname rol want zij geven het goede voorbeeld. En als je ook eens een jaartje 55,6 miljard dollar omzet en 9,4 miljard winst wil maken? Dan doe je gewoon net als Disney.

De Nederlandse media over drie jaar? Check Joe Rogan

De Nederlandse media over drie jaar? Check Joe Rogan

Comedian Joe Rogan heeft met The Joe Rogan Experience een van de meest succesvolle podcasts van de VS bedacht. Als je die show goed luistert (en kijkt), weet je wat er de komende jaren gaat veranderden in de (Nederlandse) mediawereld. Dus check het.

 
Om de grootsheid en de impact van The Joe Rogan Experience te kunnen snappen (en dus de potentie van podcasts) moet je niet naar Rogans interviews met de grote mannen als Jay Leno of Lance Armstrong luisteren, maar naar zijn gesprek  met mede-comedian Tom Segura. De twee kennen elkaar goed en dat verbergen de mannen niet. Ze praten over hun vak, over een legendarische eigenaresse van een comedyclub die is overleden, over het voordeel van theaters met 1500 plekken en over Trump. Vrij onbegrijpelijk allemaal, maar zo liep het gesprek nu eenmaal. Gewoon twee mannen aan een tafel die praten, toevallig niet over de kinderen, maar wel over Trump en hoe het er aan toe gaat in het Witte Huis. De een heeft iets gehoord daarover en de ander heeft ook wel eens ergens iets gelezen.

 
Miljoenenpubliek
Okay, wat is daar bijzonder aan hoor ik jullie zeggen, maar die podcast is dus in vijf dagen alleen al op YouTube meer dan een miljoen keer bekeken/beluisterd (bekeken inderdaad, de podcast wordt ook opgenomen met drie camera’s). Joe Rogan is daarmee een hele grote mediameneer in de VS, hij begon dus in 2009 met de Joe Rogan Experience en maakte het programma legendarisch. Rogans show is het bewijs dat podcastst en YouTube shows voor een ware revolutie zorgen in de mediawereld, een revolutie die vooral in de ‘echtheid’ ligt verborgen; twee mannen praten gewoon met elkaar, houden op geen enkele manier rekening met de wetten van de media waarbij de een vragen stelt en de ander antwoord en het is retepopulair.

Nu volg ik die podcast van Rogan alweer een tijdje vrij intensief en dus zette ik de inhoudelijke wetten op een rijtje waaraan hij zich houdt (of eigenlijk niet houdt). Dat doe ik omdat ik een beetje fan ben inmiddels, maar ook zodat jullie alvast weten welke mediatrends er straks aankomen (zonder de trendwatcher uit te hangen trouwens). Klaag dus niet als je straks te laat bent om in te springen hè want ik heb jullie gewaarschuwd ;-). Joe Rogan staat immers, net zoals Ryanne van Dorst, voor de manier waarop media in de toekomst georganiseerd zijn. De nieuwe mediawereld (podcast, YouTube, social media) gaan de oude media met al zijn baasjes, gebouwen en vergaderingen gigantisch slopen. Maar dat wisten jullie natuurlijk al lang…

 
Regel 1: Rogan stelt geen vragen
Wij van de journalistiek hebben altijd onze mond vol van kritisch doorvragen, maar dat doet Rogan dus voor geen meter. De man is gewoon oprecht geïnteresseerd, dat is iets heel anders - noem het natuurlijker - en dan volgt er dus een gesprek en geen ondervraging zoals bij de politie. Dus als hij iemand goed kent dan heeft hij een joviale toon en als hij iemand niet kent dan gaat dat er allemaal iets rustiger aan toe. Spannend is dat er geen duidelijke rolverdeling is tussen vragensteller en antwoordgever. Rogan kan rustig een verhaal van twee minuten vertellen omdat hij daar toevallig zin in heeft. Negen minuten kan ook en dan maakt hij er een motivational speech van voor YouTube.

 
Regel 2: Rogan nodigt alleen mensen uit die hem interesseren
De comedian en UFC-commentator heeft heel veel interesses en op die basis nodigt hij mensen uit. Hij heeft bijvoorbeeld een bepaalde voorliefde voor mensen die in complottheorieën denken en dus nodigt hij deze ‘911-ontkenners’ gezellig uit. Als hij het onzin vindt dan zegt hij dat gewoon en verder wil hij graag weten hoe ze denken en heeft hij de feiten altijd wel paraat.

 
Regel 3: Rogan doet niet aan shortcopy
De lengte van zijn gesprekken varieert van een uurtje tot drie uur. Als het gezellig is dan blijft hij gewoon doorpraten en het verveelt bijna nergens. Zo gaat dat in het echte leven toch ook? Formats zijn blijkbaar voor de oude mediawereld, Rogan houdt zich niet aan de zelfbenoemde kenners die vinden dat je niet te lang moet zijn want dan verslapt de aandacht. Hij is meer van: als het goed is, kan lang ook. Het gesprek met de conservatieve Ben Shapiro duurt meer dan 2,5 uur, gewoon omdat het kan. Zijn de views dan ingezakt? Mwohh, vinden jullie 5,4 miljoen views veel?

 
Regel 4: Rogan is de koning van de zijpaden
Jullie kennen Tom Egbers toch? Prima presentator, maar hij wordt zenuwachtig als het gesprek even het draaiboek ontstijgt. Dat is dus het oude mediadenken. Zo doe je toch ook niet als je met vrienden een biertje drinkt? Dan gaat het juist om de zijpaden toch? Daar is het gewoon het prettigste wandelen. Je begint over die oude klasgenote en eindigt in een discussie over het nut van TBS. En dus kan Rogan rustig een half uurtje volmaken over het ideale dieet voor topsporters omdat hij daar zin in heeft. Of hij filosofeert over het dieet van een Hollywoodacteur. Hij vertelt ook openhartig over zijn drugsvoorkeuren en dat lijkt op tv toch een paar bruggen te ver. Op een van de podcasts hoorde ik hem zelf zeggen; ik heb hier nog wel een blowtje liggen, zullen we hem delen?

 
Regel 5: Rogan heeft geen politieke kleur
Hoewel, hij is in ieder geval niet van de politiek correcte bubbel waar veel tv-mensen en acteurs inzitten. De oude media zijn natuurlijk, ook in de VS, georganiseerd volgens allerlei politieke lijnen want het profiel van de zender moet herkenbaar zijn. In Nederland is dat niet anders. Bij WNL zie je wat meer de Telegraaf en AD-kant en bij DWDD lijkt het alsof je de Volkskrant doorbladert. Zo’n podcast, maar ook YouTube laat die inkleuring behoorlijk los. Joe Rogan, die zeker niet zo links lijkt, staat open voor alle meningen, hij is heel lenig en kan overal over meepraten. Het is meer zo’n oom die veel leest, maar die ook weet wat er speelt bij de eigenaar van de viszaak.

 
Regel 6: Rogan heeft geen baas
Iedereen die wel eens voor een opdrachtgever werkt (we all do) als journalist, weet hoe dat gaat. Je regelt een leuk interview en in de aanloop naar het interview komen de vragen; let je even hierop, vraag dat nog even, je gaat toch niet….? Prima als een hoofdredacteur dat doet vanuit het belang van de lezers, maar er zijn er ook die denken vanuit het belang van de uitgeversbaasjes zodat ze de maandagochtendvergadering met de directie lekker doorkomen. Rogan heeft nooit maandagochtendvergaderingen, die loopt hard door de bergen, drinkt zijn vitamineshakes en bereidt zich voor op het volgende knalgesprek. Hij vraagt wat hij wil vragen, geeft zijn mening als het nodig en heeft dus zelf de regie in handen als maker.

 
De voorbode voor Nederland
Het gaat me eigenlijk niet zozeer om Joe Rogan in dit verhaal, maar veel meer om de toekomst van de media in Nederland waarin we de VS zullen volgen qua trends. Wij hebben ongetwijfeld ergens in de podcastwereld een Joe Rogan rondlopen die - zonder agenda - gewoon mensen uitnodigt die hij vragenstelt of verhalen vertelt over het leven. Die persoon heeft geen contract bij een omroep met een agenda en ook geen reclamedeal met een stoelenfirma, hij of zij vergadert niet, maar ze nodigt elke week een gast uit waarin ze interesse heeft. Daar praat ze net zo lang mee als ze wil en ze verdient haar geld met vijf of zes grote sponsors die ze altijd even voorafgaand aan de podcast noemt. Wie zou de lenigheid hebben om zo’n programma te maken? Mail me anders op This email address is being protected from spambots. You need JavaScript enabled to view it.

Hoe online vertaalbureau Fairlingo de principes van de betekeniseconomie toepast

Hoe online vertaalbureau Fairlingo de principes van de betekeniseconomie toepast

SPONSORED STORY

Sam van Gentevoort, eigenaar van online vertaalbureau Perfect, volgt de ontwikkelingen rond purpose marketing op de voet. Hij luistert goed naar iemand als Kees Klomp, die op een praktische manier uitlegt hoe bedrijven de wereld iets beter kunnen maken. Ook is hij lid van ‘Betekeniseconomie in Twente’ dat regelmatig lezingen over dit onderwerp organiseert en waarvoor hij ook blogs schrijft.  

De jonge ondernemer begon in 2007 met vertaalbureau Duits Perfect, later Vertaalbureau Perfect geheten en in 2015 voegde hij daar het merk Fairlingo aan toe, een dienst waarbij het totale vertaalproces online plaatsvindt. Het bedrijf wil op deze manier de vertaalbusiness compleet transparant maken; binnen een paar seconde weet je via de website hoe duur een vertaling van een document is, je kan de opdracht live volgen en daarna ontvang je de vertaling samen met de factuur in je mailbak. In de mail kan je ook direct de vertaling beoordelen en die reactie komt online. ,,We hebben vertalen versimpeld en we doen het fair. Je ziet onze tarieven op de site en je ziet ook wat de vertaler verdient wat bij geen enkele concurrent kan.’’

Betekeniseconomie

Van Gentevoort is trouwens na tien jaar ondernemen toe aan een beetje meer inhoud. ,,Ik wilde wel wat nieuws, het gaat er toch om waarvoor je elke dag weer je bed uitkomt. In de beginfase focus je op geld verdienen, maar na een tijdje weet je dat het ook om hele andere dingen in het leven gaat. Aan die verdieping was ik wel een beetje toe.’’ De jonge ondernemer gelooft dat die betekeniseconomie echt the next thing is. Maar als ik hem vraag naar de ‘purpose’ van Fairlingo - misschien mensen uit verschillende culturen bij elkaar brengen - dan trapt hij wel een beetje op de rem. In Enschede zijn ze niet zo van de grote, zweverige ambities. ,,Het is hier geen vrijwilligerswerk. De betekeniseconomie is een mix van een businesskansen, voldoening van je eigen leven en iets doen voor anderen. Wij willen graag ondernemers vooruithelpen met vertalingen, maar we willen ook gewoon goede omzetten draaien.’’

Delen van de winst

Hij maakt de invulling van de  betekeniseconomie graag concreet. ,,Wij willen bijvoorbeeld graag dat medewerkers het hier een beetje naar hun zin hebben. Wij verdelen elk jaar de winst boven de tien procent onder alle medewerkers.’’ Het betekende dat hij in 2015 een winst van 62.000 euro verdeelde over twaalf medewerkers. ,,Dat geeft een hele goede dynamiek waarbij je collega’s ook een beetje ondernemer worden en meedenken. Wij hebben alle cijfers hier open, je kan elke maand bekijken welke omzetten en kosten we hadden. Mensen zijn daar dan meer mee bezig.’’

Zesurige werkdag

Over de betekeniseconomie gesproken. Vorig jaar deed Fairlingo ook een experiment met een zesurige werkdag. ,,Dat was best lastig want mensen gaan toch vergelijken met elkaar. Dus we hebben iets moeten inbouwen dat medewerkers er op bepaalde uren zijn; volledige vrijheid ging nog een beetje ver. De grap is: als iemand om 14 uur zegt dat hij naar huis gaat dan valt dat op, maar als ze thuiswerken is het geen probleem. Ik geloof heel erg in een bedrijfscultuur waarbij je doet wat je moet doen en niet zo op elkaar let.’’
Het interessante is dat Van Gentevoort zoekt naar zingeving voor zijn bedrijf en dat probeert hij te verenigen met de - soms keiharde - wetten van contentmarketing waar hij met de nodige scepsis naar kijkt. ,,Ik geloof niet zo in die oppervlakkigheden als ‘content is king’ of dat je per se een blog moet hebben voor de vindbaarheid. Ik geloof wel in de theorie dat mensen bij een bezoekje aan je website binnen 30 seconde beslissen of ze zaken willen doen. Bezoekers zien heel snel of er veel liefde in de website is gestopt. Het is een online dienst dus die betrouwbaarheid is belangrijk.’’
Een belangrijk onderdeel van die betrouwbaarheid is weggelegd voor de reviews. ,,Maar daar wordt zóveel mee gekloot. Bedrijven huren gewoon mensen in om positieve reviews te schrijven. Ik kan het altijd goed zien als het gebeurt; dan hebben ze in twee dagen tijd tien reviews en daarna opeens twee weken niet. Of dat de goede  kritieken altijd anoniem zijn en je bij de slechte wél een bedrijfsnaam ziet.’’ Maar bij jullie is het allemaal eerlijk? ,,Ja, eerlijkheid duurt het langst, uiteindelijk geloof ik wel in de transparantie van internet. Zelfs de ware aard van Facebook komt nu boven.’’

Coolblue van de vertaalwereld

De wereldwijde markt van vertalingen is ongeveer 40 miljard euro groot, om in de top 100 te komen van alle bedrijven in de wereld moet je ongeveer 4 miljoen euro omzetten en op dat niveau zit Perfect ongeveer, het bedrijf is actief in Duitsland en Nederland. De ambitie is om dé online partij van Nederland te worden, het Coolblue van de vertaalwereld. Er is een concurrent, de online marktleider van 7 tot 8 miljoen euro, maar daar is de groei een beetje uit, zo stelt Van Gentevoort. Belangrijk is dus dat de website als betrouwbaar wordt gezien, maar in een fase eerder is het zaak dat het bureau makkelijk vindbaar is via Google. Een ambitie die al gelukt lijkt trouwens want als je zoekt op ‘vertaalbureau’ dan kom je Perfect al snel tegen. Wat is het geheim? ,,Je bent zo sterk als de zwakste schakel; wij doen veel kleine dingen goed, ook aan de achterkant. Alles draait om conversie, vertrouwen en om de snelheid. Om dat te realiseren moet alles eigenlijk kloppen.’’

 

Continue reading

Extra fields

  • 3

Podcasts van KLM en AH: denk (nog) meer als maker en minder als marketeer

Podcasts van KLM en AH: denk (nog) meer als maker en minder als marketeer

De podcast begint langzaam een beetje uit het veilige nichehoekje te kruipen en dus zien grote bedrijven ook mogelijkheden. Onlangs kwamen bijvoorbeeld Albert Heijn en KLM allebei met een eigen podcast. KLM lanceerde The Journey waarin elke week een reis centraal staat die het leven van de geïnterviewde veranderde en AH introduceerde ‘Bezeten van eten’, de podcast waarop Lize Kurpershoek iets met eten doet. Wij beluisterden beide initiatieven en stelden onszelf de vraag: gaat het iets worden met die businesspodcasts?

 
Maar eens beginnen met The Journey van KLM. Dat valt niet tegen. Op deze podcast draait het allemaal om levensverhalen en de reizen spelen hierbij slechts een bijrol. Het is - technisch en redactioneel - echt heel erg mooi gedaan. Neem deel 1 bijvoorbeeld waar we Linda volgen die de liefde van haar leven tegenkwam in Alaska - Jim - en uitgebreid vertelt over haar avonturen met hem. De technische kwaliteit schuilt in het snijden van: de interviews met Linda (en haar zus zelfs), een prettige ‘docustem’ en wat hoorspelachtige audio (check het wolvengeluid). Het is echt een documentaire met een levensverhaal en dat luistert prima weg. Je hebt zelden het idee dat het een podcast van KLM is, er zitten ook geen corporate wegpoetstrucs in (‘Oh, je bedoelt dat hij seks wilde’). Deze podcast gaat over het leven en niet over KLM.

 
Evaluatie als marketingcampagne
Tegelijk schuilt daarin ook het gevaar want KLM probeert deze podcast over het leven wel in een marketingkader te plaatsen en dat is echt een denkfout. De lancering van de podcast is opgezet als een campagne en (check anders eens onze video als je durft) wanneer je denkt als een marketeer in plaats van een journalist dan kan het nog wel eens misgaan. Dat zie je terug in het persbericht dat gretig door collega vakmedia is overgenomen. In dat persbericht staat dat de podcast is gemaakt voor het opbouwen van naamsbekendheid en als er één medium ongeschikt is voor het opbouwen van bekendheid dan is het wel een podcast.

 
Niche-medium
De podcast is (nog) een niche-medium, het moet langzaam ontdekt worden via de krochten van internet, mensen moeten er over gaan praten en tegen vrienden vertellen dat dit lekker wegluistert. Net zoals alle kwaliteitscontent is het medium prima geschikt om duidelijk te maken waar je voor staat als bedrijf, maar niet voor de bekendheid. Maar ja, die doelstelling is er op de een of andere manier ingeslopen en dat betekent dat er straks ook geëvalueerd gaat worden op basis van die doelstelling. Er wordt een nulmeting gedaan in Canada én een meting over vier maanden en dan wordt er gekeken of het een beetje effect heeft gehad. Van 3 naar 4 procent geholpen bekendheid als vliegtuigmaatschappij? Helaas, dan blijft het bij zes afleveringen. Zonde want met een beetje extra effort kan zo’n podcast KLM neerzetten als een groot verhalenverteller. Je kunt zo’n podcast natuurlijk wel inzetten om de bekendheid te vergroten, maar dan moet je het koppelen aan je campagnes. Dus de verhalen die je vertelt in de podcast moet je gebruiken in de commercials, in de filmpjes op social en in andere media. Veel beter is het nog om de marketingaspiraties even te parkeren en te denken als uitgever. Ik ben KLM en ik vind het belangrijk om verhalen te vertellen over mensen die het avontuur opzoeken.

 
Merkgedachte niet loslaten
En dan de AH Bezeten van Eten podcast. In deze podcast volgen we Lize Kurpershoek die langsgaat bij mensen die vertellen over allerlei gerechten, zoals bijvoorbeeld journaliste Fidan Ekiz. Het is heel leuk gedaan, maar je merkt bij AH dat de merkgedachte nooit wordt losgelaten. Je ziet ‘de bemoeienis’ terug van allerlei marketingmensen die er nog een vleugje ‘kassageluiden’ en een mespuntje ‘duurzame slagers’ in wilden verwerken. Check maar eens de aflevering waarbij Lize een bezoekje brengt aan slager Arend ten Wolde. Hij vertelt heel verantwoord dat hij uit een slagersfamilie komt en dat ze daar zo duurzaam bezig zijn en dat het zo’n mooi vak is. Dat is allemaal prima te beluisteren als het jouw taak is bij AH om de waarde ‘duurzaamheid’ te promoten, maar het grote publiek denkt: wat kan mij dat verhaal van een onbekende slager schelen?

 
Taarten van Abel kijken
Ergens tijdens het maken had iemand moeten opstaan en moeten zeggen: laten we eerst eens goed naar Taarten van Abel kijken. Daar gebruikt bakker/topinterviewer Siemon de Jong  immers het koken om over het leven te praten en die afslag was een gouden kans voor AH geweest. Dan had je een steengoede interviewer moeten vragen die ook nog van koken houdt en dan zouden mensen luisteren voor de verhalen en niet voor de - zogenaamd niet opvallende -  reclameboodschap. Die levensverhalen had je vervolgens makkelijk kunnen gebruiken in de AH-tv campagnes. Een simpel motto had misschien geholpen; denk eens als een uitgever, als een verhalenverteller en niet als een adverteerder.

Kortom, beide podcasts zijn prima gemaakt (vooral die van KLM), ze zetten echt de standaard voor bedrijven met podcastplannen (en die van ons kan ook nog een stuk beter, dat weten we ook wel), maar vooral de AH-versie is teveel gemaakt met een marketinggedachte in plaats van met een uitgeversvisie. Alleen een marketingmanager denkt: ‘er moet nog iets van een kassa en een duurzame slager’ in een podcast. Dat zou een journalist nooit doen. Een documentairemaker zou denken: waar is het verhaal en hoe kan ik dat zo goed mogelijk vertellen? Die marketing fietst daar vervolgens wel weer achteraan, dat is allemaal prima in te passen.

Cor Hospes kan in zijn dagelijkse nieuwsbrief altijd goed uitleggen waaróm het zo belangrijk is om verhalen te vertellen dus wij zouden zeggen tegen AH: schrijf je allemaal in en ga daarna aan de slag. Zonder GRP’s, KPI’s en andere drieletterige excuuscijfers, maar met de ambitie om de beste podcast ter wereld te maken.

De contentmarketinglessen van Boef en Lil’ Kleine

De contentmarketinglessen van Boef en Lil’ Kleine

We zien veel parallellen tussen de rapwereld en die van contentmarketing. Met Omar Kbiri, die ervaring heeft met marketing én rapartiesten, hebben we het over een publiek opbouwen, je populariteit uitbouwen en je fans vasthouden.   

Natuurlijk zijn verhalen met de kop ‘wat je als marketeer kunt leren van…’ een tikkie saai, maar als jullie interesse hebben in contentmarketing kan het geen kwaad om de wetmatigheden van de hiphopwereld te bestuderen. De parallel zit vooral in de basis, in het fundament. Contentmarketing komt immers volgens held (in ruste) Joe Pulizzi neer op het opbouwen van een publiek via content en dat is in de rapwereld belangrijk.

 
Start met een goede contentstrategie
Stel dat je een hele goede fotograaf bent (zoals mijn goede vriend) en je wilt wat vaker klussen doen voor grote bedrijven in de categorie ‘Top 100 adverteerders’. Dan is een contentstrategie geen slechte, je begint bijvoorbeeld een YouTubekanaal waarop je elke dag iets vertelt over je werkwijze (en die is bijzonder, ik stond er nog wel eens naast). Op die manier probeer je aansluiting te zoeken met jouw doelgroep (adverteerders, bureaus) die op zoek zijn naar goede fotografen als ze weer eens een goede campagne gaan doen. Je bedenkt een format dat niet door de concurrentie wordt gedaan en let ondertussen ook op je commerciële doelstelling. Het format moet opvallen, onderscheidend zijn en vooral de doelgroep aanspreken.

 
Zo doe je dat
Zo doen hiphoppers dat ook natuurlijk. Vroeger liepen ze bij de belangrijke platenbazen als Kees de Koning de deurmat kapot en nu beginnen ze gewoon alvast zodat Kees wat te kiezen heeft. Dat is trouwens altijd het beste, alvast beginnen. Mijn vriend de fotograaf moet niet wachten totdat Matthijs belt, maar hij moet alvast beginnen (ik heb hem geadviseerd om al te gaan filmen, maar hij is nogal eigenwijs, zeg het hem als jullie hem tegenkomen). Hiphoppers maken niet alleen de beste muziek die ze kunnen bedenken, maar ze hebben vaak ook de handigheid om als een marketeer te denken. Nathan Moszkowicz, manager van Lil’ Kleine, heeft het in een Paroolinterview over zijn geheime Coca-Colarecept van het grootmaken van artiesten en dat recept heeft waarschijnlijk alles te maken met contentmarketing ofwel je publiek opbouwen om er daarna spulletjes aan te verkopen. Mensen als Boef, Lil’ Kleine en Ronnie Flex maken hun muziek, maar ze houden in hun achterhoofd ook rekening met de wensen van hun achterban. Boef heeft misschien wel een klassieke Philip Kotlerstrategie gevolgd; hij begon voor de early adopters die een beetje op hemzelf lijken en via hen werd zijn publiek steeds breder.

 
Mixtapes droppen
Omar Kbiri, co-founder van Maak en YouTubefestival VEED, weet wel iets van de marketing- en hiphopwereld. Hij deed veel ‘samenwerkingen’ tussen rappers en merken (Lil’ Kleine, Ronnie Flex, Opposites) en helpt YouTubers als Teske, Dionne, Joost en Defano in hun carrière. Hij zegt trouwens niet de betweter te willen uithangen, maar volgt de rap- en marketingwereld met interesse en ziet ook de parallellen. ,,In de VS begon eind jaren negentig in het Zuiden een rapcultuur die niet zichtbaar was bij de grote labels aan de andere kant van het land waar ook de media zijn gevestigd. Die artiesten begonnen hun mixtapes te droppen op eigen houtje en daarmee creëerden ze een hele grote fanbase. Daaruit kwamen artiesten met hun eigen label als Master P met zijn No Limit label , Lil Wayne van Cash Money Records en die manier van denken zie je nu terug. Je ziet steeds vaker dat een manager of platenbaas bij een artiest aanklopt omdat hij via YouTube en andere social media al een heel publiek heeft opgebouwd. Je kunt de distributie relatief gemakkelijk op gang brengen via Spotify of YouTube.’’

 
Boef is een goed voorbeeld
We hebben het er wel eens eerder over gehad, maar iemand als Boef is daar ook wel een goed voorbeeld van. Die had al zijn eigen YouTubekanaal, trad al op, maar toen hij met Ali B (van managementbureau SPEC) ging samenwerken kwam het miljoenenpubliek. ,,Dat doen ze geweldig bij SPEC,’’ vindt Kbiri. ,,Het lijkt erop dat ze het motto hanteren: als je snel wilt gaan moet je het alleen doen en als je ver wilt komen, moet je het met anderen samen doen. De mensen van SPEC hebben alles net even wat beter gemaakt; ingangen in de mediawereld, goede artiesten om mee samen te werken. Je moet structuren dat je van 1.000 naar 2.500 naar 10.000 euro per show gaat. Dat heeft te maken met structuur neerzetten zodat de juiste partijen aanhaken.’’

 
Beginnen op YouTube
Is een eigen YouTube-kanaal iets waarmee je sowieso moet beginnen als beginnend hiphopartiest? ,,De teksten gaan, zeker bij rap, heel erg over wat je bent en waar je voor staat als artiest,’’ zegt Kbiri. ,,En dat moet je doorvertalen naar de andere platforms waarop je fans de hele dag zitten. Neem bijvoorbeeld iemand als Donnie, niet een rapartiest die per se hoog staat in de Top 40, maar hij verkoopt wel Paradiso uit, voor een groot deel op zijn sociale buzz die hij weet te creëren.’’ Moet alles wat je maakt qua muziek en wat je laat zien in je content heel erg kloppen met elkaar? ,,De meest succesvolle artiesten blijven altijd heel dichtbij zichzelf waardoor het niet met voorbedachten rade is, dat is wel een basiskwaliteit. De Lil’ Kleine die je ziet is redelijk in overeenstemming met wie hij is in de club.’’

 
Hopen op MTV
In die zin is die parallel met contentmarketing goed te trekken natuurlijk. Vroeger waren bedrijven afhankelijk van de reclametijd waarvoor ze moesten betalen, ze moesten hun bereik voor een groot deel zelf creëren. Artiesten hoopten vroeger op een clipje bij MTV,TMF of eerder nog Toppop, maar nu maken ze alles lekker zelf. Het geeft ook veel onafhankelijkheid. ‘Ik ben een uitgever, ze boeken mij’, zegt Boef in Habibaba niet voor niets. ,,Daardoor versterkt een clip van Lil’ Kleine dat wat hij op Snapchat al deelt met de wereld,’’ zegt Kbiri dan ook. ,,Dus je hoeft niet allerlei Hilversumse bobo’s naar hun pijpen te dansen waardoor je dichter bij jezelf blijft. Daardoor is iemand als Boef ook altijd in de lead, heeft hij altijd de regie in handen, ook als hij met veel partijen samenwerkt. In die zin zijn rapartiesten ook een voorbeeld voor veel YouTubers; die hebben nog wel eens moeite om de stap van eenmansfirma naar multimediabedrijf te maken terwijl dat wel nodig is. Je ziet het bij STUK TV die samenwerken met Ali B, RTL en CCCP, de mannen hebben een compleet team dat voor hen werkt.’’

 
Merken leren van artiesten
Volgens Kbiri kunnen merken heel veel leren van artiesten en YouTubers.
1. Authenticiteit. ,,Wat ik mooi vind, is de authenticiteit opzoeken, niet alleen een mooi beeld neerzetten, maar ook eens over je eigen grenzen heen stappen en dan teruggefloten worden; dat je maar een mens bent.’’
2. Weten wie je fans zijn en wat ze willen. ,,De wereld van rapartiesten weet dat ze zitten op de potentie van veel data, maar alleen mensen als Martin Garrix kunnen daar mensen op zetten en inkomsten uit genereren.’’
3. De deelcultuur. ,,Rapartiesten werken altijd met nieuwe videomakers en designers zodat ze altijd vers blijven. Ik vind het altijd prettig hoe Ronnie Flex eruitziet, die werkt echt met hele goede mensen.’’
4. Het tempo. ,, Bedrijven hebben vaak een strakke communicatiecultuur met een strategie en een kalender. Een enorm tijd, creatie en resource slurpend proces. Niet efficiënt. Terwijl rapartiesten een duidelijk kader hebben van waaruit ze werken en vervolgens op basis van hun creativiteit iets de wereld makkelijk en snel in kunnen sturen.’’

Conclusie? Stel dat je ING of een kleine makelaar in Huizen bent, check altijd even de contentstrategie van mensen als Boef. Publiceer iets waar je zelf achterstaat, bouw je publiek op en zorg dat je de spulletjes verkoopt waar jouw publiek om vraagt. Dan kan er eigenlijk niet zo heel veel misgaan.

 


 
Boef bracht in februari 2016 zijn eerste EP Gewoon Boef uit. Het eerste album, Slaaptekort verscheen in maart 2017. Het record van meeste streams op de releasedatum, eerder in handen van Ed Sheeran, werd door Boef verbroken. Veel nummers van Boef hebben de hitlijsten in Nederland en Vlaanderen behaald. Waarbij het nummer ‘Habiba’ de nummer 1 positie Nederland gehaald (2016) heeft en zelfs viermaal platina is geworden. Ook scoorde Boef met het nummer Antwoord dit jaar een nummer 1 hit.
Niet alleen met zijn muziek is Boef succesvol, maar ook op YouTube en Spotify. Zijn YouTube-kanaal heeft meer dan 550.000 subscribers sinds de start op 4 april 2016. Sinds die dag heeft het kanaal meer dan 100 miljoen views op YouTube. De Facebookpagina van Boef heeft meer dan 100.000 volgers. Wat zeggen deze cijfers nu in vergelijking met andere rappers in zijn segment? Boef is erg populair, en zijn hit samen met Lil’ Kleine ‘Krantenwijk’ heeft bijna 35 miljoen views op YouTube .
Het gedoe rond de ‘kechs’uitspraak lijkt weinig effect te hebben op zijn populariteit. ‘Antwoord’, het nummer dat een reactie was op het gedoe dat ontstond, heeft bijvoorbeeld meer dan 11,6 miljoen streams op Spotify.
Met medewerking van Linda Haring

Is ‘Bamigo’ hét bewijs voor de Ome Willem-generatie dat tv-reclame nog steeds werkt?

Is ‘Bamigo’ hét bewijs voor de Ome Willem-generatie dat tv-reclame nog steeds werkt?

T-shirt- en onderbroekenmerk Bamigo zette in 2017, naar eigen zeggen, 6 miljoen euro om. Dat deed het merk voornamelijk door het ouderwetse massamedium tv in te zetten. Is dat het bewijs voor de Ome Willem-generatie dat tv nog lang niet dood is?

Een belangrijke discussie in de marketing- en bureauwereld is de vraag in hoeverre het medium televisie nog impact heeft. Het lijkt een beetje op de ‘gesprekken’ over politiek die je op Twitter voorbij ziet komen; je gelooft nog in televisie of je doet dat niet. Je hebt de mensen die hardnekkig vasthouden aan de wetten van de oude tv-wereld, ze quoten ‘onderzoeken’ van een lobbyclub als ‘tv-reclame voldoet beter aan de eisen van adverteerders dan online reclame’ en ‘tv-reclame maken search reclames goedkoper’. In marketingprofessor Mark Ritson hebben zij hun grote held want hij ziet de verhalen over het verminderde bereik in de tv-wereld als een groot complot van de Google- en Facebookaanhangers. Aan de andere kant heb je de groep die heilig gelooft in het snel verdwijnen van televisie als massamedium. Jongeren kijken immers steeds minder televisie en de rest is al jaren reclamemoe. Adverteerders kunnen jonge doelgroepen alleen bereiken via de online schermen waar ze de hele dag naar kijken.

Leuke discussiesHet zijn toch levendige discussies toch tijdens de lunch waarbij leeftijd, belangen in de tv-wereld, inwoners provincie/stad bepalend zijn voor de mening? Hoewel de feiten vrij duidelijk zijn, jongeren en ouderen kijken steeds minder televisie, wilden wij het toch een keertje opnemen voor de Ome Willem-generatie (waar ikzelf ook bij hoor, gooi die vuisten maar op elkaar mensen).

Witte t-shirts van BamigoGelukkig is daar Bamigo-baas en twintiger Jeroen Adriaans die heel veel succes heeft met zijn witte t-shirts en onderbroeken van bamboemateriaal. Je ziet die strakke mannenlijven met die rare maskers veel voorbijkomen en een beetje marketingliefhebber denkt dan: zou dat een effect hebben? Dat lijkt prima te gaan, zo was te lezen in een interview met  De Ondernemer. Hij kwam op het idee voor bamboeshirts in 2014 door een vriend die veel zweette. Deze vriend had baat had bij shirts van bamboemateriaal, maar het was lastig om eraan te komen. Adriaans kocht wat shirts in Eindhoven, liet daar een goed nieuw shirt van maken bij een kleermaker en vervolgens eentje van bamboe. Tegenwoordig laat hij die shirts trouwens in Turkije maken. Op internet las hij dat een ideale merknaam uit drie lettergrepen bestaat en dus combineerde hij het Spaanse amigo en bamboe tot één woord. Hij verkoopt ze online en inmiddels werken er zeven mensen bij hem en maakt hij een omzet van 6 miljoen euro terwijl hij pas in 2016 begonnen is.

Mannen van 25 tot 55 jaar met wat geldHet interessante is dat Adriaans zich focust op mannen van 25 tot 55 jaar met een bovenmodaal inkomen en dat hij deze groep op een vrij klassieke manier weet te bereiken. Eerst adverteerde hij in zakenbladen als Quote en Esquire, maar sinds een tijdje doet hij dat ook op tv. We hebben even de Nielsen-cijfers opgevraagd voor 2017 en hij heeft voor bijna 9 miljoen euro aan mediawaarde ingekocht op televisie terwijl andere mediavormen daarbij ver achter bleven (radio 411.000, dagbladen 1,8 miljoen). Voor de duidelijkheid: met een omzet van 6 miljoen kan je dat zonder externe investeerder niet betalen, dat gaat om brutobedragen waar heel veel korting vanaf gaat. In die Nielsen-cijfers zitten de investeringen via bijvoorbeeld Google niet.

Reclamemechanisme ontdektHet kan zomaar dat Adriaans een mechanisme ontdekte dat als volgt werkt: je kijkt als man rustig naar Voetbal Inside of De Luizenmoeder en ziet die rare bamboehoofden voorbijkomen. Die vind je eerst best irritant, maar de merknaam nestelt zich toch in je hoofd en in het volgende reclameblok of een weekje later ga je toch even googlen naar Bamigo. Op de site lees je dat de prijzen meevallen, dat je ook nog eens verantwoord bezig bent en dat bestellen gaat ook opvallend snel. De eerste kennismaking vindt dus via een commercial plaats en zo wordt je langzaam die moderne verkoopfunnel in geduwd in de volgorde: tv/radio, internet, aankoopervaring en ervaring met het product. Retailexpert Paul Moers zou ook zeggen: er zit een goede paradox in het product, namelijk kwaliteit voor relatief weinig geld, maar je kan ook beweren: het aloude massamedium heeft zich weer eens bewezen.

En zo hebben we best wat munitie als wij ‘vuist-op-vuistleggers’ met de jonge generatie in conclaaf moeten over mediagebruik. Vooral in de fase dat je nog totaal onbekend bent als merk of bedrijf en je je niet richt op veertienjarigen (want die kijken naar hun YouTubehelden) kun je misschien via televisie een heel handig fundament leggen voor je verkoopsucces op internet.